← België

Wet houdende instemming met de volgende internationale akten: 1) Het negende Protocol ter aanvulling van de Stichtingsakte van de Wereldpostvereniging

In het kort

Deze wet bekrachtigt de instemming van België met diverse internationale akten van de Wereldpostvereniging, die op 6 oktober 2016 in Istanbul zijn opgesteld. Het zorgt ervoor dat deze internationale afspraken volledig van kracht worden in België.

Wat het reguleert

Wie het betreft

Kernpunten

📄 Wettekst
27 JUNI 2022. - Wet houdende instemming met de volgende internationale akten: 1) Het negende Protocol ter aanvulling van de Stichtingsakte van de Wereldpostvereniging, gedaan te Istanbul op 6 oktober 2016; 2) Het eerste Aanvullend Protocol bij het Algemeen Reglement van de Wereldpostvereniging, gedaan te Istanbul op 6 oktober 2016; 3) De Wereldpostconventie en haar Slotprotocol, gedaan te Istanbul op 6 oktober 2016 (1)(2) FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. Art. 2.Het Negende Protocol ter aanvulling van de Stichtingsakte van de Wereldpostvereniging, gedaan te Istanbul op 6 oktober 2016, zal volkomen gevolg hebben. Art. 3.Het Eerste Aanvullend Protocol bij het Algemeen Reglement van de Wereldpostvereniging, gedaan te Istanbul op 6 oktober 2016, zal volkomen gevolg hebben. Art. 4.De Wereldpostconventie en haar Slotprotocol, gedaan te Istanbul op 6 oktober 2016, zullen volkomen gevolg hebben. Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Gegeven te Brussel, 27 juni 2022. FILIP Van Koningswege : De Minister belast met Buitenlandse Zaken, A. DE CROO De Minister van Post, P. DE SUTTER Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, V. VAN QUICKENBORNE _______ Nota's (1) Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be): Stukken: 55-2382 Integraal verslag: 08/02/2022 (2) Het ratificatie-instrument van België werd bij de depositaris neergelegd op 28 juli 2022. Vertaling Negende Protocol ter aanvulling van de Stichtingsakte van de Wereldpostvereniging Inhoudsopgave I. (Art. 1 gewijzigd) Draagwijdte en doel van de Vereniging II. (Art. 1bis gewijzigd) Definities III. (Art. 22 gewijzigd) Akten van de Vereniging IV. Tenuitvoerlegging en duur van het aanvullend Protocol bij de Stichtingsakte van de Wereldpostvereniging Negende Protocol ter aanvulling van de Stichtingsakte van de Wereldpostvereniging Gelet op artikel 30.2 van de op 10 juli 1964 te Wenen afgesloten Stichtingsakte van de Wereldpostvereniging, hebben de gevolmachtigden van de regeringen van de lidstaten van de Wereldpostvereniging, in Congres bijeen te Istanbul onder voorbehoud van ratificatie, de volgende wijzigingen in de genoemde Stichtingsakte aangenomen. Artikel I (Art. 1 gewijzigd) Draagwijdte en doel van de Vereniging 1. De landen die deze Stichtingsakte aannemen vormen onder de naam Wereldpostvereniging een enkel postgebied voor het wederzijds verzenden van postzendingen.De vrijheid van doorvoer wordt over het hele grondgebied van de Vereniging gegarandeerd, onder voorbehoud van de voorwaarden die in de Akten van de Vereniging worden vastgesteld. 2. De Vereniging heeft als doel om te zorgen voor de organisatie en de verbetering van de postdiensten en om de ontwikkeling van de internationale samenwerking op dat vlak te bevorderen.3. De Vereniging neemt in de mate van haar mogelijkheden deel aan de postale technische bijstand die gevraagd wordt door haar lidstaten. Artikel II (Art. 1bis gewijzigd) Definities 1. In deze Akten van de Vereniging worden de onderstaande termen als volgt gedefinieerd: 1.1. Postdienst: geheel van de internationale postale verrichtingen waarvan de draagwijdte bepaald en gereglementeerd wordt door de Akten van de Vereniging. De voornaamste verplichtingen die aan deze verrichtingen verbonden zijn, bestaan erin te beantwoorden aan bepaalde sociale en economische doelstellingen van de lidstaten door de ophaling, de behandeling, de overbrenging en de bezorging van de postzendingen te garanderen. 1.2. Lidstaat: land dat de voorwaarden vervult die in artikel 2 van de Stichtingsakte worden opgesomd. 1.3. Enig postgebied (een en hetzelfde postgebied): verplichting voor de contracterende partijen van de Akten van de Unie om conform het wederkerigheidsbeginsel de uitwisseling van postzendingen te garanderen, met inachtneming van de vrijheid van doorvoer en om de postzendingen die van andere gebieden afkomstig zijn en over hun land verlopen te behandelen als hun eigen postzendingen, onder voorbehoud van de voorwaarden vastgelegd in de Akten van de Unie. 1.4. Vrijheid van doorvoer: principe volgens hetwelk een lidstaat die als tussenpersoon optreedt verplicht is de postzendingen te vervoeren die eraan voor doorvoer zijn bezorgd door een andere lidstaat, door aan die post dezelfde behandeling te verlenen als wordt toegepast op de zendingen van de binnenlandse dienst, onder voorbehoud van de voorwaarden vastgelegd in de Akten van de Unie. 1.5. Het verzenden van brievenpost: zendingen die beschreven staan in de Conventie. 1.6. (Opgeheven.) 1.6bis. Postzending: generieke term die slaat op alle verzendingen die worden uitgevoerd door de operator die aangewezen is door een lidstaat (verzending van de brievenpost, postpakketten, postwissels, enz.), zoals beschreven in de Wereldpostconventie en de Overeenkomst betreffende de postale uitbetalingsdiensten en hun respectieve Reglementen. 1.7. Aangewezen operator: elke gouvernementele of niet-gouvernementele instantie die officieel door de lidstaat is aangewezen om postdiensten te exploiteren en de desbetreffende verplichtingen die uit de Akten van de Vereniging voortvloeien, op zijn grondgebied te vervullen. 1.8. Voorbehoud: een voorbehoud is een afwijkende bepaling waarmee een lidstaat de rechtsgevolgen van een clausule van een Akte buiten de Stichtingsakte en het Algemeen Reglement, wil uitsluiten of wijzigen bij de toepassing op die lidstaat. Elk voorbehoud moet verenigbaar zijn met het voorwerp en het doel van de Vereniging, zoals die omschreven zijn in de inleiding en artikel één van de Stichtingsakte. Het moet behoorlijk met redenen worden omkleed en worden goedgekeurd door de meerderheid die vereist is voor de goedkeuring van de betreffende Akte en ingevoegd worden in het Slotprotocol ervan. Artikel III (Art. 22 gewijzigd) Akten van de Vereniging 1. De Stichtingsakte is de basisakte van de Vereniging.Zij omvat de organieke regels van de Vereniging en kan niet worden onderworpen aan enig voorbehoud. 2. Het Algemeen Reglement bevat de bepalingen voor de toepassing van de Stichtingsakte en voor de werking van de Vereniging.Het is bindend voor alle lidstaten en kan niet worden onderworpen aan enig voorbehoud. 3. De Wereldpostconventie en het Reglement ervan omvatten de gemeenschappelijke regels die van toepassing zijn op de internationale postdienst, alsook de bepalingen betreffende de brievenpost- en postpakkettendiensten.Die Akten zijn voor alle lidstaten bindend. De lidstaten zien erop toe dat hun aangewezen operatoren de verplichtingen vervullen die voortvloeien uit de Conventie en uit het Reglement ervan. 4. De Overeenkomsten van de Vereniging en de Reglementen ervan regelen de andere diensten dan die van de brievenpost en van de postpakketten tussen de lidstaten die daarbij partij zijn.Zij zijn enkel voor die lidstaten bindend. De ondertekenende lidstaten zien erop toe dat hun aangewezen operatoren de verplichtingen vervullen die voortvloeien uit de Overeenkomsten en uit de Reglementen ervan. 5. De Reglementen die de uitvoeringsmaatregelen bevatten die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van de Conventie en van de Overeenkomsten worden door de Raad voor Postexploitatie vastgesteld, rekening houdende met de beslissingen van het Congres.6. De eventuele Slotprotocollen die worden gevoegd bij de Akten van de Vereniging, bedoeld in de paragrafen 3, 4 en 5, bevatten het voorbehoud bij die Akten. Artikel IV Tenuitvoerlegging en duur van het aanvullend Protocol bij de Stichtingsakte van de Wereldpostvereniging 1. Dit aanvullend Protocol zal in werking treden op 1 januari 2018 en voor onbepaalde tijd van kracht blijven. Ter staving hiervan hebben de gevolmachtigden van de regeringen van de lidstaten dit aanvullend Protocol opgesteld, dat dezelfde rechtskracht en dezelfde waarde heeft als waren de bepalingen ervan in de tekst zelf van de Stichtingsakte opgenomen, en ze hebben het in één exemplaar ondertekend dat neergelegd wordt bij de Directeur-generaal van het Internationaal Bureau. Een afschrift ervan zal door het Internationaal Bureau voor Postexploitatie aan elke aangeslotene worden overhandigd. Gedaan te Istanbul, 6 oktober 2016. Vertaling Eerste aanvullend Protocol bij het algemeen Reglement van de Wereldpostvereniging Inhoudsopgave Artikel I. (Art. 103 gewijzigd) Taken van het Congres II. (Art. 106 gewijzigd) Samenstelling en werking van de Administratieve Raad III. (Art. 112 gewijzigd) Samenstelling en werking van de Raad voor Postexploitatie IV. (Art. 113 gewijzigd) Taken van de Raad voor Postexploitatie V. (Art. 119 gewijzigd) Samenstelling van het Raadgevend Comité VI. (Art. 127 gewijzigd) Taken van de Directeur-generaal VII. (Art. 130 gewijzigd) Voorbereiding en verdeling van de documenten van de organen van de Vereniging VIII. (Art. 138 gewijzigd) Procedure voor het indienen van de voorstellen aan het Congres IX. (Art. 138bis toegevoegd) Procedure betreffende de amendementen op de voorstellen conform artikel 138 X. (Art. 140 gewijzigd) Onderzoek van de voorstellen tot wijziging van de Conventie en van de Overeenkomsten tussen twee Congressen in XI. (Art. 142 gewijzigd) Wijziging van de Reglementen door de Raad voor Postexploitatie XII. (Art. 145 gewijzigd) Vaststelling van de uitgaven van de Vereniging XIII. (Art. 146 gewijzigd) Betaling van de bijdragen van de lidstaten XIV. (Art. 149 gewijzigd) Automatische sancties Eerste aanvullend Protocol bij het algemeen Reglement van de Wereldpostvereniging Gelet op artikel 22.2 van de op 10 juli 1964 te Wenen afgesloten Stichtingsakte, hebben de gevolmachtigden van de regeringen van de lidstaten van de Wereldpostverenging, in Congres bijeen te Istanbul, in gemeenschappelijk overleg en onder voorbehoud van artikel 25.4 van de genoemde Stichtingsakte de volgende wijzigingen van het Algemeen Reglement aangenomen. Artikel I (Art. 103 gewijzigd) Taken van het Congres 1. Op basis van de voorstellen van de lidstaten, van de Administratieve Raad en van de Raad voor Postexploitatie: 1.1. bepaalt het Congres het algemene beleid voor de vervulling van de opdracht en van het doel van de Vereniging, die vermeld zijn in de inleiding van de Stichtingsakte en in het eerste artikel ervan; 1.2. onderzoekt het Congres de voorstellen vanwege de lidstaten en de Raden tot wijziging van de Stichtingsakte, het Algemeen Reglement, de Conventie en de Overeenkomsten, en neemt het die in voorkomend geval aan, overeenkomstig artikel 29 van de Stichtingsakte en artikel 138 van het Algemeen Reglement; 1.3. stelt het Congres de datum van inwerkingtreding van de Akten vast; 1.4. neemt het Congres zijn Huishoudelijk Reglement aan, alsook de amendementen daarop; 1.5. onderzoekt het Congres volledige rapporten die respectievelijk door de Administratieve Raad, de Raad voor Postexploitatie en het Raadgevend Comité worden voorgesteld met betrekking tot de periode die verlopen is sedert het vorige Congres, overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 111, 117 en 125 van het Algemeen Reglement; 1.6. neemt het Congres de strategie van de Vereniging aan; 1.6bis. keurt het Congres het ontwerp van het vierjaarlijkse activiteitenplan van de UPU goed; 1.7. stelt het Congres het maximumbedrag van de uitgaven van de Vereniging vast, overeenkomstig artikel 21 van de Stichtingsakte; 1.8. verkiest het Congres de lidstaten die zitting hebben in de Administratieve Raad en in de Raad voor Postexploitatie; 1.9. verkiest het Congres de Directeur-generaal en de Vicedirecteur-generaal van het Internationaal Bureau; 1.10. stelt het Congres door een resolutie het plafond vast van de door de Vereniging te dragen kosten voor het opstellen van de documenten in het Duits, Chinees, Portugees en Russisch. 2. Als hoogste orgaan van de Vereniging behandelt het Congres andere kwesties met name in verband met de postdiensten. Artikel II (Art. 106 gewijzigd) Samenstelling en werking van de Administratieve Raad (Stichtingsakte 17) 1. De Administratieve Raad is samengesteld uit 41 leden, die hun functie uitoefenen gedurende de periode tussen twee opeenvolgende Congressen.2. Het voorzitterschap komt van rechtswege toe aan de lidstaat die het gastland van het Congres is.Indien deze lidstaat zich terugtrekt, wordt het van rechtswege lid en hierdoor beschikt de geografische groep waartoe het behoort over een bijkomende zetel waarop de beperkingen onder nummer 3 niet van toepassing zijn. In dit geval kiest de Administratieve Raad voor het voorzitterschap één van de leden die tot de geografische groep van het gastland behoren. 3. De 40 andere leden van de Administratieve Raad worden door het Congres verkozen op basis van een rechtvaardige geografische verdeling.Ten minste de helft van de leden wordt vervangen ter gelegenheid van ieder Congres; geen enkele lidstaat mag achtereenvolgens door drie Congressen gekozen worden. 4. Elk lid van de Administratieve Raad wijst zijn vertegenwoordiger aan.De leden van de Administratieve Raad nemen actief deel aan de werkzaamheden ervan. 5. De functie van lid van de Administratieve Raad is onbezoldigd.De werkingskosten van die Raad zijn ten laste van de Vereniging. Artikel III (Art. 112 gewijzigd) Samenstelling en werking van de Raad voor Postexploitatie 1. De Raad voor Postexploitatie is samengesteld uit 40 leden, die hun functies uitoefenen gedurende de periode tussen twee opeenvolgende Congressen in.2. De leden van de Raad voor Postexploitatie worden gekozen door het Congres, op basis van een welbepaalde geografische verdeling. Vierentwintig zetels worden voorbehouden aan de lidstaten die een ontwikkelingsland zijn en 16 zetels aan de lidstaten die een industrieland zijn. Ten minste een derde van de leden wordt tijdens elk Congres vervangen. 3. Elk lid van de Raad voor Postexploitatie wijst zijn vertegenwoordiger aan.De leden van de Raad voor Postexploitatie nemen actief aan zijn werkzaamheden deel. 4. De werkingskosten van de Raad voor Postexploitatie zijn ten laste van de Vereniging.Zijn leden ontvangen geen enkele vergoeding. Artikel IV (Art. 113 gewijzigd) Taken van de Raad voor Postexploitatie 1. De Raad voor Postexploitatie heeft de volgende taken: 1.1. de praktische maatregelen voor de ontwikkeling en de verbetering van de internationale postdiensten coördineren; 1.2. onder voorbehoud van de goedkeuring door de Administratieve Raad in het kader van zijn bevoegdheden, elke nodig geachte handeling ondernemen om de kwaliteit van de internationale postdienst te vrijwaren, te verhogen en deze dienst te moderniseren; 1.3. beslissen of er met de lidstaten en hun aangewezen operatoren contact moet worden opgenomen om zijn functies te vervullen; 1.4. de nodige maatregelen treffen met het oog op de studie en de uitwisseling van de ervaringen en de geboekte vooruitgang van sommige lidstaten en hun aangewezen operatoren op het gebied van de techniek, de exploitatie, de economie en de beroepsopleiding die van belang zijn voor andere lidstaten en hun aangewezen operatoren; 1.5. na afspraak met de Administratieve Raad, de geschikte maatregelen treffen op het vlak van de technische samenwerking met alle lidstaten van de Vereniging en hun aangewezen operatoren, voornamelijk met de nieuwe landen en de ontwikkelingslanden en hun aangewezen operatoren; 1.6. alle andere kwesties onderzoeken die door een lid van de Raad voor Postexploitatie, door de Administratieve Raad, of door een lidstaat of aangewezen operator eraan worden voorgelegd; 1.7. de verslagen alsook de aanbevelingen van het Raadgevend Comité in ontvangst nemen en deze bespreken, en met betrekking tot kwesties die de Raad voor Postexploitatie aanbelangen opmerkingen formuleren en onderzoeken omtrent de aanbevelingen van het Raadgevend Comité om deze aan het Congres voor te leggen; 1.8. zijn leden aanwijzen die zitting zullen hebben in het Raadgevend Comité; 1.9. de studie leiden van de voornaamste exploitatie-, commerciële, technische en economische problemen, alsook inzake technische samenwerking die van belang zijn voor alle lidstaten van de Vereniging of voor hun aangewezen operatoren, in het bijzonder de kwesties die een belangrijke financiële weerslag hebben (taksen, eindrechten, doorvoerrechten, basistaksen voor luchtvervoer van brieven, het aandeel in de postpakketten en de afgifte van brievenpostzendingen in het buitenland), het uitwerken van informatie en adviezen in dit verband en de ter zake te nemen maatregelen aanbevelen ; 1.10. aan de Administratieve Raad de elementen aanreiken die nodig zijn voor de opstelling van het ontwerp van strategie van de Vereniging en van het ontwerp van vierjarig activiteitenplan van de Vereniging dat aan het Congres moet worden voorgelegd; 1.11. problemen onderzoeken inzake onderricht en beroepsopleiding die van belang zijn voor de lidstaten en hun aangewezen operatoren, alsook de nieuwe landen en de ontwikkelingslanden; 1.12. de huidige situatie en de noden van de postdiensten van de nieuwe en de ontwikkelingslanden bestuderen en gepaste aanbevelingen uitwerken over de wijze waarop en de middelen waarmee de postdiensten kunnen worden verbeterd; 1.13. de Reglementen van de Vereniging wijzigen binnen zes maanden na het einde van het Congres, op voorwaarde dat dit er niet anders over beslist; de Raad voor Postexploitatie kan ook tijdens andere zittingen de voornoemde Reglementen wijzigen; in beide gevallen moet de Raad voor Postexploitatie de richtlijnen van de Administratieve Raad volgen, wat het beleid en de grondbeginselen betreft; 1.14. voorstellen formuleren die overeenkomstig artikel 140 ter goedkeuring aan het Congres of aan de lidstaten zullen worden voorgelegd; de goedkeuring van de Administratieve Raad is vereist wanneer deze voorstellen betrekking hebben op kwesties die onder zijn bevoegdheid vallen; 1.15. op verzoek van een lidstaat, elk voorstel onderzoeken dat deze lidstaat overeenkomstig artikel 139 aan het Internationaal Bureau bezorgt, de commentaar erop voorbereiden en het Bureau opdragen om die aan voornoemd voorstel te hechten alvorens het ter goedkeuring aan de lidstaten voor te leggen; 1.16. indien nodig, en eventueel na goedkeuring door de Administratieve Raad en na raadpleging van alle lidstaten, de invoering van een reglementering of van een nieuwe werkwijze aanbevelen, in afwachting dat het Congres ter zake een beslissing treft; 1.17. normen inzake techniek, exploitatie en andere gebieden onder zijn bevoegdheid waarvoor een eenvormige werkwijze noodzakelijk is, uitwerken en in de vorm van aanbevelingen aan de lidstaten en aan hun aangewezen operatoren voorleggen; tevens wijzigt hij, indien nodig, de door hem reeds vastgelegde normen; 1.18. het kader vaststellen voor de organisatie van de door de gebruikers gefinancierde hulporganen en deze organisatie goedkeuren, overeenkomstig artikel 152; 1.19. de jaarlijks overgezonden rapporten van de door de gebruikers gefinancierde hulporganen in ontvangst nemen en onderzoeken. Artikel V (Art. 119 gewijzigd) Samenstelling van het Raadgevend Comité 1. Het Raadgevend Comité omvat: 1.1. niet-gouvernementele organisaties die optreden als vertegenwoordigers van klanten, leveranciers van distributiediensten, werknemersorganisaties, leveranciers van goederen en diensten die werken voor de sector van de postdiensten, soortgelijke organen die particulieren verenigen alsook ondernemingen die wensen bij te dragen tot de verwezenlijking van de opdracht en van de doelstellingen van de Vereniging; 1.1bis. eminente personen uit de postsector die aanbevolen worden door de lidstaten of de organen van de Vereniging, met inbegrip van het Raadgevend Comité; 1.1.ter. organisaties van de burgermaatschappij: regionale postorganisaties, niet-gouvernementele internationale postorganisaties, normalisatie-instituten, financiële en ontwikkelingsorganisaties, die niet bepaald zijn in 1.1; 1.2. leden aangewezen door de Administratieve Raad die onder zijn leden zijn gekozen; 1.3. leden aangewezen door de Raad voor Postexploitatie die onder zijn leden zijn gekozen. 1bis. Als deze organisaties zich hebben geregistreerd, dan moeten zij dat hebben gedaan in een lidstaat van de Vereniging. 2. De werkingskosten van het Raadgevend Comité worden verdeeld tussen de Vereniging en de leden van het Comité, overeenkomstig de uitvoeringsbepalingen die werden vastgelegd door de Administratieve Raad.3. De leden van het Raadgevend Comité ontvangen geen enkele bezoldiging of vergoeding. Artikel VI (Art. 127 gewijzigd) Taken van de directeur-generaal 1. De directeur-generaal organiseert, beheert en leidt het Internationaal Bureau waarvan hij de wettelijke vertegenwoordiger is. 2. Wat de indeling van de ambten, de benoemingen en de bevorderingen betreft: 2.1. is de directeur-generaal bevoegd om de ambten van de graden G 1 tot D 2 in te delen en ambtenaren tot deze graden te benoemen en te bevorderen; 2.2. dient hij voor de benoemingen tot de graden P 1 tot D 2 de beroepsbekwaamheid in aanmerking te nemen van de kandidaten die aanbevolen zijn door de lidstaten waarvan ze de nationaliteit hebben, of waar zij hun beroep uitoefenen, rekening houdende met een billijke geografische spreiding over de continenten en de talen. De betrekkingen van graad D 2 moeten in de mate van het mogelijke worden voorbehouden aan kandidaten die afkomstig zijn uit verschillende regio's en andere regio's dan die van de directeur-generaal en de vicedirecteur-generaal, waarbij vooral aan de efficiëntie van het Internationaal Bureau wordt gedacht. Wanneer voor een ambt bijzondere kwalificaties vereist zijn, mag de directeur-generaal een beroep doen op externe deskundigen; 2.3. houdt hij bij de benoeming van een nieuwe ambtenaar er tevens rekening mee dat de personen die de ambten van de graden D 2, D 1 en P 5 bekleden, in principe onderdaan dienen te zijn van de verschillende lidstaten van de Vereniging; 2.4. is hij bij de bevordering van een ambtenaar van het Internationaal Bureau tot de graden D 2, D 1 en P 5, niet gehouden aan de toepassing van hetzelfde principe bedoeld onder 2.3; 2.5. komen bij de aanwerving de eisen inzake een rechtvaardige geografische verdeling en de talen na de verdienste; 2.6. licht de directeur-generaal de Administratieve Raad éénmaal per jaar in over de benoemingen en de bevorderingen tot de graden P 4 tot D 2. 3. Bovendien heeft de directeur-generaal de volgende bevoegdheden: 3.1. de functies waarnemen van bewaarder van de Akten van de Vereniging en van tussenpersoon in de toetredings- en toelatingsprocedure van de Vereniging, alsook in haar uittredingsprocedure; 3.2. alle regeringen van de lidstaten op de hoogte brengen van de beslissingen die het Congres genomen heeft; 3.3. aan alle lidstaten en aan hun aangewezen operatoren de door de Raad voor Postexploitatie aangenomen of herziene Reglementen meedelen; 3.4. op het laagst mogelijke niveau dat met de behoeften van de Vereniging verenigbaar is, het ontwerp van het jaarlijks budget van de Vereniging voorbereiden en dit te gelegener tijd voor onderzoek aan de Administratieve Raad voorleggen; na goedkeuring door de Administratieve Raad het budget meedelen aan de lidstaten van de Vereniging en het vervolgens uitvoeren; 3.5. de specifieke werkzaamheden uitvoeren die door de organen van de Vereniging worden gevraagd alsook de taken die de Akten eraan toewijzen; 3.6. de initiatieven nemen om de door de organen van de Vereniging vooropgestelde doelstellingen te bereiken, in het kader van het vastgelegde beleid en de beschikbare fondsen; 3.7. suggesties en voorstellen aan de Administratieve Raad of aan de Raad voor Postexploitatie voorleggen; 3.8. na afloop van het Congres, aan de Raad voor Postexploitatie voorstellen doen betreffende de wijzigingen die moeten worden aangebracht aan de Reglementen vanwege beslissingen van het Congres, conform het Huishoudelijk Reglement van de Raad voor Postexploitatie; 3.9. ten behoeve van de Administratieve Raad en volgens de richtlijnen gegeven door de Raden, het ontwerp van strategisch plan en het ontwerp van vierjarig activiteitenplan van de Vereniging voorbereiden die aan het Congres dienen te worden voorgelegd; 3.10. ter goedkeuring door de Administratieve Raad een vierjaarlijks rapport opstellen over de resultaten van de lidstaten inzake uitvoering van de door het vorige Congres goedgekeurde strategie van de Vereniging, dat aan het volgende Congres zal worden voorgelegd; 3.11. de Vereniging vertegenwoordigen; 3.12. als tussenpersoon optreden in de betrekkingen tussen: 3.12.1. de UPU en de Beperkte Verenigingen; 3.12.2. de UPU en de Organisatie van de Verenigde Naties; 3.12.3. de UPU en de internationale organisaties waarvan de activiteiten van belang zijn voor de Vereniging; 3.12.4. de UPU en de internationale instellingen, verenigingen of ondernemingen die de organen van de Vereniging wensen te raadplegen of bij hun werkzaamheden te betrekken; 3.13. de functie waarnemen van secretaris-generaal van de organen van de Vereniging en uit hoofde hiervan, rekening houdend met de bijzondere bepalingen van dit Reglement, waken over: 3.13.1. de voorbereiding en de organisatie van de werkzaamheden van de organen van de Vereniging; 3.13.2. de uitwerking, het maken en de verdeling van de documenten, verslagen en notulen; 3.13.3. de werking van het secretariaat gedurende de vergaderingen van de organen van de Vereniging; 3.14. de zittingen van de organen van de Vereniging bijwonen en zonder stemrecht deelnemen aan de beraadslagingen, met de mogelijkheid zich te laten vertegenwoordigen. Artikel VII (Art. 130 gewijzigd) Voorbereiding en verdeling van de documenten van de organen van de Vereniging 1. Het Internationaal Bureau bereidt alle documenten voor die worden gepubliceerd en stelt deze ter beschikking op de website van de UPU in de taalversies die gespecificeerd worden in artikel 155, en dit ten minste twee maanden voor elke zitting.Het Internationaal Bureau meldt ook de publicatie van een nieuw elektronisch document op de website van de UPU via een daarop voorzien, efficiënt systeem. 2. Bovendien verspreidt het Internationaal Bureau de publicaties van de Vereniging in fysieke vorm, zoals de rondzendbrieven van het Internationaal Bureau en de analytische verslagen van de Administratieve Raad en van de Raad voor Postexploitatie, enkel op verzoek van een lidstaat. Artikel VIII (Art. 138 gewijzigd) Procedure voor het indienen van voorstellen aan het Congres (Stichtingsakte 29) 1. Onder voorbehoud van de uitzonderingen vermeld onder nummer 2 en 5, regelt de hieronder vermelde procedure het indienen van de voorstellen van alle aard die door de lidstaten aan het Congres moeten worden voorgelegd: 1.1. voorstellen die ten minste zes maanden vóór de datum die voor het Congres is vastgelegd bij het Internationaal Bureau aankomen, worden aangenomen; 1.2. er wordt geen enkel voorstel van redactionele aard aangenomen gedurende de periode van zes maanden die aan de vastgestelde datum voor het Congres voorafgaat; 1.3. inhoudelijke voorstellen die bij het Internationaal Bureau toekomen tijdens de periode tussen zes en vier maanden vóór de voor het Congres vastgestelde datum, worden slechts aangenomen wanneer ze worden gesteund door ten minste twee lidstaten; 1.4. inhoudelijke voorstellen die bij het Internationaal Bureau toekomen tijdens de periode tussen vier en twee maanden vóór de voor het Congres vastgestelde datum, worden slechts aangenomen wanneer ze worden gesteund door ten minste acht lidstaten; de voorstellen die later toekomen worden niet meer aangenomen; 1.5. steunverklaringen moeten bij het Internationaal Bureau aankomen binnen dezelfde termijn als de voorstellen waarop ze betrekking hebben. 2. Voorstellen betreffende de Stichtingsakte of het Algemeen Reglement moeten ten minste zes maanden vóór de opening van het Congres bij het Internationaal Bureau toekomen;diegene die na deze datum toekomen, doch vóór de opening van het Congres, kunnen slechts in overweging worden genomen indien het Congres aldus beslist bij tweederdemeerderheid van de op het Congres vertegenwoordigde landen en indien de voorwaarden onder punt 1 worden nageleefd. 3. Ieder voorstel mag in principe slechts één doel hebben en slechts de wijzigingen bevatten die voor dit doel gerechtvaardigd zijn.Tevens moet samen met elk voorstel dat voor de Vereniging aanzienlijke uitgaven met zich kan brengen, de financiële weerslag ervan worden meegedeeld, zoals opgesteld in overleg met het Internationaal Bureau door de lidstaat die het voorstel doet, om de financiële middelen te bepalen die nodig zijn voor de uitvoering ervan. 4. De voorstellen van redactionele aard worden door lidstaten die ze indienen bovenaan voorzien van de melding "Proposition d'ordre rédactionnel" (Voorstel van redactionele aard) en ze worden door het Internationaal Bureau gepubliceerd onder een nummer gevolgd door de letter R.De voorstellen waarop deze melding niet voorkomt, maar die volgens het Internationaal Bureau slechts op de redactie betrekking hebben, worden gepubliceerd met een passende aantekening; het Internationaal Bureau maakt ten behoeve van het Congres een lijst op van deze voorstellen. 5. De onder de punten 1 en 4 voorgeschreven procedure is niet van toepassing op de voorstellen betreffende het Huishoudelijk Reglement van de Congressen. Artikel IX (Art. 138bis toegevoegd) Procedure betreffende de amendementen op de voorstellen die overeenkomstig artikel 138 zijn ingediend 1. De amendementen op reeds gedane voorstellen, met uitzondering van die welke worden voorgelegd door de Administratieve Raad of door de Raad voor Postexploitatie kunnen nog altijd worden voorgelegd aan het Internationaal Bureau overeenkomstig de procedures van het Huishoudelijk Reglement van de Congressen.2. De amendementen op voorstellen die worden voorgelegd door de Administratieve Raad of door de Raad voor Postexploitatie moeten ten minste twee maanden voor de opening van het Congres bij het Internationaal Bureau toekomen.Na deze termijn kunnen de lidstaten hun amendementen tijdens de zitting voorstellen aan het Congres. Artikel X (Art. 140 gewijzigd) Onderzoek van de voorstellen tot wijziging van de Conventie en van de Overeenkomsten tussen twee Congressen in 1. Elk voorstel betreffende de Conventie, de Overeenkomsten en hun Slotprotocollen wordt aan de volgende procedure onderworpen: wanneer een lidstaat een voorstel heeft verstuurd naar het Internationaal Bureau, dan zendt dit laatste dat voorstel voor onderzoek over naar al de lidstaten.Deze beschikken over een termijn van vijfenveertig dagen om het voorstel te onderzoeken en in voorkomend geval hun opmerkingen te versturen naar het Internationaal Bureau. Amendementen zijn niet toegestaan. Na afloop van die termijn van vijfenveertig dagen zendt het Internationaal Bureau aan de lidstaten alle opmerkingen over die het heeft ontvangen en nodigt het elke lidstaat met stemrecht uit om voor of tegen dit voorstel te stemmen. De lidstaten die hun stem niet binnen een termijn van vijfenveertig dagen hebben verstuurd, worden verondersteld zich te hebben onthouden. De voornoemde termijnen gaan in vanaf de datum van de omzendbrieven van het Internationaal Bureau. 2. Indien het voorstel betrekking heeft op een Overeenkomst of op het Slotprotocol ervan, mogen slechts de lidstaten die tot die Overeenkomst zijn toegetreden, aan de onder nummer 1 vermelde verrichtingen deelnemen. Artikel XI (Art. 142 gewijzigd) Wijziging van de Reglementen door de Raad voor Postexploitatie 1. De voorstellen tot wijziging van de Reglementen worden behandeld door de Raad voor Postexploitatie.2. De steun van ten minste een lidstaat is vereist om een voorstel te presenteren tot wijziging van de Reglementen.3. (Opgeheven) Artikel XII (Art.145 gewijzigd) Vaststelling van de uitgaven van de Vereniging (Stichtingsakte 21) 1. Onder voorbehoud van de bepalingen onder de punten 2 tot 6, mogen de jaarlijkse uitgaven met betrekking tot de werkzaamheden van de organen van de Vereniging, voor de jaren 2017 tot 2020 het bedrag van 37.235.000 CHF niet overschrijden. Mocht het Congres dat gepland is voor 2020 worden uitgesteld, zouden die plafonds ook van toepassing zijn op de periode na 2020. 2. De uitgaven met betrekking tot de vergadering van het volgende Congres (verplaatsing van het secretariaat, vervoerskosten, kosten voor de technische inrichting voor simultaanvertaling, kosten voor het kopiëren van de documenten tijdens het Congres enz.) mogen de grens van 2.900.000 CHF niet overschrijden. 3. De Administratieve Raad is gemachtigd om de onder de nummers 1 en 2 vastgelegde grenzen te overschrijden om rekening te houden met de verhoging van de weddeschalen, van de pensioenbijdragen of vergoedingen, hierin begrepen de vergoedingen eigen aan de functie, die door de Verenigde Naties aanvaard worden om te worden toegepast op hun personeel dat in Genève werkt.4. De Administratieve Raad is tevens gemachtigd om elk jaar het bedrag van de uitgaven, andere dan die welke betrekking hebben op het personeel, aan te passen op basis van het Zwitserse indexcijfer van de consumptieprijzen. 5. In afwijking van de bepalingen in punt 1 mag de Administratieve Raad, of in hoogdringende gevallen de directeur-generaal, toestaan dat de vastgestelde grenzen worden overschreden om het hoofd te bieden aan belangrijke en onvoorziene herstellingen aan het gebouw van het Internationaal Bureau, evenwel zonder dat de jaarlijkse overschrijding hoger is dan 125.000 CHF. 6. Indien de onder de nummers 1 en 2 bepaalde kredieten onvoldoende blijken voor de goede werking van de Vereniging, mogen deze grenzen slechts overschreden worden met de goedkeuring van de meerderheid van de lidstaten van de Vereniging.Iedere raadpleging moet een volledige uiteenzetting bevatten van de feiten die een dergelijk verzoek rechtvaardigen. Artikel XIII (Art. 146 gewijzigd) Betaling van de bijdragen van de lidstaten 1. De landen die tot de Vereniging toetreden of die als lid van de Vereniging toegelaten werden, alsook die welke uit de Vereniging treden, dienen voor het volledige jaar waarin hun toelating of uittreding effectief wordt, hun bijdrage te betalen.2. De lidstaten betalen hun bijdragen tot de jaarlijkse uitgaven van de Vereniging vooraf, op basis van het budget dat door de Administratieve Raad werd vastgelegd.Deze bijdragen moeten uiterlijk op de eerste dag van het boekjaar, waarop het budget betrekking heeft, worden betaald. Na deze termijn brengen de verschuldigde bedragen, ten voordele van de Vereniging, interesten op naar rato van 6% per jaar te rekenen vanaf de vierde maand. 3. Wanneer de achterstallige verplichte bijdragen, interest niet meegerekend, die een lidstaat aan de Vereniging verschuldigd is, gelijk zijn aan of hoger dan de som van de bijdragen van die lidstaat voor de twee voorgaande boekjaren, kan die lidstaat onherroepelijk zijn schuldvorderingen op andere lidstaten geheel of gedeeltelijk aan de Vereniging overdragen, volgens voorwaarden die door de Administratieve Raad worden vastgesteld.De voorwaarden inzake overdracht van schuldvorderingen moeten worden vastgesteld in een overeenkomst tussen de lidstaat, zijn schuldenaars/schuldeisers en de Vereniging. 4. Lidstaten voor wie een dergelijke overdracht om juridische of andere redenen mogelijk is, verbinden zich ertoe een plan te aanvaarden voor de aflossingen van hun achterstallige schulden.5. Behalve in uitzonderlijke omstandigheden, mag de inning van achterstallige verplichte bijdragen die aan de Vereniging verschuldigd zijn niet langer duren dan tien jaar.6. In uitzonderlijke gevallen kan de Administratieve Raad een lidstaat geheel of gedeeltelijk van de verschuldigde interesten vrijstellen indien die lidstaat in hoofdsom de gehele achterstallige schuld heeft aangezuiverd.7. In het kader van een aflossingsplan voor zijn achterstallige schuld dat werd goedgekeurd door de Administratieve Raad, kan een lidstaat eveneens geheel of gedeeltelijk worden vrijgesteld van zijn opgestapelde of nog komende interesten;de vrijstelling is evenwel onderworpen aan de volledige en stipte uitvoering van het aflossingsplan binnen een overeengekomen termijn van ten hoogste tien jaar. 8. De onder de punten 3 tot 7 vermelde bepalingen gelden mutatis mutandis voor de vertaalkosten die door het Internationaal Bureau worden gefactureerd aan de lidstaten die bij de taalgroepen aangesloten zijn.9. Het Internationaal Bureau verzendt de facturen ten minste drie maanden voor de uiterste betaaldatum naar de lidstaten.De originele facturen worden verzonden naar het correcte adres dat meegedeeld is door de betrokken lidstaat. Er worden elektronische kopieën van de facturen verzonden via e-mail als aankondiging of waarschuwing. 10. Bovendien verstrekt het Internationaal Bureau duidelijke informatie aan de lidstaten telkens wanneer het verwijlinteresten aanrekent voor specifieke facturen, waardoor de lidstaten makkelijk kunnen nagaan met welke facturen de interesten overeenstemmen. Artikel XIV (Art. 149 gewijzigd) Automatische sancties 1. Elke lidstaat die in de onmogelijkheid verkeert om de overdracht waarvan sprake in artikel 146.3 te verrichten en die niet aanvaardt om te worden onderworpen aan een aflossingsplan dat door het Internationaal Bureau wordt voorgesteld overeenkomstig artikel 146.4, of die dat plan niet naleeft, verliest automatisch zijn stemrecht in het Congres en in de vergaderingen van de Administratieve Raad en van de Raad voor Postexploitatie en is niet langer verkiesbaar voor die twee raden. 2. De automatische sancties worden ambtshalve en met onmiddellijk gevolg opgeheven zodra de betrokken lidstaat zijn achterstallige verplichte bijdragen die aan de Vereniging verschuldigd zijn, volledig heeft betaald, in hoofdsom en interesten, of wanneer hij met de Vereniging overeenkomt om zich te onderwerpen aan een plan voor de aflossing van zijn achterstallige schulden. Artikel XV Tenuitvoerlegging en duur van het aanvullend Protocol bij het Algemeen Reglement 1. Dit aanvullend Protocol zal ten uitvoer worden gelegd op 1 januari 2018 en zal voor onbepaalde tijd van kracht blijven. Ter staving hiervan hebben de gevolmachtigden van de regeringen van de lidstaten dit aanvullend Protocol opgesteld, dat dezelfde rechtskracht en dezelfde waarde heeft als waren de bepalingen ervan in de tekst zelf van Algemeen Reglement ingevoegd, en ze hebben het in één exemplaar ondertekend dat neergelegd wordt bij de directeur-generaal van het Internationaal Bureau. Een afschrift ervan zal door het Internationaal Bureau voor Postexploitatie aan elke aangeslotene worden overhandigd. Gedaan te Istanbul, 6 oktober 2016. Vertaling Wereldpostconventie Inhoudsopgave Deel één Gemeenschappelijke regels betreffende de internationale postdienst Artikel 1. Definities 2.Aanwijzing van de entiteit(en) die belast is (zijn) met het vervullen van de verplichtingen die voortvloeien uit de toetreding tot de Conventie 3. Universele postdienst 4.Vrijheid van doorvoer 5. Eigendomsrecht van de postzendingen.Terugvordering. Wijziging of correctie van een adres en/of van de naam van de rechtspersoon, van de naam, van de voornaam, of, in voorkomend geval, van de achternaam van de geadresseerde. Nazending. Terugzending aan de afzender van onbestelbare zendingen 6. Postzegels 7.Duurzame ontwikkeling 8. Veiligheid van de post 9.Inbreuken 10. Verwerking van persoonsgegevens 11.Uitwisseling van gesloten brievenmalen met militaire eenheden 12. Afgifte van brievenpostzendingen in het buitenland 13.Gebruik van de formules van de UPU. Deel twee Normen en doelstellingen inzake kwaliteit van de dienstverlening 14. Normen en doelstellingen inzake kwaliteit van de dienstverlening Deel drie Tarieven, toeslagen en vrijstelling van posttarieven 15.Tarieven 16. Vrijstelling van posttarieven Deel vier Basisdiensten en aanvullende diensten 17.Basisdiensten 18. Aanvullende diensten Deel vijf Verbodsbepalingen en douanekwesties 19.Niet-toegestane zendingen. Verbodsbepalingen 20. Douanecontrole.Douane- en andere rechten Deel zes Aansprakelijkheid 21. Bezwaren 22.Aansprakelijkheid van de aangewezen operatoren. Schadeloosstellingen 23. Niet-aansprakelijkheid van de lidstaten en van de aangewezen operatoren 24.Aansprakelijkheid van de afzender 25. Betaling van de schadeloosstelling 26.Eventuele terugvordering van de schadeloosstelling van de afzender of van de geadresseerde Deel zeven Vergoeding A. Doorvoervergoedingen 27. Doorvoervergoedingen B.Eindrechten 28. Eindrechten.Algemene bepalingen 29. Eindrechten.Bepalingen van toepassing op de poststromen tussen de aangewezen operatoren van de staten van het doelsysteem 30. Eindrechten.Bepalingen van toepassing op de poststromen naar, vanuit en tussen de aangewezen operatoren van de landen van het overgangssysteem 31. Fonds voor het verbeteren van de dienstverlening C.Aandeel van eindrechten voor postpakketten 32. Aandeel van eindrechten voor zeepost- en landpostpakketten D.Kosten voor het luchtvervoer 33. Basistarief en bepalingen betreffende de kosten voor het luchtvervoer E.Vereffening van de rekeningen 34. Specifieke bepalingen voor de vereffening van de rekeningen en voor de betalingen voor internationale postuitwisselingen F.Vaststelling van de kosten en tarieven 35. Bevoegdheid van de Raad voor Postexploitatie om het bedrag van de kosten en de aandelen vast te stellen Deel acht Facultatieve diensten 36.EMS en geïntegreerde logistiek 37. Elektronische postdiensten Deel negen Slotbepalingen 38.Voorwaarden voor goedkeuring van voorstellen betreffende de Conventie en het Reglement 39. Voorbehoud gemaakt tijdens het Congres 40.Tenuitvoerlegging en geldigheidsduur van de Conventie Wereldpostconventie Gelet op artikel 22.3 van de op 10 juli 1964 te Wenen gesloten Stichtingsakte van de Wereldpostvereniging, hebben de ondergetekenden, gevolmachtigden van de regeringen van de lidstaten van de Vereniging, in gemeenschappelijk overleg en onder voorbehoud van artikel 25.4 van de genoemde Stichtingsakte, in deze Conventie de regels vastgelegd die van toepassing zijn op de internationale postdienst. Deel één Gemeenschappelijke regels betreffende de internationale postdienst Artikel 1. Definities 1. Met het oog op de Wereldpostconventie worden de onderstaande termen als volgt omschreven: 1.1. brievenpostzending: zending die beschreven wordt in de Wereldpostconventie en in het Reglement, die vervoerd wordt volgens de voorwaarden die in deze teksten bepaald zijn; 1.2. postpakket: zending die beschreven wordt in de Wereldpostconventie en in het Reglement, die vervoerd wordt volgens de voorwaarden die in deze teksten bepaald zijn; 1.3. EMS-zending: zending die beschreven wordt in de Wereldpostconventie, in het Reglement en de overeenkomstige instrumenten van het EMS, en die vervoerd wordt volgens de voorwaarden die in deze teksten bepaald zijn; 1.4. document: brievenpostzending, postpakket of EMS-zending bestaande uit om het even welke drager van geschreven, getekende, afgedrukte of digitale informatie, met uitsluiting van handelswaarartikelen, waarvan de fysieke specificaties binnen de in het Reglement gepreciseerde limieten blijven; 1.5. handelswaar: brievenpostzending, postpakket of EMS-zending bestaande uit om het even welk lichamelijk en roerend voorwerp, buiten geld, met inbegrip van handelswaarartikelen, dat niet onder de definitie van "document" onder punt 1.4 valt en waarvan de fysieke specificaties binnen de in het Reglement gepreciseerde limieten blijven; 1.6. gesloten brievenmaal: geëtiketteerde, gelode of bestempelde container(s) die postzendingen bevat(ten); 1.7. verkeerd verzonden brievenmalen: containers die zijn ontvangen door een ander uitwisselingskantoor dan datgene dat op het etiket (van de container) vermeld is; 1.8. persoonsgegevens: informatie die nodig is om een gebruiker van de postdienst te identificeren; 1.9. verkeerd verstuurde zendingen: zendingen ontvangen door een uitwisselingskantoor, maar die bestemd waren voor een uitwisselingskantoor in een andere lidstaat; 1.10. doorvoervergoedingen: vergoeding voor de verstrekkingen van een transportonderneming in het doorkruiste land (aangewezen operator, andere dienst of combinatie van beide) met betrekking tot de doorvoer van brievenpostzendingen over land, over zee en/of door de lucht; 1.11. eindrechten: vergoeding die door de aangewezen operator van het land van verzending verschuldigd is aan de aangewezen operator van het land van bestemming ter compensatie van de kosten in verband met de behandeling van de brievenpostzendingen die in het land van bestemming ontvangen zijn; 1.12. aangewezen operator: elke gouvernementele of niet-gouvernementele instantie die officieel door de lidstaat is aangewezen om postdiensten te exploiteren en de desbetreffende verplichtingen die uit de Akten van de Vereniging voortvloeien, op zijn grondgebied te vervullen; 1.13. pakje: zending die vervoerd wordt onder de voorwaarden van de Conventie en van het Reglement; 1.14. aandeel van eindrechten voor binnenkomende landpost: vergoeding die door de aangewezen operator van het land van verzending verschuldigd is aan de aangewezen operator van het land van bestemming ter compensatie van de kosten voor de behandeling van een postpakket in het land van bestemming; 1.15. aandeel van eindrechten voor landpost in doorvoer: vergoeding voor de verstrekkingen van een transportonderneming in het doorkruiste land (aangewezen operator, andere dienst of combinatie van beide) met betrekking tot de doorvoer over land en/of door de lucht voor de verzending van een postpakket over zijn grondgebied; 1.16. aandeel van de eindrechten voor zeepost: vergoeding voor de verstrekkingen van een transportonderneming (aangewezen operator, andere dienst of combinatie van beide) die meewerkt aan de verzending van een postpakket over zee; 1.17. bezwaar: klacht of navraag in verband met het gebruik van een postdienst die wordt ingediend volgens de voorwaarden die worden vermeld in de Conventie en het Reglement; 1.18. universele postdienst: permanente verstrekking aan de klanten van postdiensten met een basiskwaliteit tegen betaalbare prijzen op elk punt van het grondgebied van een land; 1.19. open doorvoer: doorvoer via een intermediair land van zendingen waarvan het aantal of het gewicht de samenstelling van een gesloten brievenmaal voor het land van bestemming niet rechtvaardigt. Artikel 2 Aanwijzing van de entiteit(en) die belast is (zijn) met het vervullen van de verplichtingen die voortvloeien uit de toetreding tot de Conventie 1. De lidstaten delen het Internationaal Bureau binnen zes maanden na de beëindiging van het Congres de naam en het adres mee van het regeringsorgaan dat belast is met het toezicht op de postale aangelegenheden.Bovendien delen de lidstaten het Internationaal Bureau binnen zes maanden na de beëindiging van het Congres de naam en het adres mee van de operator of operatoren die officieel aangewezen is of zijn om op zijn of hun grondgebied de postdiensten te exploiteren en de verplichtingen te vervullen die voortvloeien uit de Akten van de Vereniging. Tussen twee Congressen brengen de lidstaten het Internationaal Bureau zo spoedig mogelijk op de hoogte van elke wijziging met betrekking tot de regeringsorganen. Elke wijziging met betrekking tot de officieel aangewezen operatoren moet eveneens zo spoedig mogelijk worden meegedeeld aan het Internationaal Bureau en bij voorkeur ten minste drie maanden voordat de wijziging van kracht wordt. 2. Wanneer een lidstaat officieel een nieuwe operator aanwijst, vermeldt hij de reikwijdte van de postdiensten die deze operator zal verstrekken krachtens de Akten van de Vereniging alsook de zone van het grondgebied die door de operator wordt bediend. Artikel 3 Universele postdienst 1. Om de idee van de enigheid van het postgebied van de Vereniging te versterken, waken de lidstaten ervoor dat alle gebruikers/klanten het recht genieten op een universele postdienst die overeenstemt met een aanbod van postdiensten met een basiskwaliteit, die tegen betaalbare prijzen permanent worden verstrekt op elk punt van hun grondgebied.2. Daartoe stellen de lidstaten in het kader van hun nationale postwetgeving of via andere gebruikelijke middelen, de reikwijdte van de betrokken postdiensten vast alsook de voorwaarden inzake kwaliteit en betaalbaarheid, rekening houdende met zowel de behoeften van de bevolking als hun nationale omstandigheden.3. De lidstaten zorgen ervoor dat het aanbod van postdiensten en de kwaliteitsnormen worden nageleefd door de operatoren die belast zijn met het verlenen van de universele postdienst.4. De lidstaten zorgen ervoor dat de universele postdienst op uitvoerbare wijze wordt verstrekt zodat het voortbestaan ervan wordt gegarandeerd. Artikel 4 Vrijheid van doorvoer 1. Het principe van de vrijheid van doorvoer wordt uiteengezet in artikel 1 van de Stichtingsakte.Het brengt voor elke lidstaat de verplichting mee om zich ervan te vergewissen dat zijn aangewezen operatoren de gesloten brievenmalen en de open verzonden brievenpostzendingen die een andere aangewezen operator aan hen bezorgt, steeds worden verzonden langs de snelste wegen en via de veiligste middelen die ze voor hun eigen verzendingen gebruiken. Dit principe geldt ook voor verkeerd verstuurde zendingen en verkeerd verzonden brievenmalen. 2. De lidstaten die niet deelnemen aan de uitwisseling van postzendingen die besmettelijke of radioactieve stoffen bevatten, mogen de doorvoer van zulke open verzonden zendingen over hun grondgebied weigeren.Dit geldt ook voor drukwerk, tijdschriften, magazines, pakjes en M-zakken waarvan de inhoud niet voldoet aan de wettelijke bepalingen die de voorwaarden regelen inzake publicatie of verspreiding ervan in het doorkruiste land. 3. De vrijheid van doorvoer van pakketten is gewaarborgd binnen het gehele grondgebied van de Vereniging.4. Indien een lidstaat de bepalingen inzake de vrijheid van doorvoer niet naleeft, hebben de andere lidstaten het recht om de verlening van postdiensten met dit land stop te zetten. Artikel 5 Eigendomsrecht van de postzendingen. Terugvordering. Wijziging of correctie van een adres en/of van de naam van de rechtspersoon, van de naam, van de voornaam, of, in voorkomend geval, van de achternaam van de geadresseerde. Nazending. Terugzending aan de afzender van onbestelbare zendingen 1. Zolang een postzending niet aan de rechthebbende werd afgeleverd, blijft die het eigendom van de afzender, behalve indien deze zending in beslag werd genomen krachtens de nationale wetgeving van het land van oorsprong of van bestemming en, in geval van toepassing van artikel 19.2.1.1 of 19.3, volgens de nationale wetgeving van het doorvoerland. 2. De afzender van een postzending kan die uit de dienst laten halen of het adres ervan en/of de naam van de rechtspersoon, de naam, de voornaam of in voorkomend geval, de achternaam van de geadresseerde laten wijzigen of corrigeren.De tarieven en andere voorwaarden worden bepaald in het Reglement. 3. De lidstaten vergewissen zich ervan dat hun aangewezen operatoren de postzendingen nazenden in geval van adresverandering van de geadresseerde en zenden onbestelbare zendingen terug naar de afzender. De tarieven en andere voorwaarden worden vermeld in het Reglement. Artikel 6 Postzegels 1. De benaming "postzegel" is beschermd krachtens deze Conventie en wordt uitsluitend gebruikt voor zegels die voldoen aan de voorwaarden van dit artikel en van het Reglement. 2. Een postzegel: 2.1. wordt uitsluitend onder het gezag van de lidstaat of het grondgebied uitgegeven en in circulatie gebracht overeenkomstig de Akten van de Vereniging; 2.2. is een teken van soevereiniteit en vormt een bewijs van betaling van de frankering die overeenstemt met de intrinsieke waarde ervan, wanneer die overeenkomstig de Akten van de Vereniging op een postzending wordt aangebracht; 2.3. moet in omloop zijn in de lidstaat of op het grondgebied van uitgifte, ten behoeve van frankering of filatelie volgens zijn nationale wetgeving; 2.4. dient toegankelijk te zijn voor alle inwoners van de lidstaat of van het grondgebied van uitgifte. 3. Een postzegel bevat: 3.1. de naam van de lidstaat of van het grondgebied van uitgifte in romeinse letters (er wordt een afwijking toegestaan aan het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, als land dat de postzegel heeft uitgevonden) of, op verzoek van de lidstaat of van het grondgebied van uitgifte gericht aan het Internationaal Bureau van de UPU, een letterwoord of initialen die de lidstaat of het grondgebied van uitgifte officieel vertegenwoordigen, overeenkomstig de voorwaarden die gespecificeerd in het Reglement van de Conventie ; 3.2. de nominale waarde, uitgedrukt: 3.2.1. in principe in de officiële munt van de lidstaat of van het grondgebied van uitgifte, of voorgesteld in de vorm van een letter of van een symbool; 3.2.2. met andere specifieke identificatietekens. 4. De staatsemblemen, de officiële controletekens en de emblemen van intergouvernementele organisaties die op de postzegels voorkomen, zijn beschermd in de zin van het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom. 5. De onderwerpen en motieven van de postzegels moeten: 5.1. voldoen aan de geest van de inleiding van de Stichtingsakte van de Vereniging en aan de beslissingen die worden genomen door de organen van de Vereniging; 5.2. in nauw verband staan met de culturele identiteit van de lidstaat of van het grondgebied dat lid is of bijdragen tot de bevordering van de cultuur of tot de handhaving van de vrede; 5.3. in geval van de herdenking van belangrijke personen of evenementen van buiten de lidstaat of het grondgebied in nauw verband staan met die lidstaat of dat grondgebied; 5.4. niet van politieke aard zijn of beledigend zijn voor een persoon of een land; 5.5. een belangrijke betekenis hebben voor de lidstaat of voor het grondgebied. 6. Frankeerstempels, afdrukken van frankeermachines en afdrukken gemaakt door drukpersen of andere druk- of stempelprocedures conform de Akten van de Vereniging, mogen uitsluitend met de toestemming van de lidstaat of van het grondgebied worden gebruikt.7. Voorafgaand aan de uitgifte van postzegels waarbij nieuwe materialen of nieuwe technologieën worden gebruikt, delen de lidstaten aan het Internationaal Bureau de nodige inlichtingen mee in verband met de compatibiliteit ervan met de werking van de machines die bestemd zijn voor de verwerking van de post.Het Internationaal Bureau brengt de overige lidstaten en hun aangewezen operatoren hiervan op de hoogte. Artikel 7 Duurzame ontwikkeling 1. De lidstaten en/of hun aangewezen operatoren moeten op alle niveaus van de postexploitatie een dynamisch beleid inzake duurzame ontwikkeling aannemen en uitvoeren dat heel specifiek betrekking heeft op milieu-, sociale en economische acties, en de belangstelling wekken voor kwesties van duurzame ontwikkeling. Artikel 8 Veiligheid van de post 1. De lidstaten en hun aangewezen operatoren schikken zich naar de veiligheidseisen die vastgesteld zijn in de veiligheidsnormen van de Wereldpostvereniging, nemen een actiebeleid inzake veiligheid aan en voeren dit uit op alle niveaus van de postexploitatie, om het vertrouwen van het publiek in de postdiensten die door de aangewezen operatoren worden verstrekt, te behouden en te vergroten en dit in het belang van alle betrokken ambtenaren.Dit beleid omvat de doelstellingen die vastgesteld zijn in het Reglement alsook het principe van conformiteit met de eisen betreffende de levering van voorafgaande elektronische gegevens voor de postzendingen die in de uitvoeringsbepalingen zijn geïdentificeerd (met name het soort van betreffende postzendingen en de criteria voor de identificatie ervan) en die aangenomen zijn door de Raad voor en de Postexploitatie Administratieve Raad, overeenkomstig de technische normen van de UPU met betrekking tot berichten. Dit beleid impliceert tevens de uitwisseling van informatie met betrekking tot de handhaving van de veiligheid en van de veiligheid van het vervoer en van de doorvoer van de brievenmalen tussen de lidstaten en hun aangewezen operatoren. 2. Alle veiligheidsmaatregelen die worden toegepast in de internationale postvervoerketen moeten overeenstemmen met de risico's en dreigingen waarop ze geacht worden een antwoord te bieden en ze moeten worden ingezet zonder de internationale poststromen of handel te verstoren, rekening houdende met de specificiteiten van het postale netwerk.De veiligheidsmaatregelen die een wereldwijde weerslag kunnen hebben op de postale verrichtingen moeten op een op internationaal niveau gecoördineerde en evenwichtige wijze worden ingezet, met betrokkenheid van alle betrokken spelers. Artikel 9 Inbreuken 1. Postzendingen 1.1. De lidstaten verbinden zich ertoe alle nodige maatregelen te nemen om de onderstaande daden te voorkomen en de daders ervan te vervolgen en te straffen: 1.1.1. de insluiting in de postzendingen van verdovende middelen, psychotrope stoffen of gevaarlijke handelswaar, die niet uitdrukkelijk is toegestaan door de Conventie en het Reglement; 1.1.2. de insluiting in postzendingen van voorwerpen van pedofiele of pornografische aard met afbeelding van kinderen. 2. Frankering in het algemeen en frankeermiddelen in het bijzonder 2.1. De lidstaten verbinden zich ertoe alle nodige maatregelen te nemen om de overtredingen te voorkomen, te beteugelen en te bestraffen met betrekking tot de frankeermiddelen waarin deze Conventie voorziet, namelijk: 2.1.1. de postzegels die in omloop zijn of uit de omloop zijn genomen; 2.1.2. de frankeerstempels; 2.1.3. de afdrukken van frankeermachines of gemaakt door drukpersen; 2.1.4. de internationale antwoordcoupons. 2.2. Ten behoeve van deze Conventie wordt een overtreding met betrekking tot de frankeermiddelen begrepen als een van de onderstaande daden die door om het even wie wordt begaan met de intentie om zichzelf of een derde onwettig te verrijken. Moeten worden bestraft: 2.2.1. de vervalsing, imitatie of namaak van frankeringsmiddelen, of elke onwettige of strafbare daad die betrekking heeft op de niet-toegestane fabricage ervan; 2.2.2. het fabriceren, gebruiken, in omloop brengen, commercialiseren, distribueren, verspreiden, vervoeren, presenteren of tentoonstellen (inclusief in de vorm van catalogi of voor reclamedoeleinden) van vervalste, geïmiteerde of nagemaakte frankeermiddelen; 2.2.3. het gebruiken of in omloop brengen voor postdoeleinden van frankeermiddelen die reeds zijn gebruikt; 2.2.4. pogingen om een van de bovenvermelde inbreuken te plegen. 3. Reciprociteit 3.1. Wat de sancties betreft, moet geen onderscheid worden gemaakt tussen de daden die bepaald zijn in punt 2, of het nu nationale of buitenlandse frankeringsmiddelen betreft; deze bepaling mag niet worden onderworpen aan enige voorwaarde voor wettelijke of conventionele reciprociteit. Artikel 10 Verwerking van persoonsgegevens 1. De persoonsgegevens van de gebruikers mogen slechts worden gebruikt voor het doel waarvoor ze zijn verzameld overeenkomstig de toepasselijke nationale wetgeving.2. De persoonsgegevens van de gebruikers worden maar onthuld aan derden die door de toepasselijke nationale wetgeving gemachtigd zijn om inzage te krijgen in die gegevens.3. De lidstaten en de aangewezen operatoren garanderen de geheimhouding en de veiligheid van de persoonsgegevens van de gebruikers met naleving van de nationale wetgeving.4. De aangewezen operatoren laten hun gebruikers weten welk gebruik van hun persoonsgegevens wordt gemaakt en waartoe ze worden verzameld.5. Onverminderd hetgeen voorafgaat, mogen de aangewezen operatoren persoonsgegevens elektronisch overzenden naar de aangewezen operatoren van de landen van bestemming of van doorvoer, die deze gegevens nodig hebben om hun dienst te verstrekken. Artikel 11 - Uitwisseling van gesloten brievenmalen me …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.