📄 Wettekst
22 FEBRUARI 2001. - Koninklijk besluit houdende organisatie van de controles die worden verricht door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen en tot wijziging van diverse wettelijke bepalingen
VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het ontwerp dat wij de eer hebben aan Uwe Majesteit ter ondertekening voor te leggen, betreft het organiseren van de controles die door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen zullen worden uitgevoerd en het wijzigen van sommige wettelijke bepalingen.
De huidige bepalingen die deze controles regelen zijn vervat in elk van de vijftien wetten vermeld in artikel 5 van de
wet van 4 februari 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/02/2000
pub.
18/02/2000
numac
2000022108
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen
sluiten houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.
Het onderzoek van de controleprocedures van elk van deze wetten brengt zeer talrijke verschillen, meer van formele dan van fundamentele aard, aan het licht in de manier waarop deze controles worden uitgevoerd.
Het is bijgevolg onontbeerlijk gebleken deze procedures te harmoniseren des te meer het in de bedoeling ligt de uitvoering van deze controles niet langer toe te vertrouwen aan ambtenaren die alleen optreden in één bepaalde sector, maar wel degelijk aan multidisciplinaire groepen die een algemene bevoegdheid hebben voor het geheel van deze wetten die geheel of gedeeltelijk behoren of zullen behoren tot de bevoegdheid van het Agentschap.
Deze harmonisatie veronderstelt dan ook een wijziging van de bestaande wetsbepalingen. De machtiging om de wetsbepalingen te kunnen wijzigen bij koninklijk besluit is expliciet voorzien in artikel 5, tweede lid, van de voormelde
wet van 4 februari 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/02/2000
pub.
18/02/2000
numac
2000022108
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen
sluiten. De machtigingen aan de Koning verleend, vervallen evenwel op 28 februari 2001.
Dit ontwerp spreekt zich niet uit over de bevoegdheid van het Agentschap met betrekking tot deze wetten. Enerzijds is er een wetsontwerp ingediend dat ertoe strekt bij middel van in de Ministerraad overlegd koninklijk besluit de bevoegdheid van het Agentschap in het raam van de vijftien wetten vermeld in artikel 5 van de voormelde
wet van 4 februari 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/02/2000
pub.
18/02/2000
numac
2000022108
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen
sluiten uit te breiden en anderzijds zal de regionalisering van een deel der materies behorend tot het ministerie van Landbouw, het Agentschap wellicht ontdoen van een aantal van zijn bevoegdheden.
Vanuit wetgevingstechnisch oogpunt kan deze zaak volgens twee mogelijke werkwijzen worden aangepakt. Ofwel een enig koninklijk besluit opstellen dat de controle door het Agentschap regelt, ofwel in elk van de vijftien wetten de bepalingen betreffende de controle wijzigen.
De eerste van deze mogelijkheden is gevolgd uit bezorgdheid het toezicht over de veiligheid van de voedselketen zo efficiënt mogelijk te maken, waarbij de toezichthoudende ambtenaren slechts een proceduretekst nodig hebben in plaats van vijftien.
Niettemin is uitzondering gemaakt voor de
wet van 15 juli 1985Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/03/1997
pub.
15/08/1997
numac
1997016213
bron
ministerie van middenstand en landbouw en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot wijziging van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking
type
wet
prom.
17/03/1997
pub.
18/12/1997
numac
1997022733
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies, met het oog op de uitoefening van de klinische biologie
sluiten7 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking, gemeenzaam « hormonenwet » genoemd. Inderdaad, deze wet heeft een zeer specifiek toezichtsstelsel voorzien dat in de praktijk is toevertrouwd aan een multidisciplinaire cel onder leiding van een substituut van de Procureur-generaal te Gent en bijstandsmagistraat aan het College van Procureurs-generaal. Dit specifieke stelsel is tot stand gekomen, dient behouden en zonodig nog geperfectioneerd in het raam van de strijd tegen de georganiseerde misdaad. Vandaar de uitsluiting van de hormonenwet uit dit ontwerp. Daarmee wordt bovendien nog een ander doel beoogd, namelijk het onmogelijk te maken inbreuken op deze wet te laten afhandelen met een administratieve boete die de publieke vordering doet vervallen.
Voor het overige innoveert het ontwerp niet, het voert in de bestaande wetgeving geen nieuwe controleprocedures in. Het wijzigt en groepeert, met het oog op gelijkschakeling, de bestaande procedures.
Wat echter de administratieve boetes betreft, dient opgemerkt dat er op dat vlak een grondig verschil bestond tussen deze vijftien wetten.
Sommige, zoals de
wet van 24 januari 1977Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/03/1997
pub.
15/08/1997
numac
1997016213
bron
ministerie van middenstand en landbouw en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot wijziging van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking
type
wet
prom.
17/03/1997
pub.
18/12/1997
numac
1997022733
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies, met het oog op de uitoefening van de klinische biologie
sluiten8 (voedingsmiddelen), de wet van 5 september 1952 (vlees van slachtdieren) en de
wet van 15 april 1965Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/03/1997
pub.
15/08/1997
numac
1997016213
bron
ministerie van middenstand en landbouw en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot wijziging van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking
type
wet
prom.
17/03/1997
pub.
18/12/1997
numac
1997022733
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies, met het oog op de uitoefening van de klinische biologie
sluiten6 (vis, gevogelte, konijnen en wild) bevatten een procedure van administratieve boete tot schikking waarbij het proces-verbaal eerst wordt toegezonden aan de administratie. Deze procedure vindt men eveneens terug in verschillende wetten die op initiatief van de Minister van Economische Zaken zijn tot stand gebracht.
Andere, voornamelijk de wetten die tot de bevoegdheid van het Ministerie van Landbouw behoren, bevatten, sedert 1999, een totaal verschillende procedure waarbij het proces-verbaal van vaststelling van overtreding eerst wordt toegezonden aan de Procureur des Konings.
Nog andere tenslotte, zoals de wet van 24 februari 1924 (verdovende middelen) bevatten geen enkele dergelijke procedure.
Er diende bijgevolg een keuze te worden gemaakt. De ervaring voortvloeiend uit de
wet van 24 januari 1977Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/03/1997
pub.
15/08/1997
numac
1997016213
bron
ministerie van middenstand en landbouw en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot wijziging van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking
type
wet
prom.
17/03/1997
pub.
18/12/1997
numac
1997022733
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies, met het oog op de uitoefening van de klinische biologie
sluiten8 (voedingsmiddelen) heeft de Regering ertoe gebracht de keuze te richten naar de procedure tot schikking die sedert 1988 haar efficiëntie bewezen heeft. Het is dus deze procedure die, met enkele correcties, is aangenomen en de wetten zijn bijgevolg gewijzigd in de wijzigingsbepalingen van dit besluit, met uitzondering, zoals hiervoor reeds gepreciseerd, van de « hormonen
wet » van 15 juli 1985Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/03/1997
pub.
15/08/1997
numac
1997016213
bron
ministerie van middenstand en landbouw en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot wijziging van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking
type
wet
prom.
17/03/1997
pub.
18/12/1997
numac
1997022733
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies, met het oog op de uitoefening van de klinische biologie
sluiten7 die niet over een procedure van administratieve boete zal beschikken, aangezien de inbreuken op deze wet merendeels voortvloeien uit georganiseerde criminaliteit.
Overeenkomstig het koninklijk besluit van 16 november 1994 betreffende de administratieve en begrotingscontrole, is de ontworpen tekst voor advies voorgelegd aan de Inspectie van Financiën en voor akkoord aan de Minister van Begroting. Er is bovendien over beraadslaagd in Ministerraad, zoals is opgelegd door artikel 5, tweede lid, van de voornoemde
wet van 4 februari 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/02/2000
pub.
18/02/2000
numac
2000022108
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen
sluiten.
Tevens is het ontwerp aan de Raad van State voorgelegd voor advies binnen een termijn van ten hoogste 3 dagen.
Toelichting bij de artikelen Artikel 1.Dit artikel definiëert het doel en het voorwerp van het besluit.
De « hormonen
wet » van 15 juli 1985Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/03/1997
pub.
15/08/1997
numac
1997016213
bron
ministerie van middenstand en landbouw en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot wijziging van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking
type
wet
prom.
17/03/1997
pub.
18/12/1997
numac
1997022733
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies, met het oog op de uitoefening van de klinische biologie
sluiten7 wordt uit het toepassingsgebied gesloten. Artikel 2.Wat betreft producten, beoogt de bepaling alle producten en stoffen die het voorwerp uitmaken van het geheel of een deel van elk van de vijftien wetten waarvoor het Agentschap bevoegd is, evenals de producten en stoffen in de voedselketen die worden geregeld door de Verordeningen van de Europese Unie die rechtstreeks van toepassing zijn op het Belgisch grondgebied. Het gaat dus over grondstoffen, enkelvoudige of samengestelde stoffen, voorwerpen, apparaten, dieren of dierlijke producten, planten of plantaardige producten, voedingsmiddelen, bestrijdingsmiddelen, diergeneesmiddelen, residuen, enz. .
Wat betreft de plaatsen, beoogt de bepaling alle plaatsen van welke aard ook, waar zich, met welk doel ook, « producten » kunnen bevinden of eender welke zaken die het mogelijk maken de overtreding vast te stellen en te bewijzen. Zijn dus eveneens bedoeld : de stations, kades, wagons, diverse voertuigen, boten, magazijnen, bossen, al of niet bewerkte terreinen, landbouwinrichtingen, slachthuizen, werkplaatsen, winkels, opslagplaatsen, stallen, veilingen, vismijnen, frigo's, hotels, inrichtingen van eender welke aard, enz., daarbij bijvoorbeeld inbegrepen de kantoren, de personeelslokalen, de garages, enz. Artikel 3.De burgemeester of zijn afgevaardigde, meestal vermeld in de wetten « volksgezondheid », zijn thans weggelaten. De burgemeester handelt inderdaad in dubbele hoedanigheid, enerzijds als officier van gerechtelijke politie, anderzijds is hij belast met een opdracht van bestuurlijke politie waarbij hij over de bevoegdheid beschikt zelfs tot de sluiting van een inrichting over te gaan. Het kwam niet opportuun voor zich met dit besluit te mengen in de bepalingen van de gemeentewet die onverkort van toepassing blijven.
De termen « statutaire of contractuele personeelsleden » zijn als zodanig overgenomen uit de
wet van 4 februari 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/02/2000
pub.
18/02/2000
numac
2000022108
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen
sluiten die er niet de hoedanigheid van ambtenaar in de zin van de wet van 1993 (statuut) aan toekent.
Uit een advies van de Raad van State uitgebracht in toepassing van artikel 9 van de gecoördineerde wetten naar aanleiding van een niet betwiste vraag (advies A 78.976/VIII-9-1213) volgt dat contractuelen geen opdrachten van gerechtelijke of bestuurlijke politie kunnen uitvoeren, tenzij een specifieke wet hen uitdrukkelijk daartoe machtigt. Voor de uitoefening van een gedeelte van de openbare macht dat het gemeen recht te buiten gaat, dienen zij de eed af te leggen.
Het komt als normaal voor dat de toezichthoudende ambtenaren in het Agentschap worden aangewezen door de Minister die het hiërarchisch gezag uitoefent. Daarentegen, de ambtenaren van andere departementen en andere instellingen evenals andere personen die niet het statuut van ambtenaar bezitten, kunnen worden aangeduid door de Koning (gerechtelijke agenten bij de Parketten, douane, economische inspectie, enz . ), middels een in de Ministerraad overlegd besluit, aangezien meerdere ministeriële departementen daarbij betrokken kunnen zijn.
Andere rechts- of natuurlijke personen zullen eveneens aangewezen kunnen worden met toepassing van artikel 4, § 5, van de
wet van 4 februari 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/02/2000
pub.
18/02/2000
numac
2000022108
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen
sluiten die het mogelijk maakt dat het Agentschap zich kan laten bijstaan door derden of sommige taken door derden kan laten verrichten, zonder dat ze evenwel gemachtigd worden om proces-verbaal op te stellen.
De woorden « zien toe op de toepassing van de wetten » zijn verkozen boven « sporen de overtredingen op » om de toepassing van preventieve maatregelen voor de volksgezondheid eveneens in te sluiten.
In paragraaf 2 van artikel 3 is ervoor geopteerd om geen toestemming van de rechter in de politierechtbank te vereisen om binnen te treden in lokalen die niet toegankelijk zijn voor het publiek, behalve als ze exclusief tot woning dienen. Insgelijks voorzagen meerdere wetten dat de toezichthoudende ambtenaren slechts in de voor het publiek toegankelijke inrichtingen mochten binnengaan tijdens de openingsuren voor het publiek. Deze oplossing is niet aangehouden met het oog op een efficiënter toezicht en dit onverminderd de uitgebreider bevoegdheden waarover de officieren van gerechtelijke politie beschikken. Er kan trouwens op hen beroep gedaan worden op grond van artikel 4, laatste lid van dit ontwerp.
In paragraaf 3 is voorzien dat de toezichthoudende ambtenaren een beroep kunnen doen op voordien aangewezen deskundigen, zoals dat ten andere is voorzien in de wetten van 11 juli 1969 (bestrijdingsmiddelen en grondstoffen), 2 april 1971 (planten) en van 28 maart 1975 (producten van de landbouw). Dit leek ons opportuun, gelet op de hoge graad van specialisatie die sommige van deze controlemaatregelen kunnen vereisen (bv. op het vlak van informatica). Deelnemend aan de uitoefening van de openbare macht, zullen deze deskundigen de eed afleggen.
In paragraaf 4, is de periode tot kennisgeving van het proces-verbaal aan de overtreder ongewoon lang, maar lijkt ons noodzakelijk, in het bijzonder om toe te laten de nodige verhoren af te nemen. Overigens vangen de 30 dagen slechts aan vanaf het ogenblik dat het misdrijf duidelijk is aangetoond, met name, vanaf de ontvangst van het analyseverslag in geval monsters voor onderzoek zijn genomen.
In paragraaf 5 is voorzien dat de analyses kunnen gebeuren in niet erkende laboratoria (in het buitenland bv. of voor zeer specifieke analyses). Dit zal verder bepaald worden bij gewoon koninklijk besluit.
De erkenning van de laboratoria, hetgeen voorheen toekwam aan de Koning of de bevoegde Minister, zal in de toekomst aan het Agentschap worden toevertrouwd in toepassing van artikel 4, § 3, 3°, van de
wet van 4 februari 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/02/2000
pub.
18/02/2000
numac
2000022108
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen
sluiten. In afwachting van hun erkenning door het Agentschap, blijven ze erkend ingevolge de toepassing van de overgangsbepalingen van dit besluit.
Ingevolge paragraaf 6 hebben de burgemeester of zijn afgevaardigde of een officier van gerechtelijke politie, indien zij een proces-verbaal opstellen, de mogelijkheid om dit over te zenden, aan de dienst bevoegd voor het voorstellen van een administratieve boete, en dit om de bepalingen van de gemeentewet noch de algemene principes van het wetboek van strafvordering geweld aan te doen.
Artikel 4 zal enerzijds toelaten om, bij middel van gewoon koninklijk besluit, de nodige bepalingen uit te vaardigen om specifieke controleprocedures vast te stellen die zijn opgelegd door internationale voorschriften of overeenkomsten en, anderzijds, om binnen een bepaalde sector of een welbepaald bedrijf een verhoogd, al of niet permanent, toezicht vast te stellen.
Bijgevolg voorzien de opheffingsbepalingen van dit ontwerp in de opheffing van de procedures tot het instellen van verhoogd toezicht voorzien in artikel 14 van de wet van 5 september 1952 (vlees van slachtdieren) en door artikel 3 van de
wet van 15 april 1965Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/03/1997
pub.
15/08/1997
numac
1997016213
bron
ministerie van middenstand en landbouw en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot wijziging van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking
type
wet
prom.
17/03/1997
pub.
18/12/1997
numac
1997022733
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies, met het oog op de uitoefening van de klinische biologie
sluiten6 (vis, gevogelte, konijnen en wild), vermits de door beide wetten bedoelde producten geheel tot de bevoegdheid van het Agentschap behoren.
Deze opgeheven bepalingen worden vervolgens opgenomen in een gewoon koninklijk besluit, wat het mogelijk maakt ze sneller aan te passen ingeval van een eventuele crisissituatie.
Om evenwel tegemoet te komen aan de opmerkingen van de Raad van State legt het ontwerp een aantal criteria vast die de grenzen van het uitvoeringsbesluit van dit artikel afbakenen.
Artikel 5 herneemt de klassieke procedure van waarschuwing die teruggevonden wordt in meerdere van de vijftien wetten die tot de bevoegdheid van het Agentschap behoren. Er is in voorzien dat de provinciale verantwoordelijken van het Agentschap over de waarschuwingen worden ingelicht om zonodig het plaatselijk controlebeleid te kunnen bijsturen.
De bepalingen vervat in hoofdstuk 2, dat de procedure van inbeslagneming betreft, zijn ruim en algemeen. Ze zullen het voorwerp vormen van preciserende omzendbrieven of instructies gericht aan de controleteams (bv. om te preciseren in welk geval er vernietiging dient plaats te vinden, in welk geval denaturatie, in welk geval verwerking, enz . ).
In paragraaf 1 van artikel 6, betekent de term « onderzoek » dat het niet steeds nodig is terug te grijpen naar een « laboratorium »-analyse.
De procedure die bewarend beslag toelaat, ook in geval van vermoeden van inbreuk is overgenomen uit de wetten « landbouw » en uitgebreid tot het geheel van de vijftien wetten, voor zover het uiteraard gaat om controles uitgevoerd door het Agentschap.
In paragraaf 2, die de inbeslagneming voorziet als maatregel van bestuurlijke politie in het belang van de volksgezondheid, betekent de term « niet conform » dat het product niet in overeenstemming is met de reglementering die erop van toepassing is. Het gaat dus om een zeer ruim concept dat men overigens terugvindt in sommige wetten, zoals de
wet van 25 maart 1964Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/03/1997
pub.
15/08/1997
numac
1997016213
bron
ministerie van middenstand en landbouw en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot wijziging van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking
type
wet
prom.
17/03/1997
pub.
18/12/1997
numac
1997022733
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies, met het oog op de uitoefening van de klinische biologie
sluiten2 betreffende de geneesmiddelen.
Paragraaf 3 moet de overtreder toelaten zich zo snel mogelijk in regel te stellen teneinde een inbeslagneming te vermijden, voor zover evenwel de vereisten van de gezondheid het toelaten. Het gaat niet over een waarschuwing want er zal een proces-verbaal worden opgesteld.
De bijzondere procedure van paragraaf 4 is overgenomen uit de wetten « landbouw » en uitgebreid naar het geheel van de vijftien wetten.
In paragraaf 6 laten de termen « in het raam van dit besluit » toe vermenging te vermijden met andere onkosten van onderzoeken of analyses die voortvloeien uit specifieke bepalingen die geen verband houden met het opsporen van inbreuken (zoals bv. de verplicht gestelde analyses : BSE-test, niertest, bacteriologisch vleesonderzoek, . ).
Het artikel 7 betreft de administratieve boetes waarover hiervoor reeds een uiteenzetting is gegeven. Het preciseert dat deze boetes worden voorgesteld door een ambtenaar-jurist. Deze bepaling maakt deel uit van diverse reglementeringen daaromtrent.
Er is gedeeltelijk rekening gehouden met bepaalde bezwaren die door de Raad van State, inzonderheid wat betreft de afwezigheid van procedureregels, zijn geuit.
Inderdaad, het ontworpen stelsel houdt geen enkele verplichting noch recht in in hoofde van de overtreder.
Het gaat slechts om een voorstel tot schikking waarbij laatstgenoemde het recht heeft het op elk ogenblik en zonder enige rechtvaardiging af te wijzen. De procedureregels richten zich dus niet in eerste plaats tot de overtreders.
Om evenwel aan de opmerkingen van de Raad van State tegemoet te komen, zijn in het ontwerp preciseringen opgenomen omtrent de opvolging die aan het proces-verbaal van vaststelling wordt gegeven.
De andere procedureregels die de Koning dient vast te stellen, zullen voornamelijk details betreffen evenals modaliteiten van de uitoefening van het recht op verdediging (schriftelijke en/of mondelinge procedure).
Het besluit zal genomen worden op gezamenlijke voordracht door de Ministers bevoegd voor de Volksgezondheid en de Justitie.
Een audit ter evaluatie van het systeem is eveneens opgelegd.
Artikel 8 houdt een bepaling in die is gesteund op het voorzorgsprincipe en die men, weliswaar in verschillende redactie, terugvindt in meerdere van de vijftien voornoemde wetten.
Er is dus één tekst opgesteld teneinde de daaromtrent geldende regels te harmoniseren en aldus het toezicht door het Agentschap te vergemakkelijken. Het artikel bevat een eerste lid dat toelaat om op het niveau van de inrichtingen in te grijpen en een tweede lid dat toelaat dit te doen op het niveau van de producten. Door de vastgestelde anomalieën volgens het vierde lid snel mee te delen, kunnen de adequate maatregelen worden genomen om het gevaar af te weren.
In de mate dat de onkosten, voortvloeiend uit de genomen maatregelen ten laste zouden kunnen worden genomen door het overheidsbudget, zal de Minister die de volksgezondheid in zijn bevoegdheid heeft, overleggen met de Minister die de begroting in zijn bevoegdheid heeft alvorens een beslissing te nemen over de tenlasteneming van eventuele onkosten.
Ingevolge de fundamentele bezwaren van de Raad van State, zijn de sancties op de overtreding van de ministeriële maatregelen niet in het ontwerp kunnen worden opgenomen. Ze zullen dus het voorwerp dienen uit te maken van een wetgevend initiatief.
Artikel 9 strekt ertoe het toezicht door het Agentschap efficiënter te maken wat betreft de maatregelen die zullen worden genomen ter uitvoering van internationale verdragen of akten die op grond ervan zijn genomen. Inderdaad, sommige wetten volstaan niet om de uitvoerende macht tot snelle uitvoering van internationale verplichtingen te laten overgaan en brengen aldus het toezicht op hun uitvoering zonder voorwerp.
Bijgevolg voorziet paragraaf 4 van artikel 9 dat de verschillende adviezen van raden, comité's en/of raadgevende commissies die zijn voorzien in de vijftien wetten, niet meer vereist zijn.
Hoofdstuk 5 (artikelen 10 tot 24) wijzigt de bepalingen van de wetten vermeld in artikel 5 van voornoemde
wet van 4 februari 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/02/2000
pub.
18/02/2000
numac
2000022108
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen
sluiten in functie van de bepalingen van dit besluit.
In de « hormonen
wet » van 15 juli 1985Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/03/1997
pub.
15/08/1997
numac
1997016213
bron
ministerie van middenstand en landbouw en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot wijziging van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking
type
wet
prom.
17/03/1997
pub.
18/12/1997
numac
1997022733
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies, met het oog op de uitoefening van de klinische biologie
sluiten7, zijn de procedures van het toezicht niet gewijzigd, maar het toezicht op zijn bepalingen is toevertrouwd aan de ambtenaren van het Agentschap, zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheid van andere ambtenaren of van de officieren van gerechtelijke politie.
In hoofdstuk 6, artikel 25, worden de bepalingen over het verhoogd toezicht opgeheven in de wetten van 5 september 1952 (vlees van slachtdieren) en van 15 april 1965 (vis, gevogelte, konijnen en wild) aangezien ze zullen worden opgenomen in een gewoon koninklijk besluit op grond van artikel 4, § 2, van dit besluit.
De Raad van State heeft zich, rekening houdend met het feit dat de bevoegdheden van het Agentschap nog niet duidelijk zijn omschreven, vragen gesteld over de opportuniteit van de afschaffing in deze beide wetten van de bepalingen betreffende de mogelijkheid voor de Koning om maatregelen te nemen voor de uitvoering van internationale verplichtingen.
In werkelijkheid staat het met betrekking tot de
wet van 4 februari 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/02/2000
pub.
18/02/2000
numac
2000022108
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen
sluiten vast dat het geheel van de overheidsopdrachten en de producten die zijn gereglementeerd op grond van deze beide wetten, tot de bevoegdheid van het Agentschap behoren.
Artikel 26 omvat de inwerkingtreding van dit besluit.
Het merendeel van de bepalingen zal op een later tijdstip door een afzonderlijk koninklijk besluit in werking worden gesteld. Dit vindt zijn verklaring in het feit dat voor de betrokken wetten nog een duidelijk omlijnde opsplitsing dient te gebeuren tussen de bevoegdheden die tot het Agentschap behoren en deze die er niet toe behoren, terwijl de eigenlijke werking van het Agentschap, meer bepaald vanaf de beschikbaarheid van zijn eigen ambtenaren en zijn eigen financiële middelen, door de overdracht van bevoegdheden enz. . nog niet in voege is.
Anderzijds worden de meeste bepalingen betreffende de wetten van 5 september 1952 en 15 april 1965 wel van kracht, gelet op het feit dat hun werkdomein niet dient opgesplitst voor de overdracht van bevoegdheden van het Instituut voor veterinaire keuring aan het Agentschap.
Ik heb de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienares, De Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, Mevr. M. AELVOET
ADVIES VAN DE RAAD VAN STATE De Raad van State, afdeling wetgeving, derde kamer, op 8 februari 2001 door de Minister van Consumentenzaken, Volksgezondheid en Leefmilieu verzocht haar, binnen een termijn van ten hoogste drie dagen, van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit « houdende organisatie van de controles die worden verricht door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen en tot wijziging van diverse wettelijke bepalingen », heeft op 13 februari 2001 het volgende advies gegeven : Volgens artikel 84, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moeten in de adviesaanvraag de redenen worden opgegeven tot staving van het spoedeisend karakter ervan.
In de onderhavige geval wordt het verzoek om spoedbehandeling gemotiveerd : « par le fait que cet arrêté doit impérativement être signé par le Chef de l'Etat avant le 28 février 2001 ».
Gelet op de korte termijn welke hem voor het geven van zijn advies wordt toegemeten, heeft de Raad van State zich moeten bepalen tot het maken van de hiernavolgende opmerkingen.
Strekking en rechtsgrond van het ontwerp 1. Luidens artikel 5, tweede lid, van de
wet van 4 februari 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/02/2000
pub.
18/02/2000
numac
2000022108
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen
sluiten houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (hierna : het agentschap), wordt de Koning gemachtigd bij in de Ministerraad overlegde besluiten vijftien met name genoemde wetten af te schaffen, aan te vullen, te wijzigen, te vervangen en te coördineren, evenals besluiten en maatregelen te nemen teneinde de overdracht van bepaalde bevoegdheden aan het agentschap te verwezenlijken, het agentschap operationeel te maken, bevoegdheidsoverlappingen te vermijden, de controle door het agentschap op de veiligheid van de voedselketen en de kwaliteit van het voedsel zo doeltreffend mogelijk te maken en de beschikbare middelen optimaal aan te wenden.2. Ter uitvoering van de genoemde wetsbepaling beoogt het voor advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit de vaststelling van de regels die gelden voor de controles uitgevoerd door het agentschap. Die regels (hoofdstukken 1 tot 4 van het ontwerp) houden in feite een soort harmonisatie in van de regels i.v.m. controles, zoals die thans vervat zijn in de wetten welke zijn opgesomd in het voornoemde artikel 5, tweede lid, van de
wet van 4 februari 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/02/2000
pub.
18/02/2000
numac
2000022108
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen
sluiten.
De regels i.v.m. de door het agentschap uitgevoerde controles hebben inzonderheid betrekking op : - de voor het toezicht aan te wijzen personen en hun bevoegdheden (artikel 3); - een delegatie aan de Koning om andere controle- en inspectiemodaliteiten vast te stellen (artikel 4, § 1); - de mogelijkheid tot het instellen van een verhoogd toezicht door de minister tot wiens bevoegdheid de volksgezondheid behoort, in de omstandigheden en volgens de modaliteiten door de Koning te bepalen (artikel 4, § 2); - de mogelijkheid tot het geven van een waarschuwing aan de overtreder, waarbij hij wordt aangenaamd tot stopzetting van de inbreuk (artikel 5); - de verschillende vormen van beslag op goederen en dieren (artikel 6); - administratieve boetes (artikel 7); - een delegatie aan de minister om in bijzondere omstandigheden dringende maatregelen te nemen (artikel 8); - een delegatie aan de Koning om maatregelen te nemen ter uitvoering van internationale verdragen en akten (artikel 9).
Er moet opgemerkt worden dat de aldus ontworpen regels niet van toepassing zijn op de controles die het agentschap uitvoert in het kader van de
wet van 15 juli 1985Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/03/1997
pub.
15/08/1997
numac
1997016213
bron
ministerie van middenstand en landbouw en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot wijziging van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking
type
wet
prom.
17/03/1997
pub.
18/12/1997
numac
1997022733
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies, met het oog op de uitoefening van de klinische biologie
sluiten7 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking. De controles in het kader van die wet worden in hun geheel onttrokken aan de toepassing van het ontworpen besluit (artikel 2, § 2, van het ontwerp). In zoverre het agentschap controles uitoefent in het kader van die wet, worden de desbetreffende bepalingen in die wet ingevoegd (artikel 19 van het ontwerp). 2. De bestaande regels i.v.m. de controles, vervat in de wetten opgesomd in artikel 5, tweede lid, van de
wet van 4 februari 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/02/2000
pub.
18/02/2000
numac
2000022108
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen
sluiten, blijven behouden. Wel worden in die wetten telkens bepalingen ingevoegd waarbij bepaald wordt dat de betrokken regels niet gelden voor de controles die worden verricht met toepassing van de
wet van 4 februari 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/02/2000
pub.
18/02/2000
numac
2000022108
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen
sluiten (hoofdstuk 5 van het ontwerp).
Het ontwerp voorziet tevens in de opheffing van een aantal bepalingen van de wet van 5 september 1952 betreffende de vleeskeuring en de vleeshandel, en van de
wet van 15 april 1965Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/03/1997
pub.
15/08/1997
numac
1997016213
bron
ministerie van middenstand en landbouw en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot wijziging van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking
type
wet
prom.
17/03/1997
pub.
18/12/1997
numac
1997022733
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies, met het oog op de uitoefening van de klinische biologie
sluiten6 betreffende de keuring van en de handel in vis, gevogelte, konijnen en wild, en tot wijziging van de wet van 5 september 1952 betreffende de vleeskeuring en de vleeshandel (hoofdstuk 6). Die bepalingen hebben o.m. betrekking op het « verhoogd toezicht », dat voortaan in het ontworpen besluit geregeld wordt.
Voorafgaande opmerking In de voornoemde
wet van 4 februari 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/02/2000
pub.
18/02/2000
numac
2000022108
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen
sluiten wordt i.v.m. de aangelegenheden geregeld in de wetten opgesomd in artikel 5, tweede lid, niet precies bepaald welke aspecten tot de bevoegdheid van het agentschap behoren en welke aspecten verder blijven behoren tot de bevoegdheid van de in die wetten bedoelde toezichtsorganen (1).
In dit verband wordt in het verslag aan de Koning opgemerkt dat « het ontwerp zich niet uitspreekt over de bevoegdheid van het agentschap met betrekking tot deze wetten. Enerzijds is er een wetsontwerp ingediend dat ertoe strekt bij middel van de in de Ministerraad overlegd koninklijk besluit die bevoegdheid van het agentschap in het raam van de vijftien wetten vermeld in artikel 5 van de voormelde
wet van 4 februari 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/02/2000
pub.
18/02/2000
numac
2000022108
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen
sluiten uit te breiden, en anderzijds zal de regionalisering van een deel der materies behorend tot het ministerie van Landbouw, het agentchap wellicht ontdoen van een aantal van zijn bevoegdheden ».
In verschillende bepalingen van het ontwerp wordt echter verwezen naar de « (controle) bevoegdheden van het agentschap overeenkomstig de
wet van 4 februari 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/02/2000
pub.
18/02/2000
numac
2000022108
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen
sluiten ». Dit is onder meer het geval met artikel 2, § 1, 4°, artikel 3, §§ 1 en 6, en artikel 7, § 1, van het ontwerp.
Bij ontstentenis van een concretisering van de bevoegdheid van het agentschap t.a.v. de in voornoemd artikel 5, tweede lid, bedoelde wetten, wordt de werkbaarheid van de genoemde bepalingen van het ontwerp in het gedrang gebracht. In elk geval komt het uitblijven van zulke concretisering de rechtszekerheid niet ten goede.
Bijzondere aanhef Aanhef 1. Om wetgevingstechnische redenen dienen in de aanhef van het ontwerp, na het eerste lid, alle wetten te worden vermeld welke door het ontworpen besluit worden gewijzigd.2. In het zesde lid van de aanhef kunnen het nummer (31 262/3) en de datum van het voorliggende advies van de Raad van State worden vermeld. Art. 2 De bepaling van paragraaf 2 heeft betrekking op het toepassingsgebied van het ontworpen besluit, en hoort dus veeleer thuis in artikel 1. Art. 3.1. In paragraaf 2 schrijve men : « In de uitoefening van hun bevoegdheden kunnen de in § 1 bedoelde personen ... ». 2. In paragraaf 3 schrijve men « Ze kunnen ter plaatse elk document ... » in plaats van « Ze kunnen, zonder zich te hoeven verplaatsen, elk document ... ». 3. Luidens artikel 3, § 5, tweede lid, kunnen bijzondere analyses worden uitgevoerd in een niet erkend laboratorium.In het verslag aan de Koning wordt gesteld dat « dit verder bepaald zal worden bij gewoon koninklijk besluit ».
Het verdient aanbeveling de tekst af te stemmen op deze toelichting en in fine van de ontworpen bepaling de woorden « onder de door Ons te bepalen voorwaarden » toe te voegen. 4.1. In artikel 3, § 5, derde lid, wordt o.m. bepaald dat de Koning de erkenningsvoorwaarden van de analyselaboratoria bepaalt. Het zou nuttig zijn om te bepalen dat de Koning ook de erkenningsprocedure vaststelt. 4.2. Nog in dezelfde bepaling wordt gewag gemaakt van « de wijze en de voorwaarden van inbeslagneming ». Paragraaf 5 lijkt echter alleen betrekking te hebben op monsterneming. Men schrappe derhalve de woorden « van inbeslagneming of ». Art. 4.Luidens paragraaf 2 van dit artikel kan de bevoegde minister één of verschillende plaatsen onderwerpen aan een verhoogd toezicht in de omstandigheden en volgens de modaliteiten door de Koning bepaald.
De opdracht die de Koning zich aldus zou verlenen, is in te ruime bewoordingen gesteld. Het ontwerp geeft immers niet aan binnen welke perken de Koning het verhoogd toezicht kan regelen.
Een zodanige bevoegdheidstoekenning kan niet worden ingepast in de machten die de Koning ontleent aan artikel 5, tweede lid, van de
wet van 4 februari 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/02/2000
pub.
18/02/2000
numac
2000022108
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen
sluiten : zij zou erop neerkomen dat de in die bepaling bedoelde bijzondere machten door de Koning zelf onbeperkt worden verlengd, buiten de in artikel 14 van de wet gestelde tijdslimiet, en zonder dat een bekrachtiging door de wetgever vereist is.
Om bestaanbaar te zijn met artikel 5, tweede lid, van de
wet van 4 februari 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/02/2000
pub.
18/02/2000
numac
2000022108
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen
sluiten, moeten in het ontwerp zelf de regels bepaald worden welke voor het verhoogd toezicht gelden (2). Minstens moeten in het ontwerp de criteria bepaald worden waardoor de Koning zich, bij het nemen van een uitvoeringsbesluit, moet laten leiden. Art. 6.1. Men redigere paragraaf 2 van dit artikel als volgt : « § 2. Bedorven, ontaarde, schadelijke en schadelijk verklaarde producten, en producten die niet conform zijn aan de bepalingen van de wet die ze regelt of aan de uitvoeringsbesluiten ervan, worden in beslag genomen. » 2. De bepalingen van artikel 6, § 3, eerste lid, § 4, eerste lid, en § 5, eerste lid, refereren telkens aan « vereisten van de volksgezondheid, de dierengezondheid of de gezondheidspolitie », als voorwaarde om een bepaalde bestemming te geven aan in beslag genomen producten. De term « product » wordt in artikel 2, § 1, 4°, van het ontwerp gedefinieerd als « elk product dat of elke materie die wordt geregeld door of krachtens de wetten bedoeld in artikel 5 van de
wet van 4 februari 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/02/2000
pub.
18/02/2000
numac
2000022108
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen
sluiten of door de verordeningen van de Europese Unie, en die behoort tot de controlebevoegdheden van het agentschap overeenkomstig die wet ».
De bevoegdheden die de
wet van 4 februari 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/02/2000
pub.
18/02/2000
numac
2000022108
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen
sluiten verleent aan het agentschap en de machtigingen die door dezelfde wet aan de Koning worden verleend, hebben alle tot doel de gezondheid van de consumenten te beschermen (zie artikel 4, § 1, van de wet). Aan die wet liggen bijvoorbeeld geen doelstellingen van dierengezondheid ten grondslag.
Weliswaar is er een voorontwerp van wet tot wijziging van de
wet van 4 februari 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/02/2000
pub.
18/02/2000
numac
2000022108
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen
sluiten, waarover de afdeling wetgeving op 17 oktober 2000 advies 30 526/3 gegeven heeft. Artikel 2 van dat ontwerp beoogt artikel 4 van de voornoemde wet aan te vullen met een paragraaf 6, die de Koning machtigt om, teneinde de coherentie en de doeltreffendheid van de controletaken te bewaren, aan het agentschap bijkomende opdrachten toe te vertrouwen in het kader van de in artikel 5 opgesomde wetten.
Zolang dat voorontwerp geen wet geworden is, kan met die bevoegdheidsuitbreiding uiteraard nog geen rekening gehouden worden.
In artikel 6, § 3, eerste lid, § 4, eerste lid, en § 5, eerste en vierde lid, van het voorliggende ontwerp dienen de woorden « de dierengezondheid of de gezondheidspolitie » dan ook te worden weggelaten. 3. In de Nedelandse tekst van artikel 6 § 6, tweede lid, schrijve men « deze invorderen » in plaats van « deze terugvorderen ». Art. 7.Artikel 7 voorziet in een stelsel van administratieve boetes.
Het ontwerp zelf stelt geen regels vast i.v.m. de procedure die bij het opleggen van een boete en bij de uitvoering van de desbetreffende beslissing gevolgd moet worden. Wel worden in dit verband bevoegdheden gedelegeerd : in paragraaf 1, derde lid, aan de minister tot wiens bevoegdheid de volksgezondheid behoort, en in paragraaf 2, vierde lid, aan de Koning. Die twee delegaties zijn overigens met elkaar niet verenigbaar.
Het verlenen van een dergelijke opdracht aan de Koning, a fortiori aan de minister, gaat de perken te buiten van de bijzondere machten die bij artikel 5, tweede lid, van de
wet van 4 februari 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/02/2000
pub.
18/02/2000
numac
2000022108
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen
sluiten aan de Koning zijn verleend. Om de redenen die zijn uiteengezet in de opmerking bij artikel 4 van het ontwerp, zouden in het ontworpen besluit zelf de essentiële procedureregels vastgesteld moeten worden.
Aan de Koning, niet de minister, kan dan wel de bevoegdheid verleend worden om die procedureregels nader uit te werken. Art. 8.Bij dit artikel wordt aan de minister de bevoegdheid verleend om, in bepaalde uitzonderlijke omstandigheden (« ernstig en dreigend gevaar voor de volksgezondheid »), een aantal maatregelen te nemen.
Het laatste lid van dit artikel voorziet in strafsancties in geval van inbreuk op de bedoelde ministeriële beslissingen.
Het opleggen van straffen is een door de Grondwet (artikel 14) aan de wetgever voorbehouden aangelegenheid. De wetgever kan, in omstandigheden die het beroep op bijzondere machten kunnen verantwoorden, de regeling van een voorbehouden aangelegenheid weliswaar aan de Koning opdragen, maar dan is in elk geval vereist dat de wetgever die machtiging uitdrukkelijk verleent.
Te dezen bevat artikel 5, tweede lid, van de
wet van 4 februari 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/02/2000
pub.
18/02/2000
numac
2000022108
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen
sluiten geen uitdrukkelijke machtiging om in strafbepalingen te voorzien. Er kan weliswaar aangenomen worden dat de Koning, op grond van de machtiging om bestaande regelingen « aan te vullen, te wijzigen, te vervangen en te coördineren », bestaande strafbepalingen van toepassing kan maken op inbreuken op bepalingen die verband houden met aangelegenheden waarvoor het agentschap bevoegd is. De Raad van State heeft, binnen de korte termijn die hem voor het geven van zijn advies is toegemeten, in de in artikel 5, tweede lid, van de
wet van 4 februari 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/02/2000
pub.
18/02/2000
numac
2000022108
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen
sluiten opgesomde wetten echter geen bepalngen gevonden die straffen stellen op maatregelen die de bevoegde minister in uitzonderlijke gevallen kan opleggen (3).
Bij gebreke van een machtiging aan de Koning om, voor het in artikel 8 van het ontwerp bedoelde geval, strafsancties op te leggen, dient het laatste lid van dit artikel te worden weggelaten. Art. 9.1. Luidens paragraaf 1 van dit artikel kan de Koning, « in het belang van de gezondheid van de verbruiker en binnen het toepassingsgebied van de wetten bedoeld in artikel 5 van de
wet van 4 februari 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/02/2000
pub.
18/02/2000
numac
2000022108
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen
sluiten, ... elke vereiste maatregel treffen ter uitvoering van de bepalingen die voortvloeien uit de internationale verdragen en de krachtens die verdragen tot stand gekomen internationale akten ». Deze maatregelen kunnen de opheffing en de wijziging van wetsbepalingen inhouden, in welk geval die besluiten voor beraadslaging voorgelegd worden aan de Ministerraad.
Zoals reeds is uiteengezet in de opmerking bij artikel 4 van het ontwerp, kan de Koning zichzelf geen bijzondere machten toekennen. Het verlenen van de bevoegdheid om wetskrachtige besluiten te nemen, hoeft echter niet altijd beschouwd te worden als het toekennen van bijzondere machten. Zulke opdracht kan immers ingepast worden in de gewone toepassing van artikel 105 van de Grondwet, indien het gaat om maatregelen die verplicht genomen moeten worden en waaromtrent de appreciatiebevoegdheid van de Koning dan ook uitgesloten of althans tot een minimum beperkt is. Dit is bijvoorbeeld het geval met maatregelen die nodig zijn voor de uitvoering van internationale of supranationale verplichtingen.
Paragraaf 1, eerste lid, dient geredigeerd te worden op een wijze die de grenzen van de opgedragen bevoegdheid beter aangeeft : daartoe dient het woord « bepalingen » vervangen te worden door « verplichtingen » (4), en dient benadrukt te worden dat het « nodig » moet zijn om bepaalde maatregelen te nemen.
Het is de Raad van State voorts niet duidelijk waarom, ter aflijning van het toepassingsgebied van de verleende machtiging, verwezen wordt naar het toepassingsgebied « van de wetten bedoeld in artikel 5 van de
wet van 4 februari 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/02/2000
pub.
18/02/2000
numac
2000022108
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen
sluiten ». Het is allicht de bedoeling om het toepassingsgebied te beperken tot de aangelegenheden waarvoor het agentschap bevoegd is (5). In dat geval kan beter verwezen worden naar het toepassingsgebied van de
wet van 4 februari 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/02/2000
pub.
18/02/2000
numac
2000022108
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen
sluiten.
Rekening houdend met het voorgaande, kan de eerste volzin van artikel 9, § 1, eerste lid, beter worden geredigeerd als volgt : « Binnen het toepassingsgebied van de
wet van 4 februari 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/02/2000
pub.
18/02/2000
numac
2000022108
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen
sluiten, kunnen wij elke maatregel nemen die nodig is voor de uitvoering van verplichtingen die voortvloeien uit internationale verdragen en uit de krachtens die verdragen tot stand gekomen akten. ». 2. De draagwijdte van artikel 9, § 2, strekt zich uit over de materies « welke op grond van de (wetten opgesomd in artikel 5, tweede lid, van de
wet van 4 februari 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/02/2000
pub.
18/02/2000
numac
2000022108
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen
sluiten) tot (...) (de) verordenende bevoegdheid (van de Koning) behoren ». Die formulering is te ruim. Het zou beter zijn te bepalen dat het gaat om de materies die tot de bevoegdheid van het agentschap behoren, binnen het toepassingsgebied van de
wet van 4 februari 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/02/2000
pub.
18/02/2000
numac
2000022108
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen
sluiten. Art. 12.In de Nederlandse tekst van het ontworpen artikel 15, § 6, van de
wet van 25 maart 1964Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/03/1997
pub.
15/08/1997
numac
1997016213
bron
ministerie van middenstand en landbouw en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot wijziging van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking
type
wet
prom.
17/03/1997
pub.
18/12/1997
numac
1997022733
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies, met het oog op de uitoefening van de klinische biologie
sluiten2 (artikel 12, 2°, van het ontwerp) vervange men « lid 5 » door « § 5 ». Art. 19.In het ontworpen artikel 11, § 1, eerste lid, van de
wet van 15 juli 1985Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/03/1997
pub.
15/08/1997
numac
1997016213
bron
ministerie van middenstand en landbouw en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot wijziging van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking
type
wet
prom.
17/03/1997
pub.
18/12/1997
numac
1997022733
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies, met het oog op de uitoefening van de klinische biologie
sluiten7 (artikel 19, § 5, van het ontwerp) kunnen de woorden « voor het uitvoeren van de bepalingen van de internationale verdragen » beter vervangen worden door « voor de uitvoering van verplichtingen die voortvloeien uit internationale verdragen » (zie opmerking 4 bij artikel 9 van het ontwerp). Art. 24.Dit artikel beoogt een wijziging van de
wet van 15 april 1994Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/03/1997
pub.
15/08/1997
numac
1997016213
bron
ministerie van middenstand en landbouw en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot wijziging van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking
type
wet
prom.
17/03/1997
pub.
18/12/1997
numac
1997022733
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies, met het oog op de uitoefening van de klinische biologie
sluiten4 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle.
De
wet van 15 april 1994Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/03/1997
pub.
15/08/1997
numac
1997016213
bron
ministerie van middenstand en landbouw en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot wijziging van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking
type
wet
prom.
17/03/1997
pub.
18/12/1997
numac
1997022733
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissies, met het oog op de uitoefening van de klinische biologie
sluiten4 komt niet voor in de opsomming vervat in artikel 5, tweede lid, van de
wet van 4 februari 2000Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/02/2000
pub.
18/02/2000
numac
2000022108
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet houdende oprichting van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen
sluiten. Die wet is evenwel bedoeld om in de plaats te komen van de wet van 29 maart 1958 betreffende de bescherming van de bevolking tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren. Er kan dan ook aangenomen worden dat de bij artikel 5, tweede lid, aan de Koning verleende machtiging ook op de
wet van 15 april 1994Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
17/03/1997
pub.
15/08/1997
numac
1997016213
bron
ministerie van middenstand en landbouw en ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu
Wet tot wijziging van de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking
type
wet
prom.
17/03/1997
pub.
18/12/1997
numac
1997022733
bron
ministerie van sociale zaken, volksgezond …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.