📄 Wettekst
7 MAART 2013. - Koninklijk besluit betreffende het gebruik van vloeibaar gemaakte petroleumgassen (LPG) voor de aandrijving van auto's
VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het ontwerp van besluit dat ik de eer heb ter ondertekening aan Uwe Majesteit voor te leggen, beoogt de vervanging van het
koninklijk besluit van 9 mei 2001Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
09/05/2001
pub.
06/06/2001
numac
2001014099
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur en ministerie van middenstand en landbouw
Koninklijk besluit betreffende het gebruik van vloeibaar gemaakte petroleumgassen voor de aandrijving van voertuigen
sluiten betreffende het gebruik van vloeibaar gemaakte petroleumgassen (LPG) voor het aandrijven van auto's.
I. Algemeen 1. LPG (liquified petroleum gas en in het Nederlands : vloeibaar gemaakt petroleumgas) is een brandstof, samengesteld uit een mengsel van propaan en butaan, waarmee daartoe aangepaste voertuigen kunnen worden aangedreven. Deze brandstof biedt het voordeel dat hij minder 'lokale vervuilers' (koolmonoxide, verontreinigende deeltjes, ...) uitstoot dan andere brandstoffen, vooral als bij de montage van de LPG-installatie gebruik wordt gemaakt van recente technologieën. LPG bevat geen lood en stoot heel weinig zwavel uit. De CO2-uitstoot ligt beduidend lager dan die van benzinemotoren.
Een van de andere voordelen van LPG is dat het vooralsnog een van de minst dure brandstoffen op de markt is. Er wordt immers geen enkele accijns op deze brandstof geheven. Dit wordt gedeeltelijk gecompenseerd door de heffing van een bijkomende verkeersbelasting, op basis van het vermogen. De gebruiker kan dus aan de hand van een aflossingsberekening nagaan of het interessant is voor hem om zijn voertuig naar deze brandstof om te schakelen. 2. De veiligheid van de LPG-installaties werd aanzienlijk verbeterd door de invoering van het
koninklijk besluit van 9 mei 2001Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
09/05/2001
pub.
06/06/2001
numac
2001014099
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur en ministerie van middenstand en landbouw
Koninklijk besluit betreffende het gebruik van vloeibaar gemaakte petroleumgassen voor de aandrijving van voertuigen
sluiten betreffende het gebruik van vloeibaar gemaakte petroleumgassen (LPG) voor het aandrijven van auto's. Dit besluit heeft hoge kwaliteitsnormen opgelegd door de verplichte toepassing van het VN/ECE-Reglement nr. 67 van Genève (addendum nr. 66 van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) bij het Akkoord betreffende het aannemen van eenvormige technische eisen voor wielvoertuigen, uitrustingsstukken en onderdelen die kunnen worden aangebracht en/of gebruikt op wielvoertuigen en de voorwaarden voor wederzijdse erkenning van goedkeuringen verleend conform de geldende voorschriften van dit akkoord, ondertekend te Genève op 20 maart 1958), dat een geheel van eenvormige goedkeuringsvoorwaarden vormt voor de goedkeuring van enerzijds de speciale uitrusting van auto's die vloeibaar gemaakte petroleumgassen gebruiken voor hun aandrijving en van anderzijds voertuigen die zijn uitgerust met specifieke inrichtingen voor het gebruik van vloeibaar gemaakt petroleumgas als brandstof.
Het VN/ECE-Reglement nr. 67 werd reeds gewijzigd door een reeks amendementen 01. Het doel van dit ontwerp bestaat erin de veiligheid van de LPG-installaties te vergroten en de meest recente versie van Reglement 67 van toepassing te maken.
In tegenstelling tot wat de Raad van State suggereert in het advies nr. 49.166/4, lijkt het niet noodzakelijk om over te gaan tot de integrale publicatie in het Belgisch Staatsblad van de thans op internationaal niveau van kracht zijnde VN/ECE-Reglementen nrs. 67 en 115 betreffende de goedkeuring van speciale systemen tot aanpassing aan LPG. Immers : - enerzijds herneemt het ontwerp besluit en zijn bijlagen het geheel aan reglementaire bepalingen waarvan de bekendmaking van openbaar nut is in de zin van artikel 56, paragraaf 1, vierde lid, van de gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken; - anderzijds is de Europese Unie bij Besluit nr. 2000/710/EG van de Raad van 7 november 2000 toegetreden tot VN/ECE-Reglement nr. 67; overeenkomstig EU Verordening nr. 407/2011 van de Commissie van 27 april 2011 tot wijziging van Verordening EG nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden, wordt het VN/ECE-Reglement nr. 67 opgenomen in bijlage IV bij Verordening (EG) nr. 661/2009, waarin de VN/ECE-Reglementen (en wijzigingenreeksen en supplementen) staan vermeld waarvan de toepassing verplicht wordt voor de EG-typegoedkeuring van nieuwe typen voertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden. Dus moet de goedkeuring conform het VN/ECE-Reglement nr. 67 worden beschouwd als een EG-goedkeuring (artikel 4 van Verordening nr. 611/2099).
Het toepassingsgebied van Verordening (EU) nr. 661/2009 - en uitgaande van Reglement nr. 67 zoals bedoeld in bijlage IV van Verordening 661/2009 - beperkt zich echter tot de nieuwe voertuigen en de nieuwe systemen, onderdelen en technische eenheden die voor deze voertuigen bestemd zijn.
Bepaalde voertuigen kunnen echter nog na hun ingebruikneming worden omgebouwd voor het gebruik van dit verbrandingstype. Dit ontwerp beoogt dan ook om een hoog veiligheidsniveau van deze voertuigen te waarborgen door de naleving van de normen van Reglement nr. 67 voor deze voertuigen op te leggen. 3. Dankzij de technische vooruitgang en de toepassing van deze strenge technische normen ligt het brand- en ontploffingsgevaar bij LPG-reservoirs momenteel niet meer hoger dan bij benzinereservoirs. Om het gebruik van LPG aan te moedigen, werd de toegang tot gesloten parkeergebouwen, die vroeger vaak verboden waren voor LPG-voertuigen, geregeld. Het
koninklijk besluit van 17 mei 2007Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
17/05/2007
pub.
20/06/2007
numac
2007000615
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot vaststelling van de maatregelen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de gesloten parkeergebouwen moeten voldoen om LPG-voertuigen te parkeren
sluiten stelt nu de maatregelen vast voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de gesloten parkeergebouwen moeten voldoen om ze geschikt te maken als parkeerruimte voor LPG-voertuigen.
De brandweerdiensten eisen niettemin dat LPG-voertuigen gemakkelijk kunnen worden geïdentificeerd (vignet).
Het ontwerp beoogt dus een verbetering van de reglementaire bepalingen inzake de identificatie van deze voertuigen. 4. Het ontwerp strekt er ook toe om rekening te houden met de technologische ontwikkelingen, met name op brandstofvlak, teneinde de installatie van een LPG-uitrusting op dieselvoertuigen mogelijk te maken. Ten slotte beoogt dit ontwerp om de verplichtingen die van toepassing zijn op de erkende installateurs, monteurs of op de keuringsinstellingen en examencentra te verduidelijken, zodat wanneer deze niet worden nageleefd dit kan leiden tot een weigering of een intrekking van de erkenning.
In het streven naar een duidelijke tekst werd het
koninklijk besluit van 9 mei 2001Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
09/05/2001
pub.
06/06/2001
numac
2001014099
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur en ministerie van middenstand en landbouw
Koninklijk besluit betreffende het gebruik van vloeibaar gemaakte petroleumgassen voor de aandrijving van voertuigen
sluiten volledig herschreven en herwerkt. Dit gebeurde in overleg met alle in deze sector betrokken partijen.
II. Bespreking van het ontwerp Het ontwerp van koninklijk besluit is onderverdeeld in vier titels : - de algemene bepalingen; - de LPG-installatie; - de erkenning; - de slotbepalingen, overgangsbepalingen en opheffingen.
TITEL I. - Algemene bepalingen 5. Artikel 1 definieert de verschillende termen, die in het ontwerp worden gebruikt. Dit artikel herneemt de relevante definities uit het artikel 1 van het
koninklijk besluit van 9 mei 2001Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
09/05/2001
pub.
06/06/2001
numac
2001014099
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur en ministerie van middenstand en landbouw
Koninklijk besluit betreffende het gebruik van vloeibaar gemaakte petroleumgassen voor de aandrijving van voertuigen
sluiten.
TITEL II. - De LPG-installatie Deze titel wordt opgesplitst in zes hoofdstukken. 6. Hoofdstuk I (artikel 2) stelt de criteria vast waaraan de LPG-installaties en hun onderdelen moeten voldoen. Deze moeten worden goedgekeurd overeenkomstig de voorschriften van het ECE-Reglement nr. 67 van Genève en zijn reeks 01 van amendementen (de meest recente versie) (verder afgekort als « R67.01 » of « Reglement 67 » in het corpus van dit ontwerpbesluit).
Het
koninklijk besluit van 9 mei 2001Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
09/05/2001
pub.
06/06/2001
numac
2001014099
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur en ministerie van middenstand en landbouw
Koninklijk besluit betreffende het gebruik van vloeibaar gemaakte petroleumgassen voor de aandrijving van voertuigen
sluiten vereist reeds de naleving van ECE-Reglement nr. 67 (R67.01). Dit besluit is in werking getreden op 1 juli 2001. In elk geval werden de onderdelen goedgekeurd volgens R67.00 nog aanvaard voor de voertuigen uitgerust met een LPG-installatie, waarvan de plaatsing en aanbieding ter eerste keuring bij een keuringsstation werd gerealiseerd in de loop van het eerste jaar waarin het besluit van 9 mei 2001 (dus van 1 juli 2001 tot 30 juni 2002) van toepassing was. Daarom draagt het, in tegenstelling tot wat wordt gesuggereerd door de Raad van State in het voornoemd advies, de voorkeur om in artikel 2, paragraaf 1, van het ontwerp, de verwijzing naar de datum van 1 juli 2002 te behouden.
Een nauwkeuriger onderscheid wordt gemaakt tussen de typegoedkeuring van voertuigen die oorspronkelijk al met een LPG-installatie zijn uitgerust, en de goedkeuringsprocedure voor LPG-installaties die op reeds goedgekeurde voertuigen worden gemonteerd.
Tot voor kort waren enkel benzinevoertuigen met een LPG-installatie uitgerust. Voortaan is het dankzij de technologische vooruitgang ook mogelijk om dieselvoertuigen geschikt te maken voor het gebruik van LPG. Vandaar is het ook nuttig om in paragraaf 5 aan te geven dat het kan gaan om monofuel- of multifuelvoertuigen (generieke terminologie, zonder verwijzing naar een specifieke brandstof), weliswaar onder voorbehoud van de naleving van de bepalingen van het ontwerpbesluit en zijn bijlagen. 7. Hoofdstuk II (artikel 3) beschrijft de goedkeuringsprocedure voor een type van LPG-uitrusting of van een onderdeel ervan of voor een type van auto, wat betreft de LPG-installatie.8. Hoofdstuk III (artikelen 4 tot 7) bepaalt de verplichtingen inzake de montage en de verwijdering, maar ook wat betreft het onderhoud en de herstelling van een LPG-installatie. 8.1. De montage van een LPG-installatie (artikel 4) moet zoals vanouds aan erkende monteurs worden toevertrouwd. Even eraan herinneren dat dit niet betekent dat een leerling of een niet-erkend mecanicien niet mag meehelpen aan de montage, maar de ononderbroken aanwezigheid van een erkende monteur is hierbij wel steeds vereist.
Dit betreft echter enkel de montage van een LPG-installatie op een reeds goedgekeurd voertuig. De oorspronkelijke montage van de LPG-installatie door autoconstructeur (meestal aan de lopende band in de fabriek) valt hier niet onder.
De verplichting om via een erkend installateur te passeren, geldt evenmin voor voertuigen die uit een andere lidstaat zijn ingevoerd en waarvoor er conform Reglement 67 een typegoedkeuring werd verkregen, of waarvan de montage van de installatie voldoet aan een norm die door deze andere lidstaat werd goedgekeurd in het raam van een systeem dat gelijkwaardige garanties kan bieden op het vlak van doeltreffendheid en dat beantwoordt aan de technische voorschriften die een gelijkwaardig veiligheidsniveau waarborgen.
Voor wat betreft de verwijdering, het onderhoud en de herstelling van een LPG-installatie (oorspronkelijke en niet-oorspronkelijke) geldt dat dit slechts mag door een erkend installateur (artikelen 5 en 6) worden uitgevoerd, behalve wat betreft het onderhoud van klasse 2 (weinig gevaarlijk). 8.2. De verplichtingen inzake montage en herstelling zijn naargelang van de betrokken LPG-installatie, uitvoeriger beschreven in het R67.01 of de bijlage C. Wat de bijlage C betreft, blijven de vorige normen van toepassing, met voorbehoud van de bepalingen over : - de vervanging van de buigzame vulleidingen (punt 10, § 1), die nu niet meer om de vijftien jaar, maar ten minste om de tien of om de zes jaar moeten worden vervangen naargelang de brandstoftank al dan niet in de koffer of een niet-openvouwbaar compartiment is gemonteerd; - de afschaffing van de wijze van bevestiging van de niet onder druk zijnde leidingen (punt 10, § 1, van bijlage C bij het opgeheven
koninklijk besluit van 9 mei 2001Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
09/05/2001
pub.
06/06/2001
numac
2001014099
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur en ministerie van middenstand en landbouw
Koninklijk besluit betreffende het gebruik van vloeibaar gemaakte petroleumgassen voor de aandrijving van voertuigen
sluiten). - multifuelvoertuigen (punt 12). 8.3. Artikel 7 beschrijft het getuigschrift dat bij het voertuig blijft en dat bewijst dat het voertuig voor LPG werd omgevormd.
Het model van dit getuigschrift is vastgelegd in bijlage D; het verschilt naargelang het om de montage van een LPG-installatie (deel 1), of een wijziging van of ingreep aan deze installatie (deel 2), of nog, om de volledige verwijdering van deze installatie (deel 3) gaat.
Er moet geen enkel montagegetuigschrift worden afgegeven voor nieuwe voertuigen zoals bedoeld in artikel 2, paragraaf 2, van het ontwerpbesluit, dat wil zeggen voertuigen die voor wat betreft de (oorspronkelijke) LPG-installatie zijn goedgekeurd, conform de bepalingen van deel II van Reglement 67, aangezien er in dit stadium nog geen enkele erkende installateur aan te pas kwam.
De voertuigen ingevoerd uit een andere lidstaat behorend tot de Europese Economische Ruimte en waarvoor een lidstaat (die niet België is) een typegoedkeuring conform Reglement 67 heeft toegekend, moeten niet langer beschikken over een montagegetuigschrift (deel 1). 9. Hoofdstuk IV (artikels 8 tot 10) legt de verplichtingen vast inzake technische keuring. 9.1. Artikel 8 maakt in de eerste paragraaf nog steeds het onderscheid tussen een auto met EG-goedkeuring, die door de constructeur met een LPG-installatie werd uitgerust (en waarvan de dichtheid moet niet meer worden gecontroleerd), en alle andere voertuigen (waarvan de installatie volledig moet nog worden gecontroleerd, zoals beschreven in de paragraaf 3).
Paragraaf 2 van artikel 8 somt de gevallen op die een nieuwe volledige technische keuring van de installatie vereisen (ingreep aan de installatie of beschadiging van de installatie). Bij beschadiging van de LPG-installatie mag de houder van het voertuig de controle voortaan laten uitvoeren in het autokeuringstation van zijn keuze, terwijl hij tot nu toe verplicht was naar het dichtstbijzijnde autokeuringstation te gaan.
De erkende installateur heeft een informatieplicht inzake de verplichting om bij de technische keuring langs te gaan. 9.2. Indien, volgens de technische keuring, de LPG-installatie aan de normen beantwoordt, wordt het getuigschrift van montage of van ingreep gevalideerd (artikel 8 paragraaf 4). Naast de validatie van het getuigschrift van montage of van ingreep reikt de technische keuring, zoals aan elk voertuig, een keuringsbewijs uit. Dit document blijft geldig tot de volgende periodieke keuringsdatum (zelfde frequentie als voor de andere voertuigen).
Als echter blijkt dat de installatie niet conform is, zal de technische keuring uiteraard een rood keuringsbewijs afgeven. 9.3. Wanneer het LPG-voertuig aan de toepasbare normen beantwoordt, wordt samen met het keuringsbewijs, een zelfklevend en onvernietigbaar vignet afgegeven (artikel 9 en bijlage E). Dit vignet attesteert dat het voertuig de nieuwe LPG-normen eerbiedigt en moet op de voorruit worden aangebracht. Dit vignet werd reeds ingevoerd door het besluit van 9 mei 2001. 9.4. Het artikel 10 betreft in het bijzonder de voertuigen waarvan de LPG-installatie werd verwijderd. 10. Hoofdstuk V (artikel 11) legt de verplichting op om een etiket aan te brengen op de achterzijde van ieder LPG-voertuig.Bijlage F bepaalt het model van dit etiket.
Dit etiket moet ervoor zorgen dat deze voertuigen nog beter kunnen worden geïdentificeerd, met name in het raam van de brandbestrijding in gesloten parkeergebouwen. 11. Hoofdstuk VI (artikel 12) betreft de wederbeproeving en de periodiciteit ervan. Het principe van een hydraulische wederbeproeving van de installatie blijft behouden.
Teneinde onze normen zoveel mogelijk bij die van de aangrenzende landen te laten aansluiten, zal deze test niet langer om de vijftien jaar, maar om de tien of zes jaar plaatsvinden, afhankelijk van het gegeven of de brandstoftank zich al of niet in de koffer of een niet-openvouwbaar compartiment bevindt.
Dit voorstel om de periodiciteit te verkorten, wordt ook fel gesteund door de erkende keuringsinstellingen die ter zake over een aanzienlijke beroepservaring beschikken. Zo is het immers mogelijk om de niet-conforme brandstoftanks uit de circulatie te halen voor deze een gevaar gaan vormen voor de veiligheid.
De hydraulische proef wordt vervangen door een ultrasone diktemeting bij de reservoirs met ingebouwde pomp.
De buigzame vulleidingen moeten eveneens volgens dezelfde periodiciteit als welke geldt voor de beproeving van de brandstoftank, worden vervangen.
De houders van een voertuig dat al met een LPG-installatie is uitgerust voor de inwerkingtreding van onderhavig besluit beschikken conform de voorwaarden van artikel 25, over een termijn van 2 jaar om hun LPG-installatie conform te maken. Op die manier kunnen zij de kostprijs van de vereiste werken en controles financieel opvangen.
TITEL III. - De erkenning Deze titel wordt opgesplitst in vier hoofdstukken : - LPG-installateurs; - keuringsinstellingen; - monteurs; - examencentra. 12. Hoofdstuk I (artikel 13) behoudt het principe van erkenning van de LPG-installateurs. 12.1. Bijlage B bepaalt de voorwaarden voor de erkenning (punt a), 1) en de intrekking (punt a), 6) ervan.
De erkenningsvoorwaarden blijven onveranderd ten opzichte van die welke eerder door de bijlage B bij het
koninklijk besluit van 9 mei 2001Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
09/05/2001
pub.
06/06/2001
numac
2001014099
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur en ministerie van middenstand en landbouw
Koninklijk besluit betreffende het gebruik van vloeibaar gemaakte petroleumgassen voor de aandrijving van voertuigen
sluiten waren vastgesteld, en dit op de nieuwe, aan de LPG-installateurs opgelegde verplichtingen na : - om in een bureau van hun werkplaats verplicht te beschikken over een technische documentatie die up-to-date is, alsook over een voorraad etiketten; - om een standaarduithangbord (bijlage H) aan te brengen ter bescherming van de consument, die aldus de zekerheid heeft dat het om een erkend LPG-installateur gaat.
Bepaalde normen inzake de LPG-werkplaats werden met de hulp van de keurings-instellingen eveneens verduidelijkt.
Artikel 26 van het ontwerp bepaalt dat de vóór de inwerkingtreding van dit besluit reeds erkende LPG-installateurs erkend blijven, op voorwaarde dat zij zich binnen een termijn van zes maanden in orde stellen met hun nieuwe verplichtingen.
Punt a), 4, van bijlage B betreft meer in het bijzonder de verplichtingen van de LPG-installateur. Zo kan men de nadruk leggen op de verplichting van de installateurs om de aan de erkende keuringsinstellingen, alsook aan de ambtenaren van de overheid de toegang tot hun lokalen te verlenen. 12.2. Paragraaf 2 van artikel 13 bepaalt ook de retributies voor het onderzoek van een aanvraag tot erkenning en voor de afgifte van de eraan verbonden documenten. Deze bedragen zullen jaarlijks op basis van het gewone indexcijfer worden aangepast. 12.3. Wederom in de zorg om de bescherming van de consument werd bepaald om de toekenning en de intrekking van de erkenning in het Belgisch Staatsblad te publiceren. 12.4. Paragraaf 5 betreft de erkenning, als LPG- installateur, van de scholen die deze specialisatie inrichten.
De voertuigen die door deze scholen met LPG worden uitgerust, mochten tot nu toe niet in het verkeer worden gebracht, daar deze scholen niet als installateurs konden worden erkend, bij gebrek aan een inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen.
Met deze bepaling mogen bepaalde scholen voertuigen met een LPG-installatie uitrusten en moeten ze deze niet meer wegnemen wanneer de bedoelde voertuigen opnieuw in het verkeer worden gebracht. Om oneerlijke concurrentie te voorkomen, wordt het maximumaantal van de jaarlijks uit te rusten voertuigen wel beperkt tot twintig per school. 13. Hoofdstuk II (artikelen 14 tot 17) legt de voorwaarden vast voor de erkenning van de instellingen die belast zijn met de controle op de naleving van de erkenningsvoorwaarden. Dit hoofdstuk beschrijft ook de taken van deze keuringsinstellingen en de inhoud van hun verslagen (en bijgevolg de informatie die de LPG-installateurs verplicht moeten verschaffen).
Het door het
koninklijk besluit van 9 mei 2001Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
09/05/2001
pub.
06/06/2001
numac
2001014099
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur en ministerie van middenstand en landbouw
Koninklijk besluit betreffende het gebruik van vloeibaar gemaakte petroleumgassen voor de aandrijving van voertuigen
sluiten ingevoerde stelsel blijft van toepassing.
Ter herinnering : de erkenning gebeurt op basis van een eerste evaluatierapport opgesteld door de keuringsinstelling. De erkende keuringsinstellingen moeten in elke werkplaats ten minste eenmaal per jaar een controle uitvoeren. De LPG-installateur is vrij in zijn keuze van erkende keuringsinstelling.
Om te worden erkend, moet een installateur bewijzen dat hij permanent beschikt over ten minste een erkend monteur en dat hij beantwoordt aan de voorwaarden inzake de uitrusting van de werkplaatsen. Indien de installateur een natuurlijke persoon is, kan hij zelf als monteur worden erkend.
Artikel 16 behoudt de twee grote voorwaarden om als installateur te worden erkend : - de installateur moet de identiteit van de verschillende natuurlijke personen die hij als erkend monteurs tewerkstelt, meedelen; - de beschrijving van de werkplaats om de conformiteit ervan te kunnen nagaan. De werkplaats moet ook beschikken over de diverse nodige federale, gewestelijke of gemeentelijke vergunningen; - ten slotte, de verplichte voorlegging van diverse vereiste documenten.
Artikel 17 betreft de intrekking van de erkenning van deze erkende keuringsinstellingen. 14. Hoofdstuk III (artikel 18) bevat de bepalingen die van toepassing zijn op de LPG-monteurs. Zoals momenteel op basis van het
koninklijk besluit van 9 mei 2001Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
09/05/2001
pub.
06/06/2001
numac
2001014099
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur en ministerie van middenstand en landbouw
Koninklijk besluit betreffende het gebruik van vloeibaar gemaakte petroleumgassen voor de aandrijving van voertuigen
sluiten reeds het geval is, moeten de monteurs om te worden erkend, slagen voor een examen dat hun minimale technische kennis zoals bepaald in punt b) van bijlage B staaft. Alvorens dit examen af te leggen, kan de kandidaat-monteur desgewenst een opleiding volgen, maar hij is hier niet toe verplicht.
De modaliteiten van dit examen (inhoud, voorwaarden om te slagen, kostprijs, etc.) zullen worden vastgelegd bij ministerieel besluit.
De versie van het ontwerp overgemaakt aan de Raad van State voorzag dat de Minister kon beslissen over de noodzaak om te slagen voor een bijkomend examen wanneer belangrijke technologische ontwikkelingen een actualisering van de kennis van de erkende monteurs vereisen. Voor de Raad van State reikt deze subdelegatie van bevoegdheid aan de Minister te ver. Deze bepaling bestaat nochtans reeds in het
koninklijk besluit van 9 mei 2001Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
09/05/2001
pub.
06/06/2001
numac
2001014099
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur en ministerie van middenstand en landbouw
Koninklijk besluit betreffende het gebruik van vloeibaar gemaakte petroleumgassen voor de aandrijving van voertuigen
sluiten en veroorzaakt geen problemen. Men dient erover te waken dat de installateurs op de hoogte zijn van de technische ontwikkelingen in de sector, aangezien ze werkzaam zijn in een domein dat mogelijk gevaar oplevert voor de veiligheid van personen. Dit is de reden waarom de geldigheidsduur van het certificaat van erkend LPG-monteur beperkt is tot 5 jaar. Deze geldigheidsduur kan echter met periodes van telkens 5 jaar worden verlengd indien de monteur kan aantonen dat hij een nascholing heeft gevolgd met een minimumlesduur van 7 uren. Met andere woorden wanneer de geldigheid van het certificaat van erkend monteur is vervallen en de erkende LPG-monteur geen nascholing heeft gevolgd, dan mag hij niet meer aan LPG-installaties werken. Het volstaat echter om opnieuw een nascholing te volgen opdat de geldigheid van het certificaat opnieuw zou worden verlengd voor een periode van vijf jaar.
Het nascholingsprogramma, de erkenningsvoorwaarden voor dit programma alsook de modaliteiten en regels voor de organisatie van de nascholing zullen worden vastgelegd bij ministerieel besluit.
Het is vanzelfsprekend dat het de verantwoordelijkheid van de installateur is om na te gaan dat zijn personeel wel degelijk en ononderbroken beschikt over een geldig certificaat. De erkenning kan worden ingetrokken indien men vaststelt dat zijn personeel geen houder is van een geldig certificaat van erkend LPG-monteur.
Alle monteurs die op basis van de oude reglementering werden erkend, worden automatisch als zijnde houder van een certificaat van erkend LPG-monteur van een geldigheidsduur van vijf jaar die aanvangt op de datum van inwerkingtreding van dit besluit (artikel 27). 15. Hoofdstuk IV (artikelen 19 en 20) gaat over de erkenningsvoorwaarden voor de examencentra van de LPG-monteurs. TITEL IV. - Slotbepalingen, overgangsbepalingen en opheffingen 16. Titel IV (artikelen 21 tot 30) omvat de overgangs-, opheffings- en slotbepalingen.Het besluit treedt in werking dertig dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad.
Bovenop de reeds aangehaalde overgangsbepalingen kan men ook nog eens de aandacht vestigen op artikel 22. Dit artikel bepaalt dat iedere installatie die vüür 1 juli 2001 (d.w.z. vüür de inwerkingtreding van het
koninklijk besluit van 9 mei 2001Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
09/05/2001
pub.
06/06/2001
numac
2001014099
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur en ministerie van middenstand en landbouw
Koninklijk besluit betreffende het gebruik van vloeibaar gemaakte petroleumgassen voor de aandrijving van voertuigen
sluiten, dat bij artikel 22 van dit besluit is opgeheven) in een auto werd gemonteerd, aan de voorschriften van bijlage G moet beantwoorden. Het gaat om een aangepaste versie van de bepalingen die van kracht waren vüür de inwerkingtreding van het besluit van 9 mei 2001 (automatische vulbegrenzer en elektrische klep).
Ik heb de eer te zijn, Sire, van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Minister van Binnenlandse Zaken, Mevr. J. MILQUET De Staatssecretaris voor Mobiliteit, M. WATHELET
Advies 49.166/4 van 2 februari 2011 van de afdeling Wetgeving van de Raad van State De Raad van State, afdeling Wetgeving, vierde kamer, op 7 januari 2011, door de Staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de Eerste Minister verzocht hem, binnen een termijn van dertig dagen, van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit ?betreffende het gebruik van vloeibaar gemaakte petroleumgassen (LPG) voor de aandrijving van auto's?, heeft het volgende advies gegeven : Rekening houdend met het tijdstip waarop dit advies gegeven wordt, vestigt de Raad van State de aandacht op het feit dat, wegens het ontslag van de regering, de bevoegdheid van deze laatste beperkt is tot de afhandeling van de lopende zaken. Dit advies wordt evenwel gegeven zonder dat wordt nagegaan of dit ontwerp in die beperkte bevoegdheid kan worden ingepast, aangezien de afdeling Wetgeving geen kennis heeft van het geheel van de feitelijke gegevens welke de regering in aanmerking kan nemen als zij te oordelen heeft of het vaststellen of wijzigen van een verordening noodzakelijk is.
Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals het is vervangen bij de
wet van 2 april 2003Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/04/2003
pub.
02/05/2003
numac
2003000309
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en tot regeling van de overdracht van sommige personeelsleden van de Dienst Veiligheid van de Staat op het gebied van de kernenergie
type
wet
prom.
02/04/2003
pub.
14/05/2003
numac
2003000376
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van sommige aspecten van de wetgeving met betrekking tot de inrichting en de werkwijze van de afdeling wetgeving van de Raad van State
type
wet
prom.
02/04/2003
pub.
16/04/2003
numac
2003000298
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen, en van het Kieswetboek
sluiten, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen vormvereisten.
Wat deze drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen.
Algemene opmerkingen Voorafgaande vormvereisten 1. Overeenkomstig artikel 6, § 4, 3°, van de bijzondere
wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1980
pub.
11/12/2007
numac
2007000980
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten tot hervorming der instellingen, moeten de gewestregeringen betrokken worden bij het uitwerken van het voorliggende ontwerp. Wat dit betreft, wordt in de adviesaanvraag gewag gemaakt van aan de drie gewestregeringen gerichte adviesaanvragen, die evenwel niet voorkomen in het dossier dat erbij gevoegd was. 2. Aangezien het voorliggende ontwerp een weerslag heeft op de begroting, dienen het advies van de inspecteur van Financiën en de akkoordbevinding van de Staatssecretaris voor Begroting (1) te worden verkregen, waarvan in de aanhef sprake is, maar die niet opgenomen zijn in het aan de Raad van State overgezonden dossier.3. Het staat aan de steller van het ontwerp erop toe te zien dat aan deze verschillende voorafgaande vormvereisten wordt voldaan. Internationale reglementering Zoals het
koninklijk besluit van 9 mei 2001Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
09/05/2001
pub.
06/06/2001
numac
2001014099
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur en ministerie van middenstand en landbouw
Koninklijk besluit betreffende het gebruik van vloeibaar gemaakte petroleumgassen voor de aandrijving van voertuigen
sluiten betreffende het gebruik van vloeibaar gemaakte petroleumgassen (LPG) voor de aandrijving van voertuigen, dat het beoogt te vervangen, steunt het voorliggende ontwerp op de technische normen omschreven in Reglement nr. 67, zoals het verschillende malen is gewijzigd, van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties (VN/ECE) houdende eenvormige voorschriften betreffende de goedkeuring (hierna te noemen het (VN/ECE)-Reglement nr. 67) : I. van speciale uitrustingsstukken van motorvoertuigen die in hun aandrijfsysteem vloeibaar petroleumgas gebruiken;
II. van voertuigen wat betreft de installatie van specifieke inrichtingen voor het gebruik van vloeibaar petroleumgas als brandstof.
Bovendien is het onderzochte ontwerp gebaseerd op het meer recente (VN/ECE)-Reglement nr. 115 houdende eenvormige voorschriften betreffende de goedkeuring (hierna te noemen het (VN/ECE)-Reglement nr. 115) : I. van speciale systemen om auto's aan LPG (vloeibaar gemaakt petroleumgas) aan te passen, waardoor ze deze brandstof voor hun aandrijving kunnen gebruiken;
II. van speciale systemen om auto's aan ngv (samengedrukt aardgas) aan te passen, waardoor ze deze brandstof voor hun aandrijving kunnen gebruiken.
In haar advies 47.603/4, gegeven op 25 januari 2010 over een ontwerp dat heeft geleid tot het
koninklijk besluit van 7 mei 2010Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
07/05/2010
pub.
04/06/2010
numac
2010014104
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen
type
koninklijk besluit
prom.
07/05/2010
pub.
13/12/2011
numac
2011014291
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen. - Duitse vertaling
sluiten tot wijziging van het
koninklijk besluit van 15 maart 1968Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
15/03/1968
pub.
16/03/2005
numac
2005000019
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de motorvoertuigen en hun aanhangwagens moeten voldoen. - Duitse vertaling
type
koninklijk besluit
prom.
15/03/1968
pub.
03/06/2014
numac
2014014295
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen, heeft de afdeling Wetgeving van de Raad van State de volgende opmerking gemaakt over artikel 2 ervan : « 2. De wijziging die bij artikel 2 van het ontwerp wordt aangebracht in artikel 28, § 5, van het voornoemde
koninklijk besluit van 15 maart 1968Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
15/03/1968
pub.
16/03/2005
numac
2005000019
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de motorvoertuigen en hun aanhangwagens moeten voldoen. - Duitse vertaling
type
koninklijk besluit
prom.
15/03/1968
pub.
03/06/2014
numac
2014014295
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten strekt ertoe daarin de bepalingen van lid 6.21 van VN/ECE-Reglement nr. 48 op te nemen, waarbij opvallende markeringen op sommige voertuigen van de categorieën N2 en N3 (vrachtwagens) en op voertuigen van de categorieën 03 en 04 (aanhangwagens) verplicht worden gesteld.
Terwijl VN/ECE-Reglement nr. 104, waarnaar verwezen wordt in VN/ECE-Reglement nr. 48, volledig overgenomen wordt in bijlage 18 van het voornoemde
koninklijk besluit van 15 maart 1968Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
15/03/1968
pub.
16/03/2005
numac
2005000019
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de motorvoertuigen en hun aanhangwagens moeten voldoen. - Duitse vertaling
type
koninklijk besluit
prom.
15/03/1968
pub.
03/06/2014
numac
2014014295
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten, worden de bepalingen van VN/ECE-Reglement nr. 48 die gelden voor opvallende markeringen slechts gedeeltelijk overgenomen in het ontworpen artikel 28, § 5, van hetzelfde besluit. Het zou beter zijn dat ze ook volledig overgenomen worden, ofwel in artikel 28, § 5, ofwel in de bijlage van het voornoemde
koninklijk besluit van 15 maart 1968Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
15/03/1968
pub.
16/03/2005
numac
2005000019
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de motorvoertuigen en hun aanhangwagens moeten voldoen. - Duitse vertaling
type
koninklijk besluit
prom.
15/03/1968
pub.
03/06/2014
numac
2014014295
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten. » In het kader van het onderhavige ontwerp is het eveneens verkieslijk, gelet op artikel 190 van de Grondwet, om de versies van de op internationaal niveau thans van kracht zijnde (VN/ECE)-Reglementen nrs. 67 en 115 waarnaar wordt verwezen volledig bekend te maken. In dit opzicht zou de eenvoudigste oplossing erin bestaan te verwijzen naar bijlagen waarin hun inhoud uitdrukkelijk wordt weergegeven.
Er zou evenwel kunnen worden aangenomen dat in de bepalingen van het ontwerp, wat de geregelde aangelegenheid betreft, alle normatieve bepalingen worden overgenomen waarvan de bekendmaking van openbaar nut is, overeenkomstig artikel 56, § 1, vierde lid, van de gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, en dat de bepalingen van de voormelde internationale reglementen waarnaar het ontwerp verwijst, derhalve niet noodzakelijkerwijs in het Belgisch Staatsblad hoeven te worden bekendgemaakt.
Zulke keuze zou het echter niet mogelijk maken om op een totaal onbetwistbare wijze de verbindendheid van de niet in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakte normen aan te tonen. Onder het voorbehoud dat de (VN/ECE)-Reglementen nrs. 67 en 115 in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen worden bekendgemaakt, zoals bepaald bij artikel 4, lid 5, van Besluit 97/836/EG van de Raad van 27 november 1997 inzake de toetreding van de Europese Gemeenschap tot de overeenkomst van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties betreffende het aannemen van eenvormige technische eisen voor wielvoertuigen, uitrustingsstukken en onderdelen die kunnen worden aangebracht en/of gebruikt op wielvoertuigen en de voorwaarden voor wederzijdse erkenning van goedkeuringen verleend op basis van deze eisen (« Herziene overeenkomst van 1958 »), zijn de enige twee middelen om op dit punt voor een optimale rechtszekerheid te zorgen immers de volgende : - ofwel de volledige bekendmaking van de betrokken normen in het Belgisch Staatsblad; - ofwel de aanneming door de wetgever van bijzondere regels voor de bekendmaking van de internationale technische reglementeringen in kwestie (2).
Onder voorbehoud van deze algemene opmerking worden de volgende bijzondere opmerkingen gemaakt.
Bijzondere opmerkingen Aanhef Eerste tot vierde lid Het onderzochte ontwerp vindt rechtsgrond in artikel 1 van de
wet van 21 juni 1985Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
21/06/1985
pub.
15/02/2012
numac
2012000076
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen.
Het eerste tot het vierde lid behoren bijgevolg te vervallen (3).
Zesde lid Het zesde lid van de aanhef dient eveneens te vervallen, daar het
koninklijk besluit van 15 maart 1968Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
15/03/1968
pub.
16/03/2005
numac
2005000019
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de motorvoertuigen en hun aanhangwagens moeten voldoen. - Duitse vertaling
type
koninklijk besluit
prom.
15/03/1968
pub.
03/06/2014
numac
2014014295
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen, waarnaar het verwijst, door het ontwerp niet wordt gewijzigd (4).
Dispositief Artikel 1 1. In artikel 1, 1°, 3° en 8°, is het verkieslijk alle normatieve gegevens in de definities van de termen « auto », « LPG-installateur » en « LPG-adaptatiesysteem » (5) achterwege te laten en in het dispositief hieraan specifieke bepalingen te wijden.2. In artikel 1, 4°, is de definitie van de woorden « erkend LPG-installateur » overbodig en dient ze te vervallen.Hetzelfde geldt voor de definitie van « erkende keuringsinstelling » in artikel 1, 16°, van het ontwerp. 3. In artikel 1, 5°, mag alleen de functie van « LPG-monteur » gedefinieerd worden, aangezien de regeling inzake de erkenning van de LPG-monteur vastgesteld wordt in de artikelen 18 en 19 van het ontwerp.4. De term « appendage », die vermeld wordt in artikel 1, 9°, b) en gedefinieerd wordt in artikel 1, 11°, van het ontwerp, behoort niet tot de woordenschat van de Franse taal.Bijgevolg zou het beter zijn om dat woord in de Franse tekst van het dispositief te vervangen door de woorden « accessoires fixés au réservoir », de woorden die gebezigd worden in de Franse tekst van VN/ECE-Reglement nr. 67 (6).
Artikel 2 Door de daarin vervatte verwijzing naar 1 juli 2001 [lees : 2001] (de datum van inwerkingtreding van het voornoemde
koninklijk besluit van 9 mei 2001Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
09/05/2001
pub.
06/06/2001
numac
2001014099
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur en ministerie van middenstand en landbouw
Koninklijk besluit betreffende het gebruik van vloeibaar gemaakte petroleumgassen voor de aandrijving van voertuigen
sluiten, tot de vervanging waarvan het voorliggende ontwerp strekt), lijkt artikel 2, § 1, van het ontwerp terugwerkende kracht te hebben, wat bekritiseerd zou kunnen worden.
Zulks lijkt evenwel niet de bedoeling te zijn. Krachtens het
koninklijk besluit van 9 mei 2001Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
09/05/2001
pub.
06/06/2001
numac
2001014099
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur en ministerie van middenstand en landbouw
Koninklijk besluit betreffende het gebruik van vloeibaar gemaakte petroleumgassen voor de aandrijving van voertuigen
sluiten is naleving van VN/ECE-Reglement nr. 67 immers al verplicht. Artikel 24 van het ontwerp bevat bovendien een specifieke overgangsbepaling voor LPG-installaties die gemonteerd zijn tussen 1 juli 2001 en de datum waarop dit besluit in werking treedt (7).
In artikel 2, § 1, van het ontwerp zou dan ook beter niet verwezen worden naar de datum van 1 juli 2001.
Artikel 4 Gelet op het normatief gegeven dat voorkomt in artikel 1, 3°, van het ontwerp, namelijk dat de LPG-installateur in het bezit dient te zijn van een ondernemingsnummer toegekend door de Kruispuntbank van Ondernemingen, rijst de vraag of de verplichting om een beroep te doen op de diensten van een « LPG-installateur » wel in overeenstemming is met de bepalingen van Richtlijn 2006/123/EG van 12 december 2006 van het Europees Parlement en de Raad betreffende diensten op de interne markt (8) en met artikel 56 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, doordat die verplichting er inzonderheid aan in de weg staat dat voor een voertuig dat in België ingeschreven is een beroep wordt gedaan op de diensten van een LPG-installateur die niet in de Kruispuntbank van Ondernemingen ingeschreven is.
In dit opzicht lijkt bijlage B, a), punt 1, 1°, van het ontwerp waarin als voorwaarde voor de erkenning van de installateurs wordt vermeld dat ze « in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte (moeten) wonen » niet te volstaan.
In dit verband kan weliswaar in het licht van de VN/ECE-Reglementen nummers 67 en 115, waarnaar in het ontwerpbesluit verwezen wordt, aanvaard worden dat aan installatiebedrijven bepaalde voorwaarden worden opgelegd (9), maar er zou op zijn minst voorzien moeten worden in een systeem van gelijkwaardigheid in het licht van de voormelde bepalingen van zowel het primair als het afgeleid recht van de Europese Unie.
Het verslag aan de Koning zou op dit punt op zijn minst aangevuld moeten worden.
Artikel 12 Het tweede lid van paragraaf 1 is een overgangsbepaling die ondergebracht zou moeten worden in artikel 25 van het ontwerp, waarin hetzelfde probleem behandeld wordt.
Artikel 13 Wat paragraaf 5 betreft, ziet de afdeling Wetgeving niet in waarom de erkenning van scholen die de specialisatie « LPG-montage » organiseren in het licht zowel van het beginsel van de vrijheid van onderwijs verankerd in artikel 24 van de Grondwet, als van het autonomiebeginsel aangevraagd zou moeten worden door « de gemeenschapsminister die het Onderwijs onder zijn bevoegdheid heeft ».
Artikel 14 In het tweede lid moet worden gezorgd voor overeenstemming tussen de Nederlandse en de Franse tekst en moet in de Franse tekst het woord « résider » worden vervangen door de woorden « être établis ».
Artikelen 14 en volgende De erkenning van de instellingen die belast zijn met de controle van de LPG-installateurs wordt geregeld bij de artikelen 14 tot 17, welke artikelen hoofdstuk 2 van titel III van het ontwerp vormen.
Uit die bepalingen kan evenwel niet worden opgemaakt of de erkende keuringsinstellingen hun taken uitoefenen op verzoek van het bestuur dan wel of de erkende installateurs zelf een beroep dienen te doen op de diensten van een van die keuringsinstellingen.
De bepalingen van hoofdstuk 2 van titel III van het ontwerp dienen bijgevolg aldus te worden herzien dat daarin beter bepaald wordt volgens welke nadere regels de erkende keuringsinstellingen daarbij betrokken worden.
Artikel 17 In deze bepaling wordt de uitdrukking « een ter post aangetekende brief » gebezigd.
Sedert de inwerkingtreding, op 31 december 2010, van de
wet van 13 december 2010Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/12/2010
pub.
31/12/2010
numac
2010011511
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet tot wijziging van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector en tot wijziging van de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten
type
wet
prom.
13/12/2010
pub.
15/06/2011
numac
2011000365
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector en tot wijziging van de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten. - Duitse vertaling van uittreksels
sluiten tot wijziging van de
wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
21/03/1991
pub.
18/01/2016
numac
2015000792
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
type
wet
prom.
21/03/1991
pub.
09/01/2013
numac
2012000673
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector en tot wijziging van de
wet van 9 juli 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
09/07/2001
pub.
29/09/2001
numac
2001011298
bron
ministerie van economische zaken
Wet houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten
sluiten houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten, zijn aangetekende zendingen die in de loop van gerechtelijke of administratieve procedures gebruikt worden, niet meer voorbehouden aan De Post (10).
De steller van het ontwerp wordt opmerkzaam gemaakt op artikel 4, § 6, van de
wet van 9 juli 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
09/07/2001
pub.
29/09/2001
numac
2001011298
bron
ministerie van economische zaken
Wet houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten
sluiten houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten (11), waaruit volgt dat een elektronisch aangetekende zending vanaf 30 juni 2011 geacht wordt aan de vereiste van een aangetekende zending te voldoen.
Om die reden dienen de woorden « een ter post aangetekende brief » te worden vervangen door de woorden « een aangetekende zending ». 2. Deze opmerking geldt eveneens voor de artikelen 19, tweede en derde lid, en 21, § 3, tweede en derde lid, van het ontwerp en voor bijlage B, a), 6. Artikel 18 De delegatie van bevoegdheden aan de minister waarin artikel 18, § 4, van het ontwerp voorziet, reikt te ver en kan niet aanvaard worden.
Artikel 18, § 4, van het ontwerp dient dan ook te vervallen.
Slotopmerkingen 1. Wat bijlage D, deel 1, betreft, begrijpt de afdeling Wetgeving niet hoe het systeem van de verwijzing naar de eindnoten door middel van vier sterretjes moet worden toegepast.De laatste eindnootverwijzing achteraan in het document moet zes sterretjes tellen.
Deze opmerking geldt eveneens voor de verwijzing naar de eindnoten door middel van vier sterretjes in deel 2 van dezelfde bijlage. 2. Het is beter om in bijlage F, net zoals in bijlage H, de afmetingen van het LPG-etiket aan te geven in een wettelijke eenheid in plaats van te verwijzen naar een « schaal 1/1 » (12). De kamer was samengesteld uit : de heren : P. Liénardy, kamervoorzitter, J. Jaumotte, L. Detroux, staatsraden, Mevr. C. Gigot, griffier.
Het verslag werd uitgebracht door de Heer Y. Chauffoureaux, auditeur.
De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst werd nagezien onder toezicht.van de Heer P. Liénardy.
De griffier, C. GIGOT, De voorzitter.
P. LIENARDY. _______ Nota's (1) Zie inzonderheid de artikelen 13, § 2, en 18, § 5, van het ontwerp.(2) Over de kwestie van de bekendmaking van sommige normen, zie het jaarverslag 2005-2006,, tab « De instelling », §§ 17 en 20.Zie eveneens advies 47.092/4, gegeven op 23 september 2009, over een voorontwerp van wet betreffende de bekendmaking van verscheidene internationale akten houdende technische voorschriften inzake schepen en de zeevaart. (3) De internationale normatieve context waarin de bepalingen van het ontwerp kaderen, kan daarentegen nuttig worden omschreven in het Verslag aan de Koning, waarvan het ontwerp opgenomen is in het bij de adviesaanvraag gevoegde dossier;in dit verband vestigt de afdeling Wetgeving de aandacht van de steller van het ontwerp op het feit dat daarin geen melding wordt gemaakt van (VN/ECE)-Reglement nr. 115. (4) De samenhang tussen de bepalingen van het ontwerp en die van het voornoemde
koninklijk besluit van 15 maart 1968Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
15/03/1968
pub.
16/03/2005
numac
2005000019
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de motorvoertuigen en hun aanhangwagens moeten voldoen. - Duitse vertaling
type
koninklijk besluit
prom.
15/03/1968
pub.
03/06/2014
numac
2014014295
bron
federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer
Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten kan daarentegen nuttig omschreven worden in het verslag aan de Koning, waarvan het ontwerp opgenomen is in het dossier dat bij de adviesaanvraag gevoegd is, inzonderheid wat betreft de organisatie van de technische controle op de voertuigen.(5) Beginselen van de wetgevingstechniek B Handleiding voor het opstellen van wetgevende en reglementaire teksten, tab « Wetgevingstechniek », aanbeveling nr.97. (6) De woorden « accessoires fixés au réservoir » worden gedefinieerd in punt 2.5 van VN/ECE-Reglement nr. 67. (7) Terwijl artikel 23 van het ontwerp zijnerzijds handelt over LPG-tanks die voor 1 juli 2001 geïnstalleerd zijn.(8) De beginselen van het vrij verkeer van diensten moeten in acht genomen worden, zowel wat betreft de dienstverleners als wat betreft de personen ten behoeve van wie die diensten verstrekt worden. (9) Zie inzonderheid het nieuwe lid 2.4. van VN/ECE-Reglement nr. 115 alsook de desbetreffende voetnoot zoals ingevoegd bij amendement nr. 2 dat op 18 januari 2006 in werking is getreden; zie eveneens amendement nr. 4 betreffende hetzelfde reglement dat op 19 augustus 2010 in werking is getreden. (10) Artikel 144octies van de
wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
21/03/1991
pub.
18/01/2016
numac
2015000792
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
type
wet
prom.
21/03/1991
pub.
09/01/2013
numac
2012000673
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, waarvan paragraaf 2 « de dienst van (fysieke) aangetekende zendingen in de loop van gerechtelijke of administratieve procedures, ... aan De Post (voorbehield) » is immers vervangen bij artikel 17 van de
wet van 13 december 2010Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/12/2010
pub.
31/12/2010
numac
2010011511
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet tot wijziging van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector en tot wijziging van de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten
type
wet
prom.
13/12/2010
pub.
15/06/2011
numac
2011000365
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector en tot wijziging van de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten. - Duitse vertaling van uittreksels
sluiten. (11) Zoals gewijzigd bij artikel 41 van de voornoemde
wet van 13 december 2010Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
13/12/2010
pub.
31/12/2010
numac
2010011511
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet tot wijziging van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector en tot wijziging van de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten
type
wet
prom.
13/12/2010
pub.
15/06/2011
numac
2011000365
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, van de wet van 17 januari 2003 met betrekking tot het statuut van de regulator van de Belgische post- en telecommunicatiesector en tot wijziging van de wet van 9 juli 2001 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten. - Duitse vertaling van uittreksels
sluiten in verband met welk artikel bepaald is dat het in werking treedt op 30 juni 2001, krachtens artikel 57, eerste lid, 2°, van dezelfde wet.(12) De afmeting van de tekening kan immers verschillen naargelang van de wijze waarop het Belgisch Staatsblad, dat in elektronische versie gepubliceerd wordt, afgedrukt wordt. 7 MAART 2013. - Koninklijk besluit betreffende het gebruik van vloeibaar gemaakte petroleumgassen (LPG) voor de aandrijving van auto's ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de Verordening (EG) nr. 661/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende typegoedkeuringsvoorschriften voor de algemene veiligheid van motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en daarvoor bestemde systemen, onderdelen en technische eenheden, artikel 4 en bijlage IV;
Gelet op de
wet van 21 juni 1985Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
…
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.