Programmawet
Kort samengevat
Deze wet regelt diverse budgettaire en organisatorische aspecten van de federale politie, wijzigt bepalingen betreffende asiel en migratie, en past de regels voor dienstencheques en tijdelijke werkloosheid aan. Het doel is om de werking van deze diensten te optimaliseren en te controleren.
Wat het regelt
- De budgettaire optimalisatie van de federale politie.
- De vertegenwoordiging van de Staat in geschillen over toegang, verblijf, vestiging en verwijdering van vreemdelingen.
- De voorwaarden voor ondernemingen die werken met dienstencheques.
- De controle op tijdelijke werkloosheid.
Wie het aanbelangt
- De federale politie en lokale politie.
- Ondernemingen die buurtdiensten en -banen aanbieden via dienstencheques.
Kernpunten
- Bijdragen uit Europese fondsen voor migratiestromen worden gestort in een specifiek organiek begrotingsfonds en kunnen ook bij een negatief saldo worden aangewend.
- De Koning bepaalt voor welke bestuurlijke politietaken van de federale politie een vergoeding aan derden kan worden geïnd en de voorwaarden hiervoor.
- Ondernemingen die met dienstencheques werken, moeten een borgsom van vijfentwintig duizend euro storten aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening.
- Er zijn striktere voorwaarden voor ondernemingen die dienstencheques aanbieden, onder andere betreffende faillissementen en aansprakelijkheid van bestuurders.
Wettekst
wet (1) ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : TITEL 1. - Algemene bepaling Artikel 1.D
artikel 78 van de Grondwet. TITEL 2. - Binnenlandse Zaken ENIG HOOFDSTUK. - De budgettaire optimalisatie van de federale politie Art. 2.
artikel 115 van de wet van 7 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, vervangen bij de wet van 26 april 2002 en gewijzigd bij de wetten van 22 december 2003 en 27 december 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 2, tweede lid, wordt aangevuld met de volgende zinnen : « Wegens hun specificiteit worden de bijdragen die afkomstig zijn van de Europese fondsen gebonden aan het kaderprogramma « solidariteit en beheer van de migratiestromen » uitsluitend gestort naar het
artikel 11 van de wet van 21 december 2007 houdende diverse bepalingen (I) bedoelde organieke begrotingsfonds.De aan dit fonds gebonden variabele kredieten kunnen worden aangewend
vereffening, ook
dien het beschikbare saldo op het fonds negatief is. Het aldus vastgestelde debetsaldo wordt jaarlijks bij een begrotingsbijbepaling vastgesteld samen met de
hetzelfde artikel bedoelde vastleggingsmachtiging. »; 2° er wordt een § 4bis
gevoegd, luidende : « § 4bis.De Koning bepaalt, bij een
Ministerraad overlegd besluit, de opdrachten van bestuurlijke politie van de federale politie waarvoor een vergoeding aan derden kan worden geïnd en de voorwaarden en de nadere regels van deze
ning. De ontvangsten voortvloeiend uit deze prestaties worden toegewezen aan een organiek begrotingsfonds. »; 3° paragraaf 5 wordt aangevuld met twee leden, luidende : « Met het oog op de prefinanciering van de werkingsvoorraad ten behoeve van de lokale politie, kunnen de variabele kredieten,
geschreven op de basisallocaties 17-90-51-12.11.22, 17-90-51-12.21.22 en 17-90-51-12.50.22 van de algemene uitgavenbegroting en verbonden aan het begrotingsfonds 17-2 Fonds voor de levering van kledij en uitrusting tegen betaling aan het personeel van de politiediensten, zoals opgericht bij de programma wet van 22 december 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten2,
vastlegging en
vereffening, worden aangewend ook
dien het beschikbare saldo op het fonds negatief is. Het aldus op het fonds toegelaten debetsaldo wordt jaarlijks bij een begrotingsbijbepaling vastgesteld. »; 4°
§ 10worden het derde en het vierde lid opgeheven.
Art. 3.
artikel 406 van de programma wet van 22 december 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten2, wordt § 3, gewijzigd bij de wetten van 27 december 2004 en 27 december 2006, opgeheven. TITEL 3. - Asiel en migratie ENIG HOOFDSTUK. - Wijzigingen van de wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het
ternationaal Verdrag ter oprichting van een
ternationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de
ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten0 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen Art. 4.
titel III van de wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het
ternationaal Verdrag ter oprichting van een
ternationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de
ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten0 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen wordt een hoofdstuk VI
gevoegd, luidende « Vertegenwoordiging ». Art. 5.
hoofdstuk VI,
gevoegd door artikel 4, wordt een artikel 74/1
gevoegd, luidende : « Art. 74/1.
zake elk geschil betreffende de toepassing van deze wet, kan de vertegenwoordiging van de Staat worden gedaan door de minister of zijn gemachtigde. » TITEL 4. - Werk HOOFDSTUK 1. - Dienstencheques Art. 6.
artikel 2, § 2, eerste lid, van de wet van 20 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2001 pub. 24/07/2001 numac 2001009636 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 186bis van het Gerechtelijk Wetboek sluiten tot bevordering van buurtdiensten en -banen,
gevoegd bij de wet van 22 december 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten2, en gewijzigd bij de wetten van 27 december 2006, 8 juni 2008, 22 december 2008, 30 december 2009 en 4 juli 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
de bepalingen onder e.worden de zin « De bedragen waarvoor een aflossingsplan werd opgesteld dat werd geëerbiedigd, worden niet als achterstallen beschouwd. » en de zin « De verschuldigde sommen beneden de 2.500 euro worden niet als achterstallen beschouwd. », opgeheven; 2° de bepalingen onder f.worden vervangen als volgt : « f. De onderneming verbindt zich ertoe om : - niet
staat van faillissement te verkeren; -
de voorbije drie jaar niet verwikkeld geweest te zijn
een faillissement, liquidatie of gelijkaardige verrichting; - onder de bestuurders, zaakvoerders, lasthebbers of personen bevoegd om de onderneming te verbinden, geen natuurlijke personen of rechtspersonen te hebben aan wie het uitoefenen van dergelijke functies verboden is krachtens het koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934 betreffende het rechterlijk verbod aan bepaalde veroordeelden en gefailleerden om bepaalde ambten, beroepen of werkzaamheden uit te oefenen; - onder de bestuurders, zaakvoerders, lasthebbers of personen bevoegd om de onderneming te verbinden, geen natuurlijke personen of rechtspersonen te hebben die de voorbije vijf jaar aansprakelijk zijn gesteld voor de verbintenissen of schulden van een gefailleerde vennootschap met toepassing van de artikelen 213, 229, 231, 265, 314, 315, 456, 4°, of 530 van het Wetboek van vennootschappen, of die door de rechtbank niet verschoonbaar zijn verklaard op basis van artikel 80 van de faillissements wet van 8 augustus 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten; - onder de bestuurders, zaakvoerders, lasthebbers of personen bevoegd om de onderneming te verbinden, geen natuurlijke personen of rechtspersonen te hebben die de voorbije drie jaar verwikkeld waren
een faillissement, liquidatie of gelijkaardige verrichting. »; 3° het wordt aangevuld met h., luidende : « h. De onderneming verbindt zich ertoe te voldoen aan de verplichting van artikel 2bis, § 1, ten laatste op de datum van de
diening van de erkenningsaanvraag. ». Art. 7.
hoofdstuk II, afdeling 1, van dezelfde wet,
gevoegd bij de wet van 22 december 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten2 en gewijzigd bij de wetten van 9 juli 2004, 27 december 2006, 8 juni 2008, 22 december 2008, 17 juni 2009, 30 december 2009, 4 juli 2011 en 28 december 2011, wordt een artikel 2bis
gevoegd, luidende : « Art. 2bis.§ 1. De onderneming stort een borgsom van vijfentwintig duizend euro aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad, de voorwaarden en de nadere regels met betrekking tot de storting en de bestemming van de borgsom, alsook wat er met deze borgsom gebeurt
geval van faillissement. § 2.
dien wordt vastgesteld dat de onderneming niet meer voldoet aan de erkenningsvoorwaarden bedoeld
artikel 2, § 2, eerste en tweede lid, zal een deel van de tegemoetkoming van de federale Staat
de kostprijs van de dienstencheques die bij de uitgiftemaatschappij voor terugbetaling worden
gediend,
gehouden worden.
afwijking van het vorige lid zal de nominale waarde van de dienstencheque en het volledige bedrag van de tegemoetkoming van de federale Staat
de kostprijs van de dienstencheques die bij de uitgiftemaatschappij voor terugbetaling worden
gediend,
gehouden worden
dien de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening oordeelt dat het een zware
breuk betreft. De
gehouden bedragen, bedoeld
de vorige leden, worden op een rekening van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening gestort. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad : 1° het bedrag van de tegemoetkoming van de federale Staat
de kostprijs van de dienstencheque dat wordt
gehouden overeenkomstig het eerste lid;2° de voorwaarden en de nadere regels met betrekking tot de
houding, de storting en de bestemming van de bedragen bedoeld
het eerste en het tweede lid, alsook wat er met deze bedragen gebeurt
geval van faillissement;3° wat wordt verstaan onder zware
breuk.». Art. 8.
artikel 4, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 17 juni 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het
ternationaal Verdrag ter oprichting van een
ternationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de
ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten4, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° 2° wordt vervangen als volgt : « 2° de nominale waarde van de cheque die kan variëren
functie van de aard van de buurtwerken of -diensten en
functie van het gebruik, alsmede de voorwaarden en de nadere regels voor de stortingen.»; 2° er wordt een 2bis°
gevoegd, luidende als volgt : « 2bis° het aanvullend bedrag dat kan variëren teneinde de erkende ondernemingen ertoe aan te zetten om de stabiliteit en de kwaliteit van de werkgelegenheid van de dienstenchequewerknemers te bevorderen,
functie van de aard van de buurtwerken of -diensten en
functie van het gebruik, alsmede de voorwaarden en de nadere regels voor de stortingen.». Art. 9.Dit hoofdstuk treedt
werking op een door de Koning te bepalen datum. Artikel 2bis, § 1, van de wet van 20 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2001 pub. 24/07/2001 numac 2001009636 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 186bis van het Gerechtelijk Wetboek sluiten tot bevordering van buurtdiensten en -banen, zoals
gevoegd bij dit hoofdstuk, is van toepassing op de ondernemingen die worden erkend vanaf de dag waarop dit hoofdstuk
werking treedt. HOOFDSTUK 2. - Controle tijdelijke werkloosheid Art. 10.
artikel 49 van de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het
ternationaal Verdrag ter oprichting van een
ternationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de
ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten3 betreffende de arbeidsovereenkomsten, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 4 juli 2011, waarvan de bestaande tekst de eerste paragraaf zal vormen, wordt een tweede paragraaf
gevoegd, luidende : « § 2. De werkgever is eveneens verplicht de eerste dag van de werkelijke schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst, krachtens dit artikel,
elke kalendermaand onmiddellijk op elektronische wijze mee te delen aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening. De Koning bepaalt de nadere regels betreffende deze mededeling. Hij bepaalt eveneens de voorwaarden waaronder de elektronische mededeling vervangen kan worden door een mededeling bij een ter post aangetekende brief of door een faxbericht verzonden aan het werkloosheidsbureau van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening van de plaats waar de onderneming gevestigd is. De werkgever wordt van deze mededeling vrijgesteld
dien gedurende de kalendermaand voor de betrokken werknemer reeds mededeling werd gedaan met toepassing van artikel 50, derde lid, of artikel 51, § 3quater, eerste lid. Als de werkgever zich niet naar de bepalingen van het eerste lid gedraagt of er zich te laat naar gedraagt, zijn de bepalingen van § 1, zevende lid, van toepassing. ». Art. 11.
artikel 50, vierde lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 26 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/1999 pub. 01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen type wet prom. 26/03/1999 pub. 02/12/2016 numac 2016000723 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 26/03/1999 pub. 24/09/2012 numac 2012000581 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits van uittreksels sluiten, worden de woorden « van artikel 49, § 2, eerste lid, of »
gevoegd tussen de woorden « met toepassing » en de woorden « van artikel 51, § 3quater, eerste lid ». Art. 12.
artikel 51, § 3quater, van dezelfde wet,
gevoegd bij de wet van 26 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/1999 pub. 01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen type wet prom. 26/03/1999 pub. 02/12/2016 numac 2016000723 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 26/03/1999 pub. 24/09/2012 numac 2012000581 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen. - Officieuze coördinatie
het Duits van uittreksels sluiten en gewijzigd bij de wet van 4 juli 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt : « De werkgever is verplicht de eerste dag van de werkelijke schorsing van de uitvoering van de overeenkomst, krachtens dit artikel,
elke kalendermaand onmiddellijk op elektronische wijze mee te delen aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening.De Koning bepaalt de nadere regels betreffende deze mededeling. Hij bepaalt eveneens de voorwaarden waaronder de elektronische mededeling vervangen kan worden door een mededeling bij een ter post aangetekende brief of door een faxbericht verzonden aan het werkloosheidsbureau van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening van de plaats waar de onderneming gevestigd is. »; 2°
het tweede lid, worden de woorden « van artikel 49, § 2, eerste lid, of »
gevoegd tussen de woorden « met toepassing » en de woorden « van artikel 50, derde lid ». Art. 13.
artikel 77/4 van dezelfde wet,
gevoegd bij de wet van 12 april 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten3, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° een paragraaf 1/1 wordt
gevoegd, luidende : « § 1/1.De werkgever is bovendien verplicht de eerste dag van de werkelijke schorsing van de uitvoering van de overeenkomst, krachtens dit artikel,
elke kalendermaand onmiddellijk op elektronische wijze mee te delen aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening volgens de nadere regels vastgesteld door de Koning krachtens artikel 51, § 3quater, of volgens de specifieke regels die Hij voor de toepassing van deze afdeling vaststelt. »; 2° paragraaf 6 wordt aangevuld met twee leden, luidende : « De werkgever die zich niet gedraagt naar de bepalingen van § 1/1 is verplicht aan de bediende zijn normaal loon te betalen voor de dagen tijdens welke de uitvoering van de overeenkomst krachtens dit artikel werkelijk geschorst is.Leeft de werkgever de
§ 1
/1 bedoelde verplichtingen laattijdig na, dan geldt de verplichting om het loon te betalen enkel gedurende de periode voorafgaand aan de mededeling. Voor de toepassing van dit lid wordt rekening gehouden met het normaal loon, zoals bepaald door de Koning voor de toepassing van artikel 51, § 7, derde lid. De werkgever die zich niet gedraagt naar de
het eerste en het derde lid bedoelde bepalingen, is gehouden aan de bediende zijn normaal loon te betalen tijdens een periode van zeven dagen vanaf de eerste dag van de werkelijke schorsing van de uitvoering van de overeenkomst; hij is tevens gehouden aan de bediende,
de daaropvolgende periode, voor de dagen tijdens welke de uitvoering van de overeenkomst krachtens dit artikel werkelijk geschorst is, een normaal loon, waarvan het bedrag bepaald is door de Koning voor de toepassing van artikel 51, § 7, derde lid, te betalen. Leeft de werkgever de
het derde lid bedoelde verplichtingen laattijdig na, dan geldt de verplichting om het loon te betalen enkel gedurende de periode voorafgaand aan de mededeling. ». Art. 14.Dit hoofdstuk treedt
werking op een door de Koning te bepalen datum. HOOFDSTUK 3. - Sociaal strafrecht Art. 15.
boek 2, hoofdstuk 4, van het Sociaal Strafwetboek wordt een afdeling 3/1
gevoegd, luidende « De dienstencheques ». Art. 16.
afdeling 3/1,
gevoegd bij artikel 15, wordt een artikel 177/1
gevoegd, luidende : « Art. 177/1.De dienstencheques § 1. Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die,
strijd met de wet van 20 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2001 pub. 24/07/2001 numac 2001009636 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 186bis van het Gerechtelijk Wetboek sluiten tot bevordering van buurtdiensten en -banen : 1°
het kader van de buurtwerken of -diensten activiteiten uitvoert die niet toegelaten zijn
de beslissing tot erkenning;2° dienstencheques aanneemt ter betaling van activiteiten die geen buurtwerken of -diensten zijn;3° meer dienstencheques voor betaling aanvaardt en overzendt aan het uitgiftebedrijf voor verrichte prestaties van buurtwerken of -diensten
een bepaald kwartaal, dan het aantal bij de RSZ aangegeven arbeidsuren voor verrichte prestaties van buurtwerken of -diensten dat voor datzelfde kwartaal is gepresteerd door werknemers met een arbeidsovereenkomst dienstencheques. § 2. Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die,
strijd met de wet van 20 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2001 pub. 24/07/2001 numac 2001009636 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 186bis van het Gerechtelijk Wetboek sluiten tot bevordering van buurtdiensten en -banen : 1° dienstencheques van de gebruiker aanvaardt als de buurtwerken of -diensten nog niet zijn uitgevoerd;2° buurtwerken of -diensten laat uitvoeren door een werknemer die niet werd aangeworven voor de uitvoering van deze buurtwerken of -diensten;3° de registratie van de dienstenchequeactiviteiten niet op dergelijke wijze organiseert dat het mogelijk is exact na te gaan wat het verband is tussen de maandelijkse prestaties van elke
dividuele dienstenchequewerknemer, de gebruiker en de overeenkomstige dienstencheques;4° buurtwerken of -diensten levert zonder hiertoe erkend te zijn;5°
dien zij een andere activiteit uitvoert dan de activiteiten waarvoor erkenning kan worden verleend op grond van de voormelde wet van 20 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2001 pub. 24/07/2001 numac 2001009636 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 186bis van het Gerechtelijk Wetboek sluiten en
haar schoot geen « sui generis afdeling » heeft die zich specifiek
laat met de tewerkstelling
het kader van het stelsel van dienstencheques, zoals bedoeld
artikel 2, § 2, eerste lid, a), van dezelfde wet;6° werken of diensten die worden gefinancierd met dienstencheques
onderaanneming laat uitvoeren door een andere onderneming of
stelling;7° een ander dan het vanaf haar erkenning bijkomend arbeidsvolume van activiteiten van thuishulp van huishoudelijke aard laat betalen met dienstencheques. § 3. Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die,
strijd met de wet van 20 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2001 pub. 24/07/2001 numac 2001009636 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 186bis van het Gerechtelijk Wetboek sluiten tot bevordering van buurtdiensten en -banen : 1° geen geschreven arbeidsovereenkomst dienstencheques opmaakt uiterlijk binnen twee werkdagen te rekenen vanaf het tijdstip waarop de werknemer
dienst treedt;2° de arbeidsovereenkomst dienstencheques onvolledig of onjuist opmaakt;3° een werknemer die tijdens zijn deeltijdse tewerkstelling geniet van een werkloosheidsuitkering, een leefloon of van financiële sociale hulp geen voorrang geeft tot het bekomen van een voltijdse betrekking of van een andere, al dan niet bijkomende, deeltijdse dienstbetrekking waardoor hij een nieuwe deeltijdse arbeidsregeling verkrijgt waarvan de wekelijkse arbeidsduur hoger is dan die van de deeltijdse arbeidsregeling waarin hij reeds werkt;4° de gebruiker vertegenwoordigt voor de toepassing van artikel 3, § 2, eerste lid, en van artikel 6 van het koninklijk besluit van 12 december 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten3 betreffende de dienstencheques, of de werknemer vertegenwoordigt om de dienstencheques te ondertekenen;5° de dienstencheques niet gegroepeerd per maand waarin de prestaties effectief verricht zijn, ter betaling overzendt aan het uitgiftebedrijf. Voor de
het eerste lid, 1°, 2° en 3°, bedoelde
breuken wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers. § 4. Met een sanctie van niveau 3 worden bestraft, de gebruiker en de werknemer die,
strijd met de wet van 20 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2001 pub. 24/07/2001 numac 2001009636 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 186bis van het Gerechtelijk Wetboek sluiten tot bevordering van buurtdiensten en -banen, wetens en willens hebben deelgenomen aan een
de §§ 1 of 2 bedoelde
breuk gepleegd door een werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber. § 5. Met een sanctie van niveau 2 worden bestraft, de gebruiker en de werknemer die,
strijd met de wet van 20 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2001 pub. 24/07/2001 numac 2001009636 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 186bis van het Gerechtelijk Wetboek sluiten tot bevordering van buurtdiensten en -banen, wetens en willens hebben deelgenomen aan een
de § 3 bedoelde
breuk gepleegd door een werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber. ». Art. 17.
artikel 7 van de wet van 20 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2001 pub. 24/07/2001 numac 2001009636 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 186bis van het Gerechtelijk Wetboek sluiten tot bevordering van buurtdiensten en -banen,
gevoegd door de wet van 17 juni 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het
ternationaal Verdrag ter oprichting van een
ternationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de
ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten4, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het tweede lid worden de woorden « en de ambtenaren belast met de controle van de naleving van de bepalingen » opgeheven;2° het derde lid wordt vervangen als volgt : « Onverminderd de maatregelen bedoeld
het vorige lid en
de artikelen 2, § 2, vierde tot zesde lid, en 3bis van deze wet, worden de
breuken op de bepalingen van deze wet en van de uitvoeringsbesluiten ervan opgespoord, vastgesteld en bestraft overeenkomstig het Sociaal Strafwetboek. De sociaal
specteurs beschikken over de bevoegdheden bedoeld
de artikelen 23 tot 39 van het Sociaal Strafwetboek wanneer zij, ambtshalve of op verzoek, optreden
het kader van hun opdracht tot
formatie, bemiddeling en toezicht
zake de naleving van de bepalingen van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan. ». Art. 18.De artikelen 10ter tot 10septies van dezelfde wet,
gevoegd door de programmawet (I) van 17 juni 2009, worden opgeheven. Art. 19.Dit hoofdstuk treedt
werking op een door de Koning te bepalen datum. TITEL 5. - Zelfstandigen en K.M.O.'s ENIG HOOFDSTUK. - Betere
vordering van de sociale bijdragen Art. 20.
het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende
voering van het sociaal statuut der zelfstandigen wordt een artikel 23quater
gevoegd, luidend als volgt : « Art. 23quater.§ 1. De notarissen die gevorderd zijn om de akte of het attest van erfopvolging, bedoeld
artikel 1240bis van het Burgerlijk Wetboek op te maken, zijn persoonlijk aansprakelijk voor de betaling van de schulden, waarvan kennis kan worden gegeven overeenkomstig § 2, van de overledene, zijn erfgenamen en legatarissen waarvan de identiteit vermeld staat
de akte of het attest, of van de begunstigden van een contractuele erfstelling waarmee de overledene heeft
gestemd,
dien zij de
ningsinstellingen van de socialezekerheidsbijdragen daarvan niet op de hoogte stellen : 1° door middel van een procedure waarbij
formaticatechnieken worden gebruikt, via de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid;2° door elk ander middel waardoor het bericht kan worden ondertekend en waardoor de verzending ervan een vaste dagtekening bekomt, wanneer het bericht niet overeenkomstig het 1° kan worden verzonden. Wanneer het gaat om schulden lastens de overledene is de aansprakelijkheid bedoeld
het eerste lid beperkt tot de waarde van de nalatenschap. Wanneer het gaat om schulden lastens de rechtverkrijgenden is de aansprakelijkheid bedoeld
het eerste lid beperkt tot de waarde van de tegoeden die toekomen aan de rechtverkrijgende waarvan de identiteit vermeld is
de akte of het attest en betreffende dewelke de notaris aansprakelijk kan worden gesteld.
dien de bedoelde akte of attest niet wordt opgesteld binnen de drie maanden vanaf de verzending van het bericht, wordt dit laatste beschouwd als van generlei waarde. Het bericht vermeldt de identiteit van de overledene, van zijn erfgenamen of legatarissen en van de eventuele begunstigde van een contractuele erfstelling. § 2.
dien het belang van de
ningsinstelling van de socialezekerheidsbijdragen zulks vereist, stelt ze de notaris die gevorderd is om de akte of het attest op te stellen op de hoogte, vóór het verstrijken van de twaalfde werkdag volgend op de verzending van het
§ 1
bedoelde bericht en door middel van een procedure waarbij
formaticatechnieken worden gebruikt, via de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, van het bedrag van de schulden lastens de overledene of een ander persoon vermeld
het bericht. Wanneer de kennisgeving niet kan worden verzonden door middel van een procedure waarbij
formaticatechnieken worden gebruikt, gaan de
ningsinstellingen van de socialezekerheidsbijdragen over tot de kennisgeving door elk ander middel voor verzending met vaste dagtekening en waardoor ze kan worden ondertekend. De schulden waarvan
toepassing van het eerste lid kennis kan worden gegeven zijn alle schulden
hoofdsom en bijbehoren ten opzichte van de
ningsinstelling van socialezekerheidsbijdragen waarvoor er een titel bestaat. § 3.
het attest van erfopvolging of onderaan het afschrift van de akte van erfopvolging wordt vermeld, hetzij dat er geen kennisgeving van schulden bij toepassing van § 2 werd gedaan en dit zowel
hoofde van de overledene als
hoofde van de personen die vermeld zijn
het bericht en die bestemmeling zijn van het attest of het afschrift, hetzij dat de schulden waarvan bij toepassing van § 2 kennis werd gegeven zijn betaald,
voorkomend geval met de tegoeden gehouden door de schuldenaar.
voorkomend geval wordt
het attest van erfopvolging of onderaan het afschrift van de akte van erfopvolging de vermelding van de gedane of van de nog te verrichten betaling toegevoegd of vervolledigd door de notaris. De notaris die een attest van erfopvolging of een afschrift van een akte van erfopvolging aflevert waarin onjuiste vermeldingen staan betreffende het ontbreken van de kennisgeving of betreffende de betaling van schulden waarvan van het bestaan kennis werd gegeven overeenkomstig § 2, loopt dezelfde aansprakelijkheid op als de notaris die de verplichting bepaald
§ 1niet naleeft.
Die aansprakelijkheid is evenwel beperkt tot het bedrag dat als gevolg van die onjuistheden niet kon worden
gevorderd. § 4. Op straffe van persoonlijke aansprakelijkheid voor de betaling van de schulden aan de
ningsinstellingen van de socialezekerheidsbijdragen waarvan kennis is gegeven overeenkomstig § 2, kan diegene die overeenkomstig artikel 1240bis van het Burgerlijk Wetboek tegoeden vrijgeeft van een overledene, dat slechts bevrijdend doen op voorwaarde dat uit de akte of het attest duidelijk blijkt dat geen enkele kennisgeving
de zin van § 2 is gedaan.
afwijking op de vorige alinea, kunnen de tegoeden van de overledene overeenkomstig artikel 1240bis van het Burgerlijk Wetboek bevrijdend worden vrijgegeven aan de erfgenaam, de legataris of de begunstigde van een contractuele erfstelling die de akte of het attest of een afschrift van de akte voorlegt waarin is vermeld : 1° dat alle op naam van de overledene en alle op naam van de erfgenaam, de legataris of de begunstigde van een contractuele erfstelling bestaande schulden waarvan bij toepassing van § 2
voorkomend geval kennis werd gegeven, werden betaald of;2° dat de tegoeden kunnen worden vrijgegeven aan de erfgenaam, de legataris of de begunstigde van een contractuele erfstelling na betaling, door middel van de door de schuldenaar gehouden fondsen, van zijn schulden waarvan werd kennisgegeven. § 5. De
§ 4
bedoelde aansprakelijkheid is beperkt tot de waarde van de tegoeden die zijn vrijgegeven aan de schuldenaars die zijn vermeld
de
§ 2bedoelde kennisgeving.
§ 6.
de gevallen waarin het
§ 1
bedoeld bericht wordt verzonden door middel van een procedure waarbij
formaticatechnieken worden gebruikt, wordt onder de datum van verzending van bedoeld bericht verstaan de datum van de ontvangstmelding meegedeeld door de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, na ontvangst door haar van de ontvangstmelding afkomstig van de
ningsinstelling van socialezekerheidsbijdragen of van de dienst die voor het ontvangen en doorzenden van deze berichten bevoegd is.
de gevallen waarin de
§ 2
bedoelde kennisgevingen worden verzonden door middel van een procedure waarbij
formaticatechnieken worden gebruikt, is de datum van deze kennisgevingen de datum van verzending ervan. § 7. De
formatie
de berichten en kennisgevingen is dezelfde, ongeacht of ze worden medegedeeld door middel van een procedure waarbij
formaticatechnieken worden gebruikt of door elk ander middel voor verzending met vaste dagtekening en waardoor ze kan worden ondertekend. Wanneer ze worden verzonden met elk ander middel dat een vaste dagtekening verleent aan de verzending ervan en dat toelaat ze te ondertekenen, moeten deze berichten en kennisgevingen worden opgemaakt overeenkomstig de modellen vastgesteld door de Minister die de Zelfstandigen onder zijn bevoegdheid heeft of zijn afgevaardigde, die
voorkomend geval de diensten aanwijst die voor het ontvangen en doorzenden van deze berichten en kennisgevingen bevoegd zijn. Bij de verzending van voormelde berichten en kennisgevingen, gericht tot of afkomstig van de
ningsinstelling, worden de betrokken personen geïdentificeerd aan de hand van het identificatienummer bedoeld
artikel 8 van de wet van 15 januari 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het
ternationaal Verdrag ter oprichting van een
ternationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de
ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten7 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, en van het identificatienummer bedoeld
artikel 5 van de wet van 16 januari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten0 tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen. § 8. Wanneer het
§ 1
bedoeld bericht niet wordt medegedeeld door middel van een procedure waarbij
formaticatechnieken worden gebruikt, mogen de kennisgevingen naar aanleiding van dit bericht niet door middel van deze procedure worden verzonden maar enkel door elk ander middel voor verzending met vaste dagtekening en waardoor ze kan worden ondertekend. Wanneer een ander middel wordt gebruikt, is het bericht of de kennisgeving verzonden met dit ander middel doorslaggevend ten opzichte van de eventuele verzending van hetzelfde bericht of dezelfde kennisgeving door middel van een procedure waarbij
formaticatechnieken worden gebruikt wanneer de datum van de
formaticaverzending verschilt ten opzichte van de datum van de verzending door elk ander middel zoals bedoeld
het vorige lid. § 9. De oorsprong en de
tegriteit van de
houd van de
§§ 1
en 2, bedoelde berichten en kennisgevingen dienen,
geval van verzending door middel van een procedure waarbij
formaticatechnieken worden gebruikt, te worden verzekerd door middel van aangepaste beveiligingstechnieken. § 10. Opdat de
§ 2
bedoelde kennisgevingen geldig zouden zijn wanneer ze worden verzonden door middel van een procedure waarbij
formaticatechnieken worden gebruikt, moeten ze een elektronische handtekening dragen, die met een van de volgende technieken wordt aangebracht : - creatie van een elektronische handtekening met behulp van een Belgische elektronische identiteitskaart; - creatie van een digitale handtekening met behulp van een private sleutel toegekend aan een bevoegde ambtenaar of aan de door de raad van bestuur van de
ningsinstelling van de bijdragen daartoe aangeduide persoon, en vergezeld van een certificaat uitgereikt aan die ambtenaar of aan deze aangeduide persoon, waarbij zowel de private sleutel als het certificaat op een beveiligde wijze
het geheugen van een computer zijn opgeslagen; - creatie van een digitale handtekening met behulp van een private sleutel toegekend aan een
stelling en vergezeld van een certificaat uitgereikt aan die
stelling, waarbij zowel de private sleutel als het certificaat op een beveiligde wijze
het geheugen van een computer zijn opgeslagen; - creatie van een geavanceerde elektronische handtekening
de zin van artikel 2, 2°, van de wet van 9 juli 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 09/07/2001 pub. 29/09/2001 numac 2001011298 bron ministerie van economische zaken Wet houdende vaststelling van bepaalde regels
verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten sluiten houdende vaststelling van bepaalde regels
verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten. Ongeacht de toegepaste techniek, wordt gewaarborgd dat enkel de bevoegde personen toegang hebben tot de middelen waarmee de handtekening wordt gecreëerd. De gevolgde procedures moeten bovendien toelaten dat de natuurlijke persoon die verantwoordelijk is voor de verzending correct kan worden geïdentificeerd en dat het tijdstip van de verzending correct kan worden vastgesteld. Deze gegevens moeten gedurende een periode van tien jaar door de afzender worden bewaard en
geval van betwisting binnen een redelijke termijn worden voorgelegd. § 11. De paragrafen 1 tot 10 zijn van overeenkomstige toepassing op elke persoon of dienst die bevoegd is om een
artikel 1240bis van het Burgerlijk Wetboek bedoeld attest van erfopvolging op te maken. ». Art. 21.
artikel 95bis van de wet van 30 december 1992Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten4 houdende sociale en diverse bepalingen,
gevoegd bij de wet van 27 december 2005, worden de woorden « en 23ter » vervangen door de woorden « , 23ter en 23quater ». Art. 22.
artikel 9bis van de wet van 13 juli 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten5 betreffende de
voering van een jaarlijkse bijdrage ten laste van bepaalde
stellingen,
gevoegd bij de wet van 27 december 2005, worden de woorden « en 23ter » vervangen door de woorden « , 23ter en 23quater ». Art. 23.De artikelen 20 tot 22 treden
werking op een datum die door de Koning wordt bepaald bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad, en uiterlijk op 1 juli
- TITEL
- - Sociale Zaken HOOFDSTUK
- - Bijzondere socialezekerheidsbijdrage voor aanvullende pensioenen Afdeling
- - Werknemers Art. 24.Artikel 38 van de wet van 29 juni 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het
ternationaal Verdrag ter oprichting van een
ternationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de
ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten9 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 29 maart 2012, wordt aangevuld met een paragraaf 3duodecies, luidende : « § 3duodecies. Wanneer voor een werknemer de som van de stortingen van bijdragen en/of premies van de werkgevers voor de opbouw van een aanvullend pensioen het drempelbedrag van 30.000 euro per jaar overschrijdt, is een bijzondere bijdrage van 1,5 % verschuldigd. Bovenvermeld drempelbedrag wordt geïndexeerd volgens de wet van 2 augustus 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het
ternationaal Verdrag ter oprichting van een
ternationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de
ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten5 houdende
richting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het
dexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld.
dien er sprake is van een premie of bijdragen die niet
dividualiseerbaar is, zal er voor het bepalen van de
ningsgrondslag van de
het eerste lid vermelde bijzondere bijdragen rekening gehouden worden met de aangroei, andere dan door rendement, van de
dividuele verworven reserves van de aangeslotene, berekend op basis van de kenmerken van de pensioentoezegging. De Koning kan de berekeningswijze van de
ningsgrondslag,
geval van een premie of bijdrage die niet
dividualiseerbaar is, bij een besluit vastgelegd na overleg
de Ministerraad verder specifiëren. Iedere werkgever gaat voor elk bijdragejaar na of het bedrag aan bijdragen en/of premies die hij voor een werknemer stort
de loop van dat jaar het drempelbedrag vermeld
het eerste lid overschrijdt. Is dit het geval dan is de werkgever
het 4e kwartaal van dat jaar de bijzondere bijdrage aan de bevoegde
ningsinstelling verschuldigd. Vanaf 2013 deelt de VZW Sigedis het bedrag van de bijdragen of premies ontvangen door de pensioeninstellingen voor een bepaalde werkgever aan de
ningsinstelling mede, uitgesplitst per pensioentoezegging waarvan deze werkgever de
itiatiefnemer is. Deze bijzondere bijdrage is gelijkgesteld met een socialezekerheidsbijdrage
zonderheid wat betreft de aangiften met verantwoording van de bijdragen, de betalingstermijnen, de toepassing van de burgerlijke sancties en van de strafbepalingen, het toezicht, de aanwijzing van de rechter bevoegd bij betwisting, de verjaring
zake rechtsvorderingen, het voorrecht en de mededeling van het bedrag van de schuldvordering van de
stellingen belast met de
ning en de
vordering van de bijdragen. De opbrengst van deze bijdrage wordt overgedragen naar de RSZ-globaal beheer, bedoeld
artikel 5, eerste lid, 2°, van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het
ternationaal Verdrag ter oprichting van een
ternationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de
ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten8 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad, de nadere modaliteiten van de
ning en de
vordering van deze bijdrage bepalen. ». Art. 25.Artikel 24 heeft uitwerking met
gang van 1 januari 2012 en treedt buiten werking wanneer artikel 26
werking treedt. Artikel 24 blijft van toepassing na deze datum voor wat de bijdragen betreft die nog verschuldigd zijn op 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin artikel 26
werking treedt. Art. 26.Artikel 38 van de wet van 29 juni 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het
ternationaal Verdrag ter oprichting van een
ternationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de
ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten9 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 29 maart 2012, wordt aangevuld met een paragraaf 3terdecies, luidende : « § 3terdecies. Wanneer werkgevers of sectorale
richters ten gunste van een werknemer,
het bijdragejaar rechtstreeks of onrechtstreeks bijdragen en/of premies storten voor de opbouw van een aanvullend pensioen en wanneer op 1 januari van dat jaar voor de betrokken werknemer de som van het wettelijk en het aanvullend pensioen de pensioendoelstalling overschrijdt, is de werkgever of de sectorale
richter een bijzondere bijdragen verschuldigd van 1,5 % op deze bijdragen en/of premies. Voor de toepassing van deze paragraaf dient te worden verstaan onder : 1° wettelijk pensioen : 50 % van het brutoloonplafond van een bepaald jaar vermenigvuldigd met de loopbaanbreuk van toepassing voor de werknemers,
voorkomend geval vermeerderd met 25 % van het brutoloonplafond van een bepaald jaar vermenigvuldigd met de loopbaanbreuk van toepassing voor zelfstandigen;2° aanvullend pensioen : de reëel opgebouwde reserves
een bepaald jaar.Wanneer het aanvullende pensioen uitgedrukt is
een kapitaal dient dit gedeeld te worden door een omzettingscoëfficiënt om een rentebedrag te bekomen. De omzettingscoëfficiënt wordt door de Directie-Generaal Sociaal Beleid van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid vastgesteld voor een maandelijkse rente op het hoofd van een 65-jarige op grond van prospectieve en geslachtsneutrale sterftetafels die worden vastgesteld op basis van de laatste demografische studies uitgevoerd door de Algemene Directie Statistiek en Economische
formatie van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie en het federaal Planbureau, een
terestvoet die overeenstemt met de gemiddelde
terestvoet over de laatste 6 jaar van de OLO's op 10 jaar, een jaarlijkse
dexering van de maandelijkse rente van 2 % per jaar en een overdraagbaarheid van die maandelijkse rente ten belope van 80 % ten gunste van een andere persoon met dezelfde leeftijd. Telkens nieuwe prospectieve sterftetafels worden opgesteld, wordt de omzettingscoëfficiënt herberekend, rekening houdende met de op dat ogenblik geldende voormelde gemiddelde
terestvoet; 3° basisbedrag : het bedrag bedoeld
artikel 39, tweede lid, van de wet van 5 augustus 1978 houdende economische en budgettaire hervormingen;4° loopbaanbreuk voor werknemers : het aantal reeds als werknemer gepresteerde loopbaanjaren gedeeld door 45;5° loopbaanbreuk voor zelfstandigen : het aantal reeds als zelfstandige gepresteerde loopbaanjaren gedeeld door 45;6° pensioendoelstelling : het basisbedrag vermenigvuldigd met de loopbaanbreuk. De Koning kan bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad de term « loopbaanjaar » definiëren. De referentiebedragen voor de bepaling van het basisbedrag en het maximaal wettelijke pensioen worden op 1 januari van elk jaar vastgesteld door de bevoegde pensioendiensten. De gegevens betreffende het aantal reeds gepresteerde loopbaanjaren, de bijdragen en/of premies en de reeds opgebouwde reserves worden op 1 januari van elk jaar vastgesteld door Sigedis.
dien er sprake is van een premie of bijdragen die niet
dividualiseerbaar is, zal er voor het bepalen van de
ningsgrondslag van de
het eerste lid vermelde bijzondere bijdragen rekening gehouden worden met de aangroei, andere dan door rendement, van de
dividuele verworven reserves van de aangeslotene, berekend op basis van de kenmerken van de pensioentoezegging. De Koning kan de berekeningswijze van de
ningsgrondslag,
geval van een premie of bijdrage die niet
dividualiseerbaar is, bij een besluit vastgelegd na overleg
de Ministerraad verder specifiëren. Deze bijzondere bijdrage wordt geïnd door de bevoegde
ningsinstelling. Deze bijzondere bijdrage wordt gelijkgesteld met een socialezekerheidsbijdrage,
zonderheid wat betreft de aangiften met verantwoording van de bijdragen, de betalingstermijnen, de toepassing van de burgerlijke sancties en de strafbepalingen, het toezicht, de aanwijzing van de rechter bevoegd
geval van betwisting, de verjaring
zake rechtsvorderingen, het voorrecht en de mededeling van het bedrag van de schuldvordering van de
stelling belast met de
ning en de
vordering van de bijdragen. De opbrengst van de bijdrage wordt door de
ningsinstelling gestort aan de RSZ-globaal beheer, bedoeld
artikel 5, eerste lid, 2°, van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het
ternationaal Verdrag ter oprichting van een
ternationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de
ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten8 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. De Koning kan bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad, de modaliteiten van de
ning en
vordering van deze bijzondere bijdrage bepalen. ». Art. 27.Artikel 26 treedt
werking op 1 januari 2016. De Koning kan bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad, een datum van
werkingtreding bepalen voorafgaand aan de datum vermeld
het eerste lid. Afdeling
- - Zelfstandigen Art. 28.§
- Wanneer een rechtspersoon ten gunste van zelfstandigen, zoals bedoeld
artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende
richting van het sociaal statuut der zelfstandigen,
het bijdragejaar bijdragen of premies stort voor de opbouw van een aanvullend pensioen en deze bijdragen of premies de drempel van 30.000 euro per zelfstandige overschrijden, dan zal deze rechtspersoon een bijzondere bijdrage verschuldigd zijn. Bovenvermeld drempelbedrag wordt geïndexeerd volgens de wet van 2 augustus 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het
ternationaal Verdrag ter oprichting van een
ternationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de
ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten5 houdende
richting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het
dexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld. Het percentage van deze bijzondere bijdrage bedraagt 1,5 % en is van toepassing op het gedeelte van het bedrag aan bijdragen of premies waarmee de drempel, vermeld
het eerste lid, wordt overschreden. Het vrij aanvullend pensioen zelfstandigen, opgebouwd
toepassing van artikel 41 en volgende van de programma wet van 24 december 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten1, wordt uitgesloten van de berekeningsbasis van dit artikel om het excedent te bepalen en de bijdrage te berekenen.
dien er sprake is van een premie of bijdrage die niet
dividualiseerbaar is, zal er voor het bepalen van de
ningsgrondslag van de
het eerste lid vermelde bijzondere bijdrage rekening gehouden worden met de aangroei, andere dan door rendement, van de
dividuele verworven reserves van de aangeslotene, berekend op basis van de kenmerken van de pensioentoezegging. De Koning kan de berekeningswijze van de
ningsgrondslag,
geval van een premie of bijdrage die niet
dividualiseerbaar is, bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad verder specifiëren. § 2. Elke rechtspersoon gaat voor elk bijdragejaar na of het bedrag aan bijdragen of premies die hij stort
de loop van dat jaar ten gunste van een zelfstandige, bedoeld
paragraaf 1, eerste lid, de drempel, zoals vermeld
paragraaf 1, eerste lid, overschrijdt. Is dit laatste het geval, dan dient de rechtspersoon ten laatste op 31 december van dat jaar de bijzondere bijdrage op het gedeelte van de bijdragen of premies dat deze drempel overschrijdt, te betalen aan het Rijksinstituut voor de sociale verzekeringen der zelfstandigen, hierna RSVZ genoemd. De bijdrage dient gestort te worden op een specifiek daarvoor door het RSVZ geopende rekening. Op het gedeelte van de bijdrage dat niet tijdig betaald werd, wordt een verhoging toegepast van 1 pct. per maand vertraging
de betaling van de bijdrage en dit te rekenen vanaf de derde kalendermaand vertraging volgend op de uiterste betalingsdatum voorzien
het eerste lid. Deze verhoging wordt toegepast tot en met de maand waarin de rechtspersoon de verschuldigde bijdrage betaald heeft, of waarin een gerechtelijke procedure werd
geleid, of waarin aan de rechtspersoon een dwangbevel met bevel tot betaling van de verschuldigde bijdragen werd betekend. § 3. Het RSVZ is belast met de
vordering van de bijdragen, de verhogingen en de kosten,
voorkomend geval langs gerechtelijke weg. Onverminderd zijn recht om voor de rechter te dagvaarden, kan het RSVZ als
ninginstelling van de bijdrage de bedragen die haar verschuldigd zijn eveneens bij wijze van dwangbevel
vorderen. Wanneer een pensioeninstelling of een verzekeringsmaatschappij premies of bijdragen ontvangt die aanleiding geven tot het verschuldigd zijn van de bijzondere bijdrage zoals bedoeld
paragraaf 1 zijn ze ertoe gehouden om, zonder kosten, het RSVZ de nodige
lichtingen,
formatie, documenten of elke andere
formatiedrager, nodig voor de toepassing van deze afdeling, aan te leveren, zijnde : 1° de benaming, het ondernemingsnummer en desgevallend het adres van de maatschappelijke zetel van de rechtspersonen die de bijzondere bijdrage verschuldigd zijn;2° per rechtspersoon, de namen, de voornamen, het rijksregisternummer en desgevallend de geboortedatum van de zelfstandigen
wiens voordeel bijdragen of premies werden gestort met het oog op de vorming van een aanvullend pensioen, alsook de identificatiegegevens van het of de contracten onderschreven met het oog op de vorming van een aanvullend pensioen waarvan het totaal bedrag de drempel vermeld
paragraaf 1, eerste lid, overschrijdt;3° voor elk bijdragejaar en per zelfstandige, het totaal bedrag der bijdragen of premies gestort tijdens dat jaar met het oog op de vorming van een aanvullend pensioen ten gunste van een zelfstandige bedoeld
paragraaf 1, eerste lid,
dien dit bedrag de drempel vermeld bij paragraaf 1, eerste lid, overschrijdt. Het RSVZ kan de terugbetaling vorderen van de kosten die veroorzaakt zijn door de rappelbrieven die het, eventueel via gerechtsdeurwaarder, heeft moeten versturen
geval van laattijdige bijdragebetaling. De
vordering van de
deze afdeling bepaalde bijdrage verjaart na vijf jaar te rekenen vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar waarvoor ze verschuldigd is. De verjaring wordt gestuit : 1° op de
de artikelen 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek bepaalde wijze;2° met een aangetekende brief of een deurwaardersaanmaning waarbij het RSVZ de verschuldigde bijdrage opeist. De vordering tot terugbetaling van een ten onrechte betaalde bijdrage verjaart na vijf jaar te rekenen vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op dat waarin de onverschuldigde bijdrage werd betaald. De verjaring bedoeld
het vorige lid wordt gestuit : 1° op de
de artikelen 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek bepaalde wijze;2° met een aangetekende brief die door de rechtspersoon gericht wordt aan het RSVZ, en waarbij de terugbetaling van de ten onrechte betaalde bijdrage wordt opgeëist. § 4. De
deze afdeling bedoelde bijdrage is, wat de
komstenbelastingen aangaat, van dezelfde aard als de bijdragen die verschuldigd zijn ter uitvoering van de sociale wetgeving. De krachtens de bepalingen van deze afdeling geïnde bedragen worden, na aftrek van de beheerskosten van het RSVZ betreffende de bijdrage, toegewezen aan het globaal financieel beheer van het sociaal statuut der zelfstandigen bedoeld
artikel 2 van het koninklijk besluit van 18 november 1996 strekkende tot
voering van een globaal financieel beheer
het sociaal statuut der zelfstandigen, met toepassing van hoofdstuk 1 van titel VI van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels. De beheerskosten met betrekking tot deze bijdrage worden door het RSVZ jaarlijks berekend
het kader van de afsluiting van de rekeningen. § 5. De Koning bepaalt bij een besluit, vastgesteld na overleg
de Ministerraad : 1° de gegevens die de rechtspersoon aan het RSVZ moet meedelen, evenals de wijze waarop die gegevens moeten worden meegedeeld;2° de wijze van betaling;3° de gevallen waarin kan afgezien worden van de toepassing van de verhogingen;4° de gevallen waarin het RSVZ kan afzien van de
vordering van de bijdragen en het toebehoren ervan wanneer deze
vordering al te onzeker of te bezwarend blijkt
verhouding tot het bedrag van de
te vorderen sommen;5° de nadere modaliteiten voor de
ning van deze bijzondere bijdrage;6° de nadere regels voor de terugbetaling van betaalde onverschuldigde bijdragen.Hij kan
dit kader voorzien
moratoriumintresten; 7° de nadere regels voor het toezicht op de naleving van de bepalingen van deze afdeling. § 6. Het RSVZ is belast met de controle van de verplichtingen die voortvloeien uit de bepalingen van dit artikel. Hiertoe gebruikt het een geïnformatiseerde gegevensbank die de identiteitsgegevens van de rechtspersonen, de gegevens die de rechtspersonen aan het RSVZ moeten meedelen, de persoonlijke identificatiegegevens - zoals bedoeld
artikelen 2 en 3 van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen - van de zelfstandigen en de gegevens overgemaakt door Sigedis, de verzekeringsinstellingen en de pensioeninstellingen bevat. Art. 29.Artikel 28 heeft uitwerking met
gang van 1 januari 2012 en treedt buiten werking wanneer artikel 30
werking treedt. Evenwel blijft artikel 28 na de opheffing ervan steeds van toepassing op de op het ogenblik van de opheffing nog krachtens artikel 28 verschuldigde bijdragen die dateren van vóór de opheffing. Art. 30.§ 1. Wanneer een rechtspersoon ten gunste van zelfstandigen, zoals bedoeld
artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende
richting van het sociaal statuut der zelfstandigen,
het bijdragejaar bijdragen of premies stort voor de opbouw van een aanvullend pensioen en wanneer op 1 januari van dat jaar voor de betrokken zelfstandige de som van het wettelijk en het aanvullend pensioen de pensioendoelstelling overschrijdt dan zal deze rechtspersoon een bijzondere bijdrage verschuldigd zijn van 1,5 %. Voor de toepassing van deze paragraaf dient te worden verstaan onder : 1° wettelijk pensioen : 25 % van het brutoloonplafond
een bepaald jaar vermenigvuldigd met de loopbaanbreuk van toepassing
het stelsel van de zelfstandigen,
voorkomend geval vermeerderd met 50 % van het brutoloonplafond
een bepaald jaar vermenigvuldigd met de loopbaanbreuk van toepassing voor werknemers;2° aanvullend pensioen : de reëel opgebouwde reserves
een bepaald jaar.Wanneer het aanvullende pensioen uitgedrukt is
een kapitaal dient dit gedeeld te worden door een omzettingscoëfficiënt om een rentebedrag te bekomen. De omzettingscoëfficiënt wordt door de Directie-Generaal Sociaal Beleid van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid vastgesteld voor een maandelijkse rente op het hoofd van een 65-jarige op grond van prospectieve en geslachtsneutrale sterftetafels die worden vastgesteld op basis van de laatste demografische studies uitgevoerd door de Algemene Directie Statistiek en Economische
formatie van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie en het federaal Planbureau, een
terestvoetvoet die overeenstemt met de gemiddelde
terestvoet over de laatste 6 jaar van de OLO's op 10 jaar, een jaarlijkse
dexering van de maandelijkse rente van 2 % per jaar en een overdraagbaarheid van die maandelijkse rente ten belope van 80 % ten gunste van een andere persoon met dezelfde leeftijd. Telkens nieuwe prospectieve sterftetafels worden opgesteld, wordt de omzettingscoëfficiënt herberekend, rekening houdende met de op dat ogenblik geldende voormelde gemiddelde
terestvoet; 3° pensioendoelstelling : het basisbedrag vermenigvuldigd met de loopbaanbreuk;4° basisbedrag : het jaarbedrag bedoeld
artikel 39, tweede lid, van de wet van 5 augustus 1978 houdende economische en budgettaire hervormingen;5° loopbaanbreuk voor zelfstandigen : het aantal reeds als zelfstandige gepresteerde loopbaanjaren gedeeld door 45;6° loopbaanbreuk voor werknemers : het aantal reeds als werknemer gepresteerde loopbaanjaren gedeeld door 45. De Koning kan bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad de term « loopbaanjaar » definiëren. Deze bijzondere bijdrage is van toepassing op de bijdragen of premies die tijdens het bijdragejaar gestort worden voor de aanvullende pensioenopbouw ten gunste van zelfstandigen, zoals bedoeld
artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende
richting van het sociaal statuut der zelfstandigen, waarvan op 1 januari van het bijdragejaar de pensioendoelstelling overschreden is.
dien er sprake is van een premie of bijdrage die niet
dividualiseerbaar is, zal er voor het bepalen van de
ningsgrondslag van de
het eerste lid vermelde bijzondere bijdrage rekening gehouden worden met de aangroei, andere dan door rendement, van de
dividuele verworven reserves van de aangeslotene, berekend op basis van de kenmerken van de pensioentoezegging. De Koning kan de berekeningswijze van de
ningsgrondslag,
geval van een premie of bijdrage die niet
dividualiseerbaar is, bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad verder specifiëren. De referentiebedragen voor de bepaling van het basisbedrag en het maximaal wettelijke pensioen worden op 1 januari van elk bijdragejaar vastgesteld door de bevoegde pensioendiensten. De gegevens betreffende het aantal reeds gepresteerde loopbaan -jaren, de bijdragen of premies en de reeds opgebouwde reserves worden op 1 januari van elk bijdragejaar vastgesteld door Sigedis. § 2. Elke rechtspersoon die voor een bepaald bijdragejaar een bijzondere bijdrage zoals bedoeld
paragraaf 1 verschuldigd is, dient uiterlijk op 31 december van dat jaar de bijdrage te betalen. De betaling dient te gebeuren aan het Rijksinstituut voor de sociale verzekeringen der zelfstandigen, hierna RSVZ genoemd. De bijdrage dient gestort te worden op een specifiek daarvoor door het RSZV geopende rekeningnummer. Op het gedeelte van de bijdrage dat niet tijdig betaald werd, wordt een verhoging toegepast van 1 pct. per maand vertraging
de betaling en dit vanaf de derde kalendermaand vertraging volgend op de uiterste betalingsdatum voorzien
het eerste lid. Deze verhoging wordt toegepast tot en met de maand waarin de rechtspersoon de verschuldigde bijdrage betaald heeft, of waarin een gerechtelijke procedure werd
geleid, of waarin aan de rechtspersoon een dwangbevel met bevel tot betaling van de verschuldigde bijdragen werd betekend. § 3. Het RSVZ is belast met de
vordering van de bijdragen, de verhogingen en de kosten,
voorkomend geval langs gerechtelijke weg. Onverminderd zijn recht om voor de rechter te dagvaarden, kan het RSVZ als
ninginstelling van de bijdrage de bedragen die verschuldigd zijn eveneens bij wijze van dwangbevel
vorderen. De pensioeninstellingen en verzekeringsmaatschappijen zijn ertoe gehouden om, zonder kosten, het RSVZ de nodige
lichtingen,
formatie, documenten of elke andere
formatiedrager, nodig voor de toepassing van deze afdeling, aan te leveren. Het RSVZ kan de terugbetaling vorderen van de kosten die veroorzaakt zijn door de rappelbrieven die het, eventueel via gerechtsdeurwaarder, heeft moeten versturen
geval van laattijdige bijdragebetaling. De
vordering van de
deze afdeling bepaalde bijdrage verjaart na vijf jaar te rekenen vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar waarvoor ze verschuldigd is. De verjaring wordt gestuit : 1° op de
de artikelen 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek bepaalde wijze;2° met een aangetekende brief of een deurwaardersaanmaning waarbij het RSVZ de verschuldigde bijdrage opeist. De vordering tot terugbetaling van een ten onrechte betaalde bijdrage verjaart na vijf jaar te rekenen vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op dat waarin de onverschuldigde bijdrage werd betaald. De verjaring bedoeld
het vorige lid wordt gestuit : 1° op de
de artikelen 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek bepaalde wijze;2° met een aangetekende brief die door de rechtspersoon gericht wordt aan het RSVZ, en waarbij de terugbetaling van de ten onrechte betaalde bijdrage wordt opgeëist. § 4. De
deze afdeling bedoelde bijdrage is, wat de
komstenbelastingen aangaat, van dezelfde aard als de bijdragen die verschuldigd zijn ter uitvoering van de sociale wetgeving. § 5. De krachtens de bepalingen van deze afdeling geïnde bedragen worden, na aftrek van de beheerskosten van het RSVZ betreffende de bijdrage, toegewezen aan het globaal financieel beheer van het sociaal statuut der zelfstandigen bedoeld
artikel 2 van het koninklijk besluit van 18 november 1996 strekkende tot
voering van een globaal financieel beheer
het sociaal statuut der zelfstandigen, met toepassing van hoofdstuk 1 van titel VI van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels. De beheerskosten met betrekking tot deze bijdrage worden door het RSVZ jaarlijks berekend
het kader van de afsluiting van de rekeningen. § 6. De Koning bepaalt bij een besluit, vastgesteld na overleg
de Ministerraad : 1° de gegevens die de rechtspersoon aan het RSVZ moet meedelen, evenals de wijze waarop die gegevens moeten worden meegedeeld;2° de wijze van betaling;3° de gevallen waarin kan afgezien worden van de toepassing van de verhogingen;4° de gevallen waarin het RSVZ kan afzien van de
vordering van de bijdragen en het toebehoren ervan wanneer deze
vordering al te onzeker of te bezwarend blijkt
verhouding tot het bedrag van de
te vorderen sommen;5° de nadere modaliteiten voor de
ning van deze bijzondere bijdrage;6° de nadere regels voor de terugbetaling van betaalde onverschuldigde bijdragen.Hij kan
dit kader voorzien
moratoriuminteresten; 7° de nadere regels voor het toezicht op de naleving van de bepalingen van deze afdeling. § 7. Het RSVZ is belast met de controle van de verplichtingen die voortvloeien uit de bepalingen van dit artikel. Hiertoe gebruikt het een geïnformatiseerde gegevensbank die de identiteitsgegevens van de rechtspersonen, de gegevens die de rechtspersonen aan het RSVZ moeten meedelen, de persoonlijke identificatiegegevens - zoals bedoeld
artikel 2 en 3 van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen - van de zelfstandigen en de gegevens overgemaakt door Sigedis, de verzekeringsinstellingen en de pensioeninstellingen bevat. Art. 31.De artikelen 16bis, 16ter, 23ter en 23quater van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende
richting van het sociaal statuut der zelfstandigen, zijn
het kader van deze afdeling van toepassing. Art. 32.Artikel 19, 4° ter, van de wet van 16 december 1851 tot herziening van het hypothecair stelsel,
gevoegd bij de wet van 19 mei 1982, wordt aangevuld met een lid, luidend : « De bijdragen en verhogingen verschuldigd aan het Rijksinstituut voor de sociale verzekeringen der zelfstandigen
toepassing van afdeling 2 van hoofdstuk 1 van titel 6 van de programmawet van 22 juni 2012. ». Art. 33.Artikel 581 van het Gerechtelijk Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 10 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het
ternationaal Verdrag ter oprichting van een
ternationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de
ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten1, wordt aangevuld met een 13°, luidend : « 13° de betwistingen betreffende de verplichting voor de rechtspersonen om een bijzondere bijdrage, bestemd voor het sociaal statuut van de zelfstandigen te betalen, krachtens afdeling 2 van hoofdstuk 1 van titel 6 van de programmawet van 22 juni 2012. ». Art. 34.Artikel 30 treedt
werking op 1 januari 2016. De Koning kan bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad, een datum van
werkingtreding bepalen voorafgaand aan de datum vermeld
het eerste lid. HOOFDSTUK 2. - Betere
ning van de socialezekerheidsbijdragen van werknemers Art. 35.
afdeling 6 van hoofdstuk 4 van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het
ternationaal Verdrag ter oprichting van een
ternationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de
ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten8 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders wordt een artikel 41sexies
gevoegd, luidende : « Art. 41sexies.§ 1. De notarissen verzocht om een
artikel 1240bis van het Burgerlijk Wetboek bedoelde akte of attest van erfopvolging op te maken, zijn persoonlijk aansprakelijk voor de betaling van de schulden waarvan kennis kan worden gegeven conform paragraaf 5, dewelke verschuldigd zijn door de overledene, zijn erfgenamen en legatarissen waarvan de identiteit vermeld is
de akte of het attest, of door de begunstigden van een door de overledene gemaakte contractuele erfstelling,
dien zij de
ningsinstellingen van sociale zekerheidsbijdragen er niet van op de hoogte brengen per bericht : 1° door middel van een procedure waarbij
formaticatechnieken worden gebruikt, via de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid;2° door elk ander middel waardoor het bericht kan worden ondertekend en waardoor de verzending ervan een vaste dagtekening bekomt, wanneer het bericht niet overeenkomstig 1° kan worden verzonden. Wanneer het gaat om schulden lastens de overledene is de aansprakelijkheid bedoeld
het eerste lid beperkt tot de waarde van de nalatenschap. Wanneer het gaat om schulden
hoofde van de rechtverkrijgenden is de aansprakelijkheid bedoeld
het eerste lid beperkt tot de waarde van de tegoeden die toekomen aan de rechtverkrijgenden waarvan de identiteit vermeld is
de akte of het attest en betreffende dewelke de notaris aansprakelijk kan worden gesteld. § 2.
dien de bedoelde akte of attest niet wordt opgesteld binnen de drie maanden vanaf de verzending van het bericht, wordt hij beschouwd als van generlei waarde. § 3. Wanneer de mededeling van het bericht gebeurt overeenkomstig paragraaf 1, 1°, wordt onder de datum van verzending van bedoeld bericht verstaan de datum van de ontvangstmelding medegedeeld door de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, na ontvangst door haar van de ontvangstmelding afkomstig van de
ningsinstelling van socialezekerheidsbijdragen. § 4.
het bericht wordt de identiteit vermeld van de overledene, van zijn erfgenamen of legatarissen en van de eventuele begunstigde van een contractuele erfstelling. De betrokken personen worden geïdentificeerd aan de hand van het identificatienummer bedoeld
artikel 5 van de wet van 16 januari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten0 tot oprichting van een Kruispuntbank van ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen, alsook aan de hand van het identificatienummer bedoeld
artikel 8 van de wet van 15 januari 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het
ternationaal Verdrag ter oprichting van een
ternationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie
het Duits type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de
ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten7 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid. § 5. De
ningsinstelling van socialezekerheidsbijdragen kan, voor het verstrijken van de 12e werkdag die volgt op de datum van de verzending van de kennisgeving bedoeld
paragraaf 1, aan de notaris die deze kennisgeving verzonden heeft, door middel van een procedure waarbij
formaticatechnieken via de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid gebruikt worden, kennis geven van het bestaan
hoofde van de overledene of
hoofde van één of meerdere andere personen vermeld
het bericht, van schulden opzichtens de
ningsinstelling van de socialezekerheidsbijdragen, alsook de hoegrootheid van deze schulden
hoofde van elke schuldenaar. De schulden waarvan
toepassing van het eerste lid kennis kan worden gegeven zijn : - alle schuldvorderingen
hoofdsom en accessoria van de
ningsinstelling van socialezekerheidsbijdragen waarvoor er een titel bestaat; - alle schuldvorderingen
hoofdsom en accessoria die voortvloeien uit de aangiften gedaan aan de
ningsinstelling van socialezekerheidsbijdragen
toepassing van artikel 21. Wanneer de kennisgeving niet kan worden verzonden door middel van een procedure waarbij
formaticatechnieken worden gebruikt, gaan de
ningsinstellingen van de socialezekerheidsbijdragen over tot de kennisgeving door elk ander middel voor verzending met vaste dagtekening en waardoor de kennisgeving kan worden ondertekend.
de gevallen waarin de kennisgeving verzonden wordt door middel van een procedure waarbij
formaticatechnieken worden gebruikt, is de datum van de kennisgeving de datum van de verzending. § 6.
het attest van erfopvolging of aan de voet van de uitgifte van de akte van erfopvolging dewelke werd afgeleverd, wordt vermeld hetzij dat er geen kennisgeving van schulden bij toepassing van paragraaf 5 werd gedaan en dit zowel
hoofde van de overledene als
hoofde van één of meerdere personen die vermeld zijn
het bericht en die bestemmeling zijn van het attest of de uitgifte, hetzij dat de schulden waarvan bij toepassing van paragraaf 5 kennis werd gegeven zijn betaald,
voorkomend geval door middel van de tegoeden vastgehouden door de schuldenaar.
voorkomend geval wordt aan de voet van het attest door de door de Koning aangewezen ambtenaar de vermelding van de gedane of van de nog te verrichten betaling toegevoegd of vervolledigd. De notaris die een attest van erfopvolging of een uitgifte van een akte van erfopvolging aflevert waarin onjuiste vermeldingen staan betreffende het ontbreken van de kennisgeving of betreffende de betaling van schulden waarvan van het bestaan kennis werd gegeven overeenkomstig paragraaf 5, loopt dezelfde aansprakelijkheid op als de notaris die de verplichting bepaald
paragraaf 1 niet naleeft. Die aansprakelijkheid is evenwel beperkt tot het bedrag dat als gevolg van die onjuistheden niet kon worden
gevorderd. § 7. Op straffe van persoonlijk aansprakelijk te zijn voor de betaling van de schuldvorderingen waarvan kennis werd gegeven bij toepassing van paragraaf 5, kan iemand die tegoeden van een overledene vrijgeeft overeenkomstig artikel 1240bis van het Burgerlijk Wetboek, dat maar op een bevrijdende wijze doen
dien duidelijk uit het attest of de akte van erfopvolging blijkt dat geen enkele kennisgeving als bedoeld
paragraaf 5 werd gedaan.
afwijking van het eerste lid, kan het vrijgeven van de tegoeden van de overledene overeenkomstig artikel 1240bis van het Burgerlijk Wetboek toch op een bevrijdende wijze gedaan worden aan een erfgenaam, een legataris of een begunstigde van een contractuele erfstelling,
dien deze een attest van erfopvolging of een expeditie van de akte van erfopvolging voorlegt waarin wordt vermeld : 1° dat alle op naam van de overledene en alle op naam van deze erfgenaam, legataris of begunstigde van een contractuele erfstelling bestaande schulden waarvan bij toepassing van paragraaf 5
voorkomend geval kennis werd gegeven, werden betaald;2° dat de tegoeden kunnen worden vrijgegeven aan de erfgenaam, de legataris of de begunstigde van een contractuele erfstelling na de betaling, door middel van de door de schuldenaar vastgehouden fondsen, van zijn schulden waarvan werd kennisgegeven. De
het eerste lid bedoelde aansprakelijkheid is beperkt tot de waarde van de tegoeden die zijn vrijgegeven aan de schuldenaars die zijn vermeld
de kennisgeving waarvan sprake is
paragraaf
- §
- De
formatie
het bericht en de kennisgeving is dezelfde, ongeacht of ze worden medegedeeld door middel van een procedure waarbij
formaticatechnieken worden gebruikt of door elk ander middel voor verzending met vaste dagtekening en waardoor ze kunnen worden ondertekend. §
- Wanneer het wordt verzonden met elk ander middel dat een vaste dagtekening verleent aan de verzending ervan en dat toelaat het te ondertekenen, moet het bericht worden opgemaakt overeenkomstig het model vastgesteld door de Minister van Sociale Zaken of zijn afgevaardigde. §
- Wanneer het
paragraaf 1 bedoeld bericht niet wordt medegedeeld door middel van een procedure waarbij
formaticatechnieken worden gebruikt, mag de kennisgeving naar aanleiding van dit bericht en bedoeld
paragraaf 5 niet door middel van deze procedure worden verzonden, maar uitsluitend door elk ander middel voor verzending met vaste dagtekening en waardoor ze kan worden ondertekend. § 11. Wanneer een ander middel wordt gebruikt, is het bericht of de kennisgeving verzonden met dit ander middel doorslaggevend ten opzichte van de eventuele verzending van hetzelfde bericht of dezelfde kennisgeving door middel van een procedure waarbij
formaticatechnieken worden gebruikt, wanneer de datum van de
formaticaverzending verschilt ten opzichte van de datum van de verzending door elk ander middel. § 12. De oorsprong en de
tegriteit van de
houd van de
paragrafen 1 en 5 bedoelde berichten en kennisgevingen dienen,
geval van verzending door middel van een procedure waarbij
formaticatechnieken worden gebruikt, verzekerd te worden door aangepaste beveiligingstechnieken. § 13. Opdat de
paragraaf 5 bedoelde kennisgeving geldig zou zijn wanneer ze wordt verzonden door middel van een procedure waarbij
formaticatechnieken worden gebruikt, moet ze een electronische handtekening dragen, die met één der technieken wordt aangebracht dewelke vermeld worden
het artikel 41quater, § 12, van deze wet. Ongeacht de toegepaste techniek, wordt er gegarandeerd dat enkel de gerechtigde personen toegang hebben tot de middelen waarmee de handtekening wordt gecreëerd. De gevolgde procedures moeten bovendien toelaten dat de natuurlijke persoon die verantwoordelijk is voor de verzending correct kan worden geïdentificeerd en dat het tijdstip van de verzending correct kan worden vastgesteld. Deze gegevens moeten gedurende een periode van 10 jaar door de afzender worden bewaard en
geval van betwisting binnen een redelijke termijn worden voorgelegd. § 14. De paragrafen 1 tot en met 13 zijn van toepassing op elke persoon of dienst die bevoegd is om een
artikel 1240bis van het Burgerlijk Wetboek bedoeld attest van erfopvolging op te maken. ». Art. 36.Artikel 35 treedt
werking op een datum die door de Koning wordt bepaald bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad, en uiterlijk op 1 juli
- HOOFDSTUK
- - Alternatieve financiering Art. 37.
artikel 66, § 1, tweede lid, van de programmawet van 2 januari 2001, laatst gewijzigd bij de wet van 30 december 2009, worden de woorden « voor de jaren 2009, 2010 en 2011 » vervangen door de woorden « voor de jaren 2009 tot en met 2014 ». Art. 38.Artikel 37 heeft uitwerking met
gang van 1 januari
- TITEL
- - Financiën HOOFDSTUK
- - Accijnzen Art. 39.
artikel 3 van de wet van 3 april 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/04/1997 pub. 25/06/1997 numac 1997009353 bron ministerie van justitie Wet betreffende de wedden van titularissen van sommige openbare ambten type wet prom. 03/04/1997 pub. 13/12/1997 numac 1997015121 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met het Verdrag nr. 171 betreffende nachtarbeid, aangenomen te Genève op 26 juni 1990 door de
ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar zevenenzeventigste zitting type wet prom. 03/04/1997 pub. 05/03/1998 numac 1997015211 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met de Overeenkomst betreffende de afgifte van meertalige uittreksels uit akten van de burgerlijke stand, en Bijlagen, gedaan te Wenen op 8 september 1976, en het Aanvullend Protocol bij de Overeenkomst
zake
ternationale uitwisseling van gegevens op het gebied van de burgerlijke stand, ondertekend te Istanbul op 4 september 1958, en Bijlage, gedaan te Patras op 6 september 1989 sluiten betreffende het fiscaal stelsel van gefabriceerde tabak, het laatst gewijzigd bij de wet van 28 december 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten2, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 1, 2°, b), wordt vervangen als volgt : « b) bijzondere accijns : 6,70 percent van de kleinhandelsprijs volgens de schaal vastgesteld door de Minister van Financiën;»; 2° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt : « § 2.Naast de
§ 1
, 2° en 3°, bepaalde ad valorem accijns en ad valorem bijzondere accijns worden sigaretten en rooktabak van fijne snede voor het rollen van sigaretten en andere soorten rooktabak die hier te lande tot verbruik werden uitgeslagen, onderworpen aan een specifieke accijns en een specifieke bijzondere accijns, die als volgt zijn vastgesteld :
- a)voor sigaretten : - accijns : 6,8914 euro per 1 000 stuks; - bijzondere accijns : 9,3581 euro per 1 000 stuks;
- b)voor rooktabak van fijne snede voor het rollen van sigaretten en andere soorten rooktabak : - accijns : 0,0000 euro per kilogram; - bijzondere accijns : 11,0000 euro per kilogram. ». Art. 40.Artikel 39 treedt
werking op 1 juli
- HOOFDSTUK
- - Fiscale geldboeten
zake belasting over de toegevoegde waarde Art. 41.
artikel 70, § 4, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, vervangen bij de wet van 22 juli 1993 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 7 augustus 1995, de wet van 30 oktober 1998 en het koninklijk besluit van 20 juli 2000Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten1, wordt het eerste lid vervangen als volgt : « § 4. De niet
de §§ 1, 2 en 3 bedoelde overtredingen van dit Wetboek of van de besluiten genomen ter uitvoering ervan, worden bestraft met een niet-proportionele fiscale geldboete van 50 euro tot 55.000 euro per overtreding. Het bedrag van deze geldboete wordt naar gelang van de aard en de ernst van de overtreding bepaald volgens een schaal waarvan de trappen door de Koning worden vastgesteld. ». Art. 42.Artikel 41 treedt
werking op 1 juli 2012 en is van toepassing voor de overtredingen begaan vanaf deze datum. HOOFDSTUK 3. - Wetboek der successierechten Art. 43.
artikel 40, eerste lid, van het Wetboek der successierechten, vervangen bij de wet van 9 mei 1959, worden de woorden « vijf », « zes » en « zeven » respectievelijk vervangen door de woorden « vier », « vijf » en « zes ». Art. 44.Artikel 43 is van toepassing op de nalatenschappen die openvallen vanaf 1 augustus 2012. Het is tevens van toepassing op de overeenkomstig artikel 37 van het Wetboek der successierechten
te leveren nieuwe aangiften, wanneer de gebeurtenis, de akte, of het vonnis waardoor overeenkomstig artikel 40 van hetzelfde Wetboek de termijn voor de
levering van de aangifte begint te lopen, zich voordoet, wordt gesteld of wordt uitgesproken vanaf 1 augustus
- HOOFDSTUK
- - Wijzigingen aan het Wetboek diverse rechten en taksen Art. 45.
artikel 121 van het Wetboek diverse rechten en taksen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 28 december 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten2, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a)
§ 1
, eerste lid, 2°, worden de woorden « 2,20 per duizend » vervangen door de woorden « 2,50 per duizend »;b)
§ 1
, tweede lid, en § 2, worden de woorden « 0,65 pct.» vervangen door de woorden « 1 pct. ». Art. 46.
artikel 122, 1°, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 28 december 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten2, worden de woorden « 2,20 per duizend of 0,65 pct., » vervangen door de woorden « 2,50 per duizend of 1 pct. ». Art. 47.
artikel 124 van hetzelfde Wetboek, opnieuw
gevoegd bij de wet van 28 april 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten4 en gewijzigd bij de wet van 28 december 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten2, worden de woorden « de verrichtingen met kapitalisatieaandelen voor welke verrichtingen dat bedrag op 975 euro wordt gebracht » vervangen door de woorden « de verrichtingen bedoeld
artikel 121, § 1, eerste lid, 2°, voor welke verrichtingen dat bedrag op 740 euro wordt gebracht, en voor de verrichtingen met kapitalisatieaandelen, voor welke verrichtingen dat bedrag op 1.500 euro wordt gebracht ». Art. 48.De artikelen 45 tot 47 worden toegepast vanaf de eerste dag van de tweede maand die volgt op deze van de bekendmaking
het Belgisch Staatsblad tot 31 december
- HOOFDSTUK
- - Bepalingen betreffende de financiële sector Afdeling
- - Jaarlijkse taks op de kredietinstellingen Art. 49.
Boek II
van het Wetboek diverse rechten en taksen wordt een titel XI
gevoegd, luidende « Jaarlijkse taks op de kredietinstellingen ». Art. 50.
titel XI van hetzelfde Wetboek,
gevoegd bij artikel 49, wordt een artikel 20110
gevoegd, luidend als volgt : « Art. 20110.De volgende kredietinstellingen zijn aan een jaarlijkse taks onderworpen : a) de kredietinstellingen naar Belgisch recht die zijn
geschreven op de lijst bedoeld
artikel 13 van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen;b) de kredietinstellingen waarvan de Staat van herkomst een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte is en die, aangezien ze
België werkzaamheden verrichten overeenkomstig artikel 65 van dezelfde wet, er een bijkantoor hebben gevestigd;c) de kredietinstellingen waarvan de Staat van herkomst een derde Staat is en die, aangezien ze
België werkzaamheden verrichten overeenkomstig artikel 79 van dezelfde wet, er een bijkantoor hebben gevestigd.». Art. 51.
dezelfde titel XI wordt een artikel 20111
gevoegd dat luidt als volgt : « Art. 20111.De taks is verschuldigd door de
artikel 20110 bedoelde kredietinstellingen op een gedeelte van het totaal bedrag van de
artikel 21, 5°, van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992 bedoelde spaardeposito's op 1 januari van het aanslagjaar, de
tresten van het vorige jaar niet
begrepen. Dat gedeelte is gelijk aan de verhouding van het totaal van de op grond van voormeld artikel 21, 5° niet-belastbare
komsten, tot het totaal van de toegekende
komsten op die spaardeposito's van het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar. ». Art. 52.
dezelfde titel XI wordt een artikel 20112
gevoegd dat luidt als volgt : « Art. 20112.Het tarief van de taks wordt vastgesteld op 0,05 pct. te vermenigvuldigen met de wegingscoëfficiënt die functie is van de ratio A over B, waarbij A gelijk is aan het maandelijks gemiddelde op jaarbasis van de « Europese leningen die niet aan financiële
stellingen worden verstrekt » en B gelijk is aan het totaal van de vrijgestelde stortingen op « gereglementeerde spaardeposito's » op het einde van het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar. De wegingscoëfficiënt wordt vastgesteld als volgt : RATIO WEGINGSCOEFFICIENT 0 - 0.25 240 % 0.25 - 0.5 160 % 0.5 - 1 85 % >1 60 % De Nationale Bank van België deelt jaarlijks aan de FOD Financiën, op haar verzoek, voor elke aan deze taks onderworpen kredietinstelling of bijkantoren van kredietinstellingen de elementen van deze ratio mee. ». Art. 53.
dezelfde titel XI wordt een artikel 20113
gevoegd dat luidt als volgt : « Art. 20113.De taks is opeisbaar op 1 januari van elk jaar en voor de eerste keer op 1 januari
- Hij moet betaald zijn uiterlijk op 1 juli van elk jaar en voor de eerste keer op 1 juli
- Wanneer de taks niet binnen de voorgeschreven termijn werd betaald, is de wettelijke
trest, volgens het percentage
burgerlijke zaken, van rechtswege verschuldigd met
gang van de dag waarop de betaling had moeten geschieden. Voor de berekening van de
trest wordt elke fractie van een maand gerekend als een volle maand. ». Art. 54.
dezelfde titel XI wordt een artikel 20114
gevoegd dat luidt als volgt : « Art. 20114.De kredietinstellingen en bijkantoren zijn gehouden uiterlijk op 1 juli van elk jaar op het bevoegde kantoor een aangifte
te dienen waarin hun benaming, de belastbare grondslag, het tarief en het bedrag van de taks wordt opgegeven.
dien de aangifte niet binnen de voorgeschreven termijn wordt
gediend, wordt een boete verbeurd van 250 euro per week vertraging. Elke begonnen week wordt voor een gehele week gerekend. De Koning bepaalt de vorm en de
houd van de aangifte. ». Art. 55.
dezelfde titel XI wordt een artikel 20115
gevoegd dat luidt als volgt : « Art. 20115.Het bevoegde kantoor is het Zesde registratiekantoor te Brussel. ». Art. 56.
dezelfde titel XI wordt een artikel 20116
gevoegd dat luidt als volgt : « Art. 20116.Elke onnauwkeurigheid of weglating vastgesteld
de aangifte, evenals iedere andere onregelmatigheid begaan
de uitvoering van de wettelijke of reglementaire bepalingen, wordt gestraft met een boete gelijk aan tweemaal het ontdoken recht, zonder dat ze minder dan 250 euro mag bedragen. ». Art. 57.
dezelfde titel XI wordt een artikel 20117
gevoegd dat luidt als volgt : « Art 20117. De taks wordt teruggegeven voor het gedeelte dat meer bedraagt dan hetgeen wettelijk verschuldigd is. De Koning bepaalt de wijze en de voorwaarden van de terugbetaling. ». Art. 58.
dezelfde titel XI wordt een artikel 20118
gevoegd dat luidt als volgt : « Art. 20118.Op straf van een boete van 250 tot 2.500 euro zijn de schuldenaars van de taks gehouden op elk verzoek van een ambtenaar van de administratie die bevoegd is
zake de vestiging of de
vordering van de diverse rechten en taksen, zonder verplaatsing
zage te verlenen van alle documenten nodig voor de juiste heffing van de taks. ». Art. 59.
dezelfde titel XI wordt een artikel 20119
gevoegd dat luidt als volgt : « Art. 20119.De kredietinstellingen en bijkantoren mogen de kost van deze taks niet verhalen op de houders van de
deze titel bedoelde spaardeposito's. ». Afdeling 2. - Wijziging van het koninklijk besluit van 14 november 2008 tot uitvoering van de wet van 15 oktober 2008 houdende maatregelen ter bevordering van de financiële stabiliteit en
zonderheid tot
stelling van een staatsgarantie voor verstrekte kredieten en andere verrichtingen
het kader van de financiële stabiliteit, voor wat betreft de bescherming van de deposito's, de levensverzekeringen en het kapitaal van erkende coöperatieve vennootschappen, en tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten Art. 60.
artikel 8, § 1, van het koninklijk besluit van 14 november 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten6 tot uitvoering van de wet van 15 oktober 2008 houdende maatregelen ter bevordering van de financiële stabiliteit en
zonderheid tot
stelling van een staatsgarantie voor verstrekte kredieten en andere verrichtingen
het kader van de financiële stabiliteit, voor wat betreft de bescherming van de deposito's, de levensverzekeringen en het kapitaal van erkende coöperatieve vennootschappen, en tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 28 december 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten2, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) het 1° wordt vervangen als volgt : « 1° een bijdrage van 0,08 pct.van het bedrag op 31 december van het vorige jaar, van de deposito's die
aanmerking komen voor terugbetaling, voor de
stellingen bedoeld
artikel 4, § 1, 2° en 3°, met uitzondering van de beleggingsondernemingen met het statuut van vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, en voor de
artikel 4, § 1, 1°, bedoelde bijkantoren van kredietinstellingen die niet ressorteren onder een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte. Voor de bijdrage verschuldigd
2012 bedraagt het bijdragepercentage 0,26 pct. Voor de bijdrage verschuldigd
2013 bedraagt het bijdragepercentage 0,13 pct.; »; b)
het 1° bis worden de woorden « TC = de totale door het stelsel te
nen bijdragen voor de kredietinstellingen naar Belgisch recht bedoeld
artikel 4, § 1, 1°, zijnde 0,10 pct.van het bedrag op 31 december van het vorige jaar, van de deposito's die
aanmerking komen voor terugbetaling. Voor de bijdrage verschuldigd
2012 bedraagt het bijdragepercentage 0,245 pct. Voor de bijdrage verschuldigd
2013 bedraagt het bijdragepercentage 0,15 pct. » vervangen door de woorden « TC = de totale door het stelsel te
nen bijdragen voor de kredietinstellingen naar Belgisch recht bedoeld
artikel 4, § 1, 1°, zijnde 0,08 % van het bedrag op 31 december van het vorige jaar, van de deposito's die
aanmerking komen voor terugbetaling. Voor de bijdrage verschuldigd
2012 bedraagt het bijdragepercentage 0,26 pct. Voor de bijdrage verschuldigd
2013 bedraagt het bijdragepercentage 0,13 pct. ». Afdeling 3. - Deposito- en Consignatiekas Art. 61.Artikel 17 van het koninklijk besluit nr. 150 van 18 maart 1935 tot samenschakeling van de wetten betreffende de
richting en de werking van de Deposito- en Consignatiekas en tot aanbrenging van wijzigingen daarin krachtens de wet van 31 juli 1934 wordt vervangen als volgt : « Art. 17.De rentevoet wordt vastgesteld door de Minister van Financiën volgens de modaliteiten en de parameters die hij bepaalt. Hij wordt aan de belanghebbenden ter kennis gebracht op de wijze bepaald door de Deposito- en Consignatiekas. ». HOOFDSTUK 6. - Fiscale maatregelen
zake aanvullende pensioenen en levensverzekeringen Afdeling 1. -
komstenbelastingen Art. 62.
artikel 59, § 1, eerste lid, van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992, vervangen bij de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten3 en gewijzigd bij de wetten van 27 december 2006 en 22 december 2009, wordt een bepaling onder 5°
gevoegd die luidt als volgt : « 5° de
lichtingen die worden gevraagd bij toepassing van het koninklijk besluit van 25 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten5 tot uitvoering van artikel 306 van de programmawet (I) van 27 december 2006, moeten zijn verstrekt. ». Art. 63.Artikel 60 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : « Pensioenen, renten of als zodanig geldende toelagen worden als beroepskosten aangemerkt onder de volgende voorwaarden en binnen de volgende grenzen : 1° ze worden toegekend aan personen die vroeger bezoldigingen hebben genoten waarop de wetgeving betreffende de Sociale Zekerheid van de werknemers of van de zelfstandigen is toegepast, of aan de rechtverkrijgenden van die personen;2° ze bedragen niet meer dan hetgeen door storting van bijdragen als bedoeld
artikel 59 zou zijn verkregen;3° de
lichtingen die worden gevraagd bij toepassing van het koninklijk besluit van 25 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/12/1998 pub. 05/01/1999 numac 1998021488 bron diensten van de eerste minister Wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus sluiten5 tot uitvoering van artikel 306 van de programmawet (I) van 27 december 2006, moeten zijn verstrekt. ». Art. 64.
artikel 171 van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij de wet van 28 december 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten2, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
1°, d, worden de woorden « 4°, f » vervangen door de woorden « 2° quater, 3° bis en 4°, f »;2°
2°, b, worden
het eerste streepje de woorden « 4°, f » vervangen door de woorden « 2° quater, 3° bis en 4°, f »; 3° er wordt een 2° quater
gevoegd die luidt als volgt : « 2° quater tegen een aanslagvoet van 18 pct., kapitalen en afkoopwaarden als vermeld
4°, f,
zover het kapitalen betreft die door werkgeversbijdragen of bijdragen van de onderneming zijn gevormd en bij leven worden uitgekeerd aan de werknemer of bedrijfsleider op de leeftijd van 61 jaar; »; 4° het 3° bis wordt hersteld als volgt : « 3° bis tegen een aanslagvoet van 20 pct., de kapitalen en afkoopwaarden als vermeld
4°, f,
zover het kapitalen betreft die door werkgeversbijdragen of bijdragen van de onderneming zijn gevormd en bij leven worden uitgekeerd : - aan de werknemer of de bedrijfsleider op de leeftijd van 60 jaar; - aan de werknemer naar aanleiding van de pensionering als bedoeld
artikel 27, § 3, van de wet van 28 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten3 betreffende de aanvullende pensioenen en het belastingstelsel van die pensioenen en van sommige aanvullende voordelen
zake Sociale Zekerheid, vóór het bereiken van de leeftijd van 61 jaar; »; 5° het 4°, f, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a)
de
leidende zin worden de woorden « of vanaf de leeftijd van 60 jaar » vervangen door de woorden « of bij leven vanaf de leeftijd van 62 jaar »;b) het 4°, f, wordt aangevuld met een vierde streepje, luidende : « - kapitalen die door werkgeversbijdragen zijn gevormd en worden uitgekeerd
omstandigheden als bedoeld
3° bis, tweede streepje; ». Art. 65.Artikel 62 is van toepassing op de premies en bijdragen die worden betaald vanaf 1 januari
- Artikel 63 is van toepassing op de pensioenen, renten en toelagen die worden betaald of toegekend vanaf 1 januari
- Artikel 64 is van toepassing op de kapitalen en afkoopwaarden die worden betaald of toegekend vanaf 1 juli
- Afdeling
- - Ontmoediging van het aanleggen binnen de onderneming van provisies voor aanvullende pensioenen Art. 66.Er wordt ten laste van de belastingplichtigen die krachtens de artikelen 179, 220 of 227, 2° en 3°, van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992 aan de vennootschapsbelasting, de rechtspersonenbelasting of de belasting van niet-
woners zijn onderworpen, een afzonderlijke aanslag gevestigd op de voorzieningen gevormd
uitvoering van aanvullende
dividuele pensioentoezeggingen ten voordele van de werknemers en bedrijfsleiders als bedoeld
artikel 30 van dat Wetboek. Deze aanslag wordt gevestigd op het totaal bedrag van de voorzieningen, bedoeld
het eerste lid, bestaand op het einde van het laatste boekjaar met afsluitdatum vóór 1 januari 2012 en wordt samen met de vennootschapsbelasting, de rechtspersonenbelasting of de belasting van niet-
woners voor het aanslagjaar 2013
gekohierd. Titel VII van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992 is van toepassing op deze afzonderlijke aanslag. Het tarief van deze aanslag wordt vastgesteld op 1,75 pct. Behalve wanneer,
het geval bedoeld
artikel 365 van het genoemde Wetboek of na een overbrenging van de zetel of enige andere verrichting, de belastingplichtige niet meer als zodanig onderworpen zal worden aan de vennootschapsbelasting, de rechtspersonenbelasting of de belasting niet-
woners voor vennootschappen of rechtspersonen voor het belastbaar tijdperk verbonden aan het aanslagjaar 2014, kan de belastingplichtige ervoor kiezen om de
het eerste lid bedoelde aanslag te spreiden over de drie aanslagjaren 2013, 2014 en 2015.
dit geval wordt het tarief bedoeld
het derde lid, voor elk van de drie aanslagjaren, vastgelegd op 0,60 pct. van het totaal bedrag bedoeld
het tweede lid. Als de belastingplichtige tijdens het vorig belastbaar tijdperk heeft gekozen om de aanslag als bedoeld
het eerste lid te spreiden, en wanneer,
het geval bedoeld
het genoemde artikel 365 of na een overbrenging van de zetel of enige andere verrichting, de belastingplichtige niet meer als zodanig onderworpen zal worden aan de vennootschapsbelasting, de rechtspersonenbelasting of de belasting niet-
woners voor vennootschappen of rechtspersonen voor het volgende belastbaar tijdperk, wordt het tarief van de afzonderlijke aanslag voor dit belastbaar tijdperk verhoogd tot 1,20 pct. De
de vorige leden bedoelde aanslagen worden niet aangemerkt als beroepskosten. Art. 67.
artikel 1762 van het Wetboek diverse rechten en taksen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 28 juli 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten1, wordt een 13° en een 14°
gevoegd, luidende : « 13° de premies en bijdragen voor het gedeelte dat overeenstemt met de voorzieningen als bedoeld
artikel 65 van de programmawet van 22 juni 2012 bestaand op het einde van het laatste boekjaar met een afsluitdatum voor 1 januari 2012, en die worden overgedragen aan een verzekeringsonderneming of pensioeninstelling bedoeld
artikel 2, § 1 of § 3, van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen of aan een
stelling voor bedrijfspensioenvoorziening bedoeld
artikel 2, 1°, van de wet van 27 oktober 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1997 pub. 28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet sluiten7 betreffende het toezicht op de
stellingen voor bedrijfspensioenvoorziening; 14° de premies en bijdragen voor het gedeelte dat overeenstemt met de kapitalen en afkoopwaarden die worden overgedragen onder de voorwaarden bepaald bij artikel 515novies van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992.» Art. 68.Artikel 67 is van toepassing op de premies en bijdragen die worden betaald vanaf 1 januari 2012 wat de overdrachten van voorzieningen betreft, en op de premies en bijdragen die worden betaald vanaf 1 juli 2012 wat de overdrachten van kapitalen en afkoopwaarden van levensverzekeringen betreft. Afdeling 3. - Taks op het lange termijnsparen Art. 69.§ 1. Er wordt een eenmalige taks gevestigd van 6,5 pct. op de theoretische afkoopwaarde van de
dividueel gesloten levensverzekeringcontracten, samengesteld door de premies of bijdragen gestort vóór 1 januari 1993 en waarvan de verzekeringnemer een vrijstelling, vermindering of aftrek
zake
komstenbelastingen heeft verkregen krachtens de bepalingen van toepassing vóór het aanslagjaar 1993 of een belastingvermindering verleend bij artikel 1451, 2°, van het Wetboek van de
komstenbelastingen
- §
- Er wordt een eenmalige taks gevestigd van 6,5 pct. op de theoretische afkoopwaarde van de
dividueel gesloten levensverzekeringscontracten of de spaartegoeden geplaatst op een collectieve of
dividuele spaarrekening, samengesteld door de premies, bijdragen of stortingen betaald vóór 1 januari 1993 en waarvan de verzekeringnemer of de houder een vrijstelling, vermindering of aftrek heeft verkregen krachtens de bepalingen van toepassing vóór het aanslagjaar 1993 of een belastingvermindering verleend bij artikel 1451, 5°, van het Wetboek van de
komstenbelastingen
- Art. 70.De taks opeisbaar krachtens artikel 69 wordt berekend : 1° wat levensverzekeringcontracten betreft, op het bedrag van de theoretische afkoopwaarde, samengesteld door premies, bijdragen of stortingen betaald vóór 1 januari 1993, vastgesteld op 1 januari
- Onder theoretische afkoopwaarde wordt verstaan de reserve bij de verzekeringsonderneming gevormd door de kapitalisatie van de betaalde premies, rekening houdend met de verbruikte sommen; 2° wat de spaarrekeningen betreft, op het spaartegoed geplaatst op dergelijke rekeningen vóór 1 januari 1993, vastgesteld op 1 januari 2012 overeenkomstig artikel 34, § 3, van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992 zoals het bestond voordat het door artikel 75 van de wet van 28 december 1992 werd gewijzigd. Art. 71.Van de taks vermeld
artikel 69 zijn vrijgesteld : 1° de verzekeringscontracten die uitsluitend
voordelen voorzien bij overlijden;2° de levensverzekeringscontracten
zoverre ze ertoe strekken de aflossing of de wedersamenstelling van een hypothecaire lening te waarborgen. Art. 72.§
- De taks opeisbaar krachtens artikel 69 is uiterlijk betaalbaar op 1 oktober
- De taks als bedoeld
artikel 69, § 2, is opeisbaar op de eerste dag van de tweede maand die volgt op die waarin artikel 69, § 2,
werking treedt en is uiterlijk betaalbaar op de eerste dag van de derde maand die volgt op die waarin artikel 69, § 2,
werking treedt. De taks wordt betaald door de belastingschuldigen als bedoeld
artikel 1871 van het Wetboek diverse rechten en taksen. De
het vorige lid bedoelde belastingschuldigen hebben het recht de taks
te houden op de
artikel 69 bedoelde afkoopwaarden of spaartegoeden. De taks wordt betaald door storting of door overschrijving op de postrekening van het bevoegde kantoor. Op de dag van de betaling dient de belastingschuldige op dat kantoor een opgave
die onder andere de heffingsbasis laat kennen. De elementen die
de opgave moeten meegedeeld worden, elk stuk waarvan het overleggen nodig is voor de controle van de heffing van de taks, evenals het bevoegde kantoor worden bij koninklijk besluit vastgesteld. § 2. Wanneer de taks niet binnen de
§ 1
vastgestelde termijn is betaald, is de
terest van rechtswege verschuldigd met
gang van de dag waarop de betaling had moeten geschieden. Wanneer de opgave niet binnen de vastgestelde termijn is
gediend wordt een boete verbeurd van 12,50 euro per week vertraging. Iedere begonnen week wordt voor een gehele week gerekend. Art. 73.Elke onnauwkeurigheid of weglating
de opgave of
de stukken waarvan sprake
artikel 72 wordt gestraft met een boete gelijk aan vijf maal het ontdoken recht, zonder dat ze minder dan 250 euro mag bedragen. Elke weigering tot mededeling gevraagd met toepassing van artikel 72 wordt met een boete van 250 tot 2.500 euro gestraft. Art. 74.De taks gevestigd bij artikel 69 wordt terugbetaald : 1° wanneer zij meer bedraagt dan de som die wettelijk verschuldigd was op het ogenblik van de betaling;2° wanneer het gaat om een verzekeringscontract bij leven waarvoor de verzekeraar bevrijd is van elke verplichting op het ogenblik dat de verzekerde gebeurtenis zich voordoet. De wijze en de voorwaarden van de terugbetaling worden bij koninklijk besluit vastgelegd. Art. 75.De schuldenaars van de taks gevestigd bij artikel 69 zijn gehouden hun repertoria, registers, boeken, polissen, contracten en alle andere stukken zonder verplaatsing mede te delen op elk verzoek van de ambtenaren van de administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen die ten minste de graad van adjunct-verificateur hebben. Elke weigering wordt met een boete van 250 tot 2.500 euro gestraft. Art. 76.De bepalingen van Boek III van het Wetboek diverse rechten en taksen zijn van toepassing op de taks gevestigd bij artikel 69. Art. 77.
artikel 185 van het Wetboek diverse rechten en taksen worden de §§ 1 en 2 vervangen als volgt : « § 1. De taks wordt vastgesteld op 16,5 pct. : 1° voor de theoretische afkoopwaarde, pensioenen, renten, kapitalen of afkoopwaarden van de levensverzekeringscontracten gevormd door middel van premies of bijdragen betaald vóór 1 januari 1993 en waarvoor een vrijstelling, vermindering of aftrek
zake
komstenbelastingen werd verkregen krachtens bepalingen van toepassing vóór het aanslagjaar 1993 of een belastingvermindering verleend bij artikel 1451, 5°, van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992;2° voor het spaartegoed op een spaarrekening gevormd door middel van betalingen verricht vóór 1 januari
- §
- De taks wordt vastgesteld op 10 pct. : 1° voor de theoretische afkoopwaarde, pensioenen, renten, kapitalen of afkoopwaarden van de levensverzekeringscontracten ge