← België

Wet betreffende de openbaarmaking van duurzaamheidsinformatie door bepaalde vennootschappen en groepen en de assurance van duurzaamheidsinformatie en

Kort samengevat

Deze wet regelt de openbaarmaking van duurzaamheidsinformatie door bepaalde vennootschappen en groepen, en de controle (assurance) van deze informatie. Het doel is om de Europese richtlijnen over duurzaamheidsrapportering door ondernemingen om te zetten in Belgisch recht.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
2 DECEMBER 2024. - Wet betreffende de openbaarmaking van duurzaamheidsinformatie door bepaalde vennootschappen en groepen en de assurance van duurzaamheidsinformatie en houdende diverse bepalingen (1) FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : HOOFDSTUK 1 - Algemene bepalingen Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. Art. 2.Deze wet voorziet in de omzetting van Richtlijn (EU) 2022/2464 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 537/2014, Richtlijn 2004/109/EG, Richtlijn 2006/43/EG en Richtlijn 2013/34/EU, met betrekking tot duurzaamheidsrapportering door ondernemingen. Deze wet voorziet ook in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn (EU) 2023/2864 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2023 tot wijziging van bepaalde richtlijnen wat betreft de oprichting en het functioneren van het Europees centraal toegangspunt. HOOFDSTUK 2 - Wijzigingen van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen Art. 3.In artikel 1:24 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, gewijzigd bij de wet van 28 maart 2024Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/09/1948 pub. 06/07/2010 numac 2010000388 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende organisatie van het bedrijfsleven. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten8, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 wordt het woord "jaaromzet" vervangen door de woorden "jaarlijkse netto-omzet als bedoeld in artikel 1:26/1";2° in paragraaf 4, wordt het woord "omzet" vervangen door het woord "netto-omzet";3° in paragraaf 5, derde lid, wordt het woord "omzet" telkens vervangen door het woord "netto-omzet"; 4° in paragraaf 5, vierde lid, wordt de zin "De omzet bedoeld in de paragrafen 1, 4 en 5, is het bedrag zoals bepaald door dit koninklijk besluit." opgeheven; 5° in paragraaf 6, eerste lid, wordt het woord "omzet" vervangen door het woord "netto-omzet". Art. 4.In artikel 1:25, § 1, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 28 maart 2024Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/09/1948 pub. 06/07/2010 numac 2010000388 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende organisatie van het bedrijfsleven. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten8, wordt het woord "jaaromzet" vervangen door de woorden "jaarlijkse netto-omzet bedoeld in artikel 1:26/1". Art. 5.In artikel 1:26 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 28 maart 2024Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/09/1948 pub. 06/07/2010 numac 2010000388 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende organisatie van het bedrijfsleven. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten8, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 wordt het woord "jaaromzet" vervangen door de woorden "jaarlijkse netto-omzet bedoeld in artikel 1:26/1";2° in paragraaf 3, tweede lid, wordt het woord "omzet" telkens vervangen door het woord "netto-omzet". Art. 6.In deel 1, boek 1, titel 5, van hetzelfde Wetboek wordt een hoofdstuk 2/1 ingevoegd, luidende "Hoofdstuk 2/1. Netto-omzet". Art. 7.In hoofdstuk 2/1, ingevoegd bij artikel 6, wordt een artikel 1:26/1 ingevoegd, luidende: "Art. 1:26/1. Onder "netto-omzet" wordt verstaan: 1° het bedrag met betrekking tot de verkoop van goederen en de verlening van diensten, na aftrek van kortingen en belasting over de toegevoegde waarde en andere rechtstreeks met de omzet verbonden belastingen;2° in afwijking van de bepaling onder 1°, voor de vennootschappen bedoeld in artikel 1:12, 4°, het bedrag overeenkomstig artikel 199, tweede lid, van de wet van 13 maart 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/03/2016 pub. 23/03/2016 numac 2016011092 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen sluiten op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen, en haar uitvoeringsbesluiten;3° in afwijking van de bepaling onder 1°, voor de vennootschappen bedoeld in artikel 1:12, 3°, het bedrag overeenkomstig artikel 106, § 1, tweede lid, van de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten type wet prom. 25/04/2014 pub. 07/05/2014 numac 2014003194 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen type wet prom. 25/04/2014 pub. 27/05/2014 numac 2014003225 bron federale overheidsdienst financien Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen, en haar uitvoeringsbesluiten; 4° in afwijking van de bepaling onder 1°, voor de ondernemingen gevestigd in een derde land, de inkomsten als gedefinieerd bij of in de zin van het kader van financiële verslaglegging op basis waarvan de financiële overzichten zijn opgesteld." Art. 8.In deel 1, boek 1, van hetzelfde Wetboek wordt een titel 6/2 ingevoegd, luidende "Titel 6/2. Definities betreffende de duurzaamheidsinformatie". Art. 9.In titel 6/2, ingevoegd bij artikel 8, wordt een artikel 1:31/2 ingevoegd, luidende: "Art. 1:31/2. Met betrekking tot het opnemen in het jaarverslag van duurzaamheidsinformatie en het openbaar maken bedoeld in boek 3 wordt verstaan onder: 1° duurzaamheidskwesties: ecologische factoren, sociale en mensenrechten, governancefactoren, waaronder duurzaamheidsfactoren als gedefinieerd in artikel 2, punt 24), van Verordening (EU) 2019/2088 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende informatieverschaffing over duurzaamheid in de financiëledienstensector;2° duurzaamheidsinformatie: verslaglegging van informatie met betrekking tot duurzaamheidskwesties overeenkomstig artikel 3:6/3, en in voorkomend geval, wanneer die duurzaamheidskwesties betrekking hebben op de op zichzelf staande onderneming van een derde land, overeenkomstig artikel 3:20/5;3° geconsolideerde duurzaamheidsinformatie: verslaglegging van informatie met betrekking tot duurzaamheidskwesties overeenkomstig artikel 3:32/2 en in voorkomend geval de artikelen 3:6/9 en 3:20/5 wanneer die duurzaamheidskwesties betrekking hebben op de groep van de uiteindelijke moederonderneming van een derde land;4° essentiële immateriële middelen: de niet-fysieke middelen waarvan het bedrijfsmodel van de vennootschap fundamenteel afhangt en die een bron zijn voor de waardecreatie van de vennootschap;5° Richtlijn 2013/34/EU: Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad;6° Verordening (EU) 2020/852: Verordening (EU) 2020/852 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2020 betreffende de totstandbrenging van een kader ter bevordering van duurzame beleggingen en tot wijziging van Verordening (EU) 2019/2088;7° lidstaat: een lidstaat van de Europese Unie of, in zoverre het akkoord over de Europese Economische Ruimte het voorziet, een Staat die dit akkoord heeft ondertekend; 8° derde land: een jurisdictie die geen lidstaat van de Europese Unie is noch, in zoverre het akkoord over de Europese Economische Ruimte het voorziet, een Staat die dit akkoord heeft ondertekend." Art. 10.In artikel 3:6, § 2, eerste lid, 6°, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, worden in de bepaling onder a) de woorden "over geslacht en andere aspecten, zoals leeftijd, handicap of achtergrond inzake opleiding en beroepservaring" ingevoegd tussen de woorden "dat de vennootschap voert" en de woorden "met betrekking tot". Art. 11.In artikel 3:6 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 28 april 2020Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/09/1948 pub. 06/07/2010 numac 2010000388 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende organisatie van het bedrijfsleven. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0, wordt paragraaf 4 opgeheven. Art. 12.In deel 1, boek 3, titel 1, hoofdstuk 1, van hetzelfde Wetboek wordt een afdeling 2/1 ingevoegd, luidend "Afdeling 2/1. De verslaglegging van de essentiële immateriële middelen en de duurzaamheidsinformatie." Art. 13.In afdeling 2/1, ingevoegd bij artikel 12, wordt een artikel 3:6/1 ingevoegd, luidende: "Art. 3:6/1. § 1. Deze afdeling is van toepassing op de volgende vennootschappen: 1° de vennootschappen die gedurende twee opeenvolgende boekjaren op balansdatum minstens twee van de volgende criteria overschrijden: a) een balanstotaal van 25.000.000 euro; b) een jaarlijkse netto-omzet, als bedoeld in artikel 1:26/1, van 50.000.000 euro; c) een jaargemiddelde van het aantal werknemers van 250;2° de vennootschappen bedoeld in artikel 1:12, 1° en 2°, met uitzondering van de in paragraaf 2, 2°, bedoelde vennootschappen. Deze afdeling is ook van toepassing op de volgende organisaties van openbaar belang die naar Belgisch recht ongeacht de rechtsvorm zijn opgericht, en die gedurende twee opeenvolgende boekjaren op balansdatum minstens twee van de groottecriteria vermeld in het eerste lid, 1° overschrijden: 1° de kredietinstellingen bedoeld in artikel 1:12, 3° ;2° de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen bedoeld in artikel 1:12, 4°. Wanneer meer dan één van de in het eerste lid bedoelde criteria worden overschreden of niet meer worden overschreden, heeft dit slechts gevolgen wanneer dit zich gedurende twee achtereenvolgende boekjaren voordoet. De gevolgen gaan in dat geval in vanaf het boekjaar dat volgt op het boekjaar gedurende hetwelk meer dan één van de criteria voor de tweede keer werden overschreden of niet meer werden overschreden. Voor vennootschappen die met hun activiteiten starten, worden voor de toepassing van de in het eerste lid bedoelde criteria, deze cijfers bij het begin van het boekjaar te goeder trouw geschat. Indien uit deze schatting blijkt dat meer dan één van de criteria zullen worden overschreden gedurende het eerste boekjaar, wordt daarmee voor dat eerste boekjaar meteen rekening gehouden. Heeft het boekjaar uitzonderlijk een duur van minder of meer dan twaalf maanden, waarbij deze duur niet langer kan zijn dan vierentwintig maanden min één kalenderdag, dan wordt het bedrag van de jaarlijkse netto-omzet van de vennootschap vermenigvuldigd met een breuk waarvan de noemer twaalf is en de teller het aantal maanden van het betrokken boekjaar, waarbij elke begonnen maand voor een volle maand wordt geteld. Het in het eerste lid, 1°, a), bedoelde balanstotaal is de totale boekwaarde van de activa zoals ze blijkt uit het balansschema dat vastgesteld werd door de Koning. Het aantal werknemers uitgedrukt in voltijdse equivalenten is gelijk aan het arbeidsvolume uitgedrukt in voltijds tewerkgestelde equivalenten, te berekenen voor de deeltijdse werknemers op basis van het contractueel aantal te presteren uren, gerelateerd ten opzichte van de normale arbeidsduur van een vergelijkbare voltijdse werknemer. Artikel 1:24, § 5, eerste lid, is van toepassing voor de berekening van het jaargemiddelde van het aantal werknemers. § 2. Deze afdeling is niet van toepassing op: 1° de vennootschappen onder firma, de commanditaire vennootschappen en de Europese economische samenwerkingsverbanden waarvan alle onbeperkt aansprakelijke vennoten natuurlijke personen zijn;2° de organisaties van openbaar belang bedoeld in artikel 1:12, 1° en 2°, en die op balansdatum van het laatst afgesloten boekjaar niet meer dan één van de volgende criteria overschrijden: a) een jaargemiddelde van het aantal werknemers van 10; b) een jaarlijkse netto-omzet, bedoeld in artikel 1:26/1, van 900.000 euro; c) een balanstotaal van 450.000 euro; 3° de financiële producten bedoeld in artikel 2, punt 12), b) en f), van Verordening (EU) 2019/2088 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende informatieverschaffing over duurzaamheid in de financiëledienstensector;4° de Nationale Bank van België, met uitzondering van artikel 3:6/2. § 3. De Koning kan de in de paragrafen 1, eerste lid, 1°, en 2, 2°, bedoelde groottecriteria en de wijze waarop ze worden berekend, wijzigen. Deze koninklijke besluiten worden genomen na overleg in de Ministerraad en na advies van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven." Art. 14.In dezelfde afdeling 2/1 wordt een artikel 3:6/2 ingevoegd, luidende: "Art. 3:6/2. Het bestuursorgaan van een vennootschap bedoeld in artikel 3:6/1 neemt in zijn jaarverslag informatie over de essentiële immateriële middelen bedoeld in artikel 1:31/2, 4°, op en licht toe hoe het bedrijfsmodel van de vennootschap fundamenteel afhankelijk is van die middelen en hoe die middelen een bron voor de waardecreatie van de vennootschap zijn." Art. 15.In dezelfde afdeling 2/1 wordt een artikel 3:6/3 ingevoegd, luidende: "Art. 3:6/3. § 1. Het bestuursorgaan van een vennootschap bedoeld in artikel 3:6/1 neemt in het jaarverslag van de vennootschap duurzaamheidsinformatie op die nodig is om inzicht te krijgen in de effecten van de vennootschap op duurzaamheidskwesties, alsmede informatie die nodig is om te begrijpen hoe duurzaamheidskwesties van invloed zijn op de ontwikkeling, de prestaties en de positie van de vennootschap. De duurzaamheidsinformatie wordt in het jaarverslag opgenomen overeenkomstig de Europese duurzaamheidsstandaarden die de Europese Commissie door middel van de gedelegeerde handelingen bedoeld in artikel 29ter van Richtlijn 2013/34/EU heeft aangenomen. De duurzaamheidsinformatie staat duidelijk aangegeven in een deel van het jaarverslag dat specifiek hierover gaat. § 2. Met de verslaglegging van duurzaamheidsinformatie in het jaarverslag, opgesteld overeenkomstig paragraaf 1, wordt de vennootschap geacht te hebben voldaan aan de in artikel 3:6, § 1, tweede lid, tweede en derde zin, bedoelde verplichting." Art. 16.In dezelfde afdeling 2/1 wordt een artikel 3:6/4 ingevoegd, luidende: "Art. 3:6/4. § 1. De duurzaamheidsinformatie als bedoeld in artikel 3:6/3 omvat: 1° een korte beschrijving van het bedrijfsmodel en de strategie van de vennootschap, met inbegrip van: a) de veerkracht van het bedrijfsmodel en de strategie van de vennootschap ten aanzien van risico's in verband met duurzaamheidskwesties;b) de kansen voor de vennootschap op het gebied van duurzaamheidskwesties;c) de plannen van de vennootschap, met inbegrip van uitvoeringsmaatregelen en daaraan gerelateerde financiële en investeringsplannen, om ervoor te zorgen dat haar bedrijfsmodel en strategie verenigbaar zijn met de overgang naar een duurzame economie, met de beperking van de opwarming van de aarde tot 1,5 ° C in overeenstemming met de in het kader van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering op 12 december 2015 aangenomen Overeenkomst van Parijs en met de doelstelling om uiterlijk in 2050 klimaatneutraliteit te bereiken zoals vastgesteld in Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 2021 tot vaststelling van een kader voor de verwezenlijking van klimaatneutraliteit, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 401/2009 en Verordening (EU) 2018/1999 ("Europese klimaatwet") en, in voorkomend geval, de blootstelling van de vennootschap aan steenkool-, olie- en gasgerelateerde activiteiten; d) de wijze waarop in het bedrijfsmodel en de strategie van de vennootschap rekening wordt gehouden met de belangen van de belanghebbenden bij de vennootschap en met de effecten van de vennootschap op duurzaamheidskwesties;e) de wijze waarop de strategie van de vennootschap ten aanzien van duurzaamheidskwesties is uitgevoerd;2° een beschrijving van de door de vennootschap vastgestelde tijdgebonden doelstellingen met betrekking tot duurzaamheidskwesties, waaronder, indien van toepassing, de absolute broeikasgasemissiereductiedoelstellingen voor tenminste 2030 en 2050, een beschrijving van de vooruitgang die de vennootschap heeft geboekt bij het bereiken van die doelstellingen, en een verklaring die duidelijk maakt of de doelstellingen ten aanzien van milieufactoren van de vennootschap gebaseerd zijn op overtuigend wetenschappelijk bewijs;3° een beschrijving van de rol van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen met betrekking tot duurzaamheidskwesties, en van de daarin aanwezige deskundigheid en vaardigheden met betrekking tot het vervullen van die rol ofwel de toegang die deze organen hebben tot dergelijke deskundigheid en vaardigheden;4° een beschrijving van het beleid van de vennootschap met betrekking tot duurzaamheidskwesties;5° informatie over het bestaan van stimuleringsregelingen in verband met duurzaamheidskwesties die aan leden van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen worden aangeboden;6° een beschrijving van de door de vennootschap toegepaste passende zorgvuldigheidsprocedure ten aanzien van duurzaamheidskwesties en, indien van toepassing, in overeenstemming met de vereisten van de Europese Unie voor ondernemingen om een passende zorgvuldigheidsprocedure uit te voeren;7° een beschrijving van de belangrijkste feitelijke of potentiële negatieve effecten die verband houden met de eigen activiteiten en met de waardeketen van de vennootschap, met inbegrip van haar producten en diensten, haar zakenrelaties en haar toeleveringsketen, welke activiteiten zijn ondernomen voor het in kaart brengen en monitoren van die effecten en van andere negatieve effecten die de vennootschap op grond van andere vereisten van de Europese Unie met betrekking tot het uitvoeren van een passende zorgvuldigheidsprocedure verplicht is in kaart te brengen;8° een beschrijving van alle door de vennootschap genomen maatregelen om feitelijke of potentiële negatieve effecten te voorkomen, te beperken, te verhelpen of te beëindigen, en het resultaat van dergelijke maatregelen;9° een beschrijving van de voornaamste risico's voor de vennootschap met betrekking tot duurzaamheidskwesties, met inbegrip van een beschrijving van de belangrijkste afhankelijkheden van de vennootschap van die kwesties, en hoe de vennootschap die risico's beheert;10° de indicatoren die relevant zijn voor de in 1° tot 9° bedoelde informatieverschaffing. § 2. De duurzaamheidsinformatie bevat, in voorkomend geval, ook informatie over de eigen activiteiten en over de waardeketen van de vennootschap, met inbegrip van haar producten en diensten, haar zakenrelaties en haar toeleveringsketen. Aan de vennootschappen en entiteiten die niet onderworpen zijn aan de verplichting van het openbaar maken van duurzaamheidsinformatie maar wel deel uitmaken van de waardeketen bedoeld in het eerste lid, mag er niet meer informatie worden gevraagd dan wat vereist is in het licht van de Europese standaarden van duurzaamheidsrapportage voor kleine en middelgrote ondernemingen en wat redelijkerwijs verlangd kan worden van vennootschappen en entiteiten die leveranciers of klanten zijn in de waardeketen. § 3. Waar dit passend wordt geacht, bevat de in het jaarverslag opgenomen duurzaamheidsinformatie ook de relevante verwijzingen naar en een aanvullende uitleg betreffende de andere informatie in het jaarverslag en de bedragen in de jaarrekening. § 4. In uitzonderlijke gevallen kan het bestuursorgaan van de vennootschap beslissen om informatie betreffende ophanden zijnde ontwikkelingen of zaken waarover wordt onderhandeld niet op te nemen in het jaarverslag, indien de rapportering van die informatie, naar de behoorlijk gerechtvaardigde opvatting van het bestuursorgaan en met de collectieve verantwoordelijkheid van de leden ervan voor dit standpunt, ernstige schade zou kunnen berokkenen aan de commerciële positie van de vennootschap, mits het weglaten van deze informatie een getrouw beeld en evenwichtig begrip van de ontwikkeling, de resultaten en de positie van de vennootschap evenals van de effecten van haar activiteiten niet in de weg staat. § 5. Vermeldt de vennootschap duurzaamheidsinformatie met betrekking tot het diversiteitsbeleid in haar jaarverslag, dan wordt de vennootschap geacht om te voldoen aan artikel 3:6, § 2, eerste lid, 6°, eerste en tweede lid. In dat geval neemt zij een verwijzing daarnaar op in haar verklaring inzake corporate governance. § 6. Het bestuursorgaan beschrijft in het jaarverslag van de vennootschap eveneens het uitgevoerde proces om de duurzaamheidsinformatie in kaart te brengen die het overeenkomstig artikel 3:6/3 in het jaarverslag heeft opgenomen. Deze informatie omvat informatie met betrekking tot tijdhorizonten op korte, middellange en lange termijn, naargelang het geval." Art. 17.In dezelfde afdeling 2/1 wordt een artikel 3:6/5 ingevoegd, luidende: "Art. 3:6/5. § 1. Tenzij de vennootschap bedoeld in artikel 1:12, 1° en 2°, onder het toepassingsgebied van artikel 3:6/1, § 1, eerste lid, 1°, valt, mag de duurzaamheidsinformatie in het jaarverslag van die vennootschap worden beperkt als volgt: 1° een korte beschrijving van het bedrijfsmodel en de strategie van de vennootschap;2° een beschrijving van het beleid van de vennootschap met betrekking tot duurzaamheidskwesties;3° de belangrijkste feitelijke of potentiële negatieve effecten van de vennootschap op duurzaamheidskwesties, en de maatregelen die zijn genomen om dergelijke feitelijke of potentiële negatieve effecten in kaart te brengen, te monitoren, te voorkomen, te beperken of te verhelpen;4° de voornaamste risico's voor de vennootschap in verband met duurzaamheidskwesties en hoe de onderneming die risico's beheert;5° essentiële indicatoren die nodig zijn voor de informatieverschaffing bedoeld in 1° tot 4°. Het bestuursorgaan neemt deze beperkte duurzaamheidsinformatie in het jaarverslag van de vennootschap bedoeld in artikel 1:12, 1° en 2°, op grond van Europese standaarden van duurzaamheidsverslaglegging voor kleine en middelgrote ondernemingen en die de Europese Commissie door middel van de gedelegeerde handelingen bedoeld in artikel 29quater van Richtlijn 2013/34/EU heeft vastgelegd. § 2. Paragraaf 1 is ook van toepassing op: 1° kleine en niet-complexe instellingen bedoeld in artikel 4, lid 1, punt 145), van Verordening (EU) nr.575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012; 2° verzekeringscaptives: de ondernemingen bedoeld in artikel 15, 21°, van de wet van 13 maart 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/03/2016 pub. 23/03/2016 numac 2016011092 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen sluiten op het statuut van en het toezicht op verzekerings- of herverzekeringsondernemingen;3° herverzekeringscaptives: ondernemingen bedoeld in artikel 15, 22°, van de wet van 13 maart 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/03/2016 pub. 23/03/2016 numac 2016011092 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen sluiten op het statuut van en het toezicht op verzekerings- of herverzekeringsondernemingen. § 3. De vennootschappen die de duurzaamheidsinformatie beperken overeenkomstig paragraaf 1, worden geacht te hebben voldaan aan de vereiste van artikel 3:6, § 1, tweede lid, tweede en derde zin." Art. 18.In dezelfde afdeling 2/1 wordt een artikel 3:6/6 ingevoegd, luidende: "Art. 3:6/6. § 1. Overeenkomstig artikel 15, q), van de wet van 20 september 1948Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/09/1948 pub. 06/07/2010 numac 2010000388 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende organisatie van het bedrijfsleven. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende organisatie van het bedrijfsleven verstrekt het daartoe aangeduide orgaan van de vennootschap de duurzaamheidsinformatie bedoeld in artikel 3:6/4, of, in voorkomend geval, de beperkte duurzaamheidsinformatie bedoeld in artikel 3:6/5, voor bespreking en in voorkomend geval voor advies aan de ondernemingsraad of bij ontstentenis hiervan, aan het comité voor preventie en bescherming op het werk, of bij ontstentenis van dit comité, aan de vakbondsafvaardiging. De duurzaamheidsinformatie, alsook de informatie over de manier waarop de duurzaamheidsinformatie wordt verkregen en geverifieerd, wordt verstrekt aan en besproken binnen de ondernemingsraad of, bij ontstentenis hiervan, binnen het comité voor preventie en bescherming op het werk, of bij ontstentenis van dit comité, wordt door de werkgever verstrekt aan en met de vakbondsafvaardiging besproken in de loop van de drie maanden die volgen op de datum van afsluiting van het boekjaar. De bespreking vindt plaats vóór de algemene vergadering tijdens welke de aandeelhouders zich uitspreken over de goedkeuring van de jaarrekening. Het verslag van deze bespreking wordt aan de aandeelhouders meegedeeld tijdens de voormelde algemene vergadering. § 2. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de nadere regels vaststellen met betrekking tot de verstrekking van de duurzaamheidsinformatie aan en de raadpleging hierover met de werknemersvertegenwoordiging." Art. 19.In dezelfde afdeling 2/1 wordt een artikel 3:6/7 ingevoegd, luidende: "Art. 3:6/7. § 1. De vennootschap of entiteit bedoeld in artikel 3:6/1 en die als dochtervennootschap is opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening en het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening van haar moedervennootschap of van een moederonderneming van een lidstaat is vrijgesteld van het opnemen van duurzaamheidsinformatie in het jaarverslag wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan: 1° a) de moedervennootschap heeft in haar verslag de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie overeenkomstig artikel 3:32/2 opgenomen;of b) indien van toepassing, de moederonderneming van een lidstaat heeft in haar verslag de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie volgens de wetgeving van de lidstaat overeenkomstig artikel 29bis van Richtlijn 2013/34/EU opgenomen;2° het jaarverslag van de vrijgestelde dochtervennootschap bevat de volgende informatie: a) de naam en zetel van de moedervennootschap of moederonderneming die op groepsniveau de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie opstelt en die openbaar maakt;b) de weblinks naar het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening van de moedervennootschap, en het desbetreffende assuranceverslag bedoeld in artikel 3:82/5 of, in voorkomend geval naar het geconsolideerd jaarverslag van de moederonderneming van een lidstaat, en naar het in artikel 34, lid 1, tweede alinea, punt a bis), van Richtlijn 2013/34/EU bedoelde assuranceoordeel hiervan;c) de mededeling dat de dochtervennootschap is vrijgesteld van de in de artikel 3:6/3 bedoelde verplichtingen. Is de dochtervennootschap niet verplicht een jaarverslag op te stellen, dan is zij vrijgesteld van de verplichting bedoeld onder 2° op voorwaarde dat die dochtervennootschap evenwel het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening van haar moedervennootschap openbaar maakt. § 2. De vennootschap bedoeld in artikel 3:6/1 en die een dochtervennootschap is van een moederonderneming van een derde land is vrijgesteld van het opnemen van duurzaamheidsinformatie in het jaarverslag wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan: 1° de moederonderneming van het derde land heeft in het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening of in voorkomend geval, in een verslag, de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie opgenomen overeenkomstig artikel 3:32/2 of op een wijze die gelijkwaardig is aan die waarin de op grond van artikel 29ter van Richtlijn 2013/34/EU vastgestelde standaarden voor duurzaamheidsrapportering, als bepaald overeenkomstig een op grond van artikel 23, lid 4, derde alinea, van Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2004 betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG, vastgestelde uitvoeringshandeling inzake de gelijkwaardigheid van standaarden voor duurzaamheidsrapportage voorziet, en dit geconsolideerd jaarverslag of in voorkomend geval dit verslag over duurzaamheidsinformatie openbaar gemaakt overeenkomstig dit wetboek;2° het jaarverslag van de vrijgestelde dochtervennootschap bevat de volgende informatie: a) de naam en de zetel van de moederonderneming die op groepsniveau de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie opstelt overeenkomstig artikel 3:32/2 op een wijze die gelijkwaardig is aan die waarin de op grond van artikel 29ter van Richtlijn 2013/34/EU vastgestelde standaarden voor duurzaamheidsrapportering, als bepaald overeenkomstig een op grond van artikel 23, lid 4, derde alinea, van Richtlijn 2004/109/EG vastgestelde uitvoeringshandeling inzake de gelijkwaardigheid van standaarden voor duurzaamheidsrapportage voorziet, en die openbaar maakt;b) de weblinks naar de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie van de moederonderneming, bedoeld in 1°, en naar het in het tweede lid bedoelde assuranceoordeel;c) de mededeling dat de dochtervennootschap is vrijgesteld van de in artikel 3:6/3 bedoelde verplichtingen;3° de in artikel 8 van Verordening (EU) 2020/852 bedoelde informatieverschaffing over de activiteiten van de vrijgestelde dochtervennootschap, en in voorkomend geval haar dochtervennootschappen, wordt opgenomen in het jaarverslag van de vrijgestelde dochtervennootschap of in de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie die door de in een derde land gevestigde moederonderneming is openbaar gemaakt. Het assuranceoordeel over de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie dat de moederonderneming van een derde land heeft openbaar gemaakt, wordt uitgebracht door één of meer personen of kantoren die volgens het recht van het rechtsgebied van die moederonderneming gerechtigd zijn om een assuranceoordeel van geconsolideerde duurzaamheidsinformatie uit te brengen. Is de dochtervennootschap niet verplicht een jaarverslag op te stellen, dan is zij vrijgesteld van de verplichting bedoeld in het eerste lid, 2°, op voorwaarde dat die dochtervennootschap evenwel het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening van de moederonderneming openbaar maakt. § 3. De vrijstellingen bedoeld in de paragrafen 1 en 2 zijn ook van toepassing op: 1° de organisaties van openbaar belang onderworpen aan de vereisten bedoeld in artikel 3:6/3, met uitzondering van de vennootschappen bedoeld in artikel 1:12, 1° en 2°, en die voldoen aan de vereisten van artikel 3:6/1, § 1, eerste lid, 1° ; 2° de dochtervennootschappen bedoeld in artikel 3:32/1, § 2, tweede lid." Art. 20.In dezelfde afdeling 2/1 wordt een artikel 3:6/8 ingevoegd, luidende: "Art. 3:6/8. Het bestuursorgaan van een vennootschap die duurzaamheidsinformatie in het jaarverslag opneemt, bepaald in deze afdeling, stelt het jaarverslag op in het formaat bedoeld in artikel 3 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/815 van de Commissie van 17 december 2018 tot aanvulling van Richtlijn 2004/109/EG van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen voor de specificatie van een uniform elektronisch verslagleggingsformaat. De duurzaamheidsinformatie, met inbegrip van de in artikel 8 van Verordening (EU) 2020/852 bedoelde openbaarmakingen, wordt gemarkeerd op de wijze overeenkomstig het in de in het eerste lid bedoelde gedelegeerde verordening bepaalde elektronische verslagleggingsformaat. Overeenkomstig artikel 2:33 wordt het jaarverslag neergelegd in de taal of in één van de officiële talen van het taalgebied waar de zetel van de vennootschap is gevestigd. Het jaarverslag mag daarenboven in een of meer andere officiële talen van de Europese Unie vertaald worden en als vertaling neergelegd worden. Elke niet-gewaarmerkte vertaling bevat een verklaring in die zin." Art. 21.In dezelfde afdeling 2/1 wordt een artikel 3:6/9 ingevoegd, luidende: "Art. 3:6/9. § 1. Dit artikel is van toepassing op Belgische vennootschappen bedoeld in artikel 3:6/1, § 1, eerste en tweede lid, en die bovendien een dochtervennootschap zijn van een uiteindelijke moederonderneming vallende onder het recht van een derde land of van een dochteronderneming die deel uitmaakt van een groep met een uiteindelijke moederonderneming van een derde land. § 2. Het bestuursorgaan van een in paragraaf 1 bedoelde dochtervennootschap maakt de netto-omzet van zijn uiteindelijke moederonderneming openbaar, als volgt: 1° berekend op geconsolideerde basis op de datum van afsluiting van het boekjaar, de netto-omzet behaald in België;2° berekend op geconsolideerde basis op de datum van afsluiting van het boekjaar, de netto-omzet behaald door economische activiteiten in de lidstaten. § 3. Het bestuursorgaan van een in paragraaf 1 bedoelde dochtervennootschap maakt op het niveau van de groep een verslag over specifieke duurzaamheidsinformatie van die uiteindelijke moederonderneming van een derde land openbaar. Deze specifieke duurzaamheidsinformatie op het niveau van de groep van de uiteindelijke moederonderneming omvat de informatie bedoeld in artikel 3:32/3, § 1, 1°, c) tot e), 2° tot 8°, en in voorkomend geval, 10°. Het verslag over de specifieke duurzaamheidsinformatie van de uiteindelijke moederonderneming van een derde land wordt opgesteld volgens een van de volgende standaarden: 1° de standaarden van specifieke duurzaamheidsinformatie die de Europese Commissie heeft aangenomen volgens de uitvoeringsverordening tot uitvoering van artikel 40ter van Richtlijn 2013/34/EU;2° de standaarden voor duurzaamheidsinformatie die de Europese Commissie vaststelt volgens de uitvoeringsverordening tot uitvoering van artikel 29ter van Richtlijn 2013/34/EU;3° of op een wijze die gelijkwaardig is aan de standaarden van duurzaamheidsinformatie, bedoeld in 1° en 2°, op grond van artikel 23, lid 4, derde alinea, van Richtlijn 2004/109/EG. § 4. Is de specifieke duurzaamheidsinformatie van uiteindelijke moederonderneming van een derde land niet beschikbaar, dan verzoekt het bestuursorgaan van de dochtervennootschap de uiteindelijke moederonderneming alle vereiste duurzaamheidsinformatie te verstrekken om hem in staat te stellen aan de in paragraaf 2 bedoelde verplichtingen te voldoen. Verstrekt de uiteindelijke moederonderneming van een derde land niet alle vereiste duurzaamheidsinformatie, dan stelt het bestuursorgaan van de betrokken dochtervennootschap de vereiste duurzaamheidsinformatie op. De betrokken dochtervennootschap brengt in haar jaarverslag een verklaring uit waaruit blijkt dat de uiteindelijke moederonderneming van een derde land niet de nodige informatie heeft verstrekt. Bovendien verzoekt het bestuursorgaan van de dochtervennootschap zijn uiteindelijke moederonderneming van een derde land hem het assuranceoordeel over de specifieke duurzaamheidsinformatie, uitgebracht door een of meer personen of ondernemingen die uit hoofde van het nationaal recht van de uiteindelijke moederonderneming uit het derde land, of uit hoofde van het nationaal recht van een lidstaat, of Belgisch recht, gerechtigd zijn een assuranceoordeel van de specifieke duurzaamheidsinformatie af te geven, over te maken. Indien de uiteindelijke moederonderneming uit het derde land het assuranceoordeel niet overeenkomstig het derde lid verstrekt, geeft de dochteronderneming een verklaring af waaruit blijkt dat de onderneming uit het derde land het benodigde assuranceoordeel niet ter beschikking heeft gesteld. § 5. Het bestuursorgaan van de dochtervennootschap legt binnen zeven maanden na datum van afsluiting van het boekjaar de specifieke duurzaamheidsinformatie van de uiteindelijke moederonderneming van een derde land, vergezeld van het bijhorende assuranceoordeel, neer bij de Balanscentrale van de Nationale Bank van België, volgens de nadere regels bepaald door de Koning. De dochtervennootschap legt het verslag over de specifieke duurzaamheidsinformatie van de uiteindelijke moederonderneming van een derde land neer in de taal of in één van de officiële talen van het taalgebied waar de zetel van de dochtervennootschap is gevestigd. Diezelfde dochtervennootschap mag daarenboven het verslag over de specifieke duurzaamheidsinformatie van de uiteindelijke moederonderneming van een derde land in een of meer andere officiële talen van de Europese Unie vertalen en het als vertaling neerleggen. § 6. Zijn vrijgesteld van de openbaarmaking van het verslag over specifieke duurzaamheidsinformatie bedoeld in paragraaf 3: 1° de dochtervennootschap van de uiteindelijke moederonderneming van een derde land, wanneer de netto-omzet van die moederonderneming, bepaald in paragraaf 2, gedurende twee opeenvolgende boekjaren het grensbedrag van 150 miljoen euro niet heeft overschreden; 2° de dochtervennootschap van een uiteindelijke moederonderneming van een derde land waarvan een dochteronderneming van een andere lidstaat, met een hogere netto-omzet, en die behoort tot de groep, reeds het verslag van de specifieke duurzaamheidsinformatie van die uiteindelijke moederonderneming heeft openbaar gemaakt volgens de regelgeving van die andere lidstaat." Art. 22.In artikel 3:12, § 1, van het hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 mei 2023Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/09/1948 pub. 06/07/2010 numac 2010000388 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende organisatie van het bedrijfsleven. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten6, wordt de bepaling onder 4° aangevuld met de woorden "en in voorkomend geval, het assuranceverslag over de duurzaamheidsinformatie". Art. 23.In deel 1, boek 3, titel 1, hoofdstuk 1, afdeling 4, onderafdeling 3, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 3:20/4 ingevoegd, luidende: "Art. 3:20/4. Dit artikel is van toepassing op Belgische bijkantoren die voldoen aan de volgende voorwaarden: 1° die geopend zijn door: a) hetzij door een op zichzelf staande onderneming van een derde land, b) hetzij door een uiteindelijke moederonderneming van een derde land, of c) hetzij door een dochteronderneming van een derde land die deel uitmaakt van een groep met een uiteindelijke moederonderneming van een derde land;2° die op balansdatum een jaarlijkse netto-omzet behaald hebben van meer dan 40 miljoen euro gedurende het laatst afgesloten boekjaar. De in het eerste lid bedoelde bijkantoren maken de netto-omzet van de onderneming van een derde land openbaar, als volgt: 1° berekend op de datum van afsluiting van het boekjaar, de netto-omzet gerealiseerd in België;2° berekend op de datum van afsluiting van het boekjaar, de netto-omzet behaald door economische activiteiten binnen de lidstaten. De netto-omzet van de uiteindelijke moederonderneming van een derde land wordt berekend op geconsolideerde basis." Art. 24.In deel 1, boek 3, titel 1, hoofdstuk 1, afdeling 4, onderafdeling 3, van hetzelfde Wetboek gewijzigd bij de wet van 8 januari 2024Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/09/1948 pub. 06/07/2010 numac 2010000388 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende organisatie van het bedrijfsleven. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten7 wordt een artikel 3:20/5 ingevoegd, luidende: "Art. 3:20/5. § 1. De uiteindelijke moederonderneming, of diens vertegenwoordiger van het in artikel 3:20/4 bedoelde bijkantoor, maakt een verslag over specifieke duurzaamheidsinformatie van de onderneming van een derde land openbaar. Deze specifieke duurzaamheidsinformatie omvat de informatie bedoeld in artikel 3:32/3, § 1, 1°, c) tot e), 2° tot 8°, en in voorkomend geval, 10°. Is het bijkantoor geopend door een op zichzelf staande onderneming van een derde land, dan gebeurt de verslaglegging van de specifieke duurzaamheidsinformatie op individuele basis. Heeft de specifieke duurzaamheidsinformatie betrekking op de uiteindelijke moederonderneming van een derde land, dan gebeurt de verslaglegging op het niveau van de groep. § 2. Zijn vrijgesteld van de openbaarmaking van het verslag over specifieke duurzaamheidsinformatie bedoeld in paragraaf 1, eerste lid: 1° het bijkantoor van een onderneming van een derde land die gedurende de laatste twee opeenvolgende boekjaren in de lidstaten, haar netto-omzet op groepsniveau of indien niet van toepassing, op individueel niveau, gedefinieerd in artikel 3:20/4, tweede lid, 2°, het grensbedrag van 150 miljoen euro, niet heeft overschreden;2° het bijkantoor dat een jaarlijkse netto-omzet van minder dan 40 miljoen euro, te rekenen op basis van het laatst afgesloten boekjaar behaalt;3° het bijkantoor van een uiteindelijke moederonderneming van een derde land waarvan de dochtervennootschap reeds het verslag van de specifieke duurzaamheidsinformatie van die uiteindelijke moederonderneming heeft openbaar gemaakt. § 3. Het verslag over de specifieke duurzaamheidsinformatie van de moederonderneming van een derde land wordt opgesteld volgens een van de volgende standaarden: 1° de standaarden van specifieke duurzaamheidsinformatie die de Europese Commissie heeft aangenomen volgens de uitvoeringsverordening tot uitvoering van artikel 40ter van Richtlijn 2013/34/EU;2° de standaarden voor duurzaamheidsinformatie die de Europese Commissie vaststelt volgens de uitvoeringsverordening tot uitvoering van artikel 29ter van Richtlijn 2013/34/EU;3° of op een wijze die gelijkwaardig is aan de standaarden van duurzaamheidsinformatie, bedoeld in 1° en 2°, op grond van artikel 23, lid 4, derde alinea, van Richtlijn 2004/109/EG. § 4. Is de specifieke duurzaamheidsinformatie van de onderneming van een derde land niet beschikbaar, dan verzoekt de vertegenwoordiger van het bijkantoor de onderneming van een derde land alle vereiste duurzaamheidsinformatie te verstrekken om hem in staat te stellen aan de in dit artikel bedoelde verplichtingen te voldoen. Verstrekt de onderneming van een derde land niet alle vereiste duurzaamheidsinformatie, dan stelt de vertegenwoordiger van het bijkantoor het verslag over de vereiste specifieke duurzaamheidsinformatie op. Het bijkantoor brengt een verklaring uit waaruit blijkt dat de onderneming van een derde land niet de nodige informatie heeft verstrekt. Bovendien verzoekt de vertegenwoordiger van het bijkantoor de onderneming van het derde land hem het assuranceoordeel over de specifieke duurzaamheidsinformatie, uitgebracht door een of meer personen of ondernemingen die uit hoofde van het nationaal recht van de uiteindelijke moederonderneming uit het derde land, of uit hoofde van het nationaal recht van een lidstaat, of Belgisch recht, gerechtigd zijn een oordeel over de assurance van de specifieke duurzaamheidsinformatie af te geven, over te maken. Indien de uiteindelijke moederonderneming uit het derde land het assuranceoordeel niet overeenkomstig het derde lid verstrekt, geeft het bijkantoor een verklaring af waaruit blijkt dat de onderneming uit het derde land het benodigde assuranceoordeel niet ter beschikking heeft gesteld. § 5. De vertegenwoordiger van het bijkantoor legt binnen zeven maanden na datum van afsluiting van het boekjaar het verslag over de specifieke duurzaamheidsinformatie van de onderneming van een derde land, vergezeld van het bijhorende assuranceoordeel, neer bij de Balanscentrale van de Nationale Bank van België, volgens de nadere regels bepaald door de Koning. Het bijkantoor legt het verslag over de specifieke duurzaamheidsinformatie van de onderneming van een derde land neer in de taal of in één van de officiële talen van het taalgebied waar het bijkantoor is gevestigd. Hetzelfde bijkantoor mag daarenboven het verslag over de specifieke duurzaamheidsinformatie van de onderneming van een derde land in een of meer andere officiële talen van de Europese Unie vertalen en het als vertaling neerleggen. § 6. De Koning kan nadere regels voor het opstellen en het openbaar maken van specifieke duurzaamheidsinformatie van een onderneming van een derde land vaststellen, met inbegrip van de assurance van deze specifieke duurzaamheidsinformatie." Art. 25.In artikel 3:21 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 27 juni 2021Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/09/1948 pub. 06/07/2010 numac 2010000388 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende organisatie van het bedrijfsleven. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1, worden de woorden "in andere wetten" opgeheven. Art. 26.In artikel 3:32 van hetzelfde Wetboek wordt paragraaf 2 opgeheven. Art. 27.In deel 1, boek 3, titel 1, hoofdstuk 2, van hetzelfde Wetboek wordt een afdeling 4/1 ingevoegd, luidende "Afdeling 4/1. Geconsolideerde duurzaamheidsinformatie". Art. 28.In afdeling 4/1, ingevoegd bij artikel 27, wordt een artikel 3:32/1 ingevoegd, luidende: "Art. 3:32/1. § 1. Deze afdeling is van toepassing op moedervennootschappen van groepen die gedurende twee opeenvolgende boekjaren minstens twee van de volgende criteria overschrijden, op de balansdatum en op geconsolideerde basis: 1° een geconsolideerd balanstotaal van 25.000.000 euro; 2° een geconsolideerde netto-omzet van 50.000.000 euro; 3° een jaargemiddelde van het aantal werknemers van 250. De in het eerste lid bedoelde cijfers worden getoetst op de datum van de afsluiting van de jaarrekening van de moedervennootschap, op basis van de laatste opgemaakte jaarrekeningen van de te consolideren vennootschappen. Wanneer meer dan één van de in het eerste lid bedoelde criteria worden overschreden of niet meer worden overschreden, heeft dit slechts gevolgen wanneer dit zich gedurende twee opeenvolgende boekjaren voordoet. De gevolgen gaan in dat geval in vanaf het boekjaar dat volgt op het boekjaar gedurende hetwelk meer dan één van de criteria voor de tweede keer werden overschreden of niet meer werden overschreden. Voor een pas opgerichte moedervennootschap, worden voor de toepassing van de in het eerste lid bedoelde criteria, deze cijfers bij het begin van het boekjaar te goeder trouw geschat. Indien uit deze schatting blijkt dat meer dan één van de criteria zullen worden overschreden gedurende het eerste boekjaar, wordt daarmee voor dat eerste boekjaar meteen rekening gehouden. Heeft het boekjaar uitzonderlijk een duur van minder of meer dan twaalf maanden, waarbij deze duur niet langer kan zijn dan vierentwintig maanden min één kalenderdag, dan wordt het bedrag van de jaarlijkse netto-omzet vermenigvuldigd met een breuk waarvan de noemer twaalf is en de teller het aantal maanden van het betrokken boekjaar, waarbij elke begonnen maand voor een volle maand wordt geteld. Het in het eerste lid, 1°, bedoelde balanstotaal is de totale boekwaarde van de activa zoals ze blijkt uit het balansschema dat vastgesteld werd door de Koning. De in het eerste lid, 2°, bedoelde netto-omzet is de netto-omzet bedoeld in artikel 1:26/1 berekend op geconsolideerde basis. Gebruikt de moedervennootschap de internationale standaarden bedoeld in Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen voor het opstellen van haar geconsolideerde jaarrekening, dan wordt de omzet berekend volgens die internationale standaarden. Het aantal werknemers uitgedrukt in voltijdse equivalenten is gelijk aan het arbeidsvolume uitgedrukt in voltijds tewerkgestelde equivalenten, te berekenen voor de deeltijdse werknemers op basis van het contractueel aantal te presteren uren, gerelateerd ten opzichte van de normale arbeidsduur van een vergelijkbare voltijdse werknemer. Artikel 1:24, § 5, eerste lid, is van toepassing voor de berekening van het jaargemiddelde van het aantal werknemers. § 2. Paragraaf 1 is ook van toepassing op: 1° de vennootschappen bedoeld in artikel 3:6/1, § 1, tweede lid, en die moedervennootschappen zijn;2° de vennootschappen bedoeld in artikel 3:21, 1°, en die moedervennootschappen zijn. Worden voor de toepassing van deze afdeling beschouwd als een dochtervennootschap: 1° de kredietinstellingen die blijvend aangesloten zijn bij een centraal orgaan dat toezicht op hen uitoefent onder de voorwaarden bepaald in artikel 10 van Verordening (EU) nr.575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012; 2° de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die met toepassing van artikel 339, 2°, b) van de wet van 13 maart 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/03/2016 pub. 23/03/2016 numac 2016011092 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen sluiten op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen deel uitmaken van een groep, waarop toezicht op groepsniveau wordt uitgeoefend overeenkomstig artikel 343, tweede lid, 1°, 2° of 3°, van dezelfde wet of de wetgeving tot omzetting van artikel 213, lid 2, punten a), b) of c), van Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf in het recht van een andere lidstaat. § 3. De Koning kan de in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde groottecriteria en de wijze waarop ze worden berekend, wijzigen. Deze koninklijke besluiten worden genomen na overleg in de Ministerraad en na advies van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven." Art. 29.In dezelfde afdeling 4/1 wordt een artikel 3:32/2 ingevoegd, luidende: "Art. 3:32/2. § 1. Een moedervennootschap bedoeld in artikel 3:32/1 neemt in het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening geconsolideerde duurzaamheidsinformatie op die nodig is om inzicht te krijgen in de effecten van de groep op duurzaamheidskwesties, alsmede informatie die nodig is om te begrijpen hoe duurzaamheidskwesties van invloed zijn op de ontwikkeling, de prestaties en de positie van de groep. De geconsolideerde duurzaamheidsinformatie staat duidelijk aangegeven in een deel van het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening dat specifiek hierover gaat. De moedervennootschap neemt de geconsolideerde duurzaamheidsinformatie op in het geconsolideerd jaarverslag van de groep op grond van Europese standaarden voor duurzaamheidsinformatie die de Europese Commissie door middel van de gedelegeerde handelingen heeft vastgelegd. Met de verslaglegging van geconsolideerde duurzaamheidsinformatie in het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening wordt de moedervennootschap geacht te hebben voldaan aan de in artikelen 3:6/3 en 3:32, § 1, tweede lid, 2°, tweede lid, opgenomen verplichting." Art. 30.In dezelfde afdeling 4/1 wordt een artikel 3:32/3 ingevoegd, luidende: "Art. 3:32/3. § 1. De geconsolideerde duurzaamheidsinformatie bedoeld in artikel 3:32/2 omvat: 1° een korte beschrijving van het bedrijfsmodel en de strategie van de groep, met inbegrip van: a) de veerkracht van het bedrijfsmodel en de strategie van de groep ten aanzien van risico's in verband met duurzaamheidskwesties;b) de kansen voor de groep op het gebied van duurzaamheidskwesties;c) de plannen van de groep, met inbegrip van uitvoeringsmaatregelen en daaraan gerelateerde financiële en investeringsplannen, om ervoor te zorgen dat haar bedrijfsmodel en strategie verenigbaar zijn met de overgang naar een duurzame economie, met de beperking van de opwarming van de aarde tot 1,5 ° C in overeenstemming met de in het kader van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering op 12 december 2015 aangenomen Overeenkomst van Parijs en met de doelstelling om uiterlijk in 2050 klimaatneutraliteit te bereiken zoals vastgesteld in Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 2021 tot vaststelling van een kader voor de verwezenlijking van klimaatneutraliteit, en tot wijziging van Verordening (EG) nr.401/2009 en Verordening (EU) 2018/1999 ("Europese klimaatwet") en, in voorkomend geval, de blootstelling van de groep aan steenkool-, olie- en gasgerelateerde activiteiten; d) de wijze waarop in het bedrijfsmodel en de strategie van de groep rekening wordt gehouden met de belangen van de belanghebbenden bij de groep en met de effecten van de groep op duurzaamheidskwesties;e) de wijze waarop de strategie van de groep ten aanzien van duurzaamheidskwesties is uitgevoerd;2° een beschrijving van de door de groep vastgestelde tijdgebonden doelstellingen met betrekking tot duurzaamheidskwesties, waaronder, indien van toepassing, de absolute broeikasgasemissiereductiedoelstellingen voor tenminste 2030 en 2050, een beschrijving van de vooruitgang die de groep heeft geboekt bij het bereiken van die doelstellingen, en een verklaring die duidelijk maakt of de doelstellingen ten aanzien van milieufactoren van de groep gebaseerd zijn op overtuigend wetenschappelijk bewijs;3° een beschrijving van de rol van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen met betrekking tot duurzaamheidskwesties, en van de daarin aanwezige deskundigheid en vaardigheden met betrekking tot het vervullen van die rol ofwel de toegang die deze organen hebben tot dergelijke deskundigheid en vaardigheden;4° een beschrijving van het beleid van de groep met betrekking tot duurzaamheidskwesties;5° informatie over het bestaan van stimuleringsregelingen in verband met duurzaamheidskwesties die aan leden van de bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen worden aangeboden;6° een beschrijving van de door de groep toegepaste passende zorgvuldigheidsprocedure ten aanzien van duurzaamheidskwesties en, indien van toepassing, in overeenstemming met de vereisten van de Europese Unie voor ondernemingen om een passende zorgvuldigheidsprocedure uit te voeren;7° een beschrijving van de belangrijkste feitelijke of potentiële negatieve effecten die verband houden met de eigen activiteiten en met de waardeketen van de groep, met inbegrip van haar producten en diensten, haar zakenrelaties en haar toeleveringsketen, welke activiteiten zijn ondernomen voor het in kaart brengen en monitoren van die effecten en van andere negatieve effecten die de moedervennootschap op grond van andere vereisten van de Europese Unie met betrekking tot het uitvoeren van een passende zorgvuldigheidsprocedure verplicht is in kaart te brengen;8° een beschrijving van alle door de groep genomen maatregelen om feitelijke of potentiële negatieve effecten te voorkomen, te beperken, te verhelpen of te beëindigen, en het resultaat van dergelijke maatregelen;9° een beschrijving van de voornaamste risico's voor de groep met betrekking tot duurzaamheidskwesties, met inbegrip van een beschrijving van de voornaamste afhankelijkheden van de groep met betrekking tot die kwesties, en hoe de groep die risico's beheert;10° de indicatoren die relevant zijn voor de in 1° tot 9° bedoelde informatieverschaffing. § 2. In voorkomend geval neemt de moedervennootschap informatie in haar jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening op over de activiteiten en de waardeketen van de groep, met inbegrip van hun eigen activiteiten, producten en diensten, zakenrelaties en toeleveringsketen. Aan de vennootschappen en entiteiten die niet onderworpen zijn aan de verplichting van het openbaar maken van duurzaamheidsinformatie maar wel deel uitmaken van de waardeketen als bedoeld in het eerste lid, mag er niet meer informatie worden gevraagd dan wat vereist is in het licht van de Europese standaarden van duurzaamheidsrapportage voor kleine en middelgrote ondernemingen en wat redelijkerwijs verlangd kan worden van vennootschappen en entiteiten die leveranciers of klanten zijn in de waardeketen van de groep. § 3. Waar dit passend wordt geacht, bevat de in het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening opgenomen geconsolideerde duurzaamheidsinformatie de relevante verwijzingen naar en een aanvullende uitleg betreffende de financiële bedragen in de geconsolideerde jaarrekening, alsook de relevante verwijzingen naar en een aanvullende uitleg over andere informatie die in het verslag over de geconsolideerde jaarrekening is opgenomen. § 4. De moedervennootschap beschrijft het uitgevoerde proces om de informatie in kaart te brengen die zij overeenkomstig artikel 3:32/2 in het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening opgenomen heeft. Deze informatie omvat informatie met betrekking tot tijdhorizonten op korte, middellange en lange termijn, naargelang het geval. § 5. In uitzonderlijke gevallen kan het bestuursorgaan van de moedervennootschap beslissen om informatie betreffende ophanden zijnde ontwikkelingen of zaken waarover wordt onderhandeld niet op te nemen in het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening, indien de openbaarmaking van die informatie, naar de behoorlijk gerechtvaardigde opvatting van het bestuursorgaan en met de collectieve verantwoordelijkheid van de leden ervan voor dit standpunt, ernstige schade zou kunnen berokkenen aan de commerciële positie van de groep, mits het weglaten van deze informatie een getrouw beeld en evenwichtig begrip van de ontwikkeling van de zaken, de resultaten en de positie van de groep evenals van de effecten van haar activiteiten niet in de weg staat. § 6. De moedervennootschap vermeldt in het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening welke dochtervennootschappen zijn vrijgesteld van het opnemen van duurzaamheidsinformatie in het jaarverslag of het jaarverslag over de geconsolideerde jaarrekening. Stelt de moedervennootschap aanzienlijke verschillen vast tussen de risico's voor of de effecten van de groep en de risico's voor of de effecten van een of meer dochtervennootschappen, verschaft de moedervennoot …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.