📄 Wettekst
24 JUNI 2020. - Bijzondere-machtenbesluit nr. 37 tot uitvoering van artikelen 2 en 5 van de
wet van 27 maart 2020Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
30/03/2020
numac
2020040938
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (1)
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
30/03/2020
numac
2020040937
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (1)
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
03/04/2020
numac
2020030524
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 . - Duitse vertaling
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
03/04/2020
numac
2020030525
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 . - Duitse vertaling
sluiten die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (II) tot ondersteuning van de werknemers
VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het ontwerpbesluit dat wij de eer hebben voor te leggen ter ondertekening aan Uwe Majesteit beoogt : -de mogelijkheid te openen om collectieve arbeidsovereenkomsten, zowel deze die in een paritair orgaan als deze die op ondernemingsvlak worden gesloten, te kunnen laten ondertekenen via een gekwalificeerde elektronische handtekening zoals hieronder uitgelegd. Deze mogelijkheid geldt ook voor andere akten zoals de opzeggingen van en de toetredingen tot een overeenkomst.
Gelet op het beoogde opzet van dit ontwerpbesluit, met name het creëren van de mogelijkheid om collectieve arbeidsovereenkomsten op een elektronische wijze af te sluiten, impliceert dit eveneens dat de vergaderingen van paritaire organen ook elektronisch zouden kunnen verlopen.
De mogelijkheid van het elektronisch vergaderen van paritaire organen zal mogelijk gemaakt worden via een (aparte) wijziging van het gewoon koninklijk uitvoeringsbesluit van 6 november 1969 tot vaststelling van de algemene regels voor de werking van de paritaire comités en paritaire subcomités.
Deze aanpassingen zijn bedoeld om te voorzien in het gebod van sociale afstand dat de autoriteiten hebben opgelegd sinds de verspreiding van de infecties die verband houden met COVID-19.
Deze maatregelen maken het voorwerp uit van hoofdstuk 1. - ervoor te zorgen dat de tewerkstelling binnen de non-profitsectoren die gefinancierd wordt via de sociale en fiscale Maribel niet in het gevaar komt door de tijdelijke vermindering aan bijdrages die de COVID-19-epidemie met zich meebrengt.
Deze maatregelen maken het voorwerp uit van hoofdstuk 2. - nadere modaliteiten vast te leggen wat betreft de schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst wegens tijdelijke overmacht als gevolg van de COVID-19-epidemie.
Als gevolg van de uitbraak van het coronavirus COVID-19 is het voor heel wat werkgevers en werknemers momenteel onmogelijk om de verbintenissen die voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst na te leven.
Zo bv. zijn er bedrijven die hun activiteiten dienen te staken omdat zij de regels van social distancing niet kunnen garanderen. Daarnaast worden heel wat bedrijven ook geconfronteerd met een gebrek aan werk als rechtstreeks gevolg van de coronacrisis. Werknemers die tot een risicogroep behoren (bv. personen met een auto-immuunziekte) of die in contact zijn geweest met een besmette persoon, dienen dan weer verplicht in quarantaine te gaan en kunnen zich niet naar het werk begeven, ook als zij voor het overige arbeidsgeschikt zijn.
In de bovenvermelde situaties wordt de uitvoering van de arbeidsovereenkomst geschorst omwille van tijdelijke overmacht, zoals bedoeld in artikel 26 van de
wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
03/07/2008
numac
2008000527
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
12/03/2009
numac
2009000158
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten.
Door de bijzondere aard van de huidige situatie en het groot aantal werknemers dat momenteel tijdelijk werkloos is (meer dan 1 miljoen personen) evenals het stilzwijgen van de voornoemde wet is het nodig om nadere regels met betrekking tot de toepassing van deze algemene schorsingsgrond te nemen.
De focus dient daarbij te liggen op de bescherming van de werknemers en op het maximale behoud van de tewerkstelling, zodat na het einde van de epidemie zo veel mogelijk werknemers terug hun normale job kunnen opnemen.
Deze nadere modaliteiten maken het voorwerp uit van de hoofdstukken 3 en 4. - de uitvoering van het periodiek gezondheidstoezicht op de werknemers aan te passen tijdens de periode dat de dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus te beperken van toepassing zijn opdat de veiligheid en de gezondheid van de medewerkers van de interne en de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk die instaan voor de uitvoering van het gezondheidstoezicht en van de werknemers die dit gezondheidstoezicht moeten ondergaan, maximaal gewaarborgd wordt.
Deze aanpassing maakt het voorwerp uit van de hoofdstuk 5. - enerzijds de sociaal inspecteurs van bepaalde sociale inspectiediensten bevoegd te maken om in de ondernemingen de naleving te controleren van de verplichtingen voorzien in het kader van de dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, en anderzijds de niet-naleving in de ondernemingen te bestraffen met de sancties voorzien in het Sociaal Strafwetboek.
De betreffende verplichtingen voorzien in het kader van de dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, zijn meer in het bijzonder deze i.v.m. de social distancing en het nemen en toepassen van passende preventiemaatregelen.
Inderdaad, overeenkomstig artikel 23 van het Sociaal Strafwetboek, mogen de sociaal inspecteurs bij de uitoefening van hun opdracht op elk ogenblik van de dag of van de nacht, zonder voorafgaande verwittiging, vrij binnengaan in alle arbeidsplaatsen of andere plaatsen die aan hun toezicht onderworpen zijn of waarvan zij redelijkerwijze kunnen vermoeden dat daar personen werken die onderworpen zijn aan de bepalingen van de wetgeving waarop zij toezicht uitoefenen.
Door het uitoefenen van deze bevoegdheid zijn de sociaal inspecteurs het best uitgerust om de naleving van de social distancing en van de passende preventiemaatregelen te kunnen controleren in de ondernemingen.
Door het aanduiden van sociaal inspecteurs om te zorgen voor deze controle in de ondernemingen, zullen de politieoverheden zich bijgevolg kunnen concentreren op de controle op de naleving van de andere dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, en met name op de controle van de maatregelen opgelegd op de openbare weg en op openbare plaatsen.
Steeds meer ondernemingen hervatten hun activiteiten, een situatie die tot nieuwe besmettingshaarden kunnen leiden. Het is dan ook van essentieel belang dat de maatregelen die worden genomen om de verspreiding van het COVID-19-coronavirus te beperken, ook binnen de ondernemingen strikt worden nageleefd om een snellere uitweg uit de gezondheidscrisis mogelijk te maken;
De maatregelen in kwestie maken deel uit van de strijd tegen de verdere verspreiding van het coronavirus COVID-19 in de bevolking;
Dit is niet alleen een kwestie van de bescherming van het welzijn van de werknemers en van de volksgezondheid maar ook een kwestie van respect voor de openbare orde;
Ten slotte zijn de wetgevende bevoegdheden die worden toegekend door de
wet van 27 maart 2020Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
30/03/2020
numac
2020040938
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (1)
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
30/03/2020
numac
2020040937
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (1)
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
03/04/2020
numac
2020030524
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 . - Duitse vertaling
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
03/04/2020
numac
2020030525
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 . - Duitse vertaling
sluiten die de Koning de bevoegdheid geeft om maatregelen te nemen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (II) tegen te gaan, volwaardige en volledige bevoegdheden die moeten kunnen worden gehandhaafd door middel van administratieve, burgerrechtelijke of strafrechtelijke sancties.
De tweede voorgestelde wijziging beoogt om een incriminatie in het Sociaal Strafwetboek in te voegen om de niet-naleving in de ondernemingen van de verplichtingen voorzien in het kader van de dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, te bestraffen met de sancties voorzien door het Sociaal Strafwetboek.
De wijzigingen aangebracht aan het Sociaal Strafwetboek maken het voorwerp uit van hoofdstuk 6.
De opmerkingen van de afdeling Wetgeving van de Raad van State in zijn advies nr. 67.527/1 van 9 juni 2020 en in zijn advies nr. 67.610/1 van 19 juni 2020 werden in overweging genomen. Specifieke uitleg wordt gegeven in de artikelsgewijze bespreking bij de artikelen van de hoofdstukken 1 en 6.
Artikelsgewijze bespreking HOOFDSTUK 1. - Wijziging van de
wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/12/1968
pub.
22/05/2009
numac
2009000346
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités Artikel 1 Dit artikel betreft de wijziging van artikel 2 § 1, tweede lid, van de
wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/12/1968
pub.
22/05/2009
numac
2009000346
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités.
Teneinde het plaatsen van een gekwalificeerde elektronische handtekening op een overeenkomst, zowel deze gesloten in een paritair orgaan als deze gesloten op ondernemingsvlak, mogelijk te maken, werd de optie genomen om de elektronische handtekening die wordt gecreëerd door de elektronische identiteitskaart gelijk te stellen met de handgeschreven handtekening.
Deze gelijkstelling is slechts een formele verduidelijking en bevestiging van een bestaand rechtsfeit. Artikel 25, punt 2, van de Verordening (EU) nummer 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG bepaalt namelijk al dat een gekwalificeerde elektronische handtekening hetzelfde rechtsgevolg heeft als een handgeschreven handtekening.
Voortaan zijn zowel de elektronische handtekening geauthentificeerd door een elektronische identiteitskaart als de origineel geschreven handtekening geldig om een overeenkomst te ondertekenen.
Met betrekking tot de vormvoorwaarde onder artikel 16, 7°, van de wet, met name dat de overeenkomst de datum waarop de overeenkomst wordt gesloten, moet vermelden, moet men erop wijzen dat ingeval van een gekwalificeerde elektronische handtekening, de datum steeds de datum zal zijn die wordt vermeld in de overeenkomst, ongeacht het tijdstip waarop de ondertekenaars de elektronische handtekening daadwerkelijk hebben geplaatst.
Het is duidelijk dat de handtekeningen slechts op zijn vroegst op of na de datum van sluiting van de overeenkomst kunnen worden aangebracht, maar nooit vóór het sluiten van de overeenkomst.
Artikel 2 Deze wijziging beoogt de elektronische neerlegging van overeenkomsten, toetredingsakten tot een overeenkomst en de opzeggingen van een overeenkomst te regelen, naast de reeds sinds 1968 bestaande neerlegging op papier.
De neerlegging van een overeenkomst, toetreding of opzegging die werd ondertekend met de elektronische identiteitskaart, moet gebeuren op elektronische wijze op de door de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg op haar website gepreciseerde manier.
Benevens de introductie van het voormeld principe van elektronische neerlegging worden de overige reeds bestaande principes van de neerlegging in artikel 18 van de
wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
05/12/1968
pub.
22/05/2009
numac
2009000346
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten behouden, zo o.m. wanneer de neerlegging moet worden geweigerd.
Het artikel werd ook technisch herschreven.
Aan de Koning wordt de zorg gelaten om de nadere uitvoeringsmodaliteiten van de neerlegging te regelen.
Artikel 3 Deze wijziging is bedoeld om het aantal personen dat aanwezig is bij vergaderingen van het paritair orgaan wanneer deze moeten worden gehouden, te beperken.
Dit artikel voorziet dat bij de aanvang van de vergadering en op basis van de beslissing van de voorzitter van het paritair (sub)comité, de leden ervan geldig zullen kunnen beraadslagen en beslissen, voor zover elke organisatie die de werknemers en werkgevers vertegenwoordigt minstens vertegenwoordigd is door één gewoon of plaatsvervangend lid.
Die vergadering met beperkte samenstelling zal kunnen plaatsvinden met het akkoord van alle organisaties.
Artikel 4 Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ingang van 1 maart 2020, met uitzondering van artikel 3, dat in werking treedt op de dag waarop dit besluit in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
De inwerkingtreding van de artikelen 1 en 2 vanaf 1 maart 2020 is verantwoord om volgende redenen : 1. De
wet van 27 maart 2020Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
30/03/2020
numac
2020040938
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (1)
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
30/03/2020
numac
2020040937
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (1)
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
03/04/2020
numac
2020030524
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 . - Duitse vertaling
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
03/04/2020
numac
2020030525
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 . - Duitse vertaling
sluiten die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (II), laat in haar artikel 2 terugwerkende kracht toe tot 1 maart 2020.2. De terugwerkende kracht tot 1 maart 2020, met name voor de bepalingen inzake de elektronische ondertekening en neerlegging van cao's, is noodzakelijk om de tijdens de lock-down gestelde rechtshandelingen van de paritaire organen en van de overheid dienaangaande, juridische geldigheid en rechtszekerheid te geven.Ook in deze periode van `social distancing' moet en wil de Koning het (grondwettelijk) recht op collectief onderhandelen garanderen. Sinds de maand maart 2020 werden er een aantal cao's, zowel op intersectoraal als op sectoraal vlak, op elektronische wijze afgesloten en neergelegd. 3. Het voorwerp van deze cao's betrof hoofdzakelijk het toekennen van een aanvullende vergoeding voor tijdelijke werkloosheid voor werknemers.De reeds gesloten cao's hebben bijgevolg betrekking op regelingen die voordelen toekennen. 4. Het ontwerp tast ook verkregen situaties uit het verleden niet aan. Aan de werknemers worden, via het sluiten van de cao's op elektronische wijze, geen rechten die zij reeds hadden, onttrokken. De elektronisch afgesloten en neergelegde cao's beoogden integendeel de nadelen die voortvloeien uit deze Corona-crisis zoveel mogelijk op te vangen. 5. Artikel 25, punt 2, van de bovenvermelde Verordening nummer 910/2014 bepaalt dat een gekwalificeerde elektronische handtekening hetzelfde rechtsgevolg heeft als een handgeschreven handtekening en deze gelijkstelling is al van toepassing vanaf 1 juli 2016. Betreffende de opmerkingen 5.2. tot 5.5. van de afdeling Wetgeving van de Raad van State in zijn advies 67.527/1 van 9 juni 2020 over het temporeel toepassingsgebied van de maatregelen waarin wordt voorzien in hoofdstuk 1 van het ontwerp, kan het volgende worden verduidelijkt.
Deze maatregelen zijn niet tijdelijk van aard, maar zijn bedoeld om een blijvende gelding te hebben. Deze structurele maatregelen zijn verantwoord om volgende redenen : 1. Een blijvende oplossing is noodzakelijk om het grondwettelijk recht op collectief onderhandelen optimaal te garanderen.Het gaat om structurele maatregelen die in de toekomst nuttig kunnen zijn als andere onvoorziene omstandigheden (zoals quarantaine- of lock-down maatregelen) zich voordoen.
Bovendien weten we niet welke richting de huidige epidemie zal volgen.
Ondanks de geleidelijke afbouw van de lock-down en de daling van de besmettingen, spreken sommige deskundigen van een "tweede golf". Het is daarom aan te bevelen om deze maatregelen beter niet in de tijd te beperken. 2. Zoals de Raad van State zelf stelt in punt 5.5. van haar advies, komt het enkel aan de wetgever toe om te oordelen of de maatregelen al dan niet op een definitieve wijze moeten worden ingevoerd. 3. De bijzondere machtenbesluiten moeten bij wet worden bekrachtigd binnen het jaar na hun inwerkingtreding.Bij ontstentenis van bekrachtiging moeten zij worden geacht nooit uitwerking te hebben gehad. HOOFDSTUK 2. - Sociale en fiscale Maribel Artikelen 5 tot en met 9 Onderhavig hoofdstuk wil ervoor zorgen dat de tewerkstelling binnen de non-profitsectoren die gefinancierd wordt via de sociale en fiscale Maribel niet in het gevaar komt door de tijdelijke vermindering aan bijdrages die de COVID-19-epidemie met zich meebrengt. Deze epidemie leidt in eerste instantie tot een tijdelijke onderbenutting in 2020 van de middelen binnen bepaalde sectoren aangezien de Fondsen geen loonkosten financieren van werknemers die tijdelijk werkloos zijn en anderzijds praktische moeilijkheden heel wat aanwervings- en vervangingsprocedures vertraging doen oplopen. Dit betekent dat de reserves van bepaalde Fondsen gaan toenemen buiten de wil van de beheerscomités. Door de wettelijke beperking van de reserves zouden verschillende Fondsen deze middelen zien terugvloeien naar het Globaal Beheer van de Sociale Zekerheid.
Anderzijds, aangezien de dotatie van 2022 worden berekend op basis van het aantal rechtopenende werknemers in 2020 wordt in sectoren met veel tijdelijke werkloosheid een terugval van de dotatie verwacht in 2022.
Ook kunnen we een schok verwachten binnen de financiering via de fiscale Maribel. Omdat deze financiering rechtstreeks in verband staat met de ontvangsten aan bedrijfsvoorheffing, kan de fiscale Maribel al in 2020 erg sterk terugvallen aangezien werkgevers geen bedrijfsvoorheffing inhouden en doorstorten als ze geen loon moeten uitbetalen.
De maatregelen in dit hoofdstuk hebben als doel deze schokken op te vangen. Enerzijds wordt een corona-reserve aangelegd in 2020 omdat de te financieren loonkost zal dalen.
Deze corona-reserve zal in de eerste plaats dienen om de verminderde financiering via de fiscale Maribel in 2020 en de sociale Maribel in 2022 op te vangen. Ingeval het reservekapitaal niet volstaat om de verminderde opbrengst in 2022 op te vangen, dan zal hoedanook de dotatie voor dat jaar behouden blijven op het niveau van 2021. HOOFDSTUK 3. - Schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst wegens tijdelijke overmacht Artikel 10 In dit hoofdstuk wordt gepreciseerd dat de uitvoering van de arbeidsovereenkomst wordt geschorst wegens tijdelijke overmacht, in de zin als bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de
wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
03/07/2008
numac
2008000527
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
type
wet
prom.
03/07/1978
pub.
12/03/2009
numac
2009000158
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten
sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten, wanneer het voor één der partijen onmogelijk is om de arbeidsovereenkomst uit te voeren als gevolg van de uitbraak van de COVID-19-epidemie.
Zowel in hoofde van de werkgever als in hoofde van de werknemer kan er sprake zijn van overmacht. Een werkgever kan zich bv. genoodzaakt zien om de bedrijfsactiviteit te staken wanneer hij niet in staat is om de regels van social distancing te garanderen. Ook is het mogelijk dat de werkgever geconfronteerd wordt met een gebrek aan werk als een rechtstreeks gevolg van de coronacrisis (bv. door het wegblijven van klanten, problemen inzake bevoorrading, een van overheidswege opgelegd verbod om bepaalde activiteiten uit te voeren, enz.). De werknemer van zijn kant kan mogelijks in quarantaine worden geplaatst wanneer hij in contact is geweest met een besmette persoon of wanneer hijzelf of een inwonend familielid tot een risicogroep behoort (bv. personen met een auto-immuunziekte). Ook is het mogelijk dat de werknemer niet kan werken als hij in omstandigheden verkeert waarin hij op geen enkele manier in opvang voor zijn kinderen kan voorzien.
Sinds 13 maart en nog tot minstens 30 juni 2020 hanteert de RVA, zowel voor de werkgevers als voor de werknemers, een vereenvoudigde procedure voor het invoeren van tijdelijke werkloosheid, waarbij alle tijdelijke werkloosheid als gevolg van het coronavirus wordt beschouwd als tijdelijke werkloosheid wegens overmacht.
Wanneer de werkgever zich in dit verband op de tijdelijke overmacht beroept, mag hij het werk dat normaal door de werknemer wordt verricht niet uitbesteden aan derden (bv. uitzendkrachten), noch laten verrichten door studenten. Doet hij dit wel, dan dient hij de werknemer zijn normale loon uit te betalen. De werkgever mag echter wel het werk dat normaal door de werknemer wordt verricht, uitbesteden aan derden of laten uitvoeren door studenten, wanneer de uitvoering van de arbeidsovereenkomst wordt geschorst als gevolg van het feit dat de werknemer in quarantaine wordt geplaatst.
Wanneer de werknemer zonder zelf ziek te zijn in quarantaine wordt geplaatst, dient hij dit onmiddellijk te melden aan zijn werkgever. Op verzoek van de werkgever, dient de werknemer een geneeskundig getuigschrift voor te leggen dat de quarantaine bevestigt. Dit getuigschrift moet worden opgesteld volgens het model dat is toegevoegd in bijlage van dit besluit. Dit model kan worden gebruikt als tijdelijke vervanging voor alle medische getuigschriften voor de werkgever, teneinde de administratieve last voor de artsen te verlichten. Op die manier kan beter een onderscheid worden gemaakt tussen wie nu precies arbeidsongeschikt is en wie niet, teneinde de rechtszekerheid voor alle betrokken partijen te vergroten. Het model kan zowel gebruikt worden voor telefonische raadplegingen als voor raadplegingen via fysiek contact. HOOFDSTUK 4. - Regeling van de tijdelijke werkloosheid wegens overmacht wanneer de werkgever zich ten aanzien van zijn werknemer beroept op de schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst omwille van een situatie van tijdelijke overmacht die gevolg is van de COVID-19-epidemie Artikel 11 Ter bescherming van de werknemer dient de werkgever verplicht een aantal formaliteiten in acht te nemen wanneer hij als gevolg van de COVID-19-epidemie zich op tijdelijke overmacht beroept teneinde de uitvoering van de arbeidsovereenkomst te schorsen.
In dat geval zal de werknemer tijdelijk werkloos zijn en aanspraak kunnen maken op een uitkering vanwege de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening.
De werkgever die in dit kader de werknemer tijdelijk werkloos stelt, dient de werknemer daarvan vooraf in kennis te stellen. Al naargelang de concrete omstandigheden, kan de werkgever ervoor opteren om de werknemer in volledige tijdelijke werkloosheid te plaatsen, dan wel hem te laten werken in een regeling van gedeeltelijke arbeid. In zijn kennisgeving aan de werknemer dient de werkgever melding te maken van de arbeidsregeling die op de werknemer van toepassing zal zijn (volledige werkloosheid dan wel gedeeltelijke arbeid) en aanduiden voor welke periode deze zal gelden.
De werkgever die de formaliteiten inzake kennisgeving aan de werknemer niet naleeft, is gehouden aan de werknemer zijn normaal loon te betalen voor de periode die voorafgaat aan het vervullen van deze formaliteiten. HOOFDSTUK 5 - Uitvoering van het gezondheidstoezicht op de werknemers gedurende de periode dat de dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken van toepassing zijn Artikelen 12 en 13 Om de veiligheid en de gezondheid van werknemers die onderworpen zijn aan het gezondheidstoezicht, en van de medewerkers van de interne en de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk die instaan voor de uitvoering van het gezondheidstoezicht, maximaal te waarborgen, heeft de Algemene Directie Toezicht op het welzijn op het werk praktische richtlijnen uitgevaardigd met betrekking tot de uitvoering van dit gezondheidstoezicht tijdens de periode dat de dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus te beperken, van toepassing zijn.
De departementen en de afdelingen belast met het medisch toezicht moeten hun dienstverlening aanpassen op basis van de richtlijnen die de Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk aan hen heeft gecommuniceerd en die ook raadpleegbaar zijn op de website van Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg in de rubriek FAQ over het coronavirus.
Deze richtlijnen voorzien een tijdelijke opschorting van de periodieke gezondheidsbeoordelingen en de aanvullende medische handelingen waaraan de werknemers normalerwijze moesten worden onderworpen tijdens de periode van quarantaine maatregelen in de strijd tegen het coronavirus COVID-19. De periodieke gezondheidsbeoordelingen en de aanvullende medische handelingen kunnen hernomen worden mits inachtneming van de voorzorgsmaatregelen.
Conform artikel I.4-12 van de codex over het welzijn op het werk mogen werkgevers de werknemers die niet binnen de termijnen voorzien in de codex werden onderworpen aan de verplichte preventieve medische onderzoeken niet meer aan het werk stellen.
De opschorting van de periodieke gezondheidsbeoordeling en de aanvullende medische handelingen tijdens de coronacrisis zou dan ook tot gevolg hebben dat de werknemers die eraan onderworpen zijn, niet langer tewerkgesteld mogen worden nadat de geldigheidsduur van hun formulier voor de gezondheidsbeoordeling verlopen is, en dit totdat het gezondheidstoezicht is uitgevoerd.
Om werkgevers de nodige rechtszekerheid te bieden en ervoor te zorgen dat hun werknemers kunnen blijven werken, wordt de geldigheid van het formulier voor de gezondheidsbeoordeling verlengd tot 30/09/2020 als de geldigheid verstrijkt in de periode waarin deze schorsing van toepassing is. De verlenging tot 30/09/2020 wordt noodzakelijk geacht om werkgevers, werknemers en de betrokken interne en externe preventiediensten de nodige tijd te bieden om het gezondheidstoezicht opnieuw in te plannen na afloop van de schorsingsperiode.
Om ervoor te zorgen dat de werknemers die blijven werken voldoende ondersteuning kunnen krijgen van de preventieadviseur-arbeidsarts en opdat de werkgevers ook in staat zouden zijn om hun onderneming veilig te laten functioneren, bepalen de praktische richtlijnen dat de volgende gezondheidsbeoordelingen altijd moeten worden uitgevoerd door de preventieadviseur-arbeidsarts, voor zover de werkgever of de werknemer hierom verzoekt : voorafgaande gezondheidsbeoordelingen, onderzoeken bij werkhervatting, spontane raadplegingen, onderzoeken in het kader van de moederschapsbescherming en onderzoeken in het kader van de geschiktheidsattesten voor het besturen van een motorvoertuig.
De werknemer kan dus te allen tijde een spontane raadpleging vragen aan de preventieadviseur-arbeidsarts voor klachten die verband houden met zijn gezondheid en die hij als werkgerelateerd beschouwt. HOOFDSTUK 6 - Sociaal Strafwetboek Artikel 14 Dit artikel wijzigt de structuur van artikel 17 van het Sociaal Strafwetboek en voegt in dit artikel een nieuwe paragraaf in die de sociaal inspecteurs van bepaalde sociale inspectiediensten aanduidt om in de ondernemingen te zorgen voor de controle op de naleving van de verplichtingen voorzien in het kader van de dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken. De betreffende verplichtingen voorzien in het kader van de dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, zijn meer in het bijzonder deze i.v.m. de social distancing en het nemen en toepassen van passende preventiemaatregelen.
Er werd gekozen om de tekst in het Sociaal Straf Wetboek op te nemen en niet in een afzonderlijke tekst los van het Sociaal Strafwetboek om er volledig zeker van te zijn dat alle mechanismen van het Sociaal Strafwetboek op deze bepalingen van toepassing zullen zijn en om mogelijke interpretatieproblemen of andere moeilijkheden met een afzonderlijke tekst zoveel mogelijk te vermijden vanwege de rechtszekerheid.
Deze verplichtingen zijn op dit ogenblik opgenomen in het
ministerieel besluit van 23 maart 2020Relevante gevonden documenten
type
ministerieel besluit
prom.
23/03/2020
pub.
23/03/2020
numac
2020030347
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Ministerieel besluit houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken
type
ministerieel besluit
prom.
23/03/2020
pub.
23/03/2020
numac
2020040774
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Ministerieel besluit houdende bijzondere maatregelen in het kader van de SARS-CoV-2 pandemie op grond van boek XVIII van het Wetboek van economisch recht
sluiten houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken. Deze bepalingen zijn van toepassing onverminderd de
Wet van 4 augustus 1996Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
24/07/1997
numac
1996015142
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Arabische Republiek Egypte tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen, ondertekend te Kaïro op 3 januari 1991
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
08/06/2005
numac
2005015073
bron
federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking
Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Gabon tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, ondertekend te Brussel op 14 januari 1993
type
wet
prom.
04/08/1996
pub.
21/10/1999
numac
1999015088
bron
ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking
Wet houdende instemming met het Protocol tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende het kraamgeld, ondertekend te Brussel op 26 april 1993
sluiten betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk.
De sociaal inspecteurs zullen deze controle uitoefenen overeenkomstig het Sociaal Strafwetboek en zullen daartoe beschikken over de bevoegdheden die het Sociaal Strafwetboek hen toekent.
Het ontwerp van tekst voorziet uitdrukkelijk dat de sociaal inspecteurs om deze bevoegdheid uit te oefenen zullen beschikken over de bevoegdheden voorzien in de artikelen 23 tot 43 en 43 tot 49 van het Sociaal Strafwetboek om goed te laten zien dat in het kader van deze specifieke bevoegdheid de aangeduide sociaal inspecteurs, bovenop de bevoegdheden voorzien in de artikelen 23 tot 42 van het Wetboek waarover zij beschikken in het kader van de uitoefening van hun gewone bevoegdheden, ook zullen beschikken over de bevoegdheden voorzien in de artikelen 43 tot 49 van het voormeld Wetboek die normaal gezien voorbehouden zijn aan de sociaal inspecteurs van het Toezicht op het welzijn op het werk, aangezien deze bevoegdheden zich bevinden zich in een hoofdstuk met als opschrift "De bevoegdheden van de sociaal inspecteurs op het vlak van gezondheid en veiligheid van de werknemers in het bijzonder". De artikelen 43 tot 49 hebben bijvoorbeeld betrekking op het nemen van passende preventiemaatregelen om de gevaren voor de gezondheid of de veiligheid van de werknemers op de arbeidsplaatsen te voorkomen, bijzondere verboden als de gezondheid of de veiligheid van de werknemers dit vereist, het bevel van stopzetting van iedere arbeid op een arbeidsplaats of op een andere plaats die aan hun toezicht onderworpen is, als de gezondheid of de veiligheid van de werknemers dit vereist.
De sociaal inspecteurs van de andere sociale inspectiediensten dan het Toezicht op het welzijn op het werk kunnen, indien nodig, gebruik maken van één van deze bevoegdheden, maar zij zullen natuurlijk niet verplicht zijn om daarvan gebruik te maken. Deze mogelijkheid is in het ontwerp voorzien voor het geval dat de sociaal inspecteurs deze bevoegdheden nodig hebben en het Toezicht op het welzijn op het werk niet beschikbaar is om hen bij te staan.
De andere sociale inspectiediensten dan het Toezicht op het welzijn op het werk zullen het toezicht op de verplichtingen opgenomen in het
ministerieel besluit van 23 maart 2020Relevante gevonden documenten
type
ministerieel besluit
prom.
23/03/2020
pub.
23/03/2020
numac
2020030347
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Ministerieel besluit houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken
type
ministerieel besluit
prom.
23/03/2020
pub.
23/03/2020
numac
2020040774
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Ministerieel besluit houdende bijzondere maatregelen in het kader van de SARS-CoV-2 pandemie op grond van boek XVIII van het Wetboek van economisch recht
sluiten houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken meenemen in hun bestaande controles, maar zij zullen daarvoor geen extra of specifieke controles uitvoeren. Hun reguliere werking blijft prioritair. Zij kunnen, zoals nu reeds het geval is, mogelijke probleemsituaties doorgeven aan de sociale inspectiediensten Toezicht welzijn op het werk en Toezicht op de sociale wetten. Bovendien zullen zij, wanneer dit nodig zou blijken, gebruik kunnen maken van de extra bevoegdheden die dit ontwerp voorziet, bv. in het geval dat de sociaal inspecteurs van de Directie Toezicht op het welzijn op het werk niet beschikbaar zijn om hen bij te staan.
In het kader van de uitoefening van deze bevoegdheid zullen de sociaal inspecteurs natuurlijk over hun beoordelingsbevoegdheid voorzien in artikel 21 van het Sociaal Strafwetboek beschikken die hen toelaat om een termijn te verlenen om zich in regel te stellen, een waarschuwing te geven of in voorkomend geval een proces-verbaal op te stellen als de ernst van de situatie dit vereist.
De Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst zal een plan van aanpak opmaken.
Dit artikel bepaalt eveneens wat er voor het uitoefenen van deze bevoegdheid moet verstaan worden onder "onderneming".
Artikel 15 Dit artikel is in het ontwerp van besluit ingevoegd om te beantwoorden aan het advies van de Raad van State nr. 67.527/1 van 9 juni 2020 met betrekking tot Hoofdstuk 6 van voorliggend ontwerp van besluit. De Raad van State is van oordeel dat artikel 5, § 2 van de
wet van 27 maart 2020Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
30/03/2020
numac
2020040938
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (1)
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
30/03/2020
numac
2020040937
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (1)
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
03/04/2020
numac
2020030524
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 . - Duitse vertaling
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
03/04/2020
numac
2020030525
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 . - Duitse vertaling
sluiten die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (II), geen voldoende rechtsgrond vormt voor het ontwerp van artikel 238 dat door dit besluit wordt ingevoegd in het Sociaal Strafwetboek.
Voornoemde artikel 5, § 2 bevat de volgende bepaling : " § 2. De besluiten bedoeld in de eerste paragraaf mogen de geldende wettelijke bepalingen opheffen, aanvullen, wijzigen of vervangen, zelfs inzake aangelegenheden die de Grondwet uitdrukkelijk aan de wet voorbehoudt.
De besluiten bedoeld in de eerste paragraaf kunnen de administratieve, burgerrechtelijke en strafrechtelijke sancties bepalen voor bepaalde overtredingen van die besluiten. (...)" Overeenkomstig artikel 5, § 2, tweede lid, van voornoemde
wet van 27 maart 2020Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
30/03/2020
numac
2020040938
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (1)
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
30/03/2020
numac
2020040937
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (1)
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
03/04/2020
numac
2020030524
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 . - Duitse vertaling
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
03/04/2020
numac
2020030525
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 . - Duitse vertaling
sluiten moeten de sancties die voorzien zijn in de besluiten die genomen zijn krachtens de wet die bijzondere machten aan de Koning verleent, van toepassing zijn op de inbreuken op diezelfde besluiten.
Het ontwerp van artikel is bedoeld om aan deze eis te voldoen door te bepalen dat de verplichtingen die aan bedrijven worden opgelegd in het kader van de dringende maatregelen genomen door de Minister van Binnenlandse Zaken om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken gelden als preventiemaatregelen om de veiligheid en de gezondheid van de werknemers te verzekeren.
Om te antwoorden op de opmerkingen van de Raad van State in advies nr. 67.6101/1 van 19 juni 2020 over het nieuwe artikel 15 van het ontwerp van besluit, wordt het volgende verduidelijkt : Het gaat inderdaad om de bepalingen vervat in het huidig
ministerieel besluit van 23 maart 2020Relevante gevonden documenten
type
ministerieel besluit
prom.
23/03/2020
pub.
23/03/2020
numac
2020030347
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Ministerieel besluit houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken
type
ministerieel besluit
prom.
23/03/2020
pub.
23/03/2020
numac
2020040774
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Ministerieel besluit houdende bijzondere maatregelen in het kader van de SARS-CoV-2 pandemie op grond van boek XVIII van het Wetboek van economisch recht
sluiten houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken (of een eventuele opvolger van dit ministerieel besluit mocht de Minister van Binnenlandse Zaken ervoor opteren deze dringende maatregelen in een nieuw ministerieel besluit op te nemen).
Hier gaat het meer in het bijzonder om de verplichtingen in verband met de social distancing en het nemen en toepassen van passende preventiemaatregelen.
In de huidig versie van het
ministerieel besluit van 23 maart 2020Relevante gevonden documenten
type
ministerieel besluit
prom.
23/03/2020
pub.
23/03/2020
numac
2020030347
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Ministerieel besluit houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken
type
ministerieel besluit
prom.
23/03/2020
pub.
23/03/2020
numac
2020040774
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Ministerieel besluit houdende bijzondere maatregelen in het kader van de SARS-CoV-2 pandemie op grond van boek XVIII van het Wetboek van economisch recht
sluiten (geconsolideerde versie van 5 juni 2020) gaat het om de bepalingen van artikel 1, § 2, van voormelde besluit van 23 maart 2020 voor zover deze betrekking hebben op ondernemingen, maar onder meer ook om het naleven van de sluitingsverplichting door de werkgevers bedoeld in artikel 1, § 1, en artikel 1bis, de maatregelen voorzien bij artikel 1, § 3, bij gebrek aan een protocol bepaald door de bevoegde minister, voor zover deze betrekking hebben op de relatie werkgever - werknemer, de verplichting van het dragen van een mondmasker door het personeel in de zaken bedoeld in artikel 1, § 3bis en door het personeel in de horeca bedoeld bij artikel 1, § 3ter, door het personeel van de marktkramers bedoeld bij artikel 1, § 6bis en de verplichting voor de marktkramers om te voorzien in middelen om de noodzakelijke handhygiëne te voorzien voor hun personeel, de verplichting voor de ondernemingen om de regels van social distancing te garanderen indien telethuiswerk niet wordt toegepast en bij het vervoer georganiseerd door de werkgever bedoeld bij artikel 2, § 1, de verplichtingen i.v.m. de passende preventiemaatregelen bedoeld bij artikel 2, § 2, de veiligheidsmaatregelen bedoeld bij artikel 3 in de cruciale sectoren, en de andere verplichtingen die gelden in de relatie werkgever-werknemer met toepassing van dit ministerieel besluit.
In conclusie, gelet op het zeer evolutief karakter van het
ministerieel besluit van 23 maart 2020Relevante gevonden documenten
type
ministerieel besluit
prom.
23/03/2020
pub.
23/03/2020
numac
2020030347
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Ministerieel besluit houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken
type
ministerieel besluit
prom.
23/03/2020
pub.
23/03/2020
numac
2020040774
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Ministerieel besluit houdende bijzondere maatregelen in het kader van de SARS-CoV-2 pandemie op grond van boek XVIII van het Wetboek van economisch recht
sluiten is er voor gekozen om niet alle verplichtingen van het ministerieel besluit expressis verbis over te nemen in dit volmachtenbesluit, maar heeft men geopteerd voor de voorliggende ontwerptekst, ook in navolging van het eerder uitgebracht advies nr. 673249/1 van 20 april 2020 van de Raad van State.
Artikelen 16 tot en met 17 Deze artikelen beogen een nieuw hoofdstuk en een nieuw artikel 238 in het Sociaal Strafwetboek in te voegen om de niet-naleving in de ondernemingen van de verplichtingen voorzien in het kader van de dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, bedoeld bij het artikel 15 van het bijzondere-machtenbesluit nr. 37 tot uitvoering van artikelen 2 en 5 van de
wet van 27 maart 2020Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
30/03/2020
numac
2020040938
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (1)
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
30/03/2020
numac
2020040937
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (1)
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
03/04/2020
numac
2020030524
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 . - Duitse vertaling
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
03/04/2020
numac
2020030525
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 . - Duitse vertaling
sluiten die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (II) tot ondersteuning van de werknemers te bestraffen.
Er wordt verwezen naar de commentaar bij artikel 15 voor de uitleg over de inhoud van de gedragingen die bestraft worden door het ontworpen artikel 238 van het Sociaal Strafwetboek.
Het ontworpen artikel 238 bestraft de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber, of eenieder die de voormelde inbreuk pleegt, met een sanctie van niveau 2 waarvan de inhoud voorzien is in artikel 101 van het Sociaal Strafwetboek, en die bestaat uit hetzij een strafrechtelijke geldboete van 50 tot 500 euro, hetzij uit een administratieve geldboete van 25 tot 250 euro.
De bedragen van de geldboeten - zowel de strafrechtelijke als de administratieve - zijn onderworpen aan de opdeciemen (artikel 102 van het Sociaal Strafwetboek). Aangezien de vermenigvuldigingscoëfficiënt op dit ogenblik 8 bedraagt, zullen de bedragen die effectief kunnen opgelegd worden, hetzij een strafrechtelijke geldboete van 400 tot 4.000 euro, hetzij een administratieve geldboete van 200 tot 2.000 euro zijn.
De sanctie van niveau 2 werd gekozen om de sanctie die voorzien is in artikel 10 van het
ministerieel besluit van 23 maart 2020Relevante gevonden documenten
type
ministerieel besluit
prom.
23/03/2020
pub.
23/03/2020
numac
2020030347
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Ministerieel besluit houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken
type
ministerieel besluit
prom.
23/03/2020
pub.
23/03/2020
numac
2020040774
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Ministerieel besluit houdende bijzondere maatregelen in het kader van de SARS-CoV-2 pandemie op grond van boek XVIII van het Wetboek van economisch recht
sluiten houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, in geval van vaststelling door de politieoverheden van inbreuken op bepaalde bepalingen van het voormelde ministerieel besluit zo dicht mogelijk te benaderen. Artikel 10 van het voormelde
ministerieel besluit van 23 maart 2020Relevante gevonden documenten
type
ministerieel besluit
prom.
23/03/2020
pub.
23/03/2020
numac
2020030347
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Ministerieel besluit houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken
type
ministerieel besluit
prom.
23/03/2020
pub.
23/03/2020
numac
2020040774
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Ministerieel besluit houdende bijzondere maatregelen in het kader van de SARS-CoV-2 pandemie op grond van boek XVIII van het Wetboek van economisch recht
sluiten, laatst gewijzigd bij het ministerieel besluit van 5 juni 2020, bevat de volgende bepaling : "Inbreuken op de bepalingen van de volgende artikelen worden beteugeld met de straffen bepaald door artikel 187 van de
wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
31/07/2007
numac
2007000663
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de civiele veiligheid
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
15/06/2007
numac
2007000560
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet op de Algemene Inspectie en houdende diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van sommige leden van de politiediensten
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
17/07/2007
numac
2007011335
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet tot vaststelling van een juridisch kader voor sommige verleners van vertrouwensdiensten
sluiten betreffende de civiele veiligheid : - artikel 1, met uitzondering van paragraaf 6 en met uitzondering van de bepalingen die betrekking hebben op de relatie tussen de werkgever en de werknemer, of op de verplichtingen van de bevoegde gemeentelijke overheid; - artikelen 1bis, 4, 5 en 8bis." Het ontwerp van artikel 238 van het Sociaal Strafwetboek beoogt de sanctionering van de inbreuken op de bepalingen die betrekking hebben op de relatie tussen de werkgever en de werknemer die uitdrukkelijk zijn uitgesloten uit het toepassingsgebied van het artikel 10 van het voormeld
ministerieel besluit van 23 maart 2020Relevante gevonden documenten
type
ministerieel besluit
prom.
23/03/2020
pub.
23/03/2020
numac
2020030347
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Ministerieel besluit houdende dringende maatregelen om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken
type
ministerieel besluit
prom.
23/03/2020
pub.
23/03/2020
numac
2020040774
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Ministerieel besluit houdende bijzondere maatregelen in het kader van de SARS-CoV-2 pandemie op grond van boek XVIII van het Wetboek van economisch recht
sluiten.
Het voormeld artikel 10 verwijst naar artikel 187 van de
wet van 15 mei 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
31/07/2007
numac
2007000663
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de civiele veiligheid
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
15/06/2007
numac
2007000560
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet op de Algemene Inspectie en houdende diverse bepalingen betreffende de rechtspositie van sommige leden van de politiediensten
type
wet
prom.
15/05/2007
pub.
17/07/2007
numac
2007011335
bron
federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie
Wet tot vaststelling van een juridisch kader voor sommige verleners van vertrouwensdiensten
sluiten betreffende de civiele veiligheid dat het volgende bepaalt : "Weigering of verzuim zich te gedragen naar de maatregelen die met toepassing van artikelen 181, § 1 en 182 zijn bevolen, wordt in vredestijd gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden, en met een geldboete van zesentwintig euro tot vijfhonderd euro, of met één van die straffen alleen.".
De bedragen van de strafrechtelijke geldboete zijn ook onderworpen aan de opdeciemen en moeten dus ook vermenigvuldigd worden met 8 en uiteindelijk kan de strafrechtelijke geldboete dan ook oplopen van 208 tot 4.000 euro.
Het ontwerp van artikel 238 van het Sociaal Strafwetboek voorziet als strafbare persoon niet alleen "de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber", maar ook "eenieder die ... ".
Als gevolg van advies nr. 67.610/1 van de Raad van State van 19 juni 2020 moeten de volgende verduidelijkingen aangebracht worden : De doelstelling die nagestreefd wordt door het invoegen van deze bepaling in het Sociaal Strafwetboek, is het bestraffen van de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber of eenieder die in de onderneming komt werken, die de regels i.v.m. social distancing en/of i.v.m. het nemen en toepassen van passende preventiemaatregelen in de onderneming niet naleeft.
Het is niet de bedoeling om de klant die op een terras zit, of de klant die zijn boodschappen komt doen, te bestraffen.
Onder « eenieder » verstaat men meer bepaald : - de werknemer die de door zijn werkgever getroffen maatregelen niet naleeft in de onderneming; - de leverancier van materieel die in de onderneming komt en het materieel installeert; - de onderaannemers en hun werknemers; - het schoonmaakpersoneel van een externe firma die de lokalen van de onderneming komt schoonmaken;
Het Sociaal Strafwetboek omvat al een gelijkaardige bepaling in artikel 132/1. De strafbare personen zijn de personen die werkzaamheden komen verrichten op de bouwplaats : bijvoorbeeld de architect, de onderaannemers, de arbeiders van de onderaannemers. De pizzabezorger of de postbode moeten zich niet registreren.
Oud artikel 18 Als gevolg van advies nr. 67.610/1 van de Raad van State van 19 juni 2020 wordt het ontwerp van artikel 18 van het besluit dat voorziet dat de bepalingen van hoofdstuk 6 van het ontwerp van besluit ophouden van kracht te zijn op het ogenblik waarop de verplichtingen ten aanzien van ondernemingen, voorzien in het kader van de dringende maatregelen genomen door de Minister van Binnenlandse Zaken om de verspreiding van het coronavirus COVID-19 te beperken, ophouden van kracht te zijn, weggelaten.
Article 18 Artikel 19 van het ontwerp van besluit bepaalt op zijn beurt de datum van inwerkingtreding van artikel 17, § 2, ingevoegd in het Sociaal Strafwetboek door het ontworpen artikel 14, van het ontworpen artikel 15, van hoofdstuk 12, ingevoegd in hetzelfde Wetboek door het ontworpen artikel 16 van het besluit, en van artikel 238 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij het ontworpen artikel 17 van het besluit. HOOFDSTUK 7 - Slotbepalingen. Artikel 19 Artikel 19 wijst de ministers aan die belast zijn met de uitvoering van het besluit.
Wij hebben de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaars, De Minister van Justitie, K. GEENS De Minister van Veiligheid en Binnenlandse Zaken, P. DE CREM De Minister van Sociale Zaken, M. DE BLOCK De Minister van Werk, N. MUYLLE De Minister van Zelfstandigen, D. DUCARME De Minister belast met de Bestrijding van de sociale fraude, Ph. DE BACKER
Raad van State afdeling Wetgeving Advies 67.527/1 van 9 juni 2020 over een ontwerp van bijzondere machtenbesluit nr. ... `tot uitvoering van artikelen 2 en 5 van de
wet van 27 maart 2020Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
30/03/2020
numac
2020040938
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (1)
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
30/03/2020
numac
2020040937
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (1)
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
03/04/2020
numac
2020030524
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 . - Duitse vertaling
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
03/04/2020
numac
2020030525
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 . - Duitse vertaling
sluiten die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (II) tot ondersteuning van de werknemers' Op 2 juni 2020 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Werk, Economie en Consumenten verzocht binnen een termijn van vijf werkdagen een advies te verstrekken over een ontwerp van bijzondere-machtenbesluit nr. ... `tot uitvoering van artikelen 2 en 5 van de
wet van 27 maart 2020Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
30/03/2020
numac
2020040938
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (1)
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
30/03/2020
numac
2020040937
bron
federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (1)
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
03/04/2020
numac
2020030524
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 . - Duitse vertaling
type
wet
prom.
27/03/2020
pub.
03/04/2020
numac
2020030525
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 . - Duitse vertaling
sluiten die machtiging verleent aan de Koning om maatregelen te nemen in de strijd tegen de verspreiding van het coronavirus COVID-19 (II) tot ondersteuning van de werknemers'.
Het ontwerp is door de eerste kamer onderzocht op 5 juni 2020 . De kamer was samengesteld uit Wilfried Van Vaerenbergh, staatsraad, voorzitter, Chantal Bamps en Wouter Pas, staatsraden, en Astrid Truyens, griffier.
De verslagen zijn uitgebracht door Brecht Steen, eerste auditeur-afdelingshoofd en Rein Thielemans, eerste auditeur.
De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Wilfried Van Vaerenbergh, staatsraad.
Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 9 juni 2020. 1. Met toepassing van artikel 4, eerste lid, va …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.