📄 Wettekst
26 MAART 2018. - Wet betreffende de versterking van de economische groei en de sociale cohesie (1)
FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : TITEL 1. - Algemene bepaling Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
TITEL 2. - Werk HOOFDSTUK 1. - Competitiviteit en Werk Afdeling 1. - Wijziging opzeggingstermijnen
Art. 2.Artikel 37/2, § 1, eerste lid, van de
wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
07/04/1999
pub.
15/01/2010
numac
2009000841
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de PWA-arbeidsovereenkomst
type
wet
prom.
07/04/1999
pub.
20/04/1999
numac
1999012230
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de PWA-arbeidsovereenkomst
type
wet
prom.
07/04/1999
pub.
30/04/1999
numac
1999012315
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 499 van 31 december 1986 tot regeling van de sociale zekerheid van sommige kansarme jongeren
sluiten4 betreffende de arbeidsovereenkomsten, ingevoegd bij de wet van 26 december 2013, wordt vervangen als volgt : "Art. 37/2.§ 1. Wanneer de opzegging wordt gegeven door de werkgever, wordt de opzeggingstermijn vastgesteld op : - een week wat de werknemers betreft die minder dan drie maanden anciënniteit tellen; - drie weken wat de werknemers betreft die tussen drie maanden en minder dan vier maanden anciënniteit tellen; - vier weken wat de werknemers betreft die tussen vier maanden en minder dan vijf maanden anciënniteit tellen; - vijf weken wat de werknemers betreft die tussen vijf maanden en minder dan zes maanden anciënniteit tellen; - zes weken wat de werknemers betreft die tussen zes maanden en minder dan negen maanden anciënniteit tellen; - zeven weken wat de werknemers betreft die tussen negen maanden en minder dan twaalf maanden anciënniteit tellen; - acht weken wat de werknemers betreft die tussen twaalf maanden en minder dan vijftien maanden anciënniteit tellen; - negen weken wat de werknemers betreft die tussen vijftien maanden en minder dan achttien maanden anciënniteit tellen; - tien weken wat de werknemers betreft die tussen achttien maanden en minder dan eenentwintig maanden anciënniteit tellen; - elf weken wat de werknemers betreft die tussen eenentwintig maanden en minder dan vierentwintig maanden anciënniteit tellen; - twaalf weken wat de werknemers betreft die tussen twee jaar en minder dan drie jaar anciënniteit tellen; - dertien weken wat de werknemers betreft die tussen drie jaar en minder dan vier jaar anciënniteit tellen; - vijftien weken wat de werknemers betreft die tussen vier jaar en minder dan vijf jaar anciënniteit tellen.". Art. 3.De opzeggingen betekend vóór de inwerkingtreding van deze afdeling blijven al hun gevolgen behouden. Art. 4.Deze afdeling treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand die volgt op die waarin deze wet is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Afdeling 2. - Opheffing van de bestaande sectorale verboden
op de inzet van uitzendkrachten Art. 5.Artikel 23 van de
wet van 24 juli 1987Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
07/04/1999
pub.
15/01/2010
numac
2009000841
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de PWA-arbeidsovereenkomst
type
wet
prom.
07/04/1999
pub.
20/04/1999
numac
1999012230
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de PWA-arbeidsovereenkomst
type
wet
prom.
07/04/1999
pub.
30/04/1999
numac
1999012315
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 499 van 31 december 1986 tot regeling van de sociale zekerheid van sommige kansarme jongeren
sluiten0 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers wordt vervangen als volgt : "Art. 23.Verboden zijn de bepalingen in collectieve arbeidsovereenkomsten die voor bepaalde bedrijfstakken een algemeen verbod op de tewerkstelling van uitzendkrachten instellen.". Afdeling 3. - Wijziging referteperiode
waarborg Sluitingsfonds Art. 6.Artikel 36, § 1, van de
wet van 26 juni 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/2002
pub.
20/07/2002
numac
2002003351
bron
ministerie van financien
Wet tot bekrachtiging van de koninklijke besluiten van 14 juni 2001, 13 juli 2001 en 11 december 2001 houdende uitvoering van de wet van 26 juni 2000 betreffende de invoering van de euro in de wetgeving die betrekking heeft op aangelegenheden als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet en tot aanpassing van diverse wettelijke bepalingen aan de euro
type
wet
prom.
26/06/2002
pub.
09/08/2002
numac
2002012847
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de sluiting van de ondernemingen
sluiten betreffende de sluiting van de ondernemingen, vervangen bij de wet van 11 juli 2006, wordt aangevuld met de volgende zin : "Voor de werknemers die de verjaring ten aanzien van hun werkgever hebben gestuit door middel van een ingebrekestelling zoals bedoeld in artikel 2244, § 2, van het Burgerlijk Wetboek wordt de termijn van dertien maanden voorafgaand aan de data vastgesteld overeenkomstig de artikelen 3 en 4 op vijfentwintig maanden gebracht". Afdeling 4. - Wijziging van de
wet van 5 maart 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/2002
pub.
20/07/2002
numac
2002003351
bron
ministerie van financien
Wet tot bekrachtiging van de koninklijke besluiten van 14 juni 2001, 13 juli 2001 en 11 december 2001 houdende uitvoering van de wet van 26 juni 2000 betreffende de invoering van de euro in de wetgeving die betrekking heeft op aangelegenheden als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet en tot aanpassing van diverse wettelijke bepalingen aan de euro
type
wet
prom.
26/06/2002
pub.
09/08/2002
numac
2002012847
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de sluiting van de ondernemingen
sluiten3
betreffende werkbaar en wendbaar werk Art. 7.In artikel 13, vijfde lid, van de
wet van 5 maart 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/2002
pub.
20/07/2002
numac
2002003351
bron
ministerie van financien
Wet tot bekrachtiging van de koninklijke besluiten van 14 juni 2001, 13 juli 2001 en 11 december 2001 houdende uitvoering van de wet van 26 juni 2000 betreffende de invoering van de euro in de wetgeving die betrekking heeft op aangelegenheden als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet en tot aanpassing van diverse wettelijke bepalingen aan de euro
type
wet
prom.
26/06/2002
pub.
09/08/2002
numac
2002012847
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de sluiting van de ondernemingen
sluiten3 betreffende werkbaar en wendbaar werk, worden de woorden "30 november 2017" vervangen door de woorden "31 december 2017". Art. 8.Deze afdeling heeft uitwerking met ingang van 30 november 2017. Afdeling 5. - PWA-arbeidsovereenkomst
Art. 9.In artikel 2 van de
wet van 7 april 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
07/04/1999
pub.
15/01/2010
numac
2009000841
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de PWA-arbeidsovereenkomst
type
wet
prom.
07/04/1999
pub.
20/04/1999
numac
1999012230
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de PWA-arbeidsovereenkomst
type
wet
prom.
07/04/1999
pub.
30/04/1999
numac
1999012315
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 499 van 31 december 1986 tot regeling van de sociale zekerheid van sommige kansarme jongeren
sluiten betreffende de PWA-arbeidsovereenkomst worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste streepje wordt vervangen als volgt : "- werkgever : het plaatselijke werkgelegenheidsagentschap bedoeld in het laatste streepje, hierna PWA genoemd;"; 2° er wordt een vierde streepje toegevoegd, luidende : "- plaatselijke werkgelegenheidsagentschap : de instantie die door de bevoegde gefedereerde entiteit wordt belast met de organisatie van het PWA-systeem, als bedoeld in artikel 6, § 1, IX, 11°, van de bijzondere
wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
07/04/1999
pub.
15/01/2010
numac
2009000841
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de PWA-arbeidsovereenkomst
type
wet
prom.
07/04/1999
pub.
20/04/1999
numac
1999012230
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de PWA-arbeidsovereenkomst
type
wet
prom.
07/04/1999
pub.
30/04/1999
numac
1999012315
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 499 van 31 december 1986 tot regeling van de sociale zekerheid van sommige kansarme jongeren
sluiten1 tot hervorming der instellingen, en die dus bevoegd is voor de organisatie en de controle van activiteiten die men niet aantreft in de reguliere arbeidsmarkt, met het oog op de herinschakeling van bepaalde categorieën van werkzoekenden in de reguliere arbeidsmarkt.". Art. 10.In artikel 3 van dezelfde wet wordt het eerste lid vervangen als volgt : "De PWA-arbeidsovereenkomst is een overeenkomst waarbij een werknemer zich verbindt om, onder gezag van het PWA en tegen loon, arbeidsprestaties die men niet aantreft in de reguliere arbeidsmarkt te verrichten.". Art. 11.In artikel 4, § 1, van dezelfde wet, gewijzigd bij de
wet van 3 juni 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
07/04/1999
pub.
15/01/2010
numac
2009000841
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de PWA-arbeidsovereenkomst
type
wet
prom.
07/04/1999
pub.
20/04/1999
numac
1999012230
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de PWA-arbeidsovereenkomst
type
wet
prom.
07/04/1999
pub.
30/04/1999
numac
1999012315
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 499 van 31 december 1986 tot regeling van de sociale zekerheid van sommige kansarme jongeren
sluiten3, wordt het tweede lid vervangen als volgt : "Het geschrift bevat ten minste de volgende bepalingen : - voor wat de werknemer betreft : zijn naam, voornamen en zijn gewone verblijfplaats; - voor wat de werkgever betreft : de benaming en het adres van het PWA, evenals de naam van de persoon die het PWA vertegenwoordigt; - de activiteiten die kunnen worden voorgesteld aan de werknemer in het kader van de PWA-arbeidsovereenkomst overeenkomstig de geldende reglementering; - de maximumduur van de prestaties die kunnen worden verricht in het kader van de PWA-arbeidsovereenkomst; - het bedrag van het loon dat aan de werknemer wordt toegekend per begonnen arbeidsuur.". Art. 12.Deze afdeling treedt in werking op 1 januari 2018. HOOFDSTUK 2. - Sociale cohesie en armoedebestrijding Afdeling 1. - Projecten preventie burn-out
Art. 13.Artikel 191, § 3, van de
wet van 27 december 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
27/12/2006
pub.
28/12/2007
numac
2007001039
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende diverse bepalingen
type
wet
prom.
27/12/2006
pub.
12/02/2007
numac
2007012065
bron
federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg
Wet houdende diverse bepalingen
type
wet
prom.
27/12/2006
pub.
01/02/2013
numac
2013000041
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende diverse bepalingen
type
wet
prom.
27/12/2006
pub.
28/12/2006
numac
2006021363
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet houdende diverse bepalingen (1)
type
wet
prom.
27/12/2006
pub.
28/12/2006
numac
2006021365
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet houdende diverse bepalingen (1)
sluiten houdende diverse bepalingen (I), ingevoegd bij de wet van 30 december 2009 en gewijzigd bij de wetten van 27 december 2012 en 26 december 2013, wordt gewijzigd als volgt : 1° tussen het derde en vierde lid, wordt het volgende lid ingevoegd : "De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en na het advies te hebben ingewonnen van de Nationale Arbeidsraad, bepalen dat projecten gericht op de preventie van burn-out en die worden ingediend door de paritaire comités of paritaire subcomités of door ondernemingen, worden gefinancierd met een gedeelte van de bijdrage bedoeld in paragraaf 1."; 2° het vierde lid, dat het vijfde lid wordt, wordt aangevuld met de volgende zin : "Hij kan daarbij afzonderlijk een bedrag bepalen voor enerzijds de projecten gericht op risicogroepen en anderzijds de projecten gericht op de preventie van burn-out.". Art. 14.Deze afdeling treedt in werking op 1 januari 2018. Afdeling 2. - Overleg over deconnectie
en gebruik van digitale communicatiemiddelen Art. 15.Deze afdeling is van toepassing op de werknemers en de werkgevers die vallen onder het toepassingsgebied van de
wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
07/04/1999
pub.
15/01/2010
numac
2009000841
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de PWA-arbeidsovereenkomst
type
wet
prom.
07/04/1999
pub.
20/04/1999
numac
1999012230
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de PWA-arbeidsovereenkomst
type
wet
prom.
07/04/1999
pub.
30/04/1999
numac
1999012315
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 499 van 31 december 1986 tot regeling van de sociale zekerheid van sommige kansarme jongeren
sluiten5 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. Art. 16.Met het oog op het verzekeren van het respect voor de rusttijden, jaarlijkse vakantie en andere verloven van de werknemers en het vrijwaren van de balans tussen werk en privéleven, organiseert de werkgever in het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk als bedoeld in artikel I.1-3, 14° van de codex over het welzijn op het werk, op regelmatige tijdstippen, en telkens wanneer de werknemersvertegenwoordigers in het Comité erom verzoeken, een overleg over deconnectie van het werk en het gebruik van digitale communicatiemiddelen.
Het Comité kan op basis van dit overleg aan de werkgever voorstellen formuleren en adviezen uitbrengen. Art. 17.De afspraken die in voorkomend geval voortvloeien uit het overleg bedoeld in artikel 16, kunnen worden ingevoerd in het arbeidsreglement volgens de bepalingen van de artikelen 11 en 12 van de
wet van 8 april 1965Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
07/04/1999
pub.
15/01/2010
numac
2009000841
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de PWA-arbeidsovereenkomst
type
wet
prom.
07/04/1999
pub.
20/04/1999
numac
1999012230
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de PWA-arbeidsovereenkomst
type
wet
prom.
07/04/1999
pub.
30/04/1999
numac
1999012315
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 499 van 31 december 1986 tot regeling van de sociale zekerheid van sommige kansarme jongeren
sluiten2 tot instelling van de arbeidsreglementen of door het sluiten van een collectieve arbeidsovereenkomst in de zin van de
wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
07/04/1999
pub.
15/01/2010
numac
2009000841
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de PWA-arbeidsovereenkomst
type
wet
prom.
07/04/1999
pub.
20/04/1999
numac
1999012230
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de PWA-arbeidsovereenkomst
type
wet
prom.
07/04/1999
pub.
30/04/1999
numac
1999012315
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 499 van 31 december 1986 tot regeling van de sociale zekerheid van sommige kansarme jongeren
sluiten5 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. HOOFDSTUK 3. - Starterjobs voor jongeren Afdeling 1. - Starterslonen voor jongeren
Art. 18.In Titel II, Werkgelegenheid, Hoofdstuk VIII, Start-baanovereenkomst, van de
wet van 24 december 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
24/12/1999
pub.
27/01/2000
numac
2000012029
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet ter bevordering van de werkgelegenheid
type
wet
prom.
24/12/1999
pub.
31/12/1999
numac
1999003672
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en diverse bepalingen
type
wet
prom.
24/12/1999
pub.
31/12/1999
numac
1999024144
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende sociale en diverse bepalingen
sluiten ter bevordering van de werkgelegenheid wordt een artikel 33bis ingevoegd, luidende : "Art. 33bis.§ 1. In afwijking van artikel 33, § 1, kan de startbaanovereenkomst, bedoeld in artikel 27, eerste lid, 1°, evenwel voorzien dat het loon van de nieuwe werknemer van minder dan 21 jaar zonder werkervaring, tewerkgesteld in de private sector, verminderd wordt met : a) 6 % in de maanden waarin de nieuwe werknemer op de laatste dag van de maand 20 jaar oud is, b) 12 % in de maanden waarin de nieuwe werknemer op de laatste dag van de maand 19 jaar oud is;c) 18 % in de maanden waarin de nieuwe werknemer op de laatste dag van de maand 18 jaar oud is. Het eerste lid is enkel van toepassing op de werkgevers die ressorteren onder de
wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
07/04/1999
pub.
15/01/2010
numac
2009000841
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de PWA-arbeidsovereenkomst
type
wet
prom.
07/04/1999
pub.
20/04/1999
numac
1999012230
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de PWA-arbeidsovereenkomst
type
wet
prom.
07/04/1999
pub.
30/04/1999
numac
1999012315
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 499 van 31 december 1986 tot regeling van de sociale zekerheid van sommige kansarme jongeren
sluiten5 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités en is enkel van toepassing wanneer het niet-verminderde loon van de nieuwe werknemer niet hoger zou gelegen hebben dan het minimumloon vastgesteld door het bevoegde paritair comité of subcomité, of, in het geval dat dit paritair comité of subcomité geen sectoreigen minimumloon heeft vastgesteld, dan het loon bedoeld in de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 43 van de Nationale Arbeidsraad van 2 mei 1988.
De toepassing van het eerste lid, a), mag er, voor de werknemer die minstens 12 maanden anciënniteit heeft in de onderneming, evenwel niet toe leiden dat het voltijds loon lager zou zijn dan het loon bedoeld in artikel 3, derde lid van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 43 van de Nationale Arbeidsraad van 2 mei 1988.
De toepassing van het eerste lid a), en b), mag er, voor de werknemer die minstens 6 maanden anciënniteit heeft in de onderneming, evenwel niet toe leiden dat het voltijds loon lager zou zijn dan het loon bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 43 van de Nationale Arbeidsraad van 2 mei 1988. § 2. De overeenkomst voor tewerkstelling van studenten, als bedoeld in de
wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
07/04/1999
pub.
15/01/2010
numac
2009000841
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de PWA-arbeidsovereenkomst
type
wet
prom.
07/04/1999
pub.
20/04/1999
numac
1999012230
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de PWA-arbeidsovereenkomst
type
wet
prom.
07/04/1999
pub.
30/04/1999
numac
1999012315
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 499 van 31 december 1986 tot regeling van de sociale zekerheid van sommige kansarme jongeren
sluiten4 betreffende de arbeidsovereenkomsten wordt uitgesloten uit het toepassingsgebied van paragraaf 1. § 3. Voor toepassing van paragraaf 1 wordt beschouwd als nieuwe werknemer zonder werkervaring de werknemer die onmiddellijk voorafgaand aan de aanwerving met een startbaanovereenkomst ingeschreven was als werkzoekende bij de bevoegde instelling van het Gewest en die bij één of meerdere werkgever(s) in de referentiekwartalen T-6 tot en met T-3, niet gedurende minimaal twee kwartalen een tewerkstelling had groter dan het equivalent van 4/5e van een voltijdse job, waarbij T het kwartaal is waarin de uitvoering van de arbeidsovereenkomst bedoeld in paragraaf 1 een aanvang neemt.
Voor de toetsing van de maximale tewerkstelling van 4/5e van een voltijdse job wordt in de beschouwde kwartalen rekening gehouden met alle door een werkgever betaalde periodes.
In afwijking van het de vorige leden wordt voor de berekening van de geleverde arbeidsprestaties in de kwartalen T-6 tot en met T-3 geen rekening gehouden met prestaties : a) als leerling als bedoeld in artikel 1 van de
wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
07/04/1999
pub.
15/01/2010
numac
2009000841
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de PWA-arbeidsovereenkomst
type
wet
prom.
07/04/1999
pub.
20/04/1999
numac
1999012230
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de PWA-arbeidsovereenkomst
type
wet
prom.
07/04/1999
pub.
30/04/1999
numac
1999012315
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 499 van 31 december 1986 tot regeling van de sociale zekerheid van sommige kansarme jongeren
sluiten8 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders;b) onder de regeling van individuele beroepsopleiding in een onderneming als bedoeld in artikel 27, 6°, van het
koninklijk besluit van 25 november 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/2002
pub.
20/07/2002
numac
2002003351
bron
ministerie van financien
Wet tot bekrachtiging van de koninklijke besluiten van 14 juni 2001, 13 juli 2001 en 11 december 2001 houdende uitvoering van de wet van 26 juni 2000 betreffende de invoering van de euro in de wetgeving die betrekking heeft op aangelegenheden als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet en tot aanpassing van diverse wettelijke bepalingen aan de euro
type
wet
prom.
26/06/2002
pub.
09/08/2002
numac
2002012847
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de sluiting van de ondernemingen
sluiten9 houdende de werkloosheidsreglementering, bij een andere werkgever;c) als student als bedoeld bij titel VII van de
wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
07/04/1999
pub.
15/01/2010
numac
2009000841
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de PWA-arbeidsovereenkomst
type
wet
prom.
07/04/1999
pub.
20/04/1999
numac
1999012230
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de PWA-arbeidsovereenkomst
type
wet
prom.
07/04/1999
pub.
30/04/1999
numac
1999012315
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 499 van 31 december 1986 tot regeling van de sociale zekerheid van sommige kansarme jongeren
sluiten4 betreffende de arbeidsovereenkomsten, voor de aangegeven 475 uren van tewerkstelling van een kalenderjaar overeenkomstig artikel 7 van het
koninklijk besluit van 5 november 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/2002
pub.
20/07/2002
numac
2002003351
bron
ministerie van financien
Wet tot bekrachtiging van de koninklijke besluiten van 14 juni 2001, 13 juli 2001 en 11 december 2001 houdende uitvoering van de wet van 26 juni 2000 betreffende de invoering van de euro in de wetgeving die betrekking heeft op aangelegenheden als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet en tot aanpassing van diverse wettelijke bepalingen aan de euro
type
wet
prom.
26/06/2002
pub.
09/08/2002
numac
2002012847
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de sluiting van de ondernemingen
sluiten6 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels;d) van werknemers als bedoeld in artikel 5bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de
wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
07/04/1999
pub.
15/01/2010
numac
2009000841
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de PWA-arbeidsovereenkomst
type
wet
prom.
07/04/1999
pub.
20/04/1999
numac
1999012230
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de PWA-arbeidsovereenkomst
type
wet
prom.
07/04/1999
pub.
30/04/1999
numac
1999012315
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 499 van 31 december 1986 tot regeling van de sociale zekerheid van sommige kansarme jongeren
sluiten8 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders;e) van gelegenheidswerknemers in land- en tuinbouw als bedoeld in artikel 2/1 van de
wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
07/04/1999
pub.
15/01/2010
numac
2009000841
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de PWA-arbeidsovereenkomst
type
wet
prom.
07/04/1999
pub.
20/04/1999
numac
1999012230
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de PWA-arbeidsovereenkomst
type
wet
prom.
07/04/1999
pub.
30/04/1999
numac
1999012315
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 499 van 31 december 1986 tot regeling van de sociale zekerheid van sommige kansarme jongeren
sluiten8 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders;f) geleverd in het kader van een flexi-job als bedoeld in artikel 3, 1°, van de wet houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken van 16 november 2015. De Koning kan, bij een besluit vastgelegd na overleg in de ministerraad, andere periodes van tewerkstelling uitgevoerd in het kader van specifieke tewerkstellingsprogramma's gericht op de integratie van jongeren in de arbeidsmarkt, uitsluiten voor de berekening van de geleverde arbeidsprestaties bedoeld in het eerste lid. § 4. De werkgever die toepassing maakt van paragraaf 1 is, in elke maand waarin hij het loon vermindert, gehouden om aan de nieuwe werknemer bovenop het loon een forfaitaire toeslag te betalen.
De tabel met de schalen van deze forfaitaire toeslag wordt vastgelegd bij een besluit vastgelegd na overleg in de ministerraad en is afhankelijk van de leeftijd van de nieuwe werknemer op het einde van de maand en van het bedrag van het toepasselijke niet-verminderde minimumloon.
Deze forfaitaire toeslag is vrijgesteld van inhoudingen en bijdragen voor de sociale zekerheid en van fiscale inhoudingen. § 5. De werkgever die in toepassing van deze bepaling het loon van de nieuwe werknemer vermindert, moet : a) bij de aangifte van indiensttreding bedoeld in afdeling I van hoofdstuk II van het
koninklijk besluit van 5 november 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/2002
pub.
20/07/2002
numac
2002003351
bron
ministerie van financien
Wet tot bekrachtiging van de koninklijke besluiten van 14 juni 2001, 13 juli 2001 en 11 december 2001 houdende uitvoering van de wet van 26 juni 2000 betreffende de invoering van de euro in de wetgeving die betrekking heeft op aangelegenheden als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet en tot aanpassing van diverse wettelijke bepalingen aan de euro
type
wet
prom.
26/06/2002
pub.
09/08/2002
numac
2002012847
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de sluiting van de ondernemingen
sluiten6 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, de bevestiging ontvangen hebben dat de werknemer kan beschouwd worden als nieuwe werknemer zonder werkervaring;b) in de arbeidsovereenkomst opnemen dat hij het normaal toepasselijke minimumloon vermindert in toepassing van deze bepaling en dat hij in elke maand waarin de vermindering wordt toegepast de forfaitaire toeslag zal betalen voorzien in paragraaf 4. § 6. Wanneer een werkgever een werknemer aangeeft overeenkomstig afdeling I van hoofdstuk II van het
koninklijk besluit van 5 november 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/2002
pub.
20/07/2002
numac
2002003351
bron
ministerie van financien
Wet tot bekrachtiging van de koninklijke besluiten van 14 juni 2001, 13 juli 2001 en 11 december 2001 houdende uitvoering van de wet van 26 juni 2000 betreffende de invoering van de euro in de wetgeving die betrekking heeft op aangelegenheden als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet en tot aanpassing van diverse wettelijke bepalingen aan de euro
type
wet
prom.
26/06/2002
pub.
09/08/2002
numac
2002012847
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de sluiting van de ondernemingen
sluiten6 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, terwijl die werknemer overeenkomstig de vorige paragrafen niet beschouwd kan worden als werknemer zonder ervaring, is het niet-verminderde loon van toepassing en worden de verschuldigde sociale zekerheidsbijdragen voor deze tewerkstelling berekend op dit niet-verminderde loon.". Afdeling 2. - Fiscale compensatie voor de werkgever
Art. 19.Artikel 38, § 1, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 25 december 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/2002
pub.
20/07/2002
numac
2002003351
bron
ministerie van financien
Wet tot bekrachtiging van de koninklijke besluiten van 14 juni 2001, 13 juli 2001 en 11 december 2001 houdende uitvoering van de wet van 26 juni 2000 betreffende de invoering van de euro in de wetgeving die betrekking heeft op aangelegenheden als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet en tot aanpassing van diverse wettelijke bepalingen aan de euro
type
wet
prom.
26/06/2002
pub.
09/08/2002
numac
2002012847
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de sluiting van de ondernemingen
sluiten5, wordt aangevuld met een bepaling onder 32°, luidende : "32° de forfaitaire toeslag als bedoeld in artikel 33bis, § 4, van de
wet van 24 december 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
24/12/1999
pub.
27/01/2000
numac
2000012029
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet ter bevordering van de werkgelegenheid
type
wet
prom.
24/12/1999
pub.
31/12/1999
numac
1999003672
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en diverse bepalingen
type
wet
prom.
24/12/1999
pub.
31/12/1999
numac
1999024144
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende sociale en diverse bepalingen
sluiten ter bevordering van de werkgelegenheid.". Art. 20.Artikel 53 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 25 december 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/2002
pub.
20/07/2002
numac
2002003351
bron
ministerie van financien
Wet tot bekrachtiging van de koninklijke besluiten van 14 juni 2001, 13 juli 2001 en 11 december 2001 houdende uitvoering van de wet van 26 juni 2000 betreffende de invoering van de euro in de wetgeving die betrekking heeft op aangelegenheden als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet en tot aanpassing van diverse wettelijke bepalingen aan de euro
type
wet
prom.
26/06/2002
pub.
09/08/2002
numac
2002012847
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de sluiting van de ondernemingen
sluiten5, wordt aangevuld met een bepaling onder 26°, luidende : "26° de forfaitaire toeslag als bedoeld in artikel 33bis, § 4, van de
wet van 24 december 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
24/12/1999
pub.
27/01/2000
numac
2000012029
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet ter bevordering van de werkgelegenheid
type
wet
prom.
24/12/1999
pub.
31/12/1999
numac
1999003672
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en diverse bepalingen
type
wet
prom.
24/12/1999
pub.
31/12/1999
numac
1999024144
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende sociale en diverse bepalingen
sluiten ter bevordering van de werkgelegenheid die bij toepassing van artikel 27511 in mindering wordt gebracht van de verschuldigde bedrijfsvoorheffing.". Art. 21.In titel VI, hoofdstuk I, afdeling IV, van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 27511 ingevoegd, luidende : "Art. 27511.De werkgevers die aan jonge werknemers forfaitaire toeslagen als bedoeld in artikel 33bis, § 4, van de
wet van 24 december 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
24/12/1999
pub.
27/01/2000
numac
2000012029
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet ter bevordering van de werkgelegenheid
type
wet
prom.
24/12/1999
pub.
31/12/1999
numac
1999003672
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en diverse bepalingen
type
wet
prom.
24/12/1999
pub.
31/12/1999
numac
1999024144
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende sociale en diverse bepalingen
sluiten ter bevordering van de werkgelegenheid betalen of toekennen, en die krachtens artikel 270, 1°, schuldenaar zijn van de bedrijfsvoorheffing op de bezoldigingen die ze aan de betrokken jonge werknemers betalen of toekennen, worden ervan vrijgesteld een deel van de bedrijfsvoorheffing die ze na toepassing van de artikelen 2751 tot 27510 verschuldigd zijn, in de Schatkist te storten.
De niet te storten bedrijfsvoorheffing is gelijk aan het bedrag van de forfaitaire toeslagen die de werkgever bij toepassing van artikel 33bis, § 4, van de
wet van 24 december 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
24/12/1999
pub.
27/01/2000
numac
2000012029
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet ter bevordering van de werkgelegenheid
type
wet
prom.
24/12/1999
pub.
31/12/1999
numac
1999003672
bron
ministerie van financien
Wet houdende fiscale en diverse bepalingen
type
wet
prom.
24/12/1999
pub.
31/12/1999
numac
1999024144
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende sociale en diverse bepalingen
sluiten ter bevordering van de werkgelegenheid heeft betaald of toegekend aan de hiervoor bedoelde jonge werknemers in de periode waarvoor de bedrijfsvoorheffing verschuldigd is.
Het gedeelte van het overeenkomstig het tweede lid bepaalde bedrag dat bij toepassing van het eerste lid niet in mindering kan worden gebracht van de bedrijfsvoorheffing die voor de betrokken periode verschuldigd is, kan achtereenvolgens in mindering worden gebracht van de bedrijfsvoorheffing die na toepassing van de artikelen 2751 tot 27510 verschuldigd is voor elk van de volgende periodes waarvoor bedrijfsvoorheffing verschuldigd is en die tot hetzelfde kalenderjaar behoren.
De Koning bepaalt de formaliteiten die moeten worden vervuld voor de toepassing van dit artikel.". Afdeling 3. - Inwerkingtreding
Art. 22.Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 juli 2018 en is van toepassing op de arbeidsovereenkomsten die vanaf 1 juli 2018 worden afgesloten.
TITEL 3. - Verblijfsvoorwaarden in het raam van de inkomensvervangende tegemoetkoming ENIG HOOFDSTUK. - Wijziging van de
wet van 27 februari 1987Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
27/02/1987
pub.
18/10/2004
numac
2004000528
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten Duitse vertaling
sluiten betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap Art. 23.Artikel 4, § 1, van de
wet van 27 februari 1987Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
27/02/1987
pub.
18/10/2004
numac
2004000528
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten Duitse vertaling
sluiten betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap, vervangen bij de wet van 24 december 2002, wordt aangevuld met twee leden, luidende : "Voor de inkomensvervangende tegemoetkoming moet de persoon bovendien gedurende ten minste tien jaar, waarvan ten minste vijf jaar ononderbroken, een werkelijk verblijf in België hebben gehad.
Voor de toepassing van deze wet wordt het werkelijk verblijf in België bepaald door middel van informatie, voor de gerechtigde opgenomen en bewaard in het Rijksregister overeenkomstig artikel 3, eerste lid, 5°, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen.". Art. 24.Deze titel treedt in werking op 1 juli 2018 en is van toepassing op elke inkomensvervangende tegemoetkoming die vanaf deze datum wordt toegekend.
TITEL 4. - Concurrentie op de telecommarkt stimuleren ENIG HOOFDSTUK. - Wijzigingen van de
wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/07/2016
numac
2016000435
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de elektronische communicatie
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/06/2005
numac
2005011238
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet betreffende de elektronische communicatie
sluiten betreffende de elektronische communicatie Art. 25.In artikel 111, § 3, van de
wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/07/2016
numac
2016000435
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de elektronische communicatie
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/06/2005
numac
2005011238
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet betreffende de elektronische communicatie
sluiten betreffende de elektronische communicatie, zoals gewijzigd bij de wet van 10 juli 2012 houdende diverse bepalingen inzake elektronische communicatie alsook bij de wet van 27 maart 2014 houdende diverse bepalingen inzake elektronische communicatie, wordt tussen het derde en vierde lid een lid ingevoegd, luidende : "De Koning, op advies van het Instituut en van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, bepaalt de nadere regels aangaande een automatische verbinding die operatoren maken tussen het gebruiksprofiel waarover zij beschikken van abonnees die als consumenten beschouwd kunnen worden en de elektronische toepassing voor tariefvergelijking op de website van het Instituut. Hierbij wordt rekening gehouden met de bescherming van het privéleven van de abonnees.". Art. 26.In artikel 111, § 3, vierde lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 26 maart 2018 betreffende de versterking van de economische groei en de sociale cohesie, worden de woorden "en van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer" vervangen door de woorden "en van de Gegevensbeschermingsautoriteit.". Art. 27.Artikel 26 treedt in werking op 25 mei 2018.
TITEL 5. - Fiscale en financiële bepalingen HOOFDSTUK 1. - Groeibedrijven Art. 28.In artikel 14526, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, hersteld bij de
wet van 10 augustus 2015Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/08/2001
pub.
20/09/2001
numac
2001003402
bron
ministerie van financien
Wet houdende hervorming van de personenbelasting
sluiten7 en gewijzigd bij de wetten van 18 december 2015, 18 december 2016 en 17 december 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 3, eerste lid, wordt de bepaling onder 8° vervangen als volgt : "8° de vennootschap heeft nog geen kapitaalvermindering doorgevoerd, behoudens de kapitaalverminderingen ter aanzuivering van een geleden verlies of om een reserve te vormen tot dekking van een voorzienbaar verlies, of dividenden uitgekeerd;"; 2° in paragraaf 3, derde lid, wordt de bepaling onder 2° vervangen als volgt : "2° betalingen voor het verwerven van aandelen, rechtstreeks of via een crowdfundingplatform als bedoeld in § 1, eerste lid, a, via een financieringsvehikel als bedoeld in § 1, eerste lid, b, of via een openbaar startersfonds of een private startersprivak als bedoeld in § 1, eerste lid, c, in een vennootschap : a) waarin de belastingplichtige, rechtstreeks of onrechtstreeks, op het ogenblik van de kapitaalinbreng, een in artikel 32, eerste lid, bedoelde bedrijfsleider is;b) waarin de belastingplichtige, rechtstreeks of onrechtstreeks, een in artikel 32, eerste lid, bedoelde bedrijfsleider is, tenzij hij daarvoor geen vergoeding verkrijgt;c) waarin de belastingplichtige, op het ogenblik van de kapitaalinbreng, als vaste vertegenwoordiger van een andere vennootschap een opdracht als bestuurder, zaakvoerder, vereffenaar of een gelijksoortige functie uitoefent; d) die een aannemings- of lastgevingsovereenkomst heeft gesloten met een andere vennootschap waarvan de belastingplichtige aandeelhouder is, op het ogenblik van de kapitaalinbreng, en waarbij die andere vennootschap er zich toe heeft verbonden om tegen vergoeding een leidende werkzaamheid van dagelijks bestuur, van commerciële, financiële of technische aard op zich te nemen in de eerste vennootschap;"; 3° in paragraaf 3, wordt het vierde lid vervangen als volgt : "De betalingen voor in § 1, eerste lid, a, bedoelde aandelen, in § 1, eerste lid, b, bedoelde beleggingsinstrumenten en in § 1, eerste lid, c, bedoelde rechten van deelneming komen voor de belastingvermindering in aanmerking tot een bedrag van 100 000 euro per belastbaar tijdperk. Dit bedrag van 100 000 euro per belastbaar tijdperk wordt desgevallend verminderd met het bedrag van de in aanmerking genomen betalingen voor het betreffende belastbaar tijdperk voor de toepassing van artikel 14527."; 4° in paragraaf 5, wordt het achtste lid vervangen als volgt : "De in § 1 vermelde belastingvermindering wordt slechts behouden op voorwaarde dat de in § 3, tweede lid en derde lid, 2°, b, gestelde voorwaarden worden nageleefd."; 5° in paragraaf 5, wordt een tiende lid ingevoegd, luidende : "Wanneer de in § 3, derde lid, 2°, b, vermelde voorwaarde niet wordt nageleefd gedurende de 48 maanden volgend op de volstorting van de aandelen van de vennootschap, wordt de totale belasting met betrekking tot de inkomsten van het belastbare tijdperk waarin wordt vastgesteld dat die voorwaarde niet wordt nageleefd, vermeerderd met een bedrag dat gelijk is aan zoveel maal één achtenveertigste van de overeenkomstig § 1 voor die aandelen, beleggingsinstrumenten of rechten van deelneming werkelijk verkregen belastingvermindering, als er volle maanden overblijven vanaf de datum waarop de voorwaarde niet wordt nageleefd tot het einde van de termijn van 48 maanden.". Art. 29.In titel II, hoofdstuk III, afdeling I, van hetzelfde Wetboek, wordt de onderafdeling IIocties, opgeheven bij de
wet van 8 mei 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/08/2001
pub.
20/09/2001
numac
2001003402
bron
ministerie van financien
Wet houdende hervorming van de personenbelasting
sluiten6, hersteld als volgt : "Onderafdeling IIocties. Vermindering voor de verwerving van nieuwe aandelen van groeibedrijven - Terugname van de vermindering". Art. 30.Artikel 14527 van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de
wet van 8 mei 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/08/2001
pub.
20/09/2001
numac
2001003402
bron
ministerie van financien
Wet houdende hervorming van de personenbelasting
sluiten6, wordt hersteld als volgt : "Art. 14527 § 1. Er wordt een belastingvermindering verleend voor de betalingen voor : a) nieuwe aandelen op naam verworven met inbrengen in geld die een fractie vertegenwoordigen van het maatschappelijk kapitaal van een in § 2, eerste lid, bedoelde vennootschap en waarop de belastingplichtige, hetzij rechtstreeks, hetzij via een crowdfundingplatform, heeft ingeschreven naar aanleiding van een kapitaalverhoging tijdens het vijfde, het zesde, het zevende, het achtste, het negende of het tiende jaar na de oprichting ervan en die hij volledig heeft volstort;b) nieuwe beleggingsinstrumenten die zijn uitgegeven door een financieringsvehikel als bedoeld in de
wet van 18 december 2016Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/2002
pub.
20/07/2002
numac
2002003351
bron
ministerie van financien
Wet tot bekrachtiging van de koninklijke besluiten van 14 juni 2001, 13 juli 2001 en 11 december 2001 houdende uitvoering van de wet van 26 juni 2000 betreffende de invoering van de euro in de wetgeving die betrekking heeft op aangelegenheden als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet en tot aanpassing van diverse wettelijke bepalingen aan de euro
type
wet
prom.
26/06/2002
pub.
09/08/2002
numac
2002012847
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet betreffende de sluiting van de ondernemingen
sluiten0 tot regeling van de erkenning en de afbakening van crowdfunding en houdende diverse bepalingen inzake financiën, en waarop de belastingplichtige via een crowdfundingplatform heeft ingeschreven, op voorwaarde dat het financieringsvehikel de betalingen van de belastingplichtigen, desgevallend na aftrek van een vergoeding voor zijn intermediaire rol, rechtstreeks investeert in nieuwe aandelen op naam die een fractie vertegenwoordigen van het maatschappelijk kapitaal van een in § 2, eerste lid, bedoelde vennootschap, naar aanleiding van een kapitaalverhoging tijdens het vijfde, het zesde, het zevende, het achtste, het negende of het tiende jaar na de oprichting ervan en die het volledig heeft volstort.Emittenten van certificaten van aandelen worden gelijkgesteld met financieringsvehikels.
Het in het eerste lid bedoelde crowdfundingplatform is een Belgisch platform of een platform naar het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, bedoeld in artikel 14526, § 1, tweede lid.
Voor de toepassing van dit artikel wordt een vennootschap geacht te zijn opgericht op datum van de neerlegging van de oprichtingsakte ter griffie van de rechtbank van koophandel of van een gelijkaardige registratieformaliteit in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte.
Wanneer de activiteit van de vennootschap bestaat uit de voortzetting van een werkzaamheid die voorheen werd uitgeoefend door een natuurlijke persoon of een andere rechtspersoon, wordt de vennootschap, in afwijking van het derde lid, geacht te zijn opgericht op het ogenblik van de eerste inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen door die natuurlijke persoon, respectievelijk van de neerlegging van de oprichtingsakte van die andere rechtspersoon ter griffie van de rechtbank van koophandel of van het vervullen van een gelijkaardige registratieformaliteit door die natuurlijke persoon of andere rechtspersoon in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte. § 2. Dit artikel is van toepassing op de aandelen van een vennootschap die tezelfdertijd aan alle onderstaande voorwaarden voldoet : 1° de vennootschap is een binnenlandse vennootschap of een vennootschap waarvan de maatschappelijke zetel, voornaamste inrichting of zetel van bestuur of beheer gevestigd is in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en die over een in artikel 229 bedoelde Belgische inrichting beschikt;2° de vennootschap wordt op grond van artikel 15, §§ 1 tot 6, van het Wetboek van vennootschappen als kleine vennootschap aangemerkt voor het aanslagjaar dat verbonden is aan het belastbare tijdperk waarin de kapitaalinbreng werd gedaan;3° de vennootschap stelt ten minste 10 voltijdse equivalenten te werk, krachtens arbeidsovereenkomsten;4° over de laatste twee aanslagjaren voorafgaand aan de volstorting van de aandelen : (i) is de jaaromzet van de vennootschap gemiddeld ten met minste 10 pct.per aanslagjaar gestegen; of (ii) is het aantal voltijdse equivalenten die de vennootschap krachtens arbeidsovereenkomsten tewerkstelt gemiddeld met ten minste 10 pct. per aanslagjaar gestegen; 5° de vennootschap is niet opgericht in het kader van een fusie of splitsing van vennootschappen;6° de vennootschap is geen beleggings-, thesaurie- of financieringsvennootschap;7° de vennootschap is geen vennootschap met als statutair hoofddoel of voornaamste activiteit de oprichting, de verwerving, het beheer, de verbouwing, de verkoop of de verhuur van vastgoed voor eigen rekening of het bezit van deelnemingen in vennootschappen met een soortgelijk doel, noch een vennootschap waarin onroerende goederen of andere zakelijke rechten met betrekking tot dergelijke goederen zijn ondergebracht, waarvan natuurlijke personen die in de vennootschap een opdracht of functies als bedoeld in artikel 32, eerste lid, 1°, uitoefenen, hun echtgenoot of hun kinderen wanneer die personen of hun echtgenoot het wettelijk genot van de inkomsten van die kinderen hebben, het gebruik hebben;8° de vennootschap is geen vennootschap die is opgericht met het oog op het afsluiten van een management- of bestuurdersovereenkomst of die haar voornaamste bron van inkomsten haalt uit management- of bestuurdersovereenkomsten;9° de vennootschap is een niet-beursgenoteerde vennootschap;10° de vennootschap heeft nog geen kapitaalvermindering doorgevoerd, behoudens de kapitaalverminderingen ter aanzuivering van een geleden verlies of om een reserve te vormen tot dekking van een voorzienbaar verlies, of dividenden uitgekeerd;11° de vennootschap maakt niet het voorwerp uit van een collectieve insolventieprocedure of bevindt zich niet in de voorwaarden van een collectieve insolventieprocedure;12° de vennootschap gebruikt de ontvangen sommen niet voor de uitkering van dividenden of de aankoop van aandelen, noch voor het verstrekken van leningen;13° de vennootschap heeft na de betaling van de in § 1, eerste lid, a en b, bedoelde sommen door respectievelijk de belastingplichtige of het financieringsvehikel niet meer dan 500 000 euro ontvangen via de toepassing van dit artikel.Dit maximumbedrag wordt verminderd met het werkelijke ontvangen bedrag via de toepassing van artikel 14526.
Voor de toepassing van het eerste lid, 3°, komt een bedrijfsleider als een voltijds equivalent in aanmerking voor de berekening van het aantal voltijdse equivalenten, indien er voor deze activiteit sociale bijdragen in toepassing van artikel 12, § 1, van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen verschuldigd zijn.
Aan de in het eerste lid, 3°, vermelde voorwaarde moet door de vennootschap worden voldaan gedurende de 12 maanden volgend op de volstorting van de aandelen van de vennootschap.
Aan de in het eerste lid, 6° tot 8° en 12°, vermelde voorwaarden moet door de vennootschap worden voldaan gedurende de 48 maanden volgend op de volstorting van de aandelen van de vennootschap.
De belastingvermindering is niet van toepassing op : 1° uitgaven die in aanmerking zijn genomen voor de toepassing van artikel 1451, 4°, of 14532;2° betalingen voor het verwerven van aandelen, rechtstreeks of via een crowdfundingplatform als bedoeld in § 1, eerste lid, a, of via een financieringsvehikel als bedoeld in § 1, eerste lid, b, in een vennootschap : a) waarin de belastingplichtige, rechtstreeks of onrechtstreeks, op het ogenblik van de kapitaalinbreng, een in artikel 32, eerste lid, bedoelde bedrijfsleider is;b) waarin de belastingplichtige, rechtstreeks of onrechtstreeks, een in artikel 32, eerste lid, bedoelde bedrijfsleider is, tenzij hij daarvoor geen vergoeding verkrijgt;c) waarin de belastingplichtige, op het ogenblik van de kapitaalinbreng, als vaste vertegenwoordiger van een andere vennootschap een opdracht als bestuurder, zaakvoerder, vereffenaar of een gelijksoortige functie uitoefent;d) die een aannemings- of lastgevingsovereenkomst heeft gesloten met een andere vennootschap waarvan de belastingplichtige aandeelhouder is, op het ogenblik van de kapitaalinbreng, en waarbij die andere vennootschap er zich toe heeft verbonden om tegen vergoeding een leidende werkzaamheid van dagelijks bestuur van commerciële, financiële of technische aard op zich te nemen in de eerste vennootschap;3° betalingen voor het verwerven van aandelen van een vennootschap, rechtstreeks of via een crowdfundingplatform als bedoeld in § 1, eerste lid, a, of via een financieringsvehikel als bedoeld in § 1, eerste lid, b, met betrekking tot het gedeelte van die aandelen waardoor de belastingplichtige een vertegenwoordiging van meer dan 30 pct.van het maatschappelijk kapitaal van die vennootschap bekomt.
De betalingen voor de in § 1, eerste lid, a, bedoelde aandelen en in de § 1, eerste lid, b, bedoelde beleggingsinstrumenten komen voor de belastingvermindering in aanmerking tot een bedrag van 100 000 euro per belastbaar tijdperk. Dit bedrag van 100 000 euro per belastbaar tijdperk wordt desgevallend verminderd met het bedrag van de in aanmerking genomen betalingen voor het betreffende belastbaar tijdperk voor de toepassing van artikel 14526.
De belastingvermindering is gelijk aan 25 pct. van het in aanmerking te nemen bedrag, na aftrek van de in § 1, eerste lid, b, bedoelde vergoedingen en eventuele andere verbonden kosten.
De in euro vermelde bedragen in deze paragraaf worden niet geïndexeerd overeenkomstig artikel 178. § 3. De betalingen voor in § 1, eerste lid, a, bedoelde aandelen of voor in § 1, eerste lid, b, bedoelde beleggingsinstrumenten, komen voor de belastingvermindering in aanmerking op voorwaarde dat de in § 2, eerste lid, bedoelde vennootschap of het in § 1, eerste lid, b, bedoelde financieringsvehikel aan de belastingplichtige tot staving van zijn aangifte in de personenbelasting van het belastbare tijdperk waarin de betaling is gedaan, het bewijs verstrekt waaruit blijkt dat : - voldaan is aan de in §§ 1 en 2 gestelde voorwaarden; - de belastingplichtige de aandelen of de beleggingsinstrumenten in het belastbaar tijdperk heeft aangeschaft en deze op het einde van dat belastbaar tijdperk nog in zijn bezit heeft. § 4. De in § 1 bedoelde belastingvermindering wordt slechts behouden op voorwaarde dat de vennootschap of het financieringsvehikel de belastingplichtige tot staving van zijn aangiften in de personenbelasting van de vier belastbare tijdperken volgend op het belastbaar tijdperk waarvoor de belastingvermindering wordt toegekend, het bewijs verstrekt dat hij de betrokken in § 1, eerste lid, a, bedoelde aandelen, of de betrokken in § 1, eerste lid, b, bedoelde beleggingsinstrumenten nog in zijn bezit heeft. Aan deze voorwaarde moet niet meer worden voldaan met ingang van het belastbare tijdperk waarin de belastingplichtige is overleden.
Wanneer de betrokken aandelen bedoeld in § 1, eerste lid, a, of de betrokken beleggingsinstrumenten bedoeld in § 1, eerste lid, b, anders dan bij overlijden worden overgedragen binnen de 48 maanden na de aanschaffing ervan, wordt de totale belasting met betrekking tot de inkomsten van het belastbare tijdperk van de vervreemding vermeerderd met een bedrag dat gelijk is aan zoveel maal één achtenveertigste van de overeenkomstig § 1 voor die aandelen of beleggingsinstrumenten werkelijk verkregen belastingvermindering, als er volle maanden overblijven tot het einde van de periode van 48 maanden.
Onder het in het tweede lid bedoelde woord "overgedragen" dient eveneens te worden verstaan, de sluiting van de vereffening van de vennootschap waarin werd geïnvesteerd of van het financieringsvehikel.
Wanneer de sluiting van de vereffening het gevolg is van de faillietverklaring van de vennootschap waarin werd geïnvesteerd, moet niet meer worden voldaan aan de in het eerste lid bedoelde voorwaarde met ingang van het belastbare tijdperk waarin die sluiting van de vereffening ten gevolge van faillietverklaring heeft plaats gevonden.
De in § 1 vermelde belastingvermindering wordt slechts behouden op voorwaarde dat de in § 2, derde, vierde lid en vijfde lid, 2°, b, gestelde voorwaarden worden nageleefd.
Wanneer de in § 2, derde en vierde lid, vermelde voorwaarde niet wordt nageleefd gedurende de respectievelijk 12 of 48 maanden volgend op de volstorting van de aandelen van de vennootschap, wordt de totale belasting met betrekking tot de inkomsten van het belastbare tijdperk waarin wordt vastgesteld dat die voorwaarde niet wordt nageleefd, vermeerderd met een bedrag dat gelijk is aan zoveel maal respectievelijk één twaalfde of één achtenveertigste van de overeenkomstig § 1 voor die aandelen of beleggingsinstrumenten werkelijk verkregen belastingvermindering, als er volle maanden overblijven vanaf de datum waarop de voorwaarde niet wordt nageleefd tot het einde van de termijn van respectievelijk 12 of 48 maanden.
Wanneer de in § 2, vijfde lid, 2°, b, vermelde voorwaarde niet wordt nageleefd gedurende de 48 maanden volgend op de volstorting van de aandelen van de vennootschap, wordt de totale belasting met betrekking tot de inkomsten van het belastbare tijdperk waarin wordt vastgesteld dat die voorwaarde niet wordt nageleefd, vermeerderd met een bedrag dat gelijk is aan zoveel maal één achtenveertigste van de overeenkomstig § 1 voor die aandelen, beleggingsinstrumenten of rechten van deelneming werkelijk verkregen belastingvermindering, als er volle maanden overblijven vanaf de datum waarop de voorwaarde niet wordt nageleefd tot het einde van de termijn van 48 maanden. § 5. De Koning bepaalt de wijze waarop het in § 3 en § 4, eerste lid, bedoelde bewijs wordt geleverd evenals het bewijs dat tenminste aan één van de in § 2, eerste lid, 4°, bedoelde criteria is voldaan.". Art. 31.In artikel 171 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de
wet van 25 december 2017Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
26/06/2002
pub.
20/07/2002
numac
2002003351
bron
ministerie van financien
Wet tot bekrachtiging van de koninklijke besluiten van 14 juni 2001, 13 juli 2001 en 11 december 2001 houdende uitvoering van de wet van 26 juni 2000 betreffende de invoering van de euro in de wetgeving die betrekking heeft op aangelegenheden als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet en tot aanpassing van diverse wettelijke bepalingen aan de euro
type
wet
prom.
26/06/2002
pub.
09/08/2002
numac
2002012847
bron
ministerie van tewerkstell …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.