📄 Wettekst
26 DECEMBER 2013. - Wet betreffende de invoering van een eenheidsstatuut tussen arbeiders en bedienden inzake de opzeggingstermijnen en de carenzdag en begeleidende maatregelen
FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de
wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/02/1998
pub.
19/02/1998
numac
1998012125
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek naar aanleiding van de wet van 13 februari 1998 houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling
type
wet
prom.
13/02/1998
pub.
19/02/1998
numac
1998012088
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling
sluiten4 betreffende de arbeidsovereenkomsten met het oog op de harmonisatie van de regels over het ontslag door de werkgever en het ontslag door de werknemer Afdeling 1. - Nieuwe bepalingen
Art. 2.In de
wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/02/1998
pub.
19/02/1998
numac
1998012125
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek naar aanleiding van de wet van 13 februari 1998 houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling
type
wet
prom.
13/02/1998
pub.
19/02/1998
numac
1998012088
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling
sluiten4 betreffende de arbeidsovereenkomsten wordt een artikel 37/1 ingevoegd, luidende : "Art. 37/1.De bij artikel 37 bepaalde opzeggingstermijn gaat in de maandag volgend op de week waarin de opzeggingstermijn ter kennis werd gegeven.". Art. 3.In dezelfde wet wordt een artikel 37/2 ingevoegd, luidende : "Art. 37/2.§ 1. Wanneer de opzegging wordt gegeven door de werkgever, wordt de opzeggingstermijn vastgesteld op : - twee weken wat de werknemers betreft die minder dan drie maanden anciënniteit tellen; - vier weken wat de werknemers betreft die tussen drie maanden en minder dan zes maanden anciënniteit tellen; - zes weken wat de werknemers betreft die tussen zes maanden en minder dan negen maanden anciënniteit tellen; - zeven weken wat de werknemers betreft die tussen negen maanden en minder dan twaalf maanden anciënniteit tellen; - acht weken wat de werknemers betreft die tussen twaalf maanden en minder dan vijftien maanden anciënniteit tellen; - negen weken wat de werknemers betreft die tussen vijftien maanden en minder dan achttien maanden anciënniteit tellen; - tien weken wat de werknemers betreft die tussen achttien maanden en minder dan eenentwintig maanden anciënniteit tellen; - elf weken wat de werknemers betreft die tussen eenentwintig maanden en minder dan vierentwintig maanden anciënniteit tellen; - twaalf weken wat de werknemers betreft die tussen twee jaar en minder dan drie jaar anciënniteit tellen; - dertien weken wat de werknemers betreft die tussen drie jaar en minder dan vier jaar anciënniteit tellen; - vijftien weken wat de werknemers betreft die tussen vier jaar en minder dan vijf jaar anciënniteit tellen.
Vanaf vijf jaar anciënniteit wordt de opzeggingstermijn verder opgebouwd met drie weken per begonnen jaar anciënniteit.
Vanaf twintig jaar anciënniteit wordt de opzeggingstermijn verder opgebouwd met twee weken per begonnen jaar anciënniteit.
Vanaf eenentwintig jaar anciënniteit wordt de opzeggingstermijn verder opgebouwd met één week per begonnen jaar anciënniteit. § 2. Wanneer de opzegging wordt gegeven door de werknemer, wordt de opzeggingstermijn vastgesteld op : - één week wat de werknemers betreft die minder dan drie maanden anciënniteit tellen; - twee weken wat de werknemers betreft die tussen drie maanden en minder dan zes maanden anciënniteit tellen; - drie weken wat de werknemers betreft die tussen zes maanden en minder dan twaalf maanden anciënniteit tellen; - vier weken wat de werknemers betreft die tussen twaalf maanden en minder dan achttien maanden anciënniteit tellen; - vijf weken wat de werknemers betreft die tussen achttien maanden en minder dan vierentwintig maanden anciënniteit tellen; - zes weken wat de werknemers betreft die tussen twee jaar en minder dan vier jaar anciënniteit tellen; - zeven weken wat de werknemers betreft die tussen vier jaar en minder dan vijf jaar anciënniteit tellen; - negen weken wat de werknemers betreft die tussen vijf jaar en minder dan zes jaar anciënniteit tellen; - tien weken wat de werknemers betreft die tussen zes jaar en minder dan zeven jaar anciënniteit tellen; - twaalf weken wat de werknemers betreft die tussen zeven jaar en minder dan acht jaar anciënniteit tellen; - dertien weken wat de werknemers betreft die acht jaar of meer anciënniteit tellen. § 3. De werknemer die door zijn werkgever werd ontslagen door middel van een opzeggingstermijn, kan aan de overeenkomst een einde maken mits een verkorte opzeggingstermijn wanneer hij een andere dienstbetrekking heeft gevonden.
Deze opzegging wordt ter kennis gebracht overeenkomstig artikel 37, § 1, tweede tot derde lid.
De opzeggingstermijn wordt vastgelegd op : - één week wat de werknemer betreft die minder dan drie maanden anciënniteit telt; - twee weken wat de werknemer betreft die tussen drie maanden en minder dan zes maanden anciënniteit telt; - drie weken wat de werknemer betreft die tussen zes maanden en minder dan een jaar anciënniteit telt; - vier weken wat de werknemer betreft die een jaar of meer anciënniteit telt.
De opzeggingstermijnen, bedoeld in vorig lid, nemen een aanvang overeenkomstig artikel 37/1.". Art. 4.In dezelfde wet wordt een artikel 37/3 ingevoegd, luidende : "Art. 37/3.Van de opzeggingstermijnen bepaald in artikel 37/2, kan niet worden afgeweken bij een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in een paritair comité of paritair subcomité.". Art. 5.In dezelfde wet wordt een artikel 37/4 ingevoegd, luidende : "Art. 37/4.De opzeggingstermijnen worden berekend met inachtneming van de verworven anciënniteit op het ogenblik dat de opzeggingstermijn ingaat.
Onder anciënniteit wordt verstaan de periode gedurende dewelke de werknemer ononderbroken in dienst is gebleven van dezelfde onderneming.
Wanneer de opzegging wordt gegeven door de werkgever, komt bovendien de vroegere periode van tewerkstelling, die een werknemer als uitzendkracht heeft verricht bij de werkgever in de hoedanigheid van gebruiker, in aanmerking voor de berekening van de anciënniteit met een maximum van één jaar, voor zover de aanwerving volgt op de periode van uitzendarbeid en de functie uitgeoefend bij de werkgever identiek is aan deze die als uitzendkracht werd uitgeoefend. Elke periode van inactiviteit van zeven dagen of minder geldt als een periode van tewerkstelling als uitzendkracht.". Art. 6.In dezelfde wet wordt een artikel 37/5 ingevoegd, luidende : "Art. 37/5.De opzeggingstermijn die de werknemer moet naleven, wordt verkort tot zeven dagen in het kader van wedertewerkstellingsprogramma's bedoeld in artikel 6, § 1, IX, 2°, van de bijzondere
wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/02/1998
pub.
19/02/1998
numac
1998012125
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek naar aanleiding van de wet van 13 februari 1998 houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling
type
wet
prom.
13/02/1998
pub.
19/02/1998
numac
1998012088
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling
sluiten3 tot hervorming der instellingen.". Art. 7.In dezelfde wet wordt een artikel 37/6 ingevoegd, luidende : "Art. 37/6.Indien het ontslag gegeven wordt om aan de voor onbepaalde tijd gesloten arbeidsovereenkomst een einde te maken vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de werknemer de wettelijke pensioenleeftijd bereikt, bedraagt de opzeggingstermijn maximaal zesentwintig weken wanneer het ontslag van de werkgever uitgaat.
Wanneer de opzegging wordt gegeven aan de werknemer bedoeld in het eerste lid, geniet deze het voordeel van het bepaalde in artikel 41.". Art. 8.In dezelfde wet wordt een artikel 37/7 ingevoegd, luidende : "Art. 37/7.§ 1. Gedurende de bij artikel 51 en 77/4 bedoelde periodes van volledige schorsing van de uitvoering van de overeenkomst of van gedeeltelijke arbeid heeft de werknemer het recht de overeenkomst zonder opzegging te beëindigen.
Als de in het artikel 50 bedoelde schorsing één maand overschrijdt, heeft de werknemer hetzelfde recht. § 2. Zowel de werknemer als de werkgever kunnen de overeenkomst opzeggen tijdens de schorsing van de uitvoering van de overeenkomst bij toepassing van artikel 50, 51 of 77/4.
Bij opzegging door de werknemer gegeven vóór of tijdens de schorsing, loopt de opzeggingstermijn tijdens die schorsing.
Bij opzegging door de werkgever gegeven vóór of tijdens de schorsing, houdt de opzeggingstermijn op te lopen tijdens de schorsing.". Art. 9.In dezelfde wet wordt een artikel 37/8 ingevoegd, luidende : "Art. 37/8.In geval van arbeidsongeschiktheid die het gevolg is van een ziekte die of een ongeval dat zich voordoet na de kennisgeving door de werkgever van een ontslag door middel van een opzeggingstermijn, geeft de verbreking van de arbeidsovereenkomst door de werkgever tijdens deze periode van arbeidsongeschiktheid aanleiding tot de betaling van een vergoeding die overeenstemt met de nog te lopen opzeggingstermijn. Voor de berekening van deze vergoeding, wordt de periode gedekt door het gewaarborgd loon dat op basis van deze wet werd betaald in het begin van deze arbeidsongeschiktheid, afgetrokken van de nog te lopen opzeggingstermijn.". Art. 10.In dezelfde wet wordt een artikel 37/9 ingevoegd, luidende : "Art. 37/9.Als de overeenkomst is gesloten voor een bepaalde tijd van minder dan drie maanden of voor een duidelijk omschreven werk waarvan de uitvoering normaal een tewerkstelling van minder dan drie maanden vergt, mag de werkgever, bij arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of ongeval die meer dan zeven dagen duurt, de overeenkomst zonder vergoeding beëindigen, indien de periode van opzegging bedoeld in artikel 40, § 2, eerste lid is verstreken.". Art. 11.In dezelfde wet wordt een artikel 37/10 ingevoegd, luidende : "Art. 37/10.Indien de arbeidsongeschiktheid ten gevolge van ziekte of ongeval van de werknemer aangeworven voor een bepaalde tijd van ten minste drie maanden of voor een duidelijk omschreven werk waarvan de uitvoering normaal een tewerkstelling van ten minste drie maanden vergt, zes maanden overtreft en indien de bij de overeenkomst vastgestelde tijd niet is verstreken of indien het werk dat het voorwerp van de overeenkomst uitmaakt niet werd verwezenlijkt, dan kan de werkgever te allen tijde aan de overeenkomst een einde maken mits vergoeding. Deze is gelijk aan het loon dat nog moest worden uitbetaald tijdens de overeengekomen tijd of tijdens de termijn die nog nodig is voor de verwezenlijking van het werk waarvoor de werknemer werd aangeworven met een maximum van drie maanden loon en onder aftrek van hetgeen betaald werd sedert het begin van de arbeidsongeschiktheid.". Art. 12.In dezelfde wet wordt een artikel 37/11 ingevoegd, luidende : "Art. 37/11.In geval van opzegging door de werkgever met het oog op een stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag, kunnen de opzeggingstermijnen worden verkort tot minimaal 26 weken als de onderneming erkend is als onderneming in moeilijkheden of in herstructurering overeenkomstig hoofdstuk VII van het koninklijk besluit van 3 mei 2007 tot regeling van het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag.
De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de nadere regels en voorwaarden van deze mogelijkheid.". Afdeling 2. - Wijzigingsbepalingen
Art. 13.In artikel 22bis, § 6, eerste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de
wet van 27 december 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/02/1998
pub.
19/02/1998
numac
1998012125
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek naar aanleiding van de wet van 13 februari 1998 houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling
type
wet
prom.
13/02/1998
pub.
19/02/1998
numac
1998012088
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling
sluiten1, worden de woorden "tijdens de proefperiode" vervangen door de woorden "gedurende de eerste zes maanden vanaf de aanvang van de overeenkomst". Art. 14.In artikel 39, § 1, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden "59, 82, 83, 84 en 115" vervangen door de woorden "37/2, 37/5, 37/6 en 37/11";2° na het tweede lid worden de volgende twee leden ingevoegd : "Wanneer het lopend loon of de voordelen verworven krachtens de overeenkomst geheel of gedeeltelijk veranderlijk zijn, wordt voor het veranderlijke gedeelte het gemiddelde genomen van de twaalf voorafgaande maanden of, in voorkomend, geval het gedeelte van die twaalf maanden tijdens hetwelk de werknemer in dienst was. Voor de werknemers die forfaitair worden betaald, wordt het weekloon dat nodig is om de opzeggingsvergoeding te berekenen, verkregen door het maandloon te vermenigvuldigen met drie en te delen door dertien.". Art. 15.Artikel 40 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "Art. 40.§ 1. Is de overeenkomst voor een bepaalde tijd of voor een duidelijk omschreven werk aangegaan, dan is de partij die de overeenkomst beëindigt zonder dringende reden vóór het verstrijken van de termijn gehouden de andere partij een vergoeding te betalen, die gelijk is aan het bedrag van het loon dat verschuldigd is tot het bereiken van die termijn, zonder echter het dubbel te mogen overtreffen van het loon dat overeenstemt met de duur van de opzeggingstermijn die in acht had moeten worden genomen indien de overeenkomst zonder tijdsbepaling was gesloten. § 2. In afwijking van paragraaf 1, kan elke partij de overeenkomst die voor een bepaalde tijd of voor een duidelijk omschreven werk is aangegaan vóór het verstrijken van de termijn zonder dringende reden beëindigen tijdens de eerste helft van de overeengekomen duurtijd en zonder dat de periode waarin opzegging mogelijk is zes maanden kan overschrijden, mits naleving van de opzeggingstermijnen bepaald in artikel 37/2.
De bepalingen van artikel 37, § 1, gelden voor de in het eerste lid bedoelde opzeggingstermijnen.
De opzeggingstermijnen bedoeld in het eerste lid nemen een aanvang overeenkomstig artikel 37/1.
De partij die de overeenkomst bedoeld in het eerste lid, vóór het verstrijken van de termijn, tijdens de eerste helft van de overeengekomen duurtijd van de overeenkomst en zonder dat de periode van zes maanden is overschreden, beëindigt zonder dringende reden en zonder inachtneming van de opzeggingstermijn vastgesteld in het eerste lid, is gehouden de andere partij een vergoeding te betalen die gelijk is aan het loon dat overeenstemt met hetzij de duur van de opzeggingstermijn bepaald in het eerste lid, hetzij het resterende gedeelte van die termijn. § 3. Wanneer de partijen verscheidene opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor een bepaalde tijd of voor een duidelijk omschreven werk hebben gesloten waarvan de opeenvolging gerechtvaardigd is overeenkomstig artikel 10 of 10bis, kan de mogelijkheid van opzegging bepaald bij paragraaf 2 slechts worden toegepast op de eerste overeenkomst die de partijen hebben gesloten. § 4. De opzeggingsvergoeding die verschuldigd is met toepassing van dit artikel, wordt berekend overeenkomstig artikel 39. § 5. Onverminderd het bepaalde in paragrafen 1 en 2, betaalt de werkgever die het bepaalde in artikel 40 van de arbeids
wet van 16 maart 1971Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
16/03/1971
pub.
28/10/1998
numac
1998000346
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Arbeidswet - Duitse vertaling
sluiten niet in acht neemt, de in het derde lid van voormeld artikel 40 voorziene vergoeding.". Art. 16.Artikel 41 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 23 juni 1981 en 17 mei 2007, wordt vervangen als volgt : "Art. 41.§ 1. Tijdens de opzeggingstermijn mag de werknemer, binnen de grenzen bepaald in de paragrafen 2 tot 4, met behoud van loon van het werk wegblijven om een nieuwe dienstbetrekking te zoeken. § 2. Tijdens de laatste zesentwintig weken van de opzeggingstermijn mag de werknemer van dit recht om van het werk afwezig te zijn een- of tweemaal per week gebruik maken mits de duur van deze afwezigheid in totaal niet meer dan een arbeidsdag per week bedraagt. Tijdens de voorafgaande periode mag hij slechts één halve dag per week afwezig zijn. § 3. In afwijking van paragraaf 2, mag de werknemer die geniet van een outplacementbegeleiding bedoeld in hoofdstuk V van de
wet van 5 september 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/09/2001
pub.
26/01/2017
numac
2017020055
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot de verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie
type
wet
prom.
05/09/2001
pub.
15/09/2001
numac
2001012802
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot de verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers
sluiten tot verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers, tijdens de volledige duur van de opzeggingstermijn een- of tweemaal per week van het werk afwezig zijn mits de duur van deze afwezigheid in totaal niet meer dan een arbeidsdag per week bedraagt. § 4. De bepalingen van de paragrafen 2 en 3 zijn van toepassing op de deeltijds tewerkgestelde werknemer, evenwel in verhouding tot de duur van zijn arbeidsprestaties.". Art. 17.In artikel 50, tweede lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de
wet van 26 juni 1992Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/02/1998
pub.
19/02/1998
numac
1998012125
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek naar aanleiding van de wet van 13 februari 1998 houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling
type
wet
prom.
13/02/1998
pub.
19/02/1998
numac
1998012088
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling
sluiten9, worden de woorden "9 van de wet van 28 juni 1966 betreffende de schadeloosstelling van de werknemers die ontslagen worden bij sluiting van ondernemingen" vervangen door de woorden "27 van de wet van 26 juni 2002 betreffende de sluiting van ondernemingen". Art. 18.In artikel 65, § 2, negende lid, van dezelfde wet worden de woorden "tijdens de proefperiode" vervangen door de woorden "gedurende de eerste zes maanden vanaf de aanvang van de overeenkomst". Art. 19.In artikel 86, § 2, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden "tijdens de proefperiode" vervangen door de woorden "gedurende de eerste zes maanden vanaf de aanvang van de overeenkomst". Art. 20.In artikel 104, derde lid, van dezelfde wet worden de woorden "gedurende de proeftijd" vervangen door de woorden "gedurende de eerste zes maanden vanaf de aanvang van de overeenkomst" en worden de woorden "na de proeftijd" vervangen door de woorden "na deze periode". Art. 21.In artikel 124, 16°, van dezelfde wet worden de woorden "voor veiligheid, gezondheid en verfraaiing van de werkplaatsen van de onderneming" vervangen door de woorden "voor preventie en bescherming op het werk". Art. 22.Artikel 127 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : "Art. 127.De eerste drie arbeidsdagen worden als proeftijd beschouwd.
Tot bij het verstrijken van die tijdsduur mag ieder van de partijen de overeenkomst beëindigen, zonder opzegging noch vergoeding.". Art. 23.In artikel 130, derde lid, van dezelfde wet worden de woorden "37 en 59, eerste en vierde lid" vervangen door de woorden "37, 37/1 en 37/4, eerste en tweede lid". Art. 24.In artikel 131 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 12 april 2011Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
08/06/2005
numac
2005015073
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Gabon tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, ondertekend te Brussel op 14 januari 1993
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
21/10/1999
numac
1999015088
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking
Wet houdende instemming met het Protocol tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende het kraamgeld, ondertekend te Brussel op 26 april 1993
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
30/06/1998
numac
1998015016
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst over het Wegvervoer tussen het Koninkrijk België, de Republiek Estland, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, ondertekend te Athene op 11 juni 1992
sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid, worden de woorden "67, 69, 82, 84, 85, 86, 86/2 en 104" vervangen door de woorden "69, 86 en 104";2° in het tweede lid, worden de woorden "65, 67, 69, 82, 84, 85, 86, 86/2 en 104" vervangen door de woorden "65, 69, 86 en 104";3° in het vierde lid, worden de woorden "het Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid" vervangen door de woorden "de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg". Afdeling 3. - Opheffingsbepalingen
Art. 25.Artikel 29 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 17 juli 1985, wordt opgeheven. Art. 26.In artikel 38 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 29 november 1983, 17 juli 1985 en 22 december 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, eerste lid, worden de woorden ", 29" opgeheven;2° paragraaf 3 wordt opgeheven. Art. 27.In artikel 39 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 1, eerste lid, worden de woorden "in artikel 38, § 3, van deze wet of" opgeheven;2° paragraaf 2 wordt opgeheven. Art. 28.Artikel 48 van dezelfde wet wordt opgeheven. Art. 29.In artikel 50 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 27 december 2012Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
08/06/2005
numac
2005015073
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Gabon tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, ondertekend te Brussel op 14 januari 1993
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
21/10/1999
numac
1999015088
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking
Wet houdende instemming met het Protocol tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende het kraamgeld, ondertekend te Brussel op 26 april 1993
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
30/06/1998
numac
1998015016
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst over het Wegvervoer tussen het Koninkrijk België, de Republiek Estland, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, ondertekend te Athene op 11 juni 1992
sluiten2, wordt het zevende lid opgeheven. Art. 30.In artikel 51 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 27 december 2012Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
08/06/2005
numac
2005015073
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Gabon tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, ondertekend te Brussel op 14 januari 1993
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
21/10/1999
numac
1999015088
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking
Wet houdende instemming met het Protocol tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende het kraamgeld, ondertekend te Brussel op 26 april 1993
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
30/06/1998
numac
1998015016
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst over het Wegvervoer tussen het Koninkrijk België, de Republiek Estland, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, ondertekend te Athene op 11 juni 1992
sluiten2, wordt paragraaf 4 opgeheven. Art. 31.In artikel 57 van dezelfde wet, gewijzigd bij de
wet van 9 juli 2004Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
09/07/2004
pub.
15/07/2004
numac
2004021090
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet houdende diverse bepalingen
sluiten, worden de woorden "29," opgeheven. Art. 32.In titel II, hoofdstuk III, van dezelfde wet wordt het opschrift van afdeling 1 opgeheven. Art. 33.Artikel 58 van dezelfde wet wordt opgeheven. Art. 34.Artikel 59 van dezelfde wet, gewijzigd bij de
wet van 22 april 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/04/2003
pub.
27/10/2003
numac
2003015113
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk België en de Regering van de Republiek Slowakije inzake luchtvervoer, en de Bijlage, ondertekend te Brussel op 28 september 2000 (2)
type
wet
prom.
22/04/2003
pub.
27/10/2003
numac
2003015132
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk België en de Regering van de Republiek Estland inzake luchtvervoer, en de Bijlage, ondertekend te Brussel op 3 februari 1999 (2)
type
wet
prom.
22/04/2003
pub.
27/10/2003
numac
2003015157
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Regering van de Tsjechische Republiek en de Regering van het Koninkrijk België inzake luchtvervoer, gedaan te Brussel op 6 april 1998 (2)
type
wet
prom.
22/04/2003
pub.
31/10/2003
numac
2003015171
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk België en de Regering van de Republiek Slovenië inzake luchtvervoer, en de Bijlage, ondertekend te Ljubljana op 23 maart 1994 (2)
type
wet
prom.
22/04/2003
pub.
27/05/2004
numac
2003015170
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk België en de Regering van Azerbeidzjan inzake luchtvervoer, en met de Bijlage, ondertekend te Bakoe op 13 april 1998 (2)
type
wet
prom.
22/04/2003
pub.
31/10/2003
numac
2003015127
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk België en de Regering van de Mexicaanse Verenigde Staten inzake luchtvervoer, en met Bijlage, ondertekend te Mexico op 26 april 1999 (2)
type
wet
prom.
22/04/2003
pub.
30/10/2003
numac
2003015169
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk België en de Regering van de Democratische Socialistische Republiek Sri Lanka inzake luchtvervoer, en de Bijlage, ondertekend te Brussel op 15 december 1998 (2)
sluiten, wordt opgeheven. Art. 35.Artikel 60 van dezelfde wet wordt opgeheven. Art. 36.Artikel 61 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 20 juli 1991, wordt opgeheven. Art. 37.Artikel 62 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 17 juli 1985, wordt opgeheven. Art. 38.Artikel 63 van dezelfde wet, gewijzigd bij de
wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
08/06/2005
numac
2005015073
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Gabon tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, ondertekend te Brussel op 14 januari 1993
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
21/10/1999
numac
1999015088
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking
Wet houdende instemming met het Protocol tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende het kraamgeld, ondertekend te Brussel op 26 april 1993
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
30/06/1998
numac
1998015016
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst over het Wegvervoer tussen het Koninkrijk België, de Republiek Estland, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, ondertekend te Athene op 11 juni 1992
sluiten3 en het koninklijk besluit van 21 mei 1991, houdt op van toepassing te zijn : 1° voor wat betreft de werkgevers die onder het toepassingsgebied van de
wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/02/1998
pub.
19/02/1998
numac
1998012125
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek naar aanleiding van de wet van 13 februari 1998 houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling
type
wet
prom.
13/02/1998
pub.
19/02/1998
numac
1998012088
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling
sluiten5 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités vallen en hun werknemers, vanaf de inwerkingtreding van een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in de Nationale Arbeidsraad, algemeen verbindend verklaard door de Koning, betreffende de motivering van het ontslag door de werkgever;2° voor wat betreft de werkgevers die niet onder het toepassingsgebied van de
wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/02/1998
pub.
19/02/1998
numac
1998012125
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek naar aanleiding van de wet van 13 februari 1998 houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling
type
wet
prom.
13/02/1998
pub.
19/02/1998
numac
1998012088
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling
sluiten5 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités vallen en hun werknemers, vanaf de inwerkingtreding van een regeling vergelijkbaar met deze bepaald bij de collectieve arbeidsovereenkomst bedoeld in 1°. Art. 39.Artikel 64 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 18 juli 1985, wordt opgeheven. Art. 40.In titel II, hoofdstuk III, van dezelfde wet wordt afdeling 2, die de artikelen 65/1 tot 65/4 bevat, ingevoegd bij de
wet van 12 april 2011Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
08/06/2005
numac
2005015073
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Gabon tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, ondertekend te Brussel op 14 januari 1993
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
21/10/1999
numac
1999015088
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking
Wet houdende instemming met het Protocol tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende het kraamgeld, ondertekend te Brussel op 26 april 1993
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
30/06/1998
numac
1998015016
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst over het Wegvervoer tussen het Koninkrijk België, de Republiek Estland, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, ondertekend te Athene op 11 juni 1992
sluiten1, opgeheven. Art. 41.Artikel 67 van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 14 december 1984, de
wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
08/06/2005
numac
2005015073
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Gabon tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, ondertekend te Brussel op 14 januari 1993
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
21/10/1999
numac
1999015088
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking
Wet houdende instemming met het Protocol tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende het kraamgeld, ondertekend te Brussel op 26 april 1993
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
30/06/1998
numac
1998015016
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst over het Wegvervoer tussen het Koninkrijk België, de Republiek Estland, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, ondertekend te Athene op 11 juni 1992
sluiten3 en het koninklijk besluit van 20 juli 2000, wordt opgeheven. Art. 42.In artikel 71 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 17 juli 1985 en het koninklijk besluit nr. 465 van 1 oktober 1986, worden de woorden "op proef," opgeheven. Art. 43.In artikel 77/4 van dezelfde wet, ingevoegd bij de
wet van 12 april 2011Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
08/06/2005
numac
2005015073
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Gabon tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, ondertekend te Brussel op 14 januari 1993
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
21/10/1999
numac
1999015088
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking
Wet houdende instemming met het Protocol tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende het kraamgeld, ondertekend te Brussel op 26 april 1993
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
30/06/1998
numac
1998015016
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst over het Wegvervoer tussen het Koninkrijk België, de Republiek Estland, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, ondertekend te Athene op 11 juni 1992
sluiten1 en laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 27 december 2012Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
08/06/2005
numac
2005015073
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Gabon tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, ondertekend te Brussel op 14 januari 1993
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
21/10/1999
numac
1999015088
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking
Wet houdende instemming met het Protocol tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende het kraamgeld, ondertekend te Brussel op 26 april 1993
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
30/06/1998
numac
1998015016
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst over het Wegvervoer tussen het Koninkrijk België, de Republiek Estland, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, ondertekend te Athene op 11 juni 1992
sluiten2, wordt paragraaf 3 opgeheven. Art. 44.Artikel 77/6 van dezelfde wet, ingevoegd bij de
wet van 12 april 2011Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
08/06/2005
numac
2005015073
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Gabon tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, ondertekend te Brussel op 14 januari 1993
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
21/10/1999
numac
1999015088
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking
Wet houdende instemming met het Protocol tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende het kraamgeld, ondertekend te Brussel op 26 april 1993
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
30/06/1998
numac
1998015016
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst over het Wegvervoer tussen het Koninkrijk België, de Republiek Estland, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, ondertekend te Athene op 11 juni 1992
sluiten1, wordt opgeheven. Art. 45.In titel III, hoofdstuk III, van dezelfde wet wordt het opschrift van afdeling 1 opgeheven. Art. 46.Artikel 78 van dezelfde wet wordt opgeheven. Art. 47.Artikel 79 van dezelfde wet wordt opgeheven. Art. 48.Artikel 80 van dezelfde wet wordt opgeheven. Art. 49.Artikel 81 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 18 juli 1985, wordt opgeheven. Art. 50.Artikel 82 van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 14 december 1984, de wet van 30 maart 1994 en het koninklijk besluit van 20 juli 2000, wordt opgeheven. Art. 51.Artikel 83 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 20 juli 1990, 20 juli 1991 en 30 juli 2013, wordt opgeheven. Art. 52.Artikel 84 van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 14 december 1984, de wet van 17 juli 1985 en het koninklijk besluit van 20 juli 2000, wordt opgeheven. Art. 53.Artikel 85 van dezelfde wet, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 14 december 1984 en van 20 juli 2000, wordt opgeheven. Art. 54.In titel III, hoofdstuk III, van dezelfde wet wordt afdeling 2, die de artikelen 86/1 tot 86/4 bevat, ingevoegd bij de
wet van 12 april 2011Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
08/06/2005
numac
2005015073
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Gabon tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, ondertekend te Brussel op 14 januari 1993
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
21/10/1999
numac
1999015088
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking
Wet houdende instemming met het Protocol tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende het kraamgeld, ondertekend te Brussel op 26 april 1993
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
30/06/1998
numac
1998015016
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst over het Wegvervoer tussen het Koninkrijk België, de Republiek Estland, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, ondertekend te Athene op 11 juni 1992
sluiten1, opgeheven. Art. 55.Artikel 109 van dezelfde wet wordt opgeheven. Art. 56.Artikel 115 van dezelfde wet, gewijzigd bij de
wet van 12 april 2011Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
08/06/2005
numac
2005015073
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Gabon tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, ondertekend te Brussel op 14 januari 1993
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
21/10/1999
numac
1999015088
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking
Wet houdende instemming met het Protocol tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende het kraamgeld, ondertekend te Brussel op 26 april 1993
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
30/06/1998
numac
1998015016
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst over het Wegvervoer tussen het Koninkrijk België, de Republiek Estland, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, ondertekend te Athene op 11 juni 1992
sluiten1, wordt opgeheven. Art. 57.Artikel 116 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 17 juli 1985, wordt opgeheven. Art. 58.Artikel 117 van dezelfde wet wordt opgeheven. Art. 59.In artikel 124 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 21 maart 1995, wordt de bepaling onder 9° opgeheven. Art. 60.In artikel 130 van dezelfde wet wordt het vierde lid opgeheven. HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen met het oog op de afschaffing van de carenzdag Afdeling 1. -
Wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/02/1998
pub.
19/02/1998
numac
1998012125
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek naar aanleiding van de wet van 13 februari 1998 houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling
type
wet
prom.
13/02/1998
pub.
19/02/1998
numac
1998012088
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling
sluiten4 betreffende de arbeidsovereenkomsten
Art. 61.In artikel 31 van dezelfde wet, gewijzigd bij de
wet van 13 juni 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
23/11/1999
numac
1999015206
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking
Wet houdend instemming met de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Republiek Chili, en administratieve schikking houdende de modaliteiten van toepassing van de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Republiek Chili, gedaan te Brussel op 9 september 1996 (2)
type
wet
prom.
13/06/1999
pub.
13/07/1999
numac
1999012524
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de controlegeneeskunde
sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de tweede zin van het derde lid van paragraaf 2 wordt opgeheven;2° tussen de paragrafen 3 en 4 wordt een paragraaf 3/1 ingevoegd, luidende : " § 3/1.De werknemer die : - in strijd met paragraaf 2, eerste lid, behoudens overmacht, nalaat zijn werkgever onmiddellijk op de hoogte te brengen van zijn arbeidsongeschiktheid of; - in strijd met paragraaf 2, derde lid, nalaat om het geneeskundig getuigschrift binnen de voorgeschreven termijn voor te leggen of; - in strijd met paragraaf 3, behoudens wettige reden, zich aan de controle onttrekt, kan het recht worden ontzegd op het in de artikelen 52, 70, 71 en 112 bedoelde loon voor de dagen van ongeschiktheid die de dag van deze verwittiging, voorlegging of controle voorafgaan."; 3° in paragraaf 3 wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, luidende : "Een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten hetzij in een paritair comité of subcomité, hetzij buiten een paritair orgaan, of het arbeidsreglement kan een dagdeel bepalen van maximum 4 aaneengesloten uren die zich tussen 7 uur en 20 uur bevinden, gedurende hetwelk de werknemer zich in zijn woonplaats of een aan de werkgever meegedeelde verblijfplaats ter beschikking houdt voor een bezoek van een controlearts.". Art. 62.In artikel 52, § 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 23 juni 1981 en het koninklijk besluit nr. 465 van 1 oktober 1986, worden het tweede, het derde en het vierde lid opgeheven. Art. 63.In artikel 119.10 van dezelfde wet, ingevoegd bij de
wet van 6 december 1996Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/12/1996
pub.
13/11/1999
numac
1999015151
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking
Wet houdende instemming met de Stichtingsakte en Overeenkomst van de Internationale Unie betreffende Televerbindingen en het Facultatief Protocol inzake de verplichte beslechting van geschillen, opgemaakt te Genève op 22 december 1992
sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 1 wordt opgeheven; 2° in paragraaf 2 worden de woorden " § 2." opgeheven. Art. 64.In artikel 119.12 van dezelfde wet, ingevoegd bij de
wet van 6 december 1996Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/12/1996
pub.
13/11/1999
numac
1999015151
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking
Wet houdende instemming met de Stichtingsakte en Overeenkomst van de Internationale Unie betreffende Televerbindingen en het Facultatief Protocol inzake de verplichte beslechting van geschillen, opgemaakt te Genève op 22 december 1992
sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 1 wordt opgeheven; 2° in paragraaf 2 worden de woorden " § 2." opgeheven. Afdeling 2. -
Wet van 1 augustus 1985Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
01/08/1985
pub.
15/11/2000
numac
2000000832
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet houdende fiscale en andere bepalingen . - hoofdstuk III, afdeling II. - Duitse vertaling
sluiten
houdende fiscale en andere bepalingen Art. 65.Artikel 95 van de
wet van 1 augustus 1985Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
01/08/1985
pub.
15/11/2000
numac
2000000832
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Wet houdende fiscale en andere bepalingen . - hoofdstuk III, afdeling II. - Duitse vertaling
sluiten houdende fiscale en andere bepalingen wordt opgeheven. Afdeling 3. -
Wet van 17 maart 1987Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/02/1998
pub.
19/02/1998
numac
1998012125
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek naar aanleiding van de wet van 13 februari 1998 houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling
type
wet
prom.
13/02/1998
pub.
19/02/1998
numac
1998012088
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling
sluiten6 betreffende
de invoering van nieuwe arbeidsregelingen in de ondernemingen Art. 66.In artikel 4 van de
wet van 17 maart 1987Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/02/1998
pub.
19/02/1998
numac
1998012125
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek naar aanleiding van de wet van 13 februari 1998 houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling
type
wet
prom.
13/02/1998
pub.
19/02/1998
numac
1998012088
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling
sluiten6 betreffende de invoering van nieuwe arbeidsregelingen in de ondernemingen wordt paragraaf 1 opgeheven. HOOFDSTUK 4. - Overgangsbepalingen van toepassing in geval van ontslag door de werkgever of ontslag door de werknemer en bijzondere bepalingen Afdeling 1. - Berekening van de duur
van de opzeggingstermijnen en vergoedingen Art. 67.De na te leven opzeggingstermijn in geval van ontslag door de werkgever of ontslag door de werknemer van werknemers wier arbeidsovereenkomst een aanvang heeft genomen vóór 1 januari 2014, wordt vastgesteld door de twee termijnen die berekend worden zoals respectievelijk bepaald in de artikelen 68 en 69, op te tellen. Art. 68.Het eerste deel wordt berekend in functie van de ononderbroken dienstanciënniteit verworven op 31 december 2013.
Die termijn wordt vastgesteld op basis van de wettelijke, reglementaire en conventionele regels die gelden op 31 december 2013 en die van toepassing zijn in geval van opzegging ter kennis gebracht op deze datum.
Voor de bedienden van wie het jaarlijks loon 32.254 euro overschrijdt op 31 december 2013, wordt die termijn, in afwijking van het tweede lid, vastgesteld op een maand per begonnen jaar anciënniteit bij opzegging door de werkgever, met een minimum van drie maanden.
Voor de bedienden van wie het jaarlijks loon 32.254 euro overschrijdt op 31 december 2013, wordt die termijn, bij opzegging door de bediende, in afwijking van het tweede lid, vastgesteld op anderhalve maand per begonnen periode van vijf jaar anciënniteit, met een maximum van vier en een halve maand indien zijn jaarlijks loon 64.508 euro niet overschrijdt op 31 december 2013 of zes maanden indien zijn jaarlijks loon op 31 december 2013 64.508 euro overschrijdt. Art. 69.Het tweede deel wordt berekend in functie van de ononderbroken dienstanciënniteit verworven vanaf 1 januari 2014.
De termijn wordt vastgesteld volgens de wettelijke of reglementaire regels die gelden op het ogenblik van de kennisgeving van de opzegging.
In geval van ontslag door de werknemer moet er geen rekening gehouden worden met dit tweede deel wanneer de plafonds bepaald in artikel 82, § 2, derde lid, van de
wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/02/1998
pub.
19/02/1998
numac
1998012125
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek naar aanleiding van de wet van 13 februari 1998 houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling
type
wet
prom.
13/02/1998
pub.
19/02/1998
numac
1998012088
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling
sluiten4 betreffende de arbeidsovereenkomsten en artikel 68, vierde lid, bereikt werden op 31 december 2013. Wanneer daarentegen de plafonds bepaald in artikel 82, § 2, derde lid, van de
wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/02/1998
pub.
19/02/1998
numac
1998012125
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek naar aanleiding van de wet van 13 februari 1998 houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling
type
wet
prom.
13/02/1998
pub.
19/02/1998
numac
1998012088
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling
sluiten4 betreffende de arbeidsovereenkomsten en artikel 68, vierde lid, niet werden bereikt op 31 december 2013, kan de som van de twee delen 13 weken niet overschrijden. Art. 70.§ 1. In afwijking van artikel 37/2, §§ 1 en 2, van de
wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/02/1998
pub.
19/02/1998
numac
1998012125
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek naar aanleiding van de wet van 13 februari 1998 houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling
type
wet
prom.
13/02/1998
pub.
19/02/1998
numac
1998012088
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling
sluiten4 betreffende de arbeidsovereenkomsten en artikel 67, moeten, voor de opzeggingen ter kennis gebracht tussen 1 januari 2014 en 31 december 2017, de opzeggingstermijnen bepaald in paragraaf 2 worden nageleefd, indien de opzeggingstermijn, in geval van opzegging gegeven door de werkgever, op 31 december 2013 werd vastgesteld door de Koning op basis van de artikelen 61 of 65/3, § 2, van voornoemde
wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/02/1998
pub.
19/02/1998
numac
1998012125
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek naar aanleiding van de wet van 13 februari 1998 houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling
type
wet
prom.
13/02/1998
pub.
19/02/1998
numac
1998012088
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling
sluiten4 en op die datum lager was dan de termijn bepaald in paragraaf 2, eerste lid.
Het eerste lid is niet van toepassing wanneer de opzeggingstermijn, vastgesteld door de Koning op basis van de artikelen 61 of 65/3, § 2, van voornoemde
wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/02/1998
pub.
19/02/1998
numac
1998012125
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek naar aanleiding van de wet van 13 februari 1998 houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling
type
wet
prom.
13/02/1998
pub.
19/02/1998
numac
1998012088
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling
sluiten4 en lager dan paragraaf 2, eerste lid, slechts betrekking heeft op een anciënniteit beperkt tot één jaar.
Dit artikel is evenwel niet van toepassing op de bij koninklijk besluit vastgestelde opzeggingstermijnen in het kader van een herstructurering, met het oog op een rustpensioen of in het kader van een stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag. § 2. De na te leven opzeggingstermijnen in geval van kennisgeving van een opzegging door de werkgever in de omstandigheden bedoeld in paragraaf 1, zijn de volgende : - twee weken wat de werknemers betreft die minder dan drie maanden anciënniteit tellen; - vier weken wat de werknemers betreft die tussen drie maanden en minder dan zes maanden anciënniteit tellen; - vijf weken wat de werknemers betreft die tussen zes maanden en minder dan vijf jaar anciënniteit tellen; - zes weken wat de werknemers betreft die tussen vijf jaar en minder dan tien jaar anciënniteit tellen; - acht weken wat de werknemers betreft die tussen tien jaar en minder dan vijftien jaar anciënniteit tellen; - twaalf weken wat de werknemers betreft die tussen vijftien jaar en minder dan twintig jaar anciënniteit tellen; - zestien weken wat de werknemers betreft die minstens twintig jaar anciënniteit tellen.
De na te leven opzeggingstermijnen in geval van kennisgeving van een opzegging door de werknemer in de omstandigheden bedoeld in paragraaf 1, zijn de volgende : - een week wat de werknemers betreft die minder dan drie maanden anciënniteit tellen; - twee weken wat de werknemers betreft die tussen drie maanden en minder dan vijf jaar anciënniteit tellen; - drie weken wat de werknemers betreft die tussen vijf jaar en minder dan tien jaar anciënniteit tellen; - vier weken wat de werknemers betreft die tussen tien jaar en minder dan vijftien jaar anciënniteit tellen; - zes weken wat de werknemers betreft die tussen vijftien jaar en minder dan twintig jaar anciënniteit tellen; - acht weken wat de werknemers betreft die minstens twintig jaar anciënniteit tellen. § 3. Bij collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in een paritair comité of een paritair subcomité kunnen de bij paragraaf 2 bepaalde opzeggingstermijnen sneller evolueren in de richting van de opzeggingstermijnen bepaald in artikel 37/2, §§ 1 en 2 van voornoemde
wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/02/1998
pub.
19/02/1998
numac
1998012125
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek naar aanleiding van de wet van 13 februari 1998 houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling
type
wet
prom.
13/02/1998
pub.
19/02/1998
numac
1998012088
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling
sluiten4. § 4. In afwijking van paragraaf 1, zijn de opzeggingstermijnen bepaald in paragraaf 2 van toepassing, op de werkgevers en de werknemers, indien cumulatief aan de volgende voorwaarden is voldaan : 1° de opzeggingstermijn werd op 31 december 2013 vastgesteld door de Koning op basis van de artikelen 61 of 65/3, § 2, van voornoemde
wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/02/1998
pub.
19/02/1998
numac
1998012125
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek naar aanleiding van de wet van 13 februari 1998 houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling
type
wet
prom.
13/02/1998
pub.
19/02/1998
numac
1998012088
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling
sluiten4 en was op die datum lager dan de termijn bepaald in de tweede paragraaf;2° de werknemer heeft geen vaste plaats van tewerkstelling;3° de werknemer voert gewoonlijk op tijdelijke en mobiele werkplaatsen één of meer van volgende activiteiten uit : a) graafwerken;b) grondwerken;c) funderings- en verstevigingswerken;d) waterbouwkundige werken;e) wegenwerken;f) landbouwwerken;g) plaatsing van nutsleidingen;h) bouwwerken;i) montage en demontage van, inzonderheid geprefabriceerde elementen, liggers en kolommen;j) inrichtings- of uitrustingswerken;k) verbouwingswerken;l) vernieuwbouw;m) herstellingswerken;n) ontmantelingswerken;o) sloopwerken;p) instandhoudingswerken;q) onderhouds-, schilder- en reinigingswerken;r) saneringswerken;s) afwerkingswerkzaamheden behorende bij één of meer werken bedoeld in de punten a) tot r). Afdeling 2. - Begeleidende maatregelen
Art. 71.De proefbedingen opgenomen in …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.