📄 Wettekst
20 JULI 2023. - Decreet betreffende de digitalisering en operationalisering van de procedures voor uitzonderlijk zittenblijven die van toepassing zijn tijdens het traject van de leerling in de gemeenschappelijke kern
Het Parlement van de Franse Gemeenschap heeft aangenomen en wij, regering, bekrachtigen hetgeen volgt: HOOFDSTUK 1. - Wijzigingsbepalingen met betrekking tot het tempo waarin de leerling zijn traject in de gemeenschappelijke kern doorloopt Artikel 1.In Boek 2, Titel 3, Hoofdstuk 1 van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs wordt een afdeling 1 ingevoegd met als titel "Over hulp aan de leerling om te slagen, en over de mogelijkheid om een leerling te doen zittenblijven of te laten overgaan", die artikelen 2.3.1-1 tot 2.3.1-9 bevat. Art. 2.In Boek 2, Titel 3, Hoofdstuk 1, afdeling 1 van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs wordt een onderafdeling 1 ingevoegd met als titel "Over hulp aan de leerling om te slagen, en over de evolutieve benadering van moeilijkheden", die artikelen 2.3.1-1 tot 2.3.1-4 bevat. Art. 3.In artikel 2.3.1-2, lid 1 van hetzelfde Wetboek worden de woorden "omschreven in zijn doelstellingenovereenkomst" vervangen door de woorden "overeenkomstig de procedures bedoeld in artikelen 2.2.3-1 en 2.2.3-2". Art. 4.Aan artikel 2.3.1-4 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de woorden "overeenkomstig de behoeften van elke leerling" worden toegevoegd aan paragraaf 1; 2° artikel 2.3.1-4 wordt aangevuld met een als volgt opgestelde paragraaf 3: " § 3. De specifieke complementaire instrumenten voor differentiatie en persoonlijke begeleiding bedoeld in artikel 2.3.1-3 worden uiterlijk op de laatste dinsdag van het schooljaar geëvalueerd door het pedagogisch team, dat op basis van het advies van het PMS-centrum de nodige aanpassingen doet voor het volgende schooljaar.
De ouders van de betrokken leerlingen worden betrokken bij de evaluatie en in voorkomend geval de aanpassingen bedoeld in lid 1.
De evaluatie en in voorkomend geval de aanpassingen bedoeld in lid 1 worden vermeld in het DAccE (leerlingenbegeleidingsdossier) van de leerling. " Art. 5.In Boek 2, Titel 3, Hoofdstuk 1, afdeling 1 van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs wordt een onderafdeling 2 ingevoegd met als titel "Over de mogelijkheid om een leerling te doen zittenblijven", die artikelen 2.3.1-5 tot 2.3.1-7 bevat. Art. 6.In artikel 2.3.1-7 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in lid 1 worden de woorden "een specifiek instrument" vervangen door de woorden "specifieke complementaire instrumenten";2° in lid 2 worden de woorden "Dit specifieke instrument wordt uitgewerkt" vervangen door de woorden "Deze specifieke complementaire instrumenten worden uitgewerkt";3° in lid 2, 2° worden de woorden "van het specifieke complementaire instrument" vervangen door de woorden "van de specifieke complementaire instrumenten voor differentiatie en persoonlijke begeleiding";4° in lid 3 worden de woorden "Dit specifieke instrument kan" vervangen door de woorden "Deze specifieke complementaire instrumenten kunnen"; 5° artikel 2.3.1-7 wordt aangevuld met een als volgt opgesteld lid: "Deze specifieke complementaire instrumenten worden uiterlijk de vrijdag volgend op de herfstvakantie (Allerheiligen) vermeld in het DAccE van de betrokken leerling. De evaluatie en in voorkomend geval de aanpassingen die zijn aangebracht aan de specifieke complementaire instrumenten, worden uiterlijk de vrijdag na de ontspanningsvakantie (carnaval) en de laatste dinsdag van het schooljaar in het DAccE van de betrokken leerling ingevoerd. " Art. 7.In Boek 2, Titel 3, Hoofdstuk 1, afdeling 1 van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs wordt een onderafdeling 3 ingevoegd met als titel "Over de mogelijkheid om een leerling te laten overgaan", die artikel 2.3.1-8 bevat. Art. 8.Artikel 2.3.1-8 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen door hetgeen volgt: "Artikel 2.3.1-8. Op verzoek van de ouders en na een gemotiveerd advies van het pedagogisch team kunnen leerlingen bij wijze uitzondering tot het volgende jaar worden toegelaten. De inrichtende macht vraagt vooraf advies aan het PMS-centrum. " Art. 9.In Boek 2, Titel 3, Hoofdstuk 1, afdeling 1 van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs wordt een onderafdeling 4 ingevoegd met als titel "Over het instrument voor het identificeren en verspreiden van pedagogische praktijken die gedifferentieerd leren, het slagen van leerlingen en hun integratie in de schoolomgeving bevorderen", die artikel 2.3.1-9 bevat. HOOFDSTUK 2. - Wijzigingsbepalingen met betrekking tot de specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs Art. 10.Artikel 2.3.1-5 van het Wetboek voor het basis- en secundair onderwijs wordt vervangen door hetgeen volgt: "Artikel 2.3.1-5. § 1. In het kleuteronderwijs kan de beslissing om een kind het derde jaar te laten overdoen, alleen bij wijze van uitzondering worden genomen. Deze beslissing kan alleen worden genomen als aan de volgende cumulatieve voorwaarden is voldaan: 1° de leermoeilijkheden van de leerling blijven aanhouden ondanks de ondersteuning die wordt geboden in het kader van een evolutieve benadering van de moeilijkheden, overeenkomstig artikelen 2.3.1-3 en 2.3.1-4; 2° de ondersteuning die tijdens het volgende schooljaar moet worden geboden om de leerling in staat te stellen aanhoudende leermoeilijkheden te overwinnen, kan alleen in het kleuteronderwijs worden geboden; 3° de aanhoudende leermoeilijkheden van de leerling houden verband met zijn medische, paramedische of psychomedische situatie, die wordt aangetoond overeenkomstig artikel 2.3.1-11, § 2.
De specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs wordt geïnitieerd door de ouders en verloopt via het DAccE van de betrokken leerling volgens de voorwaarden in afdeling 2. Deze procedure maakt deel uit van een evolutieve benadering van de leermoeilijkheden van de leerling. § 2. Ingeval wordt beslist tot zittenblijven, is de inschrijving van de leerling in het derde jaar van het kleuteronderwijs verplicht.
Vanaf het begin van het schooljaar waarin de leerling blijft zitten, zorgt het pedagogisch team dat verantwoordelijk is voor de leerling die blijft zitten, voor de invoering en aanpassing van specifieke complementaire instrumenten voor differentiatie en persoonlijke begeleiding om de leerling in staat te stellen zijn aanhoudende leermoeilijkheden te overwinnen.
Deze specifieke complementaire instrumenten worden uiterlijk de vrijdag volgend op de herfstvakantie (Allerheiligen) vermeld in het DAccE van de betrokken leerling. De evaluatie en in voorkomend geval de aanpassingen die zijn aangebracht aan de specifieke complementaire instrumenten, worden uiterlijk de vrijdag na de ontspanningsvakantie (carnaval) en de laatste dinsdag van het schooljaar in het DAccE van de betrokken leerling ingevoerd. " Art. 11.In Boek II, Titel III, Hoofdstuk 1 van hetzelfde wetboek wordt een nieuwe afdeling 2 ingevoegd met als titel "Over de specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs", die als volgt luidt: "Afdeling 2. - Over de specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs Onderafdeling 1. - Definities Art. 2.3.1-10. Voor de toepassing van deze afdeling gelden de volgende definities: 1° DAccE-computertoepassing: de DAccE-computertoepassing bedoeld in artikel 1.10.2-2, § 8; 2° beknopte balans: de beknopte balans bedoeld in artikel 1.10.1-1, 3; 3° Kamer van beroep: de kamer van beroep bedoeld in artikel 2.3.1-18; 4° beslissing van de Algemene Inspectiedienst: de beslissing bedoeld in artikel 2.3.1-13; 5° beslissing van de Kamer van beroep: de beslissing bedoeld in artikel 2.3.1-16; 6° werkdagen: maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag, met uitzondering van dagen die op feestdagen vallen; 7° tabblad met betrekking tot de indiening van een verzoek tot zittenblijven: het tabblad bedoeld in artikel 2.3.1-20, § 2; 8° tabblad met betrekking tot het advies van de school: het tabblad bedoeld in artikel 2.3.1-20, § 3; 9° tabblad met betrekking tot het advies van het PMS-centrum: het tabblad bedoeld in artikel 2.3.1-20, § 4; 10° tabblad met betrekking tot de beslissing van de Algemene Inspectiedienst: het tabblad bedoeld in artikel 2.3.1-20, § 5; 11° tabblad met betrekking tot het advies van de ouders: het tabblad bedoeld in artikel 2.3.1-20, § 6; 12° tabblad met betrekking tot de beslissing van de Kamer van beroep: het tabblad bedoeld in artikel 2.3.1-20, § 7; 13° tabblad met betrekking tot de levenscyclus van de procedure: het tabblad bedoeld in artikel 2.3.1-20, § 8; 14° tabblad met betrekking tot de geschiedenis van de specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs: het tabblad bedoeld in artikel 1.10.2-2, § 6, lid 2, 1°, a); 15° gebruikersprofiel "schooldirectie": het gebruikersprofiel bedoeld in artikel 2.3.1-22, § 2; 16° gebruikersprofiel "PMS-centrumdirectie": het gebruikersprofiel bedoeld in artikel 2.3.1-22, § 3; 17° gebruikersprofiel "lid van het pedagogisch team": het gebruikersprofiel bedoeld in artikel 2.3.1-22, § 4; 18° gebruikersprofiel "lid van het onderwijsteam": het gebruikersprofiel bedoeld in artikel 2.3.1-22, § 5; 19° gebruikersprofiel "lid van het technisch personeel van het PMS-centrum": het gebruikersprofiel bedoeld in artikel 2.3.1-22, § 6; 20° gebruikersprofiel "inrichtende macht van de school": het gebruikersprofiel bedoeld in artikel 2.3.1-22, § 7; 21° gebruikersprofiel "inrichtende macht van het PMS-centrum": het gebruikersprofiel bedoeld in artikel 2.3.1-22, § 8; 22° gebruikersprofiel "ouders of meerderjarige leerling": het gebruikersprofiel bedoeld in artikel 2.3.1-22, § 9; 23° gebruikersprofiel "Algemene Inspectiedienst": het gebruikersprofiel bedoeld in artikel 2.3.1-22, § 10; 24° gebruikersprofiel "voorzitter van de Kamer van beroep": het gebruikersprofiel bedoeld in artikel 2.3.1-22, § 11; 25° gebruikersprofiel "lid van de Kamer van beroep": het gebruikersprofiel bedoeld in artikel 2.3.1-22, § 12; 26° gebruikersprofiel "secretaris van de Kamer van beroep": het gebruikersprofiel bedoeld in artikel 2.3.1-22, § 13; 27° onderdeel "specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs": het onderdeel bedoeld in artikel 1.10.2-2, § 6, lid 2, 2°.
Onderafdeling 2. - Over de beslissing om een leerling bij wijze van uitzondering het derde jaar van het kleuteronderwijs te laten overdoen Art. 2.3.1-11. § 1 Ouders dienen het verzoek tot uitzonderlijk zittenblijven van hun kind in het derde jaar van het kleuteronderwijs in tussen de vrijdag van de derde week volgend op de ontspanningsvakantie (carnaval) en de vrijdag van de vijfde week volgend op de ontspanningsvakantie (carnaval), via het tabblad met betrekking tot het indienen van een verzoek tot zittenblijven.
In afwijking van lid 1 kunnen ouders op basis van de door hen verstrekte informatie de directeur van de school of het PMS-centrum vragen om het verzoek tot uitzonderlijk zittenblijven van hun kind in het derde jaar van het kleuteronderwijs in te dienen in het onderdeel "specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs". De regering stelt de voorwaarden vast voor de indiening van het verzoek tot zittenblijven door de directeur van de school of het PMS-centrum en het model van het document waarin het verzoek tot indiening van het verzoek tot zittenblijven door de directeur van de school of het PMS-centrum wordt geformaliseerd.
Zodra het verzoek tot zittenblijven binnen de in lid 1 bedoelde periode is ingediend, hebben gebruikers van het DAccE met een gebruikersprofiel "ouders of meerderjarige leerling", "schooldirecteur" en "PMS-centrumdirecteur" geen schrijftoegang meer tot het tabblad bedoeld in lid 1. § 2. Op straffe van onontvankelijkheid van het verzoek leggen de ouders een attest voor dat minder dan zes maanden geleden is opgesteld door een specialist op medisch, paramedisch of psychomedisch gebied, of door een multidisciplinair medisch team. De regering legt een lijst vast van de beroepen die zijn gemachtigd om het genoemde attest op te stellen, en bepaalt de voorwaarden voor de conformiteit van deze documenten. § 3. Bij het indienen van het verzoek kunnen ouders een adres opgeven als ze per post een kopie willen ontvangen van de beslissing van de Algemene Inspectiedienst en in voorkomend geval de beslissing van de Kamer van beroep, waarvan kennisgeving wordt gedaan in het DAccE. Anders wordt de beslissing enkel meegedeeld via het DAccE van de betrokken leerling. § 4. Ouders kunnen de gegevens in het onderdeel "specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs" raadplegen met behulp van de DAccE-computertoepassing.
Ouders kunnen de in lid 1 bedoelde gegevens op school of in het PMS-centrum raadplegen volgens de door de regering vastgestelde voorwaarden.
Ze kunnen ook een kopie van de in lid 1 bedoelde gegevens krijgen door een schriftelijk verzoek in te dienen bij de directeur van de school of het PMS-centrum. De regering stelt het verplichte model voor kopieën van de in lid 1 bedoelde gegevens en een model voor verzoeken om die kopieën vast. § 5. Zodra het verzoek van de ouders is ingediend, ontvangen de directeur van de school die en de directeur van het PMS-centrum dat verantwoordelijk is voor de leerling en de ouders, een kennisgeving die automatisch wordt gegenereerd door de DAccE-computertoepassing.
De directeur van de school die en de directeur van het PMS-centrum dat verantwoordelijk is voor de leerling, kunnen het verzoek raadplegen dat door de ouders is ingediend via het onderdeel "specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar", en kunnen dan de adviezen geven bedoeld in artikel 2.3.1-12. § 6. Tussen het moment waarop het verzoek tot zittenblijven wordt ingediend en de laatste vrijdag vóór de voorjaarsvakantie (Pasen) kunnen ouders afzien van hun verzoek tot uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs.
In afwijking van lid 1 kunnen ouders de directeur van de school of van het PMS-centrum vragen om ervan af te zien. De regering stelt de voorwaarden voor het indienen van het verzoek en het model van het verzoek tot afstand vast. In dit geval dienen ouders hun verzoek tot afstand uiterlijk de laatste woensdag vóór de voorjaarsvakantie (Pasen) in, zodat de directeur van de school of van het PMS-centrum kan overgaan tot het afzien van het verzoek tot zittenblijven tegen de laatste vrijdag vóór de voorjaarsvakantie (Pasen).
Ingeval het de ouders zijn die ervan afzien, ontvangen de directeur van de school die en de directeur van het PMS-centrum dat verantwoordelijk is voor de leerling en de ouders, een kennisgeving die automatisch wordt gegenereerd door de DAccE-computertoepassing. De school en het PMS-centrum verstrekken de in artikel 2.3.1-12 bedoelde adviezen niet als ze nog niet zijn uitgebracht.
Ingeval er van het verzoek tot zittenblijven wordt afgezien, wordt de specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs binnen de 10 schoolwerkdagen afgesloten.
Het onderdeel "specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs" wordt op die dag afgesloten en is niet langer toegankelijk voor de gebruikers. Het tabblad met betrekking tot de geschiedenis van de specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs is niet geopend.
Art. 2.3.1-12. § 1. Onder de verantwoordelijkheid van de inrichtende macht van de school en na afloop van een bespreking onder collega's onder leiding van het onderwijsteam van de school, verstrekt de directeur namens de school een advies over het volgen van een aanvullend jaar in het derde jaar van het kleuteronderwijs via het tabblad met betrekking tot het advies van de school.
Dit advies is met name gebaseerd op de beknopte balansen die zijn opgesteld tijdens het schooljaar waarin het verzoek tot zittenblijven is ingediend, en geeft een gedetailleerd overzicht van de niet-verworven kennis en competenties, de manieren waarop de ondersteunende instrumenten zijn aangewend, en de mate waarin ze efficiënt waren. Als het onderwijsteam van de school voorstander is van het verzoek tot zittenblijven, worden in het advies de precieze en concrete doelstellingen vermeld die tegen het einde van het aanvullende jaar moeten zijn bereikt. Daarnaast worden ook de nieuwe acties en de voorwaarden voor de acties vermeld waarvan het onderwijsteam van mening is dat ze noodzakelijk zijn in het kader van de specifieke complementaire instrumenten voor differentiatie en persoonlijke begeleiding die tijdens het aanvullende jaar worden ingezet.
Wanneer er geen beknopte balansen zijn opgesteld tijdens het schooljaar waarin het verzoek tot zittenblijven wordt ingediend, moet in het advies het volgende worden gespecificeerd: 1° of er moeilijkheden werden vastgesteld en welke pedagogische acties er werden ondernomen/voortgezet door het onderwijsteam van de school, in voorkomend geval in samenwerking met het multidisciplinair team van het PMS-centrum, om de leerling in staat te stellen deze moeilijkheden te overwinnen;2° in voorkomend geval de acties die ouders ondernemen om het leerproces van hun kind te ondersteunen.De toestemming van de ouders wordt verkregen volgens dezelfde voorwaarden als de voorwaarden die zijn vastgelegd ingevolge artikel 1.10.2-2, § 5, lid 4; 3° of uitzonderlijke omstandigheden in verband met de situatie van de leerling het onderwijsteam hebben verhinderd om beknopte balansen op te stellen tijdens het schooljaar waarin het verzoek tot zittenblijven wordt ingediend. Voor elke klas of elke leerling wijst de directeur een persoon aan met het gebruikersprofiel "schooldirectie" of "lid van het pedagogisch team" om het advies van de school in te voeren. Alleen de persoon met een gebruikersprofiel "schooldirectie" kan het advies valideren.
Het advies van de school moet uiterlijk de vrijdag van de week vóór de voorjaarsvakantie (Pasen) worden ingediend.
Na afloop van de in lid 5 bedoelde periode hebben gebruikers van het DAccE met een gebruikersprofiel "schooldirectie" of "lid van het pedagogisch team" geen schrijftoegang meer tot het tabblad bedoeld in lid 1. § 2. Onder de verantwoordelijkheid van de inrichtende macht van het PMS-centrum en na afloop van een bespreking onder collega's onder leiding van het multidisciplinair team van het PMS-centrum, verstrekt de directeur namens het PMS-centrum een advies over het volgen van een aanvullend jaar in het derde jaar van het kleuteronderwijs via het tabblad met betrekking tot het advies van het PMS-centrum.
Dit gedetailleerde advies is in voorkomend geval gebaseerd op de middelen die door het multidisciplinair team van het PMS-centrum zijn ingezet, en op de bijbehorende resultaten.
Het door het bevoegde PMS-centrum uit te brengen advies moet worden verstrekt door het centrum dat de school bedient waar de leerling schoolliep in het schooljaar voorafgaand aan dat waarvoor het advies is vereist.
Het PMS-centrum moet zijn advies motiveren. Als het PMS-centrum de betrokken leerling niet heeft begeleid, wordt het advies opgesteld rekening houdend met deze afwezigheid van zorg. Bovendien moet een samenvatting van de bevindingen van het team expliciet worden opgenomen in het individuele dossier van de leerling dat binnen het PMS-centrum wordt opgesteld, zoals bepaald in artikel 6 van het organiek koninklijk besluit van 13 augustus 1962 tot regeling van de psycho-medisch-sociale centra.
Voor elke leerling wijst de directeur een persoon aan die verantwoordelijk is voor de invoering van het advies van het PMS-centrum. De aangewezen persoon moet een gebruikersprofiel "PMS-centrumdirectie" of "lid van het technisch personeel van het PMS-centrum" hebben. Alleen de persoon met een gebruikersprofiel "PMS-centrumdirectie" kan het advies valideren.
Het advies van het PMS-centrum moet uiterlijk de vrijdag vóór de voorjaarsvakantie (Pasen) worden ingediend.
Na afloop van de in lid 6 bedoelde periode hebben gebruikers van het DAccE met een gebruikersprofiel "PMS-centrumdirectie" of "lid van het technisch personeel van het PMS-centrum" geen schrijftoegang meer tot het tabblad bedoeld in lid 1. § 3. Zodra het advies van de school bedoeld in paragraaf 1 en het advies van het PMS-centrum bedoeld in lid 2 zijn verstrekt, ontvangen de ouders telkens een kennisgeving die automatisch wordt gegenereerd door de DAccE-computertoepassing.
Op basis van de twee adviezen kunnen de ouders het verzoek tot uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs bevestigen of ervan afzien overeenkomstig artikel 2.3.1-11, § 6. Na bevestiging ontvangt de coördinerend inspecteur-generaal van de Algemene Inspectiedienst een kennisgeving die automatisch wordt gegenereerd door de DAccE-computertoepassing, en waarin de ontvangst van het dossier wordt gemeld.
Als er geen standpunt wordt ingenomen, wordt het verzoek automatisch doorgestuurd naar de Algemene Inspectiedienst op de zaterdag van de week vóór de voorjaarsvakantie (Pasen). De coördinerend inspecteur-generaal van de Algemene Inspectiedienst ontvangt een kennisgeving die automatisch wordt gegenereerd door de DAccE-computertoepassing, en waarin de ontvangst wordt gemeld van de verschillende dossiers met betrekking tot een verzoek tot uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs.
Art. 2.3.1-13. § 1. De coördinerend inspecteur-generaal wijst voor elk dossier een inspecteur aan van de Dienst Onderwijsinspectie van het pedagogisch continuüm bedoeld in artikel 3, lid 3, 1° van het
decreet van 10 januari 2019Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
10/01/2019
pub.
26/02/2019
numac
2019040370
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet betreffende de algemene inspectiedienst
sluiten betreffende de Algemene Inspectiedienst. Hiervoor kan hij de ingediende dossiers raadplegen. Hij wijst een inspecteur aan die normaal gesproken niet op de betrokken school werkt. § 2. De overeenkomstig paragraaf 1 aangewezen inspecteur gaat na of aan de in artikel 2.3.1-5, § 1 bedoelde voorwaarden voor zittenblijven wordt voldaan, en evalueert of de aanhoudende leermoeilijkheden en de medische, paramedische of psychomedische situatie van de betrokken leerling van dien aard zijn dat ze het zittenblijven van de leerling in het derde jaar van het kleuteronderwijs verantwoorden, met name met betrekking tot de kennis, de knowhow en de competenties die de leerling heeft verworven en de verwachtingen die zijn vastgelegd in het referentiesysteem van initiële competenties, zoals vastgesteld in het
decreet van 9 juli 2020Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
09/07/2020
pub.
22/07/2020
numac
2020042348
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet tot bevestiging van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 23 januari 2020 tot vaststelling van het referentiesysteem van de initiële competenties en tot voorziening van een afwijkingsprocedure van het referentiesysteem van de initiële competenties overeenkomstig artikel 1.4.4-1, § 1, van het wetboek voor het basis- en secundair onderwijs
type
decreet
prom.
09/07/2020
pub.
26/10/2022
numac
2022042380
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet tot bekrachtiging van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 23 januari 2020 tot vaststelling van het referentiesysteem van de initiële competenties en tot voorziening van een afwijkingsprocedure van het referentiesysteem van de initiële competenties overeenkomstig artikel 1.4.4-1, § 1, van het wetboek voor het basis- en secundair onderwijs. -Erratum
sluiten houdende bekrachtiging van het besluit van de regering van de Franse Gemeenschap van 23 januari 2020 tot vaststelling van het referentiesysteem van initiële competenties.
Daartoe raadpleegt de aangewezen inspecteur het (de) dossier(s) waarvoor hij is aangewezen via het onderdeel "specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs" en neemt hij de beslissing van de Algemene Inspectiedienst op basis van het volledige dossier dat hem ter beschikking wordt gesteld, namelijk: 1° de informatie in het verzoek van de ouders bedoeld in artikel 2.3.1-11; 2° het advies van de school dat werd gegeven overeenkomstig artikel 2.3.1-12, § 1; 3° het advies van het PMS-centrum dat werd gegeven overeenkomstig artikel 2.3.1-12, § 2.
Indien nodig kan de aangewezen inspecteur de school en de ouders om aanvullende documenten vragen. Het kan de ouders ook horen. § 3. De beslissing van de Algemene Inspectiedienst om het volgen van een aanvullend jaar in het derde jaar van het kleuteronderwijs door de betrokken leerling toe te staan of te weigeren, wordt genomen op de vrijdag van de tweede week na de voorjaarsvakantie (Pasen). Als de beslissing op deze dag niet is genomen, wordt het uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs geacht te zijn toegekend.
Deze beslissing wordt meegedeeld via het tabblad met betrekking tot de beslissing van de Algemene Inspectiedienst. § 4. Na afloop van de in paragraaf 3, lid 1 bedoelde periode ontvangen de ouders, de directeur van de school en de directeur van het PMS-centrum een kennisgeving die automatisch wordt gegenereerd door de DAccE-computertoepassing. Na afloop van deze periode kunnen ze de beslissing van de Algemene Inspectiedienst raadplegen.
Na afloop van de in paragraaf 3, lid 1 bedoelde periode hebben gebruikers met het gebruikersprofiel "Algemene Inspectiedienst" geen schrijftoegang meer tot de rubriek met betrekking tot de beslissing van de Algemene Inspectiedienst.
Indien de ouders bij het indienen van het verzoek een postadres hebben opgegeven, sturen de regeringsdiensten die instaan voor het secretariaat van de Algemene Inspectiedienst in het kader van de in dit artikel bedoelde opdracht, hen binnen de twee werkdagen na de beslissing van de Algemene Inspectiedienst per aangetekende brief een kopie van de beslissing van de Algemene Inspectiedienst.
Art. 2.3.1-14. In geval van een beslissing waarbij het volgen van een aanvullend jaar in het derde jaar van het kleuteronderwijs wordt geweigerd, kunnen ouders tegen deze beslissing beroep instellen bij de Kamer van beroep via het tabblad met betrekking tot het beroep van ouders.
Op straffe van onontvankelijkheid stellen ouders hun beroep binnen de tien werkdagen na ontvangst van de beslissing van de Algemene Inspectiedienst in.
Het beroep moet een nauwkeurige motivering bevatten met de redenen waarom de ouders de in lid 1 bedoelde beslissing aanvechten. Ouders voegen alle stukken toe die ze nuttig achten voor hun beroep.
Op basis van de door hen verstrekte informatie kunnen ouders de directeur van de school of het PMS-centrum ook vragen om hun beroep in te stellen in het onderdeel "specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs". De regering stelt de voorwaarden vast voor de instelling van het beroep door de directeur van de school of het PMS-centrum en het model van het document waarin het verzoek tot instelling van beroep door de directeur van de school of het PMS-centrum wordt geformaliseerd.
Zodra een beroep is ingesteld, ontvangen de voorzitter, de leden en de secretaris van de Kamer van beroep een kennisgeving die automatisch wordt gegenereerd door de DAccE-computertoepassing, en waarin de ontvangst van het dossier wordt gemeld. De ouders, de directeur van de school en de directeur van het PMS-centrum ontvangen een kennisgeving die automatisch wordt gegenereerd door de DAccE-computertoepassing.
Zodra het beroep binnen de in lid 2 bedoelde periode is ingesteld, hebben gebruikers van het DAccE met een gebruikersprofiel "ouders of meerderjarige leerling", "schooldirecteur" en "PMS-centrumdirecteur" geen schrijftoegang meer tot het tabblad bedoeld in lid 1.
Art. 2.3.1-15. De specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs wordt afgesloten vanaf de laatste dag van het schooljaar als de zaak niet aanhangig is gemaakt bij de Kamer van beroep.
Het onderdeel "specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs" wordt op die dag afgesloten en is niet langer toegankelijk voor de gebruikers. Het tabblad met betrekking tot de geschiedenis van de specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs wordt geopend op het moment dat het onderdeel "specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs" wordt gesloten.
Onderafdeling 3. - Over het onderzoek door de Kamer van beroep van beroepen tegen beslissingen tot weigering van zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs Art. 2.3.1-16. § 1. De Kamer van beroep gaat na of aan de in artikel 2.3.1-5, § 1 bedoelde voorwaarden voor zittenblijven wordt voldaan, en evalueert of de aanhoudende leermoeilijkheden en de medische, paramedische of psychomedische situatie van de betrokken leerling van dien aard zijn dat ze het zittenblijven van de leerling in het derde jaar van het kleuteronderwijs verantwoorden, met name met betrekking tot de kennis, de knowhow en de competenties die de leerling heeft verworven en de verwachtingen die zijn vastgelegd in het referentiesysteem van initiële competenties, zoals vastgesteld in het
decreet van 9 juli 2020Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
09/07/2020
pub.
22/07/2020
numac
2020042348
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet tot bevestiging van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 23 januari 2020 tot vaststelling van het referentiesysteem van de initiële competenties en tot voorziening van een afwijkingsprocedure van het referentiesysteem van de initiële competenties overeenkomstig artikel 1.4.4-1, § 1, van het wetboek voor het basis- en secundair onderwijs
type
decreet
prom.
09/07/2020
pub.
26/10/2022
numac
2022042380
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet tot bekrachtiging van het besluit van de Regering van de Franse Gemeenschap van 23 januari 2020 tot vaststelling van het referentiesysteem van de initiële competenties en tot voorziening van een afwijkingsprocedure van het referentiesysteem van de initiële competenties overeenkomstig artikel 1.4.4-1, § 1, van het wetboek voor het basis- en secundair onderwijs. -Erratum
sluiten houdende bekrachtiging van het besluit van de regering van de Franse Gemeenschap van 23 januari 2020 tot vaststelling van het referentiesysteem van initiële competenties.
Daartoe baseert de Kamer van beroep zich op het volledige dossier dat haar ter beschikking wordt gesteld, namelijk: 1° de informatie in het verzoek van de ouders bedoeld in artikel 2.3.1-11; 2° het advies van de school dat werd gegeven overeenkomstig artikel 2.3.1-12, § 1; 3° het advies van het PMS-centrum dat werd gegeven overeenkomstig artikel 2.3.1-12, § 2; 4° de beslissing van de Algemene Inspectiedienst bedoeld in artikel 2.3.1-13; 5° het beroep ingesteld door de ouders overeenkomstig artikel 2.3.1-14.
In het kader van haar onderzoek kan de Kamer van beroep om aanvullende documenten en verhoren van personen vragen. § 2. De beslissing van de Kamer van beroep om het volgen van een aanvullend jaar in het derde jaar van het kleuteronderwijs door de betrokken leerling toe te staan of te weigeren, wordt genomen op de vrijdag vóór de laatste week van het schooljaar, via het tabblad met betrekking tot de beslissing van de Kamer van beroep. Als de beslissing op deze dag niet is genomen, wordt het uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs geacht te zijn toegekend.
De persoon die de in lid 1 bedoelde beslissing invoert, moet een gebruikersprofiel "voorzitter van de Kamer van beroep" of "secretaris van de Kamer van beroep" hebben. Alleen de persoon met een gebruikersprofiel "voorzitter van de Kamer van beroep" kan de beslissing valideren.
Na afloop van de in lid 1 bedoelde periode ontvangen de ouders, de directeur van de school en de directeur van het PMS-centrum een kennisgeving die automatisch wordt gegenereerd door de DAccE-computertoepassing. Als de ouders bij het indienen van het verzoek een postadres hebben opgegeven, wordt hen binnen de twee werkdagen na de beslissing van de Kamer van beroep per aangetekende brief een kopie van de beslissing toegestuurd.
Na afloop van de in lid 1 bedoelde periode hebben gebruikers met het gebruikersprofiel "voorzitter van de Kamer van beroep" of "secretaris van de Kamer van beroep" geen schrijftoegang meer tot het tabblad met betrekking tot de beslissing van de Kamer van beroep.
Art. 2.3.1-17. Als de zaak aanhangig is gemaakt bij de Kamer van beroep, wordt de specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs afgesloten vanaf de laatste dag van het schooljaar.
Het onderdeel "specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs" wordt op die dag afgesloten en is niet langer toegankelijk voor de gebruikers. Het tabblad met betrekking tot de geschiedenis van de specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs wordt geopend op het moment dat het onderdeel "specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs" wordt gesloten.
Art. 2.3.1-18. § 1. Er is een netoverschrijdende Kamer van beroep opgericht om beroepen te onderzoeken tegen beslissingen waarbij het volgen van een aanvullend jaar in het derde jaar van het kleuteronderwijs wordt geweigerd. § 2. De Kamer van beroep is als volgt samengesteld: 1° een inspecteur van de Algemene Dienst Onderwijsinspectie van het pedagogisch continuüm, die er de voorzitter van is;2° drie leerkrachten uit het gewoon kleuteronderwijs;3° drie directeurs van wie de school gewoon kleuteronderwijs organiseert;4° een lid dat het buitengewoon onderwijs vertegenwoordigt;5° een lid dat het gewoon basisonderwijs vertegenwoordigt;6° een lid dat de psycho-medisch-sociale centra vertegenwoordigt; 7° twee leden aangewezen door de oudervertegenwoordigingsorganisaties en ouderverenigingen bedoeld in artikel 1.6.6-1.
Voor elk gewoon lid wordt een plaatsvervangend lid aangewezen.
Het lid bedoeld in lid 1, 1° en zijn plaatsvervanger worden voorgedragen door de Coördinerend inspecteur-generaal.
De leden bedoeld in lid 1, 2° tot 6° en hun plaatsvervangers worden aangewezen op gezamenlijke voordracht van Wallonie-Bruxelles Enseignement en de federaties van inrichtende machten. Voor elk gewoon lid is er een plaatsvervangend lid voorzien dat tot dezelfde categorie en hetzelfde onderwijsniveau behoort als het gewoon lid. Voor zowel de gewone als de plaatsvervangende leden is er een balans tussen het officieel en vrij onderwijs enerzijds, en tussen het confessioneel en niet-confessioneel onderwijs anderzijds.
De leden worden door de regering benoemd voor een periode van vier jaar. Hun mandaat kan worden verlengd. Indien er vóór het verstrijken van een mandaat een vacature ontstaat, voltooit de plaatsvervanger het genoemde mandaat en wordt een nieuw lid als plaatsvervanger aangewezen. Elk lid dat de hoedanigheid verliest waarvoor het is benoemd, of dat zonder geldige reden meer dan de helft van de zittingen in het schooljaar afwezig is geweest, houdt op lid van de Kamer van beroep te zijn. § 3. De Kamer van beroep beraadslaagt rechtsgeldig als de meerderheid van de leden aanwezig is. Indien de bijeengeroepen Kamer van beroep echter niet over het vereiste aantal leden beschikt, kan ze na een nieuwe bijeenroeping rechtsgeldig over hetzelfde onderwerp beraadslagen, ongeacht het aantal aanwezige leden. De leden zijn verplicht tot geheimhouding van de dossiers en beraadslagingen van de Kamer van beroep.
Elk lid van de Kamer van beroep heeft stemrecht.
Als er geen consensus is, worden de besluiten bij absolute meerderheid van de aanwezige leden genomen. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.
Wanneer het beroep betrekking heeft op een leerling die naar de school gaat of ging waar het lid van de Kamer van beroep werkzaam is of is geweest, of wanneer dit lid een bloed- of aanverwant tot in de vierde graad van de betrokken leerling is, wordt het lid vervangen door een plaatsvervangend lid dat uitspraak doet over de zaak. Wanneer de inspecteur bedoeld in paragraaf 2, lid 1, 1° voordien een beslissing overeenkomstig artikel 2.3.1-13 heeft genomen over het verzoek tot zittenblijven waarop het beroep betrekking heeft, wordt hij vervangen door het plaatsvervangend lid dat uitspraak doet over de zaak. § 4. De regeringsdiensten staan in voor het secretariaat van de Kamer van beroep.
De regering stelt de voorwaarden vast voor de werking van de Kamer van beroep, evenals de vergoeding van de leden van de Kamer van beroep bedoeld in paragraaf 2, lid 1, 2° tot 7°. De in paragraaf 2, lid 1, 1° bedoelde leden mogen geen vergoeding ontvangen.
Onderafdeling 4. - Over het beheer van de specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs in het DAccE Art. 2.3.1-19. Het doel van het onderdeel "specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs" is om elke persoon die legitiem betrokken kan zijn bij de specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs, georganiseerd in deze afdeling, in staat te stellen informatie uit te wisselen en beslissingen te nemen die nodig zijn voor het beheer van de genoemde procedure, voor zover dit strikt noodzakelijk is voor de betrokkenheid van elk van de tussenkomende partijen.
De specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs is een procedure na afloop waarvan een beslissing wordt genomen die een impact heeft op het schooltraject van de leerling.
Art. 2.3.1-20. § 1. Het onderdeel "specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs" omvat de volgende tabbladen: 1° een tabblad met betrekking tot het indienen van een verzoek tot zittenblijven;2° een tabblad met betrekking tot het advies van de school;3° een tabblad met betrekking tot het advies van het PMS-centrum;4° een tabblad met betrekking tot de beslissing van de Algemene Inspectiedienst;5° een tabblad met betrekking tot het beroep van ouders;6° een tabblad met betrekking tot de beslissing van de Kamer van beroep;7° een tabblad met betrekking tot het overzicht van de levenscyclus van de procedure. § 2. Het tabblad bedoeld in paragraaf 1, 1° wordt gebruikt voor het invoeren van het door de ouders ingediende verzoek tot uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs, overeenkomstig artikel 2.3.1-11. Het bevat de volgende rubrieken: 1° een rubriek met betrekking tot de identificatie van de leerling en de informatie met betrekking tot het schooltraject van de leerling, die de volgende gegevens bevat: a) de informatie die nodig is om de leerling te identificeren op wie het verzoek betrekking heeft;b) de informatie met betrekking tot de identificatie van de school waar de betrokken leerling is ingeschreven;c) de informatie met betrekking tot het leerjaar van de leerling op wie het verzoek tot zittenblijven betrekking heeft; d) de aanvullende trajectinformatie voor het lopende jaar, bedoeld in artikel 1.10.2-2, § 4, lid 2, 2° ; 2° een rubriek met betrekking tot de identificatie en de contactgegevens van de ouder(s) die de volgende gegevens bevat: a) de informatie die nodig is om de ouder(s) van de leerling te identificeren;b) in voorkomend geval de informatie met betrekking tot de vermelding van het verzoek van de ouder(s) om per post in kennis te worden gesteld van de beslissingen en mededelingen die in het kader van de procedure worden genomen en gedaan; 3° een rubriek met betrekking tot het medisch/paramedisch/psychomedisch attest bedoeld in artikel 2.3.1-11, § 2 op basis waarvan het verzoek tot uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs wordt ingediend; 4° een rubriek met betrekking tot de datum van het verzoek tot uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs. Het in lid 1 bedoelde tabblad bevat de volgende categorieën gegevens: 1° identificatiegegevens van een ouder;2° communicatiegegevens van een ouder;3° identificatiegegevens van een leerling;4° gegevens met betrekking tot de studies en vorming en meer bepaald de subcategorie gegevens met betrekking tot het schooltraject van een leerling;5° gegevens met betrekking tot de gezondheid van de leerling. De lijst en het formaat van de gegevens die zijn opgenomen in het in lid 1 bedoelde tabblad worden door de regering vastgesteld in het schema bedoeld in paragraaf 9. § 3. Het tabblad bedoeld in paragraaf 1, 2° wordt gebruikt om het advies van de school over het verzoek tot uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs in te voeren, overeenkomstig artikel 2.3.1-12, § 1. Het bevat de volgende rubrieken: 1° een rubriek met betrekking tot de identificatie van de school die de volgende gegevens bevat: a) de informatie met betrekking tot de identificatie van de school waar de betrokken leerling is ingeschreven;b) de informatie met betrekking tot de identificatie van de directeur van de school;2° een rubriek met betrekking tot de opvolging van het leerproces tijdens het jaar voorafgaand aan het mogelijke schooljaar van zittenblijven, met inbegrip van de volgende informatie in beknopte vorm: a) de vaststelling van de aanhoudende leermoeilijkheden van de leerling en de ondersteunende acties die zijn ondernomen door het onderwijsteam van de school, in voorkomend geval in samenwerking met het multidisciplinair team van het PMS-centrum, om deze moeilijkheden te overwinnen;b) in voorkomend geval de door het onderwijsteam waargenomen steunpunten van de leerling;c) in voorkomend geval de acties die ouders ondernemen om het leerproces van hun kind te ondersteunen;d) in voorkomend geval de concrete externe bijstand die wordt aangeboden aan de ouders;e) het gedetailleerde advies van het onderwijsteam, met de motivering van het al dan niet positieve karakter van het advies van de school; f) in voorkomend geval de details van de uitzonderlijke omstandigheden die verband houden met de situatie van de leerling bedoeld in artikel 2.3.1-12, § 1, lid 3, 3° ; 3° een rubriek met betrekking tot de vermelding van het positieve of negatieve karakter van het advies van de school;4° een rubriek die in geval van een positief advies informatie bevat met betrekking tot de opvolging van het leerproces die zal worden voorgesteld voor het schooljaar van zittenblijven, met inbegrip van de volgende informatie in beknopte vorm: a) de aanhoudende leermoeilijkheden waarvoor ondersteuning zal worden verleend, de pedagogische acties die worden ondernomen/voortgezet door het onderwijsteam van de school, in voorkomend geval in samenwerking met het multidisciplinair team van het PMS-centrum, om de leerling in staat te stellen deze moeilijkheden te overwinnen;b) in voorkomend geval de concrete externe bijstand die wordt aangeboden aan de ouders;5° een rubriek met betrekking tot de validatie van het advies en de datum van dit advies. Het tabblad bedoeld in lid 1, bevat de categorieën gegevens met betrekking tot de identificatie van de directeur van de school of diens afgevaardigde. Het bevat geen gegevens met betrekking tot de gezondheid. De lijst en het formaat van de gegevens die zijn opgenomen in het in lid 1 bedoelde tabblad worden door de regering vastgesteld in het schema bedoeld in paragraaf 9. § 4. Het tabblad bedoeld in paragraaf 1, 3° wordt gebruikt om het advies van het PMS-centrum over het verzoek tot zittenblijven in te voeren, overeenkomstig artikel 2.3.1-12, § 2. Het bevat de volgende rubrieken: 1° een rubriek met betrekking tot de identificatie van het PMS-centrum die de volgende gegevens bevat: a) de informatie met betrekking tot de identificatie van het bevoegde PMS-centrum;b) de informatie met betrekking tot de identificatie van de directeur van het PMS-centrum;2° een rubriek met betrekking tot het advies van het centrum die de volgende gegevens bevat: a) het gedetailleerde advies van het multidisciplinair team van het PMS-centrum, met de informatie over de middelen die door het genoemde team worden ingezet om de aanhoudende leermoeilijkheden van de leerling te verhelpen, en over de bijbehorende resultaten;b) de vermelding van het positieve of negatieve karakter van het advies van het PMS-centrum;3° een rubriek met betrekking tot de validatie van het advies en de datum van dit advies. Het tabblad bedoeld in lid 1 bevat de categorie gegevens met betrekking tot de identificatie van de directeur van het PMS-centrum.
De lijst en het formaat van de gegevens die zijn opgenomen in het in lid 1 bedoelde tabblad worden door de regering vastgesteld in het schema bedoeld in paragraaf 9. § 5. Het tabblad bedoeld in paragraaf 2, 4° wordt gebruikt om de beslissing van de Algemene Inspectiedienst over het verzoek tot zittenblijven in te voeren, overeenkomstig artikel 2.3.1-13. Het bevat de volgende rubrieken: 1° een rubriek met betrekking tot de identificatie van de inspecteur die verantwoordelijk is voor het nemen van een beslissing over het verzoek tot zittenblijven;2° een rubriek met betrekking tot de genomen beslissing en de motivering ervan;3° een rubriek met betrekking tot de validatie van de beslissing en de datum van deze beslissing. Het in lid 1 bedoelde tabblad bevat de categorieën identificatiegegevens van de inspecteur die verantwoordelijk is voor het uitbrengen van een advies over het verzoek tot zittenblijven. De lijst en het formaat van de gegevens die zijn opgenomen in het in lid 1 bedoelde tabblad worden door de regering vastgesteld in het schema bedoeld in paragraaf 9. § 6. Het tabblad bedoeld in paragraaf 1, 5° wordt gebruikt om het beroep van de ouders in te voeren als ze het niet eens zijn met de beslissing van de Algemene Inspectiedienst, overeenkomstig artikel 2.3.1-14. Het bevat de volgende rubrieken: 1° een rubriek met betrekking tot de identificatie van de leerling en de informatie met betrekking tot het schooltraject van de leerling, die de volgende gegevens bevat: a) de informatie die nodig is om de leerling te identificeren op wie het beroep betrekking heeft;b) de informatie met betrekking tot de identificatie van de school waar de betrokken leerling is ingeschreven;c) de informatie met betrekking tot het leerjaar van de leerling op wie het verzoek tot zittenblijven betrekking heeft; d) de aanvullende trajectinformatie voor het lopende jaar, bedoeld in artikel 1.10.2-2, § 4, lid 2, 2° ; 2° een rubriek met betrekking tot de identificatie en de contactgegevens van de ouder(s) die de volgende gegevens bevat: a) de informatie die nodig is om de ouder(s) van de leerling te identificeren;b) in voorkomend geval de informatie met betrekking tot de vermelding van het verzoek van de ouder(s) om per post in kennis te worden gesteld van de beslissingen en mededelingen die in het kader van de procedure worden genomen en gedaan;3° een rubriek met betrekking tot de motivering van het beroep die de volgende gegevens bevat: a) de door de ouders aangevoerde rechtsgronden om de beslissing van de Algemene inspectiedienst aan te vechten;b) de eventueel geüploade documenten ter ondersteuning van hun beroep;4° een rubriek met betrekking tot de validatie van het beroep en de datum van dit beroep. Het tabblad bedoeld in lid 1 bevat de categorie gegevens met betrekking tot de identificatie van een ouder. De lijst en het formaat van de gegevens die zijn opgenomen in het in lid 1 bedoelde tabblad worden door de regering vastgesteld in het schema bedoeld in paragraaf 9. § 7. Het tabblad bedoeld in paragraaf 1, 6° wordt gebruikt om de beslissing van de Kamer van beroep in te voeren, overeenkomstig artikel 2.3.1-16. Het bevat de volgende rubrieken: 1° een rubriek met betrekking tot de identificatie van de voorzitter van de Kamer van beroep;2° een rubriek met betrekking tot de genomen beslissing en de motivering ervan;3° een rubriek met betrekking tot de validatie van de beslissing van de Kamer van beroep en de datum van deze beslissing. Het tabblad bedoeld in lid 1 bevat de categorie gegevens met betrekking tot de identificatie van de voorzitter van de Kamer van beroep. De lijst en het formaat van de gegevens die zijn opgenomen in het in lid 1 bedoelde tabblad worden door de regering vastgesteld in het schema bedoeld in paragraaf 9. § 8. Het tabblad bedoeld in paragraaf 1, 7° geeft een overzicht en samenvatting van de verschillende stappen in de procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs. De gebruikers vinden er beknopte informatie over de stand van de procedure in de volgende rubrieken: 1° een rubriek met betrekking tot het indienen van het verzoek tot zittenblijven;2° een rubriek met in voorkomend geval de datum waarop werd afgezien van het verzoek tot zittenblijven;3° een rubriek met betrekking tot het advies van de school met vermelding van de datum van het advies en of het positief of negatief is;4° een rubriek met betrekking tot het advies van het PMS-centrum met vermelding van de datum van het advies en of het positief of negatief is;5° een rubriek met betrekking tot de beslissing van de Algemene Inspectiedienst met vermelding van de datum en de informatie met betrekking tot de door de Algemene Inspectiedienst genomen beslissing;6° een rubriek met in voorkomend geval betrekking tot het instellen van een beroep door de ouders, met vermelding van de datum waarop het beroep is ingesteld;7° een rubriek met in voorkomend geval betrekking tot de beslissing van de Kamer van beroep met vermelding van de datum en de informatie met betrekking tot de door de Kamer van beroep genomen beslissing. § 9. De regering legt het stramien vast van het onderdeel "specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs" van het DAccE aan de hand van de tabbladen en rubrieken bedoeld in dit artikel.
Art. 2.2.3.1-21. § 1. Personen die toegang hebben tot het DAccE overeenkomstig artikel 1.10.3-1 hebben toegang tot het onderdeel "specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs". § 2. Naast de personen bedoeld in paragraaf 1 hebben de leden van de Kamer van beroep toegang tot het onderdeel "specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs" van het DAccE van leerlingen voor wie ze een beroep bedoeld in artikel 2.3.1-14 moeten onderzoeken.
Ze krijgen het gebruikersprofiel "voorzitter van de Kamer van beroep", "lid van de Kamer van beroep" of "secretaris van de Kamer van beroep". § 3. Personen met een profiel "schooldirectie", "PMS-centrumdirectie", "lid van het pedagogisch team", "lid van het onderwijsteam", "lid van het technisch personeel van het PMS-centrum" en "ouders of meerderjarige leerling" hebben toegang tot het onderdeel "specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs" van het DAccE vanaf de vrijdag van de derde week na de ontspanningsvakantie (carnaval) tot de procedure is afgerond.
Personen met een profiel "inrichtende macht van de school" en "inrichtende macht van een PMS-centrum" die toegang willen, hebben de voorafgaande toestemming nodig van de in artikel 1.10.4-12, § 2 bedoelde ambtenaar-generaal of diens afgevaardigde. Op gemotiveerd verzoek van de betrokken inrichtende macht kan aan haar vertegenwoordiger tijdelijke toegang worden verleend tot het onderdeel "specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs" van het DAccE. Deze toegang mag niet langer dan vijf schoolwerkdagen worden verleend. In het kader van deze raadpleging kan de ambtenaar-generaal bedoeld in artikel 1.10.4-12, § 2 of diens afgevaardigde op gemotiveerd verzoek van de inrichtende macht een uittreksel bezorgen van de informatie die is opgenomen in het onderdeel "specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs" van het DAccE. Personen met een profiel "Algemene Inspectiedienst" hebben toegang tot het onderdeel "specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs" van het DAccE van een leerling vanaf de vrijdag van de derde week na de ontspanningsvakantie (carnaval) tot de vrijdag van de derde week na de voorjaarsvakantie (Pasen).
Personen met een profiel "voorzitter van de Kamer van beroep", "lid van de Kamer van beroep" en "secretaris van de Kamer van beroep" hebben toegang tot het onderdeel "specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs" van het DAccE van een leerling vanaf de maandag van de derde week na de voorjaarsvakantie (carnaval) tot de procedure is afgerond.
Art. 2.2.3.1-22. § 1. De gebruikersprofielen die toegang hebben tot het onderdeel "specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs", zijn de volgende: 1° "schooldirectie";2° "PMS-centrumdirectie";3° "lid van het pedagogisch team";4° "lid van het onderwijsteam";5° "lid van het technisch personeel van het PMS-centrum";6° "inrichtende macht van de school";7° "inrichtende macht van het PMS-centrum";8° "ouders of meerderjarige leerling";9° "Algemene Inspectiedienst";10° "voorzitter van de Kamer van beroep";11° "lid van de Kamer van beroep";12° "secretaris van de Kamer van beroep". § 2. Het gebruikersprofiel "schooldirectie" zorgt ervoor dat de gebruiker met dit profiel met betrekking tot het onderdeel "specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs": 1° schrijftoegang heeft om alle tabbladen te raadplegen van het onderdeel "specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs"; 2° schrijftoegang heeft om: a) de tabbladen met betrekking tot het verzoek van de ouders, het advies van de school en het beroep van de ouders in te vullen volgens de voorwaarden in artikelen 2.3.1-11, § 1, lid 2, 2.3.1-12, § 1 en 2.3.1-14, lid 4; b) af te zien van het verzoek tot uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs overeenkomstig artikel 2.3.1-11, § 6, lid 2; 3° alle tabbladen kan afdrukken van het onderdeel "specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs". § 3. Het gebruikersprofiel "PMS-centrumdirectie" zorgt ervoor dat de gebruiker met dit profiel met betrekking tot het onderdeel "specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs": 1° schrijftoegang heeft om alle tabbladen te raadplegen van het onderdeel "specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs"; 2° schrijftoegang heeft om: a) de tabbladen met betrekking tot het verzoek van de ouders, het advies van het PMS-centrum en het beroep van de ouders in te vullen volgens de voorwaarden in artikelen 2.3.1-11, § 1, lid 2, 2.3.1-12, § 2 en 2.3.1-14, lid 4; b) af te zien van het verzoek tot uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs overeenkomstig artikel 2.3.1-11, § 6, lid 2; 3° alle tabbladen kan afdrukken van het onderdeel "specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs". § 4. Het gebruikersprofiel "lid van het pedagogisch team" zorgt ervoor dat de gebruiker met dit profiel, voor de leerlingen die onder zijn verantwoordelijkheid staan en zijn ingeschreven in de school waar de gebruiker werkt en voor het niveau waarin hij werkt, met betrekking tot het onderdeel "specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs": 1° schrijftoegang heeft om alle tabbladen te raadplegen van het onderdeel "specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs"; 2° schrijftoegang heeft om het tabblad met betrekking tot het advies van de school in te vullen, volgens de voorwaarden in artikel 2.3.1-12, § 1. § 5. Het gebruikersprofiel "lid van het onderwijsteam" zorgt ervoor dat de gebruiker met dit profiel, voor de leerlingen die onder zijn verantwoordelijkheid staan en zijn ingeschreven in de school waar de gebruiker werkt en voor het niveau waarin hij werkt, met betrekking tot het onderdeel "specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs" schrijftoegang heeft om alle tabbladen te raadplegen van het onderdeel "specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs". § 6. Het gebruikersprofiel "lid van het technisch personeel van het PMS-centrum" zorgt ervoor dat de gebruiker met dit profiel met betrekking tot het onderdeel "specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs": 1° schrijftoegang heeft om alle tabbladen te raadplegen van het onderdeel "specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs"; 2° schrijftoegang heeft om het tabblad met betrekking tot het advies van het PMS-centrum in te vullen, volgens de voorwaarden in artikel 2.3.1-12, § 2. § 7. In het kader van de voorwaardelijke toegang bedoeld in artikel 2.3.1-21, § 3, lid 2, zorgt het gebruikersprofiel "inrichtende macht van de school" ervoor dat de gebruiker met dit profiel leestoegang heeft om alle tabbladen te raadplegen van het onderdeel "specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs". § 8. In het kader van de voorwaardelijke toegang bedoeld in artikel 2.3.1-21, § 3, lid 2, zorgt het gebruikersprofiel "inrichtende macht van het PMS-centrum" ervoor dat de gebruiker met dit profiel leestoegang heeft om alle tabbladen te raadplegen van het onderdeel "specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs". § 9. Het gebruikersprofiel "ouders of meerderjarige leerling" zorgt ervoor dat de gebruiker met dit profiel met betrekking tot het onderdeel "specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs": 1° schrijftoegang heeft om alle tabbladen te raadplegen van het onderdeel "specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs"; 2° schrijftoegang heeft om: a) de tabbladen met betrekking tot het verzoek van de ouders en het beroep van de ouders in te vullen, overeenkomstig de voorwaarden in artikelen 2.3.1-11 en 2.3.1-14; b) af te zien van het verzoek tot uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs overeenkomstig artikel 2.3.1-11, § 6; 3° alle tabbladen kan afdrukken van het onderdeel "specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs". § 10. Het gebruikersprofiel "Algemene Inspectiedienst" zorgt ervoor dat de coördinerend inspecteur-generaal en de onderwijsinspecteurs van het pedagogisch continuüm die zijn aangewezen om dossiers te behandelen, met betrekking tot het onderdeel "specifieke procedure voor uitzonderlijk zittenblijven in het derde jaar van het kleuteronderwijs", voor de dossiers waarvoor ze zijn aangewezen: 1° leestoegang hebben om de tabbladen te raadplegen met betrekking tot het indienen van een verzoek tot zittenblijven, het advies van de school en het advies van het PMS-centrum; 2° schrijftoegang hebben om het …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.