← België

Besluit van de Waalse Regering ter vastlegging van het statuut van gewestelijke ontvangers en de wijze van inning van de bijdragen in de kosten van de

Kort samengevat

Dit besluit van de Waalse Regering regelt het statuut van gewestelijke ontvangers en de manier waarop bijdragen voor gewestelijke ontvangsten worden geïnd. Het legt de rechten en plichten vast van deze ontvangers en de procedures voor hun aanwerving en indiensttreding.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
6 JUNI 2019. - Besluit van de Waalse Regering ter vastlegging van het statuut van gewestelijke ontvangers en de wijze van inning van de bijdragen in de kosten van de gewestelijke ontvangsten De Waalse Regering, Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen, artikel 20; Gelet op het Wetboek van de plaatselijke democratie en decentralisatie, artikels L1124-23 en L1124-47, vervangen door het decreet van 30 april 2019, en artikel L1124-37; Gelet op het koninklijk besluit van 2 april 1979 tot vaststelling van de voorwaarden en de wijze van benoeming van de gewestelijke ontvangers; Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 2 september 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde type wet prom. 13/06/1999 pub. 12/01/2000 numac 1999015096 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet tot aanpassing aan de totstandkoming van de Europese Economische Ruimte van sommige wetten en besluiten ter uitvoering van verordeningen en richtlijnen van de instellingen van de Europese Gemeenschappen type wet prom. 13/06/1999 pub. 12/01/2000 numac 1999015095 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet tot aanpassing aan de totstandkoming van de Europese Economische Ruimte van sommige wetten en besluiten ter uitvoering van verordeningen en richtlijnen van de instellingen van de Europese Gemeenschappen sluiten3 tot vastlegging van de weddeschaal van de gewestelijke ontvangers overeenkomstig artikel 1124-37 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en decentralisatie, gewijzigd door het besluit van de Waalse Regering van 20 maart 2014; Gelet op het ministerieel besluit van 16 juli 1979 tot vaststelling van het reglement van orde betreffende vergelijkend examens voor gewestelijke ontvanger; Gelet op het ministerieel besluit van 16 juli 1979 tot vaststelling van het reglement van orde betreffende vergelijkend examens voor gewestelijke ontvanger; Gelet op het besluit van de gouverneur van de provincie Luik van 20 januari 1966 houdende het statuut van de gewestelijke ontvangers van de provincie Luik; Gelet op het besluit van de gouverneur van de provincie Henegouwen van 1 maart 1982 tot vastlegging van het administratief statuut van de gewestelijke ontvangers van de provincie Henegouwen; Gelet op het besluit van de gouverneur van de provincie Namen van 30 december 2004 tot vastlegging van het administratief statuut van de gewestelijke ontvangers van de provincie Namen; Gelet op het besluit van de gouverneur van de provincie Waals-Brabant van 10 juni 2005 betreffende het statuut van de gewestelijke ontvangers in Waals-Brabant; Gelet op het besluit van de gouverneur van de provincie Luxemburg van 10 juni 2005 tot vastlegging van het administratief statuut van de gewestelijke ontvangers van de provincie Luxemburg; Gelet op het advies van de inspecteur van financiën, gegeven op 17 december 2018; Gelet op de akkoordbevinding van de minister van Begroting, gegeven op 20 december 2018; Gelet op de akkoordbevinding van de minister van Ambtenarenzaken, gegeven op 20 december 2018; Gelet op het rapport van 11 december 2018, opgesteld in overeenstemming met artikel 3, 2° van het decreet van 11 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde type wet prom. 13/06/1999 pub. 12/01/2000 numac 1999015096 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet tot aanpassing aan de totstandkoming van de Europese Economische Ruimte van sommige wetten en besluiten ter uitvoering van verordeningen en richtlijnen van de instellingen van de Europese Gemeenschappen type wet prom. 13/06/1999 pub. 12/01/2000 numac 1999015095 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet tot aanpassing aan de totstandkoming van de Europese Economische Ruimte van sommige wetten en besluiten ter uitvoering van verordeningen en richtlijnen van de instellingen van de Europese Gemeenschappen sluiten0 houdende uitvoering van de resoluties van de Vrouwenconferentie van de Verenigde Naties die in september 1995 in Peking heeft plaatsgevonden en tot integratie van de genderdimensie in het geheel van de gewestelijke beleidslijnen; Gelet op het advies van de Unie van de Waalse steden en gemeenten van 1 februari 2019; Gelet op het advies van de Federatie van de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn van de Unie van de Waalse steden en gemeenten van 1 februari 2019; Gelet op protocol nr. 760 van sectorcomité XVI, opgesteld op 23 april 2019; Gelet op de vraag om advies binnen de 30 dagen, gericht aan de Raad van State, van 6 mei 2019, krachtens artikel 84, § 1, lid 1, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat er geen advies werd meegedeeld binnen deze termijn; Gelet op artikel 84, § 4, lid 2, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op het advies van de Federatie van Gewestelijke Ontvangers, gegeven op 18 januari 2019; Gelet op het advies van de Waalse gouverneurs, gegeven op 16 en 23 januari 2019; Gelet op de organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/07/1976 pub. 18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, artikel 43, vervangen door het decreet van 30 april 2019, en artikel 46, vervangen door het decreet van 18 april 2013 en gewijzigd door het decreet van 30 april 2019; Op voordracht van de minister van Plaatselijke Besturen; Na beraadslaging, Besluit : TITEL I. - Begripsbepalingen Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° de gouverneur : de provinciegouverneur die de gewestelijke ontvanger aanstelt;2° de minister : de minister bevoegd voor Plaatselijke Besturen;3° het College van de Waalse gouverneurs : het orgaan opgericht krachtens artikel L1124-23, § 1, van het Wetboek van de plaatselijke democratie en decentralisatie;4° het Wetboek : het Wetboek van de plaatselijke democratie en decentralisatie 5° het lokaal bestuur : het gemeentebestuur of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dat een beroep doet op een gewestelijk ontvanger om zijn inkomsten en uitgaven uit te voeren en zijn boekhouding bij te houden. TITEL II. - Administratief statuut van gewestelijke ontvangers HOODSTUK I. - Hoedanigheid van gewestelijke ontvanger Art. 2.De hoedanigheid van gewestelijke ontvanger wordt toegekend aan iedereen die door de gouverneur als dusdanig benoemd wordt. De gewestelijke ontvanger voert de opdrachten uit die hem krachtens de wetten en decreten en hun uitvoeringsbesluiten en door de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris worden toevertrouwd. HOOFDSTUK II. - Rechten en plichten Art. 3.§ 1. De gewestelijke ontvanger oefent zijn ambt op loyale, zorgvuldige en integere wijze uit. Hij leeft de van kracht zijnde wetten en reglementen en de door de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris opgelegde richtlijnen na. Hij respecteert de werkinstrumenten die hem ter beschikking worden gesteld en gebruikt ze voor professionele doeleinden en volgens de regels vastgelegd door de gouverneur, de afgevaardigde arrondissementscommissaris of de vertegenwoordigers van het lokaal bestuur waar hij zijn ambt uitoefent. § 2. De gewestelijke ontvanger behandelt iedereen waarmee hij tijdens de uitoefening van zijn ambt in contact komt met begrip en zonder enige vorm van discriminatie. § 3. Buiten de uitoefening van zijn ambt vermijdt de gewestelijke ontvanger elke handelwijze die het vertrouwen van het publiek in zijn dienst kan aantasten. § 4. Zelfs buiten zijn ambt doch ter oorzake ervan, mag de gewestelijke ontvanger rechtstreeks of bij tussenpersoon, geen giften, beloningen of enig voordeel vragen, eisen of aannemen. § 5. De gewestelijke ontvanger laat zich bij zijn opdracht niet leiden door invloeden van buitenaf of persoonlijke belangen. § 6. De gewestelijke ontvanger zorgt ervoor permanent op de hoogte te blijven van de evolutie van de voor zijn beroepsuitoefening relevante regelgeving en van de politieke, economische en financiële actualiteit op internationaal, Belgische, gewestelijk en lokaal niveau. Art. 4.§ 1. De gewestelijke ontvanger heeft recht op vrijheid van meningsuiting over de feiten waarvan hij op de hoogte is door de uitoefening van zijn ambt. Het is hem enkel verboden feiten te onthullen die betrekking hebben op de nationale veiligheid, de vrijwaring van de openbare orde, de financiële belangen van het Gewest, de provincie of het lokaal bestuur, de preventie of repressie van misdadige feiten, het medisch geheim, de rechten en vrijheden van de burger en in het bijzonder het recht op eerbiediging van het privéleven; dit verbod geldt eveneens voor feiten die betrekking hebben op de voorbereiding van alle beslissingen zolang er geen definitieve beslissing is genomen. De beschikkingen van lid 1 en 2 zijn eveneens van toepassing op gewestelijke ontvangers die hun functie niet langer uitoefenen. § 2. De gewestelijke ontvanger heeft het recht geïnformeerd te worden over alle aspecten die nuttig zijn voor de uitoefening van zijn opdracht. § 3. De gewestelijke ontvanger heeft het recht zijn persoonlijk dossier te raadplegen en er kosteloos een kopie van te verkrijgen. § 4. De gewestelijke ontvanger heeft het recht om zowel door de gouverneur en de afgevaardigde arrondissementscommissaris als door de vertegenwoordigers en aangestelden van het lokaal bestuur waardig behandeld te worden. HOOFDSTUK III. - Aanwerving en indiensttreding Afdeling 1. - Vacantverklaring en mobiliteit Art. 5.Nadat het lokaal bestuur de gouverneur zijn wens om een beroep te doen op een gewestelijk ontvanger heeft laten blijken, onderzoekt de gouverneur eerst en vooral of er al een gewestelijk ontvanger binnen de provincie in dienst is die toegewezen kan worden aan dit lokaal bestuur, rekening houdend met zijn werklast. Art. 6.Als er nog geen gewestelijk ontvanger binnen de provincie in dienst is, kan de gouverneur de betrekking van gewestelijk ontvanger vacant verklaren. De aanwerving gebeurt : 1° ofwel door de aanstelling van een gewestelijk ontvanger die reeds in dienst is bij de gouverneur van een andere provincie, gelet op de beperkte werklast die aan de gewestelijke ontvangsten in de betreffende provincie werd toevertrouwd, op voorwaarde dat de administratieve standplaats van de te verlenen betrekking niet meer dan vijfenzeventig kilometer gelegen is van de woonplaats van de aangestelde gewestelijk ontvanger;2° ofwel door de aanwerving van de in de wervingsreserve hoogst gerangschikte geslaagde. De keuze voor een van de twee in lid 2 vastgelegde aanwervingswijzen wordt beslist door het College van de Waalse gouverneurs. Indien gekozen wordt voor de wijze van aanwerving vastgelegd in lid 2, 2°, dient deze keuze goedgekeurd te worden door de Regering, op gemotiveerd verzoek van het College van de Waalse gouverneurs. Art. 7.In de situatie vermeld in artikel 6, lid 2, 2° laat de gouverneur de in de wervingsreserve hoogst gerangschikte geslaagde die voldoet aan de voorwaarden vermeld in artikel 8 toe tot de stage. Deze beslissing wordt deze geslaagde ter kennis gebracht per aangetekend schrijven. De geslaagde dient mee te delen of hij de aanstelling aanvaardt of weigert, en dit binnen een maand na de kennisgeving van de beslissing. Zonder antwoord wordt de geslaagde geacht de betrekking te weigeren. Indien de batig gerangschikte geslaagde weigert, stelt de gouverneur degene aan die na hem komt in de rangschikking en voldoet aan de voorwaarden vermeld in artikel 8. Geslaagden die twee keer een te verlenen betrekking weigeren, worden geschrapt uit de wervingsreserve, behalve als de weigering gebaseerd is op het feit dat de administratieve standplaats van de te verlenen betrekking op meer dan vijfenzeventig kilometer van de woonplaats van de laureaat ligt. Indien er geen geslaagde is, legt de gouverneur aan het College van de Waalse gouverneurs de vraag voor een vergelijkend examen te organiseren om een wervingsreserve van kandidaten voor de functie van gewestelijk ontvanger aan te leggen. Afdeling 2 - Toelatingsvoorwaarden Art. 8.Niemand kan benoemd worden tot gewestelijk ontvanger zonder aan de volgende voorwaarden te voldoen : 1° onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie;2° de burgerlijke en politieke rechten genieten;3° aan de dienstplichtwetten voldoen;4° een gedrag hebben dat beantwoordt aan de eisen van de functie;5° de medische geschiktheid bezitten die vereist is voor de uit te oefenen functie;6° houder zijn van een diploma dat toegang geeft tot betrekkingen van niveau A binnen het Waals openbaar ambt;7° geslaagd zijn voor het vergelijkend examen vermeld in artikel 11;8° de stage waarvan sprake in artikel 14 voltooid hebben. Worden vrijgesteld van de voorwaarde vermeld in lid 1, 6°, kandidaten die, onder de volgende cumulatieve voorwaarden, een anciënniteit van meer dan zeven jaar in minstens niveau A of B hebben als stagiair, vastbenoemde of contractueel, of in een gelijkwaardig niveau: 1° in een ministerie of een overheidsinstelling afhankelijk van de staat, de gewesten of de gemeenschappen, of in de diensten of in een overheidsinstelling van de Franse Gemeenschapscommissie, de Vlaamse Gemeenschapscommissie of de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, of in een provincie-, gemeente- of OCMW-bestuur of het bestuur van een intercommunale, of, middels een toelaatbaarheidsbeslissing genomen door het College van de Waalse gouverneurs, in een openbare dienst van een lidstaat van de Europese Unie die vergelijkbaar is met een van voormelde diensten;2° zonder onderbreking ten gevolge van een door de gewestelijk ontvanger opgelopen tuchtsanctie, een ontslag omwille van beroepsongeschiktheid in het kader van de evaluatie van de gewestelijk ontvanger of ten gevolge van ontslag om dringende redenen;3° houder zijn van een diploma van minstens niveau B;4° houder zijn van een getuigschrift bestuurswetenschappen met een totaal van 450 uren opleiding. Afdeling 3 - Vergelijkend examen en reserve Art. 9.§ 1. Het College van de Waalse gouverneurs organiseert het vergelijkend examen om de wervingsreserve vermeld in artikel 12 aan te leggen. § 2. Het kondigt het vergelijkend examen aan via aankondiging, gepubliceerd in het Belgisch staatsblad en verspreid op de intranet- en internetsites van de diensten van de gouverneurs en de Regering. De aankondiging vermeldt de aanstellingsvoorwaarden uiteengezet in artikel 8, de procedure voor deelneming aan het examen en de afsluitingsdatum van de inschrijvingen. Ze vermeldt eveneens dat het examen tot doel heeft een wervingsreserve aan te leggen om de functie van gewestelijk ontvanger uit te oefenen op heel het grondgebied van het Gewest. § 3. Kandidaten richten hun aanvraag tot deelneming per aangetekend schrijven aan het College van de Waalse gouverneurs, op het adres vermeld in de aankondiging waarvan sprake in paragraaf 2. De kandidaat moet, op straffe van onontvankelijkheid: 1° op de uiterste datum voor de indiening van de aanvraag tot deelneming voldoen aan de aanstellingsvoorwaarden vermeld in artikel 8, lid 1, 1° tot 6° ;2° bij zijn aanvraag tot deelneming een afschrift van zijn diploma of het bewijs dat hij voldoet aan de voorwaarden vastgelegd in artikel 8, lid 2 voegen. § 4. Het College van de Waalse gouverneurs vergewist zich ervan dat de kandidaten bij de afsluiting van de inschrijvingen voldoen aan de voorwaarden vastgelegd in paragraaf 3. Art. 10.§ 1. Het College van de Waalse gouverneurs stelt een examencommissie aan die de kandidaten tijdens de proeven vermeld in artikel 11, § 1 moet evalueren. De examencommissie bestaat uit : 1° de financieel directeur van een Waalse provincie of gemeente met minstens 5 jaar dienstanciënniteit;2° een arrondissementscommissaris;3° twee gewestelijke ontvangers in functie in twee verschillende provincies, die verschillen van de provincie van de arrondissementscommissaris vermeld in 2°, met minstens vijf jaar dienstanciënniteit;4° een leerkracht uit het hoger onderwijs, actief of gepensioneerd, die lesgeeft of lesgaf in een van de materies waarop de proeven van het examen betrekking hebben. De examencommissie wordt voorgezeten door de arrondissementscommissaris vermeld in lid 2, 2°. § 2. Geen enkel lid van de examencommissie mag een oordeel vellen of deelnemen aan de beraadslaging als de kandidaat zijn echtgeno(o)t(e) of een bloed- of aanverwant tot en met de vierde graad is. § 3. Het intern reglement met betrekking tot de werking van de examencommissie en het verloop en de correctie van de proeven wordt opgesteld door het College van de Waalse gouverneurs. Art. 11.§ 1. Het examen bestaat uit drie proeven : 1° een schriftelijke denkproef, op vijftig punten, bestaande uit het opstellen van een nota en een kritische samenvatting met betrekking tot een algemeen onderwerp, dat economische aspecten kan omvatten;2° een schriftelijke theoretische proef, op 100 punten, met open vragen die toelaten te oordelen of de kandidaten over de vereiste minimumkennis beschikken met betrekking tot de volgende domeinen : a) grondwettelijk recht, op 10 punten;b) bestuursrecht, op 10 punten;c) burgerlijk recht, op 5 punten;d) het Wetboek van de plaatselijke democratie en decentralisatie, op 10 punten;e) de organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/07/1976 pub. 18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, op 10 punten;f) lokale fiscaliteit, op 10 punten;g) gemeentelijke boekhouding en financiën, op 15 punten;h) boekhouding van de OCMW's, op 15 punten;i) overheidsopdrachtenrecht, op 15 punten;3° een mondelinge proef, op 50 punten, die toelaat de kandidaat te beoordelen op onder meer zijn strategische visie op de opdracht van gewestelijk ontvanger en op de beheersing van de competenties die nodig zijn voor de uitoefening ervan op het vlak van human resources, management en organisatie van de interne controle. § 2. De kandidaat is geslaagd voor het examen als hij voor de drie proeven tezamen minstens 120 punten behaalde en voor elke proef en voor elk onderdeel minstens 50 % behaalde. § 3. De concrete inhoud van de proeven vermeld in paragraaf 1 wordt bepaald door de examencommissie en goedgekeurd door het College van de Waalse gouverneurs. Art. 12.Na de proeven vermeld in artikel 11 worden de geslaagde kandidaten door het College van de Waalse gouverneurs gerangschikt en aangeworven in volgorde van rangschikking. Deze kandidaten vormen de wervingsreserve van kandidaten voor de functie van gewestelijk ontvanger. De geslaagden worden in de wervingsreserve gerangschikt op basis van de punten die ze voor de drie proeven tezamen behaalden. Bij gelijk aantal punten wordt de geslaagde die beste score behaalde voor de schriftelijke theoretische proef waarvan sprake in artikel 11, § 1, als eerste gerangschikt. De kandidaten worden op de hoogte gebracht van de rangschikking of niet-rangschikking. Elke kandidaat mag binnen de vijftien dagen na de kennisgeving zijn opmerkingen overmaken of een klacht indienen bij de voorzitter van het College van de Waalse gouverneurs. Het College van de Waalse gouverneurs doet binnen de maand na ontvangst uitspraak over de klacht, na de klager gehoord te hebben, indien deze dit wenst. De klager kan zich laten bijstaan door een persoon van zijn keuze. Het College van de Waalse gouverneurs maakt zijn gemotiveerde beslissing aangaande de opmerking of de klacht over aan de kandidaat die opmerkingen deed gelden of een klacht indiende. Art. 13.De wervingsreserve blijft geldig gedurende drie jaar na de datum van het proces-verbaal waarin de geslaagden vastgelegd worden. Deze termijn kan op beslissing van het College van de Waalse gouverneurs een keer verlengd worden voor een termijn van twee jaar. Indien een nieuwe wervingsreserve wordt aangelegd terwijl de vroegere wervingsreserve nog niet verstreken is, hebben de geslaagden van de oudste reserve voorrang op die van de recentere reserve. HOOFDSTUK IV. - Stage Art. 14.§ 1. De stage duurt twaalf maanden. Ze kan maximaal met zes maanden verlengd worden bij gemotiveerde beslissing van de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris, onder de voorwaarden vastgelegd in artikel 19. § 2. Alle periodes tijdens dewelke de stagiair-gewestelijk ontvanger zich in actieve dienst bevindt, worden in aanmerking genomen voor de berekening van de duur van de stage. Met uitzondering van het jaarlijks verlof, omstandigheidsverloven en verloven wegens overmacht, schorsen periodes tijdens dewelke de stagiair-gewestelijk ontvanger gedurende minstens 40 dagen op verlof is de duur van de stage. Art. 15.§ 1. De gouverneur benoemt de geslaagde aangesteld in overeenstemming met artikel 6, lid 2, 2° als stagiair-gewestelijk ontvanger. § 2. Onder voorbehoud van lid 2 heeft de benoeming als stagiair onmiddellijk uitwerking. Ze heeft echter uitwerking : 1° bij het verstrijken van elke periode van onbeschikbaarheid van de stagiair, mits deze het gevolg is van de uitvoering van wettelijke verplichtingen;2° bij het verstrijken van een periode van maximaal drie maanden, die door een geslaagde werd aangevraagd om een zelfstandige activiteit in hoofdberoep uit te oefenen;3° bij het verstrijken van elke periode van onbeschikbaarheid van de stagiair die het gevolg is van overmacht, mits deze niet langer dan zes maanden duurt. § 3. Behalve in geval van afwijking zijn de bepalingen van dit besluit van toepassing op de stagiair-gewestelijk ontvanger. Art. 16.§ 1. De stagiair-gewestelijk ontvanger wordt tijdens de duur van de stage door een begeleidingsambtenaar begeleid bij de praktische aspecten van zijn functie. § 2. De gouverneur stelt de arrondissementscommissaris van zijn provincie aan als de in paragraaf 1 bedoelde begeleidingsambtenaar. Art. 17.§ 1. De evaluatiecriteria van de stagiair-gewestelijk ontvanger worden hem aan het begin van de stage meegedeeld. Dit zijn criteria voor de beoordeling van zijn prestaties en van zijn vaardigheden. De criteria voor de beoordeling van zijn prestaties zijn : 1° de kwaliteit van het werk: kwaliteit en niveau van afwerking van het werk, zonder het kwantitatief rendement in aanmerking te nemen, niveau van zorg, nauwkeurigheid en precisie;2° de hoeveelheid werk: werkvolume gerealiseerd binnen een bepaalde periode, zonder de kwaliteit van het werk in aanmerking te nemen, om de capaciteit om alle taken van zijn ambt uit te voeren te beoordelen;3° veelzijdigheid: capaciteit om verschillende taken en andere functies uit te voeren dan degene die aan de stagiair werden toevertrouwd;4° beschikbaarheid: reactie van de kandidaat op problemen die voortvloeien uit bijzondere omstandigheden of een verandering van werkomgeving;5° creativiteit of initiatief: capaciteit van de stagiair om nieuwe ideeën uit te werken en te promoten, als vaardigheid om te reageren op onvoorziene gebeurtenissen;6° teamgeest en sociabiliteit: capaciteit van de stagiair om in groep te werken om een gemeenschappelijk doel te verwezenlijken en bij te dragen tot een aangename werkomgeving;7° zin voor solidariteit: capaciteit om collega's te helpen. De criteria voor de beoordeling van zijn vaardigheden zijn : 1° beroepsinschakeling: kennis van het milieu, de instellingen en besturen van het Gewest en de plaatselijke besturen, de doelstellingen van de dienst;2° beheersing van het vak: kennis van de regelgeving en van boekhoudtechnieken, kennis van de context, contacten;3° geschiktheid voor de functie: beschikken over het juiste gedrag en de juiste relationele vaardigheden om de functie uit te oefenen;4° de mogelijkheid om te evolueren. § 2. De stagiair slaagt voor de stage als de meerderheid van de evaluatiecriteria positief is. Art. 18.§ 1. Na afloop van de stageperiode gaat de begeleidingsambtenaar over tot de evaluatie van de stagiair-gewestelijk ontvanger en stelt een gemotiveerd stageverslag op waarin hij concludeert dat de kandidaat al dan niet geschikt is om de functie uit te oefenen. Het lokaal bestuur waarvoor de stagiair-gewestelijk ontvanger de inkomsten en uitgaven gedaan heeft of de boekhouding beheerd heeft, wordt betrokken bij de opstelling van het verslag en kan advies uitbrengen, behalve als het verzaakt aan deze mogelijkheid. § 2. De begeleidingsambtenaar voegt bij zijn verslag een gunstig of ongunstig advies betreffende de vaste benoeming. § 3. Het stageverslag en de bijlagen ervan moeten binnen de maand na het einde van stage overgemaakt worden aan de gouverneur. Art. 19.§ 1. In geval van ongunstig advies van de begeleidingsambtenaar wordt de gewestelijk ontvanger binnen de maand na de overmaking van het verslag uitgenodigd door de gouverneur, teneinde opheldering te verschaffen. De stagiair-gewestelijk ontvanger mag zich tijdens deze hoorzitting laten bijstaan door een persoon van zijn keuze. § 2. Indien de gouverneur, gelet op de prestaties tijdens de stage, het verslag, het advies van de begeleidingsambtenaar en de door de stagiair-gewestelijk ontvanger verstrekte uitleg, van mening is dat de stagiair-gewestelijk ontvanger onvoldoende beschikt over de vereiste vaardigheden en kwaliteiten om de functie van gewestelijk ontvanger uit te oefenen, maakt hij de stagiair-gewestelijk ontvanger onverwijld een gemotiveerd voorstel tot verlenging van de stage met zes maanden of een voorstel tot ontslag over. De stage kan slechts eenmaal verlengd worden in toepassing van lid 1. De kennisgeving van het in het eerste lid vermelde voorstel gebeurt per aangetekend schrijven en vermeldt de beroepsmogelijkheden en -vormen. § 3. De gewestelijke ontvanger kan binnen de vijftien dagen na de kennisgeving van het voorstel vermeld in paragraaf 2 een beroep indienen bij het College van de Waalse gouverneurs. Indien hij geen beroep indient, keurt de gouverneur de beslissing goed. De gewestelijk ontvanger stelt de gouverneur per aangetekend schrijven in kennis van zijn beroep. De gouverneur maakt het beroep, het voorstel van beslissing en alle nuttige stukken binnen de vijftien dagen na ontvangst van het beroep over aan het College van de Waalse gouverneurs. Het College van de Waalse gouverneurs doet uitspraak over het beroep. Het verstrekt een advies over het voorstel van de gouverneur volgens de modaliteiten vastgelegd in artikels 175 en 176, na de gewestelijke ontvanger en desgevallend zijn raadsman gehoord te hebben. § 4. De gouverneur neemt een beslissing na kennis genomen te hebben van het advies van het College van de Waalse gouverneurs. Dit kan strekken tot benoeming of ontslag van de stagiair-gewestelijk ontvanger of tot verlenging van de stage indien mogelijk. Desgevallend vermeldt hij de redenen waarom hij het advies van het College van de Waalse gouverneurs niet volgt. De gouverneur deelt zijn beslissing binnen de maand na het verstrekken van het advies per aangetekend schrijven mee aan de stagiair-gewestelijk ontvanger. § 5. Het ontslag wordt voorafgegaan door een opzeggingstermijn van drie maanden die begint te lopen op de eerste dag van de maand volgend op de kennisgeving van de beslissing tot ontslag van de gouverneur aan de stagiair-gewestelijk ontvanger. Art. 20.§ 1. De gouverneur kan de stagiair-gewestelijk ontvanger ontslaan tijdens de stage om dringende reden, zonder opzeggingstermijn of schadevergoeding. § 2. De stagiair-gewestelijk ontvanger wordt binnen de vijftien dagen nadat de gouverneur voldoende kennis heeft kunnen nemen van de feiten uitgenodigd om gehoord te worden. Hij heeft vanaf het ogenblik van de uitnodiging toegang tot het dossier en kan zich laten bijstaan door een persoon van zijn keuze. De gouverneur maakt de stagiair-gewestelijk ontvanger binnen de vijftien dagen na de hoorzitting een voorstel tot ontslag om dringende reden over. Zo niet wordt de gouverneur geacht afgezien te hebben van de maatregel van ontslag om dringende reden voor de feiten in kwestie. De kennisgeving van het in het eerste lid vermelde voorstel gebeurt per aangetekend schrijven en vermeldt de beroepsmogelijkheden en -vormen. § 3. De stagiair-gewestelijk ontvanger kan binnen de vijftien dagen na de kennisgeving van het voorstel vermeld in paragraaf 2 een beroep indienen bij het College van de Waalse gouverneurs. Indien hij geen beroep indient, keurt de gouverneur de beslissing goed. De stagiair-gewestelijk ontvanger stelt de gouverneur per aangetekend schrijven in kennis van zijn beroep. De gouverneur maakt het beroep, het voorstel van beslissing en alle nuttige stukken binnen de vijftien dagen na ontvangst van het beroep over aan het College van de Waalse gouverneurs. Het College van de Waalse gouverneurs doet uitspraak over het beroep. Het verstrekt een advies over het voorstel van de gouverneur volgens de modaliteiten vastgelegd in artikels 175 en 176, na de stagiair-gewestelijk ontvanger en desgevallend zijn raadsman gehoord te hebben. § 4. De gouverneur kan een definitieve beslissing tot ontslag nemen na kennis genomen te hebben van het advies van het College van Waalse gouverneurs. Desgevallend vermeldt hij de redenen waarom hij het advies van het College van de Waalse gouverneurs niet volgt. De gouverneur deelt zijn beslissing binnen de vijftien dagen na het verstrekken van het advies per aangetekend schrijven mee aan de stagiair-gewestelijk ontvanger. § 5. De gouverneur kan beslissen de stagiair-gewestelijk ontvanger tijdelijk - voor de duur van de procedure vermeld in paragraaf 2 tot 4 - te ontheffen uit zijn functie. Art. 21.De stagiair-gewestelijk ontvanger kan in de loop van de stage vrijwillig zijn ambt neerleggen mits een opzeggingstermijn van een maand, die begint te lopen op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de gouverneur per aangetekend schrijven in kennis werd gesteld van de beslissing. Deze opzeggingstermijn kan in onderlinge overeenstemming worden ingekort. HOOFDSTUK V. - Vaste benoeming en eedaflegging Art. 22.§ 1. De gouverneur gaat na controle van de voorwaarden gesteld in artikel 8 over tot de definitieve benoeming van de gewestelijke ontvanger. § 2. De benoeming heeft uitwerking vanaf de dag van de toelating tot de stage. Art. 23.De hoedanigheid van gewestelijke ontvanger wordt bekrachtigd door de eed die wordt afgelegd bij de bevoegde gouverneur, in de bewoordingen vastgelegd in artikel 2 van het decreet van 20 juli 1831Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/07/1831 pub. 26/07/2012 numac 2012000423 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Decreet « betreffende de eedaflegging bij de aanvang der grondwettelijke vertegenwoordigende monarchie ». - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de eedaflegging bij de aanvang der grondwettelijke vertegenwoordigende monarchie. HOOFDSTUK VI. - Opdrachten Afdeling 1. - Toewijzing en controle van de prestaties Art. 24.De gouverneur oefent het hiërarchisch gezag over de gewestelijk ontvanger uit. De gouverneur kan een deel van zijn bevoegdheden delegeren aan de arrondissementscommissaris. Art. 25.De gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris duidt de lokale besturen aan waarvoor de gewestelijke ontvanger de inkomsten en uitgaven uitvoert en de boekhouding beheert. De dienst van de gewestelijke ontvanger wordt georganiseerd op een manier die deze laatste toelaat minstens een keer per week tijdens de gewone diensturen daadwerkelijk aanwezig te zijn op elk van de lokale besturen waarvoor hij werkt. Afdeling 2. - Opdrachten met betrekking tot de vervanging van een financieel directeur Art. 26.§ 1. Een lokaal bestuur kan tijdelijk een beroep doen op een gewestelijke ontvanger in de situaties vastgelegd in artikel L1124-21, § 3, van het Wetboek. § 2. De gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris duidt binnen de dertig dagen na het verzoek een of meerdere gewestelijke ontvangers onder de in dienst zijnde gewestelijke ontvangers aan om tijdelijk de opdracht van financieel directeur uit te oefenen, mits de werklast van de gewestelijke ontvangers van de provincie dit toelaat. De gewestelijke ontvangers die in aanmerking komen voor de vervanging worden aangesteld op vrijwillige basis. Indien niet alle opdrachten van de afwezige of ontslagnemende financieel directeur toevertrouwd kunnen worden aan de in dienst zijnde gewestelijke ontvangers, kan de gouverneur aan de gouverneurs van de andere provincies vragen om een of meerdere in dienst zijnde gewestelijke ontvangers in hun provincie aan te stellen om de vervanging uit te voeren. Het verzoek wordt op de agenda van een vergadering van het College van de Waalse gouverneurs gezet. Indien de gouverneur er niet in slaagt binnen de dertig dagen na het verzoek een of meerdere gewestelijke ontvangers aan te stellen om de vervanging uit te voeren, brengt hij het lokaal bestuur in kwestie daarvan onmiddellijk op de hoogte per aangetekende brief. § 3. Op het ogenblik dat de ter vervanging aangestelde gewestelijke ontvangers hun opdracht aanvangen en op het einde van de vervanging wordt er voor het lokaal bestuur overgegaan tot het opstellen van de eindrekening en de overhandiging van de kas en de boekhoudstukken, onder het toezicht van de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris van de provincie waarin het lokaal bestuur in kwestie gelegen is. De eindrekening wordt opgesteld in overeenstemming met de bepalingen van het besluit van de Waalse Regering van 5 juli 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde type wet prom. 13/06/1999 pub. 12/01/2000 numac 1999015096 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet tot aanpassing aan de totstandkoming van de Europese Economische Ruimte van sommige wetten en besluiten ter uitvoering van verordeningen en richtlijnen van de instellingen van de Europese Gemeenschappen type wet prom. 13/06/1999 pub. 12/01/2000 numac 1999015095 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet tot aanpassing aan de totstandkoming van de Europese Economische Ruimte van sommige wetten en besluiten ter uitvoering van verordeningen en richtlijnen van de instellingen van de Europese Gemeenschappen sluiten2 houdende het algemeen reglement op de gemeentelijke comptabiliteit, ter uitvoering van artikel L1315-1 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en decentralisatie. Onder voorbehoud van het eerste lid wordt de gewestelijke ontvanger die ingezet wordt om een vervanging uit te voeren bij een lokaal bestuur gelegen in een andere provincie, aan deze opdracht toegewezen door de gouverneur die hem benoemd heeft of door de afgevaardigde arrondissementscommissaris, na gehoord te zijn, en blijft hij onder hun gezag staan. Afdeling 3. - Vervangingsopdrachten bij afwezigheid van een gewestelijke ontvanger Art. 27.§ 1. De gewestelijke ontvanger verantwoordelijk voor de vervanging van een afwezige gewestelijke ontvanger wordt, in toepassing van artikel L1124-24, gekozen uit de in dienst zijnde gewestelijke ontvangers, mits de werklast van de gewestelijke ontvangers van de provincie dit toelaat. Indien niet alle opdrachten van de afwezige gewestelijk ontvanger toevertrouwd kunnen worden aan de in dienst zijnde gewestelijke ontvangers, kan de gouverneur aan de gouverneurs van de andere provincies vragen om een of meerdere in dienst zijnde gewestelijke ontvangers in hun provincie aan te stellen om de vervanging uit te voeren. Het verzoek wordt op de agenda van een vergadering van het College van de Waalse gouverneurs gezet. Onder voorbehoud van artikel L1124-24, lid 2, van het Wetboek, wordt de gewestelijk ontvanger die ingezet wordt om een vervanging uit te voeren bij een lokaal bestuur gelegen in een andere provincie, aan deze opdracht toegewezen door de gouverneur die hem benoemd heeft of door de afgevaardigde arrondissementscommissaris, na gehoord te zijn, en blijft hij onder hun gezag staan. De eindrekening wordt opgesteld in overeenstemming met de bepalingen van het besluit van de Waalse Regering van 5 juli 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde type wet prom. 13/06/1999 pub. 12/01/2000 numac 1999015096 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet tot aanpassing aan de totstandkoming van de Europese Economische Ruimte van sommige wetten en besluiten ter uitvoering van verordeningen en richtlijnen van de instellingen van de Europese Gemeenschappen type wet prom. 13/06/1999 pub. 12/01/2000 numac 1999015095 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet tot aanpassing aan de totstandkoming van de Europese Economische Ruimte van sommige wetten en besluiten ter uitvoering van verordeningen en richtlijnen van de instellingen van de Europese Gemeenschappen sluiten2 houdende het algemeen reglement op de gemeentelijke comptabiliteit, ter uitvoering van artikel L1315-1 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en decentralisatie. § 2. De gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris wijst de vervangende gewestelijke ontvanger(s) aan op vrijwillige basis. Indien geen enkele gewestelijke ontvanger zich vrijwilliger stelt, kan de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris ambtshalve een of meerdere gewestelijke ontvangers aanwijzen, rekening houdend met hun competenties, hun ervaring en de plaats waar ze hun functie uitoefenen. Hij kan echter geen gewestelijke ontvanger ambtshalve aanwijzen wiens woonplaats zich op meer dan vijfenzeventig kilometer bevindt van de plaats waar de vervanging uitgevoerd moet worden. Afdeling 4. - Ondersteunende opdrachten Art. 28.§ 1. Het College van de Waalse gouverneurs kan, mits de voorafgaande toestemming van de minister, een of meerdere vastbenoemde gewestelijke ontvangers gedeeltelijk of volledig vrijstellen van het uitvoeren van de opdracht van financieel directeur bij lokale besturen om hen ondersteunende opdrachten toe te vertrouwen, zoals: 1° opleidingsprogramma's om de kwaliteit van de prestaties van de gewestelijke ontvangers te verbeteren ontwikkelen, implementeren en coördineren;2° de kas van een of meerdere gewestelijke ontvangers controleren en voor elk van hen een voorverslag opstellen, dat hij aan de gouverneur overmaakt vooraleer deze overgaat tot de driemaandelijkse controle van de kas van de gewestelijke ontvangers; 3° onderzoek uitvoeren en synthesenota's opstellen met betrekking tot problematieken van juridische, economische, sociale, politieke, ... aard, waarmee gewestelijke ontvangers geconfronteerd worden of kunnen worden; 4° gerichte vragen beantwoorden die hem gesteld worden door een gewestelijke ontvanger en betrekking hebben om een probleem waarmee deze laatste geconfronteerd wordt bij het beheer van de inkomsten en uitgaven waarvoor hij verantwoordelijk is;5° gewestelijke ontvangers nuttige documentatie voor de uitoefening van hun beroep ter beschikking stellen;6° op de hoogte blijven van juridische, economische, sociale en technologische evoluties die een impact kunnen hebben op de prestaties van gewestelijke ontvangers of deze kunnen verbeteren;7° de implementering van nieuwe technologische tools en de update ervan uitvoeren en coördineren;8° optreden als begeleider van een of meerdere stagiair-gewestelijke ontvangers;9° een tijdelijke vervangingsopdracht uitvoeren. De gewestelijke ontvanger zoals bedoeld in het eerste lid wordt aangesteld als gewestelijk ontvanger-tussenpersoon. § 2. Het College van de Waalse gouverneurs bepaalt het aantal punten dat toegekend wordt voor het uitvoeren van de ondersteunende opdrachten die het opsomt. Voor opdrachten die niet in de lijst voorkomen, verzoekt het de gouverneurs de lijst naar analogie toe te passen of legt het criteria vast op basis waarvan de gouverneurs het aantal punten voor de ondersteunende opdrachten die aan de gewestelijke ontvanger worden toevertrouwd kunnen bepalen. Het aantal punten geeft het vereiste werkvolume weer om elke ondersteunende opdracht gedurende één kalenderjaar uit te oefenen. Het aantal punten moet overeenstemmen met de werklast die het uitvoeren van de inkomsten en uitgaven van een gemeente met een inwonersaantal dat gelijk is aan het voormelde aantal punten met zich meebrengt. HOOFDSTUK VII. - Evaluatie en ontslag wegens beroepsongeschiktheid Art. 29.§ 1. De evaluatie van de gewestelijke ontvanger heeft tot doel zijn bijdrage aan de goede werking van de gewestelijke ontvangsten en de kwaliteit van zijn prestaties voor rekening van de gewestelijke ontvangsten of van de lokale besturen te beoordelen. § 2. De evaluatie van de gewestelijke ontvanger houdt rekening met : 1° alle elementen met betrekking tot zijn functioneringswijze: zijn relatie met de andere leden van de gewestelijke ontvangst, met de vertegenwoordigers en aangestelden van de lokale besturen waarvan hij de ontvangsten en uitgaven uitvoert en de boekhouding beheert en met de andere diensten en gebruikers, zijn organisatie, zijn methodes en opleidingsinspanningen, de kwaliteit en de hoeveelheid van zijn werk;2° de bijdrage van de gewestelijke ontvanger om de kwaliteitsdoelstellingen van de aan de lokale bestuurders verstrekte diensten zoals vastgelegd door de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris te bereiken;3° het bereiken van de op voorhand door de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris vastgelegde persoonlijke doelstellingen; § 3. De doelstellingen waarvan sprake in paragraaf 2 worden op een specifieke en meetbare manier vastgelegd tijdens een planningsgesprek, zijn resultaatsgericht en tijdsgebonden. Art. 30.De evaluatiemethodologie wordt goedgekeurd door het College van de Waalse gouverneurs. Art. 31.§ 1. Het individueel dossier van de gewestelijke ontvanger bevat alle bewijselementen en een individuele fiche waarop de gunstige of ongunstige feiten of omstandigheden vermeld staan die kunnen dienen als beoordelingselement. Deze feiten of vaststellingen mogen enkel betrekking hebben op de uitvoering van de functie en worden goedgekeurd door de gewestelijke ontvanger die eventueel zijn opmerkingen noteert. Elk feit of elke vaststelling waarvan de gewestelijke ontvanger van mening is dat het dienst kan doen als beoordelingselement wordt op zijn verzoek op zijn individuele fiche genoteerd door de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris, die zijn eventuele opmerkingen vermeldt. § 2. De gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris verzoekt elk lokaal bestuur waaraan de gewestelijke ontvanger is toegewezen om een advies te verstrekken over de prestaties, de competenties, het gedrag van de betrokkene en elk ander feit dat zijn evaluatie kan beïnvloeden. Het advies moet ten laatste vijftien dagen voor het gesprek vermeld in artikel 32 door de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris in ontvangst genomen worden en toegevoegd aan het individueel dossier van de gewestelijke ontvanger. Anders wordt het lokaal bestuur in kwestie geacht verzaakt te hebben aan de mogelijkheid advies uit te brengen. Art. 32.§ 1. De evaluatie wordt door de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris toegekend na een gesprek, en dit om de twee jaar, tussen 15 september en 15 december, en twee jaar na het planningsgesprek waarvan sprake in artikel 29, § 3. § 2. De gewestelijke ontvanger kan als evaluatie "uitstekend", "gunstig", "onder voorbehoud" of "ongunstig" krijgen. § 3. De vaste benoeming houdt de eerste gunstige evaluatie van de gewestelijke ontvanger in. § 4. Gewestelijke ontvangers die om welke reden dan ook afwezig zijn of hun ambt niet uitoefenen, behouden hun laatste evaluatie totdat ze hun ambt weer opnemen. Indien de duur van de afwezigheid dit rechtvaardigt, vindt er een planningsgesprek plaats op het ogenblik van de werkhervatting. Ze kunnen een jaar na het hervatten van hun ambt vragen de evaluatie te herzien. Art. 33.De gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris deelt zijn evaluatievoorstel mee binnen de vijftien dagen na het evaluatiegesprek. De gewestelijke ontvanger ondertekent dit voorstel en stuurt het samen met zijn eventuele opmerkingen binnen de vijftien dagen na de kennisgeving terug. Indien hij dit niet doet, wordt hij geacht de evaluatie te aanvaarden, die dan definitief wordt. Art. 34.De opmerkingen van de gewestelijke ontvanger worden onderzocht door de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris. De gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris deelt zijn beslissing mee aan de gewestelijke ontvanger binnen de vijftien dagen na ontvangst van de opmerkingen. De kennisgeving van de evaluatie moet de beroepsmogelijkheden en -vormen vermelden. Art. 35.Gewestelijke ontvangers die een ongunstige evaluatie of een evaluatie onder voorbehoud kregen, kunnen binnen de vijftien dagen na de kennisgeving van de evaluatie een beroep indienen. De gewestelijke ontvanger stelt de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris per aangetekend schrijven in kennis van zijn beroep. De gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris maakt het beroep, de evaluatie en alle nuttige stukken binnen de vijftien dagen na ontvangst van het beroep over aan het College van de Waalse gouverneurs. Het College van de Waalse gouverneurs doet uitspraak over het beroep, volgens de modaliteiten vastgelegd in artikels 175 en 176, na de gewestelijke ontvanger en desgevallend zijn raadsman gehoord te hebben. Het College van de Waalse gouverneurs verstrekt een gunstig advies of een vernietigingsbesluit. Het gunstig advies wordt ter beslissing meegedeeld aan de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris. De gemotiveerde beslissing die de toegekende evaluatie van rechtswege vernietigt, wordt overgemaakt aan de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris, om over te gaan tot een nieuwe evaluatie, na een periode van vier maanden te tellen vanaf de ontvangst ervan. Bij de tweede evaluatie mag de gewestelijk ontvanger zich laten bijstaan door een persoon van zijn keuze. Er kan tegen deze tweede evaluatie geen beroep aangetekend worden bij het College van de Waalse gouverneurs. De gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris stelt de gewestelijk ontvanger in kennis van de toegekende evaluatie. Art. 36.Als de toegekende evaluatie ongunstig of onder voorbehoud is, vindt er zes maanden na de toekenning een tussentijdse evaluatie plaats. Art. 37.§ 1. Na twee opeenvolgende definitief toegekende ongunstige evaluaties kan de gouverneur aan de gewestelijke ontvanger een voorstel tot ontslag wegens beroepsongeschiktheid overmaken per aangetekend schrijven. De kennisgeving van het voorstel moet de beroepsmogelijkheden en -vormen vermelden. § 3. De gewestelijk ontvanger kan binnen de vijftien dagen na de kennisgeving van het voorstel vermeld in paragraaf 1 een beroep indienen. Indien hij geen beroep indient, keurt de gouverneur de beslissing goed. De gewestelijk ontvanger stelt de gouverneur in kennis van zijn beroep. De gouverneur maakt het beroep, het voorstel van beslissing en alle nuttige stukken binnen de vijftien dagen na ontvangst van het beroep over aan het College van de Waalse gouverneurs. Het College van de Waalse gouverneurs doet uitspraak over het beroep. Het verstrekt een advies over het voorstel tot ontslag wegens beroepsongeschiktheid volgens de modaliteiten vastgelegd in artikels 175 en 176, na de gewestelijke ontvanger en desgevallend zijn raadsman gehoord te hebben. § 3. Na kennis genomen te hebben van het advies van het College van Waalse gouverneurs, kan de gouverneur een beslissing tot ontslag wegens beroepsongeschiktheid nemen. Desgevallend vermeldt hij de redenen waarom hij het advies van het College van de Waalse gouverneurs niet volgt. De gouverneur deelt het ontslag wegens beroepsongeschiktheid per aangetekend schrijven mee binnen de maand na de goedkeuring van het advies. Zo niet wordt hij geacht te hebben afgezien van het ontslag. § 4. Behalve in geval van zware fout wordt een vertrekvergoeding toegekend aan een gewestelijke ontvanger die ontslagen wordt wegens beroepsongeschiktheid. Deze vergoeding is gelijk aan: 1° de laatste jaarlijkse activiteitswedde als hij minstens twintig jaar in dienst is als gewestelijke ontvanger;2° twee derde van de laatste jaarlijkse activiteitswedde als hij minstens tien en minder dan twintig jaar in dienst is als gewestelijke ontvanger;3° de helft van de laatste jaarlijkse activiteitswedde als hij minder dan tien jaar in dienst is als gewestelijke ontvanger; HOOFDSTUK VIII. - Administratieve standplaats: Art. 38.§ 1. De gouverneur bepaalt de zetel van het ambt van de gewestelijke ontvanger, met inachtneming van paragraaf 2. § 2. De administratieve standplaats van de gewestelijke ontvanger wordt gevestigd op de plaats waar zijn dienst gevestigd is. Als hij zijn beroepsactiviteiten gewoonlijk uitoefent op meerdere plaatsen, wordt ze gevestigd op de plaats waar de kantoren van het lokaal bestuur waarvoor hij het grootste deel van zijn prestaties uitvoert gelegen zijn. Als het lokaal bestuur waarvoor hij het grootste deel van zijn prestaties uitvoert niet bepaald kan worden, wordt ze gevestigd op de plaats waar de kantoren van het lokaal bestuur met het grootste inwoneraantal gelegen zijn. HOOFDSTUK IX. - Opleiding Art. 39.§ 1. De gewestelijke ontvanger mag opleidingen volgen die interessant zijn voor de uitoefening van zijn functie. De gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris komen tijdens het planningsgesprek vermeld in artikel 29, § 3, een opleidingsplan overeen, dat de gewestelijke ontvanger in de loop van de evaluatiecyclus ten uitvoer brengt. Het opleidingsplan bevat een aantal opleidingen die de gewestelijke ontvanger belooft te zullen volgen en een lijst van vaardigheden die de gewestelijke ontvanger belooft te zullen verwerven of verbeteren door middel van opleidingen. Het kan het aantal en de totale duur van de opleidingen die de gewestelijke ontvanger mag volgen beperken. Het opleidingsplan is conform de richtlijnen opgesteld door het College van de Waalse gouverneurs, met name voor wat het jaarlijks volume en het maximumaantal uren te volgen opleidingen betreft. § 2. De gewestelijke ontvanger mag deelnemen aan elke door het College van de Waalse gouverneurs erkende opleiding die de doelstellingen, voorwaarden en beperkingen vastgelegd in zijn opleidingsplan respecteert. De gewestelijke ontvanger mag deelnemen aan elke niet door het College van de Waalse gouverneurs erkende opleiding, mits de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris vaststelt dat ze verenigbaar is met de doelstellingen, voorwaarden en beperkingen vastgelegd in het opleidingsplan. § 3. Naast de doelstellingen, voorwaarden en beperkingen vastgelegd in het opleidingsplan mag de gewestelijke ontvanger deelnemen aan opleidingen die interessant zijn voor de uitoefening van zijn functie, mits de toestemming van de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris. § 4. De gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris mag de deelname aan een opleiding steeds weigeren als de afwezigheid van de gewestelijke ontvanger onverenigbaar is met het belang van de dienst. Art. 40.De gewestelijke ontvanger die een opleiding zoals bedoeld in artikel 39, § 2, volgt, krijgt een dienstvrijstelling of opleidingsverlof. De vrijstelling of het verlof wordt gelijkgesteld aan een periode van dienstactiviteit, en de gewestelijke ontvanger behoudt al zijn rechten. Art. 41.§ 1. De gewestelijke ontvanger kan opleidingsverlof krijgen om de opleidingen zoals bedoeld in artikel 39, § 2, te volgen. Dit verlof wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit. Het verlof wordt toegekend door de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris, die erover waakt dat de verloven evenwichtig verdeeld worden over de periodes die de ontvanger presteert in de verschillende besturen die een beroep doen op zijn diensten. Het opleidingsverlof kan slechts eenmaal worden toegekend voor eenzelfde opleiding. § 2. De duur van het verlof is gelijk aan het aantal opleidingsuren, met aftrek van de uren waarvoor de gewestelijke ontvanger vrijgesteld is. Voor een opleiding die geen regelmatige aanwezigheid vereist, is het aantal opleidingsuren gelijk aan het aantal uren of lessen van het studieprogramma. § 3. Verlof voor een opleiding die ingericht wordt gedurende een schooljaar moet genomen worden tussen het begin van het schooljaar en het einde van de eerste of eventueel de tweede examenperiode. Verlof voor een opleiding die niet ingericht wordt gedurende een schooljaar moet genomen worden tussen het begin en het einde van de opleiding. Verlof voor een opleiding die geen regelmatige aanwezigheid vereist, moet genomen worden tussen het begin en het einde van de opgelegde werken. Als deze opleiding gevolgd wordt door de deelname aan een examen wordt de periode verlengd tot het einde van de eerste of eventueel de tweede examenperiode. § 4. De gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris kan, rekening houdend met de behoeften van de dienst en het aantal uren of lessen van de opleiding, een geplande opdeling van het verlof opleggen. De opdeling van het verlof mag het recht van de gewestelijke ontvanger om zijn verlof volledig op te nemen niet aantasten, noch het recht om het te gebruiken om zich naar zijn opleiding te begeven, om deze bij te wonen, om na de opleiding naar zijn werkplaats terug te keren en om deel te nemen aan de examens. Art. 42.§ 1. De gewestelijke ontvanger bezorgt de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris ten laatste de dag voor het begin van elke opleiding, al dan niet vastgelegd in het opleidingsplan, een inschrijvingsattest. De gewestelijke ontvanger bezorgt de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris binnen de maand na het einde van de opleiding een attest van aanwezigheid, dat aantoont dat hij de volledige opleiding gevolgd heeft. Als de gewestelijke ontvanger niet de volledige opleiding heeft kunnen volgen, moet hij de redenen hiervoor opgeven. § 2. De gewestelijke ontvanger deelt zijn beslissing om de opleiding stop te zetten mee aan de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris. Art. 43.De gewestelijke ontvanger wordt op non-actief gezet als blijkt dat hij : 1° zonder wettige reden een opleiding niet heeft gevolgd of niet heeft deelgenomen aan een deel van de opleiding;2° de opleiding stopgezet heeft zonder dit mee te delen aan de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris. In de situaties vermeld in het eerste lid, 1° en 2° wordt de betrokkene op non-actief gezet voor de periode tussen het ogenblik dat hij ophield de opleiding te volgen of dat hij de opleiding stopzette tot het ogenblik waarop hij weer in dienst is getreden. Daarnaast wordt het recht van de gewestelijke ontvanger om opleidingsverlof te genieten geschorst voor de rest van het lopende academiejaar. HOOFDSTUK X. - Administratieve standen en verloven Afdeling 1. - Administratieve standen Art. 44.De gewestelijke ontvanger bevindt zich steeds in een van de volgende administratieve standen : 1° in actieve dienst;2° non-activiteit;3° disponibiliteit. Art. 45.Voor het bepalen van zijn administratieve stand wordt de gewestelijke ontvanger steeds geacht in actieve dienst te zijn, behoudens uitdrukkelijke bepaling die hem van rechtswege of op beslissing van de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris in een andere administratieve stand brengt. Behoudens andersluidende beslissing heeft de gewestelijke ontvanger die zich in actieve dienst bevindt recht op een wedde. Art. 46.De gewestelijke ontvanger die zonder toelating afwezig is of zonder geldige reden de duur van zijn verlof overschrijdt, wordt van rechtswege op non-actief gezet. De gewestelijke ontvanger die geen gevolg geeft aan de uitnodiging om het werk te hervatten, zoals bedoeld in artikel 113, wordt van rechtswege op non-actief gezet. Behoudens andersluidende beslissing heeft de gewestelijke ontvanger die zich in non-activiteit bevindt geen recht op een wedde. Art. 47.De gewestelijke ontvanger kan niet in non-activiteit gesteld of gehouden worden als hij aan de voorwaarden voldoet om gepensioneerd te worden. Art. 48.De gewestelijke ontvanger kan in disponibiliteit gesteld worden onder de voorwaarden vastgelegd in artikels 139 tot 150 : 1° door ambtsontheffing in het belang van de dienst;2° wegens ziekte die hem niet definitief ongeschikt maakt voor de dienst, maar leidt tot afwezigheden die de duur van het ziekteverlof overschrijden;3° wegens persoonlijke aangelegenheden. Art. 49.De gewestelijke ontvanger kan niet in disponibiliteit gesteld of gehouden worden als hij aan de voorwaarden voldoet om gepensioneerd te worden. Afdeling 2. - Verloven Onderafdeling 1. - Algemene bepalingen. Art. 50.Deze afdeling is van toepassing op vastbenoemde gewestelijke ontvangers. Ze is eveneens van toepassing op stagiairs, met uitzondering van : 1° het verlof om een stage of een proefperiode te vervullen, zoals bedoeld in artikel 59;2° de terbeschikkingstelling door ambtsontheffing in het belang van de dienst, zoals bedoeld in artikels 141 tot 143;3° de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden, zoals bedoeld in artikels 149 en 150. Art. 51.Voor de toepassing van dit artikel moeten als werkdagen beschouwd worden de dagen waarop de gewestelijke ontvanger dient te werken op basis van zijn normale arbeidsregeling. Art. 52.§ 1. De gewestelijke ontvanger mag enkel afwezig zijn als hij voorafgaandelijk verlof of een dienstvrijstelling heeft gekregen. Onder dienstvrijstelling dient de toelating verstaan te worden die aan de gewestelijke ontvanger gegeven wordt om afwezig te zijn tijdens de diensturen, voor een bepaalde duur, met behoud van al zijn rechten. § 2. Behoudens andersluidende beslissing beslist de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris over de toekenning van een verlof of dienstvrijstelling. Deze houdt rekening met de eventueel door de verantwoordelijken van de lokale besturen geformuleerde opmerkingen vermeld in lid 2. De gewestelijke ontvanger brengt de verantwoordelijke van de lokale besturen die een beroep doen op zijn diensten en waarop zijn afwezigheid een impact zou kunnen hebben op de hoogte van zijn aanvraag op het ogenblik dat hij het verlof of de dienstvrijstelling aanvraagt, om hem de kans te geven opmerkingen te doen gelden. De gewestelijke ontvanger brengt de verantwoordelijken van de lokale besturen die een beroep …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.