Besluit van de Vlaamse Regering houdende uitvoering van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012
Kort samengevat
Dit besluit regelt de uitvoering van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012 in Vlaanderen, met als doel doping in de sport te voorkomen en te bestrijden. Het legt verplichtingen op aan sportorganisaties en definieert belangrijke termen in de dopingbestrijding.
Wat het regelt
- De preventie van dopingpraktijken door middel van informatie- en vormingsactiviteiten.
- De samenwerking tussen NADO Vlaanderen en sportfederaties.
- De registratie en uitwisseling van gegevens van sporters.
- De definitie van diverse termen gerelateerd aan dopingcontroles en -bestrijding.
Wie het aanbelangt
- Sporters en begeleiders.
- NADO Vlaanderen, sportfederaties en sportverenigingen.
Kernpunten
- NADO Vlaanderen en federaties moeten informatie- en vormingsactiviteiten organiseren over verboden stoffen, dopingpraktijken, testprocedures en de rechten en verantwoordelijkheden van sporters.
- Federaties moeten NADO Vlaanderen op de hoogte brengen van alle relevante statutaire, reglementaire en contractuele bepalingen en initiatieven ter uitvoering van dit besluit.
- Sportverenigingen moeten de voor- en achternaam, geboortedatum, geslacht, contactgegevens en aangesloten sportvereniging van alle deelnemende sporters registreren.
- Federaties moeten NADO Vlaanderen informeren over wijzigingen in de gegevens van aangesloten elitesporters, waaronder naam, geboortedatum, geslacht, contactgegevens, sportvereniging en sportdiscipline.
Wettekst
13 FEBRUARI 2015. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende uitvoering van het Antidoping decreet van 25 mei 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/05/2012 pub. 12/07/2012 numac 2012
Art. 41.§ 1.
NADO Vlaanderen moet de nodige beleidslijnen en procedures invoeren om te verzekeren dat de conform artikel 15, § 1, zesde lid, van het Antidoping decreet van 25 mei 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/05/2012 pub. 12/07/2012 numac 2012035749 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de preventie en bestrijding van doping in de sport sluiten ontvangen antidopinginformatie op een veilige en vertrouwelijke manier wordt verwerkt, dat informatiebronnen worden beschermd, dat het risico op lekken of ongewilde bekendmaking correct wordt aangepakt en dat informatie die met hen wordt gedeeld door ordehandhavingsdiensten, andere relevante instanties en/of andere derden uitsluitend voor legitieme antidopingdoelstellingen wordt verwerkt, gebruikt en bekendgemaakt. NADO Vlaanderen moet ervoor zorgen dat ze alle antidopinginformatie na ontvangst kan beoordelen op relevantie, betrouwbaarheid en accuraatheid, rekening houdend met de aard van de bron en met de omstandigheden waarin de informatie werd ontvangen. Alle antidopinginformatie die door NADO Vlaanderen wordt ontvangen, moet geordend en geanalyseerd worden zodat patronen, trends en verbanden kunnen worden vastgesteld waarmee NADO Vlaanderen een doeltreffend antidopingbeleid kan opstellen en, als de informatie betrekking heeft op een specifieke zaak, kan bepalen of er al dan niet een redelijk vermoeden bestaat dat de antidopingregels dermate zijn overtreden dat verder onderzoek gerechtvaardigd is. §
- Antidopinginformatie moet worden gebruikt ter ondersteuning van de opmaak, bijwerking of herziening van het spreidingsplan voor dopingtests en om te bepalen wanneer doelgerichte dopingtests moeten worden georganiseerd, en om specifieke informatiebestanden op te maken waarnaar verwezen kan worden bij onderzoeken van mogelijke dopingpraktijken. §
- NADO Vlaanderen moet ook beleidslijnen en procedures uitwerken en invoeren voor het delen van informatie, waar van toepassing, en in overeenstemming met de geldende wetgeving, met andere antidopingorganisaties en ordehandhavingsdiensten en andere relevante regelgevende of tuchtinstanties, bijvoorbeeld als uit de informatie zou blijken dat mogelijk een misdrijf is gepleegd of dat een regelgeving of andere gedragsregel is overtreden. Afdeling
- - Onderzoek van atypische resultaten en afwijkende paspoortresultaten Art. 42.NADO Vlaanderen moet ervoor zorgen dat ze atypische resultaten en afwijkende paspoortresultaten die voortvloeien uit dopingtests die door haar werden uitgevoerd, op vertrouwelijke en doeltreffende wijze kan onderzoeken, in overeenstemming met de vereisten van artikel 7.4 en 7.5 van de Code, alsook van de Internationale Standaard voor Laboratoria. NADO Vlaanderen moet het WADA op verzoek de nodige informatie verstrekken over de omstandigheden van afwijkende analyseresultaten, atypische resultaten en andere mogelijke overtredingen van de antidopingregels, zoals onder meer: 1° het wedstrijdniveau van de sporter in kwestie;2° welke eventuele verblijfsgegevens de sporter in kwestie heeft verstrekt, en of die informatie al dan niet werd gebruikt om hem te lokaliseren voor de monsterafname die heeft geleid tot de bewuste afwijkende analyseresultaten of atypische resultaten;3° het tijdstip waarop het betreffende monster is afgenomen vergeleken met de trainings- en wedstrijdschema's van de sporter;en 4° andere profielgegevens zoals bepaald door het WADA. Afdeling
- - Onderzoek van andere mogelijke overtredingen van antidopingregels Art. 43.§
- NADO Vlaanderen moet ervoor zorgen dat ze op vertrouwelijke en doeltreffende wijze enige andere analytische of niet-analytische informatie kan onderzoeken die aangeeft dat er een redelijk vermoeden bestaat dat een antidopingregel is overtreden. Als een poging tot monsterafname bij een sporter informatie oplevert waaruit zou blijken dat de sporter na de nodige kennisgeving de monsterafname tracht te ontwijken of weigert of verzuimt een monster af te staan of dat hij mogelijk knoeit of tracht te knoeien met de dopingcontrole, dan moet dit worden onderzocht als een mogelijk verzuim van naleving. §
- Als een redelijk vermoeden bestaat dat een antidopingregel is overtreden, moet NADO Vlaanderen aan het WADA melden dat ze een onderzoek start in overeenstemming met artikel 7.6 of artikel 7.7 van de Code, naargelang van toepassing. Daarna moet NADO Vlaanderen het WADA op verzoek op de hoogte houden van de status en de resultaten van het onderzoek. NADO Vlaanderen moet alle relevante informatie en documentatie zo snel mogelijk verzamelen en registreren, zodat die informatie en documentatie kunnen worden omgezet tot toelaatbaar en betrouwbaar bewijs voor de mogelijke overtreding van de antidopingregels en/of om verdere onderzoekpistes te identificeren die kunnen leiden tot dergelijk bewijs. NADO Vlaanderen moet ervoor zorgen dat de onderzoeken te allen tijde eerlijk, objectief en onpartijdig worden gevoerd. Het verloop van de onderzoeken, de beoordeling van de informatie en bewijzen die in de loop van het onderzoek worden geïdentificeerd en het resultaat van het onderzoek moeten volledig worden gedocumenteerd. Onderzoeken moeten altijd onbevooroordeeld worden gevoerd en mogen niet slechts één resultaat nastreven, zoals het instellen van een procedure tegen een sporter of een andere persoon in het kader van een overtreding van een antidopingregel. NADO Vlaanderen moet in elk stadium van het onderzoek openstaan voor alle mogelijke resultaten en bereid zijn die te overwegen, en niet alleen op zoek gaan naar mogelijk bewijs dat wijst op een zaak, maar ook naar eventueel bewijs dat er geen zaak is. §
- NADO Vlaanderen moet bij het voeren van het onderzoek gebruikmaken van alle onderzoeksmiddelen die redelijkerwijs beschikbaar zijn. Daarbij kan ze onder andere informatie en hulp krijgen van ordehandhavingsdiensten en andere relevante instanties als vermeld in artikel 15, § 1, zesde lid, van het Antidoping decreet van 25 mei 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/05/2012 pub. 12/07/2012 numac 2012035749 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de preventie en bestrijding van doping in de sport sluiten. NADO Vlaanderen moet echter ook ten volle gebruikmaken van alle onderzoeksmiddelen waarover ze zelf beschikt, waaronder het programma rond het biologisch paspoort voor sporters, de onderzoeksvolmachten die haar zijn verleend krachtens artikel 15 van het voormelde decreet en het recht om een periode van uitsluiting die is opgelegd aan een sporter of begeleider op te schorten in ruil voor diens substantiële hulp in overeenstemming met artikel 10.6.1 van de Code. §
- Sporters en begeleiders zijn overeenkomstig artikel 14/1 en 14/2 van het Antidoping decreet van 25 mei 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/05/2012 pub. 12/07/2012 numac 2012035749 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de preventie en bestrijding van doping in de sport sluiten verplicht mee te werken aan onderzoeken die worden gevoerd door NADO Vlaanderen. Als hun gedrag ondermijnend werkt voor de onderzoeksprocedure, zal NADO Vlaanderen een procedure tegen hen starten in het kader van een dopingpraktijk als vermeld in artikel 3, eerste lid, 5°, van het voormelde decreet. Art. 44.NADO Vlaanderen en, in geval van elitesporters en begeleiders, de vervolgende instantie voor het tuchtorgaan voor elitesporters en begeleiders, moeten krachtdadig en onverwijld tot een beslissing komen bij de vraag of al dan niet een procedure moet worden opgestart tegen de sporter of begeleider waarvan wordt aangenomen dat hij de antidopingregels heeft overtreden. Als NADO Vlaanderen of de vervolgende instantie, vermeld in het eerste lid, op basis van de resultaten van het onderzoek van NADO Vlaanderen concludeert dat er geen procedure moet worden gestart tegen de sporter of begeleider waarvan wordt aangenomen dat hij de antidopingregels heeft overtreden: 1° moet ze het WADA alsook de internationale federatie en NADO van de sporter of begeleider schriftelijk op de hoogte brengen van die beslissing, met de nodige motivering;2° moet ze alle andere informatie over het onderzoek verstrekken die redelijkerwijs kan worden vereist door het WADA en/of de internationale federatie en/of NADO om te bepalen of zij al dan niet in beroep gaan tegen die beslissing;3° moet NADO Vlaanderen in ieder geval overwegen of de informatie die werd verkregen en de lessen die zijn geleerd tijdens het onderzoek moeten worden gebruikt voor de opmaak van haar spreidingsplan voor dopingtests en de planning van doelgerichte dopingtests, en of die moeten worden gedeeld met andere instanties conform artikel 41, § 3, van dit besluit. HOOFDSTUK
- - Opvolging van dopingcontroles en onderzoeken door NADO Vlaanderen Afdeling
- - Opvolging van een mogelijke dopingpraktijk als vermeld in artikel 3, eerste lid, 1°, van het Antidoping decreet van 25 mei 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/05/2012 pub. 12/07/2012 numac 2012035749 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de preventie en bestrijding van doping in de sport sluiten Art. 45.§
- Als de analyse van een in opdracht van NADO Vlaanderen verzameld A-monster leidt tot een afwijkend analyseresultaat, beoordeelt NADO Vlaanderen of 1° een toepasselijke TTN is of zal worden verleend zoals bepaald in de Internationale Standaard voor Toestemmingen wegens Therapeutische Noodzaak, of 2° er sprake is van een kennelijke afwijking van de Internationale Standaard voor Dopingtests en -Onderzoeken of de Internationale Standaard voor Laboratoria die de oorzaak is van het afwijkende analyseresultaat. Als de beoordeling niet uitwijst dat er sprake is van een TTN of een recht daarop, of van een afwijking die het afwijkende analyseresultaat heeft veroorzaakt, brengt NADO Vlaanderen de betrokken sporter aan de hand van de gegevens die hij heeft opgegeven in het dopingcontroleformulier, met een aangetekende brief op de hoogte van: 1° het afwijkende analyseresultaat;2° de overtreden antidopingregel;3° het recht van de sporter om binnen vier dagen na de ontvangst van de kennisgeving op zijn kosten de analyse van het B-monster te vragen, en van het feit dat de sporter geacht wordt af te zien van de analyse van het B-monster als dat verzoek uitblijft;4° de vastgestelde datum, het tijdstip en de plaats van de analyse van het B-monster als de sporter of NADO Vlaanderen beslist om die analyse aan te vragen;5° de mogelijkheid van de sporter of de persoon die de sporter bijstaat, om aanwezig te zijn bij de opening van het B-monster en de analyse ervan als die analyse binnen de vastgelegde termijn is aangevraagd;6° het recht van de sporter om, op zijn kosten, kopieën te vragen van het laboratoriumdocumentatiepakket over het A- en B-monster;7° indien toepasselijk, de mogelijkheid dat hem een voorlopige schorsing zal worden opgelegd, de mogelijkheid tot het aanvragen van een voorlopige hoorzitting alvorens hem eventueel deze schorsing wordt opgelegd en, als geen voorlopige schorsing wordt opgelegd, de mogelijkheid om een voorlopige schorsing te aanvaarden in afwachting van de beslechting van zijn zaak ten gronde. In het geval, vermeld in het tweede lid, brengt NADO Vlaanderen, naast de sporter, ook de federatie, de NADO van de woonplaats en de NADO van de plaats waar de sporter zijn licentie verkregen heeft, de internationale sportfederatie, en het WADA schriftelijk op de hoogte van de naam van de sporter, het land, de sport en de discipline binnen de sport, het competitieniveau van de sporter, of, in voorkomend geval, de dopingtest binnen of buiten competitie werd uitgevoerd, de datum van de monsterneming, het analyseresultaat, de geschonden rechtsregel en andere nuttige informatie over de mogelijke dopingpraktijk. Als NADO Vlaanderen beslist om het afwijkende analyseresultaat niet als een dopingpraktijk te beschouwen, brengt ze de sporter, de NADO van de woonplaats en licentie van de sporter, de internationale sportfederatie, het IOC of IPC als de beslissing een effect kan hebben op de volgende Olympische of Paralympische Spelen en het WADA op de hoogte van die beslissing. Al deze partijen kunnen tegen de beslissing, of het gebrek aan een beslissing binnen een redelijke termijn, beroep aantekenen bij het TAS. Als NADO Vlaanderen beslist om een afwijkend analyseresultaat als een dopingpraktijk te beschouwen, moeten de organisaties, vermeld in het vierde lid, regelmatig op de hoogte gehouden worden van het verdere verloop van de procedure. Alvorens een sporter in kennis te stellen van een vermeende dopingovertreding, moet NADO Vlaanderen ADAMS raadplegen en contact opnemen met het WADA en andere relevante ADO's om te bepalen of die sporter in het verleden al een dopingovertreding heeft begaan. §
- Als de analyse van een in opdracht van NADO Vlaanderen verzameld A-monster leidt tot een atypisch analyseresultaat, beoordeelt NADO Vlaanderen of: 1° een toepasselijke TTN is of zal worden verleend zoals bepaald in de Internationale Standaard voor Toestemmingen wegens Therapeutische Noodzaak, of 2° er sprake is van een kennelijke afwijking van de Internationale Standaard voor Dopingtests en -Onderzoeken of de Internationale Standaard voor Laboratoria die de oorzaak is van het afwijkend analyseresultaat. Als die beoordeling niet uitwijst dat er sprake is van een toepasselijke TTN of een afwijking die het atypische analyseresultaat heeft veroorzaakt, moet NADO Vlaanderen het vereiste onderzoek verrichten. Het vereiste onderzoek is afhankelijk van de situatie. Als in het verleden is vastgesteld dat een sporter van nature een verhoogde testosteron/epitestosteron-verhouding heeft, volstaat het om te onderzoeken of het atypische resultaat consistent is met die vroegere verhouding. In andere gevallen kan NADO Vlaanderen het controlelaboratorium de opdracht geven om de oorsprong van de verboden stof te bepalen. Nadat het onderzoek is afgerond, moeten de sporter en de organisaties, vermeld in paragraaf 1, ervan in kennis worden gesteld of het atypische analyseresultaat al dan niet als een afwijkend analyseresultaat zal worden beschouwd. Als NADO Vlaanderen van oordeel is dat er sprake is van een afwijkend analyseresultaat, is wat de opvolging betreft paragraaf 1 van toepassing. NADO Vlaanderen zal het atypische analyseresultaat niet bekendmaken zolang ze haar onderzoek niet heeft afgerond en beslist heeft of ze het atypische analyseresultaat als een afwijkend analyseresultaat zal beschouwen, tenzij in een van de volgende gevallen: 1° als NADO Vlaanderen beslist dat monster B moet worden geanalyseerd vóór de afronding van haar onderzoek van het atypische analyseresultaat, kan NADO Vlaanderen de analyse van monster B uitvoeren na de sporter daarvan in kennis te hebben gesteld, waarbij die kennisgeving een beschrijving van het atypische analyseresultaat en de informatie, vermeld in artikel 45, § 1, tweede lid, 4° tot en met 6°, moet bevatten;2° als NADO Vlaanderen het verzoek krijgt, hetzij van de organisator van een belangrijk evenement kort vóór een van haar internationale evenementen, hetzij van een sportvereniging die verantwoordelijk is voor het halen van een nakende deadline voor de selectie van teamleden voor een internationaal evenement, om bekend te maken of een sporter die op een lijst van de organisator van het belangrijke evenement of een lijst van de sportorganisatie staat een atypisch resultaat heeft, moet NADO Vlaanderen elke dergelijke sporter bekendmaken, nadat ze eerst de sporter zelf in kennis heeft gesteld van het atypische analyseresultaat. Art. 46.§
- Als de sporter wil gebruikmaken van zijn recht tot analyse van het B-monster, verwittigt de sporter NADO Vlaanderen daarvan schriftelijk of elektronisch binnen vier dagen na de ontvangst van de kennisgeving, vermeld in artikel 45, §
- In die kennisgeving deelt de sporter ook mee of hij zich door een door hem gekozen advocaat, arts of deskundige wil laten bijstaan. Die advocaat, arts of deskundige, alsook de sporter zelf en een afgevaardigde van NADO Vlaanderen, het BOIC, de federatie en internationale sportfederatie van de sporter en een vertaler hebben het recht om de analyse van het B-monster bij te wonen. De analyse van het B-monster vindt ook plaats als de sporter of eventueel zijn advocaat, arts of een persoon die hij gekozen heeft om hem als deskundige bij te staan, niet zijn komen opdagen op het tijdstip dat vastgesteld is voor de analyse of niet beschikbaar zijn op de door het controlelaboratorium in alle redelijkheid voorgestelde alternatieve data. In dit laatste geval zal een door het controlelaboratorium aangestelde onafhankelijke getuige controleren of niet gefraudeerd werd met het B-monster en of de identificatienummers overeenkomen met de documenten. §
- NADO Vlaanderen brengt, zo snel mogelijk na de ontvangst van de beslissing van de betrokken sporter, het controlelaboratorium op de hoogte van de aanvraag om tot de analyse van het B-monster over te gaan. De kosten van de analyse van het B-monster op verzoek van de sporter zijn volledig voor hem. Als de analyse negatief is, zijn de kosten voor NADO Vlaanderen. Op verzoek van de betrokken sporter of de opdrachtgever wordt het laboratoriumdocumentatiepakket aan de verzoeker bezorgd. De kosten daarvoor worden gedragen door de verzoeker. De sporter of eventueel zijn advocaat, zijn arts of iemand die hij gekozen heeft om hem als deskundige bij te staan, zal, als hij aanwezig is bij de analyse van het B-monster, het codenummer verifiëren en een attest ondertekenen dat het codenummer van het monster en de beschrijving van de verpakking bevat. Afdeling
- - Opvolging van een mogelijke andere dopingpraktijk dan de dopingpraktijken, vermeld in artikel 3, eerste lid, 1°, van het Antidoping decreet van 25 mei 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/05/2012 pub. 12/07/2012 numac 2012035749 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de preventie en bestrijding van doping in de sport sluiten Art. 47.NADO Vlaanderen staat in voor het eventuele verdere onderzoek naar een mogelijke andere dopingpraktijk dan de dopingpraktijken, vermeld in artikel 3, eerste lid, 1°, van het Antidoping decreet van 25 mei 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/05/2012 pub. 12/07/2012 numac 2012035749 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de preventie en bestrijding van doping in de sport sluiten. Als NADO Vlaanderen vaststelt dat er een mogelijk verzuim van naleving is geweest, moet ze de sporter of andere partij onmiddellijk met een aangetekende brief op de hoogte brengen van de mogelijke gevolgen en van het feit dat het mogelijke verzuim van naleving zal worden onderzocht. Zodra NADO Vlaanderen ervan overtuigd is dat een dopingovertreding is begaan, moet ze de sporter of begeleider onverwijld met een aangetekende brief in kennis stellen van de overtreden antidopingregel, de grondslag van de overtreding en, als dit voorzien is in de toepasselijke regelgeving, de mogelijkheid dat hem een voorlopige schorsing zal worden opgelegd, de mogelijkheid tot het aanvragen van een voorlopige hoorzitting voor hem eventueel deze schorsing wordt opgelegd en, als geen voorlopige schorsing wordt opgelegd of is voorzien, de mogelijkheid om een voorlopige schorsing te aanvaarden in afwachting van de beslechting van zijn zaak ten gronde. Alvorens een sporter of begeleider in kennis te stellen van een vermeende dopingovertreding, moet NADO Vlaanderen ADAMS raadplegen en contact opnemen met het WADA en andere relevante ADO's om te bepalen of die sporter of begeleider in het verleden al een dopingovertreding heeft begaan. Naast de sporter of begeleider stelt NADO Vlaanderen tegelijk ook de federatie, de NADO van de woonplaats en de NADO van de plaats waar de betrokkene zijn licentie heeft verkregen, de internationale sportfederatie en het WADA op de hoogte van de naam van de sporter of begeleider, de overtreden antidopingregel en de grondslag van de overtreding. De organisaties, vermeld in het vijfde lid, moeten door NADO Vlaanderen regelmatig op de hoogte gehouden worden van het verdere verloop van de procedure. Als NADO Vlaanderen beslist om het onderzoek af te sluiten zonder een dopingovertreding te weerhouden, brengt ze de sporter, de NADO van de woonplaats en licentie van de sporter, de internationale sportfederatie, het IOC of IPC als de beslissing een effect kan hebben op de volgende Olympische of Paralympische Spelen en het WADA op de hoogte van die beslissing. Al deze partijen kunnen tegen de beslissing, of het gebrek aan een beslissing binnen een redelijke termijn, beroep aantekenen bij het TAS. HOOFDSTUK
- - Biologisch paspoort Afdeling
- -
Art. 48
.De bloedmodule van het biologisch paspoort kan door NADO Vlaanderen worden opgesteld voor die elitesporters die een sportdiscipline beoefenen waarvoor de bevoegde internationale sportfederatie het biologisch paspoort hanteert. De steroïdenmodule van het biologisch paspoort wordt opgesteld voor elke sporter die verplicht wordt een urinemonster af te staan. Het biologisch paspoort kan voor de onderworpen elitesporters gebruikt worden om 1° doelgerichte dopingcontroles uit te voeren;2° een dopingpraktijk als vermeld in artikel 3, eerste lid, 2°, van het Antidoping decreet van 25 mei 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/05/2012 pub. 12/07/2012 numac 2012035749 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de preventie en bestrijding van doping in de sport sluiten, vast te stellen. Inzake breedtesporters kan de steroïdenmodule enkel gebruikt worden om te oordelen of er al dan niet een bijkomende analyse moet uitgevoerd worden op het urinemonster en of de breedtesporter aan bijkomende monsternames moet onderworpen worden. Art. 49.Er wordt een atleet paspoort managementeenheid, afgekort APME, aangeduid door NADO Vlaanderen. De verwerking van de persoonsgegevens door de APME gebeurt onder het toezicht van een arts. Art. 50.De APME geeft aan de hand van het adaptief model na elke monsterneming een score aan het profiel van de sporter. Het profiel van een sporter is atypisch als het adaptieve model een score van 99 of hoger aangeeft. In geval van een atypisch steroïden- of bloedprofiel deelt de APME dat mee aan NADO Vlaanderen, die, ingeval het een elitesporter betreft, een expert aanwijst die voor de module relevant is, om het desbetreffende geanonimiseerde biologisch paspoort te onderzoeken en te beoordelen. Als het bloedprofiel gebaseerd is op een unieke bloedwaarde, en deze bloedwaarde als atypisch wordt beschouwd door het adaptief model, kan NADO Vlaanderen bijkomende monsternemingen doen voor ze het atypische profiel doorstuurt naar de expert, vermeld in het tweede lid. De APME zal het meest geschikte tijdstip voor de bijkomende monsterneming suggereren. Als het steroïdenprofiel gebaseerd is op een unieke steroïdenwaarde, en deze steroïdenwaarde als atypisch wordt beschouwd door het adaptieve model kan een bijkomende analyse uitgevoerd worden op het monster. Als de bijkomende analyse negatief is, kan NADO Vlaanderen, ingeval het om een elitesporter gaat, bijkomende monsternemingen doen voor ze het atypische profiel doorstuurt naar een expert voor de steroïdenmodule. De APME zal het meest geschikte tijdstip voor de bijkomende monsterneming suggereren. Als de bijkomende analyse negatief is, kan NADO Vlaanderen, ingeval het om een breedtesporter gaat, bijkomende monsternemingen doen, maar kan ze het atypische profiel niet bezorgen aan een expert. Als de betrokken expert van oordeel is dat het profiel normaal is, wordt geen verder gevolg gegeven aan het atypische profiel. Als de betrokken expert van oordeel is dat het profiel verdacht is, deelt de expert dat mee aan de APME die NADO Vlaanderen gericht testen zal aanbevelen of andere aanbevelingen zal doen. Als de betrokken expert van oordeel is dat het profiel op een pathologische toestand wijst, brengt de expert NADO Vlaanderen daarvan op de hoogte via de APME en brengt NADO Vlaanderen vervolgens de elitesporter daarvan op de hoogte. Als de betrokken expert van oordeel is dat het zeer onwaarschijnlijk is dat het profiel het resultaat is van een normale fysiologische of pathologische toestand, en waarschijnlijk het resultaat is van het gebruik van een verboden stof of methode, wordt het biologisch paspoort door de APME bezorgd aan twee bijkomende experten die relevant zijn voor de module, die de APME aanwijst en die samen met de eerste expert de commissie van experten vormen. De commissie van experten werkt in onderling overleg. Ze werkt samen met de APME en kan via de APME aan NADO Vlaanderen bijkomende gegevens vragen, zoals aanvullende medische gegevens, gegevens over sportpraktijken of trainingsgegevens van de elitesporter. Ze kan ook deskundigen raadplegen en bijkomende informatie opvragen bij ADO of bij laboratoria over elk monster in het profiel. De identiteit van de elitesporter is in deze stand van de procedure niet bekend bij de commissie van experten. Als de commissie van experten unaniem van oordeel is dat er sprake kan zijn van een afwijkend paspoortresultaat, worden de bepalingen, vermeld in artikel 51 tot en met 54, toegepast. In de overige gevallen kan de commissie van experten aan de APME bijkomende informatie of expertise vragen of aan NADO Vlaanderen aanvullende dopingcontroles aanbevelen. Art. 51.§
- Als de commissie van experten unaniem van oordeel is dat er sprake kan zijn van een afwijkend paspoortresultaat, stelt de APME, in voorkomend geval in overleg met de commissie van experten, het ABPDP samen dat minstens de volgende gegevens bevat: 1° het geslacht en de leeftijd van de elitesporter, de sport en de discipline;2° de biologische data en het verkregen resultaat op basis van het adaptieve model;3° de aard van de monsterneming, het nummer van het monster en het interne laboratoriumnummer;4° eventuele wedstrijdinformatie;5° de documenten die melding maken van de personen die verantwoordelijk zijn voor de relevante monsters vanaf het moment van de monsterneming tot het moment waarop het monster ter analyse wordt ontvangen;6° informatie van de dopingcontroleformulieren voor elk monster dat afgenomen is gedurende de periode, bepaald door de APME en de experten. §
- Voor de bloedmodule is de volgende bijkomende informatie vereist: 1° informatie over eventuele hoogteverblijven van de elitesporter binnen de periode, bepaald door het commissie van experten;2° de temperatuuromstandigheden bij het transport van de monsters in kwestie;3° de relevante laboratoriumdocumentatie, met inbegrip van de bloedresultaten, de grafieken van het adaptieve model en de interne en externe kwaliteitscontroles;4° informatie over eventuele bloedtransfusies of significant bloedverlies van de elitesporter in de voorafgaande drie maanden;5° scatter grams;6° interne en externe kwaliteitscontroles. §
- Voor de steroïdenmodule is de volgende bijkomende informatie vereist: 1° de pH;2° de soortelijke dichtheid;3° de laboratoriumdocumentatie, met inbegrip van de screening en van bevestigde waarden van steroïdenconcentraties en ratio's, als dat van toepassing is;4° de IRMS-resultaten, als dat van toepassing is;5° de indicaties van ethanolgebruik: concentraties van ethanol en ethanolmetabolieten in de urine;6° de indicaties van bacteriële activiteiten;7° de indicaties van genomen medicatie, verklaard of gedetecteerd, die het steroïdenprofiel kan beïnvloeden. Art. 52.§
- De commissie van experten ontvangt het ABPDP en stelt in onderling overleg een nieuwe beoordeling op. §
- Als de commissie van experten op basis van het ABPDP unaniem van oordeel blijft dat er sprake kan zijn van een afwijkend paspoortresultaat, wordt dat op gemotiveerde wijze ter kennis gebracht aan NADO Vlaanderen. NADO Vlaanderen brengt de elitesporter en het WADA vervolgens met een aangetekende brief op de hoogte van: 1° het gemotiveerde oordeel van de betrokken commissie van experten dat er sprake kan zijn van een afwijkend paspoortresultaat;2° het ABPDP;3° de mogelijkheid voor de elitesporter om binnen de door NADO Vlaanderen bepaalde termijn een verklaring af te leggen over de resultaten van het biologisch paspoort en, in voorkomend geval, bijkomende informatie te verschaffen. Art. 53.De commissie van experten beoordeelt, in overleg met NADO Vlaanderen en de APME, de verklaring en informatie die ze in voorkomend geval heeft ontvangen van de elitesporter, en stelt een definitieve gemotiveerde beoordeling op. Het onderzoek blijft anoniem, hoewel de opgevraagde specifieke informatie mogelijks kan leiden tot de identificatie van de sporter. Dit zal de geldigheid van de procedure niet beïnvloeden. Als de commissie van experten unaniem van oordeel blijft, op basis van dezelfde gegevens in het biologisch paspoort, dat ze tot dezelfde conclusie komt als de eerste expert, namelijk dat het zeer onwaarschijnlijk is dat het profiel het resultaat is van een normale fysiologische of pathologische toestand, en waarschijnlijk het resultaat is van het gebruik van een verboden stof of methode, brengt de APME NADO Vlaanderen ervan op de hoogte dat er sprake is van een afwijkend paspoortresultaat. NADO Vlaanderen brengt vervolgens de elitesporter, de betrokken antidopingorganisaties en de bevoegde disciplinaire organen op de hoogte van de definitieve gemotiveerde beslissing. Als de commissie van experten niet tot een unaniem oordeel kan komen op basis van de beschikbare informatie, kan ze bijkomend onderzoek of controles aanbevelen. Art. 54.Als aan de elitesporter een uitsluiting wordt opgelegd op grond van de beoordeling van het biologisch paspoort, wordt na afloop van de uitsluiting het biologisch paspoort opnieuw ingesteld om de anonimiteit te garanderen van potentiële toekomstige paspoortprocedures. In de overige gevallen blijft het biologisch paspoort doorlopen, behalve als de elitesporter uitgesloten is door het gebruik van verboden stoffen of methoden die zijn biologisch paspoort beïnvloedden. Het biologisch paspoort wordt dan opnieuw ingesteld vanaf het tijdstip waarop de disciplinaire maatregel aanvangt. Afdeling
- - Bloedmodule van het biologisch paspoort Art. 55.De bloedmodule van het biologisch paspoort kan door NADO Vlaanderen worden opgesteld voor de elitesporters die een sportdiscipline beoefenen waarvoor de bevoegde internationale federatie de bloedmodule van het biologisch paspoort hanteert. Zonder afbreuk te doen aan deze afdeling wordt de monsterneming voor de bloedmodule van het biologisch paspoort conform artikel 36 en 37 uitgevoerd. De monsterneming voor de bloedmodule van het biologisch paspoort wordt minstens twee uur na het beëindigen van de training of wedstrijd uitgevoerd en nadat de elitesporter minstens tien minuten zittend in rust heeft kunnen doorbrengen na de oproep voor de monsterneming. Art. 56.De volgende markers moeten minstens in de bloedmodule van het biologisch paspoort worden opgenomen: 1° hematocriet;2° hemoglobine;3° aantal rode bloedcellen;4° aantal en percentage reticulocyten;5° gemiddeld volume rode bloedcellen;6° gemiddelde hemoglobinemassa per rode bloedcel;7° hemoglobine, gedeeld door hematocriet. Art. 57.Het dopingcontroleformulier bevat bij een monsterneming voor de bloedmodule van het biologisch paspoort ook de volgende elementen: 1° de bevestiging dat de monsterneming niet binnen twee uur na een training of wedstrijd plaatsvond;2° de informatie of de sporter al dan niet bloedverlies of bloedtransfusies heeft ondergaan, en het geschatte volume ervan, in een periode van drie maanden voorafgaand aan de monsterneming;3° de informatie of de sporter enige vorm van hoogtesimulatie heeft gebruikt in de twee weken voorafgaand aan de monsterneming en zo ja, zo veel mogelijk informatie over het type toestel en de manier waarop het werd gebruikt;4° de informatie of de sporter op een hoogte van meer dan 1500 meter is verbleven in de twee weken voorafgaand aan de monsterneming en zo ja, of bij twijfel, de naam en de locatie van de verblijfplaats en de duur van het verblijf, alsook de geschatte hoogte;5° of het monster onmiddellijk na ten minste drie opeenvolgende dagen van een intensieve uithoudingswedstrijd is afgenomen 6° eventuele extreme milieu-omstandigheden waaraan de sporter blootgesteld werd gedurende laatste twee uren voor de monsterneming, inclusief sessies in een kunstmatige warmte, zoals een sauna. Art. 58.Het bloedmonster wordt na de monsterneming koel maar niet diepgevroren getransporteerd naar het controlelaboratorium waarbij een temperatuurlogger de temperaturen tijdens het transport registreert. Het bloedmonster wordt geanalyseerd in het controlelaboratorium binnen 48 uur na de monsterneming. De resultaten van het bloedmonster worden via ADAMS gerapporteerd aan NADO Vlaanderen, de betrokken internationale federatie, het WADA en de APME. Afdeling
- - Steroïdenmodule van het biologisch paspoort Art. 59.De monsterneming voor de steroïdenmodule van het biologisch paspoort wordt conform artikel 35 en 37 uitgevoerd. HOOFDSTUK
- - Verblijfsgegevensverplichtingen Afdeling
- - Categorieën van sportdisciplines Art. 60.De sportdisciplines A, B en C, vermeld in artikel 20, § 1, van het Antidoping decreet van 25 mei 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/05/2012 pub. 12/07/2012 numac 2012035749 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de preventie en bestrijding van doping in de sport sluiten, zijn de volgende: 1° lijst A: a) atletiek - alle langeafstandslopen (3 000 m en meer);b) triatlon;c) duatlon;d) veldrijden;e) wielrennen (alle olympische disciplines);f) biatlon;g) skiën - langlaufen en noordse combinatie;2° lijst B: a) atletiek - alles behalve langeafstandslopen (3000 m en meer);b) badminton;c) boksen;d) gewichtheffen;e) gymnastiek;f) judo;g) kano;h) moderne vijfkamp;i) roeien;j) schermen;k) taekwondo;l) tafeltennis;m) tennis;n) beachvolley;o) zwemmen, behalve synchroonzwemmen en schoonspringen;p) worstelen;q) zeilen;r) alpineskiën, freestyleskiën en snowboarden;s) bobslee;t) skeleton;u) rodelen;v) schaatsen;3° lijst C: a) basketbal;b) handbal;c) hockey;d) voetbal;e) volleybal;f) waterpolo;g) ijshockey;h) rugby. Afdeling
- - Ontstaan en einde van de verblijfsgegevensverplichtingen Art. 61.NADO Vlaanderen die een sporter aan verblijfsgegevensverplichtingen wil onderwerpen, zal die sporter, met kopie aan de betrokken sportverenigingen, met een aangetekende brief op zijn woonplaats informeren over het volgende: 1° dat hij is opgenomen in de nationale doelgroep en in welke categorie;2° dat hij tegen de door NADO Vlaanderen opgegeven datum moet voldoen aan de verblijfsgegevensverplichtingen die op hem van toepassing zijn;3° de omvang van de verblijfsgegevensverplichtingen;4° de mogelijke gevolgen van een verblijfsgegevensinbreuk. Art. 62.§
- De sporter kan zijn onderworpenheid aan verblijfsgegevensverplichtingen betwisten door binnen veertien dagen na de kennisgeving ervan met een aangetekende brief een verzoek tot heroverweging te richten aan NADO Vlaanderen, waarin hij de redenen uiteenzet op grond waarvan hij de onderworpenheid aan verblijfsgegevensverplichtingen betwist. NADO Vlaanderen neemt deze argumenten mee in zijn beslissing over het verzoek tot heroverweging. Na verloop van die termijn kan de sporter zijn onderworpenheid aan verblijfsgegevensverplichtingen alleen betwisten als er nieuwe elementen zijn met betrekking tot zijn statuut van elitesporter of elitesporter met verblijfsgegevensverplichtingen. §
- De verblijfsgegevensverplichtingen eindigen vanaf de datum, opgegeven in de aangetekende brief, waarbij NADO Vlaanderen het einde van de verblijfsgegevensverplichtingen meedeelt aan de sporter of de dag dat NADO Vlaanderen van de sporter een schriftelijk bericht ontvangt dat hij stopt met competitiesport. §
- Als een elitesporter is opgenomen in een geregistreerde doelgroep van NADO Vlaanderen en een internationale federatie, of in de nationale doelgroep van NADO Vlaanderen en de doelgroep van een andere NADO, moet NADO Vlaanderen met de andere partij overeenkomen wie van hen de verblijfsgegevens zal beheren en de andere toegang zal geven tot de verblijfsgegevens. Elke partij moet de sporter op de hoogte brengen dat hij deel uitmaakt van hun doelgroep. Alvorens daartoe over te gaan, moeten ze echter onderling afspreken bij welke organisatie de sporter zijn verblijfsgegevens moet indienen. Verder moet iedere kennisgeving die naar de sporter wordt verzonden, vermelden dat hij zijn verblijfsgegevens alleen moet indienen bij die desbetreffende antidopingorganisatie, die de bewuste informatie dan zal delen met de andere, en met alle andere antidopingorganisaties die bevoegd zijn om dopingtests af te nemen bij de sporter. Aan een sporter mag niet worden gevraagd om zijn verblijfsgegevens bij meer dan één antidopingorganisatie in te dienen. §
- NADO Vlaanderen moet ervoor zorgen dat de ingediende verblijfsgegevens alleen toegankelijk zijn voor: 1° gemachtigde personen die uitsluitend handelen in opdracht van hun internationale federatie of NADO op een need-to-know-basis;2° het WADA;3° andere ADO's die bevoegd zijn om dopingtests uit te voeren bij de sporter. Afdeling
- - Omvang van de verblijfsgegevensverplichtingen Art. 63.§
- Een sporter die is opgenomen in de nationale doelgroep, moet aan al de volgende voorwaarden voldoen: 1° een volledig postadres verschaffen waar correspondentie voor de sporter naartoe kan gestuurd worden om hem formeel in kennis te stellen;2° conform zijn categorie, de verblijfsgegevens, vermeld in artikel 22 van het Antidoping decreet van 25 mei 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/05/2012 pub. 12/07/2012 numac 2012035749 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de preventie en bestrijding van doping in de sport sluiten, verstrekken;3° zich conform artikel 22 van het voormelde decreet, beschikbaar houden voor een of meer dopingtests. §
- Het is de verantwoordelijkheid van de sporter om te verzekeren dat hij alle vereiste informatie correct en voldoende gedetailleerd vermeldt in zijn verblijfsgegevens, zodat iedere antidopingorganisatie de sporter indien gewenst op elke dag tijdens het kwartaal kan lokaliseren met het oog op dopingtests, en dat op de tijdstippen en locaties die door de sporter zijn opgegeven in zijn verblijfsgegevens voor die dag. Art. 64.§
- De verblijfsgegevens moeten door de onderworpen sporters voor de eerste dag van elk kwartaal, respectievelijk 1 januari, 1 april, 1 juli, 1 oktober, ingediend zijn. Als de betrokken sporter nog niet exact weet waar hij zal verblijven in het eerstvolgende kwartaal, moet hij de best mogelijke informatie indienen over waar hij zich op de betrokken tijdstippen denkt te zullen bevinden, en moet hij die informatie actualiseren zodra hij over meer gegevens beschikt. Als door omstandigheden zijn opgegeven verblijfsgegevens niet langer correct zijn, moet hij die zo snel mogelijk actualiseren, zodat de controlearts hem kan vinden. §
- Een sporter die is opgenomen in de nationale doelgroep, is verplicht er zorg voor te dragen en is ervoor verantwoordelijk dat zijn verblijfsgegevens altijd nauwkeurig, correct, volledig en actueel zijn, zodat een controlearts onaangekondigd: 1° de locatie waar de sporter zich bevindt, kan vinden;2° zich toegang kan verschaffen tot die locatie;3° de sporter op die locatie kan vinden. §
- Gedurende het tijdslot moet de elitesporter van categorie A onmiddellijk beschikbaar zijn voor een dopingtest. Als de betrokken sporter gedurende het opgegeven tijdslot niet te vinden of beschikbaar is voor een onaangekondigde dopingtest, kan dat aanleiding geven tot de vaststelling van een gemiste dopingtest. Als de betrokken sporter tijdens het opgegeven tijdslot wordt getest, moet hij bij de controlearts blijven tot de monsterneming is voltooid, zelfs als het vermelde tijdsbestek van 60 minuten daarbij wordt overschreden. Als de betrokken sporter gedurende het opgegeven tijdslot niet onmiddellijk te vinden of niet onmiddellijk beschikbaar is voor een onaangekondigde dopingtest, kan dat aanleiding geven tot het onderzoeken of er sprake is van een dopingpraktijk als vermeld in artikel 3, eerste lid, 3° of 5°, van het voormelde decreet. Als de betrokken sporter vijf minuten voor het verstrijken van het opgegeven tijdslot niet gevonden is, mag de controlearts de sporter bellen. Als de sporter antwoordt en ter plaatse of in de onmiddellijke nabijheid is, kan hij een gemiste test nog vermijden door zich nog voor het verstrijken van het tijdslot beschikbaar te stellen voor een dopingtest. Dergelijke gevallen moeten echter altijd gerapporteerd worden en de controlearts moet nota maken van elke feit dat erop kan wijzen dat er manipulatie van het bloed of urine kan gebeurd zijn tussen het telefoontje en de monsterneming. Als de sporter de oproep beantwoordt en zich niet op de gespecifieerde locatie of in de buurt ervan bevindt, en bijgevolg niet beschikbaar is voor de dopingtest binnen het tijdslot, moet de controlearts een rapport van mislukte poging opstellen. Het niet telefoneren van de sporter kan geen reden zijn om de gemiste test niet te registreren. §
- De elitesporter van categorie A kan in beginsel op elk moment voor het tijdslot aanvangt, het tijdslot aanpassen. Afdeling
- - Niet-nakoming van de verblijfsgegevensverplichtingen door een elitesporter van categorie A Onderafdeling
- -
Art. 65.§ 1.
Ten laste van een elitesporter van categorie A die zijn verblijfsgegevensverplichtingen niet nakomt, kan een aangifteverzuim of gemiste dopingtest als vermeld in artikel 21, § 1, tweede lid, van het Antidoping decreet van 25 mei 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/05/2012 pub. 12/07/2012 numac 2012035749 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de preventie en bestrijding van doping in de sport sluiten, worden geregistreerd. § 2. Conform artikel 3, eerste lid, 4°, van het Antidoping decreet van 25 mei 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/05/2012 pub. 12/07/2012 numac 2012035749 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de preventie en bestrijding van doping in de sport sluiten en artikel 75 van dit besluit kunnen aangifteverzuimen en gemiste dopingtests aanleiding geven tot de vaststelling van een dopingpraktijk als vermeld in artikel 3, eerste lid, 4°, van het voormelde decreet. Elke verblijfsgegevensinbreuk die overeenkomstig de voorschriften die op de elitesporter van toepassing zijn, door een bevoegde ADO vastgesteld wordt, wordt daarbij in aanmerking genomen om te bepalen of er drie verblijfsgegevensinbreuken zijn in een aaneengesloten periode van twaalf maanden. § 3. De mogelijke aangifteverzuimen en gemiste dopingtests die ten laste van elitesporters categorie A door NADO Vlaanderen worden vastgesteld of aan NADO Vlaanderen worden meegedeeld, worden conform onderafdeling 4 en 5 geregistreerd, tenzij een andere ADO zijn verblijfsgegevens beheert. In dit laatste geval wordt het rapport van de mislukte poging door NADO Vlaanderen voor afhandeling bezorgd aan de ADO die de verblijfsgegevens van de sporter beheert. Onderafdeling 2. - Mogelijk aangifteverzuim Art. 66.Er is sprake van een mogelijk aangifteverzuim als voor een elitesporter van categorie A: 1° geen verblijfsgegevens zijn ingediend;2° de verblijfsgegevens niet tijdig zijn ingediend;3° de ingediende verblijfsgegevens niet correct zijn, volledig of voldoende nauwkeurig om de sporter te kunnen vinden voor een onaangekondigde dopingtest. Om een mogelijk aangifteverzuim te kunnen vaststellen, moet aan de volgende voorwaarden voldaan zijn: 1° de sporter is tijdig voorafgaand aan het mogelijke aangifteverzuim op de hoogte gebracht conform artikel 61;2° er is een rapport van een mislukte poging opgesteld als vermeld in het derde lid;3° in geval van een tweede of een derde mogelijk aangifteverzuim gedurende hetzelfde kwartaal moet de sporter vooraf op de hoogte gebracht zijn van het vorige mogelijke aangifteverzuim en heeft hij het niet gecorrigeerd binnen de opgegeven termijn.Die termijn bedraagt niet minder dan 24 uur na de eerste kennisgeving, vermeld in artikel 68, van het vorige mogelijke aangifteverzuim, en eindigt niet later dan het einde van de maand waarin de sporter de eerste kennisgeving, vermeld in artikel 68, heeft ontvangen; 4° er is op zijn minst sprake van nalatigheid.Nalatigheid wordt vermoed als is voldaan aan de bepalingen, vermeld in het eerste lid, en een mogelijk aangifteverzuim is vastgesteld. Dat vermoeden kan worden weerlegd als de sporter aantoont dat van zijn kant geen sprake is geweest van nalatigheid die heeft bijgedragen aan het aangifteverzuim of die het aangifteverzuim heeft veroorzaakt. Van elk mogelijk aangifteverzuim wordt door de controlearts een rapport van een mislukte poging opgesteld. Een mogelijk aangifteverzuim kan vastgesteld worden op basis van de ingediende verblijfsgegevens, inclusief deze met betrekking tot het tijdslot, of door een poging tot onaangekondigde dopingtest buiten het tijdslot. Onderafdeling 3. - Mogelijk gemiste dopingtest Art. 67.§ 1. Er is sprake van een mogelijk gemiste dopingtest als de controlearts tijdens het tijdslot bij de elitesporter van categorie A een onaangekondigde dopingtest wil uitvoeren, en die sporter tijdens het tijdslot niet te vinden of niet beschikbaar is op de door hem aangegeven locatie. § 2. Om een mogelijk gemiste dopingtest bij een sporter te kunnen vaststellen, moet aan de volgende voorwaarden voldaan zijn: 1° de sporter is tijdig voorafgaand aan de mogelijk gemiste dopingtest geïnformeerd conform artikel 61;2° een controlearts heeft conform paragraaf 3 een rapport opgemaakt van een mislukte poging;3° de controlearts is gedurende het opgegeven tijdslot op de opgegeven locatie gebleven.Gedurende die tijd deed hij wat in de gegeven omstandigheden redelijk is om de sporter te vinden, waarbij in acht moet worden genomen dat de dopingtest zonder enige vorm van vooraankondiging moet plaatsvinden; 4° in geval van een mogelijk tweede of derde gemiste dopingtest gedurende hetzelfde kwartaal moet de sporter conform artikel 71 de eerste kennisgeving over zijn voorgaande mogelijk gemiste dopingtest ontvangen hebben;5° bij het niet te vinden of beschikbaar zijn van de sporter in het tijdslot is op zijn minst sprake van nalatigheid.Nalatigheid wordt vermoed als is voldaan aan de voorwaarden, vermeld in punt 1° tot en met 4°. Dat vermoeden kan alleen worden weerlegd als de sporter aantoont dat van zijn kant geen sprake is geweest van nalatigheid die heeft bijgedragen aan dan wel de oorzaak is geweest van:
- a)de omstandigheid dat hij niet vindbaar of beschikbaar was voor een dopingtest in het tijdslot;
- b)het niet-tijdig, onvolledig en incorrect actualiseren van de verblijfsgegevens met betrekking tot het tijdslot. § 3. Van elke mogelijk gemiste dopingtest wordt door de controlearts een rapport van een mislukte poging opgesteld. Als een sporter bij aankomst van de controlearts op de opgegeven locatie tijdens het tijdslot niet onmiddellijk te vinden of beschikbaar is, maar wel later tijdens het tijdslot, voert de controlearts de dopingtest uit en stelt hij geen rapport van een mogelijk gemiste dopingtest op. Hij rapporteert de gebeurtenissen wel aan NADO Vlaanderen in het licht van een mogelijk onderzoek of er met betrekking tot de sporter sprake is van een dopingpraktijk als vermeld in artikel 3, eerste lid, 3° of 5°, van het Antidoping decreet van 25 mei 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/05/2012 pub. 12/07/2012 numac 2012035749 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de preventie en bestrijding van doping in de sport sluiten. De omstandigheid dat een sporter die niet te vinden of beschikbaar is geweest voor een dopingtest gedurende het tijdslot, eerder of later op dezelfde dag wel een dopingtest heeft ondergaan, heeft geen gevolg voor de rapportage van een mogelijk gemiste dopingtest tijdens het tijdslot. § 4. Als de sporter gedurende het tijdslot een dopingtest ondergaat, moet hij op de betreffende locatie blijven tot de dopingtest helemaal is afgerond, ook als de dopingtest voortduurt na afloop van het tijdslot. § 5. De controlearts moet bij het uitvoeren van een dopingtest tijdens het tijdslot altijd uitgaan van de meeste actuele informatie over het tijdslot. Als de sporter niet te vinden is voor een dopingtest tijdens het tijdslot, maar de sporter tijdig zijn informatie over het tijdslot heeft aangepast, is er geen sprake van een mogelijk gemiste dopingtest. Onderafdeling 4. - Registratie van een aangifteverzuim Art. 68.Als een controlearts een rapport van een mislukte poging heeft opgesteld en NADO Vlaanderen van oordeel is dat de voorwaarden, vermeld in artikel 66, vervuld zijn, brengt NADO Vlaanderen de sporter binnen veertien dagen na de dag waarop de vaststelling heeft plaatsgevonden, met een aangetekende brief op de hoogte van het volgende: 1° er werd een mogelijk aangifteverzuim vastgesteld;2° het mogelijke aangifteverzuim wordt geregistreerd, tenzij de sporter NADO Vlaanderen ervan overtuigt dat er geen sprake is van een mogelijk aangifteverzuim;3° de termijn waarin de sporter het mogelijke aangifteverzuim kan betwisten, is veertien dagen na de ontvangst van de aangetekende kennisgeving van het mogelijke aangifteverzuim;4° de gevolgen voor de sporter van de registratie van een aangifteverzuim;5° mogelijk eerder geregistreerde verblijfsgegevensinbreuken van de sporter in de aaneengesloten periode van twaalf maanden, als die bekend zijn bij NADO Vlaanderen. Art. 69.§ 1. De sporter kan het mogelijke aangifteverzuim betwisten door binnen veertien dagen na de ontvangst van de kennisgeving, vermeld in artikel 68, schriftelijk of elektronisch bezwaar aan te tekenen bij NADO Vlaanderen. § 2. Als de sporter het mogelijke aangifteverzuim tijdig betwist, controleert NADO Vlaanderen of aan alle voorwaarden, vermeld in artikel 66, is voldaan. Als NADO Vlaanderen vervolgens oordeelt dat er geen mogelijk aangifteverzuim is begaan, deelt NADO Vlaanderen dat binnen veertien dagen na de ontvangst van de kennisgeving, vermeld in paragraaf 1, mee aan de sporter en aan de partijen die conform artikel 76 het recht hebben beroep in te stellen tegen die beslissing. § 3. Als de sporter het mogelijke aangifteverzuim niet of niet tijdig betwist, of als NADO Vlaanderen ondanks de betwisting van de sporter oordeelt dat er sprake is van een mogelijk aangifteverzuim, bevestigt NADO Vlaanderen de sporter dat een aangifteverzuim zal worden geregistreerd. NADO Vlaanderen brengt de sporter met een aangetekende brief op de hoogte van die bevestiging, hetzij binnen veertien dagen nadat de termijn, vermeld in paragraaf 1, is verlopen, hetzij binnen veertien dagen vanaf de dag dat NADO Vlaanderen heeft geoordeeld dat er inderdaad sprake is van een mogelijk aangifteverzuim. Als de sporter het mogelijk aangifteverzuim tijdig betwistte, licht dezelfde brief de sporter ook in over zijn recht om binnen veertien dagen na de ontvangst van de kennisgeving schriftelijk of elektronisch een administratieve herziening van die bevestiging aan te vragen bij NADO Vlaanderen. Art. 70.§ 1. Als de sporter in het geval, vermeld in artikel 69, § 3, tijdig een verzoek indient om een administratieve herziening, zal die herziening worden uitgevoerd door een of meer door NADO Vlaanderen aangewezen personen, die niet betrokken waren bij de eerdere besluitvorming over het mogelijke aangifteverzuim. § 2. De administratieve herziening: 1° vindt plaats op basis van schriftelijke stukken, zonder dat een hoorzitting wordt gehouden;2° bestaat uit de beoordeling of is voldaan aan de voorwaarden, vermeld in artikel 66;3° leidt uiterlijk binnen veertien dagen na de ontvangst van het verzoek van de sporter tot een besluit dat het mogelijke aangifteverzuim vervalt of gehandhaafd blijft. § 3. Als de administratieve herziening leidt tot het besluit dat het mogelijke aangifteverzuim vervalt, brengt NADO Vlaanderen de sporter daarvan schriftelijk op de hoogte binnen zeven dagen nadat de beslissing is genomen. NADO Vlaanderen stuurt die kennisgeving ook naar de partijen die conform artikel 76 het recht hebben beroep aan te tekenen tegen de beslissing. § 4. Als de sporter de administratieve herziening niet of niet tijdig aanvraagt, dan wel de administratieve herziening bevestigt dat er sprake is van een mogel