📄 Wettekst
19 JULI 2022. - Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van het Waalse Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid wat betreft de bevordering van de gezondheid, met inbegrip van preventie
De Waalse Regering, Gelet op het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid, artikelen 5/6, § 4, 46, lid 3, 47, lid 1, 47/1, § 1, 47/2, 47/8, 47/9, lid 2, 47/11, § 3, 47/12, § 1, lid 3 en § 2, lid 3, 47/13, § 1, lid 1 en 4, en § 2, 47/14, § 1, lid 4, en § 2, 47/15 § 1/1, laatste lid, § 1/2, laatste lid, en § 1/3, laatste lid, 47/17, § 3, 410/1, § 1, laatste lid, en § 2, laatste lid, 410/2, 410/3, § 1, § 2, eerste lid, 4°, tweede en vierde lid, § 3, eerste lid, en § 4, 410/4, 410/5, tweede lid, 410/6, 410/7, § 1, derde lid, en § 2, derde en vierde lid, 410/8, § 1, lid 1, en § 2, 410/9, § 1, laatste lid, en § 3, laatste lid, 410/10, § 1, § 2, lid 1, 4°, lid 2 en 4, § 3, lid 1, en § 4, 410/11, 410/12, § 2, 410/13, 410/14, § 1, derde lid, en § 2, derde en vierde lid, 410/15, § 1, eerste lid, en § 2, 410/16, 410/17, derde lid, 410/18, § 1, § 2, eerste lid, punt 5, tweede en vierde lid, § 3, eerste lid, en § 4, 410/19, 410/20, § 1, lid 2, en § 2, 410/21, § 1, lid 3, en § 2, lid 3 en 4, 410/22, § 1, lid 1, en § 2, 410/25, 410/26, § 1, lid 1, § 2, lid 1, lid 2 en 3, § 3 en § 4, 410/28, § 2, 410/29, 410/30, § 1, lid 3, en § 2, lid 3 en 4, 410/31, § 1, lid 1, en § 2, 410/32, § 1, lid 1, en § 4, 410/33, lid 2, 410/34, lid 3, 410/36, derde lid, 410/38, 410/39, § 1, derde lid, en § 2, derde en vierde lid, 410/40, § 1, eerste lid, en § 2, ingevoegd bij het
decreet van 2 mei 2019Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
02/05/2019
pub.
14/10/2019
numac
2019204530
bron
waalse overheidsdienst
Decreet tot wijziging van het Waalse Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid wat betreft de preventie en de bevordering van de gezondheid
sluiten, en gewijzigd bij het decreet van 3 februari 2022;
Gelet op het reglementair deel van het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid;
Gelet op het Regentsbesluit van 19 mei 1949 tot vaststelling van de modaliteiten van toekenning van subsidies ten laste van het fonds tot krachtdadige bestrijding van de tuberculose;
Gelet op het koninklijk besluit van 21 maart 1961 houdende bepaling van de nadere regels en voorwaarden voor de subsidiëring door het "Fonds des affections respiratoires" inzake tuberculosepreventie;
Gelet op het koninklijk besluit van 1 maart 1971 betreffende de profylaxe tegen overdraagbare ziekten;
Gelet op het koninklijk besluit van 28 november 1978 houdende rationalisering van de opsporing en de profylaxe van tuberculose door de socio-profylactische equipes voor tuberculosebestrijding, evenals de toekenning van toelagen voor deze bestrijding en de vaststelling van de voorwaarden volgens dewelke zij worden toegekend;
Gelet op het koninklijk besluit van 16 januari 1979 houdende rationalisering van de opsporing en de profylaxe van tuberculose door de socio-profylactische equipes voor tuberculosebestrijding, evenals de toekenning van toelagen voor deze bestrijding en de vaststelling van de voorwaarden volgens dewelke zij worden toegekend;
Gelet op het besluit van de Franse Gemeenschapsexecutieve van 13 juli 1984 tot regeling van de erkenning van de arbeidsgeneeskundige diensten;
Gelet op het besluit van de Franse Gemeenschapsexecutieve van 23 juli 1985 houdende organisatie van de socio-profylactische equipes die belast worden met de bestrijding van de tuberculose en de ademhalingsziekten van sociale aard alsmede met opdrachten van gezondheidsopleiding, houdende toekenning van subsidies daartoe en vaststelling van de voorwaarden voor die toekenning;
Gelet op het besluit van de Franse Gemeenschapsexecutieve van 13 juli 1987 tot regeling van de erkenning van de arbeidsgeneeskundige diensten;
Gelet op het besluit van de Franse Gemeenschapsexecutieve van 30 juli 1987 tot vaststelling van de vergoeding voor reiskosten toegekend aan de leden van de Commissie voor de erkenning van de arbeidsgeneeskundige diensten;
Gelet op het
besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 17 juli 1997Relevante gevonden documenten
type
besluit van de regering van de franse gemeenschap
prom.
17/07/1997
pub.
29/08/1997
numac
1997029293
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van het decreet van 14 juli 1997 houdende organisatie van de gezondheidspromotie in de Franse Gemeenschap en houdende sommige beslissingen tot uitvoering ervan
sluiten tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van het decreet van 14 juli 1997 houdende organisatie van de gezondheidspromotie in de Franse Gemeenschap, en houdende sommige beslissingen tot uitvoering ervan;
Gelet op het
besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 23 december 1997Relevante gevonden documenten
type
besluit van de regering van de franse gemeenschap
prom.
23/12/1997
pub.
31/12/1997
numac
1997029473
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot regeling van de samenstelling en de werking van de "Conseil consultatif de prévention du Sida"
sluiten tot regeling van de samenstelling en de werking van de "Conseil consultatif de prévention du Sida" (Adviesraad voor Aids-preventie in de Franse Gemeenschap);
Gelet op het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 20 februari 1998 tot bepaling van de procedures tot erkenning en intrekking van de erkenning van de gemeenschapsdiensten en de plaatselijke centra voor gezondheidspromotie, en de opdrachten van het centrum voor operationeel onderzoek inzake volksgezondheid;
Gelet op het
besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 12 september 2002Relevante gevonden documenten
type
besluit van de regering van de franse gemeenschap
prom.
12/09/2002
pub.
22/11/2002
numac
2002029542
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot bepaling van het model van de overeenkomst bedoeld bij artikel 11, lid 2, van het besluit van 17 juli 1997 van de Regering van de Franse Gemeenschap houdende vaststelling van de datum van inwerkingtreding van het decreet van 14 juli 1997 houdende organisatie van de Gezondheidspromotie in de Franse Gemeenschap en sommige maatregelen voor zijn uitvoering
sluiten tot bepaling van het model van de overeenkomst bedoeld bij artikel 11, lid 2, van het besluit van 17 juli 1997 van de Regering van de Franse Gemeenschap houdende vaststelling van de datum van inwerkingtreding van het decreet van 14 juli 1997 houdende organisatie van de Gezondheidspromotie in de Franse Gemeenschap en sommige maatregelen voor zijn uitvoering;
Gelet op het
besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 19 september 2002Relevante gevonden documenten
type
besluit van de regering van de franse gemeenschap
prom.
19/09/2002
pub.
26/11/2002
numac
2002029504
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot vaststelling van het model van de beoordelingsstaat en van de persoonlijke fiche voor de vastbenoemde leden van het technisch personeel van de psycho-medisch-sociale centra van de Franse Gemeenschap
type
besluit van de regering van de franse gemeenschap
prom.
19/09/2002
pub.
13/11/2002
numac
2002029540
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap betreffende de samenstelling van de Sturingscommissie opgericht bij het decreet van 27 maart 2002 betreffende de sturing van het onderwijssysteem van de Franse Gemeenschap
type
besluit van de regering van de franse gemeenschap
prom.
19/09/2002
pub.
26/11/2002
numac
2002029548
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot vaststelling van het model van het inspectieverslag over het vast benoemd lid van het technisch personeel van de psycho-medisch-sociale centra van de Franse Gemeenschap
type
besluit van de regering van de franse gemeenschap
prom.
19/09/2002
pub.
30/10/2002
numac
2002029530
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot wijziging van verschillende verordeningsbepalingen met het oog op de overschakeling naar de euro
type
besluit van de regering van de franse gemeenschap
prom.
19/09/2002
pub.
13/11/2002
numac
2002029512
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap houdende fusie van het internaat verbonden aan het « ITCF » van Rance en het internaat verbonden aan het koninklijk atheneum van Chimay
sluiten tot bepaling van het model van de overeenkomst bedoeld bij artikel 11, lid 2, van het besluit van 17 juli 1997 van de Regering van de Franse Gemeenschap houdende vaststelling van de datum van inwerkingtreding van het decreet van 14 juli 1997 houdende organisatie van de Gezondheidspromotie in de Franse Gemeenschap en sommige maatregelen voor zijn uitvoering;
Gelet op het
besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 15 juli 2003Relevante gevonden documenten
type
besluit van de regering van de franse gemeenschap
prom.
15/07/2003
pub.
07/11/2003
numac
2003200778
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot vaststelling van het model voor de overeenkomst bedoeld in artikel 9, lid 2, punt 2°, van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 17 juli 1997 tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van het decreet van 14 juli 1997 houdende organisatie van de gezondheidspromotie in de Franse Gemeenschap en houdende sommige beslissingen tot uitvoering ervan
sluiten tot bepaling van het model van de overeenkomst bedoeld bij artikel 9, lid 2, punt 2°, van het
besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 17 juli 1997Relevante gevonden documenten
type
besluit van de regering van de franse gemeenschap
prom.
17/07/1997
pub.
29/08/1997
numac
1997029293
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van het decreet van 14 juli 1997 houdende organisatie van de gezondheidspromotie in de Franse Gemeenschap en houdende sommige beslissingen tot uitvoering ervan
sluiten houdende organisatie van de Gezondheidspromotie in de Franse Gemeenschap en sommige maatregelen voor zijn uitvoering;
Gelet op het
besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 30 april 2004Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
29/04/2019
pub.
30/04/2019
numac
2019011967
bron
federale overheidsdienst justitie, federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie federale overheidsdienst financien
Koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen
sluiten0 tot goedkeuring van het vijfjarenplan voor gezondheidspromotie 2004-2008;
Gelet op het
besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 22 december 2005Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
29/04/2019
pub.
30/04/2019
numac
2019011967
bron
federale overheidsdienst justitie, federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie federale overheidsdienst financien
Koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen
sluiten1 tot omschrijving van de specifieke opdrachten en de specifieke permanente bijdrage van de gemeenschapsdiensten voor gezondheidspromotie voor de periode van 1 september 2005 tot 31 augustus 2015;
Gelet op het
besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 11 juli 2008Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
29/04/2019
pub.
30/04/2019
numac
2019011967
bron
federale overheidsdienst justitie, federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie federale overheidsdienst financien
Koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen
sluiten2 betreffende de programma's voor opsporing van kankers in de Franse Gemeenschap;
Gelet op het
besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 16 december 2008Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
29/04/2019
pub.
30/04/2019
numac
2019011967
bron
federale overheidsdienst justitie, federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie federale overheidsdienst financien
Koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen
sluiten3 tot vaststelling van het bedrag van het presentiegeld en de reiskosten voor de leden van de adviescommissie inzake borstkankeropsporing;
Gelet op het
besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 16 november 2010Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
29/04/2019
pub.
30/04/2019
numac
2019011967
bron
federale overheidsdienst justitie, federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie federale overheidsdienst financien
Koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen
sluiten4 tot wijziging van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 15 januari 2010 houdende goedkeuring van het huishoudelijk reglement van de Hoge Raad voor gezondheidspromotie;
Gelet op het ministerieel besluit van 1 oktober 1962 genomen ter uitvoering van artikel 22 van het koninklijk besluit van 21 maart 1961 tot bepaling van de voorwaarden inzake de sociaal-medische tuberculosebestrijding, tot toekenning van subsidies ten bate van de bestrijding en tot vaststelling van de regelen waarnaar zij dienen toegekend;
Gelet op het rapport van 8 maart 2022 opgesteld overeenkomstig artikel 4, 2°, van het
decreet van 3 maart 2016Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
03/03/2016
pub.
14/03/2016
numac
2016201315
bron
waalse overheidsdienst
Decreet houdende uitvoering van de resoluties van de Vrouwenconferentie van de Verenigde Naties die in september 1995 in Peking heeft plaatsgehad en tot integratie van de genderdimensie in het geheel van de gewestelijke beleidslijnen, voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet
sluiten houdende uitvoering van de resoluties van de Vrouwenconferentie van de Verenigde Naties die in september 1995 in Peking heeft plaatsgehad en tot integratie van de genderdimensie in het geheel van de gewestelijke beleidslijnen, voor de aangelegenheden geregeld krachtens artikel 138 van de Grondwet;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 21 maart 2022;
Gelet op de instemming van de Minister van Begroting, gegeven op 31 maart 2022;
Gelet op de beslissing van het inter-Franstalig overlegorgaan en van het ministerieel comité, gegeven op 7 april 2022;
Gelet op het advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit, gegeven op 3 juni 2022;
Gelet op advies 71.738/4 van de Raad van State, gegeven op 13 juli 2022, overeenkomstig artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op de voordracht van de Minister van Gezondheid;
Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling Artikel 1.Dit besluit regelt, overeenkomstig artikel 138 van de Grondwet, een materie bedoeld in artikel 128 van de Grondwet. HOOFDSTUK 2. - Invoeging van een Boek I/2 in het reglementair deel van het Waals Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid Art. 2.In het tweede deel van het reglementair deel van het Waalse Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid, wordt een Boek I/2 met artikelen 12/4 tot 12/99 ingevoegd, luidend als volgt: "Boek I/II. Bevordering van de gezondheid met inbegrip van preventie Titel I. - Behandeling van de sociaal-sanitaire gegevens Art. 12/4.Het onderzoek bedoeld in artikel 5/6, § 2, 2° van het decreetgevend deel van het Wetboek omvat: 1° de nadruk leggen op de sociaal-sanitaire kenmerken van het Waals grondgebied;2° het verzamelen, verwerken en verspreiden van de informatie die relevant is voor de opvolging van de beleidslijnen bedoeld in artikel 2/2 van het decreetgevend deel van het Wetboek;3° de identificatie van de beschikbare gegevens die relevant zijn voor het Waalse Gewest inzake gezondheid, handicap en gezin;4° het opstellen van een balans van de in 3° bedoelde gegevens;3° de deelname aan de opvolging van de toegekende subsidies en overheidsopdrachten gesloten ten laste van de begroting van het Agentschap voor de verzameling van gegevens, statistieken of onderzoeken;6° de coördinatie van de verschillende Waalse initiatieven inzake epidemiologie en gegevensverzameling. Art. 12/5.Het Agentschap maakt jaarlijks een verslag bekend over de sociaal-sanitaire situatie.
Titel II. - Begripomschrijvingen Art. 12/6.Voor de toepassing van dit Boek wordt verstaan onder: 1° documentatie : het geheel van technieken gericht op de permanente en systematische verwerking van documenten of gegevens die bestemd zijn voor de informatie van de gebruikers;2° lokalen toegankelijk voor personen met beperkte mobiliteit: speciaal uitgeruste lokalen, overeenkomstig de normen vermeld in artikelen 415 tot 415/16 van de gewestelijke stedenbouwkundige handleiding, om toegankelijk te zijn voor personen met beperkte mobiliteit;3° kennisgeving: postzending per aangetekend schrijven. Voor de toepassing van dit boek gelden de begripsomschrijvingen bedoeld in artikel 47/7 van het decreetgevend deel van het Wetboek.
Titel III. - Beleid inzake bevordering van de gezondheid, met inbegrip van preventie HOOFDSTUK 1. - Plan ter bevordering van de gezondheid, met inbegrip van preventie Art. 12/7.§ 1. Twee jaar voor het verstrijken van het plan beslist de Minister, na advies van het stuurcomité, over de oprichting van werkgroepen.
De Minister bepaalt: 1° het aantal werkgroepen;2° het thema dat door elke werkgroep dient te worden behandeld;3° de vertegenwoordiging van de sectoren en doelgroepen in elke werkgroep met betrekking tot het in 2° bedoelde thema;4° de verslagleggingsfrequentie van elke werkgroep. De leden van elke werkgroep worden door het stuurcomité aangesteld.
De overeenkomstig de bovenstaande leden opgerichte werkgroepen hebben tot taak het stuurcomité voorstellen te doen over de prioritaire transversale en thematische gezondheidsdoelstellingen en over maatregelen ter bevordering van de gezondheid. § 2. Een jaar voor het verstrijken van het plan dient het stuurcomité, op grond van de voorstellen van de werkgroepen, een ontwerpplan in bij de Minister. § 3. De Minister of zijn afgevaardigde legt het ontwerpplan, in voorkomend geval nadat hij het gewijzigd heeft, ter raadpleging voor aan de bevolking, volgens een methodologie die hij zelf bepaalt. Art. 12/8.De Minister dient het ontwerpplan voor advies in bij de Raad inzake strategie en prospectief onderzoek. Dit advies wordt uiterlijk twee maanden na de adviesaanvraag langs elektronische weg aan de Minister meegedeeld.
De minister legt het plan, samen met het advies van de Raad inzake strategie en prospectief onderzoek en de resultaten van de raadpleging van de bevolking als bedoeld in artikel 12/7, § 3, ter goedkeuring voor aan de Regering.
Het plan is in overeenstemming met nationale en internationale verbintenissen en overeenkomsten.
Het plan wordt voor vijf jaar aangenomen.
Het plan is progressief. De Regering of haar afgevaardigde brengt de aanpassingen aan in het plan die noodzakelijk zijn geworden door de gevolgen van de in het plan voorziene maatregelen en door de ontwikkeling van de gezondheidstoestand, na het advies van het stuurcomité te hebben aangevraagd. Het stuurcomité brengt zijn advies uit binnen de maand van de adviesaanvraag. HOOFDSTUK 2. - Stuurcomité Art. 12/9.§ 1. Het stuurcomité bestaat uit gewone leden en vaste genodigden.
Indien een beslissing genomen moet worden via een stemming, nemen enkel de gewone leden eraan deel. § 2. De door de Minister aangewezen gewone leden zijn: 1° de Minister of diens afgevaardigde;2° een lid dat de sector van de eerstelijnszorg vertegenwoordigt, aangesteld op voorstel van het comité van de branche gezondheid van het Agentschap;3° twee leden van het Agentschap aangesteld op voorstel van de administrateur-generaal, onder de personeelsleden van de diensten van de branche "welzijn en gezondheid";4° een lid van het Agentschap aangesteld op voorstel van de administrateur-generaal, onder de personeelsleden van de diensten van de branche "handicap";5° een lid van het Agentschap aangesteld op voorstel van de administrateur-generaal, onder de personeelsleden van de diensten van de branche "gezin";6° twee leden aangesteld op voorstel van het overlegcomité van de lokale centra voor gezondheidsbevordering;7° een lid aangesteld op voorstel van het overlegcomité van de kenniscentra voor gezondheidsbevordering;8° een lid per programma voor preventieve geneeskunde aangesteld op voorstel van de operationaliseringscentra voor preventieve geneeskunde;9° vier leden die de operatoren voor gezondheidsbevordering vertegenwoordigen, die op voorstel van een erkende federatie worden aangesteld;10° twee leden die de departementen of afdelingen voor medisch toezicht op het werk vertegenwoordigen;11° twee leden aangesteld op voorstel van de Waalse verzekeringsinstellingen;12° een lid van de "Ligue des Usagers des Services de Santé" ("LUSS") ;13° een lid van het "Réseau wallon de lutte contre la pauvreté" ("RWLP") (netwerk voor armoedebestrijding in Wallonië);14° een lid aangesteld op voorstel van de "Association des Provinces wallonnes" (Vereniging van de Waalse Provincies);15° een lid aangesteld op voorstel van de "Union des Villes et Communes de Wallonie" (Unie van de Waalse steden en gemeenten);16° een lid van de Waalse overheidsdienst, aangesteld op voorstel van de secretaris-generaal van de Waalse overheidsdienst, onder de personeelsleden van de diensten Mobiliteit en Infrastructuur;17° een lid van de Waalse overheidsdienst, aangesteld op voorstel van de secretaris-generaal van de Waalse overheidsdienst, onder de personeelsleden van de diensten Binnenlandse aangelegenheden en Sociale actie;18° een lid van de Waalse overheidsdienst, aangesteld op voorstel van de secretaris-generaal van de Waalse overheidsdienst, onder de personeelsleden van de diensten Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu;19° een lid van de Waalse overheidsdienst, aangesteld op voorstel van de secretaris-generaal van de Waalse overheidsdienst, onder de personeelsleden van de diensten Economie, Tewerkstelling en Onderzoek; 20° een lid van de Waalse overheidsdienst, aangesteld op voorstel van de secretaris-generaal van de Waalse overheidsdienst, onder de personeelsleden van de diensten Ruimtelijke Ordening, Huisvesting, Erfgoed en Energie.] De gewone leden van het stuurcomité worden aangesteld voor een periode van vijf jaar, die kan verlengd worden.
Een plaatsvervangend lid wordt voor elk gewoon lid aangesteld. Dit plaatsvervangend lid zetelt enkel als het desbetreffendgewoon lid afwezig is.
Het gewone lid dat het comité verlaten heeft, wordt onmiddellijk vervangen voor de resterende duur van het mandaat van het vervangen gewone lid. § 3. De door de Minister aangewezen vaste genodigden zijn: 1° een vertegenwoordiger van elke universiteit in het Franse taalgebied, bevoegd inzake volksgezondheid;2° een vertegenwoordiger van de "Office de la Naissance et de l'Enfance". De vaste genodigden van het stuurcomité worden aangesteld voor een periode van vijf jaar, die kan verlengd worden.
De vaste genodigde dat het comité verlaten heeft, wordt onmiddellijk vervangen voor de resterende duur van het mandaat van de vervangen vaste genodigde. § 4. Het stuurcomité nodigt, naar gelang van de behoeften en de agenda, alle personen uit die erkend zijn om hun bijzondere deskundigheid inzake gezondheidsbevordering en wier aanwezigheid nuttig is voor de werkzaamheden.
Het stuurcomité nodigt, naar gelang van de behoeften en de agenda, vertegenwoordigers uit van de federale overheidsdiensten of van andere deelentiteiten waarvan de aanwezigheid nuttig is voor de werkzaamheden. § 5. Bij zijn installatie stelt het stuurcomité een bureau aan en kiest zijn voorzitter bij gewone meerderheid van stemmen van de aanwezige gewone leden.
Het secretariaat van het stuurcomité wordt verzorgd door het Agentschap. De notulen van de vergaderingen van het stuurcomité worden door het agentschap bewaard. De notulen worden bewaard tot ten minste 31 december van het tiende jaar na de opstelling daarvan. § 6. Het stuurcomité neemt zijn huishoudelijk reglement aan. § 7. Het stuurcomité vergadert zo vaak als zijn opdrachten zulks vereisen, en ten minste eenmaal per jaar.
Het stuurcomité vergadert op initiatief van zijn voorzitter, of wanneer een derde van zijn leden daarom verzoekt. HOOFDSTUK 3. - Besmettelijke ziektes Art. 12/10.Zijn opgenomen In bijlage 145: 1° de lijst aangifteplichtige besmettelijke ziektes;2° de lijst pathogenen die in menselijke microbiologie moeten worden opgevolgd. Art. 12/11.§ 1. Elke arts, apotheker-bioloog of zijn afgevaardigde die op de hoogte is van een geval, gelokaliseerd in het Franse taalgebied, dat bewezen is of van een vermoeden van een ziekte vermeld op de lijst bedoeld in artikel 12/10, meldt dit aan de gewestelijke gezondheidsinspecteurs, de artsen en verpleegkundigen bedoeld in artikel 47/15, § 1, van het decreetgevend deel van het Wetboek. § 2. De aangiften bedoeld in artikel 47/13, § 1, van het decreetgevend deel van het Wetboek worden ingediend op een beveiligd elektronisch platform dat door het Agentschap ingesteld of aangewezen is.
De aangever heeft toegang tot dit platform via een login en een wachtwoord die hem specifiek voor dit doeleinde worden toegekend.
Afhankelijk van de technologische ontwikkeling van het platform, kan de Minister bij besluit voorzien in een andere beveiligde toegangsmodus tot het platform. Dit besluit moet binnen zes maanden door de Regering worden bevestigd. Bij gebrek aan bevestiging binnen deze termijn houdt het ministerieel besluit op uitwerking te hebben.
De aangever die geen toegang heeft tot dit elektronische platform: 1° neemt telefonisch contact op met de gewestelijke gezondheidsinspecteurs, de artsen en de verpleegkundigen bedoeld in artikel 47/15, § 1, van het decreetgevend deel van het Wetboek, om een mondelinge verklaring af te leggen;2° stuurt, indien telefonisch contact niet mogelijk is, een beveiligde email naar de gewestelijke gezondheidsinspecteurs, artsen en de verpleegkundigen bedoeld in artikel 47/15, § 1, van het decreetgevend deel, om het probleem te melden zonder persoonsgegevens mee te delen. Bij toepassing van lid 3 wordt de aangifte op het in het eerste lid bedoelde elektronische platform ingediend door de gewestelijke gezondheidsinspecteurs, artsen en verpleegkundigen bedoeld in artikel 47/15, § 1, van het decreetgevend deel van het Wetboek.
Het Agentschap vermeldt op zijn website: 1° de link naar het in lid 1 bedoelde elektronische platform;2° de te volgen procedure voor de indiening van een aangifte op het in lid 1 bedoelde elektronische platform;3° het algemene emailadres dat moet worden gebruikt voor de verzending van de in lid 3 bedoelde email, en de modaliteiten waarop dit emailadres moet worden gebruikt;4° het in lid 3 bedoelde telefoonnummer. § 3. De aangiften die op het in paragraaf 2 bedoelde elektronische platform worden ingediend, met inbegrip van de in artikel 47/14, § 1 bedoelde gegevens van het decreetgevend deel van het Wetboek, worden op een veilige manier bewaard.
Enkel de gewestelijke gezondheidsinspecteurs, artsen en verpleegkundigen bedoeld in artikel 47/15, § 1 van het decreetgevend deel van het Wetboek hebben toegang tot deze aangiften en tot de gegevens bedoeld in artikel 47/14, § 1 van het decreetgevend deel van het Wetboek die erin zijn opgenomen.
De toegang wordt enkel verleend aan de in artikel 47/15, § 1, van het decreetgevend deel van het Wetboek bedoelde gewestelijke gezondheidsinspecteurs, artsen en verpleegkundigen, door middel van een strikt persoonlijke login en paswoord. Het is de gewestelijke gezondheidsinspecteurs, artsen en verpleegkundigen bedoeld in artikel 47/15, eerste lid, van het decreetgevend deel van het Wetboek, verboden de login en het paswoord mee te delen aan wie dan ook.
Afhankelijk van de technologische ontwikkeling van het platform, kan de Minister bij besluit voorzien in een andere beveiligde toegangsmodus tot het platform. Dit besluit moet binnen zes maanden door de Regering worden bevestigd.
Het in paragraaf 2 bedoelde elektronische platform bevat een waarschuwingsmechanisme dat de in artikel 47/15, § 1, van het decreetgevend deel van het Wetboek bedoelde gewestelijke gezondheidsinspecteurs, artsen en verpleegkundigen in kennis stelt zodra een aangifte is ingediend. § 4. Behalve in de in artikel 12/13 bedoelde gevallen worden de in artikel 47/14, § 1, van het decreetgevend deel van het Wetboek bedoelde gegevens bewaard gedurende de periode die noodzakelijk is voor de uitvoering van de gezondheidsmaatregelen, voor een maximale termijn van twee jaar.
Na het verstrijken van de in lid 1 bedoelde termijn van twee jaar organiseert het in paragraaf 2 bedoelde elektronische platform op geautomatiseerde wijze: 1° het volledig wissen van de gegevens bedoeld in artikel 47/14, § 1, van het decreetgevend deel van het Wetboek;2° de automatische anonimisering van de aangifte. § 5. Het enige doeleinde van het bewaren van de aangiften in een geanonimiseerde vorm is de verbetering van de doeltreffendheid van de profylactische maatregelen, inclusief voor strategische doeleinden. § 6. Indien het Agentschap een externe dienstverlener belast met het toezicht op besmettelijke ziekten, overeenkomstig artikel 47/14, § 1, vijfde lid, van het decreetgevend deel van het Wetboek, beschikt deze externe dienstverlener over de rechten en plichten die in dit artikel worden erkend voor de gewestelijke gezondheidsinspecteurs, artsen en verpleegkundigen bedoeld in artikel 47/15, § 1, van het decreetgevend deel van het Wetboek. Art. 12/12.In afwijking van artikel 47/14, § 1, vierde lid, van het decreetgevend deel van het Wetboek worden persoonsgegevens met betrekking tot bewezen gevallen van actieve of latente tuberculose en hun contacten na dertig jaar gewist en worden de gevallen geanonimiseerd.
De in artikel 12/11, § 4, tweede lid, bedoelde termijn van twee jaar wordt verlengd tot dertig jaar voor bewezen gevallen van actieve of latente tuberculose en hun contacten. HOOFDSTUK 4. - Programma's voor preventieve geneeskunde Art. 12/13.§ 1. De Regering neemt elk programma voor preventieve geneeskunde aan na advies van het Agentschap. § 2. Voor de opstelling van elk programma voor preventieve geneeskunde richt het Agentschap een werkgroep op die bestaat uit: 1° vertegenwoordigers van het Agentschap;2° deskundigen die zijn gekozen vanwege hun kennis op het gebied van het programma voor preventieve geneeskunde. De Minister of zijn afgevaardigde wordt voor de vergaderingen van de werkgroep uitgenodigd. § 3. Het ontwerpprogramma voor preventieve geneeskunde opgesteld door de in paragraaf 2 bedoelde werkgroep wordt door tussenkomst van de Minister aan de Regering overgemaakt. § 4. Om de vijf jaar wordt het door de Regering goedgekeurde programma voor preventieve geneeskunde beoordeeld door de in paragraaf 2 bedoelde werkgroep.
Titel IV. - Instellingen voor gezondheidsbevordering en preventie HOOFDSTUK 1. - Lokale centra voor gezondheidsbevordering Afdeling 1. - Organisatie
Art. 12/14.§ 1. Om hun toevertrouwde taken naar behoren te kunnen vervullen, moeten de plaatselijke centra voor gezondheidsbevordering over lokalen beschikken die aan hun opdrachten zijn aangepast, met name met het oog op het ter beschikking stellen van de nodige documentatie voor de uitoefening van hun opdrachten. § 2. De lokalen zijn voor exclusief gebruik, duidelijk geïdentificeerd en toegankelijk voor personen met beperkte mobiliteit.
Voor de ruimten waarin op het moment van de inwerkingtreding van dit artikel een lokaal centrum voor gezondheidsbevordering gevestigd is, wordt de toegankelijkheid voor personen met beperkte mobiliteit uiterlijk gewaarborgd: 1° na de uitvoering van de eerste verbouwingswerkzaamheden in die lokalen, met de uitzonderingen voorzien in artikel 414, § 2 van de gewestelijke stedenbouwkundige gids;2° na verplaatsing van de activiteiten naar nieuwe ruimten die zijn gebouwd of verbouwd op grond van een na 3 juli 1999 afgegeven bouwvergunning. Het plaatselijk centrum voor gezondheidsbevordering dat beschikt over ruimten die toegankelijk zijn voor mensen met beperkte mobiliteit, mag zijn activiteiten niet overbrengen naar ruimten die niet toegankelijk zijn voor mensen met beperkte mobiliteit.
Wanneer de ruimten om een van de in lid 2 genoemde redenen niet toegankelijk zijn voor personen met beperkte mobiliteit, biedt het plaatselijke gezondheidscentrum personen met beperkte mobiliteit of lijdend aan een sensoriële handicap alternatieve oplossingen die hen in staat stellen gebruik te maken van dezelfde diensten als valide personen. § 3. De plaatselijke centra voor gezondheidsbevordering beschikken over een vergaderzaal.
De plaatselijke centra voor gezondheidsbevordering beschikken over het meubilair en de uitrusting die nodig zijn voor de uitvoering van hun opdrachten.
De plaatselijke centra voor gezondheidsbevordering beschikken over de nodige instrumenten om bekendheid te geven aan de uitoefening van hun opdrachten. Art. 12/15.Het plaatselijk centrum voor gezondheidsbevordering en het bijbehorende documentatiecentrum zijn vijf dagen per week gedurende ten minste drie uur per dag voor het publiek geopend, met uitzondering van de officiële feestdagen.
Het plaatselijk centrum voor gezondheidsbevordering sluit gedurende ten hoogste drie volle weken per jaar.
Het plaatselijk centrum voor gezondheidsbevordering vermeldt zijn openingstijden: 1° in zijn gecoördineerd actieprogramma bedoeld in artikel 410/3, § 2, eerste lid, 1°, van het decreetgevend deel van het Wetboek;2° in elk schrijven, elke email of andere verzending aan een persoon buiten het plaatselijk centrum voor gezondheidspromotie;3° in voorkomend geval, op de website van het plaatselijk centrum voor gezondheidsbevordering;4° bij de ingang van de lokalen waar het plaatselijk centrum voor gezondheidsbevordering is gevestigd. Het documentatiecentrum en het plaatselijk centrum voor gezondheidsbevordering zijn, buiten de openingsuren, alleen op afspraak toegankelijk. Art. 12/16.De documentatie en de informatie die ter beschikking worden gesteld van de gebruikers van de plaatselijke centra voor gezondheidsbevordering worden bijgewerkt naar gelang van de ontwikkeling van de kennis, behoeften en situaties.
De documentatie wordt uitgewisseld tussen de plaatselijke centra voor gezondheidsbevordering, volgens de modaliteiten bepaald door het overlegcomité van de plaatselijke centra voor gezondheidsbevordering. Art. 12/17.Het plaatselijk centrum voor gezondheidsbevordering voert zijn opdrachten uit binnen de grenzen van een in bijlage 143 bepaalde groep van gemeenten.
Eenzelfde lokaal centrum voor gezondheidsbevordering voert zijn opdrachten uit in slechts één groep van gemeenten als bepaald in bijlage 143. Art. 12/18.§ 1. De Minister stelt op advies van het stuurcomité een model voor een gecoördineerd actieprogramma op.
Het plaatselijk centrum voor gezondheidsbevordering gebruikt dit model om zijn gecoördineerd actieprogramma vast te stellen.
Het plaatselijk centrum voor gezondheidsbevordering stelt zijn gecoördineerd actieprogramma vast in overleg met het overlegcomité van de lokale centra voor gezondheidsbevordering. § 2. Het lokale centrum voor gezondheidsbevordering dient zijn nieuwe gecoördineerde actieprogramma langs elektronische weg bij het Agentschap in vóór het einde van de zesde maand vóór het verstrijken van zijn lopende gecoördineerde actieprogramma.
In afwijking van het eerste lid dient het lokale centrum voor gezondheidsbevordering zijn eerste gecoördineerde actieprogramma langs elektronische weg bij het Agentschap in binnen zes maanden na zijn erkenning.
Het Agentschap zendt dit gecoördineerde actieprogramma, vergezeld van zijn advies, binnen twee maanden na ontvangst van de in lid 1 of lid 2 bedoelde email toe aan de Minister.
De Minister keurt het gecoördineerde actieprogramma binnen drie maanden na ontvangst van dit gecoördineerde actieprogramma en het advies van het Agentschap goed. § 3. Het gecoördineerde actieprogramma is progressief. Het plaatselijk centrum voor gezondheidsbevordering voert de nodige aanpassingen in het gecoördineerde actieprogramma door als gevolg van het effect van de maatregelen bedoeld in dit programma, de aanpassingen van het plan en de evolutie van de gezondheidstoestand.
De in paragraaf 2 procedure is van toepassing op aanpassingen van de in het gecoördineerde actieprogramma vermelde doelstellingen. Art. 12/19.De deontologische regels bedoeld in artikel 410/3, § 2, lid 1, 4° van het decreetgevend deel van het Wetboek zijn in bijlage 144 vermeld. Afdeling 2. - Overlegcomité van de lokale centra voor
gezondheidsbevordering Art. 12/20.§ 1. Het overlegcomité van de plaatselijke centra voor gezondheidsbevordering doet aan de Regering en aan het Agentschap alle voorstellen die het nuttig acht om de doeltreffendheid van de uitvoering van de opdrachten van de plaatselijke centra voor gezondheidsbevordering te versterken en de kwaliteit van de interventies inzake gezondheidsbevordering te verbeteren. § 2. Het overlegcomité bestaat uit een afgevaardigde van elk plaatselijk centrum voor gezondheidsbevordering.
Worden op de vergaderingen ervan uitgenodigd: 1° een vertegenwoordiger van het Agentschap;2° een vertegenwoordiger van het overlegcomité van de kenniscentra voor gezondheidsbevordering; § 3. Het overlegcomité neemt zijn huishoudelijk reglement aan. § 4. Het overlegcomité vergadert zo vaak als zijn opdrachten zulks vereisen, en ten minste eenmaal per halfjaar.
Het overlegcomité vergadert op initiatief van zijn voorzitter, of wanneer een derde van zijn leden daarom verzoekt.
De notulen van de vergaderingen van het overlegcomité worden aan de leden en genodigden medegedeeld overeenkomstig de modaliteiten van het huishoudelijk reglement. De notulen van de vergaderingen van het overlegcomité worden bewaard tot ten minste 31 december van het tiende jaar na de opstelling daarvan. Afdeling 3. - Erkenning
Art. 12/21.Een enkel plaatselijk centrum voor gezondheidsbevordering wordt erkend per groep van gemeenten als bepaald in bijlage 143. Art. 12/22.Naast de voorwaarden bedoeld in artikel 410/3, § 2, van het decreetgevend deel van het Wetboek moet het plaatselijk centrum voor gezondheidsbevordering, om erkend te worden: 1° beschikken over lokalen die voldoen aan de eisen van artikel 12/14, § 2;2° openingstijden aannemen die voldoen aan de eisen van artikel 12/15;3° zich ertoe verbinden zijn documentatie bij te werken overeenkomstig artikel 12/16, lid 1;4° zich ertoe verbinden deel te nemen aan het in artikel 12/16, lid 2, bedoelde mechanisme voor het delen van documentatie. Art. 12/23.De erkenningsaanvraag wordt elektronisch door het plaatselijk centrum voor gezondheidsbevordering bij het Agentschap ingediend, na een oproep in het Belgisch Staatsblad, overeenkomstig artikel 410/3, § 3, van het decreetgevend deel van het Wetboek. De termijn voor het indienen van de aanvraag wordt in de oproep vermeld.
De aanvraag omvat: 1° een formulier, opgesteld door het Agentschap en ingevuld door het plaatselijk centrum voor gezondheidsbevordering, met: a) het ondernemingsnummer, b) de identiteit van het plaatselijk centrum voor gezondheidsbevordering, de hoedanigheid en het mandaat van zijn vertegenwoordiger;c) het adres van de hoofdvestiging;d) in voorkomend geval, de adressen van eventuele bijkantoren; e) contactgegevens, zoals adres, email, telefoonnummer.....;f) de groep van gemeenten waarvoor het centrum wenst te worden erkend; g) de openingsdagen en -uren van het plaatselijk centrum voor gezondheidsbevordering;h) het aantal personeelsleden, met de werktijden;i) de in het multidisciplinair team aanwezige functies in voltijdsequivalenten;j) de aanduiding of de ruimten toegankelijk zijn voor mensen met beperkte mobiliteit, of de reden waarom de ruimten niet toegankelijk zijn voor mensen met beperkte mobiliteit;k) de verbintenis om een gecoördineerd actieprogramma op te stellen, zoals bedoeld in artikel 410/3, § 2, 1°, van het decreetgevend deel van het Wetboek;l) de verbintenis om het gecoördineerd actieprogramma uit te voeren, zoals bedoeld in artikel 410/3, § 2, 2°, van het decreetgevend deel van het Wetboek;m) de verbintenis om de door de Regering vastgestelde deontologische regels, bedoeld in artikel 410/3, § 2, 4°, van het decreetgevend deel van het Wetboek, na te leven;n) de verbintenis om een jaarlijks activiteitenverslag in te dienen, zoals bedoeld in artikel 410/3, § 2, 5°, van het decreetgevend deel van het Wetboek;o) de verbintenis om deel te nemen aan het overlegcomité van de plaatselijke centra voor gezondheidsbevordering, zoals bedoeld in artikel 410/3, § 2, 6°, van het decreetgevend deel van het Wetboek;p) de verbintenis om hun opdrachten uit te voeren in het kader van de uitvoering en de bijsturing van het plan, zoals bedoeld in artikel 410/3, § 3, tweede lid, 2°, van het decreetgevend deel van het Wetboek;q) de verbintenis om de in artikel 12/22, 3°, bedoelde documentatie bij te werken;r) de verbintenis om deel te nemen aan het in artikel 12/22, 4°, bedoelde mechanisme voor het delen van documentatie;s) de handtekening van de onder b) bedoelde vertegenwoordiger;2° een uittreksel uit de notulen van de vergadering van de Raad van bestuur tijdens welke het besluit om erkenning aan te vragen is aangenomen;3° het bewijs van het mandaat van de vertegenwoordiger bedoeld in 1°, b), wanneer dit mandaat niet is bekendgemaakt in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad;4° een verklaring op erewoord dat tenminste één lid van het multidisciplinaire team houder is van een masterdiploma in volksgezondheid of over vijf jaar relevante ervaring beschikt;5° Wanneer de ruimten toegankelijk zijn voor personen met beperkte mobiliteit, een beschrijving van deze ruimten die de toegankelijkheid bewijzen, in voorkomend geval met foto's of plannen;6° Wanneer de ruimten niet toegankelijk zijn voor personen met beperkte mobiliteit, elk document dat een afwijking van de verplichting tot toegankelijkheid rechtvaardigt, samen met de oplossingen bedoeld in artikel 12/14, § 2, laatste lid;7° elk ander document dat het plaatselijk centrum voor gezondheidsbevordering relevant acht om zijn aanvraag te ondersteunen. Art. 12/24.§ 1. Het Agentschap bericht ontvangst van de erkenningsaanvraag langs elektronische weg binnen een termijn van vijftien dagen, te rekenen vanaf de datum van ontvangst van het dossier. § 2. Wanneer het dossier onvolledig is, vraagt het Agentschap de ontbrekende of onvolledige documenten op binnen de maand na ontvangst van het dossier.
Het plaatselijk centrum voor gezondheidsbevordering beschikt over een termijn van een maand, te rekenen vanaf de in lid 1 bedoelde aanvraag, om zijn dossier te vervolledigen. Indien dit niet het geval is, wordt zijn erkenningsaanvraag geacht niet-ontvankelijk te zijn. § 3. Het Agentschap maakt het volledige dossier, vergezeld van zijn advies, binnen twee maanden na ontvangst van het volledige dossier over aan de Minister. § 4. De Minister spreekt zich uit over de erkenningsaanvragen binnen twee maanden na het overmaken van het volledige dossier door het Agentschap.
De erkenning vermeldt de groep van gemeenten waarvoor het plaatselijk centrum voor gezondheidsbevordering erkend is.
De Minister of zijn afgevaardigde maakt zijn beslissing aan het plaatselijk centrum voor gezondheidsbevordering bekend. Een afschrift van de beslissing wordt aan het Agentschap overgemaakt. Afdeling 4. - Subsidiëring
Art. 12/25.§ 1. Het vaste deel van de subsidie, dat hetzelfde is voor alle plaatselijke centra voor gezondheidsbevordering, bedraagt 300.000,00 EUR per jaar. § 2. Naast het in lid 1 bedoelde vaste gedeelte wordt aan elk plaatselijk centrum voor gezondheidsbevordering het in de onderstaande tabel aangegeven aanvullende bedrag toegekend, dat overeenstemt met de tranche voor de oppervlakte die door het plaatselijk centrum voor gezondheidsbevordering bestreken wordt.
Nr. van de tranche
Minimale oppervlakte
Maximale oppervlakte
Bedrag
1
0 km2
999 km2
8.663,00 euro
2
1.000 km2
1.999 km2
17.326,00 euro
3
2.000 km2
2.999 km2
25.989,00 euro
4
3.000 km2
3.999 km2
34.652,00 euro
5
4.000 km2
5.000 km2
43.316,00 euro
§ 3. Naast het in lid 1 bedoelde vaste deel en het in lid 2 bedoelde aanvullende bedrag omvat het variabele deel van de subsidie eveneens het in de onderstaande tabel opgenomen bedrag dat overeenkomt met de tranche in verband met de synthetische indicator van de toegang tot de grondrechten ("ISADF") van het plaatselijk centrum voor gezondheidsbevordering.
Nr. van de tranche
Minimale « ISADF »
Maximale « ISADF »
Bedrag
5
0
0,19
64.973,00 euro
4
0,2
0,39
51.979,00 euro
3
0,4
0,59
38.984,00 euro
2
0,6
0,79
25.989,00 euro
1
0,8
1
12.995,00 euro
L'"ISADF" van het plaatselijk centrum voor gezondheidsbevordering komt overeen met het op twee decimalen afgeronde gemiddelde van de laatste "ISADF" van de gemeenten van het grondgebied dat het bestrijkt, zoals bekendgemaakt door het "Institut wallon de l'Evaluation, de la Prospective et de la Statistique" (Waals Instituut voor evaluatie, toekomstverwachting en statistiek) ("IWEPS"), op 1 januari van het betrokken begrotingsjaar. § 4. De subsidiebedragen in dit artikel zijn gekoppeld aan de spilindex 109,34 per 1 oktober 2021 in de basis 2013 = 100. Deze bedragen worden aangepast overeenkomstig de
wet van 1 maart 1977Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
01/03/1977
pub.
05/03/2009
numac
2009000107
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. § 5. De artikelen 12/1 en 12/2 zijn van toepassing op de in dit artikel bedoelde subsidie. Art. 12/26.De Minister bepaalt per omzendbrief de lijst van de subsidiabele kosten die ten laste komen van de subsidie, zoals bedoeld in artikel 12/25.
Deze omzendbrief wordt elektronisch aan de plaatselijke centra voor gezondheidsbevordering overgemaakt. Art. 12/27.§ 1. In afwijking van artikel 12/25 behoudt het plaatselijk centrum voor gezondheidsbevordering dat voor het boekjaar 2022 een subsidie heeft ontvangen waarvan het bedrag hoger is dan het overeenkomstig artikel 12/25 berekende bedrag, het voordeel van het voor het jaar 2022 ontvangen bedrag. § 2. De artikelen 12/1 en 12/2 zijn van toepassing op de in paragraaf 1 bedoelde subsidie, met uitzondering van de in artikel 12/1, paragraaf 1, tweede en derde lid, bedoelde indexering. § 3. Het artikel 12/26 is van toepassing op de krachtens paragraaf 1 toegekende subsidie. § 4. Het plaatselijk centrum voor gezondheidsbevordering dat voor één boekjaar de overeenkomstig artikel 12/25 berekende subsidie heeft ontvangen, kan niet langer aanspraak maken op het voordeel van dit artikel. Art. 12/28.De diensten van het plaatselijk centrum voor gezondheidsbevordering zijn kosteloos, voorzover de daarmee verbonden kosten worden gedekt door de in artikel 12/25 bedoelde subsidie of die bedoeld in artikel 12/27. Art. 12/29.Overeenkomstig artikel 410/6 van het decreetgevend deel van het Wetboek worden de balans en de resultatenrekening opgesteld op basis van het model opgenomen in bijlage 7 van het
koninklijk besluit van 29 april 2019Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
29/04/2019
pub.
30/04/2019
numac
2019011967
bron
federale overheidsdienst justitie, federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie federale overheidsdienst financien
Koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen
sluiten tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen. Afdeling 5. - Evaluatie
Art. 12/30.De Minister stelt het model van activiteitenverslag bedoeld in artikel 46 van het decreetgevend deel van het Wetboek op.
Dit model omvat: 1° de partijen bedoeld in artikel 12/3;2° de gegevens met betrekking tot de uitvoering van het in artikel 12/18 bedoelde gecoördineerde actieprogramma;3° het in artikel 12/2 bedoelde dossier ter rechtvaardiging van het gebruik van de subsidie;4° de gegevens die nodig zijn om na te gaan of de in artikel 12/23 bedoelde erkenningsvoorwaarden behouden worden. Het in artikel 46 van het decreetgevend deel van het Wetboek bedoelde verslag wordt overeenkomstig artikel 12/3 aan het Agentschap overgemaakt. Art. 12/31.Op basis van het in artikel 46 van het decreetgevend deel van het Wetboek bedoelde verslag analyseert het Agentschap jaarlijks de gegevens bedoeld in artikel 12/30, tweede lid, 2°. Art. 12/32.§ 1. De evaluatie van het plaatselijk centrum voor gezondheidsbevordering is gebaseerd op: 1° het gecoördineerde actieprogramma;2° de ingediende activiteitenverslagen;3° de vorige evaluatieverslagen. § 2. De evaluatie heeft tot doel: 1° de positieve of negatieve verschillen tussen het gecoördineerde actieprogramma en de uitgevoerde acties vaststellen en verklaren;2° aanbevelingen uitwerken ter verbetering van de acties en praktijken van het plaatselijk centrum voor gezondheidsbevordering. § 3. De evaluatie wordt uitgevoerd tijdens een evaluatiegesprek dat, voor zover mogelijk, de volgende mensen betrekt: 1° alle leden van het multidisciplinaire team van het plaatselijk centrum voor gezondheidsbevordering;2° alle personeelsleden van het Agentschap die belast zijn met de evaluatie van het plaatselijk centrum voor gezondheidsbevordering;3° eventueel andere personen die gezamenlijk door het plaatselijk centrum voor gezondheidsbevordering en het Agentschap worden uitgenodigd. Het evaluatiegesprek vindt ten minste éénmaal om de drie jaar op initiatief van het plaatselijk centrum voor gezondheidsbevordering of van het Agentschap plaats. § 4. Na afloop van het evaluatiegesprek stelt het Agentschap een evaluatieverslag op.
Dit evaluatieverslag wordt binnen de maand na het evaluatiegesprek elektronisch toegezonden aan het plaatselijk centrum voor gezondheidsbevordering.
Het plaatselijk centrum voor gezondheidsbevordering heeft vanaf de ontvangst van het evaluatieverslag één maand de tijd om zijn opmerkingen elektronisch bij het Agentschap in te dienen.
Het Agentschap verwerkt de opmerkingen van het plaatselijk centrum voor gezondheidsbevordering in het definitieve evaluatieverslag. § 5. Het definitieve evaluatieverslag wordt binnen drie maanden na het evaluatiegesprek elektronisch toegezonden aan het plaatselijk centrum voor gezondheidsbevordering en het stuurcomité. Afdeling 6. - Controle en sancties
Onderafdeling 1. - Controle Art. 12/33.§ 1. De administratieve controle bestaat erin na te gaan of aan de erkenningsvoorwaarden van het plaatselijk centrum voor gezondheidsbevordering is voldaan.
De financiële controle bestaat uit de controle van het gebruik van alle aan het plaatselijk centrum voor gezondheidsbevordering toegekende subsidies. § 2. De conclusies van de in artikel 410/7, § 2, van het decreetgevend deel van het Wetboek bedoelde administratieve controle worden binnen zeven maanden na de overmaking van het jaarlijkse activiteitenverslag en binnen drie maanden na het einde van de controle langs elektronische weg aan het plaatselijk centrum voor gezondheidsbevordering meegedeeld.
De conclusies van de in artikel 410/7, § 2, van het decreetgevend deel van het Wetboek bedoelde financiële controle worden binnen tien maanden na de overmaking van het jaarlijkse activiteitenverslag en binnen drie maanden na het einde van de controle langs elektronische weg aan het plaatselijk centrum voor gezondheidsbevordering meegedeeld.
Het plaatselijk centrum voor gezondheidsbevordering heeft na ontvangst van de controlebevindingen één maand de tijd om zijn opmerkingen aan het Agentschap voor te leggen. Het plaatselijk centrum voor gezondheidsbevordering kan voorstellen formuleren om de problemen die eventueel besproken zijn te verhelpen. § 3. In afwijking van paragraaf 2 is artikel 12/34 van toepassing, wanneer de bevindingen van de controle tot intrekking van de erkenning kunnen leiden.
Onderafdeling 2. - Intrekking van de erkenning Art. 12/34.§ 1. Wanneer het Agentschap vaststelt dat een plaatselijk centrum voor gezondheidsbevordering niet langer aan de erkenningsvoorwaarden voldoet of zijn verplichtingen niet nakomt, stelt het dit plaatselijk centrum voor gezondheidsbevordering in kennis van de vastgestelde tekortkomingen en van de termijn om hieraan te voldoen, die niet korter mag zijn dan een maand vanaf de kennisgeving van de tekortkomingen. § 2. Na afloop van de nalevingstermijn doet het Agentschap, indien de vastgestelde tekortkomingen blijven bestaan, een voorstel tot intrekking van de erkenning, waarvan het kennis geeft aan het betrokken plaatselijk centrum voor gezondheidsbevordering.] Binnen een termijn van ten minste vijftien dagen vanaf de in het eerste lid bedoelde kennisgeving wordt het betrokken plaatselijk centrum voor gezondheidsbevordering uitgenodigd voor een hoorzitting, teneinde zijn argumenten naar voren te brengen. Het kan zich laten bijstaan door de raadsheer van zijn keuze.
Binnen een termijn van vijftien dagen vanaf de hoorzitting wordt een proces-verbaal van verhoor waarbij elk nieuw element wordt gevoegd, opgesteld en overgemaakt aan het verhoord plaatselijk centrum voor gezondheidsbevordering dat over 15 dagen beschikt om zijn opmerkingen te laten gelden.] Na afloop van die termijn wordt het volledige dossier voor beslissing aan de Minister overgemaakt. § 3. De Minister beslist over het voorstel tot intrekking van de erkenning binnen een termijn van twee maanden na ontvangst van het volledige dossier. HOOFDSTUK 2. - Kenniscentra voor gezondheidsbevordering Afdeling 1. - Organisatie
Art. 12/35.Wanneer een verzoek van een operator inzake gezondheidsbevordering betrekking heeft op een actie die op het grondgebied van één enkel plaatselijk centrum voor gezondheidsbevordering wordt gevoerd, stelt de operator inzake gezondheidsbevordering het betrokken plaatselijk centrum voor gezondheidsbevordering in kennis van dit verzoek en de verwerking ervan. Art. 12/36.§ 1. Om de hun toevertrouwde opdrachten naar behoren te kunnen vervullen, beschikken de kenniscentra voor gezondheidsbevordering over ruimten die aan hun opdrachten zijn aangepast. § 2. De lokalen zijn voor exclusief gebruik, duidelijk geïdentificeerd en toegankelijk voor personen met beperkte mobiliteit.
Voor de ruimten waarin op het moment van de inwerkingtreding van dit artikel een kenniscentrum voor gezondheidsbevordering gevestigd is, wordt de toegankelijkheid voor personen met beperkte mobiliteit uiterlijk gewaarborgd: 1° na de uitvoering van de eerste verbouwingswerkzaamheden in die lokalen, met de uitzonderingen voorzien in artikel 414, § 2 van de gewestelijke stedenbouwkundige gids;2° na verplaatsing van de activiteiten naar nieuwe ruimten die zijn gebouwd of verbouwd op grond van een na 3 juli 1999 afgegeven bouwvergunning. Het kenniscentrum voor gezondheidsbevordering dat beschikt over ruimten die toegankelijk zijn voor mensen met beperkte mobiliteit, mag zijn activiteiten niet overbrengen naar ruimten die niet toegankelijk zijn voor mensen met beperkte mobiliteit.
Wanneer de ruimten om een van de in lid 2 genoemde redenen niet toegankelijk zijn voor personen met beperkte mobiliteit, biedt het kenniscentrum voor gezondheidsbevordering personen met beperkte mobiliteit of lijdend aan een sensoriële handicap alternatieve oplossingen die hen in staat stellen gebruik te maken van dezelfde diensten als valide personen. § 3. De kenniscentra voor gezondheidsbevordering beschikken over een vergaderzaal.
De kenniscentra voor gezondheidsbevordering beschikken over het meubilair en de uitrusting die nodig zijn voor de uitvoering van hun opdrachten. Art. 12/37.Het kenniscentrum voor gezondheidsbevordering is vijf dagen per week gedurende ten minste drie uur per dag voor het publiek geopend, met uitzondering van de officiële feestdagen.
Het kenniscentrum voor gezondheidsbevordering sluit gedurende ten hoogste drie volle weken per jaar.
Het kenniscentrum voor gezondheidsbevordering vermeldt zijn openingstijden: 1° in zijn gecoördineerd actieprogramma bedoeld in artikel 410/10, § 2, eerste lid, 1°, van het decreetgevend deel van het Wetboek;2° in elk schrijven, elke email of andere verzending aan een persoon buiten het kenniscentrum voor gezondheidspromotie;3° in voorkomend geval, op de website van het kenniscentrum voor gezondheidsbevordering;4° bij de ingang van de lokalen waar het kenniscentrum voor gezondheidsbevordering is gevestigd. Het kenniscentrum voor gezondheidsbevordering is, buiten de openingsuren, alleen op afspraak toegankelijk. Art. 12/38.§ 1. De Minister stelt op advies van het stuurcomité een model voor een gecoördineerd actieprogramma op.
Het kenniscentrum voor gezondheidsbevordering gebruikt dit model om zijn gecoördineerd actieprogramma vast te stellen.
Het kenniscentrum voor gezondheidsbevordering stelt zijn gecoördineerd actieprogramma vast in overleg met het overlegcomité van de kenniscentra voor gezondheidsbevordering. § 2. Het kenniscentrum voor gezondheidsbevordering dient zijn nieuwe gecoördineerde actieprogramma langs elektronische weg bij het Agentschap in vóór het einde van de zesde maand vóór het verstrijken van zijn lopende gecoördineerde actieprogramma.
In afwijking van het eerste lid dient het kenniscentrum voor gezondheidsbevordering zijn eerste gecoördineerde actieprogramma langs elektronische weg bij het Agentschap in binnen zes maanden na zijn erkenning.
Het Agentschap zendt dit gecoördineerde actieprogramma, vergezeld van zijn advies, binnen twee maanden na ontvangst van de in lid 1 of lid 2 bedoelde email toe aan de Minister.
De Minister keurt het gecoördineerde actieprogramma binnen drie maanden na ontvangst van dit gecoördineerde actieprogramma en het advies van het Agentschap goed. § 3. Het gecoördineerde actieprogramma is progressief. Het kenniscentrum voor gezondheidsbevordering voert de nodige aanpassingen in het gecoördineerde actieprogramma door als gevolg van het effect van de maatregelen bedoeld in dit programma, de aanpassingen van het plan en de evolutie van de gezondheidstoestand.
De in paragraaf 2 bedoelde procedure is van toepassing op de aanpassingen van de in het gecoördineerde actieprogramma vermelde doelstellingen. Art. 12/39.De deontologische regels bedoeld in artikel 410/10, § 2, lid 1, 4° van het decreetgevend deel van het Wetboek zijn in bijlage 144 vermeld. Afdeling 2. - Overlegcomité van de kenniscentra voor
gezondheidsbevordering Art. 12/40.Het overlegcomité doet aan de Regering en aan het Agentschap alle voorstellen die het nuttig acht om de doeltreffendheid van de uitvoering van de opdrachten van de kenniscentra voor gezondheidsbevordering te versterken en de kwaliteit van de interventies inzake gezondheidsbevordering te verbeteren. Art. 12/41.§ 1. Het overlegcomité is samengesteld uit één afgevaardigde van elk kenniscentrum voor gezondheidsbevordering.
Worden op de vergaderingen ervan uitgenodigd: 1° een vertegenwoordiger van het Agentschap;2° een vertegenwoordiger van het overlegcomité van de plaatselijke centra voor gezondheidsbevordering. § 2. Het overlegcomité neemt zijn huishoudelijk reglement aan. § 3. Het overlegcomit …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.