📄 Wettekst
18 AUGUSTUS 2010. - Koninklijk besluit tot wijziging van het
koninklijk besluit van 11 juli 2003Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
11/07/2003
pub.
27/01/2004
numac
2003000892
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot vaststelling van de werking van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen
type
koninklijk besluit
prom.
11/07/2003
pub.
27/01/2004
numac
2003000891
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot regeling van de werking van en de rechtspleging voor het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen
type
koninklijk besluit
prom.
11/07/2003
pub.
27/01/2004
numac
2003000890
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit houdende vaststelling van bepaalde elementen van de procedure die dienen gevolgd te worden door de dienst van de Dienst Vreemdelingenzaken die belast is met het onderzoek van de asielaanvragen op basis van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen
type
koninklijk besluit
prom.
11/07/2003
pub.
26/08/2003
numac
2003014201
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 februari 2001 tot vaststelling van de vergoedingen waaraan het gebruik van openbare diensten betreffende de luchtvaart is onderworpen
type
koninklijk besluit
prom.
11/07/2003
pub.
21/08/2003
numac
2003011427
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 augustus 2002 waarbij de schade veroorzaakt aan bepaalde teelten door de overvloedige regenval van oktober en november 2000 op het grondgebied van verscheidene gemeenten als een landbouwramp wordt beschouwd, waarbij de geografische omvang van deze ramp afgebakend wordt en waarbij de schadeloosstelling van de schade wordt vastgesteld
type
koninklijk besluit
prom.
11/07/2003
pub.
10/10/2003
numac
2003022879
bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie « mobiele urgentiegroep » moet voldoen om te worden erkend
type
koninklijk besluit
prom.
11/07/2003
pub.
30/10/2003
numac
2003022899
bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 3 oktober 2001 houdende benoeming van de voorzitter, ondervoorzitters en leden van de Nationale Raad voor Verpleegkunde
sluiten tot regeling van de werking van en de rechtspleging voor het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen
VERSLAG AAN DE KONING Sire, Dit koninklijk besluit beoogt vooreerst het
koninklijk besluit van 11 juli 2003Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
11/07/2003
pub.
27/01/2004
numac
2003000892
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot vaststelling van de werking van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen
type
koninklijk besluit
prom.
11/07/2003
pub.
27/01/2004
numac
2003000891
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot regeling van de werking van en de rechtspleging voor het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen
type
koninklijk besluit
prom.
11/07/2003
pub.
27/01/2004
numac
2003000890
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit houdende vaststelling van bepaalde elementen van de procedure die dienen gevolgd te worden door de dienst van de Dienst Vreemdelingenzaken die belast is met het onderzoek van de asielaanvragen op basis van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen
type
koninklijk besluit
prom.
11/07/2003
pub.
26/08/2003
numac
2003014201
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 februari 2001 tot vaststelling van de vergoedingen waaraan het gebruik van openbare diensten betreffende de luchtvaart is onderworpen
type
koninklijk besluit
prom.
11/07/2003
pub.
21/08/2003
numac
2003011427
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 augustus 2002 waarbij de schade veroorzaakt aan bepaalde teelten door de overvloedige regenval van oktober en november 2000 op het grondgebied van verscheidene gemeenten als een landbouwramp wordt beschouwd, waarbij de geografische omvang van deze ramp afgebakend wordt en waarbij de schadeloosstelling van de schade wordt vastgesteld
type
koninklijk besluit
prom.
11/07/2003
pub.
10/10/2003
numac
2003022879
bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie « mobiele urgentiegroep » moet voldoen om te worden erkend
type
koninklijk besluit
prom.
11/07/2003
pub.
30/10/2003
numac
2003022899
bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 3 oktober 2001 houdende benoeming van de voorzitter, ondervoorzitters en leden van de Nationale Raad voor Verpleegkunde
sluiten tot regeling van de werking van en de rechtspleging voor het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen, aan te passen ingevolge de hervorming van de asielprocedure ingevoerd door de wet van 15 september 2006 tot wijziging van de
wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/12/1980
pub.
12/04/2012
numac
2012000231
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
type
wet
prom.
15/12/1980
pub.
20/12/2007
numac
2007000992
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.
Hierbij wordt er rekening gehouden met de wil van de wetgever om de asielprocedure, ook in zijn administratieve fase, te versnellen en te vereenvoudigen. Hierbij wordt er tevens rekening gehouden met het feit dat het Commissariaat-generaal in de nieuwe asielprocedure de centrale administratieve instantie geworden is.
Ten tweede heeft dit ontwerp als doelstelling, sommige bepalingen van twee Europese richtlijnen inzake asiel om te zetten : de Richtlijn 2004/83/EG van de Raad van 29 april 2004 inzake minimumnormen voor de erkenning van onderdanen van derde landen en staatlozen als vluchteling of als persoon die anderszins internationale bescherming behoeft, en de inhoud van de verleende bescherming en de Richtlijn 2005/85/EG van de Raad van 1 december 2005 betreffende minimumnormen voor de procedures in de lidstaten voor de toekenning of intrekking van de vluchtelingenstatus.
De Europese Commissie heeft tegen België een beroep tot ingebrekestelling ingeleid wegens de laattijdige en onvolledige omzetting van Richtlijn 2005/85/EC voor het Hof van Justitie van de Europese Unie. Het is dus dringend om voorliggend voorstel van besluit te nemen.
Het ontwerp van koninklijk besluit heeft eveneens tot doel, de procedurele rechten en de garanties die reeds werden toegekend aan de asielzoekers voor het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen, te verruimen en te versterken teneinde de kwaliteit van de behandeling van asielaanvragen nog te verbeteren.
Er werd rekening gehouden met verschillende opmerkingen gegeven in de adviezen van de Raad van State van 10 juni 2009 en 7 juli 2010.
Omdat artikel 57/24 van de
wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/12/1980
pub.
12/04/2012
numac
2012000231
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
type
wet
prom.
15/12/1980
pub.
20/12/2007
numac
2007000992
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten, dat de wettelijke basis van dit besluit uitmaakt, de Koning hiertoe niet de bevoegdheid verleent werden de bepalingen die de §§ 4 en 5 van artikel 4 van Richtlijn 2004/83/EG omzetten in het voorontwerp weggelaten. Bijgevolg worden deze paragrafen gelijktijdig bij wet omgezet. Niettemin worden de voorschriften en principes vervat in deze paragrafen al toegepast door de Belgische asielinstanties.
Er werd ook meer duidelijkheid gegeven over de voorwaarden waaronder een persoon kan tussenkomen als vertrouwenspersoon die de asielzoeker bijstaat.
Op vraag van de Raad van State wordt de niet begeleide minderjarige voortaan gedefinieerd met verwijzing naar de Programmawet van 24 december 2004 betreffende de voogdij van niet begeleide minderjarige vreemdelingen.
Het ontwerp van besluit behoudt ook de mogelijkheid gegeven aan de ambtenaren van het Commissariaat om in geval van twijfel over de echtheid de originele identiteitsdocumenten bij te houden voor de duur van een onderzoek, wanneer een grondig onderzoek nodig blijkt te zijn.
Er werd rekening gehouden met de door de Raad van State gegeven opmerkingen van technische aard alsook met de vraag om de datum van publicatie niet te behouden als datum van inwerkingtreding van het besluit.
Voor het overige wordt verwezen naar de artikelsgewijze bespreking Artikelsgewijze commentaar Artikel 1.Om in overeenstemming te zijn met wat wordt voorgeschreven in elk van de richtlijnen, preciseert artikel 1 dat het ontwerpbesluit gedeeltelijk Richtlijn 2004/83/EG en Richtlijn 2005/85/EG omzet.
Artikel 2 voorziet in twee technische aanpassingen van artikel 1 van het koninklijk besluit. Vooreerst wordt de definitie van asielzoeker aangepast, rekening houdend met de invoering van de status van subsidiaire bescherming en met de definitie gebruikt in Richtlijn 2004/83/EG inzake de minimumnormen voor de erkenning van onderdanen van derde landen en staatlozen als vluchteling of als persoon die anderszins internationale bescherming behoeft.
Ten tweede wordt de notie « vertrouwenspersoon » verder uitgewerkt.
Voortaan kunnen alleen gemachtigde personen optreden die beroepshalve gespecialiseerd zijn in bijstand aan personen of asiel, zoals sociale assistenten of vertegenwoordigers van NGO's die actief zijn binnen de sector. In voorkomend geval, zal de ambtenaar van het Commissariaat-generaal de persoon die wenst op te treden als vertrouwenspersoon, kunnen ondervragen teneinde zich hiervan te vergewissen. Indien nodig, kan de ambtenaar zich verzetten tegen zijn aanwezigheid.
Ten derde, om tegemoet te komen aan een opmerking van de Raad van State vervolledigt artikel 2 van dit besluit artikel 1 van het basisbesluit om te verduidelijken dat de niet begeleide minderjarige gedefinieerd wordt met verwijzing naar de
Programmawet van 24 december 2002Relevante gevonden documenten
type
programmawet
prom.
24/12/2002
pub.
31/12/2002
numac
2002021488
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Programmawet (1)
type
programmawet
prom.
24/12/2002
pub.
31/12/2002
numac
2002021495
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Programmawet (1)
sluiten betreffende de voogdij van niet begeleide minderjarige vreemdelingen.
Er dient nochtans te worden opgemerkt dat niet alle minderjarigen die in aanmerking komen om op het Commissariaat-generaal gehoord te worden en die binnen het toepassingsgebied van dit besluit vallen niet-begeleide minderjarigen in de zin van voornoemde wet zijn. Het komt immers voor, hoewel uitzonderlijk, dat minderjarigen in eigen naam asiel vragen. Deze aanvragen worden vervolgens onderworpen aan een eigen onderzoek, zelfs wanneer één of beide ouders met hem op het grondgebied aanwezig zijn. Aanvragen in eigen naam worden ook ingediend door jongeren die begeleid worden door een volwassene die beweert de voogd volgens de nationale wet van de minderjarige te zijn.
Artikel 3 voorziet in een technische aanpassing van artikel 2 van hetzelfde besluit. "Betrekkingen van niveau 1" wordt "betrekkingen van niveau A" zoals beschreven in het
koninklijk besluit van 4 augustus 2004Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
04/08/2004
pub.
27/08/2004
numac
2004002099
bron
federale overheidsdienst personeel en organisatie
Koninklijk besluit betreffende de loopbaan van niveau A van het rijkspersoneel Erratum
type
koninklijk besluit
prom.
04/08/2004
pub.
16/08/2004
numac
2004002088
bron
federale overheidsdienst personeel en organisatie
Koninklijk besluit betreffende de loopbaan van niveau A van het Rijkspersoneel
sluiten betreffende de loopbaan van niveau A van het rijkspersoneel.
Artikel 2 wordt tevens gewijzigd conform de bepaling voorzien in artikel 8, § 2, c) van voornoemde Richtlijn 2005/85/EG volgens hetwelk de ambtenaren, belast met het gehoor van asielzoekers, een gepaste kennis moeten bezitten van de normen die van toepassing zijn op het gebied van het asiel- en vluchtelingenrecht.
Een nieuw tweede lid wordt bovendien in artikel 2 ingevoegd teneinde artikel 17, § 4 van de Richtlijn 2005/85/EG om te zetten en volgens hetwelk de ambtenaren belast met het gehoor van niet-begeleide minderjarigen de vereiste kennis met betrekking tot de bijzondere noden van minderjarigen moeten bezitten ("een ambtenaar die de vereiste kennis met betrekking tot de bijzondere noden van minderjarigen bezit bereidt de beslissing voor van de instantie verantwoordelijk voor de behandeling van de asielaanvraag van een niet begeleide minderjarige".) Deze kennis betreft de vorming die door de coördinerende dienst voor minderjarigen van het Commissariaat -generaal verspreid wordt via het Kennis- en Leercentrum.
Artikel 4 voorziet in een aantal technische aanpassingen van artikel 3 van hetzelfde besluit. In § 1 worden de woorden "de leden en de ambtenaren van de Vaste Beroepscommissie voor Vluchtelingen" vervangen door "de magistraten, de leden van de griffie en de ambtenaren van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen". Er werd een nieuwe jurisdictie gecreëerd, de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. De Vaste Beroepscommissie voor Vluchtelingen werd opgeheven, zijn leden en ambtenaren werden geïncorporeerd in de nieuwe Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. De leden van deze nieuwe raad kunnen zich hierdoor op de hoogte stellen van de situatie in de landen van herkomst. Er wordt opgemerkt dat zij echter geen nieuwe informatie over individuele asieldossiers mogen vragen. Zij kunnen evenmin onderzoeksopdrachten geven aan het Commissariaat-generaal.
In § 2 worden de woorden "de wettelijke bepalingen die betrekking hebben op de subsidiaire beschermingstatus", waarvoor het Commissariaat-generaal sinds 10 oktober 2006 bevoegd is, toegevoegd om aan te duiden dat de vorming uitgebreid moet worden om rekening te houden met de uitbreiding van de bevoegdheden van het Commissariaat-generaal In § 3 worden de woorden "of voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen" toegevoegd, zodat de Commissaris-generaal zich ook voor die nieuwe jurisdictie kan laten vertegenwoordigen door medewerkers van de juridische dienst.
Artikel 5 voegt een § 3 toe aan artikel 4 van het besluit teneinde artikel 8, § 2, a) van Richtlijn 2005/85/EG om te zetten. Hierdoor wordt formeel herinnerd aan het feit dat de ambtenaar de asielaanvragen op individuele, objectieve en onpartijdige wijze onderzoekt.
Artikel 5 voegt een § 4 toe aan artikel 4 van het besluit teneinde artikel 22 van Richtlijn 2005/85/EG om te zetten. Zo wordt het de ambtenaar verboden om enige informatie betreffende de individuele asielaanvraag, alsook het feit dat een asielaanvraag werd ingediend, mee te delen aan de vermeende actoren van vervolging van de asielzoeker. Het wordt hem tevens verboden om bij de vermeende actoren van vervolging van een asielzoeker informatie in te winnen op een wijze die ertoe leidt dat deze actoren te weten komen dat een asielaanvraag werd ingediend door de betrokken asielzoeker, en er gevaar zou ontstaan voor de fysieke integriteit van deze laatste en van de personen te zijnen laste, of voor de vrijheid en veiligheid van zijn familieleden die nog in zijn land van herkomst verblijven.
Er werd gevolg gegeven aan de suggestie van de Raad van State om hetzelfde verbod tot mededeling op te leggen ten aanzien van de vermeende actoren van ernstige schade in de zin van de definitie van subsidiaire bescherming. Deze bepaling verbiedt echter niet dat informatie bij de nationale overheden van de asielzoeker wordt ingewonnen indien deze overheden niet de actoren van ernstige schade zijn. De ernstige schade die voor de Belgische asielinstanties aanleiding kan geven tot het verlenen van de subsidiaire beschermingstatus betreft bijna altijd de ernstige schade veroorzaakt door willekeurig geweld in het geval van een internationaal of binnenlands gewapend conflict. In dit geval is er geen geïdentificeerde of identificeerbare actor ten aanzien van wie er een risico op mededeling bestaat. Het komt bovendien voor dat genieters van de subsidiaire bescherming in contact blijven met hun nationale overheden.
Er dient te worden onderstreept dat de reglementering die het openbaar ambt regelt, meer bepaald artikel 10 van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 betreffende het statuut van het rijkspersoneel, de ambtenaar bovendien al verplicht tot discretie en respect voor het privéleven van de asielzoeker. De ambtenaar is tevens gehouden tot naleving van de wet van 8 december 1992 betreffende de bescherming van het privéleven.
Artikel 5 legt geen nieuwe regel op en voegt niets aan de teksten die nu al door de ambtenaren van het CGVS worden toegepast. Er kan ook worden gesteld dat de in artikel 22 van de Richtlijn 2005/85/EG vervatte verbodsbepalingen dermate klaar en duidelijk zijn dat het artikel vanaf 1 december 2007, datum waarop de termijn voor omzetting van de richtlijn ten einde liep, directe werking binnen de interne orde heeft.
Artikel 6 voorziet in een aanpassing van artikel 5 van hetzelfde besluit. Artikel 5 omschrijft het toepassingsgebied van afdeling I van hoofdstuk III over de rechtspleging voor het Commissariaat-generaal.
Artikel 5 bepaalt dat de bepalingen van deze afdeling slechts van toepassing zijn in het kader van de behandeling van de asielaanvraag en dus niet noodzakelijk van toepassing zijn in geval van het onderzoek naar de mogelijkheid tot intrekking van de status.
Artikel 7 voorziet in een technische aanpassing in die zin dat § 2 van artikel 6 van hetzelfde besluit wordt verplaatst naar artikel 7. De regel volgens welke iedere asielzoeker minstens één keer wordt opgeroepen voor gehoor, blijft behouden.
Artikel 8 voorziet in een aanpassing van artikel 7 van hetzelfde besluit. Dit artikel vervolledigt en herhaalt de verschillende wijzen waarop tot gehoor kan opgeroepen worden conform de wettelijke bepalingen van artikel 51/2 van de wet.
Er wordt hier opgemerkt dat de asielzoeker overeenkomstig artikel 51/2 van de
wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/12/1980
pub.
12/04/2012
numac
2012000231
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
type
wet
prom.
15/12/1980
pub.
20/12/2007
numac
2007000992
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten op drie wijzen kan worden opgeroepen, ofwel door een kennisgeving van de oproeping aan de asielzoeker zelf, ofwel door kennisgeving op de gekozen woonplaats bij een ter post aangetekende zending of nog per bode tegen ontvangstbewijs. In de praktijk roept het Commissariaat-generaal tot op heden de meeste asielzoekers op bij een ter post aangetekende zending of per bode tegen ontvangstbewijs (bijvoorbeeld wanneer de oproeping persoonlijk werd overhandigd in een open of gesloten centrum).
Als verplichting ter aanvulling van de wet wordt er eveneens voorzien dat er, ter informatie, per fax of per e-mail, een kopie van de oproeping wordt verstuurd naar de advocaat van de asielzoeker.
Aangezien het immers aan de asielzoeker is om zijn raadsman in te lichten over de stand van zijn procedure, heeft de kopie van de oproeping slechts een informatieve waarde.
Aan het artikel wordt een nieuwe § 2 toegevoegd die de huidige praktijk met betrekking tot minderjarigen bevestigt. De oproeping van de niet-begeleide minderjarige asielzoekers gebeurt, met name, volgens de procedure omschreven in de voogdijwet.
De kennisgeving aan de asielzoeker zelf wordt slechts in een beperkt aantal gevallen gebruikt, meer bepaald, wanneer op het einde van een gehoor blijkt dat het gehoor later moet worden voortgezet of wanneer zeer snel een beslissing moet worden genomen (bijvoorbeeld wanneer de asielzoeker zich bevindt op de Dienst Vreemdelingenzaken). In de toekomst zal het Commissariaat-generaal deze manier van kennisgeving uitbreiden omdat in bepaalde situaties op korte termijn een beslissing moet worden genomen of een voortzetting van het gehoor op een ander tijdstip noodzakelijk blijkt. In geval van kennisgeving van een oproeping voor voortzetting van het gehoor op een latere datum of op een later uur moet de ambtenaar de instemming van de op het gehoor aanwezige advocaat met de nieuwe vastgelegde datum krijgen.
Dit artikel van het besluit vervolledigt de bestaande wettelijke regelgeving nog op twee punten.
Wanneer een asielzoeker wordt opgeroepen bij ter post aangetekende brief op zijn gekozen woonplaats, zal het Commissariaat-generaal de praktijk van het in acht nemen van minstens acht werkdagen tussen het verzenden van de oproeping en de datum van het gehoor behouden. De termijn wordt van vierentwintig op achtenveertig uur gebracht in geval van opsluiting van de asielzoeker. Dit geldt eveneens indien de asielzoeker een onderdaan is van een Lidstaat van de Europese Unie.
Artikel 57/6, laatste lid bepaalt namelijk dat de beslissingen tot niet-inoverwegingneming die ten aanzien van hen kunnen worden genomen, binnen een termijn van vijf werkdagen worden genomen. Een zo korte termijn maakt het niet mogelijk het gehoor meer dan achtenveertig uur uit te stellen.
In het geval dat de oproeping aan hem in persoon betekend wordt, kan de asielzoeker ten vroegste acht kalenderdagen na de kennisgeving aan de persoon zelf worden gehoord. Deze termijn wordt hier ook beperkt tot achtenveertig uur in geval van vasthouding of opsluiting van de asielzoeker. Dit geldt eveneens indien de asielzoeker een onderdaan van een Lidstaat van de Europese Unie is. Zoals hierboven aangegeven, bepaalt artikel 57/6, laatste lid van de wet dat de beslissingen tot niet-inoverwegingneming die ten aanzien van EU-onderdanen kunnen worden genomen, binnen een termijn van vijf werkdagen worden genomen.
Een zo korte termijn maakt het niet mogelijk het gehoor meer dan achtenveertig uur uit te stellen.
Als de asielzoeker wordt opgeroepen door een kennisgeving aan de persoon zelf voor een nieuw gehoor kan het gehoor onmiddellijk plaatsvinden na de kennisgeving van de oproeping voor gehoor. De hypothese die hier bedoeld wordt is deze waarin een asielzoeker tijdens een eerste gehoor wordt opgeroepen voor een volgend gehoor.
Gezien het om een nieuw gehoor gaat kan immers worden vermoed dat de asielzoeker die wenst bijgestaan te worden door een advocaat de tijd heeft gehad om er een te vinden en het dus niet noodzakelijk is om het gehoor uit te stellen.
Als de asielzoeker al een advocaat heeft, is voor, de datum van het nieuwe gehoor de toestemming van de advocaat en van de vertrouwenspersoon vereist, voor zover hij samen met de asielzoeker aanwezig is op het moment van de kennisgeving aan de persoon zelf. Om elke discussie te vermijden, worden de advocaat en de vertrouwenspersoon op gelijke voet gesteld.
Artikel 9 voorziet in een aanpassing van artikel 9 van hetzelfde besluit. § 1 geeft een opsomming van de gegevens die de oproeping tot gehoor dient te bevatten. Voortaan bevat de oproeping een vermelding die verduidelijkt dat de asielzoeker zich op de dag van het gehoor kan laten bijstaan door een advocaat en een vertrouwenspersoon. Bovendien, voor wat de zinsnede met betrekking tot de verplichting om de nodige documenten mee te brengen betreft, worden de documenten in kwestie meer in detail omschreven. Deze opsomming neemt de elementen over die de asielzoekers volgens artikel 4, § 1 en 2 van voornoemde Richtlijn 2004/83/EG zo snel mogelijk moeten aanvoeren om hun aanvraag tot internationale bescherming te ondersteunen. Verder wordt er bepaald dat de documenten naar elk gehoor dienen te worden meegebracht (cfr. het artikel 20 van dit besluit).
De bepalingen van hetzelfde besluit werden ook aangepast naar aanleiding van de wijzigingen die werden aangebracht in artikel 52, § 2, 4° en in artikel 57/10 van de wet. Die bepaling kent de asielzoeker vijftien dagen toe, te rekenen vanaf de datum van het geplande gehoor, om een geldige reden te geven indien hij zich niet zou hebben aangemeld. In het geval van een verzoek om inlichtingen, beschikt hij over één maand, te rekenen vanaf het verzenden van het verzoek, om te reageren. Deze wettelijke termijnen worden uitdrukkelijk in het besluit vermeld.
De artikelen 10 en 11 voorzien in technische aanpassingen van de artikelen 10 en 11 van hetzelfde besluit om deze in overeenstemming te brengen met de nieuwe artikelen 52 en 57/10 van de wet.
Artikel 12 voegt een artikel 13/1 toe in hetzelfde besluit. § 1 van dit nieuwe artikel zet artikel 13, § 2 van Richtlijn 2005/85/EG om door te bepalen dat het persoonlijke onderhoud plaatsvindt in omstandigheden die een passende geheimhouding waarborgen.
Er wordt op gewezen dat de teksten die het openbaar ambt regelen, meer bepaald artikel 10 van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 betreffende het statuut van het rijkspersoneel, de ambtenaar verplichten tot discretie en respect voor het privéleven van de asielzoeker. De ambtenaar is tevens gehouden tot naleving van de wet van 8 december 1992 betreffende de bescherming van het privéleven.
Lid 2 van dit artikel bepaalt dat het gehoor alleen plaatsvindt in aanwezigheid van de dossierbehandelaar, de asielzoeker, in voorkomend geval, de tolk, de advocaat van de asielzoeker, en één vertrouwenspersoon. Er dient te worden benadrukt dat het Commissariaat-generaal zich kan verzetten tegen de aanwezigheid van een vertrouwenspersoon indien deze niet voldoet aan de definitie van artikel 1, 6°. Krachtens artikel 12 van het besluit beschikt de ambtenaar overigens over de politie van het gehoor. Het Commissariaat-generaal kan zich bovendien verzetten tegen zijn aanwezigheid om vertrouwelijkheidsredenen of om redenen eigen aan het onderzoek. De verplichting om te waken over de vertrouwelijkheid van het gehoor resulteert uit artikel 13 § 3 van Richtlijn 2005/85/EG. Met redenen eigen aan het onderzoek van de aanvraag, worden bedoeld alle motieven die de ambtenaar toelaten te denken dat de aanwezigheid van de vertrouwenspersoon de vrije en ongedwongen meningsuiting van de asielzoeker zou kunnen belemmeren en alle motieven die toelaten te denken dat de aanwezigheid van de vertrouwenspersoon geen volledige weergave van de waarheid zou kunnen toelaten.
Er dient te worden opgemerkt dat artikel 13 § 1 van voornoemde richtlijn expressis verbis bepaalt dat het gehoor van de asielzoeker normalerwijze plaatsvindt in afwezigheid van de familieleden van de asielzoeker, maar dat de overheid kan oordelen dat hun aanwezigheid noodzakelijk is om tot een adequaat onderzoek over te gaan. Lid 3 van het nieuwe artikel 13/1 bepaalt bijgevolg dat het Commissariaat-generaal de aanwezigheid van familieleden van asielzoekers uitzonderlijk kan aanvaarden wanneer hun aanwezigheid noodzakelijk zou zijn om over te gaan tot een adequaat onderzoek.
Artikel 13 vervangt artikel 14 van het huidige besluit. Het betreft het gehoor van minderjarigen, hetzij begeleide of niet begeleide minderjarigen hetzij minderjarigen die vallen onder de voogdijwet of minderjarigen die niet onder de voogdijwet vallen. In lid 1 maakt het de garantie van geheimhouding ten voordele van meerderjarigen toepasselijk op minderjarigen.
In lid 2 somt het de personen op die het gehoor van de minderjarige mogen bijwonen.
In lid 3 herneemt het nieuwe artikel 14 bovendien de regel uit de vroegere versie van artikel 14 van het
koninklijk besluit van 11 juli 2003Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
11/07/2003
pub.
27/01/2004
numac
2003000892
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot vaststelling van de werking van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen
type
koninklijk besluit
prom.
11/07/2003
pub.
27/01/2004
numac
2003000891
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot regeling van de werking van en de rechtspleging voor het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen
type
koninklijk besluit
prom.
11/07/2003
pub.
27/01/2004
numac
2003000890
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit houdende vaststelling van bepaalde elementen van de procedure die dienen gevolgd te worden door de dienst van de Dienst Vreemdelingenzaken die belast is met het onderzoek van de asielaanvragen op basis van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen
type
koninklijk besluit
prom.
11/07/2003
pub.
26/08/2003
numac
2003014201
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 februari 2001 tot vaststelling van de vergoedingen waaraan het gebruik van openbare diensten betreffende de luchtvaart is onderworpen
type
koninklijk besluit
prom.
11/07/2003
pub.
21/08/2003
numac
2003011427
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 augustus 2002 waarbij de schade veroorzaakt aan bepaalde teelten door de overvloedige regenval van oktober en november 2000 op het grondgebied van verscheidene gemeenten als een landbouwramp wordt beschouwd, waarbij de geografische omvang van deze ramp afgebakend wordt en waarbij de schadeloosstelling van de schade wordt vastgesteld
type
koninklijk besluit
prom.
11/07/2003
pub.
10/10/2003
numac
2003022879
bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie « mobiele urgentiegroep » moet voldoen om te worden erkend
type
koninklijk besluit
prom.
11/07/2003
pub.
30/10/2003
numac
2003022899
bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 3 oktober 2001 houdende benoeming van de voorzitter, ondervoorzitters en leden van de Nationale Raad voor Verpleegkunde
sluiten, volgens welke de ambtenaar zich om redenen eigen aan het onderzoek van de aanvraag of om vertrouwelijkheidsredenen, tijdens het gehoor kan verzetten tegen de aanwezigheid van de vertrouwenpersoon van de minderjarige. Het zal namelijk mogelijk zijn om zich op deze bepaling te beroepen wanneer er aanwijzingen zijn die toelaten te veronderstellen dat de aanwezigheid van de vertrouwenspersoon de sereniteit van het gehoor zou kunnen schaden. Er dient op te worden gewezen dat het Commissariaat-generaal bovendien een vertrouwenspersoon kan weigeren te aanvaarden indien deze niet voldoet aan de definitie van artikel 1, 6°.
Ten slotte, om te voldoen aan § 6 van hetzelfde artikel 17 van de richtlijn, verzoekt lid 4 van het artikel de Commissaris-generaal, er rekening mee te houden dat het hogere belang van het kind een doorslaggevende overweging bij het onderzoek van zijn asielaanvraag.
Artikel 14 voorziet in een aanpassing van artikel 16 van hetzelfde besluit. De woorden "De identiteit en de handtekening van de ambtenaar" worden vervangen door de woorden "de initialen en de handtekening van de ambtenaar". Deze wijziging is in overeenstemming met de wet betreffende de openbaarheid van bestuur en beoogt de ambtenaar te beschermen tegen eventuele misbruiken vanwege de asielzoeker, bijvoorbeeld telefonische oproepen of huisbezoeken.
Artikel 16 wordt eveneens gewijzigd teneinde de dossierbehandelaar te verplichten om, in voorkomend geval, de redenen die hem ertoe aanzetten om zich te verzetten tegen de aanwezigheid van de door de asielzoeker gekozen vertrouwenspersoon tijdens het gehoor op te nemen in het gehoorverslag. Er dient hier gewezen te worden op het feit dat artikel 1 van huidig ontwerp de noodzakelijke voorwaarden om in die hoedanigheid te kunnen optreden herdefinieert en dat artikel 11, lid 4 voortaan voorziet dat de dossierbehandelaar zich om redenen eigen aan het onderzoek van de aanvraag of om vertrouwelijkheidsredenen kan verzetten tegen de aanwezigheid van de vertrouwenpersoon op het gehoor.
Artikel 15 wijzigt artikel 17 van hetzelfde besluit. § 2 dat de confrontatieplicht behandelt, wordt gewijzigd teneinde de ambtenaar, in principe, te verplichten de asielzoeker te confronteren met tegenstrijdigheden, niet alleen met tegenstrijdige verklaringen afgelegd op de Dienst Vreemdelingenzaken die tijdens het gehoor aan het licht zouden komen, maar ook met elke andere verklaring die de asielzoeker heeft afgelegd en die in het administratieve dossier voorkomt. Aangezien de ambtenaar niet kan worden verplicht om de asielzoeker te confronteren met tegenstrijdigheden die slechts later aan het licht zouden kunnen komen, zullen alleen deze die zich tijdens het gehoor zelf aan de ambtenaar voordoen aan de asielzoeker voor eventuele reactie worden voorgelegd. Het feit de asielzoeker te moeten confronteren met bepaalde tegenstrijdigheden betekent niet dat deze laatste opnieuw moet worden opgeroepen voor een nieuw gehoor. Dit artikel belet de Commissaris-generaal overigens niet om een beslissing te nemen op grond van een tegenstrijdigheid waarmee de asielzoeker niet geconfronteerd werd.
Dit artikel is in het belang van zowel de asielzoeker als het Commissariaat-generaal. Het laat toe het nut van het gehoor te maximaliseren en bevordert het aan het licht brengen van de waarheid.
Deze bepaling laat immers toe dat incoherenties, inconsistenties, zelfs gewone misverstanden die blijken uit de woorden van de asielzoeker tijdens het gehoor onmiddellijk worden opgehelderd, zonder dat de asielzoeker moet wachten om een beroep te kunnen instellen om hiertegen te reageren. In deze zin kan dit artikel ook bijdragen tot een snellere behandeling van de aanvragen. Een correcte toepassing van deze bepaling heeft eveneens tot gevolg dat er meer gewicht wordt toegekend aan de motiveringen van de beslissingen van de Commissaris-generaal. § 3 van het gewijzigde artikel 17 wordt vervolledigd met de vermelding dat aanvullende opmerkingen of stukken ook tegen ontvangstbewijs kunnen worden ingediend, terwijl dit nu slechts per aangetekende brief mogelijk is.
Artikel 16 voorziet in een aanpassing van artikel 18 van hetzelfde besluit. In § 2 wordt de termijn om de reden van de afwezigheid mee te delen, nauwkeurig bepaald en dit overeenkomstig de artikelen 52 en 57/10 van de wet.
Artikel 17 voorziet in een aanpassing van artikel 19 van hetzelfde besluit. § 1 bepaalt dat de advocaat of de vertrouwenspersoon het gehoor kan bijwonen maar dat de afwezigheid van de advocaat of van de vertrouwenspersoon de Commissaris-generaal of zijn gemachtigde niet belet de asielzoeker te horen.
Het staat elke advocaat namelijk vrij zich te laten vervangen.
Bovendien is het Commissariaat-generaal een administratieve instantie, is de procedure voor het Commissariaat-generaal een administratieve en geen jurisdictionele procedure. In de praktijk brengt het Commissariaat-generaal de advocaat op de hoogte van het geplande gehoor van zijn cliënt en nodigt hij ook hem uit om het gehoor bij te wonen. De advocaat geeft echter niet altijd gevolg aan deze uitnodiging. In § 1 wordt dan ook een derde lid toegevoegd waarin, conform de huidige praktijk, wordt bepaald dat het gehoor kan plaatsvinden in afwezigheid van de advocaat.
Een § 3 wordt ingevoegd die bepaalt door wie de minderjarige asielzoeker zich laat bijstaan tijdens het gehoor. Deze paragraaf betreft, met name, de voogdij van niet-begeleide minderjarigen die wordt georganiseerd door de
programmawet van 24 december 2002Relevante gevonden documenten
type
programmawet
prom.
24/12/2002
pub.
31/12/2002
numac
2002021488
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Programmawet (1)
type
programmawet
prom.
24/12/2002
pub.
31/12/2002
numac
2002021495
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Programmawet (1)
sluiten.
Krachtens artikel 479, afdeling 5, artikel 9, § 2 van deze laatste wet staat de voogd die krachtens deze wet werd aangesteld, de niet-begeleide minderjarige bij in elke fase van de procedures die voorzien zijn door de wetten betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, en is hij aanwezig op elk van zijn gehoren.
Om te kunnen voldoen aan de bepaling van artikel 17 § 1, b) van voornoemde richtlijn, laat § 4 de voogd die de bijzondere voogdij voorzien door de Belgische wet uitoefent, toe om tijdens het gehoor vragen te stellen en opmerkingen te formuleren, in het kader dat werd vastgelegd door de ambtenaar. Er wordt opgemerkt dat deze voorrechten alleen gelden voor de voogd die de voogdij voorzien door de Belgische wet uitoefent en dat ze worden uitgeoefend in het kader dat werd vastgelegd door de ambtenaar. Er wordt nog benadrukt dat de ambtenaar steeds de leiding en het toezicht over het gehoor behoudt krachtens artikel 12 van onderhavig besluit waaraan dit artikel geen afbreuk doet. Artikel 18.Een nieuw artikel 20/1 wordt ingevoegd en wijst erop dat de tolk de verklaringen van de asielzoeker getrouw vertaalt. Artikel 19.Na artikel 21 wordt een nieuw artikel 21/1 toegevoegd. Dit artikel regelt het geval waarin er een belangenconflict zou zijn tussen de tolk en de asielzoeker.
Artikel 20 voorziet in een aanpassing van artikel 22 van hetzelfde besluit. In het eerste lid wordt er uitdrukkelijk melding gemaakt van de verplichting van de asielzoeker om de bewijsstukken waarover hij beschikt zo spoedig mogelijk voor te leggen. Er wordt een tweede lid toegevoegd, krachtens hetwelk de asielzoeker verplicht is om bij elk gehoor de originele bewijsstukken mee te brengen teneinde het Commissariaat-generaal de mogelijkheid te bieden deze indien nodig te onderzoeken.
Artikel 21 voorziet in een aanpassing van artikel 23 van hetzelfde besluit. Er wordt een § 2 toegevoegd met betrekking tot de behandeling van identiteitsdocumenten. De ambtenaar zal een kopie nemen van de geldige originele nationale en internationale documenten die aan de asielzoeker ter staving van zijn identiteit of nationaliteit werden uitgereikt. Het gaat bijvoorbeeld om een origineel internationaal paspoort of een originele nationale identiteitskaart. Deze documenten worden in principe niet ingehouden door het Commissariaat-generaal.
Maar, indien de ambtenaar vaststelt dat de echtheid van een identiteitsdocument nader onderzocht moet worden, bijvoorbeeld bij aanwijzingen van vervalsing, gebruik van valse stukken of onrechtmatig gebruik van het document, dient hij het document te kunnen behouden om over te gaan of te laten overgaan tot een grondig onderzoek met het oog op een correcte beoordeling van de asielaanvraag. Hoewel de ambtenaren van het Commissariaat-generaal onderworpen zijn aan artikel 29 van het Wetboek van Strafvordering is de strafrechtelijke sanctie voor het gebruik van valse of vervalste documenten in de asielprocedure niet het doel van dit artikel. Dit artikel heeft als enig doel de evaluatie van de bewijskracht die gegeven kan worden aan de door de asielzoekers voorgelegde documenten ter vaststelling van hun identiteit en nationaliteit mogelijk te maken. De identiteit en nationaliteit zijn twee essentiële elementen in het onderzoek van elke asielaanvraag. Naar gelang van het geval zal het onderzoek van het document gebeuren ofwel door de Federale Politie, ofwel door Belgische diplomatieke posten, ofwel op basis van objectieve bronnen gecontacteerd door CEDOCA, ofwel op basis van objectieve informatie beschikbaar op het Commissariaat-generaal. Een dergelijk onderzoek uitvoeren of laten uitvoeren tijdens het gehoor is in de praktijk zelden, meestal helemaal niet haalbaar. Het betreft slechts een tijdelijke inhouding van het document; geen inbeslagname. Zodra het onderzoek is beëindigd en uiterlijk de dag waarop de Commissaris-generaal een beslissing neemt over de asielaanvraag, kan het identiteitsdocument worden teruggegeven aan de asielzoeker.
Door artikel 22 wordt er een artikel 23/1 ingevoegd. Dit gebeurt in overeenstemming met artikel 23, § 2 van de Europese Richtlijn 2005/85/EG. Overeenkomstig dit artikel moet een asielzoeker over wiens asielaanvraag binnen een termijn van zes maanden geen beslissing wordt genomen, op de hoogte worden gebracht van het uitstel van zijn beslissing of, op zijn verzoek, in kennis worden gesteld van het tijdsbestek waarbinnen hij zijn beslissing mag verwachten. Om praktische administratieve redenen wordt geopteerd voor het alternatief bepaald in artikel 23, § 2, b) van de Europese Richtlijn 2005/85/EG. Door de artikelen 23 en 24 wordt een afdeling ingevoegd in overeenstemming met artikel 4, § 3 van de Europese Richtlijn 2004/83/EG. Deze afdeling voorziet in een aantal regels voor de beoordeling van de feiten en elementen die door de asielzoeker worden aangehaald. Deze afdeling komt in de plaats van de afdeling betreffende de behandeling van het dringend beroep. Deze afdeling werd opgeheven want de nieuwe asielprocedure voorziet niet meer in de mogelijkheid van een dringend beroep.
Artikel 24, dat de litterae a) tot d) van artikel 4, § 3 van Europese Richtlijn 2004/83/EG omzet, vereist geen specifieke commentaar, behalve op twee punten.
Indien de door de asielzoeker aangehaalde feiten bestaan uit activiteiten die hij zou hebben verricht sinds zijn vertrek uit het land van herkomst, verzoekt littera d) van het nieuwe artikel 27 de Commissaris-generaal te onderzoeken of die activiteiten al dan niet tot doel hadden op artificiële wijze de voorwaarden te creëren om internationale bescherming te krijgen. Er dient echter te worden verduidelijkt dat, mocht dit het geval zijn, een eventuele weigeringsbeslissing niet alleen zou kunnen worden gemotiveerd door die vaststelling. Deze omstandigheid zou daarentegen in aanmerking kunnen komen voor de beoordeling van de algemene geloofwaardigheid van de asielzoeker.
Artikel 4, § 3, e) van de voormelde Europese Richtlijn 2004/83/EG werd niet omgezet. Dit wegens de tegenstrijdigheid met het Verdrag van Genève van 28 juli 1951 betreffende de status van vluchtelingen en met het niet-terugleidingsprincipe. Deze tekst verzoekt de asielinstanties namelijk rekening te houden met het feit dat de asielzoeker zich zou kunnen beroepen op de bescherming van een derde land zonder dat uitdrukkelijk bewezen is dat hij effectief de nationaliteit van dit land bezit.
Artikelen 25 en 26 voorzien in de aanpassing van het opschrift van de afdeling 3 en de onderafdeling 1 van hoofdstuk III van hetzelfde besluit. Dit artikel kan worden toegepast in een aantal gevallen waarin het advies van de Commissaris-generaal wordt gevraagd.
Krachtens artikel 52/4 van de wet vraagt de Minister het advies van de Commissaris-generaal over de asielaanvraag van een vreemdeling ten aanzien van wie er ernstige redenen bestaan die toelaten hem te beschouwen als een gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid. Krachtens artikel 55, § 3 van de wet kan de vreemdeling van wie de asielaanvraag zonder voorwerp wordt verklaard, slechts van het grondgebied worden verwijderd na advies van de Commissaris-generaal over de overeenstemming van een dergelijke verwijderingmaatregel met artikel 3 EVRM. Artikel 27 voorziet in een technische aanpassing van de onderafdeling 2 van afdeling 3 van hoofdstuk III van hetzelfde besluit overeenkomstig artikel 57/6, eerste lid, 8° van de wet.
Artikel 28 heft artikel 28 van hetzelfde besluit op.
Artikel 29 voorziet in een aanpassing van artikel 30 van hetzelfde besluit. Er bestond reeds een verplichting om aan de personen aan wie de status van vluchteling wordt toegekend, een informatienota met hun rechten en verplichtingen te bezorgen. Er wordt een nieuw lid toegevoegd die als doel heeft een dergelijke nota te bezorgen aan de personen die de subsidiaire beschermingsstatus genieten.
Artikelen 30 en 31 voorzien in een aanpassing van de wijze waarop asieldossiers worden afgesloten. Deze aanpassing gebeurt in overeenstemming met artikel 19 van de Europese Richtlijn 2005/85/EG en stemt reeds overeen met de bestaande praktijk op het Commissariaat-generaal. De aanpassing voorziet dat in geval van vrijwillige afstand van de asielaanvraag, vrijwillige terugkeer naar het land van herkomst of verwerving van de Belgische nationaliteit, een beslissing wordt genomen die niet alleen aan de Minister of zijn gemachtigde maar tevens aan de asielzoeker zelf ter kennis wordt gebracht.
Artikel 32 voegt een afdeling toe die de procedureregels omschrijft betreffende het onderzoek met het oog op een eventuele intrekking of een eventuele opheffing van de status. Deze regels zijn in overeenstemming met de Europese Richtlijn 2005/85/EG. Het onderzoek dat tot doel heeft de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingstatus die aan een persoon werd toegekend te heroverwegen, kan worden gestart zodra er nieuwe elementen of gegevens aan het licht komen die erop wijzen dat de geldigheid van zijn status opnieuw dient te worden onderzocht. In dat geval, wordt de betrokkene schriftelijk op de hoogte gebracht van het feit dat de Commissaris-generaal zijn recht om aanspraak te maken op de vluchtelingen- of subsidiaire beschermingsstatus heroverweegt, alsook van de redenen voor deze heroverweging.
De betrokkene krijgt in elk geval de mogelijkheid om de redenen uiteen te zetten waarom zijn vluchtelingenstatus of zijn subsidiaire beschermingsstatus niet moet worden ingetrokken of opgeheven.
Het principe is dat de Commissaris-generaal de persoon oproept voor een gehoor elke keer dat hij de status van een persoon heroverweegt.
In de bijzondere hypothese waar hij een beslissing tot opheffing van de status overweegt kan hij beslissen dat de betrokkene zijn elementen enkel schriftelijk kan doen gelden. Aangezien de beslissingen tot opheffing van de status voornamelijk gebaseerd zijn op de gunstige evolutie in het land van herkomst en niet op een gedrag dat persoonlijk aan de betrokkene wordt toegeschreven, zoals bij de intrekkingsbeslissingen, is het niet nodig gebleken systematisch een gehoor te organiseren. Hiermee worden de beslissingen gebaseerd op artikel 57/6, 4° van de wet bedoeld.
Dit alternatief wordt expliciet voorzien in artikel 38, § 1, b) van de Europese Richtlijn 2005/85/EG. Indien een gehoor wordt gehouden, zijn de meeste bepalingen van onderafdeling 3 betreffende het gehoor ook van toepassing op het gehoor met betrekking tot een heroverweging. De bepalingen betreffende het recht op bijstand, de rol van de tolk, en de door de asielzoeker neergelegde bewijsstukken zijn in dit geval ook van toepassing, en dit in hun geheel.
Er wordt voorzien in een bijzondere bepaling met betrekking tot het adres waarnaar alle briefwisseling, alsook de oproeping of de beslissing dient te worden verstuurd. Dit is nodig omdat de voor de asielprocedure gekozen woonplaats niet noodzakelijk meer actueel is.
De betekening kan geldig gebeuren op het laatste adres vermeld in het Rijksregister.
Het nieuwe artikel 35/3 somt de elementen op die moeten worden vermeld in de oproeping. Er zijn twee wijzigingen in vergelijking met de oproeping voor het gehoor in het kader van de behandeling van de asielaanvraag. De eerste wijziging betreft de aanwezigheid van een tolk. Deze wordt niet aangesteld naar gelang de keuze die door de asielzoeker wordt gemaakt overeenkomstig artikel 51/4 van de wet.
Indien de betrokkene het Nederlands noch het Frans machtig is, stelt het Commissariaat-generaal een tolk aan die één van de talen gesproken door de asielzoeker beheerst.
De tweede wijziging betreft de verplichting van de betrokkene, wanneer hij zich niet aanmeldt voor een gehoor op het Commissariaat-generaal, om de redenen mee te delen waarom de vluchtelingenstatus of subsidiaire beschermingsstatus niet kan worden ingetrokken of opgeheven. Bij afwezigheid op het gehoor en bij gebrek aan elke reactie vanwege de betrokkene, kan de Commissaris-generaal op basis van de elementen in het dossier een beslissing nemen zonder een nieuwe oproeping tot gehoor te sturen.
Artikel 33 werd aangepast ten gevolge van een opmerking van de Raad van State. Het artikel bepaalt nu dat het besluit in werking zal treden de tiende dag na dat het in het Belgische Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Ik heb de eer te zijn, Sire, van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaars, De Vice-Eerste Minister en Minister belast met het Migratie- en asielbeleid, Mevr. J. MILQUET De Staatssecretaris voor Migratie- en asielbeleid, M. WATHELET
ADVIES 46.694/4 VAN 10 JUNI 2009 VAN DE AFDELING WETGEVING VAN DE RAAD VAN STATE De Raad van State, afdeling wetgeving, vierde kamer, op 15 mei 2009 door de Minister van Migratie- en Asielbeleid verzocht haar, binnen een termijn van dertig dagen, van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit "tot wijziging van het
koninklijk besluit van 11 juli 2003Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
11/07/2003
pub.
27/01/2004
numac
2003000892
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot vaststelling van de werking van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen
type
koninklijk besluit
prom.
11/07/2003
pub.
27/01/2004
numac
2003000891
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot regeling van de werking van en de rechtspleging voor het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen
type
koninklijk besluit
prom.
11/07/2003
pub.
27/01/2004
numac
2003000890
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit houdende vaststelling van bepaalde elementen van de procedure die dienen gevolgd te worden door de dienst van de Dienst Vreemdelingenzaken die belast is met het onderzoek van de asielaanvragen op basis van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen
type
koninklijk besluit
prom.
11/07/2003
pub.
26/08/2003
numac
2003014201
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 februari 2001 tot vaststelling van de vergoedingen waaraan het gebruik van openbare diensten betreffende de luchtvaart is onderworpen
type
koninklijk besluit
prom.
11/07/2003
pub.
21/08/2003
numac
2003011427
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 augustus 2002 waarbij de schade veroorzaakt aan bepaalde teelten door de overvloedige regenval van oktober en november 2000 op het grondgebied van verscheidene gemeenten als een landbouwramp wordt beschouwd, waarbij de geografische omvang van deze ramp afgebakend wordt en waarbij de schadeloosstelling van de schade wordt vastgesteld
type
koninklijk besluit
prom.
11/07/2003
pub.
10/10/2003
numac
2003022879
bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie « mobiele urgentiegroep » moet voldoen om te worden erkend
type
koninklijk besluit
prom.
11/07/2003
pub.
30/10/2003
numac
2003022899
bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 3 oktober 2001 houdende benoeming van de voorzitter, ondervoorzitters en leden van de Nationale Raad voor Verpleegkunde
sluiten tot regeling van de werking van en de rechtspleging voor het Commissariaat-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen", heeft het volgende advies gegeven : Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals het is vervangen bij de
wet van 2 april 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/04/2003
pub.
16/04/2003
numac
2003000298
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen, en van het Kieswetboek
type
wet
prom.
02/04/2003
pub.
14/05/2003
numac
2003000376
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van sommige aspecten van de wetgeving met betrekking tot de inrichting en de werkwijze van de afdeling wetgeving van de Raad van State
type
wet
prom.
02/04/2003
pub.
02/05/2003
numac
2003000309
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en tot regeling van de overdracht van sommige personeelsleden van de Dienst Veiligheid van de Staat op het gebied van de kernenergie
sluiten, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.
Wat deze drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen.
Voorafgaande vormvereisten 1. Hoewel, zoals de inspecteur van Financiën erop wijst, dat het ontworpen besluit geen substantiële budgettaire weerslag heeft, behoeft het de akkoordbevinding van de Staatssecretaris voor Begroting.Uit het aan de afdeling Wetgeving van de Raad van State ter fine van advies toegezonden dossier blijkt evenwel niet dat deze akkoordbevinding voorhanden is.
Er dient voor gezorgd te worden dat dit vormvoorschrift naar behoren wordt vervuld. 2. In zoverre artikel 4 van het ontwerp (ontworpen artikel 4, §§ 3 en 4) de ambtenaren van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen in de uitoefening van hun taak soortgelijke verplichtingen oplegt als die waarin wordt voorzien in een bepaling van een ontwerpbesluit dat ontstaan heeft gegeven aan het
koninklijk besluit van 11 juli 2003Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
11/07/2003
pub.
27/01/2004
numac
2003000892
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot vaststelling van de werking van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen
type
koninklijk besluit
prom.
11/07/2003
pub.
27/01/2004
numac
2003000891
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot regeling van de werking van en de rechtspleging voor het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen
type
koninklijk besluit
prom.
11/07/2003
pub.
27/01/2004
numac
2003000890
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit houdende vaststelling van bepaalde elementen van de procedure die dienen gevolgd te worden door de dienst van de Dienst Vreemdelingenzaken die belast is met het onderzoek van de asielaanvragen op basis van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen
type
koninklijk besluit
prom.
11/07/2003
pub.
26/08/2003
numac
2003014201
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 februari 2001 tot vaststelling van de vergoedingen waaraan het gebruik van openbare diensten betreffende de luchtvaart is onderworpen
type
koninklijk besluit
prom.
11/07/2003
pub.
21/08/2003
numac
2003011427
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 augustus 2002 waarbij de schade veroorzaakt aan bepaalde teelten door de overvloedige regenval van oktober en november 2000 op het grondgebied van verscheidene gemeenten als een landbouwramp wordt beschouwd, waarbij de geografische omvang van deze ramp afgebakend wordt en waarbij de schadeloosstelling van de schade wordt vastgesteld
type
koninklijk besluit
prom.
11/07/2003
pub.
10/10/2003
numac
2003022879
bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie « mobiele urgentiegroep » moet voldoen om te worden erkend
type
koninklijk besluit
prom.
11/07/2003
pub.
30/10/2003
numac
2003022899
bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 3 oktober 2001 houdende benoeming van de voorzitter, ondervoorzitters en leden van de Nationale Raad voor Verpleegkunde
sluiten tot regeling van de werking van en de rechtspleging voor het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (hierna het "
koninklijk besluit van 11 juli 2003Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
11/07/2003
pub.
27/01/2004
numac
2003000892
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot vaststelling van de werking van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen
type
koninklijk besluit
prom.
11/07/2003
pub.
27/01/2004
numac
2003000891
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot regeling van de werking van en de rechtspleging voor het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen
ty …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.