📄 Wettekst
29 SEPTEMBER 2001. - Koninklijk besluit betreffende de aanduiding en de uitoefening van de managementfuncties in de federale overheidsdiensten
VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het ontwerp van besluit dat ik de eer heb aan Uwe Majesteit ter ondertekening voor te leggen, voert de fundamentennota van de Regering uit die op 28 april 2000 werd goedgekeurd voor wat betreft de invulling van het nieuwe management van de federale overheidsdiensten.
Inleiding De responsabilisering van het management van de federale overheidsdiensten begint aan de top.
De managementfuncties De voorzitter van het directiecomité is de hoogste managementfunctie die managementopdrachten (ten overstaan van het directiecomité) en beleidsvoorbereidende opdrachten (als lid van de Beleidsraad) combineert. De minister heeft een onderhoud met de door een Selectiecommissie en expert-evaluatoren in groep A - en bij uitputting van A, in groep B - gerangschikte Nederlandstalige en Franstalige kandidaten. Dit onderhoud heeft tot doel de Nederlandstalige en Franstalige kandidaten te vergelijken.
Elke Selectiecommissie wordt, per te begeven managementfunctie voor elke federale overheidsdienst samengesteld per taalrol.
Met elke Selectiecommissie, wordt bedoeld de Nederlandstalige en Franstalige selectiecommissie die per te begeven managementfunctie voor elke federale overheidsdienst wordt samengesteld. De selectie gebeurt dus per taalrol.
In het ontwerp van wet tot wijziging van de taalwetgeving in bestuurszaken dat eerstdaags in het Parlement zal worden ingediend, zal worden ingevoegd dat, naast de pariteit van het geheel van de voorzittersbetrekkingen, wat de voorzitters van het directiecomité van de vier horizontale federale overheidsdiensten betreft, minstens één van die betrekkingen aan de andere taalrol moet worden toebedeeld.
Binnen dit wettelijk kader zal het een verplichting zijn om, gebeurlijk, af te wijken van de rangschikking om redenen welke voortvloeien uit de toepassing van de taalwetgeving en uiteraard slechts in de mate dat dit noodzakelijk is om aan de dwingende bepalingen van de taalwetten tegemoet te komen. Het feit dat dit taalevenwicht wordt vooropgesteld, heeft tot gevolg dat indien het wettelijk vereiste evenwicht niet kan worden bereikt, de selectieprocedure voor een bepaalde federale overheidsdienst dient te worden hervat.
Het principe van de taalkaders en de verdeling ervan over de taalrollen is een fundamenteel beginsel van de Belgische taalwetgeving en strekt ertoe niet alleen de toepassing van de taalwetgeving naar de burger toe te realiseren maar strekt tevens tot de bescherming van de ambtenaren van elke taalrol en, in fine, tot de pacificatie tussen de gemeenschappen binnen het federale België.
De Koning stelt de voorzitter van het directiecomité aan na beraadslaging in de Ministerraad op voorstel van de betrokken minister voor een periode van zes jaar respectievelijk tot het einde van de legislatuur overeenkomstig artikel 10 van het besluit.
De indeling en rangschikking in groepen A, B, C en D resulteert uit een door Selor, met inbreng van externe deskundigen, georganiseerde vergelijkende selectie.
De houders van de andere managementfuncties worden eveneens na een vergelijkende selectie tot indeling in groepen A, B, C en D, aangesteld door de Koning. De Selectiecommissie en de expert-evaluatoren rangschikken de kandidaten in groep A en in groep B. Vervolgens vindt een onderhoud plaats met de in groep A gerangschikte nederlandstalige en franstalige kandidaten en bij uitputting van groep A met de in B gerangschikte nederlandstalige en franstalige kandidaten. Diegene die het onderhoud voert, vergelijkt de nederlandstalige en de franstalige kandidaten. De Koning stelt hen aan in een mandaat voor zes jaar of voor wat betreft de programmatorische federale overheidsdiensten, voor de duur van de programmatorische overheidsdienst met een maximum van zes jaar.
Elke groep A bevat de kandidaten die allen zeer geschikt zijn voor de uit te oefenen functie, elke groep B de kandidaten die allen geschikt zijn voor de uit te oefenen functie, elke groep C de kandidaten die minder geschikt zijn voor de uit te oefenen functie, elke groep D de kandidaten die niet geschikt zijn voor de uit te oefenen functie.
Bovendien, zoals reeds gesteld, vindt in groep A en B een rangschikking plaats.
Het belang van de managementfunctie wordt gewogen aan de hand van wegingsfactoren gekaderd in een vooraf vastgelegd wegingssysteem. Deze weging bepaalt de beloning. De nadere regels inzake weging en verloning maken het voorwerp uit van een afzonderlijk koninklijk besluit.
Voor de topfuncties, zijnde de voorzitter van het directiecomité en de managementfunctie -1, wordt de functie opengesteld voor internen en externen. Voor de managementfunctie -2 en -3 gebeurt de recrutering intern aan de ministeries en federale overheidsdiensten.
In antwoord op de opmerking van de Raad van State, gemaakt in zijn advies nr. 31.372/1 van 22 maart 2001, gegeven bij het
koninklijk besluit van 2 mei 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/01/1974
pub.
28/08/2012
numac
2012000533
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de inaanmerkingneming van bepaalde diensten en van met dienstactiviteit gelijkgestelde perioden voor het toekennen en berekenen van pensioenen ten laste van de Staatskas. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten0 dat wordt ingetrokken, over het feit dat het koninklijk besluit tot bepaling van de algemene principes niet voorziet dat externen in mandaat kunnen komen als tijdelijke statutairen maar enkel als vastbenoemden of als contractuelen, stelt de Regering dat om redenen van behoorlijke regelgeving hiermee bij de volgende aanpassing van voornoemd koninklijk besluit rekening zal gehouden worden.
De manager vertrekt van een wederzijds afgesproken opdracht met concrete doelstellingen en middelen vastgelegd in een managementplan.
De managers worden tweejaarlijks geëvalueerd op hun behaalde prestaties binnen de context van hun managementplan. Deze evaluatie is beschrijvend en leidt slechts tot een conclusie in het geval van "onvoldoende". Deze vermelding "onvoldoende" leidt tot een voortijdige beëindiging van het mandaat. Deze evaluatie dient duidelijk op feiten gerelateerd te zijn die afgetoetst zijn aan de afspraken die werden vastgelegd in het managementplan.
Ten laatste zes maanden voor het einde van het mandaat krijgt de houder van een managementfunctie een algehele eindevaluatie. Deze is eveneens beschrijvend van aard maar kan aanleiding geven tot twee conclusies, zijnde "onvoldoende" en "zeer goed".
De vermelding "zeer goed" geeft aanleiding tot een hernieuwing van het mandaat.
De vermelding "onvoldoende" brengt met zich mee dat de mandaathouder, zelfs bij een nieuwe kandidatuurstelling voor een managementfunctie, geen herintegratievergoeding kan ontvangen.
In dit ontwerp wordt, rekening houdende met het arrest van de Raad van State nr. 98.735 van 7 september 2001, voorzien in een procedure bij evaluatie die op uitdrukkelijke wijze beantwoordt aan de essentiële vereisten inzake behoorlijk bestuur. Aldus werd voorzien in de hoorplicht, de bijstand door een verdediger en een georganiseerd administratief beroep bij dezelfde overheid.
Artikelsgewijze bespreking Hoofdstuk I - Toepassingsgebied Het voorliggend ontwerp van koninklijk besluit is van toepassing op alle horizontale en verticale federale overheidsdiensten, evenals op de programma-torische federale overheidsdiensten. Bij deze laatste categorie wordt rekening gehouden met hun eigenheid, namelijk de gebondenheid aan de prioriteiten van een regering en een eigen beperkte structuur.
Hoofdstuk II - De managementfuncties en hun juridische aard De managementfunctie is een beheersfunctie binnen een federale overheidsdienst of een afdeling van een federale overheidsdienst. Een federale overheidsdienst is een gecentraliseerde dienst van het Rijk, zoals gedefinieerd in het
koninklijk besluit van 7 november 2000Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
07/11/2000
pub.
18/11/2000
numac
2000002106
bron
ministerie van ambtenarenzaken
Koninklijk besluit houdende oprichting en samenstelling van de organen die gemeenschappelijk zijn aan iedere federale overheidsdienst
sluiten.
Een managementfunctie verschilt van een functie van ambtenaar- generaal in die zin dat in de eerste functie tussen de hiërarchisch hogere en de functiehouder een managementplan en een operationeel plan wordt vastgelegd, en dit pas nadat de functiehouder geslaagd is in een selectieprocedure waarin zowel de functiespecifieke competenties als de managementvaardigheden van de kandidaat werden beoordeeld. Beide beoordelingscriteria samen worden niet gehanteerd bij de benoeming van een ambtenaar-generaal.
Bovendien oefenen houders van een managementfunctie een significant verschillende functie uit van die van de ambtenaren-generaal ten gevolge van het
koninklijk besluit van 7 november 2000Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
07/11/2000
pub.
18/11/2000
numac
2000002106
bron
ministerie van ambtenarenzaken
Koninklijk besluit houdende oprichting en samenstelling van de organen die gemeenschappelijk zijn aan iedere federale overheidsdienst
sluiten, waardoor de functie van voorzitter van het directiecomité en de lagere managementfuncties per essentie een beleidsmatige strategische inhoud krijgt. Uit het opgeheven
koninklijk besluit van 6 september 1993Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/01/1974
pub.
28/08/2012
numac
2012000533
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de inaanmerkingneming van bepaalde diensten en van met dienstactiviteit gelijkgestelde perioden voor het toekennen en berekenen van pensioenen ten laste van de Staatskas. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten8 betreffende de bevoegdheden van de ambtenaren-generaal blijkt duidelijk dat de functie van secretaris-generaal en directeur-generaal het beleidscomponent niet inhield.
De managementfuncties worden ingevuld bij wege van een mandaat - tijdelijk statuut - zoals uitgewerkt in onderhavig koninklijk besluit.
De uitoefening van deze permanente functies bij mandaat is verantwoord gezien deze functies begeven worden op basis van bekwaamheden inzake management in een overheidsdienst die onderhevig is aan de permanente evolutie en verandering eigen aan een snel evoluerende maatschappij.
In functie van de uitgetekende nieuwe structuren voor de federale (programmatorische) overheidsdiensten, zoals goedgekeurd op de Ministerraad van 1 december 2000, duidt de Koning voor elke overheidsdienst afzonderlijk, op voorstel van de betrokken minister, het aantal betrekkingen overeenstemmend met managementfuncties in die overheidsdienst aan.
Onderhavig besluit legt de algemene hiërarchie van de managementfuncties vast. De managementfuncties worden aangeduid door de Koning en functioneel ingedeeld in -1, -2 en -3 overeenkomstig de verhouding van de -1 ten opzichte van de voorzitter van het Directiecomité, van de -2 ten opzichte van de -1 en van de -3 ten opzichte van -2 en overeenkomstig de plaats van hun dienst in het organogram van de federale overheidsdienst. De houders van een managementfunctie staan verder hiërarchisch boven de rangen 15.
De titularissen van de afgeschafte graden van rang 17 en 16 die geen managementfunctie bekleden, maken ook deel uit van het personeel van de federale overheidsdienst maar niet meer van de hiërarchie. De secretaris-generaal opdrachthouder ontvangt zijn opdracht van de minister en rapporteert rechtstreeks aan de minister. De directeur-generaal ontvangt zijn opdracht van de voorzitter van het directiecomité en rapporteert rechtstreeks aan die voorzitter.
Enkel in de federale overheidsdienst "Financiën" zal, gezien de hoge mate van deconcentratie, het managementniveau -3 voorkomen.
Hoofdstuk III - Selectie, werving en de aanstelling van de houders van een managementfunctie Afdeling I - Algemene bepaling
De selectie van de kandidaten gebeurt volgens de algemene regels die voor de werving en selectie van statutaire ambtenaren gelden, behoudens de afwijkingen of toevoegingen in dit ontwerp. Dit betekent onder meer dat de selectie wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van Selor, bijgestaan door externe deskundigen en dat de kandidaten dienen te voldoen aan de bepalingen betreffende selectie en werving die vervat zijn in het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het rijkspersoneel, zoals bijvoorbeeld de burgerlijke en politieke rechten genieten. Afdeling II - Selectie
SELOR valideert de resultaten van elke stap in de vergelijkende selectie en maakt zich daartoe na uitoefening van de kwaliteitsbewaking de resultaten van elke stap in de vergelijkende selectie eigen of niet. Dit veronderstelt dat zij elke stap van de vergelijkende selectie of minstens één onderdeel ervan hebben bijgewoond. Indien SELOR de kwaliteit van het assessment onvoldoende acht, zal het assessment herbegonnen dienen te worden.
Verder verzekert SELOR de handhaving van de taalwetgeving inzake bestuurszaken.
Met het oog op het aantrekken van de meest geschikte kandidaten wordt de toegang tot de twee hoogste managementniveaus opengesteld voor kandidaten, intern zowel als extern aan het federaal administratief Openbaar Ambt.
Er wordt geen leeftijdsvereiste opgelegd. Mandaten kunnen ook worden toegekend aan personen die tijdens het mandaat de pensioengerechtigde leeftijd bereiken. Zij zullen dan ook hun mandaat voor het einde van de zes jaar of het einde van de legislatuur beëindigen.
Voor de uitoefening van de managementfuncties van voorzitter van het directiecomité en -1 wordt van de kandidaten vereist dat zij een functie van niveau 1 uitoefenen of kunnen deelnemen aan een vergelijkende selectie voor een functie van niveau 1.
Dit vraagt van de externen dat zij houder zijn van een diploma dat in aanmerking komt voor de werving in een functie van niveau 1, opgenomen in Bijlage I van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het rijkspersoneel, met andere woorden dat zij houder zijn van een universitair diploma of een daarmee gelijkgesteld diploma.
Verder wordt voor de functie van voorzitter van het Directiecomité en de managementfunctie -1 minimaal zes jaar managementervaring of minimaal 10 jaar nuttige professionele ervaring gevraagd. Bij overgangsmaatregel wordt voor de eerste selectie, onder zes jaar managementervaring in de publieke sector verstaan : zes jaar gepresteerd hebben als ambtenaar, als titularis van minstens een graad van rang 13. De kandidaten extern aan het federaal administratief Openbaar Ambt, zullen voor de beoordeling van de zes jaar managementervaring een vergelijkbare ervaring met rang 13 dienen aan te tonen.
Onder "nuttige professionele ervaring" wordt verstaan beroepservaring die gerelateerd wordt aan de functiebeschrijving, het competentieprofiel en de daarmee gepaard gaande verantwoordelijkheden inclusief periodes van management.
De managementfuncties -2 en -3 worden voorbehouden aan personen die een functie van niveau 1, hetzij als contractueel hetzij als statutair, in een federaal ministerie of federale overheidsdienst uitoefenen sinds minstens 6 jaar zonder bijkomende noodzakelijke ervaring op het vlak van het management.
Dit verschil in recrutering wordt verantwoord door het feit dat de verantwoordelijkheden van de twee hoogste functies zich op een ruimer en hoger niveau situeren. De voorzitter van het directiecomité neemt de leiding waar van de overheidsdienst. De managementfuncties -1 zijn verantwoordelijk voor de verschillende operationele diensten. Dit verklaart ook meteen de vereiste van zes jaar managementervaring of tien jaar nuttige professionele ervaring.
Dankzij deze benadering wordt bovendien een interne kweekvijver gecreëerd waaruit bij latere selecties gebeurlijke kandidaten voor de hogere managementfuncties kunnen komen. De internen verwerven zodoende de nodige en nuttige ervaring die de concurrentie met de externen en het doorgroeien naar het topmanagement mogelijk maakt. In de toekomst zal voor de internen managementervaring ervaring als houder van een managementfunctie zijn. De andere kandidaten uit de overheid zullen dan een managementervaring vergelijkbaar aan het managementniveau -2 of -3 moeten aantonen.
De selectie van de houders van de managementfuncties zal objectief gebeuren aan de hand van een uitgewerkte functiebeschrijving en competentieprofiel.
Het competentieprofiel omschrijft niet alleen de specifieke competenties, maar ook generieke management- en relatievaardigheden.
Binnen afzienbare tijd zal van de houder van een managementfunctie eveneens de functionele kennis van de andere taal vereist worden eens deze notie is bepaald en ingevoerd door de wetgeving inzake taalgebruik in bestuurszaken. Hiertoe zal de regering de nodige wetgevende initiatieven nemen. Het wetsontwerp dat eerstdaags bij de Kamer van Volksvertegenwoordigers zal worden ingediend, zal tevens in een overgangsperiode voorzien.
Binnen de federale overheidsdiensten, zal de opmaak van de functiebeschrijving en het competentieprofiel, voor de functie van voorzitter van het directiecomité, gebeuren door de minister. Voor de andere managementfuncties zal dit de bevoegdheid van de minister zijn op voorstel van de voorzitter samen met het direct hogere managementniveau voor wat betreft de managementfuncties -2 en -3.
Binnen de programmatorische federale overheidsdiensten stelt de bevoegde minister of desgevallend de bevoegde staatssecretaris de functiebeschrijving en het competentieprofiel op voor de voorzitter.
Wij spreken hier niet van voorzitter van een Directiecomité maar enkel van voorzitter gezien zij niet allemaal een Directiecomité zullen hebben. Voor de overige managementfuncties gebeurt dit door de minister of in voorkomend geval de staatssecretaris op voorstel van de voorzitter.
Bij de samenstelling van elke selectiecommissie, namelijk de Nederlandstalige en Franstalige, zal de afgevaardigd bestuurder van SELOR rekening houden met de functiespecifieke elementen die voorkomen in de functiebeschrijving en het competentieprofiel en zorgen dat de competenties van de leden van elke selectiecommissie van die aard zijn dat deze de aanwezigheid van die functiespecifieke elementen in het profiel van de kandidaat kunnen evalueren. De profielen van de leden van de selectiecommissie worden bovendien in samenspraak met de betrokken functionele minister voor de voorzitter, en met de betrokken functionele minister op voorstel van de voorzitter, voor de andere functies bepaald. Elke selectiecommissie wordt voorgezeten door de afgevaardigd bestuurder van SELOR of zijn gedelegeerde en bestaat minimaal voor de helft plus één uit experten uit de brede overheidssector en non-profit sector.
De afgevaardigd bestuurder van SELOR maakt voor de functie van voorzitter en de management-functie -1, de samenstelling van elke Selectiecommissie over aan de regeringsleden die hem hun eventuele opmerkingen binnen de zeven kalenderdagen laten geworden. SELOR dient op deze opmerkingen te antwoorden met een gemotiveerde beslissing.
Als organisator en coördinator waakt SELOR erover dat een gelijke norm wordt gehanteerd voor beide taalrollen, zodanig dat is gegarandeerd dat kandidaten van een gelijkaardig niveau van beide taalrollen kunnen deelnemen aan de selectieprocedure.
De voorzitters van de Franstalige en Nederlandstalige selectiecommissie overleggen om de gelijkwaardigheid in de gehanteerde aanpak van de Franstalige en Nederlandstalige selectie-commissie af te toetsen.
In antwoord op de opmerking van de Raad van State betreffende de selecties per taalrol, merken we op dat a priori de verschillende functies van voorzitter van het directiecomité niet toegewezen zijn aan het Nederlandse of het Franse taalkader. De selectieprocedure test de competenties en vaardigheden van de kandidaten en wenst aan alle kandidaten, Nederlandstalige en Franstalige, dezelfde slaagkansen te bieden. De gelijke aanpak werd ingebouwd en wordt verzekerd door de voorzitters van de selectiecommissies die aangeduid worden door SELOR - Selectiebureau van de Federale Overheid en die ten dien einde overleg plegen. De beide selectiecommissie steunen zich op dezelfde functiebeschrijving, hetzelfde competentieprofiel en hetzelfde daaruit voortvloeiend competentieraster.
Zoals uit artikel 8 van onderhavig besluit blijkt, bestaat de nederlandstalige en de franstalige vergelijkende selectie uit vier stappen : 1. SELOR gaat na of de kandidaat voldoet aan de algemene en bijzondere toelatingsvoorwaarden.Indien dit niet het geval is, wordt hij uitgesloten. 2. Het assessment wordt afgenomen door externe expert-evaluatoren, aangeduid door SELOR.Twee leden van elke selectiecommissie worden uitgenodigd om aanwezig te zijn bij onderdelen van het assessment als observator.
Vervolgens beschrijven de expert-evaluatoren het assessment van elke kandidaat en kennen zij aan elke kandidaat een beoordeling toe, namelijk "zeer geschikt", "geschikt", "minder geschikt" en "niet-geschikt". Ook hierbij worden de observatoren uitgenodigd om aanwezig te zijn met raadgevende stem. 3. Elke Selectiecommissie interviewt elke kandidaat en gaat in casu zijn functiespecifieke competenties, vermeld in de desbetreffende functiebeschrijving en competentieprofiel, na.Zij kent aan elke kandidaat een beoordeling toe, namelijk "zeer geschikt, "geschikt", "minder geschikt en "niet-geschikt". De externe expert-evaluatoren, aangeduid door SELOR, worden uitgenodigd om aanwezig te zijn bij het interview en de beoordeling met raadgevende stem. 4. Vervolgens maken elke Selectiecommissie en de betrokken expert-evaluatoren samen, allen met beslissende stem, de eindevaluatie op en delen ze de kandidaten in in 4 groepen A of B of C of D. Bovendien worden de kandidaten door elke Selectiecommissie en de expert-evaluatoren in groep A en groep B gerangschikt op basis van hun resultaat behaald op het assessment en de mondelinge proef. Wanneer kandidaten gelijkwaardig worden bevonden, worden die kandidaten ex aequo gerangschikt. Zij sturen deze eindevaluatie aan de aanstellende overheid samen met de verslagen en de deelresultaten van het assessment en de mondelinge proef teneinde haar optimaal in te lichten omtrent het door elke kandidaat behaalde resultaat.
De kandidaten worden na elke indeling en/of rangschikking ingelicht over hun resultaat. Na de eindindeling kunnen alle kandidaten feedback vragen bij de externe expert-evaluatoren over hun assessment. Afdeling III - Werving
De Franstalige en Nederlandstalige kandidaten, gerangschikt in groep A krijgen een onderhoud met, naargelang de managementfunctie, de minister of de voorzitter van het directiecomité en de houder van een hogere managementfunctie. Bij de programmatorische federale overheidsdiensten wordt het onderhoud met de kandidaten voor voorzitter gevoerd door de minister of in voorkomend geval de bevoegde staatssecretaris. Van elk onderhoud wordt een verslag opgemaakt dat wordt gevoegd in het aanstellingsdossier. Dit onderhoud heeft verder tot doel de gerangschikte Nederlandstalige en de Franstalige kandidaten te vergelijken en dit aan de hand van de vooraf opgestelde functiebeschrijving en competentieprofiel. Deze vergelijking is noodzakelijk teneinde een keuze te maken tussen een nederlandstalige en franstalige kandidaat zo het taalkader - de toekomstige wettelijke taalpariteit tussen de voorzitters onderling - deze keuze niet bepaalt.
Teneinde te voldoen aan de bepalingen van de taalwetgeving inzake bestuurszaken zal bij het onderhoud, wanneer diegene die het onderhoud leidt van de andere taalrol dan de kandidaat en ééntalig is, aan betrokkene een wettelijk tweetalige van de taalrol van de kandidaat worden toegevoegd. Teneinde te verzekeren dat aan deze verplichting wordt voldaan, zal SELOR, dat instaat voor de kwaliteitscontrole van de selectie, bij de overmaking van de namen van de geselecteerden in groep A, desgevallend in groep B, steeds de interviewer hierop wijzen.
Bij uitputting van groep A, wordt dezelfde procedure herhaald voor de kandidaten van groep B. Onder uitputting wordt verstaan, het feit dat er geen kandidaten in groep A ingedeeld werden of dat de kandidaten van groep A niet willen of kunnen hun functie opnemen. Afdeling IV - De aanstelling
De managementfuncties worden uitgeoefend in het kader van een mandaat van zes jaar. In afwijking van deze algemene regel kunnen alle houders van een managementfunctie die deel uitmaken van de buitenlandse carrières van Buitenlandse Zaken kiezen voor een mandaat van zes of vier jaar. Verder wordt de voorzitter van het directiecomité van de Federale overheidsdienst "Kanselarij en Algemene Diensten" aangesteld voor de duur van de ambtstermijn van de Eerste Minister.
Binnen de programmatorische federale overheidsdiensten zullen het mandaten zijn voor de duur van de betrokken overheidsdienst, met andere woorden, die een einde nemen bij de herziening van de betrokken programmatorische federale overheidsdienst, met een maximum van zes jaar.
De voorzitter van het directiecomité wordt aangesteld door de Koning, na beraadslaging in de Ministerraad op voorstel van de betrokken minister. De andere houders van een managementfunctie worden aangesteld door de Koning, op voorstel van de betrokken minister na voordracht door de voorzitter van het directiecomité. In geval er een bevoegde staatssecretaris is, wordt deze betrokken bij de aanstelling.
Zij doen geen stage. Afdeling V - Het managementplan van de houder van een
managementfunctie Het zijn de partijen die het onderhoud gevoerd hebben die de verdere inhoudelijke invulling van de managementfunctie zullen uitwerken. Die inhoudelijke invulling zal gebeuren aan de hand van : 1° een managementplan, zijnde de vertaling naar de betrokken managementfunctie van de beleidsvisie zoals die blijkt uit het strategisch plan, uitgewerkt door de beleidsraad en de minister, in een meer precieze beheersopdracht alsook in te bereiken strategische en operationele doelstellingen;indien het managementplan gevolgen heeft op het personeelsbeleid, zal dit overlegd worden in het Basisoverlegcomité; 2° een jaarlijks operationeel plan, voortrollend over drie jaar, dat de concrete prestaties en resultaatgebieden omschrijft.In dit operationeel plan worden zowel jaarlijkse doelstellingen opgenomen (bvb. specifieke outputs, processen), managementdoelen (bvb. training, IT) en financiële doelstellingen als een aantal doelstellingen op het vlak van efficiëntie- en kwaliteitsverbetering.
Dit operationeel plan omvat eveneens een budgettaire invulling op jaarbasis van het managementplan.
Zowel het managementplan als het operationeel plan zijn niet als statisch te beschouwen. Het operationeel plan wordt minstens jaarlijks aangevuld en geëvalueerd. Dit kan eveneens op elk moment gebeuren voor het managementplan, bijvoorbeeld na de tweejaarlijkse evaluatie en na vaststelling van de jaarlijkse begroting.
Hoofdstuk IV - Voorwaarden en nadere regelen van de uitoefening van de functie Het statuut van de rijksambtenaren is, behoudens wat bepaald is in onderhavig besluit, van toepassing op de houders van een managementfunctie. Zo zijn de rechten en plichten van de rijksambtenaren en de tuchtregeling op hen van toepassing.
Tijdens de duur van zijn mandaat wordt de vastbenoemde ambtenaar in verlof voor opdracht van ambtswege geplaatst. Hij behoudt dus al zijn rechten. Zijn betrekking kan slechts na twee jaar vacant verklaard worden.
Sociaal zekerheidsstatuut De houders van een managementfunctie die extern zijn aan het federaal administratief Openbaar Ambt of reeds contractueel personeelslid waren, vallen eveneens onder het sociaal zekerheidsstatuut van de statutaire ambtenaren van de Staat, behoudens wat de sector pensioenen betreft. Dit betekent bijvoorbeeld op vlak van ziekteuitkering dat na de betaling van het gewaarborgd maandloon, zij geen ziekteuitkering van hun mutualiteit ontvangen maar gewoon doorbetaald worden.
Alle houders van een managementfunctie bouwen tijdens hun mandaat een privé-pensioen en een extra-legaal pensioen op.
Op de toekenning en de berekening van het pensioen van de vastbenoemde ambtenaar zal artikel 4 van de
wet van 10 januari 1974Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/01/1974
pub.
28/08/2012
numac
2012000533
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de inaanmerkingneming van bepaalde diensten en van met dienstactiviteit gelijkgestelde perioden voor het toekennen en berekenen van pensioenen ten laste van de Staatskas. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten (Belgisch Staatsblad 4 april 1974) "tot regeling van de in aanmerkingneming van bepaalde diensten en van met dienstactiviteit gelijkgestelde perioden voor het toekennen en berekenen van pensioenen ten laste van de Staatskas" van toepassing zijn.
De houder van een managementfunctie - vastbenoemde ambtenaar - is krachtens dit besluit in verlof voor opdracht van ambtswege geplaatst dat gelijkgesteld wordt met de administratieve stand "dienstactiviteit" om hem in staat te stellen de managementfunctie uit te oefenen en kan op grond van die beroepswerkzaamheid aanspraak maken op een rustpensioen of rente in de privé-sector. Voor de berekening van zijn ambtenarenpensioen tellen de jaren gepresteerd als houder van een managementfunctie mee maar de verhoging van zijn ambtenarenpensioen die deze meetelling met zich meebrengt, zal in de regel lager zijn dan het opgebouwde privé-pensioen en extra-legaal pensioen gezien de hoge verloning. Hij zal derhalve in de regel het privé-pensioen en het extra-legaal pensioen krijgen en een ambtenarenpensioen zonder rekening te houden met het aantal jaren gepresteerd als houder van een managementfunctie. Hij krijgt dus steeds het hoogste bedrag.
Bij het einde van het mandaat vallen de externen onder artikel 7 van de wet 20 juli 1991 houdende sociale en diverse bepalingen en zal de overheid derhalve gezien zij tijdens de uitoefening van hun mandaat geen sociale bijdragen betalen voor de sector uitkeringen van de verplichte ziekteverzekering en de werkloosheidsverzekering, de nodige sociale bijdragen dienen te storten. Bijvoorbeeld wat betreft het genot van werkloosheidsuitkering is het zo dat wie ouder is dan 50 jaar, 24 maanden dient bij te dragen zelfs bij de beëindiging van rechtswege van het mandaat.
Verloven Artikel 14 bepaalt dat de houder van een managementfunctie zijn functie voltijds uitoefent. Hij geniet dus het verlofstelsel van de rijksambtenaar onder voorbehoud van de beperkingen voorzien in onderhavig besluit.
Beloning De beloning van de houders van een managementfunctie zal op een evenwichtige wijze gebeuren, wat betekent een gelijkwaardige bruto beloning voor een gelijkwaardige functie.
Functies van hetzelfde managementniveau zijn niet noodzakelijk gelijkwaardige functies naar beloning toe. Elke functie wordt gewogen naar de uit te voeren taken en toegekende verantwoordelijkheden. Het functiewegingssysteem, de objectieve criteria die aan de basis liggen van dit systeem en de beloningsmethodiek, werden bepaald bij een afzonderlijk koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
Het functiewegingssysteem heeft als doel gelijkwaardige functies gelijkwaardig te belonen en is gebaseerd op objectieve criteria aangeduid in het functiewegingssysteem.
Het beloningspakket omvat een maandwedde en een extra-legaal pensioen.
De houders van de managementfunctie kunnen bovenop het vastgestelde beloningspakket een onkosten-vergoeding genieten en een dienstwagen ter beschikking krijgen.
Hoofdstuk V - De evaluatie De houders van een managementfunctie, inclusief de voorzitter van het directiecomité, worden tweejaarlijks geëvalueerd.
Gelet op de te bereiken doelstellingen en gelet op hun bijzondere positie - zeker wat betreft de personeelsleden van de federale ministeries en overheidsdiensten - wordt bij de managementfuncties een andere invulling gegeven aan een evaluatie "onvoldoende", namelijk in relatie tot de managementfunctie.
Bij de managementfunctie zal, gezien hun bijzondere verantwoordelijkheden, met name de concrete strategische en operationele doelstellingen die geformuleerd staan in de respectieve managementplannen en operationele plannen, de evaluatie zich ook daarop moeten focussen. De beoordeling van de houders van een managementfunctie zal bijgevolg gebaseerd zijn enerzijds op de behaalde resultaten met betrekking tot de vooropgestelde doelstellingen en anderzijds op de manier waarop de werkzaamheden werden ondernomen.
De evaluatie beperkt zich tot de uitoefening van de managementfunctie.
Het onvoldoende functioneren op managementniveau heeft inderdaad slechts gevolgen voor dat niveau, wat blijkt uit de gevolgen van de evaluatie "onvoldoende". Er wordt enkel een einde gesteld aan het mandaat. Het leidt voor vastbenoemde ambtenaren niet tot een voorstel tot ontslag als ambtenaar.
Een ander bijzonder aspect van de managementfuncties is, dat de houder van een mandaat zes maanden voor het einde van zijn mandaat een globale eindevaluatie krijgt. Deze evaluatie houdt rekening met de uiteindelijke resultaten.
In het
koninklijk besluit van 2 mei 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/01/1974
pub.
28/08/2012
numac
2012000533
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de inaanmerkingneming van bepaalde diensten en van met dienstactiviteit gelijkgestelde perioden voor het toekennen en berekenen van pensioenen ten laste van de Staatskas. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten0 dat thans wordt ingetrokken, was voorzien dat de minister wanneer hij de voorzitter evalueert, zich liet bijstaan door een extern bureau. De afwezigheid van een extern bureau in de andere gevallen werd door de Raad van State in zijn arrest nr. 98.735 van 7 september 2001 geacht onvoldoende waarborgen te bieden inzake objectiviteit. Om deze reden wordt in onderhavig besluit in alle gevallen in de aanwezigheid van een extern bureau voorzien.
Naast het georganiseerd administratief beroep bij dezelfde overheid, zal tevens worden voorzien, via een wetgevend initiatief in een beroep, bij een nieuw op te richten administratief rechtscollege.
Hoofdstuk VI - Einde van het mandaat en de niet-hernieuwing ervan Het mandaat neemt van rechtswege een einde bij het verstrijken van de termijn en kan bij de toekenning van een evaluatie "onvoldoende" vroegtijdig beëindigd worden.
In `s lands belang, en om de continuïteit van de openbare dienst te verzekeren, is een verlenging van het mandaat tot de datum van aanstelling van zijn opvolger mogelijk, en dit voor een termijn van maximum zes maanden.
Er kunnen zich volgende situaties voordoen : 1° beëindiging met een evaluatievermelding "onvoldoende" : a) de vastbenoemde ambtenaar van het federaal administratief Openbaar Ambt wordt gereaffecteerd in een passende statutaire functie;b) de houder van een managementfunctie extern aan het federaal administratief Openbaar Ambt (incl.de ex-contractuele personeelsleden) heeft recht op een beëindigingsvergoeding, door Ons bepaald; 2° einde van het mandaat van rechtswege zonder toekenning van een "onvoldoende" en zo na deelname aan een vergelijkende selectie, er geen voorstel tot nieuw mandaat volgt : a) de vastbenoemde ambtenaar van het federaal administratief Openbaar Ambt heeft het recht op vrijwillig ontslag uit zijn statutair ambt met genot van een herintegratievergoeding, door Ons bepaald, of reaffectatie in een passende statutaire functie;b) de houder van een managementfunctie extern aan het federaal administratief Openbaar Ambt (incl.de ex-contractuele personeelsleden) heeft recht op een herintegratievergoeding, door Ons bepaald.
Hoofdstuk VII - Hernieuwing van het mandaat Indien uit de uitoefening van zijn functie blijkt dat de houder van een managementfunctie ontegensprekelijk aan de gestelde generieke en specifieke voorwaarden voldoet, wat geconcretiseerd wordt in een eindevaluatie "zeer goed", wordt het mandaat, met uitzondering van het mandaat van de voorzitter van het Directiecomité van de Federale overheidsdienst "Kanselarij en Algemene Diensten", hernieuwd op grond van een door beide partijen goedgekeurd nieuw managementplan zonder dat deze managementfunctie open wordt verklaard.
Er wordt met andere woorden geen nieuwe selectie georganiseerd. De eerste selectie wordt geacht geldig te zijn voor het sluiten van het nieuwe mandaat. Ten opzichte van de overheid, heeft de houder van de managementfunctie van wie het eerste mandaat is afgelopen, dus een recht op een nieuwe mandaatperiode bij een eindvermelding "zeer goed".
Hoofdstuk VIII - Overgangsbepalingen Selectie De gevraagde managementervaring is bij de eerste invulling, voor de vastbenoemde ambtenaren, een ervaring in minstens rang 13. Dit is een objectief criterium en enkel een deelnemingsvoorwaarde. Hoe dan ook zal betrokkene tijdens het assessment het bezit van managementpotentieel moeten bewijzen.
Bij de eerste invulling van de managementfuncties zal elke minister, met ondersteuning van de Federale Overheidsdienst "Personeel en Organisatie", een functiebeschrijving en competentieprofiel opstellen.
Voor de managementfuncties, andere dan de functie van voorzitter van het Directiecomité, vervangt de minister, zolang de voorzitter niet is aangesteld, en dus in afwijking van de algemene regel, de voorzitter van het directiecomité bij het onderhoud en bij de voordracht. De samenspraak met betrekking tot de profielen van de leden van de selectiecommissie gebeurt eveneens enkel met de minister of de betrokken staatssecretaris.
De huidige rangen 16 en 17 De federale overheidsdiensten worden opgericht op het ogenblik van bekendmaking van hun oprichtingsbesluit in het Belgisch Staatsblad.
Het personeel wordt slechts overgeheveld op de datum bepaald door de betrokken minister.
De graden van rang 16 en 17 worden afgeschaft in de federale overheidsdiensten op het ogenblik van de overdracht van hun respectievelijke titularissen, als deel van het over te dragen personeel van het ministerie, naar de federale overheidsdienst. Zij behouden hun graad dus ten persoonlijke titel.
Hun titularissen kunnen deelnemen aan de selectieprocedures voor de managementfuncties. Zo zij dit niet wensen of niet aangesteld worden in een managementfunctie, overleggen de ex-rangen 17 met en ontvangen ze hun opdracht van de minister en rapporteren aan hem. De ex-rangen 16 overleggen met en ontvangen hun opdracht van de voorzitter van het directiecomité en rapporteren aan hem. Allen worden dus aangesteld als opdrachthouder en dit minimaal met behoud van wedde. De inhoud van hun opdracht wordt dus in onderling overleg bepaald na een grondige analyse van hun competenties en loopbaanverwachtingen via professionele individuele coaching.
Hoofdstuk IX - Opheffings- en slotbepalingen Artikel 74bis van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het rijkspersoneel bepaalt dat de graden van de huidige rangen 15, 16 en 17 bij mandaat worden uitgeoefend. Dit artikel heeft, gezien het voorliggend ontwerp, geen bestaansredenen meer.
Hetzelfde geldt voor de vermelde koninklijke besluiten die in uitvoering van het oud artikel 22 van de wet van 22 juli 1993 houdende bepaalde maatregelen inzake ambtenarenzaken en bovenvermeld artikel 74bis werden genomen.
Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Minister van Ambtenarenzaken en Modernisering van de openbare besturen, L. VAN DEN BOSSCHE
ADVIES VAN DE RAAD VAN STATE De Raad van State, afdeling wetgeving, eerste kamer, op 9 oktober 2001 door de Minister van Ambtenarenzaken en Modernisering van de openbare besturen verzocht hem, binnen een termijn van ten hoogste drie dagen, van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit « betreffende de aanduiding en de uitoefening van de managementfuncties in de federale overheidsdiensten », heeft op 11 oktober 2001 het volgende advies gegeven : Volgens artikel 84, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moeten in de adviesaanvraag de redenen worden opgegeven tot staving van het spoedeisend karakter ervan.
In het onderhavige geval wordt het verzoek om spoedbehandeling gemotiveerd door de omstandigheid : « dat veranderingsprocessen belangrijke consequenties hebben voor het personeel; dat dergelijk proces in de mate van het mogelijke - en uiteraard met respect voor het rechterlijk toezicht - zo snel als mogelijk, kordaat en doelmatig, moet wordt doorgevoerd; dat het een topprioriteit is van deze regering werk te maken van een klantvriendelijke administratie en aan deze publieke diensten een nieuw elan te geven; dat de Regering een niet aflatende inzet heeft betoond om elke opeenvolgende stap noodzakelijk voor deze hervorming op een zo kort mogelijke termijn heeft gerealiseerd; dat deze hervorming talrijke wijzigingen aan de wetgeving en reglementering vereist, met name volgende wetgevende en reglementaire initiatieven zijn gerealiseerd of bevinden zich in een ver gevorderd stadium : - het
koninklijk besluit van 22 mei 2000Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
22/05/2000
pub.
27/05/2000
numac
2000002045
bron
ministerie van ambtenarenzaken
Koninklijk besluit houdende diverse bepalingen betreffende de inwerkingstelling van de human resources cellen in de federale ministeries
sluiten houdende diverse bepalingen betreffende de inwerkingstelling van de human resources cellen in de federale ministeries; - het
koninklijk besluit van 7 november 2000Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
07/11/2000
pub.
18/11/2000
numac
2000002106
bron
ministerie van ambtenarenzaken
Koninklijk besluit houdende oprichting en samenstelling van de organen die gemeenschappelijk zijn aan iedere federale overheidsdienst
sluiten houdende oprichting en samenstelling van de organen die gemeenschappelijk zijn aan iedere federale overheidsdienst; - het
koninklijk besluit van 22 december 2000Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
22/12/2000
pub.
09/01/2001
numac
2000002124
bron
ministerie van ambtenarenzaken
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het rijkspersoneel
type
koninklijk besluit
prom.
22/12/2000
pub.
09/01/2001
numac
2000002123
bron
ministerie van ambtenarenzaken
Koninklijk besluit betreffende de selectie en de loopbaan van het rijkspersoneel
sluiten tot wijziging van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het rijkspersoneel; - het
koninklijk besluit van 22 december 2000Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
22/12/2000
pub.
09/01/2001
numac
2000002124
bron
ministerie van ambtenarenzaken
Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het rijkspersoneel
type
koninklijk besluit
prom.
22/12/2000
pub.
09/01/2001
numac
2000002123
bron
ministerie van ambtenarenzaken
Koninklijk besluit betreffende de selectie en de loopbaan van het rijkspersoneel
sluiten betreffende de selectie en de loopbaan van het rijkspersoneel; -
koninklijk besluit van 13 maart 2001Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
13/03/2001
pub.
20/03/2001
numac
2001002013
bron
ministerie van ambtenarenzaken
Koninklijk besluit tot invoering van een verlof voorafgaand aan de pensionering ten gunste van ambtenaren van het federaal administratief Openbaar Ambt die titularis zijn van de graden die gerangschikt zijn in niveau 3 en 4
sluiten tot invoering van een verlof voorafgaand aan de pensionering ten gunste van ambtenaren van het federaal administratief Openbaar Ambt die titularis zijn van de graden die gerangschikt zijn in niveau 3 en 4; -
wet van 23 maart 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
23/03/2001
pub.
05/04/2001
numac
2001012204
bron
ministerie van tewerkstelling en arbeid
Wet tot wijziging van de wetgeving betreffende het verlof voor de uitoefening van een politiek mandaat, wat de burgemeester, schepenen, de voorzitter en de leden van het bureau van de districtsraden en OCMW-voorzitter betreft en tot invoering van een suppletief sociaal statuut voor de OCMW-voorzitter
type
wet
prom.
23/03/2001
pub.
24/05/2001
numac
2001003193
bron
ministerie van financien
Wet tot wijziging van de wet van 22 oktober 1997 betreffende de structuur en de accijnstarieven inzake minerale olie
sluiten houdende diverse maatregelen inzake ambtenarenzaken; - het
koninklijk besluit van 2 mei 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/01/1974
pub.
28/08/2012
numac
2012000533
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de inaanmerkingneming van bepaalde diensten en van met dienstactiviteit gelijkgestelde perioden voor het toekennen en berekenen van pensioenen ten laste van de Staatskas. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten0 betreffende de aanduiding en uitoefening van de management- en staffuncties in de federale overheidsdiensten dat het scharnier en startsein vormde voor de effectieve operationalisering van deze fundamentele hervorming van het federaal Openbaar Ambt en geschorst werd door de afdeling administratie van de Raad van State op 7 september 2001; - het
koninklijk besluit van 11 mei 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/01/1974
pub.
28/08/2012
numac
2012000533
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de inaanmerkingneming van bepaalde diensten en van met dienstactiviteit gelijkgestelde perioden voor het toekennen en berekenen van pensioenen ten laste van de Staatskas. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten1 houdende oprichting van de Federale Overheidsdienst Informatie- en communicatietechnologie; - het
koninklijk besluit van 11 mei 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/01/1974
pub.
28/08/2012
numac
2012000533
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de inaanmerkingneming van bepaalde diensten en van met dienstactiviteit gelijkgestelde perioden voor het toekennen en berekenen van pensioenen ten laste van de Staatskas. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten1 houdende oprichting van de Federale Overheidsdienst Personeel en Organisatie; - het
koninklijk besluit van 15 mei 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/01/1974
pub.
28/08/2012
numac
2012000533
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de inaanmerkingneming van bepaalde diensten en van met dienstactiviteit gelijkgestelde perioden voor het toekennen en berekenen van pensioenen ten laste van de Staatskas. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten7 houdende oprichting van de Federale Overheidsdienst Budget en Beheerscontrole; - het
koninklijk besluit van 15 mei 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/01/1974
pub.
28/08/2012
numac
2012000533
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de inaanmerkingneming van bepaalde diensten en van met dienstactiviteit gelijkgestelde perioden voor het toekennen en berekenen van pensioenen ten laste van de Staatskas. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten7 houdende oprichting van de Federale Overheidsdienst Kanselarij en Algemene Diensten; - het
koninklijk besluit van 23 mei 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/01/1974
pub.
28/08/2012
numac
2012000533
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de inaanmerkingneming van bepaalde diensten en van met dienstactiviteit gelijkgestelde perioden voor het toekennen en berekenen van pensioenen ten laste van de Staatskas. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten2 houdende oprichting van de Federale Overheidsdienst Justitie; - het
koninklijk besluit van 23 mei 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/01/1974
pub.
28/08/2012
numac
2012000533
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de inaanmerkingneming van bepaalde diensten en van met dienstactiviteit gelijkgestelde perioden voor het toekennen en berekenen van pensioenen ten laste van de Staatskas. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten2 houdende oprichting van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid; - het
koninklijk besluit van 23 mei 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/01/1974
pub.
28/08/2012
numac
2012000533
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de inaanmerkingneming van bepaalde diensten en van met dienstactiviteit gelijkgestelde perioden voor het toekennen en berekenen van pensioenen ten laste van de Staatskas. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten2 houdende oprichting van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid Voedselketen en Leefmilieu; - het
koninklijk besluit van 4 juli 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/01/1974
pub.
28/08/2012
numac
2012000533
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de inaanmerkingneming van bepaalde diensten en van met dienstactiviteit gelijkgestelde perioden voor het toekennen en berekenen van pensioenen ten laste van de Staatskas. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten3 tot wijziging van artikel 9 van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders; - het
koninklijk besluit van 11 juli 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/01/1974
pub.
28/08/2012
numac
2012000533
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de inaanmerkingneming van bepaalde diensten en van met dienstactiviteit gelijkgestelde perioden voor het toekennen en berekenen van pensioenen ten laste van de Staatskas. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten4 betreffende de weging van de management- en staffuncties in de federale overheidsdiensten en tot vaststelling van hun wedde; - het
koninklijk besluit van 19 juli 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/01/1974
pub.
28/08/2012
numac
2012000533
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de inaanmerkingneming van bepaalde diensten en van met dienstactiviteit gelijkgestelde perioden voor het toekennen en berekenen van pensioenen ten laste van de Staatskas. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten5 houdende diverse bepalingen betreffende de inwerkingstelling van de federale overheidsdiensten en de programmatorische federale overheidsdiensten; - het
koninklijk besluit van 19 juli 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/01/1974
pub.
28/08/2012
numac
2012000533
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de inaanmerkingneming van bepaalde diensten en van met dienstactiviteit gelijkgestelde perioden voor het toekennen en berekenen van pensioenen ten laste van de Staatskas. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten5 betreffende de invulling van de beleidsorganen van de federale overheidsdiensten en betreffende de personeelsleden van de federale overheidsdiensten aangewezen om deel uit te maken van een kabinet van een lid van een Regering of van een College van een Gemeenschap of een Gewest; - het
koninklijk besluit van 19 juli 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/01/1974
pub.
28/08/2012
numac
2012000533
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de inaanmerkingneming van bepaalde diensten en van met dienstactiviteit gelijkgestelde perioden voor het toekennen en berekenen van pensioenen ten laste van de Staatskas. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten5 tot vaststelling, met het oog op de toepassing van artikel 43 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, van de graden van de ambtenaren van de centrale diensten van de federale overheidsdiensten, die eenzelfde trap van de hiërarchie vormen; - het
koninklijk besluit van 19 juli 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/01/1974
pub.
28/08/2012
numac
2012000533
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de inaanmerkingneming van bepaalde diensten en van met dienstactiviteit gelijkgestelde perioden voor het toekennen en berekenen van pensioenen ten laste van de Staatskas. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten5 tot vaststelling van de taalkaders van de Federale Overheidsdienst Personeel en Organisatie; - het
koninklijk besluit van 19 juli 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/01/1974
pub.
28/08/2012
numac
2012000533
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de inaanmerkingneming van bepaalde diensten en van met dienstactiviteit gelijkgestelde perioden voor het toekennen en berekenen van pensioenen ten laste van de Staatskas. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten5 tot vaststelling van de taalkaders van de Federale Overheidsdienst Budget en Beheerscontrole; - het
koninklijk besluit van 19 juli 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/01/1974
pub.
28/08/2012
numac
2012000533
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de inaanmerkingneming van bepaalde diensten en van met dienstactiviteit gelijkgestelde perioden voor het toekennen en berekenen van pensioenen ten laste van de Staatskas. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten5 tot vaststelling van de taalkaders van de Federale Overheidsdienst Informatie- en Communicatie-technologie; - het
koninklijk besluit van 19 juli 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/01/1974
pub.
28/08/2012
numac
2012000533
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de inaanmerkingneming van bepaalde diensten en van met dienstactiviteit gelijkgestelde perioden voor het toekennen en berekenen van pensioenen ten laste van de Staatskas. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten5 tot vaststelling van de taalkaders van de Federale Overheidsdienst Kanselarij en Algemene Diensten; - ontwerp van koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 8 maart 2001 tot vaststelling van de voorwaarden voor het uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis voorgeschreven bij artikel 53 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken samengevat op 18 juli 1966; - het ontwerp van koninklijk besluit betreffende de aanwijzing van tweetalige adjuncten in de centrale diensten van de federale overheidsdiensten; - het voorontwerp van wet tot invoeging van de artikelen 43ter, 44bis, 46bis, 69 en 70 in de wetten op het gebruik van talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966 - Regeringsamendementen; - het ontwerp van koninklijk besluit houdende wijziging van diverse reglementaire bepalingen inzake het statuut van het rijkspersoneel; - het ontwerp van koninklijk besluit betreffende de mobiliteit van het personeel van sommige overheidsdiensten; - het voorontwerp van wet houdende diverse bepalingen inzake ambtenarenzaken; dat de Raad van State op 7 september 2001 bovenvermeld
koninklijk besluit van 2 mei 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/01/1974
pub.
28/08/2012
numac
2012000533
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de inaanmerkingneming van bepaalde diensten en van met dienstactiviteit gelijkgestelde perioden voor het toekennen en berekenen van pensioenen ten laste van de Staatskas. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten0 met zijn arrest nr. 98.735 heeft geschorst; dat evenwel voormeld koninklijk besluit vooralsnog niet is vernietigd zodat niettegenstaande de schorsing de bestaande rechtsordening gewijzigd is doch die wijzigingen niet ten uitvoer kunnen worden gelegd; dat in dit kader heel wat personeelsleden van de federale overheid zich in de onzekerheid bevinden omtrent hun toekomst gezien zij zich kandidaat gesteld hebben en de lopende procedures door de schorsing eveneens opgeschort zijn; dat bovendien heel wat belangstellenden uit de private sector kun kandidatuur gesteld hebben en over het gevolg dat daaraan wordt gegeven in het ongewisse blijven; dat daarenboven de continuïteit, doelmatigheid en goede werking van de federale dienstverlening in gevaar dreigt te komen wanneer de periode van overgang nog toeneemt; dat in dat kader is vast te stellen dat bij gebrek aan duidelijke verantwoordelijken omtrent het uitoefenen van de leidinggevende functie de uitgaven van de onderscheiden departementen op onverklaarbare wijze toenemen; dat selectieprocedures, benoemingen en bevorderingen geen doorgang kunnen vinden ingevolge onduidelijkheid over de geldende reglementering nu, niettegenstaande de schorsing van het
koninklijk besluit van 2 mei 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/01/1974
pub.
28/08/2012
numac
2012000533
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de inaanmerkingneming van bepaalde diensten en van met dienstactiviteit gelijkgestelde perioden voor het toekennen en berekenen van pensioenen ten laste van de Staatskas. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten0, hetzij uitdrukkelijk hetzij impliciet wijzigingen zijn opgetreden zodat ook de vroegere reglementering niet onverkort kan worden toegepast; dat leidinggevende, aan de top van de administratie, die eerlang op rust zijn gesteld, daardoor niet kunnen worden vervangen en diegene die recht hebben om in rust te worden gesteld niet langer in dienst kunnen worden gehouden om grond van artikel 3 van het koninklijk besluit van 12 mei 1927 betreffende de ouderdom van de oppensioenstelling van de ambtenaren, de beambten en het dienstpersoneel van de Staat, nu de daarin vermelde termijn van zes maanden werd uitgeput; dat zulks inzonderheid problematisch is voor de werking van SELOR - Selectiebureau van de Federale Overheid hetgeen door de cruciale rol dat dit organisme vervult, uitstraalt op de werking van het gehele Openbaar Ambt en de operationalisering van Copernicus aanzienlijk belemmert;
Om die redenen houdt dit koninklijk besluit rekening met dit arrest en de overwegingen die eraan ten grondslag liggen; de termijn van drie dagen wordt gerechtvaardigd doordat dit koninklijk besluit verschilt van het geschorste besluit door een beperkt aantal wijzigingen en verbeteringen aangebracht in functie van voornoemd arrest; de spoed wordt ook nog verantwoord om verwarring bij het personeel te voorkomen en de intentie van de Regering betreffende de implementatie van deze hervorming tijdens deze legislatuur te onderstrepen. » Gelet op de korte termijn welke hem voor het geven van zijn advies wordt toegemeten, heeft de Raad van State, afdeling wetgeving, zich moeten beperken tot het maken van de hiernavolgende opmerkingen.
VOORAFGAANDE OPMERKING Het besluit dat thans in ontwerpvorm voorligt is bestemd om in de plaats te komen van het
koninklijk besluit van 2 mei 2001Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
10/01/1974
pub.
28/08/2012
numac
2012000533
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot regeling van de inaanmerkingneming van bepaalde diensten en van met dienstactiviteit gelijkgestelde perioden voor het toekennen en berekenen van pensioenen ten laste van de Staatskas. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten0 betreffende de aanduiding en de uitoefening van de management- en staffuncties in de federale overheidsdiensten. Het laatstgenoemde besluit, waarvan de tenuitvoerlegging, werd geschorst bij het arrest nr. 98.735, Jadot, v …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.