← België

Decreet betreffende het onderwijs XXVII

Kort samengevat

Dit decreet wijzigt de regels voor het basisonderwijs in Vlaanderen, met een focus op individueel aangepaste leerplannen, taalonderwijs, kwaliteitszorg en de ondersteuning van leerlingen met specifieke behoeften.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
16 JUNI 2017. - Decreet betreffende het onderwijs XXVII (1) Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt : Decreet betreffende het onderwijs XXVII HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling Artikel I.1. Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid. HOOFDSTUK 2. - Decreet basisonderwijs Art. II.1. In artikel 3 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, het laatst gewijzigd bij het decreet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/02/2003 pub. 01/07/2003 numac 2003035650 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XIV sluiten4, wordt tussen punt 24° en punt 24° bis, een punt 24° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt : "24° /1 individueel aangepast curriculum : een curriculum waarbij leerdoelen op maat van de leerling met een verslag voor toegang tot buitengewoon onderwijs worden geformuleerd. De leerdoelen op maat van de leerling worden gekozen door de klassenraad in afstemming met de ouders, waar mogelijk de leerling, de CLB-medewerker en in voorkomend geval externe ondersteuners, vertrekkende van de ontwikkelingsdoelen en de leerdoelen die het bereiken van de eindtermen beogen. Dit curriculum kan, indien dit noodzakelijk is voor de leerling, ook gebaseerd worden op de ontwikkelingsdoelen van het buitengewoon onderwijs. Het curriculum wordt naargelang de studievoortgang van de leerling aangepast. Deze leerdoelen moeten worden nagestreefd en beogen de maximale ontplooiing van de leerling en een zo volwaardig mogelijke participatie aan het klas- en schoolgebeuren in de school voor gewoon onderwijs. Leerlingen die een individueel aangepast curriculum volgen komen niet in aanmerking voor het getuigschrift basisonderwijs behoudens wanneer voldaan is aan de voorwaarden van artikel 54;". Art. II.2. In artikel 13, § 1, 1°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 20 maart 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 15/07/1999 numac 1999035935 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van sommige decreten betreffende de raadpleging van adviesorganen door het Vlaams Parlement sluiten3 en vervangen door het decreet van 21 december 2012, wordt het getal "220" vervangen door het getal "250". Art. II.3. In artikel 29, eerste lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 14 februari 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/02/2003 pub. 01/07/2003 numac 2003035650 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XIV sluiten, wordt de laatste zin vervangen door wat volgt : "Die keuze kunnen ze uiterlijk op 30 juni van het lopende schooljaar wijzigen voor het volgende schooljaar.". Art. II.4. In artikel 37undecies, § 2, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 25 november 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 15/07/1999 numac 1999035935 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van sommige decreten betreffende de raadpleging van adviesorganen door het Vlaams Parlement sluiten7, vervangen bij het decreet van 21 maart 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/02/2003 pub. 01/07/2003 numac 2003035650 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XIV sluiten0 en gewijzigd bij de decreten van 19 juni 2015 en 17 juni 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden, tussen de zinsnede "leerlingenbegeleiding," en het woord "over", de woorden "binnen een redelijke termijn na de inschrijving" ingevoegd; 2° tussen het eerste lid en het tweede lid wordt een nieuw tweede lid ingevoegd, dat luidt als volgt : "Op basis van het overleg met de ouders, de klassenraad en het centrum voor leerlingenbegeleiding, vermeld in het eerste lid, beslist de school binnen een redelijke termijn en uiterlijk 60 kalenderdagen na de effectieve start van de lesbijwoning of de aanpassingen die de leerling nodig heeft proportioneel dan wel disproportioneel zijn.". Art. II.5. Artikel 43 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 7 mei 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/05/2004 pub. 16/07/2004 numac 2004036123 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende instemming met de avenant van 12 februari 2004 aan het Samenwerkingsakkoord tussen de Staat, de Gewesten en de Duitstalige Gemeenschap van 4 juli 2000 betreffende de sociale economie, bekrachtigd door de wet van 26 juni 2001, gewijzigd door de wet van 6 mei 2003 houdende instemming met de avenant van 15 augustus 2002 aan het Samenwerkingsakkoord tussen de Staat, de Gewesten en de Duitstalige Gemeenschap van 4 juli 2000 betreffende de sociale economie type decreet prom. 07/05/2004 pub. 09/06/2004 numac 2004035898 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap « Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen » type decreet prom. 07/05/2004 pub. 04/06/2004 numac 2004035840 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap « Vlaams Agentschap voor Internationaal Ondernemen » sluiten en gewijzigd bij het decreet van 19 juli 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 15/07/1999 numac 1999035935 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van sommige decreten betreffende de raadpleging van adviesorganen door het Vlaams Parlement sluiten8, wordt vervangen door wat volgt : "Art. 43.§ 1. Het leergebied Frans is verplicht in het vijfde en zesde jaar gewoon lager onderwijs. Het leergebied Frans kan aangeboden worden vanaf het eerste jaar gewoon lager onderwijs in de scholen van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en, op voorwaarde dat de leerlingen het Nederlands voldoende beheersen, vanaf het derde jaar gewoon lager onderwijs in de scholen buiten het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. § 2. De talen Frans en/of Duits en/of Engels kunnen facultatief aangeboden worden vanaf het derde jaar gewoon lager onderwijs, op voorwaarde dat de leerlingen het Nederlands voldoende beheersen. § 3. Taalinitiaties in het Frans, Engels en Duits behoren facultatief tot het onderwijsaanbod van het gewoon basisonderwijs. § 4. Het in paragraaf 2 en paragraaf 3 bedoelde aanbod wordt bepaald door het schoolbestuur met toepassing van de regelgeving inzake participatie. § 5. De onderwijsinspectie waakt over een kwaliteitsvolle invulling van het taalaanbod, vermeld in dit artikel.". Art. II.6. In hoofdstuk V van hetzelfde decreet wordt een afdeling 2bis ingevoegd, die luidt als volgt : "Afdeling 2bis. Gebruik van gevalideerde toetsen voor interne kwaliteitszorg". Art. II.7. In hetzelfde decreet wordt in afdeling 2bis een artikel 44ter ingevoegd, dat luidt als volgt : "Art. 44ter.Op het einde van het gewoon lager onderwijs neemt de school van elke leerling, vanaf het schooljaar 2017-2018, een gevalideerde toets af voor ten minste twee leergebieden en vanaf het schooljaar 2018-2019 voor ten minste drie leergebieden. De resultaten van deze toetsafnames zijn gericht op het verkrijgen van informatie op schoolniveau over de mate waarin de leerlingenpopulatie de eindtermen bereikt en ze worden aangewend in het kader van interne kwaliteitszorg. De resultaten kunnen één van de elementen zijn waar de klassenraad rekening mee houdt bij de toekenning van een getuigschrift zoals bepaald in artikel 53.". Art. II.8. Artikel 53 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 25 april 2014 en 17 juni 2016, wordt vervangen door wat volgt : "Art. 53.Voor zover haar scholen voldoen aan de voorwaarden, bepaald in de artikelen 45 en 62, kan ieder schoolbestuur, op voordracht en na beslissing van de klassenraad een getuigschrift uitreiken aan de regelmatige leerlingen uit het gewoon lager onderwijs. De klassenraad oordeelt autonoom welk getuigschrift een leerling krijgt : 1° hetzij een getuigschrift basisonderwijs, dat aangeeft dat de regelmatige leerling in voldoende mate die doelen uit het leerplan die het bereiken van de eindtermen beogen heeft bereikt;2° hetzij, indien de leerling het in punt 1° vermelde getuigschrift basisonderwijs niet krijgt, een getuigschrift dat aangeeft welke doelen de leerling wel bereikt heeft. Het getuigschrift kan slechts uitgereikt worden aan leerlingen die vóór 1 januari van het lopende schooljaar al acht jaar geworden zijn.". Art. II.9. Artikel 54 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt : "Art. 54.§ 1. Aan leerlingen uit het buitengewoon lager onderwijs en aan leerlingen met een individueel aangepast curriculum in het gewoon lager onderwijs kan een getuigschrift basisonderwijs worden uitgereikt indien de voor deze leerlingen vooropgestelde leerdoelen door de onderwijsinspectie als gelijkwaardig worden beschouwd met die van het gewoon lager onderwijs. § 2. De in paragraaf 1 vermelde leerlingen die het getuigschrift basisonderwijs niet krijgen, ontvangen een getuigschrift dat aangeeft welke doelen de leerling wel heeft bereikt.". Art. II.10. In artikel 55 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 4 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 15/07/1999 numac 1999035935 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van sommige decreten betreffende de raadpleging van adviesorganen door het Vlaams Parlement sluiten9, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de eerste zin wordt opgeheven;2° in de tweede zin wordt het woord "basisonderwijs" opgeheven. Art. II.11. In artikel 57 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 4 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 15/07/1999 numac 1999035935 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van sommige decreten betreffende de raadpleging van adviesorganen door het Vlaams Parlement sluiten9, worden de woorden "De regering bepaalt de procedure tot aflevering van het getuigschrift basisonderwijs alsook de vorm ervan" vervangen door de woorden "De regering bepaalt de modaliteiten, de vorm en de procedure tot aflevering van de getuigschriften zoals bepaald in artikel 53". Art. II.12. In artikel 101 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 21 maart 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/02/2003 pub. 01/07/2003 numac 2003035650 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XIV sluiten0, wordt paragraaf 2 vervangen door wat volgt : " § 2. De conform paragraaf 1 nieuw opgerichte types van vrije keuze moeten op de eerste schooldag van oktober van het oprichtingsjaar voldoen aan de door de regering vastgelegde rationalisatienormen.". Art. II.13. In hetzelfde decreet wordt een artikel 139duodecies/1 ingevoegd, dat luidt als volgt : "Art. 139duodecies/1. In afwijking van de bepalingen van artikel 139duodecies en artikel 139terdecies, § 1, wordt de driejarige cyclus 2014-2015 tot en met 2016-2017 waarbij aan scholen een geïntegreerd ondersteuningsaanbod gelijke onderwijskansen wordt toegekend, verlengd tot en met het schooljaar 2017-2018 met behoud voor elke school van het aantal bijkomende lestijden.". Art. II.14. Aan hoofdstuk XI van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 15 juli 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/02/2003 pub. 01/07/2003 numac 2003035650 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XIV sluiten5, wordt een afdeling 4 toegevoegd, die luidt als volgt : "Afdeling 4. Invoering van regionale ondersteuningsnetwerken in het basis- en secundair onderwijs Art. 172quinquies.§ 1. Met het oog op de invoering van ondersteuningsnetwerken in het basis- en secundair onderwijs kent de Vlaamse Regering jaarlijks binnen de beschikbare budgettaire ruimte personeelsomkadering onder de vorm van begeleidingseenheden, lestijden, lesuren en uren toe aan het buitengewoon onderwijs. Het betreft : 1° 32.587 begeleidingseenheden, waarvan 21.029 voor het basisonderwijs en 11.558 voor het secundair onderwijs; 2° enerzijds de lestijden en uren, in toepassing van artikel 173septies van dit decreet en anderzijds de lesuren en uren in toepassing van artikel 314/5 van de Codex Secundair Onderwijs;3° het extra budget ten belope van 2120 lestijden voor het basisonderwijs en 1410 lesuren voor het secundair onderwijs en 2168 uren, waarvan 1302 voor het basisonderwijs en 886 voor het secundair onderwijs. Begeleidingseenheden kunnen naargelang de aard van de ondersteuning die nodig is, omgezet worden in lestijden, lesuren en uren. De lestijden, respectievelijk de lesuren, en uren, inclusief de omgezette begeleidingseenheden, worden voor scholen buitengewoon basisonderwijs beschouwd als extra lestijden en extra uren, zoals bedoeld in artikel 3, 14° en 14° bis, van dit decreet, en voor scholen buitengewoon secundair onderwijs als extra lesuren en uren. § 2. Op het totaal van de middelen, vermeld in paragraaf 1, 1° tot en met 3°, wordt jaarlijks een pakket aan begeleidingseenheden afgehouden voor de ondersteuning in het gewoon basis- of secundair onderwijs van leerlingen met een inschrijvingsverslag type 2, 4, 6 of 7 auditieve beperking, waarover ze beschikken omdat ze, voor het basisonderwijs, vallen onder de toepassing van artikel 16, § 2, van dit decreet of, voor het secundair onderwijs, vallen onder de toepassing van artikel 352, § 2, van de Codex Secundair Onderwijs en leerlingen met een gemotiveerd verslag of een verslag type 2, 4, 6 of 7 auditieve beperking, die voldoen aan de criteria, vermeld in artikel 10, § 1, eerste lid, 2°, 4° en 6°, van dit decreet, en artikel 10, § 1, eerste lid, 7°, van het voormelde decreet wat betreft een auditieve beperking of artikel 259, § 1, 2°, 4° en 6°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, en artikel 259, § 1, 7°, van dezelfde codex, wat betreft een auditieve beperking. De voorafname gebeurt naar rato van de procentuele toename of afname van het aantal leerlingen van de in het vorige lid vermelde types, die op de eerste schooldag van februari van het voorafgaande schooljaar zijn ingeschreven in een school voor gewoon onderwijs, in vergelijking met deze op de eerste schooldag van oktober 2016, voor wie in het schooljaar 2017-2018 in een pakket ten belope van 14.804 begeleidingseenheden wordt voorzien. De begeleidingseenheden worden door de Vlaamse Regering toegewezen aan de scholen voor buitengewoon onderwijs en worden aangewend om netoverstijgend de ondersteuningsvragen van scholen en centra gewoon onderwijs met betrekking tot leerlingen type 2, 4, 6 en 7 auditieve beperking te beantwoorden. § 3. Het budget, vermeld in paragraaf 1, verminderd met de jaarlijkse voorafname, vermeld in paragraaf 2, wordt door de Vlaamse Regering toegewezen aan ondersteuningsnetwerken en volledig toegekend aan de scholen buitengewoon onderwijs, voor de ondersteuning in het gewoon basis- of secundair onderwijs van leerlingen met een inschrijvingsverslag waarover ze beschikken omdat ze, voor het basisonderwijs, vallen onder de toepassing van artikel 16, § 2, van dit decreet of, voor het secundair onderwijs, vallen onder de toepassing van artikel 352, § 2, van de Codex Secundair Onderwijs en leerlingen met een gemotiveerd verslag of een verslag type basisaanbod, 3, 9 of 7 spraak- of taalstoornis, die voldoen aan de criteria, vermeld in artikel 10, § 1, eerste lid, 1°, 3° en 8°, van dit decreet, en artikel 10, § 1, eerste lid, 7°, van het voormelde decreet wat betreft een spraak- of taalstoornis of artikel 259, § 1, 1°, 3° en 8°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, en artikel 259, § 1, 7°, van dezelfde codex, wat betreft een spraak- of taalstoornis, waarbij : 1° 70 % wordt verdeeld op basis van het leerlingenaantal op de eerste schooldag van februari van het voorafgaande schooljaar van de scholen en centra voor gewoon onderwijs van het ondersteuningsnetwerk;2° 30 % wordt verdeeld op basis van het gemiddeld aantal leerlingen met een verslag, gemotiveerd verslag of inschrijvingsverslag in de scholen en centra voor gewoon onderwijs van het ondersteuningsnetwerk op de eerste schooldag van februari van de zes voorafgaande schooljaren;3° in afwijking van punt 2° gelden als teldata : a) voor het schooljaar 2017-2018 : de eerste schooldag van oktober van de schooljaren 2011-2012 tot en met 2016-2017;b) voor het schooljaar 2018-2019 : de eerste schooldag van oktober van de schooljaren 2012-2013 tot en met 2016-2017 en de eerste schooldag van februari van het schooljaar 2017-2018;c) voor het schooljaar 2019-2020 : de eerste schooldag van oktober van de schooljaren 2013-2014 tot en met 2016-2017 en de eerste schooldag van februari van de schooljaren 2017-2018 en 2018-2019. Voor de middelen, vermeld in paragraaf 1, 2°, gebeurt deze verdeling afzonderlijk voor het basisonderwijs en voor het secundair onderwijs. Scholen voor gewoon en buitengewoon onderwijs delen uiterlijk op 30 juni 2017 aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten mee met welke scholen zij op dit moment samenwerken in het kader van gon, ion en waarborg in functie van de ondersteuning van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften, en bij welk ondersteuningsnetwerk ze voor het schooljaar 2017-2018 aansluiten. Daarna moeten wijzigingen aan de samenstelling jaarlijks uiterlijk op 1 maart van het voorafgaande schooljaar meegedeeld worden. Voor de vorming van de ondersteuningsnetwerken wordt maximaal ingezet op samenwerking met scholen van andere netten. Deze samenwerking kan minimaal volgende vormen aannemen : a) scholen kunnen indien ze dit wensen, opteren voor ondersteuning door een ondersteuningsnetwerk van een ander net;b) het versterken van de internettensamenwerking. Voor het gesubsidieerd officieel onderwijs en het GO!-onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap maken de inrichtende machten tegen 1 januari 2018 sluitende afspraken over logische regionale gebieden waarbinnen er slechts een ondersteuningsnetwerk actief is en waarbij binnen die regio alle officiële scholen zich aansluiten en die over ondersteuning en begeleiding in het kader van ondersteuning van kinderen met specifieke onderwijsbehoeften, afspraken kunnen maken met eender welk ander ondersteuningsnetwerk. In het kader van deze afspraken kunnen scholen buitengewoon onderwijs middelen overdragen aan scholen buitengewoon onderwijs van een ondersteuningsnetwerk dat behoort tot een ander onderwijsnet. § 4. Het globale verlies op het niveau van een onderwijsnet ten gevolge van de berekeningswijze, vermeld in paragraaf 3, in vergelijking met de situatie op niveau van een onderwijsnet van waarborg en begeleidingseenheden gon, met uitzondering van de doelgroepen, bedoeld in paragraaf 2, in het schooljaar 2016-2017, wordt gecompenseerd voor een transitieperiode van de drie schooljaren 2017-2018, 2018-2019 en 2019-2020 bij wijze van een garantiefonds, door het aandeel van de scholen en centra van het stijgende onderwijsnet procentueel te verminderen en het aandeel van de scholen en centra van het dalende onderwijsnet procentueel te vermeerderen naar rato van het vastgestelde verlies van het dalende onderwijsnet. De middelen die het dalende onderwijsnet op die wijze ontvangt, vallen onder de regie van dat onderwijsnet om de verliezen in het buitengewoon onderwijs te compenseren zodat er geen verlies is aan tewerkstelling en ondersteuning die vandaag bestaat. Deze middelen worden tijdens de transitieperiode ingezet voor de verdere ondersteuning van scholen en centra in het gewoon onderwijs van de onderwijsnetten. § 5. Voor ondersteuningsnetwerken die netoverstijgend zijn samengesteld fungeert de gemeenschappelijke vergadering, vermeld in paragraaf 9, als commissie. Voor het gesubsidieerd vrij onderwijs, het gesubsidieerd officieel onderwijs en het GO!-onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap wordt telkens een commissie opgericht die in een gelijke vertegenwoordiging is samengesteld uit leden van het GO!-onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap respectievelijk de representatieve verenigingen van inrichtende machten en de representatieve groeperingen van personeelsverenigingen aangesloten bij een in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen vertegenwoordigde syndicale organisatie. In de schoot van de commissie voor het gesubsidieerd vrij onderwijs kan voor een of meer groepen binnen het gesubsidieerd vrij onderwijs anders dan het gesubsidieerd vrij katholiek onderwijs, een subcommissie opgericht worden. Bij de toewijzing wordt rekening gehouden met volgende criteria : er mag geen verlies aan tewerkstelling en bestaande ondersteuning zijn zodat de verschuivingen zo maximaal mogelijk op een natuurlijke manier tot stand komen. De Vlaamse Regering wijst de omkadering, vermeld in paragraaf 3 en 4, toe aan de ondersteuningsnetwerken op voorstel van de commissies, vermeld in het eerste lid, en kent de omkadering toe aan de scholen voor buitengewoon onderwijs. De commissies houden bij hun voorstellen tijdens de transitieperiode rekening met de beoogde ondersteuning van de ondersteuningsnetwerken, zoals bepaald overeenkomstig paragraaf 3. In afwijking hiervan worden van de in paragraaf 1, 1°, vermelde 32.587 begeleidingseenheden 17.783 begeleidingseenheden door de Vlaamse Regering rechtstreeks terug verdeeld naar de scholen voor buitengewoon onderwijs die in het schooljaar 2016-2017 begeleidingen deden in het kader van het geïntegreerd onderwijs naar rato van : 1° 100 % in het schooljaar 2017-2018;2° 66 % in het schooljaar 2018-2019;3° 33 % in het schooljaar 2019-2020. Het aandeel begeleidingseenheden waarover de commissies in de schooljaren 2018-2019 en 2019-2020 bevoegd worden, worden uitgedrukt in lestijden, lesuren en uren. § 6. Het personeelslid dat in een betrekking wordt aangesteld op basis van de lestijden, lesuren of uren als vermeld in het laatste lid van paragraaf 1, wordt steeds aangesteld als tijdelijk personeelslid voor bepaalde duur. De bepalingen van het decreet Rechtspositie Personeelsleden Gemeenschapsonderwijs of het decreet Rechtspositie Personeelsleden Gesubsidieerd Onderwijs zijn, naargelang van het geval, van toepassing op deze aanstelling, met uitzondering van de volgende bepalingen : 1° de betrekking is niet onderworpen aan de reglementering betreffende terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling.Het schoolbestuur van de school waar de betrekking wordt opgericht, kan evenwel op vrijwillige basis een personeelslid aanstellen dat ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking. Deze aanstelling gebeurt steeds met instemming van het ter beschikking gestelde personeelslid en is, naargelang van het geval, een reaffectatie, een wedertewerkstelling of een tewerkstelling. Indien deze aanstelling een tewerkstelling is, dan wordt ze beschouwd als een wedertewerkstelling; 2° het schoolbestuur van de school waaraan de betrekking wordt toegewezen, is niet verplicht om in de betrekking een personeelslid aan te stellen dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven, overeenkomstig artikelen 21 en 21bis van het decreet Rechtspositie Personeelsleden Gemeenschapsonderwijs of artikelen 23 en 23bis van het decreet Rechtspositie Personeelsleden Gesubsidieerd Onderwijs, naargelang van het geval;3° de betrekking kan niet vacant worden verklaard.Het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in de betrekking. § 7. De afspraken die samenwerkende scholen in dit project maken betreffende de inzetbaarheid van de personeelsleden, vallen onder de toepassing van artikel 12quater van het decreet Rechtspositie Personeelsleden Gemeenschapsonderwijs en artikel 17quater van het decreet Rechtspositie Personeelsleden Gesubsidieerd Onderwijs. § 8. In afwijking van artikel 8 tot en met artikel 15, artikel 16bis tot en met artikel 20, en artikel 22 tot en met artikel 23 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juni 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/05/2004 pub. 16/07/2004 numac 2004036123 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende instemming met de avenant van 12 februari 2004 aan het Samenwerkingsakkoord tussen de Staat, de Gewesten en de Duitstalige Gemeenschap van 4 juli 2000 betreffende de sociale economie, bekrachtigd door de wet van 26 juni 2001, gewijzigd door de wet van 6 mei 2003 houdende instemming met de avenant van 15 augustus 2002 aan het Samenwerkingsakkoord tussen de Staat, de Gewesten en de Duitstalige Gemeenschap van 4 juli 2000 betreffende de sociale economie type decreet prom. 07/05/2004 pub. 09/06/2004 numac 2004035898 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap « Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen » type decreet prom. 07/05/2004 pub. 04/06/2004 numac 2004035840 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap « Vlaams Agentschap voor Internationaal Ondernemen » sluiten0 betreffende de opdracht van het personeel in het basisonderwijs geldt voor het onderwijzend personeel, het paramedisch personeel, het medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel dat aangesteld wordt in een betrekking in het buitengewoon basisonderwijs tijdens het schooljaar 2017-2018 tot en met 2019-2020 een hoofdopdracht van 22 lestijden en een schoolopdracht van 26 klokuren. De hoofdopdracht bestaat in de ondersteuning van het onderwijzend personeel en van het kind dat de ondersteuning nodig heeft in het gewoon onderwijs. De tijd die nodig is voor professionalisering, overleg en samenwerking, coördinatietaken en dienstverplaatsingen maakt deel uit van de schoolopdracht. Middelen binnen een ondersteuningsnetwerk die niet rechtstreeks worden aangewend voor leerling- of leerkrachtgerichte ondersteuning moeten worden verantwoord en goedgekeurd door alle lokale onderhandelingscomités van de betrokken scholen. In het kader van de uitwerking van dit decreet zullen de competentiebegeleiders, vermeld in artikel VI.1 van het decreet van 21 maart 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/02/2003 pub. 01/07/2003 numac 2003035650 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XIV sluiten0 betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften, in hun taakstelling bijzondere aandacht besteden aan de opdracht, vermeld in paragraaf 2, punt 4°, door hen effectief in te zetten om in de ondersteuningsnetwerken te werken aan expertiseontwikkeling. § 9. Een stuurgroep die wordt opgericht in de schoot van deze gemeenschappelijke vergadering van het Sectorcomité X - Onderwijs (Vlaamse Gemeenschap), het Comité voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten - afdeling 2 - onderafdeling `Vlaamse Gemeenschap' en het Overkoepelend onderhandelingscomité gesubsidieerd vrij onderwijs, staat in voor de voorbereiding, opvolging en aansturing van de invoering van ondersteuningsnetwerken. De onderwijsinspectie en administratie zullen toezicht houden op de toekenning en aanwending van de middelen voor personeelsomkadering, vermeld in paragraaf 1, op de werking van de ondersteuningsnetwerken, de coördinatie en de aansturing van de teams en op de kwaliteit van de ondersteuning op niveau van het effect voor leraren, lerarenteams en leerlingen. § 10. De overheid zal een grondige evaluatie en monitoring doorvoeren waarvan de resultaten op 1 september 2019 beschikbaar zijn. Deze evaluatie zal uitgevoerd worden in samenspraak met de stuurgroep, vermeld in paragraaf 9, door een onafhankelijke commissie van experten en academici en heeft onder meer betrekking op : 1° het gehanteerde verdelingsmechanisme;2° de personeelseffecten;3° de ondersteuning in de klas voor de leerling en de leerkracht en de leerlingenbewegingen; 4° de doelmatige aanwending van de middelen.". Art. II.15. Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 september 2017. Artikel II.3 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2017. Artikel II.2 treedt in werking op 1 september 2018. HOOFDSTUK 3. -Secundair onderwijs Afdeling 1. - Codex Secundair Onderwijs Art. III.1. In artikel 3 van de Codex Secundair Onderwijs, het laatst gewijzigd bij het decreet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/02/2003 pub. 01/07/2003 numac 2003035650 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XIV sluiten4, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° er wordt een punt 15° /2 ingevoegd, dat luidt als volgt : "15° /2 individueel aangepast curriculum : een curriculum waarbij leerdoelen op maat van de leerling met een verslag voor toegang tot buitengewoon onderwijs worden geformuleerd.De leerdoelen op maat van de leerling worden gekozen door de klassenraad in afstemming met de ouders, waar mogelijk de leerling, de CLB-medewerker en in voorkomend geval externe ondersteuners, vertrekkende van het geheel van de leerdoelen van de betrokken opleiding. Dit curriculum kan, indien dit noodzakelijk is voor de leerling, gebaseerd worden op de ontwikkelingsdoelen van het buitengewoon onderwijs of op de opleidingsprofielen van opleidingsvorm 3. Het curriculum wordt naargelang de studievoortgang van de leerling aangepast. Deze leerdoelen moeten worden nagestreefd, en beogen de maximale ontplooiing van de leerling en een zo volwaardig mogelijke participatie aan het klas- en schoolgebeuren in de school voor gewoon onderwijs. Daarnaast beoogt dit curriculum ook ofwel de participatie aan de maatschappij, eventueel in een omgeving waar in ondersteuning voorzien is, ofwel de arbeidsdeelname in een omgeving waar in ondersteuning voorzien is, ofwel de tewerkstelling in een werkomgeving waar in ondersteuning voorzien is, ofwel de tewerkstelling in het gewone arbeidsmilieu, ofwel de verdere studies. Leerlingen die een individueel aangepast curriculum volgen komen niet in aanmerking voor de reguliere studiebewijzen van het gewoon voltijds secundair onderwijs, behoudens wanneer voldaan is aan de voorwaarden van artikel 115, § 1, derde lid;"; 2° er wordt een punt 40° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt : "40° /1 sociaal maatschappelijke training : een buitenschoolse training voor leerlingen van opleidingsvorm 1 met als doel ervaring op te doen met het oog op een zinvolle dagbesteding in het kader van wonen en vrije tijd, maar niet om beroepservaring op te doen gericht op latere betaalde of onbetaalde arbeid;". Art. III.2. In artikel 98, § 1, eerste lid, van dezelfde codex wordt de laatste zin vervangen door wat volgt : "Die keuze kunnen ze uiterlijk op 30 juni van het lopende schooljaar wijzigen voor het volgende schooljaar.". Art. III.3. Aan artikel 110/9 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 25 november 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 15/07/1999 numac 1999035935 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van sommige decreten betreffende de raadpleging van adviesorganen door het Vlaams Parlement sluiten7 en vervangen bij het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/02/2003 pub. 01/07/2003 numac 2003035650 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XIV sluiten1, wordt een paragraaf 9 toegevoegd, die luidt als volgt : " § 9. In geen enkel structuuronderdeel van het voltijds gewoon secundair onderwijs dat behoort tot een graad of onderwijsvorm waarvoor aan de school een minimumpakket is toegekend, kan tijdens het schooljaar van toekenning de inschrijving van een leerling worden geweigerd op basis van capaciteit of volzetverklaring als vermeld in dit artikel.". Art. III.4. In artikel 110/11, § 2, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 25 november 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 15/07/1999 numac 1999035935 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van sommige decreten betreffende de raadpleging van adviesorganen door het Vlaams Parlement sluiten7, vervangen bij het decreet van 21 maart 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/02/2003 pub. 01/07/2003 numac 2003035650 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XIV sluiten0 en gewijzigd bij de decreten van 19 juni 2015 en 17 juni 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid wordt tussen de zinsnede "centrum voor leerlingenbegeleiding," en de zinsnede "over de aanpassingen", de zinsnede "binnen een redelijke termijn na de inschrijving", ingevoegd; 2° tussen het eerste en het tweede lid wordt een nieuw lid ingevoegd, dat luidt als volgt : "Op basis van het overleg met de ouders, de klassenraad en het centrum voor leerlingenbegeleiding, vermeld in het eerste lid, beslist de school binnen een redelijke termijn na de inschrijving en uiterlijk binnen 60 kalenderdagen na de effectieve start van de lesbijwoning of de aanpassingen die de leerling nodig heeft proportioneel dan wel disproportioneel zijn.". Art. III.5. In artikel 136/1, eerste lid, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 1 juli 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 15/07/1999 numac 1999035935 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van sommige decreten betreffende de raadpleging van adviesorganen door het Vlaams Parlement sluiten6, vervangen bij het decreet van 19 juni 2015Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/02/2003 pub. 01/07/2003 numac 2003035650 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XIV sluiten2 en gewijzigd bij het decreet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/02/2003 pub. 01/07/2003 numac 2003035650 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XIV sluiten4, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de inleiding van het eerste lid wordt vervangen door wat volgt : "De bepaling van artikel 252, § 1, a), 2), voor wat het voltijds secundair onderwijs betreft, sluit niet uit dat een deel van de vorming van het leerjaar waarin de leerling is ingeschreven, wordt verstrekt door leraars van een andere school voor voltijds gewoon secundair onderwijs, dan de school waarin de leerling is ingeschreven voor voltijds gewoon secundair onderwijs of buitengewoon secundair onderwijs en dit op een vestigingsplaats van die andere school.Indien van deze mogelijkheid tot samenwerking gebruik wordt gemaakt, dan zijn de volgende voorwaarden van toepassing :"; 2° in het eerste lid wordt punt 7° vervangen door wat volgt : "7° als het een leerling betreft van het buitengewoon secundair onderwijs die de lessen bijwoont in het gewoon secundair onderwijs, kan die maximaal op schooljaarbasis gemiddeld halftijds een deel van de vorming bijwonen in het gewoon onderwijs, maximaal op schooljaarbasis gemiddeld gedurende de helft van de wekelijkse lesuren van het structuuronderdeel van het buitengewoon onderwijs waarvoor hij is ingeschreven;". Art. III.6. In artikel 171 van dezelfde codex wordt het tweede lid vervangen door wat volgt : "Onder scholen in opbouw wordt verstaan scholen die tijdens aaneensluitende schooljaren hun onderwijsaanbod uitbreiden hetzij leerjaar per leerjaar, hetzij met meer leerjaren gelijktijdig.". Art. III.7. In artikel 175, § 3, van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 19 juli 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 15/07/1999 numac 1999035935 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van sommige decreten betreffende de raadpleging van adviesorganen door het Vlaams Parlement sluiten8, wordt punt 1° vervangen door wat volgt : "1° de splitsing wordt onmiddellijk voorafgegaan door een fusie van scholen die elk de toepasbare rationalisatienorm bereiken en past op die manier in een herstructurering die niet resulteert in een groter aantal scholen;". Art. III.8. Aan artikel 178, eerste lid, van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 19 juli 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 15/07/1999 numac 1999035935 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van sommige decreten betreffende de raadpleging van adviesorganen door het Vlaams Parlement sluiten8, wordt de volgende zin toegevoegd : "De Vlaamse Regering kan voor een individuele school de voorwaarde opheffen die aan de programmatie van een dergelijk structuuronderdeel is gekoppeld als het een school betreft die in oprichting is zonder dat dat het gevolg is van een herstructurering van bestaande scholen.". Art. III.9. In artikel 179, eerste lid, van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/02/2003 pub. 01/07/2003 numac 2003035650 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XIV sluiten4, wordt punt 1° vervangen door wat volgt : "1° in de school of in een andere school van de scholengemeenschap wordt tegelijkertijd een ander structuuronderdeel opgeheven. Dat ander structuuronderdeel kan noch een vrij programmeerbaar structuuronderdeel noch het onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers zijn;". Art. III.10. Aan artikel 206, § 1, van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 19 juli 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 15/07/1999 numac 1999035935 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van sommige decreten betreffende de raadpleging van adviesorganen door het Vlaams Parlement sluiten8, wordt in het eerste lid de volgende zin toegevoegd : "De school waarnaar wordt overgeheveld mag geen school zijn die moet fuseren of afbouwen omdat de toepasbare rationalisatienorm niet wordt bereikt.". Art. III.11. In dezelfde codex wordt een artikel 231/1 ingevoegd, dat luidt als volgt : "Art. 231/1.In afwijking van de bepalingen van de artikelen 226, 227, § 1, en 231, § 1, wordt de driejarige cyclus 2014-2015 tot en met 2016-2017 waarbij aan scholen een geïntegreerd ondersteuningsaanbod gelijke onderwijskansen, eerste graad, wordt toegekend, verlengd tot en met het schooljaar 2017-2018 met behoud voor elke school van het aantal betrokken extra uren-leraar.". Art. III.12. In dezelfde codex wordt een artikel 241/1 ingevoegd, dat luidt als volgt : "Art. 241/1.In afwijking van de bepalingen van de artikelen 234, 235, § 1, en 240, § 1, wordt de driejarige cyclus 2014-2015 tot en met 2016-2017 waarbij aan scholen een geïntegreerd ondersteuningsaanbod gelijke onderwijskansen, tweede en derde graad, wordt toegekend, verlengd tot en met het schooljaar 2017-2018 met behoud voor elke school van het aantal betrokken extra uren-leraar/puntenwaarden.". Art. III.13. In artikel 260/1 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/02/2003 pub. 01/07/2003 numac 2003035650 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XIV sluiten4, wordt de inleidende zinsnede "De bepaling van artikel 252, § 1, a), 2), voor wat het buitengewoon secundair onderwijs betreft," vervangen door de zinsnedes "De leerling die voldoet aan de toelatingsvoorwaarden moet om regelmatige leerling te zijn, van zodra met de effectieve lesbijwoning wordt gestart, de vorming van het structuuronderdeel waar hij is ingeschreven volledig en daadwerkelijk volgen in de school waar hij is ingeschreven, behalve in geval van gewettigde afwezigheid. De leerling die niet aan deze voorwaarden voldoet, wordt een vrije leerling. Regelmatige leerling zijn in een bepaalde school,". Art. III.14. In artikel 293 van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 21 maart 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/02/2003 pub. 01/07/2003 numac 2003035650 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XIV sluiten0, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1 wordt in de tweede zin de zinsnede "er voor deze leerling uit opleidingsvorm 1 of opleidingsvorm 2 geen plaats is in een voorziening van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap" vervangen door de zinsnede "deze leerling uit opleidingsvorm 1 of opleidingsvorm 2 nog niet beschikt over een persoonsvolgend budget waarmee de gewenste dagondersteuning effectief is opgestart in het kader van het systeem van de persoonsvolgende financiering voor meerderjarigen van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap";2° in paragraaf 1 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt : "Een klassenraad kan de verlengingsaanvraag, vermeld in het eerste lid, ofwel accepteren ofwel weigeren.De klassenraad kan daarbij ofwel voorrang geven aan leerlingen met een eerste aanvraag tot verlenging op leerlingen met een tweede of een nog verdere verlengingsaanvraag, ofwel voorrang geven aan leerlingen met een context die meer ondersteuning noodzaakt boven leerlingen die een context hebben die minder ondersteuning noodzaakt. Leerlingen over wie de klassenraad een positieve beslissing neemt, voldoen aan de toelatingsvoorwaarden inzake de leeftijd. Leerlingen over wie een negatieve beslissing wordt genomen, voldoen niet aan de toelatingsvoorwaarden inzake leeftijd. Een leerling voor wie de gewenste ondersteuning in het kader van het systeem van de persoonsvolgende financiering voor meerderjarigen van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap effectief opgestart is, komt niet in aanmerking voor verlengingen. Als de verlenging al aangevangen was voor de gewenste ondersteuning kon opstarten, kan de leerling ook verder ingeschreven blijven en zijn schooljaar afwerken, na de opstart van de gewenste ondersteuning, als de betrokken personen beoordelen dat het haalbaar is."; 3° in paragraaf 1 wordt het derde lid vervangen door wat volgt : "Een klassenraad kan ook beslissen om nooit verlengingen zoals hiervoor vermeld toe te staan.Als dit het geval is, neemt de school dat op in het schoolreglement."; 4° in paragraaf 2, 3°, worden tussen de woorden "voor het eerst" en de woorden "in het buitengewoon onderwijs" de woorden "of opnieuw" ingevoegd;5° in paragraaf 3 wordt de zinsnede "op basis van een inschrijvingsverslag buitengewoon onderwijs of die toegelaten worden tot het geïntegreerd onderwijs op basis van paragraaf 2 van artikel 110/11" opgeheven. Art. III.15. In artikel 314/1, § 1, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 1 juli 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 15/07/1999 numac 1999035935 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van sommige decreten betreffende de raadpleging van adviesorganen door het Vlaams Parlement sluiten6 en gewijzigd bij het decreet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/02/2003 pub. 01/07/2003 numac 2003035650 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XIV sluiten4, worden de jaartallen "2014-2015, 2015-2016 en 2016-2017" vervangen door de jaartallen "2014-2015, 2015-2016, 2016-2017 en 2017-2018". Art. III.16. In artikel 314/4 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 1 juli 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/05/1999 pub. 15/07/1999 numac 1999035935 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van sommige decreten betreffende de raadpleging van adviesorganen door het Vlaams Parlement sluiten6 en gewijzigd bij het decreet van 17 juni 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/02/2003 pub. 01/07/2003 numac 2003035650 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het onderwijs XIV sluiten4, wordt het jaartal "2017" vervangen door het jaartal "2018". Art. III.17. Aan deel V, titel 2, hoofdstuk 3, afdeling 1, van dezelfde codex wordt een onderafdeling 3/4 toegevoegd, die luidt als volgt : "Onderafdeling 3/4. Invoering van regionale ondersteuningsnetwerken in het basis- en secundair onderwijs Art. 314/8.§ 1. Met het oog op de invoering van ondersteuningsnetwerken in het basis- en secundair onderwijs kent de Vlaamse Regering jaarlijks binnen de beschikbare budgettaire ruimte personeelsomkadering onder de vorm van begeleidingseenheden, lestijden, lesuren en uren toe aan het buitengewoon onderwijs. Het betreft : 1° 32.587 begeleidingseenheden, waarvan 21.029 voor basisonderwijs en 11.558 voor het secundair onderwijs; 2° enerzijds de lestijden en uren, in toepassing van artikel 173septies van het decreet basisonderwijs en anderzijds de lesuren en uren in toepassing van artikel 314/5 van deze codex;3° het extra budget ten belope van 2120 lestijden voor het basisonderwijs en 1410 lesuren voor het secundair onderwijs en 2168 uren, waarvan 1302 voor het basisonderwijs en 886 voor het secundair onderwijs. Begeleidingseenheden kunnen naargelang de aard van de ondersteuning die nodig is, omgezet worden in lestijden, lesuren en uren. De lestijden, respectievelijk de lesuren, en uren, inclusief de omgezette begeleidingseenheden, worden voor scholen buitengewoon basisonderwijs beschouwd als extra lestijden en extra uren, zoals bedoeld in artikel 3, 14° en 14° bis, van het decreet basisonderwijs, en voor scholen buitengewoon secundair onderwijs als extra lesuren en uren. § 2. Op het totaal van de middelen, vermeld in paragraaf 1, 1° tot en met 3°, wordt jaarlijks een pakket aan begeleidingseenheden afgehouden voor de ondersteuning in het gewoon basis- of secundair onderwijs van leerlingen met een inschrijvingsverslag type 2, 4, 6 of 7 auditieve beperking, waarover ze beschikken omdat ze, voor het basisonderwijs, vallen onder de toepassing van artikel 16, § 2, van het decreet basisonderwijs of, voor het secundair onderwijs, vallen onder de toepassing van artikel 352, § 2, van deze codex en leerlingen met een gemotiveerd verslag of een verslag type 2, 4, 6 of 7 auditieve beperking, die voldoen aan de criteria, vermeld in artikel 10, § 1, eerste lid, 2°, 4° en 6°, van het decreet basisonderwijs, en artikel 10, § 1, eerste lid, 7°, van het voormelde decreet wat betreft een auditieve beperking of artikel 259, § 1, 2°, 4° en 6°, van deze codex, en artikel 259, § 1, 7°, van dezelfde codex, wat betreft een auditieve beperking. De voorafname gebeurt naar rato van de procentuele toename of afname van het aantal leerlingen van de in het vorige lid vermelde types, die op de eerste schooldag van februari van het voorafgaande schooljaar zijn ingeschreven in een school voor gewoon onderwijs, in vergelijking met deze op de eerste schooldag van oktober 2016, voor wie in het schooljaar 2017-2018 in een pakket ten belope van 14.804 begeleidingseenheden wordt voorzien. De begeleidingseenheden worden door de Vlaamse Regering toegewezen aan de scholen voor buitengewoon onderwijs, en worden aangewend om netoverstijgend de ondersteuningsvragen van scholen en centra gewoon onderwijs met betrekking tot leerlingen type 2, 4, 6 en 7 auditieve beperking te beantwoorden. § 3. Het budget, vermeld in paragraaf 1, verminderd met de jaarlijkse voorafname vermeld in paragraaf 2, wordt door de Vlaamse Regering toegewezen aan ondersteuningsnetwerken en volledig toegekend aan de scholen buitengewoon onderwijs, voor de ondersteuning in het gewoon basis- of secundair onderwijs van leerlingen met een inschrijvingsverslag waarover ze beschikken omdat ze, voor het basisonderwijs, vallen onder de toepassing van artikel 16, § 2, van het decreet basisonderwijs of, voor het secundair onderwijs, vallen onder de toepassing van artikel 352, § 2, van deze codex en leerlingen met een gemotiveerd verslag of een verslag type basisaanbod, 3, 9 of 7 spraak- of taalstoornis, die voldoen aan de criteria, vermeld in artikel 10, § 1, eerste lid, 1°, 3° en 8°, van het decreet basisonderwijs, en artikel 10, § 1, eerste lid, 7°, van het voormelde decreet wat betreft een spraak- of taalstoornis of artikel 259, § 1, 1°, 3° en 8°, van deze codex, en artikel 259, § 1, 7°, van dezelfde codex, wat betreft een spraak- of taalstoornis, waarbij : 1° 70 % wordt verdeeld op basis van het leerlingenaantal op de eerste schooldag van februari van het voorafgaande schooljaar van de scholen en centra voor gewoon onderwijs van het ondersteuningsnetwerk;2° 30 % wordt verdeeld op basis van het gemiddeld aantal leerlingen met een verslag, gemotiveerd verslag of inschrijvingsverslag in de scholen en centra voor gewoon onderwijs van het ondersteuningsnetwerk op de eerste schooldag van februari van de zes voorafgaande schooljaren;3° in afwijking van punt 2° gelden als teldata : a) voor het schooljaar 2017-2018 : de eerste schooldag van oktober van de schooljaren 2011-2012 tot en met 2016-2017;b) voor het schooljaar 2018-2019 : de eerste schooldag van oktober van de schooljaren 2012-2013 tot en met 2016-2017 en de eerste schooldag van februari van het schooljaar 2017-2018;c) voor het schooljaar 2019-2020 : de eerste schooldag van oktober van de schooljaren 2013-2014 tot en met 2016-2017 en de eerste schooldag van februari van de schooljaren 2017-2018 en 2018-2019. Voor de middelen, vermeld in paragraaf 1, 2°, gebeurt deze verdeling afzonderlijk voor het basisonderwijs en voor het secundair onderwijs. Scholen voor gewoon en buitengewoon onderwijs delen uiterlijk op 30 juni 2017 aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten mee met welke scholen zij op dit moment samenwerken in het kader van gon, ion en waarborg in functie van de ondersteuning van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften, en bij welk ondersteuningsnetwerk ze voor het schooljaar 2017-2018 aansluiten. Daarna moeten wijzigingen aan de samenstelling jaarlijks uiterlijk op 1 maart van het voorafgaande schooljaar worden meegedeeld. Voor de vorming van de ondersteuningsnetwerken wordt maximaal ingezet op samenwerking met scholen van andere netten. Deze samenwerking kan minimaal volgende vormen aannemen : a) scholen kunnen indien ze dit wensen, opteren voor ondersteuning door een ondersteuningsnetwerk van een ander net;b) het versterken van de internettensamenwerking. Voor het gesubsidieerd officieel onderwijs en het GO!-onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap maken de inrichtende machten tegen 1 januari 2018 sluitende afspraken over logische regionale gebieden waarbinnen er slechts een ondersteuningsnetwerk actief is en waarbij binnen de regio alle officiële scholen zich aansluiten en die over ondersteuning en begeleiding in het kader van ondersteuning van kinderen met specifieke onderwijsbehoeften, afspraken kunnen maken met eender welk ander ondersteuningsnetwerk. In het kader van deze afspraken kunnen scholen van buitengewoon onderwijs middelen overdragen aan scholen buitengewoon onderwijs van een ondersteuningsnetwerk dat behoort tot een ander onderwijsnet. § 4. Het globale verlies op het niveau van een onderwijsnet ten gevolge van de berekeningswijze, vermeld in paragraaf 3, in vergelijking met de situatie op niveau van een onderwijsnet van waarborg en begeleidingseenheden gon, met uitzondering van de doelgroepen, bedoeld in paragraaf 2, in het schooljaar 2016-2017, wordt gecompenseerd voor een transitieperiode van de drie schooljaren 2017-2018, 2018-2019 en 2019-2020 bij wijze van een garantiefonds, door het aandeel van de scholen en centra van het stijgende onderwijsnet procentueel te verminderen en het aandeel van de scholen en centra van het dalende onderwijsnet procentueel te vermeerderen naar rato van het vastgestelde verlies van het dalende onderwijsnet. De middelen die het dalende onderwijsnet op die wijze ontvangt, vallen onder de regie van dat onderwijsnet om de verliezen in het buitengewoon onderwijs te compenseren zodat er geen verlies is aan tewerkstelling en ondersteuning die vandaag bestaat. Deze middelen worden tijdens de transitieperiode ingezet voor de verdere ondersteuning van scholen en centra in het gewoon onderwijs van de onderwijsnetten. § 5. Voor ondersteuningsnetwerken die netoverstijgend zijn samengesteld fungeert de gemeenschappelijke vergadering, vermeld in § 9, als commissie. Voor het gesubsidieerd vrij onderwijs, het gesubsidieerd officieel onderwijs en het GO!-onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap, wordt telkens een commissie opgericht die in een gelijke vertegenwoordiging is samengesteld uit leden van het GO!-onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap respectievelijk de representatieve verenigingen van inrichtende machten en de representatieve groeperingen van personeelsverenigingen aangesloten bij een in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen vertegenwoordigde syndicale organisatie. In de schoot van de commissie voor het gesubsidieerd vrij onderwijs kan voor een of meer groepen binnen het gesubsidieerd vrij onderwijs anders dan het gesubsidieerd vrij katholiek onderwijs, een subcommissie opgericht worden. Bij de toewijzing wordt rekening gehouden met de volgende criteria : er mag geen verlies aan tewerkstelling en bestaande ondersteuning zijn zodat de verschuivingen zo maximaal mogelijk op een natuurlijke manier tot stand komen. De Vlaamse Regering wijst de omkadering, vermeld in paragraaf 3 en paragraaf 4, toe aan de ondersteuningsnetwerken op voorstel van de commissies, vermeld in het eerste lid, en kent de omkadering toe aan de scholen voor buitengewoon onderwijs. De commissies houden bij hun voorstellen tijdens de transitieperiode rekening met de beoogde ondersteuning van de ondersteuningsnetwerken, zoals bepaald overeenkomstig paragraaf 3. In afwijking hiervan worden van de in paragraaf 1, 1°, vermelde 32.587 begeleidingseenheden 17.783 begeleidingseenheden door de Vlaamse Regering rechtstreeks terug verdeeld naar de scholen voor buitengewoon onderwijs die in het schooljaar 2016-2017 begeleidingen deden in het kader van het geïntegreerd onderwijs naar rato van : 1° 100 % in het schooljaar 2017-2018;2° 66 % in het schooljaar 2018-2019;3° 33 % in het schooljaar 2019-2020. Het aandeel begeleidingseenheden waarover de commissies in de schooljaren 2018-2019 en 2019-2020 bevoegd worden, worden uitgedrukt in lestijden, lesuren en uren. § 6. Het personeelslid dat in een betrekking wordt aangesteld op basis van de lestijden, lesuren of uren als vermeld in het laatste lid van paragraaf 1, wordt steeds aangesteld als tijdelijk personeelslid voor bepaalde duur. De bepalingen van het decreet Rechtspositie Personeelsleden Gemeenschapsonderwijs of het decreet Rechtspositie Personeelsleden Gesubsidieerd Onderwijs zijn, naargelang van het geval, van toepassing op deze aanstelling, met uitzondering van de volgende bepalingen : 1° de betrekking is niet onderworpen aan de reglementering betreffende terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de wedertewerkstelling.Het schoolbestuur van de school waar de betrekking wordt opgericht, kan evenwel op vrijwillige basis een personeelslid aanstellen dat ter beschikking is gesteld wegens ontstentenis van betrekking. Deze aanstelling gebeurt steeds met instemming van het ter beschikking gestelde personeelslid en is, naargelang van het geval, een reaffectatie, een wedertewerkstelling of een tewerkstelling. Indien deze aanstelling een tewerkstelling is, dan wordt ze beschouwd als een wedertewerkstelling; 2° het schoolbestuur van de school waaraan de betrekking wordt toegewezen, is niet verplicht om in de betrekking een personeelslid aan te stellen dat het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur heeft verworven, overeenkomstig artikelen 21 en 21bis van het decreet Rechtspositie Personeelsleden Gemeenschapsonderwijs of artikelen 23 en 23bis van het decreet Rechtspositie Personeelsleden Gesubsidieerd Onderwijs, naargelang van het geval;3° de betrekking kan niet vacant worden verklaard.Het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in de betrekking. § 7. De afspraken die samenwerkende scholen in dit project maken betreffende de inzetbaarheid van de personeelsleden, vallen onder de toepassing van artikel 12quater van het decreet Rechtspositie Personeelsleden Gemeenschapsonderwijs en artikel 17quater van het decreet Rechtspositie Personeelsleden Gesubsidieerd Onderwijs. § 8. In afwijking van artikel 2, 7, 7bis, 7quater, 9, 11, 13 en 15 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 maart 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 07/05/2004 pub. 16/07/2004 numac 2004036123 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende instemming met de avenant van 12 februari 2004 aan het Samenwerkingsakkoord tussen de Staat, de Gewesten en de Duitstalige Gemeenschap van 4 juli 2000 betreffende de sociale economie, bekrachtigd door de wet van 26 juni 2001, gewijzigd door de wet van 6 mei 2003 houdende instemming met de avenant van 15 augustus 2002 aan het Samenwerkingsakkoord tussen de Staat, de Gewesten en de Duitstalige Gemeenschap van 4 juli 2000 betreffende de sociale economie type decreet prom. 07/05/2004 pub. 09/06/2004 numac 2004035898 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap « Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen » type decreet prom. 07/05/2004 pub. 04/06/2004 numac 2004035840 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap « Vlaams Agentschap voor Internationaal Ondernemen » sluiten1 betreffende de vastlegging van de prestaties van een ambt in het buitengewoon secundair onderwijs en in afwijking van artikel 3, eerste lid, voor wat betreft het prestatiestelsel van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 1994 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 4 geldt tijdens het schooljaar 2017-2018 tot en met schooljaar 2019-2020 een aangepaste prestatieregeling voor het personeelslid dat aangesteld wordt in een betrekking in het buitengewoon secundair onderwijs. De wekelijkse prestaties in een voltijdse betrekking bedragen 26 klokuren. Binnen die 26 klokuren presteert het personeelslid een opdracht van 22 lesuren als het personeelslid aangesteld is in een ambt van het onderwijzend personeel of in een ambt van het paramedisch personeel, en een opdracht van 22 uren als het personeelslid aangesteld is in een ambt van het medisch, sociaal, psychologisch en orthopedagogisch personeel. De opdracht van 22 lesuren of 22 uren, vermeld in het tweede lid, bestaat in de ondersteuning van het onderwijzend personeel en van de jongere die de ondersteuning nodig heeft in het gewoon onderwijs. De tijd die nodig is voor professionalisering, overleg en samenwerking, coördinatietaken en dienstverplaatsingen, maakt deel uit van de opdracht van 26 klokuren, vermeld in het tweede lid. De deelname aan oudercontacten en aan personeelsvergaderingen vallen buiten de wekelijkse opdracht van 26 klokuren. Deze opdrachten vallen niet noodzakelijk binnen de periode van normale aanwezigheid van de leerlingen. Middelen binnen een ondersteuningsnetwerk die niet rechtstreeks worden aangewend voor leerling- of leerkrachtgerichte ondersteuning moeten worden verantwoord en goedgekeurd door alle lokale onderhandelingscomités van de betrokken scholen. In het kader van de uitwerking …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.