← België

Koninklijk besluit tot vaststelling van de vereisten van toepassing op het veiligheidspersoneel

Kort samengevat

Dit Koninklijk besluit heeft als doel de vereisten voor veiligheidspersoneel in de spoorwegen te bundelen en te verduidelijken, met name in het kader van de Europese vergunning voor treinbestuurders. Het vervangt een eerder besluit en is gericht op het verbeteren van de leesbaarheid van de teksten en het aanpassen aan Europees recht.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
9 JULI 2013. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de vereisten van toepassing op het veiligheidspersoneel VERSLAG AAN DE KONING Sire, Dit ontwerp van koninklijk besluit beoogt de vereisten van toepassing op het veiligheidspersoneel samen te brengen en te verduidelijken, in het bijzonder in het kader van de Europese vergunning van treinbestuurder. Ten eerste met betrekking tot de voorafgaande formaliteiten van toepassing op dit ontwerp, deze komen voort, zoals de Raad van State benadrukt, uit het begrip « veiligheidsvoorschriften die het nationaal regelgevend kader bepalen » in de zin van artikel 6, § 1, 3°, van de wet van 19 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/2006 pub. 23/01/2007 numac 2006014300 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen type wet prom. 19/12/2006 pub. 29/12/2006 numac 2006021359 bron federale overheidsdienst financien Wet tot omvorming van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taken tot het Wetboek diverse rechten en taksen, tot opheffing van het Wetboek der zegelrechten en houdende verscheidene andere wetswijzigingen sluiten betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen. Zoals de Raad van State heeft opgemerkt, legt artikel 7, paragrafen 2 en 3, van gemelde wet, op dat wanneer de criteria voorzien in paragraaf 1, vervuld zijn, deze regels onderworpen worden aan de procedure van raadpleging en van voorafgaande kennisgeving. Nochtans, menen wij dat de criteria vastgesteld in artikel 7, paragraaf 1, van gemelde wet van 19 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/2006 pub. 23/01/2007 numac 2006014300 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen type wet prom. 19/12/2006 pub. 29/12/2006 numac 2006021359 bron federale overheidsdienst financien Wet tot omvorming van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taken tot het Wetboek diverse rechten en taksen, tot opheffing van het Wetboek der zegelrechten en houdende verscheidene andere wetswijzigingen sluiten, dat artikel 8 van Richtlijn 2004/49/EC inzake de veiligheid op de communautaire spoorwegen omzet, niet vervuld worden door dit ontwerp. Dit ontwerp neemt, in de zin van artikel 7, paragraaf 1, van de wet van 19 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/2006 pub. 23/01/2007 numac 2006014300 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen type wet prom. 19/12/2006 pub. 29/12/2006 numac 2006021359 bron federale overheidsdienst financien Wet tot omvorming van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taken tot het Wetboek diverse rechten en taksen, tot opheffing van het Wetboek der zegelrechten en houdende verscheidene andere wetswijzigingen sluiten geen « nieuw nationaal veiligheidsvoorschrift aan dat gebaseerd is op een hoger veiligheidsniveau dan dat van de gemeenschappelijke veiligheidsdoelen of dat een weerslag zou kunnen hebben op de activiteiten van spoorwegondernemingen op het Belgische net ». Dit ontwerp tot herziening is vooral ontstaan vanuit de wil om de leesbaarheid van de teksten te verbeteren. Overigens, voor wat betreft de wijzigingen die dit ontwerp aanbrengt aan de bestaande voorschriften, zijn deze ofwel noodzakelijk geworden ten gevolge van de evoluties van het Europees recht, ofwel beogen zij de aspecten te regelen die open gelaten werden door de Europese reglementering. Deze wijzigingen beogen dus niet om verder te gaan dan het veiligheidsniveau dat voorzien is door de gemeenschappelijke veiligheidsdoelstellingen die door deze reglementering nagestreefd worden. Wat het opschrift van dit ontwerp betreft, oordeelt de Raad van State dat het beter zou worden aangevuld om aan te geven dat het van toepassing is op de exploitatie van het treinverkeer. Het opschrift, voorgesteld door de Raad van State ("Koninklijk besluit tot bepaling van de vereisten van toepassing op het veiligheidspersoneel van de gebruikers van de spoorweginfrastructuur") is evenwel niet geschikt. Dit ontwerp heeft immers een toepassingsgebied dat zich niet beperkt tot het veiligheidspersoneel van de gebruikers van de spoorweginfrastructuur maar dat zich ook uitstrekt tot het veiligheidspersoneel van andere organismen, zoals de entiteiten belast met het onderhoud. Overigens, neemt het opschrift van dit ontwerp exact het opschrift van het koninklijk besluit van 15 mei 2011Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 15/05/2011 pub. 10/06/2011 numac 2011014100 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot bepaling van de vereisten van toepassing op het veiligheidspersoneel sluiten tot bepaling van de vereisten die van toepassing zijn op het veiligheidspersoneel, dat dit ontwerp beoogt te vervangen, over. Meer nog, het begrip « vereisten van toepassing op het veiligheidspersoneel » komt woord voor woord overeen met de habilitatie van de Koning, opgenomen in artikel 6, paragraaf 2, derde lid, van de wet van 19 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/2006 pub. 23/01/2007 numac 2006014300 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen type wet prom. 19/12/2006 pub. 29/12/2006 numac 2006021359 bron federale overheidsdienst financien Wet tot omvorming van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taken tot het Wetboek diverse rechten en taksen, tot opheffing van het Wetboek der zegelrechten en houdende verscheidene andere wetswijzigingen sluiten, dat de rechtsgrond vormt voor dit ontwerp. Het feit dat dit ontwerp van toepassing is op de exploitatie van het spoorvervoer dient op definitieve wijze afgeleid te worden uit het feit dat het een uitvoeringsbesluit is van de wet van 19 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/2006 pub. 23/01/2007 numac 2006014300 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen type wet prom. 19/12/2006 pub. 29/12/2006 numac 2006021359 bron federale overheidsdienst financien Wet tot omvorming van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taken tot het Wetboek diverse rechten en taksen, tot opheffing van het Wetboek der zegelrechten en houdende verscheidene andere wetswijzigingen sluiten betreffende de exploitatieveiligheid. Wat de aanhef van dit ontwerp betreft, zet de Raad van State uiteen dat, aangezien het ontwerp er onder andere toe strekt de bijkomende vereisten vast te stellen die van toepassing zijn op het veiligheidspersoneel dat met de toeristische spoorwegritten met historische voertuigen is belast, in zijn artikelen 34 tot 38, ook artikel 6, paragraaf 2, vijfde lid (en niet 5), van de wet van 19 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/2006 pub. 23/01/2007 numac 2006014300 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen type wet prom. 19/12/2006 pub. 29/12/2006 numac 2006021359 bron federale overheidsdienst financien Wet tot omvorming van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taken tot het Wetboek diverse rechten en taksen, tot opheffing van het Wetboek der zegelrechten en houdende verscheidene andere wetswijzigingen sluiten als rechtsgrond dient te worden vermeld. Nochtans vormt artikel 6, paragraaf 2, vijfde lid, van de wet van 19 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/2006 pub. 23/01/2007 numac 2006014300 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen type wet prom. 19/12/2006 pub. 29/12/2006 numac 2006021359 bron federale overheidsdienst financien Wet tot omvorming van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taken tot het Wetboek diverse rechten en taksen, tot opheffing van het Wetboek der zegelrechten en houdende verscheidene andere wetswijzigingen sluiten, dat aan de Koning de bevoegdheid geeft om « de toe te passen vereisten voor het verkeer van voertuigen met een patrimoniaal karakter » te bepalen, niet een rechtsgrond voor dit ontwerp. Dit ontwerp heeft meer bepaald betrekking op vereisten van toepassing op het veiligheidspersoneel dat diensten presteert aan boord van voertuigen met een patrimoniaal karakter, maar het heeft geen betrekking op de regels aangaande het verkeer van deze voertuigen. De vereisten van toepassing op het verkeer van voertuigen met een patrimoniaal karakter maken op zichzelf het voorwerp uit van een ander besluit, te weten het ministerieel besluit van 26 juli 2007Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 26/07/2007 pub. 07/08/2007 numac 2007014257 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Ministerieel besluit tot aanneming van een bestek voor toeristische spoorwegritten met historisch materieel op de spoorweginfrastructuur sluiten tot aanneming van een bestek voor toeristische spoorwegritten met historisch materieel op de spoorweginfrastructuur. In zijn advies met betrekking tot artikel 39, paragraaf 3, van het ontwerp, beschouwt de Raad van State dat het overdreven zou zijn te bepalen dat bij een preventieve schorsing het lid van het veiligheidspersoneel dat preventief is geschorst, in alle gevallen een alcoholtest moet ondergaan, en vraagt dan ook om de woorden « wordt onderworpen » te vervangen door de woorden « kan worden onderworpen ». Nochtans lijkt het ons dat het systematische karakter van de opgelegde alcoholtest aan ieder lid van het veiligheidspersoneel die het voorwerp uitmaakt van een preventieve schorsing van veiligheidsfuncties, een redelijke maatregel is. Inderdaad, personeelsleden van de infrastructuurbeheerder die overgaan tot de preventieve schorsing van veiligheidsfuncties, zijn niet gemachtigd om de omstandigheden te beoordelen waarin het gepast is om over te gaan tot deze alcoholtest. Bijgevolg zouden facultatieve controles van de alcoholtest in het kader van dit ontwerp erop neerkomen het bestaande veiligheidsniveau te verlagen, wat niet de doelstelling is die met dit ontwerp wordt nagestreefd. Er is dus beslist om deze controle systematisch te maken, wat al het geval is in het koninklijk besluit van 15 mei 2011Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 15/05/2011 pub. 10/06/2011 numac 2011014100 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot bepaling van de vereisten van toepassing op het veiligheidspersoneel sluiten tot bepaling van de vereisten die van toepassing zijn op het veiligheidspersoneel, dat dit ontwerp beoogt te vervangen. Wij hebben de eer te zijn, Sire, van Uwe majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaars, De Minister van Binnenlandse Zaken, Mevr. J. MILQUET De Staatssecretaris voor Mobiliteit, M. WATHELET 9 JULI 2013. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de vereisten van toepassing op het veiligheidspersoneel ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 19 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/2006 pub. 23/01/2007 numac 2006014300 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen type wet prom. 19/12/2006 pub. 29/12/2006 numac 2006021359 bron federale overheidsdienst financien Wet tot omvorming van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taken tot het Wetboek diverse rechten en taksen, tot opheffing van het Wetboek der zegelrechten en houdende verscheidene andere wetswijzigingen sluiten betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen, artikel 6, § 2, derde lid, vervangen bij de wet van 26 januari 2010 en artikel 37/27, § 5, 3° en 4°, ingevoegd bij de wet van 26 januari 2010; Gelet op het koninklijk besluit van 16 januari 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 16/01/2007 pub. 23/01/2007 numac 2007014019 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot vaststelling van sommige regels betreffende de onderzoeken naar ongevallen en incidenten bij de spoorwegen type koninklijk besluit prom. 16/01/2007 pub. 06/02/2007 numac 2007012038 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende vaststelling van toelaatbare diensten van de secretaris van de Nationale Arbeidsraad type koninklijk besluit prom. 16/01/2007 pub. 23/01/2007 numac 2007014017 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit houdende veiligheidsvereisten en -procedures van toepassing op de spoorweginfrastructuurbeheerder en de spoorwegondernemingen sluiten houdende veiligheidsvereisten en -procedures van toepassing op de spoorweginfrastructuurbeheerder en de spoorwegondernemingen; Gelet op het koninklijk besluit van 15 mei 2011Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 15/05/2011 pub. 10/06/2011 numac 2011014100 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot bepaling van de vereisten van toepassing op het veiligheidspersoneel sluiten tot bepaling van de vereisten van toepassing op het veiligheidspersoneel; Gelet op het ministerieel besluit van 26 juli 2007Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 26/07/2007 pub. 07/08/2007 numac 2007014257 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Ministerieel besluit tot aanneming van een bestek voor toeristische spoorwegritten met historisch materieel op de spoorweginfrastructuur sluiten tot aanneming van een bestek voor toeristische spoorwegritten met historisch materieel op de spoorweginfrastructuur; Gelet op het ministerieel besluit van 9 juni 2009Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 09/06/2009 pub. 13/08/2009 numac 2009014164 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Ministerieel besluit tot aanneming van het bestek voor het veiligheidspersoneel sluiten tot goedkeuring van het bestek voor het veiligheidspersoneel; Gelet op de betrokkenheid van de Gewestregeringen; Gelet op het advies nr. 52.881/4 van de Raad van State, gegeven op 11 maart 2013, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat artikel 60/1 van de wet van 19 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/2006 pub. 23/01/2007 numac 2006014300 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen type wet prom. 19/12/2006 pub. 29/12/2006 numac 2006021359 bron federale overheidsdienst financien Wet tot omvorming van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taken tot het Wetboek diverse rechten en taksen, tot opheffing van het Wetboek der zegelrechten en houdende verscheidene andere wetswijzigingen sluiten betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen, artikel 37, § 3 van Richtlijn 2007/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 tot wijziging van de Richtlijn 91/440/EEG van de Raad betreffende de ontwikkeling van de spoorwegen in de Gemeenschap en de Richtlijn 2001/14/EG inzake de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit en de heffing van rechten voor het gebruik van spoorweginfrastructuur alsmede inzake veiligheidscertificering heeft omgezet, voorziet dat treinbestuurders die overeenkomstig de bepalingen die van toepassing waren vóór het van toepassing worden van artikel 60, 1° of 2° van de wet van 19 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/2006 pub. 23/01/2007 numac 2006014300 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen type wet prom. 19/12/2006 pub. 29/12/2006 numac 2006021359 bron federale overheidsdienst financien Wet tot omvorming van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taken tot het Wetboek diverse rechten en taksen, tot opheffing van het Wetboek der zegelrechten en houdende verscheidene andere wetswijzigingen sluiten betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen vergund waren om treinen te besturen, op grond van hun rechten hun beroepsbezigheden mogen voortzetten voor een duur van ten hoogste zeven jaar na het aanleggen van de registers bedoeld in de artikelen 37/6 en 37/14 van de voornoemde wet; Overwegende dat dit betekent dat de treinbestuurders die over een nationale vergunning beschikken die werd afgeleverd overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 9 juni 2009Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 09/06/2009 pub. 27/07/2009 numac 2009000441 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 december 2003 betreffende de eindejaarstoelage voor de leden van de openbare brandweerdiensten type koninklijk besluit prom. 09/06/2009 pub. 23/06/2009 numac 2009000423 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de taalkaders van het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle sluiten, het recht hebben hun beroepsbezigheden voort te zetten voor een duur van ten hoogste zeven jaar na het aanleggen van de registers bedoeld in de bovenvermelde artikels; Overwegende dat deze termijn op 29 oktober 2018 vervalt; Overwegende dat vanaf die datum, alle treinbestuurders in het bezit moeten zijn van vergunningen en bevoegdheidsbewijzen conform het systeem dat werd ingevoerd door de bovenvermelde Richtlijn 2007/58/EG, zoals ze in de wet betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen werd omgezet; Overwegende dat in tussentijd de vereisten die van toepassing zijn op treinbestuurders met een nationale vergunning, moeten worden gewijzigd; Op de voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en van de Staatssecretaris voor Mobiliteit, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK 1. - Algemeen Afdeling 1. - Definities Artikel 1.§ 1. Voor de toepassing van dit besluit, wordt verstaan onder : 1° « wet exploitatieveiligheid van de spoorwegen » : de wet van 19 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 19/12/2006 pub. 23/01/2007 numac 2006014300 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen type wet prom. 19/12/2006 pub. 29/12/2006 numac 2006021359 bron federale overheidsdienst financien Wet tot omvorming van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taken tot het Wetboek diverse rechten en taksen, tot opheffing van het Wetboek der zegelrechten en houdende verscheidene andere wetswijzigingen sluiten betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen;2° « wet betreffende het gebruik van de spoorweginfrastructuur » : de wet van 4 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 04/12/2006 pub. 23/01/2007 numac 2006014299 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Wet betreffende het gebruik van de spoorweginfrastructuur sluiten betreffende het gebruik van de spoorweginfrastructuur;3° « veiligheidspersoneel » : het personeel dat, al is het maar sporadisch, één of meerdere voor de veiligheid cruciale taken verricht;4° « voor de veiligheid cruciale taak » : een specifieke taak die een rechtstreekse impact op de spoorwegveiligheid heeft en die door een persoon (werknemer of subcontractant) in het kader van zijn werk, op het Belgische spoorwegnetwerk wordt uitgeoefend;5° « IB » : de spoorweginfrastructuurbeheerder bedoeld in artikel 5, 3°, van de wet exploitatieveiligheid van de spoorwegen;6° « treinbestuurder » : het lid van het veiligheidspersoneel bedoeld in artikel 5, 30°, van de wet exploitatieveiligheid van de spoorwegen;7° « veiligheidsvergunning » : de veiligheidsvergunning van de infrastructuurbeheerder bedoeld in artikel 5, 35°, van de wet exploitatieveiligheid van de spoorwegen;8° « MOBE » (een met het onderhoud belaste entiteit) : de entiteit bedoeld in artikel 5, 38°, van de wet exploitatieveiligheid van de spoorwegen;9° « IG » (infrastructuurgebruiker) : de spoorwegondernemingen die toegang hebben tot de Belgische spoorweginfrastructuur krachtens artikel 6 van de wet betreffende het gebruik van de spoorweginfrastructuur en hun hulpondernemingen;de infrastructuurbeheerder met het oog op het onderhouden, het beheer, de vernieuwing en de uitbreiding van de spoorweginfrastructuur krachtens artikel 9 van de wet betreffende het gebruik van de spoorweginfrastructuur en zijn hulpondernemingen; de verenigingen of ondernemingen die de Belgische spoorweginfrastructuur mogen gebruiken overeenkomstig het ministerieel besluit van 26 juli 2007Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 26/07/2007 pub. 07/08/2007 numac 2007014257 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Ministerieel besluit tot aanneming van een bestek voor toeristische spoorwegritten met historisch materieel op de spoorweginfrastructuur sluiten tot aanneming van een bestek voor toeristische spoorwegritten met historisch materieel op de spoorweginfrastructuur; 10° « hulponderneming » : elke natuurlijke persoon of rechtspersoon, vereniging of onderneming, die de spoorweginfrastructuur gebruikt en waarop de SO of de IB een beroep doet, onder haar of zijn controle en verantwoordelijkheid;11° « SO » (spoorwegonderneming) : de onderneming bedoeld in artikel 5, 4°, van de wet exploitatieveiligheid van de spoorwegen;12° « begeleider van reizigerstreinen » : boordpersoneel dat voor de veiligheid cruciale taken verricht, zoals bedoeld in artikel 5, 30/1°, van de wet exploitatieveiligheid van de spoorwegen;13° « toeristische vereniging » : de toeristische spoorwegvereniging die het spoorwegnetwerk mag gebruiken om er toeristisch spoorwegvervoer met historisch materieel te organiseren overeenkomstig de bijlage bij het ministerieel besluit van 26 juli 2007Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 26/07/2007 pub. 07/08/2007 numac 2007014257 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Ministerieel besluit tot aanneming van een bestek voor toeristische spoorwegritten met historisch materieel op de spoorweginfrastructuur sluiten tot aanneming van een bestek voor toeristische spoorwegritten met historisch materieel op de spoorweginfrastructuur. Afdeling 2. - Toepassingsgebied Art. 2.§ 1. De algemene vereisten bedoeld in hoofdstuk 2 zijn van toepassing op al het veiligheidspersoneel, met uitzondering van de vereisten van toepassing op het veiligheidspersoneel dat uitsluitend op baanvakken werkt die tijdelijk gesloten zijn voor het normale verkeer ten behoeve van het onderhoud, de vernieuwing of de verbetering van het spoorwegsysteem. De specifieke vereisten van toepassing op dit personeel, worden bepaald door de IB in het kader van zijn veiligheidsvergunning. § 2. De vereisten bedoeld in hoofdstuk 3 zijn van toepassing op al het veiligheidspersoneel van de IG's, met uitzondering van het personeel dat de veiligheidsfunctie « treinbestuurder » uitoefent en houder is van een Europese vergunning. De specifieke vereisten die op dit veiligheidspersoneel en op de Europese vergunning van toepassing zijn, staan vermeld in de wet betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen (artikelen 34 tot 37/22 en 37/24 tot 37/27, §§ 1 tot 4, en haar bijlagen V tot XI) en in haar uitvoeringsbesluiten. In afwijking van het eerste lid, zijn de afdelingen 3 en 4 van hoofdstuk 3 van toepassing op het personeel dat de veiligheidsfunctie « treinbestuurder » uitoefent en houder is van een Europese vergunning. § 3. De specifieke vereisten van hoofdstuk 4 zijn van toepassing op al het veiligheidspersoneel van de MOBE's, met uitzondering van het personeel dat met het onderhoud van goederenwagons belast is en waarvan de taken vermeld zijn in Verordening (EU) nr. 445/2011 van de Commissie van 10 mei 2011 betreffende een systeem voor de certificering van met het onderhoud van goederenwagons belaste entiteiten. HOOFDSTUK 2. - Vereisten van toepassing op al het veiligheidspersoneel Art. 3.Indien hij meerdere taken uitoefent, beheerst het lid van het veiligheidspersoneel het geheel van zijn activiteiten en geeft hij voorrang aan de voor de veiligheid cruciale taken, meer in het bijzonder in geval van storingen. Art. 4.Het lid van het veiligheidspersoneel krijgt een aan zijn veiligheidsfunctie aangepaste opleiding vüür en gedurende de ganse duur ervan. Art. 5.Wanneer specifieke vereisten daarin voorzien, voldoet het lid van het veiligheidspersoneel aan de medische en eventueel de psychologische criteria voorafgaandelijk aan de uitoefening van zijn taak en gedurende de ganse duur ervan. Art. 6.§ 1. Het veiligheidspersoneel mag op geen enkel moment tijdens zijn dienst, onder invloed zijn van stoffen die de waakzaamheid, de concentratie of het gedrag beïnvloeden. Het veiligheidspersoneel mag niet onder invloed zijn van alcohol, wat blijkt uit de aanwezigheid in het bloed van een alcoholgehalte gelijk aan of groter dan 0,20 gram op 1 000 of uit de aanwezigheid van een alcoholconcentratie gelijk aan of groter dan 0,09 milligram per liter in de uitgeademde lucht. § 2. Het veiligheidspersoneel mag geen taken uitvoeren in staat van dronkenschap of onder invloed van psychoactieve stoffen, zoals drugs, verdovende middelen of oneigenlijke gebruikte therapeutische stoffen. De IG of de MOBE voorziet in controlemaatregelen en preventieve maatregelen in verband met het verbruik van alcohol of psychoactieve stoffen. § 3. Teneinde een gevaarlijke situatie te voorkomen of te stoppen, kan de IB een veiligheidspersoneelslid vragen een alcoholtest te ondergaan, overeenkomstig artikel 27 van de wet betreffende het gebruik van de spoorweginfrastructuur of in het raam van de technische bijstand die hij verleent aan de veiligheidsinstantie, overeenkomstig artikel 14, derde lid, van de wet betreffende de exploitatieveiligheid van de spoorwegen. Bij een positief resultaat of bij weigering van een alcoholtest wordt de uitoefening van de veiligheid cruciale taken bij dit veiligheidspersoneelslid onmiddellijk geschorst. De toestellen die in het raam van de controle op het alcoholgehalte worden gebruikt worden onderhouden en geijkt, conform de voorschriften van de fabrikant. Art. 7.§ 1. Zodra een lid van het veiligheidspersoneel vaststelt of ervan op de hoogte wordt gebracht dat hij persoonlijk en individueel een risico inhoudt voor de spoorwegveiligheid, staakt hij de uitoefening van zijn veiligheidstaken en verwittigt hij onmiddellijk de IG(s) of de MOBE(s) die hem tewerkstelt (tewerkstellen). § 2. Zodra een lid van het veiligheidspersoneel een feit vaststelt dat een risico kan inhouden voor de spoorwegveiligheid, brengt hij onmiddellijk de IB daarvan op de hoogte. § 3. Wanneer de IG of de MOBE vaststelt of ingelicht wordt dat veiligheidspersoneel dat hij/ze tewerkstelt of dat voor zijn/haar rekening werkt, de veiligheid van het spoorwegverkeer in gevaar brengt, neemt hij/zij onmiddellijk de nodige maatregelen om aan dit risico een einde te stellen en om de herhaling van dit risico te voorkomen. De IG of de MOBE maakt een schriftelijk verslag op van de maatregelen die genomen werden om een einde aan het risico te stellen en om de herhaling van dit risico te voorkomen. Indien de veiligheidsinstantie het nodig acht, kan ze aan de IG of aan de MOBE meedelen dat de maatregelen onvoldoende zijn en kan ze eisen dat de bekwaamheid van de betrokken persoon gecontroleerd wordt. HOOFDSTUK 3. - Vereisten van toepassing op het veiligheidspersoneel van de IG's Afdeling 1. - Gemeenschappelijke vereisten van toepassing op het personeel van de IG's Art. 8.§ 1. In het geval van de IG's, worden de voor de veiligheid cruciale taken als een geheel van generische veiligheidsfuncties beschouwd. § 2. De veiligheidsfuncties die bij alle IG's uitgeoefend kunnen worden, zijn de volgende : 1° treinbestuurder;2° begeleider van reizigerstreinen;3° verantwoordelijke bediende voor de rangeerdienst;4° begeleidende agent van goederentreinen;5° bediende belast met het rangeren;6° bediende belast met het samenstellen en verzenden van treinen;7° bediende belast met het beheer van de administratieve verrichtingen met betrekking tot het rangeren, de bediening van installaties, het samenstellen en verzenden van treinen;8° bediende belast met de bediening van spoortoestellen en seininrichtingsinstallaties (binnen de perken van de overeenkomsten tussen de SO's en de IB);9° bediende belast met de volledige technische schouwing van het rollend materieel, specialiteit « goederen »;10° bediende belast met de volledige technische schouwing van het rollend materieel, specialiteit « reizigers »;11° onderstationchef specialiteit « reizigers » - toezicht en bediening van de perrons en uitwijkbundels;12° bediende belast met de rangeringen specialiteit « reizigers »;13° bediende belast met het bedienen van de private spooraansluitingen; 14° bediende belast met de taken betreffende de bediening van een installatie (werkplaats, onderhoudspost...). § 3. De veiligheidsfuncties voorbehouden aan de IB zijn de volgende : 1° verantwoordelijke bediende voor de uitvoering van de werken;2° verdeler tractiestroom;3° begeleidende agent van werktreinen;4° overwegwachter;5° schildwacht;6° bediende beweging;7° seingever en operator;8° mobiele seingever. § 4. De in de §§ 1 en 2 genoemde veiligheidsfuncties worden als dusdanig beschouwd en dit zonder rekening te houden met graden of bekwaamheden. Art. 9.§ 1. Dit artikel behandelt enkel de vereiste taalkennis die het veiligheidspersoneel nodig heeft om actief en efficiënt te communiceren in routinesituaties, problematische situaties en noodsituaties. De vorm en de inhoud van de mededelingen alsook de te volgen procedures worden door de IB in het kader van de veiligheidsreglementering van de exploitatie van de spoorweginfrastructuur vastgelegd. § 2. Het veiligheidspersoneel dat over doorslaggevende veiligheidsvragen met de IB communiceert, beschikt over een voldoende taalkennisniveau van de door de IB opgegeven taal. De taalkennis van het veiligheidspersoneel stelt de personeelsleden ten minste in staat een minimaal gesprek te voeren en informatie over veiligheid, werkorganisatie en stiptheid van het treinverkeer volgens de bepalingen van de veiligheidsvoorschriften betreffende de exploitatie van de spoorweginfrastructuur uit te wisselen. § 3. De taalkennis van het veiligheidspersoneel wordt op grond van de door de IB opgegeven taal geëvalueerd, op basis van de drie volgende niveaus van taalkennis : 1° voldoende kennis van de Franse taal;2° voldoende kennis van de Nederlandse taal;3° voldoende kennis van de Franse en van de Nederlandse taal. Deze beoordeling gebeurt voor de treinbestuurders overeenkomstig artikel 18, voor de treinbegeleiders overeenkomstig artikel 26 en voor de andere veiligheidsfuncties overeenkomstig artikel 32. Art. 10.§ 1. Alvorens het statuut van hulponderneming toe te kennen kijkt de SO of de IB na of deze hulponderneming voldoet aan alle voorwaarden die haar of hem zelf opgelegd worden inzake veiligheidspersoneel. § 2. Overeenkomstig de bepalingen van artikel 17 van de wet exploitatieveiligheid van de spoorwegen, waarborgt het veiligheidsbeheersysteem van de SO of van de IB de beheersing van alle risico's, met inbegrip van het inzetten van aannemers. § 3. De SO of de IB zorgt ervoor dat haar of zijn hulponderneming de regels eerbiedigt en haar verplichtingen nakomt. § 4. De SO of de IB deelt de toekenning of de intrekking van een statuut van hulponderneming mee aan de veiligheidsinstantie. Art. 11.Wanneer de uitoefening van een veiligheidsfunctie meer dan zes maanden onderbroken werd, gaat de IG de professionele geschiktheid van het betrokken veiligheidspersoneel na. Art. 12.§ 1. De IG is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens op de verschillende documenten die hij beheert. Hij zorgt ervoor dat de gegevens, wanneer nodig, onmiddellijk worden bijgewerkt en hij kan de bewijsstukken met betrekking tot die gegevens steeds voorleggen. § 2. De IG neemt alle nodige maatregelen om te voorkomen dat een document waarvan de geldigheidsdatum overschreden is of dat de houder om welke reden dan ook niet meer mag gebruiken, nog gebruikt wordt. § 3. Zodra een lid van het veiligheidspersoneel niet meer aan de certificeringvereisten voldoet, verbiedt de IG de betrokkene onmiddellijk veiligheidsfuncties te vervullen en schrapt hij hem van de lijst van zijn personeel dat die functies mag uitoefenen. Afdeling 2. - Specifieke vereisten van toepassing op de verschillende functies van het veiligheidspersoneel van de IG's Onderafdeling 1. - Specifieke vereisten van toepassing op de veiligheidsfunctie van « treinbestuurder » Art. 13.§ 1. Het veiligheidspersoneel dat de functies van treinbestuurder uitoefent, is gecertificeerd als hij beschikt over de onderstaande documenten die werden afgegeven door een erkende instelling overeenkomstig de geldende wetgeving : 1° een psychologisch attest;2° een medisch attest;3° een brevet van professionele geschiktheid. § 2. De veiligheidsinstantie zorgt voor de certificering bedoeld in § 1. § 3. De certificering wordt geconcretiseerd door de vergunning van treinbestuurder die elke drie jaar wordt bijgewerkt door de vernieuwing van de documenten bedoeld in § 1, 2° en 3°. § 4. De vergunning van treinbestuurder is vergezeld van de volgende bijlagen: 1° « attest van lijnkennis »;2° « attest van materieelkennis ». Deze bijlagen worden uitgereikt door de SO of de IB, die aldus bevestigt dat de houder beschikt over de kennis voorgeschreven door de veiligheidsvoorschriften, wat de kennis betreft van de lijnen en het materieel die op de vergunning zijn vermeld. Art. 14.§ 1. De vergunning van treinbestuurder is conform het model opgenomen in bijlage 1. § 2. De vergunning vermeldt : 1° de naam en het adres van de spoorwegonderneming voor wier rekening de treinbestuurder mag rijden;2° de categorieën waarmee de houder mag rijden;3° bijkomende informatie of eventuele beperkingen. Ze wordt uitgereikt in de taal waarin het brevet van professionele geschiktheid opgesteld is. § 3. De gecertificeerde treinbestuurder heeft tijdens de uitoefening van zijn functie zijn vergunning altijd bij zich. § 4. Om geldig te zijn, is de vergunning van treinbestuurder tegelijk vergezeld van de volgende bijlagen : 1° « attest van lijnkennis »;2° « attest van materieelkennis ». Art. 15.§ 1. De vergunningscategorieën hangen af van de door de treinbestuurder gevolgde fundamentele opleiding en aanvullende opleidingen : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Art. 16.§ 1 Het attest van lijnkennis is conform het model opgenomen in bijlage 1. § 2. Het attest van lijnkennis vermeldt: 1° de lijnen waarop de houder mag rijden;2° bijkomende informatie of eventuele beperkingen. § 3. De bijlage bij de vergunning van treinbestuurder wordt afgeleverd door de SO of de IB, die aldus bevestigt te erkennen dat de treinbestuurder die ervan houder is : 1° beschikt over de kennis voorgeschreven door de veiligheidsvoorschriften wat de lijnkennis betreft;2° voldoet aan de fundamentele en aanvullende opleidingen inzake de bijzondere bepalingen betreffende bepaalde lijnen of baanvakken. De fundamentele en aanvullende opleidingen inzake de bijzondere bepalingen betreffende bepaalde lijnen of baanvakken zijn weergegeven op de bijlage bij de vergunning van treinbestuurder. Het gaat hierbij om de volgende lijnen of baanvakken : 1° de Noord-Zuidverbinding;2° het baanvak Ans-Luik;3° de lijnen met signalisatie TVM 430;4° de lijnen met signalisatie TBL 2;5° de lijnen met signalisatie ETCS;6° de verbinding Antwerpen Noord-Zuid. Art. 17.§ 1. Het attest van materieelkennis is conform het model opgenomen in bijlage 1. § 2. Het attest van materieelkennis vermeldt : 1° het type van rollend materieel waarmee de houder mag rijden;2° de eigenaar en het goedkeuringsnummer in geval van werkvoertuigen. § 3. De bijlage bij de vergunning van treinbestuurder wordt afgeleverd door de SO of de IB, die aldus bevestigt te erkennen dat de treinbestuurder die ervan houder is : 1° beschikt over de kennis voorgeschreven door de veiligheidsvoorschriften wat de materieelkennis betreft;2° geslaagd is voor de fundamentele en aanvullende opleidingen inzake het type dienst. Het type dienst waarvoor de houder wordt toegelaten om te rijden wordt verduidelijkt door één van de volgende codes die op de bijlage bij de vergunning van treinbestuurder geschreven wordt : 1° E: besturen van locomotieven met stroomafnemers;2° Z: besturen van locomotieven zonder stroomafnemers;3° HST: besturen op hogesnelheidslijnen;4° AUTO: besturen van autonome werkvoertuigen of lichte voertuigen. Art. 18.§ 1. De taalkennis van een personeelslid dat een veiligheidsfunctie uitoefent als treinbestuurder stelt hem in staat om veiligheidsinformatie opgenomen in de veiligheidsvoorschriften van de exploitatie van de spoorweginfrastructuur uit te wisselen. Deze uitwisseling gebeurt op basis van geformaliseerde procedures die gebruik maken van schriftelijke berichten en/of formulieren, die door de IB worden opgelegd. § 2. De erkende instelling beoordeelt de taalkennis van het veiligheidspersoneel dat de functie van treinbestuurder uitoefent, tijdens een examen dat overeenkomstig de geldende wetgeving wordt georganiseerd. Art. 19.De te verwerven bekwaamheden en de medische en psychologische criteria waaraan de leden van het veiligheidspersoneel die de veiligheidsfunctie van « treinbestuurder » uitoefenen voldoen, zijn opgenomen in bijlage 1. Onderafdeling 2. - Specifieke vereisten van toepassing op de veiligheidsfunctie van « begeleider van reizigerstreinen » Art. 20.De artikelen 21 tot 27 worden toegepast onverminderd de vereisten die op de veiligheidsfunctie van « begeleider van reizigerstreinen » van toepassing zijn, overeenkomstig de wet exploitatieveiligheid van de spoorwegen (art. 37/23). Art. 21.§ 1. Het veiligheidspersoneel dat de functie van begeleider van reizigerstreinen uitoefent, is gecertificeerd als hij beschikt over de onderstaande documenten die werden afgegeven door een erkende instelling overeenkomstig de geldende wetgeving : 1° een psychologisch attest;2° een medisch attest;3° een brevet van professionele geschiktheid. § 2. De certificering gebeurt door de veiligheidsinstantie. § 3. De certificering wordt geconcretiseerd door het attest van begeleider van reizigerstreinen dat elke drie jaar wordt bijgewerkt door de vernieuwing van de documenten bedoeld in § 1, 2° en 3°. § 4. De veiligheidsinstantie stelt alle nuttige informatie ter beschikking van de aanvrager in een praktische gids waarin de aanvraagprocedure wordt uiteengezet en waarin alle noodzakelijke documenten en attesten worden opgesomd. § 5. In het raam van de afgifte van de attesten van begeleider van reizigerstreinen worden de in § 1 bedoelde documenten opgesteld binnen de periode van zes maanden die voorafgaat aan de indiening van de aanvraag van het attest. In het raam van de bijwerking van de attesten van begeleider van reizigerstreinen worden de in § 1 bedoelde documenten opgesteld binnen de periode van zes maanden die voorafgaat aan de vervaldatum van deze attesten. Art. 22.§ 1. Onverminderd de bepalingen opgenomen in artikel 37/23, § 3, van de wet exploitatieveiligheid van de spoorwegen, wordt het veiligheidspersoneel dat de functie van begeleider van reizigerstreinen uitoefent en van werkgever verandert, niet opnieuw gecertificeerd indien : 1° de begeleider van reizigerstreinen over de vereiste bekwaamheden beschikt voor de uitoefening van de functie van begeleider van reizigerstreinen binnen de nieuwe onderneming;2° de begeleider van reizigerstreinen in het bezit is van de documenten die deze voorgaande bekwaamheden staven;3° de begeleider van reizigerstreinen in staat is om de regels die eigen zijn aan zijn nieuwe werkgever toe te passen;4° de begeleider van reizigerstreinen zijn activiteiten gedurende meer dan zes maanden niet heeft onderbroken. § 2. Indien de nieuwe werkgever vaststelt dat de begeleider van reizigerstreinen aan de voorwaarden bedoeld in § 1, 1° tot 4°, voldoet, reikt hij hem een attest van vakkennis uit. Indien de nieuwe werkgever vaststelt dat de begeleider niet aan de voorwaarden bedoeld in § 1, 1° tot 4° voldoet, licht hij hem in dat hij verplicht is zijn attest van begeleider te laten bijwerken door zijn brevet van professionele geschiktheid te vernieuwen. § 3. De begeleider brengt de veiligheidsinstantie op de hoogte van zijn verandering van werkgever. Art. 23.§ 1. De veiligheidsinstantie kan op ieder ogenblik de nodige maatregelen treffen om na te gaan of het veiligheidspersoneel dat de functie van begeleider van reizigerstreinen uitoefent, in het bezit is van de documenten die krachtens dit besluit zijn afgegeven. § 2. Indien de veiligheidsinstantie van oordeel is dat een begeleider van reizigerstreinen niet meer aan één of meerdere vereiste voorwaarden voldoet, dan neemt zij de volgende maatregelen: 1° als het om een attest van begeleider van reizigerstreinen gaat, dan wordt dit door de veiligheidsinstantie geschorst.De schorsing is voorlopig of definitief naargelang van de ernst van de risico's die het voor de spoorwegveiligheid meebrengt. De veiligheidsinstantie betekent haar gemotiveerde beslissing onverwijld aan de betrokkene en aan diens werkgever. Ze vermeldt de te volgen procedure om het attest terug te krijgen; 2° indien het om één van de documenten bedoeld in artikel 21, § 1, gaat, richt de veiligheidsinstantie zich tot de uitgever van dit document en vraagt, ofwel een bijkomende controle, ofwel de schorsing van het document.De uitgever neemt de nodige maatregelen en informeert de veiligheidsinstantie binnen een termijn van vier weken. De veiligheidsinstantie kan de betrokkene verbieden om op het Belgische netwerk actief te zijn zolang zij wacht op de informatie van de uitgever. Binnen tien dagen te rekenen vanaf de ontvangst van de informatie spreekt de veiligheidsinstantie zich uit over het al of niet handhaven van het door haar opgelegde verbod om actief te zijn op het Belgische netwerk. Art. 24.§ 1. Het attest van begeleider van reizigerstreinen wordt op naam uitgereikt aan de gecertificeerde begeleider van reizigerstreinen, die het altijd bij zich heeft in de uitoefening van zijn functie. Het is conform het model opgenomen in bijlage 2. § 2. Om geldig te zijn, is dit attest van begeleidervan reizigerstreinenvergezeld van een bijlage met als titel « attest van vakkennis ». Art. 25.§ 1. Het attest van vakkennis wordt uitgereikt door de SO, die aldus bevestigt te erkennen dat de begeleidervan reizigerstreinendie ervan houder is : 1° beschikt over de kennis voorgeschreven door de veiligheidsvoorschriften wat de materieelkennis betreft;2° voldoet aan de fundamentele en aanvullende opleidingen inzake de bijzondere bepalingen betreffende bepaalde lijnen of baanvakken;3° het vereiste taalkennisniveau in het Nederlands en/of in het Frans heeft. § 2. Het attest van vakkennis is conform het model opgenomen in bijlage 2. Art. 26.§ 1. De taalkennis van het personeelslid dat de veiligheidsfunctie van begeleider van reizigerstreinen uitoefent, stelt hem in staat om veiligheidsinformatie uit de reglementering van de exploitatie van de spoorweginfrastructuur uit te wisselen. Deze uitwisseling gebeurt op basis van geformaliseerde procedures die gebruik maken van schriftelijke berichten en/of formulieren, die door de IB worden opgelegd. § 2. De erkende instelling beoordeelt de taalkennis van het veiligheidspersoneel dat de functie van begeleider van reizigerstreinen uitoefent, tijdens een examen dat overeenkomstig de geldende wetgeving wordt georganiseerd. Art. 27.De te verwerven bekwaamheden en de medische en psychologische criteria waaraan de leden van het veiligheidspersoneel die de veiligheidsfunctie van « begeleider van reizigerstreinen » uitoefenen voldoen, zijn opgenomen in bijlage 2. Onderafdeling 3. - Specifieke vereisten van toepassing op de andere veiligheidsfuncties Art. 28.§ 1. Het lid van het veiligheidspersoneel dat een andere veiligheidsfunctie dan treinbestuurder of begeleider van reizigerstreinen uitoefent, wordt gecertificeerd door de IG. § 2. Met de certificering beslist de IG dat een persoon een of meer veiligheidsfuncties mag uitoefenen. De IG: 1° gaat vooraf na of de betrokken persoon medisch en vakkundig geschikt is en op de hoogte is van de kenmerken en het specifiek karakter van de veiligheidsfuncties die hij zal uitoefenen;2° gaat na of de te certificeren persoon de opleidingsdoelstellingen van de fundamentele of aanvullende opleiding daadwerkelijk heeft gehaald en in het bezit is van een medisch attest. § 3. Het lid van het veiligheidspersoneel dat een andere veiligheidsfunctie uitoefent, heeft de volle leeftijd van achttien jaar bereikt. § 4. In het kader van zijn veiligheidsbeheerssysteem doet de IG het volgende : 1° hij beschrijft de selectie- en rekruteringscriteria die toegang geven tot de functie;2° hij regelt de certificering van zijn veiligheidspersoneel, met name voor wat betreft de professionele geschiktheid van de examinatoren en de organisatie van de examens;3° indien hij dit nodig acht, bepaalt hij de geldigheidsduur van de certificeringen die hij aflevert, evenals de bijwerkingsvoorwaarden ervan, onder voorbehoud dat de gecertificeerde medisch geschikt blijft en zijn veiligheidsfunctie voldoende continu heeft uitgeoefend;4° hij organiseert het individueel toezicht op het personeel dat een veiligheidsfunctie uitoefent, met het oog op de verwerving en het behoud van de vereiste medische, psychologische en professionele geschiktheid. Art. 29.§ 1. De professionele geschiktheid heeft betrekking op de vakbekwaamheden die nodig zijn voor de uitoefening van elke veiligheidsfunctie, omvattende de eigenlijke vakkennis en de bekwaamheid om deze in de praktijk op een correcte manier om te zetten, zowel in een normale als in een verstoorde situatie. § 2. De vakkennis, vereist voor het uitoefenen van veiligheidsfuncties op de Belgische spoorweginfrastructuur zijn de volgende: 1° de algemene kennis van het Belgische spoorwegexploitatiesysteem, rekening houdend met de uitgeoefende veiligheidsfuncties, omvattende : a) de werkingsprincipes van de veiligheidssystemen;b) het belang van de verschillende veiligheidsfuncties;c) de algemene kennis van de spoorwegrisico's, in het bijzonder deze die verbonden zijn aan het verkeer, ongeacht de tractiewijze;2° de algemene kennis van de veiligheidsvoorschriften;3° de specifieke kennis eigen aan elke veiligheidsfunctie. § 3. De bekwaamheid om de verworven kennis operationeel toe te passen, zowel in normale als in abnormale omstandigheden, houdt in : 1° de beheersing van de toepassing van de procedures en regels in verband met de uitgeoefende veiligheidsfuncties, met inbegrip van de communicatieprocedures;2° de beheersing van het gebruik van de installaties, het materieel en de werkvoertuigen;3° de beheersing van de toepassing van de maatregelen ter voorkoming van de beroepsrisico's betreffende het personeel en, in het algemeen, de bekwaamheid om zijn gedrag te kunnen aanpassen aan de verschillende beroepssituaties. Art. 30.§ 1. De IG houdt een register van de veiligheidsfuncties bij dat voor elke gecertificeerde persoon de volgende gegevens bevat : 1° de naam, de voornaam en de geboortedatum;2° de toegelaten veiligheidsfunctie(s);3° de certificeringsdatum;4° de werkpost(en) waar deze functie(s) mag (mogen) worden uitgeoefend, wanneer deze werkpost een bijzondere kennis van de lokale toestellen met betrekking tot de veiligheid van het spoorverkeer, vereist;5° de eventuele geldigheidsduur van de certificering. § 2. De IG houdt de documenten die de professionele geschiktheid van het lid van het veiligheidspersoneel bewijzen bij en deelt het aantal en de locatie van de registers die hij heeft geopend mee aan de veiligheidsinstantie en hij brengt laatstgenoemde op de hoogte van iedere wijziging van het aantal registers of van hun locatie. Art. 31.De IG reikt een attest van professionele geschiktheid uit aan zijn personeel dat een andere veiligheidsfunctie uitoefent buiten de plaats waar het register zich bevindt of buiten de uren waarin het register kan worden geraadpleegd. Met dit attest wordt bevestigd dat de houder ervan in het register staat. Dit attest vermeldt alle veiligheidsfuncties waarvoor het lid van het veiligheidspersoneel gecertificeerd is. Art. 32.De IG evalueert bij de certificering de taalkennis van zijn veiligheidspersoneel dat andere veiligheidsfuncties uitoefent, wanneer bijzondere vereisten dit voorschrijven. Art. 33.De te verwerven bekwaamheden en de medische en psychologische criteria waaraan de leden van het veiligheidspersoneel die een andere veiligheidsfunctie dan treinbestuurder of begeleider van reizigerstreinen uitoefenen, voldoen, zijn opgenomen in bijlage 3. Afdeling 3. - Bijkomende vereisten van toepassing op het personeel van de IG's dat veiligheidsfuncties uitoefent in het kader van toeristische spoorwegritten met historische voertuigen op het nationale spoorwegnetwerk Art. 34.§ 1. De toeristische vereniging die de spoorweginfrastructuur in het kader van toeristische spoorwegritten mag gebruiken, doet een beroep op het gecertificeerde veiligheidspersoneel van een SO of van de IB, voor de uitoefening van de veiligheidsfuncties « treinbestuurder » en « begeleider van reizigerstreinen ». Ze houdt een lijst bij van de namen en functies van de gebruikte veiligheidspersoneelsleden, alsook van de naam van de betrokken SO of IB. § 2. Om prestaties te kunnen uitvoeren voor de toeristische vereniging die het nationale spoorwegnetwerk in het kader van toeristische spoorwegritten mag gebruiken, krijgt het gecertificeerde lid van het veiligheidspersoneel daarvoor de toelating van de betrokken SO of IB. § 3. De nadere regels voor het gebruik van dit personeel worden in onderlinge overeenstemming vastgelegd door de betrokken partijen, die een systeem uitwerken om na te gaan of het lid van het veiligheidspersoneel dat voor verschillende IG's werkt, de regels met betrekking tot de volgende materies naleeft : 1° aantal maximale opeenvolgende prestaties;2° rijtijden;3° tussentijd tussen twee prestaties;4° maximumduur van een prestatie;5° professionele geschiktheid;6° medische geschiktheid. Art. 35.De toeristische vereniging zorgt ervoor dat haar veiligheidspersoneel de technische normen en de voorschriften inzake de veiligheid van de spoorweginfrastructuur en haar gebruik kent en kan toepassen. Art. 36.Wanneer de toeristische vereniging eigen materieel gebruikt, geeft ze aan de treinbestuurder en aan de begeleider van reizigerstreinen een document dat de kennis van het betrokken historisch materieel bewijst. Art. 37.§ 1. Het lid van het veiligheidspersoneel dat een andere veiligheidsfunctie dan treinbestuurder of begeleider van reizigerstreinen uitoefent voor rekening van een toeristische vereniging, wordt door deze laatste gecertificeerd. § 2. Voor de uitoefening van deze andere veiligheidsfuncties kan de toeristische vereniging : 1° hetzij door een SO of een IB opgeleid veiligheidspersoneel gebruiken;2° hetzij zelf dit veiligheidspersoneel opleiden. § 3. Om prestaties te kunnen uitvoeren voor rekening van de toeristische vereniging die het nationale spoorwegnetwerk in het kader van toeristische spoorwegritten mag gebruiken, krijgt het gecertificeerde lid van het veiligheidspersoneel dat andere veiligheidsfuncties uitoefent daarvoor de toelating van de betrokken SO of IB. Art. 38.Wanneer een reizigerstrein tussen een installatie op een museumspoorlijn en een treinstation op het nationale spoorwegnetwerk pendelt, kan er worden afgeweken van de verplichting om een begeleider van reizigerstreinen in te zetten, voor zover : 1° de trein geen hoofdlijnen gebruikt;2° de treinbestuurder de normale taken van de begeleider van reizigerstreinen verricht;3° de toeristische vereniging de treinbestuurder die de normale taken van de begeleider van reizigerstreinen verricht, daartoe opleidt en certificeert;4° het gebruikte rollend materieel met automatisch sluitende deuren is uitgerust;5° de trein uit een enkel zelfvoortbewegend voertuig zonder doorgangsmogelijkheid bestaat, zodat de treinbestuurder alle reizigers kan zien. Afdeling 4. - Preventieve schorsing van veiligheidsfuncties Art. 39.§ 1. Wanneer het door de IB daartoe gemachtigde personeel vaststelt dat een lid van het veiligheidspersoneel van een IG de veiligheid van het spoorwegverkeer in gevaar brengt, neemt het de nodige maatregelen, met inbegrip van het preventief schorsen van de veiligheidsfuncties van het betrokken personeelslid, overeenkomstig artikel 27 van de wet betreffende het gebruik van de spoorweginfrastructuur. De IB overhandigt daartoe aan het lid van het veiligheidspersoneel een document waarin de preventieve schorsing van zijn veiligheidsfuncties wordt bevestigd. Bijlage 4 bevat een model van dit document. De IB meldt dit onmiddellijk en uiterlijk de volgende werkdag aan de veiligheidsinstantie, overeenkomstig artikel 27 van de wet betreffende het gebruik van de spoorweginfrastructuur. Hij licht ook de betrokken IG(s) in. § 2. De preventieve schorsing van de veiligheidsfuncties slaat op het geheel van de functies waarvoor het veiligheidspersoneelslid is gecertificeerd, zelfs indien deze functies bij meerdere IG's worden uitgeoefend. § 3. Het veiligheidspersoneelslid dat het voorwerp uitmaakt van een preventieve schorsing van de veiligheidsfuncties wordt onderworpen aan een alcoholtest. § 4. De IG die verantwoordelijk is voor het lid van het veiligheidspersoneel betrokken bij het incident dat leidt tot de preventieve schorsing, analyseert de feiten en neemt de nodige maatregelen om te voorkomen dat een dergelijk risico zich opnieuw zou voordoen. § 5. De bepalingen van de §§ 1 tot 4 zijn ook van toepassing op het lid van het veiligheidspersoneel waarvan het gedrag doet vermoeden dat het medisch of psychologisch ongeschikt is. HOOFDSTUK 4. - Specifieke vereisten van toepassing op het veiligheidspersoneel van de MOBE's Art. 40.Wanneer het veiligheidspersoneel van de MOBE op de spoorweginfrastructuur werkt, leeft het de voorschriften van de IB na, met inbegrip van de veiligheidsvoorschriften bedoeld in artikel 6, § 1, van de wet exploitatieveiligheid van de spoorwegen. Art. 41.§ 1. De MOBE zet een bekwaamheidsbeheerssysteem op om : 1° te bepalen welke posten veiligheidstaken omvatten;2° veiligheidspersoneel in te zetten voor taken waarvoor hij bekwaam is. § 2. Het bekwaamheidsbeheerssysteem van de MOBE bevat procedures om de bekwaamheden van het veiligheidspersoneel te beheren en omvat minstens het volgende : 1° de kennis, de vaardigheden en de ervaring die nodig zijn voor de uitoefening van de aan zijn de verantwoordelijkheden aangepaste veiligheidstaken;2° de selectiecriteria, met onder meer het basisopleidingsniveau en de mentale en fysieke geschiktheid;3° de basisopleiding en basiskwalificatie of certificering van verworven bekwaamheden en vaardigheden;4° de waarborg dat alle personeelsleden zich bewust zijn van de relevantie en het belang van hun activiteiten en de manier waarop zij bijdragen tot de realisatie van de veiligheidsdoelstellingen;5° de permanente opleidingen de regelmatige actualisering van de verworven kennis en vaardigheden;6° de periodieke controle van bekwaamheden en, in voorkomend geval, van de mentale en fysieke geschiktheid;7° indien nodig, de bijzondere maatregelen bij ongevallen/incidenten of langdurige afwezigheid. Art. 42.§ 1. Wanneer de MOBE een beroep doet op subcontractanten inzake veiligheidspersoneel, beschikt zij over procedures om : 1° bij de selectie na te gaan of de contractanten, subcontractanten en leveranciers bekwaam zijn;2° de vereisten vast te stellen waaraan contractanten en leveranciers voldoen;3° na te gaan of de leveranciers of contractanten zich bewust zijn van de risico's. § 2. Het contract tussen de MOBE en haar subcontractanten bevat ten minste de basisbeginselen van de volgende processen, duidelijk gedefinieerd, bekend en toegewezen : 1° verantwoordelijkheden en taken in verband met spoorwegveiligheidsproblemen;2° verplichtingen in verband met de overdracht van relevante informatie tussen beide partijen;3° de traceerbaarheid van documenten met bettrekking tot de veiligheid. Art. 43.De bijzondere kennis voor het uitvoeren van de veiligheidstaken in verband met het onderhoud van de voertuigen zijn voornamelijk de volgende : 1° het veiligheidsbelang begrijpen van de verschillende uitrustingen die aanwezig zijn op het voertuig en weten hoe deze werken;2° het nagaan of de uitrusting van het voertuig conform is aan de technische beschrijvingen en/of andere onderhoudsdocumenten;3° de verschillende specifieke werkvoertuigen voor het onderhoud van het voertuig op een correcte en adequate wijze kunnen gebruiken;4° in staat zijn fouten in de uitrustingen te ontdekken en deze te verhelpen, binnen de technische kennis verbonden aan deze taak;5° uitvoeren van controleproeven volgend op werkzaamheden tot het herstel van de uitrusting in haar normale toestand;6° de regels met betrekking tot de veiligheid van het personeel toepassen;7° de traceerbaarheid van de vastgestelde feiten alsook van de resultaten van de uitgevoerde verrichtingen waarborgen. HOOFDSTUK 5. - Slotbepalingen Art. 44.Opgeheven worden: 1° het koninklijk besluit van 16 januari 2007Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 16/01/2007 pub. 23/01/2007 numac 2007014019 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot vaststelling van sommige regels betreffende de onderzoeken naar ongevallen en incidenten bij de spoorwegen type koninklijk besluit prom. 16/01/2007 pub. 06/02/2007 numac 2007012038 bron federale overheidsdienst werkgelegenheid, arbeid en sociaal overleg Koninklijk besluit houdende vaststelling van toelaatbare diensten van de secretaris van de Nationale Arbeidsraad type koninklijk besluit prom. 16/01/2007 pub. 23/01/2007 numac 2007014017 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit houdende veiligheidsvereisten en -procedures van toepassing op de spoorweginfrastructuurbeheerder en de spoorwegondernemingen sluiten houdende veiligheidsvereisten en procedures van toepassing op de spoorweginfrastructuurbeheerder en de spoorwegondernemingen;2° het koninklijk besluit van 15 mei 2011Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 15/05/2011 pub. 10/06/2011 numac 2011014100 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot bepaling van de vereisten van toepassing op het veiligheidspersoneel sluiten tot bepaling van de vereisten die van toepassing zijn op het veiligheidspersoneel; 3° het ministerieel besluit van 26 juli 2007Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 26/07/2007 pub. 07/08/2007 numac 2007014257 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Ministerieel besluit tot aanneming van een bestek voor toeristische spoorwegritten met historisch materieel op de spoorweginfrastructuur sluiten tot aanneming van een bestek voor toeristische spoorwegritten met historisch materieel op de spoorweginfrastructuur, bijlage 1, deel 3, punt 3.2.2. en 4; 4° het ministerieel besluit van 9 juni 2009Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom. 09/06/2009 pub. 13/08/2009 numac 2009014164 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Mini …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.