Koninklijk besluit betreffende de levensverzekeringsactiviteit
Kort samengevat
Dit Koninklijk Besluit regelt de levensverzekeringsactiviteit in België en vervangt een eerder besluit uit 1992. Het is opgesteld ter uitvoering van verschillende wetten en richtlijnen, waaronder die betreffende de controle van verzekeringsondernemingen en aanvullende pensioenen.
Wat het reguleert
- Regels voor levensverzekeringsverrichtingen in België en in het buitenland.
- Aanpassing van regels voor groepsverzekeringen en invoering van regels voor individuele pensioentoezeggingen.
- Specifieke bepalingen voor tak 23 (beleggingsfondsen), afgezonderde fondsen, tontineverrichtingen (tak 25) en kapitalisatieverrichtingen (tak 26).
- Regels voor het beheer van collectieve pensioenfondsen (tak 21, 23 of 27).
Wie het betreft
- Verzekeringsondernemingen die levensverzekeringsactiviteiten uitoefenen in België.
- Verzekeringnemers en verzekerden van levensverzekeringen.
Kernpunten
- De reglementering wordt uitgebreid tot het beheer voor eigen rekening (tak 21 of 23), tontineverrichtingen (tak 25), kapitalisatieverrichtingen (tak 26) en beheer voor rekening van derden (tak 27).
- De polis moet aangeven in welke mate en voor welke duur de technische grondslagen van de tarifering gewaarborgd zijn.
- Bij niet-betaling van de premie voor tijdelijke verzekeringen bij overlijden met periodieke constante premies, worden de overeenkomsten opgezegd.
- De polis moet voortaan vermelden hoe de reductievergoeding wordt berekend.
Wettekst
LAG AAN DE KONING Sire, Wij hebben de eer het bijgevoegde ontwerp van koninklijk besluit voor te leggen aan Uwe Majesteit, dat opgesteld is ter uitvoering van de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden
de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen
het belastingstelsel van die pensioenen
van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid type wet prom. 28/04/2003 pub. 16/11/2010 numac 2010000643 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de aanvullende pensioenen
het belastingstelsel van die pensioenen
van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de aanvullende pensioenen.. Dit ontwerp vervangt het koninklijk besluit van 17 december 1992 betreffende de levensverzekeringsactiviteit, hierna « besluit-Leven van 1992 » genoemd. De vervanging van het besluit van 17 december 1992 door het huidige besluit steunt op het feit dat er talrijke wijzigingen in aangebracht zijn. Dit ontwerp heeft als doel : 1. de regels vast te leggen inzake verrichtingen in België
in het buitenland, in overeenstemming met richtlijn 2002/83/EG het Europees Parlement
de Raad van 5 november 2002 betreffende levensverzekering.Hiertoe : - dienen de bepalingen te worden vastgesteld die niet meer van toepassing zijn op de verzekeringsondernemingen die hun hoofdkantoor in een van de landen van de Gemeenschap hebben, met uitzondering van België; - dient de activiteit van de Belgische verzekeringsondernemingen buiten het nationale grondgebied te worden gereglementeerd; 2. het hoofdstuk in verband met de groepsverzekering aan te passen
een nieuw hoofdstuk voor de individuele pensioentoezegggingsverzekering in te voeren om rekening te houden met de bepalingen van de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen
het belastingstelsel van die pensioenen
van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid type wet prom. 28/04/2003 pub. 16/11/2010 numac 2010000643 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de aanvullende pensioenen
het belastingstelsel van die pensioenen
van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de aanvullende pensioenen
het belastingstelsel van die pensioenen
van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid., hierna de WAP genoemd; 3. de volgende regels
bepalingen in te voeren : - voor tak 23, gelijkaardige regels als die inzake interne externe fondsen in de bankreglementering (I.C.B.); - bepalingen betreffende de afgezonderde fondsen; - bepalingen betreffende de tontineverrichtingen (tak 25). Deze verrichtingen mogen al dan niet met beleggingsfondsen verbonden zijn; - bepalingen betreffende de kapitalisatieverrichtingen (tak 26); - bepalingen betreffende het beheer van collectieve pensioenfondsen voor eigen rekening (tak 21 of 23) of voor rekening van derden (tak 27). Sommige bepalingen van het besluit-Leven van 1992 zijn niet overgenomen. Het betreft hier de bepalingen die betrekking hebben op : - de gewaarborgde rentevoet die hoger is dan de referentierentevoet die geldt voor nog te vestigen prestaties (jaarpremies); deze bepaling is strijdig met de eerder vermelde levensrichtlijn 2002/83/EG; - het bezorgen aan de Commissie voor het Bank- Financier-
Assurantiewezen (CBFA) van documenten, namelijk de polismodellen, de groepsverzekeringsreglementen
bijgevolg de financieringsplannen, aangezien de eerder vermelde levensrichtlijn 2002/83/EG niet meer toelaat dat deze documenten stelselmatig opgevraagd worden; - de techniek van de minimumfinanciering voor de groepsverzekering, die in de stelsels van het type "vaste prestaties" gebruikt wordt bij individuele kapitalisatie. Een stelsel dat kan leiden tot een ontoereikende financiering van de in de WAP omschreven verworven rechten, kan immers niet worden toegelaten; - de zesmaandelijkse melding aan de CBFA van de weigeringen tot betaling. Deze bepaling heeft geen onmiddellijk nut. Zo nodig hebben de verzekerden of de begunstigden nog altijd de mogelijkheid om een klacht in te dienen bij de CBFA; - de aan de tussenpersonen toegekende commissielonen, die geen afbreuk mogen doen aan de waarborgen die met verzekeringsverrichtingen verbonden zijn. Deze bepaling is opgeheven omdat er een controle op de rendabiliteit bestaat. Alleen de artikelen van het ontwerpbesluit die commentaar behoeven worden hierna besproken. HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied (artikelen 1 tot 4) Artikel 2 Het toepassingsgebied van de reglementering betreffende de levensverzekering wordt uitgebreid tot het beheer voor eigen rekening (tak 21 of 23), de tontineverrichtingen (tak 25), de kapitalisatieverrichtingen (tak 26)
het beheer voor rekening van derden (tak 27). De verrichtingen van de takken 25
26 zijn tot nu toe nog nooit gereglementeerd geweest, hoewel ze voorkomen in de indeling van de risico's per groep van activiteit
per tak, die als bijlage I bij het koninklijk besluit van 22 februari 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/02/1991 pub. 08/09/2005 numac 2005000468 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling sluiten houdende algemeen reglement betreffende de controle der verzekeringsondernemingen gevoegd is. Deze verrichtingen worden momenteel nog niet uitgevoerd door de verzekeringsondernemingen die in België gevestigd zijn maar worden wel al aangeboden op onze markt in het kader van het vrij verrichten van diensten. Het is dus absoluut noodzakelijk dat de reglementering betreffende de levensverzekeringsactiviteit uitgebreid wordt tot de voornoemde takken. Zo kunnen er regels vastgesteld worden voor de verzekeringsondernemingen die in België toegelaten zijn
die deze takken zouden willen uitoefenen
kan er ook bescherming geboden worden aan de betrokken verzekeringnemers
de verzekerden, wat ook de herkomst is van de verzekeringsonderneming waarmee de overeenkomst gesloten wordt. Het ontwerp van koninklijk besluit bevat
kele specifieke bepalingen voor deze takken maar gezien de aard van de verrichtingen zijn uiteraard niet alle regels van het ontwerp van toepassing op deze takken. Zo zijn de regels betreffende de voorvalswetten bijvoorbeeld niet van toepassing voor de kapitalisatie. Uit dit artikel volgt dat
kel rechtstreekse verzekeringsverrichtingen bedoeld worden door dit besluit. Artikel 4 Het derde lid vermeldt welke bepalingen niet van toepassing zijn op de verzekeringsondernemingen die hun hoofdkantoor in een van de landen van de Gemeenschap hebben, met uitzondering van België. De andere bepalingen zijn van algemeen belang
moeten dus worden nageleefd door alle verzekeringsondernemingen die in België bedrijvig zijn. HOOFDSTUKKEN II
III. Onderschrijving van de verzekeringsovereenkomst Uitvoering van de overeenkomst (artikelen 5 tot 21) Om overlapping met de wet op de landverzekeringsovereenkomst te vermijden, zijn sommige bepalingen niet opgenomen in dit ontwerp. Het gaat om de volgende bepalingen : - de ondertekening van een voorstel verbindt de partijen niet tot het sluiten van de overeenkomst (artikel 4 - wet op de landverzekeringsovereenkomst); - het overhandigen aan de verzekeringnemer door de verzekeringsonderneming, bij het sluiten van de overeenkomst, van een afschrift van de inlichtingen die hij aan de verzekeringsonderneming heeft meegedeeld (artikel 10, § 3 - wet op de landverzekeringsovereenkomst); - de inwerkingtreding van de overeenkomst (artikel 10, § 2, 1° - wet op de landverzekeringsovereenkomst); - het oorlogsrisico (artikel 9 - wet op de landverzekeringsovereenkomst). Artikel 6, b) De tekst van artikel 4, § 2, b) van het besluit-Leven van 1992 geschrapt om dat strijdig bleek te zijn met de eerder vermelde levensrichtlijn 2002/83/EG. (Arrest van 5 maart 2002 van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen in de zaak C-386/00 tussen Axa Royale Belge
Georges Ochoa / Stratégie Finance Sprl) Artikel 8 De inlichtingen die in dit artikel 8 opgesomd worden, komen bovenop de inlichtingen die vermeld zijn in artikel 15 van het koninklijk besluit van 22 februari 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/02/1991 pub. 08/09/2005 numac 2005000468 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling sluiten houdende algemeen reglement betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. Artikel 8, §§ 1, 2
3 Om de transparantie van de levensverzekeringsovereenkomsten te vergroten is artikel 6 § 1 van het besluit-Leven volledig herschreven, zodat de verzekeringnemer de meest relevante informatie krijgt volgens het type van product dat hij onderschreven heeft In § 3 worden,
erzijds, de Universal Life-overeenkomsten van tak 21 bedoeld waarin de verzekerde kapitalen in geval van leven nog niet kunnen worden opgegeven ten gevolge van bijvoorbeeld het afhouden van de overlijdenspremie van de reserve
, anderzijds, de overeenkomsten verbonden met beleggingsfondsen. De afwijkingen waarin voorzien is in artikel 6 § 1 van het besluit-Leven van 1992 betreffende de groepsverzekering
de beleggingsfondsen, worden vermeld in de desbetreffende hoofdstukken. Artikel 8, § 5 et 6 Bedoeling van deze paragrafen is dat de reclame
de aanbiedingen die van de verzekeringsondernemingen uitgaan, bruikbare inlichtingen over de aangeprezen producten zouden artikel bevatten. Artikel 9, § 1 De tekst van artikel 7,§ 1, van het besluit-Leven van 1992, betreffende de mogelijkheid om de overeenkomst op te zeggen binnen dertig dagen, te rekenen vanaf de inwerkingtreding ervan,, is aangepast om rekening te houden met de verrichtingen die verbonden zijn met een beleggingsfonds
met de in artikel 24, § 2, tweede lid
§ 3bedoelde verrichtingen.
Het spreekt vanzelf dat de verzekeringsonderneming bij de verrichtingen verbonden met beleggingsfondsen ook de bedragen verbruikt om het overlijdensrisico te dekken, mag afhouden. Artikel 9, § 2 Voor de overeenkomsten die onderschreven zijn ter dekking of voor het opnieuw samenstellen van een krediet, is de termijn van 15 dagen waarin voorzien was in § 2 van artikel 7 van het besluit-Leven van 1992 verlengd tot 30 dagen, naar analogie met § 1. Artikel 10, § 2 Deze tekst bepaalt dat de polis aangeeft in welke mate
voor welke duur de technische grondslagen van de tarifering gewaarborgd zijn. Wanneer hierover niets gezegd wordt in de polis, maar het bedrag van de premies
van de verzekerde prestaties vastgesteld wordt in de bijzondere voorwaarden, houdt bovenvermelde tekst in dat de technische grondslagen die voor de tarifering gebruikt worden, voor de volledige looptijd van de overeenkomst gewaarborgd zijn. Wanneer er niet gepreciseerd wordt welke technische grondslagen gebruikt moeten worden voor de waarborgverhogingen die voorvloeien uit de in de overeenkomst vastgestelde indexaties, worden al deze verhogingen berekend met behulp van de oorspronkelijke technische grondslagen. Artikel 13, § 1 Gezien de lage reductiewaarden voor de tijdelijke verzekeringen bij overlijden met periodieke constante premies, wordt deze paragraaf aangepast om de verzekeringsondernemingen toe te laten in dit type van overeenkomsten vast te leggen dat de verzekeringnemer geen recht heeft op een reductie van de overeenkomst zoals dat het geval is in andere landen. Om eventueel misbruik vanwege de verzekeringsondernemingen te vermijden, geldt deze afwijking echter
kel voor de verrichtingen waarvoor de premies betaalbaar zijn gedurende een periode die langer is dan de helft van de looptijd van de overeenkomst. Artikel 14 Dit artikel bepaalt dat in geval van niet-betaling van de premie voor de tijdelijke verzekeringen bij overlijden met periodieke constante premies, de overeenkomsten opgezegd worden; ook de datum waarop de opzegging uitwerking heeft, wordt in dit artikel vastgelegd. Artikel 15, § 2, 2° Het verzenden van een gewone brief in plaats van een aangetekende brief volstaat wanneer de theoretische afkoopwaarde kleiner is dan 25 euro. Hiermee wordt vermeden dat de verzekeringsonderneming kosten oploopt voor lage afkoopwaarden. Artikel 15, § 4 De polis moet voortaan vermelden op welke wijze de reductievergoeding berekend wordt, zodat de verzekeringnemer op de hoogte is van het bestaan
van de berekeningswijze van deze vergoeding. Artikel 17, § 1 Er is een beperking van het recht op afkoop ingesteld voor de gevallen waarin andere reglementeringen de afkoop verbieden, bijvoorbeeld de verrichtingen bedoeld in het koninklijk besluit van 14 mei 1969 betreffende de toekenning van buitenwettelijke voordelen aan de werknemers bedoeld bij koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust-
overlevingspensioen voor werknemers. Gezien de lage afkoopwaarden voor de tijdelijke verzekeringen bij overlijden met periodieke constante premies, wordt deze paragraaf aangepast om de verzekeringsondernemingen toe te laten in dit type van overeenkomsten vast te leggen dat de verzekeringnemer geen recht heeft op afkoop van zijn overeenkomst, zoals dat het geval is in andere landen. Om eventueel misbruik vanwege de verzekeringsondernemingen te vermijden, geldt deze afwijking echter
kel voor de verrichtingen waarvoor de premies betaalbaar zijn gedurende een periode die langer is dan de helft van de looptijd van de overeenkomst. De afkoop van de overeenkomst is overigens moeilijk te verenigen met de filosofie van de tontineverrichtingen. Het is dus niet aangewezen stelselmatig een recht op afkoop te geven aan de verzekeringnemers. Artikel 17, § 4 Deze paragraaf, die betrekking heeft op de datum waarop de afkoop uitwerking heeft, is uitgebreid tot de verrichtingen bedoeld in artikel 24, § 2, tweede lid,
§ 3
,
tot de verrichtingen die verbonden zijn met een beleggingsfonds. Artikelen 19
20 De door deze artikelen bedoelde theoretische afkoopwaarde is deze die niet gecorrigeerd wordt krachtens artikel 30, § 2, laatste lid. Overigens zijn de bepalingen van de laatste zin van artikel 19, 5°
van de laatste zin van artikel 20, 8° overgenomen van het koninklijk besluit van 30 april 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/04/1999 pub. 16/07/1999 numac 1999011195 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 17 december 1992 betreffende de levensverzekeringsactiviteit sluiten ter wijziging van het koninklijk besluit van 17 december 1992 betreffende de levensverzekeringsactiviteit op één wijziging na. Om zo de ambiguïteit die de hoger vermelde tekst met zich meebracht, namelijk met het volgend boekjaar kon zowel het boekjaar van de verdeling als het boekjaar van de toekenning bedoeld worden, werden de woorden « tijdens het volgende boekjaar » vervangen door de woorden « betreffende het lopende boekjaar ». Artikel 21 De wederinwerkingstelling van de overeenkomsten moet geschieden op basis van de oude technische grondslagen. Zoniet zou er geen verschil zijn met de onderschrijving van een nieuwe verzekeringsovereenkomst
zou dit artikel overbodig zijn. De mogelijkheid tot uitsluiting van zelfmoord gedurende het eerste jaar van de overeenkomst is uitgebreid tot het gedeelte van de prestaties die het voorwerp uitmaken van een wederinwerkingstelling, om de verzekeringsonderneming in staat te stellen zich tegen het antiselectierisico te beveiligen. HOOFDSTUK IV. - Tarieven, reserves
voorzieningen (artikelen 22 tot 31) Afdelingen 1
2. - Technisch dossier - Bepalingen inzake tarifering Artikel 23 Dit artikel voert een bepaling in die het publiek in staat stelt het technisch dossier
het winstdelingsplan te raadplegen. Artikel 24 § 1 bevat de basisprincipes in verband met de toereikendheid van de technische grondslagen
de §§ 2, 3
4 stellen de regels vast waaraan deze technische grondslagen moeten voldoen. § 1 vormt dus geen afwijking van de §§ 2, 3
- Deze tekst heeft overigens tot gevolg dat de verzekeringsondernemingen er niet mogen van uitgaan dat de toeslagen gedekt zijn door de geraamde winst. Artikel 24, § 2 De referentierentevoet is om prudentiële redenen teruggebracht tot 3,75 % sedert de inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 30 april 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/04/1999 pub. 16/07/1999 numac 1999011195 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 17 december 1992 betreffende de levensverzekeringsactiviteit sluiten. Voor de prestaties bij leven van de verrichtingen waarvan de duur niet langer is dan 8 jaar, wordt de technische rentevoet beperkt tot de spot rate voor dezelfde duur omdat de rentevoet van de markt voor deze verrichtingen lager kan zijn dan de technische referentierentevoet. De spot rate is de interne rendementsvoet voor een vaste verrichting die de betaling op de vervaldag van een prestatie inhoudt als tegenprestatie van één premie bij de aanvang. De berekeningswijze van de spot rate wordt bepaald in bijlage
- Deze beperking geldt
kel voor de prestaties bij leven aangezien bij prestaties bij overlijden vooral de sterftetafel
niet de rentevoet het tarief beïnvloedt. Alle munten die deelnemen aan de muntunie worden met de euro gelijkgesteld. Artikel 24, § 3 In dit artikel wordt gepreciseerd dat de referentierentevoet voor verrichtingen in een andere munt dan de euro, die is welke voortvloeit uit de regels van het land van de betrokken munt. Bij ontstentenis daarvan zijn de regels betreffende de verrichtingen in euro van toepassing. Artikel 24, § 5, 2°
§ 6
, 2° Voor de overlevings-
sterftekansen van de verrichtingen waarvan het risico in het buitenland gelegen is, baseert de reglementering zich op de sterfte in het land van het risico. Artikel 24, § 4, tweede lid De technische rentevoet die hoger is dan de technische referentierentevoet (hoge rentevoet) wordt momenteel bepaald op basis van een lineaire interpolatie van de actuariële rendementsvoeten van twee lineaire obligaties (olo's) waarvan de vervaldagen het dichtst bij het einde van de waarborg van de hoge rentevoet liggen. Het besluit-Leven van 1992 bepaalde evenwel dat de interesten jaarlijks herbelegd werden aan de technische referentierentevoet van 4,75 %. Om dit probleem in verband met de herbelegging te vermijden, wordt de vroegere wijze van vaststelling van deze rentevoet vervangen door de techniek van de spot rate. Alle munten die deelnemen aan de muntunie worden met de euro gelijkgesteld. Artikel 24, § 4, derde lid Voor de verrichtingen in een andere munt dan de euro wordt in een bepaling voorzien die analoog is aan die omschreven in het tweede lid. Artikel 24, § 7 De oude tekst bevatte geen
kele beperking voor de sterfte- of overlevingskansen die gedurende ten hoogste 3 jaar konden worden gewaarborgd, op voorwaarde dat voldoende levensverzekeringsvoorzieningen werden aangelegd. Uit veiligheidsoverwegingen beperkt het ontwerp deze kansen tot die welke afgeleid zijn uit de sterftetafels die voortvloeien uit de door de CBFA gepubliceerde statistieken betreffende het aantal verzekerde personen
het aantal overlijdens over 5 jaar. Artikel 27 In de nieuwe context die door de eerder vermelde levensrichtlijn 2002/83/EG geschapen is, lijkt het niet meer aangewezen de structuur van de toeslagen te blijven reglementeren
in het bijzonder de elementen te bepalen waarop deze toeslagen van toepassing zijn. Om de eenheid van berekening van de afkoopwaarden te behouden, zijn evenwel regels ingevoerd betreffende het verbruik van deze toeslagen. In verband met de uittredewetten is er een punt toegevoegd, om rekening te houden met het feit dat er geen recht op afkoop
op reductie meer toegestaan wordt voor de tijdelijke verzekeringen bij overlijden met periodieke constante premies die betaalbaar zijn gedurende een periode die langer is dan de helft van de looptijd van de overeenkomst. Overdrachtsvergoedingen worden met uittredingstoeslagen of afkoopvergoedingen gelijkgesteld. De bepalingen van artikel 30, § 2 zijn dus eveneens van toepassing op deze vergoedingen. Artikel 28 Dit artikel beoogt de bijzondere vergoedingen, die te wijten zijn aan het doen of spijtig laten van de verzekeringnemer, de verzekerde of de begunstigde. Omwille van de volledigheid wordt aan dit artikel toegevoegd dat de polis de bijzondere uitgaven moet vermelden waarvan sprake is in dit artikel. Het is natuurlijk niet gerechtvaardigd om dergelijke vergoedingen te vragen wanneer de belanghebbenden
kel een recht uitoefenen in de voor de onderneming minst kostende omstandigheden (voorbeelden : reductie op aanvraag, aankondiging van het vervallen van een prestatie) of wanneer zij overgaan tot voor de verzekeringsonderneming aanvaardbare of nodige wijzigingen (wijziging van adres, aankondiging van het overlijden na begunstigde, wijziging van verzekeringscombinatie ten gevolge van een wijziging van de gezinstoestand,...). Afdelingen 3
4. - Reserves - Voorzieningen De bepalingen betreffende de reserves
de voorzieningen worden voor de duidelijkheid in twee afzonderlijke afdelingen behandeld.. Artikel 29 Dit artikel is aangepast op basis van de wijzigingen die aangebracht zijn in de bepalingen betreffende de toeslagen, waarvan
kel het verbruik nog wordt gereglementeerd. Aldus wordt in § 1 gepreciseerd dat het niet-verbruikte gedeelte van de toeslagen wordt opgenomen in de theoretische afkoopwaarde van de overeenkomst
in § 2, dat de terugbetaling van een quotiteit van de acquisitietoeslag bij afkoop of reductie vervangen wordt door een beperking van het verbruik ervan. De laatste zin van § 3 is gewijzigd om de dubbelzinnigheid op te heffen in het besluit-Leven van 1992. De bepaling die in dit besluit voorkwam maakte niet duidelijk of al dan niet een winstdeling kan worden toegekend in een andere combinatie dan die van de oorspronkelijke overeenkomst of hoe de tariefgrondslagen vastgesteld moeten worden die gebruikt worden voor de berekening van de actuele waarde ten gevolge van de verhoging van de prestaties. Om de in deze materie vastgestelde misbruiken te vermijden, is de reductievergoeding bovendien beperkt. Artikel 30, § 1 Voor de levensverzekeringsverrichtingen die verbonden zijn met een overlijdensverzekeringsverrichting worden de tarieven meestal vastgesteld op basis van een sterftetafel Overlijden. Het sterfteverlies dat vastgesteld wordt op het onderdeel leven van de verrichting wordt gecompenseerd door de winst op het onderdeel overlijden. Wanneer een verzekeringnemer een einde maakt aan het onderdeel overlijden van de verrichting, betekent dit voor de verzekeringsonderneming een sterfteverlies. Om te vermijden dat de financiële betrouwbaarheid van een verzekeringsonderneming om deze reden in het gedrang komt (vooral in groepsverzekeringen) bleek het noodzakelijk dat deze laatste de mogelijkheid krijgt de overeenkomst te reduceren met sterftetafels « Leven », door aan deze paragraaf een derde lid toe te voegen. Hierbij wordt het volgende principe gehanteerd : de berekening van de theoretische afkoopwaarde geschiedt op basis van de oorspronkelijke technische grondslagen
het gereduceerde kapitaal wordt berekend op basis van deze waarde, op grond van dezelfde technische grondslagen, met uitzondering van de sterftetafel « overlijden », die vervangen mag worden door een sterftetafel « leven ». Artikel 30, § 2 Terwijl het besluit-Leven van 1992 in geen
kele beperking voorzag van de afkoopvergoeding, lijkt het aangewezen opnieuw beperkingen in te voeren, op het gevaar af dat het recht op afkoop zelf in het gedrang komt. Voor de klassieke overeenkomsten is de beperking van vóór 1992 opnieuw ingevoerd, maar met de mogelijkheid voor de verzekeringsondernemingen om een vergoeding van 75 euro te eisen als compensatie voor de vaste kosten die de verzekeringsonderneming oploopt wanneer de verzekeringnemer afkoopt. Het laatste lid van deze paragraaf bevat bovendien een bijzondere bepaling inzake de afkoopvergoeding
met name voor de gevallen waarin de afkoop tijdens de eerste acht jaar van de overeenkomst gebeurt. Deze bepaling laat door het invoeren van een geldstraf toe de speculatierisico's te beperken, die erin bestaan overeenkomsten van lange duur te onderschrijven met het doel die na
kele jaren af te kopen in plaats van een overeenkomst van korte duur te onderschrijven. Artikel 30, § 3 Deze bepaling verbiedt de samenvoeging van de reductie-
afkoopvergoedingen bij afkoop van de overeenkomst binnen de maand die volgt op haar reductie. Artikel 31, § 1 Deze paragraaf vermeldt de regels van de eerder vermelde levensrichtlijn 2002/83/EG inzake voorzieningen. Artikel 31, § 3 Deze bepalingen slaan niet op de veiligheidsmarge die reeds in het tarief is inbegrepen, maar de ongunstige ontwikkeling van de gebruikte technische grondslagen die een onontbeerlijke aanpassing van de technische voorzieningen inhouden. Zij zijn dus van toepassing zowel bij de ontwikkeling van de financiële rendementen, bij de ontwikkeling van de sterfte of het overleven als bij de ontwikkeling van de beheerskosten... Dit paragraaf bevat ook een bijzondere regel betreffende de ongunstige ontwikkeling van de financiële rendementen die stelt dat de verzekeringonderneming een aanvullende voorziening dient samen te stellen zodra de gewaarborgde rentevoet 80 % van de gemiddelde rentevoet over de laatste 5 jaar van de OLO's op 10 jaar met meer dan 0,1 % overschrijdt. Dit geldt voor de overeenkomsten waarvoor de gewaarborgde rentevoet vastgesteld is krachtens de bepalingen van artikel 24, §§ 2 et 3. Het gaat om een permanente regel. De berekeningswijze van de samen te stellen aanvullende voorziening
van haar samenstelling wordt in bijlage 5 vastgelegd. Deze bepaling is overgenomen uit het koninklijk besluit van 30 april 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/04/1999 pub. 16/07/1999 numac 1999011195 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 17 december 1992 betreffende de levensverzekeringsactiviteit sluiten, maar met dit verschil dat er bij de terugneming van voorzieningen rekening gehouden wordt met de vereffende overeenkomsten. De rentevoet van 90% is ingevoerd om een dubbele terugneming van de voorzieningen voor deze overeenkomsten te vermijden. Artikel 31, § 4 Deze bepaling is niet van toepassing op de verrichtingen met betrekking tot de in België gelegen risico's aangezien de voorwaardelijke winstdeling verboden is voor die verrichtingen. HOOFDSTUK V. - Winstdeling (artikelen 32
33) Aangezien het algemeen reglement de gelijkaardige bepalingen voor de levensverzekering
de verzekering niet-leven samengebracht heeft, zijn sommige bepalingen niet meer opgenomen in dit ontwerp. Het gaat om de bepalingen betreffende : - het gebruik van winstdelingsstelsels met betrekking tot de vastgestelde sterfte; - het bezorgen van het winstdelingsplan aan de CBFA; - het verbod winstdelingen toe te kennen die de inbreng van buitenlandse hulpbronnen vereisen; - de inhouding van elke toegekende winstdeling op het winstdelingsfonds met betrekking tot de vorige boekjaren. Artikel 32 Het feit dat geen
kele winstdeling mag worden gewaarborgd betekent niet dat de verzekeringsonderneming niet mag beloven dat zij een bepaald percentage van haar winst zal uitkeren. Artikel 33 § 1 Voor de verrichtingen bedoeld in het koninklijk besluit van 14 mei 1969 betreffende de toekenning van buitenwettelijke voordelen aan de werknemers bedoeld bij koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust-
overlevingspensioen voor werknemers moet er echter voorzien worden in een afwijking. Dit koninklijk besluit laat immers toe dat de verzekeringsonderneming het repartitiefonds geheel of gedeeltelijk terugneemt om een tekort in het reservefonds aan te vullen. Artikel 33, § 2 Het eerste lid impliceert dat de wijzigingen aan een overeenkomst tijdens een boekjaar (afkoop, reductie, op eindvervaldag komen, overlijden...) hebben geen invloed op de toewijzingsregels voor de winstdeling betreffende het vorige boekjaar. Ingeval de winstdeling van het vorig boekjaar nog niet bepaald is bij het uitdoven van de overeenkomst, zal de toekenning volgens een approximatieve regel geschieden door naar de toekenning voor de vorige boekjaren te verwijzen. Het tweede lid is ingevoerd om te beletten dat de als winstdeling verdeelde som die ten belope van een vijfde niet noodzakelijk moet worden toegekend in de loop van het boekjaar dat volgt op de verdeling, tot in het oneindige door de verzekeringsonderneming zou worden geaccumuleerd. Deze zal voortaan verplicht zijn elk jaar ten minste een achtste van de als winstdeling verdeelde maar niet toegekende som uit te keren. Artikel 33, § 3 Behalve voor de levensverzekeringsovereenkomsten die verbonden zijn met een hypothecaire lening waarvoor de verzekeringsonderneming een voorkeursrentevoet toekent, verbiedt deze bepaling de voorwaardelijke winstdeling. Dit verbod steunt op de volgende overwegingen : - deze praktijk zou in zekere zin een bestraffing zijn die bovenop andere bestraffingen zoals de afkoop- of de reductievergoedingen komt; - over het algemeen is het recht op winstdeling reeds afhankelijk van bepaalde vereisten zoals drempels (minimale verzekerde kapitalen, minimumpremies), die in de toekomst behouden kunnen blijven. De bepalingen van deze paragraaf wijzigen uiteraard niet het voorwaardelijke karakter van de winstdelingen die voorkomen in de overeenkomsten die onderschreven zijn vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit. De uitzondering voor de hypothecaire leningen steunt op het feit dat de verzekeringsonderneming een voorkeursrentevoet toekent voor dit soort lening. Het is uiteraard de winstdeling met betrekking tot de verzekeringsprestatie, ten belope van de hoogte van de lening, die voorwaardelijk zal kunnen zijn. HOOFDSTUK VI. - Collectieve overeenkomsten (artikelen 34
35) Dit hoofdstuk blijft ongewijzigd. HOOFDSTUK VII. - Samengevoegde overeenkomsten (artikelen 36
37) Artikel 36 De oude tekst blijft behouden, maar er is een bijkomende vereiste aan toegevoegd. Wanneer één verzekeringnemer verschillende verzekeringsovereenkomsten onderschrijft bij eenzelfde verzekeringsonderneming, moet de verzekeringsonderneming namelijk de regels toepassen die betrekking hebben op de samengevoegde overeenkomsten. In dit geval dient deze onderneming op die overeenkomsten de bepalingen van dit besluit toe te passen die betrekking hebben op de algemene voorwaarden, de technische grondslagen, de tarifering
de winstdeling, alsof het om één
kele overeenkomst zou gaan. In de andere gevallen gaat het
kel om een mogelijkheid. Deze verplichting werd ingevoerd omdat ze in sommige gevallen voordelig is voor de verzekeringnemers, in het bijzonder waar het de winstdeling betreft (toelatingsvoorwaarde voor hoge rentevoet) of in geval van afkoop (de forfaitaire straf éénmaal toegepast). HOOFDSTUK VIII. - Bruidsschats-
geboorteverzekeringen (artikel 38) Artikel 38 Dit artikel is opgesteld ter uitvoering van artikel 137 van de wet op de landverzekeringsovereenkomst waarin vastgesteld wordt dat "de Koning bepaalt in hoever
volgens welke regels de bepalingen van deze wet die betrekking hebben op de levensverzekeringsovereenkomsten ook van toepassing zullen zijn op persoonsverzekeringsovereenkomsten tot uitkering van een vast bedrag waarbij het zich voordoen van het verzekerde voorval niet uitsluitend afhangt van de menselijke levensduur". HOOFDSTUK IX. - Aanvullende verzekeringen (artikelen 39 tot 42) De bepalingen van het besluit-Leven van 1992 betreffende de opzegging
de laattijdige aangifte van het schadegeval ten gevolge van een geval van overmacht, zijn niet overgenomen omdat zij in de wet op de landverzekeringsovereenkomst voorkomen. Artikel 39 Uit de aard van het besluit-Leven van 1992 blijkt dat de personenverzekeringsverrichtingen die betrekking hebben op een bijkomend risico bij de verrichtingen bedoeld in artikel 2, 1°
2°, gericht moeten zijn op de uitkering van een vast bedrag om als aanvulling op een levensverzekering te kunnen worden beschouwd. Aangezien deze interpretatie betwist werd, is deze bepaling ingevoerd om aan elke dubbelzinnigheid op dit vlak een einde te maken. Artikel 40 Het 1ste lid van artikel 45 van het besluit-Leven van 1992 is gewijzigd om duidelijk te maken dat dit artikel niet alleen geldt voor de levensverzekeringsverrichtingen maar ook voor de verrichtingen i.v.m. bruidsschats-
geboorteverzekeringen. HOOFDSTUK X. - Groepsverzekeringen (artikelen 43 tot 56) Sommige bepalingen van het besluit-Leven van 1992 die betrekking hebben op de door een arbeidsovereenkomst verbonden werknemers zijn niet meer opgenomen in dit ontwerp om overlapping met de WAP te vermijden. Tevens werd de terminologie aangepast aan deze van de WAP. De bepalingen betreffende de volgende punten komen dus niet meer voor in dit ontwerp : - de verplichting om een reglement op te stellen dat de rechten
verplichtingen van de werkgever
van de personeelsleden omschrijft; - de aansluiting; - de vereffeningsvergoeding die niet ten laste van de aangeslotenen mag worden gelegd; het spreekt vanzelf dat het hier zowel gaat om de vergoeding die door de werkgever wordt opgelegd als om deze die door de verzekeringsonderneming wordt opgelegd. Bovendien is er in het ontwerp geen sprake meer van de mogelijkheid om het kenmerk van verworvenheid van de prestaties die voortvloeien uit de toelagen weg te laten indien de aangeslotene door de werkgever ontslagen wordt om dringende redenen. Deze bepaling was namelijk strijdig met bovenvermelde wet. Tenslotte is de bepaling betreffende de aanwijzing van de begunstigden weggelaten omdat zij in een technisch besluit niet thuishoort. Afdeling 1. - Groepsverzekeringsreglement - Aansluiting Artikel 43, §§ 1
2 De eerste paragraaf van dit artikel geeft een opsomming van de artikelen die niet van toepassing zijn op de groepsverzekering in het algemeen, terwijl de tweede paragraaf de bepalingen van artikel 54, § 2 van toepassing uitsluit op groepsverzekeringen die door publiekrechtelijke rechtspersonen onderschreven zijn
die bestemd zijn om het statutaire pensioenstelsel te verzekeren. Deze uitsluiting vloeit voort uit het feit dat de aangeslotenen geen recht hebben om ingeval van vertrek het recht op afkoop uit te oefenen omdat het statutaire wettelijke pensioenen betreffen. Artikel 45 Dit artikel, dat met
kele wijzigingen qua vorm is overgenomen uit het besluit-Leven van 1992, brengt alle vermeldingen bijeen die in het groepsreglement moeten voorkomen. Afdeling 2. - Vaste bijdragen - vaste prestaties Artikel 46 De
ige beperking die opgelegd wordt aan de plannen van het type « vaste prestaties » is dat ze geen
kele prestatie mogen bevatten die voortvloeit uit overeenkomsten die door de aangeslotenen individueel onderschreven zijn. Afdeling 3. - Financiering Artikel 47 § 1 Dit artikel houdt in dat er in tak 21 individueel getarifeerd moet worden
dat er in tak 23 individuele berekeningen gemaakt moeten worden voor de bijdragen of voor de prestaties die overeenstemmen met de bijdragen, voor de prestaties met betrekking tot de vastgestelde lasten, voor de verrichtingen bij overlijden
voor de aanvullende verzekeringen. Het tweede lid voorziet immers dat voor groepen waar een belangrijk aantal personen verzekerd zijn
dan nog
kel voor de werkgeverstoelagen, de tarifering geen rekening moet houden met de leeftijd van elke verzekerde afzonderlijk, maar wel met de gemiddelde leeftijd gewogen volgens de verzekerde kapitalen. Deze mogelijkheid is beperkt tot tijdelijke overlijdensverzekeringen met een looptijd niet langer dan één jaar. Deze mogelijkheid werd ingevoerd om een belangrijke niet verantwoorde administratieve kost te vermijden; zij is niet verantwoord omdat
erzijds de volledige kost voor de werkgever dezelfde zal zijn
er anderzijds geen
kel risico is voor het niveau van de veiligheid van de verrichting daar de looptijd van die verrichtingen niet langer is dan één jaar. Artikel 47, § 2 Om prudentiële redenen is het aangewezen een bepaling in te voeren die inhoudt dat de verzekeringsonderneming aan toekomstige aangeslotenen geen waarborg mag verlenen betreffende het tarief of betreffende verhogingen van de waarborg van de lopende overeenkomsten voor de groepsverzekeringen. Indien de maximale technische rentevoet zou dalen, zouden de nieuwe technische grondslagen onmiddellijk van toepassing zijn op de bovenvermelde gevallen; bij ontstentenis zou er een hoog renterisico op de verzekeringsonderneming rusten. Voor de sterftetafels kan een gelijkaardige redering toegepast worden. Artikel 48, § 2 Naast de wijzigingen qua vorm worden in 1° van dit artikel de elementen opgesomd die in aanmerking genomen worden voor de vaststelling van de actuele waarde van de verworven prestaties zoals bepaald in het reglement. In 2°, b) is de beperking van de teller
de noemer tot de in het reglement vastgelegde maximale erkende diensttijd
kel van toepassing op de werknemers die na 31 december 1995 in dienst zijn getreden
op de werknemers die in dienst getreden zijn vóór 1 januari 1996, van wie de rechten betrekking hebben op een pensioenstelsel dat ingevoerd is na 31 december 1995. Hierdoor worden tegenstrijdigheden met de overgangsmaatregelen van de WAP vermeden. In dit punt moet onder datum van aansluiting worden verstaan de datum van aansluiting bij het pensioenstelsel, wat nu in het artikel zelf wordt verduidelijkt. Om prudentiële redenen
naar analogie met de verlaging van de referentierentevoet van 4,75 % tot 3,75 %, is de technische rentevoet van 7 % teruggebracht tot 6 %. Deze bepaling is overgenomen uit het koninklijk besluit van 30 april 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/04/1999 pub. 16/07/1999 numac 1999011195 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 17 december 1992 betreffende de levensverzekeringsactiviteit sluiten. Het laatste lid bevat een definitie van de normale pensioenleeftijd die noodzakelijk is om de verworven reserves, zoals gedefinieerd in de WAP
haar uitvoeringsbesluiten, eenduidig te bepalen. Artikel 48, § 3 Deze paragraaf bepaalt het principe volgens dewelke de minimumreserve van toezeggingen van het type « cash balance » vastgesteld wordt overeenkomstig de bepalingen van artikel 48, § 6. Hun behandeling op deze plaats in het artikel wordt gerechtvaardigd doordat ze meestal beschouwd worden als toezeggingen van het type « vaste prestaties », daar waar het stelsels zijn die nauw aanleunen bij stelsels van het type « vaste bijdragen » met tariefwaarborgen. Artikel 48, § 4 Uit veiligheidsoverwegingen legt deze paragraaf de samenstelling van een bijkomende collectieve reserve op wanneer, in geval van vervroeging van de verzekerde voordelen, de prestaties groter zijn dan die welke zouden voortvloeien uit de actuariële reductie. Daar deze reserve louter prudentieel is, maakt ze deel uit van het financieringsfonds
geeft haar samenstelling geen individuele verworven rechten aan de aangeslotenen. Bovendien zou een gedeeltelijke financiering van 60 % moeten volstaan, aangezien niet alle aangeslotenen tegelijk op vervroegd pensioen gaan. Hierbij staat vast dat, indien er niet genoeg beschikbaar is in het financieringsfonds, de werkgever zal moeten bijpassen. Deze collectieve aanvullende reserve mag niet gespijsd worden met bijdragen van de aangeslotenen. Artikel 48, § 5 De bepaling van deze paragraaf geldt
kel voor de werknemers die na 31 december 1995 in dienst zijn getreden
voor de werknemers die in dienst zijn getreden vóór 1 januari 1996, van wie de rechten betrekking hebben op een pensioenstelsel dat ingevoerd is na 31 december 1995. Hierdoor worden tegenstrijdigheden met de overgangsmaatregelen van de WAP vermeden. Artikel 48, § 6 Aangezien sommige groepsverzekeringsreglementen tariferingsregels gebruiken voor de bepaling van pensioentoezeggingen, een geval dat niet voorzien was in de voorgaande reglementering, voorziet § 6 in een bepaling die toelaat het bedrag te bepalen dat zich op de rekeningen van de aangeslotene bevindt. Bovendien verduidelijkt artikel 48, § 6 het begrip tariferingsregels. Artikel 48, § 7 Deze nieuwe paragraaf regelt het geval waar een gedeelte van de pensioentoezegging bij een andere verzekeraar gefinancierd zou zijn, naar analogie van artikel 25 van het koninklijk besluit van 7 mei 2000Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 07/05/2000 pub. 01/07/2000 numac 2000011238 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit betreffende de activiteiten van de voorzorgsinstellingen sluiten betreffende de activiteiten van de voorzorgsinstellingen. Artikel 48, § 8 Bij een gedeeltelijke financiering door de aangeslotenen betaamt het de waarborgen eigen aan de persoonlijke bijdragen volgend uit de WAP te financieren. Artikel 49, § 1 De uitsluiting van § 2, a)
van § 5 van artikel 48 is noodzakelijk. Zonder deze uitsluiting zouden de bepalingen die bedoeld zijn om de verhoging van de minimumreserve die voortvloeit uit een verhoging van de prestaties, te spreiden, ondoeltreffend zijn. Artikel 49, § 2 Deze paragraaf wordt aangevuld met een bepaling betreffende de termijn voor het aanzuiveren van de onderfinanciering die voortvloeit uit de afschaffing van de mogelijkheid bedoeld in artikel 55, § 3 van het besluit-Leven van 1992, door het koninklijk besluit van 30 april 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/04/1999 pub. 16/07/1999 numac 1999011195 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 17 december 1992 betreffende de levensverzekeringsactiviteit sluiten tot wijziging van het koninklijk besluit van 17 december 1992 betreffende de levensverzekeringsactiviteit. Die termijn wordt beperkt tot 8 jaar te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van het voornoemde koninklijk besluit van 30 april 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/04/1999 pub. 16/07/1999 numac 1999011195 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 17 december 1992 betreffende de levensverzekeringsactiviteit sluiten, namelijk tot 1 juli
- Artikel 49, § 3 Deze paragraaf bepaalt op welke wijze de backservice die in aanmerking genomen wordt bij de invoering van een voorzorgsplan gefinancierd wordt. Indien de werkgever later aan een nieuw personeelslid een backservice toestaat, dient dit voordeel onmiddellijk gefinancierd te worden. Artikel 50 Voortaan wordt de groepsverzekering niet alleen verplicht gereduceerd wanneer de financiering na 6 maanden te rekenen vanaf de aan de werkgever verstuurde verwittiging ontoereikend blijft, maar ook wanneer het pensioenstelsel opgeheven wordt. Tenslotte wordt gepreciseerd dat bij de verdeling van de niet geïndividualiseerde reserves rekening moet worden gehouden met de waarborg van artikel 24, § 1 van de WAP. Afdeling
- - Financieringsfonds Artikel 51, § 2 Ook in geval van vereffening van de werkgever kunnen de activa van het financieringsfonds niet meer terug opgenomen worden in het vermogen van de werkgever, zoals wél het geval was in het besluit-Leven van
- Naar analogie met het standpunt dat werd ingenomen inzake de pensioenfondsen, voorziet deze paragraaf in een aantal gevallen, waaronder het bovenvermelde geval, in de verplichting om de activa van het pensioenfonds die niet overeenstemmen met verplichtingen, geheel of gedeeltelijk over te dragen naar een maatschappelijk fonds van de werkgever, tenzij bij collectieve arbeidsovereenkomst andere toekenningsmodaliteiten vastgesteld zijn.Hierdoor kan aan deze gelden een nieuwe maatschappelijke bestemming gegeven worden. Wanneer de overdracht slechts betrekking heeft op een deel van de werknemers, wordt het naar het maatschappelijk fonds overgedragen bedrag beperkt naar verhouding van de verworven reserves van de betrokken werknemers, in voorkomend geval verhoogd tot de bedragen gewaarborgd in toepassing van artikel 24 van de WAP. Hoewel het niet verplicht is om de waarborg bedoeld in artikel 24, § 2 van de WAP te financieren, zou het niet logisch zijn dat men in de in dit artikel bedoelde situaties de terugkeer naar de werkgever zou toestaan wanneer de fondsen in het financieringsfonds toelaten om die waarborg te dekken. Overigens valt op te merken dat dit conform artikel 25 van de WAP is, dat in geval van opheffing van het aanvullende pensioenstelsel het volgende bepaalt : « de verdeling van de reserves waarborgt aan iedere individuele aangeslotene de door hem opgebouwde verworven reserves, desgevallend aangevuld tot de bedragen gewaarborgd met toepassing van artikel 24 ». Het spreekt vanzelf dat er geen sprake is van een definitieve opheffing van een pensioenstelsel wanneer de opheffing gevolgd wordt door de invoering van een nieuw plan. Onder « activa van het financieringsfonds » wordt het bedrag verstaan dat in de boekhouding is ingeschreven voor het financieringsfonds
niet de dekkingswaarden die erop betrekking hebben. Artikel 51, § 3 Deze bepaling verbiedt voor de reserves, die tot het financieringsfonds behoren, het gebruik niet van andere technische grondslagen dan deze van de overeenkomsten, echter mits naleving van de bepalingen van hoofdstuk IV van dit besluit. Afdeling 5. - Verworven prestaties
reserves Artikel 52, § 1 In het eerste lid is er geen sprake meer van de prestaties gevestigd door het geïndividualiseerde gedeelte van de toelagen. Er is inderdaad gebleken dat deze verwijzing aanleiding kon geven tot onregelmatigheden. Dit is het geval wanneer bij een « vaste prestaties »-stelsel het bedrag van het wettelijk pensioen op het ogenblik van de pensionering hoger is dan de raming ervan tijdens de loopbaan, wat tot een vermindering leidt van de reserve die noodzakelijk is om de prestatie
dus de verworven reserve te verstrekken. Dit is eveneens het geval wanneer het reglement in een pensioenrente voorziet die overdraagbaar is op het hoofd van de echtgenoot
deze vóór de pensionering van de aangeslotene overlijdt. Het is normaal dat voor het patronale gedeelte de verworven reserve vermindert. Er dient te worden aangestipt dat de verworven reserve in ieder geval niet lager mag zijn dan die welke voortvloeit uit de artikelen 6, 2°
12, 2° van het ontwerp tot koninklijk besluit houdende uitvoering van de WAP. Bovendien verstaat men onder wettelijke bepalingen de statutaire bepalingen voor publiekrechtelijke personen. De bepaling van het tweede lid, die in overeenstemming is met de WAP, laat toe de door de aangeslotene verworven prestaties bij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst anders dan door overlijden of pensionering te beperken wanneer hij minder dan 1 jaar aangesloten was. Om de tekst in overeenstemming te brengen met de WAP, zijn de woorden « vermeerderd met 4,75 % interesten », vervangen door « gekapitaliseerd tegen de in artikel 24, § 2, bedoelde maximale referentierentevoet voor de verzekeringsverrichtingen van lange duur ». Afdeling 6. - Vereffening van de verzekerde prestaties Artikel 53 In dit artikel wordt niet meer vermeld welke keuzes de aangeslotene heeft met betrekking tot de vereffening van de prestaties. Deze opties dienen in het reglement te worden bepaald. Het ontwerp stelt echter wel de minimale technische grondslagen vast voor de omzetting van de rente in kapitaal. Afdeling 7. - Reductie of overdracht van de groepsverzekering - Afkoop van de overeenkomsten Artikel 54, §§ 1
2 Deze paragrafen bevatten bepalingen i.v.m. het recht op afkoop. Het spreekt voor zich dit recht in het kader van groepsverzekeringen voor werknemers
kel kan worden uitgeoefend mits naleving van de WAP (artikelen 27
61). Artikel 54, § 4 Deze paragraaf vermeldt niet meer welke elementen een rol kunnen spelen bij de berekeningswijze van de vereffeningsvergoeding in geval van afkoop van de volledige groepsverzekering. In plaats hiervan bevat het artikel een bepaling die de verzekeringsonderneming toelaat voor de groepsverzekeringen waarvan de som van de over te dragen waarden groter is dan 1.250.000 euro, ofwel in een vergoeding te voorzien die de in artikel 30 bedoelde afkoopvergoeding vervangt, ofwel in een spreiding van de overdracht te voorzien, ofwel in een combinatie van beide,
dit om het nadeel te beperken dat de cedent heeft ondergaan bij de overdracht van aanzienlijke sommen. Afdeling 8. - Aanvullende bepalingen voor groepsverzekeringen ten voordele van bedrijfsleiders Artikel 55 Aangezien de WAP
kel van toepassing is op de door een arbeidsovereenkomst verbonden werknemers is het nodig in het besluit bepalingen te behouden met betrekking tot de aansluiting
het bestaan van een reglement dat de rechten
de verplichtingen van de partijen omschrijft. Het spreekt voor zich dat de overige bepalingen van het Hoofdstuk Groepsverzekeringen ook van toepassing zijn op deze groepsverzekeringen, behalve natuurlijk de bepalingen die expliciet verwijzen naar de WAP. HOOFDSTUK XI. - Verrichtingen die met een afgezonderd fonds zijn verbonden (artikelen 57 tot 61) De bepalingen van dit hoofdstuk, die specifiek zijn voor afgezonderde fondsen, vormen een aanvulling op de andere bepalingen van het koninklijk besluit. Dit hoofdstuk is ingelast om rekening te houden met de evolutie in de economische wereld : het ontstaan van nieuwe producten
de concurrentiepositie van de verzekeringsondernemingen naar Belgisch recht op Europees gebied. De volgende beginselen moeten in acht genomen worden : 1° er moet vermeden worden dat de verrichtingen verbonden met een afgezonderd fonds, een ongunstige weerslag hebben op de andere verzekeringnemers (die een klassieke overeenkomst onderschreven hebben) van tak 21; 2°de beleggingen moeten binnen elk afgezonderd fonds beantwoorden aan dezelfde regels als die welke voor het geheel van tak 21 gelden. Er dient overigens te worden aangestipt dat elk afgezonderd fonds een afzonderlijk beheer vormt in de zin van het algemeen reglement. Zoals voor de beleggingsfondsen is het noodzakelijk dat de verzekeringnemer ingelicht wordt. Dit hoofdstuk handelt over de inventaris van elk fonds, over de elementen die in het winstdelingsreglement moeten voorkomen
over het financieel jaarverslag. Artikel 57 De tekst houdt in dat de samenstelling van een afgezonderd fonds verplicht is wanneer de verrichtingen overeenstemmen met wat in het eerste lid bepaald is. Hij houdt daarentegen geenszins in dat de verzekeringsonderneming geheel of gedeeltelijk meer- of minwaarden zou moeten toekennen voor zover de algemene voorwaarden duidelijk zijn met betrekking tot dit onderwerp. Hij houdt echter wel in dat bij de klassieke tak 21 de winstdeling niet gebonden mag zijn aan de opbrengsten van welbepaalde activa. Artikel 58, § 2 Het 1ste lid bepaalt dat het rendement van het fonds maar toegekend kan worden indien de verrichtingen van het fonds rendabel zijn. Het 2de
3de lid omschrijven wat onder "rendabel" verstaan wordt. Deze precisering lijkt op die welke voorkomt in artikel 12bis van het algemeen reglement voor de « klassieke » verrichtingen van tak 21. HOOFDSTUK XII. - Verzekeringsverrichtingen die met een beleggingsfonds zijn verbonden (artikelen 62 tot 73) De voornaamste wijzigingen in dit hoofdstuk zijn de volgende : - afschaffing van de technische eenheden omdat dit stelsel weinig doorzichtig is; - invoering van de mogelijkheid om onder bepaalde voorwaarden een minimumrendement te waarborgen; - verplichting om bij het onderschrijven van de overeenkomst
in de loop ervan, informatie te verstrekken aan de verzekeringnemers over de voornaamste kenmerken van het beleggingsfonds. Afdeling 1. - Aard van een beleggingsfonds Artikel 62 Dit artikel somt de artikelen op die niet van toepassing zijn op de verrichtingen verbonden met een beleggingsfonds. Uit dit artikel volgt dat de verzekeringsonderneming de verzekeringsnemer op zijn minst jaarlijks het bedrag van de tijdens het afgelopen jaar gestorte premies
van de premie voor de overlijdensdekking moet bezorgen. Aan deze verplichting is natuurlijk voldaan als de inlichting bezorgd wordt bij elke premiestorting
de inhouding van de overlijdenspremie. Afdeling 2. - Vaststelling van de waarde van de eenheid van een beleggingsfonds Artikel 64, § 2 Paragraaf 2 bepaalt dat de verzekeringsonderneming de munt moet vermelden waarin de activa van het fonds geschat worden. Deze munt moet niet noodzakelijker de euro zijn. Artikel 64, § 3 Ten opzichte van het koninklijk besluit van 1992 is de tekst ook gewijzigd qua vorm, maar niet qua inhoud. De tekst vermeldt nu duidelijk dat de verzekeringsondernemingen geen beheerskosten mogen aanrekenen door eenheden af te schaffen. Artikel 65, § 3 Deze paragraaf is gewijzigd opdat uit de tekst duidelijk zou blijken dat de kosten van de toegekende waarborg ten laste zijn van de verzekeringnemers van dit type van overeenkomst. Artikel 66 Dit artikel somt de gevallen op waarin de bepaling van de waarde van de eenheid kan worden opgeschort. Artikel 67 Onder "externe financiële lasten" wordt onder meer verstaan de transactiekosten, de bewaarkosten van de effecten, de publicatiekosten van de financiële pers. Afdelingen 3
4. - Evolutie van de waarde van een beleggingsfonds - Aanvullende bepalingen voor groepsverzekeringen die met beleggingsfondsen zijn verbonden Artikel 71, § 1 Artikel 71 (ook 71 in het besluit-Leven van 1992) is gewijzigd omdat de verwijzing naar artikel 69 (ook artikel 69 in het besluit-Leven van 1992) tot verwarring kon leiden.In dit artikel gaat het namelijk om een recht op overdracht voor de aangeslotene, terwijl het in artikel 69 gaat om een recht op overdracht voor de verzekeringnemer, dit wil zeggen voor de werkgever. Voor het overige beperkt de tekst de samenstelling van het beleggingsfonds tot 5 % wat betreft de aandelen of andere met aandelen gelijk te stellen effecten, obligaties
andere geld-
kapitaalmarktinstrumenten uitgegeven door de werkgever, door zijn moederonderneming
door hun dochterondernemingen alsook leningen toegestaan aan deze ondernemingen
vorderingen op deze ondernemingen. Artikel 71, § 3 De bepaling van deze paragraaf slaat op het geval waarbij de aangeslotene bij het (pensioen-)stelsel van zijn vroegere werkgever blijft. Hij blijft weliswaar de mogelijkheid behouden om zijn verworven reserve over te dragen overeenkomstig de WAP. Afdeling 5. - Diverse bepalingen Beide artikelen van deze afdeling hebben tot doel de documenten te omschrijven die het mogelijk maken de verzekeringnemer in te lichten, namelijk het beheersreglement (artikel 72)
het jaarlijks
halfjaarlijks verslag (artikel 73). Voor dit aspect is de tekst gebaseerd op de verplichtingen die van toepassing zijn op de gemeenschappelijke beleggingsfondsen van de banksector. Er is rekening gehouden met de specificiteit van de beleggingsfondsen van de verzekeringsondernemingen die geen rechtspersoonlijkheid hebben. Artikel 72, § 1, 1ste lid Deze bepaling legt de verzekeringsondernemingen op een reglement op te stellen dat ter beschikking van de verzekeringnemer moet worden gesteld op de zetel van de verzekeringsonderneming of hem moet worden meegedeeld op zijn aanvraag. Dit reglement maakt geen deel uit van de algemene voorwaarden aangezien het elementen bevat die variabel zijn in de tijd. Artikel 73, § 3, 3° Onder netto-actief dient men de activa van het beleggingsfonds na aftrek van de schulden met betrekking tot dit beleggingsfonds te begrijpen. HOOFDSTUK XIII. - Beheer van collectieve pensioenfondsen (artikelen 74 tot 76) Afdeling 1. - Beheer voor eigen rekening Artikel 74 De instellingen die begunstigden kunnen zijn van de prestaties van het beheer voor eigen rekening mogen
kel pensioenfondsen zijn die toegelaten zijn overeenkomstig de controlewet,
publiekrechtelijke rechtspersonen die niet onderworpen zijn aan de wet van 17 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/07/1975 pub. 30/06/2010 numac 2010000387 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten met betrekking tot de boekhouding
de jaarrekeningen van de ondernemingen. Het betreft in feite overheidsinstellingen die niet verplicht zijn hun pensioentoezeggingen te consolideren
deze dus via algemene kosten zouden kunnen blijven betalen. Indien deze instellingen voor de gedeeltelijke of volledige consolidering van hun toezeggingen kiezen, moet dit hetzij in een pensioenfonds, hetzij bij een verzekeringsonderneming gebeuren. De door hen beheerde fondsen mogen pas naar de instelling terugvloeien bij de opheffing van het pensioenstelsel, om te beletten dat deze instelling deze fondsen gebruikt om haar schulden te delgen ten koste van haar pensioentoezeggingen. De verzekeringsondernemingen gebruiken voor deze verrichtingen de technische grondslagen van tak 21 of 23. Afdeling 2. - Beheer voor rekening van derden Artikel 75 De verrichtingen met betrekking tot het beheer voor rekening van derden van collectieve pensioenfondsen mogen
kel betrekking hebben op de voorzorgsinstellingen bedoeld in artikel 2, § 3, 6°
de publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van die welke onderworpen zijn aan de wet van 17 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 17/07/1975 pub. 30/06/2010 numac 2010000387 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten met betrekking tot de boekhouding
de jaarrekeningen van de ondernemingen, om de redenen die aangehaald zijn in artikel 74. HOOFDSTUK XIV. - Individuele pensioentoezeggingsverzekering (artikel 77) Dit nieuwe hoofdstuk wordt ingevoerd om rekening te houden met de bepalingen in verband met de individuele pensioentoezeggingen bedoeld in artikel 6 van de WAP. Wanneer een werkgever ervoor kiest de individuele pensioentoezegging die hij doet aan bepaalde van zijn werknemers onder te brengen bij een verzekeringsmaatschappij, sluit hij met de verzekeraar een individuele pensioentoezeggingsverzekering af. Die verzekering moet voldoen aan de regels die van toepassing zijn op de groepsverzekering voor wat betreft de pensioenovereenkomst, het type van de toezegging, de financiering, de verworven prestaties
reserves, de vereffening van de verzekerde prestaties, afkoop, reductie
overdracht. Tenslotte kan worden verduidelijkt dat analoge regels worden voorgeschreven voor de individuele pensioentoezeggingsverzekering die wordt onderschreven ten voordele van een bedrijfsleider. HOOFDSTUK XV. - Registers
statistieken (artikelen 78 tot 81) De technische
statistische gegevens die de verzekeringsondernemingen aan de Controledienst moeten verstrekken, zijn in dit ontwerp niet meer opgenomen aangezien het volgens het algemeen reglement de Controledienst is die de vorm
de inhoud van deze statistieken voorschrijft. Artikel 81 De actuaris die jaarlijks een verslag opmaakt moet de actuaris zijn die door de verzekeringsonderneming is aangewezen krachtens artikel 40bis van de wet. HOOFDSTUK XVI. - Tussenpersonen (artikelen 82 tot 84) Artikel 82 Paragraaf 2 van dit artikel bepaalt welke elementen moeten worden vermeld in de verwittiging die naar de verzekeringnemer wordt verstuurd door de verzekeringsonderneming die door het verzekeringsvoorstel kennis heeft van de vervanging of van de overname van een overeenkomst. De bepaling die aan een verzekeringsonderneming verbood om terugnemingen uit te lokken is weggelaten in het ontwerp. De CBFA zou zich immers in een hachelijke situatie bevinden doordat elke reclame van de verzekeringsonderneming als strijdig met deze bepaling zou kunnen worden beschouwd. HOOFDSTUK XVII. - Opheffingsbepalingen (artikel 85) Artikel 85 Dit artikel heft het koninklijk besluit van 17 december 1992 betreffende de levensverzekeringsactiviteit op. HOOFDSTUK XVIII. - Slotbepalingen (artikelen 86 tot 88) Artikel 86, § 3 In deze paragraaf wordt uitdrukkelijk vermeld dat, indien de aanpassing tot een vermindering van de verzekerde prestaties leidt, de oorspronkelijk verzekerde prestaties, maar ook de afkoop-
reductiewaarden gewaarborgd moeten blijven. Het behoud van de waarborgen kan technisch gebeuren door de fictieve toevoeging van een reductiepremie waardoor de theoretische afkoopwaarde van de overeenkomst wordt verhoogd. Bij de toekenning van de winstdeling na de aanpassing kan rekening gehouden worden met die verhoging van de reductiepremie. Artikel 86, § 4 van het koninklijk besluit van 17 december 1992 betreffende de levensverzekeringsactiviteit zoals gewijzigd door het koninklijk besluit van 30 april 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/04/1999 pub. 16/07/1999 numac 1999011195 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 17 december 1992 betreffende de levensverzekeringsactiviteit sluiten is overgebracht naar artikel 31 om er een permanente regeling van te maken. Artikel 86, § 6 van het koninklijk besluit van 17 december 1992 betreffende de levensverzekeringsactiviteit zoals gewijzigd door het koninklijk besluit van 30 april 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/04/1999 pub. 16/07/1999 numac 1999011195 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 17 december 1992 betreffende de levensverzekeringsactiviteit sluiten is opgeheven omdat hij niet toeliet dat de verzekeringsondernemingen die hun portefeuille niet aangepast hadden in de loop van het jaar dat volgt op de wijziging van de technische grondslagen, hun portefeuille later aanpasten. Deze vereiste kan afgeschaft worden zonder dat de verzekeringnemers of de verzekerden daar nadeel van ondervinden. Wij hebben de eer te zijn, Sire, van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige
zeer getrouwe dienaars. De Minister van Economie, Mevr. F. MOERMAN De Minister van Justitie, Mevr. L. ONKELINX 14 NOVEMBER 2003. - Koninklijk besluit betreffende de levensverzekeringsactiviteit ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn
hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, inzonderheid op de artikelen 16, § 1, derde lid, 19, 20, § 2,
96, § 1, 2° et 3°
§ 2
Gelet op de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst, inzonderheid de artikelen 99, 104, 114, 115, 116
137; Gelet op de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen
het belastingstelsel van die pensioenen
van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid type wet prom. 28/04/2003 pub. 16/11/2010 numac 2010000643 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de aanvullende pensioenen
het belastingstelsel van die pensioenen
van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de aanvullende pensioenen
het belastingstelsel van die pensioenen
van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid; Gelet op het koninklijk besluit van 22 februari 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/02/1991 pub. 08/09/2005 numac 2005000468 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling sluiten houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen; Gelet op het koninklijk besluit van 17 december 1992 betreffende de levensverzekeringsactiviteit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 30 april 1999Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 30/04/1999 pub. 16/07/1999 numac 1999011195 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 17 december 1992 betreffende de levensverzekeringsactiviteit sluiten; Gelet op de adviezen van de Commissie voor Verzekeringen gegeven op 16 oktober 1997, 16 maart 2000
24 april 2003; Gelet op de adviezen van de Controledienst voor de Verzekeringen gegeven op 21 november 2000
30 april 2003; Gelet op het besluit van de Ministerraad over het verzoek aan de Raad van State om advies te geven binnen een termijn van een maand; Gelet op het advies 35.540/1 van de Raad van State gegeven op 23 oktober 2003, met toepassing van artikel 84, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op de voordracht van Onze Minister van Economie
van Onze Minister van Justitie, Hebben Wij besloten
besluiten Wij : HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied Artikel 1.§ 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° « de wet » : de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/1975 pub. 24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de controle der verzekeringsondernemingen;2° « het algemeen reglement » : het koninklijk besluit van 22 februari 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 22/02/1991 pub. 08/09/2005 numac 2005000468 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen. - Duitse vertaling sluiten houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen;3° « de Minister » : de Minister tot wiens bevoegdheid de Economische Zaken behoren;4° « de CBFA » : de Commissie voor het Bank-, Financie- et Assurantiewezen bedoeld in artikel 2, § 6, 13° van de wet;5° « de wet betreffende de aanvullende pensioenen » : de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/04/2003 pub. 15/05/2003 numac 2003022481 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende de aanvullende pensioenen
het belastingstelsel van die pensioenen
van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid type wet prom. 28/04/2003 pub. 16/11/2010 numac 2010000643 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de aanvullende pensioenen
het belastingstelsel van die pensioenen
van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de aanvullende pensioenen
het belastingstelsel van die pensioenen
van sommige aanvullende voordelen inzake sociale zekerheid. § 2. Voor de toepassing van dit besluit
van de maatregelen genomen tot uitvoering ervan, moet aan de termen
uitdrukkingen die voorkomen in bijlage 2 bij dit besluit de betekenis worden gegeven die hun daar wordt toegekend. Art. 2.Dit besluit is van toepassing op de verrichtingen : 1° van rechtstreekse levensverzekeringen, dit wil zeggen personenverzekeringen tot uitkering van een vast bedrag, waarbij het zich voordoen van het verzekerde voorval alleen afhankelijk is van de menselijke levensduur;2° van rechtstreekse bruidsschats-
geboorteverzekeringen, dit wil zeggen personenverzekeringen tot uitkering van een vast bedrag, waarbij het voorvallen van de verzekerde gebeurtenis respectievelijk afhangt van het huwelijk van de verzekerde
van de geboorte van een kind;3° van aanvullende verzekeringen, dit wil zeggen personenverzekeringen die betrekking hebben op een bijkomend risico bij de onder 1°
2° bedoelde verrichtingen;4° met betrekking tot het beheer, voor eigen rekening, van collectieve pensioenfondsen, dit wil zeggen de verrichtingen die voor een verzekeringsonderneming bestaan in het beheer van die fondsen door op de uitgevoerde stortingen de technische grondslagen toe te passen van de verrichtingen bedoeld bij 1°, die al dan niet verbonden zijn met beleggingsfondsen of bedoeld bij 6°.5° met betrekking tot het beheer, voor rekening van derden, van collectieve pensioenfondsen, dit wil zeggen de verrichtingen die voor een verzekeringsonderneming bestaan in het beheren van het geheel of een deel van de activa van een derde voor rekening van deze derde, in voorkomend geval gepaard gaand met het actuariële, administratieve of boekhoudkundige beheer.6° van kapitalisatie, dit wil zeggen de verrichtingen gebaseerd op een actuariële techniek, waarbij in ruil voor van tevoren vastgestelde
ige of periodieke stortingen, verplichtingen worden aangegaan die, voor wat betreft hun duur
hun bedrag, bepaald zijn
die onafhankelijk zijn van om het even welke toevallige gebeurtenis. Voor de in het eerste lid, 6°, bedoelde verrichtingen wordt onder « verzekeringnemer » verstaan « diegene die een kapitalisatieverrichting sluit". Art. 3.§ 1. Wat de verrichtingen betreft die niet verbonden zijn met een beleggingsfonds, behoren : 1° tot de in bijlage 1 bij het algemeen reglement bedoelde tak 21 : de in artikel 2, 1°, 3°
4° bedoelde verrichtingen, met uitzondering van de verrichtingen van de in bijlage 1 bij het algemeen reglement bedoelde tak 25;2° tot de in bijlage 1 bij het algemeen reglement bedoelde tak 22 : de in artikel 2, 2° bedoelde verrichtingen;3° tot de in bijlage 1 bij het algemeen reglement bedoelde tak 26 : de in artikel 2, 6° bedoelde verrichtingen. § 2. Behoren tot de in bijlage 1 bij het algemeen reglement bedoelde tak 23, de in artikel 2, 1° tot
met 4°, bedoelde verrichtingen die verbonden zijn met een beleggingsfonds, met uitzondering van de verrichtingen van de in bijlage 1 bij het algemeen reglement bedoelde tak
- §
- Behoren tot de in bijlage 1 bij het algemeen reglement bedoelde tak 25, de bij artikel 2, 1° bedoelde verrichtingen, waarbij verzekeringnemers zich groeperen met het oog op het gemeenschappelijk kapitaliseren van hun bijdragen
het verdelen van de aldus samengestelde activa, in functie van het overleven of het overlijden van de verzekerden die tot de groep behoren. § 4. Behoren tot de in bijlage 1 bij het algemeen reglement bedoelde tak 27, de in artikel 2, 5°, bedoelde verrichtingen. Art. 4.De bepalingen van dit besluit zijn niet van toepassing op de verrichtingen die behoren tot de in bijlage 1 bij het algemeen reglement bedoelde takken 24, 28
29. Ze zijn slechts van toepassing op de verrichtingen die behoren tot de in bijlage 1 bij het algemeen reglement bedoelde takken 21, 22, 23, 25, 26
27 wanneer die verrichtingen betrekking hebben op in België gelegen risico's. In afwijking van het vorige lid zijn de bepalingen van de artikelen 22, 23, 24, 29, § 1, eerste
tweede lid,
artikel 31 van dit besluit van toepassing op al die verrichtingen, ongeacht de ligging van het risico. De bepalingen van de artikelen 22, 24 tot 28, 31, 34, 35
77 zijn evenwel niet van toepassing op de verzekeringsondernemingen waarvan de maatschappelijke zetel in een andere Lid-Staat van de Gemeenschap dan België gevestigd is. HOOFDSTUK II. - Onderschrijving van de verzekeringsovereenkomst Art. 5.De verzekeringsonderneming bezorgt de verzekeringnemer een polis met de tekst van de voorwaarden van de overeenkomst. Art. 6.Het voorstel of, bij gebrek aan voorstel, de polis : 1° bevat vragen die ertoe strekken de verzekeringsonderneming in te lichten over het te dekken risico alsmede over de mogelijkheid van een vervanging of een overname van de overeenkomst in de zin van artikel 83;2° duidt aan of de verzekeringsovereenkomst al dan niet wordt aangegaan voor het dekken of het opnieuw samenstellen van een door de verzekeringnemer aangevraagd krediet. Art. 7.De verzekeringsonderneming mag de kosten voor het ondergane medisch onderzoek
kel terugvorderen als de kandidaat-verzekeringnemer de overeenkomst niet onderschrijft of overeenkomstig artikel 9, § 1, opzegt. Dit recht mag
kel uitgeoefend worden door de verzekeringsonderneming indien er melding van gemaakt is in het voorstel. § 3. Bij afwijking van § 1, voor wat de overeenkomsten betreft waarbij de hoogte van de verzekerde prestaties bij leven op de eindvervaldag van de overeenkomst niet gewaarborgd wordt, bekomt de verzekeringnemer echter voor het sluiten van de overeenkomst de volgende inlichtingen : 1° de aard
de duur van de waarborg van het tarief
, in voorkomend geval, de voorwaarden waaraan voldaan moet worden om dit tarief te bekomen;2° voor de dekking van het overlijdensrisico, een tabel bijvoegen met de premievoeten in functie van de leeftijd
de elementen waarop ze van toepassing zijn;3° de verzekerde prestaties bij overlijden
voor de aanvullende waarborgen bedoeld in hoofdstuk IX;4° de vermelding van de in artikel 27 bedoelde toeslagen;5° de vermelding van de kosten die ten laste van de verzekeringnemer zijn in geval van opzegging, afkoop
reductie van de overeenkomst;6° de voorwaarden waaraan moet worden voldaan om van de winstdeling te kunnen genieten, in voorkomend geval met vermelding van het feit dat deze voorwaarden in de loop van de overeenkomst gewijzigd kunnen worden door de verzekeringsonderneming;7° informatie betreffende de belastingregeling
meer bepaald betreffende de fiscale behandeling van de prestaties op de eindvervaldag van de overeenkomst
in geval van vervroegde afkoop. § 4. In de documenten die voor het publiek of voor de tussenpersonen zijn bestemd, mag de verzekeringsonderneming melding maken van de projecties voor de prestaties die overeenstemmen met de combinatie van de overeenkomst of met elke andere gelijkaardige verrichting die bij wijze van voorbeeld wordt gegeven, met inachtneming van de volgende voorwaarden : 1° de verzekeringsonderneming vermeldt zichtbaar
nauwkeurig dat de projecties voor de prestaties die voortvloeien uit de ramingen met betrekking tot de winstdeling, tot de evolutie van de waarde van de eenheden van beleggingsfondsen, tot elke verhoging of andere wijziging van de overeenkomst of van de technische grondslagen, niet gewaarborgd zijn
dat de bedragen van die prestaties kunnen schommelen in de tijd, afhankelijk van de economische conjunctuur
de resultaten van de verzekeringsonderneming;2° als de verzekeringsonderneming bovendien verschillende projecties gebruikt, worden deze op een zodanige manier voorgesteld dat geen
kele projectie meer kans blijkt te hebben om zich werkelijk voor te doen dan een andere. § 5. Onverminderd andere wettelijke of reglementaire bepalingen, moet in elke reclame of elk aanbod betreffende de in artikel 2 bedoelde verrichtingen, waarin verwezen wordt naar een tarief, vermeld worden aan welke voorwaarden voldaan moet worden om dit tarief te bekomen
welke de draagwijdte is van de waarborg van dit tarief. Bij elke verwijzing naar rendementen die in het verleden verwezenlijkt zijn, dient te worden vermeld dat deze rendementen niet gewaarborgd zijn voor de toekomst. In elke reclame of elk aanbod voor de in artikel 24, 2de lid
§ 4
, bedoelde verrichtingen dient hetzij de interne rendementsvoet vermeld te worden, hetzij het brutorendement, met gedetailleerde opgave van de verschillende kosten. § 6. Elke reclame of elk aanbod voor de in hoofdstuk XII bedoelde verrichtingen bevat de volgende inlichtingen : 1° de benaming van het beleggingsfonds
de beleggingsdoeleinden, met vermelding van de in artikel 72, § 2, 13° bedoelde risicoklasse;2° het feit dat het financieel risico van de verrichting volledig door de verzekeringnemer gedragen wordt. Art. 8.§ 1. De verzekeringnemer heeft het recht om de overeenkomst op te zeggen binnen 30 dagen vanaf de inwerkingtreding ervan. In dit geval stort de verzekeringsonderneming de betaalde premie terug, verminderd met de bedragen die werden verbruikt om het risico te dekken. Voor de in artikel 24, § 2, tweede lid
§ 4
, bedoelde verrichtingen kan de verzekeringsonderneming eveneens de in toepassing van artikel 30, § 2, laatste lid, berekende afkoopvergoeding inhouden. Voor de verrichtingen verbonden met een beleggingsfonds stort de verzekeringsonderneming de waarde van de toegekende eenheden terug, verhoogd met de instapkosten. De waarde van de eenheden wordt bepaald op de door de overeenkomst bepaalde datum, maar ten vroegste op de dag na de datum van ontvangst door de verzekeringsonderneming van de aanvraag van opzegging van de overeenkomst. §
- Voor de in artikel 6, 2°, bedoelde overeenkomsten heeft de verzekeringnemer het recht de overeenkomst op te zeggen binnen 30 dagen vanaf het ogenblik waarop hij verneemt dat het aangevraagde krediet niet wordt toegekend. In dit geval stort de verzekeringsonderneming de betaalde premie terug overeenkomstig de bepalingen van §
- §
- De verzekeringsonderneming maakt melding in de polis van de in de §§ 1
2 bedoelde bepalingen. Art. 9.§ 1. De polis vermeldt of de overeenkomst al dan niet onbetwistbaar is. Indien de overeenkomst betwistbaar is, vermeldt de polis in welke mate
tot welke datum. Behalve voor de aanvullende verzekeringen, mag dit tijdstip niet later vallen dan één jaar na de datum van onderschrijving van de overeenkomst. § 2. De polis geeft aan in welke mate
voor welke duur de technische grondslagen van de tarifering worden gewaarborgd. § 3. De polis vermeldt in welke mate
onder welke voorwaarden de overeenkomst recht geeft op een winstdeling. Art. 10.Ongeacht de periodiciteit van de premie is de betaling van die premie of van een gedeelte ervan niet verplicht. De verzekeringsonderneming maakt hiervan melding in de polis. HOOFDSTUK III. - Uitvoering van de overeenkomst Art. 11.§
- Inzake uitsluiting van risico's mag de verzekeringsonderneming de draagwijdte van de algemene voorwaarden niet beperken door bijzondere bedingen, behalve voor een verzwaard risico in hoofde van de verzekerde bij het sluiten van de overeenkomst. §
- Bij overlijden van de verzekerde als gevolg van een niet-gedekt risico, moet de verzekeringsonderneming het kapitaal-overlijden slechts uitbetalen ten belope van de theoretische afkoopwaarde op de datum van het overlijden. Deze beperking wordt door de verzekeringsonderneming in de polis vermeld. Art. 12.§
- Behalve voor de tijdelijke verzekeringen bij overlijden met periodieke constante premies, die betaalbaar zijn tijdens een periode die langer is dan de helft van de looptijd van de overeenkomst, heeft de verzekeringnemer het recht om op elk ogenblik zijn overeenkomst te reduceren. §
- Onder voorbehoud van de bepalingen van artikel 15, gebeurt de reductie door de verzekerde prestaties bij overlijden
die van de aanvullende verzekeringen te handhaven
hiervoor de theoretische afkoopwaarde aan te wenden tot die is uitgeput. De verzekeringsonderneming waarschuwt schriftelijk de verzekeringnemer voor de gevolgen van de niet-betaling van de premies. Wanneer de theoretische afkoopwaarde niet volstaat om de dekking te handhaven van de verzekerde prestaties bij overlijden of van de prestaties van de aanvullende verzekeringen, heeft de vermindering van die prestaties uitwerking ten vroegste 30 dagen na de verzending door de verzekeringsonderneming aan de verzekeringnemer van een aangetekende brief waarin aan de gevolgen van de niet-betaling wordt herinnerd. Art. 13.§
- Voor de tijdelijke verzekeringen bij overlijden met periodieke constante premies zonder recht op reductie brengt de niet-betaling van de premie de opzegging van deze verzekeringen mee. §
- De opzegging heeft uitwerking ten vroegste 30 dagen na de verzending door de verzekeringsonderneming aan de verzekeringnemer van een aangetekende brief waarin aan de gevolgen van de niet-betaling wordt herinnerd. Deze brief wordt ten vroegste op de vervaldag van de eerste onbetaalde premie verzonden. Art. 14.§
- Behalve voor de toegevoegde
de aanvullende verzekeringen, heeft de verzekeringnemer steeds recht op de omzetting van zijn gereduceerde overeenkomst in de oorspronkelijke combinatie. De verzekeringsonderneming heeft het recht om op eigen initiatief deze omzetting uit te voeren
de aanvullende verzekeringen geheel of gedeeltelijk op te zeggen, indien de overeenkomst erin voorziet. §
- De in de § 1 bedoelde omzetting die een vermindering van het kapitaal overlijden of van de prestaties van de aanvullende verzekeringen tot gevolg heeft, heeft uitwerking : 1° op de datum van de aanvraag tot omzetting;2° ten vroegste 30 dagen na de verzending door de verzekeringsonderneming aan de verzekeringnemer van een aangetekende brief of, indien de theoretische afkoopwaarde kleiner is dan 25 euro, van een gewone brief, waarin aan de gevolgen van de niet-betaling wordt herinnerd, zowel voor de aanvullende verzekeringen als voor de hoofdverzekering, als die omzetting gebeurt op initiatief van de verzekeringsonderneming. Het hierboven vermelde bedrag wordt in functie van het gezondheidsindexcijfer der consumptieprijzen (basis 1988 = 100) geïndexeerd. Het indexcijfer dat in aanmerking moet worden genomen, is dat van de tweede maand van het trimester dat de datum van de reductie voorafgaat. §
- In de polis wordt vermeld of de verzekeringnemer recht heeft op reductie
omzetting. In voorkomend geval vermeldt de polis de beperkingen van het recht op reductie
op omzetting alsmede de door de verzekeringnemer
de in uitvoering van de bepalingen van de voorgaande paragrafen door de verzekeringsonderneming te volgen procedures. § 4. De polis vermeldt de wijze waarop de in artikel 29, § 2, bedoelde reductievergoeding wordt berekend. Art. 15.In afwijking van artikel 15
behoudens uitdrukkelijk verzet van de verzekeringnemer, is er geen reductie maar afkoop van de overeenkomst indien de afkoopwaarde op de datum van de reductie niet hoger is dan een bedrag vermeld in de brieven bedoeld in de artikelen 13, § 2,
15, § 2, b). Art. 16.§ 1. Behalve voor de tijdelijke verzekeringen bij overlijden met periodieke constante premies, die betaalbaar zijn tijdens een periode die langer is dan de helft van de looptijd van de overeenkomst
voor tontineverrichtingen, heeft de verzekeringnemer het recht om op elk ogenblik zijn overeenkomst af te kopen, tenzij een op de overeenkomst toepasselijke wetgeving of reglementering dit verbiedt. Nochtans wordt de afkoopwaarde slechts vereffend ten belope van het kapitaal-overlijden. Het saldo van de theoretische afkoopwaarde wordt aangewend voor het verzekeren, op inventarisgrondslag, van prestaties bij leven betaalbaar onder dezelfde voorwaarden als de prestaties bij leven van de oorspronkelijke verrichting. In geval van verzekeringen op meerdere hoofden, wordt de afkoopwaarde slechts vereffend ten belope van het kleinste van de kapitalen-overlijden. § 2. De polis bepaalt of de verzekeringnemer recht heeft op afkoop. In voorkomend geval vermeldt de polis de beperkingen van het recht op afkoop
de door de verzekeringnemer te volgen procedure. Hij bepaalt dat de afkoop moet worden aangevraagd met een door de verzekeringnemer gedateerd
ondertekend schrijven. §
- De polis vermeldt de wijze waarop de in artikel 30, § 2, bedoelde afkoopvergoeding wordt berekend. §
- Voor de verrichtingen bedoeld in artikel 24, § 2, 2de lid,
§ 4
,
de verrichtingen verbonden met een beleggingsfonds heeft de afkoop uitwerking op de datum vermeld in het schrijven bedoeld in § 2
ten vroegste de dag die volgt op de datum van ontvangst van dit schrijven door de verzekeringsonderneming. De datum die in aanmerking wordt genomen voor de berekening van de afkoopwaarde is de datum bedoeld in het vorige lid. § 5. Voor de andere dan in § 4 bedoelde verrichtingen heeft de afkoop uitwerking op de datum waarop het kwijtschrift van afkoop of elk ander gelijkwaardig document voor akkoord wordt ondertekend door de verzekeringnemer De datum die in aanmerking wordt genomen voor de berekening van de afkoopwaarde is de datum van het in het vorige lid bedoelde schrijven. Art. 17.De polis vermeldt het bestaan
de beperkingen van het recht op voorschot op de verzekerde prestaties. Dit voorschot mag niet groter zijn dan het minimum dat de afkoopwaarde tijdens heel de nog te verstrijken looptijd van de overeenkomst kan bereiken, beperkt tot het bedrag dat voor vereffening vatbaar is met toepassing van de bepalingen van artikel 17, § 1
rekening houdend met de eventuele wettelijke inhoudingen. De voorschotakte vermeldt de voorwaarden waaronder dit voorschot wordt toegekend, met name inzake de winstdeling. Art. 18.§ 1. Voor alle in artikel 8, § 1, bedoelde overeenkomsten verstrekt de verzekeringsonderneming op zijn minst jaarlijks de volgende inlichtingen aan de verzekeringnemer : 1° het bedrag van de premies die in de loop van het voorbije jaar gestort zijn;2° het bedrag van de prestaties van de verzekeringsonderneming die in de loop van het voorbije jaar vereffend zijn;3° de afkoopwaarde of de theoretische afkoopwaarde, met vermelding van de wijze waarop de afkoopvergoeding wordt berekend
van de datum waarop deze waarden werden berekend of, voor de verrichtingen die geen prestaties bij overlijden omvatten, de theoretische afkoopwaarde
het ontbreken van het een recht op afkoop;4° op aanvraag van de verzekeringnemer, dezelfde inlichtingen dan onder 3°, met betrekking tot het voorgaande jaar;5° het bedrag van de winstdeling dat aan de overeenkomst is toegekend
, indien er een winstdelingspercentage vermeld wordt, de elementen mee waarop dit percentage van toepassing is;6° de verhoging van de verzekerde prestaties als gevolg van de winstdeling, alsook de voorwaarden waaraan de overeenkomst dient te voldoen om een winstdeling voor het lopende boekjaar te kunnen genieten. § 2. De in § 1, 3°
4°, bedoeld informatie is niet vereist voor : 1° de verzekeringsverrichtingen bij overlijden die geen levenslange verzekeringen zijn;2° de lopende renten;3° de overeenkomsten zonder winstdeling;4° de overeenkomsten waarvan de theoretische afkoopwaarde op de verjaardag van de overeenkomst of, bij ontstentenis, op de datum waarop deze waarde meegedeeld wordt, geen 125 euro bedraagt.Dit bedrag van 125 euro wordt in functie van het gezondheidsindexcijfer der consumptieprijzen (basis 1988 = 100) geïndexeerd. Het indexcijfer dat in aanmerking moet worden genomen, is dat van de tweede maand van het trimester dat de datum van de berekening voorafgaat. Art. 19.Voor de in artikel 8, § 3, bedoelde overeenkomsten verstrekt de verzekeringsonderneming op zijn minst jaarlijks de volgende inlichtingen aan de verzekeringnemer : het bedrag van de premies die in de loop van het voorbije jaar gestort zijn; de premie van het afgelopen jaar betreffende de overlijdensdekking; het bedrag van de toeslagen die in de loop van het voorbije boekjaar ten laste van de verzekeringnemer gelegd zijn; de rentevoet die in de loop van het voorbije jaar gewaarborgd was; het bedrag van de prestaties van de verzekeringsonderneming die in de loop van het voorbije jaar vereffend zijn; 6° de afkoopwaarde of de theoretische afkoopwaarde, met vermelding van de wijze waarop de afkoopvergoeding wordt berekend
van de datum waarop deze waarden werden berekend of, voor de verrichtingen die geen prestaties bij overlijden omvatten, de theoretische afkoopwaarde
het gebrek aan recht op afkoop;7° op aanvraag van de verzekeringnemer, dezelfde inlichtingen dan onder 6°, met betrekking tot het voorgaande jaar;8° het bedrag van de winstdeling dat aan de overeenkomst is toegekend
het percentage ten opzichte van de gemiddelde theoretische afkoopwaarde. Indien er verschillende rendementsvoeten gelden voor de verschillende reserveschijven, moeten de gewaarborgde rentevoet
de winstdelingsdotatie worden uitgedrukt in een percentage van : hetzij de theoretische afkoopwaarde van iedere reserveschijf; hetzij de volledige theoretische afkoopwaarde, gewogen volgens het aandeel van elke reserveschijf; 9° de verhoging van de verzekerde prestaties in geval van overlijden te wijten aan de winstdeling, alsook de voorwaarden waaraan de overeenkomst dient te voldoen om van een winstdeling voor het lopende boekjaar te kunnen genieten. § 2. De in § 1, 6°
7°, bedoeld informatie is niet vereist voor : 1° de verzekeringsverrichtingen bij overlijden die geen levenslange verzekeringen zijn;2° de lopende renten;3° de overeenkomsten zonder winstdeling;4° de overeenkomsten waarvan de theoretische afkoopwaarde op de verjaardag van de overeenkomst of, bij ontstentenis, op de datum waarop deze waarde meegedeeld wordt, geen 125 euro bedraagt.Dit bedrag van 125 euro wordt in functie van het gezondheidsindexcijfer der consumptieprijzen (basis 1988 = 100) geïndexeerd. Het indexcijfer dat in aanmerking moet worden genomen, is dat van de tweede maand van het trimester dat de datum van de berekening voorafgaat. Art. 20.De polis bepaalt dat de gereduceerde of afgekochte overeenkomst door de verzekeringnemer binnen een bepaalde termijn opnieuw in werking kan worden gesteld voor de op de datum van de reductie of van de afkoop verzekerde bedragen. De voormelde termijn mag niet korter zijn dan drie maanden voor een afgekochte overeenkomst
drie jaar voor een gereduceerde overeenkomst. Deze mogelijkheid mag afhankelijk worden gemaakt van een risicoselectie. Voor een gereduceerde overeenkomst gebeurt het opnieuw in werking stellen door de premie aan te passen rekening houdend met de gevestigde theoretische afkoopwaarde op het ogenblik waarop de overeenkomst opnieuw in werking wordt gesteld. Een afgekochte overeenkomst wordt opnieuw in werking gesteld door de terugstorting van de afkoopwaarde
door de aanpassing van de premie rekening houdend met de theoretische afkoopwaarde op het ogenblik van de afkoop. De door de verzekeringnemer te volgen regels zijn eveneens vermeld in de polis of in de documenten bedoeld in de artikelen 13, § 2,
15, § 2, b),. De polis kan bepalen dat de zelfmoord van de verzekerde die zich minder dan één jaar na het opnieuw in werking stellen van de overeenkomst voordoet, niet is gedekt; nochtans mag die uitsluiting alleen betrekking hebben op het deel van de prestaties dat het voorwerp uitmaakt van het opnieuw in werking stellen. Dit artikel is niet van toepassing op het afgekochte deel van de in artikel 24, § 2, 2de lid,
§ 4
,
in hoofdstuk XII bedoelde overeenkomsten. Hoofdstuk IV. - Tarieven, reserves
voorzieningen Afdeling 1. - Technisch dossier Art. 21.Voor elk product of type van product dat het voorwerp van haar activiteit uitmaakt, deelt de verzekeringsonderneming voorafgaand aan de toepassing ervan, de grondslagen
methodes die zij gebruikt voor het opstellen van haar tarifering, de berekening van de afkoopwaarden, de reductiewaarden
de voorziening voor verzekering leven, alsook de vergoedingen die ze zal toepassen, mee aan de CBFA. Art. 22.De grondslagen
methodes gebruikt voor het opstellen van de tarifering, de berekening van de afkoopwaarden
de reductiewaarden, met inbegrip van de toegepaste vergoedingen,
het geldend winstdelingsplan, moeten ter beschikking van het publiek worden gesteld op de zetel van de vestiging die de overeenkomst heeft gesloten. Afdeling
- - Bepalingen inzake tarifering Art. 23.§
- Onverminderd de bepalingen van §§ 2 à 7, moeten de voor de tarifering gebruikte technische grondslagen zodanig worden opgesteld dat de premies volstaan om de opeisbare prestaties, de aangroei van de theoretische afkoopwaarden
de kosten te dekken, rekening houdend met de opbrengst van de dekkingswaarden
van de kapitalisatie van deze opbrengst. § 2. Voor de verrichtingen in euro is de technische rentevoet niet groter dan de referentierentevoet die gelijk is aan 3,75 %. Voor de prestaties bij leven van de verrichtingen waarvan de verzekeringsduur niet langer is dan acht jaar, wordt de technische rentevoet bovendien beperkt tot de spot rate voor deze duur. Wanneer de verrichting uit meerdere prestaties bestaat, met verschillende vervaldagen, wordt de spot rate genomen die met elke vervaldag overeenstemt. Deze spot rate wordt afgeleid uit de actuariële rendementen voor de duurtijden kleiner dan of gelijk aan deze duur. Het actuarieel rendement voor een bepaalde duur wordt bekomen door lineaire interpolatie van de op het ogenblik van de verbintenis bepaalde, actuariële nettorendementen van de twee op een bij artikel 10 van het algemeen reglement bepaalde gereglementeerde markt verhandelde, lineaire obligaties van een overheid met een vaste rentevoet, waarvan de eindvervaldagen het dichtst bij de vervaldag van de prestatie liggen
waarvoor die vervaldag tussen de twee eindvervaldagen van die obligaties valt. De berekeningswijze van de spot rate wordt in bijlage 4 vastgelegd. §
- Voor de verrichtingen in een andere munt dan de euro, is de technische renteboet niet groter dans de referentierentevoet die gelijk is aan de maximale rentevoet toepasselijk krachtens de regels van het land van de betrokken munt of, bij ontstentenis, aan de volgens de bepalingen van § 3 bepaalde rentevoet; §
- In afwijking van §§ 2 et 3 mag de verzekeringsonderneming voor een bepaalde prestatie die op de datum van de verbintenis is gevestigd, met inbegrip van de door het in artikel 51 bedoelde financieringsfonds gevestigde reserves, een technische rentevoet waarborgen die hoger is dan de in § 2, eerste lid, bedoelde referentierentevoet in de mate dat de duur
de opbrengst van de dekkingswaarden het toelaten
op voorwaarde dat : 1° de duur van de waarborg niet langer is dan acht jaar;2° voor de duur van de waarborg de gewaarborgde technische rentevoet niet groter is dan de spot rate voor deze duur Voor de verrichtingen in euro wordt de spot rate afgeleid uit de actuariële rendementen voor de duurtijden kleiner dan of gelijk aan deze duur.Het actuarieel rendement voor een bepaalde duur wordt bekomen door lineaire interpolatie van de op het ogenblik van de verbintenis bepaalde, actuariële nettorendementen van de twee op een gereglementeerde markt verhandelde, lineaire obligaties van een overheid met een vaste rentevoet, waarvan de eindvervaldagen het dichtst bij de vervaldag van de prestatie liggen
waarvoor die vervaldag tussen de twee eindvervaldagen van die obligaties valt; Voor de verrichtingen in een andere munt dan de euro wordt de spot rate afgeleid uit de actuariële rendementen voor de duurtijden kleiner dan of gelijk aan deze duur. Het actuarieel rendement voor een bepaalde duur wordt bekomen door lineaire interpolatie van de op het ogenblik van de verbintenis bepaalde, actuariële nettorendementen van de twee op een gereglementeerde markt verhandelde
in de betrokken munt uitgedrukte lineaire obligaties van een overheid met een vaste rentevoet, waarvan de eindvervaldagen het dichtst bij de vervaldag van de prestatie liggen
waarvoor die vervaldag tussen de twee eindvervaldagen van die obligaties valt. Wanneer de verrichting uit meerdere prestaties bestaat, met verschillende vervaldagen, wordt de spot rate genomen die met elke vervaldag overeenstemt. §
- Voor de verrichtingen van het type leven zijn de overlevingskansen niet kleiner dan : 1° voor de verrichtingen waarvan het risico in België gelegen is, die welke voortvloeien uit de referentietafels MR of FR, naargelang de verzekerde van het mannelijke of het vrouwelijke geslacht is;2° voor de verrichtingen waarvan het risico in het buitenland gelegen is, de overlevingskansen die door de wetgeving van het land van het risico aan zijn eigen verzekeringsondernemingen opgelegd worden of, bij ontstentenis, de overlevingskansen die overeenstemmen met de sterfte van dat land; §
- Voor de verrichtingen van het type overlijden zijn de sterftekansen niet kleiner dan : 1° voor de verrichtingen waarvan het risico in België gelegen is, die welke voortvloeien uit de referentietafels MK of FK, naargelang de verzekerde van het mannelijke of het vrouwelijke geslacht is;2° voor de verrichtingen waarvan het risico in het buitenland gelegen is, de sterftekansen die door de wetgeving van het land van het risico aan zijn eigen verzekeringsondernemingen opgelegd worden of, bij ontstentenis, de sterftekansen die overeenstemmen met de sterfte van dat land. De referentietafels MR, FR, MK
FK worden bepaald met de formule
de constanten die in bijlage 1 vermeld zijn. § 7. In afwijking van §§ 5
6 mag de verzekeringsonderneming gedurende ten hoogste drie jaar lagere sterfte- of overlevingskansen waarborgen naargelang de risicokapitalen positief of negatief zijn, op voorwaarde dat die kansen niet lager zijn dan de kansen die voor alle Belgische verzekeringsondernemingen
bijkantoren van verzekeringsondernemingen waarvan de maatschappelijke zetel buiten de Gemeenschap gevestigd is, worden afgeleid uit de door de CBFA gepubliceerde statistieken betreffende het aantal verzekerde personen
het aantal vastgestelde overlijdens over 5 jaar. Art. 24.De verzekeringsonderneming mag in haar tarieven een bijzondere voorvalswet voor een verzwaard risico toepassen. Deze voorvalswet moet in het dossier van de verzekeringnemer bij de verzekeringsonderneming worden vermeld. Art. 25.De verrichtingen met flexibele premies worden voor de tarifering als een geheel van verrichtingen tegen koopsom beschouwd
geen
kele waarborg inzake tarief mag worden toegekend voor flexibele premies vóór hun storting. Art. 26.§ 1. De technische grondslagen van de tarifering mogen alleen bestaan uit : 1° sterfte- of overlevingswetten
, voor de tijdelijke verrichtingen bij overlijden met constante periodieke premies zonder recht op reductie of op afkoop, een uittredewet;2° voor de verrichtingen die niet verbonden zijn met beleggingsfondsen, inventaris-, acquisitie-
inningstoeslagen of voor de verrichtingen verbonden met een beleggingsfonds, een toeslag voor het beheer van dit fonds, een instaptoeslag
een uitstaptoeslag;3° technische rentevoeten voor verrichtingen die niet verbonden zijn met beleggingsfondsen. De technische grondslagen van de tarifering van de bruidsschats-
geboorteverzekeringen
van de aanvullende verzekeringen omvatten bovendien voorvalswetten die eigen zijn aan de door deze verzekeringen gedekte risico's § 2. De inventaristoeslagen worden voortdurend
in functie van het risicokapitaal
de theoretische afkoopwaarde verbruikt. § 3. De inningstoeslagen worden verbruikt op de vervaldag van de premie waarop ze slaan
alleen in geval van betaling ervan. Art. 27.De verzekeringsonderneming mag geen
kele kost of vergoeding aanrekenen behalve die bedoeld in de artikelen 29, § 2
30, § 2, tenzij in geval van bijzondere uitgaven die door toedoen van de verzekeringnemer, van de verzekerde of van de begunstigde werden veroorzaakt
op voorwaarde dat de verzekeringsonderneming in de polis melding maakt van deze mogelijkheid
van de bijzondere uitgaven waarvan hierboven sprake is. Afdeling
- - Reserves Art. 28.§
- De theoretische afkoopwaarde is gelijk aan het verschil tussen de actuele inventariswaarde van de verbintenissen van de verzekeringsonderneming
de actuele waarde van de reductiepremies die betrekking hebben op de toekomstige vervaldagen. Dat verschil wordt verhoogd met het niet-verbruikte gedeelte van de toeslagen. De technische grondslagen die gebruikt moeten worden voor de berekening van de theoretische afkoopwaarden, zijn deze die worden gebruikt voor de berekening van de premie. Als de inningstoeslagen bedoeld in artikel 27, § 3, voor de verzekeringsverrichtingen waarvan de premies vooraf worden vastgesteld, variabel zijn, moet voor de toepassing van dit besluit als een acquisitietoeslag worden beschouwd het verschil, als dit positief is, tussen de actuele waarde van de inningstoeslagen van de eerste tien jaar van de verrichting
die welke zou worden verkregen voor deze periode door als inningstoeslagvoet het gewogen gemiddelde betreffende de jaren na het tiende jaar te nemen. § 2. Bij een vermindering van de actuele waarde van de nog te vervallen reductiepremies
in de mate van deze vermindering, wordt het verbruik van de acquisitietoeslag tot een quotiteit van die acquisitietoeslag beperkt, waarvan het bedrag in bijlage 3 is vastgesteld. Bij een vermindering van de nog te vervallen premies, mag de verzekeringsonderneming echter een reductievergoeding aanrekenen. Deze mag niet groter zijn dan : 1° op het moment van de reductie, een forfait van 75 euro, geïndexeerd in functie van het gezondheidsindexcijfer der consumptieprijzen (basis 1988 = 100).Het indexcijfer dat in aanmerking moet worden genomen is dat van de tweede maand van het trimester dat de datum van de reductie voorafgaat; 2° nadien, op elke vervaldag van de oorspronkelijk voorziene premie, een vergoeding die overeenstemt met de vermindering van het gedeelte van de toeslagen dat het algemeen beheer van de overeenkomsten dekt
die tot 5|Sp van de vermindering van de reductiepremie beperkt is. Deze vergoeding wordt als een inventaristoeslag in de zin van artikel 27, § 2, beschouwd. §
- Elke toegekende winst die, in welke vorm ook, voor een verhoging van de prestaties is bestemd, wordt in de theoretische afkoopwaarde opgenomen als actuele inventariswaarde van deze verhoging. Deze actuele waarde wordt berekend volgens de tariefgrondslagen die, op het ogenblik van de toekenning van de winstdeling, worden gebruikt voor het onderschrijven van de overeenkomsten in de voor de toekenning gekozen combinatie. Art. 29.§
- De actuele inventariswaarde van de reductiewaarde is de theoretische afkoopwaarde zoals bepaald in artikel
- De technische grondslagen die gebruikt moeten worden voor de berekening van de reductiewaarde zijn deze die worden gebruikt voor de berekening van de premie. Wanneer de reductie gepaard gaat met het wegvallen van de waarborgen in geval van overlijden, kan de overeenkomst in afwijking van het vorige lid bepalen dat de in het eerste lid bedoelde actuele inventariswaarde berekend wordt met de sterftetafels voor de verrichtingen bij leven. §
- De afkoopwaarde is gelijk aan de theoretische afkoopwaarde zoals bepaald in artikel 29, verminderd met een eventuele afkoopvergoeding. Deze vergoeding mag niet hoger zijn dan het maximum : 1° van 75 euro.Dat bedrag wordt in functie van het gezondheidsindexcijfer der consumptieprijzen (basis 1988 = 100) geïndexeerd. Het indexcijfer dat in aanmerking moet worden genomen is dat van de tweede maand van het trimester dat de datum van afkoop voorafgaat; 2° van het minimum van 0,05 van de theoretische afkoopwaarde
0,01 van de theoretische afkoopwaarde vermenigvuldigd met de tot de eindvervaldag nog te verstrijken looptijd van de overeenkomst uitgedrukt in jaren. Wanneer een afkoop tijdens de eerste acht jaar van de overeenkomst gebeurt, mag voor de toepassing van deze paragraaf de theoretische afkoopwaarde evenwel vervangen worden door de theoretische afkoopwaarde die wordt verkregen door de rentevoet te vervangen door de spot rate die op het ogenblik van de afkoop van toepassing is op de verrichtingen met een duur gelijk aan het verschil tussen de looptijd van de overeenkomst beperkt tot acht jaar
de ouderdom van de overeenkomst. §
- Bij afkoop van een overeenkomst binnen de maand volgend op een reductie, wordt het forfait bedoeld in artikel 29, § 2, tweede lid bij de in de § 2 bedoelde theoretische afkoopwaarde gevoegd. Afdeling
- - Voorzieningen Art. 30.§
- Bij de bepaling van de voorziening voor verzekering leven houdt de verzekeringsonderneming rekening met de in dit artikel bedoeld principes. §
- De voorziening voor verzekering leven wordt berekend aan de hand van een voldoende voorzichtige prospectieve actuariële methode, rekening houdend met alle toekomstige verplichtingen volgens de voor iedere lopende levensverzekeringsovereenkomst gestelde voorwaarden, namelijk : 1° alle gewaarborgde prestaties;2° de toegekende winstdelingen;3° alle keuzemogelijkheden waarover de verzekeringnemer of de begunstigde volgens de algemene of de bijzondere voorwaarden van de overeenkomst beschikt;4° de voorziene bedrijfs-
administratiekosten
commissielonen, Er wordt evneens rekening gehouden met de in de toekomst te ontvangen premies. § 3. Bij de in de voorgaande paragraaf bedoelde berekening wordt er rekening gehouden met de ongunstige ontwikkeling van de verschillende betrokken factoren, die ten grondslag liggen aan die voorziening voor verzekering leven. In het bijzonder stelt de verzekeringsonderneming voor de overeenkomsten waarvoor de gewaarborgde rentevoet vastgesteld is krachtens de bepalingen van artikel 24, §§ 2
3, een aanvullende voorziening samen zodra de gewaarborgde rentevoet 80 % van de gemiddelde rentevoet over de laatste vijf jaar van de OLO's op 10 jaar met meer dan 0,1 % overschrijdt. Deze samen te stellen aanvullende voorziening maakt deel uit van de voorziening voor verzekering leven. Zij is voor alle overeenkomsten gelijk aan de som van het positieve verschil tussen de inventarisreserve van de overeenkomst waarbij de technische rentevoet wordt vervangen door de rentevoet die overeenstemt met 80 % van de gemiddelde rentevoet vermeld in het vorige lid
de inventarisreserve van de overeenkomst in haar technische grondslagen of eventueel aangepast volgens artikel 86, § 3. Deze aanvullende voorziening wordt op 31 december van elk jaar berekend. De jaarlijkse dotatie is gelijk aan ten minste 10 % van de in het vorige lid bedoelde samen te stellen aanvullende voorziening. Indien de samen te stellen aanvullende voorziening kleiner is dan de samengestelde aanvullende voorziening, mag de verzekeringsonderneming van deze laatste aanvullende voorziening 10 % afhouden van het overschot alsook 90 % van de samengestelde aanvullende voorziening die betrekking heeft op de vereffende overeenkomsten. De berekeningswijze van de samen te stellen aanvullende voorziening
van haar samenstelling wordt in bijlage 5 vastgelegd. §
- Bij de in § 2 bedoelde berekening mag de verzekeringsonderneming geen rekening houden met de waarschijnlijkheid dat de voor de toekenning van de winstdeling gestelde voorwaarden zich zullen realiseren. §
- De voorziening voor verzekering leven wordt voor elke overeenkomst afzonderlijk berekend. Voor de aanvullende verzekeringsverrichtingen is het gebruik van redelijke benaderingen of veralgemeningen echter toegestaan wanneer de verzekeringsonderneming aantoont dat zij nagenoeg dezelfde resultaten opleveren als afzonderlijke berekeningen. §
- De verzekeringsondernemingen mogen evenwel gebruik maken van een retrospectieve actuariële methode indien zij aantonen dat de volgens deze methode berekende voorziening voor de verzekeringen leven niet lager is dan deze die met behulp van de in § 2 bedoelde methode wordt verkregen. §
- De methode van waardering van de technische voorzieningen mag niet van jaar tot jaar zodanig veranderen dat afbreuk wordt gedaan aan de continuïteit, ten gevolge van arbitraire wijzigingen in de methode of de elementen van berekening,
is van dien aard dat de winstdeling gedurende de looptijd van de overeenkomst op een redelijke wijze wordt vrijgemaakt. § 8. Onverminderd de bepalingen van §§ 2 tot 7, mag het bedrag van de voorziening voor verzekering leven niet kleiner zijn dan de som, voor alle overeenkomsten, van de inventarisreserves, waarbij de negatieve inventarisreserves niet worden meegerekend. Hoofdstuk V. - Winstdeling Art. 31.Geen
kele winstdeling mag, op welke wijze dan ook, worden gewaarborgd vóór de datum van de verdeling van de winst. Art. 32.§ 1. De verdeling van de winsten ten gunste van de verzekeringsovereenkomsten houdt voor de verzekeringsonderneming de definitieve afstand van deze bedragen in, behalve voor de verrichtingen bedoeld in het koninklijk besluit van 14 mei 1969 betreffende de toekenning van bovenwettelijke voordelen aan de werknemers bedoeld bij koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust-
overlevingspensioen voor werknemers. §
- Elke tijdens een boekjaar als winstdeling verdeelde som wordt uiterlijk op de verjaardag van de overeenkomsten die volgt op het boekjaar waarvan het resultaat de verdeling mogelijk heeft gemaakt of, voor de overeenkomsten vereffend vóór die verjaardag, uiterlijk op de datum van vereffening, ten belope van minstens vier vijfden aan de overeenkomst toegekend. Elke op het einde van een boekjaar nog niet toegekende maar tijdens de voorgaande boekjaren als winstdeling verdeelde som wordt uiterlijk op de verjaardag van de overeenkomsten die volgt op het einde van dit boekjaar of, voor de overeenkomsten vereffend vóór die verjaardag, uiterlijk op de datum van vereffening, ten belope van minstens een achtste aan de overeenkomst toegekend. De bepalingen van deze paragraaf zijn van toepassing op het einde van de waarborgperiode. §
- De toekenning van de winstdeling mag niet voorwaardelijk zijn. Het eerste lid is niet van toepassing wanneer de overeenkomst met een hypothecair krediet verbonden is. §
- De verzekeringsonderneming die van de in de §§ 4
6 van artikel 24 bedoelde mogelijkheid gebruik maakt, kan slechts een winstdeling ten gunste van de betrokken overeenkomsten verdelen op het einde van de periode van waarborg van de technische grondslagen bedoeld in deze paragrafen. HOOFDSTUK VI. - Collectieve overeenkomsten Art. 33.De verzekeringsonderneming mag een van de bepalingen van artikel 24, §§ 2, 3
7 afwijkende tarifering toepassen op een overeenkomst met als voorwerp tijdelijke verzekeringsverrichtingen bij overlijden, bestemd om financieringen te dekken die de verzekeringnemer heeft toegestaan, op voorwaarde dat de overeenkomst bepaalt dat de verzekeringnemer aan de individuele verzekerden het recht op afkoop, reductie
aanduiding van de begunstigden overdraagt betreffende de bedragen die niet noodzakelijk zijn om het verschuldigd blijvend saldo te waarborgen. Art. 34.De in artikel 34 bedoelde tarifering houdt geen rekening met de leeftijd van iedere verzekerde afzonderlijk. HOOFDSTUK VII. - Samengevoegde overeenkomsten Art. 35.Wanneer er tussen de verzekeringnemers of de begunstigden van verschillende overeenkomsten onderlinge economische, sociale of familiale banden bestaan, mag de verzekeringsonderneming op deze overeenkomsten de bepalingen van dit besluit betreffende de algemene voorwaarden, de technische grondslagen, de tarifering
de winstdeling toepassen alsof het om één
kele overeenkomst zou gaan. In dat geval gebeurt de uitsplitsing van de premies
de prestaties over die overeenkomsten, samengevoegde overeenkomsten genoemd, in functie van de inventarisgrondslagen. De verzekeringsonderneming past de in het vorige lid vermelde regels toe wanneer een verzekeringnemer verscheidene overeenkomsten bij eenzelfde verzekeringsonderneming heeft aangegaan. Art. 36.Overeenkomsten die met één of meer beleggingsfondsen zijn verbonden, mogen hetzij onderling, hetzij met één of meer overeenkomsten die niet met dergelijke fondsen verbonden zijn, worden samengevoegd. In dit geval bepaalt de polis de regels voor de verdeling van de premies, de reserves
de winstdeling over de verschillende overeenkomsten. HOOFDSTUK VIII. - Bruidsschats-
geboorteverzekeringen Art. 37.De artikelen 103, 104, 114, 115, 119, 120
121 van de wet van 25 juni 1992 op de landsverzekeringsovereenkomst, alsmede die van dit besluit betreffende de levensverzekeringen zijn van toepassing op de bruidsschats-
geboorteverzekeringen. HOOFDSTUK IX. - Aanvullende verzekeringen Art. 38.De personenverzekeringsverrichtingen die betrekking hebben op een bijkomend risico bij de in artikel 2, 1°
2°, bedoelde verrichtingen zijn gericht op de uitkering van een vast bedrag. Art. 39.De verzekeringnemer heeft het recht om op elk ogenblik
onafhankelijk van het verloop van de hoofdverzekering, een einde te maken aan de betaling van de premies van de aanvullende verzekering. De verzekeringsonderneming maakt hiervan melding in de polis. Art. 40.De algemene voorwaarden van de hoofdverzekering zijn van toepassing op de aanvullende verzekering voor zover de bedingen van de aanvullende verzekering er niet van afwijken. De verzekeringsonderneming maakt hiervan melding in de polis. Art. 41.De opzegging
de afkoop van de hoofdverzekering leiden van rechtswege tot de opzegging of, indien er een afkoopwaarde is, tot de afkoop van de aanvullende verzekering. De reductie van de hoofdverzekering brengt van rechtswege de reductie mee van de aanvullende verzekering. De verzekeringsonderneming maakt hiervan melding in de polis. HOOFDSTUK X. - Groepsverzekeringen Afdeling 1. - Groepsverzekeringsreglement - Aansluiting Art. 42.§ 1. De artikelen 8, §§ 1 tot 3, 13, § 2, 15, §§ 1
2, 16, 19, 1° tot
met 4°, 20, 1° tot
met 7°
30, § 2, laatste lid zijn niet van toepassing op de groepsverzekering. § 2. Artikel 54, § 2 is niet van toepassing op groepsverzekeringen die door publiekrechtelijke rechtspersonen zijn onderschreven
die bestemd zijn om het statutaire pensioenstelsel te verzekeren. Art. 43.Een groepsverzekering mag bij een verzekeringsonderneming
kel onderschreven worden ten voordele van het geheel of van een deel van het personeel of van de bedrijfsleiders van één of meerdere werkgevers. Art. 44.§
- Het reglement bepaalt in welke mate de algemene voorwaarden van de verzekering er deel van uitmaken. §
- Het reglement bepaalt : 1° de regels
voorwaarden voor de aansluiting;2° dat de persoonlijke bijdragen van de aangeslotenen door de werkgever op de bezoldigingen worden ingehouden
aan de verzekeringsonderneming worden gestort;3° de regels die het mogelijk maken op elk ogenblik de door de aangeslotene verworven prestaties
reserves te bepalen;4° de te volgen procedure opdat elke aangeslotene, uiterlijk drie maanden na de vervaldag van de premies, van de niet-betaling van de persoonlijke bijdragen of de werkgeversbijdragen alsmede van de opzegging van de groepsverzekering op de hoogte wordt gebracht;5° de volgorde van de begunstigden in geval van overlijdensdekking;6° de voorwaarden die van toepassing zijn op de facultatieve persoonlijke overeenkomst;7° indien de groepsverzekering door verschillende inrichters werd aangegaan, de regels van verdeling van het financieringsfonds wanneer een inrichter de aldus gevormde groep verlaat;8° de doeleinden van het eventuele financieringsfonds, zijn stijvings-
vereffeningsmodaliteiten alsmede het lot van dit fonds in geval van opzegging of reductie van de groepsverzekering;9° de toe te passen procedures in geval van de in artikel 50 bedoelde onderfinanciering;10° de modaliteiten volgens dewelke de bedragen van de verworven prestaties
reserves tijdens de duur van de aansluiting aan iedere aangeslotene worden medegedeeld;11° de verschillende elementen in de samenstelling van de vaste prestaties alsmede de wijze waarop ze worden bepaald;12° de regels
de voorwaarden voor opzegging van de groepsverzekering. Afdeling
- - Vaste bijdragen - vaste prestaties Art. 45.Het reglement van de groepsverzekering mag hetzij vaste bijdragen, hetzij vaste prestaties voorzien, met inbegrip van de "cash balance" systemen bedoeld in artikel 21 van de wet betreffende de aanvullende pensioenen, hetzij een combinatie van beide stelsels. De vaste prestaties mogen geen rekening houden met de prestaties die voortvloeien uit overeenkomsten die door de aangeslotenen individueel aangegaan zijn buiten de collectieve verbintenis van de inrichter. Afdeling
- - Financiering Art. 46.§
- De persoonlijke bijdragen
de prestaties die overeenstemmen met de persoonlijke bijdragen, ongeacht het type van de uitgevoerde verrichting,
de prestaties die voor elke aangeslotene overeenstemmen met de in artikel 46 bedoelde vaste bijdragen, maken het voorwerp van individuele berekeningen uit. De premies van de verrichtingen bij overlijden
van de aanvullende verzekeringen worden berekend volgens een individuele tarifering. Voor de groepen die een groot aantal personen verzekeren
dan nog
kel voor de werkgeversbijdragen, is het echter toegestaan dat de tarifering geen rekening houdt met de leeftijd van elke verzekerde afzonderlijk maar wel met de gemiddelde leeftijd die gewogen is in functie van de verzekerde kapitalen. Deze mogelijkheid is beperkt tot de tijdelijke verzekeringen met een looptijd niet langer dan een jaar. §
- De verzekeringsonderneming mag aan toekomstige aangeslotenen geen waarborg verlenen betreffende het tarief, noch betreffende verhogingen van de waarborg van de lopende overeenkomsten. Art. 47.§
- Voorzover er te bereiken prestaties zijn bij leven van de aangeslotenen, worden de bij de verzekeringsonderneming gevestigde reserves zo gestijfd dat zij op elk ogenblik voor elke aangeslotene een minimumbedrag bereiken. §
- Het in § 1 bedoelde minimumbedrag is gelijk aan het grootste van de twee volgende bedragen : 1° De verworven reserves zoals ze zijn bepaald in het reglement.Voor de aangeslotenen in dienst
de aangeslotenen die niet meer in dienst zijn maar recht hebben op uitgestelde pensioenprestaties
die de laagste van de pensioenleeftijden voorzien door het reglement bereikt of overschreden hebben, de actuele waarde van de prestaties waarop ze aanspraak zouden kunnen maken indien ze op het beschouwde ogenblik op pensioen zouden gaan, berekend met de actualisatieregels bepaald in punt
- b)van deze paragraaf. 2° de actuele waarde :
- a)hetzij van de lopende rente, eventuele overdraagbaarheid inbegrepen;
- b)hetzij van het deel van de te bereiken prestaties, die overeenkomstig het reglement, rekening houdend met de bezoldiging van het ogenblik
op basis van een loopbaan tot aan de normale pensioenleeftijd worden berekend.De noemer van de met dit deel overeenstemmende breuk is gelijk aan het aantal jaren van de volledige loopbaan van de aangeslotene; de teller wordt gevormd door het aantal gepresteerde jaren. Beide getallen worden berekend vanaf de datum van aansluiting. Voor de werknemers die na 31 december 1995 in dienst zijn getreden
voor de werknemers die in dienst zijn getreden vóór 1 januari 1996, van wie de rechten betrekking hebben op een pensioenstelsel dat werd ingevoerd na 31 december 1995, zijn de teller
de noemer van deze breuk beperkt tot de in het reglement vastgelegde maximale erk