📄 Wettekst
6 JUNI 2013. - Koninklijk besluit betreffende radiotoegang in de frequentieband 790-862 MHz
VERSLAG AAN DE KONING Sire, Algemeen Dit besluit bepaalt de voorwaarden voor het verkrijgen en uitoefenen van de gebruiksrechten die worden toegekend aan de mobiele operatoren in de frequentieband 790-862 MHz, de zogenaamde « 800 MHz-band ».
Deze band staat bekend als het zogenaamde digitaal dividend. Door de overschakeling van analoge naar digitale televisie kunnen er in het zelfde spectrum veel meer TV-programma's gepland worden. Bij gelijk blijvend aanbod komt er dus een aanzienlijke band vrij die een « dividend » vormt.
De 800 MHz-band maakt deel uit van de band 470-862 MHz die in 2006 door een regionale planningsconferentie van de Internationale Telecommunicatie Unie (hierna « ITU ») - RRC-06 - gepland werd voor digitale televisie. De beslissing van de Wereld Radiocommunicatie Conferentie die plaatsvond in 2007 (WRC-07) om de band 800 MHz toe te kennen aan de mobiele dienst leidde ertoe dat deze band in Europa aangeduid werd als toekomstige band voor het aanbieden van elektronische-communicatiediensten.
De harmonisering van het spectrumgebruik op het niveau van de Europese Unie moet de interne markt voor draadloze elektronische-communicatiediensten stimuleren. Op die manier worden nieuwe innovatiekansen en werkgelegenheid gecreëerd en wordt ook het economisch herstel bevorderd rekening houdende met de sociale, culturele en economische waarde van spectrum. Er werd dan ook heel wat inspanning geleverd zowel op het vlak van de CEPT (Europese Conferentie van de Administraties van Post en Telecommunicatie) als de Europese Unie om deze band te harmoniseren.
Op het vlak van de Europese Unie dienen volgende teksten vermeld te worden : - Aanbeveling 2009/848/EG van de Commissie van 28 oktober 2009 tot het vrijgeven van het digitale dividend in de Europese Unie (P.B., 24 november 2009, L 308/24) waarbij wordt opgeroepen tot het stopzetten van de analoge uitzendingen uiterlijk op 1 januari 2012; - Besluit 2010/267/EU van de Commissie van 6 mei 2010 betreffende de geharmoniseerde technische gebruiksvoorwaarden in de 790-862 MHz-frequentieband voor terrestrische systemen die elektronische-communicatiediensten kunnen verschaffen in de Europese Unie (P.B., 11 mei 2010, L 117/95); - Besluit 243/2012/EU van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 tot vaststelling van een meerjarenprogramma voor het radiospectrumbeleid (P.B., 21 maart 2012, L 81/7).
Dit laatste Besluit beoogt om de 800 MHz-band beschikbaar te maken voor elektronische-communicatiediensten in de Europese Unie. Het legt aan de Lidstaten op om voor 1 januari 2013 het machtigingsproces uit te voeren om het gebruik van de 800 MHz-band voor elektronische-communicatiediensten mogelijk te maken.
In overweging (1) van dit Besluit wordt aangegeven dat het meerjarenprogramma voor het radiospectrumbeleid de doelen en kernacties moet steunen, die zijn uiteengezet in de mededeling van de Commissie van 3 maart 2010 inzake de Europa 2020-strategie en de mededeling van de Commissie van 26 augustus 2010 inzake « Een digitale agenda voor Europa ». Verder wordt in overwegingen (8), (15) en (19) van het Besluit 243/2012/EU een duidelijk verband gelegd tussen de doelstellingen van de digitale agenda 2020, het meerjarenprogramma voor het radiospectrumbeleid en de terbeschikkingstelling van de 800 MHz-band.
De digitale agenda 2020 heeft als doel te voorzien in snel breedbandinternet voor de toekomstige op netwerken en op kennis gebaseerde economie en om universele toegang te bieden tot breedbandinternet. In punt 2.4 wordt gesteld : « Zeer snel internet is een voorwaarde voor krachtige economische groei, werkgelegenheid, welvaart en gegarandeerde toegang van de burger tot inhoud en diensten.
De economie van de toekomst wordt een op netwerken gebaseerde kenniseconomie met het internet als spil. Europa moet kunnen vertrouwen op breed beschikbaar en concurrerend geprijsd snel en ultrasnel internet. In de Europa 2020-strategie wordt sterk de nadruk gelegd op het belang van breedbandgebruik voor de sociale inclusie en het concurrentievermogen in de EU. ».
De toegang via draadloze breedband is een belangrijk middel om de concurrentie, de keuze voor de consument en de toegang op het platteland of andere gebieden waar de invoering van draadgebonden breedband moeilijk ligt of economisch niet levensvatbaar is, te verbeteren.
De digitale agenda 2020 roept op om alle burgers van de Unie tegen 2020 toegang te verlenen tot breedband. De terbeschikkingstelling van de 800 MHz-band kan hier een beduidende bijdrage leveren o.a. om de digitale kloof te minimaliseren.
Volgens artikel 6.6 van Besluit 243/2012/EU dienen de lidstaten, in samenwerking met de Europese Commissie, de toegang tot breedbanddiensten op de 800 MHz-band in afgelegen en dunbevolkte gebieden, waar dit zinvol is, te bevorderen. Hierbij moeten de lidstaten onder andere onderzoeken welke technische en regelgevende maatregelen genomen moeten worden om ervoor te zorgen dat het vrijmaken van de 800 MHz-band geen nadelige gevolgen heeft voor gebruikers van diensten voor programmaproductie en speciale evenementen (program making and special events, PMSE).
Het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie (hierna « BIPT ») nam hiertoe reeds maatregelen (besluit van de Raad van het BIPT van 9 augustus 2012 met betrekking tot radio-interfaces B10-01 tot B10-12 (V3.1), F02-01 en F02-02).
Op 21 maart 2012 werd een publieke consultatie door het BIPT uitgevoerd in verband met een vragenlijst betreffende de 800 MHz-band.
De synthese van de antwoorden die ontvangen werden naar aanleiding van deze consultatie werd op 16 augustus 2012 op de website van het BIPT gepubliceerd.
Een cruciaal aspect van de mobiele markt, dat de vraag naar 800 MHz-spectrum zal beïnvloeden is de ontwikkeling van mobiele datadiensten. In 2011 heeft het BIPT geschat dat de penetratie van mobiele datadiensten ongeveer 19 % van de bevolking bedraagt, een stijging van 6,1 procent ten opzichte van 2010.
Terwijl « smartphones », en in mindere mate « tablets » en « dongles », een belangrijke motor van mobiele datadiensten in de toekomst zullen blijven vormen, is de huidige penetratie in België aanzienlijk lager dan het Europese gemiddelde. Er is dus nog heel wat ruimte voor groei op dit vlak. De voordelen van het marktpotentieel in combinatie met een sterke stijging van de « smartphone »-penetratie zijn indicatoren van een groeiende belangstelling voor mobiele datadiensten in België en zullen waarschijnlijk bijdragen tot een sterke vraag naar 800 MHz-spectrum. Dit kadert in Besluit 243/2012/EU waarin geëist wordt dat er minstens 1200 MHz spectrum nodig is om het groeiend verkeer voor mobiele data aan te kunnen.
Het BIPT deed tevens een beroep op een onafhankelijke consultant om de problematiek van de 800 MHz-band te bekijken met het oog op het formuleren van aanbevelingen voor het vastleggen van de technische parameters en de regels voor de toewijzingsprocedure die op nationaal vlak geïmplementeerd moeten worden. Deze studie werd uitgevoerd door Aetha Consulting Limited in samenwerking met NERA Economic Consulting (hierna « Aetha & Nera ») en resulteerde in het rapport « Regulations for award of the 790-862 MHz band » van 31 oktober 2012. Dit rapport werd gepubliceerd op de website van het BIPT. Op 14 november 2012 publiceerde het BIPT een raadpleging georganiseerd door de Raad van het BIPT op verzoek van de minister van Economie betreffende het ontwerp van wet houdende wijziging van artikel 30 van de
wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/07/2016
numac
2016000435
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de elektronische communicatie
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/06/2005
numac
2005011238
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet betreffende de elektronische communicatie
sluiten betreffende de elektronische communicatie en het ontwerp van koninklijk besluit betreffende radiotoegang in de band 790-862 MHz. Er kon worden gereageerd tot 14 december 2012. Op 14 december 2012 had het BIPT 10 bijdragen ontvangen tot de openbare raadpleging.
Overeenkomstig de aanbevelingen van dit onderzoek is de procedure voor de toekenning van de gebruiksrechten voor frequenties een veiling. Dit stemt overeen met de keuze van de meeste Europese staten die al zijn overgegaan tot een dergelijke toekenning of die al een procedure hebben opgezet met het oog op deze toekenning. De situatie in België is zodoende vergelijkbaar met deze elders in Europa.
Een veiling is namelijk een van de meest transparante en meest geschikte procedures om het uiteindelijke bedrag van de enige heffing te bepalen. Een dergelijk bedrag is namelijk het resultaat, uitgaande van een startbedrag dat hetzelfde is voor alle kandidaten, van de voorstellen van de kandidaten zelf op basis van hun eigen berekeningen. Dit bevordert de concurrentie en leidt tot een resultaat dat de werkelijke waarde van de frequenties weerspiegelt.
De belangrijkste doelstellingen die doorheen dit besluit gevolgd werden zijn de volgende : - het spectrum gunnen aan de meest efficiënte gebruikers; - op grote schaal de uitrol van het breedbandnetwerk aanmoedigen en de digitale kloof in België verder minimaliseren; - ervoor zorgen dat alle 800 MHz-spectrum wordt uitgereikt tijdens het veilingproces (in het bijzonder niet-toegewezen spectrum na de veiling vermijden); - het gebruik van het spectrum op de meest efficiënte manier garanderen; - de concurrentie op de mobiele markt maximaliseren; - de concurrentie bevorderen tussen de vaste en de mobiele breedbandmarkt; - zorgen voor een billijke opbrengst voor de overheid, aangezien het hier gaat over een waardevol en schaars publiek goed; - het spectrum gunnen op basis van een transparante, objectieve, niet-discriminerende en eerlijke procedure; - de complexiteit en de kosten minimaliseren met betrekking tot de uitvoering van de gunningsprocedure.
Advies 53.397/4 van de Raad van State van 28 mei 2013 werd gevolgd, afgezien van een paar punten waarvan hierna de verantwoording volgt.
Met betrekking tot de voorafgaande vormvereisten merkt de Raad van State op dat het twijfelachtig is dat het ontwerp zou kunnen vallen onder een uitzonderingsgrond van artikel 2 van het KB van 20 september 2012 houdende uitvoering van artikel 19/1, § 1, tweede lid van hoofdstuk V/1 van de
wet van 5 mei 1997Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/05/1997
pub.
18/06/1997
numac
1997021155
bron
diensten van de eerste minister
5 MEI 1997 Wet betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling
sluiten betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling zodat geen impactanalyse m.b.t. duurzaamheid zou moeten worden uitgevoerd. Dit ontwerp valt echter wel degelijk onder dergelijke uitzonderingsgrond, met name voorgenomen regelgeving waarover het advies van de Raad van State wordt gevraagd met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State (artikel 2,5° van het
koninklijk besluit van 20 september 2012Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/07/1998
pub.
31/07/1998
numac
1998011215
bron
ministerie van economische zaken
Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen
sluiten3). Bijgevolg is een impactanalyse m.b.t. duurzaamheid niet vereist.
Wat betreft artikel 8 is de Raad van State van mening dat het ontwerp geen voldoende rechtsgrond biedt voor deze regeling van schadevergoeding voor de betrokken omroeporganisaties. Artikel 18, § 1, 3°, van de
wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/07/2016
numac
2016000435
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de elektronische communicatie
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/06/2005
numac
2005011238
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet betreffende de elektronische communicatie
sluiten biedt hiervoor nochtans wel een rechtsgrond. Op basis hiervan kan de Koning de technische en operationele voorwaarden bepalen ter voorkoming van schadelijke storingen. De schadevergoedingsregeling van artikel 8 valt onder dergelijke voorwaarden : hij is noodzakelijk om de betrokken omroeporganisaties hun zenders te doen herschikken zodat er geen schadelijke storingen ontstaan bij het gebruik van de 800MHz-band in het kader van de bij dit ontwerp geregelde toepassing. Om niettemin de Raad van State tegemoet te komen wordt in de aanhef als rechtsgrond artikel 14, eerste lid van voornoemde
wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/07/2016
numac
2016000435
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de elektronische communicatie
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/06/2005
numac
2005011238
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet betreffende de elektronische communicatie
sluiten toegevoegd.
Hierin wordt bepaald dat de Koning de technische voorschriften kan vaststellen betreffende het gebruik van de radiofrequenties voor zover deze niet uitsluitend voor omroepsignalen zijn bestemd. Hierin kan dus ook een basis gevonden worden voor de schadevergoedingsregeling uit artikel 8 : ter voorkoming van storingen in de 800 MHz-band, dienen de omroeporganisaties vergoed te worden zodat ze deze band verlaten. Het voorkomen van storingen maakt deel uit van de technische voorschriften voor het gebruik van de radiofrequenties.
Artikel 10 moet volgens de Raad van State worden verduidelijkt op het vlak van modaliteiten van publicatie van de informatie bestemd voor het publiek. Deze bepaling stelt echter al duidelijk dat de verstrekte informatie het publiek in staat moet stellen om ondubbelzinnig vast te stellen waar het van de betreffende dienst gebruik kan maken. De operator kan het beste beoordelen wat de meest geschikte modaliteiten zijn om dit aan het publiek bekend te maken. Het is dus niet aangewezen dit expliciet in de bepaling op te nemen.
Wat betreft artikel 12, § 9, vindt de Raad van State dat de betreffende hypotheses en omstandigheden beter moeten worden uitgewerkt. Gelet op het feit dat het onmogelijk is hierop volledig te anticiperen, verdient het echter de voorkeur om dit geval per geval te kunnen regelen, aangepast aan de concrete omstandigheden zodat men niet gebonden is door op voorhand vastgelegde regels. In voorkomend geval zal uiteraard een gepaste motivering ontwikkeld worden.
Artikelsgewijze bespreking Artikel 1 In dit artikel worden een aantal in het besluit voorkomende termen gedefinieerd.
De definities van 'controle met betrekking tot een persoon' en 'relevante groep' zijn dezelfde als degene die worden gehanteerd in het
koninklijk besluit van 18 januari 2001Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
18/01/2001
pub.
20/01/2001
numac
2001014004
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Koninklijk besluit tot vaststelling van het bestek en van de procedure tot toekenning van vergunningen voor de mobiele telecommunicatiesystemen van de derde generatie
sluiten tot vaststelling van het bestek en van de procedure tot toekenning van vergunningen voor de mobiele telecommunicatiesystemen van de derde generatie (hierna het « koninklijk besluit 3G ») en het
koninklijk besluit van 22 december 2010Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/07/1998
pub.
31/07/1998
numac
1998011215
bron
ministerie van economische zaken
Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen
sluiten2 betreffende radiotoegang in de frequentieband 2500-2690 MHz, (hierna het « koninklijk besluit 2,6 GHz »). De overige definities behoeven geen commentaar.
Artikel 2 De betreffende frequenties kunnen slechts verworven worden door operatoren die een kennisgeving hebben gedaan in de zin van artikel 9 van de
wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/07/2016
numac
2016000435
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de elektronische communicatie
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/06/2005
numac
2005011238
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet betreffende de elektronische communicatie
sluiten betreffende de elektronische communicatie (hierna «
wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/07/2016
numac
2016000435
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de elektronische communicatie
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/06/2005
numac
2005011238
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet betreffende de elektronische communicatie
sluiten »).
Artikel 3 De gebruiksrechten worden toegekend voor een periode van twintig jaar, telkens verlengbaar met vijf jaar.
De gebruiksrechten die eerder werden toegekend aan de 2G-operatoren (op basis van het koninklijk besluit van 7 maart 1995 betreffende het opzetten en de exploitatie van GSM-mobilofoonnetten, hierna het 'koninklijk besluit GSM' genoemd, en op basis van het
koninklijk besluit van 24 oktober 1997Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
24/10/1997
pub.
05/12/1997
numac
1997014245
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Koninklijk besluit betreffende het opzetten en de exploitatie van DCS-1800-mobilofonienetten
type
koninklijk besluit
prom.
24/10/1997
pub.
05/12/1997
numac
1997014244
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 maart 1995 betreffende het opzetten en exploiteren van GSM-mobilofoonnetten
sluiten betreffende het opzetten en de exploitatie van DCS-1800-mobilofonienetten, hierna het « koninklijk besluit DCS » genoemd) en de gebruiksrechten die werden toegekend voor de band 2,6 GHz (op basis van het koninklijk besluit 2,6 GHz) waren toegekend voor een periode van vijftien jaar. De gebruiksrechten voor de 3G-operatoren (op basis van het koninklijk besluit 3G) waren daarentegen toegekend voor een periode van twintig jaar.
De geldigheidsperiode van de gebruiksrechten die toegekend zijn bij de veilingen voor de 800 MHz-band die in Europa al hebben plaatsgevonden, ligt tussen 15 en 24 jaar.
De cyclus voor de vervanging van dit soort uitrusting is korter dan 15 jaar. Men zou dus a priori kunnen beschouwen dat een periode van 15 jaar lang genoeg is om de houders van de gebruiksrechten de kans te geven hun investeringen in de infrastructuur voor de 800 MHz-band te rentabiliseren. De bijdragen tot de openbare raadpleging van 14 november 2012 hebben echter een voorkeur doen blijken voor een periode van 20 jaar opdat de operatoren hun ondernemingsplan kunnen uitwerken met een hogere mate van betrouwbaarheid, door meer duidelijkheid te scheppen over de langetermijnontwikkeling van hun activiteiten.
De gebruiksrechten zijn geldig voor het gehele nationale grondgebied.
Dit wil zeggen te land. De gebruiksrechten reiken dus niet tot het nationale luchtruim of de territoriale wateren.
Artikel 4 Paragraaf 1 bepaalt de onderverdeling in blokken van de frequentieband 800 MHz.
De 800 MHz-band, met een totale capaciteit van 30 MHz duplex, is onderverdeeld in drie blokken van 10 MHz duplex om de volgende redenen : - met een LTE-blok van 5 MHz duplex kunnen geen snelheden worden gehaald die aanzienlijk hoger liggen dan met een HSPA-blok (evolutie van de 3G UMTS-norm) van 5 MHz duplex, dat kan worden aangewend in de 900 MHz-band in het kader van de 3G-vergunningen; - uit de bijdragen tot de openbare raadpleging van 21 maart 2012 en tot de raadpleging van 14 november 2012 bleek dat er een voorkeur was voor blokken van 10 MHz duplex; - bij de veilingen voor de 800 MHz-band die in Europa al hebben plaatsgevonden, hebben alle operatoren die de toekenning in de wacht hebben gesleept, 10 MHz duplex gekregen. De enige uitzondering is TDC (Denemarken), dat 20 MHz duplex heeft gekregen.
Het onderzoek van Aetha & Nera beveelt aan om drie blokken van 10 MHz duplex toe te kennen om de hierboven aangehaalde redenen.
Paragraaf 2 bepaalt welke subfrequentieband wordt gebruikt voor het uitzenden door de basisstations en welke frequentieband wordt gebruikt voor het uitzenden door de eindtoestellen.
Paragraaf 3 bepaalt de maximale spectrumhoeveelheid (« spectrum cap ») die een relevante groep kan innemen zonder de concurrentie tussen de verschillende operatoren in het gedrang te brengen.
De keuze van een « spectrum cap » voor de frequentieband 800 MHz is in hoofdzaak een compromis tussen het aantal mogelijke concurrerende infrastructuren die gebruikmaken van de 800 MHz-band en het prestatieniveau dat kan worden gehaald voor elk van deze infrastructuren.
De mogelijke waarden voor de « spectrum cap » zijn 5 MHz duplex, 10 MHz duplex, 15 MHz duplex, 20 MHz duplex, 25 MHz duplex of 30 MHz duplex.
Een blok van 10 MHz duplex wordt beschouwd als een minimum om aanzienlijk hogere snelheden te halen dan bij 3G-technologie. We kunnen dus de optie van een « spectrum cap » van 5 MHz duplex terzijde schuiven, die niet zou voldoen aan de ontwikkelingsdoelstellingen van de LTE-technologie in omstandigheden waarbij aanzienlijk hogere snelheden kunnen worden geleverd dan met 3G. Bij een « spectrum cap » van 15 MHz duplex (of meer) bestaat het gevaar dat er slechts twee operatoren zijn in de 800 MHz-band. Dit zou in strijd zijn met de doelstelling om het concurrentieniveau te maximaliseren (en in het bijzonder de concurrentie via de infrastructuren) zoals bedoeld in art. 8/1 § 1, c) van de
wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/07/2016
numac
2016000435
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de elektronische communicatie
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/06/2005
numac
2005011238
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet betreffende de elektronische communicatie
sluiten.
Een « spectrum cap » van 10 MHz duplex ligt eveneens in lijn met de resultaten van de veilingen die in Europa al hebben plaatsgevonden en met de aanbevelingen in het onderzoek van Aetha & Nera.
Artikel 5 Gelet op het onderhavige besluit is de vergunningsverplichting overeenkomstig artikel 39, § 1, van de
wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/07/2016
numac
2016000435
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de elektronische communicatie
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/06/2005
numac
2005011238
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet betreffende de elektronische communicatie
sluiten overbodig.
Artikel 6 Artikel 6, net als bijlage 1, hebben betrekking op de technische verplichtingen die de 800 MHz-operatoren dienen na te komen. De uitleg over de oorzaak van deze technische beperkingen wordt hieronder gegeven.
Artikel 7 De federale wetgeving voorziet in verschillende soorten vergoedingen voor de gebruiksrechten voor mobiele telefoons.
De mobiele operatoren zijn ertoe gehouden om in het begin van de geldigheidsperiode van de gebruiksrechten een enige heffing te betalen, in overeenstemming met artikel 30 van de
wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/07/2016
numac
2016000435
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de elektronische communicatie
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/06/2005
numac
2005011238
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet betreffende de elektronische communicatie
sluiten.
Considerans 32 van Richtlijn 2002/20/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 betreffende de machtiging voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten (Machtigingsrichtlijn) erkent dat de vergoedingen voor de gebruiksrechten voor frequenties zijn samengesteld uit een enige heffing en een periodiek bedrag.
Andere staten zoals Frankrijk, Italië, Duitsland, Zweden, Denemarken, Spanje en Portugal hanteren ook een enige heffing voor de gebruiksrechten voor frequenties in de frequentieband van 800 MHz.
Het jaarlijkse recht voor de terbeschikkingstelling van de frequenties is een aanvulling van de enige heffing die dient ter vergoeding van het effectieve gebruik van het spectrum en de administratieve kosten van het BIPT. Op die manier spoort het jaarlijkse recht de operator ertoe aan de frequenties die hij gebruikt rendabel te maken en dus de frequenties optimaal te gebruiken.
De enige heffing en de jaarlijkse rechten streven hetzelfde doel na, namelijk de operatoren aanzetten tot een optimaal gebruik van het toegewezen spectrum, en vormen zo twee onderdelen van eenzelfde vergoeding.
De mobiele operatoren moeten twee soorten jaarlijkse rechten betalen aan het BIPT : het jaarlijkse recht voor het beheer van de gebruiksrechten en het jaarlijkse recht voor de terbeschikkingstelling van de frequenties.
Het jaarlijkse recht voor het beheer van de gebruiksrechten vertegenwoordigt enkel de administratieve kosten van het BIPT. Het jaarlijkse recht voor het beheer van de gebruiksrechten bedraagt 350.000 euro. Het bedrag van 350.000 euro per jaar is gelijkaardig aan de geïndexeerde bedragen voor de jaarlijkse rechten voor beheer van de 2G-vergunningen (349.680 euro per jaar op basis van het GSM- en DCS-koninklijk besluit) en de 3G-vergunningen (326.900 euro per jaar op basis van het koninklijk besluit 3G).
Het jaarlijkse recht voor de terbeschikkingstelling van de frequenties bedraagt 87.500 euro per MHz. Dit bedrag is gelijkaardig aan de geïndexeerde bedragen voor de jaarlijkse rechten voor de terbeschikkingstelling van de frequenties voor de 900 MHz-band (87.245 euro per MHz op basis van het koninklijk besluit GSM), de 1800 MHz-band (87.245 euro per MHz op basis van het koninklijk besluit DCS) en de 2 GHz-band (81.750 euro per MHz op basis van het koninklijk besluit 3G).
Het onderzoek van Aetha & Nera beveelt aan om voor de jaarlijkse rechten eenzelfde bedrag te hanteren als voor de 900 MHz-band. Het is bovendien dit bedrag dat in het onderzoek in aanmerking wordt genomen voor de berekening van de business case van de operatoren.
Het bedrag van de jaarlijkse rechten is onafhankelijk van het aantal basisstations voor radiocommunicatie die de frequenties in kwestie exploiteren. Deze bepaling is dezelfde voor alle mobiele netwerken.
Artikel 8 De UHF-omroepband (470-862 MHz) is gedurende tientallen jaren gebruikt voor analoge uitgestraalde televisie. Gelet op de technologische ontwikkelingen is analoge televisie via de ether vervangen door digitale televisie via de ether of terrestrische digitale televisie (DVB-T). In 2006 heeft de ITU een plan opgesteld voor terrestrische digitale tv in de UHF-band, voor Europa en Afrika.
Verschillende besluiten, zowel op Europees niveau als op niveau van de ITU, hebben geleid tot de identificatie van de frequentieband 790-862 MHz (of 800 MHz-band) voor draadloze breedbanddiensten.
Omdat de frequentieband 800 MHz geïdentificeerd is voor draadloze breedbanddiensten kan die niet meer worden gebruikt voor terrestrische digitale televisie. Een beperkt aantal zenders voor terrestrische digitale televisie maakt gebruik van kanalen van de 800 MHz-band. Deze zenders zullen van kanaal moeten veranderen voordat draadloze breedbandnetwerken worden uitgerold.
Artikel 8 voorziet in een vergoedingsmechanisme voor de betrokken omroeporganisaties. Er dient te worden opgemerkt dat deze vergoedingskosten zullen worden aangerekend op het bedrag van de enige heffing zoals bepaald in artikel 34 van dit besluit.
Artikel 9 Artikel 9 legt een aantal algemene regels vast inzake controle.
Artikel 10 Artikel 10 bepaalt dat de operatoren het publiek moeten informeren over de gerealiseerde dekking.
Artikel 11 Artikel 18, § 1, 1°, van de
wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/07/2016
numac
2016000435
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de elektronische communicatie
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/06/2005
numac
2005011238
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet betreffende de elektronische communicatie
sluiten bepaalt dat de voorwaarden voor het verkrijgen en uitoefenen van gebruiksrechten voor radiofrequenties die geheel of gedeeltelijk gebruikt worden voor elektronische-communicatiediensten die aan het publiek worden aangeboden ook betrekking kunnen hebben op « (...) de dekkingsvereisten en kwaliteitseisen ».
De koninklijke besluiten GSM en DCS voorzien in dekkingsverplichtingen. De verbintenissen inzake dekking die de kandidaten voor de 2G-vergunningen zijn aangegaan, waren een van de selectiecriteria tijdens de gunningsprocedures in 1995 (selectie van Mobistar) en in 1997 (selectie van het toenmalige KPN/Orange, nu KPN Group Belgium).
De dekkingsverplichtingen van de 2G-operatoren konden dus meer dwingend zijn dan wat opgelegd is in de koninklijke besluiten. De 2G-dekkingsverplichtingen konden slechts worden vervuld door de GSM-technologie in de frequentiebanden 900 MHz en 1800 MHz.
Het koninklijk besluit 3G voorziet eveneens in dekkingsverplichtingen.
De 3G-dekkingsverplichtingen konden slechts worden vervuld door een IMT-2000-technologie gekozen door de operator.
In het koninklijk besluit 2,6 GHz zijn geen dekkingsverplichtingen opgenomen. De 2,6 GHz-band is namelijk verre van optimaal voor de dekking van grote gebieden.
De 800 MHz-band biedt de optimale oplossing voor de dekking van grote gebieden met draadloze breedbanddiensten. Dekkingsverplichtingen die verbonden zijn aan de gebruiksrechten voor de 800 MHz-band kunnen bijdragen tot de verwezenlijking van een doelstelling voor de dekking van heel België voor de datatransmissiediensten via mobiele breedband.
De mogelijkheid om de gebruiksrechten voor de 800 MHz-band afhankelijk te maken van dekkingsverplichtingen wordt trouwens uitdrukkelijk vermeld in considerans (23) van Besluit 243/2012/EU, die luidt : « De 800 MHz-band (790-862 MHz) is uitermate geschikt voor de dekking van grote gebieden met draadloze breedbanddiensten. (...) Gelet op de geschiktheid van de 800 MHz-band voor de dekking van grote gebieden, kunnen aan de rechten, indien nodig, dekkingsverplichtingen worden gekoppeld. » Een dekkingsverplichting wordt aanbevolen door het onderzoek van Aetha & Nera.
Artikel 18 van de
wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/07/2016
numac
2016000435
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de elektronische communicatie
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/06/2005
numac
2005011238
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet betreffende de elektronische communicatie
sluiten is de omzetting van deel B van de bijlage bij de Machtigingsrichtlijn. Punt 1 is ietwat herschreven door Richtlijn 2009/140/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 en luidt nu : « 1. Verplichting om een dienst aan te bieden (...) waarvoor de gebruiksrechten voor de frequentie zijn verleend, met inbegrip van in voorkomend geval de dekkingsvereisten en kwaliteitseisen. » Deel B van de bijlage bij de Machtigingsrichtlijn verduidelijkt de dekkingsvereisten en hoe ze moeten worden gerealiseerd.
Artikel 8.1, tweede lid, van Richtlijn 2002/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten (Kaderrichtlijn) bepaalt immers het volgende : « Tenzij anders bepaald in artikel 9, dat handelt over radiofrequenties, houden de lidstaten zoveel mogelijk rekening met de wenselijkheid van voorschriften die technologisch neutraal zijn, en zorgen zij ervoor dat de nationale regelgevende instanties bij de uitvoering van de in deze richtlijn en de bijzondere richtlijnen omschreven regelgevende taken, met name die welke erop gericht zijn daadwerkelijke concurrentie te waarborgen, eveneens daarmee rekening houden. » In tegenstelling tot de 2G- en 3G-vergunningen is aan de gebruiksrechten voor de 800 MHz-band geen technologie verbonden.
Er wordt weliswaar geen technologie opgelegd, maar artikel 11 legt voor de dekkingsverplichtingen wel een minimale bitsnelheid op.
Het is duidelijk dat de 800 MHz-band zou moeten worden gebruikt voor meer geavanceerde diensten dan diegene die op basis van de huidige 2G- en 3G-technologieën worden geboden. Ook al maakt de LTE-technologie (long term evolution), die zeer waarschijnlijk zou moeten worden gebruikt in de 800 MHz-band, het mogelijk om hogere snelheden aan te bieden dan de 3G-technologieën, toch zijn de echte limieten daarvan nog niet bekend. Er werd gekozen voor de snelheid van 3 Mbit/s omdat die hoger ligt dan wat de werkelijke 3G-netwerken kunnen verwezenlijken. Toch blijft het een voorzichtige doelstelling, rekening houdend met de aankondigingen van de operatoren en de fabrikanten.
Het is echter voor een operator technisch onmogelijk om een bepaalde bitsnelheid voor alle gebruikers te garanderen, ongeacht de belasting van het netwerk. Om hier eventueel rekening mee te houden, bepaalt het koninklijk besluit dat het BIPT een periode van de dag (piekuren) kan bepalen waarin de snelheid van 3 Mbit/s niet verplicht bereikt dient te worden. Deze periode kan evolueren volgens de ontwikkeling van het verkeer en de komst van nieuwe toepassingen.
Het uitrolschema voor de dekkingsverplichtingen is als volgt : - 30 % van de bevolking na 2 jaar; - 70 % van de bevolking na 4 jaar; - 98 % van de bevolking na 6 jaar.
Door voor de 800 MHz-band gebruik te maken van dezelfde uitzendplaatsen als die welke gebruikt worden voor GSM in de 900 MHz-band, wordt een LTE-dekking verkregen die aansluit bij de GSM-dekking. De dekkingsgraad van de GSM-netwerken bedraagt momenteel meer dan 99,5 % en dus blijft een doelpercentage van 98 % na 6 jaar voor de 800 MHz-band voorzichtig.
Voor de 3G-gebruiksrechten ligt de uiteindelijke dekkingsdoelstelling op 85 % van de bevolking. Als de 800 MHz-operatoren geen beperkingen worden opgelegd, dan bestaat het gevaar dat de niet met 3G gedekte gebieden pas als laatste zullen worden gedekt door de 800 MHz-netwerken, m.a.w. niet vóór 6 jaar. Eén van de 800 MHz-operatoren moet dus met voorrang (binnen een termijn van drie jaar) zijn netwerk uitrollen in de gebieden die gedekt zijn met GSM/EDGE door de drie 2G-operatoren, maar die door geen enkele 3G-operator met UMTS/HSPA gedekt zijn. Aangezien deze gebieden voor GSM gedekt zijn (2G), kunnen ze gedekt worden voor de 800 MHz-band door gebruik te maken van dezelfde uitzendplaatsen. Het doel is om na drie jaar een dekking te verkrijgen van de breedbanddiensten (3G en/of 4G) die gelijkaardig is aan de 2G-dekking.
Het is niet noodzakelijk dat deze prioritaire gebieden gedekt worden door de drie 800 MHz-operatoren : deze bijkomende verplichting is enkel verbonden aan één van de drie frequentieblokken. De veilingprocedure zal bepalen welke 800 MHz-operator deze gebieden binnen drie jaar moet bedekken.
Het uitrolschema is minder snel voor de operatoren die nog niet over frequenties voor de 900 MHz- en 1800 MHz-banden beschikken (vóór 2015 beschikken enkel de 2G-operatoren hierover) : zij beschikken over een termijn die 50 % langer is om dezelfde dekkingsdoelstellingen te behalen.
De operatoren die niet beschikken over frequenties in de 900 MHz-band zijn benadeeld voor de dekking van de grote gebieden omdat de kwaliteit van de verspreiding van de radiogolven lager ligt in de hogere frequentiebanden. Operatoren die niet beschikken over frequenties in de 1800 MHz-band zijn ook benadeeld voor de ontwikkeling van de LTE-technologie omdat deze frequentieband de eerste is die gebruikt werd voor de ontwikkeling van deze technologie in België.
De paragrafen 5 en 6 verduidelijken het concept 'dekking'.
In de bijdragen tot de openbare raadplegingen van 21 maart 2012 en van 14 november 2012 hebben bepaalde operatoren aangegeven dat de Brusselse milieunormen het niet mogelijk maken om het grondgebied van het Brussels Gewest met 4G te dekken. De dekkingsverplichtingen zijn niet van toepassing in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Er wordt immers aangenomen dat een operator het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zal bedekken, indien hij de mogelijkheid heeft om dit te doen, ook al is er geen verplichting. Om rekening te houden met de Brusselse milieunormen, wordt aangenomen dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest volledig gedekt is, ongeacht het werkelijke niveau van dekking ervan.
In de praktijk komt dit erop neer dat er geen dekkingsverplichtingen worden opgelegd voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De verplichtingen voor de rest van het land zijn onafhankelijk van de evolutie van de Brusselse milieunormen.
Wanneer bepaalde geografische gebieden reeds worden gedekt door een operator met de minimumsnelheid dankzij andere frequentiebanden dan de 800 MHz-band, dan wint men er niets bij om de operator te verplichten om ook die geografische gebieden te dekken met de 800 MHz-band. Op grond van paragraaf 6 kan worden geoordeeld dat de dekkingsverplichtingen in verband met de 800 MHz-band worden vervuld via alle frequentiebanden waarvoor de operator over gebruiksrechten beschikt.
Artikel 12 Een verplichting om nationale roaming aan te bieden aan een nieuwkomer op de markt heeft als doel de structurele nadelen te beperken waarmee deze nieuwkomer geconfronteerd wordt ten opzichte van bestaande operatoren omdat hij niet over een eigen netwerk beschikt voor mobiele radiocommunicatie. Nationale roaming heeft dus tot doel om tijdens een overgangsperiode toegang te verlenen tot een uitgebreid netwerk aan operatoren die nog geen eigen netwerk hebben kunnen ontwikkelen.
Om te vermijden dat een overeenkomst van nationale roaming niet kan worden afgesloten in het kader van commerciële onderhandelingen, kan het nodig zijn, nadat er een impasse vastgesteld werd in de commerciële onderhandelingen, om nationale roaming op te leggen gedurende een overgangsperiode.
Men gaat ervan uit dat Bidco (3G-operator) en BUCD (2,6 GHz-operator) ook structurele nadelen zullen ondervinden, zij het in mindere mate, ten opzichte van de 2G-operatoren (Belgacom, Mobistar en KPN Group Belgium). De 2G-operatoren beschikken namelijk al over frequenties en een netwerk in de 900 MHz-band (optimale band voor dekking met GSM/EDGE en UMTS/HSPA) en in de 1800 MHz-band (beste band voor het invoeren van LTE-technologie naast de 800 MHz-band).
De bepalingen met betrekking tot nationale roaming vormen een evenwichtig systeem dat de concurrentie bevordert. Daarenboven zal de beperkte winstgevendheid van het retail-minustarief dat 800 MHz-operatoren die recht hebben op nationale roaming betalen, hen er ook toe aanzetten om een eigen netwerk uit te bouwen.
Artikel 12 geeft uitvoering aan de bepalingen van artikel 51, § 2, tweede lid, van de
wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/07/2016
numac
2016000435
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de elektronische communicatie
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/06/2005
numac
2005011238
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet betreffende de elektronische communicatie
sluiten.
Het BIPT kan de 2G-operatoren (Belgacom, Mobistar en KPN Group Belgium), die ook 800 MHz-operator zijn, verplichten om nationale roaming aan te bieden aan de 800 MHz-operatoren die geen 2G-operator zijn. De begrippen 'operator die recht heeft op nationale roaming' en 'operator die nationale roaming moet aanbieden' worden gedefinieerd in artikel 1.
Teneinde te vermijden dat 2G-operatoren zich aan deze verplichting zouden onttrekken via een structurering van het vehikel dat de exploitatie van de gebruiksrechten zal garanderen, wordt deze verplichting uitgebreid tot de controlegroep waartoe de 2G-operator behoort, met inbegrip van consortia.
Artikel 12 bepaalt ook dat het recht op nationale roaming niet geldt in die geografische gebieden waar de 800 MHz-operator die recht heeft op nationale roaming al een eigen netwerk heeft uitgebouwd.
De verplichting tot nationale roaming heeft betrekking op 2G-diensten (op basis van de koninklijke besluiten GSM en DCS), 3G-diensten (op basis van het koninklijk besluit 3G) en 4G-diensten (op basis van dit koninklijk besluit) die worden aangeboden door de operator die nationale roaming moet aanbieden.
Het overgangskarakter van de nationale roaming blijkt eveneens uit de bepaling dat iedere tussenkomst van het BIPT inzake nationale roaming afloopt negen jaar na de kennisgeving van de gebruiksrechten aan de operator die recht heeft op nationale roaming. Op die manier kan nationale roaming nooit een structureel alternatief vormen voor het uitbouwen van een eigen netwerk; alle 800 MHz-operatoren moeten dus verplicht een eigen netwerk uitbouwen. Na 9 jaar moet de dekkingsgraad van de operator die recht heeft op nationale roaming minstens 98 % bedragen.
Artikel 13 Dit artikel behoeft geen commentaar.
Artikel 14 Hierin wordt bepaald dat het verboden is voor een kandidaat om wijzigingen aan te brengen aan de elementen die in zijn kandidatuur werden meegedeeld.
Paragraaf 3 legt een informatieverplichting op ingeval zich een wijziging voordoet met betrekking tot bepaalde verklaringen van de kandidaat. Het spreekt voor zich dat het moet gaan om wijzigingen als gevolg van feiten of gebeurtenissen waarop de kandidaat geen invloed kan uitoefenen. Het bewust of door nalatigheid in de hand werken van wijzigingen kan leiden tot de uitsluiting van de kandidaat.
Artikelen 15 en 16 Deze artikelen behoeven geen commentaar.
Artikel 17 Deze bepaling heeft tot doel te vermijden dat niet-ernstige kandidaten een kandidatuur indienen.
De vermelde rentevoet is de rentevoet vastgesteld door de Nationale Bank van België.
Artikel 18 Het is niet aan het Instituut om uit een relevante groep die entiteit te kiezen die zal deelnemen aan de procedure voor toekenning. Indien de relevante groep zelf niet tot een duidelijke beslissing ter zake komt, wordt ze uitgesloten van de procedure voor toekenning.
Artikelen 19 en 20 Deze artikelen behoeven geen commentaar.
Artikelen 21 tot 36 Deze artikelen regelen het praktische verloop van de veilingprocedure.
Er moet worden opgemerkt dat de kosten van consultants die de overheid zullen bijstaan bij de voorbereiding en het verloop van de veilingprocedure zullen worden aangerekend op het bedrag van de enige heffing zoals bepaald in artikel 34.
De gekozen procedure is de procedure van een veiling van het type SMRA met specifieke percelen.
Dit type veiling is een formaat dat werd ontwikkeld en eerst werd gebruikt door de Amerikaanse regulator FCC en daarna werd overgenomen door andere landen. In deze procedure doen de inschrijvers bij elke ronde meerdere aanbiedingen voor individuele en specifieke percelen.
Tijdens opeenvolgende ronden kunnen ze hun vordering tot percelen wijzigen, met inachtneming van bepaalde activiteitenregels. Er bestaat een grote marge voor afwijking van deze activiteitenregels.
De procedure is gelijk aan die voor de 2,6 GHz-band (op basis van het koninklijk besluit 2,6 GHz).
Deze procedure stuitte op geen bezwaren bij de openbare raadpleging van het BIPT van 21 maart 2012 en is de procedure die wordt aanbevolen in het onderzoek van Aetha & Nera.
Artikel 22 verbiedt de kandidaten handelingen te stellen die de procedure kunnen manipuleren.
Artikel 23 verbiedt in het bijzonder afspraken tussen kandidaten of met derden die de procedure zouden kunnen beïnvloeden.
De artikelen 24 tot 26 bevatten de mechanismen voor nieuwe prijsstijgingen en de definitie van de aanbiedingen in het kader van de veilingprocedure. Deze mechanismen, en dan met name de bepaling door het Instituut van het incrementpercentage van een aanbieding tijdens een veilingronde, weerspiegelen de aanbevelingen van Aetha & Nera in hun onderzoek.
De enige heffing zoals vermeld in artikel 34 moet worden betaald door de 800 MHz-operatoren bovenop de jaarlijkse rechten (zie commentaar bij artikel 7).
Artikel 36 beschrijft de inbreuken die automatisch leiden tot uitsluiting van de procedure. Het gaat om inbreuken die de gelijkheid van de kandidaten in het gedrang brengen. Naar analogie met het tuchtrecht kan worden gesteld dat sancties weliswaar duidelijk moeten bepaald zijn (« nulla poena sine lege »), maar dat zulks niet geldt voor inbreuken die in casu niet op voorhand definieerbaar zijn (« L'absence de codification des manquements ou fautes professionnelles peut s'expliquer par la spécificité d'une matière touchant à la fois à la pratique évolutive... » DU JARDIN, J., « Le contrôle de légalité exercé par la Cour de Cassation sur la justice disciplinaire au sein des ordres professionnels », J.T., 2000, 627-628).
De overige artikelen behoeven geen commentaar.
Artikelen 37 en 38 Deze artikelen behoeven geen commentaar.
Artikel 39 De 15 MHz duplex van de 2,6 GHz-band die nog niet werden toegewezen in 2011 op basis van het koninklijk besluit 2,6 GHz zijn voorbehouden voor een eventuele 800 MHz-operator die nog niet beschikt over gebruiksrechten voor de 2,6 GHz-band.
Indien er meerdere operatoren in dit geval zouden verkeren, bepaalt artikel 39 duidelijk de volgorde van prioriteit.
Het is belangrijk voor de business case van een dergelijke operator en voor zijn kansen op succes in de mobiele-breedbandmarkt om gebruiksrechten te verkrijgen voor de 2,6 GHz-band.
Er dient eveneens opgemerkt te worden dat, zelfs zonder artikel 39, Belgacom, Mobistar en KPN Group Belgium deze 15 MHz duplex van de 2,6 GHz-band niet zouden kunnen verkrijgen wegens de « spectrum cap » voor de 2,6 GHz-band.
Het onderzoek van Aetha & Nera beveelt aan om de 15 MHz duplex van de 2,6 GHz-band toe te wijzen aan een mogelijke 800 MHz-operator die nog niet beschikt over gebruiksrechten voor de 2,6 GHz-band, om de hierboven aangehaalde redenen.
De voorwaarden voor de uitoefening van deze gebruiksvoorwaarden zijn vastgelegd in het koninklijk besluit 2,6 GHz.
De procedure voor de toekenning van de gebruiksrechten (veiling) van het koninklijk besluit 2,6 GHz (artikelen 11 tot 35) is niet van toepassing omdat de gebruiksrechten automatisch worden toegekend aan een mogelijke 800 MHz-operator die nog niet beschikt over gebruiksrechten voor de 2,6 GHz-band.
Teneinde de vervaldagen van alle gebruiksrechten op elkaar af te stemmen wordt het einde van de eerste geldigheidsperiode van de gebruiksrechten vastgelegd op 1 juli 2027, zoals voor de in 2011 toegekende gebruiksrechten (Belgacom, Mobistar, KPN Group Belgium en BUCD).
Artikel 40 Artikel 8 van het
koninklijk besluit van 7 maart 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/07/1998
pub.
31/07/1998
numac
1998011215
bron
ministerie van economische zaken
Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen
sluiten1 betreffende de kennisgeving van elektronische-communicatiediensten en -netwerken is niet van toepassing op de klassieke mobiele netwerken : de rechten waarin dit besluit voorziet zijn van een andere categorie dan deze vermeld in het
koninklijk besluit van 7 maart 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/07/1998
pub.
31/07/1998
numac
1998011215
bron
ministerie van economische zaken
Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen
sluiten1; hetgeen zijn verantwoording vindt in voor deze operatoren specifieke aspecten zoals controle van dekkingsvereisten, spectrumbeheer, etc., alsook de vaststelling dat het ter zake om een beperkt aantal netwerken en operatoren gaat. Daarom moet dit besluit logischerwijze worden toegevoegd aan de lijst van besluiten in paragraaf 2 van het
koninklijk besluit van 7 maart 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/07/1998
pub.
31/07/1998
numac
1998011215
bron
ministerie van economische zaken
Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen
sluiten1.
Artikel 41 Dit artikel behoeft geen commentaar.
Bijlage 1 Bijlage 1 betreft de technische verplichtingen die de 800 MHz-operatoren dienen na te komen. De bijlage strookt met Besluit 2010/267/EU van de Commissie van 6 mei 2010 betreffende de geharmoniseerde technische gebruiksvoorwaarden in de 790-862 MHz-frequentieband voor terrestrische systemen die elektronische-communicatiediensten kunnen verschaffen in de Europese Unie.
Bijlage 2 Bijlage 2 bepaalt de gebieden die met GSM/EDGE gedekt zijn door de drie 2G-operatoren en waarvan geen enkele 3G-operator minstens 98 % van de bevolking dekt met UMTS/HSPA. Ze omvat eveneens de 9 gemeenten van de Duitstalige Gemeenschap die een grondgebied vormen waarin de dekking inzake breedbandinfrastructuur erg beperkt is of zelfs ontbreekt. Gezien de beperkte geografische omvang van dit gebied, is het niet onevenredig om het op te nemen in de bijlage, wat niet het geval zou zijn wanneer gemeenten van een andere gemeenschap zouden worden opgenomen.
De 800 MHz-operator die het blok vermeld in artikel 4, paragraaf 1, 3°, houdt, moet bij voorrang binnen de drie jaar in dekking voorzien voor deze gebieden.
Dit zijn, Sire, de voornaamste bepalingen van het besluit dat aan Uwe Majesteit ter goedkeuring wordt voorgelegd.
Ik heb de eer te zijn, Sire, van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Minister van Economie, J. VANDE LANOTTE
ADVIES 53.397/4 VAN 28 MEI 2013 VAN DE RAAD VAN STATE, AFDELING WETGEVING, OVER EEN ONTWERP VAN KONINKLIJK BESLUIT 'BETREFFENDE RADIOTOEGANG IN DE FREQUENTIEBAND 790-862 MHZ' Op 22 mei 2013 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Vice-Eerste Minister en Minister van Economie verzocht binnen een termijn van vijf werkdagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit 'betreffende radiotoegang in de frequentieband 790-862 MHz'.
Het ontwerp is door de vierde kamer onderzocht op 28 mei 2013.
De kamer was samengesteld uit Pierre Liénardy, kamervoorzitter, Luc Cambier en Bernard Blero, staatsraden, en Anne-Catherine Van Geersdaele, griffier.
Het verslag is uitgebracht door Anne Vagman, eerste auditeur.
De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Pierre Liénardy.
Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 28 mei 2013.
Volgens artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, ingevoegd bij de
wet van 4 augustus 1996Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
21/10/1999
numac
1999015088
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking
Wet houdende instemming met het Protocol tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende het kraamgeld, ondertekend te Brussel op 26 april 1993
sluiten en vervangen bij de
wet van 2 april 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/04/2003
pub.
14/05/2003
numac
2003000376
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van sommige aspecten van de wetgeving met betrekking tot de inrichting en de werkwijze van de afdeling wetgeving van de Raad van State
sluiten, moeten in de adviesaanvraag in het bijzonder de redenen worden aangegeven tot staving van het spoedeisende karakter ervan.
In het onderhavige geval luidt de motivering in de brief met de adviesaanvraag als volgt : « Het besproken ontwerp van koninklijk besluit vindt zijn wettelijke grondslag in de
wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/07/2016
numac
2016000435
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de elektronische communicatie
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/06/2005
numac
2005011238
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet betreffende de elektronische communicatie
sluiten betreffende de elektronische communicatie, meer bepaald in artikel 30, § 1/1, derde lid. Deze bepaling wordt gewijzigd door de wetgever die een 4° heeft toegevoegd waarin het bedrag van de enige heffing wordt vastgelegd dat de operatoren moeten betalen die gebruiksrechten mogen hebben voor radiofrequenties met het oog op de uitbating van een netwerk en het aanbieden van mobiele openbare elektronische-communicatiediensten in de 790-862MHz-band. Deze wijziging wordt dra gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad nadat het ontwerp (Parlementair Document 53K2789) werd goedgekeurd door de Plenaire vergadering van de Kamer op 8 mei 2013 en het niet werd geëvoceerd door de Senaat (Parlementair Document S. 5-2083).
De auteur van dit ontwerp van koninklijk besluit heeft moeten wachten op deze wetswijziging alvorens hij zijn tekst ter advies van de afdeling wetgeving van de Raad van State kon voorleggen.
Een eerste verzoek om advies werd immers reeds aan de Raad van State gericht op 8 maart 2013. Dit heeft geleid tot het advies 53.017/4 van 3 april 2013. In dat advies merkt de afdeling wetgeving van de Raad van State op dat 'bij de ontworpen tekst een regeling wordt ingevoerd waarvoor als noodzakelijke voorwaarde geldt dat door de wetgever een voorontwerp van wet wordt aangenomen dat ertoe strekt een 'enige heffing' op te leggen voor de frequentieband 790-862 MHz en het bedrag ervan te bepalen, terwijl het in dit stadium... niet vaststaat dat dit voorontwerp zal worden aangenomen'. En voegt het toe : het ontworpen besluit blijkt een regeling in te voeren die afhangt van een wijziging die nog moet worden aangebracht in artikel 30, § 1/1, van de
wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/07/2016
numac
2016000435
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de elektronische communicatie
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/06/2005
numac
2005011238
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet betreffende de elektronische communicatie
sluiten 'betreffende de elektronische communicatie'. Bijgevolg is de adviesaanvraag met betrekking tot het ontworpen besluit, wat de inhoud betreft, voorbarig'.
De auteur van dit ontwerp heeft dus moeten wachten op de aanneming van de wet door het doorlopen van de volledige parlementaire procedure, tot wijziging van het voormelde artikel 30 om zijn tekst opnieuw aan de afdeling wetgeving van de Raad van State voor te leggen.
Nu dringt de tijd en mag er geen tijd meer verloren gaan om de veilingprocedure te lanceren die tot de gunning van gebruiksrechten in de 790-862 MHz-frequentieband moet leiden.
Zoals we, ten eerste, inderdaad kunnen lezen in de memorie van toelichting bij het voorontwerp van wet bedoeld om een 4° toe te voegen aan artikel 30, § 1/1, derde lid, van de
wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/07/2016
numac
2016000435
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de elektronische communicatie
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/06/2005
numac
2005011238
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet betreffende de elektronische communicatie
sluiten betreffende de elektronische communicatie : 'Besluit 243/2012/EU van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 tot vaststelling van een meerjarenprogramma voor het radiospectrumbeleid heeft tot doel de 800 MHz-band beschikbaar te maken voor elektronische-communicatiediensten in de Europese Unie. Dit besluit verplicht de lidstaten om uiterlijk 1 januari 2013 het vergunningsproces in te stellen opdat de 790-862 MHz-band... kan worden gebruikt voor elektronische-communicatiediensten'.
De uitvoeringstermijn (1 januari 2013) van het voormelde besluit werd dus reeds overschreden en er moet worden vermeden om deze termijn nog veel langer te overschrijden. De Europese overheden stellen zich hier vragen bij. In een brief in bijlage van 16 november 2012 herinnerde de vicevoorzitter van de Europese Commissie, N. Kroes, de lidstaten eraan hoe belangrijk het is voor de ontwikkeling van internettoegang om het beschikbare spectrum te gunnen. De nadruk lag meer bepaald op de gunning van de gebruiksrechten in de 800MHz-band.
De Europese Commissie heeft zich vervolgens in een brief in bijlage van 21 maart 2013 tot België gericht om vast te stellen dat het proces voor gunning van de gebruiksrechten in de 800MHz-band nog niet was gestart. Ze verzoekt België om uit te leggen hoe dat komt en de maatregelen te vermelden die zullen worden genomen om dit te verhelpen.
Het is dus van fundamenteel belang, meer bepaald ten aanzien van de Europese Commissie, om het gunningsproces voor de frequenties uit de 800MHz-band sneller te laten verlopen.
De auteur van het ontwerp is niet verantwoordelijk voor de overschrijding van de termijn van 1 januari 2013 aangezien hij heeft moeten wachten op een tussenkomst van de wetgever (die ook in hoogdringendheid heeft gehandeld) voordat zijn tekst kon worden aangenomen. Zodra het hierboven bedoelde voorontwerp van wet klaar was, heeft hij zijn tekst voorgelegd aan de afdeling wetgeving van de Raad van State. Zoals reeds uitgelegd heeft deze laatste geoordeeld dat het verzoek om advies voorbarig was. Nu de wijziging van artikel 30 van de
wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/07/2016
numac
2016000435
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de elektronische communicatie
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/06/2005
numac
2005011238
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet betreffende de elektronische communicatie
sluiten van kracht wordt, stelt de auteur van het ontwerp alles in het werk opdat zijn tekst zo snel mogelijk kan worden aangenomen. Hij zal er ook op toezien dat deze zo snel mogelijk wordt gepubliceerd zodat het gunningsproces voor de gebruiksrechten in de 800MHz-band op heel korte termijn van start kan gaan om beter te voldoen aan de verwachtingen van het Europees Parlement en de Raad.
Ten tweede heeft de ontwerptekst, gelezen in combinatie met artikel 30, § 1/1, derde lid, 4°, van de
wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/07/2016
numac
2016000435
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de elektronische communicatie
type
wet
prom.
13/06/2005
pub.
20/06/2005
numac
2005011238
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet betreffende de elektronische communicatie
sluiten, een niet-verwaarloosbare budgettaire impact : de enige heffing voor het gebruik van de 800MHz-frequentieband zal de staatskas stijven. Deze inkomsten komen op de begroting van 2013. Alles dient dus in het werk te worden gesteld voor een succesvolle veiling en opdat de heffing wordt betaald door de operator(en) aan wie de rechten worden toegekend, voor het einde van het jaar 2013.
Het voorgaande rechtvaardigt het verzoek om advies binnen een termijn van niet meer dan vijf dagen. Opdat de veiling zou kunnen worden voltooid voor het einde van het jaar, evenwel zonder haast en met inachtneming van redelijke termijnen waarbinnen de geïnte …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.