Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Wet houdende instemming met de Euro-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun

Kort samengevat

Deze wet bekrachtigt een Euro-mediterrane Overeenkomst die een associatie tot stand brengt tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, en het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië. Het doel is om de betrekkingen te versterken en een vrijhandelszone te creëren.

Wat het regelt

  • De instemming met de Euro-mediterrane Overeenkomst, inclusief Bijlagen I t/m VII, Protocollen 1 t/m 4, en de Slotakte.
  • De totstandbrenging van een associatie tussen de Europese Gemeenschappen en Jordanië.
  • De geleidelijke liberalisering van het goederen-, diensten- en kapitaalverkeer.
  • De afschaffing van invoerrechten en heffingen van gelijke werking voor industrieproducten.

Wie het aangaat

  • De Europese Gemeenschappen en hun lidstaten (waaronder België, Denemarken, Duitsland, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Finland, Zweden, en het Verenigd Koninkrijk).
  • Het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië.

Kernpunten

  • Er wordt een associatie tot stand gebracht die gericht is op politieke dialoog, liberalisering van verkeer, economische en sociale betrekkingen, en regionale samenwerking.
  • De betrekkingen zijn gebaseerd op eerbiediging van democratische beginselen en fundamentele mensenrechten, zoals vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.
  • Er wordt een vrijhandelszone tot stand gebracht over een overgangsperiode van ten hoogste 12 jaar, beginnend bij de inwerkingtreding van de Overeenkomst (1 mei 2002).
  • Producten van oorsprong uit Jordanië worden bij invoer in de Gemeenschap toegelaten met vrijstelling van douanerechten of heffingen van gelijke werking en zonder kwantitatieve beperkingen.
Wettekst
Wettekst

Wet houdende instemming met de Euro-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lid-Staten, enerzijds, en het Hasjemitisch Koninkr

Artikel 23

Overlegging

Artikel 24

invoer in deelzendingen - Artikel 25 Vrijstelling

Artikel 26

Bijbehorende documenten - Artikel 27 Bewaring van het bewijs van de oorsprong en bijbehorende documenten - Artikel 28 Verschillen en vormfouten - Artikel 29 In ecu uitgedrukte bedragen TITEL Vl. - REGELINGEN VOOR ADMINISTRATIEVE SAMENWERKING - Artikel 30 Wederzijdse bijstand - Artikel 31 Controle van de oorsprongsbewijzen - Artikel 32 Regeling van geschillen - Artikel 33 Sancties - Artikel 34 Vrije zones TITEL VII. - CEUTA EN MELILLA - Artikel 35 Toepassing van het Protocol - Artikel 36 Bijzondere voorwaarden TITEL VIII. - SLOTBEPALINGEN - Artikel 37 Wijzigingen op het Protocol - Artikel 38 Tenuitvoerlegging van het Protocol - Artikel 39 Goederen in doorvoer of in opslag BIJLAGEN - Bijlage I Aantekeningen - Bijlage II Lijst van oorsprongverlenende be- of verwerkingen - Bijlage lll Certificaat inzake goederenverkeer EUR. 1 - Bijlage IV Verklaring van de exporteur TITEL I. - Algemene bepalingen ARTIKEL 1 Definities Voor de toepassing van dit Protocol wordt verstaan onder :

  1. a)"vervaardiging" : elke soort be- of verwerking, met inbegrip van assemblage of speciale behandelingen;
  2. b)"materiaal alle ingrediënten, grondstoffen, componenten, delen enz., die bij de vervaardiging van het product worden gebruikt;
  3. c)"product" : het verkregen product, ook indien dit bestemd is om later bij de vervaardiging van een ander product te worden gebruikt;
  4. d)"goederen » : zowel materialen als producten;
  5. e)"douanewaarde" : de waarde zoals bepaald bij de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel van 1994 (Overeenkomst inzake de douanewaarde van de WTO);
  6. f)oprijs af fabriek" : de prijs die voor het product af fabriek is betaald aan de fabrikant in de Gemeenschap of in Jordanië in wiens bedrijf de laatste be- of verwerking is verricht, voor zover in die prijs de waarde is begrepen van alle gebruikte materialen, verminderd met alle binnenlandse belastingen die worden of kunnen worden terugbetaald wanneer het verkregen product wordt uitgevoerd;
  7. g)"waarde van de materialen" : de douanewaarde ten tijde van de invoer van de gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn, of, indien deze niet bekend is en niet kan worden vastgesteld, de eerste controleerbare prijs die voor de materialen in de Gemeenschap of Jordanië is betaald;
  8. h)"waarde van de materialen van oorsprong" : de waarde van deze materialen ais omschreven onder 9), welke omschrijving van dienovereenkomstige toepassing is;
  9. i)"toegevoegde waarde" : de prijs af fabriek minus de douanewaarde van de in het product opgenomen goederen die niet van oorsprong zijn uit het land waarin het product werd verkregen;
  10. j)"hoofdstukken" en "posten" : de hoofdstukken en posten (viercijfercodes) van de nomenclatuur die het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en codering van goederen vormt, in dit Protocol "het geharmoniseerd systeem" of "GS" genoemd;
  11. k)"ingedeelde" : de indeling van een product of materiaal onder een bepaalde post;
  12. l)"zending" : producten die gelijktijdig van een exporteur naar een geadresseerde worden verzonden of vergezeld gaan van een enkel vervoersdocument dat de verzending van de exporteur naar de geadresseerde dekt, of bij gebreke daarvan, een enkele factuur.
  13. m)"gebieden" : omvat ook de territoriale wateren. TITEL II. - Definitie van het begrip « Producten van oorsprong » ARTIKEL 2 Algemene voorwaarden 1. Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden de volgende producten beschouwd van oorsprong te zijn uit de Gemeenschap :
  14. a)geheel en al in de Gemeenschap verkregen producten in de zin van artikel 4 van dit Protocol;
  15. b)in de Gemeenschap verkregen producten, waarin materialen zijn verwerkt die daar niet geheel en al zijn verkregen, mits deze materialen in de Gemeenschap een be- of verwerking hebben ondergaan die toereikend is in de zin van artikel 5 van dit Protocol.2. Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden de volgende producten beschouwd van oorsprong te zijn uit Jordanië :
  16. a)geheel en al in Jordanië verkregen producten, in de zin van artikel 4 van dit Protocol;
  17. b)in Jordanië verkregen producten, waarin materialen zijn verwerkt die daar niet geheel en al zijn verkregen, mits deze materialen in Jordanië een be- of verwerking hebben ondergaan die toereikend is in de zin van artikel 5 van dit Protocol. ARTIKEL 3 Bilaterale cumulatie van de oorsprong 1. Materialen van oorsprong uit de Gemeenschap worden beschouwd materialen van oorsprong uit Jordanië te zijn indien ze in een aldaar verkregen product zijn opgenomen.Het is niet noodzakelijk dat deze materialen een toereikende be- of verwerking hebben ondergaan, mits ze evenwel een be- of verwerking hebben ondergaan die meer omvat dan de in artikel 6, lid 1, van dit Protocol genoemde be- of verwerkingen. 2. Materialen van oorsprong urt Jordanië worden beschouwd materialen van oorsprong uit de Gemeenschap te zijn wanneer ze in een aldaar verkregen product zijn opgenomen.Het is niet noodzakelijk dat deze materialen een toereikende be- of verwerking hebben ondergaan, mits ze evenwel een be- of verwerking hebben ondergaan die meer omvat dan de in artikel 6, lid 1, van dit Protocol genoemde be- of verwerkingen. ARTIKEL 4 Geheel en al verkregen producten 1. Als geheel en al in de Gemeenschap of in Jordanië verkregen worden beschouwd :
  18. a)aldaar uit de bodem of zeebodem gewonnen producten;
  19. b)aldaar geoogste producten van het plantenrijk;
  20. c)aldaar geboren en opgefokte levende dieren;
  21. d)producten afkomstig van aldaar opgefokte levende dieren;
  22. e)voortbrengselen van de aldaar bedreven jacht en visserij;
  23. f)producten van de zeevisserij en andere buiten de territoriale wateren van de Gemeenschap of van Jordanië door hun schepen uit de zee gewonnen producten;
  24. g)producten uitsluitend uit de onder
  25. f)bedoelde producten aan boord van hun fabrieksschepen vervaardigd;
  26. h)aldaar verzamelde gebruikte artikelen die slechts voor de terugwinning van grondstoffen kunnen dienen;met inbegrip van gebruikte banden die uitsluitend geschikt zijn om van een nieuw loopvlak te worden voorzien of slechts als afval kunnen worden gebruikt;
  27. i)afval afkomstig van aldaar verrichte fabrieksbewerkingen;
  28. j)producten, gewonnen van of vanonder de zeebodem buiten de territoriale wateren, mits zij alleen het recht hebben op ontginning van deze bodem of ondergrond :
  29. k)goederen die aldaar uitsluitend uit de onder
  30. a)tot en met
  31. j)bedoelde producten zijn vervaardigd.2. De termen Hun schepen" en "hun fabrieksschepen" in lid 1, onder
  32. f)en 9), zijn slechts van toepassing op schepen en fabrieksschepen
  33. a)die in een lid-Staat van de Gemeenschap of Jordanië zijn ingeschreven of geregistreerd;
  34. b)die de vlag van een lid-Staat van de Gemeenschap of van Jordanië voeren;
  35. c)die voor ten minste 50 procent toebehoren aan onderdanen van lid-Staten van de Gemeenschap of van Jordanië of aan een vennootschap die haar hoofdkantoor in een van deze staten heeft en waarvan de bedrijfsvoerder(s), de voorzitter van de raad van bestuur of van toezicht en de meerderheid van de leden van deze raden onderdanen zijn een lid-Staat van de Gemeenschap of van Jordanië, en waarvan bovendien, in het geval van personenvennootschappen of vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid, ten minste de helft van het kapitaal toebehoort aan deze staten of aan openbare lichamen of onderdanen daarvan;
  36. d)waarvan de kapitein en de officieren onderdanen zijn van lid-Staten van de Gemeenschap of van Jordanië;en
  37. e)waarvan de bemanning voor ten minste 75 procent uit onderdanen van lid-Staten van de Gemeenschap of van Jordanië bestaat. ARTIKEL 5 Toereikende bewerking of verwerking 1. Niet geheel en al verkregen producten worden geacht een toereikende bewerking of verwerking te hebben ondergaan in de zin van artikel 2, indien aan de voorwaarden van de lijst in bijlage II is voldaan. In deze lijst is voor alle onder deze Overeenkomst vallende producten aangegeven welke be- of verwerkingen niet van oorsprong zijnde materialen moeten ondergaan om het karakter van product van oorsprong te verkrijgen en zijn slechts op deze materialen van toepassing. Dit betekent dat indien een product dat de oorsprong heeft verkregen doordat het aan de voorwaarden in die lijst voor dat product heeft voldaan, als materiaal gebruikt wordt bij de vervaardiging van een ander product, de voorwaarden die van toepassing zijn op het product waarin het wordt verwerkt daarvoor niet gelden. Er wordt dan geen rekening gehouden met de niet van oorsprong zijnde materialen die bij de vervaardiging ervan zijn gebruikt. 2. In afwijking van lid 1 kunnen niet van oorsprong zijnde materialen die volgens de voorwaarden in de lijst bij de vervaardiging van een bepaald product niet mogen worden gebruikt, in de volgende gevallen toch worden gebruikt :
  38. a)wanneer de totale waarde ervan niet hoger is dan 10 procent van de prijs af fabriek van het product;
  39. b)wanneer in de lijst een of meer percentages zijn gegeven voor de maximumwaarde van de materialen die niet van oorsprong zijn, en deze percentages door de toepassing van dit lid niet worden overschreden. Dit lid is niet van toepassing op de producten die onder de hoofdstukken 50 tot en met 63 van het geharmoniseerd systeem zijn ingedeeld. 3. De leden 1 en 2 zijn van toepassing onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 6. ARTIKEL 6 Ontoereikende bewerking of verwerking 1. Behoudens het bepaalde in lid 2 worden de volgende be- of verwerkingen als ontoereikend beschouwd om de oorsprong te verlenen, ongeacht of aan de voorwaarden van artikel 5 is voldaan :
  40. a)behandelingen om de producten tijdens vervoer en opslag in goede staat te bewaren (luchten, uitspreiden, drogen, koelen, in water zetten waaraan zout, zwaveldioxide of andere producten zijn toegevoegd, verwijderen van beschadigde gedeelten en soortgelijke behandelingen);
  41. b)eenvoudige behandelingen zoals stofvrij maken, zeven, sorteren, classificeren, assorteren (daaronder begrepen het samenstellen van sets van artikelen), wassen, verven en snijden;
  42. c)
  43. i)veranderen van verpakkingen, splitsen en samenvoegen van colli;
  44. ii)eenvoudig verpakken in flessen, zakken, etuis, dozen of blikken, bevestigen op kaartjes of plankjes, enz., en alle andere handelingen in verband met de opmaak;
  45. d)het aanbrengen van merken, etiketten of soortgelijke onderscheidingstekens op de producten zelf of op hun verpakkingen;
  46. e)eenvoudig mengen van producten, ook van verschillende soorten, indien een of meer bestanddelen van het mengsel niet voldoen aan de voorwaarden van dit Protocol om als producten van oorsprong uit de Gemeenschap of Jordanië te worden beschouwd;
  47. f)eenvoudig samenvoegen van delen tot een volledig product;
  48. g)twee of meer van de onder
  49. a)tot en met
  50. f)vermelde behandelingen tezamen;
  51. h)het slachten van dieren.2. Om te bepalen of de be- of verwerkingen die een bepaald product heeft ondergaan ontoereikend zijn in de zin van lid 1, worden alle be- of verwerkingen die dit product in de Gemeenschap of in Jordanië heeft ondergaan tezamen genomen. ARTIKEL 7 Determinerende eenheid 1. De determinerende eenheid voor de toepassing van de bepalingen van dit Protocol is het product dat volgens de nomenclatuur van het geharmoniseerde systeem als de basiseenheid wordt beschouwd. Hieruit volgt dat :
  52. a)wanneer een product, bestaande uit een groep of verzameling van artikelen, onder één enkele post van het geharmoniseerde systeem wordt ingedeeld, het geheel de in aanmerking te nemen eenheid vormt;
  53. b)wanneer een zending uit een aantal eendere producten bestaat die onder dezelfde post van het geharmoniseerde systeem worden ingedeeld, elk product voor de toepassing van de bepalingen van dit Protocol afzonderlijk moet worden genomen.2. Wanneer volgens algemene regel 5 voor de interpretatie van het geharmoniseerde systeem de verpakking meetelt voor het vaststellen van de indeling, telt deze ook mee voor het vaststellen van de oorsprong. ARTIKEL 8 Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen Accessoires, vervangingsonderdelen en gereedschappen die samen met materieel, machines, apparaten of voertuigen worden geleverd en deel uitmaken van de normale uitrusting daarvan en in de prijs daarvan zijn begrepen of niet afzonderlijk in rekening worden gebracht, worden geacht een geheel te vormen met het materieel en de machines, apparaten of voertuigen in kwestie. ARTIKEL 9 Stellen of assortimenten Stellen of assortimenten in de zin van algemene regel 3 voor de interpretatie van het geharmoniseerde systeem, worden als van oorsprong beschouwd indien alle samenstellende delen van oorsprong zijn. Een stel of assortiment bestaande uit producten van oorsprong en producten die niet van oorsprong zijn, wordt evenwel als van oorsprong beschouwd indien de waarde van de producten die niet van oorsprong zijn niet meer dan 15 procent van de prijs af fabriek van het stel of assortiment bedraagt. ARTIKEL 10 Neutrale elementen Om te bepalen of een product van oorsprong is, is het niet noodzakelijk de oorsprong na te gaan van de volgende zaken die bij de vervaardiging gebruikt kunnen zijn :
  54. a)energie en brandstof;
  55. b)fabrieksuitrusting;
  56. c)machines en werktuigen;
  57. d)goederen die in de uiteindelijke samenstelling van het product niet voorkomen en ook niet bedoeld waren daarin voor te komen. TITEL III. - Territoriale voorwaarden ARTIKEL 11 Territorialiteitsbeginsel 1. Aan de in titel II genoemde voorwaarden met betrekking tot het verkrijgen van de oorsprong moet zonder onderbreking in de Gemeenschap of in Jordanië zijn voldaan.2. Producten van oorsprong die uit de Gemeenschap of Jordanië naar een ander land worden uitgevoerd en daarna weer worden ingevoerd, worden niet langer als producten van oorsprong beschouwd, tenzij ten genoegen van de douaneautoriteiten kan worden aangetoond dat :
  58. a)de wederingevoerde goederen dezelfde goederen zijn als de eerder uitgevoerde goederen;en
  59. b)dat zij tijdens de periode dat ze waren uitgevoerd geen andere be- of verwerkingen hebben ondergaan dan die welke noodzakelijk waren om ze in goede staat te bewaren. ARTIKEL 12 Rechtstreeks vervoer 1. De bij deze Overeenkomst vastgestelde preferentiële regeling is uitsluitend van toepassing op producten die aan de voorwaarden van dit Protocol voldoen en die rechtstreeks tussen de Gemeenschap en Jordanië zijn vervoerd.Producten die een enkele zending vormen, kunnen via een ander grondgebied worden vervoerd, eventueel met overslag of tijdelijke opslag op dit grondgebied, voor zover ze in het land van doorvoer of opslag onder toezicht van de douane blijven en aldaar geen andere behandelingen ondergaan dan lossen en opnieuw laden of behandelingen om ze in goede staat te bewaren. Producten van oorsprong mogen per pijpleiding via een ander grondgebied dan dat van de Gemeenschap of van Jordanië worden vervoerd. 2. Het bewijs dat aan de in lid 1 bedoelde voorwaarden is voldaan, wordt geleverd door overlegging van de volgende stukken aan de douaneautoriteiten van het land van invoer :
  60. a)een enkel vervoersdocument dat in het land van uitvoer is opgesteld ter dekking van het vervoer door het land van doorvoer, of
  61. b)een door de douaneautoriteiten van het land van doorvoer afgegeven certificaat, waarin :
  62. i)de producten nauwkeurig zijn omschreven,
  63. ii)de data zijn vermeld waarop de producten gelost en opnieuw geladen zqn, in voorkomend geval onder opgave van de naam van de gebruikte schepen, of van de andere gebruikte vervoermiddelen;en iii) een verklaring betreffende de voorwaarden waarop de producten in het land van doorvoer verbleven :
  64. c)hetzij bij gebreke van bovengenoemde stukken, enig ander bewijsstuk. ARTIKEL 13 Tentoonstellingen 1. De Overeenkomst is van toepassing op producten van oorsprong die naar een tentoonstelling in een ander land zijn verzonden en die na de tentoonstelling in de Gemeenschap of in Jordanië worden ingevoerd, mits ten genoegen van de douaneautoriteiten wordt aangetoond dat :
  65. a)een exporteur deze producten vanuit de Gemeenschap of Jordanië naar het land van de tentoonstelling heeft verzonden en ze daar heeft tentoongesteld;
  66. b)deze exporteur de producten heeft verkocht of op andere wijze afgestaan aan een geadresseerde in de Gemeenschap of Jordanië;
  67. c)de producten tijdens of onmiddellijk na de tentoonstelling in dezelfde staat als waarin zij naar de tentoonstelling zijn gegaan zijn verzonden;en
  68. d)de producten, vanaf het moment dat zij naar de tentoonstelling werden verzonden, niet voor andere doeleinden zijn gebruikt dan om op die tentoonstelling te worden vertoond.2. Een bewijs van de oorsprong wordt overeenkomstig de bepalingen van titel V afgegeven of opgesteld en op de normale wijze bij de douaneautoriteiten van het land van invoer ingediend.Op dit bewijs zijn de naam en het adres van de tentoonstelling vermeld. Zo nodig kunnen aanvullende bewijsstukken worden gevraagd ten aanzien van de aard van de producten en de voorwaarden waarop zij werden tentoongesteld. 3. Lid 1 is van toepassing op alle tentoonstellingen, beurzen of soortgelijke openbare evenementen met een commercieel, industrieel, agrarisch of ambachtelijk karakter die niet voor particuliere doeleinden in winkels of bedrijfsruimten met het oog op de verkoop van buitenlandse producten worden gehouden, en gedurende welke de producten onder douanetoezicht zijn gebleven. TITEL IV. - Teruggave of vrijstelling van rechten ARTIKEL 14 Verbod op teruggave of vrijstelling van rechten 1. Niet van oorsprong zijnde materialen die gebruikt zijn bij de vervaardiging van producten van oorsprong uit de Gemeenschap of Jordanië waarvoor overeenkomstig de bepalingen van titel V een bewijs van oorsprong is afgegeven of opgesteld, k

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.