← België

Besluit van de Vlaamse Regering houdende de bekrachtiging van de reglementen van de instellingen voor hoger onderwijs met betrekking tot de afwijkende

Kort samengevat

Deze wet bekrachtigt de reglementen van Vlaamse universiteiten en hogescholen over de toelatingsvoorwaarden voor bacheloropleidingen, inclusief afwijkende en bijzondere voorwaarden. Het doel is om duidelijkheid te scheppen over wie onder welke omstandigheden kan starten met een bacheloropleiding.

Wat het reguleert

Wie het betreft

Kernpunten

📄 Wettekst
14 juli 2004. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende de bekrachtiging van de reglementen van de instellingen voor hoger onderwijs met betrekking tot de afwijkende algemene of bijzondere toelatingsvoorwaarden tot een bachelorsopleiding De Vlaamse Regering, Gelet op het decreet van 4 april 2003Relevante gevonden documenten type decreet prom. 04/04/2003 pub. 14/08/2003 numac 2003035868 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen sluiten betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen, inzonderheid op artikel 65, § 2, derde lid; Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 28 april 2004; Gelet op het advies nr. 37.312/1 van de Raad van State, gegeven op 17 juni 2004, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Op voorstel van de Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming; Na beraadslaging, Besluit : Artikel 1.De bij dit besluit gevoegde reglementen in verband met de afwijkende of bijzondere toelatingsvoorwaarden voor de inschrijving voor een bachelorsopleiding van de hierna genoemde universiteiten en hogescholen worden bekrachtigd. De universiteiten : 1° Katholieke Universiteit Brussel;2° Katholieke Universiteit Leuven;3° Limburgs Universitair Centrum;4° Transnationale Universiteit Limburg;5° Universiteit Antwerpen;6° Universiteit Gent;7° Vrije Universiteit Brussel. De hogescholen : 1° Arteveldehogeschool 2° EHSAL, Europese Hogeschool Brussel;3° Erasmushogeschool Brussel;4° Groep T-Hogeschool Leuven;5° Hogere Zeevaartschool;6° Hogeschool Antwerpen;7° Hogeschool Gent;8° Hogeschool Limburg;9° Hogeschool Sint-Lukas Brussel;10° Hogeschool West-Vlaanderen;11° Hogeschool voor Wetenschap en Kunst;12° Karel de Grote-Hogeschool;13° Katholieke Hogeschool Brugge-Oostende;14° Katholieke Hogeschool Kempen;15° Katholieke Hogeschool Leuven;16° Katholieke Hogeschool Limburg;17° Katholieke Hogeschool Mechelen;18° Katholieke Hogeschool Sint-Lieven;19° Katholieke Hogeschool Zuid-West Vlaanderen;20° Lessius Hogeschool;21° Plantijn-Hogeschool;22° Provinciale Hogeschool Limburg. Art. 2.Dit besluit treedt in werking met ingang van het academiejaar 2004-2005. Art. 3.De Vlaamse minister, bevoegd voor het Onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit. Brussel, 14 juli 2004. De minister-president van de Vlaamse Regering, B. SOMERS De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming, M. VANDERPOORTEN Bijlage Katholieke Universiteit Brussel Voorstel reglement voor toelating tot een bacheloropleiding Artikel 1.Tot het eerste jaar van een bacheloropleiding worden toegelaten, de personen die beschikken over : a) een diploma van het secundair onderwijs uit België;b) een diploma van het hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan uit België;c) een diploma van het hoger onderwijs voor sociale promotie uit België met uitzondering van het getuigschrift voor pedagogische bekwaamheid;d) een diploma of getuigschrift dat bij of krachtens een wet, decreet, Europese richtlijn of een andere internationale overeenkomst als gelijkwaardig met de diploma's uit de categorieën a), b), c) wordt erkend. Bij ontstentenis van dergelijke erkenning kan het universiteitsbestuur personen die in een land buiten de Raad van Europa een diploma hebben behaald dat toelating verleent tot vergelijkbare hogere studies in dat land, toelaten tot inschrijving voor een academische bacheloropleiding van de eerste cyclus. Kandidaat-studenten met een diploma van buiten de Vlaamse Gemeenschap worden toegelaten enkel tot een in het Nederlands georganiseerde opleiding indien zij aan één van de volgende voorwaarden voldoen : - zij bewijzen dat zij reeds examens met succes in het Nederlands hebben afgelegd; - zij slagen voor een examen Nederlands niveau 5 (afgenomen door ILT van de K.U.Leuven of Talencentrum K.U. Brussel); - zij leggen een certificaat voor van een opleiding Nederlands dat door de universiteit als gelijkwaardig kan beschouwd worden met het slagen voor de hiervoor aangehaalde niveaus. Art. 2.Een inschrijving als student in een academische bacheloropleiding kan uitsluitend als men over de vereiste diploma's beschikt. De kandidaat-student heeft tot 31 januari van het lopende academiejaar om te voldoen aan de toelatingsvoorwaarde. Studenten van buiten de Europese Gemeenschap moeten reeds voor aanvang van het academiejaar voldoen aan de toelatingsvoorwaarden. Voor een inschrijving enkel voor het afleggen van examens, waarbij men geen volledig beroep kan doen op de universitaire diensten of een vorm van ondersteuning, kan de student voldoen aan de toelatingsvoorwaarden tot één maand voor de examenperiode. Art. 3.Een kandidaat-student die in het buitenland diploma's behaalde die in aanmerking zouden komen om als gelijkwaardig beschouwd te worden, maar die omwille van zijn bijzondere situatie (vluchteling, kandidaat-vluchteling, ...) in de onmogelijkheid verkeert om de behaalde diploma's voor te leggen, kan met alle mogelijke middelen van recht bewijzen dat hij toch over het vereiste diploma beschikt. Indien de instelling met voldoende zekerheid kan vaststellen dat het diploma wel degelijk is behaald, wordt de kandidaat tot inschrijving toegelaten. Als het onmogelijk blijkt om afdoende bewijzen voor te leggen, kan de universiteit toch nog beslissen de kandidaat in te schrijven op grond van bijkomende testen. Deze testen omvatten ten eerste een taalproef, zoals beschreven in artikel 1, derde paragraaf, aangevuld met een ad hoc test opgesteld in overleg met de faculteit die verantwoordelijk is voor de opleiding waartoe de kandidaat-student toegang vraagt. De ad hoc-test wordt slechts afgenomen nadat de kandidaat-student geslaagd is voor de taaltest. Katholieke Universiteit Leuven Raamreglement voor toelating tot een bacheloropleiding Artikel 1.Algemene toelatingsregels § 1. Tot een bacheloropleiding worden toegelaten, de personen die beschikken over : a) een diploma van het secundair onderwijs uit België;b) een diploma van het hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan uit België;c) een diploma van het hoger onderwijs voor sociale promotie uit België met uitzondering van het getuigschrift voor pedagogische bekwaamheid;d) een diploma of getuigschrift dat bij of krachtens een wet, decreet, Europese richtlijn of een andere internationale overeenkomst als gelijkwaardig met de diploma's uit de categorieën a, b, c) wordt erkend.Voor een diploma behaald in een land van de Raad van Europa moet een kandidaat-student aantonen dat hij potentieel kan worden toegelaten tot een gelijksoortige opleiding; op grond van de verdragsrechtelijke bepalingen heeft hij dan een recht op toelating; e) bij ontstentenis van erkenning van een diploma of getuigschrift zoals beschreven onder d) kan het instellingsbestuur personen die in een land buiten de Raad van Europa een diploma hebben behaald dat toelating verleent tot vergelijkbare hogere studies in dat land, toelaten tot inschrijving voor een academische of professionele bacheloropleiding.Een kandidaat-student moet aantonen dat men in dat land op grond van dat diploma kan worden toegelaten tot vergelijkbare hogere studies in het algemeen. De toelating kan door de universiteit of hogeschool afhankelijk gemaakt worden van bijkomende voorwaarden en/of toetsing van de bekwaamheden voor de opleiding. § 2. Voor de inschrijving tot bacheloropleidingen in de studiegebieden audiovisuele en beeldende kunst, evenals muziek en podiumkunsten geldt als bijkomende toelatingsvoorwaarde het geslaagd zijn voor een artistieke toelatingsproef georganiseerd door de hogeschool. Voor de inschrijving voor een opleiding tot arts of tandarts geldt bovendien als toelatingsvoorwaarde het geslaagd zijn in een toelatingsexamen van de Vlaamse Gemeenschap. § 3. Kandidaat-studenten met een diploma van buiten de Vlaamse Gemeenschap worden enkel tot een in het Nederlands georganiseerde opleiding toegelaten als zij aan één van de volgende voorwaarden voldoen : - zij bewijzen dat zij de examens van ten minste één studiejaar in het secundair of hoger onderwijs met succes in het Nederlands hebben afgelegd; - zij slagen voor een examen Nederlands dat volgens de Nederlandse Taalunie een voldoende niveau biedt voor toelating tot het hoger onderwijs of voor een door de instelling op voorhand bepaald hoger niveau voor een bepaalde opleiding; - zij leggen een certificaat voor van een opleiding Nederlands dat door de universiteit of hogeschool als gelijkwaardig kan beschouwd worden met het slagen voor de hiervoor aangehaalde niveaus. Studenten kunnen hiervan worden vrijgesteld op grond van een toets of intakegesprek. Voor de toelating tot anderstalige bacheloropleidingen leggen de instellingen op vergelijkbare wijze de taalvoorwaarden vast. Art. 2.Bijzondere afwijkende toelatingsregels en bewijsperiode. Een kandidaat-student kan tot uiterlijk 31 januari van het lopende academiejaar aan de toelatingsvoorwaarde voldoen. Studenten van buiten de Europese Gemeenschap moeten reeds voor aanvang van het academiejaar voldoen aan de toelatingsvoorwaarden. Kandidaat-studenten van binnen de Europese Gemeenschap die niet in het bezit zijn van de hoger vermelde diploma's of getuigschriften kunnen tot een bacheloropleiding worden toegelaten als zij voldoen aan de volgende voorwaarden : a) zij kunnen zich aanmelden voor inschrijving als zij in de loop van het academiejaar van inschrijving de leeftijd van 21 jaar bereikt hebben of zullen bereiken.Daarenboven moet minimaal drie jaar verlopen zijn tussen het einde van het laatste schooljaar secundair onderwijs en de aanvang van het academiejaar waar zij zich voor inschrijven. Van deze leeftijdsvoorwaarde kan worden afgeweken als de kandidaat bewijst over een meer dan gemiddelde begaafdheid te beschikken. b) zij richten een vraag aan de associatie K.U.Leuven met vermelding van de universiteit of hogeschool en eventueel opleiding waarvoor zij toelating wensen. De betrokken universiteit of hogeschool onderzoekt of de kandidaat het gemiddeld geschiktheidniveau van de instromende studenten voor de toelating tot een academische dan wel professionele bachelor bereikt. De aard en inhoud van een assessment verschilt daartoe naargelang van een vraag tot toelating tot een academische of professionele bachelor. Het onderzoek vertrekt van een door de kandidaat op te maken portfolio. c) De universiteit of hogeschool richt een inschrijvingscommissie op om dit onderzoek te voeren en een uitspraak te doen.De samenstelling van de commissie wordt geregeld in een aanvullend reglement van de instelling. Beroep tegen een beslissing van niet-toelating is mogelijk bij een door de instelling aangeduid orgaan. Elke instelling van de associatie erkent voor de toelating tot een gelijkaardige opleiding de beslissing genomen in de context van de assessment procedure. Voor een inschrijving enkel voor het afleggen van examens, waarbij men geen volledig beroep kan doen op de universitaire of hogeschooldiensten, kan de student voldoen aan de toelatingsvoorwaarden tot één maand voor de examenperiode. Deze afwijking is niet van toepassing op studenten van buiten de Europese Gemeenschap : zij moeten voor aanvang van het academiejaar aan de toelatingsvoorwaarden voldoen. Art. 3.Bewijsregeling voor buitenlandse diploma's. Een kandidaat-student die in het buitenland diploma's behaalde die in aanmerking zouden komen om als gelijkwaardig beschouwd te worden, maar die omwille van zijn bijzondere situatie (vluchteling, kandidaat-vluchteling,...) in de onmogelijkheid verkeert om de behaalde diploma's voor te leggen, kan met alle middelen van recht bewijzen dat hij over het vereiste diploma beschikt. Indien de instelling met voldoende zekerheid kan vaststellen dat het diploma wel degelijk is behaald, wordt de kandidaat tot inschrijving toegelaten. Als het onmogelijk blijkt om afdoende bewijzen voor te leggen, kan de universiteit of hogeschool toch nog beslissen de kandidaat in te schrijven op grond van bijkomende testen. Deze test omvat de taalproef, zoals beschreven in artikel 1, § 3, en bij het slagen ervoor aangevuld met een ad hoc test. Aanvullende bepalingen voor de K.U.Leuven bij het algemeen toelatingsreglement van de associatie 1) In aanvulling op artikel 1, § 1, e), onderwerpt de K.U.Leuven kandidaat-studenten van buiten de Raad van Europa in elk geval aan een bijkomende toetsing van de bekwaamheden voor de opleiding. 2) In navolging van artikel 1, § 3, bepaalt de K.U.Leuven dat kandidaat-studenten die niet reeds voldoen aan één van de in het reglement vermelde voorwaarden, moeten slagen voor niveau 5 van het examen Nederlands georganiseerd door het Instituut voor Levende Talen (ILT) van de K.U.Leuven, behoudens als de kandidaat-student op een andere manier afdoende aantoont over een voldoende taalbeheersing te beschikken. De evaluatie gebeurt hiervan door het Bureau Internationaal Onthaal. Voor toelating tot anderstalige opleidingen wordt een voldoende niveau van taalvaardigheid verwacht. De concrete normen hiervoor worden vastgelegd in de onderwijsregeling met de specifieke toelatingsvoorwaarden voor elke opleiding. 3) Beroep tegen beslissingen genomen ingevolge artikel 1, § 1, e) laatste zin, artikel 2, 2e lid, c) en artikel 3, twee laatste zinnen is mogelijk bij de Coördinator studentenbeleid tot uiterlijk een week na de bekendmaking van de beslissing aan de kandidaat-student. Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering betreffende de bekrachtiging van het reglement inzake de toelating tot een bachelorsopleiding van de Katholieke Universiteit Leuven, Brussel, 14 juli 2004. Limburgs Universitair Centrum Overige academische aangelegenheden Nadere vooropleidingseisen, Toelatingsvoorwaarden tot bacheloropleiding Artikel 1.Toelatingsvoorwaarden met betrekking tot talenkennis. 1. Alleen studenten die voldoende kennis hebben van het Nederlands worden toegelaten tot een bacheloropleiding of tot een onderdeel van een bacheloropleiding met het Nederlands als onderwijstaal.De kennis van het Nederlands wordt daarom getoetst. 2. Studenten die ten minste één studiejaar in het secundair onderwijs of ten minste een studieomvang ten bedrage van 60 studiepunten in het hoger onderwijs met het Nederlands als onderwijstaal met succes hebben voltooid zijn vrijgesteld van het onderzoek naar een voldoende kennis van het Nederlands.(artikel 70, § 4). 3. De toelating tot de eerste inschrijving in een opleiding of een opleidingsonderdeel dat volledig in een andere taal dan het Nederlands wordt aangeboden kan afhankelijk worden gesteld van een toets van voldoende kennis van de gebruikte onderwijstaal.(artikel 70, § 5). Art. 2.Algemene voorwaarden voor toelating tot de bacheloropleiding. 1. Voor de inschrijving voor een bacheloropleiding geldt als algemene toelatingsvoorwaarde het bezit van een diploma van secundair onderwijs, een diploma van het hoger onderwijs van één cyclus met volledig leerplan, een diploma van het hoger onderwijs voor sociale promotie met uitzondering van het getuigschrift pedagogische bekwaamheid (artikel 65, § 1).2. Wie beschikt over een diploma of getuigschrift dat bij of krachtens een wet, decreet, Europese richtlijn of een andere internationale overeenkomst als gelijkwaardig wordt erkend met het bepaalde in lid 1 wordt eveneens toegelaten.(artikel 65, § 1) Art. 3.Bijzondere toelatingsvoorwaarden tot de bacheloropleiding (artikel 65, § 2). 1. Wie niet voldoet aan de algemene toelatingsvoorwaarde en 21 jaar is of ouder kan worden toegelaten op basis van een toelatingsonderzoek. Omwille van humanitaire redenen, medische, psychische of sociale redenen kan van de leeftijdsgrens worden afgeweken. Afwijking is ook mogelijk omwille van het algemeen kwalificatieniveau, de verdiensten of competenties van de kandidaat. 2. Wie beschikt over een diploma of getuigschrift behaald in een land buiten de Europese Unie dat toelating verleent tot het academisch onderwijs in dat land, kan worden toegelaten tot de inschrijving voor een bacheloropleiding (zie ontwerpdecreet 6 oktober 2003, toevoeging bij structuurdecreet artikel 65, § 1) mits hij slaagt voor een toelatingsonderzoek.3. Het toelatingsonderzoek bedoeld in lid 1 en in lid 2 gebeurt door een toelatingscommissie per opleiding die nagaat of de kennis, het inzicht en de vaardigheden van de kandidaat beantwoorden aan de instroomeisen voor de opleiding.De onderwerpen die deel uitmaken van het toelatingsonderzoek worden per opleiding bepaald en worden opgenomen in de onderwijs- en examenregeling. De onderwerpen worden getoetst op het niveau van het secundair onderwijs. 4. Het verzoek tot toelating wordt voor 1 september respectievelijk 1 december ingediend bij de toelatingscommissie.In uitzonderlijke gevallen kan de toelatingscommissie ook een verzoek dat haar bereikt na deze data in behandeling nemen. 5. De toelatingscommissie beslist voor 1 oktober, respectievelijk 1 januari over het verzoek.6. De toegelaten kandidaat ontvangt een schriftelijk bewijs van de beslissing waarbij hij wordt toegelaten tot een bepaalde bacheloropleiding.Kopie van die beslissing wordt ook bezorgd aan het studentensecretariaat en wordt opgenomen in het dossier van de student. Art. 4.Samenstelling toelatingscommissie. 1. Een toelatingscommissie per opleiding is als volgt samengesteld : 1° de voorzitter van de curriculumraad die tevens voorzitter is van de toelatingscommissie;2° twee overige leden met een coördinerende onderwijsopdracht in de opleiding;3° als adviserend lid, tevens secretaris, wordt een studieadviseur voor de opleiding aangesteld.2. De faculteitsraad stelt de toelatingscommissie samen op voorstel van de curriculumraad.Voor elk lid wordt een plaatsvervangend lid aangesteld. 3. De toelatingscommissie kan beroep doen op interne of externe deskundigen. Toelatingsproef arts : 1. De toegang tot de bacheloropleiding arts is decretaal onderworpen aan een toelatingsproef.Enkel wie geslaagd is voor deze toelatingsproef in een bepaald burgerlijk jaar en uiterlijk 31 december van dat burgerlijk jaar in het bezit is van het diploma secundair onderwijs of van een daarmee gelijkwaardig of gelijkgesteld studiebewijs kan voor deze bacheloropleiding inschrijven. Transnationale Universiteit Limburg Overige academische aangelegenheden Nadere vooropleidingseisen, Toelatingsvoorwaarden tot bacheloropleiding Artikel 1.Toelatingsvoorwaarden met betrekking tot talenkennis. 1. Alleen studenten die voldoende kennis hebben van het Nederlands worden toegelaten tot een bacheloropleiding of tot een onderdeel van een bacheloropleiding met het Nederlands als onderwijstaal.De kennis van het Nederlands wordt daarom getoetst. 2. Studenten die ten minste één studiejaar in het secundair onderwijs of ten minste een studieomvang ten bedrage van 60 studiepunten in het hoger onderwijs met het Nederlands als onderwijstaal met succes hebben voltooid zijn vrijgesteld van het onderzoek naar een voldoende kennis van het Nederlands.(artikel 70, § 4). 3. De toelating tot de eerste inschrijving in een opleiding of een opleidingsonderdeel dat volledig in een andere taal dan het Nederlands wordt aangeboden kan afhankelijk worden gesteld van een toets van voldoende kennis van de gebruikte onderwijstaal.(artikel 70, § 5). Art. 2.1. Algemene voorwaarden voor toelating tot de bacheloropleiding. Voor de inschrijving voor een bacheloropleiding geldt als algemene toelatingsvoorwaarde het bezit van een diploma van secundair onderwijs, een diploma van het hoger onderwijs van één cyclus met volledig leerplan, een diploma van het hoger onderwijs voor sociale promotie met uitzondering van het getuigschrift pedagogische bekwaamheid (artikel 65, § 1). 2. Wie beschikt over een diploma of getuigschrift dat bij of krachtens een wet, decreet, Europese richtlijn of een andere internationale overeenkomst als gelijkwaardig wordt erkend met het bepaalde in lid 1 wordt eveneens toegelaten.(art. 65, § 1). Art. 3.Bijzondere toelatingsvoorwaarden tot de bacheloropleiding (artikel 65, § 2). 1. Wie niet voldoet aan de algemene toelatingsvoorwaarde en 21 jaar is of ouder kan worden toegelaten op basis van een toelatingsonderzoek. Omwille van humanitaire redenen, medische, psychische of sociale redenen kan van de leeftijdsgrens worden afgeweken. Afwijking is ook mogelijk omwille van het algemeen kwalificatieniveau, de verdiensten of competenties van de kandidaat. 2. Wie beschikt over een diploma of getuigschrift behaald in een land buiten de Europese Unie dat toelating verleent tot het academisch onderwijs in dat land, kan worden toegelaten tot de inschrijving voor een bacheloropleiding (zie ontwerpdecreet 6 oktober 2003, toevoeging bij structuurdecreet art.65, § 1) mits hij slaagt voor een toelatingsonderzoek. 3. Het toelatingsonderzoek bedoeld in lid 1 en in lid 2 gebeurt door een toelatingscommissie per opleiding die nagaat of de kennis, het inzicht en de vaardigheden van de kandidaat beantwoorden aan de instroomeisen voor de opleiding.De onderwerpen die deel uitmaken van het toelatingsonderzoek worden per opleiding bepaald en worden opgenomen in de onderwijs- en examenregeling. De onderwerpen worden getoetst op het niveau van het secundair onderwijs. 4. Het verzoek tot toelating wordt voor 1 september respectievelijk 1 december ingediend bij de toelatingscommissie.In uitzonderlijke gevallen kan de toelatingscommissie ook een verzoek dat haar bereikt na deze data in behandeling nemen. 5. De toelatingscommissie beslist voor 1 oktober, respectievelijk 1 januari over het verzoek.6. De toegelaten kandidaat ontvangt een schriftelijk bewijs van de beslissing waarbij hij wordt toegelaten tot een bepaalde bacheloropleiding.Kopie van die beslissing wordt ook bezorgd aan het studentensecretariaat en wordt opgenomen in het dossier van de student. Art. 4.Samenstelling toelatingscommissie. 1. Een toelatingscommissie per opleiding is als volgt samengesteld : 1° de voorzitter van de curriculumraad die tevens voorzitter is van de toelatingscommissie;2° twee overige leden met een coördinerende onderwijsopdracht in de opleiding;3° als adviserend lid, tevens secretaris, wordt een studieadviseur voor de opleiding aangesteld.2. De faculteitsraad stelt de toelatingscommissie samen op voorstel van de curriculumraad.Voor elk lid wordt een plaatsvervangend lid aangesteld. 3. De toelatingscommissie kan beroep doen op interne of externe deskundigen. Toelatingsproef arts : 1. De toegang tot de bacheloropleiding arts is decretaal onderworpen aan een toelatingsproef.Enkel wie geslaagd is voor deze toelatingsproef in een bepaald burgerlijk jaar en uiterlijk 31 december van dat burgerlijk jaar in het bezit is van het diploma secundair onderwijs of van een daarmee gelijkwaardig of gelijkgesteld studiebewijs kan voor deze bacheloropleiding inschrijven. Universiteit Antwerpen UA-Voorstel van reglement met betrekking tot de afwijkende algemene of bijzondere toelatingsvoorwaarden Procedure : 1. De kandidaat-student richt een schriftelijke gemotiveerde aanvraag aan het departement Studentgerichte diensten.Deze aanvraag moet uiterlijk op 15 oktober van het betreffende academiejaar gesteld zijn. 2. De kandidaat-student vult deze vraag aan met een curriculum vitae dat de vraag ondersteunt.3. Het departement Studentgerichte diensten zal op basis van de gemotiveerde aanvraag en het curriculum vitae, de vraag van de student al dan niet ontvankelijk verklaren.De vraag wordt zoveel mogelijk gestaafd met officiële documenten. 4. Het departement Studentgerichte diensten gaat na of het dossier ontvankelijk kan verklaard worden op basis van algemene of bijzondere voorwaarden. De algemene voorwaarden zijn : a) ten minste 25 jaar zijn (mature age admission);b) Nederlandskundig zijn. De bijzondere voorwaarde is : a) vluchteling zijn, zoals bepaald in het Verdrag van Génève (1951).5. De bijzondere voorwaarde bij vluchtelingen is dat zij ook kunnen toegelaten worden als -25-jarige wanneer het vermoeden bestaat dat zij hun secundair onderwijs hebben beëindigd maar dat niet kunnen staven met officiële documenten.6. De student levert het bewijs dat hij/zij Nederlands kent door : - secundair onderwijs gevolgd te hebben, minstens tot en met de tweede graad, of - een taalexamen Nederlands af te leggen.7. Indien het departement Studentgerichte diensten het dossier ontvankelijk verklaart, dient de kandidaat-student een geschiktheidsonderzoek te ondergaan.8. Het geschiktheidsonderzoek wordt uitgevoerd door een toelatingscommissie bestaande uit vier leden, waarvan één het proces en de eenduidigheid van beslissing bewaakt.De overige drie leden zijn ZAP-leden die de drie wetenschapsgebieden vertegenwoordigen. De leden van de toelatingscommissie worden aangeduid door het instellingsbestuur op voordracht van de Onderwijsraad, voor hernieuwbare mandaten van vier jaar. De toelatingscommissie regelt haar interne werking en wordt administratief ondersteund door het departement Studentgerichte diensten. De toelatingscommissie rapporteert jaarlijks over de genomen beslissingen aan het instellingsbestuur. 9. De toelatingscommissie neemt een gemotiveerde beslissing over de aanvraag en deelt deze gemotiveerde beslissing schriftelijk mee aan de kandidaat.10. Indien de kandidaat een handicap heeft, is het mogelijk dat niet elke opleiding aan de instelling kan gevolgd worden of de vereiste faciliteiten op de campus aanwezig zijn.De toelatingscommissie houdt hier rekening mee bij de besluitvorming en kan bij een negatieve beslissing een doorverwijzing naar een andere instelling voorstellen. 11. Beroep tegen de beslissing is mogelijk bij de rector of zijn vertegenwoordiger, al dan niet met bemiddeling van de centrale ombudspersoon. Universiteit Gent Reglement m.b.t. de afwijkende algemene of bijzondere toelatingsvoorwaarden voor de inschrijving voor een bachelorsopleiding Artikel 1.Dit reglement regelt de toelating voor kandidaat-studenten conform artikel 65 van het structuurdecreet. Voor de toelating tot de bachelorsopleiding kunnen, onverminderd de bijkomende toelatingsvoorwaarden zoals deze in het structuurdecreet worden bepaald, vier categorieën worden onderscheiden : 1. kandidaat-studenten die rechtstreeks toegang hebben op basis van een Belgisch diploma;2. kandidaat-studenten die rechtstreeks toegang hebben op basis van een diploma of getuigschrift dat bij of krachtens een wet, decreet, Europese richtlijn of een andere internationale overeenkomst als gelijkwaardig wordt erkend;3. kandidaat-studenten die een niet-EU-diploma hebben dat niet als gelijkwaardig werd erkend maar dat wel toegang verleent tot het hoger onderwijs in het land waar het diploma werd uitgereikt;4. kandidaat-studenten die geen diploma kunnen voorleggen dat toegang verleent tot het hoger onderwijs. Art. 2.Kandidaat-studenten die rechtstreeks toegang hebben op basis van een Belgisch diploma. Volgende kandidaat-studenten hebben rechtstreeks toegang tot de bachelorsopleidingen : - houders van een Vlaams diploma Secundair Onderwijs; - houders van een diploma Hoger Onderwijs Korte Type (HOKT) / Hoger onderwijs van 1 cyclus; - houders van een diploma van het Hoger Onderwijs voor Sociale Promotie (HOSP) (met uitzondering van een getuigschrift pedagogische bekwaamheid); - houders van een diploma Secundair Onderwijs uitgereikt door de Franstalige Gemeenschap; - houders van een diploma Secundair Onderwijs uitgereikt door de Duitstalige Gemeenschap. Art. 3.Kandidaat-studenten die rechtstreeks toegang hebben op basis van een diploma of getuigschrift dat bij of krachtens een wet, decreet, Europese richtlijn of een andere internationale overeenkomst als gelijkwaardig wordt erkend. Voor deze kandidaat-studenten volstaat voorlegging van hun diploma. Het is aan de kandidaat-student zelf om - in geval van twijfel - aan te tonen dat zijn diploma als gelijkwaardig wordt erkend. Dit kan aan de hand van het formulier « Certificate attesting the equivalence of a foreign diploma for the purpose of access to the first cycle at a Flemish university » (formulier in bijlage). De inschrijvingsdienst zal de juistheid van de verstrekte gegevens nagaan. Art. 4.Kandidaat-studenten die een niet-EU-diploma hebben dat niet als gelijkwaardig werd erkend maar dat wel toegang verleent tot het hoger onderwijs in het land waar het diploma werd uitgereikt. De toelating van personen die in een land buiten de Europese Unie een diploma of getuigschrift hebben behaald dat toelating verleent tot het hoger professioneel onderwijs c.q. het academisch onderwijs, kadert binnen UGent. de algemene « procedure tot toegang tot de UGent op basis van een buitenlands diploma ». Art. 5.Kandidaat-studenten die omwille van humanitaire redenen, medische, psychische of sociale redenen geen diploma hebben dat toegang verleent tot hoger onderwijs kunnen onder bepaalde voorwaarden aan de UGent worden toegelaten. De UGent onderscheidt twee groepen. 1° (Erkende) vluchtelingen, ontheemden die geen diploma kunnen voorleggen, worden toegelaten aan de UGent mits zij slagen in een speciaal daartoe georganiseerd toelatingsexamen of slagen in het toelatingsexamen arts/tandarts.2° Kandidaat-studenten zonder diploma secundair onderwijs kunnen "voorlopig" inschrijven aan de UGent mits voorleggen van het bewijs van actuele inschrijving voor de "Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap Secundair Onderwijs', en mits zij zich akkoord verklaren met de procedure die op hun geval van toepassing is. Art. 6.Van de in Artikel 2 en artikel 5, 2°, bedoelde kandidaat-studenten wordt verondersteld dat de communicatieve vaardigheden in het Engels, Frans of het Nederlands afdoende zijn. Kandidaat-studenten zoals bedoeld in Artikelen 3, 4 en 5, 1°, moeten aantonen dat zij het Nederlands machtig zijn. Als bewijs wordt aanvaard : - De kandidaat-student heeft reeds één jaar van een Nederlandstalige opleiding met succes gevolgd; hetzij aan een andere Universiteit/Hogeschool, hetzij aan een secundaire school. - Het Certificaat Nederlands als Vreemde Taal (CNaVT) door de "Nederlandse Taalunie". - Het attest afgeleverd door het Universitair Centrum voor Talenonderwijs. Attest niveau 5 is vereist om te kunnen inschrijven. Voor studenten waarvan de moedertaal dicht bij het Nederlands aanleunt (Duits, Zuid-Afrikaans, bep. Scandinavische talen) volstaat niveau 3. Deze studenten moeten wel bewijzen dat ze zijn ingeschreven voor niveau 4 en 5 alvorens te kunnen inschrijven. Voor de in artikelen 3, 4 en 5, 1°, bedoelde kandidaat-studenten kan de faculteit een bijkomend taalexamen opleggen om de taalkennis Frans en/of Engels na te gaan. Art. 7.Dit reglement treedt in voege op 1 juli 2004 en is geldig voor de inschrijvingen voor het academiejaar 2004-2005. Vrije Universiteit Brussel Reglement afwijkende toelatingsvoorwaarden Voor personen die niet voldoen aan de in artikel 65, § 1, van het structuurdecreet vermelde toelatingsvoorwaarde kunnen toch toegelaten worden tot een bachelor-opleiding indien deze kan gemotiveerd worden aan de hand van één van de volgende elementen : - Humanitaire redenen; - Medische, psychische of sociale redenen; - Het algemeen kwalificatieniveau, de verdiensten of competenties van de kandidaat. A. Omschrijving van de verschillende categorieën : 1. Humanitaire redenen : Voor vluchtelingen, ontheemden en personen die nog niet officieel erkend zijn als vluchteling en die geen of niet alle documenten kunnen voorleggen omtrent hun vooropleiding in hun land van herkomst en dat zij aldus voldoen aan de toelatingsvoorwaarde zoals omschreven in artikel 65, § 1, van het structuurdecreet, kunnen toelating tot een bacheloropleiding krijgen, indien ze slagen voor een taaltest en een specifieke toelatingsproef, zoals omschreven onder punt B. Voor aanvang van het academiejaar dient de kandidaat-student een aanvraag in bij de Rector en de Decaan van de opleiding die hij wenst te volgen. Bij de aanvraag worden de volgende stukken toegevoegd : - Bewijs van vluchteling, ontheemde of dat men nog niet officieel erkend is als vluchteling; - Verklaring van het niet in bezit zijn van het vereiste diploma, evenals de verklaring waarom; - Omschrijving van de vooropleiding die men genoten heeft. Indien achteraf blijkt dat de inschrijving van de student op onwaarheden berust, kan de Rector de inschrijving nietig verklaren. De taaltest die dient afgelegd te worden en het niveau van de taaltest zal bepaald worden volgens de modaliteiten vastgelegd in de procedure « taalkennis Nederlands/Engels voor anderstalige kandidaat studenten ». Bij gunstig resultaat wordt de kandidaat student toegelaten tot het afleggen van een specifieke proef. Voor alle kandidaten die geslaagd zijn in de taaltest duidt de Decaan of de Voorzitter van de opleidingsraad, verantwoordelijk voor de opleiding die de kandidaat student wenst te volgen, de examencommissie voor de specifieke proef aan. Deze omvat minstens alle examinatoren van de opleidingsonderdelen. 2. Medische, psychische of sociale redenen : Voor personen die wegens medische, psychische of sociale redenen niet voldoen aan de toelatingsvoorwaarden zoals omschreven in artikel 65, § 1, van het structuurdecreet kunnen toelating krijgen tot een bacheloropleiding indien ze slagen voor een specifieke toelatingsproef zoals omschreven onder punt B. Voor aanvang van het academiejaar dient de kandidaat-student een aanvraag in bij de Rector en de Decaan van de opleiding die hij wenst te volgen. Bij de aanvraag worden de volgende stukken toegevoegd : - Bewijs tot staving van medische, psychische of sociale redenen; - Overzicht van het reeds gevolgde studietraject; - Bewijs van voldoende kennis van de onderwijstaal, namelijk ten minste één studiejaar in het secundair onderwijs of in het hoger onderwijs met het Nederlands als onderwijstaal heeft voltooid. Indien dit niet kan bewezen worden dient de student een taaltest af te leggen. Indien achteraf blijkt dat de inschrijving van de student op onwaarheden berust, kan de Rector de inschrijving nietig verklaren. Indien een taaltest dient afgelegd wordt het niveau van de taaltest bepaald volgens de modaliteiten vastgelegd in de procedure « taalkennis Nederlands/Engels voor anderstalige kandidaat studenten ». Bij gunstig resultaat wordt de kandidaat student toegelaten tot het afleggen van een specifieke proef. De Decaan of de Voorzitter van de opleidingsraad, verantwoordelijk voor de opleiding die de kandidaat-student wenst te volgen, duidt de examencommissie voor de specifieke proef aan. Deze omvat minstens alle examinatoren van de opleidingsonderdelen. 3. Het algemeen kwalificatieniveau, de verdiensten of competenties van de kandidaat. Voor personen die niet voldoen aan de toelatingsvoorwaarden zoals omschreven in artikel 65, § 1, van het structuurdecreet kunnen toelating krijgen tot een bacheloropleiding indien ze slagen voor een specifieke toelatingsproef zoals omschreven in punt B. Voor aanvang van het academiejaar dient de kandidaat-student een aanvraag in bij de Rector en de Decaan van de opleiding die hij wenst te volgen. Bij de aanvraag worden de volgende stukken toegevoegd : - Gemotiveerd verzoek; - Attesten tot staving van het algemeen kwalificatieniveau, verdiensten of competenties; - Overzicht van het reeds gevolgde studietraject; - Bewijs van voldoende kennis van de onderwijstaal, namelijk ten minste één studiejaar in het secundair onderwijs of in het hoger onderwijs met het Nederlands als onderwijstaal heeft voltooid. Indien dit niet kan bewezen worden dient de student een taaltest af te leggen; - Overzicht van werkervaringen. Indien achteraf blijkt dat de inschrijving van de student op onwaarheden berust, kan de Rector de inschrijving nietig verklaren. Indien een taaltest dient afgelegd wordt het niveau van de taaltest bepaald volgens de modaliteiten vastgelegd in de procedure « taalkennis Nederlands/Engels voor anderstalige kandidaat studenten ». Bij gunstig resultaat wordt de kandidaat student toegelaten tot het afleggen van een specifieke proef. De Decaan of de Voorzitter van de opleidingsraad, verantwoordelijk voor de opleiding die de kandidaat student wenst te volgen, duidt de examencommissie voor de specifieke proef aan. Deze omvat minstens alle examinatoren van de opleidingsonderdelen. B. Specifieke toelatingsproef. De examencommissie verantwoordelijk voor de gekozen opleiding zal de voorkennis toetsen. Hierbij wordt uitgegaan van de kennis en vaardigheden zoals vastgelegd in de leerplannen van het secundair onderwijs. Men neemt hierbij als leidraad het niveau Diploma 3e graad ASO conform de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap. Het examen van de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap omvat een gemeenschappelijk gedeelte met 3 domeinen en een specifiek gedeelte met richtinggebonden vakken. Het gemeenschappelijk gedeelte bestaat uit : Domein 1 : talen Nederlands, Frans en Engels Domein 2 : humane vakken : Geschiedenis en Aardrijkskunde Domein 3 : wiskunde/wetenschappen : - Wiskunde en geïntegreerde wetenschappen : Chemie, Fysica en Biologie Het specifiek gedeelte maakt een keuze uit deze 2 afdelingen die beide een uitbreiding van de drie domeinen omhelst : De afdeling Moderne Talen De afdeling Wetenschappen. Indien de kandidaat-student geslaagd is voor de specifieke proef verkrijgt hij een attest op basis waarvan hij een inschrijving kan nemen. Arteveldehogeschool Reglement m.b.t. de afwijkende algemene of bijzondere toelatingsvoorwaarden voor de inschrijving voor een bacheloropleiding Artikel 1.Dit reglement regelt de toelating voor kandidaat-studenten conform artikel 65 van het structuurdecreet. Voor de toelating tot de bacheloropleiding kunnen, onverminderd de bijkomende toelatings-voorwaarden zoals deze in het structuurdecreet worden bepaald, vier categorieën worden onderscheiden : 1. kandidaat-studenten die rechtstreeks toegang hebben op basis van een Belgisch diploma;2. kandidaat-studenten die rechtstreeks toegang hebben op basis van een diploma of getuigschrift dat bij of krachtens een wet, decreet, Europese richtlijn of een andere internationale overeenkomst als gelijkwaardig wordt erkend;3. kandidaat-studenten die een niet-EU-diploma hebben dat niet als gelijkwaardig werd erkend maar dat wel toegang verleent tot het hoger onderwijs in het land waar het diploma werd uitgereikt;4. kandidaat-studenten die geen diploma kunnen voorleggen dat toegang verleent tot het hoger onderwijs. Art. 2.Kandidaat-studenten die rechtstreeks toegang hebben op basis van een Belgisch diploma. Volgende kandidaat-studenten hebben rechtstreeks toegang tot de bacheloropleidingen : - houders van een Vlaams diploma Secundair Onderwijs; - houders van een diploma Hoger Onderwijs Korte Type (HOKT)/Hoger onderwijs van 1 cyclus; - houders van een diploma van het Hoger Onderwijs voor Sociale Promotie (HOSP) (met uitzondering van een getuigschrift pedagogische bekwaamheid); - houders van een diploma Secundair Onderwijs uitgereikt door de Franstalige Gemeenschap; - houders van een diploma Secundair Onderwijs uitgereikt door de Duitstalige Gemeenschap. Art. 3.Kandidaat-studenten die rechtstreeks toegang hebben op basis van een diploma of getuigschrift dat bij of krachtens een wet, decreet, Europese richtlijn of een andere internationale overeenkomst als gelijkwaardig wordt erkend. Voor deze kandidaat-studenten volstaat voorleggen van hun diploma. Het is aan de kandidaat-student zelf om - in geval van twijfel - aan te tonen dat zijn diploma als gelijkwaardig wordt erkend. De inschrijvingsdienst zal de juistheid van de verstrekte gegevens nagaan. Art. 4.Kandidaat-studenten die een niet-EU-diploma hebben dat niet als gelijkwaardig werd erkend maar dat wel toegang verleent tot het hoger onderwijs in het land waar het diploma werd uitgereikt. De toelating van personen die in een land buiten de Europese Unie een diploma of getuigschrift hebben behaald dat toelating verleent tot het hoger professioneel onderwijs c.q. het academisch onderwijs, kadert binnen de algemene « procedure toegang tot de Arteveldehogeschool op basis van een buitenlands diploma ». Art. 5.Kandidaat-studenten die omwille van humanitaire redenen, medische, psychische of sociale redenen geen diploma hebben dat toegang verleent tot hoger onderwijs kunnen onder bepaalde voorwaarden aan de Arteveldehogeschool worden toegelaten. De Arteveldehogeschool onderscheidt twee groepen. 1° (Erkende) vluchtelingen, ontheemden die geen diploma kunnen voorleggen, worden toegelaten aan de Arteveldehogeschool mits zij slagen in een speciaal daartoe georganiseerd toelatingsexamen.2° Kandidaat-studenten zonder diploma secundair onderwijs kunnen "voorlopig" inschrijven aan de Arteveldehogeschool mits voorleggen van het bewijs van actuele inschrijving voor de "Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap - Secundair Onderwijs', en mits zij zich akkoord verklaren met de procedure die op hun geval van toepassing is. Art. 6.Van de in artikel 2 en artikel 5, 2°, bedoelde kandidaat-studenten wordt verondersteld dat de communicatieve vaardigheden in het Engels, Frans of het Nederlands voldoende zijn. Kandidaat-studenten zoals bedoeld in artikelen 3, 4 en 5, 1°, moeten aantonen dat zij het Nederlands machtig zijn. Als bewijs wordt aanvaard : - De kandidaat-student heeft reeds één jaar van een Nederlandstalige opleiding met succes gevolgd; hetzij aan een andere Universiteit/Hogeschool, hetzij aan een secundaire school. - Het Certificaat Nederlands als Vreemde Taal (CNaVT) door de "Nederlandse Taalunie'. - Het attest afgeleverd door het Universitair Centrum voor Talenonderwijs in Gent. Attest niveau 5 is vereist om te kunnen inschrijven. Voor studenten waarvan de moedertaal dicht bij het Nederlands aanleunt (Duits, Zuid-Afrikaans, bep. Scandinavische talen) volstaat niveau 3. Deze studenten moeten wel bewijzen dat ze zijn ingeschreven voor niveau 4 en 5 alvorens te kunnen inschrijven. Art. 7.Dit reglement treedt in voege op 25 juni 2004 en is geldig voor de inschrijvingen voor het academiejaar 2004-2005. Europese Hogeschool Brussel Voorstel van reglement m.b.t. de afwijkende algemene en bijzondere toelatingsvoorwaarden Artikel 1.Algemene toelatingsregels. § 1. Tot een bacheloropleiding worden toegelaten, de personen die beschikken over : a) een diploma van het secundair onderwijs uit België;b) een diploma van het hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan uit België;c) een diploma van het hoger onderwijs voor sociale promotie uit België met uitzondering van het getuigschrift voor pedagogische bekwaamheid;d) een diploma of getuigschrift dat bij of krachtens een wet, decreet, Europese richtlijn of een andere internationale overeenkomst als gelijkwaardig met de diploma's uit de categorieën a, b, c) wordt erkend.Voor een diploma behaald in een land van de Raad van Europa moet een kandidaat-student aantonen dat hij potentieel kan worden toegelaten tot een gelijksoortige opleiding; op grond van de verdragsrechtelijke bepalingen heeft hij dan een recht op toelating; e) bij ontstentenis van erkenning van een diploma of getuigschrift zoals beschreven onder d) kan het instellingsbestuur personen die in een land buiten de Raad van Europa een diploma hebben behaald dat toelating verleent tot vergelijkbare hogere studies in dat land, toelaten tot inschrijving voor een academische of professionele bacheloropleiding.Een kandidaat-student moet aantonen dat men in dat land op grond van dat diploma kan worden toegelaten tot vergelijkbare hogere studies in het algemeen. De toelating kan door de hogeschool afhankelijk gemaakt worden van bijkomende voorwaarden en/of toetsing van de bekwaamheden voor de opleiding. § 2. Kandidaat-studenten met een diploma van buiten de Vlaamse Gemeenschap worden enkel tot een in het Nederlands georganiseerde opleiding toegelaten als zij aan één van de volgende voorwaarden voldoen : - zij bewijzen dat zij de examens van ten minste één studiejaar in het secundair of hoger onderwijs met succes in het Nederlands hebben afgelegd; - zij slagen voor een examen Nederlands dat volgens de Nederlandse Taalunie een voldoende niveau biedt voor toelating tot het hoger onderwijs of voor een door de instelling op voorhand bepaald hoger niveau voor een bepaalde opleiding; - zij leggen een certificaat voor van een opleiding Nederlands dat door de hogeschool als gelijkwaardig kan beschouwd worden met het slagen voor de hiervoor aangehaalde niveaus. Studenten kunnen hiervan worden vrijgesteld op grond van een toets of intakegesprek. Voor de toelating tot anderstalige bacheloropleidingen legt de instelling op vergelijkbare wijze de taalvoorwaarden vast. Art. 2.Bijzondere afwijkende toelatingsregels en bewijsperiode. Een kandidaat-student kan tot uiterlijk 31 januari van het lopende academiejaar aan de toelatingsvoorwaarde voldoen. Studenten van buiten de Europese Gemeenschap moeten reeds voor aanvang van het academiejaar voldoen aan de toelatingsvoorwaarden. Kandidaat-studenten van binnen de Europese Gemeenschap die niet in het bezit zijn van de hoger vermelde diploma's of getuigschriften kunnen tot een bacheloropleiding worden toegelaten als zij voldoen aan de volgende voorwaarden : d) zij kunnen zich aanmelden voor inschrijving als zij in de loop van het academiejaar van inschrijving de leeftijd van 21 jaar bereikt hebben of zullen bereiken.Daarenboven moet minimaal drie jaar verlopen zijn tussen het einde van het laatste schooljaar secundair onderwijs en de aanvang van het academiejaar waar zij zich voor inschrijven. Van deze leeftijdsvoorwaarde kan worden afgeweken als de kandidaat bewijst over een meer dan gemiddelde begaafdheid te beschikken. e) zij richten een vraag aan de associatie K.U.Leuven met vermelding van de universiteit of hogeschool en eventueel opleiding waarvoor zij toelating wensen. De betrokken hogeschool onderzoekt of de kandidaat het gemiddeld geschiktheidniveau van de instromende studenten voor de toelating tot een academische dan wel professionele bachelor bereikt. De aard en inhoud van een assessment verschilt daartoe naargelang van een vraag tot toelating tot een academische of professionele bachelor. Het onderzoek vertrekt van een door de kandidaat op te maken portfolio. f) De hogeschool richt een inschrijvingscommissie op om dit onderzoek te voeren en een uitspraak te doen.De samenstelling van de commissie wordt geregeld in een aanvullend reglement van de instelling. Beroep tegen een beslissing van niet-toelating is mogelijk bij een door de instelling aangeduid orgaan. Elke instelling van de associatie erkent voor de toelating tot een gelijkaardige opleiding de beslissing genomen in de context van de assessment procedure. Voor een inschrijving enkel voor het afleggen van examens, waarbij men geen volledig beroep kan doen op de hogeschooldiensten, kan de student voldoen aan de toelatingsvoorwaarden tot één maand voor de examenperiode. Deze afwijking is niet van toepassing op studenten van buiten de Europese Gemeenschap : zij moeten voor aanvang van het academiejaar aan de toelatingsvoorwaarden voldoen. Art. 3.Bewijsregeling voor buitenlandse diploma's. Een kandidaat-student die in het buitenland diploma's behaalde die in aanmerking zouden komen om als gelijkwaardig beschouwd te worden, maar die omwille van zijn bijzondere situatie (vluchteling, kandidaat-vluchteling,...) in de onmogelijkheid verkeert om de behaalde diploma's voor te leggen, kan met alle middelen van recht bewijzen dat hij over het vereiste diploma beschikt. Indien de instelling met voldoende zekerheid kan vaststellen dat het diploma wel degelijk is behaald, wordt de kandidaat tot inschrijving toegelaten. Als het onmogelijk blijkt om afdoende bewijzen voor te leggen, kan de hogeschool toch nog beslissen de kandidaat in te schrijven op grond van bijkomende testen. Deze test omvat de taalproef, zoals beschreven in artikel 1, § 2, en bij het slagen ervoor aangevuld met een ad hoc test. Erasmushogeschool Voorstel van reglement i.v.m. afwijkende toelatingsvoorwaarden n.a.v. de gecoördineerde tekst van artikel 65, § 1 en § 2, van het structuurdecreet en van het aanvullingsdecreet 1. Algemene toelatingsvoorwaarden : Voor de inschrijving voor een bacheloropleiding geldt als algemene toelatingsvoorwaarde het bezit van een diploma van het secundair onderwijs, een diploma van het hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan, een diploma van het hoger onderwijs voor sociale promotie met uitzondering van het Getuigschrift Pedagogische Bekwaamheid of van een diploma of getuigschrift dat bij of krachtens een wet, decreet, Europese richtlijn of een andere internationale overeenkomst als gelijkwaardig wordt erkend. Bij ontstentenis van een dergelijke erkenning kan het Bestuurscollege, bij een met redenen omklede beslissing, personen die in een land buiten de Europese Unie een diploma of getuigschrift behaald hebben dat toelating verleent tot het hoger professioneel onderwijs c.q. het academisch onderwijs in dat land, toelaten tot de inschrijving voor een bacheloropleiding van het hoger professioneel onderwijs c.q. het academisch onderwijs. De student dient hiertoe een schriftelijk gemotiveerde aanvraag in bij het departementshoofd. De aanvraag moet bevatten : - de attesten, getuigschriften en diploma's; - een verklaring, vermeldend de studies waartoe de houder in het land waar het diploma of het getuigschrift uitgereikt werd, toegang heeft. Deze verklaring wordt uitgereikt door de bevoegde ambassade tenzij volgens internationale verdragen een andere regeling geldt; - documenten die bijkomend geëist worden door de departementsraad. De documenten vermeld onder a) en b) moeten uitgereikt worden door de schooldirectie van het land waar de studies gevolgd werden. Ze moeten bovendien voor echt verklaard worden door een bevoegd diplomatiek agent. Voor de diploma's of getuigschriften die opgesteld werden in een andere taal dan één van de officiële talen van België of van zijn buurlanden, dient een vertaling door een Belgisch beëdigd vertaler bijgevoegd te worden. 2. Algemene en specifieke afwijkende toelatingsvoorwaarden : Het hogeschoolbestuur bepaalt algemene en specifieke afwijkende toelatingsvoorwaarden op grond waarvan personen die niet aan de in 1 bedoelde voorwaarden voldoen, kunnen worden ingeschreven voor een bacheloropleiding. De afwijkende toelatingsvoorwaarden kunnen rekening houden met volgende elementen : - humanitaire redenen; - medische, psychische of sociale redenen; - het algemene kwalificatieniveau, de verdiensten of competenties van de kandidaat. 2.1. Algemene afwijkende toelatingsvoorwaarden : Het diploma secundair onderwijs zal vóór 15 januari van het betreffende academiejaar worden verworven. Het hogeschoolbestuur kan kandidaat-studenten die het diploma van secundair onderwijs niet kunnen voorleggen bij aanvang van het academiejaar, onder voorbehoud toelaten zich in te schrijven voor de opleiding op voorwaarde dat zij kunnen aantonen dat ze in het bezit zullen zijn van het diploma tegen 15 januari van het academiejaar waarvoor ze een inschrijving vragen. De kandidaat-student dient een schriftelijk verzoek tot inschrijving in bij het departement waar hij zich wenst in te schrijven. Hierin wordt gemotiveerd waarom hij het diploma secundair onderwijs nog niet bezit en verklaart hij hoe en wanneer hij het diploma secundair onderwijs zal verwerven vóór 15 januari van het academiejaar waarvoor hij wenst in te schrijven. Na een positieve beoordeling van de departementsraad of het departementshoofd bij delegatie, mag de student zich inschrijven onder voorbehoud van het behalen van het diploma secundair onderwijs tegen de hierboven gestelde termijn. Het diploma moet uiterlijk tegen 15 januari van het betreffende academiejaar aan het studentensecretariaat zijn overgemaakt. Indien niet, dan volgt een onmiddellijke stopzetting van de inschrijving zonder terugbetaling van enig inschrijvings- of examengeld. Specifieke afwijkende toelatingsvoorwaarden : 2.2. Regeling voor de toelating tot inschrijving van vluchtelingen, ontheemden en personen die nog niet officieel erkend zijn als vluchteling. Het hogeschoolbestuur kan - in afwijking van de geldende vooropleidingseisen - vluchtelingen, ontheemden en personen die nog niet officieel erkend zijn als vluchteling en die geen of niet alle documenten kunnen voorleggen over hun vooropleiding in hun land van herkomst, toegang geven tot een bacheloropleiding indien ze slagen voor een door de hogeschool speciaal daartoe ingericht bekwaamheidsonderzoek. Indien vereist, wordt dit bekwaamheidsonderzoek voorafgegaan door een taaltoets. Uiterlijk tegen 1 september van het jaar waarin het betreffende academiejaar aanvangt, dient de kandidaat-student schriftelijk een verzoek tot inschrijving in bij het departement waar hij zich wenst in te schrijven. Dit verzoek wordt vergezeld van een dossier samen dat uit twee luiken bestaat : Enerzijds bevat het dossier : - documenten waaruit de status blijkt van vluchteling, ontheemde of persoon die nog niet officieel als vluchteling erkend is; - een geldige verblijfsvergunning in België; Anderzijds moet de kandidaat-student een dossier samenstellen met : - Een verklaring onder ede dat hij in het land van herkomst wel degelijk de vereiste vooropleiding heeft genoten, maar enkel het officiële diploma niet kan voorleggen. - Een bewijs dat het diploma waarover hij beweert te beschikken maar niet kan voorleggen, gelijkgesteld is met een Belgisch diploma dat toegang verleent tot het hogeschoolonderwijs. - Staving aan de hand van gegevens van allerlei aard die indirect aangeven dat de student daadwerkelijk de vereiste vooropleiding in het land van herkomst heeft genoten. - Een bewijs van voldoende kennis van het Nederlands om de gewenste opleiding in het Nederlands te kunnen volgen. De departementsraad, of bij delegatie het departementshoofd, van de opleiding waar de student zich wenst in te schrijven, beslist of het ingediende dossier ontvankelijk is en oordeelt of een taaltoets is vereist. Indien wel, dan is slagen voor de taaltoets noodzakelijk vooraleer tot een bekwaamheidsproef kan worden overgegaan. Indien niet, dan kan onmiddellijk worden overgegaan tot het inrichten van de bekwaamheidsproef en wordt een toelatingscommissie samengesteld bestaande uit leden van de betrokken opleiding. Deze bepaalt de inhoud en het verdere verloop van het bekwaamheidsonderzoek. Finaal neemt de departementsraad een beslissing die daarna op het bestuurscollege moet worden bekrachtigd. De inschrijving van deze student kan onmiddellijk en op om het even welk moment van het academiejaar door het Bestuurscollege worden vernietigd, indien achteraf blijkt dat elementen uit het ingediende toelatingsdossier van de student op onwaarheden berusten. 2.3. Regeling voor de toelating tot de inschrijving op basis van medische, psychische of sociale redenen : Het hogeschoolbestuur kan kandidaat-studenten die omwille van medische, psychische of sociale redenen niet kunnen voldoen aan de geldende vooropleidingseisen zoals vermeld in § 1, toegang geven tot een bacheloropleiding indien ze slagen voor een door de hogeschool speciaal daartoe ingericht bekwaamheidsonderzoek. Indien vereist, wordt dit bekwaamheidsonderzoek voorafgegaan door een taaltest. Om een dergelijke aanvraag te kunnen indienen wordt vereist dat ten minste drie jaar is verstreken tussen de datum waarop de kandidaat-student het secundair onderwijs heeft verlaten en de datum van aanvraag tot inschrijving in de hogeschool. Dit minimumtijdsinterval van drie jaar geldt niet voor kandidaat-studenten die zich aanbieden voor kunstopleidingen. Uiterlijk op 1 september van het jaar waarin het betreffende academiejaar aanvangt, dient de kandidaat-student schriftelijk een verzoek tot inschrijving in bij het departement waar hij zich wenst in te schrijven en stelt een dossier samen dat bestaat uit : - Attesten en/of documenten ter staving van het medische, psychische of sociale dossier - Attesten/getuigschriften van reeds gevolgde studiejaren die niet leiden tot een diploma - een motivering waarom het kanaal van het examen van de Vlaamse examencommissie (middenjury) niet is gebruikt Een overzicht van het studieverloop : De departementsraad, of bij delegatie het departementshoofd, van de opleiding waar de student zich wenst in te schrijven, beslist of het ingediende dossier ontvankelijk is en oordeelt of een taaltoets vereist is. Indien wel, dan is slagen voor de taaltest noodzakelijk vooraleer wordt overgegaan tot het inrichten van een bekwaamheidsproef. Indien niet, dan kan onmiddellijk worden overgegaan tot het inrichten van een bekwaamheidsproef waarvoor een selectiecommissie wordt samengesteld bestaande uit leden van de betrokken opleiding. Deze bepaalt de inhoud en het verdere verloop van het bekwaamheidsonderzoek. Finaal neemt de departementsraad een beslissing die daarna op het bestuurscollege moet worden bekrachtigd. De inschrijving van deze student kan onmiddellijk en op om het even welk moment van het academiejaar door het Bestuurscollege worden vernietigd, indien achteraf blijkt dat elementen uit het ingediende toelatingsdossier van de student op onwaarheden berusten. 2.4. Regeling voor de toelating tot de inschrijving op basis van het algemene kwalificatieniveau, de verdiensten of competenties van de kandidaat. Het hogeschoolbestuur kan kandidaat-studenten die niet kunnen voldoen aan de geldende vooropleidingseisen zoals vermeld in § 1, maar wel een speciaal kwalificatieniveau, verdiensten of verworven competenties kunnen aantonen, toegang geven tot een bacheloropleiding indien ze slagen voor een door de hogeschool speciaal daartoe ingericht bekwaamheidsonderzoek of toelatingsexamen.Indien vereist, wordt dit bekwaamheidsonderzoek voorafgegaan door een taaltest. Om een dergelijke aanvraag te kunnen indienen wordt vereist dat ten minste drie jaar is verstreken tussen de datum waarop de kandidaat-student het secundair onderwijs heeft verlaten en de datum van aanvraag tot inschrijving in de hogeschool. Dit minimumtijdsinterval van drie jaar geldt niet voor kandidaat-studenten die zich aanbieden voor kunstopleidingen. Uiterlijk tegen 1 september van het jaar waarin het betreffende academiejaar aanvangt, dient de kandidaat-student schriftelijk een verzoek tot inschrijving in bij het departement waar hij zich wenst in te schrijven en stelt een dossier samen dat bestaat uit : - Attesten en/of documenten ter staving van het algemene kwalificatieniveau, van andere verdiensten en competenties; - Attesten/getuigschriften van reeds gevolgde studiejaren die niet leiden tot een diploma; - een motivering waarom het kanaal van het examen van de Vlaamse examencommissie (middenjury) niet is gebruikt; - Een overzicht van het studieverloop en/of arbeidssituatie. De departementsraad, of bij delegatie het departementshoofd, van de opleiding waar de student zich wenst in te schrijven, beslist of het ingediende dossier ontvankelijk is en oordeelt of een taaltest wenselijk is. Indien wel, dan moet de kandidaat-student geslaagd zijn voor de taaltoets alvorens kan worden overgegaan tot het inrichten van een bekwaamheidsproef. Indien niet, dan kan onmiddellijk een bekwaamheidsproef worden ingericht en wordt een toelatingscommissie samengesteld bestaande uit leden van de betrokken opleiding. Deze bepaalt de inhoud en het verdere verloop van het bekwaamheidsonderzoek. Finaal neemt de departementsraad een beslissing die daarna op het bestuurscollege moet worden bekrachtigd. De inschrijving van deze student kan onmiddellijk en op om het even welk moment van het academiejaar door het Bestuurscollege worden vernietigd, indien achteraf blijkt dat elementen uit het ingediende toelatingsdossier van de student op onwaarheden berusten. Groep T Hogeschool Leuven Artikel 1.Algemene toelatingsregels. § 1. Tot een bacheloropleiding worden toegelaten, de personen die beschikken over : a) een diploma van het secundair onderwijs uit België;b) een diploma van het hoger onderwijs van het korte type met volledig …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.