← België

Koninklijk besluit betreffende het administratief statuut van het ambulancepersoneel van de hulpverleningszones dat geen brandweerman is

Kort samengevat

Deze wet regelt het administratief statuut van ambulancepersoneel binnen hulpverleningszones dat geen brandweerman is. Het doel is om een uniform statuut te creëren voor dit operationeel personeel.

Wat het regelt

Wie het betreft

Kernpunten

📄 Wettekst
23 AUGUSTUS 2014. - Koninklijk besluit betreffende het administratief statuut van het ambulancepersoneel van de hulpverleningszones dat geen brandweerman is VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het ontwerp van besluit waarvan wij de eer hebben het ter ondertekening aan Uwe Majesteit voor te leggen beoogt de uitvoering de artikelen 17, § 1, 7°, 106, 106/1, 208 en 224, tweede lid, van de wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/05/2007 pub. 31/07/2007 numac 2007000663 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de civiele veiligheid type wet prom. 15/05/2007 pub. 11/04/2008 numac 2007023069 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Wet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Overheid, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest inzake de uitvoering van sommige bepalingen van het Protocol van Kyoto, afgesloten te Brussel, op 19 februari 2007 type wet prom. 15/05/2007 pub. 15/06/2007 numac 2007000560 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de Algemene Inspectie en houdende diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van sommige leden van de politiediensten sluiten betreffende de civiele veiligheid. Wat de formaliteit van de betrekking van de gewesten betreft, werden op 19 maart 2014 en 29 april 2014 brieven uitgewisseld met het Vlaams Gewest, op 19 maart 2013 en 8 mei 2014 met het Waals Gewest, op 19 maart 2014 en 27 maart 2014 met de Duitstalige Gemeenschap en op 19 maart 2014 met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Naar aanleiding van het advies 55.761/2 van de afdeling wetgeving van de Raad van State van 15 april 2014, werden verschillende aanpassingen gedaan om tegemoet te komen aan de geformuleerde opmerkingen en om de gestelde vragen te beantwoorden. Het ontwerp strekt ertoe het administratief statuut van de beroeps- en vrijwillige ambulanciers niet-brandweerman van de hulpverleningszones te bepalen. Eén van de doelstellingen van de hervorming van de openbare hulpdiensten, waarvan de wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/05/2007 pub. 31/07/2007 numac 2007000663 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de civiele veiligheid type wet prom. 15/05/2007 pub. 11/04/2008 numac 2007023069 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Wet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Overheid, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest inzake de uitvoering van sommige bepalingen van het Protocol van Kyoto, afgesloten te Brussel, op 19 februari 2007 type wet prom. 15/05/2007 pub. 15/06/2007 numac 2007000560 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de Algemene Inspectie en houdende diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van sommige leden van de politiediensten sluiten betreffende de civiele veiligheid de grondslag vormt, bestaat in een grotere uniformering van het statuut voor het operationeel personeel. De ambulanciers niet-brandweerman behoren tot het operationeel personeel ingevolge de wijziging van artikel 103 van de wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/05/2007 pub. 31/07/2007 numac 2007000663 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de civiele veiligheid type wet prom. 15/05/2007 pub. 11/04/2008 numac 2007023069 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Wet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Overheid, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest inzake de uitvoering van sommige bepalingen van het Protocol van Kyoto, afgesloten te Brussel, op 19 februari 2007 type wet prom. 15/05/2007 pub. 15/06/2007 numac 2007000560 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de Algemene Inspectie en houdende diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van sommige leden van de politiediensten sluiten betreffende de civiele veiligheid. Het gaat om de ambulanciers die niet de hoedanigheid van brandweerman hebben en die derhalve geen houder zijn van het brevet van brandweerman (zie parl. doc. 53 3359/004). De opmerkingen van de afdeling wetgeving van de Raad werden grotendeels gevolgd en geïntegreerd in het ontwerp. Indien dit niet het geval was, bevindt zich een gedetailleerde verklaring in de commentaren van de artikelen. Artikel 3 Onduidelijkheden inzake de al dan niet toepasselijkheid van sommige bepalingen van het koninklijk besluit van 19 april 2014Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/04/2014 pub. 01/10/2014 numac 2014000409 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones type koninklijk besluit prom. 19/04/2014 pub. 01/10/2014 numac 2014000407 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende bezoldigingsregeling van het operationeel personeel van de hulpverleningszones type koninklijk besluit prom. 19/04/2014 pub. 12/06/2014 numac 2014011359 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot bepaling van de inwerkingtreding van de wet van 19 april 2014 houdende de invoeging van boek XI "Intellectuele eigendom" in het Wetboek van economisch recht en houdende invoeging van bepalingen eigen aan boek XI in de boeken I, XV en XVII van hetzelfde Wetboek, en van de wet van 10 april 2014 houdende invoeging van de bepalingen die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet, in boek XI "Intellectuele eigendom" van het Wetboek van economisch recht, houdende invoeging van een bepaling eigen aan boek XI in boek XVII van hetzelfde Wetboek, en tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek wat de organisatie van de hoven en rechtbanken betreffende vorderingen inzake intellectuele eigendomsrechten en inzake transparantie van het auteursrecht en de naburige rechten betreft sluiten tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones, veroorzaakt door de techniek van regelgeven door middel van verwijzing, kunnen als volgt opgelost worden. Indien een artikel uit het koninklijk besluit van 19 april 2014Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/04/2014 pub. 01/10/2014 numac 2014000409 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones type koninklijk besluit prom. 19/04/2014 pub. 01/10/2014 numac 2014000407 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende bezoldigingsregeling van het operationeel personeel van de hulpverleningszones type koninklijk besluit prom. 19/04/2014 pub. 12/06/2014 numac 2014011359 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot bepaling van de inwerkingtreding van de wet van 19 april 2014 houdende de invoeging van boek XI "Intellectuele eigendom" in het Wetboek van economisch recht en houdende invoeging van bepalingen eigen aan boek XI in de boeken I, XV en XVII van hetzelfde Wetboek, en van de wet van 10 april 2014 houdende invoeging van de bepalingen die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet, in boek XI "Intellectuele eigendom" van het Wetboek van economisch recht, houdende invoeging van een bepaling eigen aan boek XI in boek XVII van hetzelfde Wetboek, en tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek wat de organisatie van de hoven en rechtbanken betreffende vorderingen inzake intellectuele eigendomsrechten en inzake transparantie van het auteursrecht en de naburige rechten betreft sluiten tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones dat overeenkomstig het eerste lid van artikel 3 van voorliggend besluit van toepassing is, verwijst naar een bepaling van het koninklijk besluit van 19 april 2014Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/04/2014 pub. 01/10/2014 numac 2014000409 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones type koninklijk besluit prom. 19/04/2014 pub. 01/10/2014 numac 2014000407 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende bezoldigingsregeling van het operationeel personeel van de hulpverleningszones type koninklijk besluit prom. 19/04/2014 pub. 12/06/2014 numac 2014011359 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot bepaling van de inwerkingtreding van de wet van 19 april 2014 houdende de invoeging van boek XI "Intellectuele eigendom" in het Wetboek van economisch recht en houdende invoeging van bepalingen eigen aan boek XI in de boeken I, XV en XVII van hetzelfde Wetboek, en van de wet van 10 april 2014 houdende invoeging van de bepalingen die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet, in boek XI "Intellectuele eigendom" van het Wetboek van economisch recht, houdende invoeging van een bepaling eigen aan boek XI in boek XVII van hetzelfde Wetboek, en tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek wat de organisatie van de hoven en rechtbanken betreffende vorderingen inzake intellectuele eigendomsrechten en inzake transparantie van het auteursrecht en de naburige rechten betreft sluiten dat volgens het eerste lid niet van toepassing is, wordt de overeenstemmende bepaling van onderhavig besluit toegepast of, bij gebrek daaraan, wordt de bepaling buiten beschouwing gelaten. Dat is bijvoorbeeld het geval met artikel 8 van het koninklijk besluit van 19 april 2014Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/04/2014 pub. 01/10/2014 numac 2014000409 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones type koninklijk besluit prom. 19/04/2014 pub. 01/10/2014 numac 2014000407 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende bezoldigingsregeling van het operationeel personeel van de hulpverleningszones type koninklijk besluit prom. 19/04/2014 pub. 12/06/2014 numac 2014011359 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot bepaling van de inwerkingtreding van de wet van 19 april 2014 houdende de invoeging van boek XI "Intellectuele eigendom" in het Wetboek van economisch recht en houdende invoeging van bepalingen eigen aan boek XI in de boeken I, XV en XVII van hetzelfde Wetboek, en van de wet van 10 april 2014 houdende invoeging van de bepalingen die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet, in boek XI "Intellectuele eigendom" van het Wetboek van economisch recht, houdende invoeging van een bepaling eigen aan boek XI in boek XVII van hetzelfde Wetboek, en tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek wat de organisatie van de hoven en rechtbanken betreffende vorderingen inzake intellectuele eigendomsrechten en inzake transparantie van het auteursrecht en de naburige rechten betreft sluiten, dat verwijst naar artikel 5 van hetzelfde besluit. Artikel 8 is van toepassing op het ambulancepersoneel, artikel 5 niet. De met artikel 5 overeenstemmende bepaling in voorliggend besluit zijn de artikelen 9 en 10. Artikel 4 De rechtspositie van het vrijwillig personeelslid wordt eenzijdig geregeld door dit besluit. Het vrijwillig personeelslid bevindt zich in een statutaire situatie. Hij wordt niet benoemd in vast dienstverband. De wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten en de wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers zijn niet op hem van toepassing. De rechtspositie van een vrijwillig ambulancier niet-brandweerman is sui generis. Omwille van de specifieke rol die zij vervullen in de organisatie van de zones, m.n. het feit dat zij enkel prestaties leveren wanneer ze opgeroepen worden door de zone voor interventies, worden sommige rechten wel en andere niet toegekend. De vrijwillige ambulanciers hebben de mogelijkheid om de uren waarop ze al dan niet beschikbaar zijn in real time mee te delen. Deze soepelheid in de mogelijkheid om zich beschikbaar te maken is een element dat het mogelijk maakt om de naleving van het vrijwillige karakter van de burgerbetrokkenheid van deze personeelsleden te garanderen. Omdat het niet gaat over een voltijdse, noch een vaste benoeming, en de vrijwillig ambulancier zelf over zijn beschikbaarheid beschikt - hij heeft immers nog een hoofdactiviteit- binnen de grenzen bepaald door het statuut, worden bepaalde rechten niet voorzien, zoals verloven, wedertewerkstelling en een specifieke eindeloopbaanregeling. De functie van ambulancier niet-brandweerman behelst minder fysieke risico's dan de functie van brandweerman. Daarom werd geen specifiek stelsel van wedertewerkstelling op eigen verzoek, noch een eindeloopbaanregime voorzien; dit zijn immers specifieke stelsels voorzien voor de brandweerlieden en gekoppeld aan een voordelige vergoeding. De mogelijkheden tot wedertewerkstelling binnen de zone van een ambulancier niet-brandweerman zijn zeer beperkt, aangezien dit personeel enkel opgeleid is voor de ambulance-opdrachten. Er zijn geen lichtere functies binnen de ambulance-opdrachten. De zeldzame wedertewerkstellingsmogelijkheden moeten voorbehouden worden voor wedertewerkstelling om medische redenen. Daarom werd besloten om uitdrukkelijk in de tekst te behouden dat de vrijwillige ambulanciers zich in een sui generis statutaire situatie bevinden. Het is immers belangrijk te benadrukken dat hun statutaire relatie andere gevolgen heeft dan de gevolgen van een gewone statutaire relatie, zoals die van de beroepsambulanciers. Artikel 6 De prioriteitenvolgorde van de procedures om een vacante betrekking in te vullen, worden niet bepaald in dit statuut. Het komt aan de zoneraad toe om te beoordelen wanneer een betrekking moet ingevuld worden door aanwerving, door bevordering, door mobiliteit of door professionalisering. De raad kan immers het beste beoordelen welke procedure in aanmerking komt voor de invulling van een specifiek profiel. Hierover anders beslissen zou leiden tot praktische situaties die niet wenselijk zijn. Indien de rekrutering door dit besluit als prioriteit wordt bepaald, is het zeer waarschijnlijk dat er slechts weinig bevorderingen zullen zijn en geen mobiliteit. Indien de bevordering door dit besluit als prioriteit wordt bepaald, is het zeer waarschijnlijk dat in het hoger kader weinig rekruteringen zullen plaatsvinden. Het is niet onredelijk te oordelen dat de hulpverleningszone, als werkgever, haar eigen beleid inzake menselijke middelen mag definiëren. Bovendien wordt, bij gebrek aan bestaande federale reglementering terzake eveneens de vrije keuze gelaten aan de gemeente, zonder dat dit problemen heeft veroorzaakt. Artikel 13, § 2 De vraag van de Raad van State om "de periodes van afwezigheid, gerechtvaardigd door de deelname aan verplichte opleidingsactiviteiten" toe te voegen als 5°, wordt niet gevolgd. Opleidingsactiviteiten zijn immers per definitie dienstactiviteit en geen afwezigheid. Ze komen per definitie dus niet in aanmerking voor de berekening van de tien werkdagen, vermeld in het eerste lid. Dezelfde opmerking geldt mutatis mutandis voor artikel 32, § 2. Artikel 22 De opmerking van de Raad van State werd niet gevolgd om de parallel met het koninklijk besluit van 19 april 2014Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/04/2014 pub. 01/10/2014 numac 2014000409 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones type koninklijk besluit prom. 19/04/2014 pub. 01/10/2014 numac 2014000407 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende bezoldigingsregeling van het operationeel personeel van de hulpverleningszones type koninklijk besluit prom. 19/04/2014 pub. 12/06/2014 numac 2014011359 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot bepaling van de inwerkingtreding van de wet van 19 april 2014 houdende de invoeging van boek XI "Intellectuele eigendom" in het Wetboek van economisch recht en houdende invoeging van bepalingen eigen aan boek XI in de boeken I, XV en XVII van hetzelfde Wetboek, en van de wet van 10 april 2014 houdende invoeging van de bepalingen die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet, in boek XI "Intellectuele eigendom" van het Wetboek van economisch recht, houdende invoeging van een bepaling eigen aan boek XI in boek XVII van hetzelfde Wetboek, en tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek wat de organisatie van de hoven en rechtbanken betreffende vorderingen inzake intellectuele eigendomsrechten en inzake transparantie van het auteursrecht en de naburige rechten betreft sluiten tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones te behouden. Artikel 22, derde lid, bepaalt "neemt de commissie een beslissing of formuleert ze een voorstel". In het tweede, vierde en vijfde lid van dat artikel is evenwel steeds sprake van het "advies" van de commissie. Zodoende lijdt het geen twijfel dat de commissie enkel een advies geeft, en geen beslissing neemt of voorstel formuleert. Hetzelfde geldt voor artikel 38, vierde lid. Artikelen 49 en 50 Ten gevolge van de algemene opmerking van de Raad van State en met het oog op de duidelijkheid, werden de bepalingen van artikel 306 en 307 van het koninklijk besluit van 19 april 2014Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/04/2014 pub. 01/10/2014 numac 2014000409 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones type koninklijk besluit prom. 19/04/2014 pub. 01/10/2014 numac 2014000407 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende bezoldigingsregeling van het operationeel personeel van de hulpverleningszones type koninklijk besluit prom. 19/04/2014 pub. 12/06/2014 numac 2014011359 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot bepaling van de inwerkingtreding van de wet van 19 april 2014 houdende de invoeging van boek XI "Intellectuele eigendom" in het Wetboek van economisch recht en houdende invoeging van bepalingen eigen aan boek XI in de boeken I, XV en XVII van hetzelfde Wetboek, en van de wet van 10 april 2014 houdende invoeging van de bepalingen die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet, in boek XI "Intellectuele eigendom" van het Wetboek van economisch recht, houdende invoeging van een bepaling eigen aan boek XI in boek XVII van hetzelfde Wetboek, en tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek wat de organisatie van de hoven en rechtbanken betreffende vorderingen inzake intellectuele eigendomsrechten en inzake transparantie van het auteursrecht en de naburige rechten betreft sluiten tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones herschreven in voorliggend besluit, met vermelding van de overeenstemmende artikelen van voorliggend besluit. De materies die bij verwijzing geregeld worden door de bepalingen van het koninklijk besluit van 19 april 2014Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/04/2014 pub. 01/10/2014 numac 2014000409 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones type koninklijk besluit prom. 19/04/2014 pub. 01/10/2014 numac 2014000407 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende bezoldigingsregeling van het operationeel personeel van de hulpverleningszones type koninklijk besluit prom. 19/04/2014 pub. 12/06/2014 numac 2014011359 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot bepaling van de inwerkingtreding van de wet van 19 april 2014 houdende de invoeging van boek XI "Intellectuele eigendom" in het Wetboek van economisch recht en houdende invoeging van bepalingen eigen aan boek XI in de boeken I, XV en XVII van hetzelfde Wetboek, en van de wet van 10 april 2014 houdende invoeging van de bepalingen die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet, in boek XI "Intellectuele eigendom" van het Wetboek van economisch recht, houdende invoeging van een bepaling eigen aan boek XI in boek XVII van hetzelfde Wetboek, en tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek wat de organisatie van de hoven en rechtbanken betreffende vorderingen inzake intellectuele eigendomsrechten en inzake transparantie van het auteursrecht en de naburige rechten betreft sluiten, blijven identiek. De redenering en motivering van artikelen 49 en 50 van voorliggend besluit zijn dezelfde als voor artikelen 306 en 307 van het koninklijk besluit van 19 april 2014Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/04/2014 pub. 01/10/2014 numac 2014000409 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones type koninklijk besluit prom. 19/04/2014 pub. 01/10/2014 numac 2014000407 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende bezoldigingsregeling van het operationeel personeel van de hulpverleningszones type koninklijk besluit prom. 19/04/2014 pub. 12/06/2014 numac 2014011359 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot bepaling van de inwerkingtreding van de wet van 19 april 2014 houdende de invoeging van boek XI "Intellectuele eigendom" in het Wetboek van economisch recht en houdende invoeging van bepalingen eigen aan boek XI in de boeken I, XV en XVII van hetzelfde Wetboek, en van de wet van 10 april 2014 houdende invoeging van de bepalingen die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet, in boek XI "Intellectuele eigendom" van het Wetboek van economisch recht, houdende invoeging van een bepaling eigen aan boek XI in boek XVII van hetzelfde Wetboek, en tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek wat de organisatie van de hoven en rechtbanken betreffende vorderingen inzake intellectuele eigendomsrechten en inzake transparantie van het auteursrecht en de naburige rechten betreft sluiten. Artikel 333 van het koninklijk besluit van 19 april 2014Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/04/2014 pub. 01/10/2014 numac 2014000409 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones type koninklijk besluit prom. 19/04/2014 pub. 01/10/2014 numac 2014000407 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende bezoldigingsregeling van het operationeel personeel van de hulpverleningszones type koninklijk besluit prom. 19/04/2014 pub. 12/06/2014 numac 2014011359 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot bepaling van de inwerkingtreding van de wet van 19 april 2014 houdende de invoeging van boek XI "Intellectuele eigendom" in het Wetboek van economisch recht en houdende invoeging van bepalingen eigen aan boek XI in de boeken I, XV en XVII van hetzelfde Wetboek, en van de wet van 10 april 2014 houdende invoeging van de bepalingen die een aangelegenheid regelen als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet, in boek XI "Intellectuele eigendom" van het Wetboek van economisch recht, houdende invoeging van een bepaling eigen aan boek XI in boek XVII van hetzelfde Wetboek, en tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek wat de organisatie van de hoven en rechtbanken betreffende vorderingen inzake intellectuele eigendomsrechten en inzake transparantie van het auteursrecht en de naburige rechten betreft sluiten werd eveneens op parallelle wijze herschreven in artikel 68 van het voorliggend besluit. Artikel 51 Deze bepaling regelt de integratie in de nieuwe graden. De integratie in de nieuwe graden is niet gemakkelijk, omwille van het feit dat er maar 2 graden zijn in voorliggend besluit en omwille van de verschillende benamingen en graden die bij gebrek aan een reglementair kader, gecreëerd werden binnen de openbare brandweerdiensten. De verplegers die in dienst zijn, blijven in dienst. Er is evenwel geen nieuwe functie van verpleger voorzien in de zones. Zodoende betreft het een uitdovende functie. Zij kunnen wel hun oude weddenschaal behouden. Artikel 52 De bedoeling van deze bepaling is vermijden dat de dienst- of graadanciënniteit verworven als ambulancier niet-brandweerman van een brandweerdienst niet in aanmerking zou komen in het kader van de toepassing van het nieuwe statuut. Deze bepaling heeft dus als doel om in de loopbaan van de ambulancier niet-brandweerman een breuk te vermijden die gelieerd zou zijn aan de oprichting van de zones en de invoering van het nieuwe statuut. Het in aanmerking nemen van de vooraf verworven anciënniteit gebeurt volgens het type anciënniteit - dienst of graadanciënniteit- en volgens het feit of ze verworven werd in de hoedanigheid van beroeps of vrijwilliger. Boek 6 - Overgangs- en slotbepalingen De Raad van State stelt de vraag waarom geen parallelle bepaling genomen is zoals artikel 315 van het koninklijk besluit van 19 april 2014. Het is zo dat er teveel verschillen zijn tussen de huidige, bestaande gemeentelijke statuten voor de ambulanciers.Daarom wordt niet voorzien dat de zone de hangende bevorderingsprocedures kan verderzetten. We hebben de eer te zijn, Sire, van Uwe Majesteit De zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaars. De Minister van Binnenlandse Zaken, M. WATHELET De Minister van Volksgezondheid, Mevr. L. ONKELINX Raad van State, afdeling Wetgeving Advies 55.761/2 van 15 april 2014 over een ontwerp van koninklijk besluit `betreffende het administratief statuut van het ambulancepersoneel van de hulpverleningszones dat geen brandweerman is' Op 17 maart 2014 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Vice-Eerste Minister en Minister van Binnenlandse Zaken verzocht binnen een termijn van dertig dagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `betreffende het administratief statuut van het ambulancepersoneel van de hulpverleningszones dat geen brandweerman is'. Het ontwerp is door de tweede kamer onderzocht op 15 april 2014. De kamer was samengesteld uit Pierre VANDERNOOT, kamervoorzitter, Martine BAGUET en Luc DETROUX, staatsraden, Sébastien VAN DROOGHENBROECK en Jacques ENGLEBERT, assessoren, en Bernadette VIGNERON, griffier. Het verslag is uitgebracht door Claudine MERTES, auditeur. De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Martine BAGUET. Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 15 april 2014. Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten. Wat deze drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen. VOORAFGAANDE VORMVEREISTEN 1. Krachtens artikel 6, § 4, 6°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten `tot hervorming der instellingen' moeten de gewestregeringen bij het uitwerken van het voorliggende ontwerp worden betrokken.(1) Alhoewel de aanhef van het ontworpen besluit inderdaad verwijst naar het erbij betrekken van de gewesten, bevat de adviesaanvraag geen documenten waarmee kan worden aangetoond dat dit vormvereiste is vervuld. Op een vraag hierover heeft de gemachtigde van de minister aangegeven dat de procedure van het erbij betrekken van de gewestregeringen nog aan de gang is. 2. Uit het dossier dat bij de adviesaanvraag is gevoegd, kan evenmin worden opgemaakt dat de onderhandelingen met de vakbonden afgerond zijn.3. Uit de documenten die bij de adviesaanvraag zijn gevoegd, blijkt dat de Ministerraad op 14 maart 2014 heeft overlegd, dat wil zeggen voordat de voornoemde vormvereisten waren vervuld.4. De hierna volgende opmerkingen worden dus gemaakt onder het dubbele voorbehoud dat de voornoemde vormvereisten daadwerkelijk vervuld moeten zijn en dat, mochten de aan de Raad van State voorgelegde teksten ten gevolge van de voornoemde vormvereisten, waaruit de Ministerraad nog geen conclusies heeft getrokken, nog wijzigingen ondergaan, de bepalingen die op andere dan louter formele punten worden gewijzigd voor een nieuw onderzoek aan de Raad van State worden voorgelegd. ALGEMENE OPMERKINGEN 1. Luidens artikel 3 van het ontwerp is "[h]et koninklijk besluit van ... tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones (...) van toepassing op de leden van het beroeps- en vrijwillig ambulancepersoneel van de zone", (2) met uitzondering van enkele bepalingen die daarin aangegeven worden. De steller van het ontwerp moet echter op de volgende punten worden gewezen: a) Door deze wijze om ter zake regels uit te vaardigen, kunnen bepaalde moeilijkheden rijzen inzake de rechtszekerheid, inzonderheid wanneer bepalingen die op het ambulancepersoneel toepasselijk worden gemaakt, verwijzen naar andere bepalingen die, hunnerzijds, niet op dat personeel toepasselijk zijn gemaakt.Dat geldt bijvoorbeeld voor de volgende bepalingen: - artikel 8, - artikel 23, tweede lid, - artikel 26, § 1, eerste lid, - artikel 31, tweede lid, - artikel 77, tweede lid, - artikel 87, 2°, - artikel 99, tweede lid, - artikel 115, tweede lid, van het besluit `tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel'. b) Sommige bepalingen die op het ambulancepersoneel toepasselijk worden gemaakt, kunnen daarop in feite geen toepassing vinden.Dat geldt bijvoorbeeld voor: - boek 1, aangezien het ontworpen besluit zijn eigen algemene bepalingen bevat, - artikel 88, dat de bevordering door mobiliteit regelt van de betrekkingen van sergeant en luitenant, alsook van korporaal, adjudant, kapitein, majoor en kolonel, - artikel 111, 2°, waarin de vrijwillige wedertewerkstelling aan de orde is, terwijl boek 5, titel 4, hoofdstuk 3 (vrijwillige wedertewerkstelling) niet op het ambulancepersoneel van toepassing is, - artikel 146, - artikel 194. c) Boek 15 wordt toepasselijk verklaard op het ambulancepersoneel. Artikel 306, § 1, verwijst echter naar de artikelen 1 en 7 van boek 1, die niet kunnen worden geacht toepasselijk te zijn op het ambulancepersoneel (zie opmerking a supra), naar boek 6 en naar boeken 16 en 17. Paragraaf 2 van dat artikel bepaalt dat een samenwerkingsakkoord moet worden gesloten, onder andere over de aangelegenheden die worden vermeld in artikel 5, in boek 4 en in boek 5, titel 1, en in artikel 308, die niet toepasselijk worden verklaard op het ambulancepersoneel. De vraag rijst of zulks betekent dat het te sluiten samenwerkingsakkoord alleen wat de artikelen 87 en 88 betreft, toepasselijk zal zijn op het ambulancepersoneel van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ? Gelet op de uitleg die de gemachtigde van de minister in het kader van adviesaanvraag 55.523/2 heeft verstrekt over de aangelegenheden die door een samenwerkingsakkoord moeten worden geregeld, moet er veeleer vanuit worden gegaan dat ook over de aangelegenheden die aan de orde zijn in artikel 2, tweede lid, van boek 2, in boek 3 en in artikel 50 van het ontworpen besluit een samenwerkingsakkoord moet worden gesloten en dat de aangelegenheden van boek 4 tot algemene principes moeten worden verheven. d) Het ontwerp van besluit `houdende geldelijk statuut van het ambulancepersoneel van de hulpverleningszones dat geen brandweerman is', waarover heden advies 55.762/2 is gegeven, verwijst niet naar het koninklijk besluit `houdende bezoldigingsregeling van het operationeel personeel van de hulpverleningszones' waarover op 6 februari 2014 advies 55.166/2 is gegeven. De vraag rijst dan ook of de steller van het voorliggende ontwerp daarvoor niet eveneens moet opteren, ter wille van de duidelijkheid en om de hierboven aangehaalde problemen te voorkomen. 2. Op de vraag waarom de leden van het ambulancepersoneel die geen brandweerman zijn niet in aanmerking komen voor het stelsel van de vrijwillige wedertewerkstelling noch voor het eindeloopbaanregime, heeft de gemachtigde van de minister de volgende uitleg verstrekt: "La fonction d'ambulancier non-pompier est moins lourde que la fonction de pompier.C'est la raison pour laquelle il n'y a pas de régime spécifique de réaffectation volontaire, ni de fin de carrière, qui sont des régimes spécifiques pour les pompiers, couplés à une rémunération avantageuse les possibilités de réaffectation dans une zone d'un ambulancier qui n'est pas pompier sont très limitées car ce personnel n'est formée que pour les missions ambulance. Il n'y a pas de fonctions plus légères dans les missions ambulance. Les rares possibilités de réaffectation doivent être préservées pour les réaffectations pour raisons médicales". Die rechtvaardiging zou in het verslag aan de Koning moeten worden opgenomen. 3. Verscheidene bepalingen (inzonderheid de artikelen 2, eerste lid, 7, 8 en 9) houden de delegatie in van een verordenende bevoegdheid aan de zoneraad. Wat dat betreft, wordt de aandacht van de steller van het ontwerp er in het algemeen op gevestigd dat het verlenen van verordenende bevoegdheid aan de raad niet in overeenstemming lijkt met de algemene publiekrechtelijke beginselen, omdat erdoor geraakt wordt aan het beginsel van de eenheid van de verordenende macht. Bovendien ontbreken de waarborgen waarmee de klassieke regelgeving gepaard gaat, zoals die inzake de bekendmaking en de preventieve controle van de Raad van State, afdeling Wetgeving. Dergelijke delegatie kan dan ook enkel worden gebillijkt op grond van praktische redenen en in de mate dat ze een zeer beperkte of een hoofdzakelijk technische draagwijdte heeft, en ervan uitgegaan mag worden dat de instellingen die de betrokken reglementering dienen toe te passen of er toezicht op dienen uit te oefenen, ook het best geplaatst zijn om deze met kennis van zaken uit te werken. Bij zulke delegaties moet dus telkens de vraag worden gesteld of de betreffende delegatie aan al die voorwaarden voldoet. Werken met talrijke delegaties lijkt bovendien in strijd met de harmonisering die beoogd wordt met het aannemen van een enig administratief statuut voor de leden van het ambulancepersoneel van de hulpverleningszones die geen brandweerman zijn, een statuut dat uitgewerkt wordt door de Koning. 4. Uit het ontwerp blijkt dat het begrip benoeming verband houdt met de beroepsstagiair, terwijl het begrip aanwerving verband houdt met de vrijwillig stagiair.Aangezien het statuut van de vrijwillige personeelsleden evenwel geregeld wordt door specifieke bepalingen van het ontworpen statuut en van het besluit `tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel', lijkt de term "benoeming" zowel te kunnen gelden voor de beroepspersoneelsleden als voor de vrijwillig personeelsleden. Zulks zou inzonderheid het geval kunnen zijn met de artikelen 10 en 20, met het opschrift van titel 3 van boek 2 en met de artikelen 24 en 46, eerste lid, 1°. 5. Op basis van de vergelijking van de overgangsbepalingen in het ontworpen boek 6 en de overgangsbepalingen in boek 16 van het besluit `tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszone', valt niet in te zien waarom het ontworpen besluit geen overgangsbepalingen bevat betreffende de volgende punten: a) de procedures voor de bevordering van het ambulancepersoneel dat geen brandweerman is, die in bepaalde gemeenten aan de gang zijn;(3) b) een soortgelijke bepaling als artikel 317 van het besluit `tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel', luidende: "De evaluatievoorwaarde `voldoende', vermeld in de artikelen 87 en 92, is slechts van toepassing na het einde van de eerste evaluatieperiode gevoerd krachtens dit besluit";de gemachtigde van de minister heeft verklaard dat een dergelijke bepaling zou worden toegevoegd; c) een soortgelijke bepaling als artikel 327, luidende: "Gedurende een periode van zes maanden vanaf de overdracht naar de zone, kan de bekendmaking van de vacante betrekking, vermeld in artikel 54, op de website van de zone vervangen worden door enkel de aanplakking van de vacante betrekking in de posten van de zone";ook in dit verband heeft de gemachtigde van de minister verklaard dat een dergelijke bepaling zou worden toegevoegd. 6. De steller van het ontwerp wordt erop gewezen dat het ontworpen besluit geen artikel 5 bevat.Aangezien het een nieuw besluit betreft, is het bovendien beter in de nummering geen gebruik te maken van bis, zoals in het ontworpen artikel 28bis. BIJZONDERE OPMERKINGEN Aanhef In het eerste lid moeten ook worden vermeld: - artikel 17, § 1, 7°, van de wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/05/2007 pub. 31/07/2007 numac 2007000663 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de civiele veiligheid type wet prom. 15/05/2007 pub. 11/04/2008 numac 2007023069 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Wet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Overheid, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest inzake de uitvoering van sommige bepalingen van het Protocol van Kyoto, afgesloten te Brussel, op 19 februari 2007 type wet prom. 15/05/2007 pub. 15/06/2007 numac 2007000560 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de Algemene Inspectie en houdende diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van sommige leden van de politiediensten sluiten `betreffende de civiele veiligheid', aangezien het gaat om een van de twee rechtsgronden van artikel 306 van het besluit `tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones', dat van toepassing wordt verklaard bij artikel 3 van het ontwerp; - artikel 106/1 van de voornoemde wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/05/2007 pub. 31/07/2007 numac 2007000663 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de civiele veiligheid type wet prom. 15/05/2007 pub. 11/04/2008 numac 2007023069 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Wet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Overheid, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest inzake de uitvoering van sommige bepalingen van het Protocol van Kyoto, afgesloten te Brussel, op 19 februari 2007 type wet prom. 15/05/2007 pub. 15/06/2007 numac 2007000560 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de Algemene Inspectie en houdende diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van sommige leden van de politiediensten sluiten wegens boek 11 ("Uitvoeren van een alcohol- of drugstest") van het besluit `tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones', dat van toepassing wordt verklaard bij artikel 3 van het ontwerp; - artikel 208, wegens artikel 50 van het ontworpen statuut; - artikel 224, tweede lid, wegens artikel 64 van het ontworpen statuut. DISPOSITIEF Artikel 2 1. In het eerste lid kunnen de woorden "beroeps of vrijwillig" worden weggelaten.In het licht van de definitie in artikel 1, § 1, 6°, lijkt deze precisering overbodig. Dezelfde opmerking geldt voor artikel 3. 2. Het tweede lid, waarin de graden worden bepaald van het ambulancepersoneel dat geen brandweerman is, zou beter in een afzonderlijk artikel worden ondergebracht. Artikel 4 In paragraaf 1 moeten de woorden "in een sui generis statutaire situatie" vervallen, aangezien het de bedoeling is van het ontworpen besluit om de statutaire situatie te regelen van de ambulanciers die geen brandweerman zijn, door in voorkomend geval een onderscheid te maken naargelang ze lid zijn van het vrijwillig personeel (tijdelijke benoeming) of van het beroepspersoneel (benoeming in vast dienstverband). Zoals de afdeling Wetgeving van de Raad van State reeds heeft opgemerkt in advies 55.165/2, op 6 februari 2014 gegeven over het ontwerp van besluit `tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel', kan dus het volgende worden gesteld: "Aangezien artikel 106 van de voornoemde wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/05/2007 pub. 31/07/2007 numac 2007000663 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de civiele veiligheid type wet prom. 15/05/2007 pub. 11/04/2008 numac 2007023069 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Wet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Overheid, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest inzake de uitvoering van sommige bepalingen van het Protocol van Kyoto, afgesloten te Brussel, op 19 februari 2007 type wet prom. 15/05/2007 pub. 15/06/2007 numac 2007000560 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de Algemene Inspectie en houdende diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van sommige leden van de politiediensten sluiten aan de Koning de verplichting oplegt zowel voor het professioneel als voor het vrijwillig operationeel personeel een administratief statuut uit te vaardigen, rijst de vraag of het niet eenvoudiger en logischer zou zijn meteen het volgende te bepalen: `Behoudens andersluidende bepalingen is dit statuut van toepassing op de leden van het vrijwillig personeel van de zone.'" Artikel 7 In het voornoemd advies 55.165/2 heeft de afdeling Wetgeving van de Raad van State reeds het volgende opgemerkt: "Teneinde de beslissingsbevoegdheid van de raad duidelijk en nauwkeurig af te bakenen, moet worden bepaald volgens welke orde van voorrang de procedures om te voorzien in een vacante betrekking gevolgd moeten worden." Wegens de overeenkomstige redactie van artikel 3 van het ontwerp van besluit `tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel', zou de term "poste" in de Franse tekst overigens moeten worden vervangen door de term "emploi". Artikel 9 1. In verband met het tweede lid rijst de vraag waarom de raad in dit geval de voorwaarden voor de aanwijzing als hiërarchisch meerdere bepaalt, terwijl artikel 6 van het ontwerp van besluit `tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel' deze situatie voor de brandweermannen rechtstreeks regelt door te bepalen dat "het gezag bij gelijkheid in graad wordt (...) uitgeoefend door het personeelslid met de grootste anciënniteit in dezelfde graad". Indien het evenwel de bedoeling van de steller van het ontwerp is een personeelslid aan te wijzen, zou de procedure daarvoor moeten worden bepaald (bijvoorbeeld de oproep tot kandidaatstelling, de termijn om te kandideren, enz.), wat inhoudt dat de aanspraken en verdiensten van de kandidaten worden vergeleken. 2. De redenen waarom een lid van het operationeel personeel van het middenkader of het hoger kader wordt aangewezen, en niet een van de overige leden van het ambulancepersoneel met de graad van coördinator hulpverlener-ambulancier, komen in het derde lid niet duidelijk naar voren.Het lijkt logischer iemand van de laatstgenoemden aan te wijzen, behalve in het geval waarin er in de zone in kwestie geen andere coördinator hulpverlener-ambulancier is en in het geval waarin geen enkele coördinator hulpverlener-ambulancier zich voor de uitoefening van die functies kandidaat zou stellen. Bovendien moet nauwkeuriger worden aangegeven in welke gevallen een personeelslid aangewezen kan worden. Welke gevallen van afwezigheid worden bedoeld? Bovendien moet de aanwijzingsprocedure worden bepaald. Daarenboven zou de steller van het ontwerp ook moeten vaststellen wanneer die aanwijzing ten einde loopt, aangezien het om een tijdelijke aanwijzing lijkt te gaan. Artikel 10(4) 1. In de oproep tot kandidaatstelling die in het eerste lid van paragraaf 2 wordt vermeld, moet ook gepreciseerd worden of het gaat om een betrekking van lid van het vrijwillig dan wel van het beroepspersoneel.2. Wat het derde lid betreft, zou in de oproep vermeld moeten worden op welke datum de voorwaarden vervuld moeten zijn.De oproep moet ook een beknopt profiel van de vacante functie bevatten (5) en gewag maken van de voorwaarden, vermeld in artikel 14 van het ontworpen besluit, die op het einde van de stage vervuld moeten zijn. 3. Het zou beter zijn het zevende lid, dat betrekking heeft op de verplichting om de oproep tot kandidaatstelling bekend te maken, te laten volgen op het tweede lid, dat de wijze van bekendmaking betreft. 4. De regel genoemd in het achtste lid behoort als volgt te worden ingevoegd in het derde lid: "De oproep vermeldt (...) de uiterste datum voor de kandidaatstelling en de praktische modaliteiten voor het indienen van de kandidaturen (...)". Artikel 11 De afdeling Wetgeving van de Raad van State heeft in het voornoemde advies 55.165/2 reeds het volgende opgemerkt betreffende artikel 37 van het ontwerp van besluit `tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel': "Het zou beter zijn paragraaf 2 als volgt te stellen: `Om aangeworven te kunnen worden moet de kandidaat geslaagd zijn voor een vergelijkend examen en dient hij een eliminerend geneeskundig onderzoek te ondergaan, zoals bepaald in artikel 26 van het koninklijk besluit van 28 mei 2003 `betreffende het gezondheidstoezicht op de werknemers', die beide door de raad georganiseerd worden. Het vergelijkend examen bestaat uit een interview bedoeld om de motivering, de inzetbaarheid en de overeenstemming van de kandidaat met de functiebeschrijving en de zone te testen. Indien redenen van operationele aard zulks rechtvaardigen, kan het vergelijkend examen ook een extra proef omvatten. De raad legt in een reglement de inhoud van de proeven en de samenstelling van de examencommissie vast. De praktische organisatie van het vergelijkend examen kan door de raad toevertrouwd worden aan het opleidingscentrum voor de civiele veiligheid. De geslaagde kandidaten worden opgenomen in een wervingsreserve die twee jaar geldig is. De geldigheidsduur kan ten hoogste twee keer voor twee jaar verlengd worden.' De bepaling luidens welke `de kandidaten uit de reserve (...) door de raad toegelaten [worden] tot de aanwervingsstage in orde van rangschikking resulterend uit de zonale bijkomende proeven' zou opgenomen moeten worden in titel 2 betreffende de aanwervingsstage. Bovendien zou gepreciseerd moeten worden of de zonale bijkomende proeven deel uitmaken van de proeven van het vergelijkend examen [in welk geval het beter zou zijn die term te gebruiken], dan wel of het om nog andere proeven gaat. Ten slotte zou bepaald moeten worden hoe de resultaten aan de kandidaten meegedeeld worden." Artikel 12 1. Zoals het tweede lid is gesteld, onderstelt het dat er geen benoeming of aanstelling als stagiair plaatsvindt.De toelating tot de stage moet echter geformaliseerd worden door middel van een benoeming of een aanwerving als stagiair. 2. In het vierde lid wordt verwezen naar het brevet van ambulancier. De steller van het ontwerp zou moeten verduidelijken of het gaat om het brevet van hulpverlener-ambulancier dat is geregeld door het koninklijk besluit van 13 februari 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 13/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998022090 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit betreffende de opleidings- en vervolmakingscentra voor hulpverleners-ambulanciers sluiten `betreffende de opleidings- en vervolmakingscentra voor hulpverleners-ambulanciers', dan wel om een ander type van brevet. 3. Op de vraag wat de situatie is van de stagiair als hij al in het bezit is van zijn brevet van ambulancier vóór hij als hulpverlener-ambulancier kandideert in een hulpverleningszone, heeft de gemachtigde van de minister het volgende geantwoord: "Dans ce cas, le stagiaire ne doit plus suivre les formations pour l'obtention du brevet.On va devoir adapter l'article 12, alinéas 4 et 7 qui déterminent que le stage se termine après l'obtention du brevet. Proposition: Le stage dure 1 année pour le stagiaire qui est détenteur du brevet d'ambulancier le jour de l'entrée en service". 4. Het zevende lid zou moeten worden weggelaten, aangezien het einde van de aanwervingsstage al wordt bepaald in het vierde lid.5. In het achtste lid schrijve men in de Franse tekst "un an" in plaats van "un ans". Artikel 13 Met betrekking tot artikel 40 van het ontwerp van besluit `tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel' heeft de afdeling Wetgeving van de Raad van State in het voornoemde advies 55.165/2 reeds het volgende opgemerkt: "De vraag rijst of in paragraaf 2, tweede lid, niet ook rekening moet worden gehouden met: - de afwezigheden die volgen uit de artikelen 81, §§ 1 en 2, en 82 van het koninklijk besluit van 28 september 1984 `tot uitvoering van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel' (bijvoorbeeld naar analogie van artikel 28ter, § 2, 3°, van het statuut van het rijkspersoneel); - de periodes van afwezigheid gerechtvaardigd door deelname aan verplichte opleidingsactiviteiten (aansluitend bij artikel 7, § 2, van het APKB, luidens hetwelk die periodes in ieder opzicht gelijkgesteld moeten worden met periodes van dienstactiviteit)". Dezelfde opmerking geldt mutatis mutandis voor artikel 31, § 2. Artikel 14 1. Paragraaf 1 zou kunnen worden weggelaten, aangezien uit artikel 12 volgt dat de stagiair hulpverlener-ambulancier zijn brevet van ambulancier moet behalen gedurende zijn stage.2. Paragraaf 2, die betrekking heeft op de voorwaarden voor de definitieve benoeming (beroepspersoneelslid) of de tijdelijke benoeming (vrijwillig personeelslid), zou beter opgenomen worden in titel 3, met uitzondering van het tweede lid, waarvan het eerste deel (6) zou kunnen worden weggelaten op grond van de opmerking in verband met artikel 10, derde lid, van het ontwerp, en waarvan het tweede deel7 zou moeten worden ingevoegd in artikel 12 van het ontwerp. Artikel 16(8) 1. Volgens deze bepaling wordt de stagecommissie voorgezeten door de zonecommandant of zijn gemachtigde.Artikel 25 van de voornoemde wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/05/2007 pub. 31/07/2007 numac 2007000663 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de civiele veiligheid type wet prom. 15/05/2007 pub. 11/04/2008 numac 2007023069 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Wet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Overheid, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest inzake de uitvoering van sommige bepalingen van het Protocol van Kyoto, afgesloten te Brussel, op 19 februari 2007 type wet prom. 15/05/2007 pub. 15/06/2007 numac 2007000560 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de Algemene Inspectie en houdende diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van sommige leden van de politiediensten sluiten luidt echter als volgt: "De zonecommandant (bedoeld in artikel 109) neemt deel aan de vergaderingen van de raad met raadgevende stem". Aangezien de beslissing over de verlenging van de stage of het ontslag door de raad moet worden genomen (zie artikel 22 van het ontwerp), moet erop worden toegezien dat de zonecommandant in de praktijk ofwel geen zitting heeft in de stagecommissie, ofwel de vergaderingen van de raad niet bijwoont wanneer deze moet beslissen over de verlenging van de stage of het ontslag van de stagiair, opdat het onpartijdigheidbeginsel niet wordt geschonden. 2. Voorts moet worden bepaald op welke wijze de commissie beraadslaagt (quorum, geheime stemming, wat te doen in het geval van staking van stemmen ?). Artikel 18(9) De tweede zin van het tweede lid zou kunnen worden gesteld als volgt: "Ze worden door de stagebegeleider ondertekend en na afloop van elke periode ter kennis gebracht van de stagiair, die ze ondertekent en er eventueel zijn opmerkingen aan toevoegt." Met die formulering zou gegarandeerd kunnen worden dat de stageverslagen onmiddellijk aan de stagiair worden overgezonden en niet allemaal samen op het einde van de stage. Dezelfde opmerking geldt mutatis mutandis voor artikel 35, tweede lid, van het ontwerp. Artikel 22 1. Aangezien de commissie noch een beslissing mag nemen noch een voorstel mag formuleren, moeten in artikel 22, derde lid, van het ontwerp de woorden "neemt de commissie een beslissing of formuleert ze een voorstel" worden vervangen door de woorden "geeft de commissie haar advies".2. In het vijfde lid, tweede zin, in fine, zouden de woorden "positief te zijn" beter worden vervangen door de woorden "gunstig te zijn voor de stagiair". Artikel 24(10) Door de vergelijking van de Nederlandse en de Franse tekst van het vierde lid rijst de vraag of het advies van de commandant na de periode van zes jaar hoe dan ook vereist is, dat wil zeggen zowel in het geval van de stilzwijgende vernieuwing als in het geval waarin de benoeming niet wordt vernieuwd. Hoe dan ook moet de procedure die gevolgd moet worden om tot de niet-vernieuwing te kunnen besluiten, nauwkeuriger worden vastgesteld. Wanneer moet het advies van de commandant worden gegeven? Wordt dat advies uit eigen beweging gegeven of op verzoek van de raad? Wordt het aan de vrijwilliger overgezonden? Zo ja, binnen welke termijn? Binnen welke termijn wordt het aan de raad overgezonden? Wanneer kan de raad de vrijwilliger horen? Hoe en wanneer moet de vrijwilliger zijn verzoek formuleren om gehoord te worden? Dit lid, in ieder geval de Franse tekst ervan, kan aldus geïnterpreteerd worden dat de raad na het advies van de commandant beslist om de benoeming niet te vernieuwen. Artikel 25 van de wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/05/2007 pub. 31/07/2007 numac 2007000663 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de civiele veiligheid type wet prom. 15/05/2007 pub. 11/04/2008 numac 2007023069 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Wet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Overheid, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest inzake de uitvoering van sommige bepalingen van het Protocol van Kyoto, afgesloten te Brussel, op 19 februari 2007 type wet prom. 15/05/2007 pub. 15/06/2007 numac 2007000560 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de Algemene Inspectie en houdende diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van sommige leden van de politiediensten sluiten `betreffende de civiele veiligheid' luidt echter als volgt: "De zonecommandant (bedoeld in artikel 109) neemt deel aan de vergaderingen van de raad met raadgevende stem." Aangezien de beslissing inzake de niet-vernieuwing door de raad moet worden genomen, moet erop worden toegezien dat de zonecommandant in de praktijk niet aan de vergaderingen van de raad deelneemt wanneer de raad een beslissing moet nemen om al dan niet te vernieuwen, opdat het beginsel van onpartijdigheid niet wordt geschaad. Boek 3 Het opschrift zou moeten worden vervangen door "Bevordering door verhoging in graad", aangezien dit boek alleen betrekking heeft op dit type van bevordering en aangezien de andere aspecten van de loopbaan worden geregeld bij de bepalingen van het ontwerp van besluit `tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel'. Artikel 25 1. In het eerste lid dienen de woorden "deze titel" te worden vervangen door "dit boek".2. In het tweede lid, 2°, zou het wellicht beter zijn te verduidelijken dat het gaat om het ambulancepersoneel dat geen brandweerman is. Artikel 28 Teneinde rekening te houden met het bepaalde in de artikelen 90, tweede lid, en 107, tweede lid, van het ontwerp van besluit `tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones', die bij artikel 3 van het ontwerp van toepassing worden verklaard op het ambulancepersoneel dat geen brandweerman is en die de mogelijkheid bieden af te wijken van het beginsel dat is vastgelegd in het ontworpen eerste lid, zouden op het einde van het lid de woorden "onverminderd de artikelen 90, tweede lid, en 107, tweede lid, van het koninklijk besluit van ... tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones" moeten worden ingevoegd. Artikel 28bis 1. Op basis van de bepaling onder a), zoals ze is gesteld, is het niet mogelijk om met zekerheid te bepalen of de duur van de aanwervingsstage meegeteld wordt bij het berekenen van de graadanciënniteit.De steller van het ontwerp dient die twijfel weg te nemen zonder daarbij uit het oog te verliezen dat hij er in artikel 56 van het ontwerp van besluit `tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel', voor heeft gekozen de stageperiode niet mee te tellen in die berekening. 2. In de bepaling onder c), zou de steller van het ontwerp moeten verduidelijken over welk brevet het gaat.In dat opzicht dient te worden opgemerkt van het voornoemde koninklijk besluit van 13 februari 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 13/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998022090 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Koninklijk besluit betreffende de opleidings- en vervolmakingscentra voor hulpverleners-ambulanciers sluiten geen bepalingen bevat met betrekking tot dat type van brevet. Artikel 29 1. Wat paragraaf 1, eerste lid, betreft, zou het beter zi …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.