← België

Besluit van de Vlaamse Regering houdende uitvoering van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012

Kort samengevat

Dit besluit regelt de uitvoering van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012 in Vlaanderen, met als doel doping in de sport te voorkomen en te bestrijden. Het legt verplichtingen op aan sportorganisaties en definieert belangrijke termen in de dopingbestrijding.

Wat het regelt

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
13 FEBRUARI 2015. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende uitvoering van het Antidoping decreet van 25 mei 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/05/2012 pub. 12/07/2012 numac 2012035749 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de preventie en bestrijding van doping in de sport sluiten DE VLAAMSE REGERING, Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, artikel 20, gewijzigd bij de bijzondere wet van 16 juli 1993; Gelet op het Antidoping decreet van 25 mei 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/05/2012 pub. 12/07/2012 numac 2012035749 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de preventie en bestrijding van doping in de sport sluiten, gewijzigd bij het decreet van 19 december 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/12/2014 pub. 02/02/2015 numac 2015035048 bron vlaamse overheid Decreet houdende aanpassing van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012 aan de Code 2015 sluiten; Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 19 oktober 2012Relevante gevonden documenten type besluit van de vlaamse regering prom. 19/10/2012 pub. 07/11/2012 numac 2012036157 bron vlaamse overheid Besluit van de Vlaamse Regering houdende uitvoering van het decreet van 25 mei 2012 betreffende de preventie en bestrijding van doping in de sport sluiten houdende uitvoering van het decreet van 25 mei 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/05/2012 pub. 12/07/2012 numac 2012035749 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de preventie en bestrijding van doping in de sport sluiten betreffende de preventie en bestrijding van doping in de sport; Gelet op het advies van de Raad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media, gegeven op 19 december 2014; Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 26 november 2014; Gelet op advies 56.941/3 van de Raad van State, gegeven op 21 januari 2015; Op voorstel van de Vlaamse minister van Werk, Economie, Innovatie en Sport; Na beraadslaging, Besluit : HOOFDSTUK 1. - Definities Artikel 1.In dit besluit wordt verstaan onder: 1° adaptief model: een wiskundig model dat is ontworpen om ongewone longitudinale resultaten van elitesporters op te sporen.Het model berekent de waarschijnlijkheid dat waarden van markers in een profiel van een sporter afwijken van een normale fysiologische conditie; 2° atleet paspoort management eenheid, afgekort APME: een eenheid bestaande uit een persoon of personen, aangeduid door NADO Vlaanderen, en verantwoordelijk voor het administratief beheer van de biologische paspoorten die NADO Vlaanderen bijstaat met het oog op het intelligenter en doelgerichter maken van dopingcontroles.Verder staat de APME in contact met de expert, vermeld in artikel 50 en de commissie van experten, stelt ze een atleet biologisch documentatiepakket samen en keurt ze dat goed en rapporteert ze afwijkende paspoortresultaten; 3° atleet biologisch paspoort documentatiepakket, afgekort ABPDP: het materiaal dat het controlelaboratorium en de APME opleveren om een afwijkend paspoortresultaat te motiveren, zoals, maar niet uitsluitend, analysegegevens, opmerkingen van de commissie van experten, bewijs van onduidelijke factoren, alsook andere ondersteunende informatie die relevant kan zijn;4° chaperon: een official die opgeleid is en door een monsterafname-instantie gemachtigd is om specifieke taken uit te oefenen, waaronder een of meer van de volgende taken: a) de sporter op de hoogte brengen van diens selectie voor een monsterafname;b) de sporter vergezellen en observeren tot die bij het dopingcontrolestation aankomt;c) de sporter in het dopingcontrolestation vergezellen en/of observeren;d) getuige zijn van het afstaan van het monster en het verifiëren, voor zover hij daarvoor opgeleid is;5° commissie van experten: de door NADO Vlaanderen aangewezen experten die samen het biologisch paspoort moeten evalueren;6° controlearts: een official die opgeleid is en door de monsterafname-instantie gemachtigd is om de verantwoordelijkheden te dragen die aan controleartsen worden toevertrouwd;7° controlelaboratorium: een door WADA geaccrediteerd of goedgekeurd laboratorium voor het detecteren van verboden stoffen of methoden of markers uit de verboden lijst en, voor zover dat van toepassing is, het kwantificeren van een grenswaarde in urinemonsters en andere biologische matrixen in het kader van dopingbestrijding;8° controleopdracht: de aan de controlearts gegeven opdracht om een dopingtest uit te voeren;9° dopingcontrolestation: de locatie waar de monsterafnameprocedure plaatsvindt;10° dopingcontroleteam: een collectieve term voor gekwalificeerde officials die door de opdrachtgever gemachtigd zijn om tijdens de monsterafnameprocedure de nodige taken uit te voeren of te helpen uitvoeren;11° expert: een door NADO Vlaanderen aangewezen persoon met de nodige expertise voor de evaluatie van een biologisch paspoort;12° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor de medisch verantwoorde sportbeoefening;13° monsterneming: de afname van het monster;14° monsterafname-instantie: de organisatie die verantwoordelijk is voor de afname van monsters zijnde hetzij de opdrachtgever zelf, hetzij een andere organisatie waaraan de opdrachtgever deze verantwoordelijkheid heeft gedelegeerd of uitbesteed op voorwaarde dat de opdrachtgever als laatste verantwoordelijk blijft voor de naleving van de toepasselijke vereisten;15° monsterafnameprocedure: alle opeenvolgende activiteiten waarbij de sporter rechtstreeks betrokken is vanaf het moment waarop hij op de hoogte is gebracht van zijn verplichting om een monster af te staan tot het moment waarop hij het dopingcontrolestation verlaat nadat hij zijn monster heeft afgestaan;16° onaangekondigde dopingtest: een dopingtest die plaatsvindt zonder voorafgaande waarschuwing aan de sporter en waarbij de sporter continu onder visueel toezicht blijft van iemand van het dopingcontroleteam vanaf het moment van de kennisgeving tot en met het moment waarop hij het monster afstaat;17° opdrachtgever: de organisatie die tot een bepaalde monsterneming opdracht heeft gegeven, hetzij a) een antidopingorganisatie of b) een andere organisatie die dopingtests uitvoert krachtens de bevoegdheid en in overeenstemming met de regels van de antidopingorganisatie, bijvoorbeeld een federatie die bij een internationale federatie is aangesloten;18° rapport van een mislukte poging: een gedetailleerd rapport van een mislukte poging om een monster af te nemen bij een sporter die deel uitmaakt van de nationale doelgroep, met vermelding van de datum van de poging, de bezochte locatie, de exacte aankomst- en vertrektijden op de locatie, de maatregelen die ter plaatse zijn genomen om de sporter te vinden met inbegrip van de gegevens van elk contact dat met derden is gelegd, en alle andere relevante gegevens over de poging;19° tijdslot: de dagelijkse aaneengesloten periode van zestig minuten, vermeld in artikel 21, § 1, eerste lid, 9°, van het Antidoping decreet van 25 mei 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/05/2012 pub. 12/07/2012 numac 2012035749 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de preventie en bestrijding van doping in de sport sluiten;20° verblijfsgegevensinbreuk: een geregistreerd aangifteverzuim of een geregistreerde gemiste dopingtest;21° verblijfsgegevensverplichtingen: de verplichtingen met betrekking tot verblijfsgegevens waaraan een elitesporter moet voldoen met toepassing van het Antidoping decreet van 25 mei 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/05/2012 pub. 12/07/2012 numac 2012035749 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de preventie en bestrijding van doping in de sport sluiten en dit besluit;22° verzuim van naleving: een dopingpraktijk als vermeld in artikel 3, eerste lid, 3° of 5°, van het Antidoping decreet van 25 mei 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/05/2012 pub. 12/07/2012 numac 2012035749 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de preventie en bestrijding van doping in de sport sluiten. Ook definities uit de Code die niet letterlijk zijn opgenomen in dit besluit of het Antidoping decreet van 25 mei 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/05/2012 pub. 12/07/2012 numac 2012035749 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de preventie en bestrijding van doping in de sport sluiten, zijn toepasselijk. HOOFDSTUK 2. - Preventie van dopingpraktijken Art. 2.NADO Vlaanderen en de federaties moeten: 1° voor sporters en begeleiders informatie- en vormingsactiviteiten uitwerken die gericht zijn op het aanreiken van actuele en accurate informatie over: a) de verboden stoffen en methoden;b) de dopingpraktijken;c) de dopingtestprocedures;d) de rechten en verantwoordelijkheden van sporters en begeleiders ten aanzien van dopingbestrijding, vermeld in artikel 14/1 en 14/2 van het Antidoping decreet van 25 mei 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/05/2012 pub. 12/07/2012 numac 2012035749 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de preventie en bestrijding van doping in de sport sluiten;e) de medische, ethische, tuchtrechtelijke en sociale gevolgen van dopingpraktijken;f) de TTN;g) de risico's van het gebruik van voedingssupplementen;h) de rechten met betrekking tot de verwerking en bescherming van persoonsgegevens in het kader van de dopingbestrijding en de uitoefeningsmodaliteiten van die rechten.2° voor elitesporters, ter aanvulling van de activiteiten, vermeld in punt 1°, informatie- en vormingsactiviteiten uitwerken over de toepasselijke verplichtingen met betrekking tot verblijfsgegevens;3° passende gedragscodes, goede praktijken en ethische normen voor de bestrijding van doping in de sport uitwerken en invoeren conform het Antidoping decreet van 25 mei 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/05/2012 pub. 12/07/2012 numac 2012035749 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de preventie en bestrijding van doping in de sport sluiten en dit besluit;4° onderling samenwerken om informatie, expertise en ervaringen uit te wisselen met betrekking tot de realisatie van onderzoeken naar en doeltreffende programma's ter bestrijding van doping.De federatie stelt met het oog op die samenwerking een verantwoordelijke aan als contactpunt voor NADO Vlaanderen. De federaties met elitesporters die verblijfsgegevens moeten indienen, moeten NADO Vlaanderen helpen met het verzamelen van de verblijfsgegevens van deze elitesporters, met inbegrip van het voorzien van een bijzondere bepaling daarvoor in hun regels. Art. 3.De federatie brengt NADO Vlaanderen op de hoogte van alle statutaire, reglementaire en contractuele bepalingen, vermeld in artikel 5 en 11, 23/2, 24 en 25 van het Antidoping decreet van 25 mei 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/05/2012 pub. 12/07/2012 numac 2012035749 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de preventie en bestrijding van doping in de sport sluiten, alsook van de initiatieven die de sportverenigingen hebben genomen ter uitvoering van artikel 2 van dit besluit. Elke wijziging of aanvulling van de voormelde bepalingen wordt ook onmiddellijk aan NADO Vlaanderen meegedeeld. De minister kan bijkomstige bepalingen over de verslaggeving, vermeld in artikel 5 en 11 van het Antidoping decreet van 25 mei 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/05/2012 pub. 12/07/2012 numac 2012035749 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de preventie en bestrijding van doping in de sport sluiten, vaststellen. Art. 4.Conform artikel 12, 3°, van het Antidoping decreet van 25 mei 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/05/2012 pub. 12/07/2012 numac 2012035749 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de preventie en bestrijding van doping in de sport sluiten moet de sportvereniging de volgende gegevens registreren van alle sporters die deelnemen aan de door haar georganiseerde wedstrijden: 1° de voor- en achternaam;2° de geboortedatum en het geslacht;3° de contactgegevens van de sporter, met inbegrip van in voorkomend geval zijn gsm-nummer en e-mailadres, alsook elke wijziging ervan;4° de sportvereniging waarbij de sporter is aangesloten; De minister kan ter zake bijkomstige bepalingen vaststellen. Art. 5.Met het oog op de uitvoering van de taken die bij het Antidoping decreet van 25 mei 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/05/2012 pub. 12/07/2012 numac 2012035749 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de preventie en bestrijding van doping in de sport sluiten en bij dit besluit opgelegd zijn aan NADO Vlaanderen en de Vlaamse Regering, zijn de federaties verplicht om, zodra ze er van op de hoogte zijn, aan NADO Vlaanderen elke wijziging van de volgende gegevens mee te delen over elitesporters die bij hen aangesloten zijn: 1° de voor- en achternaam;2° de geboortedatum en het geslacht;3° de contactgegevens van de elitesporter, met inbegrip van in voorkomend geval zijn gsm-nummer en e-mailadres, alsook elke wijziging ervan;4° de sportvereniging waarbij de elitesporter is aangesloten;5° de sportdiscipline. De minister kan ter zake bijkomstige bepalingen vaststellen. Art. 6.De sportvereniging ziet toe op de naleving van elke uitsluiting of voorlopige schorsing van sporters of begeleiders, waarvan ze op de hoogte wordt gebracht of waarvan ze op de hoogte is. HOOFDSTUK 3. - Verboden lijst en TTN Afdeling 1. - Verboden lijst Art. 7.De minister stelt de verboden lijst vast. Afdeling 2. - Oprichting, opdracht, samenstelling en vergoeding van de TTN-commissie Art. 8.§ 1. Een TTN-commissie met minstens zes leden wordt opgericht. Die commissie is overeenkomstig art. 10 § 6, eerste lid van het Antidoping decreet van 25 mei 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/05/2012 pub. 12/07/2012 numac 2012035749 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de preventie en bestrijding van doping in de sport sluiten bevoegd voor de behandeling van de TTN-aanvragen en erkenning van TTN's toegekend door een andere ADO dan NADO Vlaanderen. De TTN-commissie beslist elektronisch, bij meerderheid van stemmen van de leden. Het secretariaat van de TTN-commissie is gevestigd op het adres van NADO Vlaanderen. § 2. NADO Vlaanderen stelt de leden van de TTN-commissie aan volgens behoefte en wijst onder hen een voorzitter en een of meer plaatsvervangende voorzitters aan. NADO Vlaanderen kan op verzoek van een lid een einde maken aan zijn mandaat of een lid van zijn opdracht ontheffen wegens tekortkomingen of wegens inbreuken op de waardigheid van de functie. § 3. Om aangesteld te kunnen worden als lid van de TTN-commissie moet de betrokkene voldoen aan de volgende cumulatieve voorwaarden: 1° arts of master in de Geneeskunde zijn;2° houder zijn van een van de volgende diploma's: a) licentie in de Lichamelijke Opvoeding;b) master in de Lichamelijke Opvoeding en de Bewegingswetenschappen;c) bijzondere licentie in de Lichamelijke Opvoeding en de Sportgeneeskunde;d) licentie in de Sportgeneeskunde;e) getuigschrift van aanvullend onderwijs in de Sportgeneeskunde;f) master in de Sportgeneeskunde;3° een verklaring ondertekenen en aan NADO Vlaanderen bezorgen waarin de betrokkene er zich toe verbindt om: a) NADO Vlaanderen een geschreven verklaring te bezorgen, waarin ze hun persoonlijke en professionele banden met sporters, sportverenigingen en wedstrijdorganisatoren meedelen;b) NADO Vlaanderen elk belangenconflict onmiddellijk te melden;4° met uitzondering van het geval waarbij de ontheffing op eigen aanvraag is gebeurd, niet het voorwerp geweest zijn van een ontheffing van zijn of haar opdracht binnen vijf jaar die voorafgaan aan het jaar waarop de aanvraag tot aanstelling betrekking heeft. § 4. De TTN-commissie kan zo nodig advies vragen aan externe specialisten, onder meer aan bijzondere specialisten in de zorg en behandeling van sporters met een handicap. Voor de behandeling van een TTN-aanvraag door een sporter met een handicap heeft minstens één lid van de commissie bijzondere ervaring in de zorgverlening aan sporters met een handicap. § 5. Alle leden van de TTN-commissie, alsook het secretariaat en de externe specialisten behandelen de informatie die verkregen is in het kader van een TTN-aanvraag, met eerbiediging van het beroepsgeheim en van het vertrouwelijk karakter van die gegevens. § 6. Als een belangenconflict bij een lid van de commissie, dat voortkomt uit zijn activiteiten of functie, een onpartijdig oordeel onmogelijk maakt, mag het betrokken lid niet deelnemen aan de besluitneming in het dossier. Het lid brengt de voorzitter van de commissie of, als hij zelf de voorzitter is, de plaatsvervangende voorzitter of voorzitters op de hoogte van het belangenconflict en de onthouding van deelname aan de besluitneming. § 7. De meerderheid van de leden van de TTN-commissie mag geen controlearts zijn of operationele verantwoordelijkheid dragen binnen NADO Vlaanderen. § 8. De minister stelt de vergoedingen vast voor de leden van de TTN-commissie en voor de externe specialisten. Afdeling 3. - Aanvraag, toekenning en erkenning van een TTN Art. 9.§ 1. Een sporter als vermeld in artikel 10, § 3, van het Antidoping decreet van 25 mei 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/05/2012 pub. 12/07/2012 numac 2012035749 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de preventie en bestrijding van doping in de sport sluiten, die conform artikel 10, § 1, van het voormelde decreet een TTN nodig heeft en onder de bevoegdheid van NADO Vlaanderen valt, moet die zo snel mogelijk, en in ieder geval minstens dertig dagen vóór hij hem nodig heeft, aanvragen, tenzij er sprake is van een uitzonderlijke of urgente situatie. Elke TTN-aanvraag moet door de sporter worden ondertekend en via NADO Vlaanderen aan het secretariaat van de TTN-commissie bezorgd worden via fax, met de post of elektronisch met een formulier als vermeld in artikel 10, § 6, derde lid, van het voormelde decreet dat door de minister wordt vastgesteld en ter beschikking gesteld. Bij het formulier, vermeld in het tweede lid, moeten de volgende twee zaken worden gevoegd: 1° een verklaring van een bevoegde en gekwalificeerde arts, waaruit blijkt dat de sporter de verboden stof of verboden methode in kwestie moet gebruiken om therapeutische redenen;2° een uitgebreide medische historiek, inclusief - indien mogelijk - documentatie van de arts die de oorspronkelijke diagnose heeft gesteld en de resultaten van alle onderzoeken, laboratoriumtests en beeldvormingsstudies die relevant zijn voor de aanvraag. De sporter moet een complete kopie bijhouden van het ondertekende TTN-aanvraagformulier en van alle stukken en gegevens die zijn ingediend ter ondersteuning van de aanvraag. Een TTN-aanvraag zal door de TTN-commissie pas worden onderzocht na ontvangst van een correct ingevuld aanvraagformulier, vergezeld van alle relevante documenten. Onvolledige aanvragen worden met het oog op aanvulling en herindiening teruggestuurd naar de sporter. De TTN-commissie kan de sporter of diens arts verzoeken om bijkomende informatie, onderzoeken of beeldvormingsstudies, of andere informatie die het noodzakelijk acht om de aanvraag van de sporter te kunnen evalueren. De TTN-commissie kan ook de hulp inroepen van andere medische of wetenschappelijke experts naargelang ze dat aangewezen acht. Alle kosten die de sporter maakt om zijn TTN-aanvraag op te stellen en aan te vullen zoals vereist door de TTN-commissie, zijn ten laste van de sporter. § 2. Een volledig bevonden aanvraag wordt door het secretariaat van de TTN-commissie op elektronische wijze aan twee leden en aan de voorzitter of plaatsvervangende voorzitter van de TTN-commissie bezorgd. De TTN-commissie moet zo snel mogelijk en, tenzij uitzonderlijke omstandigheden van toepassing zijn, binnen maximaal 21 dagen na ontvangst van een volledige aanvraag, beslissen of het de aanvraag al dan niet verleent. Als een TTN-aanvraag binnen een redelijke termijn die voorafgaat aan een evenement is ingediend, moet de TTN-commissie alle nodige inspanningen doen om zijn beslissing vóór de start van het evenement bekend te maken. De beslissing van de TTN-commissie moet schriftelijk aan de sporter worden meegedeeld met het formulier, vermeld in artikel 10, § 6, derde lid, van het Antidoping decreet van 25 mei 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/05/2012 pub. 12/07/2012 numac 2012035749 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de preventie en bestrijding van doping in de sport sluiten, dat wordt vastgesteld door NADO Vlaanderen. De beslissing om een TTN te verlenen moet de dosis, frequentie, methode en duur vermelden voor de toediening van de verboden stof of verboden methode in kwestie waarvoor de TTN-commissie toestemming verleent, met vermelding van de klinische omstandigheden alsook eventuele voorwaarden die aan de houder van de TTN zijn opgelegd. Een TTN zal voorafgaand aan de vervaldatum door NADO Vlaanderen worden ingetrokken als de sporter niet meteen voldoet aan eventuele vereisten of voorwaarden die zijn opgelegd door de TTN-commissie. Anderzijds kan een TTN ook worden herroepen na herziening door het WADA of na een beroepsprocedure. Als een TTN wordt toegekend, waarschuwt NADO Vlaanderen de sporter dat die alleen geldt op nationaal niveau en niet geldig zal zijn als de sporter een elitesporter van internationaal niveau wordt of deelneemt aan internationale evenementen, tenzij de TTN erkend wordt door de internationale federatie of de organisator van het grote evenement. § 3. De TTN-commissie kan een kennisgeving publiceren dat ze automatisch TTN's erkent die krachtens artikel 4.4 van de Code zijn toegekend door bepaalde gespecificeerde ADO's, gemeld conform artikel 5.4 van de Internationale TTN-Standaard en bijgevolg beschikbaar zijn voor herziening door het WADA. Bij gebrek aan een automatische erkenning als vermeld in het eerste lid, moet de sporter die een door een andere ADO dan NADO Vlaanderen toegekende TTN wenst te gebruiken, bij de TTN-commissie een aanvraag tot erkenning indienen. De TTN-commissie erkent de TTN's die conform artikel 12 en 13 van dit besluit zijn toegekend door een andere ADO dan NADO Vlaanderen. De aanvraag van een erkenning verloopt volgens de procedure, vermeld in paragraaf 1 en 2. Afdeling 4. - Beroepsmogelijkheden Art. 10.Als de sporter, vermeld in artikel 9, § 1 of § 3, tweede lid, de weigering, vermeld in artikel 9, § 2 of de weigering tot erkenning van een door een andere ADO verleende TTN, vermeld in artikel 9, § 3, betwist, kan hij overeenkomstig artikel 10, § 6, eerste lid van het Antidoping decreet van 25 mei 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/05/2012 pub. 12/07/2012 numac 2012035749 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de preventie en bestrijding van doping in de sport sluiten binnen veertien dagen na de ontvangst van de kennisgeving, op gemotiveerde wijze een heroverweging vragen aan de TTN-commissie, die daarover beslist in een volledig andere samenstelling. Als de TTN-commissie de beslissing over een elitesporter van nationaal niveau herziet en een TTN toekent aan een elitesporter van nationaal niveau, kan deze beslissing door WADA aangevochten worden bij het TAS. Bij gebrek aan een beslissing van de TTN-commissie als vermeld in artikel 9, § 2, binnen de termijn van dertig dagen kan de betrokken sporter, overeenkomstig artikel 10, § 6, eerste lid Antidoping decreet van 25 mei 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/05/2012 pub. 12/07/2012 numac 2012035749 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de preventie en bestrijding van doping in de sport sluiten, binnen veertien dagen na de laatste dag van de voormelde termijn van dertig dagen, een heroverweging vragen aan de TTN-commissie, die daarover beslist in een volledig andere samenstelling. De procedure, vermeld in artikel 9, is van overeenkomstige toepassing op het verzoek tot heroverweging. Art. 11.Na het uitoefenen van zijn recht tot het aanvragen van een heroverweging, kan de elitesporter van nationaal niveau overeenkomstig artikel 4.4 van de Code schriftelijk beroep aantekenen bij het WADA tegen: 1° de weigering, vermeld in artikel 9, § 2;2° het gebrek aan een beslissing van de TTN-commissie binnen dertig dagen na de ontvangst van de volledig bevonden aanvraag, vermeld in artikel 9. Het WADA kan de toekenning of weigering van de TTN of het gebrek aan beslissing herzien. Als het WADA de toekenning of weigering van een TTN herziet, kan de betrokken sporter of NADO Vlaanderen, beroep aantekenen bij het TAS overeenkomstig de voor het TAS geldende procedureregels. Als het WADA de beslissing tot weigering van een TTN niet herziet, kan de betrokken sporter beroep aantekenen bij het TAS overeenkomstig de voor het TAS geldende procedureregels. Afdeling 5. - Beoordeling van de therapeutische noodzaak Art. 12.Een TTN voor het gebruik van een verboden stof of methode wordt alleen verleend voor een specifieke duur en als al de volgende criteria vervuld zijn: 1° de gezondheid van de sporter wordt in belangrijke mate geschaad als het gebruik van de verboden stof of verboden methode wordt geweerd tijdens de behandeling van een acute of chronische medische aandoening;2° het therapeutisch gebruik van de verboden stof of verboden methode levert naar alle waarschijnlijkheid geen bijkomende verbetering van de prestaties op, buiten wat kan worden verwacht bij het herstel van de normale gezondheidstoestand als gevolg van de behandeling van de acute of chronische medische aandoening;3° er is geen redelijk therapeutisch alternatief voor het gebruik van de verboden stof of verboden methode;4° de noodzaak van het gebruik van de verboden stof of verboden methode is geheel noch gedeeltelijk het gevolg van eerder gebruik, zonder TTN, van een stof of methode die op het ogenblik van het gebruik verboden was. Art. 13.Een TTN kan niet worden verleend met terugwerkende kracht behalve in een van de volgende gevallen: 1° medische urgentie of verzorging van acute medische situaties;2° uitzonderlijke omstandigheden, waardoor er onvoldoende tijd of gelegenheid is om een TTN-aanvraag in te dienen of om het resultaat van de TTN-aanvraag af te wachten voorafgaand aan de dopingtest;3° als een breedtesporter op het ogenblik van de monsterneming melding maakt van het gebruik van de desbetreffende verboden stof of verboden methode aan de controlearts die het noteert op het dopingcontroleformulier;4° als het WADA en de TTN-commissie van oordeel zijn dat de toekenning van een retroactieve TTN aangewezen is. HOOFDSTUK 4. - Controleartsen, chaperons, controlelaboratoria en experten Art. 14.Iedere persoon die aangewezen wil worden als controlearts, expert of chaperon, richt daarvoor een gemotiveerd verzoek aan de monsterafname-instantie. De monsterafname-instantie staat in voor het ontwikkelen van de nodige kwalificaties en het verstrekken van de opleiding van controleartsen en chaperons die door haar aangewezen worden conform bijlage H van de Internationale Standaard voor Dopingtests en Onderzoeken. Om als controlearts aangewezen te kunnen worden door NADO Vlaanderen, moet de betrokkene erkend zijn overeenkomstig artikel 15 van dit besluit of erkend zijn door de NADO van de Franse Gemeenschap, Duitstalige Gemeenschap of Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. Om als chaperon aangewezen te kunnen worden door NADO Vlaanderen, moet de betrokkene voldoen aan de voorwaarden van artikel 16 van dit besluit of erkend zijn door de NADO van de Franse Gemeenschap, Duitstalige Gemeenschap of Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. Het legitimatiebewijs, vermeld in artikel 19, § 4, van het Antidoping decreet van 25 mei 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/05/2012 pub. 12/07/2012 numac 2012035749 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de preventie en bestrijding van doping in de sport sluiten, wordt door NADO Vlaanderen uitgereikt aan de door haar aangewezen controleartsen en chaperons. Iedere persoon die erkend wil worden als controlearts, richt daarvoor een gemotiveerd verzoek aan NADO Vlaanderen. Bij dit verzoek worden de nodige bewijsstukken gevoegd om aan te tonen dat aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in dit hoofdstuk, is voldaan. De minister verleent de erkenning als controlearts afhankelijk van de behoeften. De erkenning is twee jaar geldig, tenzij ze voor de vervaldatum wordt ingetrokken. Controleartsen die door andere monsterafname-instanties dan NADO Vlaanderen worden aangesteld, worden geacht erkend te zijn. Elk WADA-geaccrediteerd en door WADA goedgekeurd laboratorium kan aangewezen worden als controlelaboratorium. Art. 15.§ 1. Om als controlearts door de minister erkend te kunnen worden, moet de betrokkene: 1° aan de twee volgende cumulatieve voorwaarden voldoen: a) arts of master in de Geneeskunde zijn of over een gelijkwaardig diploma beschikken;b) houder zijn van een van de volgende diploma's of gelijkwaardige diploma's: 1) licentie in de Lichamelijke Opvoeding;2) master in de Lichamelijke Opvoeding en de Bewegingswetenschappen;3) bijzondere licentie in de Lichamelijke Opvoeding en de Sportgeneeskunde;4) licentie in de Sportgeneeskunde;5) getuigschrift van aanvullend onderwijs in de Sportgeneeskunde;6) master in de Sportgeneeskunde;2° een door NADO Vlaanderen georganiseerde of als gelijkwaardig erkende theoretische en praktische opleiding volgen waarbij de volledige procedures van alle soorten van controleactiviteiten waarvoor de erkenning zal gelden, aan bod komen, en daarvan een of meer theoretische of praktische proeven op minstens voldoende wijze afleggen;3° minstens eenmaal als waarnemer een dopingtest hebben bijgewoond en vervolgens op minstens voldoende wijze een dopingtest hebben uitgevoerd onder rechtstreeks toezicht en verantwoordelijkheid van een controlearts die een ADO heeft aangewezen.Het toezicht houden bij de monsterafname hoort hier niet bij; 4° een verklaring ondertekenen en aan NADO Vlaanderen bezorgen waarin hij zich ertoe verbindt om: a) NADO Vlaanderen altijd schriftelijk of elektronisch al zijn persoonlijke en professionele banden met sporters, sportverenigingen en wedstrijdorganisatoren mee te delen;b) NADO Vlaanderen elk belangenconflict onmiddellijk te melden en zich te onthouden van het aanvaarden van controleopdrachten op sporters met wie hij een persoonlijke band heeft en zich te onthouden van controleopdrachten bij sportverenigingen waar hij een professionele band mee heeft;c) zich bij het uitoefenen van zijn taak als controlearts passend te gedragen;d) alle gegevens die hij in het kader van zijn taak als controlearts ontvangt, strikt vertrouwelijk te behandelen;5° met uitzondering van het geval waarbij de intrekking van zijn erkenning op eigen aanvraag is gebeurd, niet het voorwerp geweest zijn van een intrekking van zijn erkenning als controlearts binnen vijf jaar die voorafgaan aan het jaar waarop de aanvraag tot erkenning betrekking heeft. § 2. Om de erkenning als controlearts te kunnen behouden of te hernieuwen moet de betrokkene: 1° jaarlijks deelnemen aan ten minste een vormingsactiviteit die door of op initiatief van NADO Vlaanderen is georganiseerd of als gelijkwaardig is erkend, en slagen voor een of meer theoretische of praktische proeven;2° elke wijziging in de banden, vermeld in paragraaf 1, 4°, a), binnen dertig dagen na de wijziging schriftelijk aan NADO Vlaanderen meedelen;3° de verklaring, vermeld in paragraaf 1, 4°, naleven;4° de erkenningsvoorwaarden, instructies van NADO Vlaanderen en alle bepalingen van het Antidoping decreet van 25 mei 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/05/2012 pub. 12/07/2012 numac 2012035749 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de preventie en bestrijding van doping in de sport sluiten en dit besluit naleven. Art. 16.Om als chaperon door NADO Vlaanderen aangewezen te kunnen worden, moet de betrokkene erkend zijn door de NADO van de Franse Gemeenschap, Duitstalige Gemeenschap of Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie of aan de volgende voorwaarden voldoen: Voor de aanstelling als chaperon: 1° meerderjarig zijn;2° een door NADO Vlaanderen georganiseerde of als gelijkwaardig erkende theoretische en praktische opleiding volgen waarbij de volledige procedures van alle soorten van controleactiviteiten waarvoor de accreditatie zal gelden, aan bod komen, en daarvan een of meer theoretische of praktische proeven op minstens voldoende wijze afleggen;3° een verklaring ondertekenen en aan NADO Vlaanderen bezorgen waarin hij zich ertoe verbindt om: a) NADO Vlaanderen altijd schriftelijk of elektronisch al zijn persoonlijke en professionele banden met sporters, sportverenigingen en wedstrijdorganisatoren mee te delen;b) NADO Vlaanderen elk belangenconflict onmiddellijk te melden en zich te onthouden van het aanvaarden van opdrachten om op te treden als chaperon bij sporters met wie hij een persoonlijke band heeft en zich te onthouden van opdrachten bij sportverenigingen waar hij een professionele band mee heeft;c) zich bij het uitoefenen van zijn taak als chaperon passend te gedragen;d) alle gegevens die hij in kader van zijn taak als chaperon ontvangt strikt vertrouwelijk te behandelen;4° met uitzondering van het geval waarbij de intrekking op eigen aanvraag is gebeurd, niet het voorwerp geweest zijn van een intrekking van zijn accreditatie binnen vijf jaar die voorafgaan aan het jaar waarop de aanvraag tot accreditatie betrekking heeft. Na de aanstelling als chaperon moet de betrokkene: 1° jaarlijks deelnemen aan ten minste een vormingsactiviteit die door of op initiatief van NADO Vlaanderen is georganiseerd of als gelijkwaardig is erkend, en slagen voor een of meer theoretische of praktische proeven;2° elke wijziging in de banden, vermeld in paragraaf 1, 3°, a), binnen dertig dagen schriftelijk of elektronisch aan NADO Vlaanderen meedelen;3° de verklaring, vermeld in paragraaf 1, 3°, naleven;4° de voorwaarden in dit artikel, instructies van de controlearts en alle andere toepasselijke bepalingen van het Antidoping decreet van 25 mei 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/05/2012 pub. 12/07/2012 numac 2012035749 bron vlaamse overheid Decreet betreffende de preventie en bestrijding van doping in de sport sluiten en dit besluit naleven. Art. 17.In afwijking van artikel 15 en 16 kunnen de personeelsleden van NADO Vlaanderen die een rechtstreekse verantwoordelijkheid dragen op het vlak van de preventie en bestrijding van doping in de sport, en die voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 15 en 16, met uitzondering van de proeven, vermeld in artikel 15 en 16, erkend worden als controlearts en een legitimatiebewijs verkrijgen als controlearts of chaperon. Art. 18.Om als expert aangewezen te kunnen worden, moet de betrokkene: 1° aan de volgende voorwaarden voldoen: a) voor de aanduiding als expert inzake de bloedmodulekennis hebben van klinische hematologie, sportgeneeskunde of inspanningsfysiologie;b) voor de aanduiding als expert inzake de steroïdenmodule: kennis hebben van labo-analyse, steroïdendoping of endocrinologie;2° zich ertoe verbinden om: a) NADO Vlaanderen altijd schriftelijk of elektronisch al zijn persoonlijke en professionele banden met sporters, sportverenigingen en wedstrijdorganisatoren mee te delen;b) NADO Vlaanderen elk belangenconflict onmiddellijk te melden;c) zich bij het uitoefenen van zijn taak als expert passend te gedragen;d) alle gegevens die hij ontvangt in het kader van zijn taak als expert, strikt vertrouwelijk te behandelen. Art. 19.De besluiten over de erkenning van controleartsen worden bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. Art. 20.De minister stelt de vergoedingen vast voor de prestaties en onkosten van de controleartsen, controlelaboratoria, de chaperons en de experten. HOOFDSTUK 5. - Dopingcontroles Afdeling 1. - De monsterneming Onderafdeling 1. - Voorbereiding van de monsterneming Art. 21.In dit artikel wordt verstaan onder analyseopdracht: de opdracht aan het controlelaboratorium om de bij een dopingtest afgenomen monsters te analyseren. De opdrachtgever die een dopingcontrole wil uitvoeren, formuleert daarvoor een controleopdracht aan de controlearts of, als de opdrachtgever niet de monsterafname-instantie is, aan de monsterafname-instantie. De analyseopdracht, die bestemd is voor het controlelaboratorium, wordt als bijlage bij de controleopdracht gevoegd. Voor zover redelijkerwijs mogelijk, moeten dopingcontroles worden gecoördineerd via ADAMS of een ander door het WADA goedgekeurd systeem om de efficiëntie van de gezamenlijke dopingcontroles te optimaliseren en onnodige herhaling van dopingcontroles te vermijden. De opdrachtgever bepaalt welke gegevens de controleopdracht en de analyseopdracht bevatten. De controlearts of de chaperon kan niet optreden voor een controleopdracht waarbij de controleopdracht zou kunnen worden beïnvloed door een persoonlijke betrokkenheid of door banden met de sporter, de sportvereniging of sportactiviteit in kwestie. Art. 22.§ 1. De aangewezen controlearts organiseert en ziet toe op het goede verloop van de dopingcontrole en de monsterneming. De monsterafname-instantie wijst, afhankelijk van de behoeften, de chaperons aan die de controlearts zullen bijstaan bij de dopingcontrole en de monsterneming. § 2. De controlearts of chaperon die de dopingcontrole uitvoert, legitimeert zich zo nodig aan de hand van zijn legitimatiebewijs, dat daarvoor wordt uitgereikt door de monsterafname-instantie. De controlearts moet over de officiële documenten beschikken die hem door de opdrachtgever werden bezorgd en waaruit blijkt dat hij en zijn chaperons bevoegd zijn om monsters af te nemen bij de sporters. De controlearts moet ook een bijkomend identificatiebewijs kunnen voorleggen met daarop zijn naam en foto alsook de vervaldatum van het identificatiebewijs. § 3. De controlearts kan een of meer taken die hem zijn toegewezen, delegeren aan een aangewezen chaperon, met uitzondering van de organisatie en het toezicht op het goede verloop van de dopingcontrole en de monsterneming. Art. 23.Voor een monsterneming binnen wedstrijdverband moet de controlearts bij de monsterneming rekening houden met het normale verloop van de wedstrijd. Voor een monsterneming buiten wedstrijdverband kan de controlearts beslissen om, als de sporter weigert om de monsterneming te laten uitvoeren in de woning van de sporter, in een redelijke nabijheid, een andere geschikte plaats voor de controle aan te wijzen waarnaar de betrokken sporter zich, onder permanente begeleiding en rechtstreeks toezicht van de controlearts of chaperon die hem bijstaat, moet begeven. Onderafdeling 2. - Aanwijzing en oproep van de sporters voor monsterneming Art. 24.Zonder afbreuk te doen aan de mogelijkheid voor de controlearts om voorafgaand te overleggen met de afgevaardigde van de sportvereniging of met de organisator van de wedstrijd in kwestie, wijst de controlearts volgens zijn controleopdracht de sporters aan die zich voor een monsterneming moeten aanbieden. Bij een vermoeden van dopingpraktijken kan de controlearts op eigen initiatief een of meer sporters aanvullend aanwijzen voor een monsterneming. Art. 25.De sporter moet als eerste op de hoogte gebracht worden dat hij is geselecteerd voor een monsterneming, tenzij voorafgaand contact met een derde is vereist aangezien het een minderjarige sporter of een sporter met een handicap betreft en bijstand van deze derde nodig is om de sporter te helpen identificeren of de sporter te informeren over het feit dat hij een monster moet afstaan. De opdrachtgever of, in geval van NADO Vlaanderen, de minister, kan vanwege het specifieke karakter van bepaalde wedstrijden andere werkwijzen van oproeping bepalen. Als het eerste contact is gelegd, moet de persoon die de sporter oproept, hem de volgende informatie meedelen: 1° de verplichting om een monster af te staan;2° de bevoegdheid waaronder de dopingcontrole plaatsvindt;3° het type monsterneming en de voorwaarden waaraan moet worden voldaan bij de monsterneming;4° de rechten van de sporter, met inbegrip van het recht om: a) zich te laten bijstaan door een persoon van zijn keuze en een tolk, als dat nodig en mogelijk is;b) bijkomende informatie te vragen over de procedure van de dopingcontrole;c) wegens de redenen, vermeld in artikel 27, uitstel te vragen voor de aanmelding in het dopingcontrolestation;d) voor een minderjarige sporter of voor een sporter met een handicap, wijzigingen in de monsterafnameprocedure te vragen overeenkomstig artikel 27;e) informatie te vragen over de mogelijke gevolgen van een verzuim van naleving van de procedures van de dopingcontrole;5° de plichten van de sporter, waaronder de plicht om: a) onder permanente begeleiding en rechtstreeks toezicht van de controlearts of chaperon te blijven, vanaf het moment van de kennisgeving dat hij een dopingcontrole moet ondergaan tot de voltooiing van de monsterneming, tenzij, de controle niet onaangekondigd is;b) een monster met een voor analyse geschikte dichtheid te verstrekken;c) een officieel identificatiebewijs met foto voor te leggen;d) te voldoen aan de monsterafnameprocedures;e) zich onmiddellijk aan te melden in het dopingcontrolestation voor een monsterneming, behalve als hij een geldige reden tot uitstel heeft als vermeld in artikel 27;6° de locatie van het dopingcontrolestation;7° dat het voorafgaand consumeren van voedsel en drank op risico van de sporter is en dat buitensporige rehydratatie in elk geval vermeden moet worden;8° dat het verboden is om te urineren voor het monster afgestaan wordt, en dat aan de controlearts en de chaperons de eerst uitgescheiden urine moet worden verschaft sinds de oproep tot de dopingcontrole. In het derde lid, 5°, b), wordt verstaan onder voor analyse geschikte dichtheid: de dichtheid gemeten op 1,005 of hoger met een refractometer, of op 1,010 of hoger met teststaafjes. Art. 26.§ 1. Wanneer contact is opgenomen, moet de controlearts of chaperon al de volgende handelingen stellen: 1° vanaf het ogenblik van dit contact tot het ogenblik waarop de sporter het dopingcontrolestation na zijn monsterafnameprocedure verlaat, de sporter te allen tijde onder toezicht houden;2° zich identificeren tegenover de sporter;3° de identiteit van de sporter bevestigen aan de hand van een officieel identificatiebewijs met foto. § 2. De controlearts of chaperon laat de sporter het oproepingsformulier ondertekenen, waarmee de sporter aantoont dat hij de kennisgeving, vermeld in artikel 25, derde lid, erkent en aanvaardt. De sporter en de kennisgevende controlearts of chaperon ondertekenen het oproepingsformulier. Het wordt tegen ontvangstbewijs overhandigd aan de sporter. Als de sporter weigert de oproeping te tekenen of de kennisgeving, vermeld in artikel 25, derde lid, omzeilt, moet de persoon die de sporter oproept, indien mogelijk, de sporter informeren over de gevolgen van een weigering. De controlearts zal de opdrachtgever daarvan op de hoogte brengen in een gedetailleerd verslag. Art. 27.§ 1. De sporter meldt zich onmiddellijk na de oproeping aan in het dopingcontrolestation. De controlearts of chaperon kan, op verzoek van de sporter, toestaan dat de sporter zich niet onmiddellijk in het dopingcontrolestation aanbiedt of het dopingcontrolestation tijdelijk verlaat na erkenning of aanvaarding van de oproeping, op voorwaarde dat de sporter onder permanente begeleiding en rechtstreeks toezicht blijft van de controlearts of een chaperon en voor een van de volgende activiteiten: 1° deelname aan een uitreikingsceremonie;2° vervullen van mediaverplichtingen;3° deelname aan verdere wedstrijden;4° uitvoeren van een warm-down;5° krijgen van de nodige medische verzorging;6° opsporen van een persoon die de minderjarige sporter of sporter met een handicap bijstaat, of van een tolk;7° verkrijgen van een officieel identificatiebewijs met foto;8° bij een dopingcontrole buiten wedstrijdverband, afwerken van een trainingssessie;9° andere redelijke omstandigheden zoals bepaald door de controlearts, met inachtneming van eventuele instructies van de opdrachtgever. § 2. De controlearts of chaperon moet alle redenen voor het uitstellen van de aanmelding bij het dopingcontrolestation en/of voor het verlaten van het dopingcontrolestation waarvoor verder onderzoek door de opdrachtgever nodig kan zijn, documenteren. Elk verzuim van de sporter om onder permanent toezicht te blijven, moet ook worden geregistreerd. Een controlearts of chaperon moet een verzoek tot uitstel van een sporter weigeren als de sporter tijdens dat uitstel niet onder permanent toezicht kan blijven. Als de sporter de aanmelding bij het dopingcontrolestation om enige andere reden dan een van de redenen, vermeld in paragraaf 1, uitstelt, maar toch nog vóór het vertrek van de controlearts aankomt, is het aan de controlearts om te beslissen of hij dit al dan niet als een mogelijk verzuim van naleving behandelt. Indien enigszins mogelijk, moet de controlearts de monsterafname voortzetten en de details van het uitstel van de sporter om zich bij het dopingcontrolestation te melden, documenteren. Als een controlearts of chaperon ook maar iets opmerkt dat de monsterafname zou kunnen compromitteren, moet de controlearts de omstandigheden ervan melden en documenteren. Als de controlearts dit gepast acht, moet hij overwegen of het gepast is om een bijkomend monster bij de sporter af te nemen. Art. 28.De controlearts of een chaperon brengen de opdrachtgever met een gedetailleerd verslag op de hoogte van ieder mogelijk verzuim van naleving die ze in het kader van de oproep van de sporter voor de monsterneming vaststellen. Een verzuim van naleving kan bestaan uit: 1° het niet beschikken over een officieel identificatiebewijs met foto;2° het weigeren de oproeping te tekenen of het omzeilen van de kennisgeving, vermeld in artikel 25, derde lid;3° een uitstel van onmiddellijke aanmelding of het vroegtijdig verlaten van het dopingcontrolestation;4° een verzuim van de sporter om onder permanente begeleiding en rechtstreeks toezicht van de controlearts of chaperon te blijven;5° andere omstandigheden die de monsterneming kunnen beïnvloeden. Onderafdeling 3. - De eigenlijke monsterneming Art. 29.De controlearts moet gebruikmaken van een dopingcontrolestation dat op zijn minst de privacy, veiligheid en hygiëne van de sporter garandeert en dat uitsluitend als dopingcontrolestation wordt gebruikt voor de duur van de monsterafnameprocedure. De controlearts moet alle belangrijke afwijkingen van deze criteria registreren. In het dopingcontrolestation of in een afzonderlijke ruimte ernaast is een toilet aanwezig, dat uitsluitend bruikbaar is voor de monsterafname, en een wachtruimte. Art. 30.In de nabijheid, te beoordelen door de controlearts, van de plaats waar de wedstrijd plaatsvindt, houdt de organisator een afzonderlijke ruimte ter beschikking die aan de vereisten voldoet om als dopingcontrolestation te dienen. De organisator zorgt voor voldoende ongeopende flessen niet-alcoholische drank om de sporter de mogelijkheid te geven om te hydrateren. Bij afwezigheid van een door de organisator ter beschikking gestelde voldoende ingerichte ruimte bepaalt de controlearts de plaats van de monsterneming, in overeenstemming met de vereisten van privacy, hygiëne en veiligheid. Art. 31.Zonder de identiteit, veiligheid en integriteit van het monster in het gedrang te brengen, zijn voor sporters met een handicap de volgende wijzigingen in de monsterafnameprocedure toegelaten: 1° het gebruik van door de controlearts aanvaard aangepast materiaal en door de controlearts aanvaarde aangepaste voorzieningen voor de monsterneming;2° na toelating van de sporter en de controlearts, bijstand bij de monsterneming door een persoon naar keuze van de sporter of door bevoegd personeel, voor de sporter met een intellectuele, fysieke of sensorische handicap;3° alle overige wijzigingen die de situatie naar het oordeel van de controlearts vereist. Sporters die een sonde of afvoersysteem gebruiken, zijn verplicht om alle resterende urine uit dergelijke systemen te verwijderen vooraleer een monster te verschaffen voor analyse. Waar mogelijk, moet een ongebruikte sonde of ongebruikt afvoersysteem gebruikt worden. Het is de verantwoordelijkheid van de sporter om hierover te beschikken. Zonder de identiteit, veiligheid en integriteit van het monster in het gedrang te brengen, is de controlearts of chaperon verplicht de minderjarige in het bijzijn van een volwassene op te roepen voor de monsterneming en zijn voor minderjarige sporters de volgende wijzigingen in de monsterafnameprocedure toegelaten: 1° het recht op bijstand door een ouder, voogd of degene die de minderjarige onder zijn bewaring heeft, uitgezonderd tijdens het afscheiden van urine, behalve op verzoek van de minderjarige.De bedoeling is ervoor te zorgen dat de controlearts op een correcte manier toezicht houdt op het afstaan van het monster. Zelfs als de minderjarige bijstand van een vertegenwoordiger afwijst, moeten de controlearts en chaperon overwegen of een andere derde al dan niet aanwezig moet zijn tijdens de kennisgeving en monsterafname. Als de minderjarige zich niet op dat recht beroept, wordt dat in het dopingcontroleformulier opgenomen; 2° de locatie voor alle dopingcontroles buiten wedstrijdverband is bij voorkeur een locatie waar een volwassene waarschijnlijk aanwezig zal zijn, zoals een trainingslocatie;3° alle overige wijzigingen die de situatie naar het oordeel van de controlearts vereist. Art. 32.De monsterafname-instantie moet criteria bepalen voor wie tijdens de monsterafnameprocedure naast de controlearts en chaperons aanwezig mag zijn. Deze criteria moeten minstens het volgende omvatten: 1° het recht van een sporter om zich tijdens de monsterafnameprocedure te laten vergezellen door een vertegenwoordiger en/of tolk, behalve als de sporter een urinemonster afstaat;2° het recht van een minderjarige sporter en het recht van de controlearts of chaperon die als getuige optreedt, om een vertegenwoordiger toezicht te laten houden op de controlearts of chaperon die als getuige optreedt wanneer de minderjarige sporter een urinemonster afstaat, maar zonder dat de vertegenwoordiger het afstaan van het monster rechtstreeks observeert, tenzij de minderjarige sporter daarom vraagt;3° het recht van een sporter met een handicap om vergezeld te worden van een vertegenwoordiger;4° een waarnemer van het WADA, voor zover dat van toepassing is krachtens het adviesprogramma voor evenementen.De waarnemer van het WADA zal het afstaan van een urinemonster niet rechtstreeks observeren. Indien de monsterafname-instantie NADO Vlaanderen is, hebben alleen de bovenstaande personen, en bijkomende personen, toegelaten door de controlearts het recht om aanwezig te zijn bij de monsterafnameprocedure. Art. 33.De controlearts en chaperons mogen alleen gebruikmaken van monsterafnamemateriaal dat op zijn minst aan al de volgende voorwaarden voldoet: 1° het omvat een uniek nummeringssysteem voor alle flesjes, houders, buisjes of andere items die worden gebruikt om het monster te verzegelen;2° het heeft een afsluitsysteem waarmee niet geknoeid kan worden;3° het verzekert dat de identiteit van de sporter niet van het materiaal zelf kan worden afgeleid;4° het verzekert dat al het materiaal proper en verzegeld is vóór het door de sporter wordt gebruikt. Art. 34.De handelingen die vereist zijn voor de monsterneming, worden door de sporter verricht, tenzij de sporter toestemming geeft aan de controlearts om die handelingen uit te voeren. Dat laatste wordt in voorkomend geval op het dopingcontroleformulier genoteerd. Art. 35.§ 1. De afname van urinemonsters verloopt volgens de volgende procedure: 1° de sporter kiest een verzegelde opvangbeker uit een groep van dergelijke bekers, opent die, vergewist zich ervan dat hij leeg en proper is, en vult hem met minstens negentig milliliter urine onder het visuele toezicht van een lid van het dopingcontroleteam, dat van hetzelfde geslacht is;2° de sporter kiest een analysekit uit een groep verzegelde kits, die bestaat uit twee flesjes met hetzelfde codenummer, gevolgd door de letter "A" voor het eerste flesje, en de letter "B", voor het tweede flesje.Hij opent die en kijkt na of de flesjes leeg en proper zijn. Hij giet ten minste dertig milliliter urine in flesje B, en ten minste zestig milliliter urine in het flesje A. Hij behoudt enkele urinedruppels in de opvangbeker. Hij sluit beide flesjes hermetisch, en kijkt na of er geen lekken zijn; 3° de controlearts meet de soortelijke dichtheid van de urine die in de opvangbeker overblijft.Als uit het lezen blijkt dat het monster niet de soortelijke dichtheid heeft die voor de analyse in een controlelaboratorium noodzakelijk is, moet de controlearts een nieuwe urinemonsterneming eisen. De procedure, vermeld in punt 1° en 2°, wordt gevolgd voor de nieuwe monsterneming; 4° de controlearts kijkt na of het codenummer dat op de sluitdoppen en op flesje A en B vermeld is, hetzelfde is.Het codenummer wordt op het dopingcontroleformulier geschreven. De sporter kijkt na of het codenummer dat vermeld is op de sluitdoppen en op flesje A en B, hetzelfde is als het codenummer dat op het dopingcontroleformulier vermeld is; 5° de controlearts verwijdert, voor de ogen van de sporter, de overblijvende urine die niet voor het controlelaboratorium bestemd is. § 2. Als de sporter minder dan negentig milliliter urine aflevert, brengt de controlearts de sporter op de hoogte van de plicht om een bijkomend monster af te leveren tot het minimumvolume van negentig milliliter is bereikt. De controlearts laat de sporter materiaal voor de gedeeltelijke monsterneming en een monsternemingskit kiezen. De sporter controleert of al het materiaal goed verzegeld is en niet vatbaar is voor vervalsing. Als dat niet het geval is, kiest hij ander materiaal. Na controle van alle codenummers die vermeld worden op het dopingcontroleformulier, wordt de urine in het flesje A gegoten en tijdelijk verzegeld op de wijze die de controlearts vraagt. Het flesje A wordt door de controlearts bewaard. Bij een onaangekondigde dopingcontrole blijft de sporter onder permanente begeleiding en rechtstreeks toezicht van een lid van het dopingcontroleteam terwijl hij wacht om een bijkomend monster af te staan. Als de sporter in staat is om een bijkomend monster af te staan, wordt de procedure voor de monsterneming van urine herhaald en beëindigd als een toereikend volume is afgestaan. Art. 36.De afname van bloedmonsters verloopt volgens de volgende procedure: 1° voor hij overgaat tot de bloedafname, zorgt de controlearts ervoor dat de sporter zich minstens tien minuten in een comfortabele positie kan bevinden;2° de controlearts laat de sporter de opvangbuisjes en monsternemingskits kiezen die nodig zijn voor de monsterneming.De sporter kan die kiezen uit een aantal goed verpakte opvangbuisjes en monsternemingskits die hem aangeboden worden. De sporter kijkt na of de gekozen opvangbuisjes en kits goed verpakt zijn. Als de sporter niet tevreden is met het gekozen materiaal, kan hij ander materiaal uitkiezen; 3° het materiaal voor de afname van het bloedmonster bestaat uit: a) één of meer opvangbuisjes die bestemd zijn voor de monsterneming;b) één of meer monsternemingskits waarin elk opvangbuisje apart verzegeld kan worden;4° de codenummers op het materiaal worden gecontroleerd en worden genoteerd op het dopingcontroleformulier.Als de nummers niet overeenstemmen, kan de sporter ander materiaal kiezen; 5° de huid wordt door de controlearts gereinigd met een steriel ontsmettingsdoekje op de plaats waar de bloedafname gedaan zal worden. Voor de bloedafname wordt een plaats op het lichaam gekozen waar ze geen nadelig gevolg kan hebben voor de sporter en zijn prestatie. De controlearts moet het bloedmonster uit een oppervlakkige ader in het opvangbuisje laten lopen. Voor zover nodig zal een knelband aangelegd worden voor de bloedafname. De knelband wordt in voorkomend geval onmiddellijk verwijderd na de aderpunctie; 6° de controlearts neemt de nodige hoeveelheid bloed van de sporter af, zorgt ervoor dat de flesjes voldoende gevuld zijn en keert, nadat de bloedtoevoer in de flesjes stopt, de buisjes zachtjes drie keer om;7° als de hoeveelheid bloed die tijdens de eerste poging bij de sporter kan worden afgenomen, niet volstaat, moet de controlearts de procedure herhalen.Er mogen maximaal drie pogingen worden ondernomen. Als alle pogingen mislukken, moet de controlearts de bloedafnameprocedure beëindigen en de reden daarvan noteren op het dopingcontroleformulier; 8° de controlearts brengt een pleister aan op de plaats van de punctie;9° als het monster verdere behandeling ter plaatse vereist, zoals centrifugering, moet de sporter toezicht blijven houden op het monster tot het in een veilige verzegelde kit is gestoken;10° de opvangbuisjes worden in de daarvoor bestemde monsternemingskits verzegeld. Art. 37.§ 1. Bij elke monsterneming worden de bevindingen vastgelegd in een dopingcontroleformulier, volgens het model dat wordt vastgesteld door de opdrachtgever. In geval van twijfel over de oorsprong of de authenticiteit van het monster moet aan de sporter worden gevraagd om een bijkomend monster te verstrekken. Weigert de sporter een bijkomend monster te verstrekken, dan moet de controlearts de omstandigheden van de weigering gedetailleerd documenteren. De controlearts moet de sporter de mogelijkheid bieden om eventuele opmerkingen die hij heeft over het verloop van de monsterafnameprocedure, te documenteren. § 2. Tijdens de monsterafnameprocedure moet, indien van toepassing, op zijn minst de volgende informatie worden geregistreerd: 1° datum, tijdstip en of het een aangekondigde of onaangekondigde dopingcontrole betreft;2° tijdstip van aankomst bij het dopingcontrolestation;3° datum en tijdstip waarop de monsterafnameprocedure werd beëindigd;4° de naam van de sporter;5° de geboortedatum van de sporter;6° het geslacht van de sporter;7° het thuisadres, e-mailadres en telefoonnummer van de sporter;8° de sport en sportdiscipline die de sporter beoefent;9° de naam van de coach en de dokter van de sporter;10° het codenummer van het monster;11° het type monster;12° of de test binnen of buiten wedstrijdverband plaatsvindt;13° de naam en handtekening van de controlearts en chaperon die als getuige optreedt;14° indien van toepassing, de naam en handtekening van de chaperon die door de monsterafname-instantie gemachtigd is om een bloedmonster af te nemen;15° vereiste informatie voor het controlelaboratorium over het monster;16° medicatie en voedingssupplementen die binnen een voorafgaande periode van zeven dagen werden ingenomen en, wanneer het gaat om een bloedmonster, bloedtransfusies uitgevoerd binnen een voorafgaande periode van drie maanden, volgens de verklaringen van de sporter;17° eventuele onregelmatigheden in de procedures;18° opmerkingen van de sporter betreffende het verloop van de monsterafnameprocedure, zoals verklaard door de sporter;19° toestemming van de sporter om gegevens van de monsterafname te verwerken;20° al dan niet toestemming van de sporter om het monster of de monsters te gebruiken voor onderzoeksdoeleinden;21° indien van toepassing, de naam en handtekening van de persoon die de sporter bijstaat als voorzien in artikel 31;22° de naam en handtekening van de sporter;23° de naam en handtekening van de controlearts en chaperon;24° de naam van de opdrachtgever;25° de naam van de monsterafname-instantie;26° de naam van de instantie bevoegd voor resultatenbeheer. Bij bloedafnames voor het opstellen van een biologisch paspoort moet ook de in artikel 57 vermelde informatie worden geregistreerd. § 3. Aan het eind van de monsterafnameprocedure moeten de sporter en de c …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.