Besluit van de Regering tot uitvoering van het decreet van 22 februari 2016 betreffende de bestrijding van doping in de sport
Kort samengevat
Dit besluit regelt de uitvoering van het decreet van 22 februari 2016 betreffende de bestrijding van doping in de sport, met als doel de sportethiek en de gezondheid van sporters te beschermen. Het voorziet in maatregelen voor dopingpreventie, informatie-uitwisseling en de procedure voor therapeutische uitzonderingen.
Wat het regelt
- De ontwikkeling van een informatie- en preventieplan tegen doping.
- De vaststelling van de verboden lijst en de bijwerkingen ervan door de Minister.
- De uitwisseling en bewaring van inlichtingen en gegevens in het kader van dopingbestrijding.
- De procedure voor het aanvragen van toestemmingen wegens therapeutische noodzaak (TTN's).
Wie het aanbelangt
- Sporters, in het bijzonder elitesporters van nationaal niveau.
- De Regering van de Duitstalige Gemeenschap, de Minister bevoegd voor Sport, de NADO-DG en de TTN-commissie.
Kernpunten
- De Duitstalige Gemeenschap moet haar regelgeving uiterlijk op 18 maart 2016 in overeenstemming brengen met de Wereldantidopingcode en internationale standaards van WADA.
- De Minister kan een informatie- en preventieplan ontwikkelen, inclusief educatie-, informatie- en preventiecampagnes en een contactpunt voor elitesporters.
- Inlichtingen en gegevens mogen alleen worden meegedeeld aan specifieke personen en instanties, en uitsluitend indien absoluut noodzakelijk voor welbepaalde doelstellingen.
- De bewaartermijn voor gegevens stemt overeen met bijlage A van de internationale standaard ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer en voor de bescherming van persoonsgebonden gegevens.
- De TTN-commissie bestaat uit drie werkende leden en drie plaatsvervangende leden, aangewezen door de Minister voor een periode van vier jaar.
Wettekst
17 MAART 2016. - Besluit van de Regering tot uitvoering van het decreet van 22 februari 2016Relevante gevonden documenten type decreet prom. 22/02/2016 pub. 01/03/2016 numac 2016201142 bron ministerie
§ 1
, eerste lid, wijst de Minister de drie beste kandidaten aan als werkend lid.
§ 1
, eerste lid, wijst de Minister de kandidaten die als vierde, vijfde en zesde gerangschikt zijn, aan als plaatsvervangend lid. De niet in aanmerking genomen kandidaturen blijven vier jaar geldig en vormen een wervingsreserve in geval van vertrek of ontslag van de aangewezen leden. § 3. De Minister kan het mandaat van de leden van de TTN-commissie telkens voor een periode van vier jaar verlengen. De verlenging van het mandaat van de leden van de TTN-commissie wordt verleend als daartoe een aanvraag wordt ingediend bij de NADO-DG, minstens drie maanden voor het einde van het lopende mandaat. Bij de aanvraag om verlenging van het mandaat worden de volgende stukken gevoegd : 1° een recent attest van de Orde der artsen dat bevestigt dat sedert minstens 6 jaar geen tuchtsanctie werd uitgesproken;2° een uittreksel uit het strafregister (model 1) dat bevestigt dat geen veroordeling wegens een misdaad of een misdrijf werd uitgesproken. § 4. Om te waarborgen dat de samenstelling van de TTN-commissie aan de criteria vermeld in § 1 voldoet, kan de Minister ook leden aanwijzen die deel uitmaken van een andere Belgische TTN-commissie die aan de voorwaarden van § 1 voldoen. Overeenkomstig artikel 12, § 2, vijfde lid, van het decreet kan de toepassing van die paragraaf nader geregeld worden via een bilaterale overeenkomst die daartoe met de betrokken gemeenschap gesloten wordt. § 5 - Het secretariaat van de TTN-commissie wordt verzorgd door een verantwoordelijke van de NADO-DG die arts of master in de geneeskunde is. Om de goede werking van het secretariaat te waarborgen, kan de Minister bepaalde taken toevertrouwen aan verantwoordelijken van een andere Belgische TTN-commissie. Overeenkomstig artikel 12, § 2, vijfde lid, van het decreet kan de toepassing van die paragraaf nader geregeld worden via een bilaterale overeenkomst die daartoe met de betrokken gemeenschap gesloten wordt. Art. 7.De TTN-commissie vaardigt een huishoudelijk reglement uit en past het toe; dat huishoudelijk reglement moet worden goedgekeurd door de Minister. Het huishoudelijk reglement van de TTN-commissie bevat de volgende hoofdregels : 1° de zetel en het secretariaat van de TTN-commissie zijn gevestigd in het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap, Gospertstraße 1, 4700 Eupen (postadres);2° de leden van de TTN-commissie oefenen hun opdracht op streng vertrouwelijke, volledig onafhankelijke en volledig onpartijdige wijze uit.Bij het onderzoeken van de dossiers nemen ze de beginselen van objectiviteit en gelijke behandeling in acht. In voorkomend geval weigeren ze elk dossier te behandelen wanneer het vermoeden zou kunnen bestaan dat het betrokken lid geen voldoende waarborg inzake onafhankelijkheid en onpartijdigheid biedt; 3° de TTN-commissie wordt voorgezeten door het werkend lid dat binnen de commissie door het geheel van de werkende en plaatsvervangende leden wordt aangewezen en dat het grootste aantal stemmen heeft behaald.Bij staking van stemmen wordt het oudste lid als voorzitter van de TTN-commissie aangewezen; 4° het secretariaat van de TTN-commissie wordt belast met de administratieve taken voor de voorbereiding en uitvoering van de TTN-beslissingen, in het bijzonder met de ontvangst van de TTN-aanvragen, de mededeling ervan aan de leden van de TTN-commissie, het opstellen van een voorstel van beslissing, de eindredactie van de door de TTN-commissie genomen beslissingen, alsook de briefwisseling met de sporters, de sportorganisaties en het WADA;5° de TTN-aanvragen worden voorgelegd aan de drie werkende leden van de TTN-commissie.Bij een belangenconflict of bij enige andere verhindering wordt het betrokken werkend lid vervangen door één van de drie plaatsvervangende leden; 6° wanneer de TTN-aanvraag wordt ingediend door een sporter met een handicap, moet minstens één van de drie leden van de TTN-commissie die over die aanvraag beslissen algemene ervaring hebben met de verzorging en behandeling van sporters met een handicap of specifieke ervaring hebben met de handicap van de betrokken sporter;7° de TTN-commissie beslist in een schriftelijke procedure, bij meerderheid van haar leden;8° de voorzitter kan, op eigen initiatief of op aanvraag van één van zijn leden, één of meer adviezen aanvragen van ongeacht welke medische of wetenschappelijke deskundigen die hij geschikt acht;9° de beslissingen van de TTN-commissie worden met redenen omkleed en worden gedateerd;ze worden door de voorzitter en de secretaris van de TTN-commissie ondertekend. Dat huishoudelijk reglement stemt overeen met de bepalingen van bijlage II van de UNESCO-conventie en met de bepalingen van de Internationale Standaard voor Toestemmingen wegens Therapeutische Noodzaak. Art. 8.De TTN-commissie bezorgt de NADO-DG jaarlijks - uiterlijk op 31 maart - een activiteitenverslag dat geanonimiseerd en met naleving van het medisch geheim het aantal behandelde dossiers, het aantal verleende TTN's en het aantal weigeringen met de redenen daarvoor vermeldt. Art. 9.De leden van de TTN-commissie worden vergoed overeenkomstig de bepalingen van het besluit van de Regering van 12 juli 2001 tot harmonisatie van het presentiegeld en van de reisvergoedingen in instellingen en raden van beheer van de Duitstalige Gemeenschap. Voor de leden die overeenkomstig artikel 6, § 4, worden aangewezen, wordt de vergoeding vastgelegd in een bilaterale overeenkomst die daartoe met de betrokken gemeenschap wordt gesloten. Art. 10.De medische of wetenschappelijke deskundigen aan wie de TTN-commissie met toepassing van artikel 12, § 4, tweede lid, van het decreet advies heeft gevraagd, worden vergoed overeenkomstig de bepalingen van het besluit van de Regering van 12 juli 2001 tot harmonisatie van het presentiegeld en van de reisvergoedingen in instellingen en raden van beheer van de Duitstalige Gemeenschap. De deskundigen bedoeld in het eerste lid hebben een strikte geheimhoudingsplicht. Ze oefenen hun taken uit volgens de instructies en onder de verantwoordelijkheid van de leden van de TTN-commissie. Afdeling 3. - Procedure voor de aanvraag om toestemming wegens therapeutische noodzaak Art. 11.Overeenkomstig artikel 12, §§ 3 en 6, van het decreet verloopt de procedure voor de TTN-aanvraag als volgt : 1° de TTN-aanvraag wordt door de sporter per post, via e-mail of via ADAMS bij het secretariaat van de TTN-commissie ingediend;2° de aanvraag wordt ingediend via het aanvraagformulier waarvan het model door de NADO-DG wordt vastgelegd overeenkomstig bijlage II van de UNESCO-conventie en het model van het TTN-formulier volgens de Internationale Standaard voor Toestemmingen wegens Therapeutische Noodzaak.Dat model bevat :
- a)een informatie aan de sporter over de wijze waarop zijn persoonsgegevens - waaronder ook medische gegevens - verwerkt worden;
- b)een rubriek voor de medische voorgeschiedenis van de sporter waaruit op zijn minst de resultaten van de medische onderzoeken, laboratoriumanalysen of medische- beeldvormingsonderzoeken in verband met de aanvraag blijken;
- c)verschillende rubrieken waarin de dosering, de frequentie, de vorm en de duur voor de toediening van de - in principe - verboden stof worden vermeld;
- d)een rubriek waarmee de behandelende arts kan bevestigen dat de vermelde behandeling medisch geschikt is en dat het gebruik van een alternatief geneesmiddel dat niet in de lijst van verboden stoffen en methodes opgenomen is, niet geschikt zou zijn voor de beschreven pathologische behandeling;3° het aanvraagformulier wordt door de sporter behoorlijk ingevuld, gedateerd en ondertekend;4° de aanvraag :
- a)wordt voor elitesporters van nationaal niveau - behalve in één van de gevallen bedoeld in het tweede lid - uiterlijk 30 dagen vóór de training, het evenement of de wedstrijd waarvoor de TTN wordt aangevraagd, ingediend;
- b)kan voor amateurs - behalve in één van de gevallen bedoeld in het tweede lid - met terugwerkende kracht worden ingediend binnen 15 werkdagen vanaf de datum van de ontvangst van de brief waarin de NADO-DG hun kennis geeft van die mogelijkheid. Bij wijze van uitzondering en onder voorbehoud van het eerste lid kan een TTN met terugwerkende kracht aangevraagd worden binnen een maximumtermijn van 30 dagen vanaf de datum van de kennisgeving van een afwijkend analyseresultaat :
- a)wanneer de verboden stof of de verboden methode wordt toegediend in een dringend medisch geval of voor de behandeling van een acute pathologische aandoening die door een medisch attest behoorlijk wordt bevestigd;
- b)in uitzonderlijke omstandigheden die door de sporter behoorlijk worden bewezen en door de TTN-commissie worden aanvaard, die worden gestaafd door een beslissing die op dat punt specifiek wordt gemotiveerd, wanneer de sporter van nationaal niveau onvoldoende tijd of mogelijkheden had om vóór de dopingtestprocedure een aanvraag in te dienen of wanneer de TTN-commissie onvoldoende tijd of mogelijkheden had om die aanvraag vóór de dopingtestprocedure te onderzoeken;
- c)om billijkheidsredenen, onder voorbehoud van de schriftelijke toestemming van het WADA en van de TTN-commissie. Voor amateurs kan de aanvraag om toepassing van het vorige lid in het kader van de toepassing van artikel 24 van het decreet uitdrukkelijk worden vastgelegd, wanneer de betrokken sporter verschijnt of wordt vertegenwoordigd voor de sportorganisatie waarbij hij aangesloten is; 5° in de aanvraag wordt ook vermeld :
- a)dat de sporter vroeger al andere TTN-aanvragen heeft ingediend;
- b)om welke stoffen het daarbij ging;
- c)bij welke antidopingorganisatie(
- s)die aanvraag/aanvragen werd/werden ingediend;
- d)welke beslissing of beslissingen de betrokken antidopingorganisatie of antidopingorganisaties toen over de TTN-aanvraag hebben genomen. De TTN-commissie verklaart de TTN-aanvraag onontvankelijk wanneer ze gegrond is op redenen die dezelfde zijn als in een vorige aanvraag die betrekking heeft op dezelfde periode en die bij een andere antidopingorganisatie werd ingediend. Afdeling 4. - Procedure voor de toekenning van de toestemming wegens therapeutische noodzaak Art. 12.Het secretariaat van de TTN-commissie onderzoekt binnen 3 werkdagen na ontvangst van de TTN-aanvraag of die volledig is. Met toepassing van en binnen de termijn bedoeld in het vorige lid kan het secretariaat van de TTN-commissie overeenkomstig artikel 11 aan de sporter alle aanvullende gegevens of documenten vragen om zijn TTN-aanvraag aan te vullen. De sporter beschikt over 5 werkdagen vanaf de ontvangst van de aanvraag van het secretariaat van de TTN-commissie om dat secretariaat elk aanvullend gegeven of document bedoeld in het vorige lid per post of per e-mail mee te delen. Indien de sporter het gevraagde aanvullende gegeven/de gevraagde aanvullende gegevens en/of het gevraagde aanvullende document/de gevraagde aanvullende documenten niet binnen de termijn vermeld in het vorige lid indient, beschouwt het secretariaat van de TTN-commissie de TTN-aanvraag als onontvankelijk en deelt het secretariaat dat per post of per e-mail mee aan de sporter. Zodra de TTN-aanvraag als volledig wordt beschouwd, zendt het secretariaat van de TTN-commissie die aanvraag, overeenkomstig artikel 11 en na eventuele toepassing van het tweede en het derde lid, dezelfde dag door aan de leden van TTN-commissie voor onderzoek en beslissing. Art. 13.§ 1. Het secretariaat deelt de beslissing van de TTN-commissie mee aan de betrokken sporter; die kennisgeving geschiedt per aangetekende brief en per e-mail binnen 15 dagen na ontvangst van de volledige TTN-aanvraag overeenkomstig artikel 12, vijfde lid. Overeenkomstig artikel 11 wordt een afschrift van de beslissing meegedeeld aan de behandelende arts die de sporter geholpen heeft om zijn TTN-aanvraag in te vullen. De TTN-commissie beslist met inachtneming van bijlage II van de UNESCO-conventie en met inachtneming van de bepalingen van de Internationale Standaard voor Toestemmingen wegens Therapeutische Noodzaak. § 2. Wanneer de TTN-commissie beslist om de TTN bedoeld in artikel 3, 9°, van het decreet aan de sporter te verlenen, wordt die TTN bij de aan de betrokken sporter gerichte brieven bedoeld in § 1 gevoegd. De NADO-DG bepaalt het TTN-model overeenkomstig bijlage II van de UNESCO-conventie en de Internationale Standaard voor Toestemmingen wegens Therapeutische Noodzaak. De TTN bevat in elk geval : 1° de identiteit van de betrokken sporter, zijn sportdiscipline en de sportfederatie waarbij hij aangesloten is;2° de benaming van de stof en/of de methode die door de TTN-commissie overeenkomstig artikel 3, 9°, van het decreet als therapeutisch verantwoord wordt beschouwd;3° de dosering, de frequentie, de vorm van de toediening van de stof en/of de methode bedoeld in 2°, alsook de duur van de geldigheid van de TTN en elke eventuele voorwaarde waaraan de TTN onderworpen is. Bovendien voert het secretariaat van de TTN-commissie de gegevens bedoeld in het vorige lid in de ADAMS-databank in of vraagt het secretariaat om die gegevens in de ADAMS-databank in te voeren overeenkomstig artikel 4, om het WADA en de andere antidopingorganisaties te informeren. § 3. Wanneer de TTN-commissie beslist om de TTN te weigeren, wordt de beslissing in feite en in rechte met redenen omkleed overeenkomstig artikel 3, 9°, van het decreet. Bovendien voert het secretariaat van de TTN-commissie de volgende gegevens in de ADAMS-databank in of vraagt het secretariaat om die gegevens in de ADAMS-databank in te voeren overeenkomstig artikel 4, om het WADA en de andere antidopingorganisaties te informeren : 1° de identiteit van de betrokken sporter, zijn sportdiscipline en de sportfederatie waarbij hij aangesloten is;2° de benaming van de stof en/of de methode die door de TTN-commissie overeenkomstig artikel 3, 9°, van het decreet niet als therapeutisch verantwoord wordt beschouwd;3° de motivering van de beslissing tot weigering, met inbegrip van de redenen in feite en in rechte. § 4. Overeenkomstig artikel 4.4.9 van de Code wordt de overschrijding van de termijn bedoeld in § 1, eerste lid, gelijkgesteld met een beslissing tot weigering die overeenkomstig § 3 door de TTN-commissie is genomen. § 5. De sporter kan beroep instellen tegen de beslissing tot weigering bedoeld in § 3, eerste lid, of genomen met toepassing van § 4. Het beroep wordt ingesteld per aangetekende brief en wordt gericht aan het secretariaat van de TTN-commissie binnen een maximumtermijn van 15 dagen, te rekenen ofwel vanaf de datum van ontvangst van de aangetekende brief bedoeld in § 1, eerste lid, ofwel te rekenen vanaf de dag volgend op het einde van de termijn bedoeld in § 1, eerste lid. Naast de inachtneming van de termijn bedoeld in het vorige lid, hangt de ontvankelijkheid van het beroep af van de volgende andere voorwaarden : 1° de vermelding van de aangevochten beslissing;2° de beschrijving van de inhoud en van de redenen van het beroep, in feite en in rechte toegelicht;3° de vermelding en de beschrijving van een gegeven dat nieuw is in vergelijking met het ogenblik waarop de oorspronkelijke aanvraag als volledig werd beschouwd, met toepassing van artikel 12, vijfde lid;4° het voegen bij het beroep van elk eventueel medisch attest, dat niet bij het oorspronkelijke dossier was gevoegd en dat, overeenkomstig artikel 3, 9°, van het decreet, de herziening zou kunnen rechtvaardigen van de beslissing die de TTN-commissie in eerste instantie had genomen. § 6. De TTN-commissie die over het beroep moet beslissen, houdt zitting met een formatie die volledig verschillend is van deze die in eerste instantie over de aanvraag heeft beslist. Wanneer de TTN-commissie beslist om de TTN te weigeren, wordt de beslissing in feite en in rechte met redenen omkleed overeenkomstig artikel 3, 9°, van het decreet. De beslissing bedoeld in het vorige lid wordt ter kennis gebracht van de sporter bij aangetekende brief en per e-mail binnen 15 dagen na de datum waarop het beroep met toepassing van § 5 werd ingesteld. § 7. Overeenkomstig artikel 4.4.9 van de Code wordt de overschrijding van de termijn bedoeld in § 6, derde lid, gelijkgesteld met een beslissing tot weigering, genomen door de TTN-commissie die over het beroep beslist. § 8.
§ 5
kan het WADA overeenkomstig artikel 4.4.6 van de Code elke TTN-beslissing te allen tijde onderzoeken, ofwel op eigen initiatief, ofwel op uitdrukkelijke aanvraag van de betrokken sporter of van zijn sportfederatie. Indien de TTN-beslissing die door het WADA wordt onderzocht, voldoet aan de criteria van de Internationale Standaard voor Toestemmingen wegens Therapeutische Noodzaak, zal het WADA die beslissing niet betwisten. Indien de TTN-beslissing die door het WADA wordt onderzocht, niet voldoet aan de criteria van de Internationale Standaard voor Toestemmingen wegens Therapeutische Noodzaak, zal het WADA die beslissing vernietigen. Overeenkomstig artikel 4.4.8 van de Code kan de betrokken sporter, de NADO-DG en/of de betrokken internationale sportfederatie bij het TAS beroep instellen tegen elke beslissing van het WADA om een TTN-beslissing, die met toepassing van het vorige lid is genomen, te vernietigen. § 9. Overeenkomstig artikel 4.4.7 van de Code kan de betrokken sporter en/of de NADO-DG,
de §§ 5 en 8, bij het TAS beroep instellen tegen elke TTN-beslissing die met toepassing van § 8, tweede lid, werd genomen door een internationale sportfederatie of een NADO die zich ertoe bereid verklaard heeft een TTN-aanvraag namens een internationale sportfederatie te onderzoeken en die niet door het WADA wordt onderzocht of die door het WADA wel werd onderzocht, maar niet werd vernietigd. Art. 14.De TTN-commissie kan, bij het onderzoek van een TTN-aanvraag of een beroep tegen een beslissing tot weigering van een TTN-aanvraag, met toepassing van deze afdeling, vragen dat alle aanvullende en nuttig geachte onderzoeken, nasporingen en/of beeldvormingsonderzoeken worden uitgevoerd. Die aanvullende onderzoeken, nasporingen en beeldvormingsonderzoeken worden door de sporter betaald. Ze schorsen de termijnen bedoeld in artikel 13, § 1, eerste lid, en § 6, derde lid, tijdens de uitvoering ervan. Art. 15.Een TTN kan door de TTN-commissie worden vernietigd, indien de sporter zich, binnen de termijn die vooraf werd meegedeeld, niet schikt naar de eventuele voorwaarde(
- n)waaraan de TTN werd onderworpen. Het secretariaat van de TTN-commissie brengt de beslissing tot vernietiging van een TTN ter kennis van de sporter. De beslissing bedoeld in het vorige lid bevat op zijn minst : 1° de identiteit van de betrokken sporter, zijn sportdiscipline en de sportfederatie waarbij hij aangesloten is;2° de benaming van de stof en/of de methode waarvoor de TTN-commissie overeenkomstig artikel 3, 9°, van het decreet een TTN heeft verleend;3° de motivering van de beslissing tot weigering van de TTN, met inbegrip van de redenen in feite en in rechte. Bovendien voert het secretariaat van de TTN-commissie de gegevens bedoeld in het vorige lid in de ADAMS-databank in of vraagt het secretariaat om die gegevens in de ADAMS-databank in te voeren overeenkomstig artikel 4, om het WADA en de andere antidopingorganisaties te informeren. De vernietiging van een TTN heeft uitwerking te rekenen vanaf de dag na de kennisgeving van de vernietigingsbeslissing van de TTN-commissie, zoals bedoeld in het tweede lid. HOOFDSTUK 3. - Dopingtestprocedures en onderzoeken Afdeling 1. - Officiers van gerechtelijke politie Art. 16.Overeenkomstig artikel 3, 42°, van het decreet wijst de Minister de beëdigde verantwoordelijken en medewerkers van de NADO-DG aan die de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie hebben. Afdeling 2. - Controleartsen Art. 17.§ 1. De Minister wijst de controleartsen aan overeenkomstig artikel 16 van het decreet, na bekendmaking van een oproep tot kandidaten die door de NADO-DG volgens de voorwaarden en de procedure bedoeld in § 3 wordt georganiseerd. Om als controlearts te kunnen worden aangewezen, moet de kandidaat ten minste aan de volgende voorwaarden voldoen : 1° antwoorden op de in § 1 bedoelde oproep tot kandidaten, bekendgemaakt en georganiseerd door de NADO-DG, binnen de termijn en, in voorkomend geval, in de vereiste vorm;2° houder zijn van een diploma van arts of master in de geneeskunde en bij indiening van de kandidatuur het bewijs daarvan leveren door een afschrift van het diploma of de master voor te leggen;3° sedert ten minste 6 jaar te rekenen vanaf de indiening van een kandidatuur geen tuchtsanctie of schrapping uit de Orde der artsen ondergaan of hebben ondergaan, waarvan het bewijs moet worden geleverd, bij de indiening van de kandidatuur, door het voorleggen van een door de Orde der artsen gedateerd en ondertekend attest;4° een uittreksel uit het strafregister (model 2) bij de kandidatuur voegen dat bevestigt dat de kandidaat niet werd veroordeeld wegens een misdaad of een misdrijf;5° in de akte van kandidatuur elke private of professionele verbinding met één of meer sporters, sportorganisaties, organisatoren van evenementen en/of wedstrijden vermelden;6° zich, met een bij de kandidatuur gevoegd, gedateerd en ondertekend onderhands attest op erewoord, ertoe verbinden de vertrouwelijkheid van de controleprocedure strikt in acht te nemen, alsook de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid die noodzakelijk zijn voor elke dopingtestprocedure, waarbij, in voorkomend geval, geweigerd wordt controle uit te oefenen op een sporter wanneer het vermoeden zou kunnen bestaan dat de controlearts geen voldoende waarborg inzake onafhankelijkheid en onpartijdigheid ten aanzien van die sporter biedt;7° behalve als de intrekking op hun aanvraag is geschied, geen beslissing tot intrekking van de hoedanigheid van controlearts hebben ondergaan gedurende de vijf jaar voorafgaand aan het jaar van de indiening van de kandidatuur. De NADO-DG ontvangt de kandidaturen en onderzoekt of de voorwaarden gesteld in 1° tot 7° vervuld zijn. Kandidaturen die na de in 1° bedoelde termijn worden ingediend, zijn niet ontvankelijk. Naar aanleiding van de in het derde lid bedoelde verificatie kan de NADO-DG de kandidaat vragen om, per gewone post of per e-mail, binnen een termijn van 10 dagen te rekenen vanaf de indiening van die aanvraag, alle document mee te delen waarmee de akte van kandidatuur geldig kan worden aangevuld. Als de kandidaat het (
- de)gevraagde aanvullende document(
- en)niet binnen de in het vorige lid vermelde termijn van 10 dagen voorlegt, wordt de kandidatuur als niet-ontvankelijk beschouwd. § 2. Wanneer de in § 1, tweede lid, 1° tot 7°, bedoelde voorwaarden vervuld zijn, brengt de NADO-DG de kandidaat daarvan op de hoogte per gewone post en per e-mail. In de kennisgevingen bedoeld in het vorige lid wordt ook vermeld dat de kandidaat een initiële opleiding moet volgen die georganiseerd wordt door de NADO-DG of door een andere Belgische of buitenlandse NADO en die een theoretisch examen en een praktisch examen omvat. Het theoretisch examen bedoeld in het vorige lid heeft betrekking op de regelgeving inzake dopingbestrijding die gelden in de Duitstalige Gemeenschap. Het praktisch examen bedoeld in het tweede lid bestaat erin, enerzijds, in een eerste fase, als waarnemer de uitvoering van minstens twee dopingtests door een controlearts van de Duitstalige Gemeenschap of van een andere gemeenschap bij te wonen en, anderzijds, in een tweede fase, zelf, onder de supervisie van een controlearts van de Duitstalige Gemeenschap of van een andere gemeenschap een dopingtest uit te voeren. Het theoretisch examen en het praktisch examen moeten de kandidaat in staat stellen de eisen betreffende de fase van monstername voldoende te kennen en te beheersen. § 3. De oproep tot kandidaten bedoeld in § 1 wordt in het bijzonder bekendgemaakt in één van de bladen van de Belgische en/of Duitse geschreven pers. De kandidaten die de in § 1, tweede lid, 1° tot 7°, bedoelde voorwaarden vervullen en die slagen voor het praktisch examen en het theoretisch examen van de initiële opleiding bedoeld in § 2, tweede lid, worden gerangschikt op grond van hun beschikbaarheid en de kwaliteit van hun kandidatuur, waarvan de criteria bij de oproep tot kandidaten worden vermeld. De Minister wijst voor een periode van twee jaar de best gerangschikte kandidaten als controlearts aan, met toepassing van het vorige lid, binnen de perken van de vacante plaatsen. De aangewezen controleartsen ontvangen een legitimatiebewijs waarop de geldigheidsduur van hun aanwijzing wordt vermeld. Voor zover de niet in aanmerking genomen kandidaten geslaagd zijn voor het theoretisch en het praktisch examen bedoeld in § 2, tweede lid, blijven ze geldig opgenomen in een wervingsreserve voor een periode van twee jaar voor het geval dat binnen die periode plaatsen als controlearts vacant worden. § 4. De Minister kan één of meer controleartsen van de NADO van een andere gemeenschap overeenkomstig § 1, tweede lid, als controlearts aanwijzen. Overeenkomstig artikel 16, § 2, tweede lid, van het decreet kan de aanwijzing en, in voorkomend geval, de overige maatregelen voor de toepassing van die paragraaf nader geregeld worden via een bilaterale overeenkomst die daartoe met de betrokken gemeenschap gesloten wordt. § 5. Een controlearts kan zijn aanwijzing telkens voor een periode van twee jaar laten verlengen, als hij aan de volgende voorwaarden voldoet : 1° per gewone post of per e-mail de verlenging van zijn aanwijzing bij de NADO-DG aanvragen, uiterlijk 30 dagen voor het verstrijken van zijn lopende aanstelling;2° bij zijn aanvraag om verlenging van zijn aanstelling een recent attest voegen, gedateerd en ondertekend door de Orde der artsen, dat bevestigt dat hij sedert ten minste 6 jaar geen tuchtsanctie of eventuele schrapping uit de Orde der artsen heeft ondergaan;3° bij zijn aanvraag om verlenging van zijn aanstelling een uittreksel uit het strafregister (model 2) voegen dat bevestigt dat hij niet werd veroordeeld wegens een misdaad of een misdrijf;4° in zijn aanvraag om verlenging van zijn aanstelling elke private of professionele verbinding met één of meer sporters, sportorganisaties, organisatoren van evenementen en/of wedstrijden vermelden;5° zich, met een nieuw gedateerd en ondertekend onderhands attest op erewoord dat bij de aanvraag om verlenging van zijn aanstelling is gevoegd, ertoe verbinden de vertrouwelijkheid van de controleprocedure strikt in acht te nemen, alsook de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid die noodzakelijk zijn voor elke dopingtestprocedure, waarbij, in voorkomend geval, geweigerd wordt controle uit te oefenen op een sporter wanneer het vermoeden zou kunnen bestaan dat de controlearts geen voldoende waarborg inzake onafhankelijkheid en onpartijdigheid ten aanzien van die sporter biedt. De overschrijding van de in 1° bedoelde termijn belet niet dat een reeds aangestelde controlearts op een nieuwe oproep tot kandidaten antwoordt, overeenkomstig de in § 1 bedoelde procedure. Met toepassing van één of meer van de vorige leden kan de reeds aangestelde controlearts een aanvraag indienen om vrijgesteld te worden van de verplichting om de in § 2, tweede lid, bedoelde initiële opleiding te volgen. De in het vorige lid bedoelde vrijstelling wordt door de NADO-DG automatisch verleend, behalve als de antidopingwetgeving van de Duitstalige Gemeenschap wezenlijk werd gewijzigd. § 6. Op het einde van de in § 7 bedoelde procedure kan de Minister beslissen de hoedanigheid van controlearts in te trekken om één of meer van de volgende redenen : 1° de controlearts vervult één van de voorwaarden bedoeld in § 1, tweede lid, 3° tot 6°, niet meer;2° de controlearts is gedurende een periode van 6 maanden niet beschikbaar geweest om meer dan de helft van de aangevraagde en hem door de NADO-DG behoorlijk meegedeelde dopingtests uit te voeren;3° de controlearts heeft, behalve bij overmacht die hij moet aantonen, niet kunnen deelnemen aan de jaarlijkse sessie die door de NADO-DG of door een andere Belgische of buitenlandse NADO werd georganiseerd;4° de controlearts heeft de bepalingen van het decreet of van dit besluit ernstig of herhaaldelijk overtreden;5° de controlearts verzoekt de NADO-DG daar zelf om, per gewone post of per e-mail. § 7. Op voorstel van de NADO-DG brengt de Minister de betrokken controlearts, met een aangetekende brief, op de hoogte van zijn voornemen hem de hoedanigheid van controlearts te ontnemen en van de redenen van dit voornemen. De controlearts kan binnen een termijn van 30 dagen, te rekenen vanaf de postdatum van de in het eerste lid bedoelde aangetekende brief, eventuele opmerkingen of redenen schriftelijk meedelen, alsook, in voorkomend geval, vragen om door de NADO-DG te worden gehoord. De Minister neemt een met redenen omklede beslissing en geeft de betrokkene per aangetekende brief kennis daarvan, ofwel na overschrijding van de in het vorige lid bedoelde termijn, ofwel na ontvangst van het advies van de NADO-DG, als de controlearts één van zijn in hetzelfde lid bedoelde rechten heeft uitgeoefend. Art. 18.De controleartsen worden vergoed overeenkomstig de bepalingen van het besluit van de Regering van 12 juli 2001 tot harmonisatie van het presentiegeld en van de reisvergoedingen in instellingen en raden van beheer van de Duitstalige Gemeenschap. Voor de controleartsen aangewezen overeenkomstig artikel 17, § 4, wordt de vergoeding vastgelegd in een bilaterale overeenkomst die daartoe met de betrokken gemeenschap wordt gesloten. Afdeling 3. - Chaperons Art. 19.§ 1. De NADO-DG wijst chaperons aan die belast zijn met de begeleiding van de controleartsen en het toezicht op de sporters bij dopingtestprocedures overeenkomstig de bepalingen van afdeling 5 van dit hoofdstuk en met inachtneming van de eisen van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken. Het in het vorige lid bedoelde toezicht begint vanaf de kennisgeving van de controle van de sporter en eindigt na de werkelijke monsterneming. Om als chaperon te kunnen worden aangewezen, moet de kandidaat ten minste aan de volgende voorwaarden voldoen : 1° meerderjarig en rechtsbekwaam zijn;2° antwoorden op de oproep tot kandidaten, bekendgemaakt en georganiseerd door de NADO-DG, binnen de gestelde termijn en, in voorkomend geval, in de vorm die in de oproep tot kandidaten wordt geëist;3° een uittreksel uit het strafregister (model 2) bij de kandidatuur voegen dat bevestigt dat de kandidaat niet werd veroordeeld wegens een misdaad of een misdrijf;4° in de akte van kandidatuur elke private of professionele verbinding met één of meer sporters, sportorganisaties, organisatoren van evenementen of wedstrijden vermelden;5° zich, met een bij de kandidatuur gevoegd, gedateerd en ondertekend onderhands attest op erewoord, ertoe verbinden de vertrouwelijkheid van de controleprocedure strikt in acht te nemen, alsook de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid die noodzakelijk zijn voor elke dopingtestprocedure, waarbij, in voorkomend geval, het assisteren van een controlearts bij het testen van een sporter geweigerd wordt wanneer het vermoeden zou kunnen bestaan dat de chaperon geen voldoende waarborg inzake onafhankelijkheid en onpartijdigheid ten aanzien van die sporter biedt;6° behalve als de intrekking op hun aanvraag is geschied, geen beslissing tot intrekking van de hoedanigheid van chaperon hebben ondergaan gedurende de vijf jaar voorafgaand aan het jaar van de indiening van de kandidatuur;7° in zijn akte van kandidatuur verklaren dat hij in de uitoefening van zijn ambt bereid is zeer beschikbaar te zijn, eventueel ook [00b4]s avonds, op feestdagen, zaterdagen en zondagen, en zich ertoe verplichten die beschikbaarheid te garanderen. De NADO-DG ontvangt de kandidaturen en onderzoekt of de voorwaarden gesteld in 1° tot 7° vervuld zijn. Kandidaturen die na de in 2° bedoelde termijn worden ingediend, zijn niet ontvankelijk. Naar aanleiding van de in het vierde lid bedoelde verificatie kan de NADO-DG de kandidaat vragen om, per post of per e-mail, binnen een termijn van 10 dagen te rekenen vanaf de aanvraag ervan, alle document mee te delen waarmee de akte van kandidatuur geldig kan worden aangevuld. Als de kandidaat het (
- de)gevraagde aanvullende document(
- en)niet binnen de in het vorige lid vermelde termijn van 10 dagen voorlegt, wordt de kandidatuur als niet-ontvankelijk beschouwd. § 2. Wanneer de in § 1, derde lid, 1° tot 7°, bedoelde voorwaarden vervuld zijn, brengt de NADO-DG de kandidaat daarvan op de hoogte per gewone post. In de kennisgevingen bedoeld in het vorige lid wordt ook vermeld dat de kandidaat een initiële opleiding moet volgen die georganiseerd wordt door de NADO-DG of door een andere Belgische of buitenlandse NADO en die een theoretisch examen en een praktisch examen omvat. Het theoretisch examen bedoeld in het vorige lid heeft betrekking op de algemene kennis van de regelgeving inzake dopingbestrijding in de Duitstalige Gemeenschap, alsook op de algemene kennis van de Belgische regelgeving inzake bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Het praktisch examen bedoeld in het tweede lid bestaat erin, onder supervisie van een controlearts van de Duitstalige Gemeenschap of van een andere gemeenschap, de handelingen van een chaperon bij een dopingtestprocedure in chronologische volgorde te simuleren. Overeenkomstig afdeling 5 van dit hoofdstuk en overeenkomstig de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken en de bijlagen ervan moeten het theoretisch examen en het praktisch examen de kandidaat in staat stellen de eisen betreffende de fase van monsterneming voldoende te kennen en te beheersen. § 3. De oproep tot kandidaten bedoeld in § 1 wordt in het bijzonder bekendgemaakt in één van de bladen van de Belgische en/of Duitse geschreven pers. De kandidaten die de in § 1, derde lid, 1° tot 7°, bedoelde voorwaarden vervullen en die slagen voor het praktisch examen en het theoretisch examen van de initiële opleiding bedoeld in § 2, tweede lid, worden gerangschikt op grond van hun beschikbaarheid en de kwaliteit van hun kandidatuur, waarvan de criteria bij de oproep tot kandidaten worden vermeld. De NADO-DG wijst voor een periode van twee jaar de best gerangschikte kandidaten als chaperon aan, met toepassing van het vorige lid, binnen de perken van de toe te kennen plaatsen. De aangewezen chaperons ontvangen een legitimatiebewijs waarop de geldigheidsduur van hun aanwijzing wordt vermeld. Voor zover de niet in aanmerking genomen kandidaten geslaagd zijn voor het theoretisch en het praktisch examen bedoeld in § 2, tweede lid, blijven ze geldig opgenomen in een wervingsreserve voor een periode van twee jaar voor het geval dat binnen die periode plaatsen als chaperon vacant worden. Met het oog op de continuïteit van de antidopingactiviteiten, ook in het weekend en op feestdagen, kan de Minister,
het vorige lid, één of meer medewerkers van de NADO-DG die aan de voorwaarden vermeld in § 1, derde lid, 1° tot 3° voldoen, als chaperon aanwijzen. Het (de) met toepassing van het vorige lid aangewezen lid (leden) wordt (worden) vrijgesteld van het theoretisch en het praktisch examen bedoeld in § 2, tweede lid. §
- Een chaperon kan zijn aanwijzing telkens voor een periode van twee jaar laten verlengen, als hij aan de volgende voorwaarden voldoet : 1° per gewone post of per e-mail de verlenging van zijn aanwijzing bij de NADO-DG aanvragen, uiterlijk 30 dagen voor het verstrijken van zijn lopende aanstelling;2° bij zijn aanvraag om verlenging van zijn aanstelling een uittreksel uit het strafregister (model 2) voegen dat bevestigt dat hij niet werd veroordeeld wegens een misdaad of een misdrijf;3° in zijn aanvraag om verlenging van zijn aanstelling elke private of professionele verbinding met één of meer sporters, sportorganisaties, organisatoren van evenementen of wedstrijden vermelden;4° zich, met een nieuwe bij de aanvraag om verlenging gevoegd, gedateerd en ondertekend onderhands attest op erewoord, ertoe verbinden de vertrouwelijkheid van de controleprocedure strikt in acht te nemen, alsook de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid die noodzakelijk zijn voor elke dopingtestprocedure, waarbij, in voorkomend geval, het assisteren van een controlearts bij het testen van een sporter geweigerd wordt wanneer het vermoeden zou kunnen bestaan dat de chaperon geen voldoende waarborg inzake onafhankelijkheid en onpartijdigheid ten aanzien van die sporter biedt. De overschrijding van de in 1° bedoelde termijn belet niet dat een reeds aangestelde chaperon op een nieuwe oproep tot kandidaten antwoordt, overeenkomstig de in § 1 bedoelde procedure. Met toepassing van één of meer van de vorige leden kan de reeds aangestelde chaperon in zijn akte van kandidatuur vragen om vrijgesteld te worden van de verplichting om de in § 2, tweede lid, bedoelde initiële opleiding te volgen. De in het vorige lid bedoelde vrijstelling wordt door de NADO-DG automatisch verleend, behalve als de antidopingwetgeving van de Duitstalige Gemeenschap wezenlijk werd gewijzigd. §
- Op het einde van de in § 6 bedoelde procedure kan de NADO-DG beslissen de hoedanigheid van chaperon in te trekken om één of meer van de volgende redenen : 1° de chaperon voldoet niet meer aan één van de in § 1, derde lid, 3° tot 7°, bedoelde voorwaarden;2° de chaperon is gedurende een periode van 6 maanden niet beschikbaar geweest om meer dan de helft van de aangevraagde en hem door de NADO-DG behoorlijk meegedeelde taken uit te voeren;3° de chaperon heeft, behalve bij overmacht die hij moet aantonen, niet kunnen deelnemen aan de jaarlijkse sessie die door de NADO-DG of door een andere Belgische of buitenlandse NADO werd georganiseerd;4° de chaperon heeft de bepalingen van het decreet of van dit besluit ernstig of herhaaldelijk overtreden;5° de chaperon verzoekt de NADO-DG daar zelf om, per gewone post of per e-mail. §
- Behalve in het in § 5, eerste lid, 5°, bedoelde geval, brengt de NADO-DG de chaperon per aangetekende brief op de hoogte van haar voornemen hem de hoedanigheid van chaperon te ontnemen en van de redenen van dit voornemen. De chaperon kan binnen een termijn van 30 dagen, te rekenen vanaf de datum van de ontvangst van de in het eerste lid bedoelde aangetekende brief, eventuele opmerkingen of redenen schriftelijk meedelen, alsook, in voorkomend geval, vragen om door de NADO-DG te worden gehoord. De NADO-DG motiveert haar beslissing en deelt ze de betrokkene per aangetekende brief mee. §
- De Minister kan één of meer chaperons van een andere Belgische NADO die aan de voorwaarden van § 1, 1° en 3° tot 7°, voldoen, als chaperon aanwijzen om de controlearts te assisteren. Overeenkomstig artikel 16, § 2, tweede lid, van het decreet kan de aanwijzing en, in voorkomend geval, de overige maatregelen voor de toepassing van die paragraaf nader geregeld worden via een bilaterale overeenkomst die daartoe met de betrokken gemeenschap gesloten wordt. Art. 20.De chaperons worden, voor zover van toepassing, vergoed overeenkomstig de bepalingen van het besluit van de Regering van 12 juli 2001 tot harmonisatie van het presentiegeld en van de reisvergoedingen in instellingen en raden van beheer van de Duitstalige Gemeenschap. Voor de chaperons aangewezen overeenkomstig artikel 19, § 7, wordt de vergoeding vastgelegd in een bilaterale overeenkomst die daartoe met de betrokken gemeenschap wordt gesloten. Afdeling
- - Erkende laboratoria Art. 21.§
- Een laboratorium dat erkend wil worden als laboratorium bedoeld in artikel 18, § 3, van het decreet, moet aan de volgende voorwaarden voldoen : 1° het moet door het WADA geaccrediteerd of op een andere wijze door het WADA goedgekeurd zijn;2° het mag niet direct of indirect betrokken zijn bij de handel in geneesmiddelen en het mag geen medewerkers in dienst hebben die de onafhankelijkheid van het laboratorium in het gedrang kunnen brengen;3° behalve als de intrekking op aanvraag van het laboratorium is geschied, mag het laboratorium geen beslissing tot intrekking van de erkenning hebben ondergaan gedurende de vijf jaar voorafgaand aan het jaar waarin de erkenning werd aangevraagd. Bij het onderzoeken van de monsters moet het laboratorium zich aan de volgende regels houden : 1° het moet de onderzoeken binnen de gestelde termijnen uitvoeren;2° het moet aan de NADO-DG het bewijs meedelen van alle stoffen of methoden die de resultaten of prestaties van een sporter kunstmatig zouden kunnen verbeteren, ook wanneer ze niet op de verboden lijst staan;3° het mag het resultaat van de onderzoeken niet meedelen aan derden, maar wel aan de betrokken internationale sportorganisatie, de NADO-DG en het WADA;4° het moet alle mogelijke belangenconflicten vermijden;5° het moet toestaan dat de NADO-DG regelmatig controleert of het laboratorium de erkenningsvoorwaarden naleeft;6° het moet alle verslagen en schriftelijke documenten die verband houden met het onderzoek in het Duits opstellen en de contacten met de NADO-DG, met de sporter en met alle andere, bij de uitvoering van dit besluit betrokken personen in het Duits laten verlopen. §
- Op voorstel van de NADO-DG en onder voorbehoud van de naleving van de voorwaarden bedoeld in § 1, eerste lid, verleent de Minister de erkenning voor een periode van vijf jaar en kan die periode met nog eens vijf jaar worden verlengd. §
- Op voorstel van de NADO-DG kan de Minister, na de procedure bedoeld in het tweede lid, besluiten om de erkenning van het laboratorium om één of meer van de volgende redenen in te trekken : 1° het laboratorium vraagt de NADO-DG daar zelf om, per gewone post of per e-mail;2° het laboratorium voldoet niet meer aan de erkenningsvoorwaarden bedoeld in § 1, eerste lid;3° het laboratorium overtreedt ernstig of herhaaldelijk de bepalingen van het decreet of van dit besluit. Op voorstel van de NADO-DG brengt de Minister het laboratorium, per aangetekende brief, op de hoogte van haar voornemen om de erkenning van het laboratorium in te trekken en van de redenen van dit voornemen. Het laboratorium kan binnen een termijn van 30 dagen, te rekenen vanaf de postdatum van de in het vorige lid bedoelde aangetekende brief, eventuele opmerkingen of redenen schriftelijk meedelen, alsook, in voorkomend geval, vragen om door de NADO-DG te worden gehoord. De Minister neemt een met redenen omklede beslissing en geeft de betrokkene via een aangetekende brief kennis daarvan, ofwel na overschrijding van de in het vorige lid bedoelde termijn, ofwel na ontvangst van het advies van de NADO-DG, als het laboratorium één van de in hetzelfde lid bedoelde rechten heeft uitgeoefend. §
- Indien bijzondere onderzoeken moeten worden uitgevoerd en geen enkel door de Duitstalige Gemeenschap erkend laboratorium die onderzoeken kan uitvoeren, verleent de Minister, op voorstel van de NADO-DG en voor de duur van het bijzondere onderzoek in kwestie, een voorlopige erkenning aan een ander laboratorium dat door het WADA geaccrediteerd of op een andere wijze goedgekeurd is en dat aan de voorwaarden van § 1 voldoet. Bij toepassing van het vorige lid zijn de §§ 2 en 3 niet van toepassing. Afdeling
- - Spreiding van de dopingtests Art. 22.§
- Overeenkomstig artikel 5.4 van de Code en de artikelen 4.1 tot 4.9 van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken werkt de NADO-DG jaarlijks een plan uit voor de spreiding van de dopingtests die in de Duitstalige Gemeenschap moeten worden uitgevoerd. Dat spreidingsplan heeft tot doel gerichte en steekproefsgewijs uit te voeren dopingtests te plannen. Het moet doeltreffend en evenwichtig zijn en het moet de mogelijkheid bieden om uiteindelijk een coherente volgorde van voorrang te bepalen tussen de sportdisciplines, categorieën van sporters, dopingtesttypes, monsternemingtypes en monsteranalysetypes. Dat spreidingsplan moet, zonder exhaustief te zijn, waarborgen dat dopingtests worden uitgevoerd : 1° bij sporters van alle niveaus, ook bij minderjarigen, waarbij moet worden gepreciseerd dat de meeste controles gericht zijn en voorbehouden zijn voor elitesporters van nationaal niveau;2° in een groot aantal onderscheiden sportdisciplines, rekening houdend met de in § 2 bedoelde evaluatie van de dopingrisico's;3° binnen en buiten wedstrijdverband, rekening houdend met de in § 2 bedoelde evaluatie van de dopingrisico's;4° in ploegsporten en individuele sporten;5° door middel van bloedtests, urinetests en, in voorkomend geval, het biologisch paspoort van de sporter, zoals bedoeld in artikel 16, § 1, tweede lid, van het decreet;6° op het hele grondgebied van het Duitse taalgebied. Het in het eerste lid bedoelde spreidingsplan zorgt ook voor de bewaring van de monsters om bijkomende monsteranalyses op een latere datum mogelijk te maken, overeenkomstig de artikelen 6.2 en 6.5 van de Code en artikel 4.7.3 van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken, alsook de eisen van de Internationale Standaard voor Laboratoria en de eisen van de Internationale Standaard ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer en voor de bescherming van persoonsgegevens. Die strategie houdt ook rekening met de volgende gegevens : 1° de aanbevelingen van het door de Duitstalige Gemeenschap erkende laboratorium;2° de potentiële behoefte aan retroactieve analyses in verband met het programma van het biologisch paspoort van de sporter;3° nieuwe opsporingsmethodes die in de nabije toekomst kunnen worden ingevoerd en op de sporter, de sport en/of de discipline kunnen worden toegepast;4° het feit dat de monsters afkomstig zijn van sporters die voldoen aan alle of een deel van de criteria bedoeld in het zesde lid.
de toepassing van het derde lid, 1°, en overeenkomstig artikel 4.5.3 van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken kan de NADO-DG ook de volgende factoren in aanmerking nemen voor de bepaling van de volgorde van voorrang tussen de te controleren sporters en, in voorkomend geval, voor de planning en de uitvoering van gerichte dopingtests op welbepaalde sporters : 1° één of meer vroegere overtredingen van antidopingregels;2° de historiek van de sportprestaties, in het bijzonder een plotse en aanzienlijke verbetering van de sportprestaties;3° herhaalde tekortkomingen aan de verplichtingen inzake verblijfsgegevens bedoeld in artikel 23 van het decreet;4° laattijdige mededelingen van verblijfsgegevens;5° een verhuizing of training op een plaats die ver afgelegen is of moeilijk toegankelijk is voor een dopingtest;6° de terugtrekking of de afwezigheid bij een in de ADAMS-databank ingeschreven wedstrijd;7° de omgang met een derde die wegens doping veroordeeld is;8° een kwetsuur;9° de leeftijd en/of het stadium in de loopbaan, in het bijzonder de overgang van de ene naar de andere leeftijdscategorie of de mogelijkheid een contract aan te gaan;10° de financiële aansporing om de prestaties te verbeteren, zoals premies of sponsoringmogelijkheden;11° betrouwbare inlichtingen van derden, die door de NADO-DG geverifieerd en vergeleken zijn in het kader van haar onderzoeksbevoegdheid bedoeld in artikel 10 van het decreet.
de vorige leden voert de NADO-DG overeenkomstig artikel 26 van het decreet gerichte dopingtests uit op alle leden van de betrokken ploeg wanneer meer dan één lid van die ploeg schuldig werd bevonden aan een overtreding van de antidopingregels. §
- Aan het in § 1, eerste lid, bedoelde spreidingsplan gaat een omstandige evaluatie van de dopingrisico's vooraf, rekening houdend met de richtlijnen die vervat zijn in het technisch document bedoeld in artikel 5.4.1 van de Code en met inachtneming van de criteria vervat in artikel 4.2.1 van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken. De in het vorige lid bedoelde evaluatie van de dopingrisico's is in het bijzonder gebaseerd op een evaluatie van de stoffen en methoden die het best kunnen worden gebruikt in de betrokken sport en/of betrokken sportdiscipline, waarbij rekening wordt gehouden met : 1° de lichamelijke eisen en de andere eisen, in het bijzonder de fysiologische eisen, van de betrokken sporten en/of sportdisciplines;2° de potentiële verbetering van de prestaties die doping in die sporten en/of sportdisciplines zou kunnen brengen;3° de beschikbare beloningen en de andere mogelijke aansporingen tot doping op de verschillende niveaus van die sporten en/of sportdisciplines;4° de historiek van doping in die sporten en/of sportdisciplines;5° het beschikbare onderzoek over de dopingtrends, in het bijzonder door middel van bijdragen die door vakcollega's nagelezen zijn (peer review);6° de inlichtingen die in het bijzonder in het kader van de onderzoeksbevoegdheid van de NADO-DG bedoeld in artikel 10 van het decreet ingewonnen worden;7° de resultaten van de uitvoering van de vorige spreidingsplannen;8° de perioden in de sportloopbaan waarin een sporter het meest geneigd is doping te gebruiken;9° de perioden in het sportjaar waarin een sporter het meest geneigd is doping te gebruiken, rekening houdend met de structuur van het seizoen voor de betrokken sport en/of sportdiscipline, ook betreffende de planning van de wedstrijden en de trainingsperioden. §
- Nadat het in paragraaf 1 bedoelde spreidingsplan opgemaakt is, wordt het overeenkomstig de artikelen 24 en volgende uitgevoerd en kan het te allen tijde in de loop van het jaar worden gewijzigd, rekening houdend met elke relevante analytische of niet-analytische inlichting die door de NADO-DG wordt geverifieerd, in het bijzonder op grond van de dopingtestprocedures die door andere antidopingorganisaties worden uitgevoerd en met inachtneming van de inlichtingen die worden behandeld in het kader van de onderzoeksbevoegdheid bedoeld in artikel 10 van het decreet. §
- Voor de uitvoering van dit artikel kan de Minister verantwoordelijken van een andere Belgische NADO met bepaalde taken belasten. Overeenkomstig artikel 16, § 2, tweede lid, van het decreet kan de toepassing van die paragraaf nader geregeld worden via een bilaterale overeenkomst die daartoe met de betrokken gemeenschap gesloten wordt. §
- Om een doeltreffende planning mogelijk te maken en een onnodige herhaling van de dopingtests te vermijden, worden deze overeenkomstig artikel 5.4.3 van de Code driemaandelijks gecoördineerd met de andere antidopingorganisaties die een band met de sporter ofwel op sportniveau ofwel op nationaal niveau hebben, door middel van een registratie in ADAMS, uitgevoerd door de NADO-DG of overeenkomstig artikel
- In het kader van de in het vorige lid bedoelde coördinatie hebben de gegevens die in ADAMS worden geregistreerd alleen betrekking op de identiteit van de sporters die gedurende een bepaald trimester moeten worden gecontroleerd, zonder vermelding van de nauwkeurige datums, uren en plaatsen van de dopingtests zodat die vertrouwelijk, onvoorspelbaar en onaangekondigd blijven. Met het oog op de toepassing van artikel 14, derde lid, van het decreet richt de NADO-DG haar aanvraag aan de antidopingorganisatie die bevoegd is voor het georganiseerde evenement, in principe 35 dagen vóór het begin van het evenement in kwestie. Bij dringende noodzakelijkheid, speciaal gemotiveerd door minstens één van de factoren bedoeld in § 1, vijfde lid, kan de termijn bedoeld in het vorige lid tot 5 dagen verminderd worden. Art. 23.De mededeling van de inlichtingen die de organisatoren voor de toepassing van artikel 22 van het decreet aan de NADO-DG toezenden, geschiedt per post of per e-mail en omvat de volgende gegevens : 1° de naam van het georganiseerde evenement of de georganiseerde wedstrijd;2° de plaats, de datum en de uren van begin en einde van dat evenement of die wedstrijd;3° de sportdiscipline/sportdisciplines die bij dat evenement of die wedstrijd wordt/worden beoefend;4° of het evenement of de wedstrijd op internationaal, nationaal of lokaal niveau plaats heeft, de leeftijdscategorieën van de deelnemers en het werkelijke of vermoedelijke aantal deelnemers;5° de naam, de voornaam, het postadres en/of e-mailadres en de telefoonnummer van de afgevaardigde van de organisator van het evenement of van de wedstrijd en, in voorkomend geval, van de afgevaardigde van de deelnemende sportorganisaties;6° het aantal nationale en internationale elitesporters dat, naar weten van de organisator, aan het betrokken evenement of aan de betrokken wedstrijd deelneemt. Art. 24.§
- Alle dopingtestprocedures en de uitvoering van het plan voor de spreiding van de dopingtests bedoeld in artikel 22, § 3, geschieden met inachtneming van de volgende beginselen : 1° op grond van het spreidingsplan bedoeld in artikel 22, § 1, op grond van de inlichtingen die de organisatoren overeenkomstig artikel 23 meedelen of op grond van alle analytische of niet-analytische inlichtingen die relevant zijn en die door de NADO-DG geverifieerd worden, identificeert de NADO-DG gedurende het hele jaar de sporters die ze wenst te controleren, alsook de trainingen, evenementen en wedstrijden gedurende welke ze dopingtestprocedures wenst te laten uitvoeren; 2° overeenkomstig de artikelen 5.2 en 5.2.5 van de Code en artikel 4.5.5 van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken kan elke sporter, ook een minderjarige sporter, die onder de NADO-DG ressorteert, ertoe verplicht worden haar te allen tijde en op alle plaatsen een monster te leveren, ook als de sporter geschorst is en onafhankelijk van het eventuele opnemen van die dopingtest in het plan voor de spreidingsplan bedoeld in artikel 22, § 1, eerste lid. §
- De NADO-DG stelt, door middel van een opdrachtenblad, waarvan ze het model vaststelt, de controlearts aan die wordt belast met de uitvoering van de geplande dopingtests. Het opdrachtenblad bedoeld in het vorige lid bevat op zijn minst de volgende gegevens : 1° de plaats, de datum en het beginuur, alsook de geschatte duur van het evenement, de wedstrijd of de training gedurende hetwelk of welke de dopingtest/dopingtests gepland is/zijn of, als de test buiten wedstrijdverband geschiedt, de plaats, de datum en het uur waarop de geplande dopingtest zal worden uitgevoerd;2° de sportdiscipline, alsook, in voorkomend geval, de benaming van het evenement, de wedstrijd of de training gedurende hetwelk/welke één of meer dopingtests werden gepland;3° of de dopingtest binnen of buiten wedstrijdverband plaatsvindt overeenkomstig de definities bedoeld in artikel 3, 20°, 21° en 27° van het decreet;4° de naam en het adres van de sportorganisatie waarbij de te controleren sporter aangesloten is of van de organisator die verantwoordelijk is voor het evenement, de wedstrijd of de training, alsook de naam, voornaam en telefoonnummer van de afgevaardigde;5° of de dopingtest door middel van een bloedtest of een urinetest wordt uitgevoerd, met vermelding van het gewenste aantal dopingtests en het tijdstip waarop ze worden uitgevoerd;6° de wijze waarop de sporters worden aangewezen of, in het kader van een gerichte dopingtest, de identiteit van de sporter/sporters die de dopingtest moeten ondergaan;7° de naam en voornaam van de controlearts die belast wordt met de uitvoering van de geplande dopingtest(s);8° de contactgegevens en de naam van het erkende laboratorium dat met de analysen wordt belast. Het opdrachtenblad wordt door het hoofd van de NADO-DG ondertekend en wordt opgemaakt in twee exemplaren : één voor de controlearts en één voor de NADO-DG. §
- Het opdrachtenblad wordt aan de controlearts meegedeeld, uiterlijk : 1° 72 uur vóór de geplande dopingtest(s), voor dopingtests binnen wedstrijdverband;2° drie maanden vóór de geplande dopingtest(s), voor dopingtests buiten wedstrijdverband. De NADO-DG informeert, in voorkomend geval, de chaperon die de controlearts assisteert ten vroegste 72 uur vóór de geplande dopingtest(s). §
- De NADO-DG of, in voorkomend geval, de controlearts kan, indien diens lichamelijke veiligheid in gevaar is, vragen dat een officier van gerechtelijke politie aanwezig is bij de uit te voeren dopingtestsprocedure(s). § 5.
het vorige lid en overeenkomstig artikel 16, § 2, tweede lid, van het decreet kunnen de controlearts die met de uitvoering van de geplande dopingtest(
- s)belast is en, in voorkomend geval, de chaperon of chaperons die hem assisteren, aangewezen worden op basis van een bilaterale overeenkomst die hiertoe met de betrokken gemeenschap wordt gesloten. Art. 25.§ 1. De controlearts die door de NADO-DG door middel van het opdrachtenblad bedoeld in artikel 24, § 2, werd aangewezen, organiseert, verricht en leidt de geplande dopingtestprocedures. Voor zover dit mogelijk is, voert de controlearts de dopingtest uit zonder dat het normale verloop van het evenement, de wedstrijd of de training daarbij in het gedrang komt. § 2. Indien de dopingtest tijdens een evenement, een wedstrijd of een training plaatsvindt, wijst de afgevaardigde van de sportorganisatie of de organisator van het evenement, de wedstrijd of de training een persoon aan om de controlearts te assisteren en om hem in de onmiddellijke nabijheid van de plaats waar het evenement, de wedstrijd of de training plaatsvindt, een geschikte ruimte ter beschikking te stellen die voldoende waarborgen inzake hygiëne, vertrouwelijkheid, bescherming van de persoonlijke levenssfeer en veiligheid biedt. § 3. Met de eventuele hulp van de chaperon/chaperons die hem begeleidt/begeleiden, identificeert de controlearts in voorkomend geval, door middel van een officieel document, de sporter/sporters die de dopingtestprocedure moet/moeten ondergaan en bepaalt de controlearts overeenkomstig het opdrachtenblad welke sporter/sporters zich voor de dopingtestprocedure moet/moeten aanmelden. Vóór de identificatie bedoeld in het vorige lid legitimeren de controlearts en, in voorkomend geval, de chaperon/chaperons die hem begeleidt/begeleiden, zichzelf met hun legitimatiebewijs bedoeld in artikel 17, § 3, vierde lid, en artikel 19, § 3, vierde lid. Na de in de vorige leden bedoelde identificaties en overeenkomstig de eisen van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken verwittigt en informeert de controlearts, met de eventuele hulp van de chaperon/chaperons die hem begeleidt/begeleiden, persoonlijk elke te controleren sporter van het type test dat moet worden uitgevoerd en van het verloop ervan, op grond van een formulier voor de dopingtestprocedure waarvan het model door de NADO-DG wordt vastgesteld. Het formulier bedoeld in het vorige lid bevat op zijn minst de volgende gegevens : 1° de naam en voornaam van de te controleren sporter;2° de datum en het uur waarop het formulier werd uitgereikt;3° de aard van het af te nemen monster, met de eventuele vermelding dat dit geschiedt met toepassing van het biologisch paspoort van de sporter, zoals bedoeld in artikel 16, § 1, tweede lid, van het decreet;4° de plaats waar het monster wordt afgenomen;5° het precieze en uiterlijke tijdstip waarop de sporter zich voor de dopingtest moet hebben aangemeld. Bij de in het derde lid bedoelde verwittiging brengt de controlearts, in voorkomend geval met assistentie van de chaperon die hem begeleidt, de gecontroleerde sporter ook mondeling op de hoogte van de volgende gegevens : 1° de gevolgen die de sporter zou kunnen ondergaan als hij zich niet binnen de gestelde termijn voor de dopingtest aanmeldt of als hij weigert het oproepingsformulier te ondertekenen, dit is, naargelang van het geval, de vaststelling van de overtreding van één van de dopingregels bedoeld in artikel 8, 3° of 5°, van het decreet of de vaststelling van een gemiste dopingtest bedoeld in artikel 42, eerste lid, 2°;2° de mogelijkheid, voor de sporter, om te vragen dat de dopingtestprocedure wordt uitgevoerd in aanwezigheid van een persoon van zijn keuze, alsook, indien nodig en mogelijk, in aanwezigheid van een tolk;3° de noodzakelijkheid, voor de minderjarige sporter, om te worden begeleid door één van zijn wettige vertegenwoordigers of door een persoon die door minstens één van deze daartoe werd gemachtigd; 4° de mogelijkheid, voor de sporter met een handicap, om te worden begeleid en te worden bijgestaan door een persoon van zijn keuze, overeenkomstig bijlage B.4.4 van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken; 5° de mogelijkheid, voor de sporter, om bij de NADO-DG alle bijkomende inlichtingen over de dopingtestprocedure en de later toe te passen procedure te verkrijgen;6° de mogelijkheid, voor de sporter, om op grond van één van de hieronder vermelde uitzonderlijke redenen en volgens het vrij oordeel van de controlearts een termijn te vragen waarbinnen hij zich bij het dopingcontrolestation kan aanmelden;
- a)voor dopingtests binnen wedstrijdverband;
- i)een protocollaire ceremonie voor het uitdelen van medailles bijwonen;
- ii)verplichtingen ten aanzien van de pers nakomen; iii) aan andere wedstrijden deelnemen;
- iv)recupereren;
- v)een noodzakelijke medische behandeling ondergaan;
- vi)een vertegenwoordiger en/of tolk zoeken; vii) een pasfoto bezorgen of, viii) elke andere redelijke omstandigheid die door de controlearts, met de instemming van de NADO-DG, wordt aanvaard;
- b)voor dopingtests buiten wedstrijdverband :
- i)een vertegenwoordiger vinden;
- ii)een trainingssessie beëindigen; iii) een noodzakelijke medische behandeling ondergaan;
- iv)een pasfoto bezorgen of,
- v)elke andere redelijke omstandigheid die door de controlearts, met de instemming van de NADO-DG, wordt aanvaard. Bij het in het derde lid bedoelde dopingcontroleformulier is een vertaling in het Frans, het Nederlands en het Engels gevoegd. Het dopingcontroleformulier wordt in vier exemplaren opgemaakt. Drie exemplaren blijven bij de controlearts en één exemplaar wordt aan de sporter gegeven na de individuele dopingtestprocedure bedoeld in artikel 26, §§ 2 en 4, tweede lid. De vier exemplaren van het dopingcontroleformulier worden ondertekend door de controlearts, de eventueel aanwezige chaperon en de gecontroleerde sporter. Indien de gecontroleerde sporter minderjarig of rechtsonbekwaam is, worden de vier exemplaren van het dopingcontroleformulier ondertekend door één van zijn wettige vertegenwoordigers of door een door hen daartoe behoorlijk gemachtigde persoon. Indien de sporter, overeenkomstig het derde tot vijfde lid, het dopingcontroleformulier weigert te ondertekenen, indien hij afwezig is of zich bij het dopingteststation te laat aanmeldt op de plaats en het uur vermeld bij de verwittiging, wordt dit door de controlearts opgenomen in het proces-verbaal van de dopingtestprocedure, bedoeld in artikel 16, § 3, van het decreet en kan dit leiden tot de toepassing van de in het vijfde lid, 1°, bedoelde gevolgen. § 4. De sporter die overeenkomstig § 3, derde tot vijfde lid, verwittigd werd, blijft onder het rechtstreekse toezicht van de controlearts of, in voorkomend geval, van de daartoe aangewezen chaperons, vanaf de kennisgeving bedoeld in § 3, derde tot vijfde lid, tot de ondertekening van het proces-verbaal van de dopingtestprocedure door de sporter, overeenkomstig artikel 26, § 4, eerste lid. Elk incident dat het goede verloop van de dopingtest in het gedrang kan brengen en dat door de controlearts wordt vastgesteld, wordt door hem in het proces-verbaal van de dopingtestprocedure opgenomen. Bij toepassing van het vorige lid vermeldt de controlearts in het proces-verbaal van de dopingtestprocedure of hij van mening is dat de dopingtest kan worden behouden en, in voorkomend geval, voert hij die uit. Bij toepassing van het vorige lid, indien de dopingtest niet kan worden behouden en indien het in het tweede lid bedoelde incident aan de sporter te wijten is, kunnen de in § 3, vijfde lid, 1°, bedoelde gevolgen op hem worden toegepast. § 5. Elke sporter die overeenkomstig § 3, derde tot vijfde lid, werd verwittigd, meldt zich voor de monsterneming aan op de plaats en het uur vermeld op het dopingcontroleformulier. De controlearts verifieert, eventueel met de hulp van de chaperon/chaperons die hem begeleidt/begeleiden, de identiteit van de sporter en, in voorkomend geval, van de persoon die hem begeleidt, door middel van een officieel document.
de toepassing van § 4, tweede tot vierde lid, indien de sporter zich niet bij de controle aanmeldt op het uur dat in het oproepingsformulier wordt vermeld of indien hij de dopingtestprocredure afbreekt, wordt die procedure desalniettemin voor zover mogelijk buiten de termijn toegepast. § 6. De sporter die overeenkomstig § 3, derde tot vijfde lid, is verwittigd, kan aan de controlearts vragen dat de dopingtestprocedure in aanwezigheid van een persoon van zijn keuze wordt uitgevoerd, voor zover het normale verloop van de monstername daardoor niet in het gedrang komt. Indien de controlearts dit verzoek niet inwilligt, vermeldt hij bij toepassing van het vorige lid de redenen voor de weigering in het proces-verbaal van de dopingtestprocedure. De sporter met een handicap die overeenkomstig § 3, derde tot vijfde lid, verwittigd is, kan vragen dat de dopingtestprocedure wordt uitgevoerd in aanwezigheid en eventueel met de hulp van een persoon van zijn keuze. Bij toepassing van het vorige lid willigt de controlearts de aanvraag automatisch in. De sporter die overeenkomstig § 3, derde tot vijfde lid, is verwittigd en die minderjarig of rechtsonbekwaam is, wordt bij de dopingtestprocedure begeleid door één van zijn wettige vertegenwoordigers of door een door één van hen daartoe behoorlijk gemachtigde persoon.
de vorige leden laat de controlearts de dopingtestruimte of het vertrek waarin de dopingtest wordt uitgevoerd alleen betreden door de volgende personen : 1° de gecontroleerde sporter;2° de persoon die overeenkomstig het eerste of het derde lid door de gecontroleerde sporter is gekozen;3° een wettige vertegenwoordiger of een door hem daartoe behoorlijk gemachtigde persoon, indien de gecontroleerde sporter minderjarig of rechtsonbekwaam is;4° de eventueel aangewezen chaperon/chaperons, voor zover die van hetzelfde geslacht als de gecontroleerde sporter is/zijn;5° een arts die is afgevaardigd door de nationale of internationale sportorganisatie waarvan de gecontroleerde sporter lid is. § 7.
de naleving van § 4, eerste lid, kan de controlearts, uitsluitend om één van de uitzonderlijke redenen vermeld in § 3, vijfde lid, 6°, respectievelijk bij dopingtests binnen wedstrijdverband en dopingtests buiten wedstrijdverband, de sporter toestemming geven om het dopingcontrolestation te verlaten. Bij toepassing van het vorige lid vermeldt de controlearts, in het proces-verbaal van de dopingtestprocedure, het uur waarop de sporter het dopingcontrolestation verlaat en het uur waarop hij daar terug is, alsook de uitzonderlijke reden waarom hij hem toestemming gegeven heeft het dopingcontrolestation te verlaten. Bij toepassing van het eerste lid mag de sporter niet plassen voordat hij terug in het dopingcontrolestation is. §
- Indien een dopingtest die overeenkomstig artikel 24, § 2, gepland was en in het opdrachtenblad vastgelegd was, om één of andere reden niet kon plaatsvinden, vermeldt de controlearts dit in het proces-verbaal van de dopingtestprocedure, met vermelding van de reden(en) daarvoor. Bij toepassing van het vorige lid zendt de controlearts het proces-verbaal van de dopingtestprocedure aan de NADO-DG en dit uiterlijk op de eerste werkdag na de dag waarop de dopingtest gepland was. Nadat de NADO-DG het proces-verbaal van de dopingtestprocedure ontvangen heeft, zendt ze zo snel mogelijk een afschrift daarvan aan de betrokken sporter en aan de nationale en/of internationale sportorganisatie waarvan hij lid is. De sporter heeft vijftien dagen de tijd om zijn argumenten aan te voeren en eventueel te vragen om door de NADO-DG te worden gehoord. Bij ontstentenis van uitleg of als de argumenten van de sporter als onvoldoende of niet overtuigend worden beschouwd, kunnen de gevolgen bedoeld in § 3, vijfde lid, 1°, op hem worden toegepast. Art. 26.§
- Na de verwittiging bedoeld in artikel 25, § 3, derde tot vijfde lid, maar vóór de afname van het urine- of bloedmonster, voert de controlearts een gesprek met de gecontroleerde sporter, in het bijzonder over de acute of chronische aandoeningen en over alle momenteel gebruikte geneesmiddelen, medische hulpmiddelen of bijzondere voeding, die al dan niet aan een medisch voorschrift onderworpen zijn. De opgave van de geneesmiddelen, medische hulpmiddelen en bijzondere voeding die de sporter tot 7 dagen vóór de dopingtest heeft gebruikt, wordt door de controlearts in het proces-verbaal van de dopingtestprocedure genoteerd. Na het gesprek bedoeld in het eerste lid, maar vóór elke afname van een urine- of bloedmonster, stelt de controlearts aan de gecontroleerde sporter voor zich te hydrateren, uitsluitend met mineraalwater, waarbij die hydratatie niet overdreven mag zijn. Het mineraalwater bedoeld in het vorige lid wordt ter beschikking gesteld door de organisator van het evenement, de wedstrijd of de training in de vorm van een beveiligde verpakking. De dopingtestprocedure wordt zo uitgevoerd dat de persoonlijke levenssfeer, de waardigheid en het respect voor de privacy van de gecontroleerde sporter worden gewaarborgd en het intacte karakter, de veiligheid en de identiteit van de monsternemingen gewaarborgd worden. Het controlematerieel wordt één enkele keer gebruikt en voor de monsternames wordt alleen de door de NADO-DG geleverde verpakkingen gebruikt. §
- De dopingtestprocedure en het verloop ervan worden door de controlearts in het proces-verbaal van de dopingtestprocedure vastgelegd; dat proces-verbaal wordt gevoegd bij het dopingcontroleformulier bedoeld in artikel 25, § 3, derde lid, waarvan het model wordt vastgesteld door de NADO-DG, in overeenstemming met de eisen van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken. Naast de inlichtingen bepaald in artikel 16, § 3, van het decreet en
het vorige lid bevat het proces-verbaal van de dopingtestprocedure ook : 1° de naam en voornaam van de controlearts;2° in voorkomend geval, de naam en voornaam van de aangewezen chaperon/chaperons die bij de dopingtest aanwezig is/zijn;3° in voorkomend geval, de naam en voornaam, alsook de contactgegevens van de trainer en/of de arts van de sporter;4° de geboortedatum en de contactgegevens van de sporter;5° het geslacht van de sporter;6° in voorkomend geval, de vermelding van de geneesmiddelen en voedingssupplementen die de sporter in de loop van de laatste zeven dagen heeft genomen en de vermelding van de transfusies die hij in de loop van de laatste drie maanden heeft gekregen;7° het codenummer van het overeenstemmende afgenomen monster;8° het type van de afgenomen urine- of bloedmonsters, in voorkomend geval met vermelding - in het tweede geval - van de monsters die werden afgenomen voor analyse- en controledoeleinden in het kader van het biologisch paspoort van de sporter;9° het uur van aankomst van de sporter bij het dopingcontrolestation, alsook het uur waarop de dopingtest werd beëindigd, overeenkomstig § 4, eerste lid;10° alle vaststellingen die de controlearts gedurende de dopingtestprocedure heeft gedaan, alsook elk eventueel incident, overeenkomstig artikel 25, § 4, tweede lid. §
- De controlearts, eventueel met assistentie van één of meer chaperons die hem begeleiden, neemt alle geschikte maatregelen om de vervalsing of poging tot vervalsing van de elementen van de dopingtestprocedure, in de zin van artikel 8, 5°, van het decreet, te vermijden. Die maatregelen worden in voorkomend geval vermeld in het proces-verbaal van de dopingtestprocedure, overeenkomstig § 2, tweede lid, en artikel 25, § 4, tweede lid. Het is de gecontroleerde sporter, alsook iedereen die door de controlearts overeenkomstig artikel 25, § 6, wordt toegelaten aanwezig te zijn in de dopingtestruimte of in het vertrek waar de dopingtest wordt uitgevoerd, verboden het verloop van de dopingtestprocedure te filmen, te fotograferen of op ongeacht welke drager op te nemen. De niet-naleving van het vorige lid wordt door de controlearts in het proces-verbaal van de dopingtestprocedure vastgesteld overeenkomstig § 2, tweede lid, en artikel 25, § 4, tweede lid. De toepassing van het vorige lid kan aanleiding geven tot de vaststelling van een vervalsing of de poging tot een vervalsing van een element van de dopingtest, in de zin van artikel 8, 5°, van het decreet. §
- Nadat de dopingtest is uitgevoerd, wordt het proces-verbaal van de dopingtestprocedure,
de eventuele opmerkingen bedoeld in artikel 27, § 1, eerste lid, 14°, of artikel 28, eerste lid, 12°, ondertekend door de betrokken sporter, door de controlearts en in voorkomend geval door de aanwezige chaperon(s), alsook door elke persoon die bij de dopingtest aanwezig was, met inachtneming van artikel 25, § 6. Het proces-verbaal van de dopingtestprocedure wordt opgemaakt in vier exemplaren, waarbij één exemplaar bestemd is voor de sporter, één voor het laboratorium, één voor de sportorganisatie waarvan de sporter lid is en één voor de NADO-DG. Indien de gecontroleerde sporter minderjarig of rechtsonbekwaam is, worden de vier exemplaren van het proces-verbaal ondertekend door één van zijn wettige vertegenwoordigers of door één door één van hen behoorlijk gemachtigde persoon,
de eventuele opmerkingen bedoeld in artikel 27, § 1, eerste lid, 14°, of artikel 28, eerste lid, 13°. Het exemplaar dat voor het laboratorium bestemd is, bevat geen gegeven waarmee de gecontroleerde sporter zou kunnen worden geïdentificeerd. Het exemplaar dat voor de sportorganisatie bestemd is, bevat geen vermelding van de geneesmiddelen, medische hulpmiddelen en bijzondere voeding van de sporter, noch een eventuele aanwijzingen omtrent bloedtransfusies. Indien de sporter of, indien hij minderjarig of rechtsonbekwaam is zijn wettige vertegenwoordiger of een andere persoon die door zijn wettige vertegenwoordiger behoorlijk gemachtigd is, het proces-verbaal van de dopingtestprocedure weigert te ondertekenen, wordt tegen de sporter een procedure voor de vaststelling van een overtreding van de antidopingregel bedoeld in artikel 8, 5°, van het decreet ingesteld. In het model van het proces-verbaal van de dopingtestprocedure, dat door de NADO-DG wordt vastgelegd, wordt - ter informatie van de sporter - gedetailleerd vermeld hoe zijn persoonsgegevens verwerkt worden. Afdeling
- - Monsterneming Art. 27.§
- Behalve bij toepassing van de §§ 2 en 3 verloopt de dopingtestprocedure door middel van de afname van urinemonsters op de volgende wijze en in de volgende volgorde : 1° de sporter kiest uit een groep een opvangbeker, opent die, vergewist zich ervan dat hij leeg en proper is, en vult hem met een hoeveelheid die voor de analyse vereist is, onder het visuele toezicht van de controlearts of een chaperon, voor zover deze laatste van hetzelfde geslacht als de sporter is;2° indien de hoeveelheid urine die door de sporter wordt afgeleverd, voldoende is, kiest de sporter een analysekit uit een groep verzegelde kitten, bestaande uit twee flesjes met hetzelfde codenummer, gevolgd door de letter A bij het eerste flesje voor het voornaamste monster en de letter B bij het tweede flesje voor het reservemonster voor de eventuele contra-expertise;3° indien de stappen bedoeld in 1° en 2° werden toegepast en na de toepassing van die stappen, ontzegelt de sporter de gekozen kit, opent die en kijkt na of de flesjes leeg en proper zijn en giet de minimumhoeveelheid urine die voor de analyse vereist is in het flesje B, dit is minstens 30 ml, en de rest van de urine in het flesje A, met een minimumhoeveelheid van 60 ml;4° de sporter behoudt enkele urinedruppels (overblijvend volume) voor de opvangbeker;5° vervolgens verzegelt de sporter het A-flesje en het B-flesje volgens de richtlijnen van de controlearts die, voor de ogen van de sporter, nakijkt of de monsters correct verzegeld zijn;6° de controlearts meet de soortelijke dichtheid van de urine die in de opvangbeker overblijft door middel van colorimetrische teststrips, met inachtneming van de aangegeven termijn waarbinnen de strips moeten worden afgelezen;7° indien uit het lezen blijkt dat het monster niet de soortelijke dichtheid heeft die voor de analyse noodzakelijk is, kan de controlearts een nieuwe urinemonsterneming eisen met inachtneming van de procedure bedoeld in 1° tot 5°;8° in het in 7° bedoelde geval worden de twee monsters naar het laboratorium gezonden voor een vergelijkende analyse en merkt de controlearts in het proces-verbaal van de dopingtestprocedure op dat de monsterneming moet worden geanalyseerd in overeenstemming met het tweede monster, waarvan hij alleen het codenummer vermeldt;9° na toepassing van de stappen bedoeld in 1° tot 6° of, in voorkomend geval, in 1° tot 8°, kijkt de controlearts na of het codenummer op de flesjes A en B en het codenummer op de verzendingstas dezelfde zijn;10° de controlearts schrijft het in 9° bedoelde codenummer op het proces-verbaal van de dopingtestprocedure;11° de sporter controleert of het codenummer op het proces-verbaal de dopingtestprocedure overeenstemt met het codenummer op de flesjes A en B en met het codenummer op de verzendingstas;12° de sporter doet, onder toezicht van de controlearts, de beide flesjes A en B in de verzendingstas en verzegelt deze;13° de controlearts giet, voor de ogen van de sporter, de overblijvende urine, die niet voor de laboratoriumanalyse bestemd is, weg;14° de sporter of, indien hij minderjarig of rechtsonbekwaam is, zijn wettige vertegenwoordiger of een andere door zijn wettige vertegenwoordiger behoorlijk gemachtigde persoon bevestigen, door het proces-verbaal van de dopingtestprocedure te ondertekenen, dat de procedure verlopen is overeenkomstig deze paragraaf, onder voorbehoud van, in voorkomend geval, elke onregelmatigheid of opmerking die de sporter of de andere persoon die eventueel bij de dopingtest aanwezig was met inachtneming van artikel 25, § 6, wenst te doen kennen en die dan in het proces-verbaal van de dopingtestprocedure vermeld worden. §
- Indien geen urine werd afgeleverd of de in § 1, 1°, voorgeschreven hoeveelheid urine niet bereikt werd, blijft de sporter onder het visuele toezicht van de controlearts of, in voorkomend geval, van de chaperon, totdat de voorgeschreven hoeveelheid bereikt is, volgens de procedure bedoeld in §
- In het in het vorige lid bedoelde geval wordt mineraalwater onder beveiligde verpakking ter beschikking gesteld van de sporter door de organisator van het evenement, de wedstrijd of de training. §
- Indien de sporter een onvoldoende hoeveelheid urine aflevert, wordt de procedure voor de gedeeltelijke monsterneming gebruikt, in de volgende volgorde : 1° de sporter kiest uit een groep van verzegelde kitten een analysekit, opent die en kijkt na of de daarin vervatte flesjes A en B leeg en proper zijn;2° de sporter giet in het A-flesje de urine die zich in de opvangbeker bevindt, onder het visuele toezicht van de controlearts en, in voorkomend geval, in aanwezigheid van een chaperon, voor zover deze laatste van hetzelfde geslacht als de sporter is;3° de sporter kiest uit een groep van verzegelde kitten een kit voor gedeeltelijke monsterneming;hij opent die en sluit het A-flesje met behulp van een afsluitdop die zich in de gekozen kit voor gedeeltelijke monsterneming bevindt; 4° de sporter kijkt na of er geen lekken zijn;5° de sporter plaatst het A-flesje weer in de analysekit, sluit deze en plaatst de aldus gesloten kit in het daartoe bepaalde zakje voor de procedure van de gedeeltelijke monsterneming;6° de sporter maakt de zelfklevende beschermingsstrip van het zakje los en verzegelt dit;7° de controlearts kijkt na of de codenummers die vermeld staan op de verwijderbare beschermingsstrip en op het zakje dezelfde zijn;8° de controlearts noteert hetzelfde codenummer als het nummer bedoeld in 7° op het proces-verbaal van de dopingtestprocedure en noteert op dat proces-verbaal zijn initialen en die van de gecontroleerde sporter;9° de controlearts bewaart de tas voor de gedeeltelijke monsterneming totdat de sporter opnieuw kan plassen;10° wanneer de sporter in staat is een ander monster te produceren, wordt de in § 1 beschreven procedure voor de monsterneming herhaald totdat de hoeveelheid urine bereikt is, door het oorspronkelijke monster en de bijkomende monsters te mengen;11° zodra de controlearts van mening is dat de eisen inzake de hoeveelheid urine die voor de analyse vereist is, vervuld zijn, kijkt de sporter onder toezicht van de controlearts na of de tas intact is en of het nummer dat op het proces-verbaal van de dopingtestprocedure staat overeenstemt met het nummer dat op zijn verwijderbare beschermingsstrip en op het zakje staat;12° de sporter opent het verzegelde zakje alsook het A-flesje, voorzien van zijn voorlopige afsluitdop;13° onder toezicht van de controlearts giet de sporter de urine die zich in het A-flesje bevindt en de urine die zich in het tweede monster bevindt in een opvangbeker om beide opgevangen monsters te mengen;14° indien de aldus bekomen hoeveelheid urine nog altijd minder dan 90 ml bedraagt, wordt de procedure beschreven in 1° tot 13° herhaald tot de voorgeschreven hoeveelheid urine, namelijk 90 ml, bereikt is;15° indien de voorgeschreven hoeveelheid urine, namelijk 90 ml, bereikt is, dan is de procedure beschreven in § 1, 2° tot 14°, van toepassing. Art. 28.De dopingtestprocedure door middel van de afname van bloedmonsters verloopt op de volgende wijze en in de volgende volgorde : 1° de sporter kiest uit een groep een bloedafnameset, opent die, vergewist zich ervan dat hij leeg en proper is;2° de sporter verifieert of het codenummer op de proefbuisjes hetzelfde is;3° de controlearts zorgt ervoor dat de sporter zich in comfortabele omstandigheden bevindt en vraagt hem gedurende minstens 10 minuten vóór de afname in een normale houding, met beide voeten op de grond, te blijven zitten;4° de controlearts ontsmet de huid van de sporter met steriele ontsmettende watten of gaas op een plaats die geen negatieve gevolgen kan hebben voor de sporter of zijn sportprestaties en legt hem, zo nodig, een knelband aan;5° de controlearts vangt het bloedmonster vanuit een oppervlakkige ader op in het afnamebuisje;6° de afgenomen hoeveelheid bloed moet voldoende zijn om te beantwoorden aan de eisen inzake analyse van het door het WADA geaccrediteerde of op een andere wijze door het WADA goedgekeurde laboratorium;7° indien de opgevangen hoeveelheid bloed van de sporter niet voldoende is, zoals bepaald in 5°, voert de controlearts de procedure opnieuw uit, maar niet meer dan drie keer;8° indien de controlearts de voldoende hoeveelheid bloed bepaald in 6°, na het maximale aantal pogingen bepaald in 7°, niet kan bereiken, onderbreekt hij het afnemen van de bloedmonsters en vermeldt hij dit in het proces-verbaal van de dopingtestprocedure;9° na de stappen bedoeld in 1° tot 6° of, in voorkomend geval, bedoeld in 1° tot 7° of tot 8°, legt de controlearts een verband aan op de punctieplaats;10° de controlearts werpt de uitrusting voor de bloedafname die niet noodzakelijk is om de procedure voor de bloedafname te beëindigen, op een geschikte wijze weg;11° de sporter verzegelt zijn monsters in de bloedafnameset volgens de richtlijnen van de controlearts die, voor de ogen van de sporter, nakijkt of de monsters correct verzegeld zijn;12° voordat de monsters naar het door het WADA geaccrediteerde of op een andere wijze door het WADA goedgekeurde laboratorium worden gestuurd, worden ze, in het bijzonder voor het vervoer, in een bewaringssysteem geplaatst dat de bloedmonsters op een lage temperatuur kan houden zonder dat ze bevriezen;13° de sporter of, indien hij minderjarig of rechtsonbekwaam is, zijn wettige vertegenwoordiger of een andere door zijn wettige vertegenwoordiger behoorlijk gemachtigde persoon bevestigen, door het proces-verbaal van de dopingtestprocedure te ondertekenen, dat de procedure verlopen is overeenkomstig dit artikel, onder voorbehoud van, in voorkomend geval, elke onregelmatigheid of opmerking die de sporter of de andere persoon die eventueel met inachtneming van artikel 25, § 6, bij de dopingtest aanwezig was, wenst te uiten en die dan in het proces-verbaal van de dopingtestprocedure vermeld worden. Art. 29.§
- De dopingtestprocedure uitgevoerd door middel van het biologisch paspoort van de sporter, overeenkomstig artikel 16, § 1, tweede lid, en artikel 17 van het decreet, geschiedt met bloedmonsters die worden afgenomen volgens de procedure bedoeld in artikel
- Bij toepassing van het vorige lid deelt de controlearts de sporter vóór de afname mee dat zijn bloedmonsters in het kader van het biologisch paspoort van de sporter zullen worden geanalyseerd en gecontroleerd.
de toepassing van het eerste lid zorgt de controlearts er bovendien voor dat het bloedmonster niet minder dan twee uur na het einde van de training, de wedstrijd of het evenement wordt afgenomen. Bij toepassing van dit artikel vermeldt de controlearts na de bloedafname in het proces-verbaal van de dopingtestprocedure dat de bloedmonsters afgenomen werden voor analyse- en controledoeleinden in het kader van het biologisch paspoort van de sporter. § 2. De procedureregels bedoeld in artikel 17, vierde lid, van het decreet zijn, voor het opstellen, het beheren en het opvolgen van het biologisch paspoort, de volgende : 1° het biologisch paspoort kan alleen met inachtneming van de voorwaarden bepaald in artikel 17 van het decreet opgesteld en/of beheerd en/of gebruikt worden door de NADO-DG;2° het biologisch paspoort kan alleen voor ten minste één van de doelstellingen gesteld in artikel 16, § 1, tweede lid, of artikel 17, derde lid, van het decreet opgesteld en/of beheerd en/of gebruikt worden door de NADO-DG;3°
1° en 2° bepaalt elke overeenkomst, die met toepassing van artikel 17, tweede lid, van het decreet wordt gesloten, de antidopingorganisatie die verantwoordelijk is voor het betrokken biologisch paspoort, de nadere regels voor het beheer en het gebruik ervan, alsook de verdeling van de kosten betreffende het beheer en het gebruik ervan;4° als de NADO-DG een biologisch paspoort opstelt, deelt ze aan de betrokken elitesporter van nationaal niveau, via een aangetekende brief en via e-mail, minstens de volgende gegevens mee :
- a)het opstellen van een biologisch paspoort voor die elitesporter;
- b)de doeleinden waarvoor de gegevens betreffende het biologisch paspoort kunnen worden gebruikt, alsook de maximale bewaartermijn voor die gegevens, overeenkomstig bijlage A van de Internationale Standaard ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer en voor de bescherming van persoonsgegevens;
- c)de antidopingorganisatie die bevoegd is voor het beheer en het opvolgen van het biologisch paspoort;
- d)de mogelijkheid, voor de betrokken elitesporter van nationaal niveau, om binnen 15 dagen na kennisgeving de opstelling van een op hem toepasbaar biologisch paspoort aan te vechten en in voorkomend geval te vragen om te worden gehoord door de NADO-DG, eventueel in aanwezigheid van een raadsman en/of een arts van zijn keuze;5° bij toepassing van 4°, d), deelt de NADO-DG haar beslissing mee aan de betrokken elitesporter van nationaal niveau :
- a)na ontvangst van zijn betwisting en nadat hij werd gehoord;
- b)na overleg met de betrokken sportorganisatie en, in voorkomend geval, met het WADA. § 3. Voor de toepassing van artikel 17, vijfde lid, van het decreet kan de Minister een eenheid voor het beheer van het biologisch paspoort van de sporter aanwijzen die de NADO-DG helpt bij het opstellen, beheren en opvolgen van het biologisch paspoort van de sporter. § 4. Voor de uitvoering van dit artikel kan de Minister verantwoordelijken van een andere Belgische NADO met bepaalde taken belasten. Overeenkomstig artikel 16, § 2, tweede lid, van het decreet kan de toepassing van die paragraaf nader geregeld worden via een bilaterale overeenkomst die daartoe met de betrokken gemeenschap gesloten wordt. Art. 30.De dopingtestprocedure door middel van het afnemen van monsters van andere lichamelijke vloeistoffen of van de bevoorrading van de sporter wordt, mutatis mutandis, uitgevoerd volgens dezelfde stappen als deze bedoeld in de dopingtestprocedure door middel van het afnemen van urinemonsters, zoals bedoeld in artikel 27,
de naleving van de volgende regels : 1° de monsters worden in geschikte en verzegelde verpakkingen geplaatst; 2° er kunnen monsters genomen worden voor eventuele bijkomende en toekomstige analysen, overeenkomstig artikel 6.2 en 6.5 van de Code; 3° de verpakking wordt in aanwezigheid van de betrokken sporter verzegeld;4° op elke verpakking wordt een aan de sporter meegedeeld codenummer genoteerd;dat nummer wordt vermeld in het proces-verbaal van de dopingtestprocedure. Art. 31.Indien bij de dopingtest twijfel ontstaat omtrent de afkomst, de authenticiteit of het intacte karakter van een monster, wordt een nieuw monster afgenomen. De weigering van de sporter of, indien hij minderjarig of rechtsonbekwaam is, van zijn wettige vertegenwoordiger of van de door deze behoorlijk gemachtigde persoon, om zich aan een nieuwe monsterafneming te onderwerpen, wordt met weigering van de monsterneming gelijkgesteld en heeft de eventuele vaststelling van een overtreding van de antidopingregel bedoeld in artikel 8, 3°, van het decreet tot gevolg. Afdeling 7. - Onderzoeksbevoegdheid van de NADO-DG Art. 32.Met inachtneming en in het kader van de toepassing van de onderzoeksbevoegdheid van de NADO-DG, bedoeld in artikel 10 van het decreet, zijn de volgende bijkomende nadere regels van toepassing : 1° het instellen van een onderzoeksprocedure heeft tot doel ofwel een potentiële schending van de antidopingregels of een potentiële deelneming aan de schending van de antidopingregels uit te sluiten, ofwel bewijzen te verzamelen om een procedure in te leiden wegens de schending van de antidopingregels, overeenkomstig artikel 50 of 51;2° het instellen van de onderzoeksprocedure bedoeld in artikel 10, vierde lid, a), van het decreet wegens één of meer overtredingen van de antidopingregels bedoeld in artikel 8 van het decreet is gebaseerd op betrouwbare en zich overlappende inlichtingen die door de NADO-DG zijn geverifieerd;3° de beschikbare bronnen bedoeld in artikel 10, vierde lid, a), van het decreet zijn in het bijzonder : de sporters, de begeleiders van de sporters, de controleartsen, de chaperons, de door het WADA geaccrediteerde of op een andere wijze door het WADA goedgekeurde laboratoria, de sportorganisaties, andere antidopingorganisaties, de media, andere overheidsinstanties, het WADA; 4° overeenkomstig artikel 12.3.3 van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken worden de onderzoeken fair, onpartijdig en met inachtneming van het materiaal à charge en à décharge gevoerd; 5° overeenkomstig artikel 12.3.4 van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken en
1° tot 4° gebruikt de NADO-DG bij het voeren van haar onderzoek alle beschikbare nuttige inlichtingen, in het bijzonder deze die uit de ADAMS-databank komen; 6° de NADO-DG moet een schriftelijk verslag opmaken over de evaluatie van de inlichtingen en bewijzen die tijdens de onderzoeken worden verzameld, de verbanden en de onderzoeksresultaten;7° alle inlichtingen worden op vertrouwelijke wijze ingewonnen en verwerkt door de medewerkers van de NADO-DG die de onderzoeksbevoegdheid uitoefenen;8° met inachtneming van 1° tot 7° werkt de NADO-DG bij voorrang met het WADA en de andere antidopingorganisaties samen; 9° voor de toepassing van artikel 10, vierde lid, b), van het decreet en overeenkomstig artikel 12.2.2 van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken bezorgt de NADO-DG aan het WADA, op diens verzoek, aanvullende inlichtingen over de omstandigheden waarin afwijkende analyseresultaten, atypische analyseresultaten of afwijkende paspoortresultaten werden verkregen; 10° voor de toepassing van artikel 10, vierde lid, c), van het decreet en overeenkomstig artikel 12.1.1, b), van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken leidt de NADO-DG een onderzoek in en onderzoekt vertrouwelijk alle analytische of niet-analytische inlichtingen wanneer er gegronde redenen zijn om een overtreding van de antidopingregels te vermoeden; 11° voor de toepassing van artikel 10, vierde lid, c), van het decreet leidt de NADO-DG automatisch een onderzoek in, wanneer in het proces-verbaal van de dopingtestprocedure overeenkomstig artikel 26, § 2, eerste lid, vermeld wordt dat een sporter een monsterafname ontweken, geweigerd of gemist heeft, geweigerd heeft het proces-verbaal of een deel van het dopingcontroleformulier betreffende de kennisgeving van de dopingtest te ondertekenen of op enigerlei wijze het goede verloop van de individuele dopingtestprocedure heeft belemmerd; 12° bij toepassing van 10° of 11°, overeenkomstig artikel 12.3.2 van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken, brengt de NADO-DG het WADA op de hoogte dat ze een onderzoek heeft ingesteld en houdt ze het WADA op verzoek verder op de hoogte; 13° bij toepassing van artikel 10, vierde lid, b), tot d), van het decreet stelt de NADO-DG de betrokken sporter, zijn wettige vertegenwoordiger wanneer de sporter minderjarig is of de begeleider van de betrokken sporter per aangetekende brief ervan in kennis dat een onderzoek tegen hem is ingesteld;14° de kennisgeving bedoeld in 13° bevat :
- a)een beknopte beschrijving van de feiten die in aanmerking zijn genomen om een onderzoek in te stellen;
- b)de vermelding van de grondslag van het besluit en van de procedure die van toepassing is op het instellen van een onderzoek;
- c)de vermelding van de aangevoerde overtreding van de antidopingregel;
- d)de verplichting ter beschikking te staan van de NADO-DG met het oog op een eventuele oproeping voor een hoorzitting, met de mogelijkheid om zich op die hoorzitting te laten bijstaan of te laten vertegenwoordigen door een raadsman en/of een arts;
- e)overeenkomstig artikel 12.3.5 van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken de vermelding dat het niet-meewerken aan het goede verloop van het onderzoek de NADO-DG ertoe kan bewegen om een procedure wegens overtreding van de antidopingregel bedoeld in artikel 8, 5°, van het decreet in te stellen; 15° binnen een termijn van 3 maanden, te rekenen vanaf de kennisgeving bedoeld in 14°, stelt de NADO-DG de betrokken sporter, zijn wettige vertegenwoordiger wanneer de sporter minderjarig is, of de begeleider van de sporter per aangetekende brief in kennis van de conclusies van haar onderzoek en van haar beslissing om het dossier af te sluiten of over te zenden aan de bevoegde sportorganisatie en/of aan het parket, voor de toepassing van artikel 24 en/of artikel 28 van het decreet; 16° overeenkomstig artikel 12.4.3,
- a)en b), van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken stelt de NADO-DG het WADA en de betrokken internationale sportorganisatie per e-mail in kennis van elke met toepassing van 15° genomen beslissing om het dossier af te sluiten, teneinde hen de mogelijkheid te geven in voorkomend geval beroep in te stellen tegen die beslissing; 17° indien de NADO-DG haar beslissing niet ter kennis heeft gebracht binnen de termijn vermeld in 15°, wordt het dossier geacht te zijn afgesloten op grond van een beslissing houdende vaststelling dat geen overtreding van de antidopingregels werd vastgesteld; 18° bij toepassing van 17° en overeenkomstig artikel 12.4.1 van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken kan het WADA bij de TAS beroep instellen tegen die beslissing houdende vaststelling dat geen overtreding van de antidopingregels werd vastgesteld; 19° de overzending van een onderzoeksdossier door de NADO-DG aan een sportorganisatie, voor de toepassing van artikel 24 van het decreet :
- a)gaat gepaard met een voorafgaande oproeping van de sporter of van de betrokken begeleider van de sporter om te worden gehoord, eventueel in aanwezigheid van een raadsman en/of een arts van zijn keuze en
- b)is gebaseerd op een schriftelijk stuk, gestaafd met bewijsmiddelen die door de Code en in het Belgisch recht algemeen aanvaard zijn;en
- c)wordt in rechte en in feite gemotiveerd;20° als de NADO-DG een zaak met het oog op politiehandelingen aanhangig maakt bij de politie, baseert ze zich op betrouwbare, zich overlappende en door de NADO-DG geverifieerde inlichtingen;21° de overzending van een onderzoeksdossier door de NADO-DG aan het parket, met het oog op het eventuele openen van een strafdossier tegen de sporter of een begeleider van de sporter voor de toepassing van artikel 28 van het decreet :
- a)gaat gepaard met een voorafgaande oproeping van de sporter of van de betrokken begeleider van de sporter om te worden gehoord, eventueel in aanwezigheid van een raadsman en/of een arts van zijn keuze en
- b)is gebaseerd op een schriftelijk stuk, gestaafd met bewijsmiddelen die door de Code en in het Belgisch recht algemeen aanvaard zijn;en
- c)wordt in rechte en in feite gemotiveerd;22°
20° en 21° kunnen de betrekkingen tussen de NADO-DG en de politie en/of justitie in een samenwerkingsprotocol worden geregeld;23° de oproepingen bedoeld in 19°, a), en 21°, a), worden minstens vijftien dagen vóór de hoorzitting aan de sporter of aan de betrokken begeleider van de sporter gericht, met vermelding van :
- a)het doel ervan en het feit dat een onderzoek tegen de sporter of de betrokken begeleider van de sporter wordt ingesteld;
- b)een samenvatting van de feiten die de sporter of de betrokken begeleider van de sporter ten laste worden gelegd;
- c)de aangevoerde overtreding(
- en)van één of meer antidopingregels, zoals bedoeld in artikel 8 van het decreet;
- d)in voorkomend geval, de aangevoerde overtreding(
- en)van één of meer antidopingregels, zoals bedoeld in artikel 28 van het decreet;
- e)de datum van de hoorzitting;
- f)het recht te worden bijgestaan of te worden vertegenwoordigd door een raadsman en/of een arts die door de sporter of door de betrokken begeleider van de sporter wordt gekozen;
- g)het feit dat het dossier, als de opgeroepen persoon niet verschijnt, automatisch wordt overgezonden aan, naargelang van het geval, de betrokken sportorganisatie en/of het parket;24° de sporter of de betrokken begeleider van de sporter krijgt van de NADO-DG, na de hoorzitting bedoeld in 19°,
- a)of 21°, a), of, zo niet, na de dag waarop die hoorzitting was gepland, een kennisgeving met, naargelang van het geval, vermelding van :
- a)in geval van hoorzitting, de afsluiting van het onderzoeksdossier of de overzending ervan, naargelang van het geval, aan de betrokken sportorganisatie en/of aan het parket, met vermelding van de aangevoerde overtreding(
- en)van één of meer antidopingregels, zoals bedoeld in artikel 8 van het decreet en, in voorkomend geval, zoals bedoeld in artikel 28 van het decreet;
- b)indien de opgeroepen persoon niet verschijnt, de overzending van het onderzoeksdossier, naargelang van het geval, aan de betrokken sportorganisatie en/of aan het parket, met vermelding van de aangevoerde overtreding(
- en)van één of meer antidopingregels, zoals bedoeld in artikel 8 van het decreet en, in voorkomend geval, zoals bedoeld in artikel 28 van het decreet. Afdeling 8. - Gevolgen van verboden samenwerking Art. 33.Met inachtneming en in het kader van de toepassing van artikel 8, 10°, van het decreet zijn de nadere regels voor de mededeling de volgende : 1° de mededelingen bedoeld in artikel 8, 10°, tweede lid, van het decreet bevatten de volgende gegevens :
- a)de identificatie van de betrokken persoon;
- b)de overtredingen van de antidopingregels die hem ten laste worden gelegd;
- c)de datum van de veroordeling of de schorsing en eventuele inlichtingen daarover; de vermelding van de duur van de schorsing of veroordeling;
- e)de mogelijkheid om de vaststelling van een verboden samenwerking te betwisten, binnen de vijftien dagen volgend op de mededeling, en in voorkomend geval, te worden gehoord door de NADO-DG, eventueel in aanwezigheid van een raadsman;
- f)de mogelijke gevolgen van de verboden samenwerking voor de sporter;2° naast de gegevens bedoeld in 1° vermeldt de mededeling bedoeld in artikel 8, 10°, tweede lid, ook de mogelijkheid, voor de sporter, om te bewijzen dat de betwiste samenwerking niet professioneel of sportgerelateerd is, zodat de verboden samenwerking niet kan worden vastgesteld tegen hem;3° na de eventueel gevraagde hoorzitting of na het verstrijken van de termijn bedoeld in 1°, e), krijgt de sporter of de andere persoon en de betrokken begeleider van de sporter van de NADO-DG een mededeling met, naargelang van het geval, vermelding van :
- a)de afsluiting van het dossier, op grond van de aangevoerde en aanvaarde verweermiddelen;
- b)de overzending van het dossier aan de betrokken sportorganisatie voor de toepassing van artikel 24 van het decreet;
- c)de eventuele overzending van het dossier aan het parket, voor de toepassing van artikel 28 van het decreet;4° voor de toepassing van artikel 8, 10°, vijfde lid, van het decreet licht de NADO-DG het WADA en de betrokken sportorganisatie per e-mail in over :
- a)de gevoerde procedure en de verrichte mededelingen;
- b)de identiteit van de sporter en van de andere persoon, alsook van de betrokken begeleider van de sporter;
- c)de datum van de veroordeling of de schorsing en eventuele inlichtingen daarover;
- d)de vermelding van de duur van de veroordeling;
- e)de eventuele antwoorden op die mededelingen;
- f)haar beslissing om het dossier af te sluiten of voor de toepassing van artikel 24 van het decreet over te zenden aan de betrokken sportorganisatie. Afdeling 9. - Analyse van monsters Art. 34.§ 1. Nadat de dopingtest is uitgevoerd, bewaart de controlearts de verzegelde monsters, naargelang van het geval, overeenkomstig de artikelen 27, 28, 29 of 30 tot ze aan het bevoegde laboratorium worden toegezonden. Vóór de toezending van de monsters, zoals bedoeld in het eerste lid, vergewist de controlearts zich ervan dat de verpakking in goede staat is, in het bijzonder voor het vervoer en bewaring van de monsters, om te vermijden dat ze beschadigd zouden kunnen worden.
het vorige lid kan de NADO-DG, bij twijfel over het intacte karakter, de identificatie of de authenticiteit van één of meer monsters, beslissen het of de betrokken monster(s) ongeldig te verklaren voordat de monsters voor analyse worden toegezonden aan het door het WADA geaccrediteerde of op een andere wijze door het WADA goedgekeurde laboratorium. In het geval bedoeld in het vorige lid, voor zover de identiteit van de sporter bij wie het monster werd afgenomen met zekerheid kan worden vastgesteld aan de hand van het of de betrokken ongeldig verklaarde monster(s), wordt die sporter door de NADO-DG per brief of per e-mail over de ongeldigverklaring geïnformeerd. §
- De controlearts bezorgt de verzegelde urinemonsters of, in voorkomend geval, de monsters van andere lichamelijke vloeistoffen of van de bevoorrading van de sporter, tegen ontvangstbewijs en uiterlijk 72 uur na de monsterneming, aan een door het WADA geaccrediteerd of op een andere wijze door het WADA goedgekeurd laboratorium. De controlearts bezorgt de verzegelde bloedmonsters, tegen ontvangstbewijs en uiterlijk 12 uur na de monsterneming, aan een door het WADA geaccrediteerd of op een andere wijze door het WADA goedgekeurd laboratorium. De controlearts bezorgt de verzegelde monsters die afgenomen worden in het kader van de dopingtestprocedure die wordt uitgevoerd in het kader van het biologisch paspoort van de sporter, tegen ontvangstbewijs en uiterlijk 36 uur na de monsterneming, aan een door het WADA geaccrediteerd of op een andere wijze door het WADA goedgekeurd laboratorium. Het door het WADA geaccrediteerde of op een andere wijze door het WADA goedgekeurde laboratorium analyseert zo snel mogelijk het A-monster en neemt onmiddellijk alle maatregelen die nodig zijn voor de bewaring van het B-monster met het oog op een mogelijke latere analyse, alsook voor de mogelijke toepassing van artikel 22, § 1, vierde en vijfde lid. Art. 35.§
- Het door het WADA geaccrediteerde of op een andere wijze door het WADA goedgekeurde laboratorium stuurt het analyseverslag bedoeld in artikel 19 van het decreet, binnen 15 werkdagen na ontvangst van het monster, per e-mail toe aan de NADO-DG. Binnen de NADO-DG mogen alleen verantwoordelijken die beroepsbeoefenaars in de gezondheidszorg zijn, de verwerking van het verslag bedoeld in het eerste lid op zich nemen. De termijn bedoeld in het eerste lid wordt geschorst tijdens de periodes waarin het door het WADA geaccrediteerde of op een andere wijze door het WADA goedgekeurde laboratorium gesloten is. Wanneer de dopingtestprocedure plaatsgevonden heeft tijdens een wedstrijd of een internationaal evenement die door een internationale sportorganisatie zijn georganiseerd, deelt het door het WADA geaccrediteerde of op een andere wijze door het WADA goedgekeurde laboratorium ook alle afwijkende analyseresultaten aan de betrokken internationale sportorganisatie mee. Het verslag bedoeld in het eerste lid bevat de volgende gegevens : 1° de datum en het uur van de ontvangst van de monsters;2° het codenummer van de monsters;3° een beknopte beschrijving van de staat waarin de monsters bezorgd werden;4° een beknopte beschrijving van het uiterlijke aspect en de staat van de verpakking en van de aangebrachte zegels;5° de vaststellingen in verband met het volume en de staat van het A-monster;6° de resultaten van de analyse en de conclusies;7° de plaats waar het B-monster wordt bewaard en de voorwaarden voor de bewaring van het B-monster. §
- Het door het WADA geaccrediteerde of op een andere wijze door het WADA goedgekeurde laboratorium bewaart de afschriften van de verslagen en van de documentatie over elke analyse gedurende een periode van tien jaar, te rekenen vanaf de opmaakdatum. §
- Overeenkomstig artikel 22, § 1, vierde en vijfde lid, en voor de mogelijke toepassing van die bepaling, bewaart het door het WADA geaccrediteerde of op een andere wijze door het WADA goedgekeurde laboratorium de monsters gedurende de periode vermeld in bijlage A van de Internationale Standaard ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer en voor de bescherming van persoonsgegevens. Afdeling
- - Gevolgen van de analyse en mededeling van de resultaten Art. 36.§
- Indien het analyseresultaat negatief is, stelt de NADO-DG de gecontroleerd