Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 11 juli 2003 tot regeling van de werking van en de rechtspleging voor het Commissariaa
Kort samengevat
Dit Koninklijk Besluit wijzigt een eerder besluit uit 2003 om de werking en rechtspleging van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen aan te passen. Het doel is de asielprocedure te versnellen, te vereenvoudigen en Europese richtlijnen om te zetten.
Wat het reguleert
- De werking en rechtspleging van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen.
- De aanpassing van de asielprocedure na een wetswijziging in 2006.
- De omzetting van twee Europese richtlijnen over minimumnormen voor de erkenning van vluchtelingen en procedures voor de toekenning of intrekking van de vluchtelingenstatus.
- De procedurele rechten en garanties voor asielzoekers.
Wie het betreft
- Het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen.
- Asielzoekers, inclusief niet-begeleide minderjarigen en onderdanen van derde landen en staatlozen die internationale bescherming zoeken.
Kernpunten
- Het besluit beoogt de asielprocedure te versnellen en te vereenvoudigen.
- Het zet de Richtlijn 2004/83/EG en de Richtlijn 2005/85/EG gedeeltelijk om in Belgisch recht.
- De definitie van "asielzoeker" wordt aangepast en de notie "vertrouwenspersoon" wordt verder uitgewerkt, waarbij alleen gemachtigde personen die beroepshalve gespecialiseerd zijn in bijstand aan personen of asiel mogen optreden.
- De definitie van een niet-begeleide minderjarige wordt verduidelijkt met verwijzing naar de Programmawet van 24 december 2002 betreffende de voogdij van niet-begeleide minderjarige vreemdelingen.
Wettekst
18 AUGUSTUS 2010. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 11 juli 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 27/01/2004 numac 2003000892
gevolge de hervorming van de asielprocedure
gevoerd door de wet van 15 september 2006 tot wijziging van de wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/1980 pub. 12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 15/12/1980 pub. 20/12/2007 numac 2007000992 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. Hierbij wordt er rekening gehouden met de wil van de wetgever om de asielprocedure, ook
zijn administratieve fase, te versnellen en te vereenvoudigen. Hierbij wordt er tevens rekening gehouden met het feit dat het Commissariaat-generaal
de nieuwe asielprocedure de centrale administratieve
stantie geworden is. Ten tweede heeft dit ontwerp als doelstelling, sommige bepalingen van twee Europese richtlijnen
zake asiel om te zetten : de Richtlijn 2004/83/EG van de Raad van 29 april 2004
zake minimumnormen voor de erkenning van onderdanen van derde landen en staatlozen als vluchteling of als persoon die anderszins
ternationale bescherming behoeft, en de
houd van de verleende bescherming en de Richtlijn 2005/85/EG van de Raad van 1 december 2005 betreffende minimumnormen voor de procedures
de lidstaten voor de toekenning of
trekking van de vluchtelingenstatus. De Europese Commissie heeft tegen België een beroep tot
gebrekestelling
geleid wegens de laattijdige en onvolledige omzetting van Richtlijn 2005/85/EC voor het Hof van Justitie van de Europese Unie. Het is dus dringend om voorliggend voorstel van besluit te nemen. Het ontwerp van koninklijk besluit heeft eveneens tot doel, de procedurele rechten en de garanties die reeds werden toegekend aan de asielzoekers voor het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen, te verruimen en te versterken teneinde de kwaliteit van de behandeling van asielaanvragen nog te verbeteren. Er werd rekening gehouden met verschillende opmerkingen gegeven
de adviezen van de Raad van State van 10 juni 2009 en 7 juli 2010. Omdat artikel 57/24 van de wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/1980 pub. 12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 15/12/1980 pub. 20/12/2007 numac 2007000992 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten, dat de wettelijke basis van dit besluit uitmaakt, de Koning hiertoe niet de bevoegdheid verleent werden de bepalingen die de §§ 4 en 5 van artikel 4 van Richtlijn 2004/83/EG omzetten
het voorontwerp weggelaten. Bijgevolg worden deze paragrafen gelijktijdig bij wet omgezet. Niettemin worden de voorschriften en principes vervat
deze paragrafen al toegepast door de Belgische asielinstanties. Er werd ook meer duidelijkheid gegeven over de voorwaarden waaronder een persoon kan tussenkomen als vertrouwenspersoon die de asielzoeker bijstaat. Op vraag van de Raad van State wordt de niet begeleide minderjarige voortaan gedefinieerd met verwijzing naar de Programmawet van 24 december 2004 betreffende de voogdij van niet begeleide minderjarige vreemdelingen. Het ontwerp van besluit behoudt ook de mogelijkheid gegeven aan de ambtenaren van het Commissariaat om
geval van twijfel over de echtheid de originele identiteitsdocumenten bij te houden voor de duur van een onderzoek, wanneer een grondig onderzoek nodig blijkt te zijn. Er werd rekening gehouden met de door de Raad van State gegeven opmerkingen van technische aard alsook met de vraag om de datum van publicatie niet te behouden als datum van
werkingtreding van het besluit. Voor het overige wordt verwezen naar de artikelsgewijze bespreking Artikelsgewijze commentaar Artikel 1.Om
overeenstemming te zijn met wat wordt voorgeschreven
elk van de richtlijnen, preciseert artikel 1 dat het ontwerpbesluit gedeeltelijk Richtlijn 2004/83/EG en Richtlijn 2005/85/EG omzet. Artikel 2 voorziet
twee technische aanpassingen van artikel 1 van het koninklijk besluit. Vooreerst wordt de definitie van asielzoeker aangepast, rekening houdend met de
voering van de status van subsidiaire bescherming en met de definitie gebruikt
Richtlijn 2004/83/EG
zake de minimumnormen voor de erkenning van onderdanen van derde landen en staatlozen als vluchteling of als persoon die anderszins
ternationale bescherming behoeft. Ten tweede wordt de notie « vertrouwenspersoon » verder uitgewerkt. Voortaan kunnen alleen gemachtigde personen optreden die beroepshalve gespecialiseerd zijn
bijstand aan personen of asiel, zoals sociale assistenten of vertegenwoordigers van NGO's die actief zijn binnen de sector.
voorkomend geval, zal de ambtenaar van het Commissariaat-generaal de persoon die wenst op te treden als vertrouwenspersoon, kunnen ondervragen teneinde zich hiervan te vergewissen.
dien nodig, kan de ambtenaar zich verzetten tegen zijn aanwezigheid. Ten derde, om tegemoet te komen aan een opmerking van de Raad van State vervolledigt artikel 2 van dit besluit artikel 1 van het basisbesluit om te verduidelijken dat de niet begeleide minderjarige gedefinieerd wordt met verwijzing naar de Programmawet van 24 december 2002Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 24/12/2002 pub. 31/12/2002 numac 2002021488 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Programmawet
aanmerking komen om op het Commissariaat-generaal gehoord te worden en die binnen het toepassingsgebied van dit besluit vallen niet-begeleide minderjarigen
de zin van voornoemde wet zijn. Het komt immers voor, hoewel uitzonderlijk, dat minderjarigen
eigen naam asiel vragen. Deze aanvragen worden vervolgens onderworpen aan een eigen onderzoek, zelfs wanneer één of beide ouders met hem op het grondgebied aanwezig zijn. Aanvragen
eigen naam worden ook
gediend door jongeren die begeleid worden door een volwassene die beweert de voogd volgens de nationale wet van de minderjarige te zijn. Artikel 3 voorziet
een technische aanpassing van artikel 2 van hetzelfde besluit. "Betrekkingen van niveau 1" wordt "betrekkingen van niveau A" zoals beschreven
het koninklijk besluit van 4 augustus 2004Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 04/08/2004 pub. 27/08/2004 numac 2004002099 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Koninklijk besluit betreffende de loopbaan van niveau A van het rijkspersoneel Erratum type koninklijk besluit prom. 04/08/2004 pub. 16/08/2004 numac 2004002088 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Koninklijk besluit betreffende de loopbaan van niveau A van het Rijkspersoneel sluiten betreffende de loopbaan van niveau A van het rijkspersoneel. Artikel 2 wordt tevens gewijzigd conform de bepaling voorzien
artikel 8, § 2, c) van voornoemde Richtlijn 2005/85/EG volgens hetwelk de ambtenaren, belast met het gehoor van asielzoekers, een gepaste kennis moeten bezitten van de normen die van toepassing zijn op het gebied van het asiel- en vluchtelingenrecht. Een nieuw tweede lid wordt bovendien
artikel 2
gevoegd teneinde artikel 17, § 4 van de Richtlijn 2005/85/EG om te zetten en volgens hetwelk de ambtenaren belast met het gehoor van niet-begeleide minderjarigen de vereiste kennis met betrekking tot de bijzondere noden van minderjarigen moeten bezitten ("een ambtenaar die de vereiste kennis met betrekking tot de bijzondere noden van minderjarigen bezit bereidt de beslissing voor van de
stantie verantwoordelijk voor de behandeling van de asielaanvraag van een niet begeleide minderjarige".) Deze kennis betreft de vorming die door de coördinerende dienst voor minderjarigen van het Commissariaat -generaal verspreid wordt via het Kennis- en Leercentrum. Artikel 4 voorziet
een aantal technische aanpassingen van artikel 3 van hetzelfde besluit.
§ 1
worden de woorden "de leden en de ambtenaren van de Vaste Beroepscommissie voor Vluchtelingen" vervangen door "de magistraten, de leden van de griffie en de ambtenaren van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen". Er werd een nieuwe jurisdictie gecreëerd, de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. De Vaste Beroepscommissie voor Vluchtelingen werd opgeheven, zijn leden en ambtenaren werden geïncorporeerd
de nieuwe Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. De leden van deze nieuwe raad kunnen zich hierdoor op de hoogte stellen van de situatie
de landen van herkomst. Er wordt opgemerkt dat zij echter geen nieuwe
formatie over
dividuele asieldossiers mogen vragen. Zij kunnen evenmin onderzoeksopdrachten geven aan het Commissariaat-generaal.
§ 2
worden de woorden "de wettelijke bepalingen die betrekking hebben op de subsidiaire beschermingstatus", waarvoor het Commissariaat-generaal sinds 10 oktober 2006 bevoegd is, toegevoegd om aan te duiden dat de vorming uitgebreid moet worden om rekening te houden met de uitbreiding van de bevoegdheden van het Commissariaat-generaal
§ 3
worden de woorden "of voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen" toegevoegd, zodat de Commissaris-generaal zich ook voor die nieuwe jurisdictie kan laten vertegenwoordigen door medewerkers van de juridische dienst. Artikel 5 voegt een § 3 toe aan artikel 4 van het besluit teneinde artikel 8, § 2, a) van Richtlijn 2005/85/EG om te zetten. Hierdoor wordt formeel herinnerd aan het feit dat de ambtenaar de asielaanvragen op
dividuele, objectieve en onpartijdige wijze onderzoekt. Artikel 5 voegt een § 4 toe aan artikel 4 van het besluit teneinde artikel 22 van Richtlijn 2005/85/EG om te zetten. Zo wordt het de ambtenaar verboden om enige
formatie betreffende de
dividuele asielaanvraag, alsook het feit dat een asielaanvraag werd
gediend, mee te delen aan de vermeende actoren van vervolging van de asielzoeker. Het wordt hem tevens verboden om bij de vermeende actoren van vervolging van een asielzoeker
formatie
te winnen op een wijze die ertoe leidt dat deze actoren te weten komen dat een asielaanvraag werd
gediend door de betrokken asielzoeker, en er gevaar zou ontstaan voor de fysieke
tegriteit van deze laatste en van de personen te zijnen laste, of voor de vrijheid en veiligheid van zijn familieleden die nog
zijn land van herkomst verblijven. Er werd gevolg gegeven aan de suggestie van de Raad van State om hetzelfde verbod tot mededeling op te leggen ten aanzien van de vermeende actoren van ernstige schade
de zin van de definitie van subsidiaire bescherming. Deze bepaling verbiedt echter niet dat
formatie bij de nationale overheden van de asielzoeker wordt
gewonnen
dien deze overheden niet de actoren van ernstige schade zijn. De ernstige schade die voor de Belgische asielinstanties aanleiding kan geven tot het verlenen van de subsidiaire beschermingstatus betreft bijna altijd de ernstige schade veroorzaakt door willekeurig geweld
het geval van een
ternationaal of binnenlands gewapend conflict.
dit geval is er geen geïdentificeerde of identificeerbare actor ten aanzien van wie er een risico op mededeling bestaat. Het komt bovendien voor dat genieters van de subsidiaire bescherming
contact blijven met hun nationale overheden. Er dient te worden onderstreept dat de reglementering die het openbaar ambt regelt, meer bepaald artikel 10 van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 betreffende het statuut van het rijkspersoneel, de ambtenaar bovendien al verplicht tot discretie en respect voor het privéleven van de asielzoeker. De ambtenaar is tevens gehouden tot naleving van de wet van 8 december 1992 betreffende de bescherming van het privéleven. Artikel 5 legt geen nieuwe regel op en voegt niets aan de teksten die nu al door de ambtenaren van het CGVS worden toegepast. Er kan ook worden gesteld dat de
artikel 22 van de Richtlijn 2005/85/EG vervatte verbodsbepalingen dermate klaar en duidelijk zijn dat het artikel vanaf 1 december 2007, datum waarop de termijn voor omzetting van de richtlijn ten einde liep, directe werking binnen de
terne orde heeft. Artikel 6 voorziet
een aanpassing van artikel 5 van hetzelfde besluit. Artikel 5 omschrijft het toepassingsgebied van afdeling I van hoofdstuk III over de rechtspleging voor het Commissariaat-generaal. Artikel 5 bepaalt dat de bepalingen van deze afdeling slechts van toepassing zijn
het kader van de behandeling van de asielaanvraag en dus niet noodzakelijk van toepassing zijn
geval van het onderzoek naar de mogelijkheid tot
trekking van de status. Artikel 7 voorziet
een technische aanpassing
die zin dat § 2 van artikel 6 van hetzelfde besluit wordt verplaatst naar artikel 7. De regel volgens welke iedere asielzoeker minstens één keer wordt opgeroepen voor gehoor, blijft behouden. Artikel 8 voorziet
een aanpassing van artikel 7 van hetzelfde besluit. Dit artikel vervolledigt en herhaalt de verschillende wijzen waarop tot gehoor kan opgeroepen worden conform de wettelijke bepalingen van artikel 51/2 van de wet. Er wordt hier opgemerkt dat de asielzoeker overeenkomstig artikel 51/2 van de wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/1980 pub. 12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 15/12/1980 pub. 20/12/2007 numac 2007000992 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten op drie wijzen kan worden opgeroepen, ofwel door een kennisgeving van de oproeping aan de asielzoeker zelf, ofwel door kennisgeving op de gekozen woonplaats bij een ter post aangetekende zending of nog per bode tegen ontvangstbewijs.
de praktijk roept het Commissariaat-generaal tot op heden de meeste asielzoekers op bij een ter post aangetekende zending of per bode tegen ontvangstbewijs (bijvoorbeeld wanneer de oproeping persoonlijk werd overhandigd
een open of gesloten centrum). Als verplichting ter aanvulling van de wet wordt er eveneens voorzien dat er, ter
formatie, per fax of per e-mail, een kopie van de oproeping wordt verstuurd naar de advocaat van de asielzoeker. Aangezien het immers aan de asielzoeker is om zijn raadsman
te lichten over de stand van zijn procedure, heeft de kopie van de oproeping slechts een
formatieve waarde. Aan het artikel wordt een nieuwe § 2 toegevoegd die de huidige praktijk met betrekking tot minderjarigen bevestigt. De oproeping van de niet-begeleide minderjarige asielzoekers gebeurt, met name, volgens de procedure omschreven
de voogdijwet. De kennisgeving aan de asielzoeker zelf wordt slechts
een beperkt aantal gevallen gebruikt, meer bepaald, wanneer op het einde van een gehoor blijkt dat het gehoor later moet worden voortgezet of wanneer zeer snel een beslissing moet worden genomen (bijvoorbeeld wanneer de asielzoeker zich bevindt op de Dienst Vreemdelingenzaken).
de toekomst zal het Commissariaat-generaal deze manier van kennisgeving uitbreiden omdat
bepaalde situaties op korte termijn een beslissing moet worden genomen of een voortzetting van het gehoor op een ander tijdstip noodzakelijk blijkt.
geval van kennisgeving van een oproeping voor voortzetting van het gehoor op een latere datum of op een later uur moet de ambtenaar de
stemming van de op het gehoor aanwezige advocaat met de nieuwe vastgelegde datum krijgen. Dit artikel van het besluit vervolledigt de bestaande wettelijke regelgeving nog op twee punten. Wanneer een asielzoeker wordt opgeroepen bij ter post aangetekende brief op zijn gekozen woonplaats, zal het Commissariaat-generaal de praktijk van het
acht nemen van minstens acht werkdagen tussen het verzenden van de oproeping en de datum van het gehoor behouden. De termijn wordt van vierentwintig op achtenveertig uur gebracht
geval van opsluiting van de asielzoeker. Dit geldt eveneens
dien de asielzoeker een onderdaan is van een Lidstaat van de Europese Unie. Artikel 57/6, laatste lid bepaalt namelijk dat de beslissingen tot niet-
overwegingneming die ten aanzien van hen kunnen worden genomen, binnen een termijn van vijf werkdagen worden genomen. Een zo korte termijn maakt het niet mogelijk het gehoor meer dan achtenveertig uur uit te stellen.
het geval dat de oproeping aan hem
persoon betekend wordt, kan de asielzoeker ten vroegste acht kalenderdagen na de kennisgeving aan de persoon zelf worden gehoord. Deze termijn wordt hier ook beperkt tot achtenveertig uur
geval van vasthouding of opsluiting van de asielzoeker. Dit geldt eveneens
dien de asielzoeker een onderdaan van een Lidstaat van de Europese Unie is. Zoals hierboven aangegeven, bepaalt artikel 57/6, laatste lid van de wet dat de beslissingen tot niet-
overwegingneming die ten aanzien van EU-onderdanen kunnen worden genomen, binnen een termijn van vijf werkdagen worden genomen. Een zo korte termijn maakt het niet mogelijk het gehoor meer dan achtenveertig uur uit te stellen. Als de asielzoeker wordt opgeroepen door een kennisgeving aan de persoon zelf voor een nieuw gehoor kan het gehoor onmiddellijk plaatsvinden na de kennisgeving van de oproeping voor gehoor. De hypothese die hier bedoeld wordt is deze waarin een asielzoeker tijdens een eerste gehoor wordt opgeroepen voor een volgend gehoor. Gezien het om een nieuw gehoor gaat kan immers worden vermoed dat de asielzoeker die wenst bijgestaan te worden door een advocaat de tijd heeft gehad om er een te vinden en het dus niet noodzakelijk is om het gehoor uit te stellen. Als de asielzoeker al een advocaat heeft, is voor, de datum van het nieuwe gehoor de toestemming van de advocaat en van de vertrouwenspersoon vereist, voor zover hij samen met de asielzoeker aanwezig is op het moment van de kennisgeving aan de persoon zelf. Om elke discussie te vermijden, worden de advocaat en de vertrouwenspersoon op gelijke voet gesteld. Artikel 9 voorziet
een aanpassing van artikel 9 van hetzelfde besluit. § 1 geeft een opsomming van de gegevens die de oproeping tot gehoor dient te bevatten. Voortaan bevat de oproeping een vermelding die verduidelijkt dat de asielzoeker zich op de dag van het gehoor kan laten bijstaan door een advocaat en een vertrouwenspersoon. Bovendien, voor wat de zinsnede met betrekking tot de verplichting om de nodige documenten mee te brengen betreft, worden de documenten
kwestie meer
detail omschreven. Deze opsomming neemt de elementen over die de asielzoekers volgens artikel 4, § 1 en 2 van voornoemde Richtlijn 2004/83/EG zo snel mogelijk moeten aanvoeren om hun aanvraag tot
ternationale bescherming te ondersteunen. Verder wordt er bepaald dat de documenten naar elk gehoor dienen te worden meegebracht (cfr. het artikel 20 van dit besluit). De bepalingen van hetzelfde besluit werden ook aangepast naar aanleiding van de wijzigingen die werden aangebracht
artikel 52, § 2, 4° en
artikel 57/10 van de wet. Die bepaling kent de asielzoeker vijftien dagen toe, te rekenen vanaf de datum van het geplande gehoor, om een geldige reden te geven
dien hij zich niet zou hebben aangemeld.
het geval van een verzoek om
lichtingen, beschikt hij over één maand, te rekenen vanaf het verzenden van het verzoek, om te reageren. Deze wettelijke termijnen worden uitdrukkelijk
het besluit vermeld. De artikelen 10 en 11 voorzien
technische aanpassingen van de artikelen 10 en 11 van hetzelfde besluit om deze
overeenstemming te brengen met de nieuwe artikelen 52 en 57/10 van de wet. Artikel 12 voegt een artikel 13/1 toe
hetzelfde besluit. § 1 van dit nieuwe artikel zet artikel 13, § 2 van Richtlijn 2005/85/EG om door te bepalen dat het persoonlijke onderhoud plaatsvindt
omstandigheden die een passende geheimhouding waarborgen. Er wordt op gewezen dat de teksten die het openbaar ambt regelen, meer bepaald artikel 10 van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 betreffende het statuut van het rijkspersoneel, de ambtenaar verplichten tot discretie en respect voor het privéleven van de asielzoeker. De ambtenaar is tevens gehouden tot naleving van de wet van 8 december 1992 betreffende de bescherming van het privéleven. Lid 2 van dit artikel bepaalt dat het gehoor alleen plaatsvindt
aanwezigheid van de dossierbehandelaar, de asielzoeker,
voorkomend geval, de tolk, de advocaat van de asielzoeker, en één vertrouwenspersoon. Er dient te worden benadrukt dat het Commissariaat-generaal zich kan verzetten tegen de aanwezigheid van een vertrouwenspersoon
dien deze niet voldoet aan de definitie van artikel 1, 6°. Krachtens artikel 12 van het besluit beschikt de ambtenaar overigens over de politie van het gehoor. Het Commissariaat-generaal kan zich bovendien verzetten tegen zijn aanwezigheid om vertrouwelijkheidsredenen of om redenen eigen aan het onderzoek. De verplichting om te waken over de vertrouwelijkheid van het gehoor resulteert uit artikel 13 § 3 van Richtlijn 2005/85/EG. Met redenen eigen aan het onderzoek van de aanvraag, worden bedoeld alle motieven die de ambtenaar toelaten te denken dat de aanwezigheid van de vertrouwenspersoon de vrije en ongedwongen meningsuiting van de asielzoeker zou kunnen belemmeren en alle motieven die toelaten te denken dat de aanwezigheid van de vertrouwenspersoon geen volledige weergave van de waarheid zou kunnen toelaten. Er dient te worden opgemerkt dat artikel 13 § 1 van voornoemde richtlijn expressis verbis bepaalt dat het gehoor van de asielzoeker normalerwijze plaatsvindt
afwezigheid van de familieleden van de asielzoeker, maar dat de overheid kan oordelen dat hun aanwezigheid noodzakelijk is om tot een adequaat onderzoek over te gaan. Lid 3 van het nieuwe artikel 13/1 bepaalt bijgevolg dat het Commissariaat-generaal de aanwezigheid van familieleden van asielzoekers uitzonderlijk kan aanvaarden wanneer hun aanwezigheid noodzakelijk zou zijn om over te gaan tot een adequaat onderzoek. Artikel 13 vervangt artikel 14 van het huidige besluit. Het betreft het gehoor van minderjarigen, hetzij begeleide of niet begeleide minderjarigen hetzij minderjarigen die vallen onder de voogdijwet of minderjarigen die niet onder de voogdijwet vallen.
lid 1 maakt het de garantie van geheimhouding ten voordele van meerderjarigen toepasselijk op minderjarigen.
lid 2 somt het de personen op die het gehoor van de minderjarige mogen bijwonen.
lid 3 herneemt het nieuwe artikel 14 bovendien de regel uit de vroegere versie van artikel 14 van het koninklijk besluit van 11 juli 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 27/01/2004 numac 2003000892 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de werking van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 27/01/2004 numac 2003000891 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot regeling van de werking van en de rechtspleging voor het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 27/01/2004 numac 2003000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende vaststelling van bepaalde elementen van de procedure die dienen gevolgd te worden door de dienst van de Dienst Vreemdelingenzaken die belast is met het onderzoek van de asielaanvragen op basis van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 26/08/2003 numac 2003014201 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 februari 2001 tot vaststelling van de vergoedingen waaraan het gebruik van openbare diensten betreffende de luchtvaart is onderworpen type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 21/08/2003 numac 2003011427 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 augustus 2002 waarbij de schade veroorzaakt aan bepaalde teelten door de overvloedige regenval van oktober en november 2000 op het grondgebied van verscheidene gemeenten als een landbouwramp wordt beschouwd, waarbij de geografische omvang van deze ramp afgebakend wordt en waarbij de schadeloosstelling van de schade wordt vastgesteld type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 10/10/2003 numac 2003022879 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie « mobiele urgentiegroep » moet voldoen om te worden erkend type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 30/10/2003 numac 2003022899 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 3 oktober 2001 houdende benoeming van de voorzitter, ondervoorzitters en leden van de Nationale Raad voor Verpleegkunde sluiten, volgens welke de ambtenaar zich om redenen eigen aan het onderzoek van de aanvraag of om vertrouwelijkheidsredenen, tijdens het gehoor kan verzetten tegen de aanwezigheid van de vertrouwenpersoon van de minderjarige. Het zal namelijk mogelijk zijn om zich op deze bepaling te beroepen wanneer er aanwijzingen zijn die toelaten te veronderstellen dat de aanwezigheid van de vertrouwenspersoon de sereniteit van het gehoor zou kunnen schaden. Er dient op te worden gewezen dat het Commissariaat-generaal bovendien een vertrouwenspersoon kan weigeren te aanvaarden
dien deze niet voldoet aan de definitie van artikel 1, 6°. Ten slotte, om te voldoen aan § 6 van hetzelfde artikel 17 van de richtlijn, verzoekt lid 4 van het artikel de Commissaris-generaal, er rekening mee te houden dat het hogere belang van het kind een doorslaggevende overweging bij het onderzoek van zijn asielaanvraag. Artikel 14 voorziet
een aanpassing van artikel 16 van hetzelfde besluit. De woorden "De identiteit en de handtekening van de ambtenaar" worden vervangen door de woorden "de
itialen en de handtekening van de ambtenaar". Deze wijziging is
overeenstemming met de wet betreffende de openbaarheid van bestuur en beoogt de ambtenaar te beschermen tegen eventuele misbruiken vanwege de asielzoeker, bijvoorbeeld telefonische oproepen of huisbezoeken. Artikel 16 wordt eveneens gewijzigd teneinde de dossierbehandelaar te verplichten om,
voorkomend geval, de redenen die hem ertoe aanzetten om zich te verzetten tegen de aanwezigheid van de door de asielzoeker gekozen vertrouwenspersoon tijdens het gehoor op te nemen
het gehoorverslag. Er dient hier gewezen te worden op het feit dat artikel 1 van huidig ontwerp de noodzakelijke voorwaarden om
die hoedanigheid te kunnen optreden herdefinieert en dat artikel 11, lid 4 voortaan voorziet dat de dossierbehandelaar zich om redenen eigen aan het onderzoek van de aanvraag of om vertrouwelijkheidsredenen kan verzetten tegen de aanwezigheid van de vertrouwenpersoon op het gehoor. Artikel 15 wijzigt artikel 17 van hetzelfde besluit. § 2 dat de confrontatieplicht behandelt, wordt gewijzigd teneinde de ambtenaar,
principe, te verplichten de asielzoeker te confronteren met tegenstrijdigheden, niet alleen met tegenstrijdige verklaringen afgelegd op de Dienst Vreemdelingenzaken die tijdens het gehoor aan het licht zouden komen, maar ook met elke andere verklaring die de asielzoeker heeft afgelegd en die
het administratieve dossier voorkomt. Aangezien de ambtenaar niet kan worden verplicht om de asielzoeker te confronteren met tegenstrijdigheden die slechts later aan het licht zouden kunnen komen, zullen alleen deze die zich tijdens het gehoor zelf aan de ambtenaar voordoen aan de asielzoeker voor eventuele reactie worden voorgelegd. Het feit de asielzoeker te moeten confronteren met bepaalde tegenstrijdigheden betekent niet dat deze laatste opnieuw moet worden opgeroepen voor een nieuw gehoor. Dit artikel belet de Commissaris-generaal overigens niet om een beslissing te nemen op grond van een tegenstrijdigheid waarmee de asielzoeker niet geconfronteerd werd. Dit artikel is
het belang van zowel de asielzoeker als het Commissariaat-generaal. Het laat toe het nut van het gehoor te maximaliseren en bevordert het aan het licht brengen van de waarheid. Deze bepaling laat immers toe dat
coherenties,
consistenties, zelfs gewone misverstanden die blijken uit de woorden van de asielzoeker tijdens het gehoor onmiddellijk worden opgehelderd, zonder dat de asielzoeker moet wachten om een beroep te kunnen
stellen om hiertegen te reageren.
deze zin kan dit artikel ook bijdragen tot een snellere behandeling van de aanvragen. Een correcte toepassing van deze bepaling heeft eveneens tot gevolg dat er meer gewicht wordt toegekend aan de motiveringen van de beslissingen van de Commissaris-generaal. § 3 van het gewijzigde artikel 17 wordt vervolledigd met de vermelding dat aanvullende opmerkingen of stukken ook tegen ontvangstbewijs kunnen worden
gediend, terwijl dit nu slechts per aangetekende brief mogelijk is. Artikel 16 voorziet
een aanpassing van artikel 18 van hetzelfde besluit.
§ 2
wordt de termijn om de reden van de afwezigheid mee te delen, nauwkeurig bepaald en dit overeenkomstig de artikelen 52 en 57/10 van de wet. Artikel 17 voorziet
een aanpassing van artikel 19 van hetzelfde besluit. § 1 bepaalt dat de advocaat of de vertrouwenspersoon het gehoor kan bijwonen maar dat de afwezigheid van de advocaat of van de vertrouwenspersoon de Commissaris-generaal of zijn gemachtigde niet belet de asielzoeker te horen. Het staat elke advocaat namelijk vrij zich te laten vervangen. Bovendien is het Commissariaat-generaal een administratieve
stantie, is de procedure voor het Commissariaat-generaal een administratieve en geen jurisdictionele procedure.
de praktijk brengt het Commissariaat-generaal de advocaat op de hoogte van het geplande gehoor van zijn cliënt en nodigt hij ook hem uit om het gehoor bij te wonen. De advocaat geeft echter niet altijd gevolg aan deze uitnodiging.
§ 1
wordt dan ook een derde lid toegevoegd waarin, conform de huidige praktijk, wordt bepaald dat het gehoor kan plaatsvinden
afwezigheid van de advocaat. Een § 3 wordt
gevoegd die bepaalt door wie de minderjarige asielzoeker zich laat bijstaan tijdens het gehoor. Deze paragraaf betreft, met name, de voogdij van niet-begeleide minderjarigen die wordt georganiseerd door de programmawet van 24 december 2002Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 24/12/2002 pub. 31/12/2002 numac 2002021488 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Programmawet
elke fase van de procedures die voorzien zijn door de wetten betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, en is hij aanwezig op elk van zijn gehoren. Om te kunnen voldoen aan de bepaling van artikel 17 § 1, b) van voornoemde richtlijn, laat § 4 de voogd die de bijzondere voogdij voorzien door de Belgische wet uitoefent, toe om tijdens het gehoor vragen te stellen en opmerkingen te formuleren,
het kader dat werd vastgelegd door de ambtenaar. Er wordt opgemerkt dat deze voorrechten alleen gelden voor de voogd die de voogdij voorzien door de Belgische wet uitoefent en dat ze worden uitgeoefend
het kader dat werd vastgelegd door de ambtenaar. Er wordt nog benadrukt dat de ambtenaar steeds de leiding en het toezicht over het gehoor behoudt krachtens artikel 12 van onderhavig besluit waaraan dit artikel geen afbreuk doet. Artikel 18.Een nieuw artikel 20/1 wordt
gevoegd en wijst erop dat de tolk de verklaringen van de asielzoeker getrouw vertaalt. Artikel 19.Na artikel 21 wordt een nieuw artikel 21/1 toegevoegd. Dit artikel regelt het geval waarin er een belangenconflict zou zijn tussen de tolk en de asielzoeker. Artikel 20 voorziet
een aanpassing van artikel 22 van hetzelfde besluit.
het eerste lid wordt er uitdrukkelijk melding gemaakt van de verplichting van de asielzoeker om de bewijsstukken waarover hij beschikt zo spoedig mogelijk voor te leggen. Er wordt een tweede lid toegevoegd, krachtens hetwelk de asielzoeker verplicht is om bij elk gehoor de originele bewijsstukken mee te brengen teneinde het Commissariaat-generaal de mogelijkheid te bieden deze
dien nodig te onderzoeken. Artikel 21 voorziet
een aanpassing van artikel 23 van hetzelfde besluit. Er wordt een § 2 toegevoegd met betrekking tot de behandeling van identiteitsdocumenten. De ambtenaar zal een kopie nemen van de geldige originele nationale en
ternationale documenten die aan de asielzoeker ter staving van zijn identiteit of nationaliteit werden uitgereikt. Het gaat bijvoorbeeld om een origineel
ternationaal paspoort of een originele nationale identiteitskaart. Deze documenten worden
principe niet
gehouden door het Commissariaat-generaal. Maar,
dien de ambtenaar vaststelt dat de echtheid van een identiteitsdocument nader onderzocht moet worden, bijvoorbeeld bij aanwijzingen van vervalsing, gebruik van valse stukken of onrechtmatig gebruik van het document, dient hij het document te kunnen behouden om over te gaan of te laten overgaan tot een grondig onderzoek met het oog op een correcte beoordeling van de asielaanvraag. Hoewel de ambtenaren van het Commissariaat-generaal onderworpen zijn aan artikel 29 van het Wetboek van Strafvordering is de strafrechtelijke sanctie voor het gebruik van valse of vervalste documenten
de asielprocedure niet het doel van dit artikel. Dit artikel heeft als enig doel de evaluatie van de bewijskracht die gegeven kan worden aan de door de asielzoekers voorgelegde documenten ter vaststelling van hun identiteit en nationaliteit mogelijk te maken. De identiteit en nationaliteit zijn twee essentiële elementen
het onderzoek van elke asielaanvraag. Naar gelang van het geval zal het onderzoek van het document gebeuren ofwel door de Federale Politie, ofwel door Belgische diplomatieke posten, ofwel op basis van objectieve bronnen gecontacteerd door CEDOCA, ofwel op basis van objectieve
formatie beschikbaar op het Commissariaat-generaal. Een dergelijk onderzoek uitvoeren of laten uitvoeren tijdens het gehoor is
de praktijk zelden, meestal helemaal niet haalbaar. Het betreft slechts een tijdelijke
houding van het document; geen
beslagname. Zodra het onderzoek is beëindigd en uiterlijk de dag waarop de Commissaris-generaal een beslissing neemt over de asielaanvraag, kan het identiteitsdocument worden teruggegeven aan de asielzoeker. Door artikel 22 wordt er een artikel 23/1
gevoegd. Dit gebeurt
overeenstemming met artikel 23, § 2 van de Europese Richtlijn 2005/85/EG. Overeenkomstig dit artikel moet een asielzoeker over wiens asielaanvraag binnen een termijn van zes maanden geen beslissing wordt genomen, op de hoogte worden gebracht van het uitstel van zijn beslissing of, op zijn verzoek,
kennis worden gesteld van het tijdsbestek waarbinnen hij zijn beslissing mag verwachten. Om praktische administratieve redenen wordt geopteerd voor het alternatief bepaald
artikel 23, § 2, b) van de Europese Richtlijn 2005/85/EG. Door de artikelen 23 en 24 wordt een afdeling
gevoegd
overeenstemming met artikel 4, § 3 van de Europese Richtlijn 2004/83/EG. Deze afdeling voorziet
een aantal regels voor de beoordeling van de feiten en elementen die door de asielzoeker worden aangehaald. Deze afdeling komt
de plaats van de afdeling betreffende de behandeling van het dringend beroep. Deze afdeling werd opgeheven want de nieuwe asielprocedure voorziet niet meer
de mogelijkheid van een dringend beroep. Artikel 24, dat de litterae
- a)tot
- d)van artikel 4, § 3 van Europese Richtlijn 2004/83/EG omzet, vereist geen specifieke commentaar, behalve op twee punten.
dien de door de asielzoeker aangehaalde feiten bestaan uit activiteiten die hij zou hebben verricht sinds zijn vertrek uit het land van herkomst, verzoekt littera d) van het nieuwe artikel 27 de Commissaris-generaal te onderzoeken of die activiteiten al dan niet tot doel hadden op artificiële wijze de voorwaarden te creëren om
ternationale bescherming te krijgen. Er dient echter te worden verduidelijkt dat, mocht dit het geval zijn, een eventuele weigeringsbeslissing niet alleen zou kunnen worden gemotiveerd door die vaststelling. Deze omstandigheid zou daarentegen
aanmerking kunnen komen voor de beoordeling van de algemene geloofwaardigheid van de asielzoeker. Artikel 4, § 3, e) van de voormelde Europese Richtlijn 2004/83/EG werd niet omgezet. Dit wegens de tegenstrijdigheid met het Verdrag van Genève van 28 juli 1951 betreffende de status van vluchtelingen en met het niet-terugleidingsprincipe. Deze tekst verzoekt de asielinstanties namelijk rekening te houden met het feit dat de asielzoeker zich zou kunnen beroepen op de bescherming van een derde land zonder dat uitdrukkelijk bewezen is dat hij effectief de nationaliteit van dit land bezit. Artikelen 25 en 26 voorzien
de aanpassing van het opschrift van de afdeling 3 en de onderafdeling 1 van hoofdstuk III van hetzelfde besluit. Dit artikel kan worden toegepast
een aantal gevallen waarin het advies van de Commissaris-generaal wordt gevraagd. Krachtens artikel 52/4 van de wet vraagt de Minister het advies van de Commissaris-generaal over de asielaanvraag van een vreemdeling ten aanzien van wie er ernstige redenen bestaan die toelaten hem te beschouwen als een gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid. Krachtens artikel 55, § 3 van de wet kan de vreemdeling van wie de asielaanvraag zonder voorwerp wordt verklaard, slechts van het grondgebied worden verwijderd na advies van de Commissaris-generaal over de overeenstemming van een dergelijke verwijderingmaatregel met artikel 3 EVRM. Artikel 27 voorziet
een technische aanpassing van de onderafdeling 2 van afdeling 3 van hoofdstuk III van hetzelfde besluit overeenkomstig artikel 57/6, eerste lid, 8° van de wet. Artikel 28 heft artikel 28 van hetzelfde besluit op. Artikel 29 voorziet
een aanpassing van artikel 30 van hetzelfde besluit. Er bestond reeds een verplichting om aan de personen aan wie de status van vluchteling wordt toegekend, een
formatienota met hun rechten en verplichtingen te bezorgen. Er wordt een nieuw lid toegevoegd die als doel heeft een dergelijke nota te bezorgen aan de personen die de subsidiaire beschermingsstatus genieten. Artikelen 30 en 31 voorzien
een aanpassing van de wijze waarop asieldossiers worden afgesloten. Deze aanpassing gebeurt
overeenstemming met artikel 19 van de Europese Richtlijn 2005/85/EG en stemt reeds overeen met de bestaande praktijk op het Commissariaat-generaal. De aanpassing voorziet dat
geval van vrijwillige afstand van de asielaanvraag, vrijwillige terugkeer naar het land van herkomst of verwerving van de Belgische nationaliteit, een beslissing wordt genomen die niet alleen aan de Minister of zijn gemachtigde maar tevens aan de asielzoeker zelf ter kennis wordt gebracht. Artikel 32 voegt een afdeling toe die de procedureregels omschrijft betreffende het onderzoek met het oog op een eventuele
trekking of een eventuele opheffing van de status. Deze regels zijn
overeenstemming met de Europese Richtlijn 2005/85/EG. Het onderzoek dat tot doel heeft de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingstatus die aan een persoon werd toegekend te heroverwegen, kan worden gestart zodra er nieuwe elementen of gegevens aan het licht komen die erop wijzen dat de geldigheid van zijn status opnieuw dient te worden onderzocht.
dat geval, wordt de betrokkene schriftelijk op de hoogte gebracht van het feit dat de Commissaris-generaal zijn recht om aanspraak te maken op de vluchtelingen- of subsidiaire beschermingsstatus heroverweegt, alsook van de redenen voor deze heroverweging. De betrokkene krijgt
elk geval de mogelijkheid om de redenen uiteen te zetten waarom zijn vluchtelingenstatus of zijn subsidiaire beschermingsstatus niet moet worden
getrokken of opgeheven. Het principe is dat de Commissaris-generaal de persoon oproept voor een gehoor elke keer dat hij de status van een persoon heroverweegt.
de bijzondere hypothese waar hij een beslissing tot opheffing van de status overweegt kan hij beslissen dat de betrokkene zijn elementen enkel schriftelijk kan doen gelden. Aangezien de beslissingen tot opheffing van de status voornamelijk gebaseerd zijn op de gunstige evolutie
het land van herkomst en niet op een gedrag dat persoonlijk aan de betrokkene wordt toegeschreven, zoals bij de
trekkingsbeslissingen, is het niet nodig gebleken systematisch een gehoor te organiseren. Hiermee worden de beslissingen gebaseerd op artikel 57/6, 4° van de wet bedoeld. Dit alternatief wordt expliciet voorzien
artikel 38, § 1, b) van de Europese Richtlijn 2005/85/EG.
dien een gehoor wordt gehouden, zijn de meeste bepalingen van onderafdeling 3 betreffende het gehoor ook van toepassing op het gehoor met betrekking tot een heroverweging. De bepalingen betreffende het recht op bijstand, de rol van de tolk, en de door de asielzoeker neergelegde bewijsstukken zijn
dit geval ook van toepassing, en dit
hun geheel. Er wordt voorzien
een bijzondere bepaling met betrekking tot het adres waarnaar alle briefwisseling, alsook de oproeping of de beslissing dient te worden verstuurd. Dit is nodig omdat de voor de asielprocedure gekozen woonplaats niet noodzakelijk meer actueel is. De betekening kan geldig gebeuren op het laatste adres vermeld
het Rijksregister. Het nieuwe artikel 35/3 somt de elementen op die moeten worden vermeld
de oproeping. Er zijn twee wijzigingen
vergelijking met de oproeping voor het gehoor
het kader van de behandeling van de asielaanvraag. De eerste wijziging betreft de aanwezigheid van een tolk. Deze wordt niet aangesteld naar gelang de keuze die door de asielzoeker wordt gemaakt overeenkomstig artikel 51/4 van de wet.
dien de betrokkene het Nederlands noch het Frans machtig is, stelt het Commissariaat-generaal een tolk aan die één van de talen gesproken door de asielzoeker beheerst. De tweede wijziging betreft de verplichting van de betrokkene, wanneer hij zich niet aanmeldt voor een gehoor op het Commissariaat-generaal, om de redenen mee te delen waarom de vluchtelingenstatus of subsidiaire beschermingsstatus niet kan worden
getrokken of opgeheven. Bij afwezigheid op het gehoor en bij gebrek aan elke reactie vanwege de betrokkene, kan de Commissaris-generaal op basis van de elementen
het dossier een beslissing nemen zonder een nieuwe oproeping tot gehoor te sturen. Artikel 33 werd aangepast ten gevolge van een opmerking van de Raad van State. Het artikel bepaalt nu dat het besluit
werking zal treden de tiende dag na dat het
het Belgische Staatsblad wordt bekendgemaakt. Ik heb de eer te zijn, Sire, van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaars, De Vice-Eerste Minister en Minister belast met het Migratie- en asielbeleid, Mevr. J. MILQUET De Staatssecretaris voor Migratie- en asielbeleid, M. WATHELET ADVIES 46.694/4 VAN 10 JUNI 2009 VAN DE AFDELING WETGEVING VAN DE RAAD VAN STATE De Raad van State, afdeling wetgeving, vierde kamer, op 15 mei 2009 door de Minister van Migratie- en Asielbeleid verzocht haar, binnen een termijn van dertig dagen, van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit "tot wijziging van het koninklijk besluit van 11 juli 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 27/01/2004 numac 2003000892 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de werking van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 27/01/2004 numac 2003000891 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot regeling van de werking van en de rechtspleging voor het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 27/01/2004 numac 2003000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende vaststelling van bepaalde elementen van de procedure die dienen gevolgd te worden door de dienst van de Dienst Vreemdelingenzaken die belast is met het onderzoek van de asielaanvragen op basis van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 26/08/2003 numac 2003014201 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 februari 2001 tot vaststelling van de vergoedingen waaraan het gebruik van openbare diensten betreffende de luchtvaart is onderworpen type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 21/08/2003 numac 2003011427 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 augustus 2002 waarbij de schade veroorzaakt aan bepaalde teelten door de overvloedige regenval van oktober en november 2000 op het grondgebied van verscheidene gemeenten als een landbouwramp wordt beschouwd, waarbij de geografische omvang van deze ramp afgebakend wordt en waarbij de schadeloosstelling van de schade wordt vastgesteld type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 10/10/2003 numac 2003022879 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie « mobiele urgentiegroep » moet voldoen om te worden erkend type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 30/10/2003 numac 2003022899 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 3 oktober 2001 houdende benoeming van de voorzitter, ondervoorzitters en leden van de Nationale Raad voor Verpleegkunde sluiten tot regeling van de werking van en de rechtspleging voor het Commissariaat-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen", heeft het volgende advies gegeven : Aangezien de adviesaanvraag
gediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals het is vervangen bij de wet van 2 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/04/2003 pub. 16/04/2003 numac 2003000298 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen, en van het Kieswetboek type wet prom. 02/04/2003 pub. 14/05/2003 numac 2003000376 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van sommige aspecten van de wetgeving met betrekking tot de
richting en de werkwijze van de afdeling wetgeving van de Raad van State type wet prom. 02/04/2003 pub. 02/05/2003 numac 2003000309 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en tot regeling van de overdracht van sommige personeelsleden van de Dienst Veiligheid van de Staat op het gebied van de kernenergie sluiten, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten. Wat deze drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen. Voorafgaande vormvereisten 1. Hoewel, zoals de
specteur van Financiën erop wijst, dat het ontworpen besluit geen substantiële budgettaire weerslag heeft, behoeft het de akkoordbevinding van de Staatssecretaris voor Begroting.Uit het aan de afdeling Wetgeving van de Raad van State ter fine van advies toegezonden dossier blijkt evenwel niet dat deze akkoordbevinding voorhanden is. Er dient voor gezorgd te worden dat dit vormvoorschrift naar behoren wordt vervuld. 2.
zoverre artikel 4 van het ontwerp (ontworpen artikel 4, §§ 3 en 4) de ambtenaren van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen
de uitoefening van hun taak soortgelijke verplichtingen oplegt als die waarin wordt voorzien
een bepaling van een ontwerpbesluit dat ontstaan heeft gegeven aan het koninklijk besluit van 11 juli 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 27/01/2004 numac 2003000892 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de werking van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 27/01/2004 numac 2003000891 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot regeling van de werking van en de rechtspleging voor het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 27/01/2004 numac 2003000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende vaststelling van bepaalde elementen van de procedure die dienen gevolgd te worden door de dienst van de Dienst Vreemdelingenzaken die belast is met het onderzoek van de asielaanvragen op basis van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 26/08/2003 numac 2003014201 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 februari 2001 tot vaststelling van de vergoedingen waaraan het gebruik van openbare diensten betreffende de luchtvaart is onderworpen type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 21/08/2003 numac 2003011427 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 augustus 2002 waarbij de schade veroorzaakt aan bepaalde teelten door de overvloedige regenval van oktober en november 2000 op het grondgebied van verscheidene gemeenten als een landbouwramp wordt beschouwd, waarbij de geografische omvang van deze ramp afgebakend wordt en waarbij de schadeloosstelling van de schade wordt vastgesteld type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 10/10/2003 numac 2003022879 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie « mobiele urgentiegroep » moet voldoen om te worden erkend type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 30/10/2003 numac 2003022899 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 3 oktober 2001 houdende benoeming van de voorzitter, ondervoorzitters en leden van de Nationale Raad voor Verpleegkunde sluiten tot regeling van de werking van en de rechtspleging voor het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (hierna het " koninklijk besluit van 11 juli 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 27/01/2004 numac 2003000892 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de werking van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 27/01/2004 numac 2003000891 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot regeling van de werking van en de rechtspleging voor het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 27/01/2004 numac 2003000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende vaststelling van bepaalde elementen van de procedure die dienen gevolgd te worden door de dienst van de Dienst Vreemdelingenzaken die belast is met het onderzoek van de asielaanvragen op basis van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 26/08/2003 numac 2003014201 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 februari 2001 tot vaststelling van de vergoedingen waaraan het gebruik van openbare diensten betreffende de luchtvaart is onderworpen type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 21/08/2003 numac 2003011427 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 augustus 2002 waarbij de schade veroorzaakt aan bepaalde teelten door de overvloedige regenval van oktober en november 2000 op het grondgebied van verscheidene gemeenten als een landbouwramp wordt beschouwd, waarbij de geografische omvang van deze ramp afgebakend wordt en waarbij de schadeloosstelling van de schade wordt vastgesteld type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 10/10/2003 numac 2003022879 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie « mobiele urgentiegroep » moet voldoen om te worden erkend type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 30/10/2003 numac 2003022899 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 3 oktober 2001 houdende benoeming van de voorzitter, ondervoorzitters en leden van de Nationale Raad voor Verpleegkunde sluiten
advies 34.745/4, dat op 2 april 2003 is verstrekt over het genoemde ontwerp
het koninklijk besluit van 11 juli 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 27/01/2004 numac 2003000892 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de werking van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 27/01/2004 numac 2003000891 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot regeling van de werking van en de rechtspleging voor het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 27/01/2004 numac 2003000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende vaststelling van bepaalde elementen van de procedure die dienen gevolgd te worden door de dienst van de Dienst Vreemdelingenzaken die belast is met het onderzoek van de asielaanvragen op basis van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 26/08/2003 numac 2003014201 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 februari 2001 tot vaststelling van de vergoedingen waaraan het gebruik van openbare diensten betreffende de luchtvaart is onderworpen type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 21/08/2003 numac 2003011427 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 augustus 2002 waarbij de schade veroorzaakt aan bepaalde teelten door de overvloedige regenval van oktober en november 2000 op het grondgebied van verscheidene gemeenten als een landbouwramp wordt beschouwd, waarbij de geografische omvang van deze ramp afgebakend wordt en waarbij de schadeloosstelling van de schade wordt vastgesteld type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 10/10/2003 numac 2003022879 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie « mobiele urgentiegroep » moet voldoen om te worden erkend type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 30/10/2003 numac 2003022899 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 3 oktober 2001 houdende benoeming van de voorzitter, ondervoorzitters en leden van de Nationale Raad voor Verpleegkunde sluiten
te voegen, die de artikelen 27 tot 28/1 bevat en die het volgende opschrift draagt : "Bepalingen betreffende de beoordeling van de feiten".
het verslag aan de Koning wordt gepreciseerd dat deze afdeling, die strekt tot de omzetting van artikel 4, leden 1 tot 3, van Richtlijn 2004/83/EG van de Raad van 29 april 2004
zake minimumnormen voor de erkenning van onderdanen van derde landen en staatlozen als vluchteling of als persoon die anderszins
ternationale bescherming behoeft, en de
houd van de verleende bescherming, "voorziet
een aantal regels voor de beoordeling van de feiten en elementen die door de asielzoeker worden aangehaald". Volgens artikel 57/24 van de wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/1980 pub. 12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 15/12/1980 pub. 20/12/2007 numac 2007000992 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten, dat de rechtsgrond van het ontwerpbesluit vormt, is de Koning gerechtigd de rechtspleging vóór en de werking van het Commissariaat-generaal te bepalen. Deze bepaling kan niet dienen als rechtsgrond van de artikelen 24 en 25 van het ontwerp, die noch de rechtspleging vóór het Commissariaat-generaal betreffen, noch de werking ervan, maar wel de criteria waarmee rekening moet worden gehouden bij het onderzoek van een asielaanvraag en de manier waarop die criteria moeten worden geanalyseerd bij de beoordeling van de gegrondheid van de asielaanvraag. Zulke regels kunnen evenmin worden aangenomen op basis van artikel 108 van de Grondwet, dat de Koning machtigt om de verordeningen te maken en de besluiten te nemen die voor de uitvoering van de wetten nodig zijn. De Koning kan
de uitoefening van die bevoegdheid de draagwijdte van de wet niet uitbreiden, noch beperken. Deze twee artikelen moeten derhalve vervallen. Bijzondere opmerkingen Dispositief Artikel 1 (nieuw) Zoals
het verslag aan de Koning wordt aangegeven, zet het ontwerpbesluit deels de voornoemde Richtlijn 2004/83/EG van de Raad van 29 april 2004 om, alsmede de Richtlijn 2005/85/EG van de Raad van 1 december 2005 betreffende minimumnormen voor de procedures
de lidstaten voor de toekenning of
trekking van de vluchtelingenstatus (hierna "Richtlijn 2005/85/EG"). Overeenkomstig respectievelijk artikel 38, lid 1, tweede alinea, en artikel 43, tweede alinea, van deze richtlijnen moet zulks worden vermeld
een nieuw artikel
- Artikel 1
- Het ontworpen artikel 1, 6°, van het koninklijk besluit van 11 juli 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 27/01/2004 numac 2003000892 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de werking van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 27/01/2004 numac 2003000891 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot regeling van de werking van en de rechtspleging voor het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 27/01/2004 numac 2003000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende vaststelling van bepaalde elementen van de procedure die dienen gevolgd te worden door de dienst van de Dienst Vreemdelingenzaken die belast is met het onderzoek van de asielaanvragen op basis van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 26/08/2003 numac 2003014201 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 februari 2001 tot vaststelling van de vergoedingen waaraan het gebruik van openbare diensten betreffende de luchtvaart is onderworpen type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 21/08/2003 numac 2003011427 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 augustus 2002 waarbij de schade veroorzaakt aan bepaalde teelten door de overvloedige regenval van oktober en november 2000 op het grondgebied van verscheidene gemeenten als een landbouwramp wordt beschouwd, waarbij de geografische omvang van deze ramp afgebakend wordt en waarbij de schadeloosstelling van de schade wordt vastgesteld type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 10/10/2003 numac 2003022879 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie « mobiele urgentiegroep » moet voldoen om te worden erkend type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 30/10/2003 numac 2003022899 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 3 oktober 2001 houdende benoeming van de voorzitter, ondervoorzitters en leden van de Nationale Raad voor Verpleegkunde sluiten
voorkomend geval zal kunnen verzetten tegen diens aanwezigheid als vertrouwenspersoon. De gestelde criteria zijn echter dermate vaag dat ze de ambtenaren van het Commissariaat-generaal een ruime beoordelingsbevoegdheid verlenen. Daaromtrent om uitleg gevraagd, heeft de gemachtigde van de minister de volgende toelichtingen verstrekt : " les "raisons particulières" peuvent s'entendre de toute circonstance
voquée par une personne non-professionnelle sollicitant d'être personne de confiance permettant de convaincre le CGRA que celle-ci offre les mêmes garanties de fiabilité qu'un
tervenant professionnel. En particulier, il s'agira des circonstances permettant au CGRA de considérer qu'elle recueille la totale confiance du demandeur d'asile, mais aussi qu'elle garantira l'expression libre, sereine et sincère du demandeur au cours de l'audition". Om dit doel te bereiken en om tevens te voorkomen dat de ambtenaren van het Commissariaat-generaal een discretionaire beoordelingsbevoegdheid wordt verleend, zou het beter zijn
de ontworpen bepaling de woorden "en die hetzij beroepshalve optreedt, hetzij bijzondere redenen kan aantonen voor zijn optreden" te schrappen en voor te schrijven dat de ambtenaar van het Commissariaat-generaal zich tegen de aanwezigheid van de vertrouwenspersoon tijdens het verhoor van de asielzoeker kan verzetten
dien blijkt dat diens aanwezigheid zou verhinderen dat de asielzoeker vrijuit kan spreken. Dezelfde opmerking geldt mutatis mutandis voor de artikelen 11 en 12 van het ontwerp, die dienovereenkomstig moeten worden herzien. 2. Teneinde iedere verwarring te voorkomen omtrent hetgeen
het vervolg van de ontwerptekst verstaan moet worden onder "niet-begeleide minderjarige"
titel XIII, hoofdstuk 6, "Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen", van de programmawet (I) van 24 december 2002. Artikel 2 Het ontworpen artikel 2, tweede lid, bepaalt het volgende : "De ambtenaren belast met het gehoor van een niet-begeleide minderjarige asielzoeker moeten [...] de vereiste kennis met betrekking tot de bijzondere noden van minderjarigen bezitten. " De gemachtigde van de minister heeft daaromtrent de volgende toelichtingen verstrekt : "Les "connaissances nécessaires sur les besoins particuliers des mineurs" correspondent à l'enseignement dispensé en la matière par la coordination spécialisée MENA et le Centre de connaissance et d'apprentissage du CGRA (CCA)
stitué par l'article 3, § 2 de l'AR de base de 2003. La disposition en projet transpose l'article 17, § 4 de la Directive 2004/85/CE qui requiert que les Etats membres veillent à ce que "un agent possédant les connaissances nécessaires sur les besoins particuliers des mineurs élabore la décision de l'autorité responsable de la détermination concernant la demande du mineur non accompagné"". Het zou verkieslijk zijn deze toelichtingen op te nemen
het verslag aan de Koning. Artikel 4 Terwijl
het ontworpen artikel 4, § 4, sprake is van iedere "asielaanvraag"
de zin van artikel 49/3 van de wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/1980 pub. 12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 15/12/1980 pub. 20/12/2007 numac 2007000992 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten, te weten iedere aanvraag om erkenning van de status van vluchteling of om toekenning van de subsidiaire beschermingsstatus, wordt
de ontwerptekst alleen verwezen naar het begrip "vermeende actoren van vervolging", dat specifiek is voor de status van vluchteling. Opdat naar behoren rekening wordt gehouden met de subsidiaire beschermingsstatus
de zin van artikel 48/4 van de wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/1980 pub. 12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 15/12/1980 pub. 20/12/2007 numac 2007000992 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten, moet de uitdrukking "vermoedelijke actoren van vervolging of van ernstige schade" worden gebruikt
herinnering te brengen door ze over te nemen of te parafraseren, dienen te vervallen. Zodanige bepalingen zijn niet alleen overbodig, maar ze verhullen bovendien de ware aard van de hogere regeling. Door deze over te nemen, handelt de steller van het ontwerp alsof hij bevoegd zou zijn om die hogere regel vast te stellen en bijgevolg te wijzigen. Artikel 7, § 2, eerste lid, moet bijgevolg vervallen. Bovendien moet het tweede lid, naar luid waarvan een kopie van de oproeping ter
formatie verstuurd wordt naar de advocaat van de asielzoeker, worden herzien, zodat duidelijk blijkt dat het een verplichting tot verzending betreft die komt bovenop de verplichtingen die artikel 51/2 van de wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/1980 pub. 12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 15/12/1980 pub. 20/12/2007 numac 2007000992 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten voorschrijft. 2. De gemachtigde van de minister is het ermee eens dat
het ontworpen artikel 7, § 3, de verwijzing naar "§ 1" vervangen moet worden door een verwijzing naar de "§§ 1 en 2".3. Het ontworpen artikel 7, §§ 4 en 5, bepaalt de minimumtermijnen die
acht genomen moeten worden voordat de asielzoeker voor een gehoor kan worden opgeroepen, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen de asielzoeker die op zijn gekozen woonplaats wordt opgeroepen (§ 4) en diegene die wordt opgeroepen via een persoonlijke kennisgeving en geen advocaat heeft (§ 5).De ontworpen bepaling stelt evenwel niet de termijn vast die geldt
het - misschien theoretische, maar niet uit te sluiten - geval van een asielzoeker die wordt opgeroepen via een persoonlijke kennisgeving en die wel een advocaat heeft. Artikel 7, § 5, moet dienovereenkomstig worden aangevuld. Artikel 12 Zoals
het verslag aan de Koning wordt opgemerkt, bepaalt het ontworpen artikel 14, § 2, niet dat, wat betreft de personen die gerechtigd zijn om aanwezig te zijn tijdens het gehoor van de minderjarige, diegene die krachtens de nationale wet van de minderjarige het ouderlijk gezag of de voogdij uitoefent over deze laatste,
elk geval dat verhoor kan bijwonen. Ze mogen het gehoor alleen bijwonen
dien de commissaris-generaal of de ambtenaar hun aanwezigheid noodzakelijk acht voor een deugdelijk onderzoek. De ontworpen bepaling voert aldus een ongelijke behandeling
tussen enerzijds de minderjarige over wie een persoon krachtens de nationale wet van de minderjarige het ouderlijk gezag of de voogdij uitoefent, en die tijdens het gehoor door deze persoon alleen kan worden bijgestaan
dien de aanwezigheid van deze laatste noodzakelijk wordt geacht, en anderzijds de minderjarige over wie een persoon de specifieke voogdij geregeld bij de Belgische wet uitoefent,
welk geval de minderjarige zonder voorbehoud door deze persoon kan worden bijgestaan. Het is de afdeling Wetgeving evenwel niet duidelijk op welke grond
het licht van het gelijkheidsbeginsel gewettigd kan worden dat alle minderjarigen opgeroepen voor een gehoor niet
dezelfde omstandigheden kunnen worden bijgestaan door de persoon die over hen het ouderlijk gezag uitoefent, de voogdij geregeld volgens hun nationale wet of de specifieke voogdij geregeld bij de Belgische wet
artikel 23 van het besluit van 11 juli 2003
, luidende : "De ambtenaar neemt een kopie van alle originele nationale of
ternationale documenten die de identiteit of nationaliteit bewijzen.
dien de ambtenaar tijdens het gehoor vaststelt dat een nader onderzoek naar de echtheid van een of meerdere van deze documenten aangewezen is, kunnen deze documenten voor de periode noodzakelijk voor het uitvoeren van een dergelijk onderzoek, worden
gehouden. De
gehouden originele nationale of
ternationale identiteitsdocumenten worden zo snel mogelijk en uiterlijk de dag waarop de Commissaris-generaal of één van zijn adjuncten een beslissing neemt, terug ter beschikking van de asielzoeker gesteld. Het
houden en het teruggeven van deze documenten gebeurt zoals omschreven
§ 1
." Het lijkt erop dat deze bepaling de ambtenaren van het Commissariaat-generaal machtigt om identiteitsdocumenten
beslag te nemen die niet authentiek lijken. Geen enkele bepaling
de wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/1980 pub. 12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 15/12/1980 pub. 20/12/2007 numac 2007000992 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten kent de ambtenaren van het Commissariaat-generaal evenwel een zodanige bevoegdheid tot
beslagneming toe
het ontwerp dient een nieuw artikel te worden
gevoegd tot wijziging van artikel 29 van het besluit van 11 juli 2003, zodat daarin de verwijzing naar artikel 52bis van de wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/1980 pub. 12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 15/12/1980 pub. 20/12/2007 numac 2007000992 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten wordt geschrapt en verwezen wordt naar de artikelen 52/4, tweede lid, en 55, § 3, van diezelfde wet, naar het voorbeeld van het nieuwe opschrift van onderafdeling 1. Artikel 32 De gemachtigde van de minister heeft
verband met het ontworpen artikel 35/4 gepreciseerd dat onder het woord "onverminderd" de uitdrukking "met
achtneming van" moet worden verstaan. De ontworpen bepaling moet
die zin worden gewijzigd. Artikel 33 Uit artikel 33 van het ontwerp volgt dat het besluit onverwijld
werking treedt op de dag van de bekendmaking ervan
het Belgisch Staatsblad. Tenzij er een specifieke reden bestaat om af te wijken van de gangbare termijn van
werkingtreding bepaald door artikel 6, eerste lid, van de wet van 31 mei 1961 betreffende het gebruik der talen
wetgevingszaken, het opmaken, bekendmaken en
werkingtreden van wetten en verordeningen, dient
beginsel te worden afgezien van de onmiddellijke
werkingtreding teneinde elkeen een redelijke termijn te geven om kennis te nemen van de nieuwe regels
paragrafen onder te verdelen wanneer elk ervan slechts één lid bevat; deze opmerking geldt onder meer voor de ontworpen artikelen 12/1, 14 en 22 (de artikelen 11, 12 en 19 van het ontwerp)
dit verband advies 34.744/4, op 2 april 2003 verstrekt omtrent een ontwerp dat aanleiding heeft gegeven tot het koninklijk besluit van 11 juli 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 27/01/2004 numac 2003000892 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de werking van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 27/01/2004 numac 2003000891 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot regeling van de werking van en de rechtspleging voor het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 27/01/2004 numac 2003000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende vaststelling van bepaalde elementen van de procedure die dienen gevolgd te worden door de dienst van de Dienst Vreemdelingenzaken die belast is met het onderzoek van de asielaanvragen op basis van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 26/08/2003 numac 2003014201 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 februari 2001 tot vaststelling van de vergoedingen waaraan het gebruik van openbare diensten betreffende de luchtvaart is onderworpen type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 21/08/2003 numac 2003011427 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 augustus 2002 waarbij de schade veroorzaakt aan bepaalde teelten door de overvloedige regenval van oktober en november 2000 op het grondgebied van verscheidene gemeenten als een landbouwramp wordt beschouwd, waarbij de geografische omvang van deze ramp afgebakend wordt en waarbij de schadeloosstelling van de schade wordt vastgesteld type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 10/10/2003 numac 2003022879 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie « mobiele urgentiegroep » moet voldoen om te worden erkend type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 30/10/2003 numac 2003022899 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 3 oktober 2001 houdende benoeming van de voorzitter, ondervoorzitters en leden van de Nationale Raad voor Verpleegkunde sluiten houdende vaststelling van bepaalde elementen van de procedure die dienen gevolgd te worden door de dienst van de Dienst Vreemdelingenzaken die belast is met het onderzoek van de asielaanvragen op basis van de wet van 15 december 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/1980 pub. 12/04/2012 numac 2012000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom. 15/12/1980 pub. 20/12/2007 numac 2007000992 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (hierna het " koninklijk besluit van 11 juli 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 27/01/2004 numac 2003000892 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de werking van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 27/01/2004 numac 2003000891 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot regeling van de werking van en de rechtspleging voor het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 27/01/2004 numac 2003000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende vaststelling van bepaalde elementen van de procedure die dienen gevolgd te worden door de dienst van de Dienst Vreemdelingenzaken die belast is met het onderzoek van de asielaanvragen op basis van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 26/08/2003 numac 2003014201 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 februari 2001 tot vaststelling van de vergoedingen waaraan het gebruik van openbare diensten betreffende de luchtvaart is onderworpen type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 21/08/2003 numac 2003011427 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 augustus 2002 waarbij de schade veroorzaakt aan bepaalde teelten door de overvloedige regenval van oktober en november 2000 op het grondgebied van verscheidene gemeenten als een landbouwramp wordt beschouwd, waarbij de geografische omvang van deze ramp afgebakend wordt en waarbij de schadeloosstelling van de schade wordt vastgesteld type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 10/10/2003 numac 2003022879 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie « mobiele urgentiegroep » moet voldoen om te worden erkend type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 30/10/2003 numac 2003022899 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 3 oktober 2001 houdende benoeming van de voorzitter, ondervoorzitters en leden van de Nationale Raad voor Verpleegkunde sluiten
dezelfde zin opmerking 1, gemaakt onder artikel 27
het voornoemde advies 34.745/4, die op haar beurt verwijst naar opmerking 1, gemaakt onder artikel 5 van het ontwerp van koninklijk besluit waarover het voornoemde advies 34.744/4 is uitgebracht.
die beperkte bevoegdheid kan worden
gepast, aangezien de afdeling Wetgeving geen kennis heeft van het geheel van de feitelijke gegevens welke de regering
aanmerking kan nemen als zij te oordelen heeft of het vaststellen of wijzigen van een verordening noodzakelijk is. Aangezien de adviesaanvraag
gediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals het is vervangen bij de wet van 2 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/04/2003 pub. 16/04/2003 numac 2003000298 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen, en van het Kieswetboek type wet prom. 02/04/2003 pub. 14/05/2003 numac 2003000376 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van sommige aspecten van de wetgeving met betrekking tot de
richting en de werkwijze van de afdeling wetgeving van de Raad van State type wet prom. 02/04/2003 pub. 02/05/2003 numac 2003000309 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en tot regeling van de overdracht van sommige personeelsleden van de Dienst Veiligheid van de Staat op het gebied van de kernenergie sluiten, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten. Wat deze drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen. Voorafgaande opmerking Het ontwerpbesluit is een nieuwe versie van een tekst waarover de afdeling Wetgeving van de Raad van State op 10 juni 2009 advies 46.694/4 gegeven heeft. Wanneer de afdeling Wetgeving een advies heeft gegeven, heeft ze de bevoegdheid opgebruikt die ze krachtens de wet heeft; het komt haar derhalve niet toe om zich opnieuw uit te spreken over reeds onderzochte bepalingen, ongeacht of ze herzien zijn teneinde rekening te houden met de opmerkingen die
het eerste advies gemaakt zijn, dan wel ongewijzigd blijven. Dat geldt niet wanneer overwogen wordt
de tekst volledig nieuwe bepalingen
te voegen over de
houd waarvan de afdeling Wetgeving zich niet heeft kunnen uitspreken bij het oorspronkelijke onderzoek van het dossier :
zo'n geval moet de afdeling Wetgeving weer om advies worden verzocht, welk advies dan alleen op de nieuwe bepalingen betrekking heeft. Dat geldt ook niet wanneer na het eerste advies nieuwe juridische gegevens opduiken, die kunnen rechtvaardigen dat de tekst door de afdeling Wetgeving wederom wordt onderzocht :
zo'n geval heeft het nieuwe onderzoek van de tekst betrekking op de weerslag van die nieuwe juridische gegevens op de betrokken regeling. Blijkbaar is zulks
casu niet het geval. Gelet op hetgeen voorafgaat, dient de afdeling Wetgeving
dit geval enkel en alleen de volgende bepalingen of onderdelen van bepalingen van het ontwerpbesluit te onderzoeken : 1° wat artikel 8 betreft : a) onderdeel 2°;b) onderdeel 4°, voor zover daarbij
het ontworpen artikel 7, § 2, eerste zin, de woorden "of de voogdij krachtens de nationale wet" en de woorden "of conform de nationale wet" worden
gevoegd;c) onderdeel 4°, voor zover daarbij
het ontworpen artikel 7, § 3, de woorden "met uitzondering van de onderdanen van de Europese Unie, of van een Staat die partij is bij een Toetredingsverdrag tot de Europese Unie dat nog niet
werking is getreden" worden
gevoegd;d) onderdeel 4°, voor zover artikel 7 van het koninklijk besluit van 11 juli 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 27/01/2004 numac 2003000892 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de werking van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 27/01/2004 numac 2003000891 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot regeling van de werking van en de rechtspleging voor het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 27/01/2004 numac 2003000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende vaststelling van bepaalde elementen van de procedure die dienen gevolgd te worden door de dienst van de Dienst Vreemdelingenzaken die belast is met het onderzoek van de asielaanvragen op basis van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 26/08/2003 numac 2003014201 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 februari 2001 tot vaststelling van de vergoedingen waaraan het gebruik van openbare diensten betreffende de luchtvaart is onderworpen type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 21/08/2003 numac 2003011427 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 augustus 2002 waarbij de schade veroorzaakt aan bepaalde teelten door de overvloedige regenval van oktober en november 2000 op het grondgebied van verscheidene gemeenten als een landbouwramp wordt beschouwd, waarbij de geografische omvang van deze ramp afgebakend wordt en waarbij de schadeloosstelling van de schade wordt vastgesteld type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 10/10/2003 numac 2003022879 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie « mobiele urgentiegroep » moet voldoen om te worden erkend type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 30/10/2003 numac 2003022899 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 3 oktober 2001 houdende benoeming van de voorzitter, ondervoorzitters en leden van de Nationale Raad voor Verpleegkunde sluiten tot regeling van de werking van en de rechtspleging voor het Commissariaat-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen daarbij aangevuld wordt met een paragraaf 4;2° artikel 13, voor zover daarbij
het ontworpen artikel 14, § 4, de woorden "tijdens het onderzoek van de asielaanvraag" worden
gevoegd;3° artikel 15, onderdeel 2°;4° artikel 18;5° artikel 24, voor zover daarbij
de
leidende zin van het ontworpen artikel 27 de woorden "objectieve en onpartijdige" worden
gevoegd;6° wat artikel 32
het ontworpen artikel 35/2, § 2, eerste lid, eerste zin, de woorden "binnen de vijftien dagen";
- c)het ontworpen artikel 35/2, § 2, derde en vierde lid;
- d)het ontworpen artikel 35/3, vierde en zevende streepje. Bijzondere opmerkingen Dispositief Artikel 8 1. Met betrekking tot de bepaling die artikel 7, § 2, van het koninklijk besluit van 11 juli 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 11/07/2003 pub. 27/01/2004 numac 2003000892 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de werking van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen type koninklijk besluit pr