Decreet betreffende het onderwijs XI
Kort samengevat
Dit decreet wijzigt de rechtspositie van personeelsleden in het gemeenschapsonderwijs en verduidelijkt wie onder deze regeling valt en wat hun verantwoordelijkheden zijn. Het past bestaande definities aan en introduceert nieuwe begrippen binnen het onderwijslandschap.
Wat het regelt
- De toepassing van de rechtspositie op verschillende personeelscategorieën binnen het gemeenschapsonderwijs.
- Definities van instellingen, het schooljaar, mutatie en diverse entiteiten binnen het gemeenschapsonderwijs.
- De plichten van personeelsleden ten aanzien van het gemeenschapsonderwijs, de instelling en de leerlingen.
- De voorwaarden voor aanstelling als tijdelijk personeelslid.
Wie het aanbelangt
- Alle personeelsleden die tewerkgesteld zijn in het gemeenschapsonderwijs, inclusief onderwijzend, ondersteunend en administratief personeel.
- Instellingen zoals basisscholen, secundaire scholen, internaten, centra voor leerlingenbegeleiding en centra voor volwassenenonderwijs.
Kernpunten
- Het decreet is van toepassing op een breed scala aan personeelscategorieën, van bestuurs- en onderwijzend personeel tot technisch en administratief personeel.
- Een "schooljaar" loopt van 1 september tot 31 augustus voor kleuter-, lager, secundair en volwassenenonderwijs, en voor de CLB's.
- Personeelsleden moeten het pedagogisch project, de gehechtheids- en de neutraliteitsverklaring van het gemeenschapsonderwijs ondertekenen bij de eerste indiensttreding.
- Tijdelijke personeelsleden moeten voldoen aan specifieke voorwaarden, waaronder het bezit van een bekwaamheidsbewijs, het genieten van burgerlijke en politieke rechten, en het voorleggen van een medisch attest en een attest van goed zedelijk gedrag (niet ouder dan 1 jaar).
Wettekst
18 MEI 1999. - Decreet betreffende het onderwijs XI (1) Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK I. -
leidende bepalingen Artikel 1.Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid. HOOFDSTUK II. - Decreet rechtspositie personeelsledengemeenschapsonderwijs Art. 2.
artikel 1 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs wordt het woord "Gemeenschapsonderwijs" vervangen door het woord "gemeenschapsonderwijs". Art. 3.
artikel 2 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreten van 14 juli 1998 en 1 december 1998, wordt § 1 vervangen door wat volgt : « § 1. Dit decreet is van toepassing op de volgende personeelscategorieën : het bestuurs- en onderwijzend personeel met
begrip van de godsdienstleerkrachten; het opvoedend hulppersoneel; het paramedisch en sociaal personeel; het psychologisch, orthopedagogisch en medisch personeel; het technisch personeel; het administratief personeel; het ondersteunend personeel; het personeel van de pedagogische begeleidingsdienst; het statutair meesters-, vak- en dienstpersoneel; die
het gemeenschapsonderwijs worden tewerkgesteld bij de scholengroep of
de volgende
stellingen : de scholen van het basisonderwijs en de
stellingen van het secundair onderwijs en deeltijds kunstonderwijs,
welke vorm ook; de autonome
ternaten en tehuizen; de semi-
ternaten en de opvangcentra; de pedagogische begeleidingsdienst; de centra voor leerlingenbegeleiding en
voorkomend geval hun permanente ondersteuningscel, verder aangeduid als CLB; de centra voor volwassenenonderwijs; het vormingscentrum. ». Art. 4.§ 1. Artikel 3 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 1 december 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 01/12/1998 pub. 10/04/1999 numac 1999035335 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding sluiten, wordt gewijzigd als volgt : 1° 3° wordt vervangen door wat volgt : « 3° de
stelling : de scholen van het basisonderwijs en de
stellingen voor secundair onderwijs en deeltijds kunstonderwijs, de centra voor volwassenenonderwijs, de autonome
ternaten en tehuizen, de semi-
ternaten, de opvangcentra, de pedagogische begeleidingsdienst en de CLB's.Het
ternaat toegevoegd aan een onderwijsinstelling, maakt deel uit van die
stelling.; 2° 4° wordt vervangen door wat volgt : « 4° het schooljaar : de periode van 1 september tot 31 augustus van het daaropvolgend jaar voor het kleuter-, lager en secundair onderwijs, het volwassenenonderwijs en voor de CLB's"; 3° 13° wordt vervangen door wat volgt : « 13° de mutatie : de benoeming en affectatie aan een andere scholengroep of een
stelling van een andere scholengroep
een betrekking van het ambt waarin het personeelslid vastbenoemd is;". § 2.
artikel 3 van hetzelfde decreet worden een 18° tot en met een 29°
gevoegd, die luiden als volgt : « 18° het Gemeenschapsonderwijs : het Gemeenschapsonderwijs zoals bepaald
artikel 3 van het bijzonder decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX sluiten betreffende het gemeenschapsonderwijs;19° gemeenschapsonderwijs : het gemeenschapsonderwijs zoals bedoeld
artikel 2 van het bijzonder decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX sluiten betreffende het gemeenschapsonderwijs;20° Raad van het Gemeenschapsonderwijs : de Raad van het Gemeenschapsonderwijs zoals bedoeld
artikel 5 van het bijzonder decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX sluiten betreffende het gemeenschapsonderwijs;21° afgevaardigd bestuurder : de afgevaardigd bestuurder van de Raad van het Gemeenschapsonderwijs zoals bedoeld
artikel 5 van het bijzonder decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX sluiten betreffende het gemeenschapsonderwijs;22° scholengroep : de scholengroep zoals bedoeld
artikel 5, § 6, van het bijzonder decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX sluiten betreffende het gemeenschapsonderwijs;23° raad van bestuur : de raad van bestuur van een scholengroep zoals bedoeld
artikel 5, § 5, van het bijzonder decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX sluiten betreffende het gemeenschapsonderwijs;24° directeur : de directeur van een school of een centrum voor leerlingenbegeleiding zoals bedoeld
artikel 5, § 2, en artikel 16 van het bijzonder decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX sluiten betreffende het gemeenschapsonderwijs;25° algemeen directeur : de algemeen directeur zoals bedoeld
artikel 5, § 3, van het bijzonder decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX sluiten betreffende het gemeenschapsonderwijs;26° college van directeurs : het college van directeurs zoals bedoeld
artikel 5, § 3, van het bijzonder decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX sluiten betreffende het gemeenschapsonderwijs;27°
stellingshoofd : het hoofd van een
stelling zoals bedoeld
artikel 2, § 1.Voor de pedagogische begeleidingsdienst wijst de afgevaardigd bestuurder een personeelslid van de pedagogische begeleidingsdienst als
stellingshoofd aan; 28° scholengemeenschap : de scholengemeenschap zoals bedoeld
artikel 2, 28°, van het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX sluiten houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs;29° vormingscentrum : de permanente ondersteuningscel voor de gefinancierde centra voor leerlingenbegeleiding, zoals bedoeld
artikel 89 van het decreet van 1 december 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 01/12/1998 pub. 10/04/1999 numac 1999035335 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding sluiten betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding.». Art. 5.
artikel 4 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreten van 28 april 1993, 21 december 1994 en 1 december 1998, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 1
wordt het woord "Gemeenschapsonderwijs" vervangen door "gemeenschapsonderwijs"; 2°
§ 1, g) wordt het woord "dienstactiviteit" vervangen door "dienstanciënniteit;".
Art. 6.Artikel 6 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 6.De personeelsleden moeten het belang behartigen van het gemeenschapsonderwijs en van de
stelling waarin zij tewerkgesteld zijn. Zij behartigen daarenboven het belang van de leerlingen, de cursisten en de consultanten. ». Art. 7.
artikel 9 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 1 december 1993, wordt
de eerste zin het woord "Gemeenschapsonderwijs" vervangen door "gemeenschapsonderwijs". Art. 8.
hetzelfde decreet wordt het opschrift van hoofdstuk III vervangen door wat volgt : "Hoofdstuk III. Wervingsambten". Art. 9.Artikel 14 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 14.Het personeelslid ondertekent bij de eerste
diensttreding het pedagogisch project, de gehechtheids- en de neutraliteitsverklaring van het gemeenschapsonderwijs. ». Art. 10.Artikel 17 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreten van 14 juli 1998 en 2 maart 1999, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 17.§ 1. Om als tijdelijk personeelslid te kunnen worden aangesteld moet het personeelslid op het ogenblik van de aanstelling voldoen aan volgende voorwaarden : 1° onderdaan van een lidstaat van de Europese Gemeenschap zijn, behoudens door de Vlaamse regering te verlenen vrijstelling;2° de burgerlijke en politieke rechten genieten;3° houder zijn van een bekwaamheidsbewijs zoals bedoeld
artikel 3, 6°;4° voldoen aan de bepalingen van de taalwetten terzake;5° van onberispelijk gedrag zijn, zoals dat blijkt door een attest van goed zedelijk gedrag dat niet langer dan één jaar tevoren werd afgegeven;6° voldoen aan de dienstplichtwetten;7° zich kandidaat hebben gesteld op een wijze bepaald door de het college van directeurs. § 2. Bij de
diensttreding moet het personeelslid een medisch attest voorleggen, dat niet langer dan één jaar tevoren werd afgegeven en waaruit blijkt dat hij
een zodanige gezondheidstoestand verkeert, dat hij geen ziekten of gebreken heeft die hem voor de vervulling van de betrekking ongeschikt maken. § 3. Niemand kan als tijdelijk personeelslid worden aangesteld
strijd met de reglementering
zake terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling. § 4. Bij gebrek aan kandidaten kan de directeur of raad van bestuur al naar gelang het geval afwijken van de
§ 1, 7°, genoemde verplichting.
§ 5. De werving van de godsdienstleerkrachten behoort tot de bevoegdheid van de directeur, op voordracht van de bevoegde
stantie van de betrokken godsdienst. De artikelen 17, § 1, 7°, 19 en 21 zijn niet van toepassing op de godsdienstleerkrachten. De werving van de leermeesters niet-confessionele zedenleer en de leraars secundair onderwijs belast met niet-confessionele zedenleer behoort tot de bevoegdheid van de directeur,
consensus met de bevoegde
stantie van de niet-confessionele zedenleer. § 6. Een tijdelijke aanstelling van een personeelslid dat houder is van een "ander bekwaamheidsbewijs" is
duur beperkt tot het lopende schooljaar. ». Art. 11.Aan artikel 18, § 1, 1°, van hetzelfde decreet worden de volgende woorden toegevoegd : "en de scholengroep waartoe de
stelling behoort;". Art. 12.Artikel 19 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 19.§
- De kandidaten voor een tijdelijke aanstelling moeten zich bij de scholengroep kandidaat stellen vóór 15 mei. §
- De kandidatuur geldt voor de duur van het schooljaar waarvoor zij werd
gediend. § 3. Laatstejaarsstudenten kunnen zich kandidaat stellen en voor een aanstelling
aanmerking komen als zij uiterlijk op 15 oktober schriftelijk aan de scholengroep laten weten dat zij aan de aanstellingsvoorwaarden voldoen. ». Art. 13.Artikel 20 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 20.§ 1. De tijdelijke aanstelling gebeurt door de directeur. § 2.
afwijking van de bepaling van § 1 gebeurt de tijdelijke aanstelling
een autonoom
ternaat of bij de scholengroep door de raad van bestuur, op voorstel van het betrokken
stellingshoofd. § 3.
afwijking van de bepaling van § 1 gebeurt de tijdelijke aanstelling
het vormingscentrum en de pedagogische begeleidingsdienst door de afgevaardigd bestuurder, op voorstel van het betrokken
stellingshoofd. ». Art. 14.
artikel 21 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreten van 9 april 1992, 21 december 1994 en 9 april 1995, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 1
, 1°, worden de woorden "bij het lokale bestuursorgaan" vervangen door "
eerste orde bij de school en
tweede orde bij de scholengroep";2°
§ 1
, 2°, a), worden de woorden "bij het lokale bestuursorgaan" vervangen door "
de scholengroep";3°
§ 5
worden tussen de woorden "sociale promotie" en de woorden "die dienstanciënniteit" de woorden "en het deeltijds kunstonderwijs"
gevoegd;4° § 9 wordt geschrapt. Art. 15.Artikel 21bis van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 2 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/03/1999 pub. 26/05/1999 numac 1999035546 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot bekrachtiging van het besluit van de Vlaamse regering van 1 december 1998 tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon basisonderwijs type 2 type decreet prom. 02/03/1999 pub. 21/08/1999 numac 1999035844 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot regeling van een aantal aangelegenheden van het volwassenenonderwijs type decreet prom. 02/03/1999 pub. 07/12/2000 numac 2000021524 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de goedkeuring van het samenwerkingsakkoord van 9 december 1997 tussen de federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, het Waals Gewest en de Duitstalige Gemeenschap betreffende de wijze van omslag van de kosten van de gewestelijke ontvangers en de wijze van de
houding van de bijdrage
die kosten door de besturen sluiten, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 21bis.§ 1.
afwijking van artikel 21 geldt dit artikel voor het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs en het onderwijs voor sociale promotie. § 2. Een tijdelijke aanstelling kan gebeuren
een vacante en/of niet vacante betrekking voor een bepaalde of voor een doorlopende duur. De tijdelijke aanstelling van doorlopende duur is een recht onder de voorwaarden van dit artikel. § 3. Vastbenoemde personeelsleden die
stellingen van een scholengemeenschap een betrekking met onvolledige prestaties
hoofdambt hebben, komen prioritair en
de hieronder vermelde volgorde
aanmerking voor een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur : 1°
stellingen van dezelfde scholengemeenschap;2°
stellingen van een andere scholengemeenschap van dezelfde scholengroep;3°
stellingen van dezelfde scholengroep die niet tot een scholengemeenschap behoren. Vastbenoemde personeelsleden die
stellingen die niet tot een scholengemeenschap behoren, een betrekking met onvolledige prestaties
hoofdambt hebben, komen prioritair en
de hieronder vermelde volgorde
aanmerking voor een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur, voor zover van toepassing : 1°
stellingen van dezelfde scholengroep, die niet tot een scholengemeenschap behoren;2°
stellingen van dezelfde scholengroep die tot een scholengemeenschap behoren. § 4. Een personeelslid heeft recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur
dien het : 1° gespreid over ten minste drie schooljaren een dienstanciënniteit heeft van ten minste 720 dagen, waarvan 600 effectief gepresteerd, waarbij eveneens worden beschouwd als effectief gepresteerde dagen : zaterdagen, zondagen, wettelijke verlofdagen en schoolvakanties, voor zover deze binnen de aanstellingsperiode vallen;2° als laatste evaluatie geen beoordeling of evaluatie met de eindconclusie "onvoldoende" heeft verkregen.
dien het personeelslid niet werd beoordeeld of geëvalueerd, wordt deze voorwaarde geacht voldaan te zijn; 3° niet werd ontslagen.
dien een personeelslid de anciënniteit heeft verworven
stellingen die behoren tot een scholengemeenschap, dan geldt het recht
de volgende volgorde voor de betrekkingen : 1°
de
stellingen van dezelfde scholengemeenschap ongeacht het net;2°
de
stellingen van een andere scholengemeenschap van dezelfde scholengroep;3°
de
stellingen van dezelfde scholengroep die niet tot een scholengemeenschap behoren.
dien een personeelslid de anciënniteit heeft verworven
stellingen die niet tot een scholengemeenschap behoren, dan geldt het recht
de volgende volgorde voor de betrekkingen : 1°
de
stellingen van dezelfde scholengroep die niet tot een scholengemeenschap behoren;2°
de
stellingen van dezelfde scholengroep die tot een scholengemeenschap behoren. Dit recht geldt niet voor de personeelsleden bedoeld
hoofdstuk Vbis voor wat betreft het volume van hun vast benoemde opdracht, waarvoor zij een verlof hebben verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen. Het personeelslid dat een beroep wenst te doen op het recht van een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur moet, op straffe van verlies van zijn recht voor het volgend schooljaar, vóór 15 mei bij de raad van bestuur, kandideren met een ter post aangetekende brief. De kandidatuurstelling geldt voor de betrekkingen zoals hiervoor bepaald.
afwijking van deze bepaling wordt voor een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur
het schooljaar 1999-2000 de datum van de kandidatuurstelling bepaald door de centrale raad. § 5. Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt voor het ambt waarin de
§ 4
bedoelde anciënniteit is verworven, en voor het ambt van leraar voor de vakken of specialiteiten waarvoor het personeelslid het vereiste bekwaamheidsbewijs bezit. Is de
§ 4
bedoelde anciënniteit verworven
een ambt of voor leraren
een vak of specialiteit waarvoor het personeelslid een voldoende geacht bekwaamheidsbewijs, bij organieke bepaling of bij overgangsmaatregel, bezit, dan geldt dit recht ook voor dit ambt, dit vak of deze specialiteit. § 6. Een personeelslid dat krachtens § 5 recht verworven heeft op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur
alle
stellingen van de scholengroep die niet tot een scholengemeenschap behoren, verliest dit recht
het betrokken ambt wanneer het vijf opeenvolgende schooljaren geen diensten heeft gepresteerd
stellingen van deze scholengroep. Een personeelslid dat krachtens § 5 recht verworven heeft op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur
alle
stellingen van de scholengemeenschap, verliest dit recht
het betrokken ambt wanneer het vijf opeenvolgende schooljaren geen diensten heeft gepresteerd
stellingen van deze scholengemeenschap. § 7. Het personeelslid dat
toepassing van artikel 61, 6° werd afgedankt, heeft op basis van prestaties geleverd voor de afdanking geen recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur. § 8. Een personeelslid kan het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur laten gelden voor elke vacature die
de loop van het schooljaar ontstaat, op voorwaarde dat hij nog niet is aangesteld voor een voltijdse betrekking of geen voltijdse betrekking heeft waarvan hij titularis is. §
- Wanneer de lokale raad, en vanaf 1 januari 2000 de directeur over verscheidene vacatures beschikt, moet hij bij voorrang betrekkingen die definitief vacant zijn, toewijzen aan personeelsleden met een recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur. §
- Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt niet voor een tijdelijke aanstelling ter vervanging van een personeelslid met loopbaanonderbreking, behalve
dien het personeelslid voldoet aan de voorwaarden die gesteld worden aan de vervanger van een loopbaanonderbreker. §
- Personeelsleden met recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur die op het ogenblik van hun aanstelling hun betrekking niet effectief kunnen opnemen door ziekte, een arbeidsongeval, moederschapsrust, borstvoedingsverlof of ouderschapsverlof, hebben het recht na hun afwezigheid deze betrekking effectief op te nemen. §
- Behoudens andersluidende overeenkomst met de directeur en op straffe van verlies van zijn recht op de aangeboden betrekking, moet het personeelslid dat zijn recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur doet gelden, die betrekking
haar geheel aanvaarden, zoals ze wordt aangeboden. Die bepaling is niet van toepassing op de personeelsleden die binnen de scholengemeenschap, res-pectievelijk de scholengroep, een niet-voltijdse betrekking uitoefenen en deze opdracht willen uitbreiden. De toepassing van deze paragraaf mag niet leiden tot onverantwoorde pedagogische opsplitsing van de te begeven opdracht. § 13.
dien een personeelslid met recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur de aanstelling van een ander personeelslid betwist, geeft de directeur
zage van de administratieve documenten van het personeelslid waarvan hij de aanstelling betwist. §
- De lokale raad, en vanaf 1 januari 2000 de directeur, moet de beëindiging van een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur conform dit decreet steeds schriftelijk motiveren en meedelen aan het personeelslid. Artikel 22, artikel 23, § 1, e, en § 2, artikel 24 en artikel 26 gelden niet voor de personeelsleden aangesteld voor doorlopende duur. §
- De anciënniteit bedoeld
§ 4
wordt vastgesteld op 30 juni voorafgaand aan het schooljaar waarin het personeelslid zijn recht op de tijdelijke aanstelling van doorlopende duur laat gelden. Voor de toepassing van dit artikel wordt de anciënniteit,
afwijking van artikel 4, berekend op basis van prestaties :
stellingen die vanaf 1 september 1999 behoren tot dezelfde scholengemeenschap, ongeacht het net;
stellingen die vanaf 1 april 1999 behoren tot dezelfde scholengroep. Voor het bepalen van de anciënniteit bedoeld
dit artikel wordt,
afwijking van artikel 4, § 1, a, het aantal gepresteerde dagen niet met 1,2 vermenigvuldigd. § 16.
afwijking van artikel 4, § 2, dient voor de vaststelling voor de voorrang
het onderwijs voor sociale promotie die dienstanciënniteit niet
hoofdambt verworven te zijn. ». Art. 16.Artikel 21ter van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 21ter.§ 1.
afwijking van artikel 21 geldt dit artikel voor de CLB's. § 2. Een tijdelijke aanstelling kan gebeuren
een vacante en/of niet vacante betrekking voor een bepaalde of voor een doorlopende duur. De tijdelijke aanstelling is een recht onder de voorwaarden van dit artikel. §
- De directeur en voor het vormingscentrum de afgevaardigd bestuurder stelt het tijdelijk personeelslid aan. §
- De bij een CLB vastbenoemde personeelsleden die een betrekking met onvolledige prestaties
hoofdambt uitoefenen, komen bij hetzelfde CLB prioritair
aanmerking voor een tijdelijke aanstelling op personeelsleden die nog geen vaste benoeming hebben. § 5. Een personeelslid heeft recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur
dien het : 1° gespreid over ten minste drie schooljaren een dienstanciënniteit heeft van ten minste 720 dagen, waarvan 600 effectief gepresteerd, waarbij eveneens worden beschouwd als effectief gepresteerde dagen : zaterdagen, zondagen, wettelijke verlofdagen en schoolvakanties, voor zover deze binnen de aanstellingsperiode vallen;2° als laatste evaluatie geen beoordeling of evaluatie met de eindconclusie "onvoldoende" heeft verkregen.
dien het personeelslid niet werd beoordeeld of geëvalueerd, wordt deze voorwaarde geacht voldaan te zijn.; 3° niet werd ontslagen. Dat recht geldt voor de betrekkingen bij het CLB waar de anciënniteit werd verworven. Het personeelslid dat een beroep wenst te doen op het recht van een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur, moet, op straffe van verlies van zijn recht voor het volgend schooljaar, vóór 15 mei bij de raad van bestuur kandideren met een ter post aangetekende brief. § 6.
afwijking van § 5 verliest het personeelslid het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur bij een CLB, wanneer het vijf opeenvolgende schooljaren geen diensten heeft gepresteerd bij dit CLB. § 7.
afwijking van § 5 verliest het personeelslid het recht op tijdelijke aanstelling van doorlopende duur, wanneer het personeelslid,
toepassing van artikel 61, 6°, werd ontslagen. § 8. Een personeelslid kan het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur laten gelden voor elke vacature die
de loop van het schooljaar ontstaat, op voorwaarde dat hij bij dit CLB nog niet is aangesteld voor een voltijdse betrekking of geen voltijdse betrekking heeft waarvan hij titularis is. § 9. Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt voor het ambt waarin de
§ 5
bedoelde anciënniteit is verworven, en voor het ambt waarvoor het personeelslid het vereiste bekwaamheidsbewijs bezit. §
- Wanneer er bij een CLB verscheidene vacatures zijn, moeten de betrekkingen die definitief vacant zijn bij voorrang worden toegewezen aan personeelsleden met een recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur. §
- Het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur geldt niet voor een tijdelijke aanstelling ter vervanging van een personeelslid met loopbaanonderbreking, behalve
dien het personeelslid voldoet aan de voorwaarden die gesteld worden aan de vervanger van een loopbaanonderbreker. §
- Personeelsleden met recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur die op het ogenblik van hun aanstelling hun betrekking niet effectief kunnen opnemen door ziekte, een arbeidsongeval, moederschapsrust, borstvoedingsverlof of ouderschapsverlof, hebben het recht na hun afwezigheid deze betrekking effectief op te nemen. §
- Behoudens andersluidende overeenkomst met de directeur en voor het vormingscentrum met de afgevaardigd bestuurder en op straffe van verlies van zijn recht op de aangeboden betrekking, moet het personeelslid dat zijn recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur doet gelden, die betrekking
haar geheel aanvaarden, zoals ze wordt aangeboden. Die bepaling is niet van toepassing op de personeelsleden die bij het CLB een niet-voltijdse betrekking uitoefenen en deze opdracht willen uitbreiden. § 14.
dien een personeelslid met recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur de aanstelling van een ander personeelslid betwist, geeft de directeur en voor het vormingscentrum de afgevaardigd bestuurder
zage van de
§ 5bedoelde documenten van het personeelslid waarvan hij de aanstelling betwist.
§
- De directeur en voor het vormingscentrum de afgevaardigd bestuurder moet de beëindiging van een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur conform dit decreet steeds schriftelijk motiveren en meedelen aan het personeelslid. Artikel 22, artikel 23, § 1, e, en § 2, artikel 24 en artikel 26 gelden niet voor personeelsleden aangesteld voor doorlopende duur. §
- De anciënniteit bedoeld
§ 5
wordt vastgesteld op 30 juni voorafgaand aan het schooljaar waarin het personeelslid zijn recht op de tijdelijke aanstelling van doorlopende duur laat gelden. Voor de toepassing van dit artikel wordt de anciënniteit,
afwijking van artikel 4, berekend op basis van prestaties
een PMS-centrum of CLB van het Gemeenschapsonderwijs. Ook prestaties geleverd vóór 1 september 2000 komen voor de berekening van deze anciënniteit
aanmerking. ». Art. 17.Artikel 22 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 22.§ 1. Het tijdelijk aangesteld personeelslid moet tijdens elke ononderbroken aanstelling met een minimale duur van acht weken en tenminste éénmaal per schooljaar en vóór 30 april beoordeeld worden. De na 30 april aangestelde personeelsleden moeten gedurende deze aanstellingsperiode niet beoordeeld worden. Daartoe maakt het
stellingshoofd uiterlijk op het einde van iedere activiteitsperiode over het tijdelijk aangesteld personeelslid een gemotiveerd beoordelingsverslag op dat eventueel eindigt met de vermelding "onvoldoende".
dit verslag worden de periode en het ambt vermeld waarop de beoordeling betrekking heeft. Elke vermelding "onvoldoende" wordt schriftelijk geformuleerd, met redenen omkleed en aan het betrokken personeelslid medegedeeld. § 2. Het tijdelijk personeelslid dat de vermelding "onvoldoende" heeft bekomen, kan hiertegen binnen zeven kalenderdagen na kennisneming gemotiveerd bezwaar aantekenen bij het
stellingshoofd van de
stelling waar het de vermelding heeft gekregen. Het
stellingshoofd zendt het beoordelingsverslag samen met het bezwaar binnen zeven kalenderdagen na de ontvangst van het bezwaar aan de raad van bestuur. Binnen de zeven kalenderdagen na die verzending wijst het college van directeurs iemand aan om een onderzoek ter plaatse
te stellen. Daarvoor kan een beroep worden gedaan op de centrale diensten van het Gemeenschapsonderwijs, met
begrip van de pedagogische begeleidingsdienst. Het betrokken personeelslid wordt gehoord, tenminste behoorlijk opgeroepen. Het onderzoek wordt binnen dertig kalenderdagen na de verzending zoals hierboven bedoeld, afgesloten met een beoordelingsverslag. Als dit beoordelingsverslag niet wordt besloten met de conclusie "onvoldoende", vervangt het de beoordeling die door het
stellingshoofd werd gegeven. § 3. De godsdienstleerkrachten en de leermeesters en leraars niet-confessionele zedenleer worden beoordeeld door de directeur. Bij die beoordeling mag geen rekening worden gehouden met vakinhoudelijke en vaktechnische aspecten, die uitsluitend de zaak zijn van de bevoegde
stantie van de betrokken eredienst of levensbeschouwing. § 4. Onverminderd het bepaalde
§ 2
kan het personeelslid dat
dienst werd genomen met toepassing van de voorrangsregeling bepaald
artikel 21, § 1, 1° en 2°, of dat overeenkomstig de bepalingen van artikel 21bis tijdelijk werd aangesteld voor een doorlopende duur, langs de hiërarchische weg opkomen tegen de beoordeling bedoeld
§ 2, laatste lid.
De procedureregels bedoeld
artikel 69
zake tuchtregeling zijn van overeenkomstige toepassing. Het beroep is opschortend.
dien wordt
gegaan op het beroep vervalt de beoordeling "onvoldoende" en wordt zij uit het dossier verwijderd. ». Art. 18.Artikel 23 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreten van 19 april 1995, 14 juli 1998, 1 december 1998 en 2 maart 1999, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 23.§ 1. Een tijdelijke aanstelling
een wervingsambt eindigt van rechtswege en zonder vooropzeg voor het geheel of een deel van de opdracht :
- a)bij de terugkeer van de titularis van de betrekking of van het personeelslid dat hem tijdelijk vervangt;
- b)op het ogenblik dat de betrekking van het tijdelijk aangesteld personeelslid geheel of gedeeltelijk wordt toegewezen aan een ander personeelslid : door toepassing van de reglementering op de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling; door een nieuwe affectatie of mutatie; door vaste benoeming; door toepassing van artikel 55duodecies
samenhang met 55quaterdecies; door toepassing van artikel 53; c) op het ogenblik dat het tijdelijk personeelslid vast wordt benoemd
deze betrekking;
- d)de eerste dag van de maand volgend op de ontvangst door het personeelslid van het bericht van de Sociaal-Medische Rijksdienst waarbij het tijdelijk aangesteld personeelslid definitief ontoelaatbaar wordt verklaard;
- e)uiterlijk op het einde van het schooljaar of de leergang waarvoor de aanstelling werd gedaan, onverminderd de toepassing van de reglementering
zake reaffectatie en wedertewerkstelling.Deze bepaling is eveneens van toepassing ten aanzien van de personeelsleden die werden aangeworven overeenkomstig de voorheen bestaande rechtspositieregeling; f) bij de
ruststelling wegens het bereiken van de leeftijdsgrens;
- g)bij toepassing van artikel 24;
- h)door afschaffing van de betrekking;
- i)voor de personeelsleden die niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 17;
- j)voor de personeelsleden die werden aangesteld met miskenning van de
de artikel 21 en voor het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs en voor het onderwijs voor sociale promotie artikel 21bis en voor de CLB's artikel 21ter bedoelde voorrangsregels, alsook met miskenning van de voorrangsregels zoals bedoeld
de artikelen 90 en 90bis;k) op het ogenblik dat wordt vastgesteld dat de betrekking buiten de reglementaire normen werd opgericht. § 2. Het niet opnieuw aanstellen bij het begin van het nieuwe schooljaar moet worden gemotiveerd, als het personeelslid
de scholengroep,
de
stelling, of door de lokale raad waaronder de
stelling heeft geressorteerd, al eenmaal werd aangeworven met toepassing van artikel 21, § 1, 1°. ». Art. 19.Artikel 24 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreten van 14 juli 1998 en 2 maart 1999, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 24.§ 1. Elk tijdelijk aangesteld personeelslid kan, zonder opzegging, om dringende redenen worden ontslagen. Onder dringende redenen wordt verstaan de ernstige tekortkoming die het voortduren van de tijdelijke aanstelling onmiddellijk en definitief onmogelijk maakt. Ontslag om dringende redenen overeenkomstig de bepalingen van dit artikel kan niet meer worden gegeven, wanneer het feit ter rechtvaardiging ervan sedert ten minste drie werkdagen bekend is aan het
stellingshoofd. Alleen de dringende redenen waarvan kennis is gegeven bij een ter post aangetekende brief, verzonden binnen drie werkdagen na het ontslag, kunnen worden aangewend ter rechtvaardiging van het ontslag. Het ontslag om dringende redenen wordt gegeven : door de directeur; door de raad van bestuur voor het personeelslid aangesteld bij de scholengroep of, op voorstel van het betrokken
stellingshoofd door de raad van bestuur voor het personeelslid aangesteld
een autonoom
ternaat; door de afgevaardigd bestuurder voor het personeelslid aangesteld
het vormingscentrum of de pedagogische begeleidingsdienst. Tegen het ontslag om dringende redenen is beroep mogelijk overeenkomstig artikel
- Het beroep is niet opschortend. §
- De dienstperiode voorafgaand aan het ontslag om dringende redenen wordt niet
aanmerking genomen voor de berekening van de
artikel 21, §1, bedoelde dienstanciënniteit. Het betrokken personeelslid verliest bovendien elk prioriteitsrecht op tijdelijke aanstelling
de
stelling,
de
stellingen die ressorteerden onder dezelfde lokale raad, en
de scholengroep waar hem het ontslag om dringende redenen gegeven werd. ». Art. 20.Artikel 26 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 26.§ 1. Met
achtneming van een opzeggingstermijn van vijftien kalenderdagen kan de aanstelling van het tijdelijk aangesteld personeelslid worden beëindigd
dien hem
het
artikel 22 bedoelde gemotiveerde beoordelingsverslag de vermelding"onvoldoende" werd toegekend. De beëindiging van de aanstelling gebeurt : door de directeur; door de raad van bestuur voor het personeelslid aangesteld bij de scholengroep of, op voorstel van het betrokken
stellingshoofd door de raad van bestuur voor het personeelslid aangesteld
een autonoom
ternaat; door de afgevaardigd bestuurder voor het personeelslid aangesteld
het vormingscentrum of de pedagogische begeleidingsdienst. § 2. Bij ontslag
toepassing van § 1 wordt de dienstperiode waarvoor aan het personeelslid de beoordeling "onvoldoende" werd toegekend, niet
aanmerking genomen voor de berekening van de
artikel 21, § 1, en artikel 21bis, § 4, bedoelde dienstanciënniteit. Dit personeelslid verliest bovendien elk prioriteitsrecht op tijdelijke aanstelling
de
stelling,
de
stellingen die ressorteerden onder dezelfde lokale raad,
de respectieve scholengroepen van die
stellingen, en, voor het secundair onderwijs, ook
de scholengemeenschappen waar de beoordeling "onvoldoende" werd toegekend. § 3. Voor het ontslag gebaseerd op de beoordeling van een godsdienstleerkracht of een leermeester of leraar niet-confessionele zedenleer, conform artikel 22, § 3, is het advies nodig van de bevoegde
specteur-adviseur levensbeschouwelijke vakken. Brengt die een ongunstig advies uit, dan kan het ontslag maar worden gegeven met een tweederde meerderheid binnen de raad van bestuur. Ontslag op basis van vakinhoudelijke en vaktechnische aspecten kan maar worden gegeven op voorstel van het hoofd van de erkende
stantie van de erkende godsdienst, respectievelijk de voorzitter van de erkende vereniging van de niet-confessionele gemeenschap. § 4. De
dit artikel bedoelde adviezen worden verstrekt binnen een termijn van veertien kalenderdagen. ». Art. 21.Artikel 28 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreten van 15 december 1993 en 21 december 1994, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 28.§ 1. De raad van bestuur maakt jaarlijks de lijst op van de betrekkingen die hij vacant verklaart. Hij raadpleegt daartoe de betrokken
stellingshoofden. § 2. Voor de opstelling van deze lijst wordt rekening gehouden met : 1° het bestaan van een vacante betrekking
de
stelling op 15 april voorafgaand aan de oproep;betrekkingen die tussen 15 april en 1 september vacant worden ten gevolge van de pensionering of de terbeschikkingstelling voorafgaand aan het rustpensioen van de titularis kunnen eveneens vacant worden verklaard; 2° de stabiliteit van de betrekking na 1 september volgend op de oproep, rekening houdend met de geldende rationalisatie- en omkaderingsnormen. § 3. De lijst van de vacant verklaarde betrekkingen wordt elk jaar vóór 15 mei openbaar gemaakt, samen met een beschrijving van de wijze waarop de kandidaturen voor mutatie of vaste benoeming moeten worden
gediend. § 4. De Vlaamse regering kan voor de categorieën van personeelsleden die ze aanwijst, de vaste benoeming afhankelijk maken van een onderwijsopdracht waarvan zij het minimum bepaalt. Bij de vaststelling van deze categorieën zal de Vlaamse regering zich
zonderheid laten leiden door de situatie op de arbeidsmarkt, door het aantal wegens ontstentenis van betrekking
deze categorie ter beschikking gestelde vast benoemde personeelsleden en de specifieke kenmerken van sommige ambten, vakken en specialiteiten. ». Art. 22.Artikel 28bis van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 2 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/03/1999 pub. 26/05/1999 numac 1999035546 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot bekrachtiging van het besluit van de Vlaamse regering van 1 december 1998 tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon basisonderwijs type 2 type decreet prom. 02/03/1999 pub. 21/08/1999 numac 1999035844 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot regeling van een aantal aangelegenheden van het volwassenenonderwijs type decreet prom. 02/03/1999 pub. 07/12/2000 numac 2000021524 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de goedkeuring van het samenwerkingsakkoord van 9 december 1997 tussen de federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, het Waals Gewest en de Duitstalige Gemeenschap betreffende de wijze van omslag van de kosten van de gewestelijke ontvangers en de wijze van de
houding van de bijdrage
die kosten door de besturen sluiten, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 28bis.§ 1.
afwijking van artikel 28, §§ 1 tot en met 3 geldt dit artikel voor het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs en het onderwijs voor sociale promotie. § 2. De raad van bestuur maakt jaarlijks de lijst op van de betrekkingen die hij vacant verklaart. Hij raadpleegt daartoe de betrokken
stellingshoofden en het bestuur van de scholengemeenschap over : 1° het bestaan van een vacante betrekking
de betrokken
stelling(en) op 15 april voorafgaand aan de oproep;betrekkingen die tussen 15 april en 1 september vacant worden ten gevolge van de pensionering of de terbeschikkingstelling voorafgaand aan het rustpensioen van de titularis kunnen eveneens vacant worden verklaard; 2° de stabiliteit van de betrekking na 1 september volgend op de oproep, rekening houdend met de geldende rationalisatie- en omkaderingsnormen. De lijst van de vacant verklaarde betrekkingen wordt elk jaar vóór 15 mei openbaar gemaakt, samen met een beschrijving van de wijze waarop de kandidaturen voor mutatie of vaste benoeming moeten worden
gediend. ». Art. 23.Artikel 28ter wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 28ter.§ 1.
afwijking van artikel 28, §§ 1 tot en met 5 geldt dit artikel voor de CLB's. § 2. De raad van bestuur maakt jaarlijks de lijst op van de betrekkingen die hij vacant verklaart. Hij raadpleegt daartoe de betrokken directeur over : 1° het bestaan van een vacante betrekking
de betrokken CLB's op 15 april voorafgaand aan de oproep;betrekkingen die tussen 15 april en 1 september vacant worden ten gevolge van de pensionering of de terbeschikkingstelling voorafgaand aan het rustpensioen van de titularis kunnen eveneens vacant worden verklaard; 2° de stabiliteit van de betrekking na 1 september volgend op de oproep, rekening houdend met de geldende rationalisatie- en omkaderingsnormen. De lijst van de vacant verklaarde betrekkingen wordt elk jaar vóór 15 mei openbaar gemaakt, samen met een beschrijving van de wijze waarop de kandidaturen voor mutatie of vaste benoeming moeten worden
gediend. ». Art. 24.Artikel 30 van hetzelfde decreet wordt opgeheven. Art. 25.Artikel 31 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 21 december 1999, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 31.§ 1. Een personeelslid kan binnen dezelfde scholengroep op zijn verzoek een nieuwe affectatie krijgen
een vacante betrekking van het ambt waarin het vast benoemd is, voor zover die betrekking, krachtens de reglementering ter zake, niet door reaffectatie of wedertewerkstelling moet worden toegewezen aan een personeelslid dat wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking werd gesteld. Dit verzoek is niet vereist wanneer de nieuwe affectatie geschiedt binnen een pedagogische entiteit die bestaat uit enerzijds één
stelling met een eerste graad en anderzijds uit één
stelling met een tweede en derde en eventueel vierde graad van het secundair onderwijs, die behoort tot dezelfde
richtende macht en die
hetzelfde gebouwencomplex is gelegen. De criteria en modaliteiten van deze affectatie worden onderhandeld
het bevoegde onderhandelingscomité. Een personeelslid kan, op zijn verzoek, worden gemuteerd
een vacant verklaarde betrekking, voorzover die betrekking, krachtens de reglementering ter zake, niet door reaffectatie of wedertewerkstelling moet worden toegewezen aan een personeelslid dat wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking werd gesteld. De betrekking kan bij wijze van affectatie of mutatie worden toegewezen aan het personeelslid dat
die betrekking werd gereaffecteerd. § 2. Voor de affectatie of mutatie van een godsdienstleerkracht is de
stemming vereist van de bevoegde
stantie van de betrokken godsdienst. ». Art. 26.Artikel 32 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 32.De raad van bestuur bepaalt de wijze waarop de aanvragen tot affectatie of mutatie worden
gediend. ». Art. 27.Artikel 33 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 33.De nieuwe affectatie of mutatie wordt toegekend door de raad van bestuur. Vooraf wordt het betrokken
stellingshoofd geraadpleegd. ». Art. 28.Artikel 34 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 34.§ 1. Het personeelslid verliest bij een nieuwe affectatie of mutatie zijn vroegere affectatie binnen de perken van de nieuwe opdracht. Het personeelslid dat wordt gemuteerd, moet
de scholengroep die het verlaat, ontslag nemen voor de opdracht waarvoor het wordt gemuteerd. De overgang van de ene naar de andere scholengroep moet zonder onderbreking gebeuren. § 2. Vastbenoemde personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra kunnen overeenkomstig de bepalingen van deze afdeling muteren naar het gemeenschapsonderwijs. De diensten die vóór deze mutatie gepresteerd werden
hetzelfde ambt worden gelijkgesteld met diensten gepresteerd
het gemeenschapsonderwijs. ». Art. 29.
hetzelfde decreet wordt een artikel 34bis
gevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 34bis.§ 1. Een personeelslid dat vast benoemd is
een ambt van de categorie van het opvoedend hulppersoneel, wordt
het kader van mutatie en affectatie beschouwd als zijnde benoemd
het ambt van opvoeder. § 2. Een personeelslid dat vast benoemd is
een ambt van de categorie van het administratief personeel, wordt
het kader van mutatie en affectatie beschouwd als zijnde benoemd
het ambt van administratief medewerker. ». Art. 30.
artikel 35 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 21 december 1994, worden
2° tussen de woorden "
dien de betrekking niet reeds door" en "mutatie" de woorden "een nieuwe affectatie of"
gevoegd. Art. 31.
artikel 36 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreten van 21 december 1994 en 8 juli 1996, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 1
, 1°, worden de woorden "het lokale bestuur of bij ontstentenis hiervan de centrale raad" vervangen door de woorden "de raad van bestuur";2° § 2 wordt vervangen door wat volgt : « § 2.Voor de berekening van de
§ 1
, bedoelde dienstanciënniteit wordt voor het meesters-, vak- en dienstpersoneel rekening gehouden met de diensten gepresteerd onder het contractuele stelsel. Er moet bij voorrang worden geput uit de contractuelen
dienst bij een
stelling of een scholengroep. Voor deze contractuelen is evenwel een dienstanciënniteit van 1.400 dagen vereist. De anciënniteit wordt berekend overeenkomstig artikel 4. ». Art. 32.
artikel 36bis van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 2 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/03/1999 pub. 26/05/1999 numac 1999035546 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot bekrachtiging van het besluit van de Vlaamse regering van 1 december 1998 tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon basisonderwijs type 2 type decreet prom. 02/03/1999 pub. 21/08/1999 numac 1999035844 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot regeling van een aantal aangelegenheden van het volwassenenonderwijs type decreet prom. 02/03/1999 pub. 07/12/2000 numac 2000021524 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de goedkeuring van het samenwerkingsakkoord van 9 december 1997 tussen de federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, het Waals Gewest en de Duitstalige Gemeenschap betreffende de wijze van omslag van de kosten van de gewestelijke ontvangers en de wijze van de
houding van de bijdrage
die kosten door de besturen sluiten, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 2
, 1°, worden de woorden "het lokale bestuursorgaan of bij ontstentenis hiervan de centrale raad" vervangen door de woorden "de raad van bestuur";2°
§ 2
, 4° wordt een zin toegevoegd die luidt als volgt : "Deze bepaling is evenmin van toepassing op de personeelsleden bedoeld
hoofdstuk IVbis voor wat betreft het volume van hun vastbenoemde opdracht, waarvoor zij een verlof hebben verkregen om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen.Laatstbedoelde personeelsleden dienen, voor zover zij het ambt van leraar uitoefenen, 360 dagen dienstanciënniteit verworven te hebben
het vak of de specialiteit van de vacant verklaarde betrekking. »; 3°
§ 2
, 5° worden tussen de woorden "geen" en "evaluatie" de woorden "of beoordeling"
gevoegd.; 4° § 3 wordt vervangen door wat volgt : « § 3.Voor de berekening van de
§ 1
bedoelde dienstanciënniteit wordt voor het meesters-, vak- en dienstpersoneel rekening gehouden met de diensten gepresteerd onder het contractuele stelsel. Voor benoemingen moet de raad van bestuur bij voorrang putten uit de contractuelen
dienst bij een
stelling of een scholengroep. Voor deze contractuelen is evenwel een dienstanciënniteit van 1.400 dagen vereist. De anciënniteit wordt berekend overeenkomstig artikel 4. ». Art. 33.
artikel 36ter van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 2 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/03/1999 pub. 26/05/1999 numac 1999035546 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot bekrachtiging van het besluit van de Vlaamse regering van 1 december 1998 tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon basisonderwijs type 2 type decreet prom. 02/03/1999 pub. 21/08/1999 numac 1999035844 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot regeling van een aantal aangelegenheden van het volwassenenonderwijs type decreet prom. 02/03/1999 pub. 07/12/2000 numac 2000021524 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de goedkeuring van het samenwerkingsakkoord van 9 december 1997 tussen de federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, het Waals Gewest en de Duitstalige Gemeenschap betreffende de wijze van omslag van de kosten van de gewestelijke ontvangers en de wijze van de
houding van de bijdrage
die kosten door de besturen sluiten, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 2
, 1° en 2°, worden de woorden "
stellingen van dezelfde lokale raad" vervangen door de woorden "de scholengroep";2°
§ 3
worden de woorden "een
stelling van dezelfde lokale raad" vervangen door de woorden "de scholengroep";3°
dit artikel wordt een § 4
gevoegd, die luidt als volgt : « § 4.
dien een personeelslid vast benoemd is
stellingen die behoren tot een scholengemeenschap, dan geldt de voorrang
de volgende volgorde voor de betrekkingen : 1°
stellingen van dezelfde scholengemeenschap, ongeacht het net;2°
stellingen van een andere scholengemeenschap van dezelfde scholengroep;3°
stellingen van dezelfde scholengroep die niet tot een scholengemeenschap behoren.
dien een personeelslid vastbenoemd is
stellingen die niet tot een scholengemeenschap behoren, dan geldt de voorrang
de volgende volgorde voor de betrekkingen : 1°
de
stellingen van dezelfde scholengroep die niet tot een scholengemeenschap behoren;2°
de
stellingen van dezelfde scholengroep die tot een scholengemeenschap behoren.». Art. 34.
artikel 36quinquies van hetzelfde decreet worden volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 2
worden het woord "bestuur" vervangen door het woord "CLB";2°
§ 3
worden de woorden "een
stelling van hetzelfde bestuur" vervangen door de woorden "hetzelfde CLB". Art. 35.Artikel 37 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreten van 14 juli 1998, 1 december 1998 en 2 maart 1999, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 37.§ 1. De vaste benoeming gebeurt door de raad van bestuur op voorstel van het
stellingshoofd, en voor het vormingscentrum en de pedagogische begeleidingsdienst door de afgevaardigd bestuurder. Een godsdienstleerkracht wordt benoemd op voordracht van de bevoegde
stantie van de betrokken godsdienst, na advies van de directeur. Een leermeester niet-confessionele zedenleer of leraar secundair onderwijs belast met niet-confessionele zedenleer wordt benoemd op voordracht van de erkende vereniging van de niet-confessionele gemeenschap, zoals bedoeld
het decreet betreffende de
spectie en de begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken van 1 december 1993, na advies van de directeur. § 2. Bij ontstentenis van andere kandidaten wordt het personeelslid dat een vacant verklaarde betrekking waarneemt en de
artikel 36, voor het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs en het onderwijs voor sociale promotie de
artikel 36bis, en voor de CLB's de
artikel 36quater, gestelde voorwaarden vervult, behoudens gemotiveerde afwijzing, vast benoemd. §
- Elke vaste benoeming wordt toegekend op 1 januari na de vacantverklaring, voor zover de betrekking op dezelfde datum nog vacant is. ». Art. 36.Artikel 37bis van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreten van 1 december 1998 en 2 maart 1999, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 37bis.§
- Dit artikel geldt enkel voor het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs en het onderwijs voor sociale promotie en voor de CLB's. §
- Een personeelslid dat kandidaat is voor vaste benoeming en aan de benoemingsvoorwaarden voldoet en dat door die benoeming ten minste een halftijdse opdracht als vastbenoemde krijgt, heeft voorrang op een personeelslid dat niet
die voorwaarden verkeert. ». Art. 37.Artikel 39 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 39.§ 1. De raad van bestuur wijst de
stelling aan waar het vast benoemd personeelslid zijn betrekking opneemt. Die affectatie vermeldt de omvang van de opdracht. § 2. Met
gang van 1 september 2000 krijgen de leden van het meesters-, vak- en dienstpersoneel, evenals het ondersteunend personeel ter uitvoering van de rekenplichtigheid zoals bepaald
artikel 96, 4°, van het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX sluiten houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs een definitieve affectatie bij de scholengroep. ». Art. 38.
hetzelfde decreet wordt een artikel 39bis
gevoegd dat luidt als volgt : « Artikel 39bis.§ 1. Zonder afbreuk te doen aan het principe dat een personeelslid wordt geaffecteerd aan een
stelling die onder de raad van bestuur ressorteert, kunnen de leden van het opvoedend hulppersoneel, het administratief personeel en het ondersteunend personeel van de
stellingen die de scholengroep vormen, voor de vervulling van opdrachten
hun
stelling voor andere
stellingen van de scholengroep of voor de totaliteit van de scholengroep worden
gezet. § 2.
afwijking van § 1 kunnen de leden van het ondersteunend personeel, het opvoedend hulppersoneel en het administratief personeel niet worden
gezet voor de vervulling van opdrachten voor andere
stellingen van de scholengroep of voor de totaliteit van de scholengroep,
dien het gaat om personeelsleden waarvan de betrekkingen zijn opgericht of worden
stand gehouden op basis van punten, gegenereerd door leerlingen van de tweede en de derde graad van het beroepssecundair onderwijs, zoals bepaald
artikel 96, 1° tot en met 3°, van het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX sluiten houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs. ». Art. 39.Artikel 40 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 8 juli 1996, wordt geschrapt. Art. 40.Artikel 40bis van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreten van 1 december 1998 en 2 maart 1999, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 40bis.§ 1. Onverminderd de reglementering
zake terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking en reaffectatie geldt de draagwijdte van de vaste benoeming binnen dezelfde categorie en binnen eenzelfde soort ambt : 1° voor het ambt en het volume van de betrekking waarvoor het personeelslid vast benoemd is, en voor de leraren voor alle vakken en specialiteiten van dat ambt waarvoor betrokkene het vereiste of het hiermee gelijkwaardig geacht bekwaamheidsbewijs bezit;2° voor het ambt en het volume van de betrekking waarvoor het personeelslid vast benoemd is, en voor de leraren, het vak of de specialiteit waarin betrokkene zijn opdracht uitoefent op het ogenblik van de vaste benoeming,
dien het personeelslid vast benoemd is met een voldoende geacht of het hiermee gelijkwaardig geacht bekwaamheidsbewijs. Deze bepaling geldt ook voor de vaste benoemingen die werden toegekend overeenkomstig de reglementering die van toepassing was vóór de
werktreding van dit decreet. §
- Voor de toepassing van dit artikel worden als vereiste en voldoende geachte bekwaamheidsbewijzen beschouwd, zowel de door organieke bepalingen als door overgangsbepalingen erkende bekwaamheidsbewijzen. §
- Voor de toepassing van dit artikel dient onder soort ambt te worden begrepen : het wervings-, selectie- of bevorderingsambt. §
- De Vlaamse regering bepaalt de regels volgens welke de vaste benoeming wordt meegedeeld aan het departement onderwijs opdat zij zou uitwerking hebben ten aanzien van de overheid. ». Art. 41.
artikel 40ter van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 2 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/03/1999 pub. 26/05/1999 numac 1999035546 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot bekrachtiging van het besluit van de Vlaamse regering van 1 december 1998 tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon basisonderwijs type 2 type decreet prom. 02/03/1999 pub. 21/08/1999 numac 1999035844 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot regeling van een aantal aangelegenheden van het volwassenenonderwijs type decreet prom. 02/03/1999 pub. 07/12/2000 numac 2000021524 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de goedkeuring van het samenwerkingsakkoord van 9 december 1997 tussen de federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, het Waals Gewest en de Duitstalige Gemeenschap betreffende de wijze van omslag van de kosten van de gewestelijke ontvangers en de wijze van de
houding van de bijdrage
die kosten door de besturen sluiten, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 2
, 2°, worden de woorden "bij de lokale raad" vervangen door de woorden "bij de raad van bestuur";2° § 3 wordt vervangen door wat volgt : "§ 3.De raad van bestuur heeft de mogelijkheid om het personeelslid dat
de scholengroep wordt gereaffecteerd of wedertewerkgesteld
een vacante betrekking, op zijn verzoek vast te benoemen
die betrekking. De betrekking hoeft niet vacant verklaard te worden. Die vaste benoeming heeft steeds 1 januari als
gangsdatum. ». Art. 42.
artikel 40quater van hetzelfde decreet wordt het woord "gemeenschapsonderwijs" vervangen door "Gemeenschapsonderwijs". Art. 43.
artikel 40quinquies van hetzelfde decreet worden de woorden "houdt de lokale raad rekening met" vervangen door de woorden "wordt rekening gehouden met". Art. 44.
artikel 41 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 1 december 1993, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 1
worden tussen de woorden "die vast benoemd zijn" en "met uitzondering" de woorden "en aangesteld zijn voor doorlopende duur"
gevoegd;2°
§ 2
worden de woorden "beroepsbekwaamheid en de pedagogische bekwaamheid van de betrokkene" vervangen door "vakinhoudelijke en vaktechnische aspecten". Art. 45.Aan artikel 41bis van hetzelfde decreet worden volgende woorden toegevoegd : "en op het mandaat van algemeen directeur zoals bedoeld
hoofdstuk Vquater. ». Art. 46.
hetzelfde decreet wordt een artikel 41ter
gevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 41ter.De artikelen 31 tot 34 zijn van overeenkomstige toepassing op de selectie- en bevorderingsambten. ». Art. 47.
artikel 42 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 21 december 1994, worden
2° tussen de woorden "niet reeds door" en "mutatie" de woorden "een nieuwe affectatie of"
gevoegd. Art. 48.Artikel 44 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 28 april 1993, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 44.De raad van bestuur voor de pedagogische begeleidingsdienst en het vormingscentrum : de afgevaardigd bestuurder maakt de betrekkingen die hij vacant verklaart, bekend samen met een beschrijving van de wijze waarop de kandidaturen voor mutatie en vaste benoeming moeten worden
gediend. Deze bekendmaking gebeurt ten minste één maal per jaar. Hij raadpleegt daartoe de
stellingshoofden en, wat het secundair onderwijs betreft, ook het bestuur van de scholengemeenschap over het bestaan van een vacante betrekking
de
stelling. ». Art. 49.Artikel 45 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 45.De raad van bestuur voor de pedagogische begeleidingsdienst en het vormingscentrum : de afgevaardigd bestuurder beslist over de toelating tot de proeftijd. Hij raadpleegt daartoe het
stellingshoofd. Een kandidatuur kan, gemotiveerd, worden afgewezen. ». Art. 50.Artikel 46 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreten van 28 april 1993, 8 juli 1996 en 15 juli 1997, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 46.Om toegelaten te worden tot de proeftijd
een selectie- of bevorderingsambt, moet het personeelslid op het ogenblik van de toelating tot de proeftijd voldoen aan de volgende voorwaarden : 1°
het gemeenschapsonderwijs
vast verband benoemd zijn
één van de wervings-, selectie- of bevorderingsambten van de betrokken personeelscategorie voor ten minste een halve opdracht. De personeelsleden die minstens halftijds benoemd zijn
een Vlaamse hogeschool zoals bedoeld
het decreet betreffende de hogescholen
de Vlaamse Gemeenschap als lid van het onderwijzend personeel of als lid van het administratief en technisch personeel, worden geacht te voldoen aan het eerste lid voor de toelating tot de proeftijd
een ambt van het besturend- en onderwijzend personeel, respectievelijk het opvoedend hulppersoneel. Deze bepaling geldt ook voor dezelfde personeelsleden, wiens hogeschool geïntegreerd is
het universitair onderwijs.
afwijking van het eerste lid moeten de kandidaten voor toelating tot de proeftijd
de pedagogische begeleidingsdienst vast benoemd zijn, als lid van de
spectie, of voor minstens een halve opdracht,
één van de wervings-, selectie- of bevorderingsambten
het gemeenschapsonderwijs of
een Vlaamse hogeschool
de Vlaamse Gemeenschap. Deze bepaling geldt ook voor dezelfde personeelsleden wiens hogeschool geïntegreerd is
het universitair onderwijs.
afwijking van de vorige leden geldt de voorwaarde van vaste benoeming
één van de wervings-, selectie- of bevorderingsambten niet voor een toelating tot de proeftijd
het selectieambt van coördinator
het secundair onderwijs, voor die personeelsleden die sinds 1 oktober 1990 belast zijn met organieke opdrachten van coördinator
het deeltijds beroepssecundair onderwijs; 2° houder zijn van het bekwaamheidsbewijs vastgesteld voor dit specifiek selectie- of bevorderingsambt;3° beschikken over de bekwaamheden vereist voor het ambt.Deze bekwaamheden en het profiel op basis waarvan zij zijn vastgelegd, worden door de raad voor het gemeenschapsonderwijs vastgelegd. Zij worden getest
een proef die wordt georganiseerd onder de verantwoordelijkheid van de raad voor het gemeenschapsonderwijs; 4° tijdens de laatste evaluatie of bij ontstentenis hiervan de laatste beoordeling geen "onvoldoende" hebben bekomen;5° zich bij de raad van bestuur voor de pedagogische begeleidingsdienst en het vormingscentrum : de afgevaardigd bestuurder bij een ter post aangetekende brief kandidaat hebben gesteld
de vorm en binnen de termijn vermeld
de oproep tot de kandidaten;6° voldoen aan de algemene wervingsvoorwaarden bedoeld
de artikelen 14 en 17, § 1 tot en met § 4.». Art. 51.Artikel 46bis van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 2 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/03/1999 pub. 26/05/1999 numac 1999035546 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot bekrachtiging van het besluit van de Vlaamse regering van 1 december 1998 tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon basisonderwijs type 2 type decreet prom. 02/03/1999 pub. 21/08/1999 numac 1999035844 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot regeling van een aantal aangelegenheden van het volwassenenonderwijs type decreet prom. 02/03/1999 pub. 07/12/2000 numac 2000021524 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de goedkeuring van het samenwerkingsakkoord van 9 december 1997 tussen de federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, het Waals Gewest en de Duitstalige Gemeenschap betreffende de wijze van omslag van de kosten van de gewestelijke ontvangers en de wijze van de
houding van de bijdrage
die kosten door de besturen sluiten, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 46bis.§ 1.
afwijking van artikel 46 geldt voor het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs en voor het onderwijs voor sociale promotie dit artikel. § 2. Het personeelslid moet, om toegelaten te worden tot de proeftijd
een selectie- of bevorderingsambt, op het ogenblik van de toelating voldoen aan de volgende voorwaarden : 1° houder zijn van het voorziene vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs, bij organieke bepalingen of bij overgangsmaatregel;2° als laatste evaluatie geen evaluatie met de eindconclusie "onvoldoende" hebben verkregen.
dien het personeelslid niet werd geëvalueerd, wordt aan deze voorwaarde geacht voldaan te zijn; 3° voldoen aan de algemene wervingsvoorwaarden bedoeld
artikel 14 en 17, § 1 tot en met § 4;4° beschikken over de bekwaamheden vereist voor het ambt.Deze bekwaamheden en het profiel op basis waarvan zij zijn vastgelegd, worden door de raad voor het gemeenschapsonderwijs vastgelegd. Zij worden getest
een proef die wordt georganiseerd onder de verantwoordelijkheid van de raad voor het gemeenschapsonderwijs.; 5° zich bij de raad van bestuur bij een ter post aangetekende brief kandidaat hebben gesteld
de vorm en binnen de termijn die
de oproep tot de kandidaten is vermeld.». Art. 52.
artikel 47 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 21 december 1994, wordt een § 3
gevoegd, die luidt als volgt : « §
- Artikel 40bis is van overeenkomstige toepassing op de selectie- en bevorderingsambten. ». Art. 53.Artikel 48 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 21 december 1994, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 48.§
- De proeftijd omvat een periode van 12 maanden effectief gepresteerd
de betrekking van het ambt waarin het personeelslid tot de proeftijd is toegelaten. Deze proeftijd is éénmaal verlengbaar voor 12 maanden. Gedurende de proeftijd behoudt het personeelslid zijn aanspraak op de betrekking waarin het geaffecteerd was vóór zijn toelating tot de proeftijd. Gedurende de proeftijd wordt die betrekking niet vacant verklaard. § 2. Tenzij hierover ongunstig advies wordt uitgebracht en onverminderd artikel 49, § 2, wordt het personeelslid bij het beëindigen van de proeftijd
vast verband benoemd. Het
stellingshoofd is bevoegd om advies uit te brengen. Voor het ambt van directeur formuleert vanaf 1 januari 2000 de algemeen directeur een advies aan de raad van bestuur. § 3. De vaste benoeming gebeurt door de raad van bestuur voor de pedagogische begeleidingsdiensten het vormingscentrum door de afgevaardigd bestuurder. Vooraleer wordt beslist een personeelslid niet vast te benoemen, moet het worden gehoord. Het personeelslid moet vooraf op de hoogte zijn gebracht van de motieven. Het kan zich laten bijstaan door een raadsman. ». Art. 54.
artikel 48bis van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 9 april 1992, wordt
het tweede lid het woord "centrale raad" vervangen door de woorden "raad van bestuur". Art. 55.
artikel 49 van hetzelfde decreet worden
§ 1de woorden "de centrale raad" vervangen door de woorden "de raad van bestuur".
Art. 56.
hetzelfde decreet wordt een artikel 49bis
gevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 49bis.Zonder afbreuk te doen aan het principe dat een personeelslid, toegelaten tot de proeftijd of benoemd, wordt geaffecteerd aan een bepaalde
stelling, kunnen de directeur, de directeur aangesteld bij mandaat, de onderdirecteur en de adjunct-directeur van de
stellingen die de scholengroep vormen, voor de vervulling van opdrachten voor andere
stellingen van de scholengroep of voor de totaliteit van de scholengroep worden
gezet. ». Art. 57.Artikel 50 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreten van 21 december 1994 en 15 juli 1997, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 50.§ 1. Voor het waarnemen van een selectie- of bevorderingsambt kan de raad van bestuur voor de pedagogische begeleidingsdienst en het vormingscentrum : de afgevaardigd bestuurder na advies van het
stellingshoofd of bij afwezigheid de algemeen directeur, een personeelslid aanwijzen : a)
dien de titularis van het ambt tijdelijk afwezig is;b)
een betrekking waarin op grond van artikel 43 geen benoeming mogelijk is;c)
afwachting van een toelating tot de proeftijd die moet gebeuren binnen drie jaar vanaf de datum waarop de betrekking vacant is geworden. Tijdens die periode blijft het personeelslid titularis van het ambt waarin het vast benoemd is. § 2. Het personeelslid dat wordt aangesteld voor het waarnemen van een selectie- of bevorderingsambt moet voldoen aan de voorwaarden bepaald
artikel 46, 1°, 2°, 3°, 4° en 6°. Er kan van de voorwaarden van artikel 46, 1° en 3°, worden afgeweken, wanneer geen kandidaten voorhanden zijn die deze voorwaarden vervullen. §
- Een aanstelling voor het waarnemen van een selectie- of bevorderingsambt is slechts mogelijk na voorafgaande toepassing van artikel 42, 1°. §
- Een waarnemende aanstelling
een selectie- of bevorderingsambt eindigt voor het geheel of een deel van de opdracht volgens artikel 23, § 1, a, b, c, d, f, h, en k, op het ogenblik dat de betrekking van het tijdelijk waarnemend personeelslid geheel of gedeeltelijk wordt toegewezen aan een personeelslid door toelating tot de proeftijd overeenkomstig artikel 45 dan wel door vaste benoeming en bij toepassing van de artikelen 52 en 53. ». Art. 58.Artikel 50bis van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 2 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/03/1999 pub. 26/05/1999 numac 1999035546 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot bekrachtiging van het besluit van de Vlaamse regering van 1 december 1998 tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon basisonderwijs type 2 type decreet prom. 02/03/1999 pub. 21/08/1999 numac 1999035844 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot regeling van een aantal aangelegenheden van het volwassenenonderwijs type decreet prom. 02/03/1999 pub. 07/12/2000 numac 2000021524 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de goedkeuring van het samenwerkingsakkoord van 9 december 1997 tussen de federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, het Waals Gewest en de Duitstalige Gemeenschap betreffende de wijze van omslag van de kosten van de gewestelijke ontvangers en de wijze van de
houding van de bijdrage
die kosten door de besturen sluiten, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 50bis.§ 1.
afwijking van artikel 50 geldt voor het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs en het onderwijs voor sociale promotie dit artikel. § 2. Voor het waarnemen van een selectie- of bevorderingsambt kan de raad van bestuur voor de pedagogische begeleidingsdienst en het vormingscentrum : de afgevaardigd bestuurder na advies van het
stellingshoofd een personeelslid aanwijzen : a)
dien de titularis van het ambt tijdelijk afwezig is;b)
een betrekking waarin op grond van artikel 43 geen benoeming mogelijk is;c)
afwachting van een toelating tot de proeftijd die moet gebeuren binnen drie jaar vanaf de datum waarop de betrekking vacant is geworden. Tijdens die periode blijft het personeelslid titularis van het ambt waarin het vast benoemd is. § 3. Het personeelslid dat wordt aangesteld voor het waarnemen van een selectie- of bevorderingsambt moet voldoen aan de voorwaarden bepaald
artikel 46bis, §
- Er kan van de voorwaarden van artikel 46bis, § 2, 4° worden afgeweken, wanneer er geen kandidaten zijn die aan deze voorwaarden voldoen. §
- Een aanstelling voor het waarnemen van een selectie- of bevorderingsambt is slechts mogelijk na voorafgaande toepassing van artikel 42, 1°. §
- Een waarnemende aanstelling
een selectie- of bevorderingsambt eindigt voor het geheel of een deel van de opdracht volgens artikel 23, § 1, a, b, c, d, f, h, en k, op het ogenblik dat de betrekking van het tijdelijk waarnemend personeelslid geheel of gedeeltelijk wordt toegewezen aan een personeelslid door toelating tot de proeftijd overeenkomstig artikel 45, dan wel door vaste benoeming en bij toepassing van de artikelen 52 en 53. § 6.
afwijking van de bepalingen van § 3 en § 5 heeft een personeelslid, dat
de periode van 1 september 1985 tot en met 31 augustus 1990 gedurende tenminste 240 dagen per schooljaar tijdelijk was aangesteld met een coördinatieopdracht
het deeltijds beroepssecundair onderwijs, voorrang voor waarnemende aanstelling
het selectieambt van coördinator
het centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs waar de betrekking werd uitgeoefend. Het personeelslid moet aantonen dat het aan deze voorwaarden voldoet. ». Art. 59.
hetzelfde decreet wordt een artikel 50ter
gevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 50ter.§ 1. De personeelsleden waarnemend aangesteld
een selectie- of bevorderingsambt conform artikelen 50 of 50bis, worden
die aanstelling beoordeeld, overeenkomstig de bepalingen van artikel 22, § 1 en § 2. § 2. Het
stellingshoofd wordt beoordeeld door de raad van bestuur. Het
stellingshoofd kan bezwaar aantekenen bij de raad van beroep. ». Art. 60.Artikel 53 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 53.Een personeelslid dat werd benoemd
een selectie- of bevorderingsambt kan : a) vrijwillig afzien van de vaste benoeming
het betrokken ambt;b) uit het ambt worden verwijderd, bij een met redenen omklede beslissing, door de raad van bestuur en voor de pedagogische begeleidingsdienst en het vormingscentrum door de afgevaardigd bestuurder. Het betrokken personeelslid moet
elke fase van de procedure gehoord, ten minste behoorlijk opgeroepen worden. Het mag zich laten bijstaan door een raadsman. ». Art. 61.
hetzelfde decreet wordt een artikel 53bis
gevoegd dat luidt als volgt : « Artikel 53bis.§ 1. Een vastbenoemd directeur kan met een andere opdracht worden belast : 1° met zijn
stemming, door de algemeen directeur;2° ofwel door de raad van bestuur van de scholengroep, op voorstel van de algemeen directeur, met een gewone meerderheid;3° ofwel door de raad van bestuur van de scholengroep, met een 2/3e meerderheid;4° ofwel op voorstel van de afgevaardigde bestuurder door de Raad van het Gemeenschapsonderwijs met een gewone meerderheid
het kader van het beleidsmatig toezicht. § 2. De vastbenoemde directeur neemt een betrekking op
het ambt waarin hij voorheen was vastbenoemd bij de scholengemeenschap of de scholengroep waar hij als directeur was aangewezen, tenzij het personeelslid en de raad van bestuur van de scholengroep akkoord gaan met een andere opdracht. Deze opdracht wordt gegenereerd uit het opdrachtenpakket dat aan de
stelling waar het personeelslid als directeur is benoemd, werd toegekend. §
- Het personeelslid behoudt de wedde verbonden aan het ambt van directeur. §
- Wanneer een vastbenoemde directeur met een andere opdracht wordt belast, wordt de betrekking van directeur onmiddellijk vacant. ». Art. 62.Artikel 54 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 21 december 1994, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 54.§
- Bij het beëindigen van de vaste benoeming
een selectie- of bevorderingsambt krachtens artikel 53, neemt het personeelslid een betrekking op
de
stelling of bij de scholengroep waar het was geaffecteerd vóór zijn benoeming
het selectie- of bevorderingsambt, tenzij het personeelslid en de raad van bestuur voor de pedagogische begeleidingsdienst : de afgevaardigd bestuurder akkoord gaan met een nieuwe affectatie
de scholengroep of met mutatie. §
- Het personeelslid van wie de vaste benoeming werd beëindigd krachtens artikel 53, b), kan binnen "hetzelfde ambt" geen beroep doen op zijn anciënniteit voor een betrekking. §
- De Vlaamse regering bepaalt de nadere administratieve en geldelijke gevolgen van deze maatregel. ». Art. 63.Artikel 55 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX sluiten, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 55.§ 1.
afwijking op de bepalingen van dit hoofdstuk en zonder dat het zich kandidaat moet stellen, wordt het lid van het ondersteunend personeel dat bij overgangsmaatregel vast benoemd is met een diploma van het niveau lager secundair onderwijs, en het lid van het administratief, meesters-, vak- en dienstpersoneel dat vast benoemd is, en negen jaar dienstanciënniteit telt
de categorie van het ondersteunend, administratief, meesters-, vak- en dienstpersoneel, vast benoemd
het selectieambt waarop het aanspraak kan maken, zonder dat dit selectieambt vacant is. Voor het meesters-, vak- en dienstpersoneel komen enkel de statutaire diensten
aanmerking. § 2.
afwijking op de bepalingen van dit hoofdstuk en zonder dat het zich kandidaat moet stellen, wordt het lid van het ondersteunend personeel met een diploma secundair onderwijs, dat vast benoemd is en dat negen jaar dienstanciënniteit telt,
deze categorie vast benoemd
hetzelfde ambt met weddeschaal 203.
afwijking op de bepalingen van dit hoofdstuk en zonder dat het zich kandidaat moet stellen, wordt het lid van het ondersteunend personeel dat bij overgangsmaatregel vast benoemd is met een diploma van het niveau lager secundair onderwijs, en dat negen jaar dienstanciënniteit telt
deze categorie, vast benoemd
hetzelfde ambt met weddeschaal 201. De diensten gepresteerd
de ambten van de categorieën van het ondersteunend personeel, het administratief personeel en het opvoedend hulppersoneel, worden
aanmerking genomen voor het berekenen van deze negen jaar dienstanciënniteit. De diensten gepresteerd vóór 1 september 1998
de voormelde categorieën komen eveneens
aanmerking voor de berekening van deze negen jaar dienstanciënniteit. § 3.
afwijking van dit hoofdstuk en zonder dat het zich kandidaat moet stellen, kan de lokale raad en met
gang van 1 januari 2000 de raad van bestuur een lid van het opvoedend hulppersoneel of het ondersteunend personeel dat vast benoemd is
deze categorieën, de hogere weddeschaal 106 toekennen. Wanneer de
stelling minder dan 400 leerlingen telt, kan de lokale raad en met
gang van 1 januari 2000 de raad van bestuur aan één dergelijk personeelslid die hogere weddeschaal toekennen. Wanneer de
stelling 400 tot 900 leerlingen telt, kan de lokale raad en met
gang van 1 januari 2000 de raad van bestuur aan twee dergelijke personeelsleden die hogere weddeschaal toekennen. Wanneer de
stelling meer dan 900 leerlingen telt, kan de lokale raad en met
gang van 1 januari 2000 de raad van bestuur aan drie dergelijke personeelsleden die hogere weddeschaal toekennen. § 4.
het secundair onderwijs kunnen de personeelsleden van categorieën van het administratief personeel, het ondersteunend personeel en het opvoedend hulppersoneel slechts toepassing maken van dit artikel wanneer zij als laatste evaluatie geen evaluatie met als eindconclusie "onvoldoende" hebben gekregen.
dien het personeelslid niet werd geëvalueerd, wordt deze voorwaarde geacht voldaan te zijn. ». Art. 64.
artikel 55bis van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 15 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 21/08/1997 numac 1997036004 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs VIII sluiten, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 1
wordt het woord "Werving" vervangen door het woord "Wervingsambten"en het woord "begeleidingsdiensten" vervangen door het woord "begeleidingsdienst", en worden tussen de woorden "vast benoemd personeelslid" en "van het gemeenschapsonderwijs" de woorden "of een personeelslid dat is toegelaten tot de proeftijd" toegevoegd;2°
§ 5
wordt het woord "Werving" vervangen door het woord "Wervingsambten";3° een § 6 wordt
gevoegd, die luidt als volgt : « § 6.De personeelsleden met een tijdelijke opdracht, conform § 1, worden
die opdracht beoordeeld, overeenkomstig de bepalingen van artikel 22, § 1 en § 2. Het personeelslid dat de beoordeling "onvoldoende" heeft gekregen, kan van de tijdelijke opdracht worden ontheven. » ; 4° een § 7 wordt toegevoegd, die luidt als volgt : « § 7.Voor het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs wordt
dit artikel met tijdelijke aanstelling bedoeld tijdelijke aanstelling van bepaalde duur. ». Art. 65.Artikel 55quinquies van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 1 december 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 01/12/1998 pub. 10/04/1999 numac 1999035335 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding sluiten, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 55quinquies.§ 1. Elke nieuwe aanstelling
het bevorderingsambt van directeur wordt vanaf 1 september 2000 toegewezen bij mandaat. § 2. Elke aanstelling bij mandaat
het ambt van directeur wordt schriftelijk vastgelegd op de wijze en met de vermeldingen bepaald
artikel
- §
- Onverminderd artikel 55terdecies komen de personeelsleden die zijn toegelaten tot de proeftijd op 1 januari 2000 of die belast zijn met het tijdelijk waarnemen van een vacante of een niet-vacante betrekking van directeur op 31 augustus 2000 en tot op het ogenblik van vaste benoeming tijdelijk belast blijven met dezelfde betrekking, nog
aanmerking voor een vaste benoeming
dit ambt. ». Art. 66.
artikel 55sexies van hetzelfde decreet worden de woorden "centrale raad" vervangen door de woorden "raad van bestuur". Art. 67.
artikel 55septies van hetzelfde decreet worden volgende wijzigingen aangebracht : 1°
5° worden de woorden "centrale raad" vervangen door "raad van bestuur".; 2° aan artikel 55septies wordt een 6° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 6° beschikken over de bekwaamheden vereist voor het ambt.Deze bekwaamheden en het profiel op basis waarvan zij zijn vastgelegd worden door de raad voor het gemeenschapsonderwijs vastgelegd. Zij worden getest
een proef die wordt georganiseerd onder de verantwoordelijkheid van de raad voor het gemeenschapsonderwijs".; 3°
de laatste zin worden de woorden "centrale raad" vervangen door de woorden "raad van bestuur". Art. 68.
artikel 55undecies van hetzelfde decreet worden de woorden "lokale raad" vervangen door de woorden "raad van bestuur". Art. 69.
artikel 55duodecies van hetzelfde decreet worden de woorden "lokale raad" vervangen door de woorden "raad van bestuur". Art. 70.Aan artikel 55duodecies, § 2, van hetzelfde decreet wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Het betrokken personeelslid wordt voor de duur van het lopende schooljaar ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking. ». Art. 71.
artikel 55terdecies van hetzelfde decreet worden de woorden "lokale raad" vervangen door de woorden "raad van bestuur". » Art. 72.
hetzelfde decreet wordt een Hoofdstuk Vquater
gevoegd, dat luidt als volgt : « HOOFDSTUK Vquater. - Mandaat van algemeen directeur Artikel 55quinquies decies. § 1. Het mandaat van algemeen directeur, zoals bedoeld
Hoofdstuk III
afdeling 4 van het bijzonder decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX sluiten betreffende het Gemeenschapsonderwijs wordt toegewezen of beëindigd volgens de voorwaarden en op de wijze zoals bepaald
dat decreet. Het mandaat wordt toegekend voor onbepaalde duur en kan op elk ogenblik op gemotiveerde wijze worden beëindigd. §
- Wanneer het mandaat van algemeen directeur vacant is, richt de raad van bestuur een oproep tot alle directeurs van de scholen van de scholengroep om zich kandidaat te stellen voor het mandaat van algemeen directeur. De raad van bestuur bepaalt de termijn waarbinnen de kandidaten zich kandidaat moeten stellen. Deze termijn bedraagt ten minste 10 kalenderdagen. §
- De raad van bestuur stelt vooraf de criteria vast op grond waarvan de kandidaten worden beoordeeld en deelt deze criteria bij de oproep mee aan de kandidaten. §
- Om
een mandaat van algemeen directeur aangesteld te kunnen worden, moet het personeelslid bij de aanvang van dat mandaat beschikken over de bekwaamheden vereist voor het ambt. Deze bekwaamheden en het profiel op basis waarvan zij zijn vastgelegd, worden door de raad voor het gemeenschapsonderwijs vastgelegd. Zij worden getest
een proef die wordt georganiseerd onder de verantwoordelijkheid van de raad voor het gemeenschapsonderwijs. Artikel 55sexies decies. De raad van bestuur deelt de gemotiveerde beslissing tot toewijzing van het mandaat van algemeen directeur schriftelijk mee aan alle kandidaten. Artikel 55septies decies. § 1. Bij beëindiging van het mandaat van algemeen directeur duidt de raad van bestuur onverwijld een lid van het college van directeurs aan dat tot de dag waarop de nieuwe algemeen directeur zijn mandaat opneemt, de bevoegdheden van algemeen directeur uitoefent. § 2.
dien de algemene vergadering of de Raad van het Gemeenschapsonderwijs het mandaat van de algemeen directeur beëindigt, wordt deze beslissing onverwijld medegedeeld aan de voorzitter van de raad van bestuur. De beëindiging van het mandaat door deze organen heeft uitwerking de dag volgend op de ontvangst van de beslissing tot beëindiging van het mandaat bij de voorzitter van de raad van bestuur. § 3.
afwijking tot hetgeen bepaald is
de §§ 1 en 2, neemt de voorzitter van het college van directeurs de functie van algemeen directeur waar vanaf 1 januari 2000 tot de dag waarop de raad van bestuur een algemeen directeur aanstelt. Artikel 55octies decies. De directeur van een onderwijsinstelling die het mandaat van algemeen directeur uitoefent, kan aanspraak maken op een toelage
dien de
stellingen die behoren tot de scholengroep waarvan hij algemeen directeur is, ten minste 2000 regelmatig
geschreven leerlingen tellen op 1 februari van het voorafgaande jaar. Voor de scholengroep gelegen
de BSD wordt geen minimaal aantal leerlingen vereist. De Vlaamse regering bepaalt de grootte van de toelage en de modaliteiten van de toekenning. ». Art. 73.
hetzelfde decreet wordt een hoofdstuk Vquinquies
gevoegd, dat luidt als volgt : « HOOFDSTUK Vquinquies. - Mandaat van coördinerend directeur Artikel 55vicies.§ 1. Een directeur wordt op voordracht van het bestuur van de scholengemeenschap door de scholengroep bij mandaat aangesteld tot coördinerend directeur van de scholengemeenschap als hij belast is met taken voor de totaliteit van de
stellingen die deel uitmaken van de scholengemeenschap. § 2. De directeur die belast wordt met het mandaat van coördinerend directeur kan aanspraak maken op een toelage,
dien de
stellingen die behoren tot de scholengemeenschap ten minste 2000 regelmatig
geschreven leerlingen tellen op 1 februari van het voorafgaande schooljaar. Voor de scholengroep gelegen
de BSD wordt geen minimaal aantal leerlingen vereist. De Vlaamse regering bepaalt de grootte van de toelage en de modaliteiten voor de toekenning. ». Art. 74.
artikel 56 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreten van 15 juli 1997, 14 juli 1998, 1 december 1998 en 2 maart 1999, worden paragrafen 1, 3 en 4 vervangen door wat volgt : « § 1. De personeelsleden van een
stelling die door het Gemeenschapsonderwijs wordt overgenomen, verkrijgen op hun verzoek de hoedanigheid van personeelslid van het gemeenschapsonderwijs. » ; « § 3. De diensten gepresteerd
het gesubsidieerd onderwijs worden beschouwd als diensten gepresteerd
het gemeenschapsonderwijs. Voor de toepassing van dit decreet worden de diensten gepresteerd
een ambt, betrekking, vak of specialiteit
de overgenomen
stelling, geacht gepresteerd te zijn
hetzelfde ambt, dezelfde betrekking, hetzelfde vak of dezelfde specialiteit
de scholengroep, en, wat het secundair onderwijs betreft, de scholengemeenschap die na overname bevoegd is voor de
stelling. » ; « § 4. Een kandidatuurstelling voor een tijdelijke aanstelling of voor een vaste benoeming gedaan bij de
richtende macht die haar
stelling overlaat, wordt geacht gedaan te zijn bij de raad van bestuur. Deze kandidaturen worden niet
aanmerking genomen voor de voorrangsregeling bedoeld
de artikelen 90 en 92 van dit decreet. ». Art. 75.
artikel 56, § 5 van hetzelfde decreet worden de woorden "21bis, § 5" vervangen door de woorden "21bis, § 4". Art. 76.Artikel 58 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 58.§ 1. De Vlaamse regering bepaalt de nadere regelen
zake de overplaatsing
het belang van de dienst binnen de scholengroep, met dien verstande dat : 1° deze maatregel slechts kan worden toegepast, nadat is vastgesteld dat de minimale verstandhouding die voor de goede werking van de dienst of van het onderwijs nodig is, blijvend gestoord is;2° de beslissing genomen wordt door raad van bestuur, na advies van de betrokken
stellingshoofden;3° de rechten van verdediging gegarandeerd worden. § 2. Een personeelslid kan, met onderling akkoord van de betrokken raden van bestuur, naar een
stelling van een andere scholengroep worden overgeplaatst. ». Art. 77.
artikel 61, § 1, van hetzelfde decreet, wordt het tweede lid vervangen door wat volgt : « Betreft het een godsdienstleerkracht, een leermeester niet-confessionele zedenleer of leraar secundair onderwijs belast met niet-confessionele zedenleer, dan kan de tuchtstraf enkel worden opgelegd op voorstel of met
stemming van de bevoegde
stantie van de betrokken godsdienst of de niet-confessionele zedenleer. ». Art. 78.Artikel 59 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 59.De Vlaamse regering bepaalt de nadere regelen
zake de preventieve schorsing. De preventieve schorsing is enkel mogelijk
dien het belang van het onderwijs of van de dienst zulks vereist. De preventieve schorsing is een administratieve maatregel uitgesproken door de raad van bestuur voor de pedagogische begeleidingsdienst : door de afgevaardigd bestuurder na advies van het
stellingshoofd en mag, behoudens bij strafrechtelijke vervolging voor dezelfde feiten, niet meer dan één jaar bedragen. Het
het eerste lid bedoelde besluit garandeert de rechten van verdediging. ». Art. 79.Artikel 62 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 62.§ 1. Een blaam wordt gegeven door de raad van bestuur. Het voornemen daartoe wordt het personeelslid schriftelijk en gemotiveerd bezorgd. Het personeelslid kan binnen tien dagen, te rekenen vanaf de eerste dag volgend op de dag van de kennisgeving, een bezwaarschrift
dienen, dat bij het dossier wordt gevoegd. De raad van bestuur beslist op basis van het dossier. §
- De andere tuchtstraffen worden voorgesteld door de raad van bestuur en uitgesproken door de raad van beroep. §
- Voor de hoofden van de
stellingen worden de tuchtstraffen uitgesproken door de raad van beroep op voorstel van de raad van bestuur. §
- Voor de leden van de pedagogische begeleidingsdienst en het vormingscentrum worden de tuchtstraffen uitgesproken door de raad van beroep en voorgesteld door de afgevaardigd bestuurder. ». Art. 80.Artikel 67 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 21 december 1994, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 67.§
- Bij de terugkeer tot de tijdelijke aanstelling blijft het personeelslid
de betrekking die het als vast benoemd personeelslid bekleedde de dag voor de tuchtuitspraak. Het personeelslid behoort dan tot de groep bedoeld
artikel 21, § 1, 1°,
het secundair onderwijs, het onderwijs voor sociale promotie tot de groep bedoeld
artikel 21bis, § 4, en
de CLB's tot de groep bedoeld
artikel 21ter, § 5. Het kan niet uit zijn betrekking worden verwijderd door toepassing van de reglementering
zake reaffectatie en wedertewerkstelling. Het artikel 23, § 1, b) en e), is niet van toepassing op deze personeelsleden. Het personeelslid dat bij tuchtmaatregel is teruggezet tot de tijdelijke aanstelling, komt slechts opnieuw
aanmerking voor een vaste benoeming na verloop van twee volledige schooljaren volgend op de uitspraak. § 2. De terugzetting
rang heeft tot gevolg dat de weddeschaal wordt toegekend, die verbonden is aan het ambt dat definitief wordt toegewezen door de terugzetting
rang. De Vlaamse regering bepaalt de nadere gevolgen van deze sanctie
zonderheid van de gevolgen ten aanzien van de andere personeelsleden. § 3. De centrale raad, en met
gang van 1 januari 2000 de raad van bestuur, wijst een
stelling aan waar een personeelslid dat bij tuchtmaatregel
rang is teruggezet, die betrekking dient op te nemen. ». Art. 81.
artikel 68 van hetzelfde decreet worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° De woorden "centrale raad" worden vervangen door de woorden "raad van bestuur voor de pedagogische begeleidingsdienst en het vormingscentrum door de afgevaardigd bestuurder".2° Er wordt volgende zin toegevoegd : "Het recht op een aanstelling van doorlopende duur kan opnieuw worden verworven wanneer het personeelslid opnieuw wordt aangesteld door dezelfde raad van bestuur en na het behalen van de anciënniteit zoals bepaald
artikel 21bis, § 4, 1° en artikel 21ter, § 5, 1°.». Art. 82.Artikel 72 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 72.§ 1. De raad van beroep is samengesteld uit : 1° een voorzitter en twee plaatsvervangende voorzitters, magistraten of emeritus-magistraten, aangesteld door de Vlaamse regering;2° twee leden aangewezen door de voorzitter van de raad van beroep onder de leden bedoeld
§ 2
, overeenkomstig de door de Vlaamse regering bepaalde regelen;3° een vaste secretaris en een plaatsvervangende secretaris, door de afgevaardigd bestuurder aangewezen onder de ambtenaren van niveau A van zijn administratieve diensten.Een secretaris is belast met het opstellen van het verslag over de zaak. § 2. Bij de aanwijzing van de leden bedoeld
§ 1
, 2°, wijst de Vlaamse regering voor respectievelijk het basisonderwijs, het secundair onderwijs, het hoger onderwijs, het buitengewoon onderwijs, de psycho-medisch-sociale centra, de pedagogische begeleidingsdienst en de categorie van het administratief, meesters-, vak- en dienstpersoneel telkens acht leden aan, waarvan telkens vier titularis van een wervings- of selectieambt en telkens vier titularis van een bevorderingsambt zijn. Voor de categorie van het administratief, meesters-, vak- en dienstpersoneel worden vier leden titularis van een wervingsambt en vier leden titularis van een selectieambt aangeduid. Deze leden zijn vast benoemde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs. De voorzitter wijst overeenkomstig de door de Vlaamse regering bepaalde regelen de leden aan. De Vlaamse regering bepaalt de vergoedingen waarop de voorzitter en de plaatsvervangende voorzitter recht hebben. ». Art. 83.Artikel 73ter van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 73ter.§ 1. Een functiebeschrijving is verplicht voor elk personeelslid dat aangesteld is voor meer dan 104 dagen. § 2. De directeur kan voor personeelsleden die tijdelijk aangesteld zijn voor kortere duur, beslissen om een functiebeschrijving op te stellen. § 3. De algemene afspraken
zake functiebeschrijvingen worden onderhandeld
het lokaal comité. §
- Elk personeelslid heeft één of twee evaluatoren, waaronder een directeur en/of adjunct-directeur. De andere wordt aangewezen door het college van directeurs. De raad van bestuur evalueert de directeur of de adjunct-directeur. De afgevaardigd bestuurder evalueert de directeur van het vormingscentrum. §
- Rekening houdend met de algemene afspraken leggen het personeelslid en de evaluator de functiebeschrijving vast. Personeelslid en evaluator leggen
de functiebeschrijving de taken en
stellingsgebonden opdrachten van het personeelslid vast en de wijze waarop het personeelslid deze taken en opdrachten moet uitvoeren.
de functiebeschrijving worden ook de
stellingsspecifieke doelstellingen opgenomen. Aan de functiebeschrijving worden ook de persoons- en ontwikkelingsgerichte doelstellingen toegevoegd, naar aanleiding van de afspraken gemaakt op het einde van de vorige evaluatieperiode. § 6. De functiebeschrijving bevat de rechten en plichten
zake permanente vorming en nascholing. Als het personeelslid nascholing wordt opgelegd, komen de kosten ten laste van de scholengroep. §
- Als de evaluator en het personeelslid het niet eens raken over de functiebeschrijving of bepaalde onderdelen ervan, beslist de raad van bestuur. De raad van bestuur hoort vooraf de directie, de evaluatoren en het personeelslid. §
- De evaluator(en) onderteken(t)(en) de functiebeschrijving; het betrokken personeelslid ondertekent de functiebeschrijving voor kennisname. §
- De functiebeschrijving wordt bij belangrijke wijziging van de opdracht of
onderling overleg aangepast. § 10. De functiebeschrijving van de godsdienstleraar en de leraar secundair onderwijs belast met niet-confessionele zedenleer wordt opgemaakt met het akkoord van de bevoegde
stantie van de betrokken eredienst of levensbeschouwing. ». Art. 84.Artikel 73sexies van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 73sexies.Het college van directeurs legt, na advies van het bestuur van de scholengemeenschap, de afspraken
zake evaluatie vast. De algemene afspraken worden
het lokaal comité onderhandeld. ». Art. 85.
artikel 73decies van hetzelfde decreet wordt § 2 vervangen door wat volgt : « § 2. Het vastbenoemde personeelslid of het personeelslid aangesteld voor doorlopende duur wordt ontslagen als het twee opeenvolgende definitieve evaluaties met eindconclusie "onvoldoende" of drie definitieve evaluaties met eindconclusie "onvoldoende"
zijn loopbaan binnen de scholengemeenschap, of, voor
stellingen die niet tot een scholengemeenschap behoren, binnen de scholengroep heeft gekregen voor één bepaald ambt. ». Art. 86.
artikel 73terdecies van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§§ 1
en 2 worden de woorden "lokale raad" vervangen door de woorden "raad van bestuur";2°
§ 3
wordt volgende zin toegevoegd : "Het betrokken personeelslid wordt voor de duur van het lopende schooljaar ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking.». Art. 87.
artikel 75 van hetzelfde decreet worden de woorden "de ARGO" vervangen door de woorden "het Gemeenschapsonderwijs". Art. 88.
hetzelfde decreet wordt een artikel 77bis
gevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 77bis.De terbeschikkingstellingen wegens bijzondere opdracht toegekend aan de personeelsleden worden omgezet
een verlof wegens opdracht
het belang van het onderwijs op voorwaarde dat : deze terbeschikkingstellingen worden toegekend vóór 1 september 1998; en dat
het ministerieel besluit dat hen deze terbeschikkingstelling toestond, werd gestipuleerd dat hen een wachtgeld of wachtgeldtoelage zou worden toegekend, die gelijk is aan de activiteitswedde of activiteitstoelage, die ze zouden genoten hebben
dien ze
dienst waren gebleven. ». Art. 89.
artikel 86 van hetzelfde decreet worden volgende wijzigingen aangebracht : 1°
artikel 86, 8°, wordt het woord "Gemeenschapsonderwijs" vervangen door het woord "gemeenschapsonderwijs";2°
artikel 86, 9°, wordt de eerste zin vervangen door wat volgt : « vanaf het ogenblik waarop het hoofd van de betrokken eredienst of de bevoegde
stantie van de niet-confessionele zedenleer, aan de opdracht van de godsdienstleerkracht, de leermeester niet-confessionele zedenleer of de leraar secundair onderwijs belast met niet-confessionele zedenleer een einde maakt.» ; 3°
artikel 86, 9°, worden de woorden "centrale raad" vervangen door de woorden "raad van bestuur". Art. 90.Artikel 87 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 87.De raad van bestuur brengt de gemotiveerde beslissing tot ambtshalve ontslag overeenkomstig artikel 86 ter kennis van de belanghebbende bij een ter post aangetekende brief. Een afschrift van de beslissing wordt toegezonden aan het
stellingshoofd. ». Art. 91.§ 1.
de aanhef van artikel 88 van hetzelfde decreet wordt tussen de woorden "personeelsleden" en "geven" de zinsnede "en voor de tijdelijken met een aanstelling van doorlopende duur" gevoegd. § 2.
artikel 88, 5°, derde en vierde lid, van hetzelfde decreet worden na de woorden "de centrale raad" de woorden "en met
gang van 1 januari 2000 de raad van bestuur" toegevoegd. Art. 92.
artikel 88bis van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreten van 1 december 1998 en 2 maart 1999, wordt § 1 vervangen door wat volgt : "§ 1. Voor personeelsleden tewerkgesteld
het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs en het onderwijs voor sociale promotie en
de CLB's, blijft artikel 88, 5°, gelden. ». Art. 93.Artikel 89 van hetzelfde decreet wordt opgeheven. Art. 94.
artikel 90bis van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreten van 1 december 1998 en 2 maart 1999, wordt § 2, laatste lid, vervangen door wat volgt : "Evenwel kan de
het eerste lid vervatte voorrangsregeling niet worden
geroepen tegen een personeelslid dat al een tijdelijke aanstelling heeft met toepassing van artikel 21bis of artikel 21ter. ». Art. 95.Artikel 91 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 91.§ 1.Voor de toepassing van de artikelen 21, § 1, 1° en 2°, a), en 21bis, § 4, komen alleen de diensten na 1 september 1988
aanmerking. § 2. Diensten gepresteerd
een
stelling van de scholengroep, of binnen de lokale raad waaronder de
stelling ressorteerde vóór de
werkingtreding van het bijzonder decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035973 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs IX sluiten betreffende het gemeenschapsonderwijs, worden voor de toepassing van de anciënniteitsregels beschouwd als diensten gepresteerd
de scholengroep. § 3. Diensten gepresteerd
een
stelling van de scholengemeenschap, of binnen de lokale raad of scholengroep waaronder de
stelling ressorteert bij de oprichting van de scholengemeenschap, worden voor de toepassing van de anciënniteitsregels beschouwd als diensten gepresteerd
de scholengemeenschap. ». Art. 96.Artikel 91bis van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreten van 1 december 1998 en 2 maart 1999, wordt opgeheven. Art. 97.
artikel 92 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreten van 28 april 1993, 21 december 1994 en 8 juli 1996, wordt
het eerste lid het woord "Gemeenschapsonderwijs" vervangen door "gemeenschapsonderwijs". Art. 98.Artikel 93 van hetzelfde decreet wordt opgeheven. Art. 99.Artikel 94 van hetzelfde decreet wordt opgeheven. Art. 100.
artikel 94bis van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreten van 15 december 1993 en 14 juli 1998, worden de woorden ",93 en 94" geschrapt. Art. 101.
artikel 95 van hetzelfde decreet wordt het laatste lid opgeheven. Art. 102.
artikel 95bis van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 2 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/03/1999 pub. 26/05/1999 numac 1999035546 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot bekrachtiging van het besluit van de Vlaamse regering van 1 december 1998 tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon basisonderwijs type 2 type decreet prom. 02/03/1999 pub. 21/08/1999 numac 1999035844 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot regeling van een aantal aangelegenheden van het volwassenenonderwijs type decreet prom. 02/03/1999 pub. 07/12/2000 numac 2000021524 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de goedkeuring van het samenwerkingsakkoord van 9 december 1997 tussen de federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, het Waals Gewest en de Duitstalige Gemeenschap betreffende de wijze van omslag van de kosten van de gewestelijke ontvangers en de wijze van de
houding van de bijdrage
die kosten door de besturen sluiten, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 2
wordt na de woorden "de lokale raad" de woorden "en met
gang van 1 januari 2000 de directeur" toegevoegd.; 2° § 5 wordt opgeheven. Art. 103.Artikel 100bis van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreten van 1 december 1998 en 2 maart 1999, wordt als volgt gewijzigd : 1° § 2 wordt vervangen door wat volgt : « § 2.De bepalingen
zake functiebeschrijving en evaluatie, zoals bedoeld
de hoofdstukken VIIIbis en VIIIter van dit decreet, treden geleidelijk
werking vanaf 1 september 2000 voor de gefinancierde personeelsleden en de scholengroepen die worden opgenomen
een convenant afgesloten tussen de Vlaamse regering, het Gemeenschapsonderwijs en de representatieve vakorganisaties.
dien op 1 september 2000 geen convenant is afgesloten, worden zij opgenomen
een besluit van de Vlaamse regering dat de
voering van de functiebeschrijving en evaluatie vastlegt. ». 2°
§ 5
worden de woorden "22, 26 en 27" vervangen door de woorden "22, 26, 27, 41, 50ter en 55bis, § 6".; 3° een § 7 wordt toegevoegd, die luidt als volgt : « § 7.De beoordelings- en evaluatieprocedures
gezet door toepassing van artikel 22 en artikel 41 moeten verder worden gezet overeenkomstig de decreets- en reglementsbepalingen die golden op het ogenblik van het opstarten van deze procedures. ». Art. 104.
artikel 100quater van hetzelfde decreet wordt § 1 vervangen door wat volgt : « § 1.
het schooljaar 1999-2000 tot en met 2005-2006 kunnen geen personeelsleden
de categorie van het opvoedend hulppersoneel en het administratief personeel tijdelijk worden aangesteld
een vacante betrekking of worden benoemd. ». Art. 105.Aan artikel 100sexies, § 2, van hetzelfde decreet, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « De vastbenoemde personeelsleden die op 30 juni 1998 via een verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen, tijdelijk zijn aangesteld
de categorie van het opvoedend hulppersoneel en het administratief personeel, behouden tot en met 31 augustus 2006 op persoonlijke titel het ambt waarvan zij op 30 juni 1998 titularis waren. Zij behouden elk schooljaar tot en met het schooljaar 2005-2006 het ambt en de weddeschaal verbonden aan dit ambt voor het volume van hun opdracht op dezelfde datum. ». Art. 106.Artikel 100septies van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 100septies.Wanneer een personeelslid uit de categorie van het opvoedend hulppersoneel of het administratief personeel wordt vervangen wegens een verlof, een terbeschikkingstelling of een afwezigheid, wordt de vervanger aangesteld
een ambt van het ondersteunend personeel. ». Art. 107.Aan hoofdstuk XI van hetzelfde decreet wordt een artikel 100decies toegevoegd, dat luidt als volgt : « Artikel 100decies.§ 1.
afwijking van hetgeen bepaald is
hoofdstuk III, afdeling II van dit decreet blijven de tijdelijke aanstellingen
de centra voor leerlingenbegeleiding tot en met 31 augustus 2000 de bevoegdheid van de centrale raad van de ARGO, bedoeld
artikel 5, § 1, 1° van het bijzonder decreet van 19 december 1988 betreffende de Autonome Raad voor het Gemeenschapsonderwijs. De centrale raad stelt aan op voorstel van het hoofd van de
stelling. § 2. Voor de toepassing van dit decreet moet tot 31 augustus 2000 onder "CLB" worden verstaan "het psycho-medisch-sociaal centrum". ». Art. 108.
artikel 102 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 15 december 1993, worden
§ 3
, laatste lid, de woorden "de ARGO" vervangen door de woorden "het Gemeenschapsonderwijs". Art. 109.Dit hoofdstuk treedt
werking op 1 september 1999, met uitzondering van : de artikelen 63, 88 en 105 die uitwerking hebben op 1 september 1998; de artikelen 29, 98, 99, 100 en 101, die
werking treden op 1 februari 1999; de artikelen 10, 12, 13, 17, 19, 20, 21, 22, 23, 26, 27, 31, 32, 33, 35, 37, 41, 45, 54, 55, 57, 58, 60, 61, 62, 66, 67, 68, 69, 71, 72, 74, 76, 77, 79, 81, 82, 86, 89, 90 en 107 die
werking treden op 1 januari 2000; de artikelen 16 en 34 die
werking treden op 1 september
- HOOFDSTUK III. - Decreet rechtspositie gesubsidieerd onderwijs Art. 110.Aan artikel 4 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra wordt een § 4 toegevoegd, die luidt als volgt : « §
- De leermeesters niet-confessionele zedenleer en de leraars secundair onderwijs belast met niet-confessionele zedenleer worden door de
richtende machten tijdelijk aangesteld of vast benoemd,
consensus met de bevoegde
stantie van de niet-confessionele zedenleer, zoals bedoeld
het decreet van 1 december 1993. Zij kunnen door de
richtende macht uit hun ambt niet worden ontheven dan op een met reden omkleed voorstel of met
stemming van de bevoegde
stantie van de niet-confessionele zedenleer. De bepalingen van deze titel die specifiek de leermeesters niet-confessionele zedenleer en de leraars secundair onderwijs belast met niet-confessionele zedenleer betreffen, zijn op die personeelsleden slechts van toepassing
de mate dat zij hun opdracht
die hoedanigheid uitoefenen. ». Art. 111.
artikel 20 van hetzelfde decreet worden volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 1
, 5°, worden tussen de woorden "voorkomend geval" en "de aanvullende", de woorden "het pedagogisch project en"
gevoegd;2°
§ 2
, 5°, worden tussen de woorden "
voorkomend geval" en de woorden ", de aanvullende verplichtingen" de woorden "het pedagogisch project"
gevoegd. Art. 112.
artikel 21 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreten van 28 april 1993, 21 december 1994, 14 juli 1998 en 1 december 1998, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 1
, b), van hetzelfde decreet wordt een liggend streepje toegevoegd, dat luidt als volgt : "- door toepassing van artikel 44undecies
samenhang met 44terdecies";2°
§ 1
, i), wordt tussen de woorden "van" en "ziekte" het woord "ouderschapsverlof" tussengevoegd. Art. 113.Artikel 23, § 2, van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : « § 2. Elk ontslag overeenkomstig de artikelen 24 en 25 heeft tot gevolg dat het personeelslid zijn dienstanciënniteit, opgebouwd
de onderscheiden schooljaren, volledig verliest bij de
richtende macht. Dit is echter niet het geval wanneer deze
richtende macht het personeelslid weer aanwerft. Deze diensten kunnen voor de toepassing van § 1, 2°, wel
aanmerking komen bij een andere
richtende macht. ». Art. 114.Artikel 23bis van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 2 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/03/1999 pub. 26/05/1999 numac 1999035546 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot bekrachtiging van het besluit van de Vlaamse regering van 1 december 1998 tot bepaling van de ontwikkelingsdoelen voor het buitengewoon basisonderwijs type 2 type decreet prom. 02/03/1999 pub. 21/08/1999 numac 1999035844 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot regeling van een aantal aangelegenheden van het volwassenenonderwijs type decreet prom. 02/03/1999 pub. 07/12/2000 numac 2000021524 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de goedkeuring van het samenwerkingsakkoord van 9 december 1997 tussen de federale Staat, de Vlaamse Gemeenschap, het Waals Gewest en de Duitstalige Gemeenschap betreffende de wijze van omslag van de kosten van de gewestelijke ontvangers en de wijze van de
houding van de bijdrage
die kosten door de besturen sluiten, wordt vervangen door wat volgt : « Artikel 23bis.§ 1.
afwijking van artikel 23 geldt dit artikel voor het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs en voor het onderwijs voor sociale promotie. § 2. De
richtende macht stelt een tijdelijk personeelslid aan voor een bepaalde duur
vacante en/of niet vacante betrekkingen. § 3. De
richtende macht stelt een tijdelijk personeelslid aan voor een doorlopende duur
vacante en/of niet vacante betrekkingen. De tijdelijke aanstelling van doorlopende duur is een recht onder de voorwaarden van dit artikel. § 4. De bij een
richtende macht vastbenoemde personeelsleden die een betrekking met onvolledige prestaties
hoofdambt uitoefenen
stellingen van deze
richtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoren, komen voor een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur prioritair
aanmerking op personeelsleden die
de
stellingen van deze
richtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoren, nog geen vaste benoeming hebben. De personeelsleden vast benoemd
één of meer
stellingen die tot een scholengemeenschap behorenen, die een betrekking met onvolledige prestaties
hoofdambt uitoefenen
deze
stellingen, komen voor een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur prioritair
aanmerking op personeelsleden binnen diezelfde scholengemeenschap die nog geen vaste benoeming hebben. § 5. Een personeelslid heeft recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur
dien het : 1° gespreid over ten minste drie schooljaren een dienstanciënniteit heeft van ten minste 720 dagen, waarvan 600 effectief gepresteerd, waarbij eveneens worden beschouwd als effectief gepresteerde dagen : zaterdagen, zondagen, wettelijke verlofdagen en schoolvakanties, voor zover deze binnen de aanstellingsperiode vallen;2° als laatste evaluatie geen evaluatie met de eindconclusie "onvoldoende" heeft verkregen.
dien het personeelslid niet geëvalueerd werd, wordt deze voorwaarde geacht voldaan te zijn.; 3° niet werd ontslagen. Wanneer het personeelslid het recht heeft verworven
één of meer
stellingen die niet behoren tot een scholengemeenschap, dan geldt dit recht voor betrekkingen
alle
stellingen van de
richtende macht waarbij het recht werd verworven en die geen deel uitmaken van een scholengemeenschap. Het personeelslid dat een beroep wenst te doen op dit recht moet, op straffe van verlies ervan voor het volgend schooljaar, vóór 15 juli bij deze
richtende macht kandideren met een ter post aangetekende brief. Deze kandidatuurstelling geldt voor alle betrekkingen waarvoor het recht werd verworven en voor alle
stellingen van de betrokken
richtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoren. Wanneer het personeelslid het recht heeft verworven
één of meer
stellingen die behoren tot een scholengemeenschap, dan geldt dit recht voor betrekkingen
alle
stellingen van deze scholengemeenschap. Het personeelslid dat een beroep wenst te doen op dit recht moet, op straffe van verlies ervan voor het volgend schooljaar, vóór 15 juli kandideren bij een
richtende macht van één van de
stellingen van de scholengemeenschappen met een ter post aangetekende brief. Deze kandidatuurstelling geldt voor alle betrekkingen waarvoor het recht werd verworven en voor alle
stellingen van de betrokken scholengemeenschap. Het personeelslid voegt bij zijn kandidatuurstelling de nodige documenten met betrekking tot de vereiste dienstanciënniteit om zijn aanspraak op het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur te staven. Het recht vermeld
het eerste lid geldt niet v