← België

Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 27, 36, 51, 52bis, 59bis, 59bis/1, 59ter, 59ter/1, 59quater, 59quater/1, 59quater/2, 59quater/3, 59q

Kort samengevat

Dit Koninklijk Besluit wijzigt de bestaande werkloosheidsreglementering door de introductie van een "individueel actieplan" en de evaluatie van het zoekgedrag naar werk van jonge werklozen. Het doel is om werklozen actiever te begeleiden en hun inzetbaarheid op de arbeidsmarkt te vergroten.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
26 JUNI 2014. - Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 27, 36, 51, 52bis, 59bis, 59bis/1, 59ter, 59ter/1, 59quater, 59quater/1, 59quater/2, 59quater/3, 59quinquies, 59quinquies/1, 59quinquies/2, 59sexies, 59septies, 59octies, 59nonies, 70 en 94 van het koninklijk besluit van 25 november 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/11/1991 pub. 06/11/2020 numac 2020015855 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de werkloosheidsreglementering. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie. - Deel V type koninklijk besluit prom. 25/11/1991 pub. 05/11/2018 numac 2018014576 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de werkloosheidsreglementering. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie - Deel I type koninklijk besluit prom. 25/11/1991 pub. 24/05/2019 numac 2019012364 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de werkloosheidsreglementering. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie - Deel II type koninklijk besluit prom. 25/11/1991 pub. 14/12/2020 numac 2020043849 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de werkloosheidsreglementering. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie. - Deel VI type koninklijk besluit prom. 25/11/1991 pub. 24/05/2019 numac 2019012365 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de werkloosheids-reglementering. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie - Deel III type koninklijk besluit prom. 25/11/1991 pub. 24/05/2019 numac 2019012363 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de werkloosheids-reglementering. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie - Deel IV sluiten houdende de werkloosheidsreglementering FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de besluitwet van 28 december 1944Relevante gevonden documenten type besluitwet prom. 28/12/1944 pub. 01/12/2009 numac 2009000782 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Besluit-wet betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, op artikel 7, § 1, derde lid, i, vervangen bij de wet van 14 februari 1961; Gelet op het koninklijk besluit van 25 november 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/11/1991 pub. 06/11/2020 numac 2020015855 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de werkloosheidsreglementering. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie. - Deel V type koninklijk besluit prom. 25/11/1991 pub. 05/11/2018 numac 2018014576 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de werkloosheidsreglementering. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie - Deel I type koninklijk besluit prom. 25/11/1991 pub. 24/05/2019 numac 2019012364 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de werkloosheidsreglementering. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie - Deel II type koninklijk besluit prom. 25/11/1991 pub. 14/12/2020 numac 2020043849 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de werkloosheidsreglementering. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie. - Deel VI type koninklijk besluit prom. 25/11/1991 pub. 24/05/2019 numac 2019012365 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de werkloosheids-reglementering. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie - Deel III type koninklijk besluit prom. 25/11/1991 pub. 24/05/2019 numac 2019012363 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de werkloosheids-reglementering. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie - Deel IV sluiten houdende de werkloosheidsreglementering; Gelet op het advies van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, gegeven op 6 januari 2014; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 14 januari 2014; Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 28 februari 2014; Gezien de impactanalyse van de regelgeving, uitgevoerd overeenkomstig de artikelen 6 en 7 van de wet van 15 december 2013Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/12/2013 pub. 31/12/2013 numac 2013021138 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging sluiten houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging; Gelet op advies 55.810/1 van de Raad van State, gegeven op 14 mei 2014, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Op de voordracht van de Minister van Werk, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1.Artikel 27 van het koninklijk besluit van 25 november 1991Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 25/11/1991 pub. 06/11/2020 numac 2020015855 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de werkloosheidsreglementering. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie. - Deel V type koninklijk besluit prom. 25/11/1991 pub. 05/11/2018 numac 2018014576 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de werkloosheidsreglementering. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie - Deel I type koninklijk besluit prom. 25/11/1991 pub. 24/05/2019 numac 2019012364 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de werkloosheidsreglementering. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie - Deel II type koninklijk besluit prom. 25/11/1991 pub. 14/12/2020 numac 2020043849 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de werkloosheidsreglementering. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie. - Deel VI type koninklijk besluit prom. 25/11/1991 pub. 24/05/2019 numac 2019012365 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de werkloosheids-reglementering. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie - Deel III type koninklijk besluit prom. 25/11/1991 pub. 24/05/2019 numac 2019012363 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de werkloosheids-reglementering. - Officieuze coördinatie in het Duits van de federale versie - Deel IV sluiten houdende de werkloosheidsreglementering, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 28 december 2011Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 28/12/2011 pub. 30/12/2011 numac 2011206471 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 27, 36, 36ter, 36quater, 36sexies, 40, 59quinquies, 59sexies, 63, 79, 92, 93, 94, 97, 124 en 131septies van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering sluiten, wordt aangevuld met een 14°, luidende: « 14° individueel actieplan: het actieplan op maat van de werkloze in functie van zijn profiel, zijn behoeften en deze van de arbeidsmarkt, dat aan elke werkloze wordt voorgesteld door de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling met als doel hem een nieuwe start aan te bieden onder de vorm van een individuele beroepskeuzebegeleiding, een begeleiding bij het zoeken naar werk, een opleiding of elke andere maatregel die zijn beschikbaarheid of inzetbaarheid op de arbeidsmarkt verhoogt, onder de voorwaarden en binnen de termijnen bepaald door het samenwerkingsakkoord van 6 november 2013, gesloten tussen de Federale overheid, de Gewesten en de Gemeenschappen betreffende de actieve begeleiding en opvolging van de werklozen. ». Art. 2.In artikel 36, § 5, van hetzelfde besluit ingevoegd bij het koninklijk besluit van 17 juli 2013Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 17/07/2013 pub. 29/07/2013 numac 2013204263 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 36, 59bis/1, 59ter/1, 59quater/1, 59quater/2, 59quater/3, 59quinquies/1 en 59quinquies/2 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering sluiten, worden de eerste drie leden vervangen door de volgende leden : « § 5. Tijdens het gesprek bedoeld in § 4, tweede lid, evalueert de directeur het zoekgedrag naar werk van de jonge werknemer op basis van 1° de inlichtingen waarover hij reeds beschikt in verband met de jonge werknemer, onder meer : a) de elementen van het individuele actieplan bedoeld in artikel 27, eerste lid, 14°, elektronisch overgemaakt door de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling;b) de gegevens betreffende de verwezenlijking van het individuele actieplan bedoeld in artikel 27, eerste lid, 14°, elektronisch overgemaakt door de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling;c) het schriftelijk verslag overgemaakt door de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling wanneer de jonge werknemer niet of niet voldoende meewerkt met het individuele actieplan bedoeld in artikel 27, eerste lid, 14° of zonder geldig motief een actie stopzet;d) de bijkomende inlichtingen en bewijsstukken die eventueel ingezameld zijn bij de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling onder de voorwaarden bedoeld in het derde lid;e) de periodes van voltijdse en deeltijdse tewerkstelling en de ziekteperiodes van de jonge werknemer;2° de inlichtingen meegedeeld door de jonge werknemer zelf over de acties die hij heeft ondernomen in het kader van het individuele actieplan bedoeld in artikel 27, eerste lid, 14° en over de acties die hij op eigen initiatief heeft ondernomen in zijn zoektocht naar werk. De jonge werknemer bewijst zijn stappen met alle rechtsmiddelen, met inbegrip van de verklaring op eer. Met de verklaring op eer wordt rekening gehouden indien ze precies, geloofwaardig en controleerbaar is. De inlichtingen bedoeld in het eerste lid, 1°, worden tijdens het gesprek aan de jonge werknemer meegedeeld. Naast de geïnformatiseerde gegevens bedoeld in het eerste lid, 1°, a) en b), kan de directeur aan de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling bijkomende inlichtingen en bewijsstukken vragen, indien deze noodzakelijk zijn om de evaluatiebeslissing te onderbouwen. In geval van twijfel over de juistheid van de gegevens meegedeeld door de jonge werknemer, kan de directeur de door de jonge werknemer voorgelegde verklaringen en documenten verifiëren, overeenkomstig de bepalingen van artikel 139. De inlichtingen verzameld tijdens deze controle worden geakteerd in de evaluatiebeslissing die schriftelijk aan de jonge werknemer wordt meegedeeld. In zijn evaluatie van de inspanningen geleverd door de jonge werknemer houdt de directeur onder meer rekening met de leeftijd van de jonge werknemer, zijn opleidingsniveau, zijn bekwaamheden, zijn sociale en familiale toestand, zijn verplaatsingsmogelijkheden en eventuele elementen van discriminatie. Hij houdt eveneens rekening met de toestand van de arbeidsmarkt in de subregio waar de jonge werknemer zijn hoofdverblijfplaats heeft. Onder subregio wordt verstaan, de zone waarbinnen de bewoners van dezelfde gemeente van de jonge werknemer en van de buurgemeenten zich verplaatsen om te gaan werken, zonder dat deze zone beperkt mag worden tot het ambtsgebied van het werkloosheidsbureau waar de jonge werknemer zijn hoofdverblijfplaats heeft."; 2° in § 6 wordt tussen het tweede en het derde lid het volgende lid ingevoegd : De directeur deelt de beslissing mee aan de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling."; 3° in § 7 wordt tussen het tweede en het derde lid het volgende lid ingevoegd : « De directeur deelt de beslissing mee aan de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling.» Art. 3.In artikel 51, § 1, van hetzelfde besluit,laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 juli 2008Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 13/07/2008 pub. 25/07/2008 numac 2008013047 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 51 en 89 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering sluiten, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het tweede lid, 5°, wordt vervangen door de volgende bepaling : « 5° de weigering van de werkloze deel te nemen of mee te werken aan een individueel actieplan bedoeld in artikel 27, eerste lid, 14°, hem voorgesteld door de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling;»; 2° het tweede lid, 6°, wordt vervangen door de volgende bepaling : « 6° de stopzetting of de mislukking van het in 5° bedoelde individuele actieplan ten gevolge van een foutieve houding van de werkloze.»; 3° het tiende lid wordt vervangen door de volgende bepaling : « Een opleiding voorgesteld in de tewerkstellingscel, een beroepsopleiding en een opleiding in een andere landstaal worden voor de toepassing van dit artikel gelijkgesteld met een betrekking.». Art. 4.In artikel 52bis, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 29 juni 2000Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 29/06/2000 pub. 13/07/2000 numac 2000012547 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering in het kader van de hervorming van de administratieve sancties sluiten en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 9 maart 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° § 1, 4°, wordt vervangen door de volgende bepaling : « 4° de stopzetting of de mislukking van een individueel actieplan in de zin van artikel 51, § 1, tweede lid, 6°.»; 2° § 2, eerste lid, 3°, wordt vervangen door de volgende bepaling : « 3° de weigering deel te nemen of mee te werken aan een individueel actieplan in de zin van artikel 51, § 1, tweede lid, 5°.» Art. 5.Artikel 59bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 4 juli 2004Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 04/07/2004 pub. 09/07/2004 numac 2004202224 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de wijziging van de werkloosheidsreglementering ten aanzien van volledig werklozen die actief moeten zoeken naar werk sluiten en laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 november 2012, wordt vervangen door de volgende bepalingen : « Art. 59bis.§ 1. Onverminderd de bepalingen van artikel 58 volgt de directeur het actieve zoekgedrag naar werk op van de werkloze die, op de dag van de verzending van de oproeping bedoeld in artikel 59quater, tegelijkertijd aan de volgende voorwaarden voldoet : 1° volledig werkloos zijn in de zin van artikel 27, eerste lid, 1°, a);2° verplicht ingeschreven zijn als werkzoekende, overeenkomstig artikel 58; De werkloze die in de loop van de maand en de daaraan voorafgaande 2 maanden minstens één dag werkloosheidsuitkeringen heeft genoten, zonder daarbij vrijgesteld geweest te zijn van de verplichting ingeschreven te zijn als werkzoekende, wordt gelijkgesteld met een verplicht ingeschreven werkzoekende. 3° arbeidsgeschikt zijn in de zin van de wetgeving op de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering;4° de leeftijd van 55 jaar niet hebben bereikt.De leeftijd van 55 jaar wordt op 58 jaar gebracht met ingang van 1 januari 2016, met uitzondering van de werklozen die een bedrijfstoeslag genieten, anders dan in het kader van ontslag in een onderneming in herstructurering of een onderneming in moeilijkheden. 5° een werkloosheidsduur bereikt hebben van minstens 9 maanden, indien hij jonger is dan 25 jaar of van minstens 12 maanden, indien hij 25 jaar of ouder is;6° niet tewerkgesteld zijn geweest als deeltijds werknemer met behoud van rechten;7° geen werkloze zijn bedoeld in artikel 28, § 3. § 2. Voor de toepassing van § 1, eerste lid, 5°, wordt als startpunt voor de werkloosheidsduur genomen : 1° de datum van de eerste inschrijving als werkzoekende bij de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling;2° de datum van herinschrijving als werkzoekende bij de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling na een ononderbroken onderbreking van de inschrijving als werkzoekende gedurende minstens 3 maanden. Onderbrekingen in de periode van inschrijving als werkzoekende andere dan deze bedoeld in het eerste lid, 2°, hebben geen stuitend of schorsend effect op de lopende werkloosheidsperiode. Voor elke werkloze worden de begindatum en elke nieuwe begindatum van de werkloosheidsduur bedoeld in het eerste lid, via een wekelijkse geïnformatiseerde stroom aan de Rijksdienst meegedeeld door de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling, van zodra deze dienst over de informatie beschikt. § 3. De opvolgingsprocedure bedoeld in dit artikel wordt opgeschort tijdens de kalendermaand van de effectieve aanvang van het individuele actieplan bedoeld in artikel 27, eerste lid, 14° en tijdens de 2 daarop volgende maanden, in zoverre het individuele actieplan gestart is vóór het einde van de eerste 4 werkloosheidsmaanden, indien de werkloze jonger is dan 25 jaar of vóór het einde van de eerste 9 werkloosheidsmaanden, indien de werkloze 25 jaar is of ouder, rekening houdend met de berekening van de werkloosheidsduur in toepassing van § 2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt rekening gehouden met de leeftijd van de werkloze op het ogenblik van het startpunt van de werkloosheidsduur bedoeld in § 2. § 4. De opvolgingsprocedure bedoeld in de artikelen 59ter, 59quater en 59quinquies wordt opgeschort tijdens de periode gedurende dewelke de werkloze een intensieve opleidingsactie volgt. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder intensieve opleidingsactie verstaan, de periode van opleiding voor een ononderbroken periode van minstens 3 maanden, voorgesteld door de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling en beroepsopleiding : 1° waarvoor de werkloze, in toepassing van de artikelen 91, 92, 93 of 94, § 5 vrijstelling heeft verkregen van de verplichting ingeschreven te zijn als werkzoekende en beschikbaar te zijn voor de arbeidsmarkt;2° waarvoor de werkloze, in toepassing van artikel 94, § 1 tot § 3, vrijstelling heeft verkregen van de verplichting ingeschreven te zijn als werkzoekende en beschikbaar te zijn voor de arbeidsmarkt en het een opleiding betreft waarbij de aanwezigheid van de werkloze gedurende minstens 20 uur per week is vereist en de werkloze ook effectief minstens 20 uur per week aanwezig is, tenzij de afwezigheid het gevolg was van overmacht. Indien de intensieve opleidingsactie past binnen het kader van een individueel actieplan bedoeld in artikel 27, eerste lid, 14°, moet het individuele actieplan alle nodige elementen bevatten om aan te tonen dat voldaan is aan de voorwaarden van het tweede lid, 2°. De opvolgingsprocedure is opnieuw van toepassing ten vroegste vanaf de dag na het einde van de intensieve opleidingsactie, wanneer opnieuw voldaan is aan de voorwaarden bedoeld in § 1. § 5. De opvolgingsprocedure bedoeld in de artikelen 59ter, 59quater en 59quinquies wordt opgeschort gedurende de periode tijdens dewelke de werkloze een specifiek begeleidingstraject volgt, hem voorgesteld door de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling, op voorwaarde dat voldaan is aan de volgende voorwaarden : 1° de werkloze vertoont een combinatie van psycho-medisch-sociale factoren die zijn gezondheid en/of sociale inschakeling duurzaam aantasten en, hierdoor, zijn professionele inschakeling, met als gevolg dat de werkloze binnen de 12 maanden die volgen niet in staat is om te werken in het gewone economische circuit of in het kader van een al dan niet betaalde aangepaste en omkaderde arbeidsplaats;2° het voorgestelde specifieke begeleidingstraject voldoet aan de volgende voorwaarden : a) het vormt het voorwerp van een wederzijdse verbintenis van de partijen;b) het betreft een voor de doelgroep bedoeld in dit artikel specifieke begeleidingsactie, aangewend door de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling en beroepsopleiding die, in voorkomend geval, een beroep doet op de medewerking van derden;c) het bevat een verkennende fase om de factoren te identificeren die de inschakeling op de arbeidsmarkt bemoeilijken, gevolgd door een geheel van intensieve acties die de impact hiervan beogen te verminderen en de socioprofessionele inschakeling beogen te bevorderen;d) wanneer het wordt georganiseerd in samenwerking met een derde, vormt het traject regelmatig het voorwerp van een verslag aan de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling;e) het is in duur beperkt tot wat strikt noodzakelijk is voor de psycho-medisch-sociale remediëring, in een perspectief van professionele inschakeling, en deze duur mag in elk geval de 21 maanden, screeningsfase inbegrepen, niet overschrijden. Het specifieke traject kan eenmalig verlengd of vernieuwd worden voor een bijkomende periode van maximum 18 maanden. De schorsing van de procedure bedoeld in dit artikel houdt op vanaf het ogenblik waarop wordt aangetoond dat de werkloze niet meer deelneemt of op positieve wijze samenwerkt met het specifieke traject voorgesteld door de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling. De opvolgingsprocedure is opnieuw van toepassing ten vroegste vanaf de dag na het einde van het specifieke begeleidingstraject of later, wanneer opnieuw voldaan is aan de voorwaarden bedoeld in § 1. § 6. De opvolgingsprocedure bedoeld in de artikelen 59ter, 59quater en 59quinquies wordt opgeschort gedurende de periode tijdens dewelke de werkloze een vrijstelling geniet van de verplichting ingeschreven te zijn als werkzoekende omwille van sociale of familiale redenen, in toepassing van artikel 90, indien voldaan is aan de volgende voorwaarden : 1° de vrijstelling is toegekend voor een periode van minstens 12 maanden;2° de gevraagde vrijstelling is onherroepbaar;3° de werkloze verbindt zich schriftelijk bij de Rijksdienst de gevraagde vrijstelling niet te herroepen. De opvolgingsprocedure is opnieuw van toepassing ten vroegste vanaf de dag na het einde van de vrijstelling, wanneer opnieuw voldaan is aan de voorwaarden bedoeld in § 1. § 7. De opvolgingsprocedure bedoeld in de artikelen 59ter, 59quater en 59quinquies wordt opgeschort gedurende de periode tijdens dewelke de werkloze afziet van uitkeringen en tot aan de indiening van een nieuwe uitkeringsaanvraag als volledig werkloze, indien de volgende voorwaarden vervuld zijn : 1° de werkloze verzaakt aan de uitkeringen voor een ononderbroken periode van minstens 12 maanden;2° de werkloze doet hiervan voorafgaandelijk een schriftelijke en onherroepbare aangifte bij het werkloosheidsbureau;3° de werkloze verbindt zich schriftelijk bij de Rijksdienst deze verzaking niet te herroepen. De opvolgingsprocedure is opnieuw van toepassing ten vroegste vanaf de datum van de nieuwe uitkeringsaanvraag bedoeld in het eerste lid, wanneer opnieuw voldaan is aan de voorwaarden bedoeld in § 1. § 8. De opvolgingsprocedure bedoeld in de artikelen 59ter, 59quater en 59quinquies wordt opgeschort gedurende de periode tijdens dewelke de werkloze voorlopige uitkeringen geniet in toepassing van artikel 62, § 2, indien voldaan is aan de volgende voorwaarden : 1° de werkloze heeft er zich bij zijn uitkeringsaanvraag toe verbonden de Rijksdienst een kopie over te maken van de gerechtelijke beslissing, van zodra deze gewezen is;2° de werkloze informeert de Rijksdienst minstens om de 3 maanden over het verloop van de gerechtelijke procedure. De schorsing van de procedure eindigt onmiddellijk wanneer vaststaat dat de voorwaarden bedoeld in het eerste lid niet of niet meer vervuld zijn. De schorsing van de procedure kan in geen geval een periode van 3 jaar, berekend van datum tot datum, overschrijden, vanaf de datum waarop de werkloze werd toegelaten tot het recht op voorlopige uitkeringen. Onverminderd de bepalingen van het derde lid is de opvolgingsprocedure opnieuw van toepassing vanaf de datum waarop de gerechtelijke beslissing die de arbeidsgeschiktheid van de werkloze bevestigt of de afstand van de procedure van de werkloze vaststelt of waarop de onontvankelijkheid van het beroep ingesteld door de werkloze definitief is geworden. § 9. De opvolgingsprocedure bedoeld in de artikelen 59ter, 59quater en 59quinquies wordt opgeschort voor de werkneemster die zwanger is of die bevallen is tijdens de periode van 3 maanden voor de vermoedelijke of werkelijke bevallingsdatum en gedurende de 4 maanden die volgen op de werkelijke bevallingsdatum. De vermoedelijke of werkelijke bevallingsdatum wordt aangetoond door een medisch attest opgemaakt door de behandelende geneesheer. De opvolgingsprocedure is opnieuw van toepassing ten vroegste vanaf de dag na de afloop van de periode van 4 maanden die volgt op de werkelijke bevallingsdatum, wanneer opnieuw voldaan is aan de voorwaarden van § 1. § 10. De opvolgingsprocedure bedoeld in de artikelen 59ter, 59quater, 59quinquies wordt opgeschort gedurende een periode van 24 maanden, berekend van datum tot datum, die ingaat op de dag van de laatste positieve evaluatie, indien de werkloze drie opeenvolgende positieve evaluaties van zijn inspanningen heeft gekregen in het kader van de opvolgingsprocedure en, na afloop van de recentste positieve evaluatie geen aanbod van een passend werk of een passende opleiding heeft gekregen vanwege de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling. De opvolgingsprocedure is opnieuw van toepassing van zodra de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling de werkloze een betrekking of een opleiding aanbiedt die hem in staat stelt zijn inschakeling op de arbeidsmarkt te bevorderen. De Minister kan op advies van het College van Leidende Ambtenaren, opgericht krachtens het protocol van 22 december 1988 tot regeling van de betrekkingen tussen de instellingen onstaan uit de herstructurering van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening en van het Beheerscomité en na advies van dit Beheerscomité, het begrip aanbod van een betrekking of van een opleiding bedoeld in het eerste lid, preciseren. Een nieuwe procedure gaat in door middel van de verzending van de verwittigingsbrief bedoeld in artikel 59ter, ten vroegste na afloop van de periode bedoeld in het eerste of tweede lid. § 11. Van zodra de Rijksdienst over deze informatie beschikt, deelt hij aan de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling via een wekelijkse geïnformatiseerde stroom de gegevens mee van de werklozen voor wie de opvolgingsprocedure wordt opgeschort in toepassing van de §§ 7 tot 10, alsook de begin- en de einddatum van de periode van schorsing. » Art. 6.Artikel 59bis/1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 20 juli 2012Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/07/2012 pub. 30/07/2012 numac 2012204336 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering sluiten en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 23 juli 2012 en 17 juli 2013, wordt vervangen door de volgende bepalingen : « Art. 59bis/1. § 1. Onverminderd de bepalingen van artikel 58 en in afwijking van artikel 59bis, volgt de directeur, volgens de modaliteiten bepaald in de artikelen 59ter/1, 59quater/1, 59quater/2, 59quater/3, 59quinquies/1, 59quinquies/2 en 59nonies, het actieve zoekgedrag naar werk op van de in artikel 36 bedoelde werknemer die, op de dag van de verzending van de in artikel 59quater/1, § 1, eerste lid bedoelde informatie, tegelijkertijd voldoet aan de volgende voorwaarden : 1° volledig werkloos zijn in de zin van artikel 27, eerste lid, 1°;2° verplicht ingeschreven zijn als werkzoekende, overeenkomstig artikel 58.De werknemer die in de loop van de maand en de daaraan voorafgaande 2 maanden minstens één dag uitkeringen heeft genoten, zonder daarbij vrijgesteld geweest te zijn van de verplichting ingeschreven te zijn als werkzoekende, wordt gelijkgesteld met een verplicht ingeschreven werkzoekende; 3° inschakelingsuitkeringen genieten sedert minstens 6 maanden of tewerkgesteld zijn als deeltijds werknemer met behoud van rechten en sedert minstens 6 maanden een inkomensgarantie-uitkering genieten waarvan de referte-uitkering, bedoeld in artikel 131bis, § 2, een inschakelingsuitkering is;4° arbeidsgeschikt zijn in de zin van de wetgeving op de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering. § 2. De opvolgingsprocedure bedoeld in de artikelen 59ter/1, 59quater/1, 59quater/2, 59quater/3, 59quinquies/1, 59quinquies/2 wordt opgeschort gedurende de periode tijdens dewelke de deeltijdse werknemer met behoud van rechten bedoeld in § 1, 3° een intensieve opleidingsactie volgt. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder intensieve opleidingsactie verstaan, de periode van opleiding voor een ononderbroken periode van minstens 3 maanden, voorgesteld door de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling : 1° waarvoor de deeltijdse werknemer met behoud van rechten, in toepassing van artikel 91 vrijstelling heeft verkregen van de verplichting ingeschreven te zijn als werkzoekende en beschikbaar te zijn voor de arbeidsmarkt;2° waarvoor de deeltijdse werknemer met behoud van rechten, in toepassing van artikel 94, § 1 tot § 3, vrijstelling heeft verkregen van de verplichting ingeschreven te zijn als werkzoekende en beschikbaar te zijn voor de arbeidsmarkt en het een opleiding betreft waarbij de aanwezigheid van de werknemer gedurende minstens 10 uur per week is vereist en de werknemer ook effectief minstens 10 uur per week aanwezig is, tenzij de afwezigheid het gevolg was van overmacht. Indien de intensieve opleidingsactie past binnen het kader van een individueel actieplan bedoeld in artikel 27, eerste lid, 14°, moet het individuele actieplan alle nodige elementen bevatten om aan te tonen dat voldaan is aan de voorwaarden van het tweede lid, 2°. De opvolgingsprocedure is opnieuw van toepassing ten vroegste vanaf de dag na het einde van de intensieve opleidingsactie. § 3. De opvolgingsprocedure bedoeld in de artikelen 59ter/1, 59quater/1, 59quater/2, 59quater/3, 59quinquies/1, 59quinquies/2 wordt opgeschort gedurende de periode tijdens dewelke de werknemer een specifiek begeleidingstraject volgt, hem voorgesteld door de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling, op voorwaarde dat voldaan is aan de volgende voorwaarden : 1° de werknemer vertoont een combinatie van psycho-medisch-sociale factoren die zijn gezondheid en/of sociale inschakeling duurzaam aantasten en, hierdoor, zijn professionele inschakeling, met als gevolg dat hij binnen de 12 maanden die volgen niet in staat is om te werken in het gewone economische circuit of in het kader van een al dan niet betaalde aangepaste en omkaderde arbeidsplaats;2° het voorgestelde specifieke begeleidingstraject voldoet aan de volgende voorwaarden : a) het vormt het voorwerp van een wederzijdse verbintenis van de partijen;b) het betreft een voor de doelgroep bedoeld in dit artikel specifieke begeleidingsactie, aangewend door de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling die, in voorkomend geval, een beroep doet op de medewerking van derden;c) het bevat een verkennende fase om de factoren te identificeren die de inschakeling op de arbeidsmarkt bemoeilijken, gevolgd door een geheel van intensieve acties die de impact hiervan beogen te verminderen en de socioprofessionele inschakeling beogen te bevorderen;d) wanneer het wordt georganiseerd in samenwerking met een derde, vormt het traject regelmatig het voorwerp van een verslag aan de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling;e) het is in duur beperkt tot wat strikt noodzakelijk is voor de psycho-medisch-sociale remediëring, in een perspectief van professionele inschakeling, en deze duur mag in elk geval de 21 maanden, screeningsfase inbegrepen, niet overschrijden. Het specifieke traject kan eenmalig verlengd of vernieuwd worden voor een bijkomende periode van maximum 18 maanden. De schorsing van de procedure bedoeld in dit artikel houdt op vanaf het ogenblik waarop wordt aangetoond dat de werknemer niet meer deelneemt of op positieve wijze meewerkt aan het specifieke traject voorgesteld door de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling. De opvolgingsprocedure is opnieuw van toepassing ten vroegste vanaf de dag na het einde van het specifieke begeleidingstraject. § 4. De opvolgingsprocedure bedoeld in de artikelen 59ter/1, 59quater/1, 59quater/2, 59quater/3, 59quinquies/1, 59quinquies/2 wordt opgeschort gedurende de periode tijdens dewelke de werknemer een vrijstelling geniet van de verplichting ingeschreven te zijn als werkzoekende omwille van sociale of familiale redenen, in toepassing van artikel 90, indien voldaan is aan de volgende voorwaarden : 1° de vrijstelling is toegekend voor een periode van minstens 12 maanden;2° de gevraagde vrijstelling is onherroepbaar;3° de werknemer verbindt zich schriftelijk bij de Rijksdienst de gevraagde vrijstelling niet te herroepen. De opvolgingsprocedure is opnieuw van toepassing ten vroegste vanaf de dag na het einde van de vrijstellingsperiode. § 5. De opvolgingsprocedure bedoeld in de artikelen 59ter/1, 59quater/1, 59quater/2, 59quater/3, 59quinquies/1, 59quinquies/2 wordt opgeschort gedurende de periode tijdens dewelke de werknemer afziet van uitkeringen en tot aan de indiening van een nieuwe uitkeringsaanvraag als volledig werkloze, indien de volgende voorwaarden vervuld zijn : 1° de werknemer verzaakt aan de uitkeringen voor een ononderbroken periode van minstens 12 maanden;2° de werknemer doet hiervan voorafgaandelijk een schriftelijke en onherroepbare aangifte bij het werkloosheidsbureau;3° de werknemer verbindt zich schriftelijk bij de Rijksdienst deze verzaking niet te herroepen. De opvolgingsprocedure is opnieuw van toepassing ten vroegste vanaf de datum van de nieuwe uitkeringsaanvraag bedoeld in het eerste lid. § 6. De opvolgingsprocedure bedoeld in de artikelen 59ter/1, 59quater/1, 59quater/2, 59quater/3, 59quinquies/1, 59quinquies/2 wordt opgeschort gedurende de periode tijdens dewelke de werknemer voorlopige uitkeringen geniet in toepassing van artikel 62, § 2, indien voldaan is aan de volgende voorwaarden : 1° de werknemer heeft er zich bij zijn uitkeringsaanvraag toe verbonden de Rijksdienst een kopie over te maken van de gerechtelijke beslissing, van zodra deze gewezen is;2° de werknemer informeert de Rijksdienst minstens om de 3 maanden over het verloop van de gerechtelijke procedure. De schorsing van de procedure eindigt onmiddellijk wanneer vaststaat dat de voorwaarden bedoeld in het eerste lid niet of niet meer vervuld zijn. De schorsing van de procedure kan in geen geval een periode van 3 jaar, berekend van datum tot datum, overschrijden, vanaf de datum waarop de werknemer werd toegelaten tot het recht op voorlopige uitkeringen. Onverminderd de bepalingen van het derde lid is de opvolgingsprocedure opnieuw van toepassing vanaf de datum waarop de gerechtelijke beslissing die de arbeidsgeschiktheid van de werknemer bevestigt of de afstand van de procedure van de werknemer vaststelt of waarop de onontvankelijkheid van het beroep ingesteld door de werknemer definitief is geworden. § 7. De opvolgingsprocedure bedoeld in de artikelen 59ter/1, 59quater/1, 59quater/2, 59quater/3, 59quinquies/1, 59quinquies/2 wordt opgeschort voor de werkneemster die zwanger is of die bevallen is tijdens de periode van 3 maanden voor de vermoedelijke of werkelijke bevallingsdatum en gedurende de 4 maanden die volgen op de werkelijke bevallingsdatum. De vermoedelijke of werkelijke bevallingsdatum wordt aangetoond door een medisch attest opgemaakt door de behandelende geneesheer. De opvolgingsprocedure wordt opnieuw van toepassing, ten vroegste vanaf de dag na de afloop van de periode van 4 maanden die volgt op de werkelijke bevallingsdatum, § 8. Van zodra de Rijksdienst over de informatie beschikt, deelt hij aan de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling, via een wekelijkse geïnformatiseerde stroom, de gegevens mee van de deeltijdse werknemers met behoud van rechten bedoeld in § 1, 3° en de gegevens van de werknemers voor wie de opvolgingsprocedure wordt geschorst in toepassing van de § § 5 tot 8, alsook de begin- en de einddatum van de periode van schorsing.". § 9. De opvolgingsprocedure voorzien in de artkelen 59ter/1, 59quater/1, 59quater/2, 59quater/3, 59quinquies/1 et 59quinquies/2 houdt op van toepassing te zijn wanneer de werknemer de leeftijd van 55 jaar bereikt. De leeftijd van 55 jaar wordt op 58 jaar gebracht vanaf 1 januari 2016. » Art. 7.Artikel 59ter van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 4 juli 2004Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 04/07/2004 pub. 09/07/2004 numac 2004202224 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de wijziging van de werkloosheidsreglementering ten aanzien van volledig werklozen die actief moeten zoeken naar werk sluiten en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 14 februari 2005, wordt vervangen door de volgende bepalingen : « Art. 59ter.Na het begin van de werkloosheid en vóór de oproeping bedoeld in artikel 59quater, wordt de volledig werkloze die werkloosheidsuitkeringen geniet schriftelijk verwittigd dat hij actief een betrekking moet zoeken tijdens zijn werkloosheid en dat hij actief moet meewerken aan de begeleidings-, opleidings-, werkervarings- of inschakelingsacties die hem door de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling worden voorgesteld in het kader van het individuele actieplan bedoeld in artikel 27, eerste lid, 14°. De werkloze wordt eveneens geïnformeerd dat hij later zal worden uitgenodigd voor een gesprek op het werkloosheidsbureau om zijn actieve zoekgedrag naar werk te evalueren, ten vroegste wanneer hij de in artikel 59bis, § 1, eerste lid, 5° bedoelde werkloosheidsduur zal bereikt hebben. De verwittigingsbrief bedoeld in dit artikel wordt met een gewoon schrijven verstuurd, ten vroegste : 1° vanaf de derde maand werkloosheid en ten laatste 4 maanden voor het gesprek bedoeld in artikel 59quater, indien de werkloze jonger is dan 25 jaar;2° vanaf de zesde maand werkloosheid en ten laatste 4 maanden voor het gesprek bedoeld in artikel 59quater, indien de werkloze 25 jaar is of ouder. Er wordt eveneens schriftelijk informatie gegeven aan de werkloze over : 1° de voorwaarden waaronder, overeenkomstig artikel 59bis, §§ 3 tot 5, de opvolgingsprocedure van het actieve zoekgedrag naar werk wordt opgeschort indien de werkloze een begeleidingsactie, een intensieve opleidingsactie of een specifiek begeleidingstraject volgt, voorgesteld door de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling;2° het verdere verloop van de opvolgingsprocedure en de eventuele gevolgen van deze procedure.» Art. 8.Artikel 59ter/1, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 20 juli 2012Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/07/2012 pub. 30/07/2012 numac 2012204336 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering sluiten en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 17 juli 2013Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 17/07/2013 pub. 29/07/2013 numac 2013204263 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot wijziging van de artikelen 36, 59bis/1, 59ter/1, 59quater/1, 59quater/2, 59quater/3, 59quinquies/1 en 59quinquies/2 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering sluiten, wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art.59ter/1. Na het begin van de beroepsinschakelingstijd wordt de in artikel 36 bedoelde werknemer er schriftelijk van op de hoogte gebracht dat hij tijdens zijn werkloosheid actief naar werk moet zoeken en actief moet meewerken aan de begeleidings-, opleidings-, en beroepservarings- of inschakelingsacties die hem worden voorgesteld door de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddelling en beroepsopleiding in het kader van het individuele actieplan bedoeld in artikel 27, eerste lid, 14°. » Art. 9.Artikel 59quater van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 4 juli 2004Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 04/07/2004 pub. 09/07/2004 numac 2004202224 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende de wijziging van de werkloosheidsreglementering ten aanzien van volledig werklozen die actief moeten zoeken naar werk sluiten en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 5 maart 2006, wordt vervangen door de volgende bepalingen : « Art. 59quater.§ 1. Ten vroegste 4 maanden na de verzending van de verwittigingsbrief bedoeld in artikel 59ter en wanneer de voorwaarden bedoeld in artikel 59bis vervuld zijn, nodigt de directeur de werkloze schriftelijk uit voor een eerste gesprek op het werkloosheidsbureau met als doel de inspanningen te evalueren die hij heeft verricht om zich te integreren in de arbeidsmarkt in het kader van het individuele actieplan bedoeld in artikel 27, eerste lid, 14° alsook de acties die hij op eigen initiatief heeft ondernomen in zijn zoektocht naar werk. Indien de werkloze zich niet aanmeldt op het evaluatiegesprek, wordt hem een nieuwe aangetekende oproeping gestuurd. Indien de werkloze zonder geldige reden geen gevolg geeft aan de tweede oproeping, wordt hij uitgesloten van het genot van uitkeringen, overeenkomstig de bepalingen van artikel 70. In dit geval kan het evaluatiegesprek plaatsvinden wanneer de werkloze zich op het werkloosheidsbureau aanmeldt. De werkloze die deze reden binnen een termijn van drie werkdagen die ingaat op de dag van de afwezigheid rechtvaardigt met een duidelijk bewezen reden, behoudt evenwel het genot van de uitkeringen, indien de reden door de directeur wordt aanvaard. In dat geval wordt hem een nieuwe oproeping gestuurd, wanneer de als rechtvaardiging voor de afwezigheid aanvaarde reden opgehouden heeft te bestaan. Het evaluatiegesprek vindt plaats ten vroegste de tiende dag na de afgifte van de uitnodiging ter post. § 2. Indien, ten laatste op het ogenblik van het gesprek, wordt vastgesteld dat de werkloze onterecht werd uitgenodigd, omdat de voorwaarden van artikel 59bis niet vervuld zijn, wordt de oproeping nietig verklaard. Een nieuwe oproeping wordt naar de werkloze gestuurd, ten vroegste wanneer de voormelde voorwaarden vervuld zijn. Indien ten laatste op het ogenblik waarop het gesprek plaatsvindt, vaststaat dat de werkloze werd opgeroepen gedurende de periode tijdens dewelke de opvolgingsprocedure van het zoekgedrag naar werk is opgeschort overeenkomstig de bepalingen van artikel 59bis, §§ 4 tot 11, wordt deze oproeping nietig verklaard. In dat geval wordt een nieuwe oproeping verzonden naar de werkloze, ten vroegste na het verstrijken van de voormelde periode van schorsing of later, wanneer de voorwaarden van artikel 59bis opnieuw vervuld zijn. § 3. Tijdens het gesprek evalueert de directeur de inspanningen verricht door de werkloze gedurende de periode die het gesprek voorafgaat, op basis van : 1° de inlichtingen waarover hij reeds beschikt in verband met de werkloze, onder meer : a) de elementen van het individuele actieplan bedoeld in artikel 27, eerste lid, 14°, elektronisch overgemaakt door de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling;b) de gegevens betreffende de verwezenlijking van het individuele actieplan bedoeld in artikel 27, eerste lid, 14°, elektronisch overgemaakt door de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling;c) het schriftelijk verslag overgemaakt door de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling wanneer de werkloze niet of niet voldoende meewerkt met het individuele actieplan bedoeld in artikel 27, eerste lid, 14° of zonder geldig motief een actie stopzet;d) de bijkomende inlichtingen en bewijsstukken die eventueel verzameld worden bij de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling onder de voorwaarden bedoeld in het vierde lid;e) de periodes tijdens dewelke de werkloze vrijgesteld was van de verplichting om beschikbaar te zijn voor de arbeidsmarkt, in toepassing van de artikelen 91, 92, 93, 94 of 97;f) de periode tijdens dewelke de werkloze een intensieve opleidingsactie heeft gevolgd onder de voorwaarden bepaald in artikel 59bis, § 4;g) de periodes van voltijdse en deeltijdse tewerkstelling en de ziekteperiodes;h) de activiteiten die hij eventueel heeft verricht in het kader van het plaatselijk werkgelegenheidsagentschap;2° de inlichtingen meegedeeld door de werkloze zelf over de acties die hij heeft ondernomen in het kader van het individuele actieplan bedoeld in artikel 27, eerste lid, 14° en over de acties die hij op eigen initiatief heeft ondernomen in zijn zoektocht naar werk. De werkloze bewijst zijn stappen met alle rechtsmiddelen, met inbegrip van de verklaring op eer. Met de verklaring op eer wordt rekening gehouden indien ze precies, geloofwaardig en controleerbaar is. In afwijking van het eerste lid, 1°, wordt in de evaluatie van de inspanningen verricht door de werkloze daarentegen geen rekening gehouden met de periodes tijdens dewelke de procedure van de opvolging van het zoekgedrag naar werk opgeschort was in toepassing van artikel 59bis, §§ 7 tot 10, noch met de periodes tijdens dewelke de werkloze niet was ingeschreven als werkzoekende. De inlichtingen bedoeld in het eerste lid, 1° worden tijdens het gesprek aan de werkloze meegedeeld. Naast de geïnformatiseerde gegevens bedoeld in het eerste lid, 1°, a) en b), kan de directeur aan de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling bijkomende inlichtingen en bewijsstukken vragen, indien deze noodzakelijk zijn om de evaluatiebeslissing te onderbouwen. In geval van twijfel over de juistheid van de gegevens meegedeeld door de werkloze, kan de directeur de door de werkloze voorgelegde verklaringen en documenten verifiëren, overeenkomstig de bepalingen van artikel 139. De inlichtingen verzameld tijdens deze controle worden geakteerd in de evaluatiebeslissing die schriftelijk aan de werkloze wordt meegedeeld. In zijn evaluatie van de inspanningen geleverd door de werkloze houdt de directeur onder meer rekening met de leeftijd van de werkloze, zijn opleidingsniveau, zijn bekwaamheden, zijn sociale en familiale toestand, zijn verplaatsingsmogelijkheden en eventuele elementen van discriminatie. Hij houdt eveneens rekening met de toestand van de arbeidsmarkt in de subregio waar de werkloze zijn hoofdverblijfplaats heeft. Onder subregio wordt verstaan, de zone waarbinnen de bewoners van dezelfde gemeente van de werkloze en van de buurgemeenten zich verplaatsen om te gaan werken, zonder dat deze zone beperkt mag worden tot het ambtsgebied van het werkloosheidsbureau waar de werkloze zijn hoofdverblijfplaats heeft. § 4. Indien de directeur vaststelt dat de werkloze voldoende en passende inspanningen heeft verricht om zich te integreren in de arbeidsmarkt, informeert hij de werkloze over deze positieve evaluatie onmiddellijk na het evaluatiegesprek of ten laatste 10 werkdagen volgend op het gesprek. De werkloze wordt eveneens geïnformeerd dat hij voor een nieuw gesprek zoals bedoeld in artikel 59quater zal worden uitgenodigd, ten vroegste na het verstrijken van een termijn van 9 maanden die ingaat op de dag na dit gesprek of later, wanneer de voorwaarden bedoeld in artikel 59bis opnieuw vervuld zijn. De positieve evaluatiebeslissing en de inlichtingen bedoeld in het eerste lid worden aan de werkloze meegedeeld in een schrijven, gedateerd en ondertekend door de directeur, dat hem wordt overhandigd na afloop van het gesprek of hem later per gewone brief wordt bezorgd. De directeur deelt zijn beslissing mee aan de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling. Bovendien wordt een informatieve brief die herinnert aan de oproeping voor het in het eerste lid bedoelde nieuwe evaluatiegesprek, naar de werkloze verstuurd ten laatste 3 maanden voor deze oproeping. § 5. Indien de directeur vaststelt dat de werkloze niet voldoende en passende inspanningen heeft verricht om zich te integreren in de arbeidsmarkt, informeert hij de werkloze over deze negatieve evaluatie, onmiddellijk na het evaluatiegesprek of ten laatste 10 werkdagen volgend op het gesprek. Hij nodigt de werkloze uit om opnieuw contact op te nemen met de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling met het oog op een eventuele aanpassing van het individuele actieplan bedoeld in artikel 27, eerste lid, 14°. Aan de werkloze wordt meegedeeld dat hij, ten vroegste na het verstrijken van een termijn van 4 maanden ingaand de dag na dit gesprek, opnieuw zal opgeroepen worden voor een gesprek met het oog op de evaluatie van zijn inspanningen om werk te zoeken in het kader van het individuele actieplan bedoeld in artikel 27, eerste lid, 14° en van de acties die hij op eigen initiatief heeft ondernomen in zijn zoektocht naar werk. Een informatieblad over het latere verloop van de procedure en over de eventuele latere gevolgen in geval van onvoldoende of onaangepaste inspanningen, wordt eveneens aan de werkloze overhandigd na afloop van het gesprek. De negatieve evaluatiebeslissing en de inlichtingen bedoeld in het eerste en tweede lid worden aan de werkloze meegedeeld in een schrijven, gedateerd en ondertekend door de directeur, dat hem wordt overhandigd na afloop van het gesprek of hem later per gewone brief wordt bezorgd. De directeur deelt zijn beslissing mee aan de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling. » Art. 10.Artikel 59quater/1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 20 juli 2012Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/07/2012 pub. 30/07/2012 numac 2012204336 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering sluiten en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 juli 2013 en 24 oktober 2013, wordt vervangen door de volgende bepalingen : « Art.59quater/1. § 1. Ten vroegste wanneer de voorwaarden bedoeld in artikel 59bis/1, § 1, vervuld zijn, vraagt de directeur schriftelijk aan de in artikel 36 bedoelde werknemer om informatie over te maken over de inspanningen die hij heeft gedaan om zich te integreren in de arbeidsmarkt in het kader van het individuele actieplan bedoeld in artikel 27, eerste lid, 14° en over de acties die hij op eigen initiatief heeft ondernomen in zijn zoektocht naar werk, vanaf de datum van zijn toelating tot het genot van inschakelingsuitkeringen tot de datum van de ontvangst van deze vraag naar informatie, door hiertoe het door de Rijksdienst opgestelde formulier in te vullen en over te maken aan het werkloosheidsbureau, per gewone brief of via e-mail, in voorkomend geval, samen met een kopie van de schriftelijke bewijzen van zijn inspanningen. Het ingevulde formulier en de schriftelijke bewijzen bedoeld in het eerste lid, moeten het werkloosheidsbureau bereiken binnen een termijn van één maand die ingaat op de dag nadat de werknemer de vraag naar informatie heeft ontvangen. Indien de werknemer geen gevolg geeft aan de vraag naar informatie binnen de termijn van één maand bedoeld in het tweede lid, wordt hem een herinnering bij aangetekende brief toegestuurd. De werknemer die geen gevolg geeft aan de aangetekende brief bedoeld in het derde lid, binnen een termijn van vijf dagen die aanvangt op de dag volgend op de dag van de ontvangst van de voormelde brief, wordt uitgesloten van het recht op uitkeringen, overeenkomstig de bepalingen van artikel 70. De vraag naar informatie bedoeld in het eerste lid en de aangetekende brief, bedoeld in het derde lid, worden geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de afgifte van de brief aan de post. § 2. In afwijking van § 1 wordt de werknemer die dit uitdrukkelijk schriftelijk vraagt, uitgenodigd naar het werkloosheidsbureau voor een evaluatiegesprek over zijn inspanningen. Deze schriftelijke vraag moet het werkloosheidsbureau bereiken vóór de afloop van de termijn van één maand bedoeld in § 1, tweede lid. Indien de werknemer geen gevolg geeft aan de vraag naar informatie binnen de termijn van één maand bedoeld in het eerste lid, wordt hem een herinnering bij aangetekende brief toegestuurd. De werknemer die geen gevolg geeft aan de aangetekende brief bedoeld in het tweede lid, binnen een termijn van vijf dagen die aanvangt op de dag volgend op de dag van de ontvangst van de voormelde brief, wordt uitgesloten van het recht op uitkeringen, overeenkomstig de bepalingen van artikel 70. De aangetekende brief, bedoeld in het tweede lid, wordt geacht ontvangen te zijn op de derde werkdag die volgt op de afgifte van de brief aan de post. De aanwezigheid van de werknemer op het evaluatiegesprek is verplicht. Hij mag zich echter laten vergezellen door een persoon naar keuze. Indien de werknemer zich niet aanmeldt op het evaluatiegesprek, wordt hem een nieuwe aangetekende oproeping gestuurd. Indien de werknemer zonder geldige reden geen gevolg geeft aan de tweede oproeping, wordt hij uitgesloten van het genot van uitkeringen, overeenkomstig de bepalingen van artikel 70. In dit geval kan het evaluatiegesprek plaatsvinden wanneer de werkloze zich op het werkloosheidsbureau aanmeldt. De werknemer die deze reden binnen een termijn van drie werkdagen die ingaat op de dag van de afwezigheid rechtvaardigt met een duidelijk bewezen reden, behoudt evenwel het genot van de uitkeringen, indien de reden door de directeur wordt aanvaard. In dat geval wordt hem een nieuwe oproeping gestuurd, wanneer de reden die aanvaard werd als rechtvaardiging van de afwezigheid, opgehouden heeft te bestaan. § 3. De inspanningen die de werknemer heeft gedaan om zich te integreren in de arbeidsmarkt worden door de directeur geëvalueerd. In afwijking van het eerste lid mag de evaluatie van de inspanningen in de lokalen van het werkloosheidsbureau eveneens gebeuren door een personeelslid dat door de Rijksdienst ter beschikking is gesteld van het plaatselijk werkgelegenheidsagentschap. § 4. Van bij de ontvangst van het ingevulde formulier en de schriftelijke bewijzen overgemaakt door de werknemer overeenkomstig de bepalingen van § 1 of meegedeeld tijdens het evaluatiegesprek bedoeld in § 2, worden de inspanningen geleverd door de werknemer met het oog op zijn inschakeling op de arbeidsmarkt, geëvalueerd op basis van 1° de informatie waarover de Rijksdienst reeds beschikt in verband met de werknemer, onder meer : a) de elementen van het individuele actieplan bedoeld in artikel 27, eerste lid, 14°, elektronisch overgemaakt door de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling;b) de gegevens betreffende de verwezenlijking van het individuele actieplan bedoeld in artikel 27, eerste lid, 14°, elektronisch overgemaakt door de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling;c) het schriftelijk verslag overgemaakt door de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling wanneer de werknemer niet of niet voldoende meewerkt met het individuele actieplan bedoeld in artikel 27, eerste lid, 14° of zonder geldig motief een actie stopzet;d) de bijkomende inlichtingen en bewijsstukken die eventueel verzameld worden bij de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling onder de voorwaarden bedoeld in het vierde lid;e) de periodes tijdens dewelke de werknemer vrijgesteld was van de verplichting om beschikbaar te zijn voor de arbeidsmarkt, in toepassing van de artikelen 91, 92, 93, 94 of 97;f) de periodes tijdens dewelke de deeltijdse werknemer met behoud van rechten een intensieve opleidingsactie heeft gevolgd onder de voorwaarden bepaald in artikel 59bis/1, § 2;g) de periodes van voltijdse en deeltijdse tewerkstelling en de ziekteperiodes;h) de activiteiten die hij eventueel heeft verricht in het kader van het plaatselijk werkgelegenheidsagentschap;2° het ingevulde formulier en de schriftelijke bewijzen die werden overgemaakt of de inlichtingen en schriftelijke bewijzen die werden meegedeeld tijdens het evaluatiegesprek door de werknemer zelf, over de stappen die hij heeft gezet in het kader van het individuele actieplan bedoeld in artikel 27, eerste lid, 14° en over de acties die hij op eigen initiatief heeft ondernomen in zijn zoektocht naar werk. De werknemer bewijst zijn stappen met alle rechtsmiddelen, met inbegrip van de verklaring op eer. Met de verklaring op eer wordt rekening gehouden indien ze precies, geloofwaardig en controleerbaar is. In de evaluatie van de inspanningen verricht door de werknemer wordt daarentegen geen rekening gehouden met de periodes tijdens dewelke de procedure van de opvolging van het zoekgedrag naar werk opgeschort was in toepassing van artikel 59bis/1, §§ 5 tot 8, noch met de periodes tijdens dewelke de werknemer niet was ingeschreven als werkzoekende. Naast de geïnformatiseerde gegevens bedoeld in het eerste lid, 1°, a) en b), kan de directeur aan de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling bijkomende inlichtingen en bewijsstukken vragen, indien deze noodzakelijk zijn om de evaluatiebeslissing te onderbouwen. In geval van twijfel over de juistheid van de gegevens meegedeeld door de werknemer, kan de directeur de door de werknemer voorgelegde verklaringen en documenten verifiëren, overeenkomstig de bepalingen van artikel 139. De inlichtingen verzameld tijdens deze controle worden geakteerd in de evaluatiebeslissing die schriftelijk aan de werknemer wordt meegedeeld. In zijn evaluatie van de inspanningen geleverd door de werknemer, houdt de directeur onder meer rekening met de leeftijd van de werknemer, zijn opleidingsniveau, zijn bekwaamheden, zijn sociale en familiale toestand, zijn verplaatsingsmogelijkheden en eventuele elementen van discriminatie. Hij houdt eveneens rekening met de toestand van de arbeidsmarkt in de subregio waar de werknemer zijn hoofdverblijfplaats heeft. Onder subregio wordt verstaan, de zone waarbinnen de bewoners van dezelfde gemeente van de werknemer en van de buurgemeenten zich verplaatsen om te gaan werken, zonder dat deze zone beperkt mag worden tot het ambtsgebied van het werkloosheidsbureau waar de werknemer zijn hoofdverblijfplaats heeft. § 5. Indien uit de in § 4 bedoelde evaluatie blijkt dat de werknemer voldoende en passende inspanningen heeft geleverd om zich in te schakelen op de arbeidsmarkt, wordt de we …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.