← België

Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake

Kort samengevat

Dit besluit van de Vlaamse Regering wijzigt bestaande regelgeving over milieuhygiëne en energie, met als doel de energie-efficiëntie en het gebruik van hernieuwbare energie te bevorderen. Het zet hiervoor gedeeltelijk Europese richtlijnen om in Vlaamse wetgeving.

Wat het reguleert

Wie het aanbelangt

Kernpunten

📄 Wettekst
8 JULI 2022. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, het Energiebesluit van 19 november 2010 en het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/07/2012 pub. 24/07/2012 numac 2012035868 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de tweede aanpassing van de begroting 2012 sluiten0 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035559 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 200 van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, wat betreft het aanwijzen van personen die namens het OCMW in rechte kunnen verschijnen type decreet prom. 25/04/2014 pub. 11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie sluiten betreffende de omgevingsvergunning, wat betreft diverse bepalingen inzake de energie-efficiëntie en hernieuwbare energie Rechtsgronden Dit besluit is gebaseerd op: -het Energiedecreet van 8 mei 2009, artikel 4.1.16/1, ingevoegd bij het decreet van 30 oktober 2020Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/11/2011 pub. 15/12/2011 numac 2011035991 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van het decreet van 8 mei 2009 houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid sluiten0, artikel 4.1.22, gewijzigd bij het decreet van 18 juli 2011, artikel 7.1.4/1, ingevoegd bij het decreet van 13 juli 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/07/2012 pub. 24/07/2012 numac 2012035868 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de tweede aanpassing van de begroting 2012 sluiten en het laatst gewijzigd bij het decreet van 4 december 2020Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/11/2011 pub. 15/12/2011 numac 2011035991 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van het decreet van 8 mei 2009 houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid sluiten1, artikel 7.5.1, gewijzigd bij de decreten van 12 juli 2013 en 24 februari 2017, artikel 7.7.2, artikel 7.9.1, ingevoegd bij het decreet van 26 april 2019Relevante gevonden documenten type decreet prom. 26/04/2019 pub. 05/06/2019 numac 2019012842 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de uitrol van digitale meters en tot wijziging van artikel 7.1.1, 7.1.2 en 7.1.5 van hetzelfde decreet sluiten, artikel 8.2.1, artikel 8.2.2, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 19/12/2014 pub. 30/12/2014 numac 2014036946 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2015 type decreet prom. 19/12/2014 pub. 29/01/2015 numac 2015035095 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013 type decreet prom. 19/12/2014 pub. 03/02/2015 numac 2015035083 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de tweede aanpassing van de begroting 2014 type decreet prom. 19/12/2014 pub. 03/07/2015 numac 2015035711 bron vlaamse overheid Decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2015 type decreet prom. 19/12/2014 pub. 02/02/2015 numac 2015035048 bron vlaamse overheid Decreet houdende aanpassing van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012 aan de Code 2015 type decreet prom. 19/12/2014 pub. 10/06/2015 numac 2015035562 bron vlaamse overheid Decreet houdende de tweede aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2014 type decreet prom. 19/12/2014 pub. 12/01/2015 numac 2015035015 bron vlaamse overheid Decreet houdende de Vlaamse vastgoedcodex sluiten en het laatst gewijzigd bij het decreet van 9 juli 2021, artikel 8.2.3, ingevoegd bij het decreet van 30 oktober 2020Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/11/2011 pub. 15/12/2011 numac 2011035991 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van het decreet van 8 mei 2009 houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid sluiten0 en gewijzigd bij het decreet van 2 april 2021, artikel 8.3.1, artikel 8.4.1, gewijzigd bij het decreet van 20 december 2013Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/12/2013 pub. 05/03/2014 numac 2014035242 bron vlaamse overheid Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 12 juni 2013 tussen de federale overheid, de Gewesten en de Gemeenschappen voor de oprichting van het interfederaal Centrum voor gelijke kansen en bestrijding van discriminatie en racisme onder de vorm van een gemeenschappelijke instelling zoals bedoeld in artikel 92bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 type decreet prom. 20/12/2013 pub. 28/01/2014 numac 2014200213 bron vlaamse overheid Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 12 juni 2013 tussen de federale overheid, de Gewesten en de Gemeenschappen voor de oprichting van het interfederaal Centrum voor gelijke kansen en bestrijding van discriminatie en racisme onder de vorm van een gemeenschappelijke instelling zoals bedoeld in artikel 92bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 sluiten, artikel 8.7.1, gewijzigd bij het decreet van 4 juni 2021Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/11/2011 pub. 15/12/2011 numac 2011035991 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van het decreet van 8 mei 2009 houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid sluiten2, artikel 9.1.1, ingevoegd bij het decreet van 16 november 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 16/11/2018 pub. 14/12/2018 numac 2018015257 bron vlaamse overheid Decreet houdende diverse bepalingen inzake energie sluiten, artikel 9.1.2, ingevoegd bij het decreet van 16 november 2018Relevante gevonden documenten type decreet prom. 16/11/2018 pub. 14/12/2018 numac 2018015257 bron vlaamse overheid Decreet houdende diverse bepalingen inzake energie sluiten en gewijzigd bij het decreet van 2 april 2021, artikel 10.1.1, gewijzigd bij het decreet van 14 februari 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/02/2014 pub. 05/05/2014 numac 2014035294 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en het Energiedecreet van 8 mei 2009 sluiten, artikel 10.1.2, gewijzigd bij het decreet van 14 maart 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/03/2014 pub. 22/04/2014 numac 2014035373 bron vlaamse overheid Decreet tot wijziging van artikel 1, 2, 4, 5, 12 en 16 van het decreet van 19 juli 1973 tot regeling van het gebruik van de talen voor de sociale betrekkingen tussen de werkgevers en de werknemers, alsmede van de door de wet en de verordeningen voorgeschreven akten en bescheiden van de ondernemingen sluiten, artikel 11.1.1, gewijzigd bij de decreten van 18 november 2011, 14 maart 2014, 25 april 2014 en 17 februari 2017, artikel 11.1.3, vervangen bij het decreet van 18 november 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/11/2011 pub. 15/12/2011 numac 2011035991 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van het decreet van 8 mei 2009 houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid sluiten, artikel 11.1.5, tweede lid, gewijzigd bij het decreet van 17 december 2017, artikel 11.1.13, gewijzigd bij de decreten van 18 november 2011 en 17 februari 2017, artikel 11.1.14, het laatst gewijzigd bij het decreet van 4 december 2020Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/11/2011 pub. 15/12/2011 numac 2011035991 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van het decreet van 8 mei 2009 houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid sluiten1, artikel 11.2.1, gewijzigd bij de decreten van 18 november 2011, 14 maart 2014, 17 februari 2017 en 16 november 2018, artikel 11.2.2, gewijzigd bij de decreten van 27 november 2015, 16 november 2018 en 18 maart 2022, en artikel 11.2/2.1, ingevoegd bij het decreet van 30 oktober 2020Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/11/2011 pub. 15/12/2011 numac 2011035991 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van het decreet van 8 mei 2009 houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid sluiten0; - het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom. 25/04/2014 pub. 27/08/2014 numac 2014035559 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 200 van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, wat betreft het aanwijzen van personen die namens het OCMW in rechte kunnen verschijnen type decreet prom. 25/04/2014 pub. 11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie sluiten betreffende de omgevingsvergunning, artikel 18 en artikel 37. Vormvereisten De volgende vormvereisten zijn vervuld: - De Vlaamse minister, bevoegd voor de begroting, heeft zijn akkoord gegeven op 24 februari 2021. - De Vlaamse Toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens heeft advies gegeven op 15 maart 2022. - De Minaraad heeft advies gegeven op 21 maart 2022. - De SERV heeft advies gegeven op 21 maart 2022. - De VREG heeft advies gegeven op 21 maart 2022. - De Raad van State heeft advies nr. 71.506/3 gegeven op 13 juni 2022, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. Initiatiefnemer Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme. Na beraadslaging, DE VLAAMSE REGERING BESLUIT: HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling Artikel 1.Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van: 1° artikel 2, 1° van richtlijn 2010/31/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de energieprestatie van gebouwen;2° artikel 8 van richtlijn 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende energie-efficiëntie, tot wijziging van Richtlijnen 2009/125/EG en 2010/30/EU en houdende intrekking van de Richtlijnen 2004/8/EG en 2006/32/EG;3° artikel 15, lid 4 van richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen. HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van VLAREM II Art. 2.In artikel 1.1.2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 april 2021, wordt de volgende tekst opgeheven: "DEFINITIES ENERGIEPLANNING EN ENERGIEAUDITS (hoofdstuk 4.9) « energieplan » : een energieplan overeenkomstig de bepalingen van artikel 6.5.4 van het Energiebesluit; - « geactualiseerd energieplan » : een geactualiseerd energieplan overeenkomstig de bepalingen van artikel 6.5.7 van het Energiebesluit; - « energiestudie » : een energiestudie overeenkomstig de bepalingen van artikel 6.5.4 van het Energiebesluit; - « energiegebruik » : het primaire elektriciteitsgebruik en het primaire energetische gebruik van energiedragers en niet het non-energetische gebruik van energiedragers in de vorm van als grondstof ingezette energiedragers »; - « energieaudit » : een systematische procedure met als doel toereikende informatie te verzamelen omtrent het huidige energieverbruiksprofiel van een gebouw of groep gebouwen, van een industriële of commerciële activiteit of installatie of van private of publieke diensten, mogelijkheden voor kosteneffectieve energiebesparing te signaleren en kwantificeren en verslag uit te brengen van de resultaten;". Art. 3.In artikel 4.1.8.1, § 1, tweede lid, 3° van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 mei 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/11/2011 pub. 15/12/2011 numac 2011035991 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van het decreet van 8 mei 2009 houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid sluiten3, worden de woorden "primair energiegebruik" vervangen door de woorden "finaal energiegebruik". Art. 4.In deel 4 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 mei 2021Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/12/2013 pub. 05/03/2014 numac 2014035242 bron vlaamse overheid Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 12 juni 2013 tussen de federale overheid, de Gewesten en de Gemeenschappen voor de oprichting van het interfederaal Centrum voor gelijke kansen en bestrijding van discriminatie en racisme onder de vorm van een gemeenschappelijke instelling zoals bedoeld in artikel 92bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 type decreet prom. 20/12/2013 pub. 28/01/2014 numac 2014200213 bron vlaamse overheid Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 12 juni 2013 tussen de federale overheid, de Gewesten en de Gemeenschappen voor de oprichting van het interfederaal Centrum voor gelijke kansen en bestrijding van discriminatie en racisme onder de vorm van een gemeenschappelijke instelling zoals bedoeld in artikel 92bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 sluiten0, wordt hoofdstuk 4.9, bestaande uit artikel 4.9.1.1 tot en met 4.9.3.4, opgeheven. HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het Energiebesluit van 19 november 2010 Art. 5.In artikel 1.1.1, § 2 van het Energiebesluit van 19 november 2010, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2022Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/12/2013 pub. 05/03/2014 numac 2014035242 bron vlaamse overheid Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 12 juni 2013 tussen de federale overheid, de Gewesten en de Gemeenschappen voor de oprichting van het interfederaal Centrum voor gelijke kansen en bestrijding van discriminatie en racisme onder de vorm van een gemeenschappelijke instelling zoals bedoeld in artikel 92bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 type decreet prom. 20/12/2013 pub. 28/01/2014 numac 2014200213 bron vlaamse overheid Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 12 juni 2013 tussen de federale overheid, de Gewesten en de Gemeenschappen voor de oprichting van het interfederaal Centrum voor gelijke kansen en bestrijding van discriminatie en racisme onder de vorm van een gemeenschappelijke instelling zoals bedoeld in artikel 92bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 sluiten2, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in punt 14° wordt het woord "grote" telkens opgeheven; 2° punt 27° wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing: "27° energieaudit onderneming: een systematische procedure met de volgende doelstellingen: a) toereikende informatie verzamelen over het huidige energiegebruiksprofiel van een gebouw of groep gebouwen, van een industriële of commerciële activiteit of installatie, of van private of publieke diensten, b) mogelijkheden voor kosteneffectieve energiebesparing signaleren en kwantificeren c) verslag uitbrengen van de resultaten;"; 3° er wordt een punt 27° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "27° /1 energiebalans onderneming: een systematische procedure met als doel alle energiestromen in een bepaald jaar in een bepaald gebouw of groep gebouwen, van een industriële of commerciële activiteit of installatie of van private of publieke diensten te inventariseren, en een overzicht van het energiegebruiksprofiel te geven;"; 4° in punt 32 wordt het woord "grote" opgeheven;5° in punt 33° wordt het woord "primaire" telkens opgeheven; 6° punt 34° wordt vervangen door wat volgt: "34° energie-intensieve vestiging: een vestiging van een onderneming met een jaarlijks finaal energiegebruik van ten minste 0,1 PJ;"; 7° in punt 36° wordt tussen de woorden "een bestaand niet-residentieel gebouw" en de zinsnede ", uitgedrukt in een of meer numerieke indicatoren" de woorden "of een bestaande niet-residentiële eenheid" ingevoegd;8° in punt 37° wordt tussen de woorden "een bestaand residentieel gebouw" en de zinsnede ", uitgedrukt in een of meer numerieke indicatoren" de woorden "of een bestaande residentiële eenheid" ingevoegd; 9° er wordt een punt 41° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "41° /1 finaal energiegebruik: wat hoofdstuk V van titel VI betreft: het energetische eindverbruik van energiedragers waarbij de energie-inhoud ervan benut wordt in een vestiging van een onderneming;"; 10° er wordt een punt 53° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "53° /1 integraal milieujaarverslag: het verslag waarvan het model is opgenomen in bijlage I die gevoegd is bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 april 2004 tot invoering van het integrale milieujaarverslag;"; 11° in punt 70° /1 wordt de zinsnede "D," opgeheven; 12° aan punt 72° wordt een punt h) toegevoegd, dat luidt als volgt: "h) elektriciteitscabines;"; 13° aan punt 72° /0/1 wordt een punt f) toegevoegd, dat luidt als volgt: "f) elektriciteitscabines;"; 14° punt 72° /1/1 wordt vervangen door wat volgt: "72° /1/1 noodkoper: de natuurlijke persoon die aan de volgende twee voorwaarden voldoet: a) de noodkoper is: 1) hetzij alleen of samen met andere noodkopers voor de geheelheid volle eigenaar van een noodkoopwoning;2) hetzij voor 100 procent de vruchtgebruiker van de noodkoopwoning en minstens ook gedeeltelijk de naakte eigenaar van die noodkoopwoning;b) de noodkoper gebruikt de noodkoopwoning als hoofdverblijfplaats zoals blijkt uit de inschrijvingen in het bevolkingsregister"; 15° er wordt een punt 72° /1/1/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: "72° /1/1/1 no-regret maatregelen: "maatregelen met een terugverdientijd van minder dan drie jaar;"; 16° aan punt 103°, a) worden de woorden "of residentiële gebouweenheden" toegevoegd;17° aan punt 103°, b) worden de woorden "of niet-residentiële gebouweenheden" toegevoegd;18° aan punt 104° worden de volgende wijzigingen aangebracht: a) tussen de woorden "een residentieel gebouw" en de woorden "dat niet" worden de woorden "of een residentiële gebouweenheid" ingevoegd;b) de woorden "of een niet-residentiële gebouweenheid" worden toegevoegd;19° in punt 108° /1 wordt tussen de zinsnede "voor de huisvesting," en de woorden "dat dient als hoofdverblijfplaats" de zinsnede "dat gelegen is in het Vlaamse Gewest," ingevoegd;20° in punt 108° /2 worden tussen de zinsnede "afdeling I, hoofdstuk IV van titel VI" en het woord "betreft" de zinsnede "en hoofdstuk XI van titel VII" ingevoegd. Art. 6.In artikel 3.1.62 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2020Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/07/2012 pub. 24/07/2012 numac 2012035868 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de tweede aanpassing van de begroting 2012 sluiten9 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2022Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/12/2013 pub. 05/03/2014 numac 2014035242 bron vlaamse overheid Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 12 juni 2013 tussen de federale overheid, de Gewesten en de Gemeenschappen voor de oprichting van het interfederaal Centrum voor gelijke kansen en bestrijding van discriminatie en racisme onder de vorm van een gemeenschappelijke instelling zoals bedoeld in artikel 92bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 type decreet prom. 20/12/2013 pub. 28/01/2014 numac 2014200213 bron vlaamse overheid Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 12 juni 2013 tussen de federale overheid, de Gewesten en de Gemeenschappen voor de oprichting van het interfederaal Centrum voor gelijke kansen en bestrijding van discriminatie en racisme onder de vorm van een gemeenschappelijke instelling zoals bedoeld in artikel 92bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 sluiten2, wordt het jaartal "2024" telkens vervangen door het jaartal "2023". Art. 7.Aan artikel 5.3.1, § 5 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 29 november 2013, 23 februari 2018, 17 mei 2019 en 4 februari 2022, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt: "In afwijking van het eerste lid wordt vanaf 1 november 2022 tot en met 30 juni 2023 een noodkrediet van 90 euro ter beschikking gesteld van de huishoudelijke elektriciteitsafnemer.". Art. 8.Aan artikel 5.4.1, § 6, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 29 november 2013, 23 februari 2018, 17 mei 2019 en 4 februari 2022, wordt een tweede lid, dat luidt als volgt: ``In afwijking van het eerste lid wordt vanaf 1 november 2022 tot en met 30 juni 2023 een noodkrediet van 140 euro ter beschikking gesteld van de huishoudelijke aardgasafnemer.". Art. 9.In artikel 6.2/1.1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/11/2011 pub. 15/12/2011 numac 2011035991 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van het decreet van 8 mei 2009 houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid sluiten7 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 11 december 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid wordt de datum "1 januari 2024" vervangen door de datum "1 januari 2026";2° in het eerste lid wordt het jaartal "2023" vervangen door het jaartal "2025";3° in het vierde lid worden aan de tabel de volgende twee kolommen toegevoegd: 2024 2025 0,2 0 0,14 0 0,64 0,56 4° in het vijfde lid wordt de tabel vervangen door wat volgt: Startdatum 2021 2022 2023 2024 2025 WKK op biogas of biomassa 1 1 1 1 1 Andere WKK 0,95 0,9 0 0 0 Art.10. In artikel 6.2/1.4, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/11/2011 pub. 15/12/2011 numac 2011035991 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van het decreet van 8 mei 2009 houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid sluiten7 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 april 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° punt 2° tot en met 4° /1 worden opgeheven;2° punt 7° wordt opgeheven. Art. 11.In artikel 6.2/1.7, § 1, eerste lid van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2012Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/11/2011 pub. 15/12/2011 numac 2011035991 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van het decreet van 8 mei 2009 houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid sluiten7 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in punt 4° worden tussen de woorden "kwalitatieve warmtekrachtinstallaties" en de woorden "voor zover ze een bruto nominaal vermogen hebben groter dan 20 MWe" de woorden "op verbranding van biogas dat geen biomethaan betreft" ingevoegd;2° in punt 12° worden tussen de woorden "kwalitatieve warmte-krachtinstallaties" en de woorden "die injecteren in een directe lijn die de eigen site overschrijdt" de woorden "op de verbranding van biogas dat geen biomethaan betreft" ingevoegd; 3° er wordt een punt 13° toegevoegd, dat luidt als volgt: "13° kwalitatieve warmte-krachtinstallaties op de verbranding van biomassa dat geen biomethaan betreft, op voorwaarde dat ze niet behoren tot de categorieën, vermeld in punt 4° en 12°, met een bruto nominaal vermogen groter dan 5 MWe.". Art. 12.Aan artikel 6.4.1/1/2 van hetzelfde besluit, hersteld bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2020Relevante gevonden documenten type decreet prom. 13/07/2012 pub. 24/07/2012 numac 2012035868 bron vlaamse overheid Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de tweede aanpassing van de begroting 2012 sluiten9 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2022Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/12/2013 pub. 05/03/2014 numac 2014035242 bron vlaamse overheid Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 12 juni 2013 tussen de federale overheid, de Gewesten en de Gemeenschappen voor de oprichting van het interfederaal Centrum voor gelijke kansen en bestrijding van discriminatie en racisme onder de vorm van een gemeenschappelijke instelling zoals bedoeld in artikel 92bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 type decreet prom. 20/12/2013 pub. 28/01/2014 numac 2014200213 bron vlaamse overheid Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 12 juni 2013 tussen de federale overheid, de Gewesten en de Gemeenschappen voor de oprichting van het interfederaal Centrum voor gelijke kansen en bestrijding van discriminatie en racisme onder de vorm van een gemeenschappelijke instelling zoals bedoeld in artikel 92bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 sluiten2, waarvan de bestaande tekst paragraaf 1 zal vormen, wordt een paragraaf 2 toegevoegd, die luidt als volgt: " § 2. In deze paragraaf wordt verstaan onder stationaire installatie voor elektrochemische opslag van elektriciteit: een vast opgestelde installatie die bestaat uit een of meer elektrochemische cellen waarmee elektrische energie wordt afgenomen van het netwerk of de binneninstallatie waaraan ze gekoppeld is, om die elektrische energie op een later moment terug te voeden aan het netwerk of de binneninstallatie waaraan ze gekoppeld is. De elektriciteitsdistributienetbeheerder verleent een premie voor een nieuwe stationaire installatie voor elektrochemische opslag van elektriciteit aan de volgende personen die daarvoor een aanvraag indienen: 1° natuurlijke personen, met inbegrip van de natuurlijke personen die koopman zijn of een zelfstandig beroep uitoefenen, die eigenaar of lessee zijn van een decentrale productie-installatie voor elektriciteit om een stationaire installatie voor elektrochemische opslag van elektriciteit aan te schaffen, op voorwaarde dat die wordt aangesloten op het elektriciteitsdistributienet in het Vlaamse Gewest;2° natuurlijke personen, met inbegrip van de natuurlijke personen die koopman zijn of een zelfstandig beroep uitoefenen, die eigenaar of lessee zijn van een decentrale productie-installatie voor elektriciteit om een stationaire installatie voor elektrochemische opslag van elektriciteit te leasen, en waarbij aan de volgende voorwaarden is voldaan: a) ze zijn gedomicilieerd in het Vlaamse Gewest;b) de installatie wordt aangesloten op het elektriciteitsdistributienet in het Vlaamse Gewest;c) het leasecontract omvat een periode van minstens tien jaar. De premie voor de aankoop of leasing van een stationaire installatie voor elektrochemische opslag van elektriciteit wordt verleend conform de volgende criteria: Datum van indienstname Batterijpremie 1/1/2023-31/12/2023 150 euro vermenigvuldigd met de geïnstalleerde capaciteit van de stationaire installatie voor elektrochemische opslag van elektriciteit, uitgedrukt in kilowattuur voor de eerste 4 kilowattuur, en 125 euro vermenigvuldigd met de extra geïnstalleerde capaciteit van de stationaire installatie voor elektrochemische opslag van elektriciteit bovenop de eerste 4 kilowattuur. Die extra geïnstalleerde capaciteit komt in aanmerking tot maximaal 2 kilowattuur extra geïnstalleerde capaciteit van de stationaire installatie voor elektrochemische opslag van elektriciteit. De premie is begrensd tot 40% van de investeringskosten, vermeld op de betreffende facturen. 1/1/2024-31/12/2024 75 euro vermenigvuldigd met de geïnstalleerde capaciteit van de stationaire installatie voor elektrochemische opslag van elektriciteit, uitgedrukt in kilowattuur voor de eerste 4 kilowattuur, en 62,5 euro vermenigvuldigd met de extra geïnstalleerde capaciteit van de stationaire installatie voor elektrochemische opslag van elektriciteit bovenop de eerste 4 kilowattuur. Die extra geïnstalleerde capaciteit komt in aanmerking tot maximaal 2 kilowattuur extra geïnstalleerde capaciteit van de stationaire installatie voor elektrochemische opslag van elektriciteit. De premie is begrensd tot 40% van de investeringskosten, vermeld op de betreffende facturen. In geval van aankoop, worden onder de investeringskosten, vermeld in het derde lid, al de volgende kosten verstaan: 1° de aankoopprijs van de stationaire installatie voor elektrochemische opslag van elektriciteit, inclusief btw;2° de installatie- en plaatsingskosten van de stationaire installatie voor elektrochemische opslag van elektriciteit;3° de kostprijs van de omvormer. In geval van leasing worden onder de investeringskosten, vermeld in het derde lid, de totale leasingkosten verstaan gedurende de eerste tien jaar van het leasecontract. Per EAN-code kan maximaal één premie voor een stationaire installatie voor elektrochemische opslag van elektriciteit elke tien jaar worden toegekend, met uitzondering van het geval van een eigendomsoverdracht van het onroerend goed waarbij de installatie voorafgaand aan de eigendomsoverdracht is verwijderd. De stationaire installatie voor elektrochemische opslag van elektriciteit komt in aanmerking voor de premie, vermeld in het tweede lid, als ze voldoet aan al de volgende technische voorwaarden: 1° de afname en injectie van elektriciteit kunnen apart worden gemeten door middel van een digitale meter;2° ze beschikt over een tweerichtingscommunicatie-interface en heeft de mogelijkheid om het laad- en ontlaadvermogen van de stationaire installatie voor elektrochemische opslag van elektriciteit te sturen in functie van de tijd of op basis van externe signalen;3° ze wordt niet als een klassieke loodbatterij met waternavulmogelijkheid beschouwd.4° ze is geïnstalleerd door een elektrotechnisch installateur;5° ze is gekeurd en de aanvrager beschikt over een keuringsbewijs waarin het merk, het type, de opslagtechnologie, de werkelijke capaciteit, uitgedrukt in kWh, het vermogen, uitgedrukt in kW en de wijze van aansluiting zijn opgenomen;6° ze is aangemeld bij de netbeheerder;7° ze is aangesloten op een toegangspunt waarop een decentrale productie-installatie voor elektriciteit met een maximaal vermogen van 10 kW of in geval van een installatie op basis van zonne-energie met een maximaal AC-vermogen van de omvormer(s) van 10 kW is aangesloten, en waarbij een digitale meter is geplaatst. De premie wordt op straffe van onontvankelijkheid aangevraagd bij de elektriciteitsdistributienetbeheerder binnen uiterlijk negen maanden na de datum van de indienstname van de stationaire installatie voor elektrochemische opslag van elektriciteit. De voormelde datum van de indienstname is de datum van het AREI-keuringsverslag. In de aanvraag worden in elk geval al de volgende gegevens vermeld: 1° de EAN-code;2° het adres waarop de stationaire installatie voor elektrochemische opslag van elektriciteit is geïnstalleerd;3° de contactgegevens van de aanvrager;4° het rekeningnummer waarop de premie wordt uitbetaald vermeld. Bij de aanvraag, vermeld in het achtste lid, worden minstens al de volgende documenten gevoegd: 1° een kopie van de gedateerde factuur of van het leasecontract, eventueel aangevuld met andere documenten, waaruit het onderscheid blijkt tussen de kosten, vermeld in het vierde en vijfde lid, enerzijds en eventuele andere kosten anderzijds;2° een kopie van het elektrisch keuringsattest;3° een verklaring op erewoord waarin de elektrotechnisch installateur de volgende gegevens vermeldt: a) het type batterij ;b) de bruikbare capaciteit van de batterij;c) de investeringskost van de stationaire installatie voor elektrochemische opslag van elektriciteit, vermeld in het vierde en vijfde lid;d) de bevestiging dat er een tweerichtingscommunicatie-interface aanwezig is. De datum van de indienstname van de stationaire installatie voor elektrochemische opslag van elektriciteit, vermeld in het achtste lid, bepaalt de premiebedragen en de premievoorwaarden die van toepassing zijn. De persoon, vermeld in het tweede lid, stort de premie terug als de stationaire installatie voor elektrochemische opslag van elektriciteit binnen tien jaar na de aanmelding wordt vervreemd, behalve in geval van eigendomsoverdracht van het onroerend goed, of als de leasing binnen tien jaar na de start van de leasing wordt beëindigd. De premie wordt ook teruggestort als niet voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in het zevende lid. De eigenaar, de lessee en de leasemaatschappij in kwestie van de stationaire installatie voor elektrochemische opslag van elektriciteit brengen de elektriciteitsdistributienetbeheerder op de hoogte als de eigendom of de leasing wordt beëindigd als vermeld in het elfde lid. De elektriciteitsdistributienetbeheerder is de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming, voor de verwerkingen van persoonsgegevens. De verwerkte gegevens over de aanvragen van deze premie worden bewaard tot maximaal drie jaar na de beslissing om de premie te weigeren of tien jaar volgende op de beslissing om uit te betalen.". Art. 13.In artikel 6.4.1/1/5, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 juli 2021Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/12/2013 pub. 05/03/2014 numac 2014035242 bron vlaamse overheid Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 12 juni 2013 tussen de federale overheid, de Gewesten en de Gemeenschappen voor de oprichting van het interfederaal Centrum voor gelijke kansen en bestrijding van discriminatie en racisme onder de vorm van een gemeenschappelijke instelling zoals bedoeld in artikel 92bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 type decreet prom. 20/12/2013 pub. 28/01/2014 numac 2014200213 bron vlaamse overheid Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 12 juni 2013 tussen de federale overheid, de Gewesten en de Gemeenschappen voor de oprichting van het interfederaal Centrum voor gelijke kansen en bestrijding van discriminatie en racisme onder de vorm van een gemeenschappelijke instelling zoals bedoeld in artikel 92bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 sluiten1, worden de woorden "in 2021 en 2022" vervangen door de zinsnede "vanaf 1 januari 2021 tot en met 31 december 2024". Art. 14.In artikel 6.4.1/5/2, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2022Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/12/2013 pub. 05/03/2014 numac 2014035242 bron vlaamse overheid Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 12 juni 2013 tussen de federale overheid, de Gewesten en de Gemeenschappen voor de oprichting van het interfederaal Centrum voor gelijke kansen en bestrijding van discriminatie en racisme onder de vorm van een gemeenschappelijke instelling zoals bedoeld in artikel 92bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 type decreet prom. 20/12/2013 pub. 28/01/2014 numac 2014200213 bron vlaamse overheid Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 12 juni 2013 tussen de federale overheid, de Gewesten en de Gemeenschappen voor de oprichting van het interfederaal Centrum voor gelijke kansen en bestrijding van discriminatie en racisme onder de vorm van een gemeenschappelijke instelling zoals bedoeld in artikel 92bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 sluiten2, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 2, wordt het tweede lid vervangen door wat volgt: "De premie, vermeld in het eerste lid, wordt berekend als een percentage van de meerkosten van de investering ten opzichte van de standaardinvestering.Bij een vervangingsinvestering wordt het louter vervangen van de bestaande situatie gezien als de standaardinvestering, en bedragen de meerkosten de extra kosten die gemaakt worden om meer energiebesparing te realiseren of energie-efficiëntie te verhogen ten opzichte van een standaard vervanging. Bij een nieuwe installatie wordt de volledige investering beschouwd als meerkosten. De premie, vermeld in het eerste lid, is afhankelijk van de berekende interne rentevoet van de maatregel in de energiestudie of energieaudit. Het steunpercentage bedraagt (13 - IRR) * 20 % van de meerkost van de investering, waar 0% steun wordt gegeven bij een investering met een IRR van 13% of hoger en maximaal 60% steun wordt gegeven bij een IRR van 10% of lager. De premie, vermeld in het eerste lid, bedraagt maximaal 100.000 euro per investering met een maximaal cumulatief plafond van 100.000 euro voor drie opeenvolgende belastingjaren per eindafnemer. De elektriciteitsdistributienetbeheerder voert een administratieve controle uit op de energiestudies of de energieaudits die bij een premieaanvraag zijn gevoegd. Het VEKA voert inhoudelijke en technische controles uit op de energiestudies of de energieaudits die bij een premieaanvraag zijn gevoegd. De elektriciteitsdistributienetbeheerder houdt bij het verdere beheer van de premieaanvraag, tot zes maanden na de indiening ervan, rekening met de opmerkingen die het VEKA gemaakt heeft naar aanleiding van een controle. Als na controle blijkt dat de IRR of de meerkosten verkeerd zijn berekend in de energiestudie of in de energieaudit, wordt de steun berekend op basis van de gecorrigeerde IRR of de meerkosten. Als na controle blijkt dat de interne rentevoet groter is dan of gelijk is aan 13%, wordt de premie tot 0 euro teruggebracht."; 2° in paragraaf 2 worden in het derde lid de woorden "de terugverdientermijn en de primaire energiebesparing" vervangen door de woorden "de interne rentevoet en de finale energiebesparing";3° in paragraaf 4, tweede lid worden de woorden "een terugverdientermijn heeft die langer is dan twee jaar" vervangen door de woorden "een interne rentevoet kleiner dan 13% na belastingen heeft"; 4° in paragraaf 4, derde lid wordt de zinsnede "met een totaal jaarlijks maximum van 200.000 euro per eindafnemer en per site" vervangen door de zinsnede "met een maximum van 200.000 euro per investering met een maximaal cumulatief plafond van 200.000 euro voor drie opeenvolgende belastingjaren per eindafnemer". Art. 15.In artikel 6.4.1/8 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/11/2011 pub. 15/12/2011 numac 2011035991 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van het decreet van 8 mei 2009 houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid sluiten5 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 11 december 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid wordt punt 4° vervangen door wat volgt: "4° personen die voldoen aan een van de volgende criteria: a) de natuurlijke personen die aan de voorwaarden voldoen om een verwarmingstoelage te ontvangen, die wordt toegekend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn conform titel 10, hoofdstuk 3 van de programmawet van 22 december 2008; b) personen waarvan het aan de personenbelasting onderworpen inkomen van het derde jaar dat aan de aanvraagdatum voorafgaat, in voorkomend geval verhoogd met het inkomen van de persoon met wie ze wettelijk of feitelijk samenwonen, en verminderd met 1.300 euro per persoon ten laste, niet meer bedraagt dan 25.000 euro. Dit bedrag wordt jaarlijks met ingang van 1 januari 2018 aangepast aan de ontwikkeling van de gezondheidsindex. De basisindex is die van de maand oktober 2006. De nieuwe index is die van de maand oktober van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de index aangepast wordt. Alle bedragen worden afgerond naar het hogere tiental;"; 2° in het tweede lid worden de woorden "de prioritaire doelgroep vermeld in het vorige lid" vervangen door de zinsnede "de categorie van afnemers, vermeld in het eerste lid, 4° ". Art. 16.In artikel 6.4.1/9, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2011Relevante gevonden documenten type decreet prom. 18/11/2011 pub. 15/12/2011 numac 2011035991 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van het decreet van 8 mei 2009 houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid sluiten5 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2022Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/12/2013 pub. 05/03/2014 numac 2014035242 bron vlaamse overheid Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 12 juni 2013 tussen de federale overheid, de Gewesten en de Gemeenschappen voor de oprichting van het interfederaal Centrum voor gelijke kansen en bestrijding van discriminatie en racisme onder de vorm van een gemeenschappelijke instelling zoals bedoeld in artikel 92bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 type decreet prom. 20/12/2013 pub. 28/01/2014 numac 2014200213 bron vlaamse overheid Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 12 juni 2013 tussen de federale overheid, de Gewesten en de Gemeenschappen voor de oprichting van het interfederaal Centrum voor gelijke kansen en bestrijding van discriminatie en racisme onder de vorm van een gemeenschappelijke instelling zoals bedoeld in artikel 92bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 sluiten2, wordt punt 4° vervangen door wat volgt: "4° personen die voldoen aan een van de volgende criteria: a) de natuurlijke personen die aan de voorwaarden voldoen om een verwarmingstoelage te ontvangen, die wordt toegekend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn conform titel 10, hoofdstuk 3 van de programmawet van 22 december 2008; b) personen waarvan het aan de personenbelasting onderworpen inkomen van het derde jaar dat aan de aanvraagdatum voorafgaat, in voorkomend geval verhoogd met het inkomen van de persoon met wie ze wettelijk of feitelijk samenwonen, en verminderd met 1.300 euro per persoon ten laste, niet meer bedraagt dan 25.000 euro. Dit bedrag wordt jaarlijks met ingang van 1 januari 2018 aangepast aan de ontwikkeling van de gezondheidsindex. De basisindex is die van de maand oktober 2006. De nieuwe index is die van de maand oktober van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarin de index aangepast wordt. Alle bedragen worden afgerond naar het hogere tiental;". Art. 17.In titel VI van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2022Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/12/2013 pub. 05/03/2014 numac 2014035242 bron vlaamse overheid Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 12 juni 2013 tussen de federale overheid, de Gewesten en de Gemeenschappen voor de oprichting van het interfederaal Centrum voor gelijke kansen en bestrijding van discriminatie en racisme onder de vorm van een gemeenschappelijke instelling zoals bedoeld in artikel 92bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 type decreet prom. 20/12/2013 pub. 28/01/2014 numac 2014200213 bron vlaamse overheid Decreet houdende instemming met het samenwerkingsakkoord van 12 juni 2013 tussen de federale overheid, de Gewesten en de Gemeenschappen voor de oprichting van het interfederaal Centrum voor gelijke kansen en bestrijding van discriminatie en racisme onder de vorm van een gemeenschappelijke instelling zoals bedoeld in artikel 92bis van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 sluiten2, wordt hoofdstuk V, dat bestaat uit artikel 6.5.1 tot en met 6.5.8, vervangen door wat volgt: "Hoofdstuk V. Energieplanning, energieaudit onderneming en energiebalans onderneming Afdeling I. Energieplannen en energiestudies voor energie-intensieve vestigingen Art. 6.5.1. Deze afdeling is van toepassing op alle vestigingen van ondernemingen met een totaal finaal energiegebruik van ten minste 0,1 PJ per jaar. Art. 6.5.2. Binnen negen maanden nadat uit het eerstvolgend ingediend integraal milieujaarverslag blijkt dat een vestiging van een onderneming een totaal finaal energiegebruik van 0,1 PJ per jaar heeft, wordt er een energieplan opgesteld voor die vestiging dat conform verklaard moet worden overeenkomstig de bepalingen uit deze afdeling. Een energieplan dat goedgekeurd is in het kader van een energiebeleidsovereenkomst, geldt als conform verklaard energieplan voor de toepassing van deze afdeling, en in voorkomend geval als een energieaudit ondernemingen, vermeld in afdeling II. Art. 6.5.3. Op initiatief en onder de verantwoordelijkheid van de exploitant stellen aanvaarde energiedeskundigen het energieplan en de energiestudie op. De exploitant stelt de energiedeskundigen alle nodige informatie ter beschikking en verleent de nodige medewerking. Art. 6.5.4. § 1. Het VEKA is bevoegd om energiedeskundigen te aanvaarden. § 2. De energiedeskundigen die deel mogen uitmaken van het bedrijfspersoneel van de vestiging waarvoor ze een energieaudit onderneming opstellen, bezitten een grondige technische en bedrijfseconomische kennis van de te onderzoeken vestiging. § 3. De minister kan de verdere procedure voor de aanvaarding van de energiedeskundigen vastleggen. Art. 6.5.5. § 1. Het energieplan bevat tenminste al de volgende elementen : 1° een technische beschrijving van de vestiging;2° het gemeten jaarlijkse energiegebruik;3° de naam en het adres van de energiedeskundige betrokken bij het opstellen van het energieplan;4° de resultaten van een analyse van het specifieke energiegebruik van de vestigingen de identificatie van mogelijke maatregelen om dat specifieke energiegebruik te verminderen;5° een oplijsting van de maatregelen, vermeld in punt 4° ;6° de volgende elementen voor elk van de bedoelde maatregelen, vermeld in punt 4° en 5° : a) een technische beschrijving;b) de investeringskosten;c) de jaarlijkse exploitatiekosten;d) de verwachte energiebesparing;e) de jaarlijkse financiële opbrengst door de energiebesparing;f) de terugverdientijd;g) de interne rentevoet na belastingen;7° een lijst van alle maatregelen die conform de gegevens vermeld in punt 6°, een interne rentevoet van minstens 13% na belastingen hebben;8° een chronologisch stappenplan met timing tot implementatie van alle maatregelen, vermeld in punt 7°, conform de tijdslimieten, vermeld in paragraaf 2. § 2. De exploitant voert binnen drie jaar na de conform verklaring van het energieplan alle maatregelen uit dat energieplan met een interne rentevoet als vermeld in paragraaf 1, 7°, uit. Op gemotiveerd verzoek van de exploitant bij het VEKA kan het VEKA de termijn verlengen of kan het VEKA vrijstelling verlenen voor de uitvoering van de voormelde maatregelen. In het verzoek toont de exploitant met gegronde economische of financiële redenen aan dat de voormelde termijn niet gehaald kan worden of dat de interne rentevoet lager geworden is dan de interne rentevoet, vermeld in paragraaf 1, 7°. § 3. De energiestudie bevat minstens al de volgende elementen : 1° het verwachte jaarlijkse energiegebruik;2° de naam en het adres van de energiedeskundige die betrokken is bij het opstellen van de energiestudie;3° een situering van de energie-efficiëntie van de vestiging of een onderdeel ervan op basis van een vergelijking met gelijkaardige vestigingen of onderdelen van vestigingen die op de markt beschikbaar zijn;4° op basis van de situering, vermeld in punt 3°, een motivering dat de in bedrijf te stellen vestiging de meest energie-efficiënte vestiging is die economisch haalbaar is.De exploitant toont aan dat energie-efficiëntere installaties die beschikbaar zijn op de markt of dat maatregelen die extra genomen kunnen worden om de energie-efficiëntie van de vestiging te verhogen, een interne rentevoet hebben van minder dan 13 % na belastingen. De exploitant neemt daarvoor in de energiestudie een vergelijkende tabel op waarin voor al de beschikbare energie-efficiëntere installaties en voor de mogelijke extra investeringen om de energie-efficiëntie te verbeteren al de volgende gegevens worden opgenomen : a) een beknopte technische beschrijving;b) de investeringskosten;c) de verwachte jaarlijkse exploitatiekosten;d) de verwachte energiebesparing ten opzichte van de vooropgestelde installatie;e) de jaarlijkse financiële opbrengst door de energiebesparing;f) de terugverdientijd;g) de interne rentevoet na belastingen. § 4. In afwijking van paragraaf 3, 4° bedraagt de vastgelegde interne rentevoet voor vestigingen van ondernemingen die toegetreden zijn tot de Energiebeleidsovereenkomst voor de verankering van en voor blijvende energie-efficiëntie in de Vlaamse energie-intensieve industrie voor VER-bedrijven en voor niet-VER-bedrijven, tot en met 31 december 2022 15 % na belastingen. Art. 6.5.6. § 1. Een energieplan wordt elektronisch voor conform verklaring ingediend bij het VEKA. Het VEKA kan nadere regels bepalen voor de vorm van de elektronische indiening. Het VEKA beslist over de conformiteit van het energieplan. Het VEKA kan zich voor die beslissing laten bijstaan door externe experten. § 2. Een energieplan is conform als het aan al de volgende vereisten voldoet: 1° het energieplan is ondertekend en gedateerd door de exploitant en een of meer energiedeskundigen die het VEKA heeft aanvaard conform artikel 6.5.4, § 1; 2° het energieplan is opgesteld conform de structuur, vermeld in artikel 6.5.5; 3° het energieplan voldoet inhoudelijk aan de bepalingen, vermeld in artikel 6.5.5. § 3. Als het dossier onvolledig is kan het VEKA binnen twintig dagen na de dag waarop het VEKA dat dossier heeft ontvangen, aan de exploitant via elektronische communicatie vragen om het aan te vullen. De exploitant bezorgt de informatie zo snel mogelijk en uiterlijk binnen twintig dagen na de dag waarop hij die elektronische communicatie heeft ontvangen aan het VEKA. § 4. Het VEKA bezorgt zijn gemotiveerde beslissing over de conformiteit van het volledige energieplan aan de exploitant binnen veertig dagen na de dag waarop het volledige energieplan heeft ontvangen. Het VEKA kan de termijn voor de beslissing over de conformiteit met een gemotiveerde beslissing, één keer verlengen met maximaal dertig dagen. Het VEKA brengt de exploitant op de hoogte van de verlenging van de behandelingstermijn. § 5. Als het VEKA niet heeft beslist binnen de termijn, vermeld in paragraaf 4, wordt het ingediende energieplan als conform beschouwd. § 6. De exploitant kan binnen twintig dagen na de dag waarop die de beslissing van het VEKA heeft ontvangen, een gemotiveerd beroep indienen tegen de beslissing, vermeld in paragraaf 4. De exploitant stuurt daarvoor een aangetekende brief naar de minister. § 7. De minister beslist over het beroep binnen drie maanden na de dag waarop die het beroep heeft ontvangen. De minister bezorgt die beslissing aan het VEKA en aan de exploitant met een aangetekende brief. § 8. Als de minister niet beslist over het beroep binnen drie maanden na de dag waarop die het beroep heeft ontvangen, wordt het energieplan als conform beschouwd. Art. 6.5.7. § 1. De conformiteit van het energieplan geldt voor een periode van vier jaar vanaf de datum waarop het VEKA of de minister het conform heeft verklaard. § 2. De exploitant bezorgt minstens drie maanden voor de conformiteit van het lopende energieplan vervalt, aan het VEKA een aanvraag tot conform verklaring van een geactualiseerd energieplan. § 3. Het geactualiseerde energieplan, vermeld in paragraaf 2, voldoet aan de voorwaarden van artikel 6.5.5, § 1, en wordt aangevuld met de volgende onderdelen: 1° een overzicht van de uitvoering van de maatregelen uit het vorige energieplan met de vermelding van hun effecten op het vlak van energie- en CO2-besparing;2° een lijst met eventuele wijzigingen aan het vorige energieplan. Gegevens die al zijn opgenomen in het vorige conform verklaarde energieplan en in de tussentijd niet gewijzigd zijn, hoeven niet herhaald te worden in het voormelde geactualiseerde energieplan. Een verwijzing naar die gegevens in het voormelde geactualiseerde energieplan volstaat. § 4. Het VEKA beslist over de conformiteit van het energieplan conform artikel 6.5.3., 6.5.5. en 6.5.6. Vanaf de datum van de conform verklaring vervangt het geactualiseerde energieplan, vermeld in paragraaf 2, het vorige energieplan. Art. 6.5.8. De exploitant of een persoon, die daartoe door de exploitant gemachtigd is, geeft de resultaten van het energieplan, dat conform is verklaard conform deze afdeling, in de webapplicatie, die daarvoor beschikbaar wordt gesteld door het VEKA, in, uiterlijk drie maanden na de conform verklaring van het energieplan door het VEKA. Afdeling II. Verplichte energieaudit voor niet energie-intensieve ondernemingen Art. 6.5.9. Deze afdeling is van toepassing op alle vestigingen met een totaal finaal energiegebruik tussen 0,05 en 0,1 PJ per jaar en alle vestigingen van een onderneming waarbij de vestiging in het Vlaamse Gewest ligt en voldoet aan de criteria van een grote onderneming met een totaal finaal energiegebruik kleiner dan 0,1 PJ per jaar. Art. 6.5.10. De exploitant beschikt uiterlijk op 1 april 2023 over een geldige energieaudit onderneming. Vestigingen van ondernemingen die pas na 1 april 2023 voldoen aan de criteria, vermeld in artikel 6.5.9, voldoen binnen zes maanden aan de bepalingen van deze afdeling. Art. 6.5.11. De energieaudit onderneming wordt uitgevoerd door aanvaarde energiedeskundigen, op initiatief en verantwoordelijkheid van de exploitant. De exploitant stelt de energiedeskundigen alle nodige informatie ter beschikking en verleent de nodige medewerking. Art. 6.5.12. § 1. Het VEKA is bevoegd voor het aanvaarden van energiedeskundigen. § 2. De energiedeskundigen, die deel mogen uitmaken van het bedrijfspersoneel van de vestiging waarvoor ze een energieaudit onderneming opstellen, bezitten een grondige technische en bedrijfseconomische kennis van de te onderzoeken vestiging. § 3. De minister kan de verdere procedure voor de aanvaarding van de energiedeskundigen vastleggen. Art. 6.5.13. § 1. De energieaudit onderneming voldoet aan al de volgende voorwaarden: 1° de energieaudit onderneming is gebaseerd op actuele, gemeten en traceerbare operationele gegevens betreffende het energiegebruik en de belastingsprofielen voor elektriciteit;2° de energieaudit onderneming omvat een gedetailleerd overzicht van het energiegebruiksprofiel van gebouwen of groepen gebouwen, industriële processen of installaties, met inbegrip van vervoer;3° de energieaudit onderneming bouwt zoveel mogelijk voort op een analyse van levenscycluskosten, in plaats van simpele terugverdienperioden, om rekening te houden met langetermijnbesparingen, residuele waarden van langetermijninvesteringen in discontopercentages;4° de energieaudit onderneming is proportioneel en voldoende representatief om de vorming van een betrouwbaar beeld van de totale energieprestaties en de betrouwbare bepaling van de belangrijkste punten ter verbetering mogelijk te maken. § 2. De energieaudit onderneming bevat minstens al de volgende elementen: 1° een technische beschrijving van de vestiging;2° het gemeten jaarlijkse energiegebruik;3° de naam en het adres van de energiedeskundige(n) die betrokken is of zijn bij het opstellen van de energieaudit onderneming;4° de resultaten van een analyse van de verdeling van het gemeten jaarlijks energiegebruik over de verschillende energiegebruikers binnen de vestiging en de identificatie van mogelijke maatregelen om het energiegebruik te verminderen;5° een oplijsting van de maatregelen, vermeld in punt 4° ;6° de volgende elementen voor elk van de maatregelen, vermeld in punt 4° en 5° : a) een technische beschrijving;b) de investeringskosten;c) de jaarlijkse exploitatiekosten;d) de verwachte energiebesparing;e) de jaarlijkse financiële opbrengst door de energiebesparing;f) de terugverdientijd;g) de interne rentevoet na belastingen;7° een lijst van alle maatregelen die conform de gegevens, vermeld in punt 6°, een interne rentevoet van minstens 13% na belastingen hebben;8° een chronologisch stappenplan met timing tot implementatie van alle maatregelen, vermeld in punt 7°, volgens de tijdslimieten, vermeld in paragraaf 4. § 3. Het VEKA stelt een sjabloon van de energieaudit onderneming ter beschikking. § 4. De exploitant voert binnen drie jaar, na de indiening van de energieaudit onderneming, alle maatregelen uit de energieaudit onderneming met een interne rentevoet van minstens 13% uit. Op gemotiveerd verzoek van de exploitant bij het VEKA kan het VEKA de termijn verlengen of kan het VEKA vrijstelling verlenen voor de uitvoering van die maatregelen. In het verzoek toont de exploitant met gegronde economische of financiële redenen aan dat de voormelde termijn niet kan gehaald worden of dat de interne rentevoet lager geworden is dan de interne rentevoet, vermeld in het eerste lid. Art. 6.5.14. § 1. De energieaudit onderneming heeft een geldigheidsduur van vier jaar vanaf de datum waarop de energieaudit onderneming werd ingediend in de webapplicatie. § 2. De exploitant laadt voor de geldigheidsduur van de energieaudit onderneming vervalt, een geactualiseerde energieaudit onderneming op in de webapplicatie. Nadat de geactualiseerde energieaudit onderneming is ingediend, vervangt de geactualiseerde energieaudit onderneming de vorige energieaudit onderneming. § 3. De geactualiseerde energieaudit onderneming, vermeld in paragraaf 2, voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 6.5.13, en wordt aangevuld met de volgende onderdelen: 1° een overzicht van de uitvoering van de maatregelen uit de vorige energieaudit onderneming met de vermelding van hun effecten op het vlak van energie- en CO2-besparing;2° een lijst met eventuele wijzigingen aan de vorige energieaudit onderneming. Gegevens die al zijn opgenomen in de vorige energieaudit onderneming en in de tussentijd niet gewijzigd zijn, hoeven niet herhaald te worden in de geactualiseerde energieaudit onderneming, vermeld in paragraaf 2. Een verwijzing naar die gegevens in de voormelde geactualiseerde energieaudit onderneming volstaat. Art. 6.5.15. De exploitant van de vestiging of een persoon, die daartoe door de exploitant gemachtigd is, geeft de resultaten van de energieaudit onderneming, die conform deze afdeling opgesteld is, in de webapplicatie, die daarvoor beschikbaar wordt gesteld door het VEKA, in. Afdeling III. Energiebalans onderneming Art. 6.5.16. Deze afdeling is van toepassing op alle vestigingen met een totaal finaal energiegebruik tussen 0,02 en 0,05 PJ per jaar, als die vestigingen voldoen aan de definitie van een kmo. Art. 6.5.17. De exploitant beschikt uiterlijk op 1 april 2023 over een energiebalans onderneming. Vestigingen van ondernemingen die na 1 april 2023 voldoen aan de criteria, vermeld in artikel 6.5.16, voldoen binnen zes maanden aan de bepalingen van deze afdeling. Art. 6.5.18. De energiebalans onderneming wordt uitgevoerd door de exploitant van de vestiging of een persoon, die daartoe door de exploitant gemachtigd is, en die zich registreert in de webapplicatie. Art. 6.5.19. § 1. Een energiebalans onderneming voldoet aan al de volgende voorwaarden: 1° de energiebalans onderneming bevat minstens een overzicht van het energiegebruiksprofiel, en in elk geval een overzicht van de ene …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.