📄 Wettekst
6 MEI 2019. - Decreet betreffende milieudeliquentie (1)
Het Waals Parlement heeft aangenomen en Wij, Waalse Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : HOOFDSTUK I. - Wijzigingen in Boek I van het Milieuwetboek Artikel 1.In Boek I van het Milieuwetboek wordt Deel VIII, dat de artikelen D.138 tot D.171 bevat, voor het laatst gewijzigd bij het
decreet van 31 januari 2019Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
28/12/1964
pub.
18/06/2010
numac
2010000336
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de bestrijding van de luchtverontreiniging
sluiten4, vervangen als volgt : "Titel VIII. - Opsporing, vaststelling, vervolging en beteugeling van milieuovertredingen en schadevergoedingsmaatregelen TITEL I. - Algemene bepalingen HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied Artikel D.138. Dit deel bevat de bepalingen inzake toezicht, dwangbevel en sancties die nodig zijn voor de toepassing van de volgende wetten en decreten, alsook van de desbetreffende uitvoeringsbesluiten : 1° de jachtwet van 28 februari 1882;2° de
wet van 28 december 1964Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
28/12/1964
pub.
18/06/2010
numac
2010000336
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de bestrijding van de luchtverontreiniging
sluiten betreffende de bestrijding van de luchtverontreiniging;3° de
wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/07/1973
pub.
24/08/2010
numac
2010000473
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie
sluiten op het natuurbehoud;4° de
wet van 18 juli 1973Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
18/07/1973
pub.
25/06/2013
numac
2013000403
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de bestrijding van de geluidshinder
sluiten betreffende de bestrijding van de geluidshinder;5° het Milieuwetboek, met inbegrip van Boek I, Boek II van het Milieuwetboek dat het Waterwetboek inhoudt, Boek III van het Milieuwetboek dat het Wetboek van het beheer van de ondergrondse rijkdommen inhoudt, Boek VII van het Milieuwetboek dat het Wetboek afvalstoffen-rijkdommen inhoudt en Boek IX van het Milieuwetboek dat het Wetboek van de milieuvergunning inhoudt;6° het Boswetboek;7° het
decreet van 10 juli 2013Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
10/07/2013
pub.
05/09/2013
numac
2013204849
bron
waalse overheidsdienst
Decreet tot vaststelling van een kader ter verwezenlijking van een duurzaam gebruik van pesticiden en tot wijziging van Boek I van het Milieuwetboek, Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen en het decreet van 12 juli 2001 betreffende de beroepsopleiding in de landbouw
type
decreet
prom.
10/07/2013
pub.
03/09/2013
numac
2013204763
bron
waalse overheidsdienst
Decreet betreffende de geologische opslag van kooldioxide
sluiten tot invoering van een kader om te komen tot een pesticidengebruik dat verenigbaar is met duurzame ontwikkeling en tot wijziging van Boek I van het Milieuwetboek, Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen en het decreet van 12 juli 2001 betreffende de beroepsopleiding in de landbouw;8° het Waalse Landbouwwetboek;9° het
decreet van 27 maart 2014Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
28/12/1964
pub.
18/06/2010
numac
2010000336
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de bestrijding van de luchtverontreiniging
sluiten0 betreffende de riviervisserij, het visbeleid en de visserijstructuren;10° het
decreet van 1 maart 2018Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
28/12/1964
pub.
18/06/2010
numac
2010000336
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de bestrijding van de luchtverontreiniging
sluiten2 betreffende bodembeheer en bodemsanering;11° het Waalse Dierenwelzijnwetboek;12° het
decreet van 17 januari 2019Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
28/12/1964
pub.
18/06/2010
numac
2010000336
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de bestrijding van de luchtverontreiniging
sluiten3 betreffende de bestrijding van de luchtverontreiniging gebonden aan het verkeer van de voertuigen;13° het
decreet van 31 januari 2019Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
28/12/1964
pub.
18/06/2010
numac
2010000336
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de bestrijding van de luchtverontreiniging
sluiten4 betreffende de kwaliteit van de binnenlucht. Dit deel bevat ook de bepalingen inzake toezicht, dwangbevel en sancties die nodig zijn voor de toepassing van de Europese Verordeningen en Beschikkingen bedoeld bij of krachtens hoofdstuk II van titel V van dit Deel alsook bij artikel 63 van de
wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/07/1973
pub.
24/08/2010
numac
2010000473
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie
sluiten op het natuurbehoud.
Art. D.139. De bepalingen van Boek I van het Strafwetboek zijn van toepassing op de bepalingen bedoeld in artikel D.138 en op de krachtens deze bepalingen genomen reglementaire bepalingen.
Art. D.140. Onverminderd de artikelen 5 en 7bis van het Strafwetboek kunnen de federale Staat, de Gewesten, de Gemeenschappen, de provincies, de hulpverleningszones, de gemeenten, de meergemeentenzones en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn na afloop van de procedure voor administratieve sancties aansprakelijk worden gesteld voor de vastgestelde overtreding. In dit geval kan alleen een teruggavemaatregel worden opgelegd, met uitzondering van iedere andere sanctie. HOOFDSTUK II. - Begripsomschrijvingen Art. D.141. Voor de toepassing van dit deel wordt verstaan onder : 1° Administratie: het Operationeel Directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu van de Waalse Overheidsdienst; 2° vaststellende beambte : het statutaire of contractuele personeelslid aangewezen krachtens de artikelen D.146, D.149 en D.152 om de naleving van de in artikel D.138 bedoelde bepalingen te controleren en om de overtredingen krachtens dit deel op te sporen en vast te stellen; 3° waarschuwing : een informatie die mondeling of schriftelijk aan een overtreder wordt verstrekt, waarin wordt bepaald dat zijn gedrag een overtreding vormt, eventueel vergezeld van een bevel tot regularisatie binnen een bepaalde termijn;4° het Waterwetboek : Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt; 5° deskundige : een derde die waarborgen biedt inzake onafhankelijkheid en bekwaamheid, op wie de vaststellende beambten krachtens artikel D.148 een beroep kunnen doen in het kader van hun opdrachten; 6° sanctionerend ambtenaar : het statutaire of contractuele personeelslid aangewezen krachtens de artikelen D.156 tot D.158 om op administratieve wijze de krachtens dit deel vastgestelde overtredingen te vervolgen en te bestraffen; 7° overtreding : iedere misdaad, ieder misdrijf en iedere inbreuk bepaald bij de bepalingen bedoeld in artikel D.138; 8° gedeclasseerde overtreding : iedere overtreding opgenomen in een lijst vastgesteld door de Regering krachtens artikel D.192, die slechts het voorwerp kan uitmaken van een exclusieve administratieve sanctie; 9° teruggavemaatregelen : een geheel van maatregelen, met inbegrip van het herstel in de oorspronkelijke staat, uitgesproken door de rechter op grond van artikel D.185 of gelast door de sanctionerend ambtenaar op grond van artikel D.201, bestaande uit het herstel van de situatie van voor de overtreding, het vergoeden van de veroorzaakte schade of het verzachten van deze gevolgen; 10° interventieplan : het geheel van de veiligheidsmaatregelen waarmee de dreiging of de gevolgen van een vervuiling bedwongen kunnen worden (bewarend beslag) tot de gevaar- of vervuilingsbronnen drooggelegd zijn, met inbegrip van een inschatting van de sanitaire risico's; 11° recidive : de situatie waarin een persoon die eerder strafrechtelijk veroordeeld is of administratief is bestraft voor een overtreding van één van de in artikel D.138 genoemde wetgevingen, binnen vijf jaar nadat de strafrechtelijke of administratieve veroordeling in kracht van gewijsde is gegaan, een overtreding van dezelfde wetgeving pleegt; 12° herstel in de oorspronkelijke staat : iedere actie of combinatie van acties die, indien van toepassing, gezamenlijk gericht zijn op : - de reïntegratie van de plaatsen in het milieu met het oog op de herbestemming ervan voor een functioneel gebruik of om terug te keren naar de situatie van voor het plegen van de overtreding of naar een staat die beantwoordt aan de doelstellingen van de geschonden regel; - de restauratie, de rehabilitatie of de vervanging van beschadigde natuurlijke rijkdommen, in voorkomend geval door middel van een gelijkwaardig alternatief voor deze rijkdommen; - de restauratie in een zodanige staat dat de situatie niet langer een gevaar vormt of overlast voor het milieu of de menselijke gezondheid oplevert; 13° de voor het dier verantwoordelijke persoon: de persoon, die een dier bezit of houdt, die zich gewoonlijk met bedoeld dier bezighoudt of op dat dier rechtstreeks toezicht uitoefent;14° de "SPAQuE" : de "Société publique d'aide à la qualité de l'environnement" (Openbare maatschappij voor hulpverlening inzake de verbetering van het leefmilieu, bedoeld in artikel 22, § 2, van de wet van 2 april 1962 betreffende de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij en de gewestelijke investeringsmaatschappijen. Overeenkomstig het eerste lid, 12° is het herstel in de oorspronkelijke staat : 1° voor de overtredingen bedoeld in het
decreet van 1 maart 2018Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
28/12/1964
pub.
18/06/2010
numac
2010000336
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de bestrijding van de luchtverontreiniging
sluiten2 betreffende bodembeheer en bodemsanering : datgene voortvloeiend uit de verplichtingen bedoeld in artikel 19 van hetzelfde decreet;2° voor de overtredingen bedoeld in het Waalse Dierenwelzijnwetboek die het voorwerp kunnen uitmaken van een regularisatie : alle handelingen overwogen om de situatie waarop de overtredingen betrekking hebben in overeenstemming te brengen met de bepalingen van hetzelfde Wetboek en de uitvoeringsbesluiten ervan. HOOFDSTUK III. - Doelstellingen en coördinatie van het repressieve milieubeleid Art. D.142. § 1. Het doel van dit deel van de Code is het op uniforme wijze regelen van het opsporen, vaststellen, vervolgen en beteugelen van overtredingen van de in artikel D.138 bedoelde bepalingen, teneinde coherentie, duidelijkheid en doeltreffendheid te waarborgen en het gevoel van straffeloosheid te bestrijden. § 2. Uiterlijk twaalf maanden na haar eedaflegging neemt de Regering de Waalse strategie voor een repressief milieubeleid aan. Voor de aanneming ervan maakt de Regering het ontwerpstrategie aan het parlement voor presentatie en bespreking over.
De Waalse strategie voor een repressief milieubeleid wordt uitgewerkt met inachtneming van de volgende richtsnoeren : 1° het beginsel van doeltreffendheid volgens welk de diensten van de Administratie zo doeltreffend mogelijk gebruikt worden, waarbij ervoor gezorgd wordt dat elke vaststellende beambte een zo groot mogelijke bijdrage levert aan de opsporing, de vaststelling, de vervolging, de beteugeling van overtredingen en de schadevergoedingsmaatregelen voor bedoelde overtredingen;2° het beginsel van onafhankelijkheid volgens welk de vaststellende beambten en sanctionerende ambtenaren de door dit deel toegewezen opdrachten uitvoeren zonder externe bevelen, en dit, overeenkomstig de vastgestelde actieprioriteiten. Het in het tweede lid, 2°, bedoelde beginsel doet geen afbreuk aan de bepalingen die krachtens het Wetboek van Strafvordering van toepassing zijn.
De Waalse strategie voor een repressief milieubeleid bevat minstens de volgende elementen : 1° de actieprioriteiten in het kader van het repressieve milieubeleid en de identificatie van de te bereiken doelstellingen zowel inzake controle en opsporing van de overtredingen als beteugeling en schadevergoedingsmaatregelen;2° de tussen alle betrokken openbare actoren voorgestelde coördinatie, met inbegrip van de verdeling van de opdrachten van de verschillende diensten van de Administratie die taken inzake controle, opsporing en vaststelling van de overtredingen verzekeren;3° de acties die moeten worden gevoerd om de schadevergoeding voor de vastgestelde overtredingen doeltreffend en zichtbaar te maken;4° de organisatie van de diensten van de Administratie om te zorgen voor doeltreffende opdrachten inzake controle, opsporing en vaststelling van de overtredingen op het terrein, met inbegrip van de ontwikkeling van de aanwervingen;5° de inhoud van de opleidingen, zowel basis- als voortgezette opleidingen, die aan de betrokken openbare actoren worden verstrekt. Overeenkomstig het vierde lid, 1°, worden de actieprioriteiten en de te bereiken doelstellingen beschreven voor elke dienst van de Administratie die belast is met opdrachten inzake controle, opsporing en vaststelling van de overtredingen, met inbegrip van de gespecialiseerde Onderzoekseenheid bedoeld in artikel D.155, en worden ze in operationele doelstellingen vertaald of opgenomen in de bestuursovereenkomst.
Vóór zijn definitieve aanneming door de Regering wordt het ontwerp van de Waalse strategie voor een repressief milieubeleid aan de volgende instellingen ter advies voorgelegd, die binnen minstens één maand advies moeten uitbrengen : 1° de Beleidsgroep Leefmilieu;2° de parketten van de verschillende rechtsgebieden van de hoven van beroep en rechterlijke arrondissementen;3° de plaatselijke besturen;4° de "Union des Villes et Communes de Wallonie" (Vereniging van Waalse Steden en Gemeenten);5° de vertegenwoordigers van de federale en lokale politie. § 3. Rekening houdend met de in paragraaf 2, tweede lid, bedoelde beginsels neemt de Regering indicatoren aan, waarbij bijgedragen kan worden tot de evaluatie en de opvolging van de Waalse strategie voor een repressief milieubeleid.
De beoordeling van de uitvoering van de strategie wordt minstens om de twee jaar verricht. De beoordeling wordt aan het Parlement overgemaakt binnen de maand van haar aanneming voor presentatie en bespreking.
Art. D.143. § 1. Met het oog op een gecoördineerde tenuitvoerlegging van het in artikel D.142 bedoelde repressieve milieubeleid vergadert de Administratie minstens twee keer per jaar met : 1° de parketten van de verschillende rechtsgebieden van de hoven van beroep en rechterlijke arrondissementen;2° de vertegenwoordigers van de plaatselijke besturen;3° de federale en de lokale politie;4° de vertegenwoordigers van de "Union des Villes et Communes de Wallonie";5° de personen aangewezen door de Regering. De vertegenwoordigers van de hoven en rechtbanken worden geïnformeerd over het houden van de in het eerste lid bedoelde vergadering en worden als waarnemers uitgenodigd. § 2. De Regering sluit met de "Union des Villes et Communes de Wallonie" een samenwerkingsprotocol met het oog op de coördinatie van het repressieve beleid bedoeld in artikel D.142. Dit protocol heeft betrekking op de versterkte samenwerking tussen het Waalse Gewest en de gemeenten, de taakverdeling tussen de verschillende betrokken actoren en de praktische modaliteiten van deze samenwerking.
Dit protocol wordt met dezelfde frequentie als de Waalse strategie voor een repressief milieubeleid bijgewerkt. § 3. De Regering sluit met de Procureurs des Konings, elke partij voor wat haar betreft, een samenwerkingsprotocol met het oog op de coördinatie van het repressieve beleid, bedoeld in artikel D.142. Dit protocol heeft betrekking op de praktische modaliteiten van deze samenwerking tussen het Gewest en de bevoegde Procureurs des Konings.
Dit protocol waarborgt de onafhankelijkheid van het openbaar ministerie bij het verrichten van individuele opsporingen en vervolgingen en doet geen afbreuk aan de richtlijnen die op het gebied van het strafrechtelijk beleid zijn vastgesteld.
Dit protocol wordt met dezelfde frequentie als de Waalse strategie voor een repressief milieubeleid bijgewerkt. § 4. Wanneer een vaststellende beambte kennis krijgt van een overtreding van de in artikel D.138 bedoelde bepalingen die hij uit hoofde van zijn taken, actieprioriteiten of een protocol als bedoeld in lid 2 niet kan vaststellen, stelt hij de voor de vaststelling van de overtreding bevoegde vaststellende beambten daarvan onmiddellijk in kennis. De Regering kan nadere regels vastleggen voor het overmaken van de relevante gegevens.
Art. D.144. § 1. De Administratie stelt een centraal bestand van de milieucriminaliteit, hierna het "centraal bestand" genoemd, en beheert dit bestand. Het doel van dit centraal bestand is personen die krachtens paragraaf 2 behoorlijk gemachtigd zijn, in staat te stellen hun kennis over de strafrechtelijke situaties uit te wisselen met het oog op een betere coördinatie en doeltreffendheid van het repressieve milieubeleid.
Het centraal bestand wordt ingesteld in de vorm van een elektronisch platform dat uitsluitend toegankelijk is voor de in paragraaf 2 bedoelde personen. In dit centraal bestand worden voor elke overtreder die na de vaststelling van de in dit deel bedoelde strafbare feiten wordt geïdentificeerd, de verschillende handelingen, besluiten of documenten vastgesteld in het kader van de repressie van milieudelicten opgenomen.
Dit centraal bestand omvat : 1° de notulen en schriftelijke waarschuwingen die krachtens dit deel zijn ingesteld;2° de ten opzichte van de overtreders genomen dwangmaatregelen;3° de herstelmaatregelen waarom de vaststellende beambten of de Burgemeester verzoeken;4° de voorstellen voor onmiddellijke perceptie geformuleerd door de vaststellende beambten;5° de inbreuksituaties die zijn geregulariseerd na een waarschuwing of een opgelegde dwangmaatregel; 6° de beslissing van het Openbaar Ministerie bedoeld in artikel D.166; 7° de schikkingsvoorstellen die de Procureurs des Koning aan de overtreders hebben voorgelegd;8° de in kracht van gewijsde gegane vonnissen en uitspraken van de rechtbanken en hoven, met inbegrip van opgelegde vonnissen, bijkomende maatregelen en opgelegde teruggavemaatregelen;9° de schikkingsvoorstellen die de sanctionerende ambtenaren aan de overtreders hebben voorgelegd;10° de in kracht van gewijsde gegane beslissingen van de sanctionerende ambtenaren, met inbegrip van de opgelegde administratieve sancties, hun bijkomende maatregelen en de uitgesproken teruggavemaatregelen;11° de uitvoering van de beslissingen uitgesproken ofwel door de hoven en rechtbanken, ofwel door een sanctionerend ambtenaar. In afwijking van het derde lid, 1°, worden de notulen die uiteindelijk als foutief worden beschouwd, uit het centraal bestand verwijderd.
De vermelding van de overtredingen alsmede de desbetreffende punten worden tien jaar na het seponeren of de tenuitvoerlegging van de beslissingen van de hoven en rechtbanken of van een sanctionerend ambtenaar automatisch uitgewist. Die termijn van tien jaar gaat in op de dag volgend op de dag waarop tegen de betrokken beslissing geen beroep meer mogelijk is. § 2. De gegevens van het centraal bestand zijn niet toegankelijk voor het publiek en mogen alleen worden gebruikt door de vaststellende beambten die de hoedanigheid hebben van officier van de gerechtelijke politie, door de burgemeesters, politieambtenaren, sanctionerende ambtenaren en magistraten van het openbaar ministerie.
De personen die uit hoofde van de bepalingen van dit hoofdstuk persoonsgegevens ontvangen, nemen maatregelen om de vertrouwelijkheid van deze gegevens en het gebruik ervan uitsluitend voor de bij of krachtens dit deel vastgestelde doeleinden of ter nakoming van hun wettelijke verplichtingen te waarborgen. § 3. Wanneer een overtreder voor de eerste keer in het bestand geregistreerd wordt, wordt hij daarover zo spoedig mogelijk ingelicht door de verantwoordelijke voor de behandeling.
Deze informatie bevat : 1° de personalia van een contactpersoon;2° de wettelijke of reglementaire grondslag van de gegevensverzameling;3° de doeleinden waarvoor de verzamelde gegevens worden gebruikt;4° de persoonsgegevens die de overtreder betreffen;5° het adres van de Gegevensbeschermingsautoriteit;6° het bestaan van het recht op toegang tot de gegevens, op verbetering van die gegevens, alsmede de nadere regelen voor de uitoefening van deze rechten;7° de termijn waarin de gegevens uit het centraal bestaand zullen worden geschrapt. § 4. Er wordt een overtreding van tweede categorie begaan door degene die toegang heeft tot de gegevens van het bestand of die daarvan gebruik maakt, met uitzondering van de overeenkomstig paragraaf 2 gemachtigde personen.
Art. D.145. § 1. De verantwoordelijke voor de verwerking van de in het bestand opgenomen gegevens is de Administratie In dit verband beheert de Administratie het centraal bestand en verzamelt ze de gegevens nuttig voor de samenstelling van het centraal bestand bij de referentiebronnen die daarover in het kader van hun activiteiten beschikken.
De in het eerste lid bedoelde referentiebronnen zijn respectievelijk : 1° de vaststellende beambten voor de inhouden bedoeld in artikel D.144, § 1, lid 3, 1°, 2°, 3°, 4°, 5° en 11°; 2° de burgemeesters voor de inhouden bedoeld in artikel D.144, § 1, lid 3, 2°, 3°, 4°, 5° en 11°; 2° de Procureurs des Konings voor de inhouden bedoeld in artikel D.144, § 1, lid 3, 6°, 7° en 8°; 4° de sanctionerende ambtenaren voor de inhouden bedoeld in artikel D.144, § 1, lid 3, 9°, 10° en 11°;
Elke referentiebron maakt de gegevens die ze bezit, aan de Administratie over volgens de technische regels opgenomen in een protocol dat de Administratie samen met de referentiebron ondertekend heeft. § 2. De Regering stelt de minimuminhoud van het protocol bedoeld in § 1 vast en legt de nadere regels vast volgens welke de referentiebronnen de gegevens aan de Administratie verstrekken.
Het protocol bevat minstens de nadere regels betreffende : 1° de volgens de overeengekomen periodiciteit bijgewerkte mededeling van de inhouden bedoeld in artikel D.144, § 1, derde lid; 2° de in acht te nemen bepalingen, met namen in termen van vertrouwelijkheid en inachtneming van Verordening (EG) 2016/79 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG;3° de modaliteiten en procedures voor rechtzetting van de gegevens;4° de verbintenis van de referentiebron om de Administratie de gegevens te verstrekken volgens de procedures en standaarden inzake techniek en informatica. Het protocol bevat de elementen die voor de overgemaakte gegevens de verenigbaarheid waarborgen met de systemen ontwikkeld door de Administratie en de daaraan gekoppelde formaten en technische voorwaarden.
Het protocol wordt gezamenlijk ondertekend door de referentiebron en de Administratie.
TITEL II. - Verschillende interveniënten in het kader van de milieucriminaliteit HOOFDSTUK I. - Vaststellende beambten Afdeling 1. - Gewestelijke vaststellende beambten
Art. D.146. § 1. Onverminderd de taken van de politieambtenaren wijst de Regering de gewestelijke vaststellende beambten aan die belast zijn met het toezicht op de naleving van de bepalingen bedoeld in artikel D.138 en de maatregelen die op grond daarvan zijn genomen, en met het opsporen en vaststellen van overtredingen van deze bepalingen.
De Regering organiseert de opleiding van de in het eerste lid bedoelde vaststellende beambten. Deze opleiding omvat een basisopleiding van minimaal vijftig uur, waarvan de inhoud ten minste als volgt is : 1° de algemene beginselen van het strafrecht;2° de gerechtelijke organisatie;3° de vaststelling van overtredingen en het opmaken van processen-verbaal;4° de grondslagen van de wetgeving inzake leefmilieu, met inbegrip van dit deel van het Wetboek;5° de grondslagen van de wetgeving inzake dierenwelzijn;6° de grondslagen van de wetgeving inzake landbouw;7° het beheer van conflicten. De Regering kan het in het tweede lid bedoelde minimale programma aanvullen met bijkomende cursussen.
Naast de in lid 2 bedoelde basisopleiding voert de Regering volgens de door haar vastgestelde modaliteiten een elektronische drager voor afstandsonderwijs in, waarmee de kennis van de in artikel D.138 bedoelde wetgevingen kan worden verdiept en bijgewerkt. Ze zorgt voor het onderbrengen, de verspreiding, met inbegrip van onlinetoegang en actualisering, ten behoeve van alle vaststellende beambten en sanctionerende ambtenaren.
De Regering bepaalt de modaliteiten volgens welke die opleidingen worden verstrekt.
Op hun verzoek kunnen de bevoegde Procureurs des Konings en vertegenwoordigers van de hoven en rechtbanken worden uitgenodigd om deel te nemen aan de in deze paragraaf bedoelde opleidingen. § 2. De bevoegdheden van gerechtelijke politie kunnen slechts door beëdigde vaststellende beambten uitgeoefend worden. De gewestelijke vaststellende beambten leggen de eed af voor de rechtbank van eerste aanleg van hun administratieve standplaats.
De hoofdgriffier maakt een afschrift van de machtiging en van de akte van eedaflegging over aan zijn collega's van de rechtbanken van eerste aanleg van Wallonië.
In geval van wijziging van hun standplaats zijn de gewestelijke vaststellende beambten niet gehouden tot een nieuwe eedaflegging. § 3. Bovendien kan de Regering, onder de gewestelijke vaststellende beambten, de officieren van gerechtelijke politie die hulpofficier zijn van de procureur des Konings aanwijzen om toezicht te houden op de naleving van de bepalingen bedoeld in artikel D.138. Als officieren van gerechtelijke politie, hulpofficieren van de Procureur des Koning, worden enkel aangewezen, de gewestelijke vaststellende beambten die volgens hun specifieke bevoegdheden verplicht zijn om handelingen te verrichten die deze hoedanigheid vereisen.
De in het eerste lid bedoelde officieren van gerechtelijke politie, hulpofficieren van de Procureur des Konings, leggen de eed af vóór de rechtbank van eerste aanleg van hun administratieve standplaats.
De hoofdgriffier maakt een afschrift van de machtiging en van de akte van eedaflegging over aan zijn collega's van de rechtbanken van eerste aanleg van het ambtsgebied waar de officier zijn functie moet uitoefenen. § 4. De in de §§ 1 tot 3 bedoelde vaststellende beambten werken samen bij de voeding van het in artikel D. 144 bedoelde centraal bestand. § 5. De gewestelijke vaststellende beambten oefenen hun bevoegdheden uit onder voorwaarden die hun onafhankelijkheid en onpartijdigheid waarborgen. Zij beslissen zelfstandig en ontvangen geen andere instructies dan algemene instructies op dit gebied.
De Regering stelt de voorwaarden vast, waarbij de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de gewestelijke vaststellende beambten wordt gewaarborgd. § 6. De Regering bepaalt de overheid die bevoegd is om de beambten aan te wijzen die belast zijn met het toezicht op de naleving van de bepalingen bedoeld in titel V van Deel II van Boek II van het Milieuwetboek dat het Waterwetboek inhoudt, en van de krachtens dit Wetboek genomen bepalingen en met het vaststellen van de overtredingen. Deze beambten voldoen aan de door de Regering vastgestelde voorwaarden.
Art. D. 147. De Administratie beschikt over een wacht- en noodinterventiedienst die alle dagen van het jaar, 24 uur op 24, werkt.
Art. D.148. § 1. De vaststellende beambten kunnen alle nauwkeurige onderzoeken en controles aan deskundigen toevertrouwen, na instemming van de Regering over de toevertrouwde opdrachten.
De deskundigen handelen volgens de instructies van de vaststellende beambten. Ze voeren de controleopdrachten uit op een loyale en correcte wijze met inachtneming van de wets- en verordeningsbepalingen alsook de bijhorende omzendbrieven en instructies. Daartoe leggen ze vóór de uitoefening van hun opdrachten de eed af in de handen van de bevoegde rechtbank van hun administratieve standplaats.
De informatie en vaststellingen ingewonnen door de deskundige in het kader van zijn opdrachten kunnen op elk ogenblijk en in voorkomend geval zonder aanvullende vaststelling worden gebruikt door de vaststellende beambten om met name een proces-verbaal op te maken dat bewijskracht heeft, tenzij het tegendeel is bewezen.
De krachtens het eerste lid toevertrouwde opdrachten mogen geen verband houden met hoofdstuk 8 van het Waalse Dierenwelzijnwetboek. § 2. De Regering : 1° legt de lijst vast van de onderzoeken en controles die aan deskundigen kunnen worden toevertrouwd alsook de overtredingen waarvoor deze deskundigen bevoegd zijn;2° bepaalt de voorwaarden en de procedure betreffende de delegatie van de opdrachten aan de in § 1 bedoelde deskundigen;3° bepaalt de vereiste vaardigheid van de deskundigen, hun rechten en plichten alsook de wijze waarop zij voor hun diensten worden bezoldigd. Voor de uitoefening van de opdrachten van deze deskundigen stelt de Regering een legitimatiekaart vast. Ze bepaalt de modaliteiten voor het gebruik van deze kaart. § 3. De Regering bepaalt de sancties die kunnen worden opgelegd in geval van niet-naleving van de rechten en wettelijke en reglementaire bepalingen, voor de uitvoering waarvan de deskundigen samenwerken. § 4. Dit artikel is niet van toepassing op de technische deskundigen op wie de vaststellende beambten en de sanctionerende ambtenaren een beroep zouden moeten doen in het kader van hun opdrachten bedoeld in de artikelen D.162, eerste lid, 7°, en D.194, § 2, eerste lid, 5°. Afdeling 2. - Gemeentelijke vaststellende beambten
Art. D.149. § 1. Onverminderd de bevoegdheden toegewezen aan de burgemeester en aan de lokale politie, kan de gemeenteraad in het kader van opdrachten met een regionaal karakter vaststellende beambten die lid zijn van de gemeente of van projectverenigingen, aanwijzen overeenkomstig het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie; die beambten zijn belast met het toezicht op de naleving van de bepalingen bedoeld in artikel D.138, en van de krachtens deze bepalingen genomen bepalingen, met uitzondering van die bedoeld in het eerste lid, 1° en 6°, en met de opsporing en vaststelling van de overtredingen.
Deze vaststellende beambten moeten de volgende voorwaarden vervullen : 1° geen strafrechtelijke veroordeling voor een misdaad, wanmisdrijf of overtreding van de eerste of tweede categorie in de zin van dit deel opgelopen hebben;2° beschikken over minstens : a) een getuigschrift van het hoger middelbaar onderwijs;b) een getuigschrift van het lager middelbaar onderwijs en een nuttige ervaring voor de uitoefening van de functie (vijf jaar) in dienst van een gemeente of een intercommunale;3° de vorming waarvan de inhoud, voor elke type vaststellende beambte door de Regering wordt bepaald, met vrucht hebben gevolgd. De bevoegdheden van gerechtelijke politie kunnen slechts door beëdigde gemeentelijke vaststellende beambten uitgeoefend worden. De beambten leggen de eed af voor de rechtbank van eerste aanleg van hun administratieve standplaats. § 2. De gemeentelijke vaststellende beambten zijn belast met het toezicht op de naleving van de bepalingen bedoeld in artikel D.138, met uitzondering van de bepalingen bedoeld in het eerste lid, 1° en 6°, en met de vaststelling van de overtredingen m.b.t. deze bepalingen. Ze worden gemachtigd om die opdrachten op het hele grondgebied van het Waalse Gewest uit te oefenen.
Naast de bevoegdheden bedoeld in het eerste lid kunnen de gemeentelijke vaststellende beambten belast zijn met de vaststelling van de overtredingen bedoeld in artikel D.197, § 3, op het grondgebied van de gemeenten die deel uitmaken van dezelfde politiezone, op voorwaarde dat daartoe een overeenkomst is gesloten tussen de betrokken gemeenten. § 3. De gemeentelijke vaststellende beambten oefenen hun bevoegdheden uit onder voorwaarden die hun onafhankelijkheid en onpartijdigheid waarborgen. Zij beslissen zelfstandig en ontvangen geen andere instructies dan algemene instructies op dit gebied.
De Regering stelt de voorwaarden vast, waarbij de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de gemeentelijke vaststellende beambten wordt gewaarborgd.
Art. D. 150. De gemeente of de projectvereniging die overeenkomstig de bepalingen van deze afdeling een gemeentelijke vaststellende beambte aanwijst, verstrekt de Administratie een bewijs van deze aanstelling.
In voorkomend geval licht ze ook de Administratie in over de beëindiging van de functie van de beambte.
De in artikel D.149 bedoelde vaststellende beambten werken samen bij de voeding van het in artikel D. 144 bedoelde centraal bestand.
Art. D.151. De Regering kent binnen de perken van de beschikbare kredieten een toelage toe indien een gemeente of een projectvereniging daarom verzoekt met het oog op de indienstneming of de handhaving van de indienstneming van een beambte.
De Regering bepaalt de berekeningswijze en het maximumbedrag van de in het eerste lid bedoelde toelage. Ze kan een minimaal en een maximaal bedrag per begunstigde bepalen.
Voor de beambten van wie de aanvraag de handhaving van hun aanstelling betreft, wordt bij de overeenkomstig lid 2 vastgestelde berekeningsmethode rekening gehouden met de doeltreffendheid van de opdrachten van het personeelslid, overeenkomstig de door de Regering vastgestelde criteria. Afdeling 3. - Vaststellende beambten van de instellingen van openbaar
nut Art. D. 152. Wanneer de bescherming van het milieu of het dierenwelzijn verenigbaar is met haar sociaal doel, kan een instelling van openbaar nut of een intercommunale aan de Regering voorstellen om een of meerdere vaststellende beambten aan te wijzen om toe te zien op de naleving van de bepalingen bedoeld in artikel D.138 en de maatregelen die op grond van die bepalingen zijn genomen, met uitzondering van de bepalingen bedoeld in het eerste lid, 1° en 6°, en om overtredingen van die bepalingen op te sporen en vast te stellen.
De Regering bepaalt de modaliteiten voor de overmaking van dit voorstel alsook de aanwijzingsprocedure. In haar beslissing tot aanwijzing bepaalt de Regering : 1° de uitgebreidheid van de bevoegdheden van de aangewezen vaststellende beambte ten opzichte van de in artikel D.138 bedoelde bepalingen rekening houdend met het maatschappelijk doel van de instelling of van de intercommunale; 2° het grondgebied waarop de vaststellende beambte bevoegd is rekening houdend met de uitgebreidheid van de opdrachten van de instelling of van de intercommunale;3° de voorwaarden die de aangewezen vaststellende beambte moet vervullen in het kader van de uitoefening van zijn opdrachten met name om de belangenconflicten te voorkomen. Deze vaststellende beambten voldoen aan de volgende voorwaarden: 1° geen strafrechtelijke veroordeling voor een misdaad, wanmisdrijf of overtreding van de eerste of tweede categorie in de zin van dit deel opgelopen hebben;2° beschikken over minstens : a) een getuigschrift van het hoger middelbaar onderwijs;b) een getuigschrift van het lager middelbaar onderwijs en een nuttige ervaring voor de uitoefening van de functie (vijf jaar) in dienst van een gemeente of een intercommunale;3° een vorming waarvan de inhoud, voor elke type beambte, door de Regering wordt bepaald, met vrucht hebben gevolgd. Deze vaststellende beambten oefenen hun bevoegdheden uit onder voorwaarden die hun onafhankelijkheid en onpartijdigheid waarborgen.
Zij beslissen zelfstandig en ontvangen geen andere instructies dan algemene instructies op dit gebied.
De Regering stelt de voorwaarden vast, waarbij de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de vaststellende beambten wordt gewaarborgd.
Art. D. 153. De instelling van openbaar nut of de intercommunale die overeenkomstig de bepalingen van deze afdeling een vaststellende beambte aanwijst, bezorgt de Administratie een bewijs van deze aanstelling. In voorkomend geval licht ze ook de Administratie in over de beëindiging van de functie van de beambte.
De in artikel D.152 bedoelde vaststellende beambten werken samen bij de voeding van het in artikel D. 144 bedoelde centraal bestand.
Art. D. 154. Binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten kan de Regering een subsidie toekennen wanneer een instelling van openbaar nut of een intercommunale daarom verzoekt voor de indienstneming of handhaving van de indienstneming van een beambte. HOOFDSTUK II. - Bestrijding van de milieucriminaliteit Art. D.155. § 1. De Regering richt binnen haar diensten een gespecialiseerde Onderzoekseenheid voor de bestrijding van milieucriminaliteit, hierna de "gespecialiseerde Onderzoekseenheid" genoemd, op.
Deze gespecialiseerde onderzoekseenheid heeft tot taak om, hetzij proactief, hetzij op verzoek van andere diensten, diepgaande onderzoeken te verrichten om ernstige milieudelicten op te sporen en vast te stellen en om de dagers van die milieudelicten te vervolgen.
In deze context maakt ze gebruik van politietechnieken en richt ze vooral haar acties op : 1° de activiteitensectoren of exploitanten die hermetisch gesloten zijn om het milieurecht te eerbiedigen; 2° de georganiseerde criminele netwerken die actief zijn op de in artikel D.138 bedoelde gebieden.
Wanneer de omstandigheden zulks vereisen, ondersteunt de gespecialiseerde Onderzoekseenheid de andere gewestelijke vaststellende beambten bedoeld in artikel D.146. § 2. Deze gespecialiseerde Onderzoekseenheid bestaat uit gewestelijke vaststellende beambten die de hoedanigheid van krachtens artikel D.146, § 3, aangewezen officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de Procureur des Koning, hebben.
De Eenheid wordt geleid door een beambte die als politiedeskundige wordt geïdentificeerd en de volgende opdrachten heeft : 1° zorgen voor de operationele coördinatie van de opdrachten en acties van de gespecialiseerde Onderzoekseenheid;2° zorgen voor de coördinatie van de betrekkingen tussen de gespecialiseerde Onderzoekseenheid en de andere diensten bevoegd voor of betrokken bij de bestrijding van de milieuovertredingen; 3° zorgen voor de uniformering van de interpretaties van de in artikel D.138 bedoelde bepalingen; 4° de onderzoeksprocedures verbeteren. § 3. Naast de in artikel D.146 bedoelde opleidingen zorgt de Regering voor de specifieke opleiding van de in § 2 bedoelde beambten in verband met hun opdrachten. De Regering bepaalt de inhoud en de modaliteiten volgens welke die opleidingen worden verstrekt. HOOFDSTUK III. - Sanctionerende ambtenaren Afdeling 1. - Gewestelijke sanctionerende ambtenaren
Art. D.156. § 1. De Regering wijst de gewestelijke sanctionerende ambtenaren aan die gemachtigd worden om de administratieve sancties op te leggen.
De vaststellende beambten mogen niet als sanctionerende ambtenaren worden aangewezen.
De Regering bepaalt de kwalificatievoorwaarden waaraan de gewestelijke sanctionerend ambtenaar voldoet en stelt zijn geldelijk statuut vast.
De gewestelijke sanctionerende ambtenaren nemen deel aan de in artikel D.146, § 1, bedoelde opleidingen. De Regering kan deze opleidingen aanvullen met inhouden die voor de sanctionerende ambtenaren specifiek zijn. § 2. De sanctionerende ambtenaren oefenen hun bevoegdheden uit onder voorwaarden die hun onafhankelijkheid en onpartijdigheid waarborgen.
Zij beslissen zelfstandig en ontvangen geen andere instructies dan algemene instructies op dit gebied. Afdeling 2. - Gemeentelijke sanctionerende ambtenaren
Art. D.157. § 1. Wanneer de gemeenteraad in zijn reglementen feiten veroordeelt die aan de basis van overtredingen liggen, wijst hij de volgende personen als gemeentelijk sanctionerend ambtenaar aan : 1° ofwel de directeur-generaal van het gemeentebestuur;2° ofwel een ambtenaar met een niveau waarvoor een universitair diploma van de tweede cyclus of een gelijkwaardig diploma vereist wordt of die beschikt over een gelijkwaardige beroepservaring. Die ambtenaar is geen vaststellende beambte, noch de financieel directeur.
De gemeenteraad kan een door de provincieraad aangewezen provincieambtenaar als gemeentelijke sanctionerend ambtenaar aanwijzen. Die ambtenaar beschikt over een niveau waarvoor een universitair diploma van de tweede cyclus of een gelijkwaardig diploma vereist wordt of over een gelijkwaardige beroepservaring.
De beslissing van de gemeenteraad over de aanwijzing van een gemeentelijke sanctionerend ambtenaar wordt ter informatie aan de Administratie overgemaakt. In voorkomend geval licht de gemeenteraad ook de Administratie in over de beëindiging van de functie van de sanctionerend ambtenaar.
In het geval bedoeld in het derde lid ontvangt de provincie van de betrokken gemeente een vergoeding voor de prestaties van de provincieambtenaar die optreedt als ambtenaar belast met het opleggen van de administratieve geldboetes. Een voorafgaande overeenkomst betreffende het bedrag van die vergoeding en de betalingswijze wordt tussen de gemeenteraad en de provincieraad gesloten.
Meerdere gemeenten kunnen samen beslissen om een statutair of contractueel personeelslid aan te wijzen om de opdrachten van gemeentelijke sanctionerend ambtenaar uit te oefenen. Ze kunnen onderling beslissen over de verdeling van de verschillende kosten die daarmee gepaard gaan. § 2. De beambte die krachtens § 1 als gemeentelijke sanctionerend ambtenaar aangewezen wordt, volgt een opleiding waarvan de inhoud door de Regering wordt bepaald. § 3. De gemeentelijke sanctionerende ambtenaren oefenen hun bevoegdheden uit onder voorwaarden die hun onafhankelijkheid en onpartijdigheid waarborgen. Zij beslissen zelfstandig en ontvangen geen andere instructies dan algemene instructies op dit gebied.
De Regering stelt de voorwaarden vast, waarbij de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de gemeentelijke sanctionerende ambtenaren wordt gewaarborgd.
Art. D.158. Wanneer een instelling van openbaar nut of een intercommunale over krachtens artikel D.152 aangewezen vaststellende beambten beschikt, valt de bevoegdheid tot het instellen van administratieve vervolgingen voor de door deze vaststellende beambten vastgestelde overtredingen onder de bevoegdheid van de overeenkomstig artikel D.156 aangewezen sanctionerende ambtenaren.
TITEL III. - Controles, opsporing van de overtredingen en dwangmaatregelen HOOFDSTUK I. - Controle Art. D.159. § 1. Onverminderd de taken van de politieambtenaren worden de controle van de naleving van de in artikel D.138 bedoelde bepalingen en de vaststelling van de overtredingen door de in de artikelen D.146 tot D.154 bedoelde beambten gewaarborgd.
De vaststellende beambten mogen het optreden van de openbare macht vorderen in de uitoefening van hun opdracht. § 2. Voor de uitoefening van de opdrachten van de vaststellende beambten bedoeld in de artikelen D.146 tot D.154 neemt de Regering een legitimatiekaart aan. Ze bepaalt de modaliteiten voor het gebruik van deze kaart. De Regering kan een uniform bepalen dat, in voorkomend geval, specifiek is voor de hoedanigheid van de vaststellende beambten. HOOFDSTUK II. - Onderzoeksmiddelen Art. D.160. De Regering kan bepalingen betreffende de inspectiemodaliteiten vastleggen voor alle of sommige categorieën van installaties en activiteiten bedoeld in de wetgevingen vermeld in artikel D.138.
Art. D.161. Onverminderd artikel 94 van het Boswetboek kunnen de vaststellende beambten in de uitoefening van hun opdrachten en onverminderd hun voor het overige vastgelegde inspectietaken op elk ogenblik de installaties, lokalen, terreinen en andere plaatsen binnentreden, behalve als het gaat om een woonplaats in de zin van artikel 15 van de Grondwet.
Indien het gaat om een woonplaats in de zin van artikel 15 van de Grondwet, mogen die beambten er binnentreden met de voorafgaande toestemming van de onderzoeksrechter of voor zover hij de uitdrukkelijke voorafgaande toestemming heeft van de persoon die het effectieve genot van de betrokken plaatsen geniet.
Art. D.162. In de uitoefening van hun opdracht kunnen de vaststellende beambten : 1° alle onderzoeken, controles, enquêtes uitvoeren en alle gegevens inwinnen die nuttig geacht worden om zich ervan te vergewissen dat de bepalingen bedoeld in artikel D.138 nageleefd worden en o.a. : a) elke persoon ondervragen over elk feit waarvan de kennisneming nuttig is voor de uitoefening van het toezicht;b) zich ter plaatse elk document, stuk of bewijsstuk laten overleggen of opsporen dat nuttig is voor de uitoefening van hun opdracht, er een fotokopie of een ander afschrift van maken, of tegen ontvangbewijs meenemen;c) de identiteit van elke persoon controleren;2° monsters nemen volgens de door de Regering bepaalde modaliteiten; 3° laten overgaan tot analyses volgens de regels vastgesteld overeenkomstig artikel D.163; 4° ieder voertuig, met inbegrip van de voor het vervoer gebruikte voertuigen aanhouden, en hun lading controleren;5° elke bewarende maatregel nemen met het oog op de overlegging van het bewijs, meer bepaald gedurende een maximumtermijn van tweeënzeventig uur : a) verbieden voorwerpen te verplaatsen of de inrichtingen of installaties verzegelen waar mogelijkerwijs een overtreding werd begaan;b) de vervoermiddelen en andere tuigen die gediend zouden kunnen hebben om een overtreding te begaan aanhouden, tot stilstand brengen of verzegelen; 6° in de aanwezigheid van de betrokkene of van de behoorlijk opgeroepen betrokkene, de toestellen en voorzieningen in overtreding met de bepalingen bedoeld in artikel D.138 uittesten of laten uittesten door erkende personen, laboratoria of openbare en private instellingen; 7° zich door technische deskundigen laten bijstaan;8° administratieve politiemaatregelen nemen om voorwerpen die een overtreding in de zin van deze afdeling kunnen vormen, uit het verkeer te kunnen halen, en dit, ook via een administratieve inbeslagneming; 9° onverminderd artikel D.161, de voorwerpen opsporen tot waar ze naartoe vervoerd werden en er beslag op leggen. 10° de vaartuigen naar de oever laten komen om hun inhoud te controleren;11° overgaan tot vaststellingen door middel van audiovisuele middelen;12° tot metingen overgaan aan de hand van een sonometer;13° de nodige administratieve gegevens raadplegen en een afschrift ervan nemen, zoals de wettelijk voorgeschreven documenten die de bestuurder in zijn bezit moet hebben en in ruimere zin alle documenten die nuttig zijn voor de identificatie van het voertuig, de bestuurder of de persoon op wiens naam het voertuig staat ingeschreven. In geval van monsterneming met het oog op een analyse overeenkomstig het eerste lid, 3°, wordt de overtreder er onmiddellijk op gewezen dat hij de mogelijkheid heeft om een tegenanalyse te laten uitvoeren op zijn kosten. Indien uit het analyseprotocol blijkt dat een overtreding werd begaan, wordt overeenkomstig artikel D.165 een proces-verbaal opgemaakt.
In toepassing van het eerste lid, 8°, bepaalt de Regering de modaliteiten voor de administratieve inbeslagneming, het informeren van de overtreder en het aanduiden van de bestemming van de in beslag genomen voorwerpen, alsook de modaliteiten voor het dekken van de kosten van de inbeslagneming. In het geval van een overtreding zoals bedoeld in artikel D.397, § 1, van het Waalse Landbouwwetboek, heeft de administratieve inbeslagneming betrekking op de voorwerpen, monsters, levensmiddelen of documenten die de overtreding vormen.
Art. D.163. De Regering bepaalt de regels voor de erkenning van de laboratoria die met de officiële analyses belast worden.
De Regering kan modellen van analyseprotocollen vastleggen, analyse- en tegenanalysemethodes bepalen, regels vastleggen voor de verdeling van de analyses onder de laboratoria, alsook voor de financiering van de kostprijs van de analyses en monsternemingen.
Indien de algemene, sectorale, bijzondere of integrale voorwaarden voorzien in regels m.b.t. de analyse- en monsternemingsmethodes of indien de Regering er los daarvan opgelegd heeft, moeten de monsternemingen, analyses en tegenanalyses aan die regels voldoen. HOOFDSTUK III. - Waarschuwing en vaststelling van overtredingen Art. D.164. § 1. In geval van overtreding kunnen de vaststellende beambten een waarschuwing geven aan de vermeende pleger van de overtreding of aan de eigenaar van het goed waarop ze is gepleegd of waarvan de inbreukmakende handeling afkomstig is. Indien een aanpassing mogelijk is, bepaalt de waarschuwing de termijn voor de regularisatie.
De waarschuwing houdt geen vaststelling van de overtreding in de zin van artikel D.165 in.
Als de waarschuwing schriftelijk wordt gericht, wordt ze binnen vijftien dagen schriftelijk bevestigd door de vaststellende beambte.
De waarschuwing bevat een herinnering aan de wetgeving waarop het vastgestelde gedrag betrekking heeft en het feit dat een overtreding vormt. § 2. De vaststellende beambten geven elkaar onverwijld kennis van de waarschuwingen waarvan ze de auteur zijn en maken na afloop van de regularisatietermijn verslag op, wanneer een termijn is vastgesteld.
Art. D.165. § 1. Wanneer niet in een waarschuwing is voorzien of wanneer aan het einde van de in de waarschuwing vastgestelde regularisatieperiode blijkt dat de overtreding niet is geregulariseerd, stellen de vaststellende beambten de overtredingen bij proces-verbaal dat geldt tot bewijs van het tegendeel vast. § 2. De Regering kan een standaardmodel van proces-verbaal dat door de vaststellende beambten gebruikt moet worden, alsook zijn minimale inhoud bepalen.
De processen-verbaal kunnen, overeenkomstig de door de Regering vastgestelde modaliteiten, worden opgesteld in elektronische vorm met elektronische handtekening of door middel van een beveiligde drager, waardoor een handgeschreven handtekening in digitale vorm kan worden gebruikt. § 3. In het proces-verbaal wordt melding gemaakt van de bepaling van de betrokken wetgeving die aan de overtreding ten grondslag ligt, alsmede van de eventuele reglementeringen die dit bepalen.
In geval van vaststelling van een overtreding door een krachtens artikel D.149 aangewezen beambte, of door een ambtenaar van de lokale politie, vermeldt het proces-verbaal, in voorkomend geval, de bepaling van het gemeentelijk reglement dat aan de overtreding ten grondslag ligt.
Art. D.166. § 1. De vaststellende beambte die overeenkomstig artikel D.165 een overtreding heeft vastgesteld, zendt een afschrift van het proces-verbaal bij aangetekend schrijven aan de overtreder. Deze zending wordt verricht : 1° indien het proces-verbaal niet na het verstrijken van de in de waarschuwing genoemde regularisatietermijn is opgesteld : binnen 30 dagen na de afsluiting van het proces-verbaal; 2° indien het proces-verbaal na het verstrijken van de in de waarschuwing krachtens artikel D.164, § 1 vastgelegde regularisatietermijn is opgesteld: binnen 30 dagen na afloop van deze regularisatietermijn.
Na de in het eerste lid bedoelde termijn kan de overtreding niet meer worden vervolgd op grond van de vaststelling uitgevoerd door de vaststellende beambte. § 2. Binnen dezelfde termijn als die bedoeld in paragraaf 1 worden het origineel van dit proces-verbaal en het bewijs van de verzending van de aangetekende brief aan de overtreder toegezonden aan de territoriaal bevoegde Procureur des Konings, tenzij de vastgestelde overtreding een in de zin van artikel D.192 opgenomen gedeclasseerde overtreding vormt.
De procureur des Konings wordt verondersteld het proces-verbaal te hebben ontvangen op de derde werkdag na de in het proces-verbaal vermelde datum van verzending.
Binnen dezelfde termijn zendt de vaststellende beambte, met inbegrip van de politieambtenaar, die de overtreding heeft vastgesteld, een afschrift van dit proces-verbaal aan de sanctionerend ambtenaar die krachtens artikel D.197 bevoegd is voor het opleggen van een eventuele administratieve sanctie. § 3. Om de bevoegde sanctionerend ambtenaar ervan in kennis te stellen dat een informatie of een onderzoek is ingesteld of dat hij het nodig acht de zaak zonder verdere actie af te sluiten, beschikt de Procureur des Konings vanaf het vermoeden van ontvangst van het proces-verbaal over een termijn van : 1° veertig dagen voor overtredingen van de vierde categorie;2° tachtig dagen voor overtredingen van de derde of tweede categorie. De in het eerste lid bedoelde informatie wordt verstrekt via het door de Regering vastgestelde passende formulier.
Vóór de vervaldatum van de in het eerste lid bedoelde termijn mag in principe geen administratieve sanctie opgelegd worden, tenzij de Procureur des Konings vooraf heeft laten weten dat hij geen gevolg zou geven aan de vastgestelde feiten. Na afloop van die termijn kunnen de in het proces-verbaal vermelde feiten slechts administratief gestraft worden. § 4. Wanneer de overtreding betrekking heeft op een overtreding die overeenkomstig artikel D.192 is gedeclasseerd, worden het proces-verbaal en een bewijs van verzending van de aangetekende brief aan de overtreder binnen dezelfde termijn als die welke in lid 1 is genoemd, aan de bevoegde sanctionerend ambtenaar gezonden. In dit verband zullen de in het proces-verbaal vermelde feiten slechts administratief gestraft kunnen worden.
Binnen dezelfde termijn maakt de vaststellende beambte, met inbegrip van de politieambtenaar die de overeenkomstig artikel D.192 gedeclasseerde overtreding heeft vastgesteld, een afschrift van dit proces-verbaal ter informatie aan de territoriaal bevoegde Procureur des Konings over. § 5. Wanneer de vaststelling van de overtreding een overeenkomstig artikel D.192 gedeclasseerde overtreding en een andere overtreding bevat, zijn de paragrafen 2 en 3 van toepassing.
Art. D.167. De vaststellende beambte kan, indien hij dit passend acht, in de opgemaakte processen-verbaal of de erbij gevoegde documenten aan de Procureur des Konings voorstellen dat toepassing gemaakt wordt van de artikelen 216bis en 216ter van het Wetboek van strafvordering. In voorkomend geval vermeldt hij het bedrag van de gemaakte analyse- of expertisekosten.
Art. D. 168. Wanneer de vaststellende beambte, in geval van overtreding begaan vanuit een motorvoertuig of aan de hand van een motorvoertuig, niet de auteur van de feiten maar wel de nummerplaat van het voertuig heeft kunnen identificeren, heeft het proces-verbaal tot vaststelling van de overtreding en bevattende de identificering van de nummerplaat van het voertuig bewijskracht dat de overtreding werd begaan door de persoon op wiens naam het voertuig ingeschreven staat bij de voor de inschrijving verantwoordelijke instantie of bij zijn buitenlandse equivalent. Dat vermoeden kan door elk rechtsmiddel omgekeerd worden, met uitzondering van de eed.
In geval van betwisting van het vermoeden door een rechtspersoon deelt laatstgenoemde de identiteit mede van de bestuurder op het ogenblik van de betrokken feiten of, indien zij die niet kent, de identiteit van de persoon die het voertuig onder zich heeft. HOOFDSTUK IV. - Dwangmaatregelen Art. D.169. § 1. Wanneer een proces-verbaal van een overtreding van de bepalingen bedoeld in artikel D.138 is opgesteld, kan de burgemeester, onverminderd de acties waarin genoemde bepalingen voorzien, op basis van het verslag van de vaststellende beambte : 1° bevel geven tot de volledige of gedeeltelijke opheffing van een exploitatie of een activiteit voor de duur die hij bepaalt;2° de toestellen verzegelen en, desnoods, overgaan tot de onmiddellijke tijdelijke sluiting van de installatie voor de duur die hij bepaalt;3° de voor voornoemde installatie, exploitatie of activiteit verantwoordelijke persoon een interventieplan opleggen of hem verplichten binnen een bepaalde termijn een herstel- of rehabilitatieplan in te dienen en, desgevallend, ten gunste van het Gewest een zekerheid te stellen volgens één van de modaliteiten bedoeld in de wetgeving betreffende de milieuvergunning om het herstel in de oorspronkelijke staat te waarborgen;4° iedere andere nuttige maatregel nemen om een einde te maken aan een dreiging voor het leefmilieu, met inbegrip van de gezondheid van de mens, of voor het dierenwelzijn;5° de voor het dier verantwoordelijke persoon de nodige maatregelen opleggen om het dier te beschermen of zijn welzijn te waarborgen;6° de Administratie inlichten in de zin van artikel 2, 18°, van het
decreet van 1 maart 2018Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
28/12/1964
pub.
18/06/2010
numac
2010000336
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de bestrijding van de luchtverontreiniging
sluiten2 betreffende bodembeheer en bodemsanering;7° namens de houder van de verplichtingen aangewezen krachtens artikel 26 van het
decreet van 1 maart 2018Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
28/12/1964
pub.
18/06/2010
numac
2010000336
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de bestrijding van de luchtverontreiniging
sluiten2 betreffende bodembeheer en bodemsanering, ambtshalve laten voorzien in de uitvoering van de opvolgingsmaatregelen voorgeschreven bij artikel 26, § 1, eerste lid, van datzelfde decreet. De in het eerste lid, 3°, voorgeschreven maatregelen kunnen maatregelen omvatten om de hinder voor de bevolking en het milieu te verzachten en weg te nemen, of maatregelen die een overgangsmaatregel vormen voor de voltooiing van het interventieplan of de invoering van een herstel- of rehabilitatieplan.
De burgemeester stelt de overtreder in kennis van zijn beslissing die hij op grond van lid 1 heeft genomen, hetzij door afgifte tegen ontvangstbewijs, hetzij per aangetekende brief met ontvangstbewijs. De burgemeester zendt tegelijkertijd het afschrift van deze beslissing aan de vaststellende beambte die het verslag heeft opgesteld. § 2. Indien de burgemeester niet optreedt binnen dertig dagen met ingang van de datum van verzending van het verslag bedoeld in paragraaf 1, of als het gevaar zo dreigend is dat de minste vertraging een risico inhoudt voor het leefmilieu, met inbegrip van de gezondheid van de mens, of voor het dierenwelzijn, beschikken de in artikel D.146 bedoelde vaststellende beambten over dezelfde voorrechten als de burgemeester.
Hetzelfde geldt in geval van overtreding van de artikelen D. 135 tot en met D. 163 van het Waalse Landbouwwetboek, die onomkeerbare schade kan veroorzaken, ook al is er geen gevaar voor het milieu, met inbegrip van de menselijke gezondheid.
De vaststellende beambte stelt de overtreder in kennis van zijn beslissing die hij op grond van paragraaf 1 heeft genomen, hetzij door afgifte tegen ontvangstbewijs, hetzij per aangetekende brief met ontvangstbewijs. § 3. De overeenkomstig paragraaf 1, 1° en 2°, genomen maatregelen worden van rechtswege opgeheven zodra de administratieve vergunning die nodig is voor de exploitatie of de activiteit toegekend wordt of zodra de aangifte of de registratie die nodig is voor de exploitatie of de activiteit door de bevoegde overheid ontvankelijk is verklaard. § 4. Wanneer de overtreder verzuimt binnen de vastgelegde termijn een herstel- of rehabilitatieplan in te dienen of er de voorwaarden van niet naleeft, kan de burgemeester of, desgevallend, de Regering of haar afgevaardigde ambtshalve ten koste van de overtreder tot het herstel in de oorspronkelijke staat laten overgaan. § 5. Als de overtreder de opgelegde maatregelen niet binnen de voorgeschreven termijn neemt, kan de Regering of haar afgevaardigde, ambtshalve of op verzoek van de burgemeester, de SPAQuE belasten met de uitvoering van het herstel in de oorspronkelijke staat ambtshalve, waarbij de kosten door de overtreder gedragen worden. § 6. Naast de in de §§ 4 en 5 bedoelde maatregelen kan de Regering of haar afgevaardigde de overtreder verplichten om ten gunste van het Gewest een zekerheid te stellen volgens één van de modaliteiten bedoeld in …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.