Wet tot omzetting van de richtlijn 2016/2341 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 betreffende de werkzaamheden van en het het to
Kort samengevat
Deze wet zet een Europese richtlijn om en wijzigt de bestaande wetgeving over het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (IBPV's). Het doel is om de werking en het toezicht op deze instellingen te reguleren en de rechten van pensioengerechtigden te beschermen.
Wat het reguleert
- Het statuut van IBPV's naar Belgisch recht.
- De voorwaarden waaronder IBPV's mogen werken.
- Het prudentieel toezicht op IBPV's.
- De bescherming van de rechten van aangeslotenen en pensioengerechtigden.
Wie het aanbelangt
- Instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (IBPV's).
- Aangeslotenen en pensioengerechtigden van pensioenregelingen.
Kernpunten
- De term "toelating" wordt vervangen door "vergunning" en "toegelaten" door "vergunde" of "vergund".
- De wet regelt het beheer van bedrijfspensioenregelingen, inclusief grensoverschrijdende activiteiten en activiteiten in niet-EER landen.
- Er worden nieuwe definities geïntroduceerd, zoals "toekomstige aangeslotene", "grensoverschrijdende overdracht", "dekkingswaarden", "duurzame drager", "sleutelfunctie", "hoofdbestuur" en "groep van ondernemingen".
- Pensioenuitkeringen kunnen de vorm aannemen van een lijfrente, een tijdelijke rente, een kapitaal of een combinatie hiervan.
Wettekst
Wet tot omzetting van de richtlijn (EU) 2016/2341 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 betreffende de werkzaamheden van en het het toezicht op
stellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (IBPV) en tot wijziging van de wet van 27 oktober 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/10/2006 pub. 10/11/2006 numac 2006023149 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende het toezicht op de
stellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen type wet prom. 27/10/2006 pub. 24/11/2010 numac 2010000647 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de
stellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 27/10/2006 pub. 05/02/2014 numac 2014000030 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de
stellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 27/10/2006 pub. 07/08/2015 numac 2015000406 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de
stellingen voor bedrijfspensioenvoorziening. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende het toezicht op de
stellingen voor bedrijfspensioenvoorziening
artikel 74 van de Grondwet. TITEL 2. - Wijzigingen van de wet van 27 oktober 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/10/2006 pub. 10/11/2006 numac 2006023149 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende het toezicht op de
stellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen type wet prom. 27/10/2006 pub. 24/11/2010 numac 2010000647 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de
stellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 27/10/2006 pub. 05/02/2014 numac 2014000030 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de
stellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 27/10/2006 pub. 07/08/2015 numac 2015000406 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de
stellingen voor bedrijfspensioenvoorziening. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende het toezicht op de
stellingen voor bedrijfspensioenvoorziening Art. 2.Deze wet zet de richtlijn (EU) 2016/2341 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op
stellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (IBPV) om. De verwijzingen
de toepasselijke reglementering naar de richtlijn 2003/41/EG van het Europees Parlement en de Raad van 3 juni 2003 betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op
stellingen voor bedrijfspensioenvoorziening gelden als verwijzingen naar de richtlijn (EU) 2016/2341 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op
stellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (IBPV). Art. 3.
de wet van 27 oktober 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/10/2006 pub. 10/11/2006 numac 2006023149 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende het toezicht op de
stellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen type wet prom. 27/10/2006 pub. 24/11/2010 numac 2010000647 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de
stellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 27/10/2006 pub. 05/02/2014 numac 2014000030 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de
stellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 27/10/2006 pub. 07/08/2015 numac 2015000406 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de
stellingen voor bedrijfspensioenvoorziening. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende het toezicht op de
stellingen voor bedrijfspensioenvoorziening, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 6 december 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen
zake sociale zekerheid type wet prom. 28/04/2003 pub. 16/11/2010 numac 2010000643 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen
zake sociale zekerheid. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten2 tot
stelling van een vrij aanvullend pensioen voor de werknemers en houdende diverse bepalingen
zake aanvullende pensioenen, worden de volgende woorden telkens vervangen als volgt: 1° het woord "toelating" wordt vervangen door het woord "vergunning";2° het woord "toegelaten" wordt vervangen door het woord "vergunde" behalve
artikel 6, 1°, artikel 52, artikel 55, tweede lid, artikel 59, tweede zin, artikel 60, einde van het eerste lid, artikel 83, eerste lid, artikel 91, § 1, 3°, artikel 135, tweede lid, artikel 139, eerste lid, derde streepje, artikel 151, eerste lid, artikel 152, artikel 157 en artikel 171, § 1;3° het woord "toegelaten" wordt vervangen door het woord "vergund"
artikel 6, 1°, artikel 52, artikel 55, tweede lid, artikel 59, tweede zin, artikel 60, einde van het eerste lid, artikel 135, tweede lid, artikel 139, eerste lid, derde streepje, artikel 151, eerste lid, artikel 152, artikel 157 en artikel 171, § 1;4° het woord "toelatingsaanvraag" wordt vervangen door het woord "vergunningsaanvraag";5° het woord "toelatingsdossier" wordt vervangen door het woord "vergunningsdossier";6° de woorden "begunstigde" en "begunstigden" worden vervangen door de woorden "pensioengerechtigde" en "pensioengerechtigden". Art. 4.
artikel 1 van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 29 april 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen
zake sociale zekerheid type wet prom. 28/04/2003 pub. 16/11/2010 numac 2010000643 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen
zake sociale zekerheid. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten6, wordt het tweede lid vervangen als volgt: Zij zet de richtlijn (EU) 2016/2341 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op
stellingen voor bedrijfspensioenvoorziening (IBPV's) om. Art. 5.
dezelfde wet wordt een artikel 1/1
gevoegd, luidende: "Art. 1/1.Deze wet regelt het statuut van de IBP's naar Belgisch recht, alsook de uitoefeningsvoorwaarden voor en het prudentieel toezicht op de IBP's met het oog op het beschermen van de rechten van de aangeslotenen aan en de pensioengerechtigden van pensioenregelingen en op het verzekeren van de stabiliteit en de soliditeit van de IBP's". Art. 6.
artikel 2 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 29 april 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen
zake sociale zekerheid type wet prom. 28/04/2003 pub. 16/11/2010 numac 2010000643 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen
zake sociale zekerheid. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten6, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1°
het eerste lid, 1°, worden de woorden "of IBP"
gevoegd tussen de woorden "of
stelling" en de woorden ": een
stelling"; 2° het eerste lid, 2°, wordt aangevuld met de volgende zin: "Deze uitkeringen kunnen de vorm aannemen van een lijfrente, een tijdelijke rente, een kapitaal of een combinatie ervan."; 3°
het eerste lid, 4°, worden de woorden "een pensioenregeling aanbiedt of"
gevoegd tussen de woorden "en die" en "aan een";4°
het eerste lid, 5°, worden de woorden "andere dan een pensioengerechtigde of een toekomstige aangeslotene"
gevoegd tussen de woorden "persoon" en "die op grond" en de woorden "vroegere of huidige" tussen de woorden "van zijn" en "beroepswerkzaamheden"; 5°
het eerste lid wordt de bepaling onder 5/1°
gevoegd, luidende: "5/1° toekomstige aangeslotene: een persoon die
aanmerking komt om aan een pensioenregeling deel te nemen;"; 6°
het eerste lid wordt de bepaling onder 8° vervangen als volgt: "8° lidstaat van herkomst: lidstaat waar de IBP een vergunning heeft verkregen dan wel is geregistreerd en waar zij haar hoofdbestuur heeft;"; 7°
het eerste lid wordt de bepaling onder 9° aangevuld met de woorden "en/of de pensioengerechtigden";8°
het eerste lid worden de bepalingen onder 10° en 11° vervangen als volgt: "10° grensoverschrijdende activiteit: activiteit die er voor een IBP, die daartoe
een lidstaat een vergunning heeft verkregen,
bestaat bedrijfspensioenregelingen te beheren die voor wat betreft de relatie tussen de bijdragende onderneming en de aangeslotenen en/of pensioengerechtigden, onderworpen zijn aan de voor de pensioenregeling geldende bepalingen van de sociale en arbeidswetgeving van een andere lidstaat; 11° activiteit
een Staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte: activiteit die er voor een IBP, die
België een vergunning heeft verkregen,
bestaat pensioenregelingen te beheren, die voor wat betreft de relatie tussen de bijdragende onderneming en de aangeslotenen en/of pensioengerechtigden, niet onderworpen zijn aan de voor de pensioenregeling geldende bepalingen van de sociale en arbeidswetgeving van een lidstaat ;"; 9°
het eerste lid worden de bepalingen onder 11/1°, 11/2° en 11/3°
gevoegd, luidende: "11/1° grensoverschrijdende overdracht: de gehele of gedeeltelijke overdracht van de passiva of technische voorzieningen van een pensioenregeling, andere verplichtingen en rechten, en de overeenkomstige activa van een pensioenregeling, of de geldwaarde daarvan tussen IBPs die
verschillende lidstaten geregistreerd zijn of een vergunning hebben verkregen; 11/2° overdragende
stelling voor bedrijfspensioenvoorziening of overdragende IBP: de IBP die de passiva, technische voorzieningen, andere verplichtingen en rechten, en de overeenkomstige activa van een pensioenregeling of de geldwaarde daarvan, geheel of gedeeltelijk overdraagt aan een IBP die
een andere lidstaat geregistreerd is of een vergunning heeft verkregen; 11/3° ontvangende
stelling voor bedrijfspensioenvoorziening of ontvangende IBP: de IBP waaraan de passiva, technische voorzieningen, andere verplichtingen en rechten, en de overeenkomstige activa van een pensioenregeling of de geldwaarde daarvan, geheel of gedeeltelijk worden overgedragen door een IBP die
een andere lidstaat geregistreerd is of een vergunning heeft verkregen;"; 10°
het eerste lid, 15,° worden de woorden "van dat of die pensioenstelsel(s)" vervangen door "van die pensioenregeling(en)";11°
het eerste lid worden de bepalingen onder 20° tot 24°
gevoegd, luidende: "20° dekkingswaarden: de activa die ter dekking van de technische voorzieningen worden aangehouden;21° duurzame drager: een hulpmiddel dat een aangeslotene of pensioengerechtigde
staat stelt om persoonlijk aan hem gerichte
formatie op zodanige wijze op te slaan dat deze gedurende een voor het doel van de
formatie toereikende periode kan worden geraadpleegd en waarmee de opgeslagen
formatie ongewijzigd kan worden gereproduceerd;22° sleutelfunctie: binnen een governancesysteem, een bekwaamheid om praktische taken uit te voeren;een governancesysteem omvat de risicobeheerfunctie, de
terne auditfunctie, de actuariële functie en de compliancefunctie; 23° hoofdbestuur: de plaats waar de voornaamste strategische beslissingen van een IBP of van een bijdragende onderneming worden genomen; 24° groep van ondernemingen: een geheel van ondernemingen en/of
stellingen die onderling verbonden of geassocieerd zijn
de zin van artikel 11 of artikel 12 van het Wetboek van vennootschappen van 7 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen
zake sociale zekerheid type wet prom. 28/04/2003 pub. 16/11/2010 numac 2010000643 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen
zake sociale zekerheid. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten7;"; 12°
het tweede lid worden de woorden "artikel 3, § 1, 5° " vervangen door de woorden "artikel 3, § 1, 5°, a)". Art. 7.Onder titel I van dezelfde wet wordt een hoofdstuk I/1 met het opschrift "Hoofdstuk I/1. Externalisatie van bovenwettelijke voordelen" na artikel 2
gevoegd. Art. 8.
Hoofdstuk I
/1,
gevoegd door artikel 7, wordt een artikel 2/1
gevoegd, luidende: "Art. 2/1.§ 1. Het beheer van de volgende pensioenuitkeringen moet worden toevertrouwd aan een IBP, als bedoeld
titel II of III van deze wet, of aan een verzekeringsonderneming als bedoeld
de Boeken II en III van de wet van 13 maart 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/03/2016 pub. 23/03/2016 numac 2016011092 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen sluiten op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen: 1° de bovenwettelijke voordelen die door een onderneming, een
stelling, een overheidsbedrijf of een openbaar bestuur aan haar/zijn werknemers of bedrijfsleiders worden toegekend: a)
zake pensioen en overlijden voor werknemers zoals bedoeld
de voornoemde wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen
zake sociale zekerheid type wet prom. 28/04/2003 pub. 16/11/2010 numac 2010000643 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen
zake sociale zekerheid. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten;b)
zake pensioen en overlijden voor zelfstandige bedrijfsleiders zoals bedoeld
de wet van 15 mei 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/05/2014 pub. 30/07/2014 numac 2014022417 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Wet houdende diverse bepalingen
zake het milieu type wet prom. 15/05/2014 pub. 13/11/2015 numac 2015000644 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 15/05/2014 pub. 19/06/2014 numac 2014022239 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet houdende diverse bepalingen sluiten houdende diverse bepalingen;c)
zake arbeidsongeschiktheid, met uitzondering van de primaire arbeidsongeschiktheid die ten
dividuele of ten collectieve titel worden opgebouwd ten voordele van de werknemers en de zelfstandige bedrijfsleiders zoals bedoeld
a) en b);2° de bovenwettelijke voordelen: a)
zake pensioen en overlijden voor zelfstandigen, meewerkende echtgenoten of helpers zoals bedoeld
Titel II
, Hoofdstuk 1, Afdeling 4 van de programmawet (I) van 24 december 2002;b)
zake pensioen en overlijden voor zelfstandigen zoals bedoeld
Titel II
28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen
zake sociale zekerheid type wet prom. 28/04/2003 pub. 16/11/2010 numac 2010000643 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen
zake sociale zekerheid. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten0 houdende diverse bepalingen
zake aanvullende pensioenen en tot
stelling van een aanvullend pensioen voor de zelfstandigen actief als natuurlijke personen, voor de meewerkende echtgenoten en voor de zelfstandige helpers;c)
zake pensioen en overlijden, voor niet-zelfstandigen zoals bedoeld
artikel 54 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994;d)
zake pensioenen en overlijden voor werknemers zoals bedoeld
Titel II
28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen
zake sociale zekerheid type wet prom. 28/04/2003 pub. 16/11/2010 numac 2010000643 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen
zake sociale zekerheid. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten2 tot
stelling van een vrij aanvullend pensioen voor de werknemers en houdende diverse bepalingen
zake aanvullende pensioenen;e)
zake arbeidsongeschiktheid, met uitzondering van de primaire arbeidsongeschiktheid ten voordele van de zelfstandigen en niet-zelfstandigen zoals bedoeld
a) en c). § 2. De bepalingen van paragraaf 1 zijn niet van toepassing op: 1° onverminderd artikel 47 van de voormelde wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen
zake sociale zekerheid type wet prom. 28/04/2003 pub. 16/11/2010 numac 2010000643 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen
zake sociale zekerheid. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten en artikel 55 van de voormelde wet van 24 december 2002, de solidariteitsstelsels en -toezeggingen bedoeld
de artikelen 10 en 11 van de voormelde wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen
zake sociale zekerheid type wet prom. 28/04/2003 pub. 16/11/2010 numac 2010000643 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen
zake sociale zekerheid. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten en
artikel 46 van voormelde wet van 24 december 2002;2° de
dividuele pensioentoezeggingen aan personen bedoeld
artikel 3, § 1, vierde lid, van het koninklijk besluit nr.38 van 27 juli 1967 houdende
richting van het sociaal statuut der zelfstandigen: - ten belope van het verzekerd kapitaal van een vóór 1 juli 2012 ter financiering van die toezegging gesloten bedrijfsleidersverzekering; - voor het overige ten belope van het bedrag van de
terne voorziening bedoeld
artikel 66 van de programmawet van 22 juni 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen
zake sociale zekerheid type wet prom. 28/04/2003 pub. 16/11/2010 numac 2010000643 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen
zake sociale zekerheid. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten4 tenzij die
terne voorziening werd overgedragen aan een
paragraaf 1 bedoelde IBP of verzekeringsonderneming; 3° de
dividuele pensioentoezeggingen aan andere dan
2° bedoelde zelfstandige bedrijfsleiders en de
dividuele pensioentoezeggingen zoals bedoeld
artikel 3, § 1, 4°, van de voormelde wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen
zake sociale zekerheid type wet prom. 28/04/2003 pub. 16/11/2010 numac 2010000643 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen
zake sociale zekerheid. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten en die bestonden vóór 16 november 2003: - ten belope van het verzekerd kapitaal van een vóór 1 juli 2012 ter financiering van die toezegging gesloten bedrijfsleidersverzekering; - voor het overige ten belope van het bedrag van de
terne voorziening bedoeld
artikel 66 van de programmawet van 22 juni 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen
zake sociale zekerheid type wet prom. 28/04/2003 pub. 16/11/2010 numac 2010000643 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen
zake sociale zekerheid. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten4, tenzij die
terne voorziening werd overgedragen aan een
paragraaf 1 bedoelde IBP of verzekeringsonderneming; 4° de voordelen bedoeld
paragraaf 1, 1°, a) en b), die vóór 1 mei 2018 werden toegekend door een openbaar bestuur en op die datum nog niet werden beheerd door een
paragraaf 1 bedoelde verzekeringsonderneming of IBP.De pensioenregelingen die de voormelde voordelen toekennen en niet ten laatste op 31 december 2018 als zodanig zijn geregistreerd
de gegevensbank betreffende de aanvullende pensioenen, opgericht bij artikel 306 van de programmawet (I) van 27 december 2006, worden onweerlegbaar vermoed te zijn
gevoerd vanaf 1 mei 2018.". Art. 9.
artikel 3 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 maart 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/03/2016 pub. 23/03/2016 numac 2016011092 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt: " § 1.De bepalingen van deze wet zijn van toepassing op de IBP's naar Belgisch recht en op de IBP's die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat dan België en
België een grensoverschrijdende activiteit uitoefenen."; 2°
de eerste zin van paragraaf 2 worden de woorden "van de Titels II tot V" vervangen door de woorden "van deze wet met uitzondering van Hoofdstuk I/1 van deze titel";3°
§ 2
, 1°, worden de woorden "het § 1, 3°, voorzover de Koning geen besluit genomen heeft zoals bedoeld
artikel 227" vervangen door de woorden "de Boeken II en III van de wet van 13 maart 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/03/2016 pub. 23/03/2016 numac 2016011092 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen sluiten op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen";4°
§ 2
, 2°, worden de woorden ", onder de uitkeringen bedoeld
artikel 74" opgeheven;5° paragraaf 3,
gevoegd bij artikel 117 van de wet van 22 juni 2012, wordt opgeheven. Art. 10.
artikel 4 van dezelfde wet wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid
gevoegd, luidende: "
dat kader houdt de FSMA rekening met de volgende beginselen: 1° het toezicht berust op een vooruitziende en risicogebaseerde benadering;2° het toezicht berust op een passende combinatie van werkzaamheden op afstand en
specties ter plaatse;3° het toezicht wordt tijdig uitgeoefend op een wijze die
verhouding staat tot de omvang, de aard, de schaal en de complexiteit van de werkzaamheden van de IBP; 4° het toezicht houdt rekening met de potentiële gevolgen van het optreden van de FSMA voor de stabiliteit van de financiële stelsels
de Europese Unie, met name
noodsituaties.". Art. 11.
artikel 5, tweede lid, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° punt 2° wordt opgeheven;2°
punt 3° worden de woorden "Commissie voor het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen" vervangen door de woorden "Commissie voor de Aanvullende Pensioenen voor Zelfstandigen";3° punt 4° wordt opgeheven. Art. 12.
artikel 10 van dezelfde wet worden tussen het eerste en het tweede lid twee leden
gevoegd, luidende: "Het organisme voor de financiering van pensioenen beperkt zijn activiteiten met betrekking tot Belgische pensioenregelingen tot het beheer van de pensioenuitkeringen bedoeld
artikel 2/1, § 1, de solidariteitsstelsels en -toezeggingen bedoeld
de artikelen 10 en 11 van de voornoemde wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen
zake sociale zekerheid type wet prom. 28/04/2003 pub. 16/11/2010 numac 2010000643 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen
zake sociale zekerheid. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten of
artikel 46 van de voornoemde programmawet (I) van 24 december 2002 en tot de pensioenuitkeringen bedoeld
artikel 135, eerste lid. Het organisme voor de financiering van pensioenen mag geen pensioenregelingen beheren die enkel of
hoofdzaak voorzien
voordelen bij overlijden,
validiteit of arbeidsongeschiktheid, noch enkel of
hoofdzaak solidariteitsstelsels en -toezeggingen zoals bedoeld
de artikelen 10 en 11 van de voornoemde wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen
zake sociale zekerheid type wet prom. 28/04/2003 pub. 16/11/2010 numac 2010000643 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen
zake sociale zekerheid. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten of
artikel 46 van de programmawet (I) van 24 december 2002, beheren.". Art. 13.
artikel 12, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden "zijn ondernemingsnummer"
gevoegd tussen de woorden "afkorting "OFP"," en "en het adres". Art. 14.
artikel 14 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 6 mei 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/05/2009 pub. 19/05/2009 numac 2009202053 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 06/05/2009 pub. 19/05/2009 numac 2009202079 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister en federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende diverse bepalingen betreffende asiel en immigratie sluiten, wordt § 2, eerste lid, 3°, vervangen als volgt: "3° andere ondernemingen of
stellingen uit dezelfde groep van ondernemingen". Art. 15.
artikel 15 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 6 mei 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/05/2009 pub. 19/05/2009 numac 2009202053 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 06/05/2009 pub. 19/05/2009 numac 2009202079 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister en federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende diverse bepalingen betreffende asiel en immigratie sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1°
het eerste lid worden de woorden "of onder diezelfde personen van de onderneming, de
stelling of de entiteit die een controlebevoegdheid over deze rechtspersoon uitoefent,"
gevoegd tussen de woorden "directiecomité of werknemers" en "minstens één";2°
het tweede lid wordt het woord "vertegenwoordiger" telkens vervangen door de woorden "vaste vertegenwoordiger". Art. 16.
artikel 16, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden ", het ondernemingsnummer"
gevoegd tussen de woorden "de rechtsvorm" en "en het adres". Art. 17.
dezelfde wet wordt een artikel 20/1
gevoegd, luidende: "Art. 20/1.Onverminderd de bepalingen van dit hoofdstuk moet een organisme voor de financiering van pensioenen, die pensioenregelingen beheert voor ondernemingen of
stellingen die niet behoren tot dezelfde groep van ondernemingen, de volgende regels
acht nemen: 1°
afwijking van artikel 14, § 3, vierde lid, beschikken de bijdragende ondernemingen steeds over stemrecht met betrekking tot: a) de materies opgesomd
artikel 20
de mate dat die materies de pensioenregeling(
- en)betreffen waarvan ze het beheer aan het organisme voor de financiering van pensioenen hebben toevertrouwd;
- b)de benoeming van (een) onafhankelijke bestuurder(s);
- c)de maatregelen die worden genomen met toepassing van artikel 34, vierde lid;2° bij het bepalen van de modaliteiten, termijnen en voorwaarden voor de oproeping, het verloop en de besluitneming van de algemene vergadering, bedoeld
artikel 18, wordt rekening gehouden met een billijke vertegenwoordiging van alle bijdragende ondernemingen en met de omvang, aard, schaal en complexiteit van de werkzaamheden van het organisme voor de financiering van pensioenen;3° de bijdragende ondernemingen kunnen steeds de aanstelling van een onafhankelijke bestuurder aan de algemene vergadering voorleggen, ongeacht of de statuten
de aanstelling van een onafhankelijke bestuurder voorzien; 4° de bijdragende ondernemingen kunnen steeds een punt agenderen op een vergadering van de algemene vergadering of van de raad van bestuur.". Art. 18.Artikel 22 van dezelfde wet wordt opgeheven. Art. 19.Artikel 23 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 6 mei 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/05/2009 pub. 19/05/2009 numac 2009202053 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 06/05/2009 pub. 19/05/2009 numac 2009202079 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister en federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende diverse bepalingen betreffende asiel en immigratie sluiten, wordt aangevuld met een lid, luidende: "De bepalingen van artikel 77 zijn van toepassing op deze vertegenwoordigers.". Art. 20.Artikel 24 en 25 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 17/06/2014 numac 2014024209 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Wet tot wijziging van de wet van 21 december 1998 betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu, de volksgezondheid en de werknemers en tot opheffing van de wet van 14 juli 1994
zake de oprichting van een comité voor het toekennen van het Europees milieukeurmerk type wet prom. 25/04/2014 pub. 06/06/2014 numac 2014203619 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet houdende diverse bepalingen
zake sociale zekerheid type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003225 bron federale overheidsdienst financien Wet
zake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en
zake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 25/04/2014 pub. 18/01/2016 numac 2016000006 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995
zake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de
stellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties
betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen
zake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële
strumenten. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995
zake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de
stellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties
betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen
zake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële
strumenten sluiten, worden opgeheven. Art. 21.
artikel 26 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1°
het eerste lid worden de woorden "en de personen die een sleutelfunctie uitoefenen"
gevoegd tussen de woorden "operationele organen" en "gaan
die hoedanigheid" en worden de woorden "of
de uitvoering van hun sleutelfunctie"
gevoegd na de woorden "
hun bestuur";2°
het tweede lid worden de woorden "van de operationele organen" vervangen door "van de raad van bestuur", en worden de woorden "en uit de miskenning van de statuten"
gevoegd na het woord "beheert";3°
het derde lid worden de woorden "worden zij van de
het eerste en tweede lid bedoelde aansprakelijkheid slechts ontheven" vervangen door "worden de personen bedoeld
het eerste en tweede lid slechts ontheven van de
dezelfde leden bedoelde aansprakelijkheid";4°
de Franse tekst van het derde lid worden de woorden "ils n'ont pas pris part" vervangen door de woorden "elles n'ont pas pris part". Art. 22.Artikel 27 van dezelfde wet wordt aangevuld door een lid dat luidt als volgt: "De raad van bestuur draagt de eindverantwoordelijkheid voor de naleving door het organisme voor de financiering van pensioenen van de bepalingen van deze wet of die krachtens deze wet zijn vastgesteld". Art. 23.
artikel 34 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1°
het derde lid worden de woorden "aangaande de werking van het organisme voor de financiering van pensioenen" vervangen door de woorden "waarvoor het comité bevoegd is" en worden de woorden "
geval van conflict tussen het organisme voor de financiering van pensioenen en het sociaal comité"
gevoegd na de woorden "moet worden gevolgd"; 2° tussen het derde en het vierde lid wordt een lid
gevoegd, luidende: "
geval de raad van bestuur niet akkoord gaat met de uitkomst van de geschillenregeling omdat hij van oordeel is dat die uitkomst een substantieel risico
houdt dat het organisme voor de financiering van pensioenen niet langer aan de wettelijke vereisten zou voldoen of ernstige gevolgen voor de belangen van het geheel of een deel van de aangeslotenen en de pensioengerechtigden zou kunnen hebben, legt hij de uitkomst voor aan de algemene vergadering van het organisme voor de financiering van pensioenen, die de nodige maatregelen neemt binnen haar bevoegdheden en stelt hij de FSMA hiervan
kennis.". Art. 24.
artikel 37, vierde lid, van dezelfde wet worden de woorden "of met de EIOPA"
gevoegd tussen de woorden "buitenlandse autoriteiten" en "vereist is". Art. 25.Artikel 42, § 1, 4°, van dezelfde wet wordt aangevuld met een lid, luidende: "Deze bepaling is niet van toepassing op de vereffening van afzonderlijke vermogens waarin pensioenregelingen worden beheerd als bedoeld
artikel 135, eerste lid;". Art. 26.
artikel 45, tweede lid, van dezelfde wet worden het woord ", ondernemingsnummer"
gevoegd tussen de woorden "rechtsvorm" en "en zetel". Art. 27.
artikel 47 van dezelfde wet worden de woorden "van de operationele organen" vervangen door de woorden "van de raad van bestuur" en de woorden "hun btw-identificatienummer" door de woorden "hun ondernemingsnummer". Art. 28.
artikel 48 van dezelfde wet wordt de bepaling onder 1° aangevuld met de woorden "en het jaarverslag". Art. 29.
artikel 51, eerste lid, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de woorden "Onverminderd artikel 28, vierde lid kunnen" worden
gevoegd aan het begin van de eerste zin;2°
de eerste zin wordt het woord "kunnen" opgeheven. Art. 30.
artikel 53 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1°
het eerste lid, 2°, worden de woorden "de adviseurs bedoeld
artikel 24" vervangen door de woorden "van de verantwoordelijken voor de sleutelfuncties, bedoeld
artikel 77/2";2°
het eerste lid, 2°, b), worden de woorden "identificatienummer
handels-, rechtspersonen- of btw-registers" vervangen door de woorden "ondernemingsnummer of voor buitenlandse rechtspersonen het identificatienummer
handels-, rechtspersonen- of andere overheidsregisters"; 3°
het eerste lid, worden de bepalingen onder 3° vervangen als volgt: "3° de gegevens betreffende de passende deskundigheid en de professionele betrouwbaarheid zoals bedoeld
artikel 77, van de personen bedoeld
2° ;"; 4°
het eerste lid wordt de bepaling onder 5° vervangen als volgt: "5° de beschrijving van het governancesysteem, zoals bedoeld
artikel 76/1;"; 5°
het eerste lid worden de bepalingen onder 5/1° en 5/2°
gevoegd, luidende: "5/1° de beleidslijnen bedoeld
artikel 76/1, § 1, vierde lid, 5° en 6° ; 5/2°
voorkomend geval een opsomming van de activiteiten of sleutelfuncties die de IBP zal uitbesteden en,
dien reeds gekend, de identiteit van de dienstverleners;"; 6°
het eerste lid worden de bepalingen onder 6° vervangen als volgt: "6° de naam van de bijdragende ondernemingen waarvan de IBP de pensioenregelingen beheert, hun ondernemingsnummer of voor buitenlandse rechtspersonen het identificatienummer
handels-, rechtspersonen- of andere overheidsregisters;"; 7°
het eerste lid worden de bepalingen onder 7/1°
gevoegd, luidende: "7/1° de beheersovereenkomst bedoeld
artikel 79 tenzij de beheers- en werkingsregels
de statuten zijn omschreven;"; 8° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid
gevoegd, luidende: "Het vergunningsdossier wordt geacht volledig te zijn wanneer het alle
het eerste lid bedoelde documenten en
lichtingen bevat.". Art. 31.Artikel 54 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: "Art. 54.De IBP deelt binnen de maand aan de FSMA elke wijziging mee van de gegevens en documenten bedoeld
artikel 53, eerste lid, 4°, 5°, 5/1°, 6°, 7°, 7/1°, 8° en 10°. Wanneer de IBP zich voorneemt om een significante wijziging aan haar activiteiten of haar werking aan te brengen, deelt ze dit voorafgaandelijk mee aan de FSMA, samen met de
voorkomend geval aangepaste
lichtingen en documenten bedoeld
artikel 53, eerste lid.". Art. 32.
artikel 55 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1°
het eerste lid, 1°, worden de woorden "artikel 74, § 1, 1° " vervangen door de woorden "artikel 2/1, § 1, 1° ";2°
het eerste lid, 2°, worden de woorden "artikel 74, § 1, 2° " vervangen door de woorden "artikel 2/1, § 1, 2° ";3°
het eerste lid wordt de bepaling onder 3°
gevoegd, luidende: "3° de activiteiten bedoeld
artikel 135, eerste lid";4°
het tweede lid worden de woorden "de artikelen 53 en 54" vervangen door de woorden "artikel 53". Art. 33.
artikel 59 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 29 april 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen
zake sociale zekerheid type wet prom. 28/04/2003 pub. 16/11/2010 numac 2010000643 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen
zake sociale zekerheid. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten6, wordt het woord "beide" vervangen door "de". Art. 34.§ 1.
het opschrift van Hoofdstuk IV van titel II van dezelfde wet worden de woorden ", grensoverschrijdende overdracht"
gevoegd tussen de woorden "grensoverschrijdende activiteit" en "en activiteit
een Staat". § 2.
titel II, hoofdstuk IV van dezelfde wet wordt het opschrift van afdeling I vervangen als volgt: "Afdeling I. Algemene bepalingen". Art. 35.
artikel 62 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1°
de Franse tekst worden de woorden ", ou opérer ou accepter un transfert transfrontalier"
gevoegd tussen de woorden "Espace économique européen" en de woorden "aux conditions";2° de woorden "of een grensoverschrijdende overdracht uitvoeren of ontvangen" worden
gevoegd tussen het woord "uitoefenen" en de woorden "onder de voorwaarden". Art. 36.
artikel 63 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt: "Een IBP mag een grensoverschrijdende activiteit of een activiteit
een Staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte slechts uitoefenen
dien haar technische voorzieningen met betrekking tot het geheel van de beheerde pensioenregelingen, te allen tijde volledig gedekt zijn door dekkingswaarden."; 2° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid
gevoegd, luidende: "
geval een grensoverschrijdende activiteit of een activiteit
een Staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte wordt opgestart ten gevolge van de gehele of gedeeltelijke overdracht van de passiva of technische voorzieningen van een pensioenregeling, van andere verplichtingen en rechten, en van de overeenkomstige activa van een pensioenregeling, of de geldwaarde daarvan, moeten bovendien op de startdatum van deze activiteit de technische voorzieningen met betrekking tot elke pensioenregeling die deel uitmaakt van de op te starten activiteit, volledig door dekkingswaarden zijn gedekt."; 3°
het tweede lid, dat het derde lid wordt, worden de woorden "van het eerste lid" vervangen door de woorden "van dit artikel" en de woorden "artikelen 157 tot 173" worden vervangen door de woorden "artikelen 163 tot 173". Art. 37.
dezelfde wet wordt een artikel 63/1
gevoegd, luidende: "Art. 63/1.Het aan de FSMA te verstrekken dossier op het ogenblik van de kennisgeving van een grensoverschrijdende activiteit of een activiteit
een Staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte of van de aanvraag tot goedkeuring van een grensoverschrijdende overdracht zoals bepaald
de artikelen 64, 69/3 en 70, moet opgesteld zijn
de voor de IBP wettelijk verplichte taal. De FSMA kan evenwel opleggen dat dit dossier vertaald wordt
de taal die is overeengekomen tussen de FSMA en de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst, de Staat waar de activiteit zal worden uitgeoefend of,
geval van grensoverschrijdende overdracht, de lidstaat van herkomst van de overdragende IBP. De bepalingen
afdelingen II, II/2 en III worden toegepast: 1° bij elke significante wijziging van gegevens van het
eerste lid bedoelde dossier
geval van een grensoverschrijdende activiteit, al dan niet voortvloeiend uit een grensoverschrijdende overdracht, of
geval van een activiteit
een Staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte of; 2°
dien de grensoverschrijdende activiteit of de grensoverschrijdende overdracht of de activiteit
een Staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte, geen uitvoering krijgt na het verstrijken van een termijn van twaalf maanden na de
artikel 68, eerste lid, artikel 69/8, eerste en tweede lid en artikel 72 bepaalde startdata.". Art. 38.
artikel 64 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1°
het tweede lid, 2°, worden de woorden "en de vestiging van het hoofdbestuur"
gevoegd tussen de woorden "de naam" en de woorden "van de bijdragende onderneming";2°
het tweede lid worden de bepalingen onder 4° opgeheven;3° het derde lid wordt opgeheven;4°
het vierde lid, dat het derde lid wordt, worden de woorden "de bekendmaking van" opgeheven en worden de woorden "artikel 59" vervangen door de woorden "artikel 56, tweede lid". Art. 39.
dezelfde wet wordt artikel 65 vervangen als volgt: "Art. 65.De FSMA meldt de IBP meteen de ontvangst van het
artikel 64 bedoelde dossier.
dien de kennisgeving aan de FSMA niet alle
artikel 64 bepaalde gegevens bevat, verzoekt de FSMA om mededeling van de ontbrekende gegevens. De FSMA beslist binnen drie maanden na ontvangst van alle
artikel 64 bepaalde gegevens of de administratieve structuur, de financiële positie van de IBP en de professionele betrouwbaarheid en deskundigheid van de personen die de IBP besturen, verenigbaar zijn met de voorgenomen grensoverschrijdende activiteit. Voor het nemen van haar beslissing kan de FSMA alle bijkomende
formatie vragen die zij daartoe noodzakelijk acht.". Art. 40.
dezelfde wet wordt artikel 66 vervangen als volgt: "Art. 66.Wanneer de FSMA beslist dat de administratieve structuur, de financiële positie van de IBP en de professionele betrouwbaarheid en deskundigheid van de personen die de IBP besturen, verenigbaar zijn met de voorgenomen grensoverschrijdende activiteit, bezorgt zij de
artikel 64 bepaalde gegevens van het dossier binnen de drie maanden na ontvangst ervan, aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst en stelt zij de IBP daarvan meteen
kennis met een aangetekende zending. Wanneer de FSMA beslist dat de administratieve structuur, de financiële positie van de IBP en de professionele betrouwbaarheid en deskundigheid van de personen die de IBP besturen, niet verenigbaar zijn met de voorgenomen grensoverschrijdende activiteit, worden de
artikel 64 bepaalde gegevens van het dossier niet meegedeeld aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst en stelt de FSMA de IBP meteen
kennis van de beslissing en de reden ervan met een aangetekende zending.". Art. 41.
artikel 67 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 6 mei 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/05/2009 pub. 19/05/2009 numac 2009202053 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 06/05/2009 pub. 19/05/2009 numac 2009202079 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister en federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende diverse bepalingen betreffende asiel en immigratie sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de woorden "
zake de bepalingen waaraan de
die lidstaat werkzame
stellingen voor bedrijfspensioenvoorziening, onderworpen zijn" worden opgeheven;2° de bepalingen onder 1° tot 3° worden vervangen als volgt: "1° de sociale wetgeving en de arbeidswetgeving die geldt voor de uitvoering van de pensioenregeling;2° de voorschriften
zake
formatieverstrekking die van toepassing zijn op de grensoverschrijdende activiteit; 3° de verplichting om een bewaarder aan te stellen voor de bewaring van de activa en de vervulling van toezichtstaken.". Art. 42.Artikel 68 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 6 mei 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/05/2009 pub. 19/05/2009 numac 2009202053 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 06/05/2009 pub. 19/05/2009 numac 2009202079 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister en federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende diverse bepalingen betreffende asiel en immigratie sluiten, wordt vervangen als volgt: "Art. 68.Zodra de IBP de
artikel 67 bedoelde
lichtingen ontvangt of wanneer de IBP deze
lichtingen niet heeft ontvangen bij het verstrijken van een termijn van zes weken die aanvangt op de datum waarop de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van ontvangst de door de FSMA op grond van artikel 66, eerste lid verstrekte gegevens hebben ontvangen, kan de IBP
de lidstaat van ontvangst met haar activiteit beginnen, mits naleving van de bepalingen die vermeld zijn
artikel 67. De IBP stelt de FSMA
kennis van de effectieve startdatum van de grensoverschrijdende activiteit.". Art. 43.Tussen de artikelen 68 en 69 van dezelfde wet wordt het opschrift "Afdeling II/1. Grensoverschrijdende overdracht van een Belgische IBP naar een ontvangende IBP van een andere lidstaat"
gevoegd. Art. 44.Artikel 69 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: "Art. 69, § 1. Een Belgische IBP mag geheel of gedeeltelijk de technische voorzieningen, andere verplichtingen en rechten van een pensioenregeling onderworpen aan het Belgisch recht of aan het recht van een andere lidstaat, en de overeenkomstige activa of de geldwaarde daarvan overdragen aan een IBP die
een andere lidstaat is geregistreerd of een vergunning heeft verkregen. Die grensoverschrijdende overdracht is onderworpen aan de goedkeuring van de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van de ontvangende IBP. Die bevoegde autoriteit vraagt de voorafgaande toestemming van de FSMA overeenkomstig artikel 146. § 2 De kosten van de grensoverschrijdende overdracht mogen niet ten laste komen van de aangeslotenen en pensioengerechtigden van de Belgische overdragende IBP. § 3. Bij onenigheid over de procedure of
houd van door de FSMA of door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van de ontvangende IBP genomen of niet genomen maatregelen, waaronder de beslissing om een grensoverschrijdende overdracht goed te keuren of te weigeren, kan de EIOPA op verzoek van een van beide bevoegde autoriteiten of op eigen
itiatief vrijblijvend bemiddelen overeenkomstig artikel 31, tweede lid, c), van verordening (EU) nr. 1094/2010.". Art. 45.
dezelfde wet wordt artikel 69/1
gevoegd, luidende: "Art. 69/1.De grensoverschrijdende overdracht is onderworpen aan de voorafgaandelijke goedkeuring van: 1° een, volgens het op de overgedragen pensioenregeling toepasselijke recht gedefinieerde, meerderheid van de betrokken aangeslotenen en een meerderheid van de betrokken pensioengerechtigden of,
voorkomend geval, door een meerderheid van hun vertegenwoordigers.De Belgische IBP stelt de
formatie over de voorwaarden van deze overdracht tijdig ter beschikking van de betrokken aangeslotenen en pensioengerechtigden en,
voorkomend geval, van hun vertegenwoordigers, en dit alvorens de aanvraag voor de goedkeuring van de grensoverschrijdende overdracht wordt
gediend; 2°
voorkomend geval, de bijdragende onderneming." Art. 46.
dezelfde wet wordt artikel 69/2
gevoegd, luidende: "Art. 69/2.
dien de grensoverschrijdende overdracht resulteert
een grensoverschrijdende activiteit, deelt de FSMA binnen vier weken na ontvangst van de goedkeuring van de grensoverschrijdende overdracht door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van de ontvangende IBP, de op de bedrijfspensioenregeling toepasselijke sociaal- en arbeidsrechtelijke bepalingen, de voorschriften
zake
formatieverstrekking en bewaring van de activa mee aan deze autoriteit. Wanneer deze bepalingen en voorschriften een Belgische pensioenregeling betreffen, stelt de FSMA de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van de ontvangende IBP
kennis van elke significante wijziging van de
het eerste lid bepaalde gegevens.". Art. 47.Onder Titel II van dezelfde wet wordt
Hoofdstuk IV
Een Belgische IBP als ontvangende IBP van een grensoverschrijdende overdracht"
gevoegd. Art. 48.
Afdeling II
/2,
gevoegd bij artikel 47, wordt een artikel 69/3
gevoegd, luidende: "Art. 69/3.De Belgische IBP die voornemens is een grensoverschrijdende overdracht te ontvangen die al of niet resulteert
een grensoverschrijdende activiteit, dient bij de FSMA een aanvraag tot goedkeuring van de overdracht
. Bij deze aanvraag tot goedkeuring moeten de volgende gegevens worden verstrekt: 1° de schriftelijke overeenkomst tussen de overdragende en de ontvangende IBP met de voorwaarden van de overdracht;2° een beschrijving van de belangrijkste kenmerken van de pensioenregeling;3° een beschrijving van de over te dragen passiva of technische voorzieningen, en andere verplichtingen en rechten, en de overeenkomstige activa of de geldwaarde daarvan;4° de namen en de vestigingen van de hoofdbesturen van de overdragende IBP en de ontvangende IBP en de lidstaten waar elke IBP geregistreerd is of een vergunning heeft verkregen;5° de vestiging van het hoofdbestuur en de naam van de bijdragende onderneming;6° het bewijs van de voorafgaande goedkeuring door een, volgens het op de overgedragen pensioenregeling toepasselijke recht gedefinieerde, meerderheid van de betrokken aangeslotenen en een meerderheid van de betrokken pensioengerechtigden of,
voorkomend geval, door een meerderheid van hun vertegenwoordigers, alsook, desgevallend, door de bijdragende onderneming van de over te dragen pensioenregeling; 7°
voorkomend geval, de namen van de lidstaten waarvan het voor bedrijfspensioenregelingen geldende sociale recht en het arbeidsrecht van toepassing is op de betrokken pensioenregeling.". Art. 49.
Afdeling II
/2,
gevoegd bij artikel 47, wordt een artikel 69/4
gevoegd, luidende: "Art. 69/4.De FSMA bezorgt de
artikel 69/3 bedoelde aanvraag tot goedkeuring onverwijld aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van de overdragende IBP.
dien deze aanvraag tot goedkeuring niet alle
artikel 69/3 bepaalde gegevens bevat, verzoekt de FSMA de Belgische IBP om mededeling van de ontbrekende gegevens. Bij ontvangst van de ontbrekende gegevens bezorgt de FSMA deze onverwijld aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van de overdragende IBP. De FSMA meldt aan de Belgische IBP de datum van ontvangst van alle
artikel 69/3 bepaalde gegevens. De bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van de overdragende IBP moet binnen acht weken na ontvangst van alle
artikel 69/3 bepaalde gegevens aan de FSMA haar beslissing meedelen over de toestemming voor de overdracht. De FSMA beslist binnen drie maanden na ontvangst van alle
artikel 69/3 bepaalde gegevens om goedkeuring van de overdracht te verlenen of te weigeren. Voor het nemen van haar beslissing kan de FSMA alle bijkomende
formatie vragen die zij daartoe noodzakelijk acht. De goedkeuring kan slechts worden verleend: 1°
dien de overdracht vooraf werd goedgekeurd door een, volgens het op de overgedragen pensioenregeling toepasselijke recht gedefinieerde, meerderheid van de betrokken aangeslotenen en een meerderheid van de pensioengerechtigden of
voorkomend geval, door een meerderheid van hun vertegenwoordigers, alsook, desgevallend, door de bijdragende onderneming van de over te dragen pensioenregeling; 2° nadat voorafgaande toestemming is verkregen voor de overdracht door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van de overdragende IBP.". Art. 50.
Afdeling II
/2,
gevoegd bij artikel 47, wordt een artikel 69/5
gevoegd, luidende: "Art. 69/5.Met het oog op haar beslissing tot goedkeuring of weigering van de overdracht beoordeelt de FSMA alleen of: 1° alle
artikel 69/3 bedoelde gegevens werden verstrekt;2° de administratieve structuur, de financiële positie van de Belgische IBP en de professionele betrouwbaarheid en deskundigheid van de personen die de Belgische IBP besturen, verenigbaar zijn met de voorgenomen overdracht;3° de langetermijnbelangen van de aangeslotenen en pensioengerechtigden van de Belgische IBP en het overgedragen deel van de regeling tijdens en na de overdracht afdoende worden beschermd;4° de technische voorzieningen van de Belgische IBP op het moment van de overdracht volledig door activa zijn gedekt
dien de overdracht resulteert
een grensoverschrijdende activiteit; 5° de over te dragen activa toereikend en passend zijn om de over te dragen passiva, technische voorzieningen en andere verplichtingen en rechten te dekken overeenkomstig de bepalingen van deze wet.". Art. 51.
Afdeling II
/2,
gevoegd bij artikel 47, wordt een artikel 69/6
gevoegd, luidende: "Art. 69/6.De beslissing van de FSMA tot goedkeuring of weigering binnen de
artikel 69/4, vijfde lid bepaalde termijn, wordt meteen ter kennis gebracht van de Belgische IBP met een aangetekende zending en wordt binnen twee weken ter kennis gebracht van de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van de overdragende IBP en aan de overdragende IBP.
dien de goedkeuring wordt geweigerd, deelt de FSMA de redenen voor deze weigering mee.". Art. 52.
Afdeling II
/2,
gevoegd bij artikel 47, wordt een artikel 69/7
gevoegd, luidende: "Art. 69/7.
dien de overdracht resulteert
een grensoverschrijdende activiteit, verstrekt de FSMA aan de Belgische IBP binnen een week na ontvangst ervan, de
lichtingen die de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van de overdragende IBP haar heeft overgemaakt
zake: 1° de sociale wetgeving en arbeidswetgeving die geldt voor de uitvoering van de pensioenregeling;2° de voorschriften
zake
formatieverstrekking die van toepassing zijn op de grensoverschrijdende activiteit; 3° de verplichting om een bewaarder aan te stellen voor de bewaring van de activa en de vervulling van toezichtstaken.". Art. 53.
Afdeling II
/2,
gevoegd bij artikel 47, wordt een artikel 69/8
gevoegd, luidende: "Art. 69/8.Zodra de Belgische IBP de beslissing tot goedkeuring van de overdracht ontvangt, kan de grensoverschrijdende overdracht worden uitgevoerd.
dien de grensoverschrijdende overdracht resulteert
een grensoverschrijdende activiteit, kan de overdracht slechts worden uitgevoerd en de activiteit worden opgestart zodra de Belgische IBP de
artikel 69/7 bedoelde
lichtingen ontvangt of, wanneer de IBP deze
lichtingen niet ontvangt, bij het verstrijken van een termijn van zeven weken die aanvangt op de datum van de
artikel 69/6 bedoelde mededeling van de goedkeuring aan de Belgische IBP. De IBP stelt de FSMA
kennis van de datum waarop de grensoverschrijdende overdracht effectief plaatsvindt. De kosten van de overdracht mogen niet ten laste komen van de aangeslotenen en pensioengerechtigden van de Belgische IBP.". Art. 54.
Afdeling II
/2,
gevoegd bij artikel 47, wordt een artikel 69/9
gevoegd, luidende: "Art. 69/9.Bij onenigheid over de procedure of
houd van door de FSMA of de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst van de overdragende IBP genomen of niet genomen maatregelen, waaronder de beslissing om een grensoverschrijdende overdracht goed te keuren of te weigeren, kan de EIOPA op verzoek van een van beide bevoegde autoriteiten of op eigen
itiatief vrijblijvend bemiddelen overeenkomstig artikel 31, tweede lid, c), van Verordening (EU) nr. 1094/2010.". Art. 55.
artikel 70 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het derde lid wordt opgeheven;2°
het vierde lid, dat het derde lid wordt, worden de woorden "de bekendmaking van" opgeheven en worden de woorden "artikel 59" vervangen door de woorden "artikel 56, tweede lid". Art. 56.Het opschrift van Titel II, Hoofdstuk V, Afdeling I van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: "Afdeling I. Algemene bepalingen". Art. 57.Artikel 74 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 18 februari 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen
zake sociale zekerheid type wet prom. 28/04/2003 pub. 16/11/2010 numac 2010000643 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen
zake sociale zekerheid. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten0, wordt vervangen als volgt: "Art. 74.De IBP moet blijvend voldoen aan de door of krachtens deze wet vastgestelde voorwaarden. Als algemeen beginsel houdt de IBP, waar nodig, rekening met de doelstelling om bij haar werkzaamheden voor een billijke spreiding van risico's en voordelen over de generaties te zorgen.". Art. 58.Artikel 75 van dezelfde wet, opgeheven bij de wet van 22 juni 2012, wordt hersteld als volgt: "Art. 75.De bepalingen van Titel II, Hoofdstuk V, Afdeling III tot VI, met uitzondering van de artikelen 91 en 92, van Hoofdstuk VII, Afdeling II, van Hoofdstuk VIII en van Hoofdstuk IX, zijn niet van toepassing op de solidariteitsstelsels en -toezeggingen bedoeld
de artikelen 10 en 11 van de voornoemde wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen
zake sociale zekerheid type wet prom. 28/04/2003 pub. 16/11/2010 numac 2010000643 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen
zake sociale zekerheid. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten en
artikel 46 van de voornoemde wet van 24 december 2002.". Art. 59.Artikel 76 van dezelfde wet wordt opgeheven. Art. 60.
Titel II
, Hoofdstuk V, afdeling II, van dezelfde wet wordt het opschrift "Onderafdeling I. Governancesysteem"
gevoegd na het opschrift "Afdeling II. Beleidsstructuur en organisatie". Art. 61.
Onderafdeling I,
gevoegd bij artikel 60, wordt een artikel 76/1
gevoegd, luidende: "Art. 76/1, § 1. De IBP beschikt over een doeltreffend governancesysteem dat voor een gezonde en prudente bedrijfsvoering zorgt en
verhouding staat tot de omvang, aard, schaal en complexiteit van de werkzaamheden van de IBP. Het systeem moet haar toelaten de voorgenomen verrichtingen uit te voeren en het mag geen belemmering vormen voor de uitoefening van een passend toezicht. Het governancesysteem houdt ook
dat bij de beleggingsbeslissingen rekening wordt gehouden met milieu-, sociale en governancefactoren met betrekking tot de belegde activa. Het governancesysteem omvat: 1° een adequate en transparante organisatiestructuur met een duidelijke verdeling en passende scheiding van verantwoordelijkheden en een doeltreffend systeem voor de overdracht van
formatie;2° een doeltreffend systeem van
terne controle.Dit systeem omvat de administratieve en financiële verslaggevingsprocedures, een
tern controlekader en passende rapportageregelingen op alle niveaus van de IBP; 3° redelijke maatregelen, waaronder de ontwikkeling van noodplannen, om voor continuïteit en regelmatigheid
de verrichting van de werkzaamheden van de IBP te zorgen.Daartoe maakt de IBP gebruik van passende en proportionele systemen, middelen en procedures; 4° een doeltreffend risicobeheersysteem zoals bedoeld
paragraaf 2;5° beleidslijnen die de IBP schriftelijk vaststelt en toepast voor: a) het risicobeheer;b)
terne audit;c) de actuariële activiteiten
dien van toepassing;d) uitbesteding,
dien van toepassing.6° een beloningsbeleid zoals bedoeld
Onderafdeling III;7° passende onafhankelijke sleutelfuncties
zake
terne audit, risicobeheer, compliance en actuariaat; § 2. De IBP zet een risicobeheersysteem op dat bestaat uit strategieën, processen en rapportageprocedures die noodzakelijk zijn om op
dividueel en geaggregeerd niveau de risico's waaraan de IBP en de door haar uitgevoerde pensioenregelingen zijn of kunnen worden blootgesteld, alsook de onderlinge afhankelijkheden en relaties daartussen, regelmatig te onderkennen, te meten, te bewaken, te beheren en aan de raad van bestuur van de IBP te rapporteren. Dit risicobeheersysteem is doeltreffend en goed geïntegreerd
de organisatiestructuur en de besluitvormingsprocessen van de IBP.
verhouding tot de omvang en
terne organisatie van de IBP, alsook tot de omvang, de aard, de schaal en de complexiteit van haar werkzaamheden bestrijkt het risicobeheersysteem de risico's die zich ten minste op de volgende terreinen, voor zover van toepassing, kunnen voordoen
de IBP of bij de dienstverleners waaraan taken of werkzaamheden van een IBP zijn uitbesteed: 1° aangaan van verzekeringstechnische verplichtingen en reservevorming;2° afgestemd beheer van activa en passiva (asset-liability management - ALM);3° beleggingen,
het bijzonder
derivaten en
strumenten die verband houden met effectisering, en vergelijkbare verrichtingen;4° beheer van het liquiditeits- en concentratierisico;5° beheer van het operationele risico;6° verzekering en andere risicobeperkingstechnieken;7° milieu-, sociale en governancerisico's met betrekking tot de beleggingsportefeuille en het beheer daarvan.
geval de aangeslotenen en pensioengerechtigden overeenkomstig de voorwaarden van de pensioenregeling risico's dragen, neemt het risicobeheersysteem ook deze risico's uit het oogpunt van de aangeslotenen en pensioengerechtigden
aanmerking. § 3 De raad van bestuur van de IBP evalueert het governancesysteem als geheel en de verschillende afzonderlijke deelaspecten ervan, opgesomd
paragraaf 1, vierde lid ten minste om de drie jaar. De beleidslijnen bedoeld
paragraaf 1, vierde lid, 5°, worden vooraf door de raad van bestuur van de IBP goedgekeurd en worden aangepast als er zich een duidelijke wijziging
het betrokken systeem of op het betrokken gebied voordoet.". Art. 62.
Titel II
, Hoofdstuk V, Afdeling II van dezelfde wet wordt na artikel 76/1,
gevoegd bij artikel 61, het opschrift "Onderafdeling II. Vereisten voor een deskundig en betrouwbaar bestuur"
gevoegd. Art. 63.Artikel 77 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: "Art. 77, § 1. De IBP ziet erop toe dat de leden van de operationele organen van de IBP, de personen die sleutelfuncties vervullen en,
voorkomend geval, de personen of entiteiten waaraan overeenkomstig artikel 78 een sleutelfunctie is uitbesteed, bij de uitvoering van hun taken aan de volgende vereisten voldoen: 1° passende deskundigheidsvereiste:
- a)de leden van de operationele organen beschikken over passende kwalificaties, kennis en ervaring om een gezond en prudent bestuur van de IBP mogelijk te maken. Die deskundigheid wordt collectief beoordeeld rekening houdend met de uitgeoefende functies en de mate waarin een beroep wordt gedaan op adviseurs die over die deskundigheid beschikken;
- b)de personen verantwoordelijk voor een sleutelfunctie beschikken over de passende beroepskwalificaties, -kennis en -ervaring om hun sleutelfunctie naar behoren te vervullen. Bij de beoordeling van die deskundigheid wordt rekening gehouden met de mate waarin die persoon een beroep doet op andere personen voor advies of het uitvoeren van bepaalde controleactiviteiten; 2° professionele betrouwbaarheidsvereiste: de bedoelde personen hebben een goede reputatie en zijn
teger.Artikel 20 van de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 17/06/2014 numac 2014024209 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Wet tot wijziging van de wet van 21 december 1998 betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu, de volksgezondheid en de werknemers en tot opheffing van de wet van 14 juli 1994
zake de oprichting van een comité voor het toekennen van het Europees milieukeurmerk type wet prom. 25/04/2014 pub. 06/06/2014 numac 2014203619 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet houdende diverse bepalingen
zake sociale zekerheid type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003225 bron federale overheidsdienst financien Wet
zake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en
zake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 25/04/2014 pub. 18/01/2016 numac 2016000006 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995
zake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de
stellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties
betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen
zake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële
strumenten. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995
zake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de
stellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties
betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen
zake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële
strumenten sluiten op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen en beursvennootschappen is van toepassing. § 2. De IBP legt de benoeming van de leden van de operationele organen en van de verantwoordelijken voor sleutelfuncties voorafgaandelijk voor aan de FSMA. De IBP deelt daartoe aan de FSMA alle documenten en
formatie mee die haar worden gevraagd om te beoordelen of de personen, bedoeld
het eerste lid, overeenkomstig paragraaf 1 over de voor de uitoefening van hun functie vereiste professionele betrouwbaarheid en passende deskundigheid beschikken. De benoeming van de personen bedoeld
het eerste lid heeft pas uitwerking na de goedkeuring van het voorstel tot benoeming door de FSMA. Het eerste en het tweede lid zijn eveneens van toepassing op het voorstel tot hernieuwing van de benoeming van de
het eerste lid bedoelde personen. Wanneer het de benoeming betreft van een persoon die voor het eerst voor een functie als bedoeld
het eerste lid wordt voorgedragen bij een IBP, raadpleegt de FSMA eerst de Nationale Bank van België. De Nationale Bank van België deelt haar advies mee aan de FSMA binnen een termijn van een week na ontvangst van het verzoek om advies. § 3. De IBP en de leden van haar operationele organen brengen de FSMA onverwijld op de hoogte van elk feit of element dat een wijziging van de bij de benoeming verstrekte
formatie
houdt, en dat een significante
vloed kan hebben op de voor de uitoefening van de betrokken functie vereiste betrouwbaarheid en deskundigheid. De FSMA wordt onverwijld ook op de hoogte gebracht van de afzetting of het ontslag van de voornoemde personen. De FSMA kan, wanneer zij
het kader van de uitvoering van haar toezichtsopdracht op de hoogte is van een dergelijk feit of element, dat al dan niet met toepassing van het eerste lid is verkregen, de naleving van de
paragraaf 1 bedoelde vereisten opnieuw beoordelen.". Art. 64.Onder Titel II, Hoofdstuk V, afdeling II van dezelfde wet, wordt na artikel 77 een onderafdeling III met als opschrift "Onderafdeling III. Beloningsbeleid"
gevoegd. Art. 65.
Onderafdeling III,
gevoegd bij artikel 64 wordt een artikel 77/1
gevoegd, luidende: "Art. 77/1, § 1. De IBP stelt voor alle leden van haar operationele organen, de personen die haar sleutelfuncties vervullen en andere personeelscategorieën waarvan de beroepswerkzaamheden wezenlijke gevolgen hebben voor het risicoprofiel van de IBP, een deugdelijk beloningsbeleid vast en past het toe. Het beloningsbeleid staat
verhouding tot zowel de omvang en de
terne organisatie van de IBP, als de omvang, de aard, de schaal en de complexiteit van haar werkzaamheden. § 2. De IBP maakt periodiek relevante
formatie over het beloningsbeleid openbaar, tenzij anders is bepaald
verordening (EU) 2016/
- §
- Bij de vaststelling en toepassing van het
paragraaf 1 bedoelde beloningsbeleid neemt de IBP de volgende beginselen
acht: 1° het beloningsbeleid wordt vastgesteld, toegepast en gehandhaafd
overeenstemming met de werkzaamheden, het risicoprofiel, de doelstellingen, het langetermijnbelang, de financiële stabiliteit en de prestaties van de IBP als geheel, en het werkt een deugdelijk, prudent en doeltreffend bestuur van IBP
de hand;2° het beloningsbeleid is
overeenstemming met de langetermijnbelangen van de aangeslotenen aan en de pensioengerechtigden van de door de IBP uitgevoerde pensioenregelingen;3° het beloningsbeleid omvat maatregelen die erop gericht zijn belangenconflicten te vermijden;4° het beloningsbeleid strookt met een deugdelijk en doeltreffend risicobeheer en moedigt niet aan tot het nemen van risico's die niet te verenigen zijn met het risicoprofiel en de statuten van de IBP;5° het beloningsbeleid is van toepassing op de IBP en op de
artikel 78 bedoelde dienstverleners, tenzij die dienstverleners onder één van de volgende richtlijnen vallen: - de richtlijn 2009/65/EG van het Europees parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde
stellingen voor collectieve belegging
effecten; - de richtlijn 2009/138/EG van het Europees parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf; - de richtlijn 2011/61/EU van het Europees parlement en de Raad van 8 juni 2011
zake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en tot wijziging van de richtlijnen 2003/41/EG en 2009/65/EG en van de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 1095/2010; - de richtlijn 2013/36/EU van het Europees parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van richtlijn 2002/87/EG en tot
trekking van de richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG; - de richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële
strumenten en tot wijziging van richtlijn 2002/92/EG en richtlijn 2011/61/EU; 6° er is sprake van een duidelijke, transparante en doeltreffende governance ten aanzien van de uitvoering van het beloningsbeleid en het toezicht daarop.". Art. 66.Onder Titel II, Hoofdstuk V, Afdeling II van dezelfde wet, wordt na artikel 77/1,
gevoegd bij artikel 65 een onderafdeling IV met als opschrift "Onderafdeling IV. Sleutelfuncties"
gevoegd. Art. 67.
Onderafdeling IV,
gevoegd bij artikel 66, wordt een artikel 77/2
gevoegd, luidende: "Art. 77/2, § 1. De IBP beschikt permanent over de volgende sleutelfuncties: 1° een risicobeheerfunctie;2° een actuariële functie
de
artikel 77/4, § 1, bedoelde gevallen;3° een compliancefunctie;4° een
terneauditfunctie. § 2. De IBP wijst voor elke sleutelfunctie ten minste één onafhankelijke persoon van binnen of buiten de IBP aan die voor de functie verantwoordelijk is. Hij mag zich laten bijstaan door andere personen.
geval een rechtspersoon wordt aangewezen als verantwoordelijke voor een sleutelfunctie, duidt deze onder zijn vennoten, zaakvoerders, bestuurders, leden van het directiecomité of werknemers een vaste vertegenwoordiger aan die belast wordt met de uitvoering van die opdracht
naam en voor rekening van de rechtspersoon. Deze vertegenwoordiger moet aan dezelfde voorwaarden voldoen en is burgerrechtelijk aansprakelijk en strafrechtelijk verantwoordelijk alsof hij zelf de betrokken opdracht
eigen naam en voor eigen rekening zou volbracht hebben, onverminderd de hoofdelijke aansprakelijkheid van de rechtspersoon die hij vertegenwoordigt. Deze laatste mag zijn vertegenwoordiger niet ontslaan zonder tegelijk een opvolger te benoemen. De bepalingen van artikel 77 zijn van toepassing op deze vertegenwoordiger.
het geval er meerdere personen worden aangesteld als verantwoordelijke voor eenzelfde sleutelfunctie vormen ze een college. De IBP mag toestaan dat één persoon verantwoordelijk is voor meer dan één sleutelfunctie, met uitzondering van de
terneauditfunctie, die onafhankelijk moet zijn van de overige sleutelfuncties. De verantwoordelijke voor een sleutelfunctie en de personen die hem bijstaan, verschillen van de personen die
de bijdragende onderneming een soortgelijke sleutelfunctie vervullen. Rekening houdend met de omvang, de aard, de schaal en de complexiteit van haar activiteiten kan de IBP evenwel soortgelijke sleutelfuncties door dezelfde personen laten uitoefenen als
de bijdragende onderneming, mits de IBP uitlegt hoe zij eventuele belangenconflicten met de bijdragende onderneming voorkomt of beheerst. De IBP stelt de verantwoordelijken voor een sleutelfunctie en de personen die hen bijstaan
staat hun taken daadwerkelijk op een objectieve, eerlijke en onafhankelijke manier te vervullen. § 3. De personen die verantwoordelijk zijn voor een sleutelfunctie rapporteren minstens eenmaal per jaar rechtstreeks aan de raad van bestuur over de uitvoering van hun taak en over eventuele materiële bevindingen en aanbevelingen op het gebied dat onder hun verantwoordelijkheid valt. De raad van bestuur van de IBP besluit welke maatregelen moeten worden getroffen om tegemoet te komen aan de aanbevelingen bedoeld
het eerste lid. Naast de rapportering bedoeld
het eerste lid waarschuwen de personen die verantwoordelijk zijn voor een sleutelfunctie uit eigen beweging de raad van bestuur wanneer ze specifieke risico-ontwikkelingen vaststellen die een negatieve
vloed op de IBP hebben of zouden kunnen hebben of
dien ze significante
breuken op de regelgeving vaststellen. § 4. Onverminderd het recht om niet tegen zichzelf te getuigen, stellen de personen die verantwoordelijk zijn voor een sleutelfunctie de FSMA
de volgende gevallen
kennis als de raad van bestuur van de IBP niet tijdig passende corrigerende maatregelen treft: 1° wanneer ze een substantieel risico hebben ontdekt dat de IBP niet aan een wettelijk vereiste van significante betekenis zal voldoen en dit aan de raad van bestuur van de IBP hebben gerapporteerd, en wanneer dit risico ernstige gevolgen voor de belangen van de aangeslotenen en de pensioengerechtigden zou kunnen hebben;of 2° wanneer ze een materiële en significante
breuk op de voor de IBP en haar activiteiten geldende wetgeving, reglementaire of bestuursrechtelijke bepalingen hebben geconstateerd en dit aan de raad van bestuur van de IBP hebben gerapporteerd.". Art. 68.
Onderafdeling IV,
gevoegd bij artikel 66, wordt een artikel 77/3
gevoegd, luidende: "Art. 77/3.De IBP beschikt over een doeltreffende risicobeheerfunctie die
verhouding staat tot haar omvang en
terne organisatie, alsook tot de omvang, de aard, de schaal en de complexiteit van haar werkzaamheden. Die functie wordt zodanig opgezet dat zij bevorderlijk is voor het functioneren van het risicobeheersysteem van de IBP, bedoeld
artikel 76/1, § 2. Meer
het bijzonder is de persoon die verantwoordelijk is voor de risicobeheerfunctie actief betrokken bij het uitstippelen van de risicostrategie en het opzetten van het risicobeheersysteem van de IBP en bij alle beleidsbeslissingen die een significante
vloed hebben op de risico's. Verder waakt hij erover dat het risicobeheersysteem alle risico's waarmee de IBP
aanraking komt omvat en ziet hij toe op de goede toepassing van het risicobeheersysteem.". Art. 69.
Onderafdeling IV,
gevoegd bij artikel 66, wordt een artikel 77/4
gevoegd, luidende: "Art. 77/4, § 1. Elke IBP, die een pensioenregeling beheert die dekking biedt tegen biometrische risico's of
een beleggingsrendement of een bepaald uitkeringsniveau voorziet, beschikt over een doeltreffende actuariële functie. § 2. De actuariële functie wordt belast met de volgende taken: 1° het coördineren en toezien op de berekening van de technische voorzieningen;2° het beoordelen of de bij de berekening van de technische voorzieningen gehanteerde methodieken, onderliggende modellen en hypotheses passend zijn;3° het beoordelen of er pertinente gegevens worden gebruikt bij de berekening van technische voorzieningen en het beoordelen van de kwaliteit van die gegevens;4° het toetsen van de bij de berekening van technische voorzieningen gehanteerde hypotheses aan de praktijk;5° het verstrekken van
formatie over de betrouwbaarheid en adequaatheid van de berekening van technische voorzieningen aan de raad van bestuur van de IBP;6° het adviseren over de algehele onderschrijvingsgedragslijn
geval de IBP een dergelijke gedragslijn heeft;7° het adviseren over de adequaatheid van de verzekeringsregelingen
geval de IBP dergelijke verzekeringsregelingen heeft; 8° het ertoe bijdragen dat het risicobeheersysteem doeltreffend wordt toegepast.". Art. 70.
Onderafdeling IV,
gevoegd bij artikel 66, wordt een artikel 77/5
gevoegd, luidende: "Art. 77/5, § 1. De IBP beschikt over een doeltreffende compliancefunctie die
verhouding staat tot haar omvang en
terne organisatie, alsook tot de omvang, de aard, de schaal en de complexiteit van haar werkzaamheden. § 2. De compliancefunctie moet erover waken dat de IBP, de leden van haar operationele organen, haar werknemers en haar dienstverleners de wettelijke en reglementaire bepalingen die van toepassing zijn op haar activiteiten en op de pensioenregelingen die de IBP beheert en de
terne beleidslijnen van de IBP,
zonderheid de regels
zake
tegriteit, naleven. De compliancefunctie beoordeelt ook de mogelijke gevolgen van wijzigingen
het rechtskader voor de activiteiten van de IBP en identificeert en beoordeelt compliancerisico's.". Art. 71.
Onderafdeling IV,
gevoegd bij artikel 66, wordt een artikel 77/6
gevoegd, luidende: "Art. 77/6, De IBP beschikt over een doeltreffende
terne auditfunctie die
verhouding staat tot haar omvang en
terne organisatie, alsook tot de omvang, de aard, de schaal en de complexiteit van haar werkzaamheden. De
terne auditfunctie evalueert onder meer of het
terne controlesysteem en andere onderdelen van het vastgelegde governancesysteem,
voorkomend geval met
begrip van de uitbestede werkzaamheden, adequaat en doeltreffend zijn en waakt over de wisselwerking tussen de verschillende sleutelfuncties met het oog op het volledig afdekken van de risico's waaraan de IBP blootstaat.". Art. 72.
Onderafdeling IV,
gevoegd bij artikel 66, wordt een artikel 77/7
gevoegd, luidende: "Art. 77/7.De raad van bestuur controleert minstens jaarlijks of de IBP beantwoordt aan de vereisten van de artikelen 77/2 tot 77/6 en beoordeelt
het bijzonder de goede werking van de
artikel 77/2 bedoelde sleutelfuncties.". Art. 73.
Titel II
, Hoofdstuk V, Afdeling II, van dezelfde wet, wordt na artikel 77/7,
gevoegd bij artikel 72, het opschrift "Onderafdeling V. Uitbesteding"
gevoegd. Art. 74.
artikel 78 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de bestaande tekst van het eerste tot het derde lid wordt paragraaf 1 van dit artikel;2°
het nieuwe § 1, eerste lid, worden de woorden "van één of meer van haar werkzaamheden" vervangen door de woorden "van een functie, activiteit of operationele taak" en worden de woorden "geheel of gedeeltelijk"
gevoegd tussen de woorden "aannemingsovereenkomst" en "aan een derde";3° het nieuwe § 1, tweede lid, wordt aangevuld met de woorden "en dat de uitbestede functies, activiteiten of operationele taken naar behoren worden uitgevoerd";4°
het nieuwe § 1, derde lid, wordt het woord "zijn" vervangen door "haar";5° het vierde lid wordt vervangen als volgt: " § 2.Uitbesteding, hetzij rechtstreeks hetzij door middel van onderuitbesteding, van functies, activiteiten of operationele taken mag er niet toe leiden dat: 1° er afbreuk wordt gedaan aan de kwaliteit van het governancesysteem van de betrokken IBP;2° het operationele risico onnodig toeneemt;3° er afbreuk wordt gedaan aan het vermogen van de FSMA om hun controletaken uit te oefenen;4° de continuïteit en de toereikendheid van de dienstverlening aan aangeslotenen en pensioengerechtigden worden ondermijnd. § 3. De IBP die een functie, activiteit of operationele taak uitbesteedt, sluit een schriftelijke overeenkomst met de dienstverlener. Een dergelijke overeenkomst bevat een duidelijke omschrijving van de rechten en plichten van de IBP en de dienstverlener. § 4. De IBP stelt de FSMA tijdig
kennis van de uitbesteding van een functie, activiteit of operationele taak die onder deze wet valt.
dien dergelijke uitbesteding betrekking heeft op sleutelfuncties of op het beheer van de IBP, stelt de IBP de FSMA daarvan
kennis voordat de overeenkomst betreffende die uitbesteding
werking treedt. Een zelfde kennisgevingsplicht geldt ook voor latere belangrijke ontwikkelingen met betrekking tot de uitbestede functies, activiteiten of operationele taken.". Art. 75.
Titel II
, Hoofdstuk V, afdeling II, van dezelfde wet, wordt na artikel 78, gewijzigd bij artikel 74, het opschrift "Onderafdeling VI. Diverse organisatorische aspecten"
gevoegd. Art. 76.
artikel 80 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1°
§ 1
, eerste lid, wordt de bepaling onder 2/1°
gevoegd, luidende: "2/1° de activiteiten bedoeld
artikel 55, eerste lid, 3° ;2°
§ 1
, tweede lid, wordt het woord "en" opgeheven en worden de woorden "of per groep van ondernemingen"
gevoegd tussen de woorden "bijdragende onderneming" en "
dien bepaalde";3°
§ 2
, 1°, worden de woorden ",
het bijzonder wanneer de wetgeving van de lidstaat van ontvangst beleggingsregels oplegt die verschillend zijn van deze die van toepassing zijn op de andere activiteiten van de
stelling" opgeheven;4° een paragraaf 4 wordt toegevoegd, luidende: " § 4.De passiva en de overeenkomstige activa mogen niet worden overgedragen tussen afzonderlijke vermogens die behoren tot een verschillende categorie als bedoeld
§ 1, eerste lid, 1°, 2° en 2/1°.
". Art. 77.
artikel 85 van dezelfde wet worden de woorden "Een
stelling voor bedrijfspensioenvoorziening kan" vervangen door de woorden "Zonder afbreuk te doen aan artikel 91, § 1, 6°, kan een IBP" en worden de woorden ", de personen die verantwoordelijk zijn voor een sleutelfunctie of,
geval van rechtspersonen, de personen die hen vertegenwoordigen,"
gevoegd tussen de woorden "van haar organen" en "en haar personeel". Art. 78.
artikel 86 van dezelfde wet wordt het derde lid vervangen als volgt: "De IBP herziet het financieringsplan ten minste om de drie jaar en onverwijld na elke significante wijziging
de financiering, de berekeningswijze van de technische voorzieningen of de rechtvaardiging ervan.". Art. 79.
artikel 88 van dezelfde wet wordt het eerste tot het derde lid vervangen als volgt: "De IBP die een middelverbintenis aangaat, stelt een voldoende solvabiliteitsmarge samen voor: 1° de activiteiten betreffende de risico's overlijden,
validiteit en arbeidsongeschiktheid bedoeld
artikel 55, eerste lid, 1° en 3° ;2° voor het geheel van de activiteiten bedoeld
artikel 55, eerste lid, 2°. De solvabiliteitsmarge wordt afzonderlijk samengesteld voor: 1° de activiteiten bedoeld
artikel 55, eerste lid, 1° ;2° de activiteiten bedoeld
artikel 55, eerste lid, 2° ;3° de activiteiten bedoeld
artikel 55, eerste lid, 3°.". Art. 80.
het opschrift van Afdeling VI van Titel II, Hoofdstuk V, van dezelfde wet, wordt het woord "Dekkingswaarden" vervangen door het woord "Activa". Art. 81.Artikel 90 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: "Art. 90.De IBP houdt op elk ogenblik per afzonderlijk vermogen voldoende en passende activa aan ter dekking van: 1° de
artikel 87 en 88 bedoelde solvabiliteitsmarge;2° de
artikel 89 bedoelde technische voorzieningen; 3° de overige passiva van de IBP.". Art. 82.
artikel 91 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/04/2014 pub. 17/06/2014 numac 2014003229 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet betreffende de alternatieve
stellingen voor collectieve belegging en hun beheerders type wet prom. 19/04/2014 pub. 02/05/2014 numac 2014202713 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet tot wijziging van de wet van 31 december 1983 tot hervorming der
stellingen voor de Duitstalige Gemeenschap type wet prom. 19/04/2014 pub. 19/05/2014 numac 2014011331 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende
stemming met het Samenwerkingsakkoord van 27 februari 2014 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest betreffende de oprichting van een vergunningscoördinerend en -faciliterend comité voor trans-Europese energie-
frastructuurprojecten, ter uitvoering van Verordening nr. 347/2013
de eerste zin van paragraaf 1 wordt het woord "dekkingswaarden" vervangen door "activa"; 2°
paragraaf 1 wordt de bepaling onder 1° aangevuld met een lid, luidende: "IBP's kunnen rekening houden met het mogelijke langetermijneffect van beleggingsbeslissingen op milieu-, sociale en governancefactoren;"; 3°
§ 1
, 3°, worden de woorden ", als gedefinieerd
artikel 4, eerste lid, punt 21, van voornoemde richtlijn 2014/65/EU,"
gevoegd tussen de woorden "gereglementeerde markten" en "belegd";4°
paragraaf 1 wordt de bepaling onder 6° vervangen als volgt: "6° beleggingen
alsook leningen toegestaan aan en vorderingen op de bijdragende onderneming worden beperkt tot ten hoogste 5 % van de portefeuille als geheel, en
geval de bijdragende onderneming tot een groep behoort, worden beleggingen
alsook leningen toegestaan aan en vorderingen op de ondernemingen die tot dezelfde groep van de bijdragende onderneming behoren, beperkt tot ten hoogste 10 % van de portefeuille. Voor de toepassing van het eerste lid zijn de ondernemingen die tot dezelfde groep behoren, ondernemingen en/of
stellingen die onderling verbonden zijn
de zin van de criteria opgesomd
artikel 11, 1°, van het Wetboek van vennootschappen. Wanneer de IBP pensioenregelingen voor meerdere bijdragende ondernemingen beheert, geschieden beleggingen
alsook leningen toegestaan aan en vorderingen op deze ondernemingen op prudente wijze, waarbij rekening wordt gehouden met de noodzaak van een behoorlijke diversificatie. De Koning kan de vorderingen op de bijdragende onderneming aanduiden waarop de bepalingen van het eerste en tweede lid niet van toepassing zijn."; 5°
§ 2
, eerste lid, worden de woorden "
paragraaf 1 bedoelde activa, en
het bijzonder van de"
gevoegd tussen de woorden "de aard van de" en het woord "dekkingswaarden". Art. 83.Artikel 92 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: "Art. 92.§ 1 De IBP geeft haar voor bewaargeving vatbare activa
bewaring, hetzij bij de Nationale Bank van België, hetzij bij een onderneming of
stelling waaraan vergunning is verleend overeenkomstig voornoemde richtlijn 2013/36/EU of voornoemde richtlijn 2014/65/EU of die voor de toepassing van voornoemde richtlijn 2009/65/EG of voornoemde richtlijn 2011/61/EU als bewaarder zijn aanvaard en wiens vergunning een activiteit van bewaargeving toelaat. De aanstelling van de bewaarder wordt vastgelegd
een schriftelijke overeenkomst tussen de IBP en de bewaarder. De overeenkomst regelt het doorgeven van de
formatie die noodzakelijk wordt geacht om de bewaarder
staat te stellen zijn taken uit te voeren overeenkomstig deze wet en andere relevante wetten, reglementaire en bestuursrechtelijke bepalingen. Bij de uitvoering van de
paragraaf 2 bedoelde taken handelen de IBP en de bewaarder betrouwbaar, eerlijk, professioneel, onafhankelijk en
het belang van de aangeslotenen en de pensioengerechtigden van de pensioenregeling. Een bewaarder mag geen werkzaamheden met betrekking tot de IBP uitvoeren die tot belangenconflicten tussen de IBP, de aangeslotenen en de pensioengerechtigden van de pensioenregeling en hemzelf kunnen leiden, tenzij de bewaarder het vervullen van zijn bewaarnemingstaken functioneel en hiërarchisch heeft gescheiden van zijn andere mogelijkerwijs conflicterende taken, en de mogelijke belangenconflicten afdoende worden onderkend, beheerd, opgevolgd en meegedeeld aan de raad van bestuur van de IBP. § 2. De bewaarder houdt alle financiële
strumenten
bewaring die op een financiële-
strumentenrekening
de boeken van de bewaarder kunnen worden geregistreerd, alsook alle financiële
strumenten die fysiek aan hem kunnen worden geleverd. Hiertoe zorgt de bewaarder ervoor dat de financiële
strumenten die op een financiële-
strumentenrekening
de boeken van de bewaarder kunnen worden geregistreerd, overeenkomstig de voorschriften van voornoemde richtlijn 2014/65/EU op aparte rekeningen
de boeken van de bewaarder worden geregistreerd; deze aparte rekeningen zijn geopend op naam van de IBP, zodat te allen tijde duidelijk kan worden vastgesteld dat zij aan de IBP of aan de aangeslotenen aan en pensioengerechtigden van de pensioenregeling toebehoren. § 3. Een bewaarder is jegens de IBP en de aangeslotenen en pensioengerechtigden aansprakelijk voor alle door hen geleden schade ten gevolge van ongerechtvaardigde niet-nakoming of gebrekkige nakoming van zijn verplichtingen, zelfs
het geval hij de activa die hij
bewaring heeft genomen, geheel of ten dele aan derden heeft toevertrouwd.". Art. 84.
artikel 93 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1°
het eerste lid worden de woorden "de dekkingswaarden van" vervangen door de woorden "de
artikel 90 bedoelde activa en waarin de dekkingswaarden afzonderlijk worden geïdentificeerd van"; 2° het derde lid wordt vervangen als volgt: "Wanneer de
de permanente
ventaris opgenomen activa niet beschikbaar zijn voor de dekking van de verbintenissen omdat ze bezwaard zijn met een zakelijk recht, wordt daarvan melding gemaakt
de permanente
ventaris en wordt het niet-beschikbare bedrag van de dekkingswaarden niet meegeteld bij de berekening van het
het tweede lid bedoelde totale bedrag.". Art. 85.
artikel 94, eerste lid, van dezelfde wet, worden de woorden "van de
artikel 90 bedoelde technische voorzieningen en" opgeheven. Art. 86.
titel II van dezelfde wet wordt het opschrift van Hoofdstuk VI vervangen als volgt: "Afdeling VII. Verklaring
zake de beleggings beginselen" Art. 87.
artikel 95 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/04/2014 pub. 17/06/2014 numac 2014003229 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet betreffende de alternatieve
stellingen voor collectieve belegging en hun beheerders type wet prom. 19/04/2014 pub. 02/05/2014 numac 2014202713 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet tot wijziging van de wet van 31 december 1983 tot hervorming der
stellingen voor de Duitstalige Gemeenschap type wet prom. 19/04/2014 pub. 19/05/2014 numac 2014011331 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende
stemming met het Samenwerkingsakkoord van 27 februari 2014 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest betreffende de oprichting van een vergunningscoördinerend en -faciliterend comité voor trans-Europese energie-
frastructuurprojecten, ter uitvoering van Verordening nr. 347/2013
het beleggingsbeleid rekening wordt gehouden met milieu-, sociale en governancefactoren."; 2° het vierde lid wordt opgeheven. Art. 88.
Titel II
, Hoofdstuk V van dezelfde wet, wordt na artikel 95, gewijzigd bij artikel 87, een afdeling VIII met het opschrift "Afdeling VIII. Eigen-risicobeoordeling
gevoegd. Art. 89.
Afdeling VIII
,
gevoegd bij artikel 88, wordt een artikel 95/1
gevoegd, luidende: "Art. 95/1, § 1. De IBP voert op een wijze die
verhouding staat tot haar omvang en
terne organisatie, alsook tot de omvang, de aard, de schaal en de complexiteit van haar werkzaamheden, een eigen risicobeoordeling uit en documenteert deze risicobeoordeling naar behoren. Die risicobeoordeling wordt ten minste om de drie jaar of onmiddellijk na een significante wijziging
het risicoprofiel van de IBP of van de door de IBP uitgevoerde pensioenregelingen verricht.
geval van een significante wijziging
het risicoprofiel van een specifieke pensioenregeling mag de risicobeoordeling beperkt blijven tot die pensioenregeling. § 2. De
paragraaf 1 bedoelde risicobeoordeling omvat, rekening houdend met de omvang en
terne organisatie van de IBP, alsook met de omvang, de aard, de schaal en de complexiteit van de werkzaamheden van de IBP, het volgende: 1° een beschrijving van de wijze waarop de eigen risicobeoordeling
het managementproces en de besluitvormingsprocessen van de IBP is geïntegreerd;2° een beoordeling van de doelmatigheid van het risicobeheersysteem;3°
dien de IBP overeenkomstig artikel 78 sleutelfuncties aan de bijdragende onderneming uitbesteedt, een beschrijving van de wijze waarop de IBP belangenconflicten met de bijdragende onderneming voorkomt;4° een beoordeling van de totale financieringsbehoeften van de IBP, met,
dien van toepassing, een beschrijving van het herstelplan;5° een beoordeling van de risico's voor de aangeslotenen en pensioengerechtigden met betrekking tot de uitbetaling van hun pensioenuitkeringen en de effectiviteit van eventuele corrigerende maatregelen,
voorkomend geval rekening houdend met: a)
dexeringsmechanismen;b) mechanismen ter verlaging van de uitkering, waaronder de mate waarin de opgebouwde pensioenrechten kunnen worden verlaagd, onder welke voorwaarden en door wie;6° een kwalitatieve beoordeling van de mechanismen ter bescherming van de pensioenuitkeringen, waaronder
voorkomend geval garanties, convenanten of een andere soort financiële steun van de bijdragende onderneming, verzekering of herverzekering door een onderneming die onder voornoemde richtlijn 2009/138/EG valt of dekking door een pensioenbeschermingsregeling ten behoeve van de IBP of de aangeslotenen en pensioengerechtigden;7° een kwalitatieve beoordeling van de operationele risico's;8°
dien bij de beleggingsbeslissingen rekening wordt gehouden met milieu-, sociale en governancefactoren, een beoordeling van nieuwe of opkomende risico's, met
begrip van risico's die met klimaatverandering, het gebruik van hulpbronnen en het milieu verband houden, sociale risico's en risico's
verband met de waardevermindering van activa als gevolg van veranderde regelgeving. § 3. Voor de toepassing van paragraaf 2 beschikt de IBP over methoden om de risico's te detecteren en te beoordelen waaraan zij op korte en op lange termijn is of kan worden blootgesteld en die gevolgen kunnen hebben voor de mogelijkheid van een IBP om aan haar verplichtingen te voldoen. Deze methoden staan
verhouding tot de omvang, de aard, de schaal en de complexiteit van de risico's die aan haar activiteiten verbonden zijn. De methoden worden beschreven
de eigen risicobeoordeling. § 4. De eigen risicobeoordeling wordt
aanmerking genomen bij de strategische beslissingen van de IBP. § 5. De IBP stelt de FSMA binnen de maand
kennis van elke uitgevoerde eigen-risicobeoordeling. § 6. De verantwoordelijken voor de sleutelfuncties
formeren en maken aanbevelingen over aan de IBP op een onafhankelijke en objectieve wijze, elk voor hun domein, bij het ontwikkelen en uitvoeren van haar eigen risicobeoordeling. Art. 90.
dezelfde wet, worden de volgende opschriften
gevoegd tussen het nieuwe artikel 95/1,
gevoegd bij artikel 89 en artikel 96: "Hoofdstuk VI.
formatie Afdeling I. Algemene bepalingen
zake
formatieverstrekking" Art. 91.Artikel 96 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: "Art. 96.Dit hoofdstuk doet geen afbreuk aan de bepalingen van de voor pensioenregelingen geldende sociale wetgeving en arbeidswetgeving en voorschriften
zake
formatieverstrekking.". Art. 92.
dezelfde wet wordt een artikel 96/1
gevoegd, luidende: "Art. 96/1.De
dit hoofdstuk opgenomen
formatieverplichtingen kunnen eveneens worden vervuld door de bijdragende onderneming of een derde.". Art. 93.
dezelfde wet wordt een artikel 96/2
gevoegd, luidende: "Art. 96/2.De
dit hoofdstuk bedoelde
formatie wordt: 1° regelmatig bijgewerkt;2° op een duidelijke wijze geschreven
een heldere, bondige en begrijpelijke taal, waarbij jargon en technische termen worden vermeden
dien
plaats daarvan alledaagse woorden kunnen worden gebruikt;3° opgesteld op een wijze die niet misleidend is.Er wordt zorg gedragen voor de consistentie, zowel wat woordgebruik als wat
houd betreft; 4° op zodanige wijze gepresenteerd dat zij gemakkelijk leesbaar is;5° ter beschikking gesteld
een officiële taal van de lidstaat waarvan het voor bedrijfspensioenregelingen geldende sociale en arbeidsrecht van toepassing is op de betreffende pensioenregeling;en 6° kosteloos ter beschikking gesteld voor toekomstige aangeslotenen, aangeslotenen en de pensioengerechtigden,
elektronische vorm, onder meer op een duurzame drager of op een website, dan wel op papier. Met betrekking tot de
formatie bedoeld
artikel 96/6 mogen de aangeslotenen verzoeken om, naast de
formatie
elektronische vorm, ook kosteloos een papieren versie te ontvangen.". Art. 94.
Titel II
, Hoofdstuk VI van dezelfde wet, wordt na artikel 96/2,
gevoegd bij artikel 93, een afdeling II met het opschrift "Afdeling II.
formatie aan de toekomstige aangeslotenen"
gevoegd. Art. 95.
Afdeling II
,
gevoegd bij artikel 94, wordt een artikel 96/3
gevoegd, luidende: "Art. 96/3.§ 1. De IBP
formeert de toekomstige aangeslotenen over: 1° relevante opties waarover zij beschikken, met
begrip van beleggingsopties;2° de relevante kenmerken van de pensioenregeling, waaronder de soort uitkeringen;3° of en hoe
het kader van de beleggingsbenadering rekening wordt gehouden met milieu-, klimaat-, sociale en corporate governancefactoren;4° waar verdere
formatie beschikbaar is. § 2.
dien de aangeslotenen een beleggingsrisico dragen of beleggingsbeslissingen kunnen nemen,
formeert de IBP de toekomstige aangeslotenen over: 1° de resultaten die de beleggingen
verband met de pensioenregeling
het verleden hebben behaald over ten minste de afgelopen vijf jaar, of de hele periode gedurende dewelke de pensioenregeling is uitgevoerd
dien die minder dan vijf jaar is;2° de structuur van de kosten die door de aangeslotenen en pensioengerechtigden worden gedragen. § 3. De toekomstige aangeslotenen die automatisch bij een pensioenregeling worden aangesloten, ontvangen de
formatie bedoeld
de paragrafen 1 en 2 zodra zij aangesloten zijn. De toekomstige aangeslotenen die niet automatisch bij een pensioenregeling worden aangesloten, ontvangen de
formatie bedoeld
de paragrafen 1 en 2 voordat zij zich bij die pensioenregeling aansluiten.". Art. 96.
Titel II
, Hoofdstuk VI van dezelfde wet, wordt na artikel 96/3,
gevoegd bij artikel 95, een afdeling III met het opschrift "Afdeling III.
formatie aan de aangeslotenen en de pensioengerechtigden"
gevoegd. Art. 97.
Afdeling III
,
gevoegd bij artikel 96, wordt een artikel 96/4
gevoegd, luidende: "Art. 96/4.§ 1. De IBP
formeert de aangeslotenen en pensioengerechtigden voldoende over de voorwaarden van de pensioenregeling waarbij ze zijn aangesloten, en met name over: 1° de naam van de IBP die de pensioenregeling beheert, de lidstaat waar de IBP geregistreerd is of een vergunning heeft verkregen en de naam van de bevoegde autoriteit;2° de rechten en plichten van de bij de pensioenregeling betrokken partijen;3°
formatie over het beleggingsprofiel;4° de aard van de financiële risico's die door de aangeslotenen en pensioengerechtigden worden gedragen;5° de voorwaarden betreffende volledige of gedeeltelijke garanties uit hoofde van de pensioenregeling of op een bepaalde hoogte van de uitkeringen, of een verklaring daarover wanneer er geen garantie uit hoofde van de pensioenregeling is voorzien;6° de mechanismen ter bescherming van de opgebouwde pensioenrechten of de mechanismen ter verlaging van de uitkering,
dien van toepassing;7°
dien de aangeslotenen een beleggingsrisico dragen of beleggingsbeslissingen kunnen nemen,
formatie over de resultaten die de beleggingen van de pensioenregeling
het verleden hebben behaald over ten minste de afgelopen vijf jaar, of alle jaren gedurende dewelke de pensioenregeling is uitgevoerd
dien dat minder dan vijf jaar is;8° de structuur van de kosten die door de aangeslotenen en pensioengerechtigden worden gedragen, bij regelingen die niet
een bepaalde hoogte van de uitkeringen voorzien;9° de opties waarover de aangeslotenen en pensioengerechtigden beschikken bij het
nen van hun pensioenuitkeringen;10°
dien een aangeslotene het recht heeft om pensioenrechten over te dragen, verdere
formatie over de regelingen voor die overdracht. § 2. Bij regelingen waarbij de aangeslotenen een beleggingsrisico dragen en waarbij meerdere beleggingsmogelijkheden met verschillende beleggingsprofielen worden geboden,
formeert de IBP de aangeslotenen over: 1° de voorwaarden die aan het scala aan beschikbare beleggingsmogelijkheden verbonden zijn;2°
dien van toepassing, de standaard beleggingsmogelijkheid;3° de
het kader van de pensioenregeling gehanteerde regel om een bepaalde aangeslotene aan een beleggingsmogelijkheid toe te wijzen. § 3. Aangeslotenen en pensioengerechtigden of hun vertegenwoordigers ontvangen binnen een redelijke termijn alle relevante
formatie over wijzigingen
de voorschriften
zake de pensioenregeling. Voorts stellen IBP's hun een uitleg ter beschikking over de gevolgen van de significante wijzigingen
de technische voorzieningen voor de aangeslotenen en pensioengerechtigden.". Art. 98.
Afdeling III
,
gevoegd bij artikel 96, wordt een artikel 96/5
gevoegd, luidende: "Art. 96/5.Op verzoek van de aangeslotenen, pensioengerechtigden of hun vertegenwoordigers, verstrekt de IBP de volgende
formatie: 1° de jaarrekeningen en de jaarverslagen als bedoeld
artikel 81, desgevallend beperkt tot de jaarverslagen en de jaarrekeningen voor hun specifieke pensioenregeling;2° de
artikel 95 bedoelde verklaring
zake de beleggingsbeginselen; 3° eventuele verdere
formatie over de gehanteerde hypothesen om de
artikel 96/6, § 3, 5°, bedoelde projecties op te stellen.". Art. 99.
Titel II
, Hoofdstuk VI van van dezelfde wet, wordt na artikel 96/5,
gevoegd bij artikel 98, een afdeling IV met het opschrift "Afdeling IV. Bijkomende
formatie aan de aangeslotenen"
gevoegd. Art. 100.
Afdeling IV
,
gevoegd bij artikel 99, wordt een artikel 96/6
gevoegd, luidende: "Art. 96/6.§ 1. Rekening houdend met de specifieke aard van de pensioenregeling en het toepasselijke nationale sociale, arbeids- en belastingrecht, bezorgt de IBP aan de aangeslotenen ten minste jaarlijks een beknopt document met essentiële
formatie dat de titel "pensioenoverzicht" draagt. § 2. De
formatie
het pensioenoverzicht is nauwkeurig en bijgewerkt. Elke wezenlijke wijziging
de
het pensioenoverzicht opgenomen
formatie ten opzichte van het voorgaande jaar wordt duidelijk aangegeven. § 3. Het pensioenoverzicht bevat ten minste de volgende
formatie: 1° de precieze datum waarop de
formatie
het pensioenoverzicht betrekking heeft;2° de persoonsgegevens van de aangeslotene, met vermelding van, naargelang wat van toepassing is, de wettelijke pensioenleeftijd, de
de pensioenregeling vastgestelde of door de IBP geraamde pensioenleeftijd, of de door de aangeslotene vastgestelde pensioenleeftijd;3° de naam en het contactadres van de IBP en de identificatie van de pensioenregeling van de aangeslotene;4°
dien van toepassing,
formatie over volledige of gedeeltelijke garanties uit hoofde van de pensioenregeling en,
voorkomend geval, waar verdere
formatie te vinden is;5°
formatie over de op basis van de onder 2° vermelde pensioenleeftijd gemaakte pensioenprojecties, met een waarschuwing dat die projecties kunnen verschillen van de definitieve waarde van de uitkeringen.
dien de pensioenprojecties worden uitgevoerd op basis van economische scenario's, moet die
formatie ook een meest realistisch scenario en een ongunstig scenario omvatten, rekening houdend met de specifieke aard van de pensioenregeling; De FSMA kan bij reglement de voorschriften bepalen voor de hypotheses voor de bedoelde pensioenprojecties. De IBP past die voorschriften toe voor de vaststelling van,
dien van toepassing, het jaarlijkse percentage van de nominale beleggingsresultaten, het jaarlijkse
flatiepercentage en de toekomstige loontrend; 6°
formatie over de opgebouwde pensioenaanspraken of het opgebouwde kapitaal, rekening houdend met de specifieke aard van de pensioenregeling;7°
formatie over de bijdragen die de bijdragende onderneming en de aangeslotene aan de pensioenregeling gedurende ten minste de afgelopen twaalf maanden hebben betaald, rekening houdend met de specifieke aard van de pensioenregeling;8° een uitsplitsing van de kosten die de IBP gedurende ten minste de afgelopen twaalf maanden heeft
gehouden en die een impact hebben op de rechten van de aangeslotenen;9°
formatie over het financieringsniveau van de pensioenregeling
haar geheel;10° waar en hoe aanvullende
formatie kan worden verkregen over onder meer: - verdere praktische
formatie over de opties waarover de aangeslotenen
het kader van de pensioenregeling beschikken; - de
de jaarrekeningen en jaarverslagen vermelde
formatie alsook de
de verklaring
zake beleggingsbeginselen vermelde
formatie; -
dien van toepassing,
formatie over de gehanteerde hypothesen voor
renten uitgedrukte bedragen, met name over het percentage van de rente, het soort aanbieder en de duur van de rente; -
formatie over de hoogte van de uitkeringen
geval van beëindiging van de dienstbetrekking; 11° bij pensioenregelingen waarbij de aangeslotenen het beleggingsrisico dragen en waarbij een beleggingsmogelijkheid krachtens een
het kader van de pensioenregeling vastgestelde specifieke regel aan de aangeslotene wordt opgelegd, de plaats waar aanvullende
formatie beschikbaar is.". Art. 101.
Afdeling IV
,
gevoegd bij artikel 99, wordt een artikel 96/7
gevoegd, luidende: "Art. 96/7.
aanvulling op het pensioenoverzicht verstrekt de IBP aan iedere aangeslotene tijdig vóór de
artikel 96/6, § 3, 2°, bedoelde pensioenleeftijd of op verzoek van de aangeslotene,
formatie over de beschikbare opties voor de uitbetaling van de pensioenuitkering.". Art. 102.
Titel II
, Hoofdstuk VI van dezelfde wet, wordt na artikel 96/7,
gevoegd bij artikel 101, een afdeling V met het opschrift "Afdeling V. Tijdens de uitbetalingsfase aan de pensioengerechtigden te verstrekken
formatie". Art. 103.
Afdeling V
,
gevoegd bij artikel 102, wordt een artikel 96/8
gevoegd, luidende: "Art. 96/8.§ 1. De IBP verstrekt aan de pensioengerechtigden tijdens de uitbetalingsfase periodiek
formatie over de verschuldigde uitkeringen en de overeenkomstige uitbetalingsmogelijkheden. § 2. De IBP stelt de pensioengerechtigden tijdens de uitbetalingsfase onverwijld
kennis nadat een definitief besluit is genomen dat
een verlaging van de hun toekomende uitkeringen resulteert, en drie maanden voordat dat besluit wordt toegepast. § 3. Wanneer tijdens de uitbetalingsfase een aanzienlijk deel van het beleggingsrisico door de pensioengerechtigden wordt gedragen, ontvangen de pensioengerechtigden hierover regelmatig passende
formatie.". Art. 104.
Titel II
, Hoofdstuk VI van dezelfde wet, wordt na artikel 96/8,
gevoegd bij artikel 103, een afdeling VI met het opschrift "Afdeling VI.
formatie aan de aangeslotenen en de pensioengerechtigden van wettelijke pensioenregelingen"
gevoegd. Art. 105.
Afdeling VI
,
gevoegd