Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2007
Kort samengevat
Dit decreet regelt diverse bepalingen ter begeleiding van de begroting van 2007, met een focus op onderwijs. Het voorziet in extra financiering en aanpassingen van de werkingsmiddelen voor verschillende onderwijsniveaus.
Wat het regelt
- De verhoging van het werkingsbudget voor het basisonderwijs.
- De verhouding van het werkingsbudget per leerling tussen gesubsidieerd en gefinancierd basisonderwijs.
- De toekenning van extra middelen voor investeringen in technisch en beroepssecundair onderwijs.
- De aanpassing van werkingsuitkeringen en sociale toelagen voor hogescholen en universiteiten.
Wie het aanbelangt
- Scholen in het basis-, secundair, hoger en universitair onderwijs in Vlaanderen.
- De Vlaamse Regering en onderwijsinstellingen die subsidies ontvangen.
Kernpunten
- Het globale werkingsbudget van het gefinancierd en gesubsidieerd basisonderwijs wordt vanaf 2007 verhoogd met 29,504 miljoen euro.
- Vanaf begrotingsjaar 2007 dient het totale werkingsbudget per leerling van het gesubsidieerd basisonderwijs ten minste 75,8 % en maximaal 76,2 % te bedragen van het overeenkomstig totale werkingsbudget per leerling van het gefinancierd basisonderwijs.
- Extra middelen worden toegekend aan instellingen voor voltijds gewoon of buitengewoon technisch of beroepssecundair onderwijs voor investeringen in basisuitrusting tijdens de schooljaren 2006-2007 en 2007-2008.
- Vanaf begrotingsjaar 2007 bedraagt het basisbedrag van de sociale toelage voor hogescholen 207,77 euro per financierbare student.
Wettekst
22 DECEMBER 2006. - Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2007 (1) Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : Decreet houdende bepaling
Art. 9
.Artikel 130, § 2, punt 3°, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 30 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/06/1956 pub. 25/05/2010 numac 2010000278 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verbetering van de rassen van voor de landbouw nuttige huisdieren. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5, wordt gewijzigd als volgt : « 3° Voor het jaar 2007 is het forfaitair bedrag, uitgedrukt in duizend euro, voor elke universiteit vastgesteld als volgt : Voor de raadpleging van de tabel,
Art. 10
.In artikel 130, § 3, 3°, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 30 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/06/1956 pub. 25/05/2010 numac 2010000278 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verbetering van de rassen van voor de landbouw nuttige huisdieren. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5, worden in punt
- Universiteit Hasselt en punt
- Universiteit Gent de bedragen « 897 » en « 22.086 » respectievelijk vervangen door de bedragen « 1.152 » en « 25.390 ». Art. 11.Artikel 136, § 1, punt 3° van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 30 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/06/1956 pub. 25/05/2010 numac 2010000278 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verbetering van de rassen van voor de landbouw nuttige huisdieren. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5, wordt gewijzigd als volgt : « 3° De universiteiten, vermeld in artikel 3, 1°, 2°, b), 3°, 4°, b) en c), en 6°, ontvangen voor het jaar 2007 voor de uitgaven die voortvloeien uit de wettelijke en conventionele werkgeversbijdragen en -lasten, met inbegrip van de door de instellingen gefinancierde aanvullende pensioenen, om een gelijkwaardig statuut te verzekeren als voor de universiteiten, vermeld in artikel 3, 2°, a), 4°, a), en 5°, de volgende bedragen, uitgedrukt in duizend euro : Voor de raadpleging van de tabel,
Afdeling V
12.In artikel 15, § 2, van het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 31/08/1999 numac 1999036079 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende sommige instellingen van openbaar nut voor postinitieel onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening type decreet prom. 18/05/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999035740 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 30/09/1999 numac 1999036051 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse bepalingen naar aanleiding van de begroting 1999 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 08/07/1999 numac 1999035787 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode en van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996 sluiten betreffende sommige instellingen van openbaar nut voor postinitieel onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening, gewijzigd bij het decreet van 24 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/06/1956 pub. 25/05/2010 numac 2010000278 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verbetering van de rassen van voor de landbouw nuttige huisdieren. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten2, worden de woorden « voor het begrotingsjaar 2005 vastgesteld op 8.594.000 euro » vervangen door de woorden « vanaf het begrotingsjaar 2007 vastgesteld op 9.726.000 euro ». Afdeling VI. - Recuperatiefonds Studietoelagen Art. 13.In artikel 21, § 4, van het decreet van 23 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/06/1956 pub. 25/05/2010 numac 2010000278 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verbetering van de rassen van voor de landbouw nuttige huisdieren. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten3 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting voor het begrotingsjaar 2006 worden na de woorden « voor de betaling van studiefinanciering overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 april 2004 » de woorden « en voor de betaling van studietoelagen overeenkomstig de bepalingen van de wet van 19 juli 1971 » ingevoegd. Afdeling VII. - Recuperatiefonds van de wedden onderwijzend personeel Art. 14.Het C-fonds Inschrijvingsgelden Deeltijds Kunstonderwijs, zoals bedoeld in artikel 100quinquies van het decreet van 31 juli 1990 betreffende Onderwijs II, wordt vanaf begroting 2007 omgevormd in een B-fonds in de zin van artikel 45 van de gecoördineerde wetten op de rijkscomptabiliteit. Art. 15.Het C-fonds voor de aanwending van teruggevorderde ten onrechte gestorte wedden en weddetoelagen van de sector Onderwijs opgericht bij decreet van 21 december 1990 houdende begrotingstechnische bepalingen alsmede de bepalingen tot begeleiding van de begroting 1991, wordt vanaf begroting 2007 omgevormd in een B-fonds in de zin van artikel 45 van de gecoördineerde wetten op de rijkscomptabiliteit. HOOFDSTUK III. - vzw ESF-Agentschap Art. 16.Aan artikel 2, § 1, van het decreet van 8 november 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/12/1967 pub. 17/08/2007 numac 2007000737 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de onbevaarbare waterlopen sluiten5 houdende de oprichting van de vzw ESF-Agentschap worden een tweede en een derde lid toegevoegd, die luiden als volgt : « De vzw « ESF-Agentschap » is een privaatrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap als vermeld in artikel 29 van het kaderdecreet beter bestuurlijk beleid van 18 juli
- De Vlaamse Regering bepaalt tot welk homogeen beleidsdomein het ESF-Agentschap behoort. ». Art. 17.In artikel 4, § 1, van hetzelfde decreet, wordt het woord « beheersovereenkomst » vervangen door het woord « samenwerkingsovereenkomst ». HOOFDSTUK IV. - Jeugdbeleid Art. 18.Artikel 62 van het decreet van 29 maart 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/12/1967 pub. 17/08/2007 numac 2007000737 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de onbevaarbare waterlopen sluiten1 op het Vlaamse jeugdbeleid, zoals gewijzigd bij decreet van 8 juli 2005, wordt vervangen door wat volgt : « Art. 62.§
- Een op basis van dit decreet gesubsidieerde vereniging kan gedurende de periode waarbinnen deze vereniging haar beleidsnota uitvoert, onbeperkt een reserve aanleggen met eigen inkomsten en subsidies. Als reserve dient beschouwd te worden het resultaat van de optelling van de rekening 13 (bestemde fondsen) en de rekening 14 (overgedragen resultaat) van de balans, zoals omschreven in de minimumindeling van het algemeen rekeningenstelsel, als bijlage gevoegd bij het koninklijk besluit van 19 december 2003 betreffende de boekhoudkundige verplichtingen en de openbaarmaking van de jaarrekening van bepaalde verenigingen zonder winstoogmerk, internationale verenigingen zonder winstoogmerk en stichtingen. §
- Als de vereniging op het einde van de beleidsperiode nog beschikt over een reserve, aangelegd overeenkomstig § 1, kan deze reserve overgedragen worden naar de volgende beleidsperiode op voorwaarde dat, ten opzichte van de bestaande reserve op het begin van de beleidsperiode, de aangroei niet meer bedraagt dat twintig percent van de gemiddelde jaarlijkse kosten berekend over de beleidsperiode. §
- De Vlaamse Regering kan, na advies van de Inspectie van Financiën, een afwijking toestaan van het in § 2 bepaalde percentage, op voorwaarde dat de vereniging daartoe een gemotiveerd bestedingsplan voorlegt voor de te veel opgebouwde reserve of voor de gehele reserve, in te dienen bij de administratie. §
- Als bij de afrekening van het laatste werkingsjaar van de beleidsperiode de aangroei van de reserve meer bedraagt dan hetgeen bepaald werd in § 2, dan wordt het teveel ingehouden op het nog uit te keren saldo van de werkingssubsidie, toegekend aan de vereniging, en wordt het eventueel daarna nog resterende bedrag in mindering gebracht op de subsidies van de volgende beleidsperiode, tot een maximum van de werkingssubsidie toegekend voor het laatste jaar voorafgaand aan de nieuwe beleidsperiode. §
- Als aan de vereniging na afloop van de beleidsperiode waarop de beleidsnota bedoeld in de artikelen 10, 3°, 17, § 1, 24, 3°, 31, § 2, en 54, § 1, betrekking heeft, geen werkingssubsidie meer wordt verleend, dan is de vereniging verplicht een gemotiveerd bestedingsplan voor alle reserves die op basis van onderhavig artikel werden aangelegd, in te dienen bij de administratie. Deze reserves moeten in voorkomend geval, prioritair aangewend worden voor het voldoen van de arbeidsrechtelijke verplichtingen. ». HOOFDSTUK V. - Sociaal-cultureel vormingswerk Art. 19.In afwijking van artikel 3, § 2, tweede lid, van het decreet van 6 juli 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 06/07/2001 pub. 17/08/2001 numac 2001035848 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende ondersteuning van de federatie van erkende organisaties voor volksontwikkelingswerk type decreet prom. 06/07/2001 pub. 10/10/2001 numac 2001036137 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2001 sluiten houdende ondersteuning van de federatie van erkende organisaties voor volksontwikkeling en houdende ondersteuning van de vereniging van Vlaamse Cultuurcentra, wordt in 2007 de tussenkomst van de Vlaamse Gemeenschap rechtstreeks uitgekeerd aan de Federatie van erkende organisaties voor Volksontwikkeling (FOV). HOOFDSTUK VI. - Fiscaliteit Afdeling I. - Verhoging abattement Art. 20.In artikel 46bis van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, ingevoegd bij decreet van 1 februari 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/12/1967 pub. 17/08/2007 numac 2007000737 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de onbevaarbare waterlopen sluiten0 en gewijzigd bij de decreten van 5 juli 2002, 20 december 2002 en 24 december 2004 wordt het bedrag « 12.500 euro » vervangen door het bedrag « 15.000 euro ». Afdeling II. - Belasting op de automatische ontspanningstoestellen Art. 21.A. In artikel 43 van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, gewijzigd bij artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 14 van 18 april 1967, bij artikel 12 van de wet van 28 december 1973, bij artikel 1 van het koninklijk besluit van 22 augustus 1980, bij artikel 1 van het koninklijk besluit van 30 december 1980, bij artikel 2 van het koninklijk besluit van 29 maart 1994, bij artikel 2 van het decreet van 13 april 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/04/1999 pub. 18/05/1999 numac 1999035577 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging en opheffing van sommige bepalingen van het Wetboek van de met inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen type decreet prom. 13/04/1999 pub. 30/06/1999 numac 1999035596 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 28 april 1993 houdende regeling, voor het Vlaamse Gewest, van het administratief toezicht op de gemeenten, wat het administratief toezicht op de binnengemeentelijke territoriale organen betreft type decreet prom. 13/04/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999035697 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende erkenning en subsidiëring van de Vlaamse sportfederaties sluiten, bij artikel 63 van het decreet van 21 december 1990 en bij artikel 46 van het decreet van 6 juli 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 06/07/2001 pub. 17/08/2001 numac 2001035848 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende ondersteuning van de federatie van erkende organisaties voor volksontwikkelingswerk type decreet prom. 06/07/2001 pub. 10/10/2001 numac 2001036137 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2001 sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden « 11 p.c. », ingevoegd bij artikel 1, 1°, van het koninklijk besluit van 22 augustus 1980, worden vervangen door de woorden « 11 p.c. »; 2° punt 4°, opgeheven bij artikel 1, 4°, van het koninklijk besluit van 22 augustus 1980, wordt opgeheven. B. In artikel 43, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, worden de woorden « 11 p.c. », vervangen door de woorden « 15 procent ». C. Artikel 43, 2°, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij artikel 1, 2°, van het koninklijk besluit van 22 augustus 1980, vervangen bij artikel 2 van het decreet van 13 april 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/04/1999 pub. 18/05/1999 numac 1999035577 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging en opheffing van sommige bepalingen van het Wetboek van de met inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen type decreet prom. 13/04/1999 pub. 30/06/1999 numac 1999035596 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 28 april 1993 houdende regeling, voor het Vlaamse Gewest, van het administratief toezicht op de gemeenten, wat het administratief toezicht op de binnengemeentelijke territoriale organen betreft type decreet prom. 13/04/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999035697 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende erkenning en subsidiëring van de Vlaamse sportfederaties sluiten en gewijzigd bij artikel 46 van het decreet van 6 juli 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 06/07/2001 pub. 17/08/2001 numac 2001035848 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende ondersteuning van de federatie van erkende organisaties voor volksontwikkelingswerk type decreet prom. 06/07/2001 pub. 10/10/2001 numac 2001036137 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2001 sluiten, wordt vervangen als volgt : « 2° van de volksvermakelijkheden waarbij slechts worden geheven inschrijvings- of deelnemingsrechten, verdeeld onder vorm van prijzen of besteed aan de normale inrichtingskosten, voor zover het totaal bedrag van deze rechten per dag en per persoon 250 frank niet te boven gaat; ». D. Artikel 43, 2°, van hetzelfde Wetboek, wordt vervangen als volgt : « 2° van de volksvermakelijkheden, namelijk de wedstrijden en spelen waarbij slechts inschrijvings- of deelnemingsrechten worden geheven, die verdeeld worden in de vorm van prijzen waarvan de waarde niet meer bedraagt dan het tienvoudige van de inzet per deelnemer of die besteed worden aan de normale organisatiekosten, voor zover het totaal bedrag van de rechten per dag en per persoon 1.000 frank niet te boven gaat; ». E. Artikel 43, 3°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 1, 2°, van het koninklijk besluit nr. 14 van 18 april 1967, gewijzigd bij artikel 1, 3°, van het koninklijk besluit van 22 augustus 1980, bij artikel 1 van het koninklijk besluit van 30 december 1980 en vervangen bij artikel 2 van het decreet van 13 april 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/04/1999 pub. 18/05/1999 numac 1999035577 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging en opheffing van sommige bepalingen van het Wetboek van de met inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen type decreet prom. 13/04/1999 pub. 30/06/1999 numac 1999035596 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 28 april 1993 houdende regeling, voor het Vlaamse Gewest, van het administratief toezicht op de gemeenten, wat het administratief toezicht op de binnengemeentelijke territoriale organen betreft type decreet prom. 13/04/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999035697 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende erkenning en subsidiëring van de Vlaamse sportfederaties sluiten, wordt vervangen als volgt : « 3° van de duivenprijskampen, wanneer de terugkeer van de duiven, behoudens gevallen van overmacht, plaats vindt op een zaterdag, zondag, wettelijke feestdag of op een door de gemeente als officieel beschouwde kermisdag, en waarbij uitsluitend ingezet wordt door de eigenaars van de ingeschreven duiven; ». F. Artikel 43, 3°, van hetzelfde Wetboek, wordt vervangen als volgt : « 3° van de duivenprijskampen waarbij uitsluitend ingezet wordt door de eigenaars van de ingeschreven duiven; ». G. Artikel 43, 5°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 12, 2°, van de wet van 28 december 1973, vervangen bij artikel 2 van het koninklijk besluit van 29 maart 1994 en bij artikel 2 van het decreet van 13 april 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/04/1999 pub. 18/05/1999 numac 1999035577 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging en opheffing van sommige bepalingen van het Wetboek van de met inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen type decreet prom. 13/04/1999 pub. 30/06/1999 numac 1999035596 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 28 april 1993 houdende regeling, voor het Vlaamse Gewest, van het administratief toezicht op de gemeenten, wat het administratief toezicht op de binnengemeentelijke territoriale organen betreft type decreet prom. 13/04/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999035697 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende erkenning en subsidiëring van de Vlaamse sportfederaties sluiten, wordt vervangen als volgt : « 5° van de wedstrijden waarin beroep wordt gedaan op de onderlegdheid en de aanleg van de deelnemer, inzonderheid op taalkundig, geschiedkundig, aardrijkskundig of artistiek gebied, wanneer zij uitsluitend worden ingericht ten behoeve van musea of ten behoeve van instellingen als bedoeld in artikel 104, eerste lid, 3° en 4°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen
- ». H. Artikel 43, 5°, van hetzelfde Wetboek, wordt vervangen als volgt : « 5° van de wedstrijden wanneer zij uitsluitend worden georganiseerd ten behoeve van musea of ten behoeve van instellingen als bedoeld in artikel 104, eerste lid, 3° en 4°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen
- ». I. In artikel 43, 2°, van hetzelfde Wetboek, laatst vervangen bij artikel 2 van het decreet van 13 april 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/04/1999 pub. 18/05/1999 numac 1999035577 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging en opheffing van sommige bepalingen van het Wetboek van de met inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen type decreet prom. 13/04/1999 pub. 30/06/1999 numac 1999035596 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 28 april 1993 houdende regeling, voor het Vlaamse Gewest, van het administratief toezicht op de gemeenten, wat het administratief toezicht op de binnengemeentelijke territoriale organen betreft type decreet prom. 13/04/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999035697 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende erkenning en subsidiëring van de Vlaamse sportfederaties sluiten, wordt het bedrag « 1.000 frank » vervangen door het bedrag « 25 euro ». Art. 22.A. Artikel 44 van hetzelfde Wetboek, laatst vervangen bij artikel 2 van het koninklijk besluit van 22 augustus 1980 en gewijzigd bij artikel 63 van het decreet van 21 december 1990, wordt vervangen als volgt : « Art. 44.In afwijking van artikel 43, wordt de belasting betreffende weddenschappen op paardenwedrennen die in België plaatsvinden, vastgelegd als volgt : 1° één vijfde van de voorafneming gedaan op het brutobedrag van de sommen ingezet bij de onderlinge weddenschappen;2° 5 procent op het brutobedrag van de sommen ingezet bij de weddenschappen bij notering.». B. In artikel 44, van hetzelfde Wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt : « 1° 22 procent op de voorafneming gedaan op het brutobedrag van de sommen ingezet bij de onderlinge weddenschappen;»; 2° de bepaling onder 2° wordt vervangen als volgt : « 2° 5,5 procent op het brutobedrag van de sommen ingezet bij de weddenschappen bij notering.». Art. 23.A. In artikel 45, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 14 van 18 april 1967, bij artikel 63 van het decreet van 21 december 1990, bij artikel 19 van het decreet van 22 december 1995 en bij de artikelen 44 en 45 van het decreet van 6 juli 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 06/07/2001 pub. 17/08/2001 numac 2001035848 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende ondersteuning van de federatie van erkende organisaties voor volksontwikkelingswerk type decreet prom. 06/07/2001 pub. 10/10/2001 numac 2001036137 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2001 sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden « 4,80 pct.» en de woorden « 2,75 pct. », zoals ingevoegd bij artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 14 van 18 april 1967, respectievelijk vervangen door de woorden « 4,80 pct. » en de woorden « 2,75 pct. »; 2° het tweede lid wordt opgeheven;3° het eerste lid, waarvan de bestaande tekst § 1 zal vormen, wordt aangevuld met een § 2, luidende : « § 2.De belasting op de spelen en de weddenschappen betreffende andere casinospelen dan het baccaraspel chemin de fer en het roulettespel zonder zero wordt gevestigd op de bruto-opbrengst van deze spelen tegen het tarief van 30 pct. op het gedeelte van die opbrengst dat, voor het kalenderjaar, 35 miljoen frank niet overschrijdt en tegen het tarief van 40 pct. op het overige gedeelte. De bruto-opbrengst wordt dagelijks vastgesteld; zij wordt gevormd door het verschil tussen het bedrag van de incasso's vastgesteld op het einde van de partijen en het samengevoegde bedrag van de aanvangsvoorschotten en de bijkomende voorschotten, verminderd met de afnemingen tijdens de partijen. Het verlies eventueel voor een dag vastgesteld wordt in mindering gebracht van de bruto-opbrengst van de volgende dagen. ». B. In artikel 45, van hetzelfde Wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1 wordt vervangen als volgt : « § 1.In afwijking van artikel 43 wordt de belasting vastgesteld op 5,3 procent op de winsten der bankiers bij het baccaraspel chemin de fer en op 3 procent op de winsten der inzetters bij het roulettespel zonder zero. »; 2° § 2, eerste lid, wordt vervangen als volgt : « § 2.De belasting op de spelen en de weddenschappen betreffende andere casinospelen dan het baccaraspel chemin de fer en het roulettespel zonder zero wordt gevestigd op de bruto-opbrengst van deze spelen tegen het tarief van 33 procent op het gedeelte van die opbrengst dat, voor het kalenderjaar, 35 miljoen frank niet overschrijdt en tegen het tarief van 44 procent op het overige gedeelte. ». C. Artikel 45, § 2, van hetzelfde Wetboek, wordt aangevuld met het volgende lid : « Voor met de casinospelen gelijkgestelde toestellen zoals bedoeld in artikel 77 laatste lid wordt, de belasting vastgesteld op een percentage per schijf van de bruto-opbrengst van deze gelijkgestelde spelen bepaald als volgt : Voor de raadpleging van de tabel,
D. In artikel 45, van hetzelfde Wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, tweede lid, worden de in frank uitgedrukte bedragen vermeld in de eerste kolom van de tabel vervangen door de in euro uitgedrukte bedragen vermeld in de tweede kolom van de tabel. Voor de raadpleging van de tabel,
2° in § 2, eerste lid, wordt het bedrag « 35 miljoen frank » vervangen door het bedrag « 865.000 euro ». Art. 24.A. Artikel 46 van hetzelfde Wetboek, vervangen door artikel 4 van het koninklijk besluit nr. 14 van 18 april 1967, gewijzigd bij artikel 3 van het koninklijk besluit van 22 augustus 1980 en bij artikel 2 van het koninklijk besluit van 30 december 1980 en opgeheven bij artikel 3 van het decreet van 13 april 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/04/1999 pub. 18/05/1999 numac 1999035577 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging en opheffing van sommige bepalingen van het Wetboek van de met inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen type decreet prom. 13/04/1999 pub. 30/06/1999 numac 1999035596 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 28 april 1993 houdende regeling, voor het Vlaamse Gewest, van het administratief toezicht op de gemeenten, wat het administratief toezicht op de binnengemeentelijke territoriale organen betreft type decreet prom. 13/04/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999035697 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende erkenning en subsidiëring van de Vlaamse sportfederaties sluiten, wordt hersteld als volgt : « Art. 46.Een belasting van 10 frank wordt geheven voor elke duivenring verkocht door de verenigingen en bonden die door de minister van Financiën zijn erkend. ». B. Artikel 46 van hetzelfde Wetboek wordt opgeheven. Art. 25.Artikel 47 van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij artikel 5 van het koninklijk besluit nr. 14 van 18 april 1967, wordt opgeheven. Art. 26.De artikelen 48 tot 50 van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij artikel 12 van het koninklijk besluit van 22 augustus 1980, worden opgeheven. Art. 27.A. Artikel 79, § 1, van hetzelfde Wetboek, laatst vervangen bij artikel 8, 1°, van het koninklijk besluit van 22 augustus 1980, wordt vervangen als volgt : « §
- De toestellen worden volgens hun type ingedeeld in vijf categorieën, respectievelijk aangeduid door de tekens A, B, C, D en E. ». B. Artikel 79, § 2, van hetzelfde Wetboek, laatst vervangen bij artikel 8, 1°, van het koninklijk besluit van 22 augustus 1980 en gewijzigd bij artikel 47 van het decreet van 6 juli 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 06/07/2001 pub. 17/08/2001 numac 2001035848 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende ondersteuning van de federatie van erkende organisaties voor volksontwikkelingswerk type decreet prom. 06/07/2001 pub. 10/10/2001 numac 2001036137 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2001 sluiten, wordt vervangen als volgt : « §
- De hierna omschreven automatische ontspanningstoestellen worden respectievelijk gerangschikt in de categorieën A, B, C, D en E, zoals bedoeld in § 1 : 1° in de categorie A : a.de elektrische biljarten met veranderlijke inzet, gewoonlijk « Bingo » genaamd, waarvan het spel erin bestaat verscheidene ballen of kogels in de op het horizontaal vlak van het toestel gemaakte gaten te plaatsen met het doel, naargelang van het type van toestel, op het paneel van het verticaal vlak verscheidene cijfers of tekens op een horizontale, verticale of diagonale lijn of in een bepaalde zone te belichten; b. de elektrische biljarten met veranderlijke inzet, gewoonlijk « One-ball » genaamd, waarvan het spel erin bestaat op het horizontaal vlak van het toestel een bal of kogel te plaatsen in een der gaten dat hetzelfde cijfer draagt als het cijfer dat op het paneel van het verticaal vlak verlicht is;c. de automatische ontspanningstoestellen, inbegrepen deze bedoeld sub 3° tot 5° hierna, die aan de speler of gebruiker toelaten, zelfs toevallig, tenminste het bedrag van de gedane inzet in specie of in de vorm van penningen terug te winnen en/of prijzen te winnen, in natura of in de vorm van premiebons, met een handelswaarde van ten minste tweehonderd vijftig frank;2° in de categorie B : de automatische ontspanningstoestellen bedoeld sub 1°, letter c, wanneer zij onderworpen zijn aan de verminderde belasting, zoals bedoeld in artikel 81;3° in de categorie C : a.de automatische kranen met grijp- of duwarm; b. de elektrische biljarten met vaste inzet, gewoonlijk « Pin-Ball », « Flipper » of « Flip-Tronic » genaamd, waarvan het spel erin bestaat ballen of kogels te lanceren die, door hun aanraking met sommige hinderpalen, welke zich op het horizontaal vlak van het toestel bevinden, op het paneel van het verticaal vlak het resultaat van het spel zichtbaar maken in de vorm van punten, tekens of afbeeldingen;c. de automatische kegelspelen, die normaal verplaatsbaar zijn en gewoonlijk het gebruik van ballen of kogels vereisen;d. de automatische pokerspelen, gewoonlijk « Jolly Joker » genaamd;e. de automatische ontspanningstoestellen die simultaan films of beelden projecteren en klank verspreiden;4° in de categorie D : a.de automatische platenspelers, gewoonlijk « Juke-Box » genaamd, welke uitsluitend muziek verspreiden, zelfs indien ze op afstand in werking worden gesteld; b. de automatische kegelspelen, die normaal verplaatsbaar zijn en gewoonlijk het gebruik van schijven vereisen;c. de automatische schietapparaten;d. de elektrische golf-, hockey-, tennis- en voetbalspelen, het elektrisch balspel van het model « Spinner », alsmede de elektrische toestellen van het model « Base-ball », « Basket-ball », « Drop-ball », « Skee-ball », « Skee-fun », « All-Star Bowler », « Ten Strike »;e. ieder elektrisch biljart deel uitmakend van het normaal op foren en kermissen ingericht competitiespel, gewoonlijk « Bumper » genaamd;5° in de categorie E : alle automatische ontspanningstoestellen die ter uitvoering van § 3 bij de minister van Financiën werden aangegeven en die niet in een van de categorieën A tot D zijn gerangschikt.». C. In artikel 79, § 2, 1°, c, van hetzelfde Wetboek, wordt het bedrag « tweehonderd vijftig frank » vervangen door het bedrag « 6,20 euro ». D. Artikel 79, § 2, van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld als volgt : « Wanneer technische, economische of sociale omstandigheden het vereisen, kan de categorie waarin een type toestel moet worden gerangschikt, vastgesteld of gewijzigd worden door de Vlaamse Regering, na raadpleging van de betrokken beroepsverenigingen. Voor de rangschikking van een toestel wordt rekening gehouden met zijn rendabiliteit, de aard van het aangeboden spel en de menigvuldigheid van de inzet, met dien verstande, dat de toestellen die uitsluitend als automatische platenspelers dienen, niet hoger mogen worden gerangschikt dan in de categorie D. De Vlaamse Regering zal een ontwerp van decreet tot bevestiging van de besluiten genomen ter uitvoering van het tweede lid aanhangig maken bij de Vlaamse Raad, onmiddellijk indien zij verenigd is, in het tegenovergestelde geval vanaf de opening van haar volgende zitting. ». Art. 28.A. Artikel 80, § 1, van hetzelfde Wetboek, laatst vervangen door artikel 9 van het koninklijk besluit van 22 augustus 1980, gewijzigd bij artikel 62 van het decreet van 21 december 1990 en bij artikel 37 van het decreet van 6 juli 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 06/07/2001 pub. 17/08/2001 numac 2001035848 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende ondersteuning van de federatie van erkende organisaties voor volksontwikkelingswerk type decreet prom. 06/07/2001 pub. 10/10/2001 numac 2001036137 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2001 sluiten, wordt vervangen als volgt : « §
- Het bedrag van de belasting wordt als volgt bepaald : Voor de raadpleging van de tabel,
B. Artikel 80, § 1, van hetzelfde Wetboek, wordt als volgt vastgesteld : « § 1. Het bedrag van de belasting wordt als volgt bepaald : Voor de raadpleging van de tabel,
C. In artikel 80, § 1, van hetzelfde Wetboek, worden de in frank uitgedrukte bedragen vermeld in de eerste kolom van de tabel vervangen door de in euro uitgedrukte bedragen vermeld in de tweede kolom van de tabel. Voor de raadpleging van de tabel,
Art. 29.A.
Artikel 81 van hetzelfde Wetboek, vervangen door artikel 17 van het koninklijk besluit nr. 14 van 18 april 1967, gewijzigd bij artikel 7 van de wet van 24 december 1976, bij artikel 10 van het koninklijk besluit van 22 augustus 1980, bij de artikelen 12 en 13 van het decreet van 20 december 1996 en bij artikel 3 van het decreet van 19 april 2002, wordt vervangen als volgt : « Art. 81.De belasting wordt verminderd tot : 1° 1/10 van haar bedrag voor het hele jaar, voor de toestellen toebehorende aan foorreizigers en opgesteld op de foren en de hiermede gelijkgestelde plaatsen.De aldus verminderde belasting mag niet minder dan 500 frank bedragen; 2° 1/2 van haar bedrag voor het hele jaar voor de toestellen uitsluitend opgesteld in een seizoenbedrijf.Wordt als dusdanig aangezien, elk bedrijf met uitsluiting van de drankgelegenheden, dat niet meer dan zes maanden per jaar voor het publiek toegankelijk is. Dat tijdperk kan met dertig dagen worden verlengd op voorwaarde dat er vooraf aangifte wordt van gedaan bij de hoofdcontroleur van de directe belastingen in wiens gebied die toestellen staan opgesteld. ». B. Artikel 81, 1°, van hetzelfde Wetboek, wordt vervangen als volgt : « De belasting wordt verminderd tot 1/10 van haar bedrag van het hele jaar van de toestellen die eigendom zijn van foorreizigers en opgesteld zijn in mobiele installaties op foren, jaarmarkten, handelsforen, wijkkermissen en feestelijkheden met een maximale duur van 10 weken waar tevens andere foorkramen aanwezig zijn. De aldus verminderde belasting mag niet minder dan 500 F bedragen. ». C. Artikel 81, 2°, van hetzelfde Wetboek, wordt opgeheven. D. In artikel 81, 1°, van hetzelfde Wetboek, wordt het bedrag « 500 F » vervangen door het bedrag « 12,50 euro ». Art. 30.In het koninklijk besluit van 8 juli 1970 houdende de algemene verordening betreffende de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° artikel 35, vervangen door artikel 1 van het koninklijk besluit van 24 mei 1978, wordt opgeheven;2° in artikel 35bis, § 1, eerste lid, ingevoegd bij artikel 1 van het koninklijk besluit van 24 mei 1978, worden de woorden « bij artikel 35 » vervangen door de woorden « in artikel 45, § 2, van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen »;3° artikel 56, vervangen door artikel 6 van het koninklijk besluit van 10 november 1980 en gewijzigd bij artikel 47 van het decreet van 6 juli 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 06/07/2001 pub. 17/08/2001 numac 2001035848 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende ondersteuning van de federatie van erkende organisaties voor volksontwikkelingswerk type decreet prom. 06/07/2001 pub. 10/10/2001 numac 2001036137 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2001 sluiten, wordt opgeheven. Afdeling III. - Leegstandsheffing Woningen Art. 31.In artikel 42, § 2, van het decreet van 22 december 1995 houdende uitvoering van de bepalingen van de begroting 1996, zoals gewijzigd bij het decreet van 8 juli 1997, wordt punt 2° vervangen door wat volgt : « 2° gebouwen en/of woningen die in het kader van het decreet van 3 maart 1976 beschermd zijn als monument of stads- en dorpsgezicht of die bij ministerieel besluit opgenomen zijn in een ontwerp van lijst tot bescherming in het kader van dit decreet. ». Afdeling IV Onroerende Voorheffing Art. 32.In zover de decreten en de uitvoeringsbesluiten van de Vlaamse overheid er niet van afwijken worden alle wettelijke wijzigingen aan het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 die in werking zijn getreden vanaf 1 januari 2002 tot en met 30 september 2006 met terugwerkende kracht tot datum van hun respectievelijke inwerkingtreding zonder inhoudelijke wijziging overeenkomstig van toepassing verklaard op de onroerende voorheffing in het Vlaamse Gewest. Het eerste lid geldt niet voor het artikel 7 van de Programmawet van 20 juli 2006Relevante gevonden documenten type programmawet prom. 20/07/2006 pub. 28/07/2006 numac 2006202312 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Programmawet sluiten waarbij het artikel 371 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 werd gewijzigd met ingang van 1 augustus
- HOOFDSTUK VII; - Leefmilieu Afdeling I. - Watervang Art. 33.In artikel 83 van het decreet van 21 december 1990 houdende begrotingstechnische bepalingen, alsmede bepalingen tot begeleiding van de begroting 1991, gewijzigd bij de decreten van 18 december 1992, 22 december 1995, 20 december 1996, 19 december 1997 en 21 december 2001 wordt § 2 vervangen door wat volgt : « §
- Het bedrag verschuldigd voor het capteren van water wordt vastgesteld als volgt : Waterafname in m3/jaar : euro/m3
- voor de schijf van minder dan 1.000.000 m3 0,043381;
- voor de schijf van 1.000.000 tot 9.999.999 m3 0,025161;
- voor de schijf van 10.000.000 tot 99.999.999 m3 0,012959;
- voor de schijf boven 99.999.999 m3 0,
- De captatie van minder dan 500 m3 per jaar is gratis. ». Afdeling II. - Bekrachtiging van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2005 houdende de overdracht van sommige personeelsleden van de administratie Waterwegen en Zeewezen aan de verzelfstandigde agentschappen Waterwegen en Zeekanaal en De Scheepvaart, samen met alle goederen die aan die personeelsleden verbonden zijn Art. 34.Het besluit van de Vlaamse Regering van 14 oktober 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/06/1956 pub. 25/05/2010 numac 2010000278 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verbetering van de rassen van voor de landbouw nuttige huisdieren. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten7 houdende de overdracht van sommige personeelsleden van de administratie Waterwegen en Zeewezen aan de verzelfstandigde agentschappen Waterwegen en Zeekanaal en De Scheepvaart, samen met alle goederen die aan die personeelsleden verbonden zijn, wordt bekrachtigd met ingang van 1 november 2005, de dag van zijn inwerkingtreding. De Vlaamse Regering bepaalt bij besluit welke personeelsleden, die tewerkgesteld zijn bij de managementondersteunende diensten inzake personeelsaangelegenheden, facilitair management, informatie- en communicatietechnologie, boekhouding, begroting en juridische aangelegenheden van het departement van het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken, samen met de goederen die verbonden zijn met hun werking om niet worden overgedragen aan het agentschap Waterwegen en Zeekanaal. De bevoegdheid die in het tweede lid van dit artikel aan de Vlaamse Regering wordt opgedragen, vervalt op de datum van de toewijzing van het personeel samen met de goederen die verbonden zijn met hun werking. Afdeling III. - Oppervlaktewateren Art. 35.In artikel 35bis van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging wordt § 4 vervangen door wat volgt : « §
- Elke rechtspersoon die in het Vlaamse Gewest een zuiveringstechnisch werk exploiteert waarin uitsluitend afvalwater van de openbare riolering (met inbegrip van afvalstoffen afkomstig van septische putten en vetvangers waarin uitsluitend huishoudelijk afvalwater wordt geleid, per as aangevoerde afvalwaters, slibs afkomstig van openbare rioolwaterzuiveringsinstallaties en/of slibs afkomstig van het onderhoud van collectoren en pompstations) wordt behandeld en dat aangesloten is op het openbaar hydrografisch net, is van heffing vrijgesteld voor wat betreft de lozing van de effluentwaters van voornoemde openbare rioolwaterzuiveringsinstallaties. Een slibverbrandingsinstallatie waarmee het zuiveringstechnisch werk een milieutechnische eenheid vormt is geen onderdeel van het zuiveringstechnisch werk. ». Art. 36.Aan artikel 35bis van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging wordt een § 7 toegevoegd, die luidt als volgt : « §
- Elke rechtspersoon die op het grondgebied van het Vlaamse Gewest in een grindwinningsgebied een groeve exploiteert waar overeenkomstig de beste beschikbare techniek grind wordt ontgonnen of verwerkt, is geen heffingsplichtige in de zin van § 3, voor zover het water integraal wordt teruggevoerd naar hetzelfde water als waaruit het is onttrokken en dit zonder gebruik te maken van de openbare riolering. Deze bepaling is niet van toepassing op sanitair waterverbruik of voor het gebruik van water voor eventuele andere activiteiten die op hetzelfde terrein worden uitgeoefend. ». Art. 37.Met ingang van het heffingsjaar 2007 worden aan artikel 35ter, § 2, van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging, gewijzigd bij decreet van 23 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/06/1956 pub. 25/05/2010 numac 2010000278 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verbetering van de rassen van voor de landbouw nuttige huisdieren. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten3, de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het tweede lid wordt de zin « Voor alle andere heffingsplichtigen wordt het eenheidstarief van de heffing vastgesteld op 22,6 euro » vervangen door de volgende zin : « Voor alle andere heffingsplichtigen wordt het eenheidstarief van de heffing vastgesteld op 25,7 euro »;2° in het vierde lid wordt de zin « Deze bepaling gaat in vanaf heffingsjaar 2006.» geschrapt. Art. 38.Artikel 35vicies, § 2, van dezelfde wet, ingevoegd bij decreet van 23 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/06/1956 pub. 25/05/2010 numac 2010000278 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verbetering van de rassen van voor de landbouw nuttige huisdieren. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten3, wordt aangevuld als volgt : « - voor het heffingsjaar 2007 is deze coëfficiënt gelijk aan 0,
- ». Afdeling IV. - Water bestemd voor menselijke aanwending Art. 39.In artikel 16bis, § 3, eerste lid, van het decreet van 24 mei 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/12/1967 pub. 17/08/2007 numac 2007000737 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de onbevaarbare waterlopen sluiten3 betreffende water bestemd voor menselijke aanwending, ingevoegd bij decreet van 24 december 2004, wordt de zin « De bijdrage voor de sanering op gemeentelijk vlak mag maximaal 1,5 keer de bijdrage voor de sanering op bovengemeentelijk vlak bedragen » vervangen door de zin « De bijdrage voor de sanering op gemeentelijk vlak mag ten opzichte van de bijdrage voor de sanering op bovengemeentelijk vlak maximaal 1,5 keer hoger zijn voor het water verbruikt in 2005 en 2006 en 1,4 keer hoger voor het water verbruikt in 2007 ». Afdeling V. - Grondwaterbeheer Art. 40.In artikel 28quater, § 1, 2°, b), van het decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer wordt in de definitie van het begrip, in de tweede zin de woorden « in het heffingsjaar 2006 » vervangen door de woorden « in heffingsjaar 2007 ». Art. 41.In het decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer wordt de bijlage vervangen door wat volgt : « Bijlage Voor de raadpleging van de tabel,
De Vlaamse Regering legt deze gebieden op kaart vast. ». HOOFDSTUK VIII. - IVA VMM Art. 42.§ 1. De artikelen 20 en 24 van het decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer worden opgeheven. § 2. In artikel 23 van het decreet van 21 december 1990 houdende begrotingstechnische bepalingen alsmede de bepalingen tot begeleiding van de begroting 1991 wordt § 2 opgeheven. § 3. In artikel X.2.5, § 1, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid worden de punten 13° en 14° vervangen door wat volgt : « 13° de inkomsten voortvloeiend uit :
- a)de bijstand van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw en van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling in verband met programma's die betrekking hebben op de waterhuishouding;
- b)de vrijwillige, contractuele, reglementaire of decretale bijdragen van natuurlijke personen, rechtspersonen, openbare besturen en instellingen ter verwezenlijking van de doelstellingen vermeld in artikelen 5, 8, 9 en 13 van de wet van 28 december 1967Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/12/1967 pub. 17/08/2007 numac 2007000737 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de onbevaarbare waterlopen sluiten betreffende de onbevaarbare waterlopen, van titel V van de wet van 5 juli 1956 betreffende de wateringen en van titel V van de wet van 3 juni 1957 betreffende de polders;
- c)de opbrengst van administratieve geldboeten en alle bedragen welke door de diensten van het Vlaamse Gewest worden geïnd ten laste van de overtreders van de wetgeving en reglementering inzake waterhuishouding, polders en wateringen;
- d)de opbrengsten van concessies verhuur en van vervreemdingen van eigendommen, installaties en aanhorigheden, die verworven werden met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen inzake waterhuishouding, polders en wateringen;14° de bijdragen van de natuurlijke of rechtspersonen naar privaat of publiek recht die door hun activiteiten de schade bedoeld bij het decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer kunnen veroorzaken of verergeren en ten aanvullende titel door leningen op korte termijn waaraan de Vlaamse Regering de gewestwaarborg kan hechten.De Vlaamse Regering bepaalt het aandeel van elk soort inkomsten en de criteria om te bepalen wie bijdrageplichtig is, het bedrag en de modaliteiten van de inning. ». § 4. Aan artikel X.2.5 van hetzelfde decreet worden een § 5 en een § 6 toegevoegd, die luiden als volgt : « § 5. 1° Bij de Vlaamse Milieumaatschappij wordt een Fonds voor de Waterhuishouding opgericht; 2° het Fonds voor de Waterhuishouding wordt gestijfd door de in § 1, 13°, vermelde ontvangsten;3° het per 12 mei 2006 beschikbaar saldo en de op die datum nog openstaande vorderingen, verbintenissen en verplichtingen van het Fonds voor de Waterhuishouding opgericht bij decreet van 22 november 1995, artikel 17, worden overgedragen naar het Fonds voor de Waterhuishouding, opgericht bij dit decreet;4° de middelen van het Fonds voor de Waterhuishouding kunnen aangewend worden voor al wat dienen kan in het raam van het beleid inzake waterhuishouding, voor de polders en de wateringen, met uitzondering evenwel van de loon- en werkingskosten van de IVA VMM. § 6. 1° Bij de Vlaamse Milieumaatschappij wordt een Fonds voor het Grondwaterbeheer opgericht; 2° het Fonds voor het Grondwaterbeheer wordt gestijfd door de in § 1, 14°, vermelde ontvang-sten;3° het per 12 mei 2006 beschikbaar saldo en de op die datum nog openstaande vorderingen, verbintenissen en verplichtingen van het Schadefonds opgericht bij decreet van 24 januari 1984 en gewijzigd bij decreet van 12 december 1990, worden overgedragen naar het Fonds voor het Grondwaterbeheer, opgericht bij dit decreet;4° de middelen van het Fonds voor het Grondwaterbeheer kunnen aangewend worden om : a.voorschotten te verlenen in de gevallen van schade bedoeld in artikel 14 van het decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer, met inbegrip van voorschotten ter financiering van studies en expertises die noodzakelijk zijn voor het vaststellen van deze schade; b. algemene maatregelen en studies te financieren die deze schade kunnen voorkomen en beperken met inbegrip van studies die worden uitgevoerd binnen het kader van belangrijke geplande of bestaande grondwaterwinningen en die kunnen worden gebruikt als objectieve basis bij elk deskundig onderzoek, binnen het kader van een vordering tot vergoeding van schade, veroorzaakt door grondwaterwinning.». HOOFDSTUK IX. - Grindfonds en grindwinning Art. 43.Aan de laatste zin van artikel 14, § 1, van het decreet van 14 juli 1993 tot oprichting van het Grindfonds en tot regeling van de grindwinning worden volgende woorden toegevoegd : « en in het kader van zuinig ruimtegebruik en de uitvoering van het principe van optimale ontginning voor de hoeveelheden grind in de vergunde grindwinningsgebieden. ». Art. 44.In artikel 15, § 1, van het decreet van 14 juli 1993 tot oprichting van het Grindfonds en tot regeling van de grindwinning wordt het eerste lid vervangen door wat volgt : « De houders van de nodige vergunningen voor de exploitatie van grind in een grindwinning, met inbegrip van de hoeveelheden grind in het kader van zuinig ruimtegebruik en de uitvoering van het principe van optimale ontginning, zoals bepaald in artikel 14, § 1, zijn, vanaf een door de Vlaamse Regering te bepalen datum, onderworpen aan een grindheffing. ». HOOFDSTUK X. - Life-fonds Art. 45.§ 1. Er wordt een fonds opgericht voor de uitvoering van Life en andere projecten die tot stand komen met cofinanciering van de Europese Unie. Dit fonds is een begrotingsfonds als bedoeld in artikel 45 van de gecoördineerde wetten op de rijkscomptabiliteit type B. Hierna het fonds te noemen. § 2. De inkomsten van het fonds worden gespijsd met EU cofinanciering voor Life en andere projecten. Ook inkomsten van andere partners die naast het Vlaamse Gewest en de EU aan het project deelnemen, kunnen het fonds spijzen. § 3. De inkomsten van het fonds mogen aangewend worden voor uitgaven voor diensten, werking, exploitatie en uitrusting, voor zover deze uitgaven verband houden met de realisatie van de projecten met cofinanciering van de EU. HOOFDSTUK XI. - Milieuheffingen Art. 46.Hoofdstuk IX van het decreet van 2 juli 1981 betreffende de voorkoming en het beheer van afvalstoffen, vervangen bij het decreet van 20 december 1989 en gewijzigd bij de decreten van 21 december 1990, 25 juni 1992, 18 december 1992, 22 december 1993, 21 december 1994, 22 december 1995, 20 december 1996, 19 december 1997, 19 december 1998, 6 juli 2001, 21 december 2001, 5 juli 2002, 20 december 2002, 27 juni 2003 en 19 december 2003, wordt vervangen door wat volgt : « HOOFDSTUK IX. - Milieuheffingen Art. 47.§ 1. De begrippen gebruikt in dit hoofdstuk hebben de betekenis die hen wordt toegekend door of krachtens dit decreet en het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning. § 2. Voorts wordt voor dit hoofdstuk verstaan onder : - voorbehandelen van afvalstoffen in het kader van de bepaling in artikel 48, § 2, 16° : het behandelen van afvalstoffen waarbij de aard en samenstelling van de afvalstoffen wijzigt zodat ze geschikt gemaakt worden voor een verdere stap in de voorbehandeling of voor recyclage of voor eindverwerking van de afvalstoffen; - brandbare afvalstoffen : afvalstoffen met een gloeiverlies > 10 % of een TOC-gehalte > 6 %. Art. 48.§ 1. Aan een milieuheffing zijn onderworpen de exploitanten van de in § 2, 1° tot en met 16°, bedoelde vergunningsplichtige inrichtingen alsook de overbrengers van de in § 2, 17°, bedoelde afvalstoffen met het oog op verwerking ervan buiten het Vlaamse Gewest. De gemeenten, of de in hun plaats tredende verenigingen van gemeenten kunnen voor de door hen opgehaalde huishoudelijke en gemeentelijke afvalstoffen rechtstreeks als heffingsplichtige worden aangemerkt voor zover zij hiervoor een machtiging ontvangen van OVAM. De machtiging vermeldt de afvalstroom, de concrete bestemming en het toe te passen heffingstarief. Een kopie van deze machtiging wordt bezorgd aan de exploitant van de inrichting waarnaar de concrete afvalstroom wordt afgevoerd. De exploitant vermeldt de betreffende hoeveelheden in een bijlage bij zijn aangifte met verwijzing naar de respectievelijke machtiging. De exploitant deelt deze hoeveelheden tijdig mee aan de gemeenten, of de in hun plaats tredende verenigingen van gemeenten die voor de betreffende hoeveelheden zelf als heffingsplichtige optreden en een aangifte doen overeenkomstig de bepalingen van dit decreet. Onverminderd de verder bepaalde uitzondering geldt de in § 2, 1° tot en met 16°, bepaalde heffing voor de hoeveelheden afvalstoffen zoals ze worden gestort, verbrand of meeverbrand, inclusief de toeslagstoffen die werden toegevoegd met het oog op het storten, verbranden of meeverbranden van de afvalstoffen. § 2. Het bedrag van de milieuheffingen, als bedoeld in § 1, wordt, afhankelijk van het soort afvalstof en het soort verwerkingswijze, vastgesteld op : 1° 150 euro per ton voor het storten, verbranden of meeverbranden van afvalstoffen in een inrichting die niet vermeld wordt onder 2° tot en met 16°;2°
- a)75 euro per ton voor het storten op een daartoe vergunde stortplaats van brandbare afvalstoffen;
- b)20 euro per ton, en dit in afwijking van a), voor het storten van huishoudelijke afvalstoffen die niet konden worden verwerkt in een inrichting vergund voor het verwerken van huishoudelijke afvalstoffen, om reden dat de exploitant zijn inrichting op vrijwillige basis tijdelijk en buiten de normale onderhoudsperiodes buiten dienst heeft gesteld omdat niet kan voldaan worden aan de opgelegde vergunningsvoorwaarden.Deze afwijking geldt evenwel voor elke inrichting slechts gedurende een periode van 18 maanden te rekenen vanaf de eerste dag van de maand tijdens dewelke de inrichting op vrijwillige basis werd gesloten;
- c)40 euro per ton voor het storten op een daartoe vergunde stortplaats van niet-brandbare afvalstoffen;3° voor recyclageresidu's van bedrijven die afvalstoffen afkomstig van selectieve inzamelingen, zoals hieronder vermeld, gebruiken of voorbehandelen als grondstof voor de aanmaak van nieuwe stoffen of producten :
- a)75 * K euro per ton voor het storten op een daartoe vergunde stortplaats van brandbare afvalstoffen;
- b)40 * K euro per ton voor het storten op een daartoe vergunde stortplaats van niet-brandbare afvalstoffen. De te storten restfractie moet na (voor)behandeling kleiner zijn dan de hierna vermelde percentages die moeten beschouwd worden ten opzichte van de totale aanvoer van de betreffende afvalstoffen op jaarbasis in de daartoe vergunde inrichting. Wanneer de te storten restfractie de hierna vermelde percentages overschrijdt, moet voor het overschrijdende deel het milieuheffingstarief toegepast worden waarbij K=1. - 15 gewichtspercent voor glasafval; - 20 gewichtspercent voor lompenafval; - 20 gewichtspercent voor kunststofafval, geldend voor de bedrijven die kunststofafval gebruiken als grondstof voor de aanmaak van nieuwe stoffen of producten; - 5 gewichtspercent voor kunststofafval, geldend voor de bedrijven die kunststofafval voorbehandelen als grondstof voor de aanmaak van nieuwe stoffen of producten; - 10 gewichtspercent voor elektronisch en elektrisch schrootafval; - 10 gewichtspercent voor schrootafval; - 5 gewichtspercent voor houtafval; - 5 gewichtsprocent voor papier- en kartonafval; - 3 gewichtspercent voor groenafval; - 5 gewichtspercent voor piepschuimafval; - 5 gewichtspercent voor groente-, fruit- en tuinafval (GFT-afval) afkomstig van aërobe compostering; - 8 gewichtspercent voor groente-, fruit- en tuinafval (GFT-afval) afkomstig van anaërobe vergisting; - 5 gewichtspercent voor bouw- en sloopafval; - 10 gewichtspercent voor rubberafval, andere dan bandenafval; - 5 gewichtspercent voor bandenafval; - 20 gewichtspercent voor plasticverpakkingen, metalen verpakkingen en drankkartons (PMD); - 25 gewichtspercent voor shredderafval afkomstig van schrootverwerking; - 5 gewichtspercent voor voedselafval; - 25 gewichtspercent voor gebruikte oplosmiddelen; - 10 gewichtspercent voor recyclageresidu's afkomstig van de normale activiteiten van door de OVAM erkende kringloopcentra; - 3 gewichtspercent voor recyclageresidu's van de behandeling van bodemassen. Voor recyclageresidu's van lompenafval is K = 0 met ingang van het heffingsjaar 2007. Voor recyclageresidu's van bedrijven die glasafval afkomstig van selectieve inzamelingen gebruiken of voorbehandelen als grondstof voor de aanmaak van nieuw glas, is K = 0 met ingang van het heffingsjaar 2007. Voor niet-brandbare recyclageresidu's van papier- en kartonafval is K = 0,05 met ingang van het heffingsjaar 2007. Voor brandbare recyclageresidu's van papier- en kartonafval is K = 0,03 met ingang van het heffingsjaar 2007 tot en met het heffingsjaar 2009, en K = 1 vanaf het heffingsjaar 2010. Voor recyclageresidu's van elektronisch en elektrisch schrootafval, van schrootafval en van shredderafval afkomstig van schrootverwerking, voor recyclageresidu's van kunststofafval van bedrijven die kunststofafval gebruiken als grondstof voor de aanmaak van nieuwe stoffen of producten, en voor recyclageresidu's van de compostering/vergisting van GFT is K = 0,15 met ingang van het heffingsjaar 2007 tot en met het heffingsjaar 2009, en K=1 vanaf het heffingsjaar 2010. In afwijking hiervan blijft voor shredderafval afkomstig van schrootverwerking K = 0,15 voor het heffingsjaar 2010 indien de hoeveelheid shredderafval die in 2010 per ton inputmateriaal wordt gestort, met 10 % wordt verminderd in vergelijking met de hoeveelheid shredderafval die in 2010 per ton inputmateriaal wordt geproduceerd en bestaande uit enerzijds de lichte fractie die wordt afgezogen uit de cycloon, en anderzijds de zware fractie die overblijft na metallische scheiding en na de lineaire motor. Voor recyclageresidu's afkomstig van de normale activiteiten van door de OVAM erkende kringloopcentra is K = 0,2 met ingang van het heffingsjaar 2007. Voor recyclageresidu's van bouw- en sloopafval is K = 0,6 voor het heffingsjaar 2007 en K = 1 met ingang van het heffingsjaar 2008. Voor andere recyclageresidu's is K = 0,4 voor het heffingsjaar 2007, K = 0,6 voor het heffingsjaar 2008, K = 0,8 voor het heffingsjaar 2009 en K = 1 met ingang van het heffingsjaar 2010; 4° voor residu's afkomstig van de reiniging van grond in daartoe vergunde grondreinigingscentra : 3 euro per ton voor het storten op een daartoe vergunde stortplaats;5° voor residu's afkomstig van de verwerking van rioolkolkenslib in daartoe vergunde inrichtingen : 3 euro per ton voor het storten op een daartoe vergunde stortplaats;6° voor slibresidu's afkomstig van de reiniging van zeefzand in daartoe vergunde bedrijven : 3 euro per ton voor het storten op een daartoe vergunde stortplaats;7° 23 euro per ton voor het storten op een daartoe vergunde stortplaats van geïmmobiliseerde niet-brandbare afvalstoffen afkomstig van daartoe vergunde bedrijven, op voorwaarde dat de immobilisatie noodzakelijk is om te voldoen aan de vergunningsvoorwaarden van de stortplaats;8° 5 euro per ton voor het storten van ijzeroxide afvalstoffen van de zinkproductie bekend onder de naam jarosiet en goethiet, op een daartoe vergunde stortplaats;9° 1 euro per ton voor het storten van gips of calciumchloride afvalstoffen op een daartoe vergunde stortplaats;10° 5 euro per ton voor het storten van ertsresten van de productie van titaandioxidepigmenten volgens het chloorproces op een daartoe vergunde stortplaats;11° 0,1 euro per ton voor het storten van baggerspecie op een daartoe vergunde stortplaats;12° 0,1 euro per ton voor het storten van ruimingspecie op een daartoe vergunde stortplaats;13° 11 euro per ton voor het storten van inerte afvalstoffen op een daartoe vergunde stortplaats;14° 7 euro per ton voor het verbranden van afvalstoffen in een daartoe vergunde installatie;15° 7 euro per ton voor het meeverbranden van afvalstoffen in een daartoe vergunde installatie. In afwijking van 14° en 15° geldt voor het verbranden of meeverbranden van recyclageresidu's van papier- en kartonafval een heffingstarief van 2 euro/ton met ingang van het heffingsjaar 2007; 16° de bedragen overeenkomstig het bovenvermelde 1° tot en met 15° voor het sorteren of voorbehandelen van afvalstoffen in een daartoe vergunde inrichting.Het bedrag van de milieuheffing wordt bepaald door de op de niet-gerecycleerde of hergebruikte afvalstoffen toegepaste verwerkingswijze bedoeld in het bovenvermelde 1° tot en met 15°. De hiervoor vermelde milieuheffing is niet verschuldigd indien de vergunde opslag-, overslag-, sorteer- en/of voorbehandelinginrichting aantoont dat de afvalstoffen na opslag, overslag, sortering of voorbehandeling gerecycleerd of hergebruikt werden en, voor wat betreft het niet-hergebruikte en niet-gerecycleerde gedeelte, werden verwerkt met betaling van de milieuheffing overeenkomstig het bovenvermelde 1° tot en met 15°. Indien de verwerking van de niet-gerecycleerde of niet-hergebruikte afvalstoffen buiten het Vlaamse Gewest plaatsvindt, zijn de bepalingen van het hierna vermelde 17°, tweede zinsdeel, van toepassing; 17° de bedragen vermeld sub 1° tot en met sub 16°, overeenkomstig de toegepaste verwerkingswijze voor de afvalstoffen geproduceerd in het Vlaamse Gewest die worden overgebracht met het oog op het verwerken ervan in een daartoe vergunde inrichting buiten het Vlaamse Gewest;in geval een gelijksoortige milieuheffing van toepassing is in het gewest of land waar bedoelde afvalstoffen worden verwerkt, wordt het bedrag van de heffing verminderd met het bedrag van de voormelde gelijksoortige milieuheffing zonder dat dit evenwel tot lager dan nul kan worden herleid. § 3. Voor volgende afvalstoffen geldt een tarief van 0 euro/ton : 1° het storten van asbesthoudende afvalstoffen op een daartoe vergunde stortplaats. Onder asbesthoudende afvalstoffen worden tevens begrepen : afvalstoffen geheel of gedeeltelijk bestaande uit keramische vezels met gelijkaardige carcinogene eigenschappen; 2° het storten, verbranden of meeverbranden in een daartoe vergunde inrichting van afvalstoffen van bodemsaneringsoperaties waarbij overeenkomstig het advies van de OVAM andere saneringswijzen dan uitgraven en storten onredelijk hoge kosten met zich meebrengen of onmogelijk zijn;3° het verbranden of meeverbranden in een daartoe vergunde inrichting en met recuperatie van energie van verwerkte dierlijke vetten, eiwitten en meel die conform die conform de Europese, federale en regionale regelgeving vernietigd moeten worden;4° het verbranden of meeverbranden in een daartoe vergunde inrichting en met recuperatie van energie van recyclageresidu's van lompenafval en van recyclageresidu's van bedrijven die glasafval afkomstig van selectieve inzamelingen gebruiken of voorbehandelen als grondstof voor de aanmaak van nieuw glas. Aan een milieuheffing zijn niet onderworpen : 1° het gebruik in de afdichtlaag van een vergunde stortplaats van mengsels van enerzijds reagentia en/of toeslagstoffen en anderzijds volgende afvalstoffen die overeenkomstig de Beste Beschikbare Technieken (BBT) niet reinigbaar zijn : zuiveringsslib, gronden/zanden, bodemassen en assen afkomstig van de verbranding van zuiveringsslib;2° het storten van gronden die beantwoorden aan de voorwaarden voor het gebruik als bodem en die gebruikt worden als tussenafdek;3° het verbranden of meeverbranden van houtafval in een daartoe vergunde inrichting en met recuperatie van energie. § 4. De in § 2 bedoelde bedragen worden aangepast aan het indexcijfer der consumptieprijzen met als basisindex het indexcijfer der consumptieprijzen van december 2006, basis 1996. De indexering gebeurt jaarlijks automatisch, dus zonder voorafgaande verwittiging, op 1 januari van elk jaar. De aangepaste bedragen worden afgerond tot de hogere cent. § 5. De bedragen van de milieuheffing overeenkomstig het bovenvermelde artikel 48, § 2, 2° tot en met 17°, worden vanaf 2007 vermenigvuldigd met 0,70 voor de heffingsplichtigen die overeenkomstig artikel 179 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 onderworpen zijn aan de vennootschapsbelasting. Art. 49.§ 1. De milieuheffing bedoeld in artikel 48, § 1, is verschuldigd : 1° voor wat betreft de bedragen bedoeld in § 2, 1° tot en met 16° : op het tijdstip dat de afvalstoffen worden verwerkt in de in § 2, 1° tot en met 16°, bedoelde inrichtingen;2° voor wat betreft de bedragen bedoeld in § 2, 17° : op het tijdstip dat de afvalstoffen geproduceerd in het Vlaamse Gewest worden overgebracht met het oog op het verwerken ervan buiten het Vlaamse Gewest. § 2. Wanneer een afvalstof verschillende verwerkingswijzen ondergaat, is de heffing alleen verschuldigd voor de heffingsplichtige verwerkingswijze die het eerst wordt toegepast. De vrijstelling van heffing geldt ook voor de toeslagstoffen die in de eerste verwerkingswijze worden toegevoegd. § 3. De heffingsplichtige kan het gedeelte van de heffing door hem opgenomen in zijn aangifte en regelmatig voldaan op de wijze voorzien bij artikel 50, § 6, terugvorderen onder volgende voorwaarden : 1° de heffing moet onbetwistbaar en duidelijk omschreven zijn op een factuur uitgereikt door de heffingsplichtige aan een medecontractant met verwijzing naar het in artikel 50, § 8, bedoelde register;2° de vordering van de heffingsplichtige moet blijken definitief oninbaar te zijn bij gebrek aan activa na opname als onbetwistbare vordering in het passief van het faillissement van de medecontractant op grond van een attest uitgereikt door de behandelende curator;3° de aanvraag tot teruggave van de heffing moet gebeuren per aangetekend schrijven aan de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij en moet vergezeld zijn van de factuur vermeld in 1°, alsmede van een afschrift van het attest uitgereikt door de behandelende curator, zoals vermeld in 2°. Art. 50.§ 1. Wanneer voor de exploitatie van een inrichting de vergunning, verleend conform de bepalingen van dit decreet, is vervallen en voor dezelfde inrichting een nieuwe vergunning werd verleend, wordt voor wat de toepassing betreft van artikel 48, § 2, inzake milieuheffingen de nieuwe vergunning geacht te zijn verleend met ingang van ofwel het tijdstip zoals vermeld in het vergunningsbesluit indien de vergunningverlenende overheid binnen de wettelijk voorziene termijn een beslissing heeft genomen, ofwel het tijdstip waarop deze beslissing conform de wettelijke termijn had moeten genomen worden. § 2. De inning van de heffing vindt eenmaal per kwartaal plaats, namelijk in de loop van de maanden april en mei voor wat het eerste kwartaal betreft, in de loop van de maanden juli en augustus voor wat het tweede kwartaal betreft, in de loop van de maanden oktober en november voor wat het derde kwartaal betreft en in de loop van de maanden januari en februari van het volgende jaar voor wat het vierde kwartaal betreft. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regelen. § 3. De Vlaamse Regering duidt de ambtenaren en contractuele personeelsleden van de OVAM aan die belast zijn met de inning en de invordering van de heffing en met de controle op de naleving van de verplichtingen inzake de heffing, en bepaalt de nadere regelen met betrekking tot hun bevoegdheden. § 4. De heffingsplichtige is verplicht om in de loop van de maanden april, juli, oktober en januari een aangifte in te dienen met betrekking tot de heffing verschuldigd voor het voorafgaande kwartaal. § 5. Indien de heffingsplichtige niet tot betaling van het aangegeven bedrag overgaat of indien na controle door de met de inning en de invordering van de heffing belaste ambtenaar blijkt dat de aangegeven bedragen onjuist zijn kan door de met de inning en de invordering van de heffing belaste ambtenaar een navordering worden opgelegd ten laste van de heffingsplichtige. § 6. De heffingsplichtige is verplicht om voor 10 mei, 10 augustus, 10 november, alsmede 10 februari, de heffing voor het voorafgaande kwartaal te betalen. Evenwel is de heffingsplichtige ertoe verplicht voor 10 december van elk jaar een voorschot te betalen op de heffing voor het vierde kwartaal van dat jaar. Dit voorschot wordt forfaitair vastgesteld op zesenzestig procent van het bedrag dat bekomen wordt door de voor de eerste drie kwartalen door de heffingsplichtige verschuldigde heffing te delen door drie. Het aldus bekomen forfaitair bedrag wordt afgerond tot het lagere tiental. Indien op basis van de aangifte inzake het vierde kwartaal blijkt dat de werkelijk verschuldigde heffing lager is dan het verschuldigde voorschot, wordt dit voorschot, verminderd met de werkelijk verschuldigde heffing, maar vermeerderd met de wettelijke verwijlintrest op het aldus berekende verschil, aan de heffingsplichtige teruggestort binnen negentig kalenderdagen na ontvangst van de behoorlijk opgestelde aangifte inzake het vierde kwartaal. Het voorschot is niet verschuldigd indien de heffingsplichtige voor 10 december het bewijs levert dat hij zijn belastingplichtige activiteit heeft stopgezet voor de aanvang van het vierde kwartaal. § 7. In geval de heffingsplichtige meerdere kwartalen moet vereffenen, worden de betalingen eerst aangerekend op de oudste schulden en in volgorde eerst op de administratieve geldboeten, de nalatigheidsintresten en de hoofdsom. § 8. De heffingsplichtige is verplicht om de hoeveelheden afvalstoffen uitgedrukt in ton dagelijks en in volgorde van verwerking in een register in te schrijven. § 9. De heffingsplichtige is verplicht om alle bescheiden die nodig zijn om de voldoening van de heffing of de juistheid van de aangegeven bedragen na te gaan, voor te leggen op ieder verzoek van de ambtenaren belast met de controle op de naleving van de verplichtingen inzake de heffing. § 10. De heffingsplichtige is verplicht om op ieder verzoek van de ambtenaren belast met de controle op de naleving van de verplichtingen inzake de heffing, mondeling of schriftelijk alle inlichtingen te verschaffen die hem gevraagd worden om de voldoening van de heffing of de juistheid van de aangegeven bedragen na te gaan. § 11. Wanneer de heffing niet is betaald na het verstrijken van de termijn bedoeld in § 6, is van rechtswege de wettelijke intrest verschuldigd zoals thans bepaald in het KB van 4 augustus 1996 tot wijziging van de wettelijke rentevoet. § 12. Wanneer een heffingsplichtige, om welke redenen dan ook, de aangifte bedoeld in § 4 niet of te laat heeft ingediend of de verplichtingen bedoeld in § 8, § 9 of § 10, niet is nagekomen, kan hem door de met invordering belaste ambtenaar een ambtelijke aanslag opgelegd worden tot beloop van de heffing die vermoedelijk is verschuldigd. § 13. De heffing wordt in de gevallen bedoeld in § 12 vastgesteld op basis van de gevraagde stukken of, bij ontstentenis hiervan, op basis van gegevens die kunnen bewezen worden door geschrift, getuigen en vermoedens. § 14. De ambtelijke aanslag wordt opgelegd onverminderd de mogelijkheid van navordering binnen de termijn bedoeld in artikel 52. § 15. Binnen een termijn van dertig dagen na de datum van verzending, per aangetekend schrijven, van een ambtelijke aanslag of een navordering, kan de heffingsplichtige per aangetekend schrijven beroep instellen bij de door de Vlaamse Regering aangewezen Vlaamse minister die uitspraak doet binnen de zes maanden vanaf de datum van verzending van het beroepschrift. Een afschrift van dit beroep dient met dezelfde post per aangetekend schrijven aan de OVAM betekend. Op straffe van nietigheid verwijst het beroep naar het dossiernummer, aanslagjaar en kwartaal vermeld in de ambtelijke aanslag of in de navordering. Bij met redenen omkleed aangetekend schrijven, gericht aan de heffingsplichtige, kan de door de Vlaamse Regering aangewezen Vlaamse minister de voormelde termijn eenmalig verlengen met een periode van zes maanden. § 16. Alvorens een beslissing te nemen, legt de door de Vlaamse Regering aangewezen Vlaamse minister de in § 15 bedoelde geschillen voor aan een adviescommissie. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regelen met betrekking tot de werking en samenstelling van de adviescommissie. § 17. Bij gebrek aan een uitspraak van de door de Vlaamse Regering aangewezen Vlaamse minister binnen de in § 15 gestelde termijn, wordt het beroep van de heffingsplichtige als ingewilligd beschouwd. § 18. De minister verzendt zijn beslissing per aangetekend schrijven aan de heffingsplichtige. § 19. Tegen de beslissing van de minister kan een vordering worden ingesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 1385decies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek. § 20. Ten aanzien van de heffingsplichtige, bedoeld in artikel 48, § 1, kan teruggave van door hem te veel aangegeven en betaalde milieuheffingen plaatsvinden door middel van verrekening op het verschuldigde bedrag aan te geven en te betalen voor een volgend kwartaal van het lopende kalenderjaar. § 21. De heffingsplichtige voegt bij deze kwartaalaangifte de nodige stukken ter staving van de gegrondheid van zijn verrekening. Bij onjuiste of ten onrechte toegepaste verrekening blijft de mogelijkheid van navordering zoals bedoeld in § 5 onverminderd bestaan. § 22. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen met betrekking tot de aanduiding van de met inning en invordering van de milieuheffingen belaste personen, de wijze van inning en invordering van de milieuheffingen, de aangifte en de betaling van de milieuheffingen en de behandeling van de beroepen ingesteld overeenkomstig § 15. Art. 51.Onverminderd de bepalingen van hoofdstuk XI wordt voor iedere overtreding van de verplichting om aan de heffing te voldoen, een administratieve geldboete opgelegd gelijk aan de ontdoken of niet tijdig betaalde heffingen met dien verstande dat deze boete ten minste 70 euro bedraagt. Voor de berekening van deze administratieve geldboete wordt uitgegaan van de milieuheffing zonder de vermenigvuldigingsfactor 0,70 zoals bedoeld in artikel 48, § 5. Art. 52.De vordering tot voldoening van de heffing, van de intresten en van de administratieve geldboete verjaart door verloop van vijf jaar, te rekenen van de dag waarop zij is ontstaan. De verjaring wordt gestuit op de wijze en onder de voorwaarden bepaald bij artikelen 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek. Art. 53.§ 1. De ambtenaar daartoe aangewezen door de Vlaamse Regering kan met de heffingsplichtige dadingen treffen, voor zover deze niet leiden tot vrijstelling of vermindering van de heffing. § 2. Hij beslist tevens over de gemotiveerde verzoeken om kwijtschelding of vermindering van de administratieve geldboete die de heffingsplichtige per aangetekend schrijven tot hem richt. Deze verzoeken dienen op straffe van verval ingediend uiterlijk binnen de maand nadat de beroeper in kennis is gesteld van de beslissing van de bevoegde Vlaamse minister over het ingestelde beroep overeenkomstig de bepalingen in artikel 50, § 18. § 3. Tegen de beslissing van de daartoe aangewezen ambtenaar bedoeld in § 2 kan een vordering worden ingesteld overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 1385decies en 1385undecies van het Gerechtelijk Wetboek. § 4. Hij beslist tevens over de gemotiveerde verzoeken tot uitstel van betaling die de heffingsplichtige per aangetekend schrijven tot hem richt. § 5. Bij gebrek aan voldoening van de heffing, intresten, administratieve geldboete en toebehoren wordt door de met de invordering belaste ambtenaar een dwangbevel uitgevaardigd. Dit dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de ambtenaar daartoe aangewezen door de Vlaamse Regering. § 6. De betekening van het dwangbevel gebeurt bij gerechtsdeurwaarderexploot of bij aangetekend schrijven. § 7. Op het dwangbevel zijn de bepalingen toepasselijk van deel V van het Gerechtelijk Wetboek houdende bewarend beslag en middelen van tenuitvoerlegging. § 8. Tot zekerheid van de voldoening van de heffing, intresten, administratieve geldboete en de kosten heeft het Vlaamse Gewest een algemeen voorrecht op alle roerende goederen van de heffingsplichtige. Het kan een wettelijke hypotheek vestigen op alle goederen die daarvoor vatbaar zijn en in het Vlaamse Gewest gelegen zijn van de persoon op wiens naam de navordering of de ambtelijke aanslag is gevestigd. § 9. Het voorrecht bedoeld in § 8 neemt rang in onmiddellijk na de voorrechten die vermeld zijn in de artikelen 19 en 20 van de Hypotheekwet. § 10. De rang van de wettelijke hypotheek wordt bepaald door de dagtekening van de inschrijving die genomen wordt. § 11. De hypotheek wordt ingeschreven op verzoek van de ambtenaren, bedoeld in artikel 50, § 3. § 12. Artikel 19 van de Faillissementswet is niet van toepassing op de wettelijke hypotheek inzake de verschuldigde heffing waarvoor de inschrijving is genomen voor en waarvan betekening aan de heffingsschuldige is gedaan voor het vonnis van faillietverklaring. Art. 53bis.De gemeenten zijn ertoe gerechtigd een beroep te doen op de nodige medewerking van de OVAM met het oog op de inning van de opcentiemen, voor zover deze maximaal 20 opcentiemen bedragen, door de betrokken gemeente te heffen op de door de OVAM geïnde milieuheffingen bedoeld in artikel 48, voor de heffingsplichtige inrichtingen gelegen op hun grondgebied. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels met betrekking tot de inningskosten en wijze van innen van de opcentiemen. ». HOOFDSTUK XII. - Herstelfonds Art. 47.Aan het tweede lid van artikel 159bis van het decreet van 18 mei 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 31/08/1999 numac 1999036079 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende sommige instellingen van openbaar nut voor postinitieel onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening type decreet prom. 18/05/1999 pub. 29/06/1999 numac 1999035740 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 30/09/1999 numac 1999036051 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende diverse bepalingen naar aanleiding van de begroting 1999 type decreet prom. 18/05/1999 pub. 08/07/1999 numac 1999035787 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode en van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996 sluiten houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, zoals ingevoegd bij decreet van 10 maart 2006, wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt : « 3° het per 31 december van het jaar voorafgaande aan het begrotingsjaar beschikbare saldo van het Herstelfonds. ». HOOFDSTUK XIII. - Activering van het risicokapitaal in Vlaanderen Art. 48.In artikel 2 van het decreet van 19 december 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/12/1967 pub. 17/08/2007 numac 2007000737 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de onbevaarbare waterlopen sluiten8 betreffende het activeren van risicokapitaal in Vlaanderen wordt punt 7° vervangen door wat volgt : « 7° doelonderneming : een kleine, middelgrote of micro-onderneming als gedefinieerd in aanbeveling 2003/361/EG van de Europese Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen, met inbegrip van alle latere wijzigingen daarvan, die de vorm van een vennootschap met rechtspersoonlijkheid aanneemt en die beschikt over een exploitatiezetel in het Vlaamse Gewest, of die zich ertoe verbindt in het Vlaamse Gewest een exploitatiezetel te vestigen; ». Art. 49.In hetzelfde decreet worden de artikelen 16 tot en met 20 opgeheven. HOOFDSTUK XIV. - Fonds ter valorisatie van de GIMV-participatie Art. 50.In artikel 38 van het decreet van 24 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/06/1956 pub. 25/05/2010 numac 2010000278 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verbetering van de rassen van voor de landbouw nuttige huisdieren. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten2 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2005 wordt § 2 vervangen door wat volgt : « § 2. Het Fonds wordt gespijsd met de opbrengsten die voortvloeien uit de verkoop van de GIMV-participatie die door de naamloze vennootschap Vlaamse Participatiemaatschappij aan het Vlaamse Gewest uitgekeerd worden. ». HOOFDSTUK XV. - Vlaams Agentschap Ondernemen Art. 51.In het decreet van 7 mei 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/06/1956 pub. 25/05/2010 numac 2010000278 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verbetering van de rassen van voor de landbouw nuttige huisdieren. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid « Vlaams Agentschap Ondernemen », in artikel 6, § 1, derde lid, 2°, worden voor de woorden « het labelen en/of certificeren van actoren » de woorden « onverminderd het bepaalde in artikel 6bis, » ingevoegd. Art. 52.Aan hetzelfde decreet wordt een hoofdstuk IIIbis toegevoegd, dat luidt als volgt : « HOOFDSTUK IIIbis. - Erkenning en subsidiëring van de erkende inrichters van VLAO-aanspreekpunten en van de erkende VLAO-aanspreekpunten Art. 6bis.§ 1. De Vlaamse Regering wordt ermee belast om, met het oog op de inrichting van een fijnmazig netwerk van VLAO-aanspreekpunten dat het gehele grondgebied van het Vlaamse Gewest bestrijkt, bij besluit van de Vlaamse Regering, het departement Economie, Wetenschap en Innovatie, bedoeld in artikel 21, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, te belasten met de volgende opdrachten : - het verlenen van de erkenningen als inrichter van VLAO-aanspreekpunten; - het verlenen van de erkenningen als VLAO-aanspreekpunten. De erkenning als inrichter van VLAO-aanspreekpunten wordt verleend aan de private organisaties, verenigingen of vennootschappen met een aangetoonde aanwezigheid op het middenveld die actief zijn op het vlak van de dienst- of adviesverlening aan ondernemingen, zelfstandigen of startende ondernemingen, of aan zelfstandigen, en waarvan door het departement EWI, na het doorlopen van de procedure bedoeld in § 3, wordt vastgesteld dat zij aan de erkenningsvoorwaarden bedoeld in § 2, eerste lid, voldoen. De erkenning als erkend VLAO-aanspreekpunt kan worden verleend aan één of meerdere plaatselijke vestigingen van een erkende inrichter van VLAO-aanspreekpunten waarvan het departement EWI heeft vastgesteld dat zij aan de erkenningsvoorwaarden bedoeld in § 2, tweede lid, voldoet. De Vlaamse Regering kan een minimum en maximum vooropstellen van dergelijke vestigingen waaraan, per Vlaamse provincie, een dergelijke erkenning zal kunnen verleend worden. De Vlaamse Regering bepaalt de bevoegdheden waarover het departement EWI zal beschikken om de in het eerste lid bedoelde opdrachten uit te oefenen. § 2. De Vlaamse Regering stelt de voorwaarden vast waaraan moet zijn voldaan om de erkenning als erkende inrichter van VLAO-aanspreekpunten te kunnen bekomen. Deze voorwaarden dienen te verzekeren dat de erkenning als erkende inrichter van VLAO-aanspreekpunten enkel zal worden verleend aan entiteiten die getuigen van een voldoende mate van organisatie, kwaliteit, deskundigheid en ervaring, van een voldoende mate van aanwezigheid in Vlaanderen en van een bereidheid tot het verlenen van een vlotte medewerking aan de inrichting van de VLAO-aanspreekpunten om de doelstelling vermeld in het derde lid te bereiken. In dezelfde zin stelt de Vlaamse Regering de voorwaarden vast waaraan moet zijn voldaan om de erkenning als VLAO-aanspreekpunt te kunnen bekomen. Deze voorwaarden dienen te verzekeren dat de erkende VLAO-aanspreekpunten voldoende bemand zijn met deskundig personeel, dat zij beschikken over een voldoende mate van infrastructuur en dat zij vlot toegankelijk zijn voor het brede publiek. De door de Vlaamse Regering vastgestelde voorwaarden als bedoeld in de beide vorige leden dienen te verzekeren dat een fijnmazig netwerk van VLAO-aanspreekpunten over het gehele grondgebied van het Vlaamse Gewest tot stand wordt gebracht. § 3. De Vlaamse Regering bepaalt de krachtlijnen van de procedure die het departement EWI toepast met het oog op de verlening van de in § 1, eerste lid, bedoelde erkenningen. De Vlaamse Regering regelt de beroepsmogelijkheid tegen beslissingen van het departement EWI bij de bevoegde minister. § 4. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten, regelt de Vlaamse Regering de wijze waarop het departement EWI subsidies aan de erkende inrichters van VLAO-aanspreekpunten kan verlenen. § 5. De Vlaamse Regering bepaalt op welke wijze er met betrekking tot een erkende inrichter van VLAO-aanspreekpunten en een erkend VLAO-aanspreekpunt wordt gerapporteerd en aan welke vormen van evaluatie en inspectie de erkende VLAO-aanspreekpunten en de erkende inrichters van VLAO-aanspreekpunten worden onderworpen. § 6. De Vlaamse Regering bepaalt welke sancties het departement EWI kan treffen in geval een erkend VLAO-aanspreekpunt of een erkende inrichter van VLAO-aanspreekpunten een inbreuk op een reglementaire bepaling begaat. § 7. De Vlaamse Regering kan de verdere maatregelen nemen die nodig zijn ter verzekering van de vlotte inrichting en werking van de erkende inrichters van VLAO-aanspreekpunten en van de erkende VLAO-aanspreekpunten. ». HOOFDSTUK XVI. - Fonds ter Bevordering van de Sociale Economie in Vlaanderen Art. 53.§ 1. Onder het beheer van de Vlaamse minister bevoegd voor de Sociale Economie wordt een Fonds ter Bevordering van de Sociale Economie in Vlaanderen opgericht, hierna te noemen « het Fonds ». § 2. Het Fonds is een begrotingsfonds type B in de zin van artikel 45 van de gecoördineerde wetten op de rijkscomptabiliteit. § 3. Aan het Fonds worden toegewezen alle ontvang-sten voortvloeiende uit dividenden uitgekeerd door de naamloze vennootschap T-Groep aan de Vlaamse overheid als aandeelhouder. § 4. De Vlaamse Regering beschikt voor de financiering van vernieuwende projecten die de sociale economie in Vlaanderen bevorderen over de kredieten van het Fonds. Art. 54.In het decreet van 28 juni 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/12/1967 pub. 17/08/2007 numac 2007000737 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de onbevaarbare waterlopen sluiten4 betreffende de oprichting van de vennootschappen T-Groep en Werkholding, gewijzigd bij het decreet van 19 maart 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/06/1956 pub. 25/05/2010 numac 2010000278 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verbetering van de rassen van voor de landbouw nuttige huisdieren. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1, wordt hoofdstuk III, bestaande uit artikelen 7 tot en met 10bis, opgeheven. HOOFDSTUK XVII. - VRT Art. 55.In artikel 16, 1°, van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 4 maart 2005, worden de woorden « het radio- en televisieaanbod » vervangen door « het omroepaanbod » en wordt het woord « artikel 8 » vervangen door « artikel 6, § 2 ». Art. 56.In artikel 16, 2°, van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 4 maart 2005, worden de woorden « de innovatieve mediaprojecten, hierna de e-vrt projecten te noemen » vervangen door de woorden « de onderzoeks- en innovatieopdracht van de VRT », en worden de woorden « artikel 8, inzonderheid in artikel 8, § 5 » vervangen door de woorden « artikel 6, inzonderheid artikel 6, § 2, vijfde lid ». Art. 57.De eerste drie zinnen van artikel 16, 4°, van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 4 maart 2005 worden vervangen door wat volgt : « 4° de berekening van de enveloppe aan financiële middelen die noodzakelijk is voor het verzorgen van het openbare omroepaanbod, bedoeld in 1°, en de uitbetalingsmodaliteiten ervan. ». Art. 58.Artikel 16, 5°, van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 4 maart 2005 wordt vervangen door wat volgt : « 5° de berekening van de financiering van de toegevoegde opdracht voor onderzoek en innovatie. ». HOOFDSTUK XVIII. - Winwinlening Art. 59.In artikel 3, § 2, 1°, van het decreet betreffende de Winwinlening van 19 mei 2006 wordt het woord « kalenderjaren » vervangen door « jaren ». HOOFDSTUK XIX. - Vlaamse Wooncode Afdeling I. - Conformiteitsattest Art. 60.Aan artikel 8 van het decreet van 15 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 19/08/1997 numac 1997036023 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de Vlaamse Wooncode type decreet prom. 15/07/1997 pub. 25/11/1997 numac 1997036327 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap en van instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1992 type decreet prom. 15/07/1997 pub. 21/08/1997 numac 1997036004 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs VIII sluiten houdende de Vlaamse Wooncode wordt een § 3 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 3. In afwijking van §§ 1 en 2, kan de gewestelijk ambtenaar in het kader van de toekenning van de tegemoetkoming in de huurprijs, vermeld in artikel 82, een conformiteitsattest aan de verhuurder uitreiken. ». Art. 61.In artikel 14, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet wordt de zin « De woningen die een door de Vlaamse Regering vast te stellen ouderdom nog niet hebben bereikt zijn niet onderworpen aan de toepassing van bepalingen van dit hoofdstuk. » vervangen door de zin « Met uitzondering van het geval, vermeld in artikel 8, § 3, zijn de woningen die een door de Vlaamse Regering vast te stellen ouderdom nog niet hebben bereikt, niet onderworpen aan de bepalingen van dit hoofdstuk. ». Afdeling II. - Financiering investeringsprogramma sociale woningbouw Art. 62.In afwachting van de vaststelling, door de Vlaamse Regering, van het eerste investeringsprogramma voor woonprojecten, vermeld in artikel 22, § 2, van het decreet van 15 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 19/08/1997 numac 1997036023 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de Vlaamse Wooncode type decreet prom. 15/07/1997 pub. 25/11/1997 numac 1997036327 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap en van instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1992 type decreet prom. 15/07/1997 pub. 21/08/1997 numac 1997036004 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs VIII sluiten houdende de Vlaamse Wooncode, en van de procedure, vermeld in artikel 33, § 3, tweede lid, van hetzelfde decreet, stelt de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen een uitvoeringsprogramma 2007 op dat met het advies van het departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed voor goedkeuring aan de Vlaamse Regering wordt voorgelegd. De bepalingen van artikel 22, § 2, vierde en vijfde lid, artikel 33, § 1, eerste lid, en § 3, eerste lid, artikel 34, § 1, en artikel 38 van voormeld decreet zijn van toepassing op het uitvoeringsprogramma 2007. Het subsidiepercentage wordt tweemaal door de Vlaamse Regering vastgesteld in functie van de evolutie van de marktrentevoet, die wordt gemeten op basis van het voortschrijdende gemiddelde van de rentevoet OLO met een resterende looptijd van tien jaar voor de periode van zes maanden die respectievelijk voorafgaat aan 1 juli 2006 en 1 maart 2007. Afdeling III. - Huurdienst Art. 63.Een huurdienst, erkend overeenkomstig artikel 56 van het decreet van 15 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 19/08/1997 numac 1997036023 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de Vlaamse Wooncode type decreet prom. 15/07/1997 pub. 25/11/1997 numac 1997036327 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap en van instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1992 type decreet prom. 15/07/1997 pub. 21/08/1997 numac 1997036004 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs VIII sluiten houdende de Vlaamse Wooncode, gewijzigd bij de decreten van 19 maart 2004 en 24 maart 2006, die een geregulariseerde DAC-werknemer in dienst heeft, heeft jaarlijks recht op een subsidie die gelijk is aan de bezoldiging van deze werknemer. De Vlaamse Regering bepaalt de specifieke personeelskosten die voor subsidiëring in aanmerking komen, de betalingsmodaliteiten van de subsidiëring alsmede de vervangingsmogelijkheden en -voorwaarden. Als de arbeidsovereenkomst van een geregulariseerde DAC-werknemer wordt beëindigd, blijft de subsidie behouden voor de sector van de huurdiensten. De subsidie zal worden aangewend voor de noden binnen de sector. De Vlaamse Regering bepaalt de criteria op basis waarvan de subsidie zal worden toegewezen en de verdere uitvoeringsmaatregelen. Art. 64.In afwachting van de uitvoeringsmaatregelen blijft het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/06/1956 pub. 25/05/2010 numac 2010000278 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verbetering van de rassen van voor de landbouw nuttige huisdieren. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten8 houdende de toekenning van een niet-gereglementeerde subsidie aan bepaalde initiatieven binnen het woonbeleid die personeelsleden tewerkstellen in een gewezen DAC-statuut van kracht. Afdeling IV. - Erkende kredietmaatschappijen Art. 65.Aan artikel 78 van het decreet van 15 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 15/07/1997 pub. 19/08/1997 numac 1997036023 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de Vlaamse Wooncode type decreet prom. 15/07/1997 pub. 25/11/1997 numac 1997036327 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap en van instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1992 type decreet prom. 15/07/1997 pub. 21/08/1997 numac 1997036004 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs VIII sluiten houdende de Vlaamse Wooncode, waarvan de bestaande tekst § 1 zal vormen, wordt een § 2 toegevoegd, die luidt als volgt : « § 2. Het Vlaamse Gewest waarborgt, binnen het plafond vermeld in de begrotingsdecreten, en onder de voorwaarden die de Vlaamse Regering stelt, de terugbetaling van de hoofdsom en de betaling van de interest en de extra kosten van de kredieten aangegaan door de in § 1, eerste lid, 1°, vermelde kredietmaatschappijen. De onder deze voorwaarden opgenomen kredieten zijn voor 100 % gewaarborgd. ». HOOFDSTUK XX. - Wetenschap en Innovatie Afdeling I. - Steunpunten voor beleidsrelevant onderzoek Art. 66.In het decreet van 22 februari 1995 betreffende de wetenschappelijke of maatschappelijke dienstverlening door de universiteiten of de hogescholen en betreffende de relaties van de universiteiten en de hogescholen met andere rechtspersonen, zoals gewijzigd bij decreten van 14 juli 1998, 18 mei 1999 en 19 maart 2004, wordt een hoofdstuk Ibis, bestaande uit artikel 8bis, ingevoegd, dat luidt als volgt : « HOOFDSTUK Ibis. - Steunpunten voor beleidsrelevant onderzoek Art. 8bis.§ 1. Een steunpunt voor beleidsrelevant onderzoek is een entiteit in de schoot van één of meer initiërende universiteiten of hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap. De opdracht van een steunpunt betreft het verzamelen, analyseren en ontsluiten van beleidsrelevante gegevens, het uitvoeren van beleidsrelevant wetenschappelijk onderzoek en het verlenen van wetenschappelijke dienstverlening. § 2. De Vlaamse Regering bepaalt vijfjaarlijks een lijst van thema's die kaderen binnen de bevoegdheden van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest en waarbinnen de beleidsvoering een op wetenschappelijke inzichten gebaseerde ondersteuning vereist. De Vlaamse Regering erkent per thema één steunpunt voor een termijn van vijf jaar. § 3. Het afsluiten van een beheersovereenkomst met de Vlaamse Regering doet in hoofde van de initiërende instelling of instellingen een recht ontstaan op overheidsfinanciering ten behoeve van de werking van het betrokken steunpunt. De overheidsfinanciering bestaat uit een jaarlijkse vaste werkingsenveloppe en eventuele cofinanciering. De optelsom van de vaste werkingsenveloppes voor de steunpunten bedraagt voor het begrotingsjaar 2007 8.500.000 euro. In het begrotingsjaar 2008 wordt dit bedrag aangepast aan de jaarlijkse stijging van de gezondheidsindex, met als referentiedatum 1 januari 2007. § 4. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regelen op het vlak van : 1° de samenwerkingsmogelijkheden tussen de initiërende instelling of instellingen en andere actoren;2° de bepaling en de vereffening van de vaste werkingsenveloppes;3° de procedure tot aanvraag van een erkenning en van een vaste werkingsenveloppe;4° de invulling van de beheersovereenkomsten tussen de Vlaamse Regering en het bestuur of de besturen van de initiërende instelling of instellingen;5° de wijze waarop de werking van de steunpunten op metaniveau wordt geëvalueerd.». Afdeling II. - Industriële onderzoeksfondsen Art. 67.Aan hoofdstuk XVII van het decreet van 20 december 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/12/1967 pub. 17/08/2007 numac 2007000737 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de onbevaarbare waterlopen sluiten6 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2003 wordt een artikel 74bis toegevoegd, dat luidt als volgt : « Art. 74bis.§ 1. De Vlaamse Regering verleent subsidie-enveloppes aan de Industriële Onderzoeksfondsen, zijnde interne bestemmingsfondsen van een universiteit of, voor zover daartoe beslist wordt op grond van artikel 100 van het decreet van 4 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/12/1967 pub. 17/08/2007 numac 2007000737 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de onbevaarbare waterlopen sluiten7 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen, van een associatie. Bij een universiteit of associatie kan slechts één Industrieel Onderzoeksfonds worden opgericht. De middelen van een Industrieel Onderzoeksfonds worden aangewend voor het strategisch basisonderzoek in de schoot van de universiteit en de hogeschool of hogescholen die partner zijn bij de associatie waartoe de universiteit behoort. Een Industrieel Onderzoeksfonds wordt, naargelang het geval, beheerd op de wijze bepaald door een reglement, vastgesteld door het universiteitsbestuur, dan wel door het algemeen onderzoeks- en samenwerkingsreglement van de associatie, als bedoeld in artikel 101bis van het decreet van 4 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/12/1967 pub. 17/08/2007 numac 2007000737 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de onbevaarbare waterlopen sluiten7 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen. Het toepasselijke reglement voorziet ten minste in de oprichting van een raad die het universiteits- of associatiebestuur van advies dient over de besteding van de middelen van het Industrieel Onderzoeksfonds. § 2. De Vlaamse Regering legt jaarlijks, binnen de perken van de begrotingskredieten, een globaal bedrag vast voor de subsidiëring van het strategisch basisonderzoek in de schoot van partners bij de associaties. Het globale bedrag wordt onder de universiteiten of associaties verdeeld a rato van het procentuele aandeel van de universiteit in de som van de door de Vlaamse Regering omschreven en gewogen parameters. De parameters hebben ten minste betrekking op : 1° het aandeel van de universiteit in de globale wetenschappelijke output van de universiteiten, in het bijzonder bemeten aan de hand van het aantal doctoraatsdiploma's, het aantal wetenschappelijke publicaties en citaties en het aantal toegekende en gepubliceerde aangevraagde octrooien binnen een referentieperiode;2° het aandeel van de universiteit in de globale valorisatie van wetenschappelijke kennis door de universiteiten, in het bijzonder bemeten aan de hand van het aantal in een referentieperiode gecreëerde spin-off bedrijven, als bedoeld in artikel 9, respectievelijk 20, § 3, van het decreet van 22 februari 1995 betreffende de wetenschappelijke of maatschappelijke dienstverlening door de universiteiten of de hogescholen en betreffende de relaties van de universiteiten en de hogescholen met andere rechtspersonen;3° het aandeel van de universiteit in het globale wetenschappelijke personeelsbestand van de universiteiten in een referentieperiode;4° het aandeel van de universiteit in de door het IWT-Vlaanderen beheerde financiering in een referentieperiode;5° het aandeel van de universiteit in het geheel van de universitaire contractinkomsten uit het Vijfde Kaderprogramma voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (1998-2002). Aan de parameters betreffende het aandeel van de universiteit in het aantal doctoraatsdiploma's en het aantal wetenschappelijke publicaties en citaties wordt het hoogste gewicht toegekend. § 3. De middelen uit een Industrieel Onderzoeksfonds worden, naargelang het geval, toegekend door het universiteits- of associatiebestuur, middels een open oproep binnen de universiteit en de hogeschool of hogescholen die partner zijn bij de betrokken associatie. § 4. De Vlaamse Regering bepaalt nadere regelen met betrekking tot : 1° de inhoud van het in § 1, derde lid, bedoelde reglement;2° de aanwending van de middelen uit een Industrieel Onderzoeksfonds;3° het betalingsritme van de subsidiëring aan de Industriële Onderzoeksfondsen;4° de subsidiëringsvoorwaarden en de controle op de naleving daarvan;5° de evaluatie, in 2007, van de werking van de Industriële Onderzoeksfondsen.». Afdeling III. - Bijkomende academiseringsmiddelen Art. 68.In deel VI van het decreet van 19 maart 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/06/1956 pub. 25/05/2010 numac 2010000278 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verbetering van de rassen van voor de landbouw nuttige huisdieren. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1 betreffende de rechtspositieregeling van de student, de participatie in het hoger onderwijs, de integratie van bepaalde afdelingen van het hoger onderwijs voor sociale promotie in de hogescholen en de begeleiding van de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen wordt een titel IVbis ingevoegd, bestaande uit artikel VI.9bis tot en met VI.9septies, die luidt als volgt : « TITEL IVbis. - Ondersteuning van de onderzoeksgerichte component van het academiseringsproces Art. VI.9bis. Deze titel is van toepassing op de associaties en op de universiteiten en hogescholen die partner zijn bij een associatie. Art. VI.9ter. § 1. Voor de begrotingsjaren 2006 en 2007 wordt in een ondersteuning voorzien ten bate van de versteviging van de onderzoeksbetrokkenheid van academisch gerichte hogeschoolopleidingen, daaronder begrepen het versterken van de onderzoeks- en innovatiecapaciteit, het bewerkstelligen van de interdisciplinariteit en transdisciplinariteit van het gevoerde onderzoek, en de bevordering van de valorisatie van onderzoeksresultaten en de samenwerking met het bedrijfsleven. In het begrotingsjaar 2006 wordt ten behoeve van de in het eerste lid bedoelde ondersteuningsmaatregel een bedrag van 2 miljoen euro vastgelegd. Dit bedrag wordt in het begrotingsjaar 2007 aangepast overeenkomstig de indexeringsformule, als bedoeld in artikel 184, § 1, van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap. § 2. Het aandeel van elke hogeschool in het in § 1 bedoelde globaal bedrag wordt in 2006 en in 2007 berekend a rato van het aantal financierbare studenten in de academisch gerichte hogeschoolopleidingen. Voor de toepassing van deze bepaling wordt onder financierbare studenten verstaan : de studenten als bedoeld in artikel 177 van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap. Art. VI.9quater. De op grond van artikel VI.9ter, § 2, per hogeschool berekende ondersteuningsmiddelen worden op het niveau van de associatie samengeteld en toegewezen aan het Industrieel Onderzoeksfonds, als bedoeld in artikel 74bis van het decreet van 20 december 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/12/1967 pub. 17/08/2007 numac 2007000737 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de onbevaarbare waterlopen sluiten6 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2003, indien dit fonds beheerd wordt door het betrokken associatiebestuur. In dat geval wordt de generieke wijze waarop de middelen worden aangewend geregeld door het algemeen onderzoeks- en samenwerkingsreglement van de associatie, als bedoeld in artikel 101bis van het decreet van 4 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 28/12/1967 pub. 17/08/2007 numac 2007000737 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de onbevaarbare waterlopen sluiten7 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen. In het andere geval worden de ondersteuningsmiddelen rechtstreeks toegewezen aan de hogeschool. Art. VI.9quinquies. § 1. Ter aanwending van de ondersteuningsmiddelen worden in de schoot van een associatie samenwerkingsovereenkomsten gesloten tussen één of meer hogescholen en de betrokken universiteit. Deze samenwerkingsovereenkomsten regelen de wijze waarop personen worden aangeworven of ingezet voor onderzoeksopdrachten en -activiteiten die bijdragen aan de doelstellingen, als bedoeld in artikel VI.9ter, § 1, eerste lid. § 2. Samen kan ten hoogste 10 procent van de ondersteuningsmiddelen worden besteed aan projectkostenvergoedingen ter ondersteuning van : 1° de werkingskosten van de onderzoeksopdrachten en -activiteiten, als bedoeld in § 1, tweede lid;2° de aanschaf en afschrijving van wetenschappelijke uitrusting die nodig is voor de uitvoering van deze onderzoeksopdrachten en -activiteiten. § 3. Ten minste 75 procent van de ondersteuningsmiddelen wordt aangewend ter dekking van de personele kosten verbonden aan de uitvoering van onderzoeks-taken. § 4. De aan de hogeschool of de associatie toekomende ondersteuningsmiddelen die na afloop van het betrokken kalenderjaar niet zijn toegewezen, kunnen met behoud van bestemming worden overgedragen naar de begroting van de hogeschool of de associatie van het daaropvolgende jaar. Art. VI.9sexies. Op het einde van elke maand wordt aan iedere hogeschool of, naargelang het geval, iedere associatie, één twaalfde van het bedrag van de ondersteuningsmiddelen ter beschikking gesteld. Art. VI.9septies. Artikel VI.9quinquies geldt als subsidiëringsvoorwaarde. Indien de commissaris van de hogescholen, of, naargelang het geval, de regeringscommissaris of commissaris, belast met het toezicht op de associatie, een overtreding van de subsidiëringsvoorwaarde vaststelt, voegt hij bij het beroepschrift een advies om, wat betreft de in het kader van deze titel toegekende middelen, toepassing te maken van artikel 13 van de wet van 16 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/05/2003 pub. 25/06/2003 numac 2003003343 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de contr