Besluit van de Vlaamse Regering houdende nadere regels voor de opmaak, de vaststelling en de herziening van ruimtelijke beleidsplannen
Kort samengevat
Dit besluit regelt gedetailleerd hoe ruimtelijke beleidsplannen moeten worden opgesteld, vastgesteld en herzien, als vervolg op de ruimtelijke structuurplanning. Het vervangt de regels voor ruimtelijke structuurplannen in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) door regels voor ruimtelijke beleidsplannen.
Wat het regelt
- De gedetailleerde procedures voor het opstellen, vaststellen en herzien van ruimtelijke beleidsplannen.
- De inwerkingtreding van nieuwe wettelijke bepalingen over ruimtelijke beleidsplanning.
- Specifieke regels voor het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen, provinciale, gemeentelijke en intergemeentelijke beleidsplannen.
- De raadpleging van adviesraden, overleg tussen bestuursniveaus en publieke participatie in het proces.
Wie het aanbelangt
- De Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement.
- Provinciale en gemeentelijke overheden.
- Het publiek, dat geraadpleegd wordt in verschillende fasen van het opmaakproces.
Kernpunten
- Een beleidsplan bestaat uit een strategische visie (lange termijn) en beleidskaders (operationeel, kortere looptijd).
- Beleidskaders kunnen afzonderlijk worden opgesteld, herzien of opgeheven, wat flexibiliteit in het ruimtelijk beleid mogelijk maakt.
- Er zijn gedetailleerde regels voor procesinformatie, bekendmakingen (inclusief "digitale affichage"), raadpleging van adviesraden, overleg tussen bestuursniveaus en publieke participatie.
- De vaststellingstermijnen voor ruimtelijke beleidsplannen en beleidskaders zijn "termijnen van orde", wat betekent dat overschrijding binnen redelijke grenzen moet blijven en een reden moet hebben.
Wettekst
LAG AAN DE VLAAMSE REGERING De Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw Besluit van de Vlaamse Regering houdende nadere regels voor de opmaak, de vaststelling en de herziening van ruimtelijke
en inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten0 tot vaststelling van de nadere regels met betrekking tot de vorm en de inhoud van de ruimtelijke uitvoeringsplannen Dit besluit verwijst in artikel 1, derde lid naar de ruimteboekhouding van het RSV : "De minister bevoegd voor ruimtelijke ordening kan richtlijnen uitvaardigen voor het toewijzen van gebiedsaanduidingen aan categorieën van de ruimteboekhouding van het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen." De bijlage bij het besluit bevat de zogenaamde typevoorschriften. De typevoorschriften in verband met de afbakeningslijn van grootstedelijk/ regionaalstedelijk/ zeehaven/ luchthavengebied bevatten, naast de verwijzing naar concept van afbakening (wat verlaten wordt met het BRV), ook een verwijzing naar de doorwerking van ruimtelijke structuurplannen. Artikel 1 wordt aangepast in die zin dat de richtlijnen betrekking hebben op de toewijzing aan "een ruimteboekhouding" (er zijn overigens sowieso gebiedscategorieën opgenomen in artikel 2.2.6, § 2, VCRO (ingevoerd in 2009, na inwerkingtreding van bovenvermeld uitvoeringsbesluit). De aanpassing van de bijlage met typevoorschriften moet gebeuren bij een algemene update van de typevoorschriften. ? Besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende
en inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten1 tot vaststelling van een deontologische code voor de leden van de provinciale en gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening In dit besluit wordt de nieuwe planfiguur (ruimtelijk beleidsplan) vermeld waar dat relevant is. ? VLAREL van 19 november 2010 De nieuwe planfiguur (ruimtelijk beleidsplan) wordt vermeld bij de opleidingsonderdelen voor MER-deskundigen. ? Besluit van de Vlaamse Regering van 2 maart 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende
en inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten2 tot bepaling van de nadere regeling met betrekking tot het Rollend Grondfonds De nieuwe planfiguur (ruimtelijk beleidsplan) wordt betrokken in de omschrijving van grondbeleidsmaatregelen waarvoor de VMSW verantwoordelijk is. ? Besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende
en inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten4 tot bepaling van de nadere regels betreffende de organisatorische omkadering, de financiering en de samenwerking voor het mobiliteitsbeleid Dit besluit bevat subsidieregelingen die verwijzen naar de categorisering van de stedelijke gebieden uit het RSV. Bij de inwerkingtreding van het BRV vervalt het RSV. Daarom wordt tot nader order met de invoering van een overgangsbepaling de specifieke toepassing van de categorisering van de stedelijke gebieden uit het RSV gecontinueerd zoals die gold tot aan de vervanging van het RSV door het BRV. ? Besluit van de Vlaamse Regering van 29 maart 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende
en inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten3 tot bepaling van de nadere regels inzake het planologisch attest De verwijzingen in dit besluit naar selecties, afbakeningen en opdrachten uit het RSV wordt op dezelfde manier geremedieerd als voor het vorige besluit : er wordt verder gebruik gemaakt van de selecties, afbakeningen en opdrachten zoals die golden tot aan de vervanging van het RSV door het BRV (of de vervanging van het provinciaal RS door een nieuw provinciaal beleidsplan ruimte). ? Besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende
en inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten5 betreffende de bescherming van de verkeersinfrastructuur in geval van vervoer met langere en zwaardere slepen in het kader van een proefproject In de inleidende zin van artikel 6 en in artikel 7, 1°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende
en inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten5 betreffende de bescherming van de verkeersinfrastructuur in geval van vervoer met langere en zwaardere slepen in het kader van een proefproject wordt verwezen naar de selecties en de categorisering van wegen volgens het RSV. Ook hier wordt er voor geopteerd om tot nader order de selectie en categorisering zoals ze gold de dag voor de opheffing van het RSV, verder te laten doorwerken tot er een nieuwe categorisering is in het Mobiliteitsplan Vlaanderen, of opgesteld op grond van het Mobiliteitsplan Vlaanderen. ? Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende
en inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten6 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 23/10/2014 numac 2014036510 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de omgevingsvergunning type decreet prom. 25/04/2014 pub. 12/05/2014 numac 2014035516 bron vlaamse overheid Decreet houdende het rechtsherstel van ruimtelijke uitvoeringsplannen waarvan de planmilieueffectrapportage werd opgesteld met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 april 2008 betreffende het integratiespoor voor de milieueffectrapportage over een ruimtelijk uitvoeringsplan type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035706 bron vlaamse overheid Decreet betreffende complexe projecten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 30/06/2014 numac 2014203449 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 4 april 2003 betreffende de oppervlaktedelfstoffen sluiten betreffende de omgevingsvergunning In artikel 35, § 6, van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende
en inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten6 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 23/10/2014 numac 2014036510 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de omgevingsvergunning type decreet prom. 25/04/2014 pub. 12/05/2014 numac 2014035516 bron vlaamse overheid Decreet houdende het rechtsherstel van ruimtelijke uitvoeringsplannen waarvan de planmilieueffectrapportage werd opgesteld met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 april 2008 betreffende het integratiespoor voor de milieueffectrapportage over een ruimtelijk uitvoeringsplan type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035706 bron vlaamse overheid Decreet betreffende complexe projecten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 30/06/2014 numac 2014203449 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 4 april 2003 betreffende de oppervlaktedelfstoffen sluiten betreffende de omgevingsvergunning, wordt voor de adviesverplichtingen voor vergunningsaanvragen verwezen naar de wegenselectie in het RSV : (" § 6. De wegbeheerder verleent advies als het voorwerp van de vergunningsaanvraag op minder dan dertig meter van het domein van autosnelwegen, hoofdwegen of primaire wegen categorie I volgens het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen of langs gewestwegen ligt.") Bij de inwerkingtreding van het BRV vervalt het RSV. Het BRV bevat geen selectie of categorisering van wegen. Er wordt voor geopteerd om tot nader order de selectie en categorisering zoals ze gold de dag voor de opheffing van het RSV, verder te laten doorwerken tot er een nieuwe categorisering is in het Mobiliteitsplan Vlaanderen, of opgesteld op grond van het Mobiliteitsplan Vlaanderen. ? Besluit van de Vlaamse Regering van 15 april 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende
en inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten7 houdende de aanduiding van de maritieme toegangswegen en de bestanddelen van de haveninfrastructuur In artikel 13, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 april 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende
en inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten7 houdende de aanduiding van de maritieme toegangswegen en de bestanddelen van de haveninfrastructuur wordt verwezen naar de categorisering van wegen volgens het RSV of de provinciale ruimtelijke structuurplannen ("Aanvullingen op of wijzigingen in het bestand van de ontsluitingswegen van en naar het havengebied, vermeld in artikel 5, worden gedaan op basis van de categorisering volgens het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen of de respectieve provinciale ruimtelijke structuurplannen."). Hier wordt bepaald dat de aanvullingen of verwijzingen na vervanging van het RSV of de provinciale ruimtelijke structuurplannen, gebeuren op grond van de nieuwe ruimtelijke beleidsplannen en de mobiliteitsplannen opgesteld op grond van het Mobiliteitsdecreet. J. SCHAUVLIEGE, Vlaams minister van Omgeving, Natuur en Landbouw _______ Nota's 1 K.U. Leuven - Instituut voor de Overheid, SumResearch, Hogeschool voor Wetenschap en Kunst - departement Architectuur (Sint-Lucas), Radboud Universiteit Nijmegen
- De kamer was samengesteld uit Wilfried VAN VAERENBERGH, staatsraad, voorzitter, Chantal BAMPS en Wouter PAS, staatsraden, Michel TISON en Johan PUT, assessoren, en Wim GEURTS, griffier. Het verslag is uitgebracht door Pierrot T'KINDT, auditeur. Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 16 maart
- Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of aan de te vervullen vormvereisten is voldaan. STREKKING EN RECHTSGROND VAN HET ONTWERP 2.
- Bij artikel 23 van het decreet van 8 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/03/1999 pub. 08/04/1999 numac 1999035415 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende het beleid en het beheer van de zeehavens sluiten0 `houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving' wordt het stelsel van de ruimtelijke structuurplanning vervangen door het stelsel van de ruimtelijke beleidsplanning. Het om advies voorgelegde ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering strekt ertoe aan de in dat verband in de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (hierna : VCRO) opgenomen bepalingen uitvoering te geven. 2.
- Het ontwerp bevat vooreerst een hoofdstuk met definities en vervolgens verschillende hoofdstukken gewijd aan de regeling van de ruimtelijke beleidsplanning op het niveau van het Vlaamse Gewest (Beleidsplan Ruimte Vlaanderen), de provincie (provinciaal beleidsplan ruimte), de gemeente (gemeentelijk beleidsplan ruimte) en het intergemeentelijke niveau. Voor elk van die niveaus worden uitvoeringsregels bepaald voor de procesinformatie, de geïntegreerde opmaak of herziening van een ruimtelijk beleidsplan, dat zowel een strategische visie als een of meer beleidskaders omvat, en de afzonderlijke opmaak, herziening of opheffing van een of meer beleidskaders. Voor het gewestelijke en het provinciale niveau zijn er bovendien bepalingen over de omschrijving of aanduiding van onderdelen van beleidskaders of ruimtelijke structuurplannen van een lager bestuursniveau die niet langer geldig zijn. Voor het provinciale en het gemeentelijke niveau worden bepalingen opgenomen over de mogelijkheid om op een hoger bestuursniveau voorbehoud te maken bij bepaalde opties uit het beleidsplan of een beleidskader ervan. Specifiek voor de intergemeentelijke ruimtelijke beleidsplanning bevat het ontwerp een regeling voor de afzonderlijke vaststelling van een strategische visie. In een volgend hoofdstuk worden in verschillende besluiten van de Vlaamse Regering terminologische wijzigingen aangebracht die voortvloeien uit de transitie van ruimtelijke structuurplannen naar ruimtelijke beleidsplannen. In sommige besluiten wordt voorzien in de verdere gelding van specifieke bestanddelen van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen of van provinciale ruimtelijke structuurplannen voor de toepassing van bepalingen van die besluiten. In een hoofdstuk met slotbepalingen wordt het met een overgangsmaatregel mogelijk gemaakt om onder bepaalde voorwaarden af te wijken van in het ontworpen besluit vervatte informatie-, bekendmakings- en raadplegingsverplichtingen als de voorbereiding van een ruimtelijk beleidsplan een aanvang heeft genomen vóór de inwerkingtreding van het te nemen besluit. De inwerkingtreding valt samen met die van voormeld artikel 23 van het decreet van 8 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/03/1999 pub. 08/04/1999 numac 1999035415 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende het beleid en het beheer van de zeehavens sluiten
- 3.
- Voor de hoofdstukken 1 tot 5 en 7 van het ontwerp wordt rechtsgrond geboden door de bepalingen waaraan wordt gerefereerd in het eerste en het tweede lid van de aanhef van het te nemen besluit. 3.
- Voor de wijzigingsbepalingen opgenomen in hoofdstuk 6 van het ontwerp wordt in beginsel rechtsgrond geboden door artikel 20 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten `tot hervorming der instellingen', waaraan de Vlaamse Regering een algemene bevoegdheid voor het uitvoeren van decreten ontleent, gelezen in samenhang met artikel 23 van het decreet van 8 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/03/1999 pub. 08/04/1999 numac 1999035415 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende het beleid en het beheer van de zeehavens sluiten
- Voor de wijzigingen opgenomen in de artikelen 72, 73, 1°, en 79 tot 83 van het ontwerp dient evenwel een beroep te worden gedaan op een meer specifieke rechtsgrond, welke wordt geboden door de decreetsbepalingen die rechtsgrond bieden voor de bepalingen waarop die wijzigingen moeten worden betrokken. De aanhef van het te nemen besluit dient in het licht van het voorgaande te worden aangevuld. ONDERZOEK VAN DE TEKST Algemene opmerking
- Verschillende bepalingen van het ontwerp vormen een herhaling of parafrasering van bepalingen van titel II, hoofdstuk I, VCRO. Bepalingen van een hogere regeling in herinnering brengen door ze over te nemen of te parafraseren in een lagere regeling dient te worden vermeden. Niet alleen is een dergelijke werkwijze op het normatieve vlak overbodig aangezien ze geen nieuwe norm tot stand brengt, maar bovendien kan ze tot verwarring leiden over de precieze aard van het in de lagere regeling opgenomen voorschrift en kan ze inzonderheid aanleiding ertoe zijn dat later uit het oog wordt verloren dat alleen de hogere regelgever dat voorschrift kan wijzigen. Ook kan die werkwijze verwarring doen ontstaan over het ogenblik van inwerkingtreding van het desbetreffende voorschrift. Een herhaling van decretale bepalingen in een uitvoeringsbesluit kan dan ook alleen maar worden gebillijkt in zoverre zulks noodzakelijk is voor de leesbaarheid van dat besluit, in welk geval een uitdrukkelijke verwijzing naar de relevante decreetsbepaling het aangewezen middel zal zijn om de aard van die bepaling herkenbaar te houden ("overeenkomstig artikel ... VCRO"). Zo schrijve men : -als eerste zin van artikel 2, eerste lid, van het ontwerp "Overeenkomstig artikel 2.1.6, derde lid, VCRO houdt de Vlaamse Regering over de opmaak en de herziening van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen procesinformatie bij."; - aan het begin van artikel 4, § 2, eerste lid, van het ontwerp "Overeenkomstig artikel 2.1.5, § 2, eerste lid, 1°, VCRO raadpleegt de Vlaamse Regering de adviesraden, vermeld in paragraaf 1, over (...)"; - aan het begin van artikel 5, § 2, eerste lid, van het ontwerp "Overeenkomstig artikel 2.1.5, § 2, eerste lid, 2°, VCRO pleegt de Vlaamse Regering overleg met de provincie- en gemeentebesturen over (...)";
- Uit het opschrift van het voorliggende ontwerp blijkt niet dat het mede betrekking heeft op het bepalen van nadere regels voor de herziening van ruimtelijke beleidsplannen.Bovendien hebben de wijzigingsbepalingen van het ontwerp veelal niet het bepalen van nadere regels voor de opmaak of vaststelling van zulke plannen tot voorwerp. Een vollediger opschrift zou dan ook kunnen luiden als volgt : "tot bepaling van nadere regels voor de opmaak, de vaststelling en de herziening van ruimtelijke beleidsplannen en tot wijziging van diverse besluiten van de Vlaamse Regering in het kader van de regeling van de ruimtelijke beleidsplanning". Artikel 5 6.
- In artikel 5, § 2, van het ontwerp wordt beter melding gemaakt van "overleg" (niet : "raadpleging") gelet op de inhoud van artikel 2.1.5, § 2, eerste lid, 2°, VCRO. 6.
- Dezelfde opmerking geldt voor artikel 22, tweede lid, van het ontwerp, gelet op artikel 2.1.8, § 2, eerste lid, 2°, VCRO, en voor artikel 39, tweede lid, van het ontwerp, gelet op artikel 2.1.11, § 2, eerste lid, 2°, VCRO. Artikel 11
- In artikel 11, § 3, van het ontwerp dient de zinsnede "adviesraden, vermeld in paragraaf 1," te worden vervangen door de woorden "strategische adviesraad". Artikel 12 8.
- De vraag rijst of naar analogie met artikel 18, § 1, tweede lid, van het ontwerp, niet dient te worden bepaald welk rechtsgevolg is verbonden aan een overschrijding van de termijn die voor de definitieve vaststelling van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen of van een beleidskader ervan is voorgeschreven in artikel 12, § 1, eerste lid, van het ontwerp. 8.
- Hetzelfde geldt voor de termijnen voorgeschreven in de artikelen 29, § 1, eerste lid, en 46, § 1, eerste lid, van het ontwerp, wat de definitieve vaststelling betreft van het provinciaal beleidsplan ruimte of een beleidskader ervan, respectievelijk van het gemeentelijk beleidsplan ruimte of een beleidskader ervan.
- Artikel 13, eerste lid, van het ontwerp biedt de Vlaamse Regering die, met toepassing van artikel 2.1.5, § 2, tweede (niet : "derde") lid, VCRO, bij de definitieve vaststelling van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen of een beleidskader ervan, onderdelen van provinciale of gemeentelijke beleidskaders omschrijft of aanduidt die niet meer geldig zijn, de alternatieve mogelijkheden om de intentie daartoe aan elke betrokken provincie of gemeente individueel kenbaar te maken vóór de aanvang van het openbaar onderzoek dan wel elke betrokken provincie- of gemeenteraad daarover voorafgaand aan de definitieve vaststelling om advies te vragen, met inachtneming van een adviestermijn van zestig dagen. Die bepaling kan uiteraard niet zo worden begrepen dat in geval van gebruikmaking van de eerste mogelijkheid afbreuk zou kunnen worden gedaan aan het verplicht na te leven vormvereiste van advies van die provincie- of gemeenteraad over zo een omschrijving of aanduiding dat overeenkomstig artikel 2.1.5, § 2, tweede lid, VCRO in elk geval geldt. Vraag is of de tekst op dit punt niet moet worden verduidelijkt. 9.
- Dezelfde opmerking geldt mutatis mutandis voor artikel 30 van het ontwerp. Hoofdstuk 2, afdeling 4 10.
- Bij afdeling 4 van hoofdstuk 2 van het ontwerp wordt voor de integrale opheffing van een of meer beleidskaders die behoren tot het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen voorzien in een gedeeltelijk andere regeling dan in afdeling 2 van hetzelfde hoofdstuk het geval is voor de opmaak en vaststelling of herziening van dat ruimtelijk beleidsplan of van een of meer beleidskaders ervan. Overeenkomstig artikel 2.1.1, § 1, zesde lid, VCRO kan een beleidskader worden opgeheven, "met inachtneming van de vereisten en de procedure die gelden voor de opmaak of herziening". Bijgevolg dient voor de opheffing van een beleidskader in beginsel dezelfde procedure te gelden als voor de opmaak of herziening ervan, tenzij op redelijke gronden kan worden aangenomen dat een bepaald procedureel onderdeel betreffende de opmaak of herziening van een beleidskader geen relevantie vertoont voor de opheffing ervan. Afdeling 4 dient in dat opzicht aan een bijkomend onderzoek te worden onderworpen. 10.
- Dezelfde opmerking geldt mutatis mutandis voor hoofdstuk 3, afdeling 4, en hoofdstuk 4, afdeling 3, van het ontwerp. Artikel 28 11.
- In artikel 28, § 1, van het ontwerp dienen de woorden "of het ontwerp van beleidskader" te worden ingevoegd tussen de woorden "het ontwerp van provinciaal beleidsplan ruimte" en de woorden "vóór de start van het openbaar onderzoek". 11.
- Dezelfde opmerking geldt mutatis mutandis ook voor artikel 45, § 1, van het ontwerp. Artikel 40 12.
- In artikel 40, § 1, tweede lid, 3°, van het ontwerp schrijve men "die worden verspreid in de provincie waarin de gemeente ligt". 12.
- Dezelfde opmerking geldt voor artikel 42, § 1, 3°, van het ontwerp. Hoofdstuk 5, afdeling 2
- Hoofdstuk 5, afdeling 2, van het ontwerp bevat geen bepaling die het voor gemeenten die beschikken over een intergemeentelijke strategische visie mogelijk maakt om die visie voor een individuele gemeente (in bepaalde gevallen) te herzien.Vraag is of dit wel degelijk de bedoeling is. Hoofdstuk 6, afdeling 2
- Het verdient aanbeveling om ook het opschrift van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 oktober 2000Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/03/1999 pub. 08/04/1999 numac 1999035415 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende het beleid en het beheer van de zeehavens sluiten2 aan te passen in het licht van de invoering van het stelsel van de ruimtelijke beleidsplanning. Bovendien lijkt artikel 15 van dat besluit eveneens te kunnen worden opgeheven. Artikel 72
- In het ontworpen artikel 5, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 januari 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/03/1999 pub. 08/04/1999 numac 1999035415 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende het beleid en het beheer van de zeehavens sluiten7 `houdende nadere regels inzake de ruimtelijke veiligheidsrapportage' kan nauwkeuriger worden verwezen naar "artikel 2, § 2, eerste lid, 2°, e), 1) en 2)," (niet : "artikel 2, § 2, eerste lid, 2°, "). Artikel 73
- Aan het begin van de inleidende zin van artikel 73 van het ontwerp schrijve men "In de bijlage bij het besluit van...". Artikel 76
- In artikel 76 van het ontwerp wordt de vervangende zinsnede beter geredigeerd als volgt : "ruimtelijk uitvoeringsplan, ruimtelijk structuurplan of ruimtelijk beleidsplan" (niet : "ruimtelijk uitvoeringsplan, ruimtelijk structuurplan of beleidsplan ruimte"). Artikel 79
- In het ontworpen artikel 57/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende
en inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten4 `tot bepaling van de nadere regels betreffende de organisatorische omkadering, de financiering en de samenwerking voor het mobiliteitsbeleid' kan nauwkeuriger worden verwezen naar "artikel 38, § 2, eerste lid, 2°, " (niet : "artikel 38"). Artikel 80 19. In het ontworpen artikel 12/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 maart 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende
en inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten3 `tot bepaling van de nadere regels inzake het planologisch attest' kan nauwkeuriger worden verwezen naar "artikel 5, § 1, 2°, b) en c), en artikel 7, § 1, tweede en derde lid," (niet : "artikel 5, § 1, 2°, en artikel 7, § 1,"). Artikel 81 20. In het ontworpen artikel 18/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende
en inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten5 `betreffende de bescherming van de verkeersinfrastructuur in geval van vervoer met langere en zwaardere slepen in het kader van een proefproject' kan nauwkeuriger worden verwezen naar "artikel 6 en artikel 7, 1°, " (niet : "artikel 6 en 7"). Artikel 84 21. Artikel 84 van het ontwerp voorziet in een overgangsmaatregel wat betreft de toepassing van de informatie-, bekendmakings- en raadplegingsverplichtingen die opgenomen zijn in het ontworpen besluit en die de voorlopige vaststelling voorafgaan.Die maatregel geldt voor zover "de voorbereiding van de vaststelling van een beleidsplan ruimte gestart is vóór de inwerkingtreding van [het ontworpen] besluit". Vooreerst dient te worden opgemerkt dat niet goed valt in te zien voor welke situaties de ontworpen overgangsregeling precies nodig is, nu er thans geen regeling is voor het vaststellen van ruimtelijke beleidsplannen, de decretale regeling dienaangaande eerst met het voorliggend ontwerp in werking wordt gesteld en de nadere regels voor het opmaken en vaststellen van een dergelijk plan eerst met het voorliggend ontwerp worden vastgesteld. Voorts is het geenszins duidelijk welke concrete handelingen precies worden verstaan onder "de voorbereiding van de vaststelling van een beleidsplan ruimte". Uit de ontworpen maatregel vloeit bovendien een verschil in behandeling voort wat betreft het recht op informatie en raadpleging, welk moet kunnen worden verantwoord in het licht van het grondwettelijke gelijkheidsbeginsel. De ontworpen overgangsmaatregel dient in het licht van het voorgaande aan een bijkomend onderzoek te worden onderworpen. Daarbij dient in elk geval het begrip "voorbereiding van de vaststelling van een beleidsplan ruimte" te worden verduidelijkt en gepreciseerd in de tekst van het ontwerp. DE GRIFFIER, Wim GEURTS DE VOORZITTER Wilfried VAN VAERENBERGH _______ Nota's
en inzake milieubeleid, artikel 4.2.5, artikel 4.4.1, § 2, ingevoegd bij het decreet van 18 december 2002Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende
en inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten en vervangen bij het decreet van 1 juli 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 01/07/2016 pub. 19/08/2016 numac 2016036276 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging van de regelgeving voor ruimtelijke uitvoeringsplannen teneinde de planmilieueffectrapportage en andere effectbeoordelingen in het planningsproces voor ruimtelijke uitvoeringsplannen te integreren door wijziging van diverse decreten sluiten, artikel 4.6.1, ingevoegd bij het decreet van 18 december 2002Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende
en inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten en gewijzigd bij het decreet van 27 maart 2009 en het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 23/10/2014 numac 2014036510 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de omgevingsvergunning type decreet prom. 25/04/2014 pub. 12/05/2014 numac 2014035516 bron vlaamse overheid Decreet houdende het rechtsherstel van ruimtelijke uitvoeringsplannen waarvan de planmilieueffectrapportage werd opgesteld met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 april 2008 betreffende het integratiespoor voor de milieueffectrapportage over een ruimtelijk uitvoeringsplan type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035706 bron vlaamse overheid Decreet betreffende complexe projecten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 30/06/2014 numac 2014203449 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 4 april 2003 betreffende de oppervlaktedelfstoffen sluiten, en artikel 5.6.2, ingevoegd bij het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 23/10/2014 numac 2014036510 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de omgevingsvergunning type decreet prom. 25/04/2014 pub. 12/05/2014 numac 2014035516 bron vlaamse overheid Decreet houdende het rechtsherstel van ruimtelijke uitvoeringsplannen waarvan de planmilieueffectrapportage werd opgesteld met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 april 2008 betreffende het integratiespoor voor de milieueffectrapportage over een ruimtelijk uitvoeringsplan type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035706 bron vlaamse overheid Decreet betreffende complexe projecten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 30/06/2014 numac 2014203449 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 4 april 2003 betreffende de oppervlaktedelfstoffen sluiten; Gelet op de Vlaamse Wooncode, artikel 33, § 1, zesde lid; Gelet op het decreet van 2 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/03/1999 pub. 08/04/1999 numac 1999035415 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende het beleid en het beheer van de zeehavens sluiten houdende het beleid en het beheer van de zeehavens, artikel 3, § 2; Gelet op het decreet van 20 maart 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/03/2009 pub. 20/04/2009 numac 2009201673 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het mobiliteitsbeleid sluiten betreffende het mobiliteitsbeleid, artikel 26/10, ingevoegd bij het decreet van 10 februari 2012; Gelet op de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, artikel 1.3.4 VCRO, gewijzigd bij het decreet van 18 november 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/11/2011 pub. 16/12/2011 numac 2011206242 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en van het decreet van 10 maart 2006 houdende de oprichting van de strategische adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed, wat betreft de adviesorganen type decreet prom. 18/11/2011 pub. 15/12/2011 numac 2011035991 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van het decreet van 8 mei 2009 houdende
en betreffende het energiebeleid sluiten, artikel 1.5.1 VCRO, ingevoegd bij het decreet van 8 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/03/1999 pub. 08/04/1999 numac 1999035415 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende het beleid en het beheer van de zeehavens sluiten0, artikel 2.1.3 VCRO, vervangen bij het decreet van 8 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/03/1999 pub. 08/04/1999 numac 1999035415 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende het beleid en het beheer van de zeehavens sluiten0, artikel 2.1.5, § 3, vervangen door het decreet van 8 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/03/1999 pub. 08/04/1999 numac 1999035415 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende het beleid en het beheer van de zeehavens sluiten0, artikel 2.1.8, § 2, vierde lid, ingevoegd bij het decreet van 8 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/03/1999 pub. 08/04/1999 numac 1999035415 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende het beleid en het beheer van de zeehavens sluiten0, artikel 2.1.11, § 2, derde lid, ingevoegd bij het decreet van 8 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/03/1999 pub. 08/04/1999 numac 1999035415 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende het beleid en het beheer van de zeehavens sluiten0, artikel 2.2.6, § 3 en § 4 VCRO, vervangen bij het decreet van 1 juli 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 01/07/2016 pub. 19/08/2016 numac 2016036276 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging van de regelgeving voor ruimtelijke uitvoeringsplannen teneinde de planmilieueffectrapportage en andere effectbeoordelingen in het planningsproces voor ruimtelijke uitvoeringsplannen te integreren door wijziging van diverse decreten sluiten, en artikel 4.4.25, § 2, derde lid, ingevoegd bij het decreet van 8 juli 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 08/07/2011 pub. 25/07/2011 numac 2011203720 bron vlaamse overheid Decreet houdende de implementatie van de Richtlijn 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking van Richtlijn 2001/77/EG en Richtlijn 2003/30/EG sluiten, gewijzigd bij de decreten van 4 april 2014 en 25 april 2014; Gelet op het decreet van 3 mei 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 03/05/2013 pub. 13/06/2013 numac 2013035499 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de bescherming van de verkeersinfrastructuur in geval van bijzonder wegtransport sluiten betreffende de bescherming van de verkeersinfrastructuur in geval van bijzonder wegtransport, artikel 5; Gelet op het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 23/10/2014 numac 2014036510 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de omgevingsvergunning type decreet prom. 25/04/2014 pub. 12/05/2014 numac 2014035516 bron vlaamse overheid Decreet houdende het rechtsherstel van ruimtelijke uitvoeringsplannen waarvan de planmilieueffectrapportage werd opgesteld met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 april 2008 betreffende het integratiespoor voor de milieueffectrapportage over een ruimtelijk uitvoeringsplan type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035706 bron vlaamse overheid Decreet betreffende complexe projecten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 30/06/2014 numac 2014203449 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 4 april 2003 betreffende de oppervlaktedelfstoffen sluiten betreffende de omgevingsvergunning, artikel 24 en artikel 42; Gelet op het decreet van 8 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/03/1999 pub. 08/04/1999 numac 1999035415 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende het beleid en het beheer van de zeehavens sluiten0 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving, artikel 23 en artikel 237, eerste lid; Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 5 mei 2000Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/03/1999 pub. 08/04/1999 numac 1999035415 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende het beleid en het beheer van de zeehavens sluiten1 tot instelling van het register van ruimtelijke planners, tot bepaling van de voorwaarden voor opname van personen in dat register en tot vaststelling van nadere regels met betrekking tot de verantwoordelijkheid van ruimtelijke planners voor de opmaak van ruimtelijke structuurplannen en ruimtelijke uitvoeringsplannen; Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 20 oktober 2000Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/03/1999 pub. 08/04/1999 numac 1999035415 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende het beleid en het beheer van de zeehavens sluiten2 tot bepaling van de voorwaarden voor de toekenning van subsidies aan gemeenten voor de opmaak van gemeentelijke ruimtelijke structuurplannen, gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen en gemeentelijke plannen van aanleg; Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 19 januari 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/03/1999 pub. 08/04/1999 numac 1999035415 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende het beleid en het beheer van de zeehavens sluiten3 houdende regeling van de begrotingscontrole en -opmaak; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 26 januari 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/03/1999 pub. 08/04/1999 numac 1999035415 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende het beleid en het beheer van de zeehavens sluiten7 houdende nadere regels inzake de ruimtelijke veiligheidsrapportage; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/03/1999 pub. 08/04/1999 numac 1999035415 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende het beleid en het beheer van de zeehavens sluiten8 betreffende de milieueffectrapportage over plannen en programma's; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 11 april 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende
en inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten0 tot vaststelling van de nadere regels met betrekking tot de vorm en de inhoud van de ruimtelijke uitvoeringsplannen; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juli 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende
en inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten1 tot vaststelling van een deontologische code voor de leden van de provinciale en gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening; Gelet op het VLAREL van 19 november 2010; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 2 maart 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende
en inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten2 tot bepaling van de nadere regeling met betrekking tot het Rollend Grondfonds; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 25 januari 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende
en inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten4 tot bepaling van de nadere regels betreffende de organisatorische omkadering, de financiering en de samenwerking voor het mobiliteitsbeleid; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 29 maart 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende
en inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten3 tot bepaling van de nadere regels inzake het planologisch attest; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende
en inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten5 betreffende de bescherming van de verkeersinfrastructuur in geval van vervoer met langere en zwaardere slepen in het kader van een proefproject; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende
en inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten6 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 23/10/2014 numac 2014036510 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de omgevingsvergunning type decreet prom. 25/04/2014 pub. 12/05/2014 numac 2014035516 bron vlaamse overheid Decreet houdende het rechtsherstel van ruimtelijke uitvoeringsplannen waarvan de planmilieueffectrapportage werd opgesteld met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 april 2008 betreffende het integratiespoor voor de milieueffectrapportage over een ruimtelijk uitvoeringsplan type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035706 bron vlaamse overheid Decreet betreffende complexe projecten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 30/06/2014 numac 2014203449 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van diverse bepalingen van het decreet van 4 april 2003 betreffende de oppervlaktedelfstoffen sluiten betreffende de omgevingsvergunning; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 15 april 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/12/2002 pub. 13/02/2003 numac 2003035183 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot aanvulling van het decreet van 5 april 1995 houdende
en inzake milieubeleid met een titel betreffende de milieueffect- en veiligheidsrapportage sluiten7 houdende de aanduiding van de maritieme toegangswegen en de bestanddelen van de haveninfrastructuur; Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 2 februari 2018; Gelet op advies nr. 62.982/1 van de Raad van State, gegeven op 16 maart 2018, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Op voorstel van de Vlaamse minister van Omgeving, Natuur en Landbouw; Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK
- - Definities Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder : 1° departement : het Departement Omgeving, vermeld in artikel 29, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/03/1999 pub. 08/04/1999 numac 1999035415 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende het beleid en het beheer van de zeehavens sluiten5 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;2° strategische adviesraad : de strategische adviesraad, opgericht bij het decreet van 10 maart 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom. 10/03/2006 pub. 07/06/2006 numac 2006035816 bron vlaamse overheid Decreet houdende de oprichting van de strategische adviesraad Ruimtelijke Ordening. - Onroerend Erfgoed sluiten houdende de oprichting van de strategische adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed;3° VCRO : de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. HOOFDSTUK
- - Opmaak en herziening van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen Afdeling
- - Procesinformatie Art. 2.Overeenkomstig artikel 2.1.6, derde lid, van de VCRO, houdt de Vlaamse Regering procesinformatie bij over de opmaak en herziening van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen. De procesinformatie kan geraadpleegd worden op de website van de Vlaamse Regering en de website van het departement. De procesinformatie, vermeld in het eerste lid, heeft betrekking op het doorlopen en nog te doorlopen proces en omvat minstens, telkens als dat van toepassing is : 1° de datum van inwerkingtreding van het geldende Beleidsplan Ruimte Vlaanderen en van eventueel afzonderlijk vastgestelde of herziene beleidskaders;2° de datum van opheffing van beleidskaders;3° de vermelding dat de opmaak of herziening van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen of van een afzonderlijk vast te stellen of te herzien beleidskader lopend is;4° de vermelding dat de opheffing van een beleidskader lopend is;5° de doorverwijzing naar onderzoeken of effectbeoordelingen die het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen dat in opmaak of van kracht is, of het beleidskader onderbouwen, of die dienen als informatie bij de besluitvorming;6° een overzicht van het gevoerde informatie-, inspraak- en participatietraject;7° duiding, in algemene zin, van de reacties tijdens of naar aanleiding van de meest recente inspraak- en participatie-initiatieven en het gevolg dat eraan is gegeven;8° toekomstige informatie-, inspraak- en participatie-initiatieven;9° de doorverwijzing naar monitorings- en evaluatie-initiatieven. Afdeling
- - Gezamenlijke opmaak of herziening van een strategische visie en een of meer beleidskaders, of afzonderlijke opmaak of herziening van een of meer beleidskaders Onderafdeling
- -
Art. 3
.Deze afdeling is van toepassing als de Vlaamse Regering : 1° in hetzelfde proces een strategische visie en een of meer beleidskaders opmaakt;2° in hetzelfde proces de strategische visie en een of meer beleidskaders herziet."Beleidsplan Ruimte Vlaanderen" moet dan gelezen worden als "herziening van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen"; 3° een of meer beleidskaders afzonderlijk opmaakt nadat al een Beleidsplan Ruimte Vlaanderen is vastgesteld;4° een of meer beleidskaders afzonderlijk herziet."Beleidskader" moet dan gelezen worden als "herziening van het beleidskader". De strategische visie, vermeld in het eerste lid, kan niet afzonderlijk worden herzien. De opheffing van delen van een beleidskader wordt gelijkgesteld met een herziening van een beleidskader. Onderafdeling
- - Opmaak van een voorontwerp van Beleidsplan Ruimte Vlaanderen of van een voorontwerp van beleidskader Art. 4.§
- De Vlaamse Regering informeert de volgende adviesraden over de opmaak van een voorontwerp van Beleidsplan Ruimte Vlaanderen of van een voorontwerp van beleidskader : 1° de strategische adviesraad;2° de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen;3° de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen;4° de strategische adviesraad Landbouw en Visserij;5° de Mobiliteitsraad van Vlaanderen. Ze doet dat uiterlijk op het moment dat ze beschikt over een conceptnota voor het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen of voor het beleidskader. §
- De Vlaamse Regering raadpleegt de adviesraden, vermeld in paragraaf 1, over de opmaak van een voorontwerp van Beleidsplan Ruimte Vlaanderen of van een voorontwerp van beleidskader. De raadpleging kan verschillende vormen aannemen en op verschillende tijdstippen in het opmaakproces plaatsvinden. De Vlaamse Regering vraagt de adviesraden, vermeld in paragraaf 1, minstens advies over : 1° de conceptnota voor het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen of voor het beleidskader;2° een voorontwerp van Beleidsplan Ruimte Vlaanderen of een voorontwerp van beleidskader, in de laatste fase vóór de voorlopige vaststelling van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen of het beleidskader, vermeld in artikel
- Het advies wordt telkens verleend binnen zestig dagen na de ontvangst van de adviesvraag. Bij gebrek aan advies binnen die termijn mag aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan. §
- De Vlaamse Regering bezorgt de conceptnota voor het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen of voor het beleidskader ook aan het Vlaams Parlement. Art. 5.§
- De Vlaamse Regering informeert de provincie- en gemeentebesturen over de opmaak van een voorontwerp van Beleidsplan Ruimte Vlaanderen of van een voorontwerp van beleidskader. Ze doet dat uiterlijk op het moment dat ze beschikt over een conceptnota voor het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen of voor het beleidskader. §
- De Vlaamse Regering overlegt met de provincie- en gemeentebesturen over de opmaak van een voorontwerp van Beleidsplan Ruimte Vlaanderen of van een voorontwerp van beleidskader. Het overleg kan verschillende vormen aannemen en op verschillende tijdstippen in het opmaakproces plaatsvinden. Het overleg kan gebeuren op ambtelijk niveau. De Vlaamse Regering biedt de deputaties en de colleges van burgemeester en schepenen echter minstens de mogelijkheid om schriftelijk, analoog of digitaal, al dan niet via een gemachtigde, te reageren op : 1° de conceptnota voor het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen of voor het beleidskader;2° een voorontwerp van Beleidsplan Ruimte Vlaanderen of een voorontwerp van beleidskader, in de laatste fase vóór de voorlopige vaststelling van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen of het beleidskader, vermeld in artikel
- Art. 6.§
- De Vlaamse Regering informeert het publiek over de opmaak van een voorontwerp van Beleidsplan Ruimte Vlaanderen of van een voorontwerp van beleidskader. Ze doet dat uiterlijk op het moment dat ze beschikt over een conceptnota voor het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen of voor het beleidskader. De opmaak wordt bekendgemaakt via : 1° een bericht in het gemeentelijke infoblad van elke gemeente in het Vlaamse Gewest of, bij gebrek aan een dergelijk infoblad of aan een tijdige verschijning ervan, een aanplakking of digitale affichage van het bericht;2° een bericht in het Belgisch Staatsblad;3° een bericht in ten minste drie dag- of weekbladen die in het Vlaamse Gewest worden verspreid, of in een set van regionale bladen waarvan de verdeling samen het volledige grondgebied van het Vlaamse Gewest bestrijkt;4° een bericht op de website van het departement en op de website van elke gemeente. Het bericht bevat : 1° een beknopte toelichting;2° informatie over de eerstvolgende inspraak- en participatie-initiatieven, met vermelding van de wijze waarop, waar en wanneer het publiek reacties op de conceptnota kenbaar kan maken;3° een verwijzing naar de webpagina's met de procesinformatie, vermeld in artikel 2, met de vermelding dat toekomstige inspraak- en participatie-initiatieven daar aangekondigd zullen worden. §
- De Vlaamse Regering raadpleegt het publiek over de opmaak van een voorontwerp van Beleidsplan Ruimte Vlaanderen of van een voorontwerp van beleidskader. De raadpleging kan verschillende vormen aannemen en op verschillende tijdstippen in het opmaakproces plaatsvinden. De Vlaamse Regering biedt minstens de mogelijkheid om schriftelijk, analoog of digitaal, te reageren op de conceptnota voor het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen of voor het beleidskader. De Vlaamse Regering publiceert daarvoor de conceptnota integraal op de website van het departement, en stuurt een analoge versie naar elke gemeente. De conceptnota kan op het gemeentehuis geraadpleegd worden op een manier die voor iedereen toegankelijk is. Onderafdeling
- - Voorlopige vaststelling van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen of van het beleidskader, openbaar onderzoek en adviezen Art. 7.Overeenkomstig artikel 2.1.5, § 2, eerste lid, 4°, a), of 5°, a), van de VCRO, stelt de Vlaamse Regering het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen of het beleidskader voorlopig vast. Art. 8.§
- Overeenkomstig artikel 2.1.5, § 2, eerste lid, 3°, van de VCRO, onderwerpt de Vlaamse Regering het ontwerp van Beleidsplan Ruimte Vlaanderen of het ontwerp van beleidskader aan een openbaar onderzoek dat binnen zestig dagen na de voorlopige vaststelling, vermeld in artikel 7 van dit besluit, minstens wordt aangekondigd door : 1° een bericht in het gemeentelijke infoblad van elke gemeente in het Vlaamse Gewest of, bij gebrek aan een dergelijk infoblad of aan een tijdige verschijning ervan, een aanplakking of digitale affichage van het bericht;2° een bericht in het Belgisch Staatsblad;3° een bericht in ten minste drie dag- of weekbladen die in het Vlaamse Gewest worden verspreid, of in een set van regionale bladen waarvan de verdeling samen het volledige grondgebied van het Vlaamse Gewest bestrijkt;4° een bericht op de website van het departement en op de website van elke gemeente in het Vlaamse Gewest. De aankondiging, vermeld in het eerste lid, bevat of vermeldt minstens : 1° een beknopte toelichting;2° de plaats waar het ontwerp van Beleidsplan Ruimte Vlaanderen of het ontwerp van beleidskader geraadpleegd kan worden;3° de begin- en einddatum van het openbaar onderzoek;4° de plaats, de datum en het uur waarop de informatie- en inspraakvergaderingen, vermeld in artikel 9, zullen plaatsvinden;5° op welke wijze, waar en wanneer het publiek reacties kenbaar kan maken;6° een verwijzing naar de webpagina's met de procesinformatie, vermeld in artikel
- §
- Het openbaar onderzoek start uiterlijk op de zestigste dag na de datum van de bekendmaking van de aankondiging in het Belgisch Staatsblad. §
- Het openbaar onderzoek duurt negentig dagen. Tijdens het openbaar onderzoek kan het ontwerp van Beleidsplan Ruimte Vlaanderen of het ontwerp van beleidskader geraadpleegd worden op de website van het departement en in het gemeentehuis van elke gemeente van het Vlaamse Gewest op een manier die voor iedereen toegankelijk is. De Vlaamse Regering stuurt daarvoor een analoge versie naar elke gemeente. §
- Reacties worden uiterlijk de laatste dag van het openbaar onderzoek schriftelijk, analoog of digitaal, aan de Vlaamse Regering bezorgd op het adres dat is opgenomen in de aankondiging, vermeld in paragraaf
- De reacties kunnen ook uiterlijk de laatste dag van het openbaar onderzoek op het gemeentehuis van elke gemeente van het Vlaamse Gewest worden afgegeven tegen ontvangstbewijs. De gemeente bezorgt de reacties in dat geval uiterlijk binnen een week na het openbaar onderzoek aan de Vlaamse Regering. Met reacties die laattijdig aan de Vlaamse Regering worden bezorgd, moet geen rekening worden gehouden. Art. 9.De Vlaamse Regering organiseert tijdens de eerste helft van het openbaar onderzoek in elke provincie ten minste één informatie- en inspraakvergadering. Art. 10.De provincie- en gemeenteraden kunnen uiterlijk de laatste dag van het openbaar onderzoek een schriftelijk advies over het ontwerp van Beleidsplan Ruimte Vlaanderen of het ontwerp van beleidskader bezorgen aan de Vlaamse Regering. Art. 11.§
- De Vlaamse Regering bezorgt het ontwerp van Beleidsplan Ruimte Vlaanderen of het ontwerp van beleidskader vóór de start van het openbaar onderzoek aan : 1° het Vlaams Parlement;2° de strategische adviesraad. §
- De Vlaamse Regering brengt binnen zestig dagen na het einde van het openbaar onderzoek verslag uit over het openbaar onderzoek bij het Vlaams Parlement en de strategische adviesraad. Op gemotiveerd verzoek van het departement beslist de Vlaamse Regering over de verlenging met zestig dagen van de termijn, vermeld in het eerste lid. §
- Binnen negentig dagen, of honderdvijftig dagen bij verlenging van de termijn als vermeld in paragraaf 2, tweede lid, na de einddatum van het openbaar onderzoek kunnen het Vlaams Parlement en de strategische adviesraad een standpunt uitbrengen over het ontwerp en het gevolg dat het best gegeven kan worden aan de reacties uit het openbaar onderzoek. Onderafdeling
- - Definitieve vaststelling van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen of van het beleidskader, publicatie en inwerkingtreding Art. 12.§
- Overeenkomstig artikel 2.1.5, § 2, eerste lid, 4°, c), en 5°, b), van de VCRO, stelt de Vlaamse Regering het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen of het beleidskader definitief vast binnen honderdvijftig dagen, of tweehonderdtien dagen bij verlenging van de termijn als vermeld in artikel 11, § 2, tweede lid, na de einddatum van het openbaar onderzoek. Bij de definitieve vaststelling van het beleidsplan of het beleidskader kunnen in het voorlopig vastgestelde beleidsplan of het voorlopig vastgestelde beleidskader alleen wijzigingen worden aangebracht die gebaseerd zijn op of voortvloeien uit reacties op of adviezen of standpunten over het ontwerp. §
- In geval van gezamenlijke opmaak of herziening van een strategische visie en een of meer beleidskaders spreekt het Vlaams Parlement zich overeenkomstig artikel 2.1.5, § 2, eerste lid, 4°, d), van de VCRO, binnen zestig dagen na de definitieve vaststelling uit over de bekrachtiging van de strategische visie of de bekrachtiging van de herziening van de strategische visie. §
- De Vlaamse Regering maakt de definitieve vaststelling van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen of het beleidskader bekend door 1° een bekendmaking bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad overeenkomstig artikel 2.1.6, eerste lid, van de VCRO, met vermelding van de publicatie, vermeld in punt 2° ; 2° een integrale publicatie van het vaststellingsbesluit en van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen of het beleidskader op de website van het departement overeenkomstig artikel 2.1.6, derde lid, van de VCRO. Ze doet dat binnen zestig dagen na de definitieve vaststelling of, in voorkomend geval, de bekrachtiging van de strategische visie of de bekrachtiging van de herziening van de strategische visie. Overeenkomstig artikel 2.1.6, eerste lid, van de VCRO, treedt het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen of het beleidskader in werking veertien dagen na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad. Overeenkomstig artikel 2.1.6, tweede lid, van de VCRO, stuurt de Vlaamse Regering een afschrift van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen of het beleidskader en van het vaststellingsbesluit naar elke gemeente, waar die documenten kunnen worden ingezien. Bij een herziening publiceert de Vlaamse Regering binnen zestig dagen na de inwerkingtreding een gecoördineerde versie van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen of het beleidskader op de website van het departement. Afdeling
- - Omschrijving of aanduiding van onderdelen van provinciale of gemeentelijke beleidskaders of ruimtelijke structuurplannen die niet langer geldig zijn Art. 13.Als de Vlaamse Regering, met toepassing van artikel 2.1.5, § 2, tweede lid, van de VCRO, ter gelegenheid van de definitieve vaststelling van een Beleidsplan Ruimte Vlaanderen of een beleidskader van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen onderdelen van provinciale of gemeentelijke beleidskaders omschrijft of aanduidt die niet meer geldig zijn, moet ze de intentie daarvoor aan de betrokken provincies of gemeenten individueel kenbaar hebben gemaakt vóór de aanvang van het openbaar onderzoek, of de betrokken provincieraden of gemeenteraden daarover om advies gevraagd hebben voorafgaand aan de definitieve vaststelling, met inachtname van een adviestermijn van zestig dagen. In het eerste geval nodigt ze bij de kennisgeving de betrokken provincies of gemeenten uit om zich over de kwestie uit te spreken in een advies overeenkomstig artikel 10 van dit besluit. De werkwijze, vermeld in het eerste lid, wordt ook toegepast als de Vlaamse Regering, met toepassing van artikel 214, § 2, eerste lid, van het decreet van 8 december 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom. 02/03/1999 pub. 08/04/1999 numac 1999035415 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende het beleid en het beheer van de zeehavens sluiten0 houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving, onderdelen van provinciale of gemeentelijke ruimtelijke structuurplannen omschrijft of aanduidt die niet meer geldig zijn. Afdeling
- - Opheffing van een of meer beleidskaders Onderafdeling
- -
Art. 14
.Deze afdeling is van toepassing als de Vlaamse Regering een of meer beleidskaders integraal opheft. De opheffing mag nooit tot gevolg hebben dat het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen geen beleidskaders meer omvat. Onderafdeling
- - Raadpleging van de strategische adviesraden en van de provincie- en gemeentebesturen over het voornemen om een beleidskader op te heffen Art. 15.De Vlaamse Regering vraagt de strategische adviesraden, vermeld in artikel 4, § 1, om advies over het voornemen om een beleidskader op te heffen. Het advies wordt verleend binnen zestig dagen na de betekening van de adviesvraag. Als er geen advies is verleend binnen die termijn, mag aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan. Art. 16.De Vlaamse Regering vraagt de deputaties en de colleges van burgemeester en schepenen om advies over het voornemen om een beleidskader op te heffen. Het advies wordt verleend binnen zestig dagen na de betekening van de adviesvraag. Als er geen advies is verleend binnen die termijn, mag aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan. Onderafdeling
- - Voorlopige vaststelling van de opheffing van een beleidskader, openbaar onderzoek en adviezen Art. 17.Artikel 7 tot en met 11 zijn van overeenkomstige toepassing bij de opheffing van een beleidskader, met uitzondering van artikel
- Onderafdeling
- - Definitieve vaststelling van de opheffing van een beleidskader, publicatie en inwerkingtreding Art. 18.§
- De Vlaamse Regering stelt de opheffing van het beleidskader definitief vast binnen honderdvijftig dagen, of tweehonderdtien dagen bij verlenging van de termijn als vermeld in artikel 11, § 2, tweede lid, na de einddatum van het openbaar onderzoek. Als de opheffing niet definitief vastgesteld wordt binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, vervalt de voorlopig vastgestelde opheffing. §
- De Vlaamse Regering maakt de definitieve vaststelling van de opheffing van het beleidskader binnen zestig dagen na de definitieve vaststelling bekend door : 1° een bekendmaking bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad, met vermelding van de publicatie, vermeld in punt 2° ;2° een integrale publicatie van het opheffingsbesluit op de website van het departement. De opheffing van het beleidskader heeft uitwerking veertien dagen na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. De Vlaamse Regering stuurt een afschrift van het opheffingsbesluit naar elke gemeente, waar het kan worden ingezien. HOOFDSTUK
- - Opmaak en herziening van een provinciaal beleidsplan ruimte Afdeling
- - Procesinformatie Art. 19.Overeenkomstig artikel 2.1.9, derde lid, van de VCRO, houdt de deputatie procesinformatie bij over de opmaak en herziening van het provinciaal beleidsplan ruimte. De procesinformatie kan geraadpleegd worden op de website van de provincie. De procesinformatie heeft betrekking op het doorlopen en nog te doorlopen proces en omvat minstens, telkens als dat van toepassing is : 1° de datum van inwerkingtreding van het geldende provinciaal beleidsplan ruimte en van eventueel afzonderlijk vastgestelde of herziene beleidskaders;2° de datum van opheffing van beleidskaders;3° de vermelding dat de opmaak of herziening van het provinciaal beleidsplan ruimte of van een afzonderlijk vast te stellen of te herzien beleidskader lopend is;4° de vermelding dat de opheffing van een beleidskader lopend is;5° de doorverwijzing naar onderzoeken of effectbeoordelingen die het provinciaal beleidsplan ruimte dat in opmaak of van kracht is, of het beleidskader onderbouwen, of die dienen als informatie bij de besluitvorming;6° een overzicht van het gevoerde informatie-, inspraak- en participatietraject;7° duiding, in algemene zin, van de reacties tijdens of naar aanleiding van de meest recente inspraak- en participatie-initiatieven en het gevolg dat eraan is gegeven;8° toekomstige informatie-, inspraak- en participatie-initiatieven;9° de doorverwijzing naar monitorings- en evaluatie-initiatieven. Afdeling
- - Gezamenlijke opmaak of herziening van een strategische visie en een of meer beleidskaders, of afzonderlijke opmaak of herziening van een of meer beleidskaders Onderafdeling
- -
Art. 20
.Deze afdeling is van toepassing als de provincie : 1° in hetzelfde proces een strategische visie en een of meer beleidskaders opmaakt;2° in hetzelfde proces een strategische visie en een of meer beleidskaders herziet."Provinciaal beleidsplan ruimte" moet dan gelezen worden als "herziening van het provinciaal beleidsplan ruimte"; 3° een of meer beleidskaders afzonderlijk opmaakt nadat al een provinciaal beleidsplan ruimte is vastgesteld;4° een of meer beleidskaders afzonderlijk herziet."Beleidskader" moet dan gelezen worden als "herziening van het beleidskader". De strategische visie, vermeld in het eerste lid, kan niet afzonderlijk worden herzien. De opheffing van delen van een beleidskader wordt gelijkgesteld met een herziening van een beleidskader. Onderafdeling
- - Opmaak van een voorontwerp van provinciaal beleidsplan ruimte of van een voorontwerp van beleidskader Art. 21.§
- De deputatie informeert de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening over de opmaak van een voorontwerp van provinciaal beleidsplan ruimte of van een voorontwerp van beleidskader. Ze doet dat uiterlijk op het moment dat ze beschikt over een conceptnota voor het provinciaal beleidsplan ruimte of voor het beleidskader. §
- De deputatie raadpleegt de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening over de opmaak van een voorontwerp van provinciaal beleidsplan ruimte of van een voorontwerp van beleidskader. De raadpleging kan verschillende vormen aannemen en op verschillende tijdstippen in het opmaakproces plaatsvinden. De deputatie vraagt de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening minstens advies over : 1° de conceptnota voor het provinciaal beleidsplan ruimte of voor het beleidskader;2° een voorontwerp van provinciaal beleidsplan ruimte of een voorontwerp van beleidskader, in de laatste fase vóór de voorlopige vaststelling van het provinciaal beleidsplan ruimte of het beleidskader, vermeld in artikel
- Het advies wordt telkens verleend binnen zestig dagen na de ontvangst van de adviesvraag. Bij gebrek aan advies binnen die termijn mag aan de adviesvereiste worden voorbijgegaan. §
- De deputatie bezorgt de conceptnota voor het provinciaal beleidsplan ruimte of voor het beleidskader ook aan de provincieraad. Art. 22.De deputatie informeert het departement en de gemeentebesturen over de opmaak van een voorontwerp van provinciaal beleidsplan ruimte of van een voorontwerp van beleidskader. Ze doet dat uiterlijk op het moment dat ze beschikt over een conceptnota voor het provinciaal beleidsplan ruimte of voor het beleidskader. De deputatie overlegt met het departement en de gemeentebesturen over de opmaak van een voorontwerp van provinciaal beleidsplan ruimte of van een voorontwerp van beleidskader. Het overleg kan verschillende vormen aannemen en op verschillende tijdstippen in het opmaakproces plaatsvinden. Het overleg kan gebeuren op ambtelijk niveau. De deputatie biedt het departement en de colleges van burgemeester en schepenen echter minstens de mogelijkheid om schriftelijk, analoog of digitaal, al dan niet via een gemachtigde, te reageren op : 1° de conceptnota voor het provinciaal beleidsplan ruimte of voor het beleidskader;2° een voorontwerp van provinciaal beleidsplan ruimte of een voorontwerp van beleidskader, in de laatste fase vóór de voorlopige vaststelling van het provinciaal beleidsplan ruimte of het beleidskader, vermeld in artikel
- Art. 23.§
- De deputatie informeert het publiek over de opmaak van een voorontwerp van provinciaal beleidsplan ruimte of van een voorontwerp van beleidskader. Ze doet dat uiterlijk op het moment dat ze beschikt over een conceptnota voor het provinciaal beleidsplan ruimte of voor het beleidskader. De opmaak wordt bekendgemaakt via : 1° een bericht in het gemeentelijke infoblad van elke gemeente in de provincie of, bij gebrek aan een dergelijk infoblad of aan een tijdige verschijning ervan, een aanplakking of digitale affichage van het bericht;2° een bericht in het Belgisch Staatsblad;3° een bericht in ten minste drie dag- of weekbladen die in de provincie worden verspreid, of in een set van regionale bladen waarvan de verdeling samen het volledige grondgebied van de provincie bestrijkt;4° een bericht op de website van de provincie en op de website van elke gemeente in de provincie. Het bericht bevat : 1° een beknopte toelichting;2° informatie over de eerstvolgende inspraak- en participatie-initiatieven, met vermelding van de wijze waarop, waar en wanneer het publiek reacties op de conceptnota kenbaar kan maken;3° een verwijzing naar de webpagina met de procesinformatie, vermeld in artikel 19, met de vermelding dat toekomstige inspraak- en participatie-initiatieven daar aangekondigd zullen worden. §
- De deputatie raadpleegt het publiek over de opmaak van een voorontwerp van provinciaal beleidsplan ruimte of van een voorontwerp van beleidskader. De raadpleging kan verschillende vormen aannemen en op verschillende tijdstippen in het opmaakproces plaatsvinden. De deputatie biedt minstens de mogelijkheid om schriftelijk, analoog of digitaal, te reageren op de conceptnota voor het provinciaal beleidsplan ruimte of voor het beleidskader. De deputatie publiceert daarvoor de conceptnota integraal op de website van de provincie en stuurt een analoge versie naar elke gemeente. De conceptnota kan op het gemeentehuis geraadpleegd worden op een manier die voor iedereen toegankelijk is. Onderafdeling
- - Voorlopige vaststelling van het provinciaal beleidsplan ruimte of van het beleidskader, openbaar onderzoek en adviezen Art. 24.Overeenkomstig artikel 2.1.8, § 2, eerste lid, 4°, van de VCRO, stelt de provincieraad het provinciaal beleidsplan ruimte of het beleidskader voorlopig vast. Art. 25.§
- Overeenkomstig artikel 2.1.8, § 2, eerste lid, 3°, van de VCRO, onderwerpt de deputatie het ontwerp van provinciaal beleidsplan ruimte of het ontwerp van beleidskader aan een openbaar onderzoek dat binnen zestig dagen na de voorlopige vaststelling, vermeld in artikel 24 van dit besluit, minstens wordt aangekondigd door : 1° een bericht in het gemeentelijke infoblad van elke gemeente in de provincie of, bij gebrek aan een dergelijk infoblad of aan een tijdige verschijning ervan, een aanplakking of digitale affichage van het bericht;2° een bericht in het Belgisch Staatsblad;3° een bericht in ten minste drie dag- of weekbladen die in de provincie worden verspreid, of in een set van regionale bladen waarvan de verdeling samen het volledige grondgebied van de provincie bestrijkt;4° een bericht op de website van de provincie en op de website van elke gemeente in de provincie. De aankondiging, vermeld in het eerste lid, bevat of vermeldt minstens : 1° een beknopte toelichting;2° de plaats waar het ontwerp van provinciaal beleidsplan ruimte of het ontwerp van beleidskader geraadpleegd kan worden;3° de begin- en einddatum van het openbaar onderzoek;4° de plaats, de datum en het uur waarop de informatie- en inspraakvergaderingen, vermeld in artikel 26, zullen plaatsvinden;5° de wijze waarop, waar en wanneer het publiek reacties kenbaar kan maken;6° een verwijzing naar de webpagina met de procesinformatie, vermeld in artikel
- §
- Het openbaar onderzoek start uiterlijk op de zestigste dag na de datum van bekendmaking van de aankondiging in het Belgisch Staatsblad. §
- Het openbaar onderzoek duurt negentig dagen. Tijdens het openbaar onderzoek kan het ontwerp van provinciaal beleidsplan ruimte of het ontwerp van beleidskader geraadpleegd worden op de website van de provincie en in het gemeentehuis van elke gemeente in de provincie op een manier die voor iedereen toegankelijk is. De deputatie stuurt daarvoor een analoge versie naar elke gemeente. §
- Reacties worden uiterlijk de laatste dag van het openbaar onderzoek schriftelijk, analoog of digitaal, aan de deputatie bezorgd op het adres dat opgenomen is in de aankondiging, vermeld in paragraaf
- De reacties kunnen ook uiterlijk de laatste dag van het openbaar onderzoek op het gemeentehuis van elke gemeente in de provincie worden afgegeven tegen ontvangstbewijs. De gemeente bezorgt de reacties in dat geval uiterlijk binnen een week na het openbaar onderzoek aan de deputatie. Met reacties die laattijdig aan de deputatie worden bezorgd, moet geen rekening worden gehouden. Art. 26.De deputatie organiseert tijdens de eerste helft van het openbaar onderzoek ten minste twee informatie- en inspraakvergaderingen op verschillende plaatsen in de provincie. Art. 27.De Vlaamse Regering en de gemeenteraden van de gemeenten in de provincie kunnen uiterlijk de laatste dag van het openbaar onderzoek een schriftelijk advies over het ontwerp van provinciaal beleidsplan ruimte of het ontwerp van beleidskader bezorgen aan de deputatie. Art. 28.§
- De deputatie bezorgt het ontwerp van provinciaal beleidsplan ruimte of het ontwerp van beleidskader vóór de start van het openbaar onderzoek aan de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening. §
- De deputatie brengt binnen zestig dagen na het einde van het openbaar onderzoek verslag uit over het openbaar onderzoek bij de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening. De deputatie kan de termijn, vermeld in het eerste lid, verlengen met zestig dagen. §
- Binnen negentig dagen, of honderdvijftig dagen bij verlenging van de termijn als vermeld in paragraaf 2, tweede lid, na de einddatum van het openbaar onderzoek kan de provinciale commissie voor ruimtelijke ordening een standpunt uitbrengen over het ontwerp en het gevolg dat het best gegeven kan worden aan de reacties uit het openbaar onderzoek. Onderafdeling
- - Definitieve vaststelling van het provinciaal beleidsplan ruimte of van het beleidskader, publicatie en inwerkingtreding Art. 29.§
- Overeenkomstig artikel 2.1.8, § 2, eerste lid, 4°, van de VCRO, stelt de provincieraad het provinciaal beleidsplan ruimte of het beleidskader definitief vast binnen honderdvijftig dagen, of tweehonderdtien dagen bij verlenging van de termijn als vermeld in artikel