📄 Wettekst
8 FEBRUARI 2011. - Koninklijk besluit tot wijziging van het
koninklijk besluit van 9 januari 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
28/12/2023
numac
2023047806
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
03/02/1999
numac
1999009051
bron
ministerie van justitie
Wet tot omzetting van de richtlijn 95/46/EG van 24 oktober 1995 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrij verkeer van die gegevens
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
07/05/1999
numac
1999007003
bron
ministerie van landsverdediging
Wet tot oprichting van een beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
16/12/1998
numac
1998010043
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging, wat de verjaring van de strafvordering betreft, van de Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering
sluiten1 tot uitvoering van de artikelen 46bis, § 2, eerste lid, 88bis, § 2, eerste en derde lid, en 90quater, § 2, derde lid van het Wetboek van strafvordering en van artikel 109ter, E , § 2, van de
wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
28/12/2023
numac
2023047806
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
03/02/1999
numac
1999009051
bron
ministerie van justitie
Wet tot omzetting van de richtlijn 95/46/EG van 24 oktober 1995 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrij verkeer van die gegevens
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
07/05/1999
numac
1999007003
bron
ministerie van landsverdediging
Wet tot oprichting van een beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
16/12/1998
numac
1998010043
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging, wat de verjaring van de strafvordering betreft, van de Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering
sluiten0 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven
VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het
koninklijk besluit van 9 januari 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
28/12/2023
numac
2023047806
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
03/02/1999
numac
1999009051
bron
ministerie van justitie
Wet tot omzetting van de richtlijn 95/46/EG van 24 oktober 1995 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrij verkeer van die gegevens
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
07/05/1999
numac
1999007003
bron
ministerie van landsverdediging
Wet tot oprichting van een beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
16/12/1998
numac
1998010043
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging, wat de verjaring van de strafvordering betreft, van de Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering
sluiten1 tot uitvoering van de artikelen 46bis, § 2, eerste lid, 88bis, § 2, eerste en derde lid, en 90quater, § 2, derde lid, van het Wetboek van strafvordering en van artikel 109ter, E, § 2, van de
wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
28/12/2023
numac
2023047806
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
03/02/1999
numac
1999009051
bron
ministerie van justitie
Wet tot omzetting van de richtlijn 95/46/EG van 24 oktober 1995 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrij verkeer van die gegevens
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
07/05/1999
numac
1999007003
bron
ministerie van landsverdediging
Wet tot oprichting van een beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
16/12/1998
numac
1998010043
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging, wat de verjaring van de strafvordering betreft, van de Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering
sluiten0 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 10 februari 2003. Bijna acht jaar na datum is er veel veranderd, zodat een aanpassing van dit koninklijk besluit zich opdringt.
De veranderingen die een aanpassing van dit koninklijk besluit noodzakelijk maken, situeren zich op drie gebieden : de financiële situatie op het vlak van de gerechtskosten, nieuwe wetgevende en reglementaire teksten, en de snelle technologische vooruitgang. 1. De gerechtskosten. Zoals algemeen bekend lopen de gerechtskosten jaar na jaar op. Voor 2010 wordt de totale kost van de gerechtskosten geraamd op 92.997.618 euro, waarvan 19.192.179,95 voor telefonie alleen, het onderwerp van huidig koninklijk besluit, hetgeen dus meer dan 20 % uitmaakt van de totale kost voor de gerechtskosten in 2010.
De problematiek situeert zich ook in het gecumuleerd tekort uit de voorgaande jaren. De dienst gerechtskosten sleept immers sinds jaren een historisch gecumuleerd budgettekort mee. Ter indicatie, eind 2009 bedroeg het historisch gecumuleerde tekort 25.062.304 euro, en er wordt verwacht dat dit tekort verder oploopt tegen eind 2010.
Het beheersen van de gerechtskosten kan slechts door een samenspel aan maatregelen, maar het is duidelijk dat wat betreft telefonie een aanpassing van de tarieven zich opdringt. In haar rapport betreffende de gerechtskosten in strafzaken in 2009 stelde de Commissie Modernisering voor de Rechterlijke Orde (CMRO) de te hoge en onverantwoorde tarieven voor de telefonie al aan de kaak, en drong ze er bij de bevoegde politieke overheden op aan onderhandelingen met de operatoren aan te vatten.
De tarieven in het
koninklijk besluit van 9 januari 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
28/12/2023
numac
2023047806
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
03/02/1999
numac
1999009051
bron
ministerie van justitie
Wet tot omzetting van de richtlijn 95/46/EG van 24 oktober 1995 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrij verkeer van die gegevens
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
07/05/1999
numac
1999007003
bron
ministerie van landsverdediging
Wet tot oprichting van een beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
16/12/1998
numac
1998010043
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging, wat de verjaring van de strafvordering betreft, van de Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering
sluiten1 werden indertijd vastgelegd op een relatief forfaitaire basis zonder dat deze tarieven noodzakelijk correspondeerden met de reële kosten. Daarom werd er voor geopteerd dat het overleg met de sector deze keer gestoeld diende te zijn op solide en objectief mathematische gegevens.
Vandaar dat aan het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie (BIPT) op 16 september 2009 gevraagd werd om een studie te maken betreffende de kostenfactoren verbonden met gerechtelijke aanvragen in verband met telefonie. Gezien haar expertise en onafhankelijkheid als regulator voor de sector werd zij hiervoor het best geplaatst geacht.
Het BIPT heeft op 29 april 2010 een openbare raadpleging van de sector gelanceerd en op 19 mei 2010 een informatiesessie gehouden waarbij een strikte timing werd afgesproken. Een syntheserapport werd gepubliceerd op de website van het BIPT op 1 oktober 2010 en op 4 oktober 2010 werd dit syntheserapport gepresenteerd tijdens een gezamenlijke meeting van de operatoren en het Nationaal Overlegplatform Telecommunicatie (NOT).
Een van de belangrijkste conclusies die meegedeeld werd naar aanleiding van de bovenvermelde presentatie van het syntheseverslag is dat er ruimte bestaat tot 30 % vermindering van de bestaande tarieven, en dit op basis van een inefficiënte operator. Dit wil zeggen dat zelfs verdere verminderingen van de tarieven mogelijk moeten zijn wanneer de in de studie aan het licht gebrachte inefficiënties, in het bijzonder voor wat betreft de gehanteerde procedures, opgelost kunnen worden. Het BIPT beveelt daarom aan dat een permanente werkgroep wordt opgericht binnen het NOT waar samen met de operatoren wordt gewerkt om de dataretentie en de eraan verbonden uitbatingprocedures te moderniseren.
Het BIPT heeft zich bovendien geëngageerd om samen met een te selecteren consultant op basis van de werkzaamheden van deze werkgroep, de resultaten van de gevoerde consultatie en formele vragen voor kostenelementen aan de operatoren, een kostenmodel uit te werken voor een efficiënte operator dat als een te bereiken doel zal worden gesteld, na een « glide path » dat begint op 31 december 2010.
Deze werkgroep en het kostenmodel vormen een platform om de werkelijke kosten en hun evolutie op te volgen en in de toekomst mogelijke bijsturingen voor te stellen aan de Regering.
Om deze redenen worden dus in een eerste stap de tarieven in de bijlage bij het
koninklijk besluit van 9 januari 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
28/12/2023
numac
2023047806
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
03/02/1999
numac
1999009051
bron
ministerie van justitie
Wet tot omzetting van de richtlijn 95/46/EG van 24 oktober 1995 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrij verkeer van die gegevens
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
07/05/1999
numac
1999007003
bron
ministerie van landsverdediging
Wet tot oprichting van een beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
16/12/1998
numac
1998010043
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging, wat de verjaring van de strafvordering betreft, van de Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering
sluiten1 globaal verminderd met 30 %. Deze vermindering kan gerealiseerd worden door drie bestaande posten aan te passen. Meer uitleg daarover in de bijlage bij dit Verslag aan de Koning. 2. Nieuwe wetgevende en reglementaire teksten. In de eerste plaats zijn er wetgevend een aantal nieuwe initiatieven genomen die de basisartikelen waarop het koninklijk besluit gegrond was, gewijzigd hebben. Artikel 46bis werd grondig gewijzigd, eerst door de
wet van 27 december 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
27/12/2004
pub.
31/12/2004
numac
2004021169
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet houdende diverse bepalingen
sluiten houdende diverse bepalingen (BS 31 december 2004), later ook door de
wet van 23 januari 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/01/2007
pub.
14/03/2007
numac
2007009223
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet tot wijziging van artikel 46bis van het Wetboek van strafvordering
sluiten tot wijziging van artikel 46bis van het Wetboek van strafvordering (BS 14 maart 2007). Met uitzondering van een kleine technische wijziging bij de
wet van 20 juli 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/07/2006
pub.
28/07/2006
numac
2006202314
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet houdende diverse bepalingen
sluiten houdende diverse bepalingen (BS 28 juli 2006) bleef artikel 88bis ongewijzigd. Ook artikel 90quater bleef, voor wat betreft de inhoud van dit koninklijk besluit, ongewijzigd.
Artikel 109ter van de
wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
28/12/2023
numac
2023047806
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
03/02/1999
numac
1999009051
bron
ministerie van justitie
Wet tot omzetting van de richtlijn 95/46/EG van 24 oktober 1995 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrij verkeer van die gegevens
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
07/05/1999
numac
1999007003
bron
ministerie van landsverdediging
Wet tot oprichting van een beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
16/12/1998
numac
1998010043
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging, wat de verjaring van de strafvordering betreft, van de Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering
sluiten0 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven werd echter opgeheven door de
wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/06/2005
numac
2005011238
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet betreffende de elektronische communicatie
sluiten betreffende de elektronische communicatie, en vervangen door nieuwe bepalingen in deze wet, waardoor de wettelijke basis van het koninklijk besluit niet meer bestond. Het zijn de artikelen 125, § 2 en 127, § 1, eerste lid, 2° en tweede lid van de wet op de elektronische communicatie die nu de wettelijke basis van onderhavig koninklijk besluit vormen.
Artikel 125, § 2 van de
wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/06/2005
numac
2005011238
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet betreffende de elektronische communicatie
sluiten luidt als volgt : « De Koning bepaalt, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en van het Instituut, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de nadere regels en de middelen die moeten worden ingezet om het identificeren, het opsporen, lokaliseren, afluisteren, kennisnemen en opnemen van elektronische communicatie mogelijk te maken. » Artikel 127, § 1 van dezelfde wet luidt als volgt : « De Koning bepaalt, na advies van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en van het Instituut, de technische en administratieve maatregelen die aan de operatoren of aan de eindgebruikers worden opgelegd om : 1° in het kader van een noodoproep de oproeplijn te kunnen identificeren;2° de oproeper te kunnen identificeren en het opsporen, lokaliseren, afluisteren, kennisnemen en opnemen van privécommunicatie mogelijk te maken onder de voorwaarden bepaald door de artikelen 46bis, 88bis en 90ter tot 90decies van het Wetboek van strafvordering.» Zoals hoger gezegd werd artikel 46bis van het Wetboek van strafvordering grondig gewijzigd door de
wet van 23 januari 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/01/2007
pub.
14/03/2007
numac
2007009223
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet tot wijziging van artikel 46bis van het Wetboek van strafvordering
sluiten tot wijziging van artikel 46bis van het Wetboek van strafvordering. Deze wet had een tweeërlei doel : enerzijds diende het artikel aangepast te worden aan de technische evolutie en ook ten gevolge van een welbepaalde rechtspraak die een bepaalde interpretatie gaf aan het artikel die niet strookte met de bedoeling van de wetgever. Wat dat betreft kan nuttig verwezen worden naar de memorie van toelichting bij de
wet van 23 januari 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/01/2007
pub.
14/03/2007
numac
2007009223
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet tot wijziging van artikel 46bis van het Wetboek van strafvordering
sluiten waarin deze problematiek toegelicht wordt (Parl. Doc., Senaat, 2005-2006, 3-1824/1).
Het tweede doel van de aanpassing van artikel 46bis was om de CTIF (de Centrale Technische Interceptiefaciliteit van de geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus) toe te laten een rechtstreekse toegang tot de klantenbestanden van de operatoren en dienstenverstrekkers te krijgen mits voldoende garanties voor de privacy van de klanten van de operatoren en dienstenverstrekkers. Het voordeel van een directe toegang bestaat erin dat de gerechtskosten voor de identificatie van nummers sterk zullen dalen aangezien de CTIF zelf zal instaan voor de identificatie. Artikel 46bis, § 2 bepaalt dat de technische voorwaarden voor deze rechtstreekse toegang bepaald worden bij koninklijk besluit.
Naast de wijzigingen aan de basisartikelen van het koninklijk besluit, is intussen ook de
wet van 4 februari 2010Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/02/2010
pub.
10/03/2010
numac
2010009144
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet betreffende de methoden voor het verzamelen van gegevens door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten
sluiten betreffende de methoden voor het verzamelen van gegevens door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (de BIM-wet) in werking getreden op 1 september 2010. Deze wet maakt het mogelijk dat de inlichtingen- en veiligheidsdiensten de medewerking van een operator van een elektronisch communicatienetwerk of van een verstrekker van een elektronische communicatiedienst vorderen voor : - de identificatie van de abonnee of de gewone gebruiker van een elektronische communicatiedienst of van het gebruikte elektronische communicatiemiddel, - de identificatie van de elektronische communicatiediensten waarop een bepaalde persoon is geabonneerd of die door een bepaalde persoon gewoonlijk worden gebruikt, - de mededeling van de facturen met betrekking tot de geïdentificeerde abonnementen, - het opsporen van de oproepgegevens van elektronische communicatiemiddelen van waaruit of waarnaar oproepen worden of werden gericht, - het lokaliseren van de oorsprong of de bestemming van elektronische communicaties, - het intercepteren van elektronische communicaties. De BIM-wet bepaalt dat de medewerking van de sector dient te gebeuren volgens de door de Koning te bepalen modaliteiten. Een koninklijk besluit werd op 17 september 2010 door de Ministerraad goedgekeurd.
Het werd ondertekend door de Koning op 12 oktober 2010 en gepubliceerd in het Belgisch staatsblad op 8 november 2010.
Het is aangewezen om de bepalingen van beide koninklijke besluiten op elkaar af te stemmen, zodanig dat de sector niet op verschillende manieren dient mee te werken naargelang het gerechtelijke vorderingen dan wel vorderingen van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten betreft. Bovendien houdt het koninklijk besluit voor de inlichtingen- en veiligheidsdiensten ook al rekening met de hieronder geschetste technologische vooruitgang, en bevat het een aantal nieuwe verplichtingen voor de Coördinatiecel Justitie bij de operatoren van elektronische communicatienetwerken en verstrekkers van elektronische communicatiediensten. 3. De technologische vooruitgang Ook de technologische vooruitgang maakt het noodzakelijk om het koninklijk besluit van 2003 aan te passen.Zoals immers uitgelegd in het Verslag aan de Koning waren de bepalingen van dit koninklijk besluit, voor zover zij betrekking hadden op de uitvoering van artikel 90ter en volgende van het Wetboek van strafvordering, niet van toepassing op de internetsector. De reden hiervoor lag in het feit dat er op dat ogenblik nog geen Europese technische normen bestonden voor de interceptie van internetcommunicatie, en dat de technische mogelijkheden nog te beperkt waren om internetcommunicatie te gaan onderscheppen. Deze situatie is nu wezenlijk veranderd, de technische mogelijkheden zijn uitgebreid en ook Europese technische normen werden uitgevaardigd, en zijn overigens opgesomd in het koninklijk besluit houdende de nadere regels voor de wettelijke medewerkingsplicht bij vorderingen door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten met betrekking tot elektronische communicatie. Er is dan ook geen enkele reden meer om de internetsector verder uit te sluiten van de medewerkingsmodaliteiten bepaald bij dit koninklijk besluit.
Algemene commentaar bij het koninklijk besluit Gezien de hoger beschreven wetswijzigingen dienen de volgende elementen via een koninklijk besluit geregeld worden : ? De termijn waarbinnen identificatiegegevens ten gevolge van de maatregel van artikel 46bis Sv. moeten worden meegedeeld (Cf. artikel 46bis, § 2, eerste lid); ? De technische voorwaarden voor de toegang tot de in artikel 46bis, § 1 bedoelde gegevens, die beschikbaar zijn voor de procureur des Konings en voor de in dezelfde paragraaf aangewezen politiedienst (Cf. artikel 46bis, § 2, tweede lid). ? De termijn waarbinnen oproepgegevens ten gevolge van de maatregel van artikel 88bis Sv. moeten worden meegedeeld (Cf. artikel 88bis, § 2, eerste lid); ? De modaliteiten van de medewerkingsplicht die voor de maatregel van artikel 88bis Sv. gelden voor de operatoren van telecommunicatienetwerken en de verstrekkers van telecommunicatiediensten (Cf. artikel 88bis, § 2, derde lid); ? De modaliteiten van de medewerkingsplicht die voor de maatregel van artikel 90ter e.v. Sv. gelden voor de operatoren van telecommunicatienetwerken en de verstrekkers van telecommunicatiediensten (Cf. artikel 90quater, § 2, derde lid); ? De nadere regels en de middelen die moeten worden ingezet om het identificeren, het opsporen, lokaliseren, afluisteren, kennisnemen en opnemen van elektronische communicatie mogelijk te maken (Cf. artikel 125, § 2 van de wet betreffende de elektronische communicatie); ? de technische en administratieve maatregelen die aan de operatoren of aan de eindgebruikers worden opgelegd om de oproeper te kunnen identificeren en het opsporen, lokaliseren, afluisteren, kennisnemen en opnemen van privécommunicatie mogelijk te maken onder de voorwaarden bepaald door de artikel en 46bis, 88bis en 90ter tot 90decies van het Wetboek van strafvordering (Cf. artikel 127, § 1, eerste lid, 2° van de wet betreffende de elektronische communicatie); ? De methode voor de bepaling van de bijdrage in de kosten voor investering, exploitatie en onderhoud van die maatregelen, die ten laste komt van de operatoren van elektronische communicatienetwerken en -diensten, alsook de termijn waarbinnen de operatoren of de abonnees moeten voldoen aan de opgelegde maatregelen (Cf. artikel 127, § 1, tweede lid van de wet betreffende de elektronische communicatie).
Het koninklijk besluit dat nu aan U wordt voorgelegd is erop gericht als basis te dienen voor de toekomstige werkwijze in de problematiek rond het identificeren, opsporen en intercepteren van elektronische communicatie voor gerechtelijke doeleinden.
Wat de internetsector betreft, voorziet het koninklijk besluit twee periodes in de uitvoering : in beginsel is het volledige koninklijk besluit vanaf zijn inwerkingtreding uitvoerbaar, met uitzondering van de artikelen 6 en 10bis. De overgangsbepaling in artikel 13, § 1 voorziet immers in een overgangstermijn van een jaar waarbinnen de internetsector haar technische middelen en apparatuur kan aanpassen om te kunnen voldoen aan de in de artikelen 6 en 10bis vermelde functionele vereisten en de in artikel 6, § 3 vermelde technische specificaties van het European Telecommunications Standards Institute.
Gedurende deze overgangstermijn moeten ze wel voldoen aan de minimale vereisten die opgesomd staan in artikel 13, § 1.
Na deze overgangstermijn zal het gehele koninklijk besluit van toepassing zijn op de internetsector. Op dat moment krijgt artikel 6 volledige uitwerking.
Het ontwerp van koninklijk besluit bevat vier hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk wijzigt het opschrift van het
koninklijk besluit van 9 januari 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
28/12/2023
numac
2023047806
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
03/02/1999
numac
1999009051
bron
ministerie van justitie
Wet tot omzetting van de richtlijn 95/46/EG van 24 oktober 1995 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrij verkeer van die gegevens
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
07/05/1999
numac
1999007003
bron
ministerie van landsverdediging
Wet tot oprichting van een beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
16/12/1998
numac
1998010043
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging, wat de verjaring van de strafvordering betreft, van de Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering
sluiten1. Het tweede hoofdstuk bevat de wijzigingsbepalingen aan dit koninklijk besluit. Het derde en vierde hoofdstuk bevatten de overgangs- en slotbepalingen Deze laatste twee soorten bepalingen bestaan op zichzelf en worden dus niet ingevoegd in het
koninklijk besluit van 9 januari 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
28/12/2023
numac
2023047806
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
03/02/1999
numac
1999009051
bron
ministerie van justitie
Wet tot omzetting van de richtlijn 95/46/EG van 24 oktober 1995 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrij verkeer van die gegevens
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
07/05/1999
numac
1999007003
bron
ministerie van landsverdediging
Wet tot oprichting van een beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
16/12/1998
numac
1998010043
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging, wat de verjaring van de strafvordering betreft, van de Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering
sluiten1.
In het artikelsgewijs commentaar zullen enkel de verschillen met de vorige tekst uitgelegd worden. Voor de uitleg over de bepalingen die niet wijzigen, kan nuttig verwezen worden naar het Verslag aan de Koning bij het
koninklijk besluit van 9 januari 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
28/12/2023
numac
2023047806
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
03/02/1999
numac
1999009051
bron
ministerie van justitie
Wet tot omzetting van de richtlijn 95/46/EG van 24 oktober 1995 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrij verkeer van die gegevens
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
07/05/1999
numac
1999007003
bron
ministerie van landsverdediging
Wet tot oprichting van een beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
16/12/1998
numac
1998010043
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging, wat de verjaring van de strafvordering betreft, van de Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering
sluiten1 (Belgisch Staatsblad van 10 februari 2003, p. 6614 en volgende).
Het ontwerp van koninklijk besluit werd tweemaal voor advies voorgelegd aan de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. In bijlage bij dit verslag werd de nota opgenomen die aan de Commissie werd overgemaakt met de elementen van antwoord op het eerste advies nr. 29/2008.
Antwoord op het advies 49.133/4 van de Raad van State Op 17 januari 2011 heeft de Raad van State haar advies uitgebracht over huidig ontwerp. In wat volgt wordt een bondig antwoord gegeven op de voornaamste punten van dit advies.
In een voorafgaande opmerking meent de Raad van State dat de nieuwe regels in dit besluit niet als wijzigingsbepalingen maar wel onder de vorm van autonome bepalingen dienen opgenomen te worden, waarbij dan ook een bepaling wordt opgenomen waarbij het koninklijk besluit van 2003 opgeheven wordt.
De Raad van State wijst er terecht op dat bijna alle artikelen van het oorspronkelijk besluit van 2003 gewijzigd worden. Niettemin verkiest de regering om de wijzigingsbepalingen te behouden, en zo het oorspronkelijke besluit van 2003 te laten bestaan, zij het met een andere titel. Immers, het bovenvermelde
koninklijk besluit van 12 oktober 2010Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
28/12/2023
numac
2023047806
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
03/02/1999
numac
1999009051
bron
ministerie van justitie
Wet tot omzetting van de richtlijn 95/46/EG van 24 oktober 1995 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrij verkeer van die gegevens
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
07/05/1999
numac
1999007003
bron
ministerie van landsverdediging
Wet tot oprichting van een beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
16/12/1998
numac
1998010043
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging, wat de verjaring van de strafvordering betreft, van de Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering
sluiten2 houdende de nadere regels voor de wettelijke medewerkingsplicht bij vorderingen door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten met betrekking tot elektronische communicatie bevat verwijzingen naar het koninklijk besluit van 2003. Door dit koninklijk besluit op te heffen zouden deze verwijzingen zonder voorwerp worden, en worden fundamentele bepalingen (inzake de kosten) uit dit koninklijk besluit een lege doos. Bovendien acht de regering het niet wenselijk om het
koninklijk besluit van 12 oktober 2010Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
28/12/2023
numac
2023047806
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
03/02/1999
numac
1999009051
bron
ministerie van justitie
Wet tot omzetting van de richtlijn 95/46/EG van 24 oktober 1995 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrij verkeer van die gegevens
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
07/05/1999
numac
1999007003
bron
ministerie van landsverdediging
Wet tot oprichting van een beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
16/12/1998
numac
1998010043
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging, wat de verjaring van de strafvordering betreft, van de Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering
sluiten2, dat nog maar recent in werking is getreden, al meteen te gaan wijzigen.
Bovendien zou tussen de publicatie van huidig koninklijk besluit en de wijziging van het koninklijk besluit van 2010 een onzekere periode liggen. Omwille van de rechtszekerheid verkiest de regering dus om niet in te gaan op deze voorafgaandelijke opmerking van de Raad van State.
Om dezelfde redenen van rechtszekerheid meent de regering dat niet ingegaan kan worden op de opmerking van de Raad van State betreffende artikel 3 en op de slotopmerking. De formulering van artikel 3 (« bij gemotiveerde beslissing ») is letterlijk overgenomen uit het koninklijk besluit van 2010. Hoewel de Raad van State terecht meent dat de verplichting tot motivering al opgenomen is in de
wet van 29 juli 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
29/07/1991
pub.
18/12/2007
numac
2007001008
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling
sluiten betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, acht de regering het niet aangewezen om een andere bewoording te gebruiken dan in het koninklijk besluit van 2010, precies om mogelijke tegengestelde interpretaties te vermijden. De procedures en beslissingen omtrent de coördinatiecel Justitie dienen voor beide besluiten volledig gelijklopend te zijn.
Om dezelfde redenen acht de regering het niet nodig om in te gaan op de legistieke slotopmerking van de Raad van State, daar het hier ook gaat om bepalingen die overgenomen zijn uit het koninklijk besluit van 2010.
Overigens kan er ook op gewezen worden dat de Raad van State deze beide opmerkingen niet formuleerde voor dit koninklijk besluit van 2010, hoewel het dus om dezelfde bewoordingen gaat.
Tot slot vraagt de Raad van State zich af waarom in artikel 4 geen bewaringstermijn is opgenomen voor de informatie die de dienst NTSU-CTIF bewaart betreffende de raadpleging van de databanken van de operatoren. Hier zijn niettemin wel objectieve redenen om een bepaling op te nemen in huidig besluit die verschilt van de gelijkaardige bepaling in het koninklijk besluit van 2010 (waar de inlichtingen- en veiligheidsdiensten deze gegevens gedurende tien jaar moeten bewaren), en deze objectieve redenen situeren zich in de verschillende finaliteit van enerzijds de gerechtelijke doeleinden en anderzijds de doeleinden van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, en in de praktijk. Bij toepassing van artikel 46bis van het Wetboek van strafvordering zal er immers altijd een spoor van de toegang tot de databanken terug te vinden zijn in het gerechtelijk dossier, terwijl in het geval van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten het niet noodzakelijk is dat een bepaald onderzoek uitmondt in een strafrechtelijke procedure. Het is in dit geval van belang dat de informatie elders bewaard wordt. Bovendien kan aangenomen worden dat in de praktijk de dienst NTSU-CTIF veel meer vragen om identificatie te verwerken zal krijgen dan de inlichtingen- en veiligheidsdiensten.
Vandaar dat de regering het niet aangewezen acht om de dienst NTSU-CTIF te verplichten om deze informatie gedurende tien jaar te bewaren.
Artikelsgewijs commentaar Artikel 1 Artikel 1 wijzigt het opschrift van het
koninklijk besluit van 9 januari 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
28/12/2023
numac
2023047806
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
03/02/1999
numac
1999009051
bron
ministerie van justitie
Wet tot omzetting van de richtlijn 95/46/EG van 24 oktober 1995 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrij verkeer van die gegevens
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
07/05/1999
numac
1999007003
bron
ministerie van landsverdediging
Wet tot oprichting van een beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
16/12/1998
numac
1998010043
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging, wat de verjaring van de strafvordering betreft, van de Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering
sluiten1. Dit is noodzakelijk omdat zoals hoger uitgelegd de basisartikelen waarop het koninklijk besluit steunde gewijzigd zijn.
Artikel 109ter van de
wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
28/12/2023
numac
2023047806
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
03/02/1999
numac
1999009051
bron
ministerie van justitie
Wet tot omzetting van de richtlijn 95/46/EG van 24 oktober 1995 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrij verkeer van die gegevens
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
07/05/1999
numac
1999007003
bron
ministerie van landsverdediging
Wet tot oprichting van een beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
16/12/1998
numac
1998010043
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging, wat de verjaring van de strafvordering betreft, van de Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering
sluiten0 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven werd immers opgeheven door de
wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/06/2005
numac
2005011238
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet betreffende de elektronische communicatie
sluiten betreffende de elektronische communicatie.
Er wordt voor geopteerd een algemene titel aan het koninklijk besluit te geven, eerder dan opnieuw te verwijzen naar alle wettelijke basisartikelen, die overigens opgesomd staan in de preambule.
Artikel 2 Artikel 2 wijzigt artikel 1 van het koninklijk besluit van 2003, dat een aantal definities geeft van begrippen die verder in het koninklijk besluit gehanteerd worden.
In vergelijking met het koninklijk besluit van 2003 worden de definities van de termen « semafoniedienst », « mobiel satellietgrondstation » en « mobiele persoonlijke satellietcommunicatiedienst » geschrapt. De reden hiervoor is simpel : deze begrippen worden niet meer in het nieuwe koninklijk besluit gebruikt. Ze werden enkel gehanteerd in artikel 7 van het koninklijk besluit van 2003, dat nu opgeheven wordt. Artikel 7 betrof de minimale vereisten waaraan operatoren van telecommunicatienetwerken en verstrekkers van telecommunicatiediensten moesten voldoen gedurende de overgangstermijn die hen geboden werd om het koninklijk besluit te implementeren.
Ook de begrippen « oproepgegevens » en « lokalisatiegegevens » worden niet meer gedefinieerd. Het koninklijk besluit hanteert nu immers de termen « verkeersgegevens » en « locatiegegevens », die gedefinieerd worden in artikel 2, 6° en 7° van de
wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/06/2005
numac
2005011238
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet betreffende de elektronische communicatie
sluiten betreffende de elektronische communicatie.
De enige definitie die dus overblijft uit het koninklijk besluit is die van « werkelijke tijd », die ongewijzigd blijft.
Twee nieuwe definities worden ingevoerd : naast twee basiswetten wordt de dienst NTSU-CTIF gedefinieerd, waarmee de centrale technische interceptiefaciliteit van de federale politie wordt bedoeld, en wordt het begrip « internetsector » gedefinieerd.
De internetsector is het geheel van operatoren van elektronische communicatienetwerken en verstrekkers van elektronische communicatiediensten die aan gebruikers toegang tot het internet aanbieden, die eindgebruikers via een netwerkaansluitpunt elektronische communicatiediensten over het internet aanbieden, die activiteiten op het internet aanbieden, of die faciliteiten hiervoor ter beschikking stellen zoals bijvoorbeeld netwerkonderdelen, lokalen, eindapparatuur of bijbehorende faciliteiten.
Wat deze definitie betreft dient rekening gehouden te worden met artikel 2 van de wet betreffende de elektronische communicatie, dat de begrippen « netwerkaansluitpunt », « gebruiker », « eindgebruiker » en « elektronische communicatiedienst » definieert. Er werd zoveel mogelijk getracht aan te sluiten bij de terminologie van de wet. In principe dienen alle niveaus van de internetsector hieronder begrepen te worden : zowel de operatoren die hun infrastructuur ter beschikking stellen voor het transport van de internetsignalen (fysieke connectie), de internet-toegangsleveranciers die aan de eindgebruiker toegang tot het internet geven, en de internetdienstenleveranciers die over het internet communicatiediensten aanbieden.
Artikel 3 Artikel 3 wijzigt artikel 2 van het koninklijk besluit van 2003 en betreft de Coördinatiecel Justitie. Het artikel behoudt dus het principe van het koninklijk besluit van 2003, maar er worden enkele noodzakelijke aanvullingen gedaan met het oog op enerzijds de aanpassing van de terminologie aan de wet betreffende de elektronische communicatie, anderzijds de beveiliging van de Coördinatiecel en de gegevens die moeten meegedeeld worden.
Het Verslag aan de Koning bij het koninklijk besluit van 2003 maakte duidelijk dat de operatoren van elektronische communicatienetwerken en verstrekkers van elektronische communicatiediensten vrij zijn om op hun manier aan de verplichtingen te voldoen en naar eigen inzicht de werking van de Coördinatiecel Justitie te organiseren. Als voorbeeld werd gegeven de mogelijkheid voor kleinere operatoren of dienstenverstrekkers om gezamenlijk een Coördinatiecel Justitie op te richten. Deze mogelijkheid wordt nu voor alle duidelijkheid expliciet in artikel 2, § 2, van het koninklijk besluit ingeschreven. § 3 van artikel 2 voorziet nu, net zoals in het koninklijk besluit voor de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, dat de leden van de Coördinatiecel een veiligheidsadvies overeenkomstig artikel 22quinquies van de
wet van 11 december 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
28/12/2023
numac
2023047806
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
03/02/1999
numac
1999009051
bron
ministerie van justitie
Wet tot omzetting van de richtlijn 95/46/EG van 24 oktober 1995 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrij verkeer van die gegevens
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
07/05/1999
numac
1999007003
bron
ministerie van landsverdediging
Wet tot oprichting van een beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
16/12/1998
numac
1998010043
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging, wat de verjaring van de strafvordering betreft, van de Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering
sluiten betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten, en veiligheidsadviezen aangevraagd moeten hebben. Deze maatregel is er om te voorkomen dat criminele organisaties als tegenmaatregel zouden gaan infiltreren in de Coördinatiecellen Justitie van de operatoren. Het is uitermate belangrijk dat de personeelsleden van de Coördinatiecel betrouwbaar zijn, zij dienen immers om te gaan met gevoelige informatie. Dit is ook van belang gezien de artikelen 46bis, § 2, derde lid, 88bis, § 2, tweede lid en 90quater, § 2, tweede lid van het Wetboek van strafvordering strafsancties voorzien voor de schending van de geheimhoudingsplicht overeenkomstig artikel 458 van het Strafwetboek.
Enkel de personen voor wie een positief veiligheidsadvies werd gegeven, kunnen lid worden van deze Cel. Niettegenstaande dergelijk positief advies heeft de Minister van Justitie de mogelijkheid om een persoon de toegang tot deze functie bij gemotiveerde beslissing te weigeren.
Het bovenvermeld artikel 22quinquies voorziet inderdaad niet dat het advies gegeven door de Nationale Veiligheidsoverheid een eensluidend advies moet zijn. Hieruit volgt dat de vragende autoriteit niet gebonden is door het advies. In dit geval betekent dit dat de Minister van Justitie ondanks een positief veiligheidsadvies een persoon zou mogen weigeren lid te worden van een Coordinatiecel Justitie.
Er kunnen zich bijgevolg twee hypothesen voordoen in geval van een negatieve beslissing van de Minister van Justitie, betrokken administratieve autoriteit : - ofwel is het veiligheidsadvies van de Nationale Veiligheidsoverheid negatief en sluit de Minister van Justitie zich daarbij aan : in dat geval kan de persoon die het onderwerp geweest is van een negatief veiligheidsadvies dat gemotiveerd is overeenkomstig artikel 22, vijfde lid, van de
wet van 11 december 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
28/12/2023
numac
2023047806
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
03/02/1999
numac
1999009051
bron
ministerie van justitie
Wet tot omzetting van de richtlijn 95/46/EG van 24 oktober 1995 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrij verkeer van die gegevens
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
07/05/1999
numac
1999007003
bron
ministerie van landsverdediging
Wet tot oprichting van een beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
16/12/1998
numac
1998010043
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging, wat de verjaring van de strafvordering betreft, van de Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering
sluiten een beroep indienen bij het specifiek beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen, -attesten en -adviezen (bestaande uit de voorzitters van het Comité P, het Comité I en de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer) dat een beslissing in laatste instantie zal nemen; - ofwel houdt de minister geen rekening met het positief advies gegeven door de Nationale Veiligheidsoverheid en bevinden we ons in het gebruikelijk kader van de formele motivering van de bestuurshandelingen. In dat geval moet de beslissing van de minister gemotiveerd worden overeenkomstig de
wet van 29 juli 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
29/07/1991
pub.
18/12/2007
numac
2007001008
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. - Duitse vertaling
sluiten betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen. Deze administratieve handeling is bijgevolg vatbaar voor een beroep bij de Raad van State vermits het buiten het specifieke kader van de
wet van 11 december 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
28/12/2023
numac
2023047806
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst. - Officieuze coördinatie in het Duits
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
03/02/1999
numac
1999009051
bron
ministerie van justitie
Wet tot omzetting van de richtlijn 95/46/EG van 24 oktober 1995 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrij verkeer van die gegevens
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
07/05/1999
numac
1999007003
bron
ministerie van landsverdediging
Wet tot oprichting van een beroepsorgaan inzake veiligheidsmachtigingen
type
wet
prom.
11/12/1998
pub.
16/12/1998
numac
1998010043
bron
ministerie van justitie
Wet tot wijziging, wat de verjaring van de strafvordering betreft, van de Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering
sluiten valt.
Overigens heeft de minister, los van een al dan niet positief veiligheidsadvies altijd het recht om bepaalde personen die deel uitmaken van de Coördinatiecel Justitie te weigeren. Denk hierbij in de eerste plaats aan de betrokkenheid van een persoon in een gerechtelijk onderzoek. Of nog wanneer een persoon herhaaldelijk bepaalde nalatigheden heeft begaan, zoals b.v. niet bereikbaar zijn op momenten dat deze persoon van dienst is. Op dat moment moet het mogelijk zijn voor de minister om te weigeren dat die persoon verder deel uitmaakt van de Coördinatiecel. § 4 van artikel 2 herneemt de oude § 2 en wijzigt dus niet.
Paragraaf 5 van artikel 2 vermeldt expliciet, in tegenstelling tot het koninklijk besluit van 2003, welke de identificatiegegevens zijn die de Coördinatiecel Justitie moet meedelen aan het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie, die deze dan zal doorgeven aan de Dienst voor het Strafrechtelijk Beleid van de Federale Overheidsdienst Justitie. Deze gegevens worden dit keer dus wel opgesomd in het koninklijk besluit zelf, dit om te vermijden dat er zich moeilijkheden voordoen in verband met de permanente beschikbaarheid van de Coördinatiecellen.
Tot slot wordt in § 6 ook nog ingeschreven dat alle operatoren van elektronische communicatienetwerken en verstrekkers van elektronische communicatiediensten alle maatregelen dienen te nemen om de informatie die door de Coördinatiecel behandeld wordt, te beschermen en te beveiligen.
Artikel 4 Dit artikel vervangt artikel 3 van het koninklijk besluit van 2003 en geeft uitvoering aan de bevoegdheid die aan de Koning wordt toegewezen door artikel 46bis, § 2, eerste en tweede lid van het Wetboek van strafvordering : het bepalen van de termijn en van de technische voorwaarden voor de consultatie van de in artikel 46bis, § 1 bedoelde gegevens, die beschikbaar zijn voor de procureur des Konings en voor de in dezelfde paragraaf aangewezen politiedienst.
Het artikel maakt een onderscheid tussen enerzijds de operatoren die nummeringscapaciteit toegewezen gekregen hebben in het nationale nummeringsplan, en anderzijds de operatoren zonder dergelijke nummeringscapaciteit en de verstrekkers van elektronische communicatiediensten.
Alleen de operatoren met nummeringscapaciteit dienen de dienst NTSU-CTIF toe te laten de databanken met het klantenbestand te consulteren. Dit zal via een beveiligde internettoepassing gebeuren, maar het is aan de dienst NTSU-CTIF om de verdere technische details te bepalen volgens dewelke deze procedure verloopt.
Dit wil echter niet zeggen dat de dienst NTSU-CTIF zomaar op gelijk welk tijdstip deze databank zal kunnen consulteren. De regels van het Wetboek van Strafvordering moeten uiteraard gevolgd worden, en het is slechts als een vordering op basis van artikel 46bis door de dienst NTSU-CTIF ontvangen wordt, dat zij de databank kunnen consulteren.
Met consultatie wordt bedoeld dat de dienst NTSU-CTIF een onmiddellijk en geautomatiseerd antwoord dient te ontvangen op een vordering die langs elektronische weg is overgemaakt en betrekking heeft op individuele gegevens die zich in het klantenbestand bevinden. Het gaat niet om een directe toegang tot de gehele database, en ook niet om een algemene bevraging van het klantenbestand. De gevraagde informatie is punctueel en wordt gevraagd op basis van een precieze vordering.
De operatoren kunnen overigens zien wanneer deze dienst toegang neemt tot de klantenbestanden, en kan dat dan ook aanklagen als dit niet gebeurt op basis van de procedure beschreven in het koninklijk besluit : er dient een elektronisch verzoek van de dienst NTSU-CTIF te zijn.
De dienst NTSU-CTIF bewaart een log en maakt een journaal op van iedere toegang en consultatie van de databank.
Voor de andere operatoren en dienstenverstrekkers verandert het koninklijk besluit niets : de gegevens dienen in werkelijke tijd meegedeeld te worden aan de onderzoeksrechter, de procureur des Konings of de officier van gerechtelijke politie. In de vordering kan evenwel een andere termijn voor de overdracht van de gegevens bepaald worden.
Artikel 5 Artikel 5 vervangt artikel 4 van het koninklijk besluit van 2003 en geeft uitvoering aan de bevoegdheid die aan de Koning wordt toegewezen door artikel 88bis, § 2, eerste lid van het Wetboek van strafvordering. Het wijzigt inhoudelijk niets aan de bepaling in het koninklijk besluit van 2003, maar verandert enkel de terminologie om deze aan te passen aan de wet betreffende de elektronische communicatie, en wijzigt ook de opbouw van het artikel, naar analogie met het koninklijk besluit voor de veiligheids- en inlichtingendiensten.
De eerste paragraaf van dit artikel behandelt nu de mededeling in werkelijke tijd van, enerzijds, oproep- en lokalisatiegegevens in « real time » en, anderzijds, oproep- en lokalisatiegegevens en die minder dan dertig dagen oud zijn (retro-opvraging). De tweede paragraaf van artikel 4 behandelt de retro-opvraging van oproep- en lokalisatiegevens die meer dan dertig dagen oud zijn. Er kan verwezen worden naar het Verslag aan de Koning bij het koninklijk besluit van 2003.
In tegenstelling tot het koninklijk besluit voor de inlichtingen- en veiligheidsdiensten dienen de gegevens niet uiterlijk binnen de 24 uur, maar wel de volgende werkdag op hetzelfde uur na ontvangst van de vordering meegedeeld te worden, en dit vooral om budgettaire redenen : de tarieven voor weekenddagen en feestdagen zijn beduidend hoger, en de praktijk wijst uit dat het niet voor alle vorderingen nodig is dat ze binnen de 24 uur worden behandeld. Aangezien het koninklijk besluit bepaalt dat de vorderende magistraat een andere termijn kan voorzien in zijn vordering (dus bijvoorbeeld 24 uur indien er effectief sprake is van dringendheid), kunnen dringende vragen sneller behandeld worden. Dit dient echter niet veralgemeend te worden voor alle vorderingen.
Artikel 6 Artikel 6 vervangt artikel 5 van het koninklijk besluit van 2003 en geeft uitvoering aan de bevoegdheid die aan de Koning werd opgedragen door artikel 90quater, § 2 van het Wetboek van strafvordering.
Inhoudelijk wordt er niets gewijzigd aan de bepaling in het koninklijk besluit van 2003, enkel de opbouw en de formulering van het artikel wordt enigszins gewijzigd.
Artikel 7 Artikel 7 vervangt artikel 6 van het koninklijk besluit van 2003 en bepaalt de functionele vereisten en technische specificaties voorzien in artikel 127, § 1, eerste lid, 2° van de wet betreffende de elektronische communicatie, dat zelf verwijst naar de artikelen 46bis, 88bis en 90ter e.v. van het Wetboek van strafvordering. Voor de maatregel van artikel 46bis waren deze specificaties, bij gebrek aan wettelijke basis, nog niet voorzien in het koninklijk besluit van 2003. Aangezien bij de
wet van 23 januari 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/01/2007
pub.
14/03/2007
numac
2007009223
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet tot wijziging van artikel 46bis van het Wetboek van strafvordering
sluiten tot wijziging van artikel 46bis van het Wetboek van strafvordering deze wettelijke basis voorzien werd, kan dit nu ook opgenomen worden in artikel 6 van het koninklijk besluit. In § 1 werd de terminologie aangepast in functie van de wet betreffende de elektronische communicatie. Voor de rest zijn de vijf functionele vereisten uit paragraaf 1 die rechtstreeks uit de resolutie van de Raad van Ministers van de Europese Unie van 17 januari 1995 inzake de legale interceptie van telecommunicatieverkeer komen, hetzelfde gebleven.
Op te merken valt dat artikel 13, § 2, van dit koninklijk besluit aan de internetsector een overgangsperiode van een jaar geeft om te voldoen aan deze eisen. Andere operatoren moeten al op basis van het koninklijk besluit van 2003 voldoen aan deze vereisten.
De tweede paragraaf is een herhaling van wat in het koninklijk besluit van 2003 in artikel 7, § 2, 5°, stond, en is inhoudelijk niet gewijzigd.
De derde paragraaf voorziet tenslotte de technische specificaties van deze functionele eisen, voorzien in de standaarden van het European Telecommunications Standards Institute. Deze werden geactualiseerd en aangevuld met nieuwe normen.
Artikel 8 Artikel 8 heft artikel 7 van het koninklijk besluit van 2003 op. Dit artikel bevatte de minimale vereisten waaraan operatoren van telecommunicatienetwerken en verstrekkers van telecommunicatiediensten moesten voldoen gedurende de overgangstermijn die hen geboden werd om het koninklijk besluit te implementeren. Deze overgangstermijn is uiteraard al voorbij en de inhoud van het artikel 7 heeft de facto geen juridische kracht meer. Vandaar dat het opgeheven wordt.
Wel moet opgemerkt worden dat artikel 13, § 1, van huidig koninklijk besluit een gelijkaardige regeling voorziet voor de internetsector : zij moet gedurende de overgangstermijn voorzien in artikel 13, § 2 voldoen aan de minimale vereisten voorzien in artikel 13, § 1.
Artikel 9 Artikel 9 wijzigt het tweede lid van artikel 8 van het koninklijk besluit van 2003, in die zin dat de operatoren de klok op hun systemen die gebruikt wordt voor de registratie van de tijdstippen die in het besluit worden vermeld, moeten synchroniseren met het GPS-tijdssignaal.
Artikel 10 Artikel 9 van het koninklijk besluit van 2003 bepaalde dat de bepalingen die betrekking hebben op de uitvoering van artikel 90ter van het Wetboek van strafvordering niet van toepassing zijn op de verstrekkers van internettoegang.
Zoals al aangegeven in de inleiding is het de bedoeling van huidig koninklijk besluit om internetinterceptie wel degelijk mogelijk te maken, gezien de technologische vooruitgang, en de vooruitgang op het gebied van de technische normen. Artikel 9 wordt dan ook opgeheven door artikel 10 van huidig koninklijk besluit.
Artikel 11 Artikel 11 vervangt artikel 10 van het koninklijk besluit van 2003 en centraliseert de bepalingen over de kostenvergoedingen voor de operatoren van elektronische communicatienetwerken en verstrekkers van elektronische communicatiediensten.
De eerste twee leden wijzigen niet. Het derde lid bevestigt dan dat de vergoeding voor de medewerking conform de artikelen 3, 4 en 5 van het koninklijk besluit voorzien zijn in de bijlage bij het koninklijk besluit. Zoals hoger aangeduid worden deze vergoedingen nu globaal met 30 % verm …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.