📄 Wettekst
24 MEI 2007. - Besluit van de Waalse Regering betreffende de herziening van het technisch reglement voor het beheer van de elektriciteitsdistributienetten in het Waalse Gewest alsook de toegang daartoe
De Waalse Regering, Gelet op het
decreet van 12 april 2001Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
12/04/2001
pub.
01/05/2001
numac
2001027238
bron
ministerie van het waalse gewest
Decreet betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt
sluiten betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt, inzonderheid op de artikelen 13 en 29, § 2;
Gelet op de kennisgeving aan de Europese Commissie op 7 november 2006, nr. 2006/0597/B;
Gelet op het voorstel van de CWaPE (Waalse Energiecommissie) CD-7 E15 van 16 mei 2007;
Gelet op het advies 41.599/4 van de Raad van State, gegeven op 11 december 2006, overeenkomstig artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op de voordracht van de Minister van Huisvesting, Vervoer en Ruimtelijke Ontwikkeling;
Na beraadslaging, Besluit : TITEL I. - Algemeen HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Afdeling 1. - Toepassingsgebied en begripsbepalingen
Artikel 1.Dit technisch reglement bevat de voorschriften en de regels voor het beheer van en de toegang tot het distributienet, hoog- en laagspanning.
Het bestaat uit een planningscode (titel II), een aansluitingscode (titel III), een toegangscode (titel IV), een meetcode (titel V) en een samenwerkingscode (titel VI), zoals hierna bepaald. Art. 2.De begripsbepalingen bedoeld in artikel 2 van het
decreet van 12 april 2001Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
12/04/2001
pub.
01/05/2001
numac
2001027238
bron
ministerie van het waalse gewest
Decreet betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt
sluiten betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt, zijn van toepassing op dit reglement.
Bovendien, voor de toepassing van dit reglement, wordt verstaan onder : 1. toegang : het recht om op één of meerdere toegangspunten energie te injecteren of af te nemen;2. laagspanning : spanningsniveau van 1 kilovolt (kV) of minder;3. belasting : elke installatie die actief of reactief elektrisch vermogen verbruikt;4. residentiële afnemer : afnemer van wie het grootste deel van het elektriciteitsverbruik voor huishoudelijk gebruik bestemd is;5. beschermingscode : operationele code met het oog op de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het elektrisch systeem in spoedomstandigheden, zoals bedoeld in het technisch transmissiereglement;6. beschermingscode : operationele code voor de heropbouw van het elektrische systeem na een gehele of gedeeltelijke instorting zoals omschreven in het technische transmissiereglement;7. warmtekrachtkoppeling : gecombineerde productie van elektriciteit en warmte;8. hoogrenderende warmtekrachtkoppeling : warmtekrachtkoppeling volgens de criteria bedoeld in bijlage III van Richtlijn 2004/8/EG. inzake de bevordering van warmtekrachtkoppeling; 9. telling : opname via een meetinrichting en per tijdsperiode van de hoeveelheid actieve of reactieve energie die in het net geïnjecteerd of van het net afgenomen wordt;10. toegangscontract : een contract tussen de distributienetbeheerder en een persoon, "toegangsgerechtigde" genaamd, gesloten overeenkomstig Titel 4 van dit technisch reglement, houdende meer bepaald de bijzondere voorwaarden in verband met de toegang tot het distributienet;11. contract voor de coördinatie van de inschakeling van de productie-eenheden : een contract dat gesloten wordt tussen de transmissienetbeheerder en een evenwichtsverantwoordelijke voor één of meerdere injectiepunten dat in het bijzonder de voorwaarden bevat in verband met de coördinatie van de inschakeling van de productie-eenheden;12. leveringscontract : contract opgesteld tussen een leverancier en een eindafnemer voor de levering van elektriciteit;13. aansluitingscontract : een contract dat gesloten wordt tussen een netgebruiker en de netbeheerder en dat de wederzijdse rechten, verplichtingen regelt in verband met een bepaalde aansluiting, evenals de relevante technische bepalingen;14. contract toegangsverantwoordelijke : het contract gesloten tussen de transmissienetbeheerder en een evenwichtsverantwoordelijke dat in het bijzonder de voorwaarden in verband met het evenwicht bevat;15. samenwerkingsovereenkomst : overeenkomst gesloten tussen de distributienetbeheerder en elke beheerder van het net waarop zijn net aangesloten is;16. belastingscurve : gemeten of berekend reeks gegevens betreffende de afname of de injectie van energie op een toegangspunt per elementaire periode;17. decreet : het Waals
decreet van 12 april 2001Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
12/04/2001
pub.
01/05/2001
numac
2001027238
bron
ministerie van het waalse gewest
Decreet betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt
sluiten betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt;18. toegangsgerechtigde : de partij die een toegangscontract gesloten heeft met de distributienetbeheerder;19. meetgegeven : een gegeven dat door meting of telling aan de hand van een meetinrichting verkregen is;20. EAN code : uniek numeriek velden (European Article Number) van 18 posities voor de eenduidige identificatie van een toegangspunt (EAN-GSRN code (Global Service Related Number)) of een marktdeelnemer (EAN-GLN code (Global Location Number));21. EDIEL : Electronic Data Interchange for the Electric Industry (maakt deel uit van de internationale UN/EDIFACT-standaard voor elektronisch dataverkeer tussen beheerders en gebruikers van elektriciteitsnetten);22. actieve energie : de integraal van het actieve vermogen gedurende een bepaalde tijdsperiode;23. reactieve energie : de integraal van het reactieve vermogen gedurende een bepaalde tijdsperiode;24. meetinrichting : elke uitrusting voor het verrichten van de tellingen en/of metingen waarme de netbeheerder zijn opdrachten kan vervullen zoals de tellers, de meetapparaten, de vermogenstransformatoren of de overeenstemmende telecommunicatie-uitrustingen;25. significante fout : een fout op een meetwaarde groter dan de totale nauwkeurigheid van de meetinrichting die deze meetwaarde bepaalt en die het industrieel proces verbonden met deze meetwaarde kan beschadigen of de facturatie verbonden met deze meetwaarde kan aantasten;26. frequentie : het aantal cycli per seconde van de fundamentele component in de spanning, uitgedrukt in Hertz (Hz);27. distributienetbeheerder : elke distributienetbeheerder aangewezen overeenkomstig artikel 10 van het decreet;28. lokaal transmissienetbeheerder : de persoon aangewezen overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk II van het decreet;29. transmissienetbeheerder : de persoon aangewezen overeenkomstig artikel 10 van de wet;30. hoogspanning : spanningsniveau hoger dan 1 kilovolt;31. injectie : het leveren van vermogen aan het distributienet;32. aansluitingsinstallatie : elk uitrusting die nodig is om de installatie van een netgebruiker aan het net te verbinden;33. installatie van de distributienetgebruiker : elke uitrusting van de distributienetgebruiker die door middel van een aansluiting op het distributienet is aangesloten en die niet tot die aansluiting behoort;34. installatie die functioneel deel uitmaakt van het distributienet : een installatie waarop een distributienetgebruiker het eigendoms- of gebruiksrecht bezit, maar die dezelfde functie heeft als een installatie van het distributienet;dit begrip wordt nader omschreven in het aansluitingscontract of een overeenkomst die deel daarvan uitmaakt; 35. railstel : het driefasig geheel van drie metalen rails of geleiders die voor elke fase afzonderlijk een gemeenschappelijk spanningspunt vormen en waarop de verschillende installaties (instrumenten, lijnen, kabels) aangesloten zijn teneinde onderling verbonden te worden;36. D-dag : een kalenderdag;37. D-1-dag : de kalenderdag vóór de D-dag;38. werkdag : elke dag van de week, de zaterdag, de zondag en de wettelijke feestdagen uitgezonderd;39. wet : de
wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
29/04/1999
pub.
11/05/1999
numac
1999011160
bron
ministerie van economische zaken
Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt
sluiten betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt;40. meting : de opname op een bepaald tijdstip van een fysieke grootheid door een meetinrichting;41. actieve verliezen : het verbruik van actief vermogen door het distributienet, veroorzaakt door het gebruik daarvan;42. afschakelplan : het plan dat het voorwerp uitmaakt van een federaal ministerieel besluit en waarin de onderbrekingen, de verminderingen en de prioriteiten aangegeven worden die de transmissienetbeheerder dient op te leggen wanneer het net in gevaar is;43. toegangspunt : een afname- en/of injectiepunt;44. injectiepunt : de fysieke plaats en het spanningsniveau van het punt waar het vermogen kan worden geïnjecteerd in het net;45. koppelpunt : het tussen netbeheerders onderling overeengekomen fysische punt waar de koppeling tussen de respectievelijke netten is gerealiseerd;46. meetpunt : de fysieke plaats waar meetuitrustingen aan de aansluitingsinstallatie of aan de installatie van een netgebruiker worden gekoppeld;47. afnamepunt : de fysieke plaats waar een belasting wordt afgesloten om vermogen vanuit het net af te nemen;48. aansluitingspunt : de fysieke plaats en het spanningsniveau van het punt waar de aansluiting is verbonden met het distributienet en waar inschakeling en uitschakeling mogelijk zijn;49. afname : het afnemen van vermogen vanuit het distributienet;50. synthetisch belastingsprofiel : unitaire belastingscurve statistisch vastgelegd voor een categorie eindafnemers;51. toegangsprogramma : het redelijke vooruitzicht van injecties en afnamen van actief kwartiervermogen voor een bepaald toegangspunt en dag;52. actief vermogen : het gedeelte van het elektrisch vermogen dat kan worden omgezet naar andere vormen van vermogen zoals mechanisch of thermisch. Voor een driefasig systeem is diens waarde gelijk aan V3.U.I.cos phi waarbij U en I de effectieve waarden van de fundamentele componenten van de samengestelde spanning (tussen fasen) en van de stroom zijn en waarbij phi het faseverschil tussen de fundamentele componenten van die spanning en van die stroom zijn; het actieve vermogen wordt in Watt en veelvouden ervan uitgedrukt. In het geval waarin de eenvoudige spanning (tussen fase en neutraal) gebruikt wordt, wordt de formule 3.U.I.cos phi.
Voor een eenfasig systeem is diens waarde gelijk aan U.I.cos phi waarbij U en I de effectieve waarden van de fundamentele componenten van de samengestelde spanning en van de stroom zijn en waarbij phi het faseverschil (tijdsverschil) tussen de fundamentele componenten van die spanning en van die stroom vertegenwoordigen; 53. schijnbaar vermogen : voor een driefasig systeem, de hoeveelheid gelijk aan V3.U.I., waarbij U en I de effectieve waarden van de fundamentele componenten van de samengestelde spanning en van de stroom zijn. In het geval waarin de eenvoudige spanning gebruikt wordt, wordt de formule 3.U.I.; het schijnbaar vermogen wordt in VA en veelvouden ervan uitgedrukt.
Voor een eenfasig systeem is diens waarde gelijk aan U.I. waarbij U en I de effectieve waarden van de fundamentele componenten van de samengestelde spanning en van de stroom zijn; 54. aansluitingsvermogen : het maximaal vermogen, bepaald in het aansluitingscontract en uitgedrukt in voltampère (VA) of veelvouden ervan, waarover de distributienetgebruiker kan beschikken door zijn aansluiting;55. kwartiervermogen : het gemiddeld afgenomen of geïnjecteerd vermogen over een periode van een kwartier, uitgedrukt in Watts (W) in geval van actief vermogen, in vars (Var) in geval van reactief vermogen, en in voltampère (VA) in geval van schijnbaar vermogen, of in veelvouden ervan; 56. reactief vermogen : voor een driefasig systeem, de hoeveelheid gelijk aan V3.U.I.sin phi, waarbij U en I de effectieve waarden zijn van de fundamentale componenten van de samengestelde spanning en van de stroom en waarbij phi het faseverschil tussen de fundamentele componenten van die spanning en die stroom vertegenwoordigen; het reactief vermogen wordt uitgedrukt in Var of in één van de veelvouden ervan. In het geval waarin eenvoudige spanning gebruikt wordt, wordt de formule 3.U.I.sin phi;
Voor een eenfasig systeem is diens waarde gelijk aan U.I. sin phi waarbij U en I de effectieve waarden van de fundamentele componenten van de samengestelde spanning en van de stroom zijn en waarbij phi het faseverschil tussen de fundamentele componenten van die spanning en die stroom vertegenwoordigen; 57. ondergeschreven vermogen : het maximale actieve injectie- of afnamekwartiervermogen, bepaald in een toegangscontract en met betrekking tot een toegangspunt en een gegeven periode;58. kwaliteit van de elektriciteit : het geheel van de karakteristieken van elektriciteit die een invloed kunnen hebben op het distributienet, de aansluitingen en de installaties van een distributienetgebruiker, en met inbegrip van meer bepaald de continuïteit van de spanning en de elektrische kenmerken van die spanning, namelijk frequentie, amplitude, golfvorm en symmetrie;59. aansluiting : het geheel van aansluitingen dat nodig is om de installaties van de distributienetgebruiker met het distributienet te verbinden, inclusief in het algemeen de meetinrichtingen; 60. toegangsregister : het door de distributienetbeheerder bijgehouden register, waar, o.a., de evenwichtsverantwoordelijke en de leverancier per toegangspunt staan vermeld; 61. register van de toegangsverantwoordelijken : register bijgehouden door de transmissienetbeheerder overeenkomstig het technisch transmissiereglement;62. technisch transmissiereglement : het
koninklijk besluit van 19 december 2002Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
19/12/2002
pub.
28/12/2002
numac
2002011518
bron
ministerie van economische zaken
Koninklijk besluit houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe
sluiten houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe;63. technisch reglement lokale transmissie : het technisch reglement voor het beheer van het lokaal transmissienet in het Waalse Gewest en de toegang daartoe;64. transmissienet : het geheel van de installaties bestemd voor de transmissie van elektriciteit met een spanning hoger dan 70 kilovolt, gevestigd op het Belgische grondgebied en zoals bepaald bij artikel 2, 7°, van de wet;65. privénet : net opgesteld via een privéfonds door een natuurlijke persoon of rechtspersoon die geen netbeheerder of leverancier is en waarop een netbeheerder of elke andere natuurlijke persoon of rechtspersoon die wettelijk gemachtigd is een gebruiksrecht heeft dat het leveren van elektriciteit aan eindafnemers toelaat;66. evenwichtsverantwoordelijke : een natuurlijke of rechtspersoon die verantwoordelijk is voor het evenwicht, op kwartierbasis, van een geheel van injecties of afnamen binnen de Belgische regelzone, en die hiertoe geregistreerd is in het register van de toegangsverantwoordelijken;67. AREI : Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties;68. ARAB : Algemeen Reglement op de arbeidsbescherming;69. ondersteunende diensten : voor de distributienetten, het geheel van volgende diensten : a) het regelen van de spanning en van het reactief vermogen;b) de compensatie van verliezen op het net;70. SYNERGRID : de Federatie van de Elektriciteits- en Gasnetbeheerders in België 71.elektrisch systeem : het geheel van de uitrustingen dat alle gekoppelde netten, alle aansluitingsinstallaties en alle installaties van de netgebruikers aangesloten op deze netten omvat; 72. aftrektelsysteem : telsysteem met een aantal meters dat, in een privénet, door de combinatie van gemeten waarden, de bepaling van het eigen actieve verbruik van de privénetbeheerder, netverliezen inbegrepen, moet mogelijk maken;73. productie-eenheid : een fysieke eenheid die minstens één elektrische generator omvat;74. gedecentraliseerde productie-eenheid : productie-eenheid waarvan de inschakeling niet op gecentraliseerde wijze gecoördineerd is. Art. 3.De in dagen uitgedrukte termijnen, vermeld in dit reglement, lopen van middernacht tot middernacht. Zij vangen aan op de werkdag volgend op de dag van de ontvangst van de formele kennisgeving. Bij gebreke van een formele kennisgeving vangen de termijnen aan op de werkdag volgend op de dag van de kennisname van de gebeurtenis die daartoe aanleiding geeft. Tenzij anders vermeld, worden de termijnen uitgedrukt in werkdagen. Afdeling 2. - Taken en verplichtingen van de distributienetbeheerder
Art. 4.§ 1. In het gebied waarvoor hij aangewezen is, voert de netbeheerder de taken en verplichtingen uit die hem worden opgedragen krachtens het decreet en zijn uitvoeringsbesluiten teneinde te zorgen voor de distributie van elektriciteit tussen de verschillende gebruikers van het distributienet en het behoud van de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net te bewaken, te handhaven dan wel te herstellen. § 2. De distributienetbeheerder bepaalt vooraf de gepaste middelen die noodzakelijk zijn voor de goede uitvoering van zijn opdrachten en stelt al hetgeen redelijkerwijs binnen zijn mogelijkheden ligt in het werk om die te krijgen.
Die noodzakelijke en aangepaste middelen zullen voor het eerste bepaald worden op het ogenblik waarop het aanpassingsplan bedoeld in artikel 15 van het decreet voor het eerst wordt vastgesteld. Zij worden dan opnieuw onderzocht en eventueel bijgesteld bij elke opeenvolgende herziening van het aanpassingsplan.
Bij de uitvoering van zijn opdrachten, gebruikt de distributienetbeheerder alle gepaste middelen die de netgebruikers kunnen verwachten en rekening houdend met de bijzondere situatie, die redelijkerwijs kunnen verkregen worden. § 3. De distributienetbeheerder zorgt ervoor dat de op elk aansluitingspunt geleverde spanning voldoet aan de voorschriften van de norm NBN EN 50160 "Spanningskarakteristieken in openbare elektriciteitsnetten". § 4. Bij niet-geplande onderbreking van het distributienet of van de aansluiting, moet de distributienetbeheerder ter plaatse zijn binnen twee uur volgend op de oproep van de distributienetgebruiker, met de gepaste middelen om de werken te starten met het oog op de verwijdering van het gebrek.
Behoudens spoedgeval, technische onmogelijkheid of buitengewone omstandigheden (stormen, hevig onweer, belangrijke sneeuwvallen,...), indien hij vaststelt dat het herstel meer dan vier uur zal vereisen, zal de distributienetbeheerder de nodige maatregelen nemen om de voeding van het net te herstellen door elk middel van voorlopige productie die hij nodig acht, bij voorkeur op het niveau van de transformatiecabine hoogspanning-laagspanning. Hetzelfde geldt voor elke geplande onderbreking van het distributienet met een gecumuleerde duur van meer dan vier uur in één week; in dit laatste geval zal de distributienetbeheerder de modaliteiten voor de recuperatie van de grootheid van de geleverde energie.
Voor de afnemers die over een aansluitingsvermogen > 630 kVA beschikken, worden de praktische modaliteiten voor de toepassing van deze paragraaf naar gelang van de technische mogelijkheden nader bepaald in het aansluitingscontract omschreven in artikel 93. Art. 5.§ 1. De distributienetbeheerder zendt jaarlijks vóór 31 mei een verslag, zoals bedoeld in artikel 24 van het decreet van de Waalse Regering van 21 maart 2002 betreffende de netbeheerders, aan de "CWaPE" (Waalse Energiecommissie), waarin hij de kwaliteit van zijn dienstverlening in het voorgaande kalenderjaar beschrijft. § 2. Dit verslag bevat een overzicht van : 1° de frequentie en de gemiddelde duur van de onderbrekingen van de toegang tot zijn distributienet, evenals de totale jaarlijkse onderbrekingsduur, gedurende het genoemde kalenderjaar en opgedeeld per spanningsniveau.Dit kan gebeuren op basis van de methodiek beschreven in het technisch voorschrift SYNERGRID C10/14 "Kwaliteitsindicatoren; Beschikbaarheid van de toegang tot het distributienet" of van alle andere gelijkwaardige voorschriften; 2° de naleving van de kwaliteitscriteria in verband met de golfvorm van de spanning zoals omschreven in de hoofdstukken 2 en 3 van de NBN EN 50160-norm;3° de kwaliteit van de aan alle betrokken partijen verstrekte diensten en, in voorkomend geval, de tekortkomingen inzake de verplichtingen voortvloeiend uit dit reglement en de redenen daarvoor. § 3. De CWaPE kan een model van verslag opmaken. HOOFDSTUK II. - Informatie-uitwisseling en confidentialiteit Afdeling 1. - Informatie-uitwisseling
Art. 6.§ 1. Elke kennisgeving of mededeling gedaan ter uitvoering van dit besluit dient schriftelijk te gebeuren overeenkomstig de vormen en voorwaarden bedoeld in artikel 2281 van het Burgerlijk Wetboek, met een duidelijke identificatie van de afzender en de geadresseerde.
Behoudens andersluidende bepaling, kan de distributienetbeheerder, nadat de "CWaPE" hierover vooraf wordt geïnformeerd, de vorm van de documenten bepalen waarin die gegevens moeten worden uitgewisseld. § 2. De distributienetbeheerder neemt de nodige organisationele maatregelen om te zorgen voor een efficiënte behandeling en een voldoende traceerbaarheid van elke relevante schriftelijke aanvraag van een distributienetgebruiker of leverancier. Onder efficiënte behandeling wordt onder meer verstaan de verplichting om een schriftelijk antwoord te geven met vermelding van de dossierbeheerder en de mogelijke beroepsmogelijkheden, onverminderd, in voorkomend geval, de wettelijke bepalingen inzake openbaarheid van bestuurshandelingen. § 3. In geval van hoogdringendheid mogen gegevens mondeling worden uitgewisseld. In elk geval dienen dergelijke gegevens zo spoedig mogelijk overeenkomstig § 1 van dit artikel te worden bevestigd. § 4. De distributienetbeheerder bezorgt de netgebruikers het telefoonnummer waarop zij hem kunnen bereiken. Hij zet de nodige middelen in om binnen een redelijke termijn een antwoord te geven en ook om een efficiënte behandeling van de ontvangen gegevens en aanvragen te garanderen. Art. 7.§ 1. In afwijking van artikel 6 worden de commerciële en technische inlichtingen die tussen de verschillende betrokken partijen uitgewisseld worden, op elektronische wijze verleend (waardoor de validering van een zending door uitgave van een ontvangstbewijs mogelijk wordt) volgens een communicatieprotocol conform de EDIEL-standaard en/of aangegeven in een Message Implementation Guide (MIG). Deze MIG wordt na onderlinge overeenstemming overeengekomen tussen de netbeheerders en de leveranciers, die de CWaPE erover inlichten. Bij gebreke van overeenstemming kan de CWaPE een MIG opleggen. § 2. Het protocol bedoeld in § 1 geldt niet verplicht voor de informatie-uitwisselingen tussen : - de distributienetbeheerder en een eindafnemer, indien die laatste een ander protocol kiest, overeengekomen met de distributienetbeheerder in zijn toegangscontract, of in een aanhangsel daarvan; - de beheerder van het lokale transmissienet en een distributienetbeheerder als er uitdrukkelijk onderlinge overeenstemming is bereikt over een ander protocol, in een samenwerkingsovereenkomst of een addendum daarbij, met mededeling aan de CWaPE. § 3. Onverminderd de wettelijke en reglementaire bepalingen mag de distributienetbeheerder, nadat hij de "CWaPE" daarover heeft geïnformeerd, technische en administratieve maatregelen uitwerken met betrekking tot de uit te wisselen gegevens, teneinde de confidentialiteit zoals bepaald in afdeling 2 van dit hoofdstuk te waarborgen. § 4. Als een MIG na onderlinge overeenstemming overeengekomen is, dient elke partner deze MIG correct uit te voeren op de afgesproken datum. Hij staat in voor de gevolgen van elke foutieve « message » en desgevallend zorgt hij ervoor om zo snel mogelijk correctieve maatregelen te nemen zonder de netgebruiker te benadelen. § 5. De inachtneming van de wettelijke en reglementaire termijnen en de juistheid van de « EDIEL messages » inzake de uitkering worden door elke netbeheerder, leverancier en evenwichtsverantwoordelijke gecontroleerd. De resultaten per leverancier, per evenwichtsverantwoordelijke en voor de gehele markt worden door de netbeheerder op maandelijkse basis aan elke betrokken leverancier en aan elke evenwichtsverantwoordelijke meegedeeld. De wijze waarop de monitoring en de mededeling gebeurt, wordt bepaald in overleg tussen de netbeheerders en de leveranciers en kan bij gebrek aan een akkoord door de CWaPE worden opgelegd. Een samenvatting t.a.v. de CWaPE wordt opgenomen in het verslag omschreven in artikel 5, § 2, 3°. § 6. De distributienetbeheerders en de leveranciers kunnen in onderling overleg beslissen om de kwaliteit van andere soorten EDIEL « messages » die zij uitwisselen, te monitoren Zij brengen de CWaPE daarvan op de hoogte. Art. 8.§ 1. Tabel 1 in bijlage II bevat de lijst van gegevens die de distributienetbeheerder kan opvragen bij de distributienetgebruikers die over een aansluiting op hoogspanning beschikken. Deze lijst is niet beperkend. De distributienetbeheerder kan op elk moment aanvullende gegevens vragen die hij nodig acht met het oog op de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het distributienet. § 2. De distributienetgebruiker brengt de distributienetbeheerder onverwijld op de hoogte van elke wijziging van zijn installaties in zoverre zij een aanpassing van de eerder meegedeelde gegevens vereist. Art. 9.Bij afwezigheid van uitdrukkelijke bepalingen daaromtrent in dit Reglement zetten de distributienetbeheerders, de distributienetgebruikers, de leveranciers en de evenwichtsverantwoordelijken zich in om zo spoedig mogelijk de noodzakelijke informatie overeenkomstig dit Reglement mee te delen. Art. 10.Wanneer een partij, overeenkomstig dit reglement of de contracten gesloten krachtens dit reglement, een andere partij informatie moet bezorgen, neemt zij de noodzakelijke maatregelen om de geadresseerde ervan te verzekeren dat de inhoud van die gegevens behoorlijk is geverifieerd. Afdeling 2. - Confidentialiteit
Art. 11.Diegene die informatie meedeelt, bepaalt wat commercieel gevoelige en/of vertrouwelijke informatie is. De mededeling aan derde personen van commercieel gevoelige en/of vertrouwelijke informatie door de bestemmeling van deze informatie is niet toegelaten, behalve wanneer aan minstens één van de volgende voorwaarden voldaan is : De mededeling is vereist in het kader van een gerechtsprocedure of opgelegd door de overheid of aangevraagd door de CWaPE in het kader van haar opdrachten; 2° De wettelijke of reglementaire bepalingen betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt leggen de bekendmaking of mededeling van de desbetreffende gegevens op.3° Er is een voorafgaand schriftelijk akkoord van diegene van wie de vertrouwelijke en/of commercieel gevoelige informatie uitgaat.4° Het beheer van het distributienet of het overleg met andere netbeheerders vereist de mededeling door de distributienetbeheerder;5° De informatie is gewoon toegankelijk of publiek beschikbaar. Wanneer de mededeling aan derden gebeurt op grond van de voorwaarden bedoeld in bovenvermelde punten 2, 3 en 4, dient de bestemmeling van de informatie er zich toe te verbinden aan deze informatie dezelfde graad van vertrouwelijkheid te geven als deze gegeven bij de aanvankelijke mededeling. Afdeling 3. - Openbaarheid van informatie
Art. 12.De distributienetbeheerder stelt de volgende informatie ter beschikking van het publiek en in elk geval op een server toegankelijk via Internet : 1° de algemene voorwaarden van de contracten af te sluiten krachtens dit reglement;2° de procedures die van toepassing zijn en waarnaar in dit reglement wordt verwezen;3° de formulieren vereist voor de gegevensuitwisseling overeenkomstig dit reglement;4° de tarieven voor toegang tot het distributienet. Afdeling 4. - Houden van de registers en bekendmaking
Art. 13.§ 1. De distributienetbeheerder bepaalt de informatiedrager die hij gebruikt voor het houden van de registers bepaald bij dit reglement en licht de CWaPE daarover in. § 2. Als de registers op een elektronische informatiedrager bijgehouden worden, treft de distributienetbeheerder alle nodige maatregelen om minstens één niet gewijzigde copie op een identieke informatiedrager veilig te bewaren. § 3. De distributienetbeheerder verzorgt de bekendmaking van de registers bepaald bij dit reglement volgens de gebruikelijke modaliteiten en de ter zake geldende wetgeving. HOOFDSTUK III. - Contracten, overeenkomsten, procedures en formulieren Art. 14.§ 1. De algemene voorwaarden van de contracten met inbegrip van de samenwerkingsovereenkomst bedoeld in titel VI die krachtens dit reglement gesloten worden, evenals elke wijziging die erin wordt aangebracht, worden onverwijld en in elk geval twee maanden vóór inwerkingtreding aan de CWaPE overgemaakt. § 2. De in dit reglement vermelde procedures en formulieren, alsook alle wijzigingen hieraan aangebracht, volgen de in § 1 bedoelde procedure. HOOFDSTUK IV. - Toegang tot de installaties Afdeling 1. - Algemene voorschriften betreffende de veiligheid van
personen en goederen Art. 15.De toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen inzake de veiligheid van personen en goederen, zoals het ARAB en het AREI, alsook de norm NBN EN 50110-1 "Exploitatie van elektrische installaties" en de norm NBN EN 50110-2 "Exploitatie van elektrische installaties (nationale bijlagen)", zijn van toepassing op iedere persoon die op het distributienet tussenkomt, met inbegrip van de distributienetbeheerder, de distributienetgebruikers, de leveranciers, de evenwichtsverantwoordelijken, de andere netbeheerders en hun respectievelijk personeel, evenals derden die in opdracht van voormelde partijen tussenkomen op het distributienet. Afdeling 2. - Toegang tot de installaties van de
distributienetbeheerder Art. 16.§ 1. De toegang tot elk roerend of onroerend goed waarvan de distributienetbeheerder het eigendoms- of gebruiksrecht heeft, gebeurt te allen tijde overeenkomstig de toegangsprocedures en veiligheidsvoorschriften van de distributienetbeheerder en met zijn voorafgaandelijk uitdrukkelijk akkoord. § 2. De distributienetbeheerder heeft het recht op toegang tot alle installaties waarvan hij het eigendoms- of gebruiksrecht heeft en die zich bevinden in de inrichting van de distributienetgebruiker. De distributienetgebruiker zorgt voor een permanente toegang voor de distributienetbeheerder of verschaft hem die onmiddellijk op eenvoudig mondeling verzoek. § 3. Indien de toegang tot een roerend of onroerend goed van de distributienetgebruiker onderworpen is aan specifieke toegangsprocedures en veiligheidsvoorschriften van de distributienetgebruiker, dient hij deze vooraf schriftelijk mee te delen aan de distributienetbeheerder. Zoniet volgt de distributienetbeheerder zijn eigen veiligheidsvoorschriften. Afdeling 3. - Toegang tot de installaties van de
distributienetgebruiker en bijzondere modaliteiten betreffende de installaties die functioneel deel uitmaken van het distributienet of die een niet verwaarloosbare invloed hebben op het functioneren daarvan Art. 17.§ 1. Wanneer de distributienetbeheerder acht dat sommige installaties van de distributienetgebruiker functioneel deel uitmaken van het distributienet of een niet verwaarloosbare invloed hebben op het functioneren daarvan, op de aansluiting(en) of op de installatie(s) van een andere distributienetgebruiker, deelt hij het mee en verantwoordt hij het aan de distributienetgebruiker en aan de "CWaPE".
Met het voorafgaande gunstige advies van de "CWaPE", wordt over een geschreven overeenkomst onderhandeld die gesloten wordt tussen de distributienetbeheerder en de distributienetgebruiker; zij bevat de lijst van betrokken installaties alsook de verantwoordelijkheden inzake gedrag, beheer en onderhoud van die installaties.
Die overeenkomst waarborgt de inachtneming van alle vorige verbintenissen aan de distributienetgebruiker, met inbegrip van de capaciteit van de bestaande aansluiting, behalve andersluidend geschreven akkoord van de distributienetgebruiker en met een gepaste vergoeding van die laatste. Die overeenkomst bepaalt ook de financiële modaliteiten voor de tenlasteneming door de distributienetbeheerder van alle kosten voortvloeiend uit die wijziging van het statuut van de aansluitingsvoorzieningen, met inbegrip van de vergoeding van de eigenaar van de installaties. Die overeenkomst vormt een addendum bij het aansluitingscontract.
Voor de nieuwe aansluitingen wordt die overeenkomst bij het aansluitingscontract gevoegd. § 2. De distributienetbeheerder heeft het recht op toegang tot de aansluiting en de installaties bedoeld in § 1 teneinde er inspecties, testen en/of proeven uit te voeren. Bovendien, indien die installaties functioneel deel uitmaken van het distributienet, moet de distributienetbeheerder er toegang toe hebben om de tussenkomsten vermeld in de overeenkomst bedoeld in § 1 uit te voeren. De distributienetgebruiker zorgt hiertoe voor een permanente toegang voor de distributienetbeheerder of verschaft hem die onmiddellijk op eenvoudig mondeling verzoek. Als hij tests en/of proeven moet uitvoeren, neemt de distributienetbeheerder de nodige maatregelen om de activiteiten van de distributienetgebruiker zo weinig mogelijk te storen, behalve in geval van hoogdringendheid of overmacht. § 3. Voorafgaand aan elke uitvoering van de inspecties, testen en/of proeven bedoeld in § 2, dient de distributienetgebruiker de distributienetbeheerder schriftelijk op de hoogte te stellen van de toepasselijke veiligheidsvoorschriften. Zoniet volgt de distributienetbeheerder zijn eigen veiligheidsvoorschriften. Afdeling 4. - Werken op het distributienet of op de installaties van
de distributienetgebruiker Art. 18.§ 1. De distributienetbeheerder heeft het recht om de distributienetgebruiker in gebreke te stellen wanneer de veiligheid of de betrouwbaarheid van het distributienet een aanpassing vereisen van de installaties waarvan de distributienetgebruiker het eigendoms- of gebruiksrecht heeft.
De geschreven ingebrekestelling beschrijft de noodzakelijke werken, de motivatie ervan en hun termijn van uitvoering. In geval van niet-uitvoering van deze werken door de distributienetgebruiker binnen de termijn vastgelegd in de ingebrekestelling, heeft de distributienetbeheerder het recht, na een laatste ingebrekestelling met kopie aan de "CWaPE", de voorziening te onderbreken aan het einde van de termijn vastgelegd in die laatste ingebrekestelling. De in dit artikel bedoelde werken zijn op kosten van de distributienetbeheerder, behalve als hij bewijst dat ze het gevolg zijn van gebreken of van een technische interventie van de gebruiker. In voorkomend geval zijn de bepalingen van §§ 2 en 3 van artikel 17 van toepassing. § 2. § 1 van dit artikel geldt eveneens wanneer de efficiëntie van het distributienet een aanpassing vereist van de installaties waarvan de distributienetgebruiker het eigendoms- of gebruiksrecht heeft, mits voorafgaand overleg met de distributienetgebruiker inzake de noodzakelijke werken en hun termijn van uitvoering. Art. 19.De werken, met inbegrip van de inspecties, testen en/of proeven, moeten worden uitgevoerd conform de bepalingen van dit reglement en de contracten afgesloten krachtens dit reglement. HOOFDSTUK V. - Noodsituatie en overmacht Afdeling 1. - Definitie van noodsituatie
Art. 20.In dit reglement wordt noodsituatie beschouwd als zijnde : 1° de situatie die volgt op overmacht en waarin maatregelen dienen te worden genomen die uitzonderlijk en tijdelijk zijn om aan de gevolgen van de overmacht het hoofd te kunnen bieden teneinde de veilige en betrouwbare werking van het distributienet te kunnen vrijwaren of herstellen;2° een situatie die volgt op een gebeurtenis die, alhoewel zij volgens de huidige stand van rechtspraak en rechtsleer niet als overmacht kan worden aangeduid, naar het inzicht van de distributienetbeheerder of de distributienetgebruiker, een dringend en gericht optreden van de distributienetbeheerder vereist teneinde de veilige en betrouwbare werking van het distributienet te kunnen vrijwaren of herstellen, of verdere schade te voorkomen.De distributienetbeheerder verantwoordt dat optreden achterop bij de gebruikers en de "CWaPE". Afdeling 2. - Overmacht
Art. 21.In dit reglement worden de volgende situaties in ieder geval als overmacht beschouwd voor de distributienetbeheerder, voor zover ze onvoorzienbaar en onweerstaanbaar zijn : 1° de natuurrampen voortvloeiende uit aardbevingen, overstromingen, stormen, windhozen of andere uitzonderlijke klimaatomstandigheden;2° een kern- of chemische ontploffing en de gevolgen ervan;3° de plotse onbeschikbaarheid van de installaties om andere redenen dan de ouderdom, het gebrekkige onderhoud of de kwalificatie van de operatoren;met inbegrip van een instorting van het informaticasysteem al dan niet veroorzaakt door een virus, terwijl alle preventiemaatregelen waren getroffen rekening houdend met de techniek; 4° de tijdelijke of voortdurende technische onmogelijkheid om via het distributienet elektriciteit uit te wisselen omwille van een plots gebrek aan elektriciteit-injectie uit het lokaal transmissienet en niet compenseerbaar met andere middelen;5° de onmogelijkheid om op het distributienet of op de installaties die er functioneel deel van uitmaken, actief te zijn wegens een collectief conflict en die aanleiding geeft tot een eenzijdige maatregel van de werknemers (of van een groep werknemers) of elk ander sociaal conflict;6° de brand, de ontploffing, de sabotage, de terreurdaad, de akte van vandalisme, de schade veroorzaakt door misdaden, de dwang van criminele aard en de bedreigingen van dezelfde aard;7° de al dan niet verklaarde oorlog, de oorlogsdreiging, de invasie, het gewapend conflict, het embargo, de omwenteling, de opstand;8° een maatregel van hogerhand, waaronder onder meer de situaties waarin de overheid de noodsituatie inroept en uitzonderlijke en tijdige maatregelen oplegt teneinde de veilige en betrouwbare werking van het geheel van de netten te vrijwaren of herstellen. Afdeling 3. - Ingrijpen van de distributienetbeheerder
Art. 22.§ 1. De distributienetbeheerder is bevoegd alle handelingen te stellen die hij nodig acht met het oog op de veiligheid en de betrouwbaarheid van het distributienet wanneer hij het hoofd moet bieden aan een noodsituatie of wanneer een dergelijke noodsituatie wordt ingeroepen door een andere netbeheerder, een distributienetgebruiker, een leverancier of enige andere betrokken persoon. § 2. De distributienetbeheerder neemt alle preventieve handelingen teneinde de schadelijke gevolgen van de aangekondigde of redelijkerwijs voorzienbare uitzonderlijke gebeurtenissen te beperken.
De handelingen die de distributienetbeheerder stelt in het kader van dit artikel verbinden alle betrokken personen. § 3. Als een noodsituatie gelijktijdig betrekking heeft op het transmissienet en/of lokaal transmissienet en op één of meer distributienetten, hebben de bepalingen van het technisch transmissiereglement voorrang op dit reglement, in geval van afwijking. Afdeling 4. - Opschorting van de verplichtingen
Art. 23.§ 1. In geval van noodsituatie wordt de uitvoering van de taken en verplichtingen geheel of gedeeltelijk opgeschort, maar enkel voor de duur van de gebeurtenis die de noodsituatie als gevolg heeft. § 2. De verplichtingen van geldelijke aard, ontstaan voor de noodsituatie, dienen uitgevoerd te worden. Art. 24.§ 1. De partij die zich op de noodsituatie beroept, doet alle redelijke inspanningen om : 1° de gevolgen van de niet-uitvoering van haar verplichtingen te beperken;2° haar opgeschorte verplichtingen zo snel mogelijk opnieuw te vervullen. § 2. De partij die haar verplichtingen opschort, brengt zo snel mogelijk alle betrokken partijen op de hoogte van de redenen waarom zij haar verplichtingen geheel of gedeeltelijk opschort en welke de voorzienbare termijn van de noodsituatie zal zijn. HOOFDSTUK VI. - Ingraving van elektrische lijnen Art. 25.§ 1. Wanneeer, omwille van de verbetering, de vernieuwing of de uitbreiding van het distributienet, nieuwe verbindingen moeten worden aangelegd of bestaande verbindingen sterk moeten worden gewijzigd of worden vernieuwd, zal de aanleg van de nieuwe verbindingen gebeuren d.m.v. ondergrondse kabels en zullen de te vernieuwen of sterk te wijzigen lijnen worden ingegraven. § 2. Die ingravingsprojecten worden meegedeeld aan de "CWaPE", hetzij ter gelegenheid van het opmaken van het aanpassingsplan voor het distributienet hetzij bij elke specifieke wijzigingsaanvraag betreffende het distributienet. § 3. Indien de distributienetbeheerder acht dat hij die voorrang voor de ingraving niet kan naleven, stelt hij voor dat geval een verantwoording vast die hij per zending onder een vorm goedgekeurd door de CWaPE aan haar overmaakt voorafgaand aan elke verwezenlijking en zal hij de werken pas kunnen uitvoeren vóór ontvangst van de beslissing van de CWaPE bepaald bij § 5 hiernavolgend. Die verantwoording dient minstens betrekking te hebben op : 1° de technische aspecten zoals, onder meer, de wijzigingen van de energieoverdrachten in het net, de wijziging van het kortsluitvermogen en zijn impact op de aangrenzende uitrustingen, de betrouwbaarheid en de beschikbaarheid van de verbinding, de gemiddelde herstellingstijd, de respectievelijke stromen en de variatie van de vermogensfactor, de overspanningsrisico's en de netverliezen, de gevoeligheid voor zwerfstromen en de eventuele risico's verbonden met de nabijheid van andere externe uitrustingen;2° de economische aspecten zoals onder meer de vergelijkende kosten voor de installatie, de controle, het onderhoud, de versterking van de luchtlijnen en de ondergrondse kabels en de kosten van de verliezen op het net, de eventuele impact op de structuur van het net of op de naburige elektrische uitrustingen, de mogelijkheden en duur van de afschrijving van die kosten rekening houdend onder meer met de geschatte levensduur;3° de wettelijke en reglementaire aspecten zoals, onder meer, het gebruik van de ondergrond van het wegennet en de opening daarvan bij de aanleg of eventuele tussenkomsten, de voorzienbare wijzigingen van dat wegennet alsook van zijn bestemming;4° de milieu- en patrimoniale aspecten, zoals het impact op het landschap, de beschermde goederen, de archeologische ondergrond, en op de grondstructuur, de nabijheid van woningen en het belang van de opgewekte elektromagnetische velden, de invloed op de fauna en de flora;5° de alternatieve verwezenlijkingen voorgesteld door de distributienetbeheerder die beter afgestemd zijn op de nagestreefde doelstelling binnen het kader van de voorrang aan de ingraving van lijnen. § 4. De CWaPE kan aanvullende inlichtingen vragen binnen de vijftien dagen na de ontvangst van de verantwoordingsdossiers. § 5. Binnen een termijn van twee maanden na ontvangst van het volledige dossier, neemt de CWaPE een beslissing dat ze aan de distributienetbeheerder en, in voorkomend geval, aan de minister zal overmaken. Die termijn kan bij uitzonderlijke hoogdringenheid ingekort worden.
Deze beslissing van de CWaPE heeft alleen betrekking op de toepassing van het decreet. Een positieve beslissing stelt de distributienetbeheerder niet vrij van het verkrijgen van de normaal vereiste vergunningen voor de betrokken werken. HOOFDSTUK VII. - Minimale technische vereisten voor de inrichting van netinfrastructuren Art. 26.§ 1. De infrastructuren van het distributienet stemmen overeen met de vigerende wetten, reglementen en normen en in het bijzonder met het AREI. § 2. Ze zijn ontworpen om de elektrische energie zonder gevaar over te brengen naar de verschillende afnamepunten en om te zorgen voor de verdeling van de energie die naar de injectiepunten overgebracht wordt. Het distributienet wordt door de distributienetbeheerder aangepast aan de normaal voorzienbare stromen. Hij zorgt ervoor dat in alle omstandigheden, de veiligheidsafstanden tussen zijn installaties en personen of goederen van derden in acht worden genomen. § 3. De distributienetbeheerder heeft het recht om de boomtakken te verwijderen die kortsluitingen kunnen aanrichten of de elektrische lijnen die over een privé-eigendom hangen, kunnen beschadigen. Behalve in geval van dringende noodzakelijkheid, verwittigt hij eerst de eigenaar per aangetekend schrijven. In dit schijven vermeldt hij dat de eigenaar zelf kan snoeien binnen een termijn van een maand. Indien de eigenaar weigert, zal de distributienetbeheerder zelf als goede huisvader de takken snoeien; de eigenaar moet hem toegang tot zijn eigendom verlenen.
Als de takken buiten het privé eigendom uitsteken en de elektrische lijn langs een openbare weg loopt en zich boven het publiek domein bevindt, valt het snoeien ten laste van de eigenaar van de bomen. § 4. De beschermingen van de uitrustingen van het distributienet zijn ontworpen en geregeld om de gebreken en/of overlasten efficiënt te verwijderen. Er wordt in selectieve beschermingen van een hoger niveau voorzien om de niet-werking van de normale beschermingen te verhelpen. HOOFDSTUK VIII. - Directe lijnen Art. 27.Alle directe lijnen zijn onderworpen aan de voorschriften die voor dit reglement gelden en meer bepaald het AREI. Art. 28.Opdat de "CWaPE" haar advies over de vergunning van de aanleg van een nieuwe directe lijn zou kunnen geven aan de Minister, dient de distributienetgebruiker, die aanvrager is, een uitvoerig bewijsdossier in bij de "CWaPE", in twee exemplaren en bij aangetekende brief of een brief overhandigd tegen ontvangbewijs. In dit dossier legt hij de redenen uit waarom hij het distributienet niet kan gebruiken. Art. 29.§ 1. De "CWaPE" gaat na of ze beschikt over alle documenten noodzakelijk voor het onderzoek van de aanvraag.
Indien de CWaPE oordeelt dat de aanvraag aangevuld dient te worden, licht hij de aanvrager daar bij aangetekend schrijven binnen een termijn van vijftien dagen te rekenen van de ontvangst van de aanvraag over in. Hij geeft nauwkeurig de aanvullende inlichtingen aan die hij wenst te krijgen en stelt een termijn vast die de drie weken niet mag overschrijden zoniet vervalt de aanvraag en waarin de aanvrager uitgenodigd wordt om zijn aanvraag te vervolledigen. § 2. De CWaPE kijkt met behulp van elk document in zijn bezit na of de aanvraag verantwoord is en of er er geen enkel ander technisch of economisch geldig alternatief bestaat.
Indien de CWaPE acht dat de aanvraag niet verantwoord is, geeft hij daar bericht van aan de aanvrager bij aangetekend schrijven binnen een termijn van één maand te rekenen van de ontvangst van de aanvraag of, in voorkomend geval, van de ontvangst van de overeenkomstig § 1 gekregen aanvullende inlichtingen.
Hij geeft nauwkeurig de redenen op waarom hij de aanvraag als niet verantwoord beschouwt en stelt een maximumtermijn van één maand vast zoniet vervalt de aanvraag en waarin de aanvrager bij aangetekend schrijven zijn opmerkingen, verantwoordingen en aanvullende informatie kan overmaken. De CWaPE is ertoe verplicht de aanvrager die daarom verzoekt, te horen. § 3. Binnen een termijn van twee maanden te rekenen van de ontvangst van de aanvraag of, in voorkomend geval, van de aanvullende inlichtingen, de opmerkingen en de verantwoordingen bedold in § 1, maakt de CWaPE de tekst van de aanvraag, de bijlagen ervan en zijn gemotiveerd advies aan de Minister over. HOOFDSTUK IX. - Residentiële privénetten Art. 30.§ 1. Enkel de distributienetbeheerder is bevoegd om de aansluiting van een privénet op zijn distributienet te aanvaarden. Hij doet het op verzoek van de verantwoordelijke van het privénet (de eigenaar van het privé-net of de persoon die daartoe gemachtigd is), als hij de afnemers van het privénet niet via zijn eigen distributienet kan bevoorraden, onder voorwaarden die rekening houden zowel met het technisch en economisch belang van de betrokken afnemers als met de eisen inzake rechtszekerheid in verband met de uitvoering van vereiste werken, onder meer inzake de plaatsing van aansluitingsinstallaties in privélocaties.
Deze goedkeuring door de distributienetbeheerder vloeit voort uit objectieve en niet-discriminerende criteria en betreft de twee volgende aspecten : - de veiligheid : het privénet brengt de veiligheid van het net van de distributienetbeheerder en zijn interveniënten niet in gevaar. Indien nodig kan de distributienetbeheerder zijn goedkeuring pas geven als het privé-net op technisch vlak voldoet aan de voorschriften van het desbetreffende bestek en voor zover later een valideringsverslag van een erkend controleorgaan overgelegd wordt; - geldigheid van de meetapparaten. Indien nodig kan de distributienetbeheerder de vervanging en/of de verzegeling van de meters opleggen, met dien verstande dat een privé-net van een aftrektelsysteem moet worden voorzien.
De distributienetbeheerder geeft de verantwoordelijke van het privénet en de "CWaPE" officieel kennis van zijn beslissing tot goedkeuring of van zijn gemotiveerde weigering. Als een netbeheerder een privé-net officieel heeft aangesloten op zijn distributienet, wordt dit privénet geacht deel uit te maken van zijn net. § 2. De distributienetbeheerder en de beheerder van het privénet sluiten een overeenkomst die onder meer de volgende punten bevat : - de eventuele modaliteiten voor de bezoldiging van de beheerder van het privénet; - de lijst van de stroomafwaartse afnemers en de EAN nummers toegewezen door de distributienetbeheerder aan de in aanmerking komende afnemers; - de modaliteiten voor de opvang van nieuwe afnemers, die zich enkel met de instemming van de distributienetbeheerder op het privé-net mogen aansluiten; - de beperkingen van het privénet - de verbintenissen van de partijen inzake exploitatie, onderhoud en ontwikkeling van het net, met inbegrip van de telling; - de eventuele meerekening van de reactieve energie; - de lijst van de telgegevens; - in voorkomend geval, de modaliteiten inzake plaatsing en beheer van de budgetmeters; - de praktische modaliteiten indien een toegang zou worden opgeschort overeenkomstig artikel 145, 4°.
Deze overeenkomst mag geenszins de wettelijke verplichtingen inperken die de distributienetbeheerder moet vervullen krachtens het decreet en de desbetreffende uitvoeringsbesluiten. § 3. De bouw van een nieuw privénet behoeft de voorafgaandelijke instemming van de distributienetbeheerder die de technische voorschriften van het desbetreffende bestek kan opleggen en die tijdens de uitvoering van de werken over een controlerecht beschikt. Art. 31.§ 1. Als de stroomafwaartse afnemer op een privénet aangesloten is, heeft hij de facto toegang tot het distributienet en wordt hij met een laagspanningsafnemer gelijkgesteld. § 2. De meteraflezing wordt op de vereiste tussentijden uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van de distributienetbeheerder en volgens de modaliteiten omschreven in de overeenkomst bedoeld in artikel 30, § 2. Het verschil tussen de som van het verbruik van de stroomafwaartse afnemers en het verbruik gemeten door de distributienetbeheerder aan het hoofd van het privénet wordt geacht het eigen verbruik van de verantwoordelijke van het privé-net te zijn, alsook zijn netverliezen, waarvoor de verantwoordelijke van het privénet een contract met een leverancier moet sluiten volgens de modaliteiten van artikel 127. § 3. De distributienetbeheerder beschouwt de verantwoordelijke van het privénet als de vertegenwoordiger van zijn netafnemers voor elk vraagstuk betreffende de toegang tot het net. In geval van een al dan niet geplande onderbreking van de toegang van het gehele privé-net tot het distributienet, informeert de distributienetbeheerder enkel de verantwoordelijke van het privé-net en pleegt hij enkel met hem overleg. De verantwoordelijke van het privé-net informeert op zijn beurt elke stroomafwaartse afnemer. De informatie van elke evenwichtsverantwoordelijke valt onder de verantwoordelijkheid van de distributienetbeheerder. § 4. Wat betreft het beheer van zijn net en de kwaliteit van de geleverde spanning zijn de verplichtingen van de verantwoordelijke van het privé-net dezelfde verplichtingen als die waarin dit reglement voor de distributienetbeheerders voorziet.
TITEL II. - Planningscode HOOFDSTUK I. - Gegevens met het oog op de vaststelling van een aanpassingsplan Art. 32.In het kader van de operationele regels voor het technisch beheer van de elektriciteitsstromen, leggen de distributienetbeheerder en de "CWaPE" de praktische overlegmodaliteiten vast met het oog op het opmaken van een aanpassingsplan m.b.t. zijn net op grond van de in deze titel bedoelde informatie. Art. 33.§ 1. Het opmaken van een aanpassingsplan m.b.t. het distributienet om het beheer van de elektriciteitsstromen die in dit laatste aanwezig zijn, te verbeteren en om de problemen te verhelpen die een gevaar zijn voor de veiligheid en de continuïteit van de elektriciteitsvoorziening, bevat de volgende fasen : - een gedetailleerde raming van de behoeften van het distributienet, enerzijds inzake de capaciteit van energietransmissie en, anderzijds inzake de veiligheid, de betrouwbaarheid en de continuïteit van de dienst; - de analyse van de middelen die nodig zijn om aan die behoeften te voldoen; - de vergelijking van de noodzakelijke middelen met de bestaande middelen; - de opsomming van de werken en investeringen noodzakelijke om het distributienet aan te passen teneinde de ontmoete problemen te verhelpen; - de vaststelling van een verwezenlijkingsplanning. § 2. Daartoe worden volgende acties ondernomen : 1° elke distributienetbeheerder deelt uiterlijk 2 mei de informatie bedoeld in het eerste lid mee aan de "CWaPE" (of bewijst dat het plan dat het vorige jaar door de Waalse Regering goedgekeurd werd, geen enkele aanpassing vereist);2° de distributienetbeheerder spreekt met de "CWaPE" een datum in mei af voor het voorleggen van zijn plan;3° de "CWaPE" gaat dan over tot het onderzoek van het plan en kan vereisen dat de distributienetbeheerder de informatie en verantwoordingen meedeelt die zij nodig acht.Ze brengt hem op de hoogte van haar advies uiterlijk 1 juli; 4° de distributienetbeheerder past eventueel zijn plan aan en maakt vóór 1 september de definitieve versie van zijn plan over aan de "CWaPE" in twee exemplaren;5° de CWaPE maakt onverwijld één van de exemplaren, samen met diens eventuele commentaar, aan de minister over;6° na goedkeuring door de Waalse Minister, wordt het plan toegepast vanaf 1 januari van het volgende jaar. HOOFDSTUK II. - Planningsgegevens Afdeling 1. - Algemeen
Art. 34.De planningsgegevens omvatten o.a. de gegevens opgenomen in bijlage I bij dit reglement, aangeduid met de afkorting "P" of met "Alle" in de kolom "Doel". Art. 35.De distributienetgebruiker of, in voorkomend geval, de leverancier, overeenkomstig artikel 38, is gehouden de planningsgegevens overeenkomstig deze Titel aan de distributienetbeheerder over te maken volgens zijn best mogelijke inschatting. Afdeling 2. - Kennisgeving
Art. 36.De distributienetgebruiker met een aansluitingsvermogen groter dan 2 MVA, of zijn leverancier stelt elk jaar vóór 31 december de distributienetbeheerder in kennis van zijn beste raming van de volgende planningsgegevens die betrekking hebben op de drie volgende jaren : 1° de vooruitzichten inzake het maximaal af te nemen vermogen (kW, kVAr) op jaarbasis, met aanduiding van de verwachte trendbreuken;2° de beschrijving van de jaarlijkse belastingscurve van het af te nemen actief vermogen. Een trend van die gegevens voor de twee volgende jaren, d.w.z. over vijf jaar, wordt ook ter informatie overgemaakt aan de distributienetbeheerder. Art. 37.De distributienetgebruiker waarvan de installaties productie-eenheden omvatten of zullen omvatten met een totaal netto ontwikkelbaar vermogen per injectiepunt van minstens 2 MVA, stelt elk jaar vóór 31 december, de distributienetbeheerder in kennis van de volgende planningsgegevens die betrekking hebben op de drie komende jaren : 1° het maximaal netto ontwikkelbaar vermogen, de beschrijving van de verwachte belastingscurve, de technische gegevens, de operationele grenzen en het regelgedrag van de diverse ingeschakelde of in te schakelen productie-eenheden;2° de productie-eenheden die uit dienst zullen genomen worden en de voorziene datum van de uitschakeling. Een raming van die gegeven betreffende de twee volgende jaren, d.w.z. over vijf jaar, wordt ter informatie overgemaakt aan de distributienetbeheerder. Art. 38.Voor de distributienetgebruikers die niet bedoeld zijn in de artikelen 36 en 37 is het de leverancier die voor het geheel van dergelijke distributienetgebruikers waarvoor hij toegangscontracten heeft ondertekend, elk jaar vóór 31 december de distributienetbeheerder in kennis stelt van de volgende planningsgegevens die betrekking hebben op de twee komende jaren : 1° de vooruitzichten inzake het maximaal af te nemen of te injecteren vermogen (kW, kVAr) op jaarbasis, met aanduiding van de verwachte trendbreuken voor elk netgedeelte, zoals bepaald door de distributienetbeheerder;2° de beschrijving van de jaarlijkse belastingscurve van het af te nemen actief vermogen. Art. 39.De kennisgeving van de planningsgegevens bedoeld in de artikelen 36, 37 en 38 gebeurt volgens de tabel bedoeld in bijlage I bij dit reglement. Art. 40.De distributienetgebruiker of de leverancier kan, in voorkomend geval, de distributienetbeheerder in kennis stellen van alle andere nuttige informatie die niet opgenomen is in bijlage I bij dit reglement. Art. 41.De plicht tot kennisgeving van de planningsgegevens bedoeld in de artikelen 36 en 37 geldt eveneens voor de toekomstige distributienetgebruikers bij het indienen van hun aanvraag tot aansluiting. Art. 42.§ 1. In geval de distributienetbeheerder van oordeel is dat de kennisgeving van de planningsgegevens onvolledig, onnauwkeurig of onredelijk is, verifieert de distributienetgebruiker, op aanvraag van de distributienetbeheerder, de betrokken gegevens en maakt de aldus gevalideerde informatie over alsook bijkomende gegevens die deze laatste nuttig acht. § 2. De distributienetbeheerder kan bijkomende gegevens, niet voorzien in dit reglement, opvragen bij de distributienetgebruiker of elke betrokken partij om zijn verplichtingen na te komen. Dit verzoek wordt gemotiveerd. § 3. Na raadpleging van de distributienetgebruiker of de leverancier bepaalt de distributienetbeheerder de redelijke termijn waarbinnen de gegevens bedoeld in § 1 en § 2 overgemaakt moeten worden door de distributienetgebruiker of de leverancier aan de distributienetbeheerder. Art. 43.De netbeheerders komen onderling de vorm en de inhoud overeen van de gegevens die zij wederzijds moeten uitwisselen voor het opstellen van het investeringsplan, evenals de te respecteren termijnen. Art. 44.De distributienetbeheerder zorgt voor de volledige en geloofwaardige aard van de gegevens meegedeeld door de distributienetgebruikers vóór het opmaken van een aanpassingsplan.
TITEL III. - Aansluitingsplan HOOFDSTUK I. - Technische aansluitingsvoorschriften Afdeling 1. - Algemeen
Art. 45.§ 1. Deze titel is van toepassing op : 1° de aansluitingsinstallaties;2° de installaties van de distributienetgebruiker die een niet verwaarloosbare invloed hebben op het functioneren van het distributienet, de aansluiting(en) of de installaties van een andere distributienetgebruiker;3° voor de installaties die door een rechstreekse lijn aangesloten zijn en voor de installaties die deel uitmaken van een rechtstreekse lijn;4° voor alle koppelingen met de andere netten. § 2. De installaties van de meetinrichting behoren tot de aansluiting.
Ze maken het voorwerp uit van Titel V wat betreft de technische specificaties, het gebruik, het onderh …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.