📄 Wettekst
9 MAART 2018.- Decreet betreffende het deeltijds kunstonderwijs (1)
Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt : Decreet betreffende het deeltijds kunstonderwijs HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepalingen Artikel 1.Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid. Art. 2.De bepalingen van dit decreet zijn van toepassing op erkend, gefinancierd en gesubsidieerd deeltijds kunstonderwijs, tenzij het uitdrukkelijk anders vermeld wordt. Art. 3.In dit decreet wordt verstaan onder : 1° academie : autonome entiteit die deeltijds kunstonderwijs organiseert.Zij staat onder leiding van een directie, vertrekt vanuit eenzelfde pedagogische visie en wordt door de Vlaamse overheid erkend, en desgevallend gefinancierd of gesubsidieerd. Een academie bestaat uit een of meerdere vestigingsplaatsen; 2° academieraad : een niet verplicht participatieorgaan van leerlingen, betrokken personen, personeelsleden en de lokale gemeenschap dat het schoolbestuur adviseert over aangelegenheden die hen rechtstreeks aanbelangen;3° academiereglement : een reglement dat de betrekkingen tussen het schoolbestuur en de leerlingen en desgevallend de betrokken personen regelt;4° afstand : de afstand gemeten over de openbare weg;5° Agentschap voor Onderwijsdiensten : het agentschap, opgericht bij
besluit van de Vlaamse Regering van 2 september 2005Relevante gevonden documenten
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
02/09/2005
pub.
30/12/2005
numac
2005036614
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Vlaamse Regering tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap "Onderwijsdienstencentrum Hoger Onderwijs en Volwassenenonderwijs"
type
besluit van de vlaamse regering
prom.
02/09/2005
pub.
30/12/2005
numac
2005036613
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Besluit van de Vlaamse Regering tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap "Onderwijsdienstencentrum Leerplichtonderwijs"
sluiten tot oprichting van het intern verzelfstandigd Agentschap voor Onderwijsdiensten;6° alternatieve leercontext : een vorm van opleiding complementair aan de leeractiviteiten van de academie.Dit is mogelijk in een reële arbeidscontext bij een werkgever, waarbij de leerling onder gelijkaardige omstandigheden als reguliere werknemers effectieve arbeid verricht, of in de context van een socio-culturele vereniging, waarbij de leerling deelneemt aan de werking van die vereniging, met de bedoeling bepaalde competenties te verwerven; 7° basiscompetenties : de doelen, afgeleid uit een referentiekader, voor de kennis, de vaardigheden en de attitudes die een leerling geïntegreerd inzet voor maatschappelijke activiteiten.De basiscompetenties worden binnen de domeinen vastgelegd per studierichting en per graad; 8° beroepskwalificatie : een afgerond en ingeschaald geheel van competenties waarmee een beroep kan worden uitgeoefend;9° betrokken personen : de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen of in rechte of in feite de minderjarige leerling onder hun bewaring hebben of de meerderjarige leerling zelf;10° bewijs van beroepskwalificatie : een van rechtswege erkend studiebewijs, dat de academie uitreikt aan een leerling die met goed gevolg een langlopende studierichting heeft beëindigd en de overeenkomstige beroepskwalificatie heeft behaald;11° bewijs van competenties : een van rechtswege erkend studiebewijs dat de academie uitreikt aan een leerling die met goed gevolg een eerste, tweede of derde graad van een langlopende studierichting heeft beëindigd;12° bijdrage : een bedrag dat een schoolbestuur aan een leerling bij zijn inschrijving kan vragen bovenop het inschrijvingsgeld, vermeld in punt 30° ;13° bijzondere vestigingsplaats : een gebouw of een gebouwencomplex waarin een orgel of beiaard tot het onroerend patrimonium behoort en waar uitsluitend het vak orgel of beiaard gegeven wordt;14° capaciteit : het maximaal aantal leerlingen dat een schoolbestuur per opleiding vooropstelt om de onderwijskwaliteit te garanderen;15° cluster : opsomming van opties of muziekinstrumenten waarvoor een schoolbestuur als geheel onderwijsbevoegdheid kan verwerven;16° deeltijds kunstonderwijs : het artistiek onderwijs in de beeldende en audiovisuele kunsten, dans, woordkunst-drama en muziek dat door de Vlaamse overheid erkend wordt en geen deel uitmaakt van het basis-, secundair, volwassenenonderwijs of hoger onderwijs;17° dichtbevolkte gemeente : een gemeente met meer dan 200 inwoners per km².Voor de bepaling van het aantal inwoners per km² wordt de meest recente berekening van het Nationaal Instituut voor de Statistiek gebruikt; 18° domein : een artistieke uitdrukkingsvorm in respectievelijk beeldende en audiovisuele kunsten, dans, woordkunst-drama en muziek;19° domeinoverschrijdende initiatieopleiding : een opleiding op het niveau van de eerste graad waarin twee of meer domeinen maximaal aan bod komen;20° dunbevolkte gemeente : een gemeente met 200 inwoners per km² of minder.Voor de bepaling van het aantal inwoners per km² wordt de meest recente berekening van het Nationaal Instituut voor de Statistiek gebruikt; 21° einddoelen : basiscompetenties, beroepskwalificaties of specifieke eindtermen;22° elektronisch : een elektronische verwerking van gegevens die voldoet aan de voorwaarden van artikel 2281 van het
Burgerlijk Wetboek van 21 maart 1804Relevante gevonden documenten
type
burgerlijk wetboek
prom.
21/03/1804
pub.
25/02/2009
numac
2009000064
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Burgerlijk Wetboek
sluiten en bovendien een bewijs oplevert van deze verwerking, van het tijdstip waarop ze is verricht en van de authenticiteit en de integriteit van de verwerkte gegevens;23° erkenning : de bevoegdheid die de Vlaamse overheid aan het schoolbestuur toekent om aan leerlingen de van rechtswege geldende studiebewijzen toe te kennen;24° financierbare leerling : een regelmatige leerling in een kortlopende of langlopende studierichting die in dezelfde opleiding zijn leertraject met maximaal één leerjaar heeft verlengd en daarenboven aan artikel 67 voldoet;25° financierings- en subsidiëringsregeling : de regeling van de betaling van salarissen, salaristoelagen en werkingsmiddelen;26° fusie : de samenvoeging tot een academie van twee of meer academies;27° gezondheidsindex : het prijsindexcijfer, vermeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen;28° graad : een niveautrap die een horizontale onderverdeling in een langlopende studierichting aanbrengt, bestaande uit een aantal leerjaren.De graden worden aangeduid met de nummers 1 tot en met 4; 29° individueel aangepast curriculum : een leertraject met leerdoelen op maat van een leerling in geval de leerling ondanks redelijke aanpassingen onvoldoende leerwinst kan boeken in het gemeenschappelijke curriculum;30° inschrijvingsgeld : het geld dat een regelmatige leerling betaalt bij de inschrijving voor de deelname aan de leeractiviteiten van een leerjaar van de kortlopende of langlopende studierichtingen;31° kortlopende studierichting : een leertraject van twee of drie leerjaren dat leidt tot een leerbewijs;32° kunstacademie : een academie die minstens drie domeinen aanbiedt, waaronder beeldende en audiovisuele kunsten en muziek;33° langlopende studierichting : een leertraject over de verschillende graden dat leidt tot een beroepskwalificatie of het specifieke gedeelte van een onderwijskwalificatie;34° leefeenheid : één of meer meerderjarigen, ongeacht hun geslacht, met eventueel een of meer minderjarigen die hun hoofdverblijfplaats hebben op hetzelfde adres, alsook één of meer minderjarige gehuwde, zelfstandige of alleenstaande leerlingen of studenten, ongeacht hun geslacht, met eventueel één of meer minder- en meerderjarigen die hun hoofdverblijfplaats hebben op hetzelfde adres;35° leeractiviteit : een activiteit binnen of buiten de academie waarbij een leerproces tot stand komt hetzij door interactie tussen leerling en leerkracht, hetzij door zelfstandig werk of andere werkvormen;36° leeractiviteiten op maat : leeractiviteiten op maat van leerlingen of afgestudeerden van een academie die een beperkte tijdspanne omvatten en flexibel ingepland worden in de loop van het schooljaar;37° leerbewijs : een van rechtswege erkend studiebewijs, dat de academie uitreikt aan een leerling die met goed gevolg een kortlopende studierichting of een graad binnen het individueel aangepast curriculum heeft beëindigd;38° leerjaar : een schooljaar als deel van een meerjarige opleiding, waarin een lesprogramma wordt gevolgd;39° lestijd : een periode van vijftig minuten in het domein beeldende en audiovisuele kunsten of zestig minuten in de domeinen dans, woordkunst-drama en muziek of vijftig of zestig minuten in de domeinoverschrijdende initiatieopleiding als eenheid voor de duur van een leeractiviteit en eenheid voor de toekenning van de omkadering van het onderwijzend personeel;40° lokaal comité : het lokaal overlegorgaan of onderhandelingsorgaan dat bevoegd is voor arbeidsvoorwaarden en personeelsaangelegenheden;41° omkadering : de salarissubsidiëring of -financiering van het ondersteunend, bestuurs- en onderwijzend personeel en desgevallend opvoedend hulppersoneel van de academie door de Vlaamse overheid;42° omkaderingscoëfficiënt : de rekenfactor om de omkadering voor een bepaald structuuronderdeel te berekenen;43° omkaderingseenheden : prestatie-eenheden voor een administratieve opdracht in het deeltijds kunstonderwijs;44° onderwijsbevoegdheid : de toelating van de Vlaamse overheid om een optie of een muziekinstrument te organiseren;45° onderwijsinspectie : de inspectie, vermeld in titel IV van het
decreet van 8 mei 2009Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
08/05/2009
pub.
28/08/2009
numac
2009035790
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de kwaliteit van onderwijs
type
decreet
prom.
08/05/2009
pub.
28/08/2009
numac
2009035809
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende het onderwijs XIX
sluiten betreffende de kwaliteit van onderwijs;46° onderwijskwalificatie : een afgerond en ingeschaald geheel van competenties die noodzakelijk zijn om maatschappelijk te functioneren en te participeren, waarmee verdere studies in het secundair of in het hoger onderwijs kunnen worden aangevat of waarmee beroepsactiviteiten kunnen worden uitgeoefend;47° onderwijsnet : - het gemeenschapsonderwijs : het gemeenschapsonderwijs zoals vermeld in artikel 2 van het
bijzonder decreet van 14 juli 1998Relevante gevonden documenten
type
burgerlijk wetboek
prom.
21/03/1804
pub.
25/02/2009
numac
2009000064
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Burgerlijk Wetboek
sluiten0 betreffende het gemeenschapsonderwijs; - het gesubsidieerd officieel onderwijs : het onderwijs dat door andere publiekrechtelijke rechtspersonen dan het gemeenschapsonderwijs wordt georganiseerd en dat in aanmerking komt voor subsidiëring door de Vlaamse Gemeenschap; - het gesubsidieerd vrij onderwijs : het onderwijs dat door natuurlijke personen of privaatrechtelijke rechtspersonen wordt georganiseerd en dat in aanmerking komt voor subsidiëring door de Vlaamse Gemeenschap; 48° opleiding : Hieronder wordt verstaan : - de domeinoverschrijdende initiatieopleiding; - de eerste graad van het domein beeldende en audiovisuele kunsten, dans, woordkunst-drama of muziek; - de tweede graad van het domein dans of woordkunst-drama; - de tweede graad van het domein beeldende en audiovisuele kunsten ingevuld met een bepaalde optie; - de tweede graad van het domein muziek ingevuld met een bepaald muziekinstrument; - de derde graad van het domein beeldende en audiovisuele kunsten, dans of woordkunst-drama ingevuld met een bepaalde optie; - de derde graad van het domein muziek ingevuld met een bepaalde optie in combinatie met een bepaald muziekinstrument; - de vierde graad van het domein beeldende en audiovisuele kunsten, dans of woordkunst-drama ingevuld met een bepaalde optie; - de vierde graad van het domein muziek ingevuld met een bepaalde optie in combinatie met een bepaald muziekinstrument; - de kortlopende studierichting beeldende en audiovisuele cultuur; - de kortlopende studierichting specialisatie beeldende en audiovisuele kunsten ingevuld met een bepaalde optie; - de kortlopende studierichting danscultuur; - de kortlopende studierichting specialisatie dans ingevuld met een bepaalde optie; - de kortlopende studierichting woordkunst- en dramacultuur; - de kortlopende studierichting schrijver; - de kortlopende studierichting specialisatie woordkunst-drama ingevuld met een bepaalde optie; - de kortlopende studierichting muziekcultuur; - de kortlopende studierichting muziekgeschiedenis; - de kortlopende studierichting specialisatie muziek ingevuld met een bepaalde optie in combinatie met een bepaald muziekinstrument; 49° optie : de inhoudelijke invulling van een studierichting die het karakteristieke van de opleiding bepaalt en die bestaat uit een of meer vakken, vastgelegd door de Vlaamse Regering;50° overheveling : de overbrenging van een of meer structuuronderdelen op een bepaalde vestigingsplaats van de ene naar de andere academie, al dan niet op grond van onderlinge uitwisseling;51° programmatienorm : het aantal regelmatige leerlingen dat op een welbepaalde teldag in een academie, domein of structuuronderdeel in een vestigingsplaats moet ingeschreven zijn om in de financierings- of subsidiëringsregeling te worden opgenomen;52° rationalisatienorm : het aantal regelmatige leerlingen dat op een welbepaalde teldag in een academie, domein of structuuronderdeel in een vestigingsplaats ingeschreven moet zijn om na de programmatieperiode nog gefinancierd of gesubsidieerd te blijven;53° redelijke aanpassingen : maatregelen die genomen zijn op basis van de principes en indicatoren vermeld in artikel 2 van het protocol van 19 juli 2007 betreffende het begrip redelijke aanpassingen in België krachtens de wet van 25 februari 2003 ter bestrijding van discriminatie en tot wijziging van de wet van 15 februari 1993 tot oprichting van een Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding zodat leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften de leeractiviteiten in de academie kunnen volgen;54° regelmatige leerling : een leerling die voldoet aan de voorwaarden vermeld in punt 63° en het inschrijvingsgeld betaald heeft;55° schoolbestuur : de inrichtende macht vermeld in artikel 24, § 4, van de Grondwet;dit is de rechtspersoon of de natuurlijke persoon die verantwoordelijk is voor een of meer academies; 56° schooljaar : de periode van 1 september tot en met 31 augustus van het daaropvolgende kalenderjaar;57° specialisatie : een kortlopende studierichting van een domein die gericht is op het geïndividualiseerd kunstenaarschap;58° structuuronderdeel : een kortlopende studierichting in een domein, het geheel van langlopende studierichtingen in een bepaalde graad van een domein met uitzondering van de derde graad beeldende en audiovisuele kunsten voor volwassenen en de tweede graad muziek voor volwassenen, de domein-overschrijdende initiatieopleiding of de derde graad beeldende en audiovisuele kunsten voor volwassenen of de tweede graad muziek voor volwassenen;59° studieomvang : de tijd die de leerling besteedt aan leeractiviteiten die de academie organiseert.De studieomvang wordt bepaald per studierichting en wordt uitgedrukt als een product van leerjaren en wekelijkse lestijden; 60° studieperiode : de afgebakende tijdspanne in leerjaren waarbinnen een leerling een bepaalde opleiding in een bepaalde graad afwerkt;61° studierichting : een leertraject binnen een domein dat gericht is op het behalen van een bepaalde beroepskwalificatie, het specifieke gedeelte van een bepaalde onderwijskwalificatie of een bepaald leerbewijs;62° teldag : dag waarop de leerlingen worden geteld met het oog op de toekenning van omkadering en werkingsmiddelen en -toelagen en het behalen van de rationalisatie- en programmatienormen;63° toelatingsvoorwaarde : een voorwaarde waaraan een leerling moet voldoen om een opleiding te volgen;64° traject : het aantal leerjaren dat een bepaald structuuronderdeel duurt;65° unieke opties en muziekinstrumenten : opties en muziekinstrumenten die zeer weinig leerlingen volgen, zoals te bepalen door de Vlaamse Regering;66° vak : het gedeelte van een opleiding waarin een leerling een inhoudelijk samenhangend aantal leeractiviteiten volgt;67° vertrouwenspersoon : een persoon in wie de leerling of de betrokken personen vertrouwen stellen en die hen bijstaat in bepaalde gevallen;68° vestigingsplaats : gebouw of gebouwencomplex waarin een academie of een gedeelte van een academie gehuisvest is;69° Vlaamse Onderwijsraad : strategische adviesraad beschreven in titel IV van het
decreet van 2 april 2004Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
02/04/2004
pub.
06/08/2004
numac
2004036255
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet betreffende participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad
sluiten betreffende participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad;70° volwassene : leerling van het domein woordkunst-drama, dans of muziek die de leeftijd van 15 jaar bereikt heeft op 31 december van het schooljaar of leerling van het domein beeldende en audiovisuele kunsten die de leeftijd van 18 jaar bereikt heeft op diezelfde datum;71° vrijstelling : het vak of het geheel van vakken waarvoor de leerling niet hoeft deel te nemen aan de leer- of evaluatieactiviteiten. HOOFDSTUK 2. - Opdracht en finaliteit van het deeltijds kunstonderwijs Afdeling 1. - Opdracht van het deeltijds kunstonderwijs
Art. 4.Het deeltijds kunstonderwijs ontwikkelt de artistieke aanleg en competenties van de leerlingen door kunst te beoefenen, te maken, te beleven en te beschouwen zodat ze kunnen uitstromen naar kunstbeoefening of -beleving in de vrije tijd of de arbeidsmarkt of doorstromen naar het hoger kunstonderwijs.
In het kader van de doelstelling, vermeld in het eerste lid, voert een academie de volgende opdrachten uit : 1° artistiek onderwijs organiseren dat in overeenstemming is met de bepalingen van dit decreet;2° leerlingen begeleiden bij hun keuzes in de loop van het leertraject zodat ze zelfstandigheid verwerven in hun artistieke ontwikkeling;3° verworven competenties beoordelen en certificeren. Met het oog op verdieping of verbreding van het artistiek onderwijs, vermeld in het tweede lid, 1°, kan een academie een aanbod van leeractiviteiten op maat organiseren. Dit aanbod speelt in op één of meer van de volgende doelstellingen : 1° interdisciplinaire samenwerking over de domeinen of over de studierichtingen in eenzelfde domein;2° organisatie van terugkommomenten voor afgestudeerden;3° innovatie van het onderwijs met betrekking tot de inhoud en methodiek. Een academie kan een aanbod van leeractiviteiten organiseren met het oog op lokale samenwerkingsinitiatieven met scholen van het kleuter-, leerplicht- en hoger onderwijs.
Een academie kan geen andere opdrachten uitvoeren of bevoegdheden uitoefenen dan diegene die haar door toepassing van dit decreet zijn toegekend. Afdeling 2. - Einddoelen
Art. 5.Voor elke langlopende studierichting worden voor de eerste, tweede en derde graad basiscompetenties vastgelegd.
Voor de domeinoverschrijdende initiatieopleiding worden basiscompetenties vastgelegd.
Voor leerlingen van de vierde graad die uitstromen naar kunstbeoefening in de vrije tijd of de arbeidsmarkt gelden beroepskwalificaties. Voor leerlingen van de vierde graad die naar het hoger onderwijs willen doorstromen geldt het specifieke gedeelte van een onderwijskwalificatie.
Voor elke kortlopende studierichting selecteert het schoolbestuur een relevant en consistent geheel van specifieke eindtermen of basiscompetenties die uitsluitend uit het desbetreffende artistieke domein worden geput. Art. 6.De specifieke eindtermen en basiscompetenties worden ontwikkeld gebruikmakend van descriptorelementen, vermeld in artikel 6 van het
decreet van 30 april 2009Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
16/07/2009
numac
2009035656
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de kwalificatiestructuur
sluiten betreffende de kwalificatiestructuur.
De specifieke eindtermen worden vastgelegd door het Vlaams Parlement bij wijze van bekrachtiging van een besluit van de Vlaamse Regering, genomen op advies van de Vlaamse Onderwijsraad.
Het voormelde besluit wordt uiterlijk zes maanden na de goedkeuring ervan door de Vlaamse Regering bekrachtigd bij decreet. Indien het Vlaams Parlement dat besluit niet bekrachtigt, houdt het op rechtskracht te hebben.
De beroepskwalificaties worden erkend volgens de procedure, vermeld in artikel 10 tot en met 13/1 van het
decreet van 30 april 2009Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
16/07/2009
numac
2009035656
bron
vlaamse overheid
Decreet betreffende de kwalificatiestructuur
sluiten betreffende de kwalificatiestructuur.
Voor langlopende studierichtingen die leiden naar een beroep waarvoor geen erkende beroepskwalificaties bestaan, en dit tot zolang er geen erkende beroepskwalificaties bestaan, bepaalt de Vlaamse Regering de referentiekaders waarvan de basiscompetenties worden afgeleid. De basiscompetenties worden, zoals bij erkende beroepskwalificaties, vastgelegd gebruikmakend van descriptorelementen uit het kwalificatieraamwerk. De Vlaamse Onderwijsraad, de socioculturele sector, de sectorfondsen en de beroepsfederaties van artistieke beroepsbeoefenaars zullen om advies gevraagd worden bij het besluit dat de referentiekaders, het proces en de actoren om tot deze competenties te komen, zal vastleggen.
De basiscompetenties worden bepaald door de Vlaamse Regering. Art. 7.§ 1. Als een schoolbestuur oordeelt dat de specifieke eindtermen of basiscompetenties onvoldoende ruimte laten voor zijn eigen onderwijskundige opvattingen of daarmee onverzoenbaar zijn, dient het bij de Vlaamse Regering een aanvraag tot afwijking in. Die aanvraag is alleen ontvankelijk, als precies wordt aangegeven waarom die specifieke eindtermen of basiscompetenties voor zijn eigen onderwijskundige opvattingen onvoldoende ruimte laten of waarom ze daarmee onverzoenbaar zijn. De academie stelt in dezelfde aanvraag vervangende specifieke eindtermen of basiscompetenties voor waaruit die gelijkwaardigheid met de specifieke eindtermen en basiscompetenties blijkt. § 2. De Vlaamse Regering beoordeelt of de aanvraag ontvankelijk is en beslist, in voorkomend geval, of de vervangende specifieke eindtermen of basiscompetenties in hun geheel gelijkwaardig zijn met de bij besluit vastgelegde en decretaal bekrachtigde specifieke eindtermen of de bij besluit van de Vlaamse Regering vastgelegde basiscompetenties en de mogelijkheid bieden om gelijkwaardige studie-bewijzen uit te reiken.
De gelijkwaardigheid wordt beoordeeld aan de hand van de volgende criteria : 1° het respect voor de fundamentele rechten en vrijheden;2° de vereiste inhoud : het onderwijsaanbod dat in de specifieke eindtermen en basiscompetenties vervat zit, omvat minstens inhouden voor de overeenstemmende studierichtingen.Die inhouden moeten alleen in hun geheel evenwaardig zijn met de inhouden waarvoor specifieke eindtermen bij besluit van de Vlaamse Regering zijn vastgelegd en vervolgens bij decreet bekrachtigd zijn of de inhouden waarvoor basiscompetenties bij besluit van de Vlaamse Regering zijn vastgelegd; 3° de vervangende specifieke eindtermen of basiscompetenties zijn geformuleerd in termen die aangeven wat van leerlingen verwacht kan worden;4° de vervangende specifieke eindtermen of basiscompetenties slaan op kennis, inzichten, vaardigheden en attitudes;5° de vervangende specifieke eindtermen slaan op vaardigheden, specifieke kennis, inzichten en attitudes die de leerlingen toelaten vervolgonderwijs aan te vatten;6° de vervangende specifieke eindtermen of basiscompetenties zijn zo geformuleerd dat nagegaan kan worden in welke mate de leerlingen ze verwerven. De Vlaamse Regering vraagt voor de beoordeling van de ontvankelijkheid en van de gelijkwaardigheid het advies van de onderwijsinspectie en van een commissie ad hoc van onafhankelijke deskundigen. De Vlaamse Regering bepaalt de verdere regels van die procedure, met dien verstande dat de aanvrager gehoord wordt. § 3. De academie dient uiterlijk op 1 september van het schooljaar dat voorafgaat aan het schooljaar waarin de specifieke eindtermen en basiscompetenties zullen gelden, een afwijkingsaanvraag in. De Vlaamse Regering beslist uiterlijk op 31 december van het voorafgaande schooljaar over de aanvraag.
Een besluit over een afwijkingsaanvraag in verband met specifieke eindtermen, wordt binnen een termijn van zes maanden bekrachtigd bij decreet. Als het besluit niet binnen de voormelde termijn decretaal bekrachtigd wordt, houdt het op rechtskracht te hebben. § 4. In afwijking van paragraaf 3 kan de academie een afwijkingsaanvraag indienen binnen een termijn van een maand na de bekendmaking van een bekrachtigingsdecreet, als dat bekrachtigingsdecreet bekendgemaakt wordt na 1 september van het schooljaar dat voorafgaat aan de inwerkingtreding.
In de gevallen, vermeld in het eerste lid, is de academie gebonden door de specifieke eindtermen vanaf de dag van 1 september die volgt op de bekendmaking van een decreet tot bekrachtiging van een besluit dat de gelijkwaardige specifieke eindtermen erkent of na de beslissing van de Vlaamse Regering die de afwijkingsaanvraag afwijst. Afdeling 3. - Leerplan en artistiek-pedagogisch project
Art. 8.§ 1. Met inachtneming van de door de Vlaamse Regering opgelegde of gelijkwaardig verklaarde basiscompetenties, beroepskwalificaties en specifieke eindtermen, beschikt elk schoolbestuur over een goedgekeurd leerplan en kiest het vrij zijn pedagogische methodes.
De leerplannen bevatten desgewenst de doelen die het schoolbestuur uitdrukkelijk formuleert voor zijn leerlingen vanuit het eigen artistiek-pedagogisch project. In de leerplannen worden op een herkenbare wijze opgenomen : 1° de basiscompetenties;2° de beroepskwalificaties;3° de specifieke eindtermen. § 2. Om de kwaliteit van het deeltijds kunstonderwijs te waarborgen, keurt de Vlaamse Regering op basis van de criteria die de Vlaamse Regering bepaalt en op advies van de onderwijsinspectie de leerplannen goed. De Vlaamse Regering spreekt zich niet uit over de geformuleerde didactische werkvormen of pedagogische methodes. Art. 9.Het schoolbestuur bepaalt vrij de organisatie van zijn deeltijds kunstonderwijs en zijn artistiek-pedagogische visie. Het legt die organisatie en visie vast in het artistiek-pedagogische project. HOOFDSTUK 3. - Structuur van het deeltijds kunstonderwijs Afdeling 1. - Structuur
Art. 10.Het deeltijds kunstonderwijs omvat studierichtingen in de volgende artistieke domeinen : 1° beeldende en audiovisuele kunsten;2° dans;3° woordkunst-drama;4° muziek. Art. 11.De langlopende studierichtingen bestaan uit vier opeenvolgende graden die bestaan uit verschillende leerjaren.
De kortlopende studierichtingen bestaan uit twee of drie leerjaren.
Zij worden niet ondergebracht in de gradenstructuur. Afdeling 2. - Domein beeldende en audiovisuele kunsten
Art. 12.§ 1. In het domein beeldende en audiovisuele kunsten kan een academie langlopende studierichtingen aanbieden die toeleiden tot de volgende beroepskwalificaties zoals bepaald door de socioculturele sector, de sectorfondsen en de beroepsfederaties van artistieke beroepsbeoefenaars : 1° beeldend kunstenaar;2° cineast;3° fotograaf;4° juweelontwerper/goudsmid;5° kantwerker;6° ontwerper;7° restauratievakman meubel;8° siersmid/kunstsmid. § 2. De einddoelen van de eerste, tweede en derde graad zijn voor die studierichtingen gemeenschappelijk.
De einddoelen van de vierde graad zijn voor ieder van die studierichtingen verschillend. § 3. De som van de studieomvang van de leerjaren van de eerste graad bedraagt ten minste vier wekelijkse lestijden, gespreid over een traject van twee leerjaren.
De som van de studieomvang van de leerjaren van de tweede graad bedraagt ten minste acht wekelijkse lestijden, gespreid over een traject van vier leerjaren.
De som van de studieomvang van de leerjaren van de derde graad voor jongeren bedraagt ten minste vierentwintig wekelijkse lestijden, gespreid over een traject van zes of zeven leerjaren.
De som van de studieomvang van de leerjaren van de derde graad voor volwassenen bedraagt ten minste acht wekelijkse lestijden, gespreid over een traject van twee leerjaren.
De som van de studieomvang van de leerjaren van de vierde graad bedraagt ten minste veertig wekelijkse lestijden, gespreid over een traject van tien, vijf of vier leerjaren. Art. 13.§ 1. In het domein beeldende en audiovisuele kunsten kan een academie de volgende kortlopende studierichtingen aanbieden : 1° beeldende en audiovisuele cultuur;2° specialisatie beeldende en audiovisuele kunsten. § 2. De som van de studieomvang van de leerjaren van de studierichting beeldende en audiovisuele cultuur bedraagt zes wekelijkse lestijden gespreid over een traject van drie leerjaren.
De som van de studieomvang van de leerjaren van de studierichting specialisatie beeldende en audiovisuele kunsten bedraagt zestien wekelijkse lestijden gespreid over een traject van twee leerjaren. Afdeling 3. - Domein dans
Art. 14.§ 1. In het domein dans kan een academie langlopende studierichtingen aanbieden die toeleiden tot de volgende beroepskwalificaties zoals bepaald door de socioculturele sector : 1° choreograaf;2° creërend danser;3° vertolkend danser. § 2. De einddoelen van de eerste, de tweede en de derde graad zijn voor die studierichtingen gemeenschappelijk.
De einddoelen van de vierde graad zijn voor ieder van die studierichtingen verschillend. § 3. De som van de studieomvang van de leerjaren van de eerste graad bedraagt ten minste twee wekelijkse lestijden, gespreid over een traject van twee leerjaren.
De som van de studieomvang van de leerjaren van de tweede graad bedraagt ten minste acht wekelijkse lestijden, gespreid over een traject van vier of twee leerjaren.
De som van de studieomvang van de leerjaren van de derde graad bedraagt ten minste zeveneneenhalf wekelijkse lestijden, gespreid over een traject van drie leerjaren.
De som van de studieomvang van de leerjaren van de vierde graad bedraagt ten minste negen wekelijkse lestijden, gespreid over een traject van drie leerjaren. Art. 15.§ 1. In het domein dans kan een academie de volgende kortlopende studierichtingen aanbieden : 1° danscultuur;2° specialisatie dans. § 2. De som van de studieomvang van de leerjaren van de studierichting danscultuur bedraagt zes wekelijkse lestijden gespreid over een traject van drie leerjaren.
De som van de studieomvang van de leerjaren van de studierichting specialisatie dans bedraagt vier wekelijkse lestijden gespreid over een traject van twee leerjaren. Afdeling 4. - Domein woordkunst-drama
Art. 16.§ 1. In het domein woordkunst-drama kan een academie langlopende studierichtingen aanbieden die toeleiden tot de volgende beroepskwalificaties zoals bepaald door de socioculturele sector : 1° creërend acteur;2° theaterregisseur;3° vertolkend acteur. § 2. De einddoelen van de eerste, de tweede en de derde graad zijn voor die studierichtingen gemeenschappelijk.
De einddoelen van de vierde graad zijn voor ieder van die studierichtingen verschillend. § 3. De som van de studieomvang van de leerjaren van de eerste graad bedraagt ten minste twee wekelijkse lestijden, gespreid over een traject van twee leerjaren.
De som van de studieomvang van de leerjaren van de tweede graad bedraagt ten minste vier wekelijkse lestijden, gespreid over een traject van vier of twee leerjaren.
De som van de studieomvang van de leerjaren van de derde graad bedraagt ten minste zes wekelijkse lestijden, gespreid over een traject van drie leerjaren.
De som van de studieomvang van de leerjaren van de vierde graad bedraagt ten minste zes wekelijkse lestijden, gespreid over een traject van drie leerjaren. Art. 17.§ 1. In het domein woordkunst-drama kan een academie de volgende kortlopende studierichtingen aanbieden : 1° woordkunst- en dramacultuur;2° schrijver;3° specialisatie woordkunst-drama. § 2. De som van de studieomvang van de leerjaren van de studierichting woordkunst- en dramacultuur bedraagt zes wekelijkse lestijden gespreid over een traject van drie leerjaren.
De som van de studieomvang van de leerjaren van de studierichting schrijver bedraagt negen wekelijkse lestijden gespreid over een traject van drie leerjaren.
De som van de studieomvang van de leerjaren van de studierichting specialisatie woordkunst-drama bedraagt vier wekelijkse lestijden gespreid over een traject van twee leerjaren. Afdeling 5. - Domein muziek
Art. 18.§ 1. In het domein muziek kan een academie langlopende studierichtingen aanbieden die toeleiden tot de volgende beroepskwalificaties zoals bepaald door de socioculturele sector : 1° beiaardier;2° creërend muzikant;3° dirigent;4° dj;5° vertolkend muzikant. In afwijking van het eerste lid kan de studierichting beiaardier, vermeld in punt 1°, enkel georganiseerd worden in de Koninklijke Beiaardschool Jef Denyn in Mechelen. § 2. De einddoelen van de eerste, de tweede en de derde graad zijn voor die studierichtingen gemeenschappelijk.
De einddoelen van de vierde graad zijn verschillend voor ieder van die studierichtingen. § 3. De som van de studieomvang van de leerjaren van de eerste graad bedraagt ten minste twee wekelijkse lestijden, gespreid over een traject van twee leerjaren.
Met uitzondering van de studierichting beiaardier bedraagt de som van de studieomvang van de leerjaren van de tweede graad voor jongeren ten minste twaalf wekelijkse lestijden, gespreid over een traject van vier leerjaren.
Met uitzondering van de studierichting beiaardier bedraagt de som van de studieomvang van de leerjaren van de tweede graad voor volwassenen ten minste negen wekelijkse lestijden, gespreid over een traject van drie leerjaren.
Met uitzondering van de studierichting beiaardier bedraagt de som van de studieomvang van de leerjaren van de derde graad ten minste negen wekelijkse lestijden, gespreid over een traject van drie of vier leerjaren.
Met uitzondering van de studierichting beiaardier bedraagt de som van de studieomvang van de leerjaren van de vierde graad ten minste zes wekelijkse lestijden, gespreid over een traject van drie leerjaren.
De Vlaamse Regering bepaalt de studieomvang en de trajecten van de tweede, derde en vierde graad van de studierichting beiaardier. Art. 19.§ 1. In het domein muziek kan een academie de volgende kortlopende studierichtingen aanbieden : 1° muziekgeschiedenis;2° muziekcultuur;3° specialisatie muziek. § 2. De som van de studieomvang van de leerjaren van de studierichtingen muziekgeschiedenis en muziekcultuur bedraagt elk zes wekelijkse lestijden gespreid over een traject van drie leerjaren.
De som van de studieomvang van de leerjaren van de specialisatie muziek bedraagt vier wekelijkse lestijden gespreid over een traject van twee leerjaren. Afdeling 6. - Gemeenschappelijke bepalingen
Art. 20.In afwijking van artikel 10 tot en met 19 kan een academie in de eerste graad een domeinoverschrijdende initiatieopleiding organiseren waarin twee of meer domeinen maximaal aan bod komen. De som van de studieomvang van de leerjaren in de domeinoverschrijdende initiatieopleiding bedraagt twee lestijden gespreid over een traject van twee leerjaren. Art. 21.De kortlopende studierichtingen specialisatie bieden uitmuntende leerlingen de kans om te excelleren en op die manier bij te dragen tot de uitstraling van de academie en het deeltijds kunstonderwijs. De overige kortlopende studierichtingen zijn niet gericht op actieve kunstbeoefening en bevorderen de culturele participatie van de leerlingen. Art. 22.Het schoolbestuur verdeelt de studieomvang, vermeld in artikel 12 tot en met 20, evenwichtig over de leerjaren. Met uitzondering van de derde graad van het domein dans bedraagt het aantal lestijden per leerjaar telkens een geheel getal. Elk leerjaar omvat een samenhangend geheel van leeractiviteiten.
De verdeling van de studieomvang maakt voorwerp uit van onderhandeling in het lokaal comité. Art. 23.Binnen de voorwaarden die de Vlaamse Regering oplegt, bepaalt het schoolbestuur per studierichting, per graad en in voorkomend geval per optie en voor de domeinoverschrijdende initiatieopleiding de vakken die de leerling volgt met het oog op het behalen van de basiscompetenties, specifieke eindtermen en beroepskwalificaties.
Daarbij respecteert het de studieomvang, vermeld in artikel 12 tot en met 20. Art. 24.De Vlaamse Regering bepaalt per domein en per studierichting de mogelijke opties en vakken. Art. 25.In het domein muziek bepaalt de Vlaamse Regering de mogelijke muziekinstrumenten. Afdeling 7. - Koninklijke Beiaardschool Jef Denyn in Mechelen
Art. 26.De Koninklijke Beiaardschool Jef Denyn in Mechelen wordt als academie deeltijds kunstonderwijs erkend en gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap. De Vlaamse Regering kan specifieke normen, structuren, vakken en bekwaamheidsbewijzen voor die academie vastleggen. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop die instelling gesubsidieerd wordt, de wijze waarop die academie rapporteert aan het Vlaams Ministerie van Onderwijs en welk statuut op het personeel van toepassing is.
Het besluit van de Vlaamse Regering over de aangelegenheden in het eerste lid wordt decretaal bekrachtigd. Afdeling 8. - Netoverschrijdend Samenwerkingsforum deeltijds
kunstonderwijs Brussel Art. 27.De schoolbesturen van de academies die gevestigd zijn in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad maken deel uit van een netoverschrijdend Samenwerkingsforum.
Het Samenwerkingsforum : 1° optimaliseert het aanbod van opleidingen die door de academies voor deeltijds kunstonderwijs worden georganiseerd en stemt dit op elkaar af;2° streeft naar een samenwerking met Nederlandstalige instellingen voor basisonderwijs of secundair onderwijs;3° ontwikkelt socioculturele initiatieven en streeft daarbij naar een samenwerking met socioculturele organisaties en instellingen in de gemeenten van het Vlaamse Gewest, genoemd in artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966;4° signaleert knelpunten, behoeften en oplossingen inzake deeltijdse kunstopleidingen aan de overheid;5° optimaliseert de dienstverlening voor de leerlingen in de academies;6° stimuleert en ondersteunt alle mogelijke vormen van samenwerking tussen de academies. Het Samenwerkingsforum stelt bij gewone meerderheid van de totaal uitgebrachte stemmen een huishoudelijk reglement op en legt dit ter bekrachtiging voor aan de Vlaamse Regering. § 2. Het Samenwerkingsforum oefent tenminste de volgende opdrachten uit : 1° de realisatie van de doelstellingen, vermeld in paragraaf 1;2° een met redenen omkleed advies aan de Vlaamse Regering verlenen over de aanvragen van de academies voor de programmatie van domeinen en structuuronderdelen, conform de voorwaarden vermeld in artikel 115 tot en met 118;3° alle opdrachten, die een schoolbestuur apart aan het Samenwerkingsforum toewijst of die de academies gezamenlijk aan het Samenwerkingsforum toewijzen, uitvoeren. § 3. Het Samenwerkingsforum kan nooit zelf over onderwijsbevoegdheid beschikken. § 4. Het Samenwerkingsforum legt jaarlijks uiterlijk op 1 april een werkingsverslag voor aan de Vlaamse Regering, die bijsturingen kan voorstellen. Bovendien bezorgt het Samenwerkingsforum jaarlijks uiterlijk op 1 april een zelfevaluatierapport aan de bevoegde administratie van het Ministerie van Onderwijs en Vorming. In dit rapport komen minstens de volgende elementen aan bod : 1° een beschrijving van de evolutie van het deeltijds kunstonderwijs in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad sinds het schooljaar van de opstart van het Samenwerkingsforum;2° een beschrijving en beoordeling van de sterke en de te verbeteren punten, de kansen en de moeilijkheden van de werking van het Samenwerkingsforum. Afdeling 9. - Overleg fundamentele onderwijshervormingen
Art. 28.De Vlaamse Regering informeert de afgevaardigden van de schoolbesturen en de representatieve vakorganisaties over elke geplande fundamentele onderwijshervorming.
Vóór de Vlaamse Regering een eerste principiële beslissing ter zake neemt, wordt op vraag van ten minste één van de afgevaardigden van de schoolbesturen een apart overleg georganiseerd over die fundamentele onderwijshervorming tussen de minister, bevoegd voor het onderwijs, of zijn afgevaardigde en de afgevaardigden van de schoolbesturen.
Vóór de Vlaamse Regering een eerste principiële beslissing ter zake neemt, wordt op vraag van ten minste één van de representatieve vakorganisaties een apart overleg georganiseerd over die fundamentele onderwijshervorming tussen de minister, bevoegd voor het onderwijs, of zijn afgevaardigde en de representatieve vakorganisaties. HOOFDSTUK 4. - Leerlingen in het deeltijds kunstonderwijs Afdeling 1. - Toelatingsvoorwaarden
Art. 29.§ 1. Om tot het deeltijds kunstonderwijs toegelaten te worden moet een leerling de leeftijd van zes jaar bereikt hebben op de dag van 31 december die volgt op de aanvang van het schooljaar. § 2. In afwijking van paragraaf 1 kan een leerling die de leeftijd van zes jaar niet bereikt heeft op de dag van 31 december die volgt op de aanvang van het schooljaar in het deeltijds kunstonderwijs worden ingeschreven als hij is ingeschreven in het lager onderwijs. § 3. In afwijking van paragraaf 2 wordt een leerling die de leeftijd van zes jaar niet bereikt heeft op de dag van 31 december die volgt op de aanvang van het schooljaar en niet ingeschreven is in een erkende lagere school maar huisonderwijs volgt als vermeld in artikel 3, 24°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, ook toegelaten tot het deeltijds kunstonderwijs. Art. 30.Een leerling die voldoet aan de toelatingsvoorwaarden voor het lager onderwijs, vermeld in artikel 13, 14 en 14/1 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, kan worden toegelaten tot de eerste graad van het deeltijds kunstonderwijs. Art. 31.Om toegelaten te worden tot de tweede graad van de domeinen dans, woordkunst-drama of de tweede graad voor jongeren van het domein muziek, moet de leerling voldoen aan een van de volgende voorwaarden : 1° de basiscompetenties van de eerste graad verworven hebben;2° de leeftijd van acht jaar bereikt hebben, maar in het geval van woordkunst-drama niet ouder zijn dan veertien jaar op de dag van 31 december die volgt op de aanvang van het schooljaar. Om toegelaten te worden tot de tweede graad voor volwassenen van het domein muziek moet de leerling de leeftijd van vijftien jaar bereikt hebben op de dag van 31 december die volgt op de aanvang van het schooljaar.
Om toegelaten te worden tot de tweede graad van het domein beeldende en audiovisuele kunsten moet de leerling voldoen aan een van de volgende voorwaarden : 1° de basiscompetenties van de eerste graad verworven hebben;2° de leeftijd van acht jaar bereikt hebben, maar niet ouder zijn dan twaalf jaar op de dag van 31 december die volgt op de aanvang van het schooljaar. Art. 32.Om toegelaten te worden tot de derde graad van de domeinen dans of muziek moet de leerling de basiscompetenties van de tweede graad van het respectieve domein, verworven hebben.
Om toegelaten te worden tot de derde graad van het domein woordkunst-drama moet de leerling voldoen aan een van de volgende voorwaarden : 1° de basiscompetenties van de tweede graad van het domein woordkunst-drama verworven hebben;2° de leeftijd van vijftien jaar bereikt hebben op de dag van 31 december die volgt op de aanvang van het schooljaar. Om toegelaten te worden tot de derde graad voor jongeren van het domein beeldende en audiovisuele kunsten moet de leerling voldoen aan een van de volgende voorwaarden : 1° de basiscompetenties van de tweede graad van het domein beeldende en audiovisuele kunsten verworven hebben;2° de leeftijd van twaalf jaar bereikt hebben op de dag van 31 december die volgt op de aanvang van het schooljaar. Om toegelaten te worden tot de derde graad voor volwassenen van het domein beeldende en audiovisuele kunsten moet de leerling de leeftijd van achttien jaar bereikt hebben op de dag van 31 december die volgt op de aanvang van het schooljaar. Art. 33.§ 1. Om toegelaten te worden tot een studierichting in de vierde graad van de domeinen dans, woordkunst-drama of muziek moet de leerling de basiscompetenties van de derde graad van het domein waartoe de studierichting behoort, verworven hebben. § 2. Om toegelaten te worden tot een studierichting van de vierde graad van het domein beeldende en audiovisuele kunsten moet de leerling voldoen aan een van de volgende voorwaarden : 1° de basiscompetenties van de derde graad van het domein waartoe de studierichting behoort, verworven hebben;2° de leeftijd van achttien jaar bereikt hebben op de dag van 31 december die volgt op de aanvang van het schooljaar. Art. 34.De Vlaamse Regering bepaalt de manier waarop de leerling kan aantonen dat hij aan de toelatingsvoorwaarden, vermeld in artikel 29 tot en met 33, voldoet of de basiscompetenties verworven heeft op basis waarvan hij toegang kan verkrijgen tot een bepaalde graad in een bepaald domein of tot een studierichting in de vierde graad. Art. 35.Het schoolbestuur bepaalt de minimumleeftijd voor de kortlopende studierichtingen en houdt daarbij rekening met de toelatingsvoorwaarden, vermeld in artikel 29.
Met behoud van toepassing van de toelatingsvoorwaarden, vermeld in artikel 29 tot en met 33, oordeelt de directeur op basis van de door de Vlaamse Regering vastgelegde modaliteiten, vermeld in artikel 34, na advies van de betrokken leerkrachten, of de leerling toegelaten wordt tot een van de kortlopende studierichtingen specialisatie, vermeld in artikel 13, § 1, 2°, 15, § 1, 2°, 17, § 1, 3°, en 19, § 1, 3°, op basis van de motivatie, de competenties en het potentieel van de leerling in relatie tot de finaliteit van de specialisatie, vermeld in artikel 3, 57°, en 21. De directeur motiveert zijn beslissing schriftelijk aan elke leerling. Art. 36.Het schoolbestuur bepaalt de toelatingsvoorwaarden voor de leeractiviteiten op maat, vermeld in artikel 4, derde lid, en houdt daarbij rekening met de toelatingsvoorwaarden, vermeld in artikel 29. Afdeling 2. - Rechten en plichten van leerlingen en de betrokken
personen Onderafdeling 1. - Inschrijving Art. 37.§ 1. Elke persoon heeft, met behoud van de toepassing van de toelatingsvoorwaarden, vermeld in artikel 29 tot en met 36, recht op inschrijving in de academie en opleiding van zijn keuze, rekening houdend met het aanwezige onderwijsaanbod. Een leerling schrijft zich voor elk leerjaar van de opleiding opnieuw in.
Als een academie voor een bepaalde opleiding verschillende trajecten aanbiedt, heeft de leerling de keuze in welk traject hij de opleiding volgt. Een leerling kan na toestemming van de directeur van traject veranderen op voorwaarde dat hij de globale studieomvang, vermeld in artikel 12 tot en met 20, niet overschrijdt.
Een leerling die in een bepaalde opleiding is ingeschreven kan zich niet meer opnieuw inschrijven voor dezelfde opleiding in dezelfde of een andere academie. Een leerling die in een bepaalde opleiding is afgestudeerd, kan zich niet meer opnieuw in dezelfde opleiding inschrijven. § 2. Inschrijvingen voor een bepaald schooljaar kunnen ten vroegste starten op de eerste schooldag van maart van het voorafgaande schooljaar. Het schoolbestuur maakt de start van zijn inschrijvingen bekend aan alle belanghebbenden.
Inschrijvingen kunnen uiterlijk tot 30 september van het lopende schooljaar plaatsvinden. § 3. In afwijking van paragraaf 2 kan het schoolbestuur de inschrijvingsperiode voor de leeractiviteiten op maat, vermeld in artikel 4, derde lid, vrij bepalen, als het daarover tijdig alle nodige informatie verstrekt aan de belanghebbenden. Art. 38.De leerlingen worden ingeschreven in de volgorde dat ze zich bij de academie aanmelden en voldoen aan al de volgende voorwaarden : 1° ten minste 50% van het inschrijvingsgeld, vermeld in artikel 91 en 92, betaald hebben;2° zich akkoord verklaard hebben met het academiereglement;3° zich akkoord verklaard hebben met het eigen artistiek-pedagogische project van de academie. Art. 39.In afwijking van artikel 38 heeft elke leerling die al les volgt in een academie voorrang op alle nieuwe leerlingen voor het vervolg op de opleiding die hij volgt, in diezelfde academie, als hij zich vóór 30 juni van het voorafgaande schooljaar waarop de inschrijving betrekking heeft, inschrijft. Art. 40.Een schoolbestuur weigert de inschrijving van een persoon als regelmatige leerling als hij niet voldoet aan de toelatingsvoorwaarden, vermeld in artikel 29 tot en met 36. Een inschrijving in de loop van het voorafgaande schooljaar is mogelijk onder de opschortende voorwaarde dat de persoon op de dag van de effectieve instap aan de toelatingsvoorwaarden voldoet. Art. 41.Een schoolbestuur kan de inschrijving van een persoon weigeren als het kan aantonen dat de capaciteit op het niveau van de opleiding waarvoor de regelmatige leerling zich wil inschrijven, ontoereikend is. Er kunnen wachtlijsten worden aangelegd.
Als de capaciteit overschreden wordt, informeert het schoolbestuur de persoon over mogelijke alternatieven in de eigen of een andere academie. Art. 42.Een schoolbestuur kan de inschrijving weigeren in een academie waar de betrokken leerling het lopende, het vorige of het daaraan voorafgaande schooljaar, conform artikel 50, § 2, definitief werd uitgesloten. Art. 43.Een schoolbestuur kan de inschrijving van een niet-regelmatige leerling weigeren. Art. 44.Een schoolbestuur kan de inschrijving van een leerling die niet voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 3, 24°, weigeren op grond van ontoereikende capaciteit voor de financierbare leerlingen.
Een schoolbestuur kan een inschrijving in een bijkomende opleiding in hetzelfde domein weigeren op grond van ontoereikende capaciteit voor de financierbare leerlingen. Art. 45.Het verloop van gerealiseerde en niet-gerealiseerde inschrijvingen en in voorkomend geval de weigeringsgronden kunnen onderworpen worden aan een controle door het Agentschap voor Onderwijsdiensten. Art. 46.Een schoolbestuur dat een leerling weigert, deelt zijn beslissing schriftelijk of elektronisch mee binnen een termijn van tien werkdagen. De leerling en de betrokken personen krijgen op hun verzoek toelichting bij de beslissing van het schoolbestuur. Art. 47.Bij de inschrijving informeert de directeur of zijn afgevaardigde de leerling en de betrokken personen schriftelijk of elektronisch over : 1° de juridische aard en de samenstelling van het schoolbestuur;2° het artistiek-pedagogische project van de academie;3° de organisatie van de leeractiviteiten;4° het academiereglement, vermeld in artikel 58;5° het inschrijvingsgeld en in het bijzonder het recht op verminderd inschrijvingsgeld en de bewijsstukken die daartoe moeten worden voorgelegd en de bijdrage-regeling;6° in voorkomend geval het feit dat voor de academie een aanvraag tot voorlopige erkenning bij de bevoegde overheid werd ingediend of een voorlopige erkenning voor een schooljaar van de bevoegde overheid werd verkregen;7° in voorkomend geval de samenstelling van de academieraad. Het schoolbestuur informeert de leerling of de betrokken personen onmiddellijk tijdens het schooljaar van voorlopige erkenning, vermeld in het eerste lid, 6°, over de beslissing van de bevoegde overheid over de aangevraagde erkenning. Art. 48.Als een leerling van academie verandert of in meerdere academies les volgt, kunnen de betrokken academies leerlingengegevens overdragen die betrekking hebben op de leerlingspecifieke onderwijsloopbaan, tenzij de leerling of de betrokken personen zich daar expliciet tegen verzetten. Art. 49.Voor iedere leerling houdt de academie de volgende gegevens bij, die ze aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten bezorgt : 1° de naam, de voornaam en het adres;2° de geboortedatum;3° de nationaliteit;4° de al gevolgde opleidingen in een academie voor deeltijds kunstonderwijs en de resultaten;5° de huidige opleiding in het deeltijds kunstonderwijs;6° het rijksregisternummer of bisnummer. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze en de data waarop de gegevens, vermeld in het eerste lid, uiterlijk bezorgd moeten zijn.
Onder bisnummer als vermeld in het eerste lid, 6°, wordt verstaan : het identificatienummer van de sociale zekerheid voor de personen die rechten hebben binnen de Belgische sociale zekerheid, maar niet opgenomen zijn in het Rijksregister.
Onderafdeling 2. - Tijdelijke en definitieve uitsluiting van leerlingen Art. 50.§ 1. De directeur kan in uitzonderlijke gevallen een leerling tijdelijk uitsluiten. Door de tijdelijke uitsluiting wordt de leerling het recht ontnomen om in de loop van het schooljaar de leeractiviteiten werkelijk en regelmatig te volgen gedurende een periode van, naargelang het geval, minimaal een lesdag en maximaal veertien opeenvolgende dagen. § 2. Het schoolbestuur kan in uitzonderlijke gevallen een leerling definitief uitsluiten. Een definitieve uitsluiting is een tuchtsanctie die inhoudt dat de gesanctioneerde leerling wordt uitgeschreven. Tegen die beslissing is beroep mogelijk conform het academiereglement, vermeld in artikel 58. § 3. In afwachting van een eventuele tijdelijke of definitieve uitsluiting, kan de leerling preventief worden geschorst door het schoolbestuur als bewarende maatregel. Bij preventieve schorsing wordt de leerling het recht ontnomen om in de loop van het schooljaar de leeractiviteiten werkelijk en regelmatig te volgen gedurende een periode van maximaal veertien opeenvolgende dagen.
Het schoolbestuur kan, op voorwaarde dat een duidelijke motivering aan de leerling en de betrokken personen wordt gegeven, beslissen om de aanvankelijke periode eenmalig met maximaal veertien opeenvolgende dagen te verlengen, indien door externe factoren het tuchtonderzoek niet binnen die eerste periode kan worden afgerond.
De schorsing kan onmiddellijk uitwerking hebben en de leerling en de betrokken personen worden daar in dat geval van op de hoogte gebracht. Art. 51.Tijdelijke en definitieve uitsluitingen kunnen alleen uitgevoerd worden na een procedure die de rechten van verdediging waarborgt en waarin de volgende principes gehanteerd worden : 1° het voorafgaandelijke advies van de betrokken leerkrachten wordt ingewonnen;2° de leerling en de betrokken personen worden schriftelijk of elektronisch op de hoogte gebracht van de intentie om een tuchtmaatregel te nemen;3° de leerling en de betrokken personen hebben inzage in het tuchtdossier van de leerling, met inbegrip van het advies van de betrokken leerkrachten, en worden gehoord, daarbij eventueel bijgestaan door een vertrouwenspersoon;4° de tuchtstraf is in overeenstemming met de ernst van de feiten;5° de betrokken leerling en desgevallend de betrokken personen worden schriftelijk of elektronisch op de hoogte gebracht van de genomen beslissing.De academie verwijst in de kennisgeving naar de mogelijkheid tot het instellen van het beroep en neemt de bepalingen op uit het academiereglement, vermeld in artikel 58, die daar betrekking op hebben, in die kennisgeving. Afdeling 3. - Leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften
Art. 52.Een leerling die beschikt over een verslag als vermeld in artikel 15 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, of een verslag als vermeld in artikel 294 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 2010 houdende de codificatie betreffende het secundair onderwijs, of erkend is als persoon met een handicap krachtens een Vlaamse, een andere Belgische of buitenlandse wetgeving, kan een individueel aangepast curriculum volgen als de directeur en de betrokken leerkrachten na overleg met de leerling en de betrokken personen motiveren dat de leerling ondanks redelijke aanpassingen onvoldoende leerwinst kan boeken in het gemeenschappelijke curriculum.
Een leerling met een individueel aangepast curriculum kan afwijken van een of meer van de volgende bepalingen : 1° de bepalingen over de studieomvang, vermeld in artikel 12 tot en met 20;2° de bepaling over de einddoelen en de leerplannen, vermeld in artikel 5 en 8;3° de bepalingen over de toelatingsvoorwaarden, vermeld in artikel 29, § 2, tot en met 36;4° de bepalingen over de evaluatie en de studiebekrachtiging, vermeld in artikel 59 tot en met 62. De directeur en de betrokken leerkrachten ontwikkelen het individueel aangepast curriculum in samenspraak met de leerling en de betrokken personen, bewaken de ontwikkelingsgerichtheid en nemen de nodige pedagogische, didactische en organisatorische maatregelen. De directeur en betrokken leerkrachten kunnen een beroep doen op externe deskundigen of op de pedagogische begeleidingsdienst.
Een individueel aangepast curriculum duurt maximaal een leerjaar langer dan de graad waarin de leerling is ingeschreven. De leerling kan het leertraject niet verlengen. Bij het beëindigen van de graad reikt de academie aan de leerling een leerbewijs uit.
De onderwijsinspectie en het Agentschap voor Onderwijsdiensten kunnen het individueel aangepast curriculum op elk moment inkijken in de academie. Art. 53.Een leerling die beschikt over een gemotiveerd verslag, vermeld in artikel 16 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, of een verslag als vermeld in artikel 352 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 2010 houdende de codificatie betreffende het secundair onderwijs, of erkend is als persoon met een handicap krachtens een Vlaamse, een andere Belgische of buitenlandse wetgeving, kan na overleg met de directeur en de betrokken leerkrachten, binnen het gemeenschappelijk curriculum afwijken van de bepalingen over de studieomvang, vermeld in artikel 12 tot en met 20, en de bepalingen over de evaluaties, vermeld in artikel 61 en 62.
In het eerste lid wordt onder gemeenschappelijk curriculum verstaan de goedgekeurde leerplannen die ten minste herkenbaar de doelen bevatten die noodzakelijk zijn om de basiscompetenties, de beroepskwalificaties of de specifieke eindtermen te bereiken.
De directeur en de leerkrachten motiveren de afwijkingen in relatie tot de leerwinst met het oog op het behalen van het bewijs van competenties of bewijs van beroepskwalificatie. Afdeling 4. - Les volgen in het deeltijds kunstonderwijs
Art. 54.Een regelmatige leerling heeft het inschrijvingsgeld, vermeld in artikel 90 tot en met 92, betaald en is verplicht deel te nemen aan alle leeractiviteiten en zich te engageren om de vooropgestelde einddoelen te realiseren, behalve in geval van door het schoolbestuur gewettigde afwezigheid of behalve in geval van vrijstelling van een vak.
De academie is vrij om de indeling in klasgroepen te bepalen van de leerlingen die een bepaald vak volgen. Daarbij houdt zij rekening met de leeftijdsgebonden cognitieve en psychosociale ontwikkeling van kinderen, jongeren en volwassenen. Art. 55.De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden waaronder een leerling zijn opleiding kan spreiden over verschillende academies. Art. 56.De Vlaamse Regering legt de procedures vast waardoor een leerling, die al vereiste competenties verworven heeft, recht heeft op een vrijstelling voor een vak. Art. 57.§ 1. Een leerling kan na overleg met directeur en betrokken leerkrachten een vak waarin kennis, vaardigheden of attitudes geïntegreerd verworven worden, geheel of gedeeltelijk vervangen door leeractiviteiten in een alternatieve leer-context die relevant is voor het verwerven van de basiscompetenties, specifieke eindtermen of het behalen van de beroepskwalificatie, als aan al de volgende voorwaarden is voldaan : 1° de verantwoordelijke van de alternatieve leercontext biedt een kwaliteitsvolle leeromgeving aan;2° de verantwoordelijke van de al …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.