📄 Wettekst
30 NOVEMBER 2011. - Koninklijk besluit houdende veiligheidsvoorschriften voor kerninstallaties
VERSLAG AAN DE KONING, Sire, België beschikt op zijn grondgebied over een aantal kernreactoren voor de productie van elektriciteit. Aangezien deze reactoren aanvankelijk allemaal gebaseerd zijn op Amerikaanse technologie (type drukwaterreactoren) werden er van meet af aan buitenlandse, hoofdzakelijk Amerikaanse veiligheidsregels en -normen in acht genomen, zowel bij het ontwerp van deze installaties als bij de uitbating ervan. De ontwikkeling van dergelijke regels vergt immers een hoge inzet van menselijke middelen, die destijds, bij de aanvang van het kernenergieprogramma, moeilijk was op te brengen voor een land als België.
De vandaag geldende regelgeving, met name het
koninklijk besluit van 20 juli 2001Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
20/07/2001
pub.
30/08/2001
numac
2001000674
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Koninklijk besluit betreffende de bevoegdheden en de aanduiding van de leden van het Departement toezicht en controle van het Federaal Agentschap voor nucleaire controle belast met het toezicht op de naleving van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor nucleaire controle
type
koninklijk besluit
prom.
20/07/2001
pub.
30/08/2001
numac
2001009537
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot inwerkingstelling van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor nucleaire controle
type
koninklijk besluit
prom.
20/07/2001
pub.
30/08/2001
numac
2001000726
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen
type
koninklijk besluit
prom.
20/07/2001
pub.
10/10/2013
numac
2013000542
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen, werd uitgevaardigd met toepassing van de
wet van 15 april 1994Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/04/1994
pub.
14/10/2011
numac
2011000621
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor nucleaire Controle. Zoals blijkt uit het opschrift van dit koninklijk besluit heeft deze regelgeving hoofdzakelijk betrekking op voorschriften inzake stralingsbescherming van personen die vertoeven in een omgeving met een verhoogd stralingsrisico. Dit was ook reeds het geval voor het koninklijk besluit van 28 februari 1963 met precies dezelfde titel, op basis waarvan al deze kerninstallaties werden opgericht, vergund en uitgebaat tot dit besluit in september 2001 werd vervangen door het vandaag geldende besluit.
Toch mag niet worden besloten dat er in de Belgische context geen dwingende regels voorhanden zouden zijn om een hoog niveau van veiligheid te verzekeren : deze regels worden voor elke kerninstallatie afzonderlijk gespecificeerd in het zogenaamde veiligheidsrapport. De vergunningsaanvragen voor de nucleaire inrichtingen van de hoogste risicoklasse, waaronder de kerncentrales, moeten volgens het Algemeen Reglement vergezeld zijn van een veiligheidsrapport, waarvan de inhoud reglementair is vastgelegd. De oprichtings- en exploitatievergunning, voor deze inrichtingen onder de vorm van een koninklijk besluit, legt op dat de installaties en de praktijken conform moeten zijn met de bepalingen die in dit veiligheidsrapport vermeld zijn. Het veiligheidsrapport maakt integraal deel uit van de documenten die samen de oprichtings- en uitbatingsvergunning uitmaken van de inrichting. Dit rapport moet door de exploitant voortdurend worden bijgehouden. Bovendien onderwerpt de oprichtings- en uitbatingvergunning de inrichting aan een tienjaarlijkse herziening van de installaties, met als doel de nucleaire veiligheid van de installaties diepgaand te evalueren ten opzichte van de van toepassing zijnde Europese en internationale standaarden.
De Wetenschappelijke Raad voor Ioniserende Straling, opgericht door artikel 37 van de wet op het Agentschap, heeft als taak de vergunningsaanvragen voor de oprichting en exploitatie van kerninstallaties te beoordelen. Ook aanvragen tot wijziging of uitbreiding van een vergunde inrichting worden door de Raad geadviseerd. De Raad baseert zijn beoordeling op internationaal aanvaarde normen inzake nucleaire veiligheid. De Wetenschappelijke Raad is de opvolger van de Speciale Commissie inzake Ioniserende Stralingen, opgericht door het reglement van 1963 en is aldus de behoeder van de beslissingen van zijn voorganger. Er moet aan herinnerd worden dat de Speciale Commissie op 15 december 1975 een belangrijk document heeft goedgekeurd omtrent de toepasselijke nucleaire veiligheidsregels in de toekomstige kerncentrales. Hieruit de volgende passage : " Onverminderd worden de bepalingen voorzien in het Algemeen Reglement voor de Bescherming van de Werknemers en de Bevolking tegen de Gevaren van Ioniserende Straling, de regels uitgevaardigd of goedgekeurd door de United States Atomic Energy Commission (USAEC) en de Nuclear Regulatory Commission (NRC) en de relatieve de bescherming van personen tegen de gevaren van straling toegepast.... Het veiligheidsrapport identificeert, motiveert en rechtvaardigt in termen van veiligheid, de gewenste afwijkingen ten opzichte van de dwingende bepalingen van de Amerikaanse regels en identificeert de verschillen ten opzichte van niet-bindende bepalingen van deze regels en bepaalt expliciet de implicaties op het vlak van veiligheid. Er kunnen echter aanvullende bepalingen of bepalingen vertrekkende vanuit Amerikaanse regels worden aanvaard of opgelegd door de Belgische Autoriteit... " Uit wat voorafgaat, blijkt dat de Belgische regelgeving het vaststellen van de toepasselijke nucleaire veiligheidsregels in de praktijk heeft gedelegeerd, initieel naar de Speciale Commissie, later naar de Wetenschappelijke Raad, eerder dan deze regels zelf te bepalen. Bovendien werd via de opstelling van het veiligheidsrapport, de geregelde bijwerking ervan door de exploitant en de tienjaarlijkse veiligheidsherzieningen een praktische procedure tot stand gebracht om de voortdurend evoluerende veiligheidsregels waaraan de installatie moet voldoen te definiëren en de staat van de installaties eraan te conformeren. De zwakte van de Belgische aanpak is dat de nucleaire veiligheidsregels niet op een transparante wijze en op een voor derden afdwingbare wijze in regelgevende teksten zijn omgezet.
Tenslotte, in de huidige context, is het opportuun om over een regelgeving te kunnen beschikken die een veiligheidsbeleid ondersteunt op een zeer hoog niveau en de continue verbetering ervan nastreeft. 2. Het initiatief van WENRA Hoewel de Belgische aanpak, die op elke toetsingsvergadering van het Verdrag inzake de Nucleaire Veiligheid wordt uiteengezet, nooit aanleiding heeft gegeven tot kritische opmerkingen, bestaat er een internationale tendens om een meer expliciete, publiek toegankelijke en algemene regelgeving te promoten.Op de vergadering van de verdragsluitende partijen in 2008 werd België, zoals andere landen, aangemoedigd om zijn eigen regelgeving te ontwikkelen op basis van de initiatieven van WENRA (Western European Nuclear Regulators Association). Het veiligheidsrapport, dat specifiek is voor elke nucleaire eenheid, werd als onvoldoende aanzien rekening houdend met het niet-publieke, beperkt afdwingbare en onvoldoend generieke karakter ervan.
De onafhankelijke groepering WENRA bestaat uit de veiligheidsautoriteiten van alle lidstaten van de Europese Unie waar kerncentrales in uitbating zijn, alsook van Zwitserland. De groepering is ontstaan uit de bijstandsprogramma's voor de Oost-Europese landen, in de periode vóór hun toetreding tot de Europese Unie, om de veiligheid van hun nucleaire installaties te verbeteren. Sedert 1999 is in de schoot van WENRA een werkgroep actief voor vermogensreactoren, nadat men het nut had ingezien van een zekere harmonisatie van de aanpak in de diverse Europese lidstaten op het gebied van de nucleaire veiligheid.
De werkzaamheden van deze groep hebben geleid tot de selectie van een driehonderdtal referentieniveaus voor de veiligheid van de bestaande kernreactoren. De voorlopige versie van deze niveaus is in 2006 tot stand gekomen, de eindversie in 2008. De oorsprong van deze referentieniveaus is te vinden in de talrijke veiligheidsrichtlijnen en -normen die de Internationale Organisatie voor Atoomenergie (IAEA) terzake heeft uitgegeven. Deze referentieniveaus hebben enkel betrekking op de bestaande kernreactoren voor elektriciteitsproductie, de zogenaamde reactoren van de 2e generatie. De nieuwe reactoren van de 3e generatie, zoals de European Pressurized Reactor (EPR), vallen hier buiten beschouwing.
Parallel met de selectie van de referentieniveaus werden er nationale benchmarking-oefeningen uitgevoerd. Voor elk land werd er nagegaan hoe de referentieniveaus geïmplementeerd waren in de nationale regelgeving en hoe ze daadwerkelijk in de praktijk werden toegepast door de exploitant. De uitslag van deze beoordeling was enigszins merkwaardig voor wat betreft de Belgische situatie : de oefening toonde aan dat de overgrote meerderheid van de referentieniveaus werden nageleefd op het terrein, terwijl de situatie vanuit het standpunt van de regelgeving net omgekeerd was. De veiligheidsrapporten van de installaties werden immers niet beschouwd als een geldige reglementaire implementatie van de referentieniveaus volgens de WENRA transparantiecriteria.
Eind 2004 hebben de leidinggevende personen van de veiligheidsautoriteiten die lid zijn van WENRA, zich ertoe verbonden om de nodige initiatieven te nemen voor een harmonisatie van hun reglementaire veiligheidsaanpak op basis van de WENRA-referentieniveaus, met als streefdatum eind 2010.
Ter uitvoering van dit engagement werden op Belgisch niveau twee omvangrijke initiatieven genomen : - Een praktisch actieplan werd opgezet door de exploitant van de kerncentrales met het oog op het verzekeren van de naleving van het geheel van de referentieniveaus. Hoewel talrijke belangrijke actiepunten vandaag reeds zijn uitgevoerd, zullen bepaalde actiepunten die op de lange termijn betrekking hebben, slechts volledig zijn doorgevoerd tegen 2015. - Een regelgevend actieplan is midden 2007 van start gegaan, onder de leiding van het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle.
Onderhavig besluit is het tastbare resultaat van dit regelgevend actieplan. Om in de toekomst de toepasbaarheid van bepaalde veiligheidsvoorschriften naar andere installaties te kunnen uitbreiden, wordt het besluit in twee delen gestructureerd. Een eerste generiek gedeelte (bestaande uit de artikelen 3 tot 17), dat van toepassing is op meerdere types van nucleaire inrichtingen, wordt gevolgd door een tweede gedeelte (bestaande uit de artikelen 18 tot 32) dat specifiek van toepassing is op een bepaald type van installatie, momenteel de vermogensreactoren.Andere specifieke gedeelten, waarin veiligheidsvoorschriften worden geformuleerd die van toepassing zijn op andere types van nucleaire inrichtingen zullen later aan dit besluit worden toegevoegd. Aldus is hoofdstuk 4 van het ontwerpbesluit nu reeds voorbehouden aan de veiligheidsvoorschriften die specifiek zijn voor de inrichtingen voor de eindberging van radioactief afval (zie artikel 2 van het besluit). Ook het generieke gedeelte met de algemene veiligheidsvoorschriften, kan later worden uitgebreid naar andere, nog onbehandelde veiligheidsthema's om de relevante evoluties in deze op te volgen. 3. Gedeeltelijke omzetting van de Europese Richtlijn 2009/71/Euratom De Richtlijn 2009/71/Euratom van 25 juni 2009 tot vaststelling van een communautair kader voor de nucleaire veiligheid van kerninstallaties verplicht de lidstaten over een wettelijk en reglementair kader te beschikken voor het toezicht op de veiligheid van de installaties van de kernbrandstofcyclus waaronder de kernreactoren voor elektriciteitsproductie.De uiterste datum voor de omzetting in nationaal recht is vastgesteld op 22 juli 2011. De artikelen 6 en 7 van deze richtlijn bevatten bijzondere voorschriften die ten aanzien van de exploitanten van deze installaties moeten naleven. Er wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt om deze specifieke bepalingen uit de richtlijn om te zetten in nationaal recht : ze zijn vervat in het algemene gedeelte (hoofdstuk 2).
De overige artikelen van de Richtlijn 2009/71/Euratom zijn reeds grotendeels omgezet door de
wet van 15 april 1994Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/04/1994
pub.
14/10/2011
numac
2011000621
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende het Federaal Agentschap enerzijds en door het Algemeen Reglement voor de bescherming van de bevolking, de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen anderzijds. 4. Toepassingsgebied van het besluit Zoals hierboven reeds vermeld, werden de WENRA referentieniveaus oorspronkelijk ontwikkeld voor vermogensreactoren.Het geheel van de voorschriften van het besluit is dus van toepassing op de reactoren.
Het generieke gedeelte (hoofdstuk 2) van de veiligheidsvoorschriften is eveneens van toepassing op de inrichtingen voor de eindberging van radioactief afval, zoals de voorgenomen oppervlakteberging te Dessel voor het afval van categorie A (beslissing van de Ministerraad van 23 juni 2006).
Om daarenboven tegemoet te kunnen komen aan de voorschriften van de artikelen 6 en 7 van de Richtlijn 2009/71/Euratom, waarvan het toepassingsgebied meer uitgebreid is dan de vermogensreactoren, was het nodig om het toepassingsgebied van bepaalde artikelen uit te breiden tot alle inrichtingen van klasse I zoals omschreven in het Algemeen Reglement. 5. Advies van de Raad van State De Raad van State heeft op 11 oktober 2011 advies uitgebracht over het ontwerp van besluit.Het verstrekte advies nr. 50.241/3 bevindt zich in bijlage bij dit verslag 6. Een regelgeving met doelstellingen Als in de praktijk regelgeving alleen doelstellingen kan opgeven of omgekeerd geheel voorschrijvend kan zijn, is het besluit eerder bedoeld als een regelgeving met doelstellingen, waarbij doelstellingen worden vastgelegd eerder dan de middelen om ze te bereiken.Deze aanpak legt de hoofdverantwoordelijkheid voor de nucleaire veiligheid in de eerste plaats bij de exploitant en geeft hiermee uitvoering aan de internationale regelgeving op dit gebied. Hierdoor wordt het enerzijds aan de exploitant overgelaten om concreet de middelen in te zetten om het doel te bereiken en anderzijds geeft het de exploitant de mogelijkheid tot een trapsgewijze benadering, volgens het risico dat zijn installatie inhoudt. Inderdaad, de omvang van de gebruikte middelen zal a priori groter zijn voor installaties met een hoog risico dan voor installaties met een laag risico. In het raam van deze regelgeving met doelstellingen, zal de actie van de veiligheidsautoriteit er enerzijds in bestaan om te verifiëren dat de exploitant wel degelijk de noodzakelijke processen heeft opgezet om de doelstellingen te bereiken, en anderzijds om de performantie van deze processen te verifiëren.
Zoals opgemerkt door de Raad van State (punt nr. 5 in het advies) is dit type van regelgeving compatibel met de aard van voorschriften vervat in de Richtlijn 2009/71/Euratom, die op zijn beurt zijn inspiratie vindt in internationale regelgeving geformuleerd onder de vorm van doelstellingen.
Aanvullend op het advies van de Raad van State, moet nog worden opgemerkt dat eventuele inbreuken op de bepalingen van dit besluit (artikel 33) beteugeld zullen worden in het kader van de
wet van 15 april 1994Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/04/1994
pub.
14/10/2011
numac
2011000621
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten, die een waaier van mogelijke sancties bevat (en dus niet enkel strafrechtelijke sancties). Dit laat toe om in het santioneringsbeleid een geleidelijke aanpak te volgen, wat. in de lijn ligt van een regelgeving geformuleerd onder de vorm van doelstellingen. 7. De bepalingen van het besluit Zoals het advies van de Raad van State aangeeft, vindt het besluit zijn wettelijke basis in de artikelen 3 en 28 van de
wet van 15 april 1994Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/04/1994
pub.
14/10/2011
numac
2011000621
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten. De controle op de naleving van de bepalingen van deze regelgeving dat reglementaire verplichtingen voor de exploitant oplegt, kadert in de opdrachten van de dienst voor fysische controle (artikel 23 van het algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen). Op een tweede niveau behoort de controle van de dienst voor fysische controle tot de bevoegdheden van Agentschap, die deze taak heeft gedelegeerd aan zijn dochtermaatschappij Bel V. Het is belangrijk te preciseren dat deze voorschriften enkel betrekking hebben op de nucleaire veiligheid die heel specifiek de stralingsrisico's behandelen. De voorgestelde voorschriften hebben geen betrekking op de klassieke veiligheid of op activiteiten, taken, uitrustingen of installaties, of op personeelsleden die niet, rechtstreeks of onrechtstreeks, met de nucleaire veiligheid te maken hebben. Hierbij dient ook aangestipt dat deze regelgeving specifiek is voor de nucleaire veiligheid en geen afbreuk doet aan de andere regelgeving betreffende de klassieke industriële veiligheid, maar deze aanvult.
De veiligheidsvoorschriften voor zowel het specifieke als het generieke gedeelte worden (zie punt 2 hierboven) in vijf afdelingen onderverdeeld. Deze structuur heeft bewezen voldoende universeel te zijn en aangepast aan een algemene benadering van de veiligheid voor de verschillende nucleaire activiteiten en installaties. Ze leent zich goed voor toekomstige uitbreidingen al naargelang de behoefte, de evolutie van de normen en de realiteit op het terrein.
De verschillende afdelingen omvatten de volgende artikelen : Afdeling 1 : Veiligheidsbeheer
Art. 3 : Veiligheidsbeleid. In dit artikel wordt aan de exploitant gevraagd een schriftelijk te verklaren dat hij prioritair belang hecht aan de veiligheid van zijn activiteiten. Deze verklaring is openbaar.
Hij moet tevens een verbintenis aangaan om de veiligheid verder te ontwikkelen en om zijn prestaties en vorderingen op te volgen in het kader van een continu verbeteringsproces.
Art. 4 : Organisatie van de uitbating. In dit artikel wordt de exploitant gevraagd een gepaste organisatiestructuur op te zetten voor de veilige uitvoering van zijn activiteiten. De vereisten inzake personeelsbezetting, opleiding, beheer van de onderaannemers worden gespecificeerd en gedocumenteerd. De veiligheidsbeslissingen moeten vooraf worden gegaan door een onderzoek met voldoende diepgang.
Art. 5 en art. 18 : Managementsysteem. In deze artikelen wordt aan de exploitant gevraagd dat hij over een geïntegreerd en strikt managementsysteem zou beschikken, dat hem in staat stelt zich ervan te vergewissen dat de zorg voor de veiligheid aanwezig is op alle niveaus en bij de uitvoering en voorbereiding van alle taken en processen.
De exploitant moet alle middelen ter beschikking stellen die vereist zijn voor de veilige exploitatie van zijn installaties. Hij evalueert regelmatig zijn veiligheidsprestaties en voert een proces in van continu verbetering.
Art. 6 en art. 19 : Opleiding en bevoegdverklaring van het personeel.
De opleidingsbehoeften moeten voor alle bij de veiligheid betrokken functies systematisch worden opgelijst, vastgesteld en gedocumenteerd.
Er moeten plannen worden opgesteld waarin rekening wordt gehouden met de noodzaak van continue opleiding en een personeelsrotatie. Voor bepaalde kritieke functies zoals deze van de operatoren van de controlezaal van een centrale, is een formele bevoegdverklaring, evenals een medisch onderzoek vereist.
In antwoord op de omerking van de Raad van State (punt nr. 6) wordt gepreciseerd dat de begrippen "kwalificatie" en "vergunning", die in dit artikel voorkomen, een welbepaalde betekenis hebben in de context van dit artikel. In andere artikelen van de tekst kunnen zij een andere betekenis hebben (bijvoorbeeld kwalificatie van geklasseerde uitrustingen). Afdeling 2 : Ontwerp
Art. 7 en art. 20 : Ontwerpbasis. Deze artikelen zijn eveneens van toepassing op de belangrijke wijzigingen aan de installatie. Er wordt voorgeschreven dat de veiligheidsdoelstellingen en de grote ontwerpprincipes vooraf worden vastgesteld, zoals gelaagde bescherming (defence-in-depth), het criterium van de enkelvoudige faling of nog het "fail safe"-principe. Voor de reactoren worden de belangrijkste systemen, structuren en componenten voor de veiligheid, zoals de uitschakelfuncties, de instrumentatie en de controle, het beschermingssysteem, het omhulsel, de controlezaal,... expliciet behandeld. Voorvallen met een interne en externe oorzaak die bij het ontwerp moeten worden geanalyseerd, worden eveneens opgesomd.
Art. 21 : Uitbreiding van het ontwerp van de reactoren. In dit artikel wordt gevraagd om de performantie van de centrales te onderzoeken om het hoofd te bieden aan ongevallen van het type "buiten-ontwerp", d.w.z. ernstige ongevallen waarmee geen rekening werd gehouden bij het oorspronkelijk ontwerp. De ongevallen waarvoor er mogelijks preventieve en milderende maatregelen kunnen worden getroffen, dienen geïdentificeerd.
Art. 8 en art. 22 : Indeling van de structuren, systemen en componenten. In deze artikelen wordt gevraagd dat de structuren, systemen en componenten ingedeeld worden volgens hun belang voor de veiligheid. Deze indeling leidt ook tot kwalificatieprocedures voor deze structuren, systemen en componenten. Bijzondere aandacht moet worden besteed aan hun ontwerp, vervaardiging en onderhoud zodat men er zich kan van vergewissen dat ze hun rol daadwerkelijk kunnen vervullen op het ogenblik waarop en onder de omstandigheden waaronder dit nodig is. Afdeling 3 : Uitbating
Art. 9 en art. 23 : U itbatingslimieten en -voorwaarden. In deze artikelen wordt gevraagd dat de kerninstallatie een reeks uitbatingslimieten en -voorwaarden naleeft die garanderen dat ze overeenkomstig de ontwerphypothesen en het veiligheidsrapport wordt uitgebaat. Deze uitbatingslimieten en -voorwaarden omvatten niet alleen de belangrijke technische veiligheidsparameters, maar tevens voorschriften inzake personeelsdotatie en beschikbaarheid van de uitrusting, evenals de te ondernemen acties in geval van het falen van deze uitrusting en de hiervoor toegestane termijnen. De uitbatingslimieten en -voorwaarden omvatten tevens de limieten voor lozing van radioactieve effluenten in het leefmilieu.
Art. 10 en art. 24 : Beheer van de veroudering. In deze artikelen wordt aan de exploitant gevraagd om een verouderingsbeheerprogramma op te stellen om de beschikbaarheid van de veiligheidsfuncties en de betrouwbaarheid van de structuren, systemen en componenten die belangrijk zijn voor de veiligheid gedurende de ganse levensduur te kunnen behouden. Bijzondere aandacht wordt bij de reactoren besteed aan grote componenten, zoals het reactorvat.
Zoals voorgesteld door de Raad van State werd de definitie van "verouderingsbeheerprogramma" verplaatst naar artikel 1.
Art. 11 : Systeem voor de analyse van voorvallen en de ervaringsfeedback over de uitbating. In dit artikel wordt aan de exploitant gevraagd om op systematische wijze de ervaringsfeedback van de uitbating van zijn eigen installaties en van andere vergelijkbare installaties (ook buitenlandse) te beheren, ten einde daaruit afdoende lessen te trekken en de gepaste acties te ondernemen.
Art. 12 en 26 : Onderhoud, inspectie tijdens de werking en functionele testen. In deze artikelen wordt aan de exploitant gevraagd om deze onderhoudsprogramma's, inspecties tijdens de werking en de gepaste functionele testen en proeven uit te voeren om aldus te garanderen dat de betrouwbaarheids- en beschikbaarheidsniveaus van de structuren, systemen en componenten conform blijven met de doelstellingen van het ontwerp tijdens de ganse levensduur van de installatie. Voor het nucleair stoomproductiesysteem evenals voor het omhulsel worden er bijzondere testen gespecificeerd.
Art. 27 : Procedures die bij ongevallen moeten worden gevolgd en de leidraden voor het beheer van ernstige ongevallen. Zoals de titel reeds aangeeft, moet de exploitant van een kerncentrale over procedures beschikken om het hoofd te bieden aan ongevallen van het type ontwerpongevallen en over leidraden voor het beheer van ernstige ongevallen van het type buiten-ontwerpongevallen. Deze procedures en leidraden moeten zoveel mogelijk via simulator gevalideerd worden. Ze impliceren tevens de beschikbaarheid van de middelen die in deze procedures en leidraden voorzien zijn. Afdeling 4 : Veiligheidsverificatie
Art. 13 en art. 28 : Inhoud en bijwerking van het Veiligheidsrapport.
In deze artikelen wordt gevraagd dat het ontwerp en de uitbating van elke installatie overeenkomstig een veiligheidsrapport gebeuren. Het veiligheidsrapport, waarvan de minimuminhoud in deze afdeling beschreven wordt, wordt gedurende de ganse levensduur van de installatie up-to-date gehouden. Deze vereiste wordt reeds expliciet in de vergunningsbesluiten van de nucleaire inrichtingen van klasse I vermeld. Ze zal voortaan deel uitmaken van de reglementaire vereisten.
Art. 29 : Probabilistische veiligheidsstudies. In dit artikel wordt voor elke centrale een probabilistische veiligheidsstudie opgelegd. In een dergelijke veiligheidsstudie wordt de waarschijnlijkheid van een kernsmelt (studie van niveau 1) en radioactieve uitstoot in het leefmilieu (niveau 2) geëvalueerd. Ze worden tevens benut voor de evaluatie van het belang van diverse structuren, systemen en componenten, in het kader van wijzigingen, enz.
Art. 14 et 30 : Periodieke veiligheidsherzieningen. Op dit ogenblik zijn alle inrichtingen van klasse I in België aan tienjaarlijkse veiligheidsherzieningen onderworpen. In dit artikel wordt het algemeen kader opgesteld voor deze tienjaarlijkse herzieningen en in het bijzonder op het gebied van hun methodologie en van wat zowel m.b.t. de uit te voeren materiële wijzigingen, met het oog op de verbetering van de veiligheid, verwacht wordt, als m.b.t. de globale beoordeling van de verdere veilige uitbating ervan. Voor de kerncentrales vindt de periodieke veiligheidsevaluatie om de tien jaar plaats.
Art. 15 : Beheer van de wijzigingen. In dit artikel wordt aan de exploitant gevraagd dat hij over een rigoureuze methodologie zou beschikken voor het beheer van de wijzigingen. De bedoelde wijzigingen kunnen zowel tijdelijk zijn als permanent en zowel wijzigingen aan de installatie betreffen als organisatorische wijzigingen. De exploitant voert een graduele aanpak door van het wijzigingsbeheer dat hij volledig onder zijn verantwoordelijkheid organiseert. Afdeling 5 : Voorbereiding op een noodsituatie
Art. 16 en 31 : Intern noodplan. In deze artikelen wordt aan de exploitant gevraagd om een intern noodplan op te stellen voor het beheer van noodsituaties. Hij moet de gepaste middelen op het gebied van personeel, materiaal en infrastructuur op de site voorzien, evenals de gepaste aanspreekpunten met de vereiste externe intervenieerden. Alle betrokkenen moeten de gepaste opleiding of informatie krijgen. Het intern noodplan moet het voorwerp uitmaken van regelmatige oefeningen.
Art. 17 en 32 : Beveiliging tegen brand van interne oorsprong. In deze artikelen wordt aan de exploitant gevraagd om een strategie uit te werken voor het bestrijden van brandrisico's, zowel preventief als curatief, en zo nodig met de hulp van externe intervenieerden. Deze strategie berust op een deterministische analyse van het brandrisico aangevuld met een probabilistische analyse van het brandrisico. 8. Inwerkingtreding Terwijl het merendeel van de WENRA-referentieniveaus eind 2006 reeds op het terrein geïmplementeerd was, heeft de exploitant van de kerncentrales nog een omvangrijk actieplan opgezet om ook aan de overblijvende referentieniveaus te voldoen.Om praktische redenen is het evenwel niet mogelijk om bepaalde acties vóór 2015 te voltooien.
De verplichtingen die verband houden met deze nog te realiseren actiepunten zullen pas in werking treden vanaf 1 januari 2016, zoals vermeld in artikel 36.
Ik heb de eer te zijn, Sire, van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige, en zeer getrouwe dienaar, De Minister van Binnenlandse Zaken, Mevr. A. TURTELBOOM
Advies 50.241/3 van 11 oktober 2011 van de afdeling Wetgeving van de Raad van State Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of aan de te vervullen vormvereisten is voldaan.
VOORAFGAANDE OPMERKING 2. Rekening houdend met het tijdstip waarop dit advies gegeven wordt, vestigt de Raad van State de aandacht op het feit dat, wegens het ontslag van de regering, de bevoegdheid van deze laatste beperkt is tot het afhandelen van de lopende zaken.Dit advies wordt evenwel gegeven zonder dat wordt nagegaan of dit ontwerp in die beperkte bevoegdheid kan worden ingepast, aangezien de afdeling Wetgeving geen kennis heeft van het geheel van de feitelijke gegevens welke de regering in aanmerking kan nemen als ze te oordelen heeft of het vaststellen of het wijzigen van een verordening noodzakelijk is.
STREKKING EN RECHTSGROND VAN HET ONTWERP 3. Het om advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit strekt ertoe veiligheidsvoorschriften vast te stellen voor kerninstallaties en strekt er aldus toe uitvoering te geven aan de artikelen 6 en 7 van Richtlijn 2009/71/Euratom van de Raad van 25 juni 2009 'tot vaststelling van een communautair kader voor de nucleaire veiligheid van kerninstallaties'.Het ontwerp bevat daartoe generieke veiligheidsvoorschriften (hoofdstuk 2) en specifieke veiligheidsvoorschriften voor de vermogensreactoren (hoofdstuk 3)1. 4. De rechtsgrond voor het ontworpen besluit wordt geboden door de artikelen 3 en 28 van de
wet van 15 april 1994Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/04/1994
pub.
14/10/2011
numac
2011000621
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten 'betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle'. In het eerste lid van de aanhef wordt ook verwezen naar artikel 16 van de genoemde wet. Die wetsbepaling heeft evenwel betrekking op de oprichtings- en exploitatievergunningen, en op de voorwaarden die de Koning in een individuele vergunning kan opleggen. Die bepaling biedt geen rechtsgrond voor een regeling met een verordenend karakter.
ALGEMENE OPMERKINGEN 5. Zoals hiervóór is opgemerkt, wordt met het ontwerp beoogd uitvoering te geven aan de artikelen 6 en 7 van Richtlijn 2009/71/Euratom.Deze artikelen formuleren ten aanzien van de lidstaten een aantal doelstellingen in verband met veiligheidsmaatregelen waartoe zij de houders van een vergunning voor de exploitatie van een kerninstallatie moeten verplichten. Die doelstellingen zijn zo geformuleerd dat aan de lidstaten een ruime vrijheid wordt gelaten in de keuze van de middelen tot het bereiken van deze doelstellingen.
Ook bevat het ontwerp weinig of geen concrete voorschriften ten aanzien van de exploitanten van kerninstallaties. Het bevat veeleer een reeks doelstellingen die de exploitanten moeten nastreven, waarbij de keuze van de middelen om die doelstellingen te bereiken kennelijk aan de exploitanten zelf wordt overgelaten2.
Hoewel een dergelijk procédé van regelgeving, waarbij de exploitanten worden geresponsabiliseerd, op zich verenigbaar lijkt met Richtlijn 2009/71/Euratom3, rijst de vraag of sommige voorschriften niet in te vage termen zijn geformuleerd om nog verenigbaar te zijn met het beginsel van de rechtszekerheid. Deze vraag klemt des te meer gezien de inbreuken op de bepalingen van het te nemen besluit strafbaar worden gesteld4.
De stellers van het ontwerp zouden moeten onderzoeken of sommige voorschriften niet op een meer precieze en normatieve wijze kunnen worden bepaald. 6. Hoewel in artikel 1 van het ontwerp de begrippen worden gedefinieerd die verder in de tekst worden gebruikt, bevatten een aantal andere artikelen van het ontwerp ook definities.Zo worden in artikel 6 de begrippen "kwalificatie" en "vergunning of bevoegdheidsverklaring" gedefinieerd en in artikel 10 onder meer het begrip "verouderingsbeheerprogramma".
Aangezien die begrippen niet uitsluitend in het betrokken artikel worden gehanteerd,5 verdient het aanbeveling dat ook deze definities in artikel 1 van het ontwerp worden opgenomen.
BIJZONDERE OPMERKINGEN Aanhef 7. Overeenkomstig hetgeen in verband met de rechtsgrond voor het ontworpen besluit is opgemerkt (opmerking 4), dient in het eerste lid van de aanhef de verwijzing naar artikel 16 van de erin vermelde
wet van 15 april 1994Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/04/1994
pub.
14/10/2011
numac
2011000621
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten te worden weggelaten, en dient een verwijzing naar artikel 28 van die wet te worden ingevoegd. 8. Aangezien de Raad van State om advies gevraagd wordt met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, dient het zevende lid van de aanhef te worden vervangen door het volgende lid : "Gelet op advies 50.241/3 van de Raad van State, gegeven op 11 oktober 2011, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;".
Artikel 2 9. Voor de duidelijkheid voege men aan het einde van het tweede lid van artikel 2 de volgende woorden toe : "dan de kernreactoren voor de productie van elektriciteit". Deze opmerking kan worden herhaald voor het vierde lid van artikel 2, met dien verstande dat in de Nederlandse tekst ook dient te worden bepaald, zoals in de Franse tekst, dat de "andere inrichtingen" vergund dienen te zijn op 1 januari 2011. _______ Nota's 1 Het ontwerp bevat ook een hoofdstuk 4 met als opschrift 'Specifieke veiligheidsvoorschriften voor de inrichtingen voor eindberging van radioactief afval', maar dit hoofdstuk bevat nog geen bepalingen. 2 Zie het verslag aan de Koning, onderdeel 5, met als opschrift "Een regelgeving met doelstellingen". 3 Zie bijvoorbeeld artikel 6, leden 2 tot 5, van Richtlijn 2009/71/Euratom. 4 Zie artikel 33 van het ontwerp. 5 Zie bijvoorbeeld artikel 24, waar gewag wordt gemaakt van het begrip "verouderingsbeheerprogramma".
30 NOVEMBER 2011. - Koninklijk besluit houdende veiligheidsvoorschriften voor de kerninstallaties ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op de
wet van 15 april 1994Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/04/1994
pub.
14/10/2011
numac
2011000621
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor nucleaire controle, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 7 augustus 1995 en van 22 februari 2001, en bij de wetten van 12 december 1997, 15 januari 1999, 3 mei 1999, 10 februari 2000, 19 juli 2001, 31 januari 2003, 2 april 2003, 22 december 2003, 20 juli 2005, 15 mei 2007 en 22 december 2008, artikelen 3 en 28;
Gelet op het
koninklijk besluit van 20 juli 2001Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
20/07/2001
pub.
30/08/2001
numac
2001000674
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Koninklijk besluit betreffende de bevoegdheden en de aanduiding van de leden van het Departement toezicht en controle van het Federaal Agentschap voor nucleaire controle belast met het toezicht op de naleving van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor nucleaire controle
type
koninklijk besluit
prom.
20/07/2001
pub.
30/08/2001
numac
2001009537
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot inwerkingstelling van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor nucleaire controle
type
koninklijk besluit
prom.
20/07/2001
pub.
30/08/2001
numac
2001000726
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen
type
koninklijk besluit
prom.
20/07/2001
pub.
10/10/2013
numac
2013000542
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen;
Gelet op de Richtlijn 2009/71/EURATOM van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 25 juni 2009 tot vaststelling van een communautair kader voor de nucleaire veiligheid van kerninstallaties;
Gelet op het advies van de Hoge Gezondheidsraad, gegeven op 2 februari 2011;
Gelet op het advies van Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het werk, gegeven op 10 februari 2011;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 13 juli 2011;
Gelet op het advies 50.241/3 van de Raad van State, gegeven op 11 oktober 2011, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1° van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en op het advies van Onze in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Artikel 1.Definities Voor de toepassing van dit besluit gelden de definities die gegeven zijn in artikel 2 van het
koninklijk besluit van 20 juli 2001Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
20/07/2001
pub.
30/08/2001
numac
2001000674
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Koninklijk besluit betreffende de bevoegdheden en de aanduiding van de leden van het Departement toezicht en controle van het Federaal Agentschap voor nucleaire controle belast met het toezicht op de naleving van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor nucleaire controle
type
koninklijk besluit
prom.
20/07/2001
pub.
30/08/2001
numac
2001009537
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot inwerkingstelling van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor nucleaire controle
type
koninklijk besluit
prom.
20/07/2001
pub.
30/08/2001
numac
2001000726
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen
type
koninklijk besluit
prom.
20/07/2001
pub.
10/10/2013
numac
2013000542
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en van het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen.
Ter aanvulling van deze definities wordt voor de toepassing van dit besluit verstaan onder : 1° Algemeen reglement : het algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen, vastgesteld bij
koninklijk besluit van 20 juli 2001Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
20/07/2001
pub.
30/08/2001
numac
2001000674
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Koninklijk besluit betreffende de bevoegdheden en de aanduiding van de leden van het Departement toezicht en controle van het Federaal Agentschap voor nucleaire controle belast met het toezicht op de naleving van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor nucleaire controle
type
koninklijk besluit
prom.
20/07/2001
pub.
30/08/2001
numac
2001009537
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Koninklijk besluit tot inwerkingstelling van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor nucleaire controle
type
koninklijk besluit
prom.
20/07/2001
pub.
30/08/2001
numac
2001000726
bron
ministerie van binnenlandse zaken
Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen
type
koninklijk besluit
prom.
20/07/2001
pub.
10/10/2013
numac
2013000542
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten;2° Bel V : de stichting die werd opgericht bij notariële akte van 7 september 2007, bekendgemaakt in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad van 9 oktober 2007, of zijn rechtsopvolger, die te beschouwen is als juridische entiteit bedoeld in artikel 28 van de
wet van 15 april 1994Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/04/1994
pub.
14/10/2011
numac
2011000621
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle;3° Nucleaire veiligheid/veiligheid : de toestand van deugdelijke bedrijfsomstandigheden, de voorkoming van ongevallen en de beperking van de gevolgen van ongevallen, die er toe bijdragen dat werkers en de bevolking beschermd worden tegen de aan ioniserende straling afkomstig van kerninstallaties verbonden gevaren;4° Veiligheidsautoriteit : Het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en Bel V voor wat de taken betreft die er met toepassing van artikel 28 van de
wet van 15 april 1994Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/04/1994
pub.
14/10/2011
numac
2011000621
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten aan gedelegeerd werden;5° Leidinggevend personeel : persoon of groep van personen binnen een organisatie, die deze organisatie leidt, controleert en evalueert;6° Trapsgewijze aanpak : proces of methode volgens welke de nauwkeurigheid van de controlemaatregelen en de toe te passen condities in de mate van het mogelijke, overeenstemmen met de risico's;7° Managementsysteem : geheel van onderling afhankelijke of interactieve elementen dat dient om het beleid en de doelstellingen op te stellen en dat toelaat om deze doelstellingen op efficiënte en doeltreffende wijze te bereiken;8° Voor de nucleaire veiligheid belangrijk onderdeel : een onderdeel dat deel uitmaakt van een veiligheidssysteem en/of waarvan de slechte werking of het defect zouden kunnen leiden tot een onaanvaardbare blootstelling van het personeel of van personen van het publiek;9° Structuren, systemen en componenten : algemene uitdrukking die alle elementen van een installatie of activiteit omvat - met uitzondering van de menselijke factoren - die bijdragen tot de bescherming en de nucleaire veiligheid;10° Onderhoud : georganiseerde activiteit, zowel van administratieve als technische aard, die erin bestaat de goede werking van de structuren, systemen en componenten te behouden en die tegelijk preventieve en correctieve (herstelling) aspecten bevat;11° Uitbatingslimieten en -voorwaarden : alle regels waardoor de limieten van de parameters, de functionele mogelijkheden en de prestatieniveaus van de uitrusting en het personeel bepaald worden en die door de veiligheidsautoriteit voor de veilige werking van een vergunde installatie worden goedgekeurd;12° Inbedrijfstelling : geheel van handelingen die erin bestaan om de systemen en componenten die vervaardigd werden voor de installaties en de activiteiten te doen werken en om na te gaan of ze conform het ontwerp zijn en aan de voorgeschreven prestatiecriteria voldoen;13° Ontwerpbasis : principes, reeks omstandigheden en voorvallen waarmee expliciet, overeenkomstig de vastgestelde criteria, bij het ontwerp van een installatie rekening werd gehouden zodat de installatie hiertegen bestand kan zijn zonder dat de toegelaten limieten overschreden worden wanneer de veiligheidssystemen werken als voorzien;14° Enkelvoudige faling : faling waardoor een systeem of component niet meer in staat is zijn voorziene veiligheidsfunctie(s) te vervullen en elke ander defect dat eruit kan voortvloeien;15° Vooronderstelde initiatorgebeurtenis : gebeurtenis waarvan tijdens de ontwerpfase wordt bepaald dat ze voorziene bedrijfsincidenten of ongevalsomstandigheden kan veroorzaken;16° Voorzien bedrijfsincident : werkingsafwijking vergeleken met de normale werking waarvan wordt verwacht dat ze zich minstens eenmaal tijdens de nuttige levensduur van een installatie voordoet maar die, dank zij de gepaste maatregelen die tijdens het ontwerp getroffen worden, geen significante schade berokkent aan de bestanddelen die belangrijk zijn voor de nucleaire veiligheid of die niet ontaardt in ongevalsomstandigheden;17° Passieve component : component waarvan de werking niet afhangt van de aanbreng van externe energie (aandrijving, mechanische beweging of elektrische voeding bijvoorbeeld).Elke component die geen passieve component is, is een actieve component; 18° Gelaagde bescherming : hiërarchische installatie van verschillende niveaus van verschillende uitrustingen en procedures om de vermenigvuldiging van voorziene bedrijfsincidenten te voorkomen en om de doeltreffendheid van fysieke barrières tussen een stralingsbron of radioactieve stoffen en werknemers, personen van het publiek en het leefmilieu te behouden, in verschillende bedrijfsomstandigheden en, voor bepaalde barrières, in ongevalomstandigheden;19° Probabilistische veiligheidsstudie : gedetailleerde, gestructureerde benadering die gebruikt wordt om falingscenario's uit te werken en die een conceptueel en mathematisch middel vormt om becijferde risicoschattingen te maken. Er bestaan drie niveaus van probabilistische veiligheidsstudies.
Niveau 1 omvat de evaluatie van de falingen van de centrale waardoor de frequentie van de beschadiging van de kern bepaald kan worden.
Niveau 2 omvat de evaluatie van de reactie van de insluiting, waardoor, met de resultaten van niveau 1, de frequentie van de defecten van de insluiting en de uitstoot in het leefmilieu van een bepaald percentage van de hoeveelheid radionucliden aanwezig in de reactorkern bepaald kunnen worden. Niveau 3 omvat de evaluatie van de gevolgen buiten de vestigingsplaats, waarbij met behulp van de resultaten van niveau 2 de risico's voor de personen van het publiek kunnen ingeschat worden; 20° Periodieke veiligheidsherziening : systematische herevaluatie van de nucleaire veiligheid van een bestaande installatie (of activiteit) die op regelmatige tijdstippen wordt uitgevoerd om te strijden tegen de cumulatieve gevolgen van de veroudering, wijzigingen, uitbatingervaring, de technische evolutie en de aspecten van de keuze van de site en die tot doel heeft een hoog niveau van nucleaire veiligheid tijdens de ganse nuttige levensduur van de installatie (of de activiteit) te garanderen;21° Verouderingsbeheerprogramma : een geïntegreerde aanpak waardoor de veroudering van de structuren, systemen en componenten geïdentificeerd, geanalyseerd, opgevolgd en gedocumenteerd kan worden en waardoor de nodige preventieve en corrigerende acties kunnen worden ondernomen. Art. 2.Toepassingsgebied De hoofdstukken 2 en 3 van dit besluit zijn van toepassing op de kernreactoren voor de productie van elektriciteit Hoofdstuk 2 van dit besluit is van toepassing op anderen inrichtingen dan kernreactoren voor de productie van elektriciteit, gedefinieerd in artikel 3.1. a) van het Algemeen Reglement die na 1 januari 2011 vergund werden.
Hoofdstuk 4 van dit besluit is van toepassing op de inrichtingen voor eindberging van radioactief afval.
De artikelen 3, 4.2, 4.3 eerste lid, 4.3 tweede lid, 4.3 derde lid, 5.1, 5.2, 5.3, 5.4, 6, 7.1, 7.2, 8.1, 9.1, 12.1, 13, 14, 16.1 tot 16.3 zijn van toepassing op anderen inrichtingen dan kernreactoren voor de productie van elektriciteit, gedefinieerd in artikel 3.1. a) van het Algemeen Reglement die vergund waren op 1 januari 2011. HOOFDSTUK 2. - Generieke veiligheidsvoorschriften Afdeling I. - Beheer van de nucleaire veiligheid
Art. 3.Veiligheidsbeleid Een beleid inzake nucleaire veiligheid moet door de exploitant op schrift worden gesteld. De beleidsverklaring betreffende de veiligheid moet aan de veiligheidsautoriteit worden voorgelegd en ter beschikking worden gesteld van de bevolking.
In dit beleid moet prioritair belang gehecht worden aan de nucleaire veiligheid van de activiteiten in de inrichting.
Het veiligheidsbeleid omvat een engagement om de nucleaire veiligheid continu te verbeteren.
Het veiligheidsbeleid impliceert de opstelling van duidelijk geformuleerde doelstellingen en mikpunten waardoor de vorderingen kunnen worden opgevolgd.
Het veiligheidsbeleid vereist dat er maatregelen worden genomen voor de uitvoering ervan en voor het toezicht op het niveau van de nucleaire veiligheid.
De elementen van het veiligheidsbeleid, evenals de vereisten en verwachtingen van de exploitant terzake en de richtlijnen voor de uitvoering ervan worden duidelijk meegedeeld zodat het ganse personeel belast met belangrijke taken op het vlak van de nucleaire veiligheid, met inbegrip van de onderaannemers, ze kunnen begrijpen en uitvoeren.
Het niveau van de implementatie van het veiligheidsbeleid evenals het veiligheidsbeleid zelf worden door de exploitant regelmatig en voldoende frequent geëvalueerd en herzien, met een periodiciteit die kleiner is dan deze van de periodieke veiligheidsherzieningen. Art. 4.Organisatie van de uitbating 4.1 - Organisatiestructuur De exploitant documenteert en rechtvaardigt zijn organisatiestructuur door het preciseren van het algemeen beleid, de verantwoordelijkheids- en beleidslijnen, de interne communicatienetwerken, de taken en het aantal vereiste personeelsleden dat toelaat om de algemene vereisten voor een veilige en betrouwbare uitbating van zijn installatie(s) na te kunnen leven en dit zowel in alle bedrijfsomstandigheden als in ongevalsomstandigheden.
In het bijzonder worden de hiërarchische verbanden en communicatielijnen tussen alle verantwoordelijken voor zaken die een impact hebben op de nucleaire veiligheid van de installatie duidelijk gedefinieerd en gedocumenteerd. 4.2 - Beheer van de nucleaire veiligheid De exploitant baat zijn installatie(s) op een veilige manier uit, conform de wettelijke en reglementaire vereisten, en ook conform de voorwaarden vervat in zijn oprichtings- en exploitatievergunning.
In het kader van een stapsgewijze benadering zorgt de exploitant er voor dat zijn beslissingen met betrekking tot de nucleaire veiligheid stelselmatig voorafgegaan worden door een voldoende grondig onderzoek door gekwalificeerd en ervaren personeel, om er zich van te vergewissen dat alle relevante aspecten van de nucleaire veiligheid in beschouwing genomen werden.
De veiligheidsevaluaties worden gedocumenteerd en maken, volgens een stapsgewijze benadering, het voorwerp uit van een nazicht door een geschikte onafhankelijke, interne of externe, door de exploitant georganiseerde expertise.
De rekenmethodes en -programma's die bij de veiligheidsanalyses gebruikt worden moeten geverifieerd en gevalideerd zijn.
De exploitant is verantwoordelijk voor het ter beschikking stellen van alle middelen en het realiseren van de arbeidsvoorwaarden die nodig zijn om de taken op een veilige manier uit te voeren.
De exploitant stelt een geschikt systeem van toezicht op zijn prestaties op het gebied van de nucleaire veiligheid in, om zich ervan te vergewissen dat de van kracht zijnde veiligheidsregels worden nageleefd en het veiligheidsniveau wordt verbeterd.
De exploitant trekt lessen uit de nationale en internationale ervaringsfeedback, uit de ontwikkeling van de regels inzake nucleaire veiligheid en uit de nieuwe kennis verkregen door onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma's, om het niveau van de nucleaire veiligheid te behouden en zoveel mogelijk te verbeteren. 4.3 - Personeelsbezetting en deskundigheid Op basis van de gedetailleerde analyse van de uit te voeren taken en activiteiten verbonden met de nucleaire veiligheid moeten de gepaste eisen met betrekking tot het aantal personeelsleden, hun kwalificatie en permanente vorming op de verschillende niveaus van de organisatie, op systematische wijze vastgelegd en gedocumenteerd worden.
Regelmatig moet geverifieerd en gedocumenteerd worden of deze vereisten een veilige uitbating van de installatie toelaten.
De exploitant werkt voor het personeelsbeheer een systematisch en gedocumenteerd programma uit dat verbonden is met de langetermijndoelstellingen om te anticiperen op de toekomstige personeelsbehoeften. Dit programma houdt rekening met de voorziene wijzigingen van de personeelsbezetting, met aanstellingen om de beroepservaring te verrijken en het omvat een prognose van de personeelsbehoeften, waarbij rekening gehouden wordt met de oppensioenstellingen en overplaatsingen die het personeelsbestand verminderen.
De doorgevoerde wijzigingen op het gebied van het personeel of de organisatie van de exploitatie beschreven in het veiligheidsrapport, moeten het voorwerp uitmaken van een voorafgaande analyse en rechtvaardiging. Deze wijzigingen moeten tijdens en na hun uitvoering worden opgevolgd, ten einde er zich van te vergewissen dat ze de nucleaire veiligheid niet in gevaar brengen.
De exploitant moet over een voldoend aantal gekwalificeerde personeelsleden beschikken die de ontwerpbasis van de installatie begrijpen en de actuele toestand van de installatie kennen, evenals alle bedrijfstoestanden, ongevalsomstandigheden inbegrepen.
De exploitant moet voldoende opgeleide personeelsleden in dienst hebben die de vereiste kennis en deskundigheid bezitten om het werk dat door personeel in onderaanneming wordt uitgevoerd te specificeren, te beheren, op te volgen en te evalueren op het gebied van de nucleaire veiligheid.
Art. 5 . Managementsysteem 5.1 - Doel Er moet een geïntegreerd managementsysteem, dat de vereiste prioriteit geeft aan de nucleaire veiligheid, worden opgesteld, geïmplementeerd, geëvalueerd en voortdurend verbeterd. Het geïntegreerd managementsysteem omvat het geheel van bepalingen met betrekking tot de organisatie, de verantwoordelijkheden, de middelen, de processen en de kwaliteitsborging. Het belangrijkste doel van het geïntegreerde managementsysteem moet erin bestaan de nucleaire veiligheid te garanderen en te verbeteren door er zich van te verzekeren dat ze niet los wordt gezien van de activiteiten en andere eisen aan de exploitant, onder meer met betrekking tot het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, om te vermijden dat deze een mogelijk negatieve impact hebben op de nucleaire veiligheid.
Dit managementsysteem heeft betrekking op alle activiteiten en processen die een invloed kunnen hebben op de nucleaire veiligheid van de inrichting, met inbegrip van de activiteiten die door de onderaannemers of leveranciers worden uitgevoerd. 5.2 - Algemene bepalingen De uitvoering van de eisen van een managementsysteem moet gebeuren via een trapsgewijze aanpak, waarbij de gepaste middelen worden ingezet, rekening houdend met : - het belang en de complexiteit van alle activiteiten en de producten ervan; - de risico's en de grootte van de mogelijke impact verbonden met alle activiteiten en de resultaten ervan; - de mogelijke gevolgen van een niet correct uitgevoerde activiteit of van de tekort …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.