📄 Wettekst
28 APRIL 2022. - Wet houdende boek 5 "Verbintenissen" van het Burgerlijk Wetboek (1)
FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. HOOFDSTUK 2. - Inhoud van boek 5 "Verbintenissen" van het nieuwe Burgerlijk Wetboek Art. 2.Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, ingevoerd bij artikel 2 van de
wet van 13 april 2019Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
20/10/2000
pub.
22/12/2000
numac
2000010017
bron
ministerie van justitie
Wet tot invoering van het gebruik van telecommunicatiemiddelen en van de elektronische handtekening in de gerechtelijke en de buitengerechtelijke procedure
sluiten2 tot invoering van een Burgerlijk Wetboek en tot invoeging van boek 8 "Bewijs" in dat Wetboek, bevat de volgende bepalingen: "Boek 5. Verbintenissen Titel 1. Inleidende bepalingen Artikel 5.1. Verbintenis Een verbintenis is een rechtsband op grond waarvan een schuldeiser van een schuldenaar, indien nodig in rechte, de uitvoering van een prestatie mag eisen.
Art. 5.2. Natuurlijke verbintenis De natuurlijke verbintenis is een verbintenis waarvan de uitvoering niet kan worden afgedwongen.
Restitutie is niet mogelijk voor een natuurlijke verbintenis die zonder vergissing of dwang werd nagekomen.
De erkenning, zonder vergissing of dwang, van een natuurlijke verbintenis doet een verbintenis ontstaan.
Art. 5.3. Bronnen van verbintenissen en draagwijdte van de bepalingen Verbintenissen ontstaan uit een rechtshandeling, uit een oneigenlijk contract, uit de buitencontractuele aansprakelijkheid of uit de wet.
De bepalingen van dit boek zijn van aanvullend recht tenzij uit de tekst of de draagwijdte ervan blijkt dat ze geheel of gedeeltelijk een karakter van dwingend recht of van openbare orde hebben.
Titel 2. Bronnen van verbintenissen Ondertitel 1. Rechtshandelingen Hoofdstuk 1. Contract Afdeling 1. Inleidende bepalingen
Art. 5.4. Definitie van het contract Een contract, of overeenkomst, is een wilsovereenstemming tussen twee of meer personen met de bedoeling rechtsgevolgen te doen ontstaan.
Art. 5.5. Consensuele, vormelijke en zakelijke contracten Een contract is consensueel wanneer het tot stand komt door de loutere wilsovereenstemming van de partijen zonder dat zijn geldigheid onderworpen is aan een vormvereiste.
Een contract is vormelijk wanneer zijn geldigheid onderworpen is aan een vormvereiste.
Een contract is zakelijk wanneer zijn totstandkoming onderworpen is aan de overhandiging van een voorwerp door een partij aan de andere.
Art. 5.6. Wederkerige en eenzijdige contracten Een contract is wederkerig wanneer de partijen over en weer jegens elkaar verbonden zijn.
Een contract is eenzijdig wanneer een partij verbonden is jegens een andere, zonder enige verbintenis voor laatstgenoemde.
Art. 5.7. Contracten onder bezwarende en ten kosteloze titel Een contract is onder bezwarende titel wanneer het voor elke partij een voordeel oplevert.
Een contract is ten kosteloze titel wanneer een partij die aan de andere een voordeel verschaft, in ruil daarvoor geen voordeel krijgt.
Art. 5.8. Vergeldende en kanscontracten Een contract is vergeldend wanneer, bij zijn totstandkoming, de wederkerige prestaties als gelijkwaardig worden beschouwd.
Een contract is een kanscontract wanneer de gelijkwaardigheid van de wederkerige prestaties waartoe de partijen zich verbonden hebben, onzeker is doordat het bestaan of de omvang van één van de prestaties afhangt van een onzekere gebeurtenis. Het veronderstelt het bestaan van een kans op winst of een risico op verlies.
Art. 5.9. Raamcontract Een raamcontract is een contract waarbij de partijen de algemene principes overeenkomen waarbinnen zij latere uitvoeringscontracten zullen sluiten.
Art. 5.10. Toetredingscontract Een contract is een toetredingscontract wanneer het vooraf en eenzijdig is opgesteld door een partij en er niet over onderhandeld kan worden.
Het feit dat over sommige bedingen van het contract kan worden onderhandeld, sluit de toepassing van dit artikel op de rest van het contract niet uit, indien de globale beoordeling leidt tot de conclusie dat het niettemin gaat om een toetredingscontract.
Art. 5.11. Contract met een consument Een contract met een consument is het contract gesloten tussen een onderneming in de zin van het Wetboek van economisch recht en een consument in de zin van dat Wetboek.
Art. 5.12. Meerpartijencontract Een meerpartijencontract is een contract door meer dan twee partijen aangegaan.
Art. 5.13. Toepassingsgebied en verwijzingen Dit hoofdstuk bevat de algemene regels die van toepassing zijn op alle contracten, meerpartijencontracten inbegrepen, en contractuele bedingen, tenzij de wet zich daartegen verzet.
De regels die alleen voor bijzondere contracten gelden, worden vastgesteld in de bepalingen van het oud Burgerlijk Wetboek en van het huidig Wetboek die elk van die contracten betreffen, in het Wetboek van economisch recht en in bijzondere wetten. Afdeling 2. Totstandkoming van het contract
Onderafdeling 1. Dynamische totstandkoming van het contract Paragraaf 1. Onderhandelingen Art. 5.14. Contractsvrijheid Buiten de gevallen die de wet bepaalt, staat het iedereen vrij om al dan niet een contract te sluiten en om zijn medecontractant te kiezen, zonder de redenen van zijn keuze te moeten verantwoorden.
De partijen zijn vrij om de inhoud van het contract te bepalen, voor zover dit voldoet aan de bij wet bepaalde geldigheidsvereisten.
Art. 5.15. Onderhandelingsvrijheid De partijen zijn vrij precontractuele onderhandelingen aan te vatten, te voeren en af te breken.
Ze handelen hierbij in overeenstemming met de eisen van de goede trouw.
Art. 5.16. Informatieplichten De partijen verstrekken elkaar tijdens de precontractuele onderhandelingen de informatie die de wet, de goede trouw en de gebruiken, in het licht van de hoedanigheid van de partijen, hun redelijke verwachtingen en het voorwerp van het contract, hen opleggen te geven.
Art. 5.17. Precontractuele aansprakelijkheid De partijen kunnen tijdens de precontractuele onderhandelingen jegens elkaar buitencontractuele aansprakelijkheid oplopen.
Bij foutief afbreken van onderhandelingen houdt deze aansprakelijkheid in dat de benadeelde persoon teruggeplaatst wordt in de situatie waarin hij zich zou hebben bevonden indien er niet zou zijn onderhandeld. Wanneer het rechtmatig vertrouwen is gewekt dat het contract zonder enige twijfel gesloten zou worden, kan deze aansprakelijkheid het herstel van het verlies van de verwachte netto-voordelen uit het niet gesloten contract inhouden.
De schending van een informatieplicht kan niet enkel leiden tot de precontractuele aansprakelijkheid maar ook tot de nietigheid van het contract indien voldaan is aan de vereisten bepaald in artikel 5.33.
Paragraaf 2. Aanbod en aanvaarding Art. 5.18. Beginsel Het contract komt tot stand door de aanvaarding van een aanbod.
Art. 5.19. Aanbod Het aanbod is een voorstel tot contracteren dat alle essentiële en substantiële bestanddelen omvat van het beoogde contract en de wil van de aanbieder impliceert om door het contract gebonden te zijn in geval van aanvaarding.
Een mededelingsplichtig aanbod mag worden gewijzigd of ingetrokken zolang het aanbod de bestemmeling niet heeft bereikt in de zin van artikel 1.5. Een aanbod aan het publiek kan niet worden gewijzigd of ingetrokken zodra het veruitwendigd is.
Een aanbod blijft onherroepelijk gedurende de erin bepaalde termijn of, bij gebrek daaraan, gedurende een redelijke termijn.
Na het verstrijken van die termijn of nadat de afwijzing van het aanbod de aanbieder heeft bereikt, is het aanbod niet langer bindend ten aanzien van de persoon die het afwijst.
Art. 5.20. Aanvaarding De aanvaarding is elke verklaring of andere gedraging van de bestemmeling van het aanbod die uitdrukt dat hij ermee instemt, zonder aanvullingen, beperkingen of andere wijzigingen van essentiële of substantiële bestanddelen.
Dergelijke aanvullingen, beperkingen of andere wijzigingen gelden als afwijzing van het oorspronkelijke aanbod en desgevallend als een nieuw aanbod.
Tenzij anders voortvloeit uit de wet, gebruiken of concrete omstandigheden, kan een aanvaarding niet worden afgeleid uit stilzwijgen.
De intrekking van de aanvaarding is mogelijk zolang deze de aanbieder niet heeft bereikt.
Art. 5.21. Tijdstip en plaats van totstandkoming Het contract komt tot stand op het ogenblik en op de plaats waar de aanvaarding de aanbieder bereikt in de zin van artikel 1.5.
Bij een langs elektronische weg gesloten contract wordt, tenzij partijen anders zijn overeengekomen, deze plaats vermoed de woonplaats van de aanbieder te zijn.
Art. 5.22. Herroepingsrecht De wet of het contract kan een herroepingsrecht toekennen. Op grond hiervan beschikt een partij na het sluiten van het contract over een termijn waarbinnen zij aan de andere partij ter kennis kan brengen dat zij afziet van het contract.
In dat geval, tenzij anders bepaald door de wet of het contract, mag die partij het contract herroepen zonder betaling van kosten of van een vergoeding en zonder opgave van redenen.
Art. 5.23. Algemene voorwaarden De opname van algemene voorwaarden van een partij in het contract vereist hun effectieve kennis door de andere partij of ten minste de mogelijkheid voor deze om er effectief kennis van te nemen, alsook hun aanvaarding.
Bij conflict tussen de algemene voorwaarden van een van de partijen en de onderhandelde voorwaarden, komt voorrang toe aan deze laatste.
Verwijzen aanbod en aanvaarding naar verschillende algemene voorwaarden, dan komt het contract niettemin tot stand. Beide algemene voorwaarden maken deel uit van het contract, met uitzondering van de onverenigbare bedingen.
In afwijking van het derde lid komt het contract niet tot stand indien een partij vooraf of zonder onnodige vertraging na de ontvangst van de aanvaarding uitdrukkelijk, en niet door middel van algemene voorwaarden, aangeeft dat zij niet wil gebonden zijn door een dergelijk contract.
Paragraaf 3. Voorkeurs- en optiecontract Art. 5.24. Voorkeurscontract Het voorkeurscontract is een contract waarbij een partij zich ertoe verbindt om voorrang te geven aan de begunstigde ervan indien zij zou beslissen te contracteren. Tenzij de wet of het contract anders bepaalt, is het voorkeurscontract aan volgende regels onderworpen.
De partij mag slechts met een derde contracteren nadat zij aan de begunstigde de gelegenheid heeft gegeven om zijn voorkeursrecht uit te oefenen. Te dien einde geeft zij aan de begunstigde kennis van de essentiële en substantiële bestanddelen van het contract dat zij beoogt te sluiten.
Deze kennisgeving geldt als aanbod.
Wordt het aanbod niet aanvaard, dan mag de partij niet contracteren met een derde tegen een lagere prijs of gunstigere voorwaarden zonder opnieuw over te gaan tot een kennisgeving overeenkomstig het tweede lid.
Art. 5.25. Optiecontract of eenzijdige contractbelofte Het optiecontract, of de eenzijdige contractbelofte, is een contract waarbij een partij aan de begunstigde ervan het recht geeft te beslissen om met haar een contract te sluiten waarvan de essentiële en substantiële bestanddelen vastliggen en voor de totstandkoming waarvan enkel nog de toestemming van de begunstigde ontbreekt.
Art. 5.26. Sanctie Wanneer een contract met een derde het voorkeurs- of optiecontract schendt, beschikt de begunstigde over de sancties bij niet-nakoming van de schuldenaar.
Ten laste van de derde die medeplichtig is aan de schending van het voorkeurs- of optiecontract, kan de begunstigde ook herstel van de geleden schade of de niet-tegenwerpelijkheid van het contract vorderen, of eisen dat hij de plaats van de derde inneemt in het gesloten contract.
Onderafdeling 2. Geldigheidsvereisten Paragraaf 1. Opsomming Art. 5.27. Geldigheidsvereisten Voor de geldigheid van een contract moeten de volgende vereisten vervuld zijn: 1° de vrije en bewuste toestemming van elke partij;2° de bekwaamheid van elke partij om contracten aan te gaan;3° een bepaalbaar en geoorloofd voorwerp;4° een geoorloofde oorzaak. De geldigheidsvereisten worden beoordeeld op het ogenblik van de contractsluiting.
Paragraaf 2. Toestemming en wilsgebreken Art. 5.28. Beginsel van het consensualisme Het contract komt tot stand door de loutere wilsovereenstemming van de partijen.
Art. 5.29. Uitzonderingen op het beginsel van het consensualisme Bij uitzondering kunnen de wet of het contract bepaalde vormvereisten opleggen of de overhandiging van een voorwerp vereisen.
Bij gebrek aan overhandiging van het voorwerp, komt het zakelijke contract niet tot stand.
Bij gebrek aan vervulling van de vormvereisten, is het vormelijk contract nietig wanneer deze sanctie uit de wet of het contract voortvloeit.
Vormvereisten louter opgelegd voor het bewijs of de tegenwerpelijkheid van het contract hebben geen invloed op de geldigheid ervan.
Art. 5.30. Functionele gelijkwaardigheid § 1. Aan elke wettelijke of reglementaire vormvereiste voor de totstandkoming van contracten langs elektronische weg is voldaan wanneer de functionele kwaliteiten van deze vereiste zijn gevrijwaard. § 2. Voor de toepassing van paragraaf 1, moet in overweging worden genomen dat: 1° aan de vereiste van een geschrift is voldaan door een geheel van alfabetische tekens of van enige andere verstaanbare tekens aangebracht op een drager die de mogelijkheid biedt toegang ertoe te hebben gedurende een periode die is afgestemd op het doel waarvoor de informatie kan dienen en waarbij de integriteit ervan wordt beschermd, welke ook de drager en de transmissiemogelijkheden zijn;2° aan de uitdrukkelijke of stilzwijgende vereiste van een handtekening is voldaan wanneer deze laatste beantwoordt aan de voorwaarden van ofwel artikel 3, 10° van de Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG, ofwel artikel 3, 12° van de Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG; 3° aan de vereiste van een geschreven vermelding van degene die zich verbindt, kan worden voldaan door om het even welk procédé dat waarborgt dat de vermelding effectief uitgaat van deze laatste. § 3. Op voorwaarde dat ze het bestaan van praktische belemmeringen vaststellen voor het vervullen van een wettelijke of reglementaire vormvereiste in het kader van de totstandkoming van een contract langs elektronische weg, kunnen de bevoegde hoven en rechtbanken paragrafen 1 en 2 buiten toepassing laten op de contracten die tot één van de volgende categorieën behoren: 1° contracten die rechten doen ontstaan of overdragen ten aanzien van onroerende zaken, met uitzondering van huurrechten;2° contracten waarvoor de wet de tussenkomst voorschrijft van de rechtbank, de autoriteit of de beroepsgroep die een publieke taak uitoefent;3° contracten voor persoonlijke en zakelijke zekerheden welke gesteld worden door personen die handelen voor doeleinden buiten hun handels- of beroepsactiviteit;4° contracten die onder het familierecht of het erfrecht vallen. Art. 5.31. Afwezigheid van toestemming en wilsverhinderende dwaling Het contract dat tot stand komt hoewel de toestemming van één van de partijen ontbreekt, is relatief nietig.
Het contract aangetast door een wilsverhinderende dwaling is slechts nietig indien de dwaling doorslaggevend en verschoonbaar is.
Art. 5.32. Materiële vergissing Een materiële vergissing die voortvloeit uit een ongewilde discrepantie tussen de werkelijke gemeenschappelijke wil van de partijen en hun verklaarde wil, leidt niet tot de nietigheid van het contract, maar kan steeds worden rechtgezet.
Art. 5.33. Wilsgebreken Geen toestemming is geldig wanneer zij het gevolg is van dwaling, bedrog, geweld of misbruik van omstandigheden, voor zover het wilsgebrek doorslaggevend is.
Tenzij de wet anders bepaalt, is een contract aangetast door een wilsgebrek relatief nietig, onverminderd de precontractuele aansprakelijkheid zoals bepaald in artikel 5.17.
Bedrog, geweld en misbruik van omstandigheden uitgaand van de medeplichtige van de medecontractant of van een persoon waarvoor deze laatste instaat, worden gelijkgesteld met deze van de medecontractant.
Art. 5.34. Dwaling Dwaling is alleen dan een nietigheidsgrond indien een partij op een verschoonbare wijze een verkeerde voorstelling heeft van een element dat voor haar doorslaggevend is geweest om het contract te sluiten, terwijl de wederpartij op de hoogte was of behoorde te zijn van dit doorslaggevende karakter.
Dwaling kan betrekking hebben op feiten of op het recht.
Dwaling is geen nietigheidsgrond indien zij alleen de persoon betreft met wie men bedoelde te contracteren, tenzij het contract hoofdzakelijk uit aanmerking van deze persoon is aangegaan.
Is evenmin een nietigheidsgrond, de dwaling die uitsluitend de waarde van een voorwerp of prestatie of de prijs betreft, tenzij zij voortvloeit uit een dwaling over een doorslaggevende eigenschap van het voorwerp van het contract.
Art. 5.35. Bedrog Bedrog is alleen dan een nietigheidsgrond indien een partij werd misleid door kunstgrepen die haar medecontractant opzettelijk heeft aangewend.
Een kunstgreep kan bestaan uit het opzettelijk achterhouden van informatie waarover men beschikt en die men diende mee te delen overeenkomstig artikel 5.16.
Bedrog is een nietigheidsgrond, ongeacht of de dwaling ten gevolge van dat bedrog verschoonbaar is.
Bedrog wordt niet vermoed, maar moet worden bewezen.
Art. 5.36. Geweld Geweld is alleen dan een nietigheidsgrond indien een partij een contract sluit onder onrechtmatige dwang van haar medecontractant die haar doet vrezen voor een aanzienlijke aantasting van de fysieke of morele integriteit of het vermogen van die partij of van haar naasten.
Art. 5.37. Misbruik van omstandigheden Er is misbruik van omstandigheden wanneer bij de contractsluiting een kennelijk onevenwicht bestaat tussen de prestaties als gevolg van het misbruik door de ene partij van omstandigheden die verbonden zijn aan de zwakke positie van de andere partij.
In dit geval kan de zwakke partij aanspraak maken op de aanpassing van haar verbintenissen door de rechter en, indien het misbruik doorslaggevend is, op de relatieve nietigheid.
Art. 5.38. Benadeling Een onevenwicht tussen de prestaties van de partijen is geen nietigheidsgrond, tenzij de wet anders bepaalt.
Art. 5.39. Veinzing Er is veinzing wanneer partijen een schijncontract sluiten terwijl zij door een verborgen contract, de tegenbrief, het schijncontract wijzigen of teniet doen.
Tussen de partijen geldt de tegenbrief.
Derden te goeder trouw kunnen kiezen om zich te beroepen hetzij op het schijncontract hetzij op de tegenbrief.
Paragraaf 3. Bekwaamheid van de contracterende partijen Art. 5.40. Beginsel Elke persoon kan contracten aangaan, indien hij daartoe door de wet niet onbekwaam is verklaard.
Art. 5.41. Uitzonderingen op de bekwaamheid tot contracteren Onbekwaam om contracten aan te gaan zijn: 1° minderjarigen;2° krachtens artikel 492/1 van het oud Burgerlijk Wetboek beschermde personen binnen de perken van de beslissing van de bevoegde vrederechter;3° personen aan wie de wet het aangaan van bepaalde contracten verbiedt. Art. 5.42. Gevolgen van de onbekwaamheid Tenzij de wet anders bepaalt, leidt onbekwaamheid om te contracteren tot de relatieve nietigheid.
Art. 5.43. Benadeling van de minderjarige Benadeling is een relatieve nietigheidsgrond ten voordele van de niet-ontvoogde minderjarige, voor alle soorten van contracten en ten voordele van de ontvoogde minderjarige, voor alle contracten die de grenzen van zijn bekwaamheid te buiten gaan.
Benadeling kan niet worden ingeroepen: 1° indien zij enkel het gevolg is van een toevallige en onvoorziene gebeurtenis;2° betreffende overeenkomsten in de huwelijksovereenkomst van de minderjarige vervat, wanneer die zijn aangegaan met de bijstand van zijn ouders, één van hen, of bij ontstentenis daarvan, met de machtiging van de familierechtbank. Art. 5.44. Verklaring van meerderjarigheid De enkele verklaring van de minderjarige dat hij meerderjarig is, verhindert de nietigheid niet.
Art. 5.45. Naleving van vormvereisten Wanneer de vormvereisten die ten aanzien van minderjarigen worden opgelegd, hetzij voor de vervreemding van onroerende goederen, hetzij bij de verdeling van een nalatenschap, nageleefd zijn, worden de minderjarigen, met betrekking tot die handelingen, beschouwd alsof zij die verricht hadden na hun meerderjarigheid.
Paragraaf 4. Voorwerp Art. 5.46. Definities Ieder contract heeft als voorwerp de verbintenissen of de andere rechtsgevolgen die de partijen beogen.
Het voorwerp van een verbintenis is een prestatie, die erin kan bestaan iets te doen of niet te doen, iets te geven of iets te garanderen.
Een verbintenis tot geven strekt tot de overdracht van een recht of tot de vestiging van een zakelijk recht.
Art. 5.47. Mogelijkheid van het voorwerp De prestatie moet mogelijk zijn.
Art. 5.48. Voorwerpen in de handel Het voorwerp van een prestatie moet noodzakelijk in de handel zijn.
Art. 5.49. Bepaalbaarheid van het voorwerp De prestatie moet bepaald of ten minste bepaalbaar zijn zonder dat een nieuwe wilsovereenstemming tussen partijen is vereist.
De bepaling van de prestatie kan krachtens de wet, het contract of de gebruiken worden overgelaten aan één van de partijen of aan een bepaalde of bepaalbare derde, tenzij de wet dat verbiedt.
Art. 5.50. Toekomstige goederen Toekomstige goederen kunnen het voorwerp van een prestatie uitmaken.
Art. 5.51. Geoorloofdheid De prestatie is ongeoorloofd wanneer zij een toestand doet ontstaan of in stand houdt die in strijd is met de openbare orde of met dwingende wetsbepalingen.
Art. 5.52. Onrechtmatige bedingen Elk beding waarover niet kan worden onderhandeld en dat een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van partijen is onrechtmatig en wordt voor niet geschreven gehouden.
Bij de beoordeling van het kennelijk onevenwicht wordt rekening gehouden met alle omstandigheden rond het sluiten van het contract.
Het eerste lid is noch van toepassing op de bepaling van de hoofdprestaties van het contract, noch op de gelijkwaardigheid van deze hoofdprestaties.
Paragraaf 5. Oorzaak Art. 5.53. Definitie De oorzaak bestaat uit de determinerende beweegredenen die elke partij ertoe hebben bewogen om het contract te sluiten voor zover die gekend waren of behoorden te zijn door de andere partij.
Art. 5.54. Vereiste Een contract gesloten zonder oorzaak is relatief nietig, tenzij de wet toelaat dat het zonder oorzaak kan bestaan. Partijen mogen ook overeenkomen dat het contract van zijn oorzaak wordt geabstraheerd, tenzij de wet zulks verbiedt.
Een contract uit een valse oorzaak is slechts nietig indien de dwaling doorslaggevend en verschoonbaar is.
Art. 5.55. Niet uitgedrukte oorzaak Een contract waarvan de oorzaak niet is uitgedrukt, is niettemin geldig.
Art. 5.56. Geoorloofdheid De oorzaak is ongeoorloofd, wanneer zij strijdig is met de openbare orde of met dwingende wetsbepalingen.
Onderafdeling 3. Nietigheid Art. 5.57. Nietigheidsgronden Een contract dat niet voldoet aan de geldigheidsvereisten is nietig.
Het contract blijft evenwel geldig in de gevallen die door de wet zijn bepaald of wanneer uit de omstandigheden blijkt dat de nietigheidssanctie kennelijk ongeschikt zou zijn, gelet op het doel van de geschonden regel.
Art. 5.58. Indeling van de nietigheden De nietigheid is absoluut wanneer de geschonden regel van openbare orde is en dus in hoofdzaak de bescherming van het algemeen belang beoogt. Iedere belanghebbende kan zich erop beroepen.
De nietigheid is relatief wanneer de geschonden regel van dwingend recht is en dus in hoofdzaak de bescherming van een particulier belang beoogt. Enkel de beschermde persoon kan zich erop beroepen.
Art. 5.59. In werking stelling van de nietigheid Tot aan de nietigverklaring ervan brengt het contract aangetast door een nietigheidsgrond dezelfde gevolgen teweeg als een geldig contract.
De nietigverklaring vloeit voort uit een rechterlijke beslissing die het bestaan van de nietigheidsgrond erkent of uit een akkoord van de partijen. Dit akkoord is nietig indien de vermelde nietigheidsgrond niet bestaat.
Tenzij het contract bij authentieke akte is vastgesteld, vloeit de nietigheid ook voort uit een schriftelijke kennisgeving die elke persoon die bevoegd is om de nietigheid in te roepen op eigen risico kan richten aan de contractspartijen. Die kennisgeving is onwerkzaam indien de vermelde nietigheidsgrond niet bestaat.
Art. 5.60. Verjaring van de nietigheid De nietigheid door middel van vordering of kennisgeving verjaart na vijf jaar vanaf de dag volgend op deze waarop degene die zich erop beroept kennis heeft van de nietigheidsgrond, en in geval van een relatieve nietigheid, geldig afstand kan doen van het recht om zich erop te beroepen. Aldus moet, naargelang het geval, de onbekwaamheid, het wilsgebrek of de bestaansreden van de bescherming geboden door de geschonden regel van dwingend recht, opgehouden hebben te bestaan. Zij verjaart in ieder geval na twintig jaar vanaf de dag volgend op de dag waarop het contract gesloten is.
De exceptie van nietigheid verjaart niet.
Art. 5.61. Bevestiging Het contract aangetast door een relatieve nietigheidsgrond kan uitdrukkelijk of stilzwijgend worden bevestigd door de beschermde persoon.
De bevestiging veronderstelt dat de beschermde persoon kennis heeft van de nietigheidsgrond en geldig afstand kan doen van het recht om zich erop te beroepen. Aldus moet, naargelang het geval, de onbekwaamheid, het wilsgebrek of de bestaansreden van de bescherming geboden door de geschonden regel van dwingend recht, opgehouden hebben te bestaan.
Zij leidt tot afstand van de mogelijkheid om de nietigheid in te roepen, onverminderd de rechten van derden die bevoegd zijn om zich op de nietigheid te beroepen.
Het contract aangetast door een absolute nietigheidsgrond kan niet worden bevestigd; het kan slechts opnieuw worden gesloten mits inachtneming van de wet.
Art. 5.62. Gevolgen van de nietigverklaring De nietigverklaring ontneemt het contract zijn gevolgen vanaf de dag waarop het is gesloten.
De prestaties geleverd op grond van dit contract geven aanleiding tot restitutie onder de voorwaarden bepaald in de artikelen 5.115 tot 5.124.
Art. 5.63. Gedeeltelijke nietigheid Wanneer de nietigheidsgrond slechts een gedeelte van het contract betreft, beperkt de nietigverklaring zich tot dat gedeelte, voor zover het contract deelbaar is, rekening houdend met de bedoeling van de partijen evenals met het doel van de geschonden regel.
Eenmaal nietig verklaard, laat het door de wet voor niet-geschreven gehouden beding de rest van het contract voortbestaan. Afdeling 3. Interpretatie en kwalificatie van het contract
Onderafdeling 1. Interpretatie van het contract Art. 5.64. Voorrang van de werkelijke wil In contracten moet men nagaan welke gemeenschappelijke bedoeling de contractspartijen hebben gehad, veeleer dan zich aan de letterlijke betekenis van de woorden te houden.
Indien het contract evenwel is neergelegd in een geschrift, mag men het contract geen interpretatie geven die kennelijk onverzoenbaar is met de strekking van dat geschrift, rekening houdend met de intrinsieke elementen ervan en met de omstandigheden waarin het is opgesteld en uitgevoerd.
Art. 5.65. Nagaan van de werkelijke wil Om na te gaan welke gemeenschappelijke bedoeling de partijen hebben gehad, wordt met name rekening gehouden met de volgende richtlijnen: 1° wanneer een beding voor tweeërlei zin vatbaar is, moet men het veeleer opvatten in de zin waarin het enig gevolg kan hebben, dan in die waarin het geen gevolg kan teweegbrengen;2° bewoordingen die voor tweeërlei zin vatbaar zijn, moeten worden opgevat in de zin die met de inhoud van het contract het best overeenstemt;3° hetgeen dubbelzinnig is, wordt uitgelegd volgens hetgeen gebruikelijk is in de desbetreffende streek en sector, en overeenkomstig de gebruikelijke betrekkingen tussen de partijen;4° alle bedingen van een contract worden uitgelegd het ene door het andere, zodat elk beding wordt opgevat in de zin die uit de gehele akte voortvloeit;5° hoe algemeen ook de bewoordingen zijn waarin een contract opgesteld is, toch omvat het alleen die onderwerpen waaromtrent blijkt dat partijen bedoelden te contracteren;6° wanneer men in een contract een geval heeft vermeld tot verduidelijking van de verbintenis, wordt men niet geacht daardoor haar omvang te hebben willen beperken, wat betreft de niet vermelde gevallen die de verbintenis naar recht omvat;7° de uitvoering gegeven aan het contract voordat er zich een betwisting tussen de partijen voordoet, wordt in aanmerking genomen voor de interpretatie van het contract. Art. 5.66. Interpretatie bij twijfel Bij aanhoudende twijfel met betrekking tot de gemeenschappelijke bedoeling van de partijen zijn de volgende regels van toepassing, onverminderd de bepalingen eigen aan de bijzondere contracten: 1° het toetredingscontract wordt uitgelegd ten nadele van de partij die het heeft opgesteld;2° het bevrijdingsbeding wordt uitgelegd ten nadele van de schuldenaar van de verbintenis;3° in alle overige gevallen wordt het beding uitgelegd ten nadele van de begunstigde ervan. Het contract met een consument wordt uitgelegd overeenkomstig het artikel VI.37 van het Wetboek van economisch recht.
Onderafdeling 2. Kwalificatie van het contract Art. 5.67. Kwalificatie van gemengde contracten Wanneer een contract bedingen bevat die vallen onder verschillende categorieën van contracten, wordt elk beding onderworpen aan de regels die van toepassing zijn op de categorie waartoe het behoort.
Indien een contract evenwel, in bijkomstige orde, bedingen omvat die behoren tot een categorie die verschilt van degene waartoe het contract in hoofdorde behoort, wordt het contract in zijn geheel, met de nodige aanpassingen, onderworpen aan de regels die daarop in hoofdorde van toepassing zijn, tenzij de desbetreffende bijkomstige bedingen uit hun aard een eigen reglementering noodzaken.
Dit artikel is van toepassing onder voorbehoud van de andersluidende wil van de partijen en van elke relevante dwingendrechtelijke regel of regel van openbare orde.
Art. 5.68. Herkwalificatie van het contract Van de kwalificatie die door de partijen aan het contract is gegeven, kan enkel worden afgeweken indien zij onverenigbaar is met de bedingen ervan of met dwingendrechtelijke regels of regels van openbare orde. Afdeling 4. Gevolgen van het contract tussen partijen
Onderafdeling 1. Bindende kracht Art. 5.69. Beginsel van de overeenkomst-wet Een contract dat geldig tot stand is gekomen, strekt degenen die het hebben gesloten tot wet.
Art. 5.70. Wijziging en opzegging van het contract Een contract kan enkel worden gewijzigd of opgezegd met de wederzijdse toestemming van de partijen of op de gronden door de wet erkend.
Indien een contract het toelaat, kan het worden gewijzigd of opgezegd door een partij of door een derde.
Art. 5.71. Inhoud van het contract Een contract verbindt niet alleen tot hetgeen daarin overeengekomen is, maar ook tot alle gevolgen die door de wet, de goede trouw of de gebruiken eraan, volgens de aard en de strekking ervan, worden toegekend.
Tenzij de partijen anders zijn overeengekomen, en voor zover de aard en de strekking ervan zich daartoe lenen, gelden de bedingen van een raamcontract ook voor de uitvoeringscontracten.
Art. 5.72. Draagwijdte van contractuele verbintenissen De inspanningsverbintenis is een verbintenis die de schuldenaar ervan verplicht om alle zorg te verstrekken die eigen is aan een voorzichtig en redelijk persoon om een bepaald resultaat te bereiken. Het bewijs van de fout van de schuldenaar rust op de schuldeiser.
De resultaatsverbintenis is een verbintenis die de schuldenaar ervan verplicht om een bepaald resultaat te bereiken. Indien het resultaat niet wordt bereikt, wordt de fout van de schuldenaar vermoed, tenzij overmacht wordt aangetoond.
Art. 5.73. Uitvoering te goeder trouw en verbod van rechtsmisbruik Een contract moet te goeder trouw uitgevoerd worden.
Krachtens het eerste lid: 1° moet elk van de partijen zich bij de uitvoering van het contract gedragen zoals een voorzichtig en redelijk persoon in dezelfde omstandigheden geplaatst;2° mag niemand misbruik maken van de rechten die hij aan het contract ontleent. Elke afwijking van dit artikel wordt voor niet-geschreven gehouden.
Art. 5.74. Verandering van omstandigheden Elke partij moet haar verbintenissen nakomen, ook al zou de uitvoering ervan meer bezwarend geworden zijn ofwel doordat de kostprijs van de uitvoering is gestegen, ofwel doordat de waarde van de tegenprestatie is verminderd.
De schuldenaar kan evenwel aan de schuldeiser vragen om het contract opnieuw te onderhandelen met het oog op de aanpassing of beëindiging ervan indien aan de volgende vereisten is voldaan: 1° een verandering van omstandigheden maakt de uitvoering van het contract buitensporig bezwarend, dermate dat de uitvoering ervan redelijkerwijze niet langer kan worden geëist;2° die verandering onvoorzienbaar was bij de contractsluiting; 3° die verandering is ontoerekenbaar in de zin van artikel 5.225 aan de schuldenaar; 4° de schuldenaar dit risico niet voor zijn rekening heeft genomen;en 5° de wet noch het contract die mogelijkheid uitsluiten. De partijen blijven hun verbintenissen nakomen in de loop van de heronderhandelingen.
Bij afwijzing of mislukking van de heronderhandelingen binnen een redelijke termijn, kan de rechter, op verzoek van één van de partijen, ofwel het contract aanpassen om het in overeenstemming te brengen met hetgeen de partijen redelijkerwijze zouden zijn overeengekomen op het tijdstip van de contractsluiting indien zij rekening hadden gehouden met de verandering van omstandigheden, ofwel het contract geheel of gedeeltelijk beëindigen op een datum die niet mag voorafgaan aan de verandering van omstandigheden en volgens de nadere regels die de rechter vaststelt. De vordering wordt ingesteld en behandeld zoals in kort geding.
Onderafdeling 2. Duur van het contract Art. 5.75. Contract van onbepaalde duur Een contract wordt voor een onbepaalde duur gesloten wanneer het geen uitdovende tijdsbepaling bevat.
Iedere partij kan het te allen tijde opzeggen, met inachtneming van de vereisten die de wet of het contract oplegt of, bij gebreke daarvan, door de kennisgeving aan de andere partij van een opzegging die een redelijke opzegtermijn vermeldt.
Art. 5.76. Contract van bepaalde duur Een contract wordt voor een bepaalde duur gesloten wanneer het een uitdovende tijdsbepaling bevat.
De duur van het contract mag niet langer zijn dan toegelaten door de wet of, bij gebrek daaraan, 99 jaar. Een langere duur wordt herleid tot de maximaal toegestane duur.
Een contract van bepaalde duur kan niet worden opgezegd, behoudens de uitzonderingen die de wet, het contract of de gebruiken opleggen.
De onregelmatige of abusieve opzegging van een contract van bepaalde duur is onwerkzaam.
Art. 5.77. Conventionele verlenging van het contract Een contract van bepaalde duur kan worden verlengd als de partijen dat overeenkomen vóór het verstrijken van de uitdovende tijdsbepaling.
De verlenging heeft het uitstel van de uitdovende tijdsbepaling van het contract tot gevolg.
Art. 5.78. Vernieuwing van het contract Een contract van bepaalde duur kan worden vernieuwd op grond van de wet of door akkoord van de partijen.
Het contract wordt stilzwijgend vernieuwd indien een partij haar verplichtingen verder blijft uitvoeren zonder verzet van de andere partij bij het verstrijken van de uitdovende tijdsbepaling.
De vernieuwing doet een nieuw contract ontstaan dat identiek is aan het vorige. Tenzij anders bepaald door de wet of andersluidende wil van de partijen, wordt dat contract gesloten voor onbepaalde duur.
Onderafdeling 3. Eigendomsoverdragend gevolg van bepaalde contracten Art. 5.79. Eigendomsoverdragend gevolg De verbintenis om iets te geven wordt uitgevoerd overeenkomstig artikel 3.14, § 2.
Art. 5.80. Risico-overdracht Tenzij anders bepaald door de partijen, brengt de eigendomsoverdracht de risico-overdracht met zich mee.
Indien het voorwerp teniet gaat door overmacht nadat de verbintenis tot geven is uitgevoerd, kan de schuldeiser van het voorwerp aldus niet langer de levering ervan eisen, maar blijft hij niettemin gehouden de prijs ervan te betalen.
Art. 5.81. Leveringsverbintenis De verbintenis tot het leveren van een voorwerp brengt de verbintenis tot het bewaren van dat voorwerp tot aan de levering met zich mee, met alle zorg eigen aan een voorzichtig en redelijk persoon. Afdeling 5. Niet-nakoming van de contractuele verbintenis en gevolgen
Onderafdeling 1. Toerekenbare niet-nakoming van de schuldenaar Paragraaf 1. Inleidende bepalingen Art. 5.82. Definitie van toerekenbaarheid De niet-nakoming is toerekenbaar aan de schuldenaar in de zin van artikel 5.225.
Art. 5.83. Opsomming van de sancties Tenzij partijen anders overeengekomen zijn, beschikt de schuldeiser over de volgende sancties bij een toerekenbare niet-nakoming van de schuldenaar: 1° het recht op uitvoering in natura van de verbintenis;2° het recht op herstel van zijn schade;3° het recht op ontbinding van het contract;4° het recht op prijsvermindering;5° het recht om de uitvoering van zijn eigen verbintenis op te schorten. Met elkaar onverenigbare sancties kunnen niet worden gecumuleerd.
De in werking stelling van de sancties bedoeld in het eerste lid, 1° tot 4°, moet worden voorafgegaan door een ingebrekestelling, overeenkomstig de artikelen 5.231 tot 5.233.
Paragraaf 2. Uitvoering in natura Art. 5.84. Recht op uitvoering in natura De schuldeiser kan de uitvoering in natura van de verbintenis eisen overeenkomstig de artikelen 5.234 tot 5.236.
Art. 5.85. Vervanging van de schuldenaar De vervanging van de schuldenaar geschiedt overeenkomstig artikel 5.235.
Zij kan ook voortvloeien uit de toepassing van een beding dat de schuldeiser machtigt de verbintenis zelf uit te voeren of te laten uitvoeren door een derde op kosten van de schuldenaar.
Bij hoogdringendheid of in andere uitzonderlijke omstandigheden en nadat hij nuttige maatregelen heeft genomen om de niet-nakoming van de schuldenaar vast te stellen, kan de schuldeiser, op eigen risico, de schuldenaar vervangen door middel van een schriftelijke kennisgeving.
Die vermeldt de tekortkomingen die hem ten laste worden gelegd en welke omstandigheden de vervanging rechtvaardigen.
Paragraaf 3. Recht op herstel van de schade Art. 5.86. Integraal herstel van de schade De schuldeiser kan het integrale herstel van zijn schade eisen, in natura of in geld, overeenkomstig de artikelen 5.237 tot 5.238.
Het herstel in natura kan gebeuren door de vervanging van de schuldenaar overeenkomstig artikel 5.85.
Art. 5.87. Herstel van de voorzienbare schade Enkel de schade waarvan de partijen het beginsel redelijkerwijs konden voorzien bij de totstandkoming van het contract moet worden hersteld, tenzij de niet-nakoming het gevolg is van een opzettelijke fout van de schuldenaar.
Art. 5.88. Schadebeding § 1. De partijen kunnen vooraf overeenkomen dat in geval van toerekenbare niet-nakoming, de schuldenaar als vergoeding gehouden is tot de betaling van een forfaitair bedrag of tot het leveren van een bepaalde prestatie. In dit geval kan aan de andere partij geen grotere, noch kleinere vergoeding worden toegekend. § 2. Niettemin matigt de rechter, ambtshalve of op verzoek van de schuldenaar, het schadebeding als het kennelijk onredelijk is, waarbij hij rekening houdt met de schade en alle andere omstandigheden, in het bijzonder met de rechtmatige belangen van de schuldeiser.
Bij matiging kan de rechter de schuldenaar niet veroordelen tot een vergoeding die lager is dan een redelijk bedrag of een redelijke prestatie. § 3. Wanneer interest is bedongen voor vertraging in de betaling van een geldsom, is paragraaf 2, eerste lid, van overeenkomstige toepassing. Bij matiging kan de rechter de schuldenaar niet veroordelen tot een interest die lager is dan de wettelijke interest. § 4. Wanneer zij opgenomen zijn in de algemene voorwaarden van een toetredingscontract en betrekking hebben op de niet-nakoming van een geldschuld, kan de Koning bij koninklijk besluit, overlegd in Ministerraad, in afwijking van de tweede en derde paragraaf, het maximum bedrag van het schadebeding en de maximale moratoire intrest vastleggen. Hij houdt hierbij rekening met het bedrag van de verbintenis tot betaling van een geldsom, met de soort overeenkomst en de sector van de betrokken activiteiten.
Afwijkende bedingen worden voor niet-geschreven gehouden in de mate dat zij het toegelaten maximum overschrijden. § 5. Indien de verbintenis gedeeltelijk is uitgevoerd, herleidt de rechter naar evenredigheid het schadebeding dat betrekking heeft op de volledige niet-nakoming door de schuldenaar. § 6. Indien het schadebeding betrekking heeft op een onredelijk gering bedrag of geringe prestatie, rekening houdend met de schade en alle andere omstandigheden, in het bijzonder de rechtmatige belangen van de schuldeiser, is artikel 5.89 van overeenkomstige toepassing. § 7. Ieder beding dat strijdig is met de bepalingen van paragrafen 2, 3 of 5 wordt voor niet-geschreven gehouden.
Art. 5.89. Bevrijdingsbeding § 1. Tenzij de wet anders bepaalt, mogen de partijen een beding overeenkomen dat de schuldenaar volledig of gedeeltelijk bevrijdt van zijn contractuele of buitencontractuele aansprakelijkheid.
Het beding kan de schuldenaar bevrijden van zijn zware fout of van die van een persoon voor wie hij moet instaan. Een dergelijke bevrijding wordt niet vermoed.
Worden evenwel voor niet-geschreven gehouden de bedingen die de schuldenaar bevrijden: 1° van zijn opzettelijke fout of van die van een persoon voor wie hij moet instaan;of 2° van zijn fout of van die van een persoon voor wie hij moet instaan, wanneer die fout het leven of de fysieke integriteit van een persoon aantast. Het beding dat het contract uitholt, wordt eveneens voor niet-geschreven gehouden. § 2. Doet de schuldenaar voor de nakoming van het contract een beroep op hulppersonen, dan kunnen zij tegen de hoofdschuldeiser het bevrijdingsbeding inroepen dat is overeengekomen tussen hem en de schuldenaar.
Paragraaf 4. Ontbinding wegens niet-nakoming Art. 5.90. Recht op ontbinding Het wederkerige contract kan worden ontbonden wanneer de niet-nakoming van de schuldenaar voldoende ernstig is of wanneer de partijen zijn overeengekomen dat die de ontbinding rechtvaardigt.
In uitzonderlijke omstandigheden kan het contract ook worden ontbonden wanneer het duidelijk is dat de schuldenaar, na te zijn aangemaand om binnen een redelijke termijn voldoende waarborgen te bieden voor de goede uitvoering van zijn verbintenissen, zijn verbintenissen niet tijdig zal nakomen en dat de gevolgen van die niet-nakoming voldoende ernstig zijn voor de schuldeiser.
De ontbinding vloeit voort uit een rechterlijke beslissing, uit de toepassing van een ontbindend beding of uit een kennisgeving van de schuldeiser aan de schuldenaar, overeenkomstig de artikelen 5.91 tot 5.94.
Indien herstel wordt toegekend ter aanvulling van de ontbinding, strekt dat herstel ertoe de schuldeiser te plaatsen in de situatie waarin hij zich zou hebben bevonden indien het contract was uitgevoerd.
Art. 5.91. Gerechtelijke ontbinding De ontbinding kan in rechte worden gevorderd. De rechter kan naargelang de omstandigheden: 1° de ontbinding uitspreken, desgevallend met aanvullend herstel van de schade die niet door de ontbinding hersteld wordt;of 2° de schuldenaar een termijn opleggen om hem de mogelijkheid te bieden zijn verbintenissen na te komen. Indien elke partij de ontbinding van het contract vordert ten laste van de andere, spreekt de rechter de ontbinding uit ten laste van beide partijen, indien zij elk aansprakelijk zijn voor een niet-nakoming die de ontbinding rechtvaardigt.
Art. 5.92. Ontbinding door de inwerkingstelling van een ontbindend beding Het ontbindend beding verleent de schuldeiser het recht om het contract te ontbinden zonder voorafgaande tussenkomst van de rechter wanneer de schuldenaar een van zijn verbintenissen niet nakomt.
De schuldeiser stelt het beding in werking door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de schuldenaar. Die vermeldt de tekortkomingen die hem worden verweten.
Art. 5.93. Ontbinding door kennisgeving van de schuldeiser Nadat hij nuttige maatregelen heeft genomen om de niet-nakoming van de schuldenaar vast te stellen, kan de schuldeiser het contract, op eigen risico, ontbinden door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de schuldenaar. Die vermeldt de tekortkomingen die hem worden verweten.
Art. 5.94. Onregelmatige of abusieve buitengerechtelijke ontbinding De kennisgeving waarmee de schuldeiser het contract ontbindt, is onwerkzaam indien niet voldaan is aan de vereisten van de ontbinding of indien de ontbinding abusief is.
Art. 5.95. Gevolgen van de ontbinding De ontbinding ontneemt het contract zijn gevolgen vanaf de dag waarop het is gesloten. Zij werkt evenwel slechts terug tot de datum van de tekortkoming die daartoe aanleiding heeft gegeven voor zover het contract deelbaar is volgens de bedoeling van de partijen, gelet op de aard en de strekking ervan.
De prestaties geleverd sinds die dag geven aanleiding tot restitutie onder de voorwaarden bedoeld in de artikelen 5.115 tot 5.122.
Ten aanzien van derden te goeder trouw ontneemt de ontbinding het contract zijn gevolgen enkel voor de toekomst.
Art. 5.96. Gedeeltelijke ontbinding Wanneer de tekortkoming die de ontbinding rechtvaardigt slechts een gedeelte van het contract aantast, is de ontbinding beperkt tot dat gedeelte voor zover het contract deelbaar is volgens de bedoeling van de partijen, gelet op de aard en de strekking ervan.
Paragraaf 5. Prijsvermindering Art. 5.97. Recht op prijsvermindering In geval van een niet-nakoming die onvoldoende ernstig is om de ontbinding te rechtvaardigen, kan de schuldeiser in rechte de prijsvermindering eisen.
De prijsvermindering kan ook worden doorgevoerd door een schriftelijke kennisgeving van de schuldeiser, met aanduiding van de reden van de vermindering.
De prijsvermindering is evenredig met het verschil, op het tijdstip van de contractsluiting, tussen de waarde van de ontvangen prestatie en de waarde van de overeengekomen prestatie.
De schuldeiser die de prijsvermindering verkrijgt, kan geen herstel eisen ter compensatie van dat waardeverschil. Hij kan dat wel eisen voor elke andere schade.
Paragraaf 6. Exceptie van niet-uitvoering Art. 5.98. Recht voor de schuldeiser om de uitvoering van zijn verbintenis op te schorten De schuldeiser kan de uitvoering van zijn verbintenis opschorten overeenkomstig artikel 5.239.
Onderafdeling 2. Ontoerekenbare niet-nakoming Art. 5.99. Gevolgen voor de niet-nagekomen verbintenis Bij onmogelijkheid tot nakoming die niet toerekenbaar is aan de schuldenaar, wordt de nakoming van de verbintenis opgeschort of dooft deze laatste uit overeenkomstig artikel 5.226.
Art. 5.100. Gevolgen voor het contract bij definitieve onmogelijkheid tot nakoming van de verbintenis Indien de onmogelijkheid tot nakoming van een hoofdverbintenis volledig en definitief is zonder dat zij toerekenbaar is aan de schuldenaar, wordt het contract in zijn geheel van rechtswege ontbonden.
Indien de onmogelijkheid gedeeltelijk en definitief is, zonder aan de schuldenaar toerekenbaar te zijn, beperkt de ontbinding zich tot het gedeelte van het contract dat aangetast is voor zover het contract deelbaar is volgens de bedoeling van de partijen, gelet op de aard en de strekking ervan.
In eigendomsoverdragende contracten verloopt de risico-overdracht evenwel volgens de bepaling van artikel 5.80.
Art. 5.101. Gevolgen in de tijd van de definitieve onmogelijkheid tot nakoming De definitieve onmogelijkheid tot nakoming die niet toerekenbaar is aan de schuldenaar ontneemt het contract zijn uitwerking vanaf de dag van die onmogelijkheid.
De prestaties vóór die dag zonder tegenprestatie geleverd, geven aanleiding tot restitutie onder de voorwaarden bedoeld in de artikelen 5.115 tot 5.122.
Art. 5.102. Gevolgen voor het contract bij tijdelijke onmogelijkheid tot nakoming van de verbintenis Indien de onmogelijkheid slechts tijdelijk is, zonder dat zij toerekenbaar is aan de schuldenaar, wordt de nakoming van de correlatieve verbintenis van de medecontractant opgeschort.
Als het contract evenwel niet meer nuttig kan worden nagekomen op het einde van de onmogelijkheid zijn de artikelen 5.100 en 5.101 van overeenkomstige toepassing. Afdeling 6. Gevolgen van het contract voor derden
Art. 5.103. Relativiteit en tegenwerpelijkheid Het contract doet enkel tussen partijen verbintenissen ontstaan.
Derden kunnen slechts de nakoming van een contractuele verbintenis vorderen indien de wet dat bepaalt en in het geval bedoeld in artikel 5.107.
Derden dienen het bestaan van een contract als feit te erkennen en mogen het bestaan ervan in hun voordeel inroepen.
Art. 5.104. Algemene rechtverkrijgenden De gevolgen van het contract gaan over op de erfgenamen, en andere algemene rechtverkrijgenden en rechtverkrijgenden onder algemene titel, tenzij het tegendeel werd bedongen of dat uit de aard of de strekking van het contract voortvloeit.
Art. 5.105. Bijzondere rechtverkrijgenden - Kwalitatieve rechten Behoudens andersluidend beding gaan de voor overdracht vatbare rechten die zodanig nauw verbonden zijn met een goed dat het belang bij die rechten afhankelijk is van de eigendom van het goed, over op diegene die dat goed onder bijzondere titel verkrijgt.
De aard en de omvang van de overgedragen rechten worden bepaald door het contract waaruit zij voortvloeien.
Art. 5.106. Sterkmaking Men kan zich sterk maken door te beloven dat een derde een bepaalde prestatie zal verrichten.
Weigert de derde de prestatie uit te voeren, dan is diegene die zich heeft sterk gemaakt gehouden tot herstel van de schade van de medecontractant, behoudens andersluidend beding.
Heeft de sterkmaking tot voorwerp de bekrachtiging van een rechtshandeling gesloten in naam en voor rekening van een ander, dan werkt de bekrachtiging terug tot op de datum van de sterkmaking, onverminderd de door derden verkregen rechten.
Art. 5.107. Derdenbeding Een contract kan aan een derde het recht verlenen om de nakoming van een bepaalde prestatie te eisen.
Het beding ten behoeve van een derde doet onmiddellijk een rechtstreeks recht ontstaan tegen de belover en laat de rechten van de contractspartijen onverlet.
Een dergelijk beding kan uitdrukkelijk overeengekomen zijn of voortvloeien uit de aard en strekking van het contract.
De derde-begunstigde dient bepaalbaar te zijn. Het volstaat dat de derde bestaat en bepaald is wanneer de prestatie opeisbaar wordt.
De aard en de omvang van het recht van de derde-begunstigde worden bepaald door het contract en zijn onderworpen aan de nadere regels en beperkingen van het contract.
De uitdrukkelijke of stilzwijgende aanvaarding door de derde-begunstigde maakt het derdenbeding onherroepelijk. De aanvaarding kan ook uitgaan van de erfgenamen van de derde-begunstigde en andere algemene rechtverkrijgenden.
Art. 5.108. Herroeping en aanwijzing van een andere begunstigde Het recht tot herroeping of aanwijzing van een andere begunstigde komt uitsluitend toe aan de bedinger. De herroeping en de aanwijzing hebben terugwerkende kracht.
Art. 5.109. Onwerkzaam derdenbeding Kan het beding ten behoeve van een derde geen uitwerking krijgen, dan komt het recht toe aan de bedinger, tenzij deze een andere begunstigde aanwijst.
Art. 5.110. Rechtstreekse vordering De wet kan een schuldeiser het recht verlenen om in eigen naam en voor eigen rekening de nakoming van een prestatie te eisen van de schuldenaar van zijn schuldenaar ten belope van hetgeen deze aan zijn schuldeiser verschuldigd is.
Tenzij de wet anders bepaalt, kan de onderschuldenaar tegen de hoofdschuldeiser alle excepties inroepen waarover hij beschikt tegen de hoofdschuldenaar op het ogenblik waarop die schuldeiser de uitoefening van zijn recht ter kennis brengt.
Tenzij de wet anders bepaalt, kan de onderschuldenaar ook alle excepties inroepen waarover de hoofdschuldenaar tegen de hoofdschuldeiser beschikt.
Art. 5.111. Derde-medeplichtigheid aan de miskenning van een contractuele verbintenis Een derde begaat een onrechtmatige daad wanneer hij heeft deelgenomen aan de niet-nakoming door een partij van haar contractuele verbintenissen terwijl hij het bestaan van deze verbintenissen kende of behoorde te kennen. Afdeling 7. Tenietgaan van het contract
Onderafdeling 1. Gronden van tenietgaan Art. 5.112. Opsomming Het contract eindigt: 1° door het tenietgaan van de verbintenissen die uit het contract zijn ontstaan overeenkomstig artikel 5.244; 2° door de gerechtelijke of buitengerechtelijke nietigverklaring ervan overeenkomstig artikel 5.59; 3° door de opzegging ervan in onderlinge overeenstemming overeenkomstig artikel 5.70, eerste lid; 4° door de eenzijdige opzegging ervan overeenkomstig de artikelen 5.70, tweede lid, 5.75 en 5.76; 5° door de gerechtelijke of buitengerechtelijke ontbinding ervan wegens niet-nakoming overeenkomstig artikel 5.90; 6° door de definitieve onmogelijkheid tot nakoming overeenkomstig artikel 5.100; 7° in de overige gevallen bepaald bij wet. Art. 5.113. Wegvallen van het voorwerp Het verval van een verbintenis door het wegvallen van het voorwerp ervan overeenkomstig artikel 5.265, geeft op zichzelf geen aanleiding tot het tenietgaan van het contract waaruit die verbintenis is ontstaan.
In dat geval gaat het contract enkel teniet in de gevallen bepaald in artikel 5.112.
Art. 5.114. Postcontractuele verbintenissen en bedingen De beëindiging van het contract heeft geen gevolgen voor de verbintenissen en bedingen die, gelet op de bedoeling van de partijen en op de grond van tenietgaan, zijn bestemd om van toepassing te blijven gedurende de door de partijen overeengekomen termijn of, bij gebreke daarvan, gedurende een redelijke termijn.
De wet, de goede trouw of de gebruiken kunnen ook verbintenissen opleggen na het einde van het contract.
De regels betreffende de contractuele verbintenissen zijn daarop van toepassing, tenzij hun aard of strekking zich daartegen verzet.
Onderafdeling 2. Restitutie Art. 5.115. Toepassingsgebied Deze onderafdeling is van toepassing op restitutie ten gevolge van: 1° de nietigverklaring van het contract;2° de ontbinding van het contract wegens niet- nakoming;3° de definitieve onmogelijkheid van nakoming van het contract die niet toerekenbaar is aan de schuldenaar;4° de verwezenlijking van de ontbindende voorwaarde. Zij is eveneens, met de nodige aanpassingen, van toepassing op de teruggave van hetgeen onverschuldigd betaald is geweest.
Art. 5.116. Recht op restitutie Restitutie is verschuldigd vanaf de datum waarop de te restitueren prestatie is verricht.
De verjaring van het recht op restitutie begint te lopen op de dag waarop de grond van tenietgaan van het contract zich heeft voorgedaan.
Art. 5.117. Goede trouw In de zin van deze onderafdeling houdt de schuldenaar van de restitutie op te goeder trouw te zijn: 1° zodra hij effectieve kennis heeft van de nietigheidsgrond van het contract;2° in de overige gevallen, zodra hij in verzuim is. Art. 5.118. Volgorde van restituties Restituties moeten worden verricht in de omgekeerde volgorde waarin de te restitueren prestaties moesten worden uitgevoerd.
Indien de te restitueren prestaties zich bevonden in een wederkerige verhouding, kan de schuldeiser van de restitutie de exceptie van niet-uitvoering tegenwerpen onder de voorwaarden bepaald in artikel 5.239.
Art. 5.119. Vorm van de restitutie Onder voorbehoud van de artikelen 5.120 tot 5.124, gebeurt de restitutie in natura of, indien dat onmogelijk of abusief blijkt, in waarde geraamd op de dag van de restitutie.
Art. 5.120. Verlies van het te restitueren voorwerp De schuldenaar van de restitutie staat in voor het gehele of gedeeltelijke verlies van het te restitueren voorwerp.
Verlies door overmacht bevrijdt de schuldenaar te goeder trouw evenwel naar evenredigheid alsook de schuldenaar van de correlatieve prestatie.
Art. 5.121. Uitgaven De schuldenaar van de restitutie moet worden vergoed voor de door hem gedane uitgaven noodzakelijk voor de bewaring van het voorwerp alsook voor de nuttige uitgaven die de waarde ervan hebben verhoogd binnen de perken van de meerwaarde geraamd op het tijdstip van de restitutie.
Art. 5.122. Restitutie van de vruchten en opbrengsten De restitutie van een zaak omvat de opbrengsten, de vruchten, de interest aan de wettelijke interestvoet of de waarde van het genot dat zij heeft voortgebracht sinds de schuldenaar opgehouden is te goeder trouw te zijn.
Art. 5.123. Weigering van de restitutie aan de schuldige partij De rechter kan restitutie geheel of gedeeltelijk weigeren aan de partij die bij de contractsluiting opzettelijk inbreuk heeft gepleegd op de openbare orde.
Art. 5.124. Bescherming van onbekwamen De onbekwame is slechts gehouden tot restitutie voor zover hij voordeel heeft gehaald uit de prestaties verkregen op grond van het nietige contract.
Hoofdstuk 2. Eenzijdige rechtshandeling Art. 5.125. Definitie Een eenzijdige rechtshandeling is de wilsuiting waarbij een persoon de bedoeling heeft om rechtsgevolgen te doen ontstaan.
De persoon die deze handeling verricht kan met name door zijn enkele wil een verbintenis aangaan ten voordele van een ander.
Art. 5.126. Juridisch regime Elke eenzijdige rechtshandeling is onderworpen aan de regels die er eigen aan zijn en, voor zover deze niet ervan afwijken, aan de regels die toepasselijk zijn op de contracten en aan het algemeen regime van de verbintenis.
Ondertitel 2. Rechtsfeiten Hoofdstuk 1. Inleidende bepaling Art. 5.127. De buitencontractuele aansprakelijkheid en de oneigenlijke contracten De buitencontractuele aansprakelijkheid maakt het voorwerp uit van de artikelen 1382 tot 1386bis van het oud Burgerlijk Wetboek en van bijzondere wetten.
Oneigenlijke contracten zijn geoorloofde daden waaruit een verbintenis ontstaat ten laste van de persoon die er voordeel uit haalt zonder er recht op te hebben en, in voorkomend geval, een verbintenis van de persoon die de daad heeft verricht jegens die persoon.
De oneigenlijke contracten zijn: 1° de zaakwaarneming;2° de onverschuldigde betaling;en 3° de ongerechtvaardigde verrijking. Hoofdstuk 2. Zaakwaarneming Art. 5.128. Definitie Er is zaakwaarneming wanneer een persoon, zonder daartoe verplicht te zijn, op vrijwillige en nuttige wijze andermans zaak waarneemt zonder dat verzet van de meester van die zaak redelijk voorzienbaar is.
Deze vereisten worden als vervuld beschouwd indien de meester deze zaakwaarneming goedkeurt.
Art. 5.129. Voorwerp van de zaakwaarneming Zaakwaarneming kan betrekking hebben op zowel materiële handelingen als rechtshandelingen.
Wanneer de zaakwaarnemer een rechtshandeling verricht voor rekening van de meester van de zaak, doet hij dat ofwel in diens naam, ofwel in eigen naam.
Art. 5.130. Verbintenissen van de zaakwaarnemer De zaakwaarnemer moet de door hem begonnen zaakwaarneming voortzetten, hierin begrepen alle gevolgen die zij teweeg brengt, en voltooien totdat de meester in staat is zelf daarin te voorzien.
Hij is verplicht zijn zaakwaarneming voort te zetten, zelfs indien de meester overlijdt voordat de zaak is voltooid, totdat diens erfopvolger de leiding ervan op zich heeft kunnen nemen. Hetzelfde geldt wanneer de meester failliet, onbekwaam of afwezig wordt verklaard.
De zaakwaarnemer moet de meester onver …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.