📄 Wettekst
17 MAART 2016. - Besluit van de Regering tot uitvoering van het
decreet van 22 februari 2016Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
22/02/2016
pub.
01/03/2016
numac
2016201142
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Decreet betreffende de bestrijding van doping in de sport
sluiten betreffende de bestrijding van doping in de sport
De Regering van de Duitstalige Gemeenschap, Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20;
Gelet op de
wet van 31 december 1983Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
31/12/1983
pub.
11/12/2007
numac
2007000934
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap, artikel 7;
Gelet op het
decreet van 22 februari 2016Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
22/02/2016
pub.
01/03/2016
numac
2016201142
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Decreet betreffende de bestrijding van doping in de sport
sluiten betreffende de bestrijding van doping in de sport, de artikelen 5, 6, 8, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 26, 27 en 30;
Gelet op het advies van de Sportraad van de Duitstalige Gemeenschap, gegeven op 7 maart 2016;
Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 10 maart 2016;
Gelet op de akkoordbevinding van de Minister-President, bevoegd voor Begroting, d.d. 11 maart 2016;
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, artikel 3, § 1;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid;
Overwegende dat de dringende noodzakelijkheid gemotiveerd wordt door de omstandigheid dat de Duitstalige Gemeenschap als ondertekenaar van de Verklaring van Kopenhagen tot ondersteuning van de Wereldantidopingcode ertoe verplicht is haar wet- en regelgeving uiterlijk op 18 maart 2016 volledig in overeenstemming te brengen met de Code en met de internationale standaards van de Wereldantidopingorganisatie (hierna: WADA); overwegende dat de Duitstalige Gemeenschap, als haar nieuwe, conform de Code opgestelde regelgeving niet uiterlijk op 18 maart 2016 definitief aangenomen is, de gevolgen zou moeten ondergaan bedoeld in artikel 23.6 van de Code en in het bijzonder op haar grondgebied geen internationale evenementen meer zou mogen organiseren, internationale evenementen zou moeten afzeggen of dat het laboratorium dat belast is met de analyse van de monsters voor de Duitstalige Gemeenschap zijn WADA-accreditering zou verliezen; Overwegende dat zulke gevolgen die uiteraard moeten worden vermeden, een moeilijk te herstellen ernstig nadeel zouden kunnen berokkenen aan de Duitstalige Gemeenschap, zowel voor de sport als voor de reputatie van de Duitstalige Gemeenschap in het algemeen, zowel in België als in het buitenland; dat dit besluit bijgevolg zo snel mogelijk in werking moet treden;
Op de voordracht van de minister bevoegd voor Sport;
Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen Artikel 1.§ 1. Bij verwijzing naar personen wordt hierna de mannelijke vorm gebruikt. § 2. Naast de definities vermeld in artikel 3 van het decreet gelden voor de uitvoering van dit besluit nog de volgende definities : 1° decreet : het
decreet van 22 februari 2016Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
22/02/2016
pub.
01/03/2016
numac
2016201142
bron
ministerie van de duitstalige gemeenschap
Decreet betreffende de bestrijding van doping in de sport
sluiten betreffende de bestrijding van doping in de sport;2° Minister : de Minister van de Regering van de Duitstalige Gemeenschap bevoegd voor Sport;3° NADO-DG : de NADO van de Duitstalige Gemeenschap;4° chaperon : de persoon die gemachtigd en opgeleid is om de controlearts te begeleiden bij dopingtests. Art. 2.§ 1. In het kader van de bestrijding van doping in de sport kan de Minister een informatie- en preventieplan ontwikkelen, in het kader waarvan educatie-, informatie- en preventiecampagnes gevoerd worden en een contactpunt wordt opgericht dat de elitesporters helpt om hun verplichtingen inzake verblijfsgegevens na te komen.
Het plan bedoeld in het eerste lid is gebaseerd op de volgende hoofdbeginselen : 1° het dopingpreventiebeleid in de Duitstalige Gemeenschap heeft enerzijds tot doel de sportethiek en de fair play in de sport te beschermen en anderzijds de lichamelijke en psychische gezondheid van sporters te beschermen, ongeacht hun prestatieniveau en/of wedstrijdniveau;2° de - niet-exhaustieve - actiebeginselen die als basis dienen voor het plan zijn : a) de educatieve, informatieve en preventieve benadering van dopingpreventie laten gelden bij het uitwerken, aanpassen en toepassen van alle operationele strategieën voor de dopingbestrijding;b) de aanmoediging tot de deelneming van de sportwereld, de sportsector en de burgers aan de operationele strategieën inzake dopingpreventie, ook, in voorkomend geval, via gezamenlijk ontwikkelde en gevoerde sensibiliserings- en preventiecampagnes;3° dopingpreventie gaat gepaard met het ontwikkelen van sensibiliseringsmaatregelen die, afhankelijk van de doelgroep, zowel qua organiserende instantie als qua inhoud verschillend kunnen zijn;4° de maatregelen en campagnes inzake sensibilisering en dopingpreventie kunnen in het bijzonder de vorm van televisiecampagnes, perscampagnes, informatiebrochures of websites aannemen of kunnen via sociaalnetwerksites verspreid worden;5° dopingpreventie gaat ook, op aanvraag van de verantwoordelijken van sportorganisaties, gepaard met hulp en steun bij het ondernemen van stappen inzake dopingpreventie. De Minister kan de sportorganisaties belasten met preventietaken. § 2. De Minister legt de verboden lijst en de bijwerkingen ervan vast. Art. 3.De inlichtingen die krachtens het decreet en met toepassing van dit besluit worden ingewonnen en verwerkt, mogen alleen worden meegedeeld aan de volgende personen en uitsluitend in de mate dat dit absoluut noodzakelijk is om elk van de hieronder vermelde specifieke doelstellingen te bereiken : 1° wat de inlichtingen en gegevens betreft die werden verwerkt en ingewonnen voor het plannen en het uitvoeren van de dopingtestprocedures, met inbegrip van het inzetten van het biologisch paspoort van de sporter zoals bedoeld in artikel 16, § 1, tweede lid, van het decreet : aan de verantwoordelijken van de NADO-DG of de door haar overeenkomstig dit besluit behoorlijk gemachtigde verantwoordelijken, de door de Regering aangewezen controleartsen, de door het WADA geaccrediteerde of op een andere wijze door het WADA goedgekeurde laboratoria, de gecontroleerde sporter, zijn nationale en in voorkomend geval internationale sportorganisatie(s), de andere Belgische overheidsinstanties die bevoegd zijn voor dopingbestrijding, de organisatoren van grote evenementen en het WADA;2° wat de inlichtingen en gegevens betreft die overeenkomstig artikel 10 van het decreet werden verwerkt en ingewonnen in het kader van de onderzoeksbevoegdheid van de NADO-DG : aan de verantwoordelijke(n) van de NADO-DG of de door haar behoorlijk gemachtigde verantwoordelijke(n), de sporter(s) op wie het onderzoek betrekking heeft, de begeleider(s) van de sporters op wie het onderzoek betrekking heeft, de betrokken nationale, en in voorkomend geval, internationale sportorganisatie(s), de andere antidopingorganisaties, met inbegrip van de andere Belgische overheidsinstanties die bevoegd zijn voor dopingbestrijding, de organisatoren van grote evenementen, de politiediensten, de justitiële diensten en het WADA;3° wat de inlichtingen en gegevens betreft die werden ingewonnen en verwerkt naar aanleiding van een TTN-aanvraag : aan de verantwoordelijke(n) van de NADO-DG of de door haar behoorlijk gemachtigde verantwoordelijke(n), de leden van de TTN-commissie, de medische of wetenschappelijke experts die eventueel geraadpleegd worden, de gecontroleerde sporter en zijn behandelende arts, de betrokken nationale, en in voorkomend geval, internationale sportorganisatie(s), de andere Belgische overheidsinstanties die bevoegd zijn voor dopingbestrijding, de organisatoren van grote evenementen en het WADA;4° wat de verblijfsgegevens van de elitesporters van nationaal niveau betreft, zoals bedoeld in artikel 23 van het decreet : aan de verantwoordelijke(n) van de NADO-DG of de door haar behoorlijk gemachtigde verantwoordelijke(n), de betrokken elitesporter en in voorkomend geval zijn behoorlijk gemachtigde teamverantwoordelijke, de betrokken controlearts die door de Regering wordt aangewezen om dopingtests uit te voeren, de nationale en internationale sportorganisaties, de andere Belgische overheidsinstanties die bevoegd zijn voor dopingbestrijding, de organisatoren van grote evenementen en het WADA;5° wat de inlichtingen en gegevens betreft die werden ingewonnen en verwerkt in het kader van het beheer van de resultaten, met inbegrip van de tuchtbeslissingen die door de sportorganisaties met toepassing van artikel 24 van het decreet werden genomen : aan de verantwoordelijke(n) van de NADO-DG of de door haar behoorlijk gemachtigde verantwoordelijke(n), de betrokken elitesporter (op wie de resultaten van de dopingtests betrekking hebben), de nationale en internationale sportorganisaties, de andere Belgische overheidsinstanties die bevoegd zijn voor dopingbestrijding, de organisatoren van grote evenementen en het WADA. De bewaartermijn voor de gegevens die krachtens het decreet en met toepassing van dit besluit ingewonnen en verwerkt worden, stemt - naargelang van het type gegevens - overeen met de bewaartermijn bedoeld in bijlage A van de internationale standaard ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer en voor de bescherming van persoonsgebonden gegevens. Art. 4.De NADO-DG kan een toegangsrecht tot ADAMS toekennen voor de dopingtests bedoeld in artikel 16 van het decreet, voor de TTN's bedoeld in artikel 12 van het decreet, voor de overzending van de verblijfsgegevens bedoeld in artikel 23 van het decreet en voor de beslissingen en administratieve sancties bedoeld in artikel 24 van het decreet alsook voor de behoorlijke uitvoering van de taken waarmee bepaalde verantwoordelijken overeenkomstig artikel 6, §§ 4 tot 5, artikel 17, § 4, artikel 22, § 4, artikel 29, § 4, en artikel 36, § 5, belast worden. Wanneer de betrokken verantwoordelijken op basis daarvan toegang tot ADAMS hebben, treden zij op namens en in opdracht van de NADO-DG en/of de TTN-commissie van de Duitstalige Gemeenschap, met inachtneming van de technische en organisatorische instructies en maatregelen die opgenomen worden in een bilaterale overeenkomst die daartoe met de betrokken gemeenschap wordt opgemaakt overeenkomstig artikel 16 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens. HOOFDSTUK 2. - Toestemmingen wegens therapeutische noodzaak Afdeling 1. - Algemeen
Art. 5.De sporters bedoeld in artikel 12, § 3, van het decreet die verboden stoffen of methodes wegens therapeutische noodzaak wensen te gebruiken of moeten gebruiken, dienen een TTN-aanvraag in bij de TTN-commissie volgens de in artikel 11 vastgestelde voorwaarden en vormen. Afdeling 2. - Commissie van de Duitstalige Gemeenschap voor
toestemmingen wegens therapeutische noodzaak Art. 6.§ 1. Overeenkomstig artikel 12, § 2, tweede lid, van het decreet bestaat de TTN-commissie uit drie werkende leden en drie plaatsvervangende leden, waarbij één werkend lid en één plaatsvervangend lid algemene ervaring inzake verzorging en behandeling van sporters met een handicap kunnen laten gelden.
Wie aangewezen wil worden als (werkend/plaatsvervangend) lid van de TTN-commissie moet op zijn minst aan de volgende voorwaarden voldoen : 1° houder zijn het diploma van arts of master in de geneeskunde;2° sedert ten minste 6 jaar vanaf de datum van indiening van een kandidatuur geen tuchtsanctie of schrapping uit de Orde der artsen ondergaan of hebben ondergaan;3° een uittreksel uit het strafregister (model 1) bijvoegen dat bewijst dat geen veroordeling wegens een misdaad of een misdrijf werd uitgesproken;4° zich ertoe verbinden, met een onderhands attest op erewoord, gedateerd en ondertekend, de vertrouwelijkheid van de procedure voor de aanvraag en uitreiking van de TTN's, en de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid die noodzakelijk zijn voor de behandeling van een dossier, strikt in acht te nemen, waarbij in voorkomend geval geweigerd wordt het dossier te behandelen wanneer het vermoeden zou kunnen bestaan dat het lid geen voldoende waarborg inzake onafhankelijkheid en onpartijdigheid biedt;5° behalve als de intrekking op hun aanvraag is geschied, geen beslissing tot intrekking van de aanwijzing hebben ondergaan gedurende de vijf jaar die aan de nieuwe aanvraag om aanwijzing voorafgaan;6° specifieke ervaring met de verzorging en de medische behandeling van sporters hebben, alsook praktische ervaring in de klinische geneeskunde en de sportgeneeskunde hebben. § 2. De leden van de TTN-commissie worden aangewezen door de Minister voor een periode van vier jaar, na een oproep tot kandidaten die door de NADO-DG werd georganiseerd.
De oproep tot kandidaten wordt in het bijzonder bekendgemaakt in minstens één van de bladen van de Belgische en/of Duitse pers.
De kandidaten die voldoen aan de selectievoorwaarden bedoeld in § 1, worden gerangschikt in de volgorde die voortvloeit uit de kwaliteit van hun kandidatuur waarvan de criteria in de oproep tot kandidaten bekendgemaakt zijn.
Onverminderd § 1, eerste lid, wijst de Minister de drie beste kandidaten aan als werkend lid.
Onverminderd § 1, eerste lid, wijst de Minister de kandidaten die als vierde, vijfde en zesde gerangschikt zijn, aan als plaatsvervangend lid.
De niet in aanmerking genomen kandidaturen blijven vier jaar geldig en vormen een wervingsreserve in geval van vertrek of ontslag van de aangewezen leden. § 3. De Minister kan het mandaat van de leden van de TTN-commissie telkens voor een periode van vier jaar verlengen.
De verlenging van het mandaat van de leden van de TTN-commissie wordt verleend als daartoe een aanvraag wordt ingediend bij de NADO-DG, minstens drie maanden voor het einde van het lopende mandaat.
Bij de aanvraag om verlenging van het mandaat worden de volgende stukken gevoegd : 1° een recent attest van de Orde der artsen dat bevestigt dat sedert minstens 6 jaar geen tuchtsanctie werd uitgesproken;2° een uittreksel uit het strafregister (model 1) dat bevestigt dat geen veroordeling wegens een misdaad of een misdrijf werd uitgesproken. § 4. Om te waarborgen dat de samenstelling van de TTN-commissie aan de criteria vermeld in § 1 voldoet, kan de Minister ook leden aanwijzen die deel uitmaken van een andere Belgische TTN-commissie die aan de voorwaarden van § 1 voldoen.
Overeenkomstig artikel 12, § 2, vijfde lid, van het decreet kan de toepassing van die paragraaf nader geregeld worden via een bilaterale overeenkomst die daartoe met de betrokken gemeenschap gesloten wordt. § 5 - Het secretariaat van de TTN-commissie wordt verzorgd door een verantwoordelijke van de NADO-DG die arts of master in de geneeskunde is.
Om de goede werking van het secretariaat te waarborgen, kan de Minister bepaalde taken toevertrouwen aan verantwoordelijken van een andere Belgische TTN-commissie.
Overeenkomstig artikel 12, § 2, vijfde lid, van het decreet kan de toepassing van die paragraaf nader geregeld worden via een bilaterale overeenkomst die daartoe met de betrokken gemeenschap gesloten wordt. Art. 7.De TTN-commissie vaardigt een huishoudelijk reglement uit en past het toe; dat huishoudelijk reglement moet worden goedgekeurd door de Minister.
Het huishoudelijk reglement van de TTN-commissie bevat de volgende hoofdregels : 1° de zetel en het secretariaat van de TTN-commissie zijn gevestigd in het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap, Gospertstraße 1, 4700 Eupen (postadres);2° de leden van de TTN-commissie oefenen hun opdracht op streng vertrouwelijke, volledig onafhankelijke en volledig onpartijdige wijze uit.Bij het onderzoeken van de dossiers nemen ze de beginselen van objectiviteit en gelijke behandeling in acht. In voorkomend geval weigeren ze elk dossier te behandelen wanneer het vermoeden zou kunnen bestaan dat het betrokken lid geen voldoende waarborg inzake onafhankelijkheid en onpartijdigheid biedt; 3° de TTN-commissie wordt voorgezeten door het werkend lid dat binnen de commissie door het geheel van de werkende en plaatsvervangende leden wordt aangewezen en dat het grootste aantal stemmen heeft behaald.Bij staking van stemmen wordt het oudste lid als voorzitter van de TTN-commissie aangewezen; 4° het secretariaat van de TTN-commissie wordt belast met de administratieve taken voor de voorbereiding en uitvoering van de TTN-beslissingen, in het bijzonder met de ontvangst van de TTN-aanvragen, de mededeling ervan aan de leden van de TTN-commissie, het opstellen van een voorstel van beslissing, de eindredactie van de door de TTN-commissie genomen beslissingen, alsook de briefwisseling met de sporters, de sportorganisaties en het WADA;5° de TTN-aanvragen worden voorgelegd aan de drie werkende leden van de TTN-commissie.Bij een belangenconflict of bij enige andere verhindering wordt het betrokken werkend lid vervangen door één van de drie plaatsvervangende leden; 6° wanneer de TTN-aanvraag wordt ingediend door een sporter met een handicap, moet minstens één van de drie leden van de TTN-commissie die over die aanvraag beslissen algemene ervaring hebben met de verzorging en behandeling van sporters met een handicap of specifieke ervaring hebben met de handicap van de betrokken sporter;7° de TTN-commissie beslist in een schriftelijke procedure, bij meerderheid van haar leden;8° de voorzitter kan, op eigen initiatief of op aanvraag van één van zijn leden, één of meer adviezen aanvragen van ongeacht welke medische of wetenschappelijke deskundigen die hij geschikt acht;9° de beslissingen van de TTN-commissie worden met redenen omkleed en worden gedateerd;ze worden door de voorzitter en de secretaris van de TTN-commissie ondertekend.
Dat huishoudelijk reglement stemt overeen met de bepalingen van bijlage II van de UNESCO-conventie en met de bepalingen van de Internationale Standaard voor Toestemmingen wegens Therapeutische Noodzaak. Art. 8.De TTN-commissie bezorgt de NADO-DG jaarlijks - uiterlijk op 31 maart - een activiteitenverslag dat geanonimiseerd en met naleving van het medisch geheim het aantal behandelde dossiers, het aantal verleende TTN's en het aantal weigeringen met de redenen daarvoor vermeldt. Art. 9.De leden van de TTN-commissie worden vergoed overeenkomstig de bepalingen van het besluit van de Regering van 12 juli 2001 tot harmonisatie van het presentiegeld en van de reisvergoedingen in instellingen en raden van beheer van de Duitstalige Gemeenschap.
Voor de leden die overeenkomstig artikel 6, § 4, worden aangewezen, wordt de vergoeding vastgelegd in een bilaterale overeenkomst die daartoe met de betrokken gemeenschap wordt gesloten. Art. 10.De medische of wetenschappelijke deskundigen aan wie de TTN-commissie met toepassing van artikel 12, § 4, tweede lid, van het decreet advies heeft gevraagd, worden vergoed overeenkomstig de bepalingen van het besluit van de Regering van 12 juli 2001 tot harmonisatie van het presentiegeld en van de reisvergoedingen in instellingen en raden van beheer van de Duitstalige Gemeenschap.
De deskundigen bedoeld in het eerste lid hebben een strikte geheimhoudingsplicht. Ze oefenen hun taken uit volgens de instructies en onder de verantwoordelijkheid van de leden van de TTN-commissie. Afdeling 3. - Procedure voor de aanvraag om toestemming wegens
therapeutische noodzaak Art. 11.Overeenkomstig artikel 12, §§ 3 en 6, van het decreet verloopt de procedure voor de TTN-aanvraag als volgt : 1° de TTN-aanvraag wordt door de sporter per post, via e-mail of via ADAMS bij het secretariaat van de TTN-commissie ingediend;2° de aanvraag wordt ingediend via het aanvraagformulier waarvan het model door de NADO-DG wordt vastgelegd overeenkomstig bijlage II van de UNESCO-conventie en het model van het TTN-formulier volgens de Internationale Standaard voor Toestemmingen wegens Therapeutische Noodzaak.Dat model bevat : a) een informatie aan de sporter over de wijze waarop zijn persoonsgegevens - waaronder ook medische gegevens - verwerkt worden;b) een rubriek voor de medische voorgeschiedenis van de sporter waaruit op zijn minst de resultaten van de medische onderzoeken, laboratoriumanalysen of medische- beeldvormingsonderzoeken in verband met de aanvraag blijken;c) verschillende rubrieken waarin de dosering, de frequentie, de vorm en de duur voor de toediening van de - in principe - verboden stof worden vermeld;d) een rubriek waarmee de behandelende arts kan bevestigen dat de vermelde behandeling medisch geschikt is en dat het gebruik van een alternatief geneesmiddel dat niet in de lijst van verboden stoffen en methodes opgenomen is, niet geschikt zou zijn voor de beschreven pathologische behandeling;3° het aanvraagformulier wordt door de sporter behoorlijk ingevuld, gedateerd en ondertekend;4° de aanvraag : a) wordt voor elitesporters van nationaal niveau - behalve in één van de gevallen bedoeld in het tweede lid - uiterlijk 30 dagen vóór de training, het evenement of de wedstrijd waarvoor de TTN wordt aangevraagd, ingediend;b) kan voor amateurs - behalve in één van de gevallen bedoeld in het tweede lid - met terugwerkende kracht worden ingediend binnen 15 werkdagen vanaf de datum van de ontvangst van de brief waarin de NADO-DG hun kennis geeft van die mogelijkheid. Bij wijze van uitzondering en onder voorbehoud van het eerste lid kan een TTN met terugwerkende kracht aangevraagd worden binnen een maximumtermijn van 30 dagen vanaf de datum van de kennisgeving van een afwijkend analyseresultaat : a) wanneer de verboden stof of de verboden methode wordt toegediend in een dringend medisch geval of voor de behandeling van een acute pathologische aandoening die door een medisch attest behoorlijk wordt bevestigd;b) in uitzonderlijke omstandigheden die door de sporter behoorlijk worden bewezen en door de TTN-commissie worden aanvaard, die worden gestaafd door een beslissing die op dat punt specifiek wordt gemotiveerd, wanneer de sporter van nationaal niveau onvoldoende tijd of mogelijkheden had om vóór de dopingtestprocedure een aanvraag in te dienen of wanneer de TTN-commissie onvoldoende tijd of mogelijkheden had om die aanvraag vóór de dopingtestprocedure te onderzoeken;c) om billijkheidsredenen, onder voorbehoud van de schriftelijke toestemming van het WADA en van de TTN-commissie. Voor amateurs kan de aanvraag om toepassing van het vorige lid in het kader van de toepassing van artikel 24 van het decreet uitdrukkelijk worden vastgelegd, wanneer de betrokken sporter verschijnt of wordt vertegenwoordigd voor de sportorganisatie waarbij hij aangesloten is; 5° in de aanvraag wordt ook vermeld : a) dat de sporter vroeger al andere TTN-aanvragen heeft ingediend;b) om welke stoffen het daarbij ging;c) bij welke antidopingorganisatie(s) die aanvraag/aanvragen werd/werden ingediend;d) welke beslissing of beslissingen de betrokken antidopingorganisatie of antidopingorganisaties toen over de TTN-aanvraag hebben genomen. De TTN-commissie verklaart de TTN-aanvraag onontvankelijk wanneer ze gegrond is op redenen die dezelfde zijn als in een vorige aanvraag die betrekking heeft op dezelfde periode en die bij een andere antidopingorganisatie werd ingediend. Afdeling 4. - Procedure voor de toekenning van de toestemming wegens
therapeutische noodzaak Art. 12.Het secretariaat van de TTN-commissie onderzoekt binnen 3 werkdagen na ontvangst van de TTN-aanvraag of die volledig is.
Met toepassing van en binnen de termijn bedoeld in het vorige lid kan het secretariaat van de TTN-commissie overeenkomstig artikel 11 aan de sporter alle aanvullende gegevens of documenten vragen om zijn TTN-aanvraag aan te vullen.
De sporter beschikt over 5 werkdagen vanaf de ontvangst van de aanvraag van het secretariaat van de TTN-commissie om dat secretariaat elk aanvullend gegeven of document bedoeld in het vorige lid per post of per e-mail mee te delen.
Indien de sporter het gevraagde aanvullende gegeven/de gevraagde aanvullende gegevens en/of het gevraagde aanvullende document/de gevraagde aanvullende documenten niet binnen de termijn vermeld in het vorige lid indient, beschouwt het secretariaat van de TTN-commissie de TTN-aanvraag als onontvankelijk en deelt het secretariaat dat per post of per e-mail mee aan de sporter.
Zodra de TTN-aanvraag als volledig wordt beschouwd, zendt het secretariaat van de TTN-commissie die aanvraag, overeenkomstig artikel 11 en na eventuele toepassing van het tweede en het derde lid, dezelfde dag door aan de leden van TTN-commissie voor onderzoek en beslissing. Art. 13.§ 1. Het secretariaat deelt de beslissing van de TTN-commissie mee aan de betrokken sporter; die kennisgeving geschiedt per aangetekende brief en per e-mail binnen 15 dagen na ontvangst van de volledige TTN-aanvraag overeenkomstig artikel 12, vijfde lid.
Overeenkomstig artikel 11 wordt een afschrift van de beslissing meegedeeld aan de behandelende arts die de sporter geholpen heeft om zijn TTN-aanvraag in te vullen.
De TTN-commissie beslist met inachtneming van bijlage II van de UNESCO-conventie en met inachtneming van de bepalingen van de Internationale Standaard voor Toestemmingen wegens Therapeutische Noodzaak. § 2. Wanneer de TTN-commissie beslist om de TTN bedoeld in artikel 3, 9°, van het decreet aan de sporter te verlenen, wordt die TTN bij de aan de betrokken sporter gerichte brieven bedoeld in § 1 gevoegd.
De NADO-DG bepaalt het TTN-model overeenkomstig bijlage II van de UNESCO-conventie en de Internationale Standaard voor Toestemmingen wegens Therapeutische Noodzaak.
De TTN bevat in elk geval : 1° de identiteit van de betrokken sporter, zijn sportdiscipline en de sportfederatie waarbij hij aangesloten is;2° de benaming van de stof en/of de methode die door de TTN-commissie overeenkomstig artikel 3, 9°, van het decreet als therapeutisch verantwoord wordt beschouwd;3° de dosering, de frequentie, de vorm van de toediening van de stof en/of de methode bedoeld in 2°, alsook de duur van de geldigheid van de TTN en elke eventuele voorwaarde waaraan de TTN onderworpen is. Bovendien voert het secretariaat van de TTN-commissie de gegevens bedoeld in het vorige lid in de ADAMS-databank in of vraagt het secretariaat om die gegevens in de ADAMS-databank in te voeren overeenkomstig artikel 4, om het WADA en de andere antidopingorganisaties te informeren. § 3. Wanneer de TTN-commissie beslist om de TTN te weigeren, wordt de beslissing in feite en in rechte met redenen omkleed overeenkomstig artikel 3, 9°, van het decreet.
Bovendien voert het secretariaat van de TTN-commissie de volgende gegevens in de ADAMS-databank in of vraagt het secretariaat om die gegevens in de ADAMS-databank in te voeren overeenkomstig artikel 4, om het WADA en de andere antidopingorganisaties te informeren : 1° de identiteit van de betrokken sporter, zijn sportdiscipline en de sportfederatie waarbij hij aangesloten is;2° de benaming van de stof en/of de methode die door de TTN-commissie overeenkomstig artikel 3, 9°, van het decreet niet als therapeutisch verantwoord wordt beschouwd;3° de motivering van de beslissing tot weigering, met inbegrip van de redenen in feite en in rechte. § 4. Overeenkomstig artikel 4.4.9 van de Code wordt de overschrijding van de termijn bedoeld in § 1, eerste lid, gelijkgesteld met een beslissing tot weigering die overeenkomstig § 3 door de TTN-commissie is genomen. § 5. De sporter kan beroep instellen tegen de beslissing tot weigering bedoeld in § 3, eerste lid, of genomen met toepassing van § 4. Het beroep wordt ingesteld per aangetekende brief en wordt gericht aan het secretariaat van de TTN-commissie binnen een maximumtermijn van 15 dagen, te rekenen ofwel vanaf de datum van ontvangst van de aangetekende brief bedoeld in § 1, eerste lid, ofwel te rekenen vanaf de dag volgend op het einde van de termijn bedoeld in § 1, eerste lid.
Naast de inachtneming van de termijn bedoeld in het vorige lid, hangt de ontvankelijkheid van het beroep af van de volgende andere voorwaarden : 1° de vermelding van de aangevochten beslissing;2° de beschrijving van de inhoud en van de redenen van het beroep, in feite en in rechte toegelicht;3° de vermelding en de beschrijving van een gegeven dat nieuw is in vergelijking met het ogenblik waarop de oorspronkelijke aanvraag als volledig werd beschouwd, met toepassing van artikel 12, vijfde lid;4° het voegen bij het beroep van elk eventueel medisch attest, dat niet bij het oorspronkelijke dossier was gevoegd en dat, overeenkomstig artikel 3, 9°, van het decreet, de herziening zou kunnen rechtvaardigen van de beslissing die de TTN-commissie in eerste instantie had genomen. § 6. De TTN-commissie die over het beroep moet beslissen, houdt zitting met een formatie die volledig verschillend is van deze die in eerste instantie over de aanvraag heeft beslist.
Wanneer de TTN-commissie beslist om de TTN te weigeren, wordt de beslissing in feite en in rechte met redenen omkleed overeenkomstig artikel 3, 9°, van het decreet.
De beslissing bedoeld in het vorige lid wordt ter kennis gebracht van de sporter bij aangetekende brief en per e-mail binnen 15 dagen na de datum waarop het beroep met toepassing van § 5 werd ingesteld. § 7. Overeenkomstig artikel 4.4.9 van de Code wordt de overschrijding van de termijn bedoeld in § 6, derde lid, gelijkgesteld met een beslissing tot weigering, genomen door de TTN-commissie die over het beroep beslist. § 8. Onverminderd § 5 kan het WADA overeenkomstig artikel 4.4.6 van de Code elke TTN-beslissing te allen tijde onderzoeken, ofwel op eigen initiatief, ofwel op uitdrukkelijke aanvraag van de betrokken sporter of van zijn sportfederatie.
Indien de TTN-beslissing die door het WADA wordt onderzocht, voldoet aan de criteria van de Internationale Standaard voor Toestemmingen wegens Therapeutische Noodzaak, zal het WADA die beslissing niet betwisten.
Indien de TTN-beslissing die door het WADA wordt onderzocht, niet voldoet aan de criteria van de Internationale Standaard voor Toestemmingen wegens Therapeutische Noodzaak, zal het WADA die beslissing vernietigen.
Overeenkomstig artikel 4.4.8 van de Code kan de betrokken sporter, de NADO-DG en/of de betrokken internationale sportfederatie bij het TAS beroep instellen tegen elke beslissing van het WADA om een TTN-beslissing, die met toepassing van het vorige lid is genomen, te vernietigen. § 9. Overeenkomstig artikel 4.4.7 van de Code kan de betrokken sporter en/of de NADO-DG, onverminderd de §§ 5 en 8, bij het TAS beroep instellen tegen elke TTN-beslissing die met toepassing van § 8, tweede lid, werd genomen door een internationale sportfederatie of een NADO die zich ertoe bereid verklaard heeft een TTN-aanvraag namens een internationale sportfederatie te onderzoeken en die niet door het WADA wordt onderzocht of die door het WADA wel werd onderzocht, maar niet werd vernietigd. Art. 14.De TTN-commissie kan, bij het onderzoek van een TTN-aanvraag of een beroep tegen een beslissing tot weigering van een TTN-aanvraag, met toepassing van deze afdeling, vragen dat alle aanvullende en nuttig geachte onderzoeken, nasporingen en/of beeldvormingsonderzoeken worden uitgevoerd.
Die aanvullende onderzoeken, nasporingen en beeldvormingsonderzoeken worden door de sporter betaald. Ze schorsen de termijnen bedoeld in artikel 13, § 1, eerste lid, en § 6, derde lid, tijdens de uitvoering ervan. Art. 15.Een TTN kan door de TTN-commissie worden vernietigd, indien de sporter zich, binnen de termijn die vooraf werd meegedeeld, niet schikt naar de eventuele voorwaarde(n) waaraan de TTN werd onderworpen.
Het secretariaat van de TTN-commissie brengt de beslissing tot vernietiging van een TTN ter kennis van de sporter.
De beslissing bedoeld in het vorige lid bevat op zijn minst : 1° de identiteit van de betrokken sporter, zijn sportdiscipline en de sportfederatie waarbij hij aangesloten is;2° de benaming van de stof en/of de methode waarvoor de TTN-commissie overeenkomstig artikel 3, 9°, van het decreet een TTN heeft verleend;3° de motivering van de beslissing tot weigering van de TTN, met inbegrip van de redenen in feite en in rechte. Bovendien voert het secretariaat van de TTN-commissie de gegevens bedoeld in het vorige lid in de ADAMS-databank in of vraagt het secretariaat om die gegevens in de ADAMS-databank in te voeren overeenkomstig artikel 4, om het WADA en de andere antidopingorganisaties te informeren.
De vernietiging van een TTN heeft uitwerking te rekenen vanaf de dag na de kennisgeving van de vernietigingsbeslissing van de TTN-commissie, zoals bedoeld in het tweede lid. HOOFDSTUK 3. - Dopingtestprocedures en onderzoeken Afdeling 1. - Officiers van gerechtelijke politie
Art. 16.Overeenkomstig artikel 3, 42°, van het decreet wijst de Minister de beëdigde verantwoordelijken en medewerkers van de NADO-DG aan die de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie hebben. Afdeling 2. - Controleartsen
Art. 17.§ 1. De Minister wijst de controleartsen aan overeenkomstig artikel 16 van het decreet, na bekendmaking van een oproep tot kandidaten die door de NADO-DG volgens de voorwaarden en de procedure bedoeld in § 3 wordt georganiseerd.
Om als controlearts te kunnen worden aangewezen, moet de kandidaat ten minste aan de volgende voorwaarden voldoen : 1° antwoorden op de in § 1 bedoelde oproep tot kandidaten, bekendgemaakt en georganiseerd door de NADO-DG, binnen de termijn en, in voorkomend geval, in de vereiste vorm;2° houder zijn van een diploma van arts of master in de geneeskunde en bij indiening van de kandidatuur het bewijs daarvan leveren door een afschrift van het diploma of de master voor te leggen;3° sedert ten minste 6 jaar te rekenen vanaf de indiening van een kandidatuur geen tuchtsanctie of schrapping uit de Orde der artsen ondergaan of hebben ondergaan, waarvan het bewijs moet worden geleverd, bij de indiening van de kandidatuur, door het voorleggen van een door de Orde der artsen gedateerd en ondertekend attest;4° een uittreksel uit het strafregister (model 2) bij de kandidatuur voegen dat bevestigt dat de kandidaat niet werd veroordeeld wegens een misdaad of een misdrijf;5° in de akte van kandidatuur elke private of professionele verbinding met één of meer sporters, sportorganisaties, organisatoren van evenementen en/of wedstrijden vermelden;6° zich, met een bij de kandidatuur gevoegd, gedateerd en ondertekend onderhands attest op erewoord, ertoe verbinden de vertrouwelijkheid van de controleprocedure strikt in acht te nemen, alsook de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid die noodzakelijk zijn voor elke dopingtestprocedure, waarbij, in voorkomend geval, geweigerd wordt controle uit te oefenen op een sporter wanneer het vermoeden zou kunnen bestaan dat de controlearts geen voldoende waarborg inzake onafhankelijkheid en onpartijdigheid ten aanzien van die sporter biedt;7° behalve als de intrekking op hun aanvraag is geschied, geen beslissing tot intrekking van de hoedanigheid van controlearts hebben ondergaan gedurende de vijf jaar voorafgaand aan het jaar van de indiening van de kandidatuur. De NADO-DG ontvangt de kandidaturen en onderzoekt of de voorwaarden gesteld in 1° tot 7° vervuld zijn.
Kandidaturen die na de in 1° bedoelde termijn worden ingediend, zijn niet ontvankelijk.
Naar aanleiding van de in het derde lid bedoelde verificatie kan de NADO-DG de kandidaat vragen om, per gewone post of per e-mail, binnen een termijn van 10 dagen te rekenen vanaf de indiening van die aanvraag, alle document mee te delen waarmee de akte van kandidatuur geldig kan worden aangevuld.
Als de kandidaat het (de) gevraagde aanvullende document(en) niet binnen de in het vorige lid vermelde termijn van 10 dagen voorlegt, wordt de kandidatuur als niet-ontvankelijk beschouwd. § 2. Wanneer de in § 1, tweede lid, 1° tot 7°, bedoelde voorwaarden vervuld zijn, brengt de NADO-DG de kandidaat daarvan op de hoogte per gewone post en per e-mail.
In de kennisgevingen bedoeld in het vorige lid wordt ook vermeld dat de kandidaat een initiële opleiding moet volgen die georganiseerd wordt door de NADO-DG of door een andere Belgische of buitenlandse NADO en die een theoretisch examen en een praktisch examen omvat.
Het theoretisch examen bedoeld in het vorige lid heeft betrekking op de regelgeving inzake dopingbestrijding die gelden in de Duitstalige Gemeenschap.
Het praktisch examen bedoeld in het tweede lid bestaat erin, enerzijds, in een eerste fase, als waarnemer de uitvoering van minstens twee dopingtests door een controlearts van de Duitstalige Gemeenschap of van een andere gemeenschap bij te wonen en, anderzijds, in een tweede fase, zelf, onder de supervisie van een controlearts van de Duitstalige Gemeenschap of van een andere gemeenschap een dopingtest uit te voeren.
Het theoretisch examen en het praktisch examen moeten de kandidaat in staat stellen de eisen betreffende de fase van monstername voldoende te kennen en te beheersen. § 3. De oproep tot kandidaten bedoeld in § 1 wordt in het bijzonder bekendgemaakt in één van de bladen van de Belgische en/of Duitse geschreven pers.
De kandidaten die de in § 1, tweede lid, 1° tot 7°, bedoelde voorwaarden vervullen en die slagen voor het praktisch examen en het theoretisch examen van de initiële opleiding bedoeld in § 2, tweede lid, worden gerangschikt op grond van hun beschikbaarheid en de kwaliteit van hun kandidatuur, waarvan de criteria bij de oproep tot kandidaten worden vermeld.
De Minister wijst voor een periode van twee jaar de best gerangschikte kandidaten als controlearts aan, met toepassing van het vorige lid, binnen de perken van de vacante plaatsen.
De aangewezen controleartsen ontvangen een legitimatiebewijs waarop de geldigheidsduur van hun aanwijzing wordt vermeld.
Voor zover de niet in aanmerking genomen kandidaten geslaagd zijn voor het theoretisch en het praktisch examen bedoeld in § 2, tweede lid, blijven ze geldig opgenomen in een wervingsreserve voor een periode van twee jaar voor het geval dat binnen die periode plaatsen als controlearts vacant worden. § 4. De Minister kan één of meer controleartsen van de NADO van een andere gemeenschap overeenkomstig § 1, tweede lid, als controlearts aanwijzen.
Overeenkomstig artikel 16, § 2, tweede lid, van het decreet kan de aanwijzing en, in voorkomend geval, de overige maatregelen voor de toepassing van die paragraaf nader geregeld worden via een bilaterale overeenkomst die daartoe met de betrokken gemeenschap gesloten wordt. § 5. Een controlearts kan zijn aanwijzing telkens voor een periode van twee jaar laten verlengen, als hij aan de volgende voorwaarden voldoet : 1° per gewone post of per e-mail de verlenging van zijn aanwijzing bij de NADO-DG aanvragen, uiterlijk 30 dagen voor het verstrijken van zijn lopende aanstelling;2° bij zijn aanvraag om verlenging van zijn aanstelling een recent attest voegen, gedateerd en ondertekend door de Orde der artsen, dat bevestigt dat hij sedert ten minste 6 jaar geen tuchtsanctie of eventuele schrapping uit de Orde der artsen heeft ondergaan;3° bij zijn aanvraag om verlenging van zijn aanstelling een uittreksel uit het strafregister (model 2) voegen dat bevestigt dat hij niet werd veroordeeld wegens een misdaad of een misdrijf;4° in zijn aanvraag om verlenging van zijn aanstelling elke private of professionele verbinding met één of meer sporters, sportorganisaties, organisatoren van evenementen en/of wedstrijden vermelden;5° zich, met een nieuw gedateerd en ondertekend onderhands attest op erewoord dat bij de aanvraag om verlenging van zijn aanstelling is gevoegd, ertoe verbinden de vertrouwelijkheid van de controleprocedure strikt in acht te nemen, alsook de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid die noodzakelijk zijn voor elke dopingtestprocedure, waarbij, in voorkomend geval, geweigerd wordt controle uit te oefenen op een sporter wanneer het vermoeden zou kunnen bestaan dat de controlearts geen voldoende waarborg inzake onafhankelijkheid en onpartijdigheid ten aanzien van die sporter biedt. De overschrijding van de in 1° bedoelde termijn belet niet dat een reeds aangestelde controlearts op een nieuwe oproep tot kandidaten antwoordt, overeenkomstig de in § 1 bedoelde procedure.
Met toepassing van één of meer van de vorige leden kan de reeds aangestelde controlearts een aanvraag indienen om vrijgesteld te worden van de verplichting om de in § 2, tweede lid, bedoelde initiële opleiding te volgen.
De in het vorige lid bedoelde vrijstelling wordt door de NADO-DG automatisch verleend, behalve als de antidopingwetgeving van de Duitstalige Gemeenschap wezenlijk werd gewijzigd. § 6. Op het einde van de in § 7 bedoelde procedure kan de Minister beslissen de hoedanigheid van controlearts in te trekken om één of meer van de volgende redenen : 1° de controlearts vervult één van de voorwaarden bedoeld in § 1, tweede lid, 3° tot 6°, niet meer;2° de controlearts is gedurende een periode van 6 maanden niet beschikbaar geweest om meer dan de helft van de aangevraagde en hem door de NADO-DG behoorlijk meegedeelde dopingtests uit te voeren;3° de controlearts heeft, behalve bij overmacht die hij moet aantonen, niet kunnen deelnemen aan de jaarlijkse sessie die door de NADO-DG of door een andere Belgische of buitenlandse NADO werd georganiseerd;4° de controlearts heeft de bepalingen van het decreet of van dit besluit ernstig of herhaaldelijk overtreden;5° de controlearts verzoekt de NADO-DG daar zelf om, per gewone post of per e-mail. § 7. Op voorstel van de NADO-DG brengt de Minister de betrokken controlearts, met een aangetekende brief, op de hoogte van zijn voornemen hem de hoedanigheid van controlearts te ontnemen en van de redenen van dit voornemen.
De controlearts kan binnen een termijn van 30 dagen, te rekenen vanaf de postdatum van de in het eerste lid bedoelde aangetekende brief, eventuele opmerkingen of redenen schriftelijk meedelen, alsook, in voorkomend geval, vragen om door de NADO-DG te worden gehoord.
De Minister neemt een met redenen omklede beslissing en geeft de betrokkene per aangetekende brief kennis daarvan, ofwel na overschrijding van de in het vorige lid bedoelde termijn, ofwel na ontvangst van het advies van de NADO-DG, als de controlearts één van zijn in hetzelfde lid bedoelde rechten heeft uitgeoefend. Art. 18.De controleartsen worden vergoed overeenkomstig de bepalingen van het besluit van de Regering van 12 juli 2001 tot harmonisatie van het presentiegeld en van de reisvergoedingen in instellingen en raden van beheer van de Duitstalige Gemeenschap.
Voor de controleartsen aangewezen overeenkomstig artikel 17, § 4, wordt de vergoeding vastgelegd in een bilaterale overeenkomst die daartoe met de betrokken gemeenschap wordt gesloten. Afdeling 3. - Chaperons
Art. 19.§ 1. De NADO-DG wijst chaperons aan die belast zijn met de begeleiding van de controleartsen en het toezicht op de sporters bij dopingtestprocedures overeenkomstig de bepalingen van afdeling 5 van dit hoofdstuk en met inachtneming van de eisen van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken.
Het in het vorige lid bedoelde toezicht begint vanaf de kennisgeving van de controle van de sporter en eindigt na de werkelijke monsterneming.
Om als chaperon te kunnen worden aangewezen, moet de kandidaat ten minste aan de volgende voorwaarden voldoen : 1° meerderjarig en rechtsbekwaam zijn;2° antwoorden op de oproep tot kandidaten, bekendgemaakt en georganiseerd door de NADO-DG, binnen de gestelde termijn en, in voorkomend geval, in de vorm die in de oproep tot kandidaten wordt geëist;3° een uittreksel uit het strafregister (model 2) bij de kandidatuur voegen dat bevestigt dat de kandidaat niet werd veroordeeld wegens een misdaad of een misdrijf;4° in de akte van kandidatuur elke private of professionele verbinding met één of meer sporters, sportorganisaties, organisatoren van evenementen of wedstrijden vermelden;5° zich, met een bij de kandidatuur gevoegd, gedateerd en ondertekend onderhands attest op erewoord, ertoe verbinden de vertrouwelijkheid van de controleprocedure strikt in acht te nemen, alsook de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid die noodzakelijk zijn voor elke dopingtestprocedure, waarbij, in voorkomend geval, het assisteren van een controlearts bij het testen van een sporter geweigerd wordt wanneer het vermoeden zou kunnen bestaan dat de chaperon geen voldoende waarborg inzake onafhankelijkheid en onpartijdigheid ten aanzien van die sporter biedt;6° behalve als de intrekking op hun aanvraag is geschied, geen beslissing tot intrekking van de hoedanigheid van chaperon hebben ondergaan gedurende de vijf jaar voorafgaand aan het jaar van de indiening van de kandidatuur;7° in zijn akte van kandidatuur verklaren dat hij in de uitoefening van zijn ambt bereid is zeer beschikbaar te zijn, eventueel ook [00b4]s avonds, op feestdagen, zaterdagen en zondagen, en zich ertoe verplichten die beschikbaarheid te garanderen. De NADO-DG ontvangt de kandidaturen en onderzoekt of de voorwaarden gesteld in 1° tot 7° vervuld zijn.
Kandidaturen die na de in 2° bedoelde termijn worden ingediend, zijn niet ontvankelijk.
Naar aanleiding van de in het vierde lid bedoelde verificatie kan de NADO-DG de kandidaat vragen om, per post of per e-mail, binnen een termijn van 10 dagen te rekenen vanaf de aanvraag ervan, alle document mee te delen waarmee de akte van kandidatuur geldig kan worden aangevuld.
Als de kandidaat het (de) gevraagde aanvullende document(en) niet binnen de in het vorige lid vermelde termijn van 10 dagen voorlegt, wordt de kandidatuur als niet-ontvankelijk beschouwd. § 2. Wanneer de in § 1, derde lid, 1° tot 7°, bedoelde voorwaarden vervuld zijn, brengt de NADO-DG de kandidaat daarvan op de hoogte per gewone post.
In de kennisgevingen bedoeld in het vorige lid wordt ook vermeld dat de kandidaat een initiële opleiding moet volgen die georganiseerd wordt door de NADO-DG of door een andere Belgische of buitenlandse NADO en die een theoretisch examen en een praktisch examen omvat.
Het theoretisch examen bedoeld in het vorige lid heeft betrekking op de algemene kennis van de regelgeving inzake dopingbestrijding in de Duitstalige Gemeenschap, alsook op de algemene kennis van de Belgische regelgeving inzake bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
Het praktisch examen bedoeld in het tweede lid bestaat erin, onder supervisie van een controlearts van de Duitstalige Gemeenschap of van een andere gemeenschap, de handelingen van een chaperon bij een dopingtestprocedure in chronologische volgorde te simuleren.
Overeenkomstig afdeling 5 van dit hoofdstuk en overeenkomstig de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken en de bijlagen ervan moeten het theoretisch examen en het praktisch examen de kandidaat in staat stellen de eisen betreffende de fase van monsterneming voldoende te kennen en te beheersen. § 3. De oproep tot kandidaten bedoeld in § 1 wordt in het bijzonder bekendgemaakt in één van de bladen van de Belgische en/of Duitse geschreven pers.
De kandidaten die de in § 1, derde lid, 1° tot 7°, bedoelde voorwaarden vervullen en die slagen voor het praktisch examen en het theoretisch examen van de initiële opleiding bedoeld in § 2, tweede lid, worden gerangschikt op grond van hun beschikbaarheid en de kwaliteit van hun kandidatuur, waarvan de criteria bij de oproep tot kandidaten worden vermeld.
De NADO-DG wijst voor een periode van twee jaar de best gerangschikte kandidaten als chaperon aan, met toepassing van het vorige lid, binnen de perken van de toe te kennen plaatsen.
De aangewezen chaperons ontvangen een legitimatiebewijs waarop de geldigheidsduur van hun aanwijzing wordt vermeld.
Voor zover de niet in aanmerking genomen kandidaten geslaagd zijn voor het theoretisch en het praktisch examen bedoeld in § 2, tweede lid, blijven ze geldig opgenomen in een wervingsreserve voor een periode van twee jaar voor het geval dat binnen die periode plaatsen als chaperon vacant worden.
Met het oog op de continuïteit van de antidopingactiviteiten, ook in het weekend en op feestdagen, kan de Minister, onverminderd het vorige lid, één of meer medewerkers van de NADO-DG die aan de voorwaarden vermeld in § 1, derde lid, 1° tot 3° voldoen, als chaperon aanwijzen.
Het (de) met toepassing van het vorige lid aangewezen lid (leden) wordt (worden) vrijgesteld van het theoretisch en het praktisch examen bedoeld in § 2, tweede lid. § 4. Een chaperon kan zijn aanwijzing telkens voor een periode van twee jaar laten verlengen, als hij aan de volgende voorwaarden voldoet : 1° per gewone post of per e-mail de verlenging van zijn aanwijzing bij de NADO-DG aanvragen, uiterlijk 30 dagen voor het verstrijken van zijn lopende aanstelling;2° bij zijn aanvraag om verlenging van zijn aanstelling een uittreksel uit het strafregister (model 2) voegen dat bevestigt dat hij niet werd veroordeeld wegens een misdaad of een misdrijf;3° in zijn aanvraag om verlenging van zijn aanstelling elke private of professionele verbinding met één of meer sporters, sportorganisaties, organisatoren van evenementen of wedstrijden vermelden;4° zich, met een nieuwe bij de aanvraag om verlenging gevoegd, gedateerd en ondertekend onderhands attest op erewoord, ertoe verbinden de vertrouwelijkheid van de controleprocedure strikt in acht te nemen, alsook de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid die noodzakelijk zijn voor elke dopingtestprocedure, waarbij, in voorkomend geval, het assisteren van een controlearts bij het testen van een sporter geweigerd wordt wanneer het vermoeden zou kunnen bestaan dat de chaperon geen voldoende waarborg inzake onafhankelijkheid en onpartijdigheid ten aanzien van die sporter biedt. De overschrijding van de in 1° bedoelde termijn belet niet dat een reeds aangestelde chaperon op een nieuwe oproep tot kandidaten antwoordt, overeenkomstig de in § 1 bedoelde procedure.
Met toepassing van één of meer van de vorige leden kan de reeds aangestelde chaperon in zijn akte van kandidatuur vragen om vrijgesteld te worden van de verplichting om de in § 2, tweede lid, bedoelde initiële opleiding te volgen.
De in het vorige lid bedoelde vrijstelling wordt door de NADO-DG automatisch verleend, behalve als de antidopingwetgeving van de Duitstalige Gemeenschap wezenlijk werd gewijzigd. § 5. Op het einde van de in § 6 bedoelde procedure kan de NADO-DG beslissen de hoedanigheid van chaperon in te trekken om één of meer van de volgende redenen : 1° de chaperon voldoet niet meer aan één van de in § 1, derde lid, 3° tot 7°, bedoelde voorwaarden;2° de chaperon is gedurende een periode van 6 maanden niet beschikbaar geweest om meer dan de helft van de aangevraagde en hem door de NADO-DG behoorlijk meegedeelde taken uit te voeren;3° de chaperon heeft, behalve bij overmacht die hij moet aantonen, niet kunnen deelnemen aan de jaarlijkse sessie die door de NADO-DG of door een andere Belgische of buitenlandse NADO werd georganiseerd;4° de chaperon heeft de bepalingen van het decreet of van dit besluit ernstig of herhaaldelijk overtreden;5° de chaperon verzoekt de NADO-DG daar zelf om, per gewone post of per e-mail. § 6. Behalve in het in § 5, eerste lid, 5°, bedoelde geval, brengt de NADO-DG de chaperon per aangetekende brief op de hoogte van haar voornemen hem de hoedanigheid van chaperon te ontnemen en van de redenen van dit voornemen.
De chaperon kan binnen een termijn van 30 dagen, te rekenen vanaf de datum van de ontvangst van de in het eerste lid bedoelde aangetekende brief, eventuele opmerkingen of redenen schriftelijk meedelen, alsook, in voorkomend geval, vragen om door de NADO-DG te worden gehoord.
De NADO-DG motiveert haar beslissing en deelt ze de betrokkene per aangetekende brief mee. § 7. De Minister kan één of meer chaperons van een andere Belgische NADO die aan de voorwaarden van § 1, 1° en 3° tot 7°, voldoen, als chaperon aanwijzen om de controlearts te assisteren.
Overeenkomstig artikel 16, § 2, tweede lid, van het decreet kan de aanwijzing en, in voorkomend geval, de overige maatregelen voor de toepassing van die paragraaf nader geregeld worden via een bilaterale overeenkomst die daartoe met de betrokken gemeenschap gesloten wordt. Art. 20.De chaperons worden, voor zover van toepassing, vergoed overeenkomstig de bepalingen van het besluit van de Regering van 12 juli 2001 tot harmonisatie van het presentiegeld en van de reisvergoedingen in instellingen en raden van beheer van de Duitstalige Gemeenschap.
Voor de chaperons aangewezen overeenkomstig artikel 19, § 7, wordt de vergoeding vastgelegd in een bilaterale overeenkomst die daartoe met de betrokken gemeenschap wordt gesloten. Afdeling 4. - Erkende laboratoria
Art. 21.§ 1. Een laboratorium dat erkend wil worden als laboratorium bedoeld in artikel 18, § 3, van het decreet, moet aan de volgende voorwaarden voldoen : 1° het moet door het WADA geaccrediteerd of op een andere wijze door het WADA goedgekeurd zijn;2° het mag niet direct of indirect betrokken zijn bij de handel in geneesmiddelen en het mag geen medewerkers in dienst hebben die de onafhankelijkheid van het laboratorium in het gedrang kunnen brengen;3° behalve als de intrekking op aanvraag van het laboratorium is geschied, mag het laboratorium geen beslissing tot intrekking van de erkenning hebben ondergaan gedurende de vijf jaar voorafgaand aan het jaar waarin de erkenning werd aangevraagd. Bij het onderzoeken van de monsters moet het laboratorium zich aan de volgende regels houden : 1° het moet de onderzoeken binnen de gestelde termijnen uitvoeren;2° het moet aan de NADO-DG het bewijs meedelen van alle stoffen of methoden die de resultaten of prestaties van een sporter kunstmatig zouden kunnen verbeteren, ook wanneer ze niet op de verboden lijst staan;3° het mag het resultaat van de onderzoeken niet meedelen aan derden, maar wel aan de betrokken internationale sportorganisatie, de NADO-DG en het WADA;4° het moet alle mogelijke belangenconflicten vermijden;5° het moet toestaan dat de NADO-DG regelmatig controleert of het laboratorium de erkenningsvoorwaarden naleeft;6° het moet alle verslagen en schriftelijke documenten die verband houden met het onderzoek in het Duits opstellen en de contacten met de NADO-DG, met de sporter en met alle andere, bij de uitvoering van dit besluit betrokken personen in het Duits laten verlopen. § 2. Op voorstel van de NADO-DG en onder voorbehoud van de naleving van de voorwaarden bedoeld in § 1, eerste lid, verleent de Minister de erkenning voor een periode van vijf jaar en kan die periode met nog eens vijf jaar worden verlengd. § 3. Op voorstel van de NADO-DG kan de Minister, na de procedure bedoeld in het tweede lid, besluiten om de erkenning van het laboratorium om één of meer van de volgende redenen in te trekken : 1° het laboratorium vraagt de NADO-DG daar zelf om, per gewone post of per e-mail;2° het laboratorium voldoet niet meer aan de erkenningsvoorwaarden bedoeld in § 1, eerste lid;3° het laboratorium overtreedt ernstig of herhaaldelijk de bepalingen van het decreet of van dit besluit. Op voorstel van de NADO-DG brengt de Minister het laboratorium, per aangetekende brief, op de hoogte van haar voornemen om de erkenning van het laboratorium in te trekken en van de redenen van dit voornemen.
Het laboratorium kan binnen een termijn van 30 dagen, te rekenen vanaf de postdatum van de in het vorige lid bedoelde aangetekende brief, eventuele opmerkingen of redenen schriftelijk meedelen, alsook, in voorkomend geval, vragen om door de NADO-DG te worden gehoord.
De Minister neemt een met redenen omklede beslissing en geeft de betrokkene via een aangetekende brief kennis daarvan, ofwel na overschrijding van de in het vorige lid bedoelde termijn, ofwel na ontvangst van het advies van de NADO-DG, als het laboratorium één van de in hetzelfde lid bedoelde rechten heeft uitgeoefend. § 4. Indien bijzondere onderzoeken moeten worden uitgevoerd en geen enkel door de Duitstalige Gemeenschap erkend laboratorium die onderzoeken kan uitvoeren, verleent de Minister, op voorstel van de NADO-DG en voor de duur van het bijzondere onderzoek in kwestie, een voorlopige erkenning aan een ander laboratorium dat door het WADA geaccrediteerd of op een andere wijze goedgekeurd is en dat aan de voorwaarden van § 1 voldoet.
Bij toepassing van het vorige lid zijn de §§ 2 en 3 niet van toepassing. Afdeling 5. - Spreiding van de dopingtests
Art. 22.§ 1. Overeenkomstig artikel 5.4 van de Code en de artikelen 4.1 tot 4.9 van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken werkt de NADO-DG jaarlijks een plan uit voor de spreiding van de dopingtests die in de Duitstalige Gemeenschap moeten worden uitgevoerd.
Dat spreidingsplan heeft tot doel gerichte en steekproefsgewijs uit te voeren dopingtests te plannen. Het moet doeltreffend en evenwichtig zijn en het moet de mogelijkheid bieden om uiteindelijk een coherente volgorde van voorrang te bepalen tussen de sportdisciplines, categorieën van sporters, dopingtesttypes, monsternemingtypes en monsteranalysetypes.
Dat spreidingsplan moet, zonder exhaustief te zijn, waarborgen dat dopingtests worden uitgevoerd : 1° bij sporters van alle niveaus, ook bij minderjarigen, waarbij moet worden gepreciseerd dat de meeste controles gericht zijn en voorbehouden zijn voor elitesporters van nationaal niveau;2° in een groot aantal onderscheiden sportdisciplines, rekening houdend met de in § 2 bedoelde evaluatie van de dopingrisico's;3° binnen en buiten wedstrijdverband, rekening houdend met de in § 2 bedoelde evaluatie van de dopingrisico's;4° in ploegsporten en individuele sporten;5° door middel van bloedtests, urinetests en, in voorkomend geval, het biologisch paspoort van de sporter, zoals bedoeld in artikel 16, § 1, tweede lid, van het decreet;6° op het hele grondgebied van het Duitse taalgebied. Het in het eerste lid bedoelde spreidingsplan zorgt ook voor de bewaring van de monsters om bijkomende monsteranalyses op een latere datum mogelijk te maken, overeenkomstig de artikelen 6.2 en 6.5 van de Code en artikel 4.7.3 van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken, alsook de eisen van de Internationale Standaard voor Laboratoria en de eisen van de Internationale Standaard ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer en voor de bescherming van persoonsgegevens.
Die strategie houdt ook rekening met de volgende gegevens : 1° de aanbevelingen van het door de Duitstalige Gemeenschap erkende laboratorium;2° de potentiële behoefte aan retroactieve analyses in verband met het programma van het biologisch paspoort van de sporter;3° nieuwe opsporingsmethodes die in de nabije toekomst kunnen worden ingevoerd en op de sporter, de sport en/of de discipline kunnen worden toegepast;4° het feit dat de monsters afkomstig zijn van sporters die voldoen aan alle of een deel van de criteria bedoeld in het zesde lid. Onverminderd de toepassing van het derde lid, 1°, en overeenkomstig artikel 4.5.3 van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken kan de NADO-DG ook de volgende factoren in aanmerking nemen voor de bepaling van de volgorde van voorrang tussen de te controleren sporters en, in voorkomend geval, voor de planning en de uitvoering van gerichte dopingtests op welbepaalde sporters : 1° één of meer vroegere overtredingen van antidopingregels;2° de historiek van de sportprestaties, in het bijzonder een plotse en aanzienlijke verbetering van de sportprestaties;3° herhaalde tekortkomingen aan de verplichtingen inzake verblijfsgegevens bedoeld in artikel 23 van het decreet;4° laattijdige mededelingen van verblijfsgegevens;5° een verhuizing of training op een plaats die ver afgelegen is of moeilijk toeg …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.