← België

Koninklijk besluit tot wijziging van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen wat het herstel en de afwikkel

Kort samengevat

Dit Koninklijk besluit wijzigt de wet van 25 april 2014 betreffende het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen, specifiek met betrekking tot het herstel en de afwikkeling van financiële groepen. Het doel is om bankcrises beter te kunnen voorkomen en beheersen door nieuwe bevoegdheden en instrumenten te introduceren.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
26 DECEMBER 2015. - Koninklijk besluit tot wijziging van de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 18/01/2016 numac 2016000006 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003194 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003195 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003225 bron federale overheidsdienst financien Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen wat het herstel en de afwikkeling van groepen betreft VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het besluit dat wij de eer hebben ter ondertekening aan Uwe Majesteit voor te leggen, voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijn 82/891/EEG van de Raad en de Richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 648/2012, van het Europees Parlement en de Raad ("BRR-richtlijn"). De BRR-richtlijn verschaft aan de overheidsinstanties nieuwe bevoegdheden en instrumenten om eventuele bankcrises in de Europese Unie beter te kunnen voorkomen en beheersen. De BRR-richtlijn voorziet in de toepassing van afwikkelingsmaatregelen wanneer een individuele kredietinstelling in gebreke blijft of waarschijnlijk in gebreke zal blijven, er geen alternatieve oplossing vanuit de particuliere sector mogelijk is, en zulks noodzakelijk is in het algemeen belang. De BRR-richtlijn voorziet daarnaast in parallelle bepalingen inzake het herstel en de afwikkeling van (grensoverschrijdende) groepen, dit wil zeggen het geheel van door een moederonderneming geleide onderling verbonden financiële ondernemingen, in voorkomend geval met inbegrip van financiële holdings en gemengde financiële holdings. De BRR-richtlijn werd gedeeltelijk in Belgisch recht omgezet via de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 18/01/2016 numac 2016000006 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003194 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003195 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003225 bron federale overheidsdienst financien Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen. De bepalingen van de BRR-richtlijn die betrekking hebben op het herstel en de afwikkeling van (grensoverschrijdende) groepen en inzake de betrekkingen met derde landen werden echter nog niet omgezet. Het voorliggende besluit strekt dus tot omzetting van de bepalingen van de BRR-richtlijn die betrekking hebben op het herstel en de afwikkeling van groepen, met inbegrip van de betrekkingen met derde landen. Het voorliggende besluit wordt genomen in uitvoering van de artikelen 311 en 387 van de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 18/01/2016 numac 2016000006 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003194 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003195 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003225 bron federale overheidsdienst financien Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen (de "bankwet"), die Uwe Majesteit machtigen om bij een in Ministerraad overlegd besluit, op advies van het Afwikkelingscollege van de Nationale Bank van België, alle dienstige maatregelen te treffen inzake, respectievelijk (i) de toepassing van de bepalingen inzake afwikkeling op de kredietinstellingen die deel uitmaken van grensoverschrijdende groepen, (ii) de uitvoering in België van preventie-, herstel- en afwikkelingsmaatregelen genomen door de bevoegde autoriteiten van andere lidstaten of derde landen, (iii) de uitwisselingen met de bevoegde autoriteiten van andere lidstaten en derde landen en (iv) de uitbreiding van de bepalingen inzake herstelplannen, afwikkelingsplannen en de afwikkeling tot financiële holdings en gemengde financiële holdings. Het voorliggende besluit beperkt zich tot de loutere omzetting van de geviseerde bepalingen van de BRR-richtlijn en gaat niet verder dan wat in die richtlijn is voorgeschreven. Er wordt dus geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid geboden door artikel 1, lid 2 van de BRR-richtlijn om regels vast te stellen die strikter zijn dan of aanvullend op de BRR-richtlijn. Er werd rekening gehouden met de opmerkingen van de Raad van State, in zijn advies 58.496/2 van 9 december 2015. Het oorspronkelijke ontwerp bevatte een artikel 5 houdende wijziging van artikel 293 van de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 18/01/2016 numac 2016000006 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003194 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003195 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003225 bron federale overheidsdienst financien Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten. De Raad merkte terecht op dat dit artikel geen grondslag vond in artikel 311 of 387 van de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 18/01/2016 numac 2016000006 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003194 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003195 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003225 bron federale overheidsdienst financien Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten. Artikel 5 werd daarom geschrapt. De bijlage bij dit verslag bevat een concordantietabel, die moet toelaten na te gaan van welk artikel van de BRR-richtlijn de nieuw in te voegen artikelen van de bankwet de omzetting vormen. Te dien einde wordt Uwe Majesteit gemachtigd de vigerende wettelijke bepalingen te wijzigen, aan te vullen, te vervangen of op te heffen. Artikelsgewijze bespreking Artikel 1 Dit artikel bepaalt dat het huidige besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van de BRR-richtlijn. Artikel 2 Dit artikel, dat artikel 3 van de bankwet wijzigt, voegt een aantal algemene definities toe die verband houden met het herstel en de afwikkeling van groepen, zoals de definitie van "groepsherstelplan" en van "groepsafwikkelingsplan". Wanneer de bankwet melding maakt van de "afwikkelingsautoriteit" zal overeenkomstig artikel 3, 52° bedoeld worden de Nationale Bank van België dan wel de gemeenschappelijke afwikkelingsraad, volgens de bevoegdheidsverdeling vastgelegd door of krachtens Verordening (EU) nr. 806/2014. Bij de afwikkeling van grensoverschrijdende groepen zal de Belgische afwikkelingsautoriteit echter in nauwe samenwerking met de afwikkelingsautoriteiten van de andere betrokken lidstaten, en in voorkomend geval zelfs met de afwikkelingsautoriteiten van derde landen, beslissingen moeten nemen. Om de taakverdeling tussen de Belgische afwikkelingsautoriteit enerzijds en de andere afwikkelingsautoriteiten anderzijds te verduidelijken, wordt een definitie ingevoegd van "buitenlandse afwikkelingsautoriteit" (dit is een afwikkelingsautoriteit van een andere lidstaat of, in voorkomend geval, de gemeenschappelijke afwikkelingsraad volgens de bevoegdheidsverdeling vastgelegd door of krachtens Verordening (EU) nr. 806/2014), en van "afwikkelingsautoriteit van een derde land". Artikel 3 Dit artikel wijzigt artikel 108 van de bankwet, om te verduidelijken in welk geval een kredietinstelling een individueel herstelplan dient op te stellen dan wel dient opgenomen te worden in een door de moederonderneming opgesteld groepsherstelplan. De vuistregel luidt dat een kredietinstelling enkel een individueel herstelplan dient op te maken wanneer die instelling niet is opgenomen in een groepsherstelplan. De toezichthouder kan niettemin beslissen dat kredietinstellingen die deel uitmaken van een groep toch een individueel herstelplan dienen op te stellen (zie het nieuw in te voegen artikel 433 van de bankwet). Article 4 Dit artikel wijzigt artikel 226 van de bankwet, om te verduidelijken in welk geval de afwikkelingsautoriteit een afwikkelingsplan dient op te stellen voor een individuele kredietinstelling. De vuistregel luidt dat de afwikkelingsautoriteit een individueel afwikkelingsplan opmaakt wanneer de betrokken kredietinstelling niet is opgenomen in een groepsherstelplan. Article 5 Dit artikel introduceert een nieuw boek XI in de bankwet met als opschrift "Herstel en afwikkeling van groepen". Dit boek bevat alle relevante materiële en procedurele vereisten voor het herstel en de afwikkeling van groepen. Met het oog op de leesbaarheid wordt er voor geopteerd om deze bepalingen onder te brengen in een apart deel van de bankwet, veeleer dan deze te incorporeren in de bestaande bepalingen van de bankwet inzake herstel en afwikkeling van individuele kredietinstellingen naar Belgisch recht. De onderdelen van het nieuw in te voegen boek XI worden hierna beknopt toegelicht. Art. 423 (definities) Het nieuw in te voegen artikel 423 bevat definities die uitsluitend van toepassing zijn op boek XI en nog niet voorkomen in de algemene definities vervat in artikel 3 van de bankwet. De begrippen EER-moederkredietinstelling, Belgische EER-moederkredietinstelling, financiële moederholding in een lidstaat, financiële EER-moederholding, Belgische financiële EER-moederholding, gemengde financiële moederholding in een lidstaat, gemengde financiële EER-moederholding en Belgische gemengde financiële EER-moederholding ontlenen hun betekenis aan de definities die reeds vervat zijn in artikel 164, § 2 van de bankwet voor wat het toezicht op geconsolideerde basis betreft. Er wordt een definitie opgenomen van "EER-moederonderneming" (naar analogie van artikel 2, lid 1, onder 85 van de BRR-richtlijn) en bij uitbreiding ook van "Belgische EER-moederonderneming" en "moederonderneming in een lidstaat". Naar analogie van artikel 2, lid 1, onder 26 wordt een "groep" ruim gedefinieerd als een moederonderneming en haar dochterondernemingen, en verstaat men onder "Belgische groep" een groep waarvan de moederonderneming een Belgische EER-moederonderneming is en waarvoor het toezicht op geconsolideerd niveau dus wordt uitgeoefend door de Belgische toezichthouder. De rechtstreekse link tussen de groepsafwikkeling enerzijds en het geconsolideerd toezicht anderzijds, wordt ook bevestigd in de definitie van "afwikkelingsautoriteit op groepsniveau": het betreft de afwikkelingsautoriteit in de lidstaat waar de consoliderende toezichthouder is gevestigd. De andere definities behoeven geen nadere toelichting. Art. 424 (toepassingsgebied) Het nieuw in te voegen artikel 424 bepaalt op welke entiteiten de regels inzake herstel en afwikkeling kunnen toegepast worden. Dit artikel strekt tot omzetting van artikel 1, lid 1 van de BRR-richtlijn. Art. 425 tot 438 (groepsherstelplannen) De nieuw in te voegen artikelen 425 tot 429 strekken tot omzetting van de artikelen7 en 9 van de BRR-richtlijn. Zij bepalen dat iedere Belgische EER-moederonderneming een groepsherstelplan dient op te stellen voor de gehele groep die zij leidt, en specifiëren de inhoud en de doelstellingen van de groepsherstelplannen. Het nieuw in te voegen artikel 429 bepaalt dat de toezichthouder afwijkingen kan toestaan van de verplichtingen inzake de opmaak van groepsherstelplannen. Deze afwijkingen mogen echter niet betrekking hebben op de verplichtingen bedoeld in artikel 110, § 2, tweede en derde lid. Die verplichtingen blijven in elk geval gelden voor kredietinstellingen die deel uitmaken van een groep. De nieuw in te voegen artikelen 430 tot en met 438 strekken voornamelijk tot omzetting van artikel 8 van de BRR-richtlijn. Deze artikelen beschrijven de procedures voor de beoordeling, door de toezichthouder, van een groepsherstelplan. De toezichthouder kan wijzigingen in het groepsherstelplan voorstellen of aanbrengen wanneer hij van oordeel is dat het plan wezenlijke tekortkomingen vertoont of dat er significante belemmeringen zijn voor de tenuitvoerlegging ervan. De bepalingen beschrijven de rol van de Belgische toezichthouder al naargelang het groepsherstelplan is opgesteld door een Belgische EER-moederonderneming, dan wel door een EER-moederonderneming in een andere lidstaat. Art. 439 tot 452 (groepsafwikkelingsplannen) De nieuw in te voegen artikelen 439 tot en met 452 strekken tot omzetting van de artikelen 12, 13, 16, 17 en 18 van de BRR-richtlijn. De Belgische afwikkelingsautoriteit dient een groepsafwikkelingsplan op te stellen voor de afwikkeling van iedere Belgische groep, en verleent haar medewerking aan de opstelling van de groepsafwikkelingsplannen van buitenlandse groepen die één of meer Belgische entiteiten omvatten. De nieuw in te voegen artikelen bepalen de inhoud, doelstellingen en procedures waarbij er naar gestreefd wordt om in een afwikkelingscollege, samen met de andere bevoegde autoriteiten, tot een gezamenlijk besluit te komen over het groepsafwikkelingsplan. De bepalingen beschrijven de rol van de Belgische afwikkelingsautoriteit al naargelang het afwikkelingsplan betrekking heeft op een Belgische dan wel een buitenlandse groep. Het nieuw in te voegen artikel 443 bepaalt dat de afwikkelingsautoriteit kan afwijken van de verplichtingen inzake de opmaak van groepsherstelplannen. Kredietinstellingen die deel uitmaken van een groep maar die zijn aangesloten bij een centrale instelling zoals bedoeld in artikel 239 van de bankwet, kunnen onder bepaalde voorwaarden worden vrijgesteld van de verplichtingen inzake de opmaak van afwikkelingsplannen. Het betreft de toepassing, bij analogie, van wat bepaald is in het gewijzigde artikel 229 van de bankwet. Tegelijk met de opstelling van het groepsafwikkelingsplan dienen de afwikkelingsautoriteiten de afwikkelbaarheid van iedere groep te beoordelen en, in voorkomend geval, een besluit te nemen over de maatregelen die dienen genomen te worden om de vastgestelde belemmeringen voor de afwikkelbaarheid te verminderen of op te heffen. Ook hier verschilt de rol van de Belgische afwikkelingsautoriteit al naargelang de beoordeling betrekking heeft op een Belgische dan wel een buitenlandse groep. Art. 453 tot 485 (afwikkeling van groepen) De titel V heeft betrekking op de eigenlijke afwikkelingvan groepen, met inbegrip van de betrekkingen met derde landen. De nieuw in te voegen artikelen 453 tot en met 456 beschrijven de doelstellingen, voorwaarden en algemene beginselen inzake afwikkeling van groepen. Afwikkelingsmaatregelen worden in principe genomen ten aanzien van de kredietinstellingen die deel uitmaken van een groep. Artikel 454 bepaalt echter in welke omstandigheden een afwikkelingsmaatregel ook kan genomen worden ten aanzien van financiële instellingen, financiële holdings en gemengde financiële holdings die deel uitmaken van een groep. Dit artikel strekt tot omzetting van artikel 33 van de BRR-richtlijn. De nieuw in te voegen artikelen 457 en 458 bepalen de bevoegdheid voor de afwikkelingsautoriteit om de door de entiteiten van een groep uitgegeven kapitaalinstrumenten af te schrijven of om te zetten. Deze artikelen strekken voornamelijk tot omzetting van de artikelen 59 en 62 van de BRR-richtlijn. De nieuw in te voegen artikelen 459 tot en met 463 strekken tot omzetting, voor wat de toepassing op geconsolideerd niveau betreft, van de bepalingen van artikel 45 van de BRR-richtlijn inzake het minimumvereiste voor eigen vermogen en in aanmerking komende passiva. Deze bepalingen houden nauw verband met de toepassing van het instrument van interne versterking (bail-in), waarvan de omzetting via een afzonderlijke koninklijk besluit zal gerealiseerd worden op grond van artikel 255, § 2 van de bankwet. De nieuw in te voegen artikelen 464 tot en met 477 beschrijven op gedetailleerde wijze de beginselen en procedures die moeten toegepast worden voor het nemen van beslissingen inzake de afwikkeling van groepen en voor het opstellen van afwikkelingsregelingen. Artikel 464 werd niet aangepast in het licht van de opmerking van de Raad van State dat het om een een onvolledige omzetting van artikel 81, lid 3 van de BRR-richtlijn zou gaan. De omzetting van dat artikel werd immers reeds verzekerd door artikel 292 van de bankwet. Het ontworpen artikel 464 verduidelijkt dat indien de afwikkelingsautoriteit zelf een kennisgeving ontvangt zoals bedoeld in artikel 81 van de BRR-richtlijn, zij de toezichthouder, het Garantiefonds of de Minister van Financiën daarvan kan op de hoogte brengen. Dit om te verzekeren dat deze autoriteiten in elk geval op de hoogte zijn wanneer de voorwaarden voor afwikkeling vervuld zijn in hoofde van een instelling. De afwikkelingsmaatregelen dienen in principe het voorwerp uit te maken van een gezamenlijk besluit van de afwikkelingsautoriteiten die in het bevoegde afwikkelingscollege vertegenwoordigd zijn. Een afwikkelingscollege wordt opgericht voor elke groep die aan de afwikkelingsbepalingen onderworpen is. Europese afwikkelingscolleges zijn te onderscheiden van de "gewone" afwikkelingscolleges: zij dienen opgericht te worden wanneer een kredietinstelling van een derde land of een moederonderneming van een derde land dochterkredietinstellingen heeft in België en in één of meer andere lidstaten. De artikelen 472 en volgende strekken tot omzetting van de artikelen 91 en 92 van de BRR-richtlijn. Zij bepalen de rol van de Belgische afwikkelingsautoriteit al naargelang de zes hypotheses die zich kunnen voordoen bij de afwikkeling van een grensoverschrijdende groep: 1° de afwikkeling waarbij een Belgische dochteronderneming van een Belgische EER-moederonderneming betrokken is;2° de afwikkeling waarbij een Belgische dochteronderneming van een EER-moederonderneming in een andere lidstaat betrokken is;3° de afwikkeling waarbij een buitenlandse dochteronderneming van een Belgische EER-moederonderneming betrokken is;4° de afwikkeling waarbij een buitenlandse dochteronderneming van een EER-moederonderneming van een andere lidstaat betrokken is;5° de afwikkeling waarbij een Belgische EER-moederonderneming betrokken is;6° de afwikkeling waarbij een EER-moederonderneming in een andere lidstaat betrokken is. De nieuw in te voegen artikelen 478 tot en met 485, tot slot, strekken voornamelijk tot omzetting van de artikelen 94 tot en met 97 van de BRR-richtlijn. Zij regelen de betrekkingen met derde landen, met name de erkenning en handhaving van afwikkelingsprocedures van derde landen en de samenwerking met deze landen. Artikel 6 Dit artikel bepaalt dat het ontwerpbesluit in werking treedt op 1 januari 2016. Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Minister van Financiën, J. VAN OVERTVELDT ADVIES 58.496/2 VAN 9 DECEMBER 2015 OVER EEN ONTWERP VAN KONINKLIJK BESLUIT "TOT WIJZIGING VAN DE WET VAN 25 APRIL 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 18/01/2016 numac 2016000006 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003194 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003195 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003225 bron federale overheidsdienst financien Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten OP HET STATUUT VAN EN HET TOEZICHT OP KREDIETINSTELLINGEN WAT HET HERSTEL EN DE AFWIKKELING VAN GROEPEN BETREFT" Op 16 november 2015 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Financiën verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit "tot wijziging van de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 18/01/2016 numac 2016000006 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003194 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003195 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003225 bron federale overheidsdienst financien Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen wat het herstel en de afwikkeling van groepen betreft" . Het ontwerp is door de tweede kamer onderzocht op 9 december 2015 . De kamer was samengesteld uit Pierre Vandernoot, kamervoorzitter, Luc Detroux en Wanda Vogel, staatsraden, Yves De Cordt en Marianne Dony, assessoren, en Anne-Catherine Van Geersdaele, griffier. Het verslag is uitgebracht door Jean-Luc Paquet, eerste auditeur . De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Wanda Vogel. Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 9 december 2015. Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten. Wat deze drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen. Voorafgaande vormvereisten In de aanhef dient melding te worden gemaakt van de geïntegreerde impactanalyse, een vormvereiste dat luidens het dossier dat bij de adviesaanvraag is gevoegd naar behoren is vervuld. Algemene opmerking Ook al sluit de Franse tekst van het voorliggende ontwerp - vaak letterlijk - aan bij de Franse tekst van de omgezette richtlijn (1), zou het ontwerp beter moeten worden geredigeerd om de wil van de steller ervan duidelijk weer te geven en om te beantwoorden aan zijn doelstellingen. Ziehier enkele voorbeelden : - de Franse tekst van het ontworpen artikel 455, 8°, van de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 18/01/2016 numac 2016000006 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003194 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003195 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003225 bron federale overheidsdienst financien Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten "op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen" (dat artikel 87, i), van de richtlijn omzet) naar luid waarvan de afwikkelingsautoriteit bij het nemen van besluiten of maatregelen die gevolgen kunnen hebben voor een of meerdere lidstaten rekening houdt met "la nécessité pour toute obligation, en vertu du présent titre, de consulter une autorité avant toute prise de décision ou de mesure d'impliquer au moins l'obligation de consulter ladite autorité sur les éléments de la décision ou de la mesure envisagée qui affectent ou sont susceptibles [...]" dient te worden herschreven; - het ontworpen artikel 477, 4°, moet worden herschreven als volgt: "si l'autorité de résolution n'a pas marqué son accord sur le dispositif de résolution de groupe proposé par l'autorité de résolution étrangère au niveau du groupe ou si elle estime, pour des raisons de stabilité financière, devoir prendre (voorts zoals in het ontwerp)"; - de Franse tekst van het ontworpen artikel 480, 2°, (dat artikel 94, lid 4, a), ii), van de richtlijn omzet) waarin wordt bepaald dat de afwikkelingsautoriteit bevoegd is om de in de artikelen 276 tot 281 bedoelde bevoegdheden uit te oefenen ten aanzien van "les droits ou des engagements d'un établissement de crédit d'un pays tiers qui sont inscrits dans ses comptes par une succursale dans l'EEE en Belgique, ou régis par le droit belge ou auxquels des créances sont exécutées en Belgique" dient als overbodig te worden afgestemd op de Nederlandse tekst ervan; - het woord "van" dient als overbodig te worden geschrapt in de Nederlandse tekst van het ontworpen artikel 480, 2°. Bijzondere opmerkingen Aanhef Het tweede en het derde lid moeten onderling van plaats worden verwisseld zodat de erin opgenomen voorafgaande vormvereisten naar tijdsorde worden vermeld (2). Dispositief Artikel 5 Het is voor de Raad van State niet duidelijk in welk opzicht artikel 311 of artikel 387 van de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 18/01/2016 numac 2016000006 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003194 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003195 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende diverse bepalingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003225 bron federale overheidsdienst financien Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten "op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen" rechtsgrond opleveren voor de voorliggende bepaling. Artikel 6 1. In het ontworpen artikel 434, § 1, dat artikel 6, lid 5, van de richtlijn omzet, schrijve men in fine: "[...] voornoemde termijn met maximum één maand verlengen". De oorspronkelijke termijn bedraagt immers twee maanden in plaats van één maand, zoals wordt aangegeven in de ontworpen tekst. 2. Volgens de omzettingstabellen die een van de gemachtigde ambtenaren heeft overgezonden, zou het ontworpen artikel 464 de omzetting zijn van artikel 81, lid 3, van richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 "betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggings-ondernemingen en tot wijziging van Richtlijn 82/891/EEG van de Raad en de Richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en de Verordeningen (EU) nr.1093/2010 en (EU) nr. 648/2012, van het Europees Parlement en de Raad". Afgezien van het feit dat het zich laat aanzien dat, zoals in de Nederlandse tekst, aan het begin van de Franse tekst de afwikkelingsautoriteit moet worden vermeld in plaats van de toezichthouder, is het de afdeling Wetgeving niet duidelijk in welke mate dit artikel 464 zou strekken tot een goede omzetting van de bepaling van de richtlijn waarmee zij aldus in verband wordt gebracht. 3. Volgens diezelfde omzettingstabellen vormt het ontworpen artikel 476, § 4, de omzetting van artikel 92, lid 3, van de richtlijn. Aangezien dit lid betrekking heeft op de hypothese waarbij de maatregelen die de afwikkelingsautoriteit op groepsniveau voorstelt "een groepsafwikkelingsregeling omvatten", dient de Franse tekst van dat lid te worden afgestemd op de Nederlandse tekst; de woorden "ne comprennent pas de dispositif de résolution de groupe" moeten in die zin worden verbeterd. 4. Op het einde van het ontworpen artikel 485, § 1, eerste lid, moeten de woorden "artikel 97, lid 1" worden vervangen door "artikel 97, lid 2". De griffier, A.-C. Van Geersdaele. De voorzitter, P. Vandernoot. _______ Nota (1) Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 "betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijn 82/891/EEG van de Raad en de Richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en de Verordeningen (EU) nr.1093/2010 en (EU) nr. 648/2012, van het Europees Parlement en de Raad". (2) Beginselen van de wetgevingstechniek - Handleiding voor het opstellen van wetgevende en reglementaire teksten, www.raadvst-consetat.be, tab "Wetgevingstechniek", aanbeveling 34, b). 26 DECEMBER 2015. - Koninklijk besluit tot wijziging van de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 18/01/2016 numac 2016000006 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten. - Duitse vertaling van uittreksels type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.