Wet houdende diverse bepalingen betreffende justitie
Kort samengevat
Deze wet regelt diverse bepalingen betreffende justitie, met een focus op de vereenvoudiging van regels rond onbekwaamheid en de bescherming van de menselijke waardigheid. Het wijzigt bestaande wetten om de omgang met lastgevingen en rechterlijke beschermingsmaatregelen te stroomlijnen.
Wat het regelt
- De vereenvoudiging van bepalingen in het Burgerlijk Wetboek en het Gerechtelijk Wetboek betreffende onbekwaamheid.
- De hervorming van regelingen inzake onbekwaamheid en de instelling van een nieuwe beschermingsstatus.
- De registratie en beëindiging van lastgevingen.
- De bevoegdheden van de vrederechter bij lastgevingen en rechterlijke beschermingsmaatregelen.
Wie het aanbelangt
- Personen die te maken hebben met lastgevingen of rechterlijke beschermingsmaatregelen.
- Lasthebbers en bewindvoerders.
Kernpunten
- De beëindiging van een lastgeving moet geregistreerd worden.
- De lasthebber moet de lastgever zoveel mogelijk betrekken bij de uitoefening van zijn opdracht en minstens eenmaal per jaar overleg plegen.
- De vrederechter kan een lastgeving geheel of gedeeltelijk beëindigen als de belangen van de lastgever in het gedrang komen.
- De vrederechter evalueert de rechterlijke beschermingsmaatregel ambtshalve indien nodig of bij een fundamentele wijziging in de omstandigheden.
Wettekst
21 DECEMBER 2018. - Wet houdende diverse bepalingen betreffende justitie De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : TITEL 1. - Algemene bepaling Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. TITEL 2. - Vereenvoudiging van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek en het Gerechtelijk Wetboek betreffende de onbekwaamheid, en van de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0 tot hervorming van de regelingen inzake onbekwaamheid en tot instelling van een nieuwe beschermingsstatus die strookt met de menselijke waardigheid HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het Burgerlijk Wetboek Art. 2.In artikel 145/1 van het Burgerlijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0 en gewijzigd bij de wet van 18 juni 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten2, wordt het derde lid opgeheven. Art. 3.In artikel 186 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0, wordt het derde lid opgeheven. Art. 4.In artikel 231 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0, wordt het derde lid opgeheven. Art. 5.In artikel 328, § 2, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0 en gewijzigd bij de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten2, wordt het derde lid opgeheven. Art. 6.Artikel 489 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0, wordt aangevuld met de woorden "en de personen, en op daden van beheer zoals bedoeld in artikel 494, g)". Art. 7.In artikel 490 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden ", wordt geregistreerd" vervangen door de woorden ", en de beëindiging van deze lastgeving krachtens het vijfde lid worden geregistreerd"; 2° in het vijfde lid wordt de zin die begint met de woorden "De lasthebber en de meerderjarige of ontvoogde minderjarige lastgever" en eindigt met de woorden "de redenen voor deze beslissing.", vervangen door de volgende zinnen: "De lasthebber, de meerderjarige lastgever die wilsbekwaam is of de ontvoogde minderjarige voor wie geen beschermingsmaatregel werd getroffen als bedoeld in artikel 492/1, delen hun beslissing om de overeenkomst te beëindigen aan de in het tweede lid bedoelde griffier of notaris mee. De lasthebber deelt deze informatie mee aan de vrederechter.". Art. 8.In artikel 490/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0, en gewijzigd bij de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten2, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zin "De artikelen 1241 en 1246 van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing." opgeheven; 2° in paragraaf 2, derde lid, wordt de zin "De bepalingen van deel IV, boek IV, hoofdstuk X, afdeling I van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing." opgeheven; 3° in paragraaf 3 wordt het tweede lid opgeheven. Art. 9.In artikel 490/2 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1 wordt het derde lid vervangen als volgt: "De lasthebber betrekt de lastgever zoveel mogelijk en in verhouding tot diens begripsvermogen bij de uitoefening van zijn opdracht.Hij pleegt bij de uitvoering van zijn opdracht op regelmatige tijdstippen en ten minste eenmaal per jaar overleg met de lastgever en, in voorkomend geval, de door de lastgever aangewezen personen."; 2° in paragraaf 1, vierde lid, wordt de zin "De in artikel 1250 van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde procedure is van toepassing." opgeheven; 3° in paragraaf 1 wordt het zesde lid vervangen als volgt: "Heeft de lastgever meerdere lasthebbers aangewezen, dan worden de geschillen tussen hen beslecht in het belang van de lastgever, na getracht te hebben het standpunt van de partijen dichter bij elkaar te brengen overeenkomstig artikel 1247 van het Gerechtelijk Wetboek."; 4° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt: " § 2.De vrederechter kan te allen tijde de bijzondere of algemene lastgeving bedoeld in artikel 490 geheel of gedeeltelijk beëindigen, indien de wijze waarop de lasthebber de opdracht uitvoert van die aard is dat de belangen van de lastgever in het gedrang komen. Hij kan deze lastgeving geheel of gedeeltelijk vervangen door rechterlijke beschermingsmaatregelen die beter overeenstemmen met de belangen van de lastgever. Hij kan de tenuitvoerlegging van de lastgeving of de uitoefening van de bevoegdheden van de lasthebber onderwerpen aan dezelfde vormvereisten als degene die van toepassing zijn op de rechterlijke beschermingsmaatregelen. De vrederechter kan ofwel ambtshalve, ofwel op verzoek van enige belanghebbende of van de procureur des Konings, uitspraak doen over de uitvoeringsmodaliteiten van de lastgeving of over de bevoegdheden van de lasthebber. In geval van niet-naleving van de uitvoeringsmodaliteiten van de lastgeving of van de bevoegdheden van de lasthebber, gelden dezelfde sancties als degene waarin is voorzien voor een rechterlijke beschermingsmaatregel."; 5° in paragraaf 3 wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt: "1° ingeval niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden bedoeld in de artikelen 488/1 en 488/2;"; 6° in paragraaf 3, 2° en 3°, worden de woorden "de kennisgeving" telkens vervangen door de woorden "de registratie". Art. 10.In artikel 492 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten2, wordt het tweede lid opgeheven. Art. 11.In artikel 492/1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0 en gewijzigd bij de wetten van 25 april 2014, 31 juli 2017 en 7 januari 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
- a)in paragraaf 1, derde lid, wordt de bepaling onder 15° opgeheven;
- b)in paragraaf 1, derde lid, wordt de bepaling onder 17° aangevuld met de woorden "of het verzet daartegen overeenkomstig artikel 10 van dezelfde wet";
- c)in paragraaf 1, derde lid, wordt de bepaling onder 19° vervangen als volgt: "19° het verlenen van de toestemming tot de wegneming van lichaamsmateriaal bij levenden bedoeld in de artikelen 10, 12 en 20, § 1, van de wet van 19 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten6 inzake het verkrijgen en het gebruik van menselijk lichaamsmateriaal met het oog op de geneeskundige toepassing op de mens of het wetenschappelijk onderzoek, of het verzet daartegen overeenkomstig de artikelen 12 en 20, § 2, van dezelfde wet;";
- d)paragraaf 1, derde lid, wordt aangevuld met de bepalingen onder 21° en 22°, luidende: "21° de ondertekening of authenticatie met behulp van de elektronische identiteitskaart overeenkomstig artikel 6, § 7, van de wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters, de identiteitskaarten, de vreemdelingenkaarten en de verblijfsdocumenten en tot wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen; 22° de aflegging van de in artikel 135/1 bedoelde aangifte van de overtuiging dat het geslacht vermeld in de akte van geboorte niet overeenstemt met de innerlijk beleefde genderidentiteit.";
- e)in paragraaf 1 wordt tussen het derde lid en vierde lid een lid ingevoegd, luidende: "De rechter spreekt zich in alle gevallen ook uit over de bevoegdheid van de bewindvoerder om de rechten van de patiënt uit te oefenen op basis van artikel 14, § 2, van de wet van 22 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/08/2002 pub. 17/09/2002 numac 2002011312 bron ministerie van economische zaken Wet houdende diverse bepalingen betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen type wet prom. 22/08/2002 pub. 10/09/2002 numac 2002022684 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen inzake gezondheidszorg type wet prom. 22/08/2002 pub. 26/09/2002 numac 2002022737 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de rechten van de patiënt sluiten betreffende de rechten van de patiënt voor het geval hij zelf deze rechten niet kan uitoefenen volgens voornoemde wet.";
- f)in paragraaf 2, derde lid, 4°, worden de woorden "van meer dan negen jaar" opgeheven;
- g)paragraaf 2, derde lid, wordt aangevuld met de bepalingen onder 19° en 20°, luidende: "19° de uitoefening van zijn rechten en plichten in fiscale en sociale zaken; 20° het aangaan van periodieke schulden.";
- h)paragraaf 2, vierde lid, wordt aangevuld met de woorden "en of en onder welke voorwaarden de beschermde persoon een bankkaart kan gebruiken om die handelingen te stellen". Art. 12.In artikel 492/4 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0, en gewijzigd bij de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten2, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid wordt de zin "Artikel 1246 van het Gerechtelijk Wetboek en, ingeval het een verzoek tot beëindiging van de rechterlijke beschermingsmaatregel betreft, artikel 1241 van het Gerechtelijk Wetboek, zijn van toepassing." opgeheven; 2° het tweede lid wordt vervangen als volgt: "De vrederechter evalueert de rechterlijke beschermingsmaatregel ambtshalve indien hij het nodig acht of indien er zich een fundamentele wijziging in de omstandigheden heeft voorgedaan en handelt, in voorkomend geval, overeenkomstig het eerste lid.De bewindvoerder brengt de vrederechter op de hoogte telkens er zich een fundamentele wijziging in de omstandigheden heeft voorgedaan.". Art. 13.Artikel 492/5 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0, wordt opgeheven. Art. 14.In artikel 493, § 3, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0 en gewijzigd bij de wetten van 12 mei 2014 en 31 juli 2017, wordt de zin "De in artikel 1250 van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde procedure is van toepassing." opgeheven. Art. 15.In artikel 496 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0, wordt het zesde lid opgeheven. Art. 16.In artikel 496/7, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0, wordt de zin "De in artikel 1250 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalde procedure is van toepassing." opgeheven. Art. 17.In artikel 497/2 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 15 oktober 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
- a)in de inleidende zin worden de woorden ", in zoverre de beschermde persoon daarvoor handelingsonbekwaam werd verklaard" ingevoegd tussen de woorden "De volgende handelingen zijn" en de woorden "niet vatbaar voor";
- b)de bepaling onder 17° wordt vervangen als volgt: "17° de in artikel 135/1 bedoelde aangifte van de overtuiging dat het geslacht vermeld in de akte van geboorte niet overeenstemt met de innerlijk beleefde genderidentiteit;";
- c)het artikel wordt aangevuld met de bepaling onder 28°, luidende: "28° het verlenen van de toestemming tot het wegnemen van organen bedoeld in artikel 5 of 10 van de wet van 13 juni 1986Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/11/1997 pub. 06/02/1998 numac 1998009048 bron ministerie van justitie Wet strekkende om het geweld tussen partners tegen te gaan sluiten0 betreffende het wegnemen en transplanteren van organen.". Art. 18.In artikel 497/3, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het enige lid wordt vervangen als volgt: "Geschillen tussen de bewindvoerder over de persoon en de bewindvoerder over de goederen of tussen de bewindvoerders over de goederen worden beslecht in het belang van de beschermde persoon, na getracht te hebben het standpunt van de partijen dichter bij elkaar te brengen overeenkomstig artikel 1247 van het Gerechtelijk Wetboek."; 2° de paragraaf wordt aangevuld met een lid, luidende: "De in het eerste lid bedoelde procedure is ook van toepassing op de geschillen tussen enerzijds de bewindvoerder over de persoon of de bewindvoerder over de goederen en anderzijds de beschermde persoon.". Art. 19.In artikel 497/4 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0, wordt het tweede lid opgeheven. Art. 20.In artikel 497/5 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden "de goedkeuring van het verslag bedoeld in de artikelen 498/3, 498/4, 499/14 of 499/17" vervangen door de woorden "onderzoek van het verslag bedoeld in de artikelen 498/3, 498/4, 499/14 of 499/17, overeenkomstig artikel 497/8, en de goedkeuring ervan";2° in het derde lid wordt de tweede zin aangevuld met de woorden "en de wijze bepalen waarop de vergoeding van deze kosten wordt begroot";3° in het vierde lid wordt de derde zin aangevuld met de woorden "en kan bepalen welke ambtsverrichtingen als buitengewoon kunnen worden beschouwd";4° in het vierde lid wordt het woord "overlegging" vervangen door het woord "mededeling". Art. 21.Artikel 497/6 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0, wordt vervangen als volgt: "Art. 497/6.De vrederechter kan de maatregelen bedoeld in artikel 1246 van het Gerechtelijk Wetboek nemen om inlichtingen in te winnen over de familiale, morele en materiële toestand van de te beschermen persoon alsook over diens levensomstandigheden.". Art. 22.Artikel 497/8 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0, wordt vervangen als volgt: "Art. 497/8.De vrederechter onderzoekt en keurt de verslagen bedoeld in de artikelen 498/3, 498/4, 499/6, 499/14 of 499/17 goed nadat minstens werd nagegaan of: 1° het verslag en, indien nodig, de bij het verslag gevoegde documenten, zijn neergelegd;2° het verslag ten minste de wettelijk vereiste elementen bevat;3° het verslag in overeenstemming is met het door de Koning opgestelde model;4° indien er meerdere bewindvoerders zijn, de wijze van opmaak van het verslag bedoeld in artikel 498/3, § 2, derde lid, werd nageleefd;en 5° er geen ernstige aanwijzingen zijn van tekortkomingen of fraude in het beheer van de bewindvoerder.". Art. 23.In artikel 498/3 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "brengt de bewindvoerder jaarlijks schriftelijk verslag uit" vervangen door de woorden "deelt de bewindvoerder jaarlijks een schriftelijk verslag mee";2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "brengt jaarlijks schriftelijk verslag uit" vervangen door de woorden "deelt jaarlijks een schriftelijk verslag mee";3° er wordt een paragraaf 2/1 ingevoegd, luidende: " § 2/1.Wanneer slechts één bewindvoerder wordt aangewezen als bewindvoerder over de persoon en over de goederen, brengt die bewindvoerder jaarlijks één enkel verslag uit."; 4° in paragraaf 3, eerste lid, wordt de eerste zin vervangen door de zin "De vrederechter gaat na of het verslag voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 497/8 en indien dat het geval is, keurt hij het verslag goed" en worden de woorden "aan hem overgezonden" vervangen door de woorden "hem ter kennis gebracht". Art. 24.In artikel 498/4 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0 worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de eerste en de tweede zin vervangen als volgt: "De bewindvoerder deelt binnen een maand na de beëindiging van zijn opdracht een eindverslag, opgesteld overeenkomstig artikel 498/3, § 1, derde lid, en/of 498/3, § 2, tweede lid, mee aan de vrederechter, aan de persoon ten aanzien van wie de rechterlijke beschermingsmaatregel is beëindigd of aan de nieuwe bewindvoerder.Het verslag wordt in laatstgenoemd geval eveneens meegedeeld aan de beschermde persoon en diens vertrouwenspersoon."; 2° het tweede lid wordt vervangen als volgt: "De vrederechter gaat na of het verslag voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 497/8.Naargelang van het resultaat keurt hij het verslag goed of weigert hij het. In voorkomend geval wordt melding gemaakt van de reden voor de weigering om het verslag goed te keuren."; 3° het derde lid wordt opgeheven;4° in het vierde lid, dat het derde lid wordt, worden de woorden "en het proces-verbaal worden" vervangen door het woord "wordt". Art. 25.In artikel 499/1, § 3, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0, worden de woorden "en ten minste één maal per jaar" ingevoegd tussen de woorden "op regelmatige tijdstippen" en de woorden "overleg met de beschermde". Art. 26.In artikel 499/6 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid worden de woorden "bezorgt uiterlijk zes weken na de aanvaarding van zijn aanwijzing een verslag over de leefsituatie van de beschermde persoon" vervangen door de woorden "deelt uiterlijk zes weken na de kennisgeving van de beslissing waarbij een maatregel ter bescherming van de persoon bevolen is een verslag over de leefsituatie van de beschermde persoon mee";2° in het tweede lid worden de woorden "één maand na de aanvaarding van zijn aanwijzing" vervangen door de woorden "zes weken na de kennisgeving van de beslissing waarbij een maatregel ter bescherming van de persoon bevolen werd" en worden de woorden "zendt hij dit verslag over" vervangen door de woorden "deelt hij dit verslag mee". Art. 27.In artikel 499/7 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0 en gewijzigd bij de wet van 31 juli 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten8, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
- a)in paragraaf 1 worden het eerste lid, 2°, het tweede en het derde lid opgeheven;
- b)in paragraaf 3 worden de woorden "de bewindvoerder tevens machtigen" vervangen door de woorden "een bewindvoerder tevens machtigen" en worden de zinnen "Indien de zaak slechts door de bewindvoerder over de persoon of de bewindvoerder over de goederen bij hem aanhangig wordt gemaakt, wordt de andere gehoord of tenminste bij gerechtsbrief opgeroepen.Door die oproeping wordt hij partij in het geding." opgeheven;
- c)in paragraaf 4 wordt de zin "De artikelen 1241 en 1246 van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing." opgeheven. Art. 28.In artikel 499/10 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0, worden de woorden "bij artikel 1250 van het Gerechtelijk Wetboek" vervangen door de woorden "in deel 4, boek IV, hoofdstuk X, afdeling 1, van het Gerechtelijk Wetboek". Art. 29.In artikel 499/11 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0, worden de woorden "overeenkomstig de in artikel 1252 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalde procedure" opgeheven. Art. 30.In artikel 499/14 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0, worden volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "brengt de bewindvoerder jaarlijks schriftelijk verslag uit" vervangen door de woorden "deelt de bewindvoerder jaarlijks een schriftelijk verslag mee"; 2° in paragraaf 1, vierde lid, wordt de eerste zin vervangen door de zin "De vrederechter gaat na of het verslag voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 497/8 en indien dat het geval is, keurt hij het verslag goed." en worden de woorden "aan hem overgezonden" vervangen door de woorden "hem ter kennis gebracht"; 3° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "bezorgt jaarlijks een schriftelijk verslag" vervangen door de woorden "deelt jaarlijks een schriftelijk verslag mee"; 4° in paragraaf 2 wordt het derde lid vervangen als volgt: "Met het verslag wordt voor elke bankrekening een kopie meegedeeld van de door de bank uitgebrachte lijst van de verrichtingen tijdens de periode waarop het verslag betrekking heeft, met vermelding van het saldo ter staving van de in het verslag vermelde saldi alsook, in voorkomend geval, een attest van de financiële instelling betreffende de belegde kapitalen."; 5° in paragraaf 2, vijfde lid, wordt de zin "De vrederechter keurt in een proces-verbaal het verslag goed." vervangen door de zin "De vrederechter gaat na of het verslag voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 497/8 en indien dat het geval is, keurt hij het verslag goed."; 6° in paragraaf 3 worden de woorden "en het proces-verbaal worden" vervangen door het woord "wordt". Art. 31.In artikel 499/15 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0, wordt de zin "De procedure van artikel 1250 van het Gerechtelijk Wetboek is van toepassing." opgeheven. Art. 32.Artikel 499/17 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0 en gewijzigd bij de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten2, wordt vervangen als volgt: "Art 499/17. De bewindvoerder deelt binnen een maand na de beëindiging van zijn opdracht, een eindverslag opgesteld overeenkomstig artikel 499/14, § 1, derde lid en/of artikel 499/14, § 2, tweede lid, mee aan de vrederechter, aan de persoon ten aanzien van wie de rechterlijke beschermingsmaatregel is beëindigd of aan de nieuwe bewindvoerder. Het verslag wordt in laatstgenoemd geval eveneens meegedeeld aan de beschermde persoon en diens vertrouwenspersoon. De vrederechter gaat na of het verslag voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 497/8 en naargelang van het resultaat keurt hij het verslag goed of weigert hij het. In voorkomend geval wordt melding gemaakt van de reden voor de weigering om het verslag goed te keuren. Het verslag wordt toegevoegd aan het administratief dossier bedoeld in artikel 1253 van het Gerechtelijk Wetboek. Bij betwisting wordt overeenkomstig de artikelen 1358 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek rekening en verantwoording voor de rechtbank afgelegd.". Art. 33.Artikel 499/18 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0, wordt vervangen als volgt: "Art. 499/18.Zolang het verslag bedoeld in artikel 499/17, eerste lid, niet goedgekeurd en meegedeeld is overeenkomstig die bepaling, kunnen tussen de persoon ten aanzien van wie de rechterlijke beschermingsmaatregel is beëindigd en zijn vroegere bewindvoerder over de goederen geen geldige overeenkomsten worden gesloten en blijft artikel 908 van toepassing. De nieuwe bewindvoerder over de goederen of de vroeger beschermde persoon kan slechts opheffing van de zekerheidstelling die de bewindvoerder inzake zijn beheer heeft gegeven verlenen ten vroegste nadat het verslag bedoeld in artikel 499/17, eerste lid, goedgekeurd en meegedeeld is overeenkomstig die bepaling.". Art. 34.In artikel 499/19, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0 en vervangen bij de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten2, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het eerste en tweede lid worden vervangen als volgt: "Indien de beschermde persoon tijdens de duur van het bewind overlijdt, kan de vrederechter, ambtshalve of op verzoek van de bewindvoerder, van de vertrouwenspersoon of van elke belanghebbende evenals van de procureur des Konings, in afwijking van paragraaf 1, de bewindvoerder over de goederen, bij afwezigheid van erfgenamen die zich bij deze bewindvoerder hebben aangemeld, machtigen om diens opdracht uit te oefenen tot uiterlijk zes maanden na dit overlijden. In dat geval zijn de bevoegdheden van de bewindvoerder beperkt: 1° tot de eventuele teruggave van een goed dat de beschermde persoon als hoofdverblijfplaats had gehuurd, met inbegrip van het recht om te beschikken over de huurwaarborg;2° voor zover dat ze het overlijden van de beschermde persoon voorafgaan, tot de betaling bij voorafneming op de tegoeden van de nalatenschap:
- a)de bezoldigingen en vergoedingen bedoeld in artikel 497/5;
- b)de begrafeniskosten;
- c)de andere bevoorrechte schuldvorderingen vermeld in de artikelen 19 en 20 van de hypotheekwet van 16 december 1851;
- d)de rusthuiskosten;3° tot het vragen van de aanwijzing van een curator bij een onbeheerde nalatenschap, van een sekwester of van een voorlopige bewindvoerder voor de nalatenschap. De opdracht van de bewindvoerder eindigt in ieder geval op het tijdstip waarop de curator over de onbeheerde nalatenschap zijn opdracht aanvat of op het tijdstip waarop een erfgenaam zich aanmeldt. De bewindvoerder deelt deze informatie mee aan de vrederechter."; 2° in het vroegere derde lid, dat het vierde lid wordt, worden de woorden "artikel 499/17, § 2," vervangen door de woorden "artikel 499/17, eerste lid" en worden de woorden "legt de bewindvoerder binnen de termijn bedoeld in het eerste lid, zijn definitief verslag en rekening neer ter griffie" vervangen door de woorden "deelt de bewindvoerder, binnen de termijn bedoeld in het eerste lid, zijn definitief verslag en rekening mee aan de griffie,". Art. 35.In artikel 500/2 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0 worden de woorden "binnen een maand nadat het verslag bedoeld in artikel 499/6 bij het administratief dossier is gevoegd, na de ouders, de beschermde persoon en diens vertrouwenspersoon te hebben gehoord" vervangen door de woorden "in de beschikking die de ouders als bewindvoerders van de beschermde persoon aanstelt". Art. 36.In artikel 500/3 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, derde lid, worden de woorden "waarbij de voorkeur wordt gegeven aan de bemiddeling overeenkomstig de artikelen 1724 tot 1737 van het Gerechtelijk Wetboek en bij ontstentenis daarvan overeenkomstig de procedure bepaald in artikel 1252 van het Gerechtelijk Wetboek" vervangen door de woorden "na getracht te hebben het standpunt van de partijen dichter bij elkaar te brengen, overeenkomstig artikel 1247 van het Gerechtelijk Wetboek";2° in paragraaf 2 worden de woorden "overeenkomstig de procedure bepaald in artikel 1252 van het Gerechtelijk Wetboek" opgeheven. Art. 37.In artikel 501 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0, wordt het vijfde lid opgeheven. Art. 38.In artikel 501/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0, wordt het tweede lid opgeheven. Art. 39.In titel XI, hoofdstuk II/1, afdeling 4, onderafdeling 5, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 501/3 ingevoegd, luidende: "Art. 501/3.De geschillen tussen de vertrouwenspersoon en de beschermde persoon of één van de bewindvoerders en tussen de vertrouwenspersonen worden geregeld in het belang van de beschermde persoon, na getracht te hebben het standpunt van de partijen dichter bij elkaar te brengen, overeenkomstig artikel 1247 van het Gerechtelijk Wetboek.". Art. 40.In artikel 905 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0 en gewijzigd bij de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten2, wordt het zesde lid opgeheven. Art. 41.Artikel 908 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0 en gewijzigd bij de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten2, wordt vervangen als volgt: "Art. 908.De in boek 1, titel XI, hoofdstuk II/1, bedoelde bewindvoerder en eenieder die een gerechtelijk mandaat uitoefent, kunnen geen voordeel genieten van beschikkingen onder de levenden of bij testament die de beschermde persoon of de persoon ten aanzien van wie dit mandaat wordt uitgeoefend tijdens de rechterlijke bescherming of dit mandaat te hunnen behoeve mocht hebben gemaakt. Deze bepaling is niet van toepassing op de personen bedoeld in artikel 496, eerste lid, en artikel 909, derde lid, 2° en 3°. ". Art. 42.In artikel 1100/2, § 2, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 31 juli 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten8, wordt de zin "De artikelen 1241 en 1246 van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing." opgeheven. Art. 43.In artikel 1397/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het tweede lid wordt opgeheven;2° in het derde lid wordt de zin "De bij artikel 1250 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalde rechtspleging is van toepassing" opgeheven. Art. 44.In artikel 1426, § 4, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 14 juli 1976 en gewijzigd bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0, worden de woorden "Artikel 1249" vervangen door de woorden "Artikel 1250". Art. 45.In artikel 1475, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 23 november 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten en gewijzigd bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0, wordt het vierde lid opgeheven. Art. 46.In artikel 1476, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 23 november 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten en gewijzigd bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0, wordt het negende lid opgeheven. Art. 47.In artikel 2003 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten2, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het tweede lid worden de woorden "Wat de lastgevingen bedoeld in artikel 489 betreft" vervangen door de woorden "Wat betreft de algemene lastgevingen bedoeld in artikel 1987 of de lastgevingen bedoeld in artikel 489"; 2° het tweede lid wordt aangevuld met de volgende zin: "Van het voorgaande kan worden afgeweken indien dit uitdrukkelijk werd bedongen in een contract van discretionair vermogensbeheer, een hypothecair mandaat of een burgerlijk maatschap."; 3° het artikel wordt aangevuld met twee leden, luidende: "De Koning kan de lijst met uitzonderingen, bedoeld in het tweede lid, uitbreiden. De lastgeving eindigt in alle gevallen indien de lasthebber komt te verkeren in een staat bedoeld in de artikelen 488/1 of 488/2.". HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek Art. 48.In artikel 594 van het Gerechtelijk Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 11 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten3, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in de bepaling onder 16° worden de woorden "490 tot 501/2" vervangen door de woorden "488/1 tot 502";2° in de bepaling onder 16° /1 wordt het woord "1252" vervangen door het woord "1251". Art. 49.In artikel 764, eerste lid, 2°, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 12 mei 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten3, worden de woorden ", het beheer over de goederen van een persoon ten aanzien van wie een beschermingsmaatregel is genomen met toepassing van de wet van 26 juni 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/11/1997 pub. 06/02/1998 numac 1998009048 bron ministerie van justitie Wet strekkende om het geweld tussen partners tegen te gaan sluiten1 betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke" opgeheven. Art. 50.Artikel 765 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 30 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten1 en gewijzigd bij de wet van 8 mei 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten4, wordt opgeheven. Art. 51.In het vierde deel, boek IV, hoofdstuk X, van hetzelfde Wetboek, wordt het opschrift van afdeling 1 vervangen als volgt: "Afdeling 1. Procedure van toepassing op de rechterlijke bescherming". Art. 52.In het vierde deel, boek IV, hoofdstuk X, afdeling 1, van hetzelfde Wetboek wordt voor artikel 1238 een onderafdeling 1 ingevoegd, luidende "Indiening van het verzoek". Art. 53.Artikel 1238 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0 en gewijzigd bij de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten2, wordt vervangen als volgt: "Art. 1238.§ 1. De beschermde of te beschermen persoon, elke belanghebbende of de procureur des Konings kan om een rechterlijke beschermingsmaatregel verzoeken op grond van de artikelen 488/1 tot 502 van het Burgerlijk Wetboek of de bepalingen van dit hoofdstuk. § 2. In afwijking van paragraaf 1 kan de vrederechter ambtshalve een beschermingsmaatregel nemen: 1° als bij hem een verzoek als bedoeld in de artikelen 5, § 1, en 23 van de wet van 26 juni 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/11/1997 pub. 06/02/1998 numac 1998009048 bron ministerie van justitie Wet strekkende om het geweld tussen partners tegen te gaan sluiten1 betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke is neergelegd en als hem een omstandig verslag als bedoeld in de artikelen 13, 14 en 25 van dezelfde wet wordt toegezonden;2° als de internering van een persoon werd bevolen;3° in de andere gevallen waarin uitdrukkelijk is voorzien in de wet, inzonderheid in de gevallen bedoeld in de artikelen 490/1, § 2, en 490/2, § 2, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek;of 4° als hij gevat is overeenkomstig paragraaf 1 en zulks nuttig acht, voor zover partijen geen verzoek in die zin hebben neergelegd. In het in het eerste lid, 1°, bedoelde geval wordt de beschermingsmaatregel bij afzonderlijke beschikking bevolen. Het openbaar ministerie deelt de bevoegde vrederechter onverwijld de beslissing tot internering mee.". Art. 54.Artikel 1239 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0 en gewijzigd bij de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten2, wordt vervangen als volgt: "Art. 1239.Elk verzoek op grond van de artikelen 488/1 tot 502 van het Burgerlijk Wetboek of de bepalingen van dit hoofdstuk wordt ingediend bij verzoekschrift gericht aan de bevoegde vrederechter. De artikelen 1025 tot 1034sexies zijn niet van toepassing.". Art. 55.Artikel 1240 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0 en gewijzigd bij de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten2, wordt vervangen als volgt: "Art. 1240.§ 1. Het verzoekschrift bevat de volgende vermeldingen: 1° de dag, de maand en het jaar;2° de naam, de voornamen, de verblijf- of woonplaats van de verzoeker en, in voorkomend geval, zijn rijksregisternummer;3° de naam, de voornaam, de verblijf- of woonplaats van de beschermde of de te beschermen persoon en, in voorkomend geval, haar rijksregisternummer;4° in voorkomend geval, de naam, de voornamen, de verblijf- of woonplaats van zijn vader en zijn moeder, zijn meerderjarige kinderen, zijn echtgenoot, de wettelijk samenwonende partner, voor zover de beschermde of de te beschermen persoon met hen samenleeft, of van de persoon met wie de beschermde of de te beschermen persoon een feitelijk gezin vormt, of, in voorkomend geval, de benaming en maatschappelijke zetel van de private stichting die zich uitsluitend inzet voor de beschermde persoon of een stichting van openbaar nut die voor de te beschermen persoon over een statutair ingesteld comité belast met het opnemen van bewindvoeringen beschikt;5° de graad van verwantschap of de aard van de betrekkingen die er bestaan tussen de verzoeker en de beschermde of de te beschermen persoon;6° het voorwerp en in het kort de gronden van het verzoek;7° de keuze van registratie van de verzoeker in het centraal register van bescherming van de personen en zo ja, zijn elektronisch adres;8° de inventaris van de bij het verzoekschrift gevoegde genummerde stukken. § 2. Het verzoekschrift bevat bovendien en voor zover mogelijk de volgende vermeldingen: 1° de plaats en de datum van geboorte van de beschermde of de te beschermen persoon;2° de aard en de samenstelling van de te beheren goederen;3° de naam, de voornaam en de woonplaats van de meerderjarige familieleden in de dichtste graad, doch niet verder dan de tweede graad;4° de naam, de voornaam en de woonplaats van de personen die zouden kunnen fungeren als vertrouwenspersoon;5° de familiale, morele en materiële leefomstandigheden waarvan de kennis voor de vrederechter nuttig kan zijn bij de aanwijzing van een bewindvoerder;6° in geval van een verzoek tot plaatsing onder bescherming bedoeld in de artikelen 488/1 en 488/2 van het Burgerlijk Wetboek, suggesties betreffende de keuze van de aan te stellen bewindvoerder, de aard en de omvang van diens bevoegdheden;7° in voorkomend geval, de naam, de voornamen en de verblijf- of woonplaats van de bewindvoerder, de bewindvoerders en de vertrouwenspersoon of lasthebber;8° het elektronisch adres en het telefoonnummer waarop de betrokken personen kunnen worden bereikt. § 3. Als het verzoek onvolledig is, stelt de rechter de verzoeker ervan in kennis dat hij het verzoek binnen acht dagen dient aan te vullen, tenzij die vermeldingen reeds zijn opgenomen in het register bedoeld in artikel 1253/2.". Art. 56.Artikel 1241 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0 en gewijzigd bij de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten2, wordt vervangen als volgt: "Art. 1241.§ 1. Wanneer het verzoek een mogelijke weerslag heeft op de bekwaamheid van de beschermde of de te beschermen persoon, in de zin van artikel 491,
- e)van het Burgerlijk Wetboek, wordt een omstandige geneeskundige verklaring, waarvan het model door de Koning wordt vastgesteld, van ten hoogste vijftien dagen oud, afgeleverd door een erkende arts of een psychiater, bij het verzoekschrift gevoegd, tenzij het verzoek gegrond is op artikel 488/2 van het Burgerlijk Wetboek. Die verklaring beschrijft de gezondheidstoestand van voornoemde persoon op grond van de actuele medische gegevens van het patiëntendossier bedoeld in artikel 9 van de wet van 22 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/08/2002 pub. 17/09/2002 numac 2002011312 bron ministerie van economische zaken Wet houdende diverse bepalingen betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen type wet prom. 22/08/2002 pub. 10/09/2002 numac 2002022684 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen inzake gezondheidszorg type wet prom. 22/08/2002 pub. 26/09/2002 numac 2002022737 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de rechten van de patiënt sluiten betreffende de rechten van de patiënt of een recent onderzoek van de persoon. Het model bedoeld in het eerste lid vermeldt minstens: 1° of de beschermde of de te beschermen persoon zich kan verplaatsen en, zo ja, indien zulks gelet op zijn toestand aangewezen is;2° de gezondheidstoestand van de beschermde of de te beschermen persoon;3° de weerslag van deze gezondheidstoestand op het behoorlijk beheren van zijn belangen van vermogensrechtelijke of andere aard. Wat betreft de belangen van vermogensrechtelijke aard bedoeld in het derde lid, 3°, wordt inzonderheid vermeld of de beschermde of de te beschermen persoon nog bij machte is kennis te nemen van de rekenschap van het beheer; 4° de zorgverlening die een dergelijke gezondheidstoestand normaal met zich meebrengt. Deze geneeskundige verklaring mag niet worden opgesteld door een arts die een bloed- of aanverwant is van de beschermde of te beschermen persoon of van de verzoeker of die op enigerlei wijze verbonden is aan de instelling waar de beschermde of te beschermen persoon zich bevindt. De Koning bepaalt de procedures en de voorwaarden voor de erkenning van de artsen bedoeld in het eerste lid. § 2. In geval van nood of absolute onmogelijkheid om de geneeskundige verklaring bij te voegen om redenen die de verzoeker toelicht en voor zover het verzoekschrift voldoende elementen bevat om een beschermingsmaatregel te rechtvaardigen, duidt de rechter een erkende arts of psychiater aan om een advies uit te brengen over de gezondheidstoestand van de beschermde of te beschermen persoon.". Art. 57.Artikel 1242 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0 en gewijzigd bij de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten2, wordt vervangen als volgt: "Art. 1242.De griffie van het vredegerecht gaat na of in één van de centrale registers hiertoe bijgehouden door de Koninklijke federatie van het Belgisch Notariaat, een lastgevingsovereenkomst als bedoeld in artikel 490 van het Burgerlijk Wetboek, een beslissing om deze overeenkomst te beëindigen of een verklaring houdende keuze van een bewindvoerder en van een vertrouwenspersoon, bedoeld in artikel 496 van het Burgerlijk Wetboek, werd geregistreerd. Hij vraagt, in voorkomend geval, de notaris of de griffier van het vredegerecht waar de lastgevingsovereenkomst werd neergelegd of de akte tot aanwijzing van een bewindvoerder en van een vertrouwenspersoon werd verleden, dit eensluidend verklaard afschrift mee te delen.". Art. 58.In het vierde deel, boek IV, hoofdstuk X, afdeling 1, van hetzelfde Wetboek, wordt voor artikel 1243 een onderafdeling 2 ingevoegd, luidende "Verloop van de gerechtelijke procedure". Art. 59.Artikel 1243 van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de wet van 29 april 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 29/04/2001 pub. 31/05/2001 numac 2001009447 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van verscheidene wetsbepalingen inzake de voogdij over minderjarigen type wet prom. 29/04/2001 pub. 03/07/2001 numac 2001003243 bron ministerie van financien Wet houdende vijfde aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2000 sluiten en hersteld bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0, wordt vervangen als volgt: "Art. 1243.In de gevallen waarin de wet de vrederechter toestaat ambtshalve de zaak aanhangig te maken, wordt een proces-verbaal opgesteld. Er wordt voorts gehandeld overeenkomstig dit hoofdstuk.". Art. 60.Artikel 1244 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0 en gewijzigd bij de wet van 25 december 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten9, wordt vervangen als volgt: "Art. 1244.§ 1. De rechter onderzoekt het verzoek. § 2. Hij roept ambtshalve de verzoeker op wanneer deze vraagt gehoord te worden. Hij kan geen maatregel bevelen die raakt aan de bekwaamheid van de beschermde persoon of van de te beschermen persoon in de zin van artikel 491, e), van het Burgerlijk Wetboek zonder hem voorafgaandelijk te hebben opgeroepen, tenzij deze in de onmogelijkheid verkeert om zich te verplaatsen. Hij kan bovendien de personen bedoeld in het eerste en tweede lid, de lasthebber, de bewindvoerder of bewindvoerders, de vertrouwenspersoon en de personen die zijn vermeld in artikel 1240, § 1, 4°, zelfs ingeval zij niet met de beschermde of de te beschermen persoon samenleven, oproepen telkens hij dit nuttig acht. Deze personen kunnen eveneens vrijwillig ter zitting verschijnen. De oproepingen worden ter kennis gebracht door de griffier. Bij de oproepingen worden een afschrift van het verzoekschrift en desgevallend, een afschrift van de verklaring bedoeld in artikel 496 van het Burgerlijk Wetboek gevoegd. De personen die worden opgeroepen en diegenen die overeenkomstig het derde lid vrijwillig zijn verschenen worden aldus partij in het geding, tenzij zij zich er ter zitting tegen verzetten. Zij worden hiervan op de hoogte gebracht in de oproeping of, bij gebrek ervan, ter zitting.". Art. 61.In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1244/1 ingevoegd, luidende: "Art. 1244/1.Telkens wanneer de beschermde persoon of te beschermen persoon verschijnt zonder bijstand van een advocaat vraagt de rechter de persoon of hij wenst dat een advocaat wordt aangewezen, hetzij door er zelf een aan te wijzen, hetzij op vraag van de griffier. In dit laatste geval vraagt de griffier de stafhouder of het bureau voor juridische bijstand om van ambtswege een advocaat aan te wijzen. Wanneer hij zulks noodzakelijk acht, kan de rechter ambtshalve de aanwijzing bevelen. Ingeval een advocaat moet worden aangewezen, wordt de zaak verdaagd naar een nabije datum.". Art. 62.Artikel 1245 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0, wordt vervangen als volgt: "Art. 1245.§ 1. De beschermde of de te beschermen persoon kan, tot op de dag van de zitting en, indien hij dit wenst, vergezeld van de vertrouwenspersoon, verzoeken om afzonderlijk door de vrederechter in raadkamer te worden gehoord, vóór de andere in het geding betrokken partijen. De beschermde of de te beschermen persoon wordt op een geschikte plaats gehoord. Indien de beschermde persoon of de te beschermen persoon wilsonbekwaam is en de vertrouwenspersoon uiterlijk op de dag van de zitting verzoekt om afzonderlijk in raadkamer te worden gehoord vóór de andere in het geding betrokken partijen willigt de vrederechter dat verzoek in, tenzij hij bij een met redenen omklede beschikking zijn weigering te kennen geeft. § 2. Van het verhoor wordt een proces-verbaal opgemaakt dat wordt neergelegd in het administratief dossier bedoeld in artikel 1253. Indien de rechter tijdens het gesprek met de beschermde of de te beschermen persoon van oordeel is dat voornoemde persoon wilsonbekwaam is, wordt hiervan melding gemaakt in het proces-verbaal, met verduidelijking van de redenen hiervoor.". Art. 63.Artikel 1246 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0 en gewijzigd bij de wetten van 25 april 2014 en 31 juli 2017, wordt vervangen als volgt: "Art. 1246.§ 1. De vrederechter wint alle nuttige inlichtingen in. § 2. Hij kan een erkende arts of een psychiater aanwijzen die advies uitbrengt over de gezondheidstoestand van de betrokken persoon. De Koning bepaalt de procedures en de voorwaarden voor de erkenning van de artsen bedoeld in het eerste lid. § 3. Wanneer het verzoek een mogelijke weerslag heeft op de bekwaamheid van de beschermde of de te beschermen persoon, in de zin van artikel 491, e), van het Burgerlijk Wetboek, wint de vrederechter nuttige inlichtingen in over de familiale, morele en materiële toestand en over de leefomstandigheden van die persoon bij de omgeving van de beschermde of te beschermen persoon of bij enige andere persoon die hem inlichtingen kan verschaffen. De bloedverwanten tot de tweede graad van de beschermde of de te beschermen persoon alsook de personen die belast zijn met zijn dagelijkse zorg of die hem begeleiden, worden als leden uit zijn omgeving beschouwd. In de andere gevallen kan facultatief gebruik worden gemaakt van de onderzoeks- en opsporingsmaatregelen bedoeld in het eerste lid. In elk geval kan de rechter de in het eerste lid bedoelde inlichtingen bij de procureur des Konings, via de bevoegde sociale dienst, inwinnen. § 4. Wanneer daartoe aanleiding bestaat of op verzoek van de beschermde of te beschermen persoon, mag de vrederechter zich begeven naar de verblijfplaats van de beschermde of de te beschermen persoon of naar de plaats waar hij zich bevindt, in voorkomend geval vergezeld door personen die hijzelf of de betrokken persoon aanwijst. Hij doet zulks ambtshalve wanneer het verzoek een mogelijke weerslag heeft op de bekwaamheid van de beschermde of de te beschermen persoon en indien laatstgenoemde zich niet kan verplaatsen. Hij stelt een proces-verbaal op van het bezoek.". Art. 64.Artikel 1247 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0, wordt vervangen als volgt: "Art. 1247.De rechter tracht het standpunt van de partijen dichter bij elkaar te brengen op verzoek van een van hen of zelfs ambtshalve, indien hij zulks mogelijk acht.". Art. 65.In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1247/1 ingevoegd, luidende: "Art. 1247/1.De rechter wijst de bewindvoerder aan nadat hij zich verzekerd heeft van zijn aanvaarding.". Art. 66.Artikel 1248 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0, wordt vervangen als volgt: "Art. 1248.De rechter stelt de regels vast inzake de kosten en uitgaven. De artikelen 1017 en volgende zijn niet van toepassing. De rechter beslist in het licht van de omstandigheden van elke zaak of de kosten van de ambtshalve toegewezen advocaat in de gevallen bedoeld in artikel 1244/1 aan de verzoeker of de beschermde of te beschermen persoon in rekening worden gebracht, tenzij de verzoeker of de beschermde of te beschermen persoon voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 508/13 om te genieten van de volledige of gedeeltelijke kosteloosheid van de tweedelijns rechtsbijstand.". Art. 67.Artikel 1249 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0, wordt vervangen als volgt: "Art. 1249.De beschikking wordt in raadkamer gegeven. Naast de vermeldingen opgesomd in artikel 780 vermeldt de beschikking het rijksregisternummer van de beschermde persoon.". Art. 68.Artikel 1249/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0, wordt vervangen als volgt: "Art. 1249/1.§ 1. De beschikkingen zijn uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande voorziening en zonder borgstelling, tenzij de rechter anders heeft beslist. § 2. In afwijking van artikel 1047, eerste lid, kan tegen de beschikking die een weerslag heeft op de bekwaamheid van de beschermde of de te beschermen persoon, in de zin van artikel 491, e), van het Burgerlijk Wetboek steeds verzet worden gedaan, maar enkel door de beschermde of de te beschermen persoon. § 3. Onverminderd artikel 1057 bevat de door de oorspronkelijke verzoekende partij ingestelde akte van hoger beroep de in artikel 1240 bedoelde vermeldingen. De artikelen 1249/3 en 1249/4 zijn niet van toepassing in hoger beroep.". Art. 69.Artikel 1249/2 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0, wordt vervangen als volgt: "Art. 1249/2.§ 1. Binnen drie dagen na de uitspraak geeft de griffier kennis van de beschikkingen aan de partijen en, in voorkomend geval, de bewindvoerders. Een niet ondertekend afschrift wordt, in voorkomend geval, binnen dezelfde termijn aan de beschermde persoon, de vertrouwenspersonen en de advocaten van de partijen meegedeeld. § 2. De termijn om de rechtsmiddelen aan te wenden voor de partijen begint te lopen vanaf deze kennisgeving. De griffier brengt de partijen hiervan op de hoogte op het ogenblik van de kennisgeving. § 3. Een uittreksel bevattende het beschikkende gedeelte kan worden meegedeeld aan enige andere persoon die een bijzonder belang verantwoordt in verband met de bescherming van de betrokken persoon.". Art. 70.In het vierde deel, boek IV, hoofdstuk X, afdeling 1, wordt voor artikel 1243/3 een onderafdeling 3 ingevoegd, luidende "Kennisgevingen, mededelingen en neerleggingen". Art. 71.In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1249/3 ingevoegd, luidende: "Art. 1249/3.De in artikel 1239 bedoelde verzoekschriften worden neergelegd via het in artikel 1253/2 bedoelde register, hierna "register" genoemd. De als bijlage bijgevoegde stukken bij de verzoekschriften worden neergelegd ter griffie of neergelegd via het register.". Art. 72.In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1249/4 ingevoegd, luidende: "Art. 1249/4 § 1. Elke kennisgeving, elke mededeling of elke neerlegging ter griffie in het kader van het huidig hoofdstuk of van boek 1, titel XI, hoofdstukken II en II/1, van het Burgerlijk Wetboek gebeurt uitsluitend via het register tussen de volgende categorieën personen: 1° het vredegerecht, met inbegrip van de griffie;2° het openbaar ministerie;3° de andere openbare diensten;4° de advocaten, notarissen en gerechtsdeurwaarders;5° de private stichtingen die zich uitsluitend inzetten voor de te beschermen persoon en de stichtingen van openbaar nut die voor de te beschermen personen over een statutair ingesteld comité belast met het opnemen van bewindvoeringen beschikken, gevestigd in België en die in het register zijn ingeschreven.6° elk ander persoon, in zover hij ingeschreven is in het register voor de betrokken procedure. De stichtingen bedoeld in het eerste lid, 5°, worden beschouwd als ingeschreven na ontvangst van de voorwaarden voor inschrijving in het register. Ten aanzien van de personen bedoeld in het eerste lid, 5° en 6°, die in het register zijn ingeschreven ter gelegenheid van een eerdere procedure, maar nog niet voor de betrokken procedure zijn ingeschreven, doet de griffie de eerste mededeling of kennisgeving door middel van het register, met de vraag om de inschrijving binnen drie werkdagen te bevestigen. De bevestiging die binnen die termijn wordt gegeven geldt als inschrijving in het register voor de betrokken procedure. Bij gebreke van bevestiging binnen de termijn, wordt de elektronische mededeling of kennisgeving als ongedaan beschouwd en gaat de griffie over tot de mededeling of kennisgeving in papieren vorm. § 2. Ingeval een handeling niet kon worden verricht binnen de, zelfs op straffe van nietigheid of van verval voorgeschreven, termijnen wegens het disfunctioneren van het register, dient deze verricht te worden ten laatste op de eerste werkdag na de laatste dag van de termijn, hetzij op papier, hetzij op elektronische wijze, ingeval het register opnieuw gebruikt kan worden. § 3. Elke kennisgeving, elke mededeling of elke neerlegging die heeft plaatsgegrepen met schending van de eerste en tweede paragraaf wordt beschouwd als onbestaande. § 4. De tekst van dit artikel wordt overgenomen in elke mededeling of kennisgeving uitgaande van de griffie. In geval deze is bestemd voor een partij die niet is ingeschreven, bevat ze tevens de nadere regels tot inschrijving in het register.". Art. 73.In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1249/5 ingevoegd, luidende: "Art. 1249/5 § 1. Wanneer de kennisgeving niet op elektronische wijze gebeurt en deze wijze niet is opgelegd overeenkomstig deze onderafdeling, geschiedt iedere kennisgeving in het kader van dit hoofdstuk of in het kader van boek I, titel XI, hoofdstukken II en II/1, van het Burgerlijk Wetboek overeenkomstig dit artikel. § 2. Alle oproepingen gericht aan de beschermde of de te beschermen persoon, de bewindvoerders of de vertrouwenspersoon worden bij gerechtsbrief ter kennis gebracht door de griffier. § 3. De volgende beslissingen worden bij gerechtsbrief ter kennis gebracht door de griffier: 1° de beslissingen met het oog op het mandaat, de uitvoering of de beëindiging ervan, op grond van de artikelen 490/1, §§ 2 en 3, en 490/2, § 2, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek;2° de beslissingen betreffende de aanwijzing van een bewindvoerder, zijn vervanging, het einde van zijn mandaat of de wijziging van zijn opdrachten, op grond van de artikelen 490/1, § 1, vierde lid, 496/2, 496/3, eerste lid, 496/4, 496/7, 497/4 en 499/15 van het Burgerlijk Wetboek;3° de beslissingen betreffende de homologatie van de aanwijzing van een vertrouwenspersoon, zijn vervanging of het einde van zijn mandaat, op grond van de artikelen 501 en 501/1 van het Burgerlijk Wetboek;en 4° de beslissingen met het oog op de goedkeuring, de wijziging of de beëindiging van een rechterlijke beschermingsmaatregel op grond van de artikelen 490/1, § 2, derde lid, 490/2, § 2, eerste lid, 492/1, 492/4, 493, § 3, 499/4 en 498/1 van het Burgerlijk Wetboek. § 4. Alle andere kennisgevingen geschieden bij gewone brief.". Art. 74.In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1249/6 ingevoegd, luidende: "Art. 1249/6.§ 1. De griffier converteert in elektronische vorm, verklaart gelijkvormig en laadt in het register de documenten en stukken op die hem worden meegedeeld of die worden neergelegd langs een andere weg dan het register, in geval dit is toegelaten ingevolge deze onderafdeling. De Koning kan de vorm bepalen waarin de verklaring wordt gedaan. In geval van tegenstrijdigheid tussen de papieren documenten en stukken en deze opgeladen in het register hebben de papieren documenten en stukken voorrang op deze laatsten. De Koning bepaalt de voorwaarden voor de verbetering van de gegevens in het register. § 2. De documenten en stukken die op het ogenblik van inwerkingtreding van deze bepaling in papieren vorm ter griffie worden gehouden worden geacht deel uit te maken van het register. Zij hoeven niet te worden opgeladen in het register en zijn raadpleegbaar ter griffie.". Art. 75.In het vierde deel, boek IV, hoofdstuk X, van hetzelfde Wetboek, wordt het opschrift van afdeling II vervangen als volgt: "Afdeling 2. Bekendmaking van beschermingsmaatregelen". Art. 76.Artikel 1250 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0 en gewijzigd bij de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten2, wordt vervangen als volgt: "Art. 1250.Elke beslissing waarbij een beschermingsmaatregel wordt bevolen, beëindigd of gewijzigd, wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad door toedoen van de griffier. De bekendmaking geschiedt binnen vijftien dagen na de beslissing die de beschermingsmaatregel beveelt, beëindigt of wijzigt; de ambtenaren aan wie het verzuim of de vertraging te wijten is worden aansprakelijk gesteld ten aanzien van de betrokkenen, indien vaststaat dat het verzuim of de vertraging te wijten is aan een collusie.". Art. 77.Artikel 1251 van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0, wordt hersteld als volgt: "Art. 1251.Binnen de termijn van vijftien dagen bedoeld in artikel 1250, tweede lid, brengt de griffier een uittreksel van de beslissing ter kennis van de burgemeester van de woonplaats van de beschermde persoon teneinde te worden aangetekend in het bevolkingsregister. De burgemeester levert een uittreksel uit het bevolkingsregister af, met vermelding van de naam, het adres en de staat van bekwaamheid van een persoon, alsook de identiteit van de bewindvoerder, aan de persoon zelf of enige derde die een belang aantoont.". Art. 78.Artikel 1252 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0 en gewijzigd bij de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten2, wordt opgeheven. Art. 79.In artikel 1253 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
- a)in de inleidende zin van het eerste lid worden de woorden "Per beschermde persoon wordt op de griffie van het vredegerecht een administratief dossier gehouden," vervangen door de woorden "Onverminderd artikel 1249/6, § 2, houdt de griffier van het vredegerecht in het register bedoeld in artikel 1253/2, per beschermde persoon, een administratief dossier,";
- b)in het eerste lid wordt de bepaling onder 1° aangevuld met de woorden ", en, in voorkomend geval, van het verzoekschrift dat eraan ten grondslag ligt";
- c)in het eerste lid wordt de bepaling onder 4° vervangen als volgt: "4° een afschrift van alle beschikkingen die in het kader van het bewind werden uitgesproken, alsook in het kader van de eventuele beroepsprocedures, en, in voorkomend geval, van het verzoekschrift dat eraan ten grondslag ligt;";
- d)in het eerste lid wordt de bepaling onder 7° vervangen als volgt: "7° het proces-verbaal van verhoor van de beschermde of de te beschermen persoon bedoeld in artikel 1245, § 2.";
- e)het eerste lid wordt aangevuld met de bepaling onder 8°, luidende: "8° een afschrift van de in artikel 1241, § 1, bedoelde omstandige geneeskundige verklaringen en de in artikel 1246, § 2, eerste lid, bedoelde adviezen over de gezondheidstoestand van de betrokken persoon";
- f)in het derde lid worden de woorden "op de griffie" vervangen door de worden "in het register";
- g)in het vierde lid worden de woorden ", zendt de griffier het administratief dossier na het verstrijken van de beroepstermijn over aan de nieuw bevoegde vrederechter overeenkomstig artikel 628, 3° " vervangen door ", deelt de griffier het administratief dossier mee aan de nieuw bevoegde vrederechter overeenkomstig artikel 628, 3° ". Art. 80.In artikel 1253/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "op de griffie van het vredegerecht" opgeheven;2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "overeenkomstig de procedure bedoeld in artikel 1250" opgeheven. Art. 81.In het vierde deel, boek II, hoofdstuk X, van hetzelfde Wetboek wordt, na artikel 1253/1 een afdeling 4 ingevoegd, luidende "Het centraal register van de bescherming van de personen". Art. 82.In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1253/2 ingevoegd, luidende: "Art. 1253/2.Het centraal register van bescherming van de personen, hierna "register" genoemd, is de geïnformatiseerde gegevensbank voor het beheer, de opvolging en de behandeling van procedures betreffende de beschermde personen. Het register verzamelt alle stukken en gegevens met betrekking tot de procedures beoogd in dit hoofdstuk alsook in boek I, titel XI, hoofdstukken II en II/1, van het Burgerlijk Wetboek. Deze stukken en gegevens worden hierna "gegevens van het register" genoemd. Het register geldt als authentieke bron voor alle akten en gegevens die erin zijn opgenomen.". Art. 83.In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1253/3 ingevoegd, luidende: "Art. 1253/3.De Federale Overheidsdienst Justitie, hierna "de beheerder" genoemd, staat in voor de inrichting en het operationeel beheer van het register en voorziet in de technische middelen voor de verwerking.". Art. 84.In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1253/4 ingevoegd, luidende: "Art. 1253/4.§ 1. De magistraten van de rechterlijke orde bedoeld in artikel 58bis, de griffiers en bewindvoerders, in het kader van de vervulling van hun wettelijke opdrachten alsook de beschermde persoon of de te beschermen persoon of, na zijn overlijden, zijn erfgenamen, de vertrouwenspersoon en, in het algemeen, elkeen die partij is in een procedure waarvan de behandeling door het register wordt verzekerd, hun advocaten, de notarissen, de gerechtsdeurwaarders en de beheerder hebben toegang tot de voor hen relevante gegevens van het register, volgens de nadere regels bepaald door de Koning, na het advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit. De Koning kan, na advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit, andere categorieën van personen of instellingen de toestemming geven om die gegevens te raadplegen onder de voorwaarden die Hij bepaalt. § 2. Het is de beheerder verboden om de gegevens van het register te verstrekken aan andere dan de in paragraaf 1 bedoelde personen. Hij die, in welke hoedanigheid ook, deelneemt aan de verzameling, de verwerking of de mededeling van de gegevens van het register of kennis heeft van die gegevens moet het vertrouwelijk karakter ervan in acht nemen. Artikel 458 van het Strafwetboek is op hen van toepassing.". Art. 85.In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1253/5 ingevoegd, luidende: "Art. 1253/5.De beheerder verstrekt de operationele middelen om te kunnen voldoen aan de verplichtingen bedoeld in artikelen 13 en 14 van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG.". Art. 86.In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1253/6 ingevoegd, luidende: "Art. 1253/6.De gegevens van het register worden bewaard gedurende vijf jaar te rekenen van het einde van de beschermingsmaatregelen. Na afloop van deze termijn worden de gegevens van het register gewist, onverminderd de Archief wet van 24 juni 1955Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/11/1997 pub. 06/02/1998 numac 1998009048 bron ministerie van justitie Wet strekkende om het geweld tussen partners tegen te gaan sluiten3 .". Art. 87.In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 1253/7 ingevoegd, luidende: "Art. 1253/7.De Koning bepaalt, na het advies te hebben ingewonnen van de Gegevensbeschermingsautoriteit, de gegevens van en de nadere regels voor de inrichting en werking van het register, alsook de nadere regels voor de toegang tot en de inschrijving in het register en de a posteriori controle van het belang om er toegang toe te hebben.". HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de wet van 22 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/08/2002 pub. 17/09/2002 numac 2002011312 bron ministerie van economische zaken Wet houdende diverse bepalingen betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen type wet prom. 22/08/2002 pub. 10/09/2002 numac 2002022684 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen inzake gezondheidszorg type wet prom. 22/08/2002 pub. 26/09/2002 numac 2002022737 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de rechten van de patiënt sluiten betreffende de rechten van de patiënt Art. 88.In artikel 14, § 2, van de wet van 22 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/08/2002 pub. 17/09/2002 numac 2002011312 bron ministerie van economische zaken Wet houdende diverse bepalingen betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen type wet prom. 22/08/2002 pub. 10/09/2002 numac 2002022684 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet houdende maatregelen inzake gezondheidszorg type wet prom. 22/08/2002 pub. 26/09/2002 numac 2002022737 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de rechten van de patiënt sluiten betreffende de rechten van de patiënt, vervangen bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0, worden de woorden "na machtiging door de vrederechter overeenkomstig artikel 499/7, § 1" vervangen door de woorden "aangewezen door de vrederechter overeenkomstig artikel 492/1, § 1, vierde lid,". HOOFDSTUK 4. - Wijziging van de wet van 7 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten in de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad type wet prom. 07/05/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999009706 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Strafwetboek, van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, van de wet van 5 maart 1998 betreffende de voorwaardelijke invrijheidsstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers Art. 89.In artikel 54, § 4, van de wet van 7 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten in de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad type wet prom. 07/05/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999009706 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Strafwetboek, van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, van de wet van 5 maart 1998 betreffende de voorwaardelijke invrijheidsstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 sluiten op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers, gewijzigd bij de wetten van 10 januari 2010 en 17 maart 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid, 1., worden de woorden "artikel 1240 van het Gerechtelijk Wetboek" vervangen door de woorden "artikel 1239 van het Gerechtelijk Wetboek" en worden de woorden "artikelen 1239 en 1247 van het Gerechtelijk Wetboek" vervangen door de woorden "artikelen 1238, § 2, en 1243 van het Gerechtelijk Wetboek"; 2° in het tweede lid worden de woorden "artikel 1249" vervangen door de woorden "artikel 1250". HOOFDSTUK 5. - Wijziging van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen Art. 90.In artikel 3, eerste lid, 9° /1, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, ingevoegd bij de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0 en vervangen bij de wet van 9 november 2015, worden de woorden "artikel 1249" vervangen door de woorden "artikel 1250". HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0 tot hervorming van de regelingen inzake onbekwaamheid en tot instelling van een nieuwe beschermingsstatus die strookt met de menselijke waardigheid Art. 91.In artikel 228 van de wet van 17 maart 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten0 tot hervorming van de regeling inzake onbekwaamheid en tot instelling van een nieuwe beschermingsstatus die strookt met de menselijke waardigheid, gewijzigd bij de wet van 10 augustus 2015, wordt het tweede lid opgeheven. Art. 92.In artikel 229 van dezelfde wet wordt het derde lid opgeheven. Art. 93.In artikel 230/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten2, worden de woorden "artikel 488bis, B, § 2 en § 3" vervangen door de woorden "artikelen 392, eerste en tweede lid, en 488bis, B, §§ 2 en 3". HOOFDSTUK 7. - Slotbepalingen Art. 94.Artikel 490 van het Burgerlijk Wetboek, zoals gewijzigd door deze wet, is van toepassing op alle lastgevingen verleend na de inwerkingtreding van deze wet. Art. 95.De nadere regels inzake de evaluatie van de beschermingsmaatregelen bedoeld in artikel 12 zijn van toepassing op de gerechtelijke beschermingsmaatregelen die minder dan twee jaar voor de inwerkingtreding van deze wet getroffen werden. Art. 96.De nadere regels voor de verslaggeving evenals die voor het toezicht en de goedkeuring van de verslagen bedoeld in artikelen 20, 22 tot 26, 30, 32 en 33 zijn van toepassing op de gerechtelijke beschermingsmaatregelen die werden getroffen voor de inwerkingtreding van deze wet. Art. 97.Niet-erkende artsen kunnen ook de omstandige geneeskundige verklaring bedoeld in artikel 1241 van het Gerechtelijk Wetboek afleveren en aangewezen worden om een advies uit te brengen zoals bedoeld in artikel 1246, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek gedurende een periode van vijf jaar die volgt op de inwerkingtreding van de koninklijke besluiten die de procedures en erkenningsvoorwaarden van deze artsen vaststellen. Art. 98.De artikelen 11, d), en 17, b), treden in werking op 31 maart 2019. De artikelen 71, 72, 74 en 79,
- a)en c), treden in werking op een door de Koning te bepalen datum en uiterlijk op 1 januari 2020. De andere bepalingen van Titel II van deze wet treden in werking op de eerste dag van de derde maand na die waarin ze is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. TITEL 3. - Wijzigingen van het afstammingsrecht HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het Burgerlijk Wetboek Art. 99.In artikel 313, § 2, van het Burgerlijk Wetboek, vervangen bij de wet van 31 maart 1987 en gewijzigd bij de wet van 1 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten4, worden de woorden "tenzij het huwelijk waardoor dat beletsel is ontstaan, nietig werd verklaard of werd ontbonden door overlijden of door echtscheiding" opgeheven. Art. 100.In artikel 314, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 31 maart 1987 en gewijzigd bij de wet van 1 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten4, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de woorden "tenzij het huwelijk waardoor dat beletsel is ontstaan, nietig werd verklaard of werd ontbonden door overlijden of door echtscheiding" worden opgeheven;2° het lid wordt aangevuld met de woorden ", tenzij de familierechtbank oordeelt dat de vaststelling van de afstamming van moederszijde niet strijdig is met het belang van het kind". Art. 101.In artikel 318, § 2, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 1 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten4 en gewijzigd bij de wetten van 27 december 2006 en 5 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het tweede lid worden de woorden "binnen een jaar na zijn overlijden of na de geboorte" vervangen door de woorden "binnen een jaar na zijn overlijden of na de ontdekking van de geboorte of binnen een jaar na hun ontdekking van het feit dat de overledene niet de vader van het kind is"; 2° het tweede lid wordt aangevuld met de volgende zin: "Indien de echtgenoot overleden is vóór de geboorte van het kind kan zijn vaderschap worden betwist door zijn bloedverwanten in de opgaande en in de neerdalende lijn binnen een jaar na de ontdekking van de geboorte of binnen een jaar na hun ontdekking van het feit dat de overledene niet de vader van het kind is.". Art. 102.In artikel 321 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 31 maart 1987 en gewijzigd bij de wet van 1 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten4, worden de woorden "tenzij het huwelijk waardoor dat beletsel is ontstaan, nietig werd verklaard of werd ontbonden door overlijden of door echtscheiding" opgeheven. Art. 103.In artikel 325 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 31 maart 1987 en gewijzigd bij de wet van 1 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten4, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de woorden "tenzij het huwelijk waardoor dat beletsel is ontstaan, nietig werd verklaard of werd ontbonden door overlijden of door echtscheiding" worden opgeheven;2° het lid wordt aangevuld met de woorden ", tenzij de familierechtbank oordeelt dat de vaststelling van de afstamming van vaderszijde niet strijdig is met het belang van het kind". Art. 104.In artikel 325/5 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 5 mei 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten5, worden de woorden "tenzij het huwelijk waardoor dat beletsel is ontstaan, nietig werd verklaard of werd ontbonden door overlijden of door echtscheiding" opgeheven. Art. 105.In artikel 325/7, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 5 mei 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten5 en gewijzigd bij de wet van 18 december 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het vijfde lid wordt aangevuld met de woorden ", of binnen een jaar nadat zij kennis heeft genomen van de erkenning, indien deze plaatsvindt na de ontdekking van het feit dat zij de meemoeder van het kind is";2° het zesde lid wordt aangevuld met de woorden ", of binnen een jaar nadat hij kennis heeft genomen van de erkenning, indien deze plaatsvindt na de ontdekking van het feit dat hij de vader van het kind is". Art. 106.In artikel 325/10 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 5 mei 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten5, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de woorden "tenzij het huwelijk waardoor dat beletsel is ontstaan, nietig werd verklaard of werd ontbonden door overlijden of door echtscheiding" worden opgeheven;2° het enig lid wordt aangevuld met de woorden: ", tenzij de familierechtbank oordeelt dat de vaststelling van het meemoederschap niet strijdig is met het belang van het kind". Art. 107.In artikel 329bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 1 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten4 en gewijzigd bij de wetten van 17 maart 2013, 30 juli 2013 en 19 september 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 2, derde lid, worden de woorden "Als het verzoek een kind betreft dat op het tijdstip van de indiening van het verzoek een jaar of ouder is, kan de rechtbank bovendien" vervangen door de woorden "De rechtbank kan bovendien" en wordt het woord "kennelijk" opgeheven;2° in paragraaf 3, vijfde lid, worden de woorden "kennelijk" en ", als dat kind op het tijdstip waarop de vordering wordt ingediend één jaar of ouder is" opgeheven. Art. 108.In artikel 330, § 1, vierde lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 1 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten4 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 5 mei 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten5, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de woorden ", of binnen een jaar nadat hij of zij kennis heeft genomen van de erkenning, indien deze plaatsvindt na de ontdekking van het feit dat hij of zij de vader of de moeder van het kind is" worden ingevoegd tussen de woorden "de ontdekking van het feit dat hij of zij de vader of de moeder van het kind is" en de woorden ";die van het kind"; 2° de tweede zin wordt aangevuld met de woorden ", of binnen een jaar nadat zij kennis heeft genomen van de erkenning, indien deze plaatsvindt na de ontdekking van het feit dat zij de meemoeder van het kind is". Art. 109.In artikel 332quinquies, § 2, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 1 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten4 en gewijzigd bij de wet van 19 september 2017, worden de woorden "ze betrekking heeft op een kind dat minstens één jaar ouder is op het ogenblik van de indiening ervan, en" en het woord "kennelijk" opgeheven. HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 1 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten4 tot wijziging van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot het vaststellen van de afstamming en de gevolgen ervan Art. 110.Artikel 25, § 1, van de wet van 1 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten4 tot wijziging van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot het vaststellen van de afstamming en de gevolgen ervan, wordt aangevuld met de woorden ", of binnen een jaar nadat hij of zij kennis heeft genomen van de erkenning, indien deze na de inwerkingtreding van de wet van 21 december 2018 houdende diverse bepalingen betreffende justitie plaatsvindt.". HOOFDSTUK 3. - Overgangsbepalingen Art. 111.In afwijking van artikel 318, § 2, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek, zoals gewijzigd bij deze wet, kunnen de bloedverwanten in de opgaande en in de neerdalende lijn van de overleden echtgenoot diens vaderschap betwisten gedurende een termijn van een jaar vanaf de inwerkingtreding van deze titel, zelfs indien er meer dan een jaar verstreken zou zijn sedert de ontdekking van de geboorte of het feit dat hij niet de vader is van het kind. Art. 112.In afwijking van de artikelen 325/7, § 1, vijfde en zesde lid, en 330, § 1, vierde lid, van het Burgerlijk Wetboek, zoals gewijzigd bij deze wet, kan de erkenning worden betwist door de persoon die het moederschap, vaderschap of meemoederschap opeist gedurende een termijn van een jaar vanaf de inwerkingtreding van deze titel, zelfs indien er meer dan een jaar verstreken zou zijn sedert de kennisneming van de erkenning, indien deze plaatsvindt na de ontdekking van het feit dat hij of zij de moeder, de vader of de meemoeder van het kind is. Art. 113.De persoon die het moederschap of vaderschap van het kind opeist op grond van artikel 25, § 1, van de wet van 1 juli 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten4 tot wijziging van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot het vaststellen van de afstamming en de gevolgen ervan, zoals gewijzigd bij deze wet, en wiens termijn in geval van een erkenning na de inwerkingtreding van de voormelde wet reeds verstreken is, kan deze erkenning betwisten gedurende een termijn van één jaar vanaf de inwerkingtreding van deze titel. TITEL 4. - Wijzigingen van de artikelen 335 en 335ter van het Burgerlijk Wetboek teneinde een meerderjarig kind de mogelijkheid te bieden van zijn nieuwe naam akte te laten nemen als gevolg van de vaststelling van een nieuwe afstammingsband via gerechtelijke weg HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het Burgerlijk Wetboek Art. 114.Artikel 335, § 4, van het Burgerlijk Wetboek, vervangen bij de wet van 8 mei 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten4, wordt aangevuld met twee leden, luidende: "Bij vaststelling van een nieuwe afstammingsband van een meerderjarig kind van vaderszijde, van moederszijde of van meemoederszijde als gevolg van een vordering tot betwisting van de afstamming op grond van de artikelen 312, § 2, 318, §§ 5 en 6, of 330, §§ 3 en 4, neemt de rechter akte van de nieuwe naam van het kind die laatstgenoemde heeft gekozen in voorkomend geval met inachtneming van de in paragraaf 1 of in artikel 335ter, § 1, vervatte regels. De bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand wijzigt de akte van geboorte van het kind en de akten van de burgerlijke stand waarop het vonnis betrekking heeft, ten gevolge van het in het tweede lid bedoelde vonnis.". Art. 115.Artikel 335ter, § 3, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 5 mei 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten5 en vervangen bij de wet van 18 december 2014, wordt aangevuld met twee leden, luidende: "Bij vaststelling van een nieuwe afstammingsband van een meerderjarig kind van vaderszijde, van moederszijde of van meemoederszijde als gevolg van een vordering tot betwisting van de afstamming op grond van de artikelen 312, § 2, 325/3, §§ 4 en 5, 325/7, §§ 3 en 4, of 330, §§ 3 en 4, neemt de rechter akte van de nieuwe naam van het kind die laatstgenoemde in voorkomend geval heeft gekozen met inachtneming van de in paragraaf 1 of in artikel 335, § 1, vervatte regels. De bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand wijzigt de akte van geboorte van het kind en de akten van de burgerlijke stand waarop het vonnis betrekking heeft, ten gevolge van het in het tweede lid bedoelde vonnis.". HOOFDSTUK 2. - Slotbepaling Art. 116.Deze titel is van toepassing op de vorderingen tot betwisting van een afstammingsband bedoeld in de artikelen 114 en 115 van deze wet die werden ingediend bij de familierechtbank of een familiekamer van het Hof van Beroep voor de inwerkingtreding van deze wet. Art. 117.Deze titel treedt in werking op 31 maart 2019. TITEL 5. - Wijzigingen van het Burgerlijk Wetboek en van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op het voorleggen van de vorderingen tot opheffing van het verbod een huwelijk aan te gaan bedoeld in de artikelen 164 en 353-13 van het Burgerlijk Wetboek aan de familierechtbank HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het Burgerlijk Wetboek Art. 118.Artikel 164 van Burgerlijk Wetboek, vervangen bij de wet van 13 februari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten1 en gewijzigd bij de wetten van 13 februari 2005 en van 15 mei 2007, wordt vervangen als volgt: "Art. 164.De rechtbank kan, om gewichtige redenen, het in artikel 161 bedoelde verbod voor aanverwanten en het in artikel 163 bedoelde verbod opheffen. De procedure wordt op eenzijdig verzoekschrift ingeleid door een van de toekomstige echtgenoten. De rechtbank doet uitspraak na de toekomstige echtgenoten te hebben opgeroepen en na het advies van de procureur des Konings ter zake te hebben ingewonnen.". Art. 119.In de artikelen 313, § 2, 314, tweede lid, 321, 325, 325/5, 325/10, en 343, § 1,
- b)en b)/1 van hetzelfde Wetboek worden de woorden "de Koning" telkens vervangen door de woorden "de familierechtbank". Art. 120.In artikel 353-13 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten2 en vervangen bij de wet van 2 juni 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het tweede lid worden de woorden "De Koning" vervangen door de woorden "De familierechtbank";2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende: "De procedure wordt op eenzijdig verzoekschrift ingeleid door een van de toekomstige echtgenoten.De rechtbank doet uitspraak na de toekomstige echtgenoten te hebben opgeroepen en na het advies van de procureur des Konings ter zake te hebben ingewonnen.". HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek Art. 121.In artikel 629bis van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 30 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten1 en gewijzigd bij de wetten van 8 mei 2014 en 6 juli 2017, wordt een paragraaf 2/2 ingevoegd, luidende: " § 2/2. De vorderingen tot opheffing van het verbod een huwelijk aan te gaan bedoeld in de artikelen 164 en 353-13 van het Burgerlijk Wetboek worden voor de familierechtbank van de woonplaats of, bij ontstentenis daarvan, van de verblijfplaats van een van de toekomstige echtgenoten gebracht. Indien de toekomstige echtgenoten geen woonplaats of geen verblijfplaats hebben in België, is de familierechtbank van Brussel bevoegd om kennis te nemen van de vordering.". Art. 122.In artikel 764, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 3 augustus 1992 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 11 augustus 2017, wordt een bepaling onder 1° /1 ingevoegd, luidende: "1° /1 de vorderingen tot opheffing van het verbod een huwelijk aan te gaan bedoeld in de artikelen 164 en 353-13 van het Burgerlijk Wetboek;". Art. 123.In artikel 872, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 30 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten1 en gewijzigd bij de wet van 8 mei 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/11/1998 pub. 22/12/1998 numac 1998009936 bron ministerie van justitie Wet betreffende de juridische bijstand sluiten4, worden de woorden "of in geval van vordering tot opheffing van het verbod een huwelijk aan te gaan bedoeld in de artikelen 164 en 353-13 van het Burgerlijk Wetboek" ingevoegd tussen de woorden "bedoelde aangelegenheden" en de woorden "kan de familierechtbank". HOOFDSTUK 3. - Slotbepaling Art. 124.Deze titel is van toepassing op de vorderingen tot opheffing van het verbod een huwelijk aan te gaan ingediend na de inwerkingtreding ervan. TITEL 6. - Wijzigingen van het Burgerlijk Wetboek, van het Gerechtelijk Wetboek en van de wet van 19 maart 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/11/1997 pub. 06/02/1998 numac 1998009048 bron ministerie van justitie Wet strekkende om het geweld tussen partners tegen te gaan sluiten4 tot bevordering van een objectieve berekening van de door de ouders te betalen onderhoudsbijdragen voor hun kinderen, met betrekking tot de werking van de Commissie voor Onderhoudsbijdragen, de vaststelling en afrekening van de buitengewone kosten en de vermeldingen in overeenkomsten die onderhoudsbijdragen vaststellen HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het Burgerlijk Wetboek Art. 125.Artikel 203bis, § 3, van het Burgerlijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 31 maart 1987 en vervangen bij de wet van 19 maart 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/11/1997 pub. 06/02/1998 numac 1998009048 bron ministerie van justitie Wet strekkende om het geweld tussen partners tegen te gaan sluiten4 wordt aangevuld met drie leden, luidende: "In de gevallen waarin buitengewone kosten het voorwerp moeten zijn van een voorafgaand overleg en een uitdrukkelijk voorafgaand akkoord, behalve in geval van hoogdringendheid en overmacht, is aan de vereiste van een uitdrukkelijk voorafgaand akkoord voldaan wanneer de ouder aan wie het verzoek tot akkoord wordt gericht bij aangetekende zending, elektronische aangetekende zending of faxbericht, nalaat hierop op dezelfde wijze te reageren binnen eenentwintig dagen, te rekenen van de dag na de verzending. Als het verzoek tijdens de schoolvakanties van minstens één week of meer geformuleerd is, wordt deze termijn tot dertig dagen verlengd. Wanneer een uitgave wordt geweigerd, zal de betwisting door de meest gerede partij worden voorgelegd aan de bevoegde rechter. De Koning stelt de buitengewone kosten vast, alsook de wijze van afrekening van deze kosten en bepaalt welke buitengewone kosten het voorwerp moeten zijn van een voorafgaand overleg en een uitdrukkelijk akkoord, behalve in geval van hoogdringendheid en overmacht. Bij gerechtelijke beslissing of overeenkomst kan worden afgeweken van de door de Koning vastgestelde buitengewone kosten en wijze van afrekening.". Art. 126.In artikel 2277 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 6 juli 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten0, wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, luidende: "Schuldvorderingen van buitengewone kosten bedoeld in artikel 203bis, § 3.". HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek Art. 127.In artikel 1321 van het Gerechtelijk Wetboek, vervangen bij de wet van 19 maart 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/11/1997 pub. 06/02/1998 numac 1998009048 bron ministerie van justitie Wet strekkende om het geweld tussen partners tegen te gaan sluiten4 en gewijzigd bij de wetten van 30 juli 2013 en 21 juli 2017 worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 1, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
- a)de woorden "Behoudens akkoord van de partijen over het bedrag van de onderhoudsbijdrage in het belang van het kind, vermeldt elke rechterlijke beslissing die een onderhoudsbijdrage vaststelt op grond van artikel 203, § 1, van het Burgerlijk Wetboek volgende elementen:" worden vervangen door de woorden "Elke rechterlijke beslissing die de onderhoudsbijdrage vaststelt op grond van artikel 203, § 1, van het Burgerlijk Wetboek, vermeldt de volgende elementen:";
- b)paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende: "Elke overeenkomst tot vaststelling van een onderhoudsbijdrage op grond van artikel 203, § 1, van het Burgerlijk Wetboek rechtvaardigt het bedrag van die onderhoudsbijdrage in het licht van alle in het vorige lid bedoelde bestanddelen of van een deel ervan, op basis van de verklaringen van de partijen."; 2° in paragraaf 2 worden, tussen het woord "familierechtbank" en het woord "verduidelijkt", de woorden "of, in voorkomend geval, de overeenkomst, voor de bestanddelen die in aanmerking worden genomen met toepassing van § 1, tweede lid," ingevoegd; 3° paragraaf 2, 1°, wordt vervangen als volgt: "1° op welke manier de in paragraaf 1 bedoelde elementen in acht werden genomen;"; 4° in paragraaf 3 worden tussen de woorden "het vonnis" en het woord "vermeldt", telkens de woorden "of de overeenkomst" ingevoegd. Art. 128.Artikel 1322, § 1, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 19 maart 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/11/1997 pub. 06/02/1998 numac 1998009048 bron ministerie van justitie Wet strekkende om het geweld tussen partners tegen te gaan sluiten4, wordt vervangen als volgt: "Zij evalueert minstens elke twee jaar deze aanbevelingen en bezorgt een advies aan de minister van Justitie, voor 31 mei van het jaar volgend op het voorbije tweede burgerlijke jaar. De minister van Justitie legt dit advies neer in de Kamer van volksvertegenwoordigers, aangevuld met zijn bemerkingen.". HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de wet van 19 maart 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/11/1997 pub. 06/02/1998 numac 1998009048 bron ministerie van justitie Wet strekkende om het geweld tussen partners tegen te gaan sluiten4 tot bevordering van een objectieve berekening van de door de ouders te betalen onderhoudsbijdragen voor hun kinderen Art. 129.In artikel 14, § 2, 2°, van de wet van 19 maart 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/11/1997 pub. 06/02/1998 numac 1998009048 bron ministerie van justitie Wet strekkende om het geweld tussen partners tegen te gaan sluiten4 tot bevordering van een objectieve berekening van de door de ouders te betalen onderhoudsbijdragen voor hun kinderen, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
- a)de woorden "bij een met bijzondere redenen omkleed vonnis" worden vervangen door de woorden "bij bijzondere motivering";
- b)de woorden "op welke manier hij" worden vervangen door de woorden "op welke manier" en de woorden "heeft bepaald" door de woorden "werden bepaald";
- c)de woorden "hij afwijkt" worden vervangen door de woorden "zij afwijken". TITEL 7. - Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek om de vermelding van het beroep in de akten van rechtspleging te schrappen Art. 130.In de artikelen 43, eerste lid, 2°, 949, 4°, 1026, 2°, 1034ter, 2°, 1057, eerste lid, 2°, 1158, 3°, 1173, 2° en 3°, 1183, 1°, 1226, § 2, eerste lid, 2°, 1311, eerste lid, 2°, 1337ter, § 1, 2°, 1340, eerste lid, 2°, 1343, § 3, derde lid, 2°, 1344bis, tweede lid, 2°, 1344octies, tweede lid, 2°. , 1557, tweede lid, 1564, vijfde lid, 1598, derde lid, en 1675/4, § 2, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek, worden de woorden ", het beroep" telkens opgeheven. Art. 131.In de artikelen 816, eerste lid, 934, eerste lid, 941, eerste lid, 1253ter, eerste lid, 1371bis, eerste lid, 1390bis, tweede lid, 1°, 1432, tweede lid, 2°, en 1675/4, § 2, 6°, van hetzelfde Wetboek, wordt het woord ", beroep" telkens opgeheven. Art. 132.In de artikelen 961/2, vierde lid, 1316, tweede lid, en 1571 van hetzelfde Wetboek worden de woorden ", de woonplaats en het beroep" telkens vervangen door de woorden "en de woonplaats". Art. 133.In artikel 1501, eerste lid, van hetzelfde Wetboek worden de woorden ", de voornaam en het beroep" vervangen door de woorden "en de voornaam". Art. 134.In artikel 1675/16bis, § 3, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 13 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten3, worden de woorden ", zijn beroep" opgeheven. TITEL 8. - Wijziging van artikel 1410 van het Gerechtelijk Wetboek Art. 135.In artikel 1410, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek wordt de bepaling onder 9°, ingevoegd bij de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen sluiten, vervangen als volgt: "9° de financiële uitkering voorzien in de wet van 22 december 2016 houdende invoering van een overbruggingsrecht ten gunste van zelfstandigen;". Art. 136.Artikel 135 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2017. TITEL 9. - Wijzigingen van artikel 17 van het Gerechtelijk Wetboek en van bijzondere wetten met als doel een gemeenrechtelijk regime van vordering ter verdediging van collectieve belangen op te richten HOOFDSTUK 1. - Wijziging van artikel 17 van het Gerechtelijk Wetboek Art. 137.Artikel 17 van het Gerechtelijk Wetboek wordt aangevuld met een lid, luidende: "De rechtsvordering van een rechtspersoon, die de bescherming beoogt van de rechten van de mens of fundamentele vrijheden zoals zij zijn erkend in de Grondwet en in de internationale instrumenten die België binden, is eveneens ontvankelijk onder de volgende voorwaarden: 1° het maatschappelijk doel van de rechtspersoon is van bijzondere aard, onderscheiden van het nastreven van het algemeen belang;2° de rechtspersoon streeft op duurzame en effectieve wijze dit maatschappelijk doel na;3° de rechtspersoon treedt op in rechte in het kader van dat maatschappelijk doel, met het oog op de verdediging van een belang dat verband houdt met dat doel; 4° de rechtspersoon streeft met zijn rechtsvordering louter een collectief belang na.". HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen met als doel bepaalde bijzondere wetten in overeenstemming te brengen met het nieuwe artikel 17, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek Art. 138.In artikel 32, 1°, van de wet van 30 juli 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten8 tot bestraffing van bepaalde door racisme en xenofobie ingegeven daden, ingevoegd bij de wet van 10 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten5, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
- a)de woorden "vereniging die op de dag van de feiten ten minste drie jaar rechtspersoonlijkheid bezit, en" worden vervangen door de woorden "rechtspersoon die";
- b)het artikel wordt aangevuld met de woorden "en die de voorwaarden voorzien in artikel 17, tweede lid, 1° tot 3°, van het Gerechtelijk Wetboek vervult". Art. 139.In artikel 1, eerste lid, van de wet van 12 januari 1993Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten7 betreffende een vorderingsrecht inzake bescherming van het leefmilieu worden de woorden "zoals omschreven in artikel 2" vervangen door de woorden "die de bescherming van het leefmilieu tot doel heeft, die in zijn statuten het grondgebied heeft omschreven tot waar zijn bedrijvigheid zich uitstrekt en die de voorwaarden voorzien in artikel 17, tweede lid, 1° tot 4°, van het Gerechtelijk Wetboek vervult". Art. 140.Artikel 2 van dezelfde wet wordt opgeheven. Art. 141.In artikel 9ter, tweede lid, van de wet van 9 maart 1993 ertoe strekkende de exploitatie van huwelijksbureaus te regelen en te controleren, ingevoegd bij de wet van 11 april 1999, worden de woorden "In afwijking van de bepalingen van de artikelen 17 en 18 van het Gerechtelijk Wetboek, kunnen de verenigingen bedoeld in het eerste lid, 3° en 4°, " vervangen door de woorden "De verenigingen bedoeld in het eerste lid, 3° en 4°, kunnen". Art. 142.In artikel 4 van de wet van 23 maart 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/11/1997 pub. 06/02/1998 numac 1998009048 bron ministerie van justitie Wet strekkende om het geweld tussen partners tegen te gaan sluiten2 tot bestraffing van het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide die tijdens de tweede wereldoorlog door het Duitse nationaal-socialistische regime is gepleegd, gewijzigd bij de wet van 17 augustus 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de woorden "vereniging die op het ogenblik van de feiten ten minste vijf jaar rechtspersoonlijkheid geniet, en" worden vervangen door het woord "rechtspersoon";2° de woorden "en die de voorwaarden voorzien in artikel 17, tweede lid, 1° tot 3°, van het Gerechtelijk Wetboek vervult" worden ingevoegd tussen de woorden "te verdedigen" en de woorden ", kunnen in rechte". Art. 143.In artikel 11, § 5, van de wet van 13 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten9 houdende bepalingen tot bestrijding van de mensenhandel en van de mensensmokkel, worden de woorden "De door de Koning daartoe erkende verenigingen en de instellingen van openbaar nut kunnen" vervangen door de woorden "Onverminderd artikel 17, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek kunnen de door de Koning daartoe erkende verenigingen en de instellingen van openbaar nut". Art. 144.In artikel 32duodecies, eerste lid, 4°, van de wet van 4 augustus 1996Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/08/1996 pub. 21/10/1999 numac 1999015088 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende het kraamgeld, ondertekend te Brussel op 26 april 1993 type wet prom. 04/08/1996 pub. 08/06/2005 numac 2005015073 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Gabon tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, ondertekend te Brussel op 14 januari 1993 type wet prom. 04/08/1996 pub. 24/07/1997 numac 1996015142 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Arabische Republiek Egypte tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen, ondertekend te Kaïro op 3 januari 1991 sluiten betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, ingevoegd bij de wet van 11 juni 2002 en gewijzigd bij de wet van 28 maart 2014 : worden de woorden "stichtingen en de verenigingen zonder winstoogmerk bedoeld bij de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen, met ten minste drie jaar rechtspersoonlijkheid op de dag waarop de vordering wordt ingesteld" vervangen door de woorden "rechtspersonen