📄 Wettekst
MINISTERIE VAN FINANCIEN
24 DECEMBER 2001. - Wet houdende de Algemene Uigavenbegroting voor het begrotingsjaar 2002 (1)
ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamer van Volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : Hoofdstuk 1. - Algemene bepalingen Art. 1.01.1 Deze wet regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 74, 3° van de Grondwet. Art. 1.01.2 De Algemene Uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 2002 wordt goedgekeurd : 1° wat betreft de kredieten ingeschreven voor de dotaties, overeenkomstig de desbetreffende bij deze wet gevoegde tabel;2° wat betreft de kredieten per programma, overeenkomstig de totalen van de programma's zoals vermeld in de bij deze wet gevoegde begrotingen per sectie en per basisallocatie. De totalen van de kredieten per sectie van de begroting worden weergegeven in de navolgende synthesetabel.
Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld _______ Nota's (1) Gewone zitting 2001-2002. Kamer van Volksvertegenwoordigers.
Parlementaire stukken. - Beleidsnota's, nrs. 1 tot 9. - Ontwerp van Algemene Uitgavenbegroting, nr. 10. - Beleidsnota's, nrs. 11 tot 14. - Verantwoordingen, nrs. 15 tot 17. - Amendement, nr. 18. - Beleidsnota's, nrs. 19 tot 21. - Erratum, nr. 22. - Beleidsnota's, nrs. 23 en 24. - Amendementen, nr. 25. - Beleidsnota's, nrs. 26 tot 29. - Amendementen, nrs.30 tot 32. - Beleidsnota, nr. 33. - Amendement, nr. 34. - Erratum, nr. 35. - Beleidsnota, nr. 36. - Amendementen, nr. 37. - Verslag, nr. 38. - Amendementen, nrs. 39 tot 41. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter bekrachtiging voorgelegd, nr.42.
Parlementaire Handelingen. - Bespreking en aanneming. Vergadering van 18, 19 en 20 december 2001.
Art. 1.01.3 § 1 - De kredieten voor de programma's die betrekking hebben op de werkingskosten van de administraties - bestaansmiddelenprogramma's genoemd - behelzen : 1. De bezoldigingen en allerhande toelagen van het actief en ter beschikking gesteld personeel, de bezoldigingen of lonen van het hulppersoneel, de toelagen voor hogere en bijzondere functies, de tussenkomst in de abonnementen op het gemeenschappelijk vervoer, de vergoedingen voor arbeidsongevallen - inbegrepen de uitkering van deze vergoedingen aan leden van de familie van het slachtoffer in geval van overlijden - alsook de verminderde bezoldigingen of lonen van het tijdelijk of hulppersoneel, in dienst door werkongeval getroffen.2. Bestendige uitgaven voor aankopen van niet-duurzame goederen en van diensten : - Erelonen van advocaten en geneesheren - Gerechtskosten inzake burgerlijke, administratieve en strafzaken - Presentiegelden, reis- en verblijfkosten van niet tot de Rijksdiensten behorende personen - Bezoldigingen van niet tot de Administratie behorende deskundigen en prestaties van derden; - Verbruiksuitgaven met betrekking tot het bezetten van de lokalen - met inbegrip van de uitgaven voor energieverbruik « stookolie, gas, benzine, elektriciteit, kolen » - en uitgaven voor onderhoud. - Bureaukosten, vervoer, belastingen, retributies, publicaties van het departement, beroepsscholing, kleding en andere kleine bestuursuitgaven; - Allerhande vergoedingen aan het Rijkspersoneel voor werkelijke lasten en materiële schade, de vervoerskosten betreffende dienstreizen en de verzekeringspremies der afgevaardigden van het departement die zich naar het buitenland begeven. 3. Allerhande werkingsuitgaven met betrekking tot de informatica.4. Uitgaven voor uitzonderlijke aankopen van niet-duurzame goederen en van diensten, waaronder werken en leveringen voor de inrichting van nieuwe lokalen en de verhuiskosten.5. Huur van onroerende goederen en daarmee verband houdende belastingen van de verschillende diensten van het departement, betaald zonder de tussenkomst van de Regie der Gebouwen.6. Andere uitgaven met betrekking tot de werking van de diensten waarvan de gedetailleerde omschrijving in de bestaansmiddelenprogramma's wordt weergegeven.7. Uitgaven voor de aankoop van duurzame roerende goederen : machines, meubilair, materieel en vervoermiddelen te land.8. Investeringsuitgaven inzake de informatica. § 2. - In afwijking van het artikel 15 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, mogen de basisallocaties met betrekking tot de bezoldigingen en allerhande toelagen « 11 03 - Vast en stagedoend statutair personeel » en « 11 04 - Ander dan statutair personeel », binnen eenzelfde sectie van de begroting onder en uitsluitend onder elkaar herverdeeld worden. § 3. - In afwijking van het artikel 15 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, mogen de basisallocaties met betrekking tot allerhande werkingsuitgaven met betrekking tot de informatica (12.04) en tot de investeringsuitgaven inzake informatica (74.04) over de verschillende secties van de Algemene Uitgavenbegroting onder elkaar herverdeeld worden op gezamenlijke voordracht van de Minister bevoegd voor de modernisering van de openbare besturen en de ordonnancerende Minister en na voorafgaand akkoord van de Minister die de Begroting onder zijn bevoegdheid heeft.
Art. 1.01.4 In afwijking van artikel 40 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, gebeurt de betaling van de geboortetoelagen en van de vergoedingen voor begrafeniskosten overeenkomstig de regelen bepaald in artikel 41, 1ste lid, van dezelfde wetten.
Art. 1.01.5 Ten behoeve van de bestellingen die worden gedaan door toedoen van het Federaal Aankoopbureau, mogen provisionele stortingen worden uitgevoerd ten bate van de begroting van die instelling door middel van ordonnanties van betaling door overschrijving in de schrifturen van de Thesaurie.
Art. 1.01.6 Machtiging wordt verleend provisies toe te staan aan advocaten, experten en gerechtsdeurwaarders die voor rekening van de Staat optreden.
Art. 1.01.7 In afwijking van de artikelen 5 en 34 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, mogen ten laste van de bij onderhavige wet geopende kredieten schuldvorderingen van vorige jaren worden aangezuiverd met betrekking tot : - erelonen van advocaten en geneesheren; - gerechtskosten inzake burgerlijke, administratieve en strafzaken; - presentiegelden, reis- en verblijfkosten van niet tot de Rijksdiensten behorende personen; - bezoldiging van niet tot de Administratie behorende deskundigen en prestaties van derden (met inbegrip van de provisionele voorschotten); - allerhande schadevergoedingen aan derden voortvloeiend uit het opnemen door de Staat van zijn verantwoordelijkheid ten overstaan van door zijn organen en door zijn bedienden gepleegde daden; - bedragen verschuldigd aan de controleorganen van de Staat bij en voor rekening van instellingen van openbaar nut.
Art. 1.01.8 De Schatkist mag voorschotten toekennen wanneer de verrichtingen met betrekking tot een rekening « Bezoldigingen en andere vaste uitgaven voor het gesubsidieerd contractueel personeel » (artikelen 93 tot 101 van de Programmawet van 30 december 1988) van de sectie « Ordeverrichtingen van de Diensten van de Schatkist », een debettoestand veroorzaken.
Art. 1.01.10 In afwijking van artikel 28, eerste lid, van de wetten op de rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, worden de uitgaven van de opgerichte federale overheidsdiensten (FOD's) en programmatorische overheidsdiensten (POD's) in het kader van de Copernicus-hervorming aangerekend op de meest geëigende programma's van de huidige secties van de algemene uitgavenbegroting.
Art. 1.01.11 In afwijking van artikel 15 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, mogen de basisallocaties van de diverse programma's ingeschreven in een organisatieafdeling met betrekking tot de beleidsorganen van een federale overheidsdienst (FOD), binnen diezelfde organisatieafdeling onder elkaar worden herverdeeld.
Hoofdstuk 2. - Bijzondere bepalingen der departementen Sectie 02. - FOD Kanselarij en Algemene Diensten Art. 2.02.1 In afwijking van artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen geldvoorschotten verleend worden : - tot een maximumbedrag van 370.000 EUR aan de buitengewoon rekenplichtige van de FOD Kanselarij en Algemene Diensten; - tot een maximumbedrag van 25.000 EUR aan de buitengewoon rekenplichtige van de Vaste Nationale Cultuurpactcommissie.
Door middel van deze voorschotten mogen de buitengewoon rekenplichtigen schuldvorderingen van allerlei aard, met inbegrip van de aankoop van roerende patrimoniumgoederen, betalen die niet hoger zijn dan 2.500 EUR. Art. 2.02.2 In afwijking van artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen opeenvolgende geldvoorschotten van ten hoogste 2.500 EUR toegestaan worden aan de rekenplichtige die belast is met de vereffening van de hulpgelden en toelagen van sociale aard.
Art. 2.02.3 Binnen de perken van de betrokken basisallocaties, kunnen de volgende toelagen worden toegekend : PROGRAMMA 40/2 - SOCIALE TUSSENKOMSTEN 1. Toelage aan de Belgische Stichting van de Roeping.2. Toelage aan de Europese Beweging - België.3. Dotatie Vakbondspremies. PROGRAMMA 41 - EXTERNE COMMUNICATIE 1. Toelage aan de Belgische Federale Voorlichtingsdienst - F.V.D. 2. Dotatie aan het Internationaal Perscentrum (IPC - Résidence Palace).3. Toelage aan het Belgisch pers-telegraafagentschap BELGA. Art. 2.02.4 In afwijking van de artikelen 12 en 14 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, mogen alle uitgaven van de FOD Kanselarij en Algemene Diensten met betrekking tot schadevergoedingen aan derden voortvloeiend uit het opnemen door de Staat van de verantwoordelijkheid, aangerekend worden op de B.A. 01.34.02 van de organisatieafdeling 40 - Kanselarij.
Art. 2.02.5 De Eerste Minister is gemachtigd om, in het belang van de Schatkist en mits naleving van de wetgeving op de overheidsopdrachten, ruilovereenkomsten af te sluiten teneinde de vernieuwing van de FEDENET-uitrustingen te bevorderen.
Art. 2.02.6 In afwachting van de integratie van de Belgische Federale Voorlichtingsdienst (FVD) in de FOD Kanselarij en Algemene Diensten, wordt aan de FVD toegestaan een bedrijfsfonds van maximaal 744.000 EUR aan te houden.
Dit bedrijfsfonds wordt samengesteld uit : a) de subsidie-overschotten en de saldi van de voorschotten van de programma-opdrachten;b) de eigen inkomsten. Art. 2.02.7 Binnen de perken van de kredieten ingeschreven in het programma 40/1 « FEDENET » mogen - naast de recurrente werkingskosten en de investeringen - ook allerhande uitgaven vereffend worden die verband houden met gepresteerde diensten en met de installatie en het onderhoud van software en hardware bij de diverse diensten-gebruikers die aangesloten zijn op het Fedenet.
Art. 2.02.8 In afwijking van artikel 1.01.3, § 2, van deze wet mogen alle kredieten van het programma 41/0 - « Externe communicatie » bij wijze van herverdeling van basisallocaties onderling herschikt worden, met inbegrip van de personeelskredieten (41.01.11.03 en 11.04).
Sectie 04. - FOD Personeel en Organisatie Art. 2.04.1 In afwijking van artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 250.000 EUR verleend worden aan de buitengewone rekenplichtigen van de diensten en instellingen wier uitgaven in de onderhavige sectie zijn ingeschreven.
Door middel van deze voorschotten mogen de buitengewone rekenplichtigen alle dienstkosten tot 5.500 EUR betalen, alsmede, ongeacht hun bedrag, de verbruikskosten van water, gas, elektriciteit, telefoon, stookolie en brandstof voor autovoertuigen, alsook de vergoedingen en toelagen van alle aard welke op de begroting toegekend worden.
Mogen, ongeacht het bedrag, met deze voorschotten worden betaald : 1) de uitgaven van sociale aard;2) de kosten voor zendingen in het buitenland en voor frankering van de briefwisseling, alsmede de voorschotten op deze kosten. Aan de buitengewone rekenplichtigen belast met betalingen van zendingskosten in het buitenland wordt toelating gegeven voorschotten te verlenen aan de met een zending in het buitenland belaste ambtenaren.
Art. 2.04.2 Binnen de perken van de betrokken basisallocaties kunnen de volgende toelagen worden toegekend : PROGRAMMA 40/0 - BESTAANSMIDDELEN- PROGRAMMA Toelage aan de V.Z.W. Sociale Dienst van de Federale Overheidsdienst Personeel en Organisatie.
PROGRAMMA 53/1 - VORMING VAN AMBTENAREN 1° Bijdrage aan het Internationaal Instituut voor Bestuurswetenschappen;2° Bijdrage aan het Europees Instituut voor Bestuurskunde te Maastricht;3° Tegemoetkoming voor vormingsactiviteiten georganiseerd door de representatieve vakorganisaties. Art. 2.04.3 Het provisioneel krediet ingeschreven onder het programma 53/2 - Provisionele kredieten en bestemd tot dekking van alle uitgaven verbonden aan de opleidingsactiviteiten mag, volgens de behoeften, worden verdeeld over de passende programma's van de begrotingen van de verschillende departementen door middel van een koninklijk besluit voorgedragen door de Minister van Ambtenarenzaken en Modernisering van de openbare besturen.
Art. 2.04.4 In afwijking van de artikelen 12 en 14 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, mogen alle uitgaven van de Federale Overheidsdienst Personeel en Organisatie met betrekking tot schadevergoedingen aan derden voortvloeiend uit het opnemen door de Staat van zijn aansprakelijkheid, met uitzondering van die van het Selectiebureau van de Federale Overheid (SELOR), aangerekend worden op de B.A. 03.34.01 van de organisatie-afdeling 40 - Directiecomité en Algemene Diensten.
Art. 2.04.5 De thesaurierekening waarop de bezoldigingen en allerhande toelagen voor het vast- en stagedoend statutair personeel en voor het contractueel personeel van het Selectiebureau van de Federale Overheid (SELOR), Staatsdienst met afzonderlijk beheer, worden aangerekend, mag een debetsaldo vertonen.
Art. 2.04.6 De Schatkist is gemachtigd voorschotten toe te kennen wanneer de rekeningen van het Federaal Aankoopbureau, Staatsdienst met afzonderlijk beheer, die het voorwerp uitmaakt van het artikel 63.01.A, zich in debettoestand zullen bevinden. De debettoestand mag 5.000.000 EUR niet overschrijden.
Art. 2.04.7 Het provisioneel krediet ingeschreven onder het programma 40/3 - Provisionele kredieten, en bestemd tot dekking van de uitgaven verbonden aan de toekenning van een toelage aan de personeelsleden belast met het ontwikkelen van projecten in sommige overheidsdiensten mag, na het akkoord van de Minister van Begroting, volgens de behoeften verdeeld worden over de passende programma's van de begrotingen van de verschillende departementen door middel van een koninklijk besluit.
Art. 2.04.8 In afwijking van de artikelen 12 en 14 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, mogen de uitgaven van de organisatie-afdelingen 40 en 52 van de Federale Overheidsdienst Personeel en Organisatie met betrekking tot de huurlasten van het gebouw in de Wetstraat 51, te Brussel, aangerekend worden op de basisallocatie 02.12.01 van de organisatie-afdeling 40 - Directiecomité en Algemene Diensten.
Sectie 05. - FOD Informatie- en Communicatietechnologie Art. 2.05.1 In afwijking van artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 250.000 EUR verleend worden aan de buitengewone rekenplichtigen van de diensten en instellingen wier uitgaven in de onderhavige sectie zijn ingeschreven.
Door middel van deze voorschotten mogen de buitengewone rekenplichtigen alle dienstkosten tot 5.500 EUR betalen, alsmede, ongeacht hun bedrag, de verbruikskosten van water, gas, elektriciteit, telefoon, stookolie en brandstof voor autovoertuigen, alsook de vergoedingen en toelagen van alle aard welke op de begroting toegekend worden.
Mogen, ongeacht het bedrag, met deze voorschotten worden betaald : 1) de uitgaven van sociale aard;2) de kosten voor zendingen in het buitenland en voor frankering van de briefwisseling, alsmede de voorschotten op deze kosten. Aan de buitengewone rekenplichtigen belast met betalingen van zendingskosten in het buitenland wordt toelating gegeven voorschotten te verlenen aan de met een zending in het buitenland belaste ambtenaren.
Art. 2.05.2 In afwijking van artikel 1-01-3, § 2, van deze wet, mogen de basisallocaties met betrekking tot de bezoldigingen en allerhande toelagen « 11.03 - Vast en stagedoend personeel » en « 11.04 - Ander dan statutair personeel » evenals de basisallocatie « 12.20 - Contracten voor het leveren van diensten door de v.z.w. Maatschappij voor Mecanografie (MVM) » binnen het programma 56/0 onder en uitsluitend onder elkaar worden herverdeeld.
Sectie 11. - Diensten van de Eerste Minister Art. 2.11.1 In afwijking van artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen geldvoorschotten verleend worden tot een maximumbedrag van 370.000 EUR aan de buitengewoon rekenplichtige van de Federale diensten voor wetenschappelijke, technische en culturele aangelegenheden (D.W.T.C.) en aan de buitengewoon rekenplichtigen van de instellingen die ervan afhangen.
Door middel van deze voorschotten mogen de buitengewoon rekenplichtigen van de DWTC schuldvorderingen van allerlei aard, met inbegrip van de aankoop van roerende patrimoniumgoederen, betalen die niet hoger zijn dan 5.500 EUR. Art. 2.11.2 In afwijking van artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen opeenvolgende geldvoorschotten van ten hoogste 2.500 EUR toegestaan worden aan de rekenplichtige die belast is met de vereffening van de hulpgelden en toelagen van sociale aard.
Art. 2.11.3 Binnen de perken van de betrokken basisallocaties, kunnen de volgende toelagen worden toegekend : PROGRAMMA 60/0 - BESTAANSMIDDELEN Toelage aan de sociale dienst van de Federale diensten voor wetenschappelijke, technische en culturele aangelegenheden.
PROGRAMMA 60/1 - ONDERZOEK EN ONTWIKKELING OP NATIONAAL VLAK 1. Financiering van de programma's regeringsinitiatieven voor O & O op nationaal vlak.2. Financiering van de interuniversitaire attractiepolen.3. Financiering van de technologische attractiepolen.4. Financiering van studies, onderzoek en opdrachten voor derden.5. Toelage aan de Academia Belgica te Rome.6. Toelage aan het patrimonium van de Academie voor Overzeese Wetenschappen.7. Toelage aan de nationale Commissies die onder de gezamenlijke auspiciën geplaatst zijn van de Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België en de « Academie royale des Sciences, des Lettres et des Beaux-Arts de Belgique ». 8. Financiering van de operationele centra van de D.W.T.C. 9. Toelage bestemd voor de aanwerving van bijkomende onderzoekers in de universiteiten en de federale wetenschappelijke instellingen in het kader van de maatregelen voor de ondersteuning van het onderzoekbeleid dat deel uitmaakt van het meerjarenplan voor de werkgelegenheid.10. Dekken van de O & O-uitgaven van de vliegtuigen in het kader van Airbus. 11. Dotatie aan de Dienst voor wetenschappelijke en technische informatie (D.W.T.I.). 12. Dotatie aan het Belgisch telematicanetwerk « Belnet ».13. Financiering van de wetenschappelijke ondersteuning van het federale drugsbeleid.14. Financiering van het programma voor de terugkeer van het Belgisch wetenschappelijke kunnen. PROGRAMMA 60/2 - ONDERZOEK EN ONTWIKKELING OP INTERNATIONAAL VLAK 1. Financiering van de programma's regeringsinitiatieven voor O & O op internationaal vlak.2. Belgische deelname aan de activiteiten van het Europees Ruimtevaart Agentschap.3. Belgische deelname aan de bilaterale of multilaterale ruimtevaartprojecten (buiten ESA).4. Toelagen aan de intergouvernementele organisaties voor onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening.5. Toelagen aan de internationale organisaties, groeperingen en centra voor onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening.6. Deelname van België aan internationale activiteiten inzake wetenschapsbeleid.7. Belgische bijdrage aan het Eureka-Secretariaat « Technologie ». PROGRAMMA 60/3 - FEDERALE WETENSCHAPPELIJKE INRICHTINGEN EN DAARMEE GELIJKGESTELDE INSTELLINGEN 1. Dotaties aan de federale wetenschappelijke instellingen die afhangen van de Minister van Wetenschappelijk Onderzoek.2. Toelage aan het Studie- en Documentatiecentrum -« Oorlog en Hedendaagse Maatschappij ».3. Financiering van de O & O-acties van de federale wetenschappelijke instellingen.4. Specifieke dotatie aan de federale wetenschappelijke instellingen.5. Aanvullende dotatie aan het Algemeen Rijksarchief voor het personeel van de nieuwe opslagplaats te Leuven.6. Steun aan de tijdelijke tentoonstellingen van de federale wetenschappelijke instellingen.7. Aanvullende dotatie aan de Koninklijke Sterrenwacht van België voor de valorisatie van het planetarium.8. Aanvullende dotatie aan het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika voor de beveiliging van de collecties.9. Aanvullende dotatie aan de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België voor de werking van de nieuwe zalen. PROGRAMMA 60/4 - ONDERWIJS-VORMING;
EDUCATIEVE ACTIVITEITEN 1. Toelage aan het Europa College (Brugge).2. Toelage aan de Stichting Biermans-Lapôtre (Parijs).3. Uitzonderlijke toelage aan de Stichting Biermans-Lapôtre voor het dekken van de terugbetaling van de lening.4. Toelage aan het Europees Universitair Instituut (Firenze) : bijdragen en beurzen Belgische studenten.5. Toelagen aan de Universitaire Stichting.6. Toelage aan de « Belgian-American Educational Foundation ». PROGRAMMA 61/1 - GEMEENSCHAPPELIJKE CULTURELE ACTIVITEITEN 1. Dotatie aan de Nationale Dienst voor Congressen.2. Toelage aan de Federatie van de Vrienden van de Belgische Musea en andere verenigingen voor culturele ondersteuning.3. Toelage aan het Museum van het Kind.4. Toelage aan de Filharmonische Vereniging van Brussel.5. Toelage aan het Belgische Centrum voor Muziekdocumentatie (CEBEDEM).6. Toelage aan de concertverenigingen die voldoen aan de criteria vastgesteld door het koninklijk besluit van 20 januari 1956 tot regeling van de toelagen aan de concertverenigingen. 7. Toelage aan de v.z.w. « Decentralisatie van de Flassieke en Hedendaagse Films ». 8. Toelage aan de Muziekkapel « Koningin Elisabeth ».9. Toelage aan de Vereniging voor tentoonstellingen van het Paleis voor Schone Kunsten.10. Internationale wedstrijd Koningin Elisabeth - Prijs van de Regering.11. Archieven voor historische films en actualiteitsbeelden. 12. Toelage aan de v.z.w. « Jonge Filharmonie ». 13. Kosten met betrekking tot de promotie van de muziek.14. Kosten met betrekking tot de openstelling voor het publiek van het Koninklijk Paleis.15. Financiering van de bibliotheek van het Koninklijk Muziekconservatorium.16. Toelage aan het Koninklijk Filmarchief.17. Toelage aan de « Fundation Europalia International ».18. Toelage aan het Filmmuseum. PROGRAMMA 61/2 - BUITENLANDSE BETREKKINGEN 1. Toelagen aan internationale instellingen voor de Jeugd.2. Belgische bijdrage aan de financiering van de « Commission for Educational Exchanges USA, Belgium, Luxemburg ».3. Toelage aan het Secretariaat Internationale Federatie der verenigingen « Jeugd en Muziek ».4. Diverse internationale toelagen en bijdragen.5. Belgische bijdrage aan de UNESCO. 6. Toelage aan het internationaal studiecentrum voor het behoud en de restauratie van cultuurgoederen (I.C.C.R.O.M.). 7. Aankoop van publicaties en kunstwerken voor culturele promotie in het buitenland. PROGRAMMA 61/3 - NATIONALE CULTURELE INSTELLINGEN 1.Toelage aan de N.V. Paleis voor Schone Kunsten. 2. Toelage aan de Koninklijke Muntschouwburg.3. Toelage aan het Nationaal Orkest van België. PROGRAMMA 61/4 - ONDERWIJS-VORMING (buiten Wetenschapsbeleid) EN SCHOOLINVESTERINGEN Toelage aan de Internationale school SHAPE. Art. 2.11.4 In afwijking van de artikelen 5 en 34 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, mogen ten laste van de bij deze wet geopende kredieten schuldvorderingen van vorige jaren worden aangezuiverd met betrekking tot : - de Belgische deelname aan de activiteiten van het Europees Ruimtevaart Agentschap (programma 60/2); - de Belgische bijdrage in de werkingskosten van de Eureka-secretariaten (« technologie » en audiovisueel) (programma 60/2); - uitgaven van alle aard betreffende de geschillen van de lasten van het verleden Onderwijs/Education nationale (programma 61/5); - regularisatie-ordonnanceringen ten gevolge van de tarifering van bankkosten of van wisselkoerswijzigingen tussen het ogenblik van de aanvraag tot betaling en de effectieve betaling.
Art. 2.11.5 Bij beslissing van de Ministerraad worden de vastleggingskredieten bestemd voor de volgende uitgaven : - regeringsinitiatieven voor O & O op nationaal vlak (programma 60/1); - interuniversitaire attractiepolen (programma 60/1); - technologische attractiepolen (programma 60/1); - dekken van de O & O-uitgaven van de vliegtuigen van de Airbus-groep (programma 60/1); - Belgische deelname aan de bilaterale of multilaterale ruimtevaartprojecten buiten ESA (programma 60/2).
Art. 2.11.6 De Minister van Wetenschappelijk Onderzoek is gemachtigd om, conform de door België aangegane verbintenissen, ter aanvulling van de Belgische bijdrage aan de begroting van het EUREKA Secretariaat « Technologie », ten laste van zijn begroting de huur en de kosten ten laste van de huurder (met inbegrip van de elektriciteits- en verwarmingsuitgaven) te dragen van het EUREKA Secretariaat « Technologie » en de helft van de huur van het EUREKA Secretariaat AUDIOVISUEEL, alsook om aan de genoemde secretariaten het bedrag terug te betalen van de door hen betaalde belasting op de toegevoegde waarde voor elke uitgave die zij gedaan hebben en van de roerende voorheffing op de interesten die zij ontvangen hebben.
Art. 2.11.7 De Minister van Wetenschappelijk Onderzoek is, overeenkomstig de eenparige verbintenissen van de lidstaten van het Europees Ruimtevaartagentschap, gemachtigd af te zien van het invorderen van de nationale rechten en belastingen die toepasselijk zijn op de prijs van werken en leveringen uitgevoerd in België voor die organisatie en waarvan de betaling in nationale munt of in EURO ten laste van zijn begroting werd voorgeschoten; hij is eveneens gemachtigd aan die organisatie, ter aanvulling van de Belgische bijdrage, het bedrag terug te betalen van de nationale rechten en belastingen die voornoemd Agentschap eventueel voor dergelijke werken of leveringen heeft betaald in nationale munt of in EURO. Art. 2.11.8 In afwijking van artikel 15 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991 en van artikel 1-01-3, § 2, van deze wet, mogen de kredieten van de basisallocaties 60.11.11.16, 60.11.11.17, 60.21.11.18 en 61.11.41.16 door middel van herverdelingen van basisallocaties, overgedragen worden naar basisallocatie 60.01.11.03 voor de bedragen die overeenstemmen met de bezoldigingen van de contractuele betrekkingen die worden omgezet in statutaire betrekkingen.
Art. 2.11.9 In afwijking van artikel 15 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991 mogen de kredieten van de basisallocaties 60.11.11.16, 60.11.11.17 en 60.21.11.18 door middel van herverdelingen van basisallocaties onderling overgedragen worden.
Art. 2.11.10 De kredieten van programma 5 van afdeling 61 (Federale diensten voor wetenschappelijke, technische en culturele aangelegenheden - Deel Onderwijs en Cultuur) mogen aangewend worden voor de betaling van het ereloon van de advocaten die de Staat vertegenwoordigen in de geschillen in verband met de « lasten van het verleden » van de voormalige ministeries van Onderwijs/Education nationale.
Art. 2.11.11 In afwijking van artikel 1-01-3, § 2, van deze wet, kunnen kredieten van de basisallocaties 11.60.31.41.10, 11.60.31.41.11, 11.60.32.41.13, 11.60.32.41.14, 11.60.32.41.15, 11.60.32.41.16, 11.60.33.41.17, 11.60.33.41.18, 11.60.34.41.19, 11.60.34.41.20 en 11.60.35.41.21 door middel van herverdeling van basisallocaties overgedragen worden naar de basisallocaties 11.60.30.11.03 en 11.60.30.11.04, voor de bedragen die overeenstemmen met de bezoldigingen van de toegestane statutaire betrekkingen bij de federale wetenschappelijke instellingen die afhangen van de Minister van Wetenschappelijk Onderzoek.
Sectie 12. - Ministerie van Justitie Art. 2.12.1 In afwijking van artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof mogen : a) geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 2.500.000 EUR verleend worden aan de buitengewone rekenplichtigen van het Departement. Door middel van deze voorschotten mogen de buitengewone rekenplichtigen van het Departement alle dienstkosten tot 12.500 EUR betalen, alsmede, ongeacht hun bedrag, de verbruikskosten van water, gas, elektriciteit, telefoon, stookolie en brandstof voor autovoertuigen, alsook de vergoedingen van alle aard welke op de begroting toegekend worden en de kosten voortvloeiend uit de burgerlijke aansprakelijkheid van de Staat; b) geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 875.000 EUR verleend worden aan de buitengewone rekenplichtigen van de Algemene boekhouding belast met de betaling van forfaitaire vergoedingen aan de leden van de Veiligheid van de Staat en van de Justitiehuizen; c) geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 2.500.000 EUR worden verleend aan de buitengewone rekenplichtigen van het departement belast met de betaling van de hulpgelden aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden toegekend door de Commissie ad hoc.
Aan de buitengewone rekenplichtigen van het Departement belast met de betaling van voorschotten op zendingskosten in het buitenland wordt machtiging gegeven om aan de ambtenaren op zending naar het buitenland de nodige voorschotten te verlenen.
Art. 2.12.2 Er kunnen kredietopeningen verleend worden aan : a) de Dienst Gerechtskosten in Strafzaken voor de betaling van de staten van honoraria van gerechtelijke deskundigen en gerechtsdeurwaarders en alle andere gerechtskosten met inbegrip van de schuldvorderingen m.b.t. de internationale gerechtelijke samenwerking; b) het Directoraat-generaal Strafinrichtingen, voor de betaling van de dringende uitgaven betreffende : - de voeding en het onderhoud van de gedetineerden en geïnterneerden; - het water- en energieverbruik en aanverwante belastingen, en de telefoonrekeningen.
Art. 2.12.3 In afwijking van artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, kunnen geldvoorschotten toegestaan worden binnen de bij artikel 2.12.1 van deze wet vastgestelde perken, met het oog op de uitbetaling van hulpgelden en toelagen met sociaal karakter, alsmede van toelagen ten gunste van de cultuur- en sportkringen opgericht onder het personeel van het Ministerie van Justitie.
De terugvordering van de voorschotten onder de vorm van lening toegekend aan de personeelsleden, kan, in voorkomend geval, worden uitgevoerd overeenkomstig artikel 23, 4°, van de
wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/04/1965
pub.
08/03/2007
numac
2007000126
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers
sluiten betreffende de bescherming van het loon der werknemers.
Art. 2.12.4 Uitgaven met betrekking tot schuldvorderingen van vorige jaren mogen aangerekend worden op de kredieten van het lopend jaar in de hierna volgende gevallen : 1) Gerechtskosten in criminele, correctionele en politiezaken (de kosten voor vervoer van de naar de grens gebrachte vreemdelingen worden met de gerechtskosten gelijkgesteld en volgens dezelfde tarieven vereffend).Kosten van betekening van de uitzettingsbesluiten. Vergoedingen in de bij artikel 447 van het Wetboek van strafvordering en in de wet op de voorlopige hechtenis voorziene gevallen. Vergoeding van schade bij een gerechtelijk optreden geleden. Kosten voortvloeiend uit de toepassing van de wet betreffende de gerechtelijke bijstand en de toelating om kosteloos te procederen (
wet van 10 oktober 1967Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/10/1967
pub.
10/09/1997
numac
1997000085
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet houdende het Gerechtelijk Wetboek - Duitse vertaling van de artikelen 728 en 1017
sluiten). Kosten voortvloeiend uit de internationale gerechtelijke samenwerking (progr. 56/0). 2) Vergoedingen uit te keren aan de provincies en gemeenten (art.77 tot 81 van de wet van 14 februari 1961) (progr. 56/0). 3) Aandeel van België in de werkingskosten van Europol en van het « Schengen Information System » (progr.58/2).
Art. 2.12.5 Binnen de perken van de betrokken basisallocaties kunnen de volgende toelagen worden toegekend : PROGRAMMA 40/3 - STUDIES EN DOCUMENTATIE 1) Toelagen aan publicaties en aan wetenschappelijke instellingen. 2) Toelage aan de v.z.w. « Geschillencommissie Reizen ». 3) Toelage aan de Instelling van Openbaar Nut « Belgisch Comité voor UNICEF ».4) Toelage aan de Kinderrechtencoalitie Vlaanderen en de « Coordination des ONG pour les droits de l'enfant ». PROGRAMMA 40/4 - INTERNATIONALE SAMENWERKING Deelneming van België in de werkingskosten van internationale instellingen.
PROGRAMMA 51/0 - BESTAANSMIDDELEN Toelagen aan organismen belast met de therapeutische begeleiding van de daders van sexuele misdrijven.
PROGRAMMA 56/0 - BESTAANSMIDDELEN Toelagen voor het gebruik door de gerechtelijke diensten van de bibliotheken van de balies in sommige gerechtsgebouwen.
PROGRAMMA 56/2 - JUSTITIEHUIZEN Toelagen aan organismen voor het organiseren van activiteiten van dienstverlening en vorming in het kader van een gerechtelijke procedure, herstelbemiddeling, begeleiding van het omgangsrecht en justitiële slachtofferzorg.
PROGRAMMA 58/2 - INTERNATIONALE SAMENWERKING Aandeel van België in de werkingskosten van de Internationale Organisatie voor de Criminele Politie te Lyon, de Europese politiedienst te Den Haag en het « Schengen Information System » te Straatsburg.
PROGRAMMA 59/2 - BESTAANSMIDDELEN Toelage voor de erkenning van de islamitische eredienst.
Art. 2.12.6 In afwijking van artikel 15 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, mogen herverdelingen worden doorgevoerd van de basisallocatie 56 31 1201 naar de basisallocatie 56 03 1240.
Sectie 13. - Ministerie van Binnenlandse Zaken Art. 2.13.1 In afwijking van artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 371.840 EUR verleend worden aan de buitengewone rekenplichtigen van de diensten en instellingen wier uitgaven in de onderhavige sectie zijn ingeschreven.
Door middel van deze voorschotten mogen de buitengewone rekenplichtigen alle dienstkosten alsmede de vergoedingen en toelagen van alle aard welke bij aanrekening op de begroting zullen worden verleend evenals de verbruikskosten van water, gas, elektriciteit, telefoon, stookolie en brandstof voor autovoertuigen tot en met 6.197 EUR betalen.
Mogen, ongeacht het bedrag, met deze voorschotten worden bestreden : 1) de uitgaven van sociale aard;2) de uitgaven in verband met de opleiding en het aanwenden van het voltijds en niet-voltijds personeel van de Civiele Bescherming;3) de kosten voor zendingen in het buitenland en voor frankering van de briefwisseling, alsmede de voorschotten op deze kosten;aan de buitengewone rekenplichtigen belast met betalingen van zendingskosten in het buitenland wordt toelating gegeven voorschotten te verlenen aan de met een zending in het buitenland belaste ambtenaren; 4) alle werkingskosten alsmede de vergoedingen en toelagen van alle aard van de Provinciale Gouvernementen, met uitzondering van de uitgaven voor aankoop van duurzame roerende goederen, binnen de perken van de basisallocaties van het programma 58/0;5) alle uitgaven van het programma 55/0 voor de kosten van repatriëring en verwijdering van ongewenst geachte personen. Art. 2.13.2 Uitgaven met betrekking tot schuldvorderingen van vorige jaren mogen worden aangerekend op de kredieten van het lopend jaar in de hiernavolgende gevallen : 1) Verkiezingsuitgaven.2) Militaire begraafplaatsen.3) Uitgaven betreffende de terugbetaling aan de gemeenten van de wedden van het personeel van de hulpcentra « 100 ». Art. 2.13.3 Binnen de perken van de betrokken basisallocaties kunnen de volgende toelagen worden toegekend : PROGRAMMA 40/1 - PROTOCOL 1° Toelagen aan hen die daden van moed hebben verricht en daarbij het slachtoffer van hun offervaardigheid zijn geworden of aan rechthebbenden van helden die door hun moedige daad het leven verloren hebben of aan de klaarblijkelijke gevolgen ervan bezweken zijn, ook voor vergoedingen voor begrafeniskosten.2° Vriendenkring van de overlevenden van Breendonk.3° Comité van de Vlam.4° Comité van het monument van Koning Albert aan de IJzer.5° Toelage aan de Vereniging tot Bevordering van Brussel als tussenkomst in de kosten voor inrichting van feestelijkheden in de Warande ter gelegenheid van het jaarlijks Nationaal Feest. PROGRAMMA 51/7 - MILITAIRE BEGRAAFPLAATSEN Toelage aan de organisatie belast met de restauratie van het museum van het kamp Auschwitz-Birkenau te Oswiecim.
PROGRAMMA 54/0 - BESTAANSMIDDELENPROGRAMMA 1° Toelage aan een opleidingsraad voor de brandweerdiensten.2° Bijdrage in de kosten van voorlichting, documentatie en public relations inzake civiele bescherming. PROGRAMMA 54/2 - ALGEMENE INSPECTIE VAN DE UITRUSTING 1° Toelage aan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, aan intercommunales en aan de gemeenten voor het aankopen van bijzonder materieel voor de brandweerdiensten.2° Toelagen aan de gemeenten voor de behoeften van de brandweerdiensten met het oog op de informatisering van de statistieken.3° Bijdrage ten voordele van de brandweerdiensten in de kosten van informatiecampagnes voor brandvoorkoming, steun aan lokale initiatieven.4° Bijdrage in de recyclagecursussen voor de officieren van de brandweerdiensten. PROGRAMMA 54/6 - DIRECTIE VAN DE LOGISTIEK 1° Koninklijke vereniging der brandweerkorpsen van België en Nationaal Fonds voor hulpverlening aan brandweerlieden.2° Opleidingscentra voor brandweerlieden.3° Bijdrage in de kosten van laboratoria belast met onderzoekingen betreffende brandvoorkoming.4° Bijdrage in de realisatie van het « Euroclasses-systeem » voor reactie bij brand. PROGRAMMA 55/0 - BESTAANSMIDDELEN Subsidies van de Dienst Vreemdelingenzaken voor internationale organisaties die activiteiten uitoefenen met betrekking tot de vreemdelingenpolitiek.
PROGRAMMA 56/1 - ALGEMENE ADMINISTRATIEVE POLITIE OPLEIDING, PREVENTIE EN UITRUSTING 1° Tussenkomst van de Staat in de uitgaven voor initiatieven voor de bevordering van de contacten van de politiediensten met de bevolking.2° Verwezenlijking van uitgaven op het vlak van politie en criminaliteitspreventie, onder andere voor de verwezenlijking of verwerving van infrastructuren, uitrusting, materieel of software voor collectief gebruik en voor de financiering van campagnes en studieopdrachten.3° Betoelaging van Belgische universiteiten of andere instellingen, betrokken bij de studie of beheersing van de criminaliteit, van publieke of private initiatieven inzake criminaliteitspreventie, inzonderheid voetbalvandalisme, geïntegreerde initiatieven van lokale criminaliteit en onderzoek naar het voorkomen van bepaalde criminele fenomenen. 4° Toelage aan de N.V ASTRID ter dekking van de werkingskosten. van de gemeenschappelijke infrastructuur. 5° Een toelage aan V.Z.W.'s en andere organisaties als tussenkomst in de organisatiekosten van het opstellen van cursussen teneinde de aandacht voor het omgaan met migranten te integreren in de navorming van het politiepersoneel.
PROGRAMMA 59/0 - BESTAANSMIDDELENPROGRAMMA Toelage aan de « Association des Conseils d'Etat et des Juridictions administratives suprêmes de l'Union européenne ».
Art. 2.13.4 De bedragen die voor de jaren 1996 en 1997 teruggevorderd moeten worden van de lokale overheden die gebruik maken van de diensten van een gewestelijke ontvanger krachtens het samenwerkingsakkoord betreffende de wijze van omslag van de kosten van de gewestelijke ontvangers en de wijze van inhouding van de bijdrage in die kosten, afgesloten te Brussel op 9 december 1997 tussen de Federale Overheid, de Vlaamse Gemeenschap en het Waalse Gewest, worden onttrokken aan de toepassing van de bepalingen van de vijfjarige verjaring.
Art. 2.13.5 De Minister van Binnenlandse Zaken wordt gemachtigd fondsen op te nemen op het specifieke begrotingsartikel, voorzien in artikel 1, § 2quater , 2e lid van de
wet van 1 augustus 1985Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
01/08/1985
pub.
15/11/2000
numac
2000000832
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet houdende fiscale en andere bepalingen . - hoofdstuk III, afdeling II. - Duitse vertaling
sluiten houdende sociale bepalingen, zoals gewijzigd door de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen, die bestemd zijn voor de coördinatie en voor de supralokale acties in de domeinen bedoeld in artikel 69 van bovenvermelde wet van 30 maart 1994.
Deze fondsen worden gestort aan de buitengewone rekenplichtige van het Vast Secretariaat voor het preventiebeleid, die verantwoording over de aanwending ervan verstrekt bij het Rekenhof.
Art. 2.13.6 De openstaande schuldvorderingen die op 31 december 2000 nog op de basisallocaties 56/10.63.08 en 56/13.63.07 van de sectie 13 « Ministerie van Binnenlandse Zaken » zullen voorkomen mogen geordonnanceerd worden op de ordonnancerings-kredieten van de basisallocaties 90/15.63.08 en 90/26.63.07 van de sectie 17 « Federale politie en geïntegreerde werking ».
Sectie 14. - Ministerie van Buitenlandse Zaken en Buitenlandse Handel Art. 2.14.1 In afwijking van het artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen achtereenvolgende geldvoorschotten worden toegestaan van hoogstens 10.000 EUR, die later zullen worden verantwoord, aan de rekenplichtige die belast is met de vereffening van de hulpgelden en uitgaven van sociale aard.
Art. 2.14.2 In afwijking van het artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 750.000 EUR verleend worden aan de buitengewone rekenplichtigen van de Directie Begroting en Comptabiliteit en 375.000 EUR aan de andere buitengewone rekenplichtigen van het Departement.
De buitengewone rekenplichtigen van het Departement worden gemachtigd om door middel van deze voorschotten schuldvorderingen te betalen welke 5.500 EUR niet te boven gaan.
Art. 2.14.3 De verplaatsingskosten van de agenten van de carrières van de Buitenlandse Dienst en van de Kanselarij worden, voor elk geval, bij ministerieel besluit vastgesteld.
Art. 2.14.4 De kredieten opgenomen in het programma 41/0 (B.A. 41.03.03.50) zijn bestemd om bestendige werkingsfondsen samen te stellen ten einde aan de ambtenaren van het departement voorschotten toe te kennen op kosten voor zendingen naar het buitenland en op kosten voor overplaatsingen en verloven van het overgeplaatste personeel. De uitgaven vereffend op die voorschotten worden geregulariseerd op de daartoe bestemde begrotingskredieten.
De kredieten opgenomen in het programma 42/0 (B.A. 42.04.03.50) zijn bestemd voor de samenstelling van bestendige werkingsfondsen die de betaling verzekeren van uitgaven in verband met de werkingskosten van de Belgische diplomatieke en consulaire posten en van de vaste vertegenwoordigingen bij de internationale organismen. De uitgaven vereffend op die voorschotten worden geregulariseerd op de daartoe bestemde begrotingskredieten. De Schatkist wordt eveneens gemachtigd die buitenlandse werkings-fondsen voor hetzelfde doel en mits naleving van dezelfde budgettaire regularisatieprocedure weer samen te stellen.
Art. 2.14.5 Achterstallige schuldvorderingen die betrekking hebben op de werkingskosten van de diplomatieke en consulaire posten en van de vaste vertegenwoordigingen bij de internationale organismen mogen geïmputeerd worden op basisallocatie 42.04.12.33 van het programma 42/0. Dit geldt evenwel niet voor uitgaven betreffende personeelsbezoldigingen en aankoop van duurzame roerende goederen.
Art. 2.14.6 Binnen de perken van de betrokken basisallocaties kunnen de volgende toelagen en bijdragen worden toegekend : PROGRAMMA 41/0 - BESTAANSMIDDELENPROGRAMMA Toelage bestemd om de werking van de crèche opgestart in het departement te bekostigen.
PROGRAMMA 41/6 - STUDIES EN DOCUMENTATIE 1) Bijdrage van België in de installatie- en werkingskosten van een Internationaal Centrum voor de Pers te Brussel. 2) Toelage aan de Belgische Federale Voorlichtingsdienst (F.V.D.).
PROGRAMMA 41/7 - INTERNATIONALE SAMENWERKING 1) Toelagen aan organismen of verenigingen die activiteiten hebben met een internationaal karakter.2) Toelage aan het Koninklijk Instituut voor Internationale Betrekkingen.3) Toelage aan de Stichting Europalia. PROGRAMMA 51/1 - BUITENLANDSE HANDEL 1) Bijdragen van België aan in het land gevestigde internationale organismen.2) Bijdragen van België aan buiten het land gevestigde internationale organismen.3) Toelage aan de « Asia-Europe Foundation ».4) Toelagen ter bevordering van de export.5) Toelagen betreffende de economische expansie en de regionale reconversie. PROGRAMMA 51/2 - BILATERALE ACTIEPROGRAMMA'S Toelagen m.b.t. verrichtingen in het raam van de politiek van bilaterale actieprogramma's.
PROGRAMMA 52/1 - INTERNATIONALE INSTELLINGEN Bijdragen van België aan buiten het land gevestigde internationale organismen.
PROGRAMMA 52/2 - HUMANITAIRE HULP Toelagen bestemd voor instellingen die de bescherming der vluchtelingen tot doel hebben.
PROGRAMMA 53/1 - BUITENLANDS BELEID 1) Bijdragen van België aan in het land gevestigde internationale organismen.2) Bijdragen van België aan buiten het land gevestigde internationale organismen.3) Programma's van de West-Europese Unie (WEU) met betrekking tot de verwerving van militaire observatiesatellieten met als doel beveiliging.4) Bevordering van internationale uitwisseling van jongeren en initiatieven tot initiatie in de internationale politiek. PROGRAMMA 53/2 - WETENSCHAPSBELEID 1) Bijdragen van België aan in het land gevestigde internationale organismen.2) Bijdragen van België aan buiten het land gevestigde internationale organismen. PROGRAMMA 53/4 - HUMANITAIRE HULP 1) Toelage aan het Internationaal Comité van het Rode Kruis.2) Aandeel in de werking van de Verenigde Naties ten voordele van de Arabische vluchtelingen uit Palestina. PROGRAMMA 55/1 - INFORMATIE OVER EUROPA Toelagen ten gunste van de Europese integratie.
Art. 2.14.7 Binnen de perken van de betrokken basisallocatie, in het programma 52/2 « Humanitaire Hulp », kunnen, mits voorafgaand akkoord van de Ministerraad, uitgaven van allerlei aard gedaan worden als tegemoetkomingen van België in de acties ten voordele van slachtoffers van ernstige natuurrampen.
Art. 2.14.8 Binnen de perken van de betrokken basisallocatie, in het programma 53/4 « Humanitaire Hulp », kunnen, mits voorafgaand akkoord van de Ministerraad, uitgaven van allerlei aard gedaan worden als tegemoetkomingen en initiatieven van België in de acties - van preventieve diplomatie, vredeshandhaving en aanmoediging van de democratie die zich laten inschrijven in het kader van de internationale politiek; - ten voordele van bevolkingen, slachtoffers van conflicten; - met betrekking tot het respect van de mensenrechten en de versterking van de rechtsstaat.
Sectie 15. - Internationale Samenwerking Art. 2.15.1 De uitgaven vereffend ten laste van het bestendig werkingsfonds, bevoorraad in 1996 door basisallocatie 54.09.03.50, worden zonder uitstel geregulariseerd door aanrekening op de begrotingskredieten van de volgende basisallocaties: 54.02.12.01, 54.02.12.02, 54.03.35.53, 54.04.12.27, 54.04.12.28, 54.11.35.11, 54.14.54.42, 54.35.35.11, 54.40.35.50 en 54.43.35.21.
Art. 2.15.2 Uitgaven met betrekking tot schuldvorderingen van vorige jaren mogen aangerekend worden op de kredieten van het lopend jaar in de hiernavolgende gevallen : 1) Terugbetaling van kosten voor geneeskundige zorgen verleend in Europa aan de Belgische en Luxemburgse missionarissen van Afrika (progr.54/2). 2) Uitgaven met betrekking tot de opleiding in België van stagiairs van lage-inkomenslanden en uitgaven met betrekking tot de maatschappelijke en culturele hulp (progr.54/1 en 54/2). 3) Uitgaven verricht door de rekenplichtigen in het buitenland en te regulariseren a posteriori. Art. 2.15.3 In afwijking van het artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 250.000 EUR elk, per geopende postchequerekening, verleend worden aan de buitengewone rekenplichtigen van het departement.
Deze buitengewone rekenplichtigen worden gemachtigd door middel van deze voorschotten schuldvorderingen te betalen welke 2.500 EUR niet te boven gaan.
Art. 2.15.4 Binnen de perken van de betrokken basisallocaties, kunnen de volgende toelagen of uitkeringen worden toegekend : PROGRAMMA 54/1 - GOUVERNEMENTELE SAMENWERKING 1) Uitgaven van allerlei aard verbonden aan de programma's van stagebeurzen en van studiebeurzen in België en in het buitenland ten gunste van onderhorigen van lage-inkomenslanden.2) Verlichting van de schulden van de lage-inkomenslanden.3) Financiële bijdragen aan kleinschalige interventies. PROGRAMMA 54/2 - NIET- GOUVERNEMENTELE SAMENWERKING 1) Subsidies aan personen en aan niet-gouvernementele organisaties voor het uitvoeren van een stage door jonge werkzoekenden in erkende samenwerkingsprojecten.2) Subsidies aan de niet-gouvernementele organisaties voor de financiering van de uitvoering, het beheer en de evaluatie van de NGO-programma's, met uitzondering van activiteiten inzake preventie, noodhulp en hulp voor rehabilitatie, voedselhulp, de uitzending van jonge werkzoekenden en de conflictpreventie, die ten laste van de aangepaste basisallocaties betoelaagd zullen worden, en van acties uitgevoerd in het raam van het Belgisch Overlevingsfonds.3) Subsidies aan de « Vlaamse Vereniging voor Ontwikkelingssamenwerking en Technische Bijstand » (VVOB) en aan de « Association pour la Promotion de l'Education et de la Formation à l'Etranger » (APEFE).4) Subsidies aan Belgische wetenschappelijke instellingen en onderzoekscentra voor de verwezenlijking van projecten, onderzoeks- en vormingsprogramma's en congressen inzake samenwerking met de lage-inkomenslanden.5) Tussenkomsten met betrekking tot de eigen initiatieven van het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika.6) Subsidies voor de eigen initiatieven van het Instituut voor Tropische Geneeskunde.7) Subsidies aan het European Center for Development Policy Management.8) Subsidies aan de Vlaamse Interuniversitaire Raad, de « Conseil interuniversitaire francophone » en de universitaire instellingen voor de financiering van beurzen, opleidingskosten, institutionele samenwerking, eigen-initiatiefprojecten en noord-acties.9) Subsidiëring van groepsstages georganiseerd op initiatief van privaatrechtelijke organisaties.10) Subsidiëring van samenwerkingsacties van Belgische gedecentraliseerde besturen.11) Subsidiëring van sociale en culturele hulp aan studenten en stagiairs uit lage-inkomenslanden.12) Subsidiëring van programma's « migratie en ontwikkeling ». PROGRAMMA 54/3 - MULTILATERALE SAMENWERKING 1) Subsidies aan organisaties met een internationale bestemming en van plurisectoriële aard zoals voorzien ten laste van de basisallocaties 54.31.35.01 en 54.31.35.02 : vrijwillige bijdragen aan ontwikkelingsprogramma's en fondsen van de Verenigde Naties, aan gespecialiseerde instellingen van de Verenigde Naties, aan aanverwante programma's van de Verenigde Naties en aan het Internationaal Comité van het Rode Kruis en aan het « Global Health and Aids Fund ». 2) Deelneming aan onderzoeksprogramma's inzake landbouw, op touw gezet door internationale en regionale organisaties ten voordele van de lage-inkomenslanden en aan ondersteunende activiteiten.3) Geldelijke bijdragen aan ontwikkelingsbanken en garantiefondsen.4) Geldelijke bijdragen aan de Global Environment Facility, aan het Secretariaat van het Verdrag ter Bestrijding van de Desertificatie, aan de Wereldgezondheidsorganisatie en aan diverse milieuverdragen.5) Geldelijke bijdragen aan het Internationaal Fonds voor Agrarische Ontwikkeling.6) Subsidies voor de aanwerving van multilateraal samenwerkingspersoneel. PROGRAMMA 54/4 - BIJZONDERE INTERVENTIES 1) Subsidies van allerlei aard in het raam van het Belgisch Overlevingsfonds, opgericht bij wet.2) Subsidies voor conflictpreventie, vredesopbouw en mensenrechten.De kredieten voorzien op BA 54.41.35.23 moeten het departement toelaten projecten inzake mensenrechten, democratisering, conflictpreventie, vredesopbouw en ontwikkeling rechtstreeks of via de BTC op te zetten, of subsidies terzake toe te kennen aan Belgische erkende niet-gouvernementele organisaties en aan verenigingen, aan lokale organisaties en instellingen en aan organisaties met een internationale bestemming. 3) Subsidies aan lokale niet-gouvernementele organisaties.4) Subsidies voor urgentiehulp (preventie, noodhulp en rehabilitatie), voor humanitaire acties en voor voedselhulp.5) Subsidies voor de vorming van kandidaten en medewerkers aan samenwerkingsacties.6) Subsidies voor informatie over het beleid en voor sensibilisering door derden inzake noord-zuid relaties, internationale samenwerking en interculturele verdraagzaamheid.7) Subsidies voor organisatie van en deelname aan vergaderingen inzake samenwerking met de lage-inkomenslanden.8) Subsidies bestemd voor de bevordering van de private sector in de lage-inkomenslanden en van de eerlijke handel. Art. 2.15.5 Voor het jaar 2002 beschikt het Belgisch Overlevingsfonds (B.A. 54.40.35.50) over een vastleggingsmachtiging van 33.000.000 EUR. Elke verbintenis aan te gaan krachtens dit artikel wordt onderworpen aan het visum van de controleur der vastleggingen en aan het Rekenhof.
Vóór de tiende van iedere maand legt de controleur van de vastleggingen aan het Rekenhof een in drievoud opgemaakte lijst met de verantwoordingsstukken voor, die eensdeels het bedrag vermeldt van de vastleggingen die tijdens de afgelopen maand geviseerd werden, en anderdeels het bedrag aangeeft van de vastleggingen die geviseerd werden sinds het begin van het jaar.
Art. 2.15.6 Een deel van het krediet ingeschreven onder het programma 54/4 - Bijzondere interventies - van de sectie 15 - Internationale Samenwerking, mag worden getransfereerd naar de passende basisallocatie van de sectie 14 - Ministerie van Buitenlandse Zaken, door middel van een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken en van het Regeringslid bevoegd voor Internationale Samenwerking.
Art. 2.15.7 Het krediet voorzien op de basisallocatie 54.34.84.08 zal worden overgeschreven door het Regeringslid bevoegd voor Internationale Samenwerking of door zijn gedelegeerde ordonnateur op een thesaurierekening waarover de Minister van Financiën of zijn gedelegeerde ordonnateur beschikt.
Art. 2.15.8 Subsidies of tussenkomsten die, in het kader van een meerjarig programma, toegekend worden aan een indirecte actor, dienen gerechtvaardigd te worden op de datum voorzien in de desbetreffende besluiten of overeenkomsten. Het niet-gebruikte saldo van een dergelijke jaarlijkse subsidie, toegekend ten laste van een vorig begrotingsjaar, kan in mindering gebracht worden van de subsidie, die wordt toegestaan aan dezelfde indirecte actor, ten laste van het huidig begrotingsjaar.
Het goedgekeurde actieplan of jaarprogramma van het nieuwe begrotingsjaar zal dan ook gefinancierd worden met nieuwe, vast te leggen middelen en met middelen waarover de indirecte actor nog beschikt ingevolge niet uitgevoerde bestedingen in het kader van vorige actieplannen of jaarprogramma's.
Dit artikel is van toepassing op volgende basisallocaties: 54.20.35.70, 54.20.54.62, 54.21.35.65, 54.21.35.66, 54.22.33.32, 54.22.33.33, 54.23.45.01, 54.23.45.02, 54.24.45.52, 54.24.45.53, 54.24.45.54, 54.25.45.52, 54.25.45.53, 54.25.45.54 en 54.40.35.50.
Sectie 16. - Ministerie van Landsverdediging Art. 2.16.1 In afwijking van het artikel 15 van de wet van 29 oktober 1846 op de inrichting van het Rekenhof, mogen geldvoorschotten tot een maximumbedrag van 20.000 EUR aan de buitengewone rekenplichtigen verleend worden met het oog op de uitbetaling van uitgaven die 2.500 EUR niet overschrijden.
Art. 2.16.2 In afwijking van artikel 41 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, mogen de vaste uitgaven met betrekking tot het burgerpersoneel van het Ministerie van Landsverdediging het voorwerp zijn van ordonnantiën van kredietopening.
Mogen eveneens het voorwerp zijn van ordonnantiën van kredietopening zoals de vaste uitgaven : de vergoedingen voor begrafeniskosten, het kraamgeld alsmede de uitgaven voortvloeiend uit operaties en luchtreizen in het buitenland, lange zeereizen of uit de onmiddellijk te treffen maatregelen bij grond-, lucht- en zeeongeval, welk ook het bedrag van deze uitgaven weze.
Art. 2.16.3 Uitgaven met betrekking tot schuldvorderingen van vorige jaren mogen worden aangerekend op de kredieten van het lopend jaar in de hiernavolgende gevallen : de bestellingen van leveringen en prestaties gedaan bij buitenlandse regeringen of bij productieorganen en logistieke instellingen van de NAVO, alsmede de uitbetaling van de vergoedingen voor arbeidsongevallen en van de vergoedingen aan het Rijkspersoneel voor materiële schade.
Art. 2.16.4 In afwijking van de bepalingen van artikel 143 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, wordt de Minister van Landsverdediging gemachtigd om, in het kader zowel van de technische samenwerking en van de dringende hulpverlening aan derde landen, als van de onderlinge hulpverlening bepaald door artikel 3 van het Noordatlantisch Verdrag kosteloos over te gaan tot dienstverleningen en/of afstand van materieel en/of goederen uit de voorraden van de Krijgsmacht aan de landen waaraan een bijstand wordt verleend.
Art. 2.16.5 De Minister van Landsverdediging is ertoe gemachtigd provisionele voorschotten uit te betalen op : a) de schadeloosstelling ten laste van de Staat ingevolge schade geleden door leden van het personeel of door derden;b) de uitgaven in verband met de kosten voor verpleging in burgerinstellingen, met behandeling van lange duur en met de leveringen van farmaceutische producten door de burgerofficina's;c) de kosten voor het gebruik van vreemde installaties. Art. 2.16.6 De fondsen nodig voor de betaling van de uitgaven betreffende de door het Ministerie van Landsverdediging in de Verenigde Staten van Amerika en in Canada te sluiten kopen mogen door middel van ordonnantiën van kredietopening bekomen worden. Deze opdrachten mogen via de onderhandelingsprocedure gesloten worden.
Deze fondsen mogen, ook na het verstrijken van het begrotingsjaar, aangewend worden voor het aanrekenen van de uitgaven die uit de voornoemde contracten voortvloeien.
Het overschot aan fondsen wordt in de Schatkist teruggestort zodra de betrokken rekenplichtige de beheersrekening, houdende eindafrekening van de contracten waarvoor deze fondsen werden toegekend, aan het Rekenhof heeft overgelegd.
Mogen eveneens volgens de onderhandelingsprocedure aangegaan worden, de met de instellingen van het NAVO-Bevoorradings- en Herstellingssysteem (NAVO-Bevoorradings- en Herstellingsagentschap en zijn ondergeschikte afdelingen), gesloten kopen, evenals deze gesloten met een lidstaat van de NAVO, in het kader van een internationaal akkoord, dat de bevoorrading in wisselstukken, het onderhoud of het in goede staat houden van het ingezet materiaal tot doel heeft.
In geval van uitwisselingsprogramma's zal de financiële verrekening geschieden, hetzij op het ogenblik van de beëindigen van de overeenkomst, hetzij na een overeengekomen termi …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.