Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Besluit van de Waalse Regering ter vastlegging van het statuut van gewestelijke ontvangers en de wijze van inning van de bijdragen in de kosten van de

Kort samengevat

Dit besluit van de Waalse Regering regelt het statuut van gewestelijke ontvangers en de manier waarop bijdragen voor gewestelijke ontvangsten worden geïnd. Het legt de rechten en plichten vast van deze ontvangers en de procedures voor hun aanwerving en indiensttreding.

Wat het regelt

  • Het statuut van gewestelijke ontvangers.
  • De wijze van inning van bijdragen in de kosten van gewestelijke ontvangsten.
  • De rechten en plichten van gewestelijke ontvangers.
  • De procedures voor aanwerving en indiensttreding van gewestelijke ontvangers.

Wie het aanbelangt

  • Gewestelijke ontvangers die door de gouverneur worden benoemd.
  • Lokale besturen (gemeentebesturen of OCMW's) die een beroep doen op een gewestelijk ontvanger.

Kernpunten

  • Gewestelijke ontvangers moeten hun ambt loyaal, zorgvuldig en integer uitoefenen en zich houden aan wetten, reglementen en richtlijnen.
  • Zij mogen geen giften, beloningen of voordelen vragen, eisen of aannemen, zelfs niet buiten hun ambt maar ter oorzaak ervan.
  • Gewestelijke ontvangers hebben recht op vrijheid van meningsuiting, maar mogen geen feiten onthullen die betrekking hebben op nationale veiligheid, openbare orde, financiële belangen, misdadige feiten, medisch geheim, of rechten en vrijheden van de burger.
  • Om gewestelijk ontvanger te worden, moet men onderdaan zijn van een EU-lidstaat, de burgerlijke en politieke rechten genieten, aan de dienstplichtwetten voldoen, een passend gedrag hebben, medisch geschikt zijn, een diploma op niveau A bezitten, geslaagd zijn voor een vergelijkend examen en de stage doorlopen.
Wettekst
Wettekst

6 JUNI 2019. - Besluit van de Waalse Regering ter vastlegging van het statuut van gewestelijke ontvangers en de wijze van inning van de bijdragen in de kosten van de gewestelijke ontvangsten De Waalse Regering, Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen, artikel 20; Gelet op het Wetboek van de plaatselijke democratie en decentralisatie, artikels L1124-23 en L1124-47, vervangen door het decreet van 30 april 2019, en artikel L1124-37; Gelet op het koninklijk besluit van 2 april 1979 tot vaststelling van de voorwaarden en de wijze van benoeming van de gewestelijke ontvangers; Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 2 september 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde type wet prom. 13/06/1999 pub. 12/01/2000 numac 1999015096 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet tot aanpassing aan de totstandkoming van de Europese Economische Ruimte van sommige wetten en besluiten ter uitvoering van verordeningen en richtlijnen van de instellingen van de Europese Gemeenschappen type wet prom. 13/06/1999 pub. 12/01/2000 numac 1999015095 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet tot aanpassing aan de totstandkoming van de Europese Economische Ruimte van sommige wetten en besluiten ter uitvoering van verordeningen en richtlijnen van de instellingen van de Europese Gemeenschappen sluiten3 tot vastlegging van de weddeschaal van de gewestelijke ontvangers overeenkomstig artikel 1124-37 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en decentralisatie, gewijzigd door het besluit van de Waalse Regering van 20 maart 2014; Gelet op het ministerieel besluit van 16 juli 1979 tot vaststelling van het reglement van orde betreffende vergelijkend examens voor gewestelijke ontvanger; Gelet op het ministerieel besluit van 16 juli 1979 tot vaststelling van het reglement van orde betreffende vergelijkend examens voor gewestelijke ontvanger; Gelet op het besluit van de gouverneur van de provincie Luik van 20 januari 1966 houdende het statuut van de gewestelijke ontvangers van de provincie Luik; Gelet op het besluit van de gouverneur van de provincie Henegouwen van 1 maart 1982 tot vastlegging van het administratief statuut van de gewestelijke ontvangers van de provincie Henegouwen; Gelet op het besluit van de gouverneur van de provincie Namen van 30 december 2004 tot vastlegging van het administratief statuut van de gewestelijke ontvangers van de provincie Namen; Gelet op het besluit van de gouverneur van de provincie Waals-Brabant van 10 juni 2005 betreffende het statuut van de gewestelijke ontvangers in Waals-Brabant; Gelet op het besluit van de gouverneur van de provincie Luxemburg van 10 juni 2005 tot vastlegging van het administratief statuut van de gewestelijke ontvangers van de provincie Luxemburg; Gelet op het advies van de inspecteur van financiën, gegeven op 17 december 2018; Gelet op de akkoordbevinding van de minister van Begroting, gegeven op 20 december 2018; Gelet op de akkoordbevinding van de minister van Ambtenarenzaken, gegeven op 20 december 2018; Gelet op het rapport van 11 december 2018, opgesteld in overeenstemming met artikel 3, 2° van het decreet van 11 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde type wet prom. 13/06/1999 pub. 12/01/2000 numac 1999015096 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet tot aanpassing aan de totstandkoming van de Europese Economische Ruimte van sommige wetten en besluiten ter uitvoering van verordeningen en richtlijnen van de instellingen van de Europese Gemeenschappen type wet prom. 13/06/1999 pub. 12/01/2000 numac 1999015095 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet tot aanpassing aan de totstandkoming van de Europese Economische Ruimte van sommige wetten en besluiten ter uitvoering van verordeningen en richtlijnen van de instellingen van de Europese Gemeenschappen sluiten0 houdende uitvoering van de resoluties van de Vrouwenconferentie van de Verenigde Naties die in september 1995 in Peking heeft plaatsgevonden en tot integratie van de genderdimensie in het geheel van de gewestelijke beleidslijnen; Gelet op het advies van de Unie van de Waalse steden en gemeenten van 1 februari 2019; Gelet op het advies van de Federatie van de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn van de Unie van de Waalse steden en gemeenten van 1 februari 2019; Gelet op protocol nr. 760 van sectorcomité XVI, opgesteld op 23 april 2019; Gelet op de vraag om advies binnen de 30 dagen, gericht aan de Raad van State, van 6 mei 2019, krachtens artikel 84, § 1, lid 1, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat er geen advies werd meegedeeld binnen deze termijn; Gelet op artikel 84, § 4, lid 2, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op het advies van de Federatie van Gewestelijke Ontvangers, gegeven op 18 januari 2019; Gelet op het advies van de Waalse gouverneurs, gegeven op 16 en 23 januari 2019; Gelet op de organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/07/1976 pub. 18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, artikel 43, vervangen door het decreet van 30 april 2019, en artikel 46, vervangen door het decreet van 18 april 2013 en gewijzigd door het decreet van 30 april 2019; Op voordracht van de minister van Plaatselijke Besturen; Na beraadslaging, Besluit : TITEL I. - Begripsbepalingen Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° de gouverneur : de provinciegouverneur die de gewestelijke ontvanger aanstelt;2° de minister : de minister bevoegd voor Plaatselijke Besturen;3° het College van de Waalse gouverneurs : het orgaan opgericht krachtens artikel L1124-23, § 1, van het Wetboek van de plaatselijke democratie en decentralisatie;4° het Wetboek : het Wetboek van de plaatselijke democratie en decentralisatie 5° het lokaal bestuur : het gemeentebestuur of het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dat een beroep doet op een gewestelijk ontvanger om zijn inkomsten en uitgaven uit te voeren en zijn boekhouding bij te houden. TITEL II. - Administratief statuut van gewestelijke ontvangers HOODSTUK I. - Hoedanigheid van gewestelijke ontvanger Art. 2.De hoedanigheid van gewestelijke ontvanger wordt toegekend aan iedereen die door de gouverneur als dusdanig benoemd wordt. De gewestelijke ontvanger voert de opdrachten uit die hem krachtens de wetten en decreten en hun uitvoeringsbesluiten en door de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris worden toevertrouwd. HOOFDSTUK II. - Rechten en plichten Art. 3.§ 1. De gewestelijke ontvanger oefent zijn ambt op loyale, zorgvuldige en integere wijze uit. Hij leeft de van kracht zijnde wetten en reglementen en de door de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris opgelegde richtlijnen na. Hij respecteert de werkinstrumenten die hem ter beschikking worden gesteld en gebruikt ze voor professionele doeleinden en volgens de regels vastgelegd door de gouverneur, de afgevaardigde arrondissementscommissaris of de vertegenwoordigers van het lokaal bestuur waar hij zijn ambt uitoefent. § 2. De gewestelijke ontvanger behandelt iedereen waarmee hij tijdens de uitoefening van zijn ambt in contact komt met begrip en zonder enige vorm van discriminatie. § 3. Buiten de uitoefening van zijn ambt vermijdt de gewestelijke ontvanger elke handelwijze die het vertrouwen van het publiek in zijn dienst kan aantasten. § 4. Zelfs buiten zijn ambt doch ter oorzake ervan, mag de gewestelijke ontvanger rechtstreeks of bij tussenpersoon, geen giften, beloningen of enig voordeel vragen, eisen of aannemen. § 5. De gewestelijke ontvanger laat zich bij zijn opdracht niet leiden door invloeden van buitenaf of persoonlijke belangen. § 6. De gewestelijke ontvanger zorgt ervoor permanent op de hoogte te blijven van de evolutie van de voor zijn beroepsuitoefening relevante regelgeving en van de politieke, economische en financiële actualiteit op internationaal, Belgische, gewestelijk en lokaal niveau. Art. 4.§ 1. De gewestelijke ontvanger heeft recht op vrijheid van meningsuiting over de feiten waarvan hij op de hoogte is door de uitoefening van zijn ambt. Het is hem enkel verboden feiten te onthullen die betrekking hebben op de nationale veiligheid, de vrijwaring van de openbare orde, de financiële belangen van het Gewest, de provincie of het lokaal bestuur, de preventie of repressie van misdadige feiten, het medisch geheim, de rechten en vrijheden van de burger en in het bijzonder het recht op eerbiediging van het privéleven; dit verbod geldt eveneens voor feiten die betrekking hebben op de voorbereiding van alle beslissingen zolang er geen definitieve beslissing is genomen. De beschikkingen van lid 1 en 2 zijn eveneens van toepassing op gewestelijke ontvangers die hun functie niet langer uitoefenen. § 2. De gewestelijke ontvanger heeft het recht geïnformeerd te worden over alle aspecten die nuttig zijn voor de uitoefening van zijn opdracht. § 3. De gewestelijke ontvanger heeft het recht zijn persoonlijk dossier te raadplegen en er kosteloos een kopie van te verkrijgen. § 4. De gewestelijke ontvanger heeft het recht om zowel door de gouverneur en de afgevaardigde arrondissementscommissaris als door de vertegenwoordigers en aangestelden van het lokaal bestuur waardig behandeld te worden. HOOFDSTUK III. - Aanwerving en indiensttreding Afdeling 1. - Vacantverklaring en mobiliteit Art. 5.Nadat het lokaal bestuur de gouverneur zijn wens om een beroep te doen op een gewestelijk ontvanger heeft laten blijken, onderzoekt de gouverneur eerst en vooral of er al een gewestelijk ontvanger binnen de provincie in dienst is die toegewezen kan worden aan dit lokaal bestuur, rekening houdend met zijn werklast. Art. 6.Als er nog geen gewestelijk ontvanger binnen de provincie in dienst is, kan de gouverneur de betrekking van gewestelijk ontvanger vacant verklaren. De aanwerving gebeurt : 1° ofwel door de aanstelling van een gewestelijk ontvanger die reeds in dienst is bij de gouverneur van een andere provincie, gelet op de beperkte werklast die aan de gewestelijke ontvangsten in de betreffende provincie werd toevertrouwd, op voorwaarde dat de administratieve standplaats van de te verlenen betrekking niet meer dan vijfenzeventig kilometer gelegen is van de woonplaats van de aangestelde gewestelijk ontvanger;2° ofwel door de aanwerving van de in de wervingsreserve hoogst gerangschikte geslaagde. De keuze voor een van de twee in lid 2 vastgelegde aanwervingswijzen wordt beslist door het College van de Waalse gouverneurs. Indien gekozen wordt voor de wijze van aanwerving vastgelegd in lid 2, 2°, dient deze keuze goedgekeurd te worden door de Regering, op gemotiveerd verzoek van het College van de Waalse gouverneurs. Art. 7.In de situatie vermeld in artikel 6, lid 2, 2° laat de gouverneur de in de wervingsreserve hoogst gerangschikte geslaagde die voldoet aan de voorwaarden vermeld in artikel 8 toe tot de stage. Deze beslissing wordt deze geslaagde ter kennis gebracht per aangetekend schrijven. De geslaagde dient mee te delen of hij de aanstelling aanvaardt of weigert, en dit binnen een maand na de kennisgeving van de beslissing. Zonder antwoord wordt de geslaagde geacht de betrekking te weigeren. Indien de batig gerangschikte geslaagde weigert, stelt de gouverneur degene aan die na hem komt in de rangschikking en voldoet aan de voorwaarden vermeld in artikel 8. Geslaagden die twee keer een te verlenen betrekking weigeren, worden geschrapt uit de wervingsreserve, behalve als de weigering gebaseerd is op het feit dat de administratieve standplaats van de te verlenen betrekking op meer dan vijfenzeventig kilometer van de woonplaats van de laureaat ligt. Indien er geen geslaagde is, legt de gouverneur aan het College van de Waalse gouverneurs de vraag voor een vergelijkend examen te organiseren om een wervingsreserve van kandidaten voor de functie van gewestelijk ontvanger aan te leggen. Afdeling 2 - Toelatingsvoorwaarden Art. 8.Niemand kan benoemd worden tot gewestelijk ontvanger zonder aan de volgende voorwaarden te voldoen : 1° onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Unie;2° de burgerlijke en politieke rechten genieten;3° aan de dienstplichtwetten voldoen;4° een gedrag hebben dat beantwoordt aan de eisen van de functie;5° de medische geschiktheid bezitten die vereist is voor de uit te oefenen functie;6° houder zijn van een diploma dat toegang geeft tot betrekkingen van niveau A binnen het Waals openbaar ambt;7° geslaagd zijn voor het vergelijkend examen vermeld in artikel 11;8° de stage waarvan sprake in artikel 14 voltooid hebben. Worden vrijgesteld van de voorwaarde vermeld in lid 1, 6°, kandidaten die, onder de volgende cumulatieve voorwaarden, een anciënniteit van meer dan zeven jaar in minstens niveau A of B hebben als stagiair, vastbenoemde of contractueel, of in een gelijkwaardig niveau: 1° in een ministerie of een overheidsinstelling afhankelijk van de staat, de gewesten of de gemeenschappen, of in de diensten of in een overheidsinstelling van de Franse Gemeenschapscommissie, de Vlaamse Gemeenschapscommissie of de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, of in een provincie-, gemeente- of OCMW-bestuur of het bestuur van een intercommunale, of, middels een toelaatbaarheidsbeslissing genomen door het College van de Waalse gouverneurs, in een openbare dienst van een lidstaat van de Europese Unie die vergelijkbaar is met een van voormelde diensten;2° zonder onderbreking ten gevolge van een door de gewestelijk ontvanger opgelopen tuchtsanctie, een ontslag omwille van beroepsongeschiktheid in het kader van de evaluatie van de gewestelijk ontvanger of ten gevolge van ontslag om dringende redenen;3° houder zijn van een diploma van minstens niveau B;4° houder zijn van een getuigschrift bestuurswetenschappen met een totaal van 450 uren opleiding. Afdeling 3 - Vergelijkend examen en reserve Art. 9.§ 1. Het College van de Waalse gouverneurs organiseert het vergelijkend examen om de wervingsreserve vermeld in artikel 12 aan te leggen. § 2. Het kondigt het vergelijkend examen aan via aankondiging, gepubliceerd in het Belgisch staatsblad en verspreid op de intranet- en internetsites van de diensten van de gouverneurs en de Regering. De aankondiging vermeldt de aanstellingsvoorwaarden uiteengezet in artikel 8, de procedure voor deelneming aan het examen en de afsluitingsdatum van de inschrijvingen. Ze vermeldt eveneens dat het examen tot doel heeft een wervingsreserve aan te leggen om de functie van gewestelijk ontvanger uit te oefenen op heel het grondgebied van het Gewest. § 3. Kandidaten richten hun aanvraag tot deelneming per aangetekend schrijven aan het College van de Waalse gouverneurs, op het adres vermeld in de aankondiging waarvan sprake in paragraaf 2. De kandidaat moet, op straffe van onontvankelijkheid: 1° op de uiterste datum voor de indiening van de aanvraag tot deelneming voldoen aan de aanstellingsvoorwaarden vermeld in artikel 8, lid 1, 1° tot 6° ;2° bij zijn aanvraag tot deelneming een afschrift van zijn diploma of het bewijs dat hij voldoet aan de voorwaarden vastgelegd in artikel 8, lid 2 voegen. § 4. Het College van de Waalse gouverneurs vergewist zich ervan dat de kandidaten bij de afsluiting van de inschrijvingen voldoen aan de voorwaarden vastgelegd in paragraaf 3. Art. 10.§ 1. Het College van de Waalse gouverneurs stelt een examencommissie aan die de kandidaten tijdens de proeven vermeld in artikel 11, § 1 moet evalueren. De examencommissie bestaat uit : 1° de financieel directeur van een Waalse provincie of gemeente met minstens 5 jaar dienstanciënniteit;2° een arrondissementscommissaris;3° twee gewestelijke ontvangers in functie in twee verschillende provincies, die verschillen van de provincie van de arrondissementscommissaris vermeld in 2°, met minstens vijf jaar dienstanciënniteit;4° een leerkracht uit het hoger onderwijs, actief of gepensioneerd, die lesgeeft of lesgaf in een van de materies waarop de proeven van het examen betrekking hebben. De examencommissie wordt voorgezeten door de arrondissementscommissaris vermeld in lid 2, 2°. § 2. Geen enkel lid van de examencommissie mag een oordeel vellen of deelnemen aan de beraadslaging als de kandidaat zijn echtgeno(o)t(

  1. e)of een bloed- of aanverwant tot en met de vierde graad is. § 3. Het intern reglement met betrekking tot de werking van de examencommissie en het verloop en de correctie van de proeven wordt opgesteld door het College van de Waalse gouverneurs. Art. 11.§ 1. Het examen bestaat uit drie proeven : 1° een schriftelijke denkproef, op vijftig punten, bestaande uit het opstellen van een nota en een kritische samenvatting met betrekking tot een algemeen onderwerp, dat economische aspecten kan omvatten;2° een schriftelijke theoretische proef, op 100 punten, met open vragen die toelaten te oordelen of de kandidaten over de vereiste minimumkennis beschikken met betrekking tot de volgende domeinen :
  2. a)grondwettelijk recht, op 10 punten;
  3. b)bestuursrecht, op 10 punten;
  4. c)burgerlijk recht, op 5 punten;
  5. d)het Wetboek van de plaatselijke democratie en decentralisatie, op 10 punten;
  6. e)de organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/07/1976 pub. 18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, op 10 punten;
  7. f)lokale fiscaliteit, op 10 punten;
  8. g)gemeentelijke boekhouding en financiën, op 15 punten;
  9. h)boekhouding van de OCMW's, op 15 punten;
  10. i)overheidsopdrachtenrecht, op 15 punten;3° een mondelinge proef, op 50 punten, die toelaat de kandidaat te beoordelen op onder meer zijn strategische visie op de opdracht van gewestelijk ontvanger en op de beheersing van de competenties die nodig zijn voor de uitoefening ervan op het vlak van human resources, management en organisatie van de interne controle. § 2. De kandidaat is geslaagd voor het examen als hij voor de drie proeven tezamen minstens 120 punten behaalde en voor elke proef en voor elk onderdeel minstens 50 % behaalde. § 3. De concrete inhoud van de proeven vermeld in paragraaf 1 wordt bepaald door de examencommissie en goedgekeurd door het College van de Waalse gouverneurs. Art. 12.Na de proeven vermeld in artikel 11 worden de geslaagde kandidaten door het College van de Waalse gouverneurs gerangschikt en aangeworven in volgorde van rangschikking. Deze kandidaten vormen de wervingsreserve van kandidaten voor de functie van gewestelijk ontvanger. De geslaagden worden in de wervingsreserve gerangschikt op basis van de punten die ze voor de drie proeven tezamen behaalden. Bij gelijk aantal punten wordt de geslaagde die beste score behaalde voor de schriftelijke theoretische proef waarvan sprake in artikel 11, § 1, als eerste gerangschikt. De kandidaten worden op de hoogte gebracht van de rangschikking of niet-rangschikking. Elke kandidaat mag binnen de vijftien dagen na de kennisgeving zijn opmerkingen overmaken of een klacht indienen bij de voorzitter van het College van de Waalse gouverneurs. Het College van de Waalse gouverneurs doet binnen de maand na ontvangst uitspraak over de klacht, na de klager gehoord te hebben, indien deze dit wenst. De klager kan zich laten bijstaan door een persoon van zijn keuze. Het College van de Waalse gouverneurs maakt zijn gemotiveerde beslissing aangaande de opmerking of de klacht over aan de kandidaat die opmerkingen deed gelden of een klacht indiende. Art. 13.De wervingsreserve blijft geldig gedurende drie jaar na de datum van het proces-verbaal waarin de geslaagden vastgelegd worden. Deze termijn kan op beslissing van het College van de Waalse gouverneurs een keer verlengd worden voor een termijn van twee jaar. Indien een nieuwe wervingsreserve wordt aangelegd terwijl de vroegere wervingsreserve nog niet verstreken is, hebben de geslaagden van de oudste reserve voorrang op die van de recentere reserve. HOOFDSTUK IV. - Stage Art. 14.§ 1. De stage duurt twaalf maanden. Ze kan maximaal met zes maanden verlengd worden bij gemotiveerde beslissing van de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris, onder de voorwaarden vastgelegd in artikel 19. § 2. Alle periodes tijdens dewelke de stagiair-gewestelijk ontvanger zich in actieve dienst bevindt, worden in aanmerking genomen voor de berekening van de duur van de stage. Met uitzondering van het jaarlijks verlof, omstandigheidsverloven en verloven wegens overmacht, schorsen periodes tijdens dewelke de stagiair-gewestelijk ontvanger gedurende minstens 40 dagen op verlof is de duur van de stage. Art. 15.§ 1. De gouverneur benoemt de geslaagde aangesteld in overeenstemming met artikel 6, lid 2, 2° als stagiair-gewestelijk ontvanger. § 2. Onder voorbehoud van lid 2 heeft de benoeming als stagiair onmiddellijk uitwerking. Ze heeft echter uitwerking : 1° bij het verstrijken van elke periode van onbeschikbaarheid van de stagiair, mits deze het gevolg is van de uitvoering van wettelijke verplichtingen;2° bij het verstrijken van een periode van maximaal drie maanden, die door een geslaagde werd aangevraagd om een zelfstandige activiteit in hoofdberoep uit te oefenen;3° bij het verstrijken van elke periode van onbeschikbaarheid van de stagiair die het gevolg is van overmacht, mits deze niet langer dan zes maanden duurt. § 3. Behalve in geval van afwijking zijn de bepalingen van dit besluit van toepassing op de stagiair-gewestelijk ontvanger. Art. 16.§ 1. De stagiair-gewestelijk ontvanger wordt tijdens de duur van de stage door een begeleidingsambtenaar begeleid bij de praktische aspecten van zijn functie. § 2. De gouverneur stelt de arrondissementscommissaris van zijn provincie aan als de in paragraaf 1 bedoelde begeleidingsambtenaar. Art. 17.§ 1. De evaluatiecriteria van de stagiair-gewestelijk ontvanger worden hem aan het begin van de stage meegedeeld. Dit zijn criteria voor de beoordeling van zijn prestaties en van zijn vaardigheden. De criteria voor de beoordeling van zijn prestaties zijn : 1° de kwaliteit van het werk: kwaliteit en niveau van afwerking van het werk, zonder het kwantitatief rendement in aanmerking te nemen, niveau van zorg, nauwkeurigheid en precisie;2° de hoeveelheid werk: werkvolume gerealiseerd binnen een bepaalde periode, zonder de kwaliteit van het werk in aanmerking te nemen, om de capaciteit om alle taken van zijn ambt uit te voeren te beoordelen;3° veelzijdigheid: capaciteit om verschillende taken en andere functies uit te voeren dan degene die aan de stagiair werden toevertrouwd;4° beschikbaarheid: reactie van de kandidaat op problemen die voortvloeien uit bijzondere omstandigheden of een verandering van werkomgeving;5° creativiteit of initiatief: capaciteit van de stagiair om nieuwe ideeën uit te werken en te promoten, als vaardigheid om te reageren op onvoorziene gebeurtenissen;6° teamgeest en sociabiliteit: capaciteit van de stagiair om in groep te werken om een gemeenschappelijk doel te verwezenlijken en bij te dragen tot een aangename werkomgeving;7° zin voor solidariteit: capaciteit om collega's te helpen. De criteria voor de beoordeling van zijn vaardigheden zijn : 1° beroepsinschakeling: kennis van het milieu, de instellingen en besturen van het Gewest en de plaatselijke besturen, de doelstellingen van de dienst;2° beheersing van het vak: kennis van de regelgeving en van boekhoudtechnieken, kennis van de context, contacten;3° geschiktheid voor de functie: beschikken over het juiste gedrag en de juiste relationele vaardigheden om de functie uit te oefenen;4° de mogelijkheid om te evolueren. § 2. De stagiair slaagt voor de stage als de meerderheid van de evaluatiecriteria positief is. Art. 18.§ 1. Na afloop van de stageperiode gaat de begeleidingsambtenaar over tot de evaluatie van de stagiair-gewestelijk ontvanger en stelt een gemotiveerd stageverslag op waarin hij concludeert dat de kandidaat al dan niet geschikt is om de functie uit te oefenen. Het lokaal bestuur waarvoor de stagiair-gewestelijk ontvanger de inkomsten en uitgaven gedaan heeft of de boekhouding beheerd heeft, wordt betrokken bij de opstelling van het verslag en kan advies uitbrengen, behalve als het verzaakt aan deze mogelijkheid. § 2. De begeleidingsambtenaar voegt bij zijn verslag een gunstig of ongunstig advies betreffende de vaste benoeming. § 3. Het stageverslag en de bijlagen ervan moeten binnen de maand na het einde van stage overgemaakt worden aan de gouverneur. Art. 19.§ 1. In geval van ongunstig advies van de begeleidingsambtenaar wordt de gewestelijk ontvanger binnen de maand na de overmaking van het verslag uitgenodigd door de gouverneur, teneinde opheldering te verschaffen. De stagiair-gewestelijk ontvanger mag zich tijdens deze hoorzitting laten bijstaan door een persoon van zijn keuze. § 2. Indien de gouverneur, gelet op de prestaties tijdens de stage, het verslag, het advies van de begeleidingsambtenaar en de door de stagiair-gewestelijk ontvanger verstrekte uitleg, van mening is dat de stagiair-gewestelijk ontvanger onvoldoende beschikt over de vereiste vaardigheden en kwaliteiten om de functie van gewestelijk ontvanger uit te oefenen, maakt hij de stagiair-gewestelijk ontvanger onverwijld een gemotiveerd voorstel tot verlenging van de stage met zes maanden of een voorstel tot ontslag over. De stage kan slechts eenmaal verlengd worden in toepassing van lid 1. De kennisgeving van het in het eerste lid vermelde voorstel gebeurt per aangetekend schrijven en vermeldt de beroepsmogelijkheden en -vormen. § 3. De gewestelijke ontvanger kan binnen de vijftien dagen na de kennisgeving van het voorstel vermeld in paragraaf 2 een beroep indienen bij het College van de Waalse gouverneurs. Indien hij geen beroep indient, keurt de gouverneur de beslissing goed. De gewestelijk ontvanger stelt de gouverneur per aangetekend schrijven in kennis van zijn beroep. De gouverneur maakt het beroep, het voorstel van beslissing en alle nuttige stukken binnen de vijftien dagen na ontvangst van het beroep over aan het College van de Waalse gouverneurs. Het College van de Waalse gouverneurs doet uitspraak over het beroep. Het verstrekt een advies over het voorstel van de gouverneur volgens de modaliteiten vastgelegd in artikels 175 en 176, na de gewestelijke ontvanger en desgevallend zijn raadsman gehoord te hebben. § 4. De gouverneur neemt een beslissing na kennis genomen te hebben van het advies van het College van de Waalse gouverneurs. Dit kan strekken tot benoeming of ontslag van de stagiair-gewestelijk ontvanger of tot verlenging van de stage indien mogelijk. Desgevallend vermeldt hij de redenen waarom hij het advies van het College van de Waalse gouverneurs niet volgt. De gouverneur deelt zijn beslissing binnen de maand na het verstrekken van het advies per aangetekend schrijven mee aan de stagiair-gewestelijk ontvanger. § 5. Het ontslag wordt voorafgegaan door een opzeggingstermijn van drie maanden die begint te lopen op de eerste dag van de maand volgend op de kennisgeving van de beslissing tot ontslag van de gouverneur aan de stagiair-gewestelijk ontvanger. Art. 20.§ 1. De gouverneur kan de stagiair-gewestelijk ontvanger ontslaan tijdens de stage om dringende reden, zonder opzeggingstermijn of schadevergoeding. § 2. De stagiair-gewestelijk ontvanger wordt binnen de vijftien dagen nadat de gouverneur voldoende kennis heeft kunnen nemen van de feiten uitgenodigd om gehoord te worden. Hij heeft vanaf het ogenblik van de uitnodiging toegang tot het dossier en kan zich laten bijstaan door een persoon van zijn keuze. De gouverneur maakt de stagiair-gewestelijk ontvanger binnen de vijftien dagen na de hoorzitting een voorstel tot ontslag om dringende reden over. Zo niet wordt de gouverneur geacht afgezien te hebben van de maatregel van ontslag om dringende reden voor de feiten in kwestie. De kennisgeving van het in het eerste lid vermelde voorstel gebeurt per aangetekend schrijven en vermeldt de beroepsmogelijkheden en -vormen. § 3. De stagiair-gewestelijk ontvanger kan binnen de vijftien dagen na de kennisgeving van het voorstel vermeld in paragraaf 2 een beroep indienen bij het College van de Waalse gouverneurs. Indien hij geen beroep indient, keurt de gouverneur de beslissing goed. De stagiair-gewestelijk ontvanger stelt de gouverneur per aangetekend schrijven in kennis van zijn beroep. De gouverneur maakt het beroep, het voorstel van beslissing en alle nuttige stukken binnen de vijftien dagen na ontvangst van het beroep over aan het College van de Waalse gouverneurs. Het College van de Waalse gouverneurs doet uitspraak over het beroep. Het verstrekt een advies over het voorstel van de gouverneur volgens de modaliteiten vastgelegd in artikels 175 en 176, na de stagiair-gewestelijk ontvanger en desgevallend zijn raadsman gehoord te hebben. § 4. De gouverneur kan een definitieve beslissing tot ontslag nemen na kennis genomen te hebben van het advies van het College van Waalse gouverneurs. Desgevallend vermeldt hij de redenen waarom hij het advies van het College van de Waalse gouverneurs niet volgt. De gouverneur deelt zijn beslissing binnen de vijftien dagen na het verstrekken van het advies per aangetekend schrijven mee aan de stagiair-gewestelijk ontvanger. § 5. De gouverneur kan beslissen de stagiair-gewestelijk ontvanger tijdelijk - voor de duur van de procedure vermeld in paragraaf 2 tot 4 - te ontheffen uit zijn functie. Art. 21.De stagiair-gewestelijk ontvanger kan in de loop van de stage vrijwillig zijn ambt neerleggen mits een opzeggingstermijn van een maand, die begint te lopen op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de gouverneur per aangetekend schrijven in kennis werd gesteld van de beslissing. Deze opzeggingstermijn kan in onderlinge overeenstemming worden ingekort. HOOFDSTUK V. - Vaste benoeming en eedaflegging Art. 22.§ 1. De gouverneur gaat na controle van de voorwaarden gesteld in artikel 8 over tot de definitieve benoeming van de gewestelijke ontvanger. § 2. De benoeming heeft uitwerking vanaf de dag van de toelating tot de stage. Art. 23.De hoedanigheid van gewestelijke ontvanger wordt bekrachtigd door de eed die wordt afgelegd bij de bevoegde gouverneur, in de bewoordingen vastgelegd in artikel 2 van het decreet van 20 juli 1831Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/07/1831 pub. 26/07/2012 numac 2012000423 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Decreet « betreffende de eedaflegging bij de aanvang der grondwettelijke vertegenwoordigende monarchie ». - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de eedaflegging bij de aanvang der grondwettelijke vertegenwoordigende monarchie. HOOFDSTUK VI. - Opdrachten Afdeling 1. - Toewijzing en controle van de prestaties Art. 24.De gouverneur oefent het hiërarchisch gezag over de gewestelijk ontvanger uit. De gouverneur kan een deel van zijn bevoegdheden delegeren aan de arrondissementscommissaris. Art. 25.De gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris duidt de lokale besturen aan waarvoor de gewestelijke ontvanger de inkomsten en uitgaven uitvoert en de boekhouding beheert. De dienst van de gewestelijke ontvanger wordt georganiseerd op een manier die deze laatste toelaat minstens een keer per week tijdens de gewone diensturen daadwerkelijk aanwezig te zijn op elk van de lokale besturen waarvoor hij werkt. Afdeling 2. - Opdrachten met betrekking tot de vervanging van een financieel directeur Art. 26.§ 1. Een lokaal bestuur kan tijdelijk een beroep doen op een gewestelijke ontvanger in de situaties vastgelegd in artikel L1124-21, § 3, van het Wetboek. § 2. De gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris duidt binnen de dertig dagen na het verzoek een of meerdere gewestelijke ontvangers onder de in dienst zijnde gewestelijke ontvangers aan om tijdelijk de opdracht van financieel directeur uit te oefenen, mits de werklast van de gewestelijke ontvangers van de provincie dit toelaat. De gewestelijke ontvangers die in aanmerking komen voor de vervanging worden aangesteld op vrijwillige basis. Indien niet alle opdrachten van de afwezige of ontslagnemende financieel directeur toevertrouwd kunnen worden aan de in dienst zijnde gewestelijke ontvangers, kan de gouverneur aan de gouverneurs van de andere provincies vragen om een of meerdere in dienst zijnde gewestelijke ontvangers in hun provincie aan te stellen om de vervanging uit te voeren. Het verzoek wordt op de agenda van een vergadering van het College van de Waalse gouverneurs gezet. Indien de gouverneur er niet in slaagt binnen de dertig dagen na het verzoek een of meerdere gewestelijke ontvangers aan te stellen om de vervanging uit te voeren, brengt hij het lokaal bestuur in kwestie daarvan onmiddellijk op de hoogte per aangetekende brief. § 3. Op het ogenblik dat de ter vervanging aangestelde gewestelijke ontvangers hun opdracht aanvangen en op het einde van de vervanging wordt er voor het lokaal bestuur overgegaan tot het opstellen van de eindrekening en de overhandiging van de kas en de boekhoudstukken, onder het toezicht van de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris van de provincie waarin het lokaal bestuur in kwestie gelegen is. De eindrekening wordt opgesteld in overeenstemming met de bepalingen van het besluit van de Waalse Regering van 5 juli 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde type wet prom. 13/06/1999 pub. 12/01/2000 numac 1999015096 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet tot aanpassing aan de totstandkoming van de Europese Economische Ruimte van sommige wetten en besluiten ter uitvoering van verordeningen en richtlijnen van de instellingen van de Europese Gemeenschappen type wet prom. 13/06/1999 pub. 12/01/2000 numac 1999015095 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet tot aanpassing aan de totstandkoming van de Europese Economische Ruimte van sommige wetten en besluiten ter uitvoering van verordeningen en richtlijnen van de instellingen van de Europese Gemeenschappen sluiten2 houdende het algemeen reglement op de gemeentelijke comptabiliteit, ter uitvoering van artikel L1315-1 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en decentralisatie. Onder voorbehoud van het eerste lid wordt de gewestelijke ontvanger die ingezet wordt om een vervanging uit te voeren bij een lokaal bestuur gelegen in een andere provincie, aan deze opdracht toegewezen door de gouverneur die hem benoemd heeft of door de afgevaardigde arrondissementscommissaris, na gehoord te zijn, en blijft hij onder hun gezag staan. Afdeling 3. - Vervangingsopdrachten bij afwezigheid van een gewestelijke ontvanger Art. 27.§ 1. De gewestelijke ontvanger verantwoordelijk voor de vervanging van een afwezige gewestelijke ontvanger wordt, in toepassing van artikel L1124-24, gekozen uit de in dienst zijnde gewestelijke ontvangers, mits de werklast van de gewestelijke ontvangers van de provincie dit toelaat. Indien niet alle opdrachten van de afwezige gewestelijk ontvanger toevertrouwd kunnen worden aan de in dienst zijnde gewestelijke ontvangers, kan de gouverneur aan de gouverneurs van de andere provincies vragen om een of meerdere in dienst zijnde gewestelijke ontvangers in hun provincie aan te stellen om de vervanging uit te voeren. Het verzoek wordt op de agenda van een vergadering van het College van de Waalse gouverneurs gezet. Onder voorbehoud van artikel L1124-24, lid 2, van het Wetboek, wordt de gewestelijk ontvanger die ingezet wordt om een vervanging uit te voeren bij een lokaal bestuur gelegen in een andere provincie, aan deze opdracht toegewezen door de gouverneur die hem benoemd heeft of door de afgevaardigde arrondissementscommissaris, na gehoord te zijn, en blijft hij onder hun gezag staan. De eindrekening wordt opgesteld in overeenstemming met de bepalingen van het besluit van de Waalse Regering van 5 juli 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde type wet prom. 13/06/1999 pub. 12/01/2000 numac 1999015096 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet tot aanpassing aan de totstandkoming van de Europese Economische Ruimte van sommige wetten en besluiten ter uitvoering van verordeningen en richtlijnen van de instellingen van de Europese Gemeenschappen type wet prom. 13/06/1999 pub. 12/01/2000 numac 1999015095 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet tot aanpassing aan de totstandkoming van de Europese Economische Ruimte van sommige wetten en besluiten ter uitvoering van verordeningen en richtlijnen van de instellingen van de Europese Gemeenschappen sluiten2 houdende het algemeen reglement op de gemeentelijke comptabiliteit, ter uitvoering van artikel L1315-1 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en decentralisatie. § 2. De gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris wijst de vervangende gewestelijke ontvanger(
  11. s)aan op vrijwillige basis. Indien geen enkele gewestelijke ontvanger zich vrijwilliger stelt, kan de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris ambtshalve een of meerdere gewestelijke ontvangers aanwijzen, rekening houdend met hun competenties, hun ervaring en de plaats waar ze hun functie uitoefenen. Hij kan echter geen gewestelijke ontvanger ambtshalve aanwijzen wiens woonplaats zich op meer dan vijfenzeventig kilometer bevindt van de plaats waar de vervanging uitgevoerd moet worden. Afdeling 4. - Ondersteunende opdrachten Art. 28.§ 1. Het College van de Waalse gouverneurs kan, mits de voorafgaande toestemming van de minister, een of meerdere vastbenoemde gewestelijke ontvangers gedeeltelijk of volledig vrijstellen van het uitvoeren van de opdracht van financieel directeur bij lokale besturen om hen ondersteunende opdrachten toe te vertrouwen, zoals: 1° opleidingsprogramma's om de kwaliteit van de prestaties van de gewestelijke ontvangers te verbeteren ontwikkelen, implementeren en coördineren;2° de kas van een of meerdere gewestelijke ontvangers controleren en voor elk van hen een voorverslag opstellen, dat hij aan de gouverneur overmaakt vooraleer deze overgaat tot de driemaandelijkse controle van de kas van de gewestelijke ontvangers; 3° onderzoek uitvoeren en synthesenota's opstellen met betrekking tot problematieken van juridische, economische, sociale, politieke, ... aard, waarmee gewestelijke ontvangers geconfronteerd worden of kunnen worden; 4° gerichte vragen beantwoorden die hem gesteld worden door een gewestelijke ontvanger en betrekking hebben om een probleem waarmee deze laatste geconfronteerd wordt bij het beheer van de inkomsten en uitgaven waarvoor hij verantwoordelijk is;5° gewestelijke ontvangers nuttige documentatie voor de uitoefening van hun beroep ter beschikking stellen;6° op de hoogte blijven van juridische, economische, sociale en technologische evoluties die een impact kunnen hebben op de prestaties van gewestelijke ontvangers of deze kunnen verbeteren;7° de implementering van nieuwe technologische tools en de update ervan uitvoeren en coördineren;8° optreden als begeleider van een of meerdere stagiair-gewestelijke ontvangers;9° een tijdelijke vervangingsopdracht uitvoeren. De gewestelijke ontvanger zoals bedoeld in het eerste lid wordt aangesteld als gewestelijk ontvanger-tussenpersoon. § 2. Het College van de Waalse gouverneurs bepaalt het aantal punten dat toegekend wordt voor het uitvoeren van de ondersteunende opdrachten die het opsomt. Voor opdrachten die niet in de lijst voorkomen, verzoekt het de gouverneurs de lijst naar analogie toe te passen of legt het criteria vast op basis waarvan de gouverneurs het aantal punten voor de ondersteunende opdrachten die aan de gewestelijke ontvanger worden toevertrouwd kunnen bepalen. Het aantal punten geeft het vereiste werkvolume weer om elke ondersteunende opdracht gedurende één kalenderjaar uit te oefenen. Het aantal punten moet overeenstemmen met de werklast die het uitvoeren van de inkomsten en uitgaven van een gemeente met een inwonersaantal dat gelijk is aan het voormelde aantal punten met zich meebrengt. HOOFDSTUK VII. - Evaluatie en ontslag wegens beroepsongeschiktheid Art. 29.§ 1. De evaluatie van de gewestelijke ontvanger heeft tot doel zijn bijdrage aan de goede werking van de gewestelijke ontvangsten en de kwaliteit van zijn prestaties voor rekening van de gewestelijke ontvangsten of van de lokale besturen te beoordelen. § 2. De evaluatie van de gewestelijke ontvanger houdt rekening met : 1° alle elementen met betrekking tot zijn functioneringswijze: zijn relatie met de andere leden van de gewestelijke ontvangst, met de vertegenwoordigers en aangestelden van de lokale besturen waarvan hij de ontvangsten en uitgaven uitvoert en de boekhouding beheert en met de andere diensten en gebruikers, zijn organisatie, zijn methodes en opleidingsinspanningen, de kwaliteit en de hoeveelheid van zijn werk;2° de bijdrage van de gewestelijke ontvanger om de kwaliteitsdoelstellingen van de aan de lokale bestuurders verstrekte diensten zoals vastgelegd door de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris te bereiken;3° het bereiken van de op voorhand door de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris vastgelegde persoonlijke doelstellingen; § 3. De doelstellingen waarvan sprake in paragraaf 2 worden op een specifieke en meetbare manier vastgelegd tijdens een planningsgesprek, zijn resultaatsgericht en tijdsgebonden. Art. 30.De evaluatiemethodologie wordt goedgekeurd door het College van de Waalse gouverneurs. Art. 31.§ 1. Het individueel dossier van de gewestelijke ontvanger bevat alle bewijselementen en een individuele fiche waarop de gunstige of ongunstige feiten of omstandigheden vermeld staan die kunnen dienen als beoordelingselement. Deze feiten of vaststellingen mogen enkel betrekking hebben op de uitvoering van de functie en worden goedgekeurd door de gewestelijke ontvanger die eventueel zijn opmerkingen noteert. Elk feit of elke vaststelling waarvan de gewestelijke ontvanger van mening is dat het dienst kan doen als beoordelingselement wordt op zijn verzoek op zijn individuele fiche genoteerd door de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris, die zijn eventuele opmerkingen vermeldt. § 2. De gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris verzoekt elk lokaal bestuur waaraan de gewestelijke ontvanger is toegewezen om een advies te verstrekken over de prestaties, de competenties, het gedrag van de betrokkene en elk ander feit dat zijn evaluatie kan beïnvloeden. Het advies moet ten laatste vijftien dagen voor het gesprek vermeld in artikel 32 door de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris in ontvangst genomen worden en toegevoegd aan het individueel dossier van de gewestelijke ontvanger. Anders wordt het lokaal bestuur in kwestie geacht verzaakt te hebben aan de mogelijkheid advies uit te brengen. Art. 32.§ 1. De evaluatie wordt door de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris toegekend na een gesprek, en dit om de twee jaar, tussen 15 september en 15 december, en twee jaar na het planningsgesprek waarvan sprake in artikel 29, § 3. § 2. De gewestelijke ontvanger kan als evaluatie "uitstekend", "gunstig", "onder voorbehoud" of "ongunstig" krijgen. § 3. De vaste benoeming houdt de eerste gunstige evaluatie van de gewestelijke ontvanger in. § 4. Gewestelijke ontvangers die om welke reden dan ook afwezig zijn of hun ambt niet uitoefenen, behouden hun laatste evaluatie totdat ze hun ambt weer opnemen. Indien de duur van de afwezigheid dit rechtvaardigt, vindt er een planningsgesprek plaats op het ogenblik van de werkhervatting. Ze kunnen een jaar na het hervatten van hun ambt vragen de evaluatie te herzien. Art. 33.De gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris deelt zijn evaluatievoorstel mee binnen de vijftien dagen na het evaluatiegesprek. De gewestelijke ontvanger ondertekent dit voorstel en stuurt het samen met zijn eventuele opmerkingen binnen de vijftien dagen na de kennisgeving terug. Indien hij dit niet doet, wordt hij geacht de evaluatie te aanvaarden, die dan definitief wordt. Art. 34.De opmerkingen van de gewestelijke ontvanger worden onderzocht door de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris. De gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris deelt zijn beslissing mee aan de gewestelijke ontvanger binnen de vijftien dagen na ontvangst van de opmerkingen. De kennisgeving van de evaluatie moet de beroepsmogelijkheden en -vormen vermelden. Art. 35.Gewestelijke ontvangers die een ongunstige evaluatie of een evaluatie onder voorbehoud kregen, kunnen binnen de vijftien dagen na de kennisgeving van de evaluatie een beroep indienen. De gewestelijke ontvanger stelt de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris per aangetekend schrijven in kennis van zijn beroep. De gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris maakt het beroep, de evaluatie en alle nuttige stukken binnen de vijftien dagen na ontvangst van het beroep over aan het College van de Waalse gouverneurs. Het College van de Waalse gouverneurs doet uitspraak over het beroep, volgens de modaliteiten vastgelegd in artikels 175 en 176, na de gewestelijke ontvanger en desgevallend zijn raadsman gehoord te hebben. Het College van de Waalse gouverneurs verstrekt een gunstig advies of een vernietigingsbesluit. Het gunstig advies wordt ter beslissing meegedeeld aan de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris. De gemotiveerde beslissing die de toegekende evaluatie van rechtswege vernietigt, wordt overgemaakt aan de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris, om over te gaan tot een nieuwe evaluatie, na een periode van vier maanden te tellen vanaf de ontvangst ervan. Bij de tweede evaluatie mag de gewestelijk ontvanger zich laten bijstaan door een persoon van zijn keuze. Er kan tegen deze tweede evaluatie geen beroep aangetekend worden bij het College van de Waalse gouverneurs. De gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris stelt de gewestelijk ontvanger in kennis van de toegekende evaluatie. Art. 36.Als de toegekende evaluatie ongunstig of onder voorbehoud is, vindt er zes maanden na de toekenning een tussentijdse evaluatie plaats. Art. 37.§ 1. Na twee opeenvolgende definitief toegekende ongunstige evaluaties kan de gouverneur aan de gewestelijke ontvanger een voorstel tot ontslag wegens beroepsongeschiktheid overmaken per aangetekend schrijven. De kennisgeving van het voorstel moet de beroepsmogelijkheden en -vormen vermelden. § 3. De gewestelijk ontvanger kan binnen de vijftien dagen na de kennisgeving van het voorstel vermeld in paragraaf 1 een beroep indienen. Indien hij geen beroep indient, keurt de gouverneur de beslissing goed. De gewestelijk ontvanger stelt de gouverneur in kennis van zijn beroep. De gouverneur maakt het beroep, het voorstel van beslissing en alle nuttige stukken binnen de vijftien dagen na ontvangst van het beroep over aan het College van de Waalse gouverneurs. Het College van de Waalse gouverneurs doet uitspraak over het beroep. Het verstrekt een advies over het voorstel tot ontslag wegens beroepsongeschiktheid volgens de modaliteiten vastgelegd in artikels 175 en 176, na de gewestelijke ontvanger en desgevallend zijn raadsman gehoord te hebben. § 3. Na kennis genomen te hebben van het advies van het College van Waalse gouverneurs, kan de gouverneur een beslissing tot ontslag wegens beroepsongeschiktheid nemen. Desgevallend vermeldt hij de redenen waarom hij het advies van het College van de Waalse gouverneurs niet volgt. De gouverneur deelt het ontslag wegens beroepsongeschiktheid per aangetekend schrijven mee binnen de maand na de goedkeuring van het advies. Zo niet wordt hij geacht te hebben afgezien van het ontslag. § 4. Behalve in geval van zware fout wordt een vertrekvergoeding toegekend aan een gewestelijke ontvanger die ontslagen wordt wegens beroepsongeschiktheid. Deze vergoeding is gelijk aan: 1° de laatste jaarlijkse activiteitswedde als hij minstens twintig jaar in dienst is als gewestelijke ontvanger;2° twee derde van de laatste jaarlijkse activiteitswedde als hij minstens tien en minder dan twintig jaar in dienst is als gewestelijke ontvanger;3° de helft van de laatste jaarlijkse activiteitswedde als hij minder dan tien jaar in dienst is als gewestelijke ontvanger; HOOFDSTUK VIII. - Administratieve standplaats: Art. 38.§ 1. De gouverneur bepaalt de zetel van het ambt van de gewestelijke ontvanger, met inachtneming van paragraaf 2. § 2. De administratieve standplaats van de gewestelijke ontvanger wordt gevestigd op de plaats waar zijn dienst gevestigd is. Als hij zijn beroepsactiviteiten gewoonlijk uitoefent op meerdere plaatsen, wordt ze gevestigd op de plaats waar de kantoren van het lokaal bestuur waarvoor hij het grootste deel van zijn prestaties uitvoert gelegen zijn. Als het lokaal bestuur waarvoor hij het grootste deel van zijn prestaties uitvoert niet bepaald kan worden, wordt ze gevestigd op de plaats waar de kantoren van het lokaal bestuur met het grootste inwoneraantal gelegen zijn. HOOFDSTUK IX. - Opleiding Art. 39.§ 1. De gewestelijke ontvanger mag opleidingen volgen die interessant zijn voor de uitoefening van zijn functie. De gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris komen tijdens het planningsgesprek vermeld in artikel 29, § 3, een opleidingsplan overeen, dat de gewestelijke ontvanger in de loop van de evaluatiecyclus ten uitvoer brengt. Het opleidingsplan bevat een aantal opleidingen die de gewestelijke ontvanger belooft te zullen volgen en een lijst van vaardigheden die de gewestelijke ontvanger belooft te zullen verwerven of verbeteren door middel van opleidingen. Het kan het aantal en de totale duur van de opleidingen die de gewestelijke ontvanger mag volgen beperken. Het opleidingsplan is conform de richtlijnen opgesteld door het College van de Waalse gouverneurs, met name voor wat het jaarlijks volume en het maximumaantal uren te volgen opleidingen betreft. § 2. De gewestelijke ontvanger mag deelnemen aan elke door het College van de Waalse gouverneurs erkende opleiding die de doelstellingen, voorwaarden en beperkingen vastgelegd in zijn opleidingsplan respecteert. De gewestelijke ontvanger mag deelnemen aan elke niet door het College van de Waalse gouverneurs erkende opleiding, mits de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris vaststelt dat ze verenigbaar is met de doelstellingen, voorwaarden en beperkingen vastgelegd in het opleidingsplan. § 3. Naast de doelstellingen, voorwaarden en beperkingen vastgelegd in het opleidingsplan mag de gewestelijke ontvanger deelnemen aan opleidingen die interessant zijn voor de uitoefening van zijn functie, mits de toestemming van de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris. § 4. De gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris mag de deelname aan een opleiding steeds weigeren als de afwezigheid van de gewestelijke ontvanger onverenigbaar is met het belang van de dienst. Art. 40.De gewestelijke ontvanger die een opleiding zoals bedoeld in artikel 39, § 2, volgt, krijgt een dienstvrijstelling of opleidingsverlof. De vrijstelling of het verlof wordt gelijkgesteld aan een periode van dienstactiviteit, en de gewestelijke ontvanger behoudt al zijn rechten. Art. 41.§ 1. De gewestelijke ontvanger kan opleidingsverlof krijgen om de opleidingen zoals bedoeld in artikel 39, § 2, te volgen. Dit verlof wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit. Het verlof wordt toegekend door de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris, die erover waakt dat de verloven evenwichtig verdeeld worden over de periodes die de ontvanger presteert in de verschillende besturen die een beroep doen op zijn diensten. Het opleidingsverlof kan slechts eenmaal worden toegekend voor eenzelfde opleiding. § 2. De duur van het verlof is gelijk aan het aantal opleidingsuren, met aftrek van de uren waarvoor de gewestelijke ontvanger vrijgesteld is. Voor een opleiding die geen regelmatige aanwezigheid vereist, is het aantal opleidingsuren gelijk aan het aantal uren of lessen van het studieprogramma. § 3. Verlof voor een opleiding die ingericht wordt gedurende een schooljaar moet genomen worden tussen het begin van het schooljaar en het einde van de eerste of eventueel de tweede examenperiode. Verlof voor een opleiding die niet ingericht wordt gedurende een schooljaar moet genomen worden tussen het begin en het einde van de opleiding. Verlof voor een opleiding die geen regelmatige aanwezigheid vereist, moet genomen worden tussen het begin en het einde van de opgelegde werken. Als deze opleiding gevolgd wordt door de deelname aan een examen wordt de periode verlengd tot het einde van de eerste of eventueel de tweede examenperiode. § 4. De gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris kan, rekening houdend met de behoeften van de dienst en het aantal uren of lessen van de opleiding, een geplande opdeling van het verlof opleggen. De opdeling van het verlof mag het recht van de gewestelijke ontvanger om zijn verlof volledig op te nemen niet aantasten, noch het recht om het te gebruiken om zich naar zijn opleiding te begeven, om deze bij te wonen, om na de opleiding naar zijn werkplaats terug te keren en om deel te nemen aan de examens. Art. 42.§ 1. De gewestelijke ontvanger bezorgt de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris ten laatste de dag voor het begin van elke opleiding, al dan niet vastgelegd in het opleidingsplan, een inschrijvingsattest. De gewestelijke ontvanger bezorgt de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris binnen de maand na het einde van de opleiding een attest van aanwezigheid, dat aantoont dat hij de volledige opleiding gevolgd heeft. Als de gewestelijke ontvanger niet de volledige opleiding heeft kunnen volgen, moet hij de redenen hiervoor opgeven. § 2. De gewestelijke ontvanger deelt zijn beslissing om de opleiding stop te zetten mee aan de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris. Art. 43.De gewestelijke ontvanger wordt op non-actief gezet als blijkt dat hij : 1° zonder wettige reden een opleiding niet heeft gevolgd of niet heeft deelgenomen aan een deel van de opleiding;2° de opleiding stopgezet heeft zonder dit mee te delen aan de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris. In de situaties vermeld in het eerste lid, 1° en 2° wordt de betrokkene op non-actief gezet voor de periode tussen het ogenblik dat hij ophield de opleiding te volgen of dat hij de opleiding stopzette tot het ogenblik waarop hij weer in dienst is getreden. Daarnaast wordt het recht van de gewestelijke ontvanger om opleidingsverlof te genieten geschorst voor de rest van het lopende academiejaar. HOOFDSTUK X. - Administratieve standen en verloven Afdeling 1. - Administratieve standen Art. 44.De gewestelijke ontvanger bevindt zich steeds in een van de volgende administratieve standen : 1° in actieve dienst;2° non-activiteit;3° disponibiliteit. Art. 45.Voor het bepalen van zijn administratieve stand wordt de gewestelijke ontvanger steeds geacht in actieve dienst te zijn, behoudens uitdrukkelijke bepaling die hem van rechtswege of op beslissing van de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris in een andere administratieve stand brengt. Behoudens andersluidende beslissing heeft de gewestelijke ontvanger die zich in actieve dienst bevindt recht op een wedde. Art. 46.De gewestelijke ontvanger die zonder toelating afwezig is of zonder geldige reden de duur van zijn verlof overschrijdt, wordt van rechtswege op non-actief gezet. De gewestelijke ontvanger die geen gevolg geeft aan de uitnodiging om het werk te hervatten, zoals bedoeld in artikel 113, wordt van rechtswege op non-actief gezet. Behoudens andersluidende beslissing heeft de gewestelijke ontvanger die zich in non-activiteit bevindt geen recht op een wedde. Art. 47.De gewestelijke ontvanger kan niet in non-activiteit gesteld of gehouden worden als hij aan de voorwaarden voldoet om gepensioneerd te worden. Art. 48.De gewestelijke ontvanger kan in disponibiliteit gesteld worden onder de voorwaarden vastgelegd in artikels 139 tot 150 : 1° door ambtsontheffing in het belang van de dienst;2° wegens ziekte die hem niet definitief ongeschikt maakt voor de dienst, maar leidt tot afwezigheden die de duur van het ziekteverlof overschrijden;3° wegens persoonlijke aangelegenheden. Art. 49.De gewestelijke ontvanger kan niet in disponibiliteit gesteld of gehouden worden als hij aan de voorwaarden voldoet om gepensioneerd te worden. Afdeling 2. - Verloven Onderafdeling 1. - Algemene bepalingen. Art. 50.Deze afdeling is van toepassing op vastbenoemde gewestelijke ontvangers. Ze is eveneens van toepassing op stagiairs, met uitzondering van : 1° het verlof om een stage of een proefperiode te vervullen, zoals bedoeld in artikel 59;2° de terbeschikkingstelling door ambtsontheffing in het belang van de dienst, zoals bedoeld in artikels 141 tot 143;3° de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden, zoals bedoeld in artikels 149 en 150. Art. 51.Voor de toepassing van dit artikel moeten als werkdagen beschouwd worden de dagen waarop de gewestelijke ontvanger dient te werken op basis van zijn normale arbeidsregeling. Art. 52.§ 1. De gewestelijke ontvanger mag enkel afwezig zijn als hij voorafgaandelijk verlof of een dienstvrijstelling heeft gekregen. Onder dienstvrijstelling dient de toelating verstaan te worden die aan de gewestelijke ontvanger gegeven wordt om afwezig te zijn tijdens de diensturen, voor een bepaalde duur, met behoud van al zijn rechten. § 2. Behoudens andersluidende beslissing beslist de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris over de toekenning van een verlof of dienstvrijstelling. Deze houdt rekening met de eventueel door de verantwoordelijken van de lokale besturen geformuleerde opmerkingen vermeld in lid 2. De gewestelijke ontvanger brengt de verantwoordelijke van de lokale besturen die een beroep doen op zijn diensten en waarop zijn afwezigheid een impact zou kunnen hebben op de hoogte van zijn aanvraag op het ogenblik dat hij het verlof of de dienstvrijstelling aanvraagt, om hem de kans te geven opmerkingen te doen gelden. De gewestelijke ontvanger brengt de verantwoordelijken van de lokale besturen die een beroep doen op zijn diensten op de hoogte van de beslissing waarvan sprake in het eerste lid. Art. 53.Uitgezonderd het bevallingsverlof, het vaderschapsverlof of het adoptieverlof kan de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris verloven weigeren als het belang van de dienst dit vereist. Onderafdeling 2. - Jaarlijkse vakantieverlof en feestdagen Art. 54.§ 1. De gewestelijke ontvanger heeft recht op jaarlijks vakantieverlof waarvan de duur naargelang zijn leeftijd bepaald wordt als volgt : 1° minder dan vijfenveertig jaar: zevenentwintig werkdagen;2° tussen vijfenveertig en negenenveertig jaar: achtentwintig werkdagen;3° tussen vijftig en vijfenvijftig jaar: negenentwintig werkdagen;4° tussen vijfenvijftig en negenenvijftig jaar: dertig werkdagen; § 2. De gewestelijke ontvanger geniet een bijkomend jaarlijks vakantieverlof waarvan de duur naargelang zijn leeftijd bepaald wordt als volgt : 1° op zestig jaar: een werkdag;2° op eenenzestig jaar: twee werkdagen;3° op tweeënzestig jaar: drie werkdagen;4° op drieënzestig jaar: vier werkdagen;5° op vierenzestig jaar: vijf werkdagen; Art. 55.Het jaarlijks vakantieverlof wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit. De gewestelijke ontvanger beslist wanneer hij dit opneemt volgens de behoeften van de dienst. Als het verlof opgesplitst wordt en de gewestelijke ontvanger dit vraagt, bestaat dit verlof uit een doorlopende periode van minstens twee weken. Maximaal de helft van de jaarlijkse vakantiedagen, desgevallend verhoogd met het aantal vakantiedagen verbonden aan de periode tijdens dewelke de gewestelijke ontvanger zijn functie uitoefende in het kader van verminderde prestaties om medische redenen, kan worden opgenomen tot 31 december van het daaropvolgende jaar. Als de behoeften van de dienst dit vereisen, mag de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris toelaten dat een hoger aantal jaarlijkse vakantiedagen wordt overgedragen, zonder echter het aantal jaarlijkse vakantiedagen waarop de gewestelijke ontvanger recht heeft te overschrijden. Art. 56.§ 1. Elke periode van dienstactiviteit geeft recht op jaarlijks vakantieverlof. Het jaarlijks vakantieverlof wordt echter dienovereenkomstig verminderd als een gewestelijke ontvanger in dienst treedt in de loop van het jaar, ontslag neemt of in de loop van het jaar een van de verloven bekomen heeft of afwezig was om een van de volgende redenen : 1° de verloven vermeld in artikels 59 en 133;2° het verlof voor opdracht vermeld in artikel 134;3° het verlof voor loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen of ernstige ziekte;4° afwezigheden tijdens dewelke hij op non-actief of disponibiliteit wordt gesteld;5° verloven voor verminderde prestaties met uitzondering van verloven voor verminderde prestaties om medische redenen. Als het aantal op deze manier berekende vakantiedagen, verhoogd met de dagen compensatie- en inhaalrust, zoals bedoeld in artikel 57, geen geheel getal is, wordt het afgerond tot op de hoogste halve dag. § 2. Indien de gewestelijke ontvanger om redenen buiten zijn wil zijn jaarlijkse vakantiedagen niet of slechts gedeeltelijk heeft kunnen opnemen voor hij definitief zijn ambt neerlegt, krijgt hij een compensatievergoeding die gelijk is aan zijn laatste activiteitswedde voor de niet-opgenomen vakantiedagen. Voor de toepassing van deze paragraaf is de in aanmerking te nemen wedde de wedde die verschuldigd is voor voltijdse prestaties. § 3. Het jaarlijks vakantieverlof wordt opgeschort van zodra de gewestelijke ontvanger een ziekteverlof krijgt of op disponibiliteit wegens ziekte wordt gesteld. § 4. Paragraaf 1, lid 2 is niet van toepassing op het bijkomend jaarlijks vakantieverlof waarvan sprake in artikel 54, § 2. Art. 57.De gewestelijke ontvanger heeft vakantie op de dagen vermeld in artikel 1 van het koninklijk besluit van 18 april 1974 tot bepaling van de algemene wijze van uitvoering van de wet van 4 januari 1974 betreffende de feestdagen, evenals op 27 september, 2 november, 15 november en 26 december. Als een van de dagen vermeld in het eerste lid samenvalt met een dag waarop hij gelet op de arbeidsregeling die op hem van toepassing is niet werkt, krijgt hij compensatieverlof dat onder dezelfde voorwaarden als het jaarlijks vakantieverlof genomen kan worden. De gewestelijke ontvanger die gelet op de arbeidsregeling die op hem van toepassing of omwille van de behoeften van de dienst verplicht is te werken op een van de dagen vermeld in het eerste lid, krijgt inhaalverlof dat onder dezelfde voorwaarden als het jaarlijks vakantieverlof genomen kan worden. De verloven vermeld in lid 1 tot 3 worden gelijkgesteld met dienstactiviteit. Als de gewestelijke ontvanger echter om een andere reden met verlof is op een van de dagen vermeld in het eerste lid of op non-actief of disponibiliteit is gesteld, blijft zijn administratieve stand zoals vastgelegd in de reglementaire bepalingen die op hem van toepassing zijn. Onderafdeling 3. - Omstandigheidsverlof Art. 58.Voor de toepassing van dit artikel worden gelijkgesteld met : 1° de echtgeno(o)t(
  12. e): de persoon van hetzelfde of het andere geslacht met wie de gewestelijke ontvanger samenwoont;2° het huwelijk : de registratie van een verklaring van wettelijk samenwonen door twee personen van hetzelfde of een verschillend geslacht die samenwonen als koppel. Omstandigheidsverloven worden toegekend binnen de hieronder bepaalde grenzen : 1° het huwelijk van de gewestelijke ontvanger : vier werkdagen;2° het huwelijk van een kind van de gewestelijke ontvanger : twee werkdagen;3° het huwelijk :
  13. a)van een kind van de echtgeno(o)t(
  14. e)van de gewestelijke ontvanger;
  15. b)van een broer of een zus;
  16. c)van een halfbroer of halfzus;
  17. d)van de vader of moeder;
  18. e)van de schoonvader of schoonmoeder;
  19. f)van de man van de moeder of de vrouw van de vader;
  20. g)van een kleinzoon of kleindochter;
  21. h)van een grootvader of grootmoeder van de gewestelijke ontvanger: een werkdag;4° het overlijden van de echtgeno(o)t(
  22. e)van de gewestelijke ontvanger : vijf werkdagen;5° het overlijden :
  23. a)van een bloed- of aanverwant in de eerste graad van de gewestelijke ontvanger;
  24. b)van een bloed- of aanverwant in de eerste graad van de persoon van hetzelfde of het andere geslacht met wie de gewestelijke ontvanger samenwoont: vier werkdagen;6° het overlijden van een bloed- of aanverwant van de gewestelijke ontvanger buiten de eerste graad die onder hetzelfde dak woont als de gewestelijke ontvanger : twee werkdagen;7° het overlijden van de schoonbroer of schoonzus van de echtgeno(o)t(
  25. e)van de gewestelijke ontvanger die onder hetzelfde dak woont als de gewestelijke ontvanger : twee werkdagen;8° het overlijden van een bloed- of aanverwant van de gewestelijke ontvanger in de tweede of derde graad die niet onder hetzelfde dak woont als de gewestelijke ontvanger : een werkdag;9° het overlijden van de schoonbroer of schoonzus van de echtgeno(o)t(
  26. e)van de gewestelijke ontvanger die niet onder hetzelfde dak woont als de gewestelijke ontvanger : een werkdag;10° de plechtige communie of elk ander gelijkaardig evenement van een erkende eredienst van een kind van de gewestelijke ontvanger of van diens echtgeno(o)t(
  27. e): een werkdag;11° deelneming van een kind van de gewestelijke ontvanger of van diens echtgeno(o)t(
  28. e)aan het feest van de vrijzinnige jeugd : een werkdag;12° de priesterwijding of intrede in het klooster of elk ander gelijkaardig evenement van een erkende eredienst van een kind van de gewestelijke ontvanger of van diens echtgeno(o)t(e), van een broer, zuster, schoonbroer of schoonzus van de gewestelijke ontvanger : een werkdag;13° deelneming aan een assisenjury, oproeping als getuige voor een rechtscollege of persoonlijke verschijning op aanmaning van een rechtscollege : de nodige tijd;14° de uitoefening van het ambt van voorzitter, bijzitter, secretaris of getuige in een stembureau, een telbureau of een hoofdstembureau : de nodige tijd, met een maximum van vijf werkdagen; De verloven vermeld in dit artikel worden gelijkgesteld met dienstactiviteit. Onderafdeling 4. - Verlof voor een stage of proefperiode in een andere betrekking Art. 59.De gewestelijke ontvanger krijgt verlof voor een stage of proefperiode in een andere betrekking van een overheidsdienst of van het gesubsidieerd onderwijs. Dit verlof wordt toegekend voor een periode die overeenkomt met de duur van de stage of de proefperiode. Dit verlof is onbezoldigd en voor de rest gelijkgesteld met dienstactiviteit. Verlof dat de vastgelegde grenzen overschrijdt, wordt van rechtswege omgezet in beschikbaarheid wegens persoonlijke aangelegenheden. Onderafdeling 5. - Uitzonderlijke verloven Art. 60.§ 1. De gewestelijke ontvanger krijgt uitzonderlijk verlof wegens overmacht : 1° in geval van ziekte, ongeval of ziekenhuisopname van een van de volgende personen die onder hetzelfde dak als hij wonen : de echtgeno(o)t(e), de persoon van hetzelfde of het andere geslacht met wie hij samenwoont, het kind, een bloed- of aanverwant van de persoon met wie hij samenwoont, een bloed- of aanverwant, een met het oog op diens adoptie of de uitoefening van de officieuze voogdij opgevangen persoon;2° in geval van ziekte, ongeval of ziekenhuisopname van een van de volgende personen die niet onder hetzelfde dak als hij wonen : een bloed- of aanverwant in de eerste graad;3° bij ernstige materiële schade aan zijn goederen, zoals schade aan de woning veroorzaakt door een brand of een natuurramp;4° bij andere gebeurtenissen die na onderlinge overeenstemming tussen de gewestelijk ontvanger en de afgevaardigde arrondissementscommissaris bepaald worden en als dwingende redenen beschouwd dienen te worden. In de situaties vermeld in het eerste lid, 1° en 2° toont een medisch attest de noodzaak van de aanwezigheid van de gewestelijke ontvanger aan. § 2. De duur van de verloven bedoeld in paragraaf 1 mag de tien werkdagen per jaar niet overschrijden, waarvan de eerste vier bezoldigd zijn. Voor het overige worden ze gelijkgesteld met dienstactiviteit. Onderafdeling 6. - Verloven met een filantropisch doel Art. 61.De gewestelijke ontvanger krijgt verlof om gehandicapten en zieken te begeleiden op reizen en vakantieverblijven die in België of in het buitenland georganiseerd worden door een vereniging, een overheidsinstelling of een private instelling, die als opdracht heeft gehandicapten en zieken te verzorgen en die hiervoor subsidies van de overheid krijgt. De verlofaanvraag wordt gestaafd met een attest waarin de vereniging of instelling bevestigt dat hij verantwoordelijk is voor de reis of het vakantieverblijf. De duur van deze verloven mag de vijf werkdagen per jaar niet overschrijden; ze worden gelijkgesteld met dienstactiviteit. Art. 62.De gewestelijke ontvanger krijgt maximaal vier werkdagen verlof per jaar voor het afstaan van beenmerg. Dit verlof vangt aan op de dag waarop het beenmerg wordt afgenomen in de verzorgingsinstelling; het wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit. Art. 63.De gewestelijke ontvanger krijgt verlof voor orgaan- of weefseldonatie. Dit verlof wordt toegekend voor een periode die overeenkomst met de duur van de ziekenhuisopname en de eventueel vereiste herstelperiode, alsook met de duur van de voorafgaande medische onderzoeken. Dit verlof wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit. Art. 64.§ 1. De gewestelijke ontvanger krijgt verlof voor bloed-, bloedplaatjes- of bloedplasmadonatie. Het verlof bedraagt 1 dag voor bloeddonatie en een halve dag voor bloedplasma- of bloedplaatjesdonatie. § 2. Voor bloeddonatie wordt het verlof toegekend voor de dag van de donatie. Voor bloedplasma- of bloedplaatjesdonatie wordt het verlof toegekend voor de dag van de donatie, aan het begin of het einde van de dag. Het verlof wordt echter toegekend voor de dag volgend op de dag van de bloed-, bloedplaatjes- of bloedplasmadonatie als aan de twee volgende voorwaarden voldaan is: 1° de donatie vindt plaats na de normale diensturen;2° de dag erna is een werkdag voor de gewestelijke ontvanger. Onderafdeling 7. - Borstvoedingspauzes Art. 65.Gewestelijke ontvangers die minstens vier uur per dag werken hebben gedurende negen maanden na de geboorte recht op een dienstvrijstelling om buiten hun werkplaats hun kind of kinderen borstvoeding te geven of af te kolven. Deze periode kan met drie maanden verlengd worden als er medische omstandigheden zijn die dit rechtvaardigen. Art. 66.De borstvoedingspauze mag maximaal een half uur duren. Als de gewestelijke ontvanger echter voltijds werkt, heeft ze recht op twee pauzes per dag. Ze mag deze twee pauzes in één pauze van een uur opnemen.. De gewestelijk ontvanger en de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris dienen het tijdstip van de pauze overeen te komen. Art. 67.De gewestelijke ontvanger brengt de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris twee maanden vooraleer ze gebruikt maakt van dit recht op de hoogte. De gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris kan deze termijn inkorten. De gewestelijke ontvanger levert het bewijs van de borstvoeding door een attest van een consultatiebureau voor zuigelingen of door een medisch getuigschrift. Dit bewijs moet elke maand voorgelegd worden. Onderafdeling 8. - Moederschapsbescherming Art. 68.Het bevallingsverlof, vastgelegd in artikel 39 van de arbeids wet van 16 maart 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten, wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit. Art. 69.De bezoldiging over de periode gedurende welke de gewestelijke ontvanger bevallingsverlof geniet, mag niet meer dan vijftien weken of zeventien weken bij meervoudige zwangerschap bestrijken. De bezoldiging over de verlenging van de postnatale rust toegekend in toepassing van artikel 73, mag niet meer dan vierentwintig weken bestrijken. De bezoldiging over de verlenging van de postnatale rust toegekend in toepassing van artikel 72, lid 4, mag niet meer dan één week bestrijken. Art. 70.De periodes van afwezigheid wegens ziekte die te wijten is aan de zwangerschap gedurende de zes weken die vallen vóór de zevende dag welke de werkelijke bevallingsdatum voorafgaat, worden voor het bepalen van de administratieve stand van de gewestelijke ontvanger veranderd in bevallingsverlof. Dit artikel geldt eveneens indien de periodes van afwezigheid wegens ziekte die te wijten is aan de zwangerschap gedurende de acht weken vallen die bij meervoudige geboorte vóór de zevende dag vallen welke de werkelijke bevallingsdatum voorafgaat. Art. 71.Wanneer de gewestelijke ontvanger het prenataal verlof heeft opgebruikt en de bevalling na de voorziene datum gebeurt, wordt het prenataal verlof verlengd tot de werkelijke datum van de bevalling. Tijdens deze periode bevindt ze zich in bevallingsverlof. In afwijking van artikel 69 is de bezoldiging verschuldigd. Art. 72.Op verzoek van de gewestelijke ontvanger wordt het bevallingsverlof overeenkomstig artikel 39 van de wet van 16 maart 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten, na de negende week verlengd met een periode waarvan de duur gelijk is aan de duur van de periode waarin zij is blijven werken vanaf de zesde week vóór de werkelijke bevallingsdatum of vanaf de achtste week indien er een meervoudige geboorte wordt verwacht. Bij vroegtijdige geboorte wordt die periode teruggebracht tot het aantal dagen waarin zij gewerkt heeft tijdens de periode van zeven dagen die de bevalling voorafgaat. Gelijkgesteld met werkdagen die tot na het postnatale verlof overgedragen kunnen worden, zijn : 1° het jaarlijks vakantieverlof;2° feestdagen en gelijkgestelde dagen;3° de omstandigheidsverloven;4° het uitzonderlijk verlof wegens overmacht;5° het verlof om dwingende reden van familiaal belang;6° de afwezigheden wegens ziekte, uitgezonderd de afwezigheden wegens ziekte bedoeld in artikel 70. In geval van een meervoudige geboorte wordt op verzoek van de gewestelijke ontvanger de periode van werkonderbreking na de negende week, eventueel verlengd in overeenstemming met de bepalingen van lid 2, maximaal met twee weken verlengd. Op verzoek van de gewestelijke ontvanger wordt de periode van werkonderbreking na de negende week verlengd met een week, als ze afwezig is geweest wegens ziekte te wijten aan de zwangerschap tijdens de volledige periode vanaf de zesde week voor de werkelijke bevallingsdatum of vanaf de achtste week indien er een meervoudige geboorte wordt verwacht. Art. 73.Indien de pasgeborene na de eerste zeven dagen na de geboorte in het ziekenhuis blijft kan de postnatale rust op verzoek van de betrokkene verlengd worden voor een periode die gelijk is aan de periode tijdens dewelke haar kind in het ziekenhuis blijft na de eerste zeven dagen. De duur van deze verlenging mag maximaal vierentwintig weken bedragen. De gewestelijke ontvanger overhandigt hiertoe aan de gouverneur of aan de afgevaardigde arrondissementscommissaris 1° aan het einde van de postnatale rust een attest van het ziekenhuis dat bevestigt dat de pasgeborene gehospitaliseerd is gebleven na de eerste zeven dagen na de geboorte, met vermelding van de duur van de ziekenhuisopname;2° desgevallend aan het einde van de verlenging op basis van de bepalingen in dit lid, een nieuw attest van het ziekenhuis dat bevestigt dat de pasgeborene het ziekenhuis nog niet verlaten heeft, met vermelding van de duur van de ziekenhuisopname. Art. 74.Als de gewestelijke ontvanger de periode van werkonderbreking na de negende week met minstens twee weken kan verlengen, kunnen de twee laatste weken postnataal bevallingsverlof op haar verzoek omgezet worden in dagen postnatale rust. De gewestelijk ontvanger deelt de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris maximaal vier weken na het einde van het verplicht postnataal bevallingsverlof schriftelijk mee welke omzetting ze wenst. Deze dagen postnatale rust worden opgenomen binnen de acht weken na het einde van het verplicht postnataal bevallingsverlof. Deze dagen worden gelijkgesteld met dienstactiviteit. Art. 75.De gewestelijk ontvanger mag geen overwerk doen tijdens de zwangerschap of borstvoedingsperiode. Voor de toepassing van dit artikel wordt elk werk dat recht geeft op een vergoeding voor het uitvoeren van bijkomende functies, vermeld in artikel 188, beschouwd als overwerk. Art. 76.De gewestelijk ontvanger die zich in dienstactiviteit bevindt krijgt op verzoek het verlof dat zij nodig heeft om zich naar de prenatale geneeskundige onderzoeken te begeven. Dit verzoek wordt gestaafd met alle nuttige bewijzen. Het verlof wordt gelijkgesteld met dienstanciënniteit. Art. 77.De gewestelijke ontvanger die vrijgesteld is van werk in toepassing van artikels 42 en 43 van de arbeids wet van 16 maart 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten en artikel 18 van de wet van 14 december 2000 tot vaststelling van sommige aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in de openbare sector, is met verlof voor de benodigde duur. Dit verlof wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit. Art. 78.Artikels 68 tot 70 zijn niet van toepassing in geval van een miskraam die voordoet voor de 181e dag van de zwangerschap. Onderafdeling 9. - Vaderschapsverlof Art. 79.§ 1. Als de moeder van het kind in het ziekenhuis opgenomen wordt of overlijdt, krijgt de gewestelijke ontvanger die de vader is van het kind op zijn verzoek een vervangend vaderschapsverlof om het kind op te vangen. § 2. Als de moeder in het ziekenhuis opgenomen wordt, kan de gewestelijke ontvanger die de vader is van het kind een vervangend vaderschapsverlof genieten onder de volgende voorwaarden : 1° de pasgeborene heeft het ziekenhuis verlaten;2° de ziekenhuisopname van de moeder duurt meer dan zeven dagen. Het vervangend vaderschapsverlof kan niet voor de zevende dag volgend op de dag van de geboorte van het kind aanvangen en eindigt op het tijdstip waarop het verblijf van de moeder in het ziekenhuis eindigt en uiterlijk op het einde van het deel van het bevallingsverlof dat de moeder nog niet opgebruikt had. De gewestelijke ontvanger die de vader is van het kind en het vervangend vaderschapsverlof wenst te genieten brengt de gouverneur of afgevaardigde arrondissementscommissaris schriftelijk op de hoogte. Dit schrijven vermeldt de begindatum van het verlof en de vermoedelijke duur ervan. De verlofaanvraag wordt gestaafd aan de hand van een attest dat de duur van de opname van de moeder in het ziekenhuis na de zeven dagen volgend op de bevallingsdatum vermeldt, evenals de datum waarop de pasgeborene het ziekenhuis heeft verlaten. § 3. In geval van overlijden van de moeder is de duur van het vaderschapsverlof ten hoogste gelijk aan de duur van het bevallingsverlof dat de moeder nog niet had opgenomen. De gewestelijke ontvanger die de vader is van het kind en het vervangend vaderschapsverlof wenst te genieten brengt de gouverneur of afgevaardigde arrondissementscommissaris schriftelijk op de hoogte binnen de vijftien dagen na het overlijden van de moeder. Dit schrijven vermeldt de begindatum van het vervangend vaderschapsverlof en de vermoedelijke duur ervan. Er dient zo snel mogelijk een uittreksel van de overlijdensakte van de moeder te worden voorgelegd. § 4. Het vervangend vaderschapsverlof wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit. Art. 80.§ 1. Onverminderd artikel 79 krijgt de gewestelijke ontvanger op zijn verzoek een vaderschapsverlof van vijftien werkdagen als zijn echtgenote of de persoon met wie hij op dat ogenblik samenwoont, bevalt. Dit verlof moet opgenomen worden binnen de vier maanden na de geboorte of desgevallend na het verstrijken van het vervangend vaderschapsverlof. De vrouwelijke gewestelijke ontvanger krijgt op haar verzoek vijftien dagen verlof als haar echtgenote of de vrouw met wie ze op dat ogenblik samenwoont, bevalt. Dit verlof moet opgenomen worden binnen de vier maanden na de bevalling. De verloven vermeld in lid 1 en 2 worden gelijkgesteld met dienstactiviteit. § 2. De gewestelijke ontvanger krijgt op zijn verzoek een vaderschapsverlof van vijftien werkdagen om een kind op te vangen in het kader van een adoptie. Dit verlof moet opgenomen binnen de vier maanden volgend op de inschrijving van het kind in het bevolkingsregister of het vreemdelingenregister van de gemeente waar hij zijn verblijfplaats heeft, alsof het deel uitmaakt van zijn huishouden. Onderafdeling 10. - Opvangverlof met het oog op adoptie Art. 81.De gewestelijke ontvanger krijgt verlof voor de opvang van een kind van minder dan tien jaar in zijn gezin met het oog op adoptie De opvang wordt bewezen door de inschrijving in de bevolkingsregisters. Het verlof bedraagt maximaal zes weken voor een kind van minder drie jaar dat wordt opgevangen en maximum vier weken in de andere gevallen. Voor de toepassing van dit artikel worden de situatie voortvloeiend uit een gerechtelijke beslissing tot plaatsing van een minderjarige in een opvanggezin en de officieuze voogdij met adoptie gelijkgesteld. De maximale duur van het opvangverlof wordt verdubbeld als het kind gehandicapt is en voldoet aan de voorwaarden voor verhoogde kinderbijslag omwille van zijn handicap. Art. 82.Het opvangverlof wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit. Dit verlof kan niet gecumuleerd worden met het verlof waarvan sprake in artikel 80, § 2. Onderafdeling 11. - Ouderschapsverlof Art. 83.§ 1. De gewestelijke ontvanger in dienstactiviteit krijgt bij de geboorte of de adoptie van een kind ouderschapsverlof, dat kan worden opgenomen : 1° ofwel gedurende vier maanden in het kader van de volledige loopbaanonderbreking zoals bedoeld in artikel 100 van de herstel wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/01/1985 pub. 12/08/2013 numac 2013000511 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Herstelwet houdende sociale bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende sociale bepalingen;deze periode kan op verzoek van de gewestelijke ontvanger opgesplitst worden in maanden; 2° ofwel gedurende acht maanden in het kader van de halftijdse loopbaanonderbreking zoals bedoeld in artikel 102 van dezelfde wet; deze periode kan op verzoek van de gewestelijke ontvanger opgesplitst worden in periodes van twee maanden of in een veelvoud hiervan; 3° ofwel gedurende twintig maanden in het kader van de loopbaanonderbreking a rato van 1/5, zoals bedoeld in artikel 102 van dezelfde wet;deze periode kan op verzoek van de gewestelijke ontvanger opgesplitst worden in periodes van vijf maanden of in een veelvoud hiervan; De gewestelijke ontvanger heeft de mogelijkheid om bij het opnemen van zijn ouderschapsverlof gebruik te maken van de verschillende modaliteiten bedoeld in het eerste lid. Bij een wijziging van de vorm van het ouderschapsverlof dient rekening gehouden te worden met het principe dat een maand volledige loopbaanonderbreking gelijk staat aan twee maanden halftijdse loopbaanonderbreking en aan vijf maanden loopbaanonderbreking a rato van een vijfde. De gewestelijke ontvanger heeft recht op ouderschapsverlof : 1° naar aanleiding van de geboorte van zijn kind tot het kind twaalf jaar wordt;2° in het kader van de adoptie van een kind, gedurende een periode die loopt vanaf de inschrijving van het kind als deel van zijn gezin in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van de gemeente waar de gewestelijke ontvanger zijn verblijfplaats heeft, en uiterlijk tot het kind twaalf jaar wordt.3° als het kind voor ten minste 66 % getroffen is door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid of een aandoening heeft die tot gevolg heeft dat ten minste vier punten toegekend worden in pijler I van de medisch-sociale schaal in de zin van de regelgeving betreffende de kinderbijslag, tot het kind eenentwintig jaar wordt. Aan de voorwaarde van de twaalfde en de eenentwintigste verjaardag, zoals vastgelegd in respectievelijk lid 3, 1° en 3°, moet voldaan zijn uiterlijk gedurende de periode van het ouderschapsverlof. § 2. Het in dit artikel bedoelde ouderschapsverlof is onbezoldigd; het wordt voor het overige gelijkgesteld met dienstactiviteit. § 3. Onder voorbehoud van de bepalingen van dit artikel is het ouderschapsverlof voor het overige onderworpen aan de bepalingen omtrent loopbaanonderbrekingen. Art. 84.Na de geboorte, de adoptie of de plaatsing van een kind in een pleeggezin in het kader van het opvangbeleid wordt maximaal drie maanden ouderschapsverlof toegekend aan een gewestelijke ontvanger in dienstactiviteit. Dit voltijds verlof moet opgenomen worden voordat het kind twaalf jaar wordt. Op verzoek van de gewestelijke ontvanger wordt het verlof opgesplitst per maand. Dit verlof is niet bezoldigd. Voor het overige wordt het gelijkgesteld met dienstactiviteit. Als het kind voor ten minste 66 % getroffen is door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid of een aandoening heeft die tot gevolg heeft dat ten minste vier punten toegekend worden in pijler I van de medisch-sociale schaal in de zin van de regelgeving betreffende de kinderbijslag, wordt het ouderschapsverlof van drie maanden toegekend tot het kind eenentwintig jaar wordt. Art. 85.De gewestelijke ontvanger dient zijn aanvraag minstens twee maanden en ten laatste drie maanden voor het begin van het aangevraagde verlof in bij de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris. Onderafdeling 12. - Verloven omwille van dwingende redenen van familiaal belang Art. 86.De gewestelijke ontvanger heeft recht op een verlof om dwingende redenen van familiaal belang van maximaal vijfenveertig werkdagen per jaar. Naast het verlof vermeld in het eerste lid heeft de gewestelijke ontvanger recht op een verlof om dwingende redenen van familiaal belang van maximaal dertien werkdagen per jaar omwille van : 1° de ziekenhuisopname van een persoon die onder hetzelfde dak woont als de gewestelijk ontvanger of van een bloed- of aanverwant in de eerste graad of van een bloed- of aanverwant van de persoon van het ene of het andere geslacht met wie de gewestelijke ontvanger samenwoont en die niet onder hetzelfde dak als hij woont;2° de opvang van kinderen jonger dan 15 jaar tijdens de schoolvakanties;3° de opvang tijdens de schoolvakanties van kinderen jonger dan vijfentwintig jaar, als ze voor ten minste 66 % getroffen zijn door een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid of een aandoening hebben die tot gevolg heeft dat ten minste vier punten toegekend worden in pijler I van de medisch-sociale schaal in de zin van de regelgeving betreffende de kinderbijslag;4° de opvang tijdens de schoolvakanties van kinderen die onder verlengde minderjarigheid werden geplaatst. Art. 87.Het verlof om dwingende redenen van familiaal belang is onbezoldigd. Voor het overige wordt het gelijkgesteld met dienstactiviteit. Art. 88.De maximumduur van het verlof om dwingende redenen van familiaal belang wordt evenredig verminderd in overeenstemming met artikel 56, § 1. Art. 89.Deze verloven mogen over heel de loopbaan van de gewestelijke ontvanger de 540 werkdagen niet overschrijden. Onderafdeling 13. - Ziekteverlof en controle van de afwezigheden wegens ziekte Art. 90.In deze afdeling wordt verstaan onder : 1° de controledienst : de door de Regering gekozen medische controledienst in overeenstemming met artikel 413 van de Waalse ambtenarencode, waaraan elke gewestelijke ontvanger die afwezig wegens ziekte onderworpen is;2° de controlearts : elke arts die voor rekening van de controledienst handelt;3° de afwezigheid : elke afwezigheid wegens ziekte;4° de werkdag : elke dag waarop de gewestelijke ontvanger dient te werken;5° de behandelende arts : elke arts, al dan niet zijn gewoonlijke arts, die door de gewestelijke ontvanger gekozen wordt en elke arts die door de behandelende arts wordt aangesteld om hem te vervangen;6° de verblijfplaats : de tijdelijke of gewoonlijke woonplaats van de gewestelijke ontvanger, een verzorgingsinstelling of elke andere plaats waar hij gedurende zijn afwezigheid kan worden aangetroffen. Art. 91.De gewestelijke ontvanger die door ziekte of gebrekkigheid verhinderd is zijn functies normaal uit te voeren heeft gedurende zijn volledige loopbaan recht op vijfentwintig dagen ziekteverlof per twaalf maanden dienstanciënniteit. Als hij minder dan zesendertig maanden in dienst is, is zijn wedde echter wel gewaarborgd gedurende drieënzestig werkdagen. Voor gewestelijke ontvangers die oorlogsinvalide zijn wordt het aantal in het eerste lid vastgelegde dagen respectievelijk op tweeëndertig en zesennegentig gebracht. Het ziekteverlof wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit. Art. 92.§ 1. De in artikel 91 vermelde eenentwintig en tweeëndertig dagen worden verminderd in verhouding tot de niet-geleverde prestaties tijdens de in aanmerking genomen periode van twaalf maanden, indien de gewestelijke ontvanger in de loop van deze periode : 1° een of meerdere van de verloven bedoeld in artikel 56, § 1, lid 2, 1° tot 3° heeft gekregen;2° afwezig is geweest wegens ziekte, met uitsluiting van de verloven vermeld in artikel 96;3° op non-actief werd geplaatst in toepassing van artikel 46. § 2. Als het op deze manier berekende aantal dagen ziekteverlof geen geheel getal is, wordt het afgerond tot op de onmiddellijk hogere eenheid. § 3. Enkel de werkdagen die vallen binnen de periode van afwezigheid wegens ziekte worden meegeteld. Art. 93.Het ziekteverlof maakt geen einde aan de stelsels voor loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen of ernstige ziekte; De gewestelijke ontvanger blijft de hem verschuldigde wedde voor verminderde prestaties ontvangen. Art. 94.Het ziekteverlof schorst het verlof om dwingende redenen van familiaal belang. Art. 95.Voor de toepassing van artikel 91 worden eveneens alle daadwerkelijke diensten in aanmerking genomen die de gewestelijke ontvanger verleend heeft, ongeacht zijn hoedanigheid en zonder vrijwillige onderbreking, als titularis van functies die volledige prestaties inhouden, door deel uit te maken van een andere overheidsdienst of een door de staat of een gemeenschap erkende opgerichte onderwijsinstelling, een psycho-medisch-sociaal centrum, een dienst voor beroepsoriëntatie of een medisch-pedagogisch instituut. Art. 96.Onder voorbehoud van artikel 99 en in afwijking van artikel 91 geniet de gewestelijke ontvanger een verlof zonder tijdsbeperking als zijn ziekte veroorzaakt wordt door een arbeidsongeval, een ongeval op weg naar of van het werk of een beroepsziekte. Daarnaast worden de verlofdagen toegekend naar aanleiding van een arbeidsongeval, een ongeval op weg naar of van het werk of een beroepsziekte, zelfs na de consolidatiedatum, niet meegerekend om het aantal verlofdagen te bepalen dat de gewestelijke ontvanger nog kan krijgen op grond van artikel 91. Art. 97.Worden niet meegerekend om het aantal verlofdagen te bepalen dat de gewestelijke ontvanger nog kan krijgen op grond van artikel 91: de dagen ziekteverlof die het gevolg zijn van morele pesterijen of ongewenst seksueel gedrag of geweldfeiten op het werk, mits de pesterijen, het ongewenst seksueel gedrag of de geweldfeiten erkend worden door de gouverneur of vastgesteld worden door een in kracht van gewijsde getreden gerechtelijke beslissing. Art. 98.De dagen ziekteverlof die toegekend worden naar aanleiding van een ongeval veroorzaakt door een fout van een derde en andere dan een ongeval zoals bedoeld in artikel 96 worden niet meegerekend om het aantal verlofdagen te bepalen dat de gewestelijke ontvanger nog kan krijgen op grond van artikel 91 ten belope van het aansprakelijkspercentage van de derde dat dient als grond voor de wettelijke indeplaatsstelling van de gouverneur als tewerkstellende autoriteit. Art. 99.De gewestelijke ontvanger kan niet definitief arbeidsongeschikt verklaard worden wegens ziekte zolang hij het totaal aantal verlofdagen waarop artikel 91 hem recht geeft niet heeft opgenomen. Het eerste lid is niet van toepassing op gewestelijke ontvangers die na een opdracht bij een buitenlandse regering, een buitenlandse openbaar bestuur of een internationale instelling te hebben vervuld in dit verband op pensioen werden gesteld wegens invaliditeit en een pensioen krijgen. Art. 100.De gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris deelt de gewestelijke ontvanger binnen de maand na zijn verjaardag het saldo op zijn verjaardag aan dagen ziekteverlof waarop artikel 91 recht geeft mee. Art. 101.Elke afwezigheid kan gecontroleerd worden, in toepassing van artikels 104 tot 108. Art. 102.§ 1. De gewestelijke ontvanger die zich niet in staat voelt zijn werk uit te voeren, deelt dit mee of laat dit meedelen aan de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris of de door hen aangeduide persoon, evenals aan de verantwoordelijke van elk van de lokale besturen waarvoor hij zijn functies uitoefent, en dit zo snel mogelijk en in elk geval voor het tijdstip waarop hij geacht wordt zijn werk aan te vatten. Hij deelt zijn verblijfplaats mee of laat deze meedelen. § 2. De gewestelijke ontvanger laat zich vanaf de eerste afwezigheid, behalve als hij verwacht dat zijn afwezigheid niet langer zal duren dan een dag, eveneens op zijn kosten onderzoeken door zijn behandelende arts, die onmiddellijk een medisch getuigschrift invult. De behandelende arts vermeldt op het medisch getuigschrift de redenen van de afwezigheid en de verwachte duur ervan, uitgedrukt in kalenderdagen. Hij vermeldt eveneens of de gewestelijke ontvanger al dan niet het huis mag verlaten. De gewestelijke ontvanger deelt de verwachte duur van zijn afwezigheid mee of laat deze meedelen aan de hem hiertoe aangewezen dienst of persoon Hij verstuurt het medisch getuigschrift onmiddellijk naar de controledienst, met vermelding van zijn verblijfplaats, of laat het opsturen. § 3. In afwijking van paragraaf 2, eerste lid moet de gewestelijke ontvanger zich vanaf de derde afwezigheid van één dag binnen één kalenderjaar voor iedere nieuwe afwezigheid waarvan de gewestelijke ontvanger verwacht dat ze slechts één dag zal duren, dezelfde dag laten onderzoeken op zijn kosten door een arts, die een medisch getuigschrift invult dat de vermeldingen waarvan sprake in paragraaf 2 bevat. In afwijking van het eerste lid moeten personen die aan een aandoening lijden die door de medische controledienst erkend is als ernstige en langdurige ziekte, zich vanaf de twaalfde afwezigheid van één dag binnen één kalenderjaar voor iedere nieuwe afwezigheid waarvan de gewestelijke ontvanger verwacht dat ze slechts een dag zal duren, dezelfde dag laten onderzoeken op hun kosten door een arts, die een medisch getuigschrift invult dat de vermeldingen waarvan sprake in paragraaf 2 bevat. § 4. Paragrafen 1 en 2 en artikels 104 tot 108 zijn van toepassing op de gewestelijke ontvanger die zich niet in staat voelt het werk te hervatten op de door de arts bepaalde datum, ook al verwacht de gewestelijke ontvanger dat zijn afwezigheid met niet meer dan een dag verlengd zal worden. Art. 103.De gewestelijke ontvanger die zich niet in staat voelt zijn werk in de loop van de werkdag voort te zetten, deelt dit vooraleer te vertrekken mee aan de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris of de door hen aangeduide persoon, evenals, desgevallend, aan de verantwoordelijke van het lokaal bestuur waar hij zijn functies uitoefent. Na de derde afwezigheid in de loop van de werkdag binnen één kalenderjaar moet de gewestelijke ontvanger zich dezelfde dag laten onderzoeken op zijn kosten door een arts, zelfs als hij verwacht dat zijn afwezigheid slechts een dag zal duren. De arts vult een medisch getuigschrift in dat de vermeldingen waarvan sprake in artikel 102, § 2 bevat. Gewestelijke ontvangers die aan een aandoening lijden die door de medische controledienst erkend is als ernstige en langdurige ziekte, moeten zich vanaf de twaalfde afwezigheid in de loop van de werkdag binnen één kalenderjaar dezelfde dag laten onderzoeken op hun kosten door een arts, zelfs als ze verwachten dat hun afwezigheid slechts een dag zal duren. De arts vult een medisch getuigschrift in dat de vermeldingen waarvan sprake in artikel 102, § 2 bevat. Art. 104.De controles van de afwezigheden wegens ziekte worden uitgevoerd op vraag van de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris, of op vraag van de door hen aangewezen persoon. De controles vinden plaats tussen 8 en 20 uur. Een controle die begonnen is voor 20 uur kan na 20 uur voortgezet worden. De controlearts, die zijn bezoek niet moet aankondigen, deelt aan de gewestelijke ontvanger spontaan zijn identiteit en hoedanigheid mee. Art. 105.Het onderzoek vindt plaats op de door de controledienst of de controlearts vastgelegde plaats, behalve in de situaties vermeld in het tweede lid, dan vindt het plaats op de verblijfplaats. Gewestelijke ontvangers die van hun behandelende arts het huis niet mogen verlaten, moeten aanwezig zijn op hun verblijfplaats tijdens hun afwezigheid, behalve in geval van overmacht. Als de controlearts de gewestelijke ontvanger niet kan aantreffen of onderzoeken op zijn verblijfplaats, laat hij een aanbiedingsbericht achter waarin de plaats, de dag en het tijdstip vermeld staan waarop hij zich moet aanmelden om onderzocht te worden. In dit geval wordt de gewestelijke ontvanger vergoed voor zijn verplaatsingskosten volgens de regels van toepassing inzake reiskosten. De gewestelijke ontvanger brengt de controledienst vooraf op de hoogte van elke verandering van verblijfplaats tijdens zijn afwezigheid. De verandering van de verblijfplaats naar het buitenland tijdens de afwezigheid is afhankelijk van de beslissing van de controledienst, na advies van de behandelende arts. Art. 106.Als de controlearts vaststelt dat de gewestelijke ontvanger niet in staat is zijn werk uit te voeren, wordt de afwezigheid van de gewestelijke ontvanger gerechtvaardigd voor de duur bepaald door de controlearts. Als de controlearts vaststelt dat de gewestelijke ontvanger in staat is of opnieuw in staat is zijn werk uit te voeren, hervat de gewestelijke ontvanger het werk op de eerste werkdag na de controle, behoudens indien deze vaststellingen betwist worden. De controlearts deelt zijn bevindingen onmiddellijk schriftelijk mee aan de gewestelijke ontvanger. Hij verzoekt hem deze te viseren als hij de voorziene duur van de afwezigheid bepaald door de behandelende arts wijzigt of als hij vaststelt dat de gewestelijke ontvanger in staat is of opnieuw in staat is zijn werk uit te voeren. Art. 107.De gewestelijke ontvanger mag het werk niet hervatten voor de vastgelegde datum zonder medisch getuigschrift dat hem hiervoor de toelating geeft. Art. 108.Indien de vaststellingen van de controlearts betwist worden, is de arbitrageprocedure vastgelegd in artikel 31, § 5 van de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten van toepassing. Onderafdeling 14. - Verlof voor verminderde prestaties om medische redenen Art. 109.De gewestelijke ontvanger kan vragen zijn functie uit te oefenen in het kader van verminderde prestaties om medische redenen : 1° om zich opnieuw aan te passen aan een normaal werkritme, na een ononderbroken afwezigheid wegens ziekte van minstens dertig dagen;2° als ten gevolge van een medische ongeschiktheid van lange duur hij niet voltijds kan werken na een ononderbroken afwezigheid wegens ziekte van minstens dertig dagen. De beoordeling van de medische toestand van de gewestelijke ontvanger en de toekenning van verminderde prestaties om medische redenen gebeuren door een geneesheer van het bestuur Medische Expertise van de federale overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu. Art. 110.§ 1. De gewestelijke ontvanger bedoeld in artikel 109, eerste lid, kan zijn functies hervatten a rato van vijftig percent, zestig percent of tachtig percent van zijn normale prestaties gedurende een periode van maximaal drie maanden. Verminderde prestaties kunnen toegekend worden voor een periode van één maand. Er kunnen ten hoogste verlengingen worden toegekend voor een even lange periode, als het bestuur Medische Expertise van mening is dat een nieuw onderzoek van de gezondheidstoestand van de betrokkene dit rechtvaardigt. De bepalingen van artikel 112 zijn van toepassing. De gewestelijke ontvanger bedoeld in artikel 109, eerste lid, 2,° kan zijn functies hervatten a rato van vijftig percent, zestig percent of tachtig percent van zijn normale prestaties gedurende een periode van maximaal twaalf maanden, tenzij de geneesheer van het bestuur Medische Expertise van mening is dat het nieuw onderzoek vroeger moet plaatsvinden. Er kunnen ten hoogste verlengingen worden toegekend voor twaalf maanden, als het bestuur Medische Expertise van mening is dat een nieuw onderzoek van de gezondheidstoestand van de gewestelijke ontvanger dit rechtvaardigt. De bepalingen van artikel 112 zijn van toepassing. § 3. De geneesheer van het bestuur Medische Expertise beoordeelt bij elk onderzoek of de gewestelijke ontvanger geschikt is om vijftig percent, zestig percent of tachtig percent van zijn normale prestaties te presteren. De gewestelijke ontvanger bedoeld in paragraaf 2 kan in de loop van een periode van verminderde prestaties om medische redenen een nieuw medisch onderzoek vragen aan het bestuur Medische Expertise om zijn arbeidsregeling aan te passen. § 4. De verminderde prestaties vermeld in paragraaf 1 worden elke dag geleverd, tenzij de geneesheer van het bestuur Medische Expertise anders beslist. De verminderde prestaties vermeld in paragraaf 2 worden geleverd volgens een verdeling van de prestaties over de volledige week, in overeenstemming met het advies van de geneesheer van het bestuur Medische Expertise. Art. 111.§ 1. De afwezigheden van de gewestelijke ontvanger als hij verminderde prestaties levert in toepassing van deze onderafdeling worden beschouwd als verlof. Dit verlof wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit. § 2. De gewestelijke ontvanger bedoeld in artikel 19, eerste lid, 1° en 2° krijgt de eerste drie maanden van zijn verminderde prestaties om medische redenen zijn volledige wedde. De gewestelijke ontvanger bedoeld in artikel 19, eerste lid, 2° krijgt vanaf de vierde maand de voor de verminderde prestaties verschuldigde wedde, verhoogd met zestig percent van de wedde die verschuldigd zou geweest zijn voor de niet-geleverde prestaties. § 3. Het verlof voor verminderde prestaties om medische redenen wordt geschorst van zodra de gewestelijke ontvanger een van de volgende verloven krijgt of afwezig is wegens een van de volgende redenen : 1° bevallingsverlof;2° vaderschapsverlof;3° opvangverlof met het oog op adoptie;4° ouderschapsverlof;5° verlof wegens loopbaanonderbreking. De toelating om verminderde prestaties om medische redenen te leveren wordt tijdelijk onderbroken bij afwezigheid wegens ziekte, een arbeidsongeval, een ongeval op weg van en naar het werk en een beroepsziekte. Art. 112.§ 1. De gewestelijke ontvanger die verminderde prestaties om medische redenen wenst te genieten heeft minstens vijf werkdagen voor het begin van de verminderde prestaties het advies van de geneesheer van het bestuur Medische Expertise gekregen. De gewestelijke ontvanger bedoeld in artikel 109, eerste lid, 1°, legt een medisch getuigschrift en een re-integratieplan, opgesteld door zijn behandelende arts, voor. De behandelende arts vermeldt in het re-integratieplan de vermoedelijke datum van volledige werkhervatting. De gewestelijke ontvanger bedoeld in artikel 109, eerste lid, 2°, legt een uitvoerig medisch verslag voor, opgesteld door een specialist. De geneesheer van het bestuur Medische Expertise beoordeelt de medische geschiktheid van de gewestelijke ontvanger om zijn werk te hervatten ten belope van vijftig percent, zestig percent of tachtig percent van zijn normale prestaties te presteren. Hij maakt zo snel mogelijk zijn schriftelijke bevindingen over aan de gewestelijke ontvanger, desgevallend na de behandelende arts vermeld in paragraaf 1 geraadpleegd te hebben. § 3. Nadat de geneesheer van het bestuur Medische Expertise zijn bevindingen in het kader van een aanvraag tot verminderde prestaties om medische redenen, zoals bedoeld in artikel 109, heeft overgemaakt, kan de gewestelijke ontvanger in onderling overleg met het bestuur Medische Expertise binnen de twee werkdagen na de overmaking van de bevindingen een arts-scheidsrechter aanstellen om het medisch geschil te beslechten. Als er geen akkoord bereikt kan worden binnen de twee werkdagen kan de gewestelijke ontvanger om het medisch geschil te beslechten een arts-scheidsrechter aanstellen die voldoet aan de bepalingen van de wet van 13 juni 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/1999 pub. 13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde type wet prom. 13/06/1999 pub. 12/01/2000 numac 1999015096 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet tot aanpassing aan de totstandkoming van de Europese Economische Ruimte van sommige wetten en besluiten ter uitvoering van verordeningen en richtlijnen van de instellingen van de Europese Gemeenschappen type wet prom. 13/06/1999 pub. 12/01/2000 numac 1999015095 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet tot aanpassing aan de totstandkoming van de Europese Economische Ruimte van sommige wetten en besluiten ter uitvoering van verordeningen en richtlijnen van de instellingen van de Europese Gemeenschappen sluiten betreffende de controlegeneeskunde en vermeldt staat op de lijst opgesteld in uitvoering van de voormelde wet. De arts-scheidsrechter voert het medisch onderzoek uit en beslecht het medisch geschil binnen 3 werkdagen na zijn aanwijzing. Elke andere vaststelling valt onder het beroepsgeheim. De kosten van deze procedure en de eventuele verplaatsingskosten van de gewestelijke ontvanger zijn ten laste van de partij die in het ongelijk wordt gesteld. De arts-scheidsrechter brengt zijn beslissing ter kennis van de persoon die het medisch getuigschrift heeft afgeleverd en van de geneesheer van het bestuur Medische Expertise. Het bestuur Medische Expertise en de gewestelijke ontvanger worden onmiddellijk per aangetekend schrijven op de hoogte gebracht door de arts-scheidsrechter. Art. 113.Indien het bestuur Medische Expertise van mening is dat een gewestelijke ontvanger die afwezig is wegens ziekte in staat is zijn functies te hervatten aan vijftig percent, zestig percent of tachtig percent van zijn normale prestaties, deelt het dit mee aan de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris, die de gewestelijke ontvanger verzoekt het werk te hervatten. Onderafdeling 15. - Dienstvrijstelling wegens preventief geneeskundig onderzoek Art. 114.De gewestelijke ontvanger in dienstactiviteit krijgt op eigen aanvraag een dienstvrijstelling om een onderzoek te ondergaan voor het opsporen van kanker, glaucoom, diabetes, aids, hart- en vaataandoeningen en osteoporose. De vrijstelling wordt toegekend voor de duur van het onderzoek, met inbegrip van de tijd om zich naar het onderzoek te begeven en ervan terug te keren, met een maximum van een halve dag per onderzoek en per kalenderjaar. De gewestelijke ontvanger levert alle nuttige bewijzen die aantonen dat het onderzoek werkelijk heeft plaatsgevonden. Onderafdeling 16. - Profylactisch verlof Art. 115.De aandoeningen die aanleiding geven tot profylactisch verlof staan vermeld in artikel 239, paragraaf 1, 1° van het koninklijk besluit tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. De duur van het profylactisch verlof wordt als volgt vastgelegd: 1° difterie : 7 dagen als de betrokkene geen kiemdrager is 2° epidemische encephalitis : 17 dagen;3° tyfus en paratyfus : 12 dagen;4° meningitis cerebrospinalis : 9 dagen;5° malleus : 12 dagen;6° poliomyelitis : 17 dagen;7° roodvonk : 10 dagen;8° pokken : 18 dagen. Art. 116.§ 1. De gewestelijke ontvanger die risico loopt op een beroepsziekte of een ernstige besmettelijke ziekte en die, overeenkomstig de regels van de volksgezondheid, tijdelijk zijn ambt moet neerleggen, wordt ambtshalve op verlof gesteld voor de noodzakelijke duur. § 2. Het medisch getuigschrift vermeldt de exacte aard van de aandoening en vermeldt of de gewestelijke ontvanger zich al dan niet naar zijn dienst kan begeven. Art. 117.Het verlof wordt gelijkgesteld met dienstanciënniteit. Onderafdeling 17. - Verlof wegens loopbaanonderbreking Art. 118.De gewestelijke ontvanger kan zijn loopbaan voor een duur van één maand, eventueel verlengbaar met één maand, volledig onderbreken, teneinde palliatieve zorg te verstrekken aan een persoon krachtens de bepalingen van artikels 100bis en 102bis van de herstel wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/01/1985 pub. 12/08/2013 numac 2013000511 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Herstelwet houdende sociale bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende sociale bepalingen. Onder palliatieve zorg wordt verstaan elke vorm van bijstand en inzonderheid medische, sociale, administratieve en psychologische bijstand en verzorging van personen die lijden aan een ongeneeslijke ziekte en die zich in een terminale fase bevinden. De gewestelijke ontvanger die om deze reden zijn loopbaan wil onderbreken brengt de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris hiervan op de hoogte. Hij voegt bij deze mededeling het aanvraagformulier waarvan model en inhoud bepaald worden door het Beheerscomité van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, alsmede een attest afgeleverd door de behandelende geneesheer van de persoon die palliatieve zorg behoeft, waaruit blijkt dat de gewestelijke ontvanger verklaard heeft dat hij bereid is palliatieve zorgen te verstrekken, zonder dat de identiteit van de patiënt wordt vermeld. De onderbreking neemt een aanvang op de eerste dag van de week volgend op de week waarin voornoemde mededeling gebeurde. Art. 119.De gewestelijke ontvanger kan zijn loopbaan volledig onderbreken krachtens artikels 100 van de herstel wet van 22 januari 1985Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/01/1985 pub. 12/08/2013 numac 2013000511 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Herstelwet houdende sociale bepalingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende sociale bepalingen voor de bijstand aan of de verzorging van een gezins- of familielid tot in de tweede graad dat aan een ernstige ziekte lijdt, per al dan niet opeenvolgende periodes van minstens één maand en maximum drie maanden. De periodes waarin de gewestelijke ontvanger zijn loopbaan volledig onderbreekt mogen in totaal twaalf maanden per patiënt tijdens de loopbaan niet overschrijden. Voor de toepassing van dit artikel wordt als gezinslid beschouwd, elke persoon die met de gewestelijke ontvanger samenwoont en als familielid zowel de bloed- als de aanverwanten. Onder ernstige ziekte dient elke ziekte of medische interventie te worden verstaan die als dusdanig wordt beschouwd door de behandelende geneesheer en waarvoor laatstgenoemde van mening is dat elke vorm van maatschappelijke, gezins- of mentale bijstand voor het herstel noodzakelijk is. De gewestelijke ontvanger die zijn loopbaan wil onderbreken voor de bijstand aan of de verzorging van een gezins- of familielid dat aan een ernstige ziekte lijdt, brengt de gouverneur of de afgevaardigde arrondissementscommissaris hiervan op de hoogte. Hij voegt bij deze mededeling een attest van de behandelend geneesheer van het gezins- of familielid dat ernstig ziek is en waarin gesteld wordt dat de gewestelijke ontvanger zich bereid heeft verklaard de ernstig zieke persoon bij te staan of te verzorgen. De onderbreking neemt een aanvang op de eerste dag van de week volgend op de week waarin voornoemde mededeling gebeurde. In geval van ernstige ziekte van een kind van maximaal zestien jaar dat uitsluitend of hoofdzakelijk ten laste is van de gewestelijke ontvanger in de zin van artikel 1 van de wet van 20 juli 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/1971 pub. 19/08/2009 numac 2009000536 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van gewaarborgde gezinsbijslag. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot instelling van gewaarborgde gezinsbijslag, worden de volledige en gedeeltelijke loopbaanonderbreking verlengd tot respectievelijk vierentwintig maanden en achtenveertig maanden als de gewestelijke ontvanger alleenstaand is. De loopbaanonderbreking kan enkel worden opgenomen per al dan niet opeenvolgende periodes van minstens één maand en maximum drie maanden. Wordt beschouwd als alleenstaand in de zin van dit artikel: de gewestelijke ontvanger die uitsluitend en daadwerkelijk met een of meerdere van zijn kinderen samenwoont. Indien lid 7 van toepassing is, levert de gewestelijke ontvanger daarnaast het bewijs van zijn gezinssamenstelling via een attest afgeleverd door de gemeentelijke overheid, waaruit blijkt dat de gewestelijke ontvanger op het ogenblik van de aanvraag uitsluitend en daadwerkelijk met een of meerdere van zijn kinderen samenwoont. Voor elke verlenging van een periode van volledige loopbaanonderbreking volgt de gewestelijke ontvanger opnieuw dezelfde procedure en dient hij opnieuw de op grond van dit artikel vereiste attesten in. Art. 120.Indien de gewestelijke ontvanger geen recht heeft op onderbrekingsuitkeringen als gevolg van een beslissing van de directeur van het werkloosheidsbureau of afziet van deze uitkeringen, wordt de loopbaanonderbreking omgezet in non-activiteit. Het eerste lid geldt niet voor gewestelijke ontvangers die afzien van de onderbrekingsuitkeringen omdat deze niet verenigbaar zijn met het genot van een pensioen. Het is evenmin van toepassing op gewestelijke ontvangers die het recht op onderbrekingsuitkeringen verloren hebben omdat ze de termijn van twaalf maanden zelfstandige activiteit overschreden hebben. Art. 121.Het verlof wegens loopbaanonderbreking is onbezoldigd en wordt voor het overige gelijkgesteld met dienstactiviteit. Art. 122.De gewestelijke ontvanger kan geen verlof om dwingende redenen van familiaal belang krijgen tijdens een periode van gedeeltelijke loopbaanonderbreking. Art. 123.De gewestelijke ontvanger kan op zijn verzoek zijn ambt opnieuw opnemen voor het einde van de periode van loopbaanonderbreking, mits een opzeggingstermijn van twee maanden die per aangetekend schrijven meegedeeld wordt aan de gouverneur, tenzij deze een kortere termijn aanvaardt. Onderafdeling 18. - Burgerschapsverlof Art. 124.De gewestelijke ontvanger heeft recht op politiek verlof om een politiek mandaat of een functie die ermee gelijkgesteld kan worden uit te oefenen in de gevallen en volgens de modaliteiten vastgelegd in artikels 125 tot 132. Art. 125.Onder politiek verlof om een politiek mandaat of een functie die ermee gelijkgesteld kan worden uit te oefenen, moet verstaan worden : 1° ofwel een dienstvrijstelling die geen enkele invloed heeft op de administratieve en geldelijke toestand van de gewestelijke ontvanger;2° ofwel een facultatief politiek verlof toegekend op vraag van de gewestelijke ontvanger;3° ofwel een ambtshalve politiek verlof waarvan de gewestelijke ontvanger niet kan afzien. Art. 126.Op verzoek van de gewestelijke ontvanger wordt binnen de hierna bepaalde perken dienstvrijstelling verleend voor de uitoefening van de volgende politieke mandaten : 1° gemeenteraadslid, als de gewestelijke ontvanger geen burgemeester of schepen is : twee dagen per maand;2° lid van een OCMW-raad zonder voorzitter te zijn: twee dagen per maand;3° lid van het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap, zonder voorzitter te zijn: twee dagen per maand;4° provincieraadslid als de gewestelijke ontvanger geen lid van het provinciecollege is: twee dagen per maand;5° lid van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, de Franse Gemeenschapscommissie of de Vlaamse Gemeenschapscommissie zonder voorzitter te zijn: een halve dag per maand. De dienstvrijstelling wordt opgenomen naar goeddunken van de gewestelijke ontvanger. Ze mag niet worden overgedragen naar een andere maand, behalve als ze wordt toegekend voor de uitoefening van het mandaat van provincieraadslid. Art. 127.Op verzoek van de gewestelijke ontvanger wordt binnen de hierna bepaalde perken facultatief politiek verlof met de vermelde duur verleend voor de uitoefening van de volgende politieke mandaten : 1° gemeenteraadslid, als de gewestelijke ontvanger geen burgemeester of schepen is, van een gemeente met :
  29. a)tot 80.000 inwoners : twee dagen per maand;
  30. b)meer dan 80.000 inwoners : vier dagen per maand; 2° lid van een OCMW-raad, als de gewestelijke ontvanger geen voorzitter of lid van het permanent bureau is, van een gemeente met :
  31. a)tot 80.000 inwoners : twee dagen per maand;
  32. b)meer dan 80.000 inwoners : vier dagen per maand; 3° schepen of voorzitter van de OCMW-raad van een gemeente met :
  33. a)tot 30.000 inwoners : vier dagen per maand;
  34. b)tussen 30.001 en 50.000 inwoners : een vierde van een voltijdse betrekking;
  35. c)tussen 50.001 en 80.000 inwoners : de helft van een voltijdse betrekking; 4° burgemeester van een gemeente met :
  36. a)tot 30.000 inwoners : een vierde van een voltijdse betrekking;
  37. b)tus

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.