Wet tot hervorming van de vennootschapsbelasting
Kort samengevat
Deze wet regelt een hervorming van de vennootschapsbelasting, met als specifiek doel de gedeeltelijke omzetting van Europese richtlijnen ter bestrijding van belastingontwijkingspraktijken. Het introduceert nieuwe definities en regels met betrekking tot "hybridemismatches" en de terugbetaling van kapitaal.
Wat het regelt
- De gedeeltelijke omzetting van EU-richtlijnen tegen belastingontwijking (richtlijn (EU) 2016/1164 en richtlijn (EU) 2017/952).
- De definitie van "hybridemismatch", "hybride-entiteit" en "hybrideoverdracht" in het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.
- De manier waarop terugbetalingen van maatschappelijk kapitaal en uitgiftepremies fiscaal worden behandeld.
- De berekening van het deel van terugbetalingen dat wordt toegerekend aan gestort kapitaal versus reserves.
Wie het aanbelangt
- Binnenlandse vennootschappen en Belgische inrichtingen.
- Buitenlandse ondernemingen of vestigingen daarvan, vooral in relatie tot "geassocieerde ondernemingen" en "gestructureerde regelingen".
Kernpunten
- Een "hybridemismatch" ontstaat wanneer een regeling leidt tot aftrekbare kosten in één land, maar zonder dat deze inkomsten belastbaar zijn in een ander land.
- Er is sprake van een hybridemismatch tussen geassocieerde ondernemingen die deel uitmaken van dezelfde onderneming of handelen in een gestructureerde regeling.
- Geassocieerde ondernemingen zijn onder meer entiteiten met een directe of indirecte deelname van 50% of meer in stemrecht, kapitaal of winstrecht; voor financiële instrumenten is dit 25%.
- Terugbetalingen van kapitaal en uitgiftepremies worden verhoudingsgewijs toegerekend aan gestort kapitaal en reserves, volgens een specifieke formule.
Wettekst
Wet tot hervorming van de vennootschapsbelasting (1) FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij be
artikel 74 van de grondwet. TITEL
- - Hervorming van de vennootschapsbelasting HOOFDSTUK
- - Wijzigingen van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992 Art. 2.Dit hoofdstuk heeft
zonderheid de gedeeltelijke omzetting tot doel van richtlijn (EU) 2016/1164 van de Raad van 12 juli 2016 tot vaststelling van regels ter bestrijding van belastingontwijkingspraktijken welke rechtstreeks van
vloed zijn op de werking van de
terne markt en de omzetting van richtlijn (EU) 2017/952 van de Raad van 29 mei 2017 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2016/1164 wat betreft hybridemismatches met derde landen. Art. 3.Artikel 2, § 1, van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992, vervangen bij wet van 10 augustus 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/2001 pub. 20/09/2001 numac 2001003402 bron ministerie van financien Wet houdende hervorming van de personenbelasting type wet prom. 10/08/2001 pub. 29/11/2002 numac 2002015034 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Slovenië tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting
zake belastingen naar het
komen en naar het vermogen, ondertekend te Ljubljana op 22 juni 1998
hoofde van een binnenlandse vennootschap of een Belgische
richting en van een buitenlandse onderneming of een vestiging daarvan, of
hoofde van een van deze actoren, maar zonder dat,
dit geval, met deze uitgaven
komsten overeenstemmen die deel uitmaken van de belastbare
komsten van de verkrijger. Er kan slechts sprake zijn van een hybridemismatch tussen een binnenlandse vennootschap of een Belgische
richting enerzijds en een buitenlandse onderneming of een vestiging daarvan anderzijds wanneer het geassocieerde ondernemingen zijn, die deel uitmaken van dezelfde onderneming of die handelen
het kader van een gestructureerde regeling. Een binnenlandse vennootschap of een Belgische
richting, en een buitenlandse onderneming of een vestiging daarvan zijn geassocieerde ondernemingen : - wanneer de buitenlandse onderneming een entiteit is waarin de binnenlandse vennootschap of de Belgische
richting rechtstreeks of onrechtstreeks een deelname van 50 pct. of meer bezit
zake het stemrecht of het kapitaal of die gerechtigd is tot ontvangst van 50 pct. of meer van de winst van die entiteit; of - wanneer de buitenlandse onderneming of de vestiging daarvan een natuurlijke persoon of een entiteit is die rechtstreeks of onrechtstreeks een deelname van 50 pct. of meer bezit
zake het stemrecht of het kapitaal van de binnenlandse vennootschap, of die gerechtigd is tot ontvangst van 50 pct. of meer van de winst van de binnenlandse vennootschap; of - wanneer een natuurlijke persoon of een entiteit rechtstreeks of onrechtstreeks een deelname van 50 pct. of meer bezit
zake het stemrecht of het kapitaal van de binnenlandse vennootschap en van de buitenlandse onderneming; of - wanneer de binnenlandse vennootschap, of de Belgische
richting, en de buitenlandse onderneming, of de vestiging daarvan, deel uitmaken van dezelfde geconsolideerde groep
zake de financiële boekhouding; of - wanneer de ene een
vloed van betekenis uitoefent op het beheer van de andere.
geval van een regeling waarbij een betaling uit hoofde van een financieel
strument betrokken is, wordt de bovengenoemde drempel van 50 pct. teruggebracht tot 25 pct. Een persoon die met betrekking tot de stemrechten of het kapitaalbezit van een entiteit samen met een andere persoon optreedt, wordt tevens beschouwd als houder van een deelneming
alle stemrechten of het volledige kapitaalbezit dat die andere persoon of personen
de genoemde entiteit hebben. Een geconsolideerde groep
zake financiële boekhouding is een groep die bestaat uit alle entiteiten die volledig zijn opgenomen
een geconsolideerde jaarrekening, opgesteld overeenkomstig de
ternationale standaarden voor financiële rapportering of het nationale systeem voor financiële rapportering van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte. Een binnenlandse vennootschap of een Belgische
richting en een buitenlandse onderneming of een vestiging daarvan, maken deel uit van dezelfde onderneming wanneer de ene een Belgische of vaste
richting vormt van de andere of wanneer ze beiden Belgische of vaste
richtingen vormen van dezelfde onderneming. Een binnenlandse vennootschap of een Belgische
richting en een buitenlandse onderneming of een vestiging daarvan, handelen
het kader van een gestructureerde regeling wanneer ze handelen
het kader van een regeling die voor elk van hen tot een aftrek leidt, of tot een aftrek voor de ene die gepaard gaat met een niet-belasting voor de andere, en waarbij de waardering van deze uitwerking reeds
de voorwaarden van de regeling is geïntegreerd, of wanneer ze handelen
het kader van een regeling die zodanig werd opgezet om tot zulk resultaat te leiden, tenzij niet redelijkerwijze van de binnenlandse vennootschap of de Belgische
richting of van de buitenlandse onderneming of de vestiging daarvan kan worden verwacht dat ze op de hoogte is van het bestaan van die uitwerking en ze er geen voordeel uit gehaald heeft. Er kan geen sprake zijn van een hybridemismatch die aanleiding geeft tot een aftrek
hoofde van een van de actoren samen met een niet-belasting
hoofde van een andere actor wanneer de afwezigheid van belasting voor deze laatste enkel te wijten is aan het belastingstelsel dat afwijkt van het gemeen recht dat op hem van toepassing is of aan de verschillen
de aan een betaling toegekende waarde, onder meer door de toepassing van verrekenprijzen. 17° Hybride-entiteit Onder hybride-entiteit wordt verstaan elke entiteit of regeling die krachtens de wetgeving van een rechtsgebied als een belastbare entiteit wordt beschouwd en waarvan de
komsten of de uitgaven krachtens de wetgeving van een ander rechtsgebied als de
komsten of de uitgaven van een of meer andere personen worden beschouwd. 18° Hybrideoverdracht Onder hybrideoverdracht wordt verstaan elke regeling voor het overdragen van een financieel
strument waarbij de onderliggende opbrengst van het overgedragen financieel
strument voor belastingdoeleinden wordt behandeld alsof deze tegelijkertijd is verkregen door meer dan een van de partijen bij die regeling.". Art. 4.
artikel 18 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 28 juli 1992 en 20 maart 1996, bij het koninklijk besluit van 20 december 1996 en van de wetten van 22 december 1998, 10 maart 1999, 24 december 2002, 15 december 2004, 27 december 2005, 31 januari 2006, 22 december 2009, 28 juli 2011, 10 augustus 2015, 26 december 2015 en 25 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het eerste lid worden de bepalingen onder 2° en 2° bis vervangen als volgt : "2° gehele of gedeeltelijke terugbetalingen van maatschappelijk kapitaal, met uitzondering van het gedeelte van de terugbetaling dat overeenkomstig het tweede lid is aangerekend op het gestort kapitaal of op de
2° bis bedoelde bedragen die met gestort kapitaal zijn gelijkgesteld, naar aanleiding van een terugbetaling van kapitaal verkregen ter uitvoering van een regelmatige beslissing tot vermindering van het maatschappelijk kapitaal, overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen of overeenkomstig bepalingen van het vennootschapsrecht van toepassing op de buitenlandse vennootschap; 2° bis gehele of gedeeltelijke terugbetalingen van uitgiftepremies en van bedragen waarop ter gelegenheid van de uitgifte van winstbewijzen is
geschreven, met uitzondering van terugbetalingen van bedragen die met gestort kapitaal worden gelijkgesteld ter uitvoering van een regelmatige beslissing van de algemene vergadering genomen overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen die van toepassing zijn op statutenwijzigingen of overeenkomstig de bepalingen van het vennootschapsrecht dat van toepassing is op de buitenlandse vennootschap,
de mate dat deze terugbetalingen overeenkomstig het tweede lid zijn aangerekend op het gestort kapitaal of op de voormelde bedragen die met gestort kapitaal zijn gelijkgesteld;"; 2° tussen het eerste lid en het tweede lid, dat het achtste lid wordt, worden zes leden
gevoegd, luidende : "Onverminderd de toepassing van artikel 537, en voor de toepassing van het eerste lid, 2° en 2° bis, worden de terugbetalingen van gestort kapitaal en de terugbetalingen van met gestort kapitaal gelijkgestelde uitgiftepremies en bedragen waarop ter gelegenheid van de uitgifte van winstbewijzen is
geschreven, geacht verhoudingsgewijs voort te komen : - uit het totaalbedrag gevormd door het gestort kapitaal en, naargelang het geval, door de voormelde ermee gelijkgestelde bedragen en, - uit het totaal van de belaste reserves en van de vrijgestelde reserves, waarbij de aanrekening op de reserves geacht wordt uitsluitend plaats te vinden, eerst op de
het kapitaal geïncorporeerde belaste reserves, dan op de niet
het kapitaal geïncorporeerde belaste reserves en tenslotte op de
het kapitaal geïncorporeerde vrijgestelde reserves.Wanneer het bedrag van het gestort kapitaal, of van de met gestort kapitaal gelijkgestelde uitgiftepremies of winstbewijzen, die het onderwerp uitmaken van een terugbetaling, ontoereikend is om het deel dat verhoudingsgewijs betrekking heeft op ieder van deze categorieën aan te rekenen, wordt het saldo eerst aangerekend op de met gestort kapitaal gelijkgestelde uitgiftepremies, daarna op de met gestort kapitaal gelijkgestelde winstbewijzen
het geval van onvoldoende gestort kapitaal, vervolgens op het gestort kapitaal
geval van onvoldoende met gestort kapitaal gelijkgestelde uitgiftepremies of winstbewijzen en tenslotte van een van deze laatste categorieën op de overige categorie voor het eventuele saldo. Onverminderd de toepassing van het vijfde lid wordt de
het tweede lid bedoelde pro rata verkregen overeenkomstig een percentage dat de verhouding uitdrukt tussen : - enerzijds,
de teller, de som van het gestort kapitaal, de uitgiftepremies en de winstbewijzen, die met gestort kapitaal worden gelijkgesteld, en, - anderzijds,
de noemer, de som van de belaste reserves, de
het kapitaal geïncorporeerde vrijgestelde reserves en het bedrag bepaald
de teller. Voor de toepassing van het derde lid wordt het bedrag van de reserves bepaald op het einde van het belastbare tijdperk dat voorafgaat aan datgene waarin de terugbetaling van de
het eerste lid, 2° en 2° bis, bedoelde bedragen is verricht, verminderd met het bedrag van de tijdens het belastbare tijdperk en ten laatste op de datum waarop deze terugbetaling is verricht, uitgekeerde tussentijdse dividenden. Om de pro rata bedoeld
het tweede en derde lid te bepalen, wordt geen rekening gehouden met : - de negatieve belaste reserves, andere dan het overgedragen verlies en andere dan deze die naar aanleiding van een terugbetaling van kapitaal of van hierboven bedoelde met gestort kapitaal gelijkgestelde bedragen, zijn aangelegd; - de vrijgestelde reserves bedoeld
artikel 44, § 1, 1°, en andere vrijgestelde reserves die niet
het kapitaal zijn geïncorporeerd; - de vrijgestelde reserves bedoeld
artikel 44, § 1, 1°, die
het kapitaal zijn geïncorporeerd,
de mate dat ze niet uitgekeerd kunnen worden; - de vrijgestelde reserves, die
geval van fusie, splitsing, met fusie door overneming gelijkgestelde verrichting of met splitsing gelijkgestelde verrichting als vermeld
artikel 211, § 1,
kapitaal worden heraangelegd wanneer de
breng niet volledig wordt vergoed met nieuwe aandelen als bedoeld
artikel 211, § 2, derde lid, omdat de overnemende of verkrijgende vennootschappen
bezit zijn van aandelen van de overgenomen of gesplitste vennootschap; - de reserves bedoeld
de artikelen 24, eerste lid, 4°, 184quater en 541; - de wettelijke reserve ten belope van het wettelijk minimum; - de onbeschikbare reserves voor eigen aandelen en voor eigen winstbewijzen binnen de grenzen als bepaald
artikel 620, § 1, 2°, van het Wetboek van vennootschappen; - de voorzieningen voor risico's en kosten en waardeverminderingen, al dan niet vrijgesteld overeenkomstig de artikelen 48, 194 en 194bis; - of voor buitenlandse vennootschappen, de
gelijkaardige bepalingen naar buitenlands recht bedoelde reserves of voorzieningen. De onaantastbaarheidsvoorwaarde bedoeld
artikel 190, wordt niet langer als voldaan geacht
de mate dat de vermindering op de vrijgestelde reserves is aangerekend. Niettegenstaande het bepaalde
het tweede tot zesde lid wordt, wanneer de
het eerste lid, 2° en 2° bis, bedoelde beslissing van de algemene vergadering een wijze van aanrekening van vermindering van het eigen vermogen voorziet die zowel op het gestort kapitaal als, naargelang het geval, op de ermee gelijkgestelde bedragen, alsook op andere dan
het vierde lid bedoelde reserves betrekking heeft, die als zodanig wordt geboekt en die leidt tot de bepaling van een bedrag aan dividenden gelijk aan of hoger dan het bedrag aan dividenden dat zou voortvloeien uit een vermindering van gestort kapitaal of van ermee gelijkgestelde bedragen voor eenzelfde totaal bedrag, waarop de
het tweede tot zesde lid bedoelde regels zouden zijn toegepast het bedrag van de dividenden op basis van de voormelde beslissing bepaald."; 3°
het vroegere tweede lid, dat het achtste lid wordt, worden de volgende wijzigingen aangebracht : -
de
leidende zin worden de woorden "Als voorschot wordt beschouwd, elke al dan niet door effecten vertegenwoordigde geldlening verstrekt door een natuurlijk persoon aan een vennootschap waarin hij aandelen bezit of door een persoon aan een vennootschap" vervangen door de woorden "Als voorschot
de zin van het eerste lid, 4°, wordt beschouwd, elke al dan niet door effecten vertegenwoordigde vordering van een natuurlijk persoon op een vennootschap waarvan hij aandelen bezit of van een persoon op een vennootschap" en worden de woorden "elke geldlening verstrekt aan die vennootschap, door" vervangen door de woorden "elke vordering op die vennootschap van"; -
de bepaling onder de 2° worden de woorden "geldleningen aan" vervangen door de woorden "vorderingen op"; -
de bepaling onder 3° worden de woorden "geldleningen verstrekt door" vervangen door de woorden "vorderingen van". Art. 5.
artikel 24, derde lid, van hetzelfde Wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden "slechts tot 75 pct.
aanmerking genomen." worden vervangen door de woorden "slechts tot het overeenkomstig artikel 198bis, eerste lid, 2°, bepaalde tarief
aanmerking genomen"; 2° de woorden "overeenkomstig artikel 198bis, eerste lid, 2°, " worden vervangen door de woorden "overeenkomstig artikel 66, § 1, vierde lid". Art. 6.
artikel 27, derde lid, van hetzelfde Wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden "slechts tot 75 pct.
aanmerking genomen" worden vervangen door de woorden "slechts tot het overeenkomstig artikel 198bis, eerste lid, 2°, bepaalde tarief
aanmerking genomen"; 2° de woorden "overeenkomstig artikel 198bis, eerste lid, 2°, " worden vervangen door de woorden "overeenkomstig artikel 66, § 1, vierde lid,". Art. 7.
artikel 36, § 2, van hetzelfde Wetboek,
gevoegd bij de wet van 28 december 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de
ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het
ternationaal Verdrag ter oprichting van een
ternationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten6 en gewijzigd bij de wetten van 29 maart 2012 en 21 december 2013, worden, tussen het achtste en het negende lid, dat het twaalfde lid wordt, drie leden
gevoegd, luidende : "
dien een vanaf 1 januari 2018 aangekocht oplaadbaar hybridevoertuig uitgerust is met een elektrische batterij die een energiecapaciteit heeft van minder dan 0,5 kWh per 100 kilogram van het wagengewicht of een uitstoot heeft van meer dan 50 gram CO2 per kilometer, is de
aanmerking te nemen uitstoot van het betrokken voertuig gelijk aan deze van het overeenstemmende voertuig dat voorzien is van een motor die uitsluitend gebruik maakt van dezelfde brandstof.
dien er geen overeenstemmend voertuig bestaat dat uitsluitend voorzien is van een motor die gebruik maakt van dezelfde brandstof, wordt de uitstootwaarde vermenigvuldigd met 2,5. Onder oplaadbaar hybridevoertuig wordt verstaan het
artikel 65 bedoelde voertuig dat zowel is uitgerust met een brandstofmotor als een elektrische batterij die opgeladen kan worden via een aansluiting op een externe energiebron buiten het voertuig. De Koning kan bepalen wat moet worden verstaan onder overeenstemmend voertuig. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad, de
het negende lid bedoelde minimale energiecapaciteit verhogen tot maximaal 2,1 kWh per 100 kilogram van het wagengewicht.". Art. 8.
artikel 53, 6°, van hetzelfde Wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden "administratieve geldboeten opgelegd door overheden, zelfs wanneer deze geldboeten niet het karakter van een strafrechtelijke sanctie hebben en zelfs wanneer hun bedrag is berekend op basis van een aftrekbare belasting,"
gevoegd tussen de woorden "transactionele geldboeten," en het woord "verbeurdverklaringen"; 2° de bepaling onder 6° wordt aangevuld met de woorden ", alsook verhogingen van sociale bijdragen;". Art. 9.
artikel 55 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 28 juli 1992, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) het eerste lid wordt vervangen als volgt : "
teresten van obligaties, leningen, schulden, deposito's en andere effecten ter vertegenwoordiging van leningen worden slechts als beroepskosten aangemerkt
zover ze niet hoger zijn dan een bedrag dat overeenstemt met : 1° voor
teresten van niet-hypothecaire leningen zonder welbepaalde looptijd, andere dan deze betaald aan verbonden vennootschappen
het kader van een raamovereenkomst voor gecentraliseerd thesauriebeheer binnen een
artikel 198, § 4, vijfde lid, bedoelde groep : de door de Nationale Bank van België bekendgemaakte MFI rentevoet voor leningen voor een bedrag tot 1 000 000 euro met variabel tarief en
itiële rentebepaling tot een jaar verstrekt aan niet-financiële vennootschappen gesloten
de maand november van het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de
teresten betrekking hebben, verhoogd met 2,5 pct.; 2° voor andere dan
1° bedoelde
teresten : de overeenkomstig de marktrente geldende rentevoet, rekening houdende met de bijzondere gegevens eigen aan de beoordeling van het aan de verrichting verbonden risico en
zonderheid met de financiële toestand van de schuldenaar en met de looptijd van de lening."; b) de
leidende zin van het tweede lid wordt vervangen als volgt : "Voor de toepassing van het eerste lid, 2°, is de
aanmerking te nemen rentevoet :". Art. 10.
artikel 64ter van hetzelfde Wetboek,
gevoegd bij de programma wet van 8 juni 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de
ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het
ternationaal Verdrag ter oprichting van een
ternationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten2 en gewijzigd bij de wet van 27 maart 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het eerste lid wordt de bepaling onder 1° opgeheven;2° het tweede lid wordt opgeheven;3°
het vroegere derde lid, dat het tweede lid is geworden, worden de woorden "1° en" en de woorden "of van de
het tweede lid bedoelde voertuigen" opgeheven;4° het vroegere vierde lid wordt opgeheven;5°
het vroegere vijfde lid, dat het derde lid is geworden, worden de woorden "en van de
het tweede lid bedoelde voertuigen" en de woorden "en die voertuigen" opgeheven. Art. 11.
artikel 66 van hetzelfde Wetboek, vervangen door de wet van 6 juli 1994 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000 en bij de wetten van 10 augustus 2001, 27 december 2005, 22 december 2008, 23 december 2009 en 28 december 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt : " § 1.Beroepskosten met betrekking tot het gebruik van de
artikel 65 bedoelde voertuigen zijn slechts aftrekbaar tot het overeenkomstig artikel 198bis bepaalde tarief van aftrekbaarheid, met een minimum van 75 pct. voor de gedane of gedragen beroepskosten met betrekking tot het gebruik van vóór 1 januari 2018 aangeschafte voertuigen."; 2° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt : " § 1.Beroepskosten met betrekking tot het gebruik van de
artikel 65 bedoelde voertuigen zijn slechts binnen de volgende grenzen aftrekbaar : 1° 40 pct.
dien ze een uitstoot hebben van 200 gram CO2 per kilometer of meer; 2° een tarief vastgesteld door toepassing van de volgende formule
alle andere gevallen : 120 pct.- (0,5 pct. * coëfficiënt * aantal gram CO2 per kilometer), waarbij de coëfficiënt wordt vastgesteld op 1 voor voertuigen met een dieselmotor en op 0,95 voor voertuigen met een andere motor. Wanneer het voertuig is uitgerust met een aardgasmotor en een belastbaar vermogen heeft van minder dan 12 fiscale paardenkracht wordt de coëfficiënt verder verlaagd tot 0,90. Het overeenkomstig het eerste lid, 2°, vastgestelde tarief kan niet lager zijn dan 50 pct., noch hoger zijn dan 100 pct. en bedraagt minimum 75 pct. voor de met betrekking tot het gebruik van vóór 1 januari 2018 aangeschafte voertuigen.
dien het
artikel 65 bedoelde voertuig een oplaadbaar hybridevoertuig is als bedoeld
artikel 36, § 2, tiende lid, dat uitgerust is met een elektrische batterij die een energiecapaciteit heeft van minder dan 0,5 kWh per 100 kilogram van het wagengewicht of een uitstoot heeft van meer dan 50 gram CO2 per kilometer, dan is het
het eerste lid bedoelde
aanmerking te nemen CO2-uitstootgehalte gelijk aan dit van het overeenstemmende voertuig dat uitsluitend voorzien is van een motor die gebruik maakt van dezelfde brandstof.
dien er geen overeenstemmend voertuig bestaat dat uitsluitend voorzien is van een motor die gebruik maakt van dezelfde brandstof, wordt de uitstootwaarde vermenigvuldigd met 2,5.
afwijking van het eerste lid zijn de minderwaarden met betrekking tot de
datzelfde lid bedoelde voertuigen slechts als beroepskosten aftrekbaar tot de
procenten uitgedrukte verhouding tussen de som van de vóór de verkoop fiscaal aangenomen afschrijvingen en de som van de geboekte afschrijvingen voor de overeenstemmende belastbare tijdperken. De Koning kan bepalen wat moet worden verstaan onder overeenstemmend voertuig. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg
de Ministerraad, de
het eerste lid vermelde coëfficiënt van toepassing voor voertuigen uitgerust met een aardgasmotor en met een belastbaar vermogen van minder dan 12 fiscale paardenkracht verlagen tot minimum 0,75, en de
het derde lid bedoelde minimale energiecapaciteit verhogen tot maximaal 2,1 kWh per 100 kilogram van het wagengewicht. Het derde lid is niet van toepassing voor de hybridevoertuigen die worden aangekocht vóór 1 januari 2018."; 3° paragraaf 2 wordt aangevuld met een bepaling onder 4°, luidende : "4° voor de kosten die aan derden worden doorgerekend, mits deze kosten uitdrukkelijk en afzonderlijk op factuur zijn vermeld."; 4°
paragraaf 3, worden de woorden "en gedaan worden door de eindgebruiker van deze voertuigen"
gevoegd tussen de woorden "die toebehoren aan derden" en de woorden ", zomede het bedrag van de
dit artikel vermelde kosten". Art. 12.Artikel 69, § 1, eerste lid, 1°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 26 december 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten5, wordt aangevuld met een zin, luidende : "Evenwel bedraagt het basispercentage van de aftrek 20 pct., voor de vaste activa die zijn verkregen of tot stand gebracht tussen 1 januari 2018 en 31 december 2019.". Art. 13.Artikel 70 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 16 april 1997, vervangen bij de wet van 26 december 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten5 en waarvan deze vervanging wordt
getrokken bij artikel 89 van deze wet, wordt vervangen als volgt : "Art. 70.De belastingplichtigen kunnen desgewenst de
vesteringsaftrek spreiden over de afschrijvingsperiode van de verkregen of tot stand gebrachte vaste activa, wanneer de over de afschrijvingsperiode van de vaste activa te spreiden
vesteringsaftrek betrekking heeft op de vaste activa die worden gebruikt ter bevordering van het onderzoek en de ontwikkeling van nieuwe producten en toekomstgerichte technologieën die geen effect op het leefmilieu hebben of die het negatieve effect op het leefmilieu zoveel mogelijk proberen te beperken.
dat geval wordt de aftrek eenvormig vastgesteld op het
artikel 69, § 1, eerste lid, 2°, bedoelde basispercentage verhoogd met 17 percentpunten en wordt hij berekend op de afschrijvingen die voor elk belastbaar tijdperk van de afschrijvingsperiode worden aangenomen. Wat de andere vaste activa betreft kunnen de belastingplichtigen die op de eerste dag van het belastbaar tijdperk waarin deze vaste activa zijn aangeschaft of tot stand gebracht minder dan 20 werknemers tewerkstellen, ervoor kiezen de
vesteringsaftrek te spreiden over de afschrijvingsperiode van deze andere aangeschafte of tot stand gebrachte vaste activa.
dat geval wordt de aftrek eenvormig vastgesteld op het
artikel 69, § 1, eerste lid, 2°, bedoelde basispercentage verhoogd met 7 percentpunten en wordt hij berekend op de afschrijvingen die voor elk belastbaar tijdperk van de afschrijvingsperiode worden aangenomen.". Art. 14.
artikel 171 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 december 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/1999 pub. 01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
de bepaling onder 1°, c, eerste lid, worden de woorden "van 4°, b," vervangen door de woorden "van 2°, a, en 4°, b,";2°
de bepaling onder 2° wordt de bepaling onder
- a)hersteld als volgt : "
- a)stopzettingsmeerwaarden als bedoeld
artikel 28, eerste lid, 1°, die naar aanleiding van de stopzetting van de werkzaamheid vanaf de leeftijd van 60 jaar of
gevolge het overlijden of naar aanleiding van een gedwongen definitieve stopzetting zijn verkregen of vastgesteld op : - immateriële vaste activa,
zover ze niet meer bedragen dan de
1°, c, vermelde grens; - andere activa dan immateriële vaste activa. Onder gedwongen definitieve stopzetting wordt verstaan de definitieve stopzetting die voortvloeit uit een schadegeval, een onteigening, een opeising
eigendom, of een andere gelijkaardige gebeurtenis, evenals de definitieve stopzetting die het gevolg is van een handicap als bedoeld
artikel 135, eerste lid, 1° ;"; 3°
de bepaling onder 4°, a, eerste lid, worden de woorden "onverminderd de toepassing van 2°, a,"
gevoegd voor de woorden "verwezenlijkte meerwaarden";4° de bepaling onder 4°, b, wordt vervangen als volgt : "b) de
1°, c, vermelde vergoedingen die worden verkregen naar aanleiding van een handeling verricht vanaf de leeftijd van 60 jaar of
gevolge het overlijden of naar aanleiding van een gedwongen handeling. Onder gedwongen handeling wordt verstaan de handeling die voortvloeit uit een schadegeval, een onteigening, een opeising
eigendom, of een andere gelijkaardige gebeurtenis;". Art. 15.
artikel 173, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, worden de woorden "tegen het tarief van 16,5 pct." vervangen door de woorden "tegen het tarief van 10 of 16,5 pct.". Art. 16.
artikel 184 van hetzelfde Wetboek, wordt het vijfde lid, opgeheven bij de wet van 11 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de
ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het
ternationaal Verdrag ter oprichting van een
ternationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten3 hersteld, als volgt : "Voor de toepassing van deze titel, wordt het bedrag van het
het eerste lid bedoelde gestorte kapitaal, van de uitgiftepremies en van de sommen waarop is
geschreven ter gelegenheid van de uitgifte van winstbewijzen die overeenkomstig het tweede lid met kapitaal worden gelijkgesteld, geacht niet verminderd te zijn ten belope van de vermindering van het maatschappelijk kapitaal, van de uitgiftepremies of van de bovenvermelde sommen die ten gevolge van de toepassing van artikel 18, tweede tot vijfde lid, als dividenden op de belaste reserves en op de vrijgestelde reserves zijn aangerekend.". Art. 17.
artikel 184ter van hetzelfde Wetboek,
gevoegd bij de wet van 11 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de
ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het
ternationaal Verdrag ter oprichting van een
ternationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten3, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de
ternationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen" vervangen door de woorden "de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen";2°
paragraaf 2, eerste en tweede lid, worden de woorden "de later gerealiseerde meerwaarden en minderwaarden wat deze activa betreft, vastgesteld uitgaande van de boekwaarde die zij hebben op het ogenblik van de verrichting" telkens vervangen door de woorden "de later gerealiseerde meerwaarden, minderwaarden, afschrijvingen en waardeverminderingen wat deze activa betreft, vastgesteld uitgaande van de werkelijke waarde die zij hebben op het ogenblik van de verrichting";3°
paragraaf 2 worden, tussen het tweede lid en het derde lid, dat het achtste lid wordt, vijf leden
gevoegd, luidende : "
geval van de overdracht van één of meerdere bestanddelen verbonden aan een buitenlandse
richting waarvan de winst
België wordt vrijgesteld krachtens een overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting naar de Belgische maatschappelijke zetel, de voornaamste
richting, de zetel van bestuur of beheer of een andere Belgische
richting, worden de later gerealiseerde meerwaarden, minderwaarden, afschrijvingen en waardeverminderingen wat deze activa betreft, vastgesteld uitgaande van de werkelijke waarde die zij hebben op het ogenblik van de verrichting.
geval van de overdracht van één of meerdere Belgische bestanddelen naar een buitenlandse
richting waarvan de winst
België wordt vrijgesteld krachtens een overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting, worden de later gerealiseerde meerwaarden, minderwaarden, afschrijvingen en waardeverminderingen wat deze activa betreft, vastgesteld overeenkomstig artikel 185/1 uitgaande van de werkelijke waarde die zij hebben op het ogenblik van de verrichting.
dien de waarde van deze bestanddelen naar aanleiding van een
het eerste tot derde lid bedoelde verrichting werd vastgesteld door de Staat waar deze bestanddelen op het ogenblik van de verrichting zijn gelegen, en de niet gerealiseerde meerwaarde op deze bestanddelen ten gevolge van deze verrichtingen daadwerkelijk door deze Staat
de belastinggrondslag wordt opgenomen, wordt de door deze Staat vastgestelde waarde vermoed overeen te stemmen met werkelijke waarde ervan, tenzij kan worden aangetoond dat de door deze Staat vastgestelde waarde hoger is dan de werkelijke waarde. Het vijfde lid is enkel van toepassing voor wat de bestanddelen betreft die op het ogenblik van de verrichting gelegen zijn
een Staat waarmee België een akkoord of overeenkomst heeft gesloten of die met België deelneemt aan een ander bilateraal of multilateraal gesloten juridisch
strument, op voorwaarde dat dit akkoord, deze overeenkomst of dit juridisch
strument de uitwisseling van
lichtingen mogelijk maakt met het oog op de toepassing van het
terne recht van de overeenkomstsluitende Staten.
dien het vijfde lid niet van toepassing is, wordt de werkelijke waarde van de
het eerste tot derde lid bedoelde bestanddelen vermoed overeen te stemmen met de aanschaffings- of beleggingswaarde ervan verminderd met de waardeverminderingen en afschrijvingen die zich overeenkomstig de bepalingen van dit Wetboek zouden hebben voorgedaan, tenzij het tegendeel wordt aangetoond."; 4°
paragraaf 2 wordt het vroegere derde lid, dat het achtste lid wordt, vervangen als volgt : "Behalve wanneer die vennootschap gevestigd is
een lidstaat van de Europese Unie en daar aan de gemeenrechtelijke bepalingen
zake belastingen is onderworpen, is het tweede lid niet van toepassing
dien de overbrenging gebeurt vanuit een
artikel 203, § 1, eerste lid, 1°, bedoelde vennootschap.
dat geval worden de later gerealiseerde waardeverminderingen, meerwaarden en minderwaarden wat deze activa betreft, vastgesteld uitgaande van de aanschaffings- of beleggingswaarde ervan verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen die overeenkomstig de bepalingen van dit Wetboek
aanmerking zouden zijn genomen en worden de afschrijvingen met betrekking tot de op het moment van de verrichting
het buitenland gelegen bestanddelen evenwel slechts
aanmerking genomen
de mate dat zij zijn gegrond op de aanschaffings- of beleggingswaarde."; 5°
paragraaf 2 wordt het vroegere zesde lid, dat het elfde lid wordt, vervangen als volgt : "
het geval het vijfde lid niet van toepassing is, worden de afschrijvingen met betrekking tot de op het ogenblik van de verrichting
het buitenland gelegen bestanddelen,
afwijking van het eerste tot derde lid, evenwel slechts
aanmerking genomen
de mate dat zij zijn gegrond op de aanschaffings- of beleggingswaarde en worden de later gerealiseerde minderwaarden of waardeverminderingen op deze bestanddelen vastgesteld uitgaande van de aanschaffings- of beleggingswaarde ervan verminderd met de waardeverminderingen en afschrijvingen die zich overeenkomstig de bepalingen van dit Wetboek hebben voorgedaan.". Art. 18.
artikel 185 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 21 juni 2004 en 11 december 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 1 wordt aangevuld met drie leden, luidende : "De vennootschappen zijn tevens belastbaar op de aan een vaste
richting toerekenbare winst die vrijgesteld is op grond van een overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting die met een lidstaat van de Europese Unie gesloten werd,
dien die winst verwezenlijkt werd
het kader van een hybridemismatch en niet belastbaar is
het rechtsgebied van de vaste
richting omdat die als vaste
richting niet wordt beschouwd.
dien een of meer geassocieerde entiteiten die geen
woner zijn
totaal een direct of
direct belang hebben van 50 pct. of meer van de stemrechten, de kapitaalbelangen of de rechten op een deel van de winst van een
artikel 29 bedoelde entiteit die is opgericht of gevestigd
België, zich bevinden
een rechtsgebied dat of
rechtsgebieden die de entiteit als een belastingplichtige aanmerken, wordt de entiteit,
afwijking van het eerste lid en van artikel 29, beschouwd als
woner van België en belast op haar
komsten voor zover die
komsten niet anderszins worden belast krachtens de Belgische wetgeving of die van een ander rechtsgebied. Het derde lid is niet van toepassing op
stellingen voor collectieve belegging."; 2° een paragraaf 2/1 wordt
gevoegd, luidende : " § 2/1.
afwijking van paragraaf 1, en onverminderd artikel 203, § 1, 6°, zijn de
komsten die verwezenlijkt werden
het kader van een hybridemismatch en niet opgenomen zijn
de winst van de Belgische vennootschappen of
richtingen die de gerechtigden zijn tot die winst of op grond van de wetgeving van een andere Staat als dusdanig beschouwd worden, belastbaar of naargelang het geval niet aftrekbaar, voor zover een buitenlandse onderneming of een vestiging daarvan die
komsten van de belastbare
komsten mag aftrekken. De volgende
komsten die verwezenlijkt zijn
het kader van een hybridemismatch worden bedoeld : a) een
komen dat verwezenlijkt werd
het kader van een financieel
strument, wanneer de aftrek ervan
hoofde van de buitenlandse onderneming of van een vestiging daarvan, samen met de niet-belasting
hoofde van de Belgische vennootschappen of
richtingen die er de gerechtigden toe zijn of die als dusdanig beschouwd worden op grond van de wetgeving van een andere Staat, terug te voeren is op de verschillen
de kwalificatie van het financieel
strument. Een
komen dat de onderliggende opbrengst van een overgedragen financieel
strument vormt, geeft geen aanleiding tot een hybridemismatch wanneer het
komen betaald wordt door een financieel handelaar
het kader van een hybrideoverdracht op de markt, op voorwaarde dat het rechtsgebied van de betaler van de financieel handelaar eist dat hij alle bedragen die hij
verband met het overgedragen financiële
strument heeft ontvangen, als
komsten opneemt. Voor de toepassing van deze bepaling, worden verstaan onder : - financieel
strument : elk
strument dat leidt tot rendement op vreemd of eigen vermogen dat wordt belast volgens de regels voor het belasten van vreemd vermogen, eigen vermogen en derivaten uit hoofde van de Belgische wetgeving of van de wetgeving van de Staat van de buitenlandse onderneming of van de vestiging daarvan, met
begrip van elke hybrideoverdracht; - hybrideoverdracht op de markt : een hybrideoverdracht waartoe door een financieel handelaar wordt overgegaan
het kader van de normale uitoefening van zijn activiteiten, en niet als onderdeel van een gestructureerde regeling; - financieel handelaar : een persoon of entiteit die als beroepsactiviteit regelmatig voor eigen rekening financiële
strumenten koopt en verkoopt, met als doel winst te maken; b) een
komen betaald door een buitenlandse onderneming of door een vestiging daarvan, die een hybride-entiteit is, voor zover dat
komen voor die hybride-entiteit aftrekbaar is van de belastbare
komsten die niet eveneens opgenomen zijn
de belastbare
komsten van de Belgische vennootschappen of
richtingen aan wie dat
komen betaald werd of als dusdanig beschouwd wordt op grond van de wetgeving van een andere Staat."; 3° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt : " § 3.Het bedrag van de beroepsverliezen geleden binnen buitenlandse
richtingen of met betrekking tot
het buitenland gelegen activa waarover de vennootschap beschikt en waarvan de winsten behaald
deze
richtingen of door middel van deze activa bij toepassing van een overeenkomst tot voorkoming van dubbele belasting door België worden vrijgesteld, blijft buiten beschouwing om de belastbare grondslag vast te stellen, tenzij het definitieve beroepsverliezen geleden binnen een lidstaat van de Europese Economische Ruimte betreft. Het bedrag van de beroepsverliezen geleden binnen buitenlandse
richtingen of met betrekking tot
het buitenland gelegen activa waarover de vennootschap beschikt en waarvan de belasting op de winst behaald
deze
richtingen of door middel van deze activa bij toepassing van een overeenkomst tot voorkoming van dubbele belasting wordt verminderd, blijft
dezelfde verhouding buiten beschouwing om de belastbare grondslag vast te stellen, als de mate waarin deze overeenkomst de belasting op de winst vermindert. Vorige beroepsverliezen die werden geleden binnen een buitenlandse
richting waarvan de winst wordt vrijgesteld of waarvan de belasting op de winst wordt verminderd krachtens een overeenkomst tot voorkoming van dubbele belasting en die door de vennootschap met betrekking tot een belastbaar tijdperk dat is aangevangen voor 1 januari 2020 werden
mindering gebracht op haar Belgische winst, worden afgetrokken van de winst die wordt vrijgesteld of waarvan de belasting wordt verminderd
toepassing van deze overeenkomst, tenzij de vennootschap aantoont dat deze niet
aftrek zijn genomen van de winst van deze buitenlandse
richting. Voor de toepassing van deze paragraaf worden de hiernavolgende beroepsverliezen als definitief aangemerkt : a) de verliezen die bestaan op het ogenblik dat de vennootschap haar activiteiten
een bepaalde lidstaat definitief stopzet voor zover voor deze verliezen geen enkele aftrek van welke aard dan ook is verleend
de lidstaat waarin de buitenlandse
richting was gelegen;b) bij afwezigheid van een buitenlandse
richting, de verliezen die bestaan op het ogenblik dat de vennootschap over geen activa meer beschikt
een bepaalde lidstaat, voor zover voor deze verliezen geen enkele aftrek van welke aard dan ook is verleend
de lidstaat waar die activa waren gelegen. Voor de toepassing van deze paragraaf worden de beroepsverliezen niet als definitief beschouwd voor zover deze verliezen
de Staat waarin de buitenlandse
richting was gelegen of waar de activa waren gelegen nog
aanmerking komen voor aftrek bij andere
die Staat gelegen
richtingen of vaste activa waarover de vennootschap beschikt, of voor zover het recht van aftrek van deze verliezen
die andere Staat overgaat op een andere persoon.
dien de vennootschap binnen de drie jaar na de aftrek van het definitieve beroepsverlies opnieuw activiteiten opstart
de lidstaat waar de
richting was gelegen of de activa waren gelegen die aanleiding hebben gegeven tot het vaststellen van het definitieve beroepsverlies, wordt een bedrag ter grootte van het
aftrek genomen definitieve beroepsverlies terug opgenomen
de belastbare grondslag van het belastbaar tijdperk waarin de activiteiten opnieuw werden opgestart.". Art. 19.
titel III, hoofdstuk II, afdeling II, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 185/1
gevoegd, luidende : "Art. 185/1.Winst omvat eveneens,
afwijking van artikel 24, het positieve verschil tussen enerzijds de werkelijke waarde en anderzijds de aanschaffings- of beleggingswaarde verminderd met de voorheen aangenomen waardeverminderingen en afschrijvingen, bij de overdracht van een of meerdere bestanddelen van het actief van een binnenlandse vennootschap naar haar buitenlandse
richting waarvan de winst
België wordt vrijgesteld krachtens een overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting.". Art. 20.
titel III, hoofdstuk II, afdeling II, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 185/2
gevoegd, luidende : "Art. 185/2.§ 1. Winst omvat eveneens de niet-uitgekeerde winst van de
paragraaf 2, eerste lid, omschreven buitenlandse vennootschap die voortkomen uit kunstmatige constructies die zijn opgezet met als wezenlijk doel een belastingvoordeel te verkrijgen. Voor de toepassing van het eerste lid wordt een constructie of een reeks constructies als kunstmatig aangemerkt
de mate dat de
paragraaf 2 omschreven buitenlandse vennootschap geen eigenaar van de activa zou zijn, of niet de risico's op zich zou hebben genomen die al haar
komsten, of een deel ervan, genereren
dien zij niet onder de zeggenschap stond van de belastingplichtige waar de voor die activa en risico's relevante sleutelfuncties worden verricht, welke een relevante rol vervullen bij het genereren van de
komsten van de voormelde buitenlandse vennootschap. De winst van de
het eerste lid bedoelde buitenlandse vennootschap komt
aanmerking met uitzondering van de bedragen die niet zijn voortgebracht door activa en risico's die verbonden zijn met de sleutelfuncties die door de belastingplichtige worden uitgeoefend. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder "niet-uitgekeerde winst" de winst verstaan die door een
paragraaf 2 omschreven buitenlandse vennootschap wordt verworven
een belastbaar tijdperk dat wordt afgesloten
de loop van het belastbare tijdperk van de belastingplichtige. § 2. De niet uitgekeerde winst van een buitenlandse vennootschap kan slechts
de winst van de belastingplichtige worden begrepen
dien : - de belastingplichtige ofwel rechtstreeks of onrechtstreeks de meerderheid van de stemrechten verbonden aan het totaal van de aandelen van deze buitenlandse vennootschap bezit, ofwel rechtstreeks of onrechtstreeks een deelneming bezit van ten minste 50 pct. van het kapitaal van deze vennootschap, ofwel recht heeft op ten minste 50 pct. van de winst van deze vennootschap; en
dien - de buitenlandse vennootschap krachtens de bepalingen van de wetgeving van de Staat of het rechtsgebied waar zij is gevestigd, aldaar ofwel niet aan een
komstenbelasting is onderworpen ofwel onderworpen is aan een
komstenbelasting die minder dan de helft bedraagt van de vennootschapsbelasting die verschuldigd zou zijn geweest
dien deze buitenlandse vennootschap
België zou zijn gevestigd. Voor de berekening van de vennootschapsbelasting, bedoeld
het eerste lid, tweede streepje, die verschuldigd zou zijn geweest
dien deze buitenlandse vennootschap
België zou zijn gevestigd, wordt geen rekening gehouden met het resultaat van deze buitenlandse vennootschap dat werd behaald door middel van één of meerdere buitenlandse
richtingen van deze buitenlandse vennootschap waarvan de winst wordt vrijgesteld
toepassing van een overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting gesloten tussen het land of rechtsgebied waar deze buitenlandse vennootschap is gevestigd en het land of rechtsgebied waar deze buitenlandse
richting is gelegen.". Art. 21.
artikel 185ter van hetzelfde Wetboek,
gevoegd bij de wet van 27 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de
ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het
ternationaal Verdrag ter oprichting van een
ternationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
het eerste lid worden de woorden "1° tot 3°, "
gevoegd tussen de woorden "artikel 66, § 2," en de woorden "slechts tot";2° het artikel wordt opgeheven. Art. 22.Artikel 190bis van hetzelfde Wetboek,
gevoegd bij de wet van 8 juni 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de
ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het
ternationaal Verdrag ter oprichting van een
ternationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten2 en gewijzigd bij de wet van 23 december 2009, wordt vervangen als volgt : "Het behoud van de aftrek van 20 pct. van de
artikel 64ter, zoals het bestond voordat het werd gewijzigd door artikel 10 van de wet van 25 december 2017 houdende de hervorming van de vennootschapsbelasting, en artikel 198bis, eerste lid, 1°, a, zoals het bestond voordat het werd gewijzigd door artikel 41, 5°, van de vermelde wet van 25 december 2017, bedoelde kosten, dat werd aanvaard boven het bedrag van de werkelijk gedane of gedragen kosten, is onderworpen aan de
artikel 190, tweede lid, bedoelde voorwaarde.". Art. 23.Artikel 191 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 22 december 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/1998 pub. 15/01/1999 numac 1998003665 bron ministerie van financien Wet houdende fiscale en andere bepalingen sluiten, wordt opgeheven. Art. 24.
artikel 192, § 1, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 28 december 1992 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 december 1996 en bij de wetten van 22 december 1998, 10 maart 1999, 15 december 2004, 11 december 2008, 22 december 2009, 29 maart 2012, 13 december 2012 en 27 december 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt : "De niet
artikel 45, § 1, eerste lid, 1°, bedoelde meerwaarden op aandelen verwezenlijkt, of vastgesteld bij de verdeling van het vermogen van een ontbonden vennootschap, zijn eveneens volledig vrijgesteld
de mate dat de eventuele
komsten van deze aandelen
aanmerking komen om krachtens de artikelen 202 en 203, van de winst te worden afgetrokken of, voor wat betreft de overeenkomstig artikel 194 van de wet van 13 maart 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten9 op het statuut van en het toezicht op verzekerings- of herverzekeringsondernemingen aangehouden aandelen, krachtens de artikelen 202, § 1 en § 2, eerste lid, 2°, en 203, van de winst te worden afgetrokken."; 2°
het derde lid, worden de woorden "met toepassing van artikel 45, § 1, eerste lid, 2°, wordt" vervangen door de woorden "met toepassing van artikel 45, § 1, eerste lid, 2°, omdat op het ogenblik van de ruil de eventuele
komsten van de geruilde aandelen niet
aanmerking kwamen om krachtens de artikelen 202, § 1, en 203 van de winst te worden afgetrokken,". Art. 25.
titel III, hoofdstuk II, afdeling III, van hetzelfde Wetboek, wordt een onderafdeling Ibis
gevoegd, luidende : "Onderafdeling Ibis.
schakelingsbedrijven.". Art. 26.
titel III, hoofdstuk II, afdeling III, onderafdeling Ibis, van hetzelfde Wetboek,
gevoegd bij artikel 25, wordt een artikel 193quater
gevoegd, luidende : "Art. 193quater.§ 1. Voor vennootschappen die op het einde van het belastbare tijdperk op grond van artikel 1, § 1, 2°, van het koninklijk besluit van 3 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/1999 pub. 01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen sluiten8 tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders betreffende de herinschakeling van zeer moeilijk te plaatsen werklozen, door het bevoegde gewest als
schakelingsbedrijf zijn erkend, wordt de winst die
het vermogen van de vennootschap wordt gehouden en die is verwezenlijkt
een belastbaar tijdperk waarvoor zij als
schakelingsbedrijf is erkend onder de hierna gestelde voorwaarden gedeeltelijk vrijgesteld. Het gedeelte van de
het eerste lid bedoelde winst dat reeds
dit of een vorig belastbaar tijdperk overeenkomstig artikel 193bis, § 1, eerste lid, is vrijgesteld, komt niet
aanmerking voor de
het eerste lid bedoelde vrijstelling. Het
het eerste en tweede lid bedoelde gereserveerde belastbare resultaat dat niet als winst wordt aangemerkt, wordt beperkt tot een bedrag gelijk aan de loonkosten van de
België tewerkgestelde werknemers die behoren tot de doelgroep zoals bepaald
artikel 1, § 2, derde lid, van het genoemde koninklijk besluit van 3 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/1999 pub. 01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen sluiten8, met een minimum van 7 440 euro per
België tewergestelde personeelseenheid behorend tot deze doelgroep. Dit minimumbedrag wordt jaarlijks aan het
dexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk aangepast aan de hand van de
artikel 178, § 3, eerste lid, 2°, bepaalde coëfficiënt. § 2. De
de eerste paragraaf bedoelde vrijstelling van de winst wordt slechts verleend en behouden
dien : 1° de vrijgestelde winst op een afzonderlijke rekening van het passief van de balans geboekt is en blijft;2° de vrijgestelde winst niet tot grondslag dient voor de berekening van de jaarlijkse dotatie aan de wettelijke reserve of van enige beloning of toekenning; De
het eerste lid vermelde voorwaarden zijn eveneens van toepassing op winst die overeenkomstig artikel 67 van de wet van 26 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/1999 pub. 01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen sluiten betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen, zoals het bestond voor het is opgeheven door artikel 87 van de wet van 25 december 2017 houdende de hervorming van de vennootschapsbelasting, is vrijgesteld.
dien en
zoverre de
het eerste lid bedoelde voorwaarden
enig belastbaar tijdperk niet langer worden nageleefd, wordt de voorheen vrijgestelde winst beschouwd als winst van dat belastbare tijdperk. § 3. Voor een belastbaar tijdperk waarvoor de vennootschap de
dit artikel bedoelde vrijstelling van de winst toepast, zijn de artikelen 67, §§ 1 en 2, 67bis en 67ter, §§ 1 en 2, niet van toepassing.". Art. 27.Artikel 193quater, § 3, van hetzelfde Wetboek,
gevoegd bij artikel 26 van deze wet, wordt opgeheven. Art. 28.
titel III, hoofdstuk II, afdeling III, van hetzelfde Wetboek, wordt het opschrift van onderafdeling II vervangen als volgt : "Onderafdeling II. Vrijgestelde voorzieningen.". Art. 29.Artikel 194 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : "Onverminderd de toepassing van artikel 194bis, is de vrijstelling voor voorzieningen voor risico's en kosten voorzien
artikel 48 slechts van toepassing op de volgende voorzieningen : 1° de voorzieningen die voortvloeien uit verbintenissen die door de onderneming zijn aangegaan gedurende het belastbaar tijdperk of een van de voorgaande belastbare tijdperken; 2° de voorzieningen die voortvloeien uit wettelijke of reglementaire verplichtingen, andere dan de verplichtingen die louter voortvloeien uit de toepassing van een boekhoudkundige of jaarrekeningrechtelijke reglementering.". Art. 30.
artikel 194ter van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 mei 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten6 worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
§ 2
, worden de woorden "ten belope van 310 pct." vervangen door de woorden "ten belope van 356 pct."; 2°
§ 2
de woorden "ten belope van 356 pct." worden vervangen door de woorden "ten belope van 421 pct."; 3°
§ 4
, 4°, worden de woorden "150 pct." vervangen door de woorden "172 pct."; 4°
§ 4
, 4°, worden de woorden "172 pct." vervangen door de woorden "203 pct."; 5°
§ 7
, vierde lid, worden de woorden "150 pct.vervangen door de woorden "172 pct."; 6°
§ 7, vierde lid, worden de woorden "172 pct." vervangen door de woorden "203 pct.".
Art. 31.
artikel 194quater van hetzelfde Wetboek,
gevoegd bij de wet van 24 december 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 24/12/2002 pub. 31/12/2002 numac 2002003520 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de vennootschapsregeling
zake
komstenbelastingen en tot
stelling van een systeem van voorafgaande beslissingen
fiscale zaken sluiten en gewijzigd bij de wetten van 22 december 2009 en 18 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
paragraaf 1, worden de woorden "dat ten laatste afsluit op 30 december 2018"
gevoegd tussen de woorden "van een belastbaar tijdperk" en de woorden "is aangelegd door vennootschappen";2° het artikel wordt opgeheven. Art. 32.
artikel 194quinquies van hetzelfde Wetboek,
gevoegd bij de wet van 9 februari 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/1999 pub. 01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen sluiten2, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 1, derde lid, wordt aangevuld met de woorden "en het
artikel 205/1, § 1, tweede lid, bedoelde bedrag, desgevallend beperkt
toepassing van artikel 207, vijfde en zesde lid";2°
paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "beperkt tot het
§ 1
, tweede lid, bedoelde grensbedrag" vervangen door de woorden "beperkt tot de
paragraaf 1, tweede lid, bedoelde grens en het
artikel 205/1, § 1, tweede lid, bedoelde bedrag, desgevallend beperkt
toepassing van artikel 207, vijfde en zesde lid". Art. 33.
titel III, hoofdstuk II, afdeling III, van hetzelfde Wetboek, wordt een onderafdeling VII,
gevoegd, luidende : "Onderafdeling VII. - Specifieke vrijstellingen.". Art. 34.
titel III, hoofdstuk II, afdeling III, onderafdeling VII, van hetzelfde Wetboek,
gevoegd bij artikel 33, wordt een artikel 194sexies
gevoegd, luidende : "Art. 194sexies.De winst wordt vrijgesteld ten belope van het totaal van het
artikel 198/1, § 2 bedoelde financieringskostensurplus dat
toepassing van artikel 198/1, § 1,
een van de voorgaande belastbare tijdperken niet als beroepskost werd aangemerkt en dat
toepassing van dit artikel niet als grondslag heeft gediend voor de vrijstelling van de winst
hoofde van de belastingplichtige of
hoofde van een andere belastingplichtige die deel uitmaakt van de groep van vennootschappen waartoe de eerstgenoemde belastingplichtige behoort.
het geval de belastingplichtige deel uitmaakt van een groep van vennootschappen, kan de winst eveneens worden vrijgesteld ten belope van het
het eerste lid bedoelde financieringskostensurplus dat wordt vastgesteld
hoofde van een binnenlandse vennootschap of een Belgische
richting die deel uitmaakt van dezelfde groep van vennootschappen waartoe ook de belastingplichtige behoort,
dien met deze vennootschap of
richting een overeenkomst wordt gesloten, waarin deze vennootschap of
richting zich ertoe verbindt om de vermindering aan overgedragen financieringskostensurplus
de aangifte op te nemen en een vergoeding ten gunste van deze vennootschap
richting wordt overeengekomen die gelijk is aan het surplus aan belasting die zou zijn verschuldigd geweest
dien het
dit lid bedoelde financieringskostensurplus niet van de winst van het tijdperk zou worden vrijgesteld. De som van de
het eerste en tweede lid bedoelde vrijstelling kan niet groter zijn dan het positieve verschil tussen het
artikel 198/1, § 3, bedoelde grensbedrag en het
artikel 198/1, § 2, bedoelde financieringskostensurplus. De
het eerste en tweede lid bedoelde vrijstelling kan enkel worden verkregen
dien de vennootschap bij haar aangifte
de vennootschapsbelasting een opgave voegt waarvan het model door de Koning wordt vastgesteld.". Art. 35.
titel III, hoofdstuk II, afdeling III, onderafdeling VII, van hetzelfde Wetboek,
gevoegd bij artikel 33 wordt een artikel 194septies
gevoegd, luidende : "Art. 194septies.De winst wordt vrijgesteld ten belope van de
artikel 205/5, § 3, vijfde lid, bedoelde vergoeding die
uitvoering van de
artikel 205/5, § 3, bedoelde groepsbijdrageovereenkomst wordt verkregen
ruil voor de opname van het bedrag van de groepsbijdrage
de winst van het belastbaar tijdperk.". Art. 36.Artikel 194septies,
gevoegd bij artikel 35, wordt als volgt vervangen : "Art. 194septies.De winst wordt vrijgesteld : - ten belope van de
artikel 205/5, § 3, vijfde lid, bedoelde vergoeding die
uitvoering van de
artikel 205/5, § 3, bedoelde groepsbijdrageovereenkomst wordt verkregen
ruil voor de opname van het bedrag van de groepsbijdrage
de winst van het belastbaar tijdperk; - ten belope van de
artikel 194sexies, tweede lid, bedoelde vergoeding die
uitvoering van de
artikel 194sexies, tweede lid, bedoelde overeenkomst wordt verkregen van de binnenlandse vennootschap of Belgische
richting die deel uitmaakt van dezelfde groep van vennootschappen als de belastingplichtige,
ruil voor de vermindering van het
artikel 194sexies bedoelde overgedragen financieringskostensurplus.". Art. 37.
titel III, hoofdstuk II, afdeling IV, onderafdeling I, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 195/1
gevoegd, luidende : "Art. 195/1.De kosten die werkelijk zijn betaald of gedragen, of het karakter van zekere en vaststaande schulden of verliezen hebben verkregen en als zodanig zijn geboekt
het belastbare tijdperk, en die geheel of gedeeltelijk betrekking hebben op een toekomstig belastbaar tijdperk, zijn slechts als beroepskosten aftrekbaar
het belastbare tijdperk waarin ze ofwel zijn betaald of gedragen, ofwel als schuld zijn geboekt, alsmede
de volgende belastbare tijdperken,
verhouding tot het gedeelte van die kosten dat betrekking heeft op dat belastbare tijdperk.". Art. 38.
artikel 196 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 31 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 31/07/2004 pub. 23/08/2004 numac 2004003335 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de artikelen 196, § 2, en 216, 2°, b), van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992 type wet prom. 31/07/2004 pub. 23/08/2004 numac 2004003336 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van artikel 14524 van het Wetboek van de
komstenbelastingen 1992 teneinde het rationeel energieverbruik
woningen nog meer aan te moedigen sluiten en gewijzigd bij de wetten van 22 december 2009 en 18 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt : " § 2.De eerste afschrijvingsannuïteit ten aanzien van tijdens het boekjaar verkregen of tot stand gebrachte vaste activa wordt slechts als beroepskost aangemerkt
verhouding tot het gedeelte van het boekjaar waarin de vaste activa zijn verkregen of tot stand gebracht."; 2° een paragraaf 3 en een paragraaf 4 worden
gevoegd, luidende : " § 3.Het
artikel 64 voorziene degressieve afschrijvingsstelsel is niet van toepassing."; § 4.
afwijking van artikel 62 wordt ten name van de vennootschappen die op grond van artikel 15, §§ 1 tot 6, van het Wetboek van vennootschappen als kleine vennootschappen worden aangemerkt voor het aanslagjaar dat verbonden is aan het belastbaar tijdperk waarin het immaterieel of materieel vast actief werd aangeschaft of tot stand gebracht, het totale bedrag van de bij de aankoop komende kosten ofwel
eens afgeschreven tijdens het belastbare tijdperk waarin de kosten zijn gemaakt, ofwel op dezelfde wijze als de hoofdsom van de aanschaffings- of beleggingswaarde van de desbetreffende vaste activa.
afwijking van artikel 62 wordt ten name van de vennootschappen die op grond van artikel 15, §§ 1 tot 6, van het Wetboek van vennootschappen niet als kleine vennootschappen worden aangemerkt voor het aanslagjaar dat verbonden is aan het belastbaar tijdperk waarin het immaterieel of materieel vast actief werd aangeschaft of tot stand gebracht, het totale bedrag van de bij de aankoop komende kosten op dezelfde wijze als de hoofdsom van de aanschaffings- of beleggingswaarde van de desbetreffende vaste activa afgeschreven.". Art. 39.
artikel 198 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 december 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/1999 pub. 01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1°
paragraaf 1, enig lid, 1°, worden de woorden "
gevolge artikel 219" vervangen door de woorden "
gevolge de artikelen 219 en 219quinquies";2°
paragraaf 1, enig lid, 1°, worden de woorden "
gevolge de artikelen 219 en 219quinquies" vervangen door de woorden "
gevolge artikel 219quinquies";3°
paragraaf 1, enig lid, wordt de bepaling onder 6° opgeheven; 4°
paragraaf 1, enig lid, wordt de bepaling onder 8° vervangen als volgt : "8° het
kosten opgenomen deel van een op niet-afschrijfbare immateriële of materiële, of financiële vaste activa geboekt disconto, voor zover de aankoopprijs lager is dan de werkelijke waarde verhoogd met het disconto;"; 5° paragraaf 1, enig lid, wordt aangevuld met de bepalingen onder 10° /1, 10° /2, 10° /3 en 10° /4, luidende : "10° /1 de betalingen die werden gedaan
het kader van een hybridemismatch, voor zover : - de binnenlandse vennootschap of de Belgische
richting die ze wenst af te trekken zulks wenst te doen van de beroepsinkomsten die niet opgenomen zijn
de belastbare
komsten van een buitenlandse onderneming of een vestiging daarvan;en - een buitenlandse onderneming of een vestiging daarvan die betalingen mag aftrekken van haar belastbare
komsten. De betalingen waarvan de aftrek op grond van deze bepaling werd geweigerd, mogen worden afgetrokken van de beroepsinkomsten van de volgende belastbare tijdperken, voor zover die beroepsinkomsten ook opgenomen zijn
de belastbare
komsten van een buitenlandse onderneming of een vestiging daarvan. 10° /2 de volgende betalingen die werden gedaan
het kader van een hybridemismatch, voor zover ze niet opgenomen zijn
de belastbare
komsten van de gerechtigden : a) een betaling uit hoofde van een financieel
strument, wanneer : - het gegeven dat die betaling zonder deze bepaling aftrekbaar zou zijn zonder opgenomen te zijn
belastbare
komsten van de gerechtigde, terug te voeren is op de verschillen
de kwalificatie van het financieel
strument of van de betaling die uit hoofde van het financieel
strument gedaan werd;en - die betaling niet binnen een redelijke termijn
de belastbare
komsten van de gerechtigde wordt opgenomen. Een betaling uit hoofde van een financieel
strument wordt geacht binnen een redelijke termijn
de belastbare
komsten van de gerechtigde te zijn opgenomen wanneer : - de betaling
het rechtsgebied van de begunstigde wordt opgenomen
een belastbaar tijdperk dat begint binnen 12 maanden na het einde van het belastbaar tijdperk van de betaler; of - redelijkerwijs mag worden aangenomen dat de betaling
het rechtsgebied van de gerechtigde
een toekomstig belastbaar tijdperk
de heffing zal worden betrokken en er betalingsvoorwaarden gelden die normaliter tussen onafhankelijke ondernemingen zouden worden overeengekomen. Een betaling die de onderliggende opbrengst van een overgedragen financieel
strument vormt, geeft geen aanleiding tot een hybridemismatch
dien de betaling door een financieel handelaar wordt verricht
het kader van een hybrideoverdracht op de markt. Voor de toepassing van deze bepaling, worden verstaan onder : - financieel
strument : elk
strument dat leidt tot rendement op vreemd of eigen vermogen dat wordt belast volgens de regels voor het belasten van vreemd vermogen, eigen vermogen en derivaten uit hoofde van de wetgeving van België of van de Staat van buitenlandse onderneming of de vestiging daarvan, het rechtsgebied van de ontvanger of de betaler, en dat een hybrideoverdracht omvat; - hybrideoverdracht op de markt : elke hybrideoverdracht waartoe door een financieel handelaar wordt overgegaan
het kader van de normale uitoefening van zijn activiteiten, en niet als onderdeel van een gestructureerde regeling; en - financieel handelaar : elke persoon of entiteit die regelmatig voor eigen rekening financiële
strumenten koopt en verkoopt, met als doel winst te maken;
- b)een betaling aan een hybride-entiteit;
- c)een betaling aan een entiteit die over een of meer vestigingen beschikt, wanneer het feit dat die betaling niet is opgenomen
de belastbare
komsten van die entiteit het gevolg is van verschillen
de toerekening van betalingen tussen het hoofdkantoor van die entiteit en haar vestiging of tussen twee of meer vestigingen van die entiteit op grond van de wetgeving van de rechtsgebieden waar de entiteit haar bedrijf uitoefent;d) een betaling aan een vestiging die beschouwd wordt als aanleiding gevend tot een vaste
richting op grond van de wetgeving van het rechtsgebied van het hoofdkantoor van de entiteit waarvan de vestiging deel uitmaakt, maar die niet beschouwd wordt als een vaste
richting op grond van de wetgeving van het rechtsgebied waar de vestiging zich bevindt, behalve wanneer het met die betaling overeenkomende
komen als belastbaar beschouwd wordt op grond van de wetgeving van het rechtsgebied van het hoofdkantoor van de entiteit waarvan de vestiging deel uitmaakt;e) een door een hybride-entiteit gedane betaling, voor zover die betaling zonder deze bepaling zou afgetrokken worden van de belastbare
komsten die niet eveneens opgenomen zijn
de belastbare
komsten van de gerechtigde;f) een veronderstelde betaling tussen het hoofdkantoor van de vestiging of tussen twee of meer vestigingen, voor zover die betaling zonder deze bepaling zou afgetrokken worden van de belastbare
komsten die niet eveneens opgenomen zijn
de belastbare
komsten van de gerechtigde;10° /3 betalingen gedaan
het kader van een hybridemismatch voor zover ze direct of
direct de uitgaven financieren die aftrekbaar zijn
hoofde van meerdere buitenlandse ondernemingen, van een buitenlandse onderneming en een vestiging daarvan, van meerdere vestigingen van eenzelfde buitenlandse onderneming of van een buitenlandse onderneming of een vestiging daarvan, maar zonder dat er
dit laatste geval met die uitgaven
komsten overeenkomen die opgenomen zijn
de belastbare
komsten van de gerechtigde.Die betalingen worden niettemin beschouwd als beroepskosten voor zover een van de rechtsgebieden die bij de hybridemismatch betrokken zijn een gelijkwaardige aanpassing heeft gemaakt met betrekking tot deze hybridemismatch; 10° /4 betalingen gedaan door een binnenlandse vennootschap die eveneens als binnenlandse vennootschap beschouwd wordt door een of meer andere rechtsgebieden binnen dewelke die betalingen aftrekbaar zijn van de belastbare
komsten die niet opgenomen zijn
de belastbare
komsten van die vennootschap
België.Die betalingen worden niettemin als beroepskosten beschouwd wanneer het andere rechtsgebied of de andere rechtsgebieden lidstaten zijn van de Europese Unie waarmee België een overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting gesloten heeft op grond waarvan de vennootschap beschouwd wordt als een
woner van België."; 6°
paragraaf 1, enig lid, wordt de bepaling onder 11° vervangen als volgt : "11° onverminderd de toepassing van de artikelen 54 en 55, de betaalde of toegekende
teresten van leningen wanneer de werkelijke verkrijger ervan niet onderworpen is aan een
komstenbelasting of voor die
komsten onderworpen is aan een aanzienlijk gunstigere aanslagregeling dan die welke voortvloeit uit de
België toepasselijke bepalingen van gemeen recht en
dien,
de mate van die overschrijding, het totale bedrag van deze leningen, andere dan obligaties of andere gelijksoortige effecten uitgegeven door een openbaar beroep op het spaarwezen en andere dan leningen toegekend door
stellingen bedoeld
artikel 56, § 2, 2°, hoger is dan vijf maal de som van de belaste reserves bij het begin van het belastbaar tijdperk en het gestort kapitaal bij het einde van dit tijdperk;"; 7°
paragraaf 1, enig lid, wordt een bepaling onder 11° /1
gevoegd, luidende : "11° /1 onverminderd de toepassing van de artikelen 54 en 55, de betaalde of toegekende
teresten van de
artikel 198/1, § 2, tweede lid, eerste streepje, bedoelde leningen, wanneer de werkelijke verkrijger ervan deel uitmaakt van dezelfde groep van vennootschappen waartoe ook de schuldenaar behoort
dien, en
de mate van die overschrijding, het totale bedrag van deze leningen, andere dan obligaties of andere gelijksoortige effecten uitgegeven door een openbaar beroep op het spaarwezen en andere dan leningen toegekend door
stellingen bedoeld
artikel 56, § 2, 2°, hoger is dan vijf maal de som van de belaste reserves bij het begin van het belastbaar tijdperk en het gestort kapitaal bij het einde van dit tijdperk;"; 8°
paragraaf 1, enig lid, wordt de bepaling onder 15° hersteld als volgt : "15° de
artikel 194sexies, tweede lid, bedoelde vergoeding die
uitvoering van de
artikel 194sexies, tweede lid, bedoelde overeenkomst wordt betaald aan de binnenlandse vennootschap of Belgische
richting die deel uitmaakt van dezelfde groep van vennootschappen als de belastingplichtige,
ruil voor de vermindering bij deze vennootschap of
richting van het
artikel 194sexies bedoelde overgedragen financieringskostensurplus."; 9°
paragraaf 1, enig lid, wordt een bepaling onder 15° /1
gevoegd, luidende : "15° /1 de
artikel 205/5, § 3, vijfde lid, bedoelde vergoeding die
uitvoering van de
artikel 205/5, § 3, bedoelde groepsbijdrage-overeenkomst wordt betaald
ruil voor de opname van het bedrag van de groepsbijdrage
de winst van de
aanmerking komende binnenlandse vennootschap of Belgische
richting van een
aanmerking komende buitenlandse vennootschap;"; 10°
paragraaf 3 wordt het eerste lid opgeheven;11°
paragraaf 3, tweede lid, wordt de woorden "wordt deze derde geacht" vervangen door de woorden "wordt deze derde voor de toepassing van paragraaf 1, 11° en 11° /1 geacht";12°
paragraaf 3, derde lid, worden de woorden "bedoeld
§ 1
, 11°, tweede streepje," vervangen door de woorden "bedoeld
paragraaf 1, 11° /1,";13°
paragraaf 3, vierde lid, worden de woorden "als bedoeld
§ 1
, 11° " vervangen door de woorden "als bedoeld
paragraaf 1, 11° en 11° /1";14°
paragraaf 3, vijfde lid, worden de woorden "Voor de toepassing van § 1, 11°, " vervangen door de woorden "Voor de toepassing van paragraaf 1, 11° en 11° /1,";15°
paragraaf 4, eerste lid, worden de woorden "Voor de toepassing van paragraaf 1, 11°, tweede streepje," vervangen door de woorden "Voor de toepassing van § 1, 11° /1,". Art. 40.
titel III, hoofdstuk II, afdeling IV, onderafdeling I, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 198/1
gevoegd luidende : "Art. 198/1.§ 1. Onverminderd de toepassing van de artikelen 54 en 55 wordt het
§ 2
bedoelde financieringskostensurplus niet als beroepskosten aangemerkt
de mate dat het totale bedrag van deze
teresten, hoger is dan het
§ 3bedoelde grensbedrag.
§ 2. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder financieringskostensurplus het positieve verschil verstaan tussen : - enerzijds het geheel aan
teresten en andere door de Koning omschreven kosten die economisch gelijkwaardig zijn aan
teresten, die overeenkomstig de artikelen 49, 52, 2°, 54 en 55
het belastbaar tijdperk als beroepskost worden aangemerkt en die niet verbonden zijn met een vaste
richting waarvan de winst wordt vrijgesteld krachtens een overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting; - en anderzijds het geheel aan
teresten en andere door de Koning omschreven opbrengsten die economisch gelijkwaardig zijn aan
teresten, die
de winst van het belastbaar tijdperk zijn begrepen en die niet krachtens een overeenkomst tot voorkoming van dubbele belasting worden vrijgesteld.
dien aan de door de Koning vastgestelde modaliteiten wordt voldaan, worden de
teresten van de volgende leningen niet
aanmerking genomen voor de vaststelling van het financieringskostensurplus : - de leningen waarvan de belastingplichtige heeft aangetoond dat het contract werd gesloten vóór 17 juni 2016 en waaraan vanaf deze datum geen fundamentele wijzigingen werden aangebracht; - de leningen die worden gesloten
uitvoering van een project van publiek-private samenwerking gegund na
mededingingstelling overeenkomstig de wetgeving
zake overheidsopdrachten, waarbij de uitvoerder van het project, de financieringskosten, de activa en de winst zich allemaal
de Europese Unie bevinden.
het geval de belastingplichtige deel uitmaakt van een groep van vennootschappen, komen de
teresten en andere door de Koning omschreven kosten of opbrengsten die economisch gelijkwaardig zijn aan
teresten en die verschuldigd zijn aan of van een binnenlandse vennootschap of Belgische
richting die deel uitmaakt van deze groep en die niet uitgesloten zijn van de toepassing van dit artikel, niet
aanmerking voor de vaststelling van het financieringskostensurplus. § 3. Het
dit artikel bedoelde grensbedrag is het hoogste van de volgende twee bedragen :
- a)3 miljoen euro;
- b)30 pct.van de overeenkomstig het tweede lid samengestelde EBITDA van de belastingplichtige. De EBITDA wordt samengesteld uit het resultaat van het belastbaar tijdperk te vermeerderen met : - de afschrijvingen en waardeverminderingen die voor het belastbaar tijdperk als beroepskosten worden aangemerkt; - het
paragraaf 2 bedoelde financieringskostensurplus, met uitzondering van het gedeelte dat
toepassing van de eerste paragraaf niet als beroepskost wordt aangemerkt; en te verminderen met : - de
artikel 202 bedoelde
komsten van het belastbaar tijdperk die overeenkomstig de artikelen 203 tot 205, van de winst van het huidige of een volgend belastbaar tijdperk kunnen worden afgetrokken; - 85 pct. van de
artikelen 205/2 en 205/3 bedoelde
komsten van het belastbaar tijdperk die overeenkomstig artikel 205/1, van de winst van het huidige of een volgend belastbaar tijdperk kunnen worden afgetrokken; - 80 pct. van de overeenkomstig artikel 543 bepaalde octrooi-
komsten die
aanmerking worden genomen om van de winst van het belastbaar tijdperk te worden afgetrokken; - het deel van de winst van het belastbaar tijdperk dat krachtens een overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting wordt vrijgesteld; - de winst die werd behaald
uitvoering van een project van publiek-private samenwerking gegund na
mededingingstelling overeenkomstig de reglementering
zake overheidsopdrachten, waarbij de uitvoerder van het project, de financieringskosten, de activa en de winst zich allemaal
de Europese Unie bevinden.
het geval de belastingplichtige deel uitmaakt van een groep van vennootschappen wordt het
het eerste lid, a, bedoelde bedrag evenredig verdeeld, overeenkomstig de door de Koning vastgestelde methode over de binnenlandse vennootschappen en de Belgische
richtingen die tijdens het belastbaar tijdperk deel hebben uitgemaakt van deze groep en die niet zijn uitgesloten van de toepassing van dit artikel.
het geval de belastingplichtige deel uitmaakt van een groep van vennootschappen wordt de
het eerste lid, b, bedoelde EBITDA van de belastingplichtige vermeerderd of verminderd met de andere dan de
paragraaf 2, derde lid, bedoelde sommen die respectievelijk verschuldigd zijn aan of verschuldigd zijn door een binnenlandse vennootschap of Belgische
richting die tijdens het hele belastbaar tijdperk deel heeft uitgemaakt van deze groep van vennootschappen en die niet zijn uitgesloten van de toepassing van dit artikel. § 4. Dit artikel is niet van toepassing
dien de belastingplichtige aantoont dat hij binnen het toepassingsgebied valt van een van de hiernavolgende definities : 1° de kredietinstellingen
de zin van artikel 1, § 3, van de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten0 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen;2° de beleggingsondernemingen
de zin van artikel 3, § 1, van de wet van 25 oktober 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten8 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies;3° de beheerders van AICB's
de zin van artikel 3, 13°, van de wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de
ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het
ternationaal Verdrag ter oprichting van een
ternationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten9 betreffende de alternatieve
stellingen voor collectieve belegging en hun beheerders;4° de beheervennootschappen van
stellingen voor collectieve belegging
de zin van artikel 3, 12°, van de wet van 3 augustus 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten2 betreffende de
stellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de
stellingen voor belegging
schuldvorderingen;5° de verzekeringsondernemingen
de zin van artikel 5, 1°, van de wet van 13 maart 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten9 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen;6° de herverzekeringsondernemingen
de zin van artikel 5, 2°, van de wet van 13 maart 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten9 op het statuut van en het toezicht op de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen;7° de
stelling voor bedrijfspensioen-voorziening
de zin van artikel 2, 1°, van de wet van 27 oktober 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten3 betreffende het toezicht op de
stellingen voor bedrijfspensioenvoorziening;8° pensioeninstellingen die pensioenregelingen uitvoeren welke worden beschouwd als socialezekerheidsregelingen die onder Verordening (EG) nr.883/2004 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad vallen, alsook elke juridische entiteit die is opgericht met het oog op de beleggingen van die regelingen; 9° de alternatieve
stellingen voor collectieve belegging
de zin van artikel 3, 2°, van de wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de
ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het
ternationaal Verdrag ter oprichting van een
ternationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten9 betreffende de alternatieve
stellingen voor collectieve belegging en hun beheerders;10° de
stellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG
de zin van artikel 3, 8°, van de wet van 3 augustus 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten2 betreffende de
stellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de
stellingen voor belegging
schuldvorderingen;11° een centrale tegenpartij
de zin van artikel 2, punt 1, van Verordening (EU) nr.648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transregisters; 12° een centrale effectenbewaarinstelling
de zin van artikel 2, eerste lid, punt 1, van Verordening (EU) nr.909/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende de verbetering van de effectenafwikkeling
de Europese Unie, betreffende centrale effectenbewaarinstellingen en tot wijziging van Richtlijnen 98/26/EG en 2014/65/EU en Verordening (EU) nr. 236/2012; 13° een vennootschap waarvan de enige activiteit bestaat
het uitvoeren van een project van publiek-private samenwerking gegund na
mededingingstelling conform de wetgeving
zake overheidsopdrachten, waarbij de uitvoerder van het project, de financieringskosten, de activa en de winst zich allemaal
de Europese Unie bevinden;14° een vennootschap die geen deel uitmaakt van een groep van vennootschappen en die geen buitenlandse
richtingen heeft en die geen : - rechtstreekse of onrechtstreekse deelneming aanhoudt
een vennootschap die ten minste 25 pct.bedraagt van de stemrechten of kapitaalbezit van deze vennootschap of waarbij deze deelneming recht geeft op ten minste 25 pct. van de winst van deze vennootschap; - natuurlijke persoon of rechtspersoon als aandeelhouder heeft die rechtstreeks of onrechtstreeks een deelneming aanhoudt
deze vennootschap en
een andere vennootschap die elk op zich ten minste 25 pct. bedraagt van de stemrechten of kapitaalbezit van deze vennootschappen of waarbij deze deelnemingen elk op zich recht geven op ten minste 25 pct. van de winst van elke van deze twee vennootschappen.". Art. 41.
artikel 198bis van hetzelfde Wetboek,
gevoegd bij de wet van 27 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de
ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het
ternationaal Verdrag ter oprichting van een
ternationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten0 en gewijzigd bij de wetten van 22 december 2008 en 23 december 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de
leidende zin van het eerste lid wordt vervangen als volgt : "De beroepskosten met betrekking tot het gebruik van de
artikel 65 bedoelde voertuigen zijn slechts aftrekbaar ten belope van :";2° de
leidende zin van het eerste lid, 1°, wordt vervangen als volgt : "1° een tarief bepaald op :";3°
het eerste lid, 2°, worden de woorden "wat het
aanmerking te nemen tarief voor de minderwaarden betreft, bepaald op" vervangen door de woorden "wat de minderwaarden betreft, een tarief bepaald op";4°
het eerste lid wordt een bepaling onder 3°
gevoegd, luidende : "3° 75 pct.wat het
aanmerking te nemen tarief voor de brandstofkosten betreft."; 5° het artikel wordt vervangen als volgt : "Art.198bis. Het
artikel 66, § 1, tweede lid, vermelde minimum van 75 pct. voor de met betrekking tot het gebruik van vóór 1 januari 2018 aangeschafte voertuigen gedane of gedragen beroepskosten is niet van toepassing.". Art. 42.
titel III, hoofdstuk II, afdeling IV, onderafdeling II, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 198ter
gevoegd luidende : "Art. 198ter.De
artikelen 67 tot 67ter bedoelde economische vrijstellingen zijn niet van toepassing.". Art. 43.
artikel 201, § 1, eerste lid, 1°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 22 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/06/2005 pub. 30/06/2005 numac 2005003577 bron federale overheidsdienst financien Wet tot
voering van een belastingaftrek voor risicokapitaal sluiten en gewijzigd bij de wet van 26 december 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten5, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden "des nouvelles immobilisations corporels ou
corporels" worden
de Franse tekst vervangen door de woorden "des nouvelles immobilisations corporelles ou
corporelles"; 2° de bepaling onder 1° wordt aangevuld met een zin, luidende : "Evenwel bedraagt het basis percentage van de aftrek voor de vaste activa die zijn verkregen of tot stand gebracht tussen 1 januari 2018 en 31 december 2019, 20 pct.;". Art. 44.
artikel 202, § 1, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 28 juli 1992 en 22 maart 1995 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 december 1996, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de bepalingen onder 4° en 5° worden opgeheven; 2° de bepaling onder 4° wordt hersteld als volgt : "4° dividenden die worden verleend of toegekend door een buitenlandse vennootschap waarvan de winst van het belastbare tijdperk of van een vorig belastbaar tijdperk overeenkomstig artikel 185/2 werd belast,
de mate dat de belastingplichtige heeft aangetoond dat het bedrag van deze dividenden waarvoor deze aftrek
het belastbare tijdperk en alle voorgaande belastbare tijdperken wordt toegepast, niet hoger is dan de winst van deze buitenlandse vennootschap die overeenkomstig artikel 185/2
het belastbare tijdperk en alle voorgaande belastbare tijdperken werd belast.". Art. 45.Artikel 204 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij het koninklijk besluit van 20 december 1996 en gewijzigd bij de wet van 11 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de
ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het
ternationaal Verdrag ter oprichting van een
ternationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten3, wordt vervangen als volgt : "Art. 204.De
gevolge artikel 202, § 1, aftrekbare
komsten worden geacht
de winst van het belastbare tijdperk voor te komen ten belope van het geïnde of verkregen bedrag eventueel vermeerderd met de roerende voorheffing of de fictieve roerende voorheffing.". Art. 46.
artikel 205, § 3, van hetzelfde Wetboek,
gevoegd bij de wet van 21 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de
ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het
ternationaal Verdrag ter oprichting van een
ternationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten4 en gewijzigd bij de wetten van 10 augustus 2015 en 3 augustus 2016, worden de woorden ", tot 95 pct. van hun bedrag," opgeheven. Art. 47.
titel III, hoofdstuk II, afdeling IV, van hetzelfde Wetboek, wordt een onderafdeling IIIbis/1
gevoegd, luidende : "Onderafdeling IIIbis/1. - Aftrek van de groepsbijdrage.". Art. 48.
titel III, hoofdstuk II, afdeling IV, onderafdeling IIIbis/1, van hetzelfde Wetboek,
gevoegd bij artikel 47, wordt een artikel 205/5
gevoegd, luidende : Art. 205/5.§ 1. Bij de bepaling van het belastbaar
komen wordt het
dit artikel omschreven bedrag van de groepsbijdrage dat betrekking heeft op het belastbaar tijdperk
mindering gebracht van de winst van het belastbaar tijdperk. Deze vermindering wordt "aftrek van de groepsbijdrage" genoemd. § 2. Het bedrag van de groepsbijdrage wordt vastgesteld
een
paragraaf 3 en 4 bedoelde groepsbijdrageovereenkomst die wordt gesloten tussen de belastingplichtige en een
aanmerking komende binnenlandse of buitenlandse vennootschap. Een
aanmerking komende binnenlandse of buitenlandse vennootschap is een vennootschap : - die beschikt over een deelneming van ten minste 90 pct. van het kapitaal van de belastingplichtige, of; - waarvan het kapitaal voor ten minste 90 pct. wordt aangehouden door de belastingplichtige, of; - waarvan het kapitaal voor ten minste 90 pct. wordt aangehouden door een andere binnenlandse of buitenlandse vennootschap en deze andere binnenlandse of buitenlandse vennootschap beschikt over een deelneming van ten minste 90 pct. van het kapitaal van de belastingplichtige. Een buitenlandse vennootschap komt enkel
aanmerking
dien deze gevestigd is
een lidstaat van de Europese Economische Ruimte. De
het eerste lid bedoelde overeenkomst kan alleen worden gesloten : -
dien de
het eerste lid bedoelde binnenlandse of buitenlandse vennootschap onafgebroken gedurende het belastbaar tijdperk en de vier voorafgaande belastbare tijdperken kwalificeert als
aanmerking komende binnenlandse of buitenlandse vennootschap; en -
dien het belastbaar tijdperk van de
het eerste lid bedoelde binnenlandse of buitenlandse vennootschap op hetzelfde tijdstip aanvangt en ofwel op hetzelfde tijdstip wordt afgesloten, ofwel
geval van vereffening van deze vennootschap op een vroeger tijdstip wordt afgesloten, dan het tijdstip waarop het belastbaar tijdperk van de belastingplichtige wordt afgesloten. De
het eerste lid bedoelde overeenkomst kan niet worden gesloten
dien één van beide partijen : - een vennootschap is die een onroerend goed of ander zakelijk recht met betrekking tot dergelijk goed ter beschikking stelt aan een of meerdere natuurlijke personen die
de vennootschap een opdracht of functies als bedoeld
artikel 32, eerste lid, uitoefenen, of aan hun echtgenoot of kinderen wanneer die personen of hun echtgenoot het wettelijk genot van de
komsten van die kinderen hebben; - een
artikel 185bis bedoelde vennootschap is; - een zeescheepvaartvennootschap is die aan de belasting wordt onderworpen met
achtneming van de artikelen 115 tot 120 of van artikel 124 van de programmawet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/1999 pub. 01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen sluiten3; - een diamanthandelaar is die aan de belasting wordt onderworpen met
achtneming van artikel 67 tot 71 van de programmawet van 10 augustus 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/1999 pub. 01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen sluiten6; - een vennootschap is die
toepassing van artikel 342, §§ 2 en 4, forfaitair wordt belast op de winst van het belastbaar tijdperk; - een
het buitenland gevestigde vennootschap is die, alhoewel ze
het land van haar fiscale woonplaats onderworpen is aan de vennootschapsbelasting of aan een buitenlandse belasting van gelijke aard als die belasting,
dat land een belastingregeling geniet dat afwijkt van het gemeen recht. § 3. Een overeenkomst komt slechts
aanmerking als groepsbijdrageovereenkomst
dien deze aan de voorwaarden van deze paragraaf voldoet en
dien deze voorwaarden ook effectief door de partijen ten uitvoer worden gebracht. De belastingplichtige en de
aanmerking komende binnenlandse vennootschap of de Belgische
richting van een
aanmerking komende buitenlandse vennootschap worden als de twee partijen van de overeenkomst geïdentificeerd. De overeenkomst kan slechts betrekking hebben op één belastbaar tijdperk.
deze overeenkomst wordt het bedrag van de groepsbijdrage opgenomen. Dit bedrag kan niet hoger zijn dan het beroepsverlies dat
hoofde van de
aanmerking komende binnenlandse vennootschap of de Belgische
richting van een
aanmerking komende buitenlandse vennootschap
het belastbaar tijdperk zou worden geleden
dien de groepsbijdrage niet
de winst zou zijn opgenomen.
dien deze binnenlandse vennootschap of deze Belgische
richting een partij is
meerdere groepsbijdrageovereenkomsten kan de som van de
deze overeenkomsten opgenomen bedragen van de groepsbijdrage niet hoger zijn dan het voormelde beroepsverlies.
deze overeenkomst verbindt deze binnenlandse vennootschap of Belgische
richting zich ertoe om het bedrag van de groepsbijdrage
de aangifte van de vennootschapsbelasting of belasting van de niet-
woners vennootschappen als winst van het belastbaar tijdperk waarop de overeenkomst betrekking heeft op te nemen.
deze overeenkomst verbindt de belastingplichtige zich ertoe aan deze binnenlandse vennootschap of Belgische
richting een vergoeding te betalen die gelijk is aan het surplus aan belasting dat zou zijn verschuldigd geweest
dien het
de overeenkomst opgenomen bedrag van de groepsbijdrage niet
mindering zou zijn genomen van de winst van het belastbaar tijdperk. § 4.
het geval een
de Europese Economische Ruimte gevestigde
aanmerking komende buitenlandse vennootschap haar activiteiten definitief heeft stopgezet en deze activiteiten niet door een andere vennootschap die deel uitmaakt van dezelfde groep van vennootschappen als deze buitenlandse vennootschap worden overgenomen binnen drie jaar na de stopzetting ervan, kan de belastingplichtige een groepsbijdrageovereenkomst met deze buitenlandse vennootschap sluiten
dien deze aan de voorwaarden van deze paragraaf voldoet en
dien deze voorwaarden ook effectief door de partijen ten uitvoer worden gebracht. De belastingplichtige en de
het eerste lid bedoelde
aanmerking komende buitenlandse vennootschap worden op onmiskenbare wijze als de twee partijen van de overeenkomst geïdentificeerd.
deze overeenkomst wordt het bedrag van de groepsbijdrage opgenomen. Dit bedrag kan niet hoger zijn dan het stopzettingsverlies dat
hoofde van de
het eerste lid bedoelde
aanmerking komende buitenlandse vennootschap
het belastbaar tijdperk wordt geleden.
dien deze buitenlandse vennootschap een partij is
meerdere groepsbijdrageovereenkomsten of
dien een deel van het verlies wordt gedragen door één of meerdere andere buitenlandse vennootschappen die deel uitmaken van deze groep van vennootschappen kan de som van de
deze overeenkomsten opgenomen bedragen en het deel van het verlies dat wordt gedragen door deze vennootschappen niet hoger zijn dan het voormelde stopzettingsverlies.
deze overeenkomst verbindt de belastingplichtige zich ertoe aan deze binnenlandse vennootschap of Belgische
richting een vergoeding te betalen die gelijk is aan het surplus aan belasting dat zou zijn verschuldigd geweest
dien het
de overeenkomst opgenomen bedrag van de groepsbijdrage niet
mindering zou zijn genomen van de winst van het belastbaar tijdperk. § 5. Om het voordeel van de aftrek van de groepsbijdrage te rechtvaardigen moet de belastingplichtige bij zijn aangifte een opgave voegen waarvan het model door de Koning of zijn afgevaardigde wordt vastgesteld.". Art. 49.
artikel 205ter van hetzelfde Wetboek,
gevoegd bij de wet van 22 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/06/2005 pub. 30/06/2005 numac 2005003577 bron federale overheidsdienst financien Wet tot
voering van een belastingaftrek voor risicokapitaal sluiten en gewijzigd bij de wetten van 14 april 2011, 26 juni 2013, 21 december 2013 en 28 juni 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de paragrafen 1 en 2 worden vervangen als volgt : " § 1.Om de aftrek voor risicokapitaal voor een belastbaar tijdperk te bepalen, is het
aanmerking te nemen risicokapitaal gelijk aan een vijfde van het positieve verschil tussen : - het jaarlijkse bedrag van risicokapitaal dat, onder voorbehoud van de bepalingen van de §§ 2 tot 6, overeenstemt met het bedrag van het eigen vermogen van de vennootschap, aan het eind van het belastbare tijdperk, en dat overeenkomstig de wetgeving betreffende de boekhouding en de jaarrekening van ondernemingen werd bepaald en voor het bedrag waarvoor die bestanddelen op de balans voorkomen; en - het jaarlijkse bedrag van risicokapitaal dat, onder voorbehoud van de bepalingen van de §§ 2 tot 6, overeenstemt met het bedrag van het eigen vermogen van de vennootschap, aan het eind van het vijfde voorgaande belastbare tijdperk, en dat overeenkomstig de wetgeving betreffende de boekhouding en de jaarrekening van ondernemingen werd bepaald en voor het bedrag waarvoor die bestanddelen op de balans voorkomen. Het jaarlijkse bedrag aan risicokapitaal voor een belastbaar tijdperk waarin de vennootschap nog niet bestond, is voor dat belastbaar tijdperk gelijk aan nul. § 2. Voor de bepaling van het
aanmerking te nemen risicokapitaal worden de
§ 1
, eerste lid, bepaalde jaarlijkse bedragen van risicokapitaal met betrekking tot elk belastbaar tijdperk verminderd met de volgende bestanddelen aan het einde van het betrokken belastbaar tijdperk : 1° de fiscale nettowaarde van de eigen aandelen en de financiële vaste activa die uit deelnemingen en andere aandelen bestaan;2° de fiscale nettowaarde van de aandelen waarvan de eventuele
komsten
aanmerking komen om krachtens de artikelen 202 en 203 van de winst te worden afgetrokken;3° de netto boekwaarde van de materiële vaste activa of gedeelten ervan
zover de erop betrekking hebbende kosten op onredelijke wijze de beroepsbehoeften overtreffen;4° de netto boekwaarde van de bestanddelen die als belegging worden gehouden en die door de aard ervan niet bestemd zijn om een belastbaar periodiek
komen voort te brengen;5° de netto boekwaarde van onroerende goederen of andere zakelijke rechten met betrekking tot dergelijke goederen waarvan natuurlijke personen die
de vennootschap een opdracht of functies als bedoeld
artikel 32, eerste lid, 1°, uitoefenen, hun echtgenoot of hun kinderen wanneer die personen of hun echtgenoot het wettelijk genot van de
komsten van die kinderen hebben, het gebruik hebben; 6° de
artikel 44, § 1, 1°, bedoelde uitgedrukte maar niet verwezenlijkte meerwaarden, die geen betrekking hebben op activabestanddelen als bedoeld
3° tot 5°, de belastingkredieten voor onderzoek en ontwikkeling en de kapitaalsubsidies."; 2° paragraaf 3 wordt opgeheven;3° paragraaf 4, die paragraaf 3 wordt, wordt vervangen als volgt : " § 3.Wanneer de
de §§ 1 en 2 bedoelde bestanddelen wijzigen tijdens het belastbaar tijdperk waarvoor de aftrek wordt toegepast, wordt het
aanmerking te nemen jaarlijkse bedrag van risicokapitaal voor dit belastbaar tijdperk bedoeld
§ 1
, eerste lid, eerste streepje, bepaald op basis van het bedrag op het einde van het voorgaande belastbare tijdperk en wordt dit bedrag naar gelang van het geval vermeerderd of verminderd met het bedrag van deze wijzigingen, berekend als gewogen gemiddelde en waarbij de wijzigingen geacht worden te hebben plaatsgevonden de eerste dag van de kalendermaand volgend op die waarin ze zich hebben voorgedaan."; 4°
paragraaf 5, die paragraaf 4 wordt, worden de woorden "van paragraaf 1" vervangen door de woorden "van § 2, 1° ";5° de huidige paragraaf 6 wordt paragraaf 5. Art. 50.Artikel 205quinquies, derde lid, van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 21 december 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de
ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het
ternationaal Verdrag ter oprichting van een
ternationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten8, wordt vervangen als volgt : "Het
het eerste en tweede lid bedoelde bedrag wordt bepaald door het tarief bedoeld
artikel 205quater te vermenigvuldigen met een vijfde van het positieve verschil tussen : 1° het positieve verschil vastgesteld aan het einde van het belastbare tijdperk, onder voorbehoud van de bepalingen van artikel 205ter, §§ 2 tot 6, tussen enerzijds de netto boekwaarde van de activabestanddelen van de buitenlandse vaste
richtingen, onroerende goederen of rechten bedoeld
respectievelijk het eerste en het tweede lid, en anderzijds het totaal van de passivabestanddelen die niet behoren tot het eigen vermogen van de vennootschap en die aanrekenbaar zijn op de vaste
richtingen, onroerende goederen of rechten bedoeld
respectievelijk het eerste of tweede lid;en 2° het positieve verschil vastgesteld aan het eind van het vijfde voorgaande belastbare tijdperk, onder voorbehoud van de bepalingen van artikel 205ter, §§ 2 tot 6, tussen enerzijds de netto boekwaarde van de activabestanddelen van de buitenlandse vaste
richtingen, onroerende goederen of rechten bedoeld
respectievelijk het eerste en het tweede lid, en anderzijds het totaal van de passivabestanddelen die niet behoren tot het eigen vermogen van de vennootschap en die aanrekenbaar zijn op de vaste
richtingen, onroerende goederen of rechten bedoeld
respectievelijk het eerste of tweede lid. Art. 51.Artikel 205novies van hetzelfde Wetboek,
gevoegd bij de wet van 22 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/06/2005 pub. 30/06/2005 numac 2005003577 bron federale overheidsdienst financien Wet tot
voering van een belastingaftrek voor risicokapitaal sluiten en gewijzigd bij de wetten van 22 december 2009 en 18 december 2015, wordt opgeheven. Art. 52.
artikel 206 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 6 augustus 1993Relevante gevonden documenten type wet prom. 06/08/1993 pub. 18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende
stemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de
ternationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting type wet prom. 06/08/1993 pub. 04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het
ternationaal Verdrag ter oprichting van een
ternationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie
het Duits sluiten en gewijzigd bij de wetten van 4 april 1995, 22 december 1998 en 11 december 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 1, tweede lid, wordt vervangen als volgt : "Onverminderd de toepassing van artikel 185, § 3, worden vorige beroepsverliezen van de toepassing van het eerste lid uitgesloten
dien : - deze werden geleden door middel van buitenlandse activa waarvan de winst
toepassing van een overeenkomst tot voorkoming van dubbele belasting wordt vrijgesteld
een belastbaar tijdperk dat is aangevangen vanaf 1 januari 2020; - zij werden geleden
een buitenlandse
richting waarvan de winst
toepassing van een overeenkomst tot voorkoming van dubbele belasting wordt vrijgesteld
een belastbaar tijdperk dat is aangevangen vanaf 1 januari 2020."; 2°
paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "beroepsverliezen die de overnemende of verkrijgende vennootschap vóór die
breng of die overneming heeft geleden" vervangen door de woorden "beroepsverliezen en de
artikel 205, § 3, bedoelde
komsten die de overnemende of verkrijgende vennootschap vóór die
breng of die overneming nog niet heeft kunnen aftrekken";3°
paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "beroepsverliezen die een overgenomen vennootschap vóór die fusie heeft geleden" vervangen door de woorden "beroepsverliezen en de
artikel 205, § 3, bedoelde
komsten die een overgenomen vennootschap vóór die fusie nog niet heeft kunnen aftrekken";4°
paragraaf 2, vijfde lid, worden de woorden "beroepsverliezen die de overnemende of verkrijgende vennootschap vóór deze verrichting heeft geleden" vervangen door de woorden "beroepsverliezen en de
artikel 205, § 3, bedoelde
komsten die de overnemende of verkrijgende vennootschap vóór deze verrichting nog niet heeft kunnen aftrekken";5°
paragraaf 2, zesde lid, worden de woorden "beroepsverliezen door de overgenomen, gesplitste of
brengende vennootschap geleden vóór de verrichting binnen haar Belgische
richting" vervangen door de woorden "beroepsverliezen en de
artikel 205, § 3, bedoelde
komsten die de overgenomen, gesplitste of
brengende vennootschap vóór de verrichting binnen haar Belgische
richting nog niet heeft kunnen aftrekken"; 6° paragraaf 2 wordt aangevuld met een lid, luidende : "Voor de toepassing van deze paragraaf wordt de beperking van de aftrekbaarheid geacht eerst plaatst te vinden op de beroepsverliezen en vervolgens op de
artikel 205, § 3, bedoelde
komsten.". Art. 53.
artikel 207 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 december 2016Relevante gevonden documenten type wet prom. 26/03/1999 pub. 01/04/1999 numac 1999012205 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° voor het eerste lid worden drie leden
gevoegd, luidende : "De
de artikelen 199 tot 206, 536 en 543 bedoelde aftrekken worden als volgt van de winst van het belastbare tijdperk afgetrokken.
eerste orde en
de hierna bepaalde volgorde, ten belope van het resterende saldo van de winst van het belastbare tijdperk : - de
artikel 199 bedoelde aftrekken, andere dan de
vesteringsaftrek; - de
de artikelen 202 tot 205 bedoelde aftrek, met uitsluiting van het deel van deze aftrek dat betrekking heeft op de
artikel 205, § 3, bedoelde
komsten van een voorgaand belastbaar tijdperk die
dat tijdperk niet van de winst konden worden afgetrokken; - de
artikel 543 bedoelde aftrek voor octrooi-
komsten; - de
de artikelen 205/1 tot 205/4 bedoelde aftrek, met uitsluiting van het deel van deze aftrek dat betrekking heeft op de
artikel 205/1, § 1, tweede lid, bedoelde
komsten van een voorgaand belastbaar tijdperk die
dat tijdperk niet van de winst konden worden afgetrokken; - de
vesteringsaftrek.
tweede orde en
de hierna bepaalde volgorde, ten belope van het na toepassing van het tweede lid resterende saldo van de winst van het belastbare tijdperk : - de
de artikelen 205bis tot 205octies bedoelde aftrek voor risicokapitaal; - de aftrek van de
artikel 205, § 3, bedoelde
komsten van een voorgaand belastbaar tijdperk die
dat of
een later tijdperk niet van de winst konden worden afgetrokken; - de aftrek van de
artikel 205/1, § 1, tweede lid, bedoelde
komsten van een voorgaand belastbaar tijdperk die
dat of
een later tijdperk niet van de winst konden worden afgetrokken; - de
artikel 206 bedoelde vorige beroepsverliezen; - de
artikel 536, derde lid, bedoelde aftrek; - de
artikel 536, eerste en tweede lid, bedoelde aftrek."; 2° het tweede lid wordt aangevuld met wat volgt : "- de
artikel 205/5