Besluit van de Regering betreffende de kinderopvangdiensten en andere vormen van kinderopvang
Kort samengevat
Dit besluit regelt de kinderopvangdiensten en andere vormen van kinderopvang in de Duitstalige Gemeenschap, waarbij het de erkenningsvoorwaarden, subsidies en kwaliteitswaarborgen vastlegt. Het zorgt ervoor dat kinderopvangvoorzieningen aan bepaalde eisen voldoen voordat ze mogen starten en subsidies kunnen ontvangen.
Wat het reguleert
- De definitie van verschillende soorten kinderopvang en de betrokken personen.
- De algemene erkenningsvoorwaarden voor kinderopvangdiensten.
- De samenstelling en taken van de Gemeentelijke Adviescommissie inzake Kinderopvang (GAK).
- De indexering van subsidies voor kinderopvang.
Wie het betreft
- Dienstverrichters die kinderopvang aanbieden, zoals crèches, mini-crèches, diensten voor onthaalouders en locaties voor buitenschoolse opvang.
- Personen die werkzaam zijn in de kinderopvang, inclusief onthaalouders.
Kernpunten
- Elke dienstverrichter die kinderopvang aanbiedt, moet erkend zijn voordat hij van start gaat.
- Alleen erkende dienstverrichters kunnen subsidies ontvangen, binnen de grenzen van de beschikbare begrotingsmiddelen.
- De Gemeentelijke Adviescommissie inzake Kinderopvang (GAK) adviseert de Minister over de behoeften en het aanbod van kinderopvang en over nieuwe lokale initiatieven.
- Personen die in de kinderopvang werken, moeten een uittreksel uit het strafregister (model 2) en een medisch attest indienen voordat ze met hun activiteit beginnen.
Wettekst
wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten type wet prom. 08/08/1980 pub. 11/12/2007 numac 2007000980 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Bijzondere wet tot hervorming der inste
§ 1
kunnen de aangesloten onthaalouders een afwijking van de bovenste leeftijdsgrens aanvragen. Daartoe dienen de aangesloten onthaalouders een individuele schriftelijke aanvraag bij de dienst voor onthaalouders in en voegen ze daarbij een positief medisch attest. De dienst voor onthaalouders onderzoekt of betrokkene fysiek en psychisch belastbaar genoeg is om zijn activiteit na de bovenste leeftijdsgrens te kunnen voortzetten en beslist binnen 90 dagen na ontvangst van de volledige aanvraag of de afwijking kan worden toegestaan en voor hoelang. Indien binnen de gestelde termijn geen beslissing is genomen, geldt de aanvraag als geweigerd. De duur van de afwijking is in elk geval beperkt tot hoogstens twee jaar en kan verlengd worden. De dienst voor onthaalouders legt elke individuele afwijking, alsook de motivering en de duur ervan, schriftelijk vast. Het departement ontvangt een afschrift van de afwijking. Art. 123.§ 1 - De aangesloten onthaalouders verplichten zich ertoe : 1° elke wezenlijke verandering in hun gezondheidstoestand zo snel mogelijk aan de dienst voor onthaalouders mee te delen;2° geen professionele of niet-professionele activiteit uit te oefenen die onverenigbaar is met kinderopvang of die hen tijdens de openingstijden van de kinderopvangvoorziening van de zorg voor de kinderen zou kunnen afhouden;3° een aanstelling van minstens 34 % resp.voor 288 opvangdagen toe te staan indien ze opvangaanvragen hebben ontvangen. De bezettingsgraad wordt jaarlijks berekend op basis van de gewerkte opvangdagen, waarbij halve opvangdagen gelijkgesteld worden met hele opvangdagen. Een 1/3-opvangdag wordt voor één derde berekend. §
§ 1
, 3°, kunnen de aangesloten onthaalouders een in de tijd beperkte afwijking van de vastgelegde minimale werkduur aanvragen. Een afwijking is alleen mogelijk om gezondheidsredenen. Bij de aanvraag wordt een medisch attest gevoegd. De dienst voor onthaalouders legt elke individuele afwijking, alsook de motivering en de duur ervan, schriftelijk vast. Het departement ontvangt een afschrift van de afwijking. Art. 124.De aangesloten onthaalouders maken een opvangconcept op aan de hand van het model dat de dienst voor onthaalouders overeenkomstig artikel 59 vastlegt. Art. 125.De aangesloten onthaalouders verklaren zich ertoe bereid regelmatig aan de voortgezette opleidingen van de dienst voor onthaalouders deel te nemen. Hoofdstuk
- - Inrichting van de ruimten Art. 126.Overeenkomstig artikel 7, tweede lid, van het decreet vindt de kinderopvang plaats in een daarvoor geschikte omgeving en in ruimten die voldoende groot, veilig en proper zijn. Er is een ruimte voor buitenactiviteiten die bij voorkeur aan de opvangruimten grenst. Art. 127.De opvangruimten en alle ruimten die voor de kinderen toegankelijk zijn, voldoen aan de volgende criteria : 1° voor zover niet nader gedefinieerd, stemt de grootte van de ruimten overeen met het aantal opgevangen kinderen, zodat deze zich vrij kunnen bewegen;2° er is een slaap- en rustruimte;3° er is een keukenblok met een aanrecht, kookgelegenheid en koelkast;4° de ruimten zijn ingericht met het voor de opvang noodzakelijke meubilair en met voldoende speelgoed;5° de ruimten zijn in goede toestand en er wordt voor gezorgd dat dit zo blijft;6° de aangesloten onthaalouders zijn in de ruimten telefonisch bereikbaar. Art. 128.De aangesloten onthaalouders richten de ruimten waartoe de kinderen toegang hebben zo veilig mogelijk in. De aangesloten onthaalouders dragen er zorg voor dat alle mogelijke gevaren en risico's worden opgespoord. Ze nemen alle nodige maatregelen om een veilige omgeving te scheppen met verminderd gevaar voor ongevallen. Voor de veilige inrichting van de ruimten gelden de volgende criteria : 1° de buitenruimte en de toegang daartoe zijn beveiligd;2° de ruimten zijn zo ingedeeld en ingericht dat de aangesloten onthaalouders visueel toezicht op de kinderen kunnen houden;3° er wordt verwarmd met centrale verwarming.Er mogen geen verwarmingselementen worden gebruikt waaraan de kinderen zich kunnen verbranden. De radiatoren zijn doeltreffend beveiligd; 4° de aangesloten onthaalouders nemen alle nodige maatregelen om een CO-vergiftiging te voorkomen.Daarom zorgen ze ervoor dat de installaties voor verwarming, warm water en luchtafvoer regelmatig onderhouden worden; 5° producten die de gezondheid kunnen schaden, zoals pesticiden, herbiciden en insecticiden, worden alleen gebruikt in afwezigheid van de kinderen en met inachtneming van voorzorgsmaatregelen;6° de trappen zijn bij voorkeur uitgerust met gesloten treden en de toegang tot de trappen is beveiligd met traphekjes.Indien een trap niet uitgerust is met gesloten treden, mogen kinderen tot zes jaar die alleen in begeleiding van een volwassene gebruiken; 7° wenteltrappen mogen door de kinderen alleen in begeleiding van volwassenen worden gebruikt;8° indien de kinderen toegang hebben tot verhoogde terrassen, moeten die terrassen beveiligd zijn door een balustrade of een omheining;9° de balustrades en/of omheiningen beantwoorden aan de richtlijnen van de Minister;10° de vensters en deuren gaan op een veilige manier open en dicht;11° gevaarlijk scherpe kanten, hoeken of uiteinden zijn niet voorhanden of worden adequaat beveiligd;12° de uitrusting van de slaapruimtes voldoet aan de richtlijnen van de Minister;13° de stopcontacten, de schakelaars en alle elektrische toestellen of installaties die gevaar kunnen opleveren, worden buiten het bereik van de kinderen gehouden of worden adequaat beveiligd;14° poetsmiddelen, chemische producten, licht ontvlambare stoffen, medicamenten en andere voorwerpen die gevaarlijk kunnen zijn, worden veilig en buiten het bereik van de kinderen opgeborgen;15° zwembaden, plonsbadjes, tuinvijvers, waterpoelen of andere waterpartijen zijn zo afgedekt en beveiligd dat kinderen er niet bij kunnen;16° zowel binnen als buiten worden giftige planten buiten het bereik van de kinderen gehouden;17° in elke opvangvoorziening staat een EHBO-doos met materiaal dat beantwoordt aan de richtlijnen van de Minister;18° in de slaap- en opvangruimten zijn rookmelders aangebracht overeenkomstig het besluit van de Waalse Regering van 21 oktober 2004Relevante gevonden documenten type besluit van de waalse regering prom. 21/10/2004 pub. 10/11/2004 numac 2004203357 bron ministerie van het waalse gewest Besluit van de Waalse Regering betreffende de aanwezigheid van brandmelders in de woningen sluiten betreffende de aanwezigheid van brandmelders in de woningen;19° voor zover de aangesloten onthaalouder huisdieren heeft die in contact komen met de opgevangen kinderen, zijn de desbetreffende richtlijnen van de Minister van toepassing. Art. 129.De aangesloten onthaalouders letten op de hygiëne en nemen bij alle activiteiten de nodige hygiënemaatregelen, in het bijzonder bij het verzorgen van de kinderen, het poetsen van de ruimten, het bereiden van de maaltijden en het wegdoen van afval. Voor de hygiëne van de ruimten gelden de volgende criteria : 1° er zijn voldoende aan de verschillende leeftijdsgroepen aangepaste sanitaire inrichtingen en lavabo's;2° er is voldoende natuurlijke verlichting en verluchting.De verlichting en verluchting worden aangepast aan de activiteiten die in de ruimten plaatsvinden; 3° bij de verwarming van de ruimten kan rekening worden gehouden met de buitentemperatuur;4° er is een doeltreffende zonnewering;5° bij normale weersomstandigheden bedraagt de temperatuur in de regel 18°C in de slaapruimten en 20°C tot 22°C in de opvangruimten;6° alle ruimten kunnen eenvoudig proper gehouden worden;7° de ruimten en het materiaal worden regelmatig gereinigd.De manier waarop de vloeren, de oppervlakten en het materiaal worden gereinigd, is verenigbaar met de kinderopvang; 8° het afval wordt dagelijks naar een van de kinderopvang afgezonderde ruimte gebracht die zich bij voorkeur buiten bevindt;9° eventuele zandbakken zijn zo afgedekt dat verontreiniging voorkomen wordt.Het zand wordt minstens één keer per jaar vervangen; 10° het bouwmateriaal en de toestand ervan mogen niet schadelijk zijn voor de gezondheid van de kinderen;11° overeenkomstig de wet van 22 december 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/2009 pub. 29/12/2009 numac 2009024496 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Wet betreffende een algemene regeling voor rookvrije gesloten plaatsen toegankelijk voor het publiek en ter bescherming van werknemers tegen tabaksrook type wet prom. 22/12/2009 pub. 29/12/2009 numac 2009024499 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Wet tot wijziging van de wet van 22 december 2009 betreffende een algemene regeling van rookvrije gesloten plaatsen toegankelijk voor het publiek en ter bescherming voor werknemers tegen tabaksrook sluiten betreffende een algemene regeling voor rookvrije gesloten plaatsen toegankelijk voor het publiek en ter bescherming van werknemers tegen tabaksrook is het verboden in de slaap- en opvangruimten te roken. Hoofdstuk
- - Verplichtingen Afdeling
- - Toelatingsvoorwaarden en inrichting van de ruimten Art. 130.Na hun toelating blijven de aangesloten onthaalouders voldoen aan de toelatingsvoorwaarden die in het decreet of in deze titel worden vermeld en blijven ze voldoen aan de voorgeschreven inrichting van de ruimten. Afdeling
- - Algemene verplichtingen Art. 131.§ 1 - De aangesloten onthaalouders vangen de kinderen altijd persoonlijk op. § 2 - In afspraak met de dienst voor onthaalouders kunnen de aangesloten onthaalouders op eigen verantwoordelijkheid stagiairs opnemen. De stagiair geldt als extra begeleider en kan de aangesloten onthaalouders niet vervangen. Art. 132.§ 1 - De aangesloten onthaalouders mogen hoogstens vier baby's of peuters tot de leeftijd van drie jaar en in totaal hoogstens zes kinderen tegelijk opvangen, waarbij de eigen kinderen van de betreffende leeftijd in het maximale aantal inbegrepen zijn. §
§ 1
kunnen de aangesloten onthaalouders een in de tijd beperkte afwijking aanvragen om het maximale aantal kinderen dat tegelijk opgevangen mag worden uit te breiden tot hoogstens zes baby's of peuters en tot in totaal acht kinderen, waarbij de eigen kinderen van de betreffende leeftijd in het maximale aantal inbegrepen zijn. De afwijking is mogelijk op voorwaarde dat er een gebrek aan kinderopvangplaatsen is en de dienst voor onthaalouders, op grond van de tot nu toe positieve ervaringen met de onthaalouder en de ruimtelijke mogelijkheden die voorhanden zijn, tot de slotsom komt dat die afwijking kan worden toegestaan. Zo'n afwijking kan ten vroegste na één jaar activiteit worden toegestaan. De dienst voor onthaalouders legt elke individuele afwijking, alsook de motivering en de duur ervan, schriftelijk vast. Het departement ontvangt een afschrift van de afwijking. Art. 133.§ 1 - De aangesloten onthaalouders verplichten zich ertoe een opvangkapitaal van 115 dagen per maand niet te overschrijden. Het opvangkapitaal is het maximale aantal opvangdagen dat een aangesloten onthaalouder per maand mag werken, waarbij een 1/3-opvangdag voor een derde en een 1/2-opvangdag voor de helft berekend worden. §
§ 1
kunnen de aangesloten onthaalouders een in de tijd beperkte afwijking aanvragen om het opvangkapitaal uit te breiden tot hoogstens 138 opvangdagen per maand. De afwijking is mogelijk op voorwaarde dat er een gebrek aan kinderopvangplaatsen is en de dienst voor onthaalouders, op grond van de tot nu toe positieve ervaringen met de aangesloten onthaalouder en de ruimtelijke mogelijkheden die voorhanden zijn, tot de slotsom komt dat die afwijking kan worden toegestaan. Zo'n afwijking kan ten vroegste na één jaar activiteit worden toegestaan. De dienst voor onthaalouders legt elke individuele afwijking, alsook de motivering en de duur ervan, schriftelijk vast. Het departement ontvangt een afschrift van de afwijking. Art. 134.De dienst voor onthaalouders beveelt de aangesloten onthaalouders aan om hun eigen kinderen overeenkomstig de richtlijnen van het centrum voor de gezonde ontwikkeling van kinderen en jongeren te laten inenten. Hoofdstuk
- - Vergoeding Art. 135.§ 1 - De dienst voor onthaalouders betaalt aan de aangesloten onthaalouders per opgevangen kind de volgende kostenvergoedingen : 1° 18,51 euro voor een hele opvangdag;2° 11,11 euro voor een halve opvangdag;3° 7,40 euro voor een 1/3-opvangdag in het kader van buitenschoolse opvang. In het kader van langdurige opvang krijgen de aangesloten onthaalouders een aanvullende kostenvergoeding van 3,52 euro voor elk uur bovenop een hele opvangdag. De bedragen vermeld in deze paragraaf worden met 50 % verhoogd, indien het overeenkomstig artikel 73, § 2, gaat om een kind met een beperking of met bijzondere zorgbehoeften, voor zover die kinderen meer begeleiding en aandacht nodig hebben. § 2 - Voor de toepassing van dit artikel geldt mutatis mutandis ook artikel
- Art. 136.De dienst voor onthaalouders betaalt aan de aangesloten onthaalouders een jaarlijks forfaitair bedrag om de extra afvalkosten te dekken. Het bedrag van het jaarlijks forfaitair bedrag moet vooraf door de Minister worden goedgekeurd. Art. 137.De dienst voor onthaalouders betaalt aan de aangesloten onthaalouders die minstens tien uur per jaar aan de voortgezette opleidingen vermeld in artikel 125 hebben deelgenomen, een jaarlijks forfaitair bedrag van 108,90 euro. Ondertitel
- - Procedurebepalingen Hoofdstuk
- - Toelating Art. 138.Wie een toelating als aangesloten onthaalouder wil krijgen, dient daartoe een aanvraag in bij de dienst voor onthaalouders. Bij de aanvraag worden de volgende stukken en gegevens gevoegd : 1° de identiteit van de aanvrager;2° een uitvoerige uiteenzetting van de redenen waarom betrokkene als aangesloten onthaalouder wil werken;3° het aangevraagde maximale aantal kinderen dat tegelijk mag worden opgevangen;4° de uitvoerige beschrijving van de opvangvoorziening;5° de stukken vermeld in artikel 121;6° in voorkomend geval, de afwijking van de bovenste leeftijdsgrens vermeld in artikel 122, § 2;7° een verklaring dat de aanvrager voldoet aan de toepasselijke bepalingen van het decreet en van dit besluit, alsook, in het bijzonder, aan de toelatingsvoorwaarden vermeld in de artikelen 123 en 125;8° de toestemming die alle meerderjarige bewoners van de ruimten waar opvang wordt aangeboden aan de inspectie geven om die ruimten overeenkomstig artikel 17, § 1, tweede lid, 4°, van het decreet tijdens de openingstijden te bezoeken;9° het opvangconcept vermeld in artikel
- Art. 139.De dienst voor onthaalouders onderzoekt of de ingediende aanvraag om toelating volledig is en onderzoekt de bijgevoegde stukken. Indien de aanvraag volledig is, onderzoekt de dienst voor onthaalouders volgens de procedure vervat in artikel 58 of de aanvrager geschikt is. De dienst voor onthaalouders beslist binnen 90 dagen, te rekenen vanaf de ontvangst van de volledige aanvraag, of de toelating wordt gegeven. In de toelating wordt het maximale aantal kinderen dat tegelijk mag worden opgevangen, vastgelegd. De beslissing is schriftelijk en gemotiveerd. Indien binnen de gestelde termijn geen beslissing is genomen, geldt de toelating als geweigerd. Het departement ontvangt een afschrift van de toelating. Art. 140.De toelating is persoonlijk en kan niet worden overgedragen zonder dat een nieuwe aanvraag wordt ingediend. Art. 141.§ 1 - De toelating wordt toegekend voor zes jaar en kan verlengd worden. De aangesloten onthaalouder kan de kinderopvang pas na ontvangst van de toelating aanvangen. §
§ 1
kan de toelating voor kortere duur gegeven worden : 1° indien de bovenste leeftijdsgrens vastgelegd in artikel 122, § 1, waarschijnlijk tijdens de duur van de toelating bereikt wordt;2° in andere gemotiveerde uitzonderlijke gevallen. Art. 142.De aangesloten onthaalouders dienen de aanvraag om verlenging van de toelating ten vroegste zes maanden en ten laatste drie maanden voor het verstrijken van de geldigheid van de toelating bij de dienst voor onthaalouders in. De aanvraag bevat de geactualiseerde stukken vermeld in artikel 138, tweede lid, 1°, 2°, 3°, 5° en 6°. Art. 143.§ 1 - Tijdens de duur van de toelating delen de aangesloten onthaalouders elke wijziging van de gegevens vermeld in artikel 138, tweede lid, 4°, 5°, 6°, 8° en 9°, binnen 30 dagen schriftelijk mee aan de dienst voor onthaalouders. § 2 - Tijdens de duur van de toelating kan de dienst voor onthaalouders de aangesloten onthaalouders te allen tijde om een actuele stand van de gegevens vermeld in § 1 verzoeken. Art. 144.Wijzigingen van de gegevens vermeld in artikel 138, tweede lid, 3°, moeten vooraf worden goedgekeurd. Daartoe dienen de aangesloten onthaalouders een individuele schriftelijke aanvraag bij de dienst voor onthaalouders in. De dienst voor onthaalouders beslist binnen 30 dagen, te rekenen vanaf de ontvangst van de volledige aanvraag, of de wijziging wordt goedgekeurd. De beslissing is schriftelijk en gemotiveerd. Indien binnen de gestelde termijn geen beslissing is genomen, geldt de goedkeuring als geweigerd. De aangesloten onthaalouder kan de wijzigingen pas na ontvangst van een toezegging uitvoeren. Hoofdstuk
- - Schorsing en intrekking van de toelating Afdeling
- - Schorsing van de toelating Art. 145.§ 1 - Het departement of de inspectie maakt de dienst voor onthaalouders attent op alle gevallen waarin een aangesloten onthaalouder, volgens de informatie waarover het departement of de inspectie beschikt, zich vermoedelijk niet houdt aan één of meer verplichtingen vermeld in het decreet of in dit besluit. § 2 - Indien de dienst voor onthaalouders, na een aanwijzing in de zin van § 1 of op grond van welke andere aanwijzingen of inlichtingen dan ook, tot de slotsom komt dat de aangesloten onthaalouder één of meer verplichtingen vermeld in het decreet of in dit besluit niet naleeft, maant hij betrokkene aan om die verplichtingen binnen 30 dagen na te komen. Op gemotiveerd verzoek kan de aangesloten onthaalouder, uiterlijk tien dagen voor het verstrijken van de in het eerste lid gestelde termijn, de dienst voor onthaalouders vragen om de termijn eenmaal met hoogstens 30 dagen te verlengen. § 3 - In dringende gevallen kan de dienst voor onthaalouders, op basis van een met bijzondere redenen omklede beslissing, een dadelijke aanpassing opleggen. Art. 146.§ 1 - Indien de aangesloten onthaalouder na de aanmaning vermeld in artikel 145 de verplichtingen nog altijd niet nakomt, schorst de dienst voor onthaalouders de toelating. Voor de schorsing deelt de dienst voor onthaalouders de betrokken aangesloten onthaalouder per aangetekende brief zijn voornemen mee. De aangesloten onthaalouder kan binnen zeven dagen, te rekenen vanaf de derde dag na toezending van dat voornemen, bij de dienst voor onthaalouders een verzoek indienen om te worden gehoord. Betrokkene wordt gehoord binnen 30 dagen na toezending van de aangetekende brief. Binnen 15 dagen nadat betrokkene is gehoord, respectievelijk na het verstrijken van de in het tweede lid vermelde termijn, beslist de dienst voor onthaalouders of de toelating wordt geschorst en voor hoelang. De beslissing is schriftelijk en gemotiveerd. Die beslissing wordt zo snel mogelijk aan de betrokken aangesloten onthaalouder bezorgd. Het departement ontvangt een afschrift van de beslissing. § 2 - Tijdens de schorsing van de toelating vangt de betrokken aangesloten onthaalouder geen nieuwe kinderen op. Art. 147.§ 1 - Om redenen van volksgezondheid, om veiligheidsredenen en wegens kennelijke schending van de toepasselijke bepalingen kan de Minister, om een klaarblijkelijk ernstig nadeel voor de opgevangen kinderen te voorkomen, beslissen om de toelating wegens dringende noodzakelijkheid voor onbepaalde duur te schorsen. Indien de aangesloten onthaalouder, na de aanmaning vermeld in artikel 145, § 3, de verplichtingen nog altijd niet nakomt, handelt en beslist de Minister op grond van een advies van de inspectie en door middel van een met bijzondere redenen omklede beslissing. De schorsing wegens dringende noodzakelijkheid heeft de onmiddellijke voorlopige sluiting van de kinderopvangvoorziening tot gevolg en dit voor onbepaalde duur. Voor de schorsing deelt de Minister de betrokken aangesloten onthaalouder zijn voornemen zo snel mogelijk mee per fax, per e-mail of via een andere elektronische weg en op dezelfde dag per aangetekende brief. De aangesloten onthaalouder kan binnen drie dagen, te rekenen vanaf de derde dag na toezending van het voornemen, bij de Minister een verzoek indienen om te worden gehoord. Hij wordt gehoord binnen tien dagen na toezending van de aangetekende brief. Binnen vijf dagen nadat betrokkene is gehoord, respectievelijk na het verstrijken van de in het derde lid vermelde termijn, neemt de Minister een beslissing over de schorsing wegens dringende noodzakelijkheid. Die beslissing wordt zo snel mogelijk aan de betrokken aangesloten onthaalouder bezorgd. De dienst voor onthaalouders ontvangt een afschrift van de beslissing en licht de personen belast met de opvoeding van de opgevangen kinderen persoonlijk in over de onmiddellijke voorlopige sluiting van de kinderopvangvoorziening. Indien mogelijk waarborgt de dienst voor onthaalouders overeenkomstig artikel 66 de continuïteit van de opvang van het kind. § 2 - Indien de problemen die tot de schorsing wegens dringende noodzakelijkheid hebben geleid, verholpen zijn, maakt de Minister zo snel mogelijk een einde aan de schorsing van de toelating en aan de voorlopige sluiting van de kinderopvangvoorziening. De dienst voor onthaalouders ontvangt een afschrift van de beslissing en licht de personen belast met de opvoeding van de opgevangen kinderen persoonlijk in over de heropening van de kinderopvangvoorziening. Afdeling
- - Intrekking van de toelating Art. 148.Indien de aangesloten onthaalouder, na het verstrijken van de duur van de schorsing vermeld in artikel 146, de verplichtingen nog altijd niet nakomt, trekt de dienst voor onthaalouders de toelating in. Voor de intrekking deelt de dienst voor onthaalouders de betrokken aangesloten onthaalouder per aangetekende brief zijn voornemen mee. De aangesloten onthaalouder kan binnen zeven dagen, te rekenen vanaf de derde dag na toezending van dat voornemen, bij de dienst voor onthaalouders een verzoek indienen om te worden gehoord. Betrokkene wordt gehoord binnen 30 dagen na toezending van de aangetekende brief. Binnen dertig dagen nadat betrokkene is gehoord, respectievelijk na het verstrijken van de in het tweede lid vermelde termijn, beslist de dienst voor onthaalouders of de toelating wordt ingetrokken. De beslissing is schriftelijk en gemotiveerd. Die beslissing wordt zo snel mogelijk aan de betrokken aangesloten onthaalouder bezorgd. Het departement ontvangt een afschrift van de beslissing. De dienst voor onthaalouders licht de personen belast met de opvo