📄 Wettekst
25 APRIL 2014. - Decreet betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning (1)
Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt : Decreet betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning Hoofdstuk 1. - Algemene bepaling Artikel 1.Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.
Hoofdstuk 2. - Wijzigingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 Art. 2.In artikel 1.1.2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, gewijzigd bij het
decreet van 11 mei 2012Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
11/05/2012
pub.
06/06/2012
numac
2012035590
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en wijziging van de regelgeving wat de opheffing van het agentschap Ruimtelijke Ordening betreft
sluiten, wordt punt 12° opgeheven. Art. 3.In titel I, hoofdstuk IV, van dezelfde codex, gewijzigd bij het
decreet van 16 juli 2010Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
16/07/2010
pub.
09/08/2010
numac
2010035575
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende aanpassing van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en van het decreet van 10 maart 2006 houdende decretale aanpassingen inzake ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed als gevolg van het bestuurlijk beleid
type
decreet
prom.
16/07/2010
pub.
09/08/2010
numac
2010035569
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende instemming met het verdrag ter bescherming van het cultureel erfgoed onder water, aangenomen in Parijs op 2 november 2001
sluiten, worden in het opschrift van afdeling 1 de woorden "stedenbouwkundige inspecteurs en" opgeheven. Art. 4.Artikel 1.4.3 van dezelfde codex wordt vervangen door wat volgt : "Art. 1.4.3. De Vlaamse Regering bepaalt de aanstellingsprocedure van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaren, belast met taken inzake lokale ruimtelijke planning en vergunningverlening.
De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden waaraan personen moeten voldoen om als gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar te kunnen worden aangesteld.". Art. 5.Aan titel I, hoofdstuk IV, van dezelfde codex, gewijzigd bij het
decreet van 16 juli 2010Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
16/07/2010
pub.
09/08/2010
numac
2010035575
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende aanpassing van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en van het decreet van 10 maart 2006 houdende decretale aanpassingen inzake ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed als gevolg van het bestuurlijk beleid
type
decreet
prom.
16/07/2010
pub.
09/08/2010
numac
2010035569
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende instemming met het verdrag ter bescherming van het cultureel erfgoed onder water, aangenomen in Parijs op 2 november 2001
sluiten, wordt een afdeling 4 toegevoegd, die luidt als volgt : "Afdeling 4. - De gewestelijke beboetingsambtenaren en de gewestelijke en gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteurs" Art. 6.In dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 5 juli 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/02/1939
pub.
15/10/1998
numac
1998000328
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet op de bescherming van de titel en van het beroep van architect . - Duitse vertaling
sluiten1, wordt aan afdeling 4, toegevoegd bij artikel 5, een artikel 1.4.9 toegevoegd, dat luidt als volgt : "Art. 1.4.9. De Vlaamse Regering kan voorwaarden bepalen waaraan personen moeten voldoen om als respectievelijk gewestelijke beboetingsambtenaar, gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur of gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur als vermeld in artikel 6.1.1, 1°, 2° en 3°, te kunnen worden aangesteld.
Alleen gewestelijke ambtenaren kunnen worden aangesteld als gewestelijke beboetingsambtenaar of gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur. Voor de aanstelling van de gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur, kan het college van burgemeester en schepenen een beroep doen op eigen personeel of op personeel van een intergemeentelijk samenwerkingsverband.". Art. 7.In artikel 5.2.1, § 1, van dezelfde codex, gewijzigd bij het
decreet van 16 juli 2010Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
16/07/2010
pub.
09/08/2010
numac
2010035575
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende aanpassing van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en van het decreet van 10 maart 2006 houdende decretale aanpassingen inzake ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed als gevolg van het bestuurlijk beleid
type
decreet
prom.
16/07/2010
pub.
09/08/2010
numac
2010035569
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende instemming met het verdrag ter bescherming van het cultureel erfgoed onder water, aangenomen in Parijs op 2 november 2001
sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid wordt punt 3° vervangen door wat volgt : "3° of het onroerend goed het voorwerp uitmaakt van een maatregel als vermeld in titel VI, hoofdstuk III en IV, dan wel of een procedure voor het opleggen van een dergelijke maatregel hangende is;"; 2° het vierde lid wordt opgeheven; 3° in het vijfde lid wordt de zinsnede "6.1.1, eerste lid, 4° " vervangen door de zinsnede "6.2.2, eerste lid, 4° " en wordt de zinsnede "6.3.1" vervangen door de zinsnede "6.6.2". Art. 8.In artikel 5.2.5, eerste lid, van dezelfde codex wordt de zinsnede "de dagvaardingen die met betrekking tot het goed werden uitgebracht overeenkomstig artikel 6.1.1 of artikel 6.1.41 tot en met 6.1.43 alsook iedere in de zaak gewezen beslissing" vervangen door de zinsnede "de maatregelen, vermeld in titel VI, hoofdstuk III en IV, die werden opgelegd met betrekking tot het goed of de hangende procedures die strekken tot het opleggen van dergelijke maatregelen". Art. 9.In artikel 5.2.6, eerste lid, van dezelfde codex wordt punt 3° vervangen door wat volgt : "3° of het onroerend goed het voorwerp uitmaakt van een maatregel als vermeld in titel VI, hoofdstuk III en IV, dan wel of een procedure voor het opleggen van een dergelijke maatregel hangende is;". Art. 10.In artikel 5.4.3 van dezelfde codex worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 2, tweede lid, 3°, wordt de zinsnede ", vermeld in artikel 6.1.1" vervangen door de zinsnede "of een inbreuk als vermeld in artikel 6.2.1 en 6.2.2."; 2° in paragraaf 3, tweede lid, wordt punt 1° vervangen door wat volgt : "1° wordt het strijdige gebruik van het weekendverblijf niet beschouwd als een schending van deze codex;"; 3° in paragraaf 3, tweede lid, 2°, wordt de zinsnede "op grond van de artikelen 6.1.1 en 6.1.41 tot en met 6.1.43" opgeheven. Art. 11.In artikel 5.6.3, § 2, 2°, van dezelfde codex wordt de zinsnede "6.1.56" vervangen door de zinsnede "6.5.1.". Art. 12.In dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 5 juli 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/02/1939
pub.
15/10/1998
numac
1998000328
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet op de bescherming van de titel en van het beroep van architect . - Duitse vertaling
sluiten1, wordt het opschrift van titel VI vervangen door wat volgt : "TITEL VI. - Handhaving" Art. 13.In titel VI van dezelfde codex, gewijzigd bij het
decreet van 16 juli 2010Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
16/07/2010
pub.
09/08/2010
numac
2010035575
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende aanpassing van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en van het decreet van 10 maart 2006 houdende decretale aanpassingen inzake ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed als gevolg van het bestuurlijk beleid
type
decreet
prom.
16/07/2010
pub.
09/08/2010
numac
2010035569
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende instemming met het verdrag ter bescherming van het cultureel erfgoed onder water, aangenomen in Parijs op 2 november 2001
sluiten en 11 mei 2012, wordt het opschrift van hoofdstuk I vervangen door wat volgt : "Hoofdstuk I. - Inleidende bepalingen" Art. 14.In titel VI, hoofdstuk I, van dezelfde codex, gewijzigd bij het
decreet van 16 juli 2010Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
16/07/2010
pub.
09/08/2010
numac
2010035575
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende aanpassing van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en van het decreet van 10 maart 2006 houdende decretale aanpassingen inzake ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed als gevolg van het bestuurlijk beleid
type
decreet
prom.
16/07/2010
pub.
09/08/2010
numac
2010035569
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende instemming met het verdrag ter bescherming van het cultureel erfgoed onder water, aangenomen in Parijs op 2 november 2001
sluiten en 11 mei 2012, wordt het opschrift van afdeling 1 vervangen door wat volgt : "Afdeling 1. - Definities" Art. 15.Artikel 6.1.1 van dezelfde codex, gewijzigd bij het
decreet van 16 juli 2010Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
16/07/2010
pub.
09/08/2010
numac
2010035575
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende aanpassing van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en van het decreet van 10 maart 2006 houdende decretale aanpassingen inzake ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed als gevolg van het bestuurlijk beleid
type
decreet
prom.
16/07/2010
pub.
09/08/2010
numac
2010035569
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende instemming met het verdrag ter bescherming van het cultureel erfgoed onder water, aangenomen in Parijs op 2 november 2001
sluiten, wordt vervangen door wat volgt : "Art. 6.1.1. In deze titel wordt verstaan onder : 1° gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur : de stedenbouwkundige inspecteur, bevoegd voor het grondgebied van een of meer gemeenten, die het college of de colleges van burgemeester en schepenen van de gemeente of de gemeenten in kwestie daarvoor hebben aangesteld;2° gewestelijke beboetingsambtenaar : de beboetingsambtenaar, bevoegd voor het geheel of onderdelen van het grondgebied van het Vlaamse Gewest, die de Vlaamse Regering daarvoor heeft aangesteld;3° gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur : de stedenbouwkundige inspecteur, bevoegd voor het geheel of onderdelen van het grondgebied van het Vlaamse Gewest, die de Vlaamse Regering daarvoor heeft aangesteld; 4° Handhavingscollege : het administratief rechtscollege, vermeld in artikel 16.4.19 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid; 5° openruimtegebied : hetzij de landelijke en recreatiegebieden, aangewezen op plannen van aanleg, voor zover ze geen ruimtelijk kwetsbaar gebied uitmaken, hetzij de gebieden, aangewezen op ruimtelijke uitvoeringsplannen, die vallen onder een van de volgende categorieën : a) de categorie van gebiedsaanduiding `landbouw' of `recreatie';b) de subcategorie `gemengd openruimtegebied', voor zover het gebied geen onderdeel is van het Vlaams Ecologisch Netwerk;6° overtreder : de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die het stedenbouwkundige misdrijf of de stedenbouwkundige inbreuk heeft uitgevoerd, er opdracht toe heeft gegeven of er zijn medewerking aan heeft verleend; 7° Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu : de gewestelijke raad bedoeld in artikel 16.2.2 van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.". Art. 16.Artikel 6.1.2 van dezelfde codex wordt vervangen door wat volgt : "Art. 6.1.2. De toepassing van deze titel strekt tot vrijwaring van de goede ruimtelijke ordening, bedoeld in artikel 4.3.1, § 2, van deze codex.". Art. 17.In titel VI, hoofdstuk I, van dezelfde codex, gewijzigd bij het
decreet van 16 juli 2010Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
16/07/2010
pub.
09/08/2010
numac
2010035575
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende aanpassing van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en van het decreet van 10 maart 2006 houdende decretale aanpassingen inzake ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed als gevolg van het bestuurlijk beleid
type
decreet
prom.
16/07/2010
pub.
09/08/2010
numac
2010035569
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende instemming met het verdrag ter bescherming van het cultureel erfgoed onder water, aangenomen in Parijs op 2 november 2001
sluiten en 11 mei 2012, wordt onder artikel 6.1.2 een nieuwe afdeling 2 ingevoegd, die luidt als volgt : "Afdeling 2. - Handhavingsbeleid Ruimtelijke Ordening" Art. 18.Artikel 6.1.3 van dezelfde codex wordt vervangen door wat volgt : "Art. 6.1.3. § 1. Met inachtneming van de prerogatieven van de bevoegde overheden is de Vlaamse Regering belast met de coördinatie en de inhoudelijke invulling van het handhavingsbeleid inzake de ruimtelijke ordening.
De Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu coördineert de opmaak van een handhavingsprogramma Ruimtelijke Ordening. De raad verzoekt het departement om een ontwerp en wint vervolgens adviezen in bij de handhavingsinstanties die belast zijn met de handhaving van deze codex en van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en van titel V van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.
De Vlaamse Regering stelt het handhavingsprogramma Ruimtelijke Ordening vast op voorstel van de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu. Het vastgestelde handhavingsprogramma Ruimtelijke Ordening treedt pas in werking na de goedkeuring door het Vlaams Parlement en blijft gelden zolang het niet geheel of gedeeltelijk wordt herzien.
Het handhavingsprogramma Ruimtelijke Ordening omvat minstens de gewestelijke handhavingsprioriteiten en de gewestelijke beleidslijnen voor : 1° de vaststelling, aanmaning en vervolging van stedenbouwkundige misdrijven en inbreuken;2° het bestuurlijk sepot bij de beboeting van misdrijven en inbreuken;3° de keuze tussen het vorderen van gerechtelijk herstel en het opleggen van bestuurlijke maatregelen;4° de keuze tussen bestuursdwang en last onder dwangsom;5° de ambtshalve uitvoering van gerechtelijke uitspraken en bestuurlijke besluiten;6° de invordering van verbeurde dwangsommen;7° transparantie en communicatie;8° de inschrijving van wettelijke hypotheken;9° de prioriteiten in de ambtshalve uitvoering van gerechtelijke uitspraken waarvan de uitvoeringstermijn meer dan tien jaar is verstreken. Het kan ook aanbevelingen bevatten inzake de handhaving van de ruimtelijke ordening op gemeentelijk niveau en de samenwerking met en tussen de betrokken beleidsniveaus.
De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de inhoud, de opstelling en verspreiding van het handhavingsprogramma. § 2. Jaarlijks stelt de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu een handhavingsrapport Ruimtelijke Ordening op. Alle instanties die belast zijn met de handhaving van de ruimtelijke ordening, stellen, hetzij op eenvoudige vraag van de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu, hetzij uit eigen beweging, alle informatie waarover ze beschikken en die van nut kan zijn voor de opstelling van het handhavingsrapport, vrijwillig ter beschikking van de Vlaamse Hoge Handhavingsraad voor Ruimte en Milieu.
Het handhavingsrapport Ruimtelijke Ordening omvat minstens de volgende onderdelen : 1° een algemene evaluatie van het gewestelijke handhavingsbeleid dat in het afgelopen kalenderjaar is gevoerd;2° een specifieke evaluatie van de inzet van de afzonderlijke handhavingsinstrumenten;3° een overzicht van de gevallen waarin, binnen de gestelde termijn, geen uitspraak werd gedaan over de beroepen tegen besluiten houdende bestuurlijke maatregelen;4° een evaluatie van de beslissingspraktijk van de parketten inzake het al dan niet strafrechtelijk behandelen van een vastgesteld stedenbouwkundig misdrijf;5° een overzicht en vergelijking van het door de gemeenten gevoerde handhavingsbeleid;6° een inventaris van de inzichten die tijdens de handhaving werden opgedaan en die kunnen worden aangewend voor de verbetering van de regelgeving, beleidsvisies en beleidsuitvoering;7° aanbevelingen voor de verdere ontwikkeling van het handhavingsbeleid. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de inhoud, de opstelling en verspreiding van het handhavingsrapport.". Art. 19.In titel VI, hoofdstuk I, van dezelfde codex, gewijzigd bij het
decreet van 16 juli 2010Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
16/07/2010
pub.
09/08/2010
numac
2010035575
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende aanpassing van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en van het decreet van 10 maart 2006 houdende decretale aanpassingen inzake ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed als gevolg van het bestuurlijk beleid
type
decreet
prom.
16/07/2010
pub.
09/08/2010
numac
2010035569
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende instemming met het verdrag ter bescherming van het cultureel erfgoed onder water, aangenomen in Parijs op 2 november 2001
sluiten en 11 mei 2012, wordt afdeling 2, die bestaat uit artikel 6.1.4, opgeheven. Art. 20.In titel VI, hoofdstuk I, van dezelfde codex, gewijzigd bij het
decreet van 16 juli 2010Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
16/07/2010
pub.
09/08/2010
numac
2010035575
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende aanpassing van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en van het decreet van 10 maart 2006 houdende decretale aanpassingen inzake ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed als gevolg van het bestuurlijk beleid
type
decreet
prom.
16/07/2010
pub.
09/08/2010
numac
2010035569
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende instemming met het verdrag ter bescherming van het cultureel erfgoed onder water, aangenomen in Parijs op 2 november 2001
sluiten en 11 mei 2012, wordt afdeling 3, die bestaat uit artikel 6.1.5, opgeheven. Art. 21.In titel VI, hoofdstuk I, van dezelfde codex, gewijzigd bij het
decreet van 16 juli 2010Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
16/07/2010
pub.
09/08/2010
numac
2010035575
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende aanpassing van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en van het decreet van 10 maart 2006 houdende decretale aanpassingen inzake ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed als gevolg van het bestuurlijk beleid
type
decreet
prom.
16/07/2010
pub.
09/08/2010
numac
2010035569
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende instemming met het verdrag ter bescherming van het cultureel erfgoed onder water, aangenomen in Parijs op 2 november 2001
sluiten en 11 mei 2012, wordt afdeling 4, die bestaat uit artikel 6.1.6 tot en met 6.1.40, opgeheven. Art. 22.In titel VI, hoofdstuk I, van dezelfde codex, gewijzigd bij het
decreet van 16 juli 2010Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
16/07/2010
pub.
09/08/2010
numac
2010035575
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende aanpassing van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en van het decreet van 10 maart 2006 houdende decretale aanpassingen inzake ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed als gevolg van het bestuurlijk beleid
type
decreet
prom.
16/07/2010
pub.
09/08/2010
numac
2010035569
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende instemming met het verdrag ter bescherming van het cultureel erfgoed onder water, aangenomen in Parijs op 2 november 2001
sluiten en 11 mei 2012, wordt afdeling 5, die bestaat uit artikel 6.1.41 tot en met 6.1.44, opgeheven. Art. 23.In titel VI, hoofdstuk I, van dezelfde codex, gewijzigd bij het
decreet van 16 juli 2010Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
16/07/2010
pub.
09/08/2010
numac
2010035575
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende aanpassing van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en van het decreet van 10 maart 2006 houdende decretale aanpassingen inzake ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed als gevolg van het bestuurlijk beleid
type
decreet
prom.
16/07/2010
pub.
09/08/2010
numac
2010035569
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende instemming met het verdrag ter bescherming van het cultureel erfgoed onder water, aangenomen in Parijs op 2 november 2001
sluiten en 11 mei 2012, wordt afdeling 6, die bestaat uit artikel 6.1.45 en 6.1.46, opgeheven. Art. 24.In titel VI, hoofdstuk I, van dezelfde codex, gewijzigd bij het
decreet van 16 juli 2010Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
16/07/2010
pub.
09/08/2010
numac
2010035575
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende aanpassing van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en van het decreet van 10 maart 2006 houdende decretale aanpassingen inzake ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed als gevolg van het bestuurlijk beleid
type
decreet
prom.
16/07/2010
pub.
09/08/2010
numac
2010035569
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende instemming met het verdrag ter bescherming van het cultureel erfgoed onder water, aangenomen in Parijs op 2 november 2001
sluiten en 11 mei 2012, wordt afdeling 7, die bestaat uit artikel 6.1.47 tot en met 6.1.50, opgeheven. Art. 25.In titel VI, hoofdstuk I, van dezelfde codex, gewijzigd bij het
decreet van 16 juli 2010Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
16/07/2010
pub.
09/08/2010
numac
2010035575
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende aanpassing van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en van het decreet van 10 maart 2006 houdende decretale aanpassingen inzake ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed als gevolg van het bestuurlijk beleid
type
decreet
prom.
16/07/2010
pub.
09/08/2010
numac
2010035569
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende instemming met het verdrag ter bescherming van het cultureel erfgoed onder water, aangenomen in Parijs op 2 november 2001
sluiten en 11 mei 2012, wordt afdeling 8, die bestaat uit artikel 6.1.51 tot en met 6.1.54, opgeheven. Art. 26.In titel VI, hoofdstuk I, van dezelfde codex, gewijzigd bij het
decreet van 16 juli 2010Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
16/07/2010
pub.
09/08/2010
numac
2010035575
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende aanpassing van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en van het decreet van 10 maart 2006 houdende decretale aanpassingen inzake ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed als gevolg van het bestuurlijk beleid
type
decreet
prom.
16/07/2010
pub.
09/08/2010
numac
2010035569
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende instemming met het verdrag ter bescherming van het cultureel erfgoed onder water, aangenomen in Parijs op 2 november 2001
sluiten en 11 mei 2012, wordt afdeling 10, die bestaat uit artikel 6.1.56, opgeheven. Art. 27.In titel VI, hoofdstuk I, van dezelfde codex, gewijzigd bij het
decreet van 16 juli 2010Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
16/07/2010
pub.
09/08/2010
numac
2010035575
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende aanpassing van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en van het decreet van 10 maart 2006 houdende decretale aanpassingen inzake ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed als gevolg van het bestuurlijk beleid
type
decreet
prom.
16/07/2010
pub.
09/08/2010
numac
2010035569
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende instemming met het verdrag ter bescherming van het cultureel erfgoed onder water, aangenomen in Parijs op 2 november 2001
sluiten en 11 mei 2012, wordt afdeling 11, die bestaat uit artikel 6.1.57 tot en met artikel 6.1.58, opgeheven. Art. 28.In titel VI van dezelfde codex, gewijzigd bij het
decreet van 16 juli 2010Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
16/07/2010
pub.
09/08/2010
numac
2010035575
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende aanpassing van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en van het decreet van 10 maart 2006 houdende decretale aanpassingen inzake ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed als gevolg van het bestuurlijk beleid
type
decreet
prom.
16/07/2010
pub.
09/08/2010
numac
2010035569
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende instemming met het verdrag ter bescherming van het cultureel erfgoed onder water, aangenomen in Parijs op 2 november 2001
sluiten en 11 mei 2012, wordt het opschrift van hoofdstuk II vervangen door wat volgt : "Hoofdstuk II. - Sancties" Art. 29.In titel VI, hoofdstuk II, van dezelfde codex wordt een afdeling 1 ingevoegd, die luidt als volgt : "Afdeling 1. - Stedenbouwkundige misdrijven en stedenbouwkundige inbreuken" Art. 30.Artikel 6.2.1 van dezelfde codex wordt vervangen door wat volgt : "Art. 6.2.1. De hierna volgende handelingen en omissies worden stedenbouwkundige misdrijven genoemd, en worden bestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot vijf jaar en met een geldboete van 26 euro tot 400.000 euro of met een van deze straffen alleen : 1° het uitvoeren of voortzetten van de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1 en artikel 4.2.15, hetzij zonder voorafgaande vergunning, hetzij in strijd met de vergunning, hetzij na verval, vernietiging of het verstrijken van de termijn van de vergunning, hetzij in geval van schorsing van de vergunning; 2° het uitvoeren of voortzetten van de handelingen in strijd met een ruimtelijk uitvoeringsplan als vermeld in artikel 2.2.1 tot en met 2.2.18, of met de stedenbouwkundige en verkavelingsverordeningen, vermeld in artikel 2.3.1 tot en met 2.3.3, tenzij de uitgevoerde handelingen vergund zijn of tenzij het gaat om de handelingen, vermeld in artikel 6.2.2, 6° ; 3° het voortzetten van de handelingen in strijd met het bevel tot staking, de bekrachtigingsbeslissing of, in voorkomend geval, de beschikking in kort geding; 4° het na 1 mei 2000 plegen of voortzetten van een schending, op welke wijze ook, van de plannen van aanleg en verordeningen die tot stand zijn gekomen volgens de bepalingen van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, en die van kracht blijven zolang en in de mate dat ze niet vervangen worden door nieuwe voorschriften, uitgevaardigd krachtens deze codex, tenzij de uitgevoerde werken, handelingen of wijzigingen vergund zijn of tenzij het gaat om de handelingen, vermeld in artikel 6.2.2, 6° ; 5° het uitvoeren of voortzetten van handelingen die een schending zijn op de bouw- en verkavelingsvergunningen die zijn verleend krachtens het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996; 6° het uitvoeren of voortzetten van handelingen aan niet-hoofdzakelijk vergunde constructies die niet het voorwerp hebben uitgemaakt van uitgevoerde herstelmaatregelen in de zin van artikel 6.6.1, § 2; 7° het als eigenaar toestaan of aanvaarden dat een van de misdrijven, vermeld in punt 1° tot en met 6°, worden gepleegd of voortgezet. De minimumstraffen zijn echter een gevangenisstraf van vijftien dagen en een geldboete van 2000 euro, of een van die straffen alleen, als de misdrijven, vermeld in het eerste lid, gepleegd worden door instrumenterende ambtenaren, vastgoedmakelaars en andere personen die in de uitoefening van hun beroep of activiteit onroerende goederen kopen, verkavelen, te koop of te huur zetten, verkopen of verhuren, bouwen of vaste of verplaatsbare inrichtingen ontwerpen en/of opstellen of personen die bij die verrichtingen als tussenpersonen optreden, bij de uitoefening van hun beroep.". Art. 31.Artikel 6.2.2 van dezelfde codex wordt vervangen door wat volgt : "Art. 6.2.2. De hierna volgende handelingen en omissies worden stedenbouwkundige inbreuken genoemd, en worden bestraft met een exclusieve bestuurlijke geldboete van maximaal 50.000 euro : 1° de instandhouding van de illegale gevolgen van de misdrijven, vermeld in artikel 6.2.1, eerste lid, voor zover die gevolgen zich situeren in kwetsbaar gebied; 2° het schenden van de verplichtingen, vermeld in artikel 6.3.6, § 2, tweede en vierde lid, en artikel 6.4.9, § 2, tweede en vierde lid; 3° het uitvoeren of voortzetten van de handelingen, vermeld in artikel 4.2.2 en 4.2.5, eerste lid, 3°, die voorafgaan aan de betekening van de meldingsakte, vermeld in artikel 112 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning; 4° het schenden van de informatieplicht, vermeld in artikel 5.2.1 tot en met 5.2.6; 5° het uitvoeren of voortzetten van handelingen zonder de controle van een architect als die controle verplicht is met toepassing van artikel 4 van de
wet van 20 februari 1939Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/02/1939
pub.
15/10/1998
numac
1998000328
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet op de bescherming van de titel en van het beroep van architect . - Duitse vertaling
sluiten op de bescherming van den titel en van het beroep van architect en de uitvoeringsbesluiten ervan; 6° het uitvoeren of voortzetten van de handelingen, vermeld in artikel 4.4.1, § 3, tweede lid, in strijd met bijzondere plannen van aanleg, gemeentelijke uitvoeringsplannen en verkavelingsvergunningen, voor zover die plannen of vergunningen, of de relevante delen ervan niet zijn opgenomen in een door de gemeenteraad vastgestelde lijst als vermeld in het voormelde artikel; 7° het als eigenaar toestaan of aanvaarden dat de inbreuken, vermeld in punt 1°, 3°, 5° en 6°, worden gepleegd of voortgezet.". Art. 32.Aan titel VI, hoofdstuk II, van dezelfde codex wordt een afdeling 2 toegevoegd, die luidt als volgt : "Afdeling 2. - Voorkomen en vaststellen van stedenbouwkundige misdrijven en inbreuken" Art. 33.In dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 5 juli 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/02/1939
pub.
15/10/1998
numac
1998000328
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet op de bescherming van de titel en van het beroep van architect . - Duitse vertaling
sluiten1, wordt aan afdeling 2, toegevoegd bij artikel 32, een onderafdeling 1 toegevoegd, die luidt als volgt : "Onderafdeling 1. - Raadgeving en aanmaning" Art. 34.In dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 5 juli 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/02/1939
pub.
15/10/1998
numac
1998000328
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet op de bescherming van de titel en van het beroep van architect . - Duitse vertaling
sluiten1, wordt aan onderafdeling 1, toegevoegd bij artikel 33, een artikel 6.2.3 toegevoegd, dat luidt als volgt : "Art. 6.2.3. § 1. Als bevoegde personen vaststellen dat een stedenbouwkundige inbreuk of een stedenbouwkundig misdrijf dreigt te worden gepleegd, kunnen ze alle raadgevingen geven die ze nuttig achten om dat te voorkomen.
Onder bevoegde personen als vermeld in het eerste lid wordt verstaan : de personen, vermeld in onderafdeling 2 en 3, de stedenbouwkundige inspecteur, de door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaren van het Vlaamse Gewest, en de door het college van burgemeester en schepenen aangewezen personeelsleden van de gemeente in kwestie. § 2. Als de bevoegde personen, vermeld in artikel 6.2.3, bij de uitoefening van hun respectieve opdrachten een stedenbouwkundige inbreuk of een stedenbouwkundig misdrijf vaststellen, kunnen ze de vermoedelijke overtreder en eventuele andere betrokkenen ertoe aanmanen om de nodige maatregelen te nemen om de inbreuk of het misdrijf te beëindigen, de gevolgen ervan geheel of gedeeltelijk ongedaan te maken of een herhaling ervan te voorkomen.
Als de adressant van de aanmaning, in voorkomend geval na rappel, nalaat om de gevraagde maatregelen te nemen binnen het daarvoor bepaalde tijdsbestek, geldt een aangifteplicht van het misdrijf of de inbreuk bij de gemeentelijke en gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur en bij de burgemeester.
De Vlaamse Regering kan de nadere regels bepalen ter uitvoering van deze onderafdeling.". Art. 35.In dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 5 juli 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/02/1939
pub.
15/10/1998
numac
1998000328
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet op de bescherming van de titel en van het beroep van architect . - Duitse vertaling
sluiten1, wordt aan afdeling 2, toegevoegd bij artikel 32, een onderafdeling 2 toegevoegd, die luidt als volgt : "Onderafdeling 2. - Vaststelling van stedenbouwkundige misdrijven" Art. 36.In dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 5 juli 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/02/1939
pub.
15/10/1998
numac
1998000328
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet op de bescherming van de titel en van het beroep van architect . - Duitse vertaling
sluiten1, wordt aan onderafdeling 2, toegevoegd bij artikel 35, een artikel 6.2.4 toegevoegd, dat luidt als volgt : "Art. 6.2.4. Onverminderd de bevoegdheden van de agenten en de officieren van gerechtelijke politie zijn de door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaren van het Vlaamse Gewest en de door het college van burgemeester en schepenen aangewezen personeelsleden van de gemeente of van intergemeentelijke samenwerkingsverbanden bevoegd om de misdrijven, omschreven in dit hoofdstuk, op te sporen en vast te stellen door een proces-verbaal. De processen-verbaal waarin de misdrijven, omschreven in dit hoofdstuk, worden vastgesteld, gelden tot bewijs van het tegendeel.
De Vlaamse Regering kan voorwaarden, die onder meer betrekking kunnen hebben op scholingsvereisten, bepalen waaraan de gewestelijke en gemeentelijke verbalisanten moeten voldoen.
De Vlaamse Regering wijst de gewestelijke ambtenaren aan die de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings, verkrijgen om misdrijven, omschreven in dit hoofdstuk, op te sporen en vast te stellen in een proces-verbaal.
De agenten, officieren van de gerechtelijke politie, ambtenaren en personeelsleden, vermeld in het eerste lid, hebben toegang tot de bouwplaats en de gebouwen om alle nodige opsporingen en vaststellingen te verrichten.
Als deze verrichtingen de kenmerken van een huiszoeking dragen, mogen ze alleen worden uitgevoerd op voorwaarde dat de politierechter daarvoor een machtiging heeft verstrekt.
Een afschrift van het proces-verbaal wordt altijd gericht aan de vermoedelijke overtreders, de gewestelijke beboetingsambtenaar, de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur en de gemeente van het grondgebied waarop die handelingen werden gesteld. Als in het proces-verbaal feiten worden vastgesteld die milieu-inbreuken of milieumisdrijven uitmaken wegens schending van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en van titel V van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid of de uitvoeringsbesluiten ervan, wordt een afschrift bezorgd aan de gewestelijke overheden, belast met de handhaving van die inbreuken of misdrijven. De Vlaamse Regering kan nader bepalen welke van deze gewestelijke overheden al dan niet een afschrift moeten ontvangen.
De Vlaamse Regering kan de aanwijzingsbevoegdheid, vermeld in het eerste en derde lid, delegeren.". Art. 37.In dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 5 juli 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/02/1939
pub.
15/10/1998
numac
1998000328
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet op de bescherming van de titel en van het beroep van architect . - Duitse vertaling
sluiten1, wordt aan afdeling 2, toegevoegd bij artikel 32, een onderafdeling 3 toegevoegd, die luidt als volgt : "Onderafdeling 3. - Vaststelling van stedenbouwkundige inbreuken" Art. 38.In dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 5 juli 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/02/1939
pub.
15/10/1998
numac
1998000328
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet op de bescherming van de titel en van het beroep van architect . - Duitse vertaling
sluiten1, wordt aan onderafdeling 3, toegevoegd bij artikel 37, een artikel 6.2.5 toegevoegd, dat luidt als volgt : "Art. 6.2.5. De verbalisanten, vermeld in artikel 6.2.4, kunnen bij de vaststelling van een stedenbouwkundige inbreuk zonder samenloop met een stedenbouwkundig misdrijf, een verslag van vaststelling opstellen dat ze onmiddellijk bezorgen aan de gewestelijke beboetingsambtenaar.
Artikel 6.2.4, vierde en vijfde lid, zijn van overeenkomstige toepassing. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen met betrekking tot de vorm van het verslag van vaststelling.
Een afschrift van het verslag van vaststelling wordt altijd gericht aan de vermoedelijke overtreders, de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur en de gemeente van het grondgebied waarop die handelingen werden uitgevoerd of waar dat gebruik plaatsvond. Als in het verslag van vaststelling feiten worden vastgesteld die milieu-inbreuken uitmaken wegens schending van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en van titel V van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid of de uitvoeringsbesluiten ervan, wordt een afschrift bezorgd aan de gewestelijke overheden, belast met de handhaving van die inbreuken. De Vlaamse Regering kan nader bepalen welke van deze gewestelijke overheden al dan niet een afschrift moeten ontvangen.
Als in samenhang met de stedenbouwkundige inbreuk tegelijkertijd een stedenbouwkundig misdrijf wordt vastgesteld, dan wordt de vaststelling van de stedenbouwkundige inbreuk opgenomen in het proces-verbaal, vermeld in artikel 6.2.4.". Art. 39.Aan titel VI, hoofdstuk II, van dezelfde codex wordt een afdeling 3 toegevoegd, die luidt als volgt : "Afdeling 3. - Het opleggen van een bestuurlijke geldboete" Art. 40.In dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 5 juli 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/02/1939
pub.
15/10/1998
numac
1998000328
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet op de bescherming van de titel en van het beroep van architect . - Duitse vertaling
sluiten1, wordt aan afdeling 3, toegevoegd bij artikel 39, een onderafdeling 1 toegevoegd, die luidt als volgt : "Onderafdeling 1. - Basisbepalingen" Art. 41.In dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 5 juli 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/02/1939
pub.
15/10/1998
numac
1998000328
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet op de bescherming van de titel en van het beroep van architect . - Duitse vertaling
sluiten1, wordt aan onderafdeling 1, toegevoegd bij artikel 40, een artikel 6.2.6 toegevoegd, dat luidt als volgt : "Art. 6.2.6. De inbreuken, vermeld in artikel 6.2.2, kunnen worden bestraft met een exclusieve bestuurlijke geldboete. De misdrijven, vermeld in artikel 6.2.1, eerste lid, kunnen worden bestraft door de strafrechter of kunnen worden bestraft met een alternatieve bestuurlijke geldboete.". Art. 42.In dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 5 juli 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/02/1939
pub.
15/10/1998
numac
1998000328
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet op de bescherming van de titel en van het beroep van architect . - Duitse vertaling
sluiten1, wordt aan onderafdeling 1, toegevoegd bij artikel 40, een artikel 6.2.7 toegevoegd, dat luidt als volgt : "Art. 6.2.7. § 1. De bestuurlijke geldboete is een sanctie waarbij de gewestelijke beboetingsambtenaar een overtreder ertoe verplicht een geldsom te betalen.
De bestuurlijke geldboete wordt vermeerderd met de opdeciemen die van toepassing zijn voor de strafrechtelijke geldboeten. Ze wordt afgestemd op de ernst van het stedenbouwkundige misdrijf of de stedenbouwkundige inbreuk. Er wordt ook rekening gehouden met de frequentie en de omstandigheden waarin de overtreder stedenbouwkundige inbreuken of misdrijven heeft gepleegd of beëindigd. § 2. Op vraag van de overtreder, kan de bestuurlijke geldboete worden opgelegd met uitstel van tenuitvoerlegging gedurende een proefperiode die niet minder dan een jaar en niet meer dan drie jaar mag bedragen.
Het uitstel wordt van rechtswege herroepen als gedurende de proeftijd een nieuw stedenbouwkundig misdrijf of een nieuwe stedenbouwkundige inbreuk is gepleegd, met een veroordeling tot een straf of het opleggen van een bestuurlijke geldboete tot gevolg.". Art. 43.In dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 5 juli 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/02/1939
pub.
15/10/1998
numac
1998000328
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet op de bescherming van de titel en van het beroep van architect . - Duitse vertaling
sluiten1, wordt aan onderafdeling 1, toegevoegd bij artikel 40, een artikel 6.2.8 toegevoegd, dat luidt als volgt : "Art. 6.2.8. Als de feiten die aan de gewestelijke beboetingsambtenaar worden voorgelegd, blijk geven van een samenloop tussen stedenbouwkundige inbreuken of misdrijven enerzijds, en milieu-inbreuken of milieumisdrijven, gegrond op schendingen van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en van titel V van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid of de uitvoeringsbesluiten ervan, anderzijds, verkrijgt de gewestelijke beboetingsambtenaar de bevoegdheid om voor de milieu-inbreuken of milieumisdrijven die bij die gewestelijke beboetingsambtenaar aanhangig zijn, de bestuurlijke geldboetes, vermeld in het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, op te leggen. Dat gebeurt met inachtneming van de procedureregels van dit hoofdstuk, met dien verstande dat vóór het opleggen van de bestuurlijke geldboete het advies wordt ingewonnen van de gewestelijke entiteit, vermeld in artikel 16.4.25 van het voormelde decreet.". Art. 44.In dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 5 juli 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/02/1939
pub.
15/10/1998
numac
1998000328
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet op de bescherming van de titel en van het beroep van architect . - Duitse vertaling
sluiten1, wordt aan onderafdeling 1, toegevoegd bij artikel 40, een artikel 6.2.9 toegevoegd, dat luidt als volgt : "Art. 6.2.9. Onverminderd artikel 6.2.13, § 3, derde lid, zijn de regels die van toepassing zijn op het verval van de strafvordering voor stedenbouwkundige misdrijven, van overeenkomstige toepassing op het verval van de mogelijkheid tot het opleggen van een bestuurlijke geldboete.
Met toepassing van het eerste lid verjaart de mogelijkheid tot het opleggen van een bestuurlijke geldboete na verloop van vijf jaar, te rekenen vanaf de dag waarop het stedenbouwkundig misdrijf is gepleegd, of na verloop van drie jaar, te rekenen vanaf de dag waarop de stedenbouwkundige inbreuk is gepleegd. De verjaring wordt gestuit door daden van onderzoek of van vervolging, verricht binnen die termijn.
Voor de toepassing van dit artikel wordt het opstellen van een verslag van vaststelling of een proces-verbaal door een bevoegde verbalisant steeds beschouwd als een daad van onderzoek. Het betekenen van een voornemen om een bestuurlijke geldboete op te leggen, wordt steeds beschouwd als een daad van vervolging.". Art. 45.In dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 5 juli 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/02/1939
pub.
15/10/1998
numac
1998000328
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet op de bescherming van de titel en van het beroep van architect . - Duitse vertaling
sluiten1, wordt aan onderafdeling 1, toegevoegd bij artikel 40, een artikel 6.2.10 toegevoegd, dat luidt als volgt : "Art. 6.2.10. Voor de toepassing van deze afdeling wordt de betekening met een aangetekende brief geacht te zijn uitgevoerd op de derde werkdag na de afgifte bij de post, behalve in geval van bewijs van het tegendeel.". Art. 46.In dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 5 juli 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/02/1939
pub.
15/10/1998
numac
1998000328
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet op de bescherming van de titel en van het beroep van architect . - Duitse vertaling
sluiten1, wordt aan onderafdeling 1, een artikel 6.2.11 toegevoegd, dat luidt als volgt : "Art. 6.2.11. § 1. De opgelegde bestuurlijke geldboeten worden door het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie van de Vlaamse overheid geïnd en ingevorderd ten voordele van het Herstelfonds. Het voormelde departement is gemachtigd om aan de schuldenaars van opeisbare bestuurlijke geldboetes die bijzondere omstandigheden kunnen bewijzen, uitstel of spreiding van betaling toe te staan. § 2. Als de betrokkene in gebreke blijft bij het betalen van de verschuldigde bestuurlijke geldboeten, verhoogd met de invorderingskosten, worden die bedragen bij dwangbevel ingevorderd.
Het dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door een ambtenaar die de Vlaamse Regering daarvoor heeft aangewezen. § 3. Het dwangbevel wordt aan de schuldenaar bij deurwaardersexploot betekend.
Binnen een termijn van dertig dagen na de ontvangst van het dwangbevel kan de schuldenaar verzet doen door het Vlaamse Gewest te laten dagvaarden.
Het verzet schorst de tenuitvoerlegging. Het Vlaamse Gewest kan de rechter verzoeken om de schorsing van de tenuitvoerlegging op te heffen. § 4. Op grond van het uitvoerbaar verklaard dwangbevel en tot zekerheid van de voldoening van de opgelegde bestuurlijke geldboeten en, in voorkomend geval, de bijbehorende expertisekosten en de opgelegde voordeelontnemingen, heeft het Vlaamse Gewest een algemeen voorrecht op alle roerende goederen van de schuldenaar en kan het een wettelijke hypotheek nemen op alle daarvoor vatbare en in het Vlaamse Gewest gelegen of geregistreerde goederen van de schuldenaar.
Het voorrecht, vermeld in paragraaf 1, neemt rang in onmiddellijk na de voorrechten, vermeld in artikel 19 en 20 van de Hypotheekwet van 16 december 1851, en in artikel 23 van boek II van het Wetboek van Koophandel.
De rang van de wettelijke hypotheek wordt bepaald door de dagtekening van de inschrijving die genomen wordt krachtens het uitvoerbaar verklaarde en betekende dwangbevel. De hypotheek wordt ingeschreven op verzoek van de ambtenaar, vermeld in paragraaf 2. De inschrijving heeft plaats, niettegenstaande verzet, betwisting of beroep, op voorlegging van een afschrift van het dwangbevel dat eensluidend wordt verklaard door die ambtenaar en dat melding maakt van de betekening ervan.
Artikel 17 van de Faillissements
wet van 8 augustus 1997Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1997
pub.
28/10/1997
numac
1997009766
bron
ministerie van justitie
Faillissementswet
sluiten is niet van toepassing op de wettelijke hypotheek inzake de opgelegde bestuurlijke geldboeten en, in voorkomend geval, de bijbehorende expertisekosten en de opgelegde voordeelontnemingen waarvoor een dwangbevel werd uitgevaardigd en waarvan betekening aan de schuldenaar is gedaan voor het vonnis van faillietverklaring. § 5. De vordering tot betaling van de bestuurlijke geldboete verjaart na verloop van driehonderdvijfenzestig dagen. Die termijn gaat in op de dag die volgt op de dag waarop de bestuurlijke geldboete moest worden betaald. De verjaring wordt gestuit op de wijze en onder de voorwaarden, vermeld in artikel 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek. § 6. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de uitvoering van dit artikel.". Art. 47.In dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 5 juli 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/02/1939
pub.
15/10/1998
numac
1998000328
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet op de bescherming van de titel en van het beroep van architect . - Duitse vertaling
sluiten1, wordt aan afdeling 3, toegevoegd bij artikel 39, een onderafdeling 2 toegevoegd, die luidt als volgt : "Onderafdeling 2. - Het opleggen van een exclusieve bestuurlijke geldboete voor inbreuken" Art. 48.In dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 5 juli 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/02/1939
pub.
15/10/1998
numac
1998000328
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet op de bescherming van de titel en van het beroep van architect . - Duitse vertaling
sluiten1, wordt aan onderafdeling 2, toegevoegd bij artikel 47, een artikel 6.2.12 toegevoegd, dat luidt als volgt : "Art. 6.2.12. § 1. Na de ontvangst van een verslag van vaststelling als vermeld in artikel 6.2.5, eerste lid, waaruit het bestaan van een inbreuk blijkt, kan de gewestelijke beboetingsambtenaar binnen een termijn van zestig dagen zijn voornemen om een bestuurlijke geldboete op te leggen, samen met een afschrift van het verslag waarop dat gegrond wordt, met een beveiligde zending betekenen aan de vermoedelijke overtreder of overtreders. Hetzelfde geldt na ontvangst van een proces-verbaal als vermeld in artikel 6.2.5, derde lid, met dien verstande dat de termijn van zestig dagen pas aanvangt na ontvangst van de beslissing van de procureur des Konings, vermeld in artikel 6.2.13, § 3, eerste lid, of, bij gebreke daaraan, na het verstrijken van de termijnen, vermeld in artikel 6.2.13, § 2.
De vermoedelijke overtreder wordt uitgenodigd om binnen een termijn van dertig dagen die volgt op de betekening, zijn verweer schriftelijk mee te delen. Hij wordt erop gewezen dat hij : 1° zijn schriftelijk verweer mondeling kan toelichten.De vermoedelijke overtreder richt daarvoor aan de gewestelijke beboetingsambtenaar een aanvraag binnen dertig dagen na de betekening; 2° op verzoek de documenten waarop het voornemen tot het opleggen van een exclusieve bestuurlijke geldboete berust, kan inzien en er kopieën van kan krijgen. De gewestelijke beboetingsambtenaar, vermeld in deze paragraaf, mag nooit zelf de auteur zijn van het verslag of het proces-verbaal van vaststelling. Hij kan de auteur van het verslag of het proces-verbaal van vaststelling wel verzoeken om aanvullende inlichtingen te verstrekken, of zelf bijkomende vaststellingen verrichten. § 2. Binnen een termijn van negentig dagen na de betekening van het bericht, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, beslist de gewestelijke beboetingsambtenaar over het opleggen van een bestuurlijke geldboete.
Die beslissing wordt met een beveiligde zending aan de vermoedelijke overtreder betekend binnen een termijn van tien dagen na de dag waarop ze werd genomen. § 3. Met inachtneming van de
wet van 29 juli 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
29/07/1991
pub.
18/12/2007
numac
2007001008
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling
sluiten betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen vermeldt de beslissing minstens het eventueel opgelegde bedrag, de beroepsmogelijkheden en de voorwaarden van het beroep, alsook de termijn waarbinnen en de manier waarop de exclusieve bestuurlijke geldboete moet worden betaald. § 4. Tegen de beslissing waarbij de gewestelijke beboetingsambtenaar een exclusieve bestuurlijke geldboete oplegt, kan degene aan wie de boete werd opgelegd, beroep indienen bij het Handhavingscollege volgens de procedure die geldt in het kader van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid. Het beroep schorst de bestreden beslissing.". Art. 49.In dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 5 juli 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/02/1939
pub.
15/10/1998
numac
1998000328
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet op de bescherming van de titel en van het beroep van architect . - Duitse vertaling
sluiten1, wordt aan afdeling 3, toegevoegd bij artikel 39, een onderafdeling 3 toegevoegd, die luidt als volgt : "Onderafdeling 3. - Het opleggen van een alternatieve bestuurlijke geldboete voor misdrijven" Art. 50.In dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 5 juli 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/02/1939
pub.
15/10/1998
numac
1998000328
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet op de bescherming van de titel en van het beroep van architect . - Duitse vertaling
sluiten1, wordt aan onderafdeling 3, toegevoegd bij artikel 49, een artikel 6.2.13 toegevoegd, dat luidt als volgt : "Art. 6.2.13. § 1. Bij de vaststelling van een misdrijf als vermeld in artikel 6.2.1, eerste lid, bezorgt de verbalisant samen met het proces-verbaal een schriftelijk verzoek aan de procureur des Konings, waarin de procureur des Konings gevraagd wordt zich uit te spreken over de al dan niet strafrechtelijke behandeling van het misdrijf. § 2. De procureur des Konings beschikt over een periode van honderdtachtig dagen, te rekenen vanaf de dag waarop hij het proces-verbaal heeft ontvangen, om een beslissing over het verzoek te nemen. Voor die periode verstreken is, kan ze gemotiveerd eenmalig verlengd worden met een aanvullende periode van maximaal honderdtachtig dagen. De procureur des Konings brengt de gewestelijke beboetingsambtenaar onmiddellijk op de hoogte van die verlenging.
Tijdens die periode van honderdtachtig dagen, eventueel verlengd met een aanvullende periode van maximaal honderdtachtig dagen, kan er geen bestuurlijke geldboete worden opgelegd. § 3. De procureur des Konings deelt zijn beslissing mee aan de gewestelijke beboetingsambtenaar, de stedenbouwkundige inspecteur en de burgemeester.
Een beslissing houdende strafrechtelijke behandeling sluit het opleggen van een bestuurlijke geldboete uit. De oplegging van een bestuurlijke geldboete is ook uitgesloten als de procureur des Konings nalaat om tijdig zijn beslissing mee te delen aan de gewestelijke beboetingsambtenaar.
Een beslissing houdende geen strafrechtelijke behandeling van het stedenbouwkundige misdrijf houdt het verval van de strafvordering met betrekking tot dit misdrijf in, maar laat de strafvordering met betrekking tot andere feiten onverminderd bestaan, zelfs in geval van eenheid van opzet. § 4. Een alternatieve bestuurlijke geldboete kan worden opgelegd aan alle overtreders. Ze bedraagt maximaal 250.000 euro.
De bestuurlijke geldboete wordt opgelegd en ingevorderd conform artikel 6.2.11 en 6.2.12 met dien verstande dat de termijn waarbinnen de vermoedelijke overtreder op de hoogte moet worden gebracht van het voornemen om een bestuurlijke geldboete op te leggen, dertig dagen bedraagt en pas aanvangt na ontvangst van de beslissing, vermeld in paragraaf 3. De termijn waarbinnen moet worden beslist over het opleggen van een alternatieve bestuurlijke geldboete, bedraagt honderdtachtig dagen.
Tegen de beslissing waarbij de gewestelijke beboetingsambtenaar een alternatieve bestuurlijke geldboete oplegt, kan degene aan wie de boete werd opgelegd, beroep indienen bij het Handhavingscollege volgens de procedure die geldt in het kader van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid. Het beroep schorst de bestreden beslissing. § 5. Wanneer een alternatieve bestuurlijke geldboete wordt opgelegd, wordt de opsteller van het proces-verbaal dat daartoe geleid heeft, daarvan in kennis gesteld.". Art. 51.Aan titel VI, hoofdstuk II, van dezelfde codex wordt een afdeling 4 toegevoegd, die luidt als volgt : "Afdeling 4. - Voorstel tot betaling van een geldsom" Art. 52.In dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het
decreet van 5 juli 2013Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/02/1939
pub.
15/10/1998
numac
1998000328
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet op de bescherming van de titel en van het beroep van architect . - Duitse vertaling
sluiten1, wordt aan afdeling 4, toegevoegd bij artikel 51, een artikel 6.2.14 toegevoegd, dat luidt als volgt : "Art. 6.2.14. De gewestelijke beboetingsambtenaar kan een voorstel tot betaling van een geldsom doen als hij van mening is dat volgens de vaststellingen in het verslag van vaststelling of het proces-verbaal onmiskenbaar vaststaat dat de overtreder de stedenbouwkundige inbreuk of het stedenbouwkundig misdrijf heeft gepleegd. Het voorstel kan, voor wat stedenbouwkundige misdrijven betreft, eerst worden gedaan na kennisname van een tijdige beslissing in de zin van artikel 6.2.13, § 3, derde lid.
De termijn waarin de geldsom betaald moet worden, bedraagt drie maanden. Het voorstel schorst de termijnen, vermeld in artikel 6.2.12, § 1, en artikel 6.2.13, § 4, tweede lid, tot het einde van de betalingstermijn. Na de betaling van de voorgestelde geldsom is het opleggen van een bestuurlijke geldboete niet langer mogelijk.
De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de uitvoering van dit artikel.". Art. 53.In titel VI van dezelfde codex, gewijzigd bij het
decreet van 16 juli 2010Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
16/07/2010
pub.
09/08/2010
numac
2010035575
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende aanpassing van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en van het decreet van 10 maart 2006 houdende decretale aanpassingen inzake ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed als gevolg van het bestuurlijk beleid
type
decreet
prom.
16/07/2010
pub.
09/08/2010
numac
2010035569
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende instemming met het verdrag ter bescherming van het cultureel erfgoed onder water, aangenomen in Parijs op 2 november 2001
sluiten en 11 mei 2012, wordt het opschrift van hoofdstuk III vervangen door wat volgt : "Hoofdstuk III. - Rechterlijk maatregelen" Art. 54.In titel VI, hoofdstuk IIII, van dezelfde codex wordt een afdeling 1 ingevoegd, die luidt als volgt : "Afdeling 1. - Rechterlijke herstelmaatregelen" Art. 55.Artikel 6.3.1 van dezelfde codex wordt vervangen door wat volgt : "Art. 6.3.1. § 1. Naast de straf beveelt de rechtbank, ambtshalve of op vordering van een bevoegde overheid, een meerwaarde te betalen en/of bouw- of aanpassingswerken uit te voeren en/of de plaats in de oorspronkelijke toestand te herstellen of het strijdige gebruik te staken. Dat gebeurt, met inachtneming van de volgende rangorde : 1° als het gevolg van het misdrijf kennelijk verenigbaar is met een goede ruimtelijke ordening, het betalen van een meerwaarde;2° als dit kennelijk volstaat om de plaatselijke ordening te herstellen, de uitvoering van bouw- of aanpassingswerken;3° in de andere gevallen, de uitvoering van het herstel van de plaats in de oorspronkelijke toestand of de staking van het strijdige gebruik. Voor de diverse onderdelen van eenzelfde misdrijf kunnen verschillende herstelmaatregelen gecombineerd worden, bevolen volgens de rangorde, vermeld in het eerste lid. Het bevolen herstel dekt steeds de volledige illegaliteit ter plaatse, ook al werd die mee veroorzaakt door stedenbouwkundige misdrijven of inbreuken die niet bij de rechter aanhangig zijn. § 2. Onder bevoegde overheid als vermeld in paragraaf 1, wordt verstaan : het openbaar ministerie, de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur, de gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur en de burgemeester. § 3. De herstelvordering van de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur, de gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur of de burgemeester wordt, met naleving van artikel 6.3.10 en respectievelijk in naam van het Vlaamse Gewest of van de gemeente, met een gewone brief ingeleid bij het openbaar ministerie.
De Vlaamse Regering kan nadere formele voorwaarden vastleggen waaraan de herstelvordering op straffe van onontvankelijkheid moet voldoen. § 4. De rechtbank bepaalt een termijn voor de uitvoering van de herstelmaatregelen en kan, op vordering van de bevoegde overheid, ook een dwangsom bepalen. § 5. De meerwaarde is een vergoeding voor het behoud van een ruimtelijke situatie die volgens de actuele regelgeving, stedenbouwkundige voorschriften of verkavelingsvoorschriften, niet legaliseerbaar is. Zolang sprake is van een illegale ruimtelijke situatie, geldt voor de toepassing van dit artikel een onweerlegbaar vermoeden van niet-legaliseerbaarheid.
De rechtbank bepaalt het bedrag van de meerwaarde. De rechtbank hanteert daarvoor de forfaitaire bedragen, bepaald door de Vlaamse Regering, maar kan het aldus bekomen bedrag vermeerderen of verminderen als dat kennelijk niet in verhouding staat tot het voordeel, verbonden aan het buite …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.