← België

Decreet tot wijziging van de regelgeving betreffende de omgevingsvergunning wat betreft de invoering van een modulaire omgevingsvergunningsprocedure e

Kort samengevat

Dit decreet wijzigt de bestaande regelgeving over de omgevingsvergunning door een modulaire procedure en het omgevingsbesluit in te voeren, en verduidelijkt diverse definities en procedures. Het doel is om de aanvraag en behandeling van omgevingsvergunningen te stroomlijnen en te moderniseren.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
17 MEI 2024. - Decreet tot wijziging van de regelgeving betreffende de omgevingsvergunning wat betreft de invoering van een modulaire omgevingsvergunningsprocedure en het omgevingsbesluit (1) Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt: Decreet tot wijziging van de regelgeving betreffende de omgevingsvergunning wat betreft de invoering van een modulaire omgevingsvergunningsprocedure en het omgevingsbesluit HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling Artikel 1.Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid. HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten0 betreffende de omgevingsvergunning Art. 2.In artikel 2 van het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten0 betreffende de omgevingsvergunning, gewijzigd bij de decreten van 15 juli 2016, 8 december 2017 en 26 april 2019, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt: "In dit decreet wordt verstaan onder: 1° aanvraag: de aanvraag, het verzoek of het ambtshalve initiatief waarmee een of een combinatie van de procedures, vermeld in artikel 15, wordt opgestart;2° aanvrager: de vergunningsaanvrager, de verzoeker of het bestuursorgaan dat het ambtshalve initiatief heeft genomen, die een van de inhoudelijke elementen, vermeld in artikel 15, of een combinatie ervan willen verkrijgen;3° analoge beveiligde zending: een van de volgende betekeningswijzen: a) een aangetekende brief;b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;4° beroepsindiener: de persoon die conform artikel 52 beroep instelt;5° betrokken publiek: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon, alsook elke vereniging, organisatie of groep met rechtspersoonlijkheid die gevolgen ondervindt of waarschijnlijk ondervindt van of belanghebbende is bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden waarbij niet-gouvernementele organisaties die zich voor milieubescherming inzetten, geacht worden belanghebbende te zijn;6° beveiligde zending: een van de volgende betekeningswijzen: a) een analoge beveiligde zending;b) een digitale beveiligde zending;7° DABM: het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid;8° definitieve beslissing: een beslissing waartegen geen georganiseerd administratief beroep meer kan worden ingesteld;9° digitale beveiligde zending: a) het opladen van een dossierstuk in het omgevingsloket;b) elke andere betekeningswijze die de Vlaamse Regering toelaat, waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld;10° meldingsakte: het document waaruit blijkt dat de bevoegde overheid uitdrukkelijk of stilzwijgend akte heeft genomen van een melding; 11° MER: een milieueffectrapport over een project als vermeld in artikel 4.1.1, § 1, 8°, van het DABM; 12° omgevingsbesluit: een beslissing over een aanvraag van een omgevingsvergunning op grond van een aanvraag tot wijziging van het vigerende plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan voor een projectgebied als vermeld in ar- tikel 7.4.4/2 van de VCRO; 13° omgevingsloket: het digitale systeem dat Vlaanderen ter beschikking stelt om aanvragen, meldingen en beroepen in te dienen en te behandelen; 14° omgevingsveiligheidsrapport: een veiligheidsrapport over een project als vermeld in artikel 4.1.1, § 1, 10°, van het DABM; 15° omgevingsvergunning: de schriftelijke beslissing van de bevoegde overheid tot toelating van een vergunningsplichtig project;16° ondersteuner: alle natuurlijke of rechtspersonen die in de uitoefening van hun beroep of activiteit in naam en voor rekening van één of meerdere derden handelingen stellen in het kader van de procedures in dit decreet;17° project: hetzij een of een combinatie van de volgende elementen die onderworpen zijn aan de vergunnings- of meldingsplicht, vermeld in artikel 5: a) het uitvoeren van stedenbouwkundige handelingen;b) de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit;c) het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten;d) het wijzigen van de vegetatie; hetzij het verkavelen van gronden, in voorkomend geval aangevuld met het uitvoeren van stedenbouwkundige handelingen, het wijzigen van de vegetatie of de exploitatie, die de verkaveling bouwrijp maken; 18° ruimtelijk veiligheidsrapport: een veiligheidsrapport over een ruimtelijk uitvoeringsplan als vermeld in artikel 4.1.1, § 1, 9°, van het DABM; 19° screening: een geheel van milieu-informatie over een project opgenomen in een nota als vermeld in artikel 4.3.2, § 2bis, van het DABM; 20° toezichthouder: de persoon die met toepassing van titel XVI van het DABM is aangewezen om op de ingedeelde inrichting of activiteit toezicht uit te oefenen;21° VCRO: de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009;22° vergunninghouder: de persoon aan wie de vergunning is verleend, of, in voorkomend geval, aan wie de vergunning is overgedragen.De houder van een vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit wordt geacht de exploitant te zijn.". Art. 3.In artikel 2 van het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten0 betreffende de omgevingsvergunning, gewijzigd bij de decreten van 15 juli 2016, 8 december 2017 en 26 april 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt: "In dit decreet wordt verstaan onder: 1° aanvraag: de aanvraag, het verzoek of het ambtshalve initiatief waarmee een of een combinatie van de procedures, vermeld in artikel 15, wordt opgestart;2° aanvrager: de vergunningsaanvrager, de verzoeker of het bestuursorgaan dat het ambtshalve initiatief heeft genomen, die een van de inhoudelijke elementen, vermeld in artikel 15, of een combinatie ervan willen verkrijgen;3° analoge beveiligde zending: een van de volgende betekeningswijzen: a) een aangetekende brief;b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;4° beroepsindiener: de persoon die conform artikel 52 beroep instelt;5° betrokken publiek: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon, alsook elke vereniging, organisatie of groep met rechtspersoonlijkheid die gevolgen ondervindt of waarschijnlijk ondervindt van of belanghebbende is bij de besluitvorming over de afgifte of bijstelling van een omgevingsvergunning of van vergunningsvoorwaarden waarbij niet-gouvernementele organisaties die zich voor milieubescherming inzetten, geacht worden belanghebbende te zijn;6° beveiligde zending: een van de volgende betekeningswijzen: a) een analoge beveiligde zending;b) een digitale beveiligde zending;7° DABM: het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid;8° definitieve beslissing: een beslissing waartegen geen georganiseerd administratief beroep meer kan worden ingesteld;9° digitale beveiligde zending: a) het opladen van een dossierstuk in het omgevingsloket;b) elke andere betekeningswijze die de Vlaamse Regering toelaat, waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld;10° meldingsakte: het document waaruit blijkt dat de bevoegde overheid uitdrukkelijk of stilzwijgend akte heeft genomen van een melding; 11° MER: een milieueffectrapport over een project als vermeld in artikel 4.1.1, 9°, van het DABM; 12° omgevingsbesluit: een beslissing over een aanvraag van een omgevingsvergunning op grond van een aanvraag tot wijziging van een vigerend plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan voor een projectgebied als vermeld in artikel 7.4.4/2 van de VCRO; 13° omgevingsloket: het digitale systeem dat Vlaanderen ter beschikking stelt om aanvragen, meldingen en beroepen in te dienen en te behandelen; 14° omgevingsveiligheidsrapport: een veiligheidsrapport over een project als vermeld in artikel 4/1.1.1, eerste lid, 5°, van het DABM; 15° omgevingsvergunning: de schriftelijke beslissing van de bevoegde overheid tot toelating van een vergunningsplichtig project;16° ondersteuner: alle natuurlijke of rechtspersonen die in de uitoefening van hun beroep of activiteit in naam en voor rekening van één of meerdere derden handelingen stellen in het kader van de procedures in dit decreet;17° project: hetzij een of een combinatie van de volgende elementen die onderworpen zijn aan de vergunnings- of meldingsplicht, vermeld in artikel 5: a) het uitvoeren van stedenbouwkundige handelingen;b) de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit;c) het uitvoeren van kleinhandelsactiviteiten;d) het wijzigen van de vegetatie; hetzij het verkavelen van gronden, in voorkomend geval aangevuld met het uitvoeren van handelingen, het wijzigen van de vegetatie of de exploitatie, die de verkaveling bouwrijp maken; 18° ruimtelijk veiligheidsrapport: een veiligheidsrapport over een ruimtelijk uitvoeringsplan als vermeld in artikel 4/1.1.1, eerste lid, 9°, van het DABM; 19° screening: een geheel van milieu-informatie over een project als vermeld in artikel 4.1.1, 17°, van het DABM; 20° toezichthouder: de persoon die met toepassing van titel XVI van het DABM is aangewezen om op de ingedeelde inrichting of activiteit toezicht uit te oefenen;21° VCRO: de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009;22° vergunninghouder: de persoon aan wie de vergunning is verleend, of, in voorkomend geval, aan wie de vergunning is overgedragen.De houder van een vergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit wordt geacht de exploitant te zijn."; 2° in het tweede lid, 3°, wordt de zinsnede "van 15 juli betreffende" vervangen door de zinsnede "van 15 juli 2016 betreffende". Art. 4.In artikel 3, eerste lid, 3°, en tweede lid, 3°, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 15 juli 2016 en 8 december 2017, wordt de zinsnede "van 15 juli betreffende" vervangen door de zinsnede "van 15 juli 2016 betreffende". Art. 5.In artikel 4, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de woorden "aan lokale besturen" worden vervangen door de woorden "aan gemeenten en provincies";2° de zinsnede "voorbereiding, organisatie en" wordt opgeheven. Art. 6.In artikel 5, 1°, d), van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 15 juli 2016 en 8 december 2017, wordt de zinsnede "van 15 juli betreffende" vervangen door de zinsnede "van 15 juli 2016 betreffende". Art. 7.In artikel 7 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 26 april 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten8, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° aan paragraaf 1 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "Als de omgevingsvergunning wordt geweigerd, wordt de aktename van de melding in de beslissing geacht zonder voorwerp te zijn."; 2° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zinsnede "vermeld in artikel 5" vervangen door de zinsnede "vermeld in artikel 5, 1°, a), c), d) en e), en in artikel 5, 2° "; 3° aan paragraaf 2, tweede lid, wordt de volgende zin toegevoegd: "Als voor het project een screening van de milieueffecten nodig is, behandelt die screening ook de milieueffecten van de uitvoeringsfase.". Art. 8.In artikel 8 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de zinsnede "overheid, vermeld in artikel 15" wordt telkens vervangen door de zinsnede "overheid, vermeld in artikel 17";2° in het eerste lid wordt de zinsnede ", als een realistische projectstudie voorhanden is," opgeheven; 3° tussen het tweede en het derde lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt: "Als het verzoek een voldoende uitgewerkte projectstudie bevat, gaat de bevoegde overheid of haar omgevingsambtenaar in op het verzoek."; 4° in het derde lid, dat het vierde lid wordt, wordt de zinsnede ", vermeld in artikel 15, kan op eigen initiatief" vervangen door de zinsnede ", vermeld in artikel 17, of haar omgevingsambtenaar kan op eigen initiatief";5° in het vierde lid, dat het vijfde lid wordt, worden tussen het woord "hierbij" en de woorden "het toepassingsgebied" de woorden "de inhoud van het verzoek vastleggen en" ingevoegd. Art. 9.In hoofdstuk 1 van hetzelfde decreet wordt het opschrift van afdeling 4 vervangen door wat volgt: "Afdeling 4. Omgevingsambtenaren en omgevingsvergunningscommissies". Art. 10.In artikel 9 van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 19 april 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten2, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "de aangestelde ambtenaar of ambtenaren" vervangen door de woorden "het aangewezen personeelslid of de aangewezen personeelsleden";2° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt: " § 3.Als er geen gemeentelijke omgevingsambtenaar binnen de gemeente of het intergemeentelijk samenwerkingsverband beschikbaar is, oefent de algemeen directeur voor een periode van maximum 12 aaneengesloten maanden de taken van de gemeentelijke omgevingsambtenaar uit of wijst hij voor een periode van maximaal 24 aaneengesloten maanden een waarnemende gemeentelijke omgevingsambtenaar aan die de taken van de gemeentelijke omgevingsambtenaar uitoefent. Paragraaf 2 is onverkort van toepassing op de persoon die de taken van de gemeentelijke omgevingsambtenaar uitoefent.". Art. 11.In het tweede lid van artikel 10 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 19 april 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten2, worden de woorden "de aangestelde ambtenaar of ambtenaren" vervangen door de woorden "het aangewezen personeelslid of de aangewezen personeelsleden". Art. 12.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 19 april 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten2, wordt een artikel 10/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 10/1.§ 1. In iedere provincie wordt een provinciale omgevingsvergunningscommissie opgericht. Er wordt ook een gewestelijke omgevingsvergunningscommissie opgericht. § 2. De commissies zijn samengesteld uit een voorzitter, een secretaris, deskundigen en vertegenwoordigers van de instanties die bevoegd zijn om advies te geven. Het college van burgemeester en schepenen of de gemeentelijke omgevingsambtenaar maakt deel uit van de commissies met raadgevende stem behalve als de aanvraag of het beroep van het college uitgaat. De deputatie respectievelijk de Vlaamse Regering wijst de voorzitter, de secretaris en de deskundigen aan die in de provinciale respectievelijk de gewestelijke omgevingsvergunningscommissie zetelen. De provinciale en de gewestelijke omgevingsvergunningscommissie beschikken elk over een permanent secretariaat. § 3. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de samenstelling en de werking van de provinciale en de gewestelijke omgevingsvergunningscommissie. De Vlaamse Regering kan bepalen dat sommige adviesinstanties in de gevallen die de Vlaamse Regering bepaalt, geen deel uitmaken van de omgevingsvergunningscommissie.". Art. 13.In hoofdstuk 1 van hetzelfde decreet wordt het opschrift van afdeling 5 vervangen door wat volgt: "Afdeling 5. Omgevingsfonds". Art. 14.Artikel 12 van hetzelfde decreet wordt opgeheven. Art. 15.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 19 april 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten2, wordt hoofdstuk 1, afdeling 6, die bestaat uit artikel 13, opgeheven. Art. 16.In hoofdstuk 1 van hetzelfde decreet wordt het opschrift van afdeling 8 vervangen door wat volgt: "Afdeling 8. Digitalisering, openbaarmaking en opvraging van gegevens en gegevensverwerking". Art. 17.Artikel 14/1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 18 december 2015Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten1 en gewijzigd bij de decreten van 3 februari 2017 en 26 april 2019, wordt vervangen door wat volgt: "Art. 14/1.§ 1. Alle aanvragen of meldingen die in dit decreet geregeld zijn, worden digitaal ingediend. De procedures, vermeld in dit decreet, verlopen digitaal conform de regels die de Vlaamse Regering bepaalt. De Vlaamse Regering kan bepalen welke procedures of onderdelen daarvan analoog verlopen of kunnen verlopen. § 2. De Vlaamse Regering kan nadere regels uitwerken in geval van onbeschikbaarheid wegens technische storingen van het omgevingsloket, en daarbij de termijnen van de procedures, vermeld in dit decreet, opschorten of verlengen voor de duur van de technische storingen. De Vlaamse Regering kan bepalen welke stukken digitaal geraadpleegd kunnen worden en tijdens welke termijn ze geraadpleegd kunnen worden.". Art. 18.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 19 april 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten2, wordt een artikel 14/2 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 14/2.De Vlaamse Regering kan nadere regels uitwerken in geval van onbe schikbaarheid wegens technische storingen van het interne digitale dossierbehandelingssysteem van een gemeente, een provincie of het Vlaamse Gewest, en kan daarbij de termijnen van de procedures, vermeld in dit decreet, opschorten of verlengen voor de duur van de technische storingen, voor een of meer gemeenten, voor een of meer provincies of voor het Vlaamse Gewest. In dit artikel wordt onder intern digitaal dossierbehandelingssysteem verstaan: het digitale systeem waarmee de beslissingen van de bevoegde overheid worden voorbereid, genomen en afgehandeld.". Art. 19.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet 19 april 2024, wordt een artikel 14/3 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 14/3.Een ingediende aanvraag en de bijbehorende documenten en plannen worden in het omgevingsloket tijdens een eventueel openbaar onderzoek en tijdens de termijn waarin tegen een beslissing in beroep kan worden gegaan als vermeld in artikel 53 en 105 van dit decreet, openbaar gemaakt. De inhoud van een ingediend bezwaar of beroep, als vermeld in het eerste lid, wordt in het omgevingsloket openbaar gemaakt tijdens de termijn, vermeld in het eerste lid. De openbaarmaking van gegevens is noodzakelijk voor en in uitvoering van de vervulling van een taak van algemeen belang en een wettelijke verplichting die aan de verwerkingsverantwoordelijken is opgedragen. Het nemen van een definitieve beslissing waarmee een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden of een bijstelling daarvan wordt verleend, houdt in dat het verkavelingsplan en de verkavelingsvoorschriften vrij beschikbaar zijn en de opsteller ervan afstand doet van zijn auteursrecht op dat plan en die voorschriften. De Vlaamse Regering kan bepalen welke gegevens, met inbegrip van plannen, niet openbaar worden gemaakt. Zij kan hierbij onder meer een onderscheid maken naargelang het tijdstip van de niet openbaarmaking, de gevoeligheid van de inhoud, het type van plannen of gegevens en de personen aan wie de gegevens al dan niet openbaar gemaakt zouden worden. Ze kan hierbij rekening houden met de technische mogelijkheden van het omgevingsloket.". Art. 20.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 19 april 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten2, wordt een artikel 14/4 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Art. 14/4.§ 1. De bevoegde overheden en het Departement Omgeving treden op als verwerkingsverantwoordelijken van persoonsgegevens, vermeld in artikel 4, 7), van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), of als ontvangers voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de uitvoering van dit decreet. De Vlaamse Regering kan overheden of instanties aanduiden als verwerkingsverantwoordelijken van persoonsgegevens of ontvangers voor de verwerking van persoonsgegevens als vermeld in het eerste lid, in het kader van de uitvoering van dit decreet. De verwerking van persoonsgegevens is noodzakelijk voor de vervulling en uitvoering van een taak van algemeen belang die aan de verwerkingsverantwoordelijke is opgedragen. Daarnaast is de verwerking noodzakelijk om te voldoen aan een wettelijke verplichting die op de verwerkingsverantwoordelijke rust in het kader van specifieke technische verwerkingen, zoals de verwerking in het omgevingsloket. § 2. De verwerking van persoonsgegevens in het kader van dit decreet heeft betrekking op de volgende categorieën van betrokkenen: 1° de aanvragers en hun ondersteuners;2° de exploitanten;3° de personen die standpunten, opmerkingen of bezwaren indienen gedurende het openbaar onderzoek;4° de personen die een beroep indienen, en hun ondersteuners;5° de personen die vermeld worden in de gegevens of documenten die bij de procedure gevoegd worden. De verwerking van persoonsgegevens in het kader van dit decreet heeft betrekking op de volgende categorieën van persoonsgegevens: 1° de basisidentificatiegegevens die in de tabel, vermeld in het derde lid, met basis aangeduid zijn: a) de voor- en achternaam;b) het fysieke adres;c) de hoedanigheid in het project;d) in voorkomend geval, beroepsgegevens;e) het inrichtingsnummer en in voorkomend geval het ondernemingsnummer van de exploitant;f) gegevens die vrijwillig meegedeeld worden en die toelaten om personen te identificeren;2° de achtergrondidentificatiegegevens die in de tabel, vermeld in het derde lid, met achtergrond aangeduid zijn: a) het rijksregisternummer;b) het mailadres;c) andere contactgegevens;d) andere identificatiegegevens;e) eigendomsgegevens. De volgende categorieën van personen kunnen toegang hebben tot de volgende persoonsgegevens in het kader van de uitvoering van dit decreet: Wie In welke dossiers Welke persoonsgegevens 1° de bevoegde overheden, vermeld in artikel 17 en 18, hun personeelsleden, en hun ondersteuners dossiers op hun grondgebied en op het gebied van aangrenzende gemeenten basis en achtergrond van alle persoonsgegevens 2° de aanvragers, de exploitanten, de melders en hun ondersteuners de dossiers die ze hebben ingediend basis en achter- grond van hun eigen persoonsgegevens basis van de persoonsgegevens van bezwaarindieners en beroepsindieners het mailadres en andere contactgegevens van de beroepsindieners in geval van een aanvraag inzake een ingedeelde inrichting of activiteit die wordt ingediend door een overheid of een overheidsinstantie, basis van de persoonsgegevens van de exploitant 3° de personen die standpunten, opmerkingen of bezwaren indienen of van wie het stand- punt wordt gevraagd, en hun ondersteuners het dossier waarin ze hun belang willen laten gelden basis en achtergrond van hun eigen persoonsgegevens 4° de personen die een beroep indienen, en hun vertegenwoordigers, medewerkers en hun ondersteuners het dossier waarin ze hun belang willen laten gelden basis en achtergrond van hun eigen persoonsgegevens basis van de persoonsgegevens van de aanvrager en exploitant 5° de leden van de instanties die om advies worden gevraagd, met inbegrip van de omgevingsvergunningscommissies de dossiers waarbij ze betrokken zijn basis en achter- grond van alle persoonsgegevens 6° de leidend ambtenaren, vermeld in artikel 52, 5° tot en met 8°, en hun personeelsleden alle dossiers basis en achter- grond van alle persoonsgegevens 7° de personeelsleden van de afdeling, bevoegd voor milieueffectrapportage en veiligheidsrapportage de dossiers waarbij ze betrokken zijn basis en achter- grond van alle persoonsgegevens 8° de personeelsleden van de Raad voor Vergunningsbetwistingen en de Raad van State het dossier waartegen een procedure bij hun Raad inge- diend wordt basis en achter- grond van alle persoonsgegevens 9° de toezichthouder, die met toe- passing van titel XVI van het DABM is aangewezen om op de ingedeelde inrichting of activiteit toezicht uit te oefenen alle dossiers basis en achter- grond van alle persoonsgegevens 10° de personeelsleden die belast zijn met de uitvoering van de hand- having van dit decreet alle dossiers basis en achter- grond van alle persoonsgegevens § 3. De persoonsgegevens worden verwerkt om de taken te vervullen, vermeld in dit decreet en de besluiten van de Vlaamse Regering die in uitvoering van dit decreet zijn genomen, die als doel hebben aanvragen van een omgevingsvergunning, standpunten, opmerkingen, bezwaren en beroepen en meldingen mogelijk te maken, te beoordelen en op te volgen, alsook toezicht op en handhaving van deze aanvragen mogelijk te maken. § 4. Gezien de waarde van de persoonsgegevens voor het algemeen belang en gezien de onbepaalde duur van de omgevingsvergunningen worden in het kader van beslissingen inzake omgevingsvergunningen of inzake aktenames van meldingen de persoonsgegevens van de volgende personen permanent bewaard door het Departement Omgeving: 1° de aanvragers, de exploitanten, de melders en hun ondersteuners;2° de vergunninghouders;3° de personen die een beroep indienen, en hun vertegenwoordigers, medewerkers en hun ondersteuners. De persoonsgegevens van de personen die standpunten, opmerkingen of bezwaren indienen of van wie het standpunt wordt gevraagd, en hun ondersteuners worden gedurende dertig jaar bewaard door het Departement Omgeving, voor zover de technologische mogelijkheden bestaan om deze gegevens te verwijderen en de verwijdering redelijk is in verhouding tot de kosten die dergelijke verwijdering met zich meebrengt. In afwijking van het eerste en tweede lid kan de Vlaamse Regering differentieren tussen de verschillende gegevens die worden bijgehouden en hierbij kortere bewaartermijnen vastleggen. § 5. De Vlaamse Regering kan de nadere regels bepalen voor de verwerking van de persoonsgegevens, de beveiliging van die gegevens en de passende waarborgen voor de rechten en vrijheden van de betrokkenen.". Art. 21.In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 19 april 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten2, wordt een artikel 14/5 ingevoegd, dat luidt als volgt: "Artikel 14/5.Op gemotiveerd verzoek verstrekt de vergunninghouder of de aanvrager de bevoegde overheid, de toezichthouder en de adviesinstanties alle door hen gevraagde gegevens en documenten die nodig of nuttig zijn voor de beoordeling van de aanvraag en voor de monitoring of evaluatie van de vergunning. De vergunninghouder of aanvrager bezorgt de gegevens binnen de termijn die het verzoek vermeldt.". Art. 22.In hetzelfde decreet wordt het opschrift van hoofdstuk 2 vervangen door wat volgt: "Hoofdstuk 2. De modulaire vergunningsprocedure". Art. 23.In hoofdstuk 2, afdeling 1, van hetzelfde decreet wordt het opschrift van onderafdeling 1 opgeheven. Art. 24.Artikel 15 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 18 december 2015 en 8 december 2017, wordt vervangen door wat volgt: "Art. 15.Dit hoofdstuk is, onverminderd de specifieke regels, vermeld in hoofdstuk 5, van toepassing op de procedures strekkende tot het bekomen van: 1° een omgevingsvergunning als vermeld in artikel 6;2° een bijstelling van de voorwaarden die opgelegd zijn in de omgevingsvergunning als vermeld in artikel 82;3° een bijstelling van het voorwerp of de duur van de omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit als vermeld in artikel 83;4° een bijstelling van de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden als vermeld in artikel 84 tot en met 86;5° een bijstelling van de nog niet volledig uitgevoerde omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen als vermeld in artikel 86/1;6° een hernieuwing van een omgevingsvergunning van bepaalde duur als vermeld in artikel 91;7° een gedeeltelijke of gehele schorsing of opheffing van de omgevingsvergunning voor de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit als vermeld in artikel 91/1;8° een opheffing van een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden als vermeld in artikel 91/2;9° een afwijking van de algemene en sectorale milieuvoorwaarden als vermeld in artikel 91/11;10° een vaststelling dat een handeling van algemeen belang een ruimtelijk beperkte impact heeft als vermeld in artikel 91/13; 11° een evaluatie en eventuele bijstelling van de milieuvoorwaarden als vermeld in artikel 5.4.12 van het DABM; 12° een omgevingsbesluit als vermeld in artikel 2, eerste lid, 12°. De Vlaamse Regering kan bepalen welke combinaties van aanvragen toegelaten of verboden zijn.". Art. 25.Artikel 15/1 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 19 april 2024Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten2, wordt opgeheven. Art. 26.In hoofdstuk 2 van hetzelfde decreet wordt het opschrift van onderafdeling 2 opgeheven. Art. 27.Artikel 16 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt: "Art. 16.De modulaire vergunningsprocedure in eerste administratieve aanleg en in administratief beroep bestaat, in voorkomend geval, uit een of meer van de volgende modules: 1° de indiening van een aanvraag of administratief beroep;2° een onderzoek naar de ontvankelijk- en volledigheid van de aanvraag en/of het beroep;3° advisering;4° een openbaar onderzoek;5° de toepassing van een of meer administratieve lussen;6° de toepassing van een of meer wijzigingslussen; 7° het onderzoek van en de beslissing over de aanvraag;8° de bekendmaking van de beslissing over de aanvraag.". Art. 28.In hoofdstuk 2 van hetzelfde decreet wordt het opschrift van onderafdeling 3 opgeheven. Art. 29.Artikel 17 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 3 mei 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten7, wordt vervangen door wat volgt: "Art. 17.§ 1. De Vlaamse Regering is in eerste administratieve aanleg bevoegd voor de volgende aanvragen: 1° aanvragen die betrekking hebben op Vlaamse projecten;2° aanvragen die louter een aanvraag tot afwijking van algemene en sectorale milieuvoorwaarden, vermeld in artikel 91/11, omvatten;3° aanvragen die louter een verzoek tot vaststelling omvatten dat een handeling van algemeen belang een ruimtelijke beperkte impact heeft als vermeld in artikel 91/13; 4° projecten die uitsluitend mobiele of verplaatsbare inrichtingen of activiteiten omvatten als vermeld in artikel 5.1.1, 10°, van het DABM, over twee of meer provincies. De deputatie is voor haar ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor aanvragen die betrekking hebben op: 1° provinciale projecten; 2° projecten die uitsluitend mobiele of verplaatsbare inrichtingen of activiteiten omvatten als vermeld in artikel 5.1.1, 10°, van het DABM, over twee of meer gemeenten in hun provincie; 3° projecten die in de eerste klasse ingedeelde inrichtingen of activiteiten omvatten die geen Vlaams project noch een gemeentelijk project of een onderdeel ervan zijn. Het college van burgemeester en schepenen is voor zijn ambtsgebied in eerste administratieve aanleg bevoegd voor aanvragen die betrekking hebben op: 1° gemeentelijke projecten;2° alle andere projecten dan de projecten waarvoor de Vlaamse Regering of de deputatie bevoegd is. De Vlaamse Regering stelt de lijst van de Vlaamse, provinciale en gemeentelijke projecten vast. Ze kan daarnaast ook een lijst vaststellen van projecten waarvoor het college van burgemeester en schepenen bevoegd is maar, waar- voor geen administratieve beroepsmogelijkheid openstaat in de zin van artikel 18, derde lid. § 2. Van een aanvraag voor de verandering van een ingedeelde inrichting of activiteit, met uitzondering van de splitsing van een ingedeelde inrichting of activiteit, wordt kennisgenomen en er wordt een beslissing genomen door de overheid die overeenkomstig paragraaf 1 bevoegd is voor het project waartoe de ingedeelde inrichting of activiteit na de verandering behoort. Van een aanvraag voor de splitsing van een ingedeelde inrichting of activiteit wordt kennisgenomen en er wordt een beslissing genomen door de overheid die overeenkomstig paragraaf 1 bevoegd is voor het project waartoe de ingedeelde inrichting of activiteit voor de splitsing behoort. In dit artikel wordt verstaan onder splitsing: splitsen als vermeld in artikel 5.1.1, 12°, d), van het DABM. In afwijking van het eerste lid wordt van de aanvraag die uitsluitend het slopen van een project of het herstel van de terreinen in hun oorspronkelijke staat en de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die daarvoor noodzakelijk is, als voorwerp heeft, kennisgenomen en er wordt een beslissing genomen door de overheid die overeenkomstig paragraaf 1 en 3, eerste lid, bevoegd is voor het project. § 3. Voor de toepassing van paragraaf 1 en 2 wordt als project beschouwd het geheel dat een bouwtechnisch en functioneel geheel vormt en waarbij in voorkomend geval de exploitatie een samenhangend technisch geheel vormt. Een bedrijfswoning vormt samen met de bijbehorende bedrijfsgebouwen één geheel. § 4. Verschillende elementen die op zichzelf staan, kunnen als een gezamenlijk project worden aangevraagd. Van de aanvraag, vermeld in het eerste lid, wordt kennisgenomen en er wordt een beslissing over genomen door de overheid die overeenkomstig paragraaf 1 bevoegd is voor het hele project. § 5. Voor de kennisneming van en de beslissing over een aanvraag waarvoor overeenkomstig paragraaf 1 tot en met 4 het college van burgemeester en schepenen bevoegd is, is in de volgende gevallen de deputatie bevoegd: 1° er is voldaan aan de volgende twee voorwaarden: a) voor het project moet een MER worden opgesteld;b) het college van burgemeester en schepenen is initiatiefnemer of aanvrager van het project;2° het project of het project na verandering ligt op het grondgebied van twee of meer gemeenten. Voor de kennisneming van en de beslissing over een aanvraag waarvoor overeenkomstig paragraaf 1 tot en met 4 of het eerste lid de deputatie bevoegd is, is in de volgende gevallen de Vlaamse Regering bevoegd: 1° er is voldaan aan de volgende twee voorwaarden: a) voor het project moet een MER worden opgesteld;b) de deputatie is initiatiefnemer of aanvrager van het project;2° het project of het project na verandering ligt op het grondgebied van twee of meer provincies. Het eerste lid, 1°, en het tweede lid, 1°, zijn niet van toepassing als louter een screening bij de aanvraag wordt gevoegd. In dat geval is artikel 21, § 2, tweede lid, van toepassing. § 6. De Vlaamse Regering bepaalt in welke gevallen de gewestelijke omgevingsambtenaar over de aanvraag kan beslissen. De deputatie bepaalt in welke gevallen de provinciale omgevingsambtenaar over de aanvraag kan beslissen. De deputatie maakt die regeling bekend op de website van de provincie. Het college van burgemeester en schepenen kan bepalen in welke gevallen de gemeentelijke omgevingsambtenaar over de aanvraag kan beslissen. Het college van burgemeester en schepenen maakt die regeling bekend op de website van de gemeente.". Art. 30.In hoofdstuk 2 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het opschrift van afdeling 2 wordt opgeheven;2° in afdeling 2 wordt het opschrift van onderafdeling 1 opgeheven. Art. 31.Artikel 18 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 15 juli 2016, 8 december 2017 en 26 april 2019, wordt vervangen door wat volgt: "Art. 18.De Vlaamse Regering is bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van de deputatie of haar omgevingsambtenaar over aanvragen in eerste administratieve aanleg. De Vlaamse Regering bepaalt in welke gevallen de gewestelijke omgevingsambtenaar over het beroep kan beslissen. De deputatie is voor haar ambtsgebied bevoegd in laatste administratieve aanleg voor beroepen tegen uitdrukkelijke of stilzwijgende beslissingen van het college van burgemeester en schepenen of haar omgevingsambtenaar over aanvragen in eerste administratieve aanleg.". Art. 32.In hoofdstuk 2 van hetzelfde decreet worden tussen artikel 18 en artikel 19 opschriften ingevoegd, die luiden als volgt: "Afdeling 2. Procedure in eerste administratieve aanleg Onderafdeling 1. Indiening van een aanvraag". Art. 33.Artikel 19 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 8 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten4, wordt vervangen door wat volgt: "Art. 19.De aanvraag, met uitzondering van het ambtshalve initiatief, wordt met een digitale beveiligde zending ingediend bij de bevoegde overheid. Het ambtshalve initiatief wordt opgeladen in het omgevingsloket. De Vlaamse Regering bepaalt de inhoud van de aanvraag. Als de aanvraag wordt ingediend door een niet-vergunninghouder, brengt de bevoegde overheid de volgende personen op de hoogte van de ingediende aanvraag: 1° bij aanvragen over het verkavelen van gronden: alle eigenaars van een kavel;2° in de andere gevallen: de exploitant. De bevoegde overheid brengt deze personen op de hoogte van de ingediende aanvraag, naargelang het geval, op het ogenblik dat het ambtshalve initiatief in het omgevingsloket wordt opgeladen of uiterlijk binnen de toepasselijke termijn, vermeld in artikel 22. Vanaf dan worden alle personen, vermeld in het derde lid, minstens op de hoogte gehouden van de beslissing over de aanvraag. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze van kennisgeving.". Art. 34.Artikel 20 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 8 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten4, wordt vervangen door wat volgt: "Art. 20.§ 1. Als de aanvrager de vergunninghouder wordt of is, is een dossiertaks van 500 euro per aanvraag verschuldigd bij de indiening van een aanvraag in eerste administratieve aanleg bij de Vlaamse Regering of de gewestelijke omgevingsambtenaar. Een dossiertaks van 100 euro per aanvraag is verschuldigd bij de indiening van een aanvraag in eerste aanleg bij de Vlaamse Regering of de gewestelijke omgevingsambtenaar als de aanvrager lid is van het betrokken publiek. § 2. De bedragen, vermeld in paragraaf 1, worden tweejaarlijks automatisch geïndexeerd aan de hand van de index van de consumptieprijzen. De bedragen worden berekend aan de hand van het verschil tussen de indexen op 1 januari en worden afgerond naar beneden tot op de euro, op basis van de index op 1 januari 2023. De nieuwe bedragen gaan in voor aanvragen die ingediend zijn vanaf 1 maart van het jaar van de indexering. § 3. De dossiertaks wordt gestort op de rekening van het Omgevingsfonds. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de dossiertaks.". Art. 35.In hetzelfde decreet wordt tussen artikel 20 en artikel 21 een opschrift ingevoegd, dat luidt als volgt: "Onderafdeling 2. Ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek". Art. 36.Artikel 21 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 18 december 2015Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten1, wordt vervangen door wat volgt: "Art. 21.§ 1. De bevoegde overheid of haar omgevingsambtenaar onderzoekt de oorspronkelijke aanvraag, met uitzondering van het ambtshalve initiatief, op haar ontvankelijkheid en volledigheid. Als de aanvrager na de indiening van de oorspronkelijke aanvraag uit eigen beweging de oorspronkelijke aanvraag wijzigt met toepassing van artikel 30 voor de in artikel 22, eerste lid, vermelde mededeling, heeft het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek betrekking op de aldus gewijzigde aanvraag. § 2. Als de oorspronkelijke aanvraag met toepassing van artikel 4.3.3, § 2, van het DABM een screening bevat, of als deze met toepassing van paragraaf 1, tweede lid, van dit artikel wordt toegevoegd of gewijzigd, onderzoekt de bevoegde overheid of haar omgevingsambtenaar die screening en beslist of er over het project een MER moet worden opgesteld. Als de bevoegde overheid zelf initiatiefnemer of aanvrager is, verricht haar omgevingsambtenaar de taken, vermeld in het eerste lid, in alle onafhankelijkheid en neutraliteit. Hij mag geen nadeel ondervinden van de uitoefening daarvan. § 3. De bevoegde overheid, haar omgevingsambtenaar of de persoon die door hem gemachtigd is, lijst de redenen op die volgens haar leiden tot de onontvankelijkheid of onvolledigheid van de aanvraag, vermeld in paragraaf 1 en 2, en vraagt de aanvrager om deze in functie hiervan te wijzigen met toepassing van artikel 30.". Art. 37.Artikel 21 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 18 december 2015Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten1, wordt vervangen door wat volgt: "Art. 21.§ 1. De bevoegde overheid of haar omgevingsambtenaar onderzoekt de oorspronkelijke aanvraag, met uitzondering van het ambtshalve initiatief, op haar ontvankelijkheid en volledigheid. Als de aanvrager na de indiening van de oorspronkelijke aanvraag uit eigen beweging de oorspronkelijke aanvraag wijzigt met toepassing van artikel 30 voor de in artikel 22, eerste lid, vermelde mededeling, heeft het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek betrekking op de aldus gewijzigde aanvraag. § 2. Als de oorspronkelijke aanvraag met toepassing van artikel 4.3.6 van het DABM een screening bevat, of als deze met toepassing van paragraaf 1, tweede lid, van dit artikel wordt toegevoegd of gewijzigd, onderzoekt de bevoegde overheid of haar omgevingsambtenaar die screening en beslist of er over het project een MER moet worden opgesteld. Als de bevoegde overheid zelf initiatiefnemer of aanvrager is, verricht haar omgevingsambtenaar de taken, vermeld in het eerste lid, in alle onafhankelijkheid en neutraliteit. Hij mag geen nadeel ondervinden van de uitoefening daarvan. § 3. De bevoegde overheid, haar omgevingsambtenaar of de persoon die door hem gemachtigd is, lijst de redenen op die volgens haar leiden tot de onontvankelijkheid of onvolledigheid van de aanvraag, vermeld in paragraaf 1 en 2, en vraagt de aanvrager om deze in functie hiervan te wijzigen met toepassing van artikel 30.". Art. 38.Artikel 22 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt: "Art. 22.De oplijsting en de vraag tot wijziging, vermeld in artikel 21, § 3, wordt met een beveiligde zending aan de aanvrager meegedeeld binnen een termijn van dertig dagen vanaf de dag na de datum waarop de oorspronkelijke aanvraag is ingediend. Als de aanvrager na de indiening van de oorspronkelijke aanvraag uit eigen beweging de oorspronkelijke aanvraag wijzigt met toepassing van artikel 21, § 1, tweede lid, voor de in het eerste lid vermelde mededeling, wordt de dag waarop hij die wijziging indient, beschouwd als de datum vanaf wanneer de termijn van dertig dagen, vermeld in het eerste lid, ingaat.". Art. 39.In hoofdstuk 2, afdeling 2, van hetzelfde decreet wordt het opschrift van onderafdeling 2 opgeheven. Art. 40.Artikel 23 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 18 december 2015Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten1, wordt vervangen door wat volgt: "Art. 23.Als de overheid waarbij de aanvraag, vermeld in artikel 21, is ingediend, of haar omgevingsambtenaar vaststelt dat de overheid in kwestie niet bevoegd is voor deze aanvraag, stuurt ze die aanvraag onmiddellijk door naar de bevoegde overheid. De overheid waarbij de aanvraag is ingediend, of haar omgevingsambtenaar brengt de aanvrager er tegelijkertijd van op de hoogte dat de aanvraag is doorgestuurd. De bevoegde overheid behandelt vervolgens de aanvraag. Voor de toepassing van dit decreet geldt de datum waarop de overheid de aanvraag doorstuurt naar de bevoegde overheid, als de datum wanneer de termijn van dertig dagen voor het ontvankelijkheids- en volledigheidsonderzoek, vermeld in artikel 21, ingaat.". Art. 41.In hetzelfde decreet wordt tussen artikel 23 en artikel 24 een opschrift ingevoegd, dat luidt als volgt: "Onderafdeling 3. Advisering en openbaar onderzoek". Art. 42.Artikel 24 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt: "Art. 24.De Vlaamse Regering wijst de adviesinstanties aan die over een aanvraag advies verlenen. Het advies van het college van burgemeester en schepenen of van de gemeentelijke omgevingsambtenaar op het ambtsgebied waarvan de aanvraag betrekking heeft, wordt altijd ingewonnen als de deputatie of de Vlaamse Regering de bevoegde overheid is, tenzij: 1° de aanvraag ingediend is door het betrokken college; 2° de aanvraag louter betrekking heeft op mobiele of verplaatsbare ingedeelde inrichtingen of activiteiten.". Art. 43.Artikel 25 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 8 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten4, wordt vervangen door wat volgt: "Art. 25.In de gevallen die de Vlaamse Regering bepaalt, vraagt de bevoegde overheid, haar omgevingsambtenaar of de persoon die door hem gemachtigd is, het advies van de provinciale of de gewestelijke omgevingsvergunningscommissie, vermeld in artikel 10/1. De provinciale of de gewestelijke omgevingsvergunningscommissie vraagt de adviesinstanties en, in voorkomend geval, het college van burgemeester en schepenen of de gemeentelijke omgevingsambtenaar om advies. Als een advies van een omgevingsvergunningscommissie als vermeld in artikel 10/1, vereist is, verlenen de adviesinstanties en, in voorkomend geval, het college van burgemeester en schepenen of de gemeentelijke omgevingsambtenaar hun advies aan de omgevingsvergunningscommissie. Die commissie verleent een geïntegreerd advies. Als er geen advies van een omgevingsvergunningscommissie als vermeld in artikel 10/1 vereist is, vraagt de bevoegde overheid haar omgevingsambtenaar of de persoon die door hem gemachtigd is, de adviesinstanties en, in voorkomend geval, het college van burgemeester en schepenen of de gemeentelijke omgevingsambtenaar om advies.". Art. 44.Artikel 26 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt: "Art. 26.De Vlaamse Regering stelt de adviestermijnen vast en kan de elementen bepalen waarop de adviezen moeten ingaan. Als er geen tijdig advies is, kan aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan.". Art. 45.Artikel 27 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt: "Art. 27.Als de omgevingsvergunningscommissie om advies wordt gevraagd, kan de aanvrager, vergunninghouder of exploitant vragen om door de omgevingsvergunningscommissie in kwestie gehoord te worden.". Art. 46.Artikel 27/1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 15 juli 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten2, wordt opgeheven. Art. 47.Artikel 28 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 18 december 2015Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten1, wordt vervangen door wat volgt: "Art. 28.§ 1. De organisatie van een openbaar onderzoek over een aanvraag is verplicht als de oorspronkelijke aanvraag: 1° een MER of omgevingsveiligheidsrapport over een project moet bevatten, en/ of;2° een passende beoordeling als vermeld in artikel 36ter, § 3, van het decreet van 21 oktober 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, moet bevatten;3° een beslissing van de gemeenteraad vereist over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, en/of;4° een bijstelling van de verkaveling als vermeld in artikel 85 betreft, en/of;5° het verzoek als vermeld in artikel 91/13 bevat om vast te stellen dat een handeling van algemeen belang een ruimtelijk beperkte impact heeft, en/of; 6° met toepassing van artikel 91/11 een vraag tot afwijking van inplantingsregels of BBT-gen omvat als bedoeld in artikel 5.4.8 van het DABM, en/of; 7° een vraag tot evaluatie en/of bijstelling van de voorwaarden als vermeld in artikel 82 en/of artikel 5.4.12 van het DABM omvat, en/of; 8° een omgevingsbesluit betreft. De Vlaamse Regering bepaalt welke andere oorspronkelijke aanvragen onderworpen zijn aan een openbaar onderzoek. § 2. Gedurende het openbaar onderzoek kan iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon digitaal zijn standpunten, opmerkingen en bezwaren indienen. In afwijking daarvan kan alleen het betrokken publiek dit analoog doen, wanneer het daarvoor geen beroep doet op een ondersteuner. In dit laatste geval digitaliseert de bevoegde overheid deze standpunten, opmerkingen en bezwaren en laadt ze de digitale versie op in het omgevingsloket. § 3. Als de aanvraag een MER of omgevingsveiligheidsrapport over een project omvat, behandelt het openbaar onderzoek ook de inhoud van dat rapport, tenzij dat rapport al goedgekeurd is en nog actueel is. § 4. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de organisatie van het openbaar onderzoek. Ze kan de aanvragen bepalen waarvoor het openbaar onderzoek een informatievergadering omvat, alsook de nadere regels voor de organisatie van die informatievergadering.". Art. 48.In hetzelfde decreet wordt tussen artikel 28 en artikel 29 een opschrift ingevoegd, dat luidt als volgt: "Onderafdeling 4. Administratieve en wijzigingslus". Art. 49.Artikel 29 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 15 juli 2016 en 8 december 2017, wordt vervangen door wat volgt: "Art. 29.Telkens als de bevoegde overheid of haar omgevingsambtenaar vaststelt dat een onregelmatigheid is begaan die kan leiden tot een vernietiging van de te nemen beslissing, kan ze de onregelmatigheid herstellen door een administratieve lus toe te passen. Onder herstel van onregelmatigheden wordt minstens begrepen: 1° het inwinnen van een ten onrechte niet-ingewonnen advies, het vervolledigen van een onvolledig advies of het corrigeren van een foutief advies;2° het organiseren van een ten onrechte niet of foutief georganiseerd openbaar onderzoek; 3° het inwinnen van een ten onrechte niet ingewonnen voorbereidende beslissing of uitspraak.". Art. 50.Artikel 30 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 8 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten4, wordt vervangen door wat volgt: "Art. 30.Een aanvrager kan een aanvraag een of meer keren wijzigen via een wijzigingslus. Onder wijzigingen in de zin van het eerste lid worden onder meer begrepen: 1° de toevoeging en/of verwijdering van inhoud die louter strekt tot verduidelijking van de oorspronkelijke of, in voorkomend geval, gewijzigde aanvraag, en die geen impact heeft op het voorwerp, de aard of de omvang van die aanvraag;2° de toevoeging van de in de oorspronkelijke of, in voorkomend geval, gewijzigde aanvraag ontbrekende inhoud, en die geen impact heeft op het voorwerp, de aard of de omvang van die aanvraag;3° de toevoeging en/of verwijdering van inhoud die een impact heeft op het voorwerp, de aard of de omvang van de oorspronkelijke of, in voorkomend geval, gewijzigde aanvraag. Een wijzigingslus kan niet worden toegepast en wordt door de bevoegde overheid geweigerd wanneer: 1° die wordt ingediend tijdens de door de Vlaamse Regering bepaalde duur van het openbaar onderzoek en/of termijnen voor advisering;en/of 2° die tot gevolg heeft dat de aanvraag bij een andere bevoegde overheid ingediend moet worden, met uitzondering van de toepassing van artikel 21, § 1, tweede lid, van dit decreet. Over de gewijzigde aanvraag wordt telkens een openbaar onderzoek georganiseerd als voldaan is aan een van de volgende voorwaarden: 1° over de oorspronkelijke of, in voorkomend geval, gewijzigde aanvraag werd een openbaar onderzoek georganiseerd en de wijzigingen komen niet louter tegemoet aan de adviezen of aan de standpunten, opmerkingen en bezwaren die tijdens het openbaar onderzoek zijn ingediend;2° de wijzigingen hebben kennelijk een negatief gevolg voor derden;3° de wijzigingen brengen het recht op inspraak kennelijk in het gedrang;4° de passende beoordeling, het MER of het omgevingsveiligheidsrapport wordt toegevoegd of gewijzigd;5° de wijzigingen voegen voor het eerst een element uit artikel 28, § 1, toe. Als een openbaar onderzoek wordt georganiseerd over de gewijzigde aanvraag, wint de bevoegde overheid of haar omgevingsambtenaar, in voorkomend geval, het advies van de bevoegde omgevingsvergunningscommissie in, of wint de bevoegde overheid of haar omgevingsambtenaar de adviezen, aangewezen bij en krachtens dit decreet, alsnog of een tweede keer in. Als met toepassing van dit artikel een screening in de zin van artikel 4.3.3, § 2, van het DABM wordt toegevoegd of gewijzigd, is artikel 21, § 2, van dit decreet van toepassing.". Art. 51.Artikel 30 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 8 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 21/10/1997 pub. 10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten4, wordt vervangen door wat volgt: "Art. 30.Een aanvrager kan een aanvraag een of meer keren wijzigen via een wijzigingslus. Onder wijzigingen in de zin van het eerste lid worden onder meer begrepen: 1° de toevoeging en/of verwijdering van inhoud die louter strekt tot verduidelijking van de oorspronkelijke of, in voorkomend geval, gewijzigde aanvraag, en die geen impact heeft op het voorwerp, de aard of de omvang van die aanvraag;2° de toevoeging van de in de oorspronkelijke of, in voorkomend geval, gewijzigde aanvraag ontbrekende inhoud, en die geen impact heeft op het voorwerp, de aard of de omvang van die aanvraag;3° de toevoeging en/of verwijdering van inhoud die een impact heeft op het voorwerp, de aard of de omvang van de oorspronkelijke of, in voorkomend geval, gewijzigde aanvraag. Een wijzigingslus kan niet worden toegepast en wordt door de bevoegde overheid geweigerd wanneer: 1° die wordt ingediend tijdens de door de Vlaamse Regering bepaalde duur van het openbaar onderzoek en/of termijnen voor advisering;en/of 2° die tot gevolg heeft dat de aanvraag bij een andere bevoegde overheid ingediend moet worden, met uitzondering van de toepassing van artikel 21, § 1, tweede lid, van dit decreet. Over de gewijzigde aanvraag wordt telkens een openbaar onderzoek georganiseerd als voldaan is aan een van de volgende voorwaarden: 1° over de oorspronkelijke of, in voorkomend geval, gewijzigde aanvraag werd een openbaar onderzoek georganiseerd en de wijzigingen komen niet louter tegemoet aan de adviezen of aan de standpunten, opmerkingen en bezwaren die tijdens het openbaar onderzoek zijn ingediend;2° de wijzigingen hebben kennelijk een negatief gevolg voor derden;3° de wijzigingen brengen het recht op inspraak kennelijk in het gedrang;4° de passende beoordeling, het MER of het omgevingsveiligheidsrapport wordt toegevoegd of gewijzigd;5° de wijzigingen voegen voor het eerst een element uit artikel 28, § 1, toe. Als een openbaar onderzoek wordt georganiseerd over de gewijzigde aanvraag, wint de bevoegde overheid of haar omgevingsambtenaar, in voorkomend geval, het advies van de bevoegde omgevingsvergunningscommissie in, of wint de bevoegde overheid of haar omgevingsambtenaar de adviezen, aangewezen bij en krachtens dit decreet, alsnog of een tweede keer in. Als met toepassing van dit artikel een screening in de zin van artikel 4.3.6 van het DABM wordt toegevoegd of gewijzigd, is artikel 21, § 2, van dit decreet van toepassing.". Art. 52.In hetzelfde decreet wordt tussen artikel 30 en artikel 31 een opschrift ingevoegd, dat luidt als volgt: "Onderafdeling 5. Onderzoek, beslissing en bekendmaking". Art. 53.Artikel 31 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt: "Art. 31.Als het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten omvat met een nettohandelsoppervlakte van meer dan 20.000 vierkante meter, op een afstand van minder da …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.