← België

Wet houdende de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2008

Kort samengevat

Deze wet regelt de algemene uitgavenbegroting van de Belgische federale overheid voor het begrotingsjaar 2008, inclusief de goedkeuring van kredieten en specifieke bepalingen voor verschillende departementen.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN 1 JUNI 2008. - Wet houdende de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2008 (1) ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Art.1-01-1 Deze wet regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 74, 3° van de Grondwet. Art. 1-01-2 De Algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 2008 wordt goedgekeurd : 1° wat betreft de kredieten ingeschreven voor de dotaties, overeenkomstig de desbetreffende bij deze wet gevoegde tabel;2° wat betreft de kredieten per programma, overeenkomstig de totalen van de programma's zoals vermeld in de bij deze wet gevoegde begrotingen per sectie en per basisallocatie. Art. 1-01-3 § 1 - De kredieten voor de programma's die betrekking hebben op de werkingskosten van de administraties - bestaansmiddelenprogramma's genoemd - behelzen : 1. De bezoldigingen en allerhande toelagen van het actief en ter beschikking gesteld personeel, de bezoldigingen of lonen van het hulppersoneel, de toelagen voor hogere en bijzondere functies, de tussenkomst in de abonnementen op het gemeenschappelijk vervoer, de vergoedingen voor arbeidsongevallen - inbegrepen de uitkering van deze vergoedingen aan leden van de familie van het slachtoffer in geval van overlijden - alsook de verminderde bezoldigingen of lonen van het tijdelijk of hulppersoneel, in dienst door werkongeval getroffen.2. Allerhande uitgaven voor sociaal dienstbetoon.3. Bestendige uitgaven voor aankopen van niet-duurzame goederen en van diensten : - Erelonen van advocaten en geneesheren - Gerechtskosten inzake burgerlijke, administratieve en strafzaken - Presentiegelden, reis- en verblijfkosten van niet tot de Rijksdiensten behorende personen - Bezoldigingen van niet tot de Administratie behorende deskundigen en prestaties van derden; - Verbruiksuitgaven met betrekking tot het bezetten van de lokalen B met inbegrip van de uitgaven voor energieverbruik « stookolie, gas, benzine, elektriciteit, kolen » - en uitgaven voor onderhoud - Bureaukosten, vervoer, belastingen, retributies, publicaties van het departement, beroepsscholing, kleding en andere kleine bestuursuitgaven; - Allerhande vergoedingen aan het Rijkspersoneel voor werkelijke lasten en materiële schade, de vervoerskosten betreffende dienstreizen en de verzekeringspremies der afgevaardigden van het departement die zich naar het buitenland begeven. 4. Allerhande werkingsuitgaven met betrekking tot de informatica.5. Uitgaven voor uitzonderlijke aankopen van niet-duurzame goederen en van diensten, waaronder werken en leveringen voor de inrichting van nieuwe lokalen en de verhuiskosten.6. Huur van onroerende goederen en daarmee verband houdende belastingen van de verschillende diensten van het departement, betaald zonder de tussenkomst van de Regie der Gebouwen.7. Andere uitgaven met betrekking tot de werking van de diensten waarvan de gedetailleerde omschrijving in de bestaansmiddelenprogramma's wordt weergegeven.8. Uitgaven voor de aankoop van duurzame roerende goederen : machines, meubilair, materieel en vervoermiddelen te land.9. Investeringsuitgaven inzake de informatica. § 2. - In afwijking van het artikel 15 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, mogen de basisallocaties met betrekking tot de bezoldigingen en allerhande toelagen « 11 03 - Vast en stagedoend statutair personeel » en « 11 04 - Ander dan statutair personeel », binnen éénzelfde sectie van de begroting onder en uitsluitend onder elkaar herverdeeld worden. § 3. - In afwijking van het artikel 15 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, mogen de basisallocaties 11.05 - Uitgaven voor sociaal dienstbetoon - en de basisallocaties met betrekking tot de werkings- en investeringsuitgaven met de economische codes 12 en 74, al of niet specifiek en al dan niet behorend tot een bestaansmiddelenprogramma, binnen éénzelfde sectie van de begroting onder en uitsluitend onder elkaar herverdeeld worden. Deze afwijking is niet van toepassing op de basisallocaties betreffende de uitgaven van de beleidsorganen van de ministers en staatssecretarissen. Art. 1-01-4 In afwijking van artikel 40 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, gebeurt de betaling van de geboortetoelagen en van de vergoedingen voor begrafeniskosten overeenkomstig de regelen bepaald in artikel 41, 1ste lid, van dezelfde wetten. Art. 1-01-5 Ten behoeve van de bestellingen die worden gedaan via de federale overheidsdienst Personeel en Organisatie, mogen provisionele stortingen worden uitgevoerd ten bate van het speciaal Fonds opgericht bij deze overheidsdienst, door middel van ordonnanties van betaling door overschrijving in de schrifturen van de Thesaurie. Art. 1-01-6 Machtiging wordt verleend provisies toe te staan aan advocaten, experten en gerechtsdeurwaarders die voor rekening van de Staat optreden. Art. 1-01-7 § 1. In afwijking van artikel 7, 1° van het koninklijk besluit van 1 juli 1964 tot vaststelling van de regels van aanrekening van de budgettaire ontvangsten en uitgaven van de diensten van algemeen bestuur van de Staat kunnen de uitgaven wegens verbintenissen, ten laste van de Staat ontstaan tijdens de jaren vóór het begrotingsjaar 2007, en regelmatig vastgelegd ten bezware van een niet-gesplitst krediet dat niet meer kan worden overgedragen, worden aangerekend ten laste van de bij onderhavige wet geopende kredieten. § 2. De ordonnancerende ministers of hun afgevaardigden delen driemaandelijks aan de Kamer van volksvertegenwoordigers, aan het Rekenhof, alsook aan de minister van Begroting, de gedane aanwending mee van de afwijking bedoeld in § 1. Art. 1-01-8 In afwijking van artikel 12, derde lid, van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, kunnen toelagen worden toegekend in toepassing van artikel 43 van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse Instellingen en ten laste van het Fonds ter financiering van de internationale rol en de hoofdstedelijke functie van Brussel. HOOFDSTUK II. - Bijzondere bepalingen der departementen Sectie 02. - FOD Kanselarij van de Eerste Minister Art. 2.02.1 In afwijking van artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen geldvoorschotten verleend worden : - tot een maximumbedrag van 370.000 euro aan de buitengewoon rekenplichtige van de FOD Kanselarij van de Eerste Minister; - tot een maximumbedrag van 25.000 euro aan de buitengewoon rekenplichtige van de Vaste Nationale Cultuurpactcommissie. Door middel van deze voorschotten mogen de buitengewoon rekenplichtigen schuldvorderingen van allerlei aard, met inbegrip van de aankoop van roerende patrimoniumgoederen, betalen die niet hoger zijn dan 5.500 euro. Art. 2.02.2 In afwijking van artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen opeenvolgende geldvoorschotten van ten hoogste 2.500 euro toegestaan worden aan de rekenplichtige die belast is met de vereffening van de hulpgelden en toelagen van sociale aard. Art. 2.02.3 Binnen de perken van de betrokken basisallocaties, kunnen de volgende toelagen worden toegekend : PROGRAMMA 31/1. - EXTERNE COMMUNICATIE 1. Dotatie aan het Internationaal Perscentrum « Résidence Palace ».2. Toelage aan de VZW « Museum van Europa ».3. Allerhande toelagen in het kader van de informatie- en communicatieopdrachten goedgekeurd door de Ministerraad. 4. Toelage aan de Belgische Stichting Roeping s.o.n. en aan de vzw Belgisch Fonds voor Roeping. 5. Toelage aan de Europese Beweging - België. PROGRAMMA 31/2. - BI-CULTURELE INSTELLINGEN 1. Toelage aan de Koninklijke Muntschouwburg.2. Toelage aan het Nationaal Orkest van België.3. Toelage aan het Paleis voor Schone Kunsten. PROGRAMMA 32/3. - SOCIALE TUSSENKOMSTEN Vakbondspremies. Art. 2.02.4 In afwijking van de artikelen 12 en 14 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, mogen alle uitgaven van de FOD Kanselarij van de Eerste Minister met betrekking tot schadevergoedingen aan derden voortvloeiend uit het opnemen door de Staat van de verantwoordelijkheid, aangerekend worden op de B.A. 01.34.02 van de organisatieafdeling 21 - Beheersorganen. Art. 2.02.5 De Eerste Minister is gemachtigd om, in het belang van de Schatkist en mits naleving van de wetgeving op de overheidsopdrachten, ruilovereenkomsten af te sluiten teneinde de vernieuwing van de uitrustingen van de ICT Shared Services te bevorderen. Art. 2.02.6 Binnen de perken van de kredieten ingeschreven in het programma 21/1 « ICT-netwerk » mogen - naast de recurrente werkingskosten en de investeringen - ook allerhande uitgaven vereffend worden die verband houden met gepresteerde diensten en met de installatie en het onderhoud van software en hardware bij de diverse diensten-gebruikers die aangesloten zijn op het netwerk van de ICT. Art. 2.02.7 De Algemene Directie Externe Communicatie wordt gemachtigd uitgaven te verrichten voor de informatie- en communicatieopdrachten uitgevoerd ten behoeve van de federale en programmatorische overheidsdiensten. Daartoe int de Algemene Directie Externe Communicatie voorschotten van de betrokken FOD's en POD's, voorafgaand aan de betaling van deze uitgaven. Art. 2.02.8 De betalingen ten laste van de variabele kredieten van het programma 31/1 « Fonds bestemd voor de financiering van informatie- en communicatieopdrachten ontwikkeld door de Algemene Directie Externe Communicatie », mogen per geldvoorschot gebeuren. In afwijking van het artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen hiervoor geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 200.000 euro worden verleend aan de buitengewoon rekenplichtige met het oog op de uitbetalingen van de schuldvorderingen die niet hoger zijn dan 5.500 euro. Art. 2.02.9 In afwijking van artikel 1-01-3, § 3 van deze wet mogen de kredieten van de basisallocaties 31.11.1227 - « Allerhande uitgaven in verband met de externe communicatie » herverdeeld worden naar de basisallocaties 31.11.1228, 31.11.3308, 31.11.4126 en 31.11.4127. Art. 2.02.10 In afwijking van artikel 1-01-3, § 2 en 3 van deze wet mogen de kredieten van de basisallocatie 32.11.1222 - « Financiering van de projecten in het kader van de administratieve vereenvoudiging » bij wijze van herverdeling van basisallocaties onderling herschikt worden binnen het programma 32/1 - « Dienst voor administratieve vereenvoudiging », met inbegrip van de personeelskredieten (basisallocaties 32.10.1103 en 1104). Art. 2.02.11 In afwijking van art.18, § 1, 2° op van de wet van 19 april 1963 tot oprichting van een openbare instelling genaamd Koninklijke Muntschouwburg, inzonderheid gewijzigd bij het koninklijk besluit nr. 545 van 31 maart 1987 betreffende de Koninklijke Muntschouwburg, wordt de toelage 2008 aan de Koninklijke Muntschouwburg (BA 31.20.41.21) voor 75% gestort in de loop van het eerste trimester. Het saldo wordt telkens in 3 gelijke schijven overgemaakt voor de maanden oktober, november en december. Art. 2.02.12 Bij toepassing van art. 18 van de wet van 22 april 1958 houdende statuut van het Nationaal Orkest van België, wordt de toelage 2008 aan het Nationaal Orkest van België (BA 31.20.41.22) voor 75 % gestort in de loop van het eerste trimester. Het saldo wordt telkens in 3 gelijke schijven overgemaakt voor de maanden oktober, november en december. Art. 2.02.13 In uitvoering van art. 13, 3° van de wet van 7 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten in de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad sluiten houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten in de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad en in afwijking van art. 32 van het beheerscontract gesloten tussen de Staat en de naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden « Paleis voor Schone kunsten » d.d. 18/11/2002, goedgekeurd bij het KB van 2/12/2002 (BS 21/12/2002), wordt de toelage 2008 aan de NV van publiek recht met sociale doeleinden Paleis voor Schone kunsten (BA 31.20.41.25) voor 75 % gestort in de loop van het eerste trimester. Het saldo wordt telkens in 3 gelijke schijven overgemaakt voor de maanden oktober, november en december. Sectie 03. - FOD Budget en Beheerscontrole Art. 2.03.1 In afwijking van artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 500.000 euro verleend worden aan de buitengewoon rekenplichtige van de FOD Budget en Beheerscontrole. Door middel van deze voorschotten mag de buitengewoon rekenplichtige schuldvorderingen van allerlei aard, met inbegrip van de aankoop van roerende patrimoniumgoederen, betalen die niet hoger zijn dan 5.500 euro. Mogen, ongeacht het bedrag, met deze voorschotten worden betaald : 1) de uitgaven van sociale aard;2) de kosten voor zendingen in het buitenland en voor frankering van de briefwisseling, alsmede de voorschotten op deze kosten. Aan de buitengewoon rekenplichtige belast met de betaling van zendingskosten in het buitenland wordt toelating gegeven om de nodige voorschotten te verlenen aan de ambtenaren belast met een opdracht in het buitenland. Art. 2.03.2 Het provisioneel krediet ingeschreven op het programma 41/1 mag, na het akkoord van de minister van Begroting, volgens de behoeften, worden verdeeld over de passende programma's van de begrotingen van de betrokken departementen door middel van een koninklijk besluit. In afwijking van artikel 5, tweede lid, van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut, mag de verdeling bij koninklijk besluit van dit provisioneel krediet eveneens de financiële staatstussenkomst ten gunste van de instellingen van openbaar nut verhogen. Sectie 04. - FOD Personeel en Organisatie Art. 2.04.1 In afwijking van artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 250.000 euro verleend worden aan de buitengewone rekenplichtigen van de diensten en instellingen wier uitgaven in de onderhavige sectie zijn ingeschreven. Door middel van deze voorschotten mogen de buitengewone rekenplichtigen alle dienstkosten tot 5.500 euro betalen, alsmede, ongeacht hun bedrag, de verbruikskosten van water, gas, elektriciteit, telefoon, stookolie en brandstof voor autovoertuigen, alsook de vergoedingen en toelagen van alle aard welke op de begroting toegekend worden. Mogen, ongeacht het bedrag, met deze voorschotten worden betaald : 1) de uitgaven van sociale aard;2) de kosten voor zendingen in het buitenland en voor frankering van de briefwisseling, alsmede de voorschotten op deze kosten. Aan de buitengewone rekenplichtigen belast met betalingen van zendingskosten in het buitenland wordt toelating gegeven voorschotten te verlenen aan de met een zending in het buitenland belaste ambtenaren. Art. 2.04.2 Binnen de perken van de betrokken basisallocaties kunnen de volgende toelagen worden toegekend : PROGRAMMA 21/0. - LEIDING EN BEHEER Toelage aan de VZW Sociale dienst van het ministerie van Ambtenarenzaken. PROGRAMMA 31/1. - PERSONEEL EN ORGANISATIE Subsidies ter bevordering van of voor het bestuderen van het openbaar ambt in het algemeen, ter verbetering van de personeelscultuur en voor het gelijke kansen- en diversiteitsbeleid bij de federale Staat kunnen toegekend worden op de basisallocatie 04.31.10.3301. PROGRAMMA 31/2. - OPLEIDING VAN AMBTENAREN 1° Bijdrage aan het Internationaal Instituut voor Bestuurswetenschappen;2° Bijdrage aan het Europees Instituut voor Bestuurskunde te Maastricht;3° Tegemoetkoming voor vormingsactiviteiten georganiseerd door de representatieve vakorganisaties. Art. 2.04.3 De provisionele kredieten ingeschreven op de programma's 31/1 en 31/2 mogen, na het akkoord van de Minister van Begroting, volgens de behoeften, worden verdeeld over de passende programma's van de begrotingen van de betrokken departementen door middel van een koninklijk besluit. In afwijking van artikel 5, tweede lid, van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut, mag de verdeling bij koninklijk besluit van deze provisionele kredieten eveneens de financiële staatstussenkomst ten gunste van deze instellingen van openbaar nut verhogen. Art. 2.04.4 De thesaurierekening waarop de bezoldigingen en allerhande toelagen voor het vast- en stagedoend statutair personeel en voor het contractueel personeel van het Selectiebureau van de Federale Overheid (SELOR), Staatsdienst met afzonderlijk beheer, worden aangerekend, mag een debetsaldo vertonen. Art. 2.04.5 De Minister van Ambtenarenzaken is gemachtigd om bij voorrang het saldo van het speciaal fonds van de FOD Personeel en Organisatie, opgenomen in artikel 63.01.A, aan te wenden voor : - de betaling van sommen die voortvloeien uit veroordelingen of dadingen in het kader van geschillendossiers inzake overheidsopdrachten afgesloten door de FOD P&O ten gunste van de federale overheidsdiensten - de betaling van schadevergoedingen aan derden voortvloeiend uit het opnemen door de Staat van zijn aansprakelijkheid - de betaling van overheidsopdrachten met betrekking tot gecertificeerde opleidingen bedoeld in artikel 70 van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het rijkspersoneel, afgesloten door de FOD P&O ten gunste van de federale overheidsdiensten, voor een maximumbedrag van 1.500.000 euro. Art. 2.04.6 De Minister van Ambtenarenzaken wordt gemachtigd om dadingen te treffen en betalingen te doen aan de Deposito- en Consignatiekas in het kader van geschillen. Art. 2.04.7 In afwijking van artikel 15 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, mogen de basisallocaties 04.31.10.1111, 04.31.10.1112 en 04.31.20.1111 onderling herverdeeld worden. Sectie 05. - FOD Informatie- en Communicatietechnologie Art. 2.05.1 In afwijking van artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 250.000 euro verleend worden aan de buitengewoon rekenplichtigen van de diensten en instellingen wier uitgaven in de onderhavige sectie zijn ingeschreven. Door middel van deze voorschotten mogen de buitengewoon rekenplichtigen schuldvorderingen van allerlei aard, met inbegrip van de aankoop van roerende patrimoniumgoederen tot 5.500 euro betalen, alsmede, ongeacht hun bedrag, de verbruikskosten van water, gas, elektriciteit, telefoon, stookolie en brandstof voor autovoertuigen, alsook de vergoedingen en toelagen van alle aard welke op de begroting toegekend worden. Mogen, ongeacht het bedrag, met deze voorschotten worden betaald : 1) de uitgaven van sociale aard;2) de kosten voor zendingen in het buitenland en voor frankering van de briefwisseling, alsmede de voorschotten op deze kosten. Aan de buitengewoon rekenplichtigen belast met betalingen van zendingskosten in het buitenland wordt toelating gegeven voorschotten te verlenen aan de met een zending in het buitenland belaste ambtenaren. Art. 2.05.2 In afwijking van artikel 1-01-3, § 2, en § 3, van deze wet, mogen de basisallocaties met betrekking tot de bezoldigingen en allerhande toelagen « 11.03 - Vast en stagedoend personeel » en « 11.04 - Ander dan statutair personeel » evenals de basisallocatie « 12.20 - Contracten voor het leveren van diensten door de vzw Egov » binnen het programma 21/0 onder en uitsluitend onder elkaar worden herverdeeld. Art. 2.05.3 Binnen de perken van de betrokken basisallocaties kunnen de volgende toelagen worden toegekend : PROGRAMMA 31/0. - OPERATIONELE DIENSTEN Toelagen in het kader van een samenwerking tussen FEDICT en vzw's voor ICT-projecten ten voordele van de burger en die van algemeen belang zijn. Toelagen in het kader van een samenwerking tussen FEDICT en internationale instellingen voor ICT-projecten ten voordele van de burger en die van algemeen belang zijn. Art. 2.05.4 In afwijking van artikel 7, § 2, van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991 wordt de FOD Fedict gemachtigd om alle contracten met betrekking tot de acties rond e-government waarvan de uitvoeringstermijn korter is dan 12 maanden aan te rekenen op de gesplitste kredieten van de basisallocatie 05.31.1.0.1253. Sectie 12. - FOD Justitie Art. 2.12.1 In afwijking van artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof mogen : a) geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 2.500.000 euro verleend worden aan de buitengewone rekenplichtigen van het Departement. Door middel van deze voorschotten mogen de buitengewone rekenplichtigen van het Departement alle dienstkosten tot 12.500 euro betalen, alsmede, ongeacht hun bedrag, de verbruikskosten van water, gas, elektriciteit, telefoon, stookolie en brandstof voor autovoertuigen, alsook de vergoedingen van alle aard welke op de begroting toegekend worden en de kosten voortvloeiend uit de burgerlijke aansprakelijkheid van de Staat; b) geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 875.000 euro verleend worden aan de buitengewone rekenplichtigen van de Stafdienst Begroting en Beheerscontrole belast met de betaling van forfaitaire vergoedingen aan de leden van de Veiligheid van de Staat en van de Justitiehuizen; c) geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 2.500.000 euro worden verleend aan de buitengewone rekenplichtigen van het Departement belast met de betaling van de hulpgelden aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden toegekend door de Commissie ad hoc. Aan de buitengewone rekenplichtigen van het Departement belast met de betaling van voorschotten op zendingskosten in het buitenland wordt machtiging gegeven om aan de ambtenaren op zending naar het buitenland de nodige voorschotten te verlenen. Art. 2.12.2 Er kunnen kredietopeningen verleend worden aan : a) de Dienst Gerechtskosten in Strafzaken voor de betaling van de staten van honoraria van gerechtelijke deskundigen en gerechtsdeurwaarders en alle andere gerechtskosten met inbegrip van de schuldvorderingen met betrekking tot de internationale gerechtelijke samenwerking;b) het Directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen voor de betaling van de dringende uitgaven betreffende : - de voeding en het onderhoud van de gedetineerden en geïnterneerden; - het water- en energieverbruik en aanverwante belastingen, en de telefoonrekeningen. Art. 2.12.3 In afwijking van artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, kunnen geldvoorschotten toegestaan worden binnen de bij artikel 2.12.1 van deze wet vastgestelde perken, met het oog op de uitbetaling van hulpgelden en toelagen met sociaal karakter, alsmede van toelagen ten gunste van de cultuur- en sportkringen opgericht onder het personeel van de FOD Justitie. De terugvordering van de voorschotten onder de vorm van lening toegekend aan de personeelsleden, kan, in voorkomend geval, worden uitgevoerd overeenkomstig artikel 23, 4°, van de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/04/1965 pub. 08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten betreffende de bescherming van het loon der werknemers. Art. 2.12.4 Uitgaven met betrekking tot schuldvorderingen van vorige jaren mogen aangerekend worden op de kredieten van het lopend jaar in de hierna volgende gevallen : 1) Toelagen aan openbare instellingen en verenigingen belast met de voogdij over minderjarige vreemdelingen (progr.40/2). 2) Aandeel van België in de werkingskosten van Europol en van het « Schengen Information System » (progr.40/4). 3) Gerechtskosten in criminele, correctionele en politiezaken (de kosten voor vervoer van de naar de grens gebrachte vreemdelingen worden met de gerechtskosten gelijkgesteld en volgens dezelfde tarieven vereffend).Kosten van betekening van de uitzettingsbesluiten. Vergoedingen in de bij artikel 447 van het Wetboek van strafvordering en in de wet op de voorlopige hechtenis voorziene gevallen. Vergoeding van schade bij een gerechtelijk optreden geleden. Kosten voortvloeiend uit de toepassing van de wet betreffende de gerechtelijke bijstand en de toelating om kosteloos te procederen ( wet van 10 oktober 1967Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/10/1967 pub. 10/09/1997 numac 1997000085 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende het Gerechtelijk Wetboek - Duitse vertaling van de artikelen 728 en 1017 sluiten). Kosten voortvloeiend uit de rogatoire commissies (progr. 56/0). 4) Vergoedingen uit te keren aan de provincies en gemeenten (art.77 tot 81 van de wet van 14 februari 1961) (progr. 56/0). Art. 2.12.5 Binnen de perken van de betrokken basisallocaties kunnen de volgende toelagen worden toegekend : PROGRAMMA 40/2. - DIENST VOOGDIJ MINDERJARIGE VREEMDELINGEN Toelagen aan openbare instellingen en verenigingen belast met de voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen. PROGRAMMA 40/3. - STUDIES EN DOCUMENTATIE 1) Toelagen aan publicaties en aan wetenschappelijke instellingen. 2) Toelage aan de v.z.w. « Geschillencommissie reizen ». 3) Toelage aan de Instelling van Openbaar Nut « Belgisch Comite voor UNICEF » 4) Toelage aan de Kinderrechten Coalitie Vlaanderen en aan de Coordination des ONG pour les droits de l'enfant. 5) Toelage aan de v.z.w. « Verzoeningscommissie - bouw ». PROGRAMMA 40/4. - INTERNATIONALE SAMENWERKING Aandeel van België in de werkingskosten van de Internationale Organisatie voor de Criminele Politie te Lyon (I.O.C.P.), de Europese politiedienst te Den Haag (EUROPOL) en het Schengen Information System te Straatsburg (S.I.S.). Deelneming van België in de werkingskosten van internationale instellingen. PROGRAMMA 51/3. - MEDISCHE EN PARAMEDISCHE ZORGEN AAN GEDETINEERDEN Toelagen aan organismen belast met de therapeutische begeleiding van de daders van seksuele misdrijven. PROGRAMMA 52/0. - JUSTITIEHUIZEN 1) Toelagen aan organismen voor het organiseren van activiteiten van dienstverlening en vorming in het kader van een gerechtelijke procedure, herstelbemiddeling, begeleiding van het omgangsrecht en justitiële slachtofferzorg.2) Toelagen aan « VZW's » belast met de begeleiding van slachtoffers van opzettelijke gewelddaden. PROGRAMMA 56/0. - BESTAANSMIDDELEN Toelagen voor het gebruik door de gerechtelijke diensten van de bibliotheken van de balies in sommige gerechtsgebouwen. PROGRAMMA 59/2. - ISLAMITISCHE EREDIENST Toelage voor de erkenning van de islamitische eredienst. PROGRAMMA 59/3. - BOEDDHISME Toelage aan de vzw Boeddhistische Unie van België voor de erkenning van het Boeddhisme. Art. 2.12.6 De minister van Justitie wordt gemachtigd aan de gedetineerden die onder elektronisch toezicht staan, een financiële tegemoetkoming te verlenen, die zal aangerekend worden op BA 52.1.3.3301. Art. 2.12.7 De voor orde verrichte ontvangsten in het kader van de gedeeltelijke financiering door de stad Brussel van het veiligheidskorps opgericht in de strafinrichtingen, zullen geboekt worden op de rekening 87.09.68.98.B+ van de sectie « Thesaurieverrichtingen voor orde ». Ze mogen aangewend worden om de personeelskosten van het Veiligheidskorps te dekken. Deze rekening mag een debetsaldo vertonen gedurende een periode van zes maanden maximum en dit ten belope van maximaal 4.100.000 euro. Deze uitgaven worden onderworpen aan het aan de juridische vastlegging voorafgaand advies van de Inspectie van Financiën conform de bepalingen van de artikelen 14 en 15 van het koninklijk besluit van 16 november 1994 betreffende de administratieve en begrotingscontrole. Art. 2.12.8 De voor orde verrichte ontvangsten in het kader van het samenwerkingsakkoord inzake de oprichting van een Nationale Commissie voor de Rechten van het Kind zullen geboekt worden op de rekeningen 85.01.04.89 C en 87.09.74.07 - van de sectie « Thesaurieverrichtingen voor orde ». Deze ontvangsten mogen aangewend worden om respectievelijk de werkings- en personeelskosten van deze Commissie te dekken. Art. 2.12.9 De Schatkist is gemachtigd voorschotten toe te staan indien de verrichtingen in verband met de rekening 85.01.06.91 - van de sectie « Thesaurieverrichtingen voor orde » - Betalings- en terugbetalingsverrichtingen inzake kosten verbonden aan opdrachten van personeelsleden in het kader van het beheer van burgercrisissen in de Europese Unie - een debetstand van deze rekening veroorzaken en dit ten belope van maximaal 250.000 euro. Sectie 13. - FOD Binnenlandse Zaken Art. 2.13.1 In afwijking van artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 371.840 euro verleend worden aan de buitengewone rekenplichtigen van de diensten en instellingen wier uitgaven in de onderhavige sectie zijn ingeschreven. Door middel van deze voorschotten mogen de buitengewone rekenplichtigen alle dienstkosten alsmede de vergoedingen en toelagen van alle aard welke bij aanrekening op de begroting zullen worden verleend evenals de verbruikskosten van water, gas, elektriciteit, telefoon, stookolie en brandstof voor autovoertuigen tot en met 6.197 euro betalen. Mogen, ongeacht het bedrag, met deze voorschotten worden bestreden : 1) de uitgaven van sociale aard;2) de uitgaven in verband met de opleiding en het aanwenden van het voltijds en niet-voltijds personeel van de Civiele Veiligheid;3) de kosten voor zendingen in het buitenland en voor frankering van de briefwisseling, kosten woon werkverkeer, tolkenkosten, alsmede de voorschotten op deze kosten;aan de buitengewone rekenplichtigen belast met betalingen van zendingskosten in het buitenland wordt toelating gegeven voorschotten te verlenen aan de met een zending in het buitenland belaste ambtenaren; 4) alle werkingskosten alsmede de vergoedingen en toelagen van alle aard van de Provinciale Gouvernementen, met uitzondering van de uitgaven voor aankoop van duurzame roerende goederen, binnen de perken van de basisallocaties van het programma 58/0;5) alle uitgaven van het programma 55/0 voor de kosten van repatriëring en verwijdering van ongewenst geachte personen;6) alle uitgaven van de programma's 40/7 en 56/6 voor de schadevergoedingen en de kosten voor erelonen met betrekking tot de geschillen. Art. 2.13.2 Binnen de perken van de betrokken basisallocaties kunnen de volgende toelagen worden toegekend : PROGRAMMA 51/3. - PROTOCOL 1° Toelagen aan hen die daden van moed hebben verricht en daarbij het slachtoffer van hun offervaardigheid zijn geworden of aan rechthebbenden van helden die door hun moedige daad het leven verloren hebben of aan de klaarblijkelijke gevolgen ervan bezweken zijn, ook voor vergoedingen voor begrafeniskosten.2° Toelage aan de Vereniging tot Bevordering van Brussel als tussenkomst in de kosten voor inrichting van feestelijkheden in de Warande ter gelegenheid van het jaarlijks Nationaal Feest. PROGRAMMA 51/9. - BEVOLKING EN VERKIEZINGEN Toelagen in het kader van de ontwikkeling van toepassingen voor de elektronische identiteitskaart. PROGRAMMA 54/0. - BESTAANS- MIDDELENPROGRAMMA 1° Toelage aan een opleidingsraad voor de brandweerdiensten.2° Bijdrage in de kosten van voorlichting, documentatie en public relations inzake civiele veiligheid. PROGRAMMA 54/2. - OPERATIES VAN DE CIVIELE VEILIGHEID; UITRUSTING EN OPLEIDING VOOR DE CIVIELE BESCHERMING, DE BRANDWEER- DIENSTEN EN DE 100-CENTRA 1° Toelage aan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, aan intercommunales en aan de gemeenten voor het aankopen van bijzonder materieel voor de brandweerdiensten.2° Bijdragen ten voordele van de brandweerdiensten in de kosten van informatiecampagnes voor brandvoorkoming, steun aan lokale initiatieven.3° Toelagen aan de Hoge Raad voor de opleiding voor de openbare brandweerdiensten, de Programmeringscommissie, de Commissie voor gelijkstelling en vrijstelling, het Redactiecomité, de Nederlandstalige Supraprovinciale Opleidingsraad en de Frans- en Duitstalige Supraprovinciale Opleidingsraad. PROGRAMMA 54/6. - DIRECTIE VAN DE FINANCIELE BIJDRAGEN AAN DERDEN 1° Bijdrage in de kosten van laboratoria belast met onderzoekingen betreffende brandvoorkoming.2° Toelagen aan de Brandweervereniging Vlaanderen, subsidies aan de « Federation royale des corps de sapeurs-pompiers de Belgique, ailes francophone et germanophone » en aan de Nationale Kas voor onderlinge hulp der brandweermannen.3° Bijdragen in de financiering van de cursussen georganiseerd door de provinciale opleidingscentra voor de leden van de brandweerdiensten. PROGRAMMA 56/1. - ALGEMENE ADMINISTRATIEVE POLITIE - OPLEIDING, PREVENTIE EN UITRUSTING 1° Tussenkomst van de Staat in de uitgaven voor initiatieven voor de bevordering van de contacten van de politiediensten met de bevolking.2° Verwezenlijking van uitgaven op het vlak van politie en criminaliteitspreventie, onder andere voor de verwezenlijking of verwerving van infrastructuren, uitrusting, materieel of software voor collectief gebruik en voor de financiering van campagnes en studieopdrachten.3° Betoelaging van Belgische universiteiten of andere instellingen, betrokken bij de studie of beheersing van de criminaliteit, van publieke of private initiatieven inzake criminaliteitspreventie, inzonderheid voetbalvandalisme, geïntegreerde initiatieven van lokale criminaliteit en onderzoek naar het voorkomen van bepaalde criminele fenomenen.4° Toelage aan de NV ASTRID ter dekking van de werkingskosten van de gemeenschappelijke infrastructuur.5° Toelage aan de NV ASTRID ter dekking van de investeringskosten van de gemeenschappelijke infrastructuur.6° Een toelage aan VZW's en andere organisaties als tussenkomst in de organisatiekosten van het opstellen van cursussen teneinde de aandacht voor het omgaan met migranten te integreren in de navorming van het politiepersoneel. PROGRAMMA 56/5. - VOETBALCEL Toelagen voor het stimuleren van projecten uitgaande van de voetbalwereld rond veiligheid bij voetbalwedstrijden. PROGRAMMA 56/7. - EUROPESE TOPONTMOETINGEN te Brussel Toelagen aan de politiezones en de gemeenten in verband met de veiligheid voor de organisatie van Europese Topontmoetingen. PROGRAMMA 59/0 - BESTAANSMIDDELENPROGRAMMA Toelage aan de « Association des Conseils d'Etat et des Juridictions Administratives Suprêmes de l'Union Européenne ». Art. 2.13.3 De bedragen die voor de jaren 2001, 2002 en eventuele achterstallen 2003 teruggevorderd moeten worden van de overheden die gebruik maken van de diensten van een gewestelijke ontvanger of een gewestelijke inspecteur, krachtens het samenwerkingsakkoord betreffende de wijze van omslag van de kosten van de gewestelijke ontvangers en de wijze van inhouding van de bijdrage in die kosten, afgesloten te Brussel op 9 december 1997 tussen de Federale Overheid, de Vlaamse Gemeenschap en het Waalse Gewest, worden onttrokken aan de toepassing van de bepalingen van de vijfjarige verjaring. Art. 2.13.4 De minister van Binnenlandse Zaken wordt gemachtigd fondsen op te nemen op het specifieke begrotingsartikel, voorzien in artikel 1, § 2 quater, 2de lid van de wet van 01.08.1985 houdende sociale bepalingen, zoals gewijzigd door de wet van 30.03.1994 houdende sociale bepalingen, die bestemd zijn voor de coördinatie en voor de supralokale acties in de domeinen bedoeld in artikel 69 van bovenvermelde wet van 30.03.1994. Deze fondsen worden gestort aan de buitengewone rekenplichtige van het Vast Secretariaat voor het preventiebeleid, die verantwoording over de aanwending ervan verstrekt bij het Rekenhof. Art. 2.13.5 De openstaande schuldvorderingen die op 31.12.2000 nog op de basisallocaties 56/10.63.08 en 56/13.63.07 van de sectie 13 « FOD Binnenlandse Zaken » zullen voorkomen mogen geordonnanceerd worden op de ordonnancerings-kredieten van de basisallocatie 90/11.63.08 van de sectie 17 « Federale politie en geïntegreerde werking ». Art. 2.13.6 De Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken stort, binnen de perken van de toegekende personeelskredieten, de wedde, toelagen en vergoedingen, verhoogd met de werkgeversbijdrage, terug aan de gemeenten die de betaling van de wedde, toelagen en vergoedingen van hun personeel, dat in het kader van het project « Elektronische identiteitskaart » gedetacheerd werd naar de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken, hebben voortgezet. De aanvraag tot terugbetaling moet bij het begin van elk jaar voor het voorafgaande jaar worden gedaan aan de hand van een jaarlijkse staat die door de betrokken gemeenten naar de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken wordt gezonden. Art. 2.13.7 Het « Fonds tot uitvoering van het correctiemechanisme ingesteld bij de overdracht van ex-rijkswachtgebouwen aan de gemeenten en de meergemeente politiezones » mag een debetsaldo van maximaal 2.913.000 euro vertonen. Art 2.13.8 In afwijking van artikel 1 01 3 van de algemene bepalingen kunnen er voor het departement herverdelingen van basisallocaties gebeuren tussen de basisallocaties 56.60.3401 en 40.70.3401 (geschillen). Art. 2.13.9 In afwijking van artikel 45 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, en van de wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen, wordt het Bijzonder fonds voor de geïntegreerde centra van dringende oproepen (centra 112) gespijsd door een niet-gesplitst krediet voorzien op de basisallocatie 63.01.33.01. Sectie 14. - FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Art. 2.14.1 In afwijking van het artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen achtereenvolgende geldvoorschotten worden toegestaan van hoogstens 50.000 euro, die later zullen worden verantwoord, aan de rekenplichtige die belast is met de vereffening van de hulpgelden en uitgaven van sociale aard. Art. 2.14.2 In afwijking van het artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 750.000 euro verleend worden aan de buitengewone rekenplichtigen van de Stafdirectie Begroting en Beheerscontrole en 375.000 euro aan de andere buitengewone rekenplichtigen van het Departement. De buitengewone rekenplichtigen van het Departement worden gemachtigd om door middel van deze voorschotten schuldvorderingen te betalen welke 5.500 euro buiten BTW niet te boven gaan. Art. 2.14.3 Sommige uitgaven gedaan buiten het kader van het koninklijk besluit van 19 november 1996 betreffende noodhulp en hulp voor rehabilitatie op korte termijn ten gunste van de ontwikkelingslanden mogen op de basisallocatie 14.53.41.35.80 van het programma 53/4 aangerekend worden. Het betreft de volgende uitgaven : - de financiering van studies inzake preventie van en voorbereiding op rampen, noodhulp in de brede betekenis, rehabilitatie op korte termijn zowel lichamelijk als psychisch; - de vorming van onderhorigen van de lage-inkomenslanden, aangaande de problematiek van de humanitaire hulp en verstrekt door gespecialiseerde internationale organisaties zoals het Hoog Commissariaat voor de Vluchtelingen (HCR) en het Internationaal Comité van het Rode Kruis (ICRC); - de uitgaven verbonden aan de terbeschikking-stelling van personeel en de levering van goederen en diensten waar deze uitgaven een essentieel element uitmaken van de acties die nodig worden geacht om aan de prioritaire behoeften te voldoen van de getroffen bevolkingsgroepen. Art. 2.14.4 De kredieten opgenomen in het programma 42/0 (B.A. 42.04.03.50) zijn bestemd voor de samenstelling van bestendige werkingsfondsen die de betaling verzekeren van uitgaven in verband met de werkings- en investeringskosten van de Belgische diplomatieke en consulaire posten en van de vaste vertegenwoordigingen bij de internationale organismen. De uitgaven vereffend op die voorschotten worden geregulariseerd op de daartoe bestemde begrotingskredieten. De Schatkist wordt eveneens gemachtigd die buitenlandse werkingsfondsen voor hetzelfde doel en mits naleving van dezelfde budgettaire regularisatieprocedure weer samen te stellen. Art. 2.14.5 De uitgaven verricht in de loop van de vorige begrotingsjaren door de diplomatieke en consulaire posten, de posten voor samenwerking en de vaste vertegenwoordigingen en waarvan de regularisatie a posteriori gebeurt mogen aangerekend worden op de kredieten van het lopende jaar. Uitgaven met betrekking tot schuldvorderingen van vorige jaren mogen eveneens aangerekend worden op de kredieten van het lopend jaar in de hiernavolgende gevallen : 1) Terugbetaling van kosten voor geneeskundige zorgen verleend in Europa aan de Belgische en Luxemburgse missionarissen van Afrika (progr.54/2). 2) Uitgaven met betrekking tot de opleiding in België van stagiairs en studenten van lage-inkomenslanden en uitgaven met betrekking tot de maatschappelijke en culturele hulp (progr.54/1 en 54/2). Art. 2.14.6 Binnen de perken van de betrokken basisallocaties kunnen de volgende toelagen en bijdragen worden toegekend : PROGRAMMA 21/0. - BEHEERSORGANEN Toelagen aan vreemde overheden voor gemeenschappelijke initiatieven i.v.m. de evaluatie van de ontwikkelingssamenwerking. PROGRAMMA 40/3. - CONFERENTIES, SEMINARIES EN ANDERE MANIFESTATIES Deelnemingen in de werkingskosten van conferenties en andere manifestaties georganiseerd door internationale organismen. PROGRAMMA 40/5. - VERTEGENWOORDIGING IN HET BUITENLAND Toelagen bestemd ter bevordering van het imago van België op het gebied van de internationale en commerciële betrekkingen. PROGRAMMA 40/7- INTERNATIONALE SAMENWERKING 1) Toelagen aan organismen of verenigingen die activiteiten hebben met een internationaal karakter;2) Toelage aan het Koninklijk Instituut voor Internationale Betrekkingen;3) Toelage aan de International Crisis Group;4) Toelage aan de Stichting Europalia;5) Toelage aan het Europacollege (Brugge);6) Toelage aan het Europees Universitair Instituut (Firenze). PROGRAMMA 51/1- BILATERALE BETREKKINGEN 1) Bijdragen van België aan in het land gevestigde internationale organismen;2) Bijdragen van België aan buiten het land gevestigde internationale organismen; 3) Toelagen m.b.t. verrichtingen in het raam van de politiek van bilaterale actieprogramma's; 4) Toelage aan de euro-mediterrane Stichting voor de Dialoog tussen Culturen.5) Toelage aan ASEF.6) Toelage aan Eurodistrict. PROGRAMMA 51/2. - ECONOMISCHE EXPANSIE Toelagen ter steun aan het economisch netwerk in het buitenland. PROGRAMMA 52/1- INTERNATIONALE INSTELLINGEN Bijdragen van België aan buiten het land gevestigde internationale organismen. PROGRAMMA 53/1- MULTILATERALE BETREKKINGEN 1) Bijdragen van België aan in het land gevestigde internationale organismen;2) Bijdragen van België aan buiten het land gevestigde internationale organismen. PROGRAMMA 53/2- WETENSCHAPSBELEID 1) Bijdragen van België aan in het land gevestigde internationale organismen;2) Bijdragen van België aan buiten het land gevestigde internationale organismen. PROGRAMMA 53/4. - HUMANITAIRE HULP 1) Optreden en initiatieven inzake preventieve diplomatie;2) Conflictpreventie, vredesopbouw en mensenrechten;3) Preventie, noodhulp, hulp voor rehabilitatie op korte termijn en humanitaire actie. PROGRAMMA 54/1. - GOUVERNEMENTELE SAMENWERKING 1) Uitgaven van allerlei aard verbonden aan een vrijwillige dienst bij de ontwikkelingssamenwerking;2) Verlichting van de schulden van de lage-inkomenslanden.3) Toelagen aan de Club du Sahel, aan de Mekong River Commission, aan het EU-Africa Infrastructure Trust Fund, aan het Partnerschap voor de wouden van het Congo-bekken en aan andere regionale organisaties of initiatieven. PROGRAMMA 54/2 NIET-GOUVERNEMENTELE SAMENWERKING 1) Toelagen aan de niet-gouvernementele organisaties voor de financiering van de uitvoering, het beheer en de evaluatie van de NGO-programma's en projecten, met uitzondering van activiteiten inzake preventie, noodhulp en hulp voor rehabilitatie, voedselhulp en de conflictpreventie die ten laste van de aangepaste basisallocaties betoelaagd zullen worden, en van acties uitgevoerd in het raam van het Belgisch Overlevingsfonds.2) Toelagen aan de « Vlaamse Vereniging voor Ontwikkelingssamenwerking en Technische Bijstand » (VVOB) en aan de « Association pour la Promotion de l'Education et de la Formation à l'Etranger » (APEFE).3) Toelagen ter ondersteuning van pedagogische activiteiten in Centraal Afrika.4) Toelagen aan het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen.5) Toelagen aan het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika.6) Toelagen aan het Instituut voor Tropische Geneeskunde.7) Toelagen aan het Referentiecentrum voor de Belgische expertise inzake Centraal-Afrika.8) Toelage aan het European Centre for Development Policy Management.9) Toelagen aan de Vlaamse Interuniversitaire Raad, de Conseil Interuniversitaire francophone en de universitaire instellingen voor de financiering van beurzen, opleidingskosten, institutionele samenwerking, eigen-initiatiefprojecten en noord-acties.10) Toelagen aan programma's ter ondersteuning van de permanente professionele vorming s in het Zuiden.11) Betoelaging van samenwerkingsacties van gedecentraliseerde besturen.12) Betoelaging van syndicale initiatieven van het Instituut voor Internationale Arbeidersvorming (IIAV), het Internationaal Syndicaal Vormingsinstituut (ISVI) en de Beweging voor Internationale Solidariteit (BIS).13) Betoelaging van sociale en culturele hulp aan studenten en stagiairs uit lage-inkomenslanden.14) Betoelaging van « programma's migratie en ontwikkeling ».15) Terugbetaling van de kosten voor geneeskundige zorgen verleend in Europa aan de Belgische en Luxemburgse missionarissen van Afrika.16) Toelagen aan het Koninklijk Instituut voor Internationale Betrekkingen. PROGRAMMA 54/3. - MULTILATERALE SAMENWERKING 1) Toelagen aan de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling voor activiteiten in het kader van ontwikkelingssamenwerking, aan de International Foundation for Sciences en aan het International Partnership for Microbicides.2) Toelagen aan de internationale partnerorganisaties van de multilaterale samenwerking, met inbegrip van de Internationale Organisatie voor Migratie, van de Werking van de Verenigde Naties ten voordele van de Arabische vluchtelingen uit Palestina, van het Wereldvoedselprogramma, van het Global Fund to fight AIDS, Tuberculosis and Malaria, van de onderzoeksprogramma's inzake landbouw en van de ontwikkelingsbanken.3) Vrijwillige bijdragen aan de Bretton Woods instellingen en aan de West-Afrikaanse Ontwikkelingsbank.4) Verplichte bijdragen aan en deelnemingen in ontwikkelingsbanken met inbegrip van schuldverlichtingsoperaties ten gunste van de lage inkomenslanden.5) Verplichte bijdragen aan de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), aan de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO), aan de Organisatie van de Verenigde Naties voor de Industriële Ontwikkeling (UNIDO), aan de Organisatie van de Verenigde Naties voor Opvoeding, Wetenschap en Cultuur (UNESCO), aan de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) en aan de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM).6) Verplichte bijdragen aan de Global Environment Facility, aan het Multilateraal Fonds tot uitvoering van het Protocol van Montreal, aan het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering, aan het Protocol van Kyoto, aan het Verdrag inzake de biologische diversiteit en aan het Secretariaat van het Verdrag ter Bestrijding van de Desertificatie.7) Verplichte bijdragen aan het Internationaal Fonds voor Agrarische Ontwikkeling.8) Verplichte bijdragen aan de missie van de Verenigde Naties in Congo en aan het Internationaal Tribunaal voor Rwanda.9) Toelagen voor de aanwerving van multilateraal samenwerkingspersoneel.10) Betoelaging van de werkingskosten in Brussel van de Internationale Organisatie voor Migratie en van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de Vluchtelingen. PROGRAMMA 54/4. - BIJZONDERE INTERVENTIES 1) Toelagen voor de activiteiten van het Belgisch Overlevingsfonds, opgericht bij wet.2) Toelagen in het raam van de samenwerking met lokale niet-gouvernementele organisaties.3) Toelagen voor overgangsacties, reconstructie en maatschappijopbouw.4) Toelagen met betrekking tot voedselhulp.5) Betoelaging van sensibilisering door derden, van Kleur Bekennen en van Africalia.6) Toelagen voor organisatie van en deelname aan vergaderingen inzake samenwerking met de lage-inkomenslanden.7) Diverse toelagen bestemd voor de bevordering van de eerlijke handel en van de private sector in de lage-inkomenslanden.8) Toelagen aan initiatieven van het World Wildlife Fund in Centraal Afrika 9) Rentebonificaties.10) Toelagen bestemd ter dekking van de transportkosten van materieel en uitrusting.11) Toelagen aan de vzw Agri-Overseas voor de publicatie van het wetenschappelijk tijdschrift « Tropicultura ». Voor wat betreft de toelagen en bijdragen toegekend, - enerzijds, binnen het programma 53/4 - Humanitaire Hulp, in het kader van conflictpreventie, vredesopbouw en mensenrechten, alsmede in het kader van preventie, noodhulp, hulp voor rehabilitatie op korte termijn en humanitaire actie; - en anderzijds, binnen het programma 54/4 - Bijzondere Interventies, in het kader van overgangsacties, reconstructie en maatschappijopbouw, alsmede in het kader van voedselhulp; is de afstand van goederen of diensten ten kosteloze titel toegestaan. De wetgeving en reglementering inzake overheidsopdrachten zijn van toepassing op de opdrachten die aangegaan worden met het oog op de aanschaf van de goederen of diensten die het voorwerp uitmaken van deze afstand. PROGRAMMA 55/1. - EUROPESE BETREKKINGEN 1) Bijdragen van België aan in het land gevestigde internationale organismen;2) Bijdragen van België aan buiten het land gevestigde internationale organismen;3) Toelagen ten gunste van de Europese integratie. Art. 2.14.7 Binnen de perken van de basisallocaties 14.53.41.12.31 en 14.53.41.35.22, in het programma 53/4 « Humanitaire Hulp », kunnen, mits voorafgaand akkoord van de Ministerraad, uitgaven van allerlei aard gedaan worden als tegemoetkomingen en initiatieven van België in inzake preventieve diplomatie. Art. 2.14.8 De uitgaven vereffend ten laste van het bestendig werkingsfonds, bevoorraad in 1996 door basisallocatie 54 09 0350, worden zonder uitstel geregulariseerd door aanrekening op de begrotingskredieten van de volgende basisallocaties : 21 01 1201, 21 01 1228, 40 21 1201, 42 02 1201, 54 04 1227, 54 14 5442, 54 35 3511, 54 40 3550 en 54 43 3521. Art. 2.14.9 Voor het jaar 2008 beschikt het Belgisch Overlevingsfonds (basisallocatie 54 40 3550) over een vastleggingsmachtiging van 50.000.000 euro. Elke verbintenis aan te gaan krachtens dit artikel wordt onderworpen aan het visum van de controleur van de vastleggingen en aan het Rekenhof. Vóór de tiende van iedere maand legt de controleur van de vastleggingen aan het Rekenhof een in drievoud opgemaakte lijst met de verantwoordingsstukken voor, die enerzijds het bedrag vermeldt van de vastleggingen die tijdens de afgelopen maand geviseerd werden, en anderzijds het bedrag aangeeft van de vastleggingen die geviseerd werden sinds het begin van het jaar. Art. 2.14.10 Toelagen die, in het kader van een meerjarig programma, toegekend worden aan een indirecte actor, dienen gerechtvaardigd te worden op de datum voorzien in de desbetreffende besluiten of overeenkomsten. Het niet-gebruikte saldo van een dergelijke jaarlijkse toelage, toegekend ten laste van een vorig begrotingsjaar, kan in mindering gebracht worden van de toelage die wordt toegestaan aan dezelfde indirecte actor, ten laste van het huidig begrotingsjaar. Het goedgekeurde actieplan of jaarprogramma van het nieuwe begrotingsjaar zal dan ook gefinancierd worden met nieuwe, vast te leggen middelen en met middelen waarover de indirecte actor nog beschikt ingevolge niet uitgevoerde bestedingen in het kader van vorige actieplannen of jaarprogramma's. Dit artikel is van toepassing op volgende basisallocaties : 54 20 3570, 54 20 3571, 54 20 3572, 54 21 3565, 54 21 3566, 54 21 3568, 54 21 3569, 54 54 22 3331, 54 22 3332, 54 22 3333, 54 22 3334, 54 23 4501, 54 23 4502, 54 24 4552, 54 24 4553, 54 24 4554, 54 25 4552, 54 25 4553, 54 25 4554, 54 26 3564, 54 26 3565, 54 26 3566 et 54 40 3550. De tweede paragraaf van dit artikel is eveneens van toepassing op basisallocatie 54 44 3545. Art. 2.14.11 Toelagen aan projecten en programma's van internationale organisaties dienen in de regel gerechtvaardigd te worden volgens de modaliteiten voorzien in de desbetreffende besluiten en overeenkomsten. De tijdens vorige begrotingsjaren toegekende toelagen en niet-gebruikte saldi kunnen evenwel geheroriënteerd worden, mits het verstrekken van de nodige verantwoordingen en mits het akkoord van de Minister van Ontwikkelingssamenwerking of, voor wat betreft de basisallocaties 53 41 3524 - Conflictpreventie, vredesopbouw en mensenrechten en 53 41 3580 - Preventie, noodhulp, hulp voor rehabilitatie op korte termijn en humanitaire actie, de Minister van Buitenlandse Zaken. De goedgekeurde wijzigingen worden op regelmatige tijdstippen aan het Rekenhof en aan de Minister van Begroting meegedeeld. Art. 2.14.12 In 2008 kan de Staat nieuwe meerjarige verbintenissen met de partnerlanden aangaan voor een totaal bedrag van 175.000.000 euro. Bovendien kan het openstaande bedrag van de, door BTC uit te voeren, bilaterale verbintenissen maximaal 700.000.000 euro bedragen. Het betreft projecten en programma's die door BTC uitgevoerd zullen worden op basisallocatie 54 10 5402. Elke verbintenis aangegaan krachtens dit artikel wordt voorgelegd aan de controleur van de vastleggingen die de toepassing van de procedures inzake administratieve en begrotingscontrole en het niet overschrijden van het plafond toetst. Vóór de tiende van iedere maand legt de controleur van de vastleggingen aan het Rekenhof, ter informatie, een in drievoud opgemaakte lijst met de verantwoordingsstukken voor, die enerzijds het bedrag vermeldt van de aangegane verbintenissen die tijdens de afgelopen maand ingeschreven werden, en anderzijds het bedrag aangeeft van de verbintenissen die ingeschreven werden sinds het begin van het jaar. Art. 2.14.13 Het krediet voorzien op de basisallocatie 54 33 8409 zal worden overgeschreven door de Minister van Ontwikkelingssamenwerking of door zijn gedelegeerde ordonnateur op een thesaurierekening waarover de Minister van Financiën of zijn gedelegeerde ordonnateur beschikt. Art. 2.14.14 § 1. Voor het jaar 2008 wordt machtiging verleend om een programma voor leningen aan vreemde Staten te onderhandelen ten belope van 37 400 000 euro. Rekening houdend met de budgettaire mogelijkheden wordt het leningsprogramma goedgekeurd door de Ministerraad. Het vermeldt de prioritair te realiseren leningen evenals de prioritaire vervangingsleningen, in de vorm van een meerjarenprogramma. De vervangingsleningen kunnen te allen tijde in de plaats treden van initieel te realiseren leningen die geschrapt worden. De controleur van de vastleggingen boekt de realisaties en de vervanging van leningen van een programma. § 2. De leningen aan vreemde Staten worden door de controleur van de vastleggingen vastgelegd vóór de notificatie van het leningsakkoord, op het ogenblik dat de minister van Financiën door de ondertekening van een volmacht of van het leningsakkoord zelf, zijn goedkeuring geeft over de toe te kennen lening. De daartoe aan te wenden kredieten zijn vastleggingskredieten overeenkomstig artikel 7 § 2 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991. § 3. De betaling van de leningen gebeurt middels ordonnanceringskredieten overeenkomstig voormeld artikel 7 § 2. Art. 2.14.15 De overheidsopdrachten voor studies die voorafgaand aan bepaalde werken (basisallocatie 14/42.11.12.44) en de werken (basisallocaties 14/42.04.72.01 en 14/42.11.72.02) in het buitenland gegund worden en die onder de Europese drempels blijven, kunnen gegund worden via een onderhandelingsprocedure voor zover de nodige bekendmaking gedaan wordt om een afdoende concurrentie te verzekeren en waarbij de gelijkheid der inschrijvers, de essentiële bepalingen van het algemeen lastenboek en de basisprincipes van de wetgeving gerespecteerd worden. Art. 2.14.16 De Schatkist wordt ertoe gemachtigd voorschotten te verlenen indien de lopende rekening van de Schatkistverrichtingen 83.05.11.90 - (Aandeel van België in het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF)) zich in een debettoestand bevindt. Uitgezonderd akkoord van de Minister van Begroting en van de Minister van Financiën mag de debettoestand een bedrag van 111 667 000 euro niet overschrijden. Art. 2.14.17 De Schatkist is gemachtigd voorschotten toe te staan indien de verrichtingen in verband met de rekening 83.01.04 (type B), orderekening geopend op naam van B.I.T.D. (Bureau International des tarifs douaniers), een debettoestand van deze rekening veroorzaken. Art. 2.14.18 De voor orde verrichte ontvangsten in het kader van de verzending van colli's en brieven door de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking worden geboekt op de rekening 86.01.01.95 C van de sectie « Thesaurieverrichtingen voor orde ». Ze mogen aangewend worden om uitgaven van dezelfde aard te dekken. Art. 2.14.19 De voor orde verrichte ontvangsten in het kader van het beheer van het kinderdagverblijf opgericht bij de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking worden geboekt op de rekening 87.05.07.25 C van de sectie « Thesaurieverrichtingen voor orde ». Ze mogen aangewend worden om alle beheersuitgaven van dit kinderdagverblijf te dekken. Art. 2.14.20 De voor orde verrichte ontvangsten in het kader van het beheer van consulaire activiteiten en kanselarijrechten worden geboekt op de rekeningen 87.05.04.22 C en 87.05.06.24 C van de sectie « Thesaurieverrichtingen voor orde ». Ze mogen aangewend worden om alle beheersuitgaven voortvloeiend uit deze activiteiten te dekken. Art. 2.14.21 De voor orde verrichte ontvangsten en uitgaven in het kader van de akkoorden met betrekking tot de gedelegeerde samenwerking, zullen geboekt worden op de rekening 83.05.12.91 - van de sectie « Thesaurieverrichtingen voor orde ». De uitvoeringsmodaliteiten zullen ingeschreven worden in de akkoorden met de verschillende partners. De verrichtingen worden onderworpen aan het voorafgaand advies van de Inspecteur van Financiën, conform de bepalingen van de artikelen 14 en 15 van het koninklijk besluit van 16 november 1994 betreffende de administratieve en begrotingscontrole, alsook aan het visum van het Rekenhof zoals bepaald in artikel 14 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof. Art. 2.14.22 Het provisioneel krediet ingeschreven op het programma 54/4 (BA 41 0101) - Provisioneel krediet bestemd voor de looncompensatie van militairen, van leden van de federale politie, van vertegenwoordigers van de magistratuur en van personeelsleden van Justitie, van Buitenlandse Zaken, van Financiën en andere overheidsdiensten belast met zendingen in het buitenland - mag, op voorstel van de Minister van Buitenlandse Zaken en na het akkoord van de Minister van Begroting, volgens de behoeften, worden verdeeld over de passende programma's van de begrotingen van de betrokken departementen door middel van een koninklijk besluit. Art. 2.14.23 Het departement is gemachtigd om de or …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.