📄 Wettekst
25 DECEMBER 2017. - Wet tot hervorming van de vennootschapsbelasting (1)
FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : TITEL 1. - Algemene bepaling Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de grondwet.
TITEL 2. - Hervorming van de vennootschapsbelasting HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 Art. 2.Dit hoofdstuk heeft inzonderheid de gedeeltelijke omzetting tot doel van richtlijn (EU) 2016/1164 van de Raad van 12 juli 2016 tot vaststelling van regels ter bestrijding van belastingontwijkingspraktijken welke rechtstreeks van invloed zijn op de werking van de interne markt en de omzetting van richtlijn (EU) 2017/952 van de Raad van 29 mei 2017 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2016/1164 wat betreft hybridemismatches met derde landen. Art. 3.Artikel 2, § 1, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, vervangen bij
wet van 10 augustus 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/08/2001
pub.
20/09/2001
numac
2001003402
bron
ministerie van financien
Wet houdende hervorming van de personenbelasting
type
wet
prom.
10/08/2001
pub.
29/11/2002
numac
2002015034
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Slovenië tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, ondertekend te Ljubljana op 22 juni 1998 (2)
sluiten en gewijzigd bij de wetten van 17 mei 2004, 15 december 2004, 27 december 2006, 11 december 2008, 30 juli 2013, 21 december 2013, 8 mei 2014, 12 mei 2014, 10 augustus 2015, 18 december 2015, 26 december 2015, 3 augustus 2016 en 21 juli 2017, wordt aangevuld met de bepalingen onder 16°, 17° en 18°, luidende : "16° Hybridemismatch Onder hybridemismatch wordt verstaan een regeling die leidt tot aftrekbare kosten in hoofde van een binnenlandse vennootschap of een Belgische inrichting en van een buitenlandse onderneming of een vestiging daarvan, of in hoofde van een van deze actoren, maar zonder dat, in dit geval, met deze uitgaven inkomsten overeenstemmen die deel uitmaken van de belastbare inkomsten van de verkrijger.
Er kan slechts sprake zijn van een hybridemismatch tussen een binnenlandse vennootschap of een Belgische inrichting enerzijds en een buitenlandse onderneming of een vestiging daarvan anderzijds wanneer het geassocieerde ondernemingen zijn, die deel uitmaken van dezelfde onderneming of die handelen in het kader van een gestructureerde regeling.
Een binnenlandse vennootschap of een Belgische inrichting, en een buitenlandse onderneming of een vestiging daarvan zijn geassocieerde ondernemingen : - wanneer de buitenlandse onderneming een entiteit is waarin de binnenlandse vennootschap of de Belgische inrichting rechtstreeks of onrechtstreeks een deelname van 50 pct. of meer bezit inzake het stemrecht of het kapitaal of die gerechtigd is tot ontvangst van 50 pct. of meer van de winst van die entiteit; of - wanneer de buitenlandse onderneming of de vestiging daarvan een natuurlijke persoon of een entiteit is die rechtstreeks of onrechtstreeks een deelname van 50 pct. of meer bezit inzake het stemrecht of het kapitaal van de binnenlandse vennootschap, of die gerechtigd is tot ontvangst van 50 pct. of meer van de winst van de binnenlandse vennootschap; of - wanneer een natuurlijke persoon of een entiteit rechtstreeks of onrechtstreeks een deelname van 50 pct. of meer bezit inzake het stemrecht of het kapitaal van de binnenlandse vennootschap en van de buitenlandse onderneming; of - wanneer de binnenlandse vennootschap, of de Belgische inrichting, en de buitenlandse onderneming, of de vestiging daarvan, deel uitmaken van dezelfde geconsolideerde groep inzake de financiële boekhouding; of - wanneer de ene een invloed van betekenis uitoefent op het beheer van de andere.
In geval van een regeling waarbij een betaling uit hoofde van een financieel instrument betrokken is, wordt de bovengenoemde drempel van 50 pct. teruggebracht tot 25 pct.
Een persoon die met betrekking tot de stemrechten of het kapitaalbezit van een entiteit samen met een andere persoon optreedt, wordt tevens beschouwd als houder van een deelneming in alle stemrechten of het volledige kapitaalbezit dat die andere persoon of personen in de genoemde entiteit hebben.
Een geconsolideerde groep inzake financiële boekhouding is een groep die bestaat uit alle entiteiten die volledig zijn opgenomen in een geconsolideerde jaarrekening, opgesteld overeenkomstig de internationale standaarden voor financiële rapportering of het nationale systeem voor financiële rapportering van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte.
Een binnenlandse vennootschap of een Belgische inrichting en een buitenlandse onderneming of een vestiging daarvan, maken deel uit van dezelfde onderneming wanneer de ene een Belgische of vaste inrichting vormt van de andere of wanneer ze beiden Belgische of vaste inrichtingen vormen van dezelfde onderneming.
Een binnenlandse vennootschap of een Belgische inrichting en een buitenlandse onderneming of een vestiging daarvan, handelen in het kader van een gestructureerde regeling wanneer ze handelen in het kader van een regeling die voor elk van hen tot een aftrek leidt, of tot een aftrek voor de ene die gepaard gaat met een niet-belasting voor de andere, en waarbij de waardering van deze uitwerking reeds in de voorwaarden van de regeling is geïntegreerd, of wanneer ze handelen in het kader van een regeling die zodanig werd opgezet om tot zulk resultaat te leiden, tenzij niet redelijkerwijze van de binnenlandse vennootschap of de Belgische inrichting of van de buitenlandse onderneming of de vestiging daarvan kan worden verwacht dat ze op de hoogte is van het bestaan van die uitwerking en ze er geen voordeel uit gehaald heeft.
Er kan geen sprake zijn van een hybridemismatch die aanleiding geeft tot een aftrek in hoofde van een van de actoren samen met een niet-belasting in hoofde van een andere actor wanneer de afwezigheid van belasting voor deze laatste enkel te wijten is aan het belastingstelsel dat afwijkt van het gemeen recht dat op hem van toepassing is of aan de verschillen in de aan een betaling toegekende waarde, onder meer door de toepassing van verrekenprijzen. 17° Hybride-entiteit Onder hybride-entiteit wordt verstaan elke entiteit of regeling die krachtens de wetgeving van een rechtsgebied als een belastbare entiteit wordt beschouwd en waarvan de inkomsten of de uitgaven krachtens de wetgeving van een ander rechtsgebied als de inkomsten of de uitgaven van een of meer andere personen worden beschouwd. 18° Hybrideoverdracht Onder hybrideoverdracht wordt verstaan elke regeling voor het overdragen van een financieel instrument waarbij de onderliggende opbrengst van het overgedragen financieel instrument voor belastingdoeleinden wordt behandeld alsof deze tegelijkertijd is verkregen door meer dan een van de partijen bij die regeling.". Art. 4.In artikel 18 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 28 juli 1992 en 20 maart 1996, bij het koninklijk besluit van 20 december 1996 en van de wetten van 22 december 1998, 10 maart 1999, 24 december 2002, 15 december 2004, 27 december 2005, 31 januari 2006, 22 december 2009, 28 juli 2011, 10 augustus 2015, 26 december 2015 en 25 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de bepalingen onder 2° en 2° bis vervangen als volgt : "2° gehele of gedeeltelijke terugbetalingen van maatschappelijk kapitaal, met uitzondering van het gedeelte van de terugbetaling dat overeenkomstig het tweede lid is aangerekend op het gestort kapitaal of op de in 2° bis bedoelde bedragen die met gestort kapitaal zijn gelijkgesteld, naar aanleiding van een terugbetaling van kapitaal verkregen ter uitvoering van een regelmatige beslissing tot vermindering van het maatschappelijk kapitaal, overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen of overeenkomstig bepalingen van het vennootschapsrecht van toepassing op de buitenlandse vennootschap; 2° bis gehele of gedeeltelijke terugbetalingen van uitgiftepremies en van bedragen waarop ter gelegenheid van de uitgifte van winstbewijzen is ingeschreven, met uitzondering van terugbetalingen van bedragen die met gestort kapitaal worden gelijkgesteld ter uitvoering van een regelmatige beslissing van de algemene vergadering genomen overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen die van toepassing zijn op statutenwijzigingen of overeenkomstig de bepalingen van het vennootschapsrecht dat van toepassing is op de buitenlandse vennootschap, in de mate dat deze terugbetalingen overeenkomstig het tweede lid zijn aangerekend op het gestort kapitaal of op de voormelde bedragen die met gestort kapitaal zijn gelijkgesteld;"; 2° tussen het eerste lid en het tweede lid, dat het achtste lid wordt, worden zes leden ingevoegd, luidende : "Onverminderd de toepassing van artikel 537, en voor de toepassing van het eerste lid, 2° en 2° bis, worden de terugbetalingen van gestort kapitaal en de terugbetalingen van met gestort kapitaal gelijkgestelde uitgiftepremies en bedragen waarop ter gelegenheid van de uitgifte van winstbewijzen is ingeschreven, geacht verhoudingsgewijs voort te komen : - uit het totaalbedrag gevormd door het gestort kapitaal en, naargelang het geval, door de voormelde ermee gelijkgestelde bedragen en, - uit het totaal van de belaste reserves en van de vrijgestelde reserves, waarbij de aanrekening op de reserves geacht wordt uitsluitend plaats te vinden, eerst op de in het kapitaal geïncorporeerde belaste reserves, dan op de niet in het kapitaal geïncorporeerde belaste reserves en tenslotte op de in het kapitaal geïncorporeerde vrijgestelde reserves.Wanneer het bedrag van het gestort kapitaal, of van de met gestort kapitaal gelijkgestelde uitgiftepremies of winstbewijzen, die het onderwerp uitmaken van een terugbetaling, ontoereikend is om het deel dat verhoudingsgewijs betrekking heeft op ieder van deze categorieën aan te rekenen, wordt het saldo eerst aangerekend op de met gestort kapitaal gelijkgestelde uitgiftepremies, daarna op de met gestort kapitaal gelijkgestelde winstbewijzen in het geval van onvoldoende gestort kapitaal, vervolgens op het gestort kapitaal in geval van onvoldoende met gestort kapitaal gelijkgestelde uitgiftepremies of winstbewijzen en tenslotte van een van deze laatste categorieën op de overige categorie voor het eventuele saldo.
Onverminderd de toepassing van het vijfde lid wordt de in het tweede lid bedoelde pro rata verkregen overeenkomstig een percentage dat de verhouding uitdrukt tussen : - enerzijds, in de teller, de som van het gestort kapitaal, de uitgiftepremies en de winstbewijzen, die met gestort kapitaal worden gelijkgesteld, en, - anderzijds, in de noemer, de som van de belaste reserves, de in het kapitaal geïncorporeerde vrijgestelde reserves en het bedrag bepaald in de teller.
Voor de toepassing van het derde lid wordt het bedrag van de reserves bepaald op het einde van het belastbare tijdperk dat voorafgaat aan datgene waarin de terugbetaling van de in het eerste lid, 2° en 2° bis, bedoelde bedragen is verricht, verminderd met het bedrag van de tijdens het belastbare tijdperk en ten laatste op de datum waarop deze terugbetaling is verricht, uitgekeerde tussentijdse dividenden.
Om de pro rata bedoeld in het tweede en derde lid te bepalen, wordt geen rekening gehouden met : - de negatieve belaste reserves, andere dan het overgedragen verlies en andere dan deze die naar aanleiding van een terugbetaling van kapitaal of van hierboven bedoelde met gestort kapitaal gelijkgestelde bedragen, zijn aangelegd; - de vrijgestelde reserves bedoeld in artikel 44, § 1, 1°, en andere vrijgestelde reserves die niet in het kapitaal zijn geïncorporeerd; - de vrijgestelde reserves bedoeld in artikel 44, § 1, 1°, die in het kapitaal zijn geïncorporeerd, in de mate dat ze niet uitgekeerd kunnen worden; - de vrijgestelde reserves, die in geval van fusie, splitsing, met fusie door overneming gelijkgestelde verrichting of met splitsing gelijkgestelde verrichting als vermeld in artikel 211, § 1, in kapitaal worden heraangelegd wanneer de inbreng niet volledig wordt vergoed met nieuwe aandelen als bedoeld in artikel 211, § 2, derde lid, omdat de overnemende of verkrijgende vennootschappen in bezit zijn van aandelen van de overgenomen of gesplitste vennootschap; - de reserves bedoeld in de artikelen 24, eerste lid, 4°, 184quater en 541; - de wettelijke reserve ten belope van het wettelijk minimum; - de onbeschikbare reserves voor eigen aandelen en voor eigen winstbewijzen binnen de grenzen als bepaald in artikel 620, § 1, 2°, van het Wetboek van vennootschappen; - de voorzieningen voor risico's en kosten en waardeverminderingen, al dan niet vrijgesteld overeenkomstig de artikelen 48, 194 en 194bis; - of voor buitenlandse vennootschappen, de in gelijkaardige bepalingen naar buitenlands recht bedoelde reserves of voorzieningen.
De onaantastbaarheidsvoorwaarde bedoeld in artikel 190, wordt niet langer als voldaan geacht in de mate dat de vermindering op de vrijgestelde reserves is aangerekend.
Niettegenstaande het bepaalde in het tweede tot zesde lid wordt, wanneer de in het eerste lid, 2° en 2° bis, bedoelde beslissing van de algemene vergadering een wijze van aanrekening van vermindering van het eigen vermogen voorziet die zowel op het gestort kapitaal als, naargelang het geval, op de ermee gelijkgestelde bedragen, alsook op andere dan in het vierde lid bedoelde reserves betrekking heeft, die als zodanig wordt geboekt en die leidt tot de bepaling van een bedrag aan dividenden gelijk aan of hoger dan het bedrag aan dividenden dat zou voortvloeien uit een vermindering van gestort kapitaal of van ermee gelijkgestelde bedragen voor eenzelfde totaal bedrag, waarop de in het tweede tot zesde lid bedoelde regels zouden zijn toegepast het bedrag van de dividenden op basis van de voormelde beslissing bepaald."; 3° in het vroegere tweede lid, dat het achtste lid wordt, worden de volgende wijzigingen aangebracht : - in de inleidende zin worden de woorden "Als voorschot wordt beschouwd, elke al dan niet door effecten vertegenwoordigde geldlening verstrekt door een natuurlijk persoon aan een vennootschap waarin hij aandelen bezit of door een persoon aan een vennootschap" vervangen door de woorden "Als voorschot in de zin van het eerste lid, 4°, wordt beschouwd, elke al dan niet door effecten vertegenwoordigde vordering van een natuurlijk persoon op een vennootschap waarvan hij aandelen bezit of van een persoon op een vennootschap" en worden de woorden "elke geldlening verstrekt aan die vennootschap, door" vervangen door de woorden "elke vordering op die vennootschap van"; - in de bepaling onder de 2° worden de woorden "geldleningen aan" vervangen door de woorden "vorderingen op"; - in de bepaling onder 3° worden de woorden "geldleningen verstrekt door" vervangen door de woorden "vorderingen van". Art. 5.In artikel 24, derde lid, van hetzelfde Wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden "slechts tot 75 pct.in aanmerking genomen." worden vervangen door de woorden "slechts tot het overeenkomstig artikel 198bis, eerste lid, 2°, bepaalde tarief in aanmerking genomen"; 2° de woorden "overeenkomstig artikel 198bis, eerste lid, 2°, " worden vervangen door de woorden "overeenkomstig artikel 66, § 1, vierde lid". Art. 6.In artikel 27, derde lid, van hetzelfde Wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden "slechts tot 75 pct.in aanmerking genomen" worden vervangen door de woorden "slechts tot het overeenkomstig artikel 198bis, eerste lid, 2°, bepaalde tarief in aanmerking genomen"; 2° de woorden "overeenkomstig artikel 198bis, eerste lid, 2°, " worden vervangen door de woorden "overeenkomstig artikel 66, § 1, vierde lid,". Art. 7.In artikel 36, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 28 december 2011Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
18/12/1998
numac
1998015163
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
04/06/2015
numac
2015000253
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten6 en gewijzigd bij de wetten van 29 maart 2012 en 21 december 2013, worden, tussen het achtste en het negende lid, dat het twaalfde lid wordt, drie leden ingevoegd, luidende : "Indien een vanaf 1 januari 2018 aangekocht oplaadbaar hybridevoertuig uitgerust is met een elektrische batterij die een energiecapaciteit heeft van minder dan 0,5 kWh per 100 kilogram van het wagengewicht of een uitstoot heeft van meer dan 50 gram CO2 per kilometer, is de in aanmerking te nemen uitstoot van het betrokken voertuig gelijk aan deze van het overeenstemmende voertuig dat voorzien is van een motor die uitsluitend gebruik maakt van dezelfde brandstof. Indien er geen overeenstemmend voertuig bestaat dat uitsluitend voorzien is van een motor die gebruik maakt van dezelfde brandstof, wordt de uitstootwaarde vermenigvuldigd met 2,5.
Onder oplaadbaar hybridevoertuig wordt verstaan het in artikel 65 bedoelde voertuig dat zowel is uitgerust met een brandstofmotor als een elektrische batterij die opgeladen kan worden via een aansluiting op een externe energiebron buiten het voertuig.
De Koning kan bepalen wat moet worden verstaan onder overeenstemmend voertuig. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de in het negende lid bedoelde minimale energiecapaciteit verhogen tot maximaal 2,1 kWh per 100 kilogram van het wagengewicht.". Art. 8.In artikel 53, 6°, van hetzelfde Wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden "administratieve geldboeten opgelegd door overheden, zelfs wanneer deze geldboeten niet het karakter van een strafrechtelijke sanctie hebben en zelfs wanneer hun bedrag is berekend op basis van een aftrekbare belasting," ingevoegd tussen de woorden "transactionele geldboeten," en het woord "verbeurdverklaringen"; 2° de bepaling onder 6° wordt aangevuld met de woorden ", alsook verhogingen van sociale bijdragen;". Art. 9.In artikel 55 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 28 juli 1992, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) het eerste lid wordt vervangen als volgt : "Interesten van obligaties, leningen, schulden, deposito's en andere effecten ter vertegenwoordiging van leningen worden slechts als beroepskosten aangemerkt in zover ze niet hoger zijn dan een bedrag dat overeenstemt met : 1° voor interesten van niet-hypothecaire leningen zonder welbepaalde looptijd, andere dan deze betaald aan verbonden vennootschappen in het kader van een raamovereenkomst voor gecentraliseerd thesauriebeheer binnen een in artikel 198, § 4, vijfde lid, bedoelde groep : de door de Nationale Bank van België bekendgemaakte MFI rentevoet voor leningen voor een bedrag tot 1 000 000 euro met variabel tarief en initiële rentebepaling tot een jaar verstrekt aan niet-financiële vennootschappen gesloten in de maand november van het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de interesten betrekking hebben, verhoogd met 2,5 pct.; 2° voor andere dan in 1° bedoelde interesten : de overeenkomstig de marktrente geldende rentevoet, rekening houdende met de bijzondere gegevens eigen aan de beoordeling van het aan de verrichting verbonden risico en inzonderheid met de financiële toestand van de schuldenaar en met de looptijd van de lening."; b) de inleidende zin van het tweede lid wordt vervangen als volgt : "Voor de toepassing van het eerste lid, 2°, is de in aanmerking te nemen rentevoet :". Art. 10.In artikel 64ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de programma
wet van 8 juni 2008Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
18/12/1998
numac
1998015163
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
04/06/2015
numac
2015000253
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten2 en gewijzigd bij de wet van 27 maart 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid wordt de bepaling onder 1° opgeheven;2° het tweede lid wordt opgeheven;3° in het vroegere derde lid, dat het tweede lid is geworden, worden de woorden "1° en" en de woorden "of van de in het tweede lid bedoelde voertuigen" opgeheven;4° het vroegere vierde lid wordt opgeheven;5° in het vroegere vijfde lid, dat het derde lid is geworden, worden de woorden "en van de in het tweede lid bedoelde voertuigen" en de woorden "en die voertuigen" opgeheven. Art. 11.In artikel 66 van hetzelfde Wetboek, vervangen door de wet van 6 juli 1994 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000 en bij de wetten van 10 augustus 2001, 27 december 2005, 22 december 2008, 23 december 2009 en 28 december 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt : " § 1.Beroepskosten met betrekking tot het gebruik van de in artikel 65 bedoelde voertuigen zijn slechts aftrekbaar tot het overeenkomstig artikel 198bis bepaalde tarief van aftrekbaarheid, met een minimum van 75 pct. voor de gedane of gedragen beroepskosten met betrekking tot het gebruik van vóór 1 januari 2018 aangeschafte voertuigen."; 2° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt : " § 1.Beroepskosten met betrekking tot het gebruik van de in artikel 65 bedoelde voertuigen zijn slechts binnen de volgende grenzen aftrekbaar : 1° 40 pct.indien ze een uitstoot hebben van 200 gram CO2 per kilometer of meer; 2° een tarief vastgesteld door toepassing van de volgende formule in alle andere gevallen : 120 pct.- (0,5 pct. * coëfficiënt * aantal gram CO2 per kilometer), waarbij de coëfficiënt wordt vastgesteld op 1 voor voertuigen met een dieselmotor en op 0,95 voor voertuigen met een andere motor. Wanneer het voertuig is uitgerust met een aardgasmotor en een belastbaar vermogen heeft van minder dan 12 fiscale paardenkracht wordt de coëfficiënt verder verlaagd tot 0,90.
Het overeenkomstig het eerste lid, 2°, vastgestelde tarief kan niet lager zijn dan 50 pct., noch hoger zijn dan 100 pct. en bedraagt minimum 75 pct. voor de met betrekking tot het gebruik van vóór 1 januari 2018 aangeschafte voertuigen.
Indien het in artikel 65 bedoelde voertuig een oplaadbaar hybridevoertuig is als bedoeld in artikel 36, § 2, tiende lid, dat uitgerust is met een elektrische batterij die een energiecapaciteit heeft van minder dan 0,5 kWh per 100 kilogram van het wagengewicht of een uitstoot heeft van meer dan 50 gram CO2 per kilometer, dan is het in het eerste lid bedoelde in aanmerking te nemen CO2-uitstootgehalte gelijk aan dit van het overeenstemmende voertuig dat uitsluitend voorzien is van een motor die gebruik maakt van dezelfde brandstof.
Indien er geen overeenstemmend voertuig bestaat dat uitsluitend voorzien is van een motor die gebruik maakt van dezelfde brandstof, wordt de uitstootwaarde vermenigvuldigd met 2,5.
In afwijking van het eerste lid zijn de minderwaarden met betrekking tot de in datzelfde lid bedoelde voertuigen slechts als beroepskosten aftrekbaar tot de in procenten uitgedrukte verhouding tussen de som van de vóór de verkoop fiscaal aangenomen afschrijvingen en de som van de geboekte afschrijvingen voor de overeenstemmende belastbare tijdperken.
De Koning kan bepalen wat moet worden verstaan onder overeenstemmend voertuig.
De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de in het eerste lid vermelde coëfficiënt van toepassing voor voertuigen uitgerust met een aardgasmotor en met een belastbaar vermogen van minder dan 12 fiscale paardenkracht verlagen tot minimum 0,75, en de in het derde lid bedoelde minimale energiecapaciteit verhogen tot maximaal 2,1 kWh per 100 kilogram van het wagengewicht.
Het derde lid is niet van toepassing voor de hybridevoertuigen die worden aangekocht vóór 1 januari 2018."; 3° paragraaf 2 wordt aangevuld met een bepaling onder 4°, luidende : "4° voor de kosten die aan derden worden doorgerekend, mits deze kosten uitdrukkelijk en afzonderlijk op factuur zijn vermeld."; 4° in paragraaf 3, worden de woorden "en gedaan worden door de eindgebruiker van deze voertuigen" ingevoegd tussen de woorden "die toebehoren aan derden" en de woorden ", zomede het bedrag van de in dit artikel vermelde kosten". Art. 12.Artikel 69, § 1, eerste lid, 1°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de
wet van 26 december 2015Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/03/1999
pub.
27/03/1999
numac
1999003180
bron
ministerie van financien
Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen
sluiten5, wordt aangevuld met een zin, luidende : "Evenwel bedraagt het basispercentage van de aftrek 20 pct., voor de vaste activa die zijn verkregen of tot stand gebracht tussen 1 januari 2018 en 31 december 2019.". Art. 13.Artikel 70 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 16 april 1997, vervangen bij de
wet van 26 december 2015Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/03/1999
pub.
27/03/1999
numac
1999003180
bron
ministerie van financien
Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen
sluiten5 en waarvan deze vervanging wordt ingetrokken bij artikel 89 van deze wet, wordt vervangen als volgt : "Art. 70.De belastingplichtigen kunnen desgewenst de investeringsaftrek spreiden over de afschrijvingsperiode van de verkregen of tot stand gebrachte vaste activa, wanneer de over de afschrijvingsperiode van de vaste activa te spreiden investeringsaftrek betrekking heeft op de vaste activa die worden gebruikt ter bevordering van het onderzoek en de ontwikkeling van nieuwe producten en toekomstgerichte technologieën die geen effect op het leefmilieu hebben of die het negatieve effect op het leefmilieu zoveel mogelijk proberen te beperken.
In dat geval wordt de aftrek eenvormig vastgesteld op het in artikel 69, § 1, eerste lid, 2°, bedoelde basispercentage verhoogd met 17 percentpunten en wordt hij berekend op de afschrijvingen die voor elk belastbaar tijdperk van de afschrijvingsperiode worden aangenomen.
Wat de andere vaste activa betreft kunnen de belastingplichtigen die op de eerste dag van het belastbaar tijdperk waarin deze vaste activa zijn aangeschaft of tot stand gebracht minder dan 20 werknemers tewerkstellen, ervoor kiezen de investeringsaftrek te spreiden over de afschrijvingsperiode van deze andere aangeschafte of tot stand gebrachte vaste activa. In dat geval wordt de aftrek eenvormig vastgesteld op het in artikel 69, § 1, eerste lid, 2°, bedoelde basispercentage verhoogd met 7 percentpunten en wordt hij berekend op de afschrijvingen die voor elk belastbaar tijdperk van de afschrijvingsperiode worden aangenomen.". Art. 14.In artikel 171 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 25 december 2016Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/03/1999
pub.
01/04/1999
numac
1999012205
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen
sluiten1, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de bepaling onder 1°, c, eerste lid, worden de woorden "van 4°, b," vervangen door de woorden "van 2°, a, en 4°, b,";2° in de bepaling onder 2° wordt de bepaling onder a) hersteld als volgt : "a) stopzettingsmeerwaarden als bedoeld in artikel 28, eerste lid, 1°, die naar aanleiding van de stopzetting van de werkzaamheid vanaf de leeftijd van 60 jaar of ingevolge het overlijden of naar aanleiding van een gedwongen definitieve stopzetting zijn verkregen of vastgesteld op : - immateriële vaste activa, in zover ze niet meer bedragen dan de in 1°, c, vermelde grens; - andere activa dan immateriële vaste activa.
Onder gedwongen definitieve stopzetting wordt verstaan de definitieve stopzetting die voortvloeit uit een schadegeval, een onteigening, een opeising in eigendom, of een andere gelijkaardige gebeurtenis, evenals de definitieve stopzetting die het gevolg is van een handicap als bedoeld in artikel 135, eerste lid, 1° ;"; 3° in de bepaling onder 4°, a, eerste lid, worden de woorden "onverminderd de toepassing van 2°, a," ingevoegd voor de woorden "verwezenlijkte meerwaarden";4° de bepaling onder 4°, b, wordt vervangen als volgt : "b) de in 1°, c, vermelde vergoedingen die worden verkregen naar aanleiding van een handeling verricht vanaf de leeftijd van 60 jaar of ingevolge het overlijden of naar aanleiding van een gedwongen handeling. Onder gedwongen handeling wordt verstaan de handeling die voortvloeit uit een schadegeval, een onteigening, een opeising in eigendom, of een andere gelijkaardige gebeurtenis;". Art. 15.In artikel 173, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, worden de woorden "tegen het tarief van 16,5 pct." vervangen door de woorden "tegen het tarief van 10 of 16,5 pct.". Art. 16.In artikel 184 van hetzelfde Wetboek, wordt het vijfde lid, opgeheven bij de
wet van 11 december 2008Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
18/12/1998
numac
1998015163
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
04/06/2015
numac
2015000253
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten3 hersteld, als volgt : "Voor de toepassing van deze titel, wordt het bedrag van het in het eerste lid bedoelde gestorte kapitaal, van de uitgiftepremies en van de sommen waarop is ingeschreven ter gelegenheid van de uitgifte van winstbewijzen die overeenkomstig het tweede lid met kapitaal worden gelijkgesteld, geacht niet verminderd te zijn ten belope van de vermindering van het maatschappelijk kapitaal, van de uitgiftepremies of van de bovenvermelde sommen die ten gevolge van de toepassing van artikel 18, tweede tot vijfde lid, als dividenden op de belaste reserves en op de vrijgestelde reserves zijn aangerekend.". Art. 17.In artikel 184ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 11 december 2008Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
18/12/1998
numac
1998015163
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
04/06/2015
numac
2015000253
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten3, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen" vervangen door de woorden "de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen";2° in paragraaf 2, eerste en tweede lid, worden de woorden "de later gerealiseerde meerwaarden en minderwaarden wat deze activa betreft, vastgesteld uitgaande van de boekwaarde die zij hebben op het ogenblik van de verrichting" telkens vervangen door de woorden "de later gerealiseerde meerwaarden, minderwaarden, afschrijvingen en waardeverminderingen wat deze activa betreft, vastgesteld uitgaande van de werkelijke waarde die zij hebben op het ogenblik van de verrichting";3° in paragraaf 2 worden, tussen het tweede lid en het derde lid, dat het achtste lid wordt, vijf leden ingevoegd, luidende : "In geval van de overdracht van één of meerdere bestanddelen verbonden aan een buitenlandse inrichting waarvan de winst in België wordt vrijgesteld krachtens een overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting naar de Belgische maatschappelijke zetel, de voornaamste inrichting, de zetel van bestuur of beheer of een andere Belgische inrichting, worden de later gerealiseerde meerwaarden, minderwaarden, afschrijvingen en waardeverminderingen wat deze activa betreft, vastgesteld uitgaande van de werkelijke waarde die zij hebben op het ogenblik van de verrichting. In geval van de overdracht van één of meerdere Belgische bestanddelen naar een buitenlandse inrichting waarvan de winst in België wordt vrijgesteld krachtens een overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting, worden de later gerealiseerde meerwaarden, minderwaarden, afschrijvingen en waardeverminderingen wat deze activa betreft, vastgesteld overeenkomstig artikel 185/1 uitgaande van de werkelijke waarde die zij hebben op het ogenblik van de verrichting.
Indien de waarde van deze bestanddelen naar aanleiding van een in het eerste tot derde lid bedoelde verrichting werd vastgesteld door de Staat waar deze bestanddelen op het ogenblik van de verrichting zijn gelegen, en de niet gerealiseerde meerwaarde op deze bestanddelen ten gevolge van deze verrichtingen daadwerkelijk door deze Staat in de belastinggrondslag wordt opgenomen, wordt de door deze Staat vastgestelde waarde vermoed overeen te stemmen met werkelijke waarde ervan, tenzij kan worden aangetoond dat de door deze Staat vastgestelde waarde hoger is dan de werkelijke waarde.
Het vijfde lid is enkel van toepassing voor wat de bestanddelen betreft die op het ogenblik van de verrichting gelegen zijn in een Staat waarmee België een akkoord of overeenkomst heeft gesloten of die met België deelneemt aan een ander bilateraal of multilateraal gesloten juridisch instrument, op voorwaarde dat dit akkoord, deze overeenkomst of dit juridisch instrument de uitwisseling van inlichtingen mogelijk maakt met het oog op de toepassing van het interne recht van de overeenkomstsluitende Staten.
Indien het vijfde lid niet van toepassing is, wordt de werkelijke waarde van de in het eerste tot derde lid bedoelde bestanddelen vermoed overeen te stemmen met de aanschaffings- of beleggingswaarde ervan verminderd met de waardeverminderingen en afschrijvingen die zich overeenkomstig de bepalingen van dit Wetboek zouden hebben voorgedaan, tenzij het tegendeel wordt aangetoond."; 4° in paragraaf 2 wordt het vroegere derde lid, dat het achtste lid wordt, vervangen als volgt : "Behalve wanneer die vennootschap gevestigd is in een lidstaat van de Europese Unie en daar aan de gemeenrechtelijke bepalingen inzake belastingen is onderworpen, is het tweede lid niet van toepassing indien de overbrenging gebeurt vanuit een in artikel 203, § 1, eerste lid, 1°, bedoelde vennootschap.In dat geval worden de later gerealiseerde waardeverminderingen, meerwaarden en minderwaarden wat deze activa betreft, vastgesteld uitgaande van de aanschaffings- of beleggingswaarde ervan verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen die overeenkomstig de bepalingen van dit Wetboek in aanmerking zouden zijn genomen en worden de afschrijvingen met betrekking tot de op het moment van de verrichting in het buitenland gelegen bestanddelen evenwel slechts in aanmerking genomen in de mate dat zij zijn gegrond op de aanschaffings- of beleggingswaarde."; 5° in paragraaf 2 wordt het vroegere zesde lid, dat het elfde lid wordt, vervangen als volgt : "In het geval het vijfde lid niet van toepassing is, worden de afschrijvingen met betrekking tot de op het ogenblik van de verrichting in het buitenland gelegen bestanddelen, in afwijking van het eerste tot derde lid, evenwel slechts in aanmerking genomen in de mate dat zij zijn gegrond op de aanschaffings- of beleggingswaarde en worden de later gerealiseerde minderwaarden of waardeverminderingen op deze bestanddelen vastgesteld uitgaande van de aanschaffings- of beleggingswaarde ervan verminderd met de waardeverminderingen en afschrijvingen die zich overeenkomstig de bepalingen van dit Wetboek hebben voorgedaan.". Art. 18.In artikel 185 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 21 juni 2004 en 11 december 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 1 wordt aangevuld met drie leden, luidende : "De vennootschappen zijn tevens belastbaar op de aan een vaste inrichting toerekenbare winst die vrijgesteld is op grond van een overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting die met een lidstaat van de Europese Unie gesloten werd, indien die winst verwezenlijkt werd in het kader van een hybridemismatch en niet belastbaar is in het rechtsgebied van de vaste inrichting omdat die als vaste inrichting niet wordt beschouwd. Indien een of meer geassocieerde entiteiten die geen inwoner zijn in totaal een direct of indirect belang hebben van 50 pct. of meer van de stemrechten, de kapitaalbelangen of de rechten op een deel van de winst van een in artikel 29 bedoelde entiteit die is opgericht of gevestigd in België, zich bevinden in een rechtsgebied dat of in rechtsgebieden die de entiteit als een belastingplichtige aanmerken, wordt de entiteit, in afwijking van het eerste lid en van artikel 29, beschouwd als inwoner van België en belast op haar inkomsten voor zover die inkomsten niet anderszins worden belast krachtens de Belgische wetgeving of die van een ander rechtsgebied.
Het derde lid is niet van toepassing op instellingen voor collectieve belegging."; 2° een paragraaf 2/1 wordt ingevoegd, luidende : " § 2/1.In afwijking van paragraaf 1, en onverminderd artikel 203, § 1, 6°, zijn de inkomsten die verwezenlijkt werden in het kader van een hybridemismatch en niet opgenomen zijn in de winst van de Belgische vennootschappen of inrichtingen die de gerechtigden zijn tot die winst of op grond van de wetgeving van een andere Staat als dusdanig beschouwd worden, belastbaar of naargelang het geval niet aftrekbaar, voor zover een buitenlandse onderneming of een vestiging daarvan die inkomsten van de belastbare inkomsten mag aftrekken.
De volgende inkomsten die verwezenlijkt zijn in het kader van een hybridemismatch worden bedoeld : a) een inkomen dat verwezenlijkt werd in het kader van een financieel instrument, wanneer de aftrek ervan in hoofde van de buitenlandse onderneming of van een vestiging daarvan, samen met de niet-belasting in hoofde van de Belgische vennootschappen of inrichtingen die er de gerechtigden toe zijn of die als dusdanig beschouwd worden op grond van de wetgeving van een andere Staat, terug te voeren is op de verschillen in de kwalificatie van het financieel instrument. Een inkomen dat de onderliggende opbrengst van een overgedragen financieel instrument vormt, geeft geen aanleiding tot een hybridemismatch wanneer het inkomen betaald wordt door een financieel handelaar in het kader van een hybrideoverdracht op de markt, op voorwaarde dat het rechtsgebied van de betaler van de financieel handelaar eist dat hij alle bedragen die hij in verband met het overgedragen financiële instrument heeft ontvangen, als inkomsten opneemt.
Voor de toepassing van deze bepaling, worden verstaan onder : - financieel instrument : elk instrument dat leidt tot rendement op vreemd of eigen vermogen dat wordt belast volgens de regels voor het belasten van vreemd vermogen, eigen vermogen en derivaten uit hoofde van de Belgische wetgeving of van de wetgeving van de Staat van de buitenlandse onderneming of van de vestiging daarvan, met inbegrip van elke hybrideoverdracht; - hybrideoverdracht op de markt : een hybrideoverdracht waartoe door een financieel handelaar wordt overgegaan in het kader van de normale uitoefening van zijn activiteiten, en niet als onderdeel van een gestructureerde regeling; - financieel handelaar : een persoon of entiteit die als beroepsactiviteit regelmatig voor eigen rekening financiële instrumenten koopt en verkoopt, met als doel winst te maken; b) een inkomen betaald door een buitenlandse onderneming of door een vestiging daarvan, die een hybride-entiteit is, voor zover dat inkomen voor die hybride-entiteit aftrekbaar is van de belastbare inkomsten die niet eveneens opgenomen zijn in de belastbare inkomsten van de Belgische vennootschappen of inrichtingen aan wie dat inkomen betaald werd of als dusdanig beschouwd wordt op grond van de wetgeving van een andere Staat."; 3° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt : " § 3.Het bedrag van de beroepsverliezen geleden binnen buitenlandse inrichtingen of met betrekking tot in het buitenland gelegen activa waarover de vennootschap beschikt en waarvan de winsten behaald in deze inrichtingen of door middel van deze activa bij toepassing van een overeenkomst tot voorkoming van dubbele belasting door België worden vrijgesteld, blijft buiten beschouwing om de belastbare grondslag vast te stellen, tenzij het definitieve beroepsverliezen geleden binnen een lidstaat van de Europese Economische Ruimte betreft.
Het bedrag van de beroepsverliezen geleden binnen buitenlandse inrichtingen of met betrekking tot in het buitenland gelegen activa waarover de vennootschap beschikt en waarvan de belasting op de winst behaald in deze inrichtingen of door middel van deze activa bij toepassing van een overeenkomst tot voorkoming van dubbele belasting wordt verminderd, blijft in dezelfde verhouding buiten beschouwing om de belastbare grondslag vast te stellen, als de mate waarin deze overeenkomst de belasting op de winst vermindert.
Vorige beroepsverliezen die werden geleden binnen een buitenlandse inrichting waarvan de winst wordt vrijgesteld of waarvan de belasting op de winst wordt verminderd krachtens een overeenkomst tot voorkoming van dubbele belasting en die door de vennootschap met betrekking tot een belastbaar tijdperk dat is aangevangen voor 1 januari 2020 werden in mindering gebracht op haar Belgische winst, worden afgetrokken van de winst die wordt vrijgesteld of waarvan de belasting wordt verminderd in toepassing van deze overeenkomst, tenzij de vennootschap aantoont dat deze niet in aftrek zijn genomen van de winst van deze buitenlandse inrichting.
Voor de toepassing van deze paragraaf worden de hiernavolgende beroepsverliezen als definitief aangemerkt : a) de verliezen die bestaan op het ogenblik dat de vennootschap haar activiteiten in een bepaalde lidstaat definitief stopzet voor zover voor deze verliezen geen enkele aftrek van welke aard dan ook is verleend in de lidstaat waarin de buitenlandse inrichting was gelegen;b) bij afwezigheid van een buitenlandse inrichting, de verliezen die bestaan op het ogenblik dat de vennootschap over geen activa meer beschikt in een bepaalde lidstaat, voor zover voor deze verliezen geen enkele aftrek van welke aard dan ook is verleend in de lidstaat waar die activa waren gelegen. Voor de toepassing van deze paragraaf worden de beroepsverliezen niet als definitief beschouwd voor zover deze verliezen in de Staat waarin de buitenlandse inrichting was gelegen of waar de activa waren gelegen nog in aanmerking komen voor aftrek bij andere in die Staat gelegen inrichtingen of vaste activa waarover de vennootschap beschikt, of voor zover het recht van aftrek van deze verliezen in die andere Staat overgaat op een andere persoon.
Indien de vennootschap binnen de drie jaar na de aftrek van het definitieve beroepsverlies opnieuw activiteiten opstart in de lidstaat waar de inrichting was gelegen of de activa waren gelegen die aanleiding hebben gegeven tot het vaststellen van het definitieve beroepsverlies, wordt een bedrag ter grootte van het in aftrek genomen definitieve beroepsverlies terug opgenomen in de belastbare grondslag van het belastbaar tijdperk waarin de activiteiten opnieuw werden opgestart.". Art. 19.In titel III, hoofdstuk II, afdeling II, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 185/1 ingevoegd, luidende : "Art. 185/1.Winst omvat eveneens, in afwijking van artikel 24, het positieve verschil tussen enerzijds de werkelijke waarde en anderzijds de aanschaffings- of beleggingswaarde verminderd met de voorheen aangenomen waardeverminderingen en afschrijvingen, bij de overdracht van een of meerdere bestanddelen van het actief van een binnenlandse vennootschap naar haar buitenlandse inrichting waarvan de winst in België wordt vrijgesteld krachtens een overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting.". Art. 20.In titel III, hoofdstuk II, afdeling II, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 185/2 ingevoegd, luidende : "Art. 185/2.§ 1. Winst omvat eveneens de niet-uitgekeerde winst van de in paragraaf 2, eerste lid, omschreven buitenlandse vennootschap die voortkomen uit kunstmatige constructies die zijn opgezet met als wezenlijk doel een belastingvoordeel te verkrijgen.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt een constructie of een reeks constructies als kunstmatig aangemerkt in de mate dat de in paragraaf 2 omschreven buitenlandse vennootschap geen eigenaar van de activa zou zijn, of niet de risico's op zich zou hebben genomen die al haar inkomsten, of een deel ervan, genereren indien zij niet onder de zeggenschap stond van de belastingplichtige waar de voor die activa en risico's relevante sleutelfuncties worden verricht, welke een relevante rol vervullen bij het genereren van de inkomsten van de voormelde buitenlandse vennootschap.
De winst van de in het eerste lid bedoelde buitenlandse vennootschap komt in aanmerking met uitzondering van de bedragen die niet zijn voortgebracht door activa en risico's die verbonden zijn met de sleutelfuncties die door de belastingplichtige worden uitgeoefend.
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder "niet-uitgekeerde winst" de winst verstaan die door een in paragraaf 2 omschreven buitenlandse vennootschap wordt verworven in een belastbaar tijdperk dat wordt afgesloten in de loop van het belastbare tijdperk van de belastingplichtige. § 2. De niet uitgekeerde winst van een buitenlandse vennootschap kan slechts in de winst van de belastingplichtige worden begrepen indien : - de belastingplichtige ofwel rechtstreeks of onrechtstreeks de meerderheid van de stemrechten verbonden aan het totaal van de aandelen van deze buitenlandse vennootschap bezit, ofwel rechtstreeks of onrechtstreeks een deelneming bezit van ten minste 50 pct. van het kapitaal van deze vennootschap, ofwel recht heeft op ten minste 50 pct. van de winst van deze vennootschap; en indien - de buitenlandse vennootschap krachtens de bepalingen van de wetgeving van de Staat of het rechtsgebied waar zij is gevestigd, aldaar ofwel niet aan een inkomstenbelasting is onderworpen ofwel onderworpen is aan een inkomstenbelasting die minder dan de helft bedraagt van de vennootschapsbelasting die verschuldigd zou zijn geweest indien deze buitenlandse vennootschap in België zou zijn gevestigd.
Voor de berekening van de vennootschapsbelasting, bedoeld in het eerste lid, tweede streepje, die verschuldigd zou zijn geweest indien deze buitenlandse vennootschap in België zou zijn gevestigd, wordt geen rekening gehouden met het resultaat van deze buitenlandse vennootschap dat werd behaald door middel van één of meerdere buitenlandse inrichtingen van deze buitenlandse vennootschap waarvan de winst wordt vrijgesteld in toepassing van een overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting gesloten tussen het land of rechtsgebied waar deze buitenlandse vennootschap is gevestigd en het land of rechtsgebied waar deze buitenlandse inrichting is gelegen.". Art. 21.In artikel 185ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 27 april 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
18/12/1998
numac
1998015163
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
04/06/2015
numac
2015000253
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden "1° tot 3°, " ingevoegd tussen de woorden "artikel 66, § 2," en de woorden "slechts tot";2° het artikel wordt opgeheven. Art. 22.Artikel 190bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de
wet van 8 juni 2008Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
18/12/1998
numac
1998015163
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting
type
wet
prom.
06/08/1993
pub.
04/06/2015
numac
2015000253
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten2 en gewijzigd bij de wet van 23 december 2009, wordt vervangen als volgt : "Het behoud van de aftrek van 20 pct. van de in artikel 64ter, zoals het bestond voordat het werd gewijzigd door artikel 10 van de wet van 25 december 2017 houdende de hervorming van de vennootschapsbelasting, en artikel 198bis, eerste lid, 1°, a, zoals het bestond voordat het werd gewijzigd door artikel 41, 5°, van de vermelde wet van 25 december 2017, bedoelde kosten, dat werd aanvaard boven het bedrag van de werkelijk gedane of gedragen kosten, is onderworpen aan de in artikel 190, tweede lid, bedoelde voorwaarde.". Art. 23.Artikel 191 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de
wet van 22 december 1998Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
22/12/1998
pub.
15/01/1999
numac
1998003665
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en andere bepalingen
sluiten, wordt opgeheven. Art. 24.In artikel 192, § 1, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 28 december 1992 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 20 december 1996 en bij de wetten van 22 december 1998, 10 maart 1999, 15 december 2004, 11 december 2008, 22 december 2009, 29 maart 2012, 13 december 2012 en 27 december 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt : "De niet in artikel 45, § 1, eerste lid, 1°, bedoelde meerwaarden op aandelen verwezenlijkt, of vastgesteld bij de verdeling van het vermogen van een ontbonden vennootschap, zijn eveneens volledig vrijgesteld in de mate dat de eventuele inkomsten van deze aandelen in aanmerking komen om krachtens de artikelen 202 en 203, van de winst te worden afgetrokken of, voor wat betreft de overeenkomstig artikel 194 van de
wet van 13 maart 2016Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/03/1999
pub.
27/03/1999
numac
1999003180
bron
ministerie van financien
Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen
sluiten9 op het statuut van en het toezicht op verzekerings- of herverzekeringsondernemingen aangehouden aandelen, krachtens de artikelen 202, § 1 en § 2, eerste lid, 2°, en 203, van de winst te worden afgetrokken."; 2° in het derde lid, worden de woorden "met toepassing van artikel 45, § 1, eerste lid, 2°, wordt" vervangen door de woorden "met toepassing van artikel 45, § 1, eerste lid, 2°, omdat op het ogenblik van de ruil de eventuele inkomsten van de geruilde aandelen niet in aanmerking kwamen om krachtens de artikelen 202, § 1, en 203 van de winst te worden afgetrokken,". Art. 25.In titel III, hoofdstuk II, afdeling III, van hetzelfde Wetboek, wordt een onderafdeling Ibis ingevoegd, luidende : "Onderafdeling Ibis. Inschakelingsbedrijven.". Art. 26.In titel III, hoofdstuk II, afdeling III, onderafdeling Ibis, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 25, wordt een artikel 193quater ingevoegd, luidende : "Art. 193quater.§ 1. Voor vennootschappen die op het einde van het belastbare tijdperk op grond van artikel 1, § 1, 2°, van het
koninklijk besluit van 3 mei 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/03/1999
pub.
01/04/1999
numac
1999012205
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen
sluiten8 tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders betreffende de herinschakeling van zeer moeilijk te plaatsen werklozen, door het bevoegde gewest als inschakelingsbedrijf zijn erkend, wordt de winst die in het vermogen van de vennootschap wordt gehouden en die is verwezenlijkt in een belastbaar tijdperk waarvoor zij als inschakelingsbedrijf is erkend onder de hierna gestelde voorwaarden gedeeltelijk vrijgesteld.
Het gedeelte van de in het eerste lid bedoelde winst dat reeds in dit of een vorig belastbaar tijdperk overeenkomstig artikel 193bis, § 1, eerste lid, is vrijgesteld, komt niet in aanmerking voor de in het eerste lid bedoelde vrijstelling.
Het in het eerste en tweede lid bedoelde gereserveerde belastbare resultaat dat niet als winst wordt aangemerkt, wordt beperkt tot een bedrag gelijk aan de loonkosten van de in België tewerkgestelde werknemers die behoren tot de doelgroep zoals bepaald in artikel 1, § 2, derde lid, van het genoemde
koninklijk besluit van 3 mei 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/03/1999
pub.
01/04/1999
numac
1999012205
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen
sluiten8, met een minimum van 7 440 euro per in België tewergestelde personeelseenheid behorend tot deze doelgroep. Dit minimumbedrag wordt jaarlijks aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk aangepast aan de hand van de in artikel 178, § 3, eerste lid, 2°, bepaalde coëfficiënt. § 2. De in de eerste paragraaf bedoelde vrijstelling van de winst wordt slechts verleend en behouden indien : 1° de vrijgestelde winst op een afzonderlijke rekening van het passief van de balans geboekt is en blijft;2° de vrijgestelde winst niet tot grondslag dient voor de berekening van de jaarlijkse dotatie aan de wettelijke reserve of van enige beloning of toekenning; De in het eerste lid vermelde voorwaarden zijn eveneens van toepassing op winst die overeenkomstig artikel 67 van de
wet van 26 maart 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/03/1999
pub.
01/04/1999
numac
1999012205
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen
sluiten betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen, zoals het bestond voor het is opgeheven door artikel 87 van de wet van 25 december 2017 houdende de hervorming van de vennootschapsbelasting, is vrijgesteld.
Indien en in zoverre de in het eerste lid bedoelde voorwaarden in enig belastbaar tijdperk niet langer worden nageleefd, wordt de voorheen vrijgestelde winst beschouwd als winst van dat belastbare tijdperk. § 3. Voor een belastbaar tijdperk waarvoor de vennootschap de in dit artikel bedoelde vrijstelling van de winst toepast, zijn de artikelen 67, §§ 1 en 2, 67bis en 67ter, §§ 1 en 2, niet van toepassing.". Art. 27.Artikel 193quater, § 3, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 26 van deze wet, wordt opgeheven. Art. 28.In titel III, hoofdstuk II, afdeling III, van hetzelfde Wetboek, wordt het opschrift van onderafdeling II vervangen als volgt : "Onderafdeling II. Vrijgestelde voorzieningen.". Art. 29.Artikel 194 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt : "Onverminderd de toepassing van artikel 194bis, is de vrijstelling voor voorzieningen voor risico's en kosten voorzien in artikel 48 slechts van toepassing op de volgende voorzieningen : 1° de voorzieningen die voortvloeien uit verbintenissen die door de onderneming zijn aangegaan gedurende het belastbaar tijdperk of een van de voorgaande belastbare tijdperken; 2° de voorzieningen die voortvloeien uit wettelijke of reglementaire verplichtingen, andere dan de verplichtingen die louter voortvloeien uit de toepassing van een boekhoudkundige of jaarrekeningrechtelijke reglementering.". Art. 30.In artikel 194ter van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 26 mei 2016Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/03/1999
pub.
27/03/1999
numac
1999003180
bron
ministerie van financien
Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen
sluiten6 worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in § 2, worden de woorden "ten belope van 310 pct." vervangen door de woorden "ten belope van 356 pct."; …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.