Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Koninklijk besluit betreffende radiotoegang in de frequentieband 790-862 MHz

Kort samengevat

Dit besluit regelt de voorwaarden voor het verkrijgen en uitoefenen van gebruiksrechten voor mobiele operatoren in de frequentieband 790-862 MHz, ook wel de "800 MHz-band" genoemd. Het doel is om breedbandinternettoegang te bevorderen en de digitale kloof te verkleinen.

Wat het reguleert

  • De voorwaarden voor het verkrijgen en uitoefenen van gebruiksrechten in de 790-862 MHz frequentieband.
  • De toewijzing van de 800 MHz-band voor elektronische-communicatiediensten.
  • De procedure voor het toekennen van gebruiksrechten voor frequenties, namelijk via een veiling.
  • Maatregelen om schadelijke storingen te voorkomen, inclusief een regeling voor schadevergoeding voor omroeporganisaties.

Wie het betreft

  • Mobiele operatoren die gebruiksrechten willen verkrijgen en uitoefenen in de 790-862 MHz frequentieband.
  • Omroeporganisaties die mogelijk te maken krijgen met herschikking van zenders om storingen te voorkomen.

Kernpunten

  • De 800 MHz-band, het "digitale dividend", is vrijgekomen door de overschakeling van analoge naar digitale televisie.
  • De toewijzing van gebruiksrechten gebeurt via een veiling, wat als een transparante en geschikte procedure wordt beschouwd.
  • Doelstellingen zijn onder andere het aanmoedigen van de uitrol van breedbandnetwerken, het minimaliseren van de digitale kloof, en het maximaliseren van concurrentie op de mobiele markt.
  • Lidstaten moeten de toegang tot breedbanddiensten op de 800 MHz-band in afgelegen en dunbevolkte gebieden bevorderen en maatregelen nemen om nadelige gevolgen voor gebruikers van programmaproductie en speciale evenementen (PMSE) te voorkomen.
Wettekst
Wettekst

LAG AAN DE KONING Sire, Algemeen Dit besluit bepaalt de voorwaarden voor het verkrijgen en uitoefenen van de gebruiksrechten die worden toegekend aan de mobiele operatoren in de frequentieband 790-862

§ 1

/1, eerste lid, en binnen vijftien dagen na de aanvang van de verlengingsperiode vermeld in § 1/2, eerste lid. In afwijking van vorig lid heeft de operator de mogelijkheid om de betaling als volgt uit te voeren : a) binnen 15 dagen na de aanvang

§ 1

/1, eerste lid, en binnen 15 dagen na de aanvang van de verlengingsperiode vermeld in § 1/2, eerste lid, betaalt de operator pro rata het aantal resterende maanden van het kalenderjaar;

  1. b)bovendien betaalt de operator ten laatste op 15 december het volledige gedeelte van enige heffing voor het komende jaar.Indien in het komende jaar de vergunning afloopt, betaalt de operator pro rata het aantal maanden tot het aflopen van de gebruiksrechten;
  2. c)de wettelijke rentevoet, berekend overeenkomstig artikel 2, § 1, van de wet van 5 mei 1865Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/05/1865 pub. 06/09/2011 numac 2011000565 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de lening tegen intrest sluiten betreffende de lening tegen interest, is, afhankelijk van het geval, van toepassing vanaf de zestiende dag die volgt op het begin van de geldigheidsperiode bedoeld in § 1/1, eerste lid, of vanaf de zestiende dag die volgt op het begin van de periode van verlenging bedoeld in § 1/2, eerste lid;
  3. d)gelijktijdig met de betaling van de enige heffing, betaalt de operator de interest op het nog verschuldigde bedrag. De operator brengt het Instituut binnen twee werkdagen, al naargelang na de aanvang

§ 1

/1, eerste lid, en de aanvang van de verlengingsperiode vermeld in § 1/2, eerste lid, op de hoogte van zijn keuze. De enige heffing wordt in geen geval terugbetaald, noch geheel, noch gedeeltelijk. § 1/

  1. Indien een operator de enige heffing voor de respectievelijke frequentiebanden zoals bepaald onder § 1/1 1°, 2° of 3°, geheel of gedeeltelijk niet voldoet, worden alle gebruiksrechten voor de respectievelijke frequentiebanden ingetrokken. §
  2. De Koning, na advies van het Instituut, bepaalt het bedrag en de nadere regels inzake de in § 1 bedoelde heffingen behoudens voor wat bepaald wordt in § § 1/1, 1/2 en 1/
  3. » Zo wordt bij artikel 30, § 1/1, zoals het thans geldt, geen enkel bedrag bepaald voor de enige heffing die verschuldigd zou zijn door een operator voor het verlenen van frequenties in de frequentieband 790-862 MHz. In het vierde lid van diezelfde paragraaf 1/1 wordt evenwel gesteld dat het bedrag van de enige heffing slechts een minimumbedrag vertegenwoordigt, dat voor de kandidaten als beginbod geldt bij de toekenning van de frequenties door middel van een veiling, zoals de verkoop die bij het ontworpen besluit geregeld wordt. In dezelfde zin bepaalt artikel 26, § 4, van het ontworpen besluit dat « het bedrag van het bod in de eerste ronde [van de veilingprocedure] wordt vastgelegd in overeenstemming met artikel 30 van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/07/2016 numac 2016000435 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de elektronische communicatie type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten betreffende de elektronische communicatie », welk artikel 30, zoals het thans geldt, net niet het bedrag bepaalt voor de frequentieband 790-862 MHz.
  4. Op dat punt dient opgemerkt te worden dat, zoals vermeld in de adviesaanvraag, de Kamer van volksvertegenwoordigers op 8 mei 2013 in plenaire vergadering een wetsontwerp heeft aangenomen houdende wijziging van artikel 30 van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/07/2016 numac 2016000435 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de elektronische communicatie type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten 'betreffende de elektronische communicatie'

(11), dat er louter toe strekt een onderdeel 4° toe te voegen aan artikel 30, § 1/1, derde lid, dat het bedrag vaststelt van de enige heffing voor de frequentieband 790-862MHz, namelijk « 25.000 euro per MHz en per maand ». In de adviesaanvraag staat bovendien dat de Senaat geen gebruik heeft gemaakt van zijn evocatierecht met betrekking tot dat ontwerp
(12), zodat het beschouwd moet worden als zijnde aangenomen door het parlement. Dat heeft twee gevolgen. Enerzijds zal het eerste lid van de aanhef, in zoverre het als rechtsgrond artikel 30 aanvoert van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/07/2016 numac 2016000435 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de elektronische communicatie type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten, de wijziging moeten vermelden die in die bepaling wordt aangebracht zodra de wetgevingsprocedure haar beslag krijgt. Anderzijds zal het ontworpen besluit niet in werking kunnen treden vóór de datum van inwerkingtreding van die wet. Bijzondere opmerkingen Aanhef
  1. Behoudens wat gezegd is onder de algemene opmerking, dient in het eerste lid van de aanhef verwezen te worden naar artikel 51, § 2, van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/07/2016 numac 2016000435 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de elektronische communicatie type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten 'betreffende de elektronische communicatie', en niet enkel naar het tweede lid van die paragraaf, waarin geen enkele machtiging aan de Koning wordt verleend. Het eerste lid dient dienovereenkomstig gewijzigd te worden.
  2. Het nieuwe zevende en het nieuwe achtste lid dienen gesteld te worden als volgt : « Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, gemotiveerd door de omstandigheid dat... (overname van de motivering zoals ze voorkomt in de adviesaanvraag); Gelet op advies 53.397/4 van de Raad van State, gegeven op 28 mei 2013 met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 »
(13). Dispositief Artikel 7 1. Artikel 7 van het ontwerp heeft betrekking op het bedrag van en een aantal regels aangaande twee categorieën van jaarlijkse retributies te betalen door de 800 MHz-operator, het ene genaamd « jaarlijks recht voor het beheer van de gebruiksrechten », bestemd om de « kosten te dekken voor het beheer van de gebruiksrechten », dat 350.000 euro bedraagt, de andere genaamd « jaarlijks recht voor de terbeschikkingstelling van frequenties », betaald « voor het spectrumgebruik en om de administratieve kosten te dekken die het Instituut maakt voor de terbeschikkingstelling en de coördinatie van de radiofrequenties en de controle erop en de andere activiteiten van het Instituut dienaangaande », dat 87.500 euro per toegewezen MHz bedraagt. Die bepaling heeft tot doel uitvoering te geven aan artikel 30, § § 1 en 2, van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/07/2016 numac 2016000435 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de elektronische communicatie type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten, dat een ruime bevoegdheid ter zake verleent aan de Koning. Gelet op wat voorafgaat, moet men in verband met de paragrafen 1 en 2 van de voorliggende bepaling twee zaken voor ogen houden : 1° Wat het interne recht betreft, behoort er nogmaals op gewezen te worden dat, zoals de afdeling Wetgeving reeds heeft opgemerkt, de Franse term « redevance » (in het Nederlands « retributie »
(14)) zich laat definiëren als een geldelijke vergoeding van een dienst die de overheid presteert ten voordele van de retributieplichtige, individueel beschouwd.Bovendien moet er een redelijke verhouding bestaan tussen, enerzijds, de waarde van de bewezen dienst en, anderzijds, de gevorderde retributie; bij gemis van een zodanige verhouding verliest de retributie haar vergoedend karakter en wordt ze van fiscale aard
(15). 2° Artikel 13 van richtlijn 2002/20/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 'betreffende de machtiging voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten (Machtigingsrichtlijn)', met als opschrift « Vergoedingen voor gebruiksrechten en rechten om faciliteiten te installeren », luidt als volgt : « De lidstaten kunnen de betrokken instantie toestaan de gebruiksrechten voor radiofrequenties of nummers of rechten om faciliteiten te installeren op, boven of onder openbare of particuliere eigendom, te onderwerpen aan vergoedingen die ten doel hebben een optimaal gebruik van deze middelen te waarborgen.De lidstaten zorgen ervoor dat deze vergoedingen objectief gerechtvaardigd, transparant en niet-discriminerend zijn en in verhouding staan tot het beoogde doel en zij houden rekening met (lees : « en rekening houden met ») de doelstellingen van artikel 8 van Richtlijn 2002/21/EG (Kaderrichtlijn). » Aan die bevoegdheid die aan de lidstaten wordt opgedragen, zijn verscheidene voorwaarden verbonden. Enerzijds mag de vergoeding alleen worden voorgeschreven met het doel « een optimaal gebruik van deze middelen [in casu de radiofrequenties] te waarborgen ». Anderzijds moeten de Lidstaten ervoor zorgen dat « deze vergoedingen objectief gerechtvaardigd, transparant en niet-discriminerend zijn en in verhouding staan tot het beoogde doel en rekening houden met de doelstellingen van artikel 8 van Richtlijn 2002/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor electronische- communicatienetwerken en -diensten (kaderrichtlijn) ». De afdeling Wetgeving wijst er bovendien op dat soortgelijke eisen inzake rechtvaardiging en proportionaliteit aan de lidstaten worden opgelegd bij artikel 14 van de machtigingsrichtlijn
(16), wanneer er sprake is van wijziging van rechten, voorwaarden en procedures die van toepassing zijn op de gebruiksrechten. 2. Gezien de hiervoren in herinnering gebrachte vereisten, geeft het ontworpen dispositief aanleiding tot de volgende opmerkingen : 1° Uit het oogpunt van het Europese recht moet de steller van het ontwerp in staat zijn de precieze en concrete gegevens bij te brengen waarmee kan worden aangetoond dat daadwerkelijk aan de verschillende vereisten van artikel 13 van de machtigingsrichtlijn is voldaan, inzonderheid wat betreft de bedragen van de « rechten » waarin het ontworpen dispositief voorziet.In dat verband moet de steller van het ontwerp kunnen aantonen dat hij die bedragen heeft vastgesteld op basis van een precieze en concrete analyse van de kosten van de dienst die bestaat in het ter beschikking stellen en coördineren van de frequenties. Bovendien moet in die verantwoording rekening worden gehouden met de omstandigheid dat het voornoemde wetsontwerp dat door het parlement is aangenomen, artikel 30, § 1/1, derde lid, van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/07/2016 numac 2016000435 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de elektronische communicatie type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten wijzigt door de toevoeging van een nieuw onderdeel 4°, voorschrijft dat de 800 MHz-operatoren een « enige » heffing moeten betalen ten bedrage van 25.000 euro per MHz per maand, voor de frequentieband 790-862 MHZ, en dat die « enige heffing » komt bovenop de « rechten » waarin voorzien is in het ontworpen besluit. Uit het oogpunt van het interne recht, dient de steller van het ontwerp eveneens in staat te zijn aan te tonen dat de bedragen waarin voorzien is in de paragrafen 1 en 2 van artikel 7 van het ontwerp redelijkerwijs in verhouding staan tot de waarde van de dienst die bestaat in het beheer van de gebruiksrechten en de terbeschikkingstelling van de frequenties. 2° Gelet op het evenredigheidsbeginsel dat voortvloeit uit zowel de gemeenschapsrechtelijke bepalingen, als uit de hiervoren in herinnering gebrachte internrechtelijke bepalingen, doet de voorliggende bepaling nog vragen rijzen doordat in paragraaf 2, derde lid ervan, wordt bepaald dat « het bedrag van dat recht
(17)[...] onafhankelijk [is] van het aantal stations voor radiocommunicatie die de frequentie in kwestie exploiteren ». Een dergelijke bepaling kan immers enkel worden toegestaan op voorwaarde dat het aantal voornoemde stations geen invloed van betekenis heeft op de waarde van de dienst die bestaat in het ter beschikking stellen en het coördineren van de frequenties. Zo ook dat artikel 7, § 3, vierde en vijfde lid, van het ontwerp, waaruit blijkt dat voor de betaling van de vergoeding een onvolledige maand aangerekend wordt als een volle maand, vragen rijzen ten aanzien van het hiervoren gememoreerde evenredigheidsbeginsel
(18). De voorliggende bepaling moet opnieuw worden onderzocht in het licht van de voorgaande opmerkingen : de ontworpen tekst moet gerechtvaardigd kunnen worden zoals vereist krachtens de hiervoren in herinnering gebrachte gemeenschapsrechtelijke en internrechtelijke bepalingen; zo niet dient artikel 7 van het ontwerp te worden herzien
(19). Artikel 8
  1. Artikel 8 van het voorontwerp luidt als volgt : « Art.
  2. §
  3. Elke betrokken omroeporganisatie kan worden vergoed voor de kosten die ze heeft opgelopen voor het herschikken van haar zenders voor terrestrische digitale televisie in de frequentieband 790-862 MHz. Daartoe stelt de betrokken omroeporganisatie een uitvoerig verslag op ter motivering van het gevorderde bedrag en maakt dit verslag over aan het Instituut, ten laatste 6 maanden na de eerste kennisgeving zoals bedoeld in artikel 37, §
  4. Het Instituut onderzoekt dit verslag en bepaalt de gegrondheid van het gevorderde bedrag waarbij de betreffende omroepinstelling elke bijkomende inlichting verstrekt die vereist is voor een volledige en objectieve beoordeling. §
  5. Het Instituut vergoedt elke betrokken omroeporganisatie. Het bedrag van de vergoeding wordt vastgesteld door het Instituut op basis van de informatie van de betrokken omroeporganisatie en op basis van de analyse van deze informatie door het Instituut. §
  6. De kosten voor vergoeding van de betrokken omroeporganisaties worden afgetrokken van het bedrag van de enige heffing zoals bepaald in artikel 34 van dit besluit. » In het verslag aan de Koning wordt die bepaling als volgt gerechtvaardigd : « De UHF-omroepband (470-862 MHz) is gedurende tientallen jaren gebruikt voor analoge uitgestraalde televisie. Gelet op de technologische ontwikkelingen is analoge televisie via de ether vervangen door digitale televisie via de ether of terrestrische digitale televisie (DVB-T). In 2006 heeft de ITU een plan opgesteld voor terrestrische digitale tv in de UHF-band, voor Europa en Afrika. Verschillende besluiten, zowel op Europees niveau als op niveau van de ITU, hebben geleid tot de identificatie van de frequentieband 790-862 MHz (of 800 MHz-band) voor draadloze breedbanddiensten. Omdat de frequentieband 800 MHz geïdentificeerd is voor draadloze breedbanddiensten kan die niet meer worden gebruikt voor terrestrische digitale televisie. Een beperkt aantal zenders voor terrestrische digitale televisie maakt gebruik van kanalen van de 800 MHz-band. Deze zenders zullen van kanaal moeten veranderen voordat draadloze breedbandnetwerken worden uitgerold. Artikel 8 voorziet in een vergoedingsmechanisme voor de betrokken omroeporganisaties. Er dient te worden opgemerkt dat deze vergoedingskosten zullen worden aangerekend op het bedrag van de enige heffing zoals bepaald in artikel 34 van dit besluit. » Kortom, de voorliggende bepaling voorziet in een regeling voor de vergoeding van omroeporganisaties wier zenders, die thans voor de terrestrische digitale televisie gebruik maken van de 800Mhz-band, zullen moeten overschakelen op een ander kanaal voordat draadloze breedbandnetwerken in de frequentieband 800MHz tot stand kunnen worden gebracht. De desbetreffende vergoeding zal aangerekend worden op het bedrag van de « enige heffing » zoals bedoeld in artikel 34 van de ontworpen regeling.
  7. Aangezien met zo'n regeling beslist wordt over de precieze aanwending van financiële overheidsmiddelen - « retributies » - ten voordele van derde partijen - in casu de omroeporganisaties -, kan ze alleen door de uitvoerende macht uitgewerkt worden indien deze daartoe uitdrukkelijk en op duidelijke wijze gemachtigd is door de wetgever. Geen enkele wetsbepaling die in het ontworpen besluit als rechtsgrond opgegeven wordt voorziet in zulk een machtiging. Immers, 1° Artikel 18, § 1, van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/07/2016 numac 2016000435 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de elektronische communicatie type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten 'betreffende de elektronische communicatie' bepaalt : « § 1.De voorwaarden voor het verkrijgen en uitoefenen van gebruiksrechten voor radiofrequenties die geheel of gedeeltelijk gebruikt worden voor elektronische communicatiediensten die aan het publiek worden aangeboden, worden door de Koning vastgesteld bij een besluit, genomen na advies van het Instituut en vastgesteld na overleg in de Ministerraad, en mogen enkel verband houden met : 1° de betreffende dienst of de technologie waarvoor de gebruiksrechten voor de radiofrequentie zijn verleend, in voorkomend geval met inbegrip van de dekkingsvereisten en kwaliteitseisen;2° het daadwerkelijk en efficiënt gebruik van radiofrequenties overeenkomstig de toepasselijke wettelijke en reglementaire bepalingen;3° de technische en operationele voorwaarden ter voorkoming van schadelijke storingen en ter beperking van blootstelling van het publiek aan elektromagnetische velden;4° de maximumduur onder voorbehoud van wijzigingen van het nationale frequentieplan;5° de overdracht op initiatief van de houder van de rechten en de daarvoor geldende voorwaarden;6° de gebruiksheffingen overeenkomstig artikel 30;7° de toezeggingen die de operator die het gebruiksrecht inzake de radiofrequenties heeft verkregen, in de loop van de selectieprocedure heeft gedaan;8° de verplichtingen uit hoofde van de relevante internationale overeenkomsten aangaande het gebruik van radiofrequenties;9° specifieke verplichtingen voor experimenteel gebruik van radiofrequenties ». Uit die bepaling vloeit voort dat de voorwaarden voor het verkrijgen en uitoefenen van gebruiksrechten voor radiofrequenties die geheel of gedeeltelijk gebruikt worden voor elektronische communicatiediensten die aan het publiek worden aangeboden, die in de ontworpen tekst worden vastgesteld voor de hier bedoelde frequentieband, alleen betrekking mogen hebben op welbepaalde aspecten die op limitatieve wijze worden opgesomd in artikel 18, §
  8. De vergoeding die door de voorliggende bepaling beoogd wordt, valt niet onder één van de punten die op limitatieve wijze opgesomd worden in dat artikel 18, § 1, van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/07/2016 numac 2016000435 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de elektronische communicatie type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten. Die bepaling kan daarvoor niet als rechtsgrond aangevoerd worden. 2° Artikel 20, § 1, van dezelfde wet luidt als volgt : « § 1.Het Instituut beperkt het aantal te verlenen gebruiksrechten voor radiofrequenties die geheel of gedeeltelijk gebruikt worden voor elektronische communicatiediensten die aan het publiek worden aangeboden, niet tenzij : 1° om schadelijke storingen te vermijden wanneer deze laatsten een gevolg zijn van onvoldoende beschikbare ruimte binnen het frequentiespectrum, mits de beperking evenredig is;2° om een efficiënt en rationeel gebruik van radiofrequenties te waarborgen. Na advies van het Instituut, bepaalt de Koning de procedure tot beperking van het aantal te verlenen gebruiksrechten voor radiofrequenties die geheel of gedeeltelijk gebruikt worden voor elektronische communicatiediensten die aan het publiek worden aangeboden ». Er behoort te worden vastgesteld dat deze wetsbepaling die de Koning machtigt om de procedure te bepalen tot beperking van het aantal te verlenen gebruiksrechten voor radiofrequenties die geheel of gedeeltelijk gebruikt worden voor elektronische communicatiediensten die aan het publiek worden aangeboden, klaarblijkelijk geen rechtsgrond kan vormen voor artikel 8 van het thans voorliggende ontwerp. 3° Artikel 29, § § 1 en 2, van dezelfde wet luidt zijnerzijds als volgt : « § 1.De administratieve bijdragen die worden opgelegd aan de operatoren, onverminderd de bepalingen van de artikelen 43, 45, 46 en 47, dienen ter dekking van de kosten inzake : 1° het opstellen, het beheer, de controle en de toepassing van de wetgeving en van de gebruiksrechten;2° de specifieke opdrachten van het Instituut inzake toegang en universele dienstverlening;3° internationale samenwerking, harmonisatie en normering, marktanalyse, controle op de naleving en ander markttoezicht;4° het adviseren en handhaven van secundaire wetgeving en het nemen van administratieve beslissingen;5° aan de jaarlijkse bijdrage aan het Fonds ter bestrijding van de Overmatige Schuldenlast bedoeld in artikel 20, § 2, van de wet van 5 juli 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen sluiten betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen evenals, desgevallend, de verhoogde bijdrage bedoeld in artikel 20bis, vierde lid, van dezelfde wet. Het Instituut int de administratieve bijdragen. §
  9. De Koning, na advies van het Instituut, bepaalt het bedrag en de nadere regels inzake de administratieve bijdrage met het oog op een objectieve, transparante en evenredige verdeling ». Deze bepaling bestemt de administratieve bijdragen waarop ze betrekking heeft - die overigens niet overeenstemmen met de « enige heffingen » bedoeld in artikel 30 van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/07/2016 numac 2016000435 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de elektronische communicatie type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten - opnieuw voor een bepaald doel. De vergoeding van derden, in dit geval de omroeporganisaties, wordt daarbij nergens als doel vermeld. De thans voorliggende bepaling kan derhalve geen rechtsgrond ontlenen aan die wetsbepaling. 4° Naast hetgeen gesteld is onder de algemene opmerking met betrekking tot artikel 30 van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/07/2016 numac 2016000435 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de elektronische communicatie type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten 'betreffende de elektronische communicatie', zoals dit gewijzigd is bij het wetsontwerp dat onlangs goedgekeurd is door het parlement, behoort het volgende te worden opgemerkt. Hoewel de Koning bij paragraaf 2 van deze wetsbepaling gemachtigd wordt om « het bedrag en de nadere regels inzake de in § 1 bedoelde heffingen (te bepalen) behoudens voor wat bepaald wordt in § § 1/1, 1/2 en 1/3 », mag Hij op grond van die machtiging geen regeling uitwerken voor de vergoeding van derden die nadeel lijden door een wijziging van de bestemming van welbepaalde frequentiebanden, waardoor die derden verplicht zijn om technische aanpassingen door te voeren aan hun zenders. De desbetreffende « heffingen » kunnen immers alleen gevorderd worden met het oog op « het optimale gebruik van de toegekende gebruiksrechten » waarvoor die « heffingen » gevorderd worden. De vergoeding van de omroeporganisaties die bij de thans voorliggende bepaling ingevoerd wordt, heeft niets van doen met een dergelijke doelstelling. 5° Artikel 39, § § 1 en 2, van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/07/2016 numac 2016000435 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de elektronische communicatie type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten heeft zijnerzijds niets uitstaande met de vergoeding die met de thans voorliggende bepaling beoogd wordt, aangezien die twee paragrafen luiden als volgt : « § 1.Niemand mag in het Rijk noch aan boord van een zeeschip, een binnenschip, een luchtvaartuig of enige andere drager onderworpen aan het Belgisch recht, een zend- en/of ontvangtoestel voor radiocommunicatie houden, of een station of een niet-openbaar netwerk voor radiocommunicatie aanleggen en doen werken zonder schriftelijke vergunning van het Instituut. Die vergunning is persoonlijk en kan worden ingetrokken. §
  10. De Koning bepaalt, na advies van het Instituut, de algemene regels inzake toekenning, schorsing en intrekking van de in § 1 bedoelde vergunningen. Hij kan bepalen in welke gevallen die vergunningen niet vereist zijn ». Deze bepaling levert in feite alleen een rechtsgrond op voor artikel 5 van het ontworpen besluit. 6° Tot slot is ook artikel 51, § 2, van dezelfde wet volledig vreemd aan de problematiek die aan bod komt in de thans voorliggende bepaling, aangezien het betrekking heeft op de bevoegdheid die verleend wordt aan het BIPT om « aan operatoren die de toegang tot de eindgebruikers controleren, verplichtingen [op te leggen] met inbegrip van nationale roaming voor zover noodzakelijk om eind-tot-eindverbindingen of interoperabiliteit van diensten te verzekeren »
(20).3. Het besluit is dan ook dat artikel 8 van het ontwerp geen enkele rechtsgrond ontleent aan de wetsbepalingen die in het ontworpen besluit als rechtsgrond opgegeven worden. Bij ontstentenis van een andere duidelijke en uitdrukkelijke rechtsgrond, dient de voorliggende bepaling te vervallen. Artikel 9 Pro memorie wordt vermeld dat artikel 18, § 1, van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/07/2016 numac 2016000435 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de elektronische communicatie type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten bepaalt dat niet alleen de voorwaarden voor het verkrijgen maar ook voor het uitoefenen van gebruiksrechten voor radiofrequenties die geheel of gedeeltelijk gebruikt worden voor elektronische communicatiediensten die aan het publiek worden aangeboden, « door de Koning [worden] vastgesteld bij een besluit, genomen na advies van het Instituut en vastgesteld na overleg in de Ministerraad ». Daaruit volgt dat de Koning de voorwaarden voor het verkrijgen en voor het gebruik van deze rechten alleen bij wege van verordening kan vaststellen, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en na advies van het BIPT. Het ontworpen artikel 9, § 4, van het besluit kan de Koning dus niet machtigen om « om gegronde redenen, op elk ogenblik na de toekenning van de gebruiksrechten, de voorwaarden van de gebruiksrechten [te] wijzigen ». Een dergelijke machtiging is immers buitenmatig en gaat overduidelijk voorbij aan de procedure waarin artikel 18, § 1, van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/07/2016 numac 2016000435 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de elektronische communicatie type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten voorziet. Artikel 10 Er moet worden opgemerkt dat de informatieplicht die opgelegd wordt bij artikel 10, § 1, van het ontwerp, niet nauwkeurig genoeg is, meer bepaald wat betreft de wijze van bekendmaking van de informatie bestemd voor het « publiek ». De bepaling dient op dat punt nauwkeuriger te zijn
(21). Artikel 12 Artikel 12 van het ontwerpbesluit betreft de nationale roaming. Het ontleent zijn rechtsgrond aan artikel 51, meer bepaald paragraaf 2, van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/07/2016 numac 2016000435 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de elektronische communicatie type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten. Er zij gememoreerd dat deze bepaling het BIPT de mogelijkheid biedt nationale roaming op te leggen, maar enkel « nadat het heeft vastgesteld dat de commerciële onderhandelingen dienaangaande tussen de operatoren binnen een redelijke termijn niet tot een overeenstemming leiden ». Voorts luidt deze bepaling als volgt : « De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, na advies van het Instituut, de nadere regels volgens dewelke het Instituut nationale roaming kan opleggen, meer bepaald inzake : - de termijnen waarover het Instituut daartoe beschikt; - de operatoren die verplicht zijn om nationale roaming aan te bieden en degene die het recht hebben op nationale roaming; - de vereiste minimum ontplooiing van het eigen netwerk van de operator die recht heeft op nationale roaming; - de diensten waarop de overeenkomst van nationale roaming betrekking heeft; - de geografische gebieden waarop de overeenkomst van nationale roaming betrekking heeft; - de duur van de overeenkomst van nationale roaming; - de omstandigheden die geheel of gedeeltelijk een einde maken aan de overeenkomst van nationale roaming ». Het staat dus aan de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en na advies van het Instituut « de nadere regels » vast te stellen « volgens dewelke het Instituut nationale roaming kan opleggen ». In het licht van deze bepaling geeft artikel 12 van het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen. 1° Paragraaf 8 van artikel 12 van het ontwerp luidt als volgt : « § 8.Indien na het afsluiten van een overeenkomst van nationale roaming met tussenkomst van het Instituut krachtens dit artikel een operator die recht heeft op nationale roaming over een andere overeenkomst van nationale roaming onderhandelt en deze afsluit met een andere operator die nationale roaming moet aanbieden, dan wordt de eerste overeenkomst van nationale roaming die tot stand kwam na tussenkomst van het Instituut automatisch beëindigd, behoudens andersluidend akkoord tussen de partijen bij die eerdere overeenkomst van nationale roaming. Indien het Instituut vaststelt dat de operator die recht heeft op nationale roaming zijn dekkingsverplichtingen krachtens artikel 11 niet naleeft, dan wordt de overeenkomst van nationale roaming die tot stand kwam na tussen komst van het lnstituut automatisch beëindigd, behoudens andersluidend akkoord tussen de partijen bij deze overeenkomst van nationale roaming. Indien het Instituut vaststelt dat de operator die recht heeft op nationale roaming een 3G-operator is en zijn dekkingsverplichtingen krachtens het koninklijk besluit 3G niet naleeft, dan wordt de overeenkomst van nationale roaming die tot stand kwam na tussenkomst van het Instituut automatisch beëindigd, behoudens andersluidend akkoord tussen de partijen bij deze overeenkomst van nationale roaming ». Deze bepaling is onvoldoende nauwkeurig wat betreft de wijze waarop een einde wordt gemaakt aan de roamingovereenkomst. Artikel 51, § 2, van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/07/2016 numac 2016000435 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de elektronische communicatie type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten machtigt de Koning weliswaar slechts om « de omstandigheden die geheel of gedeeltelijk een einde maken aan de overeenkomst van nationale roaming » vast te leggen. Maar enerzijds is de opsomming van de regels volgens welke het BIPT nationale roaming kan opleggen in deze wetsbepaling niet limitatief
(22). En anderzijds moeten de regels volgens welke de roamingovereenkomst wordt beëindigd, ter wille van de rechtszekerheid nauwkeuriger worden bepaald; het woord « automatisch », dat in de voorliggende bepaling wordt gebezigd, kan deze rechtszekerheid onvoldoende waarborgen. Er zou bijvoorbeeld moeten worden bepaald op welk tijdstip precies deze overeenkomst wordt beëindigd, inzonderheid rekening houdend met een kennisgeving die het BIPT aan de betrokken partijen moet doen. De voorliggende bepaling moet dienaangaande worden aangevuld. 2° Gelet op de vereisten inzake de machtiging aan de Koning, voortvloeiend uit artikel 51, § 2, van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/07/2016 numac 2016000435 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de elektronische communicatie type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten, kan paragraaf 9, derde lid, van artikel 12 van het ontwerp niet louter bepalen dat de Koning « [i]n specifieke gevallen kan () bepalen dat een andere berekeningswijze, zoals een tarief per gebruik, meer aangewezen is ». Enerzijds moet de voorliggende bepaling worden herzien teneinde aan te geven in welke gevallen een ander berekeningswijze kan worden toegepast. Anderzijds moet ze worden herzien zodat de bevoegdheid om van geval tot geval te beslissen of een « meer aangewezen » berekeningswijze wordt gebruikt, niet aan de Koning maar aan het Instituut wordt verleend, daar het Instituut volgens de regeling opgezet door artikel 51, § 2, van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/07/2016 numac 2016000435 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de elektronische communicatie type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten de individuele beslissing moet nemen om nationale roaming al dan niet op te leggen. 3° Paragraaf 9, zesde en zevende lid, van de voorliggende bepaling moet worden herzien teneinde duidelijk aan te geven in welke omstandigheden, gevallen of situaties het Instituut enerzijds een « andere berekeningsmethode » (zesde lid) kan kiezen en anderzijds « bepaalde vaste kosten [kan] [op]nemen » in een overeenkomst van nationale roaming. Artikel 38 In paragraaf 2 van artikel 38 van het ontwerp moeten de woorden « De kandidaat » worden vervangen door de woorden « De 800 MHz-operator ».
(1)Koninklijk besluit van 20 september 2012Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen sluiten3 houdende uitvoering van artikel 19/1, § 1, tweede lid van hoofdstuk V/1 van de wet van 5 mei 1997Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/05/1997 pub. 18/06/1997 numac 1997021155 bron diensten van de eerste minister 5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling sluiten 'betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling'.
(2)Die frequenties vormen drie blokken : zie artikel 4 van het ontworpen besluit.
(3)Zie hoofdstuk 2 van het ontworpen besluit (artikelen 2 en 3).
(4)Zie hoofdstuk 3 van het ontworpen besluit (artikelen 4 tot 6).
(5)Zie hoofdstuk 4 van het ontworpen besluit (artikel 7).
(6)Zie hoofdstuk 6 van het ontworpen besluit (artikel 9).
(7)Zie hoofdstuk 7 van het ontworpen besluit (artikelen 10 en 11).
(8)Zie hoofdstuk 8 van het ontworpen besluit (artikel 12).
(9)Zie artikel 38 van het ontworpen besluit.
(10)In artikel 8 van het ontworpen besluit wordt bepaald dat van het bedrag van die enige heffing de bedragen worden afgetrokken voor de vergoeding, door het BIPT, van de omroeporganisaties waarop dat artikel betrekking heeft.
(11)Parl.St. Kamer 2012-13, nr. 53-2789/004.
(12)Zie onder andere, Parl.St. Senaat, nr. 5-2083. Dossierfiche K. 53-2789.
(13)Beginselen van de wetgevingstechniek - Handleiding voor het opstellen van wetgevende en reglementaire teksten, www.raadvst-consetat.be, tab « Wetgevingstechniek », aanbeveling, formule F 3-5-3.
(14)De term « recht » in de Nederlandse tekst van het ontwerp is in dat verband slecht gekozen.Een recht is een door de overheid opgelegde heffing, met andere woorden een belasting. Het zou beter zijn te spreken van een « retributie » of een « vergoeding ».
(15)Zie, wat het begrip retributie betreft, meer bepaald advies 37.844/3, op 1 februari 2005 verstrekt over een ontwerp dat geleid heeft tot het koninklijk besluit van 10 augustus 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen sluiten0 'tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 juli 1993 tot vaststelling van het bedrag van de bijdragen bedoeld in artikel 13bis van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen', advies 37.295/4, op 28 juni 2004 verstrekt over een voorontwerp dat de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/07/2016 numac 2016000435 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de elektronische communicatie type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten betreffende de elektronische communicatie' is geworden (Parl.St. Kamer 2004-05, nr. 51-1425/1 en 1426/1, 227-228) en advies 47.625/4, op 24 februari 2010 verstrekt over een voorontwerp van wet 'tot wijziging van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom. 21/03/1991 pub. 09/01/2013 numac 2012000673 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom. 21/03/1991 pub. 18/01/2016 numac 2015000792 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven en houdende wijziging van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector'; zie ook Grondwettelijk Hof, arrest 164/2003 van 17 december 2003, en arrest 54/2008 van 13 maart 2008; P. Goffaux, Dictionnaire de droit administratif, Bruylant, Brussel 2006, blz. 220 tot 223, en de genoemde literatuurplaatsen, e.a. Cass., 28 januari 1988, Pas., 1988, I, 619 en Cass., 10 mei 2002, AR C. 010034 F.
(16)Deze eis wordt gesteld zowel in het oorspronkelijke artikel 14 van de machtigingsrichtlijn als in deze bepaling zoals ze is vervangen bij richtlijn 2009/140/EG.
(17)Het gaat om de vergoeding genaamd « recht voor de terbeschikkingstelling van frequenties ».
(18)Zie in dezelfde zin advies 47.728/4, op 25 januari 2010 verstrekt over een voorontwerp dat geleid heeft tot de wet van 15 maart 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/2010 pub. 25/03/2010 numac 2010011137 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende wijziging van artikel 30 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie sluiten 'houdende wijziging van artikel 30 van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/07/2016 numac 2016000435 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de elektronische communicatie type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten betreffende de elektronische communicatie' (Parl.St Kamer 2009-10, nr. 52-2401/1, 17-29).
(19)Voor soortgelijke opmerkingen, zie de opmerkingen gemaakt in advies 47.981/4 van 7 april 2010 aangaande artikel 7 van een ontwerp dat geleid heeft tot het koninklijk besluit van 22 december 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/07/1998 pub. 31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen sluiten2 'betreffende radiotoegang in de frequentieband 2500-2690 MHz'.
(20)Deze bepaling levert eigenlijk een rechtsgrond op voor artikel 12 van het ontworpen besluit.
(21)Zie in die zin het voornoemde advies 47.981/4.
(22)Zie het gebruik van de bijwoordelijke bepaling « meer bepaald ». De griffier, A.-C. Van Geersdaele. De voorzitter, P. Liénardy. 6 JUNI
  1. - Koninklijk besluit betreffende radiotoegang in de frequentieband 790-862 MHz ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/07/2016 numac 2016000435 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de elektronische communicatie type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten betreffende de elektronische communicatie, artikel 14, eerste lid, artikel 18 en artikel 20, § 1 gewijzigd bij de wet van 10 juli 2012, artikel 29, § 2, artikel 30 gewijzigd bij de wet van 15 maart 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/2010 pub. 25/03/2010 numac 2010011137 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende wijziging van artikel 30 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie sluiten en bij de wet van 29 mei 2013, artikel 39, § 2 en artikel 51, § 2, gewijzigd bij de wet van 15 maart 2010Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/2010 pub. 25/03/2010 numac 2010011137 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet houdende wijziging van artikel 30 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie sluiten; Gelet op het advies van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie, gegeven op 15 januari 2013; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 23 januari 2013; Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting van 30 januari 2013; Gelet op de raadpleging van 1 februari 2013 tot 1 maart 2013 van het Interministerieel Comité voor Telecommunicatie en Radio-omroep en Televisie; Gelet op de raadpleging van het Overlegcomité van 6 maart 2013 en van 24 april 2013; Gelet op de spoedeisendheid gemotiveerd door : « Het besproken ontwerp van koninklijk besluit vindt zijn wettelijke grondslag in de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/07/2016 numac 2016000435 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de elektronische communicatie type wet prom. 13/06/2005 pub. 20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie sluiten betreffende de elektronische communicatie, meer bepaald in artikel 30, § 1/1, derde lid. Deze bepaling wordt gewijzigd door de wetgever die een 4° heeft toegevoegd waarin het bedrag van de enige heffing wordt vastgelegd dat de operatoren moeten betalen die gebruiksrechten mogen hebben voor radiofrequenties met het oog op de uitbating van een netwerk en het aanbieden van mobiele openbare elektronische-communicatiediensten in de 790-862 MHz-band. Deze wijziging wordt dra gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad nadat het ontwerp (Parlementair Document 53K2789) werd goedgekeurd door de Plenaire vergadering van de Kamer op 8 mei 2013 en het niet werd geëvoceerd door de Senaat (Parlementair Document S. 5 2083). De auteur van dit ontwerp van koninklijk besluit heeft moeten wachten op deze wetswijziging alvorens hij zijn tekst ter advies van de afdeling wetgeving van de Raad van State kon voorleggen. Een eerste verzoek om advies werd immers reeds aan de Raad van State gericht op 8 maart
  2. Dit heeft geleid tot het advies 53.017/4 van 3 april
  3. In dat advies merkt de afdeling wetgeving van de Raad van State op dat « bij de ontworpen tekst een regeling wordt ingevoerd waarvoor als noodzakelijke voorwaarde geldt dat door de wetgever een voorontwerp van wet wordt aangenomen dat ertoe strekt een 'enige heffing' op te leggen voor de frequentieband 790-862 MHz en het bedrag ervan te bepalen, terwijl het in dit stadium niet vaststaat dat dit voorontwerp zal worden aangenomen ». En voegt het toe : « het ontworpen besluit blijkt een regeling in te voeren die afhangt van een wijziging die nog moet worden aangebracht in artikel 30, § 1/1, van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.