← België

Programmawet

Kort samengevat

Deze wet regelt diverse budgettaire en organisatorische aspecten van de federale politie, wijzigt bepalingen betreffende asiel en migratie, en past de regels voor dienstencheques en tijdelijke werkloosheid aan. Het doel is om de werking van deze diensten te optimaliseren en te controleren.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
22 JUNI 2012. - Programmawet (1) ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : TITEL 1. - Algemene bepaling Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. TITEL 2. - Binnenlandse Zaken ENIG HOOFDSTUK. - De budgettaire optimalisatie van de federale politie Art. 2.In artikel 115 van de wet van 7 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, vervangen bij de wet van 26 april 2002 en gewijzigd bij de wetten van 22 december 2003 en 27 december 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 2, tweede lid, wordt aangevuld met de volgende zinnen : « Wegens hun specificiteit worden de bijdragen die afkomstig zijn van de Europese fondsen gebonden aan het kaderprogramma « solidariteit en beheer van de migratiestromen » uitsluitend gestort naar het in artikel 11 van de wet van 21 december 2007 houdende diverse bepalingen (I) bedoelde organieke begrotingsfonds.De aan dit fonds gebonden variabele kredieten kunnen worden aangewend in vereffening, ook indien het beschikbare saldo op het fonds negatief is. Het aldus vastgestelde debetsaldo wordt jaarlijks bij een begrotingsbijbepaling vastgesteld samen met de in hetzelfde artikel bedoelde vastleggingsmachtiging. »; 2° er wordt een § 4bis ingevoegd, luidende : « § 4bis.De Koning bepaalt, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de opdrachten van bestuurlijke politie van de federale politie waarvoor een vergoeding aan derden kan worden geïnd en de voorwaarden en de nadere regels van deze inning. De ontvangsten voortvloeiend uit deze prestaties worden toegewezen aan een organiek begrotingsfonds. »; 3° paragraaf 5 wordt aangevuld met twee leden, luidende : « Met het oog op de prefinanciering van de werkingsvoorraad ten behoeve van de lokale politie, kunnen de variabele kredieten, ingeschreven op de basisallocaties 17-90-51-12.11.22, 17-90-51-12.21.22 en 17-90-51-12.50.22 van de algemene uitgavenbegroting en verbonden aan het begrotingsfonds 17-2 Fonds voor de levering van kledij en uitrusting tegen betaling aan het personeel van de politiediensten, zoals opgericht bij de programma wet van 22 december 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten2, in vastlegging en in vereffening, worden aangewend ook indien het beschikbare saldo op het fonds negatief is. Het aldus op het fonds toegelaten debetsaldo wordt jaarlijks bij een begrotingsbijbepaling vastgesteld. »; 4° in § 10 worden het derde en het vierde lid opgeheven. Art. 3.In artikel 406 van de programma wet van 22 december 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten2, wordt § 3, gewijzigd bij de wetten van 27 december 2004 en 27 december 2006, opgeheven. TITEL 3. - Asiel en migratie ENIG HOOFDSTUK. - Wijzigingen van de wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten0 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen Art. 4.In titel III van de wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten0 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen wordt een hoofdstuk VI ingevoegd, luidende « Vertegenwoordiging ». Art. 5.In hoofdstuk VI, ingevoegd door artikel 4, wordt een artikel 74/1 ingevoegd, luidende : « Art. 74/1.Inzake elk geschil betreffende de toepassing van deze wet, kan de vertegenwoordiging van de Staat worden gedaan door de minister of zijn gemachtigde. » TITEL 4. - Werk HOOFDSTUK 1. - Dienstencheques Art. 6.In artikel 2, § 2, eerste lid, van de wet van 20 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2001 pub. 24/07/2001 numac 2001009636 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 186bis van het Gerechtelijk Wetboek sluiten tot bevordering van buurtdiensten en -banen, ingevoegd bij de wet van 22 december 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten2, en gewijzigd bij de wetten van 27 december 2006, 8 juni 2008, 22 december 2008, 30 december 2009 en 4 juli 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de bepalingen onder e.worden de zin « De bedragen waarvoor een aflossingsplan werd opgesteld dat werd geëerbiedigd, worden niet als achterstallen beschouwd. » en de zin « De verschuldigde sommen beneden de 2.500 euro worden niet als achterstallen beschouwd. », opgeheven; 2° de bepalingen onder f.worden vervangen als volgt : « f. De onderneming verbindt zich ertoe om : - niet in staat van faillissement te verkeren; - in de voorbije drie jaar niet verwikkeld geweest te zijn in een faillissement, liquidatie of gelijkaardige verrichting; - onder de bestuurders, zaakvoerders, lasthebbers of personen bevoegd om de onderneming te verbinden, geen natuurlijke personen of rechtspersonen te hebben aan wie het uitoefenen van dergelijke functies verboden is krachtens het koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934 betreffende het rechterlijk verbod aan bepaalde veroordeelden en gefailleerden om bepaalde ambten, beroepen of werkzaamheden uit te oefenen; - onder de bestuurders, zaakvoerders, lasthebbers of personen bevoegd om de onderneming te verbinden, geen natuurlijke personen of rechtspersonen te hebben die de voorbije vijf jaar aansprakelijk zijn gesteld voor de verbintenissen of schulden van een gefailleerde vennootschap met toepassing van de artikelen 213, 229, 231, 265, 314, 315, 456, 4°, of 530 van het Wetboek van vennootschappen, of die door de rechtbank niet verschoonbaar zijn verklaard op basis van artikel 80 van de faillissements wet van 8 augustus 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten; - onder de bestuurders, zaakvoerders, lasthebbers of personen bevoegd om de onderneming te verbinden, geen natuurlijke personen of rechtspersonen te hebben die de voorbije drie jaar verwikkeld waren in een faillissement, liquidatie of gelijkaardige verrichting. »; 3° het wordt aangevuld met h., luidende : « h. De onderneming verbindt zich ertoe te voldoen aan de verplichting van artikel 2bis, § 1, ten laatste op de datum van de indiening van de erkenningsaanvraag. ». Art. 7.In hoofdstuk II, afdeling 1, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 22 december 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten2 en gewijzigd bij de wetten van 9 juli 2004, 27 december 2006, 8 juni 2008, 22 december 2008, 17 juni 2009, 30 december 2009, 4 juli 2011 en 28 december 2011, wordt een artikel 2bis ingevoegd, luidende : « Art. 2bis.§ 1. De onderneming stort een borgsom van vijfentwintig duizend euro aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de voorwaarden en de nadere regels met betrekking tot de storting en de bestemming van de borgsom, alsook wat er met deze borgsom gebeurt in geval van faillissement. § 2. Indien wordt vastgesteld dat de onderneming niet meer voldoet aan de erkenningsvoorwaarden bedoeld in artikel 2, § 2, eerste en tweede lid, zal een deel van de tegemoetkoming van de federale Staat in de kostprijs van de dienstencheques die bij de uitgiftemaatschappij voor terugbetaling worden ingediend, ingehouden worden. In afwijking van het vorige lid zal de nominale waarde van de dienstencheque en het volledige bedrag van de tegemoetkoming van de federale Staat in de kostprijs van de dienstencheques die bij de uitgiftemaatschappij voor terugbetaling worden ingediend, ingehouden worden indien de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening oordeelt dat het een zware inbreuk betreft. De ingehouden bedragen, bedoeld in de vorige leden, worden op een rekening van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening gestort. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad : 1° het bedrag van de tegemoetkoming van de federale Staat in de kostprijs van de dienstencheque dat wordt ingehouden overeenkomstig het eerste lid;2° de voorwaarden en de nadere regels met betrekking tot de inhouding, de storting en de bestemming van de bedragen bedoeld in het eerste en het tweede lid, alsook wat er met deze bedragen gebeurt in geval van faillissement;3° wat wordt verstaan onder zware inbreuk.». Art. 8.In artikel 4, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 17 juni 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten4, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° 2° wordt vervangen als volgt : « 2° de nominale waarde van de cheque die kan variëren in functie van de aard van de buurtwerken of -diensten en in functie van het gebruik, alsmede de voorwaarden en de nadere regels voor de stortingen.»; 2° er wordt een 2bis° ingevoegd, luidende als volgt : « 2bis° het aanvullend bedrag dat kan variëren teneinde de erkende ondernemingen ertoe aan te zetten om de stabiliteit en de kwaliteit van de werkgelegenheid van de dienstenchequewerknemers te bevorderen, in functie van de aard van de buurtwerken of -diensten en in functie van het gebruik, alsmede de voorwaarden en de nadere regels voor de stortingen.». Art. 9.Dit hoofdstuk treedt in werking op een door de Koning te bepalen datum. Artikel 2bis, § 1, van de wet van 20 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2001 pub. 24/07/2001 numac 2001009636 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 186bis van het Gerechtelijk Wetboek sluiten tot bevordering van buurtdiensten en -banen, zoals ingevoegd bij dit hoofdstuk, is van toepassing op de ondernemingen die worden erkend vanaf de dag waarop dit hoofdstuk in werking treedt. HOOFDSTUK 2. - Controle tijdelijke werkloosheid Art. 10.In artikel 49 van de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten3 betreffende de arbeidsovereenkomsten, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 4 juli 2011, waarvan de bestaande tekst de eerste paragraaf zal vormen, wordt een tweede paragraaf ingevoegd, luidende : « § 2. De werkgever is eveneens verplicht de eerste dag van de werkelijke schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst, krachtens dit artikel, in elke kalendermaand onmiddellijk op elektronische wijze mee te delen aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening. De Koning bepaalt de nadere regels betreffende deze mededeling. Hij bepaalt eveneens de voorwaarden waaronder de elektronische mededeling vervangen kan worden door een mededeling bij een ter post aangetekende brief of door een faxbericht verzonden aan het werkloosheidsbureau van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening van de plaats waar de onderneming gevestigd is. De werkgever wordt van deze mededeling vrijgesteld indien gedurende de kalendermaand voor de betrokken werknemer reeds mededeling werd gedaan met toepassing van artikel 50, derde lid, of artikel 51, § 3quater, eerste lid. Als de werkgever zich niet naar de bepalingen van het eerste lid gedraagt of er zich te laat naar gedraagt, zijn de bepalingen van § 1, zevende lid, van toepassing. ». Art. 11.In artikel 50, vierde lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 26 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/1999 pub. 01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen type wet prom. 26/03/1999 pub. 02/12/2016 numac 2016000723 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 26/03/1999 pub. 24/09/2012 numac 2012000581 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits van uittreksels sluiten, worden de woorden « van artikel 49, § 2, eerste lid, of » ingevoegd tussen de woorden « met toepassing » en de woorden « van artikel 51, § 3quater, eerste lid ». Art. 12.In artikel 51, § 3quater, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 26 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/1999 pub. 01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen type wet prom. 26/03/1999 pub. 02/12/2016 numac 2016000723 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 26/03/1999 pub. 24/09/2012 numac 2012000581 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits van uittreksels sluiten en gewijzigd bij de wet van 4 juli 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt : « De werkgever is verplicht de eerste dag van de werkelijke schorsing van de uitvoering van de overeenkomst, krachtens dit artikel, in elke kalendermaand onmiddellijk op elektronische wijze mee te delen aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening.De Koning bepaalt de nadere regels betreffende deze mededeling. Hij bepaalt eveneens de voorwaarden waaronder de elektronische mededeling vervangen kan worden door een mededeling bij een ter post aangetekende brief of door een faxbericht verzonden aan het werkloosheidsbureau van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening van de plaats waar de onderneming gevestigd is. »; 2° in het tweede lid, worden de woorden « van artikel 49, § 2, eerste lid, of » ingevoegd tussen de woorden « met toepassing » en de woorden « van artikel 50, derde lid ». Art. 13.In artikel 77/4 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 12 april 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten3, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° een paragraaf 1/1 wordt ingevoegd, luidende : « § 1/1.De werkgever is bovendien verplicht de eerste dag van de werkelijke schorsing van de uitvoering van de overeenkomst, krachtens dit artikel, in elke kalendermaand onmiddellijk op elektronische wijze mee te delen aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening volgens de nadere regels vastgesteld door de Koning krachtens artikel 51, § 3quater, of volgens de specifieke regels die Hij voor de toepassing van deze afdeling vaststelt. »; 2° paragraaf 6 wordt aangevuld met twee leden, luidende : « De werkgever die zich niet gedraagt naar de bepalingen van § 1/1 is verplicht aan de bediende zijn normaal loon te betalen voor de dagen tijdens welke de uitvoering van de overeenkomst krachtens dit artikel werkelijk geschorst is.Leeft de werkgever de in § 1/1 bedoelde verplichtingen laattijdig na, dan geldt de verplichting om het loon te betalen enkel gedurende de periode voorafgaand aan de mededeling. Voor de toepassing van dit lid wordt rekening gehouden met het normaal loon, zoals bepaald door de Koning voor de toepassing van artikel 51, § 7, derde lid. De werkgever die zich niet gedraagt naar de in het eerste en het derde lid bedoelde bepalingen, is gehouden aan de bediende zijn normaal loon te betalen tijdens een periode van zeven dagen vanaf de eerste dag van de werkelijke schorsing van de uitvoering van de overeenkomst; hij is tevens gehouden aan de bediende, in de daaropvolgende periode, voor de dagen tijdens welke de uitvoering van de overeenkomst krachtens dit artikel werkelijk geschorst is, een normaal loon, waarvan het bedrag bepaald is door de Koning voor de toepassing van artikel 51, § 7, derde lid, te betalen. Leeft de werkgever de in het derde lid bedoelde verplichtingen laattijdig na, dan geldt de verplichting om het loon te betalen enkel gedurende de periode voorafgaand aan de mededeling. ». Art. 14.Dit hoofdstuk treedt in werking op een door de Koning te bepalen datum. HOOFDSTUK 3. - Sociaal strafrecht Art. 15.In boek 2, hoofdstuk 4, van het Sociaal Strafwetboek wordt een afdeling 3/1 ingevoegd, luidende « De dienstencheques ». Art. 16.In afdeling 3/1, ingevoegd bij artikel 15, wordt een artikel 177/1 ingevoegd, luidende : « Art. 177/1.De dienstencheques § 1. Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met de wet van 20 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2001 pub. 24/07/2001 numac 2001009636 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 186bis van het Gerechtelijk Wetboek sluiten tot bevordering van buurtdiensten en -banen : 1° in het kader van de buurtwerken of -diensten activiteiten uitvoert die niet toegelaten zijn in de beslissing tot erkenning;2° dienstencheques aanneemt ter betaling van activiteiten die geen buurtwerken of -diensten zijn;3° meer dienstencheques voor betaling aanvaardt en overzendt aan het uitgiftebedrijf voor verrichte prestaties van buurtwerken of -diensten in een bepaald kwartaal, dan het aantal bij de RSZ aangegeven arbeidsuren voor verrichte prestaties van buurtwerken of -diensten dat voor datzelfde kwartaal is gepresteerd door werknemers met een arbeidsovereenkomst dienstencheques. § 2. Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met de wet van 20 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2001 pub. 24/07/2001 numac 2001009636 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 186bis van het Gerechtelijk Wetboek sluiten tot bevordering van buurtdiensten en -banen : 1° dienstencheques van de gebruiker aanvaardt als de buurtwerken of -diensten nog niet zijn uitgevoerd;2° buurtwerken of -diensten laat uitvoeren door een werknemer die niet werd aangeworven voor de uitvoering van deze buurtwerken of -diensten;3° de registratie van de dienstenchequeactiviteiten niet op dergelijke wijze organiseert dat het mogelijk is exact na te gaan wat het verband is tussen de maandelijkse prestaties van elke individuele dienstenchequewerknemer, de gebruiker en de overeenkomstige dienstencheques;4° buurtwerken of -diensten levert zonder hiertoe erkend te zijn;5° indien zij een andere activiteit uitvoert dan de activiteiten waarvoor erkenning kan worden verleend op grond van de voormelde wet van 20 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2001 pub. 24/07/2001 numac 2001009636 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 186bis van het Gerechtelijk Wetboek sluiten en in haar schoot geen « sui generis afdeling » heeft die zich specifiek inlaat met de tewerkstelling in het kader van het stelsel van dienstencheques, zoals bedoeld in artikel 2, § 2, eerste lid, a), van dezelfde wet;6° werken of diensten die worden gefinancierd met dienstencheques in onderaanneming laat uitvoeren door een andere onderneming of instelling;7° een ander dan het vanaf haar erkenning bijkomend arbeidsvolume van activiteiten van thuishulp van huishoudelijke aard laat betalen met dienstencheques. § 3. Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met de wet van 20 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2001 pub. 24/07/2001 numac 2001009636 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 186bis van het Gerechtelijk Wetboek sluiten tot bevordering van buurtdiensten en -banen : 1° geen geschreven arbeidsovereenkomst dienstencheques opmaakt uiterlijk binnen twee werkdagen te rekenen vanaf het tijdstip waarop de werknemer in dienst treedt;2° de arbeidsovereenkomst dienstencheques onvolledig of onjuist opmaakt;3° een werknemer die tijdens zijn deeltijdse tewerkstelling geniet van een werkloosheidsuitkering, een leefloon of van financiële sociale hulp geen voorrang geeft tot het bekomen van een voltijdse betrekking of van een andere, al dan niet bijkomende, deeltijdse dienstbetrekking waardoor hij een nieuwe deeltijdse arbeidsregeling verkrijgt waarvan de wekelijkse arbeidsduur hoger is dan die van de deeltijdse arbeidsregeling waarin hij reeds werkt;4° de gebruiker vertegenwoordigt voor de toepassing van artikel 3, § 2, eerste lid, en van artikel 6 van het koninklijk besluit van 12 december 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten3 betreffende de dienstencheques, of de werknemer vertegenwoordigt om de dienstencheques te ondertekenen;5° de dienstencheques niet gegroepeerd per maand waarin de prestaties effectief verricht zijn, ter betaling overzendt aan het uitgiftebedrijf. Voor de in het eerste lid, 1°, 2° en 3°, bedoelde inbreuken wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers. § 4. Met een sanctie van niveau 3 worden bestraft, de gebruiker en de werknemer die, in strijd met de wet van 20 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2001 pub. 24/07/2001 numac 2001009636 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 186bis van het Gerechtelijk Wetboek sluiten tot bevordering van buurtdiensten en -banen, wetens en willens hebben deelgenomen aan een in de §§ 1 of 2 bedoelde inbreuk gepleegd door een werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber. § 5. Met een sanctie van niveau 2 worden bestraft, de gebruiker en de werknemer die, in strijd met de wet van 20 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2001 pub. 24/07/2001 numac 2001009636 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 186bis van het Gerechtelijk Wetboek sluiten tot bevordering van buurtdiensten en -banen, wetens en willens hebben deelgenomen aan een in de § 3 bedoelde inbreuk gepleegd door een werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber. ». Art. 17.In artikel 7 van de wet van 20 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2001 pub. 24/07/2001 numac 2001009636 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 186bis van het Gerechtelijk Wetboek sluiten tot bevordering van buurtdiensten en -banen, ingevoegd door de wet van 17 juni 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten4, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het tweede lid worden de woorden « en de ambtenaren belast met de controle van de naleving van de bepalingen » opgeheven;2° het derde lid wordt vervangen als volgt : « Onverminderd de maatregelen bedoeld in het vorige lid en in de artikelen 2, § 2, vierde tot zesde lid, en 3bis van deze wet, worden de inbreuken op de bepalingen van deze wet en van de uitvoeringsbesluiten ervan opgespoord, vastgesteld en bestraft overeenkomstig het Sociaal Strafwetboek. De sociaal inspecteurs beschikken over de bevoegdheden bedoeld in de artikelen 23 tot 39 van het Sociaal Strafwetboek wanneer zij, ambtshalve of op verzoek, optreden in het kader van hun opdracht tot informatie, bemiddeling en toezicht inzake de naleving van de bepalingen van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan. ». Art. 18.De artikelen 10ter tot 10septies van dezelfde wet, ingevoegd door de programmawet (I) van 17 juni 2009, worden opgeheven. Art. 19.Dit hoofdstuk treedt in werking op een door de Koning te bepalen datum. TITEL 5. - Zelfstandigen en K.M.O.'s ENIG HOOFDSTUK. - Betere invordering van de sociale bijdragen Art. 20.In het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende invoering van het sociaal statuut der zelfstandigen wordt een artikel 23quater ingevoegd, luidend als volgt : « Art. 23quater.§ 1. De notarissen die gevorderd zijn om de akte of het attest van erfopvolging, bedoeld in artikel 1240bis van het Burgerlijk Wetboek op te maken, zijn persoonlijk aansprakelijk voor de betaling van de schulden, waarvan kennis kan worden gegeven overeenkomstig § 2, van de overledene, zijn erfgenamen en legatarissen waarvan de identiteit vermeld staat in de akte of het attest, of van de begunstigden van een contractuele erfstelling waarmee de overledene heeft ingestemd, indien zij de inningsinstellingen van de socialezekerheidsbijdragen daarvan niet op de hoogte stellen : 1° door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken worden gebruikt, via de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid;2° door elk ander middel waardoor het bericht kan worden ondertekend en waardoor de verzending ervan een vaste dagtekening bekomt, wanneer het bericht niet overeenkomstig het 1° kan worden verzonden. Wanneer het gaat om schulden lastens de overledene is de aansprakelijkheid bedoeld in het eerste lid beperkt tot de waarde van de nalatenschap. Wanneer het gaat om schulden lastens de rechtverkrijgenden is de aansprakelijkheid bedoeld in het eerste lid beperkt tot de waarde van de tegoeden die toekomen aan de rechtverkrijgende waarvan de identiteit vermeld is in de akte of het attest en betreffende dewelke de notaris aansprakelijk kan worden gesteld. Indien de bedoelde akte of attest niet wordt opgesteld binnen de drie maanden vanaf de verzending van het bericht, wordt dit laatste beschouwd als van generlei waarde. Het bericht vermeldt de identiteit van de overledene, van zijn erfgenamen of legatarissen en van de eventuele begunstigde van een contractuele erfstelling. § 2. Indien het belang van de inningsinstelling van de socialezekerheidsbijdragen zulks vereist, stelt ze de notaris die gevorderd is om de akte of het attest op te stellen op de hoogte, vóór het verstrijken van de twaalfde werkdag volgend op de verzending van het in § 1 bedoelde bericht en door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken worden gebruikt, via de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, van het bedrag van de schulden lastens de overledene of een ander persoon vermeld in het bericht. Wanneer de kennisgeving niet kan worden verzonden door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken worden gebruikt, gaan de inningsinstellingen van de socialezekerheidsbijdragen over tot de kennisgeving door elk ander middel voor verzending met vaste dagtekening en waardoor ze kan worden ondertekend. De schulden waarvan in toepassing van het eerste lid kennis kan worden gegeven zijn alle schulden in hoofdsom en bijbehoren ten opzichte van de inningsinstelling van socialezekerheidsbijdragen waarvoor er een titel bestaat. § 3. In het attest van erfopvolging of onderaan het afschrift van de akte van erfopvolging wordt vermeld, hetzij dat er geen kennisgeving van schulden bij toepassing van § 2 werd gedaan en dit zowel in hoofde van de overledene als in hoofde van de personen die vermeld zijn in het bericht en die bestemmeling zijn van het attest of het afschrift, hetzij dat de schulden waarvan bij toepassing van § 2 kennis werd gegeven zijn betaald, in voorkomend geval met de tegoeden gehouden door de schuldenaar. In voorkomend geval wordt in het attest van erfopvolging of onderaan het afschrift van de akte van erfopvolging de vermelding van de gedane of van de nog te verrichten betaling toegevoegd of vervolledigd door de notaris. De notaris die een attest van erfopvolging of een afschrift van een akte van erfopvolging aflevert waarin onjuiste vermeldingen staan betreffende het ontbreken van de kennisgeving of betreffende de betaling van schulden waarvan van het bestaan kennis werd gegeven overeenkomstig § 2, loopt dezelfde aansprakelijkheid op als de notaris die de verplichting bepaald in § 1 niet naleeft. Die aansprakelijkheid is evenwel beperkt tot het bedrag dat als gevolg van die onjuistheden niet kon worden ingevorderd. § 4. Op straffe van persoonlijke aansprakelijkheid voor de betaling van de schulden aan de inningsinstellingen van de socialezekerheidsbijdragen waarvan kennis is gegeven overeenkomstig § 2, kan diegene die overeenkomstig artikel 1240bis van het Burgerlijk Wetboek tegoeden vrijgeeft van een overledene, dat slechts bevrijdend doen op voorwaarde dat uit de akte of het attest duidelijk blijkt dat geen enkele kennisgeving in de zin van § 2 is gedaan. In afwijking op de vorige alinea, kunnen de tegoeden van de overledene overeenkomstig artikel 1240bis van het Burgerlijk Wetboek bevrijdend worden vrijgegeven aan de erfgenaam, de legataris of de begunstigde van een contractuele erfstelling die de akte of het attest of een afschrift van de akte voorlegt waarin is vermeld : 1° dat alle op naam van de overledene en alle op naam van de erfgenaam, de legataris of de begunstigde van een contractuele erfstelling bestaande schulden waarvan bij toepassing van § 2 in voorkomend geval kennis werd gegeven, werden betaald of;2° dat de tegoeden kunnen worden vrijgegeven aan de erfgenaam, de legataris of de begunstigde van een contractuele erfstelling na betaling, door middel van de door de schuldenaar gehouden fondsen, van zijn schulden waarvan werd kennisgegeven. § 5. De in § 4 bedoelde aansprakelijkheid is beperkt tot de waarde van de tegoeden die zijn vrijgegeven aan de schuldenaars die zijn vermeld in de in § 2 bedoelde kennisgeving. § 6. In de gevallen waarin het in § 1 bedoeld bericht wordt verzonden door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken worden gebruikt, wordt onder de datum van verzending van bedoeld bericht verstaan de datum van de ontvangstmelding meegedeeld door de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, na ontvangst door haar van de ontvangstmelding afkomstig van de inningsinstelling van socialezekerheidsbijdragen of van de dienst die voor het ontvangen en doorzenden van deze berichten bevoegd is. In de gevallen waarin de in § 2 bedoelde kennisgevingen worden verzonden door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken worden gebruikt, is de datum van deze kennisgevingen de datum van verzending ervan. § 7. De informatie in de berichten en kennisgevingen is dezelfde, ongeacht of ze worden medegedeeld door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken worden gebruikt of door elk ander middel voor verzending met vaste dagtekening en waardoor ze kan worden ondertekend. Wanneer ze worden verzonden met elk ander middel dat een vaste dagtekening verleent aan de verzending ervan en dat toelaat ze te ondertekenen, moeten deze berichten en kennisgevingen worden opgemaakt overeenkomstig de modellen vastgesteld door de Minister die de Zelfstandigen onder zijn bevoegdheid heeft of zijn afgevaardigde, die in voorkomend geval de diensten aanwijst die voor het ontvangen en doorzenden van deze berichten en kennisgevingen bevoegd zijn. Bij de verzending van voormelde berichten en kennisgevingen, gericht tot of afkomstig van de inningsinstelling, worden de betrokken personen geïdentificeerd aan de hand van het identificatienummer bedoeld in artikel 8 van de wet van 15 januari 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten7 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, en van het identificatienummer bedoeld in artikel 5 van de wet van 16 januari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten0 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen. § 8. Wanneer het in § 1 bedoeld bericht niet wordt medegedeeld door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken worden gebruikt, mogen de kennisgevingen naar aanleiding van dit bericht niet door middel van deze procedure worden verzonden maar enkel door elk ander middel voor verzending met vaste dagtekening en waardoor ze kan worden ondertekend. Wanneer een ander middel wordt gebruikt, is het bericht of de kennisgeving verzonden met dit ander middel doorslaggevend ten opzichte van de eventuele verzending van hetzelfde bericht of dezelfde kennisgeving door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken worden gebruikt wanneer de datum van de informaticaverzending verschilt ten opzichte van de datum van de verzending door elk ander middel zoals bedoeld in het vorige lid. § 9. De oorsprong en de integriteit van de inhoud van de in §§ 1 en 2, bedoelde berichten en kennisgevingen dienen, in geval van verzending door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken worden gebruikt, te worden verzekerd door middel van aangepaste beveiligingstechnieken. § 10. Opdat de in § 2 bedoelde kennisgevingen geldig zouden zijn wanneer ze worden verzonden door middel van een procedure waarbij informaticatechnieken worden gebruikt, moeten ze een elektronische handtekening dragen, die met een van de volgende technieken wordt aangebracht : - creatie van een elektronische handtekening met behulp van een Belgische elektronische identiteitskaart; - creatie van een digitale handtekening met behulp van een private sleutel toegekend aan een bevoegde ambtenaar of aan de door de raad van bestuur van de inningsinstelling van de bijdragen daartoe aangeduide persoon, en vergezeld van een certificaat uitgereikt aan die ambtenaar of aan deze aangeduide persoon, waarbij zowel de private sleutel als het certificaat op een beveiligde wijze in het geheugen van een computer zijn opgeslagen; - creatie van een digitale handtekening met behulp van een private sleutel toegekend aan een instelling en vergezeld van een certificaat uitgereikt aan die instelling, waarbij zowel de private sleutel als het certificaat op een beveiligde wijze in het geheugen van een computer zijn opgeslagen; - creatie van een geavanceerde elektronische handtekening in de zin van artikel 2, 2°, van de wet van 9 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/2001 pub. 29/09/2001 numac 2001011298 bron ministerie van economische zaken Wet houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten sluiten houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten. Ongeacht de toegepaste techniek, wordt gewaarborgd dat enkel de bevoegde personen toegang hebben tot de middelen waarmee de handtekening wordt gecreëerd. De gevolgde procedures moeten bovendien toelaten dat de natuurlijke persoon die verantwoordelijk is voor de verzending correct kan worden geïdentificeerd en dat het tijdstip van de verzending correct kan worden vastgesteld. Deze gegevens moeten gedurende een periode van tien jaar door de afzender worden bewaard en in geval van betwisting binnen een redelijke termijn worden voorgelegd. § 11. De paragrafen 1 tot 10 zijn van overeenkomstige toepassing op elke persoon of dienst die bevoegd is om een in artikel 1240bis van het Burgerlijk Wetboek bedoeld attest van erfopvolging op te maken. ». Art. 21.In artikel 95bis van de wet van 30 december 1992Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten4 houdende sociale en diverse bepalingen, ingevoegd bij de wet van 27 december 2005, worden de woorden « en 23ter » vervangen door de woorden « , 23ter en 23quater ». Art. 22.In artikel 9bis van de wet van 13 juli 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten5 betreffende de invoering van een jaarlijkse bijdrage ten laste van bepaalde instellingen, ingevoegd bij de wet van 27 december 2005, worden de woorden « en 23ter » vervangen door de woorden « , 23ter en 23quater ». Art. 23.De artikelen 20 tot 22 treden in werking op een datum die door de Koning wordt bepaald bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, en uiterlijk op 1 juli 2012. TITEL 6. - Sociale Zaken HOOFDSTUK 1. - Bijzondere socialezekerheidsbijdrage voor aanvullende pensioenen Afdeling 1. - Werknemers Art. 24.Artikel 38 van de wet van 29 juni 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten9 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 29 maart 2012, wordt aangevuld met een paragraaf 3duodecies, luidende : « § 3duodecies. Wanneer voor een werknemer de som van de stortingen van bijdragen en/of premies van de werkgevers voor de opbouw van een aanvullend pensioen het drempelbedrag van 30.000 euro per jaar overschrijdt, is een bijzondere bijdrage van 1,5 % verschuldigd. Bovenvermeld drempelbedrag wordt geïndexeerd volgens de wet van 2 augustus 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten5 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld. Indien er sprake is van een premie of bijdragen die niet individualiseerbaar is, zal er voor het bepalen van de inningsgrondslag van de in het eerste lid vermelde bijzondere bijdragen rekening gehouden worden met de aangroei, andere dan door rendement, van de individuele verworven reserves van de aangeslotene, berekend op basis van de kenmerken van de pensioentoezegging. De Koning kan de berekeningswijze van de inningsgrondslag, in geval van een premie of bijdrage die niet individualiseerbaar is, bij een besluit vastgelegd na overleg in de Ministerraad verder specifiëren. Iedere werkgever gaat voor elk bijdragejaar na of het bedrag aan bijdragen en/of premies die hij voor een werknemer stort in de loop van dat jaar het drempelbedrag vermeld in het eerste lid overschrijdt. Is dit het geval dan is de werkgever in het 4e kwartaal van dat jaar de bijzondere bijdrage aan de bevoegde inningsinstelling verschuldigd. Vanaf 2013 deelt de VZW Sigedis het bedrag van de bijdragen of premies ontvangen door de pensioeninstellingen voor een bepaalde werkgever aan de inningsinstelling mede, uitgesplitst per pensioentoezegging waarvan deze werkgever de initiatiefnemer is. Deze bijzondere bijdrage is gelijkgesteld met een socialezekerheidsbijdrage inzonderheid wat betreft de aangiften met verantwoording van de bijdragen, de betalingstermijnen, de toepassing van de burgerlijke sancties en van de strafbepalingen, het toezicht, de aanwijzing van de rechter bevoegd bij betwisting, de verjaring inzake rechtsvorderingen, het voorrecht en de mededeling van het bedrag van de schuldvordering van de instellingen belast met de inning en de invordering van de bijdragen. De opbrengst van deze bijdrage wordt overgedragen naar de RSZ-globaal beheer, bedoeld in artikel 5, eerste lid, 2°, van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten8 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de nadere modaliteiten van de inning en de invordering van deze bijdrage bepalen. ». Art. 25.Artikel 24 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2012 en treedt buiten werking wanneer artikel 26 in werking treedt. Artikel 24 blijft van toepassing na deze datum voor wat de bijdragen betreft die nog verschuldigd zijn op 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin artikel 26 in werking treedt. Art. 26.Artikel 38 van de wet van 29 juni 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten9 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 29 maart 2012, wordt aangevuld met een paragraaf 3terdecies, luidende : « § 3terdecies. Wanneer werkgevers of sectorale inrichters ten gunste van een werknemer, in het bijdragejaar rechtstreeks of onrechtstreeks bijdragen en/of premies storten voor de opbouw van een aanvullend pensioen en wanneer op 1 januari van dat jaar voor de betrokken werknemer de som van het wettelijk en het aanvullend pensioen de pensioendoelstalling overschrijdt, is de werkgever of de sectorale inrichter een bijzondere bijdragen verschuldigd van 1,5 % op deze bijdragen en/of premies. Voor de toepassing van deze paragraaf dient te worden verstaan onder : 1° wettelijk pensioen : 50 % van het brutoloonplafond van een bepaald jaar vermenigvuldigd met de loopbaanbreuk van toepassing voor de werknemers, in voorkomend geval vermeerderd met 25 % van het brutoloonplafond van een bepaald jaar vermenigvuldigd met de loopbaanbreuk van toepassing voor zelfstandigen;2° aanvullend pensioen : de reëel opgebouwde reserves in een bepaald jaar.Wanneer het aanvullende pensioen uitgedrukt is in een kapitaal dient dit gedeeld te worden door een omzettingscoëfficiënt om een rentebedrag te bekomen. De omzettingscoëfficiënt wordt door de Directie-Generaal Sociaal Beleid van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid vastgesteld voor een maandelijkse rente op het hoofd van een 65-jarige op grond van prospectieve en geslachtsneutrale sterftetafels die worden vastgesteld op basis van de laatste demografische studies uitgevoerd door de Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie en het federaal Planbureau, een interestvoet die overeenstemt met de gemiddelde interestvoet over de laatste 6 jaar van de OLO's op 10 jaar, een jaarlijkse indexering van de maandelijkse rente van 2 % per jaar en een overdraagbaarheid van die maandelijkse rente ten belope van 80 % ten gunste van een andere persoon met dezelfde leeftijd. Telkens nieuwe prospectieve sterftetafels worden opgesteld, wordt de omzettingscoëfficiënt herberekend, rekening houdende met de op dat ogenblik geldende voormelde gemiddelde interestvoet; 3° basisbedrag : het bedrag bedoeld in artikel 39, tweede lid, van de wet van 5 augustus 1978 houdende economische en budgettaire hervormingen;4° loopbaanbreuk voor werknemers : het aantal reeds als werknemer gepresteerde loopbaanjaren gedeeld door 45;5° loopbaanbreuk voor zelfstandigen : het aantal reeds als zelfstandige gepresteerde loopbaanjaren gedeeld door 45;6° pensioendoelstelling : het basisbedrag vermenigvuldigd met de loopbaanbreuk. De Koning kan bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad de term « loopbaanjaar » definiëren. De referentiebedragen voor de bepaling van het basisbedrag en het maximaal wettelijke pensioen worden op 1 januari van elk jaar vastgesteld door de bevoegde pensioendiensten. De gegevens betreffende het aantal reeds gepresteerde loopbaanjaren, de bijdragen en/of premies en de reeds opgebouwde reserves worden op 1 januari van elk jaar vastgesteld door Sigedis. Indien er sprake is van een premie of bijdragen die niet individualiseerbaar is, zal er voor het bepalen van de inningsgrondslag van de in het eerste lid vermelde bijzondere bijdragen rekening gehouden worden met de aangroei, andere dan door rendement, van de individuele verworven reserves van de aangeslotene, berekend op basis van de kenmerken van de pensioentoezegging. De Koning kan de berekeningswijze van de inningsgrondslag, in geval van een premie of bijdrage die niet individualiseerbaar is, bij een besluit vastgelegd na overleg in de Ministerraad verder specifiëren. Deze bijzondere bijdrage wordt geïnd door de bevoegde inningsinstelling. Deze bijzondere bijdrage wordt gelijkgesteld met een socialezekerheidsbijdrage, inzonderheid wat betreft de aangiften met verantwoording van de bijdragen, de betalingstermijnen, de toepassing van de burgerlijke sancties en de strafbepalingen, het toezicht, de aanwijzing van de rechter bevoegd in geval van betwisting, de verjaring inzake rechtsvorderingen, het voorrecht en de mededeling van het bedrag van de schuldvordering van de instelling belast met de inning en de invordering van de bijdragen. De opbrengst van de bijdrage wordt door de inningsinstelling gestort aan de RSZ-globaal beheer, bedoeld in artikel 5, eerste lid, 2°, van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten8 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. De Koning kan bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de modaliteiten van de inning en invordering van deze bijzondere bijdrage bepalen. ». Art. 27.Artikel 26 treedt in werking op 1 januari 2016. De Koning kan bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, een datum van inwerkingtreding bepalen voorafgaand aan de datum vermeld in het eerste lid. Afdeling 2. - Zelfstandigen Art. 28.§ 1. Wanneer een rechtspersoon ten gunste van zelfstandigen, zoals bedoeld in artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, in het bijdragejaar bijdragen of premies stort voor de opbouw van een aanvullend pensioen en deze bijdragen of premies de drempel van 30.000 euro per zelfstandige overschrijden, dan zal deze rechtspersoon een bijzondere bijdrage verschuldigd zijn. Bovenvermeld drempelbedrag wordt geïndexeerd volgens de wet van 2 augustus 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten5 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld. Het percentage van deze bijzondere bijdrage bedraagt 1,5 % en is van toepassing op het gedeelte van het bedrag aan bijdragen of premies waarmee de drempel, vermeld in het eerste lid, wordt overschreden. Het vrij aanvullend pensioen zelfstandigen, opgebouwd in toepassing van artikel 41 en volgende van de programma wet van 24 december 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten1, wordt uitgesloten van de berekeningsbasis van dit artikel om het excedent te bepalen en de bijdrage te berekenen. Indien er sprake is van een premie of bijdrage die niet individualiseerbaar is, zal er voor het bepalen van de inningsgrondslag van de in het eerste lid vermelde bijzondere bijdrage rekening gehouden worden met de aangroei, andere dan door rendement, van de individuele verworven reserves van de aangeslotene, berekend op basis van de kenmerken van de pensioentoezegging. De Koning kan de berekeningswijze van de inningsgrondslag, in geval van een premie of bijdrage die niet individualiseerbaar is, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad verder specifiëren. § 2. Elke rechtspersoon gaat voor elk bijdragejaar na of het bedrag aan bijdragen of premies die hij stort in de loop van dat jaar ten gunste van een zelfstandige, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, de drempel, zoals vermeld in paragraaf 1, eerste lid, overschrijdt. Is dit laatste het geval, dan dient de rechtspersoon ten laatste op 31 december van dat jaar de bijzondere bijdrage op het gedeelte van de bijdragen of premies dat deze drempel overschrijdt, te betalen aan het Rijksinstituut voor de sociale verzekeringen der zelfstandigen, hierna RSVZ genoemd. De bijdrage dient gestort te worden op een specifiek daarvoor door het RSVZ geopende rekening. Op het gedeelte van de bijdrage dat …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.