📄 Wettekst
17 MEI 2024. - Decreet tot wijziging van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en diverse andere decreten, wat betreft de milieueffectrapportage (1)
Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt: Decreet tot wijziging van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en diverse andere decreten, wat betreft de milieueffectrapportage
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling
Artikel 1.Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid
Art. 2.In het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/12/2002
pub.
13/02/2003
numac
2003035183
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage
sluiten2, wordt titel IV, die bestaat uit artikel 4.1.1 tot en met 4.7.2, opgeheven.
Art. 3.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij
decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/12/2002
pub.
13/02/2003
numac
2003035183
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage
sluiten2, wordt een titel IV ingevoegd, die luidt als volgt: "Titel IV. Milieueffectrapportage".
Art. 4.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/12/2002
pub.
13/02/2003
numac
2003035183
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage
sluiten2, wordt in titel IV, ingevoegd bij artikel 3, een hoofdstuk 1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Hoofdstuk 1. Definities, algemene bepalingen en bepalingen over de milieueffecten van acties van andere landen of gewesten".
Art. 5.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/12/2002
pub.
13/02/2003
numac
2003035183
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage
sluiten2, wordt in hoofdstuk 1, ingevoegd bij artikel 4, een afdeling 1 ingevoegd, die luidt als volgt: "Afdeling 1. Definities".
Art. 6.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/12/2002
pub.
13/02/2003
numac
2003035183
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage
sluiten2, wordt in afdeling 1, ingevoegd bij artikel 5, een artikel 4.1.1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 4.1.1. In deze titel wordt verstaan onder: 1° actie: een plan, een programma of een project;2° betrokken publiek: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon en ook elke vereniging, organisatie of groep met rechtspersoonlijkheid die gevolgen ondervindt of mogelijk ondervindt van of belanghebbende is bij de besluitvorming over de voorgenomen actie, waarbij niet-gouvernementele organisaties die zich voor milieubescherming inzetten, geacht worden belanghebbende te zijn;3° bevoegde overheid: de overheid die bevoegd is om een plan of programma vast te stellen of om over de vergunningsaanvraag van een project te beslissen;4° grens- of gewestgrensoverschrijdende milieueffecten: de milieueffecten van een voorgenomen actie die zich volledig of gedeeltelijk situeert op het grondgebied van het Vlaamse Gewest, die worden teweeggebracht in een andere verdragspartij bij het verdrag inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband ondertekend te Espoo op 25 februari 1991, in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een ander gewest; 5° initiatiefnemer: a) voor de verplichtingen voor de ruimtelijke uitvoeringsplannen waarbij het ruimtelijk uitvoeringsplan het kader vormt voor een of meer projecten van een of meer privaat- of publiekrechtelijke natuurlijke of rechtspersonen: de overheid die het initiatief neemt om een ruimtelijk uitvoeringsplan op te maken conform artikel 2.2.7, 2.2.12 en 2.2.18 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, tenzij die privaat- of publiekrechtelijke natuurlijke of rechtspersonen een schriftelijk verzoek tot overname van die verplichtingen indienen bij de overheid die het initiatief neemt om een ruimtelijk uitvoeringsplan op te maken conform artikel 2.2.7, 2.2.12 en 2.2.18 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en die overheid het verzoek inwilligt; b) voor de verplichtingen voor andere ruimtelijke uitvoeringsplannen dan de ruimtelijke uitvoeringsplannen, vermeld in punt a): de overheid die het initiatief neemt om een ruimtelijk uitvoeringsplan op te maken conform artikel 2.2.7, 2.2.12 en 2.2.18 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009; c) voor de verplichtingen voor andere plannen en programma's dan de plannen en programma's, vermeld in punt a) en b): de instantie die het initiatief neemt om een plan of programma op te stellen of te wijzigen;d) voor de verplichtingen voor projecten: de aanvrager van een vergunning voor een project;6° milieubeoordeling: het proces dat bestaat uit de volgende stappen: a) een milieueffectrapport voorbereiden en opstellen;b) raadplegingen van adviesinstanties en het betrokken publiek uitvoeren;c) het onderzoek door de bevoegde overheid van de informatie die in het milieueffectrapport is gepresenteerd, en, in voorkomend geval, van alle aanvullende informatie die de initiatiefnemer verstrekt, en van alle relevante informatie die via de raadplegingen, vermeld in punt b), is ontvangen;d) voor projecten: de gemotiveerde conclusie van de bevoegde overheid over de aanzienlijke effecten van de actie op het milieu.In die conclusie wordt rekening gehouden met de resultaten van het onderzoek, vermeld in punt c), de beslissing over de goedkeuring of afkeuring van het project-MER en, in voorkomend geval, haar eigen aanvullende onderzoek; e) voor plannen en programma's: de verklaring die samenvat op welke wijze milieuoverwegingen in het plan of programma zijn geïntegreerd en op welke wijze in de besluitvorming met het opgestelde milieueffectrapport en de resultaten van de raadplegingen, vermeld in punt b), rekening is gehouden, en die de redenen samenvat waarom is gekozen voor het plan of programma zoals het is aangenomen, in het licht van andere redelijke alternatieven die zijn behandeld;f) de integratie van de gemotiveerde conclusie van de bevoegde overheid in de beslissing over de vergunningsaanvraag voor het project;g) de informatieverstrekking over de beslissing over de actie;7° milieueffectrapport, afgekort MER: een geheel van milieu-informatie, ongeacht de drager, waarin van een voorgenomen actie en van de redelijkerwijze in beschouwing te nemen alternatieven, de te verwachten aanzienlijke gevolgen voor mens en milieu in hun onderlinge samenhang op een systematische en wetenschappelijk verantwoorde wijze worden geanalyseerd en geëvalueerd.In het milieueffectrapport wordt aangegeven op welke wijze de aanzienlijke milieueffecten vermeden, beperkt, verholpen of gecompenseerd kunnen worden; 8° plan-MER: een milieueffectrapport over een plan of programma;9° project-MER: een milieueffectrapport over een project; 10° milieueffectrapportage, afgekort m.e.r.: het uitvoeren van een milieubeoordeling of het nagaan aan de hand van een screening of een milieubeoordeling vereist is; 11° niet-technische samenvatting: een samenvatting van het milieueffectrapport die voldoende begrijpelijk is en het publiek en de instantie die bij de besluitvorming zijn betrokken, voldoende inzichten verschaft om zich een oordeel te kunnen vormen over de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van een voorgenomen actie;12° plan of programma: een plan of een programma, met inbegrip van een plan of een programma dat de Europese Unie meefinanciert, en de wijzigingen ervan, dat voldoet aan al de volgende voorwaarden: a) het is door een instantie op regionaal, provinciaal of gemeentelijk niveau opgesteld en/of vastgesteld of het is door een instantie opgesteld om door een wetgevingsprocedure door het Vlaams Parlement of de Vlaamse Regering te worden vastgesteld;b) het is op grond van wettelijke of van bestuursrechtelijke bepalingen voorgeschreven;13° project: a) de uitvoering van bouwwerken of de totstandbrenging van andere installaties of werken;b) andere ingrepen in natuurlijk milieu of landschap, inclusief de ingrepen voor de ontginning van bodemschatten;14° publiek: een of meer natuurlijke of rechtspersonen en hun verenigingen, organisaties of groepen;15° scoping: een geheel van milieu-informatie, ongeacht de drager, waarin de reikwijdte, het detailleringsniveau en de inhoudelijke aanpak van het milieueffectrapport worden vastgesteld;16° scopingadvies: een advies over de reikwijdte, het detailleringsniveau en de inhoudelijke aanpak van de informatie die de initiatiefnemer in het milieueffectrapport moet opnemen;17° screening: een geheel van milieu-informatie, ongeacht de drager, waarin van een voorgenomen actie wordt aangegeven of er aanzienlijke milieueffecten te verwachten zijn;18° vergunning: de beslissing van de bevoegde overheid waardoor de initiatiefnemer het recht verkrijgt om het project uit te voeren; 19° Vlaams expertisecentrum milieueffectrapportage, afgekort Vlaams expertisecentrum m.e.r: de instantie binnen het Departement Omgeving die belast is met taken van milieueffectrapportage.".
Art. 7.In artikel 4.1.1, 6°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij artikel 6 van dit decreet, worden de woorden ", de beslissing over de goedkeuring of afkeuring van het project-MER" opgeheven.
Art. 8.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/12/2002
pub.
13/02/2003
numac
2003035183
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage
sluiten2, wordt in hoofdstuk 1, ingevoegd bij artikel 4, een afdeling 2 ingevoegd, die luidt als volgt: "Afdeling 2. Algemene bepalingen".
Art. 9.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/12/2002
pub.
13/02/2003
numac
2003035183
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage
sluiten2, wordt in afdeling 2, ingevoegd bij artikel 8, een artikel 4.1.2 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 4.1.2. Behoudens andersluidende bepalingen in de sectorale regelgeving voor plannen, programma's en projecten, mag voor de adviesaanvragen, vermeld in deze titel, aan de vereiste van een advies worden voorbijgegaan als er geen advies wordt uitgebracht binnen de termijn die de Vlaamse Regering bepaalt.".
Art. 10.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet 26 januari 2024, wordt in dezelfde afdeling 2 een artikel 4.1.3 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 4.1.3. De procedures, vermeld in deze titel, en ook de milieubeoordeling en de terbeschikkingstelling van de relevante milieu-informatie kunnen volledig of gedeeltelijk digitaal verlopen conform de regels die de Vlaamse Regering bepaalt.".
Art. 11.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/12/2002
pub.
13/02/2003
numac
2003035183
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage
sluiten2, wordt in dezelfde afdeling 2 een artikel 4.1.4 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 4.1.4. Voor een plan of een programma dat conform artikel 4.3.2 onder de werkingssfeer van deze titel valt, kan de Vlaamse Regering bepalen op welke wijze de bepalingen over de screening of de milieubeoordeling in de besluitvorming over het plan of programma geïntegreerd worden.
Als bij decreet of besluit van de Vlaamse Regering geen wijze van integratie is bepaald, dan gelden voor een plan of programma dat overeenkomstig artikel 4.3.2 onder de werkingssfeer van deze titel valt, de bepalingen zoals voorzien in deze titel.".
Art. 12.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/12/2002
pub.
13/02/2003
numac
2003035183
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage
sluiten2, wordt in dezelfde afdeling 2 een artikel 4.1.5 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 4.1.5. Voor een project dat conform artikel 4.3.3 onder de werkingssfeer van deze titel valt, kan de Vlaamse Regering bepalen op welke wijze de bepalingen over de screening of de milieubeoordeling in de besluitvorming over dit project geïntegreerd worden.
Als bij decreet of besluit van de Vlaamse Regering geen wijze van integratie is bepaald, dan gelden voor een project dat overeenkomstig artikel 4.3.3 onder de werkingssfeer van deze titel valt, de bepalingen zoals voorzien in deze titel.".
Art. 13.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/12/2002
pub.
13/02/2003
numac
2003035183
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage
sluiten2, wordt in hoofdstuk 1, ingevoegd bij artikel 4, een afdeling 3 ingevoegd, die luidt als volgt: "Afdeling 3. Milieueffecten van acties van andere landen of gewesten".
Art. 14.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/12/2002
pub.
13/02/2003
numac
2003035183
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage
sluiten2, wordt in afdeling 3, ingevoegd bij artikel 13, een artikel 4.1.6 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 4.1.6. Als een overheid met bevoegdheid in het Vlaamse Gewest vaststelt dat een voorgenomen actie in een andere verdragspartij bij het verdrag inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband ondertekend te Espoo op 25 februari 1991, een andere lidstaat van de Europese Unie of een ander gewest of de federale overheid mogelijk aanzienlijke milieueffecten kan hebben op haar grondgebied of als het Vlaamse Gewest daarvan door de bevoegde autoriteiten van een andere verdragspartij bij het voormelde verdrag, een andere lidstaat van de Europese Unie of een ander gewest of de federale overheid op de hoogte wordt gebracht, neemt die overheid contact op met de bevoegde autoriteiten van de betrokken staat of het betrokken gewest of de federale overheid om mee te delen of ze wil deelnemen aan de milieubeoordeling van de voorgenomen actie in de betrokken staat of het betrokken gewest of de federale overheid.
De Vlaamse Regering stelt de wijze vast waarop de adviesinstanties, die de Vlaamse Regering aanwijst, en het betrokken publiek in het Vlaamse Gewest binnen een redelijke termijn worden geïnformeerd over de voorgenomen actie, de gelegenheid krijgen om zich over de mogelijke aanzienlijke milieueffecten van de voorgenomen actie uit te spreken en op de hoogte worden gebracht van de informatie over de beslissing over de voorgenomen actie die de bevoegde autoriteiten van de betrokken staten of betrokken gewesten of de federale overheid bezorgen.".
Art. 15.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/12/2002
pub.
13/02/2003
numac
2003035183
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage
sluiten2, wordt in titel IV, ingevoegd bij artikel 3, een hoofdstuk 2 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Hoofdstuk 2. Doelstelling en kenmerken van de milieubeoordeling en relaties tussen effectbeoordelingen".
Art. 16.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/12/2002
pub.
13/02/2003
numac
2003035183
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage
sluiten2, wordt in hoofdstuk 2, ingevoegd bij artikel 15, een afdeling 1 ingevoegd, die luidt als volgt: "Afdeling 1. Doelstelling en kenmerken van de milieubeoordeling".
Art. 17.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/12/2002
pub.
13/02/2003
numac
2003035183
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage
sluiten2, wordt in afdeling 1, ingevoegd bij artikel 16, een artikel 4.2.1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 4.2.1. Om in een hoog niveau van milieubescherming te voorzien, beoogt de milieubeoordeling, in de besluitvorming over acties die aanzienlijke milieueffecten kunnen veroorzaken, aan het milieubelang en de gezondheid van de mens een plaats toe te kennen die evenwaardig is aan de sociale, economische en andere maatschappelijke belangen.
Om de doelstelling, vermeld in het eerste lid, te realiseren, heeft de milieubeoordeling de volgende essentiële kenmerken: 1° de systematische en wetenschappelijk verantwoorde analyse en evaluatie van de mogelijke aanzienlijke gevolgen voor mens en milieu, van een voorgenomen actie en van de redelijkerwijze in beschouwing te nemen alternatieven voor de actie of onderdelen ervan, en de beschrijving en evaluatie van de mogelijke maatregelen om de gevolgen van de voorgenomen actie op een samenhangende wijze te vermijden, te beperken, te verhelpen of, als dat mogelijk is, te compenseren;2° de kwaliteitsbeoordeling van de verzamelde informatie;3° de raadpleging van het betrokken publiek en de informatieverstrekking over de doorwerking van de milieubeoordeling in de besluitvorming over de voorgenomen actie. Het Vlaams expertisecentrum m.e.r. en de bevoegde overheid beschikken over of hebben toegang tot voldoende expertise om het milieueffectrapport te onderzoeken en de kwaliteit ervan te beoordelen.".
Art. 18.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/12/2002
pub.
13/02/2003
numac
2003035183
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage
sluiten2, wordt in hoofdstuk 2, ingevoegd bij artikel 15, een afdeling 2 ingevoegd, die luidt als volgt: "Afdeling 2. Relaties tussen effectbeoordelingen".
Art. 19.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/12/2002
pub.
13/02/2003
numac
2003035183
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage
sluiten2, wordt in afdeling 2, ingevoegd bij artikel 18, een artikel 4.2.2 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 4.2.2. Voor plannen en programma's die deel uitmaken van een hiërarchie van plannen en programma's, wordt, om overlapping van milieubeoordelingen te voorkomen, rekening gehouden met de uitvoering van de milieubeoordeling op verschillende niveaus van de hiërarchie.".
Art. 20.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/12/2002
pub.
13/02/2003
numac
2003035183
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage
sluiten2, wordt in dezelfde afdeling 2 een artikel 4.2.3 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 4.2.3. Bij de milieubeoordeling wordt, om overlapping van milieubeoordelingen te voorkomen, rekening gehouden met het stadium van het ruimere besluitvormingsproces waarin de voorgenomen actie zich voordoet en met de mate waarin bepaalde aspecten beter op andere niveaus van het besluitvormingsproces kunnen worden beoordeeld.".
Art. 21.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet 26 januari 2024, wordt in dezelfde afdeling 2 een artikel 4.2.4 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 4.2.4. In voorkomend geval wordt in milieubeoordelingen rekening gehouden met de volgende elementen: 1° relevante informatie over de milieueffecten uit milieueffectrapporten die het resultaat zijn van milieubeoordelingen die krachtens deze titel zijn uitgevoerd in eerdere stadia van het ruimere besluitvormingsproces; 2° de beschikbare resultaten en relevante informatie over de milieueffecten die zijn verkregen door andere relevante beoordelingen die uitgevoerd zijn op grond van wetgeving, als en in de mate waarin die informatie de bevoegde overheid in staat stelt om zich op geïnformeerde wijze over de aanzienlijke milieueffecten van de voorgenomen actie uit te spreken.".
Art. 22.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/12/2002
pub.
13/02/2003
numac
2003035183
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage
sluiten2, wordt in dezelfde afdeling 2 een artikel 4.2.5 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 4.2.5. Hoofdstuk 4, afdeling 2, worden niet verplicht toegepast als de te verwachten aanzienlijke milieueffecten van een voorgenomen actie al zijn onderzocht in een milieueffectrapport dat voldoet aan de bepalingen van hoofdstuk 4, afdeling 2, en de bevoegde overheid in staat is om zich op geïnformeerde wijze over de aanzienlijke milieueffecten van de voorgenomen actie uit te spreken.".
Art. 23.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/12/2002
pub.
13/02/2003
numac
2003035183
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage
sluiten2, wordt in dezelfde afdeling 2 een artikel 4.2.6 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 4.2.6. Als verschillende beoordelingen van de milieueffecten worden uitgevoerd, krachtens deze titel of andere gewestelijke of federale regelgeving, adviseert het Vlaams expertisecentrum m.e.r. op eigen initiatief of op verzoek van de initiatiefnemer(s) over de mogelijkheid tot afstemming of integratie van de verschillende rapporten en, als dat mogelijk is, van de verschillende beoordelingen.
Er wordt naar gestreefd dat de verschillende beoordelingen zo veel mogelijk gelijktijdig worden uitgevoerd.
De Vlaamse Regering stelt de modaliteiten vast van de afstemming en integratie van de beoordelingen en rapporten in de gevallen, vermeld in dit artikel.".
Art. 24.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/12/2002
pub.
13/02/2003
numac
2003035183
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage
sluiten2, wordt in titel IV, ingevoegd bij artikel 3, een hoofdstuk 3 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Hoofdstuk 3. Werkingssfeer en screening".
Art. 25.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/12/2002
pub.
13/02/2003
numac
2003035183
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage
sluiten2, wordt in hoofdstuk 3, ingevoegd bij artikel 24, een afdeling 1 ingevoegd, die luidt als volgt: "Afdeling 1. Werkingssfeer".
Art. 26.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/12/2002
pub.
13/02/2003
numac
2003035183
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage
sluiten2, wordt in afdeling 1, ingevoegd bij artikel 25, een artikel 4.3.1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 4.3.1. Voor de volgende plannen en programma's is geen milieueffectrapportage vereist: 1° plannen of programma's die uitsluitend bestemd zijn voor nationale defensie of noodsituaties;2° financiële of begrotingsplannen en -programma's. Voor projecten of projectonderdelen die uitsluitend bestemd zijn voor defensie, of voor projecten die uitsluitend de respons op civiele noodsituaties tot doel hebben, is er geen milieueffectrapportage vereist als de Vlaamse Regering beslist per geval dat de toepassing van een milieueffectrapportage nadelige gevolgen heeft voor die doeleinden.".
Art. 27.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet 26 januari 2024, wordt in dezelfde afdeling 1 een artikel 4.3.2 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 4.3.2. § 1. Een milieubeoordeling wordt uitgevoerd voor de volgende plannen en programma's: 1° de plannen of programma's die voorbereid worden voor landbouw, bosbouw, visserij, energie, industrie, vervoer, regionale ontwikkeling, afvalstoffenbeheer, waterbeheer, telecommunicatie, toerisme en ruimtelijke ordening of grondgebruik en die het kader vormen voor de toekenning van toekomstige vergunningen voor een project als vermeld in bijlage I en II van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 houdende vaststelling van de categorieën van projecten onderworpen aan milieueffectrapportage;2° de plannen of programma's waarvoor, gelet op het mogelijke effect op gebieden, een passende beoordeling vereist is conform artikel 36ter, § 3, eerste lid, van het
decreet van 21 oktober 1997Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
21/10/1997
pub.
10/01/1998
numac
1997036441
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu
sluiten betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu. § 2. Voor de plannen of programma's, vermeld in paragraaf 1, die het gebruik bepalen van kleine gebieden op provinciaal of gemeentelijk niveau, of voor kleine wijzigingen aan die plannen of programma's, is een milieubeoordeling alleen vereist als op basis van de screening blijkt dat het plan of programma aanzienlijke milieueffecten kan hebben.
Voor andere plannen of programma's dan de plannen of programma's, vermeld in paragraaf 1, die het kader vormen voor de toekenning van toekomstige vergunningen voor projecten, is een milieubeoordeling vereist als op basis van de screening blijkt dat het plan of programma aanzienlijke milieueffecten kan hebben. § 3. Als er geen milieubeoordeling vereist is conform paragraaf 1 of 2, kan een overheid vrijwillig een milieubeoordeling uitvoeren waarbij de bepalingen van hoofdstuk 4 van overeenkomstige toepassing zijn.
Als bij decreet of besluit van de Vlaamse Regering een wijze van integratie is bepaald, wordt de milieubeoordeling, vermeld in het eerste lid, conform die bepalingen uitgevoerd.".
Art. 28.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/12/2002
pub.
13/02/2003
numac
2003035183
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage
sluiten2, wordt in dezelfde afdeling 1 een artikel 4.3.3 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 4.3.3. § 1. Voor een vergunning kan worden verleend, wordt de volgende milieueffectrapportage uitgevoerd voor de volgende vergunningsplichtige projecten: 1° een milieubeoordeling: voor de categorieën van projecten die de Vlaamse Regering aanwijst als projecten die van rechtswege aan een milieubeoordeling zijn onderworpen;2° een milieubeoordeling of een screening: voor de andere categorieën van projecten dan de projecten, vermeld in punt 1°, die de Vlaamse Regering aanwijst aan de hand van de criteria, vermeld in bijlage I, die bij dit decreet is gevoegd. § 2. De volgende projecten vallen niet onder de werkingssfeer van deze titel: 1° de loutere hernieuwing van de vergunning, vermeld in artikel 70 van het
decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
25/04/2014
pub.
27/08/2014
numac
2014035897
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning
type
decreet
prom.
25/04/2014
pub.
23/10/2014
numac
2014036510
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de omgevingsvergunning
type
decreet
prom.
25/04/2014
pub.
27/08/2014
numac
2014035706
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende complexe projecten
sluiten betreffende de omgevingsvergunning;2° de omzetting, vermeld in artikel 390 van het
decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
25/04/2014
pub.
27/08/2014
numac
2014035897
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning
type
decreet
prom.
25/04/2014
pub.
23/10/2014
numac
2014036510
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de omgevingsvergunning
type
decreet
prom.
25/04/2014
pub.
27/08/2014
numac
2014035706
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende complexe projecten
sluiten betreffende de omgevingsvergunning. § 3. Een initiatiefnemer van een voorgenomen project kan in alle gevallen een milieubeoordeling uitvoeren conform hoofdstuk 4.
Als bij decreet of besluit van de Vlaamse Regering een wijze van integratie is bepaald, wordt de milieubeoordeling, vermeld in het eerste lid, conform die bepalingen uitgevoerd. § 4. In de andere gevallen dan de gevallen, vermeld in paragraaf 1 tot en met 3, kan de initiatiefnemer het Vlaams expertisecentrum m.e.r. verzoeken een advies uit te brengen over de kwaliteit van een project-MER dat hij heeft opgemaakt. § 5. De Vlaamse Regering kan op gemotiveerd verzoek van de initiatiefnemer een welbepaald project dat aan een milieubeoordeling moet worden onderworpen, in uitzonderlijke gevallen vrijstellen van de verplichting tot milieubeoordeling als de toepassing van de bepalingen over de milieubeoordeling nadelige gevolgen heeft voor het doel van het project en als aan de doelstellingen van deze titel wordt voldaan.
In het geval, vermeld in het eerste lid, gaat de Vlaamse Regering na of er geen andere vorm van beoordeling geschikt is en stelt de verzamelde informatie alsmede de gegevens over en de redenen van de vrijstelling ter beschikking van het publiek.
Voor de vergunningsbeslissing wordt genomen, brengt de Vlaamse Regering de Europese Commissie op de hoogte van de redenen waarom de vrijstelling, vermeld in het eerste lid, is verleend en verschaft ze haar alle informatie die aan de bevolking ter beschikking is gesteld.
Als het project aanzienlijke grens- of gewestgrensoverschrijdende milieueffecten kan hebben of als de bevoegde autoriteiten van de betrokken staten of gewesten daarom verzoeken, worden de betrokken bevoegde autoriteiten vóór de vergunningsbeslissing wordt genomen, op de hoogte gebracht van de redenen waarom de vrijstelling, vermeld in het eerste lid, is verleend.
De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de vrijstelling en de inhoud van het gemotiveerde verzoek, vermeld in het eerste lid, en voor de kennisgeving, vermeld in het vierde lid. § 6. Een project dat met een specifiek decreet wordt aangenomen, kan door het decreet in kwestie vrijgesteld worden van de bepalingen over de openbare raadpleging over het project-MER, zoals vastgelegd in hoofdstuk 4 van deze titel, als aan de doelstellingen, vermeld in artikel 4.2.1, wordt voldaan.
Als het project aanzienlijke grens- of gewestgrensoverschrijdende milieueffecten kan hebben of als de bevoegde autoriteiten van de betrokken staten of gewesten daarom verzoeken, worden de betrokken bevoegde autoriteiten vóór de vergunningsbeslissing wordt genomen op de hoogte gebracht van de vrijstelling, vermeld in het eerste lid.
Vanaf 16 mei 2025 brengt het Vlaams expertisecentrum m.e.r. om de twee jaar de Europese Commissie op de hoogte van elk geval waarin de vrijstelling, vermeld in het eerste lid, is verleend.".
Art. 29.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/12/2002
pub.
13/02/2003
numac
2003035183
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage
sluiten2, wordt in dezelfde afdeling 1 een artikel 4.3.4 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 4.3.4. De Vlaamse Regering kan de criteria, vermeld in bijlage I, die bij dit decreet is gevoegd, nader definiëren. Op grond van die criteria moet het mogelijk zijn uit te maken of een voorgenomen actie al dan niet aanzienlijke milieueffecten kan hebben.
Elke vaststelling of vervanging van de criteria, vermeld in het eerste lid, wordt meegedeeld aan de Europese Commissie.".
Art. 30.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/12/2002
pub.
13/02/2003
numac
2003035183
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage
sluiten2, wordt in hoofdstuk 3, ingevoegd bij artikel 24, een afdeling 2 ingevoegd, die luidt als volgt: "Afdeling 2. Screening van plannen, programma's en projecten".
Art. 31.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/12/2002
pub.
13/02/2003
numac
2003035183
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage
sluiten2, wordt in afdeling 2, ingevoegd bij artikel 30, een artikel 4.3.5 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 4.3.5. § 1. Voor de plannen of programma's, vermeld in artikel 4.3.2, § 2, toetst de initiatiefnemer aan de hand van de criteria, vermeld in bijlage I, die bij dit decreet is gevoegd, in een screening of het voorgenomen plan of programma aanzienlijke milieueffecten kan hebben. De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast voor de vorm en de inhoud van de voormelde screening.
De initiatiefnemer raadpleegt de instanties die door de Vlaamse Regering worden aangewezen, en het Vlaams expertisecentrum m.e.r. over de screening, vermeld in het eerste lid. De voormelde instanties en het Vlaams expertisecentrum m.e.r. brengen hun advies uit op de wijze en binnen de termijn die de Vlaamse Regering bepaalt. § 2. Als voor een plan of een programma als vermeld in artikel 4.3.2, § 2, geen milieubeoordeling wordt uitgevoerd, motiveert de bevoegde overheid aan de hand van de criteria, vermeld in bijlage I, die bij dit decreet is gevoegd, waarom het voorgenomen plan of programma geen aanzienlijke milieueffecten kan hebben. De bevoegde overheid houdt daarbij rekening met de screening en de verleende adviezen, vermeld in paragraaf 1.
De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast over de wijze van de bekendmaking van de screening en van de motivatie, vermeld in het eerste lid.".
Art. 32.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/12/2002
pub.
13/02/2003
numac
2003035183
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage
sluiten2, wordt in dezelfde afdeling 2 een artikel 4.3.6 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 4.3.6. § 1. Voor de projecten die de Vlaamse Regering conform artikel 4.3.3, § 1, 2°, aanwijst, toetst de initiatiefnemer aan de hand van de criteria, vermeld in bijlage I, die bij dit decreet is gevoegd, in een screening of het voorgenomen project aanzienlijke milieueffecten kan hebben. § 2. De bevoegde overheid beslist zo snel mogelijk en uiterlijk binnen negentig dagen na de dag waarop de initiatiefnemer de screening bij de bevoegde overheid heeft ingediend of het project aan een milieubeoordeling conform hoofdstuk 4 moet worden onderworpen.
Als de bevoegde overheid beslist dat het project aan een milieubeoordeling conform hoofdstuk 4 moet worden onderworpen, vermeldt de bevoegde overheid de belangrijkste redenen die haar beslissing motiveren. In die motivering wordt verwezen naar de relevante criteria, vermeld in bijlage I, die bij dit decreet is gevoegd.
Als de bevoegde overheid beslist dat het project niet aan een milieubeoordeling conform hoofdstuk 4 moet worden onderworpen, vermeldt de bevoegde overheid de belangrijkste redenen die haar beslissing motiveren. In die motivering wordt verwezen naar de relevante criteria, vermeld in bijlage I, die bij dit decreet is gevoegd, en, als de initiatiefnemer deze heeft voorgesteld, de geplande maatregelen om te vermijden of te voorkomen wat anders wellicht aanzienlijke nadelige milieueffecten zouden zijn geweest.
Als de bevoegde overheid tevens de initiatiefnemer is, zorgt de bevoegde overheid in elk geval binnen de organisatie van administratieve bevoegdheden voor een passende scheiding tussen conflicterende functies opdat de taak vermeld in het eerste lid op een objectieve wijze kan verricht worden. § 3. Als uit de toets, vermeld in paragraaf 1, of uit de beslissing van de bevoegde overheid, vermeld in paragraaf 2, blijkt dat het voorgenomen project aanzienlijke milieueffecten kan hebben, onderwerpt de initiatiefnemer het voorgenomen project aan een milieubeoordeling conform hoofdstuk 4. § 4. De screening, vermeld in paragraaf 1, bevat ten minste de volgende elementen: 1° een beschrijving en verduidelijking van het voorgenomen project met in het bijzonder: a) een beschrijving van de fysieke kenmerken van het hele project en, als dat relevant is, van sloopwerken;b) een beschrijving van de locatie van het project met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project een invloed kan hebben;2° een beschrijving van de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het voorgenomen project;3° als er informatie over deze effecten beschikbaar is: een beschrijving van de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het voorgenomen project ten gevolge van: a) de verwachte residuen en emissies en de productie van afvalstoffen, als dat van toepassing is;b) het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, namelijk bodem, land, water en biodiversiteit;4° in voorkomend geval een beschrijving van de kenmerken van het voorgenomen project of van de geplande maatregelen om te vermijden of te voorkomen wat anders wellicht aanzienlijke milieueffecten zouden zijn geweest. Bij de opmaak van de screening, vermeld in paragraaf 1, wordt, als dat relevant is, rekening gehouden met de criteria, vermeld in bijlage I, die bij dit decreet is gevoegd, en wordt, als dat relevant is, rekening gehouden met de beschikbare resultaten van andere relevante beoordelingen van de milieueffecten die zijn gemaakt met toepassing van deze titel of met toepassing van andere regelgeving.
Als de initiatiefnemer beslist dat het project niet aan een milieubeoordeling conform hoofdstuk 4 moet worden onderworpen, vermeldt de initiatiefnemer de belangrijkste redenen die zijn beslissing motiveren. In die motivering wordt verwezen naar de relevante criteria, vermeld in bijlage I, die bij dit decreet is gevoegd.
De Vlaamse Regering stelt de vorm en de inhoud van de screening, vermeld in paragraaf 1, vast. § 5. De beslissing, vermeld in paragraaf 2, wordt bekendgemaakt op de wijze die de Vlaamse Regering bepaalt.".
Art. 33.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/12/2002
pub.
13/02/2003
numac
2003035183
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage
sluiten2, wordt in titel IV, ingevoegd bij artikel 3, een hoofdstuk 4 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Hoofdstuk 4. Milieubeoordeling van plannen, programma's en projecten".
Art. 34.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/12/2002
pub.
13/02/2003
numac
2003035183
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage
sluiten2, wordt in hoofdstuk 4, ingevoegd bij artikel 33, een afdeling 1 ingevoegd, die luidt als volgt: "Afdeling 1. Openbaarheid".
Art. 35.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/12/2002
pub.
13/02/2003
numac
2003035183
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage
sluiten2, wordt in afdeling 1, ingevoegd bij artikel 34, een artikel 4.4.1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 4.4.1. De verplichtingen tot actieve openbaarheid, vermeld in dit hoofdstuk, doen geen afbreuk aan de toepassing van artikel II.3 en II.4 van het Bestuurs
decreet van 7 december 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
07/12/2018
pub.
19/12/2018
numac
2018032457
bron
vlaamse overheid
Bestuursdecreet
sluiten.
De initiatiefnemer kan in elke fase van de milieubeoordeling, vermeld in afdeling 2 tot en met 5, conform de regels die de Vlaamse Regering bepaalt, verzoeken om bepaalde milieu-informatie volledig of gedeeltelijk aan de openbaarheid te onttrekken. Een dergelijk verzoek wordt door de betrokken overheidsinstantie behandeld conform artikel II.36 van het Bestuurs
decreet van 7 december 2018Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
07/12/2018
pub.
19/12/2018
numac
2018032457
bron
vlaamse overheid
Bestuursdecreet
sluiten.".
Art. 36.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/12/2002
pub.
13/02/2003
numac
2003035183
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage
sluiten2, wordt in hoofdstuk 4, ingevoegd bij artikel 33, een afdeling 2 ingevoegd, die luidt als volgt: "Afdeling 2. Aanmelding en scoping".
Art. 37.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/12/2002
pub.
13/02/2003
numac
2003035183
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage
sluiten2, wordt in afdeling 2, ingevoegd bij artikel 36, een artikel 4.4.2 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 4.4.2. § 1. De initiatiefnemer meldt aan het Vlaams expertisecentrum m.e.r. het voornemen om een plan-MER op te stellen voor een voorgenomen plan of programma.
Het Vlaams expertisecentrum m.e.r. maakt de aanmelding, vermeld in het eerste lid, bekend.
De Vlaamse Regering bepaalt de inhoud van de aanmelding, vermeld in het eerste lid, en stelt de wijze vast waarop die aanmelding moet gebeuren en bekendgemaakt moet worden, en ook de termijn daarvoor. § 2. De initiatiefnemer vraagt een scopingadvies over een voorstel van scoping aan het Vlaams expertisecentrum m.e.r. en de adviesinstanties die de Vlaamse Regering aanwijst.
De Vlaamse Regering bepaalt de inhoud van het voorstel van scoping en stelt nadere regels vast voor de wijze waarop en de termijnen waarin het Vlaams expertisecentrum m.e.r. en de adviesinstanties hun scopingadvies, vermeld in het eerste lid, moeten verlenen. § 3. De initiatiefnemer kan participatie over de scoping organiseren. § 4. De initiatiefnemer kan het Vlaams expertisecentrum m.e.r. verzoeken een geïntegreerd scopingadvies te verlenen over het voorstel van scoping. In dat geval is de adviesvraag aan het Vlaams expertisecentrum, vermeld in paragraaf 2, niet verplicht.
Het Vlaams expertisecentrum m.e.r. houdt bij het geïntegreerde scopingadvies, vermeld in het eerste lid, rekening met de adviezen, vermeld in paragraaf 2.
De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast voor de wijze waarop en de termijnen waarin het Vlaams expertisecentrum m.e.r. het geïntegreerde scopingadvies, vermeld in het eerste lid, verleent en ter beschikking stelt aan de geraadpleegde adviesinstanties en het betrokken publiek. § 5. Als bij de aanmelding, vermeld in paragraaf 1, of bij de advisering, vermeld in paragraaf 2 of 4, blijkt dat het plan of programma aanzienlijke grens- of gewestgrensoverschrijdende milieueffecten kan hebben, of als de bevoegde autoriteiten van de betrokken staten of gewesten daarom verzoeken, deelt het Vlaams expertisecentrum m.e.r. de informatie die de initiatiefnemer heeft bezorgd, mee aan de betrokken bevoegde autoriteiten en deelt het ook de termijn mee waarin de bevoegde autoriteit kan bekendmaken of ze wil deelnemen aan de milieubeoordeling over het voorgenomen plan of programma. De Vlaamse Regering bepaalt de voormelde termijn.
De mededeling, vermeld in het eerste lid, gebeurt uiterlijk op het moment dat de aanmelding wordt bekendgemaakt conform paragraaf 1, tweede lid, respectievelijk op het moment dat het Vlaams expertisecentrum m.e.r. het scopingadvies verleent.
De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de wijze waarop de informatie, vermeld in het eerste lid, wordt meegedeeld.".
Art. 38.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/12/2002
pub.
13/02/2003
numac
2003035183
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage
sluiten2, wordt in dezelfde afdeling 2 een artikel 4.4.3 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 4.4.3. § 1. De initiatiefnemer meldt aan het Vlaams expertisecentrum m.e.r. het voornemen om een project-MER op te stellen voor een voorgenomen project.
Het Vlaams expertisecentrum m.e.r. maakt de aanmelding, vermeld in het eerste lid, bekend.
De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast voor de informatie die in de aanmelding, vermeld in het eerste lid, opgenomen moet worden, de wijze waarop die aanmelding moet gebeuren en bekendgemaakt moet worden, en de termijn daarvoor. § 2. De initiatiefnemer kan het Vlaams expertisecentrum m.e.r. en de adviesinstanties die de Vlaamse Regering aanwijst, raadplegen over een voorstel van scoping. Het voorstel van scoping bevat minstens: 1° informatie over de specifieke kenmerken van het project, inclusief de locatie en de technische capaciteit ervan;2° informatie over de te verwachten aanzienlijke milieueffecten ervan. De Vlaamse Regering stelt de nadere regels vast voor de bijkomende informatie die in het voorstel van scoping opgenomen moet worden en de wijze waarop en de termijnen waarin het Vlaams expertisecentrum m.e.r. en de adviesinstanties hun advies moeten verlenen. § 3. De initiatiefnemer kan participatie over de scoping organiseren. § 4. Op verzoek van de initiatiefnemer brengt het Vlaams expertisecentrum m.e.r. een geïntegreerd scopingadvies uit over het voorstel van scoping.
Het Vlaams expertisecentrum m.e.r. houdt bij het geïntegreerde scopingadvies, vermeld in het eerste lid, rekening met de adviezen van de adviesinstanties, vermeld in paragraaf 2.
De Vlaamse Regering stelt de wijze vast waarop en de termijnen waarin het Vlaams expertisecentrum m.e.r. het geïntegreerde scopingadvies, vermeld in het eerste lid, verleent en ter beschikking stelt aan de geraadpleegde adviesinstanties en het betrokken publiek. § 5. De Vlaamse Regering kan bepalen welke projecten aan een geïntegreerd scopingadvies onderworpen moeten worden. In dat geval verleent het Vlaams expertisecentrum m.e.r. een geïntegreerd scopingadvies conform paragraaf 4, tweede en derde lid. § 6. Als bij de aanmelding, vermeld in paragraaf 1, of nadien bij de advisering, vermeld in paragraaf 2, 4 of 5, blijkt dat het project aanzienlijke grens- of gewestgrensoverschrijdende milieueffecten kan hebben, of als de bevoegde autoriteiten van de betrokken staten of gewesten daarom verzoeken, deelt het Vlaams expertisecentrum m.e.r. de informatie die de initiatiefnemer heeft bezorgd mee aan de betrokken bevoegde autoriteiten en deelt het ook de termijn mee waarin de bevoegde autoriteit kan bekendmaken of ze wil deelnemen aan de milieubeoordeling over het project. De Vlaamse Regering bepaalt de voormelde termijn.
De mededeling, vermeld in het eerste lid, gebeurt uiterlijk op het moment dat de aanmelding wordt bekendgemaakt conform paragraaf 1, tweede lid, respectievelijk op het moment dat het Vlaams expertisecentrum m.e.r. het scopingadvies verleent.
De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast voor de wijze waarop de informatie, vermeld in het eerste lid, wordt meegedeeld.".
Art. 39.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/12/2002
pub.
13/02/2003
numac
2003035183
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage
sluiten2, wordt in hoofdstuk 4, ingevoegd bij artikel 33, een afdeling 3 ingevoegd, die luidt als volgt: "Afdeling 3. Inhoud van het MER".
Art. 40.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/12/2002
pub.
13/02/2003
numac
2003035183
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage
sluiten2, wordt in afdeling 3, ingevoegd bij artikel 39, een artikel 4.4.4 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 4.4.4. Het plan-MER bevat ten minste al de volgende gegevens: 1° een schets van de inhoud, een omschrijving van de voornaamste doelstellingen van het plan of van het programma en het verband met andere relevante plannen en programma's;2° informatie over de besluitvormingsprocedure;3° de relevante aspecten van de bestaande situatie van het milieu en de mogelijke ontwikkeling ervan als het plan of het programma niet wordt uitgevoerd;4° de milieukenmerken van de gebieden waarvoor de gevolgen aanzienlijk kunnen zijn;5° alle bestaande milieuproblemen die relevant zijn voor het plan of programma, met inbegrip van milieuproblemen in gebieden die vanuit milieuoogpunt van bijzonder belang zijn, zoals speciale beschermingszones als bedoeld in het
decreet van 21 oktober 1997Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
21/10/1997
pub.
10/01/1998
numac
1997036441
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu
sluiten betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu;6° de relevante doelstellingen voor de milieubescherming en de wijze waarop rekening wordt gehouden met die doelstellingen en de milieuoverwegingen bij de voorbereiding van het plan of programma;7° de gemotiveerde scoping;hierbij wordt rekening gehouden met de bepalingen van hoofdstuk 2, afdeling 2, van deze titel; 8° een beschrijving en onderbouwde beoordeling conform de scoping van de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het plan of programma en van de onderzochte redelijke alternatieven op, in voorkomend geval, de gezondheid en veiligheid van de mens, de ruimtelijke ordening, de biodiversiteit, de fauna en flora, de energie- en grondstoffenvoorraden, de bodem, het water, de atmosfeer, de klimatologische factoren, het geluid, het licht, de stoffelijke goederen, het cultureel erfgoed, met inbegrip van het architectonisch en archeologisch erfgoed, het landschap, de natuurgebieden, de mobiliteit, en de samenhang tussen de vermelde factoren.De beschrijving van de milieueffecten omvat de directe en, in voorkomend geval, de indirecte, secundaire, cumulatieve en synergetische effecten, permanent en tijdelijk, positief en negatief, op korte, middellange en lange termijn van het plan of programma. Als dat relevant is rekening houdend met de inhoud en het detailleringsniveau van het plan of programma, worden de aanzienlijke milieueffecten onder meer beoordeeld in het licht van de milieukwaliteitsnormen die zijn vastgesteld conform titel II, hoofdstuk II, van dit decreet; 9° de maatregelen om aanzienlijke negatieve milieueffecten als gevolg van de uitvoering van het plan of programma te voorkomen, te beperken of zo veel mogelijk teniet te doen;10° een schets met opgave van de redenen voor de selectie, rekening houdende met het doel en de geografische werkingssfeer van het plan of programma, van de onderzochte redelijke alternatieven en een omschrijving van de wijze waarop de beoordeling is doorgevoerd, met inbegrip van de moeilijkheden die ondervonden zijn bij het inzamelen van de vereiste informatie, zoals technische tekortkomingen of gebrek aan kennis;11° een omschrijving van de monitoringsmaatregelen;12° een niet-technische samenvatting van de gegevens, vermeld in punt 1° tot en met 10° ;13° de nuttige informatie over de milieueffecten van de plannen en programma's die op andere besluitvormingsniveaus of krachtens andere wetgevingen ingewonnen wordt en die kan worden gebruikt om de gegevens, vermeld in punt 1° tot en met 10°, te verstrekken. Het plan-MER bevat de informatie die redelijkerwijze mag worden vereist om tot een milieuverklaring voor het voorgenomen plan of programma te komen. In het plan-MER wordt rekening gehouden met: 1° de bestaande kennis en beoordelingsmethoden;2° de inhoud en het detailleringsniveau van het plan of programma. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen over de inhoud van het plan-MER.".
Art. 41.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
18/12/2002
pub.
13/02/2003
numac
2003035183
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage
sluiten2, wordt in dezelfde afdeling 3 een artikel 4.4.5 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 4.4.5. § 1. Bij de milieubeoordeling van een project worden de directe en indirecte aanzienlijke effecten van een project per geval op passende wijze geïdentificeerd, beschreven en beoordeeld op de volgende factoren: 1° de bevolking en de menselijke gezondheid;2° de biodiversiteit, met bijzondere aandacht voor de beschermde soorten en habitats, vermeld in bijlage I tot en met IV van het
decreet van 21 oktober 1997Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
21/10/1997
pub.
10/01/1998
numac
1997036441
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu
sluiten betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu;3° land, bodem, water, lucht en klimaat;4° materiële goederen, het cultureel erfgoed en het landschap;5° de samenhang tussen de factoren, vermeld in punt 1° tot en met 4°. De effecten op de factoren, vermeld in het eerste lid, omvatten de verwachte effecten die voortvloeien uit de kwetsbaarheid van het project voor risico's op zware ongevallen en/of rampen die relevant zijn voor het project in kwestie. § 2. Het project-MER bevat ten minste al de volgende gegevens: 1° een beschrijving van het project met informatie over de locatie, het ontwerp, de omvang en andere relevante kenmerken van het project;2° de gemotiveerde scoping;hierbij wordt rekening gehouden met de bepalingen van hoofdstuk 2, afdeling 2, van deze titel; 3° een beschrijving van de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het project;4° een beschrijving van de kenmerken van het project of de geplande maatregelen om de mogelijk aanzienlijke nadelige milieueffecten te vermijden, te voorkomen of te beperken en, als dat mogelijk is, te compenseren;5° een beschrijving van de redelijke alternatieven die de initiatiefnemer heeft onderzocht en die, onder meer rekening houdend met het doel en de geografische werkingssfeer van het project, relevant zijn voor het project en de specifieke kenmerken ervan, met opgave van de belangrijkste motieven voor de gekozen optie, in het licht van de milieueffecten van het project;6° een niet-technische samenvatting van de gegevens, vermeld in punt 1° tot en met 5° ;7° alle aanvullende informatie als v …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.