← België

Wet tot wijziging van de benaming van de Rijksdienst voor Pensioenen in Federale Pensioendienst, tot integratie van de bevoegdheden en het personeel v

Kort samengevat

Deze wet wijzigt de naam van de Rijksdienst voor Pensioenen naar Federale Pensioendienst en integreert diverse pensioendiensten en hun personeel om de pensioenregelingen te centraliseren. Het doel is om de toekenning, betaling, inning en het beheer van pensioenen voor werknemers en ambtenaren te stroomlijnen.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
18 MAART 2016. - Wet tot wijziging van de benaming van de Rijksdienst voor Pensioenen in Federale Pensioendienst, tot integratie van de bevoegdheden en het personeel van de Pensioendienst voor de Overheidssector, van de opdrachten "Pensioenen" van de lokale en provinciale sectoren van de Dienst voor de Bijzondere socialezekerheidsstelsels en van HR Rail en tot overname van de gemeenschappelijke sociale dienst van de Dienst voor de Bijzondere socialezekerheidsstelsels (1) FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtingen hetgeen volgt : TITEL 1. - Algemene bepaling en definities Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. Art. 2.Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder : 1° het koninklijk besluit nr.50 : het koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers; 2° het koninklijk besluit nr.72 : het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen; 3° de wet van 12 januari 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België sluiten4 : de wet van 12 januari 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België sluiten4 tot oprichting van de "Pensioendienst voor de Overheidssector";4° de Dienst : de Federale Pensioendienst bedoeld in artikel 40 van het koninklijk besluit nr.50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers; 5° de PDOS : de Pensioendienst voor de Overheidssector opgericht door de wet van 12 januari 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België sluiten4 tot oprichting van de "Pensioendienst voor de Overheidssector";6° de DIBISS : de Dienst voor de bijzondere socialezekerheidsstelsels bedoeld in artikel 3 van de wet van 12 mei 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022201 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022200 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de betwistingen over de inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 04/04/2014 numac 2014000219 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten1 tot oprichting van de Dienst voor de bijzondere socialezekerheidsstelsels;7° HR Rail : de naamloze vennootschap van publiek recht HR Rail bedoeld in artikel 22 van de wet van 23 juli 1926 betreffende de NMBS en het personeel van de Belgische Spoorwegen;8° het RSVZ : het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen bedoeld in artikel 21 van het koninklijk besluit nr.38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen; 9° de minister : de minister die de pensioenen van de werknemers en de overheidssector onder zijn bevoegdheid heeft;10° de pensioenen van de overheidssector : a) de rust- en overlevingspensioenen ten laste van de Staatskas;b) de aanvullende voordelen inzake rustpensioen toegekend aan personen die werden aangesteld om een management- of staffunctie uit te oefenen in een overheidsdienst;c) de rust- en overlevingspensioenen en de als zodanig geldende voordelen toegekend aan de personeelsleden evenals aan de door de Koning of door de met benoemingsbevoegdheid beklede vergadering benoemde leden van de beheers-, bestuurs- en directieorganen : - van de provincies, de gemeenten, de agglomeraties van gemeenten, de federaties van gemeenten, de verenigingen van gemeenten, de gemeenschapscommissies, de OCMW's en de OCMW-verenigingen, evenals van de publieke instellingen die afhangen van één van deze overheden; - van de geïntegreerde politie; - de hulpverleningszones opgericht op basis van de wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België sluiten5 betreffende de civiele veiligheid; - van de instellingen waarop het koninklijk besluit nr. 117 van 27 februari 1935 tot vaststelling van het statuut der pensioenen van het personeel der zelfstandige openbare inrichtingen en der regieën ingesteld door de Staat, van toepassing is; - van de instellingen van openbaar nut waarop de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut, van toepassing is; - van de instellingen waarop de wet van 28 april 1958Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/1999 pub. 30/04/1999 numac 1999002040 bron ministerie van ambtenarenzaken Wet houdende diverse maatregelen inzake ambtenarenzaken sluiten8 betreffende het pensioen van het personeel van zekere organismen van openbaar nut alsmede van hun rechthebbenden, van toepassing is; - van de hiervoor niet bedoelde autonome overheidsbedrijven; - van de andere instellingen waarin de openbare machten een doorslaggevende rol spelen, ongeacht de juridische vorm waarin zij werden opgericht; - van de hiervoor niet bedoelde publiekrechtelijke rechtspersonen die afhangen van de gemeenschappen of de gewesten; d) de rust- en overlevingspensioenen toegekend aan de leden van de bestendige deputatie, aan de burgemeesters en schepenen, evenals aan de mandatarissen van de agglomeraties, van de federaties van gemeenten, van de verenigingen van gemeenten, van de gemeenschapscommissies, van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en van de andere instellingen waarin de openbare machten een doorslaggevende rol spelen, ongeacht de juridische vorm waarin zij werden opgericht. Worden eveneens beschouwd als pensioenen van de overheidssector, alle bijkomende voordelen van de in a) tot en met d) bedoelde pensioenen; 11° vergoedingspensioenen en oorlogsrenten : a) de vergoedingspensioenen toegekend aan de militaire en ermee gelijkgestelde oorlogsslachtoffers evenals de vergoedingspensioenen van vredestijd;b) de frontstrepen- en gevangenschapsstrepenrenten van de oorlog 1914-1918, de strijders- en gevangenschapsrenten, de mobilisatierenten en de renten voor de verplicht ingelijfden bij het Duitse leger;c) de renten verbonden aan de nationale ordes;d) de pensioenen en de renten toegekend aan de rechthebbenden van de begunstigden van een in a) en b) bedoeld pensioen of rente. TITEL 2. - Naamswijziging van de Rijksdienst voor Pensioenen in Federale Pensioendienst Art. 3.De Rijksdienst voor Pensioenen opgericht door artikel 40 van het koninklijk besluit nr. 50 heeft voortaan de benaming "Federale Pensioendienst", verkort de FPD. TITEL 3. - Opdrachten van de Dienst HOOFDSTUK 1. - Opdrachten behorend tot de Rijksdienst voor Pensioenen die de Federale Pensioendienst is geworden Afdeling 1. - Toekenningsopdrachten Art. 4.De Dienst is belast met de toekenning van het recht : 1° op het rustpensioen van de werknemers;2° op het overlevingspensioen van de werknemers;3° op de overgangsuitkering van de werknemers;4° op de inkomensgarantie voor ouderen;5° op de bijkomende voordelen bij de uitkeringen bedoeld in 1° tot en met 4°. Afdeling 2. - Betalingsopdrachten Art. 5.De Dienst is belast met de betaling : 1° van het rustpensioen, het overlevingspensioen en de overgangsuitkering van de werknemers;2° van het voorwaardelijk en onvoorwaardelijk rustpensioen, het voorwaardelijk en onvoorwaardelijk overlevingspensioen en de overgangsuitkering van de zelfstandigen;3° van het gewaarborgd inkomen voor bejaarden en de inkomensgarantie voor ouderen;4° van de aanvullende tegemoetkoming, de tegemoetkoming ter aanvulling van het gewaarborgd inkomen voor bejaarden en de bijhorende tegemoetkoming voor hulp van derden in het stelsel van de tegemoetkomingen aan personen met een handicap;5° van de ouderdomsrente en de weduwerente;6° van de bijkomende voordelen bij de uitkeringen bedoeld in 1° tot en met 3°. Afdeling 3. - Inningsopdracht Art. 6.De Dienst is belast met de inning en het beheer van de opbrengst van de inhouding bedoeld in artikel 191, eerste lid, 7° van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994. Afdeling 4. - Conceptie-, studie- en informatieopdrachten Art. 7.De Dienst heeft tot opdracht : 1° het uitbrengen van adviezen en het uitvoeren van juridische, statistische, actuariële, budgettaire, technische en informaticastudies die betrekking hebben op de reglementering inzake de toekenning van de werknemerspensioenen en van de inkomensgarantie voor ouderen, op vraag van de minister, op vraag van het Beheerscomité van de Dienst, bedoeld in artikel 34, op vraag van het Kenniscentrum opgericht door de wet van 21 mei 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022201 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022200 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de betwistingen over de inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 04/04/2014 numac 2014000219 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten3 tot oprichting van een Nationaal Pensioencomité, een Kenniscentrum en een Academische Raad of uit eigen initiatief;2° het uitbrengen van adviezen en het uitvoeren van juridische, statistische, budgettaire, technische en informaticastudies die betrekking hebben op het beheer van de betaling van de uitkeringen bedoeld in artikel 5, op vraag van de minister, op vraag van het Beheerscomité van de Dienst, bedoeld in artikel 34, op vraag van het Algemeen beheerscomité voor het sociaal statuut der zelfstandigen, op vraag van het Kenniscentrum opgericht door de voormelde wet van 21 mei 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022201 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022200 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de betwistingen over de inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 04/04/2014 numac 2014000219 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten3, op vraag van het RSVZ, of uit eigen initiatief;3° het opstellen van voorontwerpen van wet en van ontwerpen van koninklijk besluit en van ministerieel besluit, met inbegrip van het omzetten van de internationale reglementering in Belgisch recht, op vraag van de minister of uit eigen initiatief;4° het uitvoeren van elke taak die hem wordt toevertrouwd door de minister. Art. 8.De Dienst informeert, uit eigen initiatief of op vraag, de burgers en de betrokken socio-economische en professionele middens, naargelang het geval : 1° over hun (toekomstige) rechten op de uitkeringen bedoeld in artikel 4;2° over de betaling van de uitkeringen bedoeld in artikel 5;3° over de inhoud van de reglementering inzake de uitkeringen bedoeld in artikel 4;4° over de statistische en actuariële gegevens inzake werknemerspensioenen. Afdeling 5. - Opdrachten betreffende de aanvullende pensioenen van werknemers Art. 9.De Dienst heeft tot opdracht de opbouw en het beheer van de buitenwettelijke voordelen overeenkomstig artikel 22, § 2 van de wet van 12 juli 1957Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België sluiten7 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor bedienden. HOOFDSTUK 2. - Opdrachten behorend tot de Pensioendienst voor de Overheidssector en overgedragen aan de Federale Pensioendienst Afdeling 1. - Overdracht van opdrachten Art. 10.De opdrachten toevertrouwd aan de PDOS krachtens de wet van 12 januari 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/02/1998 pub. 03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom. 22/02/1998 pub. 28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België sluiten4 en opgesomd in de artikelen 11 tot en met 16 worden overgedragen aan de Dienst. Afdeling 2 Opdrachten inzake de pensioenen van de overheidssector Onderafdeling 1. - Conceptie- en studieopdrachten Art. 11.De Dienst heeft tot opdracht : 1° de conceptie, de voorbereiding en de ondersteuning van het beleid. Wat betreft de pensioenen toegekend aan de gewezen personeelsleden evenals aan de gewezen leden van de beheers-, bestuurs- en directieorganen van de publiekrechtelijke rechtspersonen die afhangen van de gemeenschappen of de gewesten, is deze opdracht evenwel beperkt tot de materies die behoren tot de bevoegdheid van de federale overheid. De Dienst kan, op vraag van de minister, op vraag van het gemeenschappelijk comité voor alle overheidsdiensten bedoeld in artikel 3, § 1, 3°, van de wet van 19 december 1974Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/01/1999 pub. 06/02/1999 numac 1999021025 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom. 25/01/1999 pub. 19/02/1999 numac 1999003046 bron ministerie van financien Wet houdende wijziging van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen overeenkomstig de richtlijn nr. 93/89/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen sluiten6 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel, op vraag van het Kenniscentrum opgericht door de voormelde wet van 21 mei 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022201 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022200 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de betwistingen over de inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 04/04/2014 numac 2014000219 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten3, of uit eigen initiatief, juridische, statistische, actuariële, budgettaire, technische en informaticastudies uitvoeren die betrekking hebben op de wetgeving en de reglementering inzake de pensioenen van de overheidssector. De Dienst kan, op vraag van de minister, op vraag van het Beheerscomité van de Dienst, bedoeld in artikel 34, op vraag van het gemeenschappelijk comité voor alle overheidsdiensten bedoeld in artikel 3, § 1, 3°, van de voormelde wet van 19 december 1974Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/01/1999 pub. 06/02/1999 numac 1999021025 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom. 25/01/1999 pub. 19/02/1999 numac 1999003046 bron ministerie van financien Wet houdende wijziging van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen overeenkomstig de richtlijn nr. 93/89/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen sluiten6, op vraag van het Kenniscentrum opgericht door de voormelde wet van 21 mei 2015Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022201 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022200 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de betwistingen over de inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 04/04/2014 numac 2014000219 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten3, of uit eigen initiatief, juridische, statistische, actuariële, budgettaire, technische en informaticastudies uitvoeren die betrekking hebben op het beheer van de betaling van de prestaties bedoeld in artikel 13, 1° en 5° ; 2° het opstellen van voorontwerpen van wet of van ontwerpen van koninklijk besluit en de reglementering met inbegrip van de omzetting van de internationale reglementering in het Belgisch recht;3° elke opdracht uit te voeren die hem wordt toevertrouwd door de minister, meer bepaald om de naleving en de eenvormige toepassing van de wetgeving en de reglementering inzake de pensioenen van de overheidssector te verzekeren.Te dien einde kan de Dienst meer bepaald gemachtigd worden de wettigheid en het bedrag van de pensioenen van de overheidssector te controleren die toegekend worden door andere pensioenbeheersinstellingen dan hem; 4° adviezen uit te brengen over elke vraag met betrekking tot de pensioenen van de overheidssector of een categorie ervan. Onderafdeling 2. - Financiële opdrachten Art. 12.De Dienst heeft tot opdracht : 1° de ontvangsten verbonden aan zijn opdrachten te innen;2° voor elke sociaal verzekerde de in zijn naam gestorte bijdragen individueel te controleren. Onderafdeling 3. - Uitvoerende opdrachten Art. 13.De Dienst heeft tot opdracht : 1° het recht vast te stellen op : a) de rust- en overlevingspensioenen, de renten en de vergoedingen ten laste van de Staatskas;b) de rust- en overlevingspensioenen : - ten laste van het pensioenstelsel ingesteld bij de wet van 28 april 1958Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/1999 pub. 30/04/1999 numac 1999002040 bron ministerie van ambtenarenzaken Wet houdende diverse maatregelen inzake ambtenarenzaken sluiten8 betreffende het pensioen van het personeel van zekere organismen van openbaar nut alsmede van hun rechthebbenden; - ten laste van het Gesolidariseerde pensioenfonds van de provinciale en plaatselijke besturen bedoeld in artikel 3, 5), van de wet van 24 oktober 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/01/1999 pub. 06/02/1999 numac 1999021025 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom. 25/01/1999 pub. 19/02/1999 numac 1999003046 bron ministerie van financien Wet houdende wijziging van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen overeenkomstig de richtlijn nr. 93/89/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen sluiten2 tot vrijwaring van een duurzame financiering van de pensioenen van de vastbenoemde personeelsleden van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten en van de lokale politiezones, tot wijziging van de wet van 6 mei 2002 tot oprichting van het fonds voor de pensioenen van de geïntegreerde politie en houdende bijzondere bepalingen inzake sociale zekerheid en houdende diverse wijzigingsbepalingen; - ten laste van het Fonds voor de pensioenen van de federale politie; - ten laste van de openbare machten of instellingen die, bij overeenkomst, het beheer van hun pensioenen aan de Dienst toevertrouwd hebben en ten laste van de openbare machten of instellingen die een overeenkomst inzake hun pensioenplan afgesloten hebben met een voorzorgsinstelling die het beheer van deze pensioenen in onderaanneming toevertrouwd heeft aan de Dienst. De Dienst legt de ontwerpbeslissing betreffende de toekenning van deze voordelen ter goedkeuring voor aan de betrokken openbare macht of instelling. 2° het bedrag te bepalen van de in 1° bedoelde pensioenen, renten en vergoedingen;3° het beheer en de opvolging te verzekeren van de in 1° bedoelde pensioenen, renten en vergoedingen;4° de in 1° bedoelde prestaties uitbetalen, wanneer de voorwaarden vervuld zijn waaraan de betaling van deze prestaties onderworpen is;5° de renten toegekend tot vergoeding van de schade voortvloeiend uit arbeidsongevallen, ongevallen op de weg naar en van het werk en beroepsziekten ten laste van de Staatskas, uitbetalen;6° voor rekening van de federale overheid de vorderingen tot indeplaatsstelling of inzake burgerlijke aansprakelijkheid te voeren tegen de personen die verantwoordelijk zijn voor het ongeval of de beroepsziekte, indien het renten ten laste van de Staatskas betreft, toegekend aan personeelsleden waarvan de bezoldiging niet ten laste is van de Staatskas, of aan hun rechthebbenden. Afdeling 3. - Opdrachten inzake de vergoedingspensioenen en de oorlogsrenten Onderafdeling 1. - Conceptie- en studieopdrachten Art. 14.De Dienst heeft tot opdracht : 1° de conceptie, de voorbereiding en de ondersteuning van het beleid. De Dienst kan, op verzoek van de minister of uit eigen initiatief, juridische, statistische, actuariële, budgettaire, technische en informaticastudies uitvoeren die betrekking hebben op de wetgeving en de reglementering inzake de vergoedingspensioenen en de oorlogsrenten. De Dienst kan, op vraag van de minister, op vraag van het Beheerscomité van de Dienst, bedoeld in artikel 34, of uit eigen initiatief, juridische, statistische, actuariële, budgettaire, technische en informaticastudies uitvoeren die betrekking hebben op het beheer van de betaling van de prestaties bedoeld in artikel 15, 1° ; 2° het opstellen van voorontwerpen van wet of van ontwerpen van koninklijk besluit en de reglementering;3° advies uit te brengen over elke vraag met betrekking tot de vergoedingspensioenen en de oorlogsrenten. Onderafdeling 2. - Uitvoerende opdrachten Art. 15.De Dienst heeft tot opdracht : 1° het recht vast te stellen op de vergoedingspensioenen en de oorlogsrenten;2° het bedrag vast te stellen van de in 1° bedoelde pensioenen en renten;3° het beheer en de opvolging te verzekeren van de in 1° bedoelde pensioenen en renten;4° de in 1° bedoelde prestaties uitbetalen, wanneer de voorwaarden vervuld zijn waaraan de betaling van deze prestaties onderworpen is. Afdeling 4. - Informatieopdrachten Art. 16.De Dienst informeert het publiek en geïnteresseerde socio-economische en professionele middens over, naargelang het geval : 1° over hun (toekomstige) rechten op de uitkeringen inzake de pensioenen van de overheidssector en de vergoedingspensioenen en de oorlogsrenten;2° de inhoud van de wetgeving en de reglementering inzake de pensioenen van de overheidssector;3° de inhoud van de wetgeving en de reglementering inzake de vergoedingspensioenen en de oorlogsrenten;4° de statistische en actuariële gegevens inzake de pensioenen van de overheidssector, meer bepaald via een jaarverslag. HOOFDSTUK 3. - Opdrachten behorend tot de Dienst voor de Bijzondere Socialezekerheidsstelsels en overgedragen aan de Federale Pensioendienst Afdeling 1. - Overdracht van opdrachten Art. 17.De opdrachten inzake pensioenen toevertrouwd aan de DIBISS krachtens de wet van 12 mei 2014Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022201 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022200 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de betwistingen over de inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 04/04/2014 numac 2014000219 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten1 tot oprichting van de Dienst voor de bijzondere socialezekerheidsstelsels en opgesomd in de artikelen 18 tot en met 26, worden overgedragen aan de Dienst. Afdeling 2. - Opdrachten inzake de pensioenen van de statutaire personeelsleden Art. 18.De Dienst wordt belast met de toepassing van de wet van 24 oktober 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/01/1999 pub. 06/02/1999 numac 1999021025 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom. 25/01/1999 pub. 19/02/1999 numac 1999003046 bron ministerie van financien Wet houdende wijziging van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen overeenkomstig de richtlijn nr. 93/89/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen sluiten2 tot vrijwaring van een duurzame financiering van de pensioenen van de vastbenoemde personeelsleden van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten en van de lokale politiezones, tot wijziging van de wet van 6 mei 2002 tot oprichting van het fonds voor de pensioenen van de geïntegreerde politie en houdende bijzondere bepalingen inzake sociale zekerheid en houdende diverse wijzigingsbepalingen, met uitzondering van de taken van de inning en invordering bedoeld in de artikelen 5/1, 12° en 5/2, § 1 van de wet van 27 juni 1969Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/1999 pub. 30/04/1999 numac 1999002040 bron ministerie van ambtenarenzaken Wet houdende diverse maatregelen inzake ambtenarenzaken sluiten5 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. Afdeling 3. - Gemeenschappelijke sociale dienst van de provinciale en lokale besturen Art. 19.§ 1. De provinciale en plaatselijke besturen kunnen zich vrijwillig bij de Gemeenschappelijke sociale dienst van de provinciale en plaatselijke besturen aansluiten. De modaliteiten voor de indiening van de aanvraag worden vastgesteld door het Beheerscomité van de Gemeenschappelijke sociale dienst bedoeld in artikel 51. De aanvraag moet vergezeld zijn van een beraadslaging van de bevoegde overheden die door de toezichthoudende overheid goedgekeurd werd. De aansluiting vat aan op de eerste dag van het kwartaal volgend op de maand waarin de aanvraag tot aansluiting werd ingediend. Op het einde van ieder jaar kunnen de aangesloten besturen een einde stellen aan hun vrijwillige aansluiting. De aanvraag tot de beëindiging van de aansluiting, die enkel via elektronische weg kan worden ingediend, heeft uitwerking met ingang van 31 december van het kalenderjaar op voorwaarde dat deze uiterlijk op 30 september werd ingediend. Indien dit niet het geval is, dan heeft de beëindiging van de aansluiting pas uitwerking met ingang van 31 december van het volgende jaar. § 2. Het Beheerscomité van de Gemeenschappelijke sociale dienst kan toestemming verlenen aan bepaalde publieke werkgevers die niet de hoedanigheid van provinciaal of plaatselijk bestuur hebben, om zich bij de Gemeenschappelijke sociale dienst aan te sluiten. De modaliteiten van de aansluiting en van de beëindiging ervan door de besturen bedoeld in het eerste lid, evenals de wijze waarop de verschuldigde bijdrage dient te worden gestort, worden vastgesteld door het Beheerscomité van de Gemeenschappelijke sociale dienst. § 3. De besturen die op 31 december 2016 aangesloten zijn bij de Gemeenschappelijke sociale dienst van de DIBISS, zijn, van rechtswege, aangesloten bij de Gemeenschappelijke sociale dienst van de provinciale en plaatselijke besturen vanaf 1 januari 2017. Hetzelfde geldt voor de besturen die een aanvraag hadden ingediend met het oog op een aansluiting bij de Gemeenschappelijke sociale dienst van de DIBISS op 1 januari 2017. Art. 20.§ 1. Ingevolge de aansluiting bedoeld in artikel 19 worden de personen die in aanmerking komen om tegemoetkomingen van de Gemeenschappelijke sociale dienst te genieten, onderverdeeld in rechtstreekse en onrechtstreekse begunstigden. § 2. De rechtstreekse begunstigden zijn : 1° de vastbenoemde personeelsleden en de stagiairs evenals de contractuele personeelsleden voor dewelke het aangesloten bestuur de werkgeversbijdrage bedoeld in artikel 23 betaalt;2° de personeelsleden bedoeld in 1° na hun oppensioenstelling;3° de contractuele personeelsleden bedoeld in 1° na hun oppensioenstelling. § 3. De onrechtstreekse begunstigden zijn : 1° de echtgenoot, de partner, de kinderen en de andere gezinsleden van een rechtstreekse begunstigde bedoeld in paragraaf 2 die onder hetzelfde dak wonen als deze laatste en die worden beschouwd als personen ten laste volgens de voorwaarden vastgesteld door het Beheerscomité van de Gemeenschappelijke sociale dienst;2° de niet-hertrouwde overlevende echtgenoot van een persoon die op het moment van zijn overlijden een rechtstreekse begunstigde was op voorwaarde dat zijn inkomen niet hoger is dan een bedrag vastgesteld door het Beheerscomité van de Gemeenschappelijke sociale dienst;3° de wezen van een persoon die op het moment van zijn overlijden een rechtstreekse begunstigde was, zolang zij kinderbijslag ontvangen;4° de ascendenten van een persoon die op het moment van zijn overlijden een rechtstreekse begunstigde was en die beantwoordt aan de voorwaarden vastgesteld door het Beheerscomité van de Gemeenschappelijke sociale dienst;5° indien de aanvraag tot aansluiting dit vermeldt, kan de hoedanigheid van begunstigde, mits het met redenen omkleed akkoord van het Beheerscomité van de Gemeenschappelijke sociale dienst, onder bepaalde voorwaarden worden toegekend aan personeelsleden van een bestuur waarvan sprake in artikel 19 die reeds gepensioneerd zijn op de datum waarop dit bestuur zich aansluit. § 4. De rechtstreekse begunstigden bedoeld in paragraaf 2, 2° en 3° en alle onrechtstreekse begunstigden bedoeld in paragraaf 3 die zich in het buitenland vestigen, verliezen het voordeel van de tegemoetkomingen van de Gemeenschappelijke sociale dienst. Bij hun definitieve terugkeer naar België kunnen de begunstigden die het voordeel van de tegemoetkomingen van de Gemeenschappelijke sociale dienst verloren waren met toepassing van het eerste lid, opnieuw aanspraak maken op deze tegemoetkomingen. Art. 21.De gemeenschappelijke diensten die door de Gemeenschappelijke sociale dienst worden aangeboden, bestaan uit : 1° algemene of gepersonaliseerde informatie inzake diverse sociale aangelegenheden die ter beschikking wordt gesteld van de aangesloten besturen en de begunstigden;2° advies aan of begeleiding van de begunstigden bij bepaalde stappen in hun professionele of hun privéleven;3° bepaalde premies ter gelegenheid van gebeurtenissen in het professionele of het privéleven;4° bepaalde tegemoetkomingen en voordelen voor de begunstigden in geval van ziekte, tegenspoed, familiale tegenslag of andere uitzonderlijke en onvoorziene omstandigheden;5° de toegang tot de collectieve hospitalisatieverzekeringsovereenkomst van de provinciale en plaatselijke besturen;6° de toegang tot vakantieverblijven. Art. 22.Het Beheerscomité van de Gemeenschappelijke sociale dienst bepaalt de premies, tegemoetkomingen en voordelen die aan de begunstigden kunnen worden toegekend krachtens artikel 21, 3° en 4°, evenals de modaliteiten voor de indiening van aanvragen. Het legt de regels vast waarvan de toekenning van de premies, tegemoetkomingen en voordelen afhankelijk is. Het reglement dat deze regels bevat wordt goedgekeurd door de minister. Hij kan : 1° de toekenning van tegemoetkomingen en voordelen afhankelijk maken van een voorafgaand sociaal onderzoek of van een inkomensvoorwaarde.2° de duur van de toekenning van de tegemoetkoming of het voordeel beperken in de tijd.3° de categorieën van begunstigden uitbreiden. De steun van de Gemeenschappelijke sociale dienst mag niet de steun vervangen die onder de wettelijke bevoegdheid van andere instellingen valt. Zijn steun is steeds aanvullend en suppletoir. Art. 23.De werkgevers die zich bij de Gemeenschappelijke sociale dienst aansluiten, dienen een werkgeversbijdrage te betalen voor alle vastbenoemde personeelsleden en stagiairs, alsook voor de personeelsleden die zijn aangeworven in het kader van een arbeidsovereenkomst, met uitzondering van studentenovereenkomsten, die een activiteitswedde of wachtvergoeding ten laste van de aangesloten werkgever genieten, met uitzondering van het onderwijzend personeel met een weddetoelage. De werkgeversbijdrage is verschuldigd vanaf de dag waarop de aansluiting bij de Gemeenschappelijke sociale dienst een aanvang neemt tot de dag waarop het eventuele ontslag uitwerking heeft. Art. 24.§ 1. Het speciaal reservefonds van de Gemeenschappelijke sociale dienst bedoeld in artikel 4bis van het koninklijk besluit van 25 mei 1972 tot oprichting van een gemeenschappelijke sociale dienst ten behoeve van het personeel van de gemeenten, de openbare instellingen die er van afhangen en de verenigingen van gemeenten wordt gestijfd met : 1° het eventuele overschot van de werkgeversbijdragen;2° de bijdrageverhogingen en de verwijlinteresten die eventueel op deze bijdragen worden toegepast;3° de interesten opgebracht door dit reservefonds en door de werkgeversbijdragen. § 2. Het speciaal reservefonds van de Gemeenschappelijke sociale dienst wordt aangewend voor de uitkering van tegemoetkomingen : 1° bij wijze van voorschot, in afwachting dat de bijdragen worden geïnd;2° wanneer het bedrag van de bij de afsluiting van het boekjaar ontvangen werkgeversbijdragen ontoereikend is. Art. 25.Het Beheerscomité van de Gemeenschappelijke sociale dienst kan op met redenen omkleed voorstel beslissen om een beroep te doen op het speciaal reservefonds om uitzonderlijke noden van de Gemeenschappelijke sociale dienst te financieren. Art. 26.Elk kwartaal wordt een verslag betreffende het dagelijks beheer van de Gemeenschappelijke sociale dienst aan het Beheerscomité van de Gemeenschappelijke sociale dienst voorgelegd. Dit verslag wordt opgesteld door de persoon die belast is met het dagelijks beheer van de Dienst, zijn adjunct of zijn vertegenwoordiger. Afdeling 4. - Overdracht van bepaalde fondsen Art. 27.De hierna vermelde fondsen worden omgezet in de fondsen van de Dienst en behouden hun bestemming. Hun actief op 31 december 2016 wordt overgedragen aan de Dienst : 1° het reservefonds van het gemeenschappelijk pensioenstelsel van de plaatselijke overheden bedoeld in artikel 4, § 2, van de voormelde wet van 24 oktober 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/01/1999 pub. 06/02/1999 numac 1999021025 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom. 25/01/1999 pub. 19/02/1999 numac 1999003046 bron ministerie van financien Wet houdende wijziging van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen overeenkomstig de richtlijn nr. 93/89/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen sluiten2;2° het fonds voor de amortisatie van de verhoging van de pensioenbijdragevoeten bedoeld in artikel 4, § 3 van de voormelde wet van 24 oktober 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/01/1999 pub. 06/02/1999 numac 1999021025 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom. 25/01/1999 pub. 19/02/1999 numac 1999003046 bron ministerie van financien Wet houdende wijziging van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen overeenkomstig de richtlijn nr. 93/89/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen sluiten2;3° het speciaal reservefonds bedoeld in artikel 4bis van het voormeld koninklijk besluit van 25 mei 1972. HOOFDSTUK 4. - Opdrachten behorend tot HR Rail en overgedragen aan de Federale Pensioendienst Art. 28.De opdrachten toevertrouwd aan HR Rail krachtens artikel 23, § 1, 5° en artikel 81, 8° van de wet van 23 juli 1926 betreffende de NMBS en het personeel van de Belgische Spoorwegen en opgesomd in artikel 29 worden overgedragen aan de Dienst. Art. 29.De Dienst is belast met de toekenning, de betaling en het beheer van de statutaire pensioenen op basis van artikel 159 van de programmawet van 27 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022201 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022200 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de betwistingen over de inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 04/04/2014 numac 2014000219 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten6 en overeenkomstig het koninklijk besluit van 28 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/12/2003 pub. 15/12/2003 numac 2003003554 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende overname door de Belgische Staat van de wettelijke pensioenverplichtingen van de naamloze vennootschap van publiek recht Belgacom ten opzichte van haar statutair personeel sluiten1 betreffende de overname van de pensioenverplichtingen van de N.M.B.S. Holding door de Belgische Staat en zijn uitvoeringsbesluiten. Art. 30.HR Rail verricht in de hoedanigheid van mandataris van de Dienst de betaling van de rust- en overlevingspensioenen toegekend aan de gewezen statutaire personeelsleden van de NMBS-Holding of HR Rail en aan hun rechthebbenden. Daartoe wordt een overeenkomst afgesloten tussen de Dienst en HR Rail, die alle juridische en praktische modaliteiten vastlegt volgens dewelke de betaling gebeurt. HOOFDSTUK 5. - Gemeenschappelijke bepaling Art. 31.De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, elke andere opdracht inzake de pensioenen en de prestaties bedoeld in de hoofdstukken 1 tot 4 aan de Dienst toevertrouwen. TITEL 4. - Overdracht van de personeelsleden van de PDOS aan de Federale Pensioendienst Art. 32.§ 1. Alle personen die, op 1 april 2016, hun werkzaamheden uitoefenen binnen de PDOS worden met ingang van die datum ambtshalve overgedragen aan de Dienst. Hetzelfde geldt voor de personeelsleden van de PDOS die op 1 april 2016 tijdelijk afwezig zijn alsook voor wie vóór die laatste datum aangeworven werd met het oog op een indiensttreding vanaf dezelfde datum. De Koning stelt een nominatieve lijst op van de in toepassing van de in het eerste en tweede lid aan de Dienst overgedragen personen. Deze lijst wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. De in deze paragraaf bedoelde overdrachten vormen geen nieuwe benoemingen. § 2. De overgedragen personeelsleden behouden de hoedanigheid van stagedoend personeelslid, vastbenoemd personeelslid of contractueel personeelslid die zij hadden de dag vóór hun overdracht. Zij behouden tevens hun graad of hun klasse. Het stagedoend personeelslid wordt geacht titularis te zijn van de graad of van de klasse waarvoor hij zich kandidaat gesteld heeft. § 3. De overgedragen personeelsleden behouden hun niveau-, graad-, dienst-, klassen- en schaalanciënniteit. § 4. De overgedragen personeelsleden behouden hun evaluaties verkregen met toepassing van het koninklijk besluit van 24 september 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/12/2003 pub. 15/12/2003 numac 2003003554 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende overname door de Belgische Staat van de wettelijke pensioenverplichtingen van de naamloze vennootschap van publiek recht Belgacom ten opzichte van haar statutair personeel sluiten3 betreffende de evaluatie in het federaal openbaar ambt. Deze evaluaties blijven geldig tot aan de toekenning van een nieuwe evaluatie binnen de Dienst. § 5. De personeelsleden die geslaagd zijn voor een examen of een vergelijkende selectie voor overgang naar het hoger niveau of voor een examen of een selectie voor verhoging in graad of voor een gedeelte van deze examens of selecties, georganiseerd binnen de PDOS, behouden de voordelen verbonden aan dit slagen. § 6. Tot op het ogenblik waarop in de Dienst nieuwe bepalingen van kracht worden, blijven de personeelsleden van de PDOS onderworpen aan de bepalingen die op hen van toepassing waren inzake toelagen, premies, vergoedingen en andere voordelen binnen de PDOS. Zij behouden deze voordelen slechts voor zover deze voordelen regelmatig werden toegekend en de voorwaarden waaronder ze werden toegekend in hoofde van de begunstigden zijn blijven bestaan. § 7. Alle personeelsleden van de PDOS worden overgedragen met behoud van hun weddeschaal en van de geldelijke anciënniteit die zij de dag vóór hun overdracht verworven hadden krachtens de reglementaire bepalingen die op die datum op hen toepasselijk waren. In elk geval moeten zij dezelfde bezoldiging blijven genieten die zij zouden genoten hebben indien zij hun loopbaan zouden hebben kunnen verderzetten bij de PDOS. § 8. De personeelsleden in dienst bij de PDOS in het kader van een arbeidsovereenkomst genieten, door de eenvoudige ondertekening van een bijvoegsel bij hun arbeidsovereenkomst, dezelfde overeenkomst bij de Dienst. Art. 33.§ 1. Alle op 1 april 2016 lopende rustpensioenen ten laste van de Staatskas toegekend aan de gewezen personeelsleden van de PDOS of van de Administratie der Pensioenen van het Ministerie van Financiën, worden, vanaf diezelfde datum, definitief overgenomen door het pensioenstelsel ingesteld door de wet van 28 april 1958Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/1999 pub. 30/04/1999 numac 1999002040 bron ministerie van ambtenarenzaken Wet houdende diverse maatregelen inzake ambtenarenzaken sluiten8 betreffende het pensioen van het personeel van zekere organismen van openbaar nut alsmede van hun rechthebbenden. § 2. Het equivalent van de met toepassing van paragraaf 1 overgenomen pensioenlast wordt gestort aan de Dienst en wordt jaarlijks bij de dotatie gevoegd die dient tot dekking van de beheerskosten bedoeld in artikel 72, eerste lid, 2°. § 3. Voor de toepassing van artikel 13 van de wet van 14 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/01/1999 pub. 06/02/1999 numac 1999021025 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom. 25/01/1999 pub. 19/02/1999 numac 1999003046 bron ministerie van financien Wet houdende wijziging van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen overeenkomstig de richtlijn nr. 93/89/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen sluiten5 tot vaststelling van een zeker verband tussen de onderscheiden pensioenregelingen van de openbare sector, worden de diensten verstrekt bij de PDOS of bij de Administratie der Pensioenen van het Ministerie van Financiën beschouwd als diensten gepresteerd bij de Dienst. TITEL 5. - Administratieve inrichting van de Federale Pensioendienst HOOFDSTUK 1. - Het Beheerscomité van de Federale Pensioendienst Art. 34.De Dienst wordt beheerd door een Beheerscomité, hierna het Beheerscomité van de Dienst genoemd, dat over alle bevoegdheden beschikt, welke tot het beheer van de instelling nodig zijn. Het Beheerscomité van de Dienst wordt belast met het beheer van de financiële middelen bedoeld in de afdelingen 1 en 3 van hoofdstuk 2 van titel 6. De Koning stelt de regels vast betreffende het beleggen van de beschikbare gelden van de Dienst betreffende de in het tweede lid bedoelde financiële middelen. Art. 35.Het Beheerscomité van de Dienst kan op eigen initiatief aan de minister voorstellen doen tot wijziging van de wetten en besluiten betreffende het pensioen van de werknemers. Indien een voorstel niet eenparig is, zet het verslag aan de minister de verschillende uitgebrachte adviezen uiteen. Het Beheerscomité van de Dienst kan ook aan de minister adviezen doen toekomen over alle wetsvoorstellen of amendementen betreffende de wetgeving van het pensioen van de werknemers en die bij het Parlement aanhangig zijn. Art. 36.Behoudens in dringende gevallen onderwerpt de minister aan het advies, hetzij van de Nationale Arbeidsraad, hetzij van het Beheerscomité van de Dienst, elk voorontwerp van wet of ontwerp van organiek besluit of verordening tot wijziging van de wetgeving of reglementering in verband met het pensioen van de werknemers of betreffende het personeelskader en de structuur van de Dienst. Het Beheerscomité van de Dienst geeft binnen de termijn van één maand zijn advies. Op verzoek van de minister kan deze termijn tot tien kalenderdagen verminderd worden. Indien de minister de dringendheid inroept, brengt hij de voorzitter van het Beheerscomité van de Dienst hiervan op de hoogte. Art. 37.Het Beheerscomité van de Dienst is gehouden aan de minister de budgettaire impact te geven van elke voorgestelde wijziging aan de bestaande wetgeving aan te brengen. Art. 38.Al het personeel van de Dienst wordt door het Beheerscomité van de Dienst benoemd, bevorderd en afgezet, overeenkomstig de regelen van het statuut van het personeel van de openbare instellingen van sociale zekerheid, met uitzondering van de personeelsleden die houder zijn van een managementfunctie. De houders van de management-, directie- en staffuncties worden aangeduid overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 30 november 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 11/12/2003 pub. 15/12/2003 numac 2003003554 bron federale overheidsdienst financien Wet houdende overname door de Belgische Staat van de wettelijke pensioenverplichtingen van de naamloze vennootschap van publiek recht Belgacom ten opzichte van haar statutair personeel sluiten0 betreffende de aanduiding, de uitoefening en de weging van de managementfuncties alsook de aanduiding en de uitoefening van staffuncties en directiefuncties in de openbare instellingen van sociale zekerheid. Art. 39.§ 1. Het Beheerscomité van de Dienst is samengesteld uit : 1° een voorzitter;2° een gelijk aantal vertegenwoordigers van de representatieve werkgevers- en werknemersorganisaties, die alleen stemgerechtigd zijn. Het aantal effectieve en plaatsvervangende leden van het Beheerscomité van de Dienst wordt door de Koning vastgesteld na raadpleging van de werkgevers- en werknemersorganisaties, die gevraagd worden om kandidaten voor te dragen. § 2. De Koning benoemt de leden van het Beheerscomité van de Dienst op lijsten van twee kandidaten voorgedragen door de representatieve organisaties bedoelde in paragraaf 1. Om lid te zijn moet men Belg en ten minste 21 jaar oud zijn. § 3. De Koning benoemt de voorzitter. Deze moet : 1° Belg zijn;2° ten minste 30 jaar oud zijn;3° onafhankelijk staan tegenover de organisaties die in het Beheerscomité van de Dienst vertegenwoordigd zijn;4° niet onder het hiërarchisch gezag van een minister staan. § 4. Het mandaat van de voorzitter en van de leden van het Beheerscomité van de Dienst duurt zes jaar. Het kan hernieuwd worden. Binnen drie maanden wordt in de vervanging voorzien van elk lid, dat opgehouden heeft van het Beheerscomité van de Dienst deel uit te maken vóór de normale beëindigingsdatum van zijn mandaat. In dat geval voltooit het nieuwe lid het mandaat van het lid dat hij vervangt. Art. 40.§ 1. De Koning kan, op advies van het Beheerscomité van de Dienst, in de Dienst één of meer technische comités oprichten waarvan Hij de bevoegdheden bepaalt. Deze technische comités hebben tot opdracht het Beheerscomité van de Dienst in zijn taak voor te lichten. Zij zijn samengesteld uit personen voorgedragen door de organisaties welke betrokken zijn bij de toepassing van de wetten en besluiten waarvan de Dienst de toepassing verzekert of uit personen die gekozen zijn wegens hun bijzondere bevoegdheid. De betrekkingen tussen het Beheerscomité van de Dienst en de technische comités worden door het huishoudelijk reglement van het Beheerscomité van de Dienst nader bepaald. § 2. De Koning wijst, op advies van het Beheerscomité van de Dienst, de organisaties aan, welke gemachtigd zijn om in de technische comités vertegenwoordigd te worden. De vertegenwoordigers van deze organisaties worden door de Koning benoemd op lijsten van twee kandidaten welke door deze organisaties worden voorgedragen. De Koning benoemt ook de personen die in de technische comités zullen zetelen wegens hun bijzondere bevoegdheid. Art. 41.Het Beheerscomité van de Dienst stelt zijn huishoudelijk reglement op dat meer bepaald voorziet in : 1° de regels in verband met de bijeenroeping van het Beheerscomité van de Dienst op verzoek van de minister of van zijn vertegenwoordiger, van de voorzitter, van de persoon belast met het dagelijks beheer of van twee leden;2° de regels in verband met het voorzitterschap van het Beheerscomité van de Dienst, bij afwezigheid of belet van de voorzitter;3° de aanwezigheid van ten minste de helft van de vertegenwoordigers van de werkgeversorganisaties en van de werknemersorganisaties om op geldige wijze te beraadslagen en te beslissen alsmede de wijze van stemmen in het Beheerscomité van de Dienst;4° de regels in verband met het herstel van de pariteit wanneer de leden, die respectievelijk de werkgevers- en werknemersorganisaties vertegenwoordigen, bij de stemming niet in gelijk aantal aanwezig zijn;5° de bepaling van de handelingen van dagelijks beheer;6° de betrekkingen die tussen het Beheerscomité van de Dienst en de technische comités moeten worden tot stand gebracht, onder meer de eventuele vertegenwoordiging van deze laatsten op de vergaderingen van het Beheerscomité van de Dienst, evenals de vertegenwoordiging van het Beheerscomité van de Dienst op de vergaderingen van de technische comités;7° de modaliteiten van de uitoefening van de bevoegdheden van de technische comités;8° de voorwaarden waaronder het Beheerscomité van de Dienst voor het onderzoek van speciale vraagstukken een beroep op bijzonder bevoegde personen kan doen;9° de mogelijkheid voor de leden van het Beheerscomité van de Dienst om zich te laten bijstaan door technische raadgevers en de vergoeding die aan deze personen moet betaald worden. Art. 42.Het Beheerscomité van de Dienst wijst onder de leden van het personeel van de Dienst één of meer personen aan die zijn secretariaat waarnemen. Het wijst eveneens één of meerdere personeelsleden aan die het secretariaat van de Raad voor uitbetaling van de voordelen, bedoeld in artikel 62, waarnemen. Art. 43.Wanneer het Beheerscomité van de Dienst in gebreke blijft om een maatregel te treffen of een handeling te verrichten die door de wet of de verordeningen is voorgeschreven, kan de minister zich in zijn plaats stellen na het verzocht te hebben de maatregelen te nemen of de noodzakelijke handelingen te verrichten binnen de door hem gestelde tijd, die niet minder dan acht dagen mag bedragen. Dit geldt onder meer wanneer de maatregel niet kan worden genomen of de handeling niet kan worden verricht omdat de voorzitter vaststelt dat gedurende twee vergaderingen en over hetzelfde punt bij de stemming geen meerderheid is bereikt. De minister kan de bevoegdheden van het Beheerscomité van de Dienst uitoefenen wanneer, en voor de tijd, dit in de onmogelijkheid verkeert tot handelen : 1° door het feit dat de organisaties van werkgevers of van werknemers, regelmatig uitgenodigd om hun kandidatenlijsten voor de samenstelling van het Beheerscomité van de Dienst voor te dragen verwaarlozen het te doen binnen de voorziene termijnen;2° wanneer, niettegenstaande regelmatige samenroeping, het Beheerscomité van de Dienst in de onmogelijkheid is te handelen door de herhaalde afwezigheid van de meerderheid, hetzij van de leden die de werkgevers, hetzij van de leden die de werknemers vertegenwoordigen;3° door het feit dat de voorzitter en de leden nog niet benoemd zijn. Art. 44.De Koning bepaalt de aan de voorzitter en de leden van het Beheerscomité van de Dienst en van de technische comités toe te kennen vergoedingen. Deze vergoedingen zijn ten laste van de Dienst. HOOFDSTUK 2. - Het Beheerscomité van de aanvullende pensioenen van de werknemers Art. 45.Er wordt bij de Dienst een Beheerscomité van de aanvullende pensioenen van de werknemers bedoeld in artikel 9 opgericht. Art. 46.De Koning bepaalt : 1° de bevoegdheden van dit Comité;2° zijn samenstelling, die een voorzitter en een gelijk aantal vertegenwoordigers van de representatieve werkgevers- en werknemersorganisaties omvat, alsook de administrateur-generaal en de adjunct-administrateur-generaal van de Dienst;3° de modaliteiten van aanstelling van zijn voorzitter, zijn leden en hun plaatsvervangers. Art. 47.De Regeringscommissaris benoemd in de Dienst woont de vergaderingen van dit Beheerscomité bij, zonder echter het beroep bedoeld in artikel 23, § 3 van het koninklijk besluit van 3 april 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022201 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 29/03/2001 numac 2001022200 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende de betwistingen over de inkomensgarantie voor ouderen type wet prom. 22/03/2001 pub. 04/04/2014 numac 2014000219 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten9 houdende maatregelen met het oog op de responsabilisering van de openbare instellingen van sociale zekerheid, met toepassing van artikel 47 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels te kunnen uitoefenen. Art. 48.Het Beheerscomité van de aanvullende pensioenen van de werknemers stelt zijn huishoudelijk reglement op dat meer bepaald voorziet in : 1° de regelen in verband met de bijeenroeping van het Beheerscomité van de aanvullende pensioenen van de werknemers op verzoek van de minister of van zijn vertegenwoordiger, van de voorzitter, van de persoon belast met het dagelijks beheer of van twee leden;2° de regelen in verband met het voorzitterschap van het Beheerscomité van de aanvullende pensioenen van de werknemers, bij afwezigheid of belet van de voorzitter;3° de bepaling van handelingen van dagelijks beheer toevertrouwd aan de administrateur-generaal. Art. 49.Het Beheerscomité van de Dienst, aangevuld met de administrateur-generaal en de adjunct-administrateur-generaal van de Dienst, kan de bevoegdheden van het Beheerscomité van de aanvullende pensioenen van de werknemers uitoefenen indien en zolang de voorzitter niet is benoemd en de leden niet zijn aangesteld. HOOFDSTUK 3. - De Beheerscomités bevoegd voor de personeelsleden van de provinciale en lokale besturen Afdeling 1. - Het Beheerscomité van de pensioenen van de vastbenoemde personeelsleden van de provinciale en lokale besturen Art. 50.§ 1. Er wordt in de Dienst een Beheerscomité van de pensioenen van de provinciale en plaatselijke besturen opgericht dat bevoegd is voor de aangelegenheden opgesomd in artikel 18. § 2. Dit Beheerscomité is samengesteld uit : 1° een voorzitter;2° veertien leden die alleen stemgerechtigd zijn. De voorzitter wordt benoemd op voordracht van de minister. Zes leden vertegenwoordigen de plaatselijke besturen waarvan : 1° drie worden benoemd op voordracht van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG), 2° twee op voordracht van de "Union des Villes et Communes de Wallonie";3° één op voordracht van de Vereniging van de Stad en de Gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Eén lid vertegenwoordigt de provincies. Hij wordt opeenvolgend benoemd op voordracht van de Vereniging van de Vlaamse Provincies en op voordracht van de "Association des Provinces wallonnes". Zeven leden vertegenwoordigen de werknemers van de provinciale en de plaatselijke sector en worden benoemd op voordracht van de representatieve werknemersorganisaties die in het comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten bedoeld in artikel 3, § 1, 2°, van de voormelde wet van 19 december 1974Relevante gevonden documenten type wet prom. 25/01/1999 pub. 06/02/1999 numac 1999021025 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom. 25/01/1999 pub. 19/02/1999 numac 1999003046 bron ministerie van financien Wet houdende wijziging van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen overeenkomstig de richtlijn nr. 93/89/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen sluiten6 zitting hebben. Afdeling 2. - Het Beheerscomité van de Gemeenschappelijke sociale dienst Art. 51.§ 1. Er wordt in de Dienst een Beheerscomité van de Gemeenschappelijke sociale dienst opgericht dat bevoegd is voor de aangelegenheden bedoeld in de artikelen 19 tot en met 26. § 2. Dit Beheerscomité is samengesteld uit : 1° een voorzitter;2° zes leden die alleen stemgerechtigd zijn. De voorzitter is de voorzitter van het Beheerscomité van de pensioenen van de provinciale en plaatselijke besturen of zijn vertegenwoordiger. Drie leden vertegenwoordigen de representatieve werkgeversorganisaties die in het Beheerscomité van de pensioenen van de provinciale en plaatselijke besturen zitting hebben. Drie leden vertegenwoordigen de representatieve werknemersorganisaties die in het Beheerscomité van de pensioenen van de provinciale en plaatselijke besturen zitting hebben. Alle leden moeten behoren tot representatieve organisaties die besturen vertegenwoordigen die bij de Gemeenschappelijke sociale dienst aangesloten zijn. Afdeling 3. - Gemeenschappelijke bepalingen Art. 52.De voorzitter en de leden van de Beheerscomités bedoeld in de artikelen 50 en 51 worden door de Koning benoemd voor een duur van zes jaar. Hun mandaat is vernieuwbaar. In geval van overlijden, ontslag of afzetting van een lid bedoeld in het eerste lid zal het nieuwe lid het mandaat vervolledigen van degene die hij opvolgt. Art. 53.De Regeringscommissaris en de Regeringscommissaris van Begroting benoemd in de Dienst zijn eveneens bevoegd voor de Beheerscomités bedoeld in de artikelen 50 en 51. Art. 54.Elk Beheerscomité bedoeld in de artikelen 50 of 51 stelt zijn huishoudelijk reglement op, dat meer bepaald voorziet in : 1° zijn werkwijze;2° de bepaling van handelingen van dagelijks beheer toevertrouwd aan de administrateur-generaal;3° de voorwaarden waaronder elk comité bepaalde van zijn bevoegdheden kan overdragen aan personeelsleden van de Dienst. Art. 55.De vergoedingen toegekend aan de voorzitter en aan de leden van de Beheerscomités bedoeld in de artikelen 50 en 51 zijn …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.