📄 Wettekst
18 MAART 2011. - Besluit van de Vlaamse Regering tot regeling van de alternatieve investeringssubsidies, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden
De Vlaamse Regering, Gelet op de bijzondere
wet van 8 augustus 1980Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
08/08/1980
pub.
11/12/2007
numac
2007000980
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Bijzondere wet tot hervorming der instellingen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten tot hervorming der instellingen, artikel 87, § 1, gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993;
Gelet op het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden, artikel 7bis, § 1, eerste en tweede lid, ingevoegd bij het decreet van 17 maart 2006 en gewijzigd bij het
decreet van 12 februari 2010Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
12/02/2010
pub.
26/05/2010
numac
2010202866
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden
sluiten, artikel 8, hersteld bij het
decreet van 12 februari 2010Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
12/02/2010
pub.
26/05/2010
numac
2010202866
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden
sluiten, artikel 10, tweede lid, ingevoegd bij het decreet van 16 maart 1999 en gewijzigd bij het
decreet van 12 februari 2010Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
12/02/2010
pub.
26/05/2010
numac
2010202866
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden
sluiten, artikel 11, § 2, tweede lid, vervangen bij het
decreet van 2 juni 2006Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
02/06/2006
pub.
24/08/2006
numac
2006036190
bron
vlaamse overheid
Decreet tot omvorming van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden tot een intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid, en tot wijziging van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden
sluiten, en artikel 12, § 1, derde lid, vervangen bij het
decreet van 12 februari 2010Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
12/02/2010
pub.
26/05/2010
numac
2010202866
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden
sluiten;
Gelet op het
decreet van 7 mei 2004Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
07/05/2004
pub.
11/06/2004
numac
2004035909
bron
ministerie van de vlaamse gemeenschap
Decreet tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap
sluiten tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, artikel 7;
Gelet op het
decreet van 20 maart 2009Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
20/03/2009
pub.
06/04/2009
numac
2009035295
bron
vlaamse overheid
Decreet houdende diverse bepalingen betreffende het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin
sluiten houdende diverse bepalingen betreffende het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, artikel 7, tweede lid, en artikel 8, tweede lid;
Gelet op het
decreet van 12 februari 2010Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
12/02/2010
pub.
26/05/2010
numac
2010202866
bron
vlaamse overheid
Decreet tot wijziging van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden
sluiten tot wijziging van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden, artikel 12;
Gelet op het
besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/08/1911
pub.
04/12/2009
numac
2009000786
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot het behoud van de schoonheid der landschappen
sluiten2 tot regeling van de alternatieve investeringssubsidies, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden;
Gelet op het akkoord van de Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, gegeven op 17 december 2010;
Gelet op advies nr. 49.093/3 van de Raad van State, gegeven op 3 februari 2011, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;
Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK 1. - Definities Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder : 1° agentschap Zorg en Gezondheid : het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Zorg en Gezondheid;2° algemeen ziekenhuis : een ziekenhuis, met uitzondering van de psychiatrische ziekenhuizen en met uitzondering van de ziekenhuizen die uitsluitend beschikken over gespecialiseerde diensten voor behandeling en revalidatie (kenletter Sp), al of niet samen met diensten voor gewone hospitalisatie (kenletter H) of diensten neuropsychiatrie voor behandeling van volwassen patiënten (kenletter T) of diensten geriatrie (kenletter G);3° beschikbaarheidsvergoeding : de vergoeding voor het ontwerpen, bouwen, financieren en ter beschikking stellen van een voorziening door een opdrachtnemer voor een aanvrager, of een andere vergoeding in die zin.De betaling van de vergoeding wordt afhankelijk gemaakt van minimale beschikbaarheidvereisten; 4° centrum voor kortverblijf : een voorziening als vermeld in artikel 30 van het Woonzorg
decreet van 13 maart 2009Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
13/03/2009
pub.
14/05/2009
numac
2009202091
bron
vlaamse overheid
Woonzorgdecreet
sluiten;5° dagverzorgingscentrum : een voorziening als vermeld in artikel 25 van het Woonzorg
decreet van 13 maart 2009Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
13/03/2009
pub.
14/05/2009
numac
2009202091
bron
vlaamse overheid
Woonzorgdecreet
sluiten;6° decreet van 23 februari 1994 : het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden;7° functie dagopname binnen een ziekenhuis : een aanwijsbare entiteit binnen de vestigingsplaats van een ziekenhuis, met uitzondering van een psychiatrisch ziekenhuis, waarin verstrekkingen worden verricht als vermeld in de desbetreffende artikelen van de overeenkomst tussen de verplegingsinrichtingen en de verzekeringsinstellingen, zonder dat die verstrekkingen aanleiding geven tot een ziekenhuisverblijf met overnachting;8° gebruikstoelage : een alternatieve vorm van investeringssubsidie als vermeld in artikel 7bis van het decreet van 23 februari 1994;9° lokaal dienstencentrum : een voorziening als vermeld in artikel 16 van het Woonzorg
decreet van 13 maart 2009Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
13/03/2009
pub.
14/05/2009
numac
2009202091
bron
vlaamse overheid
Woonzorgdecreet
sluiten;10° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen en voor het gezondheidsbeleid;11° opdrachtnemer : een rechtspersoon die, een samenwerkingsverband van rechtspersonen dat of een tijdelijke handelsvennootschap als vermeld in artikel 47 van het Wetboek van Vennootschappen, een voorziening ontwerpt, bouwt, financiert en ter beschikking stelt voor een aanvrager;12° project : het voorwerp van de geplande investering, omschreven in het masterplan, waarvoor een investeringssubsidie of investeringswaarborg wordt gevraagd;13° psychiatrisch verzorgingstehuis : een psychiatrisch verzorgingstehuis als vermeld in artikel 170 van de wet betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, gecoördineerd op 10 juli 2008;14° psychiatrisch ziekenhuis : een ziekenhuis als vermeld in artikel 3 van de wet betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, gecoördineerd op 10 juli 2008;15° regionaal dienstencentrum : een voorziening als vermeld in artikel 20 van het Woonzorg
decreet van 13 maart 2009Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
13/03/2009
pub.
14/05/2009
numac
2009202091
bron
vlaamse overheid
Woonzorgdecreet
sluiten;16° rust- en verzorgingstehuis : een rust- en verzorgingstehuis als vermeld in artikel 170 van de wet betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, gecoördineerd op 10 juli 2008;17° verzorgingsinstelling : een ziekenhuis, een rust- en verzorgingstehuis, een psychiatrisch verzorgingstehuis of een functie dagopname binnen een ziekenhuis;18° voorzieningen voor ouderen en voorzieningen in de thuiszorg : een woonzorgcentrum, een regionaal dienstencentrum, een lokaal dienstencentrum, een dagverzorgingscentrum of een centrum voor kortverblijf; 19° voorziening voor de sociale integratie van personen met een handicap : een van de voorzieningen, met uitzondering van de revalidatiecentra en de centra voor ontwikkelingsstoornissen, vermeld in het
besluit van de Vlaamse Regering van 19 juni 2009Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/08/1911
pub.
04/12/2009
numac
2009000786
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot het behoud van de schoonheid der landschappen
sluiten4 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de voorzieningen voor de sociale integratie van personen met een handicap, als het totale bedrag dat wordt berekend en vastgesteld, exclusief btw en algemene onkosten, naargelang van de aard van de investering, overeenkomstig de bepalingen van het voormelde besluit van 19 juni 2009, hoger is dan het bedrag van 80.000 euro, exclusief btw en algemene onkosten. Dat bedrag van 80.000 euro wordt jaarlijks per 1 januari van rechtswege aangepast aan de bouwindex, waarbij de basisindex de bouwindex is van 1 januari 1994; 20° woonzorgcentrum : een voorziening als vermeld in artikel 37 van het Woonzorg
decreet van 13 maart 2009Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
13/03/2009
pub.
14/05/2009
numac
2009202091
bron
vlaamse overheid
Woonzorgdecreet
sluiten;21° ziekenhuis : een voorziening als vermeld in artikel 2 van de wet betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, gecoördineerd op 10 juli 2008. HOOFDSTUK 2. - Toepassingsgebied Art. 2.Dit besluit is van toepassing op : 1° de sector van de verzorgingsinstellingen;2° de sector van de voorzieningen voor ouderen en voorzieningen in de thuiszorg;3° de sector van de voorzieningen voor de sociale integratie van personen met een handicap. Ter uitvoering van artikel 7bis van het decreet van 23 februari 1994 kan door het Fonds, binnen de perken van de begrotingskredieten, een gebruikstoelage verstrekt worden aan aanvragers, onder de voorwaarden, vermeld in het decreet van 23 februari 1994 en in dit besluit. HOOFDSTUK 3. - Algemene voorwaarden in de procedure om een gebruikstoelage te verkrijgen Art. 3.De aanvrager komt alleen in aanmerking voor een gebruikstoelage als hij voldoet aan de volgende voorwaarden : 1° erkend zijn om zorg- en dienstverlening te organiseren in het kader van de persoonsgebonden aangelegenheden;2° beschikken over een genotsrecht op het project, vermeld in artikel 12, § 1, derde lid, van het decreet van 23 februari 1994.Als de aanvrager en de eigenaar of de houder van de zakelijke rechten op de grond waarop een project wordt uitgevoerd, twee verschillende personen zijn, mag er geen ongeoorloofde verwantschap bestaan tussen hen, als vermeld in artikel 4. Art. 4.§ 1. De aanvrager en de eigenaar van de grond waarop een project wordt uitgevoerd of de aanvrager en de houder van de zakelijke rechten op de grond waarop een project wordt uitgevoerd, worden geacht een ongeoorloofde verwantschapsband te hebben als de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond een natuurlijke persoon is of een handelsvennootschap met rechtspersoonlijkheid als vermeld in artikel 2, § 2, van het Wetboek van Vennootschappen, en als de ene rechtstreeks of onrechtstreeks de bevoegdheid in rechte of in feite heeft om bij de andere een beslissende invloed uit te oefenen op de aanstelling van de meerderheid van de leden van het bestuursorgaan of op de oriëntatie van het beleid. § 2. De ongeoorloofde verwantschapsband is in rechte en wordt onweerlegbaar vermoed als : 1° de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond in het bezit is van de meerderheid van de stemrechten verbonden aan het totaal van de deelnamerechten van de aanvrager;2° de aanvrager in het bezit is van de meerderheid van de stemrechten die verbonden zijn aan het totaal van de effecten van de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond;3° de meerderheid van de bestuurders van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond, of de aandeelhouders van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond, op persoonlijke titel, alleen of samen, de meerderheid bezit of bezitten van de stemrechten die verbonden zijn aan de deelnamerechten van de aanvrager;4° de meerderheid van de bestuurders of de leden van de aanvrager op persoonlijke titel, alleen of samen, de meerderheid bezit of bezitten van de stemrechten die verbonden zijn aan de effecten van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond;5° de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond of de meerderheid van zijn bestuurders of aandeelhouders of zijn economische rechthebbenden het recht heeft of hebben om de meerderheid van de bestuurders van de aanvrager te benoemen of te ontslaan;6° de aanvrager of de meerderheid van zijn bestuurders of leden of zijn economische rechthebbenden het recht heeft of hebben om de meerderheid van de bestuurders van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond te benoemen of te ontslaan;7° de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond of de meerderheid van zijn bestuurders of aandeelhouders of zijn economische rechthebbenden krachtens de statuten van de aanvrager of krachtens een gesloten overeenkomst over de bevoegdheid beschikt of beschikken om een beslissende invloed uit te oefenen op de aanstelling van de meerderheid van het bestuursorgaan of op de oriëntatie van het beleid;8° de aanvrager of de meerderheid van zijn bestuurders, leden of zijn economische rechthebbenden krachtens de statuten van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond of krachtens een gesloten overeenkomst over de bevoegdheid beschikt of beschikken om een beslissende invloed uit te oefenen op de aanstelling van de meerderheid van het bestuursorgaan of op de oriëntatie van het beleid;9° de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond, zijn bestuurders of aandeelhouders op de voorlaatste en laatste algemene vergadering van de aanvrager stemrechten hebben uitgeoefend die de meerderheid vertegenwoordigen van de stemrechten die verbonden zijn aan de op deze algemene vergaderingen vertegenwoordigde aandelen;10° de aanvrager, zijn bestuurders of aandeelhouders op de voorlaatste en laatste algemene vergadering van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond stemrechten hebben uitgeoefend die de meerderheid vertegenwoordigen van de stemrechten die verbonden zijn aan de op deze algemene vergaderingen vertegenwoordigde aandelen;11° de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond en de aanvrager onder een centrale leiding staan.Zij worden vermoed onder een centrale leiding te staan als : a) de centrale leiding voortvloeit uit de statuten van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond enerzijds, en de aanvrager anderzijds, of uit een overeenkomst tussen alle betrokken entiteiten;b) de bestuursorganen van respectievelijk de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond en de aanvrager, alsook de entiteit die de centrale leiding voert, voor het merendeel uit dezelfde personen bestaan;c) de meerderheid van de aandelen of lidmaatschapsrechten van respectievelijk de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond en de aanvrager, alsook de entiteit die de centrale leiding voert, worden gehouden door dezelfde personen;12° de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond rechtstreeks of onrechtstreeks een invloed van betekenis uitoefent op de oriëntatie van het beleid van de aanvrager door een participatie van minstens tien % te nemen in het lidmaatschap van de aanvrager;13° de aanvrager rechtstreeks of onrechtstreeks een invloed van betekenis uitoefent op de oriëntatie van het beleid van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond door een participatie van minstens tien % te nemen in het kapitaal van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond;14° de bestuurders of de aandeelhouders van de aanvrager enerzijds, en de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond of zijn bestuurders of de aandeelhouders anderzijds, bloed- of aanverwanten tot en met de tweede graad of echtgenoten zijn.Voor de toepassing van deze bepaling worden personen die een wettelijk samenlevingscontract hebben gesloten, met echtgenoten gelijkgesteld.
De onverenigbaarheid wordt geacht op te houden door het overlijden van de persoon door wie ze tot stand is gekomen, door echtscheiding of door het ophouden van het wettelijk samenlevingscontract. § 3. Voor de beoordeling van de gevallen, vermeld in paragraaf 2, is het niet belangrijk dat : 1° de bestuurders of aandeelhouders van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond enerzijds, of de bestuurders of leden van de aanvrager anderzijds, alleen of samen handelen.Tenzij anders wordt bewezen, worden personen die op hetzelfde ogenblik bestuurder of aandeelhouder zijn van de eigenaar van de grond, of van de houder van de zakelijke rechten op de grond en bestuurder of lid van de aanvrager, geacht samen te handelen; 2° de verwantschapsband op rechtstreekse of onrechtstreekse wijze, met tussenplaatsing van andere entiteiten of tussenpersonen, tot stand komt;3° stemrechten worden geschorst of onderworpen zijn aan stemkrachtbeperking. § 4. De ongeoorloofde verwantschapsband kan in feite worden vermoed door het Fonds op basis van andere elementen dan de elementen, vermeld in paragraaf 2. Dat vermoeden is weerlegbaar door de aanvrager. § 5. Het Fonds heeft de mogelijkheid om, in elke fase van de procedure, aan de aanvrager aanvullende gegevens te vragen over de verwantschapsband tussen de aanvrager en de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond. § 6. Het Fonds heeft de mogelijkheid om, in elke fase van de procedure, aan de aanvrager aanvullende gegevens te vragen over de rechtsgeldigheid van zijn rechtsband met de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond, en over de marktconformiteit van de vergoedingen die gebaseerd zijn op die rechtsband. HOOFDSTUK 4. - Bouwfysische, technische en kwalitatieve normen voor de investeringen Art. 5.Om voor een gebruikstoelage in aanmerking te komen, moet de investering plaatsvinden of plaatsgevonden hebben overeenkomstig de volgende algemene bouwfysische, technische en kwalitatieve normen : 1° de regelgeving over de brandveiligheid;2° de regelgeving over de toegang van gehandicapten tot gebouwen die toegankelijk zijn voor het publiek;3° de regelgeving over de eisen en handhavingsmaatregelen op het vlak van de energieprestaties en het binnenklimaat voor gebouwen en tot invoering van een energieprestatiecertificaat;4° het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties;5° de typebestekken, opgesteld door het Vlaams Ministerie van Mobiliteit en Openbare Werken;6° de regelgeving over de stedenbouw en de ruimtelijke ordening;7° de regelgeving over de milieuvergunningen;8° indien van toepassing, de regelgeving houdende integratie van kunstwerken in gebouwen van openbare diensten en daarmee gelijkgestelde diensten en van door de overheid gesubsidieerde inrichtingen, verenigingen en instellingen die tot de Vlaamse Gemeenschap behoren. Art. 6.Met behoud van de toepassing van artikel 5 moet, om voor een gebruikstoelage in aanmerking te komen, de investering in een ziekenhuis of in een functie dagopname binnen een ziekenhuis plaatsvinden of plaatsgevonden hebben overeenkomstig de specifieke bouwfysische, technische en kwalitatieve normen als vermeld in artikel 58, 66 en 67 van de wet betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, gecoördineerd op 10 juli 2008. Art. 7.Met behoud van de toepassing van artikel 5 moet, om voor een gebruikstoelage in aanmerking te komen, de investering in een rust- en verzorgingstehuis of in een psychiatrisch verzorgingstehuis plaatsvinden of plaatsgevonden hebben overeenkomstig de specifieke bouwfysische, technische en kwalitatieve normen als vermeld in artikel 170 van de wet betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, gecoördineerd op 10 juli 2008. Art. 8.Met behoud van de toepassing van artikel 5 moet, om voor een gebruikstoelage in aanmerking te komen, de investering in een woonzorgcentrum plaatsvinden of plaatsgevonden hebben overeenkomstig de specifieke erkenningsvoorwaarden, vermeld in bijlage XII bij het
besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/08/1911
pub.
04/12/2009
numac
2009000786
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot het behoud van de schoonheid der landschappen
sluiten3 betreffende de programmatie, de erkenningvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers, inzonderheid overeenkomstig de voorwaarden die betrekking hebben op de zorg en kwaliteit van de zorg en de infrastructuur. Art. 9.Met behoud van de toepassing van artikel 5 moet, om voor een gebruikstoelage in aanmerking te komen, de investering in een regionaal dienstencentrum, een lokaal dienstencentrum, een dagverzorgingscentrum of een centrum voor kortverblijf plaatsvinden of plaatsgevonden hebben overeenkomstig de specifieke erkenningsvoorwaarden, vermeld in bijlage VI, VII, IX en XI bij het besluit, vermeld in het artikel 8, inzonderheid overeenkomstig de voorwaarden die betrekking hebben op de infrastructuur. Art. 10.Met behoud van de toepassing van artikel 5 moet, om voor een gebruikstoelage in aanmerking te komen, de investering in een voorziening voor de sociale integratie van personen met een handicap plaatsvinden of plaatsgevonden hebben overeenkomstig de specifieke bouwtechnische en de bouwfysische normen, vermeld voor elk soort van voorziening in het
besluit van de Vlaamse Regering van 19 juni 2009Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/08/1911
pub.
04/12/2009
numac
2009000786
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot het behoud van de schoonheid der landschappen
sluiten4 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de voorzieningen voor de sociale integratie van personen met een handicap. HOOFDSTUK 5. - De projecten waarvoor de gebruikstoelage dient als rechtstreekse bijdrage in de kostprijs Afdeling 1. - Toepassingsgebied
Art. 11.Dit hoofdstuk is van toepassing op projecten waarvoor de gebruikstoelage, vermeld in artikel 1, 8°, dient als rechtstreekse bijdrage in de kostprijs, waarbij de aanvrager optreedt als bouwheer of desgevallend aankoper ingeval van aankoop zonder verbouwing bij een lokaal dienstencentrum, en waarbij de gebruikstoelagen door de aanvrager worden aangewend om rechtstreeks bij te dragen in de kostprijs van het project. Afdeling 2. - De gebruikstoelage
Art. 12.Jaarlijks kan door het Fonds worden beslist, binnen de perken van de begrotingskredieten en volgens de procedure, vermeld in dit besluit, over de toekenning van een gebruikstoelage aan een aanvrager voor de uitvoering van zijn project. Die beslissing kan gedurende twintig opeenvolgende jaren worden genomen.
Het bedrag van de gebruikstoelage die in een bepaald jaar door het Fonds kan worden verstrekt, wordt berekend door een coëfficiënt toe te passen op het totale bedrag dat wordt berekend en vastgesteld op de datum van het bevel tot aanvang van de werken, van het plaatsen van de bestelling of van het verlijden van de authentieke aankoopakte ingeval van aankoop zonder verbouwing bij een lokaal dienstencentrum, naargelang van de aard van de investering, overeenkomstig de bepalingen van een van de volgende besluiten : 1° het
besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/08/1911
pub.
04/12/2009
numac
2009000786
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot het behoud van de schoonheid der landschappen
sluiten5 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de verzorgingsvoorzieningen;2° het
besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/08/1911
pub.
04/12/2009
numac
2009000786
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot het behoud van de schoonheid der landschappen
sluiten0 tot vaststelling van de totale investeringssubsidie en de bouwtechnische normen voor voorzieningen voor ouderen en voorzieningen in de thuiszorg;3° het
besluit van de Vlaamse Regering van 19 juni 2009Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/08/1911
pub.
04/12/2009
numac
2009000786
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot het behoud van de schoonheid der landschappen
sluiten4 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de voorzieningen voor de personen met een handicap; De coëfficiënt wordt jaarlijks door de minister in december bepaald en volgens de volgende formule berekend : coëfficiënt = R/1 - (1/ (1 + R))20, waarbij R = referentierentevoet.
De referentierentevoet wordt jaarlijks in december aangeleverd door het beleidsdomein Financiën en Begroting op basis van een tienjarige OLO en stemt overeen met het rekenkundig gemiddelde van de noteringen tijdens de periode van 1 september tot en met 30 november van het desbetreffende jaar, verhoogd met vijftien basispunten. De aldus bepaalde referentierentevoet wordt ieder jaar in december door het beleidsdomein Financiën en Begroting uiterlijk binnen de vijf eerste werkdagen van de maand december meegedeeld aan het Fonds.
De coëfficiënt die geldt voor een bepaald project, is de coëfficiënt die van toepassing is op de datum van het bevel tot aanvang van de werken, van het plaatsen van de bestelling of van het verlijden van de authentieke aankoopakte ingeval van aankoop zonder verbouwing bij een lokaal dienstencentrum. Afdeling 3. - De goedkeuring van een masterplan en het verkrijgen van
een principieel akkoord Onderafdeling 1. - Algemene bepalingen Art. 13.Om in aanmerking te komen voor een gebruikstoelage voor een project, moet de aanvrager beschikken over een door de minister goedgekeurd masterplan en over een principieel akkoord van de minister.
Elke aanvraag tot goedkeuring van een masterplan en tot het verkrijgen van een principieel akkoord voor een project wordt gericht aan het Fonds, met uitzondering van de aanvraag in de fase van het zorgstrategische plan, vermeld in artikel 14, die ingediend wordt bij het agentschap Zorg en Gezondheid. Voor de wijze waarop stukken ter kennis gebracht worden van het Fonds of van het agentschap Zorg en Gezondheid door de aanvrager, of van de aanvrager vermeld in deze afdeling, door het Fonds of door het agentschap Zorg en Gezondheid, kan de minister afwijkende regels bepalen die rekening houden met de nieuwste communicatiemiddelen.
Voor een algemeen ziekenhuis, voor een voorziening voor ouderen en voor een voorziening in de thuiszorg verloopt de procedure tot goedkeuring van een masterplan en tot het verkrijgen van een principieel akkoord volgens de bepalingen vermeld in artikel 14 tot en met 24, en in artikel 30 tot en met 33. Voor de overige voorzieningen verloopt de procedure tot goedkeuring van een masterplan en tot het verkrijgen van een principieel akkoord volgens de bepalingen, vermeld in artikel 25 tot en met 33.
Onderafdeling 2. Procedure voor een algemeen ziekenhuis, voor een voorziening voor ouderen en voor een voorziening in de thuiszorg Art. 14.In een eerste fase legt de aanvrager een plan met de zorgstrategische aspecten van het masterplan ter goedkeuring voor. Die aanvraag tot goedkeuring van het zorgstrategische plan bevat : 1° voor een algemeen ziekenhuis : de nodige bescheiden, statuten of documenten waaruit blijkt dat de aanvrager : a) een lokaal of provinciaal bestuur is;b) een vereniging zonder winstoogmerk of een stichting van openbaar nut is als vermeld in de
wet van 27 juni 1921Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
27/06/1921
pub.
19/08/2013
numac
2013000498
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen
sluiten betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen;c) een instelling is die beheerst wordt door de
wet van 12 augustus 1911Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/08/1911
pub.
04/12/2009
numac
2009000786
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot het behoud van de schoonheid der landschappen
sluiten waarbij de rechtspersoonlijkheid verleend wordt aan de universiteiten van Brussel en Leuven, of door het decreet van 22 december 1995 houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot de Universiteit Antwerpen en het decreet van 4 april 2003 houdende bepalingen tot de oprichting van een Universiteit Antwerpen en tot wijziging van het decreet van 22 december 1995 houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot de Universiteit Antwerpen;2° voor een woonzorgcentrum, een dagverzorgingscentrum en een centrum voor kortverblijf : de nodige bescheiden, statuten of documenten waaruit blijkt dat de aanvrager over een rechtsvorm beschikt als vermeld in artikel 63, eerste lid, van het Woonzorg
decreet van 13 maart 2009Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
13/03/2009
pub.
14/05/2009
numac
2009202091
bron
vlaamse overheid
Woonzorgdecreet
sluiten;3° voor een regionaal dienstencentrum en een lokaal dienstencentrum : de nodige bescheiden, statuten of documenten waaruit blijkt dat de aanvrager over een rechtsvorm beschikt als vermeld in artikel 50 van het Woonzorg
decreet van 13 maart 2009Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
13/03/2009
pub.
14/05/2009
numac
2009202091
bron
vlaamse overheid
Woonzorgdecreet
sluiten;4° de ondertekende notulen van de vergadering van de bevoegde organen van de aanvrager met de beslissing om het zorgstrategische plan goed te keuren en in te dienen, vergezeld van, voor een algemeen ziekenhuis, het advies van de medische raad, vermeld in artikel 132 van de wet betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, gecoördineerd op 10 juli 2008, en eventueel van het advies van het coördinatiecomité, vermeld in artikel 13 van het
koninklijk besluit van 30 januari 1989Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
30/01/1989
pub.
26/11/2018
numac
2018014674
bron
federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu
Koninklijk besluit houdende vaststelling van aanvullende normen voor de erkenning van ziekenhuizen en ziekenhuisdiensten alsmede tot nadere omschrijving van de ziekenhuisgroeperingen en van de bijzondere normen waaraan deze moeten voldoen. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten houdende vaststelling van aanvullende normen voor de erkenning van ziekenhuizen en ziekenhuisdiensten alsmede tot nadere omschrijving van de ziekenhuisgroeperingen en van de bijzondere normen waaraan deze moeten voldoen;5° het zorgstrategische plan, dat ten minste de volgende gegevens bevat : a) de huidige situatie op het gebied van zorgaanbod, infrastructuur, ligging en samenwerkingsverbanden;b) de toekomstvisie met betrekking tot diezelfde elementen en de geplande rol in de regio;c) argumenten die de wenselijkheid en haalbaarheid van die toekomstvisie aantonen, op basis van een grondige omgevingsanalyse, met een projectie van zorgbehoeften en zorgaanbod, een afstemming op de andere zorgverstrekkers in de relevante invloedssfeer, en een diepgaande zelfevaluatie van de positie van de aanvrager;d) de voorwaarden die vervuld moeten worden om de nagestreefde visie te realiseren;e) een beschrijving van alle investeringen die de aanvrager in de komende tien jaar wil doen, met een omschrijving van de doelgroep en de geplande capaciteit per onderdeel. Art. 15.De aanvraag, vermeld in artikel 14, kan aangetekend worden verstuurd of aan de gemachtigde ambtenaar worden afgegeven tegen ontvangstbewijs. De aanvraag wordt ingediend in acht exemplaren.
Om het zorgstrategische plan op te maken, moet de aanvrager modellen gebruiken die door het agentschap Zorg en Gezondheid ter beschikking worden gesteld. De aanvrager kan gegevens gebruiken die het agentschap Zorg en Gezondheid ter beschikking stelt. Het agentschap Zorg en Gezondheid kan aanvullende inlichtingen vragen aan de aanvrager.
Het agentschap Zorg en Gezondheid stuurt binnen veertien kalenderdagen na de ontvangst van de aanvraag tot goedkeuring van het zorgstrategische plan een ontvangstbewijs naar de aanvrager met de vermelding of de aanvraag al dan niet ontvankelijk is, en, in voorkomend geval, met de vermelding van de datum van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag.
Een aanvraag is ontvankelijk als de twee volgende voorwaarden vervuld zijn : 1° de aanvraag wordt ingediend op de wijze, vermeld in het eerste en het tweede lid;2° de aanvraag bevat de nodige stukken, vermeld in artikel 14. Art. 16.Het agentschap Zorg en Gezondheid maakt een evaluatienota op.
Binnen veertig kalenderdagen na de datum van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag stuurt het agentschap Zorg en Gezondheid de evaluatienota aangetekend naar de aanvrager.
De aanvrager beschikt over een termijn van veertig kalenderdagen, te rekenen vanaf de ontvangst van de evaluatienota, om een reactienota in te dienen bij het agentschap Zorg en Gezondheid, of om het agentschap Zorg en Gezondheid te laten weten dat hij een grondige aanpassing van zijn zorgstrategische plan zal doorvoeren. Als de aanvrager beslist het zorgstrategische plan grondig aan te passen, start de procedure van voren af aan. Art. 17.Binnen vijftien kalenderdagen na de ontvangst van de reactienota of, als binnen de gestelde termijn geen reactienota werd ingediend, binnen vijftien kalenderdagen na het verstrijken van die termijn bezorgt het agentschap Zorg en Gezondheid het dossier in kwestie aan de Commissie Zorgstrategie voor de algemene ziekenhuizen, of aan de Commissie Zorgstrategie voor de voorzieningen voor ouderen en de voorzieningen in de thuiszorg. De bevoegde commissie agendeert het dossier. Het dossier bestaat uit het zorgstrategische plan, de evaluatienota en de eventuele reactienota. Art. 18.§ 1. In de Commissies Zorgstrategie, vermeld in artikel 17, zitten drie interne en drie externe leden.
De drie interne leden behoren tot een agentschap van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Ze worden aangesteld door de minister.
Bij de Commissie Zorgstrategie voor de algemene ziekenhuizen is één extern lid afkomstig uit de adviesraad die bevoegd is voor de behandeling van bezwaar- of verweermiddelen inzake de erkenning van verzorgingsvoorzieningen. Twee externe leden worden aangesteld wegens hun deskundigheid in gezondheidszorg.
Bij de Commissie Zorgstrategie voor de voorzieningen voor ouderen en de voorzieningen in de thuiszorg is één extern lid afkomstig uit de adviesraad die bevoegd is voor de behandeling van bezwaar- of verweermiddelen inzake de erkenning van voorzieningen voor ouderen en voorzieningen in de thuiszorg. Twee externe leden worden aangesteld wegens hun deskundigheid in ouderenzorg of thuiszorg.
Naargelang de te behandelen dossiers op de vergaderingen van de Commissies Zorgstrategie worden de externe leden gekozen uit een lijst die de minister heeft goedgekeurd. § 2. De vergoeding van de externe leden wordt bepaald door de minister en is ten laste van het agentschap Zorg en Gezondheid. § 3. De Commissies Zorgstrategie, vermeld in artikel 17, stellen een huishoudelijk reglement op waarin de werking, de aanstelling van de externe leden en de onverenigbaarheden worden geregeld. De minister keurt het huishoudelijk reglement goed. § 4. Het agentschap Zorg en Gezondheid neemt het secretariaat van de Commissies Zorgstrategie, vermeld in artikel 17, waar. Het agentschap Zorg en Gezondheid verstrekt aan de Commissies Zorgstrategie de inlichtingen die voor de werking ervan noodzakelijk zijn. Art. 19.De Commissies Zorgstrategie, vermeld in artikel 17, hebben als opdracht de minister te adviseren over de ingediende zorgstrategische plannen.
Het advies van de Commissie Zorgstrategie wordt, samen met het ingediende zorgstrategische plan, de evaluatienota en de eventuele reactienota, binnen vijftien kalenderdagen na de adviesverlening naar de minister gestuurd. De minister neemt een beslissing tot gehele of gedeeltelijke goedkeuring of afkeuring van het zorgstrategische plan binnen vijftien kalenderdagen na de ontvangst van het advies van de Commissie Zorgstrategie. De beslissing van de minister wordt ter kennis gebracht van het Fonds en aangetekend verstuurd naar de aanvrager. Art. 20.Na de goedkeuring van het zorgstrategische plan kan de aanvrager in een tweede fase van de procedure tot goedkeuring van een masterplan en tot het verkrijgen van een principieel akkoord het technische en financiële aspect van het masterplan en het betreffende project ter goedkeuring voorleggen aan het Fonds. Die aanvraag kan aangetekend worden verstuurd of aan de gemachtigde ambtenaar worden afgegeven tegen ontvangstbewijs. De aanvraag wordt ingediend in twee exemplaren. Art. 21.De aanvraag, vermeld in artikel 20, bevat de volgende gegevens en documenten : 1° de ondertekende notulen van de vergadering van de bevoegde organen van de aanvrager met de beslissing om het technische en financiële aspect van het masterplan en het betreffende project goed te keuren en in te dienen;2° de verwijzing naar stukken, waaruit blijkt dat nog altijd voldaan wordt aan de voorwaarden, vermeld in artikel 14, eerste lid, 1°, 2° of 3°;3° het technische en financiële aspect van het masterplan en het betreffende project;4° als het een project met prefinanciering zonder voorafgaand principieel akkoord betreft als vermeld in artikel 8 van het decreet van 23 februari 1994, de gegevens waaruit blijkt dat de aanvrager beschikt over de nodige financiële middelen die vereist zijn voor de volledige prefinanciering van het project;5° een verklaring op erewoord over het project waarvoor een principieel akkoord wordt gevraagd, voor de toepassing van artikel 85. Art. 22.De stukken, vermeld in artikel 21, 3°, bevatten minstens de volgende onderdelen : 1° een beschrijving van de bestaande infrastructuur, met bijzondere aandacht voor het historische en architectonische belang, de leeftijd, functionaliteit, gebruiksintensiteit, leefbaarheid en energie-efficiëntie;2° een beschrijving, aan de hand van het door de minister goedgekeurde zorgstrategische plan, van alle investeringen die de aanvrager in de komende tien jaar wil doen, met omschrijving van de doelgroep, de geplande capaciteit per onderdeel, de fasering en de geplande uitvoeringstermijnen met kostenraming;3° een schets van de bedoelde investeringswerkzaamheden;4° een financieel plan voor de investeringen, gedetailleerd voor het project, en, voor de aanvragers die niet onderworpen zijn aan het
besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/08/1911
pub.
04/12/2009
numac
2009000786
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot het behoud van de schoonheid der landschappen
sluiten1 betreffende de boekhouding en het financieel verslag voor de voorzieningen in bepaalde sectoren van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, vergezeld van de laatst goedgekeurde jaarrekening en, in voorkomend geval, van het verslag van de bedrijfsrevisor over de jaarrekening;5° indien van toepassing, een opdeling van de investering in projectonderdelen en de respectieve uitvoeringstermijnen ervan. Art. 23.Als de aanvraag, vermeld in artikel 20, betrekking heeft op werkzaamheden, moet die aanvraag naast de stukken, vermeld in de artikelen 21 en 22, bovendien de volgende stukken bevatten : 1° als dat door de aard van de werkzaamheden vereist is, een stedenbouwkundig attest of, voor de aanvragen van publiekrechtelijke rechtspersonen of voor handelingen van algemeen belang als vermeld in artikel 4.1.1, 5°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, een akkoord van de vergunningverlenende instantie over een principeaanvraag; 2° een advies van de bevoegde brandweerdienst of een verslag van de bespreking met de bevoegde brandweerdienst, dat door de aanvrager werd ondertekend en dat ter kennisgeving werd bezorgd aan de bevoegde brandweerdienst;3° een voorontwerp van de plannen op schaal 1/100 met vermelding van eventuele uitbreiding in toekomstige projecten;4° een gedetailleerde conceptnota over de functionele, bouwfysische en bouwtechnische opvattingen;5° een verslag over het gevolg dat is gegeven aan de voorafgaande werkvergaderingen en aan de aanbevelingen van de agentschappen;6° een gedetailleerde raming van het project;7° de oppervlakteberekening van het project;8° in voorkomend geval een bodemattest overeenkomstig de regelgeving betreffende de bodemsanering;9° een bewijs dat de aanvrager over een genotsrecht beschikt als vermeld in artikel 12, § 1, derde lid, van het decreet van 23 februari 1994;10° een initieel programma van eisen op het vlak van comfort en gebruik van energie, water en materialen.Een programma van eisen is een basisdocument waarin de projectgebonden doelstellingen en prestatie-eisen op het vlak van comfort en gebruik van energie, water en materialen worden bepaald. Per type van lokaal worden de objectief evalueerbare comfortgrenswaarden en specifieke technische eisen vermeld. De minister bepaalt de minimumeisen en de voorwaarden op het vlak van comfort en gebruik van energie, water en materialen; 11° een akkoordbrief, ondertekend door de aanvrager, waarin hij het initiële programma van eisen onderschrijft en de coördinator aanwijst die verantwoordelijk is voor het behalen van de objectief evalueerbare prestatie-eisen op het vlak van comfort en het gebruik van energie, water en materialen;12° met het oog op de controle van de verwantschapsband, vermeld in artikel 3 en 4, als de aanvrager niet de eigenaar is van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond waarop het project is gepland, en onverminderd de mogelijkheid van het Fonds om aanvullende gegevens op te vragen overeenkomstig artikel 4, § 5 en § 6 : a) de laatst goedgekeurde jaarrekening van de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;b) de laatst goedgekeurde jaarrekening van de bestuurders met rechtspersoonlijkheid in de raad van bestuur van de aanvrager, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;c) de laatst goedgekeurde jaarrekening van de bestuurders met rechtspersoonlijkheid in de raad van bestuur van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;d) een verklaring waarvan het origineel ondertekend is door de voltallige raad van bestuur van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond enerzijds, en de aanvrager anderzijds, dat er geen ongeoorloofde verwantschapsband bestaat tussen de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond en de aanvrager als vermeld in artikel 3 en 4. Art. 24.De aanvraag, vermeld in artikel 20, kan alleen betrekking hebben op een aankoop, als die gevolgd wordt door een verbouwing. In dat geval moet de verkoopbelofte of het compromis met opschortende voorwaarde bij de aanvraag gevoegd worden.
In afwijking van het eerste lid is bij een lokaal dienstencentrum een aankoop zonder verbouwing mogelijk. In dat geval moet de aanvraag, vermeld in artikel 20, bovendien de volgende stukken bevatten : 1° de verkoopbelofte of het compromis met opschortende voorwaarde;2° de bouwvergunning en het bijhorende brandpreventieverslag met betrekking tot het aan te kopen gebouw.Ingeval van functiewijziging van het betrokken gebouw wordt de aanvraag aangevuld, met betrekking tot de toekomstige bestemming, met een advies van de bevoegde brandweerdienst of een verslag van de bespreking met de bevoegde brandweerdienst, dat door de aanvrager werd ondertekend en dat ter kennisgeving werd bezorgd aan de bevoegde brandweerdienst; 3° de plannen op schaal 1/100 met vermelding van eventuele uitbreiding in toekomstige projecten;4° een conceptnota over de functionele, bouwfysische en bouwtechnische opvattingen;5° een verslag over het gevolg dat is gegeven aan de voorafgaande werkvergaderingen en aan de aanbevelingen van de agentschappen;6° een raming van het project;7° de oppervlakteberekening van het project;8° een bodemattest overeenkomstig de regelgeving betreffende de bodemsanering;9° het programma van eisen op het vlak van comfort en gebruik van energie, water en materialen.Een programma van eisen is een basisdocument waarin de projectgebonden doelstellingen en prestatie-eisen op het vlak van comfort en gebruik van energie, water en materialen worden bepaald. De minister bepaalt de minimumeisen en de voorwaarden op het vlak van comfort en gebruik van energie, water en materialen. 10° met het oog op de controle van de verwantschapsband, vermeld in artikel 3 en 4, als de aanvrager niet de eigenaar is van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond waarop het project is gepland, en onverminderd de mogelijkheid van het Fonds om aanvullende gegevens op te vragen overeenkomstig artikel 4, § 5 en § 6 : a) de laatst goedgekeurde jaarrekening van de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;b) de laatst goedgekeurde jaarrekening van de bestuurders met rechtspersoonlijkheid in de raad van bestuur van de aanvrager, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;c) de laatst goedgekeurde jaarrekening van de bestuurders met rechtspersoonlijkheid in de raad van bestuur van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;d) een verklaring waarvan het origineel ondertekend is door de voltallige raad van bestuur van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond enerzijds, en de aanvrager anderzijds, dat er geen ongeoorloofde verwantschapsband bestaat tussen de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond en de aanvrager als vermeld in artikel 3 en 4. Onderafdeling 3. - Procedure voor de overige voorzieningen Art. 25.De aanvraag tot goedkeuring van een masterplan en tot het verkrijgen van een principieel akkoord wordt door de verzorgingsinstellingen, behalve het algemeen ziekenhuis, en door de voorziening voor de sociale integratie van personen met een handicap ingediend in twee exemplaren. De aanvraag kan aangetekend verstuurd worden of aan de gemachtigde ambtenaar afgegeven worden tegen ontvangstbewijs. Art. 26.De aanvraag, vermeld in artikel 25, bevat de volgende documenten : 1° de ondertekende notulen van de vergadering van de bevoegde organen van de aanvrager met de beslissing om het masterplan en het betreffende project goed te keuren en in te dienen;2° de nodige bescheiden, statuten of documenten, waaruit blijkt dat de aanvrager voor zijn vorm van rechtspersoonlijkheid in aanmerking komt voor erkenning in zijn sector;3° het masterplan en het betreffende project;4° een verklaring op erewoord over het project waarvoor een principieel akkoord wordt gevraagd, voor de toepassing van artikel 85. Art. 27.De stukken, vermeld in artikel 26, 3°, bevatten minstens de volgende onderdelen : 1° een beschrijving van de bestaande infrastructuur, met bijzondere aandacht voor het historische en architectonische belang, de leeftijd, functionaliteit, gebruiksintensiteit, leefbaarheid en energie-efficiëntie;2° een beschrijving van alle investeringen die de aanvrager in de komende tien jaar wil doen, met een omschrijving van de doelgroep, de geplande capaciteit per onderdeel, de fasering en de geplande uitvoeringstermijnen met kostenraming;3° een schets van de investeringswerkzaamheden;4° een financieel plan voor de investeringen, gedetailleerd voor het project, en waarbij, voor de aanvragers die niet onderworpen zijn aan het
besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2006Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
12/08/1911
pub.
04/12/2009
numac
2009000786
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot het behoud van de schoonheid der landschappen
sluiten1 betreffende de boekhouding en het financieel verslag voor de voorzieningen in bepaalde sectoren van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, de laatst goedgekeurde jaarrekening en, in voorkomend geval, het verslag van de bedrijfsrevisor over de jaarrekening gevoegd zijn;5° indien van toepassing, een opdeling van de investeringen in projectonderdelen en de respectieve uitvoeringstermijnen ervan. Art. 28.Als de aanvraag, vermeld in artikel 25, betrekking heeft op werkzaamheden, moet die aanvraag, naast de stukken, vermeld in artikel 26 en 27, de volgende stukken bevatten : 1° als dat door de aard van de werkzaamheden vereist is, een stedenbouwkundig attest of, voor aanvragen van publiekrechtelijke rechtspersonen of voor handelingen van algemeen belang als vermeld in artikel 4.1.1, 5°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, een akkoord van de vergunningverlenende instantie over een principeaanvraag; 2° een advies van de bevoegde brandweerdienst of een verslag van de bespreking met de bevoegde brandweerdienst, dat door de aanvrager is ondertekend en dat ter kennisgeving is bezorgd aan de bevoegde brandweerdienst;3° een voorontwerp van de plannen op schaal 1/100, met vermelding van eventuele uitbreiding in toekomstige projecten;4° een gedetailleerde conceptnota over de functionele, bouwfysische en bouwtechnische opvattingen;5° een verslag over het gevolg dat is gegeven aan de voorafgaande werkvergaderingen en aan de aanbevelingen van de agentschappen;6° een gedetailleerde raming van het project;7° de oppervlakteberekening van het project;8° in voorkomend geval, een bodemattest overeenkomstig de regelgeving betreffende de bodemsanering;9° een bewijs dat de aanvrager over een genotsrecht beschikt als vermeld in artikel 12, § 1, derde lid, van het decreet van 23 februari 1994;10° een initieel programma van eisen op het vlak van comfort en gebruik van energie, water en materialen.Een programma van eisen is een basisdocument waarin de projectgebonden doelstellingen en prestatie-eisen op het vlak van comfort en gebruik van energie, water en materialen worden bepaald. Per type van lokaal worden de objectief evalueerbare comfortgrenswaarden en specifieke technische eisen vermeld. De minister bepaalt de minimumeisen en de voorwaarden op het vlak van comfort en gebruik van energie, water en materialen; 11° een akkoordbrief, ondertekend door de aanvrager, waarin hij het initiële programma van eisen onderschrijft en de coördinator aanwijst die verantwoordelijk is voor het behalen van de objectief evalueerbare prestatie-eisen op het vlak van comfort en het gebruik van energie, water en materialen;12° met het oog op de controle van de verwantschapsband, vermeld in artikel 3 en 4, als de aanvrager niet de eigenaar is van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond waarop het project is gepland, en onverminderd de mogelijkheid van het Fonds om aanvullende gegevens op te vragen overeenkomstig artikel 4, § 5 en § 6 : a) de laatst goedgekeurde jaarrekening van de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;b) de laatst goedgekeurde jaarrekening van de bestuurders met rechtspersoonlijkheid in de raad van bestuur van de aanvrager, als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;c) de laatst goedgekeurde jaarrekening van de bestuurders met rechtspersoonlijkheid in de raad van bestuur van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond als die niet neergelegd hoeft te worden bij de Nationale Bank van België;d) een verklaring waarvan het origineel ondertekend is door de voltallige raad van bestuur van de eigenaar van de grond of van de houder van de zakelijke rechten op de grond enerzijds, en de aanvrager anderzijds, dat er geen ongeoorloofde verwantschapsband bestaat tussen de eigenaar van de grond of de houder van de zakelijke rechten op de grond en de aanvrager als vermeld in artikel 3 en 4. Art. 29.De aanvraag, vermeld in artikel 25, kan alleen betrekking hebben op een aankoop, als die gevolgd wordt door een verbouwing. In dat geval moet de verkoopbelofte of het compromis met opschortende voorwaarde bij de aanvraag gevoegd worden.
Onderafdeling 4. - Onderzoek en advies Art. 30.§ 1. Het Fonds onderzoekt of de aanvraag, vermeld in artikel 20 of artikel 25, voldoet aan de toepasselijke bepalingen van artikel 20 tot en met 24, of artikel 25 tot en met 29.
Het Fonds stuurt binnen veertien kalenderdagen na de ontvangst van de aanvraag een ontvangstbewijs naar de aanvrager, met de vermelding of de aanvraag al dan niet ontvankelijk is en, in voorkomend geval, met de vermelding van de datum van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag. De ontvankelijkheid houdt in dat de aanvraag voldoet aan de formele vereisten, vermeld in het eerste lid. § 2. Het Fonds vraagt binnen veertien kalenderdagen na de datum van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag advies aan : 1° voor de sector van de verzorgingsinstellingen en de sector van de voorzieningen voor ouderen en voorzieningen in de thuiszorg : het agentschap Zorg en Gezondheid over de inhoudelijke aspecten, onder meer over : a) de erkenningsnormen;b) de kwaliteitsvereisten;c) de programmatie;d) de aanvrager;e) de prioriteiten tussen de aanvragen van de verschillende aanvragers;f) wat het algemeen ziekenhuis, de voorziening voor ouderen en de voorziening in de thuiszorg betreft : over de conformiteit met het goedgekeurde zorgstrategische plan;2° voor de sector van de voorzieningen voor de sociale integratie van personen met een handicap : het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap over de inhoudelijke aspecten, onder meer over : a) de erkenningsnormen;b) de kwaliteitsvereisten;c) de programmatie;d) de aanvrager;e) de prioriteiten tussen de aanvragen van de verschillende aanvragers.3° een of meer ambtenaren die ter beschikking staan van het Fonds : a) over de financiële aspecten, onder meer over de begrotingsweerslag op het activiteitenprogramma bij de exploitatie van het project, waarbij ook gevraagd wordt een raming op te maken van de eventuele financiële weerslag van het project op de opeenvolgende begrotingsjaren;b) over het beantwoorden aan de bouwtechnische en bouwfysische normen, over de technische aspecten en over de kostprijsraming en, bij een aanvraag voor de aankoop van gebouwen, over de venale waarde van de gebouwen;c) over de controle van de verwantschapsband, vermeld in de artikelen 3 en 4. § 3. De agentschappen en de ambtenaren, vermeld in paragraaf 2, kunnen aanvullende inlichtingen vragen aan de aanvrager. Ze bezorgen hun advies aan het Fonds binnen zestig kalenderdagen na de ontvangst van de adviesvraag. Art. 31.Het Fonds roept minstens tweemaandelijks een coördinatiecommissie samen. Die coördinatiecommissie is samengesteld uit de vertegenwoordigers van het Fonds en van het intern verzelfstandigd agentschap waaraan het advies, vermeld in artikel 30, § 2, is gevraagd. De Inspectie van Financiën wordt op elke vergadering van de coördinatiecommissie uitgenodigd. De adviezen die zijn uitgebracht volgens de bepalingen van artikel 30, § 2 en § 3, worden op de agenda van de eerstvolgende vergadering van de coördinatiecommissie geplaatst.
De commissie heeft tot taak in overleg een advies op te maken over de goedkeuring van het masterplan en over het verlenen van een principieel akkoord, en dat advies aan de minister te bezorgen.
Bij gebrek aan een eensgezind standpunt wordt in het advies melding gemaakt van de verschillende standpunten.
Onderafdeling 5. - Beslissing over het masterplan en over het principieel akkoord en wijziging van het principieel akkoord Art. 32.§ 1. Bij gunstig advies van de coördinatiecommissie, vermeld in artikel 31, legt het Fonds, binnen dertig kalenderdagen na het advies, een ontwerp van brief ter ondertekening voor aan de minister, waarbij het masterplan wordt goedgekeurd en het principieel akkoord voor het project in kwestie wordt verleend.
De minister beslist over de goedkeuring van het masterplan en over het verlenen van een principieel akkoord. § 2. Bij ongunstig advies van de coördinatiecommissie, vermeld in artikel 31, legt het Fonds, binnen dertig kalenderdagen na het advies, een ontwerp van brief voor aan de minister, waarin omstandig de redenen zijn opgenomen waarom het masterplan niet kan worden goedgekeurd of waarom geen principieel akkoord voor het project in kwestie kan worden gegeven.
De minister beslist over de goedkeuring van het masterplan en over het verlenen van een principieel akkoord. § 3. Als de coördinatiecommissie, vermeld in artikel 31, geen eensgezind standpunt heeft ingenomen, wordt het advies, vermeld in artikel 31, derde lid, binnen dertig kalenderdagen bezorgd aan de minister die beslist over de goedkeuring van het masterplan en over het verlenen van een principieel akkoord voor het project in kwestie. § 4. De aanvrager wordt per aangetekende brief op de hoogte gebracht van de beslissing van de minister. § 5. De goedkeuring van het masterplan is geen verbintenis om een principieel akkoord te verlenen voor alle projecten die in het masterplan zijn opgenomen. § 6. Een principieel akkoord houdt in dat het project van de aanvrager in principe in aanmerking komt voor een gebruikstoelage. Een principieel akkoord vermeldt onder meer het masterplan en het project waarop het betrekking heeft, de eventuele opmerkingen en de datum vanaf wanneer het geldig is. § 7. Als de aanvrager voor een bepaald project al werkzaamheden aangevat heeft, een bestelling geplaatst heeft of een aankoop gedaan heeft zonder te beschikken over een principieel akkoord over het project, komt hij niet meer in aanmerking voor een gebruikstoelage voor het betreffende project. § 8. De aanvrager moet met betrekking tot het project het bevel geven tot aanvang …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.