← België

Koninklijk besluit houdende wijziging van het koninklijk besluit van 18 december 2009 betreffende de private radiocommunicatie en de gebruiksrechten v

Kort samengevat

Dit besluit wijzigt het Koninklijk besluit van 18 december 2009 betreffende private radiocommunicatie en gebruiksrechten, door nieuwe regels toe te voegen en bestaande te verduidelijken, met name voor maritieme en luchtvaart radiocommunicatie en radioamateurs.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
14 DECEMBER 2018. - Koninklijk besluit houdende wijziging van het koninklijk besluit van 18 december 2009Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 18/12/2009 pub. 30/12/2009 numac 2009011581 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende de private radiocommunicatie en de gebruiksrechten voor vaste netten en netten met gedeelde middelen sluiten betreffende de private radiocommunicatie en de gebruiksrechten voor vaste netten en netten met gedeelde middelen VERSLAG AAN DE KONING Sire, ALGEMEEN Het besluit dat U ter ondertekening wordt voorgelegd, voegt enkele nieuwigheden in en wenst verscheidene thema's in het koninklijk besluit van 18 december 2009Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 18/12/2009 pub. 30/12/2009 numac 2009011581 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende de private radiocommunicatie en de gebruiksrechten voor vaste netten en netten met gedeelde middelen sluiten betreffende de private radiocommunicatie en de gebruiksrechten voor vaste netten en netten met gedeelde middelen (hierna "KB 2009") te verhelderen. Een belangrijke wijziging bestaat erin de maritieme radiocommunicatie op te nemen in het toepassingsgebied van dit besluit. Voordat de wet van 31 juli 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 31/07/2017 pub. 12/09/2017 numac 2017031132 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende diverse bepalingen inzake elektronische communicatie sluiten van kracht werd, werden de vergunningen voor stations gebruikt in het kader van radiomaritieme activiteiten uitgereikt op basis van artikel 39 van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/07/2016 numac 2016000435 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de elektronische communicatie type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten betreffende de elektronische communicatie, hierna "de wet". Aangezien dit artikel voorziet in de aanneming van een koninklijk besluit, is het nodig om deze stations in dit besluit op te nemen wat de controle hierover kan vergemakkelijken alsook veiligheidsproblemen voor de zeevaart vermijden. Een tweede belangrijke wijziging bestaat in een toelichting van de regels die van toepassing zijn op de radioamateurs en die momenteel opgenomen zijn in het ministerieel besluit van 9 januari 2001Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 09/01/2001 pub. 02/02/2001 numac 2001014007 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Ministerieel besluit betreffende het aanleggen en het doen werken van radiostations door radioamateurs type ministerieel besluit prom. 09/01/2001 pub. 13/01/2001 numac 2000001120 bron ministerie van binnenlandse zaken Ministerieel besluit betreffende het overdragen van bevoegdheid van de Minister van Binnenlandse Zaken aan bepaalde overheden van de federale politie inzake de gunning en de uitvoering van overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en inzake het doen van diverse uitgaven type ministerieel besluit prom. 09/01/2001 pub. 13/01/2001 numac 2000001123 bron ministerie van binnenlandse zaken Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 16 maart 1998 betreffende het overdragen van bevoegdheid van de Minister van Binnenlandse Zaken aan bepaalde overheden van de rijkswacht en van de algemene politiesteundienst inzake de gunning en de uitvoering van overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en inzake het doen van diverse uitgaven sluiten betreffende het aanleggen en het doen werken van radiostations door radioamateurs. De opheffing van dat ministerieel besluit is noodzakelijk om te beantwoorden aan de voorschriften van artikel 39 van de wet, dat een koninklijk besluit eist, en om een evolutie van de reglementering mogelijk te maken. Het opnemen van alle regels inzake de radioamateurs in het KB 2009 garandeert bovendien de transparantie en voorkomt dat de radioamateurs veelvuldige reglementaire opzoekingen moeten doen. Een derde belangrijke wijziging bestaat erin te zorgen voor een coherent specifiek regelgevingskader voor radiocommunicatie op de luchtvaartfrequenties. De vergunningen worden momenteel afgegeven op grond van artikel 39 van de wet. Om te zorgen voor de aanneming van het koninklijk besluit waarin de wet voorziet en voor meer veiligheid in de luchtvaart door de controle van de stations te vergemakkelijken, worden enkele verduidelijkingen aangebracht voor die regels in het KB 2009. Deze nieuwigheden impliceren de definitie van nieuwe begrippen. Bovendien worden de structuur en de inhoud van het KB 2009 aangepast om een beter begrip van de regels mogelijk te maken en ervoor te zorgen dat ze conform de toepasselijke specifieke internationale normen zijn. Enkele louter formele wijzigingen ten slotte beogen de lezing te vergemakkelijken en elk risico voor interpretatiemoeilijkheden te vermijden. Advies 64.497/4 van de Raad van State van 28 november 2018 werd integraal gevolgd. 1 Zo is de inleiding aangepast, met name op het stuk van de notificatie aan de Europese Commissie, aangezien de status-quoperiode van drie maanden die opgelegd wordt door Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij verstreken is op 15 september 2017 en de Belgische Staat geen opmerkingen heeft ontvangen van de Commissie noch van de lidstaten. In die omstandigheden moet ervan worden uitgegaan dat voldaan is aan de gestelde formaliteit. ARTIKELSGEWIJZE BESPREKING Artikel 1. Deze bepaling voegt enkele definities toe aan artikel 1 en breidt aldus het toepassingsgebied van het KB 2009 uit. Dit artikel wijzigt in bepaling 12° het begrip van "roepnaam" zodat het niet langer gelinkt is aan een specifiek radiocommunicatiestation maar aan de persoon die houder is van een bedieningscertificaat. In de bepaling 24° wordt het begrip van "kortbereikapparatuur" vervangen door het begrip van "kortafstandsapparatuur" om overeen te stemmen met het Radioreglement van de ITU, hierna "RR". De bepalingen 29° tot 30° worden toegevoegd om de terminologische verduidelijkingen aan te brengen die nuttig zijn voor het begrip van het besluit en zijn bijlagen. Bepaling 29° stelt de Conférence Européenne des administrations des Postes et Télécommunications, de Europese Conferentie van de administraties van Posterijen en Telecommunicatie, "CEPT" genoemd, voor, die regels, besluiten of aanbevelingen uitvaardigt om de doeltreffende en doelmatige exploitatie van alle radiocommunicatiediensten te bevorderen. Het begrip walstation wordt gedefinieerd in de bepaling 30° om elk vast station aan de kust te dekken dat op maritieme frequenties werkt, ongeacht of het is opgesteld langs de kust of in het binnenland, bijvoorbeeld langs een rivier of een kanaal. Een dergelijk station kan mobiel zijn wanneer het aan boord van een voertuig wordt gemonteerd of draagbaar (walkietalkie). Dit begrip omvat een permanent aangemeerd vaartuig, namelijk een vaartuig voor anker dat radiocommunicatie uitzendt die niet noodzakelijk voor zijn eigen veiligheid is, omdat hiertoe een bepaalde frequentie moet worden toegekend, gecoördineerd op internationaal niveau en beschermd, in tegenstelling tot een station gebruikt op een niet-aangemeerd vaartuig. Artikel 2. Deze bepaling wijzigt artikel 2 van het KB 2009 op verscheidene punten. Vooreerst, om een minimale controledrempel te bepalen in geval van algemene vrijstelling, worden de normen bedoeld in de artikelen 50/1, 51 en 52 toegevoegd aan de normen die moeten worden nageleefd ook voor de radio- en televisieomroepstations en de stations die door Belgocontrol in dienst worden gesteld in de frequentiebanden die exclusief worden gebruikt voor de luchtvaart. Bovendien wordt het derde lid van het artikel opgeheven want het toepassingsgebied van het besluit wordt uitgebreid met de radiocommunicatiestations aan boord van een schip of een luchtvaartuig. Deze laatste vormen immers een type van radiostation en impliceren een bijzonder werk voor het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie, hierna het BIPT, dat niet alleen examens organiseert en vergunningen afgeeft maar bovendien deze stations controleert. Ten slotte wordt het vierde lid vervangen om de toepassing van het besluit op de stations van de categorieën 4e, 5e en 6e, met inbegrip van de satellietgrondstations, te garanderen. De andere types van grondstations vallen onder het koninklijk besluit van 16 april 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 16/04/1998 pub. 27/06/1998 numac 1998014114 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Koninklijk besluit betreffende satellietgrondstations sluiten betreffende de satellietgrondstations. Artikel 3. Deze bepaling corrigeert de wetgevende referentie naar aanleiding van de laatste wijziging van de wet, aangezien zowel de vergunningen die krachtens artikel 39 van deze wet worden afgegeven als de gebruiksrechten die verleend worden op basis van artikel 18 van deze wet onder de vrijstellingen vallen. Artikel 4. Dit artikel wijzigt artikel 4 op verscheidene punten. De bepaling onder 3°, a, wordt aangepast zodat de Franse en de Nederlandse versies overeenstemmen. Het moet duidelijk zijn dat om in deze categorieën te worden opgenomen, de openbare maatschappijen, voor 100%, rechtstreeks of onrechtstreeks van de voormelde machten moeten afhangen. In categorie 3, b, worden de openbare vervoersmaatschappijen (momenteel 3: MIVB, De Lijn en TEC) opgenomen om elk risico van discriminatie te vermijden tussen de maatschappijen die eenzelfde dienst aanbieden. Dat verklaart ook de behandeling van de private maatschappijen die voor een van de drie openbare vervoersmaatschappijen werken. In de bepaling onder 3°, c, worden om een gelijkheid van behandeling te garanderen ook alle ziekenhuizen en klinieken bedoeld. In de bepaling onder 3°, d, heeft de vervanging van het woord "OF" door het woord "EN" tot doel om het aantal maatschappijen die beperkte tarieven kunnen genieten, te beperken door twee cumulatieve voorwaarden op te leggen. De 4e categorie wordt gewijzigd in de bepaling onder 4° en beoogt voortaan de radiocommunicatie die op de frequenties werkt, die uitsluitend zijn voorbehouden voor de zeevaart of de binnenscheepvaart, maar ook de radars en geassocieerde noodbakens. Het doel is om alle apparatuur voor radiocommunicatie op een vaartuig in één categorie te hergroeperen, die ook de apparatuur bevat die op deze frequenties werkt en op aarde is geïnstalleerd. De 6e categorie wordt gewijzigd en beoogt voortaan de radiocommunicatie binnen de frequenties uitsluitend voorbehouden voor de luchtvaart maar ook de radars en de bijbehorende noodbakens. Het doel is om apparatuur voor radiocommunicatie op een luchtvaartuig in één categorie te hergroeperen die ook de apparatuur bevat die op deze frequenties werkt en op aarde is geïnstalleerd. De nieuwe 9e categorie is het resultaat van de samenvoeging van de voormalige categorieën 4 en 6 en dekt de vergunningen betreffende respectievelijk enerzijds de test- en proefvergunningen (vroegere categorie 6), voortaan opgenomen in de categorie 9 a), en anderzijds de gsm-stoorzenders (vroegere categorie 4), voortaan opgenomen in de categorie 9 b). Om bovendien elke verwarring met de nieuwe categorieën 4 of 6 te vermijden, zullen de radars die niet specifiek tot deze categorieën behoren, onder categorie 9 c) vallen. Het zal concreet gaan om de radars die snelheidsmetingen uitvoeren, helpen bij de weersvoorspellingen, enz. Ten slotte, om ervoor te zorgen dat de categorieën volledig zijn, maken de nieuwe technologieën die vandaag nog niet bekend zijn, het voorwerp uit van categorie 9 d), alsook de apparatuur die niet in een andere categorie kan worden ondergebracht. Artikel 5. Een nieuwe structuur is vastgesteld voor de leesbaarheid en duidelijkheid door een aantal bepalingen per thema uit te splitsen, namelijk: - Afdeling 1: Vergunningsaanvragen - Afdeling 2: Behandeling van de vergunningsaanvraag - Afdeling 3: Verboden en verplichtingen van de vergunningshouder - Afdeling 4: Bedieningscertificaat en examens Dit artikel beoogt de invoering van een afdeling 1 gewijd aan de "Vergunningsaanvragen " om elke belanghebbende persoon in staat te stellen om snel de voorwaarden en richtlijnen van toepassing op de afgifte van vergunningen te vinden. Het nieuwe artikel 5/2 herhaalt de voorwaarden die eerder werden beoogd in artikel 16 van het besluit, dat zelf werd opgeheven krachtens artikel 14 van dit ontwerp, om opgenomen te worden in afdeling 1 en de bijzondere situatie te beogen waarbij een persoon onverwachts in het bezit van een station komt. Artikel 6. Dit artikel heft artikel 6 op, want zijn inhoud wordt overgenomen in afdeling 2 betreffende de vergunningsaanvragen door meer operationele flexibiliteit toe te kennen aan het BIPT. Artikel 7. Dit artikel beoogt eveneens de lezing van het besluit te verhelderen door een afdeling 2 in te voegen die gewijd is aan de behandeling van de vergunningsaanvraag en door er alle verwante artikelen in samen te voegen. Om elk risico van verkeerde kenschetsing van de vergunningscategorie weg te nemen, staat dit artikel het BIPT toe om naargelang van de ontvangen aanvraag de relevante vergunningscategorie te bepalen. Volgend op het advies van de Raad van State wordt het nieuwe artikel 6, § 3, aangevuld om de categorieën van behoeften te bepalen, waarmee het BIPT rekening houdt om de prioritaire dossiers te bepalen. Het komt immers eropaan rekening te houden met de behoeften inzake veiligheid of behoeften van economische aard. Zo zullen op het stuk van grote evenementen, aanvragen die verband houden met de organisatie van de openbare veiligheid bij de behandeling voorrang krijgen op aanvragen in verband met de logistieke organisatie. Zo ook zal de aanvraag van iemand die een groot aantal radio's tegelijkertijd gebruikt, bijvoorbeeld een taxibedrijf, met voorrang worden behandeld ten opzichte van de aanvraag van een gebruiker die slechts één radio gebruikt. Artikel 6/1 groepeert en verklaart de gevallen van gunning van een roepnaam aangezien deze laatste wordt toegewezen door het BIPT op het moment dat de vergunning wordt uitgereikt. Dit artikel is gestoeld op het oude artikel 15, § 1 en § 2 van het KB 2009, vervangen door artikel 13 van dit ontwerp. De samenstelling en gunningsregels worden vastgelegd door het BIPT. Dit laatste kan bijvoorbeeld specifieke formaten voorstellen voor de bijkomende roepnamen die de radioamateurs kunnen vragen. De samenstelling van de roepnamen omvat ook de prefixen en suffixen die moeten worden gebruikt tijdens bepaalde communicatie, overeenkomstig de voorschriften van de ITU en de aanbevelingen van de CEPT. Ter verheldering preciseert een nieuw artikel 6/2 de mogelijke gevallen waarin een vergunning wordt geweigerd, waardoor de inhoud van het oude artikel 9 wordt opgenomen aangezien die weigering wordt uitgevoerd op het ogenblik dat de gunningsvoorwaarden van een vergunning worden geanalyseerd. Dit artikel voorziet ook in de mogelijkheid voor het BIPT om elke laattijdige aanvraag te weigeren aangezien het moeilijk is om een dergelijke aanvraag binnen korte termijnen te behandelen. Dat is bijvoorbeeld het geval tijdens grote evenementen waarbij vergunningsaanvragen de dag van de gewenste indienststelling zelf of op het ogenblik van een controle binnenkomen. Artikel 8. Dit artikel voegt in hetzelfde hoofdstuk II een afdeling 3 in om het besluit nog meer te structureren en de lezing ervan te vergemakkelijken door de gevallen van verbod samen te voegen alsook de verplichtingen. Artikel 9. Dit artikel vervolledigt de nieuwe paragraaf 1 van artikel 8 om de verplichting om de vergunningsvoorwaarden na te komen te formuleren aangezien een vergunning inhoudt dat een administratief en technisch dossier moet worden samengesteld om het volgende te verstrekken: - een officieel materieel bewijs; - informatie van de houder over de voorwaarden verbonden aan zijn vergunning; en - documentatie ter attentie van de bevoegde controle-instanties, in hoofdzaak het BIPT. De nieuwe formulering maakt het ook mogelijk om elk ander document verstrekt bij de gunning te beschouwen, ongeacht of het rechtstreeks werd bezorgd, werd gepubliceerd op internet of beschikbaar is op eenvoudig verzoek. Het eerste lid van paragraaf 2 wordt opgeheven om het BIPT de nodige flexibiliteit te geven om de structuur, de vorm en de samenstelling van een vergunning te organiseren in het belang van de houders. Het vergunningsformaat wordt niet langer gepreciseerd om elke operationele beperking te vermijden, waaronder de eventuele dematerialisatie ervan en om aldus voor soepelheid en neutraliteit te zorgen bij het gebruik van nieuwe technologieën (stickers, QR-codes, enz.). Zoals gevraagd door de Raad van State, wordt de tekst herzien om minimale regels te behouden inzake samenstelling van de vergunning, met als doel ervoor te zorgen dat er geen verschil in behandeling kan zijn tussen de aanvragers van een vergunning Paragraaf 3 garandeert dat de vergunning onmiddellijk raadpleegbaar is en in een originele versie wordt voorgelegd bij een controle door de bevoegde autoriteiten. Het is zaak om de authenticiteit van het document te garanderen en om elke vorm van fraude en vertragingsmanoeuvre te vermijden, meer bepaald door gebruikers van privéstations. Om een zekere soepelheid te brengen in de praktijk krijgt het BIPT de mogelijkheid om het gebruik van een kopie van de vergunning toe te staan in bepaalde gevallen, bijvoorbeeld bij een laattijdige aanvraag van een tijdelijke vergunning waarbij via elektronische weg een kopie kan worden toegestuurd bij gebrek aan een redelijke termijn om dit via de post te doen. Artikel 10. Artikel 9 wordt vervangen om de verplichtingen te formaliseren die enerzijds de verantwoordelijken van een station beogen, ongeacht of ze houder zijn van een vergunning of niet, en anderzijds de gebruikers van een station. Deze verplichtingen die gestoeld zijn op het ministerieel besluit van 2001 werden veralgemeend om de controleopdrachten te vergemakkelijken. Paragraaf 1 bepaalt basisveiligheidsvoorschriften en voorziet in de verantwoordelijkheid van de vergunninghouder of de verantwoordelijke van het station voor het gebruik van elk type radiocommunicatiestation, met inbegrip van een station dat via het internet werkt. Paragraaf 2, 1°, legt de voorrangsregels vast tussen de diensten waarvan de statuten verschillen, aangezien een dienst met een primaire status voorrang heeft op een dienst met een secundaire status. In de 70 MHz-band bijvoorbeeld waar professionele toepassingen een dienst met primaire status zijn, moeten radioamateurs die een dienst met secundaire status vormen daarom de voorrang van de eerstgenoemden in acht nemen. Artikel 11. Deze bepaling wijzigt artikel 10, paragraaf 1, om de draagwijdte van de gevallen van intrekking of schorsing uit te breiden naar alle vergunningen door de invoering van de bedieningscertificaten. De gevallen van schorsing of van intrekking worden aangevuld opdat het BIPT zijn facturering op eenvormige wijze kan beheren. Artikel 12. Deze bepaling heft artikel 14 op aangezien de inhoud van de eerste paragraaf wordt opgenomen in het nieuwe artikel 5/1 van het KB 2009. Paragraaf 2 verdwijnt om zich af te stemmen op de algemene bepalingen die van toepassing zijn op de minderjarigen wat betreft het sluiten van een contract. Artikel 13. Deze bepaling vervangt artikel 15 van het KB 2009. Het principe van toewijzing van een roepnaam aan de stations werd immers verplaatst naar artikel 6/1 van het KB 2009. Om evenwel elk misbruik te vermijden, legt het nieuwe artikel 15 van het KB op duidelijke wijze de regels vast voor gebruik van de roepnamen voor een internationale oproep en voorziet het in de verplichting om de roepnaam van het station te gebruiken voor de communicatie van de houders van een vergunning van de categorieën 4, 5 en 6. Artikel 14. Dit artikel heft artikel 16 op betreffende het onverwachts in bezit komen van een station, dat reeds in het nieuwe artikel 5/2 van het KB 2009 wordt vermeld. Artikel 15. Dit artikel voegt een afdeling 4 in samengesteld uit de artikelen 17/1 tot 17/3 die de algemene bepalingen beogen betreffende de bedieningscertificaten en de organisatie van bepaalde geschiktheidsexamens door het BIPT met het oog op de afgifte ervan. Artikel 17/1 voert het principe van de verplichting in om een bedieningscertificaat te hebben alvorens stations betreffende de 4e categorie (maritiem), de 5e categorie (radioamateurs) en de 6e categorie (luchtvaart) te gebruiken. In deze materie die onderworpen is aan specifieke internationale regels, is het immers zaak om te garanderen dat een persoon waarvan de bekwaamheid werd gecontroleerd, het betrokken station correct gebruikt. De geldigheid van een bedieningscertificaat is beperkt tot 5 jaar om het gemakkelijker te maken om de lijst van de actieve gebruikers bij te werken alsook hun eventuele persoonsgegevens. In geval van wijziging van de gegevens, van verlies, van diefstal of van beschadiging van een bedieningscertificaat, moet het Instituut worden ingelicht zodat het een nieuw bedieningscertificaat kan afgeven. De verschillende klassen van bedieningscertificaten alsook de bepalingen voor de afgifte ervan worden beschreven in de paragrafen 2, 3 en 4 van artikel 17/1. Paragraaf 2 bepaalt de verschillende gevallen van bedieningscertificaten van de 4e categorie conform de internationale bepalingen die van toepassing zijn op de maritieme radiocommunicatie. Er wordt een onderscheid gemaakt volgens het type van station dat kan worden gebruikt, de soort van betrokken vaartuig en de zone gedekt door de vergunning. Het algemene bedieningscertificaat "GOC" heeft het aldus mogelijk gemaakt om elk type van maritiem radiostation aan boord van handelsschepen of pleziervaartuigen te gebruiken in elk bevaarbaar gebied. Het beperkte bedieningscertificaat "ROC" staat eveneens het gebruik van een maritiem radiostation door handelsschepen of pleziervaartuigen toe, maar enkel in het vaargebied A1 (kustvaart) dat overeenstemt met een door een VHF-walstation gedekte zone. Het certificaat voor de schepen op de grote vaart, afgekort "LRC", staat op zich toe om elk maritiem radiocommunicatiestation aan boord van handelsschepen of pleziervaartuigen, uitgezonderd de SOLAS-schepen waarvoor bindende internationale bepalingen gelden, te gebruiken. Het certificaat voor de kustvaartschepen, "SRC", staat het toe om in vaargebied A1 (kustvaart) maritieme radiocommunicatiestations te gebruiken aan boord van handelsschepen of pleziervaartuigen buiten de SOLAS-schepen. Het beperkte certificaat van radiotelefonist "VHF" maakt het mogelijk alle maritieme radiostations te gebruiken die niet verbonden zijn aan het systeem voor automatische overzending van "GMDSS"-noodberichten. De idee is om te garanderen dat het gebruik van het GMDSS-systeem wordt voorbehouden aan personen die een uitgebreidere kennis hebben en houder zijn van een ander soort van certificaat. Zo sluit dit VHF-certificaat met name het gebruik van VHF-zenders die uitgerust zijn met "digitale selectieve oproep" (DSC of "Digital Selective Calling") en noodbakens (EPIRBs voor "Emergency Position-Indicating Radiobeacon station") uit. Paragraaf 3 preciseert de verschillende bedieningscertificaten van de 5e categorie (radioamateur) overeenkomstig de normen die zijn aangenomen op het niveau van de CEPT, om een internationale erkenning daarvan mogelijk te maken. Het klasse A-certificaat beoogt zich te schikken naar de CEPT-aanbeveling TR 61-02 inzake de wederzijdse erkenning van de examens binnen de administraties die deze aanbeveling hebben goedgekeurd. Het staat de uitzending toe met een groot vermogen op alle frequenties die voor radioamateurs zijn toegestaan. Deze soort van certificaat stelt zijn houder ook in staat om een station te gebruiken in de landen die de aanbeveling TR 61-01 van de CEPT hebben goedgekeurd zonder een specifieke vergunning te moeten vragen. Het klasse B-certificaat dat voorbehouden is voor nieuwelingen, voldoet aan CEPT-aanbeveling (05)06. Dit nieuwe type van certificaat is bestemd om de leemte te vullen tussen de huidige A- en C-certificaten en radioamateurs aan te moedigen om hun kennis te ontwikkelen. De houder ervan mag een station gebruiken in de landen die CEPT-aanbeveling (05)06 hebben geratificeerd zonder in die landen een specifieke vergunning te moeten aanvragen. Het klasse C-certificaat stemt overeen met het basiscertificaat beschreven in het rapport 89 van de CEPT. De houder ervan kan de wereld van de radioamateurs ontdekken via de uitzending op vastgelegde frequentiebanden met een beperkt vermogen. Er wordt voorzien in de erkenning van de radioamateurexamens die in het buitenland zijn afgelegd, om de naleving van de internationale akkoorden te garanderen, zoals bij de internationale erkenning van de Belgische certificaten. Er wordt voorzien dat het BIPT als enige bevoegd is om te oordelen over de overeenstemming van de klasse van een bedieningscertificaat en dat het ook de aanvraag mag verwerpen indien de aanvrager niet over de geschikte vaardigheden beschikt of indien de informatie onvolledig, onduidelijk of weinig betrouwbaar is. Indien de informatie wordt meegedeeld in een vreemde taal, kan de vertaling ervan worden geëist, op kosten van de aanvrager. Aangezien dergelijke akkoorden niet bestaan voor de andere categorieën van bedieningscertificaat, is het dus niet nodig om te voorzien in een dergelijke erkenning van deze laatste. Er wordt ook voorzien in een bijzondere maatregel die het mogelijk maakt om een bedieningscertificaat van de 5e categorie af te geven op basis van een eerder afgegeven geldige vergunning. Om het gebruik van luchtvaartstations door personen met de gepaste kennis te garanderen, maakt artikel 17/1, § 4, het onderscheid enerzijds tussen het beperkte bedieningscertificaat voor een luchtvaartstation, officiële benaming door de ITU waarbij de certificaten gehouden door de piloten worden bedoeld, en anderzijds de lagere categorie, namelijk het bedieningscertificaat in de luchtvaart. Ze worden verleend aan houders van een getuigschrift van welslagen voor een overeenstemmend examen en kunnen worden verleend aan zowel vliegpersoneel als aan grondpersoneel dat in contact staat met de controletoren of de luchtvaartuigen. De luchtverkeersleiders worden beoogd in bijlage 2. Ze beschikken over een Europees certificaat en vallen niet onder de 6e categorie voor de uitoefening van hun functie Het BIPT is op grond van artikel 39, § 5, van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/07/2016 numac 2016000435 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de elektronische communicatie type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten betreffende de elektronische communicatie bevoegd verklaard voor de praktische organisatie van de examens. Het kan daarbij zelf examens organiseren ofwel daartoe instanties erkennen, zoals de FOD Mobiliteit en Vervoer of de Belgische Luchtmacht. Er zal op de opmerking van de Raad van State over de toegankelijkheid van de CEPT-normen geantwoord worden door daarnaar te verwijzen via een vermelding op de website van het BIPT. Artikel 17/2 bepaalt de voorwaarden voor de organisatie van en deelname aan de examens voor het verkrijgen van een bedieningscertificaat van de 4e categorie en de 5e categorie. Ter herinnering: de geschiktheidsexamens voor de 6e categorie worden georganiseerd door andere instanties zoals de FOD Mobiliteit en Vervoer of de Belgische Luchtmacht. De radioamateurexamens werden tot nog toe georganiseerd door het BIPT op basis van een ministeriële machtiging, terwijl sinds 2014, artikel 39, § 5, van de wet de Koning machtigt om "het slagen voor een examen op (te) leggen voor het gebruik van bepaalde categorieën van zenders. Hij kan het Instituut delegeren om de voorwaarden en de praktische organisatie van deze examens vast te leggen.". Gelet op deze wettelijke bevoegdverklaring wordt het examenreglement toevertrouwd aan het BIPT en wordt het gepubliceerd op de website van het BIPT. Het BIPT mag zich voor de examens laten bijstaan door de erkende radioamateurverenigingen. Zij zijn immers al verplicht om specifieke opleidingen te organiseren, en beschikken daardoor over het geschikte materiaal om praktische proeven te organiseren. De minimumleeftijd om aan het radioamateurexamen deel te nemen, die vroeger vastgesteld was op 13 jaar bij het ministerieel besluit, wordt verlaagd naar 12 jaar, omdat vastgesteld is dat jonge kandidaten in staat waren om voor een examen te slagen. Artikel 17/3 van het gewijzigde besluit voorziet in de bijzondere bepalingen inzake de examens in geval van mislukking, fraude of pogingen tot fraude. Artikel 16. Dit artikel voegt een afdeling 5 in, samengesteld uit de artikelen 17/4 tot 17/8, die de bijzondere bepalingen beogen inzake de 5e categorie betreffende de radioamateurs. Artikel 17/4, paragraaf 1, bepaalt de voorwaarden opdat elke groepering van radioamateurs van het Instituut de hoedanigheid kan krijgen van erkende radioamateurvereniging. Om elk risico voor willekeur te vermijden, zal nadat de voorwaarden zijn vervuld in termen van representativiteit en verdediging van alle activiteiten die verband houden met de radioamateurs, de vereniging door het Instituut worden erkend. Artikel 39, § 5, van de wet staat het aan de Koning toe om de vaststelling van de voorwaarden en de praktische organisatie van de examens te delegeren aan het Instituut. Het is dan ook noodzakelijk dat het BIPT de voorwaarden met betrekking tot de examens voor de afgifte van bedieningscertificaten van de 5e categorie vaststelt, alsook de voorwaarden waaronder een test van het morsealfabet kan worden georganiseerd. Een erkende radioamateurvereniging beschikt bij het Instituut over een statuut van bevoorrechte gesprekspartner als voorvechter van alle activiteiten die met radioamateurisme te maken hebben. Dankzij de verplichte organisatie van opleidingen kan worden gegarandeerd dat deze verenigingen de beoefening van deze hobby aanmoedigen door de kandidaten voor te bereiden op de examens. Iedereen kan deelnemen aan deze opleidingen maar de erkende radioamateurverenigingen mogen verschillende bedragen vragen om hun opleidingen te volgen - hoofdzakelijk op basis van het al dan niet bestaan van een lidmaatschap - zonder daarom meer te vragen dan de werkelijke kosten die worden opgelopen voor de organisatie ervan (administratieve follow-up, terbeschikkingstelling van het materiaal, vergoeding van de lesgever, gebruik van het lokaal, enz.). De artikelen 17/5 en 17/6 preciseren een aantal bepalingen inzake de vergunningsaanvraag voor de stations van de 5e categorie, respectievelijk voor de natuurlijke en de rechtspersonen. Van de rechtspersonen kunnen enkel bepaalde verenigingen zonder winstoogmerk van Belgisch recht die activiteiten in verband met de radioamateurdienst bevorderen een aanvraag indienen voor een vergunning die enkel geldt voor vaste stations. Artikel 17/6, § 4, bepaalt dat hun vaste stations momenteel mogen worden geïnstalleerd op een andere plaats om deel te nemen aan een wedstrijd of aan een gemeenschappelijke activiteit van radioamateurs. In tegenstelling tot de andere categorieën moet elke aanvrager van een vergunning van een station van de 5e categorie vooraf houder zijn van het gepaste bedieningscertificaat, waardoor kan worden gegarandeerd dat de persoon bevoegd is om het station waarvoor de vergunning wordt aangevraagd, te gebruiken. Deze vereiste wordt eveneens geverifieerd voor de rechtspersonen aangezien ten minste twee mandatarissen houder moeten zijn van een bedieningscertificaat van klasse A. Een natuurlijke persoon kan één, en slechts één, vergunning verkrijgen - een beetje vreemd - op voorwaarde dat ze tegelijk betrekking heeft op een vast station als op alle mobiele en draagbare stations: dit is bedoeld om het administratieve beheer van het apparatuurpark te vereenvoudigen voor de radioamateur en te vermijden dat hij verscheidene aanvragen moet indienen en herhaalde dossierkosten moet betalen. Het op afstand bediende station is een nieuwigheid die bestemd is om de radioamateurs die thuis geen station kunnen installeren (bijvoorbeeld om stedenbouwkundige redenen) de kans te geven om een station op een andere plek te installeren, bijvoorbeeld een buitenhuis, en het van thuis uit te bedienen. Voor de natuurlijke personen is dit soort van installatie beperkt tot radioamateurs die houder zijn van een klasse A-bedieningscertificaat (het hoogste), omdat men voor de exploitatie van zo'n installatie een grondige technische kennis moet hebben. Bovendien heeft deze beperking tot doel de radioamateurs aan te moedigen om hun technische kennis te ontwikkelen en zelfs examens van een hoger niveau af te leggen die hun meer mogelijkheden bieden. Enkel de erkende radioamateurverenigingen en de radioclubs mogen onbemande stations van de 5e categorie opstellen. Het gebruik van dit station wordt gratis aangeboden aan elke radioamateur die houder is van het gepaste bedieningscertificaat. Daartoe haalt artikel 17/6, § 3, de te publiceren specifieke informatie voor dergelijke stations aan, zoals hun activeringsfrequentie, om elke radioamateur, en niet enkel de leden van de vereniging of van de radioclub in staat te stellen om dit station te kunnen gebruiken. Met uitzondering van de stations die gebruikmaken van het systeem van automatische uitzending via pakketten (APRS), dat het mogelijk maakt de positie van de radioamateurstations uit te zenden of te relayeren, mogen enkel de erkende radioamateurverenigingen en de radioclubs onbemande stations van de 5e categorie opstellen. Het gebruik van dit station wordt gratis aangeboden aan elke radioamateur die houder is van het gepaste bedieningscertificaat. Daartoe haalt artikel 17/6, § 3, de te publiceren specifieke informatie voor dergelijke stations aan, zoals hun activeringsfrequentie, om elke radioamateur, en niet enkel de leden van de vereniging of van de radioclub in staat te stellen om dit station te kunnen gebruiken. De toegang tot de gebruikte technische normen moet ook gratis zijn om die stations open te stellen voor een maximum aantal radioamateurs. Zoals aanbevolen door de ITU beperkt artikel 17/7 de radioamateurcommunicatie tot precieze doeleinden en legt het een zekere transparantie op. De communicatie hoeft niet versleuteld te zijn maar te worden verricht in duidelijke taal. Er wordt een uitzondering gemaakt voor het beheer van de automatische stations en de van op afstand bediende stations, om de mogelijkheid van bediening (uitschakeling van het station, verandering van frequentie, enz.) door onbevoegden te beperken. Het nieuwe artikel, dat gestoeld is op het ministerieel besluit van 9 januari 2001Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 09/01/2001 pub. 02/02/2001 numac 2001014007 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Ministerieel besluit betreffende het aanleggen en het doen werken van radiostations door radioamateurs type ministerieel besluit prom. 09/01/2001 pub. 13/01/2001 numac 2000001120 bron ministerie van binnenlandse zaken Ministerieel besluit betreffende het overdragen van bevoegdheid van de Minister van Binnenlandse Zaken aan bepaalde overheden van de federale politie inzake de gunning en de uitvoering van overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en inzake het doen van diverse uitgaven type ministerieel besluit prom. 09/01/2001 pub. 13/01/2001 numac 2000001123 bron ministerie van binnenlandse zaken Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 16 maart 1998 betreffende het overdragen van bevoegdheid van de Minister van Binnenlandse Zaken aan bepaalde overheden van de rijkswacht en van de algemene politiesteundienst inzake de gunning en de uitvoering van overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en inzake het doen van diverse uitgaven sluiten, voorziet evenwel in uitzonderingen- ten behoeve van de Belgische hulpdiensten: in geval van oefening en bij het uitvallen van de communicatiemiddelen. De radioamateurnetten zullen preventief aangelegd mogen worden, op verzoek van de autoriteiten die bevoegd zijn voor crisisbeheer. Zoals gevraagd door de Raad van State, worden de regels inzake betalingen verduidelijkt. Om de gebruikers te identificeren en de regels na te leven die zijn vastgesteld door de ITU en de CEPT voor verbindingen tussen radioamateurs, stelt artikel 17/8, § 1 en § 2, de regels vast voor het gebruik en de transmissie van roepnamen. Overeenkomstig de regels die zijn vastgesteld door de ITU preciseert artikel 17/8, § 3, hoe vaak de roepnaam wordt verzonden, om het zendstation steeds te kunnen identificeren. Artikel 17. Dit artikel wijzigt formeel artikel 19 door de Franse versie te wijzigen. Deze wijziging vloeit voort uit de verandering van woordenschat conform artikel 1, 24°. Artikel 18. Deze bepaling verduidelijkt artikel 28 wat betreft de tussenkomst van het BIPT, vóór iedere inwerkingstelling, om de staat van kenmerkende gegevens van elk soort van station van een netwerk met gedeelde middelen te bepalen, en niet alleen die van mobiele of draagbare stations. Dit preciseert dat de volledige staat van kenmerkende gegevens van de basisstations wordt bepaald door het Instituut en niet alleen de frequenties. Het doel bestaat erin om elk misbruik te voorkomen. Artikel 19. Deze bepaling verduidelijkt artikel 35 betreffende de dossierrechten door daarin de verschillende soorten van aanvraag voor analyse, deelname aan een examen, getuigschrift, certificaat of vergunning op te nemen. Gelet op het werk dat erdoor ontstaat zijn de studies die aan het Instituut worden gevraagd voor de haalbaarheid van een netwerk onderworpen aan een dossierrecht ook wanneer ze niet slagen. Om de terminologie te uniformiseren wordt overal het woord "dossierrechten" gebruikt. In het derde lid worden de vermenigvuldigingscoëfficiënten die van toepassing zijn op de op minder dan twintig werkdagen of minder dan vijf werkdagen ingediende aanvragen gewijzigd, om diegene over te nemen waarin aanvankelijk werd voorzien in het oorspronkelijke besluit, namelijk respectievelijk het dubbele of het vijfvoudige. Het gaat erom een einde te stellen aan bepaalde misbruiken die het Instituut heeft vastgesteld na de verlaging van deze coëfficiënten en om de aanvragers ertoe aan te zetten om hun frequentieaanvraag zo snel mogelijk in te dienen en een beter beheer van de aanvragen door het Instituut mogelijk te maken. Zoals gevraagd door de Raad van State, worden de regels inzake betalingen verduidelijkt. Er worden twee leden toegevoegd. Het ene om de gevallen te bundelen waarbij geen dossierrechten worden aangerekend, namelijk enerzijds voor de netwerken met gedeelde middelen (categorie 8b), voordien bedoeld in artikel 39 van het KB 2009 dat opgeheven wordt door artikel 22 van het onderhavige ontwerp, en anderzijds voor de apparatuur aan boord die bedoeld is voor de veiligheid van de scheepvaart om de veiligheidsapparatuur van schepen aan te moedigen. Het andere lid wordt toegevoegd om te preciseren dat de dossierrechten verschuldigd blijven zelfs bij opzegging van de vergunning voor of na de indienststelling van een station of van een netwerk, alsook in geval van intrekking van een aanvraag voor een vergunning die al dan niet is afgegeven, om de kosten te dekken die het Instituut heeft gemaakt voor het onderzoek. Artikel 20. Artikel 37 met betrekking tot het jaarlijkse recht wordt aangevuld met een bepaling die de betaling van dat recht oplegt voor de frequenties die voorbehouden zijn voor de netwerken met gedeelde middelen. Het doel is de dekking te garanderen van de kosten in verband met de beschikbaarstelling van de frequenties en de controle uitgevoerd door het Instituut, om met name te vermijden dat operatoren frequenties gaan hamsteren ten nadele van andere potentiële gebruikers. Om alle bezwaren te vermijden, legt dit artikel ook uit dat de rechten cumuleren indien eenzelfde station wordt gedekt door verscheidene vergunningen. Bovendien wordt een aanvullend lid toegevoegd om de apparatuur aan boord die bedoeld is voor de veiligheid van de maritieme en luchtvaartnavigatie vrij te stellen van jaarlijkse rechten, teneinde de veiligheidsapparatuur van zee- en luchtvaartuigen aan te moedigen. Artikel 21. Dit artikel heft artikel 38 op waarvan de inhoud wordt verplaatst en voortaan in bijlage 1 vervat zit. Artikel 22. Dit artikel heft de artikelen 39 en 40 op die voortaan respectievelijk vervat zijn in artikel 37 en in bijlage 1. Artikel 23. Om een eind te maken aan interpretatiemoeilijkheden wijzigt deze bepaling eveneens artikel 41 om een maandelijkse tarifering te vervangen door een tarifering per dag met een minimum van 30 dagen. Er wordt voorzien in een uitzondering op het minimum van 30 dagen bij de wijziging of de vervanging van stations om te vermijden dat de klant tweemaal betaalt voor eenzelfde station. Artikel 24. Om de reeds vermelde redenen in artikel 23, wijzigt deze bepaling artikel 42 om een maandelijkse facturering te vervangen door een dagelijkse facturering met een minimum van 30 dagen. Artikel 25. De rechtvaardiging van artikel 43 stemt overeen met die van artikel 23. Artikel 26. Deze bepaling wijzigt in artikel 44 de maand van indexering die in aanmerking wordt genomen in de berekening van de indexering. Aldus vervangt de maand oktober vanaf nu de maand november zodat het BIPT de betalingen kan factureren en ontvangen voor het einde van het jaar en opdat het zo in voorkomend geval mogelijk wordt om de vergunningen die niet betaald zijn, niet te vernieuwen. Artikel 27. Deze bepaling wijzigt artikel 45 van het KB 2009. Artikel 39, § 4, van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/07/2016 numac 2016000435 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de elektronische communicatie type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten betreffende de elektronische communicatie stelt de diensten die ressorteren onder de minister van Landsverdediging, de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie en de Geallieerde Strijdkrachten enkel nog voor de frequenties die uitsluitend militair zijn of worden gedeeld, vrij van de toepassing van de wetgeving. Deze gebruikers zijn daarom vergunningsplichtig om het gebruik van de frequenties te optimaliseren, maar het was wenselijk dat dit zou gebeuren zonder financiële verplichting. Artikel 28. Dit artikel voert een formele wijziging in in de Nederlandse versie van artikel 46 van het KB 2009 om te zorgen voor de coherentie tussen de verschillende taalversies. Artikel 29. Deze bepaling heft hoofdstuk VI/1 op van hetzelfde besluit gewijd aan radioamateurs, waarvan alle regels zijn verduidelijkt in de hoofdstukken I, II/2, II/4, III, V, VI en VII. Artikel 30. Deze bepaling wijzigt artikel 50/1 om de reikwijdte te preciseren en de veiligheid van de ambtenaren van het BIPT tijdens inspecties te waarborgen, wat mogelijk is via bijvoorbeeld de levering van aangepaste uitrusting bij controles van bepaalde gevaarlijke plekken (kerncentrales, maritiem milieu, enz.). Artikel 31. Deze bepaling past de Nederlandse versie van artikel 52 aan om de taalkundige coherentie van de tekst te garanderen. Artikel 32. Deze bepaling vervangt bijlage 1 van het KB 2009 om alle door het Instituut te innen bedragen duidelijk voor te stellen. Het eerste deel van de bijlage is gewijd aan de dossierrechten die bestaan uit ofwel: - inschrijvingsgeld voor de examens (vroeger vastgesteld in de examenreglementen van het Instituut goedgekeurd door de minister); - dossierrechten verbonden aan de afgifte van bedieningscertificaten, hetzij uit dossierrechten verbonden aan de afgifte van morsegetuigschriften; of - rechten in verband met de afgifte van een getuigschrift voor erkende radioamateurvereniging. De rechten voor de inschrijving voor de verschillende examens zijn bestemd om de kosten te dekken die het Instituut draagt voor de organisatie ervan. De rechten voor de LRC-, ROC- en GOC-examens zijn hoger omdat ze worden georganiseerd in opleidingscentra die over het specifieke materiaal beschikken, maar die enkel beperkte groepen ontvangen. De organisatie van praktische tests vergt ook de verplaatsing van meer personeel. De rechten die bestemd zijn om de erkenning van een radioamateurvereniging te dekken, die verband houden met de afgifte van de bedieningscertificaten of getuigschriften van het slagen voor een morseproef beogen hetzelfde doel. Ze worden op een voldoende laag niveau gehouden om een gemakkelijke toegang tot de erkenning te verzekeren. De dossierrechten die de radioamateurs moeten betalen voor de aanvragen van speciale en/of extra roepnamen dekken ook het geleverde werk en zijn belangrijker omdat dit werk aanzienlijker is. In een tweede hoofdstuk van de bijlage worden de verschillende dossierrechten en jaarlijkse rechten vermeld die verschuldigd zijn per categorie van vergunning bedoeld in artikel 4. Afdeling 1 geeft de definities die nuttig zijn voor het begrip van de bedragen. Er kan worden opgemerkt dat voor coëfficiënt "C" het begrip "bezette maximale bandbreedte" in de plaats komt van "bandbreedte", die voordien werd gebruikt, om de controle te vergemakkelijken. De breedte van het toegewezen kanaal is die welke gedefinieerd is door het Instituut en niet die welke effectief gebruikt wordt door de gebruiker. Zo kunnen de frequenties beter beheerd worden. Er worden uitzonderingen op deze breedte van het toegewezen kanaal vastgesteld voor de frequenties tussen 470 en 1000 MHz, draadloze microfoons en in-ear monitoring, waarbij de gebruikte coëfficiënt 1 is ongeacht de gebruikte breedte van het toegewezen kanaal. Voor microfoons en in-ear monitoring bestond deze uitzondering al. Ze is uitgebreid naar apparatuur die werkt in de 470-1000MHz-band. Voor de afdelingen 2 en 4 houdt het jaarlijkse recht voortaan niet alleen rekening met een straal van gevraagde dekking die 1 km zou overschrijden, maar ook met het feit dat het gebruik van het netwerk al dan niet beperkt zou zijn tot een welbepaald afgesloten gebied. Door een dergelijke gelijkstelling kan immers worden voorzien in een aanpassing van het recht op grond van de precieze plaats van een netwerk en kan het radiospectrum dus goed worden beheerd. Afdeling 5 vermeldt de nieuwe categorie van de vergunningen voor maritieme stations die ook de radars omvatten. Voor de walstations wordt het jaarlijkse recht overeenkomstig de huidige praktijk gelijkgesteld met de rechten voor de 1e of 3e categorie want dergelijke stations vereisen de toewijzing van een precieze frequentie, een verplichting tot coördinatie van deze frequentie en een verplichting tot bescherming van de gebruikte frequentie. Afdeling 6 stelt de dossierrechten en de jaarlijkse rechten vast voor de vergunningen voor radioamateurstations. De vermelde bedragen lijken op de bedragen van de vroegere bijlage; ze zijn afgerond, terwijl ook rekening is gehouden met het feit dat een radioamateur die een vergunning heeft ook houder is van een certificaat. De dossierkosten zijn uitsluitend verhoogd voor de onbemande stations, omdat die een langere en meer ingewikkelde behandeling vragen. Het BIPT moet immers de overige exploitanten van onbemande stations en in voorkomend geval de administraties van de buurlanden raadplegen. Afdeling 7 betreft de vergunningen in verband met de stations die uitsluitend werken op de luchtvaartfrequenties, die tevens de radars omvatten. De jaarlijkse rechten vastgesteld in paragraaf 2, zijn redelijk laag omdat deze frequenties uitsluitend aan radiocommunicatie in de luchtvaart voorbehouden zijn en met lage vermogens worden gebruikt. Het is eveneens zaak om de eigenaars van luchtvaartuigen niet te ontmoedigen om voor hun veiligheid zichzelf te voorzien van radiocommunicatie. Voor de grondstations blijft het systeem ongewijzigd: het jaarlijkse recht wordt gelijkgesteld met de rechten van de 1e of de 3e categorie, omdat dergelijke stations de toewijzing van een precieze frequentie, een verplichting tot coördinatie van deze frequentie en een verplichting tot bescherming van de gebruikte frequentie vereisen. Afdeling 8 somt de dossierrechten en de jaarlijkse rechten op die verschuldigd zijn voor eenvoudige houdersvergunningen en algemene houdersvergunningen. In afdeling 9 zijn behalve de vereenvoudiging van de formules de jaarlijkse rechten voor de draagbare en tijdelijke stations van de operatoren van netwerken met gedeelde middelen opgenomen. Voordien stonden ze in het besluit zelf. Afdeling 10 bevat de dossierrechten die voordien in de categorieën 4 en 6 stonden. Voor de testvergunningen bedoeld in artikel 9a zijn de rechten niet meer verschuldigd per toestel maar per vergunning om het naar de nieuwe technologieën aan te moedigen. Voor de radars, buiten de radars in de zee- of luchtvaart, bijvoorbeeld de radars voor snelheidscontrole (punt a) en de weerradars (punt b) werd een specifiek recht gecreëerd. Artikel 33. Om dezelfde redenen als diegene die reeds vermeld zijn in artikel 3 van het onderhavige ontwerp, vormt deze bepaling een update van bijlage 2, die de lijst van vrijstellingen van vergunning omvat. De verwijzing naar artikel 39 van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/07/2016 numac 2016000435 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de elektronische communicatie type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten wordt aangepast in het licht van de laatste wijziging van deze wet door de wet van 31 juli 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 31/07/2017 pub. 12/09/2017 numac 2017031132 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende diverse bepalingen inzake elektronische communicatie sluiten. In 6° wordt de verplichting om de contacten in een dagboek in te schrijven, opgeheven aangezien het niet langer verplicht is om een dergelijk dagboek te houden. In de hele bijlage worden, in de Franse versie, de woorden "appareil à courte portée" vervangen door "dispositifs à courte portée". Alle vermeldingen in verband met het toegestane vermogen en de kanaalafstand worden geschrapt aangezien het een voorrecht is van het Instituut om deze te bepalen. In 11° wordt de tabel aangepast voor meer duidelijkheid. In de hele bijlage worden de woorden "die op de Belgische markt toegelaten worden in uitvoering van" vervangen door "conform de bepalingen" aangezien de bedoelde besluiten van de EU van toepassing zijn zonder omzetting in Belgisch recht. De bepaling onder 19° wordt opgeheven aangezien dat die overlapt met de bepalingen van artikel 33 van het KB 2009. De bepaling onder 23° breidt de frequentieband die wordt toegewezen aan het intelligente vervoerssysteem dat vrijgesteld is van vergunning uit en breidt deze vrijstelling uit naar het automatische metrosysteem. Deze vrijstelling heeft enkel betrekking op de stations aan boord van voertuigen. Het BIPT is immers van oordeel dat de basisstations altijd het voorwerp moeten uitmaken van een vergunning om storingen onder systemen te beperken. De bepaling onder 24° voegt een vrijstelling van vergunning toe voor stations alsook een vrijstelling van betaling van kosten en rechten ten gunste van het Instituut in het kader van zijn opdrachten, zodat het deze laatste optimaal kan vervullen. Bepaling 28° stelt de robotmaaiers die de frequentieband onder 9 kHz gebruiken, vrij van vergunning. Voortaan zijn deze principieel onderworpen aan de wet teneinde de gevolgen van een uitbreiding van de draagwijdte van de wet te vermijden. De applicaties die onder deze frequentieband werken, worden vrijgesteld van vergunning om de status quo ante van hun juridische situatie te garanderen. Artikel 2 geeft de gevallen van vrijstelling van het bedieningscertificaat van de 4e categorie (maritiem) in uitvoering van de internationale overeenkomsten die België heeft bekrachtigd. Deze vrijstellingen betreffen enkel de houders van certificaten die werden afgegeven door een buitenlandse overheid. Het nieuwe artikel 3 geeft een vrijstelling van het bedieningscertificaat voor personen die het woord nemen in het kader van activiteiten ter promotie van radioamateurisme naar behoren, want deze zijn gemachtigd. Dat kan bijvoorbeeld de Jamboree on the Air (JOTA - communicatie tussen scoutsleden) zijn of leerlingencontacten met astronauten in het ISS (International Space Station). Personen die een opleiding volgen om zich voor te bereiden op het radioamateurexamen zijn ook vrijgesteld van het bedieningscertificaat om de voorbereiding van de opgelegde praktische proef te vergemakkelijken. Het is immers zaak om het aanleren van de vaardigheden te verbeteren door om te gaan met de apparatuur. Artikel 4 verleent vrijstelling van het bedieningscertificaat voor de 6e categorie aan de houders van een certificaat uitgereikt door een buitenlandse overheid in uitvoering van de internationale overeenkomsten die werden bekrachtigd door België alsook aan de luchtverkeersleiders die een specifiek Europees certificaat hebben dat geldig is voor de hele Europese Unie. Artikel 34. Deze bepaling heft bepalingen op die achterhaald zijn naar aanleiding van de aanneming van dit besluit, namelijk het besluit van de Regent van 10 januari 1950 tot vaststelling van de taksen van controle en toezicht betreffende de inspectie van de radio-elektrische inrichtingen aan boord van luchtvaartuigen alsook het ministerieel besluit van 9 januari 2001Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 09/01/2001 pub. 02/02/2001 numac 2001014007 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Ministerieel besluit betreffende het aanleggen en het doen werken van radiostations door radioamateurs type ministerieel besluit prom. 09/01/2001 pub. 13/01/2001 numac 2000001120 bron ministerie van binnenlandse zaken Ministerieel besluit betreffende het overdragen van bevoegdheid van de Minister van Binnenlandse Zaken aan bepaalde overheden van de federale politie inzake de gunning en de uitvoering van overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en inzake het doen van diverse uitgaven type ministerieel besluit prom. 09/01/2001 pub. 13/01/2001 numac 2000001123 bron ministerie van binnenlandse zaken Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 16 maart 1998 betreffende het overdragen van bevoegdheid van de Minister van Binnenlandse Zaken aan bepaalde overheden van de rijkswacht en van de algemene politiesteundienst inzake de gunning en de uitvoering van overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en inzake het doen van diverse uitgaven sluiten betreffende het aanleggen en het doen werken van radiostations door radioamateurs. Artikel 35. Deze bepaling stelt een precieze datum van inwerkingtreding vast om te zorgen voor een snelle update en met name een facturering op 1 januari 2019 van de dossierrechten. Voor de jaarlijkse rechten wordt de inwerkingtreding uitgesteld tot 1 januari 2020, om de overgang op het vlak van de organisatie van het Instituut te vergemakkelijken en om te zorgen voor een opname in de boekhouding vanaf het begin van een kalenderjaar. Omdat het, wat de militairen betreft, erom gaat te zorgen voor een vrijstelling van betaling van rechten en de continuïteit van hun gebruiksrecht, is het noodzakelijk te waarborgen dat artikel 27 van het onderhavige ontwerp in werking treedt op het ogenblik van de inwerkingtreding (op 22 september 2017) van de wijziging door de wet van 31 juli 2017Relevante gevonden documenten type wet prom. 31/07/2017 pub. 12/09/2017 numac 2017031132 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende diverse bepalingen inzake elektronische communicatie sluiten van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/07/2016 numac 2016000435 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de elektronische communicatie type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten betreffende de elektronische communicatie, die de banden die voor niet-exclusief militaire doeleinden worden gebruikt, heeft doen vallen onder het toepassingsgebied van deze wet. Artikel 36. Deze bepaling behoeft geen commentaar. Dit zijn, Sire, de voornaamste bepalingen van het besluit dat aan Uwe Majesteit ter goedkeuring wordt voorgelegd. Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Minister van Telecommunicatie P. DE BACKER Raad van State, afdeling Wetgeving advies 64.497/4 van 28 november 2018 over een ontwerp van koninklijk besluit `houdende wijziging van het koninklijk besluit van 18 december 2009Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 18/12/2009 pub. 30/12/2009 numac 2009011581 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende de private radiocommunicatie en de gebruiksrechten voor vaste netten en netten met gedeelde middelen sluiten betreffende de private radiocommunicatie en de gebruiksrechten voor vaste netten en netten met gedeelde middelen' Op 22 oktober 2018 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Vice-Eersteminister en Minister van Ontwikkelingssamenwerking, Digitale Agenda, Telecommunicatie en Post verzocht binnen een termijn van dertig dagen verlengd tot 30 november 2018 *, een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `houdende wijziging van het koninklijk besluit van 18 december 2009Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 18/12/2009 pub. 30/12/2009 numac 2009011581 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende de private radiocommunicatie en de gebruiksrechten voor vaste netten en netten met gedeelde middelen sluiten betreffende de private radiocommunicatie en de gebruiksrechten voor vaste netten en netten met gedeelde middelen'. Het ontwerp is door de vierde kamer onderzocht op 28 november 2018. De kamer was samengesteld uit Martine BAGUET, kamervoorzitter, Bernard BLERO en Wanda VOGEL, staatsraden, Christian BEHRENDT en Jacques ENGLEBERT, assessoren, en Anne-Catherine VAN GEERSDAELE, griffier. Het verslag is uitgebracht door Anne VAGMAN, eerste auditeur. De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Martine BAGUET. Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, i …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.