Programmawet
Kort samengevat
Deze wet regelt diverse sociale aangelegenheden, waaronder de werking van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg, de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, de sociale identiteitskaart, kinderbijslag en sociale zekerheidsbijdragen.
Wat het regelt
- De organisatie en taken van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg.
- De manier waarop aanvullende rechten bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid worden opgevraagd.
- De regels rond de sociale identiteitskaart en de bijbehorende straffen bij misbruik.
- De termijnen voor kinderbijslag en de vermindering van sociale zekerheidsbijdragen voor werknemers met lage lonen.
Wie het aanbelangt
- Natuurlijke personen en hun rechthebbenden die aanspraak maken op aanvullende sociale zekerheidsrechten.
- Sociaal verzekerden die een sociale identiteitskaart bezitten of gebruiken.
Kernpunten
- Het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg is opgericht bij artikel 259 van de programmawet (I) van 24 december 2002.
- Toekennende instanties moeten sociale gegevens voor aanvullende rechten uitsluitend bij de Kruispuntbank opvragen, indien deze beschikbaar zijn en het recht is aangeduid door het Beheerscomité.
- Misbruik van de sociale identiteitskaart of beroepskaart wordt bestraft met een gevangenisstraf van drie maanden tot één jaar en een geldboete van tweehonderd tot tienduizend euro, of één van deze straffen alleen.
- De termijn voor kinderbijslag wordt gewijzigd van "drie jaar" naar "vijf jaar".
- De vermindering van persoonlijke bijdragen van sociale zekerheid voor werknemers met lage lonen bedraagt 1 140,00 EUR per kalenderjaar vanaf het jaar 2003.
Wettekst
wet (1) ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : TITEL I. - Algemene Bepaling Artikel 1.D
artikel 78 van de Grondwet. TITEL II. - Sociale zaken HOOFDSTUK I. - Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg Art. 2.
artikel 17bis van de wet van 15 januari 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 07/05/1999 pub. 20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten
de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten
het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad sluiten4 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid, vervangen bij de wet van 24 december 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/2002 pub. 31/12/2002 numac 2002003520 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de vennootschapsregeling
zake
komstenbelastingen en tot
stelling van een systeem van voorafgaande beslissingen
fiscale zaken type wet prom. 24/12/2002 pub. 07/01/2004 numac 2003015188 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Regering van Burkina Faso
zake de wederzijdse bevordering en bescherming van
vesteringen, ondertekend te Brussel op 18 mei 2001
stemming met het Protocol houdende wijziging van de eenvormige Beneluxwet op de merken, gedaan te Brussel op 11 december 2001 sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1, eerste lid, wordt aangevuld als volgt : « 6° het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg, opgericht bij artikel 259 van de programmawet (I) van 24 december 2002.»; 2°
§ 2
worden de woorden « 4° of 5° » vervangen door de woorden « 4°, 5° of 6° »;3°
§ 2
worden de woorden « de wet van 27 juni 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/1999 pub. 01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen type wet prom. 26/03/1999 pub. 02/12/2016 numac 2016000723 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 26/03/1999 pub. 24/09/2012 numac 2012000581 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits van uittreksels sluiten3 waarbij aan de verenigingen zonder winstgevend doel en aan de
stellingen van openbaar nut rechtspersoonlijkheid wordt verleend » vervangen door de woorden « wet van 27 juni 1921Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/1999 pub. 01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen type wet prom. 26/03/1999 pub. 02/12/2016 numac 2016000723 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 26/03/1999 pub. 24/09/2012 numac 2012000581 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits van uittreksels sluiten3 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de
ternationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen ». Art. 3.Artikel 2 treedt
werking op 1 april 2003. HOOFDSTUK II. - Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid Art. 4.
de wet van 15 januari 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 07/05/1999 pub. 20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten
de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten
het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad sluiten4 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, wordt een artikel 11bis
gevoegd, luidende : « Art. 11bis.- § 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder : 1° « aanvullend recht » : een recht op enig voordeel dat een natuurlijke persoon of diens rechthebbenden genieten als gevolg van het statuut van deze natuurlijke persoon
zake sociale zekerheid, ander dan de rechten vastgesteld
de regelingen bedoeld
artikel 2, eerste lid, 1°;2° « toekennende
stantie » : de persoon die het betrokken voordeel toekent. § 2. Voor zover de sociale gegevens nodig voor het toekennen van een aanvullend recht
het netwerk beschikbaar zijn en het Beheerscomité van de Kruispuntbank het betrokken aanvullend recht heeft aangeduid, zijn de toekennende
stanties verplicht ze uitsluitend bij de Kruispuntbank op te vragen, onverminderd artikel 4, tweede lid. Het Beheerscomité van de Kruispuntbank bepaalt voor elk aanvullend recht dat hij aanduidt de datum vanaf wanneer de toekennende
stanties het meedelen van de sociale gegevens nodig voor het toekennen van aanvullende rechten niet langer ten laste kunnen leggen van de betrokken natuurlijke persoon, diens rechthebbenden of hun lasthebbers en de betrokken natuurlijke persoon, diens rechthebbenden of hun lasthebbers gerechtigd zijn om, zonder verlies van het aanvullend recht, te weigeren enig sociaal gegeven ter staving van het statuut van deze natuurlijke persoon
zake sociale zekerheid ter beschikking te stellen van de toekennende
stantie. HOOFDSTUK III. - Sociale identiteitskaart Art. 5.
artikel 2 van het koninklijk besluit van 18 december 1996 houdende maatregelen met het oog op de
voering van een sociale identiteitskaart ten behoeve van alle sociaal verzekerden, met toepassing van de artikelen 38, 40, 41 en 49 van de wet van 26 juli 1996 houdende de modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de wettelijke pensioenstelsels, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het eerste lid wordt de zin « Elke sociaal verzekerde mag slechts één sociale identiteitskaart bezitten.» geschrapt; 2°
het derde lid wordt punt 2° als volgt vervangen : « 2° de eerste en de tweede voornaam;»; 3°
het derde lid wordt punt 3° opgeheven;4°
het derde lid, 8°, worden de woorden « de begin- en einddatum » vervangen door de woorden « de begindatum »;5°
het vierde lid wordt punt 7° als volgt vervangen : « 7° de einddatum van de geldigheid van de kaart;». Art. 6.Artikel 8 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « Art. 8.- Wordt gestraft met een gevangenisstraf van drie maanden tot één jaar en een geldboete van tweehonderd tot tienduizend euro, of met één van die straffen alleen, eenieder die de
artikel 2 bedoelde sociale identiteitskaart of de
artikel 5bis bedoelde beroepskaart zonder toelating gebruikt of die ervan gebruik maakt met een ander doel dan hetgene waartoe hij gemachtigd is. » Art. 7.
artikel 9 van hetzelfde besluit worden de woorden « van vierhonderd frank tot tienduizend frank » vervangen door de woorden « van vierhonderd euro tot tienduizend euro ». Art. 8.
artikel 10 van hetzelfde besluit worden de woorden « van duizend tot tienduizend frank » vervangen door de woorden « van duizend euro tot tienduizend euro ». Art. 9.De artikelen 5 tot 8 treden
werking op 1 mei 2003. De kaarten die vóór die datum zijn uitgegeven blijven evenwel geldig tot de geldigheidsperiode is verstreken. HOOFDSTUK IV. - Kinderbijslag Art. 10.
artikel 120 van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het tweede lid, gewijzigd bij de wetten van 27 maart 1951 en 30 december 1992, worden de woorden « drie jaar » vervangen door de woorden « vijf jaar »;2°
het derde lid,
gevoegd bij de wet van 30 december 1992Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 07/05/1999 pub. 20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten
de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten
het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad sluiten9, worden de woorden « drie jaar » vervangen door de woorden « vijf jaar »;3°
het zesde lid, gewijzigd bij de wet van 27 maart 1951, worden de woorden « drie jaar » vervangen door de woorden « vijf jaar ». Art. 11.Artikel 10 heeft uitwerking met
gang van 1 januari 2003. HOOFDSTUK V. - Bijdragen sociale zekerheid Art. 12.
artikel 2, § 2, eerste lid, van de wet van 20 december 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 07/05/1999 pub. 20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten
de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten
het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad sluiten8 tot toekenning van een vermindering van de persoonlijke bijdragen van sociale zekerheid aan werknemers met lage lonen, gewijzigd bij de wet van 12 augustus 2000, worden de woorden « 39 600 Belgische frank per kalenderjaar vanaf het jaar 2001 » vervangen door de woorden « 1 140,00 EUR per kalenderjaar vanaf het jaar 2003 ». Art. 13.Artikel 12 heeft uitwerking met
gang van 1 januari 2003. HOOFDSTUK VI. - Wijziging van de RIZIV-wet Art. 14.
artikel 25 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994, gewijzigd bij de wet van 24 december 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/2002 pub. 31/12/2002 numac 2002003520 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de vennootschapsregeling
zake
komstenbelastingen en tot
stelling van een systeem van voorafgaande beslissingen
fiscale zaken type wet prom. 24/12/2002 pub. 07/01/2004 numac 2003015188 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Regering van Burkina Faso
zake de wederzijdse bevordering en bescherming van
vesteringen, ondertekend te Brussel op 18 mei 2001
stemming met het Protocol houdende wijziging van de eenvormige Beneluxwet op de merken, gedaan te Brussel op 11 december 2001 sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 2
worden de woorden « met uitsluiting van voeding » vervangen door de woorden « daarin begrepen de voeding die niet
aanmerking genomen wordt
het raam van de maximumfactuur »;2°
§ 3
wordt het derde lid vervangen als volgt : « Worden niet als extra-kosten beschouwd : a) het persoonlijk aandeel dat
aanmerking genomen wordt
het raam van de maximumfactuur;b) de kosten voor voeding die
aanmerking genomen worden
het raam van de maximumfactuur;c) de supplementen bedoeld
artikel 90 van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987;d) de supplementen op met toepassing van de reglementering van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging vastgelegde prijzen en honoraria.» Art. 15.Artikel 29ter, derde lid, van dezelfde wet,
gevoegd bij de wet van 24 december 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/2002 pub. 31/12/2002 numac 2002003520 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de vennootschapsregeling
zake
komstenbelastingen en tot
stelling van een systeem van voorafgaande beslissingen
fiscale zaken type wet prom. 24/12/2002 pub. 07/01/2004 numac 2003015188 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Regering van Burkina Faso
zake de wederzijdse bevordering en bescherming van
vesteringen, ondertekend te Brussel op 18 mei 2001
stemming met het Protocol houdende wijziging van de eenvormige Beneluxwet op de merken, gedaan te Brussel op 11 december 2001 sluiten, wordt vervangen als volgt : « De Commissie voor tegemoetkoming van bandagen, orthesen en uitwendige prothesen is, wat de groepen van producten betreft die door de Koning worden vastgesteld ter uitvoering van artikel 35, § 1, derde lid, ermee belast : 1° voorstellen betreffende hun vergoedingsmodaliteiten op te maken;2° voorstellen betreffende de specifieke vergoedings-modaliteiten op te maken
dien de producten aan de rechthebbenden worden verhuurd;3° voor het Verzekeringscomité voorstellen van
terpretatieregels betreffende de nomenclatuur van de verstrekkingen op te maken.» Art. 16.
artikel 35 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 20 december 1995, 22 februari 1998, 25 januari 1999, 10 augustus 2001, 22 augustus 2002 en 24 december 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 1
wordt tussen het tweede en het derde lid het volgende lid
gevoegd : « De nomenclatuur van de verstrekkingen
zake bandagen, orthesen en uitwendige prothesen, bedoeld
artikel 34, eerste lid, 4°, waarvoor de Koning de groepen van producten bepaalt, wordt vastgesteld op basis van aannemingscriteria betreffende de prijzen, de kostprijs voor de verzekering en de elementen van geneeskundige, therapeutische en sociale aard.De Koning bepaalt, op voorstel van de Commissie voor tegemoetkoming van bandagen, orthesen en uitwendige prothesen, die aannemingscriteria en de procedure die moet worden gevolgd door de bedrijven die de aanneming, een wijziging of de schrapping van een product op de lijst van de vergoedbare producten vragen. Hij stelt daarenboven de termijnen en verplichtingen vast, die
geval van aanvraag om aanneming, wijziging of schrapping moeten worden nageleefd »; 2°
§ 1
, vroeger derde lid, vierde lid geworden, worden de woorden « onder de
§ 2
gestelde voorwaarden » vervangen door de woorden « onder de
de §§ 2 en 2bis gestelde voorwaarden »;3°
§ 2b
is, eerste lid, worden de woorden « met betrekking tot de
artikel 34, eerste lid, 4°, bedoelde bandagen, orthesen en uitwendige prothesen » vervangen door de woorden « met betrekking tot de groepen van producten die Hij heeft vastgesteld ter uitvoering van § 1, derde lid.» Art. 17.Artikel 38, tweede lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 25 januari 1999 en 24 december 1999, wordt aangevuld als volgt : « Wat de door de Koning ter uitvoering van artikel 35, § 1, derde lid, vastgestelde groepen van producten betreft, raadpleegt de Dienst voorafgaandelijk de Commissie voor tegemoetkoming van bandagen, orthesen en uitwendige prothesen. » Art. 18.
artikel 165 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 22 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten2, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het zevende lid worden tussen de woorden « uitgereikte geneesmiddelen » en « en de datum van deze uitreiking » de woorden « , van de middelen bepaald
artikel 34, 19° en 20°, »
gevoegd;2°
hetzelfde lid wordt het woord « apotheker » vervangen door het woord « apotheek »;3°
het negende lid, eerste zin, wordt tussen de woorden « voorgeschreven geneesmiddelen » en « mogelijk te maken » de woorden « , moedermelk, dieetvoeding voor medisch gebruik, parenterale voeding en medische hulpmiddelen met uitzondering van die bedoeld
artikel 34, 4°, »
gevoegd;4°
het elfde lid wordt tussen de woorden « De Koning bepaalt, bij een
Ministerraad overlegd besluit » en «
welke gevallen » de woorden « dat uitwerking heeft vanaf het jaar 2001 »
gevoegd. Art. 19.Artikel 191, eerste lid, 7, derde lid, van dezelfde wet, wordt vervangen als volgt : « Deze
houding mag niet tot gevolg hebben dat het totaal van de hierboven vermelde pensioenen of voordelen vanaf 1 januari 2002 wordt verminderd tot een bedrag, lager dan 535,77 EUR per maand verhoogd met 99,20 EUR voor de rechthebbenden met gezinslast en, vanaf 1 januari 2003, tot een bedrag, lager dan 546,49 EUR per maand, verhoogd met 101,18 EUR voor de rechthebbenden met gezinslast. Dit bedrag wordt gekoppeld aan de spilindex 132,13. Het wordt aangepast overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 augustus 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 07/05/1999 pub. 20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten
de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten
het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad sluiten0 houdende
richting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de Openbare Schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient te worden gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied, opgelegd aan de zelfstandigen, aan het
dexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad, voornoemd bedrag vaststellen overeenkomstig de bepalingen waarmee het maandbedrag van sommige wettelijke pensioenen na 1 januari 2003 wordt geherwaardeerd. » Art. 20.Artikel 14, 1°, heeft uitwerking vanaf 10 januari 2003. Artikel 14, 2°, heeft uitwerking voor de verstrekkingen geleverd vanaf 1 januari 2003. Art. 21.Artikel 19 heeft uitwerking met
gang van 1 januari 2002. Art. 22.De Koning stelt de datum van
werkingtreding van artikel 16 vast voor de groepen van producten die Hij bepaalt. HOOFDSTUK VII. - Wijziging van de organieke wetgeving
zake de
stellingen van sociale zekerheid Art. 23.Artikel 9 van de wet van 25 april 1963Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/1999 pub. 01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen type wet prom. 26/03/1999 pub. 02/12/2016 numac 2016000723 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 26/03/1999 pub. 24/09/2012 numac 2012000581 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits van uittreksels sluiten2 betreffende het beheer van de
stellingen van openbaar nut voor sociale zekerheid en sociale voorzorg, gewijzigd bij de wet van 29 december 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 07/05/1999 pub. 20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten
de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten
het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad sluiten6, wordt vervangen als volgt : « Art. 9.- De Koning benoemt de persoon die belast is met het dagelijks beheer van de
stelling en zijn eventuele adjunct en bepaalt hun statuut. Wat de Kas der geneeskundige verzorging van de Nationale Maatschappij der Belgische spoorwegen betreft, geschieden die benoemingen evenwel, op voordracht van het Beheerscomité, onder het statutaire personeel dat ter beschikking van de Kas is gesteld ter uitvoering van artikel 187 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. Het vorige lid is niet van toepassing op de openbare
stellingen van sociale zekerheid bedoeld
artikel 3, § 2, van het koninklijk besluit van 3 april 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/1999 pub. 01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen type wet prom. 26/03/1999 pub. 02/12/2016 numac 2016000723 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 26/03/1999 pub. 24/09/2012 numac 2012000581 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits van uittreksels sluiten9 houdende maatregelen met het oog op de responsabilisering van de openbare
stellingen van sociale zekerheid, met toepassing van artikel 47 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels. De Koning stelt, voor elk van deze
stellingen, de houder van de managementfunctie die belast is met het dagelijks beheer van de
stelling en zijn adjunct aan bij
Ministerraad overlegd besluit, op voorstel van de minister van wie de
stelling afhangt en het Beheerscomité van de
stelling. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad, hun statuut en de procedure van aanstelling.
afwijking van het vorig lid stelt de Koning voor de Hulp- en Voorzorgskas voor Zeevarenden de houder van de managementfunctie die belast is met het dagelijks beheer van de
stelling en zijn eventuele adjunct aan bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad, op voorstel van de minister van wie de
stelling afhangt en het Beheerscomité van de
stelling. Het vacant verklaren van de betrekkingen bedoeld
het eerste lid geschiedt door het Beheerscomité. » Art. 24.
artikel 18 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 29 december 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 07/05/1999 pub. 20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten
de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten
het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad sluiten6, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt : « Met uitzondering van de persoon belast met het dagelijks beheer, zijn adjunct en, wat betreft de openbare
stellingen van sociale zekerheid bedoeld
artikel 3, § 2, van het koninklijk besluit van 3 april 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/1999 pub. 01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen type wet prom. 26/03/1999 pub. 02/12/2016 numac 2016000723 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 26/03/1999 pub. 24/09/2012 numac 2012000581 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits van uittreksels sluiten9 houdende maatregelen met het oog op de responsabilisering van de openbare
stellingen van sociale zekerheid, met toepassing van artikel 47 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, de houders van de overige managementfuncties, wordt het personeel door het Beheerscomité benoemd, bevorderd en ontslagen, overeenkomstig de regelen van het statuut van het personeel.»; 2° tussen het eerste en het tweede lid wordt volgend lid
gevoegd : « De Koning stelt, voor elk van de openbare
stellingen van sociale zekerheid bedoeld
artikel 3, § 2, van het hogervermeld koninklijk besluit van 3 april 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/1999 pub. 01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen type wet prom. 26/03/1999 pub. 02/12/2016 numac 2016000723 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 26/03/1999 pub. 24/09/2012 numac 2012000581 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits van uittreksels sluiten9, de houders van de managementfuncties, andere dan de houder van de managementfunctie die belast is met het dagelijks beheer van de
stelling en zijn adjunct, aan, op voorstel van de minister van wie de
stelling afhangt en het Beheerscomité van de
stelling, na voordracht van de houder van de managementfunctie die belast is met het dagelijks beheer van de
stelling.De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad, hun statuut en de procedure van aanstelling. » Art. 25.
artikel 23 van dezelfde wet worden de woorden « Op de artikelen 1 tot 6 en 21 na » vervangen door de woorden « Op de artikelen 1 tot 6, 9, 18 en 21 na ». Art. 26.
artikel 19 van het koninklijk besluit van 3 april 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/1999 pub. 01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen type wet prom. 26/03/1999 pub. 02/12/2016 numac 2016000723 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 26/03/1999 pub. 24/09/2012 numac 2012000581 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits van uittreksels sluiten9 houdende maatregelen met het oog op de responsabilisering van de openbare
stellingen van sociale zekerheid, met toepassing van artikel 47 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, wordt tussen het eerste en het tweede lid het volgend lid
gevoegd : « Voor de vaststelling van het aantal managementsfuncties is het akkoord van de ministers van Ambtenarenzaken en Begroting vereist. » Art. 27.Artikel 7, § 2, derde lid, van de Besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen type wet prom. 24/12/1999 pub. 27/01/2000 numac 2000012029 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet ter bevordering van de werkgelegenheid sluiten8 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, wordt aangevuld als volgt : « Het dagelijks beheer van de officiële
stelling bedoeld
het voorgaand lid wordt uitgeoefend door de houder van een managementfunctie « administrateur-generaal », bijgestaan door een houder van een managementfunctie « adjunct-administrateur-generaal ». Deze houders van een managementfunctie worden door de Koning aangesteld, bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad, op voorstel van de minister tot wiens bevoegdheid de werkloosheidsreglementering behoort en het Beheerscomité van de Hulpkas voor werkloosheidsuitkeringen. Hun statuut en de procedure van aanstelling worden door de Koning bepaald, bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad. De Koning stelt eveneens de houders van de overige managementfuncties aan, op voorstel van de minister tot wiens bevoegdheid de werkloosheidsreglementering behoort en het Beheerscomité van de Hulpkas voor werkloosheidsuitkeringen, na voordracht van de houder van de managementfunctie « administrateur-generaal ». De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad, hun statuut en de procedure van aanstelling. » Art. 28.Artikel 9 van de wet van 26 juli 1960Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 07/05/1999 pub. 20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten
de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten
het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad sluiten5 tot herinrichting van de
stellingen voor kinderbijslag, wordt vervangen als volgt : « Art. 9.- De twee diensten, waarvan
artikel 2 sprake, worden ieder bestuurd door een houder van de managementfunctie « administrateur-generaal » die belast is met het dagelijks beheer, bijgestaan door een houder van de managementfunctie « adjunct-administrateur-generaal », beiden aangesteld bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad, op voorstel van de minister van wie ze afhangen en hun Beheerscomité. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad, hun statuut en de procedure van aanstelling. » Art. 29.
artikel 2, § 2, van de wet van 17 juli 1963 betreffende de overzeese sociale zekerheid, gewijzigd bij de wet van 21 december 1994, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt : « Het dagelijks bestuur van de Dienst staat onder de leiding van de houder van een managementfunctie « administrateur-generaal ».»; 2° het tweede lid wordt vervangen als volgt : « De houder van een managementfunctie « administrateur-generaal » wordt bijgestaan door de houder van een managementfunctie « adjunct-administrateur-generaal ».»; 3° het zevende lid wordt vervangen als volgt : « De andere personeelsleden, uitgezonderd de houders van een managementfunctie, worden benoemd door het Beheerscomité.» Art. 30.
artikel 21 van het koninklijk besluit nr 38 van 27 juli 1967 houdende
richting van het sociaal statuut der zelfstandigen, gewijzigd bij de programmawet van 30 december 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/1999 pub. 01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen type wet prom. 26/03/1999 pub. 02/12/2016 numac 2016000723 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 26/03/1999 pub. 24/09/2012 numac 2012000581 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits van uittreksels sluiten6, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 3, 6°, wordt vervangen als volgt : « 6° de houder van de managementfunctie die belast is met het dagelijks beheer van het Rijksinstituut en zijn adjunct.»; 2° § 4, tweede lid, wordt vervangen als volgt : « Onverminderd de bepalingen van de §§ 5 en 6 van dit artikel en met uitzondering van de houders van de managementfuncties andere dan deze belast met het dagelijks beheer van het Rijksinstituut en zijn adjunct, wordt het personeel van het Rijksinstituut benoemd door de Raad van Beheer die, te zijnen opzichte, eveneens het gezag
zake tuchtmaatregelen uitoefent.De Koning stelt de houders van de managementfuncties, andere dan deze belast met het dagelijks beheer van het Rijksinstituut en zijn adjunct, aan, op voorstel van de minister van wie het Rijksinstituut afhangt en de Raad van Beheer van het Rijksinstituut, na voordracht van de houder van de managementfunctie die belast is met het dagelijks beheer van het Rijksinstituut. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad, hun statuut en de procedure van aanstelling. »; 3° § 5 wordt vervangen als volgt : « § 5.Het Rijksinstituut wordt geleid door de houder van de managementfunctie die belast is met het dagelijks beheer van de
stelling, aangesteld door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad, op voorstel van de minister van wie de
stelling afhangt en de Raad van Beheer van de
stelling. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad, zijn statuut en de procedure van aanstelling. De houder van deze managementfunctie heeft de hoge leiding van het Rijksinstituut. Hij leidt de zaken
bij de Raad van Beheer en bij het Beheerscomité. Hij doet aan die
stanties alle voorstellen die hij nuttig acht met het oog op de verbetering van de werking en de organisatie van het Rijksinstituut. Hij zorgt voor de uitvoering van de beslissingen genomen door de Raad van Beheer en door het Beheerscomité. Hij neemt de vertegenwoordiging van het Rijksinstituut op zich
de gerechtelijke en buitengerechtelijke akten. Binnen de door de Raad van Beheer gestelde perken mag hij bepaalde bevoegdheden overdragen aan ambtenaren van het Rijksinstituut. »; 4° § 6 wordt vervangen als volgt : « § 6.De houder van de managementfunctie die belast is met het dagelijks beheer van de
stelling wordt bijgestaan en,
geval van afwezigheid of belet, vervangen door een adjunct-houder van een managementfunctie. Deze adjunct wordt aangesteld door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad, op voorstel van de minister van wie de
stelling afhangt en de Raad van Beheer van de
stelling. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad, zijn statuut en de procedure van aanstelling. » Art. 31.Artikel 48 van het koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 27 maart 1987 en 19 maart 1990, wordt vervangen als volgt : « Art. 48.- De Koning stelt de houder van de managementfunctie die belast is met het dagelijks beheer van de
stelling en zijn adjunct aan bij
Ministerraad overlegd besluit, op voorstel van de minister van wie de
stelling afhangt en het Beheerscomité van de
stelling. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad, hun statuut en de procedure van aanstelling. » Art. 32.Artikel 56 van hetzelfde koninklijk besluit wordt vervangen als volgt : « Art. 56.- Met uitzondering van de persoon belast met het dagelijks beheer van de
stelling, zijn adjunct en de houders van de overige managementfuncties, wordt het personeel van de
stelling door het Beheerscomité benoemd, bevorderd en afgezet, overeenkomstig de regelen van het statuut van het personeel. De Koning stelt de houders van de managementfuncties, andere dan de houder van de managementfunctie die belast is met het dagelijks beheer van de
stelling en zijn adjunct, aan, op voorstel van de minister van wie de
stelling afhangt en het Beheerscomité van de
stelling, na voordracht van de houder van de managementfunctie die belast is met het dagelijks beheer van de
stelling. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad, hun statuut en de procedure van aanstelling. » Art. 33.Het opschrift van afdeling 3 van hoofdstuk II van de wetten betreffende de schadeloosstelling voor beroepsziekten, gecoördineerd op 3 juni 1970, wordt vervangen als volgt : « De persoon belast met het dagelijks beheer ». Art. 34.Artikel 13 van dezelfde wetten wordt vervangen als volgt : « Art. 13.- De Koning stelt de houder van een managementfunctie die belast is met het dagelijks beheer van de
stelling en zijn adjunct aan bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad, op voorstel van de minister van wie de
stelling afhangt en het Beheerscomité van de
stelling. » Art. 35.Artikel 14 van dezelfde wetten wordt vervangen als volgt : « Art. 14.- De persoon belast met het dagelijks beheer beheert het Fonds binnen de voorwaarden bepaald door de wet van 25 april 1963Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/1999 pub. 01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen type wet prom. 26/03/1999 pub. 02/12/2016 numac 2016000723 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 26/03/1999 pub. 24/09/2012 numac 2012000581 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits van uittreksels sluiten2 betreffende het beheer van de
stellingen van openbaar nut voor sociale zekerheid en sociale voorzorg. ». Art. 36.Artikel 15 van dezelfde wetten wordt opgeheven. Art. 37.Artikel 25 van dezelfde wetten wordt vervangen als volgt : « Art. 25.- Met uitzondering van de houders van de managementfuncties wordt het personeel door het Beheerscomité benoemd, bevorderd en ontslagen, overeenkomstig de regelen van het statuut van het personeel. » Art. 38.Artikel 177, derde lid, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994, gewijzigd bij de wet van 14 januari 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten3, wordt vervangen als volgt : « De Koning stelt bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad, de houders van de managementfuncties aan die belast zijn met de leiding van het
stituut. De Koning stelt de houders van de managementfuncties aan die de leiding uitoefenen van de
het tweede lid bedoelde diensten en desgevallend de andere houders van de managementfuncties, op voorstel van de minister en van het Algemeen Comité, na voordracht van de administrateur-generaal. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad, het statuut en de procedure van aanstelling van de houders van de managementfuncties. » Art. 39.Artikel 180 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 180.- Het personeel van de Hulpkas voor ziekte- en
validiteitsverzekering staat onder leiding van de houder van de managementfunctie belast met het dagelijks beheer van de
stelling, bijgestaan door een adjunct. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad, het statuut en de procedure van aanstelling van de
dit artikel vermelde ambtenaren. » Art. 40.
artikel 184 van dezelfde wet worden de woorden « leidend ambtenaar » vervangen door « houder van een managementfunctie » en de woorden « adjunct leidend ambtenaar » door « adjunct ». Art. 41.Dit hoofdstuk heeft uitwerking met
gang van 1 februari 2003. TITEL III. - Middenstand HOOFDSTUK I. - Sociaal statuut van de meewerkende echtgenoot Art. 42.Artikel 7bis van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende
richting van het sociaal statuut der zelfstandigen,
gevoegd bij de programmawet (I) van 24 december 2002, wordt vervangen als volgt : « Art. 7bis.- § 1. De echtgenoot of echtgenote van een zelfstandige bedoeld
artikel 2, die,
de loop van een bepaald jaar, geen beroepsactiviteit uitoefent die voor hem eigen rechten opent op uitkeringen
een verplichte regeling voor pensioenen, kinderbijslagen en ziekte- en
validiteitsverzekering, die minstens gelijkwaardig zijn aan die van het sociaal statuut der zelfstandigen, noch een uitkering geniet
het raam van de sociale zekerheid die voor hem dergelijke eigen rechten opent, wordt vermoed, voor datzelfde jaar, met uitzondering van de kwartalen tijdens dewelke de geholpen zelfstandige geen activiteit uitoefent die de onderwerping aan dit besluit met zich meebrengt, meewerkende echtgenoot te zijn en bijgevolg onderworpen te zijn aan dit besluit als helper
de zin van artikel 6. Het voorgaand lid is niet van toepassing op de echtgenoot of de echtgenote van een zelfstandig bedrijfsleider zoals bedoeld
artikel 32 WIB 1992. Personen bedoeld
het eerste lid, die niet voldoen aan de omschrijving van artikel 6, dienen een verklaring op erewoord, waarvan de toepassingsmodaliteiten door de Koning worden bepaald, af te leggen om dit vermoeden te weerleggen. Bij niet-naleving van deze verplichting is er verval van recht op uitkeringen, onverminderd de mogelijkheid voor de Koning om een administratieve boete van maximaal 500 euro op te leggen. Het toepassingsgebied van dit artikel wordt verruimd tot de ongehuwde helper van een zelfstandige die met die zelfstandige, die geen bedrijfsleider is zoals bedoeld
het tweede lid, verbonden is door een verklaring van wettelijke samenwoning. De Koning bepaalt de nadere regels voor de toepassing ten aanzien van de betrokken personen. § 2.
afwijking van § 1 is de meewerkende echtgenoot voor de jaren 2003, 2004 en 2005 enkel onderworpen aan de verplichte regeling voor ziekte- en
validiteitsverzekering, sectoren der uitkerings- en moederschapsverzekering, overeenkomstig de door de Koning te bepalen regelen en voorwaarden. Niettemin kan de meewerkende echtgenoot zich voor de jaren 2003, 2004 en 2005 vrijwillig onderwerpen aan dit besluit, overeenkomstig de door de Koning te bepalen regelen en voorwaarden. § 3.
afwijking van § 1 is de meewerkende echtgenoot wiens geboortedatum gelegen is voor 1 januari 1956 enkel onderworpen aan de verplichte regeling voor ziekte- en
validiteitsverzekering, sectoren der uitkerings- en moederschapsverzekering. Hij kan zich vrijwillig onderwerpen aan dit besluit overeenkomstig de door de Koning te bepalen regelen en voorwaarden. Niettemin kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad, situaties bepalen waarin de meewerkende echtgenoot wiens geboortedatum gelegen is voor 1 januari 1956 toch onderworpen is aan de bepalingen van § 1. » Art. 43.Artikel 5, § 3, van het koninklijk besluit van 30 januari 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen type wet prom. 24/12/1999 pub. 27/01/2000 numac 2000012029 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet ter bevordering van de werkgelegenheid sluiten5 betreffende het pensioenstelsel der zelfstandigen met toepassing van de artikelen 15 en 27 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels en van artikel 3, § 1, 4°, van de wet van 26 juli 1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese en Monetaire Unie, wordt aangevuld als volgt : « 3° bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad, de beroepsinkomsten waarmee rekening moet gehouden worden voor de berekening van het pensioen van de geholpen zelfstandige bedoeld
artikel 7bis van het koninklijk besluit nr. 38. » Art. 44.De artikelen 42 en 43 hebben uitwerking met
gang van 1 januari 2003. HOOFDSTUK II. - Participatiefonds Art. 45.
artikel 74 van de wet van 28 juli 1992 houdende fiscale en financiële bepalingen, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt aangevuld met een 8°, luidend als volgt : « 8° het leveren van administratieve en technische verrichtingen voor rekening van
stellingen die onder andere als doel hebben de toegang van natuurlijke en rechtspersonen tot het beroepskrediet te vergemakkelijken.»; 2° het artikel wordt aangevuld met een § 4, luidende : « § 4.Voor de verwezenlijking van opdrachten ten voordele van natuurlijke personen en rechtspersonen, de niet-werkende werkzoekende
begrepen, die hun eigen onderneming wensen op te richten of die sedert maximaal 4 jaar
hun professionele activiteit zijn gevestigd, richt het Participatiefonds een financieringsfiliaal op, met rechtspersoonlijkheid, « Startersfonds » genoemd, volgens de modaliteiten bepaald bij koninklijk besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad. ». Art. 46.
artikel 75 van dezelfde wet worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° het vierde lid wordt vervangen als volgt : « Het Participatiefonds en zijn filiaal « Startersfonds », dit laatste
het kader van zijn verrichtingen ten voordele van de personen bedoeld
artikel 74, § 4, kunnen dotaties ontvangen ten laste van de Rijksbegroting, die vaststelt voor welke van de
artikel 74, eerste lid, bedoelde opdrachten deze dotaties zijn bestemd.»; 2° het zevende lid wordt vervangen als volgt : « Het Participatiefonds en zijn filiaal « Starterfonds » kunnen leningen aangaan met staatswaarborg mits de
stemming van de minister van Financiën.»; 3° het artikel wordt aangevuld met het volgende lid : « Voor de verwezenlijking van zijn opdracht, kan het Startersfonds, beroep doen op de uitgifte van obligatieleningen, tegen de voorwaarden en de modaliteiten door de Koning bepaald.» TITEL IV. - Werkgelegenheid HOOFDSTUK I. - Herstructurering van ondernemingen Afdeling I. - Financiële sanctie
geval van niet-naleving van bepaalde verplichtingen van de werkgever bij sluiting van ondernemingen Art. 47.Deze afdeling is van toepassing op de werkgevers en de werknemers die onder het toepassingsgebied vallen van de collectieve arbeidsovereenkomst nr 9 van 9 maart 1972 houdende ordening van de
de Nationale Arbeidsraad gesloten nationale akkoorden en collectieve arbeidsovereenkomsten betreffende de ondernemingsraden, algemeen verbindend verklaard bij het koninklijk besluit van 12 september 1972. Art. 48.De rechter die een werkgever
het kader van de sluiting van een onderneming
de zin van de wetgeving betreffende de sluiting van ondernemingen, veroordeelt wegens het niet naleven van de bepalingen van artikel 11 van de voornoemde collectieve arbeidsovereenkomst nr. 9 van 9 maart 1972, veroordeelt deze werkgever tot betaling aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid van een door hem vast te stellen bedrag van 1.000 tot 5.000 euro per werknemer die door de gesloten entiteit werd tewerkgesteld op het ogenblik van de beslissing tot sluiting. De rechter doet
dit geval mededeling van het vonnis of het arrest aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid. Art. 49.Artikel 70 van de wet van 13 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling, wordt opgeheven. Art. 50.De bepalingen van deze afdeling zijn van toepassing op de gevallen van sluiting van ondernemingen waarbij de beslissing tot sluiting na de datum van
werkingtreding deze afdeling valt. Afdeling II. - Ondersteuningscel voor herstructurering van ondernemingen Art. 51.Bij de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, Administratie van de
dividuele Arbeidsbetrekkingen, wordt een gespecialiseerde cel opgericht waarop beroep kan worden gedaan voor juridische en technische hulp ten preventieve titel of
geval van herstructurering van een onderneming met het oog op het zoeken van de meest harmonieuze oplossing voor de sociale gevolgen van de herstructurering,
zoverre deze betrekking hebben op aangelegenheden die binnen de bevoegdheid van hogervermelde federale overheidsdienst vallen. HOOFDSTUK II. - Toekenning van wachtuitkeringen aan de genieters van een
dividuele beroepsopleiding
een onderneming Art. 52.
afwijking van artikel 36 van het koninklijk besluit van 25 november 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen type wet prom. 24/12/1999 pub. 27/01/2000 numac 2000012029 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet ter bevordering van de werkgelegenheid sluiten6 houdende de werkloosheidsreglementering, worden er wachtuitkeringen toegekend aan de werkzoekenden die aan volgende voorwaarden voldoen : 1°
geschreven staan als niet-werkende werkzoekende bij een gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling op de begindatum van de
dividuele beroepsopleiding
een onderneming bedoeld
het 2°;2° genieten van een
dividuele beroepsopleiding
een onderneming, bedoeld bij artikel 27, 6°, van het voornoemde koninklijk besluit van 25 november 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen type wet prom. 24/12/1999 pub. 27/01/2000 numac 2000012029 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet ter bevordering van de werkgelegenheid sluiten6;3° niet
het bezit zijn van een diploma of een getuigschrift van het hoger onderwijs op de begindatum van de
dividuele beroepsopleiding
een onderneming bedoeld
het 2°;4° geen werkloosheidsvergoeding ontvangen. Art. 53.Artikel 4, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 181 van 30 december 1982 tot oprichting van een Fonds ter aanwending van de bijkomende loonmatiging voor de tewerkstelling, wordt aangevuld als volgt : « 3° de wachtuitkeringen bedoeld bij artikel 52 van de programmawet van 8 april 2003 te financieren. » Art. 54.Vanaf 2004 worden de bij het Tewerkstellingsfonds beschikbare middelen gebruikt om de wachtuitkeringen bedoeld
artikel 52 te financieren. Art. 55.Vanaf 2004 ontvangt de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening elk jaar van het Tewerkstellingsfonds de bedragen die nodig zijn voor de betaling van de wachtuitkeringen bedoeld
artikel 52. Art. 56.Dit hoofdstuk treedt
werking op 1 mei 2003. HOOFDSTUK III. - Betaald educatief verlof toegestaan aan werknemers van ten minste 45 jaar oud en aan werknemers die betrokken zijn bij de sluiting van een onderneming Art. 57.Artikel 114 van de herstel wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/1999 pub. 01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen type wet prom. 26/03/1999 pub. 02/12/2016 numac 2016000723 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 26/03/1999 pub. 24/09/2012 numac 2012000581 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits van uittreksels sluiten4 houdende sociale bepalingen, wordt aangevuld met een § 3, luidende : « § 3.
afwijking van § 2 is het bedrag waarop de normale bezoldiging begrensd is vastgelegd op 2.500 euro voor de beroepsopleidingen wat betreft : 1° de werknemers die ten minste 45 jaar oud zijn op 1 januari van het jaar waarin de opleiding gegeven wordt;2° de werknemers betrokken bij de sluiting van een onderneming, voor zover een collectieve arbeidsovereenkomst, zoals
de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten9 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités wordt verstaan, dat een sociaal plan omvat, voorziet dat er een beroep gedaan wordt op het betaald educatief verlof. De Koning kan de beroepsopleidingen bedoeld
het eerste lid vaststellen en het bedrag wijzigen dat vastgelegd is
hetzelfde lid. » Art. 58.Dit hoofdstuk treedt
werking op 1 mei 2003 wat de beroepsopleidingen betreft die vanaf die datum beginnen. HOOFDSTUK IV. - Uitvoering van het sociaal luik van de aanbevelingen van de parlementaire onderzoekscommissie over het faillissement van Sabena Art. 59.
artikel 10, eerste lid, 3°, van de faillissements wet van 8 augustus 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten, gewijzigd bij de wet van 4 september 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten0, worden de woorden « de
dividuele rekening voorzien
artikel 4, § 1, 2°, van het koninklijk besluit nr. 5 van 23 oktober 1978 betreffende het bijhouden van sociale documenten, »
gevoegd tussen de woorden « het personeelsregister, » en de woorden « de gegevens met betrekking tot het sociaal secretariaat ». Art. 60.Artikel 40 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 4 september 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten0, wordt aangevuld als volgt : « De curatoren werken actief en prioritair mee aan het vaststellen van het bedrag van de aangegeven schuldvorderingen van de werknemers van de gefailleerde onderneming, volgens de bepalingen voorzien bij de artikelen 67, tweede lid, en 68, eerste en vierde lid. » Art. 61.Artikel 67 van dezelfde wet wordt aangevuld als volgt : « Uiterlijk drie dagen voor de zitting bepaald voor het afsluiten van het proces-verbaal van verificatie van de schuldvorderingen, hebben de curatoren de verplichting om aan elke werknemer die een schuldvordering
diende een advies te overhandigen met kennisgeving van de redenen van betwisting van het principe van de
gediende schuldvordering of een gemotiveerd voorstel te doen tot vaststelling van het totale of provisionele bedrag van de verschuldigde som. Het advies of voorstel wordt geviseerd door de rechter-commissaris. » Art. 62.Artikel 68, eerste lid, van dezelfde wet wordt aangevuld als volgt : « Behalve bij andersluidend bericht van de betrokken werknemer, uiterlijk op de zitting bepaald voor het afsluiten van het proces-verbaal van verificatie van de schuldvorderingen, wordt het voorstel tot vaststelling van het totale of provisionele bedrag van de schuldvordering zoals voorzien bij artikel 67, tweede lid, aangenomen voor het deel opgenomen
het proces-verbaal van verificatie van de schuldvorderingen. » Art. 63.Artikel 68 van dezelfde wet wordt aangevuld met het volgende lid : « De schuldvorderingen van de werknemers van de gefailleerde, aangenomen
hun geheel of provisioneel, worden onmiddellijk door de curatoren bezorgd aan het Fonds tot vergoeding van de
geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers. » Art. 64.Artikel 19, 3bis, van de hypotheekwet van 16 december 1851, wordt aangevuld als volgt : « Voor dezelfde werknemers, de aanvullende vergoeding waarop zij ten laste van de werkgever recht hebben krachtens de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 afgesloten binnen de Nationale Arbeidsraad, die de toekenning voorziet van een aanvullende vergoeding aan bepaalde oudere werknemers
geval van ontslag, of krachtens een collectieve arbeidsovereenkomst afgesloten
het paritair comité, paritair subcomité of
de onderneming, die gelijkaardige voordelen voorziet als die voorzien door de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van de Nationale Arbeidsraad. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad, en rekening houdende met het maandbedrag van de aanvullende vergoeding, de berekeningswijze vaststellen van het bedrag van de bevoorrechte schuldvordering van deze oudere werknemer. » HOOFDSTUK V. - Werk en opleiding Art. 65.Artikel 3, § 2, van het koninklijk besluit nr. 495 van 31 december 1986 tot
voering van een stelsel van alternerende tewerkstelling en opleiding voor jongeren tussen 18 en 25 jaar en tot tijdelijke vermindering van de sociale zekerheidsbijdragen van de werkgever verschuldigd
hoofde van deze jongeren, gewijzigd bij de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie
het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten, wordt vervangen als volgt : « § 2. Worden niettemin toegelaten tot het voordeel van dit besluit, de jongeren die een overeenkomst tewerkstelling-opleiding afsluiten die toegang geeft tot de beroepen waartoe de studies vermeld
de lijst van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening voorbereiden, met toepassing van artikel 93, § 1, eerste lid, 6°, van het koninklijk besluit van 25 november 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen type wet prom. 24/12/1999 pub. 27/01/2000 numac 2000012029 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet ter bevordering van de werkgelegenheid sluiten6, houdende de werkloosheidsreglementering. » Art. 66.Dit hoofdstuk heeft uitwerking met
gang van 1 oktober 2001. HOOFDSTUK VI. - Plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen Art. 67.Artikel 8 van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen type wet prom. 24/12/1999 pub. 27/01/2000 numac 2000012029 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet ter bevordering van de werkgelegenheid sluiten8 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, gewijzigd bij de wetten van 30 maart 1994, 7 april 1999, 2 januari 2001 en 5 maart 2002, wordt aangevuld met een § 11, luidende : « § 11.
afwijking van artikel 31 van de wet van 24 juli 1987Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten8 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers, mogen de personeelsleden die door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening door middel van een arbeidsovereenkomst zijn
dienst genomen, ter beschikking gesteld worden van het plaatselijk werkgelegenheidsagentschap met het oog op de administratieve organisatie van de activiteiten van het agentschap. Gedurende de periode waarin het personeelslid bij hem werkt, staat het plaatselijk werkgelegenheidsagentschap
voor de toepassing van de wetgeving
zake de reglementering en de bescherming van de arbeid, welke gelden op de plaats van het werk, overeenkomstig artikel 19, eerste en tweede lid, van hogervermelde wet van 24 juli 1987Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten8. » HOOFDSTUK VII. - Harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen
zake verminderingen van sociale zekerheidsbijdragen Art. 68.
artikel 32 van de wet van 24 december 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen type wet prom. 24/12/1999 pub. 27/01/2000 numac 2000012029 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet ter bevordering van de werkgelegenheid sluiten ter bevordering van de werkgelegenheid, gewijzigd door de wet van 2 januari 2001 en de programmawet (I) van 24 december 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 2, eerste lid, wordt vervangen als volgt : « Het werkloosheidsbureau van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, bevoegd voor de hoofdverblijfplaats van de betrokken werkzoekende, attesteert door middel van een startbaankaart dat de jongere voldoet aan de voorwaarden om aangeworven te worden met een startbaanovereenkomst.De Koning bepaalt welke gegevens deze startbaankaart dient te vermelden. Hij kan eveneens bepalen welke bewijsstukken of documenten dienen voorgelegd en/of
gediend bij het voormeld werkloosheidsbureau van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening teneinde deze startbaankaart te kunnen bekomen. »; 2° § 2, achtste lid, wordt vervangen als volgt : «
dien de startbaanovereenkomst van een jongere een einde neemt voor de
artikel 27 bepaalde periode verstreken is, dient de jongere een nieuwe startbaankaart aan te vragen bij het werkloosheidsbureau bevoegd voor zijn woonplaats.De Koning bepaalt binnen welke termijn deze nieuwe startbaankaart dient aangevraagd door de jongere en
voorkomend geval door de nieuwe werkgever. Hij bepaalt tevens welke gegevens dienen vermeld te worden op deze nieuwe startbaankaart. De Koning kan eveneens bepalen welke bewijstukken of documenten dienen voorgelegd en/of
gediend bij het werkloosheidsbureau teneinde deze nieuwe startbaankaart te kunnen bekomen. »; 3° § 3 wordt opgeheven. Art. 69.
de programmawet (I) van 24 december 2002 wordt een artikel 341bis
gevoegd, luidende : « Art. 341bis.- De werkgevers bedoeld
artikel 335 kunnen aanspraak maken op een doelgroepvermindering tijdens het kwartaal van
dienstneming en tijdens een aantal kwartalen die erop volgen naar aanleiding van de aanwerving van een uitkeringsgerechtigde volledige werkloze, een gerechtigde op maatschappelijke
tegratie of een rechthebbende op financiële maatschappelijke hulp. De Koning kan, bij een besluit vastgelegd na overleg
de Ministerraad, bepalen wat wordt verstaan onder uitkeringsgerechtigde volledige werkloze, gerechtigde op maatschappelijke
tegratie en rechthebbende op financiële maatschappelijke hulp. » Art. 70.Artikel 346 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Art. 346.- De werkgevers bedoeld
artikel 335 kunnen genieten van een doelgroepvermindering tijdens en na de tewerkstelling van jongeren met een startbaanovereenkomst bedoeld
artikel 27 van de wet van 24 december 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen type wet prom. 24/12/1999 pub. 27/01/2000 numac 2000012029 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet ter bevordering van de werkgelegenheid sluiten. Zij genieten eveneens van een doelgroepvermindering bij tewerkstelling van jongeren bedoeld
de artikelen 4 en 5bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen type wet prom. 24/12/1999 pub. 27/01/2000 numac 2000012029 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet ter bevordering van de werkgelegenheid sluiten8 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. » Art. 71.Artikel 362 van dezelfde wet, wordt aangevuld als volgt : « - artikel 7, § 1bis, vierde lid, 3°, van de Besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen type wet prom. 24/12/1999 pub. 27/01/2000 numac 2000012029 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet ter bevordering van de werkgelegenheid sluiten8 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders; - artikel 9, § 4, 2°, van de wet van 26 mei 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten4 betreffende het recht op maatschappelijke
tegratie. » Art. 72.
dezelfde wet wordt een artikel 364bis
gevoegd, luidende : « Art. 364bis.- § 1.
afwijking van artikel 32, § 1, eerste lid, van de wet van 24 december 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen type wet prom. 24/12/1999 pub. 27/01/2000 numac 2000012029 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet ter bevordering van de werkgelegenheid sluiten ter bevordering van de werkgelegenheid, kan de werkgever tussen 1 oktober 2003 en 31 december 2003 schriftelijk een startbaanovereenkomst afsluiten met de jongere met wie hij een overeenkomst werk-opleiding heeft die aanleiding geeft tot de vrijstelling van werkgeversbijdragen op basis van artikel 2 van het koninklijk besluit nr. 495 van 31 december 1986 tot
voering van een stelsel van alternerende tewerkstelling en opleiding voor de jongeren tussen 18 en 25 jaar en tot tijdelijke vermindering van de sociale zekerheidsbijdragen van de werkgever verschuldigd
hoofde van deze jongeren, met een duurtijd gelijk aan de resterende voorziene duur van de overeenkomst werk-opleiding. § 2.
afwijking van artikel 32, § 1, eerste lid, van hogervermelde wet van 24 december 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen type wet prom. 24/12/1999 pub. 27/01/2000 numac 2000012029 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet ter bevordering van de werkgelegenheid sluiten, kan de werkgever tussen 1 oktober 2003 en 31 december 2003 schriftelijk een startbaanovereenkomst afsluiten met de leerling die hij tewerkstelt en die aanleiding geeft tot de vrijstelling van werkgeversbijdragen op basis van artikel 5, § 1, van hogervermeld koninklijk besluit nr. 495 van 31 december 1986, met een duurtijd gelijk aan de resterende voorziene duur van leer- of stageovereenkomst. » Art. 73.
dezelfde wet wordt een artikel 372bis
gevoegd, luidende : « Art. 372bis.- De werkgever die voor 1 januari 2004 een werknemer aanwierf die voldeed aan de voorwaarden tot de verkrijging van de vermindering bedoeld
artikel 9, § 4, 2°, van de wet van 26 mei 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten4 betreffende het recht op maatschappelijke
tegratie, kan vanaf 1 januari 2004 van de doelgroepvermindering bedoeld
onderafdeling 3 van afdeling 3, genieten. Deze wordt hem toegestaan binnen de voorwaarden en regels vastgesteld door de Koning, rekeninghoudend met het aantal kwartalen waarvoor hij de vermindering genoten heeft. » HOOFDSTUK VIII. - Wijziging van de wet van 24 december 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen type wet prom. 24/12/1999 pub. 27/01/2000 numac 2000012029 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet ter bevordering van de werkgelegenheid sluiten ter bevordering van de werkgelegenheid Art. 74.
artikel 39, § 5, van de wet van 24 december 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen type wet prom. 24/12/1999 pub. 27/01/2000 numac 2000012029 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet ter bevordering van de werkgelegenheid sluiten ter bevordering van de werkgelegenheid, wordt tussen het eerste en het tweede lid het volgende lid
gevoegd : « Voor de toepassing van dit hoofdstuk en van zijn uitvoeringsbesluiten compenseert de tewerkstelling van jongeren zoals bepaald bij artikel 23, § 1, 5°, evenwel het ontslag van personeel dat van brugpensioen geniet en vormt ze dus geen bijkomende tewerkstelling. ». HOOFDSTUK IX. - Wijziging van de wet van 1 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten6 houdende uitvoering van het
terprofessioneel akkoord voor de periode 2003-2004 Art. 75.Artikel 15 van de wet van 1 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten6 houdende uitvoering van het
terprofessioneel akkoord voor de periode 2003-2004, wordt aangevuld met het volgende lid : « Het bedrag van hogervermelde bijdrage wordt verdubbeld, behalve wanneer de collectieve arbeidsovereenkomst, het collectief of
dividueel akkoord of toezegging uitdrukkelijk bepalen dat het
het eerste lid bedoeld conventioneel brugpensioen of de
het tweede lid bedoelde vergoeding verder uitbetaald worden
geval van werkhervatting door de betrokkene. ». Art. 76.Artikel 16 van dezelfde wet wordt aangevuld met het volgende lid : « Het bedrag van hogervermelde bijdrage wordt verdubbeld, behalve wanneer de collectieve arbeidsovereenkomst, het collectief of
dividueel akkoord of toezegging uitdrukkelijk bepalen dat het
het eerste lid bedoeld conventioneel brugpensioen op de
het vijfde lid bedoelde vergoeding verder uitbetaald worden
geval van werkhervatting door de betrokkene. » Art. 77.
artikel 268, § 1, tweede lid, van de programmawet van 22 december 1989Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/1999 pub. 01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen type wet prom. 26/03/1999 pub. 02/12/2016 numac 2016000723 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 26/03/1999 pub. 24/09/2012 numac 2012000581 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits van uittreksels sluiten7, vervangen bij de wet van 1 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten6 , worden de woorden « of zou kunnen genieten
dien hij het werk niet had hervat bij een andere werkgever, » geschrapt. Art. 78.
artikel 141, § 1, vijfde lid, van de wet van 29 december 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 07/05/1999 pub. 20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten
de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten
het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad sluiten6 houdende sociale bepalingen, vervangen bij de wet van 1 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten6, worden de woorden « of zou kunnen genieten
dien hij het werk niet had hervat bij een andere werkgever, » geschrapt. Art. 79.
artikel 1, eerste lid, 4°, van het koninklijk besluit nr. 33 van 30 maart 1982 betreffende een
houding op
validiteitsuitkeringen en brugpensioenen,
gevoegd bij het koninklijk besluit van 21 maart 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/1999 pub. 01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen type wet prom. 26/03/1999 pub. 02/12/2016 numac 2016000723 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 26/03/1999 pub. 24/09/2012 numac 2012000581 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits van uittreksels sluiten8 en vervangen bij de wet van 1 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten6 , worden de woorden « of zou kunnen genieten
dien hij het werk niet had hervat bij een andere werkgever, » geschrapt. Art. 80.Artikel 50, § 1, eerste lid, 3°, van de wet van 30 maart 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 07/05/1999 pub. 20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten
de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten
het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad sluiten7 houdende sociale bepalingen, vervangen bij de wet van 1 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten6 , worden de woorden « of zou kunnen genieten
dien hij het werk niet had hervat bij een andere werkgever, » geschrapt. Art. 81.Artikel 111, § 1, van de wet van 26 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/1999 pub. 01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen type wet prom. 26/03/1999 pub. 02/12/2016 numac 2016000723 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 26/03/1999 pub. 24/09/2012 numac 2012000581 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits van uittreksels sluiten betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen, wordt aangevuld als volgt : « Wordt met het
het eerste lid bedoelde conventioneel brugpensioen gelijkgesteld, overeenkomstig de bij een
de Ministerraad overlegd besluit door de Koning vastgelegde voorwaarden en nadere regelen, de vergoeding, die
totaal ten minste 7 436,80 EUR kan bedragen ongeacht of deze periodiek of niet-periodiek wordt betaald, die door de werkgever rechtstreeks of onrechtstreeks wordt toegekend aan de gewezen werknemer die werkloosheidsuitkeringen als volledig werkloze geniet voor zover deze vergoeding bij de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers niet als loon wordt beschouwd. Voor de vaststelling van het bedrag van deze vergoeding wordt rekening gehouden met het maximaal voordeel dat de werknemer zou kunnen ontvangen, zonder dat het vereist is dat de voorwaarden om dit maximaal voordeel te kunnen ontvangen, werkelijk worden vervuld. » Art. 82.Artikel 21 van de wet van 1 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/02/1998 pub. 19/02/1998 numac 1998012088 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling sluiten6 houdende uitvoering van het
terprofessioneel akkoord voor de periode 2003-2004, ondertekend op 17 januari 2003, wordt opgeheven. Art. 83.De Koning bepaalt de datum van
werkingtreding van de artikelen 77 tot 82. HOOFDSTUK X. - Pool van de Zeelieden ter Koopvaardij Art. 84.
artikel 17bis van het koninklijk besluit van 18 februari 1997 houdende maatregelen met het oog op de ontbinding van de Regie voor Maritiem Transport ter uitvoering van artikel 3, § 1, 6°, van de wet van 26 juli 1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese Economische en Monetaire Unie,
gevoegd bij de wet van 26 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/1999 pub. 01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen type wet prom. 26/03/1999 pub. 02/12/2016 numac 2016000723 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 26/03/1999 pub. 24/09/2012 numac 2012000581 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits van uittreksels sluiten, worden de woorden « van en naar België » vervangen door de woorden « van en naar een lidstaat van de Europese Unie ». Art. 85.Artikel 3bis van de wet van 25 februari 1964 houdende
richting van een Pool van de Zeelieden ter Koopvaardij,
gevoegd bij het koninklijk besluit van 18 februari 1997 en gewijzigd bij de wet van 26 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/1999 pub. 01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen type wet prom. 26/03/1999 pub. 02/12/2016 numac 2016000723 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 26/03/1999 pub. 24/09/2012 numac 2012000581 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits van uittreksels sluiten, wordt vervangen als volgt : « Art. 3bis.- De werknemers bedoeld
artikel 15 van het koninklijk besluit van 18 februari 1997 houdende maatregelen met het oog op de ontbinding van de Regie voor Maritiem Transport ter uitvoering van artikel 3, § 1, 6°, van de wet van 26 juli 1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese Economische en Monetaire Unie die verbonden zijn met een arbeidsovereenkomst met één van de vennootschappen bedoeld
artikel 13, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit, worden
geschreven
de Pool. De varende werknemers die met een na 1 januari 1997 afgesloten arbeidsovereenkomst verbonden zijn met één van de vennootschappen bedoeld
artikel 13, § 1, eerste lid, van hetzelfde koninklijk besluit van 18 februari 1997, die de vervoerverplichtingen van de Regie hebben overgenomen, en die tewerkgesteld zijn aan boord van schepen door deze vennootschappen of ondernemingen uitgerust voor transport over zee van en naar een lidstaat van de Europese Unie, worden eveneens
geschreven
de Pool. Deze werknemers kunnen aangeworven worden buiten de bij de Pool
geschreven personen. Voor de toepassing van het tweede lid worden met de vennootschappen bedoeld
artikel 13, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit, die de vervoerverplichtingen van de Regie hebben overgenomen, gelijkgesteld de ondernemingen die met dergelijke vennootschap verbonden zijn, er mee geassocieerd zijn of er een deelnemingsverhouding mee hebben
de zin van het koninklijk besluit van 30 januari 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen type wet prom. 24/12/1999 pub. 27/01/2000 numac 2000012029 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet ter bevordering van de werkgelegenheid sluiten2 tot uitvoering van het Wetboek van Vennootschappen, dan wel de vennootschappen die met dergelijke vennootschap onder centrale leiding staan
de zin van artikel 10, § 3, van het Wetboek van Vennootschappen. » Art. 86.Artikel 4, tweede lid, van dezelfde wet,
gevoegd bij het koninklijk besluit van 18 februari 1997, wordt opgeheven. Art. 87.
het artikel 86, § 1, 1°, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 februari 1997 en de wet van 26 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/1999 pub. 01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen type wet prom. 26/03/1999 pub. 02/12/2016 numac 2016000723 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 26/03/1999 pub. 24/09/2012 numac 2012000581 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits van uittreksels sluiten, worden de woorden « van en naar België » vervangen door de woorden « van en naar een lidstaat van de Europese Unie ». Art. 88.Artikel 2quater, laatste zin, van de besluitwet van 7 februari 1945 betreffende de maatschappelijke veiligheid van de zeelieden ter koopvaardij,
gevoegd bij de wet van 26 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/1999 pub. 01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen type wet prom. 26/03/1999 pub. 02/12/2016 numac 2016000723 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 26/03/1999 pub. 24/09/2012 numac 2012000581 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits van uittreksels sluiten, wordt vervangen als volgt : « Het toepassingsgebied van deze besluitwet wordt eveneens uitgebreid tot de varende werknemers die met een na 1 januari 1997 gesloten arbeidsovereenkomst verbonden zijn met één van de vennootschappen bedoeld
artikel 13, § 1, eerste lid, van hetzelfde koninklijk besluit van 18 februari 1997, die de vervoerverplichtingen van de Regie hebben overgenomen, en die tewerkgesteld zijn aan boord van schepen door deze vennootschappen of ondernemingen uitgerust voor transport over zee van en naar een lidstaat van de Europese Unie. Voor de toepassing van het eerste lid worden met de vennootschappen bedoeld
artikel 13, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit, die de vervoerverplichtingen van de Regie hebben overgenomen, gelijkgesteld de ondernemingen die met dergelijke vennootschap verbonden zijn, er mee geassocieerd zijn of er een deelnemingsverhouding mee hebben
de zin van het koninklijk besluit van 30 januari 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen type wet prom. 24/12/1999 pub. 27/01/2000 numac 2000012029 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet ter bevordering van de werkgelegenheid sluiten2 tot uitvoering van het Wetboek van Vennootschappen, dan wel de vennootschappen die met dergelijke vennootschap onder centrale leiding staan
de zin van artikel 10, § 3, van het Wetboek van Vennootschappen. ». Art. 89.
artikel 1 van het koninklijk besluit van 18 februari 1997 houdende diverse maatregelen ten gunste van de statutaire personeelsleden van de Regie voor Maritiem Transport ter uitvoering van artikel 3, § 1, 6°, van de wet van 26 juli 1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese Economische en Monetaire Unie, gewijzigd bij de wet van 26 juni 1997, wordt aangevuld met het volgende lid : « Hetzelfde geldt voor de personeelsleden van de Afzonderlijke Personeelsformatie van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, voor zover zij vallen onder een specifiek stelsel van verlof voorafgaand aan pensionering waarin zij toegetreden zijn. » HOOFDSTUK XI. - Oprichting van het Kringloopfonds Art. 90.De Federale
vesteringsmaatschappij wordt gelast om,
uitvoering van artikel 2, § 3, van de wet van 2 april 1962 betreffende de Federale
vesteringsmaatschappij, binnen de zestig dagen na de
werkingtreding van deze wet, een gespecialiseerde vennootschap, hierna Kringloopfonds genoemd, op te richten
de zin van de artikelen 2, § 3, en 2ter, eerste en tweede lid, van dezelfde wet en die tot doel zal hebben de
de artikel 91 bepaalde opdrachten uit te voeren. De Staat verschaft aan de Federale
vesteringsmaatschappij de financiële middelen die nodig zijn voor de vervulling van deze opdrachten en voor de dekking van de lasten die er uit voortvloeien. Art. 91.§ 1. Het Kringloopfonds heeft tot doel, met
achtneming van de bepalingen van de wet van 26 juni 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/06/2001 pub. 28/08/2001 numac 2001022532 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende
stemming met het samenwerkingsakkoord van 4 juli 2000 tussen de Federale Staat, het Vlaams, het Waals en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap betreffende de sociale economie sluiten houdende
stemming met het samenwerkingsakkoord van 4 juli 2000 tussen de Federale Staat, het Vlaams Gewest, het Waals Gewest en de Duitstalige Gemeenschap betreffende de sociale economie, iedere vorm van tussenkomst ten behoeve van activiteiten uit de sociale en duurzame economie en met name de deelneming
het kapitaal of het verstrekken van leningen. De activiteit die de tussenkomst rechtvaardigt is deze ontwikkeld door iedere vennootschap die de vorm van één van de maatschappijen opgesomd onder artikel 2, § 2, van het Wetboek van Vennootschappen heeft aangenomen of door iedere vereniging zonder winstoogmerk mits deze activiteit de basisprincipes toepast, vermeld
artikel 1, § 2, 1°, van het samenwerkingsakkoord van 4 juli 2000 tussen de Staat, de Gewesten en de Duitstalige Gemeenschap, betreffende de sociale economie, goedgekeurd door de wet van 26 juni 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/06/2001 pub. 28/08/2001 numac 2001022532 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende
stemming met het samenwerkingsakkoord van 4 juli 2000 tussen de Federale Staat, het Vlaams, het Waals en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap betreffende de sociale economie sluiten. § 2. Om dit doel te bereiken maakt het Kringloopfonds gebruik van de financiële technieken vermeld
artikel 2, §§ 1 en 2, van de wet van 2 april 1962 betreffende de Federale
vesteringsmaatschappij. § 3. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad en na advies van de Federale Raad voor Sociale Economie en de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling, de vorm en de statuten van het Kringloopfonds. Het advies dient binnen de dertig dagen, te rekenen vanaf de datum van de aanvraag van het advies, te worden uitgebracht. Art. 92.§
- Het op te richten Kringloopfonds krijgt een maatschappelijk kapitaal van 100 000 EUR toegekend. §
- Het Kringloopfonds mag bovendien, conform artikel 3, § 1, van de wet van 2 april 1962 betreffende de Federale
vesteringsmaatschappij, beroep doen op leningen of obligaties op naam met een looptijd van minimum 5 jaar uitgeven. De permanente omvang van zijn schuldpositie wordt beperkt tot maximum 75.000.000 EUR. De staatswaarborg kan worden verleend aan leners of aan obligatiehouders onder de voorwaarden van artikel 3, §§ 2 en 3, van dezelfde wet ten belope van de bedragen voor hun hoofdsom,
teresten en andere kosten. § 3. Ten minste zeventig procent van de middelen van het Kringloopfonds zullen moeten worden geïnvesteerd
de sociale en duurzame economie. Art. 93.De leden van de raad van bestuur van het Kringloopfonds worden benoemd door de algemene vergadering uit kandidaten voorgedragen door de minister tot wiens bevoegdheid de Sociale Economie behoort, de minister tot wiens bevoegdheid de Duurzame Ontwikkeling behoort en de minister tot wiens bevoegdheid de Financiën behoort. Art. 94.Een tussen de Staat en het Kringloopfonds gesloten beheerscontract bepaalt de nadere voorwaarden waaronder de vennootschap haar opdracht uitvoert. De bewoordingen van dit contract alsook van iedere wijziging worden goedgekeurd door de minister tot wiens bevoegdheid de Sociale Economie behoort en de minister tot wiens bevoegdheid de Duurzame Ontwikkeling behoort. Dit beheerscontract wordt onmiddellijk na de ondertekening ter kennis gebracht van de Kamer van volksvertegenwoordigers. Art. 95.De obligaties op naam uitgegeven door het Kringloopfonds krijgen een gewaarborgde vergoeding die niet lager is dan de rentevoet van de lineaire obligaties (OLO) met een termijn van vijf jaar, bekendgemaakt zeven dagen voor de uitgiftedatum. Art. 96.Het uitgeven van obligaties op naam door het Kringloopfonds moet gepaard gaan met een clausule die het Kringloopfonds toelaat de
geschreven obligaties af te kopen als de houder ervan sterft vóór de vervaldag van de termijn van de terugbetaling.
dit geval gebeurt de afkoop via de betaling van het nominale bedrag van de obligatie verhoogd met de conventionele rente die op basis van de resterende termijn tot de afloop van de terugbetaling is gekapitaliseerd. Art. 97.§ 1. Het Kringloopfonds staat onder het toezicht van de minister tot wiens bevoegdheid de Sociale Economie behoort, onverminderd de bevoegdheden van de Minister van Financiën en de minister bevoegd voor de Federale
vesteringsmaatschappij
de materies die hen betreffen. Dit toezicht wordt uitgevoerd door een regeringscommissaris die op de naleving van de wet, de statuten en het beheerscontract toeziet. § 2. De regeringscommissaris wordt, na advies van de minister tot wiens bevoegdheid de Duurzame Ontwikkeling behoort, door de Koning benoemd en ontslagen op voorstel van de minister tot wiens bevoegdheid de Sociale Economie behoort. De regeringscommissaris brengt aan de
§ 1bedoelde ministers verslag uit.
§ 3. De regeringscommissaris wordt op alle vergaderingen van de bestuursorganen van het Kringloopfonds uitgenodigd, waarin hij met raadgevende stem zetelt. Op elk moment kan hij, zonder verplaatsing, kennis nemen van alle boeken en documenten van de vennootschap. Hij kan alle
lichtingen aan haar beheerders, agenten en beambten vragen en kan ook alle verificaties uitvoeren die hij noodzakelijk acht. Elk trimester geeft de raad van bestuur hem een stand van het vermogen opgemaakt volgens het schema van de balans en de resultatenrekeningen. § 4. De regeringscommissaris kan elke beslissing van de bestuursorganen van het Fonds die volgens hem
strijd is met de wet, de statuten of het beheerscontract schorsen en voorleggen aan de minister tot wiens bevoegdheid de Sociale Economie behoort. Hiervoor beschikt hij over een termijn van vier volle dagen vanaf de datum van de vergadering waarop de beslissing werd genomen voor zover hij er regelmatig voor opgeroepen is geweest en,
dien dit niet het geval is, vanaf de dag waarop hij er kennis van heeft genomen. De beslissing kan slechts worden uitgevoerd
dien de betrokken minister er zich binnen acht volle dagen, te rekenen vanaf het einde van de schorsingstermijn, niet tegen verzet heeft. § 5. De regeringscommissaris zal vóór 31 maart van elk jaar een rapport opmaken ten behoeve van de federale regering waarin hij verslag uitbrengt over de aanwending en de verdeling van de middelen van het Kringloopfonds
het afgelopen kalenderjaar, waarbij
het bijzonder aandacht wordt besteed aan de vraag van het publiek naar dergelijke ethische beleggingen, de noden van de sector van de sociale economie aan financiële middelen en de kwaliteit van de projecten
de sociale economie die aan het Kringloopfonds zijn voorgelegd. Art. 98.De controle van de financiële toestand van het Kringloopfonds, van haar jaarrekeningen en van de regelmatigheid ten opzichte van de wet en de statuten wordt toevertrouwd aan één of meerdere commissarissen-revisor aangesteld door de algemene vergadering. Art. 99.De minister tot wiens bevoegdheid de Sociale Economie behoort, kan het bestuursorgaan van het Kringloopfonds vragen te beraadslagen over alle materies die hij vaststelt en dit binnen de termijn die hij bepaalt. HOOFDSTUK XII. - Wijziging van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten - Sociale voorkeuren
overheidsopdrachten Art. 100.Artikel 5 van de wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, wordt aangevuld met het volgend lid : « Een overheidsopdracht kan meerdere voorwerpen hebben die tezelfdertijd betrekking kunnen hebben op werken, leveringen en diensten. » Art. 101.
artikel 16 van dezelfde wet worden de woorden « De gunningscriteria moeten betrekking hebben op het onderwerp van de opdracht, bijvoorbeeld de kwaliteit van de producten of prestaties, de prijs, de technische waarde, het esthetisch en functioneel karakter, de milieukenmerken, sociale en ethische overwegingen, de kosten van het gebruik, de rentabiliteit, de dienst na-verkoop et de technische bijstand, de leveringsdatum en de termijn van levering of uitvoering. »
gevoegd tussen de woorden «
de aankondiging van de opdracht. » en de woorden « Behalve wanneer het bestek hierover anders beschikt ». Art. 102.
dezelfde wet wordt een artikel 18bis
gevoegd, luidende : « Art. 18bis.- § 1. Een aanbestedende overheid kan, overeenkomstig de beginselen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, uitvoeringsvoorwaarden
zake overheidsopdrachten opleggen die het mogelijk maken rekening te houden met sociale en ethische doelstellingen, alsook uitvoeringsvoorwaarden
zake de verplichting tot het verstrekken van opleidingen aan werklozen en jongeren of rekening te houden met de verplichting tot het naleven,
hoofdzaak, van de bepalingen van de basisconventies van de
ternationale Arbeidsorganisatie,
de veronderstelling dat die niet reeds worden toegepast
het land van oorsprong van de kandidaat of
schrijver. § 2. Een aanbestedende overheid kan de deelname aan een gunningsprocedure van een overheidsopdracht die niet onderworpen is aan verplichtingen die voortvloeien uit de Europese richtlijnen of uit een
ternationale akte
zake overheidsopdrachten voorbehouden aan beschutte werkplaatsen of sociale
schakelingsondernemingen, overeenkomstig de beginselen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap. Met beschutte werkplaats wordt bedoeld : de onderneming waarvan de meeste werknemers, omwille van de aard of de ernst van hun handicap, geen beroepsactiviteiten kunnen uitoefenen
normale omstandigheden. Met sociale
schakelingsonderneming wordt bedoeld : de onderneming die voldoet aan de voorwaarden van artikel 59 van de wet van 26 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/1999 pub. 01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen type wet prom. 26/03/1999 pub. 02/12/2016 numac 2016000723 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 26/03/1999 pub. 24/09/2012 numac 2012000581 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits van uittreksels sluiten betreffende het Belgische actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen, of die aan gelijkaardige voorwaarden voldoet
het land van oorsprong van de kandidaat of
schrijver. » Art. 103.
artikel 41 van dezelfde wet worden de woorden « 18 en 19 » vervangen door de woorden « 18, 18bis en 19 ». TITEL V. - Financiën HOOFDSTUK I. - Wijziging van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992 ter bevordering van de opvang van kinderen van minder dan 3 jaar Art. 104.
titel II, hoofdstuk II, afdeling IV, onderafdeling III, van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992, wordt een artikel 52bis
gevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 52bis.- De sommen die een belastingplichtige, die
artikel 23, § 1, 1° en 2°, vermelde winst of baten verkrijgt, werkelijk heeft betaald ten gunste van een collectieve voorziening voor kinderdagopvang, worden onder de volgende voorwaarden als beroepskosten aangemerkt : 1° de opvangvoorziening is erkend of gesubsidieerd door of staat onder toezicht van Kind en Gezin, het Office de la naissance et de l'enfance of de Executieve van de Duitstalige Gemeenschap;2° de sommen zijn rechtstreeks of door tussenkomst van de
1° vermelde bevoegde
stelling aan de opvangvoorziening gestort overeenkomstig de toepasselijke reglementering van de betreffende gemeenschap;3° de sommen worden door de opvangvoorziening gebruikt om werkingskosten en uitgaven voor
frastructuur of voor uitrusting te financieren die nodig zijn voor het creëren, vanaf 1 januari 2003, van opvangplaatsen voor kinderen van minder dan drie jaar, die voldoen aan de door de betreffende gemeenschap gestelde voorwaarden, of voor het behoud van de aldus gecreëerde plaatsen;4° de sommen mogen niet worden gebruikt voor de betaling van de normale tussenkomst van de ouders voor de oppas van hun kinderen; 5° de sommen die als beroepskosten
aanmerking kunnen worden genomen, mogen per belastbaar tijdperk niet meer bedragen dan 5.250 EUR per
3° vermelde opvangplaats; 6° de bevoegde
stelling verstrekt jaarlijks per opvangvoorziening aan de belastingplichtige die de sommen heeft gestort, een document waarin ze verklaart dat aan de voorwaarden vermeld
dit artikel is voldaan en waarin ze zowel het bedrag dat is gebruikt voor het creëren of behouden van
3° vermelde opvangplaatsen, als het aantal desbetreffende plaatsen opgeeft.» Art. 105.Dit hoofdstuk is van toepassing op de sommen die werkelijk werden betaald vanaf 1 januari 2003. HOOFDSTUK II. -
vesteringen
beveiliging Art. 106.Artikel 69, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992, vervangen bij de wet van 28 juli 1992 en gewijzigd bij de wet van 20 december 1995, wordt vervangen als volgt : « 2° het basispercentage wordt verhoogd met 10 percentpunten met betrekking tot :
- a)de octrooien;
- b)de vaste activa die worden gebruikt ter bevordering van het onderzoek en de ontwikkeling van nieuwe producten en toekomstgerichte technologieën die geen effect hebben op het leefmilieu of die beogen het negatieve effect op het leefmilieu zoveel mogelijk te beperken;
- c)de vaste activa die dienen voor een rationeler energieverbruik, voor de verbetering van de
dustriële processen uit energetische overwegingen en,
het bijzonder, voor de terugwinning van energie
de
dustrie;d) de materiële vaste activa die dienen voor een beveiliging van de beroepslokalen en waarvan de
stallatie werd aanbevolen en goedgekeurd door de ambtenaar belast met de adviezen
zake techno-preventie
de politiezone waar die activa worden gebruikt.» Art. 107.Artikel 201 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 28 juli 1992 en gewijzigd bij de wet van 4 mei 1999 en bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen type wet prom. 24/12/1999 pub. 27/01/2000 numac 2000012029 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet ter bevordering van de werkgelegenheid sluiten1, wordt aangevuld met een vijfde lid, dat luidt als volgt : «
het
artikel 69, § 1, eerste lid, 2°, d, vermelde geval is de
vesteringsaftrek slechts van toepassing met betrekking tot de
het eerste lid, 1°, vermelde binnenlandse vennootschappen. » Art. 108.De artikelen 106 en 107 treden
werking vanaf aanslagjaar
- Art. 109.Elke wijziging die vanaf 29 januari 2003 aan de datum van afsluiting van de jaarrekening wordt aangebracht, is zonder uitwerking voor de toepassing van de artikelen 106 en
- HOOFDSTUK III. - Fiscaal voordeel Maatregelen
het kader van het grootstedenbeleid Art. 110.A.
titel II, hoofdstuk III, afdeling I, van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992, wordt een onderafdeling IIsexies
gevoegd, dat luidt als volgt : « Onderafdeling IIsexies. - Vermindering voor uitgaven voor vernieuwing van woningen gelegen
een zone voor positief grootstedelijk beleid Art. 14525.- Er wordt een belastingvermindering verleend voor de uitgaven die tijdens het belastbare tijdperk werkelijk zijn betaald voor de vernieuwing van een woning gelegen
een zone voor positief grootstedelijk beleid en waarvan de belastingplichtige eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker is. Een zone voor positief grootstedelijk beleid is een gemeente of een afgebakend deel van een gemeente waar het woon- en leefklimaat moet worden verbeterd door specifieke maatregelen. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad, op basis van een wetenschappelijke studie, de zones voor positief grootstedelijk beleid voor een periode van 6 kalenderjaren. Een hernieuwing van de periode is mogelijk na een nieuwe wetenschappelijke studie. De belastingvermindering wordt verleend onder de volgende voorwaarden : 1° op het ogenblik van de uitvoering van de werken is die woning de enige woning van de belastingplichtige;2° de woning is op het ogenblik van de aanvang van de werken sedert ten minste vijftien jaar
gebruik genomen; 3° de totale kostprijs van de werken,
clusief de belasting over de toegevoegde waarde, bedraagt ten minste 2.500 EUR; 4° de dienstverrichtingen met betrekking tot die werken worden verricht door een persoon die op het ogenblik van het sluiten van het aannemingscontract als aannemer is geregistreerd overeenkomstig artikel 401. De belastingvermindering is niet van toepassing op uitgaven die : a)
aanmerking komen voor de bepaling van de verantwoorde beroepskosten;b) recht geven op de
artikel 69 vermelde
vesteringsaftrek;c)
aanmerking komen voor de toepassing van artikel 104, 8°, of 14524. De belastingvermindering is gelijk aan 15 pct. van de werkelijk gedane uitgaven. Het totaal van de belastingvermindering mag per belastbaar tijdperk niet meer dan 500 EUR per woning bedragen. Wanneer een aanslag wordt gevestigd overeenkomstig artikel 126, §§ 1 en 2, wordt de belastingvermindering evenredig omgedeeld
functie van het aandeel van elk der echtgenoten
het kadastraal
komen van de woning waaraan de werken zijn uitgevoerd. De Koning bepaalt de aard van de
het tweede lid, 4°, bedoelde dienstverrichtingen en de toepassingsmodaliteiten van de vermindering. » B.
hetzelfde artikel 14525, zevende lid, worden de woorden « Wanneer een aanslag wordt gevestigd overeenkomstig artikel 126, §§ 1 en 2, » vervangen door de woorden « Bij een gemeenschappelijke aanslag ». Art. 111.Artikel 494 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd door het koninklijk besluit van 20 juli 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/1999 pub. 31/12/1999 numac 1999024144 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende sociale en diverse bepalingen type wet prom. 24/12/1999 pub. 27/01/2000 numac 2000012029 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet ter bevordering van de werkgelegenheid sluiten1, wordt aangevuld met een § 6, dat luidt als volgt : « § 6.
afwijking van § 5 hebben, voor de toepassing van dit Wetboek, de bepalingen van titel VI, hoofdstuk I, afdeling II, uitgezonderd, de uit een herschatting voortspruitende verhoging van de kadastrale
komens slechts uitwerking vanaf de eerste dag van het zesde jaar dat volgt op het feit waarvan de aangifte bij artikel 473 is voorgeschreven. Het eerste lid geldt enkel voor de
§ 1
, 2° en 3°, vermelde herschattingen die betrekking hebben op onroerende goederen die volledig zijn gelegen
een zone voor positief grootstedelijk beleid
de zin van artikel 14525. Aan de periode van 6 jaar komt een einde bij de eerstvolgende algemene perequatie. » Art. 112.Artikel 110, A, treedt
werking vanaf aanslagjaar 2004. Artikel 111 heeft uitwerking met
gang van 1 januari 2003. Artikel 110, B, treedt
werking vanaf aanslagjaar 2005. HOOFDSTUK IV. - Belastingvermindering voor de verwerving van obligaties uitgegeven door het Kringloopfonds Art. 113.
titel II, hoofdstuk III, afdeling I, van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992, wordt een onderafdeling IIsepties
gevoegd, die luidt als volgt : « Onderafdeling IIsepties. - Vermindering voor de verwerving van obligaties uitgegeven door het Kringloopfonds - Terugname van de vermindering Art. 14526.- § 1.
geval van
schrijving op obligaties met een looptijd van 60 maanden die door het Kringloopfonds op naam worden uitgegeven, wordt een belastingvermindering verleend voor de sommen die tijdens het belastbare tijdperk zijn gestort voor de verwerving ervan. De belastingvermindering wordt verleend onder de volgende voorwaarden en modaliteiten : 1° de obligaties moeten, behalve bij overlijden, gedurende de volledige periode
het bezit blijven van de
schrijver;2° bij vervreemding binnen de periode van 60 maanden heeft de nieuwe bezitter geen recht op de belastingvermindering;3° bij overlijden van de
schrijver betaalt het Kringloopfonds aan de rechtverkrijgenden het volledig bedrag van de obligaties uit, met
begrip van het evenredig deel van de verlopen, maar nog niet uitgekeerde
teresten.De voorheen verkregen belastingvermindering blijft behouden; 4° de
schrijver legt tot staving van zijn aangifte
de personenbelasting het
§ 3vermelde document over.
De belastingvermindering is gelijk aan 5 pct. van de werkelijk gedane betalingen. Het totaal van de belastingvermindering mag per belastbaar tijdperk niet meer dan 210 EUR bedragen. Elke echtgenoot heeft recht op de vermindering
dien de obligaties op zijn persoonlijke naam zijn uitgegeven. § 2. Wanneer de
§ 1
, tweede lid, 1°, gestelde voorwaarde niet is nageleefd
een van de jaren volgend op het jaar van storting, omdat de
schrijver de obligaties uitgegeven door het Kringloopfonds heeft vervreemd binnen 60 maanden na de verwerving ervan, wordt de belasting met betrekking tot de
komsten van dat jaar vermeerderd met een bedrag dat gelijk is aan zoveel maal één zestigste van de overeenkomstig § 1 werkelijk verkregen belastingvermindering, als er volle maanden overblijven tot het einde van de periode van 60 maanden. § 3. Het Kringloopfonds stelt jaarlijks, vóór 31 maart van het aanslagjaar, een document op en zendt een exemplaar aan de
schrijver en een ander aan de belastingsdienst waarvan hij afhangt, met daarin : - voor het jaar van verwerving : de bedragen die recht geven op de vermindering en het bedrag van de toe te passen vermindering, alsmede de bevestiging dat de obligaties op 31 december van het betreffende jaar nog steeds
het bezit zijn van de
schrijver; - voor het jaar van overlijden van de
schrijver : het bedrag dat aan de rechtverkrijgenden is uitgekeerd
gevolge de verplichte uitbetaling, en het bedrag van het evenredig deel van de verlopen, maar nog niet uitgekeerde
teresten; - voor het jaar waarin de termijn van 60 maanden verstrijkt : naargelang het geval, de bevestiging dat de obligaties ofwel
het bezit zijn gebleven van de
schrijver tot het einde van de termijn, ofwel zijn vervreemd vóór het verstrijken van de termijn met opgave van de nog niet verlopen maanden die
aanmerking komen voor de berekening van de terugname van de vermindering; - voor het jaar van vervreemding : het aantal nog niet verlopen maanden die
aanmerking komen voor de berekening van de terugname van de vermindering. » HOOFDSTUK V. - Collectieve beslissing over massaal bezwaarschrift Art. 114.
titel VII, hoofdstuk VI, afdeling I van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992, wordt een artikel 376bis
gevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 376bis.- De Minister van Financiën of zijn gedelegeerde kan, met één enkele met redenen omklede beslissing, een geheel van administratieve beroepen afwijzen die uitsluitend steunen op een bezwaar voortvloeiend uit de ongrondwettelijkheid van een bepaling van dit Wetboek, wanneer het Arbitragehof, gevat door hetzelfde bezwaar, het vernietigingsberoep tegen de aangevochten bepaling heeft verworpen of een prejudicieel arrest heeft geveld die de geldigheid van deze bepaling heeft vastgesteld. De beslissing wordt bekendgemaakt
het Belgisch Staatsblad . De publicatie geldt als betekening van de beslissing.Deze beslissing is onherroepelijk behalve tegenover hem die een rechtsvordering
stelt voor de rechtbank van eerste aanleg binnen de termijn vastgesteld door artikel 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek. » HOOFDSTUK VI. - Wijziging van het Wetboek van de met
komstenbelastingen gelijkgestelde belastingen Art. 115.
artikel 2, eerste lid, van het Wetboek van de met de
komstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, vervangen door het koninklijk besluit van 29 maart 1994 en gewijzigd door de wetten van 22 december 1998 en 4 mei 1999, worden de woorden « 366 tot 378 » vervangen door de woorden « 366 tot 379 ». HOOFDSTUK VII. - Belastingvermindering voor de verwe