Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Decreet tot wijziging van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en diverse andere decreten, wat betreft de mil

In het kort

Dit decreet wijzigt de bestaande wetgeving over milieubeleid, specifiek wat betreft de milieueffectrapportage. Het introduceert een nieuwe titel IV over milieueffectrapportage en definieert de procedures en begrippen die daarbij komen kijken.

Wat het reguleert

  • De milieueffectrapportage (m.e.r.) voor plannen, programma's en projecten.
  • De procedures voor milieubeoordeling en screening van acties.
  • De digitale afhandeling van procedures en informatieverstrekking.
  • De integratie van milieubeoordelingen in de besluitvorming over plannen en programma's.

Wie het aanbelangt

  • Initiatiefnemers van plannen, programma's of projecten die mogelijk aanzienlijke milieueffecten hebben.
  • Bevoegde overheden die beslissen over plannen, programma's of vergunningsaanvragen.
  • Het betrokken publiek, inclusief milieubeschermingsorganisaties, dat belanghebbende is bij besluitvorming over acties.

Kernpunten

  • Een "actie" kan een plan, programma of project zijn.
  • "Milieueffectrapportage" (m.e.r.) omvat het uitvoeren van een milieubeoordeling of een screening om te bepalen of een milieubeoordeling nodig is.
  • Een "milieubeoordeling" is een proces dat onder andere het opstellen van een milieueffectrapport, raadplegingen en onderzoek door de bevoegde overheid omvat.
  • Adviezen kunnen worden overgeslagen als ze niet binnen de gestelde termijn worden uitgebracht, tenzij sectorale regelgeving anders bepaalt.
  • Procedures en milieubeoordelingen kunnen volledig of gedeeltelijk digitaal verlopen.
Wettekst
Wettekst

17 MEI 2024. - Decreet tot wijziging van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en diverse andere decreten, wat betreft de milieueffectrapportage (1) Het VLAAMS

5, conform de regels die de Vlaamse Regering bepaalt, verzoeken om bepaalde milieu-informatie volledig of gedeeltelijk aan de openbaarheid te onttrekken. Een dergelijk verzoek wordt door de betrokken overheidsinstantie behandeld conform artikel II.36 van het Bestuurs decreet van 7 december 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/12/2018 pub. 19/12/2018 numac 2018032457 bron vlaamse overheid Bestuursdecreet sluiten.". Art. 36.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten2, wordt in hoofdstuk 4, ingevoegd bij artikel 33, een afdeling 2 ingevoegd, die luidt als volgt: "Afdeling

  1. Aanmelding en scoping". Art. 37.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten2, wordt in afdeling 2, ingevoegd bij artikel 36, een artikel 4.4.2 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 4.4.
  2. §
  3. De initiatiefnemer meldt aan het Vlaams expertisecentrum m.e.r. het voornemen om een plan-MER op te stellen voor een voorgenomen plan of programma. Het Vlaams expertisecentrum m.e.r. maakt de aanmelding, vermeld in het eerste lid, bekend. De Vlaamse Regering bepaalt de inhoud van de aanmelding, vermeld in het eerste lid, en stelt de wijze vast waarop die aanmelding moet gebeuren en bekendgemaakt moet worden, en ook de termijn daarvoor. §
  4. De initiatiefnemer vraagt een scopingadvies over een voorstel van scoping aan het Vlaams expertisecentrum m.e.r. en de adviesinstanties die de Vlaamse Regering aanwijst. De Vlaamse Regering bepaalt de inhoud van het voorstel van scoping en stelt nadere regels vast voor de wijze waarop en de termijnen waarin het Vlaams expertisecentrum m.e.r. en de adviesinstanties hun scopingadvies, vermeld in het eerste lid, moeten verlenen. §
  5. De initiatiefnemer kan participatie over de scoping organiseren. §
  6. De initiatiefnemer kan het Vlaams expertisecentrum m.e.r. verzoeken een geïntegreerd scopingadvies te verlenen over het voorstel van scoping. In dat geval is de adviesvraag aan het Vlaams expertisecentrum, vermeld in paragraaf 2, niet verplicht. Het Vlaams expertisecentrum m.e.r. houdt bij het geïntegreerde scopingadvies, vermeld in het eerste lid, rekening met de adviezen, vermeld in paragraaf
  7. De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast voor de wijze waarop en de termijnen waarin het Vlaams expertisecentrum m.e.r. het geïntegreerde scopingadvies, vermeld in het eerste lid, verleent en ter beschikking stelt aan de geraadpleegde adviesinstanties en het betrokken publiek. §
  8. Als bij de aanmelding, vermeld in paragraaf 1, of bij de advisering, vermeld in paragraaf 2 of 4, blijkt dat het plan of programma aanzienlijke grens- of gewestgrensoverschrijdende milieueffecten kan hebben, of als de bevoegde autoriteiten van de betrokken staten of gewesten daarom verzoeken, deelt het Vlaams expertisecentrum m.e.r. de informatie die de initiatiefnemer heeft bezorgd, mee aan de betrokken bevoegde autoriteiten en deelt het ook de termijn mee waarin de bevoegde autoriteit kan bekendmaken of ze wil deelnemen aan de milieubeoordeling over het voorgenomen plan of programma. De Vlaamse Regering bepaalt de voormelde termijn. De mededeling, vermeld in het eerste lid, gebeurt uiterlijk op het moment dat de aanmelding wordt bekendgemaakt conform paragraaf 1, tweede lid, respectievelijk op het moment dat het Vlaams expertisecentrum m.e.r. het scopingadvies verleent. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de wijze waarop de informatie, vermeld in het eerste lid, wordt meegedeeld.". Art. 38.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten2, wordt in dezelfde afdeling 2 een artikel 4.4.3 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 4.4.
  9. §
  10. De initiatiefnemer meldt aan het Vlaams expertisecentrum m.e.r. het voornemen om een project-MER op te stellen voor een voorgenomen project. Het Vlaams expertisecentrum m.e.r. maakt de aanmelding, vermeld in het eerste lid, bekend. De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast voor de informatie die in de aanmelding, vermeld in het eerste lid, opgenomen moet worden, de wijze waarop die aanmelding moet gebeuren en bekendgemaakt moet worden, en de termijn daarvoor. §
  11. De initiatiefnemer kan het Vlaams expertisecentrum m.e.r. en de adviesinstanties die de Vlaamse Regering aanwijst, raadplegen over een voorstel van scoping. Het voorstel van scoping bevat minstens: 1° informatie over de specifieke kenmerken van het project, inclusief de locatie en de technische capaciteit ervan;2° informatie over de te verwachten aanzienlijke milieueffecten ervan. De Vlaamse Regering stelt de nadere regels vast voor de bijkomende informatie die in het voorstel van scoping opgenomen moet worden en de wijze waarop en de termijnen waarin het Vlaams expertisecentrum m.e.r. en de adviesinstanties hun advies moeten verlenen. §
  12. De initiatiefnemer kan participatie over de scoping organiseren. §
  13. Op verzoek van de initiatiefnemer brengt het Vlaams expertisecentrum m.e.r. een geïntegreerd scopingadvies uit over het voorstel van scoping. Het Vlaams expertisecentrum m.e.r. houdt bij het geïntegreerde scopingadvies, vermeld in het eerste lid, rekening met de adviezen van de adviesinstanties, vermeld in paragraaf
  14. De Vlaamse Regering stelt de wijze vast waarop en de termijnen waarin het Vlaams expertisecentrum m.e.r. het geïntegreerde scopingadvies, vermeld in het eerste lid, verleent en ter beschikking stelt aan de geraadpleegde adviesinstanties en het betrokken publiek. §
  15. De Vlaamse Regering kan bepalen welke projecten aan een geïntegreerd scopingadvies onderworpen moeten worden. In dat geval verleent het Vlaams expertisecentrum m.e.r. een geïntegreerd scopingadvies conform paragraaf 4, tweede en derde lid. §
  16. Als bij de aanmelding, vermeld in paragraaf 1, of nadien bij de advisering, vermeld in paragraaf 2, 4 of 5, blijkt dat het project aanzienlijke grens- of gewestgrensoverschrijdende milieueffecten kan hebben, of als de bevoegde autoriteiten van de betrokken staten of gewesten daarom verzoeken, deelt het Vlaams expertisecentrum m.e.r. de informatie die de initiatiefnemer heeft bezorgd mee aan de betrokken bevoegde autoriteiten en deelt het ook de termijn mee waarin de bevoegde autoriteit kan bekendmaken of ze wil deelnemen aan de milieubeoordeling over het project. De Vlaamse Regering bepaalt de voormelde termijn. De mededeling, vermeld in het eerste lid, gebeurt uiterlijk op het moment dat de aanmelding wordt bekendgemaakt conform paragraaf 1, tweede lid, respectievelijk op het moment dat het Vlaams expertisecentrum m.e.r. het scopingadvies verleent. De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast voor de wijze waarop de informatie, vermeld in het eerste lid, wordt meegedeeld.". Art. 39.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten2, wordt in hoofdstuk 4, ingevoegd bij artikel 33, een afdeling 3 ingevoegd, die luidt als volgt: "Afdeling
  17. Inhoud van het MER". Art. 40.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten2, wordt in afdeling 3, ingevoegd bij artikel 39, een artikel 4.4.4 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 4.4.
  18. Het plan-MER bevat ten minste al de volgende gegevens: 1° een schets van de inhoud, een omschrijving van de voornaamste doelstellingen van het plan of van het programma en het verband met andere relevante plannen en programma's;2° informatie over de besluitvormingsprocedure;3° de relevante aspecten van de bestaande situatie van het milieu en de mogelijke ontwikkeling ervan als het plan of het programma niet wordt uitgevoerd;4° de milieukenmerken van de gebieden waarvoor de gevolgen aanzienlijk kunnen zijn;5° alle bestaande milieuproblemen die relevant zijn voor het plan of programma, met inbegrip van milieuproblemen in gebieden die vanuit milieuoogpunt van bijzonder belang zijn, zoals speciale beschermingszones als bedoeld in het decreet van 21 oktober 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu;6° de relevante doelstellingen voor de milieubescherming en de wijze waarop rekening wordt gehouden met die doelstellingen en de milieuoverwegingen bij de voorbereiding van het plan of programma;7° de gemotiveerde scoping;hierbij wordt rekening gehouden met de bepalingen van hoofdstuk 2, afdeling 2, van deze titel; 8° een beschrijving en onderbouwde beoordeling conform de scoping van de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het plan of programma en van de onderzochte redelijke alternatieven op, in voorkomend geval, de gezondheid en veiligheid van de mens, de ruimtelijke ordening, de biodiversiteit, de fauna en flora, de energie- en grondstoffenvoorraden, de bodem, het water, de atmosfeer, de klimatologische factoren, het geluid, het licht, de stoffelijke goederen, het cultureel erfgoed, met inbegrip van het architectonisch en archeologisch erfgoed, het landschap, de natuurgebieden, de mobiliteit, en de samenhang tussen de vermelde factoren.De beschrijving van de milieueffecten omvat de directe en, in voorkomend geval, de indirecte, secundaire, cumulatieve en synergetische effecten, permanent en tijdelijk, positief en negatief, op korte, middellange en lange termijn van het plan of programma. Als dat relevant is rekening houdend met de inhoud en het detailleringsniveau van het plan of programma, worden de aanzienlijke milieueffecten onder meer beoordeeld in het licht van de milieukwaliteitsnormen die zijn vastgesteld conform titel II, hoofdstuk II, van dit decreet; 9° de maatregelen om aanzienlijke negatieve milieueffecten als gevolg van de uitvoering van het plan of programma te voorkomen, te beperken of zo veel mogelijk teniet te doen;10° een schets met opgave van de redenen voor de selectie, rekening houdende met het doel en de geografische werkingssfeer van het plan of programma, van de onderzochte redelijke alternatieven en een omschrijving van de wijze waarop de beoordeling is doorgevoerd, met inbegrip van de moeilijkheden die ondervonden zijn bij het inzamelen van de vereiste informatie, zoals technische tekortkomingen of gebrek aan kennis;11° een omschrijving van de monitoringsmaatregelen;12° een niet-technische samenvatting van de gegevens, vermeld in punt 1° tot en met 10° ;13° de nuttige informatie over de milieueffecten van de plannen en programma's die op andere besluitvormingsniveaus of krachtens andere wetgevingen ingewonnen wordt en die kan worden gebruikt om de gegevens, vermeld in punt 1° tot en met 10°, te verstrekken. Het plan-MER bevat de informatie die redelijkerwijze mag worden vereist om tot een milieuverklaring voor het voorgenomen plan of programma te komen. In het plan-MER wordt rekening gehouden met: 1° de bestaande kennis en beoordelingsmethoden;2° de inhoud en het detailleringsniveau van het plan of programma. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen over de inhoud van het plan-MER.". Art. 41.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten2, wordt in dezelfde afdeling 3 een artikel 4.4.5 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 4.4.
  19. §
  20. Bij de milieubeoordeling van een project worden de directe en indirecte aanzienlijke effecten van een project per geval op passende wijze geïdentificeerd, beschreven en beoordeeld op de volgende factoren: 1° de bevolking en de menselijke gezondheid;2° de biodiversiteit, met bijzondere aandacht voor de beschermde soorten en habitats, vermeld in bijlage I tot en met IV van het decreet van 21 oktober 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu;3° land, bodem, water, lucht en klimaat;4° materiële goederen, het cultureel erfgoed en het landschap;5° de samenhang tussen de factoren, vermeld in punt 1° tot en met 4°. De effecten op de factoren, vermeld in het eerste lid, omvatten de verwachte effecten die voortvloeien uit de kwetsbaarheid van het project voor risico's op zware ongevallen en/of rampen die relevant zijn voor het project in kwestie. §
  21. Het project-MER bevat ten minste al de volgende gegevens: 1° een beschrijving van het project met informatie over de locatie, het ontwerp, de omvang en andere relevante kenmerken van het project;2° de gemotiveerde scoping;hierbij wordt rekening gehouden met de bepalingen van hoofdstuk 2, afdeling 2, van deze titel; 3° een beschrijving van de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het project;4° een beschrijving van de kenmerken van het project of de geplande maatregelen om de mogelijk aanzienlijke nadelige milieueffecten te vermijden, te voorkomen of te beperken en, als dat mogelijk is, te compenseren;5° een beschrijving van de redelijke alternatieven die de initiatiefnemer heeft onderzocht en die, onder meer rekening houdend met het doel en de geografische werkingssfeer van het project, relevant zijn voor het project en de specifieke kenmerken ervan, met opgave van de belangrijkste motieven voor de gekozen optie, in het licht van de milieueffecten van het project;6° een niet-technische samenvatting van de gegevens, vermeld in punt 1° tot en met 5° ;7° alle aanvullende informatie als vermeld in bijlage II, die bij dit decreet is gevoegd, die van belang is voor de specifieke kenmerken van een bepaald project of projecttype en voor de milieuaspecten die daardoor kunnen worden beïnvloed. Het project-MER bevat de informatie die redelijkerwijze mag worden vereist om tot een gemotiveerde conclusie over de aanzienlijke milieueffecten van het voorgenomen project te komen. In het project-MER wordt rekening gehouden met: 1° de bestaande kennis en beoordelingsmethoden;2° de inhoud en het detailleringsniveau van het project. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen over de inhoud van het project-MER.". Art. 42.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten2, wordt in hoofdstuk 4, ingevoegd bij artikel 33, een afdeling 4 ingevoegd, die luidt als volgt: "Afdeling
  22. Raadpleging over het MER". Art. 43.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten2, wordt in afdeling 4, ingevoegd bij artikel 42, een artikel 4.4.6 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 4.4.
  23. §
  24. De bevoegde overheid organiseert over het ontwerp van plan of programma samen met het plan-MER een openbaar onderzoek dat het betrokken publiek de gelegenheid biedt om opmerkingen en meningen over het ontwerp van plan of programma en het plan-MER te formuleren. Het openbaar onderzoek duurt minstens zestig dagen. Als de verplichting tot organisatie van een openbaar onderzoek over het ontwerp van plan of programma al geldt met toepassing van andere regelgeving dan deze titel, gelden de procedureregels en de termijnen van die regelgeving voor de organisatie van het openbaar onderzoek. Als het openbaar onderzoek conform de betreffende wetgeving zich niet tot het betrokken publiek richt, wordt het openbaar onderzoek daartoe uitgebreid. Het openbaar onderzoek vindt in elk geval plaats vóór het plan of programma wordt vastgesteld of aan de wetgevingsprocedure wordt onderworpen. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor het openbaar onderzoek. §
  25. De bevoegde overheid stelt het ontwerp van plan of programma samen met het plan-MER voor advies ter beschikking van het Vlaams expertisecentrum m.e.r. en van de instanties die de Vlaamse Regering aanwijst. Het Vlaams expertisecentrum m.e.r. verleent advies over de kwaliteit van het plan-MER, waarbij het minstens de volledigheid ervan nagaat in het licht van de vereiste gegevens, vermeld in artikel 4.4.4, en het plan-MER toetst aan zijn scopingadvies of, in voorkomend geval, aan het geïntegreerde scopingadvies, vermeld in artikel 4.4.2, §
  26. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de vraag tot advies wordt gesteld, de wijze waarop en de termijnen waarin het Vlaams expertisecentrum m.e.r. en de geraadpleegde instanties hun adviezen meedelen. §
  27. Als blijkt dat het plan of programma aanzienlijke grens- of gewestgrensoverschrijdende milieueffecten kan hebben of als de bevoegde autoriteiten van de betrokken staten of gewest daarom verzoeken, deelt de bevoegde overheid het ontwerp van plan of programma en het plan-MER voor advies mee aan de betrokken bevoegde autoriteiten. De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels opdat met de betrokken bevoegde autoriteiten gedetailleerde regelingen en een redelijke termijn overeengekomen worden om ervoor te zorgen dat de relevante adviesinstanties en het betrokken publiek in de betrokken staat of gewest binnen een redelijke termijn geïnformeerd worden en de gelegenheid krijgen hun mening bekend te maken, en ook over de wijze waarop daarover overleg wordt gepleegd.". Art. 44.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten2, wordt in dezelfde afdeling 4 een artikel 4.4.7 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 4.4.
  28. §
  29. De initiatiefnemer bezorgt het project-MER aan de overheid die bevoegd is om in eerste administratieve aanleg een beslissing te nemen over de vergunningsaanvraag van het project. Het project-MER wordt onderworpen aan het openbaar onderzoek waarin voorzien is in de vergunningsprocedure in kwestie zodat het betrokken publiek over het project-MER opmerkingen en meningen kan formuleren. Het openbaar onderzoek duurt minstens dertig dagen. Als in de regelgeving van de vergunningsprocedure in kwestie niet in de organisatie van een openbaar onderzoek is voorzien, organiseert de bevoegde overheid een openbaar onderzoek dat het betrokken publiek de gelegenheid biedt om opmerkingen en meningen over de vergunningsaanvraag en het project-MER te formuleren. Het openbaar onderzoek duurt minstens dertig dagen. De Vlaamse Regering bepaalt de modaliteiten van het openbaar onderzoek. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de samenwerking en informatie-uitwisseling van het Vlaams expertisecentrum m.e.r. met de administraties die betrokken zijn bij de vergunningsprocedure. §
  30. De bevoegde overheid stelt de vergunningsaanvraag en het project-MER voor advies ter beschikking van de instanties die de Vlaamse Regering aanwijst. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de vraag om advies vermeld in het eerste lid, wordt gesteld, de wijze waarop en de termijnen waarin de geraadpleegde instanties voormelde adviezen meedelen. §
  31. De bevoegde overheid stelt het project-MER ter beschikking van het Vlaams expertisecentrum m.e.r. Na afsluiting van het openbaar onderzoek van de vergunningsprocedure, toetst het Vlaams expertisecentrum m.e.r. het project-MER: 1° aan de vereiste gegevens, vermeld in artikel 4.4.5, § 2; 2° in voorkomend geval, aan zijn scopingadvies of aan het geïntegreerde scopingadvies, vermeld in artikel 4.4.3, § 4 en § 5; 3° aan de adviezen, opmerkingen en meningen, vermeld in paragraaf 1 en 2; 4° in voorkomend geval, het resultaat van de grens- of gewestgrensoverschrijdende raadpleging vermeld in paragraaf 4 van dit artikel en artikel 4.4.3, §
  32. Het Vlaams expertisecentrum m.e.r. kan naast de adviezen, vermeld in paragraaf 2, ook het advies inwinnen van iedere dienst, instelling of organisatie die activiteiten ontwikkelt op het vlak van energie, leefmilieu, waterbeleid, landinrichting, natuurbehoud, ruimtelijke ordening, veiligheid of mobiliteit die ze nuttig acht voor de toetsing, vermeld in het tweede lid. Het resultaat van de toetsing, vermeld in het tweede lid, leidt tot de beslissing tot goedkeuring of afkeuring van het project-MER. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop het project-MER ter beschikking wordt gesteld, de wijze waarop en de termijnen waarin het Vlaams expertisecentrum m.e.r. zijn beslissing tot goedkeuring of afkeuring meedeelt. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de beslissing tot goedkeuring of afkeuring van het project-MER en voor de bekendmaking ervan. §
  33. Als blijkt dat het project aanzienlijke grens- of gewestgrensoverschrijdende milieueffecten kan hebben of als de bevoegde autoriteiten van de betrokken staten of gewesten daarom verzoeken, deelt de bevoegde overheid al de volgende informatie mee aan de bevoegde autoriteiten van de betrokken staten of gewesten: 1° een beschrijving van het project, met alle beschikbare informatie over het mogelijke grensoverschrijdende effect ervan;2° het project-MER;3° informatie over de aard van de beslissing die kan worden genomen. De mededeling, vermeld in het eerste lid, gebeurt zo spoedig mogelijk en uiterlijk als het openbaar onderzoek start. De voormelde mededeling maakt mogelijk dat de relevante adviesinstanties en het betrokken publiek in de betrokken staten of gewesten binnen een redelijke termijn geïnformeerd worden en de gelegenheid krijgen hun adviezen en opmerkingen bekend te maken. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de informatie, vermeld in het eerste lid, wordt meegedeeld en de wijze waarop en termijn waarin de adviezen, de opmerkingen en de meningen, vermeld in het tweede lid, bezorgd worden, en ook de wijze waarop overleg daarover wordt gepleegd. §
  34. De bevoegde overheid stelt de adviezen, vermeld in paragraaf 2, het project-MER, de beslissing tot de goedkeuring of afkeuring van het project-MER, vermeld in paragraaf 3, vierde lid, en, in voorkomend geval, het geïntegreerde scopingadvies, vermeld in artikel 4.4.3, § 4, ter beschikking van het betrokken publiek. De Vlaamse Regering stelt vast op welke wijze en binnen welke termijnen de informatie, vermeld in het eerste lid, ter beschikking wordt gesteld.". Art. 45.Artikel 4.4.
  35. van hetzelfde decreet, ingevoegd bij artikel 44 van dit decreet, wordt vervangen door wat volgt: "Art. 4.4.
  36. §
  37. De initiatiefnemer bezorgt het project-MER aan de overheid die bevoegd is om in eerste administratieve aanleg een beslissing te nemen over de vergunningsaanvraag voor het project. Het project-MER wordt onderworpen aan het openbaar onderzoek waarin voorzien is in de vergunningsprocedure in kwestie zodat het betrokken publiek over het project-MER opmerkingen en meningen kan formuleren. Het openbaar onderzoek duurt minstens dertig dagen. Als in de regelgeving van de vergunningsprocedure in kwestie niet in de organisatie van een openbaar onderzoek is voorzien, organiseert de bevoegde overheid een openbaar onderzoek dat het betrokken publiek de gelegenheid biedt om opmerkingen en meningen over de vergunningsaanvraag en het project-MER te formuleren. Het openbaar onderzoek duurt minstens dertig dagen. De Vlaamse Regering bepaalt de modaliteiten van het openbaar onderzoek. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de samenwerking en informatie-uitwisseling van het Vlaams expertisecentrum m.e.r. met de administraties die betrokken zijn bij de vergunningsprocedure. §
  38. De bevoegde overheid stelt de vergunningsaanvraag en het project-MER voor advies ter beschikking van het Vlaamse expertisecentrum m.e.r. en de instanties die de Vlaamse Regering aanwijst. Het Vlaams expertisecentrum m.e.r. verleent advies over de kwaliteit van het project-MER, waarbij het minstens de volledigheid ervan nagaat in het licht van de vereiste gegevens, vermeld in artikel 4.4.5, § 2, en, in voorkomend geval, het project-MER toetst aan zijn scopingadvies of aan het geïntegreerde scopingadvies, vermeld in artikel 4.4.3, § 4 en §
  39. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de vraag tot advies wordt gesteld, de wijze waarop en de termijnen waarin het Vlaams expertisecentrum m.e.r. de geraadpleegde instanties hun adviezen meedelen. §
  40. Als blijkt dat het project aanzienlijke grens- of gewestgrensoverschrijdende milieueffecten kan hebben of als de bevoegde autoriteiten van de betrokken staten of gewesten daarom verzoeken, deelt de bevoegde overheid al de volgende informatie mee aan de bevoegde autoriteiten van de betrokken staten of gewesten: 1° een beschrijving van het project, met alle beschikbare informatie over het mogelijke grensoverschrijdende effect ervan;2° het project-MER;3° informatie over de aard van de beslissing die kan worden genomen. De mededeling, vermeld in het eerste lid, gebeurt zo spoedig mogelijk en uiterlijk als het openbaar onderzoek start. De mededeling maakt mogelijk dat de relevante adviesinstanties en het betrokken publiek in de betrokken staten of gewesten binnen een redelijke termijn geïnformeerd worden en de gelegenheid krijgen hun adviezen en opmerkingen bekend te maken. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de informatie, vermeld in het eerste lid, wordt meegedeeld en de wijze waarop en termijn waarin de adviezen en de opmerkingen en de meningen, vermeld in het tweede lid, bezorgd worden, en ook de wijze waarop overleg daarover wordt gepleegd. §
  41. De bevoegde overheid stelt de adviezen, vermeld in paragraaf 2, het project-MER, het kwaliteitsadvies, vermeld in paragraaf 2, tweede lid, en, in voorkomend geval, het geïntegreerde scopingadvies, vermeld in artikel 4.4.3, § 4, ter beschikking van het betrokken publiek. De Vlaamse Regering stelt vast op welke wijze en binnen welke termijnen de informatie, vermeld in het eerste lid, ter beschikking wordt gesteld.". Art. 46.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten2, wordt in hoofdstuk 4, ingevoegd bij artikel 33, een afdeling 5 ingevoegd, die luidt als volgt: "Afdeling
  42. Besluitvorming". Art. 47.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten2, wordt in afdeling 5, ingevoegd bij artikel 46, een artikel 4.4.8 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 4.4.
  43. §
  44. De bevoegde overheid houdt bij haar beslissing over het voorgenomen plan of programma en, in voorkomend geval, ook bij de uitwerking ervan rekening met al de volgende elementen: 1° het plan-MER; 2° de opmerkingen en meningen, adviezen en het resultaat van de grens- of gewestgrensoverschrijdende raadpleging, vermeld in artikel 4.4.2, §

§ 5, en artikel 4.4.6.

De bevoegde overheid motiveert haar beslissing in het bijzonder door de opmaak van de verklaring, vermeld in artikel 4.1.1, 6°, e), en, in voorkomend geval, met betrekking tot de actualiteit van het MER. §

  1. Als een plan of programma wordt vastgesteld, brengt de bevoegde overheid het publiek, de instanties die conform artikel 4.4.6, § 2, worden geraadpleegd, en, in voorkomend geval, de bevoegde autoriteiten van de staten of gewesten die met toepassing van artikel 4.4.6, § 3, zijn betrokken, op de hoogte van al de volgende elementen: 1° het plan of programma zoals het is vastgesteld; 2° de verklaring, vermeld in artikel 4.1.1, 6°, e); 3° de monitoringsmaatregelen waartoe wordt besloten met toepassing van artikel 4.5.
  2. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop en de termijn waarin de kennisgeving, vermeld in het eerste lid, gebeurt.". Art. 48.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten2, wordt in dezelfde afdeling 5 een artikel 4.4.9 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 4.4.
  3. §
  4. De bevoegde overheid houdt bij haar beslissing over het voorgenomen project en, in voorkomend geval, ook bij de uitwerking ervan terdege rekening met al de volgende elementen: 1° het project-MER; 2° de opmerkingen en meningen, adviezen, de beslissing over de goedkeuring of afkeuring van het project-MER en het resultaat van de grens- of gewestgrensoverschrijdende raadpleging, vermeld in artikel 4.4.3, §

§ 6, en artikel 4.4.7, § 1 tot en met § 4.

De bevoegde overheid kan alleen maar de vergunning verlenen als het project-MER is goedgekeurd. De bevoegde overheid motiveert haar beslissing over het voorgenomen project in het bijzonder op de volgende punten: 1° de inhoud van de vergunningsbeslissing en de eventuele vergunningsvoorwaarden die daaraan gekoppeld zijn;2° de keuze voor de voorgenomen actie, een bepaald alternatief of bepaalde deelalternatieven;3° de aanvaardbaarheid van te verwachten of mogelijke gevolgen voor mens of milieu van het gekozen alternatief;4° de gemotiveerde conclusie over de aanzienlijke effecten van de actie op het milieu;5° in voorkomend geval, een beschrijving van de voornaamste maatregelen die in het project-MER zijn voorgesteld om aanzienlijke nadelige milieueffecten te vermijden, te voorkomen of te beperken en, als dat mogelijk is, te compenseren;6° in voorkomend geval, de monitoringmaatregelen;7° na bestudering van de opmerkingen en meningen van het betrokken publiek, de voornaamste redenen en overwegingen waarop de beslissing is gebaseerd, met inbegrip van de informatie over de inspraakprocedure, vermeld in het eerste lid, 2°, en het project-MER;8° in voorkomend geval, de actualiteit van het project-MER. § 2. Als een beslissing over de vergunningsaanvraag is genomen, brengt de bevoegde overheid het betrokken publiek daarvan op de hoogte conform de bepalingen van de vergunningsprocedure in kwestie. De bevoegde overheid brengt het publiek, de instanties die conform artikel 4.4.7, § 2, zijn geraadpleegd, en, in voorkomend geval, de bevoegde autoriteiten van de staten of gewesten die met toepassing van artikel 4.4.7, § 4, zijn betrokken, op de hoogte binnen en gedurende de termijn die de Vlaamse Regering bepaalt.". Art. 49.In artikel 4.4.9, § 1, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij artikel 48 van dit decreet, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid wordt punt 2° vervangen door wat volgt: "2° de opmerkingen en meningen, adviezen en het resultaat van de grens- of gewestgrensoverschrijdende raadpleging, vermeld in artikel 4.4.3, §

§ 6, en artikel 4.4.7, § 1 tot en met § 3."; 2° het tweede lid wordt opgeheven.

Art. 50.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten2, wordt in titel IV, ingevoegd bij artikel 3, een hoofdstuk 5 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Hoofdstuk 5. Kwaliteitszorg". Art. 51.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten2, wordt in hoofdstuk 5, ingevoegd bij artikel 50, een afdeling 1 ingevoegd, die luidt als volgt: "Afdeling 1. MER-deskundigen en MER-coördinatoren". Art. 52.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten2, wordt in afdeling 1, ingevoegd bij artikel 51, een artikel 4.5.1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 4.5.1. § 1. Het milieueffectrapport wordt opgesteld onder de verantwoordelijkheid en op kosten van de initiatiefnemer. Om het milieueffectrapport op te stellen, doet de initiatiefnemer een beroep op een erkende MER-coördinator, die een team van deskundigen samenstelt. Het team bestaat uit erkende MER-deskundigen als het gaat om een project-MER. § 2. De initiatiefnemer stelt aan de MER-coördinator alle relevante informatie ter beschikking en verleent alle medewerking opdat de MER-coördinator zijn taak naar behoren kan vervullen. § 3. De erkende MER-coördinator en de deskundigen mogen geen persoonlijk belang hebben bij de realisatie van het voorgenomen plan, programma, project of de alternatieven ervoor. Ze voeren hun opdracht volledig onafhankelijk uit. De onafhankelijkheid van de erkende MER-coördinator en de deskundigen wordt beoordeeld op het niveau van de individuele natuurlijke persoon. Als de erkende MER-coördinator en de deskundigen betrokken zijn bij de opmaak van een plan-MER voor een plan of programma, belet de onafhankelijkheidsvereiste van de erkende MER-coördinator en de deskundigen niet dat ze nadien de milieubeoordeling uitvoeren van een project waarvoor het eerder vastgestelde plan of programma het kader voor de vergunningverlening vormt. De onafhankelijkheidsvereiste van de erkende MER-coördinator en de deskundigen belet evenmin dat een MER-coördinator of deskundige bij de overheid werkt die het plan of programma opstelt, op voorwaarde dat er op het niveau van de administratie wordt voorzien in een functionele scheiding tussen enerzijds de MER-coördinator en de deskundigen en anderzijds de natuurlijke personen die belast zijn met de opmaak van het plan of programma.". Art. 53.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten2, wordt in dezelfde afdeling 1 een artikel 4.5.2 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 4.5.2. De bepalingen van titel V, hoofdstuk VI, zijn van toepassing op de erkenning van coördinatoren en deskundigen.". Art. 54.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten2, wordt in hoofdstuk 5, ingevoegd bij artikel 50, een afdeling 2 ingevoegd, die luidt als volgt: "Afdeling 2. Vlaams expertisecentrum m.e.r.". Art. 55.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten2, wordt in afdeling 2, ingevoegd bij artikel 54, een artikel 4.5.3 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 4.5.3. § 1. Het Vlaams expertisecentrum m.e.r. verzamelt, beheert en actualiseert de wetenschappelijke onderbouwingen en informatie die nodig zijn om de kwaliteit en de uniformiteit van de milieubeoordeling te garanderen, en het stelt die wetenschappelijke onderbouwingen en informatie ook ter beschikking van: 1° het publiek;2° de initiatiefnemers;3° de erkende MER-coördinatoren;4° de deskundigen;5° de bevoegde overheden. Het Vlaams expertisecentrum m.e.r. faciliteert de samenwerking van de erkende MER-deskundigen, de erkende MER-coördinatoren en de adviesinstanties om een kennisnetwerk over milieueffectrapportage te onderhouden. Het Vlaams expertisecentrum m.e.r. vervult zijn taken op objectieve en onafhankelijke wijze en ziet erop toe dat het zich niet bevindt in een situatie die tot een belangenconflict aanleiding geeft. § 2. Op verzoek van het Vlaams expertisecentrum m.e.r. bezorgt de initiatiefnemer de data die zijn gebruikt om het milieueffectrapport op te maken, aan het Vlaams expertisecentrum m.e.r. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden voor de voormelde bezorging van data.". Art. 56.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten2, wordt in hoofdstuk 5, ingevoegd bij artikel 50, een afdeling 3 ingevoegd, die luidt als volgt: "Afdeling 3. Monitoring". Art. 57.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten2, wordt in afdeling 3, ingevoegd bij artikel 56, een artikel 4.5.4 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 4.5.4. De bevoegde overheid gaat de aanzienlijke gevolgen na voor het milieu van de uitvoering van plannen en programma's waarvoor een plan-MER is opgesteld, onder meer om onvoorziene negatieve gevolgen in een vroeg stadium te kunnen identificeren en passende herstellende maatregelen te kunnen nemen. Om te voldoen aan de bepalingen van het eerste lid, kunnen, als dat passend is, de bestaande monitoringsregelingen worden gebruikt om overlapping van monitoring te vermijden. De resultaten van de monitoring, vermeld in het eerste lid, worden beschikbaar gesteld voor de instanties, vermeld in artikel 4.4.6, § 2, en voor het publiek. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de monitoring en het ter beschikking stellen van de resultaten ervan, vermeld in het eerste en het derde lid.". Art. 58.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten2, wordt in dezelfde afdeling 3 een artikel 4.5.5 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 4.5.5. Er wordt over projecten of over categorieën van projecten die gedurende een bepaalde periode zijn uitgevoerd, die aanzienlijke nadelige milieueffecten kunnen veroorzaken en waarvoor een project-MER is opgesteld, een evaluatie of een monitoringsonderzoek van de aanzienlijke nadelige milieueffecten ten gevolge van de bouw en exploitatie van de projecten georganiseerd. Om te voldoen aan de bepalingen van het eerste lid, kunnen, als dat passend is, bestaande monitoringsregelingen op grond van andere wetgeving worden gebruikt om overlapping van monitoring te vermijden. Het soort parameters dat wordt gemonitord, en de looptijd van de monitoring zijn evenredig met de aard, de locatie en de omvang van het project en met het belang van de milieueffecten. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de procedure van de evaluatie en de monitoring, vermeld in het eerste lid.". Art. 59.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten2, wordt een titel IV/1 ingevoegd, die luidt als volgt: "Titel IV/1. Veiligheidsrapportage". Art. 60.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten2, wordt in titel IV/1, ingevoegd bij artikel 59, een hoofdstuk 1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Hoofdstuk 1. Definities, procedurele bepalingen, doelstellingen en kenmerken van de veiligheidsrapportage". Art. 61.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten2, wordt in hoofdstuk 1, ingevoegd bij artikel 60, een afdeling 1 ingevoegd, die luidt als volgt: "Afdeling 1. Definities". Art. 62.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten2, wordt in afdeling 1, ingevoegd bij artikel 61, een artikel 4/1.1.1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 4/1.1.1. In deze titel wordt verstaan onder: 1° actie: een ruimtelijk uitvoeringsplan of project;2° administratie: de diensten die de Vlaamse Regering aanwijst die bevoegd zijn voor het leefmilieu;3° betekening: aangetekend of met de elektronische post verzenden; 4° initiatiefnemer:

  1. a)voor de verplichtingen voor de ruimtelijke uitvoeringsplannen waarbij het ruimtelijk uitvoeringsplan het kader vormt voor een of meer projecten van een of meer privaat- of publiekrechtelijke natuurlijke of rechtspersonen: de overheid die het initiatief neemt om een ruimtelijk uitvoeringsplan op te maken conform artikel 2.2.7, 2.2.12 en 2.2.18 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, tenzij die privaat- of publiekrechtelijke natuurlijke of rechtspersonen een schriftelijk verzoek tot overname van die verplichtingen indienen bij de overheid die het initiatief neemt om een ruimtelijk uitvoeringsplan op te maken conform artikel 2.2.7, 2.2.12 en 2.2.18 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en die overheid het verzoek inwilligt;
  2. b)voor de verplichtingen voor andere ruimtelijke uitvoeringsplannen dan de ruimtelijke uitvoeringsplannen, vermeld in punt a): de overheid die het initiatief neemt om een ruimtelijk uitvoeringsplan op te maken conform artikel 2.2.7, 2.2.12 en 2.2.18 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009;
  3. c)voor de verplichtingen voor projecten: de aanvrager van een vergunning voor een project;5° omgevingsveiligheidsrapport, afgekort OVR: een openbaar document waarin, naast een beschrijving van het veiligheidsbeheersysteem van een inrichting, van een project en van de redelijkerwijze in beschouwing te nemen alternatieven de scenario's voor zware ongevallen in hun onderlinge samenhang op een systematische en wetenschappelijk verantwoorde wijze worden geïdentificeerd, geanalyseerd en geëvalueerd, en waarin wordt aangetoond welke maatregelen kunnen en zullen worden getroffen om die zware ongevallen te voorkomen en de gevolgen ervan voor mens en milieu te beperken;6° publiek: een of meer natuurlijke of rechtspersonen en hun verenigingen, organisaties of groepen;7° project: een voorgenomen vergunningsplichtige activiteit of een vergunningsplichtige activiteit die moet worden hervergund als de geldigheidsduur van de lopende vergunning is verstreken, die bestaat uit de exploitatie van een inrichting.De exploitatie van een inrichting is het hele gebied dat door een exploitant wordt beheerd en waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn in een of meer installaties, met inbegrip van gemeenschappelijke of bijbehorende infrastructuur of activiteiten; 8° rapport: een RVR of een OVR;9° ruimtelijk veiligheidsrapport, afgekort RVR: een openbaar document waarin van een voorontwerp van ruimtelijk uitvoeringsplan en van de redelijkerwijze in beschouwing te nemen alternatieven een wetenschappelijke beoordeling wordt gegeven over de geplande ontwikkelingen bij nieuwe of bestaande inrichtingen en hun omgeving, als de vestigingsplaats of de ontwikkelingen zelf het risico op een zwaar ongeval kunnen vergroten of de gevolgen ervan ernstiger kunnen maken;10° samenwerkingsakkoord van 16 februari 2016: het samenwerkingsakkoord van 16 februari 2016 tussen de federale staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken;11° veiligheidsnota: een openbaar document waarin aangetoond wordt dat de verandering van een vergunde inrichting geen bijkomend aanzienlijk risico van zware ongevallen voor mens en milieu meebrengt ten opzichte van de bestaande toestand zoals die beschreven is in een OVR dat goedgekeurd is voor die inrichting, en waarbij voor die verandering wordt aangetoond welke maatregelen genomen zijn of genomen kunnen worden om zware ongevallen te voorkomen en om de gevolgen ervan voor mens en milieu te beperken; 12° veiligheidsrapportage, afgekort v.r.: de procedure die al dan niet leidt tot het opstellen en goedkeuren van een ruimtelijk veiligheidsrapport of een omgevingsveiligheidsrapport over een voorgenomen actie en, in voorkomend geval, tot het gebruik ervan als hulpmiddel bij de besluitvorming omtrent deze actie. De definities in artikel 2 van het samenwerkingsakkoord van 16 februari 2016 gelden voor alle bepalingen van deze titel.". Art. 63.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 21 oktober 2022Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten0, wordt in hoofdstuk 1, ingevoegd bij artikel 60, een afdeling 2 ingevoegd, die luidt als volgt: "Afdeling 2. Algemene bepalingen over de procedures". Art. 64.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten2, wordt in afdeling 2, ingevoegd bij artikel 63, een artikel 4/1.1.2 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 4/1.1.2. De termijnen gaan in: 1° in geval van betekening: op de derde werkdag na de dag van de verzending;2° in geval van afgifte tegen ontvangstbewijs: op de dag na de datum van het ontvangstbewijs. Onder ontvangstbewijs wordt verstaan de schriftelijke of elektronische ontvangstbevestiging van een zending. Betekeningen en mededelingen van dezelfde beslissing of hetzelfde document aan meer dan een persoon gebeuren op dezelfde dag. De termijnen verstrijken om middernacht van de laatste dag.". Art. 65.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten2, wordt in hoofdstuk 1, ingevoegd bij artikel 60, een afdeling 3 ingevoegd, die luidt als volgt: "Afdeling 3. Doelstelling en kenmerken". Art. 66.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten2, wordt in afdeling 3, ingevoegd bij artikel 65, een artikel 4/1.1.3 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 4/1.1.3. De veiligheidsrapportage beoogt, in de besluitvorming over acties die een zwaar ongeval kunnen teweegbrengen, aan het milieubelang en de veiligheid en de gezondheid van de mens een plaats toe te kennen die evenwaardig is aan de sociale, economische en andere maatschappelijke belangen. Om de doelstelling, vermeld in het eerste lid, te realiseren, heeft de veiligheidsrapportage de volgende essentiële kenmerken: 1° de systematische en wetenschappelijk verantwoorde analyse en evaluatie van de mogelijke gevolgen voor mens en milieu van een voorgenomen actie en van de redelijkerwijze in beschouwing te nemen alternatieven voor de actie of onderdelen ervan, en de beschrijving en evaluatie van de mogelijke maatregelen om de gevolgen van de voorgenomen actie op een samenhangende wijze te vermijden, te beperken, te verhelpen of te compenseren;2° de kwaliteitsbeoordeling van de verzamelde informatie;3° de actieve openbaarheid van de veiligheidsrapportage en de besluitvorming over de voorgenomen actie. De administratie beschikt over voldoende expertise om de rapporten te onderzoeken. Als dat nodig is, heeft ze toegang tot voldoende expertise om de rapporten te onderzoeken.". Art. 67.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten2, wordt in hoofdstuk 1, ingevoegd bij artikel 60, een afdeling 4 ingevoegd, die luidt als volgt: "Afdeling 4. Relaties tussen rapportages". Art. 68.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten2, wordt in afdeling 4, ingevoegd bij artikel 67, een artikel 4/1.1.4 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 4/1.1.4. In voorkomend geval wordt in latere rapportages, die worden opgesteld krachtens deze titel, rekening gehouden met de rapportages die krachtens deze titel zijn uitgevoerd in eerdere stadia van de besluitvorming en met de goedgekeurde rapporten die daarvan het resultaat waren.". Art. 69.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten2, wordt in dezelfde afdeling 4 een artikel 4/1.1.5 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 4/1.1.5. § 1. Als verschillende rapportages moeten worden uitgevoerd met toepassing van deze titel of met toepassing van titel IV of andere gewestelijke of federale regelgeving, neemt de administratie op eigen initiatief of op verzoek van de initiatiefnemer(
  4. s)een beslissing over de mogelijkheid tot afstemming of integratie van de verschillende rapporten en, als dat mogelijk is, van de verschillende rapportages. Er wordt gestreefd naar een gelijktijdige uitvoering van de verschillende rapportages. De administratie neemt een beslissing over de wenselijkheid van de afstemming of integratie uiterlijk bij haar advies, vermeld in artikel 4/1.3.2, § 4. § 2. De Vlaamse Regering kan nadere regelen vaststellen voor de modaliteiten van de afstemming en integratie van de rapportages en rapporten in de gevallen, vermeld in dit artikel. De afstemming of integratie, vermeld in paragraaf 1, kan betrekking hebben op rapportages in verschillende beleidsdomeinen.". Art. 70.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten2, wordt in hoofdstuk 1, ingevoegd bij artikel 60, een afdeling 5 ingevoegd, die luidt als volgt: "Afdeling 5. Doorwerking in de besluitvorming". Art. 71.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten2, wordt in afdeling 5, ingevoegd bij artikel 70, een artikel 4/1.1.6 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 4/1.1.6. De overheid houdt bij haar beslissing over de voorgenomen actie en, in voorkomend geval, ook bij de uitwerking ervan rekening met het goedgekeurde rapport of de goedgekeurde rapporten en met de opmerkingen en commentaren die over het rapport of de rapporten zijn uitgebracht. De overheid motiveert elke beslissing over de voorgenomen actie in het bijzonder op de volgende punten: 1° de keuze voor de voorgenomen actie, een bepaald alternatief of bepaalde deelalternatieven, behalve wat het OVR betreft;2° de aanvaardbaarheid van te verwachten of mogelijke gevolgen voor mens of milieu van het gekozen alternatief; 3° de maatregelen die in het rapport of de rapporten zijn voorgesteld.". Art. 72.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten2, wordt in titel IV/1, ingevoegd bij artikel 59, een hoofdstuk 2 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Hoofdstuk 2. Veiligheidsrapportage over ruimtelijke uitvoeringsplannen". Art. 73.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten2, wordt in hoofdstuk 2, ingevoegd bij artikel 72, een artikel 4/1.2.1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 4/1.2.1. De veiligheidsrapportage, vermeld in dit hoofdstuk, heeft betrekking op de opmaak van de ruimtelijke uitvoeringsplannen, vermeld in hoofdstuk II, titel II van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, om de verplichtingen, vermeld in artikel 25 van het samenwerkingsakkoord van 16 februari 2016, uit te voeren. De Vlaamse Regering stelt de criteria vast om te bepalen of voor een ruimtelijk uitvoeringsplan al dan niet een RVR vereist is.". Art. 74.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten2, wordt in hoofdstuk 2, ingevoegd bij artikel 72, een artikel 4/1.2.2 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 4/1.2.2. § 1. Het RVR wordt opgesteld onder de verantwoordelijkheid en op kosten van de initiatiefnemer. Om het RVR op te stellen, doet de initiatiefnemer een beroep op een erkende v.r.-deskundige. Hij stelt aan de erkende v.r.-deskundige alle relevante informatie ter beschikking die voorhanden is. Hij verleent alle medewerking opdat de erkende v.r.-deskundige zijn taak naar behoren kan vervullen. § 2. Tijdens het opstellen van het RVR overlegt de erkende v.r.-deskundige met de administratie. De erkende v.r.-deskundige moet in voorkomend geval de schriftelijke richtlijnen die in de scopingnota, vermeld in artikel 2.2.4, § 3, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, van de administratie geïntegreerd zijn, in acht nemen.". Art. 75.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten2, wordt in hoofdstuk 2, ingevoegd bij artikel 72, een artikel 4/1.2.3 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 4/1.2.3. Het RVR bestaat uit ten minste al de volgende onderdelen: 1° een algemeen deel dat al de volgende informatie bevat:
  5. a)een beschrijving van de doelstellingen en krachtlijnen van het voorontwerp van ruimtelijk uitvoeringsplan, met inbegrip van een kaart op aangepaste schaal;
  6. b)een overzicht van de motieven voor de opmaak van het ruimtelijk uitvoeringplan;
  7. c)een beschrijving van de in beschouwing genomen alternatieven voor het voorontwerp van ruimtelijk uitvoeringsplan of een schets van de redelijkerwijze in beschouwing te nemen alternatieven voor bepaalde onderdelen ervan, telkens met inbegrip van de overwegingen ter zake van de initiatiefnemer;
  8. d)een vergelijking tussen de beschreven alternatieven en het voorontwerp van ruimtelijk uitvoeringsplan of de onderdelen ervan;2° een deel over de invloed van het ruimtelijk uitvoeringsplan op de risico's op zware ongevallen voor mens en milieu, dat de volgende informatie bevat:
  9. a)een beschrijving van de methodieken die zijn gebruikt voor de bepaling en de beoordeling van de risico's op zware ongevallen voor mens en milieu, met inbegrip van een opsomming en omschrijving van de relevante criteria die in het RVR gebruikt worden voor de afbakening van de risicozones;
  10. b)in voorkomend geval, informatie over de risico's op zware ongevallen voor mens en milieu die aan de bestaande inrichtingen zijn verbonden, en over de veiligheidsmaatregelen die bestaande inrichtingen hebben genomen of kunnen nemen om zware ongevallen te voorkomen en om de gevolgen ervan voor mens en milieu te beperken;
  11. c)voor het voorontwerp van ruimtelijk uitvoeringsplan en de beschreven alternatieven, een wetenschappelijke beoordeling van de invloed van de in beschouwing genomen ontwikkelingen rond bestaande inrichtingen of van de mogelijke vestiging van nieuwe inrichtingen op de risico's op zware ongevallen voor mens en milieu, met inbegrip van de afgebakende risicozones;
  12. d)aanbevelingen over de volgende elementen op basis van de wetenschappelijk beoordeling, vermeld in punt c): 1) de vastgelegde stedenbouwkundige voorschriften, onder meer in het licht van de vereiste om ook op lange termijn voldoende afstand te bewaren tussen de inrichtingen die vallen onder de toepassing van het samenwerkingsakkoord van 16 februari 2016, en bepaalde kwetsbare gebieden als vermeld in artikel 25, § 2, van het voormelde samenwerkingsakkoord;2) de aanvullende maatregelen die bestaande inrichtingen kunnen nemen om zware ongevallen te voorkomen en de gevolgen daarvan voor mens en milieu te beperken om de risico's niet te vergroten;
  13. e)een globale evaluatie van het voorontwerp van ruimtelijk uitvoeringsplan en van de beschreven alternatieven in het kader van het beleid om zware ongevallen te voorkomen en de gevolgen van die zware ongevallen voor mens en milieu te beperken;3° een opgave van de moeilijkheden, technische leemten of ontbrekende kennis die de initiatiefnemer of de erkende deskundige eventueel heeft ondervonden bij het verzamelen en verwerken van de vereiste informatie en de implicaties die daaruit voortvloeien voor de wetenschappelijkheid van het rapport;4° een niet-technische samenvatting van de verstrekte gegevens zoals omschreven in punt 1° tot en met 3°.". Art. 76.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten2, wordt in hoofdstuk 2, ingevoegd bij artikel 72, een artikel 4/1.2.4 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 4/1.2.4. De Vlaamse Regering kan nadere regelen vaststellen voor de opmaak, het onderzoek en het verdere gebruik van het RVR.". Art. 77.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten2, wordt in titel IV/1, ingevoegd bij artikel 59, een hoofdstuk 3 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Hoofdstuk 3. Veiligheidsrapportage over de exploitatie van inrichtingen". Art. 78.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten2, wordt in hoofdstuk 3, ingevoegd bij artikel 77, een afdeling 1 ingevoegd, die luidt als volgt: "Afdeling 1. Toepassingsgebied". Art. 79.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten2, wordt in afdeling 1, ingevoegd bij artikel 78, een artikel 4/1.3.1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 4/1.3.1. § 1. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op alle inrichtingen die aan al de volgende voorwaarden voldoen: 1° inrichtingen waarvoor conform artikel 8 van het samenwerkingsakkoord van 16 februari 2016 een veiligheidsrapport moet worden opgesteld of waarvoor conform artikel 10 van het voormelde samenwerkingsakkoord het veiligheidsrapport opnieuw moet worden beoordeeld door een wijziging aan de inrichting;2° inrichtingen waarvoor conform artikel 5 van het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035897 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning type decreet prom. 25/04/2014 pub. 23/10/2014 numac 2014036510 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de omgevingsvergunning type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035706 bron vlaamse overheid Decreet betreffende complexe projecten sluiten betreffende de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag moet worden ingediend voor de exploitatie of verandering ervan. Voor de loutere hernieuwing van de omgevingsvergunning hoeft geen OVR opgemaakt te worden. § 2. De Vlaamse Regering kan andere categorieën van inrichtingen aanwijzen waarvoor een OVR moet worden opgesteld conform de bepalingen van dit hoofdstuk. De Vlaamse Regering kan, in afwijking van artikel 4/1.3.4, bepalen dat voor de voormelde categorieën van inrichtingen het OVR bepaalde gegevens niet hoeft te bevatten. § 3. In afwijking van paragraaf 1 kan de administratie na gemotiveerd verzoek van de initiatiefnemer geval per geval beslissen dat voor veranderingen aan een vergunde inrichting een OVR dat al voor die inrichting is goedgekeurd, niet bijgewerkt hoeft te worden. § 4. Het gemotiveerde verzoek, vermeld in paragraaf 3, bevat ten minste al de volgende gegevens: 1° een beschrijving en een verduidelijking van de vergunde inrichting, en ook van de veranderingen die in het kader van de vergunningsaanvraag worden aangevraagd;2° de verantwoording van het verzoek en alle relevante gegevens om het verzoek te staven;3° een veiligheidsnota waarin ten minste al de volgende elementen worden aangetoond:
  14. a)het bewijs dat de geplande veranderingen geen bijkomend aanzienlijk risico van zware ongevallen voor de mens en voor het leefmilieu meebrengen ten opzichte van de bestaande toestand, en het bewijs dat een nieuw OVR daarover redelijkerwijs geen nieuwe of extra gegevens kan bevatten;
  15. b)wat de geplande veranderingen betreft: het bewijs dat de nodige veiligheidsmaatregelen getroffen zijn of getroffen kunnen worden om zware ongevallen te voorkomen en om de gevolgen van mogelijk zware ongevallen voor de mens of voor het leefmilieu op voldoende geachte wijze te beperken, en het bewijs dat een nieuw OVR daarover redelijkerwijs geen nieuwe of extra gegevens kan bevatten. De initiatiefnemer doet voor de opmaak van de veiligheidsnota, vermeld in het eerste lid, 3°, een beroep op een erkende deskundige. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen over de informatie en de modaliteiten waaraan het gemotiveerde verzoek, vermeld in paragraaf 3, moet voldoen. § 5. De administratie beslist over het gemotiveerde verzoek, vermeld in paragraaf 3, binnen twintig dagen na de dag waarop ze dat gemotiveerde verzoek heeft ontvangen. Ze bezorgt de beslissing onverwijld aan de initiatiefnemer. In voorkomend geval bevat de beslissing ook de voorwaarden die eraan zijn verbonden. Als de beslissing niet kan worden genomen binnen de voormelde termijn, brengt de administratie de initiatiefnemer daarvan schriftelijk op de hoogte binnen die termijn. In die kennisgeving geeft de administratie aan wanneer de beslissing uiterlijk wordt genomen. § 6. In geval van een positieve beslissing voegt de initiatiefnemer die beslissing en de veiligheidsnota bij de vergunningsaanvraag.". Art. 80.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten2, wordt in hoofdstuk 3, ingevoegd bij artikel 77, een afdeling 2 ingevoegd, die luidt als volgt: "Afdeling 2. Aanmelding en inhoudsafbakening van het voorgenomen OVR". Art. 81.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 januari 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten2, wordt in afdeling 2, ingevoegd bij artikel 80, een artikel 4/1.3.2 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 4/1.3.2. § 1. Voor de initiatiefnemer de vergunningsaanvraag indient, meldt hij aan de administratie zijn voornemen om een OVR op te stellen. De aanmelding, vermeld in het eerste lid, bevat ten minste de volgende elementen: 1° een beschrijving van het project, met inbegrip van een beknopte beschrijving van de overwogen alternatieven voor het project of voor onderdelen ervan;2° de reden van de rapportageplicht van de inrichting;3° de vergunningen die moeten worden aangevraagd en, in voorkomend geval, de bestaande vergunningstoestand;4° een beschrijving van het procesverloop met, in voorkomend geval, een beschrijving van het participatietraject;5° in voorkomend geval de gegevens die de administratie nodig heeft voor de grensoverschrijdende informatie-uitwisseling, vermeld in paragraaf 2; 6° de relevante gegevens over de voorgestelde erkende deskundige, vermeld in artikel 4/1.3.3, in voorkomend geval aangevuld met de lijst van deskundigen die de erkende deskundige zullen bijstaan en de taakverdeling tussen de deskundigen; 7° conform artikel 4/1.3.4 en het v.r.-richtlijnenboek, vermeld in artikel 4/1.4.2, een beschrijving van de inhoudelijke aanpak, met inbegrip van de methodologie van het OVR; 8° in voorkomend geval een verzoek om advies over de informatie die wordt verstrekt conform artikel 4/1.3.4; 9° in voorkomend geval de gronden voor de vraag tot onttrekking aan bekendmaking van de aanmelding of aangeduide delen ervan. De administratie kan aan de initiatiefnemer altijd vragen om aanvullende informatie te verstrekken. De procedure kan pas worden voortgezet nadat de administratie de door haar gevraagde aanvullende informatie heeft ontvangen. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de informatie die in de aanmelding, vermeld in het eerste lid, opgenomen moet worden. Die regels kunnen aanvullende elementen, die niet worden vermeld in het tweede lid, of een verdere verduidelijking van de elementen, vermeld in het tweede lid, betreffen. § 2. Als uit de aanmelding, vermeld in paragraaf 1, blijkt dat het project ten gevolge van een zwaar ongeval betekenisvolle effecten kan hebben op mens of milieu in andere lidstaten van de Europese Unie of in verdragspartijen bij het verdrag inzake de grensoverschrijdende gevolgen van industriële ongevallen, gedaan te Helsinki op 17 maart 1992, of in andere gewesten, of als de bevoegde autoriteiten van die lidstaten, verdragspartijen of gewesten daarom verzoeken, meldt de administratie het project aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, verdragspartijen of gewesten in kwestie, met de vraag of ze hun commentaar aan de administratie kunnen meedelen. De melding, vermeld in het eerste lid, omvat ten minste al de volgende informatie: 1° een afschrift van de aanmelding, vermeld in paragraaf 1;2° een beschrijving van de rapportageprocedure die op het voorgenomen project van toepassing is;3° informatie over de vergunningsplicht waaraan het voorgenomen project onderworpen is. De administratie brengt de initiatiefnemer ervan op de hoogte dat het project aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, verdragspartijen of gewesten in kwestie is gemeld. § 3. De administratie neemt een be

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.