Koninklijk besluit betreffende het gebruik van vloeibaar gemaakte petroleumgassen voor de aandrijving van auto's
In het kort
Dit Koninklijk Besluit regelt het gebruik van vloeibaar gemaakte petroleumgassen (LPG) als brandstof voor auto's, met als doel de veiligheid van LPG-installaties te verbeteren en technologische ontwikkelingen te integreren.
Wat het reguleert
- De goedkeuring van LPG-installaties en hun onderdelen in auto's.
- De montage, verwijdering, onderhoud en herstelling van LPG-installaties.
- De identificatie van voertuigen die op LPG rijden.
- De mogelijkheid om dieselvoertuigen aan te passen voor LPG-gebruik.
Wie het aanbelangt
- Eigenaren van auto's die op LPG rijden of overwegen dit te doen.
- Erkende installateurs, monteurs, keuringsinstellingen en examencentra voor LPG-installaties.
Kernpunten
- LPG-installaties en hun onderdelen moeten voldoen aan de meest recente versie van het ECE-Reglement nr. 67 van Genève (R67.01).
- De montage van een LPG-installatie op een reeds goedgekeurd voertuig moet door erkende monteurs worden uitgevoerd.
- Verwijdering, onderhoud en herstelling van een LPG-installatie (behalve onderhoud van klasse 2) mag alleen door een erkend installateur gebeuren.
- Flexibele vulleidingen moeten nu ten minste om de tien of zes jaar worden vervangen, afhankelijk van de plaatsing van de brandstoftank.
Wettekst
7 MAART 2013. - Koninklijk besluit betreffende het gebruik van vloeibaar gemaakte petroleumgassen (LPG) voor de aandrijving van auto's VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het ontwerp van besluit dat ik de eer heb ter ondertekening aan Uwe Majesteit voor te leggen, beoogt de vervanging van het koninklijk besluit van 9 mei 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 09/05/2001 pub. 06/06/2001 numac 2001014099 bron ministerie van verkeer en infrastructuur en ministerie van middenstand en landbouw Koninklijk besluit betreffende het gebruik van vloeibaar gemaakte petroleumgassen voor de aandrijving van voertuigen sluiten betreffende het gebruik van vloeibaar gemaakte petroleumgassen (LPG) voor het aandrijven van auto's. I. Algemeen 1. LPG (liquified petroleum gas en in het Nederlands : vloeibaar gemaakt petroleumgas) is een brandstof, samengesteld uit een mengsel van propaan en butaan, waarmee daartoe aangepaste voertuigen kunnen worden aangedreven. Deze brandstof biedt het voordeel dat hij minder 'lokale vervuilers' (koolmonoxide, verontreinigende deeltjes, ...) uitstoot dan andere brandstoffen, vooral als bij de montage van de LPG-installatie gebruik wordt gemaakt van recente technologieën. LPG bevat geen lood en stoot heel weinig zwavel uit. De CO2-uitstoot ligt beduidend lager dan die van benzinemotoren. Een van de andere voordelen van LPG is dat het vooralsnog een van de minst dure brandstoffen op de markt is. Er wordt immers geen enkele accijns op deze brandstof geheven. Dit wordt gedeeltelijk gecompenseerd door de heffing van een bijkomende verkeersbelasting, op basis van het vermogen. De gebruiker kan dus aan de hand van een aflossingsberekening nagaan of het interessant is voor hem om zijn voertuig naar deze brandstof om te schakelen. 2. De veiligheid van de LPG-installaties werd aanzienlijk verbeterd door de invoering van het koninklijk besluit van 9 mei 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 09/05/2001 pub. 06/06/2001 numac 2001014099 bron ministerie van verkeer en infrastructuur en ministerie van middenstand en landbouw Koninklijk besluit betreffende het gebruik van vloeibaar gemaakte petroleumgassen voor de aandrijving van voertuigen sluiten betreffende het gebruik van vloeibaar gemaakte petroleumgassen (LPG) voor het aandrijven van auto's. Dit besluit heeft hoge kwaliteitsnormen opgelegd door de verplichte toepassing van het VN/ECE-Reglement nr. 67 van Genève (addendum nr. 66 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) bij het Akkoord betreffende het aannemen van eenvormige technische eisen voor wielvoertuigen, uitrustingsstukken en onderdelen die kunnen worden aangebracht en/of gebruikt op wielvoertuigen en de voorwaarden voor wederzijdse erkenning van goedkeuringen verleend conform de geldende voorschriften van dit akkoord, ondertekend te Genève op 20 maart 1958), dat een geheel van eenvormige goedkeuringsvoorwaarden vormt voor de goedkeuring van enerzijds de speciale uitrusting van auto's die vloeibaar gemaakte petroleumgassen gebruiken voor hun aandrijving en van anderzijds voertuigen die zijn uitgerust met specifieke inrichtingen voor het gebruik van vloeibaar gemaakt petroleumgas als brandstof. Het VN/ECE-Reglement nr. 67 werd reeds gewijzigd door een reeks amendementen 01. Het doel van dit ontwerp bestaat erin de veiligheid van de LPG-installaties te vergroten en de meest recente versie van Reglement 67 van toepassing te maken. In tegenstelling tot wat de Raad van State suggereert in het advies nr. 49.166/4, lijkt het niet noodzakelijk om over te gaan tot de integrale publicatie in het Belgisch Staatsblad van de thans op internationaal niveau van kracht zijnde VN/ECE-Reglementen nrs. 67 en 115 betreffende de goedkeuring van speciale systemen tot aanpassing aan LPG. Immers : - enerzijds herneemt het ontwerp besluit en zijn bijlagen het geheel aan reglementaire bepalingen waarvan de bekendmaking van openbaar nut is in de zin van artikel 56, paragraaf 1, vierde lid, van de gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken; - anderzijds is de Europese Unie bij Besluit nr. 2000/710/EG van de Raad van 7 november 2000 toegetreden tot VN/ECE-Reglement nr. 67; overeenkomstig EU Verordening nr. 407/2011 van de Commissie van 27 april 2011 tot wijziging van Verordening EG nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden, wordt het VN/ECE-Reglement nr. 67 opgenomen in bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 661/2009, waarin de VN/ECE-Reglementen (en wijzigingenreeksen en supplementen) staan vermeld waarvan de toepassing verplicht wordt voor de EG-typegoedkeuring van nieuwe typen voertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden. Dus moet de goedkeuring conform het VN/ECE-Reglement nr. 67 worden beschouwd als een EG-goedkeuring (artikel 4 van Verordening nr. 611/2099). Het toepassingsgebied van Verordening (EU) nr. 661/2009 - en uitgaande van Reglement nr. 67 zoals bedoeld in bijlage IV van Verordening 661/2009 - beperkt zich echter tot de nieuwe voertuigen en de nieuwe systemen, onderdelen en technische eenheden die voor deze voertuigen bestemd zijn. Bepaalde voertuigen kunnen echter nog na hun ingebruikneming worden omgebouwd voor het gebruik van dit verbrandingstype. Dit ontwerp beoogt dan ook om een hoog veiligheidsniveau van deze voertuigen te waarborgen door de naleving van de normen van Reglement nr. 67 voor deze voertuigen op te leggen. 3. Dankzij de technische vooruitgang en de toepassing van deze strenge technische normen ligt het brand- en ontploffingsgevaar bij LPG-reservoirs momenteel niet meer hoger dan bij benzinereservoirs. Om het gebruik van LPG aan te moedigen, werd de toegang tot gesloten parkeergebouwen, die vroeger vaak verboden waren voor LPG-voertuigen, geregeld. Het koninklijk besluit van 17 mei 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 17/05/2007 pub. 20/06/2007 numac 2007000615 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de maatregelen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de gesloten parkeergebouwen moeten voldoen om LPG-voertuigen te parkeren sluiten stelt nu de maatregelen vast voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de gesloten parkeergebouwen moeten voldoen om ze geschikt te maken als parkeerruimte voor LPG-voertuigen. De brandweerdiensten eisen niettemin dat LPG-voertuigen gemakkelijk kunnen worden geïdentificeerd (vignet). Het ontwerp beoogt dus een verbetering van de reglementaire bepalingen inzake de identificatie van deze voertuigen. 4. Het ontwerp strekt er ook toe om rekening te houden met de technologische ontwikkelingen, met name op brandstofvlak, teneinde de installatie van een LPG-uitrusting op dieselvoertuigen mogelijk te maken. Ten slotte beoogt dit ontwerp om de verplichtingen die van toepassing zijn op de erkende installateurs, monteurs of op de keuringsinstellingen en examencentra te verduidelijken, zodat wanneer deze niet worden nageleefd dit kan leiden tot een weigering of een intrekking van de erkenning. In het streven naar een duidelijke tekst werd het koninklijk besluit van 9 mei 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 09/05/2001 pub. 06/06/2001 numac 2001014099 bron ministerie van verkeer en infrastructuur en ministerie van middenstand en landbouw Koninklijk besluit betreffende het gebruik van vloeibaar gemaakte petroleumgassen voor de aandrijving van voertuigen sluiten volledig herschreven en herwerkt. Dit gebeurde in overleg met alle in deze sector betrokken partijen. II. Bespreking van het ontwerp Het ontwerp van koninklijk besluit is onderverdeeld in vier titels : - de algemene bepalingen; - de LPG-installatie; - de erkenning; - de slotbepalingen, overgangsbepalingen en opheffingen. TITEL I. - Algemene bepalingen 5. Artikel 1 definieert de verschillende termen, die in het ontwerp worden gebruikt. Dit artikel herneemt de relevante definities uit het artikel 1 van het koninklijk besluit van 9 mei 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 09/05/2001 pub. 06/06/2001 numac 2001014099 bron ministerie van verkeer en infrastructuur en ministerie van middenstand en landbouw Koninklijk besluit betreffende het gebruik van vloeibaar gemaakte petroleumgassen voor de aandrijving van voertuigen sluiten. TITEL II. - De LPG-installatie Deze titel wordt opgesplitst in zes hoofdstukken. 6. Hoofdstuk I (artikel 2) stelt de criteria vast waaraan de LPG-installaties en hun onderdelen moeten voldoen. Deze moeten worden goedgekeurd overeenkomstig de voorschriften van het ECE-Reglement nr. 67 van Genève en zijn reeks 01 van amendementen (de meest recente versie) (verder afgekort als « R67.01 » of « Reglement 67 » in het corpus van dit ontwerpbesluit). Het koninklijk besluit van 9 mei 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 09/05/2001 pub. 06/06/2001 numac 2001014099 bron ministerie van verkeer en infrastructuur en ministerie van middenstand en landbouw Koninklijk besluit betreffende het gebruik van vloeibaar gemaakte petroleumgassen voor de aandrijving van voertuigen sluiten vereist reeds de naleving van ECE-Reglement nr. 67 (R67.01). Dit besluit is in werking getreden op 1 juli 2001. In elk geval werden de onderdelen goedgekeurd volgens R67.00 nog aanvaard voor de voertuigen uitgerust met een LPG-installatie, waarvan de plaatsing en aanbieding ter eerste keuring bij een keuringsstation werd gerealiseerd in de loop van het eerste jaar waarin het besluit van 9 mei 2001 (dus van 1 juli 2001 tot 30 juni 2002) van toepassing was. Daarom draagt het, in tegenstelling tot wat wordt gesuggereerd door de Raad van State in het voornoemd advies, de voorkeur om in artikel 2, paragraaf 1, van het ontwerp, de verwijzing naar de datum van 1 juli 2002 te behouden. Een nauwkeuriger onderscheid wordt gemaakt tussen de typegoedkeuring van voertuigen die oorspronkelijk al met een LPG-installatie zijn uitgerust, en de goedkeuringsprocedure voor LPG-installaties die op reeds goedgekeurde voertuigen worden gemonteerd. Tot voor kort waren enkel benzinevoertuigen met een LPG-installatie uitgerust. Voortaan is het dankzij de technologische vooruitgang ook mogelijk om dieselvoertuigen geschikt te maken voor het gebruik van LPG. Vandaar is het ook nuttig om in paragraaf 5 aan te geven dat het kan gaan om monofuel- of multifuelvoertuigen (generieke terminologie, zonder verwijzing naar een specifieke brandstof), weliswaar onder voorbehoud van de naleving van de bepalingen van het ontwerpbesluit en zijn bijlagen. 7. Hoofdstuk II (artikel 3) beschrijft de goedkeuringsprocedure voor een type van LPG-uitrusting of van een onderdeel ervan of voor een type van auto, wat betreft de LPG-installatie.8. Hoofdstuk III (artikelen 4 tot 7) bepaalt de verplichtingen inzake de montage en de verwijdering, maar ook wat betreft het onderhoud en de herstelling van een LPG-installatie. 8.1. De montage van een LPG-installatie (artikel 4) moet zoals vanouds aan erkende monteurs worden toevertrouwd. Even eraan herinneren dat dit niet betekent dat een leerling of een niet-erkend mecanicien niet mag meehelpen aan de montage, maar de ononderbroken aanwezigheid van een erkende monteur is hierbij wel steeds vereist. Dit betreft echter enkel de montage van een LPG-installatie op een reeds goedgekeurd voertuig. De oorspronkelijke montage van de LPG-installatie door autoconstructeur (meestal aan de lopende band in de fabriek) valt hier niet onder. De verplichting om via een erkend installateur te passeren, geldt evenmin voor voertuigen die uit een andere lidstaat zijn ingevoerd en waarvoor er conform Reglement 67 een typegoedkeuring werd verkregen, of waarvan de montage van de installatie voldoet aan een norm die door deze andere lidstaat werd goedgekeurd in het raam van een systeem dat gelijkwaardige garanties kan bieden op het vlak van doeltreffendheid en dat beantwoordt aan de technische voorschriften die een gelijkwaardig veiligheidsniveau waarborgen. Voor wat betreft de verwijdering, het onderhoud en de herstelling van een LPG-installatie (oorspronkelijke en niet-oorspronkelijke) geldt dat dit slechts mag door een erkend installateur (artikelen 5 en 6) worden uitgevoerd, behalve wat betreft het onderhoud van klasse 2 (weinig gevaarlijk). 8.2. De verplichtingen inzake montage en herstelling zijn naargelang van de betrokken LPG-installatie, uitvoeriger beschreven in het R67.01 of de bijlage C. Wat de bijlage C betreft, blijven de vorige normen van toepassing, met voorbehoud van de bepalingen over : - de vervanging van de buigzame vulleidingen (punt 10, § 1), die nu niet meer om de vijftien jaar, maar ten minste om de tien of om de zes jaar moeten worden vervangen naargelang de brandstoftank al dan niet in de koffer of een niet-openvouwbaar compartiment is gemonteerd; - de afschaffing van de wijze van bevestiging van de niet onder druk zijnde leidingen (punt 10, § 1, van bijlage C bij het opgeheven koninklijk besluit van 9 mei 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 09/05/2001 pub. 06/06/2001 numac 2001014099 bron ministerie van verkeer en infrastructuur en ministerie van middenstand en landbouw Koninklijk besluit betreffende het gebruik van vloeibaar gemaakte petroleumgassen voor de aandrijving van voertuigen sluiten). - multifuelvoertuigen (punt 12). 8.3. Artikel 7 beschrijft het getuigschrift dat bij het voertuig blijft en dat bewijst dat het voertuig voor LPG werd omgevormd. Het model van dit getuigschrift is vastgelegd in bijlage D; het verschilt naargelang het om de montage van een LPG-installatie (deel 1), of een wijziging van of ingreep aan deze installatie (deel 2), of nog, om de volledige verwijdering van deze installatie (deel 3) gaat. Er moet geen enkel montagegetuigschrift worden afgegeven voor nieuwe voertuigen zoals bedoeld in artikel 2, paragraaf 2, van het ontwerpbesluit, dat wil zeggen voertuigen die voor wat betreft de (oorspronkelijke) LPG-installatie zijn goedgekeurd, conform de bepalingen van deel II van Reglement 67, aangezien er in dit stadium nog geen enkele erkende installateur aan te pas kwam. De voertuigen ingevoerd uit een andere lidstaat behorend tot de Europese Economische Ruimte en waarvoor een lidstaat (die niet België
- is)een typegoedkeuring conform Reglement 67 heeft toegekend, moeten niet langer beschikken over een montagegetuigschrift (deel 1). 9. Hoofdstuk IV (artikels 8 tot 10) legt de verplichtingen vast inzake technische keuring. 9.1. Artikel 8 maakt in de eerste paragraaf nog steeds het onderscheid tussen een auto met EG-goedkeuring, die door de constructeur met een LPG-installatie werd uitgerust (en waarvan de dichtheid moet niet meer worden gecontroleerd), en alle andere voertuigen (waarvan de installatie volledig moet nog worden gecontroleerd, zoals beschreven in de paragraaf 3). Paragraaf 2 van artikel 8 somt de gevallen op die een nieuwe volledige technische keuring van de installatie vereisen (ingreep aan de installatie of beschadiging van de installatie). Bij beschadiging van de LPG-installatie mag de houder van het voertuig de controle voortaan laten uitvoeren in het autokeuringstation van zijn keuze, terwijl hij tot nu toe verplicht was naar het dichtstbijzijnde autokeuringstation te gaan. De erkende installateur heeft een informatieplicht inzake de verplichting om bij de technische keuring langs te gaan. 9.2. Indien, volgens de technische keuring, de LPG-installatie aan de normen beantwoordt, wordt het getuigschrift van montage of van ingreep gevalideerd (artikel 8 paragraaf 4). Naast de validatie van het getuigschrift van montage of van ingreep reikt de technische keuring, zoals aan elk voertuig, een keuringsbewijs uit. Dit document blijft geldig tot de volgende periodieke keuringsdatum (zelfde frequentie als voor de andere voertuigen). Als echter blijkt dat de installatie niet conform is, zal de technische keuring uiteraard een rood keuringsbewijs afgeven. 9.3. Wanneer het LPG-voertuig aan de toepasbare normen beantwoordt, wordt samen met het keuringsbewijs, een zelfklevend en onvernietigbaar vignet afgegeven (artikel 9 en bijlage E). Dit vignet attesteert dat het voertuig de nieuwe LPG-normen eerbiedigt en moet op de voorruit worden aangebracht. Dit vignet werd reeds ingevoerd door het besluit van 9 mei 2001. 9.4. Het artikel 10 betreft in het bijzonder de voertuigen waarvan de LPG-installatie werd verwijderd. 10. Hoofdstuk V (artikel 11) legt de verplichting op om een etiket aan te brengen op de achterzijde van ieder LPG-voertuig.Bijlage F bepaalt het model van dit etiket. Dit etiket moet ervoor zorgen dat deze voertuigen nog beter kunnen worden geïdentificeerd, met name in het raam van de brandbestrijding in gesloten parkeergebouwen. 11. Hoofdstuk VI (artikel 12) betreft de wederbeproeving en de periodiciteit ervan. Het principe van een hydraulische wederbeproeving van de installatie blijft behouden. Teneinde onze normen zoveel mogelijk bij die van de aangrenzende landen te laten aansluiten, zal deze test niet langer om de vijftien jaar, maar om de tien of zes jaar plaatsvinden, afhankelijk van het gegeven of de brandstoftank zich al of niet in de koffer of een niet-openvouwbaar compartiment bevindt. Dit voorstel om de periodiciteit te verkorten, wordt ook fel gesteund door de erkende keuringsinstellingen die ter zake over een aanzienlijke beroepservaring beschikken. Zo is het immers mogelijk om de niet-conforme brandstoftanks uit de circulatie te halen voor deze een gevaar gaan vormen voor de veiligheid. De hydraulische proef wordt vervangen door een ultrasone diktemeting bij de reservoirs met ingebouwde pomp. De buigzame vulleidingen moeten eveneens volgens dezelfde periodiciteit als welke geldt voor de beproeving van de brandstoftank, worden vervangen. De houders van een voertuig dat al met een LPG-installatie is uitgerust voor de inwerkingtreding van onderhavig besluit beschikken conform de voorwaarden van artikel 25, over een termijn van 2 jaar om hun LPG-installatie conform te maken. Op die manier kunnen zij de kostprijs van de vereiste werken en controles financieel opvangen. TITEL III. - De erkenning Deze titel wordt opgesplitst in vier hoofdstukken : - LPG-installateurs; - keuringsinstellingen; - monteurs; - examencentra. 12. Hoofdstuk I (artikel 13) behoudt het principe van erkenning van de LPG-installateurs. 12.1. Bijlage B bepaalt de voorwaarden voor de erkenning (punt a), 1) en de intrekking (punt a), 6) ervan. De erkenningsvoorwaarden blijven onveranderd ten opzichte van die welke eerder door de bijlage B bij het koninklijk besluit van 9 mei 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 09/05/2001 pub. 06/06/2001 numac 2001014099 bron ministerie van verkeer en infrastructuur en ministerie van middenstand en landbouw Koninklijk besluit betreffende het gebruik van vloeibaar gemaakte petroleumgassen voor de aandrijving van voertuigen sluiten waren vastgesteld, en dit op de nieuwe, aan de LPG-installateurs opgelegde verplichtingen na : - om in een bureau van hun werkplaats verplicht te beschikken over een technische documentatie die up-to-date is, alsook over een voorraad etiketten; - om een standaarduithangbord (bijlage H) aan te brengen ter bescherming van de consument, die aldus de zekerheid heeft dat het om een erkend LPG-installateur gaat. Bepaalde normen inzake de LPG-werkplaats werden met de hulp van de keurings-instellingen eveneens verduidelijkt. Artikel 26 van het ontwerp bepaalt dat de vóór de inwerkingtreding van dit besluit reeds erkende LPG-installateurs erkend blijven, op voorwaarde dat zij zich binnen een termijn van zes maanden in orde stellen met hun nieuwe verplichtingen. Punt a), 4, van bijlage B betreft meer in het bijzonder de verplichtingen van de LPG-installateur. Zo kan men de nadruk leggen op de verplichting van de installateurs om de aan de erkende keuringsinstellingen, alsook aan de ambtenaren van de overheid de toegang tot hun lokalen te verlenen. 12.2. Paragraaf 2 van artikel 13 bepaalt ook de retributies voor het onderzoek van een aanvraag tot erkenning en voor de afgifte van de eraan verbonden documenten. Deze bedragen zullen jaarlijks op basis van het gewone indexcijfer worden aangepast. 12.3. Wederom in de zorg om de bescherming van de consument werd bepaald om de toekenning en de intrekking van de erkenning in het Belgisch Staatsblad te publiceren. 12.4. Paragraaf 5 betreft de erkenning, als LPG- installateur, van de scholen die deze specialisatie inrichten. De voertuigen die door deze scholen met LPG worden uitgerust, mochten tot nu toe niet in het verkeer worden gebracht, daar deze scholen niet als installateurs konden worden erkend, bij gebrek aan een inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen. Met deze bepaling mogen bepaalde scholen voertuigen met een LPG-installatie uitrusten en moeten ze deze niet meer wegnemen wanneer de bedoelde voertuigen opnieuw in het verkeer worden gebracht. Om oneerlijke concurrentie te voorkomen, wordt het maximumaantal van de jaarlijks uit te rusten voertuigen wel beperkt tot twintig per school. 13. Hoofdstuk II (artikelen 14 tot 17) legt de voorwaarden vast voor de erkenning van de instellingen die belast zijn met de controle op de naleving van de erkenningsvoorwaarden. Dit hoofdstuk beschrijft ook de taken van deze keuringsinstellingen en de inhoud van hun verslagen (en bijgevolg de informatie die de LPG-installateurs verplicht moeten verschaffen). Het door het koninklijk besluit van 9 mei 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 09/05/2001 pub. 06/06/2001 numac 2001014099 bron ministerie van verkeer en infrastructuur en ministerie van middenstand en landbouw Koninklijk besluit betreffende het gebruik van vloeibaar gemaakte petroleumgassen voor de aandrijving van voertuigen sluiten ingevoerde stelsel blijft van toepassing. Ter herinnering : de erkenning gebeurt op basis van een eerste evaluatierapport opgesteld door de keuringsinstelling. De erkende keuringsinstellingen moeten in elke werkplaats ten minste eenmaal per jaar een controle uitvoeren. De LPG-installateur is vrij in zijn keuze van erkende keuringsinstelling. Om te worden erkend, moet een installateur bewijzen dat hij permanent beschikt over ten minste een erkend monteur en dat hij beantwoordt aan de voorwaarden inzake de uitrusting van de werkplaatsen. Indien de installateur een natuurlijke persoon is, kan hij zelf als monteur worden erkend. Artikel 16 behoudt de twee grote voorwaarden om als installateur te worden erkend : - de installateur moet de identiteit van de verschillende natuurlijke personen die hij als erkend monteurs tewerkstelt, meedelen; - de beschrijving van de werkplaats om de conformiteit ervan te kunnen nagaan. De werkplaats moet ook beschikken over de diverse nodige federale, gewestelijke of gemeentelijke vergunningen; - ten slotte, de verplichte voorlegging van diverse vereiste documenten. Artikel 17 betreft de intrekking van de erkenning van deze erkende keuringsinstellingen. 14. Hoofdstuk III (artikel 18) bevat de bepalingen die van toepassing zijn op de LPG-monteurs. Zoals momenteel op basis van het koninklijk besluit van 9 mei 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 09/05/2001 pub. 06/06/2001 numac 2001014099 bron ministerie van verkeer en infrastructuur en ministerie van middenstand en landbouw Koninklijk besluit betreffende het gebruik van vloeibaar gemaakte petroleumgassen voor de aandrijving van voertuigen sluiten reeds het geval is, moeten de monteurs om te worden erkend, slagen voor een examen dat hun minimale technische kennis zoals bepaald in punt
- b)van bijlage B staaft. Alvorens dit examen af te leggen, kan de kandidaat-monteur desgewenst een opleiding volgen, maar hij is hier niet toe verplicht. De modaliteiten van dit examen (inhoud, voorwaarden om te slagen, kostprijs, etc.) zullen worden vastgelegd bij ministerieel besluit. De versie van het ontwerp overgemaakt aan de Raad van State voorzag dat de Minister kon beslissen over de noodzaak om te slagen voor een bijkomend examen wanneer belangrijke technologische ontwikkelingen een actualisering van de kennis van de erkende monteurs vereisen. Voor de Raad van State reikt deze subdelegatie van bevoegdheid aan de Minister te ver. Deze bepaling bestaat nochtans reeds in het koninklijk besluit van 9 mei 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 09/05/2001 pub. 06/06/2001 numac 2001014099 bron ministerie van verkeer en infrastructuur en ministerie van middenstand en landbouw Koninklijk besluit betreffende het gebruik van vloeibaar gemaakte petroleumgassen voor de aandrijving van voertuigen sluiten en veroorzaakt geen problemen. Men dient erover te waken dat de installateurs op de hoogte zijn van de technische ontwikkelingen in de sector, aangezien ze werkzaam zijn in een domein dat mogelijk gevaar oplevert voor de veiligheid van personen. Dit is de reden waarom de geldigheidsduur van het certificaat van erkend LPG-monteur beperkt is tot 5 jaar. Deze geldigheidsduur kan echter met periodes van telkens 5 jaar worden verlengd indien de monteur kan aantonen dat hij een nascholing heeft gevolgd met een minimumlesduur van 7 uren. Met andere woorden wanneer de geldigheid van het certificaat van erkend monteur is vervallen en de erkende LPG-monteur geen nascholing heeft gevolgd, dan mag hij niet meer aan LPG-installaties werken. Het volstaat echter om opnieuw een nascholing te volgen opdat de geldigheid van het certificaat opnieuw zou worden verlengd voor een periode van vijf jaar. Het nascholingsprogramma, de erkenningsvoorwaarden voor dit programma alsook de modaliteiten en regels voor de organisatie van de nascholing zullen worden vastgelegd bij ministerieel besluit. Het is vanzelfsprekend dat het de verantwoordelijkheid van de installateur is om na te gaan dat zijn personeel wel degelijk en ononderbroken beschikt over een geldig certificaat. De erkenning kan worden ingetrokken indien men vaststelt dat zijn personeel geen houder is van een geldig certificaat van erkend LPG-monteur. Alle monteurs die op basis van de oude reglementering werden erkend, worden automatisch als zijnde houder van een certificaat van erkend LPG-monteur van een geldigheidsduur van vijf jaar die aanvangt op de datum van inwerkingtreding van dit besluit (artikel 27). 15. Hoofdstuk IV (artikelen 19 en 20) gaat over de erkenningsvoorwaarden voor de examencentra van de LPG-monteurs. TITEL IV. - Slotbepalingen, overgangsbepalingen en opheffingen 16. Titel IV (artikelen 21 tot 30) omvat de overgangs-, opheffings- en slotbepalingen.Het besluit treedt in werking dertig dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad. Bovenop de reeds aangehaalde overgangsbepalingen kan men ook nog eens de aandacht vestigen op artikel 22. Dit artikel bepaalt dat iedere installatie die vüür 1 juli 2001 (d.w.z. vüür de inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 9 mei 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 09/05/2001 pub. 06/06/2001 numac 2001014099 bron ministerie van verkeer en infrastructuur en ministerie van middenstand en landbouw Koninklijk besluit betreffende het gebruik van vloeibaar gemaakte petroleumgassen voor de aandrijving van voertuigen sluiten, dat bij artikel 22 van dit besluit is opgeheven) in een auto werd gemonteerd, aan de voorschriften van bijlage G moet beantwoorden. Het gaat om een aangepaste versie van de bepalingen die van kracht waren vüür de inwerkingtreding van het besluit van 9 mei 2001 (automatische vulbegrenzer en elektrische klep). Ik heb de eer te zijn, Sire, van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Minister van Binnenlandse Zaken, Mevr. J. MILQUET De Staatssecretaris voor Mobiliteit, M. WATHELET Advies 49.166/4 van 2 februari 2011 van de afdeling Wetgeving van de Raad van State De Raad van State, afdeling Wetgeving, vierde kamer, op 7 januari 2011, door de Staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de Eerste Minister verzocht hem, binnen een termijn van dertig dagen, van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit ?betreffende het gebruik van vloeibaar gemaakte petroleumgassen (LPG) voor de aandrijving van auto's?, heeft het volgende advies gegeven : Rekening houdend met het tijdstip waarop dit advies gegeven wordt, vestigt de Raad van State de aandacht op het feit dat, wegens het ontslag van de regering, de bevoegdheid van deze laatste beperkt is tot de afhandeling van de lopende zaken. Dit advies wordt evenwel gegeven zonder dat wordt nagegaan of dit ontwerp in die beperkte bevoegdheid kan worden ingepast, aangezien de afdeling Wetgeving geen kennis heeft van het geheel van de feitelijke gegevens welke de regering in aanmerking kan nemen als zij te oordelen heeft of het vaststellen of wijzigen van een verordening noodzakelijk is. Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals het is vervangen bij de wet van 2 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/04/2003 pub. 02/05/2003 numac 2003000309 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en tot regeling van de overdracht van sommige personeelsleden van de Dienst Veiligheid van de Staat op het gebied van de kernenergie type wet prom. 02/04/2003 pub. 14/05/2003 numac 2003000376 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van sommige aspecten van de wetgeving met betrekking tot de inrichting en de werkwijze van de afdeling wetgeving van de Raad van State type wet prom. 02/04/2003 pub. 16/04/2003 numac 2003000298 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen, en van het Kieswetboek sluiten, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen vormvereisten. Wat deze drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen. Algemene opmerkingen Voorafgaande vormvereisten 1. Overeenkomstig artikel 6, § 4, 3°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot hervorming der instellingen, moeten de gewestregeringen betrokken worden bij het uitwerken van het voorliggende ontwerp. Wat dit betreft, wordt in de adviesaanvraag gewag gemaakt van aan de drie gewestregeringen gerichte adviesaanvragen, die evenwel niet voorkomen in het dossier dat erbij gevoegd was. 2. Aangezien het voorliggende ontwerp een weerslag heeft op de begroting, dienen het advies van de inspecteur van Financiën en de akkoordbevinding van de Staatssecretaris voor Begroting
- Het staat aan de steller van het ontwerp erop toe te zien dat aan deze verschillende voorafgaande vormvereisten wordt voldaan. Internationale reglementering Zoals het koninklijk besluit van 9 mei 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 09/05/2001 pub. 06/06/2001 numac 2001014099 bron ministerie van verkeer en infrastructuur en ministerie van middenstand en landbouw Koninklijk besluit betreffende het gebruik van vloeibaar gemaakte petroleumgassen voor de aandrijving van voertuigen sluiten betreffende het gebruik van vloeibaar gemaakte petroleumgassen (LPG) voor de aandrijving van voertuigen, dat het beoogt te vervangen, steunt het voorliggende ontwerp op de technische normen omschreven in Reglement nr. 67, zoals het verschillende malen is gewijzigd, van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) houdende eenvormige voorschriften betreffende de goedkeuring (hierna te noemen het (VN/ECE)-Reglement nr. 67) : I. van speciale uitrustingsstukken van motorvoertuigen die in hun aandrijfsysteem vloeibaar petroleumgas gebruiken; II. van voertuigen wat betreft de installatie van specifieke inrichtingen voor het gebruik van vloeibaar petroleumgas als brandstof. Bovendien is het onderzochte ontwerp gebaseerd op het meer recente (VN/ECE)-Reglement nr. 115 houdende eenvormige voorschriften betreffende de goedkeuring (hierna te noemen het (VN/ECE)-Reglement nr. 115) : I. van speciale systemen om auto's aan LPG (vloeibaar gemaakt petroleumgas) aan te passen, waardoor ze deze brandstof voor hun aandrijving kunnen gebruiken; II. van speciale systemen om auto's aan ngv (samengedrukt aardgas) aan te passen, waardoor ze deze brandstof voor hun aandrijving kunnen gebruiken. In haar advies 47.603/4, gegeven op 25 januari 2010 over een ontwerp dat heeft geleid tot het koninklijk besluit van 7 mei 2010Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 07/05/2010 pub. 04/06/2010 numac 2010014104 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen type koninklijk besluit prom. 07/05/2010 pub. 13/12/2011 numac 2011014291 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen. - Duitse vertaling sluiten tot wijziging van het koninklijk besluit van 15 maart 1968Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 15/03/1968 pub. 16/03/2005 numac 2005000019 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de motorvoertuigen en hun aanhangwagens moeten voldoen. - Duitse vertaling type koninklijk besluit prom. 15/03/1968 pub. 03/06/2014 numac 2014014295 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen, heeft de afdeling Wetgeving van de Raad van State de volgende opmerking gemaakt over artikel 2 ervan : «
- De wijziging die bij artikel 2 van het ontwerp wordt aangebracht in artikel 28, § 5, van het voornoemde koninklijk besluit van 15 maart 1968Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 15/03/1968 pub. 16/03/2005 numac 2005000019 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de motorvoertuigen en hun aanhangwagens moeten voldoen. - Duitse vertaling type koninklijk besluit prom. 15/03/1968 pub. 03/06/2014 numac 2014014295 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten strekt ertoe daarin de bepalingen van lid 6.21 van VN/ECE-Reglement nr. 48 op te nemen, waarbij opvallende markeringen op sommige voertuigen van de categorieën N2 en N3 (vrachtwagens) en op voertuigen van de categorieën 03 en 04 (aanhangwagens) verplicht worden gesteld. Terwijl VN/ECE-Reglement nr. 104, waarnaar verwezen wordt in VN/ECE-Reglement nr. 48, volledig overgenomen wordt in bijlage 18 van het voornoemde koninklijk besluit van 15 maart 1968Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 15/03/1968 pub. 16/03/2005 numac 2005000019 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de motorvoertuigen en hun aanhangwagens moeten voldoen. - Duitse vertaling type koninklijk besluit prom. 15/03/1968 pub. 03/06/2014 numac 2014014295 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten, worden de bepalingen van VN/ECE-Reglement nr. 48 die gelden voor opvallende markeringen slechts gedeeltelijk overgenomen in het ontworpen artikel 28, § 5, van hetzelfde besluit. Het zou beter zijn dat ze ook volledig overgenomen worden, ofwel in artikel 28, § 5, ofwel in de bijlage van het voornoemde koninklijk besluit van 15 maart 1968Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 15/03/1968 pub. 16/03/2005 numac 2005000019 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de motorvoertuigen en hun aanhangwagens moeten voldoen. - Duitse vertaling type koninklijk besluit prom. 15/03/1968 pub. 03/06/2014 numac 2014014295 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten. » In het kader van het onderhavige ontwerp is het eveneens verkieslijk, gelet op artikel 190 van de Grondwet, om de versies van de op internationaal niveau thans van kracht zijnde (VN/ECE)-Reglementen nrs. 67 en 115 waarnaar wordt verwezen volledig bekend te maken. In dit opzicht zou de eenvoudigste oplossing erin bestaan te verwijzen naar bijlagen waarin hun inhoud uitdrukkelijk wordt weergegeven. Er zou evenwel kunnen worden aangenomen dat in de bepalingen van het ontwerp, wat de geregelde aangelegenheid betreft, alle normatieve bepalingen worden overgenomen waarvan de bekendmaking van openbaar nut is, overeenkomstig artikel 56, § 1, vierde lid, van de gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, en dat de bepalingen van de voormelde internationale reglementen waarnaar het ontwerp verwijst, derhalve niet noodzakelijkerwijs in het Belgisch Staatsblad hoeven te worden bekendgemaakt. Zulke keuze zou het echter niet mogelijk maken om op een totaal onbetwistbare wijze de verbindendheid van de niet in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakte normen aan te tonen. Onder het voorbehoud dat de (VN/ECE)-Reglementen nrs. 67 en 115 in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen worden bekendgemaakt, zoals bepaald bij artikel 4, lid 5, van Besluit 97/836/EG van de Raad van 27 november 1997 inzake de toetreding van de Europese Gemeenschap tot de overeenkomst van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties betreffende het aannemen van eenvormige technische eisen voor wielvoertuigen, uitrustingsstukken en onderdelen die kunnen worden aangebracht en/of gebruikt op wielvoertuigen en de voorwaarden voor wederzijdse erkenning van goedkeuringen verleend op basis van deze eisen (« Herziene overeenkomst van 1958 »), zijn de enige twee middelen om op dit punt voor een optimale rechtszekerheid te zorgen immers de volgende : - ofwel de volledige bekendmaking van de betrokken normen in het Belgisch Staatsblad; - ofwel de aanneming door de wetgever van bijzondere regels voor de bekendmaking van de internationale technische reglementeringen in kwestie
- In artikel 1, 4°, is de definitie van de woorden « erkend LPG-installateur » overbodig en dient ze te vervallen.Hetzelfde geldt voor de definitie van « erkende keuringsinstelling » in artikel 1, 16°, van het ontwerp.
- In artikel 1, 5°, mag alleen de functie van « LPG-monteur » gedefinieerd worden, aangezien de regeling inzake de erkenning van de LPG-monteur vastgesteld wordt in de artikelen 18 en 19 van het ontwerp.
- De term « appendage », die vermeld wordt in artikel 1, 9°, b) en gedefinieerd wordt in artikel 1, 11°, van het ontwerp, behoort niet tot de woordenschat van de Franse taal.Bijgevolg zou het beter zijn om dat woord in de Franse tekst van het dispositief te vervangen door de woorden « accessoires fixés au réservoir », de woorden die gebezigd worden in de Franse tekst van VN/ECE-Reglement nr. 67
- Deze opmerking geldt eveneens voor de artikelen 19, tweede en derde lid, en 21, § 3, tweede en derde lid, van het ontwerp en voor bijlage B, a),
- Artikel 18 De delegatie van bevoegdheden aan de minister waarin artikel 18, § 4, van het ontwerp voorziet, reikt te ver en kan niet aanvaard worden. Artikel 18, § 4, van het ontwerp dient dan ook te vervallen. Slotopmerkingen
- Wat bijlage D, deel 1, betreft, begrijpt de afdeling Wetgeving niet hoe het systeem van de verwijzing naar de eindnoten door middel van vier sterretjes moet worden toegepast.De laatste eindnootverwijzing achteraan in het document moet zes sterretjes tellen. Deze opmerking geldt eveneens voor de verwijzing naar de eindnoten door middel van vier sterretjes in deel 2 van dezelfde bijlage.
- Het is beter om in bijlage F, net zoals in bijlage H, de afmetingen van het LPG-etiket aan te geven in een wettelijke eenheid in plaats van te verwijzen naar een « schaal 1/1 »
- a)de elementen bepaald in Reglement 67 die als noodzakelijk zijn aangemerkt;
- b)een montagehandleiding;
- c)een gebruikshandleiding.8° « Speciale LPG-uitrusting » : de volgende onderdelen :
- a)de brandstoftank;
- b)de appendages;
- c)de verdamper-drukregelaar;
- d)de afsluitklep;
- e)het gasinjectieapparaat, de gasinjector of gasmengstuk;
- f)de gasdoseringseenheid, afzonderlijk of gecombineerd met de gasinjector;
- g)de buigzame leidingen;
- h)de vulaansluiting;
- i)de terugslagklep;
- j)de overdrukklep van de gasleidingen;
- k)de LPG-filter;
- l)de druk- of temperatuursensor;
- m)de LPG-pomp;
- n)de servicekoppeling;
- o)de elektronische regeleenheid;
- p)de brandstofrail;
- q)de overdrukinrichting. De begrippen die niet in dit besluit zijn verklaard en die gebruikt worden om speciale LPG-uitrusting aan te duiden, moeten worden begrepen overeenkomstig de definities die eraan worden gegeven in het Reglement 67. 9° « Brandstoftank » : de houder, bestemd om aan boord van een auto de LPG-voorraad voor de aandrijving te bevatten.10° « Appendages » : de onderstaande accessoires die aan de brandstoftank zijn bevestigd en die ofwel autonoom of geïntegreerd zijn :
- a)80 %-vulbegrenzer;
- b)peilmeter;
- c)veerveiligheid;
- d)op afstand bediende afnamekraan met doorstroombegrenzer;
- e)LPG-pomp;
- f)gecombineerde klep;
- g)gasdichte behuizing;
- h)doorvoerisolator voor de voeding;
- i)terugslagklep;
- j)overdrukinrichting.11° « Initiële proef » : de eerste drukproef vóór het op de markt brengen.12° « Reglement 67 » : het Reglement nr.67 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE), met inbegrip van de amendementen van de serie 01, houdende eenvormige voorschriften betreffende de goedkeuring van : I. de speciale uitrusting van auto's die vloeibaar gemaakte petroleumgassen (LPG) gebruiken voor hun aandrijving; II. voertuigen wat betreft de installatie van de specifieke inrichtingen voor gebruik van vloeibaar gemaakt petroleumgas (LPG) als brandstof. 13° « Reglement 115 » : het Reglement nr.115 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE), houdende eenvormige voorschriften betreffende de goedkeuring van : - I. speciale systemen om auto's aan LPG (vloeibaar gemaakte petroleumgassen) aan te passen, waardoor ze die brandstof voor hun aandrijving kunnen gebruiken; - II. speciale systemen om auto's aan cng (gecomprimeerd aardgas) aan te passen, waardoor ze die brandstof voor hun aandrijving kunnen gebruiken. 14° « Minister » : de minister bevoegd voor Wegverkeer. TITEL II. - DE LPG-INSTALLATIE HOOFDSTUK I - Criteria waaraan de LPG-installaties en hun onderdelen moeten voldoen Art. 2.§ 1. De speciale uitrustingen voor de voeding van de motor van voertuigen met LPG en hun onderdelen, geïnstalleerd vanaf 1 juli 2002, moeten overeenkomstig de bepalingen van deel I van Reglement 67 zijn goedgekeurd. § 2. Een autotype voorzien van een speciale uitrusting voor de voeding van de motor met LPG moet - voor wat betreft de installatie van deze uitrusting - overeenkomstig de bepalingen van deel II van Reglement 67 zijn goedgekeurd. § 3. Auto's waarvoor geen typegoedkeuring betreffende de installatie van de LPG-uitrusting werd afgeleverd, mogen uitsluitend worden uitgerust met :
- a)ofwel een LPG-installatie waarvan de onderdelen zijn goedgekeurd conform de voorschriften van deel I van Reglement 67.De montage moet door een erkend LPG-installateur en volgens de bepalingen van bijlage C worden uitgevoerd;
- b)ofwel een LPG-adaptatiesysteem dat conform de voorschriften van Reglement 115 werd goedgekeurd.De montage moet gebeuren door een erkend LPG-installateur volgens de instructies in de montagehandleiding. Het LPG-adaptatiesysteem dat op het voertuig wordt gemonteerd, moet echter steeds voldoen aan de montagevoorschriften van bijlage C. § 4. De volledige LPG-installatie moet in zijn geheel overeenstemmen met de volgens Reglement 67 goedgekeurde LPG-installatie. De assemblage van de brandstoftank en zijn appendages of toebehoren kan enkel door de fabrikant van de brandstoftank of diens gemachtigde gebeuren. Onder « gemachtigde » moet iedere natuurlijke of rechtspersoon worden verstaan die gevestigd is in de Europese Unie en die expliciet door de fabrikant is gemachtigd om deze assemblage uit te voeren, om de fabrikant te vertegenwoordigen bij de bevoegde overheden en om in zijn naam te handelen in alle aangelegenheden die verband houden met dit besluit. De fabrikant of zijn gemachtigde moeten voor de brandstoftank en zijn appendages of toebehoren een attest inzake de gelijkvormigheid met Reglement 67 uitreiken, behalve voor de voertuigen met een EG-goedkeuring, die zijn uitgerust met een LPG-installatie goedgekeurd overeenkomstig de bepalingen van deel II Reglement 67. Het in het vorige lid bedoelde attest moet beantwoorden aan het model opgenomen in bijlage I en blijft bij het voertuig ongeacht de handen waarin het overgaat. Het moet worden getoond telkens het voertuig in een autokeuringsstation wordt aangeboden. § 5. Op voorwaarde dat de bepalingen van dit besluit en de bepalingen voor wat betreft de uitstoot van verontreinigende gassen worden nageleefd, mag de auto :
- a)een « monofuelvoertuig » zijn, dat wil zeggen een voertuig dat ontworpen is om hoofdzakelijk op één type brandstof rijden;
- b)of een « multifuel »voertuig zijn, hierbij kan het gaan om : 1° ofwel een « bifuel »voertuig : dit is een voertuig met twee afzonderlijke brandstofopslag-systemen dat op twee verschillende brandstoffen kan rijden, maar volgens het ontwerp slechts op één brandstof tegelijkertijd;2° ofwel een « dualfuel »voertuig : dit is een voertuig met twee afzonderlijke brandstofopslag-systemen dat op twee verschillende brandstoffen kan rijden;3° ofwel een « flexfuelvoertuig » of een voertuig dat op moduleerbare brandstof draait : dit is een voertuig met een brandstofopslagsysteem dat op verschillende mengsels van twee of meer brandstoffen kan rijden. HOOFDSTUK II - Goedkeuringsprocedure Art. 3.§ 1.
- a)De aanvraag om goedkeuring van een type van LPG-uitrusting of van een onderdeel ervan, of van een LPG-adaptatiesysteem wordt door de eigenaar van het fabrieksmerk of de zaak of door diens gemachtigde bij de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid ingediend. De aanvraag gaat vergezeld van de inlichtingen en documenten bedoeld in punt 3 van Reglement 67 of, wanneer het gaat om een LPG-adaptatiesysteem, in punt 3 van Reglement 115. Voor een bepaald type van LPG-uitrusting of van een onderdeel ervan, of van een LPG-adaptatiesysteem mag er slechts één enkele aanvraag worden ingediend en zij kan niet worden ingediend indien zij al in een andere Lidstaat van de Europese Unie werd ingediend. Voor ieder goed te keuren type moet er een afzonderlijke aanvraag worden ingediend.
- b)De aanvraag om goedkeuring van een voertuigtype dat door de constructeur van een LPG-uitrusting werd voorzien, wordt voor wat betreft de installatie van deze uitrusting, door de constructeur of diens gemachtigde bij de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid ingediend. De aanvraag gaat vergezeld van de inlichtingen en documenten bedoeld in punt 15 van Reglement 67 Voor een bepaald voertuigtype dat door de constructeur van een LPG-uitrusting werd voorzien, mag er slechts één enkele aanvraag worden ingediend en zij kan niet worden ingediend indien zij al in een andere Lidstaat van de Europese Unie werd ingediend. Voor ieder goed te keuren type moet er een afzonderlijke aanvraag worden ingediend.
- c)De kosten verbonden aan de goedkeuring zijn ten laste van de aanvrager. § 2. De proeven, tests en controles van een type van LPG-uitrusting, of van een onderdeel ervan, of van een LPG-adaptatiesysteem, of van een auto voorzien van deze uitrusting voor wat betreft de installatie ervan, worden uitgevoerd door de instellingen die daartoe door de minister of zijn gemachtigde zijn erkend, en in zoverre deze instellingen door BELAC op basis van de norm NBN-EN ISO/IEC 17025 werden geaccrediteerd. De accreditaties afgeleverd volgens de systemen waarmee BELAC een wederzijdse erkenning heeft afgesloten, worden als gelijkwaardig beschouwd. De proeven, tests en controles voorgeschreven in het eerste lid vinden niet plaats indien : - een LPG-uitrusting, - of een onderdeel ervan, - of een LPG-adaptatiesysteem, - of een auto voorzien van deze uitrusting de door Reglement 67 voorgeschreven goedkeuringsprocedure, of, wanneer het gaat om een LPG-adaptatiesysteem, de door Reglement 115 voorgeschreven goedkeuringsprocedure, heeft ondergaan in een land dat niet België is en dat deze Reglementen heeft onderschreven. § 3.
- a)De goedkeuring van een type van LPG-uitrusting of van een onderdeel ervan wordt door de Minister of zijn gemachtigde afgeleverd, indien de voorschriften van het punt 6 van Reglement 67 worden nageleefd.
- b)De goedkeuring van een autotype wat betreft de installatie van de LPG-uitrusting wordt door de Minister of zijn gemachtigde afgeleverd, indien de voorschriften van het punt 17 van Reglement 67 worden nageleefd.
- c)De goedkeuring van een LPG-adaptatiesysteem wordt door de minister of zijn gemachtigde afgeleverd, indien de voorschriften van het punt 6 van Reglement 115 worden nageleefd. § 4.
- a)Op ieder onderdeel van de LPG-uitrusting dat volgens Reglement 67 is goedgekeurd, wordt een goedkeuringsmerk aangebracht, conform het model beschreven in Bijlage A.
- b)Op iedere auto die volgens Reglement 67 is goedgekeurd, wordt een goedkeuringsmerk aangebracht, conform het model beschreven in Bijlage A.
- c)Op iedere auto uitgerust met een volgens Reglement 115 goedgekeurd LPG-adaptatiesysteem wordt een goedkeuringsmerk aangebracht, conform het model beschreven in Bijlage A.
- d)De goedkeuringsmerken bedoeld in de punten a),
- b)en
- c)worden aangebracht op een corrosiebestendig plaatje dat op duurzame wijze op de uitrusting wordt vastgehecht of op een onvernietigbaar zelfklevend vignet. § 5. Iedere wijziging aangebracht : - aan een type van LPG-uitrusting, - of aan een onderdeel ervan, - of aan een LPG-adaptatiesysteem - of aan een autotype voorzien van deze uitrusting wat betreft de installatie ervan, wordt ter kennis gebracht van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid, indien de originele goedkeuring in België werd afgeleverd. Dit Directoraat-generaal zal oordelen of het om een belangrijke wijziging gaat; zo ja, dan moet er een nieuwe aanvraag om goedkeuring of uitbreiding tot typegoedkeuring worden ingediend. § 6.
- a)De controle van de gelijkvormigheid van de productie van een type van LPG-uitrusting of van een onderdeel ervan, goedgekeurd op grond van Reglement 67, vindt plaats onder de voorwaarden voorgeschreven in punt 9 van het genoemde Reglement.
- b)De controle op de gelijkvormigheid van de productie van een autotype goedgekeurd op grond van Reglement 67 vindt plaats onder de voorwaarden voorgeschreven in punt 18 van dit Reglement.
- c)De controle op de gelijkvormigheid van de productie van een type LPG-adaptatiesysteem dat is goedgekeurd krachtens Reglement 115 vindt plaats onder de voorwaarden voorgeschreven in punt 9 van dit Reglement. § 7. In de gevallen respectievelijk voorgeschreven in punt 10 en punt 19 van Reglement 67 of in punt 10 van Reglement 115 kan de goedkeuring van een type van LPG-uitrusting of van een onderdeel ervan, of van een auto voorzien van deze uitrusting, of van een type LPG-adaptatiesysteem door de minister of zijn gemachtigde worden ingetrokken. HOOFDSTUK III - Montage, verwijdering, onderhoud en herstelling Art. 4.Onverminderd de bepalingen van artikel 2, paragraaf 4, moet de montage van een LPG-installatie zoals bedoeld in artikel 2, paragraaf 3, worden uitgevoerd door een erkend LPG-installateur, volgens de bepalingen van bijlage C en, indien het om een LPG-adaptatiesysteem gaat, overeenkomstig de aanwijzingen in de montagehandleiding. In afwijking van het eerste lid wordt elke montage van een LPG-installatie die op een uit een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte ingevoerd voertuig wordt uitgevoerd, geacht eveneens te voldoen aan de bepalingen van dit besluit wanneer een typegoedkeuring die voldoet aan Reglement 67 werd verkregen of wanneer deze montage gebeurd is volgens een norm goedgekeurd in deze Staat in het raam van een systeem dat evenwaardige garanties biedt op het vlak van doeltreffendheid en waarbij de voorschriften een evenwaardig veiligheidsniveau waarborgen. Art. 5.De volledige verwijdering van een LPG-installatie moet door een erkend LPG-installateur worden uitgevoerd. Deze installateur moet tevens het etiket bedoeld in artikel 11 verwijderen. Art. 6.Elk onderhoud aan of elke herstelling van een LPG-installatie moet worden uitgevoerd door een erkend LPG-installateur. Deze verplichting is niet van toepassing voor het onderhoud van klasse 2 onderdelen zoals bepaald in de Reglement 67 wanneer de werkplaats waarin het onderhoud van deze klasse 2 onderdelen wordt uitgevoerd, voldoet aan de voorwaarden bedoeld in bijlage B, punt a), 1, 5°
- a)tot c). Voor LPG-installaties zoals bedoeld in artikel 2, paragraaf 2, gebeurt het onderhoud of de herstelling overeenkomstig de bepalingen van Reglement 67 en overeenkomstig de instructies van de autoconstructeur. Voor LPG-installaties zoals bedoeld in artikel 2, paragraaf 3, gebeurt de installatie, het onderhoud of de herstelling overeenkomstig de bepalingen van bijlage C en dit overeenkomstig de aanwijzingen in de montagehandleiding als het om een LPG-adaptatiesysteem gaat. Art. 7.De installateur die de LPG-installatie heeft gemonteerd, gewijzigd of verwijderd, bezorgt aan de eigenaar van de auto een getuigschrift over de montage, over de ingreep of wijziging aan het voertuig, of over de verwijdering overeenkomstig het model voorzien in deel 1, 2 of 3 van bijlage D. Dit getuigschrift is voorzien van een nummer samengesteld uit twee onderscheiden delen : * de vier cijfers van het lopende kalenderjaar * een nummer toegekend volgens de chronologische volgorde van de ingrepen. Dit getuigschrift blijft bij het voertuig in welke handen het ook overgaat. Het moet bij elke aanbieding van het voertuig bij een autokeuringsstation worden getoond. HOOFDSTUK IV - Periodieke controles van LPG-installaties Art. 8.§ 1. Met uitzondering van voertuigen, die zijn uitgerust met een LPG-installatie goedgekeurd overeenkomstig de bepalingen van deel II Reglement 67, moet iedere auto die na de inwerkingtreding van dit besluit met een LPG-installatie werd uitgerust, binnen dertig dagen volgend op de montage bij een autokeuringsstation worden aangeboden voor een volledige controle van de LPG-installatie. Tijdens deze periode van dertig dagen moet de bestuurder van het voertuig op elk verzoek van de personen, bevoegd om wegcontroles uit te voeren, de factuur en het montagegetuigschrift afgegeven door de installateur voorleggen. § 2. Iedere auto wordt ook aangeboden bij een autokeuringsstation voor een volledige controle van de LPG-installatie in volgende gevallen : - na een ingreep op de LPG-installatie die als een wijziging van de LPG-installatie kan worden beschouwd, zoals de montage van een nieuwe brandstoftank, de vervanging of tijdelijke demontage van één of meerdere leidingen of hulpstukken; - wanneer de LPG-installatie werd beschadigd; wanneer de LPG-installatie werd beschadigd, dan mag de auto uitsluitend op de openbare weg worden gebruikt om zich naar de werkplaats van een erkende installateur te begeven en, na herstelling, om zich voor een volledige LPG-controle naar een autokeuringsstation te begeven. De erkende LPG-installateur is ertoe gehouden de houder van de auto op de hoogte te brengen van de verplichting om deze auto binnen dertig dagen na de ingreep op het voertuig in een autokeuringsstation aan te bieden. § 3. Tijdens de volledige LPG-keuringen wordt onderzocht : 1° of de proeven, controles en goedkeuringen van de onderdelen van de LPG-installatie vastgelegd in dit besluit of door de minister, door de volgens de bepalingen van artikel 3, paragraaf 2 erkende instellingen werden uitgevoerd;2° of de LPG-installatie gasdicht is;3° of de LPG-installatie aan de voorschriften bepaald in onderhavig besluit voldoet.De te controleren punten worden bepaald door de Minister of zijn gemachtigde; 4° of de uitlaatgassen voldoen aan de emissienormen opgelegd in het koninklijk besluit van 15 maart 1968Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 15/03/1968 pub. 16/03/2005 numac 2005000019 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de motorvoertuigen en hun aanhangwagens moeten voldoen. - Duitse vertaling type koninklijk besluit prom. 15/03/1968 pub. 03/06/2014 numac 2014014295 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen, en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen en in de Europese reglementen en in de Europese richtlijnen die ter zake van toepassing zijn, bedoeld in bijlage van het koninklijk besluit van 26 februari 1981 houdende uitvoering van de Richtlijnen van de Europese Gemeenschappen betreffende de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan, landbouw- of bosbouwtrekkers op wielen, hun bestanddelen alsook hun veiligheidsonderdelen. § 4. Indien de installatie in overeenstemming is met de voorschriften van dit besluit, wordt het getuigschrift inzake de montage of ingreep, afgegeven door de erkende installateur die de LPG-uitrusting heeft gemonteerd, gewijzigd of hersteld, door de autokeuring gevalideerd, en er wordt een keuringsbewijs afgeleverd, zoals voorzien in artikel 23novies, paragraaf 3, van het koninklijk besluit van 15 maart 1968Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 15/03/1968 pub. 16/03/2005 numac 2005000019 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de motorvoertuigen en hun aanhangwagens moeten voldoen. - Duitse vertaling type koninklijk besluit prom. 15/03/1968 pub. 03/06/2014 numac 2014014295 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen. Dit keuringsbewijs is geldig tot de volgende periodieke keuringsdatum van het voertuig die werd bepaald overeenkomstig artikel 23ter van dit koninklijk besluit van 15 maart 1968Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 15/03/1968 pub. 16/03/2005 numac 2005000019 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de motorvoertuigen en hun aanhangwagens moeten voldoen. - Duitse vertaling type koninklijk besluit prom. 15/03/1968 pub. 03/06/2014 numac 2014014295 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten, of tot de volgende periodieke keuringsdatum van de LPG-brandstoftank of van de buigzame vulleidingen, als deze keuring valt op een datum vóór de periodieke keuringsdatum van het voertuig die is vastgelegd overeenkomstig artikel 23ter van het voornoemde koninklijk besluit. In geval niet alles conform de voorschriften is, wordt er een keuringsbewijs afgeleverd, volgens de bepalingen voorzien door het voornoemde koninklijk besluit van 15 maart 1968Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 15/03/1968 pub. 16/03/2005 numac 2005000019 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de motorvoertuigen en hun aanhangwagens moeten voldoen. - Duitse vertaling type koninklijk besluit prom. 15/03/1968 pub. 03/06/2014 numac 2014014295 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten. Het keuringsbewijs wordt getoond telkens wanneer de auto door een erkende autokeuringsinstelling wordt gecontroleerd. Ditzelfde bewijs wordt ook vertoond op iedere vordering van de ambtenaren en beambten die krachtens artikel 80 van dit koninklijk besluit van 15 maart 1968Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 15/03/1968 pub. 16/03/2005 numac 2005000019 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de motorvoertuigen en hun aanhangwagens moeten voldoen. - Duitse vertaling type koninklijk besluit prom. 15/03/1968 pub. 03/06/2014 numac 2014014295 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten bevoegd zijn om controles op de weg te verrichten. Art. 9.Bij elke LPG-installatie dat is gekeurd overeenkomstig de bepalingen van artikel 8 en goedgekeurd volgens de voorschriften dit besluit, brengt een personeelslid van het autokeuringsstation in de rechterbenedenhoek aan de binnenzijde van de voorruit van de auto een keuringsvignet van het model voorgeschreven in bijlage E aan. Dit vignet is zelfvernietigend bij elke poging tot verwijdering en vermeldt : - het nummer van het autokeuringsstation; - het jaar van de volgende keuring van de brandstoftank; - het erkenningsnummer van de installateur; - de geldigheidsdatum van het vignet; - het chassisnummer. In geval van beschadiging van het keuringsvignet moet de houder zijn auto aanbieden bij een autokeuringsstation, om een duplicaat te laten aanbrengen. Art. 10.Elke auto waarvan de LPG-installatie volledig werd verwijderd, wordt eveneens, alvorens weer in gebruik te worden genomen, bij een autokeuringsstation aangeboden. Indien de auto aan de reglementaire voorschriften beantwoordt, wordt het getuigschrift over de verwijdering dat door de erkende installateur die de LPG-uitrusting heeft verwijderd, is afgegeven door de autokeuring gevalideerd. HOOFDSTUK V - Gebruik van auto's uitgerust met een LPG-installatie Art. 11.Op de achterzijde van iedere auto die LPG voor zijn aandrijving gebruikt, wordt, ongeacht de datum van zijn inverkeerstelling, op een duidelijk zichtbare plaats een etiket aangebracht. Dit etiket is conform het model in bijlage F. HOOFDSTUK VI - Wederbeproeving van de installatie Art. 12.§ 1. De wederbeproeving van de brandstoftank gebeurt hoogstens :
- a)elke tien jaar na de datum van de voorgaande beproeving indien de brandstoftank in de kofferbak of in de personenruimte van een wagen zonder vouwdak werd gemonteerd;
- b)elke zes jaar in alle andere gevallen. Bij de wederbeproeving wordt de brandstoftank onderworpen aan een hydraulische drukproef van 3.000 kPa. De werkwijze voor de uitvoering van deze drukproef voldoet aan de desbetreffende bepalingen van Reglement 67. Voor de brandstoftanks met ingebouwde pomp mag de hydraulische proef door de volgende keuringsprocedure worden vervangen : - visuele controle van de dichtheid van de lege, niet-ontgaste brandstoftank; - en een ultrasone diktemeting van de wanden van de brandstoftank. Het jaar (vier cijfers) en de maand (twee cijfers) van de wederbeproeving, alsook de stempel van de erkende instelling die deze proef heeft uitgevoerd, worden in deze volgorde op de identificatieplaat van de brandstoftank geslagen. Indien de initiële beproevingsdatum van de brandstoftank ten gevolge van montage bij een voertuig goedgekeurd volgens deel II van Reglement 67, niet meer zichtbaar is, zal men ter vervanging van de beproevingsdatum van de brandstoftank, en ter bepaling van de uiteindelijke datum waarop de geldigheidsduur van de brandstoftank afloopt, de datum van eerste inverkeerstelling van het voertuig. § 2. De buigzame vulleidingen worden minstens om de tien jaar vervangen indien de brandstoftank in de kofferbak of in de personenruimte zonder vouwdak van de wagen werd gemonteerd. In alle andere gevallen gebeurt dit minstens om de zes jaar. TITEL III. - ERKENNING HOOFDSTUK I - Erkenning van de installateurs Art. 13.§ 1. De LPG-installateurs worden door de minister of zijn gemachtigde erkend, onder de voorwaarden bepaald in bijlage B. § 2. Vanaf de inwerkingtreding van dit besluit tot en met 31 december van hetzelfde burgerlijk jaar, zijn de erkenning als LPG-installateur en de afgifte van bijhorende documenten onderworpen aan een vergoeding waarvan het bedrag is bepaald op : - 250 euro voor het onderzoek van een aanvraag tot erkenning als installateur; - 200 euro voor het onderzoek van een aanvraag tot herziening van een bestaande erkenning; - 30 euro voor de afgifte van elk erkenningcertificaat als installateur; - 15 euro voor de afgifte van elke herziening van een bestaand erkenningcertificaat. Vanaf het daaropvolgende burgerlijk jaar maken voornoemde vergoedingen, jaarlijks per 1 januari, het voorwerp uit van een automatische indexering berekend op basis van de gewone index van de maand november van het voorgaande jaar. Het resultaat van deze aanpassing zal worden afgerond naar de hogere euro indien de decimalen van het berekende bedrag hoger of gelijk zijn aan 0,50 of naar de lagere euro indien de decimalen lager zijn dan 0,50. De vergoedingen voor reeds geheel of gedeeltelijk geleverde prestaties zijn niet terugbetaalbaar bij annulering van de aanvraag of in geval van een negatieve beslissing aangaande het dossier. § 3. De Minister of zijn gemachtigde kan de erkenning intrekken indien de installateur niet meer aan de eisen van dit besluit en/of van zijn bijlagen beantwoordt, of indien de montage, de demontage, het onderhoud of de herstelling van een LPG-installatie niet volgens de voorschriften van dit besluit en van zijn bijlagen gebeurt. § 4. De toekenning en de intrekking van de erkenning van LPG-installateurs worden in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. § 5. Scholen die de specialisatie « LPG-montage » organiseren, kunnen als LPG-installateurs worden erkend. Het aantal voertuigen dat zij mogen uitrusten, is evenwel beperkt tot maximaal 20 per instelling en per schooljaar. HOOFDSTUK II - Keuringsinstellingen Art. 14.§ 1. De LPG-installateurs zijn met het oog op hun erkenning onderworpen aan een eerste evaluatie betreffende hun overeenstemming met de voorschriften van dit besluit en zijn bijlagen. Deze eerste evaluatie wordt uitgevoerd door een erkende keuringsinstelling. Bovenop deze eerste evaluatie zijn de erkende LPG-installateurs onderworpen aan een jaarlijkse controle waarbij de naleving van hun overeenstemming met de voorschriften van dit besluit en zijn bijlagen wordt nagegaan. Deze jaarlijkse controle wordt uitgevoerd door een erkende keuringsinstelling. § 2. De Minister of zijn gemachtigde erkent de instellingen die bevoegd zijn om het eerste evaluatierapport betreffende de overeenstemming met het oog op de erkenning van LPG-installateurs en de jaarlijkse controles uit te voeren, zoals voorzien in paragraaf 1 en in artikel 15, voor zover : 1° zij door BELAC op basis van de norm NBN-EN ISO/IEC 17020 als keuringsinstellingen type « A » voor de activiteiten voorzien in dit besluit zijn geaccrediteerd.De accreditaties afgeleverd volgens de systemen waarmee BELAC een wederzijdse erkenning heeft afgesloten, worden als gelijkwaardig beschouwd; 2° en zij in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte zijn gevestigd. De Minister of zijn afgevaardigde stelt een lijst op van de erkende instellingen en publiceert deze in het Belgisch Staatsblad. Art. 15.§ 1. De erkende keuringsinstellingen moeten : 1° aan de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid, een eerste evaluatierapport betreffende de overeenstemming van de installateur met de voorschriften van dit besluit bezorgen;2° eenmaal per burgerlijk jaar een controle uitvoeren bij de erkende installateurs om na te gaan of zij aan de voorwaarden van dit besluit voldoen.Over deze controle wordt een verslag opgemaakt volgens de bepalingen vermeld in artikel 16 van dit besluit. Met het oog op de validatie ervan communiceren de keuringsinstellingen aan de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid, jaarlijks de planning van de controles die zij in de periode van 1 januari van het lopende jaar tot 31 januari van het daaropvolgende jaar willen uitvoeren. Uiterlijk op 31 januari van het jaar waarin de controles moeten worden uitgevoerd, moet deze planning aan het voornoemde directoraat-generaal zijn meegedeeld. De keuringsinstellingen delen het Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid onverwijld de redenen mee waarom de controle niet overeenkomstig de opgemaakte planning kan worden uitgevoerd, en zij communiceren op hetzelfde tijdstip de datum waarop de controle daadwerkelijk is gepland. De Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid, mag eveneens en op elk moment het initiatief nemen om onverwacht een controle uit te voeren bij een erkende installateur. § 2. Op vraag van de minister of zijn gemachtigde zijn de erkende keuringsinstellingen ertoe gehouden om alle documenten in verband met hun opdracht alsook alle inlichtingen betreffende de toepassing van dit besluit te verstrekken. Art. 16.§ 1. Het eerste evaluatierapport en het jaarlijkse controleverslag bevatten volgende gegevens : 1° de identificatiegegevens van de onderneming : de maatschappelijke benaming, het statuut en het adres van de installateur, het unieke ondernemingsnummer, alsook het adres van LPG-werkplaats;2° de lijst van de erkende LPG-monteurs met vermelding van :
- a)de naam, de voornamen, het adres, de geboorteplaats en Bdatum, alsook het identificatienummer bij het rijksregister of paspoortnummer van deze personen;
- b)de aard van hun juridische band met de installateur;3° een beschrijving met plattegrond van elke werkplaats waarin de montage van LPG-installaties wordt uitgevoerd.Op de plattegrond wordt de plaats aangegeven waar de hefinrichting alsook het kantoor waar de administratie met betrekking tot de LPG-installaties wordt uitgevoerd, zich bevinden; 4° een afschrift van de vergunningen zoals vereist in punt a), 1, 4° van bijlage B; § 2. Naast de gegevens vermeld in de eerste paragraaf bevat het jaarlijkse controleverslag eveneens de volgende gegevens : 1° het erkenningsnummer van de LPG-installateur;2° de eventuele vastgestelde gebreken;3° de conclusies van de keuringsinstelling over de conformiteit van de installaties met de vereisten van de bijlage B. § 3. Behalve in geval van overmacht, worden het eerste evaluatierapport en het jaarlijkse controleverslag aan de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid, toegezonden binnen een termijn van maximum dertig kalenderdagen, te rekenen vanaf de datum van de eerste evaluatie of van de jaarlijkse controle. Art. 17.De instelling die niet of niet meer aan de vereisten van artikel 14 beantwoordt, is niet gemachtigd om de controles met het oog op de erkenning van LPG-installateurs uit te voeren. De erkenning van de keuringsinstelling kan eveneens worden ingetrokken in geval van niet-naleving van de bepalingen bedoeld in de artikelen 15 en 16. De weigering of de intrekking van de erkenning wordt met een aangetekende zending ter kennis gebracht van de betrokkene. Binnen dertig dagen na de kennisgeving van de weigering of van de intrekking van de erkenning kan de betrokkene met een aangetekende zending beroep instellen bij de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer B Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid, City Atrium, Vooruitgangstraat 56 B 1210 Brussel. Het genoemde Directoraat-generaal hoort de betrokkene, indien laatstgenoemde daar in de brief waarmee hij beroep aantekent, om verzoekt. De Minister of zijn gemachtigde, doet uitspraak binnen dertig dagen na de verzending van de brief waarin beroep werd aangetekend of, in voorkomend geval, binnen dertig dagen nadat de betrokkene werd gehoord. Het beroep heeft geen schorsende kracht. HOOFDSTUK III - Bepalingen betreffende LPG-monteurs Art. 18.§ 1. Ieder personeelslid dat met de montage, het onderhoud, de herstelling of de wijziging van een LPG-installatie is belast, moet houder zijn van een geldig certificaat van erkend LPG-monteur dat het bewijs levert van zijn minimale technische kennis, zoals bepaald in punt
- b)van bijlage B. Als natuurlijke persoon kan de installateur zelf houder zijn van een certificaat van erkend LPG-monteur. § 2. Om dit certificaat van erkend LPG-monteur. te behalen, moet de kandidaat slagen voor een examen dat wordt georganiseerd door een conform artikel 19 erkend examencentrum. Om aan dit examen te mogen deelnemen, moet de kandidaat houder zijn van een diploma of een Belgische getuigschrift of een getuigschrift van een andere Lidstaat en dat het bewijs levert dat een specifieke opleiding in mechanica of elektriciteit van auto's of een gelijkgestelde opleiding met succes werd afgerond, of hij moet een beroepservaring van drie jaar als autotechnicus of -elektricien kunnen aantonen. Dit examen omvat een theoretische en een praktische proef. Om te worden toegelaten tot de praktische proef, moet de kandidaat geslaagd zijn voor de theoretische proef. De geldigheidsduur van een geslaagde theoretische proef bedraagt twaalf maanden. De Minister bepaalt de inhoud, de regels voor de organisatie alsook de voorwaarden tot slagen van de theoretische en praktische proeven. De theoretische en praktische proeven vereisen de voorafgaande betaling van de retributies waarvan het bedrag door de minister wordt bepaald. § 3. Het certificaat van erkend LPG-monteur waarvan het model door de minister wordt bepaald, heeft een geldigheidsduur van vijf jaar. Indien de LPG-monteur kan aantonen dat hij een nascholing heeft gevolgd waarvan het programma, met een minimumduur van ten minste zeven uren, volgens de door de minister bepaalde modaliteiten is erkend, dan wordt zijn certificaat van erkend LPG-monteur, zelfs indien het vervallen is, verlengd voor een nieuwe periode van vijf jaar. Deze nieuwe periode begint op de datum waarop de geldigheid van het lopende certificaat vervalt indien de nascholing tijdens de periode van twee jaar voorafgaand aan deze vervaldatum werd gevolgd, en in de andere gevallen op de datum waarop de nascholing werd gevolgd. De inhoud van het nascholingsprogramma alsook de modaliteiten en regels voor de organisatie van deze nascholing en het model van het nascholingsattest, worden bepaald door de minister. § 4. Iedere wijziging met betrekking tot het personeel dat met de montage, het onderhoud, de herstelling of de wijziging van een LPG-installatie is belast, wordt door de erkende installateur onmiddellijk betekend aan de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid met vermelding van :
- a)de datum waarop de wijziging plaatsvond;
- b)de naam, voornamen, het adres, de geboortedatum en Bplaats van de betrokken personen;
- c)de aard van hun juridische band met de installateur. HOOFDSTUK IV - Examencentra Art. 19.§ 1. De Minister of zijn gemachtigde erkent de examencentra. § 2. Om te kunnen worden erkend, moet het examencentrum : 1° zich onthouden van de uitoefening van een activiteit als opleider voor LPG-monteurs;2° de kennis aantonen die verband houdt met de onderwerpen vermeld in bijlage B, punt
- b)van dit besluit en beschikken over een ervaring van minstens drie jaar met betrekking tot de organisatie van een examen in het algemeen;3° beschikken of kunnen beschikken over een aangepaste infrastructuur, met name over specifieke lokalen, didactisch materiaal, alsook over de nodige uitrusting om de theoretische en de praktische proeven te laten plaatshebben;4° beschikken over examinatoren die zelf erkende monteurs zijn en die een beroepservaring van op zijn minst drie jaar in het domein van de LPG kunnen aantonen.Deze examinatoren zorgen ervoor dat zij op de hoogte blijven van de meest recente ontwikkelingen in hun vakgebied; 5° zich ertoe verbinden om de theoretische en praktische proeven bedoeld in artikel 18 minstens twee maal per jaar te organiseren;6° zich ertoe verbinden om een vragenlijst voor de proeven op te stellen en deze ten minste één maand voor de proeven plaatsvinden ter goedkeuring aan de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid voor te leggen;7° een register van de proeven die zij hebben georganiseerd gedurende tien jaar bijhouden alsook een register van de deelnemers met vermelding van hun naam, voornamen, adres, geboorteplaats en geboortedatum;8° op 31 december van elk jaar de statistieken in verband met de examens bezorgen.Deze statistieken moeten op zijn minst het aantal deelnemers en de behaalde resultaten vermelden. 9° zich aanpassen aan de instructies van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid. De erkenningsaanvraag wordt ingediend bij de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid en moet de informatie hernemen waaruit blijkt dat aan de voorwaarden van paragraaf 2 is voldaan. § 4. Iedere wijziging aan gegevens die verband houden met de erkenning moeten binnen de maand aan de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid worden betekend. § 5. De toekenning en, in voorkomend geval, de intrekking van de erkenning van de examencentra worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Art. 20.§ 1. De beambten van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid, hebben toegang tot de lokalen van de examencentra. Zij mogen alle documenten in verband met hun opdracht inkijken. Op eenvoudige vraag van de instantie belast met de erkenning en het toezicht binnen het Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid, is het examencentrum ertoe gehouden om alle inlichtingen betreffende de toepassing van dit besluit en zijn bijlagen te verstrekken. De beambten van het Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid mogen deze examens bijwonen en zijn gemachtigd om toezicht uit te oefenen op de gebruikte middelen en op het examenverloop. § 2. Het examencentrum moet de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid, minstens een maand van tevoren op de hoogte brengen van de data, plaatsen en taal van ieder examen, alsook van de namen van de examinatoren. § 3. Indien al dan niet in het kader van de controles zoals bedoeld in paragraaf 1, of op om het even welke andere wijze, wordt vastgesteld dat het examencentrum niet meer aan de erkenningvoorwaarden voldoet, dan kan de minister of zijn gemachtigde de erkenning van het desbetreffende examencentrum intrekken. De intrekking van de erkenning wordt met een aangetekende zending aan de betrokkene betekend. Binnen dertig dagen volgend op de betekening van de intrekking van de erkenning kan de betrokkene met een aangetekende zending een bezwaarschrift indienen bij de Federale Openbare Dienst Mobiliteit en Vervoer - Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid, City Atrium, Vooruitgangstraat 56, 1210 Brussel. Het genoemde Directoraat-generaal hoort de betrokkene indien deze daar in zijn bezwaarbrief om verzoekt. De Minister of zijn gemachtigde doet uitspraak binnen 30 dagen na de verzending van de bezwaarbrief, of, in voorkomend geval, binnen dertig dagen na de betrokkene te hebben gehoord. Het bezwaarschrift heeft geen schorsende kracht. TITEL IV. - Slotbepalingen, overgangs-bepalingen en opheffingen Art. 21.Het koninklijk besluit van 9 mei 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 09/05/2001 pub. 06/06/2001 numac 2001014099 bron ministerie van verkeer en infrastructuur en ministerie van middenstand en landbouw Koninklijk besluit betreffende het gebruik van vloeibaar gemaakte petroleumgassen voor de aandrijving van voertuigen sluiten betreffende het gebruik van vloeibaar gemaakte petroleumgassen (LPG) voor het aandrijven van auto's wordt opgeheven, met uitzondering van bepalingen betreffende de erkenning van LPG-monteurs die nog van toepassing blijven gedurende twaalf maanden na de inwerkingtreding van dit besluit. Art. 22.Iedere LPG-installatie die vóór 1 juli 2001 in een auto werd gemonteerd en die niet aan de voorschriften van bijlage C voldoet, dient te voldoen aan de voorschriften van bijlage G. Art. 23.Behoudens andersluidende bepalingen dient iedere LPG-installatie die in een auto werd gemonteerd in de periode van 1 juli 2001 tot de datum waarop dit besluit in werking treedt, te voldoen aan de voorschriften van bijlage C. Art. 24.§ 1. Iedere LPG-installatie die vóór de datum waarop dit besluit in werking treedt in een auto werd gemonteerd, en die niet beantwoordt aan de voorwaarden van artikel 12, moet spoedig en ten laatste binnen een termijn van twee jaar te rekenen vanaf de datum van de inwerkingtreding van dit besluit en zonder dat de aanvankelijk voor de brandstoftank vastgelegde geldigheidsduur mag worden overschreden, in overeenstemming worden gebracht. § 2. Elke geldigheidsperiode van beproeving van de brandstoftank die meer bedraagt dan welke in het artikel 12, eerste lid is vastgelegd, wordt ambtshalve en met terugwerkende kracht teruggebracht op een maximumduur van tien of zes jaar. Art. 25.De keuringsinstellingen bedoeld in artikel 14, die vóór de inwerkingtreding van dit besluit zijn erkend, moeten door BELAC op basis van de norm NBN-EN ISO/IEC 17020 als keuringsinstellingen van het type A voor de activiteiten bedoeld in dit besluit zijn geaccrediteerd, en dit ten laatste binnen een termijn van twee jaar na de inwerkingtreding van dit besluit. Art. 26.De LPG-installateurs die erkend zijn op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit blijven erkend, voor zover ze zich binnen de termijn van zes maanden vanaf deze datum in overeenstemming brengen met de eisen van dit besluit en van de bijlagen. De minister of zijn gemachtigde publiceert de lijst van de erkende installateurs voor het eerst, ten laatste negen maanden na de inwerkingtreding van dit besluit. Art. 27.De LPG-monteurs die op grond van het koninklijk besluit van 9 mei 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 09/05/2001 pub. 06/06/2001 numac 2001014099 bron ministerie van verkeer en infrastructuur en ministerie van middenstand en landbouw Koninklijk besluit betreffende het gebruik van vloeibaar gemaakte petroleumgassen voor de aandrijving van voertuigen sluiten betreffende het gebruik van vloeibaar gemaakte petroleumgassen (LPG) voor het aandrijven van voertuigen zijn erkend, zijn vrijgesteld van de verplichting om te slagen voor het examen bedoeld in artikel 18, paragraaf 2. Zij worden beschouwd als zijnde houder van een certificaat van erkend LPG-monteur van een geldigheidsduur van vijf jaar die aanvangt op de datum van inwerkingtreding van dit besluit. De geldigheid van dit certificaat kan conform artikel 18, paragraaf 3 verlengd worden. Art. 28.De minister of zijn gemachtigde kan afwijkingen van de voorwaarden van dit besluit toestaan teneinde de proeven te kunnen verrichten die nodig zijn om de bepalingen betreffende de auto's die LPG gebruiken, aan de technologische ontwikkelingen en aan de industrie aan te passen. Art. 29.Dit besluit treedt in werking dertig dagen na zijn publicatie in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van artikel 2 paragraaf 4, die in werking treedt de eerste dag van de dertiende maand na datum van bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad. Art. 30.De minister bevoegd voor het Wegverkeer is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 7 maart 2013. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Binnenlandse Zaken, Mevr. J. MILQUET De Staatssecretaris voor Mobiliteit, M. WATHELET Bijlage A van het koninklijke besluit van 7 maart 2013 betreffende het gebruik van vloeibaar gemaakte petroleumgassen (LPG) voor de aandrijving van auto's Voorbeelden van goedkeuringsmerken bedoeld in artikel 3 paragraaf 4, a),
- b)en
- c)van dit besluit Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 7 maart 2013 betreffende het gebruik van vloeibaar gemaakte petroleumgassen (LPG) voor de aandrijving van auto's. ALBERT Van Koningswege : De Minister van Binnenlandse Zaken, Mevr. J. MILQUET De Staatssecretaris voor Mobiliteit, M. WATHELET Bijlage B van het koninklijk besluit van 7 maart 2013 betreffende het gebruik van vloeibaar gemaakte petroleumgassen (LPG) voor de aandrijving van auto's Erkenning van de installateurs en van de monteurs (artikels 13 en 18 van dit besluit)
- a)De erkenning van de installateurs 1.Om als LPG-installateur te worden erkend, moeten de natuurlijke of rechtspersonen die LPG-installaties in auto's monteren, of onder wier verantwoordelijkheid deze worden gemonteerd, aan volgende voorwaarden voldoen : 1° in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte wonen;2° enkel een beroep doen op personeel dat houder is van een geldig certificaat van erkend LPG-monteur overeenkomstig de bepalingen van artikel 18 van dit besluit;3° op hetzelfde adres als de werkplaats over een bureau beschikken waar het administratieve werk verbonden aan de LPG-installaties wordt verricht. In dit bureau is een ruimte voorzien die kan worden afgesloten en, waarin waardepapieren, zoals boorddocumenten, erkenningcertificaten, montagegetuigschriften en dergelijke worden bewaard. In dit bureau beschikt de installateur over een geactualiseerde technische documentatie voor alle courante LPG-systemen, alsook over een voorraad etiketten die aan het model van bijlage F van dit besluit beantwoorden. 4° over alle wettelijke vergunningen beschikken voor het in bedrijf nemen van de lokalen en van de apparatuur, nodig voor de uitvoering van de werkzaamheden vermeld in dit besluit.5° over een werkplaats beschikken die ten minste aan volgende voorwaarden voldoet :
- a)overdekt zijn, behoorlijk kunnen worden afgesloten, goed verlicht, met een afdoende ventilatie met het oog op de gevaren die verbonden zijn aan de gassen;indien een verwarming aanwezig is, moet deze geschikt zijn voor het gebruik in de LPG-werkplaats rekening houdend met de gevaren die verbonden zijn aan deze gassen.
- b)zodanige afmetingen hebben en zodanig zijn ingericht dat de auto waarin een LPG-installatie wordt gemonteerd, gedemonteerd, onderhouden en/of hersteld, in deze ruimte kan worden opgesteld op een manier dat hij van alle zijden goed toegankelijk is.Daartoe is in de werkplaats een doelmatige hefinrichting aanwezig. Degene die de montage doet, moet in staat zijn om onder de gehele lengte van het voertuig rechtopstaand te werken, wat betekent dat de hefinrichting een hoogte van ten minste 1,60 meter heeft. Deze hefinrichting is doelmatig verlicht.
- c)indien de werkplaats in of in de directe omgeving van de LPG-werkzone over een werkput beschikt, dan dient de werkput over een werkend gasdetectie- en een gasevacuatiesysteem te beschikken.De goede werking dient regelmatig door de LPG-installateur te worden gecontroleerd volgens de aanbevelingen van de fabrikant en/of installateur van het gasdetectie- en gasevacuatiesysteem.
- d)over een inrichting beschikken waarmee de uitlaatgassen direct naar buiten worden afgevoerd.
- e)afgezonderd zijn van aangrenzende lokalen waar geen verbod van open vuur geldt.6° in de werkplaats over minimum volgende apparatuur en werktuigen beschikken :
- a)een controleapparaat om de goede werking en de goede afstelling van de installatie na te gaan, alsook een controleapparaat voor het meten van het gehalte aan koolstofmonoxide en -dioxide in de uitlaatgassen van voertuigen uitgerust met een elektrische ontstekingsmotor of met een compressieontsteking, teneinde zich ervan te vergewissen dat de LPG-installatie geen hogere waarden dan de beginpollutie-waarden tot gevolg heeft;
- b)een apparaat voor de opsporing van LPG- lekken;
- c)een gasdetector op de bodem van de werkput indien de werkplaats over een werkput beschikt in of in de directe omgeving van de LPG-werkzone;
- d)de nodige uitrusting (met inbegrip van een manometer) en het noodzakelijke toebehoren voor de uitvoering van de voorgeschreven drukproeven na de montage van de LPG-installatie. De controleapparatuur beschreven in de punten a),
- b)en
- c)dient voor de goede werking te beschikken over een attest met een geldigheidsduur van een jaar; voor de manometer moet tweejaarlijks een geldig attest van calibratie worden opgemaakt. Indien de werkplaats over een werkput of een specifiek afgebakende LPG-werkzone beschikt, en wanneer deze is/zijn afgebakend met gasdetectiesensoren, dan dienen deze gasdetectiesensoren te beschikken over een geldig attest van calibratie. Voor het gebruik van de gasdetectiesensoren dient steeds de geldigheidsdatum van deze gasdetectiesensoren zoals bepaald door de fabrikant, te worden nageleefd. Ook dient de LPG-installateur zich steeds te vergewissen van de goede werking van deze apparatuur. 7° een standaarduithangbord aanbrengen dat de onderneming identificeert als erkende LPG-installateur.Dit bord wordt na ontvangst van de erkenning op een goed zichtbare plaats buiten het gebouw geplaatst. Het model ervan wordt bepaald in bijlage H. 2. § 1.De aanvraag tot erkenning wordt ingediend bij de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid, Vooruitgangstraat 56, 1210 Brussel. § 2. De aanvraag dient volgende gegevens te bevatten : 1° de maatschappelijke naam, het statuut en adres van de kandidaat-installateur, het unieke ondernemingsnummer, alsook het adres van LPG-werkplaats;2° een origineel exemplaar van het eerste evaluatierapport betreffende de overeenstemming van de installateur met de bepalingen van dit besluit en dat werd afgeleverd door één van de erkende keuringsinstellingen zoals bedoeld in artikel 14 van dit besluit;3° het bewijs van de betaling van de retributie waarvan het bedrag is vastgesteld in artikel 13, paragraaf 1 van dit besluit;4° het bewijs dat de personeelsleden belast met de montage, het onderhoud, de herstelling of de wijziging van LPG-installaties houder zijn van een geldig certificaat van erkend LPG-monteur.3. De minister of zijn gevolmachtigde kent aan ieder erkend installateur een identificatienummer toe, dat op het montageplaatje en op ieder getuigschrift bedoeld in artikel 7 van dit besluit moet voorkomen.4. De erkende installateurs moeten : 1° onmiddellijk en schriftelijk de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid, op de hoogte stellen van elke wijziging aan één van de elementen die als basis voor het verlenen van hun erkenning hebben gediend;2° er op toezien dat een LPG-installatie alleen wordt gemonteerd, gedemonteerd, onderhouden of hersteld in een werkplaats die in de aanvraag tot erkenning werd vermeld;3° in elke werkplaats waarvoor de erkenning geldt een afschrift van het erkenningscertificaat bewaren;4° de montage, het onderhoud, de herstelling of de verwijdering van een LPG-installatie enkel toevertrouwen aan personeelsleden die houder zijn van een geldig certificaat van erkend LPG-monteur;5° aan de erkende keuringsinstellingen, alsook aan de ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid de toegang tot de lokalen en tot de uitrusting bestemd voor de activiteiten bedoeld in dit besluit toestaan, en ze eveneens toestaan om inzage te krijgen in alle documenten met betrekking tot deze activiteiten en er zich in voorkomend geval, een kopie van te laten overhandigen;6° de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid onmiddellijk met een aangetekende zending in kennis stellen van zijn verzaking aan de erkenning.5. § 1.De erkende installateurs verbinden er zich eveneens toe om voor elk voertuig waarin een LPG-installatie wordt gemonteerd of gewijzigd, een dossier aan te leggen. Dit dossier bevat ten minste de kopie van de getuigschriften die zijn voorgeschreven in artikel 7 van dit besluit. § 2. Dit dossier wordt tot de buitendienststelling van het voertuig bewaard. Indien dit tijdstip niet is gekend, is de bewaringstermijn tien jaar. 6. Indien na controle door een erkende keuringsinstelling of door een ambtenaar van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid, blijkt dat : 1° de installateur niet meer beantwoordt aan de eisen van dit besluit en van zijn bijlagen;2° de instructies van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid in verband met de toepassing van dit besluit, en met name deze met betrekking tot de erkenning van de installateurs, niet meer of onvolledig worden nageleefd; dan kan de minister of zijn gevolmachtigde besluiten tot de intrekking van de erkenning van een installateur. De intrekking van de erkenning wordt met een aangetekende zending ter kennis gebracht van de betrokkene. Binnen dertig dagen na de kennisgeving van de weigering of van de intrekking van de erkenning kan de betrokkene met een aangetekende zending beroep instellen bij de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid, Vooruitgangstraat 56 - 1040 Brussel. De genoemde directie moet de betrokkene horen, indien deze daar in zijn bezwaarbrief om verzoekt. De minister of zijn gemachtigde doet uitspraak binnen dertig dagen na de verzending van de brief waarin beroep werd aangetekend, of in voorkomend geval, binnen dertig dagen na het horen van de betrokkene. Het beroep heeft geen schorsende kracht. 7. De ambtenaren van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid, zijn gemachtigd om op ieder ogenblik en op elke plaats het nazicht en de controles voorzien in dit besluit bij te wonen en uit te voeren.
- a)De erkenning van de monteurs Minimale technische kennis vereist voor de monteurs. 1° Algemeen - Milieuverontreiniging, energie en voertuigen - Ecologisch en economisch belang van LPG - Oorsprong, voorraden en vooruitzichten van LPG - Fysische en chemische eigenschappen - Specifieke eigenschappen (klopvastheid, calorisch vermogen, verbrandingssnelheid,...) - Technische gevolgen voor de motor van monofuel- of multifuelvoertuigen (benzine/LPG, diesel/LPG, etc.