← België

Wet houdende diverse financiële bepalingen

In het kort

Deze wet regelt diverse financiële zaken, waaronder de vergoedingen voor veiligheidsgordels rond vliegvelden en de bewaargeving en vereffening van financiële instrumenten. Het introduceert wijzigingen in bestaande wetten en koninklijke besluiten.

Wat het regelt

Wie het betreft

Kernpunten

📄 Wettekst
30 JULI 2018. - Wet houdende diverse financiële bepalingen (1) FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : TITEL I. - Algemene bepaling Artikel 1.De bepalingen van deze wet regelen een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. TITEL II. - Financiële bepalingen HOOFDSTUK I. - Wijzigingen van de wet van 23 juni 1930 over het inrichten van een aan krijgsdienstbaarheden onderworpen veiligheidsgordel, rondom de vliegvelden door één of meer eskadrils van `t leger gebruikt Art. 2.Artikel 8 van de wet van 23 juni 1930 over het inrichten van een aan krijgsdienstbaarheden onderworpen veiligheidsgordel, rondom de vliegvelden door één of meer eskadrils van `t leger gebruikt wordt aangevuld met vier leden, luidende : "Vanaf 1 september 2018 kan geen nieuwe vergoedingsaanvraag meer ingediend worden. De jaarlijkse vergoeding zal worden omgezet in kapitaal, vanaf 1 januari 2019. De afkoopwaarde zal berekend worden volgens de volgende formule : De afkoopwaarde is gelijk aan het bedrag dat jaarlijks betaald wordt, gedeeld door de rentevoet. De rentevoet die hier toegepast wordt, is het rendement op de OLO 80 (eindvervaldag: 22/06/2066), op de berekeningsdatum. De betalingen gebeuren vanaf 1 juli 2019, voor saldo van alle rekeningen.". Art. 3.Artikelen 9 en 10 van dezelfde wet worden opgeheven. HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van het koninklijk besluit nr. 6 van 10 november 1967 betreffende de bewaargeving van vervangbare financiële instrumenten en de vereffening van transacties op deze instrumenten, gecoördineerd door het koninklijk besluit van 27 januari 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/07/1998 pub. 09/09/1998 numac 1998003441 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige wettelijke bepalingen inzake financiële instrumenten en effectenclearingstelsels type wet prom. 15/07/1998 pub. 05/09/1998 numac 1998009670 bron ministerie van justitie Wet betreffende de certificatie van effecten uitgegeven door handelsvennootschappen sluiten5 Art. 4.Artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 62 betreffende de bewaargeving van vervangbare financiële instrumenten en de vereffening van transacties op deze instrumenten, gecoördineerd door het koninklijk besluit van 27 januari 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/07/1998 pub. 09/09/1998 numac 1998003441 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige wettelijke bepalingen inzake financiële instrumenten en effectenclearingstelsels type wet prom. 15/07/1998 pub. 05/09/1998 numac 1998009670 bron ministerie van justitie Wet betreffende de certificatie van effecten uitgegeven door handelsvennootschappen sluiten5, wordt vervangen als volgt : "Art. 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° "centrale effectenbewaarinstelling" : een centrale effectenbewaarinstelling als omschreven in artikel 2, lid 1, punt 1), van Verordening 909/2014;2° "Verordening 909/2014" : Verordening (EU) nr.909/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende de verbetering van de effectenafwikkeling in de Europese Unie, betreffende centrale effectenbewaarinstellingen en tot wijziging van Richtlijnen 98/26/EG en 2014/65/EU en Verordening (EU) nr. 236/2012; 3° "aangesloten leden" : de instellingen die krachtens de regels die van toepassing zijn op het afwikkelingssysteem van de centrale effectenbewaarinstelling gemachtigd zijn effectenrekeningen bij deze laatste aan te houden; 4° "afwikkelingssysteem" : een systeem als gedefinieerd in artikel 2, lid 1, punt 10), van Verordening 909/2014.". Art. 5.In artikel 2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de wet van 14 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 14/12/2005 pub. 23/12/2005 numac 2005009962 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende afschaffing van de effecten aan toonder type wet prom. 14/12/2005 pub. 28/12/2005 numac 2005021173 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende administratieve vereenvoudiging II sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt : "De Nationale Bank van België, in haar hoedanigheid van centrale effectenbewaarinstelling, of enige andere centrale effectenbewaarinstelling die een vergunning bezit of erkend is krachtens Verordening 909/2014 of die krachtens artikel 36/26 van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België een vergunning heeft verkregen als vereffeningsinstelling en hun aangesloten leden, kunnen op grond van de bepalingen van dit besluit alle financiële instrumenten bedoeld in artikel 2, 1°, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, in deposito ontvangen, ongeacht of het gaat om gematerialiseerde of gedematerialiseerde effecten, effecten aan toonder, aan order of op naam, naar Belgisch of naar buitenlands recht, welke ook de vorm weze waaronder deze effecten volgens het op hen toepasbare recht worden uitgegeven."; 2° in het derde lid worden de woorden "bij de vereffeningsinstelling" telkens vervangen door de woorden "bij een centrale effectenbewaarinstelling". Art. 6.In artikel 3 van hetzelfde besluit worden de woorden "De vereffeningsinstelling" vervangen door de woorden "De centrale effectenbewaarinstelling". Art. 7.In artikel 4 van hetzelfde besluit worden de woorden "De vereffeningsinstelling" vervangen door de woorden "De centrale effectenbewaarinstelling". Art. 8.In artikel 5 van hetzelfde besluit worden de woorden "bij de vereffeningsinstelling" vervangen door de woorden "bij de centrale effectenbewaarinstelling". Art. 9.In artikel 6 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 26 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/07/1998 pub. 09/09/1998 numac 1998003441 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige wettelijke bepalingen inzake financiële instrumenten en effectenclearingstelsels type wet prom. 15/07/1998 pub. 05/09/1998 numac 1998009670 bron ministerie van justitie Wet betreffende de certificatie van effecten uitgegeven door handelsvennootschappen sluiten6, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden "bij de vereffeningsinstelling" vervangen door de woorden "bij de centrale effectenbewaarinstelling";2° in het tweede lid worden de woorden "de vereffeningsinstelling" vervangen door de woorden "de centrale effectenbewaarinstelling";3° in het derde lid worden de woorden "door de vereffeningsinstelling" vervangen door de woorden "door de centrale effectenbewaarinstelling". Art. 10.In artikel 8 van hetzelfde besluit worden de woorden "de vereffeningsinstelling" telkens vervangen door de woorden "de centrale effectenbewaarinstelling". Art. 11.In artikel 9 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het tweede lid worden de woorden "bij de vereffeningsinstelling" vervangen door de woorden "bij de centrale effectenbewaarinstelling";2° in het derde lid worden de woorden "de vereffeningsinstelling" telkens vervangen door de woorden "de centrale effectenbewaarinstelling". Art. 12.In artikel 10 van hetzelfde besluit worden de woorden "De vereffeningsinstelling" vervangen door de woorden "De centrale effectenbewaarinstelling" en de woorden "bij de vereffeningsinstelling" door de woorden "bij de centrale effectenbewaarinstelling". Art. 13.In artikel 11, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "van de vereffeningsinstelling" vervangen door de woorden "van de centrale effectenbewaarinstelling" en de woorden "door de vereffeningsinstelling" door de woorden "door de centrale effectenbewaarinstelling". Art. 14.In artikel 12 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden "bij de vereffeningsinstelling" vervangen door de woorden "bij de centrale effectenbewaarinstelling" en de woorden "jegens die instelling" door de woorden "jegens deze laatste"; 2° het tweede lid wordt vervangen als volgt : "In geval van faillissement van de centrale effectenbewaarinstelling of in alle andere gevallen van samenloop, geschiedt de terugvordering van het aantal financiële instrumenten dat door de centrale effectenbewaarinstelling verschuldigd is, op collectieve wijze op de algemeenheid van de financiële instrumenten van dezelfde categorie die de centrale effectenbewaarinstelling in bewaring heeft, in bewaring geeft of heeft ingeschreven op haar naam, in welke vorm dan ook."; 3° in het vierde lid worden de woorden "Indien de vereffeningsinstelling" vervangen door de woorden "Indien de centrale effectenbewaarinstelling". Art. 15.In artikel 13, tweede en vijfde lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "de vereffeningsinstelling" telkens vervangen door de woorden "de centrale effectenbewaarinstelling". Art. 16.In artikel 14 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden "aan de vereffeningsinstelling" vervangen door de woorden "aan de centrale effectenbewaarinstelling" en de woorden "van de vereffeningsinstelling" door de woorden "van de centrale effectenbewaarinstelling";2° in het tweede lid worden de woorden "De vereffeningsinstelling" vervangen door de woorden "De centrale effectenbewaarinstelling" en de woorden "voor de vereffeningsinstelling" door de woorden "voor de centrale effectenbewaarinstelling". Art. 17.In artikel 15 van hetzelfde besluit worden de woorden "bij de vereffeningsinstelling" vervangen door de woorden "bij de centrale effectenbewaarinstelling" en worden de woorden "of de vereffeningsinstelling" telkens vervangen door de woorden "of de centrale effectenbewaarinstelling". Art. 18.In artikel 17 van hetzelfde besluit worden de woorden "bij de vereffeningsinstelling" telkens vervangen door de woorden "bij de centrale effectenbewaarinstelling". Art. 19.In artikel 18 van hetzelfde besluit worden de woorden "de vereffeningsinstelling" vervangen door de woorden "de centrale effectenbewaarinstelling". HOOFDSTUK III. - Wijzigingen van de wet van 2 januari 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/07/1998 pub. 09/09/1998 numac 1998003441 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige wettelijke bepalingen inzake financiële instrumenten en effectenclearingstelsels type wet prom. 15/07/1998 pub. 05/09/1998 numac 1998009670 bron ministerie van justitie Wet betreffende de certificatie van effecten uitgegeven door handelsvennootschappen sluiten3 betreffende de markt van de effecten van de overheidsschuld en het monetair beleidsinstrumentarium Art. 20.In artikel 4 van de wet van 2 januari 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/07/1998 pub. 09/09/1998 numac 1998003441 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige wettelijke bepalingen inzake financiële instrumenten en effectenclearingstelsels type wet prom. 15/07/1998 pub. 05/09/1998 numac 1998009670 bron ministerie van justitie Wet betreffende de certificatie van effecten uitgegeven door handelsvennootschappen sluiten3 betreffende de markt van de effecten van overheidsschuld en het monetair beleidsinstrumentarium, gewijzigd bij de wet van 15 december 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt : " § 1.De Nationale Bank van België, in haar hoedanigheid van centrale effectenbewaarinstelling, of enige andere centrale effectenbewaarinstelling die een vergunning bezit of erkend is krachtens Verordening (EU) nr. 909/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende de verbetering van de effectenafwikkeling in de Europese Unie, betreffende centrale effectenbewaarinstellingen en tot wijziging van Richtlijnen 98/26/EG en 2014/65/EU en Verordening (EU) nr. 236/2012 ("Verordening 909/2014") zijn de centrale effectenbewaarinstellingen die door de emittent kunnen worden belast met de bewaarneming van de in deze wet bedoelde gedematerialiseerde effecten en met de vereffening van transacties in deze effecten."; 2° paragraaf 3 wordt opgeheven. Art. 21.In artikel 8, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden "bij het effectenclearingstelsel van de Nationale Bank van België" vervangen door de woorden "bij de centrale effectenbewaarinstelling". Art. 22.In artikel 9 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 15 juli 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/07/1998 pub. 09/09/1998 numac 1998003441 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige wettelijke bepalingen inzake financiële instrumenten en effectenclearingstelsels type wet prom. 15/07/1998 pub. 05/09/1998 numac 1998009670 bron ministerie van justitie Wet betreffende de certificatie van effecten uitgegeven door handelsvennootschappen sluiten, worden de woorden "bij het effectenclearingstelsel van de Nationale Bank van België" vervangen door de woorden "bij de centrale effectenbewaarinstelling". Art. 23.In artikel 11 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 7 juli 1998 en bij de wet van 15 december 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden "bij het effectenclearingstelsel van de Nationale Bank van België" vervangen door de woorden "bij de centrale effectenbewaarinstelling";2° in het tweede lid worden de woorden "De betaling aan de Nationale Bank van België" vervangen door de woorden "De betaling aan de centrale effectenbewaarinstelling";3° in het derde lid worden de woorden "De Nationale Bank van België" vervangen door de woorden "De centrale effectenbewaarinstelling" en de woorden "de Bank" door de woorden "de centrale effectenbewaarinstelling";4° in het vierde lid worden de woorden "door de Nationale Bank van België" vervangen door de woorden "door de centrale effectenbewaarinstelling". HOOFDSTUK IV. - Wijzigingen van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België Art. 24.In de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België wordt een artikel 12quater ingevoegd, luidende : "Art. 12quater.§ 1. Onverminderd de uitzonderingen bedoeld in de artikelen 14, lid 5, punten c) en d), 17, lid 3, punt b), 18, lid 2, en 20, lid 3, van de Verordening 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG, wordt, teneinde de doelstellingen te waarborgen van artikel 23, lid 1, punten d), e) en h), van de voornoemde verordening, de uitoefening van de rechten bedoeld in de artikelen 12 (transparante informatie, communicatie en nadere regels voor de uitoefening van de rechten van de betrokkene), 13 (te verstrekken informatie wanneer persoonsgegevens bij de betrokkene worden verzameld), 15 (recht van inzage), 16 (recht op rectificatie), 19 (kennisgevingsplicht inzake rectificatie of wissing van persoonsgegevens of verwerkingsbeperking), 21 (recht van bezwaar) en 34 (mededeling van een inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de betrokkene) van deze verordening volledig beperkt voor verwerkingen van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 4, lid 1, van dezelfde verordening die de Bank uitvoert als verwerkingsverantwoordelijke die belast is met taken van algemeen belang, met taken die betrekking hebben op de voorkoming en de opsporing van strafbare feiten, alsook met taken op het gebied van toezicht, inspectie of regelgeving die verband houden met de uitoefening van het openbaar gezag : 1° met het oog op de uitoefening van haar opdrachten zoals bedoeld in artikel 12bis van deze wet of van enige andere opdracht op het vlak van prudentieel toezicht op financiële instellingen die aan de Bank wordt toegekend op grond van een andere bepaling van nationaal of Europees recht, wanneer die gegevens niet bij de betrokkene zijn verkregen;2° in het kader van de uitoefening van haar opdracht als afwikkelingsautoriteit zoals bedoeld in artikel 12ter van deze wet, of van enige afwikkelingsbevoegdheid die aan de Bank wordt toegekend op grond van een andere bepaling van nationaal of Europees recht, wanneer die gegevens niet bij de betrokkene zijn verkregen;3° in het kader van haar opdracht om te waken over de goede werking van de verrekenings-, vereffenings- en betalingssystemen en om zich te vergewissen van de doelmatigheid en deugdelijkheid van deze systemen, zoals bedoeld in artikel 8 van deze wet, wanneer die gegevens niet bij de betrokkene zijn verkregen;4° in het kader van de procedures voor het opleggen van administratieve geldboetes die de Bank voert met toepassing van de afdelingen 2 en 3 van hoofdstuk IV/1 van deze wet, alsook in het kader van de uitoefening van de mogelijkheid die de Bank in dat verband heeft om dwangsommen op te leggen op grond van afdeling 3bis van hetzelfde hoofdstuk, voor zover de desbetreffende persoonsgegevens niet losstaan van het voorwerp van het onderzoek of de controle. De in het eerste lid, 1°, 2° en 3° bedoelde afwijkingen gelden zolang de betrokkene in voorkomend geval geen wettelijke toegang heeft verkregen tot het hem betreffend administratief dossier dat wordt bijgehouden door de Bank en dat de desbetreffende persoonsgegevens bevat. § 2. Artikel 5 van voornoemde Verordening 2016/679 is niet van toepassing op de verwerkingen van persoonsgegevens bedoeld in paragraaf 1, voor zover de bepalingen van dit artikel overeenstemmen met de rechten en verplichtingen bedoeld in de artikelen 12 tot en met 22 van deze verordening.". Art. 25.In dezelfde wet wordt een artikel 12quinquies ingevoegd, luidende : "Art. 12quinquies.Voor zover de Bank de hoedanigheid heeft van administratieve overheid in de zin van artikel 22quinquies van de wet van 11 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007004 bron ministerie van landsverdediging Wet betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen sluiten betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten en veiligheidsadviezen, is zij gerechtigd om persoonsgegevens betreffende strafrechtelijke veroordelingen en strafbare feiten te verwerken indien dit noodzakelijk is voor de uitoefening van de opdrachten die zij op grond van voornoemde wet van 11 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/12/1998 pub. 07/05/1999 numac 1999007004 bron ministerie van landsverdediging Wet betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen sluiten heeft. De artikelen 12 tot en met 22 en artikel 34 van de Verordening 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG, zijn niet van toepassing op deze en andere verwerkingen van persoonsgegevens die de Bank in deze hoedanigheid uitvoert indien die verwerkingen noodzakelijk zijn voor de uitoefening van deze opdrachten. Artikel 5 van deze verordening is evenmin van toepassing op deze verwerkingen van persoonsgegevens, voor zover de bepalingen van dit artikel overeenstemmen met de rechten en verplichtingen bedoeld in de artikelen 12 tot en met 22 van deze verordening.". Art. 26.In dezelfde wet wordt een artikel 35/2 ingevoegd, luidende : "Art. 35/2.In afwijking van artikel 35 en binnen de grenzen van het recht van de Europese Unie mag de Bank toegang geven tot vertrouwelijke informatie aan de Belgische Gegevensbeschermingsautoriteit, voor zover deze autoriteit deze informatie nodig heeft voor de uitoefening van haar taken.". Art. 27.In artikel 36/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/07/1998 pub. 09/09/1998 numac 1998003441 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige wettelijke bepalingen inzake financiële instrumenten en effectenclearingstelsels type wet prom. 15/07/1998 pub. 05/09/1998 numac 1998009670 bron ministerie van justitie Wet betreffende de certificatie van effecten uitgegeven door handelsvennootschappen sluiten7 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 oktober 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten5, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de bepaling onder 14° wordt opgeheven; 2° de bepaling onder 16° wordt vervangen als volgt : "16° "bevoegde autoriteit" : de Bank, de FSMA of de autoriteit die door elke lidstaat wordt aangewezen met toepassing van artikel 67 van Richtlijn 2014/65/EU, artikel 22 van Verordening 648/2012 of artikel 11 van Verordening 909/2014, tenzij anders is bepaald in de Richtlijn en de respectieve verordeningen;"; 3° de bepaling onder 23° wordt aangevuld met de woorden "of in artikel 3, punt 3), van Verordening 2015/2365;"; 4° de bepaling onder 24° wordt aangevuld met de woorden "of in artikel 3, punt 4), van Verordening 2015/2365;"; 5° artikel 36/1 wordt aangevuld met de bepalingen onder 25°, 26° en 27°, luidende : "25° "centrale effectenbewaarinstelling" : een centrale effectenbewaarinstelling als omschreven in artikel 2, lid 1, punt 1), van Verordening 909/2014;26° "Verordening 909/2014" : Verordening (EU) nr.909/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende de verbetering van de effectenafwikkeling in de Europese Unie, betreffende centrale effectenbewaarinstellingen en tot wijziging van Richtlijnen 98/26/EG en 2014/65/EU en Verordening (EU) nr. 236/2012; 27° "Verordening 2015/2365" : Verordening (EU) 2015/2365 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende de transparantie van effectenfinancieringstransacties en van hergebruik en tot wijziging van Verordening (EU) nr.648/2012.". Art. 28.In artikel 36/2, paragraaf 1 van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/07/1998 pub. 09/09/1998 numac 1998003441 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige wettelijke bepalingen inzake financiële instrumenten en effectenclearingstelsels type wet prom. 15/07/1998 pub. 05/09/1998 numac 1998009670 bron ministerie van justitie Wet betreffende de certificatie van effecten uitgegeven door handelsvennootschappen sluiten7 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 18 september 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/07/1998 pub. 09/09/1998 numac 1998003441 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige wettelijke bepalingen inzake financiële instrumenten en effectenclearingstelsels type wet prom. 15/07/1998 pub. 05/09/1998 numac 1998009670 bron ministerie van justitie Wet betreffende de certificatie van effecten uitgegeven door handelsvennootschappen sluiten0, worden de woorden "en de instellingen voor elektronisch geld" vervangen door de woorden ", de instellingen voor elektronisch geld, de centrale effectenbewaarinstellingen, de instellingen die ondersteuning verlenen aan centrale effectenbewaarinstellingen en de depositobanken". Art. 29.In artikel 36/12/2, § 1, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten3, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden "minder mag bedragen dan 250 euro, noch" worden opgeheven;2° in de Franse versie worden de woorden "2 000 euros" vervangen door de woorden "2 500 000 euros". Art. 30.In artikel 36/14 van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/07/1998 pub. 09/09/1998 numac 1998003441 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige wettelijke bepalingen inzake financiële instrumenten en effectenclearingstelsels type wet prom. 15/07/1998 pub. 05/09/1998 numac 1998009670 bron ministerie van justitie Wet betreffende de certificatie van effecten uitgegeven door handelsvennootschappen sluiten7 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 november 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/07/1998 pub. 09/09/1998 numac 1998003441 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige wettelijke bepalingen inzake financiële instrumenten en effectenclearingstelsels type wet prom. 15/07/1998 pub. 05/09/1998 numac 1998009670 bron ministerie van justitie Wet betreffende de certificatie van effecten uitgegeven door handelsvennootschappen sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 wordt de bepaling onder 6°, gewijzigd bij de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten3, vervangen als volgt : "6° aan de centrale tegenpartijen de instellingen voor vereffening van financiële instrumenten of de centrale effectenbewaarinstellingen die gemachtigd zijn om verrekenings- of vereffeningsdiensten te verstrekken voor transacties in financiële instrumenten verricht op een Belgische gereglementeerde markt, als de Bank van oordeel is dat de mededeling van de betrokken informatie noodzakelijk is om de regelmatige werking van die centrale tegenpartijen, instellingen voor vereffening en centrale effectenbewaarinstellingen te vrijwaren voor tekortkomingen, zelfs potentiële, van marktdeelnemers op de betrokken markt;"; 2° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidende : " § 4.Dit artikel is van toepassing onverminderd de meer restrictieve bepalingen van het recht van de Europese Unie inzake het beroepsgeheim.". Art. 31.Het opschrift van hoofdstuk IV/2 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten3, wordt vervangen als volgt : "Bepalingen inzake de vergunningverlening aan en het toezicht op de centrale tegenpartijen en de financiële en niet-financiële tegenpartijen en bepalingen inzake de vergunningverlening aan en het toezicht op de vereffeningsinstellingen, met vereffeningsinstellingen gelijkgestelde instellingen, centrale effectenbewaarinstellingen, instellingen die ondersteuning verlenen aan centrale effectenbewaarinstellingen en depositobanken.". Art. 32.Artikel 36/25bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten3, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende : " § 2. De Bank is bevoegd om toe te zien op de naleving van de artikelen 4 en 15 van Verordening 2015/2365 door de financiële en niet-financiële tegenpartijen die onder haar toezicht staan krachtens artikel 36/2.". Art. 33.Artikel 36/25ter van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten3, wordt vervangen als volgt : "Art. 36/25ter.Om de in artikel 36/25bis bedoelde taken te vervullen oefent de Bank de bevoegdheden uit waarover zij krachtens de bepalingen van de Hoofdstukken IV/1 en IV/2 beschikt. De niet-naleving van de bepalingen van Verordening 648/2012, van Verordening 2015/2365 of van de bepalingen die op grond van of ter uitvoering van die verordeningen zijn vastgesteld, kan aanleiding geven tot de toepassing van administratieve sancties en andere administratieve maatregelen als bepaald in deze wet en in de bijzondere wetten die van toepassing zijn op de instellingen die onder het toezicht staan van de Bank.". Art. 34.Artikel 36/26 van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/07/1998 pub. 09/09/1998 numac 1998003441 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige wettelijke bepalingen inzake financiële instrumenten en effectenclearingstelsels type wet prom. 15/07/1998 pub. 05/09/1998 numac 1998009670 bron ministerie van justitie Wet betreffende de certificatie van effecten uitgegeven door handelsvennootschappen sluiten7, wordt opgeheven. Art. 35.In Hoofdstuk IV/2 van dezelfde wet wordt een artikel 36/26/1 ingevoegd, luidende : "Art. 36/26/1. § 1. Krachtens artikel 11 van Verordening 909/2014 wordt de Bank aangewezen als bevoegde autoriteit die verantwoordelijk is voor het uitvoeren van de taken met betrekking tot de vergunningverlening aan en het toezicht op in België gevestigde centrale effectenbewaarinstellingen, behoudens andersluidende bepalingen in Verordening 909/2014 die specifieke bevoegdheden toekennen aan de autoriteiten die bevoegd zijn voor het toezicht op handelsplatformen. Als aangewezen bevoegde autoriteit is de Bank bevoegd voor het toezicht op de naleving van alle bepalingen van Verordening 909/2014, met inbegrip van de bepalingen van Titel II van Verordening 909/2014, tenzij anders is bepaald in Verordening 909/2014 en onverminderd de bevoegdheden waarover de FSMA krachtens artikel 23bis van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten beschikt. Onverminderd de bevoegdheden van de Bank staat de FSMA in voor het toezicht op de in België gevestigde centrale effectenbewaarinstellingen, daarbij handelend vanuit het oogpunt van de naleving van de regels bedoeld in artikel 45, § 1, 1°, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten, en vanuit het oogpunt van de naleving van de regels die een loyale, billijke en professionele behandeling van de deelnemers en hun cliënten moeten waarborgen. Handelend vanuit het oogpunt van deze bevoegdheden staat de FSMA in voor de naleving van de artikelen 26, lid 3, 29, 32 tot 35, 38, 49 en 53, van Verordening 909/2014 door de centrale effectenbewaarinstellingen. In het kader van de toepassing van Verordening 909/2014 raadpleegt de Bank de FSMA voor de aspecten die tot de bevoegdheden van laatstgenoemde behoren overeenkomstig artikel 23bis van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten. Indien de Bank geen rekening houdt met het advies van de FSMA, wordt dat met de redenen voor de afwijking vermeld in de motivering van haar beslissing. Het voornoemd advies van de FSMA wordt bij de kennisgeving van de beslissing van de Bank gevoegd, tenzij het betrekking heeft op aangelegenheden als bedoeld in artikel 23bis, § 3, vierde lid, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten. De FSMA en de Bank kunnen een overeenkomst sluiten waarin zij praktische afspraken vastleggen voor hun samenwerking, met name met betrekking tot de samenwerkingsakkoorden die de Bank conform artikel 24 van Verordening 909/2014 heeft gesloten. § 2. Overeenkomstig Verordening 909/2014 kan de Bank diensten verrichten als centrale effecten-bewaarinstelling. § 3. De Bank is belast met het toezicht op de centrale effectenbewaarinstellingen die krachtens paragraaf 1 een vergunning hebben verkregen. Onverminderd de bepalingen van Verordening 909/2014, kan de Koning op advies van de Bank het volgende bepalen : 1° de regels inzake het prudentieel toezicht, met inbegrip van de herstelmaatregelen, dat door de Bank wordt uitgeoefend op de in § 1 bedoelde centrale effectenbewaarinstellingen die geen in België gevestigde kredietinstellingen zijn;2° op zowel geconsolideerde als individuele basis, de minimumvereisten inzake organisatie, werking, financiële positie, interne controle en risicobeheer die van toepassing zijn op de in § 1 bedoelde centrale effectenbewaarinstellingen die geen in België gevestigde kredietinstellingen zijn. § 4. Overeenkomstig artikel 30 van Verordening 909/2014 kan een centrale effectenbewaarinstelling een ondersteuning verlenende instelling opdragen ondersteunende diensten te verlenen of operationele taken uit te voeren die van kritiek belang zijn om haar diensten en activiteiten te verzekeren, met inbegrip van het operationeel beheer van bancaire nevendiensten. § 5. De in paragraaf 4 bedoelde ondersteuning verlenende instellingen dienen een vergunning te verkrijgen van de Bank, op advies van de FSMA. De Bank is belast met het toezicht op die instellingen. Op advies van de Bank en de FSMA bepaalt de Koning met name het volgende : 1° op zowel geconsolideerde als individuele basis, de voorwaarden en de procedure voor de vergunningverlening aan en de handhaving van de vergunning van deze instellingen door de Bank, met inbegrip van de reikwijdte van het advies van de FSMA en de voorwaarden waaraan moet worden voldaan door de personen die de effectieve leiding waarnemen en de personen die een belangrijke deelneming bezitten;2° de regels inzake het prudentieel toezicht, met inbegrip van de herstelmaatregelen, dat door de Bank wordt uitgeoefend op de in paragraaf 4 bedoelde instellingen die geen in België gevestigde kredietinstellingen zijn;3° de minimumvereisten inzake organisatie, werking, financiële positie, interne controle en risicobeheer die van toepassing zijn op de in paragraaf 4 bedoelde instellingen die geen in België gevestigde kredietinstellingen zijn. De Bank kan een ondersteuning verlenende instelling toestaan andere dan de in paragraaf 4 bedoelde diensten te verstrekken en bepaalt de voorwaarden waaronder die toestemming wordt verleend. Op advies van de Bank en de FSMA kan de Koning, met naleving van de internationale verplichtingen van België, de in de paragrafen 4 en 5 bedoelde regels geheel of gedeeltelijk toepassen op de in het buitenland gevestigde instellingen waarvan het bedrijf bestaat in het geheel of gedeeltelijk verlenen van ondersteunende diensten of uitvoeren van operationele taken die van kritiek belang zijn om de diensten en activiteiten van in België gevestigde centrale effectenbewaarinstellingen te verzekeren. De paragrafen 4 en 5 zijn niet van toepassing op het verlenen van ondersteunende diensten of het uitvoeren van operationele taken om de diensten en activiteiten van centrale effectenbewaarinstellingen te verzekeren, wanneer die diensten of taken verricht worden door een of meer centrale banken van het Eurosysteem. § 6. Voor de toepassing van deze paragraaf worden beschouwd als depositobanken de in België gevestigde kredietinstellingen waarvan het bedrijf uitsluitend bestaat in het verstrekken van diensten van bewaarneming van financiële instrumenten, het aanhouden van financiële-instrumentenrekeningen, de afwikkeling van financiële instrumenten en daarmee verband houdende niet-bancaire diensten, naast de activiteiten bedoeld in artikel 1, § 3, eerste lid, van de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten3 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen, wanneer die activiteiten een nevendienst vormen van of verband houden met de voornoemde diensten. De in het eerste lid bedoelde depositobanken dienen een vergunning te verkrijgen van de Bank, op advies van de FSMA. De Bank is belast met het prudentieel toezicht op die instellingen. Op advies van de Bank en de FSMA regelt de Koning inzonderheid, op zowel geconsolideerde als niet-geconsolideerde basis, de voorwaarden en de procedure voor de vergunningverlening aan en de handhaving van de vergunning van deze instellingen door de Bank, met inbegrip van de reikwijdte van het advies van de FSMA en de voorwaarden waaraan moet worden voldaan door de personen die de effectieve leiding waarnemen, en de personen die een belangrijke deelneming bezitten. De Bank kan een depositobank toestaan andere dan de in het eerste lid bedoelde diensten te verstrekken en bepaalt de voorwaarden waaronder die toestemming wordt verleend. § 7. De bepalingen van dit artikel doen geen afbreuk aan de in artikel 8 bedoelde bevoegdheden van de Bank. Op advies van de Bank kan de Koning het volgende bepalen : 1° de standaarden voor het toezicht op de effectenafwikkelingssystemen;2° de mededelingsplicht in hoofde van de exploitant van een effectenafwikkelingssysteem of van de ondersteuning verlenende instelling ten aanzien van de door de Bank opgevraagde informatie;3° dwangmaatregelen indien de exploitant van een effectenafwikkelingssysteem of de ondersteuning verlenende instelling niet langer voldoet aan de opgelegde standaarden of indien de mededelingsplicht niet wordt nageleefd. § 8. De Bank coördineert de samenwerking en de uitwisseling van informatie met de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten, de betrokken autoriteiten, de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) en de Europese Bankautoriteit (EBA). § 9. Onverminderd de artikelen 273 en 378 van de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten3 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen, richt de voorzitter van de rechtbank van koophandel, vooraleer een uitspraak wordt gedaan over de opening van een faillissementsprocedure of over een voorlopige ontneming van beheer in de zin van artikel 8 van de faillissements wet van 8 augustus 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten ten aanzien van een centrale effectenbewaarinstelling of een ondersteuning verlenende instelling, een verzoek om advies aan de Bank. De griffier geeft dit verzoek onverwijld door. Hij stelt de procureur des Konings ervan in kennis. De Bank wordt schriftelijk om advies verzocht. Bij deze aanvraag worden de nodige documenten gevoegd om haar op de hoogte te stellen. De Bank verstrekt haar advies binnen vijftien dagen na de ontvangst van het verzoek om advies. Indien een procedure betrekking heeft op een centrale effectenbewaarinstelling of op een ondersteuning verlenende instelling waarvan de Bank oordeelt dat zij belangrijke systeemgevolgen kan hebben of waarvoor een voorafgaande coördinatie met buitenlandse autoriteiten vereist is, beschikt de Bank over een ruimere termijn om haar advies te verstrekken, met dien verstande dat de totale termijn niet langer mag zijn dan dertig dagen. Indien de Bank van oordeel is dat zij gebruik moet maken van deze uitzonderlijke termijn, brengt zij dit ter kennis van de rechterlijke instantie die een uitspraak moet doen. De termijn waarover de Bank beschikt om een advies uit te brengen, schorst de termijn waarbinnen de rechterlijke instantie uitspraak moet doen. Indien de Bank geen advies verstrekt binnen de vastgestelde termijn, kan de rechtbank uitspraak doen over het verzoek. De Bank verstrekt haar advies schriftelijk. Het wordt op ongeacht welke wijze bezorgd aan de griffier, die het doorgeeft aan de voorzitter van de rechtbank van koophandel en aan de procureur des Konings. Het advies wordt toegevoegd aan het dossier.". Art. 36.In artikel 36/27 van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/07/1998 pub. 09/09/1998 numac 1998003441 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige wettelijke bepalingen inzake financiële instrumenten en effectenclearingstelsels type wet prom. 15/07/1998 pub. 05/09/1998 numac 1998009670 bron ministerie van justitie Wet betreffende de certificatie van effecten uitgegeven door handelsvennootschappen sluiten7, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "Wanneer een instelling als bedoeld in artikel 36/26, § 1, 3°, of een daarmee gelijkgestelde instelling als bedoeld in artikel 36/26, § 7" vervangen door de woorden "Wanneer een vereffeningsinstelling of een met een vereffeningsinstelling gelijkgestelde instelling, als bedoeld in artikel 36/26, of een centrale effectenbewaarinstelling of een ondersteuning verlenende instelling, als bedoeld in artikel 36/26/1";2° paragraaf 7 wordt aangevuld met de woorden "of door de centrale effectenbewaarinstelling of de ondersteuning verlenende instelling". Art. 37.In artikel 36/28, § 3, tweede lid, 1°, van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/07/1998 pub. 09/09/1998 numac 1998003441 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige wettelijke bepalingen inzake financiële instrumenten en effectenclearingstelsels type wet prom. 15/07/1998 pub. 05/09/1998 numac 1998009670 bron ministerie van justitie Wet betreffende de certificatie van effecten uitgegeven door handelsvennootschappen sluiten7, worden de woorden "de identiteit van de betrokken vereffeningsinstelling of daarmee gelijkgestelde instelling" vervangen door de woorden "de identiteit van de betrokken vereffeningsinstelling of met een vereffeningsinstelling gelijkgestelde instelling, de identiteit van de betrokken centrale effectenbewaarinstelling of ondersteuning verlenende instelling". Art. 38.In artikel 36/29 van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/07/1998 pub. 09/09/1998 numac 1998003441 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige wettelijke bepalingen inzake financiële instrumenten en effectenclearingstelsels type wet prom. 15/07/1998 pub. 05/09/1998 numac 1998009670 bron ministerie van justitie Wet betreffende de certificatie van effecten uitgegeven door handelsvennootschappen sluiten7 en gewijzigd bij de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten3, wordt de zin "Voor de uitvoering van haar toezichtsopdracht bedoeld in de artikelen 36/25 en 36/26 of om tegemoet te komen aan de verzoeken om samenwerking vanwege bevoegde autoriteiten in de zin van artikel 36/14, § 1, 2° en 3°, beschikt de Bank ten aanzien van de centrale tegenpartijen, de vereffeningsinstellingen en de met vereffeningsinstellingen gelijkgestelde instellingen over de volgende bevoegdheden:" vervangen als volgt : "Voor de uitvoering van haar toezichtsopdracht als bedoeld in de artikelen 36/25, 36/26 en 36/26/1 of in de ter uitvoering ervan genomen besluiten, of om gevolg te geven aan verzoeken tot samenwerking van bevoegde autoriteiten in de zin van artikel 36/14, § 1, 2° en 3°, beschikt de Bank ten aanzien van de centrale tegenpartijen, de vereffeningsinstellingen, de centrale effectenbewaarinstellingen, de ondersteuning verlenende instellingen en de depositobanken, met inbegrip van hun op het grondgebied van de Unie gevestigde bijkantoren, over de volgende bevoegdheden :". Art. 39.In artikel 36/30 van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/07/1998 pub. 09/09/1998 numac 1998003441 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige wettelijke bepalingen inzake financiële instrumenten en effectenclearingstelsels type wet prom. 15/07/1998 pub. 05/09/1998 numac 1998009670 bron ministerie van justitie Wet betreffende de certificatie van effecten uitgegeven door handelsvennootschappen sluiten7 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 18 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt : " § 1.De Bank kan elke centrale tegenpartij, elke vereffeningsinstelling, elke instelling die ondersteuning verleent aan een centrale effectenbewaarinstelling of elke depositobank bevelen binnen de door de Bank bepaalde termijn te voldoen aan de bepalingen van de artikelen 36/25, 36/26 en 36/26/1 of de uitvoeringsbesluiten ervan. Indien de centrale tegenpartij, de vereffeningsinstelling, de instelling die ondersteuning verleent aan een centrale effectenbewaarinstelling of de depositobank waaraan de Bank met toepassing van het eerste lid een bevel heeft gericht, na afloop van de opgelegde termijn in gebreke blijft, kan de Bank, op voorwaarde dat de centrale tegenpartij, de vereffeningsinstelling, de instelling die ondersteuning verleent aan een centrale effectenbewaarinstelling of de depositobank haar middelen heeft kunnen laten gelden en onverminderd de andere bij de wet bepaalde maatregelen: 1° de betrokken tekortkoming bekendmaken;2° de betaling van een dwangsom opleggen die, per kalenderdag, noch meer mag bedragen dan 50 000 euro, noch in totaal 2 500 000 euro mag overschrijden;3° bij een centrale tegenpartij, een vereffeningsinstelling, een instelling die ondersteuning verleent aan een centrale effectenbewaarinstelling of een depositobank, waarvan de maatschappelijke zetel in België is gevestigd, een bijzonder commissaris aanstellen van wie de toestemming vereist is voor de handelingen en beslissingen die de Bank bepaalt. In spoedeisende gevallen kan de Bank de in het tweede lid, 1° en 3°, bedoelde maatregelen nemen zonder voorafgaand bevel met toepassing van het eerste lid, op voorwaarde dat de centrale tegenpartij, de vereffeningsinstelling, de ondersteuning verlenende instelling of de depositobank haar middelen heeft kunnen laten gelden."; 2° in paragraaf 2 worden de woorden "van de artikelen 36/25 en 36/26 of de uitvoeringsbesluiten ervan" vervangen door de woorden "van de artikelen 36/25, 36/26 en 36/26/1";3° artikel 36/30 wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidende : " § 4.Het bedrag van de boete wordt met name vastgesteld op grond van a) de ernst en de duur van de tekortkomingen;b) de mate van verantwoordelijkheid van de betrokkene;c) de financiële draagkracht van de betrokkene, zoals die met name blijkt uit de totale omzet van de betrokken rechtspersoon of uit het jaarinkomen van de betrokken natuurlijke persoon;d) het voordeel of de winst die deze tekortkomingen eventueel opleveren;e) het nadeel dat derden door deze tekortkomingen hebben geleden, voor zover dit kan worden bepaald;f) de mate van medewerking van de betrokken natuurlijke of rechtspersoon met de bevoegde autoriteiten;g) vroegere tekortkomingen van de betrokkene; h) de potentiële negatieve impact van de tekortkomingen op de stabiliteit van het financiële stelsel.". Art. 40.In Hoofdstuk IV/2 van dezelfde wet wordt een artikel 36/30/1 ingevoegd, luidende : "Art. 36/30/1. § 1. Indien de Bank een van de inbreuken vaststelt als bedoeld in artikel 63 van Verordening 909/2014, kan zij aan de overtreder de sancties en andere administratieve maatregelen opleggen die vastgesteld zijn in artikel 63 van Verordening 909/2014. De sancties en andere administratieve maatregelen worden toegepast overeenkomstig artikel 64 van Verordening 909/2014. De Bank kan inzonderheid de administratieve geldelijke sancties opleggen als bedoeld in artikel 63, lid 2, onder e), f) en g) van Verordening 909/2014, overeenkomstig de artikelen 36/9 tot 36/11. De beslissingen tot het opleggen van een sanctie of enige andere administratieve maatregel zullen met inachtneming van artikel 62 van Verordening 909/2014 worden bekendgemaakt. § 2. Indien de centrale effectenbewaarinstelling waaraan de Bank een bevel heeft gericht om te voldoen aan de bepalingen van Verordening 909/2014, na afloop van de opgelegde termijn in gebreke blijft, kan de Bank, op voorwaarde dat de centrale effectenbewaarinstelling haar middelen heeft kunnen laten gelden: 1° de betrokken tekortkoming bekendmaken;2° de betaling van een dwangsom opleggen die, per kalenderdag, noch meer mag bedragen dan 50 000 euro, noch in totaal 2 500 000 euro mag overschrijden;3° bij een centrale effectenbewaarinstelling waarvan de maatschappelijke zetel in België is gevestigd, een bijzonder commissaris aanstellen van wie de toestemming vereist is voor de handelingen en beslissingen die de Bank bepaalt;4° voor de duur die zij bepaalt, de rechtstreekse of onrechtstreekse uitoefening van het bedrijf van de centrale effectenbewaarinstelling geheel of ten dele schorsen dan wel verbieden. De leden van de bestuurs- en beleidsorganen en de personen die instaan voor het beleid, die handelingen stellen of beslissingen nemen ondanks de schorsing of het verbod, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor het nadeel dat hieruit voortvloeit voor de instelling of voor derden. Indien de Bank de schorsing of het verbod in het Belgisch Staatsblad heeft bekendgemaakt, zijn alle hiermee strijdige handelingen en beslissingen nietig; 5° strengere vereisten opleggen inzake solvabiliteit, liquiditeit, risicoconcentratie en andere begrenzingen;6° de vervanging gelasten van alle of een deel van de leden van het wettelijk bestuursorgaan van de centrale effectenbewaarinstelling binnen een termijn die zij bepaalt en, zo binnen deze termijn geen vervanging geschiedt, in de plaats van de voltallige bestuurs- en beleidsorganen van de centrale effectenbewaarinstelling een of meer voorlopige bestuurders of zaakvoerders aanstellen die alleen of collegiaal, naargelang van het geval, de bevoegdheden hebben van de vervangen personen.De Bank maakt haar beslissing bekend in het Belgisch Staatsblad. De bezoldiging van de voorlopige bestuurder(s) of zaakvoerder(s) wordt vastgesteld door de Bank en gedragen door de centrale effectenbewaarinstelling. De Bank kan de voorlopige bestuurder(s) of zaakvoerder(s) te allen tijde vervangen, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van een meerderheid van aandeelhouders of vennoten, wanneer zij aantonen dat het beleid van de betrokkenen niet langer de nodige waarborgen biedt. In spoedeisende gevallen kan de Bank de in paragraaf 2, 1°, 3° en 4° tot 6°, bedoelde maatregelen nemen zonder voorafgaand bevel, met toepassing van het eerste lid, op voorwaarde dat de centrale effectenbewaarinstelling haar middelen heeft kunnen laten gelden. § 3. De met toepassing van dit artikel opgelegde dwangsommen en geldboetes worden ten voordele van de Schatkist geïnd door de Algemene Administratie van de inning en invordering van de Federale overheidsdienst Financiën. § 4. Overeenkomstig artikel 65 van Verordening 909/2014 en onverminderd artikel 36/7/1, worden de regels en procedures inzake de melding van inbreuken door de Bank bij reglement vastgesteld overeenkomstig artikel 12bis.". Art. 41.In artikel 36/31 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 3 maart 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten0, worden de woorden "de artikelen 36/25 en 36/26" telkens vervangen door de woorden "de artikelen 36/25, 36/26 en 36/26/1". HOOFDSTUK V. - Wijzigingen van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officie …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.