← België

Programmawet

Kort samengevat

Deze wet regelt diverse sociale aangelegenheden, waaronder de werking van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg, de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, de sociale identiteitskaart, kinderbijslag en sociale zekerheidsbijdragen.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
8 APRIL 2003. - Programmawet (1) ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : TITEL I. - Algemene Bepaling Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. TITEL II. - Sociale zaken HOOFDSTUK I. - Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg Art. 2.In artikel 17bis van de wet van 15 januari 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 07/05/1999 pub. 20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten in de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad sluiten4 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid, vervangen bij de wet van 24 december 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/2002 pub. 31/12/2002 numac 2002003520 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken type wet prom. 24/12/2002 pub. 07/01/2004 numac 2003015188 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Regering van Burkina Faso inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend te Brussel op 18 mei 2001 (2) (3) type wet prom. 24/12/2002 pub. 28/12/2002 numac 2002003497 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 2003 type wet prom. 24/12/2002 pub. 19/03/2003 numac 2003015003 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van de eenvormige Beneluxwet op de merken, gedaan te Brussel op 11 december 2001 sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1, eerste lid, wordt aangevuld als volgt : « 6° het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg, opgericht bij artikel 259 van de programmawet (I) van 24 december 2002.»; 2° in § 2 worden de woorden « 4° of 5° » vervangen door de woorden « 4°, 5° of 6° »;3° in § 2 worden de woorden « de wet van 27 juni 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/1999 pub. 01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen type wet prom. 26/03/1999 pub. 02/12/2016 numac 2016000723 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 26/03/1999 pub. 24/09/2012 numac 2012000581 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits van uittreksels sluiten3 waarbij aan de verenigingen zonder winstgevend doel en aan de instellingen van openbaar nut rechtspersoonlijkheid wordt verleend » vervangen door de woorden « wet van 27 juni 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/1999 pub. 01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen type wet prom. 26/03/1999 pub. 02/12/2016 numac 2016000723 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 26/03/1999 pub. 24/09/2012 numac 2012000581 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits van uittreksels sluiten3 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen ». Art. 3.Artikel 2 treedt in werking op 1 april 2003. HOOFDSTUK II. - Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid Art. 4.In de wet van 15 januari 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 07/05/1999 pub. 20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten in de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad sluiten4 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, wordt een artikel 11bis ingevoegd, luidende : « Art. 11bis.- § 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder : 1° « aanvullend recht » : een recht op enig voordeel dat een natuurlijke persoon of diens rechthebbenden genieten als gevolg van het statuut van deze natuurlijke persoon inzake sociale zekerheid, ander dan de rechten vastgesteld in de regelingen bedoeld in artikel 2, eerste lid, 1°;2° « toekennende instantie » : de persoon die het betrokken voordeel toekent. § 2. Voor zover de sociale gegevens nodig voor het toekennen van een aanvullend recht in het netwerk beschikbaar zijn en het Beheerscomité van de Kruispuntbank het betrokken aanvullend recht heeft aangeduid, zijn de toekennende instanties verplicht ze uitsluitend bij de Kruispuntbank op te vragen, onverminderd artikel 4, tweede lid. Het Beheerscomité van de Kruispuntbank bepaalt voor elk aanvullend recht dat hij aanduidt de datum vanaf wanneer de toekennende instanties het meedelen van de sociale gegevens nodig voor het toekennen van aanvullende rechten niet langer ten laste kunnen leggen van de betrokken natuurlijke persoon, diens rechthebbenden of hun lasthebbers en de betrokken natuurlijke persoon, diens rechthebbenden of hun lasthebbers gerechtigd zijn om, zonder verlies van het aanvullend recht, te weigeren enig sociaal gegeven ter staving van het statuut van deze natuurlijke persoon inzake sociale zekerheid ter beschikking te stellen van de toekennende instantie. HOOFDSTUK III. - Sociale identiteitskaart Art. 5.In artikel 2 van het koninklijk besluit van 18 december 1996 houdende maatregelen met het oog op de invoering van een sociale identiteitskaart ten behoeve van alle sociaal verzekerden, met toepassing van de artikelen 38, 40, 41 en 49 van de wet van 26 juli 1996 houdende de modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de wettelijke pensioenstelsels, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid wordt de zin « Elke sociaal verzekerde mag slechts één sociale identiteitskaart bezitten.» geschrapt; 2° in het derde lid wordt punt 2° als volgt vervangen : « 2° de eerste en de tweede voornaam;»; 3° in het derde lid wordt punt 3° opgeheven;4° in het derde lid, 8°, worden de woorden « de begin- en einddatum » vervangen door de woorden « de begindatum »;5° in het vierde lid wordt punt 7° als volgt vervangen : « 7° de einddatum van de geldigheid van de kaart;». Art. 6.Artikel 8 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « Art. 8.- Wordt gestraft met een gevangenisstraf van drie maanden tot één jaar en een geldboete van tweehonderd tot tienduizend euro, of met één van die straffen alleen, eenieder die de in artikel 2 bedoelde sociale identiteitskaart of de in artikel 5bis bedoelde beroepskaart zonder toelating gebruikt of die ervan gebruik maakt met een ander doel dan hetgene waartoe hij gemachtigd is. » Art. 7.In artikel 9 van hetzelfde besluit worden de woorden « van vierhonderd frank tot tienduizend frank » vervangen door de woorden « van vierhonderd euro tot tienduizend euro ». Art. 8.In artikel 10 van hetzelfde besluit worden de woorden « van duizend tot tienduizend frank » vervangen door de woorden « van duizend euro tot tienduizend euro ». Art. 9.De artikelen 5 tot 8 treden in werking op 1 mei 2003. De kaarten die vóór die datum zijn uitgegeven blijven evenwel geldig tot de geldigheidsperiode is verstreken. HOOFDSTUK IV. - Kinderbijslag Art. 10.In artikel 120 van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het tweede lid, gewijzigd bij de wetten van 27 maart 1951 en 30 december 1992, worden de woorden « drie jaar » vervangen door de woorden « vijf jaar »;2° in het derde lid, ingevoegd bij de wet van 30 december 1992Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 07/05/1999 pub. 20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten in de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad sluiten9, worden de woorden « drie jaar » vervangen door de woorden « vijf jaar »;3° in het zesde lid, gewijzigd bij de wet van 27 maart 1951, worden de woorden « drie jaar » vervangen door de woorden « vijf jaar ». Art. 11.Artikel 10 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2003. HOOFDSTUK V. - Bijdragen sociale zekerheid Art. 12.In artikel 2, § 2, eerste lid, van de wet van 20 december 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 07/05/1999 pub. 20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten in de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad sluiten8 tot toekenning van een vermindering van de persoonlijke bijdragen van sociale zekerheid aan werknemers met lage lonen, gewijzigd bij de wet van 12 augustus 2000, worden de woorden « 39 600 Belgische frank per kalenderjaar vanaf het jaar 2001 » vervangen door de woorden « 1 140,00 EUR per kalenderjaar vanaf het jaar 2003 ». Art. 13.Artikel 12 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2003. HOOFDSTUK VI. - Wijziging van de RIZIV-wet Art. 14.In artikel 25 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994, gewijzigd bij de wet van 24 december 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/2002 pub. 31/12/2002 numac 2002003520 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken type wet prom. 24/12/2002 pub. 07/01/2004 numac 2003015188 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Regering van Burkina Faso inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend te Brussel op 18 mei 2001 (2) (3) type wet prom. 24/12/2002 pub. 28/12/2002 numac 2002003497 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 2003 type wet prom. 24/12/2002 pub. 19/03/2003 numac 2003015003 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van de eenvormige Beneluxwet op de merken, gedaan te Brussel op 11 december 2001 sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 2 worden de woorden « met uitsluiting van voeding » vervangen door de woorden « daarin begrepen de voeding die niet in aanmerking genomen wordt in het raam van de maximumfactuur »;2° in § 3 wordt het derde lid vervangen als volgt : « Worden niet als extra-kosten beschouwd : a) het persoonlijk aandeel dat in aanmerking genomen wordt in het raam van de maximumfactuur;b) de kosten voor voeding die in aanmerking genomen worden in het raam van de maximumfactuur;c) de supplementen bedoeld in artikel 90 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987;d) de supplementen op met toepassing van de reglementering van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging vastgelegde prijzen en honoraria.» Art. 15.Artikel 29ter, derde lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 24 december 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/2002 pub. 31/12/2002 numac 2002003520 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken type wet prom. 24/12/2002 pub. 07/01/2004 numac 2003015188 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Regering van Burkina Faso inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend te Brussel op 18 mei 2001 (2) (3) type wet prom. 24/12/2002 pub. 28/12/2002 numac 2002003497 bron ministerie van financien Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting voor het begrotingsjaar 2003 type wet prom. 24/12/2002 pub. 19/03/2003 numac 2003015003 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van de eenvormige Beneluxwet op de merken, gedaan te Brussel op 11 december 2001 sluiten, wordt vervangen als volgt : « De Commissie voor tegemoetkoming van bandagen, orthesen en uitwendige prothesen is, wat de groepen van producten betreft die door de Koning worden vastgesteld ter uitvoering van artikel 35, § 1, derde lid, ermee belast : 1° voorstellen betreffende hun vergoedingsmodaliteiten op te maken;2° voorstellen betreffende de specifieke vergoedings-modaliteiten op te maken indien de producten aan de rechthebbenden worden verhuurd;3° voor het Verzekeringscomité voorstellen van interpretatieregels betreffende de nomenclatuur van de verstrekkingen op te maken.» Art. 16.In artikel 35 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 20 december 1995, 22 februari 1998, 25 januari 1999, 10 augustus 2001, 22 augustus 2002 en 24 december 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 wordt tussen het tweede en het derde lid het volgende lid ingevoegd : « De nomenclatuur van de verstrekkingen inzake bandagen, orthesen en uitwendige prothesen, bedoeld in artikel 34, eerste lid, 4°, waarvoor de Koning de groepen van producten bepaalt, wordt vastgesteld op basis van aannemingscriteria betreffende de prijzen, de kostprijs voor de verzekering en de elementen van geneeskundige, therapeutische en sociale aard.De Koning bepaalt, op voorstel van de Commissie voor tegemoetkoming van bandagen, orthesen en uitwendige prothesen, die aannemingscriteria en de procedure die moet worden gevolgd door de bedrijven die de aanneming, een wijziging of de schrapping van een product op de lijst van de vergoedbare producten vragen. Hij stelt daarenboven de termijnen en verplichtingen vast, die in geval van aanvraag om aanneming, wijziging of schrapping moeten worden nageleefd »; 2° in § 1, vroeger derde lid, vierde lid geworden, worden de woorden « onder de in § 2 gestelde voorwaarden » vervangen door de woorden « onder de in de §§ 2 en 2bis gestelde voorwaarden »;3° in § 2bis, eerste lid, worden de woorden « met betrekking tot de in artikel 34, eerste lid, 4°, bedoelde bandagen, orthesen en uitwendige prothesen » vervangen door de woorden « met betrekking tot de groepen van producten die Hij heeft vastgesteld ter uitvoering van § 1, derde lid.» Art. 17.Artikel 38, tweede lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 25 januari 1999 en 24 december 1999, wordt aangevuld als volgt : « Wat de door de Koning ter uitvoering van artikel 35, § 1, derde lid, vastgestelde groepen van producten betreft, raadpleegt de Dienst voorafgaandelijk de Commissie voor tegemoetkoming van bandagen, orthesen en uitwendige prothesen. » Art. 18.In artikel 165 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 22 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten2, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het zevende lid worden tussen de woorden « uitgereikte geneesmiddelen » en « en de datum van deze uitreiking » de woorden « , van de middelen bepaald in artikel 34, 19° en 20°, » ingevoegd;2° in hetzelfde lid wordt het woord « apotheker » vervangen door het woord « apotheek »;3° in het negende lid, eerste zin, wordt tussen de woorden « voorgeschreven geneesmiddelen » en « mogelijk te maken » de woorden « , moedermelk, dieetvoeding voor medisch gebruik, parenterale voeding en medische hulpmiddelen met uitzondering van die bedoeld in artikel 34, 4°, » ingevoegd;4° in het elfde lid wordt tussen de woorden « De Koning bepaalt, bij een in Ministerraad overlegd besluit » en « in welke gevallen » de woorden « dat uitwerking heeft vanaf het jaar 2001 » ingevoegd. Art. 19.Artikel 191, eerste lid, 7, derde lid, van dezelfde wet, wordt vervangen als volgt : « Deze inhouding mag niet tot gevolg hebben dat het totaal van de hierboven vermelde pensioenen of voordelen vanaf 1 januari 2002 wordt verminderd tot een bedrag, lager dan 535,77 EUR per maand verhoogd met 99,20 EUR voor de rechthebbenden met gezinslast en, vanaf 1 januari 2003, tot een bedrag, lager dan 546,49 EUR per maand, verhoogd met 101,18 EUR voor de rechthebbenden met gezinslast. Dit bedrag wordt gekoppeld aan de spilindex 132,13. Het wordt aangepast overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 augustus 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 07/05/1999 pub. 20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten in de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad sluiten0 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de Openbare Schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient te worden gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied, opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, voornoemd bedrag vaststellen overeenkomstig de bepalingen waarmee het maandbedrag van sommige wettelijke pensioenen na 1 januari 2003 wordt geherwaardeerd. » Art. 20.Artikel 14, 1°, heeft uitwerking vanaf 10 januari 2003. Artikel 14, 2°, heeft uitwerking voor de verstrekkingen geleverd vanaf 1 januari 2003. Art. 21.Artikel 19 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2002. Art. 22.De Koning stelt de datum van inwerkingtreding van artikel 16 vast voor de groepen van producten die Hij bepaalt. HOOFDSTUK VII. - Wijziging van de organieke wetgeving inzake de instellingen van sociale zekerheid Art. 23.Artikel 9 van de wet van 25 april 1963Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/1999 pub. 01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen type wet prom. 26/03/1999 pub. 02/12/2016 numac 2016000723 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 26/03/1999 pub. 24/09/2012 numac 2012000581 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits van uittreksels sluiten2 betreffende het beheer van de instellingen van openbaar nut voor sociale zekerheid en sociale voorzorg, gewijzigd bij de wet van 29 december 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 07/05/1999 pub. 20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten in de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad sluiten6, wordt vervangen als volgt : « Art. 9.- De Koning benoemt de persoon die belast is met het dagelijks beheer van de instelling en zijn eventuele adjunct en bepaalt hun statuut. Wat de Kas der geneeskundige verzorging van de Nationale Maatschappij der Belgische spoorwegen betreft, geschieden die benoemingen evenwel, op voordracht van het Beheerscomité, onder het statutaire personeel dat ter beschikking van de Kas is gesteld ter uitvoering van artikel 187 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. Het vorige lid is niet van toepassing op de openbare instellingen van sociale zekerheid bedoeld in artikel 3, § 2, van het koninklijk besluit van 3 april 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/1999 pub. 01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen type wet prom. 26/03/1999 pub. 02/12/2016 numac 2016000723 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 26/03/1999 pub. 24/09/2012 numac 2012000581 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits van uittreksels sluiten9 houdende maatregelen met het oog op de responsabilisering van de openbare instellingen van sociale zekerheid, met toepassing van artikel 47 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels. De Koning stelt, voor elk van deze instellingen, de houder van de managementfunctie die belast is met het dagelijks beheer van de instelling en zijn adjunct aan bij in Ministerraad overlegd besluit, op voorstel van de minister van wie de instelling afhangt en het Beheerscomité van de instelling. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, hun statuut en de procedure van aanstelling. In afwijking van het vorig lid stelt de Koning voor de Hulp- en Voorzorgskas voor Zeevarenden de houder van de managementfunctie die belast is met het dagelijks beheer van de instelling en zijn eventuele adjunct aan bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de minister van wie de instelling afhangt en het Beheerscomité van de instelling. Het vacant verklaren van de betrekkingen bedoeld in het eerste lid geschiedt door het Beheerscomité. » Art. 24.In artikel 18 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 29 december 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 07/05/1999 pub. 20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten in de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad sluiten6, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt : « Met uitzondering van de persoon belast met het dagelijks beheer, zijn adjunct en, wat betreft de openbare instellingen van sociale zekerheid bedoeld in artikel 3, § 2, van het koninklijk besluit van 3 april 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/1999 pub. 01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen type wet prom. 26/03/1999 pub. 02/12/2016 numac 2016000723 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 26/03/1999 pub. 24/09/2012 numac 2012000581 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits van uittreksels sluiten9 houdende maatregelen met het oog op de responsabilisering van de openbare instellingen van sociale zekerheid, met toepassing van artikel 47 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, de houders van de overige managementfuncties, wordt het personeel door het Beheerscomité benoemd, bevorderd en ontslagen, overeenkomstig de regelen van het statuut van het personeel.»; 2° tussen het eerste en het tweede lid wordt volgend lid ingevoegd : « De Koning stelt, voor elk van de openbare instellingen van sociale zekerheid bedoeld in artikel 3, § 2, van het hogervermeld koninklijk besluit van 3 april 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/1999 pub. 01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen type wet prom. 26/03/1999 pub. 02/12/2016 numac 2016000723 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 26/03/1999 pub. 24/09/2012 numac 2012000581 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits van uittreksels sluiten9, de houders van de managementfuncties, andere dan de houder van de managementfunctie die belast is met het dagelijks beheer van de instelling en zijn adjunct, aan, op voorstel van de minister van wie de instelling afhangt en het Beheerscomité van de instelling, na voordracht van de houder van de managementfunctie die belast is met het dagelijks beheer van de instelling.De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, hun statuut en de procedure van aanstelling. » Art. 25.In artikel 23 van dezelfde wet worden de woorden « Op de artikelen 1 tot 6 en 21 na » vervangen door de woorden « Op de artikelen 1 tot 6, 9, 18 en 21 na ». Art. 26.In artikel 19 van het koninklijk besluit van 3 april 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/1999 pub. 01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen type wet prom. 26/03/1999 pub. 02/12/2016 numac 2016000723 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 26/03/1999 pub. 24/09/2012 numac 2012000581 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits van uittreksels sluiten9 houdende maatregelen met het oog op de responsabilisering van de openbare instellingen van sociale zekerheid, met toepassing van artikel 47 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, wordt tussen het eerste en het tweede lid het volgend lid ingevoegd : « Voor de vaststelling van het aantal managementsfuncties is het akkoord van de ministers van Ambtenarenzaken en Begroting vereist. » Art. 27.Artikel 7, § 2, derde lid, van de Besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen type wet prom. 24/12/1999 pub. 27/01/2000 numac 2000012029 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet ter bevordering van de werkgelegenheid sluiten8 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, wordt aangevuld als volgt : « Het dagelijks beheer van de officiële instelling bedoeld in het voorgaand lid wordt uitgeoefend door de houder van een managementfunctie « administrateur-generaal », bijgestaan door een houder van een managementfunctie « adjunct-administrateur-generaal ». Deze houders van een managementfunctie worden door de Koning aangesteld, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de minister tot wiens bevoegdheid de werkloosheidsreglementering behoort en het Beheerscomité van de Hulpkas voor werkloosheidsuitkeringen. Hun statuut en de procedure van aanstelling worden door de Koning bepaald, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad. De Koning stelt eveneens de houders van de overige managementfuncties aan, op voorstel van de minister tot wiens bevoegdheid de werkloosheidsreglementering behoort en het Beheerscomité van de Hulpkas voor werkloosheidsuitkeringen, na voordracht van de houder van de managementfunctie « administrateur-generaal ». De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, hun statuut en de procedure van aanstelling. » Art. 28.Artikel 9 van de wet van 26 juli 1960Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 07/05/1999 pub. 20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten in de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad sluiten5 tot herinrichting van de instellingen voor kinderbijslag, wordt vervangen als volgt : « Art. 9.- De twee diensten, waarvan in artikel 2 sprake, worden ieder bestuurd door een houder van de managementfunctie « administrateur-generaal » die belast is met het dagelijks beheer, bijgestaan door een houder van de managementfunctie « adjunct-administrateur-generaal », beiden aangesteld bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de minister van wie ze afhangen en hun Beheerscomité. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, hun statuut en de procedure van aanstelling. » Art. 29.In artikel 2, § 2, van de wet van 17 juli 1963 betreffende de overzeese sociale zekerheid, gewijzigd bij de wet van 21 december 1994, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt : « Het dagelijks bestuur van de Dienst staat onder de leiding van de houder van een managementfunctie « administrateur-generaal ».»; 2° het tweede lid wordt vervangen als volgt : « De houder van een managementfunctie « administrateur-generaal » wordt bijgestaan door de houder van een managementfunctie « adjunct-administrateur-generaal ».»; 3° het zevende lid wordt vervangen als volgt : « De andere personeelsleden, uitgezonderd de houders van een managementfunctie, worden benoemd door het Beheerscomité.» Art. 30.In artikel 21 van het koninklijk besluit nr 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, gewijzigd bij de programmawet van 30 december 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/1999 pub. 01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen type wet prom. 26/03/1999 pub. 02/12/2016 numac 2016000723 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 26/03/1999 pub. 24/09/2012 numac 2012000581 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits van uittreksels sluiten6, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 3, 6°, wordt vervangen als volgt : « 6° de houder van de managementfunctie die belast is met het dagelijks beheer van het Rijksinstituut en zijn adjunct.»; 2° § 4, tweede lid, wordt vervangen als volgt : « Onverminderd de bepalingen van de §§ 5 en 6 van dit artikel en met uitzondering van de houders van de managementfuncties andere dan deze belast met het dagelijks beheer van het Rijksinstituut en zijn adjunct, wordt het personeel van het Rijksinstituut benoemd door de Raad van Beheer die, te zijnen opzichte, eveneens het gezag inzake tuchtmaatregelen uitoefent.De Koning stelt de houders van de managementfuncties, andere dan deze belast met het dagelijks beheer van het Rijksinstituut en zijn adjunct, aan, op voorstel van de minister van wie het Rijksinstituut afhangt en de Raad van Beheer van het Rijksinstituut, na voordracht van de houder van de managementfunctie die belast is met het dagelijks beheer van het Rijksinstituut. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, hun statuut en de procedure van aanstelling. »; 3° § 5 wordt vervangen als volgt : « § 5.Het Rijksinstituut wordt geleid door de houder van de managementfunctie die belast is met het dagelijks beheer van de instelling, aangesteld door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de minister van wie de instelling afhangt en de Raad van Beheer van de instelling. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, zijn statuut en de procedure van aanstelling. De houder van deze managementfunctie heeft de hoge leiding van het Rijksinstituut. Hij leidt de zaken in bij de Raad van Beheer en bij het Beheerscomité. Hij doet aan die instanties alle voorstellen die hij nuttig acht met het oog op de verbetering van de werking en de organisatie van het Rijksinstituut. Hij zorgt voor de uitvoering van de beslissingen genomen door de Raad van Beheer en door het Beheerscomité. Hij neemt de vertegenwoordiging van het Rijksinstituut op zich in de gerechtelijke en buitengerechtelijke akten. Binnen de door de Raad van Beheer gestelde perken mag hij bepaalde bevoegdheden overdragen aan ambtenaren van het Rijksinstituut. »; 4° § 6 wordt vervangen als volgt : « § 6.De houder van de managementfunctie die belast is met het dagelijks beheer van de instelling wordt bijgestaan en, in geval van afwezigheid of belet, vervangen door een adjunct-houder van een managementfunctie. Deze adjunct wordt aangesteld door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de minister van wie de instelling afhangt en de Raad van Beheer van de instelling. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, zijn statuut en de procedure van aanstelling. » Art. 31.Artikel 48 van het koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 27 maart 1987 en 19 maart 1990, wordt vervangen als volgt : « Art. 48.- De Koning stelt de houder van de managementfunctie die belast is met het dagelijks beheer van de instelling en zijn adjunct aan bij in Ministerraad overlegd besluit, op voorstel van de minister van wie de instelling afhangt en het Beheerscomité van de instelling. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, hun statuut en de procedure van aanstelling. » Art. 32.Artikel 56 van hetzelfde koninklijk besluit wordt vervangen als volgt : « Art. 56.- Met uitzondering van de persoon belast met het dagelijks beheer van de instelling, zijn adjunct en de houders van de overige managementfuncties, wordt het personeel van de instelling door het Beheerscomité benoemd, bevorderd en afgezet, overeenkomstig de regelen van het statuut van het personeel. De Koning stelt de houders van de managementfuncties, andere dan de houder van de managementfunctie die belast is met het dagelijks beheer van de instelling en zijn adjunct, aan, op voorstel van de minister van wie de instelling afhangt en het Beheerscomité van de instelling, na voordracht van de houder van de managementfunctie die belast is met het dagelijks beheer van de instelling. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, hun statuut en de procedure van aanstelling. » Art. 33.Het opschrift van afdeling 3 van hoofdstuk II van de wetten betreffende de schadeloosstelling voor beroepsziekten, gecoördineerd op 3 juni 1970, wordt vervangen als volgt : « De persoon belast met het dagelijks beheer ». Art. 34.Artikel 13 van dezelfde wetten wordt vervangen als volgt : « Art. 13.- De Koning stelt de houder van een managementfunctie die belast is met het dagelijks beheer van de instelling en zijn adjunct aan bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de minister van wie de instelling afhangt en het Beheerscomité van de instelling. » Art. 35.Artikel 14 van dezelfde wetten wordt vervangen als volgt : « Art. 14.- De persoon belast met het dagelijks beheer beheert het Fonds binnen de voorwaarden bepaald door de wet van 25 april 1963Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/1999 pub. 01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen type wet prom. 26/03/1999 pub. 02/12/2016 numac 2016000723 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 26/03/1999 pub. 24/09/2012 numac 2012000581 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits van uittreksels sluiten2 betreffende het beheer van de instellingen van openbaar nut voor sociale zekerheid en sociale voorzorg. ». Art. 36.Artikel 15 van dezelfde wetten wordt opgeheven. Art. 37.Artikel 25 van dezelfde wetten wordt vervangen als volgt : « Art. 25.- Met uitzondering van de houders van de managementfuncties wordt het personeel door het Beheerscomité benoemd, bevorderd en ontslagen, overeenkomstig de regelen van het statuut van het personeel. » Art. 38.Artikel 177, derde lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994, gewijzigd bij de wet van 14 januari 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten3, wordt vervangen als volgt : « De Koning stelt bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de houders van de managementfuncties aan die belast zijn met de leiding van het Instituut. De Koning stelt de houders van de managementfuncties aan die de leiding uitoefenen van de in het tweede lid bedoelde diensten en desgevallend de andere houders van de managementfuncties, op voorstel van de minister en van het Algemeen Comité, na voordracht van de administrateur-generaal. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het statuut en de procedure van aanstelling van de houders van de managementfuncties. » Art. 39.Artikel 180 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 180.- Het personeel van de Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekering staat onder leiding van de houder van de managementfunctie belast met het dagelijks beheer van de instelling, bijgestaan door een adjunct. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het statuut en de procedure van aanstelling van de in dit artikel vermelde ambtenaren. » Art. 40.In artikel 184 van dezelfde wet worden de woorden « leidend ambtenaar » vervangen door « houder van een managementfunctie » en de woorden « adjunct leidend ambtenaar » door « adjunct ». Art. 41.Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ingang van 1 februari 2003. TITEL III. - Middenstand HOOFDSTUK I. - Sociaal statuut van de meewerkende echtgenoot Art. 42.Artikel 7bis van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, ingevoegd bij de programmawet (I) van 24 december 2002, wordt vervangen als volgt : « Art. 7bis.- § 1. De echtgenoot of echtgenote van een zelfstandige bedoeld in artikel 2, die, in de loop van een bepaald jaar, geen beroepsactiviteit uitoefent die voor hem eigen rechten opent op uitkeringen in een verplichte regeling voor pensioenen, kinderbijslagen en ziekte- en invaliditeitsverzekering, die minstens gelijkwaardig zijn aan die van het sociaal statuut der zelfstandigen, noch een uitkering geniet in het raam van de sociale zekerheid die voor hem dergelijke eigen rechten opent, wordt vermoed, voor datzelfde jaar, met uitzondering van de kwartalen tijdens dewelke de geholpen zelfstandige geen activiteit uitoefent die de onderwerping aan dit besluit met zich meebrengt, meewerkende echtgenoot te zijn en bijgevolg onderworpen te zijn aan dit besluit als helper in de zin van artikel 6. Het voorgaand lid is niet van toepassing op de echtgenoot of de echtgenote van een zelfstandig bedrijfsleider zoals bedoeld in artikel 32 WIB 1992. Personen bedoeld in het eerste lid, die niet voldoen aan de omschrijving van artikel 6, dienen een verklaring op erewoord, waarvan de toepassingsmodaliteiten door de Koning worden bepaald, af te leggen om dit vermoeden te weerleggen. Bij niet-naleving van deze verplichting is er verval van recht op uitkeringen, onverminderd de mogelijkheid voor de Koning om een administratieve boete van maximaal 500 euro op te leggen. Het toepassingsgebied van dit artikel wordt verruimd tot de ongehuwde helper van een zelfstandige die met die zelfstandige, die geen bedrijfsleider is zoals bedoeld in het tweede lid, verbonden is door een verklaring van wettelijke samenwoning. De Koning bepaalt de nadere regels voor de toepassing ten aanzien van de betrokken personen. § 2. In afwijking van § 1 is de meewerkende echtgenoot voor de jaren 2003, 2004 en 2005 enkel onderworpen aan de verplichte regeling voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, sectoren der uitkerings- en moederschapsverzekering, overeenkomstig de door de Koning te bepalen regelen en voorwaarden. Niettemin kan de meewerkende echtgenoot zich voor de jaren 2003, 2004 en 2005 vrijwillig onderwerpen aan dit besluit, overeenkomstig de door de Koning te bepalen regelen en voorwaarden. § 3. In afwijking van § 1 is de meewerkende echtgenoot wiens geboortedatum gelegen is voor 1 januari 1956 enkel onderworpen aan de verplichte regeling voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, sectoren der uitkerings- en moederschapsverzekering. Hij kan zich vrijwillig onderwerpen aan dit besluit overeenkomstig de door de Koning te bepalen regelen en voorwaarden. Niettemin kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, situaties bepalen waarin de meewerkende echtgenoot wiens geboortedatum gelegen is voor 1 januari 1956 toch onderworpen is aan de bepalingen van § 1. » Art. 43.Artikel 5, § 3, van het koninklijk besluit van 30 januari 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen type wet prom. 24/12/1999 pub. 27/01/2000 numac 2000012029 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet ter bevordering van de werkgelegenheid sluiten5 betreffende het pensioenstelsel der zelfstandigen met toepassing van de artikelen 15 en 27 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels en van artikel 3, § 1, 4°, van de wet van 26 juli 1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese en Monetaire Unie, wordt aangevuld als volgt : « 3° bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de beroepsinkomsten waarmee rekening moet gehouden worden voor de berekening van het pensioen van de geholpen zelfstandige bedoeld in artikel 7bis van het koninklijk besluit nr. 38. » Art. 44.De artikelen 42 en 43 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2003. HOOFDSTUK II. - Participatiefonds Art. 45.In artikel 74 van de wet van 28 juli 1992 houdende fiscale en financiële bepalingen, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt aangevuld met een 8°, luidend als volgt : « 8° het leveren van administratieve en technische verrichtingen voor rekening van instellingen die onder andere als doel hebben de toegang van natuurlijke en rechtspersonen tot het beroepskrediet te vergemakkelijken.»; 2° het artikel wordt aangevuld met een § 4, luidende : « § 4.Voor de verwezenlijking van opdrachten ten voordele van natuurlijke personen en rechtspersonen, de niet-werkende werkzoekende inbegrepen, die hun eigen onderneming wensen op te richten of die sedert maximaal 4 jaar in hun professionele activiteit zijn gevestigd, richt het Participatiefonds een financieringsfiliaal op, met rechtspersoonlijkheid, « Startersfonds » genoemd, volgens de modaliteiten bepaald bij koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad. ». Art. 46.In artikel 75 van dezelfde wet worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° het vierde lid wordt vervangen als volgt : « Het Participatiefonds en zijn filiaal « Startersfonds », dit laatste in het kader van zijn verrichtingen ten voordele van de personen bedoeld in artikel 74, § 4, kunnen dotaties ontvangen ten laste van de Rijksbegroting, die vaststelt voor welke van de in artikel 74, eerste lid, bedoelde opdrachten deze dotaties zijn bestemd.»; 2° het zevende lid wordt vervangen als volgt : « Het Participatiefonds en zijn filiaal « Starterfonds » kunnen leningen aangaan met staatswaarborg mits de instemming van de minister van Financiën.»; 3° het artikel wordt aangevuld met het volgende lid : « Voor de verwezenlijking van zijn opdracht, kan het Startersfonds, beroep doen op de uitgifte van obligatieleningen, tegen de voorwaarden en de modaliteiten door de Koning bepaald.» TITEL IV. - Werkgelegenheid HOOFDSTUK I. - Herstructurering van ondernemingen Afdeling I. - Financiële sanctie in geval van niet-naleving van bepaalde verplichtingen van de werkgever bij sluiting van ondernemingen Art. 47.Deze afdeling is van toepassing op de werkgevers en de werknemers die onder het toepassingsgebied vallen van de collectieve arbeidsovereenkomst nr 9 van 9 maart 1972 houdende ordening van de in de Nationale Arbeidsraad gesloten nationale akkoorden en collectieve arbeidsovereenkomsten betreffende de ondernemingsraden, algemeen verbindend verklaard bij het koninklijk besluit van 12 september 1972. Art. 48.De rechter die een werkgever in het kader van de sluiting van een onderneming in de zin van de wetgeving betreffende de sluiting van ondernemingen, veroordeelt wegens het niet naleven van de bepalingen van artikel 11 van de voornoemde collectieve arbeidsovereenkomst nr. 9 van 9 maart 1972, veroordeelt deze werkgever tot betaling aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van een door hem vast te stellen bedrag van 1.000 tot 5.000 euro per werknemer die door de gesloten entiteit werd tewerkgesteld op het ogenblik van de beslissing tot sluiting. De rechter doet in dit geval mededeling van het vonnis of het arrest aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid. Art. 49.Artikel 70 van de wet van 13 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling, wordt opgeheven. Art. 50.De bepalingen van deze afdeling zijn van toepassing op de gevallen van sluiting van ondernemingen waarbij de beslissing tot sluiting na de datum van inwerkingtreding deze afdeling valt. Afdeling II. - Ondersteuningscel voor herstructurering van ondernemingen Art. 51.Bij de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, Administratie van de Individuele Arbeidsbetrekkingen, wordt een gespecialiseerde cel opgericht waarop beroep kan worden gedaan voor juridische en technische hulp ten preventieve titel of in geval van herstructurering van een onderneming met het oog op het zoeken van de meest harmonieuze oplossing voor de sociale gevolgen van de herstructurering, in zoverre deze betrekking hebben op aangelegenheden die binnen de bevoegdheid van hogervermelde federale overheidsdienst vallen. HOOFDSTUK II. - Toekenning van wachtuitkeringen aan de genieters van een individuele beroepsopleiding in een onderneming Art. 52.In afwijking van artikel 36 van het koninklijk besluit van 25 november 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen type wet prom. 24/12/1999 pub. 27/01/2000 numac 2000012029 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet ter bevordering van de werkgelegenheid sluiten6 houdende de werkloosheidsreglementering, worden er wachtuitkeringen toegekend aan de werkzoekenden die aan volgende voorwaarden voldoen : 1° ingeschreven staan als niet-werkende werkzoekende bij een gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling op de begindatum van de individuele beroepsopleiding in een onderneming bedoeld in het 2°;2° genieten van een individuele beroepsopleiding in een onderneming, bedoeld bij artikel 27, 6°, van het voornoemde koninklijk besluit van 25 november 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen type wet prom. 24/12/1999 pub. 27/01/2000 numac 2000012029 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet ter bevordering van de werkgelegenheid sluiten6;3° niet in het bezit zijn van een diploma of een getuigschrift van het hoger onderwijs op de begindatum van de individuele beroepsopleiding in een onderneming bedoeld in het 2°;4° geen werkloosheidsvergoeding ontvangen. Art. 53.Artikel 4, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 181 van 30 december 1982 tot oprichting van een Fonds ter aanwending van de bijkomende loonmatiging voor de tewerkstelling, wordt aangevuld als volgt : « 3° de wachtuitkeringen bedoeld bij artikel 52 van de programmawet van 8 april 2003 te financieren. » Art. 54.Vanaf 2004 worden de bij het Tewerkstellingsfonds beschikbare middelen gebruikt om de wachtuitkeringen bedoeld in artikel 52 te financieren. Art. 55.Vanaf 2004 ontvangt de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening elk jaar van het Tewerkstellingsfonds de bedragen die nodig zijn voor de betaling van de wachtuitkeringen bedoeld in artikel 52. Art. 56.Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 mei 2003. HOOFDSTUK III. - Betaald educatief verlof toegestaan aan werknemers van ten minste 45 jaar oud en aan werknemers die betrokken zijn bij de sluiting van een onderneming Art. 57.Artikel 114 van de herstel wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/1999 pub. 01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen type wet prom. 26/03/1999 pub. 02/12/2016 numac 2016000723 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 26/03/1999 pub. 24/09/2012 numac 2012000581 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits van uittreksels sluiten4 houdende sociale bepalingen, wordt aangevuld met een § 3, luidende : « § 3. In afwijking van § 2 is het bedrag waarop de normale bezoldiging begrensd is vastgelegd op 2.500 euro voor de beroepsopleidingen wat betreft : 1° de werknemers die ten minste 45 jaar oud zijn op 1 januari van het jaar waarin de opleiding gegeven wordt;2° de werknemers betrokken bij de sluiting van een onderneming, voor zover een collectieve arbeidsovereenkomst, zoals in de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten9 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités wordt verstaan, dat een sociaal plan omvat, voorziet dat er een beroep gedaan wordt op het betaald educatief verlof. De Koning kan de beroepsopleidingen bedoeld in het eerste lid vaststellen en het bedrag wijzigen dat vastgelegd is in hetzelfde lid. » Art. 58.Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 mei 2003 wat de beroepsopleidingen betreft die vanaf die datum beginnen. HOOFDSTUK IV. - Uitvoering van het sociaal luik van de aanbevelingen van de parlementaire onderzoekscommissie over het faillissement van Sabena Art. 59.In artikel 10, eerste lid, 3°, van de faillissements wet van 8 augustus 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten, gewijzigd bij de wet van 4 september 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten0, worden de woorden « de individuele rekening voorzien in artikel 4, § 1, 2°, van het koninklijk besluit nr. 5 van 23 oktober 1978 betreffende het bijhouden van sociale documenten, » ingevoegd tussen de woorden « het personeelsregister, » en de woorden « de gegevens met betrekking tot het sociaal secretariaat ». Art. 60.Artikel 40 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 4 september 2002Relevante gevonde …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.