📄 Wettekst
27 FEBRUARI 2023. - Koninklijk besluit tot bepaling van de nadere regels betreffende de reclame voor de kansspelen
VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het besluit dat U wordt voorgelegd beoogt uitvoering te geven aan artikel 61, tweede lid, van de
wet van 7 mei 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
07/05/1999
pub.
30/12/1999
numac
1999010222
bron
ministerie van justitie
Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers
type
wet
prom.
07/05/1999
pub.
20/08/1999
numac
1999021323
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten in de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad
type
wet
prom.
07/05/1999
pub.
15/05/1999
numac
1999000386
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van artikel 54 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en van artikel 57ter van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, van de artikelen 2, § 5, 5, § 2 en 11bis van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door openbare centra voor maatschappelijk welzijn
sluiten op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers (hierna de "Kansspelwet" genoemd), zoals ingevoegd bij de
wet van 7 mei 2019Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
07/05/2019
pub.
15/05/2019
numac
2019011970
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet tot wijziging van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, en tot invoeging van artikel 37/1 in de wet van 19 april 2002 tot rationalisering van de werking en het beheer van de Nationale Loterij
sluiten, waarbij de Koning gemachtigd wordt de nadere regels betreffende de reclame over de kansspelen te bepalen.
Reclame voor kansspelen is alom vertegenwoordigd zowel op TV, radio, kranten, tijdschriften, sociale media, tijdens sportwedstrijden, maar ook in het straatbeeld. Dergelijke reclame is niet zonder gevaar voor de volksgezondheid en de maatschappij.
Reclame voor kansspelen heeft minstens drie belangrijke effecten : 1. Reclame speelt een belangrijke rol bij het werven van nieuwe spelers;2. Reclame beïnvloedt het gokgedrag en zet spelers aan tot meer intensief speelgedrag;3. Reclame verhoogt de kans op terugval bij gokverslaafden. Daarnaast zorgt reclame voor een normalisering van gokken in de samenleving. Door de reclame wordt gokken voorgesteld als sociaal en cultureel aanvaard gedrag en een legitieme vrijetijdsbesteding. Dit is nefast voor de meer kwetsbare groepen, zoals minderjarigen, jongeren en gokverslaafden.
Onderzoek uit 2013 naar het verband tussen nationaal gokbeleid en de prevalentie van verstoord gokgedrag in Europa heeft aangetoond dat er een statistisch significant verband is tussen gokbeleid en prevalentie. Het percentage subklinisch verstoord gokgedrag was hoger in omgevingen die minder strenge regulering van reclame voor (online) gokken voorschreven.
Uit een Belgisch onderzoek (AB-REOC-rapport "(Online) gokken Nieuwe kansen, nieuwe bedreigingen", Jan Velghe, 2017) blijkt dat 74% van de Belgen van mening is dat reclame mensen aanzet tot gokken. 54% van de Belgen gelooft dat reclame mensen positiever doet denken over gokken (aanvaarding). Meer nog: 11% van de Belgen die op geen enkele manier deelnamen aan kansspelen, zegt dat ze door de invloed van reclame in de toekomst toch wel eens een gokje willen wagen. Bij studenten loopt dat op tot 14,8%, bij 25- tot 34-jarigen tot 17,3% en bij werkzoekenden zelfs tot 28,9%.
Bovendien blijkt uit dit onderzoek dat hoe intensiever het gokgedrag, hoe vaker spelers zich laten beïnvloeden door reclameboodschappen. 56% van de intensieve spelers gokt meer naar aanleiding van een bonus die hen werd aangeboden, 46% na een email van een gokbedrijf en 39% nadat ze gokreclame hadden bekeken. Ongeveer één op de drie gokkers laat zijn gokgedrag beïnvloeden door reclame op billboards of affiches of reclame tijdens het bekijken van een wedstrijd.
De Hoge Gezondheidsraad adviseerde in haar rapport nr. 9396 over gokstoornissen (2017) tot een verbod op gokreclame om het risico op problematisch gokken te verkleinen. Volgens de conclusies van dit rapport is het essentieel om de toegankelijkheid, in het bijzonder voor jongeren, en de aanvaarding van gokken te verminderen. Volgens de Hoge Gezondheidsraad speelt reclame een belangrijke rol in de aanvaarding en normalisering van gokken en moet daarom worden verboden.
De bepalingen inzake gokreclame zijn deels geïnspireerd op de regelgeving inzake tabaksreclame die werd aangenomen ter omzetting van richtlijn 2003/33/EG van 26 mei 2003 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de reclame en sponsoring voor tabaksproducten. Uit onderzoek naar de impact van tabaksreclame op het rookgedrag blijkt dat de reclame bij 40 procent van de tieners verantwoordelijk is voor hun rookgewoonte. Volgens dit onderzoekt bepaalt tabaksreclame op borden, bij sport- en televisiemanifestaties, in tijdschriften en zelfs gewone naamsvermelding op kleding wel degelijk mee of kinderen tussen 12 en 16 jaar al dan niet aan het roken gaan. Hoe aantrekkelijker de reclame wordt voorgesteld, hoe meer het jongeren aanzet tot roken. We zien dat gokreclame een vergelijkbare impact heeft op het gokgedrag van jongeren en kwetsbare personen.
Hoewel de Hoge Gezondheidsraad in zijn advies (nr 9396) aanbeveelt om de gokreclame te verbieden, zijn er ook risico's verbonden aan zo'n totaal verbod. Het kansspelbeleid in België stoelt op de kanalisatie gedachte. Dit betekent dat het enkel toegestaan is om deel te nemen aan kansspelen die door de wetgever zijn toegestaan en die een vergunning hebben bekomen. De vrees dat spelers door een totaal verbod op reclame naar de illegale markt zullen worden geleid, is dus niet geheel ongegrond. Een beperkte vorm van reclame is dus aanvaardbaar om ervoor te zorgen dat de vergunde kansspeloperatoren nog naamsbekendheid kunnen verwerven.
Overeenkomstig artikel 61, tweede lid van de huidige kansspelwet kan de Koning de regels voor de reclame op kansspelen bepalen.
Deze regels moeten ervoor te zorgen dat enkel personen die actief op zoek zijn naar informatie over kansspelen en/ of die willen gokken nog geconfronteerd worden met reclame voor kansspelen.
Met het oog op een betere bescherming van de spelers beoogt dit besluit dus de toegestane vormen van reclame voor kansspelen en weddenschappen te beperken en regels op te leggen voor de inhoud van deze reclame.
De regels inzake reclame zijn van toepassing op de houders van een vergunning A-, A+-, B-, B+-, F1-, F1+-, F2- en E-. De Nationale Loterij moet voor de weddenschappen, net als de private houders met een F1-vergunning, de bepalingen naleven van de
wet van 7 mei 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
07/05/1999
pub.
30/12/1999
numac
1999010222
bron
ministerie van justitie
Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers
type
wet
prom.
07/05/1999
pub.
20/08/1999
numac
1999021323
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten in de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad
type
wet
prom.
07/05/1999
pub.
15/05/1999
numac
1999000386
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van artikel 54 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en van artikel 57ter van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, van de artikelen 2, § 5, 5, § 2 en 11bis van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door openbare centra voor maatschappelijk welzijn
sluiten op de kansspelen, maar ook van haar uitvoeringsbesluiten, met inbegrip van de regels inzake reclame opgenomen in dit besluit. Artikel 3bis van de
wet van 7 mei 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
07/05/1999
pub.
30/12/1999
numac
1999010222
bron
ministerie van justitie
Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers
type
wet
prom.
07/05/1999
pub.
20/08/1999
numac
1999021323
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten in de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad
type
wet
prom.
07/05/1999
pub.
15/05/1999
numac
1999000386
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van artikel 54 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en van artikel 57ter van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, van de artikelen 2, § 5, 5, § 2 en 11bis van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door openbare centra voor maatschappelijk welzijn
sluiten op de kansspelen voorziet dat deze wet niet van toepassing is op de loterijen in de zin van de wet van 31 december 1851 op de loterijen en van de artikelen 301, 302, 303 en 304 van het strafwetboek, noch op de openbare loterijen en wedstrijden bedoeld in artikel 3, § 1, eerste lid van de
wet van 19 april 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/04/2002
pub.
04/05/2002
numac
2002014105
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Wet tot rationalisering van de werking en het beheer van de Nationale Loterij
sluiten tot rationalisering van de werking en het beheer van de Nationale Loterij.
De loterijproducten en krasbilijetten aangeboden door de Nationale Loterij zijn onderworpen aan de regels bedoeld in de
wet van 19 april 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/04/2002
pub.
04/05/2002
numac
2002014105
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Wet tot rationalisering van de werking en het beheer van de Nationale Loterij
sluiten betreffende de rationalisering van de werking en het beheer van de Nationale Loterij. De regels inzake reclame opgenomen in dit besluit - dat uitvoering geeft aan artikel 61, tweede lid van de
wet van 7 mei 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
07/05/1999
pub.
30/12/1999
numac
1999010222
bron
ministerie van justitie
Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers
type
wet
prom.
07/05/1999
pub.
20/08/1999
numac
1999021323
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten in de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad
type
wet
prom.
07/05/1999
pub.
15/05/1999
numac
1999000386
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van artikel 54 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en van artikel 57ter van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, van de artikelen 2, § 5, 5, § 2 en 11bis van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door openbare centra voor maatschappelijk welzijn
sluiten op de kansspelen - zijn bijgevolg niet van toepassing op deze producten. Het bestaande wettelijke verschil tussen kansspelen enerzijds en loterijproducten en krasbiljetten anderzijds wordt in het Koninklijk besluit volgehouden.
De
wet van 19 april 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/04/2002
pub.
04/05/2002
numac
2002014105
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Wet tot rationalisering van de werking en het beheer van de Nationale Loterij
sluiten tot rationalisering van de werking en het beheer van de Nationale Loterij voorziet immers dat de organisatie van de openbare loterijen in het algemeen belang - in de vormen en volgens de algemene regels bepaald door de Koning - een taak is van openbare dienst (zie art. 6, § 1 1° en art. 7). De Nationale Loterij heeft als doel om de gokkers te kanaliseren naar de minder gevaarlijke aanbod van loterijspelen en krasbiljetten. Dit aanbod wordt bovendien strikt gereguleerd en gecontroleerd. Gelet op dit doel valt het voeren van een adequaat marketing- en reclamebeleid te verantwoorden.
Artikel 14, § 1, van de voormelde wet bepaalt dat het beheerscontract dat de Nationale Loterij sluit met de Staat, de voorwaarden bepaalt waaronder de Nationale Loterij haar taken van openbare dienst vervult.
De regering oefent rechtstreeks toezicht uit op de Nationale Loterij, door het sluiten van het beheerscontract, door de benoeming van de bestuurders die toezicht uitoefenen op het directiecomité en door de ruime bevoegdheden van de regeringscommissarissen. Daarmee sluit de wetgever aan bij de rechtspraak van het EU hof van Justitie inzake kansspelen en loterijspelen (bv. het
arrest van 24 januari 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
19/04/2002
pub.
04/05/2002
numac
2002014105
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Wet tot rationalisering van de werking en het beheer van de Nationale Loterij
sluiten0 in de gevoegde zaken C 186/11 en C 209/11). De verplichtingen inzake verantwoord spel en de gokverslavingspreventie waartoe de Nationale Loterij gehouden is, worden bewerkstelligd door het beheerscontract.
Dit onderscheid is niet enkel in overeenstemming met de bestaande wettelijke dichotomie binnen het Belgisch kansspelbeleid, maar ook wetenschappelijk onderbouwd. Uit onderzoek door Van Rooij, 2017, blijkt bijvoorbeeld dat de loterijen en krasbiljetten een significant kleiner risico op verslaving vertonen. Volgens dit onderzoek vertonen spelers van loterijen slechts in 6,8% van de gevallen een problematisch gokgedrag. Voor de krasbiljetten is dat 7,1%. De andere kansspelproducten kennen een significant hoger risico op en problematisch gokgedrag : - Sportweddenschappen : 17,7% - Poker : 12,2% - Gokautomaten : 26,2% - Casinospelen : 22,7% Aangezien de loterijen en kasbiljetten een kleiner risico op verslaving inhouden, valt een drastische beperking van de reclame veel minder te verantwoorden vanuit het oogpunt van consumentenbescherming en bescherming van de maatschappelijke orde. Bovendien is de reclamevoering van de Nationale Loterij, door middel van bestaande mechanismen zoals het beheerscontract tussen de Nationale Loterij en de Belgische regering, beperkt tot hetgeen nodig is om de opgelegde kanalisatiedoelstellingen te behalen. De beperkingen op vlak van reclame en marketing staan dus onder rechtstreeks toezicht van de regering. Deze beperkingen zijn geen statisch gegeven, maar een dynamisch gegeven. De Nationale Loterij dient in het kader van haar kanalisatieplicht rekening te houden met de legale aanbieders van kansspelen en haar reclame- en marketingbeleid hierop af te stemmen.
Zo'n beleid sluit bovendien aan bij de rechtspraak van het Europees Hof van Justitie. Met betrekking tot het advies van de Raad van State wordt erop gewezen dat artikel 8 van het beheerscontract tussen de Belgische Staat en de Nationale Loterij uitdrukkelijk bepaalt dat de Nationale Loterij erover waakt dat haar beleid inzake reclame ten allen tijde in lijn is met de rechtspraak die daaromtrent ontwikkeld is door het Europees Hof van Justitie, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen spelen naargelang hun inherente risiconiveau. Wat betreft de rechtspraak van het Europees Hof van Justitie kan worden verwezen naar de meest recente en relevante rechtspraak inzake marketing en reclame (zaak C 920/19 Fluctus - Fluentum). In deze rechtspraak wijst het Hof erop dat de beoordeling van de reclamepraktijken door een monopoliehouder niet los kan worden gezien van de situatie op de globale kansspelmarkt. Met andere woorden een monopoliehouder moet rekening houden met de praktijken van andere (legale of illegale) aanbieders van kansspelen op dezelfde markt om zijn strategie te kunnen bepalen. Deze rechtspraak impliceert dat de Nationale Loterij moet kunnen aantonen dat de aard en de hoeveelheid reclame die zij voert noodzakelijk is voor de uitvoering van de actieve kanalisatieplicht die haar werd opgelegd.
Dit betekent dat van zodra de nieuwe regelgeving inzake gokreclame van toepassing is, er op grond van artikel 7 en artikel 67, lid 5 van het beheerscontract, ook bijkomende beperkingen op vlak van reclame aan de Nationale Loterij kunnen worden opgelegd. Er kan daarbij bijvoorbeeld worden gedacht aan het voorafgaand voorleggen van het reclamebeleid aan de Raad van Bestuur, waarvan 12 van de 14 leden door de regering werden aangesteld, en het opleggen van beperkingen aan de budgetten die de Nationale Loterij jaarlijks mag spenderen aan de reclame voor loterijspelen en krasbiljetten.
Gelet op de verschillen tussen kansspelen en loterijspelen inzake risiconiveau, maar ook inzake regulering en controle en het feit dat het beheercontract toelaat dat er bijkomende beperkingen inzake de reclamevoering aan de Nationale Loterij worden opgelegd, is het niet noodzakelijk om de reclame voor de loterijen en kasbiljetten bij dit besluit te regelen.
Na de mededeling aan de Europese Commissie 2022/0332/B, op 8 mei 2022, met toepassing van artikel 5, lid 1, van Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij, werd ten aanzien van het ontwerp een uitvoerig advies door Malta . Na dit uitvoerig advies, is het onderhavige verslag aan de Koning op grond van bovenstaande overwegingen tot stand gekomen.
De Raad van State heeft een advies 72.190/4 van 12 oktober 2022 en een advies 72.838/4 van 6 februari 2023 over dit besluit uitgebracht. In de onderstaande opmerkingen wordt in voorkomend geval rekening gehouden met de opmerkingen van de Raad van State. Er zij op gewezen dat ingevolge advies nr. 72.838/4 van 6 februari 2023 de aanvankelijk in artikel 21 opgenomen strafbepaling, die betrekking had op de strafrechtelijke aansprakelijkheid in geval van niet-naleving van de bepalingen van dit besluit, is geschrapt. Zoals de Raad van State opmerkt, lijkt artikel 21 te overlappen met artikel 64 van de
wet van 7 mei 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
07/05/1999
pub.
30/12/1999
numac
1999010222
bron
ministerie van justitie
Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers
type
wet
prom.
07/05/1999
pub.
20/08/1999
numac
1999021323
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten in de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad
type
wet
prom.
07/05/1999
pub.
15/05/1999
numac
1999000386
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van artikel 54 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en van artikel 57ter van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, van de artikelen 2, § 5, 5, § 2 en 11bis van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door openbare centra voor maatschappelijk welzijn
sluiten, zoals gewijzigd bij de
wet van 6 december 2022Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/12/2022
pub.
21/12/2022
numac
2022034748
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet om justitie menselijker, sneller en straffer te maken IIbis
sluiten `om justitie menselijker, sneller en straffer te maken IIbis', aangezien dat artikel het reeds mogelijk maakt om een strafrechtelijke straf op te leggen aan elke persoon die zich niet zou houden aan de bepalingen van het besluit genomen ter uitvoering van artikel 61, tweede lid, van de wet, zonder dat in voorliggend koninklijk besluit verduidelijkt hoeft te worden welke personen gestraft kunnen worden.
Artikelsgewijze bespreking HOOFDSTUK 1. - Toepassingsgebied en definities Artikel 1.Artikel 1 bepaalt het toepassingsgebied van het koninklijk besluit. Alleen de houders van een vergunning A-, A+-, B-, B+-, F1-, F1+-, F1P-, F2-, en E- vallen onder de in dit ontwerp vastgestelde voorwaarden. Ingevolge advies 72.190/4 en advies 72.838/4 van de Raad van State zijn de vergunninghouders F1P toegevoegd aan de lijst van vergunninghouders die onder deze regeling vallen.
De houders van een vergunning C, die de uitbating van een kansspelinrichting van klasse III of een café toestaat, mogen geen reclame maken. Volgens artikel 3 van het
koninklijk besluit van 22 december 2000Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
22/12/2000
pub.
30/12/2000
numac
2000010152
bron
ministerie van justitie
Koninklijk besluit betreffende de modaliteiten van aanvraag en de vorm van de vergunning klasse E aangaande de kansspelen
type
koninklijk besluit
prom.
22/12/2000
pub.
30/12/2000
numac
2000010148
bron
ministerie van justitie
Koninklijk besluit betreffende de werking en het beheer van de kansspelinrichtingen klasse II, de wijze van aanvraag en de vorm van de vergunning klasse B
type
koninklijk besluit
prom.
22/12/2000
pub.
30/12/2000
numac
2000010151
bron
ministerie van justitie
Koninklijk besluit betreffende de werking en het beheer van de kansspelinrichtingen klasse III, de wijze van aanvraag en de vorm van de vergunning klasse C
sluiten betreffende de werking en het beheer van de kansspelinrichtingen klasse III, de wijze van aanvraag en de vorm van de vergunning klasse C mag immers geen reclame voor de uitgebate kansspelen worden gemaakt, noch binnen, noch buiten.
Voor de dagbladhandelaars, die houder zijn van een vergunning F2, zijn bepaalde verplichtingen inzake reclame opgenomen in het
koninklijk besluit van 22 december 2010Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
22/12/2010
pub.
29/12/2010
numac
2010009989
bron
federale overheidsdienst justitie
Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden tot aanneming van weddenschappen buiten kansspelinrichtingen klasse IV
type
koninklijk besluit
prom.
22/12/2010
pub.
29/12/2010
numac
2010009984
bron
federale overheidsdienst justitie
Koninklijk besluit betreffende de regels van toezicht op en de controle van de kansspelen in de kansspelinrichtingen klasse IV en de plaatsen waar weddenschappen worden aangenomen bedoeld in artikel 43/4, § 5, van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, inzonderheid door middel van een passend informaticasysteem
type
koninklijk besluit
prom.
22/12/2010
pub.
25/01/2011
numac
2011011015
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 maart 1995 betreffende het opzetten en exploiteren van GSM-mobilofoonnetten, van het koninklijk besluit van 24 oktober 1997 betreffende het opzetten en de exploitatie van DCS1800-mobilofonienetten en van het koninklijk besluit van 18 januari 2001 tot vaststelling van het bestek en van de procedure tot toekenning van vergunningen voor de mobiele telecommunicatiesystemen van de derde generatie
type
koninklijk besluit
prom.
22/12/2010
pub.
25/01/2011
numac
2011011016
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Koninklijk besluit betreffende radiotoegang in de frequentieband 2500-2690 MHz
type
koninklijk besluit
prom.
22/12/2010
pub.
29/12/2010
numac
2010009985
bron
federale overheidsdienst justitie
Koninklijk besluit betreffende het maximum aantal inrichters van weddenschappen en de procedure voor het behandelen van vergunningsaanvragen ingeval een vergunning vrijkomt wegens intrekking of stopzetting
sluiten tot vaststelling van de voorwaarden tot aanneming van weddenschappen buiten kansspelinrichtingen klasse IV, zoals gewijzigd bij het koninklijk besluit van 17 februari 2022.
Zoals vermeld in de "Handleiding voor het opstellen van wetgevende en reglementaire teksten - Beginselen van de wetgevingstechniek" van de Raad van State, De uitdrukking "onder voorbehoud van", evenwel geeft aan welke van beide confligerende bepalingen voorrang heeft, ongeacht of ze tot twee verschillende teksten behoren dan wel of ze in dezelfde tekst voorkomen; de bepaling waarin het voorbehoud wordt gemaakt, heeft alleen uitwerking als de bepaling waarvoor voorbehoud is gemaakt, niet van toepassing is. Zo zijn voor de dagbladhandelaars, die houder zijn van een F2 vergunning, wanneer het voornoemde
koninklijk besluit van 22 december 2010Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
22/12/2010
pub.
29/12/2010
numac
2010009989
bron
federale overheidsdienst justitie
Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden tot aanneming van weddenschappen buiten kansspelinrichtingen klasse IV
type
koninklijk besluit
prom.
22/12/2010
pub.
29/12/2010
numac
2010009984
bron
federale overheidsdienst justitie
Koninklijk besluit betreffende de regels van toezicht op en de controle van de kansspelen in de kansspelinrichtingen klasse IV en de plaatsen waar weddenschappen worden aangenomen bedoeld in artikel 43/4, § 5, van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, inzonderheid door middel van een passend informaticasysteem
type
koninklijk besluit
prom.
22/12/2010
pub.
25/01/2011
numac
2011011015
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 maart 1995 betreffende het opzetten en exploiteren van GSM-mobilofoonnetten, van het koninklijk besluit van 24 oktober 1997 betreffende het opzetten en de exploitatie van DCS1800-mobilofonienetten en van het koninklijk besluit van 18 januari 2001 tot vaststelling van het bestek en van de procedure tot toekenning van vergunningen voor de mobiele telecommunicatiesystemen van de derde generatie
type
koninklijk besluit
prom.
22/12/2010
pub.
25/01/2011
numac
2011011016
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Koninklijk besluit betreffende radiotoegang in de frequentieband 2500-2690 MHz
type
koninklijk besluit
prom.
22/12/2010
pub.
29/12/2010
numac
2010009985
bron
federale overheidsdienst justitie
Koninklijk besluit betreffende het maximum aantal inrichters van weddenschappen en de procedure voor het behandelen van vergunningsaanvragen ingeval een vergunning vrijkomt wegens intrekking of stopzetting
sluiten, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 17 februari 2022, geen specifieke regels bevat, de bepalingen van dit besluit van toepassing.
Voor zover dit besluit van toepassing is op de vergunninghouders van de klassen A, A+, B, B+, F1, F1+, F1P, F2, en E. Alleen deze vergunninghouders mogen reclame maken onder de in dit besluit vastgestelde voorwaarden.
Overeenkomstige het advies 72.190/4 van de Raad van State wordt verduidelijkt dat de vermelding van de houders van een vergunning klasse E in artikel 1, lid 1, wordt gerechtvaardigd door het feit dat het ontwerpbesluit op exhaustieve wijze beoogt te bepalen welke vergunninghouders reclame mogen maken voor kansspelen wat het inderdaad noodzakelijk maakt de houders van een vergunning klasse E te vermelden als vergunninghouders die reclame mogen maken.
Bijgevolg worden deze vergunninghouders opgenomen in het toepassingsgebied van dit besluit waardoor zij overeenkomstig artikel 4 toestemming hebben om reclame te maken en dit, in die specifieke context, zonder enige beperking. Art. 2.Artikel 2 bevat het beginsel dat alleen de reclame die valt onder dit besluit is toegestaan. Dit betekent dat alle andere vormen van reclame voor kansspelen die niet onder dit besluit vallen, verboden zijn. Art. 3.In dit artikel wordt een reeks begrippen gedefinieerd die in het besluit worden gebruikt.
Artikel 3, 1°, definieert de kansspelwet. Het gaat hier uiteraard om de
wet van 7 mei 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
07/05/1999
pub.
30/12/1999
numac
1999010222
bron
ministerie van justitie
Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers
type
wet
prom.
07/05/1999
pub.
20/08/1999
numac
1999021323
bron
diensten van de eerste minister
Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten in de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad
type
wet
prom.
07/05/1999
pub.
15/05/1999
numac
1999000386
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van artikel 54 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en van artikel 57ter van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, van de artikelen 2, § 5, 5, § 2 en 11bis van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door openbare centra voor maatschappelijk welzijn
sluiten op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers.
In artikel 3, 2°, verwijst de term "kansspelen" naar de definitie in artikel 2, 1° van de kansspelwet, namelijk "elk spel, waarbij een ingebrachte inzet van om het even welke aard, hetzij het verlies van deze inzet door minstens één der spelers, hetzij een winst van om het even welke aard voor minstens één der spelers, of inrichters van het spel tot gevolg heeft en waarbij het toeval een zelfs bijkomstig element is in het spelverloop, de aanduiding van de winnaar of de bepaling van de winstgrootte". Er dient aan herinnerd te worden dat deze definitie eveneens de weddenschappen bedoeld in artikel 2, 5°, van de kansspelwet omvat. Inderdaad, een weddenschap wordt gedefinieerd als een "kansspel waarbij elke speler een inzet inbrengt en waarbij winst of verlies wordt opgeleverd die niet afhangt van een daad gesteld door de speler, maar van de verwezenlijking van een onzekere gebeurtenis die zich voordoet zonder tussenkomst van de spelers".
Artikel 3, 3° definieert de term "reclame". Op vraag van de Raad van State (advies 72.190/4) is deze definitie gebaseerd op artikel I.8., 13°, van het wetboek van economisch recht.
Er dient verduidelijkt te worden dat de definitie van reclame zich richt tot communicaties die kansspelproducten promoten, het imago van de vergunninghouder bevorderen, maar ook tot elke communicatie die erop gericht is om spelers aan te zetten tot spelen. Zo kan het bijvoorbeeld ook gaan om imagospots waarbij geen concrete producten worden aangeprezen en die louter tot doel hebben om het imago van de kansspeloperatoren en de kansspelen in het algemeen positief in beeld te brengen. Ook het aanbrengen van de merknaam en/of logo op sportkledij of op de plaatsen waar de sport wordt beoefend, wordt als imagoreclame beschouwd. Dergelijke imagoreclame zorgt voor het normaliseren van het gokken in de samenleving en is vooral voor de kwetsbare groepen, zoals minderjarigen, gevaarlijk. Het kan eveneens gaan om bijvoorbeeld communicaties die tot doel hebben om spelers aan te zetten om hun online speellimiet te verhogen, bijkomende stortingen te doen op de spelersaccount, de winsten opnieuw in te zetten, e.a.
Deze communicaties zetten immers aan tot gokken.
Naar aanleiding van het advies 72.190/4 van de Raad van State dient verduidelijkt te worden dat een interview met een vergunninghouder niet als reclame beschouwd wordt, tenzij de vergunninghouder in dit interview kansspelen promoot en/of de consument aanzet tot spelen.
Voor de toepassing van dit besluit worden sportsponsoring en het aanbrengen van de merknaam of het logo of de twee als reclame beschouwd.
Hierbij dient gewezen te worden dat het overeenkomstig artikel 60, lid 2 van de kansspelwet aan casino's (vergunninghouders A) is toegelaten om aan hun cliënteel verplaatsingen, maaltijden, dranken of geschenken kosteloos of onder marktprijs van vergelijkbare goederen en diensten aan te bieden, tot een maximumbedrag van 400 euro per twee maanden en per speler.
Volgens artikel 3, 4°, wordt in dit besluit onder sportsponsoring verstaan de ondersteuning van sportverenigingen en sportevenementen door het verstrekken van financiële middelen of andere vormen van steun om aan zichtbaarheid te winnen. Er dient op gewezen te worden dat de merknaam of logo van de vergunninghouder niet in de naam van de sportvereniging of het sportevenement (zoals een toernooi, een wedstrijd of ander evenement) gebruikt mag worden. Er wordt niet ingegaan op de vraag van de Raad van State om de definitie van sponsoring te herzien (advies 72.190/4). In dit besluit wordt met sponsoring enkel de sportsponsoring bedoeld. Gelet op artikel 2 van dit besluit betekent dit dat andere vormen van sponsoring van organisaties, evenementen, clubs, verenigingen of personen niet zijn toegestaan. De vergunninghouders zijn op vandaag vooral actief in de sportsponsoring. Door de term `sportsponsoring' in de definities op te nemen in plaats van `sponsoring', wordt verduidelijkt dat enkel de sportsponsoring toegestaan is. Dit besluit heeft als doel om de zichtbaarheid van gokken te verminderen om spelers beter te beschermen en bijgevolg kan het geenszins de bedoeling zijn om de toepassing van de sponsoring nog verder uit te bereiden. Er zij op gewezen dat het toestaan van de sportsponsoring geleidelijk aan wordt afgebouwd. De definitie heeft bijgevolg als doel om de bestaande situatie te regelen en niet om de toepassing van de sponsoring nog verder uit te breiden.
Volgens artikel 3, 5°, wordt onder "professionele sportvereniging" verstaan een sportvereniging waar op professionele wijze sport wordt beoefend en waarvan de sporters deelnemen aan de Olympische Spelen, Paralympische Spelen, Wereldspelen, Wereldkampioenschappen, Europese of Belgische Kampioenschappen of aan de hoogste divisies van de nationale competitie georganiseerd door of onder toezicht van een erkende sportfederaties. Concreet gaat het om de topklassen van de nationale competitie georganiseerd door of onder toezicht van de erkende sportfederaties. Bij de voetbalcompetitie voor mannen bijvoorbeeld gaat het om de profclubs in divisie 1A en 1B, waarvan de competitie georganiseerd wordt door de `Pro League', meer bepaald de `Jupiler Pro League' voor divisie 1A en `Challenger Pro League' voor divisie 1B. Bij andere sporten is dit eerste klasse. Bij het Belgisch mannenbasketbal bijvoorbeeld gaat het om de competitie georganiseerd door de `Pro Basketball League'. Bij herenvolleybal om de competitie georganiseerd door de `Liga Heren' en bij hockey bijvoorbeeld om de competitie georganiseerd door de `Hockey League'.
Volgens artikel 3, 6° zijn de "niet-professionele" sportverenigingen alle sportverenigingen die niet voldoen aan de definitie opgenomen in 5°.
Er zij op gewezen dat de Raad van State in zijn advies 72.838/4 heeft geoordeeld dat de uitbreiding van het toepassingsgebied van het ontwerp van koninklijk besluit tot niet-professionele sportverenigingen verenigbaar is met de verschillende fundamentele rechten en vrijheden en toelaatbaar is als belemmering van de vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten: "In advies 72.190/4 heeft de afdeling Wetgeving vastgesteld dat het ontwerp dat toen voorlag, onder voorbehoud van de daarin geformuleerde opmerkingen, verenigbaar was met verscheidene fundamentele rechten en vrijheden en aanvaardbaar was als belemmering van de vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten in de zin van het recht van de Europese Unie, aangezien "(...) de beperkingen van reclame voor kansspelen zoals het ontwerp die oplegt, in principe berusten op een objectieve en redelijke verantwoording en dus in principe evenredig lijken met het nagestreefde doel" en "in zoverre de steller van het ontwerp aantoont dat [de beoogde regeling], die de vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten inperkt, daadwerkelijk en op coherente en systematische wijze de doelen nastreeft inzake volksgezondheid, bescherming van minderjarigen en bestrijding van gokverslaving".
De verruiming van het toepassingsgebied van de ontworpen regeling tot de niet professionele sportverenigingen kan er niet toe leiden dat die vaststelling op de helling komt te staan, voor zover die regeling met aldus verruimd toepassingsgebied in overeenstemming blijft met de nagestreefde doelstellingen inzake volksgezondheid, inzake bescherming van minderjarigen en van spelers en inzake bestrijding van gokverslaving en niet onevenredig lijkt ten aanzien van de nagestreefde doelstellingen." Artikel 3, 7°, definieert wat onder "merknaam" moet worden verstaan.
Deze definitie is geïnspireerd op artikel 3, 8°, van het koninklijk besluit van 13 april 2019 betreffende de gestandaardiseerde verpakking van sigaretten, roltabak en waterpijptabak.
Artikel 3, 8° definieert de term "logo" als "een beeldelement of semi-figuratief element waarmee onderscheid kan worden gemaakt tussen de vergunninghouders bedoeld in artikel 1". Een beeldelement bestaat uit grafische elementen: er zijn geen verbale elementen in een beeldelement. Een semi-figuratief element bestaat uit twee soorten elementen: een verbaal element en een beeldelement.
HOODSTUK 2. - Toegestane vormen van reclame Dit hoofdstuk vermeldt de vormen van reclame die zijn toegestaan.
Zoals hierboven reeds is vermeld, zijn vormen van reclame die niet in dit besluit zijn opgenomen, verboden. Art. 4.Artikel 4 is in de eerste plaats gericht op de vergunninghouders E en heeft betrekking op reclame die algemeen bekend staat als "business to business". Het gaat hier om reclameboodschappen die bedoeld zijn om tussen bedrijven te communiceren. De reclame voor kansspelen is dus uitsluitend gericht op personen die in de kansspelsector werkzaam zijn. Er dient op gewezen te worden dat deze vorm van reclame, in tegenstelling tot de traditionele reclame, minder zichtbaar is voor het grote publiek.
Naar aanleiding van de opmerking van de Raad van State (advies 72.190/4) wordt verduidelijkt dat reclame, gemaakt door de in artikel 1 bedoelde vergunninghouders, die bedoeld is voor personen die werkzaam zijn in de kansspelsector, is toegestaan zonder dat toepassing dient te worden gemaakt van de regels vervat in de artikelen 5 tot 12 van het ontwerp. Art. 5.Dit artikel staat incidentele reclame toe voor kansspelen in het kader van verslaggeving van sportwedstrijden. Deze toestemming betreft verslaggeving van de georganiseerde sportwedstrijden, waarbij incidenteel reclame voor kansspelen wordt gemaakt. Incidentele reclame voor kansspelen is ook toegestaan in het kader van evenementen. Het kan bijvoorbeeld gaan over evenementen in het buitenland waar sponsoring is toegestaan.
Een soortgelijke toestemming bestaat voor tabaksreclame ( artikel 7, § 2bis, 2°, 2de streepje van de
wet van 24 januari 1977Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
24/01/1977
pub.
28/03/2023
numac
2023040887
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de bescherming van de gezondheid van de verbruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere produkten. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten betreffende de bescherming van de gezondheid van de gebruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere producten.) Het is duidelijk dat deze toestemming voor incidentele reclame geen systematische praktijk mag worden die door de vergunninghouders zou worden gebruikt om het verbod op reclame in andere vormen te omzeilen. Art. 6.De "sportsponsoring" door de in artikel 1 bedoelde vergunninghouders is toegestaan voor zowel professionele als niet-professionele sportverenigingen.
Betreffende de "sportsponsoring" mogen de in artikel 1 bedoelde vergunninghouders dit soort reclame uitsluitend maken voor zichzelf door middel van hun merknaam of hun logo of de twee aan te brengen.
Het is ook beperkt tot twee elementen: 1° de merknaam of logo of de twee mag worden aangebracht op de sportkleding van spelers of sportploegen op voorwaarde dat deze sportverenigingen niet gericht zijn op minderjarige spelers of andere kwetsbare groepen.Overeenkomstig het advies 72.190/4 van de Raad van State is 1° herzien om aan te geven dat reclame door middel van het merk of logo van de vergunninghouder op de sportkleding van minderjarige spelers verboden is. 2° De sportsponsoring is toegestaan ongeacht het gebruikte medium en voor alle betrokken vergunninghouders, op de plaats waar de sport wordt beoefend. De reclame voor alle betrokken vergunninghouders die aangebracht wordt op de sportkledij mag niet meer dan 50 cm2 van de totale oppervlakte van de sportkledij van de spelers in beslag nemen en mag niet op de voorzijde van de sportkledij worden aangebracht. Deze maatregel heeft als doel de zichtbaarheid van de gokreclame in de sportsector te beperken. Dit moet voorkomen dat kwetsbare groepen en minderjarigen massaal blootgesteld worden aan de gokreclame. Met deze beperking willen we de normalisering van gokken tegen gaan. Er zij op gewezen dat deze limiet van 50 cm2 krachtens de artikelen 21 en 26 pas vanaf 1 januari 2028 van toepassing zal zijn en vanaf diezelfde datum enkel op niet-professionele sportverenigingen van toepassing is. Vóór 1 januari 2028 mag reclame niet meer dan 75 cm2 van de totale oppervlakte van de sportkleding van de spelers beslaan en dit is van toepassing voor zowel professionele als niet-professionele sportverenigingen.
Ten slotte, is het uitzenden van boodschappen van sportsponsoring toegestaan bij internationale of Europese sportwedstrijden en bij sportwedstrijden voor de Belgische markt.
Een boodschap van sportsponsoring mag uitsluitend gebruik maken van de merknaam of het logo of de twee.
De uitzending van boodschappen van sportsponsoring moet echter aan verschillende voorwaarden voldoen: - De uitgezonden boodschappen van sportsponsoring duren maximaal 5 seconden, ongeacht het aantal vergunninghouders; - Per uur zijn maximaal 2 boodschappen van sportsponsoring toegestaan; - De uitzending van boodschappen van sportsponsoring is enkel toegestaan tijdens de periode van 15 minuten vóór het begin en de periode van 15 minuten na het einde van de rechtstreekse uitzending van een sportwedstrijd.
Met de rechtstreekse verslaggeving van sportwedstrijden wordt de periode bedoeld vanaf het effectieve begin van de desbetreffende live sportwedstrijd tot het effectieve einde van de desbetreffende sportwedstrijd. Het gaat bijvoorbeeld om de 90 minuten van een voetbalmatch of de volledige duur van een tennismatch.
Er zij op gewezen dat de omroepmedia waarop dit artikel betrekking heeft, radio, televisie of platforms voor het delen van video's zijn.
Boodschappen van sportsponsoring worden niet toegestaan in de geschreven pers. Een boodschap van sportsponsoring van 5 seconden is inderdaad heel vluchtig, terwijl een boodschap van sportsponsoring in de krant voor lange tijd zichtbaar blijft, en de spelers dus langer kan aanzetten tot spelen, en meer zichtbaarheid geeft aan gokken. Art. 7.Dit artikel is enkel van toepassing op de vergunninghouders die een fysieke kansspelinrichting hebben, meer bepaald de vergunninghouders A, B, F1, F1P en F2. Deze laatste mogen reclame maken door middel van het aanbrengen van hun merknaam of hun logo of de twee aan de voorgevels van hun kansspelinrichting. De aangebrachte reclame mag maximaal 30% van de totale oppervlakte van de voorgevels in beslag nemen en niet meer dan 20m2. Het advies 72.190/4 van de Raad van State over deze bepaling is gevolgd.
Overeenkomstig artikel 1 van dit besluit moet de dagbladhandelaar, die houder is van een vergunning F2, voldoen aan de verplichting vervat in artikel 4, tweede lid, 6°, van voormeld
koninklijk besluit van 22 december 2010Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
22/12/2010
pub.
29/12/2010
numac
2010009989
bron
federale overheidsdienst justitie
Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden tot aanneming van weddenschappen buiten kansspelinrichtingen klasse IV
type
koninklijk besluit
prom.
22/12/2010
pub.
29/12/2010
numac
2010009984
bron
federale overheidsdienst justitie
Koninklijk besluit betreffende de regels van toezicht op en de controle van de kansspelen in de kansspelinrichtingen klasse IV en de plaatsen waar weddenschappen worden aangenomen bedoeld in artikel 43/4, § 5, van de wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, inzonderheid door middel van een passend informaticasysteem
type
koninklijk besluit
prom.
22/12/2010
pub.
25/01/2011
numac
2011011015
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 maart 1995 betreffende het opzetten en exploiteren van GSM-mobilofoonnetten, van het koninklijk besluit van 24 oktober 1997 betreffende het opzetten en de exploitatie van DCS1800-mobilofonienetten en van het koninklijk besluit van 18 januari 2001 tot vaststelling van het bestek en van de procedure tot toekenning van vergunningen voor de mobiele telecommunicatiesystemen van de derde generatie
type
koninklijk besluit
prom.
22/12/2010
pub.
25/01/2011
numac
2011011016
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Koninklijk besluit betreffende radiotoegang in de frequentieband 2500-2690 MHz
type
koninklijk besluit
prom.
22/12/2010
pub.
29/12/2010
numac
2010009985
bron
federale overheidsdienst justitie
Koninklijk besluit betreffende het maximum aantal inrichters van weddenschappen en de procedure voor het behandelen van vergunningsaanvragen ingeval een vergunning vrijkomt wegens intrekking of stopzetting
sluiten, zoals gewijzigd bij het koninklijk besluit van 17 februari 2022, namelijk: "de aangebrachte reclame, zowel langs de straatzijde als in de winkelruimte zelf, voor maximaal 1/5e op de aanneming van weddenschappen is gericht en in totaal niet meer dan 3 m2 in beslag neemt;".
Er moet rekening gehouden worden met de gemeentelijke en gewestelijke verordeningen. De aangebrachte reclame mag niet in strijd zijn met deze verordeningen.
Overeenkomstig de opmerking van de Raad van State (advies 72.190/4) wordt verduidelijkt dat het niet is toegestaan dat, om de reclameregels te omzeilen, de merknaam of het logo, of de twee, van een vergunninghouder zoals bedoeld in artikel 1 wordt gebruikt voor een evenement of handelszaak dat de uitbating van kansspelen niet als hoofdactiviteit heeft. Naar aanleiding van bijvoorbeeld de recente aankoop van een keten van krantenwinkels door een gokoperator, is het niet ondenkbaar dat deze situatie zich zou kunnen voordoen. Art. 8.In de fysieke kansspelinrichting mogen de vergunninghouders A-, B-, F1- en F2- reclame maken voor de kansspelproducten die zij er aanbieden. Alle soorten media kunnen voor deze vorm van reclame worden gebruikt. Voor de bescherming van de spelers is het niet toegestaan om reclame te maken voor kansspelen van een andere aard en waaraan een ander risico verbonden is, dat wil zeggen, voor kansspelen die onder een andere vergunning vallen.
Deze toegestane reclame is beperkt tot de lokalen van de kansspelinrichting. Indien de kansspelinrichting zich bijvoorbeeld bevindt in een groter complex waarin andere evenementen plaatsvinden of waarin zich andere soorten inrichtingen of bedrijven bevinden, kan de reclame dus niet op deze andere plaatsen worden gemaakt.
Naar aanleiding van het advies 72.190/4 van de Raad van State wordt verduidelijkt dat dit koninklijk besluit, zoals de titel aangeeft, de reclame voor kansspelen door de in artikel 1, eerste lid, bedoelde vergunninghouders regelt. Het gaat dus niet om reclame voor andere sociaal-culturele evenementen die bijvoorbeeld in een casino kunnen worden georganiseerd en die geen verband houden met kansspelen.
Krachtens artikel 28 van de kansspelwet mogen casino's immers socio-culturele activiteiten zoals voorstellingen, tentoonstellingen, congressen en horeca-activiteiten organiseren. Reclame voor deze evenementen is natuurlijk nog steeds mogelijk. Art. 9.De uitzending van reclame door productplaatsing voor in het buitenland opgenomen televisie-, radioprogramma's en andere audiovisuele media is eveneens toegestaan, tenzij deze specifiek voor de Belgische markt bestemd zijn. De definitie van "productplaatsing" vloeit voort uit de Europese richtlijn 2018/1808 inzake audiovisuele mediadiensten.
Overeenkomstig het advies 72.190/4 van de Raad van State valt ook het uitzenden van reclame door productplaatsing in radioprogramma's die in het buitenland zijn opgenomen, indien dit programma niet specifiek voor de Belgische markt bestemd is, onder de richtlijn. Dit werd bovendien verruimd met andere audiovisuele media, want er kan ook gedacht worden aan podcast, digitale TV, e.a.
De plaats waar de vergunninghouder of de mediadienstverlener is gevestigd, is niet relevant. Het aanknopingspunt is de markt waartoe het programma is gericht, en dan met name de Belgische markt. Merk wel op dat een kansspeloperator zonder Belgische vergunning op geen enkele wijze reclame mag maken gericht op de Belgische markt, ingevolge artikel 4, § 2, van de Kansspelwet.
Dit artikel is in overeenstemming met de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese unie (arrest van 5 oktober 1994 in zaak C-23/93, TV10). Het uitvoeren van productplaatsing in het buitenland, louter om zich te onttrekken aan de uit de nationale wetgeving voortvloeiende verplichtingen en beperkingen ter bescherming van de speler, moet onder de Belgische regels sanctioneerbaar zijn.
Net als bij incidentele reclame kan reclame door productplaatsing niet systematisch worden gebruikt om het verbod op reclame in andere vormen te omzeilen. Art. 10.Om naambekendheid te verwerven en om de legale vergunninghouders te kunnen onderscheiden van de illegale vergunninghouders, is het de in artikel 1 bedoelde vergunninghouders toegestaan om online door middel van een advertentieprogramma reclame te maken. Dit betekent dat de vergunninghouder reclame kan maken op een pagina met zoekresultaten, waarbij de advertentie als zoekresultaat kan worden beschouwd omdat de advertentie tegen betaling bovenaan de pagina wordt geplaatst.
Behoudens de toegestane reclame in artikel 11 en 12, is elke andere vorm van online reclame voor kansspelen verboden.
Dit artikel beoogt een einde te maken aan de alomtegenwoordigheid van de online reclame voor kansspelen. Deze maatregel zorgt ervoor dat enkel de personen die actief op zoek gaan naar informatie over kansspelen, geconfronteerd worden met reclame voor die kansspelen.
Deze vorm van adverteren is dus alleen mogelijk wanneer kansspel gerelateerde zoektermen worden gebruikt. Dit moet ook een betere bescherming van de minderjarigen en kwetsbare groepen garanderen. Art. 11.Het is de vergunninghouder toegestaan om op de eigen website reclame te maken. Het doel van dergelijke reclame is naambekendheid te geven aan de gokactiviteiten van de vergunninghouder en om spelers te informeren over de kansspelproducten die zij aanbieden. Ook hier is het niet toegestaan om reclame te maken voor kansspelen van een andere aard en waaraan een ander risico verbonden is, dat wil zeggen, voor kansspelen die onder een andere vergunning vallen.
Er moet echter aan drie voorwaarden worden voldaan: - Geen enkele interactie op de website mag worden toegestaan in het kader van deze reclame: de pagina delen, reageren, enz. Het advies 72.190/4 van de Raad van State werd op dit punt gevolgd. - De vergunninghouder mag aan een derde geen tegenprestatie aanbieden om voor hem reclame te maken. Hiermee wordt elke vorm van tegenprestatie bedoeld: geld, geschenken, voordelen van welke aard ook, enz. - De duur van de reclame met bewegende beelden niet meer dan 5 seconden bedraagt. Dit naar analogie met de duur van de boodschappen van sportsponsoring. Deze maatregel werd vooral genomen om een einde te stellen aan reclamespots en video's waarin een sfeer wordt gecreëerd die bijdraagt tot de normalisering van gokken. In dergelijke reclamespots wordt gokken dan ook meestal vergeleken met succes, vriendschap, plezier en winnen in de sport. Dit terwijl gokken toch een risicovolle bezigheid is. Vooral jongeren en kwetsbare personen zijn vatbaar voor dit soort van imagoreclame.
Wanneer de bewegende beelden beperkt worden tot slechts 5 seconden, zullen de reclamespots zich beperken tot het in beeld brengen van de merknaam en het logo. Dit moet volstaan om spelers te kanaliseren naar het legale aanbod. Deze maatregel draagt bij tot het doel van dit besluit.
Bovendien is het niet toegestaan reacties op reclameboodschappen op het internet uit te lokken door geschenken of andere voordelen aan te bieden.
Dit artikel beoogt eveneens een einde te maken aan de alomtegenwoordigheid van de online reclame voor kansspelen, ten einde de spelers en minderjarigen beter te beschermen. Art. 12.De vergunninghouders mogen reclame maken op het internet via hun eigen accounts op platforms voor het online delen van inhoud (sociale media). Dergelijke reclame mag alleen betrekking hebben op de kansspelproducten die door de vergunninghouder worden aangeboden.
Ook hier zijn er drie voorwaarden te respecteren: - Geen enkele interactie op het platform (sociale media) mag worden toegestaan in het kader van deze reclame: de pagina delen, reageren, enz. Het advies 72.190/4 van de Raad van State werd op dit punt gevolgd. - De vergunninghouder mag aan een derde geen tegenprestatie aanbieden om voor hem reclame te maken. Hiermee wordt elke vorm van tegenprestatie bedoeld: geld, geschenken, voordelen van welke aard ook, enz. - De duur van de reclame met bewegende beelden niet meer dan 5 seconden bedraagt. Dit naar analogie met de duur van de boodschappen van sportsponsoring.
Het is niet toegestaan om reacties op reclameboodschappen op sociale media aan te moedigen door cadeaus of andere voordelen aan te bieden. HOOFDSTUK 3. - Algemene beperkingen op de toegestane reclame Dit hoofdstuk bevat een reeks principes die van toepassing zijn op alle vormen van reclame die krachtens dit besluit zijn toegestaan. Art. 13.Dit artikel bevat een fundamenteel principe: reclame mag alleen betrekking hebben op kansspelen die wettelijk zijn toegestaan.
Reclame voor illegale kansspelen is dus niet toegestaan. Art. 14.Een vergunninghouder die reclame mag maken, mag dat alleen voor zichzelf doen. Hij mag dus geen reclame maken voor een andere vergunninghouder of voor kansspelen die onder een andere vergunning vallen. Art. 15.Reclame mag niet specifiek gericht zijn op sociaal kwetsbare groepen. In de context van dit besluit betekent dit : - personen die niet voldoen aan de minimumleeftijdsvereisten voor deelname aan kansspelen krachtens artikel 54 van de kansspelwet; - alle andere personen bedoeld in artikel 54 van de kansspelwet; - personen die de kenmerken vertonen van risicovol gokgedrag. Om dit te beoordelen, moet rekening worden gehouden met de inhoud, het medium, de plaats, het tijdstip van de dag, het aantal gespeelde uren, de bedragen, de frequentie van spelen, de doelgroep van de reclame, enz. Art. 16.Reclame mag niet worden gepersonaliseerd.
Dit betekent dat elke vorm van persoonlijke communicatie met als doel reclame te maken en spelers aan te zetten tot spelen, zoals mailing, briefwisseling, enz. niet zijn toegestaan.
Andere vormen van communicatie, zoals communicatie in het kader van een administratieve procedure of een klachtenregeling, zijn wel toegestaan.
Dit betekent eveneens dat reclame niet gericht mag zijn op een specifieke doelgroep. Art. 17.Reclame mag geen natuurlijke personen of fictieve personages afbeelden. Het gebruik van bekende persoonlijkheden, zoals sporters, acteurs of influencers, brengt immers een zeker positief beeld van gokken naar voren, terwijl het een sector is die niet zonder gevaar is voor de volksgezondheid en voor mensen met een gokverslaving en minderjarigen in het bijzonder. Zoals reeds vermeld, beïnvloedt reclame het gokgedrag en zet het spelers ertoe aan intensiever te gokken, en het gebruik van beroemdheden versterkt deze invloed.
Bovendien versterkt het gebruik van bekende personen de normalisering van het gokken.
Voor de bescherming van het algemeen belang, de consument en de spelers is het verantwoord om hier een extra beperking op te leggen, namelijk om het gebruik van personages te verbieden. Deze maatregel moet een einde stellen de imagoreclame, waarvan de vergunninghouders vaak gebruik maken en waarvoor vooral jongeren vatbaar zijn. Bij imagoreclame wordt rond gokken vaak een beeld opgehangen van plezier, succes, vriendschap en winnen. Dergelijke reclame is misleidend en zet vooral de meest kwetsbare personen aan tot gokken.
Om dezelfde redenen als hierboven, mogen geen stemmen worden gebruikt van bekende natuurlijke personen of bekende fictieve personages, zoals sportmannen of -vrouwen, beroemde persoonlijkheden, stripfiguren, enz.
Er zij op gewezen dat het imiteren van een beroemde stem eveneens verboden is.
Er wordt, overeenkomstig het advies 72.190/4 van de Raad van State, echter in een overgangsperiode voorzien voor logo's die reeds bestaan op het ogenblik van de bekendmaking van dit besluit.
Kansspeloperatoren hoeven bijgevolg hun logo niet onmiddellijk te wijzigen als het een natuurlijke persoon of een fictief personage voorstelt. Art. 18.Voor zover reclame voor kansspelen toegestaan is, moeten de vergunninghouders zich houden aan een aantal ethische regels betreffende de inhoud van deze reclame. Dit artikel is voornamelijk geïnspireerd op de inhoud van artikel 2 van het
koninklijk besluit van 25 oktober 2018Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
25/10/2018
pub.
31/10/2018
numac
2018014587
bron
federale overheidsdienst justitie
Koninklijk besluit betreffende de voorwaarden voor het uitbaten van kansspelen en weddenschappen via informatiemaatschappij-instrumenten
type
koninklijk besluit
prom.
25/10/2018
pub.
07/12/2018
numac
2018015153
bron
federale overheidsdienst justitie
Koninklijk besluit betreffende de voorwaarden voor het uitbaten van kansspelen en …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.