← België

Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van betrekkingen, de

Kort samengevat

Dit besluit wijzigt een eerder besluit uit 1992 over de rechtspositie van onderwijspersoneel, met name de regels rond het verdelen van betrekkingen, terbeschikkingstelling, reaffectatie, wedertewerkstelling en wachtgeld. Het doel is om de definities en procedures voor deze situaties te verduidelijken en aan te passen.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
23 SEPTEMBER 2005. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage De Vlaamse Regering, Gelet op het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs, inzonderheid op artikel 82, gewijzigd bij de decreten van 15 juli 1997 en 14 februari 2003, en op artikel 84, gewijzigd bij het decreet van 28 april 1993; Gelet op het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, inzonderheid op artikel 56, gewijzigd bij de decreten van 15 juli 1997 en 14 februari 2003, en op artikel 58, gewijzigd bij het decreet van 28 april 1993; Gelet op het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs-III, inzonderheid op titel II, gewijzigd bij de decreten van 28 april 1993, 21 december 1994, 14 juli 1998, 1 december 1998, 8 juni 2000, 20 oktober 2000 en 14 februari 2003; Gelet op het decreet van 1 december 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 01/12/1998 pub. 10/04/1999 numac 1999035335 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding sluiten betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding, inzonderheid op artikel 72, gewijzigd bij het decreet van 14 februari 2003; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 7 december 1994, 9 juli 1996, 25 maart 1997 en 22 september 1998; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 31/08/1999 pub. 07/03/2000 numac 2000035148 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage sluiten tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 7 december 1994, 9 juli 1996, 25 maart 1997, 22 september 1998, 31 augustus 1999, 4 februari 2000, 28 augustus 2000, 1 maart 2002 en 5 december 2003; Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de Begroting, gegeven op 29 april 2005; Gelet op protocol nr. 554 van 24 juni 2005 houdende de conclusies van de onderhandelingen, gevoerd in de gemeenschappelijke vergadering van Sectorcomité X, en van de onderhandeling "Vlaamse Gemeenschap" van afdeling 2 van het Comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten; Gelet op protocol nr. 319 van 24 juni 2005 houdende de conclusies van de onderhandelingen gevoerd in het Overkoepelend onderhandelingscomité bedoeld in het decreet van 5 april 1995 tot oprichting van onderhandelingscomités in het vrij gesubsidieerd onderwijs; Gelet op het advies nr. 38.668/1/V van de Raad van State, gegeven op 19 juli 2005, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op voorstel van de Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming; Na beraadslaging, Besluit : Artikel 1.In artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van de betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 7 december 1994, 31 augustus 1999 en 5 december 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 2 wordt punt 5° vervangen door wat volgt : « 5° « betrekking niet vatbaar voor reaffectatie of wedertewerkstelling » : een betrekking is vanaf 1 september van het schooljaar in kwestie niet meer vatbaar voor reaffectatie of wedertewerkstelling, als het personeelslid dat die betrekking bekleedt een dienstanciënniteit heeft van ten minste 720 dagen in hoofdambt, gespreid over ten minste drie schooljaren. Het personeelslid moet deze dienstanciënniteit bereiken op : a) 31 augustus van het voorgaande schooljaar voor de leden van het administratief personeel, de administratieve medewerker in het basisonderwijs, de leden van het ondersteunend personeel van het gewoon voltijds secundair onderwijs, het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs, voor het technisch personeel van de centra, en voor het personeel van de semi-internaten en van de opvangcentra;b) 30 juni van het voorgaande schooljaar voor de andere personeelsleden. Voor het personeelslid dat aan deze voorwaarden voldoet, blijven de bovenstaande bepalingen geldig over de schooljaren heen. »; 2° aan § 2 wordt een punt 9° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 9° « karakter » : indeling van instellingen en scholen naargelang ze behoren tot het gesubsidieerd officieel onderwijs, het gesubsidieerd vrij onderwijs naargelang van de onderscheiden godsdiensten of levensbeschouwingen, of tot het gesubsidieerd vrij niet-confessioneel onderwijs.»; 3° in § 5 wordt punt 1° opgeheven;4° in § 6 worden telkens de woorden « lichamelijke opvoeding » geschrapt;5° in § 7, tweede lid worden de woorden « lager onderwijs » vervangen door het woord « basisonderwijs »;6° aan § 7 wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt : « Voor de toepassing van dit besluit beslist de inrichtende macht in het buitengewoon basisonderwijs bij een daling van het leerlingenaantal in een bepaald niveau, of een betrekking of betrekkingen in het afzonderlijk ambt van kleuteronderwijzer algemene en sociale vorming en onderwijzer algemene en sociale vorming niet meer kan of kunnen worden instandgehouden, op basis van criteria waarover wordt onderhandeld in het lokaal comité.»; 7° § 9 wordt vervangen door wat volgt : « § 9.Voor de toepassing van dit besluit beslist de inrichtende macht in het gewoon voltijds secundair onderwijs bij een vermindering van het aantal punten voor het ondersteunend personeel of zij de vermindering volledig ten laste legt van de groep van opvoeder, of volledig ten laste legt van de groep van administratief medewerker of verdeelt over beide groepen, op basis van criteria die worden onderhandeld in het lokaal comité. » Art. 2.In artikel 4 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 05/12/2003 pub. 02/03/2004 numac 2004035239 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage type besluit van de vlaamse regering prom. 05/12/2003 pub. 21/01/2004 numac 2004035078 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 28 juli 1995 betreffende het verlof om een ambt uit te oefenen in een ministerieel kabinet door personeelsleden van het onderwijs en van de psycho-medisch-sociale centra sluiten, wordt § 1 vervangen door wat volgt : « § 1. 1° Voor het basisonderwijs wordt "hetzelfde ambt" als volgt gedefinieerd : het ambt, zoals het opgenomen is in de reglementering tot rangschikking en indeling van de ambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het paramedisch personeel in het basisonderwijs, het beleids- en ondersteunend personeel in het basisonderwijs, en van het administratief en opvoedend hulppersoneel. De directeur die ter beschikking gesteld is in een school met enkel kleuteronderwijs heeft de keuze om de betrekking van directeur ingericht in een basisschool of lagere school al of niet op te nemen en de inrichtende macht kan in hetzelfde geval beslissen het desbetreffende personeelslid na een periode van één jaar niet meer aan te stellen. 2° Voor de leden van het beleids- en ondersteunend personeel gelden voor de toepassing van « hetzelfde ambt » volgende bepalingen : a) er wordt geen onderscheid gemaakt tussen het gewoon en buitengewoon basisonderwijs;b) voor de toepassing van artikel 18 moet het ambt een zelfde puntengewicht en een zelfde weddenschaal opleveren.» Art. 3.In artikel 5, § 1, 2° van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999 en 5 december 2003 wordt de eerste zin van punt a vervangen door wat volgt : « een leeropdracht in hetzelfde vak of dezelfde specialiteiten en, voor technische vakken, kunstvakken of praktische vakken, in de vakken die behoren tot dezelfde specialiteit, waarvan het personeelslid titularis was op 30 juni van het voorgaande schooljaar en/of waarvoor het personeelslid ter beschikking is gesteld. » Art. 4.In artikel 6, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 22 september 1998, 31 augustus 1999 en 5 december 2003, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° punt 1 wordt vervangen door wat volgt : « 1.Het ambt zoals het opgenomen is in de reglementering tot rangschikking en indeling van de ambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel, het opvoedend hulppersoneel, het beleids- en ondersteunend personeel, het psychologisch personeel, het paramedisch personeel, het medisch personeel, het sociaal personeel, het orthopedagogisch personeel en administratief personeel in het buitengewoon basisonderwijs. De directeur die ter beschikking gesteld is in een school met enkel kleuteronderwijs heeft de keuze om de betrekking van directeur ingericht in een basisschool of lagere school al of niet op te nemen en de inrichtende macht kan in hetzelfde geval beslissen het desbetreffende personeelslid na een periode van één jaar niet meer aan te stellen. »; 2° punt 5 wordt vervangen door wat volgt : « 5.Voor de leden van het beleids- en ondersteunend personeel gelden voor de toepassing van « hetzelfde ambt » volgende bepalingen : a) er wordt geen onderscheid gemaakt tussen het gewoon en buitengewoon basisonderwijs;b) voor de toepassing van artikel 18 moet het ambt een zelfde puntengewicht en een zelfde weddenschaal opleveren.» Art. 5.In artikel 7, § 1, 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999 en 5 december 2003, wordt de eerste zin van punt a vervangen door wat volgt : « een leeropdracht in hetzelfde vak of dezelfde specialiteiten, en voor technische vakken, artistieke vakken, technische vakken en beroepspraktijk, praktijk, kunstvakken of praktische vakken, in de vakken die behoren tot dezelfde specialiteit waarvan het personeelslid titularis was op 30 juni van het voorgaand schooljaar en/of waarvoor het personeelslid ter beschikking is gesteld. » Art. 6.In artikel 8, § 1, 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999 en 5 december 2003, wordt de eerste zin van punt a vervangen door wat volgt : « een leeropdracht in hetzelfde vak of dezelfde specialiteit, en voor technische vakken, artistieke vakken of kunstvakken, in de vakken die behoren tot dezelfde specialiteit, waarvan het personeelslid titularis was op 30 juni van het voorgaand schooljaar en/of waarvoor het personeelslid ter beschikking is gesteld. » Art. 7.In artikel 9, § 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 05/12/2003 pub. 02/03/2004 numac 2004035239 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage type besluit van de vlaamse regering prom. 05/12/2003 pub. 21/01/2004 numac 2004035078 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 28 juli 1995 betreffende het verlof om een ambt uit te oefenen in een ministerieel kabinet door personeelsleden van het onderwijs en van de psycho-medisch-sociale centra sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in punt 1° worden telkens de woorden « en adjunct-directeur » geschrapt;2° in punt 2° wordt de eerste zin van punt a vervangen door wat volgt : « een leeropdracht in hetzelfde vak of dezelfde specialiteiten, en voor technische vakken of praktische vakken, in de vakken die behoren tot dezelfde specialiteit waarvan het personeelslid titularis was op 30 juni van het voorgaande schooljaar en/of waarvoor het personeelslid ter beschikking is gesteld.» Art. 8.In artikel 10, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 4 februari 2000 en 5 december 2003, wordt § 2 opgeheven. Art. 9.In artikel 12bis, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 31/08/1999 pub. 07/03/2000 numac 2000035148 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage sluiten en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 05/12/2003 pub. 02/03/2004 numac 2004035239 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage type besluit van de vlaamse regering prom. 05/12/2003 pub. 21/01/2004 numac 2004035078 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 28 juli 1995 betreffende het verlof om een ambt uit te oefenen in een ministerieel kabinet door personeelsleden van het onderwijs en van de psycho-medisch-sociale centra sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen door wat volgt : « § 1.Dit hoofdstuk is enkel van toepassing op instellingen van het basisonderwijs, het gewoon voltijds secundair onderwijs, het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs, het deeltijds beroepssecundair onderwijs en het buitengewoon secundair onderwijs die behoren tot een scholengemeenschap als bedoeld in het decreet van 10 juli 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 10/07/2003 pub. 24/10/2003 numac 2003201478 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het landschap basisonderwijs sluiten betreffende het landschap basisonderwijs en in het decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1998 pub. 29/08/1998 numac 1998035933 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs sluiten houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs. »; 2° in § 5 wordt punt 2° vervangen door wat volgt : « 2° Reaffecteren van terbeschikkinggestelde personeelsleden binnen de instellingen van de scholengemeenschap, met inbegrip van de terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen van de scholengemeenschap in het basisonderwijs die de eerste schooldag van oktober als teldag hebben.»; 3° In § 5 wordt punt 3° vervangen door wat volgt : « 3° Wedertewerkstellen binnen dezelfde categorie van terbeschikkinggestelde personeelsleden binnen de instellingen van de scholengemeenschap, met inbegrip van de terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen van de scholengemeenschap in het basisonderwijs die de eerste schooldag van oktober als teldag hebben. »; 4° aan § 5 wordt een punt 7° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 7° Personeelsleden die in toepassing van artikel 5, § 1bis van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs - III ter beschikking worden gesteld wegens ontstentenis van betrekking, een andere functie toewijzen in afwachting van een definitieve toewijzing door de Vlaamse reaffectatiecommissie.Bij deze toewijzing houdt de reaffectatiecommissie rekening met de beslissing van de pensioencommissie van de administratieve gezondheidsdienst. » Art. 10.In artikel 12ter van hetzelfde besluit, ingevoegd bij besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 31/08/1999 pub. 07/03/2000 numac 2000035148 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage sluiten en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 05/12/2003 pub. 02/03/2004 numac 2004035239 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage type besluit van de vlaamse regering prom. 05/12/2003 pub. 21/01/2004 numac 2004035078 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 28 juli 1995 betreffende het verlof om een ambt uit te oefenen in een ministerieel kabinet door personeelsleden van het onderwijs en van de psycho-medisch-sociale centra sluiten, wordt aan § 2 een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 6° Nadat de bepalingen van 1° tot en met 5° zijn gerealiseerd, wijst de reaffectatiecommissie van de scholengroep personeelsleden die in toepassing van artikel 5, § 1bis van het decreet van 9 april 1992 betreffende het onderwijs - III ter beschikking worden gesteld wegens ontstentenis van betrekking een andere functie toe in afwachting van een definitieve toewijzing door de Vlaamse reaffectatiecommissie. Bij deze toewijzing houdt de reaffectatiecommissie rekening met de beslissing van de pensioencommissie van de administratieve gezondheidsdienst. » Art. 11.In titel I van hetzelfde besluit wordt hoofdstuk VI, bestaande uit artikel 13, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999 en 5 december 2003, opgeheven. Art. 12.In artikel 14 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999 en 5 december 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 worden de woorden « , de zonale reaffectatiecommissies » geschrapt;2° in § 3 worden in punt 1° de woorden « , in de zone » geschrapt;3° in § 3 worden in punt 2° de woorden « in de scholengemeenschap van het secundair onderwijs, in de zone » vervangen door de woorden « in de scholengemeenschap »;4° in § 3 worden in punt 4° de woorden « , de zonale reaffectatiecommissie » geschrapt;5° in § 5 worden de woorden « , de zonale reaffectatiecommissie » geschrapt. Art. 13.In artikel 17 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999 en 5 december 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° aan § 1 wordt een punt 4 toegevoegd, dat luidt als volgt : « 4.Tewerkstelling van terbeschikkinggestelde personeelsleden als administratieve ondersteuning van scholengemeenschappen in het basisonderwijs, zoals bepaald in artikel 47bis. »; 2° in § 2 worden de woorden « , de zonale reaffectatiecommissies » geschrapt. Art. 14.In artikel 18, § 1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999 en 5 december 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de eerste zin wordt het woord « titularissen » vervangen door het woord « personeelsleden »;2° punt 1 wordt vervangen door wat volgt : « 1.De inrichtende macht wijst per instelling en in "hetzelfde ambt" de betrekkingen toe aan de vastbenoemde personeelsleden voor eenzelfde gepondereerd volume van de opdracht waarvan de betrokken personeelsleden vastbenoemde titularis waren op het einde van het voorafgaand schooljaar en/of ter beschikking waren gesteld wegens ontstentenis van betrekking, rekening houdend met het begrip "hetzelfde ambt". » Art. 15.In artikel 19, § 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 05/12/2003 pub. 02/03/2004 numac 2004035239 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage type besluit van de vlaamse regering prom. 05/12/2003 pub. 21/01/2004 numac 2004035078 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 28 juli 1995 betreffende het verlof om een ambt uit te oefenen in een ministerieel kabinet door personeelsleden van het onderwijs en van de psycho-medisch-sociale centra sluiten, worden het derde en vierde lid vervangen door wat volgt : « Als het centrumbestuur dergelijke maatregelen voorstelt, worden die voor 1 september beoordeeld door het departement Onderwijs. De bevoegdheden van het departement Onderwijs zijn hierbij beperkt tot : 1° het kennis nemen van de personeelsformatie en eventueel van de bijbehorende maatregelen;2° het beoordelen van de maatregelen en het al dan niet bekrachtigen van deze maatregelen. Bij niet-bekrachtiging moet het centrumbestuur in kwestie nieuwe maatregelen voostellen, die dan opnieuw ter bekrachtiging worden voorgelegd aan de Vlaamse reaffectatiecommissie. » Art. 16.Aan artikel 20 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999 en 5 december 2003, worden volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1 worden in de tweede zin de woorden « voor het gewoon secundair onderwijs » geschrapt;2° een § 6, § 7, en § 8 worden toegevoegd, die luiden als volgt : « § 6.In het gewoon lager onderwijs gelden de volgende specifieke maatregelen bij een vermindering van het gehele pakket lestijden voor het bestuurs- en onderwijzend personeel. Als een school of instelling ten opzichte van 30 juni van het voorafgaande schooljaar minder lestijden heeft binnen het lestijdenpakket voor het bestuurs- en onderwijzend personeel, kan dat tot gevolg hebben dat de school of de instelling een of meer betrekkingen van onderwijzer en/of van leermeester lichamelijke opvoeding minder kan inrichten. Bij daling van het gehele pakket lestijden moet de daling van het aantal lestijden evenredig verdeeld worden tussen het aantal lestijden in het ambt van onderwijzer enerzijds en het aantal lestijden in het ambt van leermeester lichamelijke opvoeding anderzijds. Het gaat hier steeds om ambten die in de school of instelling in kwestie werden ingericht op 30 juni van het voorgaande schooljaar. § 7. In het buitengewoon lager onderwijs gelden de volgende specifieke maatregelen bij een vermindering van het gehele pakket lestijden voor het bestuurs- en onderwijzend personeel. Als een school of instelling ten opzichte van 30 juni van het voorafgaande schooljaar minder lestijden heeft binnen het lestijdenpakket voor het bestuurs- en onderwijzend personeel, kan dat tot gevolg hebben dat de school of de instelling een of meer betrekkingen van onderwijzer algemene en sociale vorming en/of van leermeester algemene en sociale vorming, specialiteit lichamelijke opvoeding minder kan inrichten. Bij daling van het gehele pakket lestijden moet de daling van het aantal lestijden evenredig verdeeld worden tussen het aantal lestijden in het ambt van onderwijzer algemene en sociale vorming enerzijds en leermeester algemene en sociale vorming, specialiteit lichamelijke opvoeding anderzijds. Het gaat hier steeds om ambten die in de school of instelling in kwestie werden ingericht op 30 juni van het voorgaande schooljaar. § 8. In het buitengewoon basisonderwijs gelden de volgende specifieke maatregelen bij een daling van het leerlingenaantal in een bepaald niveau. Als een school of instelling ten opzichte van 30 juni van het voorafgaande schooljaar een daling van het leerlingenaantal heeft binnen een bepaald niveau kan dit tot gevolg hebben dat de school of instelling één of meer betrekkingen van kleuteronderwijzer algemene en sociale vorming en onderwijzer algemene en sociale vorming minder kan inrichten. Bij daling van het leerlingenaantal in een bepaald niveau kiest het schoolbestuur of een betrekking of betrekkingen in het afzonderlijk ambt van kleuteronderwijzer algemene en sociale vorming en onderwijzer algemene en sociale vorming niet meer kan of kunnen worden instandgehouden, op basis van criteria die gelden voor ten minste drie schooljaren en waarover wordt onderhandeld in het bevoegd lokaal comité. Het gaat hierbij steeds om ambten die in de school of instelling in kwestie werden ingericht op 30 juni van het voorgaande schooljaar. » Art. 17.In artikel 22, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999 en 5 december 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de plaats van punt 2° van hetzelfde besluit, vernietigd bij het arrest 141.020 van 22 februari 2005 van de Raad van State, komt een nieuw punt 2°, dat luidt als volgt : « 2° in het gewoon voltijds secundair onderwijs, het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs : a) voor het gemeenschapsonderwijs en voor het gesubsidieerd vrij onderwijs : in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet : degene die de kleinste dienstanciënniteit heeft. Voor de toepassing van dit artikel vormt de ingebouwde middenschool, bedoeld in artikel 7 van het koninklijk besluit van 15 december 1982 tot vaststelling van de benaming en de structuur van de door de Staat georganiseerde inrichtingen voor secundair onderwijs, één instelling met de instelling waarmee ze een administratieve eenheid vormt. Dat geldt eveneens voor de pedagogische entiteit, maar niet voor de personeelsleden die behoren tot de categorieën van het opvoedend hulppersoneel, het administratief personeel en het ondersteunend personeel in het gewoon voltijds secundair onderwijs; b) voor het gesubsidieerd officieel onderwijs : in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet : degene die de kleinste dienstanciënniteit heeft.In instellingen die niet tot een scholengemeenschap behoren, gebeurt de terbeschikkingstelling naar keuze in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet of in het geheel der instellingen die een inrichtende macht op het grondgebied van dezelfde gemeente organiseert. Eens de keuze gemaakt is, geldt die voor een periode van zes jaar voor alle personeelsleden in alle categorieën of voor de lopende of aanvangende legislatuur. Bij de terbeschikkingstelling in een ambt van het ondersteunend personeel in het gewoon voltijds secundair onderwijs moet de inrichtende macht steeds rekening houden met artikel 2, § 9 en § 10. Als door voormelde terbeschikkingstelling het aantal opvoeders en/of personeelsleden van het opvoedend hulppersoneel onder de 50 % van het aantal personeelsleden van het opvoedend hulppersoneel, het administratief personeel en/of ondersteunend personeel van de instelling zou dalen, wordt de vastbenoemde titularis met de kleinste dienstanciënniteit in het ambt van administratief medewerker of in een ambt van het administratief personeel ter beschikking gesteld; »; 2° in punt 2°, a) wordt de laatste zin vervangen door wat volgt : « Dat geldt eveneens voor de pedagogische entiteit, maar niet voor de personeelsleden die behoren tot de categorieën van het ondersteunend personeel in het gewoon voltijds secundair onderwijs.»; 3° in punt 2°, b) wordt het laatste lid vervangen door wat volgt : « Als door voormelde terbeschikkingstelling het aantal opvoeders onder 50 % van het aantal personeelsleden van het ondersteunend personeel van de instelling zou dalen, wordt de vastbenoemde titularis met de kleinste dienstanciënniteit in het ambt van administratief medewerker ter beschikking gesteld.»; 4° § 2 wordt vervangen door wat volgt : « § 2.Onder de vastbenoemde personeelsleden die "hetzelfde ambt" als hoofdambt uitoefenen, wordt volgende volgorde van terbeschikkingstelling gehanteerd. 1° In het gewoon basisonderwijs : a) wordt in het gemeenschapsonderwijs onder de leden die "hetzelfde ambt" uitoefenen, in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet degene ter beschikking gesteld die de kleinste dienstanciënniteit heeft;b) wordt in het gesubsidieerd onderwijs : 1) eerst onder de leden andere dan die bedoeld in 2), die « hetzelfde ambt » uitoefenen diegene ter beschikking gesteld die de kleinste dienstanciënniteit heeft : - voor scholen die tot een scholengemeenschap behoren in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet; - voor scholen die niet tot een scholengemeenschap behoren naar keuze : - in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet of - of in het geheel van de instellingen die een inrichtende macht op het grondgebied van dezelfde gemeente organiseert. Eens de keuze gemaakt is geldt die voor een periode van zes jaar voor het vrij onderwijs of voor de lopende of aanvangende legislatuur voor het officieel onderwijs voor alle personeelsleden in alle categorieën; 2) daarna onder de directeurs van een basisschool die een inrichtende macht heeft ter beschikking gesteld bij toepassing van de wettelijke bepalingen tot opheffing van de vierde graden of van artikel 22, a en c, van de gecoördineerde wetten op het lager onderwijs, of nog van de eerste maatregelen tot rationalisatie van het gewoon lager onderwijs en opnieuw in dienstactiviteit heeft geroepen in één van de ambten van onderwijzer, van leermeester niet-confessionele zedenleer, van leermeester godsdienst, van leermeester lichamelijke opvoeding of van bijzondere leermeester diegene met de kleinste dienstanciënniteit : - voor scholen die tot een scholengemeenschap behoren in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet; - voor scholen die niet tot een scholengemeenschap behoren naar keuze : - in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet of - in het geheel van de instellingen die een inrichtende macht op het grondgebied van dezelfde gemeente organiseert. Eens de keuze gemaakt is geldt die voor een periode van zes jaar voor het vrij onderwijs of voor de lopende of aanvangende legislatuur voor het officieel onderwijs voor alle personeelsleden in alle categorieën; 2° In het gewoon voltijds secundair onderwijs, het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs, het deeltijds beroepssecundair onderwijs en het buitengewoon secundair onderwijs wordt : a) in het gemeenschapsonderwijs en in het gesubsidieerd vrij onderwijs in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet degene ter beschikking gesteld die de kleinste dienstanciënniteit heeft. Voor de toepassing van dit artikel vormt de ingebouwde middenschool, bedoeld in artikel 7 van het koninklijk besluit van 15 december 1982 tot vaststelling van de benaming en de structuur van de door de Staat georganiseerde inrichtingen voor secundair onderwijs, één instelling met de instelling waarmee ze een administratieve eenheid vormt. Dat geldt eveneens voor de pedagogische entiteit, maar niet voor de personeelsleden die behoren tot de categorie van het ondersteunend personeel in het gewoon voltijds secundair onderwijs; b) in het gesubsidieerd officieel onderwijs in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet degene ter beschikking gesteld die de kleinste dienstanciënniteit heeft. In instellingen die niet tot een scholengemeenschap behoren, gebeurt de terbeschikkingstelling naar keuze in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet of in het geheel der instellingen die een inrichtende macht op het grondgebied van dezelfde gemeente organiseert. Eens de keuze gemaakt is, geldt die voor een periode van zes jaar voor alle personeelsleden in alle categorieën of voor de lopende of aanvangende legislatuur. Bij de terbeschikkingstelling in een ambt van het ondersteunend personeel in het gewoon voltijds secundair onderwijs moet de inrichtende macht steeds rekening houden met artikel 2, § 9 en § 10. Als door voormelde terbeschikkingstelling het aantal opvoeders onder de 50 % van het aantal personeelsleden van het ondersteunend personeel van de instelling daalt, wordt de vastbenoemde titularis met de kleinste dienstanciënniteit in het ambt van administratief medewerker ter beschikking gesteld; 3° In het deeltijds kunstonderwijs wordt : a) in het gemeenschapsonderwijs en in het gesubsidieerd vrij onderwijs in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet degene ter beschikking gesteld die de kleinste dienstanciënniteit heeft;b) in het gesubsidieerd officieel onderwijs : naar keuze in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet of in het geheel van de instellingen die een inrichtende macht op het grondgebied van dezelfde gemeente organiseert : degene ter beschikking gesteld die de kleinste dienstanciënniteit heeft. Als de keuze gemaakt is, geldt die voor een periode van zes jaar voor alle personeelsleden in alle categorieën of voor de lopende of aanvangende legislatuur. 4° In het onderwijs voor sociale promotie wordt : a) in het gemeenschapsonderwijs en in het gesubsidieerd vrij onderwijs in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet degene ter beschikking gesteld die de kleinste dienstanciënniteit heeft;b) in het gesubsidieerd officieel onderwijs naar keuze in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet of in het geheel van de instellingen die een inrichtende macht op het grondgebied van dezelfde gemeente organiseert degene ter beschikking gesteld die de kleinste dienstanciënniteit heeft. Als de keuze gemaakt is, geldt die voor een periode van zes jaar voor alle personeelsleden in alle categorieën of voor de lopende of aanvangende legislatuur. 5° In het buitengewoon basisonderwijs wordt : a) in het gemeenschapsonderwijs en in het gesubsidieerd vrij onderwijs in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet degene ter beschikking gesteld die de kleinste dienstanciënniteit heeft;b) in het gesubsidieerd officieel onderwijs diegene ter beschikking gesteld met de kleinste dienstanciënniteit - voor scholen die tot een scholengemeenschap behoren in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet - voor scholen die niet tot een scholengemeenschap behoren naar keuze : - in de instelling waar de vermindering van prestaties zich voordoet of - in het geheel van de instellingen die een inrichtende macht op het grondgebied van dezelfde gemeente organiseert. Eens de keuze gemaakt is geldt die voor een periode van zes jaar voor alle personeelsleden in alle categorieën of voor de lopende of aanvangende legislatuur. 6° In de centra wordt in het centrum en in het ambt waar de vermindering van prestaties zich voordoet degene ter beschikking gesteld die de kleinste dienstanciënniteit heeft.» Art. 18.In artikel 23 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 22 september 1998, 31 augustus 1999 en 5 december 2003, wordt § 1 vervangen door wat volgt : « § 1. De terbeschikkingstellingen gaan in op 1 september. » Art. 19.In artikel 25, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 22 september 1998, 31 augustus 1999 en 5 december 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de eerste zin worden de woorden « samen bij een ter post aangetekende brief » geschrapt;2° in punt 1 worden de woorden « vanaf 15 juli en vóór 15 augustus » vervangen door de woorden « vóór 15 juni ». Art. 20.In artikel 25bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 31/08/1999 pub. 07/03/2000 numac 2000035148 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage sluiten en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 1 maart 2002 en 5 december 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen door wat volgt : « § 1.Dit artikel geldt voor het basisonderwijs, het gewoon secundair onderwijs, het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs, het deeltijds beroepssecundair onderwijs en het buitengewoon secundair onderwijs : 1° wat het basisonderwijs betreft : a) voor instellingen die behoren tot een scholengemeenschap;b) voor instellingen die vanaf 1 september 2005 tot een scholengemeenschap behoren en die na 1 september 2005 worden gesloten en niet worden betrokken bij een herstructurering;c) voor instellingen die uiterlijk op 1 september 2005 gefuseerd zijn met een instelling van hetzelfde net die tot een scholengemeenschap behoort;d) voor instellingen die na 1 september 2005 fuseren met een instelling die tot een scholengemeenschap behoort;e) voor instellingen die op 1 september 2005 in afbouw zijn;2° wat het gewoon voltijds secundair onderwijs, het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs, het deeltijds beroepssecundair onderwijs en het buitengewoon secundair onderwijs betreft : a) voor instellingen die behoren tot een scholengemeenschap;b) voor instellingen die sinds 1 september 1999 tot een scholengemeenschap behoren en die na 1 september 1999 zijn gesloten en niet worden betrokken bij een herstructurering;c) voor instellingen die uiterlijk op 1 september 1999 gefuseerd zijn met een instelling van hetzelfde net die tot een scholengemeenschap behoort;d) voor instellingen die na 1 september 1999 gefuseerd zijn met een instelling die tot een scholengemeenschap behoort;e) voor instellingen die sinds 1 september 1999 in afbouw zijn.2° in § 2 worden de woorden « van de in § 1, 1°, 2°, 3° en 4° genoemde instellingen » vervangen door de woorden « van de in § 1, 1°, a tot en met d en 2°, a tot en met d, genoemde instellingen »;3° in § 3 worden de woorden « per aangetekende brief of tegen bewijs van ontvangst » geschrapt;4° § 4 wordt vervangen door wat volgt : « § 4.De gegevens vermeld in § 2 en § 3 moeten worden meegedeeld : a) voor het basisonderwijs : vóór 15 juni.In afwijking hiervan moeten ze worden meegedeeld op de vijfde werkdag van oktober voor de scholen die de eerste schooldag van oktober als teldag hebben; b) voor het gewoon secundair onderwijs, het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs, het deeltijds beroepssecundair onderwijs en het buitengewoon secundair onderwijs : in de periode vanaf 1 augustus en in ieder geval voor 5 september.». Art. 21.In artikel 25ter van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 31/08/1999 pub. 07/03/2000 numac 2000035148 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage sluiten en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 1 maart 2002 en 5 december 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen door wat volgt : « § 1.Dit artikel geldt voor de instellingen die niet ressorteren onder artikel 25bis, § 1. »; 2° in § 2 worden de woorden « in artikel 25bis, § 1, 5° » vervangen door de woorden « in artikel 25bis, § 1, 1°, e en 2°, e »;3° in § 3 worden de woorden « per aangetekende brief of tegen bewijs van ontvangst » geschrapt;4° § 4 wordt vervangen door wat volgt : « § 4.De gegevens vermeld in § 2 en § 3 moeten worden meegedeeld : a) voor het basisonderwijs : vóór 15 juni.In afwijking hiervan moeten ze worden meegedeeld op de vijfde werkdag van oktober voor de scholen die de eerste schooldag van oktober als teldag hebben; b) voor het gewoon secundair onderwijs, het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs, het deeltijds beroepssecundair onderwijs en het buitengewoon secundair onderwijs : in de periode vanaf 1 augustus en in ieder geval voor 15 september. In afwijking hiervan moeten ze worden meegedeeld op de vijfde werkdag van oktober voor de instellingen van het buitengewoon secundair onderwijs die de eerste schooldag van oktober als teldag hebben; c) voor het deeltijds kunstonderwijs en het onderwijs voor sociale promotie voor de vijfde werkdag van oktober;d) voor de centra in de periode vanaf 1 augustus en in ieder geval voor 20 september.» Art. 22.Artikel 25quater van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 31/08/1999 pub. 07/03/2000 numac 2000035148 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage sluiten en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 1 maart 2002 en 5 december 2003, wordt opgeheven. Art. 23.Artikel 26 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 22 september 1998, 31 augustus 1999, 1 maart 2002 en 5 december 2003, wordt opgeheven. Art. 24.Artikel 27 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999 en 5 december 2003, wordt vervangen door wat volgt : « Art. 27.De toewijzingen door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap, meegedeeld aan het personeelslid per aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs en aan de inrichtende macht met een gewone brief, gaan in uiterlijk op : a) 1 september voor het basisonderwijs;b) 15 september voor de andere. In uitzonderlijke omstandigheden kan van deze datum worden afgeweken. » Art. 25.In artikel 28 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 22 september 1998 en 31 augustus 1999, wordt § 1 vervangen door wat volgt : « § 1. De reaffectaties en wedertewerkstellingen door de interprovinciale reaffectatiecommissie gaan in uiterlijk op 1 november. » Art. 26.In artikel 31, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999 en 5 december 2003, worden in de tweede zin telkens de woorden « van het secundair onderwijs » geschrapt. Art. 27.In hoofdstuk II van titel IV van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 22 september 1998, 31 augustus 1999 en 5 december 2003, wordt het opschrift « Afdeling 1 - Het gewoon basisonderwijs » geschrapt. Art. 28.Artikel 34 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 22 september 1998, 31 augustus 1999 en 5 december 2003, wordt vervangen door wat volgt : « Art. 34.§ 1. A. Instellingen die behoren tot een scholengemeenschap : Elke inrichtende macht is : 1° Verplicht om, bij het toewijzen van een betrekking van het ambt van onderwijzer bij voorrang een beroep te doen : a) eerst op elke directeur van een basisschool die tot dezelfde scholengemeenschap behoort en die ze ter beschikking heeft gesteld bij toepassing van de wettelijke bepalingen tot opheffing van de vierde graden of van artikel 22, a en c, van de gecoördineerde wetten op het lager onderwijs, of nog van de bepalingen van het koninklijk besluit houdende de eerste maatregelen tot rationalisatie van het gewoon lager onderwijs.Als deze inrichtende macht zelf verscheidene directeurs ter beschikking heeft gesteld, begint ze opnieuw in dienst te roepen degene die de grootste dienstanciënniteit heeft en, bij gelijke dienst anciënniteit degene met de grootste ambtsanciënniteit; bij gelijke ambtsanciënniteit heeft het oudste personeelslid voorrang; b) dan op elke directeur van een basisschool die tot dezelfde scholengemeenschap behoort en die ter beschikking gesteld is bij toepassing van de wettelijke bepalingen tot opheffing van de vierde graden of van artikel 22, a en c, en van de gecoördineerde wetten op het lager onderwijs, of nog van de bepalingen van het koninklijk besluit houdende eerste maatregelen tot rationalisatie van het gewoon lager onderwijs in een lagere school of in een basisschool die ze van een andere inrichtende macht heeft overgenomen.2° Elke inrichtende macht is in volgende volgorde : a) Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in die instelling.Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt. b) Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort.Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en voor personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt. c) Verplicht elke directeur van een basisschool die tot dezelfde scholengemeenschap behoort en bij deze inrichtende macht ter beschikking gesteld is bij toepassing van de wettelijke bepalingen tot opheffing van de vierde graden of van artikel 22, a en c, van de gecoördineerde wetten op het lager onderwijs, of nog van de bepalingen van het koninklijk besluit houdende de eerste maatregelen tot rationalisatie van het gewoon lager onderwijs of die ter beschikking werd gesteld in een lagere school die ze van een andere inrichtende macht heeft overgenomen in dienst te nemen, zelfs als ze nadien het hogervermeld personeelslid heeft vast benoemd in een van de ambten van onderwijzer, van leermeester godsdienst of van leermeester niet-confessionele zedenleer of van leermeester lichamelijke opvoeding of van bijzonder leermeester;d) Verplicht elke persoon die bij deze inrichtende macht ter beschikking gesteld is in « hetzelfde ambt » in een instelling die tot dezelfde scholengemeenschap behoort en die van een andere inrichtende macht is overgenomen, hetzij door gewone overname, hetzij door fusie van instellingen in dienst te nemen.Deze verplichting geldt niet als een tijdelijk vacante betrekking aangeboden moet worden aan een ter beschikking gesteld directeur die met toepassing van artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 belast is met de functie van adjunct-directeur, behalve als de tijdelijk vacante betrekking van directeur zich voordoet in de school waar het personeelslid de functie van adjunct-directeur waarneemt. Voor de toepassing van 1° en 2° geldt het volgende : - Als de inrichtende macht en het personeelslid akkoord gaan, kan van deze volgorde worden afgeweken. - Als het gaat om een wervingsambt wordt het personeelslid met de grootste dienstanciënniteit eerst in dienst geroepen. Bij gelijke dienstanciënniteit heeft het personeelslid met de grootste ambtsanciënniteit voorrang. Is de ambtsanciënniteit gelijk dan wordt aan het oudste personeelslid eerst een betrekking toegewezen. 3° Verplicht om en naar keuze, bij het toewijzen van een functie van adjunct-directeur, bedoeld bij artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, één van de directeurs van een basisschool in dienst te nemen die ten gevolge van de vrijwillige fusie ter beschikking zijn gesteld wegens ontstentenis van betrekking.4° Vrij om één van de ter beschikking gestelde personeelsleden van de instellingen van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoren, in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie in een instelling van de inrichtende macht die tot dezelfde scholengemeenschap behoort.Deze wedertewerkstelling gebeurt steeds met instemming van het terbeschikkinggestelde personeelslid. Deze vrijwillige wedertewerkstelling kan ook plaatsvinden in een betrekking die wordt ingenomen door een personeelslid dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven. 5° Verplicht om de ter beschikking gestelde personeelsleden van de instellingen van de scholengemeenschap die door de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie, in dienst te nemen.Dit geldt niet als de betrekking die moet worden toegewezen een betrekking is van directeur, op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan één van haar personeelsleden. Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt, met uitzondering van de betrekking van directeur op voorwaarde dat de inrichtende macht de betrekking toewijst aan één van haar personeelsleden. Deze verplichting geldt niet als een betrekking moet worden aangeboden aan een ter beschikking gestelde directeur die met toepassing van artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 belast is met de functie van adjunct-directeur in een instelling van een andere inrichtende macht. 6° En onverminderd de bepalingen van hetzij het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs hetzij het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, in volgende volgorde : a) vrij een mutatie of nieuwe affectatie door te voeren;b) verplicht een personeelslid aan te stellen of in dienst te houden dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven;c) vrij een ter beschikking gesteld personeelslid in dienst te nemen;d) vrij een personeelslid aan te stellen dat de voorwaarden vervult van artikel 2, § 2, 5°.7° Verplicht in het gemeenschapsonderwijs om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de reaffectatiecommissie van de scholengroep worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.8° Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de interprovinciale reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen.9° Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn en die door de Vlaamse reaffectatiecommissie worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. B. Instellingen die niet tot een scholengemeenschap behoren. Elke inrichtende macht is : 1° Verplicht om, bij het toewijzen van een betrekking van het ambt van onderwijzer bij voorrang een beroep te doen : a) eerst op elke directeur van een basisschool die niet tot een scholengemeenschap behoort en die ze ter beschikking heeft gesteld bij toepassing van de wettelijke bepalingen tot opheffing van de vierde graden of van artikel 22, a en c, van de gecoördineerde wetten op het lager onderwijs, of nog van de bepalingen van het koninklijk besluit houdende de eerste maatregelen tot rationalisatie van het gewoon lager onderwijs.Als deze inrichtende macht zelf verscheidene directeurs ter beschikking heeft gesteld, begint ze opnieuw in dienst te roepen degene die de grootste dienstanciënniteit heeft en, bij gelijke dienst anciënniteit degene met de grootste ambtsanciënniteit; bij gelijke ambtsanciënniteit heeft het oudste personeelslid voorrang; b) dan op elke directeur van een basisschool die niet tot een scholengemeenschap behoort en die ter beschikking gesteld is bij toepassing van de wettelijke bepalingen tot opheffing van de vierde graden of van artikel 22, a en c, en van de gecoördineerde wetten op het lager onderwijs, of nog van de bepalingen van het koninklijk besluit houdende eerste maatregelen tot rationalisatie van het gewoon lager onderwijs in een lagere school of in een basisschool die ze van een andere in richtende macht heeft overgenomen, zelfs als ze nadien het hogervermeld personeelslid heeft vast benoemd in een van de ambten van onderwijzer, van leermeester godsdienst of van leermeester niet-confessionele zedenleer of van leermeester lichamelijke opvoeding of van bijzonder leermeester;2° Elke inrichtende macht is in volgende volgorde : a) Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een instelling van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in die instelling.Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en door personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt. b) Verplicht om de personeelsleden die ter beschikking gesteld zijn in "hetzelfde ambt" in een instelling van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort of in een instelling van deze inrichtende macht die vóór 1 september 2005 werd gesloten, bij wijze van reaffectatie en beperkt tot de prestaties waarvoor de terbeschikkingstelling werd uitgesproken, in dienst te nemen in een instelling van deze inrichtende macht die niet tot dezelfde scholengemeenschap behoort.Deze verplichting geldt eveneens voor betrekkingen die zijn ingenomen door tijdelijke personeelsleden die aangesteld zijn voor doorlopende duur en voor personeelsleden die waarnemend of tijdelijk aangesteld zijn in een selectie- of bevorderingsambt. c) Verplicht elke directeur van een basisschool die niet tot een scholengemeenschap behoort en die bij deze inrichtende macht ter beschikking gesteld is bij toepassing van de wettelijke bepalingen tot opheffing van de vierde graden of van artikel 22, a en c, van de gecoördineerde wetten op het lager onderwijs, of nog van de bepalingen van het koninklijk besluit houdende de eerste maatregelen tot rationalisatie van het gewoon lager onderwijs of die ter beschikking werd gesteld in een lagere school die ze van een andere inrichtende macht heeft overgenomen in dienst te nemen, zelfs als ze nadien het hogervermeld personeelslid heeft vast benoemd in een van de ambten van onderwijzer, van leermeester godsdienst of van leermeester niet-confessionele zedenleer of van leermeester lichamelijke opvoeding of van bijzonder leermeester;d) Verplicht elke persoon die bij deze inrichtende macht ter beschikking gesteld is in « hetzelfde ambt » in een instelling die niet tot een scholengemeenschap behoort en die van een andere inrichtende macht is overgenomen, hetzij door gewone overname, hetzij door fusie van instellingen in dienst te nemen.Deze verplichting geldt niet als een tijdelijk vacante betrekking aangeboden moet worden aan een ter beschikking gesteld directeur die met toepassing van artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 belast is met de functie van adjunct-directeur, behalve als de tijdelijk vacante betrekking van directeur zich voordoet in de school waar het personeelslid de functie van adjunct-directeur waarneemt. Voor de toepassing van 1° en 2° geldt het volgende : - Als de inrichtende macht en het personeelslid akkoord gaan, kan van deze volgorde worden afgeweken. - Als de inrichtende macht verscheidene personen ter beschikking heeft gesteld, begint ze als het gaat om een wervingsambt, opnieuw in dienst te roepen degene die de grootste dienstanciënniteit heeft en bij gelijke dienstanciënniteit, degene met de grootste ambtsanciënniteit; bij gelijke ambtsanciënniteit heeft het oudste personeelslid voorrang; 3° Verplicht om en naar keuze, bij het toewijzen van een functie van adjunct-directeur, bedoeld bij artikel 129 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, één van de directeurs van een basisschool in dienst te nemen die ten gevolge van de vrijwillige fusie ter beschikking zijn gesteld wegens ontstentenis van betrekking.4° Vrij om één van de terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoren, in dienst te nemen bij wijze van wedertewerkstelling binnen dezelfde categorie in een instelling van de inrichtende macht die niet tot een scholengemeenschap behoort.Deze wedertewerkstelling gebeurt steeds met instemming van het terbeschikkinggestelde personeelslid. Deze vrijwillige wedertewerkstelling kan ook plaatsvinden in een betrekking die wordt ingenomen door een personeelslid dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven. 5° Verplicht om de terbeschikkinggestelde personeelsleden die : a) door de reaffectatiecommissie van de scholengroep voor wat het gemeenschapsonderwijs betreft;b) door de interprovinciale reaffectatiecommissie voor wat het gesubsidieerd onderwijs betreft;c) door de Vlaamse reaffectatiecommissie voor wie geen interprovinciale reaffectatiecommissie bestaat; worden toegewezen bij wijze van reaffectatie of wedertewerkstelling, in dienst te nemen. Dat …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.